W 17150 - Vermaler METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis W 17150 METABO in PDF-formaat.

📄 108 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice METABO W 17150 - page 25
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METABO

Model : W 17150

Categorie : Vermaler

Download de handleiding voor uw Vermaler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding W 17150 - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. W 17150 van het merk METABO.

GEBRUIKSAANWIJZING W 17150 METABO

Originele gebruiksaanwijzing Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze haakse slijpers, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 3. De haakse slijpers zijn samen met originele Metabo-accessoires geschikt voor het slijpen, het schuren, het werken met draadborstels en het door- slijpen van metaal, beton, steen en soortgelijke materialen, zonder gebruik van water. Voor schade door oneigenlijk gebruik is alleen de gebruiker aansprakelijk. De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsvoorschriften dienen te worden nageleefd. Let ter bescherming van uzelf en de machine op de met dit symbool aange- geven passages! WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaan- wijzing om het risico van letsel te vermin- deren. WAARSCHUWING Lees alle veiligheids- voorschriften en aanwijzingen. Worden de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.

4.1 Gemeenschappelijke veiligheidsinstruc-

ties voor het schuren, het schuren met zandpapier, het werken met draadbor- stels en het doorslijpen: Toepassing a) Dit elektrisch gereedschap kan worden gebruikt als slijpmachine, schuurmachine, draadborstel en doorslijpmachine. Let op alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeel- dingen en gegevens die u bij uw apparaat ontvangt. Neemt u de volgende aanwijzingen niet in acht, dan kan dit leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. b) Dit elektrisch gereedschap is niet geschikt om te polijsten. Toepassingen waarvoor het elek- trische gereedschap niet bestemd is, kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en lichamelijk letsel. c) Gebruik geen accessoires die door de fabri- kant niet speciaal voor dit elektrische gereed- schap bestemd en aanbevolen zijn. Wanneer u de accessoires aan uw elektrisch gereedschap kunt bevestigen, garandeert dit nog geen veilig gebruik. d) Het toelaatbare toerental van het inzetge- reedschap dient minstens zo hoog te zijn als het maximale toerental dat op het elektrisch gereedschap staat aangegeven. Accessoires die sneller draaien dan toelaatbaar kunnen breken en wegvliegen. e) De buitendiameter en de dikte van het inzet- gereedschap dienen overeen te komen met de maataanduidingen van uw elektrische gereed- schap. Verkeerd bemeten inzetgereedschap kan niet voldoende worden afgeschermd of gecontro- leerd. f) Inzetgereedschap met draadinzet dient exact op de slijpspindel van het elektrische gereedschap te passen. Bij inzetgereedschap dat met een flens bevestigd is, moet het opnamegat precies op de flensvorm passen. Inzetgereedschap dat niet precies op de opname van het elektrische gereedschap past, draait ongelijkmatig en trilt zeer sterk, hetgeen kan leiden tot verlies van controle. g) Gebruik geen beschadigd inzetgereed- schap. Controleer inzetgereedschap, zoals schuurschijven, voor het gebruik altijd op afsplinteringen en scheuren, steunschijven op scheuren, (sterke) slijtage en draadborstels op losse of gebroken draden. Wanneer het elektri- sche gereedschap of het inzetgereedschap valt, ga dan na of het beschadigd is of ga over op onbeschadigd inzetgereedschap. Wanneer u het inzetgereedschap heeft gecontroleerd en ingebracht, zorg er dan voor dat u en eventuele andere personen in de buurt buiten het bereik van het roterende inzetgereedschap blijven en laat het apparaat een minuut lang draaien op het hoogste toerental. In deze testperiode breekt beschadigd inzetgereedschap meestal. h) Draag een persoonlijke veiligheidsuitrus- ting. Draag afhankelijk van de toepassing volle- dige gezichtsbescherming, oogbescherming of een veiligheidsbril. Zo nodig draagt u een stofmasker, gehoorbescherming, veiligheids- handschoenen of een speciaal schort, die u bescherming bieden tegen kleine slijp- en materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen tegen rond- vliegende voorwerpen, die bij verschillende toepas- singen ontstaan, beschermd te worden. Stof- of zuurstofmaskers dienen het stof dat bij de toepas- sing ontstaat te filteren. Wanneer u lang aan hard geluid wordt blootgesteld, kan uw gehoor bescha- digd raken.

