HL 94 - Heggenschaar STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HL 94 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HL 94 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HL 94 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HL 94 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING HL 94 STIHL
1 Met betrekking tot deleze handleiding. 57
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.58
3 Gebruik. 63
4 Vrijgegeven aanbouwgereedschappen.....66
5 Apparaat completeren. 67
6 Brandstof. 68
7Tanken 69
8 Mesbalk instellen 70
9 Draagstel omdoen. 71
10 Motor starten/afzetten 72
11 Gebruksvoorschriften 74
12 Luchtfilter reinigen. 74
13 Carburateur afstellen 75
14 Bougie. 75
15 Aandrijfmechanisme smeren 76
16 Snijmessen slijpen 77
17 Apparaat opslaan. 77
18 Controle en onderhoud door de gebruiker 77
19 Controle en onderhoud door de geauthorise- erde dealer. 78
20 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften... 78
21 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 80
22 Belangrijke componenten 81
23 Technische gegevens 82
24 Reparatierichtlijnen 83
25Milleuverantwoordafvoeren. 83
26 EU-conformiteitsverklaring. 84
27 UKCA-conformiteitsverklaring. 84
28 Adressen. 85
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Symbolen die op het apparaat zijn aangebrachte worden in deze handleiding toeelicht.
Afhankelijk van het apparatus en de uitrusting kuren de volgende symbolen op het apparatus aan gebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Hand-benzinepomp bedieren
Boring voor tandwielvet
1.2 Coding van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op oncevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materièle schade.
LETOP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkst continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons waarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding können dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig tijdens het werken met de heggensnoeier, omdat met hoge messnelheden worden gewerkt, de messen zeer scherp zich en omdat het apparaat een grote reikwijdte heeft.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situatuies leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het motorapparaat werk: door de verkoper of door een andere deskundige latent uitleggen hoe men hiermee veilig kan werk- of deelnemen aan een cursus.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
Minderjarigen mogen nicht met het motorapparaat werkken - behalvejongeren boven de 16aar, die ondertoezichtleren met het apparaat te werkken.
Kinderen, huisdieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het motorapparaat Niet worden gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere Personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gezaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen meegeven of uitlenen aan Personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zich - en.altijd de gebruiksaanwijzing meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ookplaatselijkke,lokale voorschriftenijdelijk worden beperkt.
Wie met het apparaat werkkt moet goed uitgerust en gezond zich en een goede lichamelijke condi-tie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen nicht mag inspannen,要去zijnartsraadplegenof het werkken met een motorapparaat mogelijk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer ging electromagnetisch veld. Beinvloeding van enkele typen pacemakers kan nicht geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beinvloeden of drugs mag nicht met het motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat alleen gebruiken voor het knippen van heggen, heesters, bosschages, struikgewas en dergelijke.
Het gebruik van het motorapparaat voor andere doeleinden is Niet toegestaan en kan leiden tot ongelukken of schade aan het motorapparaat. Geen wijzigingen aan het product aanbrengen - ook dit kan leiden tot ongelukken of schade aan het motorapparaat.
Alleen die messen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgeveven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij
vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardig gereed-schap of toebehoren monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat.
STIHL advisert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen - uw veriligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiele schade die door het gebruik van Niet-vrijgegeven aanbouwapparaten worden voorzaakt, is STIHL nicht aansprakelijk.
Voor het reinigen van het apparaat geen hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal+kennen onderdelen van het apparaat worden beschadigd.
Niet met water afspuiten.
2.1 Kleding en ultrusting
De voorgeschreveen kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zich en mag tijdens het werk Niet hinderen. Nauwsluitende kleding - combipak, geen stofjas.

Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de scholders bevindt.

Veiligheidslaarzen met een stroeve, slipvrije zool en stalen neus dragen.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduc- ren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen - zoals bijv. oorkappen.
Veiligheidshelm dragen bij gevaar voor vallende voorwerpen.

Robuuste werkhandschoenen van slijt vast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting.
2.2 Motorapparaat vervoeren
Altijd de motor afzetten.
Altijd de mesbeschermer aanbrengen, ook bij het transport over korte afstanden.
Bij apparaten met vastgestelde transportstand: De mesbalk in de transportstand plaatsen en vergrendelen.
Motorapparaat uitgebalanceerd aan de steel dragen - messen maar afterwards gericht.
Hete machineonderdelen en het aandrijfhuis nicht aanraken - kans op brandwonden!
In auto's: het motorapparaat gegen omvallen, beschadiging en gegen het weglekken van benzine beveiliggen.
2.3 Tanken

Benzine is bijzonder Licht ontvlambaar -uit de buurt blijven van open vuur -geen benzine morsen - Niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is - de benzine kan overstromen - brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodate de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine ward gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken - de kleding Niet in aanraking laden komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

