KM 100100 R Bp Pack - Stofzuiger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 100100 R Bp Pack Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 100100 R Bp Pack - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 100100 R Bp Pack van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 100100 R Bp Pack Kärcher
Procedura di valutazione della confor- mità applicata 2000/14/CE: Allegato V Livello di potenza sonora dB(A) Misurato: 92 Garantito: 94 Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 58 IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zon- der gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzingen moeten de algemene vei- ligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Gevaar Verwondingsgevaar! Kantelgevaar bij de sterke hellingen. – In rijrichting alleen hellingen tot maxi- maal 18 % berijden. Kantelgevaar bij snel door de bochten rij- den. – In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. – Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. – Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 15% berijden. – De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. – De bediener moet het apparaat doel- matig gebruiken. Hij moet bij het rijden rekening houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met dit apparaat goed letten op anderen, vooral op kinderen. – Het apparaat mag alleen door perso- nen worden gebruikt die voor de om- gang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de op- dracht hebben gekregen voor het ge- bruik. – Het apparaat mag niet worden gebruikt door kinderen of jongeren. – Het meenemen van begeleidende per- sonen is niet toegestaan. – Zittend bediende apparatuur moet ook vanuit de stoel in beweging worden ge- zet. Om onbevoegd gebruik van het appa- raat te voorkomen, dient men de con- tactsleutel te verwijderen. Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het appa- raat pas verlaten, als de motor is uitge- zet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de contact- sleutel uit het contact is gehaald. Instructie: Alleen als u de door Kärcher aanbevolen batterijen en oplaadapparaten gebruikt, kunt u garantie inroepen. – De gebruiksinstructies van de fabrikant van de batterij en van het oplaadappa- raat moeten in elk geval nageleefd wor- den. Neem de aanbevelingen van de wetgever betreffende de omgang met batterijen in acht. – Batterijen nooit in ontladen toestand la- ten staan, maar zo snel mogelijk op- nieuw opladen. – Ter voorkoming van lekstroom de batte- rijen steeds proper en droog houden. Beschermen tegen verontreiniging bij- voorbeeld door metaalstof. – Geen werktuig e.d. op de batterij leg- gen. Gevaar van kortsluiting en explo- sie. – In geen geval in de omgeving van een batterij of in een batterijlaadruimte wer- ken met open vlammen, vonken vor- men of roken. Explosiegevaar. – Hete onderdelen, zoals de aandrijfmo- tor, niet aanraken (gevaar voor brand- wonden). – Wees voorzichtig bij het hanteren van batterijzuur. Volg de betreffende veilig- heidsvoorschriften op! – Verbruikte batterijen moeten volgens de Europese richtlijn 91/ 157 EWG op milieuvriendelijke wijze verwijderd wor- den. – Bij de inbouw van de batterij in de KM 100/100 R Bp moet de batterijpoolzeke- ring zeker gemonteerd worden (zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamhe- den). GEVAAR Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst. – Er mogen uitsluitend toebehoren en re- serveonderdelen gebruikt worden die door de fabrikant zijn vrijgegeven. Origi- nele toebehoren en reserveonderdelen bieden de garantie van een veilig en storingsvrije werking van het apparaat. – Verdere informatie over reserveonder- delen vindt u op www.kaercher.com bij Service. Veiligheidsinstructies . . . . . NL . . 1 Algemene aanwijzingen
Symbolen op het toestel
Symbolen in de gebruiks- aanwijzing . . . . . . . . . . . NL
Functie . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 2 Reglementair gebruik . . . . . NL . . 2 Geschikte ondergronden
Zorg voor het milieu . . . . . . NL . . 2 Elementen voor de bediening en de functies . . . . . . . . . . . NL . . 3 Bedieningspaneel . . . . .
Voor de inbedrijfstelling . . . NL . . 4 Accu . . . . . . . . . . . . . . .
Inbedrijfstelling . . . . . . . . . . NL . . 5 Algemene aanwijzingen
Controle- en onderhouds- werkzaamheden . . . . . . NL
Apparaat verrijden. . . . .
Veegbedrijf . . . . . . . . . .
Apparaat uitschakelen. .
Stillegging . . . . . . . . . . . . . . NL . . 7 Onderhoud . . . . . . . . . . . . . NL . . 7 Algemene aanwijzingen
Onderhoudsintervallen .
Onderhoudswerkzaamhede n . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL
Toebehoren . . . . . . . . . . . . NL . 11 Garantie . . . . . . . . . . . . . . . NL . 11 Hulp bij storingen . . . . . . . . NL . 12 Technische gegevens. . . . . NL . 13 EU-conformiteitsverklaring . NL . 14 Veiligheidsinstructies Algemene aanwijzingen Rijfunctie Batterijgedreven apparaten Toebehoren en reserveonderdelen 59NL- 2
GEVAAR Waarschuwt voor een direct dreigend ge- vaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt. 몇 WAARSCHUWING Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden. VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden. De veegmachine werkt volgens het over- slagprincipe. – De zijbezems (3) reinigen hoeken en kanten van het veegoppervlak en trans- porteren het vuil in de baan van de vee- grol. – De roterende veegrol (4) transporteert het vuil direct in de veeggoedcontainer (5). – Het in de container opgejaagde stof wordt via de stoffilter (2) gescheiden en de gefilterde schone lucht wordt door het zuigventiel (1) weggezogen. Gebruik deze veegmachine uitsluitend vol- gens de gegevens in deze gebruiksaanwij- zing. Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor- den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig- heid. Indien zij niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet ge- bruiken. – Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken bin- nen en buiten. – Het apparaat is niet toegestaan voor het openbare verkeer op de weg. – Het apparaat is niet geschikt voor het opzuigen van gezondheidsschadelijke stoffen. – Er mogen aan het apparaat geen wijzi- gingen worden aangebracht. – Nooit explosieve vloeistoffen, brandba- re gassen of onverdunde zuren en op- losmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdun- ner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder ace- ton, onverdunde zuren en oplosmidde- len omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten. – Geen brandbare of glimmende voor- werpen opvegen/opzuigen. – Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing ge- noemde wegdek/ondergrond. – Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemach- tigde voor het machinegebruik vrijgege- ven oppervlakken. – Het verblijf in de gevarenzone is verbo- den. Niet gebruiken in ruimtes met ont- ploffingsgevaar. – Over het algemeen geldt: Licht ont- vlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandge- vaar). – Asfalt – Industrievloer – Estrik – Beton – Klinkers – Tapijt Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH Symbolen op het toestel Geen brandende of gloeien- de voorwerpen opvegen zo- als bijvoorbeeld sigaretten, lucifers e.d. Gevaar van kneuzingen en schuurwonden door riemen, zijbezems, reservoirs, appa- raatkap. Symbolen in de gebruiksaanwijzing Functie Reglementair gebruik Geschikte ondergronden Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is her- bruikbaar. Deponeer het verpak- kingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden appara- ten bevatten waardevolle mate- rialen die geschikt zijn voor hergebruik. Lever de apparaten daarom in bij een inzamelpunt voor herbruikbare materialen. Batterijen, olie en dergelijke stof- fen mogen niet in het milieu be- landen. Verwijder overbodig geworden apparatuur daarom via geschikte inzamelpunten. 60 NL- 3 1 Sleutelschakelaar 2 Stuurwiel 3 Stoel (met zitcontactschakelaar) 4 Stoffilter 5 Nat-/droogklep 6 Apparaatkap 7 Achterste pakkingrand 8 Accu (KM 100/100 R Bp Pack) 9 Oplaadapparaat (onder apparaatkap) (KM 100/100 R Bp Pack) 10 Zijdelingse afdichtlijst 11 Veeggoedreservoir (beide kanten) 12 Zijbekleding 13 Veegrol 14 Voorste afdichtlijst 15 Grofvuilklep 16 Pedaal grofvuilklep omhoog/omlaag 17 Linker zijbezem (optie) 18 Bevestiging van de zijbezem 19 Rechter zijbezem 20 Gaspedaal 21 Frontpaneel 22 Bedieningspaneel 1 Programmaschakelaar 2 Noodstopknop 3 Filterreiniging 4 Claxon 5 Bedrijfsurenteller 6 Controlelampjes A Batterijlaadtoestand (rood/geel/groen) B Overbelasting van de rijmotor (rood) C Overbelasting van de keerrol (rood) – Bedieningselementen voor het reini- gingsproces zijn geel. – Bedieningselementen voor het onder- houd en de service zijn lichtgrijs. GEVAAR Knelgevaar bij het sluiten van de apparaat- kap. Daarom de apparaatkap langzaam la- ten zakken. Apparaatkap openen aan de daartoe voorziene verzonken handgreep (naar boven trekken). Steunstang uit de houder trekken. Elementen voor de bediening en de functies Bedieningspaneel Controlelampjes Kleurmarkering Apparaatkap openen / sluiten 61NL- 4 Steunstang in de opname aan de zuig- turbine steken. Om de apparaatkap te sluiten, steunst- ang uit de opname trekken en in de houder van de apparaatkap laten vast- klikken. Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: Gevaar Explosiegevaar! Geen materiaal of iets der- gelijks op de accu, d.w.z. op de polen en verbindingsstrips van accucellen leggen. Gevaar Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na het wer- ken aan accu's altijd de handen reinigen. GEVAAR Brand- en explosiegevaar! – Roken en open vuur is verboden. – Ruimtes waarin accu's opgeladen wor- den, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. – Batterijen mogen niet in open lucht op- geladen worden. Gevaar Gevaar voor invreten! – Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. af- spoelen. – Daarna direct een dokter raadplegen. – Verontreinigde kleding met water uit- wassen. Instructie: Bij het KM 100/100 R Bp Pack zijn de accu en de lader al ingebouwd. Apparaatkap openen, steunstang aan- brengen. Accu in de accuklemmen plaatsen. Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten. Poolklem op minpool (-) aansluiten. Instructie: Controleren of de batterijpolen en poolklemmen voldoende door poolbe- schermingsvet beschermd worden. VOORZICHTIG Voor de inbedrijfstelling van het apparaat de accu opladen. GEVAAR Explosiegevaar! Tijdens het laadproces moet de apparaatkap open blijven. Gevaar Gevaar voor verwonding! Houd u aan de veiligheidsvoorschriften bij het omgaan met accu's. De gebruiksaanwijzing van de fabri- kant van het laadapparaat opvolgen. Gevaar Accu alleen met het geschikte laadappa- raat opladen. Instructie: Wanneer de batterij opgeladen is, het oplaadapparaat eerst van het stroomnet en dan van de batterij halen. Gevaar Verwondingsgevaar! Het oplaadapparaat mag alleen in bedrijf genomen worden als de stroomkabel niet beschadigd is. Een be- schadigde stroomkabel moet onmiddellijk door de fabrikant, de klantendienst of een gekwalificeerd persoon vervangen worden. Instructie: Het apparaat is standaard van een onderhoudsarme accu voorzien. Apparaatkap openen, steunstang aan- brengen. Stekker van het oplaadapparaat in stopcontact steken. De accu-ladingsindicator geeft bij ingesto- ken netstekker het laadproces weer: GEVAAR Batterij alleen opladen met een geschikt en door KÄRCHER aanbevolen oplaadappa- raat (bestelnr. 6.654-107). Een uur voor het einde van het laadpro- ces gedestilleerd water toevoegen, let- ten op het juiste zuurpeil. Accu is overeenkomstig gekenmerkt. GEVAAR Verbrandingsgevaar. Als water wordt bijge- vuld wanneer de batterij ontladen is, kan er zuur uittreden! Bij het omgaan met batterij- zuur een veiligheidsbril dragen en de voor- schriften in acht nemen om letsel en de vernieling van kleding te voorkomen. Even- tuele zuurspetters op de huid of kleding moeten onmiddellijk met een ruime hoe- veelheid water worden afgespoeld. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar. Voor het navullen van de accu alleen gedestilleerd of gedemi- neraliseerd water (VDE 0510) gebruiken. Geen andere toevoegingen (zogenaamde verbeteringsmiddelen) gebruiken, anders vervalt iedere garantie. Oplaadapparaat uitschakelen en van het stroomnet scheiden. Bij apparaten zonder ingebouwde la- der: Batterijstekker van de laadkabel trekken en met het apparaat verbinden. Apparaatkap openen, steunstang aan- brengen. Poolklem op minpool (-) afklemmen. Poolklem op pluspool (+) afklemmen. Batterij uit de batterijhouder nemen. Verbruikte batterij conform de geldende bepaleingen verwijderen. VOORZICHTIG Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren. – Het zuur van een volledig opgeladen accu heeft bij 20 °C een soortelijk ge- wicht van 1,28 kg/l. Voor de inbedrijfstelling Accu Veiligheidsvoorschriften batterij Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! Veiligheidsbril dragen! Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! Explosiegevaar! Vuur, vonken, open licht en ro- ken verboden! Gevaar van brandwonden! Eerste hulp! Waarschuwingstekst! Verwijdering! Accu niet in vuilnisbak gooien! Accu in apparaat plaatsen en aansluiten Accu laden (1) Laadproces KM 100/100 R Bp Pack Batterij wordt gela- den brandt geel Batterij is opgeladen brandt groen Storing brandt rood (2) Laadproces KM 100/100 R Bp Onderhoudsarme batterijen Na het laadproces Batterij demonteren Vloeistofpeil van de accu controleren en bijstellen 62 NL- 5 – Het zuur van een gedeeltelijk ontladen accu heeft een soortelijk gewicht tus- sen 1,00 en 1,28 kg/l. – In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zijn. Alle celsluitingen uitdraaien. Uit iedere cel met de zuurtester een monster nemen. Het zuurmonster weer terugdoen in de- zelfde cel. Bij te lage vloeistofstand cellen met ge- destilleerd water tot aan de markering bijvullen. Accu laden. Celsluitingen inschroeven. GEVAAR Verwondings- en beschadigingsgevaar! Geen vorkheftruck gebruiken om het appa- raat te lossen. Instructie: Voor een onmiddelijke buiten- gebruikstelling van alle functies de nood- stopknop indrukken en de sleutelschakelaar in de stand „0“ draaien. Ga bij het afladen als volgt te werk: Kunststof pakband opensnijden en folie verwijderen. Spanbandbevestiging bij de aanslag- punten verwijderen. Vier gemarkeerde vloerplanken van de pallet zijn met schroeven bevestigd. Schroef deze planken er af. Leg de planken op de kant van de pal- let. Plaats de planken zo, dat ze voor de wielen van het apparaat liggen. Beves- tig de planken met de schroeven. De in de verpakking bijgevoegde bal- ken voor ondersteuning van de helling gebruiken. Houten blokken voor het vastzetten van de wielen verwijderen en onder de hel- ling schuiven. Parkeerrem ontgrendelen (zie veegma- chine duwen). Apparaat over de zo verkregen helling van de pallet duwen. Accu aansluiten (zie hoofdstuk 'Repa- raties en onderhoud'). Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Sleutelschakelaar op „1“ stellen. Apparaat langzaam van het platform rij- den. Sleutelschakelaar weer op „0“ zetten. Gevaar Verwondingsgevaar! Voor het handmatig ontgrendelen van de parkeerrem moet het apparaat beveiligd worden tegen wegrol- len. Na het ontgrendelen van de parkeer- rem gaat het apparaat ongeremd rollen. Remhendel van het wiel trekken en in deze positie houden. De parkeerrem is van het apparaat ge- haald; u kunt het nu duwen. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Sleutel verwijderen. Ladingstoestand van de accu controle- ren. Zijbezems controleren. Keerrol controleren. Stoffilter reinigen. Veeggoedcontainer legen. Luchtdruk banden controleren. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Re- paraties en onderhoud. Apparaatkap openen, steunstang aan- brengen. Vleugelmoeren van de stoelrails wat losdraaien. Zitplaats in de gewenste positie schui- ven. Vleugelmoeren aanspannen. Instructie: Indien het verstelbereik niet vol- staat, bestaat nog een andere verstelmo- gelijkheid. 4 schroeven op de plaat van de zitcon- tactschakelaar eruit draaien. Plaat verwijderen. Stoel naar voren klappen. 4 schroeven van de zitbevestiging los- draaien. Zitting verschuiven en vastschroeven. Plaat van de zitcontactschakelaar mon- teren. – Controlelampje brandt groen accu is geladen. – Controlelampje brandt geel Batterij is bijna ontladen. Vegen beëindigen en batterij opladen. – Controlelampje knippert rood Ontladingsgrens is bereikt. Nog 3 minuten rijden mogelijk, daarna schakelt het appa- raat zichzelf uit. Het apparaat kan vervolgens niet meer gestart worden, de batterij moet gedu- rende minstens 3 uren opgeladen wor- den. – Controlelampje brandt rood Batterij is ontladen. Besturing heeft het ve- gen uitgeschakeld. Accu laden. Gevaar Ongevalgevaar. Voor elke werking moet de functionaliteit van de parkeerrem op een vlakte gecontroleerd worden. Zitpositie innemen. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Sleutelschakelaar op „1“ stellen. Gaspedaal licht induwen. De rem moet hoorbaar vastklikken. Het apparaat moet op een vlakte zacht be- ginnen te rollen. Indien het pedaal los- gelaten wordt, vergrendelt de rem hoorbaar. Het apparaat moet buiten werking gezet worden en de klanten- dienst moet geraadpleegd wordt indien het bovengenoemde niet geldt. Afladen (1) Apparaat zonder ingebouwde accu (2) Apparaat met ingebouwde accu Veegmachine duwen Inbedrijfstelling Algemene aanwijzingen Controle- en onderhoudswerkzaam- heden Werking Chauffeursstoel instellen Ladingstoestand van de accu con- troleren Parkeerrem controleren 63NL- 6 – Het apparaat beschikt over een nood- stopknop. Wanneer die ingedrukt wordt, stopt het apparaat plots en treedt de automatische parkeerrem in wer- king. – Om het apparaat opnieuw in bedrijf te stellen eerst de noodstopknop ontgren- delen en dan de sleutelschakelaar kort uit- en opnieuw inschakelen. 1 Rijden Naar gebruiksplaats rijden. 2 Vegen met veegrol Veegrol wordt neergelaten. Keerrol en zijbezem draaien. 3 Vegen met rechter zijbezem Veegrol en rechter zijbezem worden neergelaten. 4 Vegen met linker zijbezem (optioneel) Veegrol en linker zijbezem worden neergelaten. 5 Vegen met beide zijbezems (optioneel) Veegrol en beide zijbezems worden neergelaten. Instructie:Het apparaat is uitgerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verla- ten van de bestuurdersstoel wordt het ap- paraat uitgeschakeld, de parkeerrem grijpt automatisch. Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Rijpedaal NIET gebruiken. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Sleutelschakelaar op „1“ stellen. GEVAAR Valgevaar! Bij het rijden niet gaan recht- staan. Instructie:Indien het apparaat uitgescha- keld wordt via de zitcontactschakelaar, branden de 5 leds op het bedieningspa- neel. Apparaat uitschakelen met de sleutel- schakelaar. Instructie:Indien de zitcontactschakelaar resp. sleutelschakelaar bij een ingeduwde gaspedaal ingeschakeld, dan schakelt de rijaandrijving uit en worden de zijbezems, de veegrol, de turbine en leds ingeschakeld (servicefunctie). Remedie: gaspedaal los- laten. Langzaam op het gaspedaal drukken. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij het achteruitrijden mogen derden niet in gevaar gebracht wor- den, eventueel aanwijzingen laten geven. Langzaam op het gaspedaal drukken. – Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. – Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen. Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan. Over vaststaande hindernissen tot 50 mm heen rijden: Langzaam en voorzichtig in voorwaart- se richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 50 mm heen rijden: Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte op- rijdrempel. Om schade aan de rijaandrijving te voorko- men, is het apparaat uitgerust met een overbelastingsindicatie en een uitschake- ling. – Wanneer de belasting van de rijaandrij- ving een kritische grens bereikt, knip- pert de overbelastingsindicatie. De belasting kan 1 minuut aangehouden worden, dan schakelt de besturing het apparaat uit. – Indien de belasting van de rijaandrijving de overbelastingsgrens overschrijdt, schakelt de besturing het apparaat on- middellijk uit. Schleutelschakelaar op „0“ draaien, korte tijd wachten en weer op „1“ draai- en. Om schade aan het veegsysteem te voor- komen, is het apparaat uitgerust met een overbelastingsindicatie en een uitschake- ling. – Wanneer de belasting van het veegsy- steem de overbelastingsgrens bereikt, brandt de overbelastingsindicatie, de besturing schakelt het veegsysteem na 4 seconden uit. Schleutelschakelaar op „0“ draaien, korte tijd wachten en weer op „1“ draai- en. Gevaar Gevaar voor verwonding! Bij geopende grofvuilklep kan de veegwals stenen of split naar voren wegslingeren. Erop letten, dat geen mensen, dieren of voorwerpen in ge- vaar gebracht worden. VOORZICHTIG Geen pakbanden, draden of soortgelijk ma- teriaal opvegen; dit kan leiden tot een be- schadiging van het veegmechanisme. VOORZICHTIG Om een beschadiging van de vloer te ver- mijden de veegmachine niet ter plaatse ge- bruiken. Instructie: Om een optimaal reinigingsre- sultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet het veeggoedreservoir op gezette tijden gele- digd worden. Instructie: Bij oppervlaktereiniging alleen veegrol laten zakken. Instructie: Bij reiniging van zijranden ook de zijbezems laten zakken. Programmaschakelaar op markering 2 zetten. Veegrol wordt neergelaten. Keerrol en zijbezem draaien. Instructie: Voor het opvegen van grotere deeltjes tot een hoogte van 60 mm, bv. blik- jes, moet de grofvuilklep kort opgeheven worden. Grofvuilklep opheffen: Pedaal grofvuilklep naar voren drukken en vastgedrukt houden. Voor het legen voet van het pedaal ne- men. Instructie: Alleen bij volledig naar bene- den gelaten grofvuilklep ist een optimaal reinigingsresultaat te bereiken. Programmaschakelaar op markering 3 zetten. Zijbezems evenals keerrol wor- den neergelaten. Instructie: Veegrol en zijbezems lopen au- tomatisch aan. Instructie: Tijdens het gebruik moet het veeggoedreservoir op gezette tijden gele- digd worden. Noodstopknop Programma's selecteren Apparaat inschakelen Apparaat verrijden
Vooruit rijden Achteruit rijden Rijgedrag Remmen Over hindernissen heen rijden Overbelasting van de rijmotor Overbelasting van de keerrol Veegbedrijf Vegen met keerrol Vegen met opgeheven grofvuilklep Vegen met zijbezems Droge bodem vegen 64 NL- 7 Instructie: Tijdens het gebruik moet de stoffilter op gezette tijden gereinigd wor- den. Nat-/droogklep sluiten. Nat-/droogklep openen. Instructie: Op die manier wordt een ver- stopping van het filtersysteem vermeden. Nat-/droogklep openen. Instructie: De filter wordt zo tegen vochtig- heid beschermd. – Handmatige filterreiniging inschakelen. Toets filterreiniging indrukken De filter wordt gedurende 15 seconden gerei- nigd. Instructie: Wachten tot de filterreiniging beëindigd en het stof neergedaald is, voor- aleer u het veeggoedreservoir opent of leegt. Veeggoedreservoir lichtjes optillen en uittrekken. Veeggoedcontainer legen. Veeggoedreservoir erin schuiven en la- ten vastklikken. Tegenoverliggend veeggoedreservoir leegmaken. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Zijbezems en veegrol worden opgeheven. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Instructie: Na het uitzetten van het appa- raat wordt de stoffilter automatisch ca. 15 seconden lang gereinigd. In die tijd mag de apparaatkap niet geopend worden. Instructie: Het apparaat is uitgerust met een automatische parkeerrem die na het uitzetten van de motor en bij het verlaten van de stoel geactiveerd wordt. GEVAAR Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het ge- wicht van het apparaat. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Apparaat met spankabels of koorden vastzetten. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Instructie: Markeringen voor bevestigings- punten op het basisframe in de gaten hou- den (kettingsymbolen). Het apparaat mag voor het laden of lossen alleen op hellingen tot max. 18 % gebruikt worden. GEVAAR Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen. Als de veegmachine voor langere tijd niet gebruikt wordt, let dan op de volgende pun- ten: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol en zijbezems worden opgeheven om de borstels niet te beschadigen. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Veegmachine tegen wegrollen beveili- gen. Veegmachine aan de binnen- en bui- tenkant reinigen. Apparaat op een beschutte en droge plaats neerzetten. Accu afklemmen. Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen. Voor reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden van het apparaat, het ver- vangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie moet het apparaat uitgeschakeld, de contactsleutel verwijderd en de batterij- stekker uitgetrokken resp. de batterij af- geklemd worden. Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie dient de accustekker te wor- den uitgetrokken of de klemmen van de accu te worden losgemaakt. – Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. – Mobiel commercieel geëxploiteerde ap- paratuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. – Gebruik uitsluitend de bij het apparaat geleverde of de in de gebruiksaanwij- zing bepaalde veegrollen/zijbezems. De toepassing van andere veegrollen/ zijbezems kan negatieve gevolgen heb- ben voor de veiligheid. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! De reiniging van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schade). Gevaar Verwondingsgevaar! Stofmasker en veilig- heidsbril dragen. Apparaatkap openen, steunstang aan- brengen. Apparaat met een doek reinigen. Apparaat met perslucht uitblazen. Apparaatkap sluiten. Instructie: De stoffilter kan met water afge- wassen worden. Vooraleer de filter op- nieuw wordt aangebracht, moet hij volledig gedroogd zijn. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Instructie: Geen agressieve reinigings- middelen gebruiken. Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Onderhoud dagelijks: Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Luchtdruk banden controleren. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Onderhoud wekelijks: Accuzuurpeil controleren. Bowdenkabels en bewegende delen op flexibiliteit controleren Afdichtlijsten in het veegbereik contro- leren op instelling en slijtage. Stoffilter controleren en indien nodig fil- terkast reinigen. Onderdruksysteem controleren. Onderhoud alle 100 bedrijfsuren: Zitcontactschakelaar op functionaliteit controleren. Spanning, slijtage en werking van de aandrijfriemen (V-snaar en rondprofiel- snaar) controleren. Onderhoud na slijtage: Afdichtlijsten vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk On- derhoudswerkzaamheden. Instructie: Alle service- en onderhouds- werken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitge- Vezelachtig en droog keergoed (bv. droog gras, stro) opvegen Vochtige of natte bodem vegen Filterreiniging Veeggoedcontainer leegmaken Apparaat uitschakelen Transport Opslag Stillegging Onderhoud Algemene aanwijzingen Reiniging Reiniging binnenkant apparaat Reiniging buitenkant apparaat Onderhoudsintervallen Onderhoud door de klant 65NL- 8 voerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden. Onderhoud na 8 bedrijfsuren: Eerste inspectie uitvoeren. Onderhoud na 20 bedrijfsuren Onderhoud alle 100 bedrijfsuren Onderhoud alle 300 bedrijfsuren Onderhoud alle 500 bedrijfsuren Onderhoud alle 1000 bedrijfsuren Onderhoud alle 1500 bedrijfsuren Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje ge- daan worden. Voorbereiding: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Noodstopknop indrukken. GEVAAR Verwondingsgevaar! De motor van de filterreiniging heeft ca. 15 seconden naloop nodig na het uitzetten. Apparatkap gedurende die tijd niet openen. Gevaar Verwondingsgevaar! Voor alle onder- houds- en reparatiewerkzaamheden appa- raat voldoende laten afkoelen. VOORZICHTIG Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren. Alle celsluitingen uitdraaien. Bij te lage vloeistofstand cellen met ge- destilleerd water tot aan de markering bijvullen. Accu laden. Celsluitingen inschroeven. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Luchtdrukapparaat aansluiten op het bandventiel. Luchtdruk controleren en indien nodig druk bijstellen. De luchtdruk voor de achterbanden moet ingesteld worden op 6 bar. Gevaar Verwondingsgevaar! Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Sleutel verwijderen. Bij reparatiewerkzaamheden op publie- ke wegen in het gevarenbereik van doorstromend verkeer waarschuwings- kleding dragen. Ondergrond controleren op stabiliteit. Apparaat nog extra vastzetten met een blok achter de wielen; dit om wegrollen te vermijden. Banden controleren Bandenloopvlak controleren op voor- werpen die in het profiel terechtgeko- men zijn. Voorwerpen verwijderen. Geschikt, in de handel gebruikelijk ban- denreparatiemiddel gebruiken. Instructie: De aanbevelingen van de des- betreffende fabrikant opvolgen. Verderrij- den is met inachtneming van de opgaven van de fabrikant van het product mogelijk. Vervanging van band of wiel zo spoedig mogelijk laten uitvoeren. Veeggoedreservoir aan de overeen- komstige kant lichtjes optillen en eruit trekken. Wielschroef losdraaien. Krik positioneren. Bevestigingspunt voor krik (achterwielen) Apparaat met de krik opheffen. Wielschroef verwijderen. Wiel wegnemen. Reservewiel plaatsen. Wielschroef indraaien. Apparaat met de krik laten zakken. Wielschroef aandraaien. Veeggoedreservoir erin schuiven en la- ten vastklikken. Instructie: Geschikte in de handel verkrijg- bare krik gebruiken. – De inschakeling van het veegsysteem gebeurt met behulp van een onderdruk- systeem. – Indien de zijbezem of de veegrol niet kan worden neergelaten, moeten de onderdrukdozen gecontroleerd worden op een reglementaire aansluiting van de slangleidingen, indien nodig moet de overeenkomstige slang aangesloten worden. – Indien de zijbezem of de veegrol nog steeds niet kan worden neergelaten, is het onderdruksysteem ondicht. In dat geval moet de klantendienst op de hoogte gebracht worden. Slangaansluiting naar de onderdrukdoos voor het omlaag brengen van de zijbezem Slangaansluitingen naar de onderdrukdoos voor het omlaag brengen van de veegrol Slangaansluitingen naar de onderdruk- pomp en de onderdrukdoos (reservoir) Instructie: De onderdrukpomp draait al- leen wanneer onderdruk in het systeem op- gebouwd wordt. Indien de pomp altijd draait, moet de klantendienst op de hoogte gebracht worden. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Zijbezems worden om- hoog gebracht. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Noodstopknop indrukken. 3 bevestigingsschroeven aan de onder- kant losdraaien. Versleten zijbezems verwijderen. Nieuwe zijbezem op meenemer steken en vastschroeven. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Noodstopknop indrukken. Apparaat met blok tegen wegrollen be- veiligen. Onderhoud door de klantenservice Onderhoudswerkzaamheden Algemene veiligheidsinstructies Vloeistofpeil van de accu controleren en bijstellen Bandenluchtdruk controleren Band verwisselen Onderdruksysteem controleren Zijbezem verwisselen Veegrol controleren 66 NL- 9 Veeggoedreservoir aan beide kanten lichtjes optillen en eruit trekken. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. Het verwisselen is nodig, als door het ver- slijten van de borstels het veegresultaat zichtbaar minder wordt. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Noodstopknop indrukken. Apparaat met blok tegen wegrollen be- veiligen. Veeggoedreservoir aan beide kanten lichtjes optillen en eruit trekken. Voorste bevestigingsschroef van de rechter zijpanelen losmaken. Achterste bevestigingsschroeven van de rechter zijpanelen losdraaien. Zijpaneel wegnemen. Schroeven losdraaien. Bevestigingsschroef van de bowdenka- bel loszetten en bowdenkabel eruit ha- len. Schroef op het draaipunt van de vee- grolcoulisse uitdraaien. Veegrolcoulisse aftrekken. Veegrolafdekking wegnemen. Veegrol uitnemen. Inbouwplaats van de veegrol in de rijrich- ting Nieuwe veegrol in de veegrolkast schui- ven en op de aandrijfpen steken. Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset let- ten. Instructie: Bowdenkabel zodanig instellen dat de veegrol ca. 10 mm van de grond op- getild wordt. Veegrolafdekking aanbrengen. Veegrolcoulisse aanbrengen. Bowdenkabel eriin hangen. Bevestigingsschroeven aandraaien. Zijpaneel opschroeven. Veeggoedreservoir aan beide kanten erin schuiven en laten vastklikken. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol en zijbezems worden opgeheven. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Programmaschakelaar op markering 2 zetten. Veegrol wordt neergelaten. Gaspedaal lichtjes induwen en keerrol kort laten draaien. Veegrol omhoog brengen. Pedaal voor het opheffen van de grof- vuilklep bedienen en pedaal ingedrukt houden. Apparaat achterwaarts wegrijden. De vorm van de veegspiegel vormt een ge- lijkmatige rechthoek die tussen 50 -70 mm breed is. Instructie: Door het drijvende kogellager van de keerrol stelt de veegspiegel zich bij slijtage van de borstels automatisch bij. Bij te sterke slijtage moet de veegrol vervan- gen worden. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Programmaschakelaar op markering 1 (rijden) zetten. Veegrol wordt omhoog gebracht. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Noodstopknop indrukken. Apparaat met blok tegen wegrollen be- veiligen. Veeggoedreservoir aan beide kanten lichtjes optillen en eruit trekken. Bevestigingsschroeven van de zijpane- len aan beide kanten losdraaien. Zijpanelen wegnemen. Voorste afdichtlijst Bevestigingsmoeren van de voorste af- dichtlijst ietsje losdraaien, voor de ver- vanging afschroeven. Nieuwe afdichtlijsten vastschroeven en moeren nog niet helemaal vastschroe- ven. Veegrol verwisselen Keerspiegel van de keerrol controleren Afdichtlijsten instellen en verwisselen 67NL- 10 Afdichtlijst richten. Bodemafstand van de afdichtlijst zo in- stellen dat hij met een naloop van 35 - 40 mm naar achteren ligt. Moeren aandraaien. Achterste afdichtlijst Bodemafstand van de afdichtlijst zo in- stellen dat hij met een naloop van 5 - 10 mm naar achteren ligt. Bij slijtage verwisselen. Veegrol verwijderen. Bevestigingsmoeren van de achterste afdichtlijst afschroeven. Nieuwe afdichtlijst opschroeven. Zijdelingse afdichtlijsten Bevestigingsmoeren van de zijdelingse afdichtlijst ietsje losdraaien, voor de verwisselingen afschroeven. Nieuwe afdichtlijsten vastschroeven en moeren nog niet helemaal vastschroe- ven. Ondergrond met 1 - 2 mm sterkte on- derschuiven om de bodemafstand in- stellen. Afdichtlijst richten. Moeren aandraaien. Zijpanelen opschroeven. Veeggoedreservoir aan beide kanten erin schuiven en laten vastklikken. 몇 WAARSCHUWING Voor aanvangen van het verwisselen van de stoffilter veeggoedcontainer legen. Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschrif- ten over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. VOORZICHTIG Gevaar voor beschadiging! De Stoffilter niet uitwassen. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Noodstopknop indrukken. Apparaatkap openen, steunstang aan- brengen. Greep van de filterhouder zo ver moge- lijk uittrekken en laten vastklikken. Lamellenfilter wegnemen. Nieuwe filter plaatsen. Op aandrijfkant meenemer in sponning laten vallen. Greep van de filterreiniging opnieuw la- ten vastklikken. Instructie: Bij het aanbrengen van een nieuwe filter erop letten dat de lamellen on- beschadigd blijven. Dichting van de filterkast uit de spon- ning in de apparaatkap nemen. Nieuwe dichting plaatsen. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Noodstopknop indrukken. Apparaatkap openen, steunstang aan- brengen. Aandrijfriem (V-snaar) van de zuigturbi- ne op spanning, slijtage en beschadi- gingen controleren. V-riem van de keerrolaandrijving op spanning, slijtage en beschadiging con- troleren. Stoffilter verwisselen Filterkastdichting verwisselen Aandrijfriem controleren 68 NL- 11 Afdichtingsring op afzuiger regelmatig op juiste zit controleren. Schroeven aan beide kanten van het paneel losdraaien. Defecte zekeringen vervangen. Frontpaneel weer aanbrengen. Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringswaarde gebruiken. 1 Moer 2 Batterijlaadkabel 3 Poolzekering 4Brug 5Schroeven Defecte zekering vervangen. Instructie:De defecte poolzekering mag allen door de Kärcher-klantendienst of door een geautoriseerde vakman worden ver- vangen. In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. Afdichtingsring controleren Zekeringen verwisselen Poolzekering Toebehoren Zijbezems 6.905-986.0 Met standaardborstels voor binnen en bui- ten. Zijbezem, zacht 6.906-133.0 Voor fijn stof binnen, vochtvast. Zijbezem, hard 6.906-065.0 Voor het verwijderen van vastzittend vuil buiten, vochtvast. Standaard keerrol 6.906-375.0 Slijtage- en vochtvast. Universele borstels voor binnen- en buitenreiniging. Keerrol, zacht 6.906-533.0 Met natuurborstels speciaal voor het opve- gen van fijn stof op gladde vloeren binnen. Niet vochtvast, niet voor abrasieve opper- vlakken. Keerrol, hard 6.906-532.0 Voor het verwijderen van vastzittend vuil buiten, vochtvast. Stoffilter 6.414-532.0 Accuset 6.654-112.0 Oplaadapparaat 6.654-143.0 Garantie 69NL- 12
Gevaar Verwondingsgevaar. Voor alle werkzaam- heden aan het apparaat de sleutelschake- laar op „0“ zetten en de sleutel er uit trekken. Nood-Uit-knop indrukken. Hulp bij storingen Storing Oplossing Apparaat wil niet starten. Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd Noodstopknop ontgrendelen Sleutelschakelaar naar „1“ draaien. Zekeringen controleren. Accu controleren, indien nodig opladen. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat rijdt slechts langzaam Stand van de parkeerrem controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat veegt niet goed Veegrol en zijbezems controleren op slijtage, indien nodig verwisselen Werking van de grofvuilklep controleren Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Riem van de veegaandrijving controleren. Onderdruksysteem op dichtheid controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat stoft Veeggoedcontainer legen Aandrijfriemen voor afzuiger controleren Afdichtingsring op afzuiger controleren Stoffilter controleren, reinigen of verwisselen De Stoffilter niet uitwassen. Filterkastafdichting controleren Nat-/droogklep sluiten. Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Zijbezem draait niet Zekering controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Slecht vegen aan de randen Zijbezems vervangen Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Zijbezem- of veegrolaansluiting functioneert niet Onderdruksysteem op dichtheid controleren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Onvoldoende zuigcapaciteit Filterkastafdichting controleren Afdichtingsring op afzuiger controleren Slangen aan de zuigturbine controleren op dichtheid. Lamellenfilter correct inbouwen, zie stoffilter vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Keerrol draait niet Banden of snoeren van veegrol verwijderen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen 70 NL- 13 Technische gegevens KM 100/100 R Bp KM 100/100 R Bp Pack Apparaatgegevens Lengte x breedte x hoogte mm 2006 x 1005 x 1343 2006 x 1005 x 1343 Leeggewicht kg 300 300 Transportgewicht kg 375 375 Toelaatbaar totaalgewicht kg 660 660 Rijsnelheid km/h 5,5 5,5 Veegsnelheid km/h 5,5 5,5 Klimvermogen (max.) % 18 18 Veegrol-diameter mm 285 285 Veegrol-breedte mm 710 710 Zijbezem-diameter mm 450 450 Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems m
/h 7150 7150 Werkbreedte zonder zijbezems mm 710 710 Werkbreedte met 1 zijbezems mm 1000 1000 Werkbreedte met 2 zijbezems mm 1290 1290 Inhoud van de veeggoedcontainer l 100 100 Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwa- ter
Motoren – Rijmotor Type -- Gelijkstroompermanentmagneetmo- tor om vooruit en achteruit te rijden Gelijkstroompermanentmagneetmo- tor om vooruit en achteruit te rijden Type -- Wielnaaafmotor in het voorwiel Wielnaaafmotor in het voorwiel Spanning V 24 24 Nominale stroom A 37 37 Nominaal vermogen (mechanisch) W 750 750 Beveiligingsklasse -- IP 44 IP 44 Toerental 1/min traploos traploos – Ventilator en- veegrolmotor Type -- Gelijkstroompermanentmagneetmo- tor Gelijkstroompermanentmagneetmo- tor Type -- B14 B14 Spanning V 24 24 Nominale stroom A 35 35 Nominaal vermogen (mechanisch) W 600 600 Beveiligingsklasse -- IP 20 IP 20 Toerental 1/min 3500 3500 – Motor zijbezems Type -- Gelijkstroompermanentmagneetmo- tor Gelijkstroompermanentmagneetmo- tor Type -- Tandwielmotor (kegeltandwielreduc- tor) Tandwielmotor (kegeltandwielreduc- tor) Spanning V 24 24 Nominale stroom A 5 5 Nominaal vermogen (mechanisch) W 100 100 Beveiligingsklasse -- IP 44 IP 44 Toerental 1/min 70 70 Accu Type -- -- 24V 4 PzS 240 I Capaciteit Ah -- 240 Oplaadtijd bij een volledig ontladen batterij h -- 10...15 Bedrijfsduur na meermaals opladen h -- ca. 2,5 Oplaadapparaat Netspanning V~ -- 230 Uitgangsspanning V -- 24 Uitgangsstroom A -- 30 Zekeringen Hoofdzekering A 150 150 71NL- 14 Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2021/02/01 Motor zijbezems A 30 30 Filteraandrijfmotor A 10 10 Besturing A 5 5 Onderdrukpomp A 3 3 Bandenuitrusting Grootte achter -- 4.00-8 4.00-8 Luchtdruk achter bar 6 6 Rem Bedrijfsrem -- elektronisch elektronisch Handrem -- Schijfrem, elektrisch bediend (met veer) Schijfrem, elektrisch bediend (met veer) Filter- en zuigsysteem Filtervlak fijnstoffilter m
6,0 6,0 Gebruikscategorie filters voor stoffen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid -- U U Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 12 12 Nominale volumestroom zuigsysteem l/s 50 50 Omgevingsvoorwaarden Temperatuur °C -5...+40 -5...+40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 20 - 90 20 - 90 Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L
<2,5 <2,5 Zitplaats m/s
<0,5 <0,5 Onzekerheid K m/s
Toegepaste conformiteitsbeoorde- lingsprocedure 2000/14/EG: Bijlage V Geluidsvermogensniveau dB(A) Gemeten: 92 Gegaran- deerd:
Notice-Facile