Independ 3100 - Generator Eurom - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Independ 3100 Eurom in PDF-formaat.

📄 92 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Eurom Independ 3100 - page 3
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Eurom

Model : Independ 3100

Categorie : Generator

Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Independ 3100 - Eurom en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Independ 3100 van het merk Eurom.

GEBRUIKSAANWIJZING Independ 3100 Eurom

INDEPEND 2500 - 3100 441734 - 44174123 Dank Hartelijk dank dat u voor een EUROM apparaat hebt gekozen. U hebt daarmee een goede keus gemaakt! Wij hopen dat hij tot uw volle tevredenheid zal functioneren. Om het beste uit uw apparaat te halen is het belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing vóór gebruik aandachtig en in zijn geheel doorleest en ook begrijpt. Schenk daarbij speciaal aandacht aan de veiligheidsvoorschriften; die worden vermeld ter bescherming van u en uw omgeving! Bewaar de gebruiksaanwijzing vervolgens om het in de toekomst nog eens te kunnen raadplegen. Bewaar ook de verpakking: dat is de beste bescherming voor uw apparaat tijdens de opslag buiten het seizoen. En mocht u het apparaat ooit aan iemand anders overdragen, lever er dan de gebruiksaanwijzing en de verpakking bij. Wij wensen u veel plezier met uw generator! Eurom Kokosstraat 20 8281 JC Genemuiden (NL) info@eurom.nl www.eurom.nl Deze gebruiksaanwijzing is met de grootste zorg samengesteld. Niettemin behouden wij ons het recht voor deze gebruiksaanwijzing op elk moment te optimaliseren en technisch aan te passen. De gebruikte afbeeldingen kunnen afwijken.

De Eurom-generator is zodanig ontworpen dat deze veilig en betrouwbaar is, mits op de juiste manier bediend. Bestudeer deze gebruikershandleiding alvorens de generator te gebruiken. Als dit niet gebeurt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van het materiaal.4

Uitlaatgas bevat het giftige koolmonoxide, een kleurloos en reukloos gas. Inademen van koolmonoxide kan bewustzijnsverlies veroorzaken en kan de dood tot gevolg hebben. Als u de generator in een (gedeeltelijk) afgesloten ruimte laat draaien, kan de hoeveelheid giftige uitlaatgassen in de lucht gevaar opleveren. Laat de generator nooit draaien in een garage of woonhuis, of in de nabijheid van open ramen of deuren.

Sluit de generator niet aan op het reguliere elektriciteitsnet. Schakel de generator niet parallel met een ander generator. Bij een verkeerde aansluiting kan er via het elektrische systeem van het gebouw stroom worden afgegeven naar het elektriciteitsnet. Hierdoor bestaat de kans dat mensen die werkzaamheden uitvoeren aan het net geëlektrocuteerd worden en kan de generator, als er weer spanning op het net gezet wordt, exploderen, in brand vliegen of brand veroorzaken. Raadpleeg het elektriciteitsbedrijf of een erkende elektricien voordat er elektrische aansluitingen worden gemaakt.

Het apparaat bevat hete onderdelen die ernstige brandwonden kunnen veroorzaken. Vermijd contact tijdens en nadat de motor heeft gedraaid.5

Voordat de motor wordt gestart, moet de generator worden geaard om elektrische schokken in geval van storing te voorkomen.

Gebruik van de generator met weinig of geen olie in het carter kan de motor beschadigen.

