5CK22010 - Koelkast BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 5CK22010 BLAUPUNKT in PDF-formaat.

📄 263 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BLAUPUNKT 5CK22010 - page 89
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BLAUPUNKT

Model : 5CK22010

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5CK22010 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5CK22010 van het merk BLAUPUNKT.

GEBRUIKSAANWIJZING 5CK22010 BLAUPUNKT

1. Vervoer het apparaat naar een geschikte

opstellingsplaats en pak het uit (zie „Inbedrijfstelling“ op pagina 107).

2. Verwijder alle verpakkingsdelen,

kunststofprofielen, plakstrips en schuimpolster.

3. Controleer, of de levering volledig is.

4. Controleer, of het apparaat

transportschade vertoont.

5. Als de levering onvolledig is of het

apparaat transportschade vertoont, neemt u contact op met onze service (zie pagina 263). WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken! Nooit een beschadigd apparaat in bedrijf nemen.Pagina 91 Onderdelen van het apparaat / bedieningselementen Onderdelen van het apparaat / bedieningselementen (1) Vriesvak (2) Binnenverlichting (3) Temperatuurrege laar (4) Deurvak (5) Deurvak (6) Flessenvak (7) Fruit-/groenteladen (8) Glasplaat, vast (9) Glasplaat, verstelbaar (1) (2) (3) (7) (8) (9) (4) (5) (6)Veiligheid Pagina 92 Veiligheid Beoogd gebruik Het apparaat is geschikt, om verse levensmiddelen te koelen, gangbare diepvriesproducten te bewaren, voor het bevriezen van verse, kamerwarme levensmiddelen en voor de bereiding van ijs. Het apparaat is alleen bedoeld voor gebruik in het particuliere huishouden. Commercieel gebruik is uitgesloten. Gebruik het apparaat uitsluitend zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreven. Elk ander gebruik geldt als niet beoogd en kan tot materiële schade of zelfs persoonlijke letsel leiden. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door niet beoogd gebruik. Verklaring van de begrippen De volgende signaalbegrippen vindt u in deze gebruiksaanwijzing. WAARSCHUWING Dit signaalbegrip betekent een gevaar met een gemiddeld risico dat, wanneer dit niet wordt vermeden, de dood of een zware verwonding tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIG Dit signaalbegrip duidt op een gevaar met een laag risiconiveau, dat, wanneer het niet wordt vermeden, een geringe of matige verwonding tot gevolg kan hebben. AANWIJZING Dit signaalbegrip waarschuwt voor mogelijke materiële schade. Dit symbool verwijst naar nut- tige aanvullende informatie. Verklaring van de symbolen Voorzichtig: Brandgevaar! Vriesvak met -18 °C of kouder Veiligheidsaanwijzingen In dit hoofdstuk vindt u algemene veiligheidsaanwijzingen, die u voor uw eigen bescherming en ter bescherming van derden steeds in acht moet nemen. Let ook op de waarschuwingen in de afzonderlijke hoofdstukken over bediening, inbouw enz. WAARSCHUWING Risico's in de omgang met elektrische huishoudelijke apparaten gevaar voor elektrische schokken! Het aanraken van spanningvoerende delen kan tot zware verwondingen of tot de dood leiden.

Apparaat alleen binnen gebruiken. Niet in vochtige ruimtes of in de regen gebruiken.

Apparaat niet in bedrijf nemen of verder gebruiken, wanneer het

zichtbare schade vertoont, bijv. de aansluitkabel defect is,

rook ontwikkelt of verbrand ruikt,

ongewone geluiden produceert.Pagina 93 Veiligheid In een dergelijk geval de stekker uit het stopcontact trekken resp. zekering uitdraaien/uitschakelen en contact opnemen met onze service (zie pagina 263).

Het apparaat voldoet aan de beschermingsklasse I en mag alleen worden aangesloten op een stopcontact met correct geïnstalleerde aardleiding. Er bij het aansluiten op letten, dat de juiste spanning is aangesloten. Verdere informatie hierover vindt u op het typeplaatje.

De aansluiting op een tijdschakelaar of een afzonderlijk afstandsbesturingssysteem voor bewaking en -besturing op afstand is ontoelaatbaar.

De volledige ontkoppeling van het stroomnet gebeurt bij dit apparaat alleen door uittrekken van de stekker.

pparaat daarom alleen op een goed toegankelijk stopcontact aansluiten, zodat het in het geval van een storing snel van het stroomnet kan worden losgekoppeld.

Indien de stekker na het opstellen niet meer toegankelijk is, moet een alpolige scheidingsinrichting conform overspanningscategorie III in de huisinstallatie met minstens 3 mm contactafstand zijn voorgeschakeld; hiertoe horen zekeringen, installatieautomaat en relais.

Netsnoer niet knikken of klemmen en niet over scherpe randen leggen. Het gevolg kan een kabelbreuk zijn.

Apparaat, netstekker en netsnoer uit de buurt van open vuur en hete oppervlakken houden.

Altijd aan de stekker zelf, niet aan het netsnoer vastpakken.

Stekker nooit met vochtige handen vastpakken.

Netsnoer en stekker nooit in water of andere vloeistoffen dompelen.

Wanneer het netsnoer van het apparaat beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn klantenservice of een gekwalificeerde vakman worden vervangen.

Ingrepen en reparaties aan het apparaat mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerde vakmensen (zie „Service“ op pagina

Wanneer eigenmachtige of ondeskundige reparaties aan het apparaat worden uitgevoerd, kunnen materiële schade en persoonlijk letsel ontstaan en de aansprakelijkheid en aanspraak op garantie vervallen. Nooit proberen, het defecte – of vermoedelijk defecte – apparaat zelf te repareren.

Bij reparaties mogen uitsluitend onderdelen worden gebruikt, die overeenkomen met de originele apparaatgegevens. In dit apparaat bevinden zich elektrische en mechanische onderdelen, die ter bescherming tegen gevarenbronnen noodzakelijk zijn.

In het geval van storing net als voor omvangrijke reinigingswerkzaamheden de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen.

Geen voorwerpen in of door de behuizingsopeningen steken en ervoor zorgen, dat ook kinderen geen voorwerpen kunnen insteken.

Apparaat regelmatig op schade controleren.Veiligheid Pagina 94 Risico's voor kinderen Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen in de verpakkingsfolie verstrikt raken of kleine onderdelen inslikken en stikken.

Kinderen niet met de verpakkingsfolie laten spelen.

Voorkom dat kinderen kleine onderdelen van het apparaat verwijderen of uit de accessoirezak nemen en in de mond steken. Risico's in de omgang met chemische stoffen explosiegevaar! Ondeskundige omgang met che- mische stoffen kan tot explosies leiden.

Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren, omdat ze ontvlambare gas-lucht-mengsels tot explosie kunnen brengen.

Voor het ontdooien in geen geval ontdooisprays gebruiken. Ze kunnen explosieve gassen vormen. VOORZICHTIG Risico's voor bepaalde personengroepen Gevaren voor kinderen en personen met beperkt psychische, sensorische of geestelijke capaciteiten!

Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar evenals door personen met gereduceerde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en/of ken-Pagina 95 Veiligheid nis worden gebruikt, wanneer ze onder toezicht zijn of met betrekking tot het veilige gebruik werden geïnstrueerd en de daaruit voortvloeiende gevaren hebben begrepen.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze onder toezicht zijn.

Verzekeren, dat kinderen geen toegang hebben tot het apparaat, wanneer ze niet onder toezicht zijn. Risico's in de omgang met koel- en vriesapparaten Brandgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot een brand en materiële schade.

Apparaat alleen op een correct geïnstalleerde geaarde contactdoos aansluiten.

De aansluiting op een stekkerblok of een stekkerdoos is ontoelaatbaar.

Om voldoende luchtcirculatie te waarborgen, ventilatieopeningen in de apparaatbehuizing of in de inbouwruimte niet afsluiten.

Minimale afmetingen van de inbouwkast aanhouden (zie „De inbouwnis en ventilatie“ op pagina 110). Gevaren door koelmiddel! In het koelmiddel-circulatie van uw apparaat bevindt zich het milieuvriendelijke, maar brandbare koelmiddel R600a (Iso- butaan).

Mechanische ingrepen in het koelsysteem zijn alleen toegestaan door geautoriseerde vakkrachten.

Het koelcircuit niet beschadigen, bijv. door doorboren van de koelkanalen van de verdamper met scherpe voorwerpen, knikken van buisleidingen, kapot snijden van de isolatie enz.

Uitspattend koelmiddel is brandbaar en kan leiden tot oogschade. In dit geval de ogen onder helder water spoelen en onmiddellijk een arts consulteren.

Om te voorkomen dat in het geval van een lekkage van het koelmiddelcircuit een ontbrandbaar gas- lucht- mengsel kan ontstaan, moet de opstellingsruimte conform norm EN 378 een minimale afmeting hebben van 1 m 3 per 8 g koelmiddel. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het gegevensblad (zie „Gegevensblad“ op pagina 32). Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen.

Het apparaat is zwaar en onhandelbaar. Bij transport en inbouw de hulp van een andere persoon vragen.

Controleren, of transportpaden en opstellingslocatie vrij van hindernissen zijn (bijv. gesloten deuren of op de vloer liggende voorwerpen).Veiligheid Pagina 96

Sokkel, laden, deuren enz. niet als treeplank of ondersteuning gebruiken.

Geen zware voorwerpen op het apparaat plaatsen, ze kunnen vallen en verwondingen

Netsnoer zo leggen, dat het geen struikelgevaar wordt. Gevaar voor de gezondheid!! Door verkeerde hantering, ontoereikende koeling of overdekking kunnen de opgeslagen levensmiddelen bederven. Bij consumptie bestaat het gevaar van een voedselvergiftiging!

Vooral rauw vlees en vis voldoende verpakken, zodat ernaast liggende levensmiddelen niet worden besmet met salmonella e.d.

De door de levensmiddelproducenten aanbevolen bewaartijden aanhouden.

Erop letten, dat de bewaartijd van de diepvriesproducten op grond van een temperatuurstijging in het apparaat kan verkorten (ontdooien, reinigen of stroomuitval).

Bij een langere stroomuitval of een storing aan het apparaat de opgeslagen diepvriesproducten uit het apparaat halen en in een voldoende koele ruimte of een ander koelapparaat opslaan (max. opslagtijd bij storing: 13 uur).

Na een storing controleren, of de opgeslagen levensmiddelen nog eetbaar zijn. Ontdooide levensmiddelen niet weer invriezen, maar meteen verbruiken.

Voor de aanmaak van ijsblokjes alleen drinkwater gebruiken. Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan tot een temperatuurstijging in het interieur komen.

Altijd de voorgeschreven omgevingstemperatuur aanhouden (zie regel "Klimaatklassen" op pagina 32). Verwondingsgevaar door diepvriesproducten! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen. Er bestaat verbrandingsgevaar door lage temperaturen.

De levensmiddelen en de binnenwanden van het vriesgedeelte hebben een zeer lage temperatuur. Nooit met natte handen aanraken. Dit kan leiden tot huidverwondingen. Ook bij droge huid zijn huidbeschadigingen mogelijk.

IJsblokjes of ijslolly's voor consumptie iets laten ontdooien, niet direct uit het vriesgedeelte in de mond nemen. AANWIJZING Beschadigingsgevaren Wanneer de koelkast liggend is vervoerd, kan smeermiddel uit de compressor in het koelcircuit zijn gekomen.

Het koelkast indien mogelijk alleen verticaal vervoeren.

Voor inbedrijfstelling de koelkast 2 uur rechtop laten staan. Ondertussen stroomt het smeermiddel terug in de compressor.Pagina 97 Veiligheid Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot materiële schade.

Apparaat niet aan de deur trekken of tillen.

Apparaat alleen op een vlakke en stevige ondergrond neerzetten. De ondergrond moet het gewicht van het gevulde apparaat kunnen dragen.

Bij het uitpakken geen scherpe of puntige voorwerpen gebruiken.

Bij het uitpakken in geen geval het isolatiemateriaal aan de apparaatrugzijde beschadigen.

Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebruiken, die niet overeenkomen met het door de fabrikant aanbevolen type.

Geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen.

Binnenverlichting uitsluitend voor verlichting van het interieur van het apparaat gebruiken. Deze is niet geschikt voor de verlichting van een ruimte.

Geen glazen of metalen containers met water, limonade, bier enz. opslaan. Water zet zich in bevroren toestand uit en kan de container laten barsten.

Apparaat tijdig ontdooien, voor zich een ijs- en rijplaag van meer dan 4 mm vormt. Bij een te sterke ijsvorming stijgt het stroomverbruik en de deur van het vriesgedeelte sluit eventueel niet meer dicht af.

Voor het versnellen van het ontdooiingsproces geen andere middelen gebruiken dan door de fabrikant aangeraden. Bijv. geen elektrische verwarmingstoestellen, mes of apparaten met open vlam zoals bijv. kaarsen gebruiken. De warmte-isolatie en het binnenreservoir zijn kras-

hittegevoelig of kunnen smelten.

Bij het reinigen in acht nemen:

In geen geval agressieve, korrelige, soda-, zuur-, oplosmiddelhoudende of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Deze tasten de kunststofvlakken aan. Aan te raden zijn allesreinigers met een neutrale pH-waarde.

Deurafdichtingen en delen van het apparaat van kunststof zijn gevoelig voor olie en vet. Verontreinigingen zo snel mogelijk verwijderen.

Alleen zachte doeken gebruiken.

Na het uitschakelen 5 minuten wachten. Pas dan het apparaat opnieuw inschakelen.

Alleen originele toebehoren gebruiken.Bediening Pagina 98 Bediening Voorwaarden voor een veilig gebruik – U hebt het hoofdstuk „Veiligheid“ vanafpagina 5 gelezen en alleveiligheidsinstructies begrepen.– Het apparaat is ingebouwd enaangesloten zoals in het hoofdstuk„Inbedrijfstelling“ vanaf pagina 107 beschreven. Apparaat in- en uitschakelen AANWIJZING Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot materiële schade.

Binnenverlichting uitsluitend voor verlichting van het interieur van het apparaat gebruiken. Deze is niet voor de verlichting van een ruimte geschik

Met behulp van de temperatuurregelaar (3) kunt u het apparaat in- en uitschakelen. De temperatuurregelaar bevindt zich aan de rechter wand in het koelgedeelte en is traploos instelbaar. Inschakelen 1. Stel de temperatuurregelaar (3) in opeen instelling tussen „1“ en „7“. Hetapparaat is daarmee ingeschakeld. Decompressor begint te werken, hetkoelmiddel stroomt door de buizen en uhoort een zacht ruisen.De binnenverlichting schakelt in, zodrade deur wordt geopend en schakelt uit, wanneer de deur wordt gesloten. 2. Maakt het apparaat storende geluiden,controleert u de stevige stand enverwijdert u voorwerpen, die op hetapparaat liggen. Uitschakelen

1. Zet de temperatuurregelaar (3) op

„0“. De compressor is uitgeschakeld. Hetapparaat koelt niet.2. Om het apparaat helemaal uit teschakelen, trekt u de stekker eruit.3. Ruim het apparaat uit en reinig het (zie„Verzorging en onderhoud“ op pagina 104). 4. Laat de deur iets geopend, zodat zichgeen schimmel vormt. Temperatuur instellen WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid! Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan tot een temperatuurstijging in het koel- en vriesgedeelte komen. Altijd de voorgeschreven omgevingstemperatuur aanhouden (zie regel "Klimaatklassen" op pagina 117). Met de temperatuurregelaar (3) kunt u de temperatuur in het koel- en vriesgedeelte instellen. • Kies eerst een gemiddelde instelling.• Kies bij oplopendeomgevingstemperatuur, bijv. in dezomer, een overeenkomstig hogereinstelling.Om het koelvermogen in koel- en vriesgedeelte te (3)Pagina 99 Bediening – verhogen, draait u de temperatuurregelaar richting „7“. – verlagen, draait u

temperatuurregelaar richting „1“. Om het koelvermogen te kunnen controleren, hebt u bij voorkeur 2 koel-/ vriesthermometers nodig. Plaats er één

  • boven de groenteladen (7) in het koelgedeelte; de juiste temperatuur bedraagt hier + 6 °C.
  • in het vriesgedeelte; de ideale bewaartemperatuur bedraagt -18 °C. Opbergvakken en deurvakken De glasplaten (9), de deurvakken (4) en het flessenvak (6) kunnen worden uitgenomen en indien nodig anders gerangschikt.

nieuwe positie van boven plaatsen.Voedingsmiddelen koelen Pagina 100 Voedingsmiddelen koelen WAARSCHUWING Explosiegevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot explosies.

Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren, omdat ze ontvlambare gas-lucht-mengsels tot explosie kunnen brengen. Koelgedeelte vullen

  • Vul het koelgedeelte zo, dat het de temperatuursomstandigheden binnenin optimaal benut: – Plaats smeerbare boter en kaas in het deurvak(4) in het bovenste koelgedeelte. Daar is de temperatuur het hoogst. – Bewaar conserven, glazen en eieren in het deurvak (5). – Plaats drankkartons en flessen in het flessenvak (6). Plaats volle pakken dichter bij het scharnier, om de belasting van de deur te verminderen. – Plaatsen gekookt en gebakken voedsel op de glazen platen (9). – Plaats vers vlees, wild, gevogelte, spek, worst en rauwe vis op de glasplaat (8) boven de fruit- /groenteladen (7). Daar is de temperatuur het laagst. – Plaats vers fruit en groente in de fruit- /groenteladen (7).
  • Bewaar drank met een hoog percentage alcohol alleen staand en goed afgesloten.
  • Laat warme levensmiddelen afkoelen, voor u ze in het koelgedeelte zet.
  • De temperaturen in het apparaat en daarmee het energieverbruik kunnen oplopen, – als de deuren vaak of langer worden geopend. – als de voorgeschreven ruimtemperatuur wordt over- of onderschreden.
  • Het energieverbruik is ook afhankelij

van de gekozen opstellingsplaats (nadere informatie zie pagina 10 7). Kwaliteit behouden

  • Om te zorgen dat aroma en frisheid van de voedingsmiddelen in het koelgedeelte behouden blijven, legt of zet u alle te koelen levensmiddelen alleen verpakt in het koelgedeelte. Gebruik speciale kunststofbakken voor levensmiddelen of gangbare foliën.
  • Leg de levensmiddelen – zo in het koelgedeelte, dat de lucht vrij kan circuleren. – niet direct tegen de achterwand. Ze kunnen anders aan de achterwand vastvriezen. ((44)) ((99)) (((555)) ) (((888)) ) ((777))) (((66)Pagina 101 Voedingsmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan Voedingsmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan WAARSCHUWING Explosiegevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot een explosie.

Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen in het apparaat bewaren, omdat ze ontvlambare gas-lucht-mengsels tot explosie kunnen brengen. VOORZICHTIG Gevaar voor de gezondheid! Door verkeerde hantering, ontoereikende koeling of overdekking kunnen de opgeslagen levensmiddelen bederven. Bij consumptie bestaat het gevaar van een voedselvergiftiging!

Vooral rauw vlees en vis voldoende verpakken, zodat ernaast liggende levensmiddelen niet worden besmet met salmonella e.d.

De door de levensmiddelproducenten aanbevolen bewaartijden aanhouden.

Erop letten, dat de bewaartijd van de diepvriesproducten op grond van een temperatuurstijging in het apparaat kan verkorten (ontdooien, reinigen of stroomuitval).

Bij een langere stroomuitval of een storing aan het apparaat de opgeslagen diepvriesproducten uit het apparaat halen en in een voldoende koele ruimte of een ander koelapparaat opslaan (max. opslagtijd bij storing: 13 uur).

Na een storing controleren, of de opgeslagen levensmiddelen nog eetbaar zijn. Ontdooide levensmiddelen niet weer invriezen, maar meteen verbruiken. Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen. Verbrandingsgevaar door lage temperaturen.

De levensmiddelen en de binnenwanden van het vriesgedeelte hebben een zeer lage temperatuur. Nooit met natte handen aanraken. Dit kan leiden tot huidverwondingen. Ook bij droge huid zijn huidbeschadigingen mogelijk.

IJsblokjes of ijslolly's voor consumptie iets laten ontdooien, niet direct uit het vriesgedeelte in de mond nemen. Levensmiddelen invriezen Invriezen betekent, verse, kamerwarme levensmiddelen zo snel mogelijk – bij voorkeur „abrupt“ – tot in de kern te bevriezen. Bij te langzaam koelen „bevriezen“ de levensmiddelen, d.w.z. de structuur wordt vernietigd. Een gelijkmatige opslagtemperatuur van –18 °C bevordert het behoud van consistentie, smaak en voedingswaardeVoedingsmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan Pagina 102

Levensmiddelen voorbereiden

  • Vries alleen kwalitatief in perfecte staat verkerende levensmiddelen in.
  • Vries de verse en bereide gerechten ongezouten en ongekruid in. Ongezouten ingevroren levensmiddelen hebben een langere houdbaarheid.
  • Laat bereide levensmiddelen afkoelen, voor u ze invriest. Dat bespaart niet alleen energie, maar vermijdt ook overmatige rijpvorming in het vriesgedeelte.
  • Koolzuurhoudende dranken zijn niet geschikt om in te vriezen, omdat het koolzuur bij het invriezen ontsnapt. De geschikte verpakking Bij het invriezen is de verpakking belangrijk. Deze moet beschermen tegen oxidatie, tegen het binnendringen van microben, tegen de overdracht van geur- en smaakstoffen en uitdrogen (vriesbrand).
  • Gebruik alleen verpakkingsmateriaal, dat resistent, lucht-

vloeistofondoorlatend, niet te stijf en te beschrijven is. Het moet worden aangemerkt als diepvriesverpakking.

  • Gebruik voor het afsluiten plastic clips, elastiekjes of plakband. Het portioneren
  • Gebruik indien mogelijk vlakke porties; deze vriezen sneller tot in de kern door.
  • Wrijf lucht uit de diepvrieszak, want die bevordert het uitdrogen en neemt plaats in.
  • Vul de vloeistofcontainer max. voor ¾, want bij het vriezen zet de vloeistof uit.
  • Bewaar geen glazen of metalen containers met vloeistof zoals water, limonade, bier enz. water zet in bevroren toestand uit en kan de container laten barsten. Vries allen drank met een hoog percentage alcohol (vanaf vol. 40%) in; let erop dat het stevig is afgesloten.
  • Markeer de diepvriesproducten naar soort, hoeveelheid, invries- en vervaldatum. Gebruik indien mogelij
  • Zodra de temperatuur in het vriesgedeelte op −18 °C ligt, kunt u verse, kamerwarme levensmiddelen invriezen.
  • Plaats maximaal 2 kg binnen 24 uur.
  • De verse goederen mogen niet in contact komen met de reed

opgeslagen diepvriesproducten, omdat deze anders kunnen o ntdooien. Als contact met de opgeslagen

iepvriesproducten ni et te vermijden is, adviseren wij, voor het invriezen van de verse goederen een koudereserve in het vriesgedeelte te creëren.

  • Na het opslaan van de verse goederen stijgt de temperatuur in het vriesgedeelte kortstondig. Na nog eens 24 uur zijn de goederen tot in de kern bevroren. Diepvriesproducten opslaan Op de weg van de fabrikant naar uw vriezer mag de vriesketen niet worden onderbroken. De temperatuur van de diepvriesgoederen moet steeds ten minste -18°C bedragen. Koop daarom geen goederen, die – in berijpte, sterk bevroren kisten liggen. – boven het voorgeschreven markeringspunt zijn gestapeld. – deels samengeklonterd zijn (vooral bij bessen en groente gemakkelijk vast te stellen). – sneeuw en sapsporen vertonen. Vervoer diepvriesproducten in speciale dozen van polystyreen of in diepvriestassen. Let op de opslagvoorwaarden en -tijden op de verpakking. Levensmiddelen ontdooien Let op volgende basisregels, wanneer u levensmiddelen ontdooit: – Om levensmiddelen te ontdooien, neemt u ze uit het vriesgedeelte en laat ze bij voorkeur bij kamertemperatuur of in de koelkast ontdooien. – Ontdooi vlees, gevogelte en vis altijd in de koelkast. Let erop,Pagina 103 Voedingsmiddelen invriezen / diepvriesproducten opslaan dat het diepvriesgoed niet in de eigen dooivloeistof ligt. – Om levensmiddelen snel te ontdooien, gebruikt u bijv. de ontdooifunctie van uw magnetron. Let daarbij op de gegevens van de producent en let erop, dat op deze manier zich bacteriën en kiemen kunnen vormen. – Wanneer u slechts een deel van een verpakking wilt ontdooien, verwijdert u dit en sluit u de verpakking meteen weer. Daardoor voorkomt u „vriesbrand“ en vermindert de ijsvorming op de resterende levensmiddelen. Bereid ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk. Afvoeren Zie de dooivloeistof. IJsblokjes maken VOORZICHTIG Gevaar voor de gezondheid! De consumptie van ijsblokjes, die werden bereid met verontreinigd of oud water, kan de gezondheid in gevaar brengen.! Door verkeerde hantering bestaat het gevaar van een voedselvergiftiging.

Voor de bereiding van ijsblokjes alleen vers drinkwater gebruiken.

  • Vul een ijsblokjeshouder voor ¾ met vers drinkwater en plaatsen deze horizontaal in het vriesgedeelte. De ijsblokjes komen het best los, anneer u de ijsblokjeshouder verdraait of even onder stromend water houdt.Verzorging en onderhoud Pagina 104 Verzorging en onderhoud WAARSCHUWING Gevaar voor elektrische schokken! Het aanraken van spanningvoerende delen kan tot zware verwondingen of tot de dood leiden.

Voor het reinigen de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering

itschakelen/uitdraaie

Bij het uittrekken van de netstekker altijd de stekker zelf beetpakken, nooit aan het netsnoer trekken. VOORZICHTIG Gevaren voor kinderen en personen met beperkt psychische, sensorische of geestelijke capaciteiten!

Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze onder toezicht zijn. AANWIJZING De oppervlakken en delen van het apparaat worden door ondeskundige behandeling beschadigd.

In geen geval agressieve, korrelige, soda-, zuur- of op oplosmiddelhoudende of sch urende schoonmaakmiddel

gebruiken. Deze tasten de kunststofvlakken aan. Aan te raden zijn allesreinigers met een neutralen pH-waarde.

Deurafdichtingen en delen van het apparaat van kunststof zijn gevoelig voor olie en vet. Verontreinigingen zo snel mogelijk verwijderen.

Alleen zachte doeken gebruiken. Deurafdichtingen controleren en reinigen De deurafdichtingen moeten regelmatig worden gecontroleerd, zodat geen warme lucht in het apparaat binnendringt.

1. Klem ter controle op verschillende

plaatsen een dunne strook papier. Het papier moet zich op alle plaatsen even zwaar laten doortrekken.

2. Indien de afdichting niet overal

gelijkmatig aansluit: Verwarm de afdichting op de betreffende plaatsen voorzichtig met een haardroger en tre

ze met de vingers iets uit.

3. Reinig vervuilde afd

ichtingen alleen met helder water. Buitenwanden reinigen – Gelakte oppervlakken Gebruik alleen licht pH-neutraal zeepsop. Koelgedeelte ontdooien Dit is niet noodzakelijk, want het koelgedeelte van uw apparaat heeft een ontdooi-automaat. Rijp en ijs worden automatisch ontdooid en het dooiwater aan de achterzijde van het apparaat in een dooiwaterbak verzameld. Door de warmte van de motor verdampt het dooiwater.Pagina 105 Verzorging en onderhoud Koelgedeelte reinigen

1. Zet de temperatuurregelaar (3) op

2. Trek de stekker uit het

3. Neem de koelproducten uit en

plaats ze in een koele ruimte.

4. Neem de groenteladen (7), de

glasplaten (8) (9), de deurvak- ken (4) (5) en het flessenvak (6) uit. Reinig alle delen in lauwwarm afwaswater. Droog daarna alle

it met warm water en afwasmiddel. Voeg bij het navegen een paar druppels azijn toe aan het water, om schimmelvorming te voorkomen. Veeg de binnenruimte droog en laat de deur nog enige tijd open om t

dooiwaterafvoer (10) met behulp van een reinigingsstaafje.

schoon water, deze is gevoelig voor olie en vet.

n, de platen en het deurvak weer terug.

9. Leg de levensmiddelen terug in het

stopcontact en draai de temperatuurregelaar (3) op de gewenste instelling. Vriesgedeelte ontdooien en reinigen WAARSCHUWING Explosiegevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verbranding of explosie!

In geen geval ontdooisprays gebruiken. Die kunnen explosieve gassen vormen. AANWIJZING

Apparaat tijdig ontdooien, voor zich een ijs- en rijplaag van meer dan 4 mm vormt. Bij een te sterke ijsvorming stijgt het stroomverbruik en de deur van het vriesgedeelte sluit eventueel niet meer dicht af.

Voor het versnellen van de dooiprocedure geen andere middelen gebruiken dan door de

abrikant aanbevolen.

jv. geen elektrische verwarmingstoestellen, mes of apparaten met open vlam zoals bijv. kaarsen gebruiken. De warmte-isolatie en de binnencontainer zijn kras-

hittegevoelig of kunnen smelten. Ontdooi het apparaat indien mogelijk in de winter, als de buitentemperaturen laag zijn. Dan kunt u de levensmiddelen tijdens het ontdooien op het bal- kon o.i.d. bewaren. Als alternatief kunt u de diepvriesproducten dik in krantenpapier wikkelen en in een koele ruimte of een diepvriestas opslaan. (10)Verzorging en onderhoud Pagina 106 Voorbereiding:

  • Zet ten minste 3 uur voor het reinigen de temperatuurregelaar (3) op „7“. De diepvriesproducten krijgen zo een koudereserve en ontdooien niet zo snel. Ontdooien:

1. Zet de temperatuurregelaar (3) op

2. Trek de stekker uit het

3. Neem de levensmiddelen uit de

koelkast en de diepvriesproducten uit het vriesvak.

4. Zorg ervoor, dat uw levensmiddelen

voldoende gekoeld blijven.

5. Plaats een kom met heet, niet kokend

water in het vriesgedeelte. Het ontdooien wordt daardoor versneld.

6. Laat de deur tijdens het ontdooie

geopend en leg een dweil voor het apparaat, om het uitlopende dooiwat er op te vangen. De ontdooitijd hangt af van de dikte van de ijslaag. De ervaring leert dat na ca. 1 uur met het reinigen van het apparaat kan worden begonnen.

7. Veeg de binnenruimte uit met warm

water en afwasmiddel. Voeg bij het navegen een paar druppels azijn toe aan het water, om schimmelvorming te voorkomen.

8. Reinig de deurafdichtingen alleen met

schoon water, deze is gevoelig voor olie en vet.

9. Wrijf alles, inclusief de deurafdichting,

grondig droog en ventileer even door.

10. Leg de levensmiddelen terug in het

koel- resp. vriesgedeelte.

11. Steek de stekker weer in het

stopcontact en draai de temperatuurregelaar op stand "7“.

12. Zodra een temperatuur van −18 °C i

bereikt, draait u de temperatuurregelaar weer in de gebruikeli jke positie. Binnenverlichting vervangen WAARSCHUWING Gevaar voor elektrische schokken! Het aanraken van onder spanning staande delen kan leiden tot zware verwondingen of de dood.

Voor de vervanging van de gloeilamp de stekker uittrekken. Uitsluitend gloeilampen met een vermogen van max. 10W, 230 volt en fitting E14 gebruiken (ILCOS: IBB/C-28-220/240-E14- 35).

1. Trek de stekker uit het

2. Draai met een kruiskopschroevendraaier

de schroef van de afdekking los en neem de afdekking af.

3. Draai de gloeilamp uit de fitting en

vervang deze door een nieuwe van hetzelfde type.

4. Schroef de afdekking weer vast.

5. Steek de stekker terug in het

stopcontact.Inbedrijfstelling Voorwaarde voor inbedrijfstelling U hebt het hoofdstuk „Veiligheid“ vanaf pagina 5 gelezen en alle veiligheidsinstructies begrepen. Vervoeren en uitpakken WAARSCHUWING Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen in de verpakkingsfolie verstrikt raken of kleine onderdelen inslikken en stikken.

Kinderen niet met de verpakkingsfolie laten spelen.

Voorkom dat kinderen kleine onderdelen van het apparaat verwijderen of uit de accessoirezak nemen en in de mond steken. VOORZICHTIG Verwondingsgevaar! Ondeskundige omgang met het apparaat kan leiden tot verwondingen.

Het apparaat is zwaar en onhandelbaar. Bij transport en inbouw de hulp van een andere persoon vragen.

Sokkel, laden, deuren enz. niet als treeplank of ondersteuning ge-bruiken. AANWIJZING Gevaar voor beschadiging! Ondeskundige omgang met het apparaat kan tot beschadigingen leiden.

De koelkast indien mogelijk niet horizontaal kantelen.

Voor het uitpakken geen scherpe of puntige voorwerpen gebruiken.

1. Vervoer het apparaat met behulp van

een steekwagen of een tweede persoon.

2. Pak het apparaat uit en verwijder

voorzichtig alle verpakkingsdelen, kunststofprofielen, plakstrips, beschermingsfolie en schuimpolsters binnen, buiten en op de achterkant van het apparaat. Geschikte opstellingsplaats kiezen VOORZICHTIG Gevaren door koelmiddel!

Het koelcircuit niet beschadigen, bijv. door doorboren van de koelkanalen van de verdamper met scherpe voorwerpen, knikken van buisleidingen enz.

Uitspattend koelmiddel is brandbaar en kan leiden tot oogschade. Spoel in dit geval de ogen onder helder water en consulteer onmiddellijk een arts. AANWIJZING Gevaar voor beschadiging! Het apparaat werkt mogelijk niet probleemloos, wanneer het voor langere tijd aan te geringe omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Het kan dan komen tot een temperatuurstijging in het interieur. Pagina 107 InbedrijfstellingInbedrijfstelling Pagina 108

Altijd de voorgeschreven omgevingstemperatuur aanhouden (zie regel "Klimaatklassen" op pagina 117). – De opstellingsruimte moet ten minste 5 m³ groot zijn zodat in het geval van een lekkage van het koel middelcircuit geen ontbrandbaar gas-lucht-mengsel kan ontstaan. – Apparaat alleen op een vlakke en stevige ondergrond neerzetten. De ondergrond moet het gewicht van het gevulde apparaat kunnen dragen. – Goed geschikt zijn locaties, die droog, goed geventileerd en zo mogelijk koel zijn. – Ongunstig zijn locaties met direct zonlicht of direct naast een oven, kookplaat of radiator. Deuraanslag wisselen U kunt de zijde, waar de deur opent, wisselen. De wisseling moet gebeuren voor de inbouw van de koelkast. Omdat de wisseling van de deuraanslag enige handvaardigheid vereist dient u eerst de werkstappen een keer door te lezen. Om de deuraanslag te wisselen, hebt u het volgende gereedschap nodig (niet in de leveringsomvang begrepen): – Dopsleutel, 8 mm – Kruiskopschroevendraaier – middelgrote schroevendraaier Deuraanslag van de koelkastdeur wisselen

1. Verzeker dat de stekker niet is

en boven en onder bij gesloten deur af. Gebruik bij voorkeur de dopsleutel.

3. Neem de koelkastdeur eruit en zet die

opzij. .Deuraanslag van de vriesvakdeur wisselen

4. Plaats de koelkastdeur op het onderste

1. Schroef de scharnierschroef links onder het

vriesvak uit. Gebruik daarvoor de kruiskopschroevendraaier.

2. Open de vriesvakdeur en neem deze uit.

3. Trek het scharnier van de onderste pen

van de vriesvakdeur en plaats het 180° gedraaid op de pen boven d

vriesvakdeur. Leg de vriesvakdeur opzij.

5. Draai het scharnier, dat eerder onder

was bevestigd, 180°. Plaats het boven op de tegenoverliggende zijde in de koelkastdeur.

6. Sluit de koelkastdeur en schroef het

scharnier vast. Gebruik daarvoor de twee schroeven, waarmee het scharnier voorheen was bevestigd. U hebt de deuraanslag succesvol gewisseld.

4. Verwijder de beide afdekkingen en

schroef de twee schroeven van de deursluiting uit.

5. Draai de deursluiting 180° en bevestig

hem op de tegenoverliggende zijde. Gebruik de schroeven, waarmee de deursluiting eerder was bevestigd.

7. Plaats de vriesvakdeur 180° gedraaid op

de tegenoverliggende zijde.

8. Schroef het scharnier met de

scharnierschroef onder de vriesvakdeur vast. U hebt de deuraanslag van de vriesvakdeur succesvol gewisseld.

Pagina 109 InbedrijfstellingInbedrijfstelling Pagina 110 De inbouwnis en ventilatie De inbouwnis moet voldoen aan verschillende voorwaarden. – Bovenaan het keukenmeubel moet ook een opening voorhanden zijn, zodat de lucht kan ontsnappen (afmeting van de opening: 200 cm 2). – De inbouwnis mag geen achterwand hebben en moet de volgende afmetingen hebben: – Hoogte (H) min. 880 mm – Breedte (B) min. 560 mm – Diepte (T) min. 550 mm – De inbouwnis moet zich in de buurt van een correct geïnstalleerd geaard stopcontact bevinden, zodat de lengte van de voedingskabel van ca. 1520 mm volstaat, om het apparaat op het stroomnet aan te sluiten. – Om voldoende ventilatie van de koelkast te bereiken, moeten de specificaties van de vereiste ventilatiedoorsnede worden aangehouden. – De ventilatie van de compressor en de condensor gebeurt door een opening, die aan de onderste zijde van het keukenmeubel voorhanden moet zijn (afmeting van de opening: 200 cm 2). – De inbouwnis moet aan de naastliggende kasten of aan de wand vastgeschroefd en zorgvuldig uitgelijnd worden. De meubeldeuren moeten uitgelijnd en de scharnieren vastgezet zijn. 200 cm2 200 cm2 90°(a) (b) (c) (d) (e) (f) Inbouw AANWIJZING Gevaar voor beschadiging! Ondeskundige omgang met de koelkast kan tot beschadigingen leiden.

De inbouw van de koelkast moet worden uitgevoerd door een vakman, anders vervalt de garantieaanspraak. onderste rand van de inbouwkast staan. Aan de tegenoverliggende zijde van het deurscharnier moet een afstand van 4 mm in de totale hoogte tussen koelkast en kastwand worden aangehouden, zodat het voegprofiel kan worden ingeklemd.

4. Schroef de koelkast met de schroeven

(e) aan de inbouwkast vast. Bevestigingsmateriaal (leveringsomvang) Nr. Benaming Hoeve elheid (a) Hoekstukken

groenteladen (7) en de deurvakken (4) tot (6) uit de koelkast.

2. Steek de stekker in een correct

geïnstalleerd stopcontact.

3. Plaats de koelkast in de inbouwkast.

De koelkast moet voor gelijkliggend met

5. Open de koelkastdeur en schroef de

hoekstukken (a) met de schroeven (e) aan de koelkastdeur. Pagina 111 InbedrijfstellingInbedrijfstelling Pagina 112 Draai daarna de schroeven (e) weer vast.

6. Open de koelkastdeur zo ver mogelijk.

7. Schuif de deurmeenemer (b) in de

geleiderails van de hoekstukken (a).

11. Open de koelkastdeur zo ver mogelij

en schuif de lange afdekstrip (c) in de geleiderails van de d eurmeenemer (b).

12. Plaats de korte afdekstrip (d) als

afdekking op de hoekstukken (a).

8. Schroef de deurmeen

emer (b) met de schroeven (e) op een afstand van ca. 18 mm van de rand van de inbouwkastdeur vast.

9. Sluit de deur van de inbouwkast en

controleer daarbij de glijgeleiding tussen hoekstuk (a) en deurmeenemer

) op probleemloze werking. Corrigee

eventueel de positie van de deurmeenemer.

10. Tussen koelkast en inbouwkastdeur

moet een min. 6 mm brede spleet blijven, zodat de koelkastdeur probleemloos kan sluiten. Om de spleetbreedte in te stellen, draait u de schroeven (e) iets los en stelt handmatig de gewenste afstand in. Trekken

13. Snijd het voegprofiel (f) op de

passende lengte.Druk het op de tegenoverliggende zijde van het deurscharnier tussen koelkast en inbouwkastwand.

14. Plaats de glasplaten (8) en (9),

) tot (6) weer terug. U hebt de koelkast succesvol ingebouwd. 18 mm 90° (b) 18 mm (c)

(d)Basisreiniging Om de geur te verwijderen, die alle nieuwe apparaten hebben, reinigt u het apparaat, voor u het gebruikt (zie „Koelgedeelte reinigen“ op pagina 105) en (zie „Vriesgedeelte ontdooien en reinigen“ op pagina 105). Apparaat elektrisch aansluiten

1. Steek de stekker in een correct

geïnstalleerd en gemakkelijk toegankelijk stopcontact (2 20-240 V~ / 50 Hz).

deur. De koelkas t is gebruiksklaar. Alles wat belangrijk is voor de bediening vindt u vanaf pagina 98. Pagina 113 InbedrijfstellingFoutopsporingstabel Pagina 114 Foutopsporingstabel Bij alle elektrische apparaten kunnen storingen optreden. Daarbij hoeft er geen sprake te zijn van een defect aan het apparaat. Controleer daarom aan de hand van de tabel, of u de storing kunt verhelpen. WAARSCHUWING Gevaar voor elektrische schokken bij ondeskundige reparaties! Nooit proberen, het defecte – of vermoedelijk defecte – apparaat zelf te repareren. Dat kan u en latere gebruikers in gevaar brengen. Alleen geautoriseerde vakkrachten mogen deze reparaties uitvoeren. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossingen, tips, toelichtingen Compressor uit, binnenverlichting uit. Stopcontact zonder stroom. Stopcontact met een ander apparaat controleren. Stekker zit los. Goed vastzitten van de stekker controleren. Compressor uit, binnenverlichting aan. Temperatuurregelaar (3) staat op „0“. Temperatuurregelaar op hogere positie draaien (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 98). Gewenste temperatuur is bereikt. Verder koelen niet noodzakelijk. Als de binnentemperatuur stijgt, schakelt de compressor zich automatisch in. Apparaat koelt te sterk. Temperatuurregelaar te hoog ingesteld. Lagere instelling kiezen (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 98). Apparaat koelt niet voldoende. Temperatuurregelaar te laag ingesteld. Hogere instelling kiezen (zie „Temperatuur instellen“ op pagina 98). Deur niet goed gesloten of deurafdichting ligt niet helemaal aan. Zie „Deurafdichtingen controleren en reinigen“ op pagina 104. Apparaat staat in de buurt van een warmtebron. Isolatieplaat tussen de apparaten zetten of locatie wisselen. Gerechten warm opgeslagen. Alleen afgekoelde gerechten opslaan. Te veel goederen ingevroren. Maximaal 2 kg tegelijk invriezen. Dikte van de ijslaag in het vriesgedeelte. Vriesgedeelte ontdooien (zie „Vriesgedeelte ontdooien en reinigen“ op pagina 105). Omgevingstemperatuur te laag of te hoog. Omgevingstemperatuur aan klimaatklasse aanpassen (zie „Gegevensblad“ op pagina 117). Compressor lijkt defect. Temperatuurregelaar op „7“ zetten. Schakelt de compressor niet binnen n uur in, informeert u onze service (zie pagina 263).Foutopsporingstabel Pagin a 115 Probleem Mogelijke oorzaak Oplossingen, tips, toelichtingen Apparaat genereert geluiden. Bedrijfsgeluiden zijn functiegerelateerd en duiden niet op storingen. Ruis: Koelaggregaat loopt. Stromingsgeluiden: Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikken: Compressor schakelt een. Storende geluiden. Stevige stand controleren. Voorwerpen van het apparaat verwijderen. Vreemde voorwerpen van de achterkant van het apparaat verwijderen. Onder in het koelgedeelte heeft zich water verzameld. Dooiwaterafvoer boven de fruit-groentelade is verstopt. Verstopping van de dooiwaterafvoer met behulp van een reinigingsstaafje verhelpen.Pagina 11 6 Milieubescherming Milieubescherming Oude elektrische apparaten milieuvriendelijk afvoeren Elektrische apparaten bevatten schadelijke stoffen en waardevolle grondstoffen. Iedere consument is daarom wettelijk verplicht, oude elektrische apparaten bij een erkend inzamelings- of inleverpunt af te geven. Daardoor worden ze op een milieuvriendelijke en grondstoffenbesparende manier gerecycled. U kunt oude elektrische apparaten kosteloos bij het lokale grondstoffen- /recyclingbedrijf afgeven. Voor meer informatie over dit onderwerp neemt u contact op met uw dealer. Onze bijdrage ter bescherming van de ozonlaag In dit apparaat werden 100 % CFK- en HKF-vrije koel- en schuimmiddelen gebruikt. Daardoor wordt de ozonlaag beschermd en het broeikaseffect gereduceerd. Onze verpakkingen worden van milieuvriendelijke, herbruikbare materialen vervaardigd: – Buitenverpakking van karton – Vormdelen van geschuimd, CFK-vrij polystyreen (PS) – Foliën en zakken van polyethyleen (PE) – Spanbanden van polypropyleen (PP) – Ook energie besparen beschermt tegen overmatige opwarming van onze aarde. Uw nieuwe apparaat verbruikt met zijn milieuvriendelijke isolatie en zijn techniek weinig energie. Als u de verpakking wilt weggooien, dient u deze op een milieuvriendelijke manier af te voeren. Sticker „OK” (niet bij alle modellen) Met de „OK”-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK” aangeeft. Aanwijzing Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt. Correcte instellingGegevensblad Gegevensblad voor elektrische huishoudelijke koel- en vriesapparaten evenals combinatieapparaten conform verordening (EU) nr. 1060/2010, 643/2009. Merk Blaupunkt Apparaataanduiding Inbouwkoelkast met vriesvak/zonder vriesvak Model / artikelnummer 5CG22010 5CK22010 Categorie van de koelkast 2) Koel-vriesapparaat koelkast Energieklasse 1), 2)

Jaarlijks energieverbruik 2) 179 kWh/jaar 117 kWh/jaar Totale nuttige inhoud

15 L / 105 L 130 L Bewaartijd bij storing 2) 13 uur Vriescapaciteit 2) 2 kg / 24 uur Klimaatklassen 3) / grenswaarden van de omgevingstemperaturen, waarvoor de inbouwkoelkast met vriesvak is ontworpen N, ST / +16 °C tot +38 °C N, ST / +16 °C tot +38 °C Luchtgeluidemissie 2) 41 dB(A) re 1pW Inbouwapparaat

1) Beoordeling van A+++ (= laag verbruik) tot D

1060/2010 en verordening (EU) nr. 643/2009. De toegepaste meet- en berekeningsmethoden voldoen aan de norm EN 62552.

3) Klimaatklasse betekent, dat het apparaat is

bestemd voor gebruik bij de genoemde omgevingstemperatuur. Is bi j de specificaties voor de klimaatklasse een combinatie aangegeven, betekent di t bij een apparaat, waarbij bijv. de combinatie SN-ST is aangegeven, dat het geschikt is voor temperaturen van + 10 °C tot + 38 °C. Daalt de temperatuur in de ruimte daar wezenlijk onder, schakelt het apparaat niet zo vaak in. Dit betekent, dat een ongewenste temperatuurstijging kan ontstaan. Wanneer het apparaat in een warme ruimte staat, moet het vaker inschakelen, om de lage temperaturen in het apparaat te kunnen handhaven. Daarom moet u letten op het aanhouden van de omgevingstemperatuur. Omgevingstemperatuur per klimaatklasse SN: +10 °C tot +32 °C N: +16 °C tot +32 °C ST: +16 °C tot +38 °C T: +16 °C tot +43 °C De genoemde gegevens hebben betrekking op in de teststandaard precies vastgelegde omgevingsomstandigheden. Daarom kan het voorkomen, dat de waarden in het eigen huishouden afwijken van de genoemde gegevens. N/A N/A