DDLE Basis 182124 - Ketel AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DDLE Basis 182124 AEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DDLE Basis 182124 AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DDLE Basis 182124 - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DDLE Basis 182124 van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING DDLE Basis 182124 AEG
Elektronisch geregelde doorstromer
Bediening en installatie 45
- Algemene aanwijzingen....46
- Veiligheid....46
- Toestelbeschrijving......47
- Instellingen....47
- Reiniging, verzorging en onderhoud .... 47
- Problemen verhelpen....47
INSTALLATIE
- Veiligheid 48
- Toestelbeschrijving....48
- Voorbereidingen 48
- Montage 49
- Ingebruikname....53
- Buitendienststelling....54
- Storingen verhelpen....54
- Onderhoud 55
- Technische gegevens ....55
BIJZONDERE INFO
- Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsmede door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geïnstrueerd zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reiniging of gebruikersonderhoud uitvoeren.
- Verbrandingsgevaar: De kraan kan warmer worden dan 60 °C.
- Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3 mm van de aan-sluiting van het net losgekoppeld kunnen worden.
- Monteer het toestel zoals beschreven in het hoofdstuk "Installatie/montage".
- Neem de maximaal toegelaten druk in acht (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
Tap het toestel af zoals beschreven in het hoofdstuk "Installatie/onderhoud/het toestel aftappen".
BEDIENING
1. Algemene aanwijzingen
De hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en voor de installateur.
Het hoofdstuk "Installatie" is bestemd voor de installateur.

Info
Lees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze op een veilige plaats.
Overhandig de handleiding in voorkomende gevallen aan een volgende gebruiker.
1.1 Veiligheidsaanwijzingen
1.1.1 Structuur veiligheidsaanwijzingen

TREFWOORD Soort gevaar
Hier staan mogelijke gevolgen, wanneer de veiligheidsaanwijzing wordt genegeerd.
» Hier staan maatregelen om het gevaar af te wen- den.
1.1.2 Symbolen, soort gevaar
| Symbool Soort | gevaar |
| Letsel | |
| Elektrische schok | |
| Verbranding(verbranding, verschroeiing) |
1.1.3 Trefwoorden
| TREFWOORD Betekenis | |
| GEVAAR Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht genomen worden. | |
| WAARSCHU-WING | Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht genomen worden. |
| VOORZICHTIG | Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht genomen worden. |
1.2 Andere aandachtspunten in deze documentatie

Info
Algemene aanwijzingen worden aangeduid met het symbool dat hiernaast staat.
» Lees de aanwijzingsteksten grondig door.
| Symbool Betekenis | |
| Materièle schade(toestel-, gevolg-, milieuschade) | |
| Het toestel afdanken | |
» Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stapsgewijs beschreven.
1.3 Maateenheden

Info
Tenzij anders wordt vermeld, worden alle maten in millimeter aangegeven.
2. Veiligheid
2.1 Voorgeschreven gebruik
Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omgeving. Het kan veilig bediend worden door personen die daarover niet geïnstrueerd zijn. Het toestel kan eveneens buiten een huishouden gebruikt worden, bijv. in het kleinbedrijf, voor zover het op dezelfde wijze gebruikt wordt.
Het druktoestel is geschikt voor de opwarming van tapwater of voor de bijverwarming van water dat voorverwarmd is. Het toestel kan één of verschillende tappunten voorzien.
Elk ander gebruik geldt niet als gebruik conform de voorschriften. Tot gebruik conform de voorschriften behoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor de gebruikte accessoires.
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen

De temperatuur van de kraan kan bij gebruik hoger worden dan 60 °C.
Bij uitlooptemperaturen van meer dan 43 °C bestaat gevaar voor brandwonden.

Het is mogelijk dat de warmwatertemperatuur afwijkt van de ingestelde nominale temperatuur, wanneer de doorstroomverwarmer wordt gebruikt met water dat bijv. door een zonne-installatie is voorverwarmd.

WAARSCHUWING letsel
Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsmede door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geinstrueerd zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reiniging of gebruikersonderhoud uitvoeren.
Indien kinderen of personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens het toestel gebruiken, adviseren we een permanente temperatuurbegrenzing. U kunt de begrenzing door de installateur laten instellen.

Materièle schade
Het toestel en de kraan dienen door de gebruiker tegen vorst beschermd te worden.
2.3 CE-logo
Het CE-logo geeft aan dat het toestel voldoet aan alle fundamentele vereisten:
- Laagspanningsrichtlijn
- Richtlijn voor de elektromagnetische compatibiliteit De maximaal toegelaten netimpedantie staat in het hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel".
2.4 Keurmerk
Zie het typeplaatje op het toestel.
Landspecifieke vergunningen en certificaten: Duitsland
Op basis van de lokale verordeningen heeft het toestel een algemeen bouwkundig testcertificaat ontvangen om de geschiktheid op het vlak van het geluidsniveau aan te tonen.

text_image
AEG HOL DIN 4109 PA-IX 6814/I MPA NRW.3. Toestelbeschrijving
De elektronische geregelde doorstromer met automatische vermogensaanpassing houdt de uitlooptemperatuur tot aan de vermogensdrempel constant. Daarna wordt de temperatuur via de aftapkraan ingesteld.
Verwarmingssysteem
Het blankdraadelement heeft een drukvaste kunststofmantel. Het verwarmingssysteem is geschikt voor kalkarm en kalkhoudend water. Het verwarmingssysteem is in grote mate bestand tegen verkalking. Het verwarmingssysteem zorgt voor een snelle en efficiënte warmwatervoorziening.

Info
Het toestel is uitgerust met een luchtherkenning die beschadiging van het verwarmingssysteem verregaand voorkomt. Als er tijdens de werking lucht in het toestel komt, schakelt het toestel het verwarmingssysteem gedurende één minuut uit zodat het verwarmingssysteem wordt beschermd.
4. Instellingen
Het is mogelijk de warmwateruitlooptemperatuur traploos in te stellen.
| Handwasser (ca. 35 °C) | |
| Douche (ca. 40 °C) | |
| Badkuip (ca. 45 °C) | |
| Keukenaanrecht (ca. 55 °C) |
» Draai de instelknop op de gewenste temperatuur.
Temperatuurbegrenzing
De installateur kan een temperatuurbegrenzing op 43 °C instellen op het toestel. Bij een geactiveerde temperatuurbegrenzing kunt u de temperatuurinstelknop volledig verdraaien. De uitlooptemperatuur kan alleen nog worden ingesteld tussen 30 °C en 43 °C.

Info
Als bij volledig geopende aftapkraan en maximale temperatuurinstelling onvoldoende uitlooptemperatuur wordt verkregen, loopt er meer water door het toestel dan het verwarmingssysteem kan opwarmen. Het toestel heeft de grens van zijn vermogen bereikt.
» Verminder de waterhoeveelheid op het aftapventiel.
Instellingsadvies bij werking met een thermostaatkraan
Stel de temperatuur op het toestel in op de maximale temperatuur.
Na onderbreking van de watertoevoer

Materièle schade
Neem het toestel met de volgende stappen weer in gebruik als de watervoorziening onderbroken is geweest, zodat het blankdraadelement niet kapot gaat.
» Schakel het toestel spanningsvrij door de zekeringen uit te schakelen.
» Open de kraan gedurende een minuut tot het toestel en de voorgeschakelde koudwatertoevoerleiding vrij zijn van lucht.
» Schakel de netspanning opnieuw in.
5. Reiniging, verzorging en onderhoud
» Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplosmiddelen. Een vochtige doek volstaat om het toestel te onderhouden en te reinigen.
» Controleer periodiek de kranen. Verwijder kalk op de kraanuitlopen met in de handel verkrijgbare ontkalkingsmiddelen.
6. Problemen verhelpen
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Het toestel schakelt niet in hoewel de warmwaterkraan volledig open staat. | Het toestel heeft geen spanning. | Controleer de zekeringen van de huisinstallatie. |
| Het doorstroomvolume is te laag. De straalregelaar in de kraan of de douche-kop is verkalkt of vuil. | Reinig en/of ontkalk de straalregelaar of de douchekop. | |
| Gewenste temperatuur > 45 °C wordt niet bereikt. | De watervoorziening is onderbroken. | Ontlucht het toestel en de koudwatertoevoer-leiding (zie hoofdstuk "Installatie/instellingen"). |
| De koudwatertoe-voertemperatuur is > 45 °C. | Verlaag de koudwater-toevoertemperatuur. | |
Waarschuw de installateur als u de oorzaak zelf niet kunt verhelpen. Hij kan u sneller en beter helpen, als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeeft (000000-0000-00000):

text_image
Nr.: 000000-0000-00000D0000041614
INSTALLATIE
7. Veiligheid
Installatie, ingebruikname, evenals onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.
7.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen
Wij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uitsluitend bij gebruik van originele onderdelen en vervangingsonderdelen voor het toestel.

Materièle schade
Houd rekening met de maximale aanvoertemperatuur. Bij hogere temperaturen kan het toestel beschadigd raken. Door een centrale thermostaatkraan in te bouwen kunt u de maximale aanvoertemperatuur begrenzen.
72 Voorschriften, normen en bepalingen

Info
Neem alle nationale en regionale voorschriften en bepalingen in acht.
- De beschermingsgraad IP 25 (straalwaterbeveiligd) is alleen gewaarborgd met vakkundig gemonteerde kabeldoorvoer.
- De specifieke elektrische weerstand van het water mag niet lager zijn dan de waarde die aangegeven is op het typeplaatje. Bij een waterkoppelnet moet rekening worden gehouden met de laagste elektrische weerstand van het water (zie het hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel"). De specifieke elektrische weerstand of het elektrisch geleidend vermogen van het water kunt u opvragen bij uw watermaatschappij.
8. Toestelbeschrijving
8.1 Inhoud van het pakket
Bij het toestel wordt het volgende geleverd:
- Wandbevestiging
- Schroefbouten, schroeven en pluggen voor wandbevestiging
- Montagesjabloon
- 2 nippels (koud water met afsluitkraan)
- Vlakke afdichtingen
- Kabeltulle (elektrische toevoerkabel boven/onder)
- Schroeven/pluggen voor achterwandbevestiging bij opbouw-wateraansluiting
- Extra doorstroomvolumebegrenzer op de koudwaterbuis (alleen DDLE Basis Basis 18/21/24)
8.2 Toebehoren
Kraan
ADEo 70 WD 1-greepskraan met omschakeling badkuip/douche
Aansluitset fornuis
Aansluitset voor de elektrische aansluiting van DDLE Basis 11 en DDLE Basis 13
Montagetoebehoren
Buiskit voor montage onder het aftappunt UT 104, aan-sluitingen: Opbouw, G 3/8 bovenaan. Wateraansluitingen met 12 mm klemschroefkoppeling.
Universeel montageframe
Montageframe met elektrische aansluitingen.
Buiskit voor toestellen onder het aftappunt
De buiskit voor montage onder het aftappunt is noodzakelijk wanneer u de wateraansluitingen (G 3/8 A) boven het toestel gebruikt.
Buiskit voor verschoven montage
De buiskit met kniestukken is noodzakelijk wanneer u het toestel 90 mm loodrecht omlaag t.o.v. de wateraansluiting monteert.
Buiskit voor vervanging van de gas- waterverwarmer
De buiskit is noodzakelijk wanneer u werkt met een installatie met bestaande aansluitingen voor een gas-waterverwarming (koudwateraansluiting links en warmwateraansluiting rechts).
Lastafwerprelais (LR 1-A)
Het lastafwerprelais voor inbouw in de elektrische verdeling laat een voorrangsschakeling van de doorstromer toe wanneer bijvoorbeeld tegelijkertijd elektrische boilerverwarmingstoestellen gebruikt worden.
ZTA 3/4 - centrale thermostaatkraan
Thermostaatkraan voor centrale voormenging, bijvoorbeeld van een doorstromer met een zonne-installatie.
9. Voorbereidingen
9.1 Montageplaats

Materiële schade Het toestel mag alleen in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.
» Monteer het toestel verticaal en in de buurt van het tappunt.
het toestel is geschikt voor onder- en bovenbouwmon- tage.
Onderbouw

» Monteer het toestel aan de muur. De muur moet voldoende draagvermogen hebben.
9.2 Waterinstallatie
- Een veiligheidsventiel is niet vereist.
» Spoel de waterleiding grondig door.
» Controleer of het debiet (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel", Aan) voor het inschakelen van het toestel bereikt wordt. Wordt de volumestroom niet bereikt, dient u de doorstroom-volumebegrenzer te verwijderen (zie hoofdstuk "Installatie/montage", Doorstroomvolumebegrenzer verwijderen).
» Verhoog de waterleidingdruk, wanneer het benodigde debiet bij een volledig geopende aftapkraan niet gehaald wordt.
Kranen
Gebruik geschikte drukkranen. Open kranen zijn niet toegestaan.

Info
De afsluitklep in de koudwatertoevoer mag niet gebruikt worden om het debiet te smoren. Deze kraan sluit het toestel af.
Toegestaan materiaal waterleidingen
• Koudwatertoevoerleiding: thermisch gegalvaniseerde stalen buis, roestvrijstalen buis, koperbuis of kunststofbuis
• Warmwateruitloopleiding: roestvrijstalen buis, koperbuis of kunststofbuis

Materièle schade
Wanneer kunststofbuizen gebruikt worden, dient u rekening te houden met de maximale aanvoer-temperatuur en de maximaal toegelaten druk (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
Flexibele wateraansluitleidingen
» Voorkom bij de installatie met flexibele wateraansluit-leidingen door middel van bajonetkoppelingen dat de kniestukken verdraaien.
» Bevestig de achterwand onderaan met twee extra schroeven.
10. Montage
10.1 Standaardmontage
• Elektrische installatie bovenaan, inbouwinstallatie
• Wateraansluiting inbouwinstallatie
- DDLE Basis 18/21/24: Aansluitvermogen 21 kW vooraf ingesteld
Zie voor verdere montagemogelijkheden hoofdstuk "Installatie/montage/montagealternatieven":
- Elektro-aansluiting onderbouw onder
• Elektro-aansluiting opbouw - Aansluiting van een lastafwerprelais
- Onderbouwmontage wateraansluitingen boven
• Waterinstallatie opbouw - Werking met voorverwarmd water
- Temperatuurbegrenzing
Toestel openen

» Ontgrendel de kliksluiting om het toestel te openen.

» Scheid de achterwand door de beide vergrendelhaken in te drukken en het onderstuk van de achterwand naar voren eraf te trekken.
» Teken de boorgaten af met de montagesjabloon. Wanneer het toestel gemonteerd wordt met opgebouwde wateraansluitingen, dient u ook de bevestigingsgaten in het onderste gedeelte van de sjabloon af te tekenen.
» Boor de gaten en bevestig de wandbevestiging met 2 schroeven en 2 pluggen (schroeven en pluggen meegeleverd).
» Monteer de meegeleverde schroefbouten.
» Monteer de wandbevestiging.
Kabeltulle monteren

» Monteer de kabeltulle. Vergroot bij een aansluitkabel met een diameter > 6 mm ^2 het gat in de kabeltulle.
Wateraansluiting tot stand brengen
Materiële schade Voer alle werkzaamheden voor wateraansluiting en installatie uit conform de voorschriften.

Materiële schade De afsluitklep in de koudwatertoevoer mag niet gebruikt worden om het debiet te smoren.
Achterwand voorbereiden
Materiële schade Als u onopzettelijk een verkeerd gat uit de achterwand breekt, vervang dan de achterwand.

» Breek het breukpunt voor de kabeltulle uit de achterwand. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
Toestel monteren

» Steek de achterwand over de schroefbouten en de kabeltulle. Trek de kabeltulle met behulp van een tang aan de vergrendelhaken in de achterwand tot beide vergrendelhaken hoorbaar vastklikken.
» Verwijder de transportstoppen van de wateraansluitingen.
» Druk de achterwand stevig aan. Vergrendel de bevestigingsknevel door 90° naar rechts te draaien.

» Schroef de buizen voor wateraansluiting met de vlakke afdichtingen op de nippel.

Materièle schade
Voor de werking van het toestel moet de zeef ingebouwd zijn.
» Controleer bij het vervangen van het toestel of de zeef aanwezig is (zie hoofdstuk "Installatie/ onderhoud").
Doorstroomvolumebegrenzer verwijderen/vervangen

Info
Is uw systeem uitgerust met een thermostaatkraan, dan mag de doorstroomvolumebegrenzer niet worden verwijderd.

text_image
90° 1 226_02_02_0771
1 Kunststof vormring
2 Doorstroomvolumebegrenzer
» Verwijder de doorstroomvolumebegrenzer. Hermon- teer de kunststof vormring.
DDLE Basis 18/21/24: Doorstroomvolumebegrenzer vervangen
» Hebt u gekozen voor een aansluitvermogen van 24 kW, dan dient u de ingebouwde doorstroomvolumebegrenzer (witte uitvoering) te vervangen door de meegeleverde doorstroomvolumebegrenzer (oranje uitvoering, aan de koudwaterbuis bevestigd).
Elektriciteit aansluiten

WAARSCHUWING elektrische schok
Voer alle werkzaamheden voor elektriciteitsaansluitingen en installatie uit conform de voorschriften.

WAARSCHUWING elektrische schok
De aansluiting op het stroomnet is alleen toegestaan als vaste aansluiting in combinatie met de uitneembare kabeltulle. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3 mm van de aansluiting van het net losgekoppeld kunnen worden.

WAARSCHUWING elektrische schok
Zorg ervoor dat het toestel is aangesloten op de aardleiding.

Materiële schade
Neem de gegevens op het typeplaatje in acht. De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning.
» Sluit de aansluitkabel aan op de netaansluitklem (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/elektriciteitsschema").
DDLE Basis 18/21/24: Codeerstekker verplaatsen
Het toestel is bij levering ingesteld voor 21 kW. Als u een ander vermogen wenst, moet u de volgende stappen uitvoeren:

» Verplaats de codeerstekker overeenkomstig het gekozen aansluitvermogen (selecteerbaar aansluitvermogen en zekering van het toestel, zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
» Markeer het geselecteerde aansluitvermogen op het typeplaatje. Doe dat met een balpen.
Onderstuk van achterwand monteren

» Zet het onderstuk van de achterwand vast in de achterwand. Klik het onderstuk van de achterwand vast in de achterwand.
» Lijn het gemonteerde toestel uit door de bevestigingsknevel los te maken, de elektrische aansluiting en de achterwand uit te lijnen en de bevestigingsknevel weer vast te draaien. Als de achterwand van het toestel niet goed tegen de wand komt, kunt u het toestel onderaan met twee extra schroeven bevestigen (zie hoofdstuk "Installatie/montagealternatieven/waterinstallatie opbouw").
10.2 Montagealternatieven
10.2.1 Elektro-aansluiting onderbouw onder

Materiële schade Als u onopzettelijk een verkeerd gat uit de achter- wand breekt, vervang dan de achterwand.
» Breek het breukpunt voor de kabeltulle uit de achterwand. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
» Verplaats de netaansluitklem in het toestel van boven naar onder.
» Steek de achterwand over de schroefbouten en de kabeltulle. Trek de kabeltulle met behulp van een tang aan de vergrendelhaken in de achterwand tot beide vergrendelhaken hoorbaar vastklikken.
» Druk de achterwand stevig aan. Vergrendel de bevestigingsknevel door 90° naar rechts te draaien.
10.2.2 Elektro-aansluiting opbouw

Info
Bij dit aansluitingtype wijzigt de beschermingsgraad van het toestel.
» Wijzig het typeplaatje. Streep de vermelding IP 25 door en kruis het vakje IP 24 aan. Doe dat met een balpen.

Materièle schade
Als u per ongeluk een verkeerd gat doorbreekt in de achterwand, dient u een nieuwe achterwand te gebruiken.
» Snijd of breek de benodigde doorvoer in de achterwand er schoon uit (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/afmetingen en aansluitingen"). Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
» Leid de aansluitkabel door de kabeltulle en sluit de kabel aan op de netaansluitklem.
10.2.3 Aansluiting van een lastafwerprelais
Plaats een lastafwerprelais in combinatie met andere elektrische toestellen in de elektrotechnische installatie, bv. elektrische boilerverwarmingstoestellen. De lastafwerping vindt plaats bij de werking van de doorstromer.

Materièle schade
Sluit de fase die het lastafwerprelais schakelt, aan op de gemerkte klem van de netaansluitklem in het toestel (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/elektriciteitsschema").
10.2.4 Onderbouwmontage wateraansluitingen - boven
Onderbouwmontage met wateraansluitingen aan de bovenkant kan worden uitgevoerd door middel van een bijkomende buiskit voor onderbouw. Doorvoeropeningen in de achterwand voor de waterleidingen moet u schoon uitbreken en vervolgens de buiskit monteren.
10.2.5 Waterinstallatie opbouw

Info
Bij dit aansluitingtype wijzigt de beschermingsgraad van het toestel.
» Wijzig het typeplaatje. Streep de vermelding IP 25 door en kruis het vakje IP 24 aan. Doe dat met een balpen.

» Monteer de waterstoppen met dichtingen om de onderbouwaansluiting af te sluiten.
» Monteer een geschikte drukkraan.

» Klik het onderstuk van de achterwand vast in het bovenstuk van de achterwand.
» Schroef de aansluitbuizen op het toestel vast.
» Bevestig de achterwand onderaan met twee extra schroeven.

Materièle schade
Als u onopzettelijk een verkeerd gat uit de achterwand breekt, vervang dan de achterwand.
» Breek de doorvoeren in de bovenkap er netjes uit. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
» Schuif het onderstuk van de achterwand onder de aansluitbuizen van de kraan. Klik het onderstuk van de achterwand vast in de achterwand.
» Schroef de aansluitbuizen op het toestel vast.
10.2.6 Werking met voorverwarmd water
Door een centrale thermostaatkraan in te bouwen, kunt u de maximale aanvoertemperatuur begrenzen.
10.2.7 Temperatuurbegrenzing

VOORZICHTIG verbranding Bij werking met voorverwarmd water werkt de ingestelde temperatuurbegrenzing of de verbrandingsbeveiliging mogelijk niet.
» Begrens dan de temperatuur op een voorgeschakelde, centrale thermostaatkraan.
U kunt de temperatuurbegrenzing aan de binnenzijde van de bovenkap op 43 °C instellen.

» Steek de stekker op de kabel van de sensor voor de gevraagde waarde op de temperatuurbegrenzing 43 °C.
Na het activeren van de temperatuurbegrenzing is het temperatuurbereik beperkt tussen 30 en 43 °C.
10.3 Montage afsluiten
» Open de afsluitklep in de nippel of in de koudwatertoevoerleiding.
11. Ingebruikname

WAARSCHUWING elektrische schok De ingebruikname mag alleen uitgevoerd worden door een installateur die rekening houdt met alle veiligheidsvoorschriften.
11.1 Eerste ingebruikname

» Open en sluit meerdere keren alle aangesloten af- tappunten totdat het leidingwerk en het toestel lucht- vrij zijn.
» Voer een dichtheidscontrole uit.
» Activeer de veiligheidsdrukbegrenzer door de resetknop stevig in te drukken (het toestel wordt met uitgeschakelde veiligheidsdrukbegrenzer geleverd).
» Steek de stekker van de temperatuurinstellerkabel op de elektronica.
» Monteer de bovenkap. De bovenkap moet hoorbaar vastklikken. Controleer de goede plaatsing van de bovenkap.
» Schakel de netspanning in.
» Voer een temperatuurijking uit. Daarvoor draait u de temperatuurinstelknop naar de rechter- en linkeraanslag.
» Controleer het functioneren van het toestel.
Overdracht van het toestel
» Leg aan de gebruiker uit hoe het toestel werkt. Instrueer hem over het gebruik van het toestel.
» Wijs de gebruiker op mogelijk gevaar, met name het gevaar van brandwonden.
» Overhandig deze handleiding.
11.2 Opnieuw in gebruik nemen
» Ontlucht het toestel en de koudwatertoevoerleiding (zie hoofdstuk "Installatie/instellingen").
» Zie hoofdstuk "Installatie/montage/ingebruikname/ eerste ingebruikname".
12. Buitendienststelling
» Koppel het toestel op alle polen los van het elektriciteitsnet.
» Tap het toestel af (zie het hoofdstuk "Installatie/onderhoud").
13. Storingen verhelpen

WAARSCHUWING elektrische schok Om het toestel te kunnen controleren, moet er spanning op het toestel staan.
Indicatiemogelijkheden diagnoselampje (led)
| rood brandt bij storing | |
| geel brandt bij verwarmingsfunctie | |
| groen knippert: toestel met netaansluiting |

| Storing/weergave diagnose-led Oorzaak Oplossing | ||
| Het debiet is te gering. De zeef in het toestel is vuil. Reinig de zeef. | ||
| De gevraagde temperatuur wordt niet bereikt. | Er ontbreekt een fase. | Controleer de zekering van de huisinstallatie. |
| De verwarming wordt niet geactiveerd. | Er wordt lucht in het water aangetroffen. Het verwarmingsvermogen schakelt kortstondig uit. | Na één minuut wordt het toestel weer geactiveerd. |
| Geen warm water en geen lampindicatie. | De zekering is geactiveerd. | Controleer de zekering van de huisinstallatie. |
| De veiligheidsdrukbegrenzer is uitgeschakeld. | Verhelp de oorzaak van de fout (bijvoorbeeld een defecte drukspoelkraan). | |
| Bescherm het verwarmingssysteem tegen oververhitting door een voorbij het toestel geschakelde aftapkraan gedurende één minuut open te zetten. Daarvoor wordt de druk van het verwarmingssysteem afgevoerd en wordt het verwarmingssysteem afgekoeld. | ||
| Activeer de veiligheidsdrukbegrenzer bij stromingsdruk door op de resetknop te drukken (zie hoofdstuk "Installatie/ingebruikname/eerste ingebruikname"). | ||
| De elektronica is defect. | Controleer de elektronica en vervang indien nodig. | |
| Lampindicatie: groen knippert of brandt constant | De elektronica is defect. | Controleer de elektronica en vervang indien nodig. |
| geen warm water bij debiet >3 l/min. | De doorstroomhoeveelheidsmeting DFE is niet aangesloten. | Sluit de stekker van de doorstroomhoeveelheidsmeting weer aan. |
| De stekker van de doorstroomhoeveelheidsmeting is defect. | Controleer de doorstroomhoeveelheidsmeting en vervang indien nodig. | |
| Lampindicatie: geel brandt constant, groen knippert | De veiligheidstemperatuurbegrenzer heeft gewerkt of is onderbroken. | Controleer de veiligheidstemperatuurbegrenzer en vervang deze zo nodig. |
| geen warm water bij debiet >3 l/min. | Het verwarmingssysteem is defect. | Meet de weerstand van het verwarmingssysteem en vervang zo nodig de weerstand. |
| De elektronica is defect. | Controleer de elektronica en vervang indien nodig. | |
| Lampindicatie: geel brandt constant, groen knippert | De uitloopsensor is eraf getrokken. Er is een breuk in de leiding opgetreden. | Sluit de uitloopsensor aan en vervang indien nodig. |
| Lampindicatie: rood brandt constant, groen knippert | De koudwatersensor is defect. | Controleer de elektronica en vervang indien nodig. |
| Er is geen warm water gewenste temperatuur >45 °C wordt niet bereikt. | De koudwatertoevoertemperatuur is hoger dan 45 °C. | Verlaag de koudwatertoevoertemperatuur naar het toestel. |
| Lampindicatie: rood brandt constant, groen knippert | De uitloopsensor is defect (kortsluiting). | Controleer de uitloopsensor en vervang indien nodig. |
14. Onderhoud

WAARSCHUWING elektrische schok Scheid alle polen van het toestel van het elektriciteit- snet voor aanvang van alle werkzaamheden.
Het toestel aftappen
U kunt het toestel voor onderhoudswerkzaamheden of ter bescherming tegen vorst aftappen.

WAARSCHUWING Verbranding Wanneer het toestel wordt afgetapt, kan er heet water uit het toestel lopen.
» Sluit de afsluitkraan in de nippel of in de koudwatertoevoerleiding.
» Open alle aftappunten.
» Maak de wateraansluitingen van het toestel los.
» Een gedemonteerd toestel moet vorstvrij bewaard worden, want er kan restwater in het toestel zitten dat bevriezen kan en daardoor schade veroorzaken kan.
Zeef reinigen

Reinig bij vervuiling de zeef in de koudwaterschroefaansluiting. Sluit de afsluitklep in de koudwatertoevoerleiding voordat u de zeef demonteert, reinigt en opnieuw monteert.
15.1 Afmetingen en aansluitingen

text_image
226 190 485 395 45 100 c06 c01 35 b02 325 5 190
text_image
93 50 112 D0000017757| b02 Doorvoer elektriciteitskabels I | ||
| c01 Koudwatertoevoer | Buitendraad | G 1/2 A |
| c06 Warmwateruitloop | Buitendraad | G 1/2 A |
Alternatieve aansluitmogelijkheden

text_image
b04 35 b02 b03 40 b04 325 50 50D0000019778
| b02 Doorvoer elektriciteitskabels I |
| b03 Doorvoer elektriciteitskabels II |
| b04 Doorvoer elektriciteitskabels III |
15.2 Elektriciteitsschema
3/PE \~ 380 - 415 V

1 Verwarming
2 Veiligheidstemperatuurbegrenzer
3 Veiligheidsdrukbegrenzer
Lastafwerprelais LR 1-A

1 Stuurkabel voor het relais van het 2e toestel (bv. elektrische boilerverwarming).
2 Stuurcontact gaat open als de doorstromer inschakelt.
15.3 Warmwatervermogen
De warmwatercapaciteit is afhankelijk van de aanwezige netspanning, het aansluitvermogen van het toestel en de koudwatertoevoertemperatuur. De nominale spanning en het nominale vermogen kunt u aflezen op het typeplaatje (zie hoofdstuk "Bediening/probleemoplossing").
| Aansluitvermo-gen in kW | 38 °C warmwatervermogen in l/min. | |||
| Nominale span-ning | Koudwater-toevoertemperatuur | |||
| 400 V | 5 °C 10 °C 15 °C 20 °C | |||
| 11,0 | 4,8 | 5,6 | 6,8 | 8,7 |
| 13,5 | 5,8 | 6,9 | 8,4 | 10,7 |
| 18,0 | 7,8 | 9,2 | 11,2 | 14,3 |
| 21,0 | 9,1 10,7 13,0 | 16,7 | ||
| 24,0 | 10,4 | 12,2 | 14,9 | 19,0 |
| 27,0 | 11,7 | 13,8 | 16,8 | 21,4 |
| Aansluitvermo-gen in kW | 50 °C warmwatervermogen in l/min. | |||
| Nominale span-ning | Koudwater-toevoertemperatuur | |||
| 400 V | 5 °C 10 °C 1 | 5 °C 20 °C | ||
| 11,0 | 3,5 3,9 4,5 5 | 2 | ||
| 13,5 | 4,3 4,8 5,5 6 | 4 | ||
| 18,0 | 5,7 | 6,4 | 7,3 | 8,6 |
| 21,0 | 6,7 | 7,5 | 8,6 | 10,0 |
| 24,0 | 7,6 | 8,6 | 9,8 | 11,4 |
| 27,0 | 8,6 | 9,6 | 11,0 | 12,9 |
15.4 Toepassingsgebieden / omrekeningstabel
Voor de specifieke elektrische weerstand en de specifieke elektrische geleidbaarheid (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
| Genormeerde waar-de bij 15 °C | 20 °C | 25 °C | ||||||
| Weer-stand ρ | Geleidbaar- held σ | Weer-stand ρ | Geleidbaar- held σ | Weer-stand ρ | Geleidbaar- held σ | |||
| Ωcm | mS/m | μS/cm | Ωcm | mS/m | μS/cm | Ωcm | mS/m | μS/cm |
| 900 | 111 | 1111 | 800 | 125 | 1250 | 735 | 136 | 1361 |
| 1000 | 100 | 1000 | 890 | 112 | 1124 | 815 | 123 | 1227 |
| 1100 | 91 | 909 | 970 | 103 | 1031 | 895 | 112 | 1117 |
| 1200 | 83 | 833 | 1070 | 93 | 935 | 985 | 102 | 1015 |
| 1300 | 77 | 769 | 1175 | 85 | 851 | 1072 | 93 | 933 |
15.7 Gegevens over het energieverbruik
De productgegevens voldoen aan de EU-verordeningen betreffende de richtlijn voor milieuvriendelijke vormgeving van energiegerelateerde producten (ErP).
15.5 Drukverliezen
Kranen
| Drukverlies van de kranen bij debiet 10 l/min | ||
| Eengreeps mengkraan, ca. | MPa | 0,04 - 0,08 |
| Thermostaatkraan, ca. | MPa | 0,03 - 0,05 |
| Handdouche, ca. | MPa | 0,03 - 0,15 |
Dimensionering van het buisnet
Voor de berekening van de dimensionering van de leidingen wordt voor het toestel een drukverlies van 0,1 MPa aanbevolen.
15.6 Storingen
In geval van storing kunnen in de installatie kortstondig belastingen van maximaal 95 °C bij een druk van 1,2 MPa optreden.
| DDLE Basis 11 | DDLE Basis 13 | DDLE Basis 18 | DDLE Basis 18/21/24 | DDLE Basis 27 | ||
| 229296 | 229297 | 222388 | 222390 | 222391 | ||
| Fabrikant | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | |
| Belastingsprofiel | XS | XS | S | S | S | |
| Energierendementsklasse | A | A | A | A | A | |
| Jaarlijks stroomverbruik | kWh | 473 | 473 | 477 | 477 | 481 |
| Energetisch rendement | % | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 |
| Door de fabriek ingestelde temperatuur-waarde | °C | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Geluidsniveau | dB(A) | 15 | 15 | |||
| Bijzondere info voor rendementsmeting | Geen | Geen | Geen | Gegevens bij Pmax. | Geen |
15.8 Gegevenstabel
| DDLE Basis | 11 | DDLE Basis 13 | DDLE Basis 18 | DDLE Basis 18/21/24 | DDLE Basis 27 | |||||||||
| 229296 229297 222388 | 222390 | 222391 | ||||||||||||
| Elektrische gegevens | ||||||||||||||
| Nominale spanning | V | 380 | 400 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 |
| Nominale stroom | kW | 10,1 | 11 | 12,2 | 13,5 | 14,5 | 16,2 | 18 | 19,4 | 16,2/19/21,7 | 18/21/24 | 19,4/22,6/25,8 | 24,4 | 27 |
| Nominale stroom | A | 15,4 | 16 | 18,5 | 19,5 | 20,2 | 24,7 | 26 | 27 | 27,6/29,5/35 | 29/31/35 | 30,1/32,2/36,3 | 37,1 | 39 |
| Zekering | A | 16 | 16 | 20 | 20 | 20 | 25 | 25 | 32 | 32/32/35 | 32/32/35 | 32/32/40 | 40 | 40 |
| Fasen | 3/PE | 3/PE | 3/PE | 3/PE | 3/PE | |||||||||
| Frequentie | Hz | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 |
| Specifieke weerstand _15 ≥ (bij økoud ≤ 25 °C) | Ω cm | 900 | 900 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 |
| Specifieke geleiding _15 ≤ (bij økoud ≤25 °C) | μS/cm | 1111 | 1111 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 |
| Specifieke weerstand _15 ≥ (bij økoud ≤ 45 °C) | Ω cm | 1200 | 1200 | 1200 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 |
| Specifieke geleiding _15 ≤ (bij økoud ≤45 °C) | μS/cm | 830 | 830 | 830 | 830 | 770 | 1200 | 833 | 770 | 1200 | 833 | 770 | 1200 | 833 |
| Max. netimpedantie bij 50 Hz | Ω | 0,379 | 0,360 | 0,347 | 0,284 | 0,270 | 0,260 | 0,254 | 0,241 | |||||
| Aansluitingen | ||||||||||||||
| Wateraansluiting | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | |||||||||
| Werkingsgebied | ||||||||||||||
| Max. toegelaten druk | MPa | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | ||||||||
| Max. toevoertemperatuur voor bijverwarming | °C | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | ||||||||
| Waarden | ||||||||||||||
| Max. toegelaten toevoer-temperatuur | °C | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | ||||||||
| Aan | l/min | >3 | >3 | >3 | >3 | >3 | ||||||||
| Debiet voor drukverlies | l/min | 3,1 | 3,9 | 5,2 | 5,2/6,0/6,9 | 7,7 | ||||||||
| Drukverlies bij debiet | MPa | 0,07 (0,02 zonder DMB) | 0,11 (0,03 zonder DMB) | 0,08 (0,06 zonder DMB) | 0,08/0,10/0,13 (0,06/0,08/0,10 zonder DMB) | 0,16(0,12 zonder DMB) | ||||||||
| Volumestroombegrenzing bij | l/min | 4,0 | 4,0 | 8,0 | 8,0 / 8,0 / 9,0 | 9,0 | ||||||||
| Warmwateraanbieding | l/min | 5,6 | 6,9 | 9,2 | 9,2/10,7/12,3 | 12,7 | ||||||||
| Δ9 bij aanbieding | K | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | ||||||||
| Hydraulische gegevens | ||||||||||||||
| Nominale inhoud | I | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | ||||||||
| Uitvoeringen | ||||||||||||||
| Aansluitvermogen selec- teerbaar | - | - | - | X | - | |||||||||
| Temperatuurinstelling | °C | ca. 30-60 | ca. 30-60 | ca.30-60 | ca.30-60 | ca.30-60 | ||||||||
| Isolatieblok | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | |||||||||
| Verwarmingssysteem warmtegenerator | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | |||||||||
| Kap en achterwand | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | |||||||||
| Kleur | wit | wit | wit | wit | wit | |||||||||
| Beschermingsgraad (IP) | IP25 | IP25 | IP25 | IP25 | IP25 | |||||||||
| Afmetingen | ||||||||||||||
| Hoogte | mm | 485 | 485 | 485 | 485 | 485 | ||||||||
| Breedte | mm | 226 | 226 | 226 | 226 | 226 | ||||||||
| Diepte | mm | 93 | 93 | 93 | 93 | 93 | ||||||||
| Gewichten | ||||||||||||||
| Gewicht | kg | 3,6 | 3,6 | 3,6 | 3,6 | 3,6 | ||||||||
Garantie
Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet. Bovendien kan in landen waar één van onze dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze dochtermaatschappij. Een dergelijk garantie wordt alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie verleend.
Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.
Milieu en recycling
Wij verzoeken u ons te helpen ons milieu te beschermen. Doe de materialen na het gebruik weg overeenkomstig de nationale voorschriften.
1702 Groot-Bijgaarden
Tel. 02 42322-22
Fax 02 42322-12
Czech Republic
STIEBEL ELTRON spol. s r.o.
K Hájům 946