Wees voorzichtig! Wanneer u de generator uitzet, blijft de motor enkele seconden door draaien.6 Technische gegevens

Veiligheidsinformatie WAARSCHUWING: Als de aangegeven instructies niet worden opgevolgd, bestaat het gevaar van ernstig lichamelijk letsel of zelfs een dodelijk ongeval. VOORZICHTIG: Als de aangegeven instructies niet worden opgevolgd, bestaat het gevaar van ernstig lichamelijk letsel of ernstige schade aan de machine. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Eurom- generatoren zijn ontworpen voor gebruik met elektrische apparatuur met een passende vermogensbehoefte. Onjuist gebruik kan persoonlijk letsel of beschadiging van de generator of overige voorwerpen veroorzaken. Door de aanwijzingen in dit instructieboekje en op de generator na te leven wordt de kans op letsel of beschadiging geminimaliseerd. Hieronder worden de belangrijkste risico's en veiligheidsmaatregelen behandeld. Probeer nooit wijzigingen aan te brengen aan de generator. Dit kan leiden tot ongevallen of beschadiging van de generator en aangesloten apparatuur. MODEL Independ 2500 Independ 3100 Type Inverter Inverter Voltage AC 230V – 50Hz 230V – 50Hz Capaciteit max. 2,4 kVA 3,1 kVA Capaciteit continu 2,2 kVA 2,6 kVA Power factor

Capaciteit DC 12V / 8,3A 12V / 8,3A Model SY152F-3 SY157F Type Luchtgekoeld, 4-takt, OHV, benzinemotor Luchtgekoeld, 4-takt, OHV, benzinemotor Cilinderinhoud 124,6 cc 149,5 cc Max. vermogen 3,5kW – 5500 t.p.m. 4 kW – 5500 t.p.m. Brandstof Loodvrije benzine Loodvrije benzine Inhoud brandstoftank 5,7 liter 5,7 liter Werktijd continu 4,2 uur (100% belast) 3 uur (100% belast) Motorolie SAE 10W30/40 SAE 10W30/40 Inhoud olietank 0,9 liter 0,9 liter Startsysteem Repeteerstarter Repeteerstarter Ontstekingssysteem C.D.I C.D.I Bougie type A7RTC A7RTC Netto afmetingen 565×320×470 mm 565×320×470 mm Netto gewicht 28 kg 29 kg7 Verantwoordelijkheid van de gebruiker Zorg ervoor dat u weet hoe u de generator in noodsituaties snel kunt uitschakelen. Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van alle bedienings- en aansluitmogelijkheden. Zorg ervoor dat iedereen die de generator bedient de juiste instructies krijgt. Laat de generator niet bedienen door kinderen zonder ouderlijk toezicht. Raadpleeg de instructies in dit handboek voor het gebruik en onderhoud van de generator. Het niet of onjuist opvolgen van de instructies kan leiden tot ongevallen als elektrische schokken en een toename van schadelijke uitlaatgassen. Neem alle wetten en voorschriften in acht die gelden op de plaats waar de generator wordt gebruikt. Benzine en olie is giftig. Volg voor gebruik de instructies van de betreffende fabrikant. Plaats de generator voor gebruik op een stevige, vlakke ondergrond. Open geen kappen tijdens het gebruik van de generator. Dit kan leiden tot ongevallen of beknelling van ledematen. Raadpleeg uw Eurom-dealer voor demontage- of onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleiding worden behandeld. Een generator kan gevaren veroorzaken die niet door een leek worden herkend en vooral niet door kinderen worden herkend. Veilige werking is alleen mogelijk met voldoende kennis van de functie van het stroomgenerator. Belangrijke veiligheidswaarschuwingen

1. Gevaar van koolmonoxidevergiftiging

Motoruitlaatgassen zijn giftig. Uitlaatgas bevat het giftige koolmonoxide, een kleurloos en reukloos gas. Het inademen ervan kan leiden tot bewusteloosheid en de dood. Als u de generator in een (gedeeltelijk) afgesloten ruimte laat draaien, kan de hoeveelheid giftige uitlaatgassen in de lucht gevaar opleveren. Laat de generator nooit draaien in een garage of woonhuis, of in de nabijheid van open ramen of deuren. Gebruik de generator alleen buiten of in goed geventileerde ruimtes. Bij installatie in goed-geventileerde ruimtes moeten aanvullende maatregelen voor brand- en explosiebeveiliging worden nageleefd.

