TC 130 - Tractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TC 130 HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Briggs & Stratton motor, 344 cm8, 9,5 kW bij 2800 tpm |
|---|---|
| Maaibreedte | 85 cm |
| Type transmissie | Hydrostatische transmissie |
| Brandstoftankinhoud | 6,5 liter |
| Gewicht | 160 kg |
| Gebruik | Ideaal voor het onderhoud van gazons tot 1500 m8 |
| Onderhoud | Olie verversen wordt aanbevolen na elke 50 gebruiksuren |
| Veiligheid | Apparatuur voldoet aan Europese veiligheidsnormen, geïntegreerde mesrem |
| Algemene informatie | 2 jaar garantie, reserveonderdelen beschikbaar |
Veelgestelde vragen - TC 130 HUSQVARNA
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TC 130 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TC 130 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING TC 130 HUSQVARNA
Telescooparm (DXR 315) Het armsysteem op het model DXR 315 heeft ook een telescooparm voor een groter bereik. Toren (DXR 95) De toren kan 125º naar links of naar rechts draaien. Zo kunt u het product in vele richtingen laten werken wanneer het stilstaat. OPGELET: Monteer geen gereedschappen die te zwaar zijn. Hierdoor wordt het product minder stabiel en kan het product beschadigd raken. Toren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) De toren kan 360º draaien. Zo kunt u het product in alle richtingen laten werken wanneer het stilstaat. Het
1401 - 006 - 08.10.2024product is voorzien van een zwenkrem. Wanneer de toren niet wordt gebruikt, is de zwenkrem ingeschakeld. OPGELET: Monteer geen gereedschappen die te zwaar zijn. De draaifunctie kan dan beschadigd raken. Rupsbanden (DXR 95) Het product heeft 1 rupsband aan elke kant van het product. Elke rupsband is voorzien van een hydraulische aandrijfmotor. OPGELET: Gebruik het product niet bij temperaturen hoger dan 70 °C/158 °F. Als de temperatuur hoger is dan 70 °C/158 °F, kunnen de rubberen rupsbanden beschadigd raken. Rupsbanden (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) Het product heeft 1 rupsband aan elke kant van het product. Elke rupsband is voorzien van een hydraulische aandrijfmotor. Wanneer de rupsbanden niet in bedrijf zijn, zijn de remmen van de hydraulische aandrijfmotoren ingeschakeld. OPGELET: Gebruik de rubberen rupsbanden niet bij temperaturen hoger dan 70 °C/158 °F. Als de temperatuur hoger is dan 70 °C/158 °F, gebruik dan stalen rupsbanden. Stempelpoten Het product heeft 2 stempelpoten aan elke kant. De stempelpoten verlenen het product stabiliteit. Wanneer het product in bedrijf is, moeten de stempelpoten altijd zijn uitgeschoven. Gereedschap WAARSCHUWING: Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u de machine gebruikt. Lees ook de handleiding van het gereedschap zorgvuldig door. OPGELET: Ga na of de specificaties van het gereedschap en die van de machine (gewicht, hydraulische druk, debiet, enz.) compatibel zijn. De machine moet worden voorzien van de gereedschappen en hulpstukken die geschikt zijn voor de klus en de machine. De vereisten op het gebied van gewicht en prestaties van de gereedschappen zijn van belang bij het bepalen van de geschiktheid en compatibiliteit voor installatie op de machine. Zorg ervoor dat u de aanwijzingen in 1401 - 006 - 08.10.2024 501de bedieningshandleiding leest, begrijpt en opvolgt. Dit geldt ook voor de aanbevelingen en instructies van de leverancier van de gereedschappen. Gebruik de machine nooit in combinatie met een gereedschap dat niet wordt aanbevolen in de bedieningshandleiding of door de leverancier van de gereedschappen. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant van de machine. Lees altijd de afzonderlijke voorzorgsmaatregelen en gebruiksaanwijzingen van de betreffende leverancier van de gereedschappen voordat u een nieuw gereedschap gebruikt. Het is raadzaam de machine te gebruiken met de volgende gereedschappen en hulpstukken die door Husqvarna worden verkocht. Zie Overzicht gereedschappen op pagina 655
Gereedschappen worden in de gereedschapshouder op het armsysteem geïnstalleerd. Gebruik alleen gereedschappen die geschikt zijn voor de uit te voeren taak. Hydraulisch systeem Het hydraulische systeem regelt de hydraulische druk en het debiet in het product. Het hydraulische systeem heeft een hydrauliekolietank met filters, een hydraulische pomp, een hydrauliekoliekoeler, hydraulische motoren, hydraulische cilinders en kleppen van verschillende typen. De onderdelen zijn met elkaar verbonden via slangen of leidingen. De drukregelkleppen beperken of verlagen de druk naar de kleppen. De debietregelkleppen regelen het debiet van de hydrauliekolie en de snelheid van de functies van het product. De richtingsregelkleppen zorgen ervoor dat de hydrauliekolie naar de verschillende functies van het product stroomt. Het hydraulisch systeem heeft verschillende drukniveaus. Zie Technische gegevens op pagina 650
Als er meerdere functies tegelijkertijd worden gebruikt, wordt de druk ingesteld op de laagste waarde. Als de olietemperatuur hoger is dan 80 °C/176 °F, wordt de druk van de sloophamer automatisch verlaagd. Zo beschikt u over een langere bedrijfstijd voordat het product te heet wordt. Gebruik Het product wordt gebruikt voor sloopwerkzaamheden in vele verschillende omgevingen en voor verschillende soorten constructies. Het product kan worden gebruikt in risicogebieden, bijvoorbeeld als er een risico bestaat op vallende voorwerpen. Met de afstandsbediening kan de gebruiker het product op een veilige afstand van het risicogebied bedienen. Het product kan binnen en buiten worden gebruikt. Gebruik het product niet voor andere taken. Het product mag uitsluitend worden gebruikt door professionele gebruikers met ervaring. Er wordt voortdurend gewerkt aan het verhogen van uw veiligheid en efficiëntie tijdens bedrijf. Neem voor meer informatie contact op met uw servicedealer. De DXR 145, DXR 275, DXR 305 en DXR 315 kan worden uitgerust voor zeer hoge temperaturen en kan tevens worden gebruikt in omgevingen met gevaarlijke materialen en chemicaliën. Let op: Het gebruik van deze machine kan beperkt worden door lokale regelgeving. 502 1401 - 006 - 08.10.2024Productoverzicht (DXR 95)
10. Inspectieluik voor rupsbandspanning
15. Aansluiting voor de CAN-buskabel
16. Voet van stempelpoot
1401 - 006 - 08.10.2024 50317. Productplaatje
25. AC-DC-adapter met verschillende stekkers voor
27. Acculader voor accu van de afstandsbediening
30. Draagstel voor afstandsbediening
Productoverzicht, hydraulisch systeem (DXR 95)
2. Cilinders voor stempelpoten
3. Koeler voor hydraulische olie
4. Kleppenblok voor chassis
11. Vetpomp van de sloophamer
17. Hydraulische olie-tank (onderdeel van het chassis)
1. Controlekast, inclusief zekeringen
5. Elektromotor voor vetpomp van de sloophamer
6. Aansluiting voor extra werklamp
7. Drukschakelaar voor het hydraulische olie-filter
11. Connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
15. Waarschuwingslampje, voor bediening
16. Voedingskabel met stekker
17. Antenne, connectiviteitsmodule (niet voor alle
13. Afdekkap linkerkant
14. Aansluiting voor de CAN-buskabel
17. Voet van stempelpoot
506 1401 - 006 - 08.10.202419. Houten kist20. Smeerleiding21. Draagstel voor afstandsbediening22. AC-DC-adapter met verschillende stekkers voorverschillende markten (EU/US/UK/AU/CN)23. Vetspuit24. Bedieningshandleiding25. Productplaatje26. Accu van de afstandsbediening27. Afstandsbediening28. Acculader voor accu van de afstandsbediening29. CAN- buskabel30. 12/24 VDC-kabel en ferriet Productoverzicht, hydraulisch systeem (DXR 145)
1. Hydraulische accumulator voor rupsbandspanning2. Koeler voor hydraulische olie3. Kleppenblok, armsysteem4. Aandrijfmotor5. Steunwiel6. Cilinder voor rupsbandspanning7. Spanwiel8. Kijkglas9. Peilsensor10. Luchtfilter11. Hydraulische-olietank12. Aftapplug13. Hydraulische oliefilter14. Wartel1401 - 006 - 08.10.2024 50715. Zwenkmotor
20. Kleppenblok voor chassis
21. Klep voor rupsbandspanning
22. Cilinders voor stempelpoten
3. Connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
4. Radiocommunicatie-ontvanger
5. Controlekast, inclusief zekeringen
6. Drukschakelaar voor het hydraulische olie-filter
10. Waarschuwingslampje, voor bediening
11. Antenne, connectiviteitsmodule (niet voor alle
14. Olietemperatuursensor
8. Inspectieluik voor rupsbandspanning
16. Telescooparm, alleen voor DXR 315
17. Aansluiting voor de CAN-buskabel
19. Voet van stempelpoot
22. AC-DC-adapter met verschillende stekkers voor
27. Draagstel voor afstandsbediening
28. Rupsbandverbreder
29. Acculader voor accu van de afstandsbediening
510 1401 - 006 - 08.10.20241. Kleppenblok voor armsysteem
4. Kleppenblok voor chassis
7. Cilinder voor rupsbandspanning
9. Cilinders voor stempelpoten
14. Cilinder 5, alleen voor DXR 315
21. Koeler voor hydraulische olie
24. Hydraulische accumulator voor rupsbandspanning
25. Klep voor rupsbandspanning
1. Olietemperatuursensor 2. Hoofdschakelaar
1401 - 006 - 08.10.2024 5113. Bedieningsmodule
4. Connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
6. Controlekast, inclusief zekeringen
