STIHL MSA 60.0 C - Zaag

MSA 60.0 C - Zaag STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MSA 60.0 C STIHL in PDF-formaat.

📄 176 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIHL MSA 60.0 C - page 141
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MSA 60.0 C - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MSA 60.0 C van het merk STIHL.

GEBRUIKSAANWIJZING MSA 60.0 C STIHL

  • Voorwoord p. 141
  • 2 Informatie met betrekking tot deze handlei‐ ding p. 141
  • 3 Overzicht p. 142
  • 4 Veiligheidsinstructies p. 143
  • 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik p. 153
  • 6 Accu laden en leds p. 154
  • 7 Motorzaag completeren p. 155
  • 8 Kettingrem inschakelen en lossen p. 157
  • 9 Accu aanbrengen en wegnemen p. 157
  • 10 Motorzaag inschakelen en uitschakelen. 157 11 Kettingzaag en accu controleren p. 158
  • 12 Met de motorzaag werken p. 160
  • 13 Na de werkzaamheden p. 164
  • 14 Vervoeren p. 164
  • Nederlands 140 0458-022-9601-A © ANDREAS STIHL AG & Co. KG 2022 0458-022-9601-A. VA0.H22. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. Drukinkten bevatten plantaardige olie, papier is recyclebaar. Vertaling van de originele handleiding 0000010036_001_NL15 Opslaan p. 164
  • 16 Reinigen p. 165
  • 17 Onderhoud p. 166
  • 18 Repareren p. 166
  • 19 Storingen opheffen p. 167
  • 20 Technische gegevens p. 168
  • 21 Combinaties van zaagbladen en zaagkettin‐ gen p. 169
  • 22 Onderdelen en toebehoren p. 170
  • 23 Milieuverantwoord afvoeren p. 170
  • 24 EU-conformiteitsverklaring p. 170
  • 25 UKCA-conformiteitsverklaring p. 170
  • 26 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 1 Voorwoord Geachte cliënt(e), Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoef‐ ten van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting. STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding. STIHL kiest uitdrukkelijk voor een duurzame en verantwoordelijke omgang met de natuur. Deze gebruiksaanwijzing is voor u bedoeld als onder‐ steuning om uw STIHL-product gedurende een lange levensduur veilig en milieuvriendelijk te gebruiken. Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wen‐ sen u veel plezier met uw STIHL product. Dr. Nikolas Stihl p. 171

BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK GOED DOOR‐

LEZEN EN BEWAREN. 2 Informatie met betrekking tot deze handleiding

2.1 Geldende documenten

De lokale veiligheidsvoorschriften moeten wor‐ den aangehouden. ► Naast deze handleiding de volgende docu‐ menten lezen, begrijpen en bewaren:

Veiligheidsinstructies accu STIHL AK

Veiligheidsinformatie voor STIHL accu's en producten met ingebouwde accu: www.stihl.com/safety-data-sheets

2.2 Aanduiding van de waarschu‐

wingen in de tekst GEVAAR ■ De aanwijzing duidt op gevaren die leiden tot ernstig letsel of zelfs tot de dood. ► De genoemde maatregelen kunnen ernstig letsel of de dood voorkomen. WAARSCHUWING ■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnen leiden tot ernstig letsel of zelfs tot de dood. ► De genoemde maatregelen kunnen ernstig letsel of de dood voorkomen. LET OP ■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnen leiden tot materiële schade. ► De genoemde maatregelen kunnen materi‐ ele schade voorkomen.

2.3 Symbolen in de tekst

Dit symbool verwijst naar een hoofdstuk in deze handleiding. 1 Voorwoord Nederlands 0458-022-9601-A 1413 Overzicht

0000100032_001 1 achterste handbeschermer De achterste handbeschermer beschermt de rechterhand tegen contact met een wegge‐ worpen of gebroken zaagketting. 2 Voorste handbeschermer De voorste handbeschermer beschermt de linkerhand tegen het contact met de zaagket‐ ting, dient voor het inschakelen van de ket‐ tingrem en schakelt bij een terugslag de ket‐ tingrem automatisch in. 3 Kettingtandwiel Het kettingtandwiel drijft de zaagketting aan. 4 Spanring De spanring verschuift het zaagblad en spant of ontspant hierdoor de zaagketting. 5 Kam De kam ligt tijdens de werkzaamheden met de kettingzaag tegen het hout. 6 zaagketting De zaagketting zaagt het hout. 7 Zaagblad Het zaagblad geleidt de zaagketting. 8 Kettingtandwieldeksel Het kettingtandwieldeksel dekt het ketting‐ tandwiel af en bevestigt het zaagblad op de kettingzaag. 9 Spantandwiel Via het spantandwiel kan de kettingspanning worden afgesteld. 10 Vleugelmoer De vleugelmoer bevestigt het kettingtandwiel‐ deksel op de kettingzaag. 11 Kettingvanger De kettingvanger vangt een weggeworpen of gebroken zaagketting op. 12 Bedieningshandgreep De bedieningshandgreep dient voor het bedienen, vasthouden en hanteren van de kettingzaag. 13 ergo-hendel De Ergo-hendel houdt de blokkeerknop in zijn stand als de schakelhendel wordt losgelaten. 14 Blokkeerhendel De blokkeerhendel borgt de accu in de accu‐ schacht. 15 accuschacht De accu wordt ondergebracht in de accu‐ schacht. 16 Draagbeugel De draagbeugel dient voor het vasthouden, hanteren en dragen van de kettingzaag. 17 Olietankdop De olietankdop sluit de olietank af. 18 Arrêteerknop De blokkeerknop deblokkeert de schakelhen‐ del. 19 Schakelhendel De schakelhendel schakelt de kettingzaag in en uit. 20 Accu De accu voorziet de kettingzaag van energie. 21 Leds De leds geven de laadtoestand van de accu en storingen aan. 22 Druktoets De druktoets activeert de leds op de accu. 23 Acculader De acculader laadt de accu. 24 Led De led geeft de status van de acculader weer. 25 Aansluitkabel De aansluitkabel verbindt de acculader met de netstekker. 26 netstekker De netstekker verbindt de aansluitkabel met een contactdoos Nederlands 3 Overzicht 142 0458-022-9601-A27 Kettingbeschermer De kettingbeschermer biedt bescherming tegen het contact maken met de zaagketting. # Typeplaatje met machinenummer

De pictogrammen kunnen op de kettingzaag, de accu en de acculader staan en hebben de vol‐ gende betekenis: Dit pictogram geeft de draairichting van de zaagketting aan. In deze richting draaien om de zaag‐ ketting te spannen. Dit pictogram duidt de olietank voor zaag‐ kettingolie aan. In deze richting wordt de kettingrem inge‐ schakeld. In deze richting wordt de kettingrem gelost. 1 led brandt rood. De accu is te warm of te koud. 4 leds knipperen rood. In de accu zit een storing. De led brandt groen en de leds op de accu branden of knipperen groen. De accu wordt geladen. De led knippert rood. Tussen de accu en de acculader is geen elektrisch con‐ tact of in de accu of in de acculader is een storing. Lengte van een zaagblad dat mag wor‐ den gebruikt.

Gegarandeerd geluidvermogensniveau volgens de richtlijn 2000/14/EG in dB(A) om de geluidsemissies van pro‐ ducten vergelijkbaar te maken. De gegevens naast het pictogram duiden op de energie-inhoud van de accu volgens specificatie van de fabrikant van de accu‐ cellen. Het voor het gebruik beschikbare aantal ampère-uren is minder. Elektrisch apparaat in een gesloten en droge ruimte gebruiken. Het product niet met het huisvuil afvoeren. 4 Veiligheidsinstructies

4.1 Waarschuwingssymbolen

De waarschuwingssymbolen op de motorzaag, de accu of de acculader hebben de volgende betekenissen: Op de veiligheidsinstructies en de maatregelen hierin letten. De gebruiksaanwijzing lezen, begrijpen en bewaren. Veiligheidsbril en veiligheidshelm dra‐ gen. Houd de kettingzaag met beide handen vast. Op de veiligheidsinstructies met betrekking tot terugslag en de maatre‐ gelen hiertegen letten. De accu tijdens werkonderbrekingen, vervoer, opslag, onderhouds- of repa‐ ratiewerkzaamheden uit het apparaat nemen. Motorzaag en acculader beschermen tegen regen en vocht. De accu tegen hitte en vuur bescher‐ men. De accu tegen regen en vocht beschermen en niet onderdompelen in vloeistoffen.

4.2 Gebruik conform de voorschrif‐

ten De kettingzaag STIHL MSA 60.0 C of MSA 70.0 C dient voor het zagen van hout en voor het snoeien en vellen van bomen met een kleine stamdiameter en voor de verzorging van bomen rondom het huis. De kettingzaag mag niet worden gebruikt bij regen. De STIHL AK-accu voorziet de motorzaag van energie. De acculader STIHL AL 101 laadt de STIHL AK- accu. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands

0458-022-9601-A 143WAARSCHUWING

■ Accu's en acculaders die niet door STIHL voor de kettingzaag zijn vrijgegeven, kunnen leiden tot brand en explosiegevaar. Personen kun‐ nen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Kettingzaag gebruiken met een STIHL AK- accu. ►De STIHL AK-accu laden met behulp van een accula‐ der STIHL AL 101, AL 301 of AL 500.

Als de kettingzaag, de accu of de acculader niet volgens voorschrift wordt gebruikt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel of zelfs de dood en er kan materiële schade ontstaan.

Kettingzaag, accu en acculader zo gebrui‐ ken als staat beschreven in de handleiding.

4.3 Eisen aan de gebruiker

WAARSCHUWING ■ Gebruikers die niet zijn geïnstrueerd kunnen de gevaren van de kettingzaag, de accu en de acculader niet herkennen of niet inschatten. De gebruiker of andere personen kunnen ern‐ stig of zelfs dodelijk letsel oplopen. ► De handleiding lezen, begrijpen en bewaren. ► Als de kettingzaag, de accu of de acculader aan een andere persoon wordt doorgege‐ ven: de handleiding meegeven.

Controleren of de gebruiker aan de vol‐ gende eisen voldoet:

De gebruiker is uitgerust.

De gebruiker is lichamelijk, sensorisch en geestelijk in staat de kettingzaag, de accu en de acculader te bedienen en hiermee te werken. Als de gebruiker lichamelijk, sensorisch of geestelijk beperkt is, mag de gebruiker slechts onder toezicht van of na instruc‐ tie door een hiertoe ver‐ antwoordelijke of bevoegde persoon hier‐ mee werken.

De gebruiker kan de gevaren van de kettingzaag, accu en acculader herken‐ nen en inschatten.

De gebruiker is meerderja‐ rig of de gebruiker wordt overeenkomstig de natio‐ nale regelgeving onder toezicht onderwezen in een beroep.

De gebruiker is geïnstru‐ eerd door een STIHL dea‐ ler of een hiertoe bevoegd persoon, voordat deze voor de eerste keer met de kettingzaag gaat wer‐ ken en de acculader in gebruik neemt.

De gebruiker verkeert niet onder invloed van alcohol, medicamenten of drugs.

Als de gebruiker voor het eerst met een ket‐ tingzaag werkt: het zagen van rondhout op een zaagbok of een schraag oefenen.

Indien er onduidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.

4.4 Kleding en uitrusting

Tijdens de werkzaamheden kunnen lange haren in de kettingzaag worden getrokken. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.

Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.

Tijdens de werkzaamheden kunnen voorwer‐ pen met een hoge snelheid naar boven wor‐ den geslingerd. De gebruiker kan letsel oplo‐ pen. ► Draag een nauwsluitende veilig‐ heidsbril. Geschikte veiligheidsbrillen zijn aan de hand van de norm EN 166 of de nationale voorschriften Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 144 0458-022-9601-Agetest en met de betreffende code‐ ring te koop. ► STIHL adviseert een gelaatsbeschermer te dragen. ► Een strak bovenstuk met lange mouwen dragen. ■ Vallende voorwerpen kunnen leiden tot letsel aan het hoofd. ► Als tijdens de werkzaamheden tak‐ ken kunnen vallen: een veiligheids‐ helm dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan stof opdwar‐ relen en kunnen er dampen ontstaan. Inge‐ ademd(e) stof en dampen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid en allergische reac‐ ties veroorzaken.

Als er stof opdwarrelt of damp ontstaat: Een stofmasker dragen. ■ Hiertoe ongeschikte kleding kan blijven haken in hout, struikgewas en in de kettingzaag. Gebruikers zonder geschikte kleding kunnen ernstig letsel oplopen.

Draag nauwsluitende kleding. ► Doe sjaals en sieraden af. ■ Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de ronddraaiende zaag‐ ketting. De gebruiker kan hierdoor ernstig let‐ sel oplopen.

Een lange broek met snijprotectie dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker zich snijden aan het hout. Tijdens de reini‐ gings- of onderhoudswerkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de zaagket‐ ting. De gebruiker kan letsel oplopen.

Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. ■ Als de gebruiker ongeschikte schoenen draagt, kan hij uitglijden. Als de gebruiker in contact komt met de ronddraaiende zaagket‐ ting, kan deze snijwonden oplopen. De gebrui‐ ker kan letsel oplopen.

Kettingzaaglaarzen met snijprotectie dra‐ gen.

4.5 Werkgebied en -omgeving

Buitenstaanders, kinderen en dieren kunnen de gevaren van de kettingzaag en de opge‐ worpen voorwerpen niet herkennen en de gevaren hiervan niet inschatten. Onbevoegde personen, kinderen en dieren kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ont‐ staan.

Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand houden van het werkgebied. ► Kettingzaag niet zonder toezicht laten. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de ket‐ tingzaag kunnen spelen. ■ De kettingzaag is niet waterdicht. Als er in de regen of in een vochtige omgeving wordt gewerkt, kan dit leiden tot een elektrische stroomstoot. De gebruiker kan letsel oplopen en de kettingzaag kan worden beschadigd. ► Niet in de regen en niet in een voch‐ tige omgeving werken. ■ Elektrische componenten van de kettingzaag kunnen vonken veroorzaken. Vonken kunnen in licht ontvlambare of een explosieve omge‐ ving brand en explosies veroorzaken. Perso‐ nen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Niet werken in een licht ontvlambare en niet in een explosieve omgeving.

WAARSCHUWING ■ Buitenstaanders, kinderen en dieren kunnen de gevaren van de accu niet herkennen en de gevaren hiervan niet inschatten. Buitenstaan‐ ders, kinderen en dieren kunnen ernstig letsel oplopen.

Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand houden. ► De accu niet zonder toezicht laten. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de accu kunnen spelen. ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐ den van buitenaf. Als de accu blootstaat aan bepaalde invloeden van buitenaf kan de accu in brand vliegen, exploderen of onherstelbaar beschadigd raken. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ont‐ staan. ► De accu tegen hitte en vuur bescher‐ men. ► De accu niet in het vuur werpen. ► De accu niet buiten de aangegeven tempe‐ ratuurgrenzen opladen, gebruiken en opbergen, 20.7. ► De accu tegen regen en vocht beschermen en niet onderdompelen in vloeistoffen. ► De accu bij kleine metalen voorwerpen van‐ daan houden. ► De accu niet blootstellen aan hoge druk. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-022-9601-A 145► De accu niet in de magnetron plaatsen. ► De accu tegen chemicaliën en zouten beschermen.

Buitenstaanders en kinderen kunnen de geva‐ ren van de acculader en de elektrische stroom niet herkennen en ook niet inschatten. Buiten‐ staanders, kinderen en dieren kunnen ernstig of fataal letsel oplopen.

Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand houden. ►Zorg ervoor dat kinderen niet met de acculader kunnen spelen.

De acculader is niet waterdicht. Als er in de regen of in een vochtige omgeving wordt gewerkt, kan dit leiden tot een elektrische stroomstoot. De gebruiker kan letsel oplopen en de acculader kan worden beschadigd. ► Deze niet gebruiken in de regen en niet in een vochtige omgeving. ■ De acculader is niet beschermd tegen alle invloeden van buitenaf. Als de acculader aan bepaalde invloeden van buitenaf is blootge‐ steld, kan de acculader in brand vliegen of exploderen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Acculader in een gesloten en droge ruimte gebruiken. ► Acculader niet in een licht ontvlambare en ook niet in een explosieve omgeving gebruiken.

Acculader niet op een licht ontvlambare ondergrond gebruiken. ► De acculader niet buiten de aangegeven temperatuurgrenzen gebruiken en bewaren,

Personen kunnen struikelen over de aansluit‐ kabel. Personen kunnen letsel oplopen en de acculader kan worden beschadigd.

De aansluitkabel plat op de vloer leggen.

De kettingzaag verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De kettingzaag is niet beschadigd.

De kettingzaag is schoon en droog.

De kettingvanger is niet beschadigd.

De bedieningselementen werken en zijn niet gewijzigd.

De inloopsporen op het kettingtandwiel zijn niet dieper dan 0,5 mm.

Een in deze gebruiksaanwijzing aangegeven combinatie van zaagblad en zaagketting is gemonteerd.

Het zaagblad en de zaagketting zijn correct gemonteerd.

Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag is gemonteerd.

Het toebehoren is correct gemonteerd.

De olietankdop is gesloten. WAARSCHUWING ■ In een niet-veilige toestand kunnen onderde‐ len niet meer naar behoren functioneren en kunnen veiligheidsvoorzieningen buiten werk‐ ing worden gezet. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen.

Met een onbeschadigde kettingzaag wer‐ ken. ► Als de kettingzaag vervuild of nat is: de ket‐ tingzaag reinigen en laten drogen. ► Met een onbeschadigde kettingvanger wer‐ ken. ► Aan de kettingzaag geen wijzigingen aan‐ brengen. Uitzondering: montage van een in deze gebruiksaanwijzing aangegeven com‐ binatie van zaagblad en zaagketting.

Als de bedieningselementen niet functione‐ ren: Niet met de kettingzaag werken. ► Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag monteren. ► Zaagblad en zaagketting zo monteren als in deze gebruiksaanwijzing staat beschreven. ► Monteer het toebehoren zoals in deze handleiding of in de handleiding van het toebehoren beschreven staat.

Geen voorwerpen in de openingen van de kettingzaag steken. ► Olietankdop sluiten. ► Versleten of beschadigde stickers vervan‐ gen. ► Als er onduidelijkheid bestaat: contact opnemen met een STIHL dealer.

Het zaagblad verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Het zaagblad is niet beschadigd.

Het zaagblad is niet vervormd. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 146 0458-022-9601-A– De groef is zo diep als of dieper dan de mini‐ male groefdiepte, 20.3.

Er bevinden zich geen bramen op de randen van de groef.

De groef is niet versmald of verbreed. WAARSCHUWING

In een onveilige staat kan het zaagblad de zaagketting niet meer correct geleiden. De ronddraaiende zaagketting kan van het zaag‐ blad springen. Personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Met een onbeschadigd zaagblad werken. ► Als de diepte van de groef kleiner is dan de minimale groefdiepte: zaagblad vervangen. ► Zaagblad wekelijks ontdoen van bramen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoe‐ ken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.

De zaagketting verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De zaagketting is niet beschadigd.

De slijtagemarkeringen op de zaagtanden zijn zichtbaar. WAARSCHUWING

In een niet-veilige staat kunnen componenten niet meer correct functioneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Per‐ sonen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Met een onbeschadigde zaagketting wer‐ ken. ► Zaagketting correct aanscherpen/slijpen. ► Indien er onduidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.

De accu verkeert in een veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De accu is onbeschadigd.

De accu functioneert en is niet gemodificeerd. WAARSCHUWING

In een niet veilige staat kan de accu niet meer correct functioneren. Personen kunnen ernstig letsel oplopen.

Alleen met een onbeschadigde en goed werkende accu werken. ► Een beschadigde of defecte accu niet laden. ► Als de accu vuil is: de accu reinigen. ► Als de accu nat of vochtig is: de accu laten drogen, 20.8. ► Geen wijzigingen aanbrengen aan de accu. ► Geen voorwerpen in de openingen van de accu steken. ► Elektrische contacten van de accu niet met metalen voorwerpen met elkaar verbinden en kortsluiten.

Accu niet openmaken. ► Versleten of beschadigde stickers vervan‐ gen. ■ Uit een beschadigde accu kan vloeistof weg‐ lekken. Als de vloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kunnen de huid of de ogen geïrriteerd raken.

Contact met de vloeistof voorkomen. ► Als contact met de huid heeft plaatsgevon‐ den: was de betreffende plekken op de huid met veel water en zeep.

Als contact met de ogen heeft plaatsgevon‐ den: was de ogen ten minste 15 minuten met veel water en raadpleeg een arts.

Een beschadigde of defecte accu kan een ongewone geur veroorzaken, roken of bran‐ den. Personen kunnen ernstig of dodelijk let‐ sel oplopen en er kan materiële schade ont‐ staan.

Als de accu vreemd ruikt of rookt: de accu niet gebruiken en bij brandbare stoffen van‐ daan houden.

Als de accu brandt: de accu met een brand‐ blusser of water proberen te blussen.

De acculader verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De acculader is niet beschadigd.

In een niet-veilige staat kunnen componenten niet meer correct functioneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Per‐ sonen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Een onbeschadigde acculader gebruiken. ► Als de acculader vervuild of nat is: accula‐ der reinigen en laten drogen. ► Aan de acculader geen wijzigingen aan‐ brengen. ► Geen voorwerpen in de openingen van de acculader steken. ► Elektrische contacten van de acculader niet met metalen voorwerpen verbinden en kort‐ sluiten. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-022-9601-A 147► De acculader niet demonteren.

Als er zich buiten het werkgebied geen perso‐ nen binnen gehoorafstand bevinden, kan er in geval van nood geen hulp worden geboden.

Waarborgen dat er zich buiten het werkge‐ bied personen binnen gehoorafstand bevin‐ den.

De gebruiker kan in bepaalde situaties niet meer geconcentreerd werken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen, struikelen, vallen en ernstig letsel oplopen.

Rustig en met overleg werken. ► Als de lichtomstandigheden en het zicht slecht zijn: niet met de kettingzaag werken. ► Kettingzaag alleen bedienen. ► Niet boven schouderhoogte werken. ► Op obstakels letten. ► Staand op de grond werken en het even‐ wicht behouden. Als er op hoogte moet worden gewerkt: een hefbordes of een vei‐ lige steiger gebruiken.

Wanneer vermoeidheidsverschijnselen optreden: een pauze inlassen. ■ Door de ronddraaiende zaagketting kan de gebruiker snijwonden oplopen. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.

De ronddraaiende zaagketting niet aanra‐ ken. ► Als de zaagketting door een voorwerp wordt geblokkeerd: Kettingzaag uitschake‐ len, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. Pas dan het voorwerp wegnemen.

De ronddraaiende zaagketting wordt warm en zet uit. Als de zaagketting niet voldoende wordt gesmeerd en nagespannen, kan de zaagketting van het zaagblad springen of bre‐ ken. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Zaagkettingolie gebruiken. ► Tijdens de werkzaamheden regelmatig het oliepeil in de olietank controleren. Voordat de zaagkettingolie is opgebruikt: Zaagket‐ tingolie bijvullen.

Tijdens de werkzaamheden regelmatig de spanning van de zaagketting controleren. Als de spanning van de zaagketting te laag is: de zaagketting spannen.

Als de werking van de kettingzaag zich tijdens de werkzaamheden wijzigt of deze zich onge‐ woon gedraagt, kan de kettingzaag in een onveilige staat verkeren. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De werkzaamheden beëindigen, accu weg‐ nemen en contact opnemen met een STIHL dealer.

Tijdens de werkzaamheden kunnen trillingen door de kettingzaag worden gevormd. ► Handschoenen dragen. ► Werkpauzes inlassen. ► Als er tekenen van een slechte doorbloe‐ ding optreden: een arts raadplegen. ■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp kunnen vonken ontstaan. Vonken kunnen in een brandbare omgeving leiden tot brand. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Niet in een brandbare omgeving werken. ■ Als de schakelhendel wordt losgelaten draait de zaagketting nog even door. De bewegende zaagketting kan snijwonden toebrengen aan personen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen.

Wacht tot de zaagketting niet meer draait. WAARSCHUWING 0000-GXX-1245-A0

Als hout dat onder spanning staat wordt gezaagd, kan het zaagblad worden ingeklemd. De gebruiker kan de controle over de ketting‐ zaag verliezen en zwaar letsel oplopen.

