Kärcher KM 125130 R G - Stofzuiger

KM 125130 R G - Stofzuiger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 125130 R G Kärcher in PDF-formaat.

📄 334 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kärcher KM 125130 R G - page 106
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : KM 125130 R G

Categorie : Stofzuiger

Download de handleiding voor uw Stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 125130 R G - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 125130 R G van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING KM 125130 R G Kärcher

Misurato: 98 100 Garantito: 101 103 Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification Accessori (KM 105/...) Denominazione Codice N° Spazzola laterale, stan- dard 6.966-063.0 Per la pulizia di superfici interne ed ester- ne. Spazzole laterali, dure 6.906-705.0 Per rimuovere lo sporco molto aderente in ambienti esterni, resistente all'acqua. Spazzole laterali, morbide 6.966-065.0 Specialmente per scopare polveri fini su pavimenti lisci. Rullo spazzola, standard 4.762-529.0 Resistente all'usura ed all'acqua. Setole universali per pulizia di ambienti interni ed esterni. Rullo spazzola, morbido 4.762-523.0 Con spazzole natuali indicate per spazzo- lare polveri fini su pavimenti lisci in ambien- ti interni. Non resistente all'acqua, non indi- cato per superfici abrasive. Rullo spazzola, duro 4.762-524.0 Per rimuovere lo sporco molto aderente in ambienti esterni, resistente all'acqua. Filtro plissettato piatto (Filtro antipolvere) 6.907-352.0 L'apparecchio necessita di 2 pezzi Accessori (KM 125/...) Denominazione Codice N° Spazzola laterale, stan- dard 6.966-063.0 Per la pulizia di superfici interne ed ester- ne. Spazzole laterali, dure 6.906-705.0 Per rimuovere lo sporco molto aderente in ambienti esterni, resistente all'acqua. Spazzole laterali, morbide 6.966-065.0 Specialmente per scopare polveri fini su pavimenti lisci. Rullo spazzola, standard 4.762-525.0 Resistente all'usura ed all'acqua. Setole universali per pulizia di ambienti interni ed esterni. Rullo spazzola, morbido 4.762-526.0 Con spazzole natuali indicate per spazzo- lare polveri fini su pavimenti lisci in ambien- ti interni. Non resistente all'acqua, non indi- cato per superfici abrasive. Rullo spazzola, duro 4.762-527.0 Per rimuovere lo sporco molto aderente in ambienti esterni, resistente all'acqua. Filtro plissettato piatto (Filtro antipolvere) 6.907-352.0 L'apparecchio necessita di 3 pezzi 105IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar deze voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Vóór eerste ingebruikneming veiligheids- maatregelen absoluut lezen! In deze gebruiksaanwijzing worden de hier- na vermelde apparaten beschreven. De apparaten verschillen op het vlak van werkbreedte en motorisatie, alsook de soort veeggoedlediging, zie ook hoofdstuk „Technische gegevens“. Uitrusting van het apparaat Voor alle apparaten zijn optioneel dezelfde uitrustingen mogelijk, in deze handleiding wordt de maximale uitrusting beschreven. Veeggoedverwijdering Wat betreft de veeggoedverwijdering zijn er 2 verschillende mogelijkheden: Lage afvoer Deze apparaten hebben op de achterkant twee vuilreservoirs die voor het leegmaken moeten worden uitgenomen. Hoogleging Deze apparaten hebben een hydraulisch bediend vuilreservoir, dat voor het leegma- ken vanop de bestuurdersplaats worden bediend. Motorisatie van het apparaat Er staan 3 verbrandingsmotorvarianten ter beschikking: G: Benzinemotor LPG: gasmotor D: dieselmotor Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zon- der gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzingen moeten de algemene vei- ligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. LET OP Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst. – Er mogen alleen toebehoren en onder- delen gebruikt worden, die door de fa- brikant zijn goedgekeurd. Origineel toe- behoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden. Algemene aanwijzingen. . . . . . NL 1 Zorg voor het milieu . . . . NL 1 Garantie . . . . . . . . . . . . . NL 1 Accessoires en reserveon- derdelen. . . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen in de gebruiks- aanwijzing . . . . . . . . . . . NL 2 Symbolen op het toestel NL 2 Reglementair gebruik . . . . . . . NL 2 Voorzienbaar verkeerd ge- bruik . . . . . . . . . . . . . . . . NL 2 Geschikte ondergronden NL 2 Veiligheidsinstructies . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de bediening . . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de rijmodus . . . . . . . . . . NL 3 Apparaten met hoge afvoer NL 3 Apparaten met chauffeurs- cabine . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Veiligheidsinstructies voor de verbrandingsmotor . . NL 3 Veiligheidstechnische richt- lijnen voor motorvoertuigen op vloeibaar gas (enkel gas- motor). . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Veiligheidsinstructies over

t transport van het appa- raat. . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud NL 4 Functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Elementen voor de bediening en de functies . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Het apparaat . . . . . . . . . NL 5 Bedieningsveld. . . . . . . . NL 7 Programmakeuzeschakelaa r . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Taalinstelling op het bedie- ningsveld . . . . . . . . . . . . NL 7 KIK-sleutel (Kärcher Intelli- gent Key) geel/grijs . . . . NL 7 Veiligheidsinrichtingen . . NL 8 Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 8 Apparaatkap wegnemen NL 8 Motorkap openen/sluiten NL 8 Instructies inzake uitladen NL 8 Veegmachine zonder zelf- aandrijving bewegen . . . NL 9 Veegmachine met zelfaan- drijving bewegen . . . . . . NL 9 Zijbezem monteren . . . . NL 9 Inbedrijfstelling. . . . . . . . . . . . . NL 9 Vóór de start/veiligheidscon- trole . . . . . . . . . . . . . . . . NL 9 Tanken. . . . . . . . . . . . . . NL 9 Gasfles monteren / vervan- gen (gasmotor). . . . . . . . NL 10 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 10 Chauffeursstoel instellen NL 10 Aflegvlak . . . . . . . . . . . . NL 10 Apparaat in bedrijf nemen NL 10 Apparaat starten . . . . . . NL 11 Apparaat verrijden . . . . . NL 11 Veegbedrijf. . . . . . . . . . . NL 11 Veeggoedcontainer leegma- ken . . . . . . . . . . . . . . . . NL 12 Apparaat uitschakelen . NL 13 Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 13 Opslag/stillegging . . . . . . . . . . . NL 13 Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . NL 14 Algemene aanwijzingen NL 14 Accu . . . . . . . . . . . . . . . NL 14 Reiniging. . . . . . . . . . . . NL 14 Onderhoudsintervallen . NL 15 Onderhoudswerkzaamhede n . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 15 Hulp bij storingen . . . . . . . . . . . NL 19 Foutoplossing door de be- diener bij niet-gecodeerde tekstmeldingen op het dis- play . . . . . . . . . . . . . . . . NL 20 Foutoplossing bij gecodeer- de foutmeldingen op het dis- play . . . . . . . . . . . . . . . . NL 22 Technische gegevens (KM 105/ ...) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 22 Technische gegevens (KM 125/ ...) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 24 EU-conformiteitsverklaring . . . . NL 25 Toebehoren (KM 105/...) . . . . . NL 25 Toebehoren (KM 125/...) . . . . . NL 25 KM 105/100 R G Lage afvoer G: Benzinemotor Subaru EX27

Hoogleging LPG: gasmotor Worms EX40 KM 125/130 R D Hoogleging D: dieselmotor Yanmar L100N Algemene aanwijzingen Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is her- bruikbaar. Deponeer het verpak- kingsmateriaal niet bij het huis- houdelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden appara- ten bevatten waardevolle materi- alen die geschikt zijn voor recy- cling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten daarom via daarvoor geëigende verzamelsystemen. Motorolie, diesel en benzine mogen niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de bodem en verwijder oude olie op milieu- vriendelijke wijze. Garantie Accessoires en reserveonderdelen 106 NL- 2 – Een selectie van de meest frequent be- nodigde reserveonderdelen vindt u achteraan in de gebruiksaanwijzing. – Verdere informatie over reserveonder- delen vindt u op www.kaercher.com bij Service. GEVAAR Waarschuwt voor een direct dreigend ge- vaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt. 몇 WAARSCHUWING Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden. 몇 VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden. LET OP Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden. De veegmachine is voorzien voor de reini- ging van vloeroppervlakken voor industri- eel gebruik en onder andere voor de vol- gende toepassingsgebieden: parkings; productie-installaties; logistieke bereiken; hotels; kleinhandel; magazijnen; voetpaden. – Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiks- aanwijzing. – Het apparaat kan alleen met de op- bouwset StVZO voor het gebruik op openbare weg gebruikt worden. – Ieder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schades is de fabri- kant niet aansprakelijk, het risico hier- voor draagt alleen de gebruiker. – Benzine-/dieselmoto r: Het is verboden om het apparaat in gesloten ruimten te gebruiken. – Gasmotor : Het is toegestaan om het apparaat in gesloten ruimten te gebruiken indien voor voldoende verluchting wordt ge- zorgd. WAARSCHUWING Adem uitlaatgassen niet in. Alleen ge- bruiken als de binnenruimtes voldoen- de worden verlucht en een tweede persoon aanwijzen als toezichthouder. Het bewaren van gasflessen en appa- raat is enkel op de grond toegestaan. – Er mogen aan het apparaat geen wijzi- gingen worden aangebracht. – Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing ge- noemde wegdek/ondergrond. – Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemach- tigde voor het machinegebruik vrijgege- ven oppervlakken. – Over het algemeen geldt: Licht ont- vlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandge- vaar). – Nooit explosieve vloeistoffen, brandba- re gassen of onverdunde zuren en op- losmiddelen opvegen/opzuigen! Daar- toe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of meng- sels kunnen vormen, verder aceton, on- verdunde zuren en oplosmiddelen om- dat zij op het apparaat gebruikte mate- rialen aantasten. – Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. alu- minium, magnesium, zink) opvegen/op- zuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmid-

