Rider 316T AWD - Tuintractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Rider 316T AWD HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Rider 316T AWD HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tuintractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Rider 316T AWD - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Rider 316T AWD van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING Rider 316T AWD HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 75-108
SL Navodila za uporabo 109-141
Inhalt
| Inleiding | 75 |
| Veiligheid | 79 |
| Montage | 84 |
| Werking | 86 |
| Onderhoud | 90 |
| Probleemoplossing | 101 |
| Vervoer, opslag en verwerking | 102 |
| Technische gegevens | 104 |
| Service | 107 |
| Garantie | 107 |
| EG-conformiteitsverklaring | 108 |
Inleiding
Afleveringsinspectie en productnummers
Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument.
| Contactinformatie servicewerkplaats: | |
| Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: | |
| / | |
| Motor: | |
| Transmissie: | |
Productbeschrijving
Het product is een zitmaaier. Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid moeitelooos aanpassen. De urenteller toont hoeveel uur de gebruiker het product heeft gebruikt. Het product heeft koplampen en wordt gebruikt met combi-maaidekken met BioClip. Modellen Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD en Rider 316TXs AWD zijn uitgerust met vierwielaandrijving (AWD).
Gebruik
Het product is gemaakt voor het maaien van gras op open en vlakke ondergrond in woonwijken en tuinen.
Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires.
Verzeker uw product
Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid.
Productoverzicht

- Pedaal voor vooruitrijden
- Pedaal voor achteruitrijden
- Hefhendel voor het maaidek
- Maaihoogtehendel
- Ontstekingsvergrendeling
- Chokehendel
- Gashendel
- Stroomcontact
- Urenteller
-
Kapvergrendeling
-
Parkeerrempedaal
- Vergrendelknop voor parkeerrem
- Stoelverstelling
- Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de aandrijving op de vooras. Alleen voor modellen met vierwielaandrijving (AWD).
- Dop benzinetank
- Batterij
- Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de aandrijving op de achteras.
Overzicht elektrische installatie

- Accu
- Hoofdzekering
- Veiligheidsschakelaar stoel
- Koplampen
- Microschakelaar, parkeerrem
- Veiligheidsschakelaar voor de hefhendel
- Ontstekingsvergrendeling
- Urenteller
Veiligheidsschakelaar stoel
De veiligheidsschakelaar van de stoel activeert het veiligheidscircuit zodra de bestuurder opstaat van de stoel. De motor en de aandrijving van de messen stoppen als de messen zijn ingeschakeld of de parkeerrem niet is geactiveerd. Zie ook Veiligheidscircuit op pagina 81.
Urenteller
De urenteller toont hoeveel uur de motor heeft gedraaid. De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motor draait, wordt niet geregistreerd. Het laatste cijfer toont de tienden van een uur (6 minuten).
Stopcontact
De spanning van het stopcontact is 12 V. Het contact is beveiligd met een zekering, zie Hoofdzekering vervangen op pagina 94.
Pedalen voor vooruit en achteruit rijden
Met deze twee pedalen is de snelheid traploos regelbaar. Pedaal (1) is voor vooruit rijden en pedaal (2) voor achteruit rijden. Het product remt wanneer de pedalen worden losgelaten.

De maaidekken voor dit product zijn Combi-maaidekken met BioClip. BioClip maait het gras tot meststof. De Combi-maaidekken kunnen ook zonder BioClip worden gebruikt. Zonder BioClip wordt het gras naar achteren uitgeworpen.
Symbolen op het product

WAARSCHUWING: Onzorgvuldig of onjuist gebruik kan leiden tot ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen.

Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt.

Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van de kap wanneer de motor draait.

Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.

Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Gebruik het product nooit als personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden.

Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden.

Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 82.

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting.

Vooruit rijden.

Neutraalstand.

Achteruit rijden.

Parkeerrem.

Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen.

Geluidsemissie naar de omgeving volgens de EG-richtlijn. De emissie van het product staat vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens" en op het label.

Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming.

Stop de motor.
START
Start de motor.

Motortoerental – snel.

Motortoerental – langzaam.

Brandstof.

Max. ethanol 10%.

Maaihoogte.

Onderhoudsstand voor de maaihoogtehendel.

De messen zijn ingeschakeld.

De messen zijn uitgeschakeld.

In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem.

Oliepeil.

Onderhoudsstand van het maaidek.

Werkstand van het maaidek.
Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten.
Productaansprakelijkheid
Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
-
het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
-
het product een accessoire bevat die niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert.

WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk.

WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.

- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
-
Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
-
Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.

- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
-
Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
-
Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen.

Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat.
Persoonlijke beschermingsmiddelen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen niet alle risico's uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Draag altijd veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Gebruik het product niet met blote voeten.


- Draag indien nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO/doos en brandblusser binnen handbereik.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neem dan contact op met uw Husqvarna servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of defect zijn.
Het contactslot controleren
- Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van het contactslot. Zie De motor starten op pagina 88 en De motor uitschakelen op pagina 89.
- Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar START draait.
- Verifieer of de motor onmiddellijk uitschakelt wanneer u de contactsleutel naar STOP draait.
Veiligheidscircuit
De motor kan alleen worden gestart als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Het maaidek staat in de geheven stand en de parkeerrem is geactiveerd.
De motor moet in de volgende situaties uitschakelen:
- Het maaidek wordt omlaag gezet en de bestuurder staat op van de stoel.
- Het maaidek staat in de geheven stand, de parkeerrem is niet geactiveerd en de bestuurder staat op van de stoel.
Voor het controleren van het veiligheidscircuit probeert u de motor te starten terwijl aan één van de bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw. Voer deze controle dagelijks uit.
De snelheidsbegrenzer controleren
- Laat het pedaal voor vooruit rijden los om de machine te laten remmen.
- Voor meer remkracht drukt u het pedaal voor achteruit rijden in.
- Zorg dat de pedalen voor vooruit rijden en achteruit rijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
- Controleer of het product afremt wanneer u het pedaal voor vooruit rijden loslaat.
Parkeerrem

WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig.
Zie De parkeerrem controleren op pagina 93.
Geluiddemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe.
Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is.

OPGELET: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Beschermkappen
Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen.
Gras maaien op hellingen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.

- Start of stop niet op een helling.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
-
Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
-
Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.

- Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
- Breng wielverzwaarders of contragewichten aan om het product te stabiliseren. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer. Gebruik voor Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD contragewichten, omdat voor AWD-producten geen wielverzwaarders kunnen worden gebruikt.
Brandstofveiligheid

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
• Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
- Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
- Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur.
Veiligheid bij accu's

WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu's af. Zie Afvoeren op pagina 103.
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Als het product niet correct geparkeerd staat en de motor en het contact niet worden uitgeschakeld, kan letsel of schade aan eigendommen of het aangrenzend gebied ontstaan. Voer geen onderhoud aan de motor of het maaidek uit tenzij aan de onderstaande voorwaarden is voldaan:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen.

WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Laat het product nooit binnenshuis of in gesloten ruimten draaien.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 90.
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
- Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de motorruimte uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als u de motor te snel laat draaien, kunnen onderdelen van de machine beschadigd raken. Zie Technische gegevens op pagina 104 voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant.
Montage
Inleiding

WAARSCHUWING: De spanveer van de aandrijfriem kan breken, wat tot letsel kan leiden. Draag een veiligheidsbril wanneer u het maaidek bevestigt of verwijdert.
Lees de montage-instructies in de gebruikershandleiding aandachtig door. Een label aan de binnenzijde van de voorste afdekking van het product toont ook hoe het maaidek moet worden bevestigd en verwijderd.
Het maaidek bevestigen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
- Zet de hefhendel voor het maaidek in de maaistand.

- Duw het werktuigframe omlaag. Beweeg het werktuigframe naar de verticale positie.

WAARSCHUWING: Bij onvoorzichtig gebruik kan het vergrendelmechanisme uw vingers verwonden. Plaats het werktuigframe volledig verticaal.
- Breng de aandrijfriem aan zoals afgebeeld om te voorkomen dat deze bekneld raakt en breekt wanneer u het maaidek aanbrengt.

- Duw het maaidek in het werktuigframe. Zorg ervoor dat de geleidepluggen in de groeven op het werktuigframe vallen. Het werktuigframe ontgrendelt automatisch.

- Zet de hefhendel voor het maaidek in de vergrendelde stand. Het maaidek beweegt omhoog.

- Duw het maaidek omlaag totdat de achterste geleidepluggen de onderkant van de groeven op het werktuigframe aanraken.

- Plaats de beugel voor de maaihoogteafstelling in de opening voor de beugel voor maaihoogteafstelling.

- Breng de aandrijfriem rondom de aandrijfwielen aan. Controleer of de aandrijfriem aan de juiste kant van de spanrol is geplaatst.

- Plaats de veer in de veerhouder.

- Bevestig de voorste afdekking.
Het maaidek verwijderen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
- Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren in de vergrendelde stand om het maaidek omhoog te zetten.

text_image
(P) +- Maak de klem op de voorste afdekking los met het hulpstuk aan de contactsleutel en haal de afdekking eraf.

- Trek de veerhendel uit de veerhouder om de spanning van de aandrijfriem te halen.

- Plaats de haak van de veerhendel op de rand van het werktuigframe.
- Verwijder de aandrijfriem en plaats hem in de riemhouder.

- Til de beugel voor de maaihoogteafstelling omhoog en plaats hem in de houder.

- Pak de voorste rand van het maaidek vast en trek het maaidek naar voren tot de aanslag.

- Duw het werktuigframe omlaag. Beweeg het werktuigframe naar de verticale positie.

WAARSCHUWING: Bij onvoorzichtig gebruik kan het vergrendelmechanisme uw vingers verwonden. Plaats het werktuigframe volledig verticaal. Pak de voorste rand van het maaidek met twee handen vast wanneer u doorgaat naar de volgende stap.
- Trek het maaidek eruit.
Werking
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.
Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij (zie Brandstofveiligheid op pagina 82).

OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade.
De motor gebruikt benzine met een minimum octaangetal van RON 91 (87 AKI), niet vermengd met olie. Wij adviseren biologisch afbreekbare alkylaatbenzine te gebruiken. Gebruik geen benzine die meer dan 10% ethanol bevat.
- Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul bij indien nodig.
- Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 2,5 cm ruimte overblijft.
De stoel afstellen

WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.
De stoel kan voorover gekanteld worden.

- Duw de hendel onder de voorkant van de stoel omhoog om de stoel naar voren of achteren te schuiven. Verplaats de stoel naar de vereiste positie.

In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem
Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor dient u het aandrijfsysteem uit te schakelen. Trek de hendel van het aandrijfsysteem helemaal uit om de aandrijving naar de as uit te schakelen. Duw de hendel van het aandrijfsysteem helemaal in om de aandrijving naar de as in te schakelen. Gebruik geen tussenliggende standen.
De hendel van het aandrijfsysteem voor model Rider 316T bevindt zich achter het linkerachterwiel. Model Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD heeft een hendel voor de aandrijving van de vooras en een andere hendel voor de aandrijving van de achteras. De hendel voor de aandrijving van de achteras vindt u achter het linkerachterwiel.

De hendel voor de aandrijving van de vooras van de Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD vindt u achter het linkervoorwiel.

Maaidek omhoog zetten en omlaag zetten
Om het maaidek omhoog te zetten naar de transportstand, trekt u de hefhendel naar achteren. Als de motor draait, stoppen de messen automatisch met draaien.

Om het maaidek omlaag te zetten naar de maaistand, drukt u op de vergrendelknop en beweegt u de hefhendel naar voren. Als de motor draait, beginnen de messen automatisch te draaien.

- Zorg dat het aandrijfsysteem ingeschakeld is, zie In-en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina 87.

- Zet het maaidek omhoog en schakel de parkeerrem in.

- Als de motor koud is, zet u de chokehendel helemaal naar achteren.

- Draai de contactsleutel naar de startstand.

- Laat, zodra de motor aanslaat, de contactsleutel meteen los naar de neutraalstand.

OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
- Draai de sleutel in de stand 'verlichting' om de koplampen in te schakelen.

- Zet de chokehendel geleidelijk naar voren in de eindpositie.

- Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.

- Duw de gashendel achteren in de stand voor volgas.

OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Gebruik pas vol gas wanneer het maaidek omlaag is gezet in de maaistand.
Het product gebruiken
- Start de motor.
- Trap het parkeerrempedaal in en laat deze vervolgens los om de parkeerrem uit te schakelen.

- Druk één van de rijpedalen voorzichtig in. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (1) voor vooruit rijden en pedaal (2) voor achteruit rijden.

-
Laat het pedaal los om te remmen.
-
Selecteer de maaihoogte (1-10) met behulp van de maaihoogtehendel.

- Druk op de vergrendelknop op de hefhendel voor het maaidek en zet het maaidek omlaag naar de maaistand.

De motor uitschakelen
- Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren in de vergrendelde stand om het maaidek omhoog te zetten. De messen stoppen met draaien.

- Draai de contactsleutel naar stand STOP.

- Schakel de parkeerrem in zodra het product stopt.
De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
-
Trap het parkeerrempedaal in (1).
-
Houd de vergrendelknop (2) ingedrukt.

-
Houd de knop ingedrukt en zet het parkeerrempedaal vrij.
-
Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het parkeerrempedaal nogmaals in.
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
- Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (hoogst toegestane motortoerental, zie Technische gegevens op pagina 104). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de BioClip-functie.
Onderhoud
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.
Onderhoudsschema
* = Algemeen onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding.
X = De instructies zijn opgenomen in deze gebruikershandleiding.
O = De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. Laat onderhoud aan de machine uitvoeren door een erkende servicewerkplaats.
Let op: Als er meer dan één tijdsinterval in de tabel staat vermeld, dan geldt de kortste interval uitsluitend voor de eerste onderhoudsbeurt.
| Onderhoud Dagelijks onderhoud | voorafgaand aan het gebruik | Onderhoudsinterval in uren | |||
| 25 | 50 | 100 | 200 | ||
| Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn * | |||||
| Controleer op brandstof- of olielekkage * | |||||
| Reinigen zoals beschreven in Product reinigen op pagina 91 | X | ||||
| Reinig de binnenzijde van het maaidek, rondom de messen X | |||||
| Rond de geluiddemper reinigen X | |||||
| Zorg dat de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is X | |||||
| Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn X | |||||
| Inspecteer en test de remmen * | |||||
| Controleer het motoroliepeil X | |||||
| Controleer het transmissieoliepeil X | |||||
| Controleer de stuurkabels X | |||||
| Inspecteer de messen van het maaidek X | |||||
| Reinig het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maai-dek | X | ||||
| Zorg voor een juiste bandenspanning | X | X | |||
| Controleer de parkeerrem | X | ||||
| Motorolie verversen X X | |||||
| Het oliefilter vervangen X X | |||||
| Reinig het luchtfilter X | |||||
| Vervang het luchtfilter X | |||||
| Brandstofffilter vervangen X | |||||
| Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd X X | |||||
| Smeer de riemspanner. X X | |||||
| Inspecteer de stuurkabels en stel ze zo nodig af O O | |||||
| Inspecteer de uitlaatdemper en het hitteschild O | |||||
| Inspecteer het maaidek op beschadigingen O | |||||
| Vervang de bougie O | |||||
| Stel de parkeerrem af. | O | ||||
| Controleer de gaskabel en stel die zo nodig af | O | ||||
| Reinig de koelribben van de motor en de transmissie | O | ||||
| Reinig de motor en de transmissie | O | ||||
| Controleer de snelheid van voor- en achterwielen en stel die zo no-dig af, uitsluitend model Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Ri-der 316TXs AWD | O | O | |||
| Controleer de riemen | O O | ||||
| Controleer de accu | * | O | |||
| Controleer de brandstofslang. Vervang indien nodig | O | ||||
| Ververs de olie in de transmissie | O | O | |||
| Vervang het oliefilter van de transmissie, uitsluitend model Ri-der 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD | O | O | |||
| Vervang het opschroefbare filter van de servo, uitsluitend model Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD | O | O | |||
Product reinigen

OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden.
Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
- Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondom de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
- Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
- Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
- Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
- Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen.

De motor en de uitlaatdemper reinigen
Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel.
Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is.
Koelluchtinlaat van motor reinigen

WAARSCHUWING: Stop de motor. De koelluchtinlaat draait en kan letsel aan uw vingers veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de inlaatgrille op de motorkap niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een borstel.

- Open de motorkap. Zorg dat de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd wordt. Verwijder gras en vuil met een borstel.

De kappen verwijderen
Verwijderen van motorkap
- Klap de stoel naar voren.
- Maak de klem op de motorkap los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

- Klap de motorkap naar achteren.
Verwijderen van voorste kap
- Maak de klem op de voorste kap los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

- Verwijder de voorste kap.
De rechter voetplaat verwijderen
- Draai de knop op het pedaal voor achteruit rijden (A) los en verwijder hem.
- Verwijder de 3 schroeven (B) en verwijder de voetplaat.

text_image
B A B BDe linker voetplaat verwijderen
- Verwijder de 3 schroeven en verwijder de voetplaat.

De stuurkabels inspecteren
Na verloop van tijd kan de spanning van de stuurkabels afnemen. Hierdoor verandert de afstelling van de besturing.
U moet de besturing als volgt inspecteren en afstellen:
- De kabels hebben de juiste spanning wanneer u ze met de hand 5 mm omhoog of omlaag in de groef op de stuurbeugel kunt bewegen.

- Als de kabels te slap zijn gespannen, moet u ze door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.
De parkeerrem controleren
- Parkeer het product op een harde ondergrond die afloopt.
Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
-
Trap het parkeerrempedaal in (1).
-
Zet de parkeerrem vrij terwijl u de vergrendelknop (2) ingedrukt houdt.

-
Als het product begint te bewegen, moet u de parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.
-
Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de parkeerrem uit te schakelen.
Het brandstofffilter vervangen
- Open de motorkap om bij het brandstofffilter te kunnen.
- Gebruik een platte tang om de slangklemmen van het brandstofffilter te verwijderen.
- Trek aan de slangeinden om het brandstofffilter te verwijderen.

-
Duw het nieuwe brandstofffilter in de uiteinden van de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstofffilter om de aansluiting te vergemakkelijken.
-
Duw de slangklemmen tegen het brandstofffilter.

Het luchtfilter reinigen en vervangen
- Open de motorkap.
- Maak de 2 knoppen los waarmee het luchtfilterdeksel vastzit en verwijder het deksel.

-
Maak de slangklem waarmee de luchtfiltercartridge op zijn plaats wordt gehouden, los.
-
Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

- Verwijder het kunststof schuimfilter rondom het luchtfilterpatroon.
- Reinig het kunststof schuimfilter met een zwak reinigingsmiddel.
- Laat het kunststof schuimfilter volledig drogen.
- Tik het papieren filter tegen een hard oppervlak om het te reinigen. Gebruik geen perslucht.
- Als het papieren filter niet schoon wordt, dient het te worden vervangen.
- Breng het kunststof schuimfilter weer aan om het luchtfilterpatroon.
- Plaats het luchtfilterpatroon op de luchtslang.
- Zet het luchtfilterpatroon vast met de slangklem.

- Bevestig het luchtfilterdeksel en draai de knoppen vast.
Bougie controleren en verwijderen
- Open de motorkap.
- Verwijder de ontstekingskabelschoen en reinig het gebied rond de bougie.
- Verwijder de bougie met een 21 mm (0.83") bougiesleutel.
-
Controleer de bougie. Vervang de bougie als de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.
-
Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze correct is. Zie Technische gegevens op pagina 104.

- Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te passen.
- Plaats de bougie terug en draai deze met de hand totdat deze tegen de zitting aan zit.
- Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de ring wordt samengedrukt.
- Draai een gebruikte bougie nogmaals 1/8 slag vast, een nieuwe bougie nog 1/4 slag extra.

OPGELET: Onjuist vastgedraaide bougies kunnen leiden tot motorschade.
- Vervang de ontstekingskabelschoen.

