STIHL HL 94 - Heggenschaar

HL 94 - Heggenschaar STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HL 94 STIHL in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIHL HL 94 - page 58
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIHL

Model : HL 94

Categorie : Heggenschaar

Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HL 94 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HL 94 van het merk STIHL.

GEBRUIKSAANWIJZING HL 94 STIHL

Symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht. Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kunnen de volgende symbolen op het apparaat zijn aangebracht. 28 Adresses Nederlands 0458-519-9421-E 57 © ANDREAS STIHL AG & Co. KG 2024 0458-519-9421-E. VA1.A24. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. Papier is recyclebaar. Originele handleiding 0000008109_014_NLBenzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie Hand-benzinepomp bedienen Boring voor tandwielvet

1.2 Codering van tekstblokken

WAARSCHUWING Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade. LET OP Waarschuwing voor beschadiging van het appa‐ raat of afzonderlijke componenten.

1.3 Technische doorontwikkeling

STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uit‐ rusting behouden wij ons daarom ook voor. Aan gegevens en afbeeldingen in deze handlei‐ ding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend. 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig tijdens het werken met de heg‐ gensnoeier, omdat met hoge mes‐ snelheden wordt gewerkt, de messen zeer scherp zijn en omdat het appa‐ raat een grote reikwijdte heeft. De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandach‐ tig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situaties leiden. De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsin‐ spectie en andere in acht nemen. Wie voor het eerst met het motorapparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan wer‐ ken – of deelnemen aan een cursus. Minderjarigen mogen niet met het motorapparaat werken – behalve jongeren boven de 16 jaar, die onder toezicht leren met het apparaat te werken. Kinderen, huisdieren en toeschouwers op afstand houden. Als het motorapparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen over‐ komen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld. Het motorapparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – en altijd de gebruiksaan‐ wijzing meegeven. Het gebruik van geluid producerende motorappa‐ raten kan door nationale en ook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt. Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke condi‐ tie hebben. Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het wer‐ ken met een motorapparaat mogelijk is. Alleen voor dragers van een pacemaker: het ont‐ stekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beïn‐ vloeding van enkele typen pacemakers kan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behan‐ delend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen. Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reac‐ tievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het motorapparaat worden gewerkt. Het motorapparaat alleen gebruiken voor het knippen van heggen, heesters, bosschages, struikgewas en dergelijke. Het gebruik van het motorapparaat voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan leiden tot ongelukken of schade aan het motorapparaat. Geen wijzigingen aan het product aanbrengen – ook dit kan leiden tot ongelukken of schade aan het motorapparaat. Alleen die messen of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgege‐ ven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 58 0458-519-9421-Evragen hierover contact opnemen met een geau‐ toriseerde dealer. Alleen hoogwaardig gereed‐ schap of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat. STIHL adviseert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigen‐ schappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd. Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aan‐ bouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk. Voor het reinigen van het apparaat geen hoge‐ drukreiniger gebruiken. Door de harde waters‐ traal kunnen onderdelen van het apparaat wor‐ den beschadigd. Niet met water afspuiten.

2.1 Kleding en uitrusting

De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen. De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding – combipak, geen stofjas. Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewe‐ gende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt. Veiligheidslaarzen met een stroeve, slipvrije zool en stalen neus dragen. WAARSCHUWING Om de kans op oogletsel te reduce‐ ren een nauw aansluitende veilig‐ heidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veilig‐ heidsbril goed zit. "Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen. Veiligheidshelm dragen bij gevaar voor vallende voorwerpen. Robuuste werkhandschoenen van slijtvast materiaal dragen (bijv. leer). STIHL biedt een omvangrijk programma aan per‐ soonlijke beschermuitrusting.

2.2 Motorapparaat vervoeren

Altijd de motor afzetten. Altijd de mesbeschermer aanbrengen, ook bij het transport over korte afstanden. Bij apparaten met vastgestelde transportstand: De mesbalk in de transportstand plaatsen en vergrendelen. Motorapparaat uitgebalanceerd aan de steel dra‐ gen – messen naar achteren gericht. Hete machineonderdelen en het aandrijfhuis niet aanraken – kans op brandwonden! In auto's: het motorapparaat tegen omvallen, beschadiging en tegen het weglekken van ben‐ zine beveiligen.

Benzine is bijzonder licht ontvlambaar – uit de buurt blijven van open vuur – geen benzine morsen – niet roken. Voor het tanken de motor afzetten. Niet tanken zolang de motor nog heet is – de benzine kan overstromen – brandgevaar! De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat de heersende overdruk zich langzaam kan afbou‐ wen en er geen benzine uit de tank kan spuiten. Uitsluitend op een goed geventileerde plek tan‐ ken. Als er benzine werd gemorst, het motorap‐ paraat direct schoonmaken – de kleding niet in aanraking laten komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken. Na het tanken de tankdop zo vast mogelijk aandraaien. Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank‐ dop door de motortrillingen losloopt en er ben‐ zine wegstroomt. Op lekkages letten – als er benzine naar buiten stroomt, de motor niet starten –levensgevaar door verbranding!

2.4 Voor het starten

Controleren of het motorapparaat in goede staat verkeert – het betreffende hoofdstuk in de hand‐ leiding in acht nemen: 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands 0458-519-9421-E 59– Het brandstofsysteem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine‐ pomp (alleen bij motorapparaten met hand- benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor niet starten – brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer laten repareren

De stopschakelaar moet gemakkelijk kunnen worden bediend

De draaiknop voor startgas, gashendelblokke‐ ring, gashendel en stelknop moeten gemakke‐ lijk te verdraaien zijn – de gashendel moet automatisch terugveren in de stationaire stand. Vanuit de stand g moet de draaiknop voor het startgas bij het gelijktijdig indrukken van de gashendelblokkering en de gashendel terugveren in de werkstand F

Bougiesteker op vastzitten controleren – bij een loszittende steker kunnen vonken ont‐ staan, hierdoor kan het vrijkomende benzine- luchtmengsel ontbranden – brandgevaar!