len explosieve gassen. – Geen brandbare of glimmende voor- werpen opvegen/opzuigen. – Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. – Het verblijf in de gevarenzone is verbo- den. Niet gebruiken in ruimtes met ont- ploffingsgevaar. – Het meenemen van begeleidende per- sonen is niet toegestaan. – Het is niet toegestaan om met dit appa- raat voorwerpen te verschuiven of te transporteren. Asfalt Industrievloer Estrik Beton Klinkers – Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor- den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig- heid. Indien zij niet in goede staat ver- keren, mag u de apparatuur niet gebrui- ken. – Bij gebruik van het apparaat in gevaar- lijke omgevingen (bijvoorbeeld tanksta- tions) moeten de overeenkomstige vei- ligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. – Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschrif- ten. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, speciaal op kinderen. – Voor de aanvang van de werkzaamhe- den moet de bediener zich ervan verge- wissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aange- bracht en functioneren. – De bediener van het apparaat is verant- woordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. – Erop letten dat de bediener nauw aan- sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. Symbolen in de gebruiksaanwijzing Symbolen op het toestel 몇 VOORZICHTIG Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. GEVAAR Brandgevaar! Geen brandende of gloeien- de voorwerpen opvegen zo- als bijvoorbeeld sigaretten, lucifers e.d. 몇 WAARSCHUWING Gevaar van kneuzingen en schuurwonden door riemen, zijbezems, reservoirs, appa- raatkap. GEVAAR Gevaar voor kantelen! Veeg- goedreservoir enkel leegma- ken wanneer het apparaat op een effen en stevige onder- grond staat. GEVAAR Gevaar voor verwonding door roterende onderdelen. Appa- raatkap pas openen als de motor stilstaat. 몇 VOORZICHTIG Neem de inbouwpositie van de gasfles in acht! Aansluiting c.q. ringopening moet naar boven wijzen. 몇 WAARSCHUWING Beveilig de gasfles na de in- bouw c.q. vervanging! Sluit de beugelsluiting en borg ze met de borgpen. 몇 WAARSCHUWING Adem uitlaatgassen niet in Bandenspanning Opnamepunt voor krik Vastsjorpunt Reglementair gebruik Voorzienbaar verkeerd gebruik Geschikte ondergronden Veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies voor de bediening 107NL- 3 – Voor het starten de onmiddellijke om- geving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! – Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten, zolang de motor nog draait. Degene die het apparaat be- dient mag het pas verlaten, wanneer de motor is uitgezet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de handrem is aangetrokken. – Om onbevoegd gebruik van het appa- raat te voorkomen, dient men de con- tactsleutel te verwijderen. – Het apparaat mag alleen door perso- nen worden gebruikt die voor de om- gang ermee zijn opgeleid of hun vaar- digheden in het bedienen hebben aan- getoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik. – Dit apparaat is niet ervoor gedacht, door personen (inclusieve kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door ge- brek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut. – Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen. GEVAAR Verwondingsgevaar! – Gebruik het apparaat niet zonder be- scherming tegen vallende voorwerpen in bereiken waar de mogelijkheid be- staat dat de bediener wordt geraakt door vallende voorwerpen. GEVAAR Kantelgevaar bij de sterke hellingen. KM 105/1xx – Berijd in rijrichting enkel stijgingen en dalingen tot 18% (benzinemotor), 16% (dieselmotor), 12% (gasmotor). KM 125/130 – Berijd in rijrichting enkel stijgingen en dalingen tot 16% (dieselmotor en benzi- nemotor), 12% (gasmotor). GEVAAR Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. – Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. – Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10 % berijden. 몇 WAARSCHUWING Ongevalgevaar! – De rijsnelheid moet aan de omstandig- heden van dat moment aangepast wor- den. – In bochten langzaam rijden. GEVAAR Verwondingsgevaar! – Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en be- veilig het. – Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. – Het vuilreservoir mag alleen worden ge- vuld tot een maximaal vulvolume of maximaal vulgewicht. (zie hoofdstuk „Technische gegevens“). LET OP Het bestuurdersbeschermingsdak biedt bescherming tegen grote, vallende delen. Als weerbeschermingsdak biedt het boven- dien weerbescherming. Ze bieden echter geen kantelbescherming! GEVAAR Verwondingsgevaar! – De foliedeuren van de bestuurderscabi- ne zijn voorzien van ventilatie-openin- gen. Die moeten vrijgehouden worden om voldoende verluchting te garande- ren. GEVAAR Verwondingsgevaar! – Neem de bijzondere veiligheidsinstruc- ties in de gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant in acht. – De uitlaat mag niet geblokkeerd wor- den. – Nie t over de uitlaat buigen of deze aan- raken (verbrandingsgevaar). – Aandrijfmotor niet aanraken of vastpak- ken (verbrandingsgevaar). – Benzine-/dieselmotor: Het is verboden om het apparaat binnen te gebruiken (vergiftigingsgevaar). – Gasmotor: Zorg bij het gebruik van het apparaat binnen voor voldoende ver- luchting en afvoer van de uitlaatgassen (vergiftigingsgevaar). – Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden in- geademd. – De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na- loop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik. Hauptverband der gewerblichen Berufsge- nossenschaften e.V. (HVBG, Hoofdver- bond van de industriële beroepsgenoot- schappen, zorgt voor werknemersbescher- ming). Vloeibare gassen (drijfgassen) zijn butaan en propaan of butaan/propaan- mengsels. Ze worden in speciale flessen geleverd. De bedrijfsdruk van deze gassen is afhankelijk van de buitentemperatuur. GEVAAR Explosiegevaar! – Behandel vloeibaar gas niet zoals ben- zine. Benzine verdampt langzaam, vloeibaar gas wordt onmiddellijk gas- vormig. Het gevaar van vergassing en ontsteking van de ruimte is dus bij vloei- baar gas groter dan bij benzine. WAARSCHUWING Verwondingsgevaar! – Gebruik enkel vloeibaar-gasflessen met drijfgasvulling conform DIN 51622 kwaliteit A c.q. B, in functie van de om- gevingstemperatuur. Toegelaten voor de gasmotor zijn vloei- baar-gasmengsels van propaan/butaan met een mengverhouding tussen 90/10 en 30/70. Door het betere koudestart- gedrag moet bij buitentemperaturen on- der 0 °C (32 °F) bij voorkeur vloeibaar gas met een hoog propaanaandeel ge- bruikt worden, aangezien de verdam- ping reeds bij lage temperaturen plaats- vindt. LET OP Het gebruik van huishoudgas en camping- gas is principieel verboden. – Alle personen die vloeibaar gas hante- ren, zijn verplicht, kennis te nemen van de informatie over de eigenschappen van vloeibare gassen, om een veilige bedrijfsvoering te kunnen garanderen. Deze publicatie dient steeds bij de veegmachine aanwezig te zijn. – Drijfgasinstallaties dienen regelmatig, tenminste één keer per jaar, door een vakkundig persoon op werking en dicht- heid gecontroleerd te worden (volgens BGG 936). – De controle dient schriftelijk te worden vastgelegd. Aan de controle liggen de § 33 en § 37 UVV "Verwendung von Flüs- siggas" (gebruik van vloeibaar gas, BGV D34) ten grondslag. – Als algemene voorschriften gelden de richtlijnen van de Duitse Verkeersminis- ter voor de controle van voertuigen waarvan de motoren op vloeibare gas- sen lopen. – Het gas mag steeds maar uit één fles tegelijk worden getapt. Wordt het gas uit meerdere flessen tegelijk gehaald, kan het gebeuren dat het vloeibare gas uit een fles in een andere loopt. Daar- door zou de overvulde fles na het slui- ten van het ventiel (zie B. 1 van deze richtlijnen) blootstaan aan een ontoe- laatbare drukstijging. – Bij het inbouwen van de volle fles be- vindt zich de markering voor de juiste positie van de fles "boven" (aansluit- schroefdraad wijst loodrecht naar bo- ven). Het wisselen van gasfles dient zorgvuldig te geschieden. Bij het in- en uitbouwen

et de gasuitgangsnippel van het fles- ventiel door een met een sleutel vast aan- gedraaide afsluitmoer zijn afgedicht. Veiligheidsinstructies voor de rijmodus Apparaten met hoge afvoer Apparaten met chauffeurscabine Veiligheidsinstructies voor de verbrandingsmotor Veiligheidstechnische richtlijnen voor motorvoertuigen op vloeibaar gas (enkel gasmotor) Verplichtingen van de bedrijfsleiding en de werknemers Onderhoud door vakkundige personen Inbedrijfstelling/gebruik 108 NL- 4 – Ondichte gasflessen mogen niet meer worden gebruikt. Ze dienen met inacht- neming van alle voorzorgsmaatregelen direct in de open lucht door afblazen te worden leeggemaakt en dan als on- dicht te worden gekenmerkt. Bij het af- leveren of ophalen van beschadigde flessen dient de uitlener of diens repre- sentant (tankbediende bijv.) direct schriftelijk van de bewuste schade op de hoogte te worden gebracht. – Voordat de gasfles wordt aangesloten, dient de aansluitnippel op deugdelijk- heid gecontroleerd te worden. – Na het aansluiten van de fles moet deze met schuimvormende middelen op dichtheid gecontroleerd worden. – De ventielen dienen langzaam te wor- den geopend. Het openen en sluiten mag niet met behulp van slaggereed- schap plaatsvinden. – Bij een brand met vloeibaar gas uitslui- tend met droog koolzuur of met kool- zuurgas blussen. – De gehele vloeibaar-gas-installatie dient voortdurend op bedrijfsveiligheid en in het bijzonder op dichtheid gecon- troleerd te worden. Het gebruik van het voertuig met een ondichte gasinstallatie is verboden. – Voor het losmaken van de buis- c.q. slangverbinding dient het flesventiel te worden gesloten. De aansluitmoer aan de fles komt langzaam en eerst maar weinig los, omdat anders het gas dat zich nog in de leiding bevindt en onder druk staat spontaan zou uittreden. – Als het gas uit een grote container wordt getankt, dan dienen de eenduidi- ge voorschriften bij de betreffende groothandel in vloeibaar gas te worden opgevraagd. GEVAAR Verwondingsgevaar! – Vloeibaar gas in vloeibare vorm geeft wonden door bevriezing op de blote huid. – Na de demontage moet de sluitmoer vast op de aansluit-schroefdraad van de fles worden geschroefd. – Om de dichtheid te controleren dienen zeepwater, Nekal-oplossing of een an- der schuimend middel te worden ge- bruikt. Het aflichten van de vloeibaar- gasinstallatie met een open vlam is ver- boden. – Bij het wisselen van losse installatie-on- derdelen dienen de inbouw-voorschrif- ten van de fabrikant in acht te worden genomen. Daarbij dienen fles- en hoofdafsluitventielen te worden geslo- ten. – Er dient voortdurend toezicht te worden gehouden op de toestand van de elek- trische installatie van de vloeibaar-gas- voertuigen. Vonken kunnen bij lekka- ges van de gasvoerende installatie-on- derdelen explosies veroorzaken. – Wanneer een vloeibaar-gasvoertuig langere tijd heeft stilgestaan, dient de garage voor de inbedrijfstelling van het voertuig of van de bijbehorende elektri- sche installatie grondig geventileerd te worden. – Ongevallen in verband met gasflessen of met de vloeibaargas-installatie die- nen direct aan de „Berufsgenossen- schaft“ (arbo-dienst) of het bevoegde „Gewerbeaufsichtsamt“ (branche-in- spectie) te worden gemeld. Beschadig- de onderdelen dienen tot aan het einde van het onderzoek te worden bewaard. – De opslag van drijfgas- c.q. vloeibaar- gasflessen dient volgens de Vorschrif- ten TRF 1996 (Technische regels vloei- baargas, zie DA bij de BGV D34, Bijla- ge 4) te worden uitgevoerd. – Gasflessen dienen staand te worden bewaard. Open vuur en roken zijn bij de opslag van containers en tijdens de re- paratie niet toegestaan. In de open lucht opgeslagen flessen dienen tegen onbevoegde toegang te zijn beveiligd. Lege flessen dienen te allen tijde zijn dichtgedraaid. – De fles- en hoofdafsluitventielen dienen

rect na het in de garage zetten van het motorrijtuig te worden dichtge- draaid. – Voor de ligging en uitvoering van de ga- rages voor vloeibaargas-voertuigen gelden de bepalingen van de Reichsga- ragenordnung (rijksgarageverordening) en de betreffende Landes-Bauordnung (provinciale bouwverordening). – De gasflessen dienen in speciale, van de garages gescheiden ruimtes te wor- den opgeslagen (zie DA bij de BGV D34, bijlage 2). – De in de ruimtes gebruikte elektrische looplampen dienen van een gesloten, afgedichte overstolp en van een sterke veiligheidskooi te zijn voorzien. – Bij werkzaamheden reparatiewerk- plaatsen dienen de fles- en hoofdaf- sluitventielen te worden gesloten en de drijfgasflessen tegen overmatige warm- te te worden afgeschermd. – Voor werkpauzes en voor beëindiging van de werkzaamheden dient een ver- antwoordelijke te controleren of alle ventielen, en vooral flesventielen, zijn gesloten. Werkzaamheden met vuur, in het bijzonder las- en snijwerkzaamhe- den, mogen niet in de buurt van drijf- gasflessen worden uitgevoerd. Drijf- gasflessen mogen niet in de werkplaat- sen worden opgeslagen, ook niet wan- neer ze leeg zijn. – De garages, opslagruimtes en werk- plaatsen dienen goed geventileerd te zijn. Let er hierbij op, dat vloeibare gas- sen zwaarder zijn dan lucht. Ze concen- treren zich op de vloer, in werkputten en andere verlaagde plaatsen in de vloer en kunnen hier voor explosieve gas- lucht-mengsels zorgen. – Bij vervoer van het apparaat dient u de motor af te zetten en het apparaat goed vast te zetten. Brandstofkraan sluiten. – Voor de reiniging en het onderhoud van het apparaat, de vervanging van onder- delen of de omschakeling naar een an- dere functie moet het apparaat uitge- schakeld en de KIK-sleutel (Kärcher In- telligent Key) verwijderd worden. – Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. – Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades). – Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. – Veiligheidscontrole volgens de plaatse- lijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. – Werkzaamheden aan het apparaat al- tijd met geschikte handschoenen uit- voeren. De veegmachine werkt volgens het over- slagprincipe. – De zijbezems (3) reinigen hoeken en kanten van het veegoppervlak en trans- porteren het vuil in de baan van de vee- grol. – De roterende veegrol (4) transporteert het vuil direct in de veeggoedcontainer (5). – Het in de container opgejaagde stof wordt via de stoffilter (2) gescheiden en de gefilterde schone lucht wordt door het zuigventiel (1) weggezogen. – De reiniging van de stoffilter (2) gebeurt automatisch. In de garages en opslagruimtes en de reparatie-werkplaatsen Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud Functie 109NL- 5 KM 105/100 R (G, LPG, D) KM 105/110 R (G, LPG, D) 1 Bedieningsveld 2 Stuurwiel 3 Kap links (motorkap) 4 Ontgrendeling hydraulische-olietank 5 Hydraulische-olietank 6 Pedaal grofvuilklep omhoog/omlaag 7 Werkverlichting (optie) 8 Linker zijbezem (optie) 9Voorwiel 10 Bevestiging van de zijbezem 11 Rechter zijbezem 12 Gaspedaal 13 Sikkelvormige veegbezem (optie) 14 Steunrail voor Homebase 15 Apparaatkap rechts 16 Achterwiel 17 Hefboom stoelverstelling 18 Parkeerrem 19 Vuilreservoir hoge afvoer (KM 105/110 R) 20 Vuilreservoir lage afvoer (KM 105/100 R) 21 Aflegvlak 22 Opberging cilindersteun (beveiliging hoge afvoer) 23 Stoffilter (vlakvouwfilter) 24 Stoel (met zitcontactschakelaar) 25 Taster Tweehandbediening (KM 105/110 R) 26 Achterste pakkingrand 27 Veegrol 28 Zijdelingse afdichtingslijst rechts 29 Zijdelingse afdichtingslijst links 30 Voorste afdichtlijst 31 Benzine-/gasmotor 32 Dieselmotor 33 Onderhoudsvrije batterij 34 Vrijloophefboom 35 Brandstoftank 36 Nooduitschakeling verbrandingsmotor 37 Zekering startmotor FU20, 30 A (enkel diesel-variant) Optioneel Niet weergegeven zijn de volgende uitrus- tingen die bij de bestelling af-fabriek inge- bouwd zijn of achteraf door de service ge- monteerd kunnen worden. – Zwaailicht – Weerbeschermingscabine met ruit en ruitenwisser – Weerbeschermingsafdak – Bestuurdersbeschermingsdak – Zijbezemafdekking – Comfortstoel Elementen voor de bediening en de functies Het apparaat 110 NL- 6 KM 125/130 R (G, LPG, D) 1 Bedieningsveld 2 Stuurwiel 3 Kap links (motorkap) 4 Hydraulische-olietank 5 Beschermrooster oliekoeler 6 Linker zijbezem (optie) 7 Pedaal grofvuilklep omhoog/omlaag 8Voorwiel 9 Gaspedaal 10 Bevestiging van de zijbezem 11 Rechter zijbezem 12 Sikkelvormige veegbezem (optie) 13 Achterwiel 14 Apparaatkap rechts 15 Hefboom stoelverstelling 16 Parkeerrem 17 Steunrail voor Homebase 18 Vuilreservoir hoge afvoer 19 Stoel (met zitcontactschakelaar) 20 Houder voor gasfles 21 Gasfles 22 Borgpen 23 Taster Tweehandbediening 24 Stoffilter (vlakvouwfilter) 25 Opberging cilindersteun (beveiliging hoge afvoer) 26 Achterste pakkingrand 27 Veegrol 28 Zijdelingse afdichtingslijst links 29 Voorste afdichtlijst 30 Zijdelingse afdichtingslijst rechts 31 Benzine-/gasmotor 32 Onderhoudsvrije batterij 33 Brandstoftank 34 Dieselmotor 35 Vrijloophefboom Optioneel Niet weergegeven zijn de volgende uitrus- tingen die bij de bestelling af-fabriek inge- bouwd zijn of achteraf door de service ge- monteerd kunnen worden. – Zwaailicht – Weerbeschermingscabine met ruit en ruitenwisser – Weerbeschermingsafdak – Bestuurdersbeschermingsdak – Zijbezemafdekking – Comfortstoel – Werkverlichting 111NL- 7 1 Hoofdschakelaar Stand 0: Apparaat is stilgelegd Stand I: Apparaat is bedrijfsklaar. 2 Taster Afzuigblazer met indicatielamp Lampje brandt: Afzuigblazer en filter- reiniging gedeactiveerd: – voor het vegen van vochtige of natte ondergronden of van vezelig, droog vuil zoals stro, hooi, enz. Lampje uit: Afzuigblazer en filterreini- ging geactiveerd (standaard instelling): – voor het vegen van droge ondergron- den 3 KIK-sleutel (Kärcher Intelligent Key) geel - Bedieningspost grijs - Voorwerker 4 Weergave veegprogramma „ECO“ – voor gladde, licht verontreinigde on- dergronden Instructie: Dit veegprogramma is bij elke inbedrijfstelling van het veegsy- steem standaard geactiveerd, ook wan- neer eerder een ander veegprogramma ingesteld was. Instructie: Het geselecteerde veegpro- gramma wordt op het display weerge- geven, de instelling gebeurt met de pijltoetsen. 5 Weergave veegprogramma „MEDIUM“ – voor normaal verontreinigde onder- gronden 6 Weergave veegprogramma „HEAVY“ – voor sterk verontreinigde en oneffen ondergronden 7 Display 8 Veeggoedreservoir omhoog brengen 9 Veeggoedreservoir leegkiepen 10 Vuilreservoir naar binnen zwenken 11 Vuilreservoir neerlaten 12 Bevestigingstoets „OK“ 13 Claxon 14 Programmakeuzeschakelaar Aanwijzing: Functies zijn alleen geacti- veerd als de hoofdschakelaar is ingescha- keld ende KIK-sleutel is geplaatst. AOFF Apparaat is uitgeschakeld. BON Apparaat is bedrijfsklaar (motor uit) C Motor start automatisch Naar gebruiksplaats rijden. Bij apparaten met lage afvoer: Veegwals en zijbezems zijn opgetild en roteren. Bij apparaten met hoge afvoer: Veegwals en zijbezems zijn opgetild en uitgeschakeld. D Vegen met veegrol Veegrol wordt neergelaten. E Vegen met veegwals en zijbezems rechts Veegwals en rechter zijbezem worden neergelaten, de sikkelvormige veegbe- zem (optioneel) wordt geactiveerd. F Vegen met veegwals en zijbezems rechts en links Veegwals, rechter zijbezem en linker zijbezem (optioneel) worden neergela- ten, de sikkelvormige veegbezem (opti- oneel) wordt geactiveerd. De in de fabriek vooringestelde taal op het display is Engels. Vooraleer met de machine wordt gewerkt, moet de gewenste taal op het bedienings- veld ingesteld worden. Hoe de taal voor de gele en grijze sleutel (Intelligent Key) ingesteld wordt, is be- schreven op de korte beeldende handlei- ding op pagina 2 van deze gebruiksaanwij- zing of in het volgende hoofdstuk „Intelli- gent Key geel/grijs“. De parameters voor de verschillende reini- gingsprogramma's zijn vooringesteld. De weergave verschijnt op het display. De teksten op het display zijn niet geco- deerd en dus zelfduidend. De keuze van het gewenste veegprogramma gebeurt door middel van de pijltoets „naar rechts“. Weergegeven displayteksten zijn: >Bedrijfsuren en Veegprogramma< >Geschiktheid van de veegwals: .. %< >Dag teller .. u .. min< Bij aanbouwsets ook: >Zwaailicht inschakelen< >Werklicht inschakelen< Wanneer parameters permanent moeten worden gewijzigd, moet voor de instelling een grijze Intelligent Key gebruikt worden. De werkwijze is beschreven in het hoofd- stuk „Grijze Intelligent Key“. Met de grijze Intelligent Key worden de au- torisaties voor de gele Intelligent Key vrij- gegeven. Parameters, die met de grijze Intelligent Key ingesteld worden, blijven behouden, totdat een andere instelling gekozen wordt. Grijze Intelligent Key insteken. Pijltoets „naar boven“ of „naar bene- den“ indrukken tot het menu >Sleutel- manager< verschijnt. Instructie: In dat menupunt worden de autorisaties voor de gele Intelligent Key vrijgegeven. Met de toets „OK“ wordt de melding be- vestigd. Grijze Intelligent Key verwijderen en binnen de aftellende seconden de te personaliseren gele Intelligent Key in- steken. Pijltoetsen „naar boven“ of „naar bene- den“ indrukken en menupunten selec- teren. Voorhanden menupunten zijn: Bedieningsveld Programmakeuzeschakelaar Taalinstelling op het bedieningsveld KIK-sleutel (Kärcher Intelligent Key) geel/grijs Gele KIK-sleutel Grijze KIK-sleutel Voorhanden menupunten zijn: >Taalkeuze< Taalselectie in 18 talen mogelijk zoals Duits, Engels, Frans, Spaans, Grieks, Rus- sisch en andere. >Bediening apparaat geblokkeerd / vrij- gegeven< De gele KIK-sleutel kan hier voor de bedie- ning van deze machine geblokkeerd wor- den. >Veegspiegel geblokkeerd / vrijgege- ven< Bij een geblokkeerde veegspiegel moet het veegprogramma ECO, MEDIUM of HEAVY vastgelegd worden; het program- ma kan door de bediener niet gewijzigd worden. Bij een vrijgegeven veegspiegel kan tijdens het bedrijf omgeschakeld wor- den tussen de 3 veegprogramma's. >Stofklasse geblokkeerd / vrijgegeven< Aanpassing van de automatische filterrei- niging (TACT) aan de omgeving. >Licht in/uit< Bediener kan het licht (optioneel) inscha- kelen. >Licht geblokkeerd / vrijgegeven< Permanent bedrijf met licht is geactiveerd of geblokkeerd. >Zwaailicht geblokkeerd / vrijgegeven< Bediener kan kiezen of hij met of zonder zwaailicht wenst te rijden, bij het starten van het apparaat is het zwaailicht automa- tisch aan. 112 NL- 8 Om de instellingen naar de gele Intelli- gent Key over te dragen: Binnen de aftellende seconden met de pijltoets „naar rechts“ >JA< selecteren en met de toets „OK“ bevestigen. Instructie: Daardoor zijn de uitgevoer- de instellingen naar de gele Intelligent Key overgedragen en vrijgegeven. Er moet worden gecontroleerd of zich niet meer dan 1 KIK-sleutel in de buurt van het bedieningsveld bevindt. In dit geval kan fout P/11 op het display verschijnen. 몇 WAARSCHUWING Dat apparaat beschikt over talrijke veilig- heidsinrichtingen. De reglementaire functie van elke veiligheidsinrichting moet voor de bediening gecontroleerd worden en mag NIET buiten werking gesteld worden! De hoofdschakelaar op het bedieningsveld dient voor de onmiddellijke uitschakeling van de verbrandingsmotor en de elektri- sche aandrijvingen in noodsituaties en mag ook enkel in zulke omstandigheden ge- bruikt worden. De linker motorkap beschikt over een vei- ligheidsinrichting die de draaiende verbran- dingsmotor uitschakelt en een waarschu- wingsmelding op het display uitgeeft wan- neer ze geopend wordt. De noodstopknop bevindt zich zijdelings op de motor. Noodstopschakelaar bedienen: Motorkap openen. Duw de rode hendel (1) naar beneden. Duw de hendel (2) naar rechts om te re- setten. De hoge afvoer beschikt over een veilig- heidsinrichting die het veegbedrijf tijdens het afvoerproces blokkeren. Apparaten met hoge afvoer hebben een taster voor tweehandbediening. Om het vuilreservoir leeg te maken, moet de taster samen met de toetsen van de hoge afvoer ingedrukt worden. GEVAAR Verwondingsgevaar! Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en be- veilig het. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. Bij alle werkzaamheden onder het opgetil- de vuilreservoir moet de hefcilinder met een veiligheidssteun beveiligd worden. De veiligheidssteun is voor de opberging met 2 sterschroeven op de dwarsstang be- vestigd. Veiligheidssteun wegnemen, daartoe 2 sterschroeven eruit schroeven. Zekeringssteun in de zuigerstang van de hefcilinder plaatsen en vastzetten. Instructie: De ronde uitsparing moet naar boven wijzen. LET OP De apparaatkap rechts met passing mag enkel door de geautoriseerde klantenser- vice verwijderd worden voor reparatie- of onderhoudswerkzaamheden. De beschrijving daarvan vindt u in het ser- vicehandboek. LET OP De motorkap mag alleen worden geopend als de programmakeuzeschakelaar in de stand "OFF" staat en de KIK-sleutel is ver- wijderd. Het is verboden om de motorkap tijdens het bedrijf van het apparaat te openen. Voor het tanken en voor onderhoudswerk- zaamheden moet de linker motorkap ge- opend worden. Motorkap vooraan aan de greep vast- nemen, naar boven ontgrendelen en dan opzij wegzwenken. Instructie: De motorkap beschikt over een veiligheidsinrichting die de draaiende ver- brandingsmotor uitschakelt en een waar- schuwin gsmelding op het display uitgeeft wanneer ze geopend wordt. Wanneer de kap niet correct is gesloten, kan de motor niet gestart worden. Indien een waarschuwingsmelding actief is, kan deze als volgt gereset worden: Kap volledig sluiten (klikt vast). Programmakeuzeschakelaar op „ON“ draaien. Op de chauffeursstoel plaatsnemen. GEVAAR Verwondingsgevaar, beschadigingsge- vaar! Gewicht van het apparaat bij het verla- den in acht nemen! Geen heftruck gebruik voor het afladen, het apparaat kan daarbij beschadigd raken. LET OP Voor de inbedrijfstelling van het apparaat de accu opladen. >Zwaailichtmodus geblokkeerd / vrijge- geven< Er kan gekozen worden of het zwaailicht bij achteruitrijden verplicht aan is (ook als het door de bediener werd uitgeschakeld) of niet. >Snelheid geblokkeerd / vrijgegeven< Zonder functie >Veegsnelheid geblokkeerd / vrijgege- ven< Zonder functie >Blazer/pomp geblokkeerd / vrijgege- ven< Zonder functie >Dagteller wissen vrijgegeven< Er kan gekozen worden of de bediener de dagteller kan resetten. >Programmeren ja/neen< Als laatste menupunt verschijnt de weer- gave >Programmeren< met aftellende se- conden. Opmerkingen bij gebruik van de KIK- sleutel (Kärcher Intelligent Key) Veiligheidsinrichtingen Hoofdschakelaar Voorhanden menupunten zijn: Kap links (motorkap) Nooduitschakeling (dieselmotor) Vuilreservoir (hoge afvoer) Taster Tweehandbediening Veiligheidssteun vuilreservoir (hoge afvoer) Voor de inbedrijfstelling Apparaatkap wegnemen Motorkap openen/sluiten Instructies inzake uitladen Leeggewicht (transportgewicht) Het leeg gewicht ligt in functie van de ap- paraatvariant tussen 400 kg en 608 kg *. (zie hoofdstuk „Technische gegevens“).

  • Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger. 113NL- 9 Bij het beladen van het apparaat moet een geschikte platform gebruikt wor- den! Wanneer het apparaat op een pallet ge- leverd wordt, moet met de meegelever- de planken een platform gebouwd wor- den. Ga bij het afladen als volgt te werk: Kunststof pakband opensnijden en folie verwijderen. Spanbandbevestiging bij de aanslag- punten verwijderen. Accu aansluiten (zie hoofdstuk 'Repa- raties en onderhoud'). Vier gemarkeerde vloerplanken van de pallet zijn met schroeven bevestigd. Schroef deze planken er af. Leg de planken op de kant van de pal- let. Plaats de planken zo, dat ze voor de wielen van het apparaat liggen. Beves- tig de planken met de schroeven. De in de verpakking bijgevoegde bal- ken voor ondersteuning van de helling gebruiken. Houten blokken voor de vergrendeling van de wielen verwijderen. Parkeerrem losmaken. Apparaat over de zo verkregen helling van de pallet duwen. Het apparaat kan op 2 manieren bewogen worden: (1) Apparaat duwen (zie hoofdstuk „Inbe- drijfstelling/veegmachine zonder eigen aandrijving bewegen"). (2) Apparaat voorzichtig van de pallet rijden (zie hoofdstuk „Inbedrijfstelling/veegmachi- ne met eigen aandrijving bewegen“). GEVAAR Verwondingsgevaar! Beveilig het apparaat voor het inscha- kelen van de vrijloop tegen wegrollen. Tip Rijaandrijving is buiten werking. Remwerking is niet meer voorhanden. 몇 VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar van de hydrostati- sche asaandrijving! Apparaat slechts langzaam en korte stukken voortduwen (in geen geval sle- pen). Motorkap openen. Vrijloophendel bedienen (openen). Vrijloophendel bediend - apparaat kan ver- schoven worden Parkeerrem losmaken. Na het verschuiven van het apparaat: Vrijloophendel in de achterste positie bewegen (sluiten). Motorkap sluiten. Parkeerrem bedienen. Instructie: Bij de levering van het apparaat is de batterijpool afgeklemd; deze moet voor de eerste inbedrijfstelling vastgeklemd worden. Motorkap openen. Vrijloophendel in de achterste positie bewegen (sluiten). Vrijloophendel in achterste positie - appa- raat is rijklaar Motorkap sluiten. Instructies voor het rijden in het hood- stuk „Inbedrijfstelling/apparaat starten en apparaat rijden“ in acht nemen. Nadat het apparaat naar zijn bestem- ming werd gereden, moet de motor uit- gezet en de parkeerrem bediend wor-

De zijbezem is bij de levering niet gemon- teerd en moet voor de inbedrijfstelling ge- monteerd worden. Zie daartoe in het hoofdstuk „Verzor- ging en onderhoud/Zijbezem vervan- gen“. GEVAAR Verbrandingsgevaar in het bereik van mo- tor, uitlaat en bocht en aan de hydraulische aandrijfmotor aan het voorwiel. De beschrijving van de volgende controles en werkzaamheden vindt u in het hoofdstuk „Verzorging en onderhoud/Onderhouds- werkzaamheden“. Voor de eerste inbedrijfstelling: pool- klem op de batterijpool klemmen. Veiligheidsfunctie van de motorkap controleren (verbrandingsmotor mag bij een open kap niet starten). Zitcontactschakelaar op functionaliteit controleren. Motoroliepeil controleren. Vulniveau van de voorste hydraulische tank controleren. Keerrol en zijbezems op slijtage, vreemde voorwerpen en in elkaar ge- draaide banden controleren. KM 125/... Controleer het bescherm- rooster van de oliekoeler op verontreini- ging. Bij stilstand van de machine: gaspedaal op soepelheid controleren om een func- tiezekerheid te garanderen c.q. blokke- ren van de pedaal tijdig vast te stellen. Veeggoedcontainer legen. Luchtdruk banden controleren. Benzine- en dieselmotor Vloeistofpeil van de brandstoftank con- troleren. Gasmotor Stevige zitting van de wartelmoer op de gasslang controleren. Gevaar Explosiegevaar! Tank allen bij een uitgeschakelde mo- tor. Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden ge- bruikt. Niet in gesloten ruimtes tanken. Roken en open vuur is verboden. Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt. Afbeelding: Benzine-/gasmotor (KM 105/

1 Brandstoftank 2 Tanksluiting 3 Tankweergave 4 Brandstofkraan Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen Veegmachine met zelfaandrijving bewegen Zijbezem monteren Inbedrijfstelling Vóór de start/veiligheidscontrole Onderhoudswerkzaamheden Tanken 114 NL- 10Afbeelding: Benzine-/gasmotor (KM 125/ 1 Brandstoftank2 Tanksluiting3 TankweergaveAfbeelding: Dieselmotor (KM 105/...)1 Brandstoftank2 Tanksluiting3 Brandstofkraan4 Nooduitschakeling5 DecompressiehendelAfbeelding: Dieselmotor (KM 125/...)1 Brandstoftank2 Tanksluiting Motor uitzetten. Parkeerrem bedienen. Motorkap openen. Benzinemotor: vulniveau aflezen op de tankindicatie. Het rode bereik geeft het vulniveau aan. Tankdop openen. Trechter met filter gebruiken en aan-brengen. Benzinemotor: „Normale benzine loodvrij" tanken. Dieselmotor: „Diesel" tanken.(onder 6 °C: winterdiesel) Overgelopen brandstof afvegen, trech-ter verwijderen en tankdop sluiten. Motorkap sluiten.몇 GEVAARBrand- en explosiegevaar! Er mogen enkel typegekeurde vervan-gingsflessen (drijfgasflessen) met een inhoud van 11 kg gebruikt worden. Deze hebben ter bescherming van het ventiel een kraag van 270°. Tip Vervangingsflessen zonder kraag zijn brandgasflessen en beschikken over een andere afdichtingsaansluiting. Een gasdichte verbinding is daarom niet mogelijk, er bestaat brand- en explosie-gevaar!Bovendien kunnen ventieldelen losge-scheurd worden.몇 VOORZICHTIGVerwondingsgevaar! Veiligheidstechnische richtlijnen voor vloeibaar gas-motorvoertuigen in acht nemen. IJsvorming en schuimend-gele afzettin-gen op de gasfles duiden op een lek. De flessen mogen alleen door hierin geenstrueerde personen worden uitge-voerd. Drijfgasflessen mogen niet in garages en niet in ruimtes onder de aarde wor-den gewisseld. Bij het wisselen van de flessen niet ro-ken en geen open verlichting gebrui- ken. Bij het wisselen van de fles het afsluit-ventiel van de vloeibaargasfles stevig dichtdraaien en afschermkap direct op de lege fles plaatsen.1 Beschermkap2 Gasslang met wartelmoer3 Gas-aftapventiel Gasfles zo neerzetten, dat de aansluit-schroefdraad van het afsluitventiel loodrecht naar boven wijst.Instructie: De inbouwpositie naar bo-ven is belangrijk voor de functie van de gasmotor, hij heeft een gasvormige af-name uit de gasfles nodig. Beugelsluiting dichtmaken. Veiligheidspal aanbrengen. Afschermkap (1) van aansluitventiel van de gasfles nemen. Gasslang met wartelmoer (2) vastdraai-en (sleutelwijdte 30 mm).

De aansluiting draait linksom.LET OPGas-aftapventiel (3) pas openen voor het starten van het apparaat (zie hoofdstuk Ap-paraat starten). GEVAARLangere gebruiksduur van het apparaat kan door de trillingen leiden tot doorbloe-dingsstoornissen in de handen.Een algemeen geldende duur voor het ge-bruik kan niet vastgelegd worden aange-zien die afhangt van verschillende factoren:– persoonlijke neiging tot slechte door-bloeding (vaak koude vingers, kriebe-len van de vingers).– Lage omgevingstemperatuur. Warme handschoenen dragen ter bescherming van de handen.– Stevig vasthouden hindert de doorbloe-ding.– Ononderbroken werking is slechter dan een werking met pauzen.Bij een regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij herhaaldelijk optreden van die symptomen (bijvoorbeeld kriebelen van de vingers, koude vingers) bevelen wij een medisch onderzoek aan. GEVAAROngevalgevaar! Stel de bestuurderstoel niet in tijdens het rijden. Hefboom stoelverstelling naar binnen trekken. Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten. Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit.Instructie: De max. toegelaten lading van het aflegvlak bedraagt 20 kg. Er moet voor een veilige bevestiging van de lading gezorgd worden.Voorwaarden voor het functionerende be-drijf van het apparaat zijn:– De KIK-sleutel (grijs of geel) met autori-satie voor het bedrijf van het apparaat moet in de sleutelschacht van het be-dieningsveld gestoken zijn.– De hoofdschakelaar moet in stand 1 staan.– De programmakeuzeschakelaar mag niet in de stand „OFF“ zijn.– Vuilreservoir en linker motorkap moe-ten gesloten en vastgeklikt zijn. Gasfles monteren / vervangen (gasmotor)

