MC 130 Plus - Industriële veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MC 130 Plus Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Industriële zuigveegmachine |
| Merk | Kärcher |
| Model | MC 130 Plus |
| Motor | Kubota V2403-CR-T-EW03, 4-cilinder diesel, 48,0 kW bij 2700 tpm, met roetfilter (DPF) |
| Transmissie | Vierwielaandrijving (4WD) |
| Max. rijsnelheid | 40 km/u |
| Max. werksnelheid | 20 km/u |
| Max. hellinggeschiktheid | 25% |
| Theoretisch oppervlakterendement | 24 000 m²/u |
| Werkbreedte | 1200 - 2400 mm |
| Draaicirkel | 1173 mm |
| Inhoud stofbak | 1300 liter (1,3 m³) |
| Inhoud watertank | 195 liter |
| Max. loshoogte | 1550 mm |
| Afmetingen (L x B x H) | 3955 x 1540 x 2000 mm |
| Leeggewicht | 2275 kg |
| Totaal toegestaan gewicht | 3500 kg |
| Accu | 12 V, 80 Ah, onderhoudsvrij |
| Brandstoftank | 50 L diesel |
| Geluidsdrukniveau (LpA) | 74 dB(A) (onzekerheid 3 dB(A)) |
| Geluidsvermogenniveau (LwA) | 104 dB(A) (onzekerheid 3 dB(A)) |
| Veegsysteem | 2 zijborstels (optie 3e borstel), aanzuiging met ventilator |
| Hoofdfuncties | Vegen met aanzuiging, waternevel, recyclagemodus, hoge lozing, DPF-regeneratie |
| Onderhoud | Dagelijkse controles, motor- en hydrauliekolie verversen elke 500 u, radiateur en filters reinigen |
| Veiligheid | Motorstop met sleutel, hoofdschakelaar, stoelcontactschakelaar, automatische parkeerrem, ROPS-cabine |
| Onderdelen | Originele accessoires en reserveonderdelen beschikbaar (zie lijst in handleiding) |
| Garantie | Volgens landelijke voorwaarden, materiaal- of productiefouten gedekt |
Veelgestelde vragen - MC 130 Plus Kärcher
Gebruikersvragen over MC 130 Plus Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Industriële veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MC 130 Plus - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MC 130 Plus van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING MC 130 Plus Kärcher
Te voorzien fout gebruik 339
Milieubescherming 339
Veiligheidsinstructies 339
Machineoverzicht 344
Inbedrijfstelling 356
Werking 358
Aanbouwapparatuur 365
Aanbouwset 2-bezem-veegsysteme (getrokken) 371
Aanbouwset 3-bezem-veegsysteme (frontbezem) 374
Transport 377
Onderhoud 378
Opslag 388
Hulp bij storingen 389
Toebehoren en reserveonderdelen 391
EU-conformiteitsverklaring 393
Inleiding
Voordat u uw voertuig voor het eerst gebruikt, dient u de originele gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies door te lezen. Houd u hieraan.
Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.
Levering controlleren
Meld bij de overdracht van het voertuig gebreken en transportschade meteen aan uw dealer of verkoopvestiging.
Leveringsomvang
MC 130 veeg-/zuigmachine (1.442-231.2)
MC 130 Classic veeg-/zuigmachine
- Yanmar motor 42 pk
- Uitvoering met diesel-deeltjesfilter
- Achterwielaaandrijving (2WD)
MC 130 veeg-/zuigmachine
- Yanmar motor 42 pk
- Uitvoering met diesel-deeltjesfilter
- Viewielaandrijving (4WD)
MC 130 veeg-/zuigmachine (1.442-234.2)
MC 130 Plus veeg-/zuigmachine
Kubota motor 70 pk
- Uitvoering met diesel-deeltjesfilter
- Viewielaandrijving (4WD)
Garantie
In elk land gelden de garantievoorwaarden die door once verantwoordelijkke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijkke storengen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode Gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is.
Als u gebruik wilt makev van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geAutoriseerde klantenservice.
(adreszieachterzijde)
Beoogd gebruik
In deze gebruiksaanwijzing worden volgende UITvoeringen van de voertuigen beschreiben.
MC 130 Classic
MC 130
MC 130 Plus
Het voertuig mag alleen reglementair worden gebruikt, zoals in deze gebruiksaanwijzing weergegeven en beschreiben.
Tot het reglementaire gebruik behoort ook het in acht nemen van het voorgeschreven onderhoud.
Het voertuig en de aanbouwapparaten mogen alleen door personen worden gebruikt, onderhonden en gerepareerd die hiermee
vertrouwd zijn en over de hiermee gepaard gaande bevaren ge-instrueerd zijn.
Neem de algemene veiligheidsvoorschriften en de voorschriften inzake ongevallenpreventie van de wetgeber in acht. Neem ook andere veiligheidstechnische, arbo- en verkeersregels in acht.
Het bedieningspersoneel moet:
- Lichamelijk en geestelijk geschikt zijn.
- Over het gezbruik van het voertuig en de aanbouwapparaten geinstrueerd zijn.
- Voor het begin van het werk deze gebruiksaanwijzing alsook de gebruiksaanwijzingen van aanbouwapparaten of getrokken apparaten gelezen en begrepen hebben.
- De geschiktheid voor het besturen van het voertuig tegenover de ondernemer aangetoond hebben
- Door de ondernemer voor het besturen van het voertuig aan-gewezen zijn
Zuigveegmachine
Dit voertuig is een zuigveegmachine.
De zuigveegmachine is voor verruilde oppervlakken in de openlucht bestemd.
Voor het gebruik op de openbare weg要去 het voertuig aan de nationaal geldende richtlijnen voldoen.
Het voertuig is alleen voor de in de handleiding beschreiben ondergronden geschikt.

Functie van de veeg-/zuigmachine
(1)Zijbezem
②Zuigmond
③ Watercircuit/gerecycled water
4Zuigbuis
(5)Blazer vuilreservoir
(6)Afvoerlucht/diffuser
- Het stof dat ontstaat, worden gebonden door besproeiing met water.
- De zijbezems draaien maar binnen en Transporteren het veeggoed voor de zuigmond.
- De zuigblazer wekt onderdruk op en zuigt het veeggoed in het vuilreservoir.
- De gefilterde afvoerlucht ontsnapt aan dechterzijde van het vuilreservoir.
- De modus met gerecycled water (watercircuit) binds het stof nog doeltreffender.
Geschikte oppervlakten voor het vegen
- Asfalt
- Industrievloeren
- Estrik
Beton - Straatstenen
Te voorzien fout gebruik
leder Niet doelmatig gekruik is ontoelaatbaar
Het bedienend personeel is aansprakelijk voor risico's die door ontoelaatbaar gebruik ontstaan. Het gebruik voor andere doel-einden dan in deze documentatie beschreiben, is verboden.
Aan het voertuig mogen geen veranderingen worden UITgevoerd.
- Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen alsmede onverdunde zuren en oplosmiddelen vegen of opzuigen. Daartoe behoren benzine, verfverdunners of stookolie, die door vermenging met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels konnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen, waarze de in de machine gebruikte materialen aantasten.
- Nooit reactief metaalstof (bijv. aluminium, magnesium, zink) vegen of opzuigen; ze vormen in combinatie met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen.
- Nooit brandende of smeulende voorwerpen vegen / opzuigen.
- Houd u nied binnen de gevarenzone op.
- Gebruik het voertuig Niet in ruimtes waar gevaar voor explosie bestaat.
- Vervoer geen Personen op het voertuig, het laadvlak of op de aanbouwapparatuur.
- Gebruik het voertuig Niet als frontlader.
- Gebruik het voertuig Niet in de bosbouw.
- Gebruik het voertuig Niet om insecticiden, pesticides of mist over het land te spreiden.
Milieubescherming

Het verpakkingsmaterial is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het gezahden afval weg.

Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak onderdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd
weggooien een möglichke gevaar voor de gezondheid en het milieu hunnen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zich deze onderdelenECHTER Noodzakelijk. Apparaten met dit symboologen Niet met het huisvuil worden weggegooid.
Instructies voor inhoudsstoffen (REACH)
Actuele informatatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH
Afvalverwijdering
Houd u aan de nationale regelgeving terplaatse.
- Neem de specifieke voerschriften van het bedrivijf in acht.
- Voer bedrijfs- en hulpstoffen volgens de geldende productin-formatiebladen milieuvriendelijk af.
Afvalverwijdering van het uitgediende voertuig
Uitgediende voertuigen bevatten waardevolle recyclebare materialen. Voor de afvoer van uw voertuig raden we de samenwerking met een gespecialiseerd afvalverwijderingsbedrijf aan.
Veiligheidsinstructies
Gevarenniveaus
△GEVAAR
- Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijkke verwondingen leidt.
△WAARSCHUWING
- Aanwijzing voor een möglichke gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijkke verwondingen kan leiden.
△VOORZICHTIG
- Aanwijzing voor een möglichke gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.
LET OP
- Aanwijzing voor een möglichke gevaarlijke situatie die tot materièle schade kan leiden.
Algemene veiligheidsinstructies
GEVAAR · Verstikkingsgevaar. Houd verpakkingsfolie buiten het bereik van kinderen.
WAARSCHUWING Gebruik het voertuig alleen volgens de voorschriften. Houd rekening met deplaatselijke omstandigheden en let bij het uitvoeren van werkzaamheden op andere personen en met name kinderen. Personen met verminderde fysieke, sensorische of geestelijkke capacititeiten of een gebrek aan ervaring en kennis mogen het voertuig alleen onder begeleiding gebruiken of wanner ze in het veilige gebruik van het apparaat worden getraind en de hieruit voortvloeijende bevaren begrijpen. Alleen Personen die in de omgang met het voertuig zichin geinstrueerd of hebben bewezen dat ze het apparaat correct bedieren en uitdukkelijk de opdracht hebben dit apparaat te gebruiken, mogen het voertuig gebruiken. Kinderen mogen het voertuig Niet gebruiken. Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze Niet met het voertuig spelen.
VOORZICHTIG · Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw verilgheid.Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit.
Veiligheidsinstructies voor het rijden
GEVAAR · Kantelgevaar bij te grote hellingen! Neem bij het rijden op hellingen de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. · Kantelgevaar bij te grote zijdelingse helling! Neem bij het rijden dwars op de rijrichting de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. · Kantelgevaar bij instabiele ondergrond! Gebruik het voertuig uitsluitend op verharde ondergrond.
WAARSCHUWING - Gevaar voor ongevallen door Niet aan-gepaste snelheid. Rijd langzaam in bochten. - De lijst met aanwijzingen m.b.t. het kantelgevaar maakt geen aanspraak op volledigheid.
VOORZICHTIG • Bestuurderscabines zijn van ventilatiesleuven of luchtuitlaatopeningen voorzien. Houd deze beslist vrij om voldoende ventilatie te waarborgen.
LET OP
Zorg voor vrij zich op de openbare weg voór gebruik (bijv. mistrijke voorruiten, spiegelts etc.).
Veiligheidsinstructies dieselmotoren
GEVAAR · Dieselmotor: Gebruik voertuigen met dieselmotor nooit in besloten ruimtes. · Gevaar voor vergiftiging: Uitlaatgassen Niet inademen. · Sluit de openingsoor uitlaatgassen nooit af. · Buig Niet over de opening voor uitlaatgassen heen. Raak de uitlaatgasopening Niet aan. · Blijf beslilstui de buurt van de aandrijving. Houd rekening met de nalooptijd van de motor bij het afzetten (3-4 seconden).
Veiligheidsinstructies voor het transport
WAARSCHUWING
- Houd rekening met het gewicht van het voertuig om oncegallen en letsel te voorkomen; zie hoofdstuk Technische gegevens.
- Houd rekening met de voertuighoogte bij het transport op een aanhanger of vrachtwagen en beevilig het voertuig; zie hoofstuk Technische gegevens.
Veiligheidsinstructies m.b.t. het onderhoud
- Zet de motor af en trek de sleutel uit het contact voor reiniging en onderhoud van het voertuig, het verrangen van onderdelen of het omzetten op een andere functie.
- Laat reparations alleen uitvoeren door erkende servicestations of specialisten voor dit gebied die bekend zijn met alle relevante verilgheidsvoorschriften.
- Houd u aan de veiligheidskeuringen volgens de lokaal geldende voorschriften voor mobiele, industrieel gebruekte voertui-gen.
- Reinig knikscharnier, banden, koelribben, hydrauliekslangen en -ventielen, afdichtingen en elektrische en elektronische componenten nicht met een hogedrukreiniger.
Aanvullende veiligheidsinstructies voor het gebruik
Instructie
De informatatie in dit hoofdstuk vindt u ook in een bijlage dat altijd bij het voertuig要去en bewaard.
Algemeen
Het voertuig beschikt over een hydrostatische rijandrijving en knikbesturing. Hierdoor is het rijgedrag anders dan dat van een gewone auto.
WAARSCHUWING
Kantelgevaar
Let erop dat het rijgedrag van een voertuig met knikbesturing aanzienlijk anders is dan dat van een gewone auto.
Rijd gelijkmatig en met aangepaste snugelheid door bochten. Dit geldt in het bijzonder voor wonneer u bergop/bergaf rijdt en bij het zijwaarts rijden op hellingen.
Houd rekening met de verplaatsing van het zwaartepunt afhankelijk van de opbouweenheden.
Pas de rijsnelheid bij hetrechtdoordrijden en het rijden in bochten aan de omgevingsomstandigheden aan, bijv. aan de gesteldheid van hetwegdek en de beladingstoestand.
Let op de ontkoppeling van voor- en awhile door het centra-le pendelscharnier.
Remgedrag
Het loslaten van het rijpediaal zorgt voor een actieve vertraging. Anders dan bij een gewone auto, waar bij alleen de motorrem worden geactiveerd.
LET OP
In de große rijstand is de remvertraging bij het loslaten van het rijpediaal duidelijk geringer dan in dekleine rijstand. In de transportmodus is de remvertraging door loslaten van het rijpediaal duidelijkgeringer dan in de werkmodus.
Draaibewegingen
Voertuigen met knikbesturing reageren vooral bij het snel rijden in bochten op sneeuw, ijs, natheid door regen, losse ondergrund en bij omkeermanoeuvres op een helling, director op sturbewegingen dat dit bij personenauto's het geval is. Vermijd snel op elkaar volgende stuurbewegingen.
Zwaartepunt / pendelbewegingen
Opbouweenheden achteraan en beladingstoestanden beinvloeden de positie van het zwaartepunt van het voertuig en daarmee het rijgedrag. Stel u vooral na het verrangen van opbouweenheden en bij veranderlijke beladingstoestanden op een verandererd rijgedrag in. De limieten konnen eerder worden bereikt.
Om een hoge terreingeschiktheid te bereiken, beschikt het voertuig over een centraal pendelgewricht. Dit zorgt ervoor dat beiden voertuighelften dwars op de rijrichting onafhankelijk van elkaar hunnen bewegen.
Door deze bijzonderheid krijgt de bestuurder geen snelle reactie van dechterste voertuighelft. Houd waarom tijdens het rijden de voertuigbewegingen van dechterzijde via de spiegelis in het oog.
Veiligheidsaanwijzingen voor veegmachines met hoge leegsysteme
GEVAAR · Gevaar voor letsel op veegmachines met hoge leegsystemeem! Beveilig voor alle werkzaamheden de geheven vuilcontainer. Breng de beveiliging alleen van buiten de bevarenzone aan.
Symbolen op het voertuig
Instructie
Symbolen onmiddelijk verwangen als ze onleesbaar worden of verloren raken.

GEVAAR
Verbrandingsgevaar door hare oppervlakken
Laat het voertuig afkoelen voordat u eraan werkt.

△GEVAAR
Verbrandingsgevaar door hete uitlaat
Raak de uitlaat nicht aan.
Laat de uitlaat afkoelen voordat u eraan werkt.

GEVAAR
Kantelgevaar
Rijd alleen over terrein wonneer de dwarshelling nicht.
meer is dan 10^

GEVAAR
Gevaar voor letsel doorwegspattende voorwerpen
Houd voldoende afstand van personen, dieren en voorwerpen.

△WAARSCHUWING
Gevaar voor letse!
Gevaar voor beknelling en afknelling aan riemen, zijbezems, vuilreservoir, kap.

GEVAAR
Gevaar voor beknelling
Let erop dat zich tijdens het werk geen personen in debuurt van het knikscharnier of het voertuig bevinden.
Let er bij het gebruik van het voertuig als trekker op dat zichijdens het werk geen personen:tussen voertuig en aanhanger bevinden.

△GEVAAR
Gevaar voor letsel door roterende onderdelen
Materiele schade door verkeerd transport.
Breng bij het transport altijd de transportebeveiliging op het knikscharnier aan.

WAARSCHUWING
Gezondheidsrisico door giftige uitaatgassen
Adem geen uitlaatgassen in.

GEVAAR
Gevaar voor letsel door onbevoed gebruik
Trek de contactsleutel uit het contact ter beveiliging tegen onbevoed gebruik en voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden.

LET OP
Materièle schade bij reiniging en onderhoud
Parkeer voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden het voertuig op een vlakke, vaste ondergrond.

△GEVAAR
Gevaar voor letsel door Niet voorziene zitplaats
Neem plaats op de bestuurdersstoel.

△GEVAAR
Gevaar voor letsel door overrijden
Tijdens het gebruik月至en zich geen personen in de buurt van het voertuig ophonden.

△GEVAAR
Gevaar voor stoten, gevaar voor beknelling
Ondersteun bij het transport of werkzaamheden onder hangende last met geschikte middelen.

△GEVAAR
Kantelgevaar
Leeg de vuilcontainer alleen wonneer het voertuig op een vlakke, vaste ondergrond staat.

△GEVAAR
Brandgevaar
Veeg geen brandende of gloeende voorwerpen, zoals bijv. sigaretten, lucifers of dergelijkke.

△GEVAAR
Gevaar voor beknelling
Houd de handen uit de buurt van dit bereik.

Hoofdschakelaar (accuscheidingsschakelaar)

Smeerpunt

Smeerlijst

Vastsjorpunt

Kwaliteit van de remvloeestof en positie waarop remvloeestof kan worden gezuld
Positie van het reservoir voor remvloeistof

Opnamepunt voor krik of een steun
Main fuse 70A

Positie van de hoofdzekering

Nooduitgang

Gebruiksanawijzing lezen

Veiligheidshandschoenen dragen
| △WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door hogedrukstraal Richt de hogedrukstraal Niet op Personen, dieren, ac- tieve elektrische uitrusting of op het apparaat zich. Beschem de hogedrukreiniger gegen vorst. | |
| △GEVAAR Verwondingsgevaar door roterende bezem Zorg ervoor dat zich niemand in de buurt van de ge- varenzone bevindt. | |
| LET OP Verwondingsgevaar door wegollen van de ma- chine Trek de parkeerrem algtd aan als u de machine pa- keert. | |
| △GEVAAR Betreden verboden Kantel het vuilreservoir alleen, als zich niemand in de gevarenzone bevindt. | |
| △GEVAAR Kantelen verboden Demonteer de veegopbouw alleen in bedrifsstand. | |
| STOP | LET OP Machine rijdt alleen bij ingeschoven vuilreservoir. |
| LET OP Betreden verboden Klim nicht op de machine. | |
| △WAARSCHUWING Gevaar voor letsel Kantel het vuilreservoir alleen op een effen onder- grond. |
Instructie
Vervang onleesbare of losgeraakte symbolen onmiddelijk.


