STIHL MSA 161 T - Zaag

MSA 161 T - Zaag STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MSA 161 T STIHL in PDF-formaat.

📄 128 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIHL MSA 161 T - page 102
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIHL

Model : MSA 161 T

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MSA 161 T - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MSA 161 T van het merk STIHL.

GEBRUIKSAANWIJZING MSA 161 T STIHL

  • Voorwoord p. 102
  • 2 Informatie met betrekking tot deze handlei‐ ding p. 102
  • 3 Overzicht p. 102
  • 4 Veiligheidsinstructies p. 103
  • 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik p. 111
  • 6 Motorzaag completeren p. 111
  • 7 Kettingrem inschakelen en lossen p. 113
  • 8 Accu aanbrengen en wegnemen p. 114
  • 9 Motorzaag inschakelen en uitschakelen. 114 10 Kettingzaag en accu controleren p. 115
  • 11 Met de motorzaag werken p. 116
  • 12 Na de werkzaamheden p. 118
  • 13 Vervoeren p. 118
  • 14 Opslaan p. 118
  • 15 Reinigen p. 119
  • 16 Onderhoud p. 119
  • 17 Repareren p. 120
  • 18 Storingen opheffen p. 120
  • 19 Technische gegevens p. 121
  • 20 Combinaties van zaagbladen en zaagkettin‐ gen p. 122
  • 21 Onderdelen en toebehoren p. 122
  • 22 Milieuverantwoord afvoeren p. 122
  • Nederlands 0458-791-9621-D 101 © ANDREAS STIHL AG & Co. KG 2022 0458-791-9621-D. VA0.B22. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. Drukinkten bevatten plantaardige olie, papier is recyclebaar. Vertaling van de originele handleiding 0000008653_007_NL23 EU-conformiteitsverklaring p. 123
  • 24 UKCA-conformiteitsverklaring p. 123
  • 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 1 Voorwoord Geachte cliënt(e), Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoef‐ ten van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting. STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding. STIHL kiest uitdrukkelijk voor een duurzame en verantwoordelijke omgang met de natuur. Deze gebruiksaanwijzing is voor u bedoeld als onder‐ steuning om uw STIHL-product gedurende een lange levensduur veilig en milieuvriendelijk te gebruiken. Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wen‐ sen u veel plezier met uw STIHL product. Dr. Nikolas Stihl p. 124

BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK GOED DOOR‐

LEZEN EN BEWAREN. 2 Informatie met betrekking tot deze handleiding

2.1 Geldende documenten

De lokale veiligheidsvoorschriften moeten wor‐ den aangehouden. ► Naast deze handleiding de volgende docu‐ menten lezen, begrijpen en bewaren:

veiligheidsinstructies accu STIHL AP

veiligheidsinformatie voor STIHL accu's en producten met ingebouwde accu: www.stihl.com/safety-data-sheets

2.2 Symbolen in de tekst

Dit symbool verwijst naar een hoofdstuk in deze handleiding.

2.3 Aanduiding van de waarschu‐

wingen in de tekst WAARSCHUWING ■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnen leiden tot ernstig letsel of zelfs tot de dood. ► De genoemde maatregelen kunnen ernstig letsel of de dood voorkomen. LET OP ■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnen leiden tot materiële schade. ► De genoemde maatregelen kunnen materi‐ ele schade voorkomen. 3 Overzicht

3.1 Kettingzaag en accu

0000-GXX-6239-A0 1 Kettingtandwiel Het kettingtandwiel drijft de zaagketting aan. 2 Spanbout De spanbout dient voor het instellen van de kettingspanning.

De kam ligt tijdens de werkzaamheden met de kettingzaag tegen het hout.

De kettingzaag is standaard uitgerust zonder kam. De kam is leverbaar als toebehoren. Nederlands 1 Voorwoord 102 0458-791-9621-D4 Kettingvanger De kettingvanger vangt een weggeworpen of gebroken zaagketting op. 5 Zaagblad Het zaagblad geleidt de zaagketting. 6 zaagketting De zaagketting zaagt het hout. 7 Kettingtandwieldeksel Het kettingtandwieldeksel dekt het ketting‐ tandwiel af en bevestigt het zaagblad op de kettingzaag. 8 Moer De moer bevestigt het kettingtandwieldeksel op de kettingzaag. 9 Kettingbeschermer De kettingbeschermer biedt bescherming tegen het contact maken met de zaagketting. 10 Voorste handbeschermer De voorste handbeschermer beschermt de linkerhand tegen het contact met de zaagket‐ ting, dient voor het inschakelen van de ket‐ tingrem en schakelt bij een terugslag de ket‐ tingrem automatisch in. 11 ergo-hendel De Ergo-hendel houdt de blokkeerknop in zijn stand als de schakelhendel wordt losgelaten. 12 Arrêteerknop De blokkeerknop deblokkeert de schakelhen‐ del. 13 Bedieningshandgreep De bedieningshandgreep dient voor het bedienen, vasthouden en hanteren van de kettingzaag. 14 Blokkeerhendel De blokkeerhendel borgt de accu in de accu‐ schacht. 15 accuschacht De accu wordt ondergebracht in de accu‐ schacht. 16 Olietankdop De olietankdop sluit de olietank af. 17 Draagbeugel De draagbeugel dient voor het vasthouden, hanteren en dragen van de kettingzaag. 18 Schakelhendel De schakelhendel schakelt de kettingzaag in en uit. 19 Oog Het oog dient om de kettingzaag aan te han‐ gen tijdens de werkzaamheden in de boom. 20 Accu De accu voorziet de kettingzaag van energie. 21 Druktoets De druktoets activeert de leds op de accu. 22 Leds De leds geven de laadtoestand van de accu en storingen aan. # Typeplaatje met machinenummer

De pictogrammen kunnen op de kettingzaag en de accu zijn aangebracht en hebben de vol‐ gende betekenis: Dit pictogram geeft de draairichting van de zaagketting aan. In deze richting draaien om de zaag‐ ketting te spannen. Dit pictogram duidt de olietank voor zaag‐ kettingolie aan. In deze richting wordt de kettingrem inge‐ schakeld. In deze richting wordt de kettingrem gelost. 1 led brandt rood. De accu is te warm of te koud. 4 leds knipperen rood. In de accu zit een storing. Lengte van een zaagblad dat mag wor‐ den gebruikt.

Gegarandeerd geluidvermogensniveau volgens de richtlijn 2000/14/ EG in dB(A) om de geluidsemissie van producten vergelijkbaar te maken. De gegevens naast het pictogram duiden op de energie-inhoud van de accu volgens specificatie van de fabrikant van de accu‐ cellen. De bij het gebruik ter beschikking staande energie-inhoud is kleiner. Het product niet met het huisvuil afvoeren. 4 Veiligheidsinstructies

4.1 Waarschuwingssymbolen

De waarschuwingssymbolen op de kettingzaag of de accu hebben de volgende betekenissen: Op de veiligheidsinstructies en de maatregelen hierin letten. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-791-9621-D 103De gebruiksaanwijzing lezen, begrijpen en bewaren. Veiligheidsbril en veiligheidshelm dra‐ gen. Een lange broek met snijprotectie en snijprotectie op de beide armen dra‐ gen. De kettingzaag met beide han‐ den vasthouden. Op de veiligheidsinstructies met betrekking tot terugslag en de maatre‐ gelen hiertegen letten. Kettingzaag alleen gebruiken zoals de gebruiker dit heeft geleerd voor het werken met een kettingzaag voor de boom‐ verzorging. De accu tijdens werkonderbrekingen, vervoer, opslag, onderhouds- of repa‐ ratiewerkzaamheden uit het apparaat nemen. De accu tegen hitte en vuur bescher‐ men. De accu niet onderdompelen in vloei‐ stoffen. Het toelaatbare temperatuurbereik van de accu aanhouden.

4.2 Gebruik conform de voorschrif‐

ten De kettingzaag voor de boomverzorging STIHL MSA 161 T dient voor de boomverzorging en voor het zagen in de kroon van een staande boom. De kettingzaag mag niet worden gebruikt voor werkzaamheden op de grond. De kettingzaag kan worden gebruikt bij regen. Deze kettingzaag wordt door een accu STIHL AP of een accu STIHL AR van energie voorzien. Als in een boom wordt geklommen mag de ket‐ tingzaag alleen worden gebruikt met een direct in de kettingzaag aangebrachte accu STIHL AP. WAARSCHUWING ■ Accu's die niet door STIHL voor de ketting‐ zaag zijn vrijgegeven, kunnen leiden tot brand en explosiegevaar. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Kettingzaag gebruiken in combinatie met een accu STIHL AP of een accu STIHL AR. ■ Als de kettingzaag of de accu niet volgens voorschrift wordt gebruikt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel of zelfs de dood en er kan materiële schade ontstaan.

