HPI 82 - Fornuis HOOVER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HPI 82 HOOVER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HPI 82 - HOOVER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HPI 82 van het merk HOOVER.
GEBRUIKSAANWIJZING HPI 82 HOOVER
απορρίμματα. Η συλλογή αυτών των προϊόντων γίνεται ξεχωριστά λόγω του ότι απαιτείται ειδική επεξεργασία. GR-37NL-1 Door het aanbrengen van de CE -markering op dit product, verklaren wij voor onze eigen verantwoordelijkheid dat dit product in overeenstemming is met alle Europese wettelijke voorschriften met betrekking tot de vereisten inzake veiligheid, gezondheid en milieu. Veiligheidswaarschuwingen Uw veiligheid is belangrijk voor ons. Lees deze informatie alstublieft voordat u uw kookplaat in gebruik neemt. Installatie Risico van een elektrische schok
- Koppel het apparaat los van het elektriciteitsnet voordat u welke werkzaamheden of onderhoud verricht.
- Aansluiting op een goed aardingssysteem is essentieel en verplicht.
- Wijzigingen die aangebracht worden aan het bedradingssysteem in uw huis mogen uitsluitend gemaakt worden door een gekwalificeerd elektricien.
- Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood. Gevaar van snijwonden
- Let op - de hoeken van de panelen zijn scherp.
- Het niet voorzichtig zijn kan leiden tot letsel of snijwonden. Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
- Lees deze aanwijzingen aandachtig voordat dit apparaat installeert of gebruikt.
- Leg nooit brandbaar materiaal of brandbareNL-2 producten op dit apparaat.
- Breng de persoon die verantwoordelijk is voor de installatie van het apparaat op de hoogte van deze informatie, dat zou de installatiekosten kunnen beperken.
- Om een gevaarlijke situatie te voorkomen, moet dit apparaat geïnstalleerd worden volgens deze installatie-instructies.
- Dit apparaat mag uitsluitend correct geïnstalleerd en geaard worden door een gekwalificeerd persoon.
- Dit apparaat moet aangesloten worden op een circuit waarin een isolatieschakelaar is ingebouwd die volledige loskoppeling van de elektrische voeding mogelijk maakt.
- Het niet correct installeren van het apparaat maakt de garantie of aansprakelijkheidsclaims ongeldig. Werking en onderhoud Risico van een elektrische schok
- Bereid geen gerechten op een gebroken of gebarsten oppervlak van de kookplaat. Als het oppervlak van de kookplaat zou breken of barsten, het apparaat onmiddellijk uitschakelen met de hoofdschakelaar en contact opnemen met een gekwalificeerd technicus.
- Schakel het apparaat uit met de hoofdschakelaar voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden verricht.
- Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood. Gevaar voor de gezondheid
- Dit apparaat voldoet aan de elektromagnetischeNL-3 veiligheidsnormen.
- Echter, mensen met pacemakers of andere elektrische implantaten (zoals insulinepompen) moeten hun arts of chirurg raadplegen voordat ze dit apparaat in gebruik nemen, om er zeker van te zijn dat het elektromagnetische veld niet van invloed is op hun implantaten.
- Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot de dood. Gevaar door een heet oppervlak
- Tijdens het gebruik worden toegankelijke delen van dit apparaat voldoende heet om brandwonden te veroorzaken.
- Laat uw lichaam, kleding of welk ander voorwerp dat geen geschikt kookgerei is in contact komen met de glazen inductieplaat tot het oppervlak is afgekoeld.
- Let op: metalen voorwerpen die gemagnetiseerd kunnen worden en op het lichaam worden gedragen worden heet in de buurt van de kookplaat. Dit is niet van toepassing op gouden of zilveren juwelen.
- Houd kinderen uit de buurt.
- Handgrepen van pannen kunnen ook te heet zijn om aan te raken. Controleer of handgrepen van pannen niet over andere ingeschakelde kookzones reiken. Houd handgrepen uit de buurt van kinderen.
- Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot brandwonden en verbrandingen. Gevaar van snijwonden
- Het messcherpe blad van een schraper voor kookplaatoppervlakken wordt blootgesteld als deNL-4 afdekking wordt verwijderd. Gebruik de schraper uiterst voorzichtig en berg hem altijd veilig en uit de buurt van kinderen op.
- Het niet voorzichtig zijn kan leiden tot letsel of snijwonden. Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
- Laat het apparaat nooit zonder toezicht achter als het in gebruik is. Het overkoken van voedsel veroorzaakt rokerige en vette vlekken die in brand kunnen vliegen.
- Gebruik uw apparaat nooit als werk- of opbergoppervlak.
- Laat nooit voorwerpen of keukengerei op het apparaat liggen.
- Leg geen objecten die gemagnetiseeerd kunnen worden (bijv. credit cards, geheugenkaarten) of elektronische apparaten (bijv. computers, MP3- spelers) in de buurt van het apparaat, deze kunnen beïnvloed worden door het magnetische veld van de kookplaat.
- Gebruik uw apparaat nooit om de kamer te verwarmen.
- Schakel de kookzones en de kookplaat na gebruik altijd uit, zoals beschreven in deze handleiding (bijv. met behulp van de aanraaktoetsen). Vertrouw niet op de pandetectiefunctie om de kookzones uit te schakelen wanneer u de pannen verwijdert.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen of er op zitten, staan of klimmen.
- Bewaar geen voorwerpen die interessant zijn voor kinderen in de kastjes boven het apparaat. KinderenNL-5 die op de kookplaat klimmen kunnen ernstig letsel oplopen.
- Laat kinderen niet alleen of zonder toezicht in de zone waar het apparaat in gebruik is.
- Kinderen of personen met een beperking die van invloed is op hun vermogen om het apparaat te gebruiken zouden van een verantwoordelijke en competente persoon moeten leren hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze persoon moet zeker weten dat zij het apparaat kunnen gebruiken zonder gevaar voor henzelf of hun omgeving.
- Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat tenzij dit speciaal wordt aanbevolen in de handleiding. Al het andere onderhoud moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerde technicus.
- Gebruik geen stoomreiniger om uw kookplaat te reinigen.
- Leg geen zware voorwerpen op uw kookplaat en laat ze er niet op vallen.
- Ga niet op uw kookplaat staan.
- Gebruik geen pannen met scherpe randen of schuif geen pannen over het glazen inductie-oppervlak, dan kunnen er krassen op het glas komen.
- Gebruik geen schuursponsjes of andere ruwe schurende reinigingsmiddelen, deze kunnen krassen op het glazen inductie-oppervlak veroorzaken.
- Als de stroomkabel is beschadigd, mag deze alleen vervangen worden door een gekwalificeerd technicus.
- Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik.NL-6
- Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen ouder dan 8 jaar en personen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of gebrek aan ervaring en kennis als zij in de gaten gehouden worden of aanwijzingen hebben gekregen over hoe zij het apparaat op veilige wijze kunnen gebruiken en als zij de bijbehorende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoudswerkzaamheden mogen niet door kinderen uitgevoerd worden als zij niet onder toezicht staan.
- WAARSCHUWING: Bereidingen op een kookplaat met vet of olie zonder toezicht kunnen gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT een brand te blussen met water, maar schakel het apparaat uit en dek de vlam af bijv. met een deksel of een branddeken.
- Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat gelegd worden want deze kunnen heet worden.
- Schakel, na gebruik, de kookplaat uit met de bedieningstoetsen en vertrouw niet op de pandetector.
- Het apparaat is niet bedoeld om bediend te worden door middel van een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem.NL-7 Gefeliciteerd met de aanschaf van uw nieuwe Inductiekookplaat. Wij adviseren u wat tijd te besteden aan het lezen van deze Handleiding voor Installatie / Gebruik zodat u volledig begrijpt hoe u de kookplaat correct kunt installeren en bedienen. Lees het installatiegedeelte voor de installatie. Lees alle veiligheidsaanwijzingen aandachtig door voordat u de kookplaat in gebruik neemt en bewaar deze Handleiding zodat u hem in de toekomst nog eens kunt raadplegen. Productoverzicht Bovenaanzicht
Bedieningstoetsen selectie kookzone
Bedieningstoets Timer
Bedieningstoets Kookpunt
Bedieningstoets Warmhouden
Schuiftoets Vermogen / Timer
Bedieningstoets AAN/UITNL-8 Informatie over bereiding op Inductie Bereiding op inductie is een veilige, geavanceerde, efficiënte en economische bereidingstechnologie. Het werkt op elektromagnetische trillingen die rechtstreeks warmte in de pan genereren, in plaats van indirect via het glazen oppervlak. Het glas wordt alleen heet omdat de pan het eventueel opwarmt. Voordat u uw Nieuwe Inductiekookplaat in gebruik neemt
- Lees deze handleiding, let met name op het deel 'Veiligheidswaarschuwingen'.
- Verwijder eventuele beschermfolie die nog op uw inductiekookplaat aanwezig is. Het gebruik van de aanraaktoetsen
- De bedieningstoetsen reageren op aanraking, u hoeft dus geen enkele druk uit te oefenen.
- Gebruik de bal van uw vinger en niet het topje.
- Elke keer als er een aanraking gedetecteerd wordt, klinkt er een piepje.
- Zorg ervoor dat de bedieningstoetsen altijd schoon en droog zijn, en dat ze niet bedekt worden door een voorwerp (bijv. keukengerei of een doek). Zelfs een dun laagje water kan de bedieningstoetsen moeilijk te bedienen maken. ijzeren pan magnetisch circuit keramische glasplaat inductiespoel opgewekte stromenNL-9 Keuze van het juiste kookgerei
- Gebruik uitsluitend kookgerei met een onderkant die geschikt is voor bereiding met inductie. Zoek naar het inductiesymbool op de verpakking of op de bodem van de pan. • U kunt controleren of uw kookgerei geschikt is voor inductie door een magnetische test uit te voeren. Beweeg een magneet over de onderkant van de pan. Als de magneet wordt aangetrokken, dan is de pan geschikt voor inductie.
- Als u geen magneet hebt:
Volg de stappen onder 'De bereiding beginnen'.
Als niet gaat knipperen en het water warm wordt, dan is de pan geschikt. • Kookgerei gemaakt van de volgende materialen is niet geschikt: zuiver roestvrij staal, aluminium of messing zonder magnetische bodem, glas, hout, porselein, keramiek en aardewerk.
Gebruik geen kookgerei met scherpe randen of een gebogen bodem. Controleer of de bodem van uw pan glad is en plat tegen het glas, en even groot is als de kookzone. Gebruik pannen waarvan de doorsnede even groot is als de grafiek van de gekozen zone. Bij het gebruik van een pan die iets groter is zal de energie op maximale efficiëntie gebruikt worden. Als u een kleinere pan gebruikt, kan de energie minder zijn dan verwacht. Een pan met een doorsnede van minder dan 140 mm kan mogelijk niet door de kookplaat herkend worden. Zet de pan altijd in het midden van de kookzone. Til pannen altijd op van de inductiekookplaat – verschuif ze niet want dat kan krassen op het glas veroorzaken.NL-10 Panmaat De kookzones worden tot op zekere hoogte automatisch aangepast aan de pandiameter. De panbodem moet afhankelijk van de kookzone een minimum diameter hebben. Voor een optimale werking van de kookplaat, dient u de pan in het midden van de kookzone te plaatsen. Bereidingszone
De diameter van de onderzijde van inductiekookgerei Minimum (mm) Maximum (mm) 1,2
Het gebruik van uw Inductiekookplaat De bereiding beginnen
Raak de bedieningstoets AAN/UIT aan. Na inschakeling klinkt de zoemer éénmaal, toont de bedieningstoets van de timer “ CL “ en tonen de selectietoetsen voor de kookzone “ 00 “, wat betekent dat de inductiekookplaat in stand-by staat.
Zet een geschikte pan op de kookzone die u wilt gebruiken.
Controleer of de bodem van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn.
Wanneer de selectietoets voor de kookzone wordt aangeraakt, gaat er een lampje op de toets knipperen.NL-11
Selecteer de warmte-instelling door de schuiftoets aan te raken.
Als u binnen 1 minuut geen warmte-instelling kiest, wordt de inductiekookplaat automatisch uitgeschakeld. Dan moet u weer vanaf stap 1 beginnen.
U kunt tijdens de bereiding te allen tijde de warmte-instelling veranderen.
Als op het display afwisselend knippert met de warmte- instelling Betekent dit dat:
- u geen pan op de juiste kookzone gezet hebt of,
- dat de pan die u gebruikt niet geschikt is voor bereiding met inductie of,
- dat de pan te klein is of niet goed in het midden van de kookzone is gezet. Als er geen geschikte pan op de kookzone is gezet, wordt de zone niet warm. Het display zal na 1 minuut automatisch worden uitgeschakeld als er geen geschikte pan op de kookzone is gezet. Na afloop van de bereiding
Raak de selectietoets voor de kookzone die u uit wilt schakelen aan.
Schakel de kookzone uit door de schuiftoets links aan te raken. Controleer of op het display ”0” wordt weergegeven.
Schakel de hele kookplaat uit door de bedieningstoets AAN/UIT aan te raken.
Let op hete oppervlakken H geeft aan welke kookzone te heet is om aan te raken. Deze verdwijnt wanneer de kookzone is afgekoeld tot een veilige temperatuur. Deze functie kan ook gebruikt worden om energie te besparen als u een andere pan wilt verwarmen kunt u de kookzone die nog heet is gebruiken. Het gebruik van de Boost-functie De Boost-functie activeren
Raak de selectietoets voor de kookzone aan.
Als de Boost-bedieningstoets wordt aangeraakt, toont het zonelampje “b” en bereikt het vermogen de Max-stand. Het annuleren van de Boost-functie
Raak de selectietoets voor de kookzone aan. Die waarvoor u de Boost-functie wilt annuleren.NL-13
a: Als de Boost-bedieningstoets “ wordt aangeraakt, zal de kookzone terugkeren naar de oorspronkelijke instelling. b: Als de schuiftoets wordt aangeraakt, zal de kookzone terugkeren naar het geselecteerde niveau.
- De functie kan werken in alle kookzones.
- De kookzone keert na 5 minuten naar de oorspronkelijke instelling terug.
- Als de Boost-functie van de 1e kookzone wordt ingeschakeld, wordt de 2e kookzone automatisch begrensd onder niveau 2 en andersom.
- Als de oorspronkelijke warmte-instelling 0 is, zal die na 5 minuten terugkeren naar 15. Het gebruik van de functie Warmhouden De functie Warmhouden activeren
Raak de selectietoets voor de kookzone aan.
Als de bedieningstoets Warmhouden wordt aangeraakt, toont het zonelampje “
” .NL-14 De functie Warmhouden annuleren
Raak de selectietoets voor de kookzone aan.
a: Als de schuiftoets wordt aangeraakt, zal de kookzone terugkeren naar het geselecteerde niveau. b: Bij het aanraken van de functiebedieningstoets, zoals of , zal de kookzone terugkeren naar het geselecteerde niveau. FLEXIBELE ZONE
- Deze zone kan als een enkele zone of als twee gescheiden zones worden gebruikt, afhankelijk van hoe u wilt koken.
- De flexibele zone bestaat uit twee onafhankelijke inductiespoelen die afzonderlijk kunnen worden bediend. Wanneer de zone als een enkele zone gebruikt wordt en de pan binnen de flexibele zone van de ene naar de andere zone wordt verplaatst, zal hetzelfde vermogensniveau worden gehandhaafd als van de zone waar de pan oorspronkelijk stond. De zone zonder pan zal dan automatisch worden uitgeschakeld.
- BELANGRIJK: Plaats het kookgerei altijd in het midden van een kookzone. Grote, ovale, rechthoekige en lange pannen moeten altijd in het midden van de kookzone worden geplaatst en beide logo's bedekken. Voorbeelden van hoe pannen wel en niet moeten worden geplaatst.NL-15 Als grote zone
Druk om de flexibele zone als één grote zone te activeren gewoon op de daarvoor bestemde toetsen.
Het vermogen moet net als bij normale zones worden ingesteld.
Als de pan van voren naar achteren wordt verplaatst (of andersom), neemt de flexibele zone de nieuwe positie direct waar en wordt het vermogen gehandhaafd.
Om nog een pan toe te voegen, nogmaals op de daarvoor bestemde toetsen drukken om het kookgerei waar te nemen. Twee onafhankelijke zones Druk om de flexibele zone als twee verschillende zones met verschillende vermogensinstellingen te gebruiken op de daarvoor bestemde toetsen. De bedieningstoetsen vergrendelen
U kunt de bedieningstoetsen vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen (bijvoorbeeld kinderen die per ongeluk de kookzones inschakelen).
Wanneer de bedieningstoetsen vergrendeld zijn, zijn ze allemaal uitgeschakeld, behalve de toets AAN/UIT. De bedieningstoetsen vergrendelen Raak de toets toetsenvergrendeling aan. Op de timer wordt “Loc” weergegeven. De bedieningstoetsen ontgrendelen
Raak de toetsenvergrendeling iets langer aan.
Nu kunt u uw inductiekookplaat gaan gebruiken. OFNL-16 Wanneer de toetsen van de kookplaat vergrendeld zijn, zijn alle bedieningstoetsen uitgeschakeld behalve de toets AAN/UIT; u kunt in een noodgeval de inductiekookplaat altijd uitschakelen met de toets AAN/UIT, maar om de kookplaat weer in werking te stellen moet u de toetsen eerst ontgrendelen. Beveiliging tegen te hoge temperatuur Een ingebouwde temperatuursensor bewaakt de temperatuur binnenin de inductiekookplaat. Wanneer er een te hoge temperatuur gedetecteerd wordt, wordt de inductiekookplaat automatisch uitgeschakeld. Detectie van kleine voorwerpen Wanneer er een qua grootte ongeschikte of niet-magnetische pan (bijv. aluminium) gebruikt wordt, of er ligt een ander klein voorwerp (bijv. mes, vork, sleutel) op de kookplaat, wordt de kookplaat binnen 1 minuut automatisch in stand-by gezet. De ventilator blijft de inductiekookplaat nog een minuut langer afkoelen. Beveiliging door automatische uitschakeling Automatische uitschakeling is een beveiligingsfunctie voor uw inductiekookplaat. De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als u hem vergeet uit te schakelen na de bereiding. De standaard tijdsduren voor de verschillende vermogensniveaus zijn in onderstaande tabel vermeld: Vermogensniveau Warmhouden 1~5 6~10 11~14
Standaard bedrijfsduur (uur)
Wanneer de pan wordt verwijderd, stopt de inductiekookplaat onmiddellijk te verwarmen en wordt na 2 minuten automatisch uitgeschakeld.
Mensen met een pacemaker moeten hun arts raadplegen alvorens dit apparaat te gebruiken. Het gebruik van de Timer U kunt de timer op twee verschillende manieren gebruiken:
- U kunt hem gebruiken als kookwekker. In dat geval zal de timer geen enkele kookzone uitschakelen nadat de tijdsduur is verlopen.
- U kunt hem ook zodanig instellen dat kookzones, nadat de tijd is verstreken, uitgeschakeld worden.
- U kunt een tijdsduur van maximaal 99 minuten instellen. Het gebruik van de Timer als Kookwekker Als u geen enkele kookzone selecteer
Controleer of de kookplaat is ingeschakeld. Opmerking: u kunt de kookwekker ook gebruiken als u geen enkele kookzone geselecteerd heeft.NL-17
Raak de bedieningstoets van de timer aan. De “10” verschijnt in het timerdisplay waar u geraakt heeft en de “0” knippert.
Stel te tijd in door de schuiftoets aan te raken. (bijv. 6)
Raak de bedieningstoets van de timer opnieuw aan. De “1” gaat knipperen.
Stel de tijd in door de schuiftoets aan te raken (bijv. 9). De timer wordt nu ingesteld op 96 minuten.
De zoemer piept gedurende 30 seconden en op de timer wordt “00-” weergegeven wanneer de ingestelde tijd verstreken is.
De timer instellen om kookzones uit te schakelen Als de timer voor een zone is ingesteld:
Raak de selectietoets voor de kookzone aan waarvoor u de timer wilt instellen.NL-18
Raak de bedieningstoets van de timer aan. De “10” verschijnt in het timerdisplay en de “0” knippert.
Stel te tijd in door de schuiftoets aan te raken. (bijv. 6)
Raak de bedieningstoets van de timer opnieuw aan. De “1” gaat knipperen.
Stel de tijd in door de schuiftoets aan te raken (bijv. 9). De timer wordt nu ingesteld op 96 minuten.
Zodra de tijd is ingesteld, begint deze onmiddellijk af te tellen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven en het lampje van de timer knippert gedurende 5 seconden.
OPMERKING: De rode stip naast het lampje voor het vermogensniveau gaat branden om aan te geven dat de zone is geselecteerd.
Wanneer de ingestelde tijd verstreken is, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld.
Als er eerder andere kookzones zijn ingeschakeld, dan blijven deze werken.NL-19 Als de timer voor meerdere zones is ingesteld:
1. Als u tegelijkertijd de tijd instelt voor meerdere kookzones, zullen decimaalpunten
voor de betreffende kookzones zichtbaar worden. Het minutendisplay toont de minutentimer. De punt van de betreffende zone knippert.
(ingesteld op 15 minuten) (ingesteld op 45 minuten)
2. Als de timer klaar is met aftellen, zal de betreffende zone worden uitgeschakeld. Dan
wordt de nieuwe minutentimer getoond en zal de punt van de betreffende zone gaan knipperen.
- Raak de selectietoets voor de kookzone aan en de bijbehorende timer zal in het lampje van de timer worden getoond. Het gebruik van de bedieningstoets Kookpunt Met deze functie kunt u water koken en u wordt gewaarschuwd als het water het kookpunt bereikt. De Kookpunt-functie activeren
1. Raak de selectietoets voor de kookzone aan.
2. Als de bedieningstoets Kookpunt wordt aangeraakt, toont het zonelampje “2L” .
Als de bedieningstoets Kookpunt opnieuw wordt aangeraakt, toont het zonelampje “3L” . Als de bedieningstoets Kookpunt voor de derde keer wordt aangeraakt, toont het zonelampje “5L” . Als de bedieningstoets Kookpunt voor de vierde keer wordt aangeraakt, toont het zonelampje “0” .NL-20 De Kookpunt-functie annuleren
1. Raak de selectietoets voor de kookzone aan.
2. a: Als de schuiftoets wordt aangeraakt, zal de kookzone terugkeren naar het
geselecteerde niveau. b: Als de functiebedieningstoets wordt aangeraakt, zal de kookzone terugkeren naar het Boost-niveau.
- Het is belangrijk dat de watertemperatuur niet te hoog of te laag is als met koken wordt begonnen, omdat dit het eindresultaat kan beïnvloeden.
- Zodra het water kookt, klinkt de zoemer een aantal keren en knippert het zonelampje. Druk vervolgens kort op de bedieningstoets Kookpunt . Vermogen 9 wordt standaard weergegeven.
- De functie kan uitsluitend werken in de 3e kookzone.
- Gebruik pannen waarvan de doorsnede even groot is als de grafiek van de gekozen zone.
- Gebruik geen gietijzeren pannen.
- Doe geen deksel op de pan.
- Als de Boost-functie van de 3e kookzone is ingeschakeld, zal de 4e kookzone begrensd worden. Richtlijnen voor de bereiding
Wees voorzichtig bij het bakken want olie en vet worden heel snel heet, met name als u gebruik maakt van Power Boost. Op uiterst hoge temperaturen kunnen olie en vet spontaan in brand vliegen en dit vormt een ernstig risico op brand. Bereidingstips
- Wanneer het voedsel gaat koken, verlaag dan de temperatuurinstelling.
- Het gebruik van een deksel verkort de bereidingstijden en besparen energie door de warmte vast te houden.NL-21
- Minimaliseer de hoeveelheid vocht of vet om de bereidingstijden te verkorten.
- Begin de bereiding op een hoge instelling en verlaag de instelling zodra het voedsel is doorverwarmd. Rijst koken
- Sudderen vindt plaats onder het kookpunt, op ongeveer 85˚C, wanneer luchtbelletjes zo nu en dan naar de oppervlakte van de kokende vloeistof komen. Het is de sleutel tot verrukkelijke soepen en malse stoofschotels omdat de smaken zich ontwikkelen zonder dat het voedsel overkookt. Het wordt ook aanbevolen op eieren gebaseerde en met bloem aangedikte sauzen te bereiden onder het kookpunt.
- Sommige bereidingen, met inbegrip van het koken van rijst met de absorptiemethode, kunnen een hogere instelling vereisen om te garanderen dat het voedsel goed bereid wordt binnen de aanbevolen tijd. Biefstuk aanbraden Om sappige, smaakvolle biefstukken te bakken:
1. Laat het vlees ongeveer 20 minuten op kamertemperatuur staan alvorens het te
2. Verhit een bakpan met een zware bodem.
3. Vet beide kanten van de biefstuk in met wat olie. Giet een kleine hoeveelheid olie in de
hete pan en leg het vlees in de hete pan.
4. Draai de biefstuk tijdens de bereiding slechts één keer om. De exacte bereidingstijd
hangt af van de dikte van de biefstuk en hoe gaar u hem wilt hebben. De tijdsduur kan variëren van 2 – 8 minuten per kant. Druk op de biefstuk om te meten hoe gaar hij is – hoe steviger hij aanvoelt, des te „gaarder‟ hij zal zijn.
5. Laat de biefstuk enkele minuten op een warm bord rusten zodat hij mals kan worden
voordat hij geserveerd wordt. Roerbakken
1. Kies een wok met een platte bodem die geschikt is voor inductie of een grote
2. Zorg ervoor dat alle ingrediënten en kookgerei klaar staan. Roerbakken moet snel
gebeuren. Als u grote hoeveelheden wilt bereiden, bereid het voedsel dan in verschillende kleinere porties.
3. Verhit de pan kort voor en voeg twee eetlepels olie toe.
4. Bereid eerst het vlees, leg het apart en houd het warm.
5. Roerbak de groenten. Wanneer ze warm maar nog knapperig zijn, de kookzone op
een lagere instelling zetten, leg het vlees terug in de pan en voeg uw saus toe.
6. Roer de groenten voorzichtig om, om er zeker van te zijn dat ze goed zijn
7. Onmiddellijk serveren.NL-22
Warmte-instellingen Onderstaande instellingen zijn uitsluitend bedoeld als richtlijnen. De exacte instelling hangt af van verschillende factoren, met inbegrip van uw kookgerei en de hoeveelheid voedsel die u bereidt. Experimenteer met de inductiekookplaat om de instellingen te vinden die het beste bij u passen. Warmte- instelling Geschiktheid
- behoedzaam opwarmen van kleine hoeveelheden voedsel
- chocolade, boter smelten en voedsel dat snel aanbrandt bereiden
- soep aan de kook brengen
- water kokenNL-23 Onderhoud en reiniging Onderstaande instellingen zijn uitsluitend bedoeld als richtlijnen. De exacte instelling hangt af van verschillende factoren, met inbegrip van uw kookgerei en de hoeveelheid voedsel die u bereidt. Experimenteer met de kookplaat om de instellingen te vinden die het beste bij u passen. Wat? Hoe? Belangrijk! Dagelijks vuil op de glasplaat (vingerafdrukken, sporen, vlekken achtergelaten door levensmiddelen of het overkoken van niet zoete vloeistoffen op de glasplaat)
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat uit.
Gebruik een reiniger voor kookplaten terwijl het glas nog warm (maar niet heet!) is!
Afspoelen en afdrogen met een schone doek of keukenpapier.
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat weer in.
Als de elektrische stroom naar de kookplaat is onderbroken, wordt er geen indicatie “heet oppervlak‟ weergegeven maar de kookzone kan nog wel heet zijn! Wees uiterst voorzichtig.
Sommige reinigingsartikelen voor zwaar gebruik, bepaalde nylon sponsjes en ruwe/schurende reinigingsmiddelen kunnen krassen op het glas veroorzaken. Lees altijd het etiket om te controleren of uw reinigingsmiddel of sponsje geschikt is.
Laat nooit resten van reinigingsmiddel achter op de kookplaat: dat kan vlekken veroorzaken. Overgekookt voedsel, gesmolten resten en hete zoethoudende vlekken op de glasplaat Verwijder deze onmiddellijk met een scherp mes, paletmes of krabber die geschikt is voor inductiekookplaten van glas, maar let op hete oppervlakken van de kookzones:
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat uit door de stekker uit de wandcontactdoos te trekken.
Houd de schraper of het gereedschap in een hoek van 30° en schraap het vuil naar een koude zone van de kookplaat.
Verwijder het vuil met een theedoek of keukenpapier.
Volg stappen 2 tot 4 voor het hierboven beschreven verwijderen “Dagelijks vuil op de glasplaat‟.
Verwijder vlekken van gesmolten en suikerhoudend voedsel zo snel mogelijk. Als u deze laat afkoelen op de glasplaat, kunnen ze moeilijk te verwijderen zijn of zelfs permanente schade toebrengen aan het glazen oppervlak.
Gevaar van snijwonden: als de veiligheidsafdekking verwijderd is, is het blad van een schraper messcherp. Gebruik de schraper uiterst voorzichtig en berg hem altijd veilig en uit de buurt van kinderen op.NL-24 Overgekookt voedsel op de aanraaktoetsen
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat uit.
Veeg de zone van de aanraaktoetsen schoon met een schone vochtige spons of doek.
Veeg de zone volledig droog met keukenpapier.
Schakel de elektrische stroom naar de kookplaat weer in.
De kookplaat kan een piep laten horen en uitgeschakeld worden en de aanraaktoetsen kunnen niet werken als er vloeistof op ligt. Verzeker u ervan dat de zone met de aanraaktoetsen goed droog is voordat u de kookplaat weer inschakelt. Adviezen en tips
Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen De inductiekookplaat kan niet ingeschakeld worden. Er is geen elektrische stroom. Controleer of de inductiekookplaat is aangesloten op het elektriciteitsnet en dat hij is ingeschakeld. Controleer of er stroomuitval in uw huis of omgeving is. Als u alles gecontroleerd hebt en het probleem aanhoudt, een gekwalificeerd technicus bellen. De aanraaktoetsen reageren niet. De toetsen zijn vergrendeld. Ontgrendel de toetsen. Zie deel 'Het gebruik van uw inductiekookplaat' voor aanwijzingen. De aanraaktoetsen zijn moeilijk te bedienen. Misschien ligt er een dun laagje water op de toetsen of misschien gebruikt u het topje van uw vinger om de toetsen aan te raken. Controleer of de zone van de aanraaktoetsen droog is en gebruik de bal van uw vinger om de toetsen aan te raken. Er zitten krassen op de glasplaat. Kookgerei met scherpe randen. Gebruik kookgerei met vlakke en gladde bodems. Zie 'Het kiezen van het juiste kookgerei'. Ongeschikt schuursponsje of verkeerde reinigingsproducten gebruikt. Zie 'Onderhoud en reiniging'. Sommige pannen maken krakende of klikkende geluiden. Dit kan veroorzaakt worden door de constructie van uw kookgerei (lagen van verschillende materialen met verschillende trillingen). Dit is normaal voor kookgerei en duidt niet op een storing. De inductiekookplaat maakt een laag brommend geluid wanneer hij gebruikt wordt met een hoge warmte-instelling. Dit wordt veroorzaakt door de technologie van bereiden met inductie. Dit is normaal, maar het geluid zou minder moeten worden of volledig verdwijnen als u een lagere warmte instelt.NL-25 Lawaai van een ventilator afkomstig van de inductiekookplaat. Een in uw inductiekookplaat ingebouwde ventilator is in werking getreden om te voorkomen dat de elektronica oververhit raakt. De ventilator kan zelfs door blijven werken nadat u de inductiekookplaat hebt uitgeschakeld. Dit is normaal en er is geen actie noodzakelijk. Trek de stekker van de inductiekookplaat niet uit de wandcontactdoos terwijl de ventilator werkt. Pannen worden niet heet en verschijnt op het display. De inductiekookplaat detecteert de pan niet omdat hij niet geschikt is voor bereidingen met inductie. De inductiekookplaat detecteert de pan niet omdat hij te klein is voor de kookzone of niet goed in het midden van de kookzone is geplaatst. Gebruik kookgerei dat geschikt is voor bereidingen met inductie. Zie deel 'Het kiezen van het juiste kookgerei'. Zet de pan goed in het midden en controleer of de bodem overeenkomt met de afmetingen van de kookzone. De inductiekookplaat of een kookzone is onverwacht uitgeschakeld, er klinkt een geluidssignaal en er wordt een storingscode weergegeven (normaal afgewisseld met twee letters op het display van de timer). Technische storing. Noteer de letters en cijfers van de storingscode, trek de stekker van de inductiekookplaat uit de wandcontactdoos en neem contact op met een gekwalificeerd technicus. Weergave storingen en inspectie Als zich een storing voordoet, wordt de inductiekookplaat automatisch in de beveiligde status gezet en worden de bijbehorende codes weergegeven: Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen F1-F6 Storing temperatuursensor Neem contact op met de leverancier. F9-FA Storing temperatuursensor van de IGBT. Neem contact op met de leverancier.
De verbinding tussen de displaykaart en het moederbord is verbroken. Neem contact op met de leverancier. E1/E2 Abnormale voedingsspanning Controleer of de elektrische voeding normaal is. Schakel weer in als de elektrische voeding weer normaal is.NL-26 E3/E4 Temperatuursensor van de keramische glasplaat is hoog Schakel de inductiekookplaat weer in nadat hij is afgekoeld.
Temperatuursensor van de IGBT is hoog Schakel de inductiekookplaat weer in nadat hij is afgekoeld. Indien een zone van de flexibele zone moet worden beschermd, kan de selectietoets van de flexibele zone niet worden gebruikt. Hierboven is de beoordeling en inspectie van veel voorkomende storingen weergegeven. Haal het apparaat niet zelf uit elkaar en vermijd elk gevaar en schade aan de inductiekookplaat. Technische specificatie
Kookplaat CFI 82 Bereidingszones 4 zones Voedingsspanning 220-240V~ Geïnstalleerd elektrisch vermogen 7400W Productafmeting D×B×H(mm) 770X520X60 Inbouwafmetingen A×B (mm) 750X495 Gewicht en afmetingen zijn bij benadering. Omdat wij er voortdurend naar streven onze producten te verbeteren kunnen wij specificaties en tekeningen wijzigen zonder voorafgaande aankondiging.NL-27 Installatie Selectie van installatiegereedschappen Snijd een opening in het werkblad in overeenstemming met de afmetingen aangegeven op de tekening. Voor de installatie en het gebruik moet er minstens 5 cm ruimte vrij gelaten worden rond de opening. Controleer of de dikte van het werkblad minstens 30 mm is. Selecteer een werkblad van hittebestendig materiaal om vervorming veroorzaakt door de hittestraling van de kookplaat te voorkomen. Zoals hieronder is aangegeven:
L(mm) B(mm) H(mm) D(mm) A(mm) B(mm) X(mm) 770 520 60 56 750 495 50 mini Zorg er onder alle omstandigheden voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd wordt en dat de luchtinlaat- en uitlaatopeningen niet geblokkeerd zijn. Controleer of de inductiekookplaat goed werkt. Zoals hieronder is aangegeven
Opmerking: De veiligheidsafstand tussen de kookplaat en het kastje erboven dient minstens 760 mm te zijn.
Luchtuitlaat min. 5 mmNL-28 Controleer, voordat u de kookplaat installeert, dat
- het werkoppervlak vierkant en waterpas is, en dat er geen structurele onderdelen interfereren met de ruimtevereisten
- het werkoppervlak gemaakt is van hittebestendig materiaal
- als de kookplaat boven een oven geïnstalleerd wordt, dat de oven een ingebouwde koelventilator heeft
- de installatie moet voldoen aan alle ruimtevereisten en alle voorschriften en normen die van toepassing zijn
- er een geschikte isolatieschakelaar in de permanente bedrading is ingebouwd die volledige loskoppeling van de netvoeding mogelijk maakt, gemonteerd en geplaatst in overeenstemming met de plaatselijke bedradingsvoorschriften en regels. De isolatieschakelaar moet van een goedgekeurd type zijn en voorzien zijn van een opening tussen de contacten van 3 mm in alle polen (of in alle actieve [fase-] geleiders als de plaatselijke bedradingsvoorschriften deze variatie op de vereisten toestaan)
- de isolatieschakelaar moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor de klant bij wie de kookplaat geïnstalleerd wordt
- raadpleeg plaatselijke bouwinstanties en wettelijke voorschriften als u twijfels heeft over de installatie
- gebruik hittebestendige en gemakkelijk te reinigen afwerkingen (zoals keramische tegels) voor de wandoppervlakken rond de kookplaat. Controleer, nadat u de kookplaat geïnstalleerd hebt, dat
- de voedingskabel niet toegankelijk is via deurtjes of laden van kasten
- er voldoende frisse lucht van buiten de kasten naar de onderkant van de kookplaat kan stromen
- als de kookplaat boven en lade of een kastje gemonteerd is, er een thermische beveiligingsplaat geïnstalleerd is aan de onderkant van de kookplaat
- de isolatieschakelaar gemakkelijk te bereiken is door de klant Voordat de bevestigingsbeugels geplaatst worden Het apparaat moet op een stabiel, vlak oppervlak gezet worden (gebruik de verpakking). Oefen geen kracht uit op de bedieningselementen die uit de kookplaat steken. De stand van de beugel afstellen Bevestig de kookplaat op het werkblad door 4 beugels vast te schroeven op de onderkant van de kookplaat (zie afbeelding) na de installatie. Pas de stand van de beugels aan de verschillende diktes van het werkblad aan.NL-29 Voorzichtig
De inductiekookplaat moet geïnstalleerd worden door gekwalificeerd personeel of technici. Wij hebben deskundigen voor u ter beschikking. Voer deze handeling nooit zelf uit.
De kookplaat mag niet geïnstalleerd worden rechtstreeks boven een afwasmachine, koelkast, vriezer, wasmachine of wasdroger, aangezien vocht de elektronica van de kookplaat kan beschadigen.
De inductiekookplaat moet zodanig geïnstalleerd worden dat er een betere hittestraling gegarandeerd kan worden om de betrouwbaarheid van de kookplaat te vergroten.
De wand en het gebied boven het werkblad waar hitte opgewekt wordt, moet hittebestendig zijn.
Om beschadiging te voorkomen, moeten de lagen van het werkblad en het kleefmiddel hittebestendig zijn. De kookplaat aansluiten op het elektriciteitsnet
Deze kookplaat mag uitsluitend op het elektriciteitsnet worden aangesloten door een gekwalificeerd persoon. Alvorens de kookplaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet, controleren of:
het bedradingssysteem in uw woning geschikt is voor het vermogen dat de kookplaat nodig heeft
de spanning overeenkomt met de waarde die op het typeplaatje is vermeld
de doorsnede van de voedingskabel bestand is tegen de op het typeplaatje vermelde belasting. Gebruik bij de aansluiting op het elektriciteitsnet geen adapters, reductoren of aftakvoorzieningen, aangezien deze kunnen leiden tot oververhitting en brand. De voedingskabel mag nergens hete delen raken en moet zodanig geplaatst worden dat de temperatuur ervan nooit de 75˚C kan overschrijden.
Controleer met een elektricien of het bedradingssysteem van uw woning geschikt is zonder wijzigingen aan te brengen. Eventuele wijzigingen mogen uitsluitend aangebracht worden door een erkend elektricien. De voeding moet aangesloten worden in overeenstemming met de betreffende norm of een enkelpolige stroomonderbreker. De aansluitmethode is hieronder weergegeven. Spanning Aansluiting van de draden 380-415V 3N ~
Blauw Geel/groen 220-240V ~
Als de kabel beschadigd is of vervangen moet worden, moeten deze werkzaamheden uitgevoerd worden door een vertegenwoordiger van de klantenservice met speciale gereedschappen om ongelukken te voorkomen.
Als het apparaat rechtstreeks wordt aangesloten op het elektriciteitsnet, moet er een omnipolaire stroomonderbreker geïnstalleerd worden met een minimumopening tussen de contacten van 3 mm.
De installateur moet garanderen dat de correcte elektrische aansluiting gemaakt is en dat deze voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.NL-30
De kabel mag niet verbogen of platgedrukt worden.
De kabel moet regelmatig gecontroleerd worden en mag alleen vervangen worden door erkende technici.
AFDANKEN: Gooi dit product niet weg als niet- gescheiden gemeentelijk afval. Gescheiden inzameling van dergelijk afval is noodzakelijk. Dit apparaat is van een merkteken voorzien in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EG inzake Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit apparaat correct als afval wordt verwerkt, helpt u schade aan het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen, die anders veroorzaakt kan worden als het op de verkeerde manier als afval verwerkt wordt. Het symbool op het product geeft aan dat het niet behandeld mag worden als normaal huishoudelijk afval. Het moet afgegeven worden bij een speciaal inzamelingspunt voor het recyclen van elektrische en elektronische producten. Dit apparaat vereist gespecialiseerde afvalverwerking. Neem voor meer informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product contact op met uw plaatselijke gemeenteraad, uw vuilnisophaaldienst, of de winkel waar u het gekocht hebt. Neem voor meer gedetailleerde informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product contact op met uw plaatselijke gemeentehuis, uw vuilnisophaaldienst, of de winkel waar u het gekocht hebt.
Notice-Facile