Na het tanken de tankdop zo vast可想而知 aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.
Op lekkages letten - als er benzine maar buiten stroomt, de motor Niet starten -levensgevaar door verbranding!
2.4 Voor het starten
Controleren of het motorapparaat in goede staat verkeert - het betreffende hoofdstuk in de handleiding in acht nemen:
- Het brandstofsystem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzinepomp (alleen bij motorapparaten met handbenzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor Niet starten - brandgevaar! Het apparatusaat voor de ingebruikneming door een geauthoriseerde dealer lately repareren
- De stopschakelaar要去 gemakkelijk hunnen worden bediend
- De draaiknop voor startgas, gashendelblokkering, gashendel en stelknop要去en gemakkelijk te verdraaien zich - de gashendel要去 automatisch terugveren in de stationaire stand. Vanuit de stand 要去 de draaiknop voor het startgas bij het gelijktijdig indrukken van de gashendelblokkering en de gashendel terugveren in de werkstand I
- Bougiesteker op vastzitten controleren - bij een loszittende steker kuren vondenstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden - brandgevaar!
- Messen要去 in goede staat verkeren (schoon, gangbaar en Niet verrormd), goed vastzitten, correct zijn gemonteerd, geslepen en goed zich ingespoten met het STIHL harsoplosmiddel (smeermiddel)
Bij apparaten met verstelbare mesbalk: het verstelmechanisme要去 vergrendeld着眼 in de stand die bestemd is voor starten
Bij apparaten met vastgestelde transportstand (mesbalk gegen de steel geklapt): het apparaat nooit in de transportstand starten - Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de verligheidsnrichtingen aanbrengen
- De handgrepen要去en schoon en droog, vrij van olie en vuil zich - belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- De draagriem en de handgrepen aan de hand van de lichaamslengte instellen. Zie hoofdstuk "Draagstel omdoen"
Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebrukt - kans op ongelukken!
Voor noodgevallen bij gebruik van een draagriem: het snel loskoppelen en neerzetten van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het appaarat Niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
2.5 Motor starten
Minstens op 3m van de plek waar werd getankt -niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorappaarat goed vasthouden - de messen mogen geen voorwerpen en ook de grond Niet raken, waar dat dezeijdens het starten kannen mee bewegen.
Het motorapparaat wordst slechts door een person bediend - geen andere personen toelaten in de directe werkomgeving - ook Nietijdens het starten.
Contact met de messen voorkomen - kans op letsel!
De motor Niet 'los uit de hand' starten - starten zoals in de gebruiksaanwijzing staat beschreiben. De messen blijven nog even—heen en weeer gaan nadat de gashendel worden losgelaten - naloopeffect.
Stationair toerental controleren: de messen moeten bij stationair toerental - bij losgelaten gashendel - stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine)uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemper houden - brandgevaar!
2.6 Apparaat vasthouden en bediennen
Het motorapparaat alkijd met beiden handen op de handgrepen vasthouden.
Een stabiele houding aannemen en het motorapparaat zo vasthouden, dat de messen.altijd van het lichaam af zich gericht.
Afhankelijk van de uitvoering kan het apparaat aan een draagriem worden gedragen die het gewicht van de machine draagt.

2.6.1 Apparaat met beugelhandgreep
Rechterhand op de bedieningshandgreep, linkerhand op de beugelhandgreep op de steel - geldt ook voor linkshandigen. De handgrepen stevig met de duimen omklemmen.
2.6.2 Apparaten met handvatrubber

Rechterhand op de bedieningshandgreep, linkerhand op het handvatrubber op de steel - geldt ook voor linkshandigen. De handgrepen stevig met de duimen omklemmen.
2.7 Tijdens de werkzaamheden
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood, direct de motor afzetten - de stopschakelaar indrukken.

Dit motorapparaat is nicht geisoleerd. Afstand houden ten opzichte van stroom geleidende kabels - levensgevaar door stroomschok!

Binnen een straal van 5 m mogen
zich geen andere personen bevinden
- kans op letsel door de bewegende
messen en de vallende takken!
Deze afstand ook ten opzichte van andere objec- ten (auto's, ruiten) aanhouden - kans op materi- ele schade!
Op de messen letten - geen stuk van de heg knippen dat nicht binnen het gezichtsveld ligt.
Uiterst voorzichtig te werk gaan bij het knippen van hoge heggen; er zou zich iemand awhile konnen bevinden -eerst controleren.
Op een correct stationair toerental letten, zodate messen na het loslaten van de gashendel nichteer bewegen.Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. Als de messen bij stationair toerental toch mee bewegen, het stationair toerental door een geautoriseerde dealer latent repareren.
De messen blijven nog even Been en waar gaan nadat de gashendel wordt losgelaten - naloopeffect!
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, op hellingen, in oneffen terrein enz. - kans op uitglijen!
Afgeknipte takjes, heesters en struikgewas oprui-men.
Op obstakels letten: boomstronken, wortels - struikelgevaar!
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
2.7.1 Bij werkzaamheden die nicht vanaf de grond können worden uitgevoerd:
- Altijd een hoogwerker gebruiken
- Nooit op een ladder of staande in de boom werken
- Nooit op onstabiele plaatsen werken
- Nooit met een hand werkken
Bij gebruik van gehoorbeschemmers要去 extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt - omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zich.
Opijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuitputting te voorkomen - kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken - alleen bij voldoende Licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen nicht in gevaar brengen.

Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen zodia de motor draait. Deze gassen konnen geurloos en onzichtbaar zich en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes met het motorapparaat werkken - ook nicht met machines voorzien van katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of opplaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen - levensgevaar door vergiftig.
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken - deze symptomen können onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgas concentratie - kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel möglich beperken - de motor Niet onnodig latendraaien, alleen gas给他们 tijdens het werk.
Niet rokenijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat - brandgevaar! Uit het brandstofsystem kunnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, dampen en rook hunnen schadelijk় voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling ademhalingsbescherming dragen.

Het aandrijfmechanisme wordenijdens het gebruik heet. Het aandrijfhuis Niet aanraken - kans op verbranding!
Als het motorapparaat Niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controlleren of dit in goede staat verkeert - zie ook "Voor het starten".
Vooral op lekkage van het brandstofsystem en de goede werkung van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die nicht meer bedrijfszeker zich, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriserde dealer.
Niet in de startgasstand werken - het motortoe- rental is bij deze stand van de gashendel nicht regelbaar.
De heggen en het werkgebied controleren - zodat de messen nicht worden beschadigd:
- Stenen, metalen delen en vaste voorwerpen verwijderen
- Ervoor zorgen dat er geen zand en stenen tussen de messenterechtkomen bijv. bij werkzaamhedenvlak boven de grond
Bij heggen met afrastering de afzettingsdraad.
niet met de messen aanraken
Contact met stroom geleidende kabels voorkomen - geen elektriciteitskabels doorsnijden - kans op stroomschokken!

