G 400 - Vermaler METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis G 400 METABO in PDF-formaat.

📄 114 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice METABO G 400 - page 25
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METABO

Model : G 400

Categorie : Vermaler

Download de handleiding voor uw Vermaler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding G 400 - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. G 400 van het merk METABO.

GEBRUIKSAANWIJZING G 400 METABO

Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording: Deze rechte slijpers, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij *4) - zie pagina 3. Machines met de aanduiding G... zijn bestemd .... - ... voor het fijnschuren van metaal met slijpstiften. - ... voor fijne doorslijpwerkzaamheden van metaal met kleine doorslijpschijven. - ... voor het frezen met schachtfrezen van non- ferro metaal, kunststof, hardhout, etc. - ...voor het werken met penseel- en ronde draadborstels - ...voor het werken met elastische polijstschijven - ...voor het werken met viltpolijstschijven - ...voor het werken met lamellen-schuurwielen Niet bestemd voor het werken met polijsttrommels. De FME 737 is bestemd ... - ... voor het fijnschuren van metaal met slijpstiften. - ... voor het frezen met schachtfrezen van non- ferro metaal, kunststof, hardhout, etc. Ideaal voor de aandrijving van een geschikte, flexibele as van Metabo. Kan met bijbehorende, originele accessoires van Metabo worden uitgebreid tot bovenfrees. Voor schade door ondeskundig gebruik is alleen de gebruiker aansprakelijk. De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsinstructies moeten worden nageleefd. Let voor uw veiligheid en die van de machine op de passages die voorzien zijn van dit symbool! WAARSCHUWING – Lees ter vermindering van het risico van letsel de handleiding. WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Worden de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Geef uw elektrisch gereedschap alleen met deze documenten aan anderen door.

4.1 Gemeenschappelijke

veiligheidsvoorschriften voor slijpen, schuren, werken met draadborstels, polijsten, frezen of doorslijpen: Toepassing a) Dit elektrisch gereedschap dient te worden gebruikt als schuurmachine, schuurmachine met zandpapier. Machines met de aanduiding G ... mogen bovendien wordt gebruikt als draadborstel, polijst-, frees- en doorslijpmachine. Let op alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeeldingen en gegevens die u bij uw apparaat ontvangt. Neemt u de volgende aanwijzingen niet in acht, dan kan dit leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. b) De FME 737 is niet geschikt als draadborstel, om te polijsten of door te slijpen. Gebruik waarvoor het elektrisch gereedschap niet bestemd is, kan leiden tot gevaarlijke situaties en lichamelijk letsel. c) Gebruik geen accessoires die door de fabrikant niet speciaal voor dit elektrisch gereedschap bestemd en aanbevolen zijn. Wanneer u de accessoires aan uw elektrisch gereedschap kunt bevestigen, garandeert dit nog geen veilig gebruik. d) Het toelaatbare toerental van het inzetgereedschap dient minstens zo hoog te zijn als het maximale toerental dat op het elektrisch gereedschap staat aangegeven. Accessoires die sneller draaien dan toelaatbaar kunnen breken en in het rond vliegen. e) De buitendiameter en de dikte van het inzetgereedschap dienen overeen te komen met de maataanduidingen van uw elektrisch gereedschap. Verkeerd bemeten inzetgereedschap kan niet voldoende worden afgeschermd of gecontroleerd. f) Slijpschijven, slijpwalsen of andere accessoires dienen exact op de slijpspindel of spantang van uw elektrisch gereedschap te passen. Inzetgereedschap dat niet precies in de opname van het elektrisch gereedschap past, draait ongelijkmatig en trilt zeer sterk, hetgeen kan leiden tot verlies van controle. g) De doorn waarop een schijf, slijpcilinder, snijwerktuig of ander accessoire gemonteerd is, moet volledig in de spantang of spankop worden geplaatst. Het „uitstekende“ resp. vrijliggende deel van de doorn tussen slijpmiddel en spantang of spankop dient minimaal te zijn. Wanneer de doorn niet voldoende wordt gespannen of het slijpmiddel te ver naar voren staat, kan het inzetgereedschap losraken en met hoge snelheid worden uitgeworpen.

