DTD172Z - Schroevendraaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DTD172Z MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DTD172Z MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DTD172Z - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DTD172Z van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DTD172Z MAKITA
| Model: DTD172 | ||
| Bevestigingscapaciteiten Koloms | chroef M4 - M8 | |
| Standaardbout M5 - M16 | ||
| Bout met hoge trekvastheid M5 - M14 | ||
| Nullasttoerental Slagkracht maximaal 0 - 3.600 min | -1 | |
| Slagkracht hard 0 - 3.200 min | ||
| Slagkracht gemiddeld 0 - 2.100 min | ||
| Slagkracht zacht 0 - 1.100 min | ||
| Houtfunctie 0 - 1.800 min | ||
| Boutfunctie 0 - 3.600 min | ||
| T-functie (1) 0 - 2.900 min | ||
| T-functie (2) 0 - 3.600 min | ||
| Slagen per minuut Slagkracht maximaal 0 - 3.800 min | -1 | |
| Slagkracht hard 0 - 3.600 min | ||
| Slagkracht gemiddeld 0 - 2.600 min | ||
| Slagkracht zacht 0 - 1.100 min | ||
| Houtfunctie 0 - 3.800 min | ||
| Boutfunctie 0 - 3.800 min | ||
| T-functie (1) | ||
| T-functie (2) 0 - 2.600 min | ||
| Nominale spanning | 18 V gelijkspanning | |
| Totale lengte | 114 mm | |
| Netto gewicht | 1,2 - 1,5 kg | |
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste combinatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.
Toepasselijke accu's en laders
| Accu | BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B |
| Lader | DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC |
- Sommige van de hierboven vermelde accu's en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.

WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu's en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik eenige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.
Gebruiksdoeleinden
Dit gereedschap is bedoeld voor het indraaien van schroeven in hout, metaal en kunststof.
Geluidsniveau
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-2:
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 100 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 108 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
⚠ WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-2:
Gebruikstoepassing: bevestigen met behulp van slagwerking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap Trillingsemissie (a _h ): 13,5 m/s ^2 Onzekerheid (K): 1,5 m/s ^2
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder-staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen voor een accuslagschroevendraaier
- Houd elektrisch gereedschap vast bij het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het bevestigingsmateriaal in aanraking kan komen met verborgen bedrading. Wanneer bevestigingsmaterialen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Zorg ervoor dat u stevig staat op een vast ondergrond. Bij gebruik van het gereedschap op een hoge plaats dient u ervoor te zorgen dat niemand beneden u aanwezig is.
- Houd het gereedschap stevig vast.
- Draag oorbeschermers.
- Raak het bit of het werkstuk niet aan onmiddel- lijk na het gebruik. Deze kunnen erg heet zijn en brandwonden veroorzaken.
- Houd uw handen uit de buurt van draaiende onderdelen.
- Gebruik hulphandgreep (hulphandgrepen), indien bij het gereedschap geleverd. Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken.
- Houd elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het werktuig in aanraking komt met verborgen bedrading. Wanneer boor-/snijhulp-middelen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitskabels, waterleidingen, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden beschadigd door het gebruik van dit gereedschap.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht.
VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
- Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
- Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten. - Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
- Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.
- Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Gebruik nooit een beschadigde accu.
-
De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.
Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking. -
Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
- Gebruik de accu's uitsluitend met de gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu's worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
- Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
- Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden waardoor brandwonden of koude brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
- Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
- Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
-
Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
-
Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van niet-originele accu's, of accu's die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.
Tips voor een maximale levensduur van de accu
- Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
- Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
- Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
- Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader.
- Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren.
De accu aanbrengen en verwijderen
ALET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
ALET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
▶ Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu
Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap.
Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld.
ALET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.
⚠ LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.
Gereedschap-/accubeveiligingssysteem
Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:
Overbelastingsbeveiliging
Wanneer de accu wordt gebruikt op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik dat er toe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om weer te starten.
Oververhittingsbeveiliging
Wanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en knippert de lamp. In die situatie laat u het gereedschap/de accu eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt.
Beveiliging tegen te ver ontladen
Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereedschap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op.
