Technipolar 1 - Airconditioning TECHNISAT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Technipolar 1 TECHNISAT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Technipolar 1 - TECHNISAT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Technipolar 1 van het merk TECHNISAT.
GEBRUIKSAANWIJZING Technipolar 1 TECHNISAT
8.3.2 Meeteenheid voor de temperatuur omzeen.......................................................... 124
2 Voorwoord Geachte klant, Bedankt dat u voor een airco-unit van TechniSat hebt gekozen. Deze handleiding is bedoeld om u te helpen de uitgebreide functies van uw nieuwe apparaat te leren kennen en gebruiken. Deze helpt u bij het doelmatige en veilige gebruik ervan. Ze is bedoeld voor iedereen die het apparaat installeert, bedient, reinigt of als afval verwijdert. Bewaar de handleiding op een veilige plaats voor later gebruik. De meest recente versie van de handleiding vindt u in het downloadgedeelte van uw product op de TechniSat-website www.technisat.de. Wij wensen u veel plezier met uw TechniSat-apparaat!
TechniSat team110 3 Veiligheidsinstructies
3.1 Gebruikte tekens en symbolen
In deze handleiding: Markeert een veiligheidsinstructie, die kan leiden tot ernstig letsel of de dood als deze niet wordt opgevolgd. Let op de volgende signaalwoorden: GEVAAR - Ernstige verwondingen met de dood tot gevolg WAARSCHUWING - Zware verwondingen, mogelijk met de dood tot gevolg LET OP - Kans op verwondingen Let op - duidt een belangrijke aanwijzing aan die strikt moet worden opgevolgd om defecten, gegevensverlies/-misbruik of een onbedoelde werking van het apparaat te voorkomen. Het beschrij ook verdere functies van uw apparaat. Waarschuwing voor elektrische spanning. Volg alle veiligheidsinstructies om elektrische schokken te voorkomen. Maak het apparaat nooit open. Op het apparaat: Waarschuwing voor brandgevaarlijke stoen. Volg alle veiligheidsinstructies op. Onzorgvuldigheid in de nabijheid van brandbare materialen kan brand veroorzaken. Neem alle aanwijzingen en veiligheidsinstructies in de bedieningshandleiding in acht. Gebruik binnenshuis - units met dit symbool zijn uitsluitend bestemd voor gebruik binnenshuis. Beschermingsklasse II - Elektrische apparaten van beschermingsklasse II zijn elektrische apparaten met doorlopende dubbele en/of versterkte isolatie en zonder aansluitmogelijkheden voor een aardingskabel. De behuizing van een elektrisch apparaat van beschermingsklasse II dat in isolatiemateriaal is ingesloten, kan voor extra of verstevigde isolatie zorgen. Uw toestel draagt het CE-keurmerk en voldoet aan alle vereiste EU-normen. Elektronische apparaten horen niet thuis bij het huishoudelijk afval, maar moeten op de juiste manier worden verwijderd in overeenstemming met Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003, betreende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Gelieve dit toestel aan het einde van de levenscyclus in te leveren voor verwijdering op de voorziene openbare inzamelpunten.111
De TechniSat-airconditioning TECHNIPOLAR 1 is ontworpen voor het koelen of verwarmen van binnenruimtes van minimaal 13 m² tot max. 35 m².