1. Conformiteitsverklaring

2. Gebruik volgens de

veiligheidsvoorschriften

i) Let erop dat andere personen zich op een

veilige afstand van uw werkgebied bevinden. Iedereen die het werkgebied betreedt, dient een persoonlijke veiligheidsbescherming te dragen. Gebroken inzetgereedschap of brok- stukken van het werkstuk kunnen wegvliegen en letsel buiten het directe werkgebied veroorzaken. j) Houd het apparaat alleen vast aan de geïso- leerde greepvlakken wanneer u werkzaam- heden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Door contact met een span- ningvoerende leiding kunnen ook metalen appa- raatonderdelen onder spanning worden gezet en kan een elektrische schok teweeg worden gebracht. k) Houd het netsnoer uit de buurt van draaiend inzetgereedschap. Wanneer u de controle over het apparaat verliest, kan het netsnoer worden doorgesneden of gegrepen en kan uw hand of uw arm in het draaiende inzetgereedschap komen.

I) Leg het elektrische gereedschap nooit weg

voordat het inzetgereedschap volledig tot stil- stand is gekomen. Het draaiende inzetgereed- schap kan in contact komen met het steunvlak, waardoor u mogelijk de controle over het elektri- sche gereedschap verliest. m) Laat het elektrische gereedschap niet draaien wanneer u het draagt. Door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap kan uw kleding worden gegrepen en kan het inzetge- reedschap zich in uw lichaam boren. n) Reinig regelmatig de ventilatiesleuven van uw elektrische gereedschap. De motorventilator trekt stof in de behuizing en een sterke opeenho- ping van metaalstof kan elektrische gevaren veroor- zaken. o) Gebruik het elektrische gereedschap niet in de buurt van brandbaar materiaal. Door vonken kunnen deze materialen vlam vatten. p) Gebruik geen inzetgereedschap waarvoor vloeibare koelmedia nodig zijn. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmedia kan leiden tot een elektrische schok.

4.2 Veiligheidsinstructies met het oog op

terugslagen en andere gevaarlijke situa- ties Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van draaiend inzetgereedschap dat blijft haken of blokkeert, zoals een schuurschijf, steunschijf, draadborstel, enz. Indien het draaiende inzetge- reedschap blokkeert of blijft haken, komt het onmid- dellijk tot stilstand. Hierdoor wordt een ongecontro- leerd elektrisch gereedschap, tegen de draairichting van het inzetgereedschap in, op de plaats van de blokkering versneld. Wanneer er bijv. een schuurschijf in het werkstuk blijft haken of blokkeert, kan de rand van de schuur- schijf die invalt in het werkstuk vastraken, met het uitbreken van de schuurschijf of een terugslag als mogelijk gevolg. De schuurschijf beweegt zich dan naar of vanaf de gebruiker, afhankelijk van de draai- richting van de schijf bij de plaats van de blokkering. Hierbij kunnen schuurschijven ook breken. Een terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik van het elektrische gereedschap. Deze kan worden voorkomen door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven. a) Houd het elektrische gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in zo'n positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. Gebruik, indien voorhanden, altijd de extra greep om tijdens de startfase een zo groot mogelijke controle over de terugslag- krachten of reactiemomenten te hebben. De gebruiker kan door geschikte veiligheidsmaatre- gelen te nemen de terugslag- en reactiemomenten beheersen. b) Zorg ervoor dat uw hand nooit in de buurt van draaiend inzetgereedschap komt. Het inzet- gereedschap kan zich bij een terugslag over uw hand bewegen. c) Kom niet met uw lichaam binnen het gebied waarin het elektrische gereedschap zich in geval van een terugslag beweegt. Door de terug- slag beweegt het elektrische gereedschap zich in tegengestelde richting ten opzichte van de schuur- schijf op de plaats van de blokkering. d) Werk bijzonder voorzichtig bij hoeken, scherpe randen, enz. Zorg ervoor dat het inzet- gereedschap niet van het werkstuk terug- springt en beklemd raakt. Het roterende inzetge- reedschap heeft de neiging om bij hoeken, scherpe randen of wanneer het terugspringt, beklemd te raken. Dit leidt tot verlies van controle of een terug- slag. e) Gebruik geen ketting- of getand zaagblad. Dit inzetgereedschap leidt vaak tot een terugslag of verlies van controle over het elektrische gereed- schap.

4.3 Speciale veiligheidsinstructies voor het

schuren en doorslijpen: a) Gebruik uitsluitend schuurmiddelen die voor uw elektrische gereedschap zijn goedgekeurd en de hiervoor geschikte beschermkap. Schuurmiddelen die niet geschikt zijn voor het elek- trische gereedschap kunnen niet voldoende worden afgeschermd en zijn onveilig. b) Gebogen slijpschijven dienen zo te zijn aangebracht, dat het slijpvlak zich onder de rand van de beschermkap bevindt. Een verkeerd aangebrachte slijpschijf die buiten de rand van de beschermkap uitsteekt, kan niet naar behoren worden afgeschermd. c) De beschermkap dient veilig op het elektri- sche gereedschap te worden aangebracht en voor een maximale veiligheid zo ingesteld te zijn, dat een zo klein mogelijk deel van het schuurmiddel open naar de bediener wijst. De beschermkap beschermt de gebruiker tegen brok- stukken, een toevallig contact met het schuur- middel en vonken, die kleding kunnen laten ontbranden. d) De schuurmiddelen mogen alleen worden gebruikt voor de aanbevolen toepassingsmo-NEDERLANDS nl

gelijkheden. Bijv.: Slijp nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bestemd voor de materiaalafname met de rand van de schijf. Door zijwaartse krachtinwerking op deze schuurmiddelen kan de schijf breken. e) Gebruik altijd onbeschadigde spanflenzen in de juiste grootte en vorm voor de door u gekozen schuurschijf. Geschikte flenzen steunen de schuurschijf en gaan zo het risico tegen dat deze breekt. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen zich onderscheiden van de flenzen voor andere schuur- schijven. f) Gebruik geen versleten schuurschijven van groter elektrisch gereedschap. Schuurschijven voor groter elektrisch gereedschap zijn niet geschikt voor de hogere toerentallen van kleiner elektrisch gereedschap en kunnen breken.

4.4 Meer speciale veiligheidsinstructies voor

het doorslijpen: a) Voorkom een te hoge aandrukkracht of een blokkering van de doorslijpschijf. Voer geen overmatig diepe snedes uit. Bij een overbelas- ting van de doorslijpschijf wordt ook de neiging tot schuin wegdraaien of blokkeren en daarmee de kans op een terugslag of breuk van het schuur- middel verhoogd. b) Mijd het gebied voor en achter de roterende doorslijpschijf. Wanneer u de doorslijpschijf in het werkstuk van u af beweegt, kan ingeval van een terugslag het elektrisch gereedschap met de draai- ende schijf direct naar u toe worden geslingerd. c) Indien de doorslijpschijf beklemd raakt of u het werk onderbreekt, schakel het apparaat dan uit en houd het rustig vast totdat de schijf tot stilstand gekomen is. Probeer nooit om de nog draaiende slijpschijf uit de snede te trekken, dit kan een terugslag veroorzaken. Stel de oorzaak van het beklemd raken vast en hef deze op. d) Schakel het elektrische gereedschap zolang het zich niet in het werkstuk bevindt nooit opnieuw in. Laat de slijpschijf eerst het volle toerental bereiken voordat u voorzichtig verder gaat met de snede. Anders kan de schijf blijven haken, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken. e) Zorg voor een ondersteuning van platen of grote werkstukken om het risico van een terug- slag als gevolg van een ingeklemde doorslijp- schijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Het werkstuk dient aan beide kanten van de schijf, en zowel bij de doorslijpsnede als aan de rand, ondersteund te worden. f) U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij "inval- snedes" in bestaande wanden of andere gebieden die niet ingezien kunnen worden. De invallende doorslijpschijf kan bij het snijden in gas- of waterleidingen, elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken.

4.5 Speciale veiligheidsinstructies voor het

schuren met zandpapier: a) Gebruik geen overgedimensioneerde schuurbladen maar houd u met betrekking tot de grootte van de schuurbladen aan de opgaven van de fabrikant. Schuurbladen die over de steunschijf uitsteken kunnen letsel veroorzaken en leiden tot het blokkeren of scheuren van de schuurbladen of een terugslag.

4.6 Speciale veiligheidsinstructies voor het

werken met draadborstels: a) Let erop dat de draadborstel ook tijdens het normale gebruik draadstukken verliest. Over- belast de draden niet door een te hoge aandrukkracht. Wegvliegende draadstukken kunnen heel gemakkelijk door dunne kleding en/of de huid heen dringen. b) Wordt het gebruik van een beschermkap aanbevolen, zorg er dan voor dat de beschermkap en de draadborstel niet met elkaar in aanraking kunnen komen. De diameter van schijf- en komborstels kan door aandruk- en centrifugale krachten vergroot worden.

4.7 Overige veiligheidsvoorschriften:

WAARSCHUWING – Draag altijd een veilig- heidsbril. Maak gebruik van elastische tussenlagen wanneer deze bij het schuurmateriaal ter beschikking gesteld worden en vereist zijn. Neem de opgaven van de fabrikant van het gereed- schap of de accessoires in acht! Zorg ervoor dat de schijven beschermd zijn tegen vet en stoten! Slijpschijven moeten zorgvuldig volgens de voor- schriften van de fabrikant bewaard en gehanteerd worden. Doorslijpschijven mogen nooit worden gebruikt voor het grofslijpen! Doorslijpschijven mogen niet onderhevig zijn aan zijwaartse druk. Het werkstuk dient stevig te liggen en beveiligd te zijn tegen wegglijden, bijv. met behulp van spanin- richtingen. Grote werkstukken dienen voldoende te worden ondersteund. Wordt er inzetgereedschap met schroefdraadinzet gebruikt, dan mag het einde van de spindel de gatenbodem van het schuurgereedschap niet raken. Let erop dat de schroefdraad in het inzetge- reedschap lang genoeg is om de spindellengte op te nemen. De schroefdraad van het inzetgereed- schap moet bij de schroefdraad op de spindel passen. Zie voor de lengte en de schroefdraad van de spindel pagina 3 en hoofdstuk 14. Technische gegevens. Bij de bewerking, met name van metaal, kan zich geleidende stof in de machine afzetten. Hierdoor kan elektrische energie overgaan op de machinebehuizing. Dit kan tijdelijk het risico van een elektrische schok met zich meebrengen. Daarom is het noodzakelijk om de lopende machine zeer regelmatig en grondig door de achterste ventilatiesleuven uit te blazen metNEDERLANDSnl

perslucht. Hierbij dient de machine stevig te worden vastgehouden. Het wordt aanbevolen om gebruik te maken van een stationaire afzuiginrichting en een aardlekscha- kelaar (FI) voor te schakelen. Indien de haakse slijper door de FI-veiligheidsschakelaar wordt uitge- schakeld, moet de machine gecontroleerd en gerei- nigd worden. Motorreiniging zie hoofdstuk9. Reini- ging. Stoffen afkomstig van bepaalde materialen, zoals loodhoudende verf, enkele houtsoorten, mineralen en metaal, kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Het aanraken of inademen van deze stoffen kan bij de gebruiker of personen die zich in de nabijheid bevinden leiden tot allergische reacties en/of aandoeningen aan de luchtwegen. Bepaalde stoffen, zoals van eiken of beuken, gelden als kankerverwekkend, met name in verbinding met additieven voor de houtbehandeling (chromaat, houtbeschermingsmiddelen). Asbesthoudend materiaal mag alleen worden bewerkt door gespecialiseerd personeel. - Maak zo mogelijk gebruik van een stofafzuiging. - Zorg voor een goede ventilatie van de werkplaats. - Het wordt aanbevolen om een stofmasker van filterklasse P2 te dragen. Neem de voorschriften in acht die in uw land voor de te bewerken materialen van toepassing zijn. Er mogen geen materialen worden gebruikt waarbij tijdens de bewerking stoffen of dampen vrijkomen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid (bijv. asbest). Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen bij het werken onder stoffige omstandigheden vrij zijn. Mocht het nodig zijn om het stof te verwijderen, ontkoppel dan eerst het elektrisch gereedschap van het elektriciteitsnet (gebruik niet-metalen voor- werpen) en voorkom beschadiging van inwendige delen. Beschadigde, onronde resp. vibrerende gereed- schappen mogen niet gebruikt worden. Schade aan gas- of waterleidingen, elektrische geleiders en dragende wanden (statica) voor- komen. Bij gebruik van de machine buiten: FI-veiligheids- schakelaar met max. afschakelstroom (30 mA) voorschakelen! De stekker altijd uit het stopcontact halen voordat instel-, ombouw- of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. Een beschadigde of gebarsten extra greep dient te worden vervangen. Indien de extra greep defect is de machine niet gebruiken. Een beschadigde of gebarsten beschermkap dient te worden vervangen. Indien de beschermkap defect is de machine niet gebruiken. Schakel de machine niet in wanneer veiligheids- voorzieningen of onderdelen van het gereedschap ontbreken of defect zijn. Dit elektrisch gereedschap is niet bestemd om te polijsten. De garantie vervalt bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaatsvindt! De motor kan oververhit en het elektrisch gereedschap bescha- digd raken. Voor polijstwerkzaamheden bevelen wij onze haakse polijstmachine aan. Zie bladzijde 2. 1Steunflens 2Spindel 3Spindelvastzetknop 4 Blokkering (tegen onbedoeld inschakelen, dan wel voor de continu-inschakeling)* 5 Drukschakelaar (voor het in-/uitschakelen) 6 Knop (voor het draaien van de hoofdhandgreep)* 7 Hoofdhandgreep 8 Extra greep / extra greep met trillingsdemping * 9 Beschermkap 10 Spanmoer 11 Tweegaatssleutel 12 Hendel (voor het zonder gereedschap verstellen van de beschermkap)

Spanner (voor het zonder gereedschap verstellen van de beschermkap)

14 Schroef (voor het instellen van de spankracht van de spanner)*

  • afhankelijk van de uitrusting/niet in de leve- ringsomvang Controleer alvorens het apparaat in gebruik te nemen of de op het typeplaatje aangegeven netspanning en netfrequentie overeenkomen met de gegevens van het elektriciteitsnet.

6.1 Extra greep aanbrengen

Alleen werken wanneer de extra greep (8) is aangebracht! De extra greep (naar wens) in het draadgat links, midden of rechts met de hand stevig inschroeven.

6.2 Beschermkap aanbrengen

Gebruik uit veiligheidsoverwegingen uitslui- tend de beschermkap die bestemd is voor het betreffende slijpelement! Zie ook hoofdstuk 11. Accessoires! Beschermkap voor het slijpen Bestemd voor het werken met afbraamschijven, lamellenslijpschijven, diamant-doorslijpschijven. W 17-150, WX 17-150: Zie pagina 2, afbeelding D. - De hendel (12) indrukken en ingedrukt houden. De beschermkap (9) aanbrengen in de weerge- geven positie. - De hendel loslaten en aan de beschermkap draaien tot de hendel inklikt. - De hendel indrukken en aan de beschermkap draaien tot het gesloten deel naar de gebruiker wijst. - Controleer of de hendel goed bevestigd is: Hij dient vergrendeld te zijn en er mag niet aan de beschermkap kunnen worden gedraaid. W 17-180, WX 17-180: Zie pagina 2, afbeelding E.

6. InbedrijfstellingNEDERLANDS nl

- Spanner (13) openen. De beschermkap (9) aanbrengen in de weergegeven positie. - De beschermkap zo draaien dat het gesloten gebied naar de gebruiker wijst. - Spanner sluiten. - Indien nodig, de spankracht van de spanner verhogen door de schroef (14) (bij geopende spanner) vast te draaien. Alleen inzetgereedschap gebruiken waar de beschermkap minstens 3,4 mm boven uitsteekt.

6.3 Draaibare hoofdhandgreep

Alleen met vergrendelde hoofdhandgreep (7) werken. Zie pagina 2, afbeelding A. - Knop (6) indrukken. - De hoofdhandgreep (7) kan nu naar beide kanten 90° gedraaid en vergrendeld worden. - Controleer of de hoofdhandgreep (7) goed beves- tigd is: Hij dient vergrendeld te zijn en er mag niet aan kunnen worden gedraaid.

De netstopcontacten moeten met trage smeltzeke- ringen of leidingbeveiligingsschakelaars beschermd zijn. Machines met „X“ in de typeaanduiding: (Met inge- bouwde automatische aanloopstroombegrenzing (zachte aanloop).) De netstopcontacten kunnen ook met snelle smeltzekeringen of leidingbeveili- gingsschakelaars beschermd zijn. Voor alle ombouwwerkzaamheden: de netstekker uit het stopcontact halen. De machine moet uitgeschakeld zijn en de spindel moet stilstaan. Voor het werken met doorslijpschijven uit veiligheidsoverwegingen de beschermkap van de doorslijpschijf (zie hoofdstuk 11. Acces- soires) gebruiken.

De spindelvastzetknop (3) alleen bij stil- staande spindel indrukken! - De spindelvastzetknop (3) indrukken en de spindel (2) met de hand draaien tot de spindel- vastzetknop merkbaar inklikt.

7.2 De schuurschijf erop plaatsen

Zie pagina 2, afbeelding B. - De steunflens (1) op de spindel plaatsen. Deze is op de juiste wijze aangebracht als hij op de spindel niet gedraaid kan worden. - De schuurschijf, zoals in afbeelding B aange- geven, op de steunflens (1) plaatsen. De schuurschijf dient gelijkmatig op de steunflens te liggen. De plaatflens van de doorslijpschijven dient op de steunflens te liggen.

7.3 Spanmoer bevestigen/losdraaien

Spanmoer (10) bevestigen: De 2 kanten van de spanmoer zijn verschillend. De spanmoer als volgt op de spindel schroeven: Zie pagina 2, afbeelding C. - A) Bij dunne schuurschijven: De band van de spanmoer (10) wijst naar boven, zodat de dunne schuurschijf veilig kan worden gespannen. B) Bij dikke schuurschijven: De band van de spanmoer (10) wijst naar beneden, zodat de spanmoer veilig op de spindel kan worden aangebracht. - De spindel vergrendelen. De spanmoer (10) met de tweegaatssleutel (11) met de wijzers van de klok mee vastzetten. Spanmoer losmaken: - Spindel vastzetten (zie hoofdstuk 7.1). De span- moer (10) met de tweegaatssleutel (11) tegen de wijzers van de klok in afschroeven.

8.1 In-/uitschakelen

De machine altijd met beide handen geleiden! Eerst inschakelen, dan het inzetgereedschap naar het werkstuk brengen. Het opzuigen van extra stof en spanen door de machine dient te worden voorkomen. Bij het in- en uitschakelen moet erop worden gelet dat zich geen neergeslagen stof in de buurt van de machine bevindt. De machine na het uitschakelen pas wegzetten wanneer de motor tot stilstand is gekomen. Voorkom onverhoeds aanlopen: De machine altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of wanneer zich een stroomonderbreking heeft voorgedaan. Bij de continu-inschakeling loopt de machine verder wanneer hij uit de hand wordt getrokken. Daarom de machine altijd met beide handen bij de hiervoor bestemde handgrepen vast- houden, ervoor zorgen dat u stevig staat en gecon- centreerd werken. Momentinschakeling: Inschakelen: de blokkering (4) indrukken en vervolgens op de drukschakelaar (5) drukken. De blokkering (4) loslaten. Uitschakelen: De drukschakelaar (5) loslaten. Continu-inschakeling (afhankelijk van de uitvoering): Inschakelen: de blokkering (4) indrukken en ingedrukt houden. De drukschakelaar (5) indrukken en ingedrukt houden. De machine is nu ingeschakeld. Nu de blokkering (4) nogmaals indrukken om de drukschakelaar (5) te vergrendelen (continu-inschakeling).

7. Schuurschijf aanbrengen

8. GebruikNEDERLANDSnl

Uitschakelen: De drukschakelaar (5) indrukken en loslaten.

8.2 Tips voor het werk

Schuren en schuren met zandpapier: De machine matig aandrukken en over het opper- vlak heen- en weer bewegen, zodat het werk-stuk-opper-vlak niet te heet wordt. Grofslijpen: Voor een goed arbeidsresultaat dient u te werken met een invalshoek van 30° - 40°. Doorslijpen: Bij het doorslijpen altijd in tegenge- stelde richting (zie afbeelding) werken. Anders bestaat het gevaar dat de machine ongecontroleerd uit de snede springt. Werk met een matige, aan het materiaal aangepaste voorwaartse bewe- ging. Niet schuin wegdraaien, niet drukken, niet trillen. Werken met draadborstels: De machine matig aandrukken. Reiniging van de motor: De machine zeer regel- matig en grondig door de achterste ventilatie- sleuven uitblazen met perslucht. Hierbij dient de machine stevig te worden vastgehouden. Knop (6) voor de instelling van de handgreep: De knop af en toe doorblazen (in ingedrukte toestand en in alle 3 posities van de hoofdhand- greep). Inschakelingen genereren kortstondige spannings- dips. Bij ongunstige netomstandigheden kunnen andere apparaten worden beïnvloed. Bij netimpe- danties kleiner dan 0,4 Ohm worden geen storingen verwacht. Herstartbeveiliging: Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine inge- schakeld is of wordt de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan start de machine niet. De machine uit- en weer inschakelen. Gebruik uitsluitend originele Metabo toebehoren. Zie bladzijde 4. Gebruik uitsluitend toebehoren die voldoen aan de eisen en typische gegevens die in deze gebruiks- aanwijzing worden weergegeven. A Beschermkap voor het doorslijpen Bestemd voor het werken met doorslijpschijven, diamant-doorslijpschijven. Aanbrengen zoals beschreven bij „Beschermkap voor het schuren“ (hoofdstuk 6.2). B Handbescherming voor het schuren met zandpapier en het werken met draadbor- stels Bestemd voor het werken met steunschijven, slijp- schijven, draadborstels. Handbescherming aanbrengen onder de extra greep opzij. Compleet accessoireprogramma, zie www.metabo.com of de accessoirecatalogus. Reparaties aan elektrisch gereedschap mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd! Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Onderdeellijsten kunt u via www.metabo.com downloaden. Het ontstane slijpstof kan schadelijke stoffen bevatten: Niet met het huisvuil meegeven maar op de juiste manier naar een depot voor gevaarlijke afvalstoffen afvoeren. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebe- horen. Alleen voor EU-landen: Geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische appa- raten en de vertaling hiervan in de nationale wetge- ving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu- vriendelijke wijze te worden afgevoerd. Toelichting bij de gegevens op pagina 3. Wijzi- gingen in verband met technische ontwikkelingen voorbehouden.

max = max. diameter van het inzetgereedschap

max,1 = max. toelaatbare dikte van het inzet-gereed-schap in het spanbereik bij gebruik van de spanmoer (10)

max,3 = afbraamschijf/doorslijpschijf: max. toelaatbare dikte van het inzetge- reedschap M = spindelschroefdraad l = lengte van de schuurspindel n = onbelast toerental (hoogste toerental)

= afgegeven vermogen m = gewicht zonder netsnoer Meetgegevens volgens de norm EN 60745. Machine van beveiligingsklasse II ~ Wisselstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de toepasselijke norm).

Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling moge- lijk van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fases met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op grond van de overeenkom- stig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatori- sche maatregelen. Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 60745:

h, SG = trillingsemissiewaarde (oppervlakken schuren)

h, DS = trillingsemissiewaarde (schuren met steunschijf)

h,SG/DS = onzekerheid (trilling) Karakteristiek A-gekwalificeerd geluidsniveau: