METABO KS 305 Plus - Zaag

KS 305 Plus - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KS 305 Plus METABO in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice METABO KS 305 Plus - page 4
Bekijk de handleiding : Français FR Italiano IT Nederlands NL Slovenščina SL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METABO

Model : KS 305 Plus

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KS 305 Plus - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KS 305 Plus van het merk METABO.

GEBRUIKSAANWIJZING KS 305 Plus METABO

1. Overzicht van de zaag (levering)

1 Handgreep 2 Handgreep 3 Zaagbladblokkering 4 Spanenafzuigstuk 5 Transportvergrendeling 6 Vastzethefboom voor inclinatie- instelling 7 Grendelhefboom voor inclinatie- instelling 8 verschuifbare opzetstukken van

e werktuigaanslag 9 Opname voor werkstukklemme- chanisme 10 Opname voor lengteaanslag (ac cessoires) 11 Tafelverbreding 12 Werkstukspanvoorziening 13 Spanenzak 14 Afzuigadapter 15 Zaagkop 16 Zwenkbare beschermkap 17 Koolborstels 18 Motor 19 Aansluitsokkel voor werklamp (accesso ires) 20 Stelschroef voor draaitafel 21 Blokkeerhendel voor draaitafel 22 Tafelinlegprofiel 23 Grendelknop voor tafelverbre- ding 24 Draaitafel 25 Tafel 26 Vaste werkstukaanslag 27 Werktuigdepot met inbussleutels (6 mm en 2,5 mm) 28 Pasvormlaser 29 Aan-/uit-schakelaar van de zaag 30 Veiligheidsvergrendeling 31 Aan-/ Uit-schakelaar voor snijdla- ser Toesteldocumenten – Originele handleiding – Lijst van reserveonderdelen I_0017nl2A.fm 20.1.15 Origineel gebruikaanwijzingNEDERLANDS

1. Overzicht van de zaag

(levering).................................. 4

2. Lees deze tekst voor u

3.1 Voorgeschreven gebruik van

het systeem ................................5

3.3 Symbolen op het apparaat..........7

3.4 Veiligheidsvoorzieningen............7

6.2 Werkstukspaninrichting

7.1 Snijdlaser gebruiken.................10

7.5 Snijdafmetingen voor verschil-

8.3 Aandrijfriem spannen................13

8.4 Bijregelen .................................13

8.5 Inclinatieklemming bijstellen .....14

8.7 Het apparaat reinigen ...............15

Deze gebruikershandleiding werd zo op- gesteld dat u snel en veilig met uw machi- ne kunt werken. Hieronder vindt u een korte uitleg over hoe u de gebruikershand- leiding moet lezen: – Lees de handleiding helemaal door voor u de machine in gebruik neemt. Vooral het hoofdstuk „Veiligheidsvoor- schriften“ verdient uw aandacht. – Deze handleiding richt zich tot perso- nen met fundamentale technische ken- nis in de omgang met apparaten zoals dat hier beschreven. Wanneer u geen ervaring zou hebben met dergelijke ap- paratuur, doe dan eerst een beroep op de hulp van ervaren personen. – Bewaar alle bij dit apparaat geleverde documenten, zodat u en alle andere gebruikers zich indien nodig kunt infor- meren. Bewaar het aankoopbewijs voor eventue le garantieclaims. – Als u het apparaat uitleent of doorver- koopt, moet u alle meegeleverde do- cumentatie van het apparaat meege- ven. – De fabrikant wijst alle verantwoorde- lijkheid af voor schade die ontstaat door niet-inachtneming van deze handleiding. De informatie in deze handleiding wordt

Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade.

Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijke letsels door elektrische schok.

Intrekrisico! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kleding- stukken.

Attentie! Materiële schade.

Opmerking: Aanvullende informatie. – Cijfers op afbeeldingen ( 1, 2, 3, ...

– benoemen de verschillende onder- delen; – zijn doorlopend genummerd; – hebben betrekking op de overeen- komstige cijfers tussen haakjes (1)

(3) ... in de bijbehorende tekst. – Instructies voor handelingen, waarbij op de volgorde moet worden gelet, zijn doorgenummerd. – Instructies voor handelingen met wille- keurige volgorde hebben een punt als opsommingsteken. – Lijsten zijn gekenmerkt met een streep.

3.1 Voorgeschreven gebruik

van het systeem Het apparaat is geschikt voor langs- en dwarssneden, schuine sneden, ver- steksneden en dubbelversteksneden. Er mogen alleen materialen worden be- werkt waarvoor het desbetreffende zaag- blad geschikt is (toegelaten zaagbladen zie "Leverbare accessoires"). De toegelaten afmetingen van de werk- stukken mogen niet overschreden wor- den (zie hoofdstuk "Bediening"). Werkstukken met ronde of onregelmatige

orsnede zoals brandhout mogen niet worden gezaagd, omdat ze tijdens het za- gen niet veilig kunnen worden vastgezet.

j het smalkantzagen van vlakke werk- stukken moet een geschikte aanslaghulp gebruikt worden om een veil ige geleiding te garanderen. Elk ander gebruik is verboden. N iet toege- laten gebruik, wijzigingen aan het appa- raat of het gebruik van onderdelen die niet goedgekeurd zijn door de fabrikant kun- nen onvoorspelbaar persoonlijk letsel ver- oorzaken!

3.2 Algemene veiligheidsvoor-

schriften Neem absoluut ook het afzonderlijke document "Veiligheidsvoorschriften" in acht!

Houdt u zich bij gebruik van dit toestel aan de volgende veiligheidsvoorschrif- ten om gevaar voor personen of mate- riële schade te voorkomen.

Houdt u zich aan de bijzondere veilig- heidsvoorschriften in de betreffende hoofdstukken. Inhoud

2. Lees deze tekst voor u

Houdt u zich eventueel aan de wettelij- ke richtlijnen of ongevalpreventievoor- schriften inzake de omgang met af- kortzagen.

