UV36H - Airconditioning LG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis UV36H LG in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UV36H - LG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UV36H van het merk LG.
GEBRUIKSAANWIJZING UV36H LG
Hier volgen enkele tips die u helpen om het energieverbruik te minimaliseren wanneer u de air- conditioner gebruikt. U kunt uw airconditioner efficiënter gebruiken door de onderstaande instruc- ties te op te volgen :
- Koel niet overmatig. Dit kan schadelijk zijn voor uw gezondheid en u verbruikt meer energie.
- Blokkeer het zonlicht met zonneschermen of gordijnen wanneer u de airconditioner gebruikt.
- Houd deuren en ramen goed gesloten wanneer u de airconditioner gebruikt.
Pas de luchtstroom verticaal of horizontaal aan voor een goede circulatie van de lucht in de ruimte.
Verhoog de ventilatorsnelheid om de ruimte in een kort tijdsbestek snel te verwarmen of te koelen.
- Open regelmatig een raam om te ventileren, aangezien de luchtkwaliteit in de ruimte kan ver- slechteren als u de airconditioner uren achtereen gebruikt.
- Maak het luchtfilter om de twee weken schoon. Het stof en de onzuiverheden die in het luchtfilter worden opgevangen, kunnen de luchtstroom blokkeren of een negatieve invloed hebben op de koel-/ontvochtigingsfuncties. Voor uw eigen administratie Niet de aankoopbon aan deze pagina voor het geval u deze nodig hebt om de aanschafdatum aan te tonen of voor garantiedoeleinden. Noteer hier het modelnummer en het serienummer : Modelnummer : Serienummer : Deze gegevens staan op een label aan de zijkant van elke unit. Naam van de dealer : Aankoopdatum :BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LEES ALLE INSTRUCTIES VOORDAT U HET APPARAAT IN GEBRUIK NEEMT. Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties tevermijden en ervoor te zorgen dat het product optimaal presteert. WAARSCHUWING Als u een waarschuwing negeert, kan dit leiden tot ernstig letsel of de dood. LET OP Als u de instructies negeert, kan dit leiden tot gering letsel of schade aan het product. WAARSCHUWING
- De installatie van of reparatie aan het product door niet-gekwalificeerde personen kan gevaar-lijke situaties voor u en anderen opleveren. Het product moet worden geïnstalleerd conform de bedradingsrichtlijnen van het desbetreffende land.• De informatie in de handleiding is bedoeld voor een gekwalificeerde servicemonteur die bek-end is met de veiligheidsprocedures en beschikt over het juiste gereedschap en de juistetestinstrumenten.• Wanneer u de instructies in deze handleiding niet nauwkeurig leest of opvolgt, werkt het ap-paraat mogelijk niet naar behoren of kan dit leiden tot materiële schade, letsel of de dood. Installeren
- Gebruik geen defecte of te laag gewaardeerde stroomonderbreker. Installeer dit apparaat ineen speciaal daarvoor bestemde groep. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico opbrand of een elektrische schok.• Roep voor elektrische installatie- of reparatiewerkzaamheden de hulp in van de dealer, deleverancier, een gekwalificeerde elektricien of een erkend installatiebureau. Demonteer of re-pareer het product niet zelf. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico op brand of eenelektrische schok.• Dit apparaat moet altijd worden geaard. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico opbrand of een elektrische schok.• Zet het paneel en de afdekplaat van de bedieningseenheid stevig vast. Als u dezewaarschuwing negeert loopt u risico op brand of een elektrische schok.• Laat altijd een afzonderlijke groep inclusief stroomonderbreker installeren. Een verkeerdebedrading of installatie kan brand, kortsluiting en elektrisch schokgevaar veroorzaken.• Gebruik een stroomonderbreker of zekering van de juiste waarde. Als u deze waarschuwingnegeert loopt u risico op brand of een elektrische schok.• Vervang of verleng de netvoedingskabel niet. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risicoop brand of een elektrische schok.• Als gebruiker mag u het ventilatiesysteem niet zelf installeren, verwijderen of opnieuw in-stalleren. U loopt risico op brand-, schok- en explosiegevaar en persoonlijk letsel. Wees voorzichtig bij het uitpakken en installeren van het product. U kunt zich aan de scherpe ran-den verwonden. Pas op voor de randen van de behuizing en de condensor- en verdampervinnen.• Neem voor de installatie contact op met de dealer of een erkend servicecenter. Er bestaatgevaar van brand, schok, explosie en persoonlijk letsel.
- Installeer het aircosysteem niet in een bouwvallige structuur. Dit kan verwondingen, een ongeval of beschadiging van het ventilatiesysteem veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de installatiestructuur niet geleidelijk in verval raakt. De airconditioner kan tegelijk met de installatiestructuur vallen, onklaar raken en materiële schade en persoonlijk let- sel veroorzaken.
Laat het aircosysteem niet langdurig werken als de luchtvochtigheid erg hoog is en er deuren of ramen openstaan. Hierdoor kan er condensvorming op het meubilair ontstaan en is er kans op schade. Bediening
- Zorg ervoor dat de netvoedingskabel tijdens het gebruik van het systeem niet kan worden los- getrokken of beschadigd. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico op brand of een elektrische schok.
Zet niets op de netvoedingskabel. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico op brand of een elektrische schok.
- Trek de stekker van de netvoedingskabel niet uit het stopcontact wanneer het systeem in werking is. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico op brand of een elektrische schok.
- Raak of bedien het aircosysteem niet met natte handen (aan). Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico op brand of een elektrische schok.
- Plaats geen verwarmingsapparaten of andere toestellen in de buurt van de netvoedingskabel. U riskeert hiermee u brand- en schokgevaar.
- Zorg ervoor dat de elektrische onderdelen van het aircosysteem niet nat worden. Daardoor zou brand, kortsluiting en schok kunnen ontstaan en het uitvallen van het aircosysteem.
- Bewaar geen ontvlambare gassen en brandstoffen in de buurt van het aircosysteem. Daar- door zou brand en het uitvallen van het aircosysteem kunnen ontstaan.
Gebruik het aircosysteem niet langdurig in een hermetisch gesloten ruimte. Hierdoor kan zuurstoftekort ontstaan.
- Als er een lek is van ontvlambaar gas, sluit dan de gaskraan en open de ramen om de ruimte te ventileren voordat u het aircosysteem inschakelt. Gebruik de telefoon niet en zet geen schakelaars aan of uit. Er kan een explosie of brand ontstaan.
Er komen vreemde geluiden of rook uit het aircosysteem. Schakel de centrale stroomonderbreker uit of trek de netvoedingskabel uit het stopcontact. Er bestaat risico op brand en schok.
- Schakel het aircosysteem bij stormachtig weer uit. Verwijder zo mogelijk het aircosysteem bij een stormwaarschuwing tijdig uit de vensteropening. Er kan materiële schade, uitvallen van het product en kortsluiting ontstaan.
- Open het inlaatrooster van het aircosysteem niet als dit in werking is. Raak het elektrostatisch filter niet aan, als het apparaat hiermee is uitgerust. Er bestaat risico op lichamelijk letsel, kort- sluiting, schok en een defect aan het product.
- Neem contact op met een erkend elektrotechnisch installatiebureau als het aircosysteem geheel of gedeeltelijk onder water heeft gestaan. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico op brand of een elektrische schok.
- Zorg ervoor dat er geen water in het product komt. Er bestaat risico op brand, kortsluiting, schok en beschadiging van het aircosysteem.
- Ventileer het aircosysteem regelmatig als u het samen met een kachel e.d. Als u deze waarschuwing negeert loopt u risico op brand of een elektrische schok.
- Zet de hoofdschakelaar uit tijdens een reinigings- of controlebeurt van het aircosysteem. Er bestaat risico op een elektrische schok.
- Trek de netvoedingskabel uit het stopcontact of schakel de centrale stroomonderbreker uit als het systeem lange tijd niet wordt gebruikt. Zodoende voorkomt u dat het product beschadigd of defect raakt of onbedoeld wordt ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat niemand op de buitenunit kan trappen of erover vallen. Hioerdoor riskeert u persoonlijk letsel en beschadiging van het aircosysteem.BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN LET OP Installeren
- Controleer na de installatie of eventuele reparaties het aircosysteem altijd op gaslekken (koelmid- del). Wanneer het systeem te weinig koelmiddel bevat, kan de airconditioner beschadigd raken.
- Installeer altijd een afvoerbuis om condenswater correct af te voeren. Door een slechte aansluiting kan lekkage ontstaan.
- Houd het aircosysteem altijd horizontaal – ook bij installatiewerkzaamheden. Zodoende voorkomt u trillingen en lekkage.
- Installeer het aircosysteem niet op plaatsen waar het geluid of warme lucht van de buitenunit om- wonenden kan hinderen. Hierdoor kunnen problemen met de buren ontstaan.
- Het apparaat moet altijd door minimaal twee personen worden getild en verplaatst. Hierdoor riskeert u persoonlijk letsel.
- Installeer het aircosysteem niet waar het rechtstreeks blootstaat aan wind van zee (zoutinwerking). Hierdoor riskeert u corrosie van het aircosysteem. Door toenemende corrosievorming op de con- densor en de verdampervinnen gaat het aircosysteem slechter werken. Gebruik
- Stel uw huid niet langdurig rechtstreeks bloot aan koude lucht. (Ga niet in de luchtstroom zitten.) Dat is slecht voor de gezondheid.
- Gebruik het aircosysteem niet voor speciale toepassingen als voedselconservering, het bewaren van kunstwerken e.d. Het is een aircosysteem voor de gemiddelde consument, niet een pre- cisiekoelsysteem. Hierdoor riskeert u beschadiging of verlies van uw bezittingen.
- Blokkeer de luchtinlaat of luchtuitlaat niet. Hierdoor kan het product defect raken.
- Reinig het aircosysteem altijd met een zachte doek. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, oplosmiddelen e.d. Hierdoor riskeert u brand, kortsluiting, schokgevaar en beschadiging van de kun- ststof onderdelen van het product.
- Raak bij het verwijderen van het luchtfilter de metalen delen van het aircosysteem niet aan. Deze zijn zeer scherp. Hierdoor riskeert u lichamelijk letsel.
- Trap niet op onderdelen van het aircosysteem en plaats er niets op (buitenunits). Hierdoor riskeert u persoonlijk letsel en storingen van het aircosysteem.
- Breng het filter altijd zorgvuldig aan. Reinig het filter minstens elke veertien dagen of vaker als dat nodig is. Een vuil filter vermindert de efficiëntie van het aircosysteem en kan storing of beschadiging van het systeem veroorzaken.
Steek nooit uw vingers of een ander object in de luchtinlaat of luchtuitlaat terwijl het aircosysteem in werking is. Het systeem bevat scherpe en bewegende onderdelen waaraan u zich kunt verwonden.
- Drink geen water dat door het systeem wordt afgevoerd. Dit water is niet schoon en kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.
- Ga bij het reinigen of controleren van het aircosysteem altijd op een stevige stoel of ladder staan. Wees voorzichtig en zorg ervoor dat u zich niet bezeert.
- Vervang lege batterijen in de afstandsbediening door nieuwe van hetzelfde type. Gebruik geen oude en nieuwe of verschillende typen batterijen door elkaar. Hierdoor kan brand of explosie ontstaan.
- Laad de batterijen niet op en haal ze niet uit elkaar. Gooi batterijen nooit in een vuur. Ze kunnen ex- ploderen of in brand raken.
Als er vloeistof uit de batterijen op uw huid, kleding, meubels of vloerbedekking is gelekt, was deze dan grondig met schoon water. Gebruik de afstandsbediening niet als de batterijen lekken. De chemi- caliën in de batterijen kunnen brandwonden en andere gezondheidsproblemen veroorzaken.
- Als u vloeistof uit de batterijen binnenkrijgt, poets uw tanden en raadpleeg een arts. Gebruik de afs- tandsbediening niet als de batterijen lekken. De chemicaliën in de batterijen kunnen brandwonden en andere gezondheidsproblemen veroorzaken.
7 De bediening voorbereiden 7 Gebruik 7 Reiniging en onderhoud 7 Service 8 PROD- UCTVOORSTELLING 8 Naam en functie van onderdelen 8 Doe dit voordat u het aircosysteem in- schakelt 9 Statuslampjes voor bediening 10 Draadloze afstandsbediening
BEDIENINGSINSTRUCTIES 12 Het plaatsen van de batterijen 12 De draadloze afstandsbediening on- derhouden 13 INSTALLATIE-INS- TRUCTIES
Installatie-instellingen - De modus voor de installatie-instellingen activeren 14 Installatie-instellingen - Codetabel voor de installatie-instellingen 15 Installatie-instellingen - Adres van de centrale besturing instellen 15 Installatie-instellingen - Adres van de centrale besturing controleren 16 GEBRUIKERSHAND- LEIDING 16 Koelmodus - Standaardwerking 16 Koelmodus - Extra koelen 17 Verwarmingsmodus 18 De modus Automatisch overschakelen 18 De modus Automatisch overschakelen - De temperatuur voor de modusscha- keling instellen 19 Automatische bedrijfsmodus 20 Ontvochtigings modus 21 Ventilatormodus 22 Te mperatuurinstelling/kamertempera- tuur controleren 23 Luchtstroominstellingen
Schakelen tussen Celsius en Fahrenheit 24 Timer 25 ONDERHOUD EN SERVICE 25 Binnenunit 26 Gebruikstips! 26 Wanneer de airconditioner niet werkt.... 27 Tips voor het oplossen van problemen! Tijd en geld besparen! 27 Vraag in de volgende gevallen onmid- dellijk om deskundige serviceVÓÓR GEBRUIK
- Laat de installatie uitvoeren door een installateur.
- Gebruik een afzonderlijke lichtnetgroep. Gebruik
- Langdurige blootstelling aan een rechtstreekse luchtstroom is slecht voor uw gezondheid. Stel bewoners, huisdieren en planten niet langdurig bloot aan een rechtstreekse luchtstroom.
- Om te voorkomen dat er een zuurstoftekort ontstaat, moet de kamer afdoende worden geven- tileerd als zich daarin ook kachels of andere verwarmingsapparaten bevinden.
- Gebruik de airconditioner niet voor niet-gespecificeerde speciale toepassingen. Bijvoorbeeld voor de opslag van precisieapparaten, voedsel, huisdieren, planten en kunstobjecten. Hierdoor kunnen de items beschadigd raken. Reiniging en onderhoud
- Raak de metalen onderdelen van het systeem bij het verwijderen van het filter niet aan. Bij het hanteren van scherpe metalen randen kunt u een verwonding oplopen.
- Gebruik geen water om de binnenkant van de airconditioner schoon te maken. De isolatie kan door contact met water beschadigd worden met schokgevaar als gevolg.
- Zorg ervoor dat de stroomvoorziening en de stroomonderbreker zijn uitgeschakeld voordat u het systeem reinigt. De ventilator draait met zeer hoge snelheid wanneer het systeem in- geschakeld is. U riskeert verwondingen als het aircosysteem tijdens het reinigen van de in- wendige delen per abuis wordt ingeschakeld. Service Neem voor reparaties en onderhoud contact op met een erkende servicedealer.
PRODUCTVOORSTELLING NEDERLANDS Naam en functie van onderdelen 1 Binnenunit 2 Buitenunit 3 Afstandsbediening 4 Aangezogen lucht 5 Uitgeblazen lucht
Koelmiddelleiding, elektrische aansluitkabel 7 Afvoerbuis 8 Aardleiding Aard het systeem via de buitenunit om elektrische schokken te voorkomen. Doe dit voordat u het aircosys- teem inschakelt Als uw installatie een aangepast bedien- ingssysteem heeft, vraag uw LG dealer dan naar de bediening die met uw systeem overeenkomt. A Parallelgeschakeld systeem ofwel sys- teem met gelijktijdige bediening B Multisysteem 1 Unit met afstandsbediening 2 Unit zonder afstandsbediening (parallelgeschakeld voor gelijktijdige bedi- ening) PRODUCTVOORSTELLING
NEDERLANDS Statuslampjes voor bediening Aan/uit : Licht op wanneer het systeem in werking is. Filtersymbool : Licht 2400 uur na ingebruikname van de unit op. Timer : Licht op wanneer de timer is ingeschakeld. Ontdooiingsmodus : Licht op tijdens de ontdooiingsmodus of Hot Start. (type met warmtepomp) Geforceerde bediening : Bedoeld voor het bedienen van het aircosysteem wan- neer de afstandsbediening om een of andere reden niet kan worden gebruikt.10 PRODUCTVOORSTELLING NEDERLANDS 1 PLASMA (OPTIONEEL) Starten en stoppen van de plasma-reinig- ingsfunctie. 2 JET COOL Snelkoelen met zeer hoge ventilatorsnelheid. 3 BEDRIJFSMODUS SELECTEREN Bedrijfsmodus selecteren. 4 FUNCTIE INSTELLEN Hiermee kunt u de functies Auto Clean, Smart Clean, Electric heater in- en uitschakelen of de hoek van de afzonder- lijke bladen bepalen. 5 LCD-VERLICHTING (optioneel) Helderheid van het lcd-scherm instellen. 6 SMART CLEAN Met deze toets schakelt u de functie Smart Clean in en uit. 7 ALLES WISSEN Alle timerfuncties wissen. 8 TEMPERATUURINSTELLING Kamertemperatuur regelen. 9 AAN/UIT Bestemd voor het in- en uitschakelen van het aircosysteem. 10 SNELHEID BINNENVENTILATOR Met deze toets kunt u vier ventilatorsnel- heden instellen: langzaam, gemiddeld, snel en afwisselend.
11 LUCHTSTROOM OP/NEER
Jaloeziebeweging starten of stoppen en de richting van de luchtstroom instellen.
- Koelmodel( ), Model met warmtepomp( ) Bedrijfsmodus Draadloze afstandsbediening Deze airconditioner is voorzien van een afstandsbediening voor de bediening van de basisfunc- ties. Als u een bedrade afstandsbediening wilt gebruiken, moet u deze afzonderlijk aanschaffen.PRODUCTVOORSTELLING
U kunt de draadloze afstandsbediening niet gebruiken voor de dwarrelstand. (4- weg type)
Zie voor meer informatie de handleiding van de draadloze afstandsbediening.
De werkelijke uitvoering van het air- cosysteem kan afhankelijk van het model afwijken van de bovenstaande afbeelding. LET OP bij het gebruik van de afstandsbediening
- Richt de signaalontvanger op de draadafs- tandsbediening om het aircosysteem te bedienen.
- Het signaal van de afstandsbediening heeft een maximaal bereik van ca. 7 m.
- Zorg ervoor dat tussen de afstandsbedi- ening en de signaalontvanger niets in de weg staat.
- Laat de afstandsbediening niet vallen en gooi er niet mee.
- Leg de afstandsbediening niet in de zon of in de buurt van een verwarming of een andere warmtebron.
- Bescherm de signaalontvanger tegen sterk dag- of lamplicht om storingen te voorkomen. (ex:Voorbeeld: elektronische snelstarter, ELBA, TL-lamp met omvormer.) !12 NEDERLANDS Het plaatsen van de batterijen Verwijder het batterijklepje door deze in de richting van de pijl te duwen. Plaats de nieuwe batterijen en zorg ervoor dat de positieve (+) en negatieve polen (-) van de batterij correct geplaatst zijn. Plaats het klepje weer door het terug in posi- tie te schuiven. Draadloze afstandsbedi- eningOnderhoud Kies een geschikte plek uit waar het apparaat veilig en makkelijk te bereiken is. Zet de houder stevig vast aan de muur met de bijgeleverde schroeven. Schuif de afstandsbediening in de houder. BEDIENINGSINSTRUCTIES NOTE
- Zorg ervoor dat u de batterijen vervangt door hetzelfde type en dat u altijd twee batterijen van hetzelfde type gebruikt.
- Als het systeem lange tijd niet wordt gebruikt, verwijdert u de batterijen om de levensduur te sparen.
- Als het weergavescherm van de afs- tandsbediening minder helder wordt, vervangt u beide batterijen. NOTE
- De afstandsbediening mag niet worden blootgesteld aan direct zonlicht.
- De signaalzender en ontvanger moeten altijd schoon zijn om goed te kunnen communiceren. Gebruik een zachte doek om deze schoon te maken.
- In geval sommige andere toepassingen ook met de afstandsbediening worden bediend, verandert u de positie van deze apparaten of raadpleegt u uw ser- vicetechnicus. BEDIENINGSINSTRUCTIES13 NEDERLANDS 1 Houd de toets VENTILATOR SNELHEID ingedrukt en druk vervolgens op de toets RESET. 2 Selecteer met de toets TEMPERATUURIN- STELLING de functiecode en de in- stellingswaarde. (Raadpleeg de codetabel voor de installatie-instellingen.) 3 Druk een keer op de toets AAN/UIT in de richting van de binnenunit 4 Zet de afstandsbediening terug naar de al- gemene bedrijfsmodus. LET OP De modus voor de installatie-instellingen is bedoeld om de detailfuncties voor de afstands- bediening in te stellen. Als de modus voor de installatie-instellingen niet goed is ingesteld, kan dit leiden tot problemen met het product, letsel of materiële schade. Deze instellingen moeten worden opgegeven door een gecertificeerde installateur. Indien de installatie of enige wijziging wordt uitgevoerd door een niet-gecertificeerde persoon, is deze aansprake- lijk voor de resultaten. In dat geval kan er geen gratis service worden verleend.
Zie de codetabel voor de installatie-in- stellingen op de volgende pagina. INSTALLATIE-INSTRUCTIES Installatie-instellingen - De modus voor de installatie-instellin- gen activeren INSTALLATIE-INSTRUCTIES14 INSTALLATIE-INSTRUCTIES NEDERLANDS Modus negeren Deze functie is alleen beschikbaar op H/P-modellen die niet automatisch overschakelen van warm op koud. Plafondhoogte selecteren Het luchtvolume en de capaciteit van onze producten wordt aangepast op de plafondhoogte. Er wordt meer of minder gekoeld/verwarmd afhankelijk van de hoogte van het plafond. - De beste koel-/verwarmprestaties worden geleverd bij de hoogste ventilatorsnelheid. (Er kan wat geluid worden gemaakt, afhankelijk van de hoogte-instelling.) Groep beheren Deze functie is uitsluitend voor het beheren van groepen. Schakel deze functie niet in wan- neer er geen groep wordt beheerd. Nadat u de functie Groep beheren hebt ingesteld, schakelt u het apparaat uit en schakelt u het na één minuut weer in. Aanvullende verwarming Deze functie kan alleen worden uitgevoerd voor modellen waarvoor de functie Aanvullende verwarming is geactiveerd. Installatie-instellingen - Codetabel voor de installatie-instellingen Codetabel voor de installatie-instellingen Nr. Functie Functiecode Instellingswaarde LCD afstandsbediening 0 Modus negeren
Plafondhoogte selecteren
NEDERLANDS Installatie-instellingen - Adres van centrale besturing instellen Installatie-instellingen - Adres van de centrale besturing controleren 1 Houd de toets PLASMA ingedrukt en druk vervolgens op de toets HERSTELLEN. 2 Richt de afstandsbediening op de binnenunit en druk één keer op de toets AAN/UIT. Het in- gestelde adres van de binnenunit wordt weergegeven in het display.
- De weergavetijd en -methode kunnen verschillen, afhankelijk van het type binnenunit. 3 Zet de afstandsbediening terug om de algemene bedrijfsmodus te gebruiken. 1 Houd de toets MODUS ingedrukt en druk vervolgens op de toets HERSTELLEN. 2 U kunt de toetsen voor de temperatuurin- stelling gebruiken om het adres van de bin- nenunit in te stellen.
- Instellingsbereik: 00 ~ FF 3 Nadat u het adres hebt ingesteld, drukt u eenmaal op de toets AAN/UIT in de richt- ing van de binnenunit. 4 De binnenunit geeft het ingestelde adres weer om de adresinstelling te voltooien.
- De weergavetijd en -methode kunnen verschillen, afhankelijk van het type bin- nenunit. 5 Zet de afstandsbediening terug om de al- gemene bedrijfsmodus te gebruiken.16 GEBRUIKERSHANDLEIDING NEDERLANDS Koelmodus - Standaardbediening 1 Druk op de toets AAN/UIT. Het apparaat reageert met een piepsignaal. 2 Druk op de toets MODUS om de koelmodus te selecteren. 3 Stel de gewenste temperatuur in door op de toets TEMP te drukken. Druk op de toets KAMERTEMPERATUUR CONTROLEREN om de kamertemperatuur te controleren. Wanneer de ingestelde temperatuur hoger is dan de kamertemperatuur, wordt er geen koude lucht de ruimte in geblazen.
- Bereik temperatuurinstelling : 18~30°C(64~86°F) Koelmodus - Extra koelen 1 Druk op de toets AAN/UIT. Het apparaat reageert met een piepsignaal. 2 Druk op de toets MODUS om de koelmodus te selecteren. 3 Druk op de toets JET COOL. De unit ge- bruikt een superhoge ventilatorsnelheid in de koelmodus.
Voor wandmodellen wordt deze modus voor extra koeling gedurende 30 minuten uitgevoerd. 4 Als u de modus Extra koelen wilt uitschakelen drukt u nogmaals op de toets JET COOL, op de ventilatortoets of op de toets voor de temperatuurinstelling zodat de unit in de koelmodus naar de hoge ven- tilatorsnelheid schakelt. GEBRUIKERSHANDLEIDINGGEBRUIKERSHANDLEIDING
NEDERLANDS Verwarmingsmodus Deze functie is alleen beschikbaar voor modellen met een warmtepomp. 1 Druk op de toets AAN/UIT. Het apparaat reageert met een piepsignaal. 2 Druk op de toets MODUS om de verwarm- ingsmodus te selecteren. 3 Druk op de toets TEMP om de gewenste temperatuur te selecteren. Druk op de toets KAMERTEMPERATUUR CONTROL- EREN om de kamertemperatuur te control- eren. Wanneer de ingestelde temperatuur lager is dan de kamertemperatuur, wordt er geen warme lucht de ruimte in geblazen.
- Temperatuurbereik in de verwarm- ingsmodus : 16~30°C (60°F~86°F) 4 Stel de ventilatorsnelheid nogmaals in. U kunt vier ventilatorsnelheden selecteren: langzaam, gemiddeld, snel of afwisselend. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt de ventilatorsnelheid gewijzigd.18 GEBRUIKERSHANDLEIDING NEDERLANDS De modus Automatisch overschakelen - De temperatuur voor de modusschakeling instellen Deze functie is voor het instellen van de modus voor Automatisch overschakelen.
Houd in de modus Automatisch overschakelen, de toets KAMERTEMPERATUUR CONTROLEREN drie sec- onden ingedrukt. De eerder ingestelde temperatuur voor het wijzigen van de modus, wordt weergegeven. 2 Druk op de toetsen voor de temperatuurinstelling (TEMP) om de gewenste temperatuur voor het wijzigen van de modus op te geven. (De standaardwaarde is 2°C ) De temperatuur voor het wijzigen van de modus, is het temperatuurverschil waarbij de air- conditioner van de koelmodus naar de verwarmingsmodus schakelt, of andersom. Voorbeeld: wanneer de temperatuur is ingesteld op 25°C en de kamertemperatuur 20°C is, wordt de bedrijfsmodus verwarmen ingesteld. Als u voor het wijzigen van de modus een temperatuur van 2°C opgeeft, wordt er naar de koelmodus geschakeld zodra dit verschil is bereikt. De modus Automatisch overschakelen Deze functie is alleen beschikbaar op bepaalde modellen. 1 Druk op de toets AAN/UIT. Het apparaat reageert met een piepsignaal. 2 Druk op de toets MODUS om de modus Automatisch overschakelen te selecteren. 3 Stel de gewenste kamertemperatuur in.
- Temperatuurbereik voor de modus Au- tomatisch overschakelen instellen : 18~30°C (64~86°F) 4 U kunt vier ventilatorsnelheden selecteren: langzaam, gemiddeld, hoog en afwisse- lend. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt de ventilatorsnelheid gewijzigd.
Tijdens Automatisch overschakelen
- De airconditioner past automatisch de bedrijfsmodus aan om de binnentem- peratuur te handhaven. Wanneer de kamertemperatuur meer dan ±2°C afwijkt van de ingestelde kamertemper- atuur, houdt de airconditioner de kamertemperatuur binnen ±2°C van de ingestelde kamertemperatuur via de modus voor automatisch schakelen.GEBRUIKERSHANDLEIDING
NEDERLANDS Automatische bedrijfsmodus 1 Druk op de toets AAN/UIT. Het apparaat reageert met een piepsignaal. 2 Druk op de toets MODUS om de Automa- tische bedrijfsmodus te selecteren. 3 Stel de gewenste temperatuur in. <Voor koelmodellen> De temperatuur en de ventilatorsnelheid wor- den uitgaande van de werkelijke kamertem- peratuur automatisch elektronisch geregeld. Als u het warm of koud hebt, drukt u op de toetsen voor de temperatuurinstelling om meer te koelen of te verwarmen. U kunt de snelheid van de binnenventilator niet aanpassen. Deze is al ingesteld door de Automatische bedrijfsmodus. <Voor modellen met een warmtepomp> U kunt de gewenste temperatuur en de snel- heid van de binnenventilator instellen. Bereik temperatuurinstelling : 18~30°C(64~86°F) Code Gevoel 2 Koud 1 Enigszins koel 0 Neutraal Enigszins warm -2 Warm ❈ Selecteer de code afhan -kelijk van uw gevoel. Tijdens de Automatische bedrijfsmodus
- Als het systeem niet naar wens func- tioneert, kunt u het met de hand naar een andere stand overschakelen. Het systeem schakelt niet automatisch over van de koelmodus naar de ver- warmingsmodus of van verwarmen naar koelen; u moet de modus en de gewenste temperatuur dan opnieuw in- stellen.20 GEBRUIKERSHANDLEIDING NEDERLANDS Ontvochtigingsmodus 1 Druk op de toets AAN/UIT. Het apparaat reageert met een piepsignaal. 2 Druk op de toets MODus om de ontvochtigingsmodus te selecteren. 3 Stel de ventilatorsnelheid in. U kunt vier ventilatorsnelheden selecteren: langzaam, gemiddeld, snel of afwisselend. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt de ventilatorsnelheid gewijzigd. Tijdens de ontvochtigingsmodus
- Als u met de toets voor de bedrijfs- modus de ontvochtigingsmodus se- lecteert, wordt de ontvochtigingsfunctie van de binnenunit gestart en wordt op basis van de huidige temperatuur automatisch de kamertemperatuur en het luchtvolume ingesteld voor de beste omstandigheid voor de ontvochtigingsfunctie. In dit geval wordt de ingestelde temperatuur niet weergegeven op de afstandsbedi- ening en kunt u de temperatuur in de kamer niet regelen.
- Tijdens de gezonde ontvochtigingsfunc- tie wordt het luchtvolume automatisch rekenkundig ingesteld op basis van de huidige kamertemperatuur voor een gezond en aangenaam klimaat in de ruimte, zelfs bij een zeer hoge vochtigheidsgraad.GEBRUIKERSHANDLEIDING
NEDERLANDS Ventilatormodus 1 Druk op de toets AAN/UIT. Het apparaat reageert met een piepsignaal. 2 Druk op de toets MODUS om de ventila- tormodus te selecteren. 3 Stel de ventilatorsnelheid nogmaals in. U kunt vier ventilatorsnelheden selecteren: langzaam, gemiddeld, snel of afwisselend. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt de ventilatorsnelheid gewijzigd. Natuurlijke luchtstroom dankzij de ge- bruikte logica voor de optie afwisselend
- Voor een frisser gevoel dan bij andere ventilatorsnelheden drukt u op de toets Fan Speed en selecteert u de modus voor afwisseling. In deze modus blaast de wind als een natuurlijk briesje door- dat de ventilatorsnelheid automatisch wordt afgewisseld. Tijdens de ventilatormodus
- De buitencompressor werkt niet. Ge- bruik een functie voor het circuleren van de binnenlucht, aangezien de lucht die niet aanzienlijk van de binnentem- peratuur verschilt, naar buiten wordt geblazen.22 GEBRUIKERSHANDLEIDING NEDERLANDS Temperatuurinstelling/kamertemperatuur controleren U kunt eenvoudig de gewenste temper- atuur wijzigen.
- Druk op de onderstaande toetsen om de gewenste temperatuur in te stellen. : De temperatuur met 1˚C per keer verhogen. : De temperatuur met 1˚C per keer verlagen. Kamertemperatuur: Geeft de huidige kamertemperatuur weer. Ingestelde temperatuur: Geeft de temper- atuur weer die de gebruiker wil instellen.
<Koelmodus> De koelmodus werkt niet wanneer de gewenste temperatuur hoger is dan de kamertemperatuur. Verlaag de gewenste temperatuur. <Verwarmingsmodus> De verwarmingsmodus werkt niet wan- neer de gewenste temperatuur lager is dan de kamertemperatuur. Verhoog de gewenste temperatuur. Telkens als u op de toets drukt, wordt binnen vijf seconden de kamertemper- atuur weergegeven. Na vijf seconden wordt het display naar de gewenste temperatuur overgeschakeld. Afhankelijk van de locatie van de afs- tandsbediening kan de werkelijke tem- peratuur in de ruimte afwijken van de temperatuur die wordt weergegeven.GEBRUIKERSHANDLEIDING
NEDERLANDS Verticale luchtstroom beheren (optioneel) De verticale luchtstroom (omhoog/-omlaag) kan worden aangepast via de afstandsbediening. 1 Druk op de toets AAN/UIT om de unit in te schakelen. 2 Als u op de toets LUCHTSTROOM voor de verticale luchtstroom drukt, beweegt het venti- latierooster op en neer. Druk nogmaals op de toets voor de verticale luchtstroom om het ven- tilatierooster in te stellen op de gewenste richting. Schakelen tussen Celsius en Fahrenheit Luchtstroominstellingen NOTE
- Als u op de toets LUCHTSTROOM voor de verticale luchtstroom drukt, wordt de horizon- tale luchtstroom automatisch rekenkundig aangepast op basis van de Auto Swing voor een gelijkmatige verdeling van de lucht in de ruimte en een comfortabeler gevoel, alsof er een natuurlijk briesje staat.
- Gebruik altijd de afstandsbediening om de richting van de verticale luchtstroom aan te passen. Als u het ventilatierooster met de verticale luchtstroomrichting met de hand be- weegt, kan dat de airconditioner beschadigen.
- Als het element wordt afgesloten, sluit de ventilatiekoepel voor de op/neer richting van de luchtstroom het luchtuitlaatopening van het systeem. Druk op de schakeltoets °C/°F om te schakelen tussen Celsius en Fahrenheit. Wanneer u in de modus Fahrenheit op een toets voor de temperatuurinstelling (TEMP) drukt, wordt de temperatuur met 2°F verhoogd/verlaagd.24 GEBRUIKERSHANDLEIDING NEDERLANDS De huidige tijd instellen 1 Houd de toets TIMER ongeveer 3 seconden ingedrukt. 2 Druk op de toetsen voor tijdsinstelling totdat de gewenste tijd is ingesteld. 3 Druk op de toets INSTELLEN/WISSEN. Instelling timer 1 Press the TIMER button to turn timer on or off. 2 Druk op de toetsen voor tijdsinstelling totdat de gewenste tijd is ingesteld. 3 Druk op de toets INSTELLEN/WISSEN. De timerinstellingen annuleren
- Als u alle timerinstellingen wilt annuleren, drukt u op de toets ALLES WISSEN.
- Als u alle timerinstellingen wilt annuleren, kunt u op de toets TIMER drukken om de timer naar wens in of uit te schakelen of in de stand-by stand te zetten. Richt de afstandsbediening vervol- gens op de signaalontvanger en druk op de toets INSTELLEN/WISSEN. (De timerlamp op de airconditioner en het display worden uitgeschakeld.) Timer NOTE
Vink de het selectievakje AM ('s ochtends) of PM ('s middags) aan. NOTE
Selecteer een van de volgende drie opties. Timer stand-by Timer aan Timer uitONDERHOUD EN SERVICE
Schakel het systeem uit voordat u het reinigt en ge- bruik alleen een zachte droge doek. Gebruik nooit bleekmiddel of schurende reinigingsmiddelen. De luchtfilters achter het rooster aan de voorz- ijde moeten eens in de veertien dagen – of vaker als het nodig is – worden gecontroleerd en gereinigd. - Gebruik nooit een van de volgende middelen: Water warmer dan 40 °C. Dit kan vervorming en/of verkleuring veroorzaken. Vluchtige middelen. Deze kunnen het oppervlak van de verschil- lende onderdelen van het aircosysteem beschadigen. - Verwijder de luchtfilters. Pak het lipje vast en trek dit enigszins naar voren om het filter te verwijderen. - Verwijder het stof van het luchtfilter met een stofzuiger of was het filter in water. Als het stof vastgekleefd is, was het filter dan in een lauwwarm sopje met een neu- traal wasmiddel. Om te voorkomen dat het filter vervormt, mag het water niet warmer zijn dan 40°C. - Nadat het wassen in water laat u het in de schaduw goed drogen. Laat het filter nooit in de volle zon of bij een kachel drogen. - Plaats het luchtfilter terug. NOTE
Voordat u de binnenunit reinigt, moet u de stroomvoorziening uitschakelen. LET OP Raak de metalen delen van de binnenunit niet aan wanneer het luchtfilter moet wor- den vervangen. Dit kan verwondingen veroorzaken.
Horizontale ventilatierooster Verticale ventilatierooster Luchtuitlaat Luchtinlaat (Luchtinlaatrooster) Luchtfilters (Achter het luchtinlaatrooster)
NEDERLANDS Laat de kamer niet te koud worden. Dit is slecht voor de gezond- heid en een verspilling van elektrische energie. Houd de luiken en gordijnen gesloten. Voorkom direct zonlicht in de kamer wanneer het aircosys- teem is ingeschakeld. Houd de temperatuur in de kamer constant. Stel de richting van de verticale en horizontale luchtstroom zo in dat er in de kamer een gelijk- matige temperatuur heerst. Zorg ervoor dat de deuren en vensters goed gesloten zijn. Laat de deuren en vensters zoveel mogelijk gesloten om de koele lucht in de ruimte te houden. Reinig de luchtfilters regelmatig. Vervuilde luchtfilters hebben een minder goede de luchtdoorstro- ming waardoor de koel- en ontvochtigingsprestaties afnemen. Reinig de luchtfilters minstens één keer per veertien dagen. Ventileer de ruimte zo nu en dan. Omdat de vensters gesloten blijven, is het een goed idee ze nu en dan te openen en de ruimte te ventileren. Wanneer de airconditioner niet werkt.... Ga als volgt te werk als het aircosys- teem een langere tijd niet wordt ge- bruikt. - Laat het aircosysteem met de volgende in- stellingen 2 tot 3 uur draaien. Type bediening: ventilator ingeschakeld. (Zie pagina 20.) Hierdoor raken de ingebouwde mechanieken uitgedroogd. - Schakel de stroomonderbreker uit. - Verwijder de batterijen uit de afstandsbedi- ening. Praktische informatie De luchtfilters en uw energienota. Als de luchtfilters door stof verstopt raken, daalt de koelcapaciteit en wordt 6% van de energie die nodig is om het aircosysteem te laten werken verspild. Wanneer de airconditioner weer wordt gebruikt. - Reinig het luchtfilter en plaats het terug in de binnenunit. (Zie pagina 27 voor meer infor- matie over het reinigen ervan.) - Controleer of de luchtinlaat en -uitlaat van de binnen- en buitenunit mogelijk verstopt zijn. - Controleer of de aardleiding correct is aangesloten. Deze kan op de zijkant van de binnenunit zijn aangesloten. LET OP Schakel de stroomonderbreker uit als het air- cosysteem langere tijd buiten gebruik blijft. Hierdoor hoopt stof op en ontstaat brandgevaar.
NEDERLANDS Vraag in de volgende gevallen onmiddellijk om deskundige service: - U ruikt een brandlucht, u hoort een hard geluid, kortom, er klopt iets niet in uw aircosysteem. Stop de unit en schakel de stroomonderbreker uit. Probeer in dergelijke gevallen de aircondi- tioner nooit zelf te repareren of opnieuw te starten. - De netvoedingskabel voelt heet aan of is beschadigd. - Door zelfdiagnose van het systeem wordt een foutcode gegenereerd. - Er lekt water uit de binnenunit, ook als de luchtvochtigheid laag is. - Een schakelaar, stroomverbreker (beveiliging, aarde) of zekering werkt niet goed. De gebruiker moet het aircosysteem zelf regelmatig controleren en reinigen om te voorkomen dat de prestaties ervan minder worden. In speciale gevallen mag dit werk uitsluitend door een vakkundige servicem onteur worden uit- gevoerd. Het aircosysteem werkt niet. - Hebt u de timer misschien verkeerd ingesteld? - Is de zekering miss- chien doorgeslagen of de stroomver- breker ingeschakeld? Er hangt een vreemde geur in de kamer.
Controleer of dit wellicht een vochtluchtje van de muren, de vloerbe- dekking, de meubels of andere textielpro- ducten in de ruimte is. Het lijkt of er con- denswater uit het air- cosysteem lekt.
Condenswater ontstaat als de warme lucht in het lokaal door de luchtstroom van het aircosysteem wordt afgekoeld. Bij opnieuw opstarten duurt het zo’n drie minuten voordat het aircosysteem ingeschakeld wordt.
Dit komt door een vei- ligheidsschakeling van het mechanisme.
Wacht drie minuten tot- dat het de airconditioner wordt ingeschakeld. Het aircosysteem koelt of verwarmt niet goed. - Is het luchtfilter misschien vuil? Zie de aanwijzingen voor het reinigen van het luchtfilter.
Het is mogelijk dat de ruimte erg warm was toen het aircosysteem voor het eerst werd ingeschakeld. Laat de kamer een tijdje afkoelen.
HIs de temperatuur miss- chien niet goed ingesteld? - Is de luchtinlaat of de luchtuitlaat van de binnenunit mogelijk geblokkeerd? Het aircosysteem maakt geluid. - U hoort een geluid als van stromend water.
- Dit is geluid van stromend Freon in de airconditioner. - U hoort een geluid alsof er perslucht met kracht wordt uit- geblazen.
Dit is het geluid van het ontvochtig- ingswater dat binnen in het aircosysteem wordt verwerkt. U hoort een krakend geluid. - Dit geluid ontstaat door het uitzetten en krimpen van het frontpaneel e.d. als gevolg van de tem- peratuurwisselingen. Het display van de af- standsbediening is wazig of geeft niets aan. - Zijn de batterijen misschien uitgeput? - Hebt u de batterijen verkeerd om in de (+) en (-) ingelegd? Het filterstatuslampje (LED) brandt. - Reinig het filter, druk tegelijkertijd 3 secon- den lang op de toets Timer en ◀ van de bedrade afstandsbe- diening. Tips voor het oplossen van problemen! Bespaar tijd en geld! Controleer de volgende punten voordat u reparatie of onderhoud aanvraagt.... Bel uw dealer als u de storing niet zelf kunt oplossen.
Notice-Facile