172.567 - Mengpaneel Skytec - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 172.567 Skytec in PDF-formaat.
| Producttype | Mengtafel |
| Merk | Skytec |
| Model | 172.567 |
| Voeding | 220 Vac, 50 Hz |
| Mono-ingangskanalen | 4 kanalen met symmetrische microfooningang (XLR) en lijn-ingang (6,3 mm jack) |
| Stereoingangskanalen | 4 kanalen met lijn-ingang 6,3 mm jack (L/Mono en R) |
| Mono-equalizer | 3 bands: High (±15 dB), Mid met instelbare frequentie (±15 dB), Low (±15 dB) |
| Stereo-equalizer | 4 bands: High (±15 dB), Hi Mid (±15 dB), Lo Mid (±15 dB), Low (±15 dB) |
| Hoogdoorlaatfilter | Low Cut op 75 Hz (-3 dB) op mono-kanalen |
| Fantoomvoeding | 48 V, schakelbaar voor alle symmetrische microfooningangen |
| Hoofduitgangen | Stereo-uitgang (XLR en 6,3 mm jack), GRPS 1-2 uitgang (6,3 mm jack) |
| AUX-uitgangen | 2 AUX-sends (pre-fade en post-fade), 2 AUX-returns |
| Hoofdtelefoonuitgang | 6,3 mm jack met instelbaar niveau |
| Signaal/ruis-verhouding | 112 dB |
| Max. uitgangsniveau | +22 dBu (symmetrisch) |
| Gebruik | Alleen binnenshuis |
| Veiligheid | Niet de behuizing openen; uitschakelen bij onweer; gebruik een geaarde 230 Vac/50 Hz stekker |
| Onderhoud en reiniging | Gebruik geen sprays voor de potentiometers; raadpleeg een specialist bij problemen |
| Garantie | Vervalt bij verkeerd gebruik of niet-naleven van de instructies |
Veelgestelde vragen - 172.567 Skytec
Gebruikersvragen over 172.567 Skytec
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 172.567 - Skytec en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 172.567 van het merk Skytec.
GEBRUIKSAANWIJZING 172.567 Skytec
Hartelijk dank voor de aanschaf van ons SkyTec mengpaneel. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door alvorens het apparaat in bedrijf te stellen.
WAARSCHUWING:
- Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing voordat u een apparaat gaat gebruiken.
- Bewaar de handleiding zodat elke gebruiker hem eerst kan doorlezen.
- Bewaar de verpakking zodat u indien het apparaat defect is, dit in de originele verpakking kunt opsturen om beschadigingen te voorkomen.
- Alleen voor gebruik binnenshuis.
- Voordat het apparaat in werking wordt gesteld, altijd eerst een deskundige raadplegen.
- In het apparaat bevinden zich onder spanning staande onderdelen; open daarom NOOIT dit apparaat.
- Bij het verwijderen van de stekker uit het stopcontact nooit aan het netsnoer trekken.
- Verwijder of plaats een stekker nooit met natte handen resp. uit en in het stopcontact.
- Indien de stekker en/of netsnoer als snoeringang in het apparaat beschadigd zijn dient dit door een vakman hersteld te worden.
- Indien het apparaat zo beschadigd is dat inwendige (onder)delen zichtbaar zijn mag de stekker NOOIT in het stopcontact worden geplaatst én het apparaat NOOIT worden ingeschakeld. Neem in dit geval contact op met SkyTronic BV.
- Reparatie aan het apparaat dient te geschieden door resp. een vakman of een deskundige.
- Sluit het apparaat alléén aan op een 230VAC / 50Hz geaard stopcontact, verbonden met een 10-16A meterkastgroep.
- Toestel niet opstellen in de buurt van warmte bronnen zoals verwarming etc.
- Bij onweer altijd de stekker uit het stopcontact halen, zo ook wanneer het apparaat voor een langere tijd niet gebruikt wordt.
- Als u het apparaat lang niet gebruikt heeft en het weer wil gebruiken kan er condensatiewater ontstaan; laat het apparaat eerst op kamertemperatuur komen alvorens het weer in werking te stellen.
- Om ongevallen in bedrijven te voorkomen moet rekening worden gehouden met de daarvoor geldende richtlijnen en moeten de aanwijzingen/waarschuwingen worden gevolgd.
- Het apparaat buiten bereik van kinderen houden.
- Zorg er altijd voor dat wanneer het apparaat wordt ingeschakeld dat alle kanaalschuiven en het mastervolume op minimaal staan.
- Regel de kanaalschuiven met beleid, snelle variatie kan voor overbelasting zorgen met beschadiging van uw luidsprekers als gevolg.
- Zorg ervoor dat de versterker nooit gaat clippen: Dit gebeurt wanneer de clip leds, meestal op het front van de versterker, opgaan lichten. Regel het volume dusdanig dat dit niet gebeurt.
- Schakel een versterker altijd als laatste aan en schakelt hem als eerste uit.
- Gebruik geen schoonmaakspray om de schuifregelaars te reinigen. Restanten van deze spray zorgen ervoor dat smeer en stof ophopen in de regelaars. Raadpleeg bij storing te allen tijde een deskundige.

MONO INGANGSKANALEN
1. BALANCE INGANG
Elektronisch gebalanceerde ingangen voor standaard XLR connectoren. Met 48V fantoom voeding (deze schakelt u in met (35)).
2. LINE INGANG
Deze ongebalanceerde ingang accepteert zowel gebalanceerde als ongebalanceerde microfoons, draaitafels, keyboards etc.
3. LOW CUT
Deze drukknop is bedoeld ter ondersteuning voor microfoongebruik. Als de low cut ingeschakeld is, heeft u minder last van ruis, storing en "popping".
4. TRIM
Met deze functie kunt u de ingangsgevoeligheid van elk kanaal aanpassen aan het constante niveau van het ingangssignaal.
5. HIGH
Voor het instellen van de hoge tonen voor elk kanaal. Zet deze knop altijd op de "0" positie. Pas het signaal aan als de muziek eenmaal afspeelt. Dit raden wij u aan omdat u anders uw luidsprekers kunt beschadigen. Met de klok meedraaien zorgt voor meer hoge tonen, tegen de klok in draaien voor minder.
6. FREQUENCY & MID
Deze equalisatiefunctie heeft een "bell" reactie. Met een vaste Q-fader van 1,5. De frequentie is instelbaar tussen 100 & 8000 Hz en de geluidssterkte is instelbaar tussen -15 & +15 dB.
7. LOW
Stel hier het lage frequentiebereik van elk kanaal in. Zet deze knop altijd op de "0" positie. Pas het signaal aan als de muziek eenmaal afspeelt. Dit raden wij u aan omdat u anders uw luidsprekers kunt beschadigen. Met de klok meedraaien zorgt voor meer lage tonen, tegen de klok in draaien voor minder.


8. AUX 1
Deze AUX send is pre-fade, post-EQ. Daardoor wordt dit signaal niet beïnvloed door de positie van de fader en de routingstatus van het kanaal. Deze sendfunctie is zeer geschikt voor het kruisen van monitorsignalen, welke apart van de PA-installatie moeten worden bediend.
9. AUX 2
Deze AUX send is post-fade, post-EQ. Daardoor is dit signaal gevoelig voor veranderingen in de positie van de fader. Deze sendfunctie wordt normaal gebruikt voor het sturen van een audiosignaal naar effectapparatuur. Deze worden altijd weer teruggeleid naar de mixer en daarom moet de fader dit signaal kunnen beïnvloeden.
10. PAN
De pan control stuurt continu variabele hoeveelheden van het post-fader signaal naar de linker of rechter en G1 of G2 main bussen. In de centrale / "∞" positie wordt er een gelijk signaal naar de linker en rechter en G1 en G2 main bussen gestuurd.
11. PIEK
Een rode LED geeft de indicatie als het pieksignaal de maximum waarde bereikt die de mixer aan kan. Laat u dit gedurende een lange tijd toe, dan kunnen er beschadigingen optreden. Het LED gaat branden bij een geluidssterkte van 5 dB onder clipping.
12. PFL
Als deze knop is ingedrukt kunt u het signaal vooraf beluisteren met een hoofdtelefoon. Dit geldt alleen voor het kanaal waarop de PFL-functie is ingeschakeld. Alle andere kanalen zijn dan niet hoorbaar via de hoofdtelefoon.
13. STEREO
Met deze knop ingedrukt kunt u de L-R master faders gebruiken om het signaal van dit kanaal een stereopositie te geven over het uitgangssignaal. De L-R master faders zijn nu te gebruiken.
14. GRPS 1-2
Met deze knop ingedrukt kunt u de G1-2 master fader gebruiken. Nu wordt het signaal gebundeld met alle andere kanalen waarop u deze functie heeft ingeschakeld. De L-R master faders zijn nu niet te gebruiken.
15. CHANNEL FADER
Deze schuif past het volume van het kanaal aan. De "0"-positie wordt aangeraden als u een signaal aansluit. Beweeg nu de schuif totdat het door u gewenste uitgangsvolume bereikt is. Let op, u kunt het volume van het kanaal ook nog verder wijzigen met één van de master faders.

STEREO INGANGSKANALEN
6,3 mm Jack-ingang. Voor het aansluiten van een lijnsignaal. Als L+R beide verbonden zijn, komt er een stereosignaal op dit kanaal. Als alleen de linker ingang is verbonden, wordt er een monosignaal verstuurd over zowel de linker als rechter bus (het signaal wordt dus gewoon verdeeld over de linker en rechter bus). Als u alleen de rechter ingang verbindt, wordt er alleen een signaal over de rechter bus verstuurd.
17. HIGH
Hiermee bedient u de hoeveelheid van de hoge tonen per kanaal. Zet deze knop altijd op de "0"-positie. Pas het signaal aan als de muziek eenmaal afspeelt. Dit raden wij u aan omdat u anders uw luidsprekers kunt beschadigen. Met de klok meedraaien zorgt voor meer hoge tonen, tegen de klok in draaien voor minder.
18. HI MID & LO MID
Hiermee bedient u de hoeveelheid van de tonen in het middenbereik per kanaal. Zet deze knop altijd op de "0" positie. Pas het signaal aan als de muziek eenmaal afspeelt. Dit raden wij u aan omdat u anders uw luidsprekers kunt beschadigen. Met de klok meedraaien zorgt voor meer middentonen, tegen de klok in draaien voor minder.
19. LOW
Hiermee bedient u de hoeveelheid van de lage tonen per kanaal. Zet deze knop altijd op de "0" positie. Pas het signaal aan als de muziek eenmaal afspeelt. Dit raden wij u aan omdat u anders uw luidsprekers kunt beschadigen. Met de klok meedraaien zorgt voor meer lage tonen, tegen de klok in draaien voor minder.


20. AUX 1
Deze AUX send is pre-fade, post-EQ. Daardoor wordt dit signaal niet beïnvloed door de positie van de fader en de routing status van het kanaal. Deze send functie is zeer geschikt voor het kruizen van monitor signalen, welke apart van de PA installatie moeten worden bediend.
21. AUX 2
Deze AUX send is post-fade, post-EQ. Daardoor is dit signaal gevoelig voor veranderingen in de positie van de fader. Deze send functie wordt normaal gebruikt voor het sturen van een audiosignaal naar effectapparatuur. Deze worden altijd weer teruggeleid naar de mixer en daarom moet de fader dit signaal kunnen beïnvloeden.
22. BAL
De bal control stuurt continu variabele hoeveelheden van het post-fader signaal naar de linker of rechter en G1 of G2 main bussen. In de centrale / "∞" positie wordt er een gelijk signaal naar de linker en rechter en G1 en G2 main bussen gestuurd.
23. PFL
Als deze knop is ingedrukt kunt u het signaal vooraf luisteren met een hoofdtelefoon. Dit geldt alleen voor het kanaal die de PFL functie aan heeft staan. Alle andere kanalen zullen dan niet hoorbaar zijn door de hoofdtelefoon.
24. STEREO
Met deze knop ingedrukt kunt u de L-R master faders gebruiken om het signaal van dit kanaal een stereo positie te geven over het uitgangssignaal. De L-R master faders zijn nu niet te gebruiken.
25. GRPS 1-2
Met deze knop ingedrukt kunt u de G1-2 master fader gebruiken. Nu wordt het signaal gebundeld met alle andere kanalen waar u deze functie heeft ingeschakeld. De G1-2 master fader is nu te gebruiken.
26. CHANNEL FADER
Deze schuif past het volume van het kanaal aan. De "0" positie wordt aangeraden als u een signaal aansluit. Beweeg nu de schuif totdat het door u gewenste uitgangsvolume bereikt is. Let op, u kunt het volume van het kanaal ook nog verder wijzigen met één van de master faders.

MASTER SECTIE
27. TAPE NIVEAU
U kunt hier het volumeniveau van de TAPE in veranderen als deze is aangesloten. Met de klok meedraaien zorgt voor het verhogen van het volume, tegen de klok in voor het verminderen.
28. AUX 1-2 SENDS
U kunt hier het volume niveau van de AUX sends aanpassen, als deze aanstaat. Met de klok meedraaien zorgt voor het verhogen van het volume, tegen de klok in voor het verminderen.
29. AUX RETURN 1-2
Hiermee bedient u het volumeniveau van het return ingangssignaal. Met de klok meedraaien zorgt voor het verhogen van het volume, tegen de klok in voor het verminderen.
30. ST/G1-2
Als deze schakelaar niet is ingedrukt, zal het returnsignaal naar de stereo uitgang worden gestuurd. Indien ingedrukt, zal het returnsignaal naar de G1-2 uitgang gestuurd worden.
31. ST/G1-2
Deze schakelaar leidt het G1-2 mix uitgangssignaal naar de stereo bus. Hierdoor kan de G1-2 bus twee mono subgroepen mixen over een enkel uitgangssignaal wanneer er geen stereo geluid benodigd is.
32. GRPS 1-2 UITGANGSFADER
Met deze schuif kunt u het volumeniveau van de G1-2 bus wijzigen.

33. UITGANGSNIVEAU INDICATOR (VU METER)
Deze niveaumeter laat u de uitgangsniveaus van het linker- en rechterkanaal, GPRS1-2, hoofdtelefoon en control room zien. Hierdoor kunt u de uitgangsconditie van het signaal zien.
34. AAN/UIT & FANTOOM LEDS
Beide LEDs branden wanneer hun functies, respectievelijk aan/uit en fantoomvoeding, actief zijn.
35. FANTOOMVOEDINGSSCHAKELAAR
Het indrukken van deze knop zorgt ervoor dat alle gebalanceerde microfooningangen een 48V fantoomvoeding krijgen. Dit is speciaal voor het gebruik van de meer functionele condensatormicrofoons.
36. HOOFDTELEFOON / CONTROL ROOM NIVEAU
Deze enkele volumeregeling stuurt het volumeniveau van de hoofdtelefoons en monitors. Met de klok meedraaien zorgt voor meer volume, tegen de klok in draaien voor minder.
37. HOOFDTELEFOONSCHAKELAAR
Als de L-R / G1-2 PFL niet zijn ingedrukt, wordt het uitgangssignaal hier in stereo over de monitors geleid. Als de knoppen zijn ingedrukt, wordt het signaal over de hoofdtelefoon verstuurd. Met de G1-2 fader kunt u nu het volumeniveau over de hoofdtelefoon bepalen.
38. MASTER FADER UITGANGSNIVEAU (LINKS/RECHTS)
De master fader voor het aanpassen van het volumeniveau van een stereosignaal. Links en rechts zijn beide afzonderlijk te bedienen.

MIXER UITGANGSSECTIE

39. STEREO AUX RETURNS & SENDS
Gebruik voor het verbinden van allerlei effectapparatuur.
40. TAPE INGANGSJACK
Deze jack dient u te verbinden met een cassette deck voor playback.
41. RECORD PIN JACK
Deze jack dient u te verbinden met een cassette deck voor het opnemen van het uitgangssignaal.
42. GRPS 1-2 UITGANGSJACK
Deze jack dient u te verbinden met een versterker om het G1-2 signaal weer te geven.
43. STEREO UITGANGSJACK (LINKS/RECHTS)
Hiermee kunt u het uitgangssignaal met een versterker verbinden. Zowel met 6,3 mm Jacks als met XLR connectoren.
44. CONTROL ROOM UITGANGSJACK
Uitgang voor het bevestigen van een monitor (actieve speaker of een versterker).
45. HOOFDTELEFOON JACK
Verbind met een hoofdtelefoon. Te gebruiken om voor elk kanaal de PFL of het L/R en G1-2 te beluisteren.
ACHTERPANEEL
46. POWER JACK
Wordt gebruikt voor de stroomtoevoer.
47. HOOFDSCHAKELAAR
Druk deze knop in om de mixer aan/uit te zetten. De LED (29) zal oplichten als deze schakelaar in de "aan" stand staat.
48. INSERT
Voor het omleiden van de ingangssignalen naar effectapparatuur, elektrische instrumenten, enz.

INSTALLATIE
Zorg ervoor dat u de kabels niet verwart; dit kan fouten bij het inpluggen voorkomen. Sluit dus kabel voor kabel aan, dus niet eerst alle kabels aan de ene zijde en dan alle aan de andere zijde. In het ergste geval kunnen er storingen of zelfs blijvende schade aan uw apparatuur optreden. Een voorbeeld van mogelijke aansluitingen ziet u hieronder.
Voordat u de mixer aansluit, dient u alle regelaars op de "0" stand te zetten. Op de monokanalen kunt u mic- of line-apparatuur aansluiten, op de stereokanalen kunt u elk soort line-apparatuur aansluiten en op de AUX return kunt u effectapparatuur aansluiten. Ook kunt u op de AUX return MIDI-instrumenten aansluiten.
Als u een microfoon aansluit, zorg er dan voor dat de fantoomvoeding UIT staat. Gebruik NOOIT ongebalanceerde apparatuur als de fantoomvoeding aan staat. Sluit het 48V-circuit van de fantoomspanning nooit kort met aarde; er kan dan zware schade optreden.
![graph TD A["Speaker"] --> B["Microphone"] C["Speaker"] --> D["Mixer"] E["Tape"] --> F["Output L&R"] G["Speaker"] --> H["Audio Receiver"] I["Speaker"] --> J["Audio Mask"] K["Speaker"] --> L["Audio System"]](/content/2026/03/495804/images/22f1f86ec949cf605e7fedc10483be556e73ea86dcd4b8779f5de31d1acc776d.jpg)
VERBINDINGEN
Gebruik voor een gebalanceerde uit/ingang altijd gebalanceerd materiaal. Voor een ongebalanceerde uit/ingang kunt u zowel ongebalanceerd als gebalanceerd materiaal gebruiken. Zie de schema's hieronder voor het materiaal dat u kunt gebruiken:

Indien mogelijk, verbind gebalanceerde uitgangen met andere gebalanceerde apparatuur. Dit reduceert storingen tot een minimum.
SPECIFICATIES
Mono-ingangen
Mic-ingang: ...... elektronisch gebalanceerd, discrete ingangsconfiguratie
Line-ingang: ...... elektronisch gebalanceerd
Line ingang: ....ongebalanceerd
Max uitgangsniveau: ....+ 22 dBu, gebalanceerd
AUX send max uitgangsniveau: ....+22 dBu ongebalanceerd
Control room uitgangsniveau: ....+22 dBu ongebalanceerd
Signaal/Ruisverhouding: ....>112 dB
Aansluitspanning: 230 VAC, 50 Hz
- Specificaties en ontwerp zijn onderworpen aan veranderingen zonder dat deze vooraf aangekondigd zijn.
Voer zelf geen reparaties uit aan het apparaat; in élk geval vervalt de totale garantie. Ook mag het apparaat niet eigenmachtig worden gemodificeerd, ook in dit geval vervalt de totale garantie. Ook vervalt de garantie bij ongevallen en beschadigingen in élke vorm t.g.v. onoordeelkundig gebruik en het niet in achtnemen van de waarschuwingen in het algemeen en gestelde in deze gebruiksaanwijzing. Tevens aanvaardt SkyTronic B.V. geen enkele aansprakelijkheid in geval van persoonlijke ongelukken als gevolg van het niet naleven van veiligheidsinstructies en waarschuwingen .Dit geldt ook voor gevolgschade in wélke vorm dan ook.