Houd uw werkplek op orde – een on- ordelijke werkplek kan ongevallen tot gevo lg hebben.

Wees aandachtig. Let op wat u doet. Ga verstandig te werk. Gebruik de ma- chine niet wanneer u niet geconcen- treerd bent.

Houd rekening met omgevingsinvloe- den. Zorg voor goede verlichting.

Zorg voor een goede lichaamshou- ding. Zorg ervoor dat u op een stevige

dergrond staat en let er vooral op dat u altijd goed in evenwicht bent.

Gebruik het toestel niet in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen of gas- sen.

Het apparaat mag alleen ingeschakeld en gebruikt worden door personen die vertrouwd zijn met afkortzagen en de gevaren bij de omgang ermee.

Personen beneden de 18 jaar mogen met deze werktafel slechts werken in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren docent.

Let erop dat er zich geen onbevoegde personen, voornamelijk kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere personen de machi- ne of het snoer kunnen aanraken.

Vermijd overbelasting – belast de werktafel niet zwaarder dan in de tech- nische gegevens is aangegeven.

Gevaar door elektrische stroom!

Laat de werktafel niet in de regen staan. Gebruik de werktafel niet in een voch- tige of natte omgeving. Vermijd dat u tijdens werkzaamheden met dit toestel in contact komt met ge- aarde elementen zoals radiatoren, bui- zen, ovens, koelkasten.

Gebruik het snoer niet voor doelein- den waarvoor het niet bedoeld is.

Verwondingsgevaar aan bewe- gende delen!

Neem dit toestel nooit in gebruik zon- der gemonteerde veiligheidsvoorzie- ningen.

Houd steeds voldoende afstand van het zaagblad. Gebruik desnoods ge- schikte invoerhulpmiddelen. Houd tij- dens het gebruik voldoende afstand

an aangedreven onderdelen.

Wacht tot het zaagblad stilstaat voor- aleer u kleine werkstukdelen, houtres- ten enz. verwijdert uit het werkbereik.

Zaag alleen werkstukken die groot ge- noeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden.

Rem het uitlopende zaagblad niet af door er aan de zijkant tegenaan te drukken.

Controleer of het apparaat gescheiden is van het stroomnet alvorens onder- houdswerkzaamheden uit te voeren.

Zorg dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerk- zaamheden) geen montagegereed- schap of losse onderdelen meer in het

Trek de netstekker uit, wanneer u het apparaat niet gebruikt.

Gevaar voor snijwonden, ook bij rechtopstaand snijwerktuig!

Trek veiligheidshandschoenen aan als u snijwerktuigen moet vervangen.

Bewaar de zaagbladen zo dat nie- mand zich eraan kan verwonden.

Gevaar door terugslaan van de zaagkop (zaagblad blijft in het werk- stuk hangen en de zaagkop schiet

Let erop dat het gebruikte zaagblad geschikt is voor het materiaal van het werkstuk.

Houd de handgreep stevig vast. Op het moment dat het zaagblad in het werkstuk dringt, is het terugslaggevaar bijzonder groot.

Gebruik voor het zagen van dunne werkstukken of werkstukken met dun- ne wanden uitsluitend zaagbladen met

Zorg ervoor dat de zaagbladen steeds scherp zijn. Zorg dat stompe zaagbla- den onmiddellijk worden vervangen. Er bestaat verhoogd terugslaggevaar, wanneer een stompe zaagtand in het oppervlak van het werkstuk blijft han- gen.

Zet het werkstuk nooit "op z’n smalle kant" (tijdens het schaven).

Controleer in geval van twijfel de werk- stukken op vreemde voorwerpen (bij- voorbeeld spijkers of schroeven).

Zaag nooit verschillende stukken – ook geen bundels met verschillende aparte stukken tegelijk. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als aparte stuk- ken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen.

Let erop dat tijdens het bedrijf geen li- chaamsdelen of kledingstukken door roterende onderdelen kunnen worden vastgegrepen en ingetrokken ( geen dassen, geen handschoenen, geen kledingsstukken met wijde mouwen dragen; bij lange haren in ieder geval een haarnet gebruiken).

Zaag nooit werkstukken waaraan zich –touwen – snoeren –banden –kabels of – draden bevinden of die dergelijke mat erialen bevatten.

Gevaar door onvoldoende per- soonlijke veiligheidsuitrusting!

Draag een veiligheidsbril.

Draag een stofmasker.

Draag aangepaste werkkledij.

Draag antislipschoenen.

Gevaar door zaagsel!

Sommige soorten zaagsel (bijvoor- beeld van eiken-, beuken- en essen- hout) kunnen bij inademing kankerver- wekkend zijn. Werk uitsluitend met aangesloten af zuiginstallatie. De afzui- ginstallatie moet voldoen aan de in de

Zorg ervoor dat tijdens het werken zo weinig mogelijk houtstof vrijkomt: – houtstofafzettingen in het werkbe- reik verwijderen (niet wegblazen!);NEDERLANDS

– lekken in de afzuiginstallatie her- stellen; – Zorg voor een goede verluchting.

Gevaar door technische wijzi- gingen aan de machine of het gebruik van onderdelen die niet door de fabri- kant goedgekeurd zijn; die kunnen on- voorspelbaar persoonlijk letsel ver- oorzaken!

Monteer deze werktafel zoals aange- geven in de gebruiksaanwijzing.

Gebruik hiervoor uitsluitend onderde- len die door de fabrikant vrijgegeven werden. Dat geldt in het bijzonder voor: – Zaagbladen (bestelnummers zie "Leverbare toebehoren); – Veiligheidsvoorzien ingen (Voor de bestelnummers, zie de lijst met re- serveonderdelen).

Breng aan deze onderdelen geen wij- zigingen aan.

Neem het op het zaagblad aangege- ven maximumtoerental in acht.

Gevaar door gebreken aan het apparaat!

Zorg dat het toestel evenals het toebe- horen goed onderhouden worden. Neem hierbij de onderhoudsvoor- schriften in acht.

Controleer de machine voor het in- schakelen telkens op eventuele be- schadigingen: voor elk gebruik moet

goede werking van de veiligheids- inrichtingen en van licht beschadigde onde rdelen zorgvuldig gecontroleerd worden. Controleer of de scharnieren- de onderdelen correct functioneren en

et klemmen. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van het toestel te garande- ren.

Gebruik geen beschadigde of ver- vormde zaagbladen.

Laat beschadigde beveiligingen of on- derdelen deskundig en door een ge- kwalificeerde vakman herstellen of vervangen. Laat beschadigde schake- laars in een reparatiedienst vervan- gen. Gebruik dit toestel niet, wanneer

de schakelaar niet kan in- en uit- schakelen.

Zorg ervoor dat er zich geen oliën of vetten op de handgrepen bevinden en dat ze droog blijven.

Let er om geluidsreducerende rede- nen op dat het zaagblad niet is krom- getrokken. Een kromgetrokken zaag- blad zorgt voor aanzienlijk meer

Gevaar door laserstraling! Laserstralen kunnen zware verwondingen aan het oog veroorzaken. Kijk nooit in de laseruittreding.

3.3 Symbolen op het apparaat

Gevaar! Het negeren van de volgende waarschu- wingen kan zware verwondingen en mate- riële schade tot gevolg hebben. Symbolen op het apparaat Gegevens op het typeplaatje

3.4 Veiligheidsvoorzieningen

Zwenkende beschermkap (47) De zwenkende beschermkap beschermt tegen onvrij willig contact met het zaagblad en tegen rondvliegende spaanders. Veiligheidsvergrendeling (48) De veiligheidsvergrendeling blokkeert de beweeglijke pendelbeschermkap: het zaagblad blijft afgedekt en de kapzaag kan niet worden neergelaten, zolang de veiligheidsvergrendeling niet opzij is ge- zwenkt. 32 Waarschuwing voor laserstraling Laserklasse 2: niet in de straal kij- ken! 33 Gecontroleerde veiligheid, TÜV (niet bij KS 305 Plus, 120 V) 34 Waarschuwing voor een risicopunt 35 Niet naar het zaagblad grijpen 36 Gebruik het apparaat niet in een vochtige of natte omgeving. 37 Handleiding lezen 38 Draag veiligheidsbril en oordoppen.

39 Fabrikant 40 Artikelnummer en serienummer 41 Apparaatbenaming 42 Motorgegevens (zie ook "Techni- sche gegevens") 43 Bouwjaar 44 CE-kenmerk – Dit apparaat beant- woordt aan de EU-richtlijnen over- eenkomstig de conformiteitsverkla- ring 45 Afvoersymbool – Toestel kan via de fabrikant worden afgevoerd 46 Afmetingen van toegelaten zaag- bladen

Werkstukaanslag (49) De werkstukaanslag voorkomt dat een werk stuk bij het zagen kan worden bewo- gen. De werkstukaanslag moet tijdens het geb ruik altijd gemonteerd zijn. De werkstukaanslag beschikt over ver- schillende opzetstukken (50) , die via een vergrendelschroef (51) worden geblok- keerd. Voor het uitvoeren van geschikte sneden moeten de opzetstukken van de werkstuk- aanslag naar buiten ve rschoven en ge- blokkeerd worden. Boring voor hangslot De boring (52) in de in-/uitschakelaar maakt het blokkeren van de schakelaar met een hangslot mogelijk.

Voor een veilig werken moet het apparaat op een stabiele ondergrond worden be- vestigd. – Als ondergrond kan of een vast ge- monteerde werkplaat of een werkbank dienen. – De ideale hoogte van de ondergrond

edraagt 800 mm. – De stabiliteit van het apparaat moet ook tijdens het bewerken van grotere werkstukken gegarandeerd zijn. – Lange werkstukken moeten d.m.v. ge- schikt accessoires extra worden on- dersteund.

Aanwijzing voor mobiele inzet kan het apparaat op een spaanderhout- of meubelplaat (500 mm x 500 mm, ten minste 19 mm

erk) worden. Bij de inzet moet de plaat met klemmen op een werkbak worden be- vestigd.

1. Apparaat op de ondergrond vast-

druk de zaagkop een beetje omlaag en houd deze vast. Trek de transport- beveiliging (54) uit de diepere inker- ving (53) , draai deze 90° en klik ze in de plattere inkerving (55)

3. Zaagkop langzaam omhoog zwenken.

4. Verpakking voor latere doeleinden be-

waren of milieuvriendelijk afvoeren.

(56) (kleiner oplegvlak) uit de transportverpakking nemen.

2. Druk op de grendelknop

(57) en houd deze ingedrukt.

3. Schuif de geleiderails helemaal in de

5. Stappen 1. tot 3. op dezelfde manier

uit voeren om de linker tafelverbreding te monteren. Gewenste tafelbreedte instellen De tafelverbreding kan op vier posities worden vastgezet. Om de tafelverbreding van één positie naar de volgende te ver- plaatsen:

2. Tafelverbreding ca. 5 mm naar bin-

nen/buiten schuiven.

3. Grendelknop loslaten.

4. Tafelverbreding langzaam verder naar

innen/buiten schuiven tot de tafelver-

4. Plaatsing en transport

breding op de volgende grendelpositie vastklikt.

2. Aanbouwdelen die boven het appa-

raat uitsteken, afmonteren.

3. Opzetstukken van de werkstukaan-

slag naar binnen schuive n en vergren- delen.

4. Tafelverbreiding naar binnen schui-

5. Apparaat aan de handgreep optillen.

– 94° Snijhoekbereik voor schuine sne- den (47° links tot 47° rechts) met ze- ven blokkeerposities. – 103° Snijhoekbereik voor versteksne- den (47° links tot 58° rechts) met ne- gen rustposities. – Precieze en robuuste gietaluminium- constructie. – Hardmetaalzaagblad. – Problemloze vervanging van het zaag- blad door zaagbladblokkering en zon- der demontage van de zwenkbare be- schermkap. – Tafelverbreding voor het veilig wer- ken met langere werkstukken. – Werkstukspanvoorzienin g voor het veilig houden van werkstukken. – Spanenzak voor het eenvoudig en ef- fectief opvangen van de spanen. – Snijdlaser voor het exact uitrichten van

oortekening en zaaglijn.

Gevaar! Sommige soorten zaagsel (bijvoorbeeld van eiken-, beuken- en essenhout) kun- nen bij inademing kankerverwekkend zijn. – Werk alleen met de gemonteerde zaagselopvangzak of met een ge- schikte zaagselafzuiginstallatie. – Maak aanvullend gebruik van een

tofveiligheidsmasker, omdat niet alle spanenstof wordt opgevangen respec- tievelijke wordt afgezogen. – Maak de zaagselopvangzak geregeld leeg. Draag bij het legen een stofmas- ker. Als u het apparaat met de meegeleverde zaagselopvangzak in bedrijf neemt:

het spanenaansluitstuk (59)

Wanneer u het apparaat aan een zaagsel- afzuiginstallatie aansluit:

Gebruik voor de aansluiting aan het spanenafzuigstuk een geschikte adap- ter.

Zorg ervoor dat de zaagselafzuigin- stallatie voldoet aan de eisen die ver- meld staan in het hoofdstuk "Techni- sche gegevens".

Let ook op de gebruiksaanwijzing van de zaagselafzuiginstallatie!

6.2 Werkstukspaninrichting

monteren De werkstukspanvoorziening kan in twee posities worden gemonteerd: – Voor brede werkstukken:

duw de werkstukspaninrichting in de achterste boring (61) van de tafel en fixeer deze met de vastzetschroef (60)

– Voor smalle werkstukken:

maak de vastzetschroef (62) los en duw het voorste deel van de werk- stukspaninrichting in de voorste boring (64) van de tafel: Werkstuk spannen:

(63) ingedrukt houden en werk- stukkleminrichting tegen het werkstuk schuiven.

(65) vastdraaien om het werk- stuk vast te klemmen.

Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge omgeving.

Exploiteer het apparaat slechts aan een stroombron die aan de volgende eisen beantwoord (zie ook "Techni- sche gegevens"): – Netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van de machine. – De groep moet beveiligd zijn door een aardlekschakelaar met een lekstroom van 30 mA. – De stopcontacten moeten regle- mentair geïnstalleerd zijn en een goedgekeurde aarding hebben.

Het snoer moet zo gelegd worden dat de zaagwerkzaamheden niet bemoei- lijkt worden en dat het snoer niet kan worden beschadigd.

5. Bijzondere productken-

Het snoer moet beschermd worden te- gen hitte en bijtende scheikundige vloeistoff en. Zorg dat het snoer niet beschadigd kan worden door scherpe voorwerpen.

Gebruik als verlengsnoer alleen rub- berkabels met voldoende doorsnede (3 × 1,5 mm

Trek de stekker niet aan het snoer uit het stopcontact.

Controleer de veiligheidsinrichtingen, alvorens met de zaagwerkzaamhe- den te beginnen.

Zorg ervoor dat u zichzelf ook be- schermt.

Let steeds op een juiste houding en plaats tijdens het zagen: – neem plaats aan de voorkant van de af kortzaag; – tegenover het zaagblad; – parallel t.o.v. het zaagblad.

Gevaar! Bij het zagen moet het werkstuk altijd vastgeklemd worden met de werkstukspa- ninrichting.

Zaag nooit werkstukken die niet ge- spannen kunnen worden in de werk- stukspaninrichting.

Klemgevaar! Grijp bij het neigen of zwenken van de zaagkop niet in het scharnierbereik of on- der het apparaat!

Houd de zaagkop bij het kantelen vast.

Gebruik bij het werken: – een werkstuksteun – voor lange

rkstukken, wanneer ze na het doorzagen van de tafel zouden val- len; – zaagselopvangzak of zaagselafzui- ginstallatie.

Zaag alleen werkstukken die groot ge- noeg zijn, zodat ze bij het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden.

Druk het werkstuk tijdens het zagen steeds op de tafel en plaats het nooit op zijn smalle kant. Probeer het zaag- blad ook nooit af te remmen door er van opzij (met een voorwerp) tegen- aan te drukken. Er bestaat gevaar

oor ongevallen, wanneer het zaag- blad wordt geblokkeerd.

7.1 Snijdlaser gebruiken

De snijdlaser wordt met de schakelaar (66) in- en uitgeschakeld. Hij toont een onderbroken rode lijn op de

laats waar het zaagblad aanzet op het werkstuk.

Voer enkele proefsneden uit om u ver- trouwd te maken met de werkwijze.

Opmerking: De snijdlaser is bijzonder geschikt voor schuine sneden en dubbelversteksneden (zie hoofdstuk "Bediening" / "Schuine sne- den" en "Dubbelversteksneden").

Aanwijzing Bij het verstekzagen wordt het werkstuk gezaagd in een hoek ten opzichte van de achterste aanlegrand. Maximale snijdafmetingen zie hoofdst. "Sni jdafmetingen voor verschillende sne- den". Uitgangspositie: – Transportvergrendeling uitgetrokken. – De zaagkop is naar boven gezwenkt. – Opzetstukken van de werkstukaanslag naar binnen verschoven en geblok- keerd. – De inclinatie van de kantelarm ten op- zichte van de loodlijn bedraagt 0°, de grendelhe fboom voor de instelling van de inclinatie is vastgezet. Zaag instellen:

1. Draai de blokkeerschroef

(67) van de draaitafel los en druk de grendelhef- boom (68) omlaag.

Opmerking: Bij omhoog geschoven grendelhefboom klikt de draaitafel vast in de hoekstanden 0°, 15°, 22,5°, 31,6° en 45°. Bij volledig omlaag geschoven grendelhefboom is de grendelfunctie gedeactiveerd.

3. Draai de stelschroef van de draaitafel

Opgelet! Om ervoor te zorgen dat de verstekhoek bij het zagen niet verandert, moet de blok- keerschoef (67) van de draaitafel (ook op de grendelpunten!) vastgedraaid worden.

4. Druk het werkstuk tegen de werkstuk-

aanslag en klem het vast met de werk- stukspaninrichting.

5. Veiligheidsvergrendeling

(69) bedie- nen en Aan/Uit-schakelaar (70) inge- drukt houden.

6. Laat de zaagkop aan de handgreep

langzaam neer. Druk de zaagkop tij- dens het zagen niet te hard op het

rkstuk, het motortoerental mag niet te sterk dalen.

7. Zaag het werkstuk in één beweging

8. Laat de Aan/Uit-schakelaar los en laat

de zaagkop langzaam in de bovenste uitgangspositie terugzwenken.

Opmerking: Bij het schuin zagen wordt het werkstuk gezaagd in een hoek ten opzichte van de loodlijn. Maximale snijdafmetingen zie hoofdst. "Snijdaf metingen voor verschillende sne- den". Afhankelijk van de inclinatiehoek kan het noodzakelij k zijn voor het zagen de opzet- stukken van de werkstukaanslag naar bui- ten te schuiven. Uitgangspositie: – Transportvergrendeling uitgetrokken. – De zaagkop is naar boven gezwenkt. – Opzetstukken van de werkstukaanslag

aar buiten verschoven en geblok- keerd. – Draaitafel staat op 0

-positie, vastzet- schroef voor draaitafel is aangetrokken. Zaag instellen:

1. Maak de grendelhefboom

(71) voor inclinatie aan de achterkant van de zaag los.

Grendelhefboom (72) in de richting van de bedieningszijde trekken = kantelarm traploos verstellen.

Grendelhefboom (72) in de richting van de achterkant duwen = kantel- arm vastzetten op grendelposities.

3. Zet de hefboom voor instelling van de

Opgelet! Om ervoor te zorgen dat de inclinatie bij het zagen niet kan veranderen, moet de grendelhefboom van de kantelarm (ook op de inklikpunten!) worden vastgezet.

4. Zaag het werkstuk zoals beschreven

onder "Versteksneden".

7.4 Dubbele versteksneden

Opmerking: De dubbele versteksnede is een combina- tie van versteksnede en schuine snede. Dat wil zeggen dat het werkstuk schuin t.o.v. de achterste aanlegrand

schuin t.o.v. van de bovenkant gezaagd wordt. Maximale snijdafmetingen zie hoofdst.

nijdafmetingen voor verschillende sne- den".

Gevaar door gedemonteerde veiligheidsinrichting! Afhankelijk van de verstek en de inclinatie moeten voor het zagen de opzetstukken van de werkstukaanslag gedemonteerd worden.

Monteer de opzetstukken onmiddellijk na het zagen weer op de werkstuk- aanslag! Zonder de opzetstukken is de hoogte van de werkstukaanslagen te klein voor een veilige zaagproces. Hoge werkstukken kunnen naar achteren kantelen!

Gevaar! Bij de dubbele versteksnede is het zaag- blad door de sterke inclinatie makkelijker toeganke lijk - hierdoor neemt het gevaar voor verwondingen toe.

Houd voldoende afstand van het zaagblad! Uitgangspositie: – Transportvergrendeling uitgetrokken. – De zaagkop is naar boven gezwenkt. – Opzetstukken van de werkstukaan- slag naar buiten ve rschoven en geb- lokeeerd of evt. gedemonteerd. – De draaitafel is geblokkeerd in de ge- wenste positie.

– De kantelarm is geblokkeerd in de ge- wenste inclinatiehoek t.o.v. het werk- stukoppervlak. Een werkstuk zagen:

Zaag het werkstuk zoals beschreven onder "Versteksneden".

7.5 Snijdafmetingen voor ver-

schillende sneden Snijdbreedte Maximale afmeting van het werkstuk (ge- gevens in mm): Snijdhoogte Maximale afmeting van het werkstuk (ge- gevens in mm):

Gevaar! Voor alle onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden moet u het netsnoer uittrek- ken. – Service en/of onderhoudswerkzaam- heden die niet in dit hoofdstuk be- schreven staan mogen uitsluitend door vakl ui uitgevoerd worden. – Beschadigde delen, in het bijzonder veili gheidsinrichtingen, alleen vervan- gen door originele onderdelen. Delen die niet door de fabrikant gecontro- leerd en vrijgegeven zijn, kunnen on- verwachte beschadigingen veroorza- ken. – Nadat u klaar bent met de service en/ of onderhoudsbeurt , moet eerst de goede werking van alle veiligheids- voorzieningen gecontroleerd worden.

8.1 Zaagblad vervangen

Gevaar van verbrandingen! Kort na het zagen kan het zaagblad zeer heet zijn. Laat een heet zaagblad eerst voldoende afkoelen. Reinig een heet zaagblad nooit met brandbare producten.

Snijgevaar ook aan het staande zaagblad! Bij het los- en vastdraaien van de klem- schroef moet de zwenkbare beschermkap over het zaagblad zijn gezwenkt. Bij het vervangen van een zaagblad moet u vei- ligheidshandschoenen dragen.

1. Fixeer de zaagkop op de bovenste po-

2. Om het zaagblad te vergrendelen, de

vergrendelknop (73) drukken en hierbij het zaagblad met de andere hand draai- en tot de vergrendelknop vastklikt.

3. Maak de spanschroef

(80) op de zaagblad as los met de inbussleutel

linkse schroefdraad!).

4. Maak de veiligheidsvergrendeling

(74) los en schuif de beschermkap (75) omhoog en houd deze vast.

5. Neem de buitenflens

(79) en het zaagblad voorzichtig van de zaag- bladas en sluit de beschermkap weer.

Gevaar! Gebruik geen schoonmaakmiddelen (bij- voorbeeld om harsresten te verwijderen) die de lichtmetalen delen van het chassis zouden kunnen beschadigen. De stabili- teit van de afkortzaag zou erdoor kunnen wor den aangetast.

6. Spanvlakken reinigen:

Gevaar! Breng de binnenflens correct aan! Anders kan de zaag blokkeren of het zaagblad kan loskomen! De binnenflens is correct aangebracht als de afgeschuinde kraag naar rechts wijst en de ringgleuf naar links.

en schu if de beschermkap omhoog en houd deze vast.

9. Breng een nieuw zaagblad aan – let

op de juist e draairichting: van de linker (geopende) zijde gezien moet de pijl op het zaagblad overeenstemmen met de pijlrichting (76) op de zaagbladaf- dekking! Verstek KS 254 Plus KS 305 Plus 0° 145 200 15° 140 190 22,5° 130 185 31,6° 120 170 45° 100 140 47° 97 135 58° 75 105 Inclinatie KS 254 Plus KS 305 Plus 0° 90 100* 22,5° 70 75 33,9° 55 60 45° 40 45 47° 33 35

8. Service en onderhoud

Gevaar! Maak uitsluitend gebruik van geschikte zaagbladen, die voor het maximaal toe- rental zijn berekend (zie Technische ge- gevens") bij onpassende of beschadigde

aagbladen kunnen door de centrifugaal- kracht onderdelen explosieachtig worden weggeslingerd. Het is verboden om: – zaagbladen uit HSS-staal, – beschadigde zaagbladen, – slijpschijven te monteren.

Gevaar! – Het zaagblad moet gemonteerd wor- den met originele fabrieksklemflensen. – Gebruik nooit losse klemringen. Het zaagb lad zou vanzelf los kunnen ko- men. – De zaagbladen moeten uitgebalan- ceerd zijn. Ze mogen niet trillen, an- ders kunnen ze tijdens het werken vanze lf loskomen.

zijde moet naar het zaagblad wijzen!

12. Spanschroef opschroeven (linker

schr oefdraad!) en handvast aantrek- ken. Om het zaagblad te vergrendelen, de

rgrendelingsknop indrukken en hier- bij het zaagblad met de andere hand

Gevaar! – U mag de steel van de sleutel niet ver- lengen om het zaagblad steviger vast te kunnen zetten. – Spanschroef niet door slaggen op de montagesleutel aantrekken.

13. Trek de klemschroef vast aan.

14. Controleer de goede werking. Maak

hiervoor de veiligheidsvergrendeling los en klap de afkortzaak omlaag: – De draaibare beschermkap moet het zaagblad bij het omlaagzwen- ken vrijgeven, zonder andere on- derdelen te raken. – Bij het omhoog klappen van de zaag in de u itgangspositie moet de beschermkap automatisch het zaagblad afdekken. – Zaagblad met de hand draaien. Het zaagblad moet zich in iedere mo- gelijke verstelpositie kunnen draai- en, zonder andere delen te raken .

Gevaar! Als het inlegprofiel beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het inlegprofiel en het zaagblad geklemd raken en het zaagblad blokkeren. Bescha- digde inlegprofielen moeten onmiddellijk ver vangen worden!

1. Verwijder de schroeven aan het inleg-

profiel (81) . Draai evt. de draaitafel en kantel de zaagkop om de schroeven te k unnen bereiken.

2. Verwijder het inlegprofiel.

3. Breng een nieuw inlegprofiel aan.

4. Draai de schroeven van het inlegpro-

8.3 Aandrijfriem spannen

(82) die op de rechterzijde van de zaag- kop achter de kunststofkap loopt, moet worden aangespannen als er in het mid- den tussen de beide riemschijven meer dan 8 mm speling is. Aandrijfriem controleren, spannen en ver- vangen:

1. Draai de schroeven

(84) eruit en ver- wijder de kunststofafdekking (83)

2. Controleer de spanning van de riem

door er met de duim op te drukken.

Ga als volgt te werk om de aandrijfriem aan te spannen of te vervangen: – Maak alle inbusbouten van de mo- torbevestiging ongeveer één om- wenteling los. – Aandrijfriem aanspannen of vervan- gen. Om na te spannen, verschuift u

motor naar achter. – Trek de bevestigingsschroeven van de motor krui selings aan.

3. Plaats de kunststofkap

(83) terug en schroef deze vast.

Regel de werkstukaanslag bij

1. Vergrendel de draaitafel op de 0°-posi-

tie en blokkeer deze met de vastzet- schroef.

3. Verwijder indien nodig de

spaander- zaak of scheid de spaanderafzuigin- stallatie van de zaag.

4. Til de zaag aan de voorpoten op, kan-

tel ze over de achterpoten en zet ze

orzichtig neer op achterpoten en motor.

5. Draai de schroeven aan de onderkant

6. Plaats de zaag weer op de poten.

7. Lijn de draaitafel met de werkstukaan-

slag zo uit dat de werkstukaanslag

xact in een rechte hoek t.o.v. het zaagblad staat.

8. Draai de schroeven aan de onderkant

weer vast. De indicator voor verstekhoek bijrege- len

(86) ca. één omwen- teling los.

2. Verstel de wijzer

(85) zo dat de weer- gegeven waarde met de ingestelde blokkee rpositie van de draaitafel over- eenstemt.

(86) aan. De inklikpunten voor de inclinatiehoe- ken bijregelen

1. Klik de kantelarm op de 0°-positie

vast, zet de grendelhefboom (87) niet vast.

2. Draai twee inbusschroeven aan de

achterzijde van het apparaat ca. één omwenteling los.

3. Plaats de kantelarm zo dat het zaag-

blad precies loodrecht op de draaitafel

4. Draai twee inbusschroeven aan de

achterzijd e van het apparaat vast.

7. Verstel de wijzer

(89) zo dat de weer- gegeven waarde met de ingestelde blokkerpositie van de tuimelhefboom overeenstemt.

(88) vasttrekken. Snijlaser instellen Gebruik voor het instellen van de laser de meegeleverde inbussleutel (2,5 mm).

(90) los of trek deze aan om de laser uit te richten zoals hier afgebeeld:

(91) los of trek deze aan om de laser uit te richten zoals hier afgebeeld:

(92) los of trek deze aan om de laser uit te richten zoals hier afge beeld:

8.5 Inclinatieklemming bijstel-

len Als de inclinatiehoek van de kantelarm on- danks aangetrokken vastzethefbo om door zijdelingse druk veranderd kan worden,

moet de inclinatieklemming bijgesteld wor- den.

1. Stel de kantelarm in op de 0°-positie

en schuif de grendelhefboom naar de achterkant.

2. Maak de hefboom voor instelling van

3. Zeskantmoer (pijl) aantrekken tot de

gewenste klemkracht bereikt is.

4. Zet de hefboom voor instelling van de

inclinatie vast. De hefboom moet merkbaar aangetrokken kunnen wor- den.

5. Controleer de kantelarm met zijdeling-

se druk. De kantelarm mag daarbij niet bewegen. Als de kantelarm daarna nog altijd bewo- gen kan worden:

Stappen 2 tot 5 herhalen. Daarbij de zeskantmoer losdraaien of vaster aan- trekken.

8.6 Koolborstels controleren

en vervangen Versleten koolborstels uiten zich door: – stotterende loop van de motor; – storingen bij de ontvangst van radio-

n televisieprogramma's terwijl de mo- tor loopt; – blijven staan van de motor. Voor het controleren of vervangen van de

1. Trek de stekker uit het stopcontact.

2. Schroef de sluitstop

(93) van de kool- borstels aan de motorkast los met een geschikte schroevendraaier.

3. Trek de koolborstel

(94) eruit en con- troleer deze. De slijpkool moet min- stens 8 mm lang zijn.

4. Steek de intakte koolborstel in de

schacht. De beide lussen van de klei- ne metalen plaat moeten in de zijde- lingse groeven in de schacht gr ijpen.

5. Draai de sluitstop weer vast.

6. Controleer de werking van de zaag.

8.7 Het apparaat reinigen

Verwijder zaagsel en stof met borstel of stofzuiger van/uit: – Verstelinrichtingen; – Bedieningsfuncties; – Ventilatieopening van de motor; – ruimte onder het inlegprofiel.

Reinig de lasereenheid met een ka- toenen doek.

Berg apparatuur zo op dat deze niet door onbevoegden in werking kan worden gezet.

Zorg dat niemand er zich aan kan ver- wonden.

De machine mag niet in openlucht of in een vochtige ruimte opgeborgen worden.

Houd rekening met de toegelaten om- gevingsomstandigheden (zie Techni- sche gegevens).

Zaagsel met een stofzuiger of een kwast verwijderen.

Controleer de stroomkabel en de stek- ker op beschadigingen en laat ze eventuee l vervangen door een elektro- monteur.

Controleer of alle bewegende delen over het volledige bewegingsbereik vrij zijn. Regelmatig afhankelijk van de gebruiksomstandigheden

Controleer de spanning en de toe- stand van de aandrijfriem, eventueel corri geren.

Controleer alle schroefverbindingen en schroef ze eventueel vast.

Controleer de terugstelfunctie van de zaagkop (de zaagkop moet onder in- vloed van de veerkracht terugkeren naar zijn bovenste uitgangspositie), eventueel vervangen.

Smeer de geleidingselementen licht. – Bij lange werkstukken, gebruikt u links en rechts van de zaag een geschikte steun. – Bij het zagen van kleine gedeeltes een extra aanslag gebruiken (als extra aanslag kan bv een passende houten plank dienen, dat aan de aanslag van het apparaat wordt vastgeschroefd). – Bij het zagen van een gebogen (krom- getrokken) plank, legt u de naar buiten

bogen zijde tegen de werkstukaan- slag. – Zaag werkstukken niet langs de smal- le kant, maar leg ze vlak op de draaita- fel. – Houd het tafeloppervlak schoon – ver- wijder vooral de harsrestanten met be- hulp van een hiervoor geschikte reini- gings- en onderhoudsspray.

Voor bijzondere werkzaamheden zijn vol- gende accessoires verkrijgbaar in de vak- handel – de tekeningen vindt u terug op de omsl agzijde achteraan:

Machinestandaard en tafelverbreding in stabiele en robuuste constructie, in de hoogte verstelbaar.

voor een veilige stand van de machine en een optimale werkhoogte; ideaal voor het mobiele gebruik, omdat het in elkaar geklapt kan worden en plaats- besparend is.

voor het verlichten van het snijgebied.

Voor een veilige en scheurvrije bewer- king van kleine werkstukken.

Onderhouds- en conserveringsspray

om harsresten te verwijderen en meta- len oppervlakken te conserveren.

voor de aansluiting aan een spanenaf- zuiginstallatie.

Zaagselafzuigsysteem

beschermt de gezondheid en houdt de werkplaats schoon.

Zaagbladdepot (alleen voor KS 254 Plus)

voor een veilige bewaring van zaagbla- den en accessoires.

voor langs- en dwarssneden in mas- sief hout.

voor langs- en dwarssneden in mas- sief hout en spaanderplaat.

voor langs- en dwarssneden in gecoa- te en fineerplaten.

voor langs- en dwarssneden in gecoa- te platen en fineerplaten, panelen, ka- belkanalen, NE-profielen en laminaat.

voor langs- en dwarssneden in mas- sief hout.

voor langs- en dwarssneden in mas- sief hout en spaanderplaat.

voor langs- en dwarssneden in gecoa- te en fineerplaten.

voor langs- en dwarssneden in gecoa- te platen en fineerplaten, panelen, ka- belkanalen, NE-profielen en laminaat.

Gevaar! Reparaties aan elektrische werktuigen mogen alleen uitgevoerd worden door elektrotechnici! De elektrische machines kunnen voor re- paratie verzonden worden naar de Ser- vice-vestiging in uw land. Het adres vindt u bij de lijst met onderdelen. Geef bij inzending voor reparatie een om- schrijving van het vastgestelde defect. Het verpakkingsmateriaal van het appa- raat kan voor 100% worden gerecycleerd. Afgedankte elektronische apparatuur

accessoires bevatten grote hoeveelhe- den waardevolle grond- en kunststoffen,

ie ook gerecycleerd moeten worden. Deze handleiding werd gedrukt op chloor- vrij gebleekt papier. Hieronder worden problemen en storingen

schreven die u zelf mag verhelpen. In- dien de hier beschreven maatregelen niet

rder helpen, zie "Reparatie".

Gevaar! Bij het verhelpen van problemen en storin- gen gebeuren bijzonder veel ongevallen. Let daarom op de volgende punten:

Trek het netsnoer uit het stopcontact, telkens u een storing wenst te verhel- pen.

Nadat de storing verholpen is, moet u eerst de goede werking van alle veilig- heidsvoorzieningen controleren. De motor draait niet Er is geen spanning.

Controleer het snoer, de stekker, en de zekeringen. Afkortzagen niet mogelijk Transportvergrendeling geactiveerd:

Veiligheidsvergrendeling losmaken. Zaagvermogen te gering Het zaagblad is bot (het zaagblad vertoont eventueel brandvlekken opzij); Zaagblad voor het materiaal ongeschikt (zie hoofdstuk "Technische gegevens"); Het zaagblad is verbogen:

Zaagblad vervangen (zie hoofdstuk "Onderhoud"). De zaag trilt hevig Het zaagblad is verbogen:

Zaagblad vervangen (zie hoofdstuk "Onderhoud"). Het zaagblad is niet correct gemonteerd:

Monteer het zaagblad correct (zie hoofdstuk "Onderhoud"). Zaag piept bij het starten De aandrijfriem is onvoldoende aange- spannen:

Span de aandrijfriem aan (zie hoofd- stuk "Onderhoud"/ "Aandrijfriem aan- spannen"). De draaitafel beweegt stroef Zaagsel onder de draaitafel:

Verwijder het zaagsel.

Snijsnelheid m/s 62 65 65 Doorsnede zaagblad (buiten) mm 254 305 305 Opnameboring zaagblad (binnen) mm 30 30 1“ Afmetingen Apparaat volledig met verpakking (lengte / breedte / hoogte) Apparaat bedrijfsklaar, draaitafel op 90°-positie

(lengte / breedte / hoogte)

630 × 575 × 520 723 × 684 × 580 630 × 575 × 520 725 × 758 × 650 630 × 575 × 520 725 × 758 × 650 Maximale doorsnede van het werkstuk: Rechte sneden (breedte / hoogte) Versteksneden (draaitafel 45°) ( breedte / hoogte) Schuine snede (kantelarm 45° links) (breedte / hoogte) Dubbelversteksneden

(draaitafel 45° / kantelarm 45° links) (breedte / hoogte)

Toegelaten transport- en opslagtemperatuur °C 0 tot +40° 0 tot +40° 0 tot +40° Geluidsemissie volgens EN 61029-1** Geluidsdrukniveau L

Onzekerheid K dB(A) dB (A) dB (A) 101,1 94,4 2,6 101,8 93,2 2,6 101,8 93,2 2,6 Effectieve waarde van de gewogen acceleratie volgens

EN 61029-1 (trilling aan de handgreep) Vectorsom a

< 2,5 1,5 Afzuiginstallatie (niet meegeleverd): Aansluitdoorsnede afzuigstuk op de achterkant Minimaal luchtdebiet Minimale onderdruk aan afzuigmof Minimale luchtsnelheid aan afzuigmof

Snijdlaser: Max. uitgangsvermogen Aslengte Laserproductklasse Laserproductnorm

  • S6 20 % 5 min Speelduur Relatieve inschakelduur Ononderbroken periodisch bedri jf met schakelbelasting ** De vermelde waarden zijn emissiewaarden en zijn zodoende niet tevens ook veilige werkplaatswaarden. Ofschoon er een correlatie tussen emissie- en immissiewaarden bestaat, kan hieruit niet betrouwbaar worden afgeleid of bijkomende voorzorgsmaatregelen noodza- kelijk zijn of niet. Factoren die het actuele immissiepeil op de werkplek beïnvloeden, omvatten de aard van de werkruimte en andere geluidsbronnen, bijv. het aantal machines en andere naburige werkprocessen. De betrouwbare werkplaatswaarden kunnen eveneens van land tot land verschillen. Deze informatie dient echter de gebruiker in staat te stellen, een betere inschatting van bedreiging en risico uit te voeren. Inschakelprocedures veroorzaken kortstondige sp anningsdalingen. Bij ongunstige netomstandigheden kunnen belemmeringen voor andere apparaten optreden. Bij netimpedanties kleiner dan 0,30 ohm (KS 305 Plus) resp. 0,40 ohm (KS 254 Plus) zijn er geen storingen te verwachten.FRANÇAIS