De resterende acculading controleren
Alleen voor accu's met indicatorlampjes
▶ Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop
Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.
| Indicatorlampjes Resterende | acculading | ||
| Brandt Uit | Knippert | ||
| 75% tot 100% | |||
| 50% tot 75% | |||
| 25% tot 50% | |||
| 0% tot 25% | |||
| Laad de accu op. | |||
| Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. | |||
OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading.
OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is getreden.
De trekkerschakelaar gebruiken
▶ Fig.3: 1. Trekkerschakelaar
ALET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand "OFF".
Om het gereedschap te starten, knijpt u gewoon de trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerschakelaar inknijpt, hoe sneller het gereedschap draait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen.
OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt.
OPMERKING: Terwijl de trekkerschakelaar is inge-knepen, werken geen van de andere knoppen.
De omkeerschakelaar bedienen
▶ Fig.4: 1. Omkeerschakelaar
ALET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten.
⚠LET OP: Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandert terwijl het gereedschap nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken.
ALET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt.
Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschakelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom.
Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kunt u het gereedschap niet starten.
Elektrische rem
Dit gereedschap is voorzien van een elektrische rem.
Als het gereedschap continu niet snel stilstaat nadat de trekkerschakelaar is losgelaten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum.
De lamp op de voorkant gebruiken
ALET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron.
▶ Fig.5: 1. Lamp op de voorkant
▶ Fig.6: 1. Knop 📋 2. Bedieningspaneel
Knijp de trekkerschakelaar in om de lampen op de voorkant in te schakelen. Om uit te schakelen, laat u de trekkerschakelaar los. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaan de lampen op de voorkant uit.
Om de lampen op de voorkant binnen 10 seconden uit te schakelen, houdt u de knop gedurende enkele seconden ingedrukt.
Om de lampen op de voorkant uit te schakelen, stelt u de status van de lamp in op uit. Om de status van de lamp in te stellen op uit, knijpt u eerst de trekkerschakelaar in en laat u hem los. Binnen 10 seconden nadat de trekkerschakelaar is losgelaten, houdt u de knop gedurende enkele seconden ingedrukt.
Wanneer de status van de lamp is ingesteld op uit, zullen de lampen op de voorkant niet gaan branden, ook al wordt de trekkerschakelaar ingeknepen.
Om de status van de lamp weer in te stellen op aan, houdt u de knop gedurende enkele seconden ingedrukt.
OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knipperen de lampen op de voorkant gedurende één minuut waarna het bedieningspaneel uit gaat. Laat in dat geval het gereedschap afkoelen voordat u het weer gebruikt.
OPMERKING: Om de status van de lamp te controleren, knijpt u de trekker in terwijl de omkeerschakelaar niet in de neutrale stand staat. Als de lampen op de voorkant gaan branden wanneer u de trekkerschakelaar inknijpt, is de lampstatus ingeschakeld. Als de lampen op de voorkant niet gaan branden, is de lampstatus uitgeschakeld.
OPMERKING: Gebruik een droge doek om het vuil van de lens van de lampen op de voorkant af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lampen op de voorkant niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt.
Lampfunctie
U kunt het gereedschap gebruiken als een handige lamp. Om de lamp in te schakelen, zet u de omkeerschakelaar in de neutrale stand en knijpt u de trekkerschakelaar in. De lamp blijft branden gedurende ongeveer één uur. Om de lamp uit te schakelen, knijpt u opnieuw de trekkerschakelaar in of drukt u op de omkeerschakelaar.
OPMERKING: Terwijl de lampfunctie is ingeschakeld, kunt u de bedieningsfunctie niet veranderen. De lampjes op het bedieningspaneel gaan niet aan wanneer de lampfunctie is ingeschakeld.
OPMERKING: U kunt de lampstatus niet in-/uitschakelen of de bedieningsfunctie veranderen terwijl de lampfunctie is ingeschakeld.
OPMERKING: De lampfunctie werkt niet wanneer het gereedschaps-/accubeveiligingssysteem is geactiveerd of als de acculading onvoldoende is.
De bedieningsfunctie veranderen
Wat is de bedieningsfunctie?
De bedieningsfunctie is het type aandrijfrotatie en slagkracht die vooraf zijn ingesteld in het gereedschap. Door een geschikte bedieningsfunctie te selecteren aan de hand van de werkzaamheden, kunt u sneller werken en/of mooier afwerken.
Dit gereedschap heeft de volgende bedieningsfuncties: Slagkracht
• 4 (maximaal)
• 3 (hard)
• 2 (gemiddeld)
• 1 (zacht)
Hulpfunctie
- Houtfunctie
- Boutfunctie
• T-functie (1) - T-functie (2)
De bedieningsfunctie kan worden veranderd met de knop 😊, de knop of de snelfunctieschakelknop.
▶ Fig.7: 1. Snelfunctieschakelknop 2. Knop 3. Knop

Door een bepaalde bedieningsfunctie in het gereedschap te registreren, kunt u omschakelen naar de geregistreerde bedieningsfunctie door alleen maar op de snelfunctieschakelknop te drukken (snelfunctieschakelen).
OPMERKING: Als geen van de lampjes op het bedieningspaneel brandt, knijpt u de trekkerschakelaar eenmaal in voordat u op de snelfunctieschakelknop drukt.
OPMERKING: U kunt de bedieningsfunctie niet veranderen als u het gereedschap ongeveer één minuut niet hebt bediend. Knijp in dat geval de trekkerschakelaar eenmaal in en druk op de knop 😊, de knop ⚡ of de snelfunctieschakelknop.
OPMERKING: Raadpleeg "Een bedieningsfunctie registreren" in het gedeelte "Snelfunctieschakelen" voor informatie over het registreren van de bedieningsfunctie.
Snelfunctieschakelknop
De werking van de snelfunctieschakelknop verschilt afhankelijk van of een bedieningsfunctie in het gereedschap is geregistreerd.
▶ Fig.8: 1. Snelfunctieschakelknop
Wanneer geen bedieningsfunctie is geregistreerd:
De slagkracht verandert elke keer wanneer op de snelfunctieschakelknop wordt gedrukt. De lampen aan beide zijden op de voorkant knipperen eenmaal wanneer de slagkracht wordt veranderd door op de snelfunctieschakelknop te drukken.
Wanneer een bedieningsfunctie is geregistreerd:
Het gereedschap schakelt om tussen de geregistreerde bedieningsfunctie en de huidige bedieningsfunctie elke keer wanneer op de snelfunctieschakelknop wordt gedrukt. De lampen aan beide zijden op de voorkant knipperen eenmaal wanneer de bedieningsfunctie wordt omgeschakeld door op de snelfunctieschakelknop te drukken.
OPMERKING: Als de status van de lamp uit is, knipperen de lampen op de voorkant niet wanneer de bedieningsfunctie wordt omgeschakeld door op de snelfunctieschakelknop te drukken.
OPMERKING: Raadpleeg "Een bedieningsfunctie registreren" in het gedeelte "Snelfunctieschakelen" voor informatie over het registreren van de bedieningsfunctie.
De snelfunctieschakelknop uitschakelen
U kunt de snelfunctieschakelknop ook uitschakelen. Nadat de snelfunctieschakelknop is uitgeschakeld, werkt deze niet meer voor het veranderen van de slagkracht en het omschakelen van de bedieningsfunctie.
Om de snelfunctieschakelknop uit te schakelen, houdt u de snelfunctieschakelknop en de knop ⚠ tegelijkertijd ingedrukt totdat alle lampjes op het bedieningspaneel knipperen.
Om de snelfunctieschakelknop weer in te schakelen, voert u de bovenstaande procedure nogmaals uit.
OPMERKING: Registreren en wissen van een bedieningsfunctie kan zelfs worden gedaan wanneer de snelfunctieschakelknop is uitgeschakeld. Na het registreren of wissen van de bedieningsfunctie wordt de snelfunctieschakelknop ingeschakeld.
Referentietabel
De onderstaande tabel toont de werking van de snelfunctieschakelknop.
□ geeft de snelfunctieschakelknop aan.
| Knop(pen) / Handeling Handeling | Bevestiging | |
(Wanneer het snelfunctieschakelen is uitgeschakeld)De slagkracht veranderen met de snelfunctieschakelknop | Indrukken | De lampen op de voorkant van het gereedschap knipperen eenmaal. |
(Wanneer het snelfunctieschakelen is ingeschakeld)Naar de geregistreerde bedieningsfunctie omschakelen | Indrukken | De lampen op de voorkant van het gereedschap knipperen eenmaal. |
Een bedieningsfunctie registreren | Ingedrukt houden (elke knop) Voorbeeld: Houtfunctie is ingesteld. | Het lampje van de gewenste bedieningsfunctie knippert. |
De geregistreerde bedieningsfunctie wissen | Ingedrukt houden (elke knop) | Alle slagkrachtniveaulampjes knipperen. |
De snelfunctieschakelknop uitschake-len/weer inschakelen | Ingedrukt houden (elke knop) | Alle lampjes op het bedieningspaneel knipperen. |
: Het lampje knippert.
Wijzigen van de slagkracht
U kunt de slagkracht in vier stappen instellen: 4 (maximaal), 3 (hard), 2 (gemiddeld) en 1 (zacht).
Zo kunt u de beste aandraaikracht voor het te verrichten werk kiezen.
De slagkracht verandert elke keer wanneer op de knop of de snelfunctieschakelknop wordt gedrukt.
U kunt de slagkracht veranderen binnen ongeveer een minuut nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten.
| OPMERKING: U kunt de tijdsduur gedurende welke u de slagkracht kunt veranderen verlengen met ongeveer één minuut door op de knop ⚫, de knop ⚫ of de snelfunctieschakelknop te drukken. |
▶ Fig.9: 1. Knop
| Bedieningsfunctie (Slagkrachtniveau aangegeven op het bedieningspaneel) | Maximaal aantal slagen | Doel Voorbeeld van toepassing | |
4 (maximaal)![]() | 3.800 min^-1 | Vastdraaien met de maximale kracht en snelheid. | Schroeven draaien in ondergrond-materialen, vastdraaien van lange schroeven of bouten. |
3 (hard)![]() | 3.600 min^-1 | Vastdraaien met minder kracht en snelheid dan in de Maximaal-stand (gemakkelijker te controleren dan in de Maximaal-stand). | Schroeven draaien in ondergrondmaterialen, vastdraaien van bouten. |
2 (gemiddeld)![]() | 2.600 min^-1 | Vastdraaien wanneer een goede afwerking noodzakelijk is. | Schroeven draaien in afwerkplaten of gipsplaten. |
1 (zacht)![]() | 1.100 min^-1 | Vastdraaien met minder kracht om schroefdraadbreuk te vermijden. | Vastdraaien van vensterschroeven of kleine schroeven zoals M6. |
: Het lampje brandt.
OPMERKING: Als geen van de lampjes op het bedieningspaneel brandt, knijpt u de trekkerschakelaar eenmaal in voordat u op de knop of de snelfunctieschakelknop drukt.
OPMERKING: Alle lampjes op het bedieningspaneel gaan zijn wanneer het gereedschap is uitgeschakeld om acculading te besparen. De grootte van de slagkracht kan worden gecontroleerd door de trekkerschakelaar heel licht in te knijpen zodat het gereedschap nog niet in werking treedt.
De hulpfunctie veranderen
Dit gereedschap is uitgerust met een hulpfunctie die meerdere gebruiksvriendelijke bedieningsfuncties kent voor het indraaien van schroeven.
Het type bedieningsfunctie verandert elke keer wanneer u op de knop 📄 drukt.
U kunt de hulpfunctie veranderen binnen ongeveer een minuut nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten.
| OPMERKING: U kunt de tijdsduur gedurende welke u de hulpfunctie kunt veranderen verlengen met ongeveer één minuut door op de knop ⚡, de knop ⚡ of de snelfunctieschakelknop te drukken. |
▶ Fig.10: 1. Knop
| Bedieningsfunctie (Hulpfunctie aan-gegeven op het bedieningspaneel) | Maximaal aantal slagen | Werking Doel | |
Houtfunctie*![]() | 3.800 min^-1 | Deze functie helpt voorkomen dat de schroef omvalt wanneer deze begint te draaien. Het gereedschap draait de schroef eerst met een laag toerental.Nadat de slagwerking van het gereedschap begint, neemt het toerental toe tot het maximumtoerental wordt bereikt. | Vastdraaien van lange schroeven. |
Boutfunctie![]() | 3.800 min^-1 | Deze functie helpt voorkomen dat de bout eruit valt. Bij het losdraaien van een bout waarbij het gereedschap linksom draait, stopt het gereedschap automatisch zodra de bout/moer voldoende los zit.In deze functie hoeft de trekkerschakelaar minder diep te worden ingeknepen totdat het gereedschap op maximaal toerental draait. | Losdraaien van bouten. |
T-functie (1)*![]() | -(Het gereedschap stopt met draaien zodra de slagwerking begint.) | Deze functie helpt voorkomen dat de schroef te strak wordt vastgedraaid. En maakt tevens snel werken en tegelijkertijd een goede afwerking mogelijk. Het gereedschap draait een schroef met hoog toerental erin en stopt kort nadat de slagwerking begint.OPMERKING:De timing waarmee het indraaien stopt is afhankelijk van het type schroef en het materiaal waarin wordt gedraaid. Test het indraaien voor-dat u deze functie gebruikt. | Zelftappende schroeven draaien in een dunne metaalplaat met goede afwerking. |
T-functie (2)*![]() | 2.600 min^-1 | Deze functie helpt voorkomen dat de schroef breekt of wordt gestript. En maakt tevens snel werken en tegelijkertijd een goede afwerking mogelijk. Het gereedschap draait een schroef met hoog toerental erin en vertraagt het draaien wanneer de slagwerking van het gereedschap begint.OPMERKING:Laat de trekkerschakelaar los zodra het indraaien stopt om te strak vastdraaien te voorkomen. | Zelftappende schroeven draaien in een dikke metaalplaat met goede afwerking. |
: Het lampje brandt.
* Als het gereedschap linksom draait, draait het hetzelfde als in de functie 4 (maximaal), 3.800 min ^-1 .
OPMERKING: Als geen van de lampjes op het bedieningspaneel brandt, knijpt u de trekkerschakelaar eenmaal in voordat u op de knop drukt.
OPMERKING: Alle lampjes op het bedieningspaneel gaan zijn wanneer het gereedschap is uitgeschakeld om acculading te besparen. Het type bedieningsfunctie kan worden gecontroleerd door de trekkerschakelaar heel licht in te knijpen zodat het gereedschap nog niet in werking treedt.
Snelfunctieschakelen
Mogelijkheden van snelfunctieschakelen
Met snelfunctieschakelen bespaart u de tijd voor het veranderen van de bedieningsfunctie van het gereedschap. U kunt omschakelen naar uw gewenste bedieningsfunctie door alleen maar op de snelfunctieschakelknop te drukken. Dit is handig bij het uitvoeren van repeterende werkzaamheden waarbij het nodig is om herhaaldelijk tussen twee bedieningsfuncties om te schakelen.
VOORBEELD Als bij uw werkzaamheden de T-functie met maximale slagkracht wordt gebruikt, registreert u de maximale slagkracht als de functie voor snelfunctieschakelen. Eenmaal geregistreerd, kunt u vanuit de T-functie omschakelen naar de maximale slagkracht met één keer drukken op de snelfunctieschakelknop. Bovendien kunt u terugkeren naar de T-functie door nogmaals op de snelfunctieschakelknop te drukken.
Zelfs als het gereedschap in een andere bedieningsfunctie dan de T-functie staat, zal door op de snelfunctieschakelknop te drukken de bedieningsfunctie veranderen naar de maximale slagkracht. Het is handig om een bedieningsfunctie te registreren die u veelvuldig gebruikt.
U kunt een van de volgende bedieningsfuncties kiezen voor snelfunctieschakelen:
Slagkracht
• 4 (maximaal)
• 3 (hard)
• 2 (gemiddeld)
• 1 (zacht)
Hulpfunctie
- Houtfunctie
- Boutfunctie
• T-functie (1) - T-functie (2)
Een bedieningsfunctie registreren
On snelfunctieschakelen te gebruiken, registreert u eerste uw gewenste bedieningsfunctie in het gereedschap.
-
Kies met de knop of de knop uw gewenste bedieningsfunctie.
-
Houd de knop en de snelfunctieschakelknop tegelijkertijd ingedrukt totdat het lampje van de gewenste bedieningsfunctie knippert.
▶ Fig.11: 1. Snelfunctieschakelknop 2. Knop
OPMERKING: U kunt de huidige bedieningsfunctie overschrijven met een nieuwe door de bovenstaande procedure uit te voeren.
Snelfunctieschakelen gebruiken
Als het gereedschap in een bedieningsfunctie staat die niet is geregistreerd, drukt u op de snelfunctieschakelknop om om te schakelen naar de geregistreerde bedieningsfunctie. Het gereedschap schakelt om tussen de geregistreerde bedieningsfunctie en de laatst gebruikte bedieningsfunctie elke keer wanneer op de snelfunctieschakelknop wordt gedrukt. De lampen aan beide zijden op de voorkant knipperen eenmaal wanneer wordt omgeschakeld naar de geregistreerde bedieningsfunctie.
Het lampje van de geregistreerde bedieningsfunctie knippert wanneer de geregistreerde bedieningsfunctie wordt gebruikt.
De geregistreerde bedieningsfunctie wissen
Houd de knop 📋 en de knop 📆 tegelijkertijd ingedrukt totdat alle slagkrachtniveaulampjes knipperen.
OPMERKING: Nadat de geregistreerde bedieningsfunctie is gewist, kan door op de snelfunctieschakelknop te drukken de slagkracht worden veranderd.
Patroon van lampjes
| Bedieningsfunctie Tijdens het registreren van de bedieningsfunctie | Wanneer de geregistreerde bedie-ningsfunctie wordt ingeschakeld | |
| 4 (maximaal) | ![]() | ![]() |
| 3 (hard) | ![]() | ![]() |
| 2 (gemiddeld) | ![]() | ![]() |
| 1 (zacht) | ![]() | ![]() |
| Houtfunctie | ![]() | ![]() |
| Boutfunctie | ![]() | ![]() |
| T-functie (1) | ![]() | ![]() |
| T-functie (2) | ![]() | ![]() |

Het lampje brandt.
Het lampje knippert.
MONTAGE
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
Aanbrengen of verwijderen van het schroefbit of de schroefdop
▶ Fig.12
Gebruik uitsluitend een schroefbit/schroefdop met een insteekgedeelte zoals aangegeven in de afbeelding. Gebruik geen ander schroefbit/schroefdop.
Voor gereedschappen met een ondiepe schroefbit-insteekopening
| A=12 mmB=9 mm | Gebruik uitsluitend dit type schroefbit. Volg procedure 1. (Opmerking) De bitadapter is niet nodig. |
Voor gereedschappen met een diepe schroefbit-insteekopening
| A=17 mmB=14 mm | Om dit type schroefbit teplaatsen, volgt u procedure 1. |
| A=12 mmB=9 mm | Om dit type schroefbit teplaatsen, volgt u procedure 2.(Opmerking) De bitadapter isnodig om het bit te plaatsen. |
Procedure 1
Voor gereedschap zonder snelkoppelingsbus
Om het schroefbit te plaatsen, trekt u de bus in de richting van de pijl en steekt u het schroefbit zo ver mogelijk in de bus.
Laat daarna de bus los om het schroefbit te vergrendelen.
Voor gereedschap met snelkoppelingsbus
Om het schroefbit aan te brengen, steekt u het schroef-bit zo ver mogelijk in de bus.
Procedure 2
Voorafgaande aan Procedure 1, steekt u de bitadapter met zijn puntige uiteinde in de bus.
Om het schroefbit te verwijderen, trekt u de bus in de richting van de pijl en trekt u het schroefbit er uit.
OPMERKING: Als het schroefbit niet diep genoeg in de bus wordt gestoken, zal de bus niet naar haar oorspronkelijke positie terugkeren en zal het schroef-bit niet goed vastzitten. In dat geval dient u het bit opnieuw erin te steken volgens de bovenstaande procedure.
OPMERKING: Als het moeilijk is om het schroefbit aan te brengen, trekt u aan de bus en steekt u het schroefbit zo ver mogelijk in de bus.
OPMERKING: Nadat u het schroefbit in de bus hebt gestoken, controleert u dat het schroefbit stevig vast zit. Als het uit de bus komt, mag u het niet gebruiken.
De haak aanbrengen
⚠ WAARSCHUWING: Gebruik de opgang-/ bevestigingsmiddelen alleen waarvoor ze bedoeld zijn, d.w.z. ophangen aan een gereedschapsgordel tussen werkzaamheden of tijdens pauzes.
⚠ WAARSCHUWING: Wees voorzichtig dat de haak niet overbelast wordt aangezien een te hoge kracht of onregelmatige overbelasting kan leiden tot beschadiging van het gereedschap met persoonlijk letsel tot gevolg.
⚠ LET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef. Als u dit niet doet, kan de haak losraken en tot persoonlijk letsel leiden.
⚠LET OP: Verzeker u ervan dat het gereedschap veilig hangt voordat u het loslaat. Door onzorgvuldig of ongebalanceerd ophangen kan het gereedschap eraf vallen en persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
De haak is handig om het gereedschap tijdelijk op te hangen. De haak kan aan iedere zijkant van het gereedschap worden bevestigd. Om de haak te bevestigen, steekt u deze in een gleuf op een zijkant en zet u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf.
Het gat gebruiken
A WAARSCHUWING: Gebruik het ophanggat nooit voor iets waar het niet voor bedoeld is, bijvoorbeeld om het gereedschap mee vast te binden op een hoge plaats. Stuikdruk in een zwaar belast gat kan het gat beschadigen, waardoor letsel kan ontstaan bij u of mensen rondom of onder u.
▶ Fig.16: 1. Ophanggat
Gebruik het ophanggat achteraan de onderkant van het gereedschap om het gereedschap aan een muur te hangen met behulp van een ophangkoord of soortgelijk touw.
BEDIENING
▶ Fig.17
Het juiste aandraaimoment kan verschillen afhankelijk van het soort en de maat van de schroef/bout, het materiaal van het te bevestigen werkstuk, enz. De verhouding tussen het aandraaimoment en de aandraaitijd wordt aangegeven in de afbeeldingen.
Juiste aandraaimoment voor een standaardbout

line
| Label | X | Y | |-------|------|-------| | M16 | 1.0 | 1428 | | M14 | 1.0 | 1224 | | M12 | 0.5 | 816 | | M10 | 0.5 | 612 | | M8 | 0.5 | 408 | | M8 | 0.5 | 204 |- Aandraaitijd (seconden) 2. Aandraaimoment
Juiste aandraaimoment voor een bout met hoge trekvastheid

line
| Label | X | Y | |-------|------|-------| | M14 | 3.0 | 200 | | M12 | 3.0 | 180 | | M10 | 3.0 | 160 | | M8 | 3.0 | 140 | | M14 | 2.5 | 120 | | M12 | 2.5 | 100 | | M10 | 2.5 | 80 | | M8 | 2.5 | 60 | | M14 | 2.0 | 40 | | M12 | 2.0 | 20 | | M10 | 2.0 | 20 | | M8 | 2.0 | 20 | | M14 | 1.5 | ~150 | | M12 | 1.5 | ~120 | | M10 | 1.5 | ~80 | | M8 | 1.5 | ~60 | | M14 | 1.0 | ~100 | | M12 | 1.0 | ~80 | | M10 | 1.0 | ~60 | | M8 | 1.0 | ~40 | | M14 | 0.5 | ~140 | | M12 | 0.5 | ~100 | | M10 | 0.5 | ~80 | | M8 | 0.5 | ~60 | | M14 | 0.25 | ~160 | | M12 | 0.25 | ~120 | | M10 | 0.25 | ~80 | | M8 | 0.25 | ~60 | | M14 | 0.25 | ~160 | | M12 | 0.25 | ~120 | | M10 | 0.25 | ~80 | | M8 | 0.25 | ~60 | | M14 | 0.25 | ~160 | | M12 | - | ~140 | | M10 | - | ~100 | | M8 | - | ~80 | | M14 | - | ~140 | | M12 | - | ~120 | | M10 | - | ~80 | | M8 | - | ~60 | | M14 | - | ~160 | | M12 | - | ~120 | | M10 | - | ~80 | | M8 | - | ~60 | | M14 | - | ~160 | | M12 | - | ~120 | | M10 | - | ~80 | | M8 | - | ~67 | | M14 | - | ~167 | | M12 | - | ~127 | | M10 | - | ~87 | | M8 | - | ~67 | | M14 | - | ~167 | | M12 | - | ~127 | | M10 | - | ~87 | | M8 | - | ~67 | | M14 | - | ~167 | | M12 | - | ~126 | | M10 | - | ~87 | | M8 | - | ~67 | | M14 | - | ~167 | | M12 | - | ~126 | | M10 | - | ~87 | | M8 | - | ~67 | | M14 | - | ~167- Aandraaitijd (seconden) 2. Aandraaimoment
Houd het gereedschap stevig vast en plaats de punt van het schroefbit in de schroefkop. Oefen zoveel kracht op het gereedschap uit als nodig is om het schroefbit op zijn plaats te houden. Schakel vervolgens het gereedschap in om de bediening te starten.
KENNISGEVING: Als u een reserveaccu gebruikt om de werkzaamheden voort te kunnen zetten, geeft u het gereedschap minstens 15 minuten rusttijd.
OPMERKING: Gebruik altijd het bit dat geschikt is voor de kop van de aan te draaien schroef/bout.
OPMERKING: Voor het vastdraaien van een M8-formaat of kleinere schroef, kiest u de geschikte slagkracht en regelt u de druk op de trekkerschakelaar zorgvuldig zo dat de schroef niet beschadigd wordt.
OPMERKING: Houd het gereedschap vooral recht op de schroef.
OPMERKING: Als de slagkracht te hoog is, zal de schroef langer worden aangedraaid dan aangegeven in de afbeeldingen, en dan kan de schroef of de kop van het schroefbit overbelast, vervormd of beschadigd worden. Alvorens u aan het werk gaat, dient u altijd even proef te draaien om de juiste aandraaitijd voor uw type schroef te bepalen.
Het aandraaimoment wordt beïnvloed door een groot aantal verschillende factoren, waaronder de volgende. Controleer na het vastdraaien altijd het aandraaimoment met een momentsleutel.
- Wanneer de accu bijna leeg is, neemt de spanning af en vermindert het aandraaimoment.
- Schroefbit of schroefdop Het aandraaimoment vermindert als u niet een schroefbit of schroefdop van de juiste maat gebruikt.
-
Bout
-
Zelfs wanneer het koppelcoëfficiënt overeenkomt met de boutklasse, hangt het juiste aandraaimoment af van de boutdiameter.
-
Zelfs wanneer de boutdiameters gelijk zijn, hangt het juiste aandraaimoment af van het koppelcoëfficiënt, de boutklasse en de boutlengte.
-
De manier van vasthouden van het gereedschap en de positie waar de schroef in het materiaal wordt gedraaid, hebben een invloed op het aandraaimoment.
- Bij lagere toerentallen wordt ook het aandraaimo- ment kleiner.
ONDERHOUD
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
ALET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke letsel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.
Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Schroefbits
- Schroefdoppen
- Bitadapter
Haak
• Gereedschapshaak - Kunststof koffer
- Originele Makita accu's en acculaders
- Accubeveiliging
OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
ESPECIFICACIONES
(Wanneer het snelfunctieschakelen is uitgeschakeld)De slagkracht veranderen met de snelfunctieschakelknop
De lampen op de voorkant van het gereedschap knipperen eenmaal.
(Wanneer het snelfunctieschakelen is ingeschakeld)Naar de geregistreerde bedieningsfunctie omschakelen
De lampen op de voorkant van het gereedschap knipperen eenmaal.
Een bedieningsfunctie registreren
Het lampje van de gewenste bedieningsfunctie knippert.
De geregistreerde bedieningsfunctie wissen
Alle slagkrachtniveaulampjes knipperen.
De snelfunctieschakelknop uitschake-len/weer inschakelen
Alle lampjes op het bedieningspaneel knipperen.






