2. Voorgeschreven gebruik van

veiligheidsinstructies

h) Gebruik geen beschadigd inzetgereedschap. Controleer inzetgereedschap, zoals slijpschijven, voor het gebruik altijd op afsplinteringen en scheuren, slijpwalsen op scheuren of (sterke) slijtage en draadborstels op losse of gebroken draden. Wanneer het het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap gevallen is, controleer het dan op beschadigingen of gebruik onbeschadigd inzetgereedschap. Wanneer u het inzetgereedschap heeft gecontroleerd en ingebracht, zorg er dan voor dat u en eventuele andere personen in de buurt buiten bereik van het roterende inzetgereedschap blijven en laat het apparaat een minuut lang draaien op het hoogste toerental. In deze testperiode breekt beschadigd inzetgereedschap meestal.

i) Draag een persoonlijke veiligheidsuitrusting.

Draag afhankelijk van de toepassing volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of een veiligheidsbril. Zo nodig draagt u een stofmasker, gehoorbescherming, veiligheidshandschoenen of een speciaal schort, die u bescherming bieden tegen kleine slijp- en materiaaldeeltjes. Uw ogen dienen tegen rondvliegende vreemde voorwerpen, die bij verschillende toepassingen ontstaan, beschermd te worden. Stof- of zuurstofmaskers dienen het stof dat bij de toepassing ontstaat te filteren. Wanneer u lang aan hard geluid wordt blootgesteld, kan uw gehoor beschadigd raken. j) Let erop dat andere personen zich op een veilige afstand van uw werkgebied bevinden. Iedereen die het werkgebied betreedt, dient een persoonlijke veiligheidsbescherming te dragen. Gebroken inzetgereedschap of brokstukken van het werkstuk kunnen wegvliegen en letsel buiten het directe werkgebied veroorzaken. k) Houd het apparaat alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken wanneer u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Door contact met een spanningvoerende geleider kunnen ook metalen apparaatonderdelen onder spanning worden gezet zetten en een elektrische schok teweeg worden gebracht. l) Houd het elektrisch gereedschap bij het starten steeds goed vast. Tijdens het aanlopen naar het volledige toerental kan het elektrisch gereedschap door het reactiemoment van de motor verdraaien. m) Gebruik, indien mogelijk, de schroefklemmen om het werkstuk te bevestigen. Werk nooit met een klein werkstuk in de ene hand en het elektrisch gereedschap in de andere. Door het vastspannen van kleine werkstukken heeft u beide handen vrij voor een betere controle van het elektrisch gereedschap. Bij het doorslijpen van ronde werkstukken, zoals houten deuvels, staven of buizen, rollen deze gemakkelijk weg, waardoor het inzetgereedschap beklemd kan raken en naar u toe kan worden geslingerd. n) Houd de aansluitkabel uit de buurt van draaiend inzetgereedschap. Wanneer u de controle over het apparaat verliest, kan het netsnoer worden doorgesneden of gegrepen en kan uw hand of uw arm in het draaiende inzetgereedschap komen. o) Leg het het elektrisch gereedschap nooit weg voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact komen met het steunvlak, waardoor u mogelijk de controle over het elektrisch gereedschap verliest. p) Draai na het wisselen van inzetgereedschap of het wijzigen van instellingen aan het apparaat de spantangmoer, de spankop of andere bevestigingselementen goed vast. Losse bevestigingselementen kunnen onverwacht van plaats veranderen en tot verlies van controle leiden; niet-bevestigde, draaiende componenten worden met geweld naar buiten geslingerd. q) Laat het elektrisch gereedschap niet draaien terwijl u het draagt. Door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap kan uw kleding worden gegrepen en kan het inzetgereedschap zich in uw lichaam boren. r) Reinig regelmatig de ventilatiegleuven van uw elektrisch gereedschap. De motorventilator trekt stof in de behuizing, en een sterke opeenhoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken. s) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van brandbaar materiaal. Door vonken kunnen deze materialen vlam vatten. t) Gebruik geen inzetgereedschap waarvoor een vloeibaar koelmiddel nodig is. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmedia kan leiden tot een elektrische schok.

4.2 Veiligheidsinstructies met het oog op

terugslagen en andere gevaarlijke situaties Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van draaiend inzetgereedschap - zoals een slijpschijf, slijpband of draadborstel - dat blijft haken of blokkeert. Indien het draaiende inzetgereedschap blokkeert of blijft haken, komt het onmiddellijk tot stilstand. Hierdoor wordt ongecontroleerd elektrisch gereedschap tegen de draairichting van het inzetgereedschap in op de plaats van de blokkering versneld. Wanneer er bijv. een slijpschijf in het werkstuk blijft haken of blokkeert, kan de rand van de slijpschijf, die invalt in het werkstuk, vastraken, met het uitbreken van de slijpschijf of een terugslag als mogelijk gevolg. De slijpschijf beweegt zich dan naar of vanaf de bediener, afhankelijk van de draairichting van de schijf bij de plaats van de blokkering. Hierbij kunnen schuurschijven ook breken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd gebruik van het elektrisch gereedschap. Deze kan worden verhinderd door passende veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals hieronder beschreven.NEDERLANDS nl

a) Houd het het elektrisch gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in zo'n positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. De gebruiker kan door geschikte veiligheidsmaatregelen te nemen de terugslag- en reactiemomenten beheersen. b) Werk bijzonder voorzichtig bij hoeken, scherpe randen, enz. Zorg ervoor dat het inzetgereedschap niet van het werkstuk terugspringt en beklemd raakt. Het roterende inzetgereedschap heeft de neiging om bij hoeken, scherpe randen of ingeval het terugspringt beklemd te raken. Dit leidt tot verlies van controle of een terugslag. c) Gebruik geen getand zaagblad. Dit inzetgereedschap leidt vaak tot een terugslag of verlies van controle over het elektrisch gereedschap. d) Geleid het inzetgereedschap altijd in dezelfde richting in het materiaal als waarin het snijgereedschap het materiaal verlaat (komt overeen met dezelfde richting waarin de spanen worden uitgeworpen). Wordt het elektrisch gereedschap in de verkeerde richting geleid, dan kan de snijkant van het inzetgereedschap uit het werkstuk breken, waardoor het elektrisch gereedschap in deze aanzetrichting wordt getrokken. e) Span het werkstuk altijd goed vast bij gebruik van draaivijlen, doorslijpschijven, hogesnelheids- of hardmetalen freesgereedschappen. Wanneer dit soort inzetgereedschap maar enigszins schuin in de groef komt te staan, blijft het haken en kan er een terugslag plaatsvinden. Wanneer een doorslijpschijf blijft haken, breekt deze gewoonlijk. Blijven draaivijlen, hogesnelheids- of hardmetalen freesgereedschappen haken, dan kan het inzetgereedschap uit de groef springen, hetgeen tot verlies van controle over het elektrisch gereedschap kan leiden.

4.3 Speciale veiligheidsinstructies voor het

schuren en doorslijpen: a) Gebruik uitsluitend slijpmiddelen die voor uw elektrisch gereedschap zijn goedgekeurd en gebruik het alleen voor de aanbevolen toepassingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld: Slijp nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bestemd voor de materiaalafname met de rand van de schijf. Door zijwaartse krachtinwerking op deze schuurmiddelen kan de schijf breken. b) Gebruik voor conische en rechte slijpstiften met schroefdraad alleen onbeschadigde doornen van de juiste grootte en lengte, zonder achtersnijding aan de kraag. Geschikte doornen verminderen de mogelijkheid tot breuk. c) Voorkom een te hoge aandrukkracht of een blokkering van de slijpschijf. Voer geen overmatig diepe snedes uit. Bij een overbelasting van de doorslijpschijf wordt ook de neiging tot schuin wegdraaien of blokkeren en daarmee de kans op een terugslag of breuk van het schuurmiddel verhoogd. d) Mijd met uw hand het gebied voor en achter de roterende doorslijpschijf. Wanneer u de doorslijpschijf in het werkstuk van u af beweegt, kan ingeval van een terugslag het elektrisch gereedschap met de draaiende schijf direct naar u toe worden geslingerd. e) Indien de doorslijpschijf beklemd raakt of u het werk onderbreekt, schakel het apparaat dan uit en houd het rustig vast totdat de schijf tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de nog draaiende doorslijpschijf uit de snede te trekken, dit kan een terugslag veroorzaken. Stel de oorzaak van het beklemd raken vast en hef deze op. f) Schakel het elektrisch gereedschap nooit opnieuw in zolang het zich in het werkstuk bevindt. Laat de doorslijpschijf eerst het volle toerental bereiken voordat u voorzichtig verder gaat met de snede. Anders kan de schijf blijven haken, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken. g) Zorg voor een ondersteuning van platen of grote werkstukken om het risico van een terugslag als gevolg van een ingeklemde doorslijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Het werkstuk dient aan beide kanten van de schijf, en zowel bij de doorslijpsnede als aan de rand, ondersteund te worden. h) U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij invalsnedes in bestaande wanden of andere gebieden waarvan u niet weet wat zich daarin bevindt. De invallende doorslijpschijf kan bij het snijden in gas- of waterleidingen, elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken.

4.4 Speciale veiligheidsinstructies voor het

werken met draadborstels: a) Let erop dat de draadborstels ook tijdens het gewone gebruik draadstukken verliest. Overbelast de draden niet door een te hoge aandrukkracht. Wegvliegende draadstukken kunnen heel gemakkelijk door dunne kleding en/of de huid heen dringen. b) Laat borstels voor gebruik minstens een minuut op werksnelheid draaien. Let erop dat er gedurende deze tijd geen andere persoon voor of in de lijn van de borstel staat. Tijdens de inlooptijd kunnen losse draadstukken wegvliegen. c) Richt de roterende draadborstel van u af. Bij het werken met deze borstels kunnen kleine deeltjes en miniscule draadstukken met hoge snelheid wegvliegen en de huid doordringen.

4.5 Overige veiligheidsvoorschriften:

WAARSCHUWING – Draag altijd een veiligheidsbril. Maak gebruik van elastische tussenlagen, wanneer deze bij het schuurmateriaal ter beschikking gesteld worden en vereist zijn.NEDERLANDSnl

Neem de opgaven van de fabrikant van het gereedschap of de accessoires in acht! Zorg ervoor dat de schijven beschermd zijn tegen vet en stoten! Schuurmateriaal dient zorgvuldig, volgens de aanwijzingen van de fabrikant, te worden bewaard en gebruikt. Doorslijpschijven mogen nooit worden gebruikt voor het grofslijpen! Doorslijpschijven mogen niet onderhevig zijn aan zijwaartse druk. Het werkstuk dient stevig te liggen en beveiligd te zijn tegen wegglijden, bijv. met behulp van spaninrichtingen. Grote werkstukken dienen voldoende te worden ondersteund. Asvergrendeling (4) alleen bij stilstaande motor indrukken. (GA 18 LTX, GPA 18 LTX, GA 18 LTX G, GE 710 Plus, GEP 710 Plus, GE 950 G Plus, GEP 950 G Plus) Neem de draaiende onderdelen van de machine niet vast! Verwijder spaanders en dergelijke uitsluitend bij een uitgeschakelde en stilstaande machine. Zorg ervoor dat het slijpmiddel voor gebruik correct aangebracht en bevestigd wordt, en laat het gereedschap 60 seconden onbelast in een veilige omgeving lopen en onmiddellijk stoppen, wanneer aanzienlijke trillingen optreden of wanneer andere gebreken vastgesteld worden. Wanneer deze toestand zich voordoet, controleert u de machine, om de oorzaak vast te stellen. Zorg ervoor dat vonken die tijdens het gebruik ontstaan, geen gevaar veroorzaken, bijv. de gebruiker of andere personen raken of ontvlambare substanties doen vlam vatten. Gevaarlijke gebieden moeten met moeilijk ontvlambare dekens afgedekt worden. Houd in brandgevaarlijke bereiken een geschikt blusmiddel bij de hand. Beschadigde, onronde resp. vibrerende gereedschappen mogen niet gebruikt worden. Werk uit veiligheidsoverwegingen alleen met een gemonteerde rubbermanchet (3) of extra handgreep (5). De stofbelasting verminderen: Stofdeeltjes die tijdens het werken met deze machine ontstaan, kunnen stoffen bevatten die kanker, allergische reacties, aandoeningen aan de luchtwegen, aangeboren afwijkingen of andere voortplantingsproblemen kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van dergelijke stoffen zijn: Lood (in loodhoudende verf), mineraal stof (uit bakstenen, beton e.d.), additieven voor de behandeling van hout (chromaat, houtverduurzamingsmiddelen), enkele houtsoorten (zoals eiken- of beukenstof), metalen, asbest. Het risico is afhankelijk van het feit hoe lang de gebruiker of in de buurt aanwezige personen aan de stofbelasting worden blootgesteld. Deze stofdeeltjes mogen niet in het lichaam terechtkomen. Om de belasting met deze stoffen te verminderen: Zorg voor een goede ventilatie van de werkplek en draag een geschikte veiligheidsbescherming, zoals bijv. ademmaskers die in staat zijn om de microscopische kleine stofdeeltjes uit de lucht te filteren. Neem de voor uw materiaal, personeel, toepassingsgeval en locatie geldende richtlijnen in acht (bijv. arbeidsveiligheidsbepalingen, afvalbehandeling). Verzamel de ontstane stofdeeltjes op de plaats waar deze ontstaan, voorkom dat deze neerslaan in de omgeving. Gebruik voor speciale werkzaamheden geschikte accessoiores (zie hoofdstuk 10.) Daardoor komen slechts weinig deeltjes ongecontroleerd in de omgeving. Gebruik een geschikte stofafzuiging. Verminder de stofbelasting door: - de vrijkomende stofdeeltjes en de af te voeren luchtstroom van de machine niet op de gebruiker zelf of in de buurt aanwezige personen of op neergeslagen stof te richten, - een afzuiginstallatie en/of een luchtfilter te plaatsen, - de werkplek goed te ventileren en door te stofzuigen schoon te houden. Vegen of blazen wervelt het stof op. - Zuig of was de beschermende kleding. Niet uitblazen, uitslaan of uitborstelen.

4.6 Speciale veiligheidsvoorschriften voor

elektrische machines: Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat instelt, ombouwt, reinigt of er onderhoud aan pleegt. Het gebruik van een stationaire afzuiginrichting wordt aanbevolen. Schakel altijd een lekstroomschakelaar (RCD) met een max. schakelstroomsterkte van 30 mA voor de machine. Wanneer de machine door de FI- veiligheidsschakelaar wordt uitgeschakeld, dient hij gecontroleerd en gereinigd te worden. Zie hoofdstuk 8. Reiniging.

4.7 Speciale veiligheidsvoorschriften voor

accumachines: Haal het accupack uit de machine, voordat instel-, ombouw-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden uitgevoerd worden. Accupacks tegen vocht beschermen! Accupacks niet aan vuur blootstellen! Geen defecte of vervormde accupacks gebruiken! Accupacks niet openen! Contacten van de accupacks niet aanraken of kortsluiten! Uit defecte Li-Ion-accupacks kan een licht zure, brandbare vloeistof lopen! Wanneer er accuvloeistof naar buiten stroomt en met de huid in aanraking komt, onmiddellijk afspoelen met overvloedig water. Wanneer er accuvloeistof in uw ogen komt,NEDERLANDS nl

was deze dan uit met schoon water en zoek onmiddellijk een arts op voor behandeling! Zie pagina 2. 1Spantang 2 Spantangmoer 3 Rubbermanchet * 4 Spilvergrendeling * 5Extra handgreep * 6Schakelschuif * 7 Hoofdhandgreep 8 Inschakelblokkering * 9 Drukschakelaar * 10 Stelknop voor toerentalinstelling * 11 Stoffilter * 12 Elektronische signaalindicatie * 13 Toets voor ontgrendeling van de accupack * 14 Toets voor de indicatie van de capaciteit * 15 Capaciteits- en signaalindicatie * 16 Accupack *

  • afhankelijk van de uitvoering

6.1 Speciaal voor elektrische machines

Controleer, voordat de machine in gebruik wordt genomen, of de op het typeplaatje aangegeven spanning met de netspanning overeenkomt. Schakel altijd een lekstroomschakelaar (RCD) met een max. schakelstroomsterkte van 30 mA voor de machine.

6.2 Speciaal voor accumachines

Stoffilter Bij een sterk verontreinigde omgeving altijd het stoffilter (11) aanbrengen. Met een aangebracht stoffilter (11) wordt de machine sneller warm. De elektronica beschermt de machine tegen oververhitting (zie hoofdstuk 9.). Aanbrengen: Zie pagina 2, afbeelding A. Stoffilter (11) aanbrengen zoals weergegeven. Afnemen: Het stoffilter (11) aan de bovenkant enigszins optillen en naar beneden afnemen. Draaibaar accupack Zie pagina 2, afbeelding B. Het achterdeel van de machine kan in 3 stappen 270° worden gedraaid, zodat de vorm van de machine aangepast kan worden aan de arbeidsomstandigheden. Alleen in ingeklikte stand gebruiken. Accupack De accupack (16) voor gebruik opladen. Laad het accupack bij vermogensverlies weer op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 10°C en 30°C. Li-Ion-accupacks „Li-Power“ hebben een capaciteits- en signaalindicatie (15): - Druk op toets (14) en de laadtoestand wordt door de LED-verlichting aangegeven. - Wanneer een LED-lampje knippert, is de accupack bijna leeg en moet worden opgeladen. Accupack uitnemen, inbrengen Uitnemen: De toets voor de accupack- ontgrendeling (13) indrukken en de accupack (16) naar beneden uittrekken. Inbrengen: accupack (16) erop schuiven tot deze inklikt.

De schachtdiameter van het gereedschap moet exact overeenkomen met het spanboorgat van de spantang (1)! Er bestaan spantangen voor verschillende schachtdiameters. Zie het hoofdstuk Accessoires.

7.2 Inzetten van het gereedschap

Voor alle ombouwwerkzaamheden: het accupack uit de machine halen / de stekker uit het stopcontact nemen. De machine moet uitgeschakeld zijn en de spindel stilstaan. Gebruik alleen gereedschap dat geschikt is voor het onbelast toerental van uw machine! Zie de technische gegevens. De schachtdiameter van het gereedschap moet exact overeenkomen met het spanboorgat van de spantang (1)! Bij slijpstiften mag de door de fabrikant aangegeven maximaal toelaatbare open schachtlengte l

niet worden overschreden! De maximaal toegestane schachtlengte is de som van l

en de maximale insteekdiepte L max (zie hoofdstuk 13.) Het gereedschap met de gehele lengte van de schacht in de spantang (1) inbrengen. De spindel vasthouden. Bij GE 710 Compact, FME 737 met de meegeleverde 13-mm- steeksleutel. Bei GA 18 LTX, GPA 18 LTX, GA 18 LTX G, GE 710 Plus, GEP 710 Plus, GE 950 G Plus, GEP 950 G Plus door het indrukken van de spilvergrendeling (4). De spantangmoer (2) met de 17/19-mm- steeksleutel vastdraaien. Wanneer er geen gereedschap in de spantang is geplaatst, deze niet met de sleutel aantrekken maar met de hand vastschroeven!

6. Inbedrijfstelling

Eerst inschakelen, dan het inzetgereedschap naar het werkstuk brengen. Voorkom onverhoeds aanlopen: De machine altijd uitschakelen wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of wanneer zich een stroomonderbreking heeft voorgedaan. Bij continue inschakeling loopt de machine verder wanneer hij uit de hand wordt getrokken. Houd de machine daarom altijd met beide handen aan de hiervoor bestemde handgrepen (3), (5), (7) vast, zorg ervoor dat u stevig staat en werk geconcentreerd. Voorkom dat de machine stof en spaanders op wervelt of naar binnen zuigt. De machine na het uitschakelen pas wegzetten wanneer de motor tot stilstand is gekomen. Machines met schakelschuif: Inschakelen: Schuifschakelaar (6) naar voren schuiven. Voor een langdurige inschakeling vervolgens naar beneden klappen tot hij inklikt. Uitschakelen: Op het achterste uiteinde van de schakelschuif (6) drukken en loslaten. Machines met veiligheidsschakelaar (met dodemansfunctie): (Machines met de aanduiding GEP..., GPA...) Inschakelen: Inschakelvergrendeling (8) in de richting van de pijl schijven en de drukschakelaar (9) indrukken. Uitschakelen: Laat de drukschakelaar (9) los.

7.4 Toerental instellen (alleen elektrische

machines) Met de stelknop (10) kan het toerental vooraf worden ingesteld en traploos worden veranderd. Voor de toerentallen, zie tabel op pagina 3.

7.5 Tips voor het werk

Slijpen, schuren, werken met draadborstels, polijsten: Machine matig aandrukken en heen en weer bewegen over het oppervlak. Frezen: De machine matig aandrukken Doorslijpen: Bij het doorslijpen altijd in tegengestelde richting (zie afbeelding) werken. Anders bestaat het gevaar dat de machine ongecontroleerd uit de snede springt. Werk met een matige, aan het materiaal aangepaste voorwaartse beweging. Niet schuin wegdraaien, niet drukken, niet trillen. Tijdens de bewerking kunnen stofdeeltjes in het binnenste van de elektrische machine terecht komen. Dit heeft invloed op de koeling van het elektrisch gereedschap. Geleidende afzettingen kunnen invloed hebben op de veiligheidsisolatie van het elektrisch gereedschap en elektrische gevaren veroorzaken. Elektrisch gereedschap regelmatig, vaak en grondig door alle voorste en achterste luchtspleten uitzuigen of met droge lucht uitblazen. Trek eerst de stekker van het elektrisch gereedschap uit het stopcontact en draag tijdens het schoonmaken veiligheidsbril en stofmasker.

9.1 Elektrische machines:

- Overbelastingsbeveiliging: Het belast toerental neemt STERK af. De motortemperatuur is te hoog! De machine onbelast laten lopen tot hij is afgekoeld. - Overbelastingsbeveiliging: Het belast toerental neemt LICHT af. De machine wordt overbelast. Werk met minder belasting verder. - Metabo S-automatic veiligheidsuitschakeling: De machine is automatisch UITGESCHAKELD. Bij een te hoge stroom-toenamesnelheid (zoals bijvoorbeeld bij een plotselinge blokkering of terugslag) wordt de machine uitgeschakeld. Machine bij de schakelschuif (6) uitschakelen. Vervolgens weer inschakelen en normaal verder werken. Zorg ervoor dat zich verder geen blokkeringen voordoen. Zie hoofdstuk 4.2. - Herstartbeveiliging: De machine loopt niet. De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt de netstekker in het stopcontact gestoken wanneer de machine ingeschakeld is, of is de stroomtoevoer na een onderbreking weer hersteld, dan loopt de machine niet aan. De machine uit- en weer inschakelen.

- De elektronische signaalindicatie (12) licht op en het belastingstoerental neemt af. De temperatuur is te hoog! De machine met het nullasttoerental laten lopen tot de elektronische signaalindicatie uitgaat. - De elektronische signaalindicatie (12) knippert en de machine loopt niet. De herstartbeveiliging is geactiveerd. Wordt het accupack in een ingeschakelde machine gestoken, dan start de machine niet. De machine uit- en weer inschakelen. Gebruik alleen originele Metabo toebehoren.

Gebruik alleen toebehoren die voldoen aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken. Toebehoren stevig aanbrengen. Wordt de machine in een houder gebruikt: De machine goed bevestigen. Verlies van controle kan tot letsel leiden. A Spangtangen (inclusief moeren) Ø 3 mm = 6.31947 Ø 1/8“ = 6.31948 Ø 6 mm = 6.31945 Ø 1/4“ = 6.31949 Ø 8 mm = 6.31946 B Opspanbok 6.27354 voor het inspannen bij het werken met flexibele assen (spanschroef aantrekken), hiervoor: C Spanbeugels 6.27107 voor een stevige bevestiging op de werktafel (spanschroef aantrekken). D Flexibele assen E Voor FME 737: Freesvoorzetstuk (6.31501) voor het uitbreiden van de bovenfrees F Oplaadapparaten: ASC Ultra, ASC 15, ASC 30 enz. G Accupacks: 5,2 Ah (6.25592); 4,0 Ah (6.25591); 3,0 Ah (6.25594) Compleet toeberhorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Reparaties aan elektrisch gereedschap mogen uitsluitend door een erkende vakman worden uitgevoerd! Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Onderdeellijsten kunt u via www.metabo.com downloaden. Het ontstane slijpstof kan schadelijke stoffen bevatten: Op de juiste wijze als afval behandelen. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Uitsluitend voor EU-landen: Geef uw elektro- gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische appa- raten en de vertaling hiervan in de nationale wetge- ving dienen oude elektroapparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Speciale aanwijzingen voor accumachines: Accupacks mogen niet bij het huisvuil gegooid worden! Geef defecte of afgedankte accupacks terug aan de Metabo-handelaar! Accupacks niet in het water gooien. Ontlaad eerst het accupack in het elektrisch gereedschap alvorens het af te voeren. De contacten tegen kortsluiting beschermen (bijv. met tape isoleren). Toelichting bij de gegevens van pagina 3. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden. U =spanning van de accupack S =vergrendeling van de booras om eenvoudig van gereedschap te wisselen n =onbelast toerental (hoogste toerental)

=toerental onder belasting

max =maximale slijpschijfdiameter

max =maximale dikte van gebonden schuurschijven d =spanboorgat van de spantang m =gewicht met de kleinste accupack/ gewicht zonder netsnoer

max =maximale insteekdiepte Meetgegevens volgens de norm EN 60745. Machine van beveiligingsklasse II ~ Wisselstroom Gelijkstroom De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling mogelijk van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fases met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op grond van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 60745:

h, SG = trillingsemissiewaarde

= onbalans Typische A-gekwalificeerd geluidsniveau

= onzekerheid Tijdens het werken kan het geluidsniveau de 80 dB(A) overschrijden. Draag gehoorbescherming! Elektromagnetische storingen: Onder invloed van extreme elektromagnetische storingen van buiten kunnen soms voorbijgaande schommelingen van het toerental optreden of kan

de herstartbeveiliging worden geactiveerd. In dit geval de machine uit- en weer inschakelen.ITALIANO it