Werking KM 125/130 R D, G, LPGGevaar van gehoorschade Draag bij het werken met het apparaat in elk geval een geschikte gehoorbe-scherming. Chauffeursstoel instellen Aflegvlak Apparaat in bedrijf nemen 115NL- 11 Instructie: Het apparaat is uitgerust met een contactschakelaar in de stoel. Wan- neer de bestuurdersplaats langer dan 1,5 seconden verlaten wordt, wordt de ver- brandingsmotor uitgeschakeld. Neergela- ten veegwals en zijbezems worden auto- matisch opgetild. Motorkap openen. Brandstofkraan openen. Afbeelding: Brandstofkraan openen (benzi- ne-/gasmotor) Afbeelding: Brandstofkraan openen (die- selmotor) Motorkap sluiten. Gas-aftapventiel openen door tegen de wijzers van de klok te draaien. Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Parkeerrem bedienen. Rijpedaal NIET gebruiken. Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Instructie: Motor start automatisch. Starten bij koud weer: Benzinemotor/gasmotor: Motor heeft een automatische choke. Dieselmotor: Als het startproces mislukt, bedient u de decompressiehendel (1) op de motor en herhaalt u het startproces. Afbeelding: Decompressiehendel (diesel- motor) – Wanneer de bediener langer dan 1,5 seconden van de stoel opstaat, stopt de verbrandingsmotor. – Wanneer opnieuw plaats wordt geno- men op de bestuurdersplaats, start de motor automatisch. – De verbrandingsmotor schakelt uit als de stoel verlaten, de programmakeuze- schakelaar op "ON" gedraaid of de KIK- sleutel uitgetrokken wordt. Zijbezems en veegwals worden opgetild. Na nog 5 minuten schakelt het apparaat zichzelf automatisch uit. LET OP Beschadigingsgevaar van de aandrijving! Voor elke rit moet gegarandeerd worden dat de vrijloophendel in de achterste positie staat (gesloten). Gaspedaal altijd voorzichtig en langzaam induwen. Niet schokkend van achteruit- naar vooruitrijden omschakelen en omge- keerd. De rijsnelheid moet aan de omstandighe- den van dat moment aangepast worden. 1 Rijpedaal "vooruit" 2 Rijpedaal "achteruit" Parkeerrem losmaken. Gaspedaal "vooruit" langzaam indruk- ken. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij het achteruitrijden mag geen gevaar voor derden bestaan, eventueel laten inwerken. Gaspedaal "achteruit" langzaam in- drukken. – Met de rijpedalen kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. – Vermijd schokkerig gebruik van het pe- daal, omdat de hydraulische installatie anders beschadigd kan raken. Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan. Instructie: Indien het apparaat niet tot stilstand komt, bedient u voor een „noodgeval“ de parkeerrem of duwt u de hoofdschakelaar in de stand „0“. LET OP Er mag niet over voorwerpen of vrijstaande hindernissen gereden worden; deze mo- gen ook niet verschoven worden. Vaste hind ernissen tot 6 cm hoog kun- nen langzaam en voorzichtig bereden worden. Vaste hindernissen van meer dan 6 cm hoog mogen enkel met een geschikt platform bereden worden. GEVAAR Verwondings- en beschadigingsgevaar! Bij een geopende grofvuilklep kan de veegwals stenen of steengruis naar vo- ren wegslingeren. Let erop dat geen personen, dieren of voorwerpen in ge- vaar worden gebracht. LET OP Geen pakbanden, draden of soortgelijk ma- teriaal opvegen; dit kan leiden tot een be- schadiging van het veegmechanisme. LET OP Om een beschadiging van de bodem te vermijden, mag de veegmachine bij een neergelaten veegwals en zijbezem niet ter plaatse bediend worden. – Voor een optimaal reinigingsresultaat moet de rijsnelheid aangepast worden aan de omstandigheden. – Tijdens het veegbedrijf het vuilreservoir regelmatig leegmaken. Instructie: Als hoofdzakelijk split opge- veegd wordt (hoog gewicht van het veeggoed), moet het vuilreservoir snel- ler leeggemaakt worden. Bij apparaten met lage afvoer: Op het vuilreservoir bevindt zich een marke- ring voor de maximale vulhoogte bij split. De markering wordt zichtbaar als het vuilreservoir weggenomen is. – Bij oppervlaktereiniging veegrol laten zakken. – De reiniging van zijranden bij voorkeur uitvoeren met de rechter zijbezem. Apparaat starten Brandstofkraan openen Gastoevoer openen (gasmotor) Motor starten Instructies voor de automatisch start van de motor Apparaat verrijden Vooruit rijden Achteruit rijden Rijgedrag Remmen Over hindernissen heen rijden Veegbedrijf Instructies voor het veegbedrijf 116 NL- 12 Voor de reiniging met de veegwals zijn 3 verschillende veegprogramma's beschik- baar, te worden op het display weergege- ven door 2 pijlen. Instructie: Veegprogramma's enkel selec- teren bij een stilstaand apparaat. 1 Veegprogramma „ECO“ 2 Veegprogramma „MEDIUM“ 3 Veegprogramma „HEAVY“ 4 Weergave (2 pijlen) Instructie: Het veegprogramma „ECO“ is bij het starten standaard geactiveerd. Wanneer een ander veegprogramma ver- eist is, gaat u zoals hierna beschreven te werk (op voorwaarde dat een KIK-sleutel met vrijgegeven autorisatie in het bedie- ningsveld zit). (Programmakeuzeschakelaar op stand D, E, F) Apparaat stopzetten. Pijltoets „naar rechts“ indrukken om het gewenste veegprogramma te selecte- ren. Instructie: De weergave (2 pijlen) op het display wijst op het geselecteerde veegprogramma. Instructie: Voor het opvegen van grotere deeltjes tot een hoogte van 50 mm, bv. si- garettenpakjes, moet de grofvuilklep kort opgeheven worden. Grofvuilklep opheffen: Pedaal grofvuilklep naar voren drukken en vastgedrukt houden. Voor het legen voet van het pedaal ne- men. Instructie: Alleen bij volledig naar be- neden gelaten grofvuilklep ist een opti- maal reinigingsresultaat te bereiken. Programmaschakelaar in stand E of F draaien. Zijbezems en veegwals wor- den neergelaten. Om de filter te beschermen tegen vocht: Afzuigblazer met knop op het bedie- ningsveld uitschakelen. Instructie: Het indicatielampje brandt. Om een verstopping van het filtersysteem te vermijden: Afzuigblazer met knop op het bedie- ningsveld uitschakelen. Werk met een ingeschakelde afzuigbla- zer. Instructie: De afzuigblazer is bij het in- schakelen van een veegprogramma reeds standaard geactiveerd. Het apparaat beschikt over een automati- sche filterreiniging. De reiniging gebeurt automatisch alle ca. 15 seconden. Daarbij is een kort blaasge- luid hoorbaar. De ingebouwde stoffilter regelmatig op verontreiniging controleren. Een te sterk verontreinigde of defecte filter ver- vangen. Instructie: Na het uitzetten van het appa- raat minstens 1 minuut wachten vooraleer u het veeggoedreservoir opent of leeg- maakt. Op die manier kan het stof zakken. GEVAAR Het is verboden om het vuilreservoir weg te nemen terwijl de motor draait (derde per- soon). Vuilreservoir lichtjes optillen en naar achteren omlaag zwenken, vervolgens het vuilreservoir uitnemen. Veeggoedcontainer legen. Vuilreservoir inschuiven en laten vast- klikken, controleren op correcte positie van he t vuilreservoir Knelgevaar aan de handen! Tweede vuilreservoir leegmaken. De hoge afvoer van het apparaat maakt het mogelijk om het vuil in het vuilreservoir di- rect in een afvalcontainer af te voeren (maximale afvoerhoogte zie hoofdstuk „Technische gegevens“). GEVAAR Kantelgevaar! Zet het apparaat tijdens het ledigings- proces op een effen oppervlak neer. Verwondingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenk- bereik van het vuilreservoir staan. Knelgevaar! Grijp nooit in de stangen van het ledi- gingsmechanisme. Ga niet onder het opgetilde reservoir staan. 몇 VOORZICHTIG Ongevalgevaar, verwondingsgevaar! Terwijl het vuilreservoir opgetild is, mag niet in de veegmodus (programmakeu- zeschakelaar in stand D; E; F) gescha- keld worden. LET OP Het leegkiepen van de container kan pas naar het bereiken van een bepaalde mini- mumhoogte gebeuren. Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Apparaat grof positioneren. Tip Het leegmaken van het vuilreservoir kan enkel in de tweehandbediening plaatsvin- den. Toets Tweehandbediening op de mo- torkap samen met de overeenkomstige pijl- toetsen 1 tot 4 op het bedieningsveld in- drukken. Vuilreservoir optillen: Toets Tweehand- bediening en pijltoets 1 indrukken. Langzaam naar de verzamelbak rijden. Parkeerrem vastzetten. Vuilreservoir leegkiepen: Toets Twee- handbediening en pijltoets 2 indrukken. Vuilreservoir volledig omkiepen: Toets Tweehandbediening en pijltoets 3 in- drukken. Parkeerrem losmaken. Langzaam van de verzamelbak wegrij- den. Vuilreservoir tot de eindstand neerla- ten: Toets Tweehandbediening en pijl- toets 4 indrukken. Instructie: Het vuilreservoir kan pas volledig neergelaten worden wanneer Vegen met keerrol Veegprogramma selecteren Vegen met opgeheven grofvuilklep Vegen met zijbezems Vochtige of natte bodem vegen Vezelachtig en droog keergoed (bv. droog gras, stro) opvegen Droge bodem vegen Filterreiniging Veeggoedcontainer leegmaken Bij apparaten met lage afvoer Bij apparaten met hoge afvoer 117NL- 13 het vooraf in de uitgangspositie werd gekiept. Instructie: Na het uitschakelen van het ap- paraat wordt de stoffilter automatisch gerei- nigd. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmakeuzeschakelaar op „OFF“ draaien. Parkeerrem bedienen. Sleutel verwijderen. Motorkap openen. Brandstoftoevoer sluiten. Afbeelding: Brandstofkraan sluiten (benzi- nemotor) Afbeelding: Brandstofkraan sluiten (diesel- motor) Motorkap sluiten. Gas-aftapventiel sluiten door met de wijzers van de klok mee te draaien. GEVAAR Ongevalgevaar! Bij het beladen van het apparaat moet de vrijloophendel gesloten zijn. Pas dan zijn de rijaandrijving en de parkeerrem bedrijfsklaar. Het apparaat moet bij stij- gingen en dalingen altijd met de eigen aandrijving bewogen worden. Verwondings- en beschadigingsgevaar! Neem het leeggewicht (transportge- wicht) van het apparaat bij het transpor- teren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Benzinemotor/dieselotor: Brandstof- kraan sluiten. Gasmotor: Gastoevoer sluiten. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Apparaat met spankabels of koorden vastzetten. Instructie: Markeringen voor bevesti- gingsplaatsen op het basisframe in acht nemen (kettingsymbolen). Lossen van het apparaat enkel op een effen vlak. KIK-sleutel verwijderen. Klem de batterij af bij het transport van de veegmachine. Zet de veegmachine weg op een effen oppervlak in een droge, vorstvrije om- geving. Bescherm tegen stof met af- dekmateriaal. Programmakeuzeschakelaar op „OFF“ draaien. KIK-sleutel verwijderen. Veegmachine tegen wegrollen beveili- gen. Gasmotor WAARSCHUWING Machines moeten veilig worden uitge- schakeld! De machine moet regelmatig door een gekwalificeerd persoon, vooral het re- servoir met vloeibaar gas en de verbin- dingen ervan, worden geïnspecteerd volgens de regionale of nationale richt- lijnen voor een veilig bedrijf. Als de veegmachine gedurende lange tijd niet gebruikt wordt, moet tevens het vol- gende in acht genomen worden: Motorolie verversen. Dieselmotor : Maak de brandstoftank

lemaal leeg of vul hem volledig met brandstof. Brandstofkraan sluiten. Lat de motor alle 6 maanden draaien zonder hem te starten. Benzinemotor: Brandstofkraan sluiten, brandstofslang van de brandstofkraan verwijderen. Brandstofkraan openen en brandstof volledig in een geschikt reservoir afla- ten. Vervolgens de brandstofslang opste- ken en de brandstofkraan sluiten. Bougie eruit schroeven en 5 ml motor- olie in de bougie-opening gieten. De motor zonder bougie meermaals door- draaien (niet starten). Bougie erin schroeven. Gasmotor: Gastoevoer sluiten. Gasslang met wartelmoer losdraaien (sleutelwijdte 30 mm). Gasfles met afschermkap afsluiten en in een geschikte ruimte rechtop bewa- ren (zie hoofdstuk „Veiligheidsinstruc- ties“). Bougie eruit schroeven en 5 ml motor- olie in de bougie-opening gieten. De motor zonder bougie meermaals door- draaien (niet starten). Bougie erin schroeven. Veegmachine aan de binnen- en bui- tenkant reinigen. Apparaat op een beschutte en droge plaats neerzetten. Programmakeuzeschakelaar op „OFF“ draaien. KIK-sleutel verwijderen. Hoofdschakelaar op stand „0“ zetten. Parkeerrem bedienen. Min-pool van de batterij afklemmen als het apparaat langer dan 4 weken niet gebruikt wordt. Afbeelding: symbolisch Accu elke 2 maanden opladen. Apparaat uitschakelen Brandstofkraan sluiten Gastoevoer sluiten (gasmotor) Transport Opslag/stillegging 118 NL- 14 – Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. – Mobiel commercieel geëxploiteerde ap- paratuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. – Gebruik uitsluitend de bij het apparaat geleverde of de in de gebruiksaanwij- zing bepaalde veegrollen/zijbezems. De toepassing van andere veegrollen/ zijbezems kan negatieve gevolgen heb- ben voor de veiligheid. – De in het apparaat gemonteerde batte- rij is onderhoudsvrij. GEVAAR Verwondings- en beschadigingsgevaar! Voor de reiniging en het onderhoud van het apparaat, de vervanging van onder- delen of de omschakeling naar een an- dere functie moet het apparaat uitge- schakeld en de KIK-sleutel (Kärcher In- telligent Key) verwijderd worden. Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. Programmakeuzeschakelaar op „OFF“ draaien. KIK-sleutel verwijderen. LET OP Het gebruik van niet-herlaadbare accu´s is verboden. Gebruik alleen accu´s en reinigings- of on- derhoudsmiddelen die door de fabrikant zijn aanbevolen. Batterijen enkel vervangen door batterijen van hetzelfde type. Voor de afvoer van het voertuig moeten de accu´s worden verwijderd en vervolgens worden afgevoerd conform de plaatselijke voorschriften. LET OP Rekening houden met de voorschriften voor het voorkomen van ongevallen zoals DIN VDE 0510, VDE 0105 T.1. Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: GEVAAR Brand- en explosiegevaar! Geen werktuig e.d. op de batterij leg- gen. Gevaar van kortsluiting en explo- sie. Roken en open vuur is verboden. Ruimtes waarin accu's opgeladen wor- den, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. Gevaar van brandwonden! Pas bij ondichte accu´s op voor lekkend zwavelzuur. Verwondingsgevaar! Breng wonden nooit in contact met lood. Reinig na werkzaamheden aan batterijen altijd uw handen. Bij reglementair gebruik en wanneer de ge- bruiksaanwijzing wordt opgevolgd vormen loodaccu´s geen gevaar. Er moet toch op worden gelet dat loodac- cu´s zwavelzuur bevatten die ernstige brandwonden kunnen veroorzaken. Gemorst zwavelzuur of zwavelzuur dat uit een lekke accu treedt met absorptie- middel opvangen, bijv. zand. Niet in de riolering, in bodem of grondwater te- recht laten komen. Zuur neutraliseren met kalk/natriumcar- bonaat en volgens de plaatselijke voor- schriften afvoeren. Contacteer een afvalverwerkingsbedrijf voor de afvoer van defecte accu´s. Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. af- spoelen. Daarna direct een dokter raadplegen. Verontreinigde kleding met water uit- wassen. Andere kledij aantrekken. Instructie: Bij de levering van het apparaat is de batterijpool afgek lemd; deze moet voor de eerste inbedrijfstelling vastgeklemd worden. Motorkap openen. Hoekklem van de batterij schroeven en wegnemen. Accu in de accuklemmen plaatsen. Batterij met hoekklem bevestigen. Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten. Poolklem op minpool (-) aansluiten. Poolafdekkingen aanbrengen. Instructie: Controleren of de batterijpolen en poolklemmen voldoende door poolbe- schermingsvet beschermd worden. LET OP Neem bij de omgang van batterijen de vei- ligheidsvoorschriften in acht. Neem de ge- bruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht. LET OP Batterijen alleen met het geschikte oplaad- apparaat opladen. Motorkap openen. Accu afklemmen. Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden. Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu ver- binden. Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen. Instructie: Wanneer de batterij opgeladen is, het laadapparaat eerst van het stroom- net en dan van de batterij halen. Motorkap openen. Poolklem op minpool (-) afklemmen. Poolklem op pluspool (+) afklemmen. Batterij uit de batterijhouder nemen. Verbruikte batterij conform de geldende bepaleingen verwijderen. 몇 VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades). Geen agressieve en schurende reini- gingsmiddelen gebruiken. GEVAAR Gezondheidsgevaar! Draag een stofmasker en een veilig- heidsbril. Motorkap openen. Apparaat met perslucht uitblazen. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Motorkap sluiten. Onderhoud Algemene aanwijzingen Accu Veiligheidsvoorschriften accu's Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! Veiligheidsbril dragen! Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! Explosiegevaar! Vuur, vonken, open licht en ro- ken verboden! Gevaar van brandwonden! Eerste hulp! Waarschuwingstekst! Verwijdering! Accu niet in vuilnisbak gooien! Maatregelen voor onbedoeld vrijkomen van zwavelzuur. Accu in apparaat plaatsen en aansluiten Accu laden Batterij demonteren Reiniging Reiniging binnenkant apparaat 119NL- 15 Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Inspectiechecklijst in acht nemen! De service-urenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Service-uren aflezen: Pijltoetsen „naar boven“ of „naar beneden“ indrukken. Instructie: Wanneer de waarde „0“ be- reikt wordt, wordt bij het inschakelen van het apparaat een servicemelding met oproepnummer van de lokale ser- vice-vestiging weergegeven. Instructie: Alle service- en onderhouds- werken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitge- voerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk On- derhoudswerkzaamheden. Onderhoud dagelijks: Zie hoofdstuk "Vóór de start/veilig- heidscontrole". Onderhoud wekelijks: Brandstof- of gasleidingsysteem op lek- kages controleren. Stoffilter controleren en indien nodig fil- terkast reinigen. Luchtfilter controleren. Oliepeil veeghydrauliek controleren. Hydraulische slangen op lekkages con- troleren. Controleren of beweeglijke onderdelen gemakkelijk lopen. Afdichtlijsten in het veegbereik contro- leren op instelling en slijtage. Onderhoud alle 100 bedrijfsuren: Motorolie verversen (eerste verversing na 20 bedrijfsuren). Bougies controleren en reinigen, indien nodig vervangen Luchtfilter reinigen. Onderhoud alle 200 bedrijfsuren Luchtfilterinzet vervangen. Brandstoffilter reinigen. Dieselmotor: oliefilter reinigen, bij be- schadiging vervangen Onderhoud na slijtage: Afdichtlijsten vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen. Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje ge- daan worden. Onderhoud na 20 bedrijfsuren: Eerste inspectie uitvoeren. Onderhoud alle 100 bedrijfsuren Onderhoud alle 200 bedrijfsuren Onderhoud alle 300 bedrijfsuren GEVAAR Verwondingsgevaar! Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en be- veilig het. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. Zekeringssteun in de zuigerstang van de hefcilinder plaatsen en vastzetten. GEVAAR Verwondingsgevaar!

De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na-

op nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik. Verbrandingsgevaar! Voor alle onderhouds- en reparatie- werkzaamheden apparaat voldoende laten afkoelen. LET OP Motorolie, diesel en benzine mogen niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de bo- dem en verwijder oude olie op milieuvrien- delijke wijze. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmakeuzeschakelaar op „OFF“ draaien. KIK-sleutel verwijderen. Parkeerrem bedienen. Apparaat voldoende laten afkoelen. Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: GEVAAR Brand- en explosiegevaar! Ontploffingsgevaar! Geen werktuigen of dergelijk materiaal op de accu, d.w.z. op eindpool en batterijcelverbinder leg- gen. Roken en open vuur is verboden. Ruimtes waarin accu's opgeladen wor- den, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar! Breng wonden nooit in contact met lood. Reinig na werkzaamheden aan batterijen altijd uw handen. Gevaar van brandwonden! Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. af- spoelen. Daarna direct een dokter raadplegen. Verontreinigde kleding met water uit- wassen. Andere kledij aantrekken. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Luchtdrukapparaat aansluiten op het bandventiel. Luchtdruk controleren en indien nodig druk bijstellen. Toegestane bandenluchtdruk zie tech- nische gegevens. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar! Controleer de ondergrond op stabiliteit. Plaats het voertuig enkel op een stabie- le ondegrond en beveilig het met blok- ken tegen wegrollen. LET OP Geschikte, in de handel gebruikelijke krik gebruiken. Apparaat op een egaal oppervlak neer- zetten. Ondergrond controleren op stabiliteit. Apparaat tegen het wegrollen beveili- gen. Krik op het overeenkomstige opname- punt aanbrengen. Wielmoeren/wielbouten met passend gereedschap ca. 1 omwenteling lossen. Apparaat met de krik opheffen. Wielmoeren/wielbouten losschroeven en eruit nemen. Wiel wegnemen. Defect wiel in een vakwerkplaats laten repareren of vervangen.

el aanbrengen en wielmoeren/wiel- bouten tot aanslag erin schroeven en licht aandraaien. Apparaat met de krik laten zakken. Wielmoeren/wielbouten met het vereis- te draaimoment aandraaien. Voor de uitbouw van het voorwiel de klantenservice contacteren. Niet op de bestuurdersplaats gaan zit- ten. Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Wanneer de melding >Gelieve op de machine plaats te nemen< op het dis- play verschijnt, is de veiligheidsfunctie voorhanden. Reiniging buitenkant apparaat Onderhoudsintervallen Onderhoud door de klant Onderhoud door de klantenservice Onderhoudswerkzaamheden Algemene veiligheidsinstructies Voorbereiding Veiligheidsvoorschriften accu's Bandenluchtdruk controleren Achterwiel demonteren Aanhaalmoment (Nm) 56 Nm Voorwiel uitbouwen Functie contactschakelaar van de stoel controleren 120 NL- 16 GEVAAR Verbrandingsgevaar door hete oppervlak- ken! Apparaat op een egaal oppervlak neer- zetten. Motor laten afkoelen. Controle van het motoroliepeil op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren. Motorkap openen. Afbeelding: Benzine-/gasmotor (KM 105/

Afbeelding: Benzine-/gasmotor (KM 125/

Afbeelding: Dieselmotor (KM 105/...) Afbeelding: Dieselmotor (KM 125/...) 1 Oliepeilstok 2 Olievulstuk 3 Olieaftapslang met klembeugel 4 Olieaftapplug Oliemeetstaaf verwijderen. Dieselmotor: Oliepeilstok afvegen en volledig inschuiven. Benzine-/gasmotor: Oliepeilstok afve- gen, inschuiven en zijwaarts plaatsen, niet volledig inschuiven. Let erop dat de oliepeilstok tijdens het inschuiven met de juiste kant in de ope- ning wordt gebracht (indicatiestreepjes max-min in de richting van de motor). Afbeelding: Oliepeil meten bij benzine-/ gasmotor (KM 105/... und KM 125/...) Oliepeilstok nog een keer eruit trekken en het oliepeil controleren. – Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- en „MAX“-markering bevinden. – Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, motorolie bijvullen. – Motor niet boven „MAX"-markering bij- vullen. Motorolie in de olievulopening vullen. Instructie: Om motorolie te vullen hulp- middelen gebruiken zoals bijvoorbeeld een gebogen vultrechter of een oliewis- selpomp 6.491-538. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. Minstens 5 minuten wachten. Klopt motoroliepeil oliepeilstok inste- ken. 몇 WAARSCHUWING Verbrandingsgevaar! Laat het voertuig voor het vervangen van motorolie en motoroliefilter afkoe- len tot geen verbrandingsgevaar meer bestaat. Motor laten afkoelen. Motorkap openen. Opvangreservoir voor minstens 1 liter olie klaarzetten. Klembeugel aan de olieaftapslang los- maken, olieaftapplug eruit trekken en olie volledig aftappen. Olieaftapplug terugplaatsen en klem vastzetten. Dieselmotor: Oliefilter alle 200 be- drijfsuren reinigen, bij beschadiging vervangen Voor demontage de schroef eruit draaien 1Schroef 2 Oliefilter Oliemeetstaaf verwijderen. Motorolie in de olievulopening vullen. Oliesoort en vulhoeveelheid zie Techni- sche ge gevens. Minstens 5 minuten wachten. Motoroliepeil controleren. Klopt motoroliepeil oliepeilstok inste- ken. Afgewerkte olie naar de betreffende in- zamelcentra brengen. LET OP Verbrandingsgevaar door hete oppervlak- ken! Motor laten afkoelen. Motorkap openen. Afbeelding: Dieselmotor (KM 105/...) Afbeelding: Benzine-/gasmotor (KM 105/

Afbeelding: Dieselmotor (KM 125/...) 1 Vleugelschroef 2 Luchtfilterbehuizing 3Filterelement Afbeelding: Benzine-/gasmotor (KM 125/

1 Luchtfilterbehuizing 2 Vergrendeling 3Filterelement KM 105/...: Draai de vleugelschroef er- uit. KM 125/...: Open de vergrendeling. Luchtfilterbehuizing wegnemen. Filterinzet eruit nemen. Motoroliepeil controleren en olie bijvullen Motorolie en motoroliefilter wisselen Luchtfilter vervangen 121NL- 17 Binnenkant van de luchtfilterbehuizing reinigen. Filterelement reinigen of vervangen. Filterelement inbouwen. KM 105/...: Breng het luchtfilterhuis aan en bevestig met de vleugelmoer. KM 125/...: Breng het luchtfilterhuis aan en vergrendel. LET OP Verwondingsgevaar! Bougiestekker niet met de hand verwijderen. Afbeelding: Benzine-/gasmotor (KM 105/

1 Onderdrukleiding 2 Bougiestekker 3 Behuizing Motor laten afkoelen. Motorkap openen. Onderdrukleiding uit de behuizing trek- ken. Bougiestekker verwijderen, daartoe ge- schikt gereedschap/tang gebruiken. Bougie uitschroeven en reinigen. Gereinigde of nieuwe bougie inschroe- ven. Bougiestekker opsteken. Onderdrukleiding opnieuw in de behui- zing steken. Afbeelding: Benzine-/gasmotor (KM 125/

1 Bougiestekker Motor laten afkoelen. Motorkap openen. Bougiestekker verwijderen, daartoe ge- schikt gereedschap/tang gebruiken. Bougie uitschroeven en reinigen. Gereinigde of nieuwe bougie inschroe- ven. Bougiestekker opsteken. LET OP Deze controle mag alleen gebeuren bij een koude motor. Bij werkzaamheden aan de hydraulische- olietank moet op uiterste properheid gelet worden. Het apparaat heeft 2 hydraulische tanks. – (1) De achterste hydraulische-olietank is bij de KM 105/... verantwoordelijk voor de hydrostatische rijaandrijving en bevindt zich onder de apparaatkap. Bij de KM 125/... bevindt zich daarin een filter. Werkzaamheden aan deze hydrauli- sche-olietank mogen enkel uitgevoerd worden door de geautoriseerde klan- tenservice. – (2) De voorste hydraulische-olietank is bij de KM 105/... voor de veegfuncties en bij de KM 125/... voor alle hydrauli- sche functies verantwoordelijk. Afbeelding: Voorste hydraulische tank 1Schroef 2 Hydraulische-olietank 3 Ontluchtingsventiel Vulopening 4 Oliepeilstok Schroef voor de bevestiging van de hy- draulische-olietank eruit schroeven en verwijderen. Tank naar voren zwenken tot hij door een riem in de eindstand wordt gehou- den. Oliepeilstok uitdraaien. Oliepeilstok afvegen en inschuiven (niet indraaien). Oliepeilstok nog een keer eruit trekken en het oliepeil controleren. Het vulpeil moet opnieuw tussen de „Max“- en „Min-“markering staan. Bij te wein ig hydraulische olie: Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. Oliepeilstok weer indraaien. Instructie: Door de drijvende kogellager van de zijbezem stelt de veegspiegel zich bij slijtage van de borstels automatisch bij. Bij te sterke slijtage moet de zijbezem ver- vangen worden. Advies: Vervanging van de zijbezem bij een resterende borstelhaarlengte van ca. 10 cm. Apparaat op een egaal oppervlak neer- zetten. Programmakeuzeschakelaar op "OFF" draaien en KIK-sleutel verwijderen. Instructie: Zijbezem wordt opgetild. Alle 3 stermoeren aan de onderkant van de zijbezem met de hand losdraai- en. Daartoe zijdelings door de borstel- haren van de zijbezem grijpen. zijbezem erafnemen. Nieuwe zijbezem op meenemer steken en vastschroeven. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Parkeerrem bedienen. Bij apparaat met lage afvoer: Programmakeuzeschakelaar op "OFF" draaien en KIK-sleutel verwijderen. Beide vuilreservoirs wegnemen. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. Bij apparaat met hoge afvoer: Programmakeuzeschakelaar op „ON“ draaien. Vuilreservoir optillen en met cilinder- steun borgen. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. De veegspiegel van de veegwals wordt au- tomatisch ingesteld door een zogenoemd TEACH-systeem. De toestand van de veegwals kan op het display weergegeven worden. Programmakeuzeschakelaar op „ON“ draaien. Pijltoets „naar boven“ of „naar bene- den“ indrukken tot de weergave >Ge- schiktheid van de veegwals. ..%< verschijnt. Instructie: Indien de veegwals sterk ver- sleten is, verschijnt op het display een weergave >Geschiktheid van de veeg- wals <25%<. Ten laatste nu moet de veegwals vervan- gen worden. De vervanging is noodzakelijk wanneer het veegresultaat door de slijtage van de bor- stelharen zichtbaar vermindert c.q. de weergave >Geschiktheid van de veeg- wals <25%< op het display verschijnt. Elke veegwalshelft is met 2 schroeven op de as bevestigd. Beide helften zijn identiek, wat de inbouw vereenvoudigt. Apparaat op een egaal oppervlak neer- zetten. Parkeerrem bedienen.

j apparaat met lage afvoer: Programmakeuzeschakelaar op "OFF" draaien en KIK-sleutel verwijderen. Beide vuilreservoirs wegnemen. Bougie reinigen en vervangen Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen Veegspiegel van de zijbezems controleren Zijbezem verwisselen Veegrol controleren Keerspiegel van de keerrol controleren Veegwalshelften vervangen 122 NL- 18 Instructie: Voor de uitbouw van de veegwals eerst het tussenstuk demon- teren. Schroef losdraaien en tussenstuk ver- wijderen. De volgende stappen voor de uitbouw van de veegwals zijn beschreven in het volgende hoofdstuk „Bij apparaten met hoge afvoer“. Bij apparaat met hoge afvoer: Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Vuilreservoir optillen en met cilinder- steun borgen. Programmakeuzeschakelaar op "OFF" draaien en KIK-sleutel verwijderen. 1Schroeven 2 Veegrol Beide schroeven met de hand openen en veegwalshelft van de as trekken. Nieuwe veegwalshelft aanbrengen en vastschroeven (letten op de markering „L“ = links en „R“ = rechts). Veegwals 180 ° draaien, schroeven van de tweede veegwalshelft losdraaien en wegnemen. Nieuwe veegwalshelft aanbrengen en vastschroeven. Vervolgens controleren of de veegwal- sen veilig vergrendeld zijn. Apparaat op een egaal oppervlak neer- zetten. Programmakeuzeschakelaar op "OFF" draaien en KIK-sleutel verwijderen. Veegrol en zijbezems zijn opgeheven. Parkeerrem bedienen. Voorste afdichtlijst Kunststofschroeven ca. 2 omdraaiin- gen losdraaien, er niet uitdraaien. Bodemafstand van de afdichtlijst zo in- stellen dat hij met een naloop van 10 - 15 mm naar achteren ligt. Schroeven aandraaien. Opgelet: Kunststofschroeven niet overdraaien! Bij slijtage verwisselen. Voor de vervanging, schroeven eruit draaien, nieuwe afdichtingslijst en borg- plaat aanbrengen, instellen en vast- schroeven. Achterste afdichtlijst Kunststofschroeven ca. 2 omdraaiin- gen losdraaien, er niet uitdraaien. Bodemafstand van de afdichtlijst zo in- stellen dat hij met een naloop van 5 - 10 mm naar achteren ligt. Schroeven aandraaien. Opgelet: Kunststofschroeven niet overdraaien! Bij slijtage verwisselen. Voor de vervanging, schroeven eruit draaien, nieuwe afdichtingslijst en borg- plaat aanbrengen, instellen en vast- schroeven. Zijdelingse afdichtlijsten Kunststofschroeven ca. 2 omdraaiin- gen losdraaien, er niet uitdraaien. Ondergrond met 1 -3 mm sterkte onder- schuiven om de bodemafstand instel- len. Afdichtlijst richten. Schroeven aandraaien.

gelet: Kunststofschroeven niet overdraaien! Bij slijtage verwisselen. Voor de vervanging, schroeven eruit draaien, nieuwe afdichtingslijst en borg- plaat aanbrengen, instellen en vast- schroeven. 몇 WAARSCHUWING Gezondheidsgevaar! Bij werkzaamheden aan de filterinstal- latie stofmasker dragen. Veiligheids- voorschriften over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. Instructie: Voor de uitbouw van de stoffil- ter minstens 1 minuut wachten zodat het stof kan zakken. Afbeelding: KM 125/... met 3 vlakke harmo- nicafilters; KM 105/... heeft 2 vlakke harmo- nicafilters 1 Deksel met reinigingsinstallatie 2Schroef 3 Steun 4 Stoffilter (vlakvouwfilter) Schroef uitdraaien. Deksel naar boven klappen en met steun borgen. Stoffilter uitnemen. Stoffilter controleren. Gereinigde of nieuwe stoffilter monte- ren. Deksel sluiten. Schroef erin draaien en vastdraaien. (enkel bij KM 125/...) 1 Beschermrooster oliekoeler 2 Oliekoeler Controleer het beschermrooster van de oliekoeler dagelijks op verontreiniging, reinig het indien nodig. Controleer de binnenkant van de olie- koeler af en toe op verontreiniging, neem indien nodig het beschermroos- ter weg en reinig de oliekoeler. Afzuigblazer op dichtheid laten contro- leren. alleen door de klantendienst V-snaar op spanning controleren. alleen door de klantendienst Het apparaat (zonder aanbouwsets) bezit 2 zekeringen van telkens 5 A. Ze bevinden zich onder de apparaatkap. Bij defecte zekeringen moet de geautori- seerde klantenservice gecontacteerd wor- den. Extra zekeringen voor de oliekoeler De diesel-variant beschikt tevens achter de verbrandingsmotor over een zekering FU20 van 30 A. Die kan bij een defect door de klant vervangen worden door de linker kap opzij te zwenken. Afdichtlijsten instellen en verwisselen Stoffilter controleren / vervangen Beschermrooster oliekoeler controleren / reinigen Zuigturbine controleren Aandrijfriem controleren Zekeringen rijsturing/elektronica vervangen FM 31 Oliekoeler motor 7.5 A FK 31 Oliekoeler relais 5 A 123NL- 19 Hulp bij storingen Storing Oplossing Apparaat wil niet starten. Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd Hoofdschakelaar op stand „1“ zetten. Toegestane KIK-sleutel (Kärcher Intelligent Key) insteken Motorkap sluiten. Vuilreservoir volledig omkiepen en laten zakken (hoge afvoer) Motoroliepeil controleren. Brandstof tanken/gasfles vervangen. Brandstofkraan/gastoevoer openen Brandstof- of gasleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren. Accu laden Bougie controleren en reinigen, indien nodig vervangen (benzine- en gasmotor) Dieselmotor: decompressiehendel bedienen. Dieselmotor: stand van de noodstop controleren. Dieselmotor: Zekering startmotor FU20 (30 A) controleren, bij defect vervangen Auto choke door klantenservice laten controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loop onregelmatig Brandstof tanken/gasfles vervangen. Luchtfilter reinigen of vervangen Brandstof- of gasleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren. Verontreinigde brandstoffilter vervangen Bougie controleren en reinigen, indien nodig vervangen (benzine- en gasmotor) Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loopt, maar apparaat rijdt niet Parkeerrem ontgrendelen Oliepeil voor rijhydrauliek door de klantenservice laten controleren Positie vrijloophefboom controleren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loopt, maar apparaat rijdt maar langzaam Parkeerrem ontgrendelen Bij temperaturen onder nul apparaat ca. 3 minuten laten warmlopen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat veegt niet goed Veegrol en zijbezems controleren op slijtage, indien nodig verwisselen Werking van de grofvuilklep controleren Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Veegwalshelften op correcte positie controleren Hydraulisch systeem (vegen) op lekkages controleren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat stoft Onvoldoende zuigcapaciteit Veeggoedcontainer legen Afdichtingsring op afzuiger controleren Stoffilter controleren, reinigen of verwisselen Filterkastafdichting controleren Afdichtingen op het vuilreservoir controleren Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Zijbezem- of veegrolaansluiting functioneert niet Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat stoft Onvoldoende zuigcapaciteit Veeggoedcontainer legen Slangen aan de zuigturbine controleren op dichtheid. Stoffilter reinigen en controleren, zo nodig vervangen. Stoffilter controleren op correcte positie. Zuigturbine inschakelen Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Keerrol draait niet Zijbezem draait niet Programmakeu zeschakelaar op het gewenste programma draaien. Oliepeil op de hydraulische tank (vegen) controleren Veegwals en zijbezem op vastgewikkelde banden controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen 124 NL- 20 (hoge afvoer) Vuilreservoir zwenkt niet in/uit Vuilreservoir kant niet gekiept wor- den Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor kan niet uitgezet worden (Programmakeuzeschakelaar op „0“, hoofdschakelaar op „0“) Benzinemotor: Motorkap openen en brandstofkraan sluiten. Opgelet: Roterende V-riem! Dieselmotor: Motorkap openen, noodstop op de motor bedienen of brandstofkraan sluiten. Opgelet: Roterende V-riem! Gasmotor: Gastoevoer sluiten. Terugkerend blaasgeluid hoorbaar Apparaat is in orde, de automatische filterreiniging werkt Foutoplossing door de bediener bij niet-gecodeerde tekstmeldingen op het display Instructie: Indien de weergegeven displaymeldingen ondanks de beschreven maatregelen blijven bestaan, service oproepen! Displayweergave Betekenis en gevolg Maatregelen 1 Onbek. sleutel Machineblokkering! De identificatie van de ingestoken sleutel is onbekend. – De bediening van het apparaat wordt verhinderd Toegestane Kärcher-sleutel gebruiken! 2 Sleutel zonder machinerechten! De Kärcher-sleutel is wel bekend, maar is niet geautori- seerd voor dit apparaat. – De bediening van het apparaat wordt verhinderd Toegestane Kärcher-sleutel gebruiken! 3 Toets Hoge afvoer ingedrukt! Controle- ren! De functie van de toets Tweehandbediening wordt bij het inschakelen van het apparaat op de veiligheidsfunc- tie gecontroleerd. – Bij een ingedrukte toets Tweehandbediening wordt bij het inschakelen het bedrijf verhinderd Toets Tweehandbediening loslaten. Melding met OK-toets bevestigen (wissen). 4 Toets HA (hoge af- voer) geblokkeerd BU: xxxxxhym+ De toets Tweehandbediening (hoge afvoer) werd in een veegprogramma ingedrukt. – Hoge afvoer wordt in het veegprogramma om veilig- heidsredenen verhinderd. Toets Tweehandbediening loslaten. Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Toets Tweehandbediening indrukken en vast- houden. Met pijltoetsen hoge afvoer bedienen. 5 Gelieve op de machine plaats te nemen! Verschijnt wanneer een veeg- of transportprogramma bij het inschakelen van de machine geselecteerd wordt en er geen bediener op de bestuurdersplaats zit. – Start verbrandingsmotor en alle apparaatfuncties wor- den verhinderd Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Instructie: Het geselecteerde veeg-/transport- bedrijf start volautomatisch. Instructie: Die werkwijze dient tegelijkertijd voor de controle van de veiligheidsfunctie van de zitschakelaar! 6 Olietekort motor! BU: xxxxxhym+ Wordt tijdens het bedrijf weergegeven wanneer de sme- ring van de verbrandingsmotor niet langer gegaran- deerd is. – Verbrandingsmotor wordt uitgeschakeld, alle appa- raatfuncties zijn geblokkeerd Motorolie navullen Programmakeuzeschakelaar-reset uitvoeren (stand OFF). Verbrandingsmotor kan opnieuw gestart wor- den. 7 Veeglade open! BU: xxxxxhym+ Wordt weergegeven (lage afvoer) zodra een transport- of veegprogramma geselecteerd werd en minstens één

ilreservoir weggenomen is. – Start verbrandingsmotor en alle apparaatfuncties wor- den verhinderd Alle vuilreservoirs laten vastklikken. Programmakeuzeschakelaar op „ON“ draaien. Instructie: De melding verdwijnt. Het apparaat is bedrijfsklaar. 8 Veeglade controle- ren! BU: xxxxxhym+ Wordt weergegeven (hoge afvoer) zodra een veegpro- gramma geselecteerd werd en het vuilreservoir niet vol- ledig ingeschoven en gekiept is. – Alle veegfuncties worden verhinderd, de verbran- dingsmotor draait Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Toets Tweehandbediening indrukken en vast- houden. Met de pijltoetsen het vuilreservoir indien nodig omkiepen en daarna volledig laten zakken. Instructie: Wanneer geprobeerd wordt om een uitge- kiept reservoir volledig neer te laten, verhindert een bot- singscontrole de beschadiging van het hoge-afvoersy- steem Toets Tweehandbediening en pijltoetsen losla- ten. Toets Tweehandbediening indrukken en vast- houden. Met de pijltoetsen het reservoir eerst volledig omkiepen en dan laten zakken. Instructie: Wanneer geprobeerd wordt om een inge- zwenkt reservoir uit te kiepen, verhindert een botsings- controle de beschadiging van het hoge-afvoersysteem Toets Tweehandbediening en pijltoetsen losla- ten. Toets Tweehandbediening indrukken en vast- houden. Met de pijltoetsen het reservoir eerst voldoende optillen, vooraleer het leeggekiept kan worden. 125NL- 21 9 Walspos. verkeerd BU: xxxxxhym+ Wordt weergegeven wanneer de veegwals niet naar de in de fabriek ingestelde eindpositie kan bewegen. – Het apparaat is bedrijfsklaar maar toch kan het vee- gresultaat onbevredigend zijn Melding met OK-toets bevestigen (wissen). Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Opnieuw omschakelen naar het gewenste veegprogramma. 10 RBezempos. ver- keerd BU: xxxxxhym+ Wordt weergegeven wanneer de rechter zijbezem niet naar de in de fabriek ingestelde eindpositie kan bewe- gen. – Het apparaat is bedrijfsklaar maar toch kan het vee- gresultaat onbevredigend of de rechter zijbezem niet opgetild zijn Melding met OK-toets bevestigen (wissen). Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Opnieuw omschakelen naar het gewenste veegprogramma. 11 LBezempos. ver- keerd BU: xxxxxhym+ Wordt weergegeven wanneer de optioneel verkrijgbare linker zijbezem niet naar de in de fabriek ingestelde eindpositie kan bewegen. – Het apparaat is bedrijfsklaar maar toch kan het vee- gresultaat onbevredigend of de linker zijbezem niet op- getild zijn Melding met OK-toets bevestigen (wissen). Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Opnieuw omschakelen naar het gewenste veegprogramma. 12 ZBezempos. ver- keerd BU: xxxxxhym+ Wordt weergegeven wanneer de optioneel verkrijgbare, sikkelvormige veegbezem niet naar de in de fabriek in- gestelde eindpositie kan bewegen. – Het apparaat is bedrijfsklaar maar toch kan het vee- gresultaat onbevredigend of de sikkelvormige bezem niet opgetild zijn Melding met OK-toets bevestigen (wissen). Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden) draaien. Opnieuw omschakelen naar het gewenste veegprogramma. 13 Stoel onbediend! BU: xxxxxhym+ Verschijnt wanneer de stoel tijdens het rijden langer dan 1,5 seconden verlaten wordt. – Verbrandingsmotor schakelt uit, alle veegbezems die zich op de grond bevinden en de veegwals gaan auto- matisch omhoog Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Instructie: Het geselecteerde veeg-/transport- bedrijf start volautomatisch. 14 Geschiktheid van de veegwals <25% Verschijnt wanneer de veegwals de slijtagegrens bereikt heeft. – Het apparaat is bedrijfsklaar maar toch kan het vee- gresultaat onbevredigend zijn Veeg wals voor een goed veegresultaat zo snel mogelijk vervangen. 15 MFM-module niet gebruiksklaar x Verschijnt wanneer het bedieningsveld geen verbinding heeft met de machinebesturing. – De bediening van het apparaat wordt verhinderd Programmakeuzeschakelaar-reset uitvoeren (stand OFF). 16 Afdekking open! BU: xxxxxhym+ Verschijnt wanneer de linker zijkap niet correct is vast- geklikt. – De bediening van het apparaat wordt verhinderd Motorkap volledig sluiten en laten vastklikken. Programmakeuzeschakelaar op „ON“ draaien. Instructie: De melding verdwijnt. Het apparaat is bedrijfsklaar. 17 Motorsupport UIT BU: xxxxxhym+ Verschijnt wanneer de batterij tijdens het bedrijf onvol- doende is opgeladen. – Bij stijgingen wordt de ondersteuning van de verbran- dingsmotor vanuit de batterij verhinderd Melding met OK-toets bevestigen (wissen). Het apparaat gedurende langere tijd met de ver- brandingsmotor op een effen vlak laten rijden, daardoor wordt de batterij opgeladen. 18 Batterij zwak BU: xxxxxhym+ Verschijnt wanneer de batterijspanning tijdens het ve- gen zodanig laag is dat de verbrandingsmotor na de uit- schakeling van het apparaat niet kan blijven draaien. – Alle veegfuncties worden uitgeschakeld, het apparaat gaat omhoog Instructie: De melding kan niet meer gekwiteerd worden. Het apparaat gedurende langere tijd met de ver- brandingsmotor op een effen vlak laten rijden, daardoor wordt de batterij opgeladen. 19 Batterij leeg! Extern opladen! Verschijnt zodra de programmakeuzeschakelaar uit de stand OFF gedraaid wordt en duidelijk wordt dat de mi- nimale batterijspanning voor het starten van de verbran- dingsmotor niet bereikt wordt. – De bediening van het apparaat wordt verhinderd om de batterij te beschermen Batterij afklemmen en met een extern, vrijgege- ven oplaadapparaat correct aansluiten en opla- den. 20 Firmwareupdate MFM vereist Verschijnt wanneer de machinebesturing bij de zelftest een fout heeft ontdekt die de veiligheid beïnvloedt. – De bediening van het apparaat wordt verhinderd Service oproepen! 21 Fout V-motor OFF voor herstart Bij de controle van de aansturing van de verbrandings- motor werd een zware fout ontdekt. – De verbrandingsmotor schakelt niet meer uit OPGELET! Rode hoofdschakelaar in positie "0" brengen, om de motor uit te schakelen! Tevens: Programmakeuzeschakelaar-reset uitvoeren (stand OFF). Vervolgens: Hoofdschakelaar op stand „1“ zetten. Opnieuw omschakelen naar het gewenste veegprogramma. 126 NL- 22 22 Service oproepen! +xx-xxxx-xx-xxxx Het inspectie-interval is afgelopen. De melding ver- schijnt telkens als het apparaat ingeschakeld wordt. – Het apparaat blijft volledig bedrijfsklaar Melding met OK-toets bevestigen (wissen). De lokale service voor de inspectie op het ver- melde nummer contacteren. 23 Roder 0/1 schake- laar is uit (0)! De melding verschijnt zowel tijdens het bedrijf als bij het inschakelen van het apparaat wanneer de rode hoofd- schakelaar op "0" staat. – De bediening van het apparaat wordt verhinderd Hoofdschakelaar op stand „1“ zetten. 24 Keuzeschakelaar op OFF zetten! De melding verschijnt in combinatie met de melding 23. Belangrijke instructie: De rode hoofdschakelaar heeft een NOODSTOP-functie. De inbedrijfstelling van het apparaat vereist om veiligheidsredenen ook de uitschakeling van de programmakeuzeschakelaar (stand OFF)! Foutoplossing bij gecodeerde foutmeldingen op het display Instructie: Een gecodeerde foutmelding wordt altijd op de bovenste displayregel weergegeven en heeft de volgende formaten: X yyy Lettersymbool X gevolgd door max. 3 cijfers yyy bv. S 110 Er is een systeemfout opgetreden die de functie van het apparaat volledig of gedeeltelijk verhindert. bv. P 3 C 41 H 2 Er is een fout van de machinebesturing opgetreden. Individuele of meerdere apparaatfuncties worden verhinderd. bv. B 121 Er is een fout in de startbatterij opgetreden. Indien nodig de batterij vervangen door een vers opgeladen batterij. bv. P/11 Controleer of zich niet meer dan 1 KIK-sleutel (Kärcher Intelligent Key) in de buurt van het bedieningsveld bevindt. Indien een gecodeerde fout optreedt, moet eerst een reset van de programmakeuzeschakelaar geprobeerd worden. Daartoe de programmakeuzeschakelaar in de stand "OFF" draaien, min. 5 seconden wachten en dan het apparaat opnieuw in bedrijf stellen. Indien de fout blijft bestaan, moet de service opgeroepen worden. De vermelding van de foutcode kan de service helpen! Technische gegevens (KM 105/...) KM 105/100 R G KM 105/110 R G KM 105/100 R D KM 105/110 R D

Apparaatgegevens Lengte x breedte x hoogte mm 1800 x 1250 x 1450 1800 x 1250 x 1450 1800 x 1250 x 1450 Leeggewicht (transportgewicht) kg

/h 4480 4480 4480 Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezems m

/h 7000 7000 7000 Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems m

/h 10150 10150 10150 Werkbreedte zonder zijbezems mm 640 640 640 Werkbreedte met 1 zijbezems mm 1050 1050 1050 Werkbreedte met 2 zijbezems mm 1450 1450 1450 Inhoud van de veeggoedcontainer KM 105/100 R (lage afvoer) KM 105/110 R (hoge afvoer)

Maximaal vulgewicht vuilreservoir KM 105/100 R (lage afvoer) KM 105/110 R (hoge afvoer)

Maximale afvoerhoogte (hoge afvoer) mm 1550 1550 1550 Beveiligingsklasse beschermd tegen spat- water

Vermogen max. kW/PS 6,6 / 9,0 4,1 / 5,6 6,6 / 9,0 Soort brandstof -- Normale benzine, loodvrij Diesel Vloeibaar gas (drijfgas): Butaan, propaan of een mengsel van butaan en propaan Inhoud brandstoftank l 5,6 3,3 11 kg c.q. 20 liter (ruilfles) Bougie, NGK -- BR6HS --- BR6HS Onderhoudsvrije batterij V, Ah 12, 50 12, 50 12, 50 Motorolie Motorolie - type -- SAE 15W-40 SAE 15W-40 SAE 15W-40 Inhoud l 1,0 1,1 1,0 Hydaulische olie Voorste hydraulische-olietank (veegfunctie) Type Shell SFX 68 Shell SFX 68 Shell SFX 68 Inhoud l ca. 7 ca. 7 ca. 7 Achterste hydraulische-olietank (rijfunctie) Type Fuchs Renolin DO 90 HV Fuchs Renolin DO 90 HV Fuchs Renolin DO 90 HV Inhoud l 0,5 - 1,0 0,5 - 1,0 0,5 - 1,0 Bandenuitrusting Grootte voor mm ø 300 ø 300 ø 300 Luchtdruk voor bar / MPa 6,0 /0,6 6,0 /0,6 6,0 /0,6 Grootte achter -- 4.00-8 6PR 4.00-8 6PR 4.00-8 6PR Luchtdruk achter bar / MPa 6,0 /0,6 6,0 /0,6 6,0 /0,6 Rem Bedrijfsrem -- hydrostatisch hydrostatisch hydrostatisch Handrem -- mechanisch mechanisch mechanisch Filter- en zuigsysteem Filtersysteem TACT TACT TACT Gebruikscategorie filters voor stoffen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid -- M M M Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 6 6 6 Nominale volumestroom zuigsysteem l/s 92 92 92 Omgevingsvoorwaarden Temperatuur °C 0...+ 40 0...+ 40 0...+ 40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 0 - 90 0 - 90 0 - 90 Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L

2,9 <2,5 <2,5 Zitplaats m/s

128 NL- 24 Technische gegevens (KM 125/...) KM 125/130 R G KM 125/130 R D KM 125/130 R LPG Apparaatgegevens Lengte x breedte x hoogte mm 1800 x 1500 x 1450 1800 x 1500 x 1450 1800 x 1500 x 1450 Leeggewicht (transportgewicht) kg 665 685 695 Toelaatbaar totaalgewicht kg 890 910 920 Rijsnelheid km/h 8 8 8 Veegsnelheid km/h 4 4 4 Duur inzetten bij volle tank h 3 3 10 Klimvermogen (max.) % 16 16 12 Draaicirkel m 3,0 3,0 3,0 Veegrol-diameter mm 400 400 400 Veegrol-breedte mm 870 870 870 Zijbezem-diameter mm 600 600 600 Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezems m

/h 6960 6960 6960 Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezems m

/h 10000 10000 10000 Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems m

/h 13600 13600 13600 Werkbreedte zonder zijbezems mm 870 870 870 Werkbreedte met 1 zijbezems mm 1250 1250 1250 Werkbreedte met 2 zijbezems mm 1700 1700 1700 Inhoud van de veeggoedcontainer l 110 110 110 Maximaal vulgewicht vuilreservoir kg 150 150 150 Maximale afvoerhoogte (hoge afvoer) mm 1550 1550 1550 Beveiligingsklasse beschermd tegen spat- water

Vermogen max. kW/PS 8,3/11,3 6,5/8,8 8,3/11,3 Soort brandstof -- Normale benzine, loodvrij Diesel Vloeibaar gas (drijfgas): Butaan, propaan of een mengsel van butaan en propaan Inhoud brandstoftank l 7 5,4 11 kg c.q. 20 liter (ruilfles) Bougie, NGK -- BR4HS --- BR4HS Onderhoudsvrije batterij V, Ah 12,71 12,71 12,71 Motorolie Motorolie - type SAE 10W-40 SAE 10W-40 SAE 10W-40 Inhoud l 1,2 1,65 1,2 Hydaulische olie Voorste hydraulische-olietank (veeg- en rijfunctie) Type Shell SFX 68 Shell SFX 68 Shell SFX 68 Inhoud l ca. 8 ca. 8 ca. 8 Hydraulische druk, max. bar / MPa 160 / 16 160 / 16 160 / 16 Bandenuitrusting Grootte voor mm ø 300 ø 300 ø 300 Luchtdruk voor bar / MPa 6,0 /0,6 6,0 /0,6 6,0 /0,6 Grootte achter -- 4.00-8 6PR 4.00-8 6PR 4.00-8 6PR Luchtdruk achter bar / MPa 6,0 /0,6 6,0 /0,6 6,0 /0,6 Rem Bedrijfsrem -- hydrostatisch hydrostatisch hydrostatisch Handrem -- mechanisch mechanisch mechanisch Filter- en zuigsysteem Filtersysteem TACT TACT TACT Gebruikscategorie filters voor stoffen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid -- M M M Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 6 6 6 Nominale volumestroom zuigsysteem l/s 92 92 92 Omgevingsvoorwaarden 129NL- 25 Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2018/09/01 KM 105/100 R (G, LPG, D) KM 105/110 R (G, LPG, D) KM 125/130 R (G, LPG, D) Temperatuur °C 0...+ 40 0...+ 40 0...+ 40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 0 - 90 0 - 90 0 - 90 Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L

<2,5 <2,5 <2,5 Zitplaats m/s

Gemeten: 94 94 Gegaran- deerd:

LPG Gemeten: 94 97 Gegaran- deerd:

Gemeten: 98 100 Gegaran- deerd: