LMSWHD050AV3018 - Koelkast DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LMSWHD050AV3018 DAIKIN in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LMSWHD050AV3018 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LMSWHD050AV3018 van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING LMSWHD050AV3018 DAIKIN
Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten
Beschrijving van de unit
Het afstandsbedieningspaneel plaatsen
Veiligheidsvoorzieningen
Elektrische aansluiting
Aansluiting op het watersysteem
Aansluiting op het bevochtigingssysteem
Controles, regels en aanpassingen
Onderhoud en reparaties
Routinematig onderhoud
Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd
De verpakking weggooien
De unit liquideren INHOUB edankt dat u voor Daikin hebt gekozen. Lees deze instructies zorgvuldig door. Ze bevatten details en advies over de juiste montagemethode, het gebruik en het onderhoud om zo een maximaal betrouwbare, efficiënte en duurzame unit te krijgen. 1 VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN Volg tijdens de montage en het gebruik van de unit onderstaande aanbevelingen.
De montage moet strikt volgens de schema's en instructies van de fabrikant gebeuren.
Schade door verkeerde aansluitingen is niet inbegrepen.
Het elektrische systeem waar de unit geplaatst wordt, moet aan de relevante normen voldoen.
Onderhoud wordt uitgevoerd door daartoe opgeleid personeel of door de fabrikant volgens de bepalingen in EN378. WAARSCHUWING Draag veiligheidshandschoenen om uw handen tegen snijwonden te beschermen. Het is voor gebruikers ten stelligste aanbevolen om contact op te nemen met de fabrikant alvorens iets uit te voeren aan de unit of de unit te gebruiken op een andere manier dan wat door de fabrikant wordt aanbevolen (met name voor het toepassingsgebied) en zich te informeren over mogelijke gevaren en contra-indicaties bij een verkeerd gebruik van de machine.
Deze instructies moeten worden gevolgd bij gebruik van de unit, alsook de gebruiksbestemming die door de leverancier is aangegeven. Elk verkeerd gebruik kan schade aan de unit veroorzaken en houdt een ernstig gezondheidsrisico in. OPGELET De unit is niet geschikt voor ruimtes met ontploffingsgevaar. Het gebruik van de unit in omgevingen met ontploffingsgevaar is daarom ten strengste verboden.
OPGELET De unit is niet geschikt voor ruimtes met een hoog zoutgehalte. Scherm in dergelijke gevallen de condensor en de verdamper op een geschikte manier af. Als er voor onderhoud aan het koelmiddelcircuit gewerkt moet worden, draineer het systeem dan en laat het op atmosferische druk komen. WAARSCHUWING Stel het koelmiddel niet vrij aan de lucht. Het moet door gespecialiseerde technici met geschikt gereedschap worden gerecupereerd.
De hoeveelheid en het type te gebruiken koelmiddel staan op de gegevensplaat.
Gebruik geen ander koelmiddel (vooral ontvlambare vloeistoffen, bijvoorbeeld koolwaterstof) of lucht.
Het koelmiddelcircuit of de bijbehorende onderdelen mogen niet aangepast of veranderd worden (bijvoorbeeld: lassen op de compressorbehuizing)
Condensafvoerleiding
Opgelet: warme of koude onderdelen
Opgelet: Schakel de unit uit alvorens eraan te werken.
Opgelet: gevaar voor elektrocutie
Sluit deze kabel op een stroomonderbreker aan, op de hoofdleiding
Opgelet – belangrijk: Reinig de condensor regelmatig door er van binnen naar buiten lucht door te blazen. Sto
de unit alvorens deze te reini
en.3 BESCHRIJVING VAN DE UNIT De reeks LMSW bestaat uit luchtgekoelde of watergekoelde (optioneel) units op basis van het principe met enkelvoudige blokken. Deze bestaan uit:
een condensatie-unit buiten de koelruimte;
een geïsoleerde panel
een verdamper in de koelruimte
een op de wand gemonteerd afstandsbedieningspaneel. LMSW zijn compressie-units waar koude wordt geproduceerd door bij lage druk een koelmiddelvloeistof (type hfk) in een warmtewisselaar (verdamper) te verdampen. De daaruit voortkomende damp wordt door mechanische compressie bij een hogere druk terug naar een vloeistof omgezet, gevolgd door koeling in een andere warmtewisselaar (condensor). De compressor is hermetisch afgesloten en maakt heen- en weergaande bewegingen, met een eenfasige of driefasige voeding.
VERPLAATSEN De unit kan met til- en transportmiddelen verplaatst worden.
WAARSCHUWING Zorg dat er niemand in het bedieningsgebied van het til- of transportmiddel staat om mogelijke ongevallen met personen te voorkomen. Als de unit in een houten behuizing of kist zit, zet de verpakking dan goed vast alvorens deze te verplaatsen.
De unit mag niet te snel opgetild worden, zodat de verpakte unit niet gevaarlijk kan schommelen of vallen.6 MONTAGE
Platen Er staan waarschuwings- en aandachtsplaten op de unit, zoals opgelijst in de relevante tabel.
Locatie Voer de volgende handelingen uit voor een optimale werking van de unit:
i. Plaats de unit in een goed geventileerde ruimte, ver van warmtebronnen.
ii. Beperk het aantal keren dat de deur wordt geopend.
iii. Zorg dat de unit voldoende luchttoevoer en -afvoer heeft.
iv. Plaats een afvoerleiding op de afvoeraansluiting voor het ontdooide water in het onderste gedeelte
A) Maak een opening met geschikte afmetingen in de muur van de koelruimte (zie afbeelding). B) Plaats de unit op de muur van de koelruimte door het verdampergedeelte in de opening te steken. C) Zet de unit met de meegeleverde schroeven vast.
Gat Injecteer silicone helemaal rond de opening van het paneel om deze luchtdicht te maken6.6 Veiligheidsvoorzieningen De unit beschikt over de volgende mechanische veiligheidsvoorzieningen
Vaste bescherming aan de bovenkant en de zijkant voor verdamper en condensatie-unit, vastgezet met borgschroeven.
Externe ventilatorbeschermingen op de verdamper- en condensatie-units, vastgezet met schroeven. De unit beschikt over de volgende elektrische veiligheidsvoorzieningen
Bescherming van ventilatoren (van motoren) tegen hoge vermogensabsorptie; met automatische reset.
Hogedrukschakelaar (alleen voor speciale onderdelen) als bescherming tegen te hoge druk; met automatische reset.
WAARSCHUWING De bovenstaande voorzieningen zijn er om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren.
Reinig de unit zorgvuldig. Verwijder alle resten van stof, vreemde stoffen en vuil die er tijdens de verplaatsing gekomen zijn. Gebruik detergent en ontvetter. OPGELET Oplosmiddel is niet toegestaan.
OPGELET Controleer dat de netspanning en de frequentie met de waarden op de gegevensplaat overeenkomen alvorens de unit aan te sluiten. Spanningstolerantie: +/ - 10% in vergelijking met nominale waarde.7.1 Elektrische aansluiting Controleer de paneelonderdelen alvorens de unit aan te sluiten. OPGELET Voor de aansluiting op het elektrische net kiest de installateur een geschikte veiligheidsvoorziening (een stroomonderbreker of een differentieelschakelaar) op basis van de betrokken leiding en van de absorptie die op de plaat van de unit staat. Als er meerdere units in een koelruimte staan, dan moet elke unit een eigen veiligheidsvoorziening hebben. Sluit de unit aan, rekening houdende met de kleuren van de voedingskabels: a) 230V/1/50-60Hz 3 draden blauw = neutraal
grijs = fase zwart = fase c) 400/3/50 Hz 5 draden blauw = neutraal
bruin = fase grijs = fase zwart = fase WAARSCHUWING Defecte elektrische onderdelen mogen uitsluitend door daartoe opgeleid personeel vervangen w orden. De elektrische aansluiting moet door gekw alificeerd personeel gebeuren.
Aansluiting op het watersysteem Deze aansluiting is alleen nodig als de unit een watergekoelde condensor heeft. De aanwijzingen ervoor staan op de tags aan de inlaat- en uitlaatleidingen. De aangesloten leidingen mogen nooit een kleinere diameter hebben dan die van de unit. De waterdruk moet minimaal 1 bar bedragen voor een juiste werking van de unit.
Aansluiting op het bevochtigingssysteem Sluit de watertoevoerleiding van de bevochtiger aan: De leiding moet een diameter van ten minste 10 mm hebben en de druk in het watercircuit moet tussen 1,5 en 3,0 ATM bedragen. Monteer vóór de waterinlaat een drukregelaar en een filter. WAARSCHUWING Om te voorkomen dat er w ater uit de bevochtigingsbak gemorst w ordt, moet bij de eerste opstart de drukregelaar op het minimum gezet w orden en moet de w aterkraan in de unit gesloten w orden. De werking controleren Controleer dat het automatische bevochtigingssysteem goed werkt wanneer de unit gestart wordt. Ga als volgt te werk:
zet de drukregelaar op het minimum en sluit de waterkraan in de unit (zie boven);
wanneer de unit in bedrijf is, verhoog dan de ingestelde vochtigheidsgraad zodat er bevochtiging nodig is (opmerking: de ingestelde temperatuur voor de koelruimte moet al bereikt zijn);
controleer de werking van de bevochtigingsverwarming;
wanneer de bak leeg is en de verwarming in werking is, controleer dan dat de elektromagnetische klep van het water het water naar buiten laat stromen;
open de waterkraan langzaam en laat het water langzaam maar voldoende naar buiten stromen;
wanneer de voeler van de bevochtigingsthermostaat ondergedompeld is, controleer dan dat de elektromagnetische klep geen stroom meer krijgt. Controleer af en toe dat er niet te veel kalkaanslag gevormd wordt op de bevochtigingsverwarming en op de thermostaatvoeler, wat kan leiden tot:a) een verbrande bevochtigingsverwarming,
storing van de bevochtigingsthermostaat met daardoor een ongecontroleerd waterpeil in de bak. Als er kalkaanslag is, reinig dan de betrokken onderdelen met speciale producten om kalkaanslag te verwijderen. WAARSCHUWING Elke reiniging mag alleen uitgevoerd w orden w anneer de unit uitgeschakeld is.
Elke ledfunctie staat in de volgende tabel beschreven. Led MODUS FUNCTIE
In “Pr2” geeft dit aan dat de parameter ook aanwezig is in “Pr1”.
eschakeld LED 3 AAN De ontdooifunctie is in
rammeerfase (knippert met LED3) AAN Verwarmin
temperatuur AAN De ventilator draait AAN RV% AAN Ontvochti
eschakeld AAN Bevochti
estelde doeltemperatuur weer te
even en te wijzigen. (SET_TEMP) Om de in
even en te wijzigen (SET_RH); in de programmeermodus wordt er een parameter geselecteerd of een functie bevestigd. In de pro
rammeermodus worden de parametercodes doorzocht of wordt de weergegeven waarde verhoogd. In de pro
rammeermodus worden de parametercodes doorzocht of wordt de weergegeven waarde verlaagd.
Door deze 3 seconden ingedrukt te houden wordt de ontdooifunctie gestart.
Schakel het toestel AAN en UIT.(umid) KNIPPERT Pro
Controleer het volgende alvorens de unit in te schakelen:
De borgschroeven zitten goed vast.
De elektrische aansluitingen zijn correct aangesloten. Als de unit geopend is:
Er ligt geen gereedschap meer in.
De montage is juist gebeurd.
Er zijn geen gaslekken.
Het deksel aan de voorkant zit goed vast.
Starten Voer het volgende uit alvorens de unit te starten: WAARSCHUWING Om de bevochtiging te regelen, moet er in de bak onder de verdamper 1,5 liter water zitten (voor modellen 030 -050, 2 liter voor modellen 060 -075). - Start de unit. Het display staat aan en het label UIT wordt weergegeven - Start de unit door op de knop AAN/UIT te drukken. De ingestelde waarde weergeven en wijzigen (temperatuur en vochtigheid)
de SET-knop in en laat deze onmiddelli
weer los. Op het display wordt de in
estelde waarde weergegeven en het overeenkomstige icoontje begint te knipperen;
Druk binnen 10 seconden op de - of -pijl om de waarde te wijzigen.
Druk opnieuw op de SET-knop of wacht 10 seconden om de nieuwe instelling in het geheugen op te slaan. Om een manuele ontdooiactie te starten
1. Druk langer dan 2 seconden op de knop ONTDOOIEN om een manuele ontdooiactie te starten.
Het toetsenbord vergrendelen
Hou de knoppen en langer dan 3 seconden tegelijkertijd ingedrukt. Het bericht “POF” wordt weergegeven en het toetsenbord wordt vergrendeld.
Momenteel kan alleen het instelpunt of de opgeslagen maximum- of minimumtemperatuur weergegeven worden en kunnen het licht, de extra uitgang en het toestel AAN en UIT geschakeld worden.
Het toetsenbord ontgrendelen Hou de knoppen langer dan 3 seconden tegelijkertijd ingedrukt. AAN/ UIT-functie Wanneer de
AN/UIT-knop wordt in
even op het toestel en wordt de AAN/UIT-led AAN gezet. In de UIT-status worden alle relais UIT geschakeld en worden de regels stopgezet; Opmerking: In de UIT-status brandt de knop LED4.
BEDRADING Deze instructies voor gebruik en onderhoud bevatten een bedradingschema, specifiek voor de units van de reeks LBBWH-LBWWH-LBCWH.
ONDERHOUD EN REPARATIESGoed onderhoud is essentieel voor een langere levensduur, perfecte werkomstandigheden en een hoog rendement van de unit, maar ook voor de veiligheidsvoorzieningen van de fabrikant.
ROUTINEMATIG ONDERHOUD Voor een goede werking van de unit moet de condensor regelmatig gereinigd worden (de frequentie is afhankelijk van de omgeving waar de unit is geplaatst). Schakel de unit uit en reinig deze door lucht van binnen naar buiten te blazen. Als er geen luchtdrukpistool beschikbaar is, gebruik dan een borstel met lange haren aan de buitenkant van de condensor. Laat units met watergekoelde condensoren door een loodgieter reinigen met speciaal ontkalkmiddel. WAARSCHUWING Draag veiligheidshandschoenen om uw handen tegen snijwonden te beschermen.
WAARSCHUWING Schakel de unit uit alvorens er werkzaamheden aan te verrichten.
Periodiek onderhoud Controleer regelmatig de slijtage van de elektrische contacten en de schakelaars voor bediening op afstand; vervang ze indien nodig.
Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd De volgende handelingen moeten door gekwalificeerde technici of door de fabrikant worden uitgevoerd. De gebruiker mag onder geen beding:
elektrische onderdelen vervangen;
aan de elektrische apparatuur werken;
mechanische onderdelen repareren;
aan het koelsysteem werken;
aan het bedieningspaneel, de AAN/UIT-schakelaar en de noodschakelaar werken;
aan de beschermings- en veiligheidsvoorzieningen werken.
Storingzoeken De volgende problemen kunnen optreden als de unit in werking is:
Compressorstops. De unit beschikt over een oververhittingsbeveiliging die de compressor stopt wanneer de maximaal toegestane temperatuur van motorwikkelingen overschreden is. Mogelijke oorzaken:
onvoldoende ventilatie van de ruimte waar de unit staat;
anomalie in de netspanning;
slechte werking van de condensorventilator. De beveiliging wordt automatisch teruggesteld.
Het display gaat niet branden. Controleer:
of de unit stroom krijgt;
of de netspanningskabel goed is aangesloten;
de zekeringen in het elektrische paneel
De unit begint niet te werken wanneer de AAN/UIT-knop wordt ingedrukt (het display gaat aan): Controleer de aansluiting van het microdeurcontact en hou er daarbij rekening mee dat het schakelaarcontact gesloten moet zijn wanneer de deur gesloten is.
Onvoldoende rendement van de unit: Als er geen storingen in de unit gevonden zijn, controleer dan dat: de deuren van de koelruimte perfect afgesloten worden; er geen koudeverspreiding is; de koelruimte slim wordt gebruikt; er geen niet-bevroren vloeistoffen of voedsel in de lagetemperatuurruimte geplaatst zijn; de verdamper ijsvrij is. We raden aan om de machines ver van de deuren te plaatsen, vooral wanneer de koelruimte vaak wordt geopend.
WAARSCHUWING:Het is absoluut verboden om beschermingsmiddelen te verwijderen terw ijl de machine in werking is. Deze zijn er om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren.
Alarm deurschakelaar Het alarmbericht wordt weergegeven tot de toestand die het alarm heeft uitgelokt, wordt opgelost. Alle alarmberichten worden afwisselend weergegeven met de kamertemperatuur, behalve "P1", dat knippert. Druk op om het even welke knop om het “EE”-alarm opnieuw in te stellen en de normale functies herop te starten. Het bericht “rSt” wordt ongeveer 3 seconden weergegeven. De zoemer dempen Als de zoemer werkt, kan die met om het even welke toets uitgeschakeld worden zodra er een alarmsignaal gedetecteerd wordt. Alarmherstel Sondealarmen: “P1” (sonde 1 defect), “P3” ; ze stoppen automatisch 10 seconden nadat de sonde weer normaal begint te werken. Controleer de aansluitingen alvorens de sonde te vervangen. Temperatuuralarmen “HA” en “LA” stoppen automatisch zodra de thermostaattemperatuur weer normale waarden heeft of wanneer het ontdooien start. Vochtalarmen “HHA” en “LHA” stoppen automatisch zodra de vochtigheidsgraad weer normale waarden heeft. Deurschakelaaralarm “dA” stopt zodra de deur gesloten is.
RESERVEONDERDELEN BESTELLEN Refereer bij de bestelling van reserveonderdelen naar het nummer dat op de plaat van de unit staat. WAARSCHUWING Versleten onderdelen mogen alleen door gekwalificeerd personeel of door de fabrikant vervangen worden.
Verpakking uit hout, plastic en polystyreen dient te worden weggegooid volgens de geldende bepalingen in het land van gebruik.
Stel onderdelen die moeten worden weggegooid niet bloot aan het milieu. Deze moeten worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciaal afval conform de van kracht zijnde regels in het land waar de unit wordt gebruikt. WAARSCHUWING Stel het koelmiddel niet vrij aan de lucht. Dit moet worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciaal afval.
Notice-Facile