OPGELET: Probeer de motor niet te starten als de bougie of de ontstekingskabel is verwijderd.
Hoofdzekering vervangen
Een doorgebrande zekering wordt aangegeven door een doorgebrande verbinding.
- Open de motorkap. De hoofdzekering bevindt zich in een houder aan de voorzijde van de accu.
- Trek de zekering uit de houder.

-
Vervang de doorgebrande zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type, platte pen 15 A.
-
Plaats de afdekkingen terug.
Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats.
Een defecte lamp vervangen
- Verwijder de 2 schroeven en verwijder de kap van de lamp.

- Maak de kabels van de defecte lamp los.

- Duw het vergrendelmechanisme voorzichtig naar binnen en kantel de lamp om deze uit de steunen te verwijderen.

- Steek de nieuwe lamp in de onderste sleuf van de lampbehuizing. Gebruik het type lamp zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 104.

- Duw de lamp in het vergrendelmechanisme.

- Plaats de onderkant van de kap van de lamp in de sleuven in de servobehuizing.

- Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.

- Monteer het deksel en draai de schroeven vast.
De accu opladen
- Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
- Gebruik een standaard acculader.

OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.
- Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten.
Noodstart van motor uitvoeren
Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt-systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de
noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben.
Startkabels aansluiten

WAARSCHUWING: Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit geen negatieve aansluitklem van de volledig opgeladen accu aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu.

OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.
- Verwijder de motorkap.
- Verwijder de kap van het accuvak.
- Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).

- Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu (B).

WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode draden geen kortsluiting maken tegen het chassis.
- Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op de MINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).
- Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.
- Plaats de afdekkingen terug.
Startkabels verwijderen
Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.
- Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
-
Verwijder de ZWARTE kabel van de volledig opgeladen accu.
-
Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's.
Bandendruk
De bandenspanning van alle vier banden moet 60 kPa (0,6 bar/8,5 PSI) zijn.

Het maaidek in de onderhoudsstand zetten
- Zie stap 1-8 in Het maaidek verwijderen op pagina 85.
- Pak de voorste rand van het maaidek vast en trek het maaidek naar voren tot de aanslag.

- Til het maaidek op tot het verticaal staat en een klikgeluid hoorbaar is. Het maaidek wordt automatisch vergrendeld in de verticale stand.

Het maaidek in de maaistand zetten
-
Houd de voorkant van het maaidek vast met uw linkerhand.
-
Maak de vergrendeling met uw rechterhand los.

- Klap het maaidek omlaag en druk het naar binnen tot de aanslag.

OPGELET: De aandrijfriem kan bekneld raken onder het maaidek. Trek aan de lus in de aandrijfriem in de riemhouder alvorens u het maaidek naar binnen duwt.
- Til de beugel voor maaihoogteafstelling uit diens houder en plaats hem in de uitsparing.

- Breng de aandrijfriem rondom de aandrijfwielen aan. Controleer of de aandrijfriem aan de juiste kant van de spanrol is geplaatst.

- Plaats de veer in de veerhouder.

-
Bevestig de voorste afdekking.
-
Zet de maaihoogtehendel in een van de standen 1-10.
Bodemdruk van maaidek controleren en aanpassen
Een juiste bodemdruk zorgt ervoor dat het maaidek boven de bodem beweegt, maar er niet hard tegenaan drukt.
- Verifieer of de banden een spanning hebben van 60 kPa (0,6 bar / 9,0 psi).
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Plaats een personenweegschaal onder de voorkant van het maaidek.

- Plaats een blok tussen het frame en de weegschaal om er zeker van te zijn dat de steunwielen geen gewicht dragen.
- Om de bodemdruk af te stellen draait u aan de stelschroeven achter beide voorwielen.
- Draai de bouten rechts- of linksom totdat de bodemdruk tussen 12 en 15 kg ligt (26.5-33 lb).

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
- Verifieer of de banden een spanning hebben van 60 kPa (0,6 bar / 9,0 psi).
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
-
Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
-
Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en achterste rand van het maaidek. Zorg dat de achterkant 4-6 mm (1/5") hoger is dan de voorkant.

De uitlijning van het maaidek afstellen
-
Verwijder de voorste afdekking en de rechter voetplaat.
-
Verwijder de schroeven waarmee de riemafscherming is bevestigd en til de riemafscherming eraf.

- Draai de moeren op de hefarm los.

- Verdraai de hefarm om de arm langer te maken of in te korten. Maak de arm langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak de arm korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.

- Draai de moeren op de hefarm na het afstellen vast.
- Monteer de riemafscherming en draai de schroeven vast.
- Bevestig de rechter voetplaat en de voorste afdekking.
Verwijderen van de BioClip-plug
- Verwijder de BioClip-plug om het Combi-maaidek om te schakelen van BioClip naar uitworp aan de achterzijde.
Verwijderen en bevestigen van BioClip-plug op maaidek Combi 103 en 112
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Verwijder de 3 schroeven die de BioClip-plug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

- Breng drie M8x15 mm schroeven aan in de schroefopeningen voor de BioClip-plug om schade aan de schroefdraad te voorkomen.
- Zet het maaidek weer in de maaistand.
- Bevestig de BioClip-plug in omgekeerde volgorde.
Verwijderen en bevestigen van BioClip-plug op maaidek Combi 94
-
Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
-
Maak de knop en de bouten los waarmee de BioClip-plug is bevestigd en verwijder de plug.

-
Zet het maaidek weer in de maaistand.
-
Bevestig de BioClip-plug in omgekeerde volgorde.
De messen inspecteren

OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

- Draai de mesbouten vast met een aanhaalmoment van 45-50 Nm.
De messen vervangen
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Zet het blad vast met een houten blok.

- Draai de bout van het mes los en verwijder de bout samen met de sluitringen en het mes.
- Monteer het nieuwe mes met de schuine uiteinden in de richting van het maaidek.

WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen messen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 104.
- Bevestig het mes, de ring en de bout. Draai de bout vast met een aanhaalmoment van 45-50 Nm.
Het motoroliepeil controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de motor uit.
- Open de motorkap.
- Maak de peilstok los en trek hem eruit.

- Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok weer helemaal terug en maak hem niet vast.
- Maak de peilstok los, trek hem eruit en lees het oliepeil af.
- Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan. Als het peil bijna bij de markering "ADD" staat, moet u olie bijvullen tot de marking "FULL".

text_image
ADD FULL- Vul olie bij via de opening waarin de peilstok zit. Vul langzaam olie bij.
Let op: Zie Technische gegevens op pagina 104 voor de soorten motorolie die door ons worden aanbevolen. Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.
- Zet de peilstok goed vast voordat u de motor start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals.
De motorolie en het oliefilter vervangen
Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen.

WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt.

WAARSCHUWING: Als u motorolie most op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
- Plaats een bak onder de olieaftapplug aan de linkerkant van de motor.
- Verwijder de peilstok.
- Verwijder de olieaftapplug.

- Laat de olie in de container lopen.
- Bevestig de olieaftapplug en draai deze vast.
- Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.

-
Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter in met een beetje verse motorolie.
-
Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
- Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in Het motoroliepeil controleren op pagina 99.
- Start de motor en laat die gedurende 3 minuten stationair draaien.
- Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op lekkage.
- Vul olie bij en compenseer daarbij de hoeveelheid die het nieuwe oliefilter opneemt.
Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 103.
Het transmissieoliepeil controleren
- Verwijder de twee schroeven, één aan elke kant, en til de transmissiekap eraf.

- Zorg dat het oliepeil in de transmissieolietank tussen de twee horizontale lijnen op de tank staat.

- Vul motorolie bij als het oliepeil onder de onderste lijn staat, maar vul nooit bij tot boven de bovenste lijn.
Let op: Zie Technische gegevens op pagina 104 voor de aanbevolen olie voor Rider 316T en Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD. Voor de Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD moet u een synthetische olie gebruiken.
De riemspanner smeren
De riemspanner moet regelmatig worden gesmeerd met een hoogwaardig smeervet op basis van molybdeendisulfide.
- Verwijder de 2 schroeven waarmee de riemafscherming is bevestigd en til deze eraf.

- Vul met een vetspuit de smeernippel aan de rechterkant onder de onderste riemschijf totdat er vet naar buiten perst.

- Bevestig de riemafscherming en draai de 2 schroeven vast.
Probleemoplossing
Probleemoplossingsschema
Als u in deze handleiding geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met Husqvarna uw servicewerkplaats.
| Probleem Oorzaak | |
| De startmotor laat de motor niet aanslaan | De parkeerrem is niet ingeschakeld. Zie De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 89. |
| De hefhendel voor het maaidek staat in de maaistand. Zie Veiligheidscircuit op pagina 81. | |
| De hoofdzekering is doorgebrand. Zie Hoofdzekering vervangen op pagina 94. | |
| Het contactslot is defect. | |
| Slecht contact tussen de kabel en de accu. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 83. | |
| De accu is te zwak. Zie De accu opladen op pagina 95. | |
| De startmotor is defect. | |
| De motor start niet wanneer de startmotor de motor laat aanslaan | Geen brandstof in de brandstoftank. Zie Brandstof bijvullen op pagina 86. |
| De bougie is defect. | |
| De ontstekingskabel is defect. | |
| Vuil in de carburateur of brandstofleiding. | |
| De motor loopt niet gelijkmatig De | bougie is defect. |
| De carburateur is verkeerd afgesteld. | |
| Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 93. | |
| De ontluchting van de brandstoftank is geblokkeerd. | |
| Vuil in de carburateur of brandstofleiding. | |
| De motor produceert nauwelijks vermogen | Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 93. |
| De bougie is defect. | |
| Vuil in de carburateur of brandstofleiding. | |
| De gaskabel is verkeerd afgesteld. | |
| De transmissie levert niet genoeg vermogen | De koelluchtinlaat of de koelvinnen van de transmissie zijn geblokkeerd. |
| De ventilator van de transmissie is beschadigd. | |
| Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Zie Het transmissieoliepeil controleren op pagina 100. | |
| De accu laadt niet De accu is defect. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 83. | |
| Het product trilt De messen zitten | os. Zie De messen inspecteren op pagina 99. |
| Eén of meer messen zijn niet goed gebalanceerd. Zie De messen inspecteren op pagina 99. | |
| De motor zit los. | |
| Het maairesultaat is onvoldoende | De messen zijn bot. Zie De messen inspecteren op pagina 99. |
| Het gras is lang of nat. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 90. | |
| Het maaidek zit scheef. | |
| Gras verstopt het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 91. | |
| De bandenspanning tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. Zie Bandendruk op pagina 96. | |
| Het product rijdt met te hoge snelheid. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 90. | |
| Het motortoerental is te laag. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 90. | |
| De aandrijfriem slipt. | |
Vervoer, opslag en verwerking
Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg.
Het product veilig vastzetten op een aanhanger