2. Benzine is brandbaar en kan gemakkelijk worden ontstoken.

Tank niet tijdens het gebruik. Laat de motor na gebruik eerst afkoelen voordat u benzine gaat bijvullen. Tank niet tijdens het roken of in de buurt van open vlammen. Mors geen brandstof, zeker niet op de hete delen als de uitlaat en de motor. Als er toch brandstof wordt gemorst, verwijder dan zorgvuldig de gemorste brandstof voor dat u de motor start. Vul de tank bij in een goed geventileerde ruimte en met een uitgeschakelde motor.

3. Als u brandstof inslikt, brandstofdamp inademt of brandstof in uw ogen

krijgt dient u onmiddellijk uw arts te raadplegen. Als u brandstof morst op uw huid of kleding onmiddellijk afwassen met zeep en water en kleding verwisselen.

4. Zorg ervoor dat het apparaat rechtop staat tijdens werking en transport.

Als het overhelt kan er brandstof uit de carburateur of de brandstoftank lekken.

5. Vul de brandstof tank alleen met loodvrije benzine.8

6. Gebruik geen starthulp sprays.

7. Sommige delen van de verbrandingsmotor zijn heet en kunnen

brandwonden veroorzaken. Let op de waarschuwingen op het stroomgenerator. Plaats het apparaat op een zodanige plaats dat voorbijgangers of kinderen niet ongemerkt met het apparaat in contact komen. Voorkom dat ontvlambare materialen zich dicht bij de uitlaat bevinden tijdens de werking van het apparaat. Houd het apparaat minstens 1 meter verwijderd van gebouwen of andere obstakels, anders kan de motor oververhit raken. Gebruik het apparaat niet wanneer het met stof bedekt is. Til het apparaat uitsluitend op aan de handgreep. Zet het apparaat op een vlakke ondergrond, zodat het zijn warmte vrij kan afgeven. Houd brandbare materialen op afstand.

8. Bescherm kinderen door ze op een veilige afstand van het stroomgenerator

9. Monteer geen verlengstukken op de uitlaatpijp.

10. Breng geen wijzigingen aan het inlaatsysteem aan.

11. Wijzig de instelling van de toerentalregelaar niet.

12. Verwijder het bedieningspaneel niet en wijzig de bedrading niet.

Electrische veiligheid Gevaar van elektrische schokken! De spanning die de generator levert is hoog genoeg om ernstige elektrische schokken of elektrocutie te veroorzaken. Het gebruik van een generator of elektrisch apparaat in vochtige omstandigheden als regen of sneeuw, in de nabijheid van een zwembad of sprinklerinstallatie en bediening met natte handen kan leiden tot elektrocutie. Houd de generator droog. Als de generator in de buitenlucht wordt opgeslagen, controleer dan voor elk gebruik de elektrische componenten op het bedieningspaneel. Vocht of ijs kan leiden tot een storing of kortsluiting in elektrische componenten, met elektrocutie tot gevolg. Schakel medische hulp in, in geval van een elektrische schok.

1. Raak het apparaat nooit met natte handen aan, daar kunt u een elektrische

2. Zorg ervoor de generator te

aarden. Sla een aardpen in de grond, en sluit deze aan op het aardingspunt van de generator. Gebruik nooit een aardpen van andere installaties. Let op: Gebruik een aardleiding met voldoende stroomcapaciteit.

3. Vóór gebruik moeten het

stroomgenerator en elektrische apparatuur (inclusief kabels en stekkers) worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen beschadigingen en/of defecten zijn.

4. Sluit de generator niet aan op het reguliere elektriciteitsnet. Het

stroomgenerator mag niet worden aangesloten op een andere stroombron, zoals het elektriciteitsbedrijf. In speciale gevallen waarin een stand-by- verbinding met bestaande elektrische systemen is beoogd, mag dit alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien die het verschil moet overwegen tussen apparatuur die gebruikmaakt van het openbare elektrische netwerk en de generatorgenerator.

5. Schakel de generator niet parallel met een ander generator.

6. Bescherming tegen elektrische schokken is afhankelijk van

stroomonderbrekers die speciaal zijn afgestemd op het stroomgenerator. Als de stroomonderbrekers moeten worden vervangen, moeten deze worden vervangen door een stroomonderbreker met identieke waarden en kenmerken.

7. Vanwege hoge mechanische spanningen, alleen taaie, met rubber beklede

flexibele kabel. (in overeenstemming met IEC 60245-4) of het equivalent moet worden gebruikt.

8. Het gebruik van een verlengkabel wordt afgeraden omdat dit oververhitting

en brand kan veroorzaken. Is het gebruik van een verlengkabel onvermijdelijk, zorg dan voor een onbeschadigd, goedgekeurde verlengkabel met aarding. Bij gebruik van verlengingssnoeren / kabelhaspels of mobiele distributienetwerken mag de weerstandswaarde niet hoger zijn dan 1,5 Ohm. Ter referentie, de totale lengte van verlengsnoeren/ kabelhaspels, met een doorsnede van 1,5 mm2 mag niet meer zijn dan 60 meter. Verlengsnoeren/ kabelhaspels met een doorsnede van 2,5 mm2 mogen niet langer zijn dan 100 meter. Brandgevaar

1. Gebruik de generator niet in brandgevaarlijke situaties. Door de hitte van

de uitlaat zouden sommige materialen vlam kunnen vatten. Plaats de generator tijdens het gebruik op minstens 1 meter afstand van gebouwen en andere apparaten.10 Plaats de generator op geen enkele wijze in een ombouw. Houd brandbare materialen verwijderd van de generator. Sommige onderdelen van de verbrandingsmotor zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken. Let op de waarschuwingen op de generator. De uitlaat kan erg heet worden en ook na het uitschakelen van de motor nog enige tijd heet blijven. Raak de uitlaat niet aan als deze heet is. Laat de motor afkoelen alvorens de generator op te bergen. Giet in het geval van brand nooit rechtstreeks water over de generator. Gebruik een brandblusapparaat dat speciaal bedoeld is voor elektrische of oliebranden.

2. Vul de tank zorgvuldig bij, benzine is uiterst brandbaar en

brandstofdampen kunnen exploderen. Laat de motor na gebruik eerst afkoelen. Vul de tank bij in een goed geventileerde ruimte en met een uitgeschakelde motor. Vul de tank niet in bedrijf bij. Vul de brandstoftank niet te veel. Rook nooit in de nabijheid van benzine en houd vlammen en vonken op afstand. Sla benzine altijd op in een goedgekeurde tank. Verwijder voor het starten eventueel de gemorste benzine. Beschrijving11

1 – Olie beveiligingssysteem Als het oliepeil tot onder het laagste niveau daalt, stopt de motor automatisch. U dient de olie bij te vullen en de motor opnieuw te starten.

2 – Motorschakelaar (ENG.SW) De motorschakelaar schakelt het ontstekingssysteem “ ON” (AAN) – het ontstekingssysteem is ingeschakeld, de motor kan worden gestart. “ STOP” (UIT) – het ontstekingssysteem is uitgeschakeld, De motor zal niet draaien/stoppen. 3 – Economy-schakelaar Als de Economy-knop op “ ON” (AAN) staat, wordt de motorsnelheid aangepast op de aangesloten belasting. Het resultaat is minder lawaai en minder verbruik.

4 – De Gelijkstroom-bescherming De DC gelijkstroombeschermer (het rode knopje naast het gelijkstroom- stopcontact) schakelt de stroomafname uit wanneer de belasting de maximale waarden overschrijdt. Pas op! Verminder de aangesloten belasting tot binnen de aangegeven maximale waarden als de bescherming de motor uitschakelt.12

5 - Ventilatieknop tankdop

De tankdop is voorzien van een ventilatieknop. Vóór het starten van de motor moet de ventilatieknop vanuit de gesloten stand (CLOSED), met de klok mee op stand OPEN worden gedraaid. Dat voorkomt dat de brandstoftank vacuüm zuigt en de benzine niet goed doorloopt. Zodra de motor is uitgeschakeld draait u de ventilatieknop tegen klok in weer dicht. Tijdens transport en opslag dient de ventilatieknop altijd dichtgedraaid te zijn.

6 – Brandstofkraan Als u het brandstofkraan open zet (ON) wordt de brandstoftoevoer naar de carburateur geopend. Door het kraantje dicht te draaien (OFF) sluit u de toevoer af.

Controle voor gebruik Let op: Als u het generator voor de eerste keer gebruikt dient u de tank met minimaal 2 liter brandstof te vullen. Trek voor gebruik de trekstarter 20x langzaam helemaal uit om de benzine in de carburateur te pompen De controle voor gebruik dient elke keer dat u het generator gebruikt te worden uitgevoerd 1 – Controleer het brandstofpeil Overtuig u ervan dat er voldoende brandstof in de tank zit Als er te weinig brandstof in zit, vul dan bij met loodvrije benzine; zorg ervoor dat het filter altijd in de vulopening van de tank zit als u bijvult, zie afb. De inhoud van de brandstoftank is 5,7 liter13

Waarschuwing: Vul geen brandstof bij met draaiende of nog hete motor! Sluit de brandstofkraan voor u brandstof bijvult! Voorkom dat er stof, vuil, water of andere materialen/voorwerpen in de brandstof terecht komen! Vul de tank niet verder dan het filter; als de brandstof later wat opwarmt kan ze uitzetten. Sluit de tankdop zorgvuldig na het bijvullen! Verwijder gemorste brandstof zorgvuldig voor u de motor start! Houd de generator en de brandstof uit de buurt van open vuur! 2 – Controleer het oliepeil Zorg dat de olie tot het maximale niveau staat in het oliereservoir. Voeg zonodig olie toe. Verwijder het zijdeksel. Verwijder de dop met de peilstok en controleer het oliepeil. Als het oliepeil zich onder het minimale niveau bevindt dient u olie bij te vullen tot het maximale niveau. Schroef de dop niet vast als u het oliepeil controleert. Ververs olie als deze verontreinigd is. De inhoud van het oliereservoir is 0,9 liter Aanbevolen olie: SAE 10W30/40

3 – Aarding Voorzie de generator van een goed- aangesloten en correct werkende aardleiding. Sla een aardpen in de grond, en sluit deze aan op het aardingspunt van de generator. Gebruik nooit een aardpen van andere installaties. Let op: Gebruik een aardleiding met voldoende stroomcapaciteit.14

Werking Let op: - De generator is zonder olie geleverd. Als u het oliereservoir niet vult zal de generator niet starten. - Zorg dat de generator volkomen vlak staat als u olie bijvult. Kantelen kan tot overvullen leiden en de motor beschadigen. - Gebruik de generator alleen op een verharde, stof en zandvrije, ondergrond. 1 – Start de motor Let op: a) Sluit voor het starten geen elektrische apparatuur aan

c) Draai de ventilatieknop op de tankdop open

f) Zet de choke-hendel op de -stand (CHOKE). Dit hoeft niet als de motor nog warm is.

g) Trek de trekkoord langzaam uit tot u weerstand voelt. Dat is het ‘compressiepunt’. Laat de handgreep teruglopen naar de uitgangspositie en trek nu snel. Houd daarbij het generator stevig in positie aan de handgreep, om omvallen tijdens het trekken te voorkomen. Trek het koord niet geheel uit. Laat na het starten het trekkoord teruglopen naar zijn uitgangspositie terwijl u de handgreep vasthoudt. Herhaal zo nodig als de motor niet in één keer start. Voorzichtig: Het trekkoord kan heel snel en met kracht worden teruggetrokken, voordat u deze hebt losgelaten. Hierdoor kan uw hand met kracht naar de generator worden getrokken, waarbij kans op verwonding bestaat. Laat de handgreep niet terugschieten, maar langzaam oprollen! h) Laat de motor even warm lopen

i) Zet de choke-hendel terug naar de werkstand (RUN).

j) Geef de generator enige minuten tijd om onbelast goed warm te draaien.16

2 – Sluit elektrische apparatuur aan A – AC 230V Wisselstroom toepassing k) Controleer of het AC-controlelampje aangeeft dat het voltage correct is(output lampje brand groen). l) Zet de Economy-schakelaar in de “ON”-stand.

m) Zorg ervoor dat alle aan te sluiten apparatuur uitgeschakeld is. n) Steek de stekker(s) van de apparatuur in het stopcontact van de generator.

Waarschuwing: Wees er zeker van dat de aan te sluiten apparatuur uitgeschakeld is. Wees er zeker van dat het totale aangesloten vermogen het maximum niet overschrijdt. Wees er zeker van dat gevraagd en afgegeven voltage overeenkomen. De Economy-schakelaar moet worden uitgeschakeld (OFF) als u elektrische apparatuur gebruikt die een hoge piekstroom vragen, zoals een compressor, hogedrukreiniger of een dompelpomp. B – Waarschuwingslamp overbelasting Het waarschuwingslampje overbelasting gaat rood branden wanneer er een overbelasting van aangesloten apparatuur wordt geconstateerd, de generator oververhit raakt of wanneer het uitgangs-voltage stijgt. De spanning op het stopcontact wordt uitgeschakeld, om de generator en de aangesloten apparatuur te beschermen. Het groene AC wisselstroom controlelampje dooft en het rode waarschuwingslampje overbelasting gaat branden. Na enkele seconden stopt ook de motor. Als het waarschuwingslampje overbelasting gaat branden (en de motor evt. al is gestopt) dient u als volgt te handelen: a) Schakel alle aangesloten apparatuur uit. b) Schakel de motor uit als dat nog niet automatisch is gebeurd. c) Breng het totale aangesloten vermogen van aangesloten apparatuur terug tot binnen de maximale waarden van de generator. d) Controleer of er wellicht ventilatieopeningen dicht zitten; verwijder het vuil of andere blokkades. e) Nadat u alles gecontroleerd hebt kunt u de motor weer starten. Waarschuwing: De AC 230V stroom-afgifte wordt automatisch gereset wanneer de motor is gestopt en opnieuw gestart.17

Het waarschuwingslampje overbelasting kan een paar seconden gaan branden als er elektrische voorziening in gebruik wordt genomen die een hoge piekstroom vragen bij het starten. Dit is geen storing. C – DC 12V Gelijkstroom toepassing Let op: Uitsluitend voor het opladen van 12V- accu’s! Instructies voor het opladen van een accu: a) Zet de Economy-schakelaar op “ OFF” (uit) b) Maak de accu klaar voor het opladen: c) Ontkoppel de accuklemmen van de accu d) Verwijder alle doppen van de vloeistof- vulopening van de accu. e) Vul gedestilleerd water bij tot het maximale niveau (als dat nodig is) f) Meet het soortelijk gewicht van de accuvloeistof d.m.v. een zuurweger en bereken de laadtijd overeenkomstig de tabel rechts. g) Het soortelijk gewicht voor de volledig opgeladen accu dient 1.26 tot 1.28 te zijn. Het wordt aanbevolen dat elk uur te controleren. h) Sluit d.m.v. de accukabels de polen van de accu aan op de overeenkomstige polen van het DC gelijkstroom stopcontact van de generator: + op +, - op - !