Eerst een ontlastingszaagsnede in de druk‐ zijde (1) aanbrengen, vervolgens een kap‐ zaagsnede in de trekzijde (2) aanbrengen. GEVAAR

Als in de buurt van onder spanning staande kabels wordt gewerkt kan de zaagketting in contact komen met de onder spanning staande kabels en deze beschadigen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplo‐ pen.

Niet in de buurt van onder spanning staande kabels werken. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 148 0458-022-9601-A4.7.2 Van takken ontdoen WAARSCHUWING

Als de gevelde boom eerst aan de onderzijde van alle takken wordt ontdaan kan de boom niet meer worden ondersteund door takken op de grond. Tijdens de werkzaamheden kan de boom bewegen. Personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Grotere takken aan de onderzijde pas door‐ zagen als de boom op lengte is gezaagd. ► Niet staand op de stam werken. ■ Tijdens het van takken ontdoen kan een afge‐ zaagde tak naar beneden vallen. De gebruiker kan struikelen, vallen en ernstig letsel oplo‐ pen.

Boom vanaf de voet van de stam naar de boomkruin toe van takken ontdoen.

WAARSCHUWING ■ Ongeoefende personen kunnen de gevaren bij het vellen niet inschatten. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De gebruiker moet beschikken over rele‐ vante kennis van kaptechnieken en erva‐ ring met kapwerkzaamheden.

Als er onduidelijkheden zijn: een ervaren expert raadplegen voor ondersteuning en voor het bepalen van de geschikte veltech‐ niek.

Tijdens het vellen kan een boom en kunnen takken op personen of voorwerpen vallen. Hoe groter vallende delen zijn, des te groter het risico is dat personen ernstig of dodelijk letsel kunnen oplopen. Het gevolg kan materiële schade zijn.

Bepaal de velrichting zo dat het gebied waarin de boom valt open/vrij is. ► Houd buitenstaanders, kinderen en dieren buiten een afstand van een cirkel van 2,5 boomlengtes om het werkgebied.

Verwijder afgebroken of dorre takken voor het vellen uit de kroon van de boom. ► Als afgebroken of dorre takken niet uit de kroon van de boom kunnen worden verwij‐ derd: een ervaren expert raadplegen voor ondersteuning en voor het bepalen van de geschikte veltechniek.

Let op de boomkruin en boomkruinen van naast staande bomen en ontwijk vallende takken.

Als de boom valt, kan deze bij de stam breken of in de richting van de gebruiker terugslaan. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen. ► Plan een vluchtweg zijwaarts achter de boom. ► Loop achterwaarts de vluchtweg in en let op de vallende boom. ► Loop niet achteruit hellingafwaarts. ■ Obstakels in het werkgebied en op de vlucht‐ weg kunnen de gebruiker hinderen. De gebrui‐ ker kan struikelen en vallen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.

Verwijder obstakels uit het werkgebied en van de vluchtweg. ■ Als de breuklijst, de veiligheidsband of de borglijst wordt ingezaagd of te vroeg wordt doorgezaagd, kan de velrichting niet meer worden aangehouden of de boom kan te vroeg vallen. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Zaag de breuklijst niet in of door. ► Zaag de veiligheidsband of borglijst als laat‐ ste door. ► Als de boom te vroeg begint te vallen: de velsnede onderbreken en op de vluchtweg terugwijken.

Als de ronddraaiende zaagketting met het bovenste kwart gedeelte van het zaagblad contact maakt met een harde velspie en snel wordt afgeremd, kan terugslag ontstaan. Per‐ sonen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplo‐ pen.

Gebruik velspieën van aluminium of kunst‐ stof. ■ Als een boom niet geheel op de grond valt of in een andere boom blijft hangen, kan de gebruiker het vellen niet meer gecontroleerd voltooien.

Onderbreek het vellen en trek de boom met behulp van een lier of een hiertoe geschikt voertuig naar de grond.

0000080097_002 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-022-9601-A 149Een terugslag kan door de volgende oorzaken ontstaan:

De ronddraaiende zaagketting maakt met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus contact met een hard voorwerp en wordt snel afgeremd.

De ronddraaiende zaagketting is bij de zaag‐ bladneus ingeklemd. De kettingrem kan een terugslag niet voorko‐ men. WAARSCHUWING 0000080803_003

Als er terugslag ontstaat, kan de kettingzaag in de richting van de gebruiker omhoog wor‐ den geslingerd. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplopen of zelfs worden gedood.

Houd de kettingzaag met beide handen vast. ► Houd het lichaam buiten het verlengde zwenkbereik van de kettingzaag. ► Ga te werk zoals in deze handleiding staat beschreven. ► Werk niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus. ► Werk met een correct aangescherpte/gesle‐ pen en correct gespannen zaagketting. ► Gebruik een terugslaggereduceerde zaag‐ ketting. ► Gebruik een zaagblad met een kleine zaag‐ bladneus. ► Zaag met vol gas.

4.8.2 In het hout trekken

0000-GXX-1348-A0 Als met de onderzijde van het zaagblad wordt gewerkt, wordt de kettingzaag weggetrokken van de gebruiker. WAARSCHUWING

Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel wordt afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met grote kracht van de gebruiker weg worden getrokken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐ pen of zelfs worden gedood.

De kettingzaag met beide handen vasthou‐ den. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐ den. ► De kam correct plaatsen. ► Met vol gas zagen.

0000-GXX-1349-A0 Als met de bovenzijde van het zaagblad wordt gewerkt, wordt de kettingzaag naar de gebruiker toe gestoten. WAARSCHUWING

Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel wordt afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met grote kracht naar de gebruiker toe worden gestoten. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐ pen of zelfs worden gedood.

De kettingzaag met beide handen vasthou‐ den. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐ den. ► Met vol gas zagen. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 150 0458-022-9601-A4.9 Laden WAARSCHUWING

Tijdens het laden kan een beschadigde of een defecte acculader stinken of roken. Personen kunnen letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De netstekker uit de contactdoos trekken. ■ De acculader kan bij een ontoereikende warm‐ teafvoer oververhit worden en in brand raken. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of wor‐ den gedood en er kan materiële schade ont‐ staan.

Acculader niet afdekken.

4.10 Elektriciteit aansluiten

Contact met stroomvoerende componenten kan ontstaan door de volgende oorzaken:

De aansluitkabel of de verlengkabel is bescha‐ digd.

De netstekker van de aansluitkabel of de ver‐ lengkabel is beschadigd.

De contactdoos is niet correct geïnstalleerd. GEVAAR ■ Contact met stroomvoerende componenten kan leiden tot een stroomschok. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.

Controleer dat de aansluitkabel, de verleng‐ kabel en de netstekker hiervan niet zijn beschadigd. Als de aansluitkabel of de verlengkabel beschadigd is: ► beschadigde plaats niet aanraken. ► Trek de netstekker uit de contact‐ doos.

Aansluitkabel, verlengkabel en de netstek‐ kers ervan met droge handen beetpakken. ► Netstekker van de aansluitkabel of de ver‐ lengkabel in een correct geïnstalleerde en beveiligde contactdoos met randaarde ste‐ ken.

Acculader via een aardlekschakelaar (30 mA, 30 ms) aansluiten. ■ Een beschadigde of niet geschikte verlengka‐ bel kan leiden tot een elektrische schok. Per‐ sonen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplo‐ pen.

Gebruik een verlengkabel met de juiste kabeldoorsnede, 20.6. WAARSCHUWING

Tijdens het laden kan een verkeerde netspan‐ ning of een verkeerde netfrequentie leiden tot overspanning in de acculader. De acculader kan hierbij worden beschadigd.

Controleren of de netspanning en de netfre‐ quentie van het lichtnet corresponderen met de gegevens op het typeplaatje van de acculader.

Als de acculader op een meervoudige contact‐ doos is aangesloten, kunnen de elektrische onderdelen tijdens het opladen worden over‐ belast. De elektrische componenten kunnen warm worden en in brand vliegen. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Zorg ervoor dat de vermogensgegevens op de meervoudige contactdoos niet worden overschreden door het totaal van de gege‐ vens op het typeplaatje van de acculader en alle op de meervoudige contactdoos aangesloten elektrische apparaten.

Een verkeerd neergelegde aansluitkabel en verlengkabel kunnen beschadigd raken en personen kunnen hierover struikelen. Perso‐ nen kunnen letsel oplopen en de aansluitkabel of verlengkabel kan worden beschadigd.

De aansluitkabel en verlengkabel zo neer‐ leggen en kenmerken, dat personen niet kunnen struikelen.

De aansluitkabel en verlengkabel zo neer‐ leggen, dat ze niet onder spanning staan of verwikkeld zijn.

De aansluitkabel en verlengkabel zo neer‐ leggen, dat ze niet beschadigd, geknikt of geplet kunnen worden of schuren.

Aansluitkabel en verlengkabel beschermen tegen hitte, olie en chemicaliën. ► De aansluitkabel en verlengkabel neerleg‐ gen op een droge ondergrond. ■ Tijdens de werkzaamheden wordt de verleng‐ kabel warm. Wanneer de warmte niet kan wor‐ den afgevoerd, kan de warmte brand veroor‐ zaken.

Als er een kabelhaspel wordt gebruikt: de kabelhaspel volledig afwikkelen. ■ Als er elektrische bedrading en leidingen in de muur zitten, kunnen deze worden beschadigd als de acculader op de muur wordt bevestigd. Contact met elektrische bedrading kan leiden tot een elektrische schok. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Controleren of er op de geplande plaats geen elektrische bedrading en leidingen in de muur zitten.

Als de acculader niet zoals in deze handlei‐ ding staat beschreven op de muur is gemon‐ teerd, kan de acculader of de accu van de muur vallen of kan de acculader te heet wor‐ 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-022-9601-A 151den. Personen kunnen letsel oplopen en er kan beschadiging optreden. ► Acculader zo op de muur monteren als in deze handleiding staat beschreven. ■ Als de acculader met aangebrachte accu op een muur wordt gemonteerd, kan de accu uit de acculader vallen. Personen kunnen letsel oplopen en er kan beschadiging optreden.

De acculader eerst aan de muur monteren en daarna de accu plaatsen.

WAARSCHUWING ■ Tijdens het vervoer kan de kettingzaag kante‐ len of verschuiven. Personen kunnen letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan. ► Accu wegnemen. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.

Kettingzaag met spanbanden, riemen of een net dusdanig beveiligen, dat hij niet kan kantelen en niet kan bewegen.

De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐ den van buitenaf. Als de accu aan bepaalde invloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kan de accu worden beschadigd en kan er materi‐ ele schade ontstaan.

Een beschadigde accu niet vervoeren. ■ Tijdens het vervoer kan de accu omvallen of verschuiven. Personen kunnen letsel oplopen en er kan beschadiging optreden.

De accu in de verpakking zo verpakken dat deze niet kan bewegen. ► Verpakking zo borgen dat deze niet kan vallen en verschuiven.

Tijdens het vervoer kan de acculader omvallen of verschuiven. Personen kunnen letsel oplo‐ pen en er kan beschadiging optreden.

De netsteker uit de contactdoos trekken. ► Accu verwijderen. ► De acculader met spanbanden, riemen of een net dusdanig beveiligen, dat deze niet kan omvallen en niet kan verschuiven.

De aansluitkabel is niet bedoeld om de accula‐ der daaraan te dragen. De aansluitkabel en de acculader kunnen worden beschadigd.

De aansluitkabel opwikkelen en aan de acculader bevestigen.

WAARSCHUWING ■ Kinderen kunnen de gevaren van de ketting‐ zaag niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen. ► Accu wegnemen. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.

De kettingzaag buiten het bereik van kinde‐ ren opslaan. ■ De elektrische contacten op de kettingzaag en metalen onderdelen kunnen door vocht corro‐ deren. De kettingzaag kan worden bescha‐ digd. ► Accu wegnemen. ► De kettingzaag schoon en droog opslaan.

Kinderen kunnen de gevaren van de accu niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen.

De accu buiten het bereik van kinderen opslaan. ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐ den van buitenaf. Als de accu aan bepaalde invloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kan de accu onherstelbaar worden beschadigd.

De accu schoon en droog opslaan. ► Berg de accu in een gesloten ruimte op. ► De accu apart van de kettingzaag opslaan. ► Als de accu in de acculader wordt bewaard: de netstekker uit het stopcontact trekken en de accu met een laadniveau tussen 40% en 60% bewaren (2 groene leds). Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 152 0458-022-9601-A► De accu niet buiten de aangegeven tempe‐ ratuurgrenzen bewaren, 20.7.

Kinderen kunnen de gevaren van de accula‐ der niet herkennen en ook niet inschatten. Kin‐ deren kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Netstekker uit de contactdoos trekken. ► De acculader buiten het bereik van kinde‐ ren opslaan. ■ De acculader is niet beschermd tegen alle invloeden van buitenaf. Als de acculader aan bepaalde invloeden van buitenaf wordt bloot‐ gesteld, kan de acculader worden beschadigd.

Netstekker uit de contactdoos trekken. ► Als de acculader warm is: de acculader laten afkoelen. ► De acculader schoon en droog opslaan. ► De acculader in een gesloten ruimte opslaan. ► De acculader niet buiten de aangegeven temperatuurgrenzen bewaren, 20.7. ■ De aansluitkabel is niet bedoeld om de accula‐ der daaraan te dragen of op te hangen. De aansluitkabel en de acculader kunnen worden beschadigd.

De acculader bij het huis vastpakken en vasthouden. Aan de acculader is een hand‐ greepkom aangebracht voor het gemakke‐ lijk optillen van de acculader.

De acculader ophangen aan de muurhou‐ der.

4.13 Reiniging, onderhoud en repa‐

Als tijdens de reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden de accu in de ket‐ tingzaag wordt geplaatst, kan de kettingzaag onbedoeld worden ingeschakeld. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan mate‐ riële schade ontstaan. ► Accu verwijderen. ► Kettingrem inschakelen. ■ Agressieve reinigingsmiddelen, het reinigen met een waterstraal of puntige voorwerpen kunnen de kettingzaag, het zaagblad de zaag‐ ketting, de accu en de acculader beschadigen. Als de kettingzaag, het zaagblad, de zaagket‐ ting, de accu of de acculader niet op de juiste wijze werden gereinigd, kunnen componenten niet meer correct functioneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Per‐ sonen kunnen ernstig letsel oplopen.

Kettingzaag, zaagblad, zaagketting, accu en acculader zo reinigen als staat beschre‐ ven in deze handleiding.

Als de kettingzaag, het zaagblad, de zaagket‐ ting, de accu en de acculader niet op de juiste wijze werden onderhouden of gerepareerd, kunnen componenten niet meer correct functi‐ oneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen.

De kettingzaag, accu en acculader niet zelf onderhouden of repareren. ► Als aan de kettingzaag, de accu of de accu‐ lader onderhouds- of reparatiewerkzaamhe‐ den moeten worden uitgevoerd: contact opnemen met een STIHL dealer.

Zaagblad en zaagketting zo onderhouden of repareren als in deze gebruiksaanwijzing staat beschreven.

Tijdens de reinigings- of onderhoudswerk‐ zaamheden aan de zaagketting kan de gebrui‐ ker letsel oplopen door de scherpe zaagtan‐ den. De gebruiker kan letsel oplopen.

Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik

5.1 Kettingzaag klaarmaken voor

gebruik Telkens voor het begin van de werkzaamheden moeten de volgende handelingen worden uitge‐ voerd: ► Controleren of de volgende delen zich in de veilige staat bevinden:

Zaagkettingolie bijvullen, 7.3.

Bedieningselementen controleren, 11.5. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik Nederlands 0458-022-9601-A 153► Kettingsmering controleren, 11.6. ► Als deze handelingen niet kunnen worden uit‐ gevoerd: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. 6 Accu laden en leds

6.1 Acculader aan een muur mon‐

teren De acculader kan aan een muur worden gemon‐ teerd.

Acculader zo op een muur monteren dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Juiste bevestigingsmaterialen zijn gebruikt.

De acculader is waterpas. De volgende maatvoering is aangehouden:

b (voor AL 101) = 75 mm

b (voor AL 301) = 100 mm

b (voor AL 500) = 120 mm

De laadtijd is afhankelijk van diverse invloeden, zoals bijv. de temperatuur van de accu of de omgevingstemperatuur. Voor een optimale pres‐ tatie moeten de aanbevolen temperatuurberei‐ ken in acht worden genomen, 20.8. De wer‐ kelijke laadtijd kan afwijken van de aangegeven laadtijd. De laadtijd is te vinden op www.stihl.com/charging-times. Als de netstekker op een con‐ tactdoos is aangesloten en de accu in de acculader wordt geplaatst, start de laadproce‐ dure automatisch. Als de accu volledig is geladen, schakelt de acculader automatisch uit. Tijdens het laden worden de accu en de accula‐ der warmer.

0000-GXX-0628-A0 ► Netstekker (6) in een goed bereikbare contact‐ doos (7) aansluiten. De acculader (3) voert een zelftest uit. De led (4) brandt ca. 1 seconde lang groen en ca. 1 seconde lang rood. ► Aansluitkabel (5) aanbrengen. ► Accu (2) in de geleidingen van de accula‐ der (3) plaatsen en tot aan de aanslag hierop drukken. De led (4) brandt groen. De leds (1) branden groen en de accu (2) wordt geladen. ► Als de led (4) en de leds (1) op de accu niet meer branden: de accu (2) is volledig geladen kan uit de acculader (3) worden genomen. ► Als de acculader (3) niet meer wordt gebruikt: de netstekker (6) uit de contactdoos (7) trek‐ ken.

De leds kunnen de laadtoestand van de accu of storingen aangeven. De leds kunnen groen of rood branden of knipperen. Nederlands 6 Accu laden en leds 154 0458-022-9601-AAls de leds groen branden of knipperen wordt delaadtoestand weergegeven.► Als de leds rood branden of knipperen: storin‐gen opheffen, 19.In de kettingzaag of in de accu zit een storing.

6.5 Led op acculader

De led geeft de status van de acculader weer.Als de led groen brandt, wordt de accu geladen.► Als de led rood knippert: storingen opheffen.In de acculader zit een storing. 7 Motorzaag completeren

7.1 Zaagblad en zaagketting mon‐

teren en uitbouwen 7.1.1 Zaagblad en zaagketting monterenDe combinaties van zaagblad en zaagketting,die passen bij het kettingtandwiel en mogen wor‐den gemonteerd, staan aangegeven in de tech‐nische gegevens, 21.► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐len en accu eruit nemen. 0000-GXX-1199-A0

► Greep (1) van de vleugelmoer (2) omhoogklappen.► Vleugelmoer (2) zo lang linksom draaien tothet kettingtandwieldeksel (3) kan worden weg‐genomen.► Kettingtandwieldeksel (3) wegnemen.

► Spanring (4) wegnemen.► Bout (5) losdraaien.► Zaagblad (6) zo op de spanring (4) leggen datbeide tappen van de spanring (4) in de borin‐gen van het zaagblad zitten.De oriëntering van het zaagblad (6) speelt geenrol. De opdruk op het zaagblad kan ook onder‐steboven staan.► Bout (5) aanbrengen en vastdraaien.

0000-GXX-1201-A0 ► Zaagketting zo in de groef van het zaagbladleggen, dat de pijlen op de verbindingsscha‐kels van de zaagketting aan de bovenzijde inde draairichting zijn gericht.► Spanring (4) tot aan de aanslag rechtsomdraaien.

► Zaagblad met spanring en zaagketting zo opde motorzaag plaatsen dat aan de volgendevoorwaarden wordt voldaan: De spanring (4) is naar de gebruiker gericht. De aandrijfschakels van de zaagketting val‐len in de tanden van het kettingtandwiel (2). De kop van de bout (3) valt in het sleufgatvan het zaagblad (6). 0000-GXX-1203-A0

► Kettingrem lossen.► Spanring (4) zo lang linksom draaien tot dezaagketting tegen het zaagblad ligt. Hierbij deaandrijfschakels van de zaagketting in degroef van het zaagblad geleiden.Het zaagblad en de zaagketting liggen tegende motorzaag.7 Motorzaag completeren Nederlands0458-022-9601-A 155► Het kettingtandwieldeksel zo op de motorzaag aanbrengen, dat dit gelijkligt met de motor‐ zaag. ► Als het kettingtandwieldeksel niet gelijkligt met de motorzaag: het spantandwiel verdraaien en het kettingtandwieldeksel opnieuw aanbren‐ gen. De tanden van het spantandwiel grijpen aan in de tanden van de spanring. ► De vleugelmoer zo lang rechtsom draaien tot het kettingtandwieldeksel stevig op de motor‐ zaag is bevestigd. ► Greep van de vleugelmoer inklappen.

7.1.2 Zaagblad en zaagketting uitbouwen

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Greep van de vleugelmoer omhoog klappen. ► Vleugelmoer zo lang linksom draaien tot het kettingtandwieldeksel kan worden weggeno‐ men. ► Kettingtandwieldeksel wegnemen. ► Spanring tot aan de aanslag rechtsom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Zaagblad en zaagketting wegnemen. ► Bout van de spanring losdraaien. ► Spanring wegnemen.

7.2 Zaagketting spannen

Tijdens de werkzaamheden kan de zaagketting losser of strakker gaan staan. De zaagketting‐ spanning wijzigt. Tijdens de werkzaamheden moet de zaagkettingspanning regelmatig worden gecontroleerd en moet deze zo nodig worden nagespannen. ► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen.

► Greep van de vleugelmoer (1) omhoog klap‐ pen. ► Vleugelmoer (1) 2 slagen linksom draaien. De vleugelmoer (1) is losgedraaid. ► Kettingrem lossen. ► Zaagblad bij de neus optillen en het spantand‐ wiel (2) zo lang rechtsom of linksom draaien, tot aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De afstand a in het midden van het zaag‐ blad bedraagt 1 mm tot 2 mm.

De zaagketting kan nog met twee vingers en geringe krachtsinspanning over het zaagblad worden getrokken. ► Als er een Carving-zaagblad is gemonteerd: Spantandwiel (2) zo lang rechtsom of linksom draaien tot de aandrijfschakels van de zaag‐ ketting aan de onderzijde van het zaagblad nog voor de helft zichtbaar zijn. ► Zaagblad bij de neus verder optillen en de vleugelmoer (1) zo lang rechtsom draaien tot het kettingtandwieldeksel stevig op de ketting‐ zaag is bevestigd. ► Als de afstand a in het midden van het zaag‐ blad niet 1 mm tot 2 mm bedraagt: Zaagket‐ ting opnieuw spannen. ► Als bij een gemonteerd Carving-zaagblad de aandrijfschakels van de zaagketting aan de onderzijde van het zaagblad voor minder dan de helft zichtbaar zijn: Zaagketting opnieuw spannen. ► Greep van de vleugelmoer (1) inklappen.

7.3 Zaagkettingolie bijvullen

De zaagkettingolie zorgt voor de smering en de koeling van de ronddraaiende zaagketting. STIHL adviseert STIHL zaagkettingolie of een andere voor kettingzagen vrijgegeven zaagket‐ tingolie te gebruiken. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Motorzaag zo op een vlakke ondergrond plaat‐ sen dat de olietankdop naar boven is gericht. ► Het gebied rondom de olietankdop schoonma‐ ken met een vochtige doek. 0000-GXX-1205-A1 ► De olietankdop met een geschicht gereed‐ schap zo lang linksom draaien tot de olietank‐ dop kan worden weggenomen. ► Olietankdop wegnemen. ► De zaagkettingolie zo bijvullen dat er geen zaagkettingolie wordt gemorst en de olietank niet tot aan de rand wordt gevuld. Nederlands 7 Motorzaag completeren

156 0458-022-9601-A0000-GXX-1206-A1

► Olietankdop op de olietank plaatsen. ► Olietankdop met een gesschikt gereedschap rechtsom handvast draaien. De olietank is gesloten. 8 Kettingrem inschakelen en lossen

8.1 Kettingrem inschakelen

De motorzaag is uitgerust met een kettingrem. De kettingrem wordt bij een voldoende sterke terugslag automatisch ingeschakeld door de massatraagheid van de handbeschermer of kan worden ingeschakeld door de gebruiker. 0000-GXX-1210-A0 ► Handbeschermer met de linkerhand weg van de draagbeugel duwen. De handbeschermer klikt hoorbaar vast. De kettingrem is ingeschakeld.

8.2 Kettingrem lossen

0000-GXX-1211-A0 ► Handbeschermer met de linkerhand richting de gebruiker trekken. De handbeschermer klikt hoorbaar vast. De kettingrem is gelost. 9 Accu aanbrengen en weg‐ nemen

► Accu (1) zo lang in de accuschacht (2) druk‐ ken tot er een klik wordt gehoord. De pijlen (3) op de accu (1) zijn nog zichtbaar en de accu (1) is in de accuschacht (2) geborgd. Tussen de kettingzaag en de accu (1) is geen elektrisch contact. ► Accu (1) tot aan de aanslag in de accu‐ schacht (2) drukken. De accu (1) klikt met een tweede klik vast en ligt gelijk met de behuizing van de kettingzaag. De kettingzaag is klaar voor gebruik.

► Motorzaag op een vlakke ondergrond plaatsen 0000-GXX-1209-A0

► Blokkeerhendel (1) indrukken. De accu (2) is ontgrendeld en kan worden weggenomen. 10 Motorzaag inschakelen en uitschakelen

10.1 Kettingzaag inschakelen

► Kettingzaag met de rechterhand op de bedie‐ ningshandgreep zo vasthouden dat de duim om de bedieningshandgreep valt. ► Kettingrem lossen. ► Kettingzaag met de linkerhand op de draag‐ beugel zo vasthouden dat de duim om de draagbeugel valt. 8 Kettingrem inschakelen en lossen Nederlands 0458-022-9601-A 1571

0000087078_002 ► Blokkeerknop (2) met de duim indrukken en ingedrukt houden. ► Schakelhendel (3) met de wijsvinger indrukken en ingedrukt houden. De kettingzaag loopt aan en de zaagketting draait. De blokkeerknop (2) kan worden losge‐ laten. Hoe verder de schakelhendel (3) is ingedrukt, des te sneller draait de zaagketting. Als de Ergo-hendel (1) is ingedrukt, blijft de schakelhendel (3) ontgrendeld. Hierdoor kan de schakelhendel worden losgelaten en weer wor‐ den ingedrukt, zonder dat de blokkeerknop opnieuw moet worden ingedrukt. Als de schakelhendel (3) en de Ergo-hendel (1) worden losgelaten, is de schakelhendel (3) geblokkeerd. De blokkeerknop (2) moet opnieuw worden ingedrukt en vastgehouden, om de scha‐ kelhendel (3) te deblokkeren.

10.2 Kettingzaag uitschakelen

► Schakelhendel loslaten. De zaagketting draait niet meer. ► Als de zaagketting verder draait: de kettingrem inschakelen, accu wegnemen en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag is defect. 11 Kettingzaag en accu con‐ troleren

11.1 Kettingtandwiel controleren

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingtandwieldeksel uitbouwen. ► Zaagblad en zaagketting uitbouwen.

0000-GXX-1216-A0 ► Inloopsporen op het kettingtandwiel controle‐ ren met behulp van een STIHL kaliber. ► Als de inloopsporen dieper zijn dan a = 0,5 mm: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. Het kettingtandwiel moet worden vervangen.

11.2 Zaagblad controleren

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Zaagketting en zaagblad uitbouwen. 0000-GXX-1217-A0 ► De groefdiepte van het zaagblad meten met behulp van het meetkaliber van het STIHL vij‐ lkaliber. ► Zaagblad vervangen, als aan een van de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:

Het zaagblad is beschadigd.

De gemeten groefdiepte is kleiner dan de minimale groefdiepte van het zaagblad,

De groef van het zaagblad is versmald of verbreed. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.

► De hoogte van de dieptebegrenzer (1) meten met behulp van het STIHL vijlkaliber (2). Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als een dieptebegrenzer (1) boven het vijlkali‐ ber (2) uitsteekt: dieptebegrenzer (1) afvijlen,

► Controleren of de slijtagemarkeringen (1 tot 4) op de zaagtanden zichtbaar zijn. ► Als één van de slijtagemarkeringen op een zaagtand niet zichtbaar is: de zaagketting niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. ► Met behulp van een STIHL vijlkaliber controle‐ ren of de aanscherphoek van de zaagtanden van 30° is aangehouden. Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als de aanscherphoek van 30° niet werd aan‐ gehouden: de zaagketting aanscherpen/slij‐ pen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.

11.4 Kettingrem controleren

► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. WAARSCHUWING ■ De zaagtanden van de zaagketting zijn scherp. De gebruiker kan zich verwonden. ► Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. ► Proberen, de zaagketting met de hand over het zaagblad te trekken. Als de zaagketting niet met de hand over het zaagblad kan worden getrokken werkt de ket‐ tingrem. ► Als de zaagketting met de hand over het zaag‐ blad kan worden getrokken: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingrem is defect.

11.5 Bedieningselementen controle‐

ren Blokkeerknop, Ergo-hendel en schakelhendel ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Probeer de schakelhendel in te drukken zon‐ der de blokkeerknop in te drukken. ► Als de schakelhendel kan worden ingedrukt: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De blokkeerknop is defect. ► Blokkeerknop indrukken en ingedrukt houden. ► Ergo-hendel indrukken en ingedrukt houden. ► Schakelhendel indrukken. De blokkeerknop kan worden losgelaten. ► Schakelhendel en Ergo-hendel loslaten. ► Als de blokkeerknop, de Ergo-hendel of de schakelhendel moeilijk bewegen of niet terug‐ veren in de uitgangsstand: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De blokkeerknop, de Ergo-hendel of de scha‐ kelhendel zijn defect. Kettingzaag inschakelen ► De accu plaatsen. ► Kettingrem lossen. ► Blokkeerknop indrukken en ingedrukt houden. ► Schakelhendel indrukken en ingedrukt hou‐ den. De zaagketting draait. ► Als er 3 leds rood knipperen: accu verwijderen en contact opnemen met een STIHL dealer. In de kettingzaag zit een storing. ► Schakelhendel loslaten. De zaagketting draait niet meer. ► Als de zaagketting blijft draaien: de kettingrem inschakelen, accu wegnemen en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag is defect.

11.6 Kettingsmering controleren

► Accu aanbrengen. ► Kettingrem lossen. ► Zaagblad op een lichtgekleurd oppervlak rich‐ ten. 11 Kettingzaag en accu controleren Nederlands 0458-022-9601-A 159► Kettingzaag inschakelen. Zaagkettingolie wordt weggeslingerd en is her‐ kenbaar op het lichtgekleurde oppervlak. De kettingsmering functioneert. ► Als er geen weggeslingerde zaagkettingolie zichtbaar is: ► Zaagkettingolie bijvullen. ► Kettingsmering opnieuw controleren. ► Als er nog steeds geen zaagkettingolie op het lichtgekleurde oppervlak zichtbaar is: de kettingzaag niet gebruiken en contact opne‐ men met een STIHL dealer. De kettingsme‐ ring is defect.

11.7 Accu controleren/testen

► Druktoets op de accu indrukken. De leds branden of knipperen. ► Als de leds niet branden of knipperen: accu niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. In de accu zit een storing. 12 Met de motorzaag werken

12.1 Kettingzaag vasthouden en

0000-GXX-3104-A2 ► De kettingzaag zo met de linkerhand op de draagbeugel en de rechterhand op het vlak (1) van de bedieningshandgreep vasthouden en bedienen, dat de duim van de linkerhand om de draagbeugel en de duim van de rechter‐ hand om de bedieningshandgreep valt.

WAARSCHUWING ■ Als er een terugslag optreedt kan de ketting‐ zaag naar boven in de richting van de gebrui‐ ker worden geslingerd. De gebruiker kan ern‐ stig of dodelijk letsel oplopen.

Zaag met vol gas. ► Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus zagen. ► Zaagblad met vol gas zo in de zaagsnede geleiden dat het zaagblad niet scheef wordt gedrukt. 0000-GXX-3105-A1 ► Kam tegen het hout plaatsen en als draaipunt gebruiken. ► Zaagblad volledig zo door het hout geleiden, dat de kam altijd weer opnieuw tegen het hout wordt geplaatst. ► Aan het einde van de zaagsnede het gewicht van de kettingzaag opvangen. Voor een optimale prestatie moeten de aanbevo‐ len temperatuurbereiken in acht worden geno‐ men,

0000-GXX-3106-A1 ► Kettingzaag op de stam laten rusten. ► Zaagblad met vol gas met een hefboombewe‐ ging tegen de tak drukken. ► Tak met de bovenzijde van het zaagblad door‐ zagen. 0000-GXX-1245-A0

► Als de tak onder spanning staat: ontlastings‐ snede (1) in de drukzijde zagen en vervolgens vanaf de trekzijde met een zaagsnede (2) doorzagen.

12.4.1 Velrichting en vluchtwegen vastleggen

► Velrichting zo bepalen dat het gebied waarin de boom valt open/vrij is. Nederlands 12 Met de motorzaag werken 160 0458-022-9601-AB

0000-GXX-1246-A0 ► Vluchtweg (B) zo bepalen dat aan de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:

De vluchtweg (B) ligt in een hoek van 45° ten opzichte van de velrichting (A).

Op de vluchtweg (B) bevinden zich geen obstakels.

De boomkruin kan in het oog worden gehouden.

Als de vluchtweg (B) op een helling ligt moet de vluchtweg (B) evenwijdig aan de helling lopen.

12.4.2 Werkgebied bij de stam voorbereiden

► Obstakels in het werkgebied op de stam ver‐ wijderen. ► Begroeiing op de stam verwijderen. 0000-GXX-1247-A0 ► Als de stam grote, gezonde worteluitlopers heeft: de worteluitlopers eerst loodrecht en vervolgens horizontaal inzagen en vervolgens verwijderen.

12.4.3 Valkerf inzagen

De valkerf bepaalt de richting waarin de boom valt. De nationale richtlijnen voor het aanbrengen van de valkerf moeten worden aangehouden. 90° 0000-GXX-4448-A0 ► Motorzaag zo uitlijnen dat de valkerf haaks ten opzichte van de velrichting is en de motorzaag vlak bij de grond is. ► Horizontale zoolzaagsnede inzagen. ► De schuine daksnede in een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale zoolzaagsnede inzagen. 0000-GXX-1250-A0 ► Als het hout gezond en langdradig is: Splin‐ tsneden zo inzagen, dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De spintsneden zijn aan beide zijden gelijk.

De spintsneden bevinden zich ter hoogte van de valkerfzool.

De spintsneden zijn 1/10 van de stamdia‐ meter breed. De stam scheurt niet open als de boom valt.

12.4.4 Basisbeginselen voor de velsnede

C Valkerf De valkerf bepaalt de velrichting. NL Breuklijst De breuklijst geleidt de boom als een schar‐ nier naar de grond. De breuklijst is 1/10 van de stamdiameter breed. E Velsnede Door middel van de velsnede wordt de stam doorgezaagd. De velsnede ligt 1/10 van de stamdiameter (minimaal 3 cm) boven de zool van de valkerf. F Veiligheidsband De veiligheidsband steunt de boom en voor‐ komt voortijdig omvallen. De veiligheidsband is 1/10 tot 1/5 van de stamdiameter breed. 12 Met de motorzaag werken Nederlands 0458-022-9601-A 161G Borglijst De borglijst steunt de boom en voorkomt voortijdig omvallen. De borglijst is 1/10 tot 1/5 van de stamdiameter breed.

Het insteken is een werktechniek die voor het vellen noodzakelijk is.

0000-GXX-4449-A0 ► Het zaagblad met de onderzijde van de zaag‐ bladneus en vol gas aanbrengen. ► Zo ver inzagen, dat de zaagsnede tweemaal zo diep is als de breedte van het zaagblad. ► In de insteekstand zwenken. ► Zaagblad insteken.

12.4.6 Geschikte velsnede kiezen

Het kiezen van de juiste velsnede hangt van de volgende omstandigheden af:

de natuurlijke hoek waaronder de boom staat

de takvorming van de boom

beschadigingen aan de boom

de gezondheidstoestand van de boom

indien er sneeuw op de boom ligt: de sneeuw‐ belasting

de windrichting en de windsnelheid

aanwezige naast staande bomen Er wordt onderscheid gemaakt tussen de ver‐ schillende ontwikkelingen van deze omstandig‐ heden. In deze handleiding worden slechts 2 ontwikkelingen beschreven. 0000-GXX-1253-A0

1 Normale boom Een normale boom staat rechtop en heeft een gelijkmatige boomkruin. 2 Overhangende boom Een overhangende boom staat schuin en heeft een boomkruin die in de velrichting is gericht.

12.4.7 Normale boom met kleine stamdiame‐

ter vellen Een normale boom wordt geveld door middel van een velsnede met veiligheidsband. Deze vel‐ snede moet worden uitgevoerd als de stamdia‐ meter kleiner is dan de werkelijke zaagblad‐ lengte van de motorzaag. ► Waarschuwing roepen. 0000-GXX-1254-A0

► Het zaagblad insteken in de velsnede tot dit aan de andere zijde van de stam weer zicht‐ baar is, 12.4.5. ► De kam achter de breuklijst plaatsen en als draaipunt gebruiken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de vei‐ ligheidsband.

0000-GXX-4450-A0 ► Velwig aanbrengen. De velwig moet bij de stamdiameter en de breedte van de velsnede passen. ► Waarschuwing roepen. ► Veiligheidsband met uitgestrekte armen, van buitenaf en horizontaal in het vlak van de vel‐ snede doorzagen. De boom valt.

12.4.8 Normale boom met grote stamdiame‐

ter vellen Een normale boom wordt geveld door middel van een velsnede met veiligheidsband. Deze vel‐ Nederlands 12 Met de motorzaag werken 162 0458-022-9601-Asnede moet worden uitgevoerd als de stamdia‐ meter groter is dan de werkelijke zaagbladlengte van de motorzaag. ► Waarschuwing roepen.

0000-GXX-4451-A0 ► Kam ter hoogte van de velsnede aanbrengen en als draaipunt gebruiken. ► Motorzaag horizontaal in de velsnede geleiden en zo ver mogelijk zwenken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de vei‐ ligheidsband. ► Wisselen naar de tegenoverliggende zijde van de stam. ► Zaagblad in hetzelfde vlak in de velsnede ste‐ ken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de vei‐ ligheidsband.

0000-GXX-4452-A0 ► Velwig aanbrengen. De velwig moet bij de stamdiameter en de breedte van de velsnede passen. ► Waarschuwing roepen. ► Veiligheidsband met uitgestrekte armen, van buitenaf en horizontaal in het vlak van de vel‐ snede doorzagen. De boom valt.

12.4.9 Overhangende boom met kleine stam‐

diameter vellen Een overhangende boom wordt door middel van een velsnede met borglijst geveld. Deze vel‐ snede moet worden uitgevoerd als de stamdia‐ meter kleiner is dan de werkelijke zaagblad‐ lengte van de motorzaag. ► Waarschuwing roepen. 0000-GXX-1258-A0

► Het zaagblad insteken in de velsnede tot dit aan de andere zijde van de stam weer zicht‐ baar is, 12.4.5. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de borg‐ lijst. 0000-GXX-4453-A0 ► Waarschuwing roepen. ► De borglijst met uitgestrekte armen van bui‐ tenaf en schuin van boven doorzagen. De boom valt.

12.4.10 Overhangende boom met grote stam‐

diameter vellen Een overhangende boom wordt geveld door mid‐ del van een velsnede met borglijst. Deze vel‐ snede moet worden uitgevoerd als de stamdia‐ meter groter is dan de werkelijke zaagbladlengte van de motorzaag. ► Waarschuwing roepen.

0000-GXX-4454-A0 ► Kam ter hoogte van de velsnede achter de borglijst aanbrengen en als draaipunt gebrui‐ ken. ► Motorzaag horizontaal in de velsnede geleiden en zo ver mogelijk zwenken. 12 Met de motorzaag werken Nederlands 0458-022-9601-A 163► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de borg‐ lijst. ► Wisselen naar de tegenoverliggende zijde van de stam. ► Kam ter hoogte van de velsnede achter de breuklijst aanbrengen en als draaipunt gebrui‐ ken. ► Motorzaag horizontaal in de velsnede geleiden en zo ver mogelijk zwenken. ► De velsnede maken in de richting van de breuklijst. ► De velsnede maken in de richting van de borg‐ lijst. 0000-GXX-4455-A0 ► Waarschuwing roepen. ► De borglijst met uitgestrekte armen van bui‐ tenaf en schuin van boven doorzagen. De boom valt. 13 Na de werkzaamheden

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Als de kettingzaag nat is: de kettingzaag laten drogen. ► Als de accu nat of vochtig is: de accu laten drogen, 20.8. ► Kettingzaag reinigen. ► Zaagblad en zaagketting reinigen. ► Vleugelmoer losdraaien. ► Spantandwiel 2 slagen linksom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Vleugelmoer vastdraaien. ► De kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. ► De accu reinigen. 14 Vervoeren

14.1 Kettingzaag vervoeren

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► De kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. Kettingzaag dragen ► Kettingzaag met de rechterhand zo op de draagbeugel dragen dat het zaagblad naar achteren is gericht. Kettingzaag in een voertuig vervoeren ► De kettingzaag zo borgen dat deze niet kan kantelen en verschuiven.

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Controleren of de accu in de veilige, goede staat verkeert. ► De accu zo in de verpakking verpakken dat deze niet kan bewegen. ► Verpakking zo borgen dat deze niet kan vallen en verschuiven. De accu is onderworpen aan de eisen voor het transport van gevaarlijke goederen. De accu is geclassificeerd als UN 3480 (lithium-ionaccu's) en is gecontroleerd volgens het UN-handboek Beproevingen en Criteria , deel III, subparagraaf

14.3 Acculader vervoeren

► De netsteker uit de contactdoos trekken. ► Accu verwijderen. ► De aansluitkabel opwikkelen en aan de accu‐ lader bevestigen. ► Als de acculader in een auto wordt vervoerd: de acculader met spanbanden, riemen of een net dusdanig beveiligen, dat de acculader niet kan omvallen en niet kan verschuiven. 15 Opslaan

15.1 Kettingzaag opslaan

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► De kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. ► Berg de kettingzaag zo op dat aan de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:

De kettingzaag bevindt zich buiten het bereik van kinderen.

De kettingzaag is schoon en droog. ► Indien de kettingzaag langer dan 30 dagen wordt opgeborgen: zaagblad en zaagketting demonteren. Nederlands 13 Na de werkzaamheden 164 0458-022-9601-A15.2 Accu opbergen STIHL adviseert de accu bij een laadtoestand tussen 40% en 60% (2 groen brandende leds) op te slaan. ► De accu zo opslaan dat aan de volgende voor‐ waarden wordt voldaan:

De accu bevindt zich buiten het bereik van kinderen.

De accu bevindt zich in een gesloten ruimte.

De accu is losgekoppeld van de ketting‐ zaag.

Als de accu in de acculader wordt bewaard: de netstekker uit het stopcontact trekken en de accu met een laadniveau tussen 40% en 60% bewaren (2 groene leds).

De accu is niet buiten de aangegeven tem‐ peratuurgrenzen opgeborgen,

LET OP ■ Als de accu niet overeenkomstig de beschrij‐ ving in deze handleiding wordt opgeborgen, kan de accu diep ontladen en daardoor onher‐ stelbaar beschadigd raken.

Een lege accu voor het opbergen opladen. STIHL adviseert de accu bij een laadtoe‐ stand tussen 40% en 60% (2 groen bran‐ dende leds) op te bergen.

De accu apart van de kettingzaag opslaan.

15.3 Acculader opbergen

► Trek de netstekker uit de contactdoos.

► De aansluitkabel opwikkelen en aan de accu‐ lader bevestigen. ► De acculader zo opslaan dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De acculader bevindt zich buiten het bereik van kinderen.

De acculader bevindt zich in een gesloten ruimte.

De acculader is niet opgehangen aan de aansluitkabel of aan de beugel (3) voor de aansluitkabel.

De acculader is niet buiten de aangegeven temperatuurgrenzen opgeborgen, 20.7. 16 Reinigen

16.1 Kettingzaag reinigen

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Kettingzaag met een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► De ventilatiesleuven met een kwast reinigen. ► Kettingtandwieldeksel uitbouwen. ► Gebied rondom het kettingtandwiel met een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel reini‐ gen. ► Vreemde voorwerpen uit de accuschacht ver‐ wijderen en de accuschacht met een vochtige doek reinigen. ► Elektrische contacten in de accuschacht met een kwast of een zachte borstel reinigen. ► Kettingtandwieldeksel monteren.

16.2 Zaagblad en zaagketting reini‐

gen ► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Zaagblad en zaagketting uitbouwen.

► Oliekanaal (1), olietoevoerboring (2) en groef (3) met een kwast, een zachte borstel of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► Zaagketting met een kwast, een zachte borstel of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► Zaagblad en zaagketting monteren.

► De accu met een vochtige doek reinigen.

16.4 Acculader reinigen

► De netsteker uit de contactdoos trekken. ► De acculader met een vochtige doek reinigen. ► De ventilatiesleuven met een kwast reinigen. ► Elektrische contacten van de acculader met een kwast of een zachte borstel reinigen. 16 Reinigen Nederlands 0458-022-9601-A 16517 Onderhoud

17.1 Bramen verwijderen van zaag‐

blad Aan de buitenzijde van het zaagblad kan een braam worden gevormd. ► Braam met behulp van een platte vijl of een STIHL zaagbladrichter verwijderen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.

17.2 Zaagketting slijpen

Het vraagt veel oefening zaagkettingen correct aan te scherpen/slijpen. STIHL vijlen, STIHL vijlhouders, STIHL slijpappa‐ raten en de brochure "STIHL zaagkettingen aan‐ scherpen/slijpen" helpen om de zaagketting cor‐ rect aan te scherpen/slijpen. De brochure is via www.stihl.com/sharpening-brochure beschik‐ baar. STIHL adviseert de zaagkettingen door een STIHL dealer te laten aanscherpen/slijpen. WAARSCHUWING ■ De zaagtanden van de zaagketting zijn scherp. De gebruiker kan zich verwonden. ► Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. 0000-GXX-1219-A0 ► Elke zaagtand met behulp van een ronde vijl zo vijlen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De ronde vijl past bij de steek van de zaag‐ ketting.

De ronde vijl wordt van binnen naar buiten geleid.

De ronde vijl wordt haaks ten opzichte van het zaagblad gehouden.

De aanscherphoek van 30° wordt aange‐ houden. 0000-GXX-1220-A1 ► Dieptebegrenzer met behulp van een vlakke vijl zo vijlen dat deze gelijkligt met het STIHL vijlkaliber en evenwijdig aan de slijtage‐ markering. Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als er onduidelijkheden zijn: contact opnemen met een STIHL dealer.

17.3 Kettingrem onderhouden

De gebruiker kan de kettingrem niet zelf onder‐ houden. ► De kettingrem met de volgende intervallen door een STIHL dealer laten onderhouden:

Continu gebruik: elk kwartaal

Periodiek gebruik: halfjaarlijks

Incidenteel gebruik: jaarlijks 18 Repareren

18.1 Kettingzaag, accu en acculader

repareren De gebruiker kan de kettingzaag, het zaagblad, de zaagketting, de accu en de acculader niet zelf repareren. ► Als de kettingzaag, het zaagblad of de zaag‐ ketting zijn beschadigd: de kettingzaag, het zaagblad of de zaagketting niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. ► Als de accu defect of beschadigd is: de accu vervangen. ► Als de acculader defect of beschadigd is: de acculader vervangen. ► Als de aansluitkabel defect of beschadigd is: de acculader niet gebruiken en de aansluitka‐ bel door een STIHL dealer laten vervangen. Nederlands 17 Onderhoud 166 0458-022-9601-A19 Storingen opheffen

19.1 Storingen in de kettingzaag of de accu verhelpen

Storing Leds op de accu Oorzaak Oplossing De kettingzaag loopt bij het inschakelen niet aan. 1 led knippert groen. De laadtoestand van de accu is te laag. ► De accu opladen. 1 led brandt rood. De accu is te warm of te koud. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Laat de accu afkoelen of opwarmen. 3 leds knippe‐ ren rood. In de kettingzaag zit een storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Elektrische contacten in de accuschacht reinigen. ► Plaats de accu. ► Kettingrem lossen. ► Kettingzaag inschakelen. ► Als er nog steeds 3 leds rood knipperen: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. 3 leds branden rood. De kettingzaag is te warm. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► De kettingzaag 20 minuten laten afkoe‐ len. 4 leds knippe‐ ren rood. In de accu bevindt zich een storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen en opnieuw aanbrengen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingzaag inschakelen. ► Als er nog steeds 4 leds rood knipperen: de accu niet gebruiken en contact opne‐ men met een STIHL dealer. - De elektrische aans‐ luiting tussen de ket‐ tingzaag en de accu is onderbroken. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Elektrische contacten in de accuschacht reinigen. ► Plaats de accu. - De kettingzaag of de accu zijn vochtig.

De kettingzaag schakelt tijdens het gebruik uit. 3 leds branden rood. De kettingzaag is te warm. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► De kettingzaag 20 minuten laten afkoe‐ len. - Er is sprake van een elektrische storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen en opnieuw aanbrengen. ► Kettingzaag inschakelen. De werktijd van de kettingzaag is te kort. - De accu is niet volle‐ dig opgeladen. ► Accu volledig laden. - De levensduur van de accu is overschreden. ► Vervang de accu. Na het aanbren‐ gen van de accu in de acculader start het laadpro‐ ces niet. 1 led brandt rood. De accu is te warm of te koud. ► Accu in de acculader laten zitten. De laadprocedure start automatisch zodra het toelaatbare temperatuurbereik is bereikt. 19 Storingen opheffen Nederlands 0458-022-9601-A 16719.2 Storingen in de acculader verhelpen Storing Led op accula‐ der Oorzaak Oplossing De accu wordt niet opgeladen. De led knippert rood. De elektrische aans‐ luiting tussen de accu‐ lader en de accu is onderbroken. ► De accu verwijderen. ► Elektrische contacten op de acculader reinigen. ► De accu plaatsen. In de acculader zit een storing. ► Acculader niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. 20 Technische gegevens

Vrijgegeven accu: STIHL AK

Gewicht zonder accu, zaagblad en zaagket‐ ting: 2,5 kg

Vrijgegeven accu: STIHL AK

Gewicht zonder accu, zaagblad en zaagket‐ ting: 2,5 kg

Maximale olietankinhoud: 110 cm³ (0,11 l) De looptijd kan op www.stihl.com/battery-life worden bekeken.

20.2 Kettingtandwielen en ketting‐

snelheden MSA 60.0 C De volgende kettingtandwielen kunnen worden gemonteerd:

Maximale kettingsnelheid: 14,0 m/s MSA 70.0 C De volgende kettingtandwielen kunnen worden gemonteerd:

20.3 Minimale groefdiepte van de

zaagbladen De minimale groefdiepte hangt af van de steek van het zaagblad.

Capaciteit in Ah: zie typeplaatje

Energie-inhoud in Wh: zie typeplaatje

Gewicht in kg: zie typeplaatje

Nominale spanning: zie typeplaatje

Frequentie: zie typeplaatje

Nominaal vermogen: zie typeplaatje

Laadstroom: zie typeplaatje De laadtijden kunnen op www.stihl.com/char‐ ging-times worden bekeken.

Als gebruik wordt gemaakt van een verlengka‐ bel, moeten de aders, afhankelijk van de span‐ ning en de lengte van de verlengkabel minimaal de volgende doorsnede hebben: Als de nominale spanning op het typeplaatje 220 V tot 240 V bedraagt:

Kabellengte 20 m tot 50 m: AWG 13/2,5 mm² Als de nominale spanning op het typeplaatje 100 V tot 127 V bedraagt:

20.7 Temperatuurgrenzen

WAARSCHUWING ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐ den van buitenaf. Als de accu blootstaat aan bepaalde invloeden van buitenaf kan de accu in brand vliegen of exploderen. Personen kun‐ nen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De accu niet laden bij temperaturen lager dan -20 °C of hoger dan +50 °C. ► Kettingzuiger, accu en acculader niet gebruiken bij temperaturen lager dan -20 °C of hoger dan +50 °C.

Kettingzaag, accu en acculader niet opber‐ gen bij temperaturen lager dan -20 °C of hoger dan +70 °C. Nederlands 20 Technische gegevens 168 0458-022-9601-A20.8 Aanbevolen temperatuurberei‐ ken Voor een optimale prestatie van de kettingzaag, de accu en acculader moeten de volgende tem‐ peratuurbereiken in acht worden genomen:

Gebruik: -10 °C tot +40 °C

Opbergen: -20 °C tot +50 °C Als de accu buiten de aanbevolen tempertuurbe‐ reiken wordt opgeladen, gebruikt of opgeborgen, kan de prestatie verminderd zijn. Als de accu nat of vochtig is, laat deze dan ten minste 48 uur drogen bij meer dan + 15 °C en minder dan + 50 °C en bij een vochtigheid van minder dan 70%. Een hogere luchtvochtigheid kan de droogtijd verlengen.

20.9 Geluids- en trillingswaarden

De K-waarde voor het geluidsdrukniveau bedraagt 2 dB(A). De K-waarde voor het geluids‐ vermogenniveau bedraagt 2 dB(A). De K- waarde voor de trillingswaarden bedraagt 2 m/s². MSA 60.0 C STIHL adviseert een gehoorbeschermer te dra‐ gen.

gemeten volgens EN 62841‑4‑1: 83 dB(A)

gemeten volgens EN 62841‑4‑1: 94 dB(A)

gemeten volgens EN 62841‑4‑1:

Draagbeugel: 3,2 m/s. MSA 70.0 C STIHL adviseert een gehoorbeschermer te dra‐ gen.

gemeten volgens EN 62841‑4‑1: 83 dB(A)

gemeten volgens EN 62841‑4‑1: 94 dB(A)

gemeten volgens EN 62841‑4‑1:

Draagbeugel: 3,2 m/s. De aangeven geluids- en trillingswaarden zijn volgens een gestandaardiseerde testprocedure gemeten en kunnen ter vergelijking van elektri‐ sche apparaten worden geraadpleegd. De daad‐ werkelijk optredende geluids- en trillingswaarden kunnen, afhankelijk van de manier van gebruik, afwijken van de aangegeven waarden. De aan‐ gegeven geluids- en trillingswaarden kunnen worden gebruikt voor een eerste inschatting van de geluids- en trillingsbelasting. De daadwerke‐ lijke geluids- en trillingsbelasting moet worden ingeschat. Daarbij kan ook rekening worden gehouden met de tijden waarop het elektrische apparaat is uitgeschakeld en die waarin het wel‐ iswaar is ingeschakeld, maar zonder belasting draait. Informatie over het voldoen aan de EG-richtlijn 2002/44/EG inzake trillingen is op www.stihl.com/vib aangegeven.

REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemica‐ liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH-voorschrift is onder www.stihl.com/reach weergegeven. 21 Combinaties van zaagbladen en zaagkettingen

21.1 Kettingzagen STIHL MSA 60.0 C, MSA 70.0 C

Steek Dikte aand‐ rijfschakel/ groefbreedte Lengte Zaagblad Aantal tan‐ den neu‐ standwiel Aantal aand‐ rijfschakels zaagketting 1/4“ P 1,1 mm 25 cm Rolloma‐ tic E Mini/Light 01

71 PM3 (type 3670) 30 cm 64 30 cm carving - 64 De zaaglengte van een zaagblad is afhankelijk van de gebruikte kettingzaag en zaagketting. De wer‐ kelijke zaaglengte van een zaagblad kan kleiner zijn dan de vermelde lengte. 21 Combinaties van zaagbladen en zaagkettingen Nederlands 0458-022-9601-A 16922 Onderdelen en toebehoren

22.1 Onderdelen en toebehoren

Deze symbolen kenmerken de origi‐ nele STIHL onderdelen en het originele STIHL toebehoren. STIHL adviseert alleen originele STIHL onderde‐ len en origineel STIHL toebehoren te gebruiken. Reserveonderdelen en toebehoren van andere fabrikanten kunnen door STIHL wat betreft betrouwbaarheid, veiligheid en geschiktheid ondanks continue marktobservatie niet worden beoordeeld en STIHL kan ook niet borg staan voor het gebruik ervan. Originele STIHL onderdelen en origineel STIHL toebehoren zijn leverbaar via de STIHL dealer. 23 Milieuverantwoord afvoe‐ ren

23.1 Motorzaag, accu en acculader

milieuvriendelijk afvoeren Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer. Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu. ► De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleve‐ ren. ► Niet bij het huisvuil afvoeren. 24 EU-conformiteitsverklaring

ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstraße 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat

Constructie: Accukettingzaag

Type: MSA 70.0 C, serie-identificatie: MA04 voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende ver‐ sies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN 55014-1, EN 55014-2, EN 62841-1 en EN 62841-4-1. De EG-typegoedkeuring werd uitgevoerd aan de hand van de richtlijn 2006/42/EG, art. 12.3(b) door: VDE Prüf- u. Zertifizierungsinstitut (keu‐ rings- en certificeringsinstituut) (NB 0366), Meri‐ anstraße 28, 63069 Offenbach, Duitsland

Certificeringsnummer: 40055452 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de richtlijn 2000/14/EG, bijlage V. MSA 60.0 C

Gewaarborgd geluidsniveau: 98 dB(A) De technische documentatie wordt bij de pro‐ ductgoedkeuring van ANDREAS STIHL AG & Co. KG bewaard. Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op de ketting‐ zaag. Waiblingen, 30-9-2022 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Robert Olma, Vice President, Regulatory Affairs & Global Governmental Relations 25 UKCA-conformiteitsverkla‐ ring

ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstraße 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat

Constructie: Accukettingzaag

Type: MSA 70.0 C, serie-identificatie: MA04 Nederlands 22 Onderdelen en toebehoren 170 0458-022-9601-Avoldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electro‐ magnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equi‐ pment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de ten tijde van de pro‐ ductiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN 55014-1, EN 55014-2, EN 62841-1 en EN 62841-4-1. De typegoedkeuring werd uitgevoerd door: VDE Prüf- u. Zertifizierungsinstitut (keurings- en certi‐ ficeringsinstituut) (NB 0366), Merianstraße 28, 63069 Offenbach, Duitsland

Certificeringsnummer: 40055452 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8. MSA 60.0 C

Gewaarborgd geluidsniveau: 98 dB(A) De technische documentatie wordt bij ANDREAS STIHL AG & Co. KG bewaard. Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op de ketting‐ zaag. Waiblingen, 30-9-2022 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Robert Olma, Vice President, Regulatory Affairs & Global Governmental Relations 26 Algemene veiligheidswaar‐ schuwingen voor elektri‐ sche gereedschappen

In dit hoofdstuk staan de algemene veiligheidsin‐ structies volgens de norm EN/IEC 62841 voor handgeleide, door een elektromotor aangedre‐ ven gereedschappen. STIHL moet deze teksten afdrukken. De onder "Elektrische veiligheid" beschreven vei‐ ligheidsinstructies ter voorkoming van elektrische schokken gelden niet voor de STIHL accupro‐ ducten. WAARSCHUWING ■ Lees alle veiligheidsinstructies, voorschriften, illustraties en technische gegevens, waarvan dit elektrische gereedschap is voorzien. Als de hierna volgende instructies niet worden opge‐ volgd, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle veilig‐ heidsaanwijzingen en voorschriften voor toe‐ komstig gebruik. Het in de veiligheidsaanwijzingen gebruikte begrip 'elektrisch gereedschap' heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor aansluiting op het lichtnet (met netkabel) of op elektrisch gereedschap dat als energiebron een accu heeft (zonder netkabel).

26.2 Veiligheid op de werkplek

Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelig of onverlicht werkge‐ bied kan leiden tot ongevallen.

Niet met elektrisch gereedschap werken in een omgeving waar explosiegevaar bestaat en waarin zich brandbare vloeistoffen, gas‐ sen of stoffen bevinden. Elektrisch gereed‐ schap genereert vonken die stof of dampen tot ontsteking kunnen brengen.

Houd kinderen en andere personen tijdens het werken met elektrisch gereedschap op afstand. Als de aandacht wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektrische gereed‐ schap verliezen.

De aansluitsteker van het elektrische gereedschap moet in de contactdoos pas‐ sen. Aan de steker mogen op geen enkele wijze wijzigingen worden aangebracht. Gebruik geen verloopstekers in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Onge‐ wijzigde stekers en passende contactdozen beperken het risico op een elektrische schok.