Bij draaiende motor de messen nicht aanraken. Als de messen door een voorwerp worden geblokkeerd, de motor direct afzetten - dan pas het voorwerp verwijderen - kans op letse!
Bij geblokkeerde messen en gelijktijdig gas geven neemt de belasting toe en loopt het werktoerental van de motor terug. Dit leidt, door het constant slippen van de koppeleling, tot oververhitting en tot beschadiging van belangrijke delen (bijv. koppeleling en delen van de kunststof behui-zing) - bovendien ontstaat, door de bij stationair toerental mee bewegende messen - kans op let-sel!
Bij extreem stoffige of verruilde heggen, indien nodig, de messen met STIHL harsoplosmiddel inspuihen. Hierdoor worden de wrijving van de messen, de agressieve inwerking van de plantensappen en het afzetten van vuildeeltjes aanzienlijk verminderd.
Voor het achterlaten van het apparaat: motor afzetten.
De messen regelmatig, met korte tussenpozen en bij merkBare wijzigingen direct controleren:
Motor uitschakelen
Wachten tot de messen stilstaan
- Op goede staat en vastzitten controlleren, op scheurvorming letten
- Scherpte controlleren
De motor en de uitlaatdemper altijd vrijhonden van struikgewas, splinters, bladeren en overtollig smeermiddel - brandgevaar!
2.8 Na het werk
Stof en vuil verwijderen van het motorapparaat - geen vetoplossende middelen gebruiken.
De messen met STIHL harsoplosmiddel inspui- ten - de motor nogmaals even lien draaien, zodat de spray gelijkmatig worden verdoeffeld.
2.9 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan nicht worden vastgesteld, sondern deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur worden verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme hand-schoenen)
Rustpauzes
De gebruiksduur worden verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beinvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparraat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) worden een medisch onderzoek geadviseerd.
2.10 Onderhoud en reparations
Het motorapparaat regelmatig onderhoden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreiben. Alle andere werkzaamheden latent uitvoeren door een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatin
3 Gebruik Nederlands
deel aan scholingen en ontvangen Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zich qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebrui-ker afgestemd.
Voor reparatie-, onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden algid de motor afzetten - kans op letsel! - Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie Niet met behulp van het startmechanisme worden getornd - brandgevaar door ontstekingsvonden buiten de cilinder!
Het motorapparaat Niet in de nabijheid van open vuur onderhonden en opslaan - brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkage controleren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgeveen bougies -zie "Technische gevevens" - monteren.
Bougiekabel controlleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controller of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaattemper Werken - brandgevaar! - Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper nicht aanraken - gevaar voor brandwonden!
De staat van de antivirusbatie-elementen beinvloedt het trillingsgedrag - de antivirusbatie-elementen regelmatig controleren.
3 Gebruik
3.1 Knipseizoen
Voor het knippen van heggen de nationaal geldende, resp. gemeentelijkke voorschriften in acht nemen.
De heggensnoeier nichtijdens deplaatselijk voorgeschreiben stiltetijden gebruiken.
3.2 Werkvolgorde
Als een heg fors moet worden teruggesnoeid - stapsgewijs in meerdere fasen werken.
Dikke twijgen of takken eerst met een snoeischaar verwijderen.
Eerst de beiden zijkanten van de heg en verwolgens de bovenkant knippen.
3.3 Milieuverantwoord afvoeren
De afgezaagde takken Niet bij het huisvuil gooien - de takken+kunnen worden gecomposteerd!
3.4 Voorbereiding
- bij verstelbare mesbalk: de mesbalk in de gestrekte (0^) stand plaatsen
Mesbeschermer wegnemen
Motor starten
Bij gebruik van een draagstel: draagstel omgespen en apparaat aan het draagstel bevestigen
3.5 Werktechniek
3.5.1 Horizontaal knippen (met onder een hoek staande mesbalk)

Staand snoeien vlak boven de grond - bijv. bodembedekkers.
De heggensnoeierijdens het vooruitlopen sikkelvormigBeen en weer bewegen-beide mes
Nederlandst3Gebruik
kanten gebruiken, de mesbalk Niet op de grond leggen.

WAARSCHUWING
De K-varianten (HL 92 K, HL 94 K) zijn voor het snoeien vlak boven de grond Niet vrijgegeven.
3.5.2 Vertical knippen (met onder een hoek staande mesbalk)

Snoeien zonder direct bij de heg te staan - bijv. bijCUSSENliggende bloemperken.
Vooruitlopend, de heggensnoeier boogvormig op en neer bewegen - de beiden meskanten gebruiken.
3.5.3 Vertical knippen (met gestrekte mesbalk)

Grote reikwijdte - ook zonder hulpmiddelen.
Vooruitlopend, de heggensnoeier boogvormig op en neer bewegen - de beiden meskanten gebruiken.
3 Gebruik Nederlands
3.5.4 Bovenhands knippen (met onder een hoek staande mesbalk)

De heggensnoeier verticaal houden en zwenken, hierdoor ontstaat een groe reikwijdte.
WAARSCHUWING
Werkhoudingen boven het hoofd zijn vermoeiend en mogen in verband met de veiligheid slechts kortstandig worden aangehouden. De hoek van de mesbalk ten opzichte van de steel zo groot可想而知 makes - hierdoor kan met het apparaat, ondanks de groe reikwijdte, in een lagere en daardoor minder vermoeiende stand worden gewerkt.
3.5.5 Horizontaal knippen (met gestrekte mesbalk)


De mesbalk onder een hoek van 0^ tot 10^ houden -aar horizontal geleiden.

De heggensnoeier sikkelvormig ten opzichte van de rand bewegen, zodate afgeknipte takken op de grond vallen.
Advies: Slechts maximaal tot borsthoogte reikende heggen knippen.
4 Vrijgegeven aanbouwgereedschappen
De volgende STIHL aanbouwgereedschappen mogen op het basismotorapparaat worden gemonteerd:
Aanbouwgereedschap
HL 0^ 500 mm1)
HL 0^ 600 mm1)
HL 145^ 500 mm1)
HL 145^ 600 mm1)
HT2)
BF2)3)
Toepassing heggensnoeier heggensnoeier heggensnoeier heggensnoeier Hoogsnoeier Grondfrees
SP 10 Special oogstapparaat
5 Apparaat completen
5.1 Beugelhandgreep monteren (HL 92, HL 94)
Beugelhandgreep is nodig bij varianten met Lange steel (HL 92, HL 94).

Klem (1) in de beugelhandgreep (2) leggen en tussen het draagoog (3) en het handvatrubber (4) op de steel (5)plaatsen
Klem (6)plaatsen
Boringen met elkaar in lijn brengen
Bouten (7) met ringen (8) aanbrengen
Vierkante moeren (9) aanbrengen en de bouteen hierin schroeven

Beugelhandgreep (2) uitlijnen en in de voor de gebruiker meest gunstige standplaatsen (geadviseerd: ca. 20 cm)
Bouten vastdraaien
5.2 Aandrijfmechanisme monteren

Klembouten (10) losdraaien
Aandrijfmechanisme (11) op de steel (5) schuiven, het aandrijfmechanisme (11) hierbij jets een en wee draaien

Als het steeluiiteinde in de klemgroef (12) nichtmeer zichtbaar is:
Het aandrijfmechanisme (11) tot aan de aan-slag verder schuiven
De klembouten aandraaien tot ze dragen
Aandrijfmechanisme (11) uitlijnen ten opzichte van de motoreenheid
De klembouten vastdraaien
6 Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

WAARSCHUWING
Direct huidcontact met brandstof en het inademen van brandstofdampen voorkomen.
6.1 STIHL MotoMix
STIHL advisert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst möglichke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
Brandstoffen die nicht geschickt zijn of met een afwijkende mengverhouding, können leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschäigen.
6.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken - loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateursurs storingen veroorzaken, waarom mag deze benzine voor deze motoren Niet worden gezruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
6.2.2 Motorolie
Als brandstof zich wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gezruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te konnen waarborgen.
6.2.3 Mengverholding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie ^+ 50 delen benzine
6.2.4 Voorbeelden
Hoeveelheid ben- STIHL tweetaktzine olie 1:50
Liter Liter (ml)
10,02 (20)
50,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0.30 (300)
20 0,40 (400)
250,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen enervolgens benzine en goed mengen
6.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd gegenlicht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert - alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken men-gen. Het brandstofmengsel Niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van Licht, zon, lage of hoge temperatures kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan darüber tot 5aar probleemloos worden bewaard.
De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen - de dop voorzichtig losdraaien.
De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruike vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
7 Tanken
7.1 Benzinetankdop


WAARSCHUWING
Bij het tanken in oneffen terrein de tankdop algijd hellingopwaartsplaatsen.
Op vlak terrein het apparaat zo neerzetten, dat de tankdop maar boven is gericht
- De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodate er geen vuil in de tank valt
8 Mesbalk instellen Nederlands
7.2 Tankdop opendraaien

Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
Tankdop wegemen
7.3 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank nicht tot aan de rand vullen.
STIHL advisert het STIHL vulsystem voor brandstof (special toebehoren).
Tanken
7.4 Tankdop zichtdraaien

Tankdop aanbrengen
Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast möglichk aandraaien
8 Mesbalk instellen
8.1 Verstelmechanisme 145^

De hoek van de mesbalk kan ten opzichte van de steel tussen 0^ (geheel gestrekt) tot 55^ (in 4 stappen maar boven) en in 7 stappen tot 90^ (rechte hoek�beneden) worden versteld. Er zijn 12 afzonderlijk instelbare werkpositions mogelijk.

WAARSCHUWING
De afstelling alleen uitvoeren als de messen stilstaan - de motor draait stationair - kans op letse!

WAARSCHUWING
De aandrijfkop worden tijdens het gebruik heet. Het aandrijfhuis Niet aanraken - kans op verbranding!

WAARSCHUWING
Tijdens het instellen nooit de messen aanraken - kans op letsel!

De schuifhuls (1) terugtrekken en met de hendel (2) het scharnier een of meerde arreteerboringen verstellen
De schuifhuls (1) weeer loslaten en de pen in de blokkeerstrip (3) laten vallen
8.2 Transportstand

Voor ruimtebesparend transport van het apparaat kan de mesbalk evenwijdig aan de steel worden geklapt en in deze stand worden vastgezet.

WAARSCHUWING
Verstellen van de mesbalk in de transportstand, resp. vanuit de transportstand in de werkstand alleen bij een afgezette motor - hiervoord stopschakelaar indrukken - mesbeschermer aangebracht - kans op letsel!

WAARSCHUWING
De aandrijfkop wordenijdens het gebruik heet. Het aandrijfhuis Niet aanraken - kans op verbranding!

Motor afzetten
Mesbeschermer aanbrengen
De schuifhuls (1) terugtrekken en met de hendel (2) het scharnier maar boven in de richting van de steel kantelen tot de mesbalk parallel ten opzichte van de steel staat
De schuifhuls (1) wee loslaten en de pen in de hiervoor bedoelde vergrendelingsstand (3) in de aandrijfkop lien vallen
9 Draagstel omdoen
Afhankelijk van de uitvoering kan het apparaat aan een draagriem worden gedragen.
Type en uitvoering van de draagriem zich afhankelijk van het exportland.
9.1 Enkele schouderriem

Enkele schouderriem (1) omdoen
Riemlengte instellen
10 Motor starten/afzetten Nederlands
De karabijnhaak (3) moet ter hoogte van de rechterheup liggen als het motorapparaat aan de draagriem is gehangen
9.2 Het apparatus vasthaken aan de draagriem

Karabijnhaak (1) in het draagoog (2) op de steel vasthaken - hierbij het draagoog vasthonden
9.3 Het apparaat bij de draagriem loshaken

De lip op de karabijnhaak (1) indrukken en het draagoog (2)uit de haak trekken
9.4 Snel afdoen

WAARSCHUWING
Bij naderend gevaar moet het apparaat snel op de grond+kunnen worden geplaatst. Het snel neerleggen van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat Niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
Voor het afdoen het snel loshaken van het apparaat op de karabijnhaak oefenen – hierbij handelen zoals staat beschreven in "Apparaat bij de draagriem loshaken".
Als een enkele schouderriem worden gebruikt: het van de schouder trekken van de draagriem oefenen.
10 Motor starten/afzetten
10.1 Bedieningselementen

1 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar - met de werkstand en stop-stand. Voor het uitschakelen van het contact moet de stopschakelaar ( ) worden ingedrukt - zie "Werking van de stopschakelaar en het contact"
4 Stelknop - voor de begrenzing van de gashendelslag -zie "Werking van de stelknop"
Nederlandst 10 Motor starten/afzetten
10.1.1 Werking van de stopschakelaar en het contact
Zodra de stopschakelaar worden ingedrukt, worden het contact uitgeschakeld en de motor afgezet. Na het loslaten veert de stopschakelaar automatisch waar in de stand Bedrijf terug: Nadat de motor stilstaat, worden in de stand Bedrijf het contact waar automatisch ingeschakeld - de motor is startklaar en kan worden gestart.
10.1.2 Werking van de stelknop

Met behulp van de stelknop (4) kan de gashendelslag en daarmee het motortoerental traploostussen stationair en vol gas worden ingesteld:
Stelknop (4) in de richting - draaien: de gashendelslag wordt korter, het ingestelde maximum motortoerental wordt lager
Stelknop (4) in de richting ^+ draaien: de gashendelslag wordt langer, het ingestelde maximum motortoerental wordt hoger
- Door het krachtig indrukken van de gashendel kan, ondanks een ingestelde begrenzing, vol gas worden gegeven - hierbij blijft de ingestelde begrenzing behouden - na het loslaten van de gashendel worden teruggekeerd maar het vooringestelde bereik
10.2 Motor starten

Balg (5) van de hand-benzinepomp ten minste 5 maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
Koude motor (koude start)

Draaiknop voor startgas (6) verdraaien en dan in stand indrukken
Deze instelling geldt ook als de motor reeds heeft gedraid, maar nog koud is.
Stelknop tot aan de aanslag in de richting ^+ draaien
Warme motor (warme start)
De draaiknop voor startgas (6) blijft in stand I
10.2.1 Starten

- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het stabeligt: De steun op de motor en de aan-drijfkop vormen de ondersteuning.
Bij apparaten met verstelbare mesbalk en gedefinieerde transportpositie: de mesbalk in de gestrekte (0^) standplaatsen
indien gemonteerd: de mesbeschermer bij de messen verwijderen
De messen mogen noch de grond noch enigander voorwerp raken - kans op ongelukken!
Een veilige houding aannemen - mogelijkheden: staand, gebukt of knielend
- Het apparaat met de linkerhand stevig op de grond drukken - hierbij noch de gashendel, de gashendelblokkering, noch de stopschakelaar aanraken
LET OP
De voet of de knie nicht op de steel/maaiboom plaatsen!

- Met de rechterhand de starthandgreep vastpakken
10.2.2 Uitvoering zonder ErgoStart
De starthandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en cervolgens snel en krachtig doortrekken
10.2.3 Uitvoering met ErgoStart (uitvoering C-E)
Starhandgreep langzaam en gelijkmatig uittrekken
LETOP
Het koord Niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken - kans op breuk!
De starthandgreep nicht terug latent schieten - maar latent vieren zodate het startkoord correct kan worden opgerold
Verder starten tot de motor draait
10.2.4 Zodra de motor draait
Bij temperaturen beneden +10^
Het apparatus in stand 12 minimaal 10 seconden.
laten warmdraaien.
Bij temperaturen boven +10^
Het apparatusat in stand ca. 5 seconden laten warmdraaien.

Gashendelblokkering indrukken en gas geven de draaiknop voor het startgas springt in de werkstand I
Na een koude start de motor door enkele keren gas gehen warmdraaien.

WAARSCHUWING
Bij een correct afgestelde carburateur mogen de messen bij stationair toerental nicht mee bewegen.
Het apparatus is maar voor gebruik.
10.3 Motor afzetten
- De stopschakelaar indrukken - de motor stopt - de stopschakelaar loslaten - de stopschakelaar veert terug
10.4 Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand af.
Gashendelblokkering indrukken en gas geven de draaiknop voor het startgas springt in de werkstand I
Vervolgens in stand I verdict starten tot de motor draait
De in de koudestartstand draaiende motor slaat bij het accelereren af.
Vervolgens in de koudestartstand verder starten tot de motor draait
De motor slaat nicht aan
Controlleren of alle bedieningselementen cor-rect zichn afgesteld
Controlleren of de tank met benzine is gemuld, zo nodsig tanken
Controlleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
Startprocedure herhalen
De chokeknop in stand Iplaatsen -verder starten tot de motor draait
Alle benzine werd verbruikt
Na het tanken de balg van de hand-benzine-pomp ten minste 5-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
Draaiknop voor startgas afhankelijk van de motortemperatuur instellen
Motor opniew starten
11 Gebruiksvoorschriften
11.1 Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het neue apparaat tot aan de derde tankvelling Niet onbelast met hoge toerentallen latent draaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase要去en de bewegende delen op elkaar inlopen – in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert zich imaximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
11.2 Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair latent draaien als hij voordien langeijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssystem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
11.3 Na het werk
Als het werk even worden onderbroken: de motor soften afkoelen. Het apparaat met lege benzine-tank op een droge plaats, Niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weeort wordt gebruikt. Bij langdu-rige stilstand -zie "Apparaat opslaan".
12 Luchtfilter reinigen
12.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

Draaiknop voor startgas (1) in stand plaat-
Bout (2) in filterdeksel (3) linksom draaien, tot het deksel los zit
Filterdeksel (3) wegemen
Het grove vuil rondon het filter verwijderen

- Via de uitsparing (4) in het filterhuis het vilen filter (5) wegemen
Vilten filter (5) verrangen - als tijdelijke maatregel uiktkloppen of uitblazen - Niet uitwassen
LET OP
Beschadigde onderdelen verrangen!
- Het vilen filter (5) correct in het filterhuisplaatsen
Draaiknop voor startgas (1) in stand plaat-
Filterdeksel (3) aanbrengen - hierbij de bout (2) Niet scheef drukken - de bout in de boring draaien
De carburateur van het apparatus is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden worden voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
14 Bougie Nederlands
13.1 Stationair toerental instellen
Motor slaat bij stationair toerental af
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien tot de motor gelijkmattig draait
Messen bewegen bij stationair toerental mee
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam linksom draaien tot de messen nichteer bewegen

WAARSCHUWING
Als de messen na de uitgevoerde instelling bij stationair toerental Niet stil blijven staan, het motorapparaat door een dealer lately repareren.
14 Bougie
Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental erst de bougie controleren.
Na ca. 100 bedrijsuren de bougie verrangen - bij sterk ingebrande elektroden reeds eerden - alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken -zie "Technische gevevens"
14.1 Bougie uitbouwen

Bout (1) in de kap (2) zover verdraaien tot de kap kan worden weggenomen
Kap neerleggen

Bougiesteker (3) lostrekken
De bougie losdraaien
14.2 Bougie controlleren

Vervuilde bougie reinigen
Elektrodeafstand (A) controlleren en zo nods afstellen, waarde voor elektrodeafstand - zie "Technische gegevens"
Oorzaken van de verwuiling van de bougie opheffen
Mogelijkke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
Ongunstige bedrijfsomstandigheden


WAARSCHUWING
Bij een Niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kunnen vonden gezormd. Als in eenlicht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kunnen brand of explosives ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplopen of er kan materiele schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
14.3 Bougie monteren
Bougie aanbrengen en vastdraaien
Bougiestekker vast op de bougie drukken

Kap (1) aanbrengen, de bout (2) aanbrengen en vastdraaien
15 Aandrijfmechanisme smeren

15.1 Mesaandrijfmechanisme
Voor het smeren van het mesaandrijfmechanisme STIHL tandwielvet voor heggenscharen (special toebehoren) gebruiken.
15.1.1 Uitvoering HL 0^

15.1.2 Uitvoering HL 145^ verstelbaar

Smeervetvulling regelmatig, ca. elke 25 bedrijfsuren controleren, waaroor de afsluitplug (1) losdraaien - als aan de bennenzijde geen vet zichtaar is, de tube met tandwielvet in de boring schroeven
- Tot ca. 10 g (2/5 oz.) vet in het aandrijfuis persen
LET OP
Het aandrijfhuis Niet geheel met vet vullen.
De vettube uit de boring draaien
De aflsuitplug weeer aanbrengen en vastdraaien
15.2 Haakse aandrijving
Voor het smeren van de haakse aandrijving STIHL tandwielvet voor heggenscharen (special toebehoren) gebruiken.
15.2.1 Uitvoering HL 145^ verstelbaar

Smeervetvulling regelmatig, ca. elke 25 bedrijfsuren controleren, waaroor de afsluitplug (2) losdraaien - als aan de binnenzijde geen vet zichtaar is, de tube met tandwievet in de boring schroeven
- Tot ca. 5 g (1/5 oz.) vet in het aandrijfhuis persen
LET OP
Het aandrijfhuis Niet geheel met vet vullen.
De vettube uit de boring draaien
Deafsluitplug weeanbrengen en vastdraaien
16 Snijmessen slijpen
Als de knipprestaties teruglopen, de messen slecht knippen, takjes vaak worden ingeklemd: messen aanscherpen/slijpen.
Het aanscherpen/slijpen moet worden uitgevoerd door een geautoriseerde dealer met behulp van een slijpapparaat. STIHL advisert de STIHL dealer.
In alle andere geallen gebruikmaken van een platte aanscherpvijl. De aanscherpvijl onder de voorgeschreven hoek (zie hoofdstuk "Techni
17 Apparaat opslaan Netherlands
sche gegevens") ten opzichte van het mesvlak geleiden.
Alleen de snijvlakken aanscherpen
Altijd maar het snijvlak gericht vrijlen
De vijl mag alleen in voorwaartse richting aan grijpen - bij het terugtrekken oplichten
De bramen op het mes met behulp van een wetsteen verwijderen
Zo min möglichk materiaal wegemen
Na het aanscherpen (slijpen) - vijl- of slijpstof verwijderen en de messen inspuihen met STIHL harsoplosmiddel
LET OP
Niet met botte of beschadigde messen werken - dit leidt tot een zwaardere belasting van het apparaat en een onbevredigend knipresultaat.
17 Apparaat opslaan
Bij buitengebruiktelling vanaf ca. 30 dagen
De brandstoftank op een goed geventileerde plaatsfattappen en reinigen
De brandstof volgens de voorschriften en milieuuwetgeving afvoeren
Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indruken, voordat de motor worden gestart
De motor encke net zo lang stationair latendraaien tot de motor afslaat
- Messen reinigen, staat controleren en met STIHL harsoplosmiddel inspuiten
Mesbescherming aanbrengen
Het apparatus grondig reinigen
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen gegen onbevoed gebruik (bijv. door kinderen)
18 Controle en onderhoud door de gebruiker
18.1 Gaskabel
18.1.1 Afstelling van de gaskabel controlleren
Fout: het toerental wordt verhoogd als alleen de gashendel worden ingedrukt.

Motor starten
Gashendel (1) indrukken - hierbij de gashendelblokkering (2) nicht indrukken
Als het toerental van de motor oploopt, resp. als de messen mee bewegen,要去 de gaskabel worden afgesteld.
Motor afzetten
Gaskabel door de geauthoriseerde dealer lately afstellen. STIHL adviseert de STIHL dealer
19 Controle en onderhoud door de geauthoriseerde dealer
19.1 Onderhoudswerkzaamheden
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latelyuitvoeren.
19.2 Antivibratie-element

Tussen de motorunit en de steel is een rubber-element ingebouwd voor het dampen van de trillingen. Bij een herkenbare slijtage of voelbaar hogere trillingen, deze lately controleren.
20 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| De gevevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden(veel stofoverlast enz.) en bij langere werkelijkden perdag dienen de geveven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvilling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine Visuèle | controle (goede staat, geen lekkage) | X X | ||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Beschadigde onderde-len verrangen | X | |||||||||
| Bedieningshandgreep Werking controlleren XX | ||||||||||
| luchtfilter Visuèle contrôle | XX | |||||||||
| Filterhuis reinigen X | ||||||||||
| vilten filter verwangen1) | X | X | ||||||||
| Benzinetank reinigen XX | ||||||||||
| Hand-benzinepomp(indien gemonteerd) | controleren X | |||||||||
| laten repareren door geauthoriserende dealer2) | X | |||||||||
| Aanzuigmond in de ben-zinetank | laten controleren door geauthoriserende dealer2) | X | ||||||||
| laten verragen door geauthoriserende dealer2) | X X X | |||||||||
| Carburateur Stationair toerental con-troleren, de messen mogen nicht meebewe-gen | X | X | ||||||||
| Stationair toerental instellen | X | |||||||||
| Bougie Elektrodenafstand | installen | X | ||||||||
| elke 100 bedrijfsuren verrangen | ||||||||||
| Aanzuigopening voor koellucht | Visuèle controle X | |||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| De gevevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden(veel stofoverlast enz.) en bij langere werkelijkden perdag dienen de geveven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beindigen van de werkzaamheden, resp. dageleiks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarilks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Cilinderribben latent reinigen | door geauthoriseerde dealer2) | X | ||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren(behalve stelschroeven) | natrekken X | |||||||||
| Antivibratie-elementen | Visuele controle3) | XXXX | ||||||||
| laten verrangen door geauthoriseerde dealer2) | X | |||||||||
| Mes Visuele controle X X | ||||||||||
| reinigen4) | X | |||||||||
| slijpen4) | X | X | ||||||||
| Smering aandrijfmechanisme (aandrijfkop) | controleren X | |||||||||
| bijvullen X | ||||||||||
| Veiligheidssticker verwangen | X | |||||||||
| 1)alleen wonneer het motorvermogen merkbaar vermindernt2)STIHL adviseert de STIHL dealer3)Zie in het hoofdstuk "Controle en onderhoud door de dealer", paragraaf "Antivibratie-elementen"4)Vervolgens met STIHL horsoplosmiddel inspuiten | ||||||||||
21 Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Het aanhonden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreiben in de handleiding.
De gebruiker is zich verantwoordelijk voor alle schade die door het Niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwij
zingen worden veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgeveen wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebohoren die Niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, Niet geschikt of kwalitatief minderwaardig�<|im_start|>assistant
- Hertijtige en de wijn teken.
- Het Niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
21.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebruiker zich hunnen worden uitgevoerd,要去 deze worden overgelaten aan een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatin geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden Niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar-voor de gebruiker zich verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
Schade aan de motor ten gevolge van nicht tinkig of Niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koellluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderriben)
Corrosie- en andere nervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
21.2 Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur,ijdig worden verrangen. Hiertoe behoren o.a.:
- Snijmessen
- Koppeling
-Filter (voor lucht, benzine) - Startmechanisme
- Bougie
Dempingselementen van het antivirusiesystem

22 Belangrijke componenten
1 Handvatrubber
2 Beugelhandgreep
3 Draagoog
4 Stopschakelaar
5 Gashendelblokkering
6 Stelknop
7 Gashendel
8 Bougiesteker met kapje
9 Luchtfilterdeksel
10 Apparatensteun
11 Hand-benzinepomp
12 Draaiknop voor startgas
13 Carburaturstelschroef
14 Tankdop
15 Benzinetank
16 Starhandgreep
17 Uitlaatdemper
18 Mes
19 Mesaandrijfmechanisme
20 Steel/maaiboom
21 Haakse aandrijfkop (hoekoverbrenging)
22 Schuifhuls
23 Blokkeerstrip
23 Technische gegevens Nederlands
24 Zwenkarm
25 Mesbeschermer
Machinenummer
Eencilinder-tweetaktmotor
Cylinderinhoud: 24,1 cm3
Boring: 35 mm
Slag: 25 mm
Vermogen vol- 0,9 kW (1,2
gens ISO 8893: pk) bij 8500
1/min
Stationair toe- 2800 1/min rental:
Afregeltoerental 9300 1/min
(nominale
waarde):
23.2 Ontstekingssystem
Ledig gewicht met aandrijfmechanisme 0^ 500 mm, zonder benzine/olie
HL 94:5,7 kg
HL 94 K: 5,2 kg
Ledig gewicht met aandrijfmechanisme 0^ 600 mm, zonder benzine/olie
HL 94:5,8 kg
HL 94 K:5,3 kg
Ledig gewicht met aandrijfmechanisme 145^ verstelhaar, 500 mm, zonder benzine
HL 94:6,1 kg
HL 94 K: 5,6 kg
Ledig gewicht met aandrijfmechanisme 145^ verstelhaar, 600 mm, zonder benzine
HL 94:6,2 kg
HL 94 K:6,1kg
23.5 Messen
Milestone: dubbelzijdig
knippend
23.6 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillingswaarden is rekening gehonden met het stationair toerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:4.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EWGzie
www.stihl.com/vib
Geluidsdruk niveau L_peq volgens ISO-22868:
HL 94: 91 dB(A)
HL 94 K: 92 dB(A)
Geluidsvermogenniveau L_weg volgens
ISO 22868:
HL 94:106 dB(A)
HL 94 K:107 dB(A)
23.6.1 HL 0^ 500 mm
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867:
HL 94, linkerhand op handvatrubber:
Handvatrubber: 4,8 m/s²
Bedieningshandgreep: 6,3 m/s²
Trillingswaarde a_hy,eq volgens ISO 22867:
HL 94, linkerhand op beugelhandgreep:
Beugelhandgreep: 6,9 m/s²
Bedieningshandgreep: 6.1 m/s²
23.6.2 HL 0^ 600 mm
Trillingswaarde a_hy,eg volgens ISO 22867:
HL 94, linkerhand op handvatrubber:
Handvaturubber: 5.6 m/s²
Bedieningshandgreep: 6,1 m/s²
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867:
HL 94, linkerhand op beugelhandgreep:
Beugelhandgreep: 7,9 m/s²
Bedieningshandgreep: 6,2m / s^2
23.6.3 HL 145^ 500 mm
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867:
HL 94, linkerhand op handvatrubber:
Handvaturubber: 4,9 m/s²
Bedieningshandgreep: 4,9 m/s²
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867:
HL 94, linkerhand op beugelhandgreep:
Beugelhandgreep: 6.1 m/s²
Bedieningshandgreep: 5,4 m/s²
Nederlands 24 Reparatierichtlijnen
23.6.4 HL 145^ 600 mm
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867:
HL 94, linkerhand op handvatrubber:
Handvaturubber: 4,9 m/s²
Bedieningshandgreep: 4,9 m/s²
Trillingswaarde a_hy,eq volgens ISO 22867:
HL 94, linkerhand op beugelhandgreep:
Beugelhandgreep: 6,5 m/s²
Bedieningshandgreep: 5,4 m/s²
23.6.5 HL 0^ 500 mm
Trillingswaarde a_hy,eq volgens ISO 22867:
HL 94 K:
Handvaturubber: 6,2 m/s²
Bedieningshandgreep: 5,9 m/s²
23.6.6 HL 0^ 600 mm
Trillingswaarde a_hy,eq volgens ISO 22867:
HL 94 K:
Handvaturubber: 6,0 m/s²
Bedieningshandgreep: 6,5 m/s²
23.6.7 HL 145^ 500 mm
Trillingswaarde a_hy,eq volgens ISO 22867:
HL 94 K:
Handvaturubber: 7,0 m/s²
Bedieningshandgreep: 7,2 m/s²
23.6.8 HL 145^ 600 mm
Trillingswaarde a_hv,eq volgens ISO 22867:
HL 94 K:
Handvaturubber: 6,4 m/s²
Bedieningshandgreep: 6,4 m/s²
De geluids- en trillingswaarden van de verder vrijgeveen opzetgereedschappen staan vermeld in de handleiding van het betreffende opzetgereedschap.
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermögensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemica- liën.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006zie
www.stihl.com/reach
23.8 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO_2 -waarde staat weergegeven bij
www.stihl.com/co2
in de productspecifieken technische gegevens.
De gemeten CO_2 -waarde werden op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreiben gebruik conform de voorschriften en onderhoud, worden aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor verwalt de typegoedkeuring.
24 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaatogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreiben. Verdergaande reparationsogen alleen door geauthoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatif geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgeveen of technisch gelijkwaardige onderden. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen temonteren.
Originele STIHL onderdelen zich te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHL en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo (opkleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
25 Milieuverantwoord afvoeren
Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer.
Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu.

De STIHL producten inclusief de verpakking volgens deplaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleven.
Niet bij het huisvuil afvoeren.
26 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigenverantwoording dat
Constructie: Heggensnoeier
Merk:STIHL
Type: HL 94
HL 94 K
Serie-identificatie: 4243
Cylinderinhoud
alle HL 94: 24,1 cm3
voldoet aan de betreffende bepalingen van derichtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met detenijdve van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:
EN ISO 10517, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werden volgensrichtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 11094 gehandeld.
Gemeten geluidsvermogenniveau
alle HL 94:101 dB(A)
alle HL 94 K:101 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
alle HL 94:103 dB(A)
alle HL 94 K:103 dB(A)
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparatus.
Waiblingen, 1-8-2022
27 UKCA-conformiteitsverklar- ring
verklaart op eigene verantwoording dat
Constructie: Heggensnoeier
Merk: STIHL
Type: HL 94
HL 94 K
Serie-identificatie: 4243
Cylinderinhoud
alle HL 94: 24,1 cm3
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de tenijdve van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:
EN ISO 10517, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werden gehandel volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8 of met gebruikmaking van norm ISO 11094.
Gemeten geluidsvermogenniveau
alle HL 94:101 dB(A)
alle HL 94 K: 101 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
alle HL 94:103 dB(A)
alle HL 94 K:103 dB(A)
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 1-8-2022