IAN 96414 - Weerstation AURIOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IAN 96414 AURIOL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Weerstation in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IAN 96414 - AURIOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IAN 96414 van het merk AURIOL.
GEBRUIKSAANWIJZING IAN 96414 AURIOL
12- / 24-uur formaat / °C / °F / hPa / inHg / Tijdzone / Tijd /
DST-weergave (zomertijd)124 NL
Zonsopgang / tijd van de zonsopgang
Zonsondergang / tijdstip van de zonsondergang
Temperatuurtrend (binnen)
Luchtvochtigheidstrend (binnen)
Luchtvochtigheid (binnen)
Binnentemperatuur (°C / °F)
Luchtvochtigheidstrend (buiten)
Luchtvochtigheid (buiten)
Temperatuurtrend (buiten)
Buitentemperatuur (°C / °F)
Luchtdruk balkweergave
Luchtdrukindicatie van het afgelopen uur
Absolute / relatieve luchtdruk125 NL
Batterijcompartiment Technische gegevens Weerstation: Temperatuurmeetbereik: 0 tot +50 °C +32 tot +122 °F126 NL Temperatuurresolutie: 0,1 °C Meetbereik luchtvochtigheid: 20–95 % Resolutie luchtvochtigheid: 1 % Radiosignaal: DCF Batterij: 3 x AA, 1,5 V Afmetingen: 130 x 130 x 60 mm (B x H x D) Luchtdrukbereik: 850 - 1050 hPa Buitensensor: Temperatuurmeetbereik: –20 tot +65 °C –4 tot +149 °F Meetbereik luchtvochtigheid: 20–95 % Resolutie luchtvochtigheid: 1 % HF overdrachtssignaal: 433 MHz HF overdrachtsreikwijdte: max. 30 meter (buitenshuis) Batterij: 2 x AA, 1,5 V Afmetingen: 46 x 105 x 28 mm127 NL Leveringsomvang 1 Weerstation 1 Buitensensor 3 Batterijen AA, 1,5 V 2 Batterijen AA, 1,5 V 1 Gebruiksaanwijzing Veiligheid Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Nalatigheden bij de naleving van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schokken, brand en / of ernstig letsel tot gevolg hebben.
BEWAAR ALLE VEILIGHEIDSTECHNISCHE INSTRUCTIES EN AANWIJZIN-
GEN OM DEZE EVENTUEEL LATER TE KUNNEN RAADPLEGEN! Algemene veiligheidsinstructies Kinderen onderschatten de gevaren vaak. Houd kinderen steeds verwijderd van het product.128 NL Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 alsook personen met verminderde psychische, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en / of kennis worden gebruikt, als zij onder toezicht staan of geïnstrueerd wer- den met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat en de hieruit voort- vloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. Gebruik het apparaat niet wanneer het beschadigd is. Veiligheidsaanwijzingen met betrekking tot batterijen LEVENSGEVAAR! Batterijen kunnen worden ingeslikt, hetgeen levensgevaarlijk kan zijn. Wanneer een batterij is ingeslikt, moet onmiddellijk medische hulp worden ingeroepen. Verwijder de batterijen uit het apparaat als het gedurende een langere periode niet wordt gebruikt. VOORZICHTIG! EXPLOSIEGEVAAR! Laad batterijen in géén geval op! Let bij het plaatsen van de batterijen op de juiste polariteit! Deze wordt in de batterijcompartimenten aangegeven. Reinig de contacten van het product en van de batterijen zo nodig voordat u de batterijen plaatst.129 NL Verwijder verbruikte batterijen per omgaande uit het apparaat. Er is sprake van verhoogd gevaar op lekkage! Batterijen horen niet thuis in het huisafval! Iedere verbruiker is wettelijk verplicht, batterijen volgens de voorschriften af te voeren! Houd de batterijen weg van kinderen, gooi de batterijen niet in open vuur, sluit deze niet kort en neem ze niet uit elkaar. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van hetzelfde type. Bij negeren van de instructies kunnen batterijen over hun eindspanning heen ontladen worden. Vermijd het contact van huid, ogen en slijmvliezen met batterijzuur. In geval van contact met batterijzuur moeten de desbetreffende plekken met veel water worden afgespoeld en / of moet een arts geraadpleegd worden! Voor de ingebruikname Apparaten plaatsen Plaats de batterijen eerst in de buitensensor, daarna pas in het weerstation.130 NL VOORZICHTIG! Waarborg bij de keuze van de opstelplaats dat de apparaten niet worden blootgesteld aan directe zoninstraling, vibratie, stof, hitte, kou en vocht. Plaats de apparaten niet in de buurt van hittebronnen, bijv. verwarmingen. In het andere geval dreigt gevaar voor schade aan de apparaten. Plaats de apparaten niet zonder een geschikte bescherming op waardevolle of gevoelige oppervlakken. In het andere geval zouden deze beschadigd kunnen raken. Waarborg dat de anderen apparaten in de buurt niet met dezelfde frequentie van 433 MHz worden gebruikt. Deze apparaten kunnen een storing in de ra- dioverbinding veroorzaken. Plaats de apparaten niet naast of op metalen platen. De radioverbinding tussen de apparaten kan hierdoor negatief worden beïnvloed. Plaats de apparaten niet in gebouwen van staalbeton, bijv. vliegveldterminals, flats, fabrieken of kelders. De radioverbinding tussen de apparaten kan in het andere geval negatief worden beïnvloed. Buitensensor in gebruik nemen Verwijder de afdekking van het batterijvakje aan de achterkant van de buiten- sensor. Verwijder de isolatiestrook van de batterij. De buitensensor is nu gebruiksklaar en de controle-LED
licht even op. Opmerking: als u meer dan één buitensensor gebruikt (max. 3) dan kunt u de131 NL gegevens van de afzonderlijke buitensensors met het weerstation ontvangen. Stel met behulp van de kanaalkeuzeschakelaar
voor elke buitensensor een ander kanaal in. Sluit het batterijvakje. Buitensensor monteren: Opmerking: voor deze werkzaamheden hebt u een boormachine nodig. Zoek een geschikte plaats voor de buitensensor. Opmerking: denk eraan, de buitensensor binnen een cirkel van 30 m rond het weerstation te monteren. Waarborg dat er zich geen storende hindernissen tussen buitensensor en weerstation bevinden. In het andere geval kan de gege- vensoverdracht gestoord worden. Wandmontage: Hang de buitensensor met de ophanginrichting
aan een schroef. Weerstation in gebruik nemen Verwijder het isolatiestrookje van de batterij: Open het batterijcompartiment
aan de achterzijde van het weerstation. Verwijder de isolatiestrook van de batterij. Sluit het batterijcompartiment vervolgens weer.132 NL Zodra de batterijen geplaatst en het isolatiestrookje verwijderd is, start het weerstation de ontvangt van het radiografische signaal. Opmerking: verander de standplaats van het weerstation niet tijdens de ontvangst van het radiografische signaal. Anders kan dit tot ontvangststoringen leiden. Weerstation met de buitensensor en het DCF-signaal verbinden: Na het verwijderen van de isolatiestrook tussen de batterijen zoekt het weerstation contact met de buitensensor. Dit kan enkele minuten duren. Bij een succesvolle ver- binding met de buitensensor wordt op het LC-Display het symbool voor het gekozen kanaal
met het kanaal van de buitensensor weergegeven (wijzig eventueel het kanaal van de buitensensor volgens het hoofdstuk “Kanaal instellen”). Kan geen automatische verbinding maken, druk op de RESET-toets
, om de verbinding handmatig te maken. Wanneer een verbinding van het weerstation met de buitensensor tot stand gebracht is, ontvangt het weerstation automatisch het DCF-signaal. Dit proces duurt enkele minuten en wordt op het LC-Display weergegeven door middel van de knipperende radiomast
Bij een succesvolle ontvangst van het DCF-signaal wordt de radiomast constant op het LC-display weergegeven. Wanneer bij de ingebruikname geen synchronisatie met de atoomklok mogelijk is, dan kunt u de tijd ook handmatig instellen (zie “12- / 24- uur formaat / °C / °F / hPa / inHg / Tijdzone / Tijd / Datum / Taal handmatig instellen“).133 NL Radiografisch signaal (DCF): Het DCF-signaal (tijdsignaalzender) bestaat uit tijdimpulsen, die van een van de nauwkeurigste klokken ter wereld, in de buurt van Frankfurt am Main, Duitsland, worden aangegeven. Uw weerstation ontvangt deze signalen onder optimale omstandigheden tot een afstand van ca. 2000 km rondom Frankfurt / Main. De ontvangst van het radiografische signaal duurt normaal gesproken ca. 3–10 minuten. De ontvangst kan door hindernissen (bijv. betonnen muren) of storingsbronnen (bijv. andere elektrische apparaten) aanzienlijk worden belemmerd. Verander eventueel de standplaats van de radiografische klok (bijv. bij een raam), wanneer problemen tijdens de ontvangst optreden. Bediening DCF-radiosignaal ontvangen De klok van het weerstation begint na een succesvolle verbinding met de buiten- sensor of 3 minuten na het verwijderen van het batterij-isolatiestrookje automatisch met het zoeken naar het DCF-radiosignaal. Het zoeken wordt op het LC-display weergegeven door het knipperen van de radiomast
.134 NL Opmerking: in gebouwen van staalbeton kan de ontvangst van het radiosignaal negatief worden beïnvloed (zie “Apparaten plaatsen”). Om eventuele afwijkingen met de exacte tijd te corrigeren, voert het weerstation dagelijks om 1:00, 2:00 en 03:00 uur automatisch een synchronisatie met het DCF-radiosignaal uit. De ontvangst van het DCF-signaal kan op het weerstation ook handmatig worden gestart. Druk tegelijkertijd op de + of – -Taste
. Het weerstation tracht het DCF- signaal te ontvangen. Dit proces duurt enkele minuten en wordt op het LC-display weergegeven door middel van de knipperende radiomast. Wanneer de verbinding met het DCF-signaal niet tot stand komt, wordt het zoeken onderbroken. Opmerking: wanneer de klok van het weerstation het DCF-signaal op grond van storingen, een te grote afstand tot de zender of iets dergelijks niet kan ontvangen, dan hebt u de mogelijkheid om de tijd handmatig in te stellen. Zodra een DCF-signaal ontvangen wordt, worden de handmatig ingestelde waarden overschreven.135 NL
12- / 24-uur formaat / °C / °F / hPa / inHg /
Tijdzone / Tijd / Datum / Taal handmatig instellen De ontvangst van het DCF-signaal kan op de standplaats van het weerstation gestoord resp. onderbroken zijn. In dit geval hebt u de mogelijkheid, het apparaat handmatig in te stellen. Werkwijze:
1. Druk op de MODE-toets
en houd deze gedurende ca. 3 seconden inge- drukt. “12 Hr” of “24 Hr” knippert op het display. Druk op de + of - toets
, om het gewenste tijdformaat te selecteren. Opmerking: het AM-symbool in de tijdweergave
betekent bij het 12-uur formaat voormiddag. Het PM-symbool in de tijdweergave staat bij het 12-uur formaat voor de namiddag.
2. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De temperatuureenheid
“°C” of “°F” knippert op het display. Druk op de + of - -toets, om het ge- wenste temperatuureenheid te selecteren.
3. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De luchtdrukeenheid
knippert op het display. Druk op de + of - -toets, om het gewenste eenheid (hPa / inHg) te selecteren.
4. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De tijdzone-indicatie
knippert op het display. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde (-2 t / m +2) in te stellen.136 NL Opmerking: de standaard instelling voor de tijdzone is GMT+1. Stel het weerstation in overeenkomstig uw tijdzone.
5. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De uren van de tijdweer-
gave knipperen. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen. Opmerking: de tijd en datum worden automatisch ingesteld, zodra het weerstation het radiografische DCF-signaal ontvangt. Stel de tijd en datum ma- nueel in, als u geen radiografisch DCF-signaal ontvangt. Tip: houd de + of – -toets ingedrukt. Op deze wijze activeert u de functie voor het snelle instellen van de waarden. De functie voor het snelle instellen kunt u ook voor de volgende instelprocessen gebruiken. Wanneer u niet binnen 20 seconden een andere toets indrukt, keert het LC-display automatisch terug naar de standaardweergave.
6. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De minutenweergave
van de tijdmelding knippert. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen.
7. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. In de tijdweergave
knippert nu het jaar. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen.
8. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De maandaanduiding
van de datumweergave
knippert. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen.
9. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De dagaanduiding van
de datumweergave knippert. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen.137 NL
10. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. In plaats van de week-
knippert de taalweergave op het display. Druk op de + of - -toets, om het gewenste taal te selecteren. Opmerking: u kunt kiezen tussen Duits (GE), Engels (EN), Italiaans (IT), Frans (FR) en Spaans (SP) (Duits is als standaardtaal ingesteld).
11. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken.
, om naar de alarmmodus te schakelen. Op het LC-Display verschijnt de momenteel ingestelde wektijd.
2. Druk op de MODE-toets en houd deze 2 seconden ingedrukt. De uurweergave
3. Druk op de + of – -toets
om de gewenste waarde in te stellen.
4. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De minutenweergave
knippert. Herhaal stap 3 om de waarde voor de tweede plaats achter de komma in te stellen.
5. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken.
Tip: houd de + of – -toets ingedrukt. Op deze wijze activeert u de functie voor het snelle instellen van de waarden. De functie voor het snelle instellen kunt u ook voor de volgende instelprocessen gebruiken. Wanneer u niet binnen138 NL 20 seconden een andere toets indrukt, keert het LC-display automatisch terug naar de standaardweergave. Opmerking: u kunt twee verschillende alarmen instellen.
6. Druk tweemaal kort op de MODE-toets, wanneer het weerstation zich in de
bevindt. Druk eenmaal kort op de MODE-toets, wan- neer het weerstation zich in Modus ALARM 1 bevindt. U komt nu in de modus ALARM 2.
7. Herhaal stap 2 – 5, om de waarde voor ALARM 2 in te stellen.
Wekfunctie activeren / deactiveren
1. Druk kort eenmaal of tweemaal op de MODE-toets
2. Druk op de + -toets
. Het Alarm-1-symbool
of het Alarm-2-symbool
verschijnt op het LC-Display. De wekfunctie is geactiveerd.
3. Druk opnieuw op de + -toets. Het Alarm-1-symbool of het Alarm-2-symbool op
het LC-Display dooft. De wekfunctie is gedeactiveerd. Alarmsignaal uitschakelen Druk, m.u.v. de SNOOZE- / LIGHT-toets
op een willekeurige toets om het alarmsignaal te stoppen. U hoeft het alarm niet opnieuw te activeren. Het139 NL alarm schakelt in de al ingestelde alarmtijd automatisch in. Opmerking: het alarmsignaal klinkt gedurende ca. 2 minuten. SNOOZE-functie Druk op de SNOOZE- / LIGHT-toets
, om in de SNOOZE-modus te komen, terwijl het alarmsignaal klinkt. Het alarmsignaal gaat na ca. 5 minuten opnieuw af. Weersverwachting in gebruik nemen Opmerking: let daarnaast ook op de weersverwachting van uw lokale weerinstituut. Richt u bij grote verschillen tussen de voorspellingen van het apparaat en die van het plaatselijke weerinstituut naar het weerinstituut. De weersverwachting wordt door de evaluatie van de luchtdrukveranderingen berekend en kan afwijken van het daadwerkelijke weer. Het weerstation toont de volgende weersymbolen:
= licht bewolkt + = bewolkt + = regenachtig
= regen + sneeuw141 NL De weersymbolen tonen de weersveranderingen in de komende acht uur en niet het actuele weer. Het weerstation kan de luchtdruktrend
weergeven. De volgende weergaven zijn mogelijk: De luchtdruk zal stijgen. De luchtdruk blijft constant. De luchtdruk zal dalen. Standplaats kiezen Druk op de CITY-toets
. De weergave van de standplaats
knippert en de lengte- en breedtegraad wordt weergegeven. Druk op de + of – -toets
om uw standplaats te selecteren. Druk op de CITY-toets om uw invoer te bevestigen. Wanneer de afkorting voor uw standplaats niet op het display verschijnt, dan kunt u de standplaats zelf in- voeren (zie “Standplaats handmatig selecteren“).142 NL Na een korte tijd toont het weerstation de tijden voor de zonsopkomst en -onder- gang, de maanstanden alsmede eb (TIDE LO), gemiddelde waterstand (TIDE MID) en vloed (TIDE HI). Standplaats handmatig kiezen De CITY-toets
indrukken en gedurende ca. 2 seconden ingedrukt houden. Druk op de + of – -toets
toont. Nieuwe maan Wassende halve maan Halve maan Wassende volle maan Volle maan Afnemende volle maan Halve maan Afnemende halve maan Luchtdruk van de afgelopen 12 uur aflezen Druk opnieuw op de HISTORY-ABS / REL-toets
, om de luchtdrukwaarden van de afgelopen 12 uur te kunnen lezen. 0HR = actuele luchtdruk –1HR = luchtdruk van een uur geleden –2HR = luchtdruk van twee uur geleden, enz.147 NL Instelling van de luchtdrukweergave De weersvoorspelling van dit weerstation berust op een analyse van de verande- ring van de luchtdruk. De luchtdrukweergave
is vanaf fabriek op de absolute luchtdruk ingesteld. Om- dat de luchtdruk in het algemeen met de hoogte boven NAP daalt, wordt door de openbare meteorologische dienst normaal gesproken de zogenoemde relatieve luchtdruk vermeld. Deze relatieve luchtdruk wordt aangepast op de topografie van het land, om vergelijkbare waarden te krijgen. U kunt de weergave van de relatieve luchtdruk van uw weerstation aan de omstan- digheden van uw gebruiksplek aanpassen. Hiervoor moet u uw weerstation één keer de actuele relatieve luchtdruk meedelen. Deze kunt u bij uw lokale meteorolo- gische dienst of in het internet nalezen. Ga voor het instellen als volgt te werk: Druk de HISTORY ABS / REL-toets
en houdt deze gedurende ca. 3 secon- den ingedrukt. Druk vervolgens op de + of - -toets
, om tussen de relatieve en de absolute luchtdrukweergave heen en weer te schakelen. Kies „Rel“ en druk ter bevestiging op de HISTORY ABS / REL-toets. De lucht- drukweergave knippert. Nu kunt u met de + of - -toets de gewenste waarde in- stellen. Bevestig uw invoer door op de HISTORY ABS / REL-toets te drukken. Uw weer- station toont nu de relatieve luchtdruk.148 NL Als u wilt, dat het weerstation de absolute luchtdruk weergeeft, dient u als volgt te werk te gaan: Druk de HISTORY ABS / REL-toets en houdt deze gedurende ca. 3 seconden ingedrukt. Druk vervolgens op de + of - -toets, om naar de absolute luchtdruk- weergave te wisselen. Bevestig door op de HISTORY ABS / REL-toets te drukken. Kanaal instellen Het weerstation ontvangt het signaal van de buitensensor automatisch nadat u alle instellingen hebt uitgevoerd. De symbolen van de luchtvochtigheid (buiten)
knipperen dan. Opmerking: als u meer dan één buitensensor gebruikt (max. 3) dan kunt u de gegevens van de afzonderlijke buitensensors met het weerstation ontvangen. Kies voor elke buitensensor een ander kanaal, door op de kanaaltoets
te drukken. De betreffende data worden in het LC-Display weergegeven. - 1: kanaal buitensensor 1 - 2: kanaal buitensensor 2 - 3: kanaal buitensensor 3
: automatische kanaalomschakeling149 NL Temperatuur en temperatuurtrend weergeven De actuele binnentemperatuur
en de temperatuurtrend (binnen)
worden in het LC-Display weergegeven. Na een succesvolle verbinding met de buitensensor wordt de buitentemperatuur
en de temperatuurtrend (buiten)
weergegeven. De volgende weergaven zijn mogelijk: De temperatuur stijgt. De temperatuur blijft constant. De temperatuur daalt. Luchtvochtigheid en luchtvochtigheidstrend weergeven De actuele luchtvochtigheidstrend (binnen)
worden op het LC-Display weergegeven. De comfortindicator
ver- deelt de luchtvochtigheid in drie categorieën. De volgende categorieën staan ter beschikking: DRY = Luchtvochtigheid < 40 % COMFORT = Luchtvochtigheidsgraad 40–70 %, binnentemperatuur 20 °C–28 °C WET = Luchtvochtigheid > 70 %150 NL Na een succesvolle verbinding met de buitensensor toont het weerstation de lucht- vochtigheidstrend (buiten)
alsmede de luchtvochtigheid (buiten)
op het LC-Display. Maximale / minimale temperatuur / luchtvochtigheid weergeven De minimale / maximale temperatuur en de luchtvochtigheid worden na het plaatsen van de batterijen voor het eerst gemeten en in het weerstation opgeslagen. De maximale en minimale waarden voor temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk worden automatisch opgeslagen. Bevindt het weerstation zich in de tijdweergave
, druk dan op de +toets
om de maximale waarden weer te geven. Druk twee maal op de +-toets om de minimale waarden weer te geven. Houd de +-toets gedurende ca. 3 seconden ingedrukt om de opgeslagen mini- male en maximale waarden te wissen.151 NL Temperatuur- en vorstalarm Het temperatuuralarm is een kort geluidssignaal, dat te horen is, zodra de buiten- temperatuur het aangegeven temperatuurbereik over- of onderschrijdt. Ga voor het instellen van het gewenste temperatuurbereik als volgt te werk: Druk op de – -toets
, om de modus van het temperatuur alarm te kiezen. Houd de – -toets gedurende 3 seconden ingedrukt. De maximale temperatuur- indicatie knippert. Druk op de + of – -toets, om de waarden in te stellen. Druk op de MODE-toets
om uw invoer te bevestigen. De minimum tempera- tuurindicatie knippert. Druk op de + of – -toets, om de waarden in te stellen. Druk op de MODE-toets, om uw invoer te bevestigen. Temperatuur- en vorstalarm activeren / deactiveren Wanneer meer dan één buitensensor is geactiveerd, druk dan op de kanaaltoets
, om er één te selecteren. Druk herhaaldelijk op de – -toets
om de temperatuur- en het vorstalarm te activeren. Wanneer het vorstalarm is geactiveerd, dan verschijnt het bijbehorende symbool
naast de buitentemperatuur. Het alarmsignaal klinkt bij –1 °C tot + 3 °C. Wanneer het temperatuuralarm is geactiveerd, dan verschijnt het bijbehorende152 NL symbool naast de buitentemperatuur. Het alarmsignaal klinkt bij de ingestelde waarden. Wanneer de temperatuur- en vorstalarmen zijn geactiveerd, dan verschijnen beide symbolen op het display. Achtergrondverlichting Druk op de SNOOZE / LIGHT-toets
verschijnt in het LC-Display van het weerstation wanneer de batterijen bijna leeg zijn. Denk eraan, de batterijen tijdig te vervangen (zie “Batterijen vervangen”). Batterijen vervangen Weerstation: vervang de batterijen wanneer het LC-Display onleesbaar wordt of de batterij-indi- catie
verschijnt.153 NL Open het batterijvakje aan de achterzijde van het weerstation. Neem de gebruikte batterijen eruit. Plaats 3 nieuwe batterijen van het type AA, 1,5 V. Opmerking: let daarbij op de juiste polariteit. Deze staat in het batterijvakje
aangegeven. Sluit het batterijvakje. Buitensensor: Vervang de batterijen wanneer de batterij-indicatie
verschijnt. Verwijder de afdekking van het batterijvakje aan de achterkant van de buitensensor. Neem de gebruikte batterijen eruit. Plaats 2 nieuwe batterijen van het type AA, 1,5 V. Opmerking: let daarbij op de juiste polariteit. Deze staat in het batterijcom- partiment
aangegeven. Sluit het batterijcompartiment. Storingen verhelpen Opmerking: het apparaat bevat elektronische componenten. Vandaar is het mogelijk dat het apparaat gestoord wordt door draadloze radiografische apparaten in de buurt.154 NL Verwijder dergelijke apparaten uit de reikwijdte van het weerstation / de buiten- sensor of verwijder kortstondig de batterijen uit het weerstation / de buitensensor als het display storingen weergeeft. Hindernissen zoals bijv. betonnen muren kunnen tot gevolg hebben, dat de ont- vangst duidelijk wordt verstoord. Verander in dit geval de standplaats (bijv. in de buurt van een raam). Let erop, dat de buitensensor steeds binnen een bereik van max. 30 meter (vrije veld) van het basisstation wordt gepositioneerd. De aangege- ven reikwijdte is de reikwijdte in het vrije veld, wat betekent, dat er zich geen hin- dernissen tussen de buitensensor en het basisstation bevinden. Een „zichtcontact“ tussen buitensensor en basisstation verbetert in de meeste geval- len de transmissie. Kou (buitentemperaturen beneden 0°C) kan de prestaties van de batterijen van de buitensensor en zodoende eveneens de transmissie negatief beïnvloeden. Een andere factor, die tot storingen in de ontvangst kan leiden, zijn lege of te zwakke batterijen van de buitensensor. Vervang deze door nieuwe batterijen. Als het weerstation niet correct functioneert, dient u een nieuwstart uit tevoeren, door de RESET-toets
te drukken. Reiniging en onderhoud Gebruik in geen geval vloeistoffen en geen reinigingsmiddelen omdat deze het apparaat beschadigen.155 NL Reinig het apparaat alleen uitwendig met een zachte, droge doek. Spuit de buitensensor in géén geval af met bijv. een tuinslang. De buitensensor is alleen bestand tegen regen. Verwijdering De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke materialen die u via de plaatselijke recyclingdiensten kunt afvoeren. Informatie over de mogelijkheden om het uitgediende artikel na gebruik af te voeren, verstrekt uw gemeentelijke overheid. Gooi uw apparaat, wanneer het afgedankt wordt, niet weg met het huis- vuil maar voer deze af volgens de geldende plaatselijke voorschriften om het milieu te sparen. Over afgifteplaatsen en hun openingstijden kunt U zich bij uw aangewezen instantie informeren. Defecte of verbruikte batterijen moeten volgens de richtlijn 2006 / 66 / EC worden gerecycled. Geef batterijen en / of het apparaat af bij de daarvoor bestemde ver- zamelstations.
Milieuschade door verkeerde afvoer van batterijen!156 NL Batterijen mogen niet via het huisafval worden afgevoerd. Ze kunnen giftig zwaar metaal bevatten en moeten worden behandeld als gevaarlijk afval. De chemische symbolen van de zware metalen zijn als volgt: Cd = cadmium, Hg = kwikzilver, Pb = lood. Geef verbruikte batterijen daarom af bij een gemeentelijk inzamelpunt. Garantie Het apparaat wordt volgens strenge kwaliteitsrichtlijnen zorgvuldig geproduceerd en voor levering grondig getest. In geval van schade aan het product kunt u recht- matig beroep doen op de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna vermelde garantie niet beperkt. U ontvangt op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. De garantie- periode start op de dag van aankoop. Bewaar de originele kassabon alstublieft. Dit document is nodig als bewijs voor aankoop. Wanneer binnen drie jaar na de aankoopdatum van dit product een materiaal- of productiefout optreedt, dan wordt het product door ons – naar onze keuze – gratis voor u gerepareerd of vervangen. Deze garantie komt te vervallen als het product beschadigd wordt, niet correct gebruikt of onderhouden wordt. De garantie geldt voor materiaal- en productiefoute n. Deze garantie is niet van toepassing op productonderdelen, die onderhevig zijn aan normale slijtage en157 NL hierdoor als aan slijtage onderhevige onderdelen gelden (bijv. batterijen) of voor be- schadigingen aan breekbare onderdelen, zoals bijv. schakelaars, ac cu’s of dergelijke onderdelen, die gemaakt zijn van glas. Informatie Conformiteitsverklaring Wij OWIM GmbH & Co. KG, Stiftsbergstraße 1, D-74167 Neckarsulm verklaren in eigen verantwoordelijkheid dat het product: Radioweerstation, modelnr.: Z31915 versie: 12 / 2013, waarop deze verklaring betrekking heeft, overeenstemt met de normen / normatieve documenten van de richtlijn 1999 / 5 / EC. Deze documenten kunnen desgewenst worden gedownload van www.owim.com. EMCOWIM GmbH & Co. KG Stiftsbergstraße 1 D-74167 Neckarsulm Model-No.: Z31915 Version: 12 / 2013
Notice-Facile