Veiligheidsinrichtingen
Veiligheidsinrichtingen dieren voor de beschemming van de gebruiker en mogen Niet buiten werkig worden gesteld en de functies ervan mogen Niet worden omzeild.
Neem de veilligheidsinstructies in de hoofdstukken in acht!
Hoofdschakelaar
De hoofdschakelaar onderbreekt de elektrische voedingsdraad maar de startmotor.
Koppel op een stilgezet voertuig de accu altijd los (stand accu losgekoppeld).
Startblokkering
Voorwaarden voor het starten van de motor:
- De hoofdschakelaar ingeschakeld(stand accu verbonden)
- De bestuurder zit in de bestuurdersstoel
Stoelcontactschakelaar
- Kan met het voertuig Niet gereden worden.
- Kan de PTO voor Niet ingeschakeld worden of schakelt UIT.
Parkeerrem
De parkeerrem heeft hydraulische druk nodig om te loseen. Bij een afgezette motor is de parkeerremaarom aangetrokken.
Bij draaiende motor en de rijrichtingshendel in de stand NEUTRAAL is de parkeerrem eveneens aangetrokken.
Instructie
Het waarschuwingslampje in de multifunctionele indicatie "Parkeerrem aangetrokken" brandt bij een aangetrokken parkeerrem.
Bestuurderscabine
De bestuurdcr wordt beschermd gegen blikseminslag in de bestuurderscabine.
De bestuurderscabine heeft een kantelbeveiligingsstructuur (ROPS), die omkanten na kantelen voorkomt.
De bestuurderscabine heeft geen beschemende structuur voor vallende voorwerpen (FOPS).
De bestuurderscabine heeft geen bescherming gegen binnendringende objcten (OPS).
Gebruik altijd de veiligheidsgordel.
Batterijen / oplaadapparaten
LET OP
Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen batterijen en oplaadapparaten
Vervang de batterijen alleen door batterijen van hetzelfde type! Verwijder de batterij voordat u het voertuig afvoert en voer het voertuig af met inachtneming van de landspecifieke enplaatselijke voorschriften.
Symbolen waarschuwingsinstructies
Neem bij de omgang met batterijen volgende waarschuwingsinstrumenties inRCT:
| Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de batterij en op de batterij alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen. | |
| Oogbescherming dragen. | |
| Kinderenuit de buurt van zuur en batterij houden. | |
| Explosiegevaar | |
| Vuur, vonden, openlicht en roken verboden. | |
| Verbrandingsgevaar | |
| Eerste hulp. | |
| Waarschuwing | |
| Afvalverwijdering | |
| Batterij Niet in de vuilnisbak gooien. |
Veiligheidsinstructies
△GEVAAR
Brand- en exposiegevaar
Leg geen gereedschap of andere voorwerpen op de batterij. Vermijd absoluut roken en open vuur.
Zorg bij het laden van batterijen in ruimtes voor een goede ventilatie.
Gebruik uitsluitend door Kärcher vrijgeven batterijen en oplaadapparaten (originele reserveonderdelen).
WAARSCHUWING
Milieugevaar door ondeskundige verwijdering van de batterij
Voer defecte of opgebruekte batterijen op een veilige manier af (neem eventueel contact op met een afvalverwijderingsfirma of met de Karcher-service).
Maatregelen voor onbedoeld vrijkomen van zwavelzuur.
Bij reglementair gebruik en wanner de gebruiksaanwijzing worden opgevolgd vormen loodbatterijen geen gevaar.
Houd erECHTER rekening mee dat loodbatterijen zwavelzuur bevatten dat ernstig letsel kan veroorzaken.
- Gemorst zwavelzuur of zwavelzuur dat uit een lekkende batterij treedt met absorptiemiddel opvangen, bijv. zand. Niet in de riolering, de bodem of de wateren latenterechtkomen.
- Zuur neutraliseren met kalk/natriumcarbonaat en volgens de plaatselijke voorschriften afvoeren.
- Neem contact op met een afvalverwerkingsbedrijf voor de afvoer van defecte batterijen.
- Zuurspatten in het oog of op de huid met veel helder water uit-resp. afspoelen.
- Daarna onmiddellijiek een arts raadplegen.
- Vervuilde kleding met water uitwassen.
- Kleding vervangen.
Machineverzicht
Aanzicht zijkant van voren (bijrijderszijde)

Veegsystem Linker zijbezem
2Veegsysteme Rechter zijbezem
3Hydraulische aansluiting linksvoor 4Hydraulische aansluiting rechtsvoor
⑤Rijlicht/knipperlicht
(6)Rijlicht/knipperlicht
7Ruitenwisser
aWerkverlichting
^ 念 Kentekenplaathouder
10 Werkverlichting
① Achteruitkijkspiegel
(12)Bijrijdersdeur, afluitbaar
(1) Vuilreservoir
14Tankslot
15Linker lijbekleding
16 Achterwiel
Voorwiel
Aanzicht met vuilreservoir op steunen

Zwaaalicht
(2)Vulilreservoir
(3)Afvalrooster/diffusor
(4)Radiateurbeschemrooster
(5) Achterlicht/knipperlicht
(6)Hoofdschakelaar
7Aftakas hydraulische aansluiting acheer, rechts 40l/min
Achterste steun voor vuilreservoir
Aanhangerkoppeling (optie)
10 Achterste steun voor vuilreservoir
Aftakas terugloop 40l/min
12 Achterlicht/knipperlicht
Aanbouwframe met kipfunctie
(4)Zijdelingse steun voor vuilreservoir (2x)
(5)Stofffilter bestuurderscabine
(16)Bestuurderscabine
17Kentekenplaathouder

Aanzicht met opgetild vuilreservoir (bestuurderszijde)
1Vuilreservoir opgetild
②Opbergvak handzuigslang
③Zuigslang
(4)Stofffilter bestuurderscabine
⑤ Achteruitkijspiegel
⑥ Sproeier zijbezem
⑦Zijbezem
Bestuurderscabine, afsluitbaan
⑨ Afdekking voorste zijbekleding
Transportbeveiliging knikgewricht
① Watersystem
⑫ Slang recyclingwater
(13)Rechter zichbekleding
14Hydraulische aansluiting acheer
15 Hydraulische slangaansluiting voor vuilreservoir optillen/neer-laten
Hydraulische aansluitingen
Begripsdefinitie hydraulische PTO
Power Take Off = hydraulische krachtaftgifte
Begripsdefinitie AUX
Aansluitingen voorzijde (lineaire hydrauliek)

Aansluitingen rechts
①Terugloop aftakas
②Zijbezems inzwenken
③Zijbebems uitzwenken
④ Extra functie (optie)
⑤ Extra functie (optie)
6Lekolie
7Extra functie(frontkrachttiller)

Aansluitingen links
1Zuigmond/frontkrachttiller
② Rechter en linker bezemarmSAMen optillen
③Zijbezems inzwenken
④Zijbezems uitzwenken
(5)Hydraulische PTO (80 l/min)
⑥ Hydraulische PTO (40 l/min)
Aansluitingen acheter
Aansluitingen rechts

(1)Hydraulische aansluiting AUX, optillen/neerlaten
(2)Hydraulische PTO (40 l/min)
Aansluitingen links

(1)Hydraulische aansluiting AUX, optillen/neerlaten
(2)Retour (40 l/min)
Elektrische aansluitingen
Begripsdefinitie elektrische PTO
Power Take Off = elektrische energia-afgiffe
Elektrische aansluitingen frontaanbouwapparaat

①Herkenning aanbouwapparaat
Elektrische aansluitingen achteraanbouwapparaat

Herkenning aanbouwapparaat
21-polige aansluiting voor achteraanbouwapparaat
Wateraansluitingen
Sproeiwateraansluitingen
Aansluitingen rechts

Sproeiwater lijbezems rechts
Aansluitingen links

Sproeiwater lijbezems links
② Sproeiwater zuigmond
Hoofdschakelaar

(1)Hoofdschakelaar
②Accu gescheiden
③Accu verbonden
De hoofdschakelaar onderbreekt de elektrische toevoerleiding maar de startermotor.
Wordt bij een draaiende motor de hoofdschakelaar bediend (accu geschienen), dan gaat de motoruit.
Scheid de accu altijd bij een afgezet voertuig.
Noodbediening
Het hydraulische ventiel voor de nooodbediening bevindt zich achter de bestuurderscabine, onder een afdekking.
Een desbetreffende beschrijving staat in het hoofdstuk Hulp bij storingen.
Het hydraulische ventiel is nodig als:
- het vuilreservoir/aanbouwframe Niet kan worden opgetild omdat het hydraulische system van het apparaat is uitgevallen. Bijvoorbeeld is de motor uitgevallen.
- de frontkrachttiller/zuigmond nicht kan worden opgetild,ondat het hydraulische systeme van het apparaat is uitgevallen. Bij-. Voorbeeld is de motor uitgevallen.
- de veeraccumulator van de parkeerrem Niet kan worden gelost, bijv. voor hetwegslepen van het voertuig.
Omschakeling vuilreservoir / aanbouwframe
Al naargelang de versie van het voertuig zich er verschillende uitvoeringen van de schakelhefboom.


Omschakelventiel in stand vuilreservoir
(2)Omschakelventiel in standaanbouwframe
Met het omschakelventiel kan het hydraulische systemtussen het vuilreservoir en het aanbouwframe worden omgeschakeld.
Instructie
Vuilreservoir een aanbouwframe worden elektronisch bewaakt.
Beide functies können nicht tegelijk worden bediend.
Bestuurderscabine
Deuren

Schuifvenster
(2) Contactsleutel
③Deuropener
De bestuurdersdeur bevindt zich in rijrichting links, de nooduitgang rechts.
De deuropener en de deurgrepen binnen können als in- en uitstaphulp worden gezruikt.
Sluit beiden deuren na het parkeren van het voertuig met de contactseutel af.
Opbergvak
Onder de bijrijdersstoel is er een afsluitbaar opbergvak. Daarin kuren documenten, gebruiksaanwijzing, diverse keine onder-delen of het sleepoog worden ondergebracht.

Bijrijdersstoel
Slot
③Opbergvak
Nooduitgang

①Deuropener
De noodlesitgang bevindt zich in rijrichting links. De noodlesitgang worden geopend door aan de deuropener te trekken.

①Noodhamer
De noodhamer bevindt zich linksboven, ache ter de bijrijdersstoel.
Sla in geval van nood de ruiten met de noodhamer in.
Binnenverlichting

① Links gedrukt: Verlichting ingeschakeld
(2) Middenpositie: De verlichting worden met het openen van een deur ingeschakeld
③ Rechts gedrukt: Verlichting uitgeschakeld
Bedieningsconsole armleuning
De bedieningsconsole bevindt zich op de linker armleuning van de bestuurdersstoel. De armleuning kan individuele op de bestuurdere worden ingesteld; zie hoofdstuk.
Op voertuigen voor links rijden (optioneel), bijvoorbeeld voor UK, bevindt zich de bedieningsconsole op de rechtter armleuning van de bestuurdersstoel.
Indeling apparaathouder
Instructie
De indications in de schakelaars branden als ze+zijn ingeschakeld.

Joystick frontkrachttiller
- Frontkrachttiller optilen en front-PTO uiit (terug)
- Frontkrachttiller optilen en front-PTO aan (voor)
-AUX 1 bedienen (rechts / links)
-Zwevende stand frontkrachttiller inschakelen (voor)
-Zwevende stand frontkrachttiller uitschakelen (terug)
②Jovstick AUX 2 en AUX 3
-AUX 2 bedieren (voor / terug)
-AUX 3 bedienen (links)
3Geen functie
④ Hydraulisch system aan/uit
5Elektrische AUX 1 voor
6 Elektrische AUX 2 voor
7Elektrische AUX 1 achter
Aftakas achterzijde 40 l/min
9 Functie ECO schakelt het volledige werkprogramma in en selecteert waar bij de LAST gebruikte waarden en instellenen.
10Elektrische AUX 2 voor
(A) Aftakas voorzijde 40 l/min, 80 l/min
(B) Aftakas awhilezije 40 l/min
(C) Toets voor het instellen van het motortoerental
(D) Geen functie
(E) Geen functie
(F) Toets indrukken om ingestelde waarden of programma's op te sloan en submenu's te openen.
(G) Draaiknop voor het wijzigen van waarden en selecteren van programme's.
Indeling zuigveegmachine met 2-bezemsystem
Instructie
De indications in de schakelaars branden als ze+zijn ingeschakeld.

① Veegsystemeem neerlaten/optillen en bezem inschakelen/uitschakelen
② Rechter zichbezem neerlaten/optillen en inschakelen/uitschakelen (optioneel)
③Zuigmond optillen/neerlaten
Hydraulisch systemaan/uit
(5)Aanbouwapparaat 3e zijbebem (optioneel)
(6) Hellingsverstelling 3e zijbezem(optioneel)
(7) Watercirculatiefunctie aan/uit (recyclingwater)
Zuigventilator aan/uit Instructie
Zuigventilator heeft na het uitschakelen ca. 15 seconden naloop-tijd
Functie ECO Schakelt het volledige werkprogramma in.
PTO (zijbezem, zuigventilator), vers water, watercirculatie (recyclingwater)
Waterpompaaan/uit
(A) Knop linker en rechter lijbezemtoerental Bij individuel opheffen (optie) toets linker toerental lijbe-zems
(B) Bij individuel opheffen (optie) toetsrechtter toerental zijbe- zems
(C) Motortoerental voor het instellen van de waarden indrukken Instructie Van het ingestelde motortoerental is de zuige hankelijk.
1600 1/min licht veeggoed
2200 1/min normale verontreiniging
2500 1/min sterke, zware verontreiniging
(D) Bij individuel optillen (optie), toets aanpersdruk rechtzer zichbezems
(E) Knop, aanpersdruk linker en rechter zijbezem Bij individuel optillen (optie), toets aanpersdruk linker zijbezems
(F) Geheugenknop indrukken om de ingestelde waarden of programma's op te slaan
(G) Draaiknop indrukken om de ingestelde waarden te wijzigelen
Interieurfilter

1Schroeven
②Afdekking
③ Grove filter
④ Fijnfilter filterklasse F8 (optie)
De verse lucht worden aan de zijkant aan de bestuurderscabine door een stofffilter of een fijnstofffilter aangezogen.
Circulateluchtmodus

(1)Temperatuurregelaar voor verwarming
②Regelaar airconditioning (optie)
③Regelaar voor aanjager
De functie circulatieluchtmodus zorgt bij een ingeschakelde air-conditioning of een ingeschakelde aanjager voor het sneller vrij worden van de voorruit. Ook kan hiermee de cabinetlucht sneller worden opgewarmed. Bruikbaar ook bij slechte geurtjes van buiten.

Hendel voor circulatieluchtmodus
②Ventilatieopeningen
Hendel voor circulatieluchtmodus maar voren trekken.
LET OP
Gebruik deze functie slechts beperkke tijd,ondat bij deze instelling geen luchtuitwisseling van buitenplaatsvindt.
Bedieningselementen vuilreservoir
De schakelaar voor het leegmaken van het vuilreservoir bevindt zich naast de bestuurdersstoel.

1Extra contactdoos 12V
②Vuilreservoir/aanbouwframe optillen
(3)Vilreservoir/aanbouwframe neerlaten
Doseerknop - spreoen linker lijbezems
(2)Doseerknop - spreoen rechter zijbezems
Doseerknop - spreoen zuigmond
1. Waterpomp inschakelen (bedieningsconsole).
2. Aan betreffende doseerknop draaien.
Instructie
De hoeveelheid spreoiwater verhoogt bij het maar links draaien.
Bij het waar rechts draaien verminder teze.
Schakelaars

① Schakelaaroodknipperlichten
(2) Schakelaar verlichting
Stand 0: Rijlicht uit (onderaan ingedrukt)
Stand 1: Parkeerlicht aan (middelste stand)
Stand 2: Rijlicht aan (bovenaan ingedrukt)
③ Schakelaar werkverlichting
(4) Schakelaar mistachterlicht (optie)
⑤ Schakelaar werkschijnwerper voor
Schakelaar zwaailicht
(7) Schakelaar verwarmbare buitenspiegels (optie)
De verwarming schakelt opnieuw automatisch uit
8 Schakelaar verwarmbare voorruit
De verwarming schakelt opniew automatisch uit
Schakelaar stoelverwarming
Instructie
De individatie in de schakelaar brandt als deze is ingeschakeld.
Contactslot

Het contactslot bevindt zich onder de rijrichtingshendel.
Stuurwielconsole

Stuurwiel
②Rijrichtingshendel
③Display met functietoetsen
4Multischakelaar
Display
Functie-/insteltoetsen
Volgende individatie worden na het inschakenen van het contact op het display weergegeven.

(1) Functietaetsen
②Display-indicatie in de start-/transportmodus
Insteltoetsen
Door drukken op de desbeteffende functietoets verandert de weergave op het display. Door opnieuw indrukken of indrukken van de 'Home' knop navigeert u terug.
Wijzigen van instelwaarden worden UITgevoerd met de instelknuppen.
Functietoetsen
F1 Hier kan informatie, zoals de gebruiksaanwijzing van het voertuig, zich opgeslagen In de werkmodus: Hogedrukreiniger inschakelen (optie)
F2 Weergave van datum en tijd
F3 Instellingen
F4 Stoelcontactschakelaar overbruggen, zie hoofdstuk Gebruik met overbrugde stoelcontactschakelaar
F5 Waarschuwingssignaal voorchteruitrijden aan/uit
F6 Achteruittrijjcamera aan/uit
F7 Zujigmondcamera aan/uit
F8 Tempomaat set
F9 Tempomaat resume
F10 Servicemenu
Insteltoetsen

Toets + springt binnen een instelbewerking een veld maar boven

Toets - springt binnen een instelbewerkingeen veld maar anderen

"Home"-toets Gaataar het "home" beeldschem van de betreffende modus (transport/werk)

Esc-toets springt binnen een instelbewerkingeen stap terug
Insteltoetsen

"Return"-toets sluit een instelbewerking af
play-indications in de start-/transportmodus
In de start-/transportmodus worden volgendeindicaties op het display weergegeven.

① Motortoerental
2Rijsnelheid
③ Symbool haas (indicatie bij modus snel)
④ Symbool schildpad (indicatie bij modus langzaam)
(5) Symbool motorbedrijfsuren
6 Bedrijfsurenteller
Symbolen werkuren (geen functie)
Werkurenteller
9Kilometerstand
10Datum en tijd
⑪Rijrichting achteruit
② Rijrichting vooruit
Gloeispiraalsymbool voorgloeien
(14) Koelvloeistoftemperatuur motor
15Waarschuwingslampje laadcontrole accu
Waarschuwingslampje motoroliedruk
(17)Waarschuwingslampje parkeerrem geactiveerd
18Tankindication
Symbolen op het display
Volgende symbolen en waarschuwingen können op het display worden weergegeven.
| 002 | Parkeerlicht |
| 00 | Rijlicht |
| 00 | Grootlicht |
| 00 | Mistlamp |
| 00 | Storing hydraulische oliefilter |
| Voorgloeien actief |
| Waarschuwing batterijlaadstand |
| Storing |
| Waarschuwing peil hydraulische olie |
| Waarschuwing brandstofvulpeil |
| Zweefstand in positie 1 |
| Zweefstand in positie 2 |
| Zweefstand in positie 1 en 2 |
| Rijrichtingsindicatie |
| Regeneratieproces uitvoeren |
| Storing luchtfilter motor |
| Kritieke storing, motor uitschakelen |
| Zuigmond onderaan |
| Storing stoecontactschakelaar |
| Waarschuwing koelvloeistoftemperatuur motor |
| Parkeerrem actief |
| Knipperlicht controlelampje voor achterverlichting |
| Waarschuwing motoroliedruk | |
| Waarschuwing temperatuur hydraulische olie te hoog | |
| Regeneratie nicht möglichk | |
| Uitlaattemperatuur hoog | |
| Motor afzetten | |
| Storing motor | |
| Service vereist |
Indicaties in de werkmodus
Wordt waar de werkmodus overgeschakeld (PTO), dan worden vol-gendeindicatie op het display weergegeven.

1 Functietoetsen
②Display-indicatie in de werkmodus
③Insteltoetsen
De functie- en insteltoetsen werden in het vorige hoofdstuk beschreiben.
Display-indicaties in de werkmodus
Wordt waar de werkmodus overgeschakeld (PTO), dan wordt vol-gendeindicatie op het display weergegeven.

1Motortoerental
② Aansturing aandrijving van het aanbouwapparaat vooraan in %
③ Symbool schldpad (indicatie bij modus snel)
(4) Symbool slak (indicatie bij modus langzaam)
(S)Symbol motorbedrijfsuren
Bedrijfsurenteller
Symbolen werkuren (geen functie)
8Werkurenteller
(Werksnelheid)
Kilometerstand
(1)Datum enijd
②Rijrichting achteruit
③Rijrichting vooruit
Aansturing aandrijving van het aanbouwapparaat achteraan in %
⑤Gloeispiraalsymbool voorgloeien
16Koelvloeistoftemperatuur motor
(7)Waarschuwingslampie je laadcontrole accu
Waarschuwingslampje motoroliedruk
19Waarschuwingslampje parkeerrem geactiveerd
2oTemperatuur hydraulische olie
Tankindication
Hydraulisch systeme drukloos maken (drukontlasting)
Het hydraulische systeme moet drukloos worden gemaakt vooraleer de hydraulische slangen van de hydraulische aansluitingen worden gezeseiden.
- Signaalstekker voor herkenning aanbouwapparaat (vooraan) uittrekken.
- Contact inschakelen (motor nicht starten).
- Werkhydrauliek aftakas inschakelen (aan bedieningsconsoles van de armleuning).
- Op het display de functietoets F 10 indrukken.
- Functietoets F 6 indrukken.
Hydraulisch systeme achterzijde is drukloos
- Functietoets F1 indrukken.
Hydraulisch system voorzijde is drukloos - Hydraulische slang loskoppelen.
- Aanbouwapparaat demonteren.
Instructie
De montage gebeurt in omgekeerde volgorde.

Multischakelaar
- Claxonneren: knop op de voorijde indrukken
- Knipperen maar rechts: hendelঀ voren
Knipperenaarlinks:hendelnaarachteren
Grootlicht: hendel bij ingeschakeld dimlichtaar onderendrukken - Lichtsignaal: aan hendel trekken en loslaten
Ring draaien: ruitenwissers inschakelen vooruit draaien - interval blijserui draaien - 1e niveau Permanent wissen, verder draaien voor 2eiveau
Ring indrukken: Wissen met poetswater
Rijrichtingsschakelaar
Met de rijrichtingsschakelaar de rijrichting selecteren.

①Rijrichtingsschakelaar
Met de rijrichtingsschakelaar hunnen volgende functies worden geselecteerd, de gekozen programma's worden op het display weergegeven.
Neutrale stand
Rijrichtingschakelaar zit in het midden
Rijrichting vooruit
Rijrichtingschakelaar maar boven enaar voren drukken
Rijrichting achteruit
Rijrichtingschakelaar maar boven enaar achteren trekken
- Omschakeling rijprogramma snel (haas) en rijprogramma langzaam (schildpad)
Rijrichtingschakelaar in asrichting drukken (rijrichtingschakelaar要去hich hierbij inneutral bevinden).
Pedalen

Trijpedaal
(2)Rempedaal
③ Pedaal bezemaanpersdruk/bezemtoerental
Rijpedaal
LET OP
Bij het losaten van het rijpediaal worden de snelheid abrupt ver
traagd, anders dan op een personenauto
In de hogere versnelling is de remvertraging bij het losaten van
het rijpediaal beduidend minder dan in de lagere versnelling.
In de transportmodus is de remvertraging bij het losaten van het
rijpediaal beduidend minder dan in de werkmodus.
Wordt het rijpediaal ingetrapt dan worden het motortoerental hoger.
Het rijpediaal is geveerd. Als men het rijpediaal LAST opkomen
wordt het motortoerental lager.
Wordt het rijpediaal losgelaten dan vertraagt resp. stopt de hy
drostatische aandrijving het voertuig.
Rempedaal
Het rempedaal activeer het remsysteme van de voorwielen.
Parkeerrem
Parkeerrem voor het beveiligigen van het geparkeerde voertuig.
Instructie
Wanner op het display het waarschuwingslampje "parkeerrem actief" brandt, is de parkeerrem aangetrokken.
Zuigveegmachine

①Veeginrichting
(2)Zuigmond
(3)Vuilreservoir
De opbouw van de zuigveegmachine bestaat uit vuilreservoir, veeginrichting en zuigmond.
Accessoires en opties
Er mogen alleen accessoires, onderdelen en aanbouwsets worden gebruikt die door de fabrikant zich goedgekeurd. Om risico's te vermijden mogen reparations en de inbouv van onderdelen alleen door de geauthoriseerde servicedienst worden uitgevoerd. Informatie over accessoires en onderdelen vindt u onder www.kaercher.nl.
De volgende accessoires en opties können bovendien worden aangeschäft en op de machine worden aangebracht.
Watercirculationsystem / recyclingwerk

Zuigmond
②Recyclingwaterslang
③Zuigslang
4Vulilcontainer
In de recyclingsmodus wordt de zuigslang door water dat in de vuilcontainer wordt gemuld, continu gereinigd.
Het water wordt door een pijpfilter in de vuilcontainer gefilterd en via een ventiel door de recyclingswaterslangaar de zuigmond geleid.
In de zuigmond wordt dit recyclingswater direct aangezogen endoor de zuigslang terug in de vuilcontainer gezogen.
De zuigslang wordt waar bij continu gereinigd.
Aanbouwset handzuigslang

①Aanbouwset handzuislang
Aanbouwset hagedrukreiniger, bezem en vuilkrasser

Bij montage achefteraf moeten de houders worden aangebrachte en voor bezems en schopsteel uitsparingen aan de bekleding.

Aanbouwset herhaallichten
Aanbouwset herhaallichten
Deze worden via een afzonderlijke schakelaar in de dakconsole ingeschakeld.
②Rijlicht/knipperlicht

Zuigmondcamera
De zuigmondcamera is aan de zuigmond van het veegsysteme bevestigd.
Achteruitrijcamera

De weiteruitrijcamera bevindt zich aan de achterkant van het voertuig.
△WAARSCHUWING
Dechteruitrijcamera is geen verranging voor de oplettendheid voor de omgeving
Let bij het achteruitrijden alotijd op de omgeving.
Er mogen zich geen Personen, dieren of voorwerpen binnen het rangeergegebied bevinden.

Radio
De radio is optioneel verkrijgbaar en bevindt zich in de plafondconsole.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van de fabrikant voor de bediening.
Gebruik met overbrugde stoelcontactschakelaar
Om het hydraulische werksysteme (PTO) ook bij ontlaste stoecontactschakelaar te konnen gebruiken, kan de stoelcontactschakelaar worden overbrugd.
Zo kan bijvoorbeeld de handzuigslang of de hogedrukreiniger worden gebruikt, zonder dat een persoon op de stoel zit.
Deze functie is alleen in de werkmodus möglichk, zie hoofdstuk Stoelcontactschakelaar overbruggen.

Stoelcontactschakelaar overbruggen

- Parkeerrem bedieren.
- Functietoets F4 indrukken.
Instructie
Op het display verschijnt het waarschuwingssymbol "stoelcontactschakelaar overbrugd".
- Functietoets F4 opniew indrukken om de functie op te heffen. De stoelcontactschakelaar is nu overbrugd, de PTO blijft darüber verder actief.
Inbedrijfstelling
△VOORZICHTG
De handleiding van de aanbouwapparatuur lezen.
Bij gebruik van aanbouwapparatuur of getrokken machines en aanhangers voor de inbedrijfstelling de betreffende handleidingen lezen en opvolgen.
Neem de toegestane belastingen in acht, die hoofdstuk Technische gegevens.
Transportbeveiliging op het knikscharnier loshalen

① Pen met borgsplitpen
②Transportbeveiliging
③Opbergen transportbeveiliging
1. Borgsplitsppennen eruit trekken.
2. Beide pennen eruit trekken.
3. Transportbeveiliging in de opbergplaats schuiven.
4. Pennen erin steken.
5. Pennen met borgsplitsben borgen.
Hoofdschakelaar inschaken

(1)Hoofdschakelaar
2Accu gescheiden
3Accu verbonden
- Hoofdschakelaar op stand "Accu verbonden" zetten.
Veiligheidscontrole voor de start
△GEVAAR
Gevaar voor ongevallen en letsel door gebrekkig voertuig
Stel het voertuig Niet in bedrijf wonneer aan een punt van de verligheidscontrole Niet is voldaan enaar het voertuig repareren.
Instructie
Voer voorijdere inzet van het voertuig de aanbevolen veiligheidscontrole uit.
Veiligheidscontrole aan de apparaatdrager
Controleer voor elke start volgende punten:
- Transportbeveiliging losesen, zie hoofdstuk Transportbeveilig ing op het knikscharnier loshalen
- Hydraulische aansluitingen op netheid
- Hydraulische leidingen op lekkage
-
Hydraulisch oliepeil, zie hoofdstuk Peil hydraulische olie controeren en hydraulische olie bijvullen
-
Motoroliepeil, zie hoofdstuk
- Koelvloeistofpeil, zie hoofdstuk
- Bij vorstgevaar koelvloeistof op voldoende antivriesmiddel
- Elektrische leidingen op beschadiging
- Schroeven en moeren op vastheid
10.Voertuig, motor en radiatorrooster op beschadiging
11.Motorlichtfilter op properheid
12.Cabinestoffilter op properheid
13.Vloeistofniveau in het ruitensproeierreservoir, zie hoofdstuk
14.Bandenspanning en bandenslijtage
In het voertuig
15.Gaspedaal oplichtlopendheid
16.Is de werkhydraulica (PTO)uitgeschakeld?
17.Bij ingeschakeld contact: branden de waarschuwingslampjes voor laadcontrole en oledruk?
Motor starten en het volgende controlleren:
- gaan de waarschuwingslampjes voor de laadcontrole en oiedruk uit?
19.Functioneren temperatuurindicatie en tankindicatie?
20.Zijn verlichting, rijrichtingsindicatie en knipperinstallatie in or-de?
Veiligheidscontrole op de zuigveegmachine
Instructie
Voer deze veiligheidscontrole uit aanvullend op de veiligheids-controle van de apparaatdrager.
Controleer voor aanvang van de rit de bedrijfs- en verkeersveiligheid.
- Bevestiging van de vuilcontainer.
- Hydraulische en elektrische aansluitingen maar de apparaat drager.
- Aansluiting sproeiwater voor veegsystemen en zuigmond.
- Aansluiting voor recyclingwater maar de zuigmond (optie).
- Vulniveau sproeewater op de schoonwatertank.
- Vulniveaua recyclingwater in de vuilcontainer (optie).
- Veegsystemen en bezems op verstrikt geraakte snoeren en linden.
- Aansluitingen op het veegsystemen en de zuigmond.
- Bevestiging van het veegsysteme en de zuigmond.
Bestuurdersstoel instellen
△GEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Stel de bestuurdersstoel alleen bij een stilstaand apparaat in.

Rugleuning met verlenging
Voor de hoogteverstelling uittrekken
(2) Hellingsinstalling rugleuning
③ Horizontale verstelling - voor het verstellen hendel maar boven trekken
4Schakelaar voor compressor - bij luchtgeveerde stoel (optie)
⑤ Hoogteverstelling armleuning rechts
⑥ Hoogteverstelling armleuning links
Langsverstelling armleuning links
Bedieningsconsole armleuning
Documentenvak
Verstellinglendenwervelsteun (lordosesteun)
(1)Veiligheidsgordel
② Horizontale demping
- De linker armleuning voor de bediening van de bedieiningsconsole in helling, hoogte en positie instellen.
Hoopte-instelling met optie "luchtgeveerde stoel": - Pomp de zitting met de compressor helemaal omhoog en lah hem dan 2 - 3 cm zakken.
Instructie
De demping van de bestuurdersstoel geleurt automatisch.
Bijrijdersstoel
De bijrijdersstoel is in horizontale richting verstelbaar, om te verstellen hendel maar boven trekken.
Stuurwielpositie instellen
△GEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Stel de stuurwielpositie alleen bij stilstaand voertuig in.

① Klemhendel hoogteverstelling stuurwiel
② Hendel hellingsverstelling stuurwiel
1. Aan hendel voor de hellingsverstelling trekken, vasthouden en stuurwiel op gewenste helling instellen.
2. Hendel inschuiven.
3. Klemhendel voor de hoogte losesten en stuurwiel op de gewenste hoogte instellen.
4. Klemhendel vergrendelen.
Tanken
△GEVAAR
Explosiegevaar
Rook Niet en vermijd open vuur.
Zorg ervoor dat er geen brandstof op hete oppervlakken verecht-komt.
- Contact uitschakelen.
- Tankdop openen.
- Brandstof tanken
Uitsluitende in de handleiding vermelde brandstof mag worden gebrukt.
- Overgelopen brandstof afnemen en tankdop sluiten.
Tanken met de jerrycan
Brandstofhoeveelheid voordien inschatten om het overlopen te vermijden.
Watertank vullen

①Vulopening
Symbol voor hefboomstand "vullen"
③ Symbool voor hefboomstand "gesloten"
4 Schakelhefboom
5Niveau-indicatie
- Sluiting van de vulopening openen.
- Schakelheboom op stand "vullen".
- Watertoevoerslang aan de vulopening aanbrengen
- Watertank vullen.
Instructie
Om de terugzuiig te vermiiden, mag de waterslang voor het vullen van de watertank Niet worden ingebracht.
- Watertoevoer sluiten.
- Watertoevoerslang verwijderen.
- Sluiting van de vulopening sluiten.
- Schakelhefboom op stand "gesloten".
Watertank vullen bij watercirculationsystem/recyclingmodus (optie)
Bij het watercirculationsystem (recycling-modus) wordt het water direct in het vuilreservoir bevuld.

① Watervulaansluiting (GEKA)
②Bekleding, rechts
③Waterafvoer (vulhoogte)
1. Rechter bekleding ontgrendelen enaar buiten draaien.
2. Afsluiting van de watervulaansluiting en waterafvoer verwijden.
3. Waterslang op watervulaansluiting aansluiten
4. Vuilreservoir met water vullen (max. 100 liter) tot er water uit de geopende waterafvoer loopt.
5. Beide afsluitingen weeer aanbrengen.
6. Bekleding sluiten.
7. Recyclingmodus op bedieningsconsole inschakelen.
Werking
△GEVAAR
Gevaar voor beknelling
Let erop dat zichijdens het werk geen personen in de buurt van het knikscharnier of het voertuig bevinden.
Let er bij het gebruik van het voertuig als trekker op dat zich tijdens het werk geen personen:tussen voertuig en aanhanger bevinden.
VOORZICHTIG
Gevaar voor verbranding
Gebruik het voertuig alleen wonneer alle beplatingen zijn aangebracht.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door oververhitte hydrauliekolie of oververhitte motor
Stel bij te hoge hydrauliekolietemperatuur of bij te hoge koelmiddeltemperatuur het motortoerental op stationair (motor nicht afzeten).
Voer de maatregelen in hoofdstuk Hulp bij storingen uit.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door tekort smering
Breng bij het oplichten van het waarschuwingslampje "motoriedruk" tijdens het werk het voertuig uit de gezavenzone, schakel de motor onmiddelijk uit en verhelp de storing.
VOORZICHTIG
Verminderde stabiliteit door opbouw
Pasuwrijstijaaan.
De eerste 50/100 bedrijsuren (inlooptijd)
Rijd de eerste 100 bedrijfsuren voorzichtig en voorkom overbelasting.
- Na 50 bedrijfsuren motorolie, motoroliefilter en hydraulische oliefilter verrangen (door bevoegde klantenservice).
Parkeerrem
De parkeerrem heeft hydraulische druk nodig om te loseen. Bij een uitgeschakelde motor worden de rem automatisch bediend. Bij een draaiende motor en de rijrichtingshendel op NEUTRAAL is de parkeerrem eveneens aangetrokken.
Instructie
Het waarschuwingslampje in de multifunctionele indicate "Parkerrem aangetrokken" brandt bij een aangetrokken parkeerrem.
Verwarming, ventilatie en airconditioning instellen

①Regelaar voor aanjager
② Regelaar voor airconditioning (optie)
③Regelaar voor verwarming
- Aan de 3 regelaars de instellingen voor ventilatie, verwarming en airconditioning (optie)uitvoeren.

Hendel voor circulatieluchtmodus
②Ventilatieopeningen
2. Aan de ventilatieopengen de hoeveelheid en de richting van de luchtstroom instellen.
Rijden
Motor starten
De hoofdschakelaar moet ingeschakeld zich.
- Op de bestuurdersstoel plaats nemen en veiligheidsgordel omdoen.
- Contactsleutel in het contactslot steken.
- De rijrichtinghendel in middelste stand zetten (neutrale stand).
- Contact inschakelen.
De waarschuwingslampjes voor laadcontrole en motoriedruk要去 oplichten.
- Motor starten.
De waarschuwingslampjes voor laadcontrole en motorolie-druk要去en uitgaan. Zo Niet de motor uitschakelen en de storing verhelpen.
- Bij een temperatuur van de omgeving onder 0^ : Het voertuig met laag motortoerental warmdraaien todat het waarschu-wingslampje "temperatuur hydrauliek te laag" dooft.
Rijrichtingkiezen

(1)Rijrichtingsschakelaar
- Rijrichtingschakelaar maar het stuurwiel en in de gewenste rijrichting drukken.
De rijrichting worden op het display weergegeven. - Rijrichtingschakelaar in middelste stand brengen (neutrale stand).
De motor is in nullast. - Rijrichtingschakelaar in asrichting drukken.
- Transportsnelheid kiezen (tussen schildpad 20km / h en haas 40km / h)
De symbolen worden op het display weergegeven. - De rijnselheid met het rijpedaal regelen.
LET OP
Voor het wijzigen van de rijnsnelheden moet het voertuig stilstaan en moet de rijrichtingschakelaar in neutraal staan.
Foute bediening
Staat bij het wijzigen van de rijnselheid de rijrichtingschakelaar op vooruit ofchteruit, dan verandert weliswaar het symbol schildpad/haas op het display, de omschakeling vindtECHTER Niet plaats.
Rijden
WAARSCHUWING
Gevaar voor ongevallen
Rijd nooit met geheven vuilcontainer.
VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen
Laat het rijpediaalijdens de rit Niet abrupt los. Het voertuig worden bij het loslaten van het rijpediaal afgeremd. Het voertuig worden bij het loslaten van het rijpediaal in de transportmodus minder afgeremd dan in de werkmodus.
△VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar
Stel zeker dat het voertuig bij het passeren van obstakels nicht vast komt te zitten.
Passeer obstakels tot 150 mm langzaam en voorzichtig onder een hoek van 45^ .
Passeer obstakels van meer dan 150~mm alleen met een geschikte rijplank.
VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen
Schakel bij het rijden over de openbare weg voor transportdoel-einden (niet bij reiniging van de straat) de PTO UIT en sluit de neerlaatsmoring voor de fronthefinrichting.
- PTO uitschakelen.
- Rijpedaal voorzichtig intrappen.
- Rijrichting met het stuurwiel kiezen.
Stoppen
- Rijpedaal op latent komen.
Het voertuig remt automatisch en blijft stilstaan.
- Voor een sterkere remwerking of in geval van nood het rempe-daal bedieren.
Tempomaat
De tempomaat is alleen in de werkmodus actief.
Tempomaat activeren
1 Gewenste werknelheid met het rijpedaal selecteren.
2 Functietoets F 8 indrukken.
De tempomaat is geactiveerd.
Tempomaat deactiveren
1 Rempedaal of functietoets F 8 indrukken.
Functietoets F 9 (tempomaat resume) activeert de voordien ingestelde snugheid.
Voertuig parkeren
- Voertuig stoppen.
- Rijrichtingshendel in neutraal brengen (middelste stand).
Instructie
In denen stand is de parkeerrem automatisch geactiveerd, het voertuig rijdt Niet.
- Frontkrachttiller neerlaten.
Bij veegmachine:
- Zijbezem optillen.
- Functie "eco" uitschakelen
of
Waterpomp uitschakelen.
20 seconden wachten.
Zuigventilator uitschakelen.
Zuigmond optillen.
- PTO uitschakelen.
Alleveegfunctionzijngedeactiveerd.
- Motor 1 tot 2 minuten stationair laten draaien.
- Contact uitschakelen en contactsleut iuttrekken.
- 30 seconden wachten zodate het opslagproces van de motorregeleenheid kan worden afgesloten.
- Hoofdschakelaar op positie 0 draaien.
Veegbedrijf
Pedaal bezemaandrukkracht

(1)Pedaal bezemaandrukkracht
Pedaal kort bedieren: Volledige bezemaanpersdruk en verhoogd toerental voor sterke verruiling.
Pedaal ingedrukt houden: Zuigmond blijft bij het achteruitrijden onderaan, zuigmaterial wordt ook bij het achteruitrijden opgenomen.
Veegparameters instellen

(A) Toets voor het instellen van het toerental zijbezems Bij individuel opheffen (optie) toets linker toerental zijbezems
(B) Toets voor het instellen van het toerental zijbezems Bij individuel opheffen (optie) toetsrechtter toerental zijbezems
(C) Toets voor het instellen van het motortoerental Instructie Van het ingestelde motortoerental is de zuigcapaciteit afhankelijk.
1600 1/min licht veeggoed
2200 1/min normale verontreiniging
2500 1/min sterke, zware verontreiniging
(D) Toets voor aanspreekdruk linker enrechtzer zijbezems Bij individuel optillen (optie), toets aanpersdrukrechtzer zijbezems
(E) Toets voor aanspreekdruk linker en rechter bijbezems Bij individuel optillen (optie), toets aanpersdruk linker bijbezems
(F) Geheugentoets indrukken om ingestelde waarden of programma's op te slaan
(G) Draaiknop voor het wijzigen van waarden en selecteren van programme's
- PTO inschakelen.
- Toets toerental zichbezems indrukken.
Instellen gen verschijnen op het display. - Met de draaiknop het gewenste toerental zichbezems selecteren.
- Geheugentoets indrukken.
Het toerental zichbezems is opgeslagen. - Toets motortoerental indrukken.
Instellen gen verschijnen op het display. - Met de draaiknop het gewenste motortoerental selecteren.
- Geheugentoets indrukken.
Het motortoerental is opgeslagen. - Toets aanpersdruk voor zijbezem indrukken.
Instellenen verschijnen op het display. - Met de draaiknop de gewenste aanpersdruk selecteren.
- Geheugentoets indrukken. De aanpersdruk is opgeslagen.
Vegen met 2-bezemsystemeem

Joystick links 2-bezemsystem: Bezemarmen neerlaten en bezem aan 3-bezemsystem (optie): 3e bezem neerlaten/optillen en bezem in/uit
② Joystick rechts Bij optioneel 3-bezemsystem: Achterste 2 bezems neerla- ten/optillen en bezem in/uit Bezem in- en uitzwenken
③ Zuigmond optillen/neerlaten
4Hydraulisch systeem aan/uit
⑥ Bij optioneel 3-bezemsystemeem: Bezemomkering 3e bezem
Bij optioneel 3-bezemsystem: Knikken/rollen 3e bezem Instructie
Bediening met joystickrechts
(7)Watercirculationsystemaan/uit
Zuigventilator aan/uit
Instructie
Zuigventilatie heeft na het uitschakelen ca. 15 seconden nalooptijd
e-functie "eco" Schakelt het volledige werkprogramma in.
PTO, zijbezem, zuigventilator, schoon water, watercirculation (recyclingwater)
Waterpomp aan/uit
Instructie
De indications in de schakelaars branden als ze+zijn ingeschakeld.
- Motor starten, zie hoofdstuk Motor starten.
- Hydraulisch systemeinschakelen.
- Gewenste motortoerental instellen.
- Zuigmond neerlaten inschakelen.
- Toerental zichbezems instellen.
- Zuigventilator inschakelen.
- Linker joystick waar voren. Bezemarmen links en rechts worden neergelaten en bezem ingeschakeld Veegbreedte instellen.
- Rechter joystick maar voren.
Rechter zijbezem beweegt omlaag en worden ingeschakeld.
Veegbreedte instellen(optioneel).
Bij het vegen van droog veeggoed dat stof veroorzaakt:
9. Waterpomp inschakelen.
Optioneel: Indien nodig watercirculatie inschakelen.
Vuilcontainer leegmaken
VOORZICHTIG
Kantelgevaar
Leeg de vuilcontainer alleen op een vaste, vlakke ondergrond. Houd bij het legen op heuvels en hellingen een veilige afstand aan.
△VOORZICHTG
Gevaardoorwegrollen.
Zet voor het legen de rijrichtinghendel in neutrale stand.
Bedien de parkerrem.
△VOORZICHITIG
Gevaar voor letsel
Schakel voor het legen van de vuilcontainer de zuigventilatoruit.
VOORZICHTIG
Gevaar voor Ietsel
Stel zeker dat zichijdens het legen geen personen en dieren binnen het draabereik van de vuilcontainer ophouden.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling
Pak de stangen van het legingsmechanisme Niet vast.
- Voertuig stoppen.
- Parkeerrem bedieren.
- De rijrichtinghendel in neutrale stand zetten (middelste stand).
- Omschakelhendel in de stand "vuilcontainer" brengen.
- PTO inschakelen
- Linker zichbezem heffen en uitschakelen; waaroor de linker joystick waar rechts en dan terug drukken.
- Rechter zichbezem heffen en uitschakelen; waar voor de rechter joystick maar links en dan terug drukken.
- Waterpomp uitschakelen.
- 20 seconden wachten.
10.Zuigventilator uitschakelen.
11.Tuimelschakelaar bedienen.
12.Vuilcontainer leegmaken.
Aanwijzing
Hef de vuilcontainer steeds helemaal tot in eindstand.
Regeneratieproces bij voertuigen met een dieselpartikelfilter (DPF)
De DPF verzamelt roeteeltes die worden verbrand bij bereiken van de filterbelasting door verhoging van de uitlaatgastemperatuur (regeneratie).
Het regeneratieproces wordt automatisch uitgevoerdijdens het werk ofijdens het rijden of kan indien nodig handmatig worden gestart.
Hoe hoger de toerentallenijdens het rijden zijn of hoe hoger de belasting is, hoe minder vaak een handmatige regeneratie要去 worden uitgevoerd.
Regeneratie starten
WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Tijdens het regeneratieproces konnen uitlaatgassen een temperatuur van 600^ bereiken.
Start het regeneratieproces Niet opplaatsen waar gevaar voor brand is.
Instructie
Onderbreek het regeneratieproces alleen in geval van noood.
Instructie
Alsijdens het gebruik de weergave voor regeneratie op het display brandt,要去en regeneratieproces worden gestart.
De regeneratie kan automatisch of handmatig worden uitgevoerd.
Bij automatische regeneratie kan worden doorgewerkt.

- Voor handmatige reiniging (geparkeerde regeneratie) binnen 15 minutes op een geschikteplaats stoppen. Duur van de regeneratie ca. 30 min.
- Rijrichting op NEUTRAAL en gaspedaal Niet intrappen. De bestuurdersstoel mag gedurende deutscheperiode worden verlaten.
- Om het regeneratieproces te starten eerst functietoets F 10 (onderste rechtstoets),ervolgens F 1 voor automatische en F 2 voor handmatige reiniging selecteren.
Instructie
Bij beiden reinigingstypen worden het motortoerental merkbaar verhoogd. Als de reiniging is uitgevoerd, gaat het indicatielampje uiten wordt het motortoerental werden verlaagd.
Instructie
De bovenstaande instructies voor de regeneratie+zijn in de meeste gevallen voldoende. Uitgebrechtere beschrijvingen staan in het hoofdstuk "Storingen met weergave".
Automatische regeneratie
WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Tijdens het regeneratieproces konnen uitlaatgassen een temperatuur van 600^ bereiken.
Start het regeneratieproces Niet opplaatsen waar gevaar voor brand is.
Instructie
Bij automatische regeneratie kan worden doorgewerkt.
De automatische regeneratie kan in bepaalde situatuies waar een ander tijdstip worden verschoven.
1.
Handmatige regeneratie
△WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Tijdens het regeneratieproces konnen uitlaatgassen een temperatuur van 600^ bereiken.
Start het regeneratieproces Niet opplaatsen waar gevaar voor brand is.
△VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete afvoergassen
Houd mensen, dieren en brandbare voorwerpen uit de buurt van het regeneratiegebied.
Instructie
Onderbreek het regeneratieproces alleen in geval van noood.
Onder 50 uur is geen handmatige regeneratie möglichk.
De gemiddelde duur van de verbrandingsprocedure bij de handmatige regeneratie is ca. 20 minutes.

(1)Weergave voor handmatige regeneratie
a) Weergave parkeerrem
b) Weergave motortemperatuur
c) Weergave rijmodus
d) Weergave OK
e) Weergave vulgraad in % van het deeltjesfilter
f) Weergave in uren tot de handmatige reiniging kan worden gestart
② Automatische reiniging verschuiven
③ Handmatige reiniging activeren
④ Automatische reiniging activeren
1. De handmatig regeneratie kan alleen worden gestart, als alle
4 kenmerken groen zich:
a Parkeerrem is geactiveerd
b Temperatuur van de motor heeft een bepaalde waarde overschreden
c Machine is in rijmodus N (neutral)
d Dan gaat ok groen branden, de handmatige verbranding kan worden gestart
Inzet in de winter
Vorstbescherming
- Ervoir zorgen dat er voldoende antivirusiesmiddel in de koelvloeistof voorhanden is.
Veegsysteme
Bij gelebruik in de winter要去en het veegsystem en de zuigmond worden gedemonteerd en opgeslagen.
Werken met de hagedrukreiniger (optie af fabriek)
Beoogd gebruik
Gebruik de hagedrukreiniger uitsluitend voor volgende werkzaamheden:
- Reinig met hagedrukstraal zonder reiniging (bjv. reinigen van gevels, parkbanken, tuinpaden).
- Gebruik de hagedrukreiniger alleen met de meegeleverde vlakstraalsproeier.
- Deze hagedrukreiniger is alleen voor het gebruik aan de veeg-/zuigmachine MC 130 bestemd en gekeurd.
Overloopklep
Bij het verminderen van de waterhoeveelheid met de druk- en hoeveelheidsregeling opent de overstroomklep en stroomt een deel van het water terug maar de zuigzijde van de pomp.
Veiligheidsventiel
Het veiligheidsventiel gaat open bij overschrijding van de toegestane bedrijfsoverdruk, en het water stroomt terug waar de zuigzijde van de pomp.
Apparaatelementen

1Handspuittpistol
② Druk-/hoeveelheidsregeling
③ Straalbuis
④ Aansluiting hagedrukslang
Sproeierhouser
⑥ Opbergvak voor hogedrukslang
⑦Hogedrukslang
⑧Bevestiging hagedrukslang
⑨ Bevestigbing handspuittpistol
10 Bevestiging handspuitpistol
Hendel van het handspuitpistol

1)Watertoevoer van watertank
2Afsluitkraan
③ Hydraulische aansluiting voor hagedrukreiniger
4Watertoevoer voor hagedrukpomp
Veiligheidsinstructures
Aansluiting aan een drinkwaterleiding
WAARSCHUWING
Terugstroom van vervuld water in het drinkwaternet
Gezondheidsrisico
Neem de voorschriften van uw waterbedrijf in acht.
Overeenkomstig de voorschriften mag het apparaat nooit zonder systeemscheider op het drinkwaternet worden gebruikt. Gebruik een systeemscheider van KARCHER of een andere systeemscheider conform EN 12729 Type BA. Water dat door een systeemscheider stroomt, geldt Niet meer als drinkwater. Sluit de systeemscheider steeds aan op de watertoevoer, nooit direct op de wateraansluiting van het apparaat.
Bediening
Vórde inbedrijfstelling
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door hagedrukstraal
Richt de hagedrukstraße损坏 op personen, dieren, actieve elektrische uitrusting of op het apparatuszelf.
Milieuverontreinigding door olie
Reinig motoren alleen opplaatsen met de olieafscheider.
Instructie
Gebruik alleen spreieers met de in de gegevens gegevens vermeide afmetingen.
Doe het volgende als dit nog nicht is gebeurd:
-
Sluit de hagedrukslang en straalbuis aan.
-
Sluit de watertoevoerslang aan en open de afsluitkraan van de watertoevoer.
Werking
Instructie
Gebruik de hagedrukreiniger alleen bij een motortoerental van 1600 1/min en alleen in de werkmodus.
- Watervulpeil controlleren en watertank van de MC 130evt. vullen.
- Open de afsluitkraan van de watertoevoer.
- Zet de rijrichtingshendel in de middelste stand NEUTRAAL en start de motor.
- Haal het handspuitpistol en de hogedrukslang uit het opbergvak.
- Werkhydraulica PTO inschakelen.

- Functietoets F1 op het display indrukken en hagedrukreiniger inschakelen.
Het motortoerental worden automatisch maar 1600 tsp verhoogd.
Op het display verschijnt het symbol "Hoge druk".

Extra contactdoos 12V
(2)Vuilreservoir/aanbouwframe optillen
3Vuilreservoir/aanbouwframe neerlaten
- Schakel de hogedrukreiniger in via de knop op het display.
- Handspuitpistol ontgrendelen.
- Hendel van het handspuitpistol indrukken en met de reiniging beginnen.
Instructie
Bij het eerste gebruik of een lege watertank要去 de hagedrukreiniger worden ontlucht:
10. Gebruik de hagedrukreiniger zonder sproeier tot er geen luchteer in het systeme zit.
Buitenwerkingstelling
- Handspuitpistol sluiten.
- Schakel de hagedrukreiniger uit met de schakelaar rechts naast de bestuurdersplaats.
- Werkhydraulica uitschakelen.
- Handspuitpistol bedienen tot het apparaat drukloos is.
- Veilgheidshendel van het handspuitpistol bedieren om hendel van het pistol tergen het per ongeluk loskomen te beveiligden.
- Bevestig het handspuitpistol met straalbuis en hoge-drukslang in het opbergvak.
Instructie
Indien bijv. bij gelebruik in de winter (zout strooien en andere werkzaamheden) de hagedrukreiniger Niet nodig is:
- Systeem met perslicht uitblazen - zie hoofdstuk Vorbstbeschering.
- Verwijder het hogedrukspistool met straalbuis en hogedrukslang van het apparatusat.
- Verwijder de apparaatafdekking (3 snelsluitingen) en sluit de hogedrukuitgang met het waarvoort bestemde beschermingsonderdeel af.

Sluiting
② Watertoevoer voor hogedrukpomp
3Watertoevoer van watertank
④ Bevestiging watertoevoerslang
10.Koppel de watertoevoer bij de GEKA-aansluiting los.
11.Sluit de watertoevoer voor de hagedrukpomp af.
12.Watertoevoerslang van de watertank onder het vuilreservoir bevestigen (opbergen).
Onderhoud
Voor elk gebruik
- Alle hydraulische slangen en aansluitingen op dichtheid controleren.
- Hogedrukslang op beschadiging controleren(barstgevaar). Beschadigde hogedrukslang onmiddelijk verrangen.
- Apparaat (pomp) op dichtheid controlleren. 3 druppels water per minuut zijn toegestaan en+kunnen aan de onderkant van het apparaat waar buiten komen. Bij grotere lekkage contact opnemen met de klantenservice.
Wekelijks
Instructie
Voor het aflezen van het oliepeil of voor het reinigen van de waterzeef de apparaatafdekking verwijdenen (3 snelsluitingen).
- Oliepeil bij een stilstaand apparaat aflezen. Het oliepeil moet in het midden van het kijkglas liggen. Bij melkachtige olie (water in de olie) onmiddelijk de klantenservice opzoeken.
- De zeef in de wateraansluiting reinigen.
- Apparaat drukloos make.
- Deksel met filter afschroeven.
- Filter met schoon water of perslucht reinigen.
In omgekeerde volgorde monteren.
Jaarliks of na 500 bedrijfsuren
- Olie verversen.
Oliehoeveelheid en -soort zie Technische gegevens. - Olieverversing door de klantenservice lately UITvoeren.
Vorstbescherming
LET OP
Vorstgevaar
Apparaten die nicht volledig leeg zijn, können beschadigd raken door vorst.
Maak het apparaat en het toebehoren volledig leeg.
Beschem het apparaat gegen vorst.
- Apparaat op een vorstvrije plaats bewaren.
Instructie
Als vorstvrij opbergen nicht möglichk is:
2. Watertoevoer sluiten.
3. Apparaat max. 1 minuut latent lopen tot pomp en leidingen leeg zichn.
4. Hopedrukpomp, toevoerslang, waterfilter en hopedrukslang met perslucht uitblazen.
Hulp bij storingen
△GEVAAR
Gevaar voor letsel door onbedoeld starten van het apparaat en elektrische schok.
Schakel het apparaat voor alle werkzaamheden uit en trek de contactsleutel eruit.
Laat elektrische onderdelen alleen door geautoriseerde klantenservice controeren en repareren.
Neem bij storingen die nicht in dit hoofdstuk worden vermeld, in geval van twijfel en indien u daartoe een uitdrukkelijke aanwijzing krijgt, contact op met de bevoegde klantenservice.
Apparaat draait nicht
- Schakel de werkhydrauliek en schakelaar Hoge druk in.
- Watertank vullen.
- Zeef in de wateringang reinigen, watertoevoer controleren.
- Controller/ervang de hagedruksproeier.
Pompondicht
Tot 3 druppels wateruitlaat per minut়n toegestaan.
- Laat bij grotere ondichtheid het apparaat door de klantenservice controeren.
Pomp klopt
- Controller de watertoevoerleiding op dichtheid.
- Ontlucht het apparaat, zie hoofdstuk "Apparaat ontluchten".
- Neem indien nodig contact op met de klantenservice.
Technische gegevens
| Hydraulische aansluiting | ||
| Voorziening uit het hydraulische system van de MC 130 | ||
| Aansluitvermögen kW 4,5 | ||
| Wateraansluiting | ||
| Watertoevoer uit de watertank van de MC 130 | ||
| Toevoertemperatuur (max.) °C 60 | ||
| Gegevens capacititeit | ||
| Werkdruk MPa 7-15 | ||
| Sproeiergrootte 036 | ||
| Max. bedrijfsdruk MPa 19 | ||
| Volume | l/min | 10 |
| Reactiekracht van het handspuitpistol (max.) | N | 30 |
| Berekende waarden conform EN 60335-2-79 | ||
| Geluidsdrukniveau KpA | dB(A) | 75 |
| Onzekerheid KpA | dB(A) | 3 |
| Geluidsvermögensniveau LWA + onzeker-heid KWA | dB(A) | 97 |
| Hand-arm-vibratiewaarde | m/s2 | 1,6 |
| Onzekerheid K | m/s2 | 0,7 |
| Bedrijfsstoffen | ||
| Hoeveelheid olie | | | 0,4 |
| Type olie | SAE 15W-40 | |
| Afmetingen en gewichten | ||
| Gewicht | kg | |
Inbouwverklaring
Hiermee verklaren we dat voor de hierna beschreven onvolledige machine aan de technische documenten conform de EG-richtlijn 2006/42/EG (+2009/127/EG) bijlage VII deel B werden opgemaaakt en aan volgende punten van de richtlijn voldoet: Bijlage I punt 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.6 en 1.7. I punt 1.1, Bij een Niet door ons goedgekeurde wijziging van de onvolledige machine verliest每次都 verklaring� geldigheid.
Product: Aanbouwset
Hogedrukreiniger
Type: 2.851-952.7
Toegepaste geharmoniseerde normen in aansluiting op: EN 60335-2-79
Overheden können relevante documenten over de onvolledige machine bij de documentatiegevolmachtigde aanvragen. Het doorgeven van de documenten geleurt via e-mail.
Vór inbedrijstelling of inbouw van de onvolledige machine要去 worden gegarandeerd dat de machine, waarin de onvolledige machine要去 worden gebruikt of ingebouwd, aan de EG-machinerichtlijn 2006/42/EG (+2009/127/EG) voldoet.
Informatie hierover vindt u in de EG-conformiteitsverklaring van de machine.
De ondergeteken handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Gevolmachtigde voor de documentationatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Karcher-Str.28-40
Werken met de handzuigslang (optie af fabriek)

①Vulopening, watertank
(Zuigslang (125 mm)
③Vergrendeling
4Handgreep (verstelbaar)
Schakelhefboom
uitgetrokken: zuigen met de zuigslang
ingedrukt: werk en veegbedrij
(6)Handzuigbuis
(7) Afdekking
@Zuigslanghouser
Opbergvak waterslang
10Waterslang
Werken met de handzuigslang
- Handzuigslang uithet opbergvak nemen.
- Indien nodig:
Meegeleverde waterslang aansluiten en afsluithendel aan de handgreep openen.
Doseerknoppen in de cabine sluiten zodate geen spuitwater voor zuigmond- en bezemsproeiers uitloopt en zo bij het werken met de handzuigslang ontbreekt.
- Schakelhefboom uittrekken op stand "zuigen met de zuigslang".
Zuigen met de handzuigslang
- Motor starten.
- PTO inschakelen (aan bedieningsconsole van de armleuning).
- Blazer inschakelen.
- Indien nodig: Waterpomp op bedieningsconsole inschaken.
- Motortoerental selecteren.
Instructie
Van het geseleeteerde motortoerental is de zuigcapaciteit afhankelijk.
1600 1/min - voorlichtveeggoed
2200 1/min - voor normale verontreiniging
2500 1/min - voor sterke, zware verontreiniging
6. Zuigbuis aan de handgreep (verstelbaar) vasthouden en beginnen met zuigen.
Handzuigslang bewaren
- Voor de montage van de handzuislang mortoerental op 2200 1/min instellen.
- Bij gelebruik van de waterslang: Waterpomp uitschakelen, waterslang van de aansluitingen loskoppelen en bewaren.
- Zuigbuis met handgreep inbrengen en gegen afdekking drukken en bevestigen.
Instructie
Door de onderdruk trekt de zuigbuisaar de afdekking en trekt de zuigslang samen.Dit isoodzakelijk zodat deleze in de houder kan worden opgeborgen.
4. Resterende zuigslang in de houders drukken en klep sluiten tot de vergrendeling vastklikt.
5. Blazer uitschakelen.
6. Schakelhefboom indrukken op stand "werken in veegbedrijf".
Aanbouwapparatuur
Instructie
Lees a.u.b. voor de aanbouw de handleiding van de gebruekte aanbouwapparatuur.
Aanbouwapparatuur is optioneel en kan voor op de fronthefinrichting (zie hoofdstuk Frontkrachttiller (optie)) of op het bevestigingsframe voor ofijken worden aangebracht.
△GEVAAR
Gevaar door veranderd zwaartepunt van het voertuig en veranderd rijgedrag. Bij het transport van vloeistoffen+kennen golfbewegingen optreden die het voertuig doein slingeren.
Bij ombouwen, vooral bij het ombouwen van winter- op zomerbedrivif, en bij veranderde ladingen, moet de bestuurdcr zich op een gewijzigd rijgedrag instellen.
WAARSCHUWING
Beknellingsgevaar bij het aanbrengen van aanbouwapparatuur
Grijp Niet:tussen de fronthefinrichting en de aanbouwapparatuur.
△VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete hydraulische koppelingen
Draag handschoenen bij het loshalen van hydraulische koppelingen.
LET OP
Draag bij het monteren resp. demonteren van de aanbouwapparatuur geschikte beschermende kleding, veiligheidsschoenen en handschoenen. Dit geldt ookijdens het gebruikt en de toepassing.
Voordat u aanbouwapparatuur aanbrengt die nicht special voor dit voertuig bestemd is, gelieve u contact op te nemen met uw dealer. Hij controleert hoe en of deze aanbouwapparatuur op dit voertuig mag worden gemonteerd en gebruikt. Dat is belangrijk voor de veriligheid van bestuurdern voertuig alsmede voor eventuele garantieclaims.
Aanbouwapparatuur die de veilighed of stabiliteit van het voertuig in gevaar brengt, mag nicht worden gebruikt.
Aanbouwapparaten aan het voertuig koppelen
LET OP
Beschadigingsgevaar
Houd hydraulische aansluitingen schoon.
Reinig de stekker en koppeling voor gebruik met een pluisvrijde doek.

① Koppelingsstekker
(2)Koppelingsmof
(3) Ring
- Ring van de koppelingsmofaar beneden trekken en vasthouden.
- Koppelingsstekker van de hydraulische slang van het aanbouwapparaat in de koppelingsmof drukken.
- Ring van de koppel loslaten. Op veilig vastklikken controlleren.
- Om te ontkoppen de ring maar beneden trekken, vasthouden en de hydraulische slang eruit trekken.
Aanhangerkoppeling
Instructie
Voor toegestane kogelbelasting en aanhangergewicht zie hoofd-stuk Technische gegevens.
Vergrendeling aanbouwenheden controlleren/instellen
De vergrendeling dient voor het beveiligigen van de aanbouwapparaten (bijv. veegsysteme, frontkrachttiller).
VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen
De vergrendeling bij elke montage op juiste instelling controleren.

①Vergrendelingshendel
(2)Spanmoer
- Vergrendelingshendel maar onderen drukken.
Vergrendeling is over het dode punt vastgeklikt. - Vergrendeling via spanmoer instellen.
Het voertuig ballasten
Instructie
De Vooras van het voertuig moet altijd worden belast met ten minste 30% , dechteras altijd met ten minste 30% van het leeggewicht van het voertuig.
Controleer voor de aanschaf van het hulpstuk of aan deze eisen is voldaan door de combinatie voertuig-werktuig te wegen.
Voor de bepaling van het totale gewicht, de aslasten en de bandlastcapaciteit en de vereiste minimale ballast zijn de volgende gegevens vereist:
- alle gewichten in kg (weeg voertuig, indien nodig)
Alle afmetingen in meter (m)

| TL (kg) = Leeggewicht van het voertuig * | |
| TV (kg) = Voorasbelasting van het lege voertuig * | |
| TH (kg) = Achterasbelasting van het lege voertuig * | |
| GH (kg) = Total gewichtchterbevestiging / hinter-ballast | |
| GV (kg) = Total gewicht frontbevestiging / Voorballast | |
| a(m) = Afstandussen zwaartepunt voorste bevestigting (voorballast) en midden vooras, max.= 0,86 m | |
| b(m) = Zielbasis van het voertuig * | |
| c(m) = 0,56 | |
| d(m) = Afstandussen het midden van het bevestigingspunt aan de werktuigzijde en het zwaartepunt van de dechterste bevestiging /chterballast |
- zie hoofdstuk "Technische gegevens"
** zie gebruiksaanwijzing van het hulpstukbijlage
*** afmeten
Berekening van de minimum ballast voor bij aanbouwapparatuur weiter op
$$ G _ {V \min } = \frac {G _ {H} \times (c + d) - T _ {V} \times b + 0 , 2 \times T _ {L} \times b}{a + b} $$
- Resultaat in de tabel noteren.
Berekening van de minimum ballast acheterop bij frontaanbouwapparatuur
Waarde "x" zie opgaven van de fabrikant indien geen opgave, x = 0,45.
$$ G _ {H \min } = \frac {G _ {V} \times a - T _ {H} \times b + x \times T _ {L} \times b}{b + c + d} $$
- Resultaat in de tabel noteren.
Berekening van de daadwerkelijkke Voorasbelasting
$$ T _ {V t a t} = \frac {G _ {V} \times (a + b) + T _ {V} \times b - G _ {H} \times (c + d)}{b} $$
- Wordt met de frontaanbouwapparatuur (GV) de vereiste minimum ballast front (GV min) Niet bereikt dan moet het gewicht van de frontaanbouwapparatuur tot het gewicht van de minimum ballast aan de voorkant verhoogd worden.
- De daadwerkelijk berekende en in de handleiding van de werkmachine aangegeven toegestane voorasbelasting in de tabel invoeren.
Berekening van het werkelijkte totale gewicht
$$ G _ {t a t} = G _ {V} + T _ {L} + G _ {H} $$
- Wordt met het achteraanbouwapparaat (GH) de vereiste minimumballast achteraan (GH min) Niet bereikt, moet het gewicht van het achteraanbouwapparaat tot het gewicht van de minimumballast achteraan worden verhoogd.
Berekening van de daadwerkelijkke achterasbelasting
$$ T _ {H t a t} = G _ {t a t} - T _ {V t a t} $$
- Resultaat in de tabel noteren.
Vulicontainer
Vuilreservoir monteren
GEVAAR
Gevaar voor kneuzingen bij neerlaten/optillen van het vuilreservoir
Houd voldoende afstand tot het vuilreservoir en tot de rollen van de parkeersteunen.
Houd voldoende afstand tot de bevarenzone en onderbreek het optillen/neerlaten van het vuilreservoir onmiddelijk, als iemand de bevarenzone betreedt.
LET OP
Gevaar voor letsel en beschadiging
Vuilreservoirs schoonwaterreservoir zijn leeg.
Demonteer het vuilreservoir alleen op een effen en gladde ondergrond.

3Hendel voor de borging van de steunen
Borgklem
- Om het vuilreservoir aan te bouwen, moet deze beveiligd op de steun gemonteerd zijn.
- Omschakeling op aanbouwframe kantelbaar zetten.
- Met het Achterste deel van het voertuig voorzichtig onder het vuilreservoir rijden.
- Aanbouwframe langzaam tot onder het vuilreservoir optillen.

Vanghaken
②Aanbouwframe
- Vuilreservoir met de vanghaken aan het aanbouwframe vasthaken.
- Aanbouwframe verder optillen tot de voorste steunen ontlast zijn.
a Breng het aanbouwframe zover omhoog dat de rollen van de voorste parkeersteunen ca. 20mm in de lucht zijn. - Voorste steunen eruit trekken. Hiervoor aan de borging om te ontgrendelen trekken en op de hendel drukken.
- Aanbouwframe met vuilreservoir volledig neerlaten.
- Achterste steunen eruit trekken. Hiervoor aan de borging om te ontgrendelen trekken en op de hendel drukken.

(1)Vuilreservoir
②Borgbout
③ Borgclip
④Frame
(5)Hydraulische aansluiting
10. Bevestigingsbauten van het vuilreservoir inschuiven en met bevestigingspen vastzetten.
11.Elektrische en hydraulische aansluitingen aansluiten.

(1)Wateraansluitingen
12. Stuurwiel—helemaalaarrechtsdraaienzodateansluiting op het knikgewrichtbeter toegankelijk is.
13.Sluit de slang voor recyclingwater aan.
14.Sluit de slang voor schoon water aan.
15.Sluit de slang van de hagedrukreiniger (optie) aan.

① Zuigslang
②Vuilreservoir
16.Zuigslang tussen vuilreservoir en zuigmond monteren.
Vuilreservoir demonteren
GEVAAR
Gevaar voor kneuzingen bij neerlaten/optillen van het vuilreservoir
Houd voldoende afstand tot het vuilreservoir en tot de rollen van de parkeersteunen.
Houd voldoende afstand tot de gevarenzone en onderbreek het optillen/neerlaten van het vuilreservoir onmiddelijk, als iemande gevarenzone betreedt.
LET OP
Gevaar voor letsel en beschadiging
Het vuilreservoir en de watertank moeten voor het demonteren worden geleegd.
Plaats het vuilreservoir alleen op een effen en gladde ondergrond.

Zuigslang
(2)Vulreservoir
-
Stuurwiel—helemaalaarrechtsdraaienzodat het knikgewricht beter toegankelijk is.
-
Zuigslang van het vuilreservoir trekken en verwijderen.

①Wateraansluitingen
3. Ontkoppel de slangen voor recyclungwater, schoon water en hagedrukreiniger (optie).
4. Voertuigrechtsturen.

① Bevestigingsbouten voor vuilreservoir met bevestigingspen
2Achterste steunen
③Hootheverstelling met bout en borgklem
4Veiligheidshendel met borgklem
- Open de bevestigingspen voor het vuilreservoir van de bevestigingsbout en verwijder.Deze.
- Borgbout uittrekken.
- Achterste steunen op de vereiste hoogte instellen en borgen.
a De desbetreffende hoogte is afhankelijk van het bandentype en de bandenspanning. - Achterste steunen helernaal inschuiven en borgen. Druk hieroor de veiligheidshendel maar beneden en schuif de steunen tot de aanslag in. Zet verzolgens de veiligheidshendel vast met de borgklem.
- Hydraulisch systeem drukloos schakelen, zie hoofdstuk
10.Elektrische en hydraulische aansluitingen van het vuilreservoir loskoppelen.

Voorste steun
(2)Veiligheidshendel met borgklem
③Remmen
- Omschakelklep op aanbouwframe, kantelbaar zetten. Zie hoofdstuk.
12.Aanbouwframe met vuilreservoir optillen.
13.Voorste steunen helemaal inschuiven en borgen. Druk hiervoor de veiligheidshendel maar beneden en schuif de steunentot de aanslag in. Zet verwolgens de veiligheidshendel vast met de borgklem.
14.Aanbouwframe neerlaten. - Remmen aan de rollen van de voorste steunen bedieren.
Instructie
Het vuilreservoir staat nu vrij op de steunen.
16.Met het voertuig voorzichtigonder het vuilreservoir uit rijden.
Veegsysteme
Veegsystem demonteren
Voor het demonteren/monteren van het veegsystem is een wisselwagen nodig.
Instructie
Optioneel toebehoren, bestel-nr. 2.852-065.0.
- Voertuig op vlakke, vaste ondergrund zetten en gegen wegrollen beveiligigen.
- Zijbezems optillen en beiden zijbezemns waar buiten bewegen.

① Hendelstand veegsysteme ontgreneld
② Hendelstand veegsysteme vergrendeld
③Voertuigfront

(1)Stang
(2)Vergrendelingshendel
- Veegsysteme omtrendelen, hiervoar stang inbrengen en ver-grendelingshendel omhoog trekken.
De hiervoor benodigde stang klemt in een houder tussen passagiers- en bestuurdersstoel.

- Wisselwagen met hefwagen in het midden tot aan de aanslag inrijden.
Het staat stuk (centreerbewerking) met vaart inrijden.
Instructie
Beschadigingsgevaar! Op leidingen en slangen letten.
5. Hefwagen optillen tot de wisselwagen gegen het veegsysteme aanligt.

(1)Zijbezemarm
②Aanslag
6. Beide zijbezemarmen inschuiven.
7. Zijbezemarmen op correcte plaatsing controleren.

8. Hydraulisch systeme drukloos make. Zie hoofdstuk Hydra- lisch systeem drukloos make (drukontlasting).
9. Contact op stand 1 in de werkmodus (motor nicht starten) zieten. Bezems gaan maar beneden en het hydraulische systeme worden drukloos.
10. Alle aansluitingen en verbindingen loskoppelen.
11.Zuigslang tussen vuilreservoir en zuigmond verwijderen.
12.Waterslang (dik) loskoppelen.
13.Veegsystem met hefswagen uitschuiven.

Opbergbox
②Leidingen en slangen
14.Leidingen en slangen in de opbergboxen plaatsen.
15.Veegsystem op een beveiligde plaatsparkeren.
16.Hefwagen uitschuiven.
Veegsysteme monteren

① Signalstekker voor herkenning aanbouwapparaat
② Aansluiting voor linker zijbezem (hydraulisch systemen en water)
③Vergrendeling veegsysteme
④ Aansluiting voor rechter zijbezem (hydraulisch systemen en water)
-
Voertuig op vlakke, vaste ondergrond zetten en gegen wegrol- len beveiligen.
-
Veegsystem in omgeekerde volgorde aan het voertuig monteren.
-
Veegsystemeum vergrendelen (hendelstand onderaan).
-
Vergrendeling controleren, zie hoofdstuk Vergrendeling aanbouwenheden controleren/instellen.
-
Hydraulisch systeme drukloos make. Zie hoofdstuk Hydraulisch systeme drukloos make (drukontlasting).
-
Hydraulische slangen met de koppelingen verbinden.
Frontkrachttiller (optie)
Met de frontkrachttiller können verschillende aanbouwapparaten met 3-puntsopname worden gemonteerd.
Voor het monteren/demonteren van de frontkrachttiller is een wesselwagen nodig.
Instructie
Optioneel toebehoren, bestel-nr. 2.852-067.0
Frontkrachttiler monteren
- Voertuig op vlakke, vaste ondergrund zetten en gegen wegrollen beveiliggen.

(1) Vergrendelingshendel
@Opnameframe voertuig
③ Oname frontkrachttiller
2. Vergrendelingshendel aan boven zetten.
3. Frontkrachttiller met de hefwagen in het midden voor het voertuig positioneren.

4. Frontkrachttiller in het opnameframe van het voertuig tot aan de aanslag inbrengen.

①Vergrendelingshendel
- Vergrendelingshendel maar anderen zetten.
- Vergrendeling controleren, die hoofdstuk Vergrendeling aanbouwenheden controleren/instellen.
- Hefwagen neerlaten en uitschuiven.

8. Hydraulisch systeme drukloos make. Zie hoofdstuk Hydraulisch systeem drukloos make (drukontlasting).
9. Hydraulische slangen met de koppelingen verbinden.
Frontkrachttiler demonteren
- De frontkrachttiller omhoogbrengen.

①Opname wisselwagen
②Frame frontkrachttiller
- Wisselwagen met hefwagen onder frontkrachttiller rijden. a Hefwagen omhoogbrengen.
b Zorg dat het frame van de frontkrachttiller stevig vastzit in de opnamepunter van het wisselframe.
- Voorste hydraulisch systeme drukloos make (drukontlasting).
- Hydraulische slangen loskoppelen.
a De hydraulische slangen met kabelbinders aan de frontkrachttiller bevestigen.
- De vergrendeling aan beiden zijden van het voertuig openen, die het hoofdstuk "Vergrendeling openen/sluiten".
- Frontkrachttiller met behulp van de hefwagen uit het opname-frame van het voertuig schuiven.
- Frontkrachttiller op een beveiligdeplaats parkeren.
Aanbouwset 2-bezem-veegsysteme (getrokken)
Veegsysteme monteren
De pallet die op het veegsystemeerd geleverd dient gewelijkijdig als montagehulp voor de montage/demontage.

Pallet
(2)Veegsystem met 2 bezems
③Zuigmond gemonteerd
④ Vergrendelingshendel in stand boven (open)
⑤ Opnameaan het voertuig
- Hefwagen onder de pallet met het gespositioneerde veegsysteme rijden.
- Vergrendelingshendel omhoog trekken.
- Veegsystem in de opname van het voertuig schuiven en tot circa 10 cm voor het voertuig positioneren.
- Hydraulische slangen erop steken, kleuren in acht nemen. Bezetting, zie in een volgend hoofdstuk
- Waterslangen erop steken.
- Apparaatherkenningsstekker op het voertuig aansluiten.
-
Veegsysteme helemaal in de voertuigopname aanbrengen.
-
Veegsysteme vergrendelen; hiervoor de vergrendelingshendel omlaag drukken (gebogen stang gebruiken).
- Bij de eerste aanbouw of bij het wisselenaar een ander voertuig moet de vergrendeling met de stelmoeren correct worden ingesteld. Bij correcte instelling moet de vergrendeling bij het omlaag drukken over een voelbaar punt vergrendelen.
10.Zijbezem monteren.
Apparaataanzicht veegsysteme met 2 bezems

(1)Veegsysteem met 2 bezems
(2)Vergrendelingshendel
(3)Stekker apparaatherkenning
4Hydraulische aansluiting en wateraansluiting
⑤Zijbezem
- De bediening van het 2-bezem-veegsysteme wordt in een later hoofdstuk beschreven.
Hydraulische slangen op het voertuig aansluten

PTO borstels
(2)Zuigmond /veegbezem zwenken
③ Veegbezem optillen / neerlaten
4PTO borstels
(5)Wateraansluiting rechts
(6)Wateraansluiting links
- Hydraulische slangen overeenkomstig de kleurmarkering erop steken.
- Waterslangen links en rechts erop steken.
Bediening
Indeling zuigveegmachine met 2-bezem-veegsystem (getrokken)
Instructie
De indications in de schakelaars branden als ze+zijn ingeschakeld.

Joystick links
Joystick waar voren: Bezemarmen samen neerlaten en zijbezem inschakelen
Joystick waar achefteren: Bezemarmen samen optillen en zijbezem uitschakelen
Joystickaar links/rechts:Bezemarmen samen zwenken
②Joystick rechts
Knop heeft geen functie
③ Zuigmond optillen/neerlaten
4Hydraulisch systeem aan/uit
(5)Knop heeft geen functie
6Knop heeft geen functie
Watercirculatiefunctie aan/uit (recyclingwater)
⑧Zuigventilator aan/uit
⑨ Functie ECO
Schakelt het volledige werkprogramma in.
PTO (zijbezem, zuigventilator), vers water, watercirculatie (recyclingwater)
Waterpompaaan/uit
(A) Selectie toerental veegbezem, links en rechts gecombi-neerd
(B) Knop heeft geen functie
(C) Motortoerental
voort het instellen van de waarden indrukken
Instructie
Van het ingestelde motortoerental is de zuigcapaciteit afhankelijk.
1600 1/min licht veeggoed
2200 1/min normale verontreiniging
2500 1/min sterke, zware verontreiniging
(D) Geen functie
(E) Knop, aanpersdruk linker en rechter zijbezem
(F) Geheugenknop
indrukken om de ingestelde waarden of programma's op te slaan
(G) Draaiknop
indrukken om de ingestelde waarden te wijzigen
Omschakelenaar2-bezem-veegsystemegetrokken
1 Contact inschakelen.
2 Op het display van het voertuig F10 indrukken.
3 Met F5 veegsystemeem getrokken selecteren.
Bezem-aanpersdruk
Op het display toont een gele balk een ontlasting van de bezemaanpersdruk.
Een rode balk toont een verhoging van de bezemaanpersdruk.
Onderhoud
1 De beschikbare smeerpunten (smeernippels) zijn gekenmerkt.
Dagelijks met gebruikelijk, universeel vet smeren.
2 Veegbezem op in elkaar gedraide snoeren en banden controeren, indien nodig verwijderen.
3. Hydraulische aansluitingen schoon houden en wekelijks op lekkage controleren.
4 Veegbezem op slijtage en beschadiging controlleren, indien nodig vernieuwen.
Veegspoor instellen

- Het veegspoor zoals op de afbeeling weergegeven instellen.
Zijdelingse helling instellen

①Schroef 1
(2) Schroef 2
2. Schroeven losdraaien.
3. Zijdelingse helling via het draaipunt van schroef 1 instellen.
4. Schroeven aandraaien.

Kophellingaarvoreninstellen
1 Contramoer
②Zeskant
5. Contramoer losdraaien.
6. Kophelling via de zeskant instellen.
7. Contramoer aantrekken.
Bezemaanpersdruk instellen
- Het bezemsystem heeft een hydraulische bezemontlasting.
Opslag
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Neem het gewicht van het apparaat in acht.
LET OP
Beschadigingsgevaar
Bewaar de aanbouwset op een beschemde, effen en droge plaats. De veegbezems要去en onbelast zich.
- Bewaar het veegsystem dat van het voertuig is gedemonsteerd op de wisselwagen.
- Bij montage aan het voertuig要去en de veegbezemes onbelast+zijn.
Technische gegevens
| Afmetingen en gewichten Veegsys | teem met 2 be-zems (getrokken) |
| Lengte 950 mm | |
| Breedte 1250 mm | |
| Hoogte 750 mm | |
| Gewicht (transportgewicht) 115 kg |
Veegsystem demonteren
De demontage van het veegsysteme in omgekeerde volgorde van de montage uitvoeren. Veegsysteme op de palletplaatsen. Eerst de bezem verwijderen.
Voor het lostrekken van de hydraulische slangen moet het systeme eerst drukloos worden gemaatk; zie hiervoor de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
Aanbouwset 3-bezem-veegsysteme
(frontbezem)
Veegsystem monteren
De pallet die op het veegsystemeerd geleverd dient gewelijkijdig als montagehulp voor de montage/demontage.

Pallet
(2)Veegsystem
- Hefwagen onder de pallet met het gepositioneerde veegsystemeernijden.

①Opname aan het voertuig
(2)Zuigmond gemonteerd
③Veegsystem
(4)Pallet
2. Vergrendelingshendel omhoog trekken.
3. Bezemsystemeim circa 10 cm voor het voertuig positioneren.
4. Hydraulische slangen aansluiten, kleuren in ache nemen. Bezetting, zie in een volgend hoofdstuk
5. Waterslangen erop steken.
6. Elektrische stekkerverbinding op het voertuig aansluiten.
7. Veegsysteme hemelaa in de voertuigopname aanbrengen.
8. Veegsysteme vergrendelen; hiervoor de vergrendelingshendel omlaag drukken (gebogen stang gebruiken).
9. Bij de eerste aanbouw of bij het wisselen waar een ander voertuig moet de vergrendeling met de stelmoeren correct worden ingesteld. Bij correcte instelling moet de vergrendeling bij het omlaag drukken over een voelbaar punt vergrendelen.
10.Zijbezem en frontbezem monteren.
Apparaataanzicht veegsysteme met 3 bezems

(1)Frontbezem
② Frontbezemarm
③ Veegsystem met 2 bezems
4Slede
Stekker apparaatherkenning
1. De bediening van het bezemsysteme worden in een later hoofdstuk beschreven.
Hydraulische slangen op het voertuig aansluten

PTO borstels
② Frontbezem hellen / rollen
③ Frontbezem optillen / neerlaten
4Lekolie
(6)Zuigmond /veegbezem zwenken
(6)Veegbezem optillen / neerlaten
?Frontbezem zwenken
⑥PTO 80 l/min
9PTO borstels
Wateraansluiting rechts
Wateraansluiting links
-
Hydraulische slangen overeenkomstig de kleurmarkering aan-sluiten.
-
Waterslangen links en rechts erop steken.
Bediening
Indeling zuigveegmachine met veegsysteme frontbezem
Instructie
De indications in de schakelaars branden als ze+zijn ingeschakeld.

Joystick links, voor het bedieren van de frontbezem
- Joystick waar voren: Frontbezem beweegt omlaag en worden ingeschakeld
Instructie
Bij sterke verruiling de aanpersdruk verhogen
Joystick waar achefteren: Frontbezem beweegt omhoog en wordtuitgeschakeld
- Joystick waar links/rechts: Frontbezem beweegt waar links/rechts
②Joystick rechts, voor het bedieren van de frontbezem
- Joystick waar voren: Bezemarmen samen neerlaten en zijbezem inschakelen
- Joystick waar achteren: Bezemarmen samen optillen en zijbezem uitschakelen
- Joystick maar links/rechts: Bezemarmen samen zwenken
(3)Zuigmond optillen/neerlaten
④ Hydraulisch systeem aan/uit
(5)Draairichting-omkering frontbezem
⑥ Indien geactiveerd: Frontbezem knikken/rollen met rechter holster jeystick
⑦ Watercirculatiefunctie aan/uit (recyclingwater)
(8)Zuigventilator aan/uit
Functie ECO
Waterpomp aan/uit
(A) Selectie toerental frontbezem
(B) Selectie toerental veegbezem
(C) Motortoerental voor het instellen van de waarden indrukken
Instructie
Van het ingestelde motortoerental is de zuigcapaciteit af-hankelijk.
1600 1/min licht veeggoed
2200 1/min normale verontreiniging
2500 1/min sterke, zware verontreiniging
(D) Veegbezemontlasting
(E) Frontbezemontlasting / -druk
(F) Geheugenknop
indrukken om de ingestelde waarden of programma's op te slaan
(G) Draaiknop indrukken om de ingestelde waarden te wijzigelen
Bezem-aanpersdruk
Op het display toont een gele balk een ontlasting van de bezemaanpersdruk.
Een rode balk toont een verhoging van de bezemaanpersdruk.
Gebruik als onkruidbezem
Bij gebruik als onkruidbezem moet de positie van de frontbezem in de gewenste stand worden beveiligd.
Drie posities zijn möglichk.

①Rijrichting
②Positie rechts
③Positie voor
4Positie links
- Gewenste werkposition met bout en veerstekker beveiligien. Zie hoofdstuk Transportbeveiliging.
- Bij het werkken in positie links de knop voor het omkeren van de draairichting indrukken.
Transportbeveiling
Bij het rijden op de openbare weg (transportritten)要去 de frontbezem worden beveiligdd.

① Bout
②Veerstekker
- Slede van de frontbezem helemaal waar links verplaatsen.
- Frontbezem in deze stand met een bout en veerstekker beveiligungen.
Onderhoud
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het voertuig voor meer informatie.
Onderhoud en verzorging van de veegeenheid
1 Frontbezem en veegbezem op ingewikkelde snoeren en banden controleren, indien nodig verwijderen.
2 Hydraulische aansluitingen schoon houden en wekelijks op lekkage controleren.
3 Frontbezem en veegbezem op slijtage en beschadiging controeren, indien nodig verrangen.
Onderhoud en verzorging van de lagers/lineaire eenheid VOORZICTIG
Functiestoring of beschadigingsgevaar
De lagereenheden zijn zichsmerende droge lagers en mogen nooit met smeermiddel worden gesmeerd.
Remreinigers, smeermiddelen of andere reinigingsmiddelen kunnen de lagerfolie aantasten en vernielen. Lagerfolie op slijtage en beschadiging controeren, indien nodig vernieuwen.
1 De beschikbare smeerpunten (smeernippels) zijn gekenmerkt.
Dagelijks met gebruikelijk, universeel vet smeren.
2 Reinig de hele lineaire eenheid alleen met water of loog. Reinigen met een hagedrukreiniger is geen probleem.
Onderhoud en verzorging van de ketting LET OP
Instructies voor het smeren van de ketting
Let er bij het smeren van de ketting op dat er geen smeermiddel op de rails van de lineaire eenheid terechtkomt. Als dit door on-zorgvuldigheid toch gebeurt, dan要去en de rails voor inbedrifstelling vet vrij gemaatk worden door deze te reinigen.
Gebruik nooit bijtende stoffen of zuren om de ketting te reinigen.
1 Inspector de ketting minstens eén keer per maand. De inspectie omvat reinigen, spannen van de kettingaandrijying en smeren.
2 De kettingen können worden schoongemaakt met doeken of borstels. Hardnekkg vuił kan worden losgemaakt met petroleum of wasbenzine. Breng onmiddelijk na het gebruik van vetoplosmiddelen een nieuwe, geschkke corrosiebescherming aan.
3 De kettingaandrijving mag alleen door Kärcher Service worden gespannen.
4 Regelmatig smeren verlengt de levensduur. Smeer de ketting met nasmeermiddel VP8 FoodPlus Spray van IWIS.
Zorg dat het smeermiddel in de kettingscharnier kommt. Dit betekent dat hetCUSen de schijf en de bus energzijds en tussen de binnenste en buitenste platen anderszijds moet+kennen om de bouten en de bus te bereiken.
5 Als u een gebrek aan smering vaststelt, wat blijkt uit meer lawaai, stroeve scharnieren of passingroest in de scharnieren, dan raden wij u de volgende procedure aan.
Reinig de ketting met een olie met een zeer lage viscositeit. Hierdoor worden passingroest, oud smeermiddel en ander vuiluit het scharnier gespoeld. Wanneer de ketting is gereinigd, smeert u deze in met een geschikt smeermiddel Zoals hierboven beschreiben.
Veegspoor instellen

- Het veegspoor zoals op de afbeelding weergegeven instellen.
Links: 9:00 - 14:00
Rechts: 10:00 - 15:00
Zijdelingse helling instellen

Schroef 1
② Schroef 2
2. Schroeven losdraaien.
3. Zijdelingsse helling via het draaipunt van schroef 1 instellen.
4. Schroeven aandraaien.
Kophelling的那一voren instellen

① Contramoer
②Zeskant
5. Contramoer losdraaien.
6. Kophelling via de zeskant instellen.
7. Contramoer aantrekken.
Bezemaanpersdruk instellen
- Het bezemsysteme heeft een hydraulische bezem-aanpersdrukverstelling.
Opslag
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Neem het gewicht van het apparaat in acht.
LET OP
Beschadigingsgevaar
Bewaar de aanbouwset op een beschemde, effen en droge plaats. De veegbezems要去en onbelast zich.
- Bewaar het veegsystem dat van het voertuig is gedemon teerd op de wisselwagen.
- Bij montage aan het voertuig要去en de veegbezemes onbelast+zijn.
Technische gegevens
| Afmetingen en gewichten Veegsysteme | met 3bezems |
| Lenghte 1800 mm | |
| Breedte 1250 mm | |
| Hoopte 850 mm | |
| Gewicht (transportgewicht) 285 kg |
Veegsystem demonteren
De demontage van het veegsysteme in omgekeerde volgorde van de montage uitvoeren. Veegsysteme op de palletplaatsen.
Eerst de bezem verwijderen.
Voor het lostrekken van de hydraulische slangen moet het systeme eerst drukloos worden gemaatk; zie hiervoor de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
Transport
Voertuig verladen
GEVAAR
Gevaar voor letsel door verkeerd transport
Houd rekening met het gewicht van het voertuig.
Rijd het voertuig langzaam en voorzichtig op het transportvoertuig.
LET OP
Beschadiging van het voertuig
Verlaad het voertuig Niet met een kraan.
Gebruik geen vorkhefttruck.
- Voertuig met lage slelheid op het transportvoertuig rijden.
Instructie
Als het voertuig Niet kan rijden, die hoofdstuk Voertuig wegstepen.
Transportbeveiliging op het knikscharnier aanbrengen

①Pen met borgsplitpen
(2)Transportbeveiling
③ Opbergen transportbeveiliging
1. Borgsplitspennen eruit trekken.
2. Beide pennen eruit trekken.
3. Transportbeveiliging uit de opbergplaats trekken.
4. Transportbeveiliging aanbrengen.
5. Pennen erin steken
6. Pennen met borgsplitpen borgen.
Voertuig borgen
△WAARSCHUWING
Gevaar voor ongevallen
Beveilig het voertuig voor het transport gegen verschuiven.

- Voertuig parkeren.
- Voertuig met spanbanden aan de weergegeven sjorpunten aan beiden zijden borgen.
Instructie
Als het voertuig inclusief vuilreservoir voor het transport achechteruit wordt geladen, moet het deksel van het vuilreservoir aanvullend met een spanriem gegen het openen worden beveiligd.
Voertuig weg slepen
Sleepoog aanbrengen
Instructie
Het sleepoog met borgbout en splitpen bevindt zich onder de bijrjdersstoel in een opbergvak.

Sleepoog
Borgbout
3Splitpen
4Splitpen voor bout
⑤Bout
1. Opbergvak onder de bijrijdersstoel openen en sleepoog verwijdenen.

Borgbout met splitpen
②Sleepoog
③ Voertuigframe
④Bout
Borgclip
-
Sleepoog aan het rechter voertuigframe Vooraan aanbrengen.
-
Borgbout in het sleepoog steken en met splitpen borgen.
Sleepoog aanbrengen
Instructie
De sleephaak voor MC 130 advanced wordt met een borgbout en borgklem awhile de passagiersstoel op een extra houder bewaard.

①Sleepoog
② Borgbout met borgklem
(3)Borgketting met borgklem
④ Sleepbout
(5) Houser voor sleepoog
Achter de bijrijdersstoel aangebracht
- Sleepoog met borgbout en borgklem van de houder verwijden.

① Borgbout met borgklem
②Sleepoog
③ Borgbout met borgclip
2. Sleepoog aan het voertuigframe vooraan aanbrengen.
3. Borgbout in het sleepoog steken en met borgclip borgen.
Voertuig wegstepen
△VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging door onvakkundig weg slepen
Sleep het voertuig alleen in het tempo stapvoets.
Trek langzaam en Niet met een schok op.
Bevestig de sleepkabel of sleepstang alleen aan de vangmuil.
Stel zeker dat de besturing functioneert.
- Veeraccumulator van de parkeerrem loses.

Bypassventielen
- Bypassventielen 3 omwentelingen uittdraaien (SW 24 mm).
- Sleepstang of sleepkabel aan het sleeptoog bevestigen.
- Voertuig langzaam op het transportvoertuig trekken.
- Veeraccumulator van de parkeerrem en bypassventielen slui- ten.
Onderhoud
Algemene instructies
△GEVAAR
Gevaar voor beknelling
Wanneer u onder geheven aanbouwapparatuur werkt, beveiligt u de aanbouwapparatuur altijd mechanisch (onderbouwen).
- Vooraleer u het voertuig reinigt en onderhoudt, onderden verrangt of op een andere functie omstelt, schakelt u de motoruit en trekt u de contactsleutel eruit.
-
Controller voor loskoppelen van de accu of uw radio met een radiocode is beveiligd.
-
Klem vór werkzaamheden aan de elektrische installment de accu af.
- Reparaties mogen alleen door erkende klantenservices of door experts op dit gebied worden uitgevoerd en die met alle relevante veiligheidsvoorschriften vertrouwd zich.
- Alle laswerkzaamheden aan het voertuig of aan de aanbouwapparaten zijn alleen toegestaan door geauthoriseerde Kärcher-klantenservice.
Servicelampje
Het servicelampje brandt wanner het betreffende onderhoud要去 worden uitgevoerd.
Het servicelampje knippert op het display:
- Voor de eerste keer na 50 draaiuren wonneer de eerste inspectie要去 worden uitgevoerd.
- De volgende service na 250 draaiuren.
Daarna om de 500 draaiuren.
Instructie
Het servicelampje moet door de servicedienst worden geseset.
Onderhoudstermijnen
Instructie
Om tegemoet te komen aan garantie-eisen要去enijdens de garantielooptijd alle service- en onderhoudswerkzaamheden door de geauthoriseerde Karcher-servicedienst conform de inspectie-checklist worden uitgevoerd.
- Dagelijks voor aanvang van het werk, zie hoofdstuk Veiligheidscontrole voor de start.
- Naatte reiniging van het voertuig alle lagers doorsmeren.
- Naar behoefte de veiligheidskeuring volgens deplaatselijk geldende voorschriften door de servicedienst lately uitvoeren.
- De termijnen voor de contrôle- en onderhoudswerkzaamheden door de klant zich te vinden in de onderstaande tabel. Verdere onderhoudswerkzaamheden要去en door de servicedienst na 250, 500 (jaarlijs), 1000, 1500 of 2000 draaiuren conform de inspectiechecklijst worden uitgevoerd. U类产品 opijd contact op te nemen met de servicedienst.
Onderhoudsschema voertuig
| Dage- lijkss | Wekelijks | |
| Alle lagers smeren die in het smeer-schema zijn opgenomen. | (8h) | |
| Bowdenkabels en bewegende delen oplichtlopendheid controeren. | X | |
| Zijbezems en zuigmond op slijtage en ingewikkelde banden controeren (bijveegmachine). | X | |
| Werd het apparaat met uitgeschakeld watercirculatiesystem (optie) gebrukt, dan filter en ventiel van het watercirculatiesystem reinigen om de goede werking van het watercirculatiesystem te garanderen en schade uit te sluiten. | X | |
| Looprollen en zuigmond oplichtlopend-heid controeren (bij veegmachine). | X | |
| Straalbeeld van de spreieers voor debewatering van de borstels en in de zuigmond controeren. Indien nodig spreieers reinigen of verrangen (bijveegmachine). | X | |
| Slangen en slangklemmen controeren. | X | |
| Koelvloeistofslangen controeren. X | ||
| Koelerlamellen van waterkoeler, olié-koeler en airconditioning reinigen. | X | |
| V-snaar en V-snaarspanning contro-len. | X | |
| Parkeerrem op werkung en instelling controeren. | X |
| Dage- Iijks | Wekelijks | |
| Pedalen op werkung controleren X | ||
| Motorluchtfilter controleren. X | ||
| Radiateurrooster reinigen. X | ||
| Airconditioning controleren. X | ||
| Uitlaatsysteme controleren. X | ||
| Ventilatorruimte reinigen. X* | ||
| Vuilreservoir en deksel reinigen. X* | ||
| * bij sterke verontreiniging meerere ke- ren per dag |

Smeerschemavoertuig

| Smeerpunt Aantal | smeerpunten | Smeerinterval | |
| 1 | Draailager en hefcilinder van de fronfkrachttiller | telkens 1 | • Om de 8 h |
| 2 | Knikbesturing in midden voer-tuig | 2 | • Om de 8 h • onderhouds-vrij (optio-neel) |
| 3 | Sturcilinder | 2 | • Om de 8 h • onderhouds-vrij (optio-neel) |
| 4 | Onderste lager knikgewricht | 1 | • Om de 8 h • onderhouds-vrij (optio-neel) |
| 5 | Hefcilinder | 4 | • Om de 25 h |
| 6 | Hefplatform | 2 | • Om de 8 h |
| 7 | Rijpedaal | 1 | • Om de 100 h |
| 8 | Omkeerhendel rempedaal | 1 | • Om de 100 h |
LET OP
Functiestoringen
V-snaar schoon en vetvrij houden.
1 Hoogwaardige universeel vet gebruiken.
2 Smeernippel volgens de smeerintervallen (tabel) met de vetspuit smeren.
V-snaar schoon en vetvrij houden.
1 Hoogwaardige universeel vet gebruiken.
2 Smeernippel volgens de smeerintervallen (tabel) met de vetspuit smeren.

| Smeerpunt Aantal | smeerpunten | Smeerin-terval | |
| 1 As | hijssarm zwenkcilinder telkens 1 Om de 8 h | ||
| 2 As | basishouder scharnierlager telkens 1 | Om de 8 h | |
| 3 Cilinder zuigmond houder | 1 | Om de 8 h | |
| 4 Cilinder zuigmond basislicham | 1 | Om de 8 h | |
| 5 As | basishouder zwenkcilinder | 1 | Om de 8 h |
| 6 As | basishouder zwenkcilinder | 1 | Om de 8 h |
Onderhoudswerkzaamheden voorbereiden
- Voertuig op een vlakke ondergrond neerzetten.
- Zuigventilator uitschakelen.
- Zijbezems neerlaten.
- Parkeerrem bedieren.
- Voertuig gegen wegrollen beveiliggen.
- Contact uitschakelen en contactsleutel uit het slot trekken.
Onderhoudswerkzaamheden
Algemene veiligheidsinstructures
△GEVAAR
Levensgevaardoorverkeersstroom
Breng voor reparatiewerkzaamheden het voertuig uit de geva-renzone van het doorgaande verkeer.
Schakel het alarmlicht in.
Zet een waarschuwingsdriehoek neer.
Draag waarschuwingskleding.
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Motor loopt na.
Wacht na het afzetten van de motor 5 seconden.
Blijf in deze:tijd absoluut uit het werkbereik.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar door verkeerde reiniging
Reinig knikscharnier, banden, koelribben, hydrauliekslangen en -ventielen, affdichtingen en elektrische en elektronische componenten Niet met een hogedrukreiniger.
Neem de betreffende veiligheidsvoorschriften bij het reinigen van het voertuig met een hogedrukreiniger in acht.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
Ter bescherming van het luchtfilter het voertuig alleen met uitgeschakelde motor nat reinigen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Voertuig kan per ongeluk opstarten.
Trek vór onderhouds- en reinigingswerkzaamheden aan het voertuig algtd de contactsleutel eruit en klem de batterij af.
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Instandhoudingswerkzaamheden aan het hydraulische systemmogen alleen door special geschoold personeel worden uitgevoerd.
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en beschadiging
Altijd de geheven kiepinrichting borgen.
△GEVAAR
Gevaar voor letsel
Bij alle onderhoudswerkzaamheden het vuilreservoir helemaal omhoog kantelen en bezemsystema/aanbouwapparaat latent zakken om het hydraulische systeme drukloos te make. Vuilreservoir kan omlaag zwenken. Laat het vuilreservoir altijd volledig in de eindstand neer vooraleer u eronder gaat werken. Het vuilreservoir kan per ongeluk maar beneden komen. Voer werkzaamheden aan de turbine alleen bij volledig opgetild vuilreservoiruit.
△VOORZICHTIG
Gevaar voor verbranding
Laat het voertuig voldoende afkoelen.
Raak geen hete delen van het hydraulische systeme, de hydrostatische aandrijfmotor, de verbrandingsmotor en het uitaatsysteme aan.
LET OP
Mileuverontreiniging
Laat vloeistoffen zoals motorolie, hydraulische olie, remvloeistof, diesel of koelvloeistof nicht in de bodem terechtkommen. Bescherm het milieu en voer de vloeistoffen op een milieuvriendelijk manier af.
Opgetild vuilreservoir borgen
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Beveilig de vuilcontainer altijd bij werkzaamheden met geheven vuilcontainer.

Borgbout
(2) Borgclip
③Opbergvak voor borgbout met borgklem (2x)
- Bij opgetild vuilreservoir de borgbout plaatsen en met borgklep beveiligien (2x).
Kantelinrichting borgen

①Zuigerstang
② Borgclip
Borgsteun
④ Opname voor borgsteun
- Kantelinrichting helemaal omhoog brengen.
- Splitpen openen.
- Borgsteun uit de opname nemen.
- Borgsteun aanbrengen.
- Splitpen aanbrengen.
Instructie
Bveiliging kan aan de linker en rechtter zuigerstang worden aangebracht.
Kantelinrichting neerlaten
LET OP
Beschadiging van de zuigslang
Let er bij het neerlaten van het kantelframe op dat de zuigslang juist in de geleiding ligt.

①Zuigslang
- Kantelinrichting neerlaten nadat de borgsteun is verwijderd.
- Indien nodig de zuigslang met de hand in de geleiding drukken.
Zijpaneel openen
△VOORZICHTG
Gevaar voor Ietsel
Verbrandingsgevaar door hete voertuigonderdelen.
Voor het openen van de zijpanelen, apparaat voldoende lately afkoelen.

(1)Sluitingen
(2)Zijpanelen
Aan beiden zijden
- Sluitingen van de ijspanelen openen.
Rechterzijde
- Zijpaneelen maar voren openen.
Linkerzijde

3. Trek aan de hoofdschakelaar om het linkerzijpaneel te ontgrendelen.
4. Zijpaneelen maar voren openen.
Radiateurbeschemrooster verwijderen/aanbrengen

1. Radiateurbeschemroosteraarboventoe optillen
2. Onderste deel uittrekken.
3. Radiateurbeschemmroosteraar onderen toe eruit nemen.
Montage-instructie
Radiateurbeschemrooster onderaan vastklikken, dan bovenaan dichtklappen.
Koelvloeistofpeil controleren en koelvloeistof bijvullen
VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hare onderdelen
Als de motor heet is de radiateur en onderdelen van het koelsystemenet aanraken.
LET OP
Materiele schade door verkeerd koelmiddel
Vul koelminder alleen bij koude motor bij.
Gebruik een water-antivriesmengsel.
Gebruik alleen onthard water.
Koelmiddel zie hoofdstuk.

①Deksel
②Expansievat
③Markering bovenste vulniveau
④ Markering onderste vulniveau
-
Vulpeil bij een koude motor controleren.
-
Linker zichbekleding afnemen.
-
Vulniveau aan het expansievat controleren.
Opmerking
Het juiste koelvloeistofpeil moet:tussen de bovenste en de onderste markingering liggen.
-
Indien nodig koelvloeistof bijvullen.
-
Bijkomend het vulniveau in de radiateur controleren, zie hoofdstuk.
-
Is het expansievat helemaal leeg, dan eerst de radiateur bijvullen.
Peil hydraulische olie controleren en hydraulische olie bijvullen

1Hydraulische vloeistof
②Oliepeil MIN
③Oliepeil MAX
Het juiste hydraulische oliepeil moet:tussen de bovenste en de onderste markingering liggen.
- Indien nodig hydraulische olie bijvullen.
Instructie
Ontbrekende hydraulische olie kan alleen door een speciaal toebehoren worden bijgevuld, dat aan de lekkagekoppeling
van het voertuig worden aangesloten. Indien nodig, bestel-nr. bij Kärcher aanvragen of het bijvullen door de Kärcher klantenservice lately uitvoeren.
Soort hydraulische olie: zie hoofdstuk Technische gegevens.
Koelvloeistof in de radiateur bijvullen
△VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hare onderdelen
Als de motor heet is de radiateur en onderdelen van het koelsystem neiet aanraken.
LET OP
Materiele schade door verkeerd koelmiddel
Vul koelminder alleen bij koude motor bij.
Gebruik een water-antivriesmengsel.
Verschillende antivriessoorten nicht vermengen.
Gebruik alleen onthard water.
KoelmiddelziehoofdstukTechnische gegevens.
- Vuilreservoir demonteren, zie hoofdstuk

① Afdekking radiateurdeksel
② Radiateurdeksel
2. Afdekking radiateurdeksel openklappen.
3. Radiateurdeksel een grendelstand draaien om druk van de radiateur af te lien.
4. Als de radiateur drukloos is, het radiateurdeksel aftschroeven.
5. Radiateur langzaam tot boven zonder bellen vullen.
6. Radiateurdeksel vastschroeven.
7. Koelvloeistofexpansiev bijvullen. Zie hoofdstuk
8. Bekleding opnieuw aanbrengen.
Accu inbouwen / demonteren
△GEVAAR
Gevaar voor letsel
Neem de veiligheidsvoorschriften voor de omgang met accu's inRCT.

Minpool
②Pluspool
③ Houder
- Accu in de accuholder plaatsen.
- Houder aan de accubodem vastschroeven.
- Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten.
- Poolklem (zwarte kabel) op de minpool (-) aansluiten.
- Afdekkappen op poolklemmen plaatsen.
ATTENTIE
Bij de demontage van de accu eerst de minpool loshalen.
Controller of de occipolen en poolklemmen door voldoende poolvet beschermd zich.
Accu laden
GEVAAR
Gevaar voor letse!
Batterij alleen met een geschikt oplaadapparaat opladen.
Veiligheidsvoorschriften bij de omgang met accu's in acht nemen. Gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht nemen.
- Minpool van de accu afklemmen.
- Oplaadapparaat op accu aansluiten.
- Netstekker aansluiten en oplaadapparaat inschakelen.
- Accu met de zo Klein mogelijke laadstroom laden.
- Na het laden het oplaadapparaat eerst van het net en dan pas van de accu scheiden (minpool eerst).
- Accu wee vastklemmen.
Luchtfilter reinigen/ervangen

Vergrendeling
② Lichtfilterbehuiizing
③Vleugelschroef
- Zijdelingsse motorbekleding rechts verwijdersen.
- Vleugelschroef ca. 2 omwentelingen openen
- Complete luchtfiltereenheid tot aan de aanslag maar buiten zwenken.
- Vleugelschroef vastschroeven.
- Vergrendeling (2x) aan de luchtfilterbehuiizing openen.
- Luchtfilterbehuiizing verwijderen.

Luchtfilterbehuzing
②Filterpatroon
③Veiligheidspatroon
7. Filterpatroon en veiligheidspatroon uittrekken.
8. Complete luchtfilterbehuzing van binnen reinigen.
9. Filterpatroon op een hard oppervlak uitkloppen. Filterpatroon Niet met perslucht uitblazen.
10. Veiligheidspatroon door een neue verrangen.
Verbruike veiligheidspatroon Niet hergebruiken.
11. Filterpatroon met afdichtingsvlak op netheid en intactheid controeren. Sterk verontreinigde of beschadigde filterpatroon door een neue verwangen.
12. Na de montage de luchfiltreneenheid opniewaar bennen zwenken en met vleugelschroef vasttrekken.
Stoffilter cabine van buiten verrangen

① Afdekking
(2)Stoffilter
Instructie
Fijnfilter filterklasse F8 (optioneel verkrijgbaar)
- 6 schroeven van de afdekking uitschroeven.
- Afdekking verwijderen.
- Stofffilter verwijderen.
- Licht verontreinigde stofffilter met perslucht (verminderde druk) uitblazen. Sterk verontreinigde stofffilter verrangen.
- Nieuwe of gereinigde filter plaatsen.
Stofffilter in de cabine verrangen

Bestuurdersstoel
②Stoffilter
③ Bijrijdersstoel
- Beide stoelen maar voren schuiven.
- Stofffilter verwijderen.
- Stofffilter controleren/reinigen, indien nodig verrangen.
Montage-instructie
Bij het opnieuw inbouwen op juiste inbouwpositie letten.
Wiel verwisselen
△GEVAAR
Levensgevaar door verkeersstroom
Breng voor reparatiewerkzaamheden het voertuig uit de geva-renzone van het doorgaande verkeer.
Schakel het alarmlicht in.
Zet een waarschuwingsdriehoek neer.
Draag waarschuwingskleding.
Instructie
Geschikte gewone krik gebruiken.

① Wielmoeren
② Wiel
- Voertuig op een effen oppervlak met stevige ondergrond plaatsen.
- Parkeerrem bedieren en voertuig bijkomend gegen het wegrollen beveiliggen.
- Knikgewricht borgen.
- Contactsleut iuttrekken.
- Wielmoeren met geschickt gereedschap ca. 1 omwenteling losdraaien.
- Krik aan het betreffende opnamepunt van het voor- resp. ache terwijlplaatsen en voertuig optillen.
- Voertuig met schragen bijkomend ondersteunen.
- Wielmoeren aftschroeven.
- Wiel verwijderen.
- Nieuw viel aanbrengen en wilmoeren tot aan de aanslag in schroeven en kuiselings aantrekken.
- Wielmoeren met een koppel van 180 Nm aantrekken.
Watertank vullen

①Vulopening
② Symbool voor hefboomstand "vullen"
③ Symbool voor hefboomstand "gesloten"
(4)Schakelhefboom
(5)Niveau-indicatie
- Sluiting van de vulopening openen.
- Schakelhefboom op stand "vullen".
- Watertoevoerslang aan de vulopening aanbrengen.
- Watertank vullen.
Instructie
Om de terugzuing te vermijden, mag de waterslang voor het vullen van de watertank Niet worden ingebracht.
5. Watertoevoer sluiten.
6. Watertoevoerslang verwijderen.
7. Sluiting van de vulopening sluiten.
8. Schakelhefboom op stand "gesloten".
Ruitensproeierreservoir vullen

① Ruitensproeierreservoir
②Deksel
③ Niveau-indicatie hydraulische olietank
Instructie
Neem de gegevens van de fabrikant m.b.t. wasvloeistof en antivriesmiddel in acht.
- Aanbouwframe optillen.
- Zijbekleding ontgrendelen en verwijderen.
- Wasvloeistof bijvullen.
a Bij vorstgevaar bijkomend antivirusismiddel toevoegen.
- Deksel van het ruitensproeierreservoir sluiten.
- Zijbekleding opnieuw monteren.
Motoroliepeil controlleren
△VOORZICHTIG
Gevaar voor verbranding
Raak geen hete oppervlakken, zoals motor- of drijfwerkdelen aan.

Oliepeilstok
②Afdekking
1. Voertuig op een effen ondergrond plaatsen.
2. Afdekking verwijderen.
3. Oliepeilstok uittrekken.
4. Oliepeilstok afvegen en erin steken.
5. Oliepeilstok uittrekken
6. Oliepeil met de oliepeilstok aflezen. Het oliepeil moetussen de "MIN"-en MAX"-markering liggen. Ligt het oliepeil onder de "MIN"-markering, dan motorolie bijvullen.
Motorolie bijvullen
△VOORZICHTG
Gevaar voor verbranding
Raak geen hete oppervliakken, zoals motor- of drifwerkdelen aan.
△VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar
Een te hoog oliepeil leidt tot beschadiging van de motor. Laat olie af als het oliepeil de bovenste markings van de oliepeilstok overschrijdt tot het correcte oliepeil is bereikt.

(1)Bevestigbing brandstoftank
(2)Brandstoftank
- Zijdelingse motorbekleding links verwijderen.
- Schroef van de bevestiging van de brandstoftank openen en brandstoftank waar buiten zwenken.

(1)Vuldop
(2)Vuldop MC 130 advanced plus
3. Motoroliepeil controlleren, zie hoofdstuk.
4. Vuldop openen.
5. Motorolie bijvullen. Specificaties m.b.t. de motorolie wie hoofdstuk Technische gegevens.
6. Motor nicht boven "MAX"-markering vullen.
7. Vuldop sluiten.
8. Motoroliepeil na 5 minuten opniewu w controleren. Indien nodig motorolie bijvullen.
Motoroliefilter verrangen
WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Laat voor het verrangen van motorolie en motoroliefilter het voertuig voldoende afkoelen.
Instructie
Een warmer motor vergemakkelijk het aflaten van de motorolie.
- Motor afzetten.
- Opvangbak (minstens 10 liter) eronder zetten.
- Olieaftapplug uittdraaien.
- Vuldop afschroeven.
- Olie aftappen
- Olliefilter afschroeven.
- Opname en afflichtvlakken reinigen.
- Afdichting van deijke oliefilter met olie insmeren.
- Oliefilter inschroeven en handvast aantrekken.
10.Oliaeftapplug inschroeven (koppeling 60~Nm
11.Motorolie vullen.
12.Vuldop sluiten.
13.Motor 30 seconden laten draaien.
14.5 minutes wachten.
15.Oliepeil controleren.
Montage-instructie
Afdichtingen verrangen.
Op dichtheid controlleren.
Brandstofsystem onluchten
Het brandstofsysteme moet worden ontlucht als de tank leeggereden of de brandstofffilter werd verrangen.
- Brandstoftank vullen.
- Contactsleutel op positie I zetten. Na 2-5 minuten loopt de pomp horsoor stiller.

Zijbezemervangen
Zijdelingse schroeven
②Veegspoor
③Zijbezem
④ Moeren (4x)
⑤ Achterste schroeven
- Zijbezem optillen.
- Moeren losdraaien.
- Zijbezem verwijderen.
- Nieuwe zichbezem aanbrengen en vastschroeven.
Veegspoornstellen
Veegspoor boven dechterste en zijdelingse schroeven zoals op de afbeelding instellen.
Watercirculationsystem (optie) spoelen
- Slangkoppeling watercirculationsystem loskoppelen.
- Watertoevoerslang met het watercirculatiesystem verbinden en uitspoelen.
- Schakelaar besproeing op watercirculatiesystem zetten Het einde van de zuigbuis worden beter gespoeld.
Het waterreservoir legend
- Open het ventiel op de afvoerslang (links onder het vuilreservoir).
- Schoon water laten weglopen.
Reiniging
△VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en beschadiging
Altijd de geheven kiepinrichting borgen
- Voertuig op een vlakke ondergrond neerzetten.
- Contact uitschakelen en contactsleuteluit het slot trekken.
- Parkeerrem bedieren.
- Hoofdschakelaar uitschakelen.
Voertuig reinigen
Voertuig dagelijks na afloop van het werk reinigen.
△VOORZICTIG
Beschadigingsgevaar door verkeerde reiniging
Reinig knikscharnier, banden, koelribben, hydrauliekslangen enventielen, affdichtingen en elektrische en elektronische componenten Niet met een hagedrukreiniger.
Neem de betreffende veiligheidsvoorschriften bij het reinigen van het voertuig met een hogedrukreiniger in acht.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
Ter bescherming van het luchtfilter het voertuig alleen met uitgeschakelde motor nat reinigen.
- Ter préventie van brandgevaar het voertuig op lekkage van olie en brandstof controleren. Lekkages door de klantenservice lately verhelpen.
- Ter prévention van brandgevaar de motor, geluiddempoer, accu en brandstoftank van plantenresten en olie ontdoen.
- Motor indien nodig met borstel, perslucht of lichte waterdruk reinigen.
- Spatlappen van de wielen reinigen.
Radiateureenheid reinigen
- Radiateurbeschemmrooster verwijderen, die hoofdstuk Radiateurbeschemmrooster verwijderen/aanbrengen.
- Motorkoeler, koeler airconditioning en brandstofkoeler met de hand van grof vuil ontdoen.
- Motorkoeler, koeler airconditioning en brandstofkoeler met een zachte borstel, perslucht (max. 5 bar) of geringe waterdruk reinigen.
Vuilreservoir en deksel reinigen
- Vuilreservoir optillen.
- Borgpennen van het diffusorrooster verwijderen.
- Vuilreservoir en deksel met waterstraal reinigen.
- Bereik onder de vuilwaterzeef met waterstraal reinigen.
Blazer reinigen
Vuilreservoir moet zich opgetild.

①Zijafdekking
(2)Blazerruimte
- Vuilreservoir borgen.
- Zijafdekking maar buiten zwenken.
- Blazerrooster van vuil ontdoen en met een vochtige doek rei-nigen.
Onderduksysteme reinigen
Vulicontainer geleegd.
Motor loopt.
LET OP
Materiele schade door verwuild onderduksysteme
Een verruild onderduksystem kan onregelmatig draaien van de ventilator en trillingen in het voertuig veroorzaken.
Het onderdruksystem dagelijks op verruiling controleren en EVT. reinigen.
- PTO inschakelen.
- Motortoerental op 2200 1/min instellen.
- De ventilator inschakelen.
- Met een waterslang schoon water in het gebied van de zuigmond spuiten.
Het water verzamelt zich in de vuilcontainer. De reiniging is voltooid wanner er schoon water UIT de diffusor komt.
- Vuilcontainer leegmaken.
- De ventilator laten lopen om de vuilcontainer te drogen. Als de trillingen ondanks grondige reiniging Niet verdwijnen (door onregelmatig lopen van de zuigventilator) contact opnemen met de servicedienst.
Waterfilter reinigen
- Vuilreservoir optillen.
- Reclamepaneel links openen.
- Waterfilter ontgrendelen en uit de houder nemen.
- Filteromhulsel afschroeven.
- Waterfilter reinigen.
- Filter plaatsen.
- Correcte plaatsing controleren.
- Filteromhulsel vastschroeven.
- Waterfilter in de houderplaatsen en vergrendelen.
10.Reclamepaneel links sluiten.
11.Vuilreservoir laten zakken.
Sproeiers reinigen
Instructie
Sproeiers bevinden zich aan de zijbezems en aan de zuigmond.
- Sproeiers demonteren.
- Sproeiers met borstel/perslucht reinigen.
- Sproeiers monteren.
Ventiel recyclingwater reinigen

Bajonetsluiting
(2) Ventiel recyclingwater
③Vuilreservoir
1. Vuilreservoir leegmaken.
2. Vuilreservoir optillen.
3. Bajonetsluiting openen.
4. Ventiel verwijderen.
5. Ventiel onder stromend water reinigen.
6. Ventiel plaatsen.
7. Bajonetsluiting sluiten.
Zekeringen
De zekeringen bevinden zich darüber de bestuurdersstoel anschter een afdekking.

①Afdekking
②Zekeringen
1. Afdekking openen.
2. Defecte zekeringen verrangen.

Instructie
Alleen zekeringen metdezelfde ampereewaarde gebruiken.
| Zekering Functie A | ||
| F1 Brandstofklep | Regeleenheid CR* | 30 |
| F2 BODAS-regeleenheid, weergave 5 | ||
| F3 Breedtelicht | Interieurverlichting | 10 |
| F4 Spuitpomp 7 | 5 | |
| F5 Noodknipperrichten 15 | ||
| F6 Mistachterlicht 5 | ||
| F7 Breedtelichten, links 5 | ||
| F8 Breedtelichten, rechts 5 | ||
| F9 Ruitenwisser | Differentieelgrendel | 10 |
| F10 Radio | Hogedrukreiniger | 7,5 |
| F11 | Richtingaanwijzer | 10 |
| F12 Zwaailicht | 10 | |
| F13 Rijppomp, weergave 7,5 | ||
| F14 Motor | 5 | |
| F15 Ventiel uitlaatgasrecirculatie CR* 5 | ||
| F16 Luchtstroomsensor CR* | 5 | |
| F17 Koplampen | 15 | |
| F18 Schijnwerpers | 15 | |
| F19 Cabinevent | 15 | |
| Zekering | Functie | A |
| F20 Stoelverwarming | Spiegelverwarming | 15 |
| F21 Cabine toebehoren | Stekkerverbinding voor, aanbouwapparaat | 15 |
| F22 Stoelcompressor | Stekkerverbindingchter, strooier | 30 |
| F23 Startschake | aar (contactslot) 5 | |
| F24 Voorruitverwarming | 30 | |
| F25 Voorontsteking | 40 | |
| F26 BODAS-regeleenheid | 30 | |
| F31 Hoofdzekering aan de motor 70 | ||
| * CR = common-railmotor (MC 130 Advanced plus) | ||
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Neem het gewicht van het apparaat in acht.
- Het voertuig op een beschemde, vlakke en droge plaats parkeren, de hoofdschakelaar ingeschakeld lately.
- Motorolie verversen en motoroliefilter verwangen.
- Bij vorstgevaar controleren of er voldoende antivries in het koelmiddel zit.
- Watertank en leidingsysteme legen.
- Bij recyclingsystem (optie) wateruit de vuilcontainer aftappen.
- Hoofdschakelaar uitschakelen.
- Voertuig van binnen en van buiten reinigen.
- Voertuig opbokken wanner het langer dan een maand stilstaat.
- Accu loskoppelen.
Kleinere storingenkestumetbehulpvan het volgende overzicht zelfverhelppen.
Neem bij twijfel contact op met de geauthoriseerde klantenservice.
△GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken
Schakel voor alle onderhoudswerkzaamheden het voertuig uit en trek de sleutel eruit.
Reparatiewerkzaamheden en werkzaamheden aan elektrische componenten mogen alleen door de geauthoriseerde klantenservice worden uitgevoerd.
Storingen op het voertuig
| Fout Oplossing | |
| Voertuig kan nicht worden ge-start | Accu controleren/laden.Hoofdschakelaar inschakelen.Op de bestuurdersplaats planta nemen (stoelcontactschakelaar worden geactiveerd).Rijrichtingshendel in stand NEUTRAAL - middelste stand.Brandstof tanken, brandstofsysteme omntluchten.Brandstofffilter controleren, reinigen en/of verwangen.Brandstofaansluitingen en leidingen controleren.Geauthoriseerde klantenservice op de hoogte brengen. |
| Motor loopt onregelmatig | Luchtfilter reinigen/vervangen.Brandstofffilter controleren, reinigen en/of verwangen.Brandstof tanken, brandstofsysteme omntluchten.Brandstoffaansluitingen en ledingen controleren.Geauthoriseerde klantenservice op de hoogte brengen. |
| Motor draait, maar apparaat rijdt nicht of slechts langzaam | Parkeerrem loszetten.Stand van de vrijloophandel controleren.Oliepeil van de rijhydraulica door de klantenservice latent controleren.Bij viestemperaturen en koude hydraulische olie: Laat het apparaat minstens 3 minuten warm draaien. |
| Motor schakelt nicht uit (hoofdschakelaar op 0) | Brandstoffkraan aan de brandstofffilter sluiten.Brandstofftransportpomp loskoppelen Als dit meermaals voorvalt, met de klantenservice contact opnemen. |
| Stof bij het vegen/onvoldoen-de zuigcapaciteit | Vuilreservoir leegmaken.Zuigventilator inschakelen.Slang op zuigventilator controleren.Afdichtingen controleren/vervangen:a Afdichtmanchet zuigventilator.b Afdichting filterkast.c Afdichtingen vuilreservoir.Stofffilter controleren/reinigen/vervangen.a Correcte plantaing van de stofffilter controleren.b Stofffilter bij lichte verontreinigungen reinigen.c Stofffilter bij beschadiging of sterke verontreinigung verwangen.Afdichtlijsten op slijtage controleren/instellen/vervangen. |
| Veegcapaciteit nicht bevredi-gend | Veewals en zijbezems op slijtage controleren, indien nodig verwangen.Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen/vervangen.Werking van de grofvuilklep controleren.Veewalsheften op correcte plantaing controleren.Vulniveau van de hydraulische olietank controleren.Hydraulisch systeme op dichtheid controleren.Contact opnemen met de klantenservice. |
| Inschakeling zijbezems func-tioneert nicht | Vulniveau van de hydraulische olietank controleren.Hydraulisch systeme op dichtheid controleren.Zijbezems op ingewikkelde banden controleren. |
| Zijbezems draaien nicht | Contact opnemen met de klantenservice. |
| Legen vuilreservoir functio-neert nicht | |
Instructie
Bij alle nicht vermelde storingen met de klantenservice (service)
contact opnemen!
Verhelpen van storingen bij symboolweergaven
Foutmeldingen geodeerd
| Fout Oorzaak Oplossing | ||
| Koelmiddeltemperatuur te hoog. ● Motor | afzetten.Koeler reinigen (zie hoofdstuk "Koeler reinigen").Stand van de koelvloeistof in de motor controleren, indien nodig bijvullen.Als het waarschuwingslampje nicht binnen 5 minutenuitgaat:a Motor afzettenb Klantenservice raadplegen | |
| Temperatuur hydraulische olie te hoog. | ● Motor met standgas gebruiken tot het waarschuwings-lampje uitgaat. | |
| Temperatuur hydraulische olie te laag. | ● Motor voorzichtig warmdraaien tot het waarschuwings-lampje uitgaat. | |
| Motorliedruk te hoog. | ● Met klantenservice contact opnemen. | |
| Parkeerrem actief. ● Parkeerrem loszetten. | ||
| Brandstofpeil laag. ● Brandstof bijvullen. | ● Brandstofsysteme ontluchten, als de tank leeg is. | |
| Batterij worden nicht geladen. | ● Met klantenservice contact opnemen. | |
| Regeneratie vereist. | ● Regeneratie uitvoeren (zie hoofdstuk "Regeneratie"). | |
| Service vereist. | ● Service door klantenservice latent uityvoeren.a De serviceweergave moet door de klantenserviceworden teruggezet. | |
De volgende geodeerde foulmeldingen konnenijdens bedrivf van de level V motoren V2403-CR-TE4B-KRC-1 (MC 130 plus, MC 130 classic) optreden.
Als bij een lopende motor een fout verschijnt, knippert de weergavelamp en worden eventuele nog een foutcode op het display gegeneerd.
| NCD Error | Weergavelampje knippert |
| U0076 | 1Hz (elke seconde) + 5 seconden continu aan + 1 Hz (elke seconden) + 5 seconden continu aan ... |
| NCD Error | Weergavelampje knippert |
| P0102 | 1Hz + 5 seconden continu aan + 1 Hz + 5 secon-den continu aan ... |
| PCD Error | Weergavelampje knippert |
| P3014 | 1 Hz (elke 1 seconden) |
| P1A28 | 1 Hz (elke 1 seconden) |
| P3015 | 1 Hz (elke 1 seconden) |
| P2455 | 1 Hz (elke 1 seconden) |
| Fout Oorzaak Oplossing | ||
| U0076 | Geen communicatie met emissiegasterug-leiding | ● Motorvermögenverlies en verslechteren van emissie-eigenschappen a Klantenservice raadplegen |
| P0102 | Luchtmasasensor Niet normal | ● Motorvermögenverlies en verslechteren van emissie-eigenschappen a Klantenservice raadplegen |
| P03014 / P1A28 | Fout in het DPF-systeem | ● Motorvermögenverlies en verslechteren van emissie-eigenschappen a Klantenservice raadplegen |
| P3015 | Geen DPF-functie | ● Motorvermögenverlies en verslechteren van emissie-eigenschappen a Klantenservice raadplegen |
| P2455 | Verschildruksensor Niet normal | ● Geen wijziging van eigenschappen a Klantenservice raadplegen |
- Afdekking verwijderen, hiervoor schroeven (3x) van de afdekking ontgrendelen door linksom te draaien.
Instructie
Voor het bedieren van de handpomp is een handbuis nodig; deze bevindt zich aan de zijkant aller de bestuurdersstoel. Er is een ringsleutel SW 8 voor de schroeven meegeleverd.
Vuilreservoir/aanbouwframe optillen
- Schroeven (B, E, F) eruit schroeven.
- Handpomp (1) bedienen.
Vuilreservoir/aanbouwframe wordt opgetild.
- Schroef (F) langzaam erin draaien.
Vuilreservoir/aanbouwframe wordt neergelaten. - Schroeven erin draaien.
Basispositie wordt hersteld.
Frontkrachttiller/zuigmond optillen
- Schroeven (A, D, F) erin schroeven.
- Handpomp (1) bedienen.
Frontkrachttiller/zuigmond worden opgetild.
- Schroef (F) langzaam erin draaien.
Frontkrachttiller/zuigmond wird neergelaten. - Schroeven erin draaien.
Basispositie wordt hersteld.
Veeraccumulator van de parkeerrem loses
- Kogelkraan (2) in horizontale positie brengen.
- Schroef (C) eruit draaien.
- Handpomp (1) bedieren.
Veeraccumulator komt los te zitten.
- Kogelkraan in verticale positie brengen.
- Schroef (C) erin draaien.
Veeraccumulator word geactiveerd (basispositie).
Toebehoren en reserveonderdelen
Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werkig van het apparatusaat.
Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.
Reserveonderdelenlijst
| Bestelnr. Aanduiding Aantal | stuks | Afbeelding |
| 6.422-522.0 Werkverlichting-led 2 | ||
| 9.654-350.0 Veger 1 | ||
| 9.654-351.0 Wisserblad 1 | ||
| 9.989-357.0 Hörn 1 | ||
| 9.656-126.0 Luchtfilter op de hydraulische olietank | 1 | |
| 2.852-393.0 Luchtfilter fjinn stof 1 | ||
| 6.996-448.0 Gloeilamp 2 | ||
| 7.651-027.0 Lamp 2 | ||
| 7.651-028.0 Lamp 2 |
Technische gegevens
| MC 130 Classic | MC 130 | MC 130 Plus | ||
| Gegevens capaciteit apparaat | ||||
| Rijnselheid (max.) | km/h | 30 (25) | 30 (25) | 40 (30, 25) |
| Werksnelheid (max.) | km/h | 20 | 20 | 20 |
| Klimvermögen (max.) | % 18 | 25 | 25 | |
| Aangedreten wielen | 2 | 4 | 4 | |
| Theoretische oppervlaktekapaciteit | m2/h | 24000 | 24000 | 24000 |
| Werkbreedte | mm | 1200 - 2400 | 1200 - 2400 | 1200 - 2400 |
| Draaicirkel | mm | 1173 | 1173 | 1173 |
| Werkbreedte min. | mm | 1200 | 1200 | 1200 |
| Werkbreedte standaard | mm | 1540 | 1540 | 1540 |
| Accu | ||||
| Accutype | onderhoudsvrij | onderhoudsvrij | onderhoudsvrij | |
| Accucapaciteit Ah 80 80 80 | ||||
| Accuspanning V 12 12 12 | ||||
| Afmetingen en gewichten | ||||
| Lenghte mm 3955 3955 3955 | ||||
| Breedte mm 1540 1540 1540 | ||||
| Hoopte mm 2000 2000 2000 | ||||
| Leeggewicht (transportgewicht) kg 2275 2275 2275 | ||||
| Toegestaaan totaal gewicht kg 3500 3500 3500 | ||||
| Max. toegestane asbelasting voor | kg 2000 2000 2000 | |||
| Max. toegestane asbelastingijken | kg 2000 2000 2000 | |||
| Toegestane aanhanglast (optie) geremd | kg 3000 3000 3000 | |||
| Toegestane aanhanglast (optie) ongeremd kg 750 | 750 | 750 | ||
| Steenlast aanhangerkoppeling (optie) | kg | 250 | 250 | 250 |
| Vuilreservoir | ||||
| Volume vuilreservoir (bruto) | I (m3) | 1300 (1,3) | 1300 (1,3) | 1300 (1,3) |
| Ontlaadhoogte (max.) | mm 1550 1550 1550 | |||
| Volume watertank | I | 195 | 195 | 195 |
| Zijbezem | ||||
| Diameter zijbezem | mm 900 | 900 | 900 | |
| Zijbezemtoerental (traploos) | 1/min | 0 - 110 | 0 - 110 | 0 - 110 |
| Verbrandingsmotor | ||||
| Motortype | Yanmar 3TN-V86CT - DKEV | Yanmar 3TN-V86CT - DKEV | Kubota V2403-CR-T-EW03 | |
| Type | 3-cylinder viertakt-dieselmotor met dieselpartikelfilter (DPF) | 3-cylinder viertakt-dieselmotor met dieselpartikelfilter (DPF) | 4-cylinder viertakt-dieselmotor met dieselpartikelfilter (DPF) | |
| Cilinderinhoud | cm3 | 1568 1568 2434 | ||
| Koeltype | Water | Water | Water | |
| MOTORendement bij 2700 1/min | kW | 32,4 | 32,4 | 48,0 |
| Type motorolie | Shell Rimula R6LM 10W-40 | Shell Rimula R6LM 10W-40 | Shell Rimula R6LM 10W-40 | |
| Hoeveelheid motorolie | I | max. 6,7 max. 6,7 max. 9,5 | ||
| Inhoud brandstoftank | I | 50 50 50 | ||
| Brandstoftype | I | Diesel | Diesel | Diesel |
| Koelvloeistof (SAE J814C) | Havoline XLC An-tifreeze | Havoline XLC An-tifreeze | Havoline XLC An-tifreeze | |
| Hydraulische olei conform DIN 51524, deel 3 | Renol B HV 46 | Renol B HV 46 | Renol B HV 46 | |
| Hoeveelheid hydraulische olei | I | 43 43 43 | ||
| Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | ||||
| Geluidsdrukniveau LpA | dB(A) | 75 | 75 | 74 |
| Onzekerheid KpA | dB(A) | 3 | 3 | 3 |
| Geluidsvermögens niveau LWA | dB(A) | 109 | 109 | 104 |
| Onzekerheid KWA | dB(A) | 3 | 3 | 3 |
| Hand-arm-vibratiewaarde | m/s2 | 0,8 | 0,8 | 0,4 |
| Onzekerheid K | m/s2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
| Vibratiewaarde steel | m/s2 | 0,2 | 0,2 | 0,5 |
| Onzekerheid K | m/s2 | 0,1 | 0,1 | 0,2 |
| Smeervetten | ||||
| Multipurpose vet | Voor handmatig te smeren smeerpun-ten | Voor handmatig te smeren smeerpun-ten | Voor handmatig te smeren smeerpun-ten | |
Technische wijzigingen voorbehonden.
Bandenuitrusting
In onderstaande tabel zich de bandenspanningen bij verschillende asbelasting en verschillende snugheden vermeld.
| Maxxis Vansmart A/S AL2 205/65C 8PR 107/105 TL Banden voor alle weertypes | ||||||
| Aslast (kg) | 1000 1200 | 1400 1600 | 1800 | 1950 | ||
| Lucht- druk (bar) | 3,0 4,75 | |||||
| Toyo 195/75 R14C 106/104 R Winterbanden (M+S) | ||||||
| Aslast (kg) | 1000 | 1200 | 1400 | 1600 | 1800 | 2000 |
| Lucht- druk (bar) | ||||||
| BKT LG306 26x12-12 8 PLYGazonbanden | ||||||
| Aslast (kg) | 1000 | 1200 | 1400 | 1600 | 1800 | 2000 |
| Lucht- druk (bar) bij 30 km/ h | 1,0 | 1,0 | 1,3 | 1,6 | 2,0 | 2,4 |
| Lucht- druk (bar) bij 40 km/ h | 1,0 | 1,1 | 1,5 | 1,8 | 2,2 | 2,6 |
| Deestone D408 26x12-12.00 - 12 10 PLY Tractiebanden | ||||||
| Aslast (kg) | 1000 | 1200 | 1400 | 1600 | 1800 | 2000 |
| Lucht- druk(bar) bij 30 km/ h | 1,3 | 1,5 | 1,8 | 2,0 | 2,5 | 2,9 |
| Lucht- druk(bar) bij 40 km/ h | 1,3 | 1,5 | 1,8 | 2,0 | 2,5 | 2,9 |
Veiligheidsafdekking aan verschillende banden aanpassen De veiligheidsafdekkingen konnen aan de verschillende bandbreedtes worden aangepast.

1Banden,smal
② Veiligheidsafdekking ingeschoven
③Veiligheidsafdekking uitgetrokken
④ Branden, breed
- Schroeven, telkens vooraan drie stuks, losdraaien.
- Veiligheidsafdekking aan de bandbreedte aanpassen.
- Schroeven, telkens achteraan drie stuks, uittdraaien.
- Veiligheidsafdekking verplaatsen.
- Alle schroeven opniew aantrekken.
EU-conformiteitsverklaring
Hiermee verklaren wij dat de hierna vermde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een Niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest每次都 verklaring zich geldigheid.
Relevante EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 13019
EN ISO 14982:2009
Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure
2000/14/EG:Bijlage V
Geluidsvermögensniveau dB(A)
PF-D (MC130)
Gemeten: 109
Gegarandeerd: 111
De ondergeteken handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

H.Jenner
Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Karcher SE & Co. KG
Alfred-Karcher-Str. 28 - 40
Yia dieuovoeic BENTNv Tioo eai0
PpOβλεπόμενn xρηση
Ttapouoεs oyniecs xpnons Tepiypavovtaoi akolouoitutio oxnatwv.
MC 130 Classic
MC 130
MC 130 Plus
ETITPETETAI MOV NO EVDDEIyEvN xponTou oxmuos,OTWs TAPOUAcEeTAI KAI TEPIYPaFetai OTIC TAPOUcOdyiexCnng.
TnV EvdeEiyEvn Xpnon TepiaaBavetai KAI n EKTaeon TwV Tpoiaaypaopoeewv Epyaoiw ouvtnponC.
H xpnn, n ouvtnpn kai n ETIaKeun tou oxmuatc kai twv TpOoTew voukeuw vETIpeTTeTai va TpaymuToTIOeITai mOvo aTtoja ta oToia eivai Esoikeiueva TIC diaikaoiec kai evnepa yia Touc oxetikouc KIVououc.
Oyevikoi voukiokavovioi o aopaleiac kai npolnync atuxnpatwv 0piPTEI va laubovotai utouyn. npeTIE va tnpouvtai oi uiooioi xuovtec kavovioi yia tnv aoopaia, Tnv uyia kata tvv epyaia kai tvv odikkukloporia.
O xepiotnT npTeT:
- va ειναι καταλληος σωματικα και διανοντικα.
- va exekktaideute otn xphon tou oxmuotc kai twv TPOOeTsw oukeuwv Tou.
- Pniv atro tnv evapg Tuv epyaowv va exi diaaegkai katavonaei Tt napouoe s obnyies xphons kaohc kai Tc oonyie xpongs Tuv ppooetuw ouakeuw v Tuv puouakouevw oukeuwv.
Na exi aTnoeEi TnV IKaovotnta Tou Wc TPOCS TIV Oohynon Tou oxmuato stnv etaipia.
Na exi opioe i aio tv eia via tnv oynon tou oxmuotc.
Avappoftiko apwtheta
Auto to oxnua eivai eva avappopntiko apwtheta.
To avappoqntiko capwtheta ppoopicetai ia akaptec ETTiAPVEIEs OE UTTaIbPouC xwpouc.
Tia n aeitoupyia oe oonooies oooc to oxnma a npette va avtantokpiveta otic evikec ioxouoec odnyie.
To oxnua evoeikvutai mvo yia TIC ETIIPaVEIECS TOU aVapepovtai OTiO dbnyiex npnoS.

Aeitoupyia tou avappoqntikou opou
1Nlaivnokounta
②Tómu avappóqnons
Kukawuva vepou/Nepo avakukwons
④Σωλήνας ἀναρρόφησης
⑥ Duonnpac doxieou puTuw
⑥ Atrayóεvoc aépac / Diαxutns
Hokovn Tou dniuoyeitai deo eetai aTo yekaoev vepo.
Oi duo Tepipopevec Tpoa ta eaa Taeupikecs Okoutec Tpawoovtouc ouaeyoevouc putouc ptpoata to to atopio avappopnans.
O avappopntnpac npayei uttoniean kai avappopa touc oulambdaeouvoupuntouc meo aotov kaao atoppmuatuv.
O pItpapioevoaattayoevoaepasbiapeuyi aTTO TIOW TIAEUPa Tou KAou aToppmuTuV.
MEOw nC LEIoupyia c avakukwong vepo (KUKwpa vepo) n oKovn eoueuai akoun TIO aTNEOaTik.
Kataaannae nivapaveies yia oKoouTio
A O φ a λ T o s
Bioynxavikadanted
TaiEvToKovia
- Σκύρόδ εμα
AIOOtPwTo
Evikcs UToeieicg aopaaiaas
KINADYNO2
Oavatnpopos Kivduvos loyw pois kukloopias
Piv anto epyaoies eiokeun, eiaikvnoTe to oxnau anto nV Etnikovnn pioxntns poN Kukloopopias.