Messen moeten in goede staat verkeren (schoon, gangbaar en niet vervormd), goed vastzitten, correct zijn gemonteerd, geslepen en goed zijn ingespoten met het STIHL harso‐ plosmiddel (smeermiddel)

Bij apparaten met verstelbare mesbalk: het verstelmechanisme moet vergrendeld zijn in de stand die bestemd is voor starten

Bij apparaten met vastgestelde transportstand (mesbalk tegen de steel geklapt): het apparaat nooit in de transportstand starten

Geen wijzigingen aan de bedieningselemen‐ ten en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen

De handgrepen moeten schoon en droog, vrij van olie en vuil zijn – belangrijk voor een vei‐ lige bediening van het motorapparaat

De draagriem en de handgrepen aan de hand van de lichaamslengte instellen. Zie hoofdstuk "Draagstel omdoen" Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongeluk‐ ken! Voor noodgevallen bij gebruik van een draag‐ riem: het snel loskoppelen en neerzetten van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het appa‐ raat niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.

Minstens op 3 m van de plek waar werd getankt – niet in een afgesloten ruimte. Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorappa‐ raat goed vasthouden – de messen mogen geen voorwerpen en ook de grond niet raken, omdat deze tijdens het starten kunnen mee bewegen. Het motorapparaat wordt slechts door één per‐ soon bediend – geen andere personen toelaten in de directe werkomgeving – ook niet tijdens het starten. Contact met de messen voorkomen – kans op letsel! De motor niet 'los uit de hand' starten – starten zoals in de gebruiksaanwijzing staat beschreven. De messen blijven nog even heen en weer gaan nadat de gashendel wordt losgelaten – naloopef‐ fect. Stationair toerental controleren: de messen moe‐ ten bij stationair toerental – bij losgelaten gas‐ hendel – stilstaan. Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine) uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdem‐ per houden – brandgevaar!

2.6 Apparaat vasthouden en bedie‐

nen Het motorapparaat altijd met beide handen op de handgrepen vasthouden. Een stabiele houding aannemen en het motorap‐ paraat zo vasthouden, dat de messen altijd van het lichaam af zijn gericht. Afhankelijk van de uitvoering kan het apparaat aan een draagriem worden gedragen die het gewicht van de machine draagt.

2.6.1 Apparaat met beugelhandgreep

0000-GXX-1677-A0 Rechterhand op de bedieningshandgreep, linker‐ hand op de beugelhandgreep op de steel – geldt ook voor linkshandigen. De handgrepen stevig met de duimen omklemmen. Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 60 0458-519-9421-E2.6.2 Apparaten met handvatrubber 0000-GXX-1678-A0 Rechterhand op de bedieningshandgreep, linker‐ hand op het handvatrubber op de steel – geldt ook voor linkshandigen. De handgrepen stevig met de duimen omklemmen.

2.7 Tijdens de werkzaamheden

Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood, direct de motor afzetten – de stopschakelaar indrukken. Dit motorapparaat is niet geïsoleerd. Afstand houden ten opzichte van stroom geleidende kabels – levensge‐ vaar door stroomschok! 5m (17ft) Binnen een straal van 5 m mogen zich geen andere personen bevinden – kans op letsel door de bewegende messen en de vallende takken! Deze afstand ook ten opzichte van andere objec‐ ten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materi‐ ele schade! Op de messen letten – geen stuk van de heg knippen dat niet binnen het gezichtsveld ligt. Uiterst voorzichtig te werk gaan bij het knippen van hoge heggen; er zou zich iemand achter kunnen bevinden – eerst controleren. Op een correct stationair toerental letten, zodat de messen na het loslaten van de gashendel niet meer bewegen. Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. Als de messen bij stationair toerental toch mee bewegen, het stationair toerental door een geau‐ toriseerde dealer laten repareren. De messen blijven nog even heen en weer gaan nadat de gashendel wordt losgelaten – naloopef‐ fect! Let op bij gladheid, regen, sneeuw, op hellingen, in oneffen terrein enz. – kans op uitglijden! Afgeknipte takjes, heesters en struikgewas oprui‐ men. Op obstakels letten: boomstronken, wortels – struikelgevaar! Altijd voor een stabiele en veilige houding zor‐ gen.

2.7.1 Bij werkzaamheden die niet vanaf de

grond kunnen worden uitgevoerd:

Altijd een hoogwerker gebruiken

Nooit op een ladder of staande in de boom werken

Nooit op onstabiele plaatsen werken

Nooit met één hand werken Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeu‐ wen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn. Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken! Rustig en met overleg werken – alleen bij vol‐ doende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen. Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos en onzichtbaar zijn en onverbrande kool‐ waterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi‐ leerde ruimtes met het motorapparaat werken – ook niet met machines voorzien van katalysator. Bij het werken in greppels, slenken of op plaat‐ sen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergif‐ tiging! Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werk‐ zaamheden direct onderbreken – deze sympto‐ men kunnen onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans op ongelukken! Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten draaien, alleen gas geven tijdens het werk. Niet roken tijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat – brandgevaar! Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen. Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, dampen en rook kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling ademhalings‐ bescherming dragen. 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands 0458-519-9421-E 61Het aandrijfmechanisme wordt tijdens het gebruik heet. Het aandrijfhuis niet aanraken – kans op verbranding! Als het motorapparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controleren of dit in goede staat verkeert – zie ook "Voor het starten". Vooral op lekkage van het brandstofsysteem en de goede werking van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die niet meer bedrijfsze‐ ker zijn, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautori‐ seerde dealer. Niet in de startgasstand werken – het motortoe‐ rental is bij deze stand van de gashendel niet regelbaar. De heggen en het werkgebied controleren – zodat de messen niet worden beschadigd:

Stenen, metalen delen en vaste voorwerpen verwijderen

Ervoor zorgen dat er geen zand en stenen tus‐ sen de messen terechtkomen bijv. bij werk‐ zaamheden vlak boven de grond

Bij heggen met afrastering de afzettingsdraad niet met de messen aanraken Contact met stroom geleidende kabels voorko‐ men – geen elektriciteitskabels doorsnijden – kans op stroomschokken! Bij draaiende motor de messen niet aanraken. Als de messen door een voorwerp worden geblokkeerd, de motor direct afzetten – dan pas het voorwerp verwijderen – kans op let‐ sel! Bij geblokkeerde messen en gelijktijdig gas geven neemt de belasting toe en loopt het werk‐ toerental van de motor terug. Dit leidt, door het constant slippen van de koppeling, tot oververhit‐ ting en tot beschadiging van belangrijke delen (bijv. koppeling en delen van de kunststof behui‐ zing) – bovendien ontstaat, door de bij stationair toerental mee bewegende messen – kans op let‐ sel! Bij extreem stoffige of vervuilde heggen, indien nodig, de messen met STIHL harsoplosmiddel inspuiten. Hierdoor wordt de wrijving van de messen, de agressieve inwerking van de plan‐ tensappen en het afzetten van vuildeeltjes aan‐ zienlijk verminderd. Voor het achterlaten van het apparaat: motor afzetten. De messen regelmatig, met korte tussenpozen en bij merkbare wijzigingen direct controleren:

Op goede staat en vastzitten controleren, op scheurvorming letten

Scherpte controleren De motor en de uitlaatdemper altijd vrijhouden van struikgewas, splinters, bladeren en overtollig smeermiddel – brandgevaar!

Stof en vuil verwijderen van het motorapparaat – geen vetoplossende middelen gebruiken. De messen met STIHL harsoplosmiddel inspui‐ ten – de motor nogmaals even laten draaien, zodat de spray gelijkmatig wordt verdeeld.

Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloed‐ ingsstoornissen aan de handen ("witte vingers"). Een algemeen geldende gebruiksduur kan niet worden vastgesteld, omdat deze van meerdere factoren afhankelijk is. De gebruiksduur wordt verlengd door:

Bescherming van de handen (warme hand‐ schoenen)

Rustpauzes De gebruiksduur wordt verkort door:

Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)

De mate van kracht uitgeoefend door de han‐ den (stevig beetpakken beïnvloedt de door‐ bloeding nadelig) Bij regelmatig, langdurig gebruik van het appa‐ raat en bij het herhaald optreden van de betref‐ fende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordt een medisch onderzoek geadviseerd.

2.10 Onderhoud en reparaties

Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaam‐ heden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatig Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek 62 0458-519-9421-Edeel aan scholingen en ontvangen Technische informaties. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen opti‐ maal op het apparaat en de eisen van de gebrui‐ ker afgestemd. Voor reparatie-, onderhouds- en schoonmaak‐ werkzaamheden altijd de motor afzetten – kans op letsel! – Uitzondering: afstelling carburateur en stationair toerental. De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraaide bougie niet met behulp van het startmechanisme worden getornd – brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder! Het motorapparaat niet in de nabijheid van open vuur onderhouden en opslaan – brandgevaar door de brandstof! De tankdop regelmatig op lekkage controleren. Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgegeven bougies – zie "Technische gege‐ vens" – monteren. Bougiekabel controleren (goede isolatie, vaste aansluiting). Controleer of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert. Niet met een defecte of zonder uitlaatdemper werken – brandgevaar! – Gehoorschade! De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaar voor brandwonden! De staat van de antivibratie-elementen beïn‐ vloedt het trillingsgedrag – de antivibratie-ele‐ menten regelmatig controleren. 3 Gebruik

Voor het knippen van heggen de nationaal gel‐ dende, resp. gemeentelijke voorschriften in acht nemen. De heggensnoeier niet tijdens de plaatselijk voorgeschreven stiltetijden gebruiken.

Als een heg fors moet worden teruggesnoeid – stapsgewijs in meerdere fasen werken. Dikke twijgen of takken eerst met een snoei‐ schaar verwijderen. Eerst de beide zijkanten van de heg en vervol‐ gens de bovenkant knippen.

3.3 Milieuverantwoord afvoeren

De afgezaagde takken niet bij het huisvuil gooien – de takken kunnen worden gecomposteerd!

► bij verstelbare mesbalk: de mesbalk in de gestrekte (0°) stand plaatsen ► Mesbeschermer wegnemen ► Motor starten ► Bij gebruik van een draagstel: draagstel omgespen en apparaat aan het draagstel bevestigen

3.5.1 Horizontaal knippen (met onder een

hoek staande mesbalk) 388BA029 KN Staand snoeien vlak boven de grond – bijv. bodembedekkers. De heggensnoeier tijdens het vooruitlopen sik‐ kelvormig heen en weer bewegen – beide mes‐ 3 Gebruik Nederlands 0458-519-9421-E 63kanten gebruiken, de mesbalk niet op de grond leggen. WAARSCHUWING De K-varianten (HL 92 K, HL 94 K) zijn voor het snoeien vlak boven de grond niet vrijgegeven.

3.5.2 Verticaal knippen (met onder een hoek

staande mesbalk) 388BA030 KN Snoeien zonder direct bij de heg te staan – bijv. bij tussenliggende bloemperken. Vooruitlopend, de heggensnoeier boogvormig op en neer bewegen – de beide meskanten gebrui‐ ken.

3.5.3 Verticaal knippen (met gestrekte mes‐

balk) 389BA050 KN Grote reikwijdte – ook zonder hulpmiddelen. Vooruitlopend, de heggensnoeier boogvormig op en neer bewegen – de beide meskanten gebrui‐ ken. Nederlands 3 Gebruik 64 0458-519-9421-E3.5.4 Bovenhands knippen (met onder een hoek staande mesbalk) 388BA031 KN De heggensnoeier verticaal houden en zwenken, hierdoor ontstaat een grote reikwijdte. WAARSCHUWING Werkhoudingen boven het hoofd zijn vermoeiend en mogen in verband met de veiligheid slechts kortstondig worden aangehouden. De hoek van de mesbalk ten opzichte van de steel zo groot mogelijk maken – hierdoor kan met het apparaat, ondanks de grote reikwijdte, in een lagere en daardoor minder vermoeiende stand worden gewerkt.

3.5.5 Horizontaal knippen (met gestrekte

mesbalk) 388BA032 KN De mesbalk onder een hoek van 0° tot 10° hou‐ den – maar horizontaal geleiden. 3 Gebruik Nederlands 0458-519-9421-E 65388BA033 KN De heggensnoeier sikkelvormig ten opzichte van de rand bewegen, zodat de afgeknipte takken op de grond vallen. Advies: Slechts maximaal tot borsthoogte rei‐ kende heggen knippen. 4 Vrijgegeven aanbouwge‐ reedschappen De volgende STIHL aanbouwgereedschappen mogen op het basismotorapparaat worden gemonteerd: Aanbouwgereedschap Toepassing HL 0°, 500 mm

Grondfrees SP 10 Speciaal oogstapparaat 5 Apparaat completeren

5.1 Beugelhandgreep monteren

(HL 92, HL 94) Beugelhandgreep is nodig bij varianten met lange steel (HL 92, HL 94).

0000-GXX-1679-A0 ► Klem (1) in de beugelhandgreep (2) leggen en tussen het draagoog (3) en het handvatrub‐ ber (4) op de steel (5) plaatsen ► Klem (6) plaatsen ► Boringen met elkaar in lijn brengen ► Bouten (7) met ringen (8) aanbrengen ► Vierkante moeren (9) aanbrengen en de bou‐ ten hierin schroeven

Beugelhandgreep is nodig bij varianten met lange steel (HL 92, HL 94)

Mag niet op de varianten met korte steel (HL 92 K, HL 94 K) worden gemonteerd

Beugelhandgreep nodig Nederlands 4 Vrijgegeven aanbouwgereedschappen 66 0458-519-9421-E2

0000-GXX-1680-A0 ► Beugelhandgreep (2) uitlijnen en in de voor degebruiker meest gunstige stand plaatsen(geadviseerd: ca. 20 cm)► Bouten vastdraaien

5.2 Aandrijfmechanisme monteren

0000-GXX-1681-A0 ► Klembouten (10) losdraaien► Aandrijfmechanisme (11) op de steel (5)schuiven, het aandrijfmechanisme (11) hierbijiets heen en weer draaien

0000-GXX-1682-A0 Als het steeluiteinde in de klemgroef (12) nietmeer zichtbaar is:► Het aandrijfmechanisme (11) tot aan de aan‐slag verder schuiven► De klembouten aandraaien tot ze dragen► Aandrijfmechanisme (11) uitlijnen ten opzichtevan de motoreenheid► De klembouten vastdraaien 6 Brandstof De motor draait op een brandstofmengsel vanbenzine en motorolie.WAARSCHUWINGDirect huidcontact met brandstof en het inade‐men van brandstofdampen voorkomen.

STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix.Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geenbenzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoogoctaangetal en biedt altijd de juiste mengverhou‐ding.STIHL MotoMix is voor de langst mogelijkelevensduur van de motor gemengd metSTIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.6 Brandstof Nederlands0458-519-9421-E 67MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar.

6.2 Brandstof mengen

LET OP Brandstoffen die niet geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding, kunnen leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motor‐ olie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschadi‐ gen.

Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken – loodvrij of loodhoudend. Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instel‐ bare carburateurs storingen veroorzaken, daarom mag deze benzine voor deze motoren niet worden gebruikt. Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.

Als brandstof zelf wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt. STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motor‐ olie voor om de emissiegrenswaarden gedu‐ rende de machinelevensduur te kunnen waarbor‐ gen.

6.2.3 Mengverhouding

Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine

Hoeveelheid ben‐ zine STIHL tweetakt‐ olie 1:50 Liter Liter (ml) 1 0,02 (20) 5 0,10 (100) 10 0,20 (200) 15 0,30 (300) 20 0,40 (400) 25 0,50 (500) ► In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen en vervolgens ben‐ zine en goed mengen

6.3 Brandstofmengsel opslaan

Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijge‐ geven jerrycans op een veilige, droge en koele plaats, beschermd tegen licht en zonnestralen. Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoe‐ veelheid die nodig is voor enkele weken men‐ gen. Het brandstofmengsel niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brand‐ stofmengsel sneller onbruikbaar worden. STIHL MotoMix kan echter tot 5 jaar probleem‐ loos worden bewaard. ► De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden WAARSCHUWING In de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dop voorzichtig losdraaien. ► De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen De restbrandstof en de voor de reiniging gebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieu‐ bewust opslaan en afvoeren! 7 Tanken

0208BA019 KN WAARSCHUWING Bij het tanken in oneffen terrein de tankdop altijd hellingopwaarts plaatsen. ► Op vlak terrein het apparaat zo neerzetten, dat de tankdop naar boven is gericht ► De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodat er geen vuil in de tank valt Nederlands 7 Tanken 68 0458-519-9421-E7.2 Tankdop opendraaien 0208BA020 KN ► Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen ► Tankdop wegnemen

Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen. STIHL adviseert het STIHL vulsysteem voor brandstof (speciaal toebehoren). ► Tanken

7.4 Tankdop dichtdraaien

0208BA021 KN ► Tankdop aanbrengen ► Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast mogelijk aandraaien 8 Mesbalk instellen

8.1 Verstelmechanisme 145°

0000-GXX-1683-A0 145° De hoek van de mesbalk kan ten opzichte van de steel tussen 0° (geheel gestrekt) tot 55° (in 4 stappen naar boven) en in 7 stappen tot 90° (rechte hoek naar beneden) worden versteld. Er zijn 12 afzonderlijk instelbare werkposities moge‐ lijk. WAARSCHUWING De afstelling alleen uitvoeren als de messen stil‐ staan – de motor draait stationair – kans op let‐ sel! WAARSCHUWING De aandrijfkop wordt tijdens het gebruik heet. Het aandrijfhuis niet aanraken – kans op ver‐ branding! WAARSCHUWING Tijdens het instellen nooit de messen aanraken – kans op letsel! 8 Mesbalk instellen Nederlands

► De schuifhuls (1) terugtrekken en met de hen‐ del (2) het scharnier een of meerdere arrêteer‐ boringen verstellen ► De schuifhuls (1) weer loslaten en de pen in de blokkeerstrip (3) laten vallen

0000-GXX-1685-A0 Voor ruimtebesparend transport van het appa‐ raat kan de mesbalk evenwijdig aan de steel worden geklapt en in deze stand worden vastge‐ zet. WAARSCHUWING Verstellen van de mesbalk in de transportstand, resp. vanuit de transportstand in de werkstand alleen bij een afgezette motor – hiervoor de stop‐ schakelaar indrukken – mesbeschermer aange‐ bracht – kans op letsel! WAARSCHUWING De aandrijfkop wordt tijdens het gebruik heet. Het aandrijfhuis niet aanraken – kans op ver‐ branding! 0000-GXX-1686-A0

► Motor afzetten ► Mesbeschermer aanbrengen ► De schuifhuls (1) terugtrekken en met de hen‐ del (2) het scharnier naar boven in de richting van de steel kantelen tot de mesbalk parallel ten opzichte van de steel staat ► De schuifhuls (1) weer loslaten en de pen in de hiervoor bedoelde vergrendelingsstand (3) in de aandrijfkop laten vallen 9 Draagstel omdoen Afhankelijk van de uitvoering kan het apparaat aan een draagriem worden gedragen. Type en uitvoering van de draagriem zijn afhan‐ kelijk van het exportland.

9.1 Enkele schouderriem

► Enkele schouderriem (1) omdoen ► Riemlengte instellen Nederlands 9 Draagstel omdoen 70 0458-519-9421-E► De karabijnhaak (3) moet ter hoogte van derechterheup liggen als het motorapparaat aande draagriem is gehangen

9.2 Het apparaat vasthaken aan de

► Karabijnhaak (1) in het draagoog (2) op desteel vasthaken – hierbij het draagoog vast‐houden

9.3 Het apparaat bij de draagriem

► De lip op de karabijnhaak (1) indrukken en hetdraagoog (2) uit de haak trekken

WAARSCHUWINGBij naderend gevaar moet het apparaat snel opde grond kunnen worden geplaatst. Het snelneerleggen van het apparaat oefenen. Tijdenshet oefenen het apparaat niet op de grondgooien, om beschadigingen te voorkomen.Voor het afdoen het snel loshaken van het appa‐raat op de karabijnhaak oefenen – hierbij han‐delen zoals staat beschreven in "Apparaat bij dedraagriem loshaken".Als een enkele schouderriem wordt gebruikt: hetvan de schouder trekken van de draagriem oefe‐ nen. 10 Motor starten/afzetten

1 Gashendelblokkering2 Gashendel3 Stopschakelaar – met de werkstand en stop‐stand. Voor het uitschakelen van het contactmoet de stopschakelaar (…) worden inge‐drukt – zie "Werking van de stopschakelaaren het contact"4 Stelknop – voor de begrenzing van de gas‐hendelslag – zie "Werking van de stelknop"10 Motor starten/afzetten Nederlands0458-519-9421-E 7110.1.1 Werking van de stopschakelaar en het contact Zodra de stopschakelaar wordt ingedrukt, wordt het contact uitgeschakeld en de motor afgezet. Na het loslaten veert de stopschakelaar automa‐ tisch weer in de stand Bedrijf terug: Nadat de motor stilstaat, wordt in de stand Bedrijf het con‐ tact weer automatisch ingeschakeld – de motor is startklaar en kan worden gestart.

Met behulp van de stelknop (4) kan de gashen‐ delslag en daarmee het motortoerental traploos tussen stationair en vol gas worden ingesteld:

Stelknop (4) in de richting – draaien: de gas‐ hendelslag wordt korter, het ingestelde maxi‐ mum motortoerental wordt lager

Stelknop (4) in de richting + draaien: de gas‐ hendelslag wordt langer, het ingestelde maxi‐ mum motortoerental wordt hoger

Door het krachtig indrukken van de gashendel kan, ondanks een ingestelde begrenzing, vol gas worden gegeven – hierbij blijft de inge‐ stelde begrenzing behouden – na het loslaten van de gashendel wordt teruggekeerd naar het vooringestelde bereik

0000-GXX-5224-A0 ► Balg (5) van de hand-benzinepomp ten minste 5 maal indrukken – ook als de balg met ben‐ zine is gevuld Koude motor (koude start)

0000-GXX-5475-A0 ► Draaiknop voor startgas (6) verdraaien en dan in stand g indrukken Deze instelling geldt ook als de motor reeds heeft gedraaid, maar nog koud is.

Stelknop tot aan de aanslag in de richting + draaien Warme motor (warme start)

De draaiknop voor startgas (6) blijft in stand F staan

1191BA014 KN ► Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het stabiel ligt: De steun op de motor en de aan‐ drijfkop vormen de ondersteuning. ► Bij apparaten met verstelbare mesbalk en gedefinieerde transportpositie: de mesbalk in de gestrekte (0°) stand plaatsen ► indien gemonteerd: de mesbeschermer bij de messen verwijderen De messen mogen noch de grond noch enig ander voorwerp raken – kans op ongelukken! ► Een veilige houding aannemen – mogelijkhe‐ den: staand, gebukt of knielend ► Het apparaat met de linkerhand stevig op de grond drukken – hierbij noch de gashendel, de gashendelblokkering, noch de stopschakelaar aanraken Nederlands 10 Motor starten/afzetten

72 0458-519-9421-ELET OP

De voet of de knie niet op de steel/maaiboom plaatsen! 1191BA015 KN ► Met de rechterhand de starthandgreep vast‐ pakken

10.2.2 Uitvoering zonder ErgoStart

► De starthandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en vervolgens snel en krachtig doortrekken

10.2.3 Uitvoering met ErgoStart (uitvoering

C‑E) ► Starthandgreep langzaam en gelijkmatig uit‐ trekken LET OP Het koord niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken – kans op breuk! ► De starthandgreep niet terug laten schieten – maar laten vieren zodat het startkoord correct kan worden opgerold ► Verder starten tot de motor draait

10.2.4 Zodra de motor draait

Bij temperaturen beneden + 10 °C Het apparaat in stand g minimaal 10 seconden laten warmdraaien. Bij temperaturen boven + 10 °C Het apparaat in stand g ca. 5 seconden laten warmdraaien. 1191BA025 KN ► Gashendelblokkering indrukken en gas geven – de draaiknop voor het startgas springt in de werkstand F Na een koude start de motor door enkele keren gas geven warmdraaien. WAARSCHUWING Bij een correct afgestelde carburateur mogen de messen bij stationair toerental niet mee bewe‐ gen. Het apparaat is klaar voor gebruik.

► De stopschakelaar indrukken – de motor stopt – de stopschakelaar loslaten – de stopschake‐ laar veert terug

10.4 Verdere aanwijzingen met

betrekking tot het starten De motor slaat in de koudestartstand g af. ► Gashendelblokkering indrukken en gas geven – de draaiknop voor het startgas springt in de werkstand F

Vervolgens in stand F verder starten tot de motor draait De in de koudestartstand g draaiende motor slaat bij het accelereren af.

Vervolgens in de koudestartstand g verder starten tot de motor draait De motor slaat niet aan ► Controleren of alle bedieningselementen cor‐ rect zijn afgesteld ► Controleren of de tank met benzine is gevuld, zo nodig tanken ► Controleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt ► Startprocedure herhalen De motor is "verzopen"

De chokeknop in stand F plaatsen – verder starten tot de motor draait 10 Motor starten/afzetten Nederlands 0458-519-9421-E 73Alle benzine werd verbruikt ► Na het tanken de balg van de hand-benzine‐ pomp ten minste 5-maal indrukken – ook als de balg met benzine is gevuld ► Draaiknop voor startgas afhankelijk van de motortemperatuur instellen ► Motor opnieuw starten 11 Gebruiksvoorschriften

11.1 Gedurende de eerste bedrijfsu‐

ren Het nieuwe apparaat tot aan de derde tankvul‐ ling niet onbelast met hoge toerentallen laten draaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase moeten de bewegende delen op elkaar inlopen – in de motor heerst een ver‐ hoogde wrijvingsweerstand. De motor levert zijn maximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullin‐ gen.

11.2 Tijdens de werkzaamheden

De motor nog even stationair laten draaien als hij voordien lange tijd onder vollast heeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd. Dit om te voorkomen dat de compo‐ nenten op de motor (ontstekingssysteem, carbu‐ rateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.

Als het werk even wordt onderbroken: de motor laten afkoelen. Het apparaat met lege benzine‐ tank op een droge plaats, niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weer wordt gebruikt. Bij langdu‐ rige stilstand – zie "Apparaat opslaan". 12 Luchtfilter reinigen

12.1 Als het motorvermogen merk‐

baar afneemt 0208BA034 KN

Draaiknop voor startgas (1) in stand g plaat‐ sen ► Bout (2) in filterdeksel (3) linksom draaien, tot het deksel los zit ► Filterdeksel (3) wegnemen ► Het grove vuil rondom het filter verwijderen 0208BA035 KN

► Via de uitsparing (4) in het filterhuis het vilten filter (5) wegnemen ► Vilten filter (5) vervangen – als tijdelijke maat‐ regel uitkloppen of uitblazen – niet uitwassen LET OP Beschadigde onderdelen vervangen! ► Het vilten filter (5) correct in het filterhuis plaat‐ sen

Draaiknop voor startgas (1) in stand g plaat‐ sen ► Filterdeksel (3) aanbrengen – hierbij de bout (2) niet scheef drukken – de bout in de boring draaien 13 Carburateur afstellen 0208BA036 KN De carburateur van het apparaat is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstan‐ digheden wordt voorzien van een optimaal ben‐ zine-luchtmengsel. Nederlands 11 Gebruiksvoorschriften 74 0458-519-9421-E13.1 Stationair toerental instellen Motor slaat bij stationair toerental af ► Aanslagschroef stationair toerental (LA) lang‐ zaam rechtsom draaien tot de motor gelijkma‐ tig draait Messen bewegen bij stationair toerental mee ► Aanslagschroef stationair toerental (LA) lang‐ zaam linksom draaien tot de messen niet meer bewegen WAARSCHUWING Als de messen na de uitgevoerde instelling bij stationair toerental niet stil blijven staan, het motorapparaat door een dealer laten repareren. 14 Bougie ► Bij onvoldoende motorvermogen, slecht star‐ ten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren. ► Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie vervangen – bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder – alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken – zie "Technische gege‐ vens"

14.1 Bougie uitbouwen

► Bout (1) in de kap (2) zover verdraaien tot de kap kan worden weggenomen ► Kap neerleggen

► Vervuilde bougie reinigen ► Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodig afstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie "Technische gegevens" ► Oorzaken van de vervuiling van de bougie opheffen Mogelijke oorzaken zijn:

Vervuild luchtfilter

Ongunstige bedrijfsomstandigheden

000BA045 KN WAARSCHUWING Bij een niet vastgedraaide of ontbrekende aan‐ sluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd. Als in een licht brandbare of explosieve omge‐ ving wordt gewerkt, kunnen brand of explosies ontstaan. Personen kunnen ernstig letsel oplo‐ pen of er kan materiële schade ontstaan. ► Ontstoorde bougies met een vaste aansluit‐ moer monteren

14.3 Bougie monteren

► Bougie aanbrengen en vastdraaien ► Bougiestekker vast op de bougie drukken 14 Bougie Nederlands 0458-519-9421-E 751

0208BA039 KN ► Kap (1) aanbrengen, de bout (2) aanbrengenen vastdraaien 15 Aandrijfmechanisme sme‐ ren

15.1 Mesaandrijfmechanisme

Voor het smeren van het mesaandrijfmecha‐nisme STIHL tandwielvet voor heggenscharen(speciaal toebehoren) gebruiken.15.1.1 Uitvoering HL 0°

0000-GXX-1688-A0 ► Smeervetvulling regelmatig, ca. elke25 bedrijfsuren controleren, daarvoor deafsluitplug (1) losdraaien – als aan de binnen‐zijde geen vet zichtbaar is, de tube met tand‐wielvet in de boring schroeven► Tot ca. 10 g (2/5 oz.) vet in het aandrijfhuispersenLET OPHet aandrijfhuis niet geheel met vet vullen.► De vettube uit de boring draaien► De afsluitplug weer aanbrengen en vast‐draaien

15.2 Haakse aandrijving

Voor het smeren van de haakse aandrijvingSTIHL tandwielvet voor heggenscharen (speciaaltoebehoren) gebruiken.15.2.1 Uitvoering HL 145° verstelbaar 0000-GXX-1689-A0

► Smeervetvulling regelmatig, ca. elke 25bedrijfsuren controleren, daarvoor de afsluit‐plug (2) losdraaien – als aan de binnenzijdegeen vet zichtbaar is, de tube met tandwielvetin de boring schroeven► Tot ca. 5 g (1/5 oz.) vet in het aandrijfhuis per‐ sen LET OPHet aandrijfhuis niet geheel met vet vullen.► De vettube uit de boring draaien► De afsluitplug weer aanbrengen en vast‐draaien 16 Snijmessen slijpen Als de knipprestaties teruglopen, de messenslecht knippen, takjes vaak worden ingeklemd:messen aanscherpen/slijpen.Het aanscherpen/slijpen moet worden uitgevoerddoor een geautoriseerde dealer met behulp vaneen slijpapparaat. STIHL adviseert deSTIHL dealer.In alle andere gevallen gebruikmaken van eenplatte aanscherpvijl. De aanscherpvijl onder devoorgeschreven hoek (zie hoofdstuk "Techni‐Nederlands 15 Aandrijfmechanisme smeren76 0458-519-9421-Esche gegevens") ten opzichte van het mesvlak geleiden. ► Alleen de snijvlakken aanscherpen ► Altijd naar het snijvlak gericht vijlen ► De vijl mag alleen in voorwaartse richting aan‐ grijpen – bij het terugtrekken oplichten ► De bramen op het mes met behulp van een wetsteen verwijderen ► Zo min mogelijk materiaal wegnemen ► Na het aanscherpen (slijpen) – vijl- of slijpstof verwijderen en de messen inspuiten met STIHL harsoplosmiddel LET OP Niet met botte of beschadigde messen werken – dit leidt tot een zwaardere belasting van het apparaat en een onbevredigend knipresultaat. 17 Apparaat opslaan Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen ► De brandstoftank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen ► De brandstof volgens de voorschriften en mili‐ euwetgeving afvoeren ► Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indruk‐ ken, voordat de motor wordt gestart ► De motor en deze net zo lang stationair laten draaien tot de motor afslaat ► Messen reinigen, staat controleren en met STIHL harsoplosmiddel inspuiten ► Mesbescherming aanbrengen ► Het apparaat grondig reinigen ► Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen) 18 Controle en onderhoud door de gebruiker

Fout: het toerental wordt verhoogd als alleen de gashendel wordt ingedrukt.

► Motor starten ► Gashendel (1) indrukken – hierbij de gashen‐ delblokkering (2) niet indrukken Als het toerental van de motor oploopt, resp. als de messen mee bewegen, moet de gaskabel worden afgesteld. ► Motor afzetten ► Gaskabel door de geautoriseerde dealer laten afstellen. STIHL adviseert de STIHL dealer 19 Controle en onderhoud door de geautoriseerde dealer

19.1 Onderhoudswerkzaamheden

STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren.

19.2 Antivibratie-element

0208BA045 KN Tussen de motorunit en de steel is een rubber‐ element ingebouwd voor het dempen van de tril‐ lingen. Bij een herkenbare slijtage of voelbaar hogere trillingen, deze laten controleren. 17 Apparaat opslaan Nederlands 0458-519-9421-E 7720 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften De gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs‐ omstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. Voor begin van de werkzaamheden Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks Na elke tankvulling Wekelijks Maandelijks Jaarlijks Bij storingen Bij beschadiging Indien nodig Complete machine Visuele controle (goede staat, geen lekkage) X X reinigen X Beschadigde onderde‐ len vervangen

Aanzuigmond in de ben‐ zinetank laten controleren door geautoriseerde dealer

laten vervangen door geautoriseerde dealer

elke 100 bedrijfsuren vervangen Aanzuigopening voor koellucht Visuele controle X reinigen X Nederlands 20 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften 78 0458-519-9421-EDe gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs‐ omstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. Voor begin van de werkzaamheden Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks Na elke tankvulling Wekelijks Maandelijks Jaarlijks Bij storingen Bij beschadiging Indien nodig Cilinderribben laten reinigen door geautoriseerde dealer

Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalve stelschroeven) natrekken X Antivibratie-elementen Visuele controle

X X X laten vervangen door geautoriseerde dealer

X X Smering aandrijfmecha‐ nisme (aandrijfkop) controleren X bijvullen X Veiligheidssticker vervangen X

alleen wanneer het motorvermogen merkbaar vermindert

Zie in het hoofdstuk "Controle en onderhoud door de dealer", paragraaf "Antivibratie-elementen"

Vervolgens met STIHL harsoplosmiddel inspuiten 21 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat. Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwij‐ zingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzon‐ der voor:

Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product

Het gebruik van gereedschappen of toebeho‐ ren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn

Het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat

Gebruik van het apparaat bij sportmanifesta‐ ties of wedstrijden

Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen 21 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen Nederlands 0458-519-9421-E 7921.1 Onderhoudswerkzaamheden Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigings‐ voorschriften" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebrui‐ ker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Tech‐ nische informaties. Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar‐ voor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hier‐ toe behoren o.a.:

Schade aan de motor ten gevolge van niet tij‐ dig of niet correct uitgevoerde onderhouds‐ werkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvol‐ doende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)

Corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag

Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onder‐ delen

21.2 Aan slijtage onderhevige delen

Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig wor‐ den vervangen. Hiertoe behoren o.a.:

Filter (voor lucht, benzine)

Dempingselementen van het antivibratiesys‐ teem 22 Belangrijke componenten

1 Handvatrubber 2 Beugelhandgreep 3 Draagoog 4 Stopschakelaar 5 Gashendelblokkering 6 Stelknop 7 Gashendel 8 Bougiesteker met kapje 9 Luchtfilterdeksel 10 Apparatensteun 11 Hand-benzinepomp 12 Draaiknop voor startgas 13 Carburateurstelschroef 14 Tankdop 15 Benzinetank 16 Starthandgreep 17 Uitlaatdemper 18 Mes 19 Mesaandrijfmechanisme 20 Steel/maaiboom 21 Haakse aandrijfkop (hoekoverbrenging) 22 Schuifhuls 23 Blokkeerstrip Nederlands 22 Belangrijke componenten 80 0458-519-9421-E24 Zwenkarm 25 Mesbeschermer # Machinenummer 23 Technische gegevens

Eencilinder-tweetaktmotor Cilinderinhoud: 24,1 cm

23.2 Ontstekingssysteem

Ledig gewicht met aandrijfme‐ chanisme 0°, 500 mm, zonder benzine/olie HL 94: 5,7 kg HL 94 K: 5,2 kg Ledig gewicht met aandrijfme‐ chanisme 0°, 600 mm, zonder benzine/olie HL 94: 5,8 kg HL 94 K: 5,3 kg Ledig gewicht met aandrijfme‐ chanisme 145° verstelbaar, 500 mm, zonder benzine HL 94: 6,1 kg HL 94 K: 5,6 kg Ledig gewicht met aandrijfme‐ chanisme 145° verstelbaar, 600 mm, zonder benzine HL 94: 6,2 kg HL 94 K: 6,1 kg

Mestype: dubbelzijdig knippend Zaagbladlengte: 500 mm, 600 mm Tandsteek: 34 mm Tandhoogte: 22 mm Aanscherphoek: 45° ten opzichte van mesvlak

23.6 Geluids- en trillingswaarden

Voor het bepalen van de geluids- en trillings‐ waarden is rekening gehouden met het stationair toerental en het nominale maximumtoerental in de verhouding 1:4. Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetge‐ ving voor wat betreft trillingen 2002/44/EWG zie www.stihl.com/vib Geluidsdrukniveau L peq volgens ISO‑22868: HL 94: 91 dB(A) HL 94 K: 92 dB(A) Geluidsvermogenniveau L weq volgens ISO 22868: HL 94: 106 dB(A) HL 94 K: 107 dB(A)

De geluids- en trillingswaarden van de verder vrijgegeven opzetgereedschappen staan ver‐ meld in de handleiding van het betreffende opzetgereedschap. Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermo‐ gensniveau bedraagt de K‑-waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillings‐ waarde bedraagt de K‑-waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s

REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemica‐ liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach

23.8 Uitlaatgasemissiewaarde

-waarde staat weergegeven bij www.stihl.com/co2 in de productspecifieken technische gegevens. De gemeten CO

-waarde werd op een represen‐ tatieve motor volgens een genormeerde testpro‐ cedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impli‐ ciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor. Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen vol‐ daan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring. 24 Reparatierichtlijnen Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uit‐ gevoerd. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐ zaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Tech‐ nische informaties. Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderde‐ len. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Originele STlHL onderdelen zijn te herkennen aan het STlHL onderdeelnummer, aan het logo { en, indien aanwezig, aan het STlHL onderdeellogo K (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.). 25 Milieuverantwoord afvoe‐ ren Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer. Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu. Nederlands 24 Reparatierichtlijnen 82 0458-519-9421-E000BA073 KN ► De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleve‐ ren. ► Niet bij het huisvuil afvoeren. 26 EU-conformiteitsverklaring ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstr. 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoording dat Constructie: Heggensnoeier Merk: STIHL Type: HL 94 HL 94 K Serie-identificatie: 4243 Cilinderinhoud alle HL 94: 24,1 cm

voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende ver‐ sies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:

EN ISO 10517, EN 55012, EN 61000‑6‑1

Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 11094 gehandeld. Gemeten geluidsvermogenniveau alle HL 94: 101 dB(A) alle HL 94 K: 101 dB(A) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau alle HL 94: 103 dB(A) alle HL 94 K: 103 dB(A) Bewaren van technische documentatie: ANDREAS STIHL AG & Co. KG Produktzulassung Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat. Waiblingen, 1-8-2022 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Robert Olma, Vice President, Regulatory Affairs & Global Governmental Relations 27 UKCA-conformiteitsverkla‐ ring ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstr. 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoording dat Constructie: Heggensnoeier Merk: STIHL Type: HL 94 HL 94 K Serie-identificatie: 4243 Cilinderinhoud alle HL 94: 24,1 cm

Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8 of met gebruikma‐ king van norm ISO 11094. Gemeten geluidsvermogenniveau alle HL 94: 101 dB(A) alle HL 94 K: 101 dB(A) 26 EU-conformiteitsverklaring Nederlands 0458-519-9421-E 83Gegarandeerd geluidsvermogenniveau alle HL 94: 103 dB(A) alle HL 94 K: 103 dB(A) Bewaren van technische documentatie: ANDREAS STIHL AG & Co. KG Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat. Waiblingen, 1-8-2022 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Robert Olma, Vice President, Regulatory Affairs & Global Governmental Relations 28 Adressen www.stihl.com Indice