10. Drukschakelaar voor het hydraulische olie-filter
11. Waarschuwingslampje, voor bediening
12. Antenne, afstandsbediening radiocommunicatie
13. Antenne, connectiviteitsmodule (niet voor alle
Overzicht afstandsbediening
7. Knop rechtsboven op rechter joystick
10. Vergrendelknop voor de afstandsbediening
14. Knop voor het afstellen van de snelheid van het
16. Knop voor het afstellen van de snelheid van het
19. Knop om terug te gaan in de menustructuur
22. Rechter knop voor het display van het
23. Display van informatiecentrum
512 1401 - 006 - 08.10.202424. Linker knop voor het display van het informatiecentrum
28. Aansluiting voor de CAN-buskabel
Zekeringen De zekeringen zijn geplaatst in de zekeringhouder, achter het deksel van de controlekast. Voor informatie over laagspanning (24 DC), zie Overzicht van de zekeringen op pagina 629
De aansluiting op de wandcontactdoos staat onder hoogspanning (400/460 V AC). Voor informatie over de juiste zekeringen voor het product, zie Richtwaarden voor aansluiting op een wandcontactdoos op pagina
. Het product is voorzien van SoftStart en kan met de meeste typen zekeringen worden gestart. Als een zekering is doorgebrand, moet deze worden vervangen. Zie Een zekering vervangen (DXR 95) op pagina 627
Een zekering vervangen (DXR 145) op pagina 628
Een zekering vervangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 629 voor informatie over het vervangen van een doorgebrande zekering. Als de zekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Laat een erkende servicewerkplaats het product repareren voordat u het product opnieuw gebruikt. De storing kan zich voordoen in het elektrisch systeem of in het daarop aangesloten product. Symbolen op het product WAARSCHUWING: Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Lees de handleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt. Gebruik kleding die geschikt is voor zwaar gebruik en die niet loshangt, maar waarin u vrij kunt bewegen. Draag veiligheidshandschoenen. Gebruik laarzen met een stalen neus en antislipzool. Gebruik ademhalingsbescherming op locaties waar de lucht schadelijk kan zijn voor uw gezondheid. Gebruik een veiligheidshelm, gehoorbescherming en oogbescherming met zijbescherming. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
Hoogspanning. Risico op letsel. Zorg er tijdens het gebruik van het product voor dat er geen materiaal kan vallen en schade kan veroorzaken. Risico op letsel. Tijdens het bedrijf kan materiaal uit het product vallen of worden uitgeworpen. Gebruik tijdens bedrijf persoonlijke beschermingsmiddelen en houd afstand tot het product. Risico op letsel. Het product kan kantelen wanneer u het op hellingen gebruikt of parkeert. 1401 - 006 - 08.10.2024 513Risico op letsel. Materiaal kan tijdens bedrijf met hoge snelheid van de zijkant komen. Gebruik tijdens bedrijf persoonlijke beschermingsmiddelen en houd afstand tot het product. Risico op letsel. Zorg ervoor dat u zich boven het product bevindt wanneer u op een helling werkt. Het risico bestaat dat het product omvalt. Parkeer het product op hellingen met een maximaal hellingspercentage van 20%. Plaats het gereedschap op de grond en schuif de stempelpoten uit (DXR 95). Wees altijd voorzichtig als u in de buurt van randen werkt. Zorg ervoor dat het product stabiel staat en niet naar de rand toe beweegt tijdens bedrijf. Zorg ervoor dat het oppervlak voldoende draagvermogen heeft. Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina 524
Zorg ervoor dat de voedingskabel achter het product ligt wanneer u het product verplaatst. Zorg er ook voor dat de voedingskabel achter het product ligt wanneer de stempelpoten worden ingetrokken of uitgeschoven. Er bestaat een risico op beschadiging van de voedingskabel en een risico op elektrische schokken. Bevestig de hijsuitrusting door de hijsogen (DXR 95, DXR 145). Bevestig de hijsuitrusting door de hijsogen (DXR 275, DXR 305, DXR 315). Houd afstand tot het product tijdens gebruik. Zorg ervoor dat er zich niemand in het werkgebied begeeft tijdens bedrijf. Het werkgebied kan veranderen tijdens bedrijf. Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina 524
Het risico bestaat dat het product omvalt tijdens bedrijf. Tijdens werkzaamheden moet het product op een zo vlak mogelijke ondergrond staan en moeten de stempelpoten volledig zijn uitgeschoven. Haal de stekker uit het stopcontact wanneer u het product parkeert en voordat u onderhoud uitvoert. Sluit het product altijd aan via een aardlekschakelaar met beveiliging. De aardