JEHSCU0360CM3 - Koelkast DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis JEHSCU0360CM3 DAIKIN in PDF-formaat.

📄 216 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DAIKIN JEHSCU0360CM3 - page 74
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DAIKIN

Model : JEHSCU0360CM3

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding JEHSCU0360CM3 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. JEHSCU0360CM3 van het merk DAIKIN.

GEBRUIKSAANWIJZING JEHSCU0360CM3 DAIKIN

Installatiehandleiding Bedieningshandleiding (Oorspronkelijke instructie) NEDERLANDS1. Naamlijst 2

2. Veiligheid en Gezondheid 2

3. Installatie & Inbedrijfstelling 2

4. Buitenbedrijfstelling & verwijdering 9

6. Service en Onderhoud 9

2. Veiligheid en Gezondheid

3. Installatie & Inbedrijfstelling

Algemene informatie Belangrijke opmerking Alleen een gekwalifi ceerde koeltechnicus die bekend is met koelsystemen en componenten, waaronder alle bedieningsfunctie mag de installatie en het opstarten van het systeem uitvoeren. Voorkom mogelijk letsel, ga voorzichtig te werk bij spoeloppervlakken of scherpe randen van metalen kasten. Alle leidingen en elektrische bedrading moeten worden geïnstalleerd in overeenstemming met alle codes, bepalingen en lokale voorschriften. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (kinderen inbegrepen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens, of zonder ervaring of kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden of aanwijzingen worden gegeven over het gebruik van het apparaat door een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is. Pas op, dat kinderen niet met het apparaat spelen.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

EVI: VAPOR INJECTIE -EENHEIDSTROOM TOEVOER1: 230V/50Hz/1Ph3: 400V/50Hz/3PhTOEPASSINGM: MIDDENTEMPERATUURL: LAGE TEMPERATUURGENERATIEB: 2NDC: 3RDNOMINALEKOELCAPACITEIT INPK (GEDEELD DOOR 100)TYPE COMPRESSORCCU: ZUIGERTECHNOLOGIESCU: SCROLL-TECHNOLOGIEJ&E HallCONDENSORUNITVOOR KOELING ● De condensatie-unit wordt geleverd met een stikstofvulling. ● De condensatie-unit bevat bewegende machineonderdelen en er staat elektrische spanning op: deze kunnen veiligheidsrisico’s opleveren. Kan ernstige verwondingen of de dood veroorzaken. Verbreek de aansluiting op de stroomvoorziening voordat begonnen wordt met installatie- of servicewerkzaamheden. ● Het is wettelijk niet toegestaan koelmiddel uit te stoten in de atmosfeer. De juiste procedures voor afvoer, behandeling en het testen op lekkage moeten te allen tijde in acht worden genomen. ● De condensorunit moet worden geaard. Een onjuiste aarding kan elektrische schokken of brand veroorzaken. ● Zorg ervoor dat de unit uitgeschakeld is voordat u elektrische onderdelen aanraakt. Aanraking van onderdelen die onder stroom staan, kan elektrische schokken of brand veroorzaken. ● De elektrische afdekking en bescherming van de condensatieventilator moeten te allen tijde gemonteerd blijven. ● Gebruik van de condensatie-unit buiten de condities waarvoor deze is ontworpen en buiten de toepassing waarvoor de unit is bedoeld, kan onveilig zijn en kan schadelijk zijn voor de unit ongeacht of dit voor korte of langere tijd plaatsvindt. ● De condensatie-units zijn niet ontworpen om belastingen of spanningen te weerstaan die worden veroorzaakt door andere apparatuur of door personeel. Dergelijke externe belastingen of spanningen kunnen storing/lekkage/verwonding tot gevolg hebben. ● In dergelijke omstandigheden zal misschien een accumula- torcomponent voor de aanzuiging (niet meegeleverd) nodig zijn, deze biedt beveiliging tegen het terugstromen van koelmiddel tijdens de werking van de unit. Deze helpt bescherming te bieden tegen migratie buiten de cyclus, door intern vrij volume toe te voegen aan de onderzijde van het systeem. ● Er moet een test worden uitgevoerd om te controleren of de hoeveelheid verplaatsing buiten de cyclus naar de compressor niet de belastingslimiet van de compressor te boven gaat. ● Wanneer maar mogelijk is moet het systeem worden geïnstalleerd voor een leeg pompen. Voor de units van serie 1 JEHCCU040CM1 en JEHCCU0050CM1 wordt aangeraden de thermostaat met aftopping in te stellen door de gereserveerde aansluitklem in de regelkast te gebruiken. ● Na installatie moet het systeem 3 – 4 uur draaien. Het oliepeil moet na 3 – 4 uur draaien worden gecontroleerd en eventueel moet olie worden bijgevuld. Het oliepeil mag niet lager zijn dan tot op een vierde van het compressoroliepeilglas. JUIST!FOUT! FOUT! JUIST! ● Controleer dat de unit die u ontvangt het juiste model is voor de beoogde toepassing. ● Controleer dat koelmiddel, spanning geschikt zijn voor de voorgestelde toepassing en omgeving. ● Installatie en onderhoud moeten alleen worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat bekend is met de plaatselijke wetten en voorschriften en dat ervaring heeft met dit type apparatuur.

3.1 Plaats van de unit

● De locatie van de installatie van de condensatie-unit moet met zorg worden gekozen, zodat een maximale koelcapaciteit wordt bereikt. ● Installeer de unit zo, dat de hete lucht die door de unit wordt gedistribueerd, niet weer naar binnen kan worden gehaald (zoals bij het invoeren van hete uitgestoten lucht). Zorg ervoor dat er voldoende ruimte rond de unit is voor onder- houdswerkzaamheden. ● Controleer dat de luchtstroom in of uit de unit niet wordt belemmerd. Verwijder obstakels die de inname of uitstoot van lucht blokkeren.

NEDERLANDSO-CU06-AUG17-3

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

● De routes van het leidingwerk moeten zo eenvoudig en kort zijn als mogelijk is. Let erop dat er geen lage punten in het leidingw- erk ontstaan, omdat daar olie kan verzamelen. ● Gebruik alleen, schone, gedroogde voor koelsystemen geschik- te koperen leidingen, met bochten met een grote straal. Voor de leidingen moet een voldoende buigstraal worden aangehouden. ● Hardsoldeer zonder een overmaat aan vulling te gebruiken zodat er niet te veel soldeer in de buis komt. ● Blaas, ter voorkoming van oxidatie, stikstof door het leidingwerk wanneer u hardsoldeert. ● Plaats isolatie op alle aanzuigleidingen na de druktest. ● Geef alle leidingwerk voldoende ondersteuning met een maximale tussenafstand van 2 meter. ● In de situatie dat de buitencondensatie-unit boven de binnenunit staat, moet het hoogteverschil tussen de units minder dan 25 m zijn en moet er na iedere 4 m hoogte een oliesifon op de aanzuigleiding worden geïnstalleerd. De aanzuigleiding moet aan de onderzijde altijd met een U-leiding worden gemonteerd. ● In de situatie dat de condensorunit buiten lager staat dan de binnenunit mag het hoogteverschil tussen de units niet groter zijn dan 4 m. In de uitlaat van de binnenunit (aanzuigleiding) moet een zwanenhals worden geïnstalleerd. ● De aanbevolen leidinglengte is 25 m of minder. ● Er kan extra olie nodig zijn als het leidingcircuit lang is of veel oliesifons heeft. Controleer het oliepeil van de compressor zodat u kunt beslissen of u olie moet toevoegen na minimaal 2 uur bedrijf. ● Het is daarnaast aanbevolen het expansieventiel voor maximale werkdruk te installeren bij units met middelhoge verdampingstemperatuur, als de werkdruk van de aanzuig bij de startprocedure buiten de grenzen ligt zoals aangegeven in de verstrekte tabel, met name na een ontdooicyclus. Aanbevolen bereik compressorwerkdruk:

● Zorg ervoor dat bij een druktest op het leidingcircuit de units afgesloten zijn van het leidingcircuit en gebruik altijd een inert, droog gas zoals stikstof. Controleer op lekkage als de druk langzaam terugloopt. ● Het drukverschil tussen de zijde met hoge en lage druk mag niet groter zijn dan hieronder aangegeven. ● De waarden van de testdruk moeten als volgt zijn. ● De locatie moet goed geventileerd zijn, zodat de unit volop lucht kan innemen en distribueren en zo de condensatietemperatuur omlaag wordt gebracht. ● De condensatorspoel moet met regelmatige tussenpozen worden gereinigd, zodat de bedrijfscondities van de unit optimaal zijn.

3.2 Vrije ruimte voor installatie

● De installatielocatie moet voldoende ruimte bieden voor de luchtstroom en voor onderhoudswerkzaamheden rond de unit. ● Er moet voldoende ruimte zijn voor het uitvoeren van service- of installatiewerkzaamheden. Neem de volgende punten in acht voor de aanleg van de veldleidingen, zodat een bevredigende werking en prestaties worden gegarandeerd. ● Koppelt één binnenunit aan slechts één buitencondensatie-unit. ● Laat alle voorafgeladen stikstof ontsnappen voordat leidingen worden aangesloten. ● Het formaat van de aansluitleiding voor aanzuig- en vloeistofleiding moet hetzelfde zijn als voor de condensatie-unit. Wanneer u een juist formaat leidingen toepast, zal drukval tot een minimum worden beperkt en zal een voldoende gassnelheid worden gehandhaafd. Luchtinlaat Luchtuitlaat ObstakelObstakel > 1.5 m Veren voor het absorberen van trillingen Belangrijke opmerking Het formaat van de leidingen mag alleen door gekwalifi ceerd personeel worden bepaald. Alle lokale praktijk voorschriften moeten in acht genomen worden bij de installatie van de leidingen van het koelmiddel.

De condensator-unit en de compressor mogen niet onder een hoek van meer dan 45° worden gekanteld omdat anders de betrouw- baarheid van de compressor niet kan worden gewaarborgd. Gebeurt dat wel, dan kan de compressor van de 3 veren in de compressorbehuizing vallen, wat luidruchtige trillingen tijdens de werking en uitval tot gevolg kan hebben. NEDERLANDS3.6 Detectie van lekken ● Het is belangrijk dat alle handbediende kleppen zijn geopend. ● Voer een lektest van het systeem uit met stikstof gemengd met het goedgekeurde koelmiddel voor de unit. ● Gebruik geen cfk’s voor het testen op lekkage van een condensorunit, waarvoor een hfk-koelmiddel wordt gebruikt. ● Het gebruik van lekkagetestvloeistoffen wordt niet aanbevolen omdat deze mogelijk zullen reageren met de eigen additieven van het smeermiddel.

3.7 Vacuüm - vochtverwijdering

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Lagedrukbeveiliging (Automatische reset) De lagedrukveiligheidsschakelaar wordt gebruikt om werking van de compressor te vermijden bij een te lage aanzuigdruk of een vacuümtoestand. De lagedrukveiligheidsonderbreking mag nooit lager worden ingesteld dan de in de volgende tabel aangegeven waarde. Als leegpompen wordt gebruikt, moet het elektrische circuit zo worden ingesteld dat een herstart van de compressor wordt veroorzaakt door een signaal van de thermostaat, in plaats van een reset door de lagedrukschakelaar. De lagedrukonderbrekerdruk is de instelling van de inschakeldruk minus de differentiële druk.

3.9 Instelling van de ventilatorsnelheidcontroller

De toerenregelaar van de ventilator regelt de afvoerdruk van de condensorunit met een snelheidsregeling afhankelijk van de omgevingstemperatuur. De instelling voor het uitschakelen van de ventilator moet hoger worden ingesteld dan de aanbevolen waarde in de tabel hieronder, zodat bij toepassing in lage omgevingstem- peraturen voldoende onderkoelde vloeistof voor het thermostatisch expansieventiel aanwezig blijft. Lucht en vocht bekorten de levensduur en verhogen de condensatiedruk, wat abnormaal hoge uitstoottemperaturen tot gevolg heeft en waarschijnlijk de smeereigenschappen van de olie zal vernietigen. Het risico van zuurvorming neemt ook toe door lucht en vocht en er kan op deze manier en koperaanslag ontstaan. Al deze verschijnselen kunnen een mechanische en elektrische storing veroorzaken.

3.8 Instellingen veiligheidsdrukschakelaar

LDe drukschakelaar die op condensatie-units is gemonteerd met een automatische reset voor lage druk en een handmatige reset voor hoge druk zijn NIET van tevoren in de fabriek ingesteld. Hogedrukbeveiliging (Handmatige reset) De veiligheidsschakelaar voor hoge druk is nodig om de compressor te beschermen tegen werking buiten zijn range. De veiligheidsschakelaar moet gelijk aan of lager worden ingesteld dan de waarden hieronder, afhankelijk van het type koelmiddel, toepassing en omgevingsomstandigheden. Belangrijke opmerking Vocht belemmert de juiste werking van de compressor en het koelsysteem

2. Differentiële instelas, LP

8. Differentiële veer

14. Aardeaansluiting

18. Vergrendelingsplaat

20. Knop voor handmatige

Stelschroef bereiklagedruk-zijdeNaar rechts: Instellinginschakeldruk verlagenNaar links:Instelling inschakeldrukverhogenStelschroef differentieelNaar rechts: Instellingdifferentieeldruk verhogenNaar links:Instelling differentieeldrukverlagenConnectorlagedrukzijdeConnectorhogedrukzijdeStelschroef bereikhogedruk-zijdeNaar rechts:InstellingonderbrekingsdrukverhogenNaar links:InstellingonderbrekingsdrukverlagenHand-resetschakelaar Belangrijke opmerking De compressor mag niet meer dan 10 keer per uur worden opgestart. Een hoger aantal bekort de levensduur van de compressor. Gebruik zo nodig een anti-kortsluitingstimer in het regelcircuit. Aanbevolen wordt de compressor na iedere start minimaal 2 minuten te laten draaien en 3 minuten onbelast te laten draaien na iedere stop & start. Alleen tijdens de neerwaartse pompcyclus mag de compressor draaien met veel kortere tussen- pozen. Belangrijke opmerking Het is belangrijk dat een vacuümpomp van goede kwaliteit wordt gebruikt voor het trekken van een minimum vacuüm van -0,1 barg (250 microns) of minder. Het is belangrijk dat er geen druktoename is gedurende 1 uur of meer na het vacuümtrekken. Als de druk toeneemt, is er vocht of lekkage langs de leiding.

  • M: Middentemperatuur; L: Lage temperatuur

NEDERLANDSO-CU06-AUG17-3

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

3.13 Aandraaimoment – rotolock-aansluiting

3.10 De Condensatie-unit in bedrijf stellen

Controleer vooral dat alle handbediende servicekleppen geheel openstaan wanneer het systeem voor de eerste keer wordt opgestart. Dit zijn onder meer de externe en interne afsluitkleppen, maar ook de vloeistofinlaatklep in de unit. De open-stand van de kogelafsluiter is hieronder aangegeven:

Naar rechts: Drukinstelpunt verhogen Naar links: Drukinstelpunt verlagen 3600 = 1 slag Ongev. 1,5 barg

Max 150°C OPEN position Aardeaansluiting Voedingsdraad Klem Aarddraad (met speling) De toerenregelaar van de ventilator is voor gebruik met koelmiddel van de serie R4*** fabrieksmatig ingesteld op 19 bar, zodat de compressor altijd binnen de grenzen van alle vermelde bedrijfsom- standigheden werkt. Met de instellingen aangegeven in de tabel hieronder kan er een hogere energie-effi ciëntie worden bereikt, zoals aangegeven in het eco-ontwerpblad: Voor modellen uit de serie 1: Voor modellen uit de serie 2, 3 and 4: *Standaard fabrieksinstelling Koelmiddel Instelling (bar) inschakeling Instelling (bar) verschil R404A 16*

(JEHSCU0950CL3 EVI) Middentemperatuur Lage temperatuur

3.11 Elektrische bedrading compressor

Controle van de juiste rotatierichting wordt uitgevoerd door waar te nemen of de aanzuigdruk afneemt en de persdruk toeneemt wanneer er spanning op de compressor wordt gezet. Omgekeerde rotatie van de scroll-compressor leidt ook tot een aanzienlijke vermindering van het trekken van stroom. De aanzuigtemperatuur zal hoog zijn, afvoertemperatuur zal laag zijn en de compressor kan een abnormaal geluid maken.

3.12 Aarding van de Condensorunit

Voordat de stroomdraden worden aangesloten, moet de aarddraad op de aardingsschroef worden vastgemaakt (voorzien van aarding- saanduiding). De aarddraad moet extra lengte hebben, zoals in het schema is aangegeven. NEDERLANDS3.14 EVI-unit serie 4

3.14.1 Keuze leidingafmeting

De afmetingen van vloeistof- en aanzuigleidingen voor EVI-modellen is afwijkend van standaard scroll-modellen. De leidingafmetingen van dit model moeten aangepast worden met de aanbevolen correctiecoëfficiënt voor de koelcapaciteit. Als het leidingwerk overmaat heeft is dit essentieel, omdat met name voor de aanzuigleiding, de snelheid van het gas vermindert bij een laag massadebiet/lage verdampingstemperatuur, en zo problemen met olieretour veroorzaken. Te kleine aanzuigleidingen veroorzaken ook een verminderde capaciteit door een groter drukval. De correctiefactor voor koelmiddel R404A is in de tabel hieronder aangegeven: (Watts)

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

3.14.2 Keuze van de isolatie

De vloeistofleiding die hoofdafsluiter met de verdamper verbindt, moet goed geïsoleerd zijn met een aanbevolen wanddikte van minimaal 3/4".

3.14.2 Keuze expansieklep

Door de lagere vloeistoftemperatuur van de EVI-unit kan de capaciteit van de expansieklep van de verdamper groter worden. De expansieklep moet worden gekozen gebaseerd op de verwachte hoeveelheid onderkoeling die in onderstaande tabel is weergegeven: Bijvoorbeeld, Bij de omstandigheden van Te -35°C, Ta +32°C Refrigerant R404A Aangegeven koelcapaciteit = 5.9kW. Koelcapaciteit = correctiefactor x aangegeven koelcapaciteit = 0.63 x 5.9 kW = 3.707kW Daarom moeten de leidingafmetingen worden gekozen met de gecorrigeerde koelcapaciteit 3.71kW. De correctiefactor voor koelmiddel R404A is in de tabel hieronder aangegeven: De correctiefactor voor koelmiddel R407F is in de tabel hieronder aangegeven: De correctiefactor voor koelmiddel R448A/R449A is in de tabel hieronder aangegeven: (Watts)

(A.) R404A Hoeveelheid onderkoeling (K) Ta\Te

(B.) R407A Hoeveelheid onderkoeling (K) Ta\Te

(C.) R407F Hoeveelheid onderkoeling (K) Ta\Te

(D.) R448A/R449A Hoeveelheid onderkoeling (K) Ta\Te

NEDERLANDS3.14.3 Regelaar EXD-HP1 De regelaar EXD-HP1 die in de EVI-unit serie 4 is gebruikt, werkt als een efficiëntieregelaar. De instelling van de regelaar is fabrieksmatig geregeld en met een wachtwoord beveiligd. Gebruikers mogen geen wijzigingen aanbrengen in de instellingen van de regelaar.

3.14.2 Elektrische installatie

● Het systeem mag niet ingeschakeld worden voordat alle bedrad- ingsaansluitingen gereed zijn. ● Zie het bedradingsschema voor de elektrische aansluitingen. ● Voor de 24 VAC stroomvoorziening is een transformator klasse II nodig ● Sluit geen enkele ingang voor de EXD-HP1 aan op de hoofdvoeding, omdat daardoor de regelaar blijvend beschadigd wordt. ● Gebruik voor de aansluitdraden van de expansieklep en druksensor de volgende kleurcodering:

Veiligheidsvoorschriften:

1. Lees de installatiehandleiding zorgvuldig. Indien hieraan

niet wordt voldaan, kan dit leiden tot storing, schade aan het systeem of persoonlijk letsel.

2. Alleen personen die voldoende kennis en vaardigheden

hebben, mogen de regelaar wijzigen.

3. Koppel alle stroom los van het systeem vóór de

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

3.14.3 Scherm/toetsenblok (led's en functies van knoppen)

● In de standaardstand wordt de oververhitting op het scherm weergegeven. Bij vloeistofinjectie en de efficiëntiestand wijzigt dit naar afvoertemperatuur. ● Voor het weergeven van andere gegevens van de EXD-HP1 druk 1 seconde lang op de “SEL”-knop tot het indexnummer volgens de tabel hieronder verschijnt. Laat de “SEL”-knop los en de gegevens van de volgende variabele verschijnen. Door de procedure te herhalen kunnen de gegevens van variabelen in deze volgorde worden weergegeven: gemeten oververhitting → gemeten aanzuigdruk → klepstand → gemeten temperatuur aanzuiggas → berekende verzadigingstemperatuur → gemeten afvoertemperatuur (bij ingeschakelde efficiëntiestand) → HERHALING

3.14.4 Digitale invoer Di1/Di2

● De digitale invoer Di1 is de interface tussen regelaar EXD-HP1 en de systeemregelaar als de Modbus-communicatie niet is gebruikt. ● De digitale status hangt af van de werking van de compressor van het systeem of de vraag. Variabele gegevens Standaard oververhitting, K Aanzuigdruk, bar Klepstand, % Aanzuigtemperatuur gas, °C Verzadigingstemperatuur, °C Afvoertemperatuur, °C Regelaar EXD-HP1

Bedrijfsomstandigheden Compressor start Compressor stopt Status digitale invoer Gesloten (start) Open (stop) AAN: Gegevensschermcircuit 1 AAN: Gegevensschermcircuit 2 AAN: alarm OFF: geen alarm AAN: Modbus- communicatie Volgende parameter/ waarde (hoger) Volgende parameter/ waarde (lager) Selectie/ bevestiging Instellen/opslaan parameters Knipperend: klep gaat dicht AAN: klep is volledig gesloten Knipperend: klep gaat open AAN: klep is volledig open

3.14.5 Werking in handmatige stand

Waarschuwing: Alle alarmen zijn uitgeschakeld tijdens handmatige bediening. Wij adviseren het systeem niet onbeheerd te laten werken tijdens de handmatige bediening. ● Houd en 5 seconden ingedrukt voor toegang tot de handmatige stand● List of parameters in scrolling sequence by pressing button PRG Code Beschrijving parameters en keuzen1Ho Werking in handmatige stand: circuit 1 0

Werking in handmatige stand: circuit 2 0 = uitgeschakeld Klepopening (%)Klepopening (%) 0 = uitgeschakeld

1 = ingeschakeld 1 = ingeschakeld 1HP 2Ho 2HP Min MaxFabrieksin-stellingVeldin-stellingen Handmatige reset alarm wist alle functionele alarmen (behalve fout in de apparatuur) ● Druk 5 seconden lang gelijktijdig op de knoppen en . Als alles gewist is verschijnt 2 seconden lang “Berichten gewist”.PRG SEL

NEDERLANDSO-CU06-AUG17-3

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Opmerking: Als er meerdere alarmen optreden, wordt het alarm met de hoogste prioriteit weergegeven totdat het gewist wordt. Dan wordt het volgende alarm weergegeven tot alle alarmen zijn gewist. Pas daarna worden de parameters opnieuw weergegeven. Alarm- code Beschrijving Related parameter Klep Wat moet u doen? Vereist handmatige reset na oplossing alarm

Fout druksensor 1/2 Volledig gesloten Controleer bedradingsaansluiting en meet het signaal 4 tot 20 mA No

Yes Yes Yes Controleer bedradingsaansluiting en meet de weerstand van de sensor Controleer bedradingsaansluiting en meet de weerstand van de sensor Controleer de bedradingsaansluiting en werking van de klep Controleer het systeem Controleer het systeem op oorzaken van lage druk zoals verlies van koelmiddel Controleer de klepopening/ controleer vloeistofdebiet op gasvormig koelmiddel / controleer temperatuursensor van de afvoer warm gas Controleer het systeem op oorzaken van lage druk zoals onvoldoende belasting van de verdamper Controleer bedradingsaansluiting en meet de weerstand van de wikkeling Volledig gesloten Volledig gesloten Volledig gesloten Volledig gesloten Volledig gesloten Werkend Werkend Werkend Werkend Werkend Fout temperatuursensor 1/2 Fout temperatuursensor afvoer heet gas 3 Temperatuur afvoer heet gas boven grenswaarde 1P4/2P4: 1 1P4/2P4: 2 1uL/2uL: 1 1uL/2uL: 2 1uH/2uH: 1 1P9/2P9: 1 1P9/2P9: 2 Vorstbescherming Lage oververhitting (<0.5K) Hoge oververhitting Lage druk EXM/EXL Fout elektrische aansluiting 1E0/2E0 1E1/2E0 1Ed 1AII/2AII 1Ad

AP blinking NEDERLANDS4 Buitenbedrijfstelling & verwijdering

6. Service en Onderhoud

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

De condensatie-units zijn ontworpen voor een lange levensduur met een minimum aan onderhoud. Zij moeten echter volgens een vast schema worden gecontroleerd en het volgende service-schema wordt aanbevolen onder normale omstandigheden: Alle onderdelen zijn bereikbaar als de panelen aan bovenzijde, linker- en rechterzijde en voorzijde worden verwijderd.

1. Compressor – Inspecteer met regelmatige tussenpozen

● Controleer op lekkage van koelmiddel bij alle verbindingen en koppelingen. ● Controleer dat er geen abnormaal lawaai en geen abnormale trillingen worden waargenomen tijdens het proefdraaien. ● Controleer het oliepeil van de compressor en vul olie bij als dat nodig is. Het oliepeil mag niet lager zijn dan tot op een vierde van het compressoroliepeilglas. Niet van toepassing voor AE-/AJ-compressor.

2. Condensatorspoel – Schoonmaken en inspecteren met

regelmatige tussenpozen ● Verwijder oppervlaktevuil, bladeren, vezels enz. meteen stofzuiger (bij voorkeur met een borstel of anderzacht hulpstuk i.p.v. een metalen buis), persluchtvan binnen naar buiten geblazen en/of een zachteborstel (geen draadborstel!). Stoot niet tegen ofschraap niet langs de spoel met de stofzuigerslang,luchtspuitmond, enz. Het is gunstig om hetspoelwater van de microkanaal warmtewis- selaar eruit te blazen of zuigen, zodat het sneller droogt enplassen worden voorkomen.

3. Voeding – Inspecteren met regelmatige tussenpozen

● Controleer de bedrijfsstroom en –spanning voor de condensatie-unit. ● Controleer de elektrische bedrading en zet zo nodig de draden vast op de aansluitblokken. Onder normale omstandigheden: ● Condensatorspoel iedere drie maanden schoonmaker ● Controleer dat er geen lekkages zijn ● Controleer en verifi eer iedere drie maanden de werking van alle veiligheidsvoorzieningen, let erop dat de carterver- warming functioneert ● Controleer het peilglas en de bedrijfscondities ● Controleer ieder jaar de veiligheid van de montage van de compressor en de bouten waarmee de unit vastzit

4. Compacte gesoldeerde warmtewisselaar (BPHE)

** For JEHSCU0950CL3 EVI Unit ONLY ● Elk soldeerproces aan de warmtewisselaar moet worden uitgevoerd met minimaal 45% zilversoldeer bij maximaal 450 °C (840 °F) voor zachtsoldeer en bij hardsoldeer bij 450-800 °C (840-1470 °F). ● Houd de vlam niet direct op de BPHE en gebruik een natte doek om oververhitting van de BPHE te voorkomen. Aan het eind van de levensduur van de unit moet deze door een vakkundige installateur buitenbedrijf worden gesteld. Het koelmiddel en de compressorolie zijn geclassificeerd als gevaarlijk afval en moeten op de juiste wijze worden afgetapt en verwijderd, inclusief het invullen van alle documentatie voor afvaltransport. De onderdelen van de unit moeten op de juiste wijze worden verwijderd of hergebruikt, indien hiervoor geschikt. ● Zorg ervoor dat de hoge-/lage-drukregelfuncties goed zijn geconfigureerd. ● Zorg ervoor dat de carterverwarming van stroom is voorzien vanaf minimaal 12 uur voor het opstarten en dat deze permanent van stroom wordt voorzien. ● Controleer dat het koelmiddel geschikt is voor het bedoelde gebruik. ● Controleer alle elektrische verbindingen. ● Controleer of alle elektrische aansluitingen en circuits goed zijn. ● Controleer het compressoroliepeil via het compressorpeilglas, het oliepeil mag niet lager zijn dan tot een kwart van het peilglas. ● Controleer de TXV-capaciteitafmeting op basis van de capaciteit van de binnenunit. Controleer het voor TXV geschikte koelmiddel. Controleer de positie en de conditie van de bevestiging van de thermostaatvoeler ● Houd oog op de systeemdruk tijdens het proces van vullen en de inbedrijfstelling. ● Controleer dat de aanzuigdruk afneemt, de persdruk toeneemt. Geen abnormaal lawaai van de compressor. ● Ga door met het vullen van het systeem totdat het peilglas helder is. Het is belangrijk dat de hoge druk > 14 barg is voor R404A en > 8 barg voor R134a, wanneer u de vulling aanpast. Continue doorstroming van helder koelmiddel door het peilglas, met misschien zo nu en dan een luchtbel bij zeer hoge temperat- uur, duidt erop dat het koelmiddel optimaal werkt. ● Controleer de afvoer- en aanzuigdruk van de compressor om zeker te zijn dat deze binnen het werkbereik ligt. Perstem- peratuur moet liggen tussen 50 en 90 °C en de druk moet liggen tussen 15 en 26 barg (voor systeem gevuld met R404A) en tussen 8 en 16 barg (voor systeem gevuld met R134a). ● Controleer het stroomverbruik van de condensorunit en zorg ervoor dat deze lager is dan de instelwaarde van de zekering van de motor. ● Controleer de ventilator van de condensator en controleer dat er warme lucht uit de condensatorspoel blaast. ● Controleer de verdampings-blower, controleer dat er koele lucht wordt uitgestoten. ● Controleer de aanzuig-superverwarming en pas de stand van de expansieklep aan, zodat er geen vloeistof terug naar de compressor kan stromen. Aanbevolen 5 tot 20 K aanzuig-su- perverw. ● Laat het systeem niet zonder toezicht achter voordat het zijn normale bedrijfsconditie heeft bereikt en de olievulling zich heeft aangepast voor het aanhouden van een geschikt niveau in het peilglas. ● Controleer tijdens de eerste werkingsdag zo nu en dan het functioneren van de compressor en van alle bewegende componenten. ● Controleer de vloeistoflijn in het peilglas en de werking van de expansieklep. Als er een aanduiding is dat het systeem te weinig koelmiddel heeft, controleer dan eerst het systeem op lekkage voordat u koelmiddel bijvult. Belangrijke opmerking Waarschuwing! – Verbreek de aansluiting op de hoofdstroomvoor- ziening voordat u service-werkzaamheden uitvoert of de unit opent Waarschuwing! – Controleer, voordat u het systeem ontmantelt, dat er geen koelmiddel in het koelmiddelcircuit zit. Waarschuwing! – Als het netsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door een gekwali ceerde servicemonteur, zodat risico's worden vermeden Belangrijke opmerking Voor een scroll-compressor: de bedrading met 3 fasen moet worden gecontroleerd. De volgorde van de stroomfasen L1, L2 en L3 is van invloed op de rotatierichting van de scrollcompressor en kan de compressor beschadigen. Bij het eerste opstarten moet een servicemonteur aanwezig zijn, die kan controleren dat de fase van de stroomtoevoer juist is en de compressor in de juiste richting draait. NEDERLANDSHet functioneren hangt af vangefl uoreerde broeikasgassen

7. Informatie F-gassen

● Per 1/1/2015 is de nieuwe Verordening (EU) Nr. 517/2014 inzake F-gassen in werking getreden waarmee Verordening (EG) Nr. 842/2006 is ingetrokken. Dit heeft invloed op de etikettering van het systeem, de verstrekte informatie in de documentatie en tevens op de manier waarop en de frequentie waarmee lekkagetesten moeten worden uitgevoerd.● De veranderingen met betrekking tot lekkagetesten gelden voor systemen met een vulling van minder dan 3 kg niet tot 2017. Op dit moment zijn er geen voorschriften voor het regelmatig testen op lekkages van systemen met een vulling van minder dan 3 kg.● De veranderde voorschriften voor lekkagetesten zijn als volgt:

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

● Dit product is in de fabriek gevuld met N2. ● Het koelsysteem wordt gevuld met gefluoreerde broeikasgassen. Laat deze gassen niet in de atmosfeer ontsnappen.De GWP-waarde (aardopwarmingsvermogen) van koelmiddelen die voor gebruik in deze apparatuur zijn voorgeschreven en de drie nieuwe drempels voor de eisen van lekkagetesten, gebaseerd op ton CO Eq. (equivalent), zijn als volgt:

8. Probleemoplossing

Deze gids voor het oplossen van problemen beschrijft enkele algemene oorzaken van storing van de condensatieunit. Vraag advies aan gekwalifi ceerd personeel voordat herstelwerkzaam-heden worden ondernomen. OUDE WETGEVINGNIEUWEWETGEVINGCONTROLEFREQUENTIEOP LEKKAGESEens per 12 maanden maar dit kanworden verhoogd naar 24 maandenals er een systeem voor lekkagede-tectie is geïnstalleerd.Eens per 6 maanden maar dit kanworden verhoogd naar 12 maandenals er een systeem voor lekkagede-tectie is geïnstalleerd.Eens per 6 maanden, echtereen automatisch systeem voorlekkagedetectie is verplicht,waardoor controle eens per 12maanden vereist is.5‐50 TCO2Eq 3‐30 kgs 50‐500TCO2Eq 30‐300 kgs 500+ TCO2Eq 300+ kgsBelangrijke informatie over het gebruikte koelmiddelVulling met koelmiddel - kg

GWP (1) KoelmiddelR404A R407A R407F R134a R448A R449A 3921.6 2107 1824.5 1430 1387 1397 Vul met onuitwisbare inkt het label voor de hoeveelheid koelmiddel in dat met het product is meegeleverd. De totale vulling met koelmiddel & de ton CO

equivalent voor het gebruikte koelmiddel.Het ingevulde label moet in de buurt van de vulpoort van het product worden geplakt.Storing Mogelijke oorzakenVentilatorwerkt nietCompressorstart nietOnvoldoendekoeling● Onjuiste bedrading● Onjuiste bedrading● Het systeem is gestopt door een geactiveerde veiligheidsvoorziening● Onjuiste afmeting TXV en instelling ● Discrepantie met binnenunit● Geringe vulling koelmiddel● Condensatorspoel vuil● Obstakel blokkeert luchtinlaat/ uitlaat● Onjuiste thermostaatinstelling● Rotatierichting van de compressor is onjuist Belangrijke opmerking Waarschuwing! – Sluit de stroomvoorziening naar de unit onmiddellijk af als er een ongeluk of een storing optreedt. Bevat gefl uoreerde broeikasgassen Vulling GWP R404A R407A R407F R448A R449A R134a

Olietype Elektrische gegevens Luchtstroom (m³/h) Ontvanger Aansluiting Afmetingen Gewicht (kg) Geluidsdruk dB(A) op 1mc

R134a Type Capaciteit (m³/h) Olievulling (Liter) Opgenomen vermogen Nominale stroom

(A) R134a Initiële aanloopstroom (A) MFA

Zie conditie: Buitenomgevingstemperatuur = 32°C, Verdampingstemperatuur = -10°C (middentemperatuurapplicatie)

Geluidsdrukniveau gemeten in galmvrij vertrek

Olie C = Polyester olie (Copeland Ultra 22 CC, Copeland Ultra 32 CC, Copeland Ultra 32-3MAF, Mobil EAL™ Arctic 22 CC, Uniqema Emkarate RL32CF) Opmerking: condensorunits zijn vooraf gevuld met olie zoals in onderstaande tabel is aangegeven

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

NEDERLANDSO-CU06-AUG17-3

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Lage temperatuur Ontvanger R404A R407A R407F R448A R449A Type Capaciteit(m³/h)Olievulling(liter)OpgenomenvermogenNominalestroom

(A) R404ANominalestroom

(A) R407AInitiëleaanloopstroom (A) MFA

Zie conditie: Omgevingstemperatuur buiten = 32°C, Verdampingstemperatuur = -35°C, Aanzuigtemperatuur retourgas = 20°C, Onderkoeling 0K (lagetemperatuurtoepassing)

Geluidsdrukniveau gemeten in galmvrij vertrek

Olie C = Polyester olie (Copeland Ultra 22 CC, Copeland Ultra 32 CC, Copeland Ultra 32-3MAF, Mobil EAL™ Arctic 22 CC, Uniqema Emkarate RL32CF) Opmerking: condensorunits zijn vooraf gevuld met olie zoals in onderstaande tabel is aangegeven NEDERLANDS10. Schetsmatige Weergave

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Serie 4 Midden Temperatuur Lage Temperatuur

NEDERLANDSO-CU06-AUG17-3

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Belangrijke opmerking: Alle bedradingen en verbindingen naar de condensatie-unit moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de plaatselijk geldende voorschriften. Enkelfasig

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.

Alle specificaties kunnen zonder kennisgeving vooraf door de fabrikant worden gewijzigd. De Engelse tekst is de oorspronkelijke instructie. Andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.