i) Controleer of alle kabels correct zijn aangesloten en druk dan de DC

gelijkstroom-beveiliging op “ON”. 3 – Het stoppen van de motor a) Schakel alle aangesloten apparatuur uit en verwijder de stekker(s) uit het stopcontact op de generator. b) Zet de motorschakelaar in “ STOP”-stand c) Sluit het brandstofkraantje “ OFF”. d) Draai de ventilatieknop op de tankdop dicht (tegen de klok in). Bijzondere omstandigheden Het maximale vermogen van de generator is berekend onder normale gebruiksomstandigheden. Wanneer de generator wordt gebruikt onder bijzondere omstandigheden, als bijvoorbeeld: - Gebruik op grote hoogte - Gebruik in extreme temperaturen - Gebruik in extreme vochtige omstandigheden zal het maximale vermogen van de generator verminderen. Neem contact op met uw leverancier voor extra informatie.18

Periodiek onderhoud 1 – Onderhoudskaart Regelmatig onderhoud is de belangrijkste voorwaarde voor een goede en veilige werking. Onderdeel Handeling Voor elk gebruik Elke mnd

uur Bougie Conditie controleren, opening evt. bijstellen, zonodig vervangen

Oliefilter Oliefilter reinigen

Luchtfilter Luchtfilter reinigen en zonodig vervangen

Klep speling Controleren en zonodig bijstellen wanneer de motor koud is

Brandstofleiding Controleren op knikken of beschadigingen en zonodig vervangen.

Uitlaatsysteem Controleren op lekkage. Goed afdichten of pakking vervangen.

Uitlaatscherm controleren en zonodig schoonmaken of vervangen

Stationair toerental Controleren en zonodig bijstellen

Koppelingen en aansluitingen controleren en zonodig correct bevestigen

Carter ontluchting Ontluchtingsslang controleren op knikken of beschadigingen en zonodig vervangen

2 – Motorolie verversen a) Plaats het apparaat op een vlakke, horizontale ondergrond en laat de motor enkele minuten warm lopen. Stop de motor en sluit de brandstofkraan (OFF). Sluit de ventilatieknop op de tankdop door hem tegen de klok in dicht te draaien. b) Draai de 4 schroeven los en verwijder het zijpaneel, zie afb. c) Verwijder de olievuldop. d) Plaats een opvangbak onder de generator en kantel het zodanig dat alle olie eruit loopt. e) Zet de generator terug op zijn vlakke, horizontale ondergrond f) Giet nieuwe motorolie in het reservoir tot het maximale niveau g) Draai de olievuldop weer in de opening. h) Plaats het deksel terug en draai de 4 schroeven weer vast Aanbevolen motorolie: SAE 10W30/40. Waarschuwing: Zorg ervoor dat er geen vreemde materialen het carter binnendringen Vul geen olie bij in een generator dat niet horizontaal staat; dat kan nl. tot overvullen en beschadiging van de motor leiden.

Maak elke 100 draaiuren het oliefilter schoon.20

3 – Luchtfilter Het is heel belangrijk het luchtfilter in goede conditie te houden. Vervuiling door een slecht geïnstalleerd, niet correct onderhouden of verkeerd luchtfilter beschadigt en verslijt de motor voortijdig. Houd het filter dus altijd schoon. a) Draai de 4 schroeven los en verwijder het zijpaneel, zie afb. bij olie verwisselen. b) Verwijder het deksel van het luchtfilter en het filter. c) Was het filter in een mild sopje en laat het goed drogen d) Druppel wat olie op het filter en knijp het filter ineen zodat de olie zich verspreidt en overtollige olie afvloeit (knijpen; niet wringen!). Het filter moet vochtig zijn maar niet druppelen e) Breng het filter weer op zijn plaats f) Plaats het deksel terug en bevestig het zijpaneel weer. Waarschuwing: Laat de generator nooit werken zonder luchtfilter! Dat leidt tot extreme slijtage aan de motor. 4 – Reiniging en bijstelling bougie a) Draai de schroef los en verwijder het boven paneeltje. b) Verwijder de bougiedop en draai de bougie eruit. c) Verwijder de aanslag, controleer op verkleuring (standaardkleur is bruin) en de afstand tussen de polen. Die moet tussen de 0,6 en 0,7 mm zijn. Stel zonodig iets bij. Oogt de bougie versleten, vervang hem dan door hetzelfde type: Zie tabel Technische gegevens. d) Draai de bougie weer in de opening en druk de bougiedop weer op de bougie. e) Plaats het boven paneel weer.21

5 – Filter brandstoftank a) Verwijder de tankdop en het filter b) Was het filter in een oplosmiddel; als het beschadigd is dient het te worden vervangen. c) Wrijf het filter droog en bevestig het weer op z’n plaats Waarschuwing: Sluit de tankdop daarna weer zorgvuldig.