De kettingzaag zo gebruiken als in deze handleiding staat beschreven. ► De accu zo gebruiken, als staat beschreven in deze handleiding of de handleiding accu STIHL AR.

4.3 Eisen aan de gebruiker

WAARSCHUWING ■ Gebruikers die niet zijn opgeleid voor werk‐ zaamheden met een kettingzaag voor de boomverzorging kunnen de gevaren van de kettingzaag en de accu niet herkennen of niet inschatten. De gebruiker of andere personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen. ► De handleiding lezen, begrijpen en bewaren. ► De kettingzaag alleen gebruiken als de gebruiker voor het gebruik van een kettingzaag voor de boomver‐ zorging is opgeleid.

Als de kettingzaag of de accu aan een andere persoon wordt overhandigd: de handleiding meegeven.

Controleren of de gebruiker aan de vol‐ gende eisen voldoet:

De gebruiker is uitgerust.

De gebruiker is lichamelijk, sensorisch en geestelijk in staat de kettingzaag en de accu in gebruik te nemen en hiermee te werken. Als de gebruiker lichamelijk, sensorisch of geestelijk beperkt is, mag de gebruiker slechts onder toezicht van of na instructie door een hiertoe verant‐ woordelijke of bevoegde persoon hier‐ mee werken.

De gebruiker kan de gevaren van de kettingzaag en de accu herkennen en inschatten.

De gebruiker is meerderjarig of de gebruiker wordt overeenkomstig de Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 104 0458-791-9621-Dnationale regelgeving onder toezicht onderwezen in een beroep.

De gebruiker verkeert niet onder invloed van alcohol, medicamenten of drugs.

Indien er onduidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.

4.4 Kleding en uitrusting

WAARSCHUWING ■ Tijdens de werkzaamheden kunnen lange haren in de kettingzaag worden getrokken. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.

Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.

Tijdens de werkzaamheden kunnen voorwer‐ pen met een hoge snelheid naar boven wor‐ den geslingerd. De gebruiker kan letsel oplo‐ pen. ► Draag een nauwsluitende veilig‐ heidsbril. Geschikte veiligheidsbrillen zijn aan de hand van de norm EN 166 of de nationale voorschriften getest en met de betreffende code‐ ring te koop.

STIHL adviseert een gelaatsbeschermer te dragen. ► Een strak bovenstuk met lange mouwen dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden wordt geluid geproduceerd. Geluid kan het gehoor bescha‐ digen. ► Een gehoorbeschermer dragen. ■ Vallende voorwerpen kunnen leiden tot letsel aan het hoofd. ► Als tijdens de werkzaamheden tak‐ ken kunnen vallen: een veiligheids‐ helm dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan stof opdwar‐ relen en kunnen er dampen ontstaan. Inge‐ ademd(e) stof en dampen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid en allergische reac‐ ties veroorzaken.

Als er stof opdwarrelt of damp ontstaat: een stofmasker dragen. ■ Hiertoe ongeschikte kleding kan blijven haken in hout, struikgewas en in de kettingzaag. Gebruikers zonder geschikte kleding kunnen ernstig letsel oplopen.

Draag nauwsluitende kleding. ► Doe sjaals en sieraden af. ■ Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de ronddraaiende zaag‐ ketting. De gebruiker kan hierdoor ernstig let‐ sel oplopen. ► Een lange broek met snijprotectie en snijprotectie op de beide armen dra‐ gen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker zich snijden aan het hout. Tijdens de reini‐ gings- of onderhoudswerkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de zaagket‐ ting. De gebruiker kan letsel oplopen.

Draag werkhandschoenen van slijtvast materiaal. ■ Als de gebruiker ongeschikte schoenen draagt, kan hij uitglijden. Als de gebruiker in contact komt met de ronddraaiende zaagket‐ ting, kan deze snijwonden oplopen. De gebrui‐ ker kan letsel oplopen.

Kettingzaaglaarzen met snijprotectie dra‐ gen. ■ Als in de boom wordt gewerkt, kan de gebrui‐ ker vallen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.

4.5 Werkgebied en -omgeving

Buitenstaanders, kinderen en dieren kunnen de gevaren van de kettingzaag en de opge‐ worpen voorwerpen niet herkennen en de gevaren hiervan niet inschatten. Onbevoegde personen, kinderen en dieren kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ont‐ staan.

Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand houden van het werkgebied. ► Kettingzaag niet zonder toezicht laten. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de ket‐ tingzaag kunnen spelen. ■ Elektrische componenten van de kettingzaag kunnen vonken veroorzaken. Vonken kunnen in licht ontvlambare of een explosieve omge‐ ving brand en explosies veroorzaken. Perso‐ nen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Niet werken in een licht ontvlambare en niet in een explosieve omgeving. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-791-9621-D 1054.5.2 Accu WAARSCHUWING

Niet-betrokken personen, kinderen en dieren kunnen de gevaren van de accu niet herken‐ nen en niet inschatten. Niet-betrokken perso‐ nen, kinderen en dieren kunnen ernstig letsel oplopen.

Houd niet-betrokken personen, kinderen en dieren ver uit de buurt. ► Laat de accu niet zonder toezicht staan. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de accu kunnen spelen. ■ De accu is niet tegen alle omgevingsinvloeden beschermd. Als de accu aan bepaalde omge‐ vingsinvloeden is blootgesteld, kan de accu in brand raken of exploderen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan. ► Bescherm de accu tegen hitte en vuur. ► Werp de accu niet in het vuur. ► De accu mag alleen bij temperaturen tussen ‑ 10 °C en + 50 °C worden gebruikt en opgeslagen. ► Dompel de accu niet in vloeistoffen. ► Houd de accu uit de buurt van metalen voorwerpen. ► Zet de accu niet onder hoge druk. ► Zet de accu niet in de magnetron. ► Bescherm de accu tegen chemicaliën en zout.

De kettingzaag verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De kettingzaag is niet beschadigd.

De kettingvanger is niet beschadigd.

De bedieningselementen werken en zijn niet gewijzigd.

De inloopsporen op het kettingtandwiel zijn niet dieper dan 0,5 mm.

Een in deze gebruiksaanwijzing aangegeven combinatie van zaagblad en zaagketting is gemonteerd.

Het zaagblad en de zaagketting zijn correct gemonteerd.

Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag is gemonteerd.

Het toebehoren is correct gemonteerd.

In een niet-veilige toestand kunnen onderde‐ len niet meer naar behoren functioneren en kunnen veiligheidsvoorzieningen buiten werk‐ ing worden gezet. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen.

Met een onbeschadigde kettingzaag wer‐ ken. ► Als de kettingzaag vuil is: kettingzaag reini‐ gen. ► Met een onbeschadigde kettingvanger wer‐ ken. ► Aan de kettingzaag geen wijzigingen aan‐ brengen. Uitzondering: montage van een in deze gebruiksaanwijzing aangegeven com‐ binatie van zaagblad en zaagketting.

Als de bedieningselementen niet functione‐ ren: Niet met de kettingzaag werken. ► Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag monteren. ► Zaagblad en zaagketting zo monteren als in deze gebruiksaanwijzing staat beschreven. ► Het toebehoren monteren zoals in deze gebruiksaanwijzing of in de gebruiksaanwij‐ zing van het toebehoren beschreven staat.

Geen voorwerpen in de openingen van de kettingzaag steken. ► Olietankdop sluiten. ► Versleten of beschadigde stickers vervan‐ gen. ► Als er onduidelijkheid bestaat: contact opnemen met een STIHL dealer.

Het zaagblad verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Het zaagblad is niet beschadigd.

Het zaagblad is niet vervormd.

De groef is zo diep als of dieper dan de mini‐ male groefdiepte, 19.3.

Er bevinden zich geen bramen op de randen van de groef.

De groef is niet versmald of verbreed. WAARSCHUWING

In een onveilige staat kan het zaagblad de zaagketting niet meer correct geleiden. De ronddraaiende zaagketting kan van het zaag‐ blad springen. Personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 106 0458-791-9621-D► Met een onbeschadigd zaagblad werken. ► Als de diepte van de groef kleiner is dan de minimale groefdiepte: zaagblad vervangen. ► Zaagblad wekelijks ontdoen van bramen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoe‐ ken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.

De zaagketting verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De zaagketting is niet beschadigd.

De slijtagemarkeringen op de zaagtanden zijn zichtbaar. WAARSCHUWING ■ In een niet-veilige staat kunnen componenten niet meer correct functioneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Per‐ sonen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

Met een onbeschadigde zaagketting wer‐ ken. ► Zaagketting correct aanscherpen/slijpen. ► Indien er onduidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.

