MAKITA DDF492 - Schroevendraaier

DDF492 - Schroevendraaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DDF492 MAKITA in PDF-formaat.

📄 76 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DDF492 - page 35
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DDF492

Categorie : Schroevendraaier

Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DDF492 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DDF492 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DDF492 MAKITA

Accuschroefboormachine GEBRUIKSAANWIJZING 35

Totale lengte 179 mm Nominale spanning 18Vgelijkspanning Nettogewicht 2,3 - 2,6 kg

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binaties worden vermeld in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
  • Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Gebruiksdoeleinden Dit gereedschap is bestemd voor het boren en schroe- ven in hout, metaal en plastic. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-2-1: Geluidsdrukniveau (L

): 88 dB (A) Onzekerheid(K):3dB(A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-1: Gebruikstoepassing: boren in metaal Trillingsemissie (a h,D ): 2,5 m/s

of lager Onzekerheid(K):1,5m/s 236 NEDERLANDS OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuschroefboormachine Veiligheidsinstructies voor alle werkzaamheden

1. Gebruik de hulphandgreep (hulphandgrepen).

Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken.

2. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast

aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het accessoire of de beves- tigingsmiddelen in aanraking kunnen komen met verborgen bedrading. Wanneer accessoires of bevestigingsmiddelen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

3. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide

bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt.

4. Houd het gereedschap stevig vast.

5. Houd uw handen uit de buurt van draaiende

6. Laat het gereedschap niet draaiend achter.

Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt.

7. Raak direct na uw werk het boorbit of het werk-

stuk niet aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.

8. Bepaalde materialen kunnen giftige chemica-

liën bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veilig- heidsvoorschriften van de fabrikant van het materiaal.

9. Als het boorbit niet kan worden losgemaakt

ondanks dat de klauwen geopend zijn, gebruikt u een tang om het eruit te trekken. In dat geval kan met de hand eruit trekken leiden tot letselvanwegezijnscherperand.

10. Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitska-

bels, waterleidingen, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden beschadigd door het gebruik van dit gereedschap. Veiligheidsinstructies bij gebruik van lange boorbits

1. Gebruik nooit op een hoger toerental dan het

maximale nominale toerental van het boorbit. Opeenhogertoerentalzalhetbitwaarschijnlijk verbuigenalshetvrijronddraaitzondercontact methetwerkstuk,waardoorpersoonlijkletselkan ontstaan.

2. Begin altijd te boren op een laag toerental en

terwijl de punt van het bit contact maakt met het werkstuk. Op een hoger toerental zal het bit waarschijnlijkverbuigenalshetvrijronddraait zonder contact met het werkstuk, waardoor per- soonlijkletselkanontstaan.

3. Oefen alleen druk uit in een rechte lijn met het

bit en oefen geen buitensporige druk uit. Bits kunnen verbuigen waardoor ze kunnen breken of udecontrolekuntverliezen,metpersoonlijkletsel tot gevolg.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.37 NEDERLANDS

WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkagevanelektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een38 NEDERLANDS

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. ►Fig.1: 1. Rood deel 2.Knop3. Accu LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.2: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem.Ditsysteemschakeltautoma- tisch de voeding uit om de levensduur van het gereed- schap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdenshetgebruikautomatischstoppenalshetgereed- schap of de accu aan één van de volgende omstandig- heden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Deze beveiliging treedt in werking wanneer het gereed- schap/de accu wordt gebruikt op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken. In die situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Deze beveiliging treedt in werking wanneer het gereed- schap of de accu oververhit is. In die situatie laat u het gereedschap en de accu eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Deze beveiliging treedt in werking wanneer de reste- rendeacculadinglaagwordt.Indiesituatieverwijdertu de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Beveiliging tegen andere oorzaken Hetbeveiligingssysteemisookontworpenvoorandere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te39 NEDERLANDS he󰀨en,wanneerhetgereedschaptijdelijkisonderbro- kenoftijdenshetgebruikisgestopt.

1. Schakel het gereedschap uit en schakel het

daarna weer in om het opnieuw te starten.

2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)

3. Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.

Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeemisgereset,neemtucontactopmetuwlokale Makita-servicecentrum. Elektrische rem Dit gereedschap is voorzien van een elektrische rem. Als het gereedschap continu niet snel stilstaat nadat de trekkerschakelaar is losgelaten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum. De trekkerschakelaar gebruiken LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. ►Fig.3: 1. Trekkerschakelaar Omhetgereedschaptestarten,knijptugewoonde trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerscha- kelaarinknijpt,hoesnellerhetgereedschapdraait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt. De lamp op de voorkant gebruiken LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. ►Fig.4: 1. Lamp Knijpdetrekkerschakelaarinomdelampinteschake- len.Delampblijftbrandenzolangdetrekkerschakelaar wordt ingeknepen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en begint de lamp te knipperen. Laat in dat geval de trekkerscha- kelaar los. De lamp gaat na één minuut uit. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. De omkeerschakelaar bedienen LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te gebruiken. LET OP: Verander de stand van de omkeer- schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandertterwijlhetgereedschapnogdraait,kanhet gereedschap beschadigd worden. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. ►Fig.5: 1. Omkeerschakelaar Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingeknepen. Snelheidskeuze LET OP: Zet de snelheidskeuzeknop altijd volledig in de juiste stand. Als u het gereedschap gebruikt met de snelheidskeuzeknop halverwege tussen de standen “1” en “2”, kan het gereedschap beschadigd worden. LET OP: Verander de instelling van de snel- heidskeuzeknop niet terwijl het gereedschap draait. Het gereedschap kan hierdoor worden beschadigd. ►Fig.6: 1. Snelheidskeuzeknop Afgebeeld nummer Snelheid Koppel Toepassing 1 Laag Hoog Zware belasting 2 Hoog Laag Lichte belasting Als u de snelheid wilt veranderen, schakelt u eerst het gereedschap uit. Verschuif de snelheidskeuzeknop om “2” af te beelden voor een hoge draaisnelheid of “1” voor een lage draaisnelheid. Verzeker u ervan dat de snelheidskeuzeknopindejuistestandstaatvoordatu het gereedschap bedient. Alsdedraaisnelheidvanhetgereedschaptijdens gebruik sterk daalt in stand “2”, verschuift u de knop zodat “1” wordt afgebeeld en hervat u de bediening.40 NEDERLANDS Instelring U kunt de werkingsfunctie kiezen en het draaikoppel instellen met behulp van de instelring. De werkingsfunctie kiezen ►Fig.7: 1. Instelring 2. Markering 3.Pijlteken Dit gereedschap heeft twee werkingsfuncties. Boorfunctie (alleen draaien)

1 - 21 Schroevendraaierfunctie

(draaien met koppeling) Selecteer de functie die geschikt is voor uw werk- zaamheden.Draaideinstelringenlijndemarkering vandegewenstefunctieuitmethetpijltekenophet gereedschapshuis. KENNISGEVING: Zorg dat de ring precies staat ingesteld op de gewenste functiemarkering. Als u het gereedschap gebruikt met de ring halverwege tussen de functiemarkeringen, kan het gereedschap bescha- digd worden. KENNISGEVING: Verander de werkingsfunctie nietterwijlhetgereedschapdraait. KENNISGEVING:Alshetmoeilijkisomdeinstel- ring te draaien, schakelt u het gereedschap gedu- rende een seconde in zodat het ronddraait, en scha- kelt u vervolgens het gereedschap uit. Draai daarna de instelring naar de stand voor de gewenste functie. Het aandraaikoppel instellen ►Fig.8: 1. Instelring 2. Markering (koppelaanduiding 1 - 21) 3.Pijlteken Doordeinstelringtedraaien,kanhetdraaikoppelwordeningesteldop21niveaus.Lijndekoppelaanduidinguitmet hetpijltekenophetgereedschapshuis.Voorhetminimumaandraaikoppelkiestu1envoorhetmaximumaandraai- koppel kiest u 21. Alvorensmetheteigenlijkewerktebeginnen,draaitueersteentestschroefinuwwerkstukofeenstukidentiek materiaal, om te bepalen welk aandraaikoppel het meest geschikt is voor een bepaalde toepassing. Koppelaanduiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Kolomschroef M4 M5 M6 – Hout- schroef Zacht- hout (bijv. naald- hout) – ø3,5 x 22 ø4,1 x 38 - ø5,1 x 50 - Hard- hout (bijv. meranti) – ø3,5 x 22 ø4,1 x 38 - ø5,1 x 50 - OPMERKING:Deinstelringwordtnietvergrendeldwanneerhetpijltekentussentweekoppelaanduidingenin staat. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. De zijhandgreep (hulphandgreep) aanbrengen ►Fig.9: 1.Zijhandgreep2. Uitsteeksel 3. Groef

Gebruikaltijddezijhandgreepomverzekerdtezijnvan een veilig gebruik. Brengdezijhandgreepzodanigaandatdeuitsteeksels op de arm in de groef in de schacht van het gereed- schapvallen.Draaidezijhandgreeprechtsomomhem tebevestigen.Dezijhandgreepkanonderdegewenste hoek worden vastgezet. Het schroefbit/boorbit aanbrengen of verwijderen ►Fig.10: 1. Bus 2. Dicht 3. Open Draai de klembus linksom los om de klauwen te ope- nen.Plaatshetschroefbit/boorbitzovermogelijkinde spankop. Draai de klembus rechtsom om het bit in de spankop vast te zetten. Om het schroefbit/boorbit te verwijderen,draaitudeklembuslinksom. De haak aanbrengen WAARSCHUWING: Gebruik de opgang-/ bevestigingsmiddelen alleen waarvoor ze bedoeld zijn, d.w.z. ophangen aan een gereedschapsgor- del tussen werkzaamheden of tijdens pauzes. WAARSCHUWING: Wees voorzichtig dat de haak niet overbelast wordt aangezien een te hoge kracht of onregelmatige overbelasting kan leiden tot beschadiging van het gereedschap met per- soonlijk letsel tot gevolg.41 NEDERLANDS LET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef. Als u dit niet doet, kandehaaklosrakenentotpersoonlijkletselleiden. LET OP: Verzeker u ervan dat het gereed- schap veilig hangt voordat u het loslaat. Door onzorgvuldig of ongebalanceerd ophangen kan het gereedschaperafvallenenpersoonlijkletselworden veroorzaakt. ►Fig.11: 1. Gleuf 2. Haak 3. Schroef Dehaakishandigomhetgereedschaptijdelijkop tehangen.Dehaakkanaaniederezijkantvanhet gereedschap worden bevestigd. Om de haak te beves- tigen,steektudezeineengleufopeenzijkantenzet u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf. Het gat gebruiken WAARSCHUWING: Gebruik het ophanggat nooit voor iets waar het niet voor bedoeld is, bijvoorbeeld om het gereedschap mee vast te binden op een hoge plaats. Stuikdruk in een zwaar belast gat kan het gat beschadigen, waardoor letsel kanontstaanbijuofmensenrondomofonderu. ►Fig.12: 1. Ophanggat Gebruik het ophanggat achteraan de onderkant van het gereedschap om het gereedschap aan een muur te hangenmetbehulpvaneenophangkoordofsoortgelijk touw. De schroefbithouder aanbrengen Optioneel accessoire ►Fig.13: 1. Schroefbithouder 2. Schroefbit Pas de schroefbithouder op de uitstekende nok aan de voet van het gereedschapshuis, links of rechts naar keuze, en zet de bithouder vast met een schroef. Wanneer u het schroefbit niet gebruikt, kunt u het in de schroefbithouders opbergen. Schroefbits van 45 mm lengte kunnen hier worden bewaard. BEDIENING LET OP: Wanneer de snelheid sterk afneemt, verlaagt u de belasting of stopt u het gereedschap om te voorkomen dat het gereedschap wordt beschadigd. Houd het gereedschap stevig vast met één hand aan dehandgreependeandereaandezijhandgreepom wringkrachten goed te kunnen beheersen. ►Fig.14 KENNISGEVING: Bedek de ventilatieopeningen niet omdat anders het gereedschap oververhit en beschadigd kan raken. ►Fig.15: 1. Ventilatieopening Gebruik als schroevendraaier LET OP: Stel de koppelinstelring in op het juiste koppel voor uw werkstuk. LET OP: Zorg dat het schroefbit recht in de schroefkop steekt, anders kunnen de schroef en/ of het schroefbit beschadigd worden. Draaieerstdeinstelringzodathetpijltekenophet gereedschapshuisnaarhetjuistedraaikoppelniveau (1-21)wijst. Plaats de punt van het schroefbit in de schroefkop en oefen wat druk uit op het gereedschap. Start het gereedschaplangzaamenverhoogdangeleidelijkde snelheid.Zodradekoppelingaangrijpt,laatudetrek- kerschakelaaronmiddellijklos. OPMERKING: Voor het vastdraaien van houtschroe- ven dient u een boorgat van 2/3 de diameter van de schroefvoorteboren.Ditvergemakkelijkthetvast- draaienenvoorkomtdathetwerkstukkansplijten. Gebruik als boormachine LET OP: Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het gereedschap drukt. In feite zaldergelijkharddrukkenalleenmaarleidentot beschadiging van het boorbit, lagere prestaties van het gereedschap en een kortere levensduur van het gereedschap. LET OP: Houd het gereedschap stevig vast en let vooral goed op wanneer het boorbit door het werkstuk heen breekt. Op het moment dat het boor- gat doorbreekt wordt een enorme wringende kracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit. LET OP: Een vastgelopen boorbit kan een- voudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo het boorbit eruit te draaien. Houd het gereedschap daarbij wel stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag. LET OP: Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of soortgelijke klemvoorziening. LET OP: Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de accu leeg is, laat u het gereed- schap gedurende 15 minuten liggen alvorens verder te werken met een volle accu. Draaieerstdeinstelringzodathetpijltekennaarde markering wijst.Gadaarnaalsvolgttewerk. Boren in hout Bijhetboreninhoutverkrijgtudebesteresultatenmet houtboortjesvoorzienvaneengeleideschroefpunt. Dezegeleideschroefpuntvergemakkelijkthetboren, door het boorbit het werkstuk in te trekken. Boren in metaal Omtevoorkomendathetboorbitbijhetbeginvanhet borenzijdelingswegglijdt,maaktumeteenhameren eencenterponseenputjepreciesopdeplaatswaar u wilt boren. Plaats dan de punt van het boorbit in het42 NEDERLANDS putjeenbeginmetboren. Gebruikbijhetboreninmetaaleensmeermiddel. Sommigesoortenijzerenmessingzijnuitzonderingen en moeten droog worden geboord. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Rubberrugschijfcompleet