6 – vonkenvanger Waarschuwing: Motor en uitlaat zijn tijdens en direct na de werking erg heet! Raak ze dan niet aan met blote huid of kleding. Laat het apparaat voor inspectie of reparatie eerst afkoelen! a) Verwijder het achterpaneel door de vier schroeven los te draaien b) Draai de klem los met een schroevendraaier c) Trek de vonkenvanger van de uitlaat (Gebruik evt. de platte kop van een schroevendraaier om deze voorzichtig los te wrikken). d) Verwijder met een borstel de koolstofneerslag van de vonkenvanger e) Bevestig de vonkenvanger en het achterpaneel weer correct op hun plaats.22

Problemen oplossen 1 – De motor wil niet starten Er wordt geen brandstof naar de carburateur getransporteerd - Er zit geen brandstof in de tank – brandstof bijvullen. - Wel brandstof in de tank – zet het brandstofkraantje en de ventilatieknop op “ON” . - De brandstofleiding zit verstopt – maak hem schoon. - De carburateur zit verstopt – maak hem schoon. De motor heeft onvoldoende olie - Vul olie bij. Problemen met het ontstekingssysteem, vonk niet stevig genoeg - De bougie is vuil of vochtig – maak hem schoon en/of droog. - Probleem met het ontstekingssysteem – consulteer uw dealer. 2 – De generator levert geen stroom De veiligheidsvoorziening AC staat “ OFF” (uit) - stop de motor en start opnieuw. De veiligheidsvoorziening DC staat “ OFF” (uit) - druk erop op hem te resetten. Opslag Bij opslag voor langere tijd vraagt uw generator enkele preventieve procedures, om achteruitgang te voorkomen. 1 – Tap de brandstof af a) Verwijder de tankdop en laat de brandstof geheel uit de tank lopen b) Verwijder het zijpaneel en laat ook de brandstof uit de carburateur lopen 2 – Motor a) Verwijder de bougie en giet een theelepel motorolie (SAE 10W30 of 20W40) in de opening. Breng de bougie weer op zijn plaats. b) Laat de motor enkele keren rondlopen door zachtjes aan de repeteerstarter te trekken (zonder ontsteking). c) Trek de repeteerstarter uit tot u weerstand voelt d) Stop nu met trekken e) Maak de buitenkant van de generator schoon f) Ruim de generator op in een droge, goed geventileerde ruimte en dek het af. g) De generator dient rechtop te blijven staan.23

Verwijdering Binnen de EU betekent dit symbool dat dit product niet met het normale huishoudelijke afval mag worden afgevoerd. Afgedankte apparaten bevatten waardevolle materialen die hergebruikt kunnen en moeten worden, om het milieu en de gezondheid niet te schaden door ongereguleerde afvalinzameling. Breng afgedankte apparatuur daarom naar een daarvoor aangewezen inzamelpunt of wend u tot het bedrijf waar u het apparaat gekocht hebt. Zij kunnen er voor zorgen dat zoveel mogelijk onderdelen van het apparaat hergebruikt worden.

Bedradingdiagram Zie bladzijdes 90. CE-verklaring Hierbij verklaart ondergetekende: Eurom, Kokosstraat 20, 8281 JC Genemuiden dat het product: benzine-generator (viertakt) bekend onder het merk: EUROM Types: INDEPEND 2500, INDEPEND 3100 voldoet aan de eisen van het Machine Directive 2006/42/EC en het EMC-Directive 2014/30/EU en in overeenstemming is met de volgende normen: