MC 130 Adv - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MC 130 Adv Kärcher in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MC 130 Adv Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MC 130 Adv - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MC 130 Adv van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING MC 130 Adv Kärcher
Inleiding....338
Beoogd gebruik.... 338
Te voorzien fout gebruik.... 339
Milieubescherming 339
Veiligheidsinstructies.... 339
Machineoverzicht.... 344
Inbedrijfstelling 356
Werking.... 358
Aanbouwapparatuur.... 365
Aanbouwset 2-bezem-veegsysteem (getrokken).... 371
Aanbouwset 3-bezem-veegsysteem (frontbezem) ...... 374
Transport.... 377
Onderhoud 378
Opslag.... 388
Hulp bij storingen 389
Toebehoren en reserveonderdelen 391
Technische gegevens 391
EU-conformiteitsverklaring.... 393
Inleiding
Voordat u uw voertuig voor het eerst gebruikt, dient u de originele gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies door te lezen. Houd u hieraan.
Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.
Levering controleren
Meld bij de overdracht van het voertuig gebreken en transportschade meteen aan uw dealer of verkoopvestiging.
Leveringsomvang
MC 130 veeg-/zuigmachine (1.442-231.2)
MC 130 Classic veeg-/zuigmachine
- Yanmar motor 42 pk
• Uitvoering met diesel-deeltjesfilter - Achterwielaandrijving (2WD)
MC 130 veeg-/zuigmachine
- Yanmar motor 42 pk
• Uitvoering met diesel-deeltjesfilter
• Vierwielaandrijving (4WD)
MC 130 veeg-/zuigmachine (1.442-234.2)
MC 130 Plus veeg-/zuigmachine
• Kubota motor 70 pk
• Uitvoering met diesel-deeltjesfilter
• Vierwielaandrijving (4WD)
Garantie
In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verant- woordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke sto- ringen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aan- koopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice.
(adres zie achterzijde)
Beoogd gebruik
In deze gebruiksaanwijzing worden volgende uitvoeringen van de voertuigen beschreven.
- MC 130 Classic
MC 130
MC 130 Plus
Het voertuig mag alleen reglementair worden gebruikt, zoals in deze gebruiksaanwijzing weergegeven en beschreven.
Tot het reglementaire gebruik behoort ook het in acht nemen van het voorgeschreven onderhoud.
Het voertuig en de aanbouwapparaten mogen alleen door personen worden gebruikt, onderhouden en gerepareerd die hiermee
vertrouwd zijn en over de hiermee gepaard gaande gevaren ge- instrueerd zijn.
Neem de algemene veiligheidsvoorschriften en de voorschriften inzake ongevallenpreventie van de wetgever in acht. Neem ook andere veiligheidstechnische, arbo- en verkeersregels in acht.
Het bedieningspersoneel moet:
- Lichamelijk en geestelijk geschikt zijn.
- Over het gebruik van het voertuig en de aanbouwapparaten geïnstrueerd zijn.
- Voor het begin van het werk deze gebruiksaanwijzing alsook de gebruiksaanwijzingen van aanbouwapparaten of getrokken apparaten gelezen en begrepen hebben.
- De geschiktheid voor het besturen van het voertuig tegenover de ondernemer aangetoond hebben
- Door de ondernemer voor het besturen van het voertuig aan-gewezen zijn
Zuigveegmachine
Dit voertuig is een zuigveegmachine.
De zuigveegmachine is voor vervuilde oppervlakken in de open-lucht bestemd.
Voor het gebruik op de openbare weg moet het voertuig aan de nationaal geldende richtlijnen voldoen.
Het voertuig is alleen voor de in de handleiding beschreven ondergronden geschikt.
Functie van de veeg-/zuigmachine

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
①Zijbezem
②Zuigmond
③Watercircuit/gerecycled water
④Zuigbuis
⑤Blazer vuilreservoir
⑥ Afvoerlucht/diffuser
- Het stof dat ontstaat, wordt gebonden door besproeiing met water.
- De zijbezems draaien naar binnen en transporteren het veeggoed voor de zuigmond.
- De zuigblazer wekt onderdruk op en zuigt het veeggoed in het vuilreservoir.
- De gefilterde afvoerlucht ontsnapt aan de achterzijde van het vuilreservoir.
- De modus met gerecycled water (watercircuit) bindt het stof nog doeltreffender.
Geschikte oppervlakten voor het vegen
- Asfalt
- Industrievloeren
- Estrik
- Beton
- Straatstenen
Te voorzien fout gebruik
leder niet doelmatig gebruik is ontoelaatbaar.
Het bedienend personeel is aansprakelijk voor risico's die door ontoelaatbaar gebruik ontstaan. Het gebruik voor andere doeleinden dan in deze documentatie beschreven, is verboden.
Aan het voertuig mogen geen veranderingen worden uitgevoerd.
- Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen alsmede onverdunde zuren en oplosmiddelen vegen of opzuigen. Daartoe behoren benzine, verfverdunners of stookolie, die door vermenging met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen, omdat ze de in de machine gebruikte materialen aantasten.
- Nooit reactief metaalstof (bijv. aluminium, magnesium, zink) vegen of opzuigen; ze vormen in combinatie met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen.
- Nooit brandende of smeulende voorwerpen vegen / opzuigen.
- Houd u niet binnen de gevarenzone op.
- Gebruik het voertuig niet in ruimtes waar gevaar voor explosie bestaat.
- Vervoer geen personen op het voertuig, het laadvlak of op de aanbouwapparatuur.
- Gebruik het voertuig niet als frontlader.
- Gebruik het voertuig niet in de bosbouw.
- Gebruik het voertuig niet om insecticiden, pesticides of mest over het land te spreiden.
Milieubescherming

Het verpakkingsmateriaal is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het gescheiden afval weg.

Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak onderdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd
weggooien een mogelijk gevaar voor de gezondheid en het milieu kunnen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zijn deze onderdelen echter noodzakelijk. Apparaten met dit symbool mogen niet met het huisvuil worden weggegooid.
Instructies voor inhoudsstoffen (REACH)
Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH
Afvalverwijdering
- Houd u aan de nationale regelgeving ter plaatse.
- Neem de specifieke voorschriften van het bedrijf in acht.
- Voer bedrijfs- en hulpstoffen volgens de geldende productinformatiebladen milieuvriendelijk af.
Afvalverwijdering van het uitgediende voertuig
Uitgediende voertuigen bevatten waardevolle recyclebare materialen. Voor de afvoer van uw voertuig raden we de samenwerking met een gespecialiseerd afvalverwijderingsbedrijf aan.
Veiligheidsinstructies
Gevarenniveaus
⚠ GEVAAR
- Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt.
⚠ WAARSCHUWING
- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden.
⚠VOORZICHTIG
- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.
LET OP
- Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.
Algemene veiligheidsinstructies
⚠ GEVAAR • Verstikkingsgevaar. Houd verpakkingsfolie buiten het bereik van kinderen.
△ WAARSCHUWING • Gebruik het voertuig alleen volgens de voorschriften. Houd rekening met de plaatselijke omstandigheden en let bij het uitvoeren van werkzaamheden op andere personen en met name kinderen. • Personen met verminderde fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of een gebrek aan ervaring en kennis mogen het voertuig alleen onder begeleiding gebruiken of wanneer ze in het veilige gebruik van het apparaat worden getraind en de hieruit voortvloeiende gevaren begrijpen. • Alleen personen die in de omgang met het voertuig zijn geïinstrueerd of hebben bewezen dat ze het apparaat correct bedienen en uitdrukkelijk de opdracht hebben dit apparaat te gebruiken, mogen het voertuig gebruiken. • Kinderen mogen het voertuig niet gebruiken. • Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het voertuig spelen.
⚠️ VOORZICHTIG • Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid. Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit.
Veiligheidsinstructies voor het rijden
⚠ GEVAAR ● Kantelgevaar bij te grote hellingen! Neem bij het rijden op hellingen de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. ● Kantelgevaar bij te grote zijdelingse helling! Neem bij het rijden dwars op de rijrichting de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. ● Kantelgevaar bij instabiele ondergrond! Gebruik het voertuig uitsluitend op verharde ondergrond.
△ WAARSCHUWING • Gevaar voor ongevallen door niet aangepaste snelheid. Rijd langzaam in bochten. • De lijst met aanwijzingen m.b.t. het kantelgevaar maakt geen aanspraak op volledigheid.
⚠️ VOORZICHTIG ● Bestuurderscabines zijn van ventilatiesleuven of luchtuitlaatopeningen voorzien. Houd deze beslist vrij om voldoende ventilatie te waarborgen.
LET OP
Zorg voor vrij zicht op de openbare weg vóór gebruik (bijv. mistvrije voorruiten, spiegels etc.).
Veiligheidsinstructies dieselmotoren
⚠ GEVAAR ● Dieselmotor: Gebruik voertuigen met diesel-motor nooit in besloten ruimtes. ● Gevaar voor vergiftiging: Uitlaatgassen niet inademen. ● Sluit de openingen voor uitlaat-gassen nooit af. ● Buig niet over de opening voor uitlaatgassen heen. Raak de uitlaatgasopening niet aan. ● Blijf beslist uit de buurt van de aandrijving. Houd rekening met de nalooptijd van de motor bij het afzetten (3-4 seconden).
Veiligheidsinstructies voor het transport
⚠ WAARSCHUWING
- Houd rekening met het gewicht van het voertuig om ongevallen en letsel te voorkomen; zie hoofdstuk Technische gegevens.
- Houd rekening met de voertuighoogte bij het transport op een aanhanger of vrachtwagen en beveilig het voertuig; zie hoofdstuk Technische gegevens.
Veiligheidsinstructies m.b.t. het onderhoud
- Zet de motor af en trek de sleutel uit het contact voor reiniging en onderhoud van het voertuig, het vervangen van onderdelen of het omzetten op een andere functie.
- Laat reparaties alleen uitvoeren door erkende servicestations of specialisten voor dit gebied die bekend zijn met alle relevante veiligheidsvoorschriften.
- Houd u aan de veiligheidskeuringen volgens de lokaal geldende voorschriften voor mobiele, industrieel gebruikte voertui-gen.
- Reinig knikscharnier, banden, koelribben, hydrauliekslangen en -ventielen, afdichtingen en elektrische en elektronische componenten niet met een hogedrukreiniger.
Aanvullende veiligheidsinstructies voor het gebruik
Instructie
De informatie in dit hoofdstuk vindt u ook in een bijlage dat altijd bij het voertuig moet worden bewaard.
Algemeen
Het voertuig beschikt over een hydrostatische rijaandrijving en knikbesturing. Hierdoor is het rijgedrag anders dan dat van een gewone auto.
⚠ WAARSCHUWING
Kantelgevaar
Let erop dat het rijgedrag van een voertuig met knikbesturing aanzienlijk anders is dan dat van een gewone auto.
Rijd gelijkmatig en met aangepaste snelheid door bochten. Dit geldt in het bijzonder voor wanneer u bergop/bergaf rijdt en bij het zijwaarts rijden op hellingen.
Houd rekening met de verplaatsing van het zwaartepunt afhankelijk van de opbouweenheden.
Pas de rijsnelheid bij het rechtdoorrijden en het rijden in bochten aan de omgevingsomstandigheden aan, bijv. aan de gesteldheid van het wegdek en de beladingstoestand.
Let op de ontkoppeling van voor- en achterwand door het centrale pendelscharnier.
Remgedrag
Het loslaten van het rijpedaal zorgt voor een actieve vertraging. Anders dan bij een gewone auto, waarbij alleen de motorrem wordt geactiveerd.
LET OP
In de grote rijstand is de remvertraging bij het loslaten van het rijpedaal duidelijk geringer dan in de kleine rijstand. In de transportmodus is de remvertraging door loslaten van het rijpedaal duidelijker geringer dan in de werkmodus.
Draaibewegingen
Voertuigen met knikbesturing reageren vooral bij het snel rijden in bochten op sneeuw, ijs, natheid door regen, losse ondergrond en bij omkeermanoeuvres op een helling, directer op stuurbewegingen dat dit bij personenauto's het geval is. Vermijd snel op elkaar volgende stuurbewegingen.
Zwaartepunt / pendelbewegingen
Opbouweenheden achteraan en beladingstoestanden beïnvloeden de positie van het zwaartepunt van het voertuig en daarmee het rijgedrag. Stel u vooral na het vervangen van opbouweenheden en bij veranderlijke beladingstoestanden op een veranderd rijgedrag in. De limieten kunnen eerder worden bereikt.
Om een hoge terreingeschiktheid te bereiken, beschikt het voertuig over een centraal pendelgewricht. Dit zorgt ervoor dat beide voertuighelften dwars op de rijrichting onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen.
Door deze bijzonderheid krijgt de bestuurder geen snelle reactie van de achterste voertuighelft. Houd daarom tijdens het rijden de voertuigbewegingen van de achterzijde via de spiegels in het oog.
Veiligheidsaanwijzingen voor veegmachines met hoge leegsysteem
⚠ GEVAAR ● Gevaar voor letsel op veegmachines met hoge leegsysteem! Beveilig voor alle werkzaamheden de geheven vuilcontainer. Breng de beveiliging alleen van buiten de gevarenzone aan.
Symbolen op het voertuig
Instructie
Symbolen onmiddellijk vervangen als ze onleesbaar worden of verloren raken.
| GEVAAR Verbrandingsgevaar door hete oppervlakkenLaat het voertuig afkoelen voordat u eraan werkt. | |
| GEVAAR Verbrandingsgevaar door hete uitlaatRaak de uitlaat niet aan.Laat de uitlaat afkoelen voordat u eraan werkt. | |
| GEVAAR KantelgevaarRijd alleen over terrein wanneer de dwarshelling niet meer is dan 10^ . | |
| GEVAAR Gevaar voor letsel door wegspattende voorwerpenHoud voldoende afstand van personen, dieren en voorwerpen. | |
| WAARSCHUWING Gevaar voor letselGevaar voor beknelling en afknelling aan riemen, zijbezems, vuilreservoir, kap. | |
| GEVAAR Gevaar voor beknellingLet erop dat zich tijdens het werk geen personen in de buurt van het knikscharnier of het voertuig bevinden.Let er bij het gebruik van het voertuig als trekker op dat zich tijdens het werk geen personen tussen voertuig en aanhanger bevinden. | |
| GEVAAR Gevaar voor letsel door roterende onderdelenOpen de kap pas als de motor stilstaat. | |
| GAAR Materiële schade door verkeerd transportBreng bij het transport altijd de transportbeveiliging op het knikscharnier aan. | |
| WAARSCHUWING Gezondheidsrisico door giftige uitlaatgassenAdem geen uitlaatgassen in. | |
| GEVAAR Gevaar voor letsel door onbevoegd gebruikTrek de contactsleutel uit het contact ter beveiliging tegen onbevoegd gebruik en voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden. | |
| LET OP Materiële schade bij reiniging en onderhoudParkeer voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden het voertuig op een vlakke, vaste ondergrond. |
![]() | GEVAAR Gevaar voor letsel door niet voorziene zitplaatsNeem plaats op de bestuurdersstoel. |
![]() | GEVAAR Gevaar voor letsel door overrijdenTijdens het gebruik mogen zich geen personen in de buurt van het voertuig ophouden. |
![]() ![]() | GEVAAR Gevaar voor stoten, gevaar voor beknellingOndersteun bij het transport of werkzaamheden onder hangende last met geschikte middelen. |
![]() | GEVAAR KantelgevaarLeeg de vuilcontainer alleen wanneer het voertuig op een vlakke, vaste ondergrond staat. |
![]() | GEVAAR BrandgevaarVeeg geen brandende of gloeiende voorwerpen, zoals bijv. sigaretten, lucifers of dergelijke. |
![]() ![]() | GEVAAR Gevaar voor beknellingHoud de handen uit de buurt van dit bereik. |
![]() ![]() | Hoofdschakelaar (accuscheidingsschakelaar) |
| Smeerpunt | |
| Smeerlijst | |
![]() | Vastsjorpunt |
DOT 4 | Kwaliteit van de remvloeistof en positie waarop remvloeistof kan worden gevuldPositie van het reservoir voor remvloeistof |
![]() | Opnamepunt voor krik of een steun |
![]() | Positie van de hoofdzekering |
![]() | Positie van de zekering F2 |
![]() | Nooduitgang |
![]() | Gebruiksaanwijzing lezen |
![]() ![]() | Veiligheidshandschoenen dragen WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door hogedrukstraalRicht de hogedrukstraal niet op personen, dieren, actieve elektrische uitrusting of op het apparaat zelf.Bescherm de hogedrukreiniger tegen vorst. |
![]() | GEVAAR Verwondingsgevaar door roterende bezemZorg ervoor dat zich niemand in de buurt van de ge- varenzone bevindt. |
| [HPXA5] | LET OPVerwondingsgevaar door wegrollen van de ma-chineTrek de parkeerrem altijd aan als u de machine par- keert. |
![]() | GEVAAR Betreden verbodenKantel het vuilreservoir alleen, als zich niemand in de gevarenzone bevindt. |
![]() | GEVAAR Kantelen verbodenDemonteer de veegopbouw alleen in bedrijfsstand. |
![]() | LET OPMachine rijdt alleen bij ingeschoven vuilreservoir. |
![]() | LET OPBetreden verbodenKlim niet op de machine. |
![]() | WAARSCHUWING Gevaar voor letselKantel het vuilreservoir alleen op een effen onder-grond. |
Instructie
Vervang onleesbare of losgeraakte symbolen onmiddellijk.

Veiligheidsinrichtingen
Veiligheidsinrichtingen dienen voor de bescherming van de gebruiker en mogen niet buiten werking worden gesteld en de functies ervan mogen niet worden omzeild.
Neem de veiligheidsinstructies in de hoofdstukken in acht!
Hoofdschakelaar
De hoofdschakelaar onderbreekt de elektrische voedingsdraad naar de startmotor.
Koppel op een stilgezet voertuig de accu altijd los (stand accu losgekoppeld).
Startblokkering
Voorwaarden voor het starten van de motor:
- De hoofdschakelaar ingeschakeld(stand accu verbonden)
• De bestuurder zit in de bestuurdersstoel
Stoelcontactschakelaar
Als de bestuurdersstoel niet belast is:
- Kan met het voertuig niet gereden worden.
- Kan de PTO voor niet ingeschakeld worden of schakelt uit.
Parkeerrem
De parkeerrem heeft hydraulische druk nodig om te lossen.
Bij een afgezette motor is de parkeerrem daarom aangetrokken.
Bij draaiende motor en de rijrichtingshendel in de stand NEU-TRAAL is de parkeerrem eveneens aangetrokken.
Instructie
Het waarschuwingslampje in de multifunctionele indicatie "Parkeerrem aangetrokken" brandt bij een aangetrokken parkeerrem.
Bestuurderscabine
De bestuurder wordt beschermd tegen blikseminslag in de bestuurderscabine.
De bestuurderscabine heeft een kantelbeveiligingsstructuur (ROPS), die omkantelen na kantelen voorkomt.
De bestuurderscabine heeft geen beschermende structuur voor vallende voorwerpen (FOPS).
De bestuurderscabine heeft geen bescherming tegen binnen- dringende objecten (OPS).
Gebruik altijd de veiligheidsgordel.
Batterijen / oplaadapparaten
LET OP
Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen batterijen en oplaadapparaten
Vervang de batterijen alleen door batterijen van hetzelfde type! Verwijder de batterij voordat u het voertuig afvoert en voer het voertuig af met inachtneming van de landspecifieke en plaatselijke voorschriften.
Symbolen waarschuwingsinstructies
Neem bij de omgang met batterijen volgende waarschuwingsin-structies in acht:
![]() | Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de batterij en op de batterij alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen. |
![]() | Oogbescherming dragen. |
![]() | Kinderen uit de buurt van zuur en batterij houden. |
![]() | Explosiegevaar |
![]() | Vuur, vonken, open licht en roken verboden. |
![]() | Verbrandingsgevaar |
![]() | Eerste hulp. |
![]() | Waarschuwing |
![]() | Afvalverwijdering |
![]() | Batterij niet in de vuilnisbak gooien. |
Veiligheidsinstructies
⚠ GEVAAR
Brand- en explosiegevaar
Leg geen gereedschap of andere voorwerpen op de batterij. Vermijd absoluut roken en open vuur.
Zorg bij het laden van batterijen in ruimtes voor een goede venti- latie.
Gebruik uitsluitend door Kärcher vrijgegeven batterijen en oplaadapparaten (originele reserveonderdelen).
⚠ WAARSCHUWING
Milieugevaar door ondeskundige verwijdering van de batterij
Voer defecte of opgebruikte batterijen op een veilige manier af (neem eventueel contact op met een afvalverwijderingsfirma of met de Kärcher-service).
Maatregelen voor onbedoeld vrijkomen van zwavelzuur.
Bij reglementair gebruik en wanneer de gebruiksaanwijzing wordt opgevolgd vormen loodbatterijen geen gevaar.
Houd er echter rekening mee dat loodbatterijen zwavelzuur bevatten dat ernstig letsel kan veroorzaken.
- Gemorst zwavelzuur of zwavelzuur dat uit een lekkende batterij treedt met absorptiemiddel opvangen, bijv. zand. Niet in de riolering, de bodem of de wateren laten terechtkomen.
- Zuur neutraliseren met kalk/natriumcarbonaat en volgens de plaatselijke voorschriften afvoeren.
- Neem contact op met een afvalverwerkingsbedrijf voor de afvoer van defecte batterijen.
- Zuurspatten in het oog of op de huid met veel helder water uitresp. afspoelen.
- Daarna onmiddellijk een arts raadplegen.
- Vervuilde kleding met water uitwassen.
- Kleding vervangen.
Machineoverzicht
Aanzicht zijkant van voren (bijrijderszijde)

text_image
MC 130 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17①Veegsysteem
Linker zijbezem
②Veegsysteem
Rechter zijbezem
③Hydraulische aansluiting linksvoor
④Hydraulische aansluiting rechtsvoor
⑤Rijlicht/knipperlicht
⑥Rijlicht/knipperlicht
⑦Ruitenwisser
⑧Werkverlichting
⑨ Kentekenplaathouder
⑩Werkverlichting
⑪ Achteruitkijkspiegel
⑫Bijrijdersdeur, afsluitbaar
⑬ Vuilreservoir
⑭ Tankslot
⑮Linker zijbekleding
16 Achterwiel
⑰Voorwiel
Aanzicht met vuilreservoir op steunen

①Zwaailicht
②Vuilreservoir
③Afvalrooster/diffusor
④Radiateurbeschermrooster
⑤Achterlicht/knipperlicht
⑥Hoofdschakelaar
⑦Aftakas hydraulische aansluiting achter, rechts 40l/min
⑧Achterste steun voor vuilreservoir
⑨Aanhangerkoppeling (optie)
⑩ Achterste steun voor vuilreservoir
⑪Aftakas terugloop 40l/min
⑫Achterlicht/knipperlicht
⑬Aanbouwframe met kipfunctie
⑭Zijdelingse steun voor vuilreservoir (2x)
⑮Stoffilter bestuurderscabine
⑯Bestuurderscabine
⑰Kentekenplaathouder
Aanzicht met opgetild vuilreservoir (bestuurderszijde)

①Vuilreservoir opgetild
②Opbergvak handzuigslang
③Zuigslang
④Stoffilter bestuurderscabine
⑤Achteruitkijkspiegel
⑥Sproeier zijbezem
⑦Zijbezem
⑧Bestuurderscabine, afsluitbaar
⑨Afdekking voorste zijbekleding
⑩Transportbeveiliging knikgewricht
⑪Watersysteem
⑫ Slang recyclingwater
⑬Rechter zijbekleding
⑭Hydraulische aansluiting achter
⑮ Hydraulische slangaansluiting voor vuilreservoir optillen/neerlaten
Hydraulische aansluitingen
Begripsdefinitie hydraulische PTO
Power Take Off = hydraulische krachtaftgifte
Begripsdefinitie AUX
Auxilliary valve = extra stuurventiel
Aansluitingen voorzijde (lineaire hydrauliek)
Aansluitingen rechts

①Terugloop aftakas
②Zijbezems inzwenken
③Zijbezems uitzwenken
④Extra functie (optie)
⑤Extra functie (optie)
⑥Lekolie
⑦Extra functie (frontkrachttiller)
Aansluitingen links

Aansluitingen achter
Aansluitingen rechts

text_image
40 ① ②(1)Hydraulische aansluiting AUX, optillen/neerlaten
(2)Hydraulische PTO (40 l/min)
Aansluitingen links

text_image
① ② - 40 +(1)Hydraulische aansluiting AUX, optillen/neerlaten
(2)Retour (40 l/min)
Elektrische aansluitingen
Begripsdefinitie elektrische PTO
Power Take Off = elektrische energie-afgifte
Elektrische aansluitingen frontaanbouwapparaat

①Herkenning aanbouwapparaat
Elektrische aansluitingen achteraanbouwapparaat

①Herkenning aanbouwapparaat
②21-polige aansluiting voor achteraanbouwapparaat
Wateraansluitingen
Sproeiwateraansluitingen
Aansluitingen rechts

① Sproeiwater zijbezems rechts
Aansluitingen links

①Sproeiwater zijbezems links
② Sproeiwater zuigmond
Hoofdschakelaar

①Hoofdschakelaar
②Accu gescheiden
③Accu verbonden
De hoofdschakelaar onderbreekt de elektrische toevoerleiding naar de startermotor.
Wordt bij een draaiende motor de hoofdschakelaar bediend (accu gescheiden), dan gaat de motor uit.
Scheid de accu altijd bij een afgezet voertuig.
Noodbediening
Het hydraulische ventiel voor de noodbediening bevindt zich achter de bestuurderscabine, onder een afdekking.
Een desbetreffende beschrijving staat in het hoofdstuk Hulp bij storingen.
Het hydraulische ventiel is nodig als:
- het vuilreservoir/aanbouwframe niet kan worden opgetild omdat het hydraulische systeem van het apparaat is uitgevallen. Bijvoorbeeld is de motor uitgevallen.
- de frontkrachttiller/zuigmond niet kan worden opgetild omdat het hydraulische systeem van het apparaat is uitgevallen. Bijvoorbeeld is de motor uitgevallen.
- de veeraccumulator van de parkeerrem niet kan worden gelost, bijv. voor het wegslepen van het voertuig.
Omschakeling vuilreservoir / aanbouwframe
Al naargelang de versie van het voertuig zijn er verschillende uitvoeringen van de schakelhefboom.

①Omschakelventiel in stand vuilreservoir
②Omschakelventiel in stand aanbouwframe
Met het omschakelventiel kan het hydraulische systeem tussen het vuilreservoir en het aanbouwframe worden omgeschakeld.
Instructie
Vuilreservoir een aanbouwframe worden elektronisch bewaakt.
Beide functies kunnen niet tegelijk worden bediend.
Bestuurderscabine
Deuren

De bestuurdersdeur bevindt zich in rijrichting links, de nooduitgang rechts.
De deuropener en de deurgrepen binnen kunnen als in- en uit- staphulp worden gebruikt.
Sluit beide deuren na het parkeren van het voertuig met de contactsleutel af.
Opbergvak
Onder de bijrijdersstoel is er een afsluitbaar opbergvak. Daarin kunnen documenten, gebruiksaanwijzing, diverse kleine onderdelen of het sleepoog worden ondergebracht.

①Bijrijdersstoel
②Slot
③Opbergvak
Nooduitgang

text_image
1①Deuropener
De nooduitgang bevindt zich in rijrichting links. De nooduitgang wordt geopend door aan de deuropener te trekken.

①Noodhamer
De noodhamer bevindt zich linksboven, achter de bijrijdersstoel. Sla in geval van nood de ruiten met de noodhamer in.
Binnenverlichting

①Links gedrukt: Verlichting ingeschakeld
②Middenpositie: De verlichting wordt met het openen van een deur ingeschakeld
③Rechts gedrukt: Verlichting uitgeschakeld
Bedieningsconsole armleuning
De bedieningsconsole bevindt zich op de linker armleuning van de bestuurdersstoel. De armleuning kan individueel op de bestuurder worden ingesteld; zie hoofdstuk.
Op voertuigen voor links rijden (optioneel), bijvoorbeeld voor UK, bevindt zich de bedieningsconsole op de rechter armleuning van de bestuurdersstoel.
Indeling apparaathouder
Instructie
De indicaties in de schakelaars branden als ze zijn ingeschakeld.

text_image
A B G F C E D 1 2 10 3 9 4 8 5 7 6①Joystick frontkrachttiller
- Frontkrachttiller optillen en front-PTO uit (terug)
- Frontkrachttiller optillen en front-PTO aan (voor)
- AUX 1 bedienen (rechts / links)
-Zwevende stand frontkrachttiller inschakelen (voor)
– Zwevende stand frontkrachttiller uitschakelen (terug)
②Joystick AUX 2 en AUX 3
- AUX 2 bedienen (voor / terug)
- AUX 3 bedienen (links)
③Geen functie
④Hydraulisch systeem aan/uit
⑤Elektrische AUX 1 voor
⑥Elektrische AUX 2 voor
⑦Elektrische AUX 1 achter
⑧Aftakas achterzijde 40 l/min
⑨ Functie ECO schakelt het volledige werkprogramma in en selecteert daarbij de laatst gebruikte waarden en instellingen.
⑩Elektrische AUX 2 voor
(A) Aftakas voorzijde 40 l/min, 80 l/min
(B) Aftakas achterzijde 40 l/min
(C) Toets voor het instellen van het motortoerental
(D) Geen functie
(E) Geen functie
(F) Toets indrukken om ingestelde waarden of programma's op te slaan en submenu's te openen.
(G) Draaiknop voor het wijzigen van waarden en selecteren van programma's.
Indeling zuigveegmachine met 2-bezemsysteem
Instructie
De indicaties in de schakelaars branden als ze zijn ingeschakeld.

text_image
A B G F C E D 1 2 10 3 9 4 8 5 7 6①Veegsysteem neerlaten/optillen en bezem inschakelen/uit-schakelen
②Rechter zijbezem neerlaten/optillen en inschakelen/uitschakelen (optioneel)
③Zuigmond optillen/neerlaten
④Hydraulisch systeem aan/uit
⑤Aanbouwapparaat 3e zijbezem (optioneel)
⑥Hellingsverstelling 3e zijbezem(optioneel)
⑦Watercirculatiefunctie aan/uit (recyclingwater)
⑧Zuigventilator aan/uit
Instructie
Zuigventilator heeft na het uitschakelen ca. 15 seconden naloop-tijd
⑨Functie ECO
Schakelt het volledige werkprogramma in.
PTO (zijbezem, zuigventilator), vers water, watercirculatie (recyclingwater)
⑩Waterpomp aan/uit
(A) Knop linker en rechter zijbezemtoerental
Bij individueel opheffen (optie) toets linker toerental zijbezems
(B) Bij individueel opheffen (optie) toets rechter toerental zijbezems
(C) Motortoerental
voor het instellen van de waarden indrukken
Instructie
Van het ingestelde motortoerental is de zuigcapaciteit afhankelijk.
• 1600 1/min licht veeggoed
• 2200 1/min normale verontreiniging
• 2500 1/min sterke, zware verontreiniging
(D) Bij individueel optillen (optie), toets aanpersdruk rechter zijbezems
(E) Knop, aanpersdruk linker en rechter zijbezem
Bij individueel optillen (optie), toets aanpersdruk linker zijbezems
(F) Geheugenknop
indrukken om de ingestelde waarden of programma's op te slaan
(G) Draaiknop
indrukken om de ingestelde waarden te wijzigen
Interieurfilter

①Schroeven
②Afdekking
③ Grove filter
④Fijnfilter filterklasse F8 (optie)
De verse lucht wordt aan de zijkant aan de bestuurderscabine door een stoffilter of een fijnstoffilter aangezogen.
Circulatieluchtmodus

text_image
① LO HI A/C F/F 1 2 3 42①Temperatuurregelaar voor verwarming
②Regelaar airconditioning (optie)
③Regelaar voor aanjager
De functie circulatieluchtmodus zorgt bij een ingeschakelde air-conditioning of een ingeschakelde aanjager voor het sneller vrij worden van de voorruit. Ook kan hiermee de cabinelucht sneller worden opgewarmd. Bruikbaar ook bij slechte geurtjes van buiten.

①Hendel voor circulatieluchtmodus
②Ventilatieopeningen
Hendel voor circulatieluchtmodus naar voren trekken.
LET OP
Gebruik deze functie slechts beperkte tijd omdat bij deze instelling geen luchtuitwisseling van buiten plaatsvindt.
Bedieningselementen vuilreservoir
De schakelaar voor het leegmaken van het vuilreservoir bevindt zich naast de bestuurdersstoel.

Bedieningselementen sproeien

①Doseerknop - sproeien linker zijbezems
②Doseerknop - sproeien rechter zijbezems
③Doseerknop - sproeien zuigmond
- Waterpomp inschakelen (bedieningsconsole).
- Aan betreffende doseerknop draaien.
Instructie
De hoeveelheid sproeiwater verhoogt bij het naar links draaien.
Bij het naar rechts draaien vermindert deze.
Schakelaars

text_image
① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨① Schakelaar noodknipperlichten
②Schakelaar verlichting
Stand 0: Rijlicht uit (onderaan ingedrukt)
Stand 1: Parkeerlicht aan (middelste stand)
Stand 2: Rijlicht aan (bovenaan ingedrukt)
③Schakelaar werkverlichting
④ Schakelaar mistachterlicht (optie)
⑤Schakelaar werkschijnwerper voor
⑥Schakelaar zwaailicht
7 Schakelaar verwarmbare buitenspiegels (optie)
De verwarming schakelt opnieuw automatisch uit
⑧ Schakelaar verwarmbare voorruit
De verwarming schakelt opnieuw automatisch uit
⑨Schakelaar stoelverwarming
Instructie
De indicatie in de schakelaar brandt als deze is ingeschakeld.
Contactslot

text_image
1 2 3 4①Motor uit
②Ontsteking uit
③Voorgloeien (automatisch)
④Motor starten
Het contactslot bevindt zich onder de rijrichtingshendel.
Stuurwielconsole

① Stuurwiel
②Rijrichtingshendel
③Display met functietoetsen
④Multischakelaar
Display
Functie-/insteltoetsen
Volgende indicatie wordt na het inschakelen van het contact op het display weergegeven.

text_image
F1 F2 F3 F4 F5 1/2 1 2 3 4 5 60 70 80 90 100 10:40.07 10:40.07 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 F6 F7 F8 F9 F10 8:2h 3.7h 34 km① Functietoetsen
②Display-indicatie in de start-/transportmodus
③Insteltoetsen
Door drukken op de desbetreffende functietoets verandert de weergave op het display. Door opnieuw indrukken of indrukken van de 'Home' knop navigeert u terug.
Wijzigen van instelwaarden wordt uitgevoerd met de instelknoppen.
| Functietoetsen | |
| F1 Hier kan informatie, zoals de gebruiksaanwijzing van het voertuig, zijn opgeslagenIn de werkmodus: Hogedrukreiniger inschakelen (optie) | |
| F2 Weergave van datum en tijd | |
| F3 Instellingen | |
| F4 Stoelcontactschakelaar overbruggen, zie hoofdstuk Ge-bruik met overbrugde stoelcontactschakelaar | |
| F5 Waarschuwingssignaal voor achteruitrijden aan/uit | |
| F6 Achteruitrijcamera aan/uit | |
| F7 Zuigmondcamera aan/uit | |
| F8 Tempomaat set | |
| F9 Tempomaat resume | |
| F10 Servicemenu | |
| Insteltoetsen | ||
| Toets + springt b | innen een instelbewerking een veld naar boven | |
| Toets - springt bi | innen een instelbewerking een veld naar onderen | |
| "Home"-toets Ga | at naar het "home" beeldscherm van de betreffende modus (transport/werk) | |
| Esc-toets springt | binnen een instelbewerking een stap terug |
| Insteltoetsen | ||
| "Return"-toets sluit een instelbewerking af | ||
Display-indicaties in de start-/transportmodus
In de start-/transportmodus worden volgende indicaties op het display weergegeven.

text_image
18 17 16 15 14 13 0 1/2 1 25 30 35 40 45 50 20 3 4 5 6 7 8 9 km/h km/h 12 11 10 ① ② ③ ④ ⑤ 6 7 8 9 21h 8h 24km 22.01.26:15 13.38:46①Motortoerental
②Rijsnelheid
③Symbool haas (indicatie bij modus snel)
④Symbool schildpad (indicatie bij modus langzaam)
⑤Symbool motorbedrijfsuren
⑥Bedrijfsurenteller
⑦ Symbolen werkuren (geen functie)
⑧Werkurenteller
⑨Kilometerstand
⑩Datum en tijd
⑪Rijrichting achteruit
⑫Rijrichting vooruit
⑬ Gloeispiraalsymbool voorgloeien
⑭ Koelvloeistoftemperatuur motor
⑮ Waarschuwingslampje laadcontrole accu
⑯ Waarschuwingslampje motoroliedruk
⑰ Waarschuwingslampje parkeerrem geactiveerd
⑱Tankindicatie
Symbolen op het display
Volgende symbolen en waarschuwingen kunnen op het display worden weergegeven.
| Parkeerlicht | |
![]() | Rijlicht |
![]() | Groot licht |
![]() | Mistlamp |
![]() | Storing hydraulische oliefilter |
![]() | Voorgloeien actief |
![]() | Waarschuwing batterijlaadstand |
![]() | Storing |
![]() | Waarschuwing peil hydraulische olie |
![]() | Waarschuwing brandstofvulpeil |
![]() | Zweefstand in positie 1 |
![]() | Zweefstand in positie 2 |
![]() | Zweefstand in positie 1 en 2 |
![]() | Rijrichtingsindicatie |
![]() | Regeneratieproces uitvoeren |
![]() | Storing luchtfilter motor |
![]() | Kritieke storing, motor uitschakelen |
![]() | Zuigmond onderaan |
![]() | Storing stoelcontactschakelaar |
![]() | Waarschuwing koelvloeistoftemperatuur motor |
![]() | Parkeerrem actief |
![]() | Knipperlicht controlelampje voor achterverlichting |
![]() | Waarschuwing motoroliedruk |
![]() | Waarschuwing temperatuur hydraulische olie te hoog |
![]() | Regeneratie niet mogelijk |
![]() | Uitlaattemperatuur hoog |
![]() | Motor afzetten |
![]() | Storing motor |
![]() | Service vereist |
Indicaties in de werkmodus
Wordt naar de werkmodus overgeschakeld (PTO), dan wordt volgende indicatie op het display weergegeven.

②Display-indicatie in de werkmodus
③Insteltoetsen
De functie- en insteltoetsen werden in het vorige hoofdstuk beschreven.
Display-indicaties in de werkmodus
Wordt naar de werkmodus overgeschakeld (PTO), dan wordt volgende indicatie op het display weergegeven.

text_image
21 20 19 18 17 16 15 1/2 40 80 120 40 80 120 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ km/h 0 km/h 8h 24km 22:01:2015 13:39:17 ⑬ ⑭ ⑮ ⑯①Motortoerental
② Aansturing aandrijving van het aanbouwapparaat vooraan in %
③Symbool schildpad (indicatie bij modus snel)
④Symbool slak (indicatie bij modus langzaam)
⑤Symbool motorbedrijfsuren
⑥Bedrijfsurenteller
⑦Symbolen werkuren (geen functie)
⑧Werkurenteller
⑨Werksnelheid
⑩Kilometerstand
⑪Datum en tijd
⑫Rijrichting achteruit
⑬Rijrichting vooruit
⑭ Aansturing aandrijving van het aanbouwapparaat achteraan in %
⑮ Gloeispiraalsymbool voorgloeien
⑯ Koelvloeistoftemperatuur motor
⑰Waarschuwingslampje laadcontrole accu
⑱Waarschuwingslampje motoroliedruk
⑲Waarschuwingslampje parkeerrem geactiveerd
20Temperatuur hydraulische olie
21Tankindicatie
Hydraulisch systeem drukloos maken (drukontlasting)
Het hydraulische systeem moet drukloos worden gemaakt voor-aleer de hydraulische slangen van de hydraulische aansluitingen worden gescheiden.
- Signaalstekker voor herkenning aanbouwapparaat (vooraan) uittrekken.
- Contact inschakelen (motor niet starten).
- Werkhydrauliek aftakas inschakelen (aan bedieningsconsole van de armleuning).
- Op het display de functietoets F 10 indrukken.
- Functietoets F 6 indrukken.
Hydraulisch systeem achterzijde is drukloos
- Functietoets F1 indrukken.
Hydraulisch systeem voorzijde is drukloos - Hydraulische slang loskoppelen.
- Aanbouwapparaat demonteren.
Instructie
De montage gebeurt in omgekeerde volgorde.
Multischakelaar

- Claxonneren: knop op de voorzijde indrukken
- Knipperen naar rechts: hendel naar voren
- Knipperen naar links: hendel naar achteren
- Groot licht: hendel bij ingeschakeld dimlicht naar onderen drukken
- Lichtsignaal: aan hendel trekken en loslaten
- Ring draaien: ruitenwissers inschakelen
vooruit draaien - interval
achteruit draaien - 1e niveau Permanent wissen, verder draaien voor 2e niveau
• Ring indrukken: Wissen met poetswater
Rijrichtingsschakelaar
Met de rijrichtingsschakelaar de rijrichting selecteren.

①Rijrichtingsschakelaar
Met de rijrichtingsschakelaar kunnen volgende functies worden geselecteerd, de gekozen programma's worden op het display weergegeven.
- Neutrale stand
Rijrichtingschakelaar zit in het midden
• Rijrichting vooruit
Rijrichtingschakelaar naar boven en naar voren drukken
• Rijrichting achteruit
Rijrichtingschakelaar naar boven en naar achteren trekken
- Omschakeling rijprogramma snel (haas) en rijprogramma langzaam (schildpad)
Rijrichtingschakelaar in asrichting drukken (rijrichtingschakelaar moet zich hierbij in neutraal bevinden).
Pedalen

Bij het loslaten van het rijpedaal wordt de snelheid abrupt vertraagd, anders dan op een personenauto
In de hogere versnelling is de remvertraging bij het loslaten van het rijpedaal beduidend minder dan in de lagere versnelling.
In de transportmodus is de remvertraging bij het loslaten van het rijpedaal beduidend minder dan in de werkmodus.
Wordt het rijpedaal ingetrapt dan wordt het motortoerental hoger. Het rijpedaal is geveerd. Als men het rijpedaal laat opkomen wordt het motortoerental lager.
Wordt het rijpedaal losgelaten dan vertraagt resp. stopt de hydrostatische aandrijving het voertuig.
Rempedaal
Het rempedaal activeer het remsysteem van de voorwielen.
Parkeerrem
Parkeerrem voor het beveiligen van het geparkeerde voertuig. Instructie
Wanneer op het display het waarschuwingslampje "parkeerrem actief" brandt, is de parkeerrem aangetrokken.
Zuigveegmachine

De opbouw van de zuigveegmachine bestaat uit vuilreservoir, veeginrichting en zuigmond.
Accessoires en opties
Er mogen alleen accessoires, onderdelen en aanbouwsets worden gebruikt die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Om risico's te vermijden mogen reparaties en de inbouw van onderdelen alleen door de geautoriseerde servicedienst worden uitgevoerd. Informatie over accessoires en onderdelen vindt u onder www.kaercher.nl.
De volgende accessoires en opties kunnen bovendien worden aangeschaft en op de machine worden aangebracht.
Watercirculatiesysteem / recyclingwerk

In de recyclingsmodus wordt de zuigslang door water dat in de vuilcontainer wordt gevuld, continu gereinigd.
Het water wordt door een pijpfilter in de vuilcontainer gefilterd en via een ventiel door de recyclingwaterslang naar de zuigmond geleid.
In de zuigmond wordt dit recyclingwater direct aangezogen en door de zuigslang terug in de vuilcontainer gezogen.
De zuigslang wordt daarbij continu gereinigd.
Aanbouwset handzuigslang

①Aanbouwset handzuigslang
Aanbouwset hogedrukreiniger, bezem en vuilkrasser

Bij montage achteraf moeten de houders worden aangebracht en voor bezems en schopsteel uitsparingen aan de bekleding.
Aanbouwset herhaallichten

①Aanbouwset herhaallichten
Deze worden via een afzonderlijke schakelaar in de dakconsole ingeschakeld.
②Rijlicht/knipperlicht
Zuigmondcamera

De zuigmondcamera is aan de zuigmond van het veegsysteem bevestigd.
Achteruitrijcamera

De achteruitrijcamera bevindt zich aan de achterkant van het voertuig.
⚠ WAARSCHUWING
De achteruitrijcamera is geen vervanging voor de oplettend- heid voor de omgeving
Let bij het achteruitrijden altijd op de omgeving.
Er mogen zich geen personen, dieren of voorwerpen binnen het rangeergebied bevinden.
Radio

text_image
CD74/BLB-OR VOL FREE TRACK BAND MENU PS/AST 1 2 3 4 5 6 DISP USBDe radio is optioneel verkrijgbaar en bevindt zich in de plafond-console.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van de fabrikant voor de bediening.
Gebruik met overbrugde stoelcontactschakelaar
Om het hydraulische werksysteem (PTO) ook bij ontlaste stoel-contactschakelaar te kunnen gebruiken, kan de stoelcontact-schakelaar worden overbrugd.
Zo kan bijvoorbeeld de handzuigslang of de hogedrukreiniger worden gebruikt, zonder dat een persoon op de stoel zit.
Deze functie is alleen in de werkmodus mogelijk, zie hoofdstuk Stoelcontactschakelaar overbruggen.
Stoelcontactschakelaar overbruggen

text_image
① F4 ② F4- Parkeerrem bedienen.
- Functietoets F4 indrukken.
Instructie
Op het display verschijnt het waarschuwingssymbool "stoelcontactschakelaar overbrugd".
- Functietoets F4 opnieuw indrukken om de functie op te heffen. De stoelcontactschakelaar is nu overbrugd, de PTO blijft echter verder actief.
Inbedrijfstelling
⚠VOORZICHTIG
De handleiding van de aanbouwapparatuur lezen.
Bij gebruik van aanbouwapparatuur of getrokken machines en aanhangers voor de inbedrijfstelling de betreffende handleidingen lezen en opvolgen.
Neem de toegestane belastingen in acht, zie hoofdstuk Technische gegevens.
Transportbeveiliging op het knikscharnier loshalen

①Pen met borgsplitpen
②Transportbeveiliging
③Opbergen transportbeveiliging
1. Borgsplitpennen eruit trekken.
2. Beide pennen eruit trekken.
3. Transportbeveiliging in de opbergplaats schuiven.
4. Pennen erin steken.
5. Pennen met borgsplitpen borgen.
Hoofdschakelaar inschakelen

①Hoofdschakelaar
②Accu gescheiden
③Accu verbonden
- Hoofdschakelaar op stand "Accu verbonden" zetten.
Veiligheidscontrole voor de start
⚠ GEVAAR
Gevaar voor ongevallen en letsel door gebrekkig voertuig
Stel het voertuig niet in bedrijf wanneer aan een punt van de veiligheidscontrole niet is voldaan en laat het voertuig repareren.
Instructie
Voer voor iedere inzet van het voertuig de aanbevolen veiligheidscontrole uit.
Veiligheidscontrole aan de apparaatdrager
Controleer voor elke start volgende punten:
- Transportbeveiliging lossen, zie hoofdstuk Transportbeveiliging op het knikscharnier loshalen
- Hydraulische aansluitingen op netheid
- Hydraulische leidingen op lekkage
- Hydraulisch oliepeil, zie hoofdstuk Peil hydraulische olie controleren en hydraulische olie bijvullen
- Motoroliepeil, zie hoofdstuk
- Koelvloeistofpeil, zie hoofdstuk
- Bij vorstgevaar koelvloeistof op voldoende antivriesmiddel
- Elektrische leidingen op beschadiging
- Schroeven en moeren op vastheid
- Voertuig, motor en radiatorrooster op beschadiging
- Motorluchtfilter op properheid
- Cabinestoffilter op properheid
- Vloeistofniveau in het ruitensproeierreservoir, zie hoofdstuk
- Bandenspanning en bandenslijtage
In het voertuig
- Gaspedaal op lichtlopendheid
16.Is de werkhydraulica (PTO) uitgeschakeld? - Bij ingeschakeld contact: branden de waarschuwingslampjes voor laadcontrole en oliedruk?
Motor starten en het volgende controleren:
- gaan de waarschuwingslampjes voor de laadcontrole en oliedruk uit?
19.Functioneren temperatuurindicatie en tankindicatie? - Zijn verlichting, rijrichtingsindicatie en knipperinstallatie in or- de?
Veiligheidscontrole op de zuigveegmachine
Instructie
Voer deze veiligheidscontrole uit aanvullend op de veiligheidscontrole van de apparaatdrager.
Controleer voor aanvang van de rit de bedrijfs- en verkeersveiligheid.
- Bevestiging van de vuilcontainer.
- Hydraulische en elektrische aansluitingen naar de apparaatdrager.
- Aansluiting sproeiwater voor veegsysteem en zuigmond.
- Aansluiting voor recyclingwater naar de zuigmond (optie).
- Vulniveau sproeiwater op de schoonwatertank.
- Vulniveau recyclingwater in de vuilcontainer (optie).
- Veegsysteem en bezems op verstrikt geraakte snoeren en linten.
- Aansluitingen op het veegsysteem en de zuigmond.
- Bevestiging van het veegsysteem en de zuigmond.
Bestuurdersstoel instellen
⚠ GEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Stel de bestuurdersstoel alleen bij een stilstaand apparaat in.

①Rugleuning met verlenging
Voor de hoogteverstelling uittrekken
② Hellingsinstelling rugleuning
③ Horizontale verstelling - voor het verstellen hendel naar boven trekken
④Schakelaar voor compressor - bij luchtgeveerde stoel (optie)
⑤Hoogteverstelling armleuning rechts
⑥Hoogteverstelling armleuning links
⑦Langsverstelling armleuning links
⑧Bedieningsconsole armleuning
⑨Documentenvak
⑩ Verstelling lendenwervelsteun (lordosesteun)
⑪Veiligheidsgordel
⑫Horizontale demping
- De linker armleuning voor de bediening van de bedie- ningsconsole in helling, hoogte en positie instellen.
Hoogte-instelling met optie "luchtgeveerde stoel":
- Pomp de zitting met de compressor helemaal omhoog en laat hem dan 2 - 3 cm zakken.
Instructie
De demping van de bestuurdersstoel gebeurt automatisch.
Bijrijdersstoel
De bijrijdersstoel is in horizontale richting verstelbaar, om te verstellen hendel naar boven trekken.
Stuurwielpositie instellen
⚠ GEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Stel de stuurwielpositie alleen bij stilstaand voertuig in.

- Aan hendel voor de hellingsverstelling trekken, vasthouden en stuurwiel op gewenste helling instellen.
- Hendel inschuiven.
- Klemhendel voor de hoogte lossen en stuurwiel op de gewenste hoogte instellen.
- Klemhendel vergrendelen.
Tanken
GEVAAR
Explosiegevaar
Tank niet in gesloten ruimten.
Rook niet en vermijd open vuur.
Zorg ervoor dat er geen brandstof op hete oppervlakken terecht- komt.
- Contact uitschakelen.
- Tankdop openen.
- Brandstof tanken
Uitsluitend de in de handleiding vermelde brandstof mag worden gebruikt.
- Overgelopen brandstof afnemen en tankdop sluiten.
Tanken met de jerrycan
Brandstofhoeveelheid voordien inschatten om het overlopen te vermijden.
Watertank vullen

①Vulopening
② Symbool voor hefboomstand "vullen"
③Symbool voor hefboomstand "gesloten"
④ Schakelhefboom
⑤Niveau-indicatie
- Sluiting van de vulopening openen.
- Schakelhefboom op stand "vullen".
- Watertoevoerslang aan de vulopening aanbrengen
- Watertank vullen.
Instructie
Om de terugzuiging te vermijden, mag de waterslang voor het vullen van de watertank niet worden ingebracht.
- Watertoevoer sluiten.
- Watertoevoerslang verwijderen.
- Sluiting van de vulopening sluiten.
- Schakelhefboom op stand "gesloten".
Watertank vullen bij watercirculatiesysteem/recycling-modus (optie)
Bij het watercirculatiesysteem (recycling-modus) wordt het water direct in het vuilreservoir gevuld.

- Rechter bekleding ontgrendelen en naar buiten draaien.
- Afsluiting van de watervulaansluiting en waterafvoer verwijderen.
- Waterslang op watervulaansluiting aansluiten
- Vuilreservoir met water vullen (max. 100 liter) tot er water uit de geopende waterafvoer loopt.
- Beide afsluitingen weer aanbrengen.
- Bekleding sluiten.
- Recyclingmodus op bedieningsconsole inschakelen.
Werking
⚠ GEVAAR
Gevaar voor beknelling
Let erop dat zich tijdens het werk geen personen in de buurt van het knikscharnier of het voertuig bevinden.
Let er bij het gebruik van het voertuig als trekker op dat zich tijdens het werk geen personen tussen voertuig en aanhanger bevinden.
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor verbranding
Gebruik het voertuig alleen wanneer alle beplatingen zijn aangebracht.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door oververhitte hydrauliekolie of oververhitte motor
Stel bij te hoge hydrauliekolietemperatuur of bij te hoge koelmiddeltemperatuur het motortoerental op stationair (motor niet afzetten).
Voer de maatregelen in hoofdstuk Hulp bij storingen uit.
LET OP
Gevaar voor beschadiging door tekort smering
Breng bij het oplichten van het waarschuwingslampje "motorolie-druk" tijdens het werk het voertuig uit de gevarenzone, schakel de motor onmiddellijk uit en verhelp de storing.
⚠VOORZICHTIG
Verminderde stabiliteit door opbouw
Pas uw rijstijl aan.
De eerste 50/100 bedrijfsuren (inlooptijd)
- Rijd de eerste 100 bedrijfsuren voorzichtig en voorkom overbelasting.
- Na 50 bedrijfsuren motorolie, motoroliefilter en hydraulische oliefilter vervangen (door bevoegde klantenservice).
Parkeerrem
De parkeerrem heeft hydraulische druk nodig om te lossen. Bij een uitgeschakelde motor wordt de rem automatisch bediend. Bij een draaiende motor en de rijrichtingshendel op NEUTRAAL is de parkeerrem eveneens aangetrokken.
Instructie
Het waarschuwingslampje in de multifunctionele indicatie "Parkeerrem aangetrokken" brandt bij een aangetrokken parkeerrem.
Verwarming, ventilatie en airconditioning instellen

text_image
① LO HI A/C ② F/F 1 2 3 47①Regelaar voor aanjager
②Regelaar voor airconditioning (optie)
③Regelaar voor verwarming
- Aan de 3 regelaars de instellingen voor ventilatie, verwarming en airconditioning (optie) uitvoeren.

①Hendel voor circulatieluchtmodus
②Ventilatieopeningen
2. Aan de ventilatieopeningen de hoeveelheid en de richting van de luchtstroom instellen.
Rijden
Motor starten
De hoofdschakelaar moet ingeschakeld zijn.
- Op de bestuurdersstoel plaats nemen en veiligheidsgordel omdoen.
- Contactsleutel in het contactslot steken.
- De rijrichtinghendel in middelste stand zetten (neutrale stand).
- Contact inschakelen.
De waarschuwingslampjes voor laadcontrole en motorolie- druk moeten oplichten.
- Motor starten.
De waarschuwingslampjes voor laadcontrole en motorie-druk moeten uitgaan. Zo niet de motor uitschakelen en de storing verhelpen.
- Bij een temperatuur van de omgeving onder 0 °C: Het voertuig met laag motortoerental warmdraaien totdat het waarschu-wingslampje "temperatuur hydrauliek te laag" dooft.
Rijrichting kiezen
1 Rijrichtingsschakelaar
- Rijrichtingschakelaar naar het stuurwiel en in de gewenste rijrichting drukken.
De rijrichting wordt op het display weergegeven.
- Rijrichtingschakelaar in middelste stand brengen (neutrale stand).
-
Rijrichtingschakelaar in asrichting drukken.
-
Transportsnelheid kiezen (tussen schildpad 20 km/h en haas 40 km/h).
De symbolen worden op het display weergegeven.
- De rijsnelheid met het rijpedaal regelen.
LET OP
Voor het wijzigen van de rijsnelheden moet het voertuig stilstaan en moet de rijrichtingschakelaar in neutraal staan.
Foute bediening
Staat bij het wijzigen van de rijsnelheid de rijrichtingschakelaar op vooruit of achteruit, dan verandert weliswaar het symbool schildpad/haas op het display, de omschakeling vindt echter niet plaats.
Rijden
WAARSCHUWING
Gevaar voor ongevallen
Rijd nooit met geheven vuilcontainer.
VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen
Laat het rijpedaal tijdens de rit niet abrupt los. Het voertuig wordt bij het loslaten van het rijpedaal afgeremd. Het voertuig wordt bij het loslaten van het rijpedaal in de transportmodus minder afgeremd dan in de werkmodus.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar
Stel zeker dat het voertuig bij het passeren van obstakels niet vast komt te zitten.
Passeer obstakels tot 150 mm langzaam en voorzichtig onder een hoek van 45°.
Passeer obstakels van meer dan 150 mm alleen met een geschikte rijplank.
VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen
Schakel bij het rijden over de openbare weg voor transportdoel- einden (niet bij reiniging van de straat) de PTO uit en sluit de neerlaatsmoring voor de fronthefinrichting.
-
PTO uitschakelen.
-
Rijpedaal voorzichtig intrappen.
-
Rijrichting met het stuurwiel kiezen.
Stoppen
- Rijpedaal op laten komen.
Het voertuig remt automatisch en blijft stilstaan.
- Voor een sterkere remwerking of in geval van nood het rempedaal bedienen.
Tempomaat
De tempomaat is alleen in de werkmodus actief.
Tempomaat activeren
1 Gewenste werksnelheid met het rijpedaal selecteren.
2 Functietoets F 8 indrukken.
De tempomaat is geactiveerd.
Tempomaat deactiveren
1 Rempedaal of functietoets F 8 indrukken.
Functietoets F 9 (tempomaat resume) activeert de voordien ingestelde snelheid.
Voertuig parkeren
-
Voertuig stoppen.
-
Rijrichtingshendel in neutraal brengen (middelste stand). Instructie
In deze stand is de parkeerrem automatisch geactiveerd, het
voertuig rijdt niet.
- Frontkrachttiller neerlaten.
Bij veegmachine:
-
Zijbezem optillen.
-
Functie "eco" uitschakelen of
Waterpomp uitschakelen.
20 seconden wachten.
Zuigventilator uitschakelen.
Zuigmond optillen.
PTO uitschakelen.
Alle veegfuncties zijn gedeactiveerd.
-
Motor 1 tot 2 minuten stationair laten draaien.
-
Contact uitschakelen en contactsleutel uittrekken.
-
30 seconden wachten zodat het opslagproces van de motorregeleenheid kan worden afgesloten.
-
Hoofdschakelaar op positie 0 draaien.
Veegbedrijf
Pedaal bezemaandrukkracht
1 Pedaal bezemaandrukkracht
Pedaal kort bedienen: Volledige bezemaanpersdruk en verhoogd toerental voor sterke vervuiling.
Pedaal ingedrukt houden: Zuigmond blijft bij het achteruitrijden onderaan, zuigmateriaal wordt ook bij het achteruitrijden opgenomen.
Veegparameters instellen

text_image
A n/min B G F E C ↓ ↓ D(A) Toets voor het instellen van het toerental zijbezems
Bij individueel opheffen (optie) toets linker toerental zijbezems
(B) Toets voor het instellen van het toerental zijbezems
Bij individueel opheffen (optie) toets rechter toerental zijbezems
(C) Toets voor het instellen van het motortoerental Instructie
Van het ingestelde motortoerental is de zuigcapaciteit afhankelijk.
• 1600 1/min licht veeggoed
• 2200 1/min normale verontreiniging
• 2500 1/min sterke, zware verontreiniging
(D) Toets voor aanspreekdruk linker en rechter zijbezems
Bij individueel optillen (optie), toets aanpersdruk rechter zijbezems
(E) Toets voor aanspreekdruk linker en rechter zijbezems
Bij individueel optillen (optie), toets aanpersdruk linker zijbezems
(F) Geheugentoets indrukken om ingestelde waarden of programma's op te slaan
(G) Draaiknop voor het wijzigen van waarden en selecteren van programma's
- PTO inschakelen.
- Toets toerental zijbezems indrukken. Instellingen verschijnen op het displa
- Met de draaiknop het gewenste toerental zijbezems selecteren.
- Geheugentoets indrukken. Het toerental zijbezems is opgeslagen.
- Toets motortoerental indrukken. Instellingen verschijnen op het display.
- Met de draaiknop het gewenste motortoerental selecteren.
- Geheugentoets indrukken. Het motortoerental is opgeslagen.
- Toets aanpersdruk voor zijbezems indrukken. Instellingen verschijnen op het display.
- Met de draaiknop de gewenste aanpersdruk selecteren.
- Geheugentoets indrukken. De aanpersdruk is opgeslagen.
Vegen met 2-bezemsysteem

Bediening met joystick rechts
⑦Watercirculatiesysteem aan/uit
⑧ Zuigventilator aan/uit Instructie
Zuigventilatie heeft na het uitschakelen ca. 15 seconden naloop- tijd
⑨e-functie "eco"
Schakelt het volledige werkprogramma in.
PTO, zijbezem, zuigventilator, schoon water, watercirculatie
(recyclingwater)
⑩Waterpomp aan/uit
Instructie
De indicaties in de schakelaars branden als ze zijn ingeschakeld.
- Motor starten, zie hoofdstuk Motor starten.
- Hydraulisch systeem inschakelen.
- Gewenste motortoerental instellen.
- Zuigmond neerlaten inschakelen.
- Toerental zijbezems instellen.
- Zuigventilator inschakelen.
- Linker joystick naar voren. Bezemarmen links en rechts worden neergelaten en bezem ingeschakeld Veegbreedte instellen.
- Rechter joystick naar voren. Rechter zijbezem beweegt omlaag en wordt ingeschakeld. Veegbreedte instellen(optioneel).
Bij het vegen van droog veeggoed dat stof veroorzaakt:
- Waterpomp inschakelen. Optioneel: Indien nodig watercirculatie inschakelen.
Vuilcontainer leegmaken
⚠VOORZICHTIG
Kantelgevaar
Leeg de vuilcontainer alleen op een vaste, vlakke ondergrond. Houd bij het legen op heuvels en hellingen een veilige afstand aan.
⚠VOORZICHTIG
Gevaar door wegrollen.
Zet voor het legen de rijrichtinghendel in neutrale stand. Bedien de parkeerrem.
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
Schakel voor het legen van de vuilcontainer de zuigventilator uit.
⚠ VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
Stel zeker dat zich tijdens het legen geen personen en dieren binnen het draaibereik van de vuilcontainer ophouden.
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling
Pak de stangen van het legingsmechanisme niet vast.
- Voertuig stoppen.
- Parkeerrem bedienen.
- De rijrichtinghendel in neutrale stand zetten (middelste stand).
- Omschakelhendel in de stand "vuilcontainer" brengen.
-
PTO inschakelen.
-
Linker zijbezem heffen en uitschakelen; daarvoor de linker joystick naar rechts en dan terug drukken.
-
Rechter zijbezem heffen en uitschakelen; daarvoor de rechter joystick naar links en dan terug drukken.
-
Waterpomp uitschakelen.
-
20 seconden wachten.
10.Zuigventilator uitschakelen.
-
Tuimelschakelaar bedienen.
-
Vuilcontainer leegmaken.
Aanwijzing
Hef de vuilcontainer steeds helemaal tot in eindstand.
Regeneratieproces bij voertuigen met een dieselpartikelfilter (DPF)
De DPF verzamelt roetdeeltjes die worden verbrand bij bereiken van de filterbelasting door verhoging van de uitlaatgastemperatuur (regeneratie).
Het regeneratieproces wordt automatisch uitgevoerd tijdens het werk of tijdens het rijden of kan indien nodig handmatig worden gestart.
Hoe hoger de toerentallen tijdens het rijden zijn of hoe hoger de belasting is, hoe minder vaak een handmatige regeneratie moet worden uitgevoerd.
Regeneratie starten
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Tijdens het regeneratieproces kunnen uitlaatgassen een temperatuur van 600°C bereiken.
Start het regeneratieproces niet op plaatsen waar gevaar voor brand is.
Instructie
Onderbreek het regeneratieproces alleen in geval van nood.
Instructie
Als tijdens het gebruik de weergave voor regeneratie op het display brandt, moet een regeneratieproces worden gestart.
De regeneratie kan automatisch of handmatig worden uitgevoerd.
Bij automatische regeneratie kan worden doorgewerkt.

text_image
Regeneration automatic mode Regeneration manual mode F1 F2 Active Regeneration Regeneration Needed Request F10-
Voor handmatige reiniging (geparkeerde regeneratie) binnen 15 minuten op een geschikte plaats stoppen. Duur van de regeneratie ca. 30 min.
-
Rijrichting op NEUTRAAL en gaspedaal niet intrappen. De bestuurdersstoel mag gedurende deze periode worden verlaten.
-
Om het regeneratieproces te starten eerst functietoets F 10 (onderste rechtertoets), vervolgens F 1 voor automatische en F 2 voor handmatige reiniging selecteren.
Instructie
Bij beide reinigingstypen wordt het motortoerental merkbaar verhoogd. Als de reiniging is uitgevoerd, gaat het indicatielampje uit en wordt het motortoerental weer verlaagd.
Instructie
De bovenstaande instructies voor de regeneratie zijn in de meeste gevallen voldoende. Uitgebreidere beschrijvingen staan in het hoofdstuk "Storingen met weergave".
Automatische regeneratie
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Tijdens het regeneratieproces kunnen uitlaatgassen een temperatuur van 600°C bereiken.
Start het regeneratieproces niet op plaatsen waar gevaar voor brand is.
Instructie
Bij automatische regeneratie kan worden doorgewerkt.
De automatische regeneratie kan in bepaalde situaties naar een ander tijdstip worden verschoven.
1.
Handmatige regeneratie
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Tijdens het regeneratieproces kunnen uitlaatgassen een temperatuur van 600°C bereiken.
Start het regeneratieproces niet op plaatsen waar gevaar voor brand is.
⚠VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete afvoergassen
Houd mensen, dieren en brandbare voorwerpen uit de buurt van het regeneratiegebied.
Instructie
Onderbreek het regeneratieproces alleen in geval van nood.
Onder 50 uur is geen handmatige regeneratie mogelijk.
De gemiddelde duur van de verbrandingsprocedure bij de handmatige regeneratie is ca. 20 minuten.

text_image
2018-04-06 08:01 a b 14 h Time To Force 50% DPFLoad c d e f ④ ③ ② ①①Weergave voor handmatige regeneratie
a) Weergave parkeerrem
b) Weergave motortemperatuur
c) Weergave rijmodus
d) Weergave OK
e) Weergave vulgraad in % van het deeltiesfilter
f) Weergave in uren tot de handmatige reiniging kan worden gestart
②Automatische reiniging verschuiven
③Handmatige reiniging activeren
④Automatische reiniging activeren
- De handmatig regeneratie kan alleen worden gestart, als alle
4 kenmerken groen zijn:
a Parkeerrem is geactiveerd
b Temperatuur van de motor heeft een bepaalde waarde over-
schreden
c Machine is in rijmodus N (neutraal)
d Dan gaat ok groen branden, de handmatige verbranding kan worden gestart
Inzet in de winter
Vorstbescherming
- Ervoor zorgen dat er voldoende antivriesmiddel in de koel-vloeistof voorhanden is.
Veegsysteem
Bij gebruik in de winter moeten het veegsysteem en de zuigmond worden gedemonteerd en opgeslagen.
Werken met de hogedrukreiniger (optie af fabriek)
Beoogd gebruik
Gebruik de hogedrukreiniger uitsluitend voor volgende werkzaamheden:
- Reinig met hogedrukstraal zonder reiniging (bijv. reinigen van gevels, parkbanken, tuinpaden).
- Gebruik de hogedrukreiniger alleen met de meegeleverde vlakstraalsproeier.
- Deze hogedrukreiniger is alleen voor het gebruik aan de veeg-/zuigmachine MC 130 bestemd en gekeurd.
Overloopklep
Bij het verminderen van de waterhoeveelheid met de druk- en hoeveelheidsregeling opent de overstroomklep en stroomt een deel van het water terug naar de zuigzijde van de pomp.
Veiligheidsventiel
Het veiligheidsventiel gaat open bij overschrijding van de toegestane bedrijfsoverdruk, en het water stroomt terug naar de zuigzijde van de pomp.
Apparaatelementen

①Handspuitpistool
②Druk-/hoeveelheidsregeling
③ Straalbuis
④Aansluiting hogedrukslang
⑤ Sproeierhouder
⑥Opbergvak voor hogedrukslang
⑦ Hogedrukslang
⑧Bevestiging hogedrukslang
⑨Bevestiging handspuitpistool
⑩Bevestiging handspuitpistool
⑪Hendel van het handspuitpistool

①Watertoevoer van watertank
②Afsluitkraan
③Hydraulische aansluiting voor hogedrukreiniger
④Watertoevoer voor hogedrukpomp
Veiligheidsinstructies
Aansluiting aan een drinkwaterleiding
△WAARSCHUWING
Terugstroom van vervuild water in het drinkwaternet Gezondheidsrisico
Neem de voorschriften van uw waterbedrijf in acht.
Overeenkomstig de voorschriften mag het apparaat nooit zonder systeemscheider op het drinkwaternet worden gebruikt. Gebruik een systeemscheider van KÄRCHER of een andere systeemscheider conform EN 12729 Type BA. Water dat door een systeemscheider stroomt, geldt niet meer als drinkwater. Sluit de systeemscheider steeds aan op de watertoevoer, nooit direct op de wateraansluiting van het apparaat.
Bediening
Vóór de inbedrijfstelling
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door hogedrukstraal
Richt de hogedrukstraal niet op personen, dieren, actieve elektrische uitrusting of op het apparaat zelf.
Bescherm de hogedrukreiniger tegen vorst.
LET OP
Milieuverontreiniging door olie
Reinig motoren alleen op plaatsen met de olieafscheider.
Instructie
Gebruik alleen sproeiers met de in de gegevens gegevens vermelde afmetingen.
Doe het volgende als dit nog niet is gebeurd:
-
Sluit de hogedrukslang en straalbuis aan.
-
Sluit de watertoevoerslang aan en open de afsluitkraan van de watertoevoer.
Werking
Instructie
Gebruik de hogedrukreiniger alleen bij een motortoerental van 1600 1/min en alleen in de werkmodus.
- Watervulpeil controleren en watertank van de MC 130 evt. vullen.
- Open de afsluitkraan van de watertoevoer.
- Zet de rijrichtingshendel in de middelste stand NEUTRAAL en start de motor.
- Haal het handspuitpistool en de hogedrukslang uit het opberg-vak.
- Werkhydraulica PTO inschakelen.
1 Extra contactdoos 12 V
2 Vuilreservoir/aanbouwframe optillen
3 Vuilreservoir/aanbouwframe neerlaten
- Schakel de hogedrukreiniger in via de knop op het display.
- Handspuitpistool ontgrendelen.
- Hendel van het handspuitpistool indrukken en met de reiniging beginnen.
Instructie
Bij het eerste gebruik of een lege watertank moet de hogedruk-reiniger worden ontlucht:
- Gebruik de hogedrukreiniger zonder sproeier tot er geen lucht meer in het systeem zit.
Buitenwerkingstelling
- Handspuitpistool sluiten.
- Schakel de hogedrukreiniger uit met de schakelaar rechts naast de bestuurdersplaats.
- Werkhydraulica uitschakelen.
- Handspuitpistool bedienen tot het apparaat drukloos is.
- Veiligheidshendel van het handspuitpistool bedienen om hendel van het pistool tegen het per ongeluk loskomen te beveiligen.
- Bevestig het handspuitpistool met straalbuis en hoge- drukslang in het opbergvak.
Instructie
Indien bijv. bij gebruik in de winter (zout strooien en andere werkzaamheden) de hogedrukreiniger niet nodig is:
- Systeem met perslucht uitblazen - zie hoofdstuk Vorstbescherming.
- Verwijder het hogedrukpistool met straalbuis en hoge- drukslang van het apparaat.
-
Verwijder de apparaatafdekking (3 snelsluitingen) en sluit de hogedrukuitgang met het daarvoor bestemde beschermingsonderdeel af.
-
Functietoets F1 op het display indrukken en hogedrukreiniger inschakelen.
Het motortoerental wordt automatisch naar 1600 tpm verhoogd.
Op het display verschijnt het symbool "Hoge druk".
1 Sluiting
2 Watertoevoer voor hogedrukpomp
3 Watertoevoer van watertank
4 Bevestiging watertoevoerslang
10.Koppel de watertoevoer bij de GEKA-aansluiting los.
-
Sluit de watertoevoer voor de hogedrukpomp af.
-
Watertoevoerslang van de watertank onder het vuilreservoir bevestigen (opbergen).
Onderhoud
Voor elk gebruik
-
Alle hydraulische slangen en aansluitingen op dichtheid controleren.
-
Hogedrukslang op beschadiging controleren (barstgevaar). Beschadigde hogedrukslang onmiddellijk vervangen.
-
Apparaat (pomp) op dichtheid controleren. 3 druppels water per minuut zijn toegestaan en kunnen aan de onderkant van het apparaat naar buiten komen. Bij grotere lekkage contact opnemen met de klantenservice.
Wekelijks
Instructie
Voor het aflezen van het oliepeil of voor het reinigen van de waterzeef de apparaatafdekking verwijderen (3 snelsluitingen).
-
Oliepeil bij een stilstaand apparaat aflezen. Het oliepeil moet in het midden van het kijkglas liggen. Bij melkachtige olie (water in de olie) onmiddellijk de klantenservice opzoeken.
-
De zeef in de wateraansluiting reinigen.
-
Apparaat drukloos maken.
-
Deksel met filter afschroeven.
-
Filter met schoon water of perslucht reinigen.
In omgekeerde volgorde monteren.
Jaarlijks of na 500 bedrijfsuren
- Olie verversen.
Oliehoeveelheid en -soort zie Technische gegevens.
- Olieverversing door de klantenservice laten uitvoeren.
Vorstbescherming
LET OP
Vorstgevaar
Apparaten die niet volledig leeg zijn, kunnen beschadigd raken door vorst.
Maak het apparaat en het toebehoren volledig leeg.
Bescherm het apparaat tegen vorst.
- Apparaat op een vorstvrije plaats bewaren.
Instructie
Als vorstvrij opbergen niet mogelijk is:
-
Watertoevoer sluiten.
-
Apparaat max. 1 minuut laten lopen tot pomp en leidingen leeg zijn.
-
Hogedrukpomp, toevoerslang, waterfilter en hogedrukslang met perslucht uitblazen.
Hulp bij storingen
GEVAAR
Gevaar voor letsel door onbedoeld starten van het apparaat en elektrische schok.
Schakel het apparaat voor alle werkzaamheden uit en trek de contactsleutel eruit.
Laat elektrische onderdelen alleen door de geautoriseerde klan- tenservice controleren en repareren.
Neem bij storingen die niet in dit hoofdstuk worden vermeld, in geval van twijfel en indien u daartoe een uitdrukkelijke aanwijzing krijgt, contact op met de bevoegde klantenservice.
Apparaat draait niet
- Schakel de werkhydrauliek en schakelaar Hoge druk in.
Het apparaat bereikt niet de vereiste druk
-
Watertank vullen.
-
Zeef in de wateringang reinigen, watertoevoer controleren.
-
Controleer/vervang de hogedruksproeier.
Pomp ondicht
Tot 3 druppels wateruitlaat per minuut zijn toegestaan.
Laat bij grotere ondichtheid het apparaat door de klantenservice controleren.
Pomp klopt
Controleer de watertoevoerleiding op dichtheid.
Ontlucht het apparaat, zie hoofdstuk "Apparaat ontluchten".
Neem indien nodig contact op met de klantenservice.
Technische gegevens
Hydraulische aansluiting
Voorziening uit het hydraulische systeem van de MC 130
Aansluitvermogen kW 4,5
Wateraansluiting
Watertoevoer uit de watertank van de MC 130
Toevoertemperatuur (max.) °C 60
Gegevens capaciteit
Werkdruk MPa 7-15
Sproeiergrootte 036
Max. bedrijfsdruk MPa 19
Volume l/min 10 Reactiekracht van het handspuitpistool N 30 (max.)
Berekende waarden conform EN 60335-2-79
Geluidsdrukniveau K _pA dB(A) 75
Onzekerheid K _pA dB(A) 3
Geluidsvermogensniveau L WA + onzeker- dB(A) 97 heid K WA
Hand-arm-vibratiewaarde m/s 2 1,6
Onzekerheid K m/s ^2 0,7
Bedrijfsstoffen
Hoeveelheid olie 1 0,4
Type olie SAE 15W-40
Afmetingen en gewichten
Gewicht kg
Inbouwverklaring
Hiermee verklaren we dat voor de hierna beschreven onvolledige machine aan de technische documenten conform de EG-richtlijn 2006/42/EG (+2009/127/EG) bijlage VII deel B werden opgemaakt en aan volgende punten van de richtlijn voldoet:
Bijlage I punt 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.6 en 1.7. I punt 1.1,
Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de onvolledige machine verliest deze verklaring zijn geldigheid.
Product: Aanbouwset
Hogedrukreiniger
Type: 2.851-952.7
Toegepaste geharmoniseerde normen in aansluiting op:
EN 60335-2-79
Overheden kunnen relevante documenten over de onvolledige machine bij de documentatiegevolmachtigde aanvragen. Het doorgeven van de documenten gebeurt via e-mail.
Vóór inbedrijfstelling of inbouw van de onvolledige machine moet worden gegarandeerd dat de machine, waarin de onvolledige machine moet worden gebruikt of ingebouwd, aan de EG-machinerichtlijn 2006/42/EG (+2009/127/EG) voldoet.
Informatie hierover vindt u in de EG-conformiteitsverklaring van de machine.
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
H. Jenner
S. Reiser
Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40
Werken met de handzuigslang (optie af fabriek)

①Vulopening, watertank
②Zuigslang (125 mm)
③Vergrendeling
④Handgreep (verstelbaar)
⑤ Schakelhefboom
uitgetrokken: zuigen met de zuigslang
ingedrukt: werken in veegbedrijf
⑥Handzuigbuis
⑦Afdekking
⑧Zuigslanghouder
⑨Opbergvak waterslang
⑩Waterslang
Werken met de handzuigslang
- Handzuigslang uit het opbergvak nemen.
- Indien nodig:
Meegeleverde waterslang aansluiten en afsluithendel aan de handgreep openen.
Doseerknoppen in de cabine sluiten zodat geen spuitwater voor zuigmond- en bezemsproeiers uitloopt en zo bij het werken met de handzuigslang ontbreekt.
- Schakelhefboom uittrekken op stand "zuigen met de zuigslang".
Zuigen met de handzuigslang
- Motor starten.
- PTO inschakelen (aan bedieningsconsole van de armleuning).
- Blazer inschakelen.
- Indien nodig: Waterpomp op bedieningsconsole inschakelen.
- Motortoerental selecteren.
Instructie
Van het geselecteerde motortoerental is de zuigcapaciteit afhankelijk.
1600 1/min - voor licht veeggoed
2200 1/min - voor normale verontreiniging
2500 1/min - voor sterke, zware verontreiniging
6. Zuigbuis aan de handgreep (verstelbaar) vasthouden en beginnen met zuigen.
Handzuigslang bewaren
- Voor de montage van de handzuigslang motortoerental op 2200 1/min instellen.
- Bij gebruik van de waterslang: Waterpomp uitschakelen, waterslang van de aansluitingen loskoppelen en bewaren.
- Zuigbuis met handgreep inbrengen en tegen afdekking drukken en bevestigen.
Instructie
Door de onderdruk trekt de zuigbuis naar de afdekking en trekt de zuigslang samen. Dit is noodzakelijk zodat deze in de houder kan worden opgeborgen.
- Resterende zuigslang in de houders drukken en klep sluiten tot de vergrendeling vastklikt.
- Blazer uitschakelen.
- Schakelhefboom indrukken op stand "werken in veegbedrijf".
Aanbouwapparatuur
Instructie
Lees a.u.b. voor de aanbouw de handleiding van de gebruikte aanbouwapparatuur.
Aanbouwapparatuur is optioneel en kan voor op de fronthefinrichting (zie hoofdstuk Frontkrachttiller (optie)) of op het bevestigingsframe voor of achter worden aangebracht.
⚠ GEVAAR
Gevaar door veranderd zwaartepunt van het voertuig en veranderd rijgedrag. Bij het transport van vloeistoffen kunnen golfbewegingen optreden die het voertuig doen slingeren.
Bij ombouwen, vooral bij het ombouwen van winter- op zomerbedrijf, en bij veranderde ladingen, moet de bestuurder zich op een gewijzigd rijgedrag instellen.
⚠ WAARSCHUWING
Beknellingsgevaar bij het aanbrengen van aanbouwapparatuur
Grijp niet tussen de fronthefinrichting en de aanbouwapparatuur.
⚠VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete hydraulische koppelingen
Draag handschoenen bij het loshalen van hydraulische koppelingen.
LET OP
Draag bij het monteren resp. demonteren van de aanbouwapparatuur geschikte beschermende kleding, veiligheidsschoenen en handschoenen. Dit geldt ook tijdens het gebruikt en de toepassing.
Voordat u aanbouwapparatuur aanbrengt die niet speciaal voor dit voertuig bestemd is, gelieve u contact op te nemen met uw dealer. Hij controleert hoe en of deze aanbouwapparatuur op dit voertuig mag worden gemonteerd en gebruikt. Dat is belangrijk voor de veiligheid van bestuurder en voertuig alsmede voor eventuele garantieclaims.
Aanbouwapparatuur die de veiligheid of stabiliteit van het voertuig in gevaar brengt, mag niet worden gebruikt.
Aanbouwapparaten aan het voertuig koppelen
LET OP
Beschadigingsgevaar
Houd hydraulische aansluitingen schoon.
Reinig de stekker en koppeling voor gebruik met een pluisvrije doek.

- Ring van de koppelingsmof naar beneden trekken en vasthouden.
- Koppelingsstekker van de hydraulische slang van het aanbouwapparaat in de koppelingsmof drukken.
- Ring van de koppel loslaten. Op veilig vastklikken controleren.
- Om te ontkoppelen de ring naar beneden trekken, vasthouden en de hydraulische slang eruit trekken.
Aanhangerkoppeling
Instructie
Voor toegestane kogelbelasting en aanhangergewicht zie hoofdstuk Technische gegevens.
Vergrendeling aanbouwenheden controleren/instellen
De vergrendeling dient voor het beveiligen van de aanbouwapparaten (bijv. veegsysteem, frontkrachttiller).
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen
De vergrendeling bij elke montage op juiste instelling controleren.

- Vergrendelingshendel naar onderen drukken.
Vergrendeling is over het dode punt vastgeklikt. - Vergrendeling via spanmoer instellen.
Het voertuig ballasten
Instructie
De vooras van het voertuig moet altijd worden belast met ten minste 30%, de achteras altijd met ten minste 30% van het leeggewicht van het voertuig.
Controleer voor de aanschaf van het hulpstuk of aan deze eisen is voldaan door de combinatie voertuig-werktuig te wegen.
Voor de bepaling van het totale gewicht, de aslasten en de bandlastcapaciteit en de vereiste minimale ballast zijn de volgende gegevens vereist:
- alle gewichten in kg (weeg voertuig, indien nodig)
• Alle afmetingen in meter (m)

text_image
Gv Tv TH GH a b c d| TL (kg) = Leeggewicht van het voertuig * | ||||
| TV (kg) = Voorasbelasting van het lege voertuig * | ||||
| TH (kg) = Achterasbelasting van het lege voertuig * | ||||
| GH (kg) = Totaal gewicht achterbevestiging / achterballast | ** | |||
| GV (kg) = Totaal gewicht frontbevestiging / voorballlast | ** | |||
| a | (m) | = Afstand tussen zwaartepunt voorste bevestiging (voorballast) en midden vooras, max. = 0,86 m | *** | |
| b | (m) | = Wielbasis van het voertuig * | *** | |
| c | (m) | = 0,56 | ||
| d | (m) | = Afstand tussen het midden van het bevestigingspunt aan de werktuigzijde en het zwaartepunt van de achterste bevestiging / achterballast | *** | |
* zie hoofdstuk "Technische gegevens"
** zie gebruiksaanwijzing van het hulpstukbijlage
*** afmeten
Berekening van de minimum ballast voor bij aanbouwapparatuur achterop
$$ G _ {V \min} = \frac {G _ {H} \times (c + d) - T _ {V} \times b + 0 , 2 \times T _ {L} \times b}{a + b} $$
- Resultaat in de tabel noteren.
Berekening van de minimum ballast achterop bij frontaanbouwapparatuur
Waarde "x" zie opgaven van de fabrikant indien geen opgave, x = 0,45.
$$ G _ {H \min} = \frac {G _ {V} \times a - T _ {H} \times b + x \times T _ {L} \times b}{b + c + d} $$
- Resultaat in de tabel noteren.
Berekening van de daadwerkelijke voorasbelasting
$$ T _ {V t a t} = \frac {G _ {V} \times (a + b) + T _ {V} \times b - G _ {H} \times (c + d)}{b} $$
-
Wordt met de frontaanbouwapparatuur (GV) de vereiste minimum ballast front (GV min) niet bereikt dan moet het gewicht van de frontaanbouwapparatuur tot het gewicht van de minimum ballast aan de voorkant verhoogd worden.
-
De daadwerkelijk berekende en in de handleiding van de werkmachine aangegeven toegestane voorasbelasting in de tabel invoeren.
Berekening van het werkelijke totale gewicht
$$ \mathbf {G} _ {\text { tat }} = \mathbf {G} _ {\mathrm{V}} + \mathbf {T} _ {\mathrm{L}} + \mathbf {G} _ {\mathrm{H}} $$
- Wordt met het achteraanbouwapparaat (GH) de vereiste minimumballast achteraan (GH min) niet bereikt, moet het gewicht van het achteraanbouwapparaat tot het gewicht van de minimumballast achteraan worden verhoogd.
Berekening van de daadwerkelijke achterasbelasting
$$ T _ {H t a t} = G _ {t a t} - T _ {V t a t} $$
- Resultaat in de tabel noteren.
Vuilcontainer
Vuilreservoir monteren
ΔGEVAAR
Gevaar voor kneuzingen bij neerlaten/optillen van het vuilreservoir
Houd voldoende afstand tot het vuilreservoir en tot de rollen van de parkeersteunen.
Houd voldoende afstand tot de gevarenzone en onderbreek het optillen/neerlaten van het vuilreservoir onmiddellijk, als iemand de gevarenzone betreedt.
LET OP
Gevaar voor letsel en beschadiging
Vuilreservoirs schoonwaterreservoir zijn leeg.
Demonteer het vuilreservoir alleen op een effen en gladde ondergrond.

③Hendel voor de borging van de steunen
④Borgklem
- Om het vuilreservoir aan te bouwen, moet deze beveiligd op de steun gemonteerd zijn.
- Omschakeling op aanbouwframe kantelbaar zetten.
- Met het achterste deel van het voertuig voorzichtig onder het vuilreservoir rijden.
- Aanbouwframe langzaam tot onder het vuilreservoir optillen.

①Vanghaken
②Aanbouwframe
-
Vuilreservoir met de vanghaken aan het aanbouwframe vasthaken.
-
Aanbouwframe verder optillen tot de voorste steunen ontlast zijn.
a Breng het aanbouwframe zover omhoog dat de rollen van de voorste parkeersteunen ca. 20 mm in de lucht zijn.
-
Voorste steunen eruit trekken. Hiervoor aan de borging om te ontgrendelen trekken en op de hendel drukken.
-
Aanbouwframe met vuilreservoir volledig neerlaten.
-
Achterste steunen eruit trekken. Hiervoor aan de borging om te ontgrendelen trekken en op de hendel drukken.

①Vuilreservoir
②Borgbout
③Borgclip
④Frame
⑤Hydraulische aansluiting
10. Bevestigingsbouten van het vuilreservoir inschuiven en met bevestigingspen vastzetten.
11.Elektrische en hydraulische aansluitingen aansluiten.

- Stuurwiel helemaal naar rechts draaien zodat de aansluiting op het knikgewricht beter toegankelijk is.
13.Sluit de slang voor recyclingwater aan.
14.Sluit de slang voor schoon water aan.
15.Sluit de slang van de hogedrukreiniger (optie) aan.

16.Zuigslang tussen vuilreservoir en zuigmond monteren.
Vuilreservoir demonteren
GEVAAR
Gevaar voor kneuzingen bij neerlaten/optillen van het vuilreservoir
Houd voldoende afstand tot het vuilreservoir en tot de rollen van de parkeersteunen.
Houd voldoende afstand tot de gevarenzone en onderbreek het optillen/neerlaten van het vuilreservoir onmiddellijk, als iemand de gevarenzone betreedt.
LET OP
Gevaar voor letsel en beschadiging
Het vuilreservoir en de watertank moeten voor het demonteren worden geleegd.
Plaats het vuilreservoir alleen op een effen en gladde ondergrond.

- Stuurwiel helemaal naar rechts draaien zodat het knikgewricht beter toegankelijk is.
- Zuigslang van het vuilreservoir trekken en verwijderen.

- Ontkoppel de slangen voor recyclingwater, schoon water en hogedrukreiniger (optie).
- Voertuig recht sturen.

①Bevestigingsbouten voor vuilreservoir met bevestigingspen
② Achterste steunen
③Hoogteverstelling met bout en borgklem
④Veiligheidshendel met borgklem
- Open de bevestigingspen voor het vuilreservoir van de bevestigingsbout en verwijder deze.
- Borgbout uittrekken.
- Achterste steunen op de vereiste hoogte instellen en borgen. a De desbetreffende hoogte is afhankelijk van het bandentype en de bandenspanning.
- Achterste steunen helemaal inschuiven en borgen. Druk hiervoor de veiligheidshendel naar beneden en schuif de steunen tot de aanslag in. Zet vervolgens de veiligheidshendel vast met de borgklem.
- Hydraulisch systeem drukloos schakelen, zie hoofdstuk
- Elektrische en hydraulische aansluitingen van het vuilreservoir loskoppelen.

①Voorste steun
②Veiligheidshendel met borgklem
③Remmen
11.Omschakelklep op aanbouwframe, kantelbaar zetten. Zie hoofdstuk.
12.Aanbouwframe met vuilreservoir optillen.
13. Voorste steunen helemaal inschuiven en borgen. Druk hiervoor de veiligheidshendel naar beneden en schuif de steunen tot de aanslag in. Zet vervolgens de veiligheidshendel vast met de borgklem.
14.Aanbouwframe neerlaten.
15. Remmen aan de rollen van de voorste steunen bedienen.
Instructie
Het vuilreservoir staat nu vrij op de steunen.
- Met het voertuig voorzichtig onder het vuilreservoir uit rijden.
Veegsysteem
Veegsysteem demonteren
Voor het demonteren/monteren van het veegsysteem is een wisselwagen nodig.
Instructie
Optioneel toebehoren, bestel-nr. 2.852-065.0.
- Voertuig op vlakke, vaste ondergrond zetten en tegen wegrollen beveiligen.
- Zijbezems optillen en beide zijbezems naar buiten bewegen.

- Veegsysteem ontgrendelen, hiervoor stang inbrengen en vergrendelingshendel omhoog trekken.
De hiervoor benodigde stang klemt in een houder tussen passagiers- en bestuurdersstoel.

- Wisselwagen met hefwagen in het midden tot aan de aanslag inrijden.
Het laatste stuk (centreerbewerking) met vaart inrijden.
Instructie
Beschadigingsgevaar! Op leidingen en slangen letten.
- Hefwagen optillen tot de wisselwagen tegen het veegsysteem aanligt.

①Zijbezemarm
②Aanslag
6. Beide zijbezemarmen inschuiven.
7. Zijbezemarmen op correcte plaatsing controleren.

- Hydraulisch systeem drukloos maken. Zie hoofdstuk Hydraulisch systeem drukloos maken (drukontlasting).
- Contact op stand 1 in de werkmodus (motor niet starten) zetten.
Bezems gaan naar beneden en het hydraulische systeem wordt drukloos.
- Alle aansluitingen en verbindingen loskoppelen.
11.Zuigslang tussen vuilreservoir en zuigmond verwijderen.
12.Waterslang (dik) loskoppelen.
13.Veegsysteem met hefwagen uitschuiven.

①Opbergbox
②Leidingen en slangen
14. Leidingen en slangen in de opbergboxen plaatsen.
15.Veegsysteem op een beveiligde plaats parkeren.
16.Hefwagen uitschuiven.
Veegsysteem monteren

①Signaalstekker voor herkenning aanbouwapparaat
② Aansluiting voor linker zijbezem (hydraulisch systeem en water)
③ Vergrendeling veegsysteem
④ Aansluiting voor rechter zijbezem (hydraulisch systeem en water)
1. Voertuig op vlakke, vaste ondergrond zetten en tegen wegrollen beveiligen.
2. Veegsysteem in omgekeerde volgorde aan het voertuig monteren.
3. Veegsysteem vergrendelen (hendelstand onderaan).
4. Vergrendeling controleren, zie hoofdstuk Vergrendeling aanbouwenheden controleren/instellen.
5. Hydraulisch systeem drukloos maken. Zie hoofdstuk Hydraulisch systeem drukloos maken (drukontlasting).
6. Hydraulische slangen met de koppelingen verbinden.
Frontkrachttiller (optie)
Met de frontkrachttiller kunnen verschillende aanbouwapparaten met 3-puntsopname worden gemonteerd.
Voor het monteren/demonteren van de frontkrachttiller is een wisselwagen nodig.
Instructie
Optioneel toebehoren, bestel-nr. 2.852-067.0
Frontkrachttiler monteren
- Voertuig op vlakke, vaste ondergrond zetten en tegen wegrollen beveiligen.

①Vergrendelingshendel
②Opnameframe voertuig
③Opname frontkrachttiller
2. Vergrendelingshendel naar boven zetten.
3. Frontkrachttiller met de hefwagen in het midden voor het voertuig positioneren.

- Frontkrachttiller in het opnameframe van het voertuig tot aan de aanslag inbrengen.

① Vergrendelingshendel
5. Vergrendelingshendel naar onderen zetten.
6. Vergrendeling controleren, zie hoofdstuk Vergrendeling aanbouwenheden controleren/instellen.
7. Hefwagen neerlaten en uitschuiven.

- Hydraulisch systeem drukloos maken. Zie hoofdstuk Hydraulisch systeem drukloos maken (drukontlasting).
- Hydraulische slangen met de koppelingen verbinden.
Frontkrachttiler demonteren
- De frontkrachttiller omhoogbrengen.

①Opname wisselwagen
②Frame frontkrachttiller
2. Wisselwagen met hefwagen onder frontkrachttiller rijden.
a Hefwagen omhoogbrengen.
b Zorg dat het frame van de frontkrachttiller stevig vastzit in de opnamepunten van het wisselframe.
3. Voorste hydraulisch systeem drukloos maken (drukontlasting).
4. Hydraulische slangen loskoppelen.
a De hydraulische slangen met kabelbinders aan de frontkrachttiller bevestigen.
5. De vergrendeling aan beide zijden van het voertuig openen, zie het hoofdstuk "Vergrendeling openen/sluiten".
6. Frontkrachttiller met behulp van de hefwagen uit het opname-frame van het voertuig schuiven.
7. Frontkrachttiller op een beveiligde plaats parkeren.
Aanbouwset 2-bezem-veegsysteem (getrokken)
Veegsysteem monteren
De pallet die op het veegsysteem werd geleverd dient gelijktijdig als montagehulp voor de montage/demontage.

①Pallet
②Veegsysteem met 2 bezems
③Zuigmond gemonteerd
④Vergrendelingshendel in stand boven (open)
⑤Opname aan het voertuig
-
Hefwagen onder de pallet met het gepositioneerde veegsysteem rijden.
-
Vergrendelingshendel omhoog trekken.
-
Veegsysteem in de opname van het voertuig schuiven en tot circa 10 cm voor het voertuig positioneren.
-
Hydraulische slangen erop steken, kleuren in acht nemen. Bezetting, zie in een volgend hoofdstuk
-
Waterslangen erop steken.
-
Apparaatherkenningsstekker op het voertuig aansluiten.
-
Veegsysteem helemaal in de voertuigopname aanbrengen.
-
Veegsysteem vergrendelen; hiervoor de vergrendelingshen-del omlaag drukken (gebogen stang gebruiken).
- Bij de eerste aanbouw of bij het wisselen naar een ander voertuig moet de vergrendeling met de stelmoeren correct worden ingesteld. Bij correcte instelling moet de vergrendeling bij het omlaag drukken over een voelbaar punt vergrendelen.
10.Zijbezem monteren.
Apparaataanzicht veegsysteem met 2 bezems

①Veegsysteem met 2 bezems
②Vergrendelingshendel
③Stekker apparaatherkenning
④Hydraulische aansluiting en wateraansluiting
⑤Zijbezem
- De bediening van het 2-bezem-veegsysteem wordt in een la- ter hoofdstuk beschreven.
Hydraulische slangen op het voertuig aansluiten

①PTO borstels
②Zuigmond / veegbezem zwenken
③Veegbezem optillen / neerlaten
④PTO borstels
⑤Wateraansluiting rechts
⑥Wateraansluiting links
- Hydraulische slangen overeenkomstig de kleurmarkering erop steken.
- Waterslangen links en rechts erop steken.
Bediening
Indeling zuigveegmachine met 2-bezem-veegsysteem (getrokken)
Instructie
De indicaties in de schakelaars branden als ze zijn ingeschakeld.

text_image
A B G F C E D 1 2 10 3 9 4 8 5 7 6①Joystick links
- Joystick naar voren: Bezemarmen samen neerlaten en zij-bezem inschakelen
- Joystick naar achteren: Bezemarmen samen optillen en zij-bezem uitschakelen
- Joystick naar links/rechts: Bezemarmen samen zwenken
②Joystick rechts Knop heeft geen functie
③Zuigmond optillen/neerlaten
④Hydraulisch systeem aan/uit
⑤Knop heeft geen functie
⑥Knop heeft geen functie
⑦Watercirculatiefunctie aan/uit (recyclingwater)
⑧Zuigventilator aan/uit
⑨ Functie ECO Schakelt het volledige werkprogramma in. PTO (zijbezem, zuigventilator), vers water, watercirculatie (recyclingwater)
⑩ Waterpomp aan/uit
(A) Selectie toerental veegbezem, links en rechts gecombineerd
(B) Knop heeft geen functie
(C) Motortoerental voor het instellen van de waarden indrukken
Instructie
Van het ingestelde motortoerental is de zuigcapaciteit afhankelijk.
• 1600 1/min licht veeggoed
• 2200 1/min normale verontreiniging
• 2500 1/min sterke, zware verontreiniging
(D) Geen functie
(E) Knop, aanpersdruk linker en rechter zijbezem
(F) Geheugenknop indrukken om de ingestelde waarden of programma's op te slaan
(G) Draaiknop indrukken om de ingestelde waarden te wijzigen
Omschakelen naar 2-bezem-veegsysteem (getrokken):
1 Contact inschakelen.
2 Op het display van het voertuig F10 indrukken.
3 Met F5 veegsysteem getrokken selecteren.
Bezem-aanpersdruk
Op het display toont een gele balk een ontlasting van de beze- maanpersdruk.
Een rode balk toont een verhoging van de bezemaanpersdruk.
Onderhoud
1 De beschikbare smeerpunten (smeernippels) zijn gekenmerkt.
Dagelijks met gebruikelijk, universeel vet smeren.
2 Veegbezem op in elkaar gedraaide snoeren en banden controleren, indien nodig verwijderen.
3 Hydraulische aansluitingen schoon houden en wekelijks op lekkage controleren.
4 Veegbezem op slijtage en beschadiging controleren, indien nodig vernieuwen.
Veegspoor instellen

- Het veegspoor zoals op de afbeelding weergegeven instellen.
Links: 09.00 uur - 14.00 uur
Rechts: 10:00 - 15:00
Zijdelingse helling instellen

①Schroef 1
②Schroef 2
2. Schroeven losdraaien.
3. Zijdelingse helling via het draaipunt van schroef 1 instellen.
4. Schroeven aandraaien.
Kophelling naar voren instellen

①Contramoer
②Zeskant
5. Contramoer losdraaien.
6. Kophelling via de zeskant instellen.
7. Contramoer aantrekken.
Bezemaanpersdruk instellen
8. Het bezemsysteem heeft een hydraulische bezemontlasting.
Opslag
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Neem het gewicht van het apparaat in acht.
LET OP
Beschadigingsgevaar
Bewaar de aanbouwset op een beschermde, effen en droge plaats. De veegbezems moeten onbelast zijn.
-
Bewaar het veegsysteem dat van het voertuig is gedemon- teerd op de wisselwagen.
-
Bij montage aan het voertuig moeten de veegbezemes onbelast zijn.
Technische gegevens
| Afmetingen en gewichten Veegsyssteem met 2 be-zems(getrokken) | |
| Lengte 950 mm | |
| Breedte 1250 mm | |
| Hoogte 750 mm | |
| Gewicht (transportgewicht) 115 kg | |
Veegsysteem demonteren
De demontage van het veegsysteem in omgekeerde volgorde van de montage uitvoeren. Veegsysteem op de pallet plaatsen. Eerst de bezem verwijderen.
Voor het lostrekken van de hydraulische slangen moet het systeem eerst drukloos worden gemaakt; zie hiervoor de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
Aanbouwset 3-bezem-veegsysteem (frontbezem)
Veegsysteem monteren
De pallet die op het veegsysteem werd geleverd dient gelijktijdig als montagehulp voor de montage/demontage.

- Hefwagen onder de pallet met het gepositioneerde veegsysteem rijden.

①Opname aan het voertuig
②Zuigmond gemonteerd
③Veegsysteem
④Pallet
- Vergrendelingshendel omhoog trekken.
- Bezemsysteem circa 10 cm voor het voertuig positioneren.
- Hydraulische slangen aansluiten, kleuren in acht nemen. Bezetting, zie in een volgend hoofdstuk
- Waterslangen erop steken.
- Elektrische stekkerverbinding op het voertuig aansluiten.
- Veegsysteem helemaal in de voertuigopname aanbrengen.
- Veegsysteem vergrendelen; hiervoor de vergrendelingshen-del omlaag drukken (gebogen stang gebruiken).
- Bij de eerste aanbouw of bij het wisselen naar een ander voertuig moet de vergrendeling met de stelmoeren correct worden ingesteld. Bij correcte instelling moet de vergrendeling bij het omlaag drukken over een voelbaar punt vergrendelen.
10.Zijbezem en frontbezem monteren.
Apparaataanzicht veegsysteem met 3 bezems

text_image
MC 130 ① ② ③ ④ ⑤①Frontbezem
②Frontbezemarm
③Veegsysteem met 2 bezems
④ Slede
⑤Stekker apparaatherkenning
- De bediening van het bezemsysteem wordt in een later hoofdstuk beschreven.
Hydraulische slangen op het voertuig aansluiten

-
Hydraulische slangen overeenkomstig de kleurmarkering aan-sluiten.
-
Waterslangen links en rechts erop steken.
Bediening
Indeling zuigveegmachine met veegsysteem frontbezem
Instructie
De indicaties in de schakelaars branden als ze zijn ingeschakeld.

text_image
A B G F C E D 1 2 10 3 9 4 8 5 7 6①Joystick links, voor het bedienen van de frontbezem
- Joystick naar voren: Frontbezem beweegt omlaag en wordt ingeschakeld
Instructie
Bij sterke vervuiling de aanpersdruk verhogen
- Joystick naar achteren: Frontbezem beweegt omhoog en wordt uitgeschakeld
- Joystick naar links/rechts: Frontbezem beweegt naar links/rechts
②Joystick rechts, voor het bedienen van de frontbezem
- Joystick naar voren: Bezemarmen samen neerlaten en zijbezem inschakelen
- Joystick naar achteren: Bezemarmen samen optillen en zijbezem uitschakelen
- Joystick naar links/rechts: Bezemarmen samen zwenken
③Zuigmond optillen/neerlaten
④Hydraulisch systeem aan/uit
⑤Draairichting-omkering frontbezem
⑥Indien geactiveerd: Frontbezem knikken/rollen met rechter joystick
⑦Watercirculatiefunctie aan/uit (recyclingwater)
⑧Zuigventilator aan/uit
⑨ Functie ECO
⑩Waterpomp aan/uit
(A) Selectie toerental frontbezem
(B) Selectie toerental veegbezem
(C) Motortoerental voor het instellen van de waarden indrukken
Instructie
Van het ingestelde motortoerental is de zuigcapaciteit afhankelijk.
• 1600 1/min licht veeggoed
• 2200 1/min normale verontreiniging
• 2500 1/min sterke, zware verontreiniging
indrukken om de ingestelde waarden of programma's op te slaan
(G) Draaiknop indrukken om de ingestelde waarden te wijzigen
Bezem-aanpersdruk
Op het display toont een gele balk een ontlasting van de beze- maanpersdruk.
Een rode balk toont een verhoging van de bezemaanpersdruk.
Gebruik als onkruidbezem
Bij gebruik als onkruidbezem moet de positie van de frontbezem in de gewenste stand worden beveiligd.
Drie posities zijn mogelijk.

flowchart
graph TD
A["Component 1"] --> B["Component 2"]
B --> C["Component 3"]
C --> D["Component 4"]
D --> E["Component 5"]
①Rijrichting
② Positie rechts
③Positie voor
④ Positie links
-
Gewenste werkpositie met bout en veerstekker beveiligen. Zie hoofdstuk Transportbeveiliging.
-
Bij het werken in positie links de knop voor het omkeren van de draairichting indrukken.
Transportbeveiliging
Bij het rijden op de openbare weg (transportritten) moet de frontbezem worden beveiligd.

-
Slede van de frontbezem helemaal naar links verplaatsen.
-
Frontbezem in deze stand met een bout en veerstekker beveiligen.
Onderhoud
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het voertuig voor meer informatie.
Onderhoud en verzorging van de veegeenheid
1 Frontbezem en veegbezem op ingewikkelde snoeren en banden controleren, indien nodig verwijderen.
2 Hydraulische aansluitingen schoon houden en wekelijks op lekkage controleren.
3 Frontbezem en veegbezem op slijtage en beschadiging controleren, indien nodig vervangen.
Onderhoud en verzorging van de lagers/lineaire eenheid ⚠VOORZICHTIG
Functiestoring of beschadigingsgevaar
De lagereenheden zijn zelfsmerende droge lagers en mogen nooit met smeermiddel worden gesmeerd.
Remreinigers, smeermiddelen of andere reinigingsmiddelen kunnen de lagerfolie aantasten en vernielen. Lagerfolie op slijtage en beschadiging controleren, indien nodig vernieuwen.
1 De beschikbare smeerpunten (smeernippels) zijn gekenmerkt.
Dagelijks met gebruikelijk, universeel vet smeren.
2 Reinig de hele lineaire eenheid alleen met water of loog. Reinigen met een hogedrukreiniger is geen probleem.
Onderhoud en verzorging van de ketting
LET OP
Instructies voor het smeren van de ketting
Let er bij het smeren van de ketting op dat er geen smeermiddel op de rails van de lineaire eenheid terechtkomt. Als dit door onzorgvuldigheid toch gebeurt, dan moeten de rails vóór inbedrijfstelling vetvrij gemaakt worden door deze te reinigen.
Gebruik nooit bijtende stoffen of zuren om de ketting te reinigen.
1 Inspecteer de ketting minstens één keer per maand. De inspectie omvat reinigen, spannen van de kettingaandrijving en smeren.
2 De kettingen kunnen worden schoongemaakt met doeken of borstels. Hardnekkig vuil kan worden losgemaakt met petroleum of wasbenzine. Breng onmiddellijk na het gebruik van vetoplosmiddelen een nieuwe, geschikte corrosiebescherming aan.
3 De kettingaandrijving mag alleen door Kärcher Service worden gespannen.
4 Regelmatig smeren verlengt de levensduur. Smeer de ketting met nasmeermiddel VP8 FoodPlus Spray van IWIS.
Zorg dat het smeermiddel in de kettingscharnier komt. Dit betekent dat het tussen de schijf en de bus enerzijds en tussen de binnenste en buitenste platen anderzijds moet kunnen komen om de bouten en de bus te bereiken.
5 Als u een gebrek aan smering vaststelt, wat blijkt uit meer lawaai, stroeve scharnieren of passingroest in de scharnieren, dan raden wij u de volgende procedure aan.
Reinig de ketting met een olie met een zeer lage viscositeit. Hierdoor worden passingroest, oud smeermiddel en ander vuil uit het scharnier gespoeld. Wanneer de ketting is gereinigd, smeert u deze in met een geschikt smeermiddel zoals hierboven beschreven.
Veegspoor instellen

- Het veegspoor zoals op de afbeelding weergegeven instellen.
Links: 9:00 - 14:00
Rechts: 10:00 - 15:00
Zijdelingse helling instellen

①Schroef 1
② Schroef 2
2. Schroeven losdraaien.
3. Zijdelingse helling via het draaipunt van schroef 1 instellen.
4. Schroeven aandraaien.
Kophelling naar voren instellen

①Contramoer
②Zeskant
5. Contramoer losdraaien.
6. Kophelling via de zeskant instellen.
7. Contramoer aantrekken.
Bezemaanpersdruk instellen
- Het bezemsysteem heeft een hydraulische bezem-aanpersdrukverstelling.
Opslag
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Neem het gewicht van het apparaat in acht.
LET OP
Beschadigingsgevaar
Bewaar de aanbouwset op een beschermde, effen en droge plaats. De veegbezems moeten onbelast zijn.
- Bewaar het veegsysteem dat van het voertuig is gedemon- teerd op de wisselwagen.
- Bij montage aan het voertuig moeten de veegbezemes onbelast zijn.
Technische gegevens
| Afmetingen en gewichten Veegsysteem | met 3 bezems |
| Lengte 1800 mm | |
| Breedte 1250 mm | |
| Hoogte 850 mm | |
| Gewicht (transportgewicht) 285 kg |
Veegsysteem demonteren
De demontage van het veegsysteem in omgekeerde volgorde van de montage uitvoeren. Veegsysteem op de pallet plaatsen. Eerst de bezem verwijderen.
Voor het lostrekken van de hydraulische slangen moet het systeem eerst drukloos worden gemaakt; zie hiervoor de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
Transport
Voertuig verladen
⚠ GEVAAR
Gevaar voor letsel door verkeerd transport
Houd rekening met het gewicht van het voertuig.
Rijd het voertuig langzaam en voorzichtig op het transportvoer-tuig.
LET OP
Beschadiging van het voertuig
Verlaad het voertuig niet met een kraan.
Gebruik geen vorkheftruck.
- Voertuig met lage snelheid op het transportvoertuig rijden.
Instructie
Als het voertuig niet kan rijden, zie hoofdstuk Voertuig wegslepen.
Transportbeveiliging op het knikscharnier aanbrengen

①Pen met borgsplitpen
②Transportbeveiliging
③Opbergen transportbeveiliging
- Borgsplitpennen eruit trekken.
- Beide pennen eruit trekken.
- Transportbeveiliging uit de opbergplaats trekken.
- Transportbeveiliging aanbrengen.
- Pennen erin steken.
- Pennen met borgsplitpen borgen.
Voertuig borgen
△WAARSCHUWING
Gevaar voor ongevallen
Beveilig het voertuig voor het transport tegen verschuiven.

- Voertuig parkeren.
- Voertuig met spanbanden aan de weergegeven sjorpunten aan beide zijden borgen.
Instructie
Als het voertuig inclusief vuilreservoir voor het transport achteruit wordt geladen, moet het deksel van het vuilreservoir aanvullend met een spanriem tegen het openen worden beveiligd.
Voertuig wegslepen
Sleepoog aanbrengen
Instructie
Het sleepoog met borgbout en splitpen bevindt zich onder de bij- rijdersstoel in een opbergvak.

① Sleepoog
②Borgbout
③ Splitpen
④ Splitpen voor bout
⑤Bout
1. Opbergvak onder de bijrijdersstoel openen en sleepoog verwijderen.

①Borgbout met splitpen
②Sleepoog
③Voertuigframe
④Bout
⑤Borgclip
-
Sleepoog aan het rechter voertuigframe vooraan aanbrengen.
-
Borgbout in het sleepoog steken en met splitpen borgen.
Sleepoog aanbrengen
Instructie
De sleephaak voor MC 130 advanced wordt met een borgbout en borgklem achter de passagiersstoel op een extra houder bewaard.

②Borgbout met borgklem
③Borgketting met borgklem
④Sleepbout
⑤Houder voor sleepoog Achter de bijrijdersstoel aangebracht
- Sleepoog met borgbout en borgklem van de houder verwijde- ren.

①Borgbout met borgklem
②Sleepoog
③Borgbout met borgclip
-
Sleepoog aan het voertuigframe vooraan aanbrengen.
-
Borgbout in het sleepoog steken en met borgclip borgen.
Voertuig wegslepen
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging door onvakkundig wegslepen
Sleep het voertuig alleen in het tempo stapvoets.
Trek langzaam en niet met een schok op.
Bevestig de sleepkabel of sleepstang alleen aan de vangmuil. Stel zeker dat de besturing functioneert.
- Veeraccumulator van de parkeerrem lossen.

-
Bypassventielen 3 omwentelingen uitdraaien (SW 24 mm).
-
Sleepstang of sleepkabel aan het sleepoog bevestigen.
-
Voertuig langzaam op het transportvoertuig trekken.
-
Veeraccumulator van de parkeerrem en bypassventielen sluiten.
Onderhoud
Algemene instructies
⚠ GEVAAR
Gevaar voor beknelling
Wanneer u onder geheven aanbouwapparatuur werkt, beveiligt u de aanbouwapparatuur altijd mechanisch (onderbouwen).
-
Vooraleer u het voertuig reinigt en onderhoudt, onderdelen vervangt of op een andere functie omstelt, schakelt u de motor uit en trekt u de contactsleutel eruit.
-
Controleer voor loskoppelen van de accu of uw radio met een radiocode is beveiligd.
-
Klem vóór werkzaamheden aan de elektrische installatie de accu af.
- Reparaties mogen alleen door erkende klantenservices of door experts op dit gebied worden uitgevoerd en die met alle relevante veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn.
- Alle laswerkzaamheden aan het voertuig of aan de aan-bouwapparaten zijn alleen toegestaan door geautoriseerde Kärcher-klantenservice.
Servicelampje
Het servicelampje brandt wanneer het betreffende onderhoud moet worden uitgevoerd.
Het servicelampje knippert op het display:
- Voor de eerste keer na 50 draaiuren wanneer de eerste inspectie moet worden uitgevoerd.
• De volgende service na 250 draaiuren.
• Daarna om de 500 draaiuren.
Instructie
Het servicelampje moet door de servicedienst worden gereset.
Onderhoudstermijnen
Instructie
Om tegemoet te komen aan garantie-eisen moeten tijdens de garantielooptijd alle service- en onderhoudswerkzaamheden door de geautoriseerde Kärcher-servicedienst conform de inspectie-checklist worden uitgevoerd.
- Dagelijks voor aanvang van het werk, zie hoofdstuk Veiligheidscontrole voor de start.
- Na natte reiniging van het voertuig alle lagers doorsmeren.
- Naar behoefte de veiligheidskeuring volgens de plaatselijk geldende voorschriften door de servicedienst laten uitvoeren.
- De termijnen voor de controle- en onderhoudswerkzaamheden door de klant zijn te vinden in de onderstaande tabel. Verdere onderhoudswerkzaamheden moeten door de servicedienst na 250, 500 (jaarlijks), 1000, 1500 of 2000 draaiuren conform de inspectiechecklijst worden uitgevoerd. U gelieve op tijd contact op te nemen met de servicedienst.
Onderhoudsschema voertuig
| Dage- lijks | Wekelijks | |
| Alle lagers smeren die in het smeer-schema zijn opgenomen. | (8h) | |
| Bowdenkabels en bewegende delen op lichtlopendheid controleren. | X | |
| Zijbezems en zuigmond op slijtage en ingewikkelde banden controleren (bij veegmachine). | X | |
| Werd het apparaat met uitgeschakeld watercirculatiesysteem (optie) gebruikt, dan filter en ventiel van het watercirculatiesysteem reinigen om de goede werking van het watercirculatiesysteem te garanderen en schade uit te sluiten. | X | |
| Looprollen en zuigmond op lichtlopendheid controleren (bij veegmachine). | X | |
| Straalbeeld van de sproeiers voor de bewatering van de borstels en in de zuigmond controleren. Indien nodig sproeiers reinigen of vervangen (bij veegmachine). | X | |
| Slangen en slangklemmen controleren. | X | |
| Koelvloeistofslangen controleren. X | ||
| Koelerlamellen van waterkoeler, oliekoeler en airconditioning reinigen. | X | |
| V-snaar en V-snaarspanning controle-ren. | X | |
| Parkeerrem op werking en instelling controleren. | X |
| Dage- lijks | Wekelijks | |
| Pedalen op werking controleren X | ||
| Motorluchtfilter controleren. X | ||
| Radiateurrooster reinigen. X | ||
| Airconditioning controleren. X | ||
| Uitlaatsysteem controleren. X | ||
| Ventilatorruimte reinigen. X* | ||
| Vuilreservoir en deksel reinigen. X* | ||
| * bij sterke verontreiniging meerdere ke-ren per dag |
Smeerschema voertuig

| Smeerpunt Aantal | smeer-punten | Smeerinterval | |
| 1 Draailager en hefcilinder van de fronfkrachttiller | telkens 1 | Om de 8 h | |
| 2 Knikbesturing in midden voer-tuig | 2 | Om de 8 honderhoudsvrij (optio-neel) | |
| 3 | Stuurcilinder | 2 | Om de 8 honderhoudsvrij (optio-neel) |
| 4 | Onderste lager knikgewricht | 1 | Om de 8 honderhoudsvrij (optio-neel) |
| 5 | Hefcilinder | 4 | Om de 25 h |
| 6 | Hefplatform | 2 | Om de 8 h |
| 7 | Rijpedaal | 1 | Om de 100 h |
| 8 | Omkeerhendel rempedaal | 1 | Om de 100 h |
LET OP
Functiestoringen
V-snaar schoon en vetvrij houden.
1 Hoogwaardige universeel vet gebruiken.
2 Smeernippel volgens de smeerintervallen (tabel) met de vetspuit smeren.
Smeerschema veegwerk

V-snaar schoon en vetvrij houden.
1 Hoogwaardige universeel vet gebruiken.
2 Smeernippel volgens de smeerintervallen (tabel) met de vetspuit smeren.

Onderhoudswerkzaamheden voorbereiden
- Voertuig op een vlakke ondergrond neerzetten.
- Zuigventilator uitschakelen.
- Zijbezems neerlaten.
- Parkeerrem bedienen.
- Voertuig tegen wegrollen beveiligen.
- Contact uitschakelen en contactsleutel uit het slot trekken.
Onderhoudswerkzaamheden
Algemene veiligheidsinstructies
⚠ GEVAAR
Levensgevaar door verkeersstroom
Breng voor reparatiewerkzaamheden het voertuig uit de geva- renzone van het doorgaande verkeer.
Schakel het alarmlicht in.
Zet een waarschuwingsdriehoek neer.
Draag waarschuwingskleding.
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Motor loopt na.
Wacht na het afzetten van de motor 5 seconden.
Blijf in deze tijd absoluut uit het werkbereik.
⚠VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar door verkeerde reiniging
Reinig knikscharnier, banden, koelribben, hydrauliekslangen en -ventielen, afdichtingen en elektrische en elektronische componenten niet met een hogedrukreiniger.
Neem de betreffende veiligheidsvoorschriften bij het reinigen van het voertuig met een hogedrukreiniger in acht.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
Ter bescherming van het luchtfilter het voertuig alleen met uitgeschakelde motor nat reinigen.
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Voertuig kan per ongeluk opstarten.
Trek vóór onderhouds- en reinigingswerkzaamheden aan het voertuig altijd de contactsleutel eruit en klem de batterij af.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Instandhoudingswerkzaamheden aan het hydraulische systeem mogen alleen door speciaal geschoold personeel worden uitgevoerd.
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en beschadiging
Altijd de geheven kiepinrichting borgen.
⚠ GEVAAR
Gevaar voor letsel
Bij alle onderhoudswerkzaamheden het vuilreservoir helemaal omhoog kantelen en bezemsysteem/aanbouwapparaat laten zakken om het hydraulische systeem drukloos te maken. Vuilreservoir kan omlaag zwenken. Laat het vuilreservoir altijd volledig in de eindstand neer vooraleer u eronder gaat werken. Het vuilreservoir kan per ongeluk naar beneden komen. Voer werkzaamheden aan de turbine alleen bij volledig opgetild vuilreservoir uit.
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor verbranding
Laat het voertuig voldoende afkoelen.
Raak geen hete delen van het hydraulische systeem, de hydrostatische aandrijfmotor, de verbrandingsmotor en het uitlaatsysteem aan.
LET OP
Milieuverontreiniging
Laat vloeistoffen zoals motorolie, hydraulische olie, remvloeistof, diesel of koelvloeistof niet in de bodem terechtkomen. Bescherm het milieu en voer de vloeistoffen op een milieuvriendelijke manier af.
Opgetild vuilreservoir borgen
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Beveilig de vuilcontainer altijd bij werkzaamheden met geheven vuilcontainer.

③Opbergvak voor borgbout met borgklem (2x)
- Bij opgetild vuilreservoir de borgbout plaatsen en met borgklep beveiligen (2x).
Kantelinrichting borgen

④Opname voor borgsteun
- Kantelinrichting helemaal omhoog brengen.
- Splitpen openen.
- Borgsteun uit de opname nemen.
- Borgsteun aanbrengen.
- Splitpen aanbrengen.
Instructie
Beveiliging kan aan de linker en rechter zuigerstang worden aan- gebracht.
Kantelinrichting neerlaten
LET OP
Beschadiging van de zuigslang
Let er bij het neerlaten van het kantelframe op dat de zuigslang juist in de geleiding ligt.

- Kantelinrichting neerlaten nadat de borgsteun is verwijderd.
- Indien nodig de zuigslang met de hand in de geleiding drukken.
Zijpaneel openen
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
Verbrandingsgevaar door hete voertuigonderdelen.
Vóór het openen van de zijpanelen, apparaat voldoende laten afkoelen.

text_image
KARCHER 30 1 2 1(1)Sluitingen
(2)Zijpanelen
Aan beide zijden
- Sluitingen van de zijpanelen openen.
Rechterzijde
-
Zijpanelen naar voren openen.
-
Trek aan de hoofdschakelaar om het linkerzijpaneel te ont-grendelen.
- Zijpanelen naar voren openen.
Radiateurbeschermrooster verwijderen/aanbrengen
1 Deksel
2 Expansievat
3 Markering bovenste vulniveau
4 Markering onderste vulniveau
- Vulpeil bij een koude motor controleren.
- Linker zijbekleding afnemen.
- Vulniveau aan het expansievat controleren.
Opmerking
Het juiste koelvloeistofpeil moet tussen de bovenste en de onderste markering liggen.
- Indien nodig koelvloeistof bijvullen.
- Bijkomend het vulniveau in de radiateur controleren, zie hoofdstuk.
- Is het expansievat helemaal leeg, dan eerst de radiateur bijvullen.
Peil hydraulische olie controleren en hydraulische olie bijvullen
- Radiateurbeschermrooster naar boven toe optillen.
- Onderste deel uittrekken.
- Radiateurbeschermrooster naar onderen toe eruit nemen.
Montage-instructie
Radiateurbeschermrooster onderaan vastklikken, dan bovenaan dichtklappen.
Koelvloeistofpeil controleren en koelvloeistof bijvullen
⚠VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete onderdelen
Als de motor heet is de radiateur en onderdelen van het koelsysteem niet aanraken.
LET OP
Materiële schade door verkeerd koelmiddel
Vul koelmiddel alleen bij koude motor bij.
Gebruik een water-antivriesmengsel.
Verschillende antivriessoorten niet vermengen.
Gebruik alleen onthard water.
Koelmiddel zie hoofdstuk.
Het juiste hydraulische oliepeil moet tussen de bovenste en de onderste markering liggen.
- Indien nodig hydraulische olie bijvullen.
Instructie
Ontbrekende hydraulische olie kan alleen door een speciaal toebehoren worden bijgevuld, dat aan de lekkagekoppeling
van het voertuig wordt aangesloten. Indien nodig, bestel-nr. bij Kärcher aanvragen of het bijvullen door de Kärcher klantenservice laten uitvoeren.
Soort hydraulische olie: zie hoofdstuk Technische gegevens.
Koelvloeistof in de radiateur bijvullen
⚠VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete onderdelen
Als de motor heet is de radiateur en onderdelen van het koelsysteem niet aanraken.
LET OP
Materiële schade door verkeerd koelmiddel
Vul koelmiddel alleen bij koude motor bij.
Gebruik een water-antivriesmengsel.
Verschillende antivriessoorten niet vermengen.
Gebruik alleen onthard water.
Koelmiddel zie hoofdstuk Technische gegevens.
- Vuilreservoir demonteren, zie hoofdstuk

①Afdekking radiateurdeksel
②Radiateurdeksel
2. Afdekking radiateurdeksel openklappen.
3. Radiateurdeksel een grendelstand draaien om druk van de radiateur af te laten.
4. Als de radiateur drukloos is, het radiateurdeksel afschroeven.
5. Radiateur langzaam tot boven zonder bellen vullen.
6. Radiateurdeksel vastschroeven.
7. Koelvloeistofexpansievat bijvullen. Zie hoofdstuk.
8. Bekleding opnieuw aanbrengen.
Accu inbouwen / demonteren
ΔGEVAAR
Gevaar voor letsel
Neem de veiligheidsvoorschriften voor de omgang met accu's in acht.

text_image
EXIDE Premium 64 MPa EA640 540 3①Minpool
②Pluspool
③Houder
- Accu in de accuhouder plaatsen.
- Houder aan de accubodem vastschroeven.
- Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten.
- Poolklem (zwarte kabel) op de minpool (-) aansluiten.
- Afdekkappen op poolklemmen plaatsen.
ATTENTIE
Bij de demontage van de accu eerst de minpool loshalen.
Controleer of de accupolen en poolklemmen door voldoende poolvet beschermd zijn.
Accu laden
⚠ GEVAAR
Gevaar voor letsel!
Batterij alleen met een geschikt oplaadapparaat opladen.
Veiligheidsvoorschriften bij de omgang met accu's in acht nemen. Gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht nemen.
- Minpool van de accu afklemmen.
- Oplaadapparaat op accu aansluiten.
- Netstekker aansluiten en oplaadapparaat inschakelen.
- Accu met de zo klein mogelijke laadstroom laden.
- Na het laden het oplaadapparaat eerst van het net en dan pas van de accu scheiden (minpool eerst).
- Accu weer vastklemmen.
Luchtfilter reinigen/vervangen

- Zijdelingse motorbekleding rechts verwijderen.
- Vleugelschroef ca. 2 omwentelingen openen
- Complete luchtfiltereenheid tot aan de aanslag naar buiten zwenken.
- Vleugelschroef vastschroeven.
- Vergrendeling (2x) aan de luchtfilterbehuizing openen.
- Luchtfilterbehuizing verwijderen.

text_image
1 2 3①Luchtfilterbehuizing
②Filterpatroon
③Veiligheidspatroon
7. Filterpatroon en veiligheidspatroon uittrekken.
8. Complete luchtfilterbehuizing van binnen reinigen.
9. Filterpatroon op een hard oppervlak uitkloppen.
Filterpatroon niet met perslucht uitblazen.
10. Veiligheidspatroon door een nieuwe vervangen.
Verbruikte veiligheidspatroon niet hergebruiken.
11.Filterpatroon met afdichtingsvlak op netheid en intactheid controleren.
Sterk verontreinigde of beschadigde filterpatroon door een nieuwe vervangen.
12. Na de montage de luchfiltereenheid opnieuw naar binnen zwenken en met vleugelschroef vasttrekken.
Stoffilter cabine van buiten vervangen

Fijnfilter filterklasse F8 (optioneel verkrijgbaar)
- 6 schroeven van de afdekking uitschroeven.
- Afdekking verwijderen.
- Stoffilter verwijderen.
- Licht verontreinigde stoffilter met perslucht (verminderde druk) uitblazen. Sterk verontreinigde stoffilter vervangen.
- Nieuwe of gereinigde filter plaatsen.
Stoffilter in de cabine vervangen

①Bestuurdersstoel
②Stoffilter
③Bijrijdersstoel
- Beide stoelen naar voren schuiven.
- Stoffilter verwijderen.
- Stoffilter controleren/reinigen, indien nodig vervangen.
Montage-instructie
Bij het opnieuw inbouwen op juiste inbouwpositie letten.
Wiel verwisselen
⚠ GEVAAR
Levensgevaar door verkeersstroom
Breng voor reparatiewerkzaamheden het voertuig uit de geva- renzone van het doorgaande verkeer.
Schakel het alarmlicht in.
Zet een waarschuwingsdriehoek neer.
Draag waarschuwingskleding.
Instructie
Geschikte gewone krik gebruiken.

- Voertuig op een effen oppervlak met stevige ondergrond plaatsen.
- Parkeerrem bedienen en voertuig bijkomend tegen het wegrollen beveiligen.
- Knikgewricht borgen.
- Contactsleutel uittrekken.
- Wielmoeren met geschikt gereedschap ca. 1 omwenteling losdraaien.
- Krik aan het betreffende opnamepunt van het voor- resp. achterwiel plaatsen en voertuig optillen.
- Voertuig met schragen bijkomend ondersteunen.
- Wielmoeren afschroeven.
- Wiel verwijderen.
- Nieuw wiel aanbrengen en wielmoeren tot aan de aanslag in-
schroeven en kruiselings aantrekken.
11.Wielmoeren met een koppel van 180 Nm aantrekken.
Watertank vullen

①Vulopening
②Symbool voor hefboomstand "vullen"
③Symbool voor hefboomstand "gesloten"
④Schakelhefboom
⑤Niveau-indicatie
- Sluiting van de vulopening openen.
- Schakelhefboom op stand "vullen".
- Watertoevoerslang aan de vulopening aanbrengen.
- Watertank vullen.
Instructie
Om de terugzuiging te vermijden, mag de waterslang voor het vullen van de watertank niet worden ingebracht.
- Watertoevoer sluiten.
- Watertoevoerslang verwijderen.
- Sluiting van de vulopening sluiten.
- Schakelhefboom op stand "gesloten".
Ruitensproeierreservoir vullen

①Ruitensproeierreservoir
②Deksel
③Niveau-indicatie hydraulische olietank
Instructie
Neem de gegevens van de fabrikant m.b.t. wasvloeistof en anti-vriesmiddel in acht.
- Aanbouwframe optillen.
- Zijbekleding ontgrendelen en verwijderen.
- Wasvloeistof bijvullen.
a Bij vorstgevaar bijkomend antivriesmiddel toevoegen.
- Deksel van het ruitensproeierreservoir sluiten.
- Zijbekleding opnieuw monteren.
Motoroliepeil controleren
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor verbranding
Raak geen hete oppervlakken, zoals motor- of drijfwerkdelen aan.

- Voertuig op een effen ondergrond plaatsen.
- Afdekking verwijderen.
- Oliepeilstok uittrekken.
- Oliepeilstok afvegen en erin steken.
- Oliepeilstok uittrekken.
- Oliepeil met de oliepeilstok aflezen.
Het oliepeil moet tussen de "MIN"- en MAX"-markering liggen. Ligt het oliepeil onder de "MIN"-markering, dan motorolie bijvullen.
Motorolie bijvullen
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor verbranding
Raak geen hete oppervlakken, zoals motor- of drijfwerkdelen aan.
⚠VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar
Een te hoog oliepeil leidt tot beschadiging van de motor.
Laat olie af als het oliepeil de bovenste markering van de oliepeil-stok overschrijdt tot het correcte oliepeil is bereikt.

- Zijdelingse motorbekleding links verwijderen.
- Schroef van de bevestiging van de brandstoftank openen en brandstoftank naar buiten zwenken.

- Motoroliepeil controleren, zie hoofdstuk.
- Vuldop openen.
- Motorolie bijvullen.
Specificaties m.b.t. de motorolie zie hoofdstuk Technische gegevens.
- Motor niet boven "MAX"-markering vullen.
- Vuldop sluiten.
- Motoroliepeil na 5 minuten opnieuw controleren. Indien nodig motorolie bijvullen.
Motoroliefilter vervangen
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Laat voor het vervangen van motorolie en motoroliefilter het voertuig voldoende afkoelen.
Instructie
Een warme motor vergemakkelijkt het aflaten van de motorolie.
- Motor afzetten.
- Opvangbak (minstens 10 liter) eronder zetten.
- Olieaftapplug uitdraaien.
- Vuldop afschroeven.
- Olie aftappen.
- Oliefilter afschroeven.
- Opname en afdichtvlakken reinigen.
- Afdichting van de nieuwe oliefilter met olie insmeren.
- Oliefilter inschroeven en handvast aantrekken.
10.Olieaftapplug inschroeven (koppeling 60 Nm).
11.Motorolie vullen.
12.Vuldop sluiten.
13.Motor 30 seconden laten draaien.
14.5 minuten wachten.
15.Oliepeil controleren.
Montage-instructie
Afdichtingen vervangen.
Op dichtheid controleren.
Brandstofsysteem ontluchten
Het brandstofsysteem moet worden ontlucht als de tank leegge- reden of de brandstofffilter werd vervangen.
- Brandstoftank vullen.
- Contactsleutel op positie I zetten.
Na 2-5 minuten loopt de pomp hoorbaar stiller.
Zijbezem vervangen

①Zijdelingse schroeven
②Veegspoor
③Zijbezem
④Moeren (4x)
⑤ Achterste schroeven
- Zijbezem optillen.
- Moeren losdraaien.
- Zijbezem verwijderen.
- Nieuwe zijbezem aanbrengen en vastschroeven.
Veegspoor instellen
Veegspoor boven de achterste en zijdelingse schroeven zoals op de afbeelding instellen.
Watercirculatiesysteem (optie) spoelen
- Slangkoppeling watercirculatiesysteem loskoppelen.
- Watertoevoerslang met het watercirculatiesysteem verbinden en uitspoelen.
- Schakelaar besproeiing op watercirculatiesysteem zetten Het einde van de zuigbuis wordt beter gespoeld.
Het waterreservoir legen
- Open het ventiel op de afvoerslang (links onder het vuilreservoir).
- Schoon water laten weglopen.
Reiniging
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en beschadiging
Altijd de geheven kiepinrichting borgen.
- Voertuig op een vlakke ondergrond neerzetten.
- Contact uitschakelen en contactsleutel uit het slot trekken.
- Parkeerrem bedienen.
- Hoofdschakelaar uitschakelen.
Voertuig reinigen
Voertuig dagelijks na afloop van het werk reinigen.
⚠VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar door verkeerde reiniging
Reinig knikscharnier, banden, koelribben, hydrauliekslangen en -ventielen, afdichtingen en elektrische en elektronische componenten niet met een hogedrukreiniger.
Neem de betreffende veiligheidsvoorschriften bij het reinigen van het voertuig met een hogedrukreiniger in acht.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
Ter bescherming van het luchtfilter het voertuig alleen met uitgeschakelde motor nat reinigen.
- Ter preventie van brandgevaar het voertuig op lekkage van olie en brandstof controleren. Lekkages door de klantenservice laten verhelpen.
- Ter preventie van brandgevaar de motor, geluiddemper, accu en brandstoftank van plantenresten en olie ontdoen.
- Motor indien nodig met borstel, perslucht of lichte waterdruk reinigen.
- Spatlappen van de wielen reinigen.
Radiateureenheid reinigen
- Radiateurbeschermrooster verwijderen, zie hoofdstuk Radiateurbeschermrooster verwijderen/aanbrengen.
- Motorkoeler, koeler airconditioning en brandstofkoeler met de hand van grof vuil ontdoen.
- Motorkoeler, koeler airconditioning en brandstofkoeler met een zachte borstel, perslucht (max. 5 bar) of geringe waterdruk reinigen.
Vuilreservoir en deksel reinigen
Vuilreservoir is geleegd.

- Vuilreservoir optillen.
- Borgpennen van het diffusorrooster verwijderen.
- Vuilreservoir en deksel met waterstraal reinigen.
- Bereik onder de vuilwaterzeef met waterstraal reinigen.
Blazer reinigen
Vuilreservoir moet zijn opgetild.

①Zijafdekking
②Blazerruimte
- Vuilreservoir borgen.
- Zijafdekking naar buiten zwenken.
- Blazerrooster van vuil ontdoen en met een vochtige doek reinigen.
Onderdruksysteem reinigen
Vuilcontainer geleegd.
Motor loopt.
LET OP
Materiële schade door vervuild onderdruksysteem
Een vervuild onderdruksysteem kan onregelmatig draaien van de ventilator en trillingen in het voertuig veroorzaken.
Het onderdruksysteem dagelijks op vervuiling controleren en evt. reinigen.
- PTO inschakelen.
- Motortoerental op 2200 1/min instellen.
- De ventilator inschakelen.
- Met een waterslang schoon water in het gebied van de zuigmond spuiten. Het water verzamelt zich in de vuilcontainer. De reiniging is voltooid wanneer er schoon water uit de diffusor komt.
- Vuilcontainer leegmaken.
- De ventilator laten lopen om de vuilcontainer te drogen. Als de trillingen ondanks grondige reiniging niet verdwijnen (door onregelmatig lopen van de zuigventilator) contact opne- men met de servicedienst.
Waterfilter reinigen
- Vuilreservoir optillen.
- Reclamepaneel links openen.
- Waterfilter ontgrendelen en uit de houder nemen.
- Filteromhulsel afschroeven.
- Waterfilter reinigen.
- Filter plaatsen.
- Correcte plaatsing controleren.
- Filteromhulsel vastschroeven.
- Waterfilter in de houder plaatsen en vergrendelen.
- Reclamepaneel links sluiten.
11.Vuilreservoir laten zakken.
Sproeiers reinigen
Instructie
Sproeiers bevinden zich aan de zijbezems en aan de zuigmond.
- Sproeiers demonteren.
- Sproeiers met borstel/perslucht reinigen.
- Sproeiers monteren.
Ventiel recyclingwater reinigen

- Vuilreservoir leegmaken.
- Vuilreservoir optillen.
- Bajonetsluiting openen.
- Ventiel verwijderen.
- Ventiel onder stromend water reinigen.
- Ventiel plaatsen.
- Bajonetsluiting sluiten.
Zekeringen
De zekeringen bevinden zich achter de bestuurdersstoel achter een afdekking.

- Afdekking openen.
- Defecte zekeringen vervangen.

text_image
F17 F18 F19 F20 F21 F22 F23 F24 F25 F26 K13 F1 F2 F3 F4 F9 F10 F11 F12 F5 F6 F7 F8 F13 F14 F15 F16 © © K2Instructie
Alleen zekeringen met dezelfde ampèrewaarde gebruiken.
| Zekering Functie A | ||
| F1 Brandstofklep | Regeleenheid CR* | 30 |
| F2 BODAS-regele | leenheid, weergave 5 | |
| F3 Breedtelicht | Interieurverlichting | 10 |
| F4 Spuitpomp 7 | 5 | |
| F5 Noodknippen | lichten 15 | |
| F6 Mistachterlicht | 5 | |
| F7 Breedtelichten | n, links 5 | |
| F8 Breedtelichten | n, rechts 5 | |
| F9 Ruitenwisser | Differentieelgrendel | 10 |
| F10 Radio | Hogedrukreiniger | 7,5 |
| F11 | Richtingaanwijzer | 10 |
| F12 Zwaailicht | 10 | |
| F13 Rijpomp, weergave | 7,5 | |
| F14 Motor | 5 | |
| F15 Ventiel uitlaatgasrecirculatie CR* | 5 | |
| F16 Luchtstroom sensor CR* | 5 | |
| F17 Koplampen | 15 | |
| F18 Schijnwerpers | 15 | |
| F19 Cabineventatie | 15 | |
| Zekering | Functie | A |
| F20 Stoelverwarming | Spiegelverwarming | 15 |
| F21 Cabine toebehoren | Stekkerverbinding voor, aanbouwappa-raat | 15 |
| F22 Stoelcompressor | Stekkerverbinding achter, strooier | 30 |
| F23 Startschakelaar (contactslot) | 5 | |
| F24 Voorruitverwarming | 30 | |
| F25 Voorontsteking | 40 | |
| F26 BODAS-regeleenheid | 30 | |
| F31 Hoofdzekering aan de motor 70 | ||
| * CR = common-railmotor (MC 130 Advanced plus) | ||
Opslag
△WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel en beschadiging
Neem het gewicht van het apparaat in acht.
- Het voertuig op een beschermde, vlakke en droge plaats parkeren, de hoofdschakelaar ingeschakeld laten.
- Motorolie verversen en motoroliefilter vervangen.
- Bij vorstgevaar controleren of er voldoende antivries in het koelmiddel zit.
- Watertank en leidingsysteem legen.
- Bij recyclingsysteem (optie) water uit de vuilcontainer aftappen.
- Hoofdschakelaar uitschakelen.
- Voertuig van binnen en van buiten reinigen.
- Voertuig opbokken wanneer het langer dan een maand stil- staat.
- Accu loskoppelen.
Hulp bij storingen
Kleinere storingen kunt u met behulp van het volgende overzicht zelf verhelpen.
Neem bij twijfel contact op met de geautoriseerde klantenservice.
⚠ GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken
Schakel voor alle onderhoudswerkzaamheden het voertuig uit en trek de sleutel eruit.
Reparatiewerkzaamheden en werkzaamheden aan elektrische componenten mogen alleen door de geautoriseerde klantenservice worden uitgevoerd.
Storingen op het voertuig
| Fout Oplossing | |
| Voertuig kan niet worden ge-start | Accu controleren/laden.Hoofdschakelaar inschakelen.Op de bestuurdersplaats plaats nemen (stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd).Rijrichtingshendel in stand NEUTRAAL - middelste stand.Brandstof tanken, brandstofsysteem ontluchten.Brandstofffilter controleren, reinigen en/of vervangen.Brandstofaansluitingen en leidingen controleren.Geautoriseerde klantenservice op de hoogte brengen. |
| Motor loopt onregelmatig | Luchtfilter reinigen/vervangen.Brandstofffilter controleren, reinigen en/of vervangen.Brandstof tanken, brandstofsysteem ontluchten.Brandstofaansluitingen en leidingen controleren.Geautoriseerde klantenservice op de hoogte brengen. |
| Motor draait, maar apparaat rijdt niet of slechts langzaam | Parkeerrem loszetten.Stand van de vrijloophendel controleren.Oliepeil van de rijhydraulica door de klantenservice laten controleren.Bij vriestemperaturen en koude hydraulische olie: Laat het apparaat minstens 3 minuten warm draaien. |
| Motor schakelt niet uit (hoofdschakelaar op 0) | Brandstofkraan aan de brandstofffilter sluiten.Brandstoftransportpomp loskoppelen.Als dit meermaals voorvalt, met de klantenservice contact opnemen. |
| Stof bij het vegen/onvoldoen-de zuigcapaciteit | Vuilreservoir leegmaken.Zuigventilator inschakelen.Slang op zuigventilator controleren.Afdichtingen controleren/vervangen:a Afdichtmanchet zuigventilator.b Afdichting filterkast.c Afdichtingen vuilreservoir.Stofffilter controleren/reinigen/vervangen.a Correcte plaatsing van de stoffilter controleren.b Stofffilter bij lichte verontreinigingen reinigen.c Stofffilter bij beschadiging of sterke verontreiniging vervangen.Afdichtlijsten op slijtage controleren/instellen/vervangen. |
| Veegcapaciteit niet bevredi-gend | Veegwals en zijbezems op slijtage controleren, indien nodig vervangen.Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen/vervangen.Werking van de grofvuilklep controleren.Veegwalshelften op correcte plaatsing controleren.Vulniveau van de hydraulische olietank controleren.Hydraulisch systeem op dichtheid controleren. |
| Inschakeling zijbezems func-tioneert niet | Contact opnemen met de klantenservice. |
| Zijbezems draaien niet | Vulniveau van de hydraulische olietank controleren.Hydraulisch systeem op dichtheid controleren.Zijbezems op ingewikkelde banden controleren. |
| Legen vuilreservoir functio-neert niet | Contact opnemen met de klantenservice. |
Instructie
Bij alle niet vermelde storingen met de klantenservice (service)
contact opnemen!
Verhelpen van storingen bij symboolweergaven
| Fout Oorzaak Oplossing | ||
![]() | Koelmiddeltemperatuur te hoog. ● Motor afzetten.Koeler reinigen (zie hoofdstuk "Koeler reinigen").Stand van de koelvloeistof in de motor controleren, indien nodig bijvullen.Als het waarschuwingslampje niet binnen 5 minuten uitgaat:a Motor afzettenb Klantenservice raadplegen | |
![]() | Temperatuur hydraulische olie te hoog. | ● Motor met standgas gebruiken tot het waarschuwingslampje uitgaat. |
![]() | Temperatuur hydraulische olie te laag. | ● Motor voorzichtig warmdraaien tot het waarschuwingslampje uitgaat. |
![]() | Motoroliedruk te hoog. | ● Met klantenservice contact opnemen. |
![]() | Parkeerrem actief. ● Parkeerrem loszetten. | |
![]() | Brandstofpeil laag. ● Brandstof bijvullen. | ● Brandstofsysteem ontluchten, als de tank leeg is. |
![]() | Batterij wordt niet geladen. | ● Met klantenservice contact opnemen. |
![]() | Regeneratie vereist. | ● Regeneratie uitvoeren (zie hoofdstuk "Regeneratie"). |
![]() | Service vereist. | ● Service door klantenservice laten uitvoeren.a De serviceweergave moet door de klantenservice worden teruggezet. |
Foutmeldingen gecodeerd
De volgende gecodeerde foutmeldingen kunnen tijdens bedrijf van de level V motoren V2403-CR-TE4B-KRC-1 (MC 130 plus, MC 130 classic) optreden.
Als bij een lopende motor een fout verschijnt, knippert de weergavelamp en wordt eventueel nog een foutcode op het display gegenereerd.
| NCD Error | Weergavelampje knippert |
| U0076 | 1Hz (elke seconde) + 5 seconden continu aan + 1 Hz (elke seconden) + 5 seconden continu aan ... |
| NCD Error | Weergavelampje knippert |
| P0102 | 1Hz + 5 seconden continu aan + 1 Hz + 5 seconden continu aan ... |
| PCD Error | Weergavelampje knippert |
| P3014 | 1 Hz (elke 1 seconden) |
| P1A28 | 1 Hz (elke 1 seconden) |
| P3015 | 1 Hz (elke 1 seconden) |
| P2455 | 1 Hz (elke 1 seconden) |
| Fout Oorzaak Oplossing | ||
| U0076 | Geen communicatie met emissiegasterug-leiding | ● Motorvermogenverlies en verslechteren van emissie-eigenschappena Klantenservice raadplegen |
| P0102 | Luchtmasasensor niet normaal | ● Motorvermogenverlies en verslechteren van emissie-eigenschappena Klantenservice raadplegen |
| P03014 / P1A28 | Fout in het DPF-systeem | ● Motorvermogenverlies en verslechteren van emissie-eigenschappena Klantenservice raadplegen |
| P3015 | Geen DPF-functie | ● Motorvermogenverlies en verslechteren van emissie-eigenschappena Klantenservice raadplegen |
| P2455 | Verschildruksensor niet normaal | ● Geen wijziging van eigenschappena Klantenservice raadplegen |
②Kogelkraan - normale werking
(A) - (E) Schroeven SW 8
(F) Kartelschroef
- Afdekking verwijderen, hiervoor schroeven (3x) van de afdekking ontgrendelen door linksom te draaien.
Instructie
Voor het bedienen van de handpomp is een handbuis nodig; deze bevindt zich aan de zijkant achter de bestuurdersstoel. Er is een ringsleutel SW 8 voor de schroeven meegeleverd.
Vuilreservoir/aanbouwframe optillen
- Schroeven (B, E, F) eruit schroeven.
- Handpomp (1) bedienen.
Vuilreservoir/aanbouwframe wordt opgetild.
- Schroef (F) langzaam erin draaien.
Vuilreservoir/aanbouwframe wordt neergelaten.
- Schroeven erin draaien.
Basispositie wordt hersteld.
Frontkrachttiller/zuigmond optillen
- Schroeven (A, D, F) erin schroeven.
- Handpomp (1) bedienen.
Frontkrachttiller/zuigmond wordt opgetild.
- Schroef (F) langzaam erin draaien.
Frontkrachttiller/zuigmond wordt neergelaten.
- Schroeven erin draaien.
Basispositie wordt hersteld.
Veeraccumulator van de parkeerrem lossen
- Kogelkraan (2) in horizontale positie brengen.
- Schroef (C) eruit draaien.
- Handpomp (1) bedienen.
- Kogelkraan in verticale positie brengen.
- Schroef (C) erin draaien.
Veeraccumulator wordt geactiveerd (basispositie).
Toebehoren en reserveonderdelen
Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.
Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.
Reserveonderdelenlijst
| Bestelnr. Aanduiding Aantal | stuks | Afbeelding | |
| 6.422-522.0 Werkverlichting-led 2 | ![]() | ||
| 9.654-350.0 Veger 1 | ![]() | ||
| 9.654-351.0 Wisserblad 1 | ![]() | ||
| 9.989-357.0 Hoorn 1 | ![]() | ||
| 9.656-126.0 Lichtfilter op de hy-draulische olietank | 1 | ![]() | |
| 2.852-393.0 Lichtfilter fijn stof 1 | ![]() | ||
| 6.996-448.0 Gloeilamp 2 | ![]() | ||
| 7.651-027.0 Lamp 2 | ![]() | ||
| 7.651-028.0 Lamp 2 | ![]() | ||
Technische wijzigingen voorbehouden.
Technische gegevens
| MC 130 Classic | MC 130 | MC 130 Plus | ||
| Gegevens capaciteit apparaat | ||||
| Rijsnelheid (max.) | km/h | 30 (25) | 30 (25) | 40 (30, 25) |
| Werksnelheid (max.) | km/h | 20 | 20 | 20 |
| Klimvermogen (max.) | % 18 | 25 | 25 | |
| Aangedreven wielen | 2 | 4 | 4 | |
| Theoretische oppervlaktecapaciteit | m^2/h | 24000 | 24000 | 24000 |
| Werkbreedte | mm | 1200 - 2400 | 1200 - 2400 | 1200 - 2400 |
| Draaicirkel | mm | 1173 | 1173 | 1173 |
| Werkbreedte min. | mm | 1200 | 1200 | 1200 |
| Werkbreedte standaard | mm | 1540 | 1540 | 1540 |
| Accu | ||||
| Accutype | onderhoudsvrij | onderhoudsvrij | onderhoudsvrij | |
| Accucapaciteit Ah 80 80 80 | ||||
| Accuspanning V 12 12 12 | ||||
| Afmetingen en gewichten | ||||
| Lengte mm 3955 3955 3955 | ||||
| Breedte mm 1540 1540 1540 | ||||
| Hoogte mm 2000 2000 2000 | ||||
| Leeggewicht (transportgewicht) kg 2275 2275 2275 | ||||
| Toegestaan totaal gewicht kg 3500 3500 3500 | ||||
| Max. toegestane asbelasting voor | kg 2000 2000 2000 | |||
| Max. toegestane asbelasting achter | kg 2000 2000 2000 | |||
| Toegestane aanhanglast (optie) geremd | kg 3000 3000 3000 | |||
| Toegestane aanhanglast (optie) ongeremd kg 750 | 750 | 750 | ||
| Steunlast aanhangerkoppeling (optie) | kg | 250 | 250 | 250 |
| Vuilreservoir | ||||
| Volume vuilreservoir (bruto) | l ( m^3 ) | 1300 (1,3) | 1300 (1,3) | 1300 (1,3) |
| Ontlaadhoogte (max.) | mm 1550 | 1550 1550 | ||
| Volume watertank | l | 195 | 195 | 195 |
| Zijbezem | ||||
| Diameter zijbezem | mm 900 | 900 | 900 | |
| Zijbezemtoerental (traploos) | 1/min | 0 - 110 | 0 - 110 | 0 - 110 |
| Verbrandingsmotor | ||||
| Motortype | Yanmar 3TN-V86CT - DKEV | Yanmar 3TN-V86CT - DKEV | Kubota V2403-CR-T-EW03 | |
| Type | 3-cilinder viertakt-dieselmotor met dieselpartikelfilter (DPF) | 3-cilinder viertakt-dieselmotor met dieselpartikelfilter (DPF) | 4-cilinder viertakt-dieselmotor met dieselpartikelfilter (DPF) | |
| Cilinderinhoud | cm^3 | 1568 1568 2434 | ||
| Koeltype | Water | Water | Water | |
| Motorrendement bij 2700 1/min | kW | 32,4 | 32,4 | 48,0 |
| Type motorolie | Shell Rimula R6 LM 10W-40 | Shell Rimula R6 LM 10W-40 | Shell Rimula R6 LM 10W-40 | |
| Hoeveelheid motorolie | l | max. 6,7 max. 6,7 max. 9,5 | ||
| Inhoud brandstoftank | l | 50 50 50 | ||
| Brandstoftype | l | Diesel | Diesel | Diesel |
| Koelvloeistof (SAE J814C) | Havoline XLC Antifreeze | Havoline XLC Antifreeze | Havoline XLC Antifreeze | |
| Hydraulische olie conform DIN 51524, deel 3 | Renol B HV 46 | Renol B HV 46 | Renol B HV 46 | |
| Hoeveelheid hydraulische olie | l | 43 43 43 | ||
| Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | ||||
| Geluidsdrukniveau L_pA | dB(A) | 75 | 75 | 74 |
| Onzekerheid K_pA | dB(A) | 3 | 3 | 3 |
| Geluidsvermögensniveau L_WA | dB(A) | 109 | 109 | 104 |
| Onzekerheid K_WA | dB(A) | 3 | 3 | 3 |
| Hand-arm-vibratiewaarde | m/s^2 | 0,8 | 0,8 | 0,4 |
| Onzekerheid K | m/s^2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
| Vibratiewaarde stoel | m/s^2 | 0,2 | 0,2 | 0,5 |
| Onzekerheid K | m/s^2 | 0,1 | 0,1 | 0,2 |
| Smeervetten | ||||
| Multipurpose vet | Voor handmatig te smeren smeerpun- ten | Voor handmatig te smeren smeerpun- ten | Voor handmatig te smeren smeerpun- ten | |
Bandenuitrusting
In onderstaande tabel zijn de bandenspanningen bij verschillende asbelasting en verschillende snelheden vermeld.
| Maxxis Vansmart A/S AL2 205/65C 8PR 107/105 TLBanden voor alle weertypes | ||||||
| Aslast(kg) | 1000 1200 | 1400 1600 | 1800 | 1950 | ||
| Lucht-druk (bar) | 3,0 4,75 | |||||
| Toyo 195/75 R14C 106/104 RWinterbanden (M+S) | ||||||
| Aslast(kg) | 1000 1200 | 1400 1600 | 1800 | 2000 | ||
| Lucht-druk(bar) | 5,0 | |||||
| BKT LG306 26x12-12 8 PLYGazonbanden | |||||||
| Aslast(kg) | 1000 1200 | 1400 16 | 600 1800 | 2000 | |||
| Lucht-druk (bar)bij 30 km/h | 1,0 1,0 1,3 | 1,6 2,0 | 2,4 | ||||
| Lucht-druk (bar)bij 40 km/h | 1,0 1,1 1,5 | 1,8 2,2 | 2,6 | ||||
| Deestone D408 26x12-12.00 - 12 10 PLY Tractiebanden | ||||||
| Aslast (kg) | 1000 1200 | 1400 | 1600 | 1800 | 2000 | |
| Lucht-druk (bar) bij 30 km/h | 1,3 1,5 1,8 | 2,0 | 2,5 | 2,9 | ||
| Lucht-druk (bar) bij 40 km/h | 1,3 1,5 1,8 | 2,0 | 2,5 | 2,9 | ||
Veiligheidsafdekking aan verschillende banden aanpassen
De veiligheidsafdekkingen kunnen aan de verschillende bandbreedtes worden aangepast.

①Banden, smal
②Veiligheidsafdekking ingeschoven
③Veiligheidsafdekking uitgetrokken
④Branden, breed
- Schroeven, telkens vooraan drie stuks, losdraaien.
- Veiligheidsafdekking aan de bandbreedte aanpassen.
- Schroeven, telkens achteraan drie stuks, uitdraaien.
- Veiligheidsafdekking verplaatsen.
- Alle schroeven opnieuw aantrekken.
EU-conformiteitsverklaring
Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid.
Relevante EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 13019
EN ISO 14982:2009
Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure
2000/14/EG: Bijlage V
Geluidsvermogensniveau dB(A)
PF-D (MC130)
Gemeten: 109
Gegarandeerd: 111
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

H. Jenner
Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40











DOT 4



































