3.3 Veilig gebruik van airconditioners
Neem de volgende instructies in acht om veiligheidsrisico's tot een minimum te beperken, schade aan het apparaat te voorkomen en bij te dragen aan de bescherming van het milieu. Lees alle veiligheidsvoorschrien zorgvuldig door en bewaar deze voor latere vragen. Volg altijd alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op de achterzijde van het apparaat op. OPGELET! Brandgevaarlijke stoen. Het apparaat is gevuld met propaangas R290. Neem bij reparaties of serviceonderhoud altijd de richtlijnen van de fabrikant in acht. Het onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd vakpersoneel. OPGELET! Maak het apparaat nooit open. Het aanraken van onder spanning staande onderdelen is levensgevaarlijk. Neem steeds de volgende instructies in acht voor doelmatig gebruik van het apparaat en om defecten aan het apparaat en persoonlijk letsel te voorkomen. > Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij deze onder toezicht staan van iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid, dan wel door deze persoon over het gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd. > Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. > Gebruik dit toestel niet voor andere functies dan die in deze handleiding worden beschreven. > Als het netsnoer versleten of beschadigd is, mag het alleen worden vervangen door een gekwalificeerde servicetechnicus die uitsluitend gebruik maakt van originele reserveonderdelen. > De stekker moet stevig vast en helemaal in het stopcontact worden gestoken. Er is een risico op elektrische schokken of brand. > Sluit geen andere apparaten aan op hetzelfde stopcontact. Er bestaat een risico op elektrische schokken. > Demonteer of breng geen wijzigingen in de airconditioner of het netsnoer aan, want er bestaat een risico op elektrische schokken of brand. Alle andere werkzaamheden aan het apparaat moeten door een gekwalificeerd technicus worden uitgevoerd.112 > Plaats het netsnoer of de airconditioner niet in de buurt van een verwarming, radiator of een andere warmtebron. Er is een risico op elektrische schokken of brand. > Het apparaat is uitgerust met een kabel inclusief geaarde geleider, die is verbonden met een aardpen of een aardkabel. De stekker moet in een correct geïnstalleerd en geaard stopcontact worden gestoken. In geen geval mag de aardpen of aardkabel van deze stekker worden onderbroken of verwijderd. > Het apparaat moet zo worden gebruikt of opgeslagen, dat het beschermd is tegen vocht (bijv. condensatie, spatwater, etc.). > Transporteer uw airconditioner altijd in verticale positie en plaats hem op een stabiele, vlakke ondergrond tijdens het gebruik. Als het apparaat op zijn kant wordt getransporteerd, moet het daarna 6 uur rechtop staan, alvorens het wordt aangesloten op de stroomvoorziening. > Schakel het toestel of de afstandsbediening uit met de schakelaar op het bedieningspaneel. Start of stop de werking niet door de stekker in het stopcontact te steken of de stekker uit het stopcontact te halen. Er bestaat gevaar voor elektrische schokken. > Druk niet met nae of vochtige vingers op de toetsen van het bedieningspaneel. > Gebruik geen gevaarlijke chemicaliën om het apparaat te reinigen en houd ze uit de buurt van het apparaat. Gebruik om schade aan het oppervlak te voorkomen uitsluitend een zachte doek om de airconditioner te reinigen. Gebruik geen was, verdunner of een sterk reinigingsmiddel. Gebruik het apparaat niet in de aanwezigheid van ontvlambare stoen of dampen zoals alcohol, insecticiden, benzine, etc. > Als de airconditioner een abnormaal geluid maakt of rook of een abnormale geur afgee, haal dan onmiddellijk de stekker van het apparaat uit het stopcontact. > Reinig het apparaat niet met water. Water kan het apparaat binnendringen en de isolatie beschadigen, waardoor het risico op elektrische schokken ontstaat. Als er water in het apparaat is gekomen, trek dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de klantenservice. > Het apparaat moet door ten minste twee personen worden opgetild en geïnstalleerd. > Zorg ervoor dat alle accessoires voor gebruik uit de verpakking worden verwijderd. > Raak om snijwonden te voorkomen bij het verwijderen en installeren van het filter de metalen onderdelen van de airconditioner niet aan. Er bestaat gevaar voor persoonlijk letsel. > Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat van de airconditioner niet. Een verminderde luchtstroom leidt tot slechte prestaties en kan het toestel beschadigen.113
> Pak altijd de stekker vast als u de airconditioner aansluit of loskoppelt. Trek nooit de stekker uit het stopcontact door aan de kabel te trekken. Anders bestaat er gevaar voor elektrische schokken en kan schade worden veroorzaakt. > Plaats de airconditioner op een stabiele, vlakke ondergrond die tot 50 kg kan dragen. Installatie op een onstabiele of ongelijke ondergrond kan leiden tot schade aan eigendommen en persoonlijk letsel. > Sluit alle deuren en ramen naar de ruimte voor de meest eciënte werking. Zorg ervoor dat de uitlaatslang naar buiten wordt geleid om een eciënte werking te garanderen.
BELANGRIJK - METHODE VAN AARDING
Dit product is in de fabriek uitgerust met een netsnoer met een driepins geaarde stekker. Het mag alleen worden aangesloten op een stopcontact dat is voorzien van een aarding in overeenstemming met de National Electrical Code en de van toepassing zijnde lokale regels en voorschrien. Als het circuit geen geaard stopcontact hee, is het de verantwoordelijkheid en de verplichting van de klant om het bestaande stopcontact te vervangen in overeenstemming met de National Electrical Code en de toepasselijke lokale voorschrien en verordeningen. Het derde aardecontact mag nooit worden doorgesneden of verwijderd. Gebruik nooit de kabel, de stekker of het apparaat als deze beschadigd is. Gebruik uw apparaat alleen met een verlengsnoer, wanneer het is geïnspecteerd en getest door een gekwalificeerde elektricien. Onjuiste aansluiting van de geaarde stekker kan leiden tot brand, elektrische schokken en/of letsel aan personen in verband met de apparatuur. Raadpleeg een gekwalificeerde servicetechnicus, indien u twijfelt of het apparaat goed geaard is. ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN Controleer het volgende alvorens de stekker van het apparaat in het stopcontact te steken: > De netspanning komt overeen met de waarde die op het typeplaatje aan de achterzijde van het apparaat is aangegeven. > Contactdoos en circuit zijn geschikt voor het apparaat. > Het stopcontact komt overeen met de stekker. Als dit niet het geval is, laat dan de stekker vervangen. > Het stopcontact is voldoende geaard. Het niet in acht nemen van deze belangrijke veiligheidsinstructies ontslaat de fabrikant van elke aansprakelijkheid.
3.4 Informatie over de verwijdering
Belangrijke instructies voor de correcte verwijdering van het product volgens de EG- richtlijn 2012119/EG. Aan het einde van de gebruiksduur mag het product niet als gemeentelijk afval verwijderd worden Het moet naar een speciaal gemeentelijk inzamelpunt gaan of naar een retailer, die deze service aanbiedt.114 De gescheiden verwijdering van huishoudelijke apparaten zal de mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid, als gevolg van onjuiste verwijdering verminderen. Bovendien wordt het hergebruik van componenten vergemakkelijkt, zodat aanzienlijke besparingen op het gebied van energie en hulpbronnen gerealiseerd kunnen worden. Ter herinnering aan de noodzaak om huishoudelijke apparaten gescheiden te verwijderen, is het product met een doorgestreepte vuilnisbak op wielen gemarkeerd. 4 Aeeldingen 1 Ventilatoropening 2 Bedieningspaneel 3 Verzonken handgrepen (aan beide zijden) 4 Rollen 5 Netsnoer 6 Filterunit luchtinlaat 7 Afvoerluchtaansluiting 8 Luchtinlaat 9 Onderste condenswater afvoer 10 Bovenste condenswater afvoer115
5 Installatie-instructies
In de koel- of verwarmingsmodus moet het apparaat in de buurt van een raam of een opening worden geplaatst, zodat de warme of koude afvoerlucht naar buiten kan worden geleid. Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond en zorg ervoor dat er een minimale afstand van 30 cm rond het apparaat is en dat het zich in de buurt van een geaard stopcontact bevindt.
1. Verleng de slang tot de gewenste lengte
door deze uit elkaar te trekken (A. 1).
2. Schroef deze op de slanginvoer (A. 2).
3. Schroef de slanguitlaat op het andere
uiteinde van de slang aan (A. 3).
4. Monteer de slanginvoer op de
luchtaansluiting (7) (A. 4).
5. Bevestig de slanguitlaat aan de raamkit
De raamkit is bedoeld voor het afdichten van kiepramen. Ga voor de installatie als volgt te werk: Plak het klienband op het vensterkozijn. Plak het klienband op het kozijn van het venster. Verkort de klienband op de hoeken. Zorg ervoor dat de hoeken gelijk liggen aan elkaar. Bevestig de raamafdichting. Zorg ervoor dat beide helen recht op elkaar zijn uitgelijnd. Open de rits aan de zijkant. Steek de uitlaatslang in de ontstane opening en sluit de rits.117
5.3 plaats van installatie
> Het apparaat moet op een vaste ondergrond worden geplaatst om lawaai en trillingen tot een minimum te beperken. Plaats het apparaat op een gladde, vlakke vloer die stevig genoeg is om het apparaat te ondersteunen. > Het apparaat is uitgerust met wielen om de installatie te vergemakkelijken. Er mag echter alleen worden gerold op gladde, vlakke oppervlakken. Wees voorzichtig bij het oprollen van het tapijt. Wees voorzichtig en bescherm de vloer wanneer u over houten vloeren rolt. Probeer het apparaat niet over objecten te rollen. > Het apparaat moet binnen het bereik van een geschikte aardcontactdoos worden opgesteld. > Plaats nooit obstakels rond de luchtinlaat of -uitlaat van het apparaat. > Laat minstens 45 cm afstand tot de muur om een eciënte airconditioning te bereiken. > De slang kan worden verlengd, maar moet zo kort mogelijk worden gehouden. Zorg er ook voor dat de slang geen knikken hee en niet doorhangt.118 6 Bediening Het bedieningspaneel bevindt zich aan de bovenzijde van het apparaat. Om het volledige potentieel van het apparaat te gebruiken, moet u echter de afstandsbediening gebruiken.
1 Omschakeling van de bedrijfsmodus 2 Tijdbediening (timer) 3 Temperatuurkeuze (warmer) 4 Temperatuurkeuze (kouder) 5 Ventilatorniveau 6 Aan-/uitschakelaar 7 Verwarmingsfunctie actief 8 Koelfunctie actief 9 Luchtontvochtiging actief 10 Ventilatormodus actief 11 Tijdbediening actief 12 Display 13 Hoog ventilatorniveau 14 Ventilatorniveau medium 15 Laag ventilatorniveau 16 Automatische klimaatregeling actief
Steek de stekker in het stopcontact. Op het display staat " - - ". Druk eenmaal op de POWER-toets (6), om de stroom in te schakelen. Druk nogmaals op de POWER-toets, om de stroom uit te schakelen. Schakel de airconditioner nooit uit door de stekker eruit te trekken. Schakel de airconditioner altijd uit door eerst op de POWER-toets te drukken en wacht enkele minuten voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Hierdoor kan het apparaat een besturingscyclus uitvoeren en op de juiste manier worden uitgeschakeld.119
Schakel de airconditioner niet onmiddellijk na het uitschakelen weer in, maar wacht enkele minuten.
Ideaal voor warm, vochtig weer wanneer het nodig is om de kamer af te koelen en tegelijkertijd te ontvochtigen. > Druk herhaaldelijk op de toets MODE (1) tot „Cool“ (8) oplicht. > Selecteer de gewenste temperatuur (18 °C tot 32 °C) door herhaaldelijk op de toets Temperatuurselectie warmer/koeler (3, 4) te drukken, totdat de overeenkomstige waarde op het display wordt weergegeven. Na het inschakelen en activeren van de koelfunctie kan het even duren voordat de compressor start en het apparaat aoelt. > Druk meerdere malen op de toets FAN (5) voor de gewenste ventilatorsnelheid, waarbij High (hoog), Medium (middel), Low (laag) en Auto (automatische regeling) kunnen worden geselecteerd. Aankelijk van de gekozen ventilatorsnelheid verandert ook het geluid van de airconditioner. Als u de voorkeur gee aan de stilst mogelijke werking, selecteer dan Low. Als u de koelmodus direct na het inschakelen van de verwarmingsmodus activeert, kan het tot 5 minuten duren voordat het apparaat begint te koelen. De meest geschikte temperatuur voor de ruimte in de zomer ligt tussen 24 °C en 27 °C. Het wordt echter aanbevolen om niet een temperatuur in te stellen die ver onder de buitentemperatuur ligt. Beide aappunten (9, 10) moeten in deze modus worden gesloten om een eciënte koeling mogelijk te maken.
6.4 Verwarmingsmodus
Als u een kamer wilt verwarmen, bij voorkeur in het koudere seizoen, kiest u de verwarmingsmodus. > Druk herhaaldelijk op de toets MODE (1) tot „Heat“ (7) oplicht. > Selecteer de gewenste temperatuur (13 °C tot 27 °C) door herhaaldelijk op de toets Temperatuurselectie warmer/koeler (3, 4) te drukken, totdat de overeenkomstige waarde op het display wordt weergegeven. > Druk meerdere malen op de toets FAN (5) voor de gewenste ventilatorsnelheid, waarbij High (hoog), Medium (middel), Low (laag) en Auto (automatische regeling) kunnen worden geselecteerd. Aankelijk van de gekozen ventilatorsnelheid verandert ook het geluid van de airconditioner. Als u de voorkeur gee aan de stilst mogelijke werking, selecteer dan Low. Als u de verwarmingsmodus direct na het inschakelen van de koelmodus activeert, kan het tot 5 minuten duren voordat het apparaat begint te verwarmen. Water wordt uit de lucht gehaald en opgevangen in de tank. Als de tank vol is, schakelt het apparaat uit en verschijnt op het display Ft (volle tank).120 De onderste aapdop (9) moet worden verwijderd en de tank moet worden geleegd. Laat al het water in een opvangbak lopen. Als al het water is afgevoerd, moet de dop weer erop worden gedraaid. Na het legen van de tank start het apparaat weer. Bij gebruik in zeer koude ruimtes zal het apparaat automatisch ontdooien, waardoor de normale werking voor korte tijd wordt onderbroken. Op het display verschijnt Lt. Tijdens deze procedure is het normaal dat het geluid van het apparaat verandert. > In deze modus moet u wellicht enkele minuten wachten voordat het apparaat warme lucht gaat uitstoten. > De ventilator kan kortstondig in deze modus werken, ook al is de ingestelde temperatuur al bereikt.
6.5 Ontvochtigingsmodus
Ideaal voor het verminderen van de luchtvochtigheid binnenshuis (lente en herfst, vochtige ruimtes, regenperiodes, etc.). Merk op dat in de ontvochtigingsmodus de lucht wordt ontvochtigd. Het condenswater wordt via de bovenste afvoer (10) naar buiten geleid. Voer het water in een geschikte bak en maak deze regelmatig leeg, aankelijk van de grooe. > Verwijder de bovenste aapdop (1.). > Sluit de meegeleverde slang of een geschikte slang aan op de aansluiting (2.) en leid deze in een geschikte bak. Dop Slang aansluiten
> Druk herhaaldelijk op de toets MODE (1) tot Dry (9) oplicht en tegelijkertijd het symbool voor de automatische ventilator Auto (16) oplicht. In deze modus wordt de ventilatorsnelheid automatisch geselecteerd door het toestel en kan deze niet handmatig worden ingesteld. Zorg ervoor dat u de condenswaterslang niet knikt.121
Als u het apparaat in deze modus gebruikt, hoe de uitlaatslang niet te worden aangesloten. > Druk herhaaldelijk op de toets MODE (1) tot Fan (10) oplicht. Druk meerdere malen op de toets FAN (5) voor de gewenste ventilatorsnelheid, waarbij High (hoog), Medium (middel) of Low (laag) kunnen worden geselecteerd. Automatische regeling is in deze modus niet beschikbaar.
6.7 Automatische modus
In de automatische modus bepaalt het apparaat zelfstandig in welke modus het werkt op basis van de huidige kamertemperatuur: - Tot 20 °C kamertemperatuur = Verwarmingsmodus - Tussen 20 °C en 23 °C = Ventilatormodus - Boven 23 °C kamertemperatuur = Koelmodus > Druk meerdere malen op de toets MODE (1) totdat alle modus-led's uit zijn en er een draaiende balk op het display verschijnt. > Druk meerdere malen op de toets FAN (5) voor de gewenste ventilatorsnelheid, waarbij High (hoog), Medium (middel) of Low (laag) kunnen worden geselecteerd. 7 Timermodus De timer kan worden gebruikt om het in- of uitschakelen van het apparaat te automatiseren. Door eciënt gebruik te maken van de timerbediening kan er energie worden bespaard, omdat het apparaat alleen op de ingestelde vaste tijden in bedrijf is.
7.1 Timer programmeren
Vertraagde inschakeling > Selecteer eerst de modus en de gewenste instellingen (ventilatorsnelheid, temperatuur) tijdens het gebruik. Schakel dan het apparaat uit. > Met de stroom uitgeschakeld, druk op de toets TIMER (2). De Timer-led (11) en het aantal uren knipperen op het display. > Druk binnen 5 seconden opnieuw op de TIMER-toets om de uren in te stellen, waarmee het apparaat moet worden vertraagd bij het inschakelen. De timer kan worden ingesteld in intervallen van 1 uur tot 24 uur.122 > Ongeveer 5 seconden nadat de tijd is ingesteld, wordt de instelling opgeslagen, gaat de timer-led branden en gee het display aan dat het apparaat in de stand-by-modus (--) staat. > Na afloop van de ingestelde tijd start het apparaat in de laatst ingestelde bedrijfsmodus. Om de instelling te wissen, drukt u nogmaals op de toets Timer. De timerweergave gaat uit. Vertraagde uitschakeling > Met de stroom ingeschakeld, druk op de toets TIMER (2). De Timer-led (11) en het aantal uren knipperen op het display. > Druk binnen 5 seconden opnieuw op de TIMER-toets om de uren in te stellen, waarmee het apparaat moet worden vertraagd bij het inschakelen. De timer kan worden ingesteld in intervallen van 1 uur tot 24 uur. > Ca. 5 seconden nadat de tijd is geselecteerd, wordt de instelling opgeslagen en gaat de timer-led branden. > Na het verstrijken van de ingestelde tijd schakelt het apparaat over naar de stand-bymodus. Om de instelling te wissen, drukt u nogmaals op de toets Timer. De timerweergave gaat uit. 8 Omgang met de afstandbediening
8.1 Baerijen plaatsen
> Open het deksel van het baerijvak aan de achterzijde van de afstandsbediening door zacht op de aangegeven plek te drukken en het deksel open te schuiven. > Plaats de meegeleverde baerijen (LR03, AAA, 1,5 V) met de + en - polen in de juiste stand (aangegeven in het baerijvak). > Sluit het baerijvak opnieuw. Belangrijke aanwijzing voor afvalverwijdering van baerijen: baerijen kunnen giige stoen bevaen die schadelijk zijn voor het milieu. Zorg daarom dat u de baerijen weggooit in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving. Doe de baerijen nooit bij het normale huisafval. U kunt gebruikte baerijen gratis inleveren bij uw speciaalzaak of bij speciale afvalinzamelingsstations. Let erop dat baerijen buiten handbereik van kinderen blijven. Kinderen kunnen baerijen in hun mond nemen en inslikken. Dit kan tot ernstige gezondheidsproblemen leiden. Raadpleeg in dit geval onmiddellijk een arts! Houd daarom baerijen en afstandsbediening buiten bereik van kleine kinderen.123
Gebruik het apparaat alleen met baerijen die voor dit apparaat zijn goedgekeurd. Normale baerijen mogen niet worden opgeladen. Baerijen mogen niet op andere manieren worden gereactiveerd, niet uit elkaar worden genomen, worden verwarmd of in open vuur worden gegooid (explosiegevaar!). Maak de baerijcontacten en apparaatcontacten schoon voordat u ze plaatst. Bij verkeerd geplaatste baerijen bestaat explosiegevaar!
Aan- en uitzeen Temperatuur verhogen Temperatuur verlangen Timermodus Meeteenheid temperatuur omzeen Ventilatormodus Bedrijfsmodus Luchtuitlaat Nachtmodus > De basisbediening met de afstandsbediening is zoals beschreven in het „Bediening“ hoofdstuk. Druk op de toets die overeenkomstig is gelabeld, analoog aan de bovenkant van het apparaat.124 > Richt de afstandsbediening op de bovenkant van de airconditioner. Neem de maximale afstand van 7 meter in acht.
8.3 Speciale functies met de afstandsbediening
8.3.1 Ventilatie-uitgang
De bovenste ventilatie-uitgang opent en sluit in een constant ritme. Als u de luchtuitlaat in één positie wilt vergrendelen, druk dan op de toets Luchtuitlaat op de afstandsbediening. Druk nogmaals op de knop om het zwenken automatisch te regelen.
8.3.2 Meeteenheid voor de temperatuur omzeen
Druk op de toets Meeteenheid temperatuur omzeen om de meeteenheid voor de temperatuur die op het display wordt gebruikt, te wisselen tussen graden/Celsius en Fahrenheit.
In de nachtmodus worden het display en de led aan de bovenkant van het apparaat gedimd. > Selecteer de verwarmings-, koel- of automatische modus. > Druk op de toets Nachtmodus van de afstandsbediening. De displays zijn nu gedimd en de ventilator draait op de laagste snelheid. In de koelmodus wordt de temperatuur geleidelijk verhoogd tot 1 °C boven de oorspronkelijke nominale temperatuur, voor elk van de eerste 2 uur. Daarna houdt het apparaat 6 uur lang dezelfde temperatuur aan en schakelt dan over naar de stand-bymodus. In de verwarmingsmodus wordt de temperatuur geleidelijk verlaagd tot 1 °C onder de oorspronkelijke nominale temperatuur, voor elk van de eerste 3 uur. Daarna houdt het apparaat 5 uur lang dezelfde temperatuur aan en schakelt dan over naar de stand-bymodus.125
9 Service en onderhoud
9.1 Condenswater afvoeren
Na verloop van tijd verzamelt het condenswater zich in de tank van de airconditioner. Als de tank vol is, stopt het apparaat en toont het display Ft (Full- tank = volle tank). Condenswater handmatig afvoeren: > Trek de stekker van de airconditioner uit het stopcontact. > Plaats een geschikte bak onder de onderste condensafvoer (9, pagina 8). > Verwijder de dop van de afvoer en laat het water volledig in de opvangbak lopen. > Als het water is weggelopen, plaats dan de dop op de condensafvoer. > Zet de airconditioner weer in werking. Condenswater wordt automatisch en continu afgevoerd: In de ontvochtigingsmodus moet het condenswater continu naar buiten worden afgevoerd. De bovenste condenswaterafvoer (10, pagina 8) is hiervoor voorzien. > Trek de stekker van de airconditioner uit het stopcontact. > Plaats een geschikte bak onder de bovenste condensafvoer (10, pagina 8). > Verwijder de dop van de afvoer en breng een geschikte slang aan op de afvoeraansluiting. > De slang moet nu recht naar beneden in de opvangbak worden geleid. Zorg ervoor dat de condenswaterslang niet knikt. > Zet de airconditioner weer in werking en activeer de ontvochtigingsmodus. In de koelmodus moet de bovenste condensafvoer gesloten zijn om een eciënte werking te garanderen.126
9.2 Apparaat reinigen
Schakel de stroom uit door op de POWER-toets op het bedieningspaneel of de afstandsbediening te drukken, alvorens het apparaat te reinigen of onderhoud uit te voeren. Wacht enkele minuten en haal dan de stekker uit het stopcontact. APPARAAT SCHOONMAKEN > Maak het apparaat met een licht vochtige doek schoon en droog het vervolgens volledig af met een droge doek. Maak de airconditioner nooit met water schoon. Gebruik nooit benzine, alcohol of oplosmiddelen om het apparaat schoon te maken. Spuit er nooit insecticiden of iets dergelijks op. FILTER SCHOONMAKEN Om uw airconditioner eciënt te laten werken, moet u het filter elke week dat hij gebruikt wordt, schoonmaken. > Het filter kan worden verwijderd zoals aangegeven in de aeelding hiernaast. > Verwijder stofophopingen op het filter met een stofzuiger. > Als het erg vuil is, dompel het dan onder in warm water en spoel het meerdere malen af. Het water moet lauw zijn. > Laat het filter na het wassen volledig drogen en plaats het terug. Gebruik nooit een filter dat nog nat is. Dit kan leiden tot schade. LET OP! Raak de koelribben in het apparaat niet aan als het filterhuis open is. Deze hebben scherpe kanten en kunnen leiden tot snijverwondingen.
9.3 ACTIVITEITEN BIJ BEGIN/EINDE VAN HET SEIZOEN
Begin van het seizoen: > Controleer de voedingskabel en de stekker op beschadigingen. Controleer de basisinstallatie van het apparaat en de locatie volgens deze instructies.127
Einde van het seizoen: Wanneer de airconditioner gedurende een lange periode niet wordt gebruikt: > Maak de opvangbak voor condenswater volledig leeg en laat de onderste aapdop open tot het resterende water is afgevoerd. Zodra de tank volledig leeg is en er geen water meer lekt, moet de rubberen stop worden vervangen. > Verwijder en reinig het filter, laat het volledig drogen en vervang het dan. > Haal de baerijen uit de afstandsbediening. > Bewaar de airconditioner op een koele, droge plaats, uit de buurt van direct zonlicht, extreme temperaturen en overmatig stof. 10 Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing De airconditioner start niet/schakelt niet in. Geen stroom. Controleer de stroomvoorziening. Stroomkabel niet aangesloten. Steek de stekker van het netsnoer in een stopcontact. Beveiligingscircuit actief. Wacht 30 minuten en probeer het opnieuw. Als de storing blij optreden, neem dan contact op met de klantenservice. De airconditioner loopt maar korte tijd. De uitlaatslang is geknikt of verkeerd aangesloten. Neem de aanwijzingen in de gebruikershandleiding voor het plaatsen/ aankoppelen van de afvoerslang in acht. De luchtuitlaat/ afvoerslang is geblokkeerd. Controleer de luchtuitlaat/ afvoerslang op mogelijke vervuiling.128 De airconditioner werkt, maar koelt niet af. Ramen/vitrages/gordijnen zijn open. Sluit de kamer af tegen de zon en sluit alle ramen. Andere apparaten in de kamer veroorzaken warmte (bijv. televisie, ovens, haardrogers). Schakel alle extra apparaten in de kamer uit. De afvoerslang is niet geïnstalleerd of is niet naar buiten geleid. Installeer de afvoerslang op de juiste manier. De koelcapaciteit is niet geschikt voor de ruimte waar de airconditioner wordt gebruikt. Neem de technische gegevens van de airconditioner in acht. Tijdens het gebruik ontstaan onaangename geuren. Luchtfilter is verstopt of vuil. Verwijder het luchtfilter, reinig het volgens de instructies. Na een herstart duurt het 3 minuten tot het apparaat weer werkt. Het beveiligingscircuit van de compressor voorkomt een onmiddellijke start na het uit- en weer inschakelen van het apparaat. Wacht drie minuten. Het apparaat werkt dan weer normaal. De volgende foutmeldingen verschijnen op het display:
De zelfdiagnose hee een fout ontdekt. Lt - Temperatuur in de kamer te laag. De ontdooifunctie start. PF - Sensorfout. Informeer de service- afdeling Ft - Condenswatertank is vol. Maak de tank leeg zoals beschreven in deze handleiding.129
11 Technische gegevens Koelvermogen 11000 BTU/h / 3.2 kW Warmteopbrengst 10000 BTU/h / 2.9 kW Modi Koeling, verwarming, ventilator, ontvochtiging, timer Temperatuurbereik: 18 - 27 °C Kameromvang 25 - 35 m² Ontvochtigingsvermogen 36 liter per 24uur Luchtcirculatie 250 - 300 m³/h Volume 53 - 65 dB Koelvloeistof R290 (260g) GWP-koelvloeistof 3 Stroomverbruik koeling 1,23 kW/h ERR 2,62 (vermogenscoëciënt) Energieklasse koeling A Stroomverbruik verwarming 1,04 kW/h COP 2,8 (warmteafgiecoëciënt) Energieklasse verwarming A+ Aanzuigdruk 1,2 MPa Afvoerdruk 2,3 MPa Lengte afvoerslang 1,5 m (max.) Diameter afvoerslang 13 cm CO₂-equivalent 0,0008 t Compressor LRA 23,5 A Beschermingsklasse IPX0 Display Type: 7-segment, 2-cijferig Afmetingen (b x h x d) 445 x 720 x 375 mm Gewicht 31,00 kg Voeding Voeding: intern Nominaal vermogen: 1640 W Frequentie: 50 Hz Nominale spanning: AC 220 - 240 V Leveringspakket Mobiele airconditioner. Handleiding, afstandsbediening, afvoerlucht- en condenswaterslang, raamafdichting130 12 Weelijke bepalingen TechniSat is niet aansprakelijk voor productschade als gevolg van externe invloeden, slijtage of onjuiste behandeling, ongeoorloofde reparatie, veranderingen of ongelukken. Wijzigingen en drukfouten voorbehouden. Laatst gewijzigd 02/20. Kopiëren en vermenigvuldigen alleen met toestemming van de uitgever. De huidige versie van de handleiding is beschikbaar in PDF-formaat in het downloadgedeelte op de homepage van TechniSat op www.technisat.de. TechniSat en TECHNIPOLAR 1 zijn geregistreerde handelsmerken van: TechniSat Digital GmbH TechniPark Julius-Saxler-Straße 3 D-54550 Daun/Eifel www.technisat.de Namen van de genoemde bedrijven, instellingen of merken zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectievelijke eigenaren.
12.1 Service-instructies
Dit product is getest op kwaliteit en hee een weelijke garantieperiode van 24 maanden vanaf de datum van aankoop. Bewaar de factuur als aankoopbewijs. Neem voor garantieclaims contact op met de dealer van het product. Opmerking Voor vragen en informatie of als er een probleem is met dit apparaat, kunt u terecht bij onze technische hotline: Ma. - vr. 8:00 - 18:00 via tel.: 03925/9220 1800 bereikbaar. U kunt reparaties ook direct op www.technisat.de/reparatur aanvragen. Gebruik in geval van retourzending van het apparaat alleen het volgende adres: TechniSat Digital GmbH Service-center Nordstr. 4a 39418 Staßfurt131
Notice-Facile