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de aanhangwagen.
Uitrusting: 2 goedgekeurde spanbanden en 4 wigvormige wielkeggen.
-
Schakel de parkeerrem in.
-
Bevestig de spanbanden rond het frame of de achterkant van het onderstel.
- Zet de spanbanden vast in de richting van de achterkant en de voorkant van de aanhangwagen om het product in lengterichting te zekeren.
- Plaats de wielkeggen voor en achter de achterwielen.
Het product slepen
Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen.
Ontkoppel de transmissie voorafgaand aan slepen. Zie In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina 87.
Opslag
Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor.
Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt.

WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen.

WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 91. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
-
Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
-
Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
- Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is.
Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
- Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer.
Afvoeren
- Gebruikte motorolie, antivries en zijn gevaarlijke stoffen en mogen niet in de bodem of in de natuur worden geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten en niet meer wordt gebruikt, lever deze dan in bij uw dealer of recyclagebedrijf.
- Wees voorzichtig met olie, oliefilters, brandstof en de accu vanwege de mogelijke gevolgen voor het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
Technische gegevens
Technische gegevens
| Rider 316T Rider 316T AWD | ||
| Afmetingen | ||
| Lengte zonder maaidek, mm 2028 2013 | ||
| Breedte zonder maaidek, mm 883 883 | ||
| Hoogte, mm 1165 1165 | ||
| Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg 238 236 | ||
| Wielbasis, mm 887 887 | ||
| Spoorbreedte, voor, mm 712 712 | ||
| Spoorbreedte, achter, mm 627 627 | ||
| Bandenmaat 16×6,50×8 16×6,50×8 | ||
| Bandenspanning, achter – voor, kPa / bar / PSI 60 / 0,6 / 8,5 60 / 0,6 / 8,5 | ||
| Max. helling, graden ° 10 10 | ||
| Motor | ||
| Merk / Model | Kawasaki / FS481V | Kawasaki / FS481V |
| Nominaal motorvermogen, kW ^17 | 10,6 | 10,6 |
| Cilinderinhoud, cm ^3 | 603 603 | |
| Max. motortoerental, omw/min | 2900 ± 100 | 2900 ± 100 |
| Brandstof, min. octaangetal loodvrij | 91 91 | |
| Tankinhoud, liter | 12 12 | |
| Olie | Klasse SF, SG, SH of SJ SAE40, SAE30, SAE10W-30, SAE10W-40 of SAE5W-20 | Klasse SF, SG, SH of SJ SAE40, SAE30, SAE10W-30, SAE10W-40 of SAE5W-20 |
| Olievolume incl. filter, liters | 1,7 | 1,7 |
| Olievolume excl. filter, liters | 1,5 | 1,5 |
| Startmotor | Elektrische start, 12 V | Elektrische start, 12 V |
| Transmissie | ||
| Merk | Tuff Torq | Tuff Torq |
| Model | K46HRider 316T Rider 316T AWD | K574RA / KTM10LB |
| Olie, classificatie SF-CC SAE 10W/40 SAE 10W/50 Synthetic | ||
| Elektrisch systeem | ||
| Type 12 V, negatief geaard 12 V, negatief geaard | ||
| Accu 12 V, 24 Ah 12 V, 24 Ah | ||
| Bougie NGK BPR4ES NGK BPR4ES | ||
| Elektrodenafstand, mm/inch 0,75/0,030 0,75/0,030 | ||
| Lampen Osram, 2X 12V 20W Osram, 2X 12V 20W | ||
| Geluidsemissies^18 | ||
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 97 97 | ||
| Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) 98 98 | ||
| Geluidsniveau^19 | ||
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) 86 86 | ||
| Trillingsniveau^20 | ||
| Trillingsniveau in stuurwiel, m/s^2 | 2,5 | 2,5 |
| Trillingsniveau in stoel, m/s^2 | 0,7 | 0,7 |
| Maaidek | ||
| Type Combi 94 Combi 94 | ||
| Combi 103 | Combi 103 | |
| Combi 112 | Combi 112 | |
| Rider 316Ts AWD | Rider 316TXs AWD | |
| Afmetingen | ||
| Lengte zonder maaidek, mm | 2013 | 2013 |
| Breedte zonder maaidek, mm | 883 | 883 |
| Hoogte, mm | 1165 | 1165 |
| Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg | 246 | 248 |
| Wielbasis, mm | 887 | 887 |
| Spoorbreedte, voor, mm 712 712 | ||
| Spoorbreedte, achter, mm | 627 | 627 |
| Bandenmaat | 16 × 6,50 × 8 | 16 × 6,50 × 8 |
| Rider 316Ts AWD Rider 316TXs AWD | ||
| Bandenspanning, achter – voor, kPa / bar / PSI 60 / 0,6 / 8,5 60 / 0,6 / 8,5 | ||
| Max. helling, graden ° 10 10 | ||
| Motor | ||
| Merk / Model Kawasaki / FS481V Kawasaki / FS481V | ||
| Nominaal motorvermogen, kW ^21 | 10,6 10,6 | |
| Cilinderinhoud, cm ^3 | 603 603 | |
| Max. motortoerental, omw/min 2900 ± 100 3100 ± 100 | ||
| Brandstof, min. octaangetal loodvrij 91 91 | ||
| Tankinhoud, liter 12 12 | ||
| Olie Klasse SF, SG, SH of SJ | SAE40, SAE30, SAE10W-30, SAE10W-40 of SAE5W-20 | Klasse SF, SG, SH of SJ SAE40, SAE30, SAE10W-30, SAE10W-40 of SAE5W-20 |
| Olievolume incl. filter, liters 1,7 1,7 | ||
| Olievolume excl. filter, liters | 1,5 1,5 | |
| Startmotor | Elektrische start, 12 V | Elektrische start, 12 V |
| Transmissie | ||
| Merk | Tuff Torq | Tuff Torq |
| Model | K574RA / KTM10LB | K574RA / KTM10LB |
| Olie, classificatie SF-CC | SAE 10W/50 Synthetic | SAE 10W/50 Synthetic |
| Elektrisch systeem | ||
| Type | 12 V, negatief geaard | 12 V, negatief geaard |
| Accu | 12 V, 24 Ah | 12 V, 24 Ah |
| Bougie | NGK BPR4ES | NGK BPR4ES |
| Elektrodenafstand, mm/inch | 0,75/0,030 | 0,75/0,030 |
| Lampen | Osram, 2X 12V 20W | Osram, 2X 12V 20W |
| Geluidsemissies ^22 | ||
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 97 98 | ||
| Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) | 98 99 | |
| Geluidsniveau ^23 | ||
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) | 86 86 | |
| Trillingsniveau^24 | ||
| Trillingsniveau in stuurwiel, m/s^2 | 2,5 2,5 | |
| Trillingsniveau in stoel, m/s^2 | 0,7 0,7 | |
| Maaidek | ||
| Type Combi 94 Combi 94 | ||
| Combi 103 Combi 103 | ||
| Combi 112 Combi 112 | ||
| Maaidek Combi 94 Combi 103 Combi 112 | |||
| Maaibreedte, mm 940 1030 | 1120 | ||
| Maaihoogte, 10 standen, mm | 25-75 25-75 25-75 | ||
| Gewicht, kg 39 48 54 | |||
| Bladlengte, mm 358 388 420 | |||
| Mes | |||
| Artikelnummer 579 65 25-10 | 504 18 82-10 544 10 28-10 | ||

WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten veroorzaken wat
tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze handleiding.
Service
Service
Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen.
Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer.
Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
Garantie
Garantie op transmissie
Alleen van toepassing op Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD.
rotatiesnelheid aanpassen, indien nodig, ter voorkoming van schade aan het transmissiesysteem. Raadpleeg de tabel met waarden in het werkplaatshandboek.
De garantie op de transmissie is alleen van toepassing als de controles van de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen werden uitgevoerd zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Laat een erkende dealer de
EG-conformiteitsverklaring
Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel.: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de zitmaaier Husqvarna Rider 316T en Rider 316T AWD, Rider 316Ts AWD, Rider 316TXs AWD met serienummers van 2014 en later (het jaartal staat duidelijk op het typeplaatje vermeld, gevolgd door het serienummer), voldoen aan de vereisten van de volgende EU-richtlijnen:
• van 17 mei 2006 "met betrekking tot machines"
2006/42/EG
• van 26 februari 2014 "met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit" 2014/30/EU
- van 8 mei 2000 "met betrekking tot geluidsemissies in het milieu" 2000/14/EG
Informatie over geluidsemissies en de maaibreedte, zie Technische gegevens.
De volgende geharmoniseerde normen zijn van toepassing:
EN ISO 12100-2, EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-3
Tenzij anders vermeld, betreft het de meest recente versies van de hierboven genoemde normen.
Aangemelde instantie: 0404, RISE SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 7035, SE-750 07 Uppsala heeft rapporten opgesteld inzake de beoordeling van de overeenstemming met bijlage VI van Richtlijn 2000/14/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende "de geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis".
Het certificaat heeft de nummers: 01/901/147, 01/901/156
Huskvarna, 2017-06-15
$$ \Delta \cdot 2 m $$
Claes Losdal, Development Manager/Garden Products (gemachtigde vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische documentatie.)
VSEBINA
Originele instructies
Izvirna navodila
1159789-20