SmartHome - Rookmelder EQ-3 - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SmartHome EQ-3 in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SmartHome EQ-3
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SmartHome - EQ-3 en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SmartHome van het merk EQ-3.
GEBRUIKSAANWIJZING SmartHome EQ-3
Inhoudsopgave Functie 84 Algemene systeeminformatie 85 Veiligheidswaarschuwingen 85 Overzicht van het apparaat 87 Inbedrijfname 88 Inleren 88 Draadloze rookmelders op elkaar inleren 89 Keuze van de montageplaats 91 Minimale bescherming 91 Aanbevolen bescherming 92 Montageplaats op platte plafonds 92 Montageplaats op schuine plafonds 92 Ongeschikte montageplaatsen 93 Montage 93 Toevoegen aan het SmartHome-systeem 95 Bediening 95 Functietest 96 Communicatietest 97 Dempen bij alarm 98 Dempen in de bewakingsmodus 99 Repeater-functie 99 Terugzetten naar de fabrieksinstellingen 101 Signaalafgifte tijdens het bedrijf 101 Signaalafgifte tijdens de functietest 102 Foutmeldingen 102 Duty Cycle-limiet bereikt 103 Onderhoud en reiniging 103 Levensduur batterij 104NL
Algemene informatie over toepassing van radiotelegrafie 104 Technische gegevens 105 Verwijderingsinstructies 106NL
Functie De rookmelder controleert een ruimte op rookontwikkeling op basis van het foto-elektrische principe van verstrooid licht. Zo kan een beginnende brand snel worden herkend en kan tijdig worden gewaarschuwd voor de gevaarlijke rookgassen. Het alarm activeert een geïntegreerde sirene en een rood-knippe- rende waarschuwings-LED. Een witte LED dient als noodverlichting en biedt extra mogelijkheden voor oriëntering bij stroomuitval. De ingebouwde LED dient alleen als noodverlichting en is niet bedoeld als normale verlichting van de ruimte. De rookmelder geeft een rookalarm door middel van een radiosig- naal tegelijkertijd door aan alle rookmelders van hetzelfde type, die binnen het zendbereik aanwezig zijn. Deze draadloze rookmelder kan ook als onderdeel van het SmartHome-huisbesturingssysteem worden gebruikt. Hieruit voorvloeiende overige functies behoren niet tot de VdS-gekeurde functieomvang. Zo kan tijdig worden gereageerd op een brand die in een andere ruimte in huis, bijvoorbeeld op een andere verdieping, ontstaat. De rookmelder kan met andere rookmelders van hetzelfde type in dezelfde groep worden uitgebreid tot een systeem met maximaal 40 rookmelders. Het draadloos protocol van de rookmelder WSD 2.0 is niet compati- bel met het draadloos protocol van de rookmelder WSD. Het recht- streeks (zonder centrale) op elkaar inleren van de beide typen mel- ders in één draadloos netwerk is derhalve niet toegestaan. Om overlap met andere radiocommunicatiediensten op de frequen- tieband van 868 MHz te vermijden, werkt het systeem met afzonder- lijke radio-adressen. Zo worden valse alarmen door andere draadloze melders op deze frequentie voorkomen.NL
De rookmelder beschikt over een vast ingebouwde lithiumbatterij, die met een gemiddelde batterijlevensduur van 10 jaar onderhouds- arm gebruik mogelijk maakt. Algemene systeeminformatie Deze draadloze rookmelder kan ook als onderdeel van het Smar- tHome-systeem worden gebruikt. Functies die uit de in alinea beschreven gebruiks- en configuratiemo- gelijkheden voortvloeien zijn niet VdS-gekeurd en behoren niet tot de VdS-erkenning van de draadloze rookmelder. Alle in het systeem geïnstalleerde apparaten worden met een standaardconfiguratie geleverd. Daarnaast kan de functie van de apparaten met een pro- grammeereenheid en de software geconfigureerd worden. Meer informatie over de beschikbare en aanvullende functies in het Smar- tHome-systeem in combinatie met andere componenten vindt u in de online-hulp. Veiligheidswaarschuwingen
- Open het apparaat niet. Het bevat geen door de gebruiker te onderhouden onderdelen. Stuur het apparaat in geval van een defect naar onze klantenservice.
- Gebruik het apparaat alleen in binnenruimten en vermijd invloed van vocht, stof, direct zonlicht of andere warmtebronnen.
- Neem in geval van twijfel over de werking, de veiligheid of de aansluiting van het apparaat contact op met een vakman of onze klantenservice.
- Gebruik het apparaat niet indien het zichtbaar beschadigd is (bijv. de behuizing of de knop) of indien het apparaat niet goed werkt.NL
Laat het apparaat in geval van twijfel door een vakman of onze klantenservice controleren.
- Gebruik of bewaar het systeem niet binnen het bereik van kinde- ren. Het is geen speelgoed!
- Laat verpakkingsmateriaal niet rondslingeren. Plastic folie of tas- sen, stukken piepschuim etc. kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn als ze ermee gaan spelen.
- De rookmelder mag niet worden geverfd of met behang worden beplakt!
- De ingangsopeningen voor rook mogen niet afgeplakt of bedekt worden.
- De rookmelder mag niet in omgevingen worden gebruikt waar de overdracht van draadloze signalen tot een storing van apparatuur kan leiden, bijv. in medische inrichtingen met systemen voor levensondersteuning of in vergelijkbare omgevingen.
- Er mogen aan het apparaat in geen geval wijzigingen worden aan- gebracht. De producent stelt zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van ondoelmatig gebruik; alle garantieaanspraken komen dan te vervallen.
- Een rookmelder herkent rook, geen vlammen.
- Het harde waarschuwingsgeluid kan schadelijk zijn voor het gehoor. Bescherm uw gehoor als u een functietest uitvoert.
- De rookmelder bewaakt uitsluitend een bepaald gebied rond de montageplaats.NL
Overzicht van het apparaat A Bevestigingssokkel B Rookmelder C Apparaat-LED (statusweergave) D Knop (controleren en inleren) E Akoestische signaalgenerator (klinkt bij alarm en tijdens de func- tietest) F Ontgrendelingshendel G Optische signaalgenerator (noodverlichting, brandt bij alarm en tijdens de functietest)
H Boorgaten (voor montage met twee schroeven) I Boorgat (voor montage met één centrale schroef) J Vergrendeling van de behuizing Inbedrijfname Lees dit hoofdstuk helemaal door voordat u met het inleren en de montage begint. Bij het gebruik van meerdere draadloze rookmelders dienen deze voor de montage onderling te worden ingeleerd. Inleren Door het onderlinge inleren van twee of meer rookmelders wordt een draadloos netwerk gecreëerd. Het rookalarm van een rookmel- der in het netwerk wordt daardoor automatisch doorgegeven aan andere melders met dezelfde adresgroep in het netwerk. Op deze manier wordt u gewaarschuwd wanneer in een ruimte in huis een brandmelding optreedt.
Om de draadloze rookmelder in uw systeem te integreren, zodat deze met andere draadloze rookmelders en/of de centrale kan com- municeren, moet het apparaat worden ingeleerd. Draadloze rookmelders op elkaar inleren Als u de rookmelder in het SmartHome-systeem wilt gebruiken, kunt u deze paragraaf overslaan en rechtstreeks doorgaan met hoofdstuk “Toevoegen aan het SmartHome-systeem” (pagina 95). De eerste twee rookmelders in het systeem leggen het groepsadres vast. Iedere volgende rookmelder kan op een willekeurige, zich reeds in het systeem bevindende rookmelder worden ingeleerd en krijgt automatisch dit vooraf vastgelegde groepsadres. Iedere rookmelder binnen een systeem moet elke andere rookmelder in het systeem en, indien van toepassing, de centrale kunnen berei- ken! Houd bij het inleren een minimumafstand van een meter tussen de WSD 2.0-apparaten aan. Voor het inleren gaat u als volgt te werk:
- Om de rookmelder te activeren, draait u het apparaat met de klok mee in de bevestigingssokkel tot hij voelbaar vastklikt.
- Als de apparaten klaar zijn voor gebruik, kunnen ze onderling worden ingeleerd. Leg hiervoor de beide draadloze rookmelders klaar. Houd bij het inleren een minimumafstand van een meter tussen de apparaten aan om storingen van het radiosignaal te vermijden.NL
- Voor het activeren van de inleermodus van de eerste rookmelder drukt u op de knop tot de LED op het apparaat oranje knippert.
- Activeer nu de inleermodus van de tweede rookmelder. Houd hiervoor de knop ingedrukt tot de LED op het apparaat oranje knippert. De apparaten worden nu onderling ingeleerd. Tijdens het inleren blijft de LED op het apparaat oranje knipperen. Als de apparaten onderling zijn ingeleerd, brandt de LED op de apparaten groen. Als het inleren is mislukt, brandt de LED op de apparaten rood. Voer in dit geval de inleerprocedure opnieuw uit. Ga met eventuele aanvullende rookmelders op dezelfde wijze te werk. Activeer hiervoor op één van de zich reeds in het systeem bevindende rookmelders opnieuw de inleermodus en activeer ver- volgens ook op het nieuwe apparaat de inleermodus. Draadloze rookmelders die al zijn ingeleerd in een groep, kunnen niet onderling worden ingeleerd met een draadloze rookmelder in een andere groep. Een koppeling tussen twee groepen is niet mogelijk. Hiervoor moeten bij alle rookmelders in een groep de fabrieksinstellingen worden hersteld. Vervolgens kunnen deze rookmelders op de hier-NL
boven beschreven manier afzonderlijk worden ingeleerd bij de groep. Nadat de rookmelders onderling zijn ingeleerd, kunnen de appara- ten worden gemonteerd. Keuze van de montageplaats De rookmelder mag uitsluitend aan het plafond worden gemon- teerd. Montage op een andere plaats, bijvoorbeeld aan de zijwand, is niet toegestaan. Er dient bij elke rookmelder getest te worden of hij op zijn installatie- plaats onder alle omstandigheden via een radiosignaal verbinding met andere rookmelders binnen het draadloze netwerk en eventueel met de centrale kan maken (zie ook paragraaf “Communicatietest”). Verder dient te worden gecontroleerd of de montageplaats akoes- tisch gezien goed gekozen is (zie ook paragraaf “Functietest”). Houdt u er rekening mee dat het frequente uitvoeren van communi- catie- resp. functietests van invloed kunnen zijn op de levensduur van de batterij (zie ook paragraaf “Functietest” en “Communicatie- test”). Minimale bescherming Voor een minimale bescherming dienen slaapplaatsen, met name kinder- en slaapkamers, en gangen door middel van een rookmelder te worden bewaakt. Bij open verbindingen met meerdere verdiepin- gen dient in ieder geval een rookmelder te worden geplaatst op de bovenste verdieping.NL
Aanbevolen bescherming Het wordt aanbevolen om meerdere rookmelders in uw huis of woning te installeren en indien mogelijk iedere ruimte (met uitzon- dering van de locaties die hieronder worden aangeduid als onge- schikte montageplaats) te voorzien van een rookmelder. Alleen dan is tijdige en dus effectieve waarschuwing in het geval van een begin- nende brand mogelijk. Montageplaats op platte plafonds De rookmelder moet indien mogelijk in het midden van het plafond worden geplaatst. Houd een minimale afstand van 50 cm tot de wan- den en hoeken van de ruimte aan, omdat hier een ophoping van lucht kan ontstaan die opstijgende rook weghoudt. Montageplaats op schuine plafonds Bij de montage in schuin toelopende daken mag de rookmelder niet direct in het schuine dak worden geplaatst. De rookmelder mag bij de montage aan een schuin plafond pas op ca. 1 m afstand van het hoogste punt van de ruimte worden gemonteerd. Montage aan een dwars- of dakbalk is echter beter.NL
De rookmelder moet in ieder geval waterpas worden gemonteerd. Afwijkend van het in DIN 14676, 4.3.5.4 vermelde type montage is de montage aan een schuin dak niet toegestaan. Ongeschikte montageplaatsen
- Keuken en badkamer (stoom);
- Kamers met een open haard (rook);
- Vlak bij halogeenlampen, transformatoren, spandraadsystemen voor halogeenlampen, fluorescentielampen en spaarlampen, in het bijzonder hun voorschakelapparaten (afstand van minimaal 50 cm);
- Garages (uitlaatgassen);
- Stoffige en vuile ruimten (de meetkamer van de rookmelder wordt snel vuil of er wordt een vals alarm geactiveerd);
- Vlak bij een raam of ventilatoren/luchtverversers en alle andere plaatsen waar de lucht sterk in beweging is;
- Vlakbij plaatsen waar veel gerookt wordt, kan het gebeuren dat er een vals alarm geactiveerd wordt
- Vlak bij draagbalken van massief staal, grote metalen oppervlak- ken etc. Deze kunnen het verzenden en/of ontvangen van het radiosignaal aanzienlijk belemmeren. Vaak helpt hier een ver- plaatsing van slechts enkele centimeters. Montage 1 Maak de bevestigingssokkel los door de vergrendeling in te druk- ken en het apparaat tegen de klok in uit de bevestigingssokkel te draaien.NL
2 Markeer op de gewenste montageplaats het centrale boorgat of de buitenste boorgaten door een potlood door de betreffende bevestigingsgaten te steken en deze plek(ken) te markeren. Verzeker u ervan dat er op de plek waar u gaat boren geen leidingen in de muur lopen! 3 Boor één of twee gaten en plaats de meegeleverde plug(gen) erin. Boor bij montage van het apparaat aan een houten plafond gaten voor met een houtboor van 2 mm om het vastdraaien van de schroeven te vergemakkelijken. 4 Monteer de bevestigingssokkel door het vastdraaien van de mee- geleverde schroef/schroeven en de zojuist geplaatste plug(gen). 5 Druk voordat u de rookmelder in de bevestigingssokkel draait kort op de knop. Hierbij wordt er geen alarm geactiveerd. 6 Draai vervolgens de rookmelder met de klok mee in de bevesti- gingssokkel tot hij voelbaar vastklikt.
Toevoegen aan het SmartHome-systeem 1 Start nu uw SmartHome-gebruikerssoftware en ga naar de ZOEK- MODUS. 2 Na de montage voert de rookmelder een zelftest uit. Gedurende deze tijd wisselt de kleur van de LED van rood via groen naar oranje; daarna gaat de LED uit. 3 Om de rookmelder aan het SmartHome-systeem te integreren, drukt u de knop ten minste 2 seconden in totdat de LED oranje knippert. Laat de knop los. De rookmelder bevindt zich nu gedu- rende 1 minuut in de draadloze inleermodus. 4 Sleep het apparaatsymbool naar de kamer waarin het apparaat is gemonteerd. 5 Indien het apparaatpictogram na het integreren grijs blijft, her- haalt u stap 3 om de draadloze inleermodus opnieuw te starten en het integratieproces succesvol af te ronden. Bediening Nadat de draadloze rookmelder is gemonteerd, hebt u de volgende functies tot uw beschikking via de knop op het apparaat. De bedie- ningsstructuur van de rookmelder vindt plaats via het weergegeven stroomdiagram. Na het vastklikken in de bevestigingssokkel voert het apparaat een LED-test uit. Gedurende deze tijd wisselt de kleur van de LED op het apparaat van rood via groen naar oranje. Daarna gaat de LED uit en wordt op het apparaat de bewakingsmodus geactiveerd. In de bewa- kingsmodus knippert de LED om de 43 seconden eventjes rood.NL
Functietest Als de draadloze rookmelder is gemonteerd en ingeleerd, moet ver- volgens een functietest worden uitgevoerd. Bovendien moet na de installatie één keer in de maand een functietest worden uitgevoerd om de correcte werking van het apparaat te garanderen. Time-out (5 min) of druk op de knop > 10 s Bewakingsmodus Inleermodus Functietest Dempen (10 min) Fabriekinstellingen herstellen Druk op de knop < 2 s Druk op de knop > 2 s en < 10 s Stroomvoorziening geactiveerd na het indraaien in de bevestigingssokkel Druk op de knop > 10 s Druk op de knop < 2 s Druk op de knop < 2 s Druk op de knop > 2 s De rookmelder opnieuw starten Communicatie- test Repeater-status actief (30 s) Repeater-status in-/uitschakelenNL
Het harde waarschuwingsgeluid kan schadelijk zijn voor het gehoor. Bescherm uw gehoor als u een functietest uitvoert. Voor het uitvoeren van de functietest gaat u als volgt te werk: 1 Druk de knop op de rookmelder één keer kort in. 2 De rookmelder werkt correct wanneer er 3 korte alarmtonen te horen zijn, de LED snel rood knippert en de noodverlichting is ingeschakeld gedurende de functietest. 3 Als er geen alarmtoon te horen is of er geen optische signalen zichtbaar zijn, is het apparaat defect en moet het worden vervan- gen. Na de functietest is de rookdetectie gedurende 10 minuten gedeac- tiveerd. Gedurende deze tijd kan er geen alarm worden geactiveerd. Gedurende de tijd dat het alarm na een functietest is gedempt, knip- pert de LED iedere 10 seconden één keer kort rood. Communicatietest Het correcte toevoegen van de rookmelder aan een draadloos net- werk en de ongehinderde communicatie met andere rookmelders kan worden gecontroleerd door middel van het uitzenden van een testsignaal door de rookmelder. Om een testsignaal via het draad- loze netwerk te verzenden, gaat u als volgt te werk: 1 Houd de knop ingedrukt tot de LED oranje knippert. 2 Druk de knop nog een keer kort in. De LED gaat groen knipperen. 3 Nu wordt de communicatietest gestart en wordt een testsignaal verzonden via het draadloze netwerk. 4 Alle rookmelders die onderdeel zijn van dit draadloze netwerk reageren op dit signaal. 5 Bij een succesvolle overdracht van het testsignaal knipperen de LED‘s van de rookmelders die het signaal hebben ontvangenNL
gedurende 5 minuten groen. Hiermee wordt de communicatie tussen de rookmelders in het draadloze netwerk bevestigd. 6 Als een rookmelder niet in het draadloze netwerk is geïntegreerd, dan knippert de LED niet en moet het apparaat worden ingeleerd of moet de afstand tussen de apparaten worden verkleind. Om de signaalgeving van de communicatietest voortijdig te beëindi- gen, houdt u de knop van een willekeurige rookmelder die het sig- naal ontvangt net zo lang ingedrukt tot de signaalgeving wordt beëindigd. Hierdoor wordt na korte tijd ook de signaalgeving van de andere rookmelders beëindigd. Dempen bij alarm Bij een ongewenst alarm kan de draadloze rookmelder gedurende 10 minuten worden gedempt. Voordat melders worden gedempt, moet echter grondig worden gecontroleerd of er geen levensbedreigende situatie wordt genegeerd. Controleer of er een plausibele reden is voor de alarmmelding (bijvoorbeeld stoom, sigarettenrook, stof e.d.). Klinkt er na het dempen echter nog steeds een alarm bij andere rook- melders in de groep, dan dient absoluut de rookmelder te worden opgezocht die het alarm veroorzaakt en dient ter plaatse de oorzaak van het alarm te worden onderzocht. Wees voorzichtig met het openen van deuren in gesloten ruimten bij een gevorderde brand: dit is levensgevaarlijk! Druk in de alarmtoestand één keer kort op de knop om het alarm te dempen. Het alarm wordt gedempt en de rookdetectie wordt gedurende 10 minuten gedeactiveerd. Gedurende de tijd dat het alarm is gedempt, knippert de LED iedere 10 seconden één keer kort rood.NL
Als een alarm wordt gedempt, wordt het alarm gedeactiveerd bij alle zich in het draadloze netwerk bevindende rookmelders die niet zelf een alarmmelding geven, d.w.z. waar in de ruimte geen rook wordt waargenomen. Bij rookmelders met een eigen alarm kan het alarm alleen in het betreffende apparaat worden gedeactiveerd (zoek de vermoedelijke brandhaard). Dempen in de bewakingsmodus In de bewakingsmodus kan een alarm gedurende 10 minuten worden gedempt om het activeren van een alarm te voorkomen. Druk in de bewakingstoestand één keer kort op de knop om het alarm te dem- pen. Het alarm wordt gedempt en de rookdetectie wordt gedurende 10 minuten gedeactiveerd. Tegelijkertijd wordt er door het bedienen van de knop een volledige functietest met akoestische en optische signalering uitgevoerd. Gedurende de tijd dat het alarm is gedempt, knippert de LED iedere 10 seconden één keer kort rood. Repeater-functie Voor het overbruggen van grote afstanden beschikt de draadloze rookmelder over een geïntegreerde repeater-functie waarmee een alarm van de ene rookmelder naar een andere ingeleerde rookmelder kan worden overgedragen. De rookmelder fungeert hierbij als ‚sig- naalversterker‘ doordat deze het radiosignaal opvangt en herhaalt. Radiomeldingen die al door andere als repeater geconfigureerde rookmelders zijn herhaald, worden niet nogmaals herhaald.NL
In een draadloos netwerk mogen maximaal 3 apparaten als repeater worden geconfigureerd. Het aantal repeaters in een draadloos netwerk wordt niet begrensd door het systeem, maar door de gebruiker. U dient er hierbij nauwlet- tend op toe te zien dat niet meer dan 3 rookmelders worden gecon- figureerd als repeater. Meer dan 3 repeaters in het systeem kunnen leiden tot vertraging in het doorzenden van het alarm. Om de repeater-functie van de rookmelder in of uit te schakelen, gaat u als volgt te werk: 1 Houd de knop ingedrukt tot de LED oranje knippert. 2 Druk de knop nog een keer lang in. De LED geeft nu de huidige repeater-status aan (rood = repeater-functie uit, groen = repea- ter-functie aan) 3 Als u de repeater-status wilt wijzigen, drukt u één keer kort op de knop. 4 Als er verder geen handelingen meer worden verricht, schakelt het apparaat na ca. 30 seconden weer naar de bewakingsmodus en wordt de op dat moment ingestelde repeater-status overgeno- men.NL
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen Om de rookmelder uit een draadloos netwerk te verwijderen, moet hij worden teruggezet naar de fabrieksinstellingen (er moet een fabrieksreset worden uitgevoerd). Vervolgens kan het apparaat in een ander draadloos netwerk worden geïntegreerd. Om de rookmelder terug te zetten naar de fabrieksinstellingen, gaat u als volgt te werk: 1 Houd de knop lang ingedrukt. Na ca. 2 seconden begint de LED oranje te knipperen. Houd de knop ingedrukt tot de LED rood knippert. 2 Nadat u de knop hebt losgelaten, wordt de draadloze rookmelder naar de fabrieksinstellingen teruggezet en wordt het apparaat opnieuw gestart. Signaalafgifte tijdens het bedrijf Bedrijfsstatus Signaalafgifte Bewakingstoestand Knippert om de 43 seconden rood Rookalarm lokaal Rood knipperen en noodverlichting met aansluitende LED-nalooptijd van 24 uur (30 min. snel knipperen, hierna twee keer knipperen om de 43 s); akoestisch intermitterend alarmsig- naal Rookalarm van andere rookmelder in het draad- loze netwerk Noodverlichting; akoestisch intermitterend alarmsig- naalNL
Signaalafgifte tijdens de functietest Bedrijfsstatus Signaalafgifte Functietest OK Snel rood knipperen en noodverlich- ting gedurende de functietest met aansluitend dempen gedurende 10 minuten (rood knipperen om de 10 seconden gedurende 10 minuten); 3 korte alarmtonen Functietest niet OK - Foutmeldingen Bedrijfsstatus Signaalafgifte Batterij bijna leeg 1 x rood knipperen om de 43 secon- den; korte signaaltoon om de 43 seconden Batterij van andere draad- loze rookmelder bijna leeg (het signaal kan op ont- vangende rookmelders niet worden uitgeschakeld) 1 x rood knipperen om de 3 uur; korte signaaltoon om de 3 uur Rookkamer vervuild (infor- matie wordt niet naar andere rookmelders over- gedragen, maar wel naar een eventueel geïnstalle- erde SmartHome-centrale) 3 x rood knipperen om de 43 secon- den; 3 korte signaaltonen om de 43 secon- den Rookmelders met een zwakke of lege batterij of met een vervuilde rookkamer mogen niet meer worden gebruikt en moeten worden ver- vangen!NL
Duty Cycle-limiet bereikt De Duty Cycle beschrijft een wettelijk vastgestelde begrenzing van de zendtijd van apparaten op de frequentieband 868 MHz. Deze regel is erop gericht om de werking van alle apparaten op de fre- quentieband 868 MHz te garanderen. Op de door ons gebruikte frequentieband 868 MHz bedraagt de maximale zendtijd van een enkel apparaat 1% van een uur (dit komt neer op 36 seconden in een uur). De apparaten mogen na het berei- ken van deze limiet van 1% geen signaal meer uitzenden tot de tijd- limiet voorbij is. Conform deze richtlijn worden apparaten ontwik- keld en geproduceerd om voor 100% aan deze norm te voldoen. Tijdens normaal gebruik wordt de Duty Cycle in de regel niet bereikt. Desondanks kan dit in uitzonderlijke gevallen tijdens de inbedrijf- name of de eerste installatie van een systeem voorkomen, vanwege veelvuldige en radio-intensieve inleerprocessen. Een overschrijding van de Duty Cycle-limiet wordt aangeduid met één keer lang en één keer kort rood knipperen van de LED en kan leiden tot een tijdelijk falende werking van het apparaat. Na korte tijd (max. 1 uur) werkt het apparaat weer naar behoren. Onderhoud en reiniging Aan de draadloze rookmelder moet ten minste één keer in de maand onderhoud worden uitgevoerd om de correcte werking hiervan te garanderen. Hiervoor gaat u als volgt te werk: 1 Veeg indoen nodig de behuizing af met een vochtige doek. 2 Druk één keer kort op de knop om de functietest uit te voeren. 3 De rookmelder werkt correct wanneer er drie korte alarmtonen te horen zijn, de LED snel rood knippert en tegelijkertijd de noodver- lichting permanent oplicht. 4 Als er geen signalen zijn nadat u op de testknop hebt gedrukt, is het apparaat defect en moet het worden vervangen.NL
Levensduur batterij De rookmelder beschikt over een vast ingebouwde lithiumbatterij, waarmee een gemiddelde batterijlevensduur van 10 jaar wordt bereikt. De batterijen kunnen niet worden vervangen. De batterijlevensduur van 10 jaar kan alleen onder de volgende voor- waarden worden bereikt:
- Per jaar mag maximaal 52 keer een functietest worden uitgevoerd en mag binnen de groep gedurende 60 seconden een alarm zijn geactiveerd.
- Tijdens de totale looptijd mogen één ingebruikname, twee bereiktests en één inleerprocedure in de groep worden doorge- voerd.
- Er mag niet meer dan 15 seconden per dag storing optreden door andere radiozenders op de frequentieband van 868 MHz.
- De bedrijfstemperatuur van +5 °C tot +30 °C moet worden aange- houden. Algemene informatie over toepassing van radiotelegrafie Het toegepaste radiosysteem werkt op de frequentieband 868 MHz die ook door andere draadloze diensten wordt gebruikt. Daarom kunnen de functie en het bereik belemmerd worden door apparaten die op dezelfde resp. een aangrenzende frequentie werken. Het aangegeven bereik van > 100 meter is het bereik in het vrije veld, d.w.z. het bereik bij zichtcontact tussen zender en ontvanger. In de praktijk bevinden zich echter muren, plafonds etc. tussen de zender en de ontvanger, waardoor het bereik kleiner kan zijn. Andere oorzaken van een kleiner bereik kunnen zijn:
- Alle soorten HF-storingen.
- Alle soorten bebouwing en vegetatie.NL
- Er bevinden zich geleidende onderdelen vlakbij de apparaten resp. binnen of vlak bij het tracé van de radiosignalen, en deze onderdelen leiden tot veldvervorming en veldverzwakking.
- De afstand tussen de zender of ontvanger en geleidende opper- vlakken of voorwerpen (ook het menselijk lichaam of de vloer) beïnvloedt de stralingseigenschappen van de antennes en dus het bereik.
- Breedbandstoringen in stedelijke gebieden kunnen niveaus halen die de signaal-ruisverhouding kleiner maakt, waardoor het bereik ook kleiner wordt.
- Straling van onvoldoende afgeschermde pc‘s kan de ontvanger binnendringen en het bereik kleiner maken. Hiermee verklaart eQ-3 AG dat dit apparaat aan de fundamentele eisen en de overige relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG voldoet. De volledige conformiteitsverklaring vindt u op: www.eq-3.de/service/downloads.html eQ-3 AG, Maiburger Str. 29, D-26789 Leer Technische gegevens Naam van het apparaat WSD-2.0 Stroomvoorziening 2x vast ingebouwde 3V lithiumbatterij Levensduur batterij >10 jaar (typisch) Radiofrequentie 868,3 MHz Bereik in het vrije veld > 100 m Classificatie van het ont- vangstapparaat SRD Class 2 Omgevingstemperatuur 5 °C tot +30 °CNL
Opslagtemperatuur -5 °C tot +30 °C (gedurende korte tijd, maximaal 14 dagen in totaal:) 55
Luchtvochtigheid Maximaal 93% (niet condenserend) Duty Cycle < 1% per uur Draadloze communicatie BidCoS protocol (tot max. 40 melders) Type melder Optische puntrookmelder Soort alarm Piezo-signaalgever (> 85 dB op 3 m afstand), status-LED, raadloos Weergave Duo-status-LED Keurmerk CE, VdS, Q-Label Wijze van montage Montage op het plafond met behulp van een centrale schroef of twee schroeven in het 60-mm raster Beschermingsgraad (IP-code) IP20 Afmetingen Ca. 115 x 45 mm (d x h) Gewicht 148 g Technische wijzigingen voorbehouden. Verwijderingsinstructies Dit apparaat mag niet als huishoudelijk afval worden verwij- derd! Elektrische apparaten dienen overeenkomstig de richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur naar de daarvoor bestemde inzamelpunten te worden gebracht.NL
uitgave Nederlands 09/2016 Documentatie © 2016 innogy SE, Duitsland. Alle rechten voorbehou- den. Wij zijn niet aansprakelijk voor technische of druktechnische fouten of de gevolgen daarvan. Alle handelsmerken en industriële eigendomsrechten worden gerespecteerd. Wijzigingen n.a.v. technische vooruitgang kunnen onaangekondigd worden aangebracht. Fabrikant: eQ-3 AG Maiburger Straße 29 D-26789 Leer
DoP: DoP_WSD-2.0_160122 EN 14604:2005 WSD-2.0 Bedoeld voor gebruik als rookmelder met alarm in woonhuizen of voor vergelijkbare toepassingen in woningen. Aangegeven prestatie: Essentieel kenmerk: Rookmelder met alarm conform EN 14604:2005 Prestatie: geslaagd De volledige prestatieverklaring vindt u op: www.eQ-3.de
SimpelGids