Voorkom lichaamscontact met geaarde oppervlakken, zoals bijvoorbeeld buizen, ver‐ warmingen, fornuizen en koelkasten. Er is 26 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappe… Nederlands 0458-022-9601-A 171een hoger risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.

Bescherm elektrisch gereedschap tegen regen of vocht. Het binnendringen van water/ vocht in elektrisch gereedschap verhoogt de kans op een elektrische schok.

Gebruik de netkabel niet voor andere doel‐ einden. Gebruik de netkabel nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trek‐ ken of om de stekker uit het stopcontact te trekken. De netkabel uit de buurt houden van hittebronnen, olie, scherpe randen of bewe‐ gende onderdelen. Beschadigde of in de war geraakte aansluitkabels verhogen de kans op een elektrische schok.

Bij het in de open lucht werken met elek‐ trisch gereedschap, alleen verlengkabels gebruiken die geschikt zijn voor gebruik bui‐ tenshuis. Het gebruik van voor buiten geschikte verlengkabels beperkt het risico op een elektrische schok.

Als werken met elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, maak dan gebruik van een aardlekschake‐ laar. Het gebruik van een aardlekschakelaar verkleint de kans op een elektrische schok.

26.4 Veiligheid van personen

Wees alert, let goed op wat u doet en ga met overleg te werk bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap als u moe of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen bent. Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.

Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmas‐ ker, werkschoenen met stroeve zool, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert de kans op letsel.

Voorkom het per ongeluk inschakelen. Con‐ troleer of het elektrische gereedschap is uit‐ geschakeld voordat de steker in de contact‐ doos wordt gestoken en/of de accu wordt aangesloten, het gereedschap wordt opge‐ pakt of gedragen. Als bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar ligt of als het elektrisch gereed‐ schap ingeschakeld op het lichtnet wordt aangesloten, kan dit leiden tot ongevallen.

Afstelgereedschap of schroefsleutels verwij‐ deren voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Afstelgereedschap of een sleutel dat/die in een draaiend deel van het elektrische gereedschap zit, kan leiden tot letsel.

Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele houding en bewaar altijd het evenwicht. Hierdoor kan het elektri‐ sche gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle worden gehouden.

Geschikte kleding dragen. Draag geen los‐ hangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden of lange haren kunnen blijven haken aan bewe‐ gende delen.

Als er een stofafzuig- en -opvanginrichting moet worden gemonteerd, moeten deze wor‐ den aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiginrichting beperkt het gevaar door stof.

Wees alert, voorkom een vals gevoel van veiligheid en lap de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap niet aan uw laars, ook als u na veelvuldig gebruik volledig ver‐ trouwd bent met elektrisch gereedschap. Achteloos handelen kan binnen een fractie van een seconde tot zwaar letsel leiden.

26.5 Gebruik en behandeling van

het elektrische gereedschap

Het elektrische gereedschap niet overbelas‐ ten. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aange‐ geven capaciteitsbereik.

Geen elektrisch gereedschap gebruiken waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.

Trek de steker uit de contactdoos en/of ver‐ wijder de uitneembare accu alvorens afstel‐ werkzaamheden uit te voeren, toebehoren te vervangen of het apparaat op te bergen. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt het onbedoeld aanlopen van het elektrische gereedschap. Nederlands 26 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappe… 172 0458-022-9601-Ad) Niet-gebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen opbergen. Elektrisch gereedschap niet laten gebruiken door per‐ sonen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elek‐ trisch gereedschap is gevaarlijk als dit door onervaren personen wordt gebruikt.

Elektrisch gereedschap en toebehoren zorg‐ vuldig onderhouden. Controleer of de bewe‐ gende delen correct functioneren en dat deze niet klemmen, gebroken of beschadigd zijn omdat hierdoor de werking van het elek‐ trische gereedschap nadelig wordt beïn‐ vloed. Beschadigde onderdelen voor het gebruik van het elektrische gereedschap laten repareren. Vele ongevallen zijn te wij‐ ten aan slecht onderhouden elektrisch gereedschap.

De messen scherp en schoon houden. Zorg‐ vuldig geslepen messen met scherpe snij‐ kanten klemmen minder snel en zijn gemak‐ kelijker te hanteren.

Elektrisch gereedschap, toebehoren, wissel‐ gereedschap enz. volgens deze instructies gebruiken. Hierbij op de arbeidsomstandig‐ heden en de uit te voeren werkzaamheden letten. Het gebruik van elektrisch gereed‐ schap voor andere dan de bedoelde toepas‐ singen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

Houd de handgrepen en handgreepvlakken, schoon en olie- en vetvrij. Gladde handgre‐ pen en handgreepvlakken staan een veilige bediening en controle over het elektrische gereedschap in onvoorziene situaties in de weg.

26.6 Gebruik en behandeling van

Laad de accu’s alleen met acculaders die door de fabrikant worden geadviseerd. Met een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu is er kans op brandgevaar als deze wordt gebruikt voor een ander type accu.

Gebruik alleen de daarvoor bedoelde accu’s in de elektrische gereedschappen. Het gebruik van andere accu’s kan leiden tot let‐ sel en brandgevaar.

De niet-gebruikte accu uit de buurt houden van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwer‐ pen waarmee de contacten kunnen worden overbrugd. Kortsluiting tussen de accucon‐ tacten kan leiden tot brandwonden of brand.

Bij verkeerd gebruik kan accuvloeistof uit de accu weglekken. Contact hiermee voorko‐ men. Bij toevallig contact, met water afspoe‐ len. Als de accuvloeistof in de ogen komt bovendien een arts raadplegen. Weglek‐ kende accuvloeistof kan leiden tot huidirrita‐ ties of brandwonden.

Gebruik geen beschadigde accu's of accu's waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen zich onvoorspelbaar gedragen en leiden tot kans op explosie of letsel.

Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Vuur of temperaturen boven de 130 °C (265 °F) kunnen leiden tot explo‐ sies.

Volg alle instructies met betrekking tot het laden op en laad de accu of het accugereed‐ schap nooit op buiten het in de handleiding genoemde temperatuurbereik. Verkeerd laden of laden buiten het vrijgegeven tempe‐ ratuurbereik kan de accu beschadigen en kans op brand verhogen.

Laat elektrisch gereedschap alleen repare‐ ren door gekwalificeerd en vakkundig perso‐ neel en alleen met originele vervangingson‐ derdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrische apparaat behouden blijft.

Voer geen onderhoudswerkzaamheden uit aan beschadigde accu's. Al het onderhoud aan accu's mag alleen door de fabrikant of een hiertoe gemachtigd bedrijf worden uitge‐ voerd.

26.8 Veiligheidsinstructies voor ket‐

tingzagen Algemene veiligheidsinstructies voor kettingza‐ gen

Houd bij draaiende zaagketting alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagket‐ ting. Controleer voor het starten of de zaag‐ ketting nergens tegenaan ligt. Bij werkzaam‐ heden met een kettingzaag kan een moment van onachtzaamheid ertoe leiden dat de kle‐ ding of lichaamsdelen door de zaagketting worden gegrepen. 26 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappe… Nederlands 0458-022-9601-A 173b) Houd de kettingzaag altijd met de rechter‐ hand op de achterste handgreep en de lin‐ kerhand op de voorste handgreep vast. Het vasthouden van de kettingzaag in de omge‐ keerde werkhouding verhoogt het risico op letsel en mag dan ook niet worden toege‐ past.

Houd de kettingzaag alleen vast bij de geïso‐ leerde handgrepen, omdat de zaagketting verborgen elektrische kabels kan raken. Het contact van de zaagketting met een onder spanning staande kabel kan de metalen delen van het apparaat onder spanning zet‐ ten en leiden tot een elektrische schok.

Draag oogbescherming. Verdere bescher‐ mende uitrusting voor het gehoor, hoofd, de handen, benen en voeten wordt geadvi‐ seerd. Geschikte veiligheidskleding redu‐ ceert het risico op letsel door rondvliegende spanen en onbedoeld contact met de zaag‐ ketting.

Met de kettingzaag niet in een boom, op een ladder, een dak of onstabiele draagvlakken werken. Bij het werken op een dergelijke manier is er kans op letsel.

Let altijd op een veilige houding en gebruik de kettingzaag alleen als u stevig op een sta‐ biele en veilige ondergrond staat. Een gladde ondergrond en een instabiel draag‐ vlak, zoals op een ladder kunnen leiden tot het verlies van de controle over de ketting‐ zaag.

Houd er bij het doorzagen van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak degene die met de zaag werkt raken en/of de controle over de kettingzaag doen verlie‐ zen.

Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan vastlopen in de zaagketting en tegen u aanslaan of u uit evenwicht brengen.

Draag de kettingzaag aan de voorste hand‐ greep in uitgeschakelde staat, houd de zaag‐ ketting van het lichaam afgewend. Bij trans‐ port of opslag van de kettingzaag altijd de beschermer aanbrengen. Het voorzichtig omgaan met de kettingzaag reduceert de kans op een onbedoeld contact met de draaiende zaagketting.

Volg de instructies voor de smering, de ket‐ tingspanning en het vervangen van de zaag‐ ketting. Een ondeskundig gespannen of gesmeerde ketting kan breken of de kans op terugslag aanzienlijk verhogen.

Alleen hout zagen. De kettingzaag niet gebruiken voor werkzaamheden waarvoor deze niet is bedoeld. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, plastic, metselwerk of bouwmateria‐ len die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor werkzaamheden waarvoor deze niet is bedoeld kan leiden tot gevaar‐ lijke situaties.

Niet proberen een boom te vellen voordat u een helder inzicht hebt in de risico's en de vermijding ervan. Tijdens het vellen van de boom kan zwaar letsel ontstaan voor de gebruiker of omstanders.

Volg alle aanwijzingen wanneer u de ketting‐ zaag ontdoet van opgehoopt materiaal, deze opbergt of hieraan onderhoudswerkzaamhe‐ den uitvoert. Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld en de accu is verwijderd. Een onverwachte inschakeling van de ketting‐ zaag tijdens het verwijderen van materiaalo‐ phopingen of tijdens onderhoudswerkzaam‐ heden kan ernstig letsel veroorzaken.

26.9 Oorzaak en voorkomen van

een terugslag Terugslag kan optreden als de neus van het zaagblad een obstakel raakt of als het hout door‐ buigt en de zaagketting in de zaagsnede vast‐ klemt. Contact met de zaagbladneus kan in vele geval‐ len tot een onverwachte, naar achteren gerichte reactie leiden, waarbij het zaagblad naar boven en in de richting van degene die de zaag bedient, wordt geslagen. Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenzijde van het zaagblad kan het zaagblad bliksemsnel terugstoten in de richting van degene die ermee werkt. Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk zwaar letsel oploopt. Vertrouw niet alleen op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen. Als gebruiker van een kettingzaag moet u ver‐ schillende maatregelen nemen om zo een onge‐ val en letsel te voorkomen. Een terugslag is het gevolg van verkeerd of onjuist gebruik van het elektrische gereedschap. Dit kan door geschikte voorzorgsmaatregelen, Nederlands 26 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappe… 174 0458-022-9601-Azoals hierna staat beschreven, worden voorko‐ men:

Houd de zaag met beide handen vast, waarbij de duim en de vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en de armen in een stand waarmee u de terug‐ slagkracht kunt opvangen. Als de juiste maat‐ regelen zijn genomen, kan degene die de zaag bedient de terugslagkrachten beheersen. Nooit de kettingzaag loslaten.

Voorkom een abnormale lichaamshouding en zaag nooit boven schouderhoogte. Hierdoor wordt een onbedoeld contact met de zaag‐ bladneus voorkomen en is een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk.

Monteer altijd de door de fabrikant voorge‐ schreven vervangingszaagbladen en zaagket‐ tingen. Verkeerde vervangingszaagbladen en zaagkettingen kunnen leiden tot het breken van de ketting en/of terugslag.

Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting op. Een te lage dieptebegrenzer verhoogt de neiging tot terugslag. 26 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappe… Nederlands 0458-022-9601-A 175www.stihl.com *04580229601A* *04580229601A* 0458-022-9601-A 0458-022-9601-A

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIHL

Model : MSA 60.0 C

Categorie : Zaag