QLIMA P652 - Airconditioning

P652 - Airconditioning QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis P652 QLIMA in PDF-formaat.

📄 156 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice QLIMA P652 - page 100

Gebruikersvragen over P652 QLIMA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P652 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P652 van het merk QLIMA.

GEBRUIKSAANWIJZING P652 QLIMA

1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.

Deksel Achterpaneel Voorpaneel Wiel Bedieningspaneel Luchtuitlaat Luchtinlaat Netsnoer

Uitlaatslang warme lucht Slangaansluiting (kant venster) Slangaansluiting (kant airconditioner) Vensterkit Afstandsbediening

Geachte mevrouw, meneer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw airconditioner. Naast het koelen van de lucht heeft deze airconditioner nog een drietal functies, namelijk luchtontvochtiging, -circulatie en luchtfiltratie. De verrijdbare airconditioner is uiterst gemakkelijk te bedienen en te verplaatsen. U heeft een kwaliteitsproduct aangeschaft waar u nog vele jaren plezier van zult hebben, mits u de airconditioner verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing voor een optimale levensduur van uw airconditioner. Wij wensen u veel koelte en comfort met uw airconditioner. Met vriendelijke groeten, PVG Holding B.V. Afdeling klantenservice

2. RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.A VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

Lees deze gebruikershandleiding aandachtig alvorens het toestel te gebruiken en bewaar het voor later. Installeer dit toestel enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelgeving en normen. Dit pro- duct is bedoeld om gebruikt te worden als een airconditioner in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woon- kamers, keukens en garages op droge plaat- sen, in normale huishoudelijke omstandighe- den.

  • Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten.
  • De installatie moet volledig in overeenstemming zijn met de ter plaatse geldende voorschriften, bepalingen en normen.
  • Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik op droge plaatsen, binnenshuis.
  • Controleer de netspanning.
  • Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aansluitspanning 220-240 Volt/ 50 Hz.
  • Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten.
  • De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten.
  • Lees deze gebruiksinstructie zorgvuldig en volg de aanwijzingen. Controleer vóór het aansluiten van het appa- raat of:
  • de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje;
  • stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;
  • de stekker van het snoer in het stopcontact past;
  • het apparaat op een stabiele en vlakke ondergrond staat. Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er niet zeker van bent dat alles in orde is.
  • De airconditioner is een veilig apparaat. Het is volgens de CE veiligheids-normen gefabriceerd. Toch dient u, zoals bij ieder elektrisch apparaat, voorzichtig te zijn bij het gebruik ervan.
  • De luchtinlaten en luchtuitlaten nooit afdekken.
  • Leeg het waterreservoir via het wateraf- tappunt voordat u het apparaat verplaatst.
  • Breng het apparaat nooit in contact met chemicaliën.
  • Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.• Breng het apparaat nooit in contact met water. Het apparaat niet met water besproeien of onderdompelen in verband met kortsluitingsgevaar.
  • Haal altijd eerst de stekker uit het stopcon- tact voordat het apparaat of een onder- deel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen.
  • Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dit dan installeren door een erkend elektri- cien.
  • Wees uit veiligheidsoverwegingen altijd voorzichtig met kinderen in de buurt van dit apparaat, zoals met ieder elektrisch apparaat.
  • Laat eventuele reparaties –buiten het regelmatig onderhoud om- altijd uitvoe- ren door een erkend servicemonteur of uw leverancier, anders kan dit leiden tot het vervallen van de garantie.
  • Haal altijd de stekker uit het stopcontact als het apparaat niet wordt gebruikt.
  • Een beschadigd elektriciteitssnoer alleen laten vervangen door de leverancier of een bevoegd persoon/servicepunt.
  • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met ver- minderde lichamelijke, geestelijke of zin- tuiglijke vermogens, of gebrek aan erva- ring en kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden op en instructies worden gege- ven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
  • Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen om er zeker van te zijn dat zij niet

met het apparaat spelen.

  • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en door mensen die geen erva- ring met of kennis over het apparaat heb- ben als er toezicht op hen wordt gehou- den of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico’s.
  • Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spelen.
  • Reiniging en onderhoud dient niet te wor- den uitgevoerd door kinderen waarop geen toezicht wordt gehouden.
  • De ruimte waarin dit apparaat wordt gebruikt nooit volledig luchtdicht afsluiten. Dit voorkomt onderdruk in deze ruimte. Negatieve druk (=onderdruk) de veilige werking van geisers, afzuigkappen, ovens e.d. ontregelen.
  • Het niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat.
  • Til het toestel altijd met twee personen. Specifieke informatie met betrekking tot toestel- len met R290 koelgas.
  • Lees alle waarschuwingen aandachtig.
  • Gebruik tijdens het ontdooien en reinigen van het toestel geen andere hulpmiddelendan deze die aanbevolen worden door de fabrikant.
  • Het toestel moet geplaatst worden in een ruimte zonder continue ontstekingsbron- nen (bijvoorbeeld: open vuur, toestellen op gas of elektriciteit in werking).
  • Niet doorboren en niet verbranden.
  • Dit toestel bevat Y g (zie typeplaatje op de achterkant van het toestel) R290 koelgas.
  • R290 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen op milieugebied. Geen delen van het koelmiddelcircuit doorboren. Houd er rekening mee dat koelmiddelen een geurstof kunnen bevatten.
  • Als het toestel geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde ruimte, moet deze ruimte geschikt zijn om de ophoping van koelmiddel te voorko- men. Een risico op brand of een explosie kan het gevolg zijn vanwege het ontsteken van het koelmiddel door elektrische ver- warmers, kachels of andere ontstekings- bronnen.
  • Het toestel moet opgeslagen worden op een manier waarop mechanische defecten voorkomen worden.
  • Personen die aan het koelmiddelcircuit werken of het bedienen moeten over de juiste certificatie beschikken die werd uit- gegeven door een erkende organisatie die de bekwaamheid garandeert voor het wer- ken met koelmiddelen overeenkomstig een specifieke beoordeling die erkend wordt door de industriële organisaties.
  • Reparaties moeten uitgevoerd worden geba- seerd op de aanbevelingen van de fabrikant. Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitge-

voerd worden onder toezicht van een persoon die gespecialiseerd is in het gebruik van brandbare koelmiddelen. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4 m

. Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespeci- ficeerde afmetingen voor werking. INSTRUCTIES VOOR HET HERSTELLEN VAN APPARATEN DIE R290 BEVATTEN 1 ALGEMENE INSTRUCTIES Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met de nodige ervaring in elektronica, elektriciteit, koeltechniek en mechanica.

1.1 Controle van de omgeving

Voer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn.

Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.

1.3 Algemene werkomgeving

Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.

1.4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel

De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.

1.5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat

Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO

naast het laadgebied.

1.6 Geen ontstekingsbronnen

Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds in bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met “Verboden te roken” geplaatst worden.1.7 Geventileerde omgeving Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk naar de atmosfeer verdrijven.

1.8 Controles van de koeluitrusting

Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:

  • De grootte van de lading overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is.
  • De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden.
  • Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel.
  • De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden.
  • Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden in een positie geïnstalleerd waarbij het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten zullen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of gepast beveiligd zijn tegen corrosie.

1. 9 Controle van elektrische apparatuur

Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:

  • dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden;
  • dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem;
  • dat het systeem voortdurend geaard is.

2 HERSTELLINGEN AAN AFGEDICHTE ONDERDELEN

2.1 Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding

afgekoppeld worden van de apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.

2.2 Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te

verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van beveiliging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten. Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen. Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant. OPMERKING Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt.

3 HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN

Breng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden.

Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn. Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek. 4 BEKABELING Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.

5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN

Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.

6 METHODES VAN LEKDETECTIE

De volgende methodes van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.) Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25 % maximum) bevestigd is. Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden. Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel vóór als tijdens het soldeerwerk.

7 VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN

Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden: verwijder het koelmiddel; spoel het circuit met een inert gas; verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; open het circuit door snijden of solderen. De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen. Het systeem zal “gespoeld” worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden door het breken van het vacuüm met OFN en er zal verder gevuld worden tot de werkingsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuüm getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt. Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is. 8 LAADPROCEDURES Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleerhet systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verlaten van de site. 9 ONTMANTELING Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent. Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel 4 GB belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt. a) Leer de uitrusting en de werking kennen. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel. d) Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon. e) Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen. f) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. g) Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden. h) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie.

i) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de

fabrikant. j) Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80 % van het volume van vloeibare lading.) k) Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk. l) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan. m) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd werd. 10 ETIKETTERING Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat. 11 RECUPERATIE Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukventiel en bijhorende afsluitventielen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat. De recuperatie-apparatuur zal zich in goed werkende staat bevinden en voorzien zijn van een reeks met instructies betreffende de beschikbare uitrusting en zal geschikt zijn voor de recuperatie van brandbare koelmiddelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer vóór het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel. Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders. Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het

verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren. TAKE NOTE OF FUSE SPECIFICATIONS The air conditioner’s circuit board (PCB) is designed with a fuse to provide overcurrent protection. The specifications of the fuse are printed on the circuit board ,such as :T3.15AL/250VAC, T5AL/250VAC, T3.15A/250VAC, T5A/250VAC, T20A/250VAC, T30A/250VAC,etc.NOTE: For the units using R32 or R290 refrigerant , only the blast-proof ceramic fuse can be used.

LET OP! Vóór de ingebruikname van uw airconditioner moet deze minimaal 2 uur rechtop hebben gestaan.De airconditioner is verplaatsbaar en kan gemakkelijk ergens anders worden geplaatst. Let daarbij op het volgende:1. Zorg dat het apparaat rechtop en op een vlakke ondergrond staat.2. Het apparaat niet in badkamer, douche of in een andere natte omgeving gebruiken.3. Voor een goede luchtcirculatie tenminste 50 cm rondom het apparaat vrij houden.

4. Het slangverbindingsstuk met slang 7 aan de achterzijde van de unit op de

luchtuitlaat 6 steken.5. Zorg dat de slang 6 een vrije doorgang heeft naar buiten. Sluit hierbij het raam of de deur zo ver mogelijk.

OPMERKING De flexibele luchtafvoerslang 6 kan tot ca. 1500 mm worden uitgerekt. De lengte van deze slang(en) is op de capaciteit van het apparaat bere-kend. Het gebruik van andere slangen of verlengstukken kan storingen aan het apparaat veroorzaken. De lucht moet ongehinderd kunnen stromen, anders kan dit oververhitting van het apparaat of condensatie van water in de luchtafvoerslang tot gevolg hebben. Zorg er daarom voor dat er geen knikken of scherpe bochten in de luchtslang(en) zitten. Om een optimaal resultaat te verkrijgen dienen de luchtslangen tijdens gebruik van de airconditioner korter gehouden te worden dan 1 meter.C BEDIENING

6. Aan-/uitschakelaar

Vóór aanvang van de activiteiten die worden beschreven in dit deel:

1) Zoek een plaats in de buurt van een stopcontact.

2) Installeer, zoals weergegeven in Afb.5 en Afb.5a, de uitlaatslang en pas

ook de stand van het venster aan.

3) Sluit, zoals weergegeven in Afb.6, ook de afvoerslang aan (alleen

gebruiken voor het verwarmingsmodel) ;

4) Steek het netsnoer in een geaard AC220~240V/50Hz stopcontact;

5) Druk op de AAN/UIT-knop om de airconditioner aan te zetten.

Opmerking: - Bereik werkingstemperatuur: Maximale koeling Minimale koeling DB/WB(°C) 35/24 18/12 Maximale verwarming Minimale verwarming DB/WB(°C) 27/--- 7/--- Controleer of de afvoerslang juist werd gemonteerd. Aandachtspunten voor koelen en ontvochtigen: - Wacht bij het gebruiken van de functies voor koelen en ontvochtigen minstens 3 minuten tussen het AAN/UIT zetten. - Voedingsspanning voldoet aan de vereisten. - Het stopcontact biedt wisselspanning. - Het stopcontact niet delen met andere toestellen. - Voedingsspanning is 220 - 240 V AC, 50 Hz

Druk op de toets “Modus” tot het pictogram “Koelen” wordt weergegeven. Afb. 6Afb. 5 & 5a

Druk op de toets “OMLAAG” of “OMHOOG” om de gewenste kamertemperatuur in te stellen. (16 - 31 °C). - Druk op de toets “LUCHT” om de luchtsnelheid te selecteren.

Druk op de toets “Modus” tot het pictogram “Ontvochtigen” wordt weergegeven. - De temperatuur wordt automatisch ingesteld op een temperatuur 2°C lager dan de huidige kamertemperatuur. (16 - 31 °C) - De ventilatormotor wordt automatisch ingesteld op LAGE luchtsnelheid.

- Druk op de toets “Modus” tot het pictogram “Ventilator” wordt weergegeven. - Druk op de toets “LUCHT” om de luchtsnelheid te selecteren.

5. Verwarming (deze functie is niet beschikbaar voor een unit met uitsluitend

koeling) - Druk op de toets “Modus” tot het pictogram “Verwarmen” wordt weergegeven. - Druk op de toets “OMLAAG” of “OMHOOG” om de gewenste kamertemperatuur in te stellen. (16 - 31 °C) - Druk op de toets “LUCHT” om de luchtsnelheid te selecteren.

6. Bediening van de timer

Timer AAN zetten: - Druk, als de airconditioner UIT staat, op de toets “Timer” en selecteer de tijd waarop het toestel AAN moet schakelen via de toetsen voor het instellen van temperatuur en tijd. - “Ingesteld tijdstip voor AANSCHAKELEN” wordt weergegeven op het bedieningspaneel. - De tijd voor AANSCHAKELEN kan worden ingesteld van 0-24 uur. Timer UIT zetten: - Druk, als de airconditioner AAN staat, op de toets “Timer” en selecteer de tijd waarop het toestel UIT moet schakelen via de toetsen voor het instellen van temperatuur en tijd. - “Ingesteld tijdstip voor UITSCHAKELEN” wordt weergegeven op het bedieningspaneel. - De tijd voor UITSCHAKELEN kan worden ingesteld van 0-24 uur.

7. SWING (luchtstroom)

Door bij ingeschakeld toestel op deze toets te drukken, zal de ventilatieklep ononderbroken naar links en rechts draaien; door opnieuw op deze toets te drukken zal het bewegen stoppen en de ventilatieklep in die stand blijven.8. SLAAPFUNCTIE - Druk, in de modus koelen, op de toets SLAPEN om de temperatuur in te stellen. De temperatuur verhoogt 1°C na een uur en maximaal 2 °C na 2 uur. - Druk, in de modus verwarmen, op de toets SLAPEN om de temperatuur in te stellen. De temperatuur verlaagt 1 °C na een uur en maximaal 2 °C na 2 uur. - Druk opnieuw op de toets SLAPEN om de instelling te annuleren.

LET OP! De compressor is zo ingesteld dat hij drie minuten na de (her)start van de airconditioner begint te werken. De koeling zal uitschakelen wanneer de kamertemperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur. De luchtcirculatie zal echter op het ingestelde niveau blijven werken. Wanneer de kamertemperatuur boven de ingestelde temperatuur komt, zal de koeling weer gaan werken.Uitzicht en werking van de afstandsbediening

1. Toets temperatuur verhogen2. Toets ventilatorsnelheid3. Indicator slaapmodus4. Indicator automatische luchtstroming5. Modus-toets6. Uurprogrammering7. Toets Aan/Uit8. Toets temperatuur verlagen Appearance and Function of Remote Control Slaap-indicator Timing indicatorModus Indicator verwarming Indicator ventilator Indicator ontvochtiging Indicator koeling Indicator luchtstromingWindsnelheid Indicatie hoge snelheid Indicatie gemiddelde snelheid Indicatie lage snelheid Indicator watertank vol D LUCHTFILTER De airconditioner is uitgerust met een schermfilter om de grotere stofdeeltjes te verwijderen.

OPMERKINGEN - De afstandsbediening niet laten vallen- De afstandsbediening niet op een plaats leggen waar deze wordt blootgesteld aan direct zonlicht

114Het gaasfilter moet regelmatig (2x per week) schoongemaakt worden. Reinig de luchtfilter met een neutraal reinigingsmiddel in lauw water (40ºC) en laat het langzaam drogen. Voor het uitnemen en terugplaatsen van het schermfilter.

  • Gebruik de airconditioner nooit zonder het gaasfilter. E LUCHTSTROOM Verplaats het luchtrooster rechtstreeks om de luchtstroomrichting van de lamellen aan te passen. F WATERAFVOER

ALARMFUNCTIE INTERNE WATERTANK VOL

De interne watertank in de airconditioner heeft één veiligheidsschakelaar voor het waterpeil die het waterpeil regelt. Als het waterpeil een ingesteld niveau bereikt, gaat het indicatielampje voor een volle watertank branden. (Als de waterpomp defect is en het waterpeil hoog is, verwijder dan de rubberen afdichting onderaan de unit en laat al het water weglopen.) PERMANENTE WATERAFVOER - Als u van plan bent om de unit gedurende langere tijd niet te gebruiken, verwijder dan de rubberen dichting uit het afvoergat onderaan de unit en koppen een afvoerslang aan op de onderste klem. Al het water in de watertank zal weglopen. - U kunt het water afvoeren zoals hierboven wordt beschreven als de unit in de modus VERWARMEN actief is. - Als de waterpomp defect is, kan de continue afvoer worden gebruikt. In deze toestand wordt de waterpomp niet geactiveerd. De unit kan zo ook goed werken. Als de waterpomp defect is, kan het water ook onderbroken worden afgevoerd. Sluit in dit geval, als het indicatielampje voor een volle watertank gaat branden, een afvoerslang aan op de onderste klem, al het water zal nu uit de container lopen. De unit kan zo ook goed werken.

PAS OP! Schakel eerst de unit uit en trek de stekker uit het stopcontact voor u het apparaat of filter gaat schoonmaken. Gebruik voor het regelmatig schoonmaken van de buitenkant van het apparaat uitsluitend een zachte, vochtige doek. Voor het onderhoud van de filters, zie hoofdstuk D “Luchtfilter”.

OPMERKING Gebruik het apparaat nooit zonder gaasfilter. H OPBERGEN

1. Leeg het waterreservoir.

2. Maak het gaasfilter schoon.

3. Zet het apparaat 2 uren aan in luchtcirculatiestand, waardoor het binnen-

werk volledig droog wordt.

4. Berg het apparaat in een stofvrije en droge plaats op.

116I STORINGEN Storing Oorzaak Oplossing Eenheid schakelt niet aan na het drukken op de AAN/UIT knop Het lampje van de waterindicator knippert en de watertank is vol Laat het water uit de water- tank lopen De kamertemperatuur is hoger dan de ingestelde temperatuur. (Elektrische verwarmingsmodus). Reset de temperatuur De kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur. (Koelmodus) Reset de temperatuur Onvoldoende koel De deuren en ramen staan niet dicht. Zorg ervoor dat alle deuren en ramen dicht staan Er bevinden zich warmtebronnen in de kamer. Verwijder de warmtebronnen indien mogelijk De slang voor de luchtuitlaat is niet aangesloten of geblokkeerd. Sluit de slang voor de luchtu- itlaat aan of reinig deze De temperatuur is te hoog ingesteld Reset de temperatuur De luchtinlaat is geblokkeerd Reinig de luchtinlaat Veel lawaai Het vloeroppervlak is niet water- pas of vlak genoeg Plaats de unit op een vlak, waterpas oppervlak indien mogelijk Het lawaai is afkomstig van het stromen van het koelmiddel bin- nenin de airconditioner Het is normaal Code E0 De sensor van de kamertemper- atuur is defect Vervang de temperatuursen- sor van de condensor Code E1 De temperatuursensor van de condensor is defect. Vervang de temperatuursen- sor van de condensor Code E2 De watertank is vol in de modus koelen Verwijder de rubberen stop en laat het water uit het apparaat lopen. Code E3 De temperatuursensor van de verdamper is defect. Vervang de temperatuursen- sor van de verdamper Code E4 De watertank is vol in de modus verwarmen Leeg de watertank Probeer nooit zelf het apparaat uit elkaar te nemen of te repareren. Bij onvak- kundige reparatie vervalt de garantie. Niet vakkundige reparatie kan de gebrui- ker van het apparaat in gevaar brengen.

117J GARANTIEBEPALINGEN U krijgt op de airconditioner 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verhol- pen. Hierbij gelden de volgende regels:

1. Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen

wij uitdrukkelijk af.

2. Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet

tot verlenging van de garantie.

3. De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-origi-

nele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties zijn verricht door derden.

4. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de filter, vallen

5. De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon

overlegt en als op geen van beiden veranderingen zijn aangebracht.

6. De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van

die in de gebruiksaanwijzing of door verwaarlozing.

7. De verzendkosten en het risico van het opsturen van de airconditioner of

onder delen daarvan, komen altijd voor rekening van de koper.

8. Schade, veroorzaakt door het niet gebruiken van de geschikte filters, valt

buiten de garantie. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, kunt u de airconditoner ter reparatie aanbieden bij uw dealer. Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daar- voor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd. Wanneer elektrische appara- ten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stof- fen in het grondwater en in de voedselketen terecht komen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernieti- ging in te nemen. Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen explode- ren of gevaarlijke vloeistoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving·weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu. Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen zoals opgenomen in het Protocol van Kyoto. De apparatuur mag alleen worden gerepa- reerd of gedemonteerd door professioneel, geschoold personeel. Deze apparatuur bevat koelmiddel R290 in de hoeveelheid als aangegeven in bovenstaande tabel. Laat R290 niet ontsnappen in de atmosfeer: R290 is een geflu- oreerd broeikasgas met een broeikasgaseffect (GWP) = 3.

Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.nl / www.qlima.be) of neem contact op met de afdeling sales support (T: +31 412 694 694 / +32 (0)3 326 39 39).

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : QLIMA

Model : P652

Categorie : Airconditioning