De accu verkeert in een veilige toestand, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De accu is onbeschadigd.

De accu werkt en is ongewijzigd WAARSCHUWING

In een niet-veilige toestand kan de accu niet meer veilig werken. Personen kunnen ernstig letsel oplopen.

Werk met een onbeschadigde en functione‐ rende accu. ► Laad een beschadigde of defecte accu niet op. ► Als de accu vuil of nat is: reinig de accu en laat deze drogen. ► Wijzig de accu niet. ► Steek geen voorwerpen in de openingen van de accu. ► Sluit de elektrische contacten van de accu nooit op metalen voorwerpen aan en maak geen kortsluiting.

Open de accu niet. ► Vervang versleten of beschadigde waar‐ schuwingsstickers. ■ Uit een beschadigde accu kan vloeistof lek‐ ken. Als de vloeistof met de huid of de ogen in contact komt, kunnen de huid of de ogen geïr‐ riteerd raken.

Vermijd contact met de vloeistof. ► Als er contact met de huid heeft plaatsge‐ vonden: was de betreffende plekken van de huid met veel water en zeep.

Als er contact met de ogen heeft plaatsge‐ vonden: spoel de ogen minstens 15 minu‐ ten met veel water en raadpleeg een arts.

Een beschadigde of defecte accu kan vreemd ruiken, roken of branden. Personen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Als de accu vreemd ruikt of rookt: gebruik de accu niet en houd deze uit de buurt van brandbare stoffen.

Als de accu brandt: probeer de accu met een brandblusser of water te blussen.

WAARSCHUWING ■ Als er buiten het werkgebied geen personen binnen gehoorafstand aanwezig zijn, kan in geval van nood geen hulp worden gevraagd.

Zorg ervoor dat er personen op gehooraf‐ stand buiten het werkgebied aanwezig zijn. ■ De gebruiker kan in bepaalde omstandighe‐ den niet meer geconcentreerd werken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen, struikelen, vallen en ernstig letsel oplopen.

Werk rustig en doordacht. ► Als de lichtomstandigheden en het zicht slecht zijn: niet met de kettingzaag werken. ► Kettingzaag alleen bedienen. ► Niet boven schouderhoogte werken. ► Let op obstakels. ► Als in de boom wordt geklommen: een touwzekering gebruiken. ► Als de kettingzaag wordt gebruikt in combi‐ natie met een energievoorziening met aan‐ sluitkabel: een hoogwerker gebruiken.

Als er vermoeidheidsverschijnselen optre‐ den: las een pauze in. ■ Als in de boom wordt gewerkt, kan de ketting‐ zaag naar beneden vallen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Kettingzaag zekeren via het oog. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-791-9621-D 107■ Door de ronddraaiende zaagketting kan de gebruiker snijwonden oplopen. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.

De ronddraaiende zaagketting niet aanra‐ ken. ► Als de zaagketting door een voorwerp wordt geblokkeerd: Kettingzaag uitschake‐ len, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. Verwijder pas daarna het voorwerp dat de blokkade veroorzaakt.

De ronddraaiende zaagketting wordt warm en zet uit. Als de zaagketting niet voldoende wordt gesmeerd en nagespannen, kan de zaagketting van het zaagblad springen of bre‐ ken. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

Zaagkettingolie gebruiken. ► Tijdens de werkzaamheden regelmatig de spanning van de zaagketting controleren. Als de spanning van de zaagketting te laag is: de zaagketting spannen.

Als de werking van de kettingzaag zich tijdens de werkzaamheden wijzigt of deze zich onge‐ woon gedraagt, kan de kettingzaag in een onveilige staat verkeren. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De werkzaamheden beëindigen, de accu verwijderen en contact opnemen met een STIHL dealer.

Tijdens de werkzaamheden kunnen trillingen door de kettingzaag worden gevormd. ► Handschoenen dragen. ► Neem pauzes. ► Als er tekenen van een doorbloedingsstoor‐ nis optreden: raadpleeg een arts. ■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp kunnen vonken ontstaan. Vonken kunnen in een makkelijk brandbare omgeving brand veroorzaken. Per‐ sonen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplo‐ pen en er kan materiële schade ontstaan.

Werk niet in een makkelijk brandbare omgeving. ■ Als de schakelhendel wordt losgelaten, draait de zaagketting nog even door. De bewegende zaagketting kan snijwonden toebrengen aan personen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen.

Wacht tot de zaagketting niet meer draait. WAARSCHUWING

Als hout dat onder spanning staat wordt gezaagd, kan het zaagblad worden ingeklemd. De gebruiker kan de controle over de ketting‐ zaag verliezen en zwaar letsel oplopen.

Eerst een ontlastingszaagsnede (1) in de drukzijde (A) aanbrengen, vervolgens een kapzaagsnede (2) van boven, direct boven de eerste snede, in de trekzijde (B) aan‐ brengen. GEVAAR ■ Als in de buurt van spanningvoerende kabels wordt gewerkt kan de zaagketting in contact komen met de spanningvoerende kabels en deze beschadigen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.

Werk niet in de buurt van onder spanning staande leidingen.

Ongeoefende personen kunnen de gevaren bij het vellen niet inschatten. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Indien er onduidelijkheden bestaan: niet zelf vellen. ■ Tijdens het vellen kunnen te verwijderen delen van de boom en takken op personen of voor‐ werpen vallen. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.

Velrichting zo bepalen dat het gebied waarin het te verwijderen deel van de boom valt open/vrij is.

Buitenstaanders, kinderen en dieren buiten een afstand van een cirkel van 2,5 boom‐ lengtes om het werkgebied houden. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 108 0458-791-9621-D4.8 Reactiekrachten

0000-GXX-3112-A0 Een terugslag kan door de volgende oorzaken ontstaan:

De ronddraaiende zaagketting maakt met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus contact met een hard voorwerp en wordt snel afgeremd.

De ronddraaiende zaagketting is bij de zaag‐ bladneus ingeklemd. De kettingrem kan een terugslag niet voorko‐ men. WAARSCHUWING 0000-GXX-3214-A0

Als er terugslag ontstaat kan de kettingzaag in de richting van de gebruiker omhoog worden geslingerd. De gebruiker kan vooral door het concept van het handgreepsysteem met een korte afstand tussen de handgrepen, de con‐ trole over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel of zelfs dodelijk letsel oplopen. ► De kettingzaag met beide handen vasthouden. ► Het lichaam buiten het verlengde zwenkbe‐ reik van de kettingzaag houden. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. ► Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus werken. ► Met een correct aangescherpte/geslepen en correct gespannen zaagketting werken. ► Een terugslaggereduceerde zaagketting gebruiken. ► Een zaagblad met een kleine zaagbladneus gebruiken. ► Met vol gas zagen.

4.8.2 In het hout trekken

0000-GXX-1348-A0 Als met de onderzijde van het zaagblad wordt gewerkt, wordt de kettingzaag weggetrokken van de gebruiker. WAARSCHUWING ■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel wordt afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met grote kracht van de gebruiker weg worden getrokken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐ pen of zelfs worden gedood.

Houd de kettingzaag met beide handen vast. ► Ga te werk zoals in deze handleiding staat beschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐ den. ► De kam correct plaatsen. ► Zaag met vol gas. De kettingzaag is standaard uitgerust zonder kam. STIHL raadt aan de kam achteraf in te bou‐ wen bij werkzaamheden op ongevoelig hout en zo de kettingzaag veilig tegen het hout te plaat‐ sen.

0000-GXX-1349-A0 Als met de bovenzijde van het zaagblad wordt gewerkt, wordt de kettingzaag naar de gebruiker toe gestoten. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands

0458-791-9621-D 109WAARSCHUWING

■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel wordt afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met grote kracht naar de gebruiker toe worden gestoten. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐ pen of zelfs worden gedood.

De kettingzaag met beide handen vasthou‐ den. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐ den. ► Met vol gas zagen.

WAARSCHUWING ■ Tijdens het vervoer kan de kettingzaag kante‐ len of verschuiven. Personen kunnen letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan. ► Accu wegnemen. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.

Kettingzaag met spanbanden, riemen of een net dusdanig beveiligen, dat hij niet kan kantelen en niet kan bewegen.

De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐ den van buitenaf. Als de accu aan bepaalde invloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kan de accu worden beschadigd en kan er materi‐ ele schade ontstaan.

Een beschadigde accu niet vervoeren. ► De accu in een elektrisch niet geleidende verpakking vervoeren. ■ Tijdens het vervoer kan de accu omvallen of verschuiven. Personen kunnen letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.

De accu in de verpakking zo verpakken dat deze niet kan bewegen. ► De verpakking zo zekeren, dat deze niet kan verschuiven.

Kinderen kunnen de gevaren van de ketting‐ zaag niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen. ► Accu wegnemen. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.

De kettingzaag buiten het bereik van kinde‐ ren opslaan. ■ De elektrische contacten op de kettingzaag en metalen onderdelen kunnen door vocht corro‐ deren. De kettingzaag kan worden bescha‐ digd. ► Accu wegnemen. ► De kettingzaag schoon en droog opslaan.

Kinderen kunnen de gevaren van de accu niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen.

De accu buiten het bereik van kinderen opslaan. ■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐ den van buitenaf. Als de accu aan bepaalde invloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kan de accu worden beschadigd.

De accu schoon en droog opslaan. ► De accu in een gesloten ruimte opslaan. ► De accu apart van de kettingzaag en de acculader opslaan. ► De accu in een elektrisch niet geleidende verpakking opslaan. ► De accu bij temperaturen tussen de - 10 °C en + 50 °C opslaan.

4.11 Reiniging, onderhoud en repa‐

Als tijdens de reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden de accu in de ket‐ tingzaag wordt geplaatst, kan de kettingzaag Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 110 0458-791-9621-Donbedoeld worden ingeschakeld. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan mate‐ riële schade ontstaan. ► Accu verwijderen. ► Kettingrem inschakelen. ■ Agressieve reinigingsmiddelen, het reinigen met een waterstraal of puntige voorwerpen kunnen de kettingzaag, het zaagblad de zaag‐ ketting en de accu beschadigen. Als de ket‐ tingzaag, het zaagblad, de zaagketting of de accu niet op de juiste wijze werden gereinigd, kunnen componenten niet meer correct functi‐ oneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Personen kunnen ernstig letsel oplopen. ► Kettingzaag, zaagblad, zaagketting en accu zo reinigen als staat beschreven in deze handleiding.

Als de kettingzaag, het zaagblad, de zaagket‐ ting en de accu niet op de juiste wijze werden onderhouden of gerepareerd, kunnen compo‐ nenten niet meer correct functioneren en kun‐ nen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgescha‐ keld. Personen kunnen ernstig of dodelijk let‐ sel oplopen.

De kettingzaag en accu niet zelf onderhou‐ den of repareren. ► Als aan de kettingzaag of de accu onder‐ houds- of reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd: contact opnemen met een STIHL dealer.

Zaagblad en zaagketting zo onderhouden of repareren als in deze gebruiksaanwijzing staat beschreven.

Tijdens de reinigings- of onderhoudswerk‐ zaamheden aan de zaagketting kan de gebrui‐ ker letsel oplopen door de scherpe zaagtan‐ den. De gebruiker kan letsel oplopen.

Draag werkhandschoenen van slijtvast materiaal. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik

5.1 Kettingzaag klaarmaken voor

gebruik Telkens voor het begin van de werkzaamheden moeten de volgende handelingen worden uitge‐ voerd: ► Controleren of de volgende delen zich in de veilige staat bevinden:

► De accu volledig laden, zoals in de handlei‐ ding van de acculader STIHL AL 101, 300, 500 staat beschreven.

Zaagkettingolie bijvullen, 6.3.

Kettingsmering controleren, 10.6. ► Als deze handelingen niet kunnen worden uit‐ gevoerd: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. 6 Motorzaag completeren

De combinaties van zaagblad en zaagketting die bij het kettingtandwiel passen en daarmee gemonteerd mogen worden, staan aangegeven in de technische gegevens, 20. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen.

0000-GXX-3113-A1 ► Moer (2) losschroeven. ► Kettingtandwieldeksel (1) verwijderen.

0000-GXX-3114-A1 ► Spanbout (3) zo ver linksom draaien, tot de spanschuif (4) links tegen het huis ligt. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik Nederlands

0458-791-9621-D 1110000-GXX-2130-A0

► Zaagketting vervolgens in de groef van het zaagblad leggen, zodat de pijlen op de verbin‐ dingsschakels van de zaagketting aan de bovenzijde in de draairichting gericht zijn.

0000-GXX-3115-A1 ► Het zaagblad en de zaagketting zo op de ket‐ tingzaag plaatsen dat aan de volgende voor‐ waarden wordt voldaan:

De aandrijfschakels van de zaagketting val‐ len in de tanden van het kettingtandwiel (5).

De kop van de bout (6) valt in het sleufgat van het zaagblad (8).

De pen van de spanschuif (4) valt in het boorgat (7) van het zaagblad (8). De oriëntering (plaatsing) van het zaagblad (8) speelt geen rol. De opdruk op het zaagblad (8) kan ook ondersteboven staan. ► Kettingrem lossen.

0000-GXX-3202-A1 ► Spanbout (3) zolang rechtsom draaien, tot de zaagketting aansluit op het zaagblad. Hierbij de aandrijfschakels van de zaagketting in de groef van het zaagblad leiden. Het zaagblad (8) en de zaagketting liggen tegen de kettingzaag. ► Kettingtandwieldeksel (1) zo op de kettingzaag plaatsen, dat deze gelijkligt met de ketting‐ zaag. ► Moer (2) aanbrengen en vastdraaien.

6.1.2 Zaagblad en zaagketting uitbouwen

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Moer losdraaien. ► Kettingtandwieldeksel wegnemen. ► Spanbout tot aan de aanslag linksom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Zaagblad en zaagketting wegnemen.

6.2 Zaagketting spannen

Tijdens het gebruik rekt de zaagketting uit of trekt samen. De spanning van de zaagketting verandert. Tijdens de werkzaamheden moet de zaagkettingspanning regelmatig worden gecon‐ troleerd en moet deze zo nodig worden nage‐ spannen. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen.

0000-GXX-3203-A2 ► Moer (2) losdraaien. ► Kettingrem lossen. ► Zaagblad bij de neus optillen en de span‐ schroef (1) zo lang rechtsom of linksom draaien, tot aan de volgende voorwaarden is voldaan:

De afstand a in het midden van het zaag‐ blad bedraagt 1 mm tot 2 mm.

De zaagketting kan nog met twee vingers en met geringe krachtsinspanning over het zaagblad worden getrokken. ► Zaagblad bij de punt blijven optillen en moer (2) vastdraaien. ► Als de afstand a in het midden van het zaag‐ blad niet 1 mm tot 2 mm bedraagt: zaagketting opnieuw spannen.

6.3 Zaagkettingolie bijvullen

De zaagkettingolie zorgt voor de smering en de koeling van de ronddraaiende zaagketting. STIHL adviseert STIHL zaagkettingolie of een andere voor kettingzagen vrijgegeven zaagket‐ tingolie te gebruiken. ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. Nederlands 6 Motorzaag completeren 112 0458-791-9621-D► Motorzaag zo op een vlakke ondergrond plaat‐ sen dat de olietankdop naar boven is gericht. ► Het gebied rondom de olietankdop schoonma‐ ken met een vochtige doek. 0000-GXX-2930-A0 ► De beugel van de olietankdop opklappen. ► Olietankdop tot aan de aanslag linksom draaien. ► Olietankdop wegnemen. ► De zaagkettingolie zo bijvullen dat er geen zaagkettingolie wordt gemorst en de olietank niet tot aan de rand wordt gevuld. ► Als de beugel van de olietank is ingeklapt: de beugel opklappen.

► De olietankdop zo aanbrengen dat de marke‐ ring (1) naar de markering (2) is gericht. ► De olietankdop naar beneden drukken en tot aan de aanslag rechtsom draaien. De olietankdop klikt hoorbaar vast. De marke‐ ring (1) is naar de markering (3) gericht. ► Controleren of de olietankdop naar boven kan worden losgetrokken. ► Als de olietankdop niet naar boven kan wor‐ den losgetrokken: de beugel van de olietank‐ dop inklappen. De olietank is gesloten. Als de olietankdop naar boven kan worden los‐ getrokken, moeten de volgende stappen worden uitgevoerd: ► De olietankdop in een willekeurige positie aan‐ brengen.

► De olietankdop naar beneden drukken en tot aan de aanslag rechtsom draaien. ► De olietankdop naar beneden drukken en zolang linksom draaien tot de markering (1) naar de markering (2) is gericht. ► Opnieuw proberen de olietank te sluiten. ► Als de olietank nog steeds niet kan worden gesloten: niet met de kettingzaag werken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag verkeert niet in de veilige staat.

De kettingzaag is uitgerust met een kettingrem. De kettingrem wordt bij een voldoende sterke terugslag automatisch ingeschakeld door de massatraagheid van de handbeschermer of kan worden ingeschakeld door de gebruiker. 7 Kettingrem inschakelen en lossen Nederlands

0458-791-9621-D 1130000-GXX-6240-A0

► Handbeschermer met de linkerhand weg van de draagbeugel duwen. De handbeschermer klikt hoorbaar vast. De kettingrem is ingeschakeld.

7.2 Kettingrem lossen

0000-GXX-6241-A0 ► Handbeschermer met de linkerhand richting de gebruiker trekken. De handbeschermer klikt hoorbaar vast. De kettingrem is gelost. 8 Accu aanbrengen en weg‐ nemen

0000-GXX-6242-A1 ► Accu (1) tot aan de aanslag in de accu‐ schacht (2) drukken. De accu (1) klikt vast en is dan vergrendeld.

8.2 Accu verwijderen

► Kettingzaag op een vlakke ondergrond plaat‐ sen.

0000-GXX-6243-A1 ► Beide blokkeerhendels (1) indrukken. De accu (2) is ontgrendeld en kan worden ver‐ wijderd. 9 Motorzaag inschakelen en uitschakelen

9.1 Kettingzaag inschakelen

► Kettingzaag met de rechterhand op de bedie‐ ningshandgreep zo vasthouden dat de duim om de bedieningshandgreep valt. ► Kettingrem lossen. ► Kettingzaag met de linkerhand op de draag‐ beugel zo vasthouden dat de duim om de draagbeugel valt.

0000087078_002 ► Blokkeerknop (2) met de duim indrukken en ingedrukt houden. ► Schakelhendel (3) met de wijsvinger indrukken en ingedrukt houden. De kettingzaag loopt aan en de zaagketting draait. De blokkeerknop (2) kan worden losge‐ laten. Hoe verder de schakelhendel (3) is ingedrukt, des te sneller draait de zaagketting. Als de Ergo-hendel (1) is ingedrukt, blijft de schakelhendel (3) ontgrendeld. Hierdoor kan de schakelhendel worden losgelaten en weer wor‐ den ingedrukt, zonder dat de blokkeerknop opnieuw moet worden ingedrukt. Als de schakelhendel (3) en de Ergo-hendel (1) worden losgelaten, is de schakelhendel (3) geblokkeerd. De blokkeerknop (2) moet opnieuw worden ingedrukt en vastgehouden, om de scha‐ kelhendel (3) te deblokkeren. Nederlands 8 Accu aanbrengen en wegnemen 114 0458-791-9621-D9.2 Kettingzaag uitschakelen ► Schakelhendel loslaten. De zaagketting draait niet meer. ► Als de zaagketting verder draait: de kettingrem inschakelen, accu wegnemen en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag is defect. 10 Kettingzaag en accu con‐ troleren

10.1 Kettingtandwiel controleren

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingtandwieldeksel uitbouwen. ► Zaagblad en zaagketting uitbouwen.

0000-GXX-1216-A0 ► Inloopsporen op het kettingtandwiel controle‐ ren met behulp van een STIHL kaliber. ► Als de inloopsporen dieper zijn dan a = 0,5 mm: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. Het kettingtandwiel moet worden vervangen.

10.2 Zaagblad controleren

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Zaagketting en zaagblad uitbouwen. 0000-GXX-1217-A0 ► De groefdiepte van het zaagblad meten met behulp van het meetkaliber van het STIHL vij‐ lkaliber. ► Zaagblad vervangen, als aan een van de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:

Het zaagblad is beschadigd.

De gemeten groefdiepte is kleiner dan de minimale groefdiepte van het zaagblad,

De groef van het zaagblad is versmald of verbreed. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.

10.3 Zaagketting controleren

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen.

► De hoogte van de dieptebegrenzer (1) meten met behulp van het STIHL vijlkaliber (2). Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als een dieptebegrenzer (1) boven het vijlkali‐ ber (2) uitsteekt: dieptebegrenzer (1) afvijlen,

► Controleren of de slijtagemarkeringen (1 tot 4) op de zaagtanden zichtbaar zijn. ► Als één van de slijtagemarkeringen op een zaagtand niet zichtbaar is: de zaagketting niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. ► Met behulp van een STIHL vijlkaliber controle‐ ren of de aanscherphoek van de zaagtanden van 30° is aangehouden. Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als de aanscherphoek van 30° niet werd aan‐ gehouden: de zaagketting aanscherpen/slij‐ pen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler. 10 Kettingzaag en accu controleren Nederlands 0458-791-9621-D 11510.4 Kettingrem controleren ► Kettingzaag inschakelen. ► Kettingrem inschakelen. Als de zaagketting onmiddellijk stilstaat, func‐ tioneert de kettingrem. ► Als de zaagketting niet onmiddellijk stilstaat: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingrem is defect.

10.5 Bedieningselementen controle‐

ren Blokkeerknop, Ergo-hendel en schakelhendel ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Probeer de schakelhendel in te drukken zon‐ der de blokkeerknop in te drukken. ► Als de schakelhendel kan worden ingedrukt: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De blokkeerknop is defect. ► Blokkeerknop indrukken en ingedrukt houden. ► Ergo-hendel indrukken en ingedrukt houden. ► Schakelhendel indrukken. De blokkeerknop kan worden losgelaten. ► Schakelhendel en Ergo-hendel loslaten. ► Als de blokkeerknop, de Ergo-hendel of de schakelhendel moeilijk bewegen of niet terug‐ veren in de uitgangsstand: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De blokkeerknop, de Ergo-hendel of de scha‐ kelhendel zijn defect. Kettingzaag inschakelen ► De accu plaatsen. ► Kettingrem lossen. ► Blokkeerknop indrukken en ingedrukt houden. ► Schakelhendel indrukken en ingedrukt hou‐ den. De zaagketting draait. ► Als er 3 leds rood knipperen: accu verwijderen en contact opnemen met een STIHL dealer. In de kettingzaag zit een storing. ► Schakelhendel loslaten. De zaagketting draait niet meer. ► Als de zaagketting blijft draaien: de kettingrem inschakelen, accu wegnemen en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag is defect.

10.6 Kettingsmering controleren

► Accu aanbrengen. ► Kettingrem lossen. ► Zaagblad op een lichtgekleurd oppervlak rich‐ ten. ► Kettingzaag inschakelen. Zaagkettingolie wordt weggeslingerd en is her‐ kenbaar op het lichtgekleurde oppervlak. De kettingsmering functioneert. ► Als er geen weggeslingerde zaagkettingolie zichtbaar is: ► Zaagkettingolie bijvullen. ► Kettingsmering opnieuw controleren. ► Als er nog steeds geen zaagkettingolie op het lichtgekleurde oppervlak zichtbaar is: de kettingzaag niet gebruiken en contact opne‐ men met een STIHL dealer. De kettingsme‐ ring is defect.

10.7 Accu controleren/testen

► Druktoets op de accu indrukken. De leds branden of knipperen. ► Als de leds niet branden of knipperen: accu niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. In de accu zit een storing. 11 Met de motorzaag werken

11.1 Kettingzaag vasthouden en

bedienen 0000-GXX-3209-A1 ► Kettingzaag zo met de linkerhand op de draagbeugel en de rechterhand op de bedie‐ ningshandgreep vasthouden en bedienen, dat de duim van de linkerhand om de draagbeugel en de duim van de rechterhand om de bedie‐ ningshandgreep valt. Nederlands 11 Met de motorzaag werken

116 0458-791-9621-DWAARSCHUWING

■ Als de kettingzaag met één hand wordt bediend, is het risico op een terugslag ver‐ hoogd. Als er terugslag ontstaat, kan de ket‐ tingzaag in de richting van de gebruiker omh‐ oog worden geslingerd. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplopen of zelfs worden gedood.

Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus werken. ► Met de andere hand niet de tak vasthouden die moet worden afgezaagd. ► Vallende takken niet vasthouden. De kettingzaag mag met één hand worden gebruikt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Bediening van de kettingzaag met beide han‐ den is niet mogelijk.

De veilige werkpositie moet met één hand worden gewaarborgd.

De kettingzaag kan ook met één hand stevig worden vastgehouden.

Alle lichaamsdelen bevinden zich buiten het verlengde zwenkbereik van de kettingzaag.

WAARSCHUWING ■ Als er een terugslag optreedt kan de ketting‐ zaag naar boven in de richting van de gebrui‐ ker worden geslingerd. De gebruiker kan ern‐ stig of dodelijk letsel oplopen.

Zaag met vol gas. ► Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus zagen. ► Zaagblad met vol gas zo in de zaagsnede geleiden dat het zaagblad niet scheef wordt gedrukt. 0000-GXX-3210-A1 ► Kam tegen het hout plaatsen en als draaipunt gebruiken. ► Zaagblad volledig zo door het hout geleiden, dat de kam altijd weer opnieuw tegen het hout wordt geplaatst. ► Aan het einde van de zaagsnede het gewicht van de kettingzaag opvangen. De kettingzaag is standaard uitgerust zonder kam. STIHL raadt aan de kam achteraf in te bou‐ wen bij werkzaamheden op ongevoelig hout en zo de kettingzaag veilig tegen het hout te plaat‐ sen.

► Zaagblad met vol gas met een hefboombewe‐ ging tegen de tak drukken.

► Eerst een ontlastingszaagsnede (1) in de drukzijde (A) aanbrengen, vervolgens een kapzaagsnede (2) van boven, direct boven de eerste snede, in de trekzijde (B) aanbrengen. ► Maak de laatste zaagsnede (3) dicht bij de stam zonder de schors te beschadigen.

11.4.1 Basisbeginselen voor de velsnede

0000-GXX-A332-A0 A Valkerf De valkerf bepaalt de velrichting. B Breuklijst De breuklijst geleidt het te verwijderen deel als een scharnier naar de grond. De breuklijst is 1/10 van de stamdiameter breed. C Velsnede Door middel van de velsnede wordt de stam doorgezaagd.

11.4.2 Valkerf inzagen

De valkerf bepaalt de richting waarin het te ver‐ wijderen deel van de boom valt. De nationale 11 Met de motorzaag werken Nederlands 0458-791-9621-D 117richtlijnen voor het aanbrengen van de valkerf moeten worden aangehouden. 90° 0000-GXX-A334-A0 ► Kettingzaag zo uitlijnen dat de valkerf haaks ten opzichte van de velrichting is. ► Horizontale zoolzaagsnede inzagen. ► De schuine daksnede in een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale zoolzaagsnede inzagen.

11.4.3 Velsnede uitvoeren

0000-GXX-A336-A0 ► Horizontale velsnede zo uitvoeren dat de breuklijst behouden blijft. ► Waarschuwing roepen. ► Het te verwijderen deel van de boom via de breuklijst naar beneden kantelen. Het te verwijderen deel van de boom valt. 12 Na de werkzaamheden

12.1 Na de werkzaamheden

► Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inscha‐ kelen en accu eruit nemen. ► Als de kettingzaag nat is: De kettingzaag laten drogen. ► Als de accu nat is: De accu laten drogen. ► Kettingzaag reinigen. ► Zaagblad en zaagketting reinigen. ► Moer op het kettingtandwieldeksel losdraaien. ► Spanbout 2 slagen linksom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Moer vastdraaien. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. ► De accu reinigen. 13 Vervoeren

13.1 Kettingzaag vervoeren

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► De kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. Kettingzaag dragen ► Kettingzaag met de rechterhand zo op de draagbeugel dragen dat het zaagblad naar achteren is gericht. Kettingzaag in een voertuig vervoeren ► De kettingzaag zo borgen dat deze niet kan kantelen en verschuiven. Kettingzaag aan het oog vervoeren 0000-GXX-4444-A0

► Kettingzaag met het oog (1) aan de gordel of aan een touw vervoeren.

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Controleren of de accu in een veilige, goede staat verkeert. ► Accu zo verpakken dat aan de volgende voor‐ waarden wordt voldaan:

De verpakking is niet elektrisch geleidend.

De accu kan in de verpakking niet schuiven. ► De verpakking zo zekeren, dat deze niet kan verschuiven. De accu valt onder de eisen die worden gesteld aan het transport van gevaarlijke goederen. De accu is als UN 3480 (lithium-ionen-accu's) geclassificeerd en werd conform het UN hand‐ boek Prüfungen und Kriterien Teil III (Tests en criteria deel III), sub 38.3, gecontroleerd/getest. De transportvoorschriften zijn onder www.stihl.com/safety-data-sheets weergegeven. 14 Opslaan

14.1 Kettingzaag opslaan

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. Nederlands 12 Na de werkzaamheden 118 0458-791-9621-D► De kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. ► Berg de kettingzaag zo op dat aan de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:

De kettingzaag bevindt zich buiten het bereik van kinderen.

De kettingzaag is schoon en droog. ► Indien de kettingzaag langer dan 30 dagen wordt opgeborgen: zaagblad en zaagketting demonteren.

STIHL adviseert, de accu bij een laadtoestand tussen 40 % en 60 % (2 groen brandende leds) op te slaan. ► De accu zo opslaan dat aan de volgende voor‐ waarden wordt voldaan:

De accu bevindt zich buiten het bereik van kinderen.

De accu bevindt zich in een gesloten ruimte.

De accu is losgekoppeld van de kettingzaag en de acculader.

De accu zit in een elektrisch niet geleidende verpakking.

De accutemperatuur ligt tussen de ‑ 10 °C en + 50 °C. 15 Reinigen

15.1 Kettingzaag reinigen

► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Kettingzaag met een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► De ventilatiesleuven met een kwast reinigen. ► Kettingtandwieldeksel uitbouwen. ► Gebied rondom het kettingtandwiel met een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel reini‐ gen. ► Vreemde voorwerpen uit de accuschacht ver‐ wijderen en de accuschacht met een vochtige doek reinigen. ► Elektrische contacten in de accuschacht met een kwast of een zachte borstel reinigen. ► Kettingtandwieldeksel monteren.

15.2 Zaagblad en zaagketting reini‐

gen ► Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschake‐ len en accu eruit nemen. ► Zaagblad en zaagketting uitbouwen.

0000-GXX-3212-A1 ► Olie-uitstroomkanaal (1), olietoevoerboring (2) en moer (3) met een kwast, een zachte borstel of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► Zaagketting met een kwast, een zachte borstel of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► Zaagblad en zaagketting monteren.

► De accu met een vochtige doek reinigen. 16 Onderhoud

16.1 Onderhoudsintervallen

Onderhoudsintervallen zijn afhankelijk van de omgevings- en werkomstandigheden. STIHL adviseert de volgende onderhoudsinter‐ vallen: Kettingrem ► De kettingrem met de volgende intervallen door een STIHL dealer laten onderhouden:

Continu gebruik: elk kwartaal

Periodiek gebruik: halfjaarlijks

Incidenteel gebruik: jaarlijks Wekelijks ► Kettingtandwiel controleren. ► Zaagblad controleren en ontbramen. ► Zaagketting controleren en aanscherpen/slij‐ pen. Maandelijks ► Olietank door een STIHL dealer laten reinigen.

16.2 Bramen verwijderen van zaag‐

blad Aan de buitenzijde van het zaagblad kan een braam worden gevormd. ► Braam met behulp van een platte vijl of een STIHL zaagbladrichter verwijderen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.

16.3 Zaagketting slijpen

Het vraagt veel oefening zaagkettingen correct aan te scherpen/slijpen. 15 Reinigen Nederlands 0458-791-9621-D 119STIHL vijlen, STIHL vijlhouders, STIHL slijpappa‐ raten en de brochure "STIHL zaagkettingen aan‐ scherpen/slijpen" helpen om de zaagketting cor‐ rect aan te scherpen/slijpen. De brochure is via www.stihl.com/sharpening-brochure beschik‐ baar. STIHL adviseert de zaagkettingen door een STIHL dealer te laten aanscherpen/slijpen. WAARSCHUWING ■ De zaagtanden van de zaagketting zijn scherp. De gebruiker kan zich verwonden. ► Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. 0000-GXX-1219-A0 ► Elke zaagtand met behulp van een ronde vijl zo vijlen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De ronde vijl past bij de steek van de zaag‐ ketting.

De ronde vijl wordt van binnen naar buiten geleid.

De ronde vijl wordt haaks ten opzichte van het zaagblad gehouden.

De aanscherphoek van 30° wordt aange‐ houden. 0000-GXX-1220-A1 ► Dieptebegrenzer met behulp van een vlakke vijl zo vijlen dat deze gelijkligt met het STIHL vijlkaliber en evenwijdig aan de slijtage‐ markering. Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als er onduidelijkheden zijn: contact opnemen met een STIHL dealer. 17 Repareren

17.1 Kettingzaag en accu repareren

De gebruiker kan de kettingzaag, het zaagblad, de zaagketting en de accu niet zelf repareren. ► Als de kettingzaag, het zaagblad of de zaag‐ ketting zijn beschadigd: de kettingzaag, het zaagblad of de zaagketting niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. ► Als de accu defect of beschadigd is: de accu vervangen. 18 Storingen opheffen

18.1 Storingen in de kettingzaag of de accu opheffen

Storing Leds op de accu Oorzaak Oplossing De kettingzaag loopt bij het inschakelen niet aan. 1 led knippert groen. De laadtoestand van de accu is te laag. ► De accu volledig laden, zoals in de gebruiksaanwijzing van de acculader STIHL AL 101, 300, 500 staat beschre‐ ven. 1 led brandt rood. De accu is te warm of te koud. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Laat de accu afkoelen of opwarmen. 3 leds knippe‐ ren rood. In de kettingzaag zit een storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Elektrische contacten in de accuschacht reinigen. ► De accu plaatsen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingzaag inschakelen. ► Als er nog steeds 3 leds rood knipperen: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. Nederlands 17 Repareren 120 0458-791-9621-DStoring Leds op de accu Oorzaak Oplossing 3 leds branden rood. De kettingzaag is te warm. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► De kettingzaag laten afkoelen. 4 leds knippe‐ ren rood. In de accu bevindt zich een storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen en opnieuw aanbrengen. ► Kettingrem lossen. ► Kettingzaag inschakelen. ► Als er nog steeds 4 leds rood knipperen: de accu niet gebruiken en contact opne‐ men met een STIHL dealer. De elektrische aans‐ luiting tussen de ket‐ tingzaag en de accu is onderbroken. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► Elektrische contacten in de accuschacht reinigen. ► De accu plaatsen. De kettingzaag of de accu zijn vochtig. ► De kettingzaag of accu laten drogen. De kettingzaag schakelt tijdens het gebruik uit. 3 leds branden rood. De kettingzaag is te warm. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. ► De kettingzaag laten afkoelen. Er is sprake van een elektrische storing. ► Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen en opnieuw aanbrengen. ► Kettingzaag inschakelen. De werktijd van de kettingzaag is te kort. De accu is niet volle‐ dig geladen. ► De accu volledig laden, zoals in de gebruiksaanwijzing van de acculader STIHL AL 101, 300, 500 staat beschre‐ ven. De levensduur van de accu is overschreden. ► Vervang de accu. Bij het zaagge‐ bied wordt rook gevormd of is een brandlucht aanwezig. De zaagketting is niet correct aangescherpt/ geslepen. Zaagketting correct aanscherpen/slijpen. In de olietank zit te weinig zaagkettingo‐ lie. Zaagkettingolie bijvullen. De kettingsmering geeft te weinig zaag‐ kettingolie af. De kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De zaagketting is te strak gespannen. Zaagketting correct spannen. De kettingzaag wordt niet correct gebruikt. De werking laten toelichten en oefenen. 19 Technische gegevens

Vrijgegeven accu: STIHL AP

Gewicht zonder accu, zaagblad en zaagket‐ ting: 2,1 kg

Elektrische beschermklasse: IPX4 (bescher‐ ming tegen spatwater van alle zijden) De looptijd kan op www.stihl.com/battery-life worden bekeken.

19.2 Kettingtandwielen en ketting‐

snelheden De volgende kettingtandwielen kunnen worden gemonteerd: 10-tands voor 1/4" P

Maximale kettingsnelheid: 16,1 m/s 19 Technische gegevens Nederlands 0458-791-9621-D 12119.3 Minimale groefdiepte van de zaagbladen De minimale groefdiepte hangt af van de steek van het zaagblad.

Capaciteit in Ah: zie typeplaatje

Aantal ampère-uren in Wh: zie typeplaatje

Gewicht in kg: zie typeplaatje

Toelaatbaar temperatuurbereik voor gebruik en opslag: - 10 °C tot + 50 °C

19.5 Geluids- en trillingswaarden

STIHL adviseert een gehoorbeschermer te dra‐ gen.

gemeten volgens EN ISO 22868: 83 dB(A). De K-waarde voor het geluiddrukniveau bedraagt 2 dB(A).

gemeten volgens EN ISO 22868: 94 dB(A). De K-waarde voor het geluidvermogensniveau bedraagt 2 dB(A).

gemeten volgens EN ISO 22867:

Bedieningshandgreep: 2,2 m/s². De K- waarde voor de trillingswaarde bedraagt 2 m/s².

Draagbeugel: 2,1 m/s². De K-waarde voor de trillingswaarde bedraagt 2 m/s². De gegeven trillingswaarden zijn volgens een genormeerde testprocedure gemeten en kunnen worden geraadpleegd voor de vergelijking van elektrische apparaten. De werkelijk optredende trillingswaarden kunnen afwijken van de ver‐ melde gegevens, afhankelijk van het gebruik. De opgegeven trillingswaarden kunnen worden gebruikt voor een eerste inschatting van de tril‐ lingsbelasting. De werkelijke trillingsbelasting moet worden geschat. Hierbij kan ook rekening worden gehouden met de tijden waarin het elek‐ trische apparaat is uitgeschakeld en die waarin dit weliswaar is ingeschakeld, maar zonder belasting draait.

REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemica‐ liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH-voorschrift is onder www.stihl.com/reach weergegeven. 20 Combinaties van zaagbladen en zaagkettingen

20.1 Kettingzaag STIHL MSA 161 T

Steek Dikte aand‐ rijfschakel/ groefbreedte Lengte Zaagblad Aantal tan‐ den neu‐ standwiel Aantal aand‐ rijfschakels Zaagketting 1/4“ P 1,1 mm 25 cm Rollomatic E Mini 8

71 PM3 (type 3670) 30 cm 65 De zaaglengte van een zaagblad is afhankelijk van de gebruikte kettingzaag en de zaagketting. De werkelijke zaaglengte van een zaagblad kan kleiner zijn dan de aangegeven lengte. 21 Onderdelen en toebehoren

21.1 Onderdelen en toebehoren

Deze symbolen kenmerken de origi‐ nele STIHL onderdelen en het originele STIHL toebehoren. STIHL adviseert alleen originele STIHL onderde‐ len en origineel STIHL toebehoren te gebruiken. Reserveonderdelen en toebehoren van andere fabrikanten kunnen door STIHL wat betreft betrouwbaarheid, veiligheid en geschiktheid ondanks continue marktobservatie niet worden beoordeeld en STIHL kan ook niet borg staan voor het gebruik ervan. Originele STIHL onderdelen en origineel STIHL toebehoren zijn leverbaar via de STIHL dealer. 22 Milieuverantwoord afvoe‐ ren

22.1 Kettingzaag en accu afvoeren

Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer. Nederlands 20 Combinaties van zaagbladen en zaagkettingen 122 0458-791-9621-DEen onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu. ► De STIHL producten inclusief de verpakking volgens de plaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleve‐ ren. ► Niet bij het huisvuil afvoeren. 23 EU-conformiteitsverklaring

23.1 Kettingzaag STIHL MSA 161 T

ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstraße 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat

Constructie: Accukettingzaag

serie-identificatie: 1252 voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende ver‐ sies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN 55014‑1, EN 55014‑2, EN 60745‑1 en EN 11681‑2 (voorzover van toe‐ passing). De EG-typegoedkeuring werd uitgevoerd aan de hand van de richtlijn 2006/42/EG, art. 12.3(b) door: VDE Prüf- u. Zertifizierungsinstitut (keu‐ rings- en certificeringsinstituut) (NB 0366), Meri‐ anstraße 28, 63069 Offenbach, Duitsland

Certificeringsnummer: 40037960 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de richtlijn 2000/14/EG, bijlage V.

Gewaarborgd geluidsniveau: 96 dB(A) De technische documentatie wordt bij de pro‐ ductgoedkeuring van ANDREAS STIHL AG & Co. KG bewaard. Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op de ketting‐ zaag. Waiblingen, 3-2-2020 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann, hoofd van de afdeling pro‐ ductgoedkeuring, -regelgeving 24 UKCA-conformiteitsverkla‐ ring

24.1 Kettingzaag STIHL MSA 161 T

ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstraße 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat

Constructie: Accukettingzaag

serie-identificatie: 1252 voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electro‐ magnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equi‐ pment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de ten tijde van de pro‐ ductiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN 55014‑1, EN 55014‑2, EN 60745‑1 en EN 11681‑2 (voor zover van toepassing). De typegoedkeuring is uitgevoerd door: Intertek Testing & Certification Ltd, Academy Place, 1 – 9 Brook Street, Brentwood Essex, CM14 5NQ, Verenigd Koninkrijk

Certificeringsnummer: ITS UK MCR 38 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐ deld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8.

Gewaarborgd geluidsniveau: 96 dB(A) De technische documentatie wordt bij ANDREAS STIHL AG & Co. KG bewaard. 23 EU-conformiteitsverklaring Nederlands 0458-791-9621-D 123Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op de ketting‐ zaag. Waiblingen, 31-3-2022 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann, hoofd van de afdeling pro‐ ductgoedkeuring, -regelgeving 25 Algemene veiligheidswaar‐ schuwingen voor elektri‐ sche gereedschappen

In dit hoofdstuk staan de algemene veiligheidsin‐ structies volgens de norm EN/IEC 62841 voor handgeleide, door een elektromotor aangedre‐ ven gereedschappen. STIHL moet deze teksten afdrukken. De onder "Elektrische veiligheid" beschreven vei‐ ligheidsinstructies ter voorkoming van elektrische schokken gelden niet voor de STIHL accupro‐ ducten. WAARSCHUWING ■ Lees alle veiligheidsinstructies, voorschriften, illustraties en technische gegevens, waarvan dit elektrische gereedschap is voorzien. Als de hierna volgende instructies niet worden opge‐ volgd, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle veilig‐ heidsaanwijzingen en voorschriften voor toe‐ komstig gebruik. Het in de veiligheidsaanwijzingen gebruikte begrip 'elektrisch gereedschap' heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor aansluiting op het lichtnet (met netkabel) of op elektrisch gereedschap dat als energiebron een accu heeft (zonder netkabel).

25.2 Veiligheid op de werkplek

Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelig of onverlicht werkge‐ bied kan leiden tot ongevallen.

Niet met elektrisch gereedschap werken in een omgeving waar explosiegevaar bestaat en waarin zich brandbare vloeistoffen, gas‐ sen of stoffen bevinden. Elektrisch gereed‐ schap genereert vonken die stof of dampen tot ontsteking kunnen brengen.

Houd kinderen en andere personen tijdens het werken met elektrisch gereedschap op afstand. Als de aandacht wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektrische gereed‐ schap verliezen.

De aansluitsteker van het elektrische gereedschap moet in de contactdoos pas‐ sen. Aan de steker mogen op geen enkele wijze wijzigingen worden aangebracht. Gebruik geen verloopstekers in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Onge‐ wijzigde stekers en passende contactdozen beperken het risico op een elektrische schok.

Voorkom lichaamscontact met geaarde oppervlakken, zoals bijvoorbeeld buizen, ver‐ warmingen, fornuizen en koelkasten. Er is een hoger risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.

Bescherm elektrisch gereedschap tegen regen of vocht. Het binnendringen van water/ vocht in elektrisch gereedschap verhoogt de kans op een elektrische schok.

Gebruik de netkabel niet voor andere doel‐ einden. Gebruik de netkabel nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trek‐ ken of om de stekker uit het stopcontact te trekken. De netkabel uit de buurt houden van hittebronnen, olie, scherpe randen of bewe‐ gende onderdelen. Beschadigde of in de war geraakte aansluitkabels verhogen de kans op een elektrische schok.

Bij het in de open lucht werken met elek‐ trisch gereedschap, alleen verlengkabels gebruiken die geschikt zijn voor gebruik bui‐ tenshuis. Het gebruik van voor buiten geschikte verlengkabels beperkt het risico op een elektrische schok.

Als werken met elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, maak dan gebruik van een aardlekschake‐ laar. Het gebruik van een aardlekschakelaar verkleint de kans op een elektrische schok.

25.4 Veiligheid van personen

Wees alert, let goed op wat u doet en ga met overleg te werk bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch Nederlands 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 124 0458-791-9621-Dgereedschap als u moe of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen bent. Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.

Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmas‐ ker, werkschoenen met stroeve zool, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert de kans op letsel.

Voorkom het per ongeluk inschakelen. Con‐ troleer of het elektrische gereedschap is uit‐ geschakeld voordat de steker in de contact‐ doos wordt gestoken en/of de accu wordt aangesloten, het gereedschap wordt opge‐ pakt of gedragen. Als bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar ligt of als het elektrisch gereed‐ schap ingeschakeld op het lichtnet wordt aangesloten, kan dit leiden tot ongevallen.

Afstelgereedschap of schroefsleutels verwij‐ deren voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Afstelgereedschap of een sleutel dat/die in een draaiend deel van het elektrische gereedschap zit, kan leiden tot letsel.

Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele houding en bewaar altijd het evenwicht. Hierdoor kan het elektri‐ sche gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle worden gehouden.

Geschikte kleding dragen. Draag geen los‐ hangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden of lange haren kunnen blijven haken aan bewe‐ gende delen.

Als er een stofafzuig- en -opvanginrichting moet worden gemonteerd, moeten deze wor‐ den aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiginrichting beperkt het gevaar door stof.

Wees alert, voorkom een vals gevoel van veiligheid en lap de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap niet aan uw laars, ook als u na veelvuldig gebruik volledig ver‐ trouwd bent met elektrisch gereedschap. Achteloos handelen kan binnen een fractie van een seconde tot zwaar letsel leiden.

25.5 Gebruik en behandeling van

het elektrische gereedschap

Het elektrische gereedschap niet overbelas‐ ten. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aange‐ geven capaciteitsbereik.

Geen elektrisch gereedschap gebruiken waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.

Trek de steker uit de contactdoos en/of ver‐ wijder de uitneembare accu alvorens afstel‐ werkzaamheden uit te voeren, toebehoren te vervangen of het apparaat op te bergen. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt het onbedoeld aanlopen van het elektrische gereedschap.

Niet-gebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen opbergen. Elektrisch gereedschap niet laten gebruiken door per‐ sonen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elek‐ trisch gereedschap is gevaarlijk als dit door onervaren personen wordt gebruikt.

Elektrisch gereedschap en toebehoren zorg‐ vuldig onderhouden. Controleer of de bewe‐ gende delen correct functioneren en dat deze niet klemmen, gebroken of beschadigd zijn omdat hierdoor de werking van het elek‐ trische gereedschap nadelig wordt beïn‐ vloed. Beschadigde onderdelen voor het gebruik van het elektrische gereedschap laten repareren. Vele ongevallen zijn te wij‐ ten aan slecht onderhouden elektrisch gereedschap.

De messen scherp en schoon houden. Zorg‐ vuldig geslepen messen met scherpe snij‐ kanten klemmen minder snel en zijn gemak‐ kelijker te hanteren.

Elektrisch gereedschap, toebehoren, wissel‐ gereedschap enz. volgens deze instructies gebruiken. Hierbij op de arbeidsomstandig‐ heden en de uit te voeren werkzaamheden letten. Het gebruik van elektrisch gereed‐ schap voor andere dan de bedoelde toepas‐ singen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

Houd de handgrepen en handgreepvlakken, schoon en olie- en vetvrij. Gladde handgre‐ pen en handgreepvlakken staan een veilige bediening en controle over het elektrische 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen Nederlands 0458-791-9621-D 125gereedschap in onvoorziene situaties in de weg.

25.6 Gebruik en behandeling van

Laad de accu’s alleen met acculaders die door de fabrikant worden geadviseerd. Met een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu is er kans op brandgevaar als deze wordt gebruikt voor een ander type accu.

Gebruik alleen de daarvoor bedoelde accu’s in de elektrische gereedschappen. Het gebruik van andere accu’s kan leiden tot let‐ sel en brandgevaar.

De niet-gebruikte accu uit de buurt houden van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwer‐ pen waarmee de contacten kunnen worden overbrugd. Kortsluiting tussen de accucon‐ tacten kan leiden tot brandwonden of brand.

Bij verkeerd gebruik kan accuvloeistof uit de accu weglekken. Contact hiermee voorko‐ men. Bij toevallig contact, met water afspoe‐ len. Als de accuvloeistof in de ogen komt bovendien een arts raadplegen. Weglek‐ kende accuvloeistof kan leiden tot huidirrita‐ ties of brandwonden.

Gebruik geen beschadigde accu's of accu's waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen zich onvoorspelbaar gedragen en leiden tot kans op explosie of letsel.

Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Vuur of temperaturen boven de 130 °C (265 °F) kunnen leiden tot explo‐ sies.

Volg alle instructies met betrekking tot het laden op en laad de accu of het accugereed‐ schap nooit op buiten het in de handleiding genoemde temperatuurbereik. Verkeerd laden of laden buiten het vrijgegeven tempe‐ ratuurbereik kan de accu beschadigen en kans op brand verhogen.

Laat elektrisch gereedschap alleen repare‐ ren door gekwalificeerd en vakkundig perso‐ neel en alleen met originele vervangingson‐ derdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrische apparaat behouden blijft.

Voer geen onderhoudswerkzaamheden uit aan beschadigde accu's. Al het onderhoud aan accu's mag alleen door de fabrikant of een hiertoe gemachtigd bedrijf worden uitge‐ voerd. Nederlands 25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 126 0458-791-9621-D25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen Nederlands 0458-791-9621-D 127www.stihl.com *04587919621D* *04587919621D* 0458-791-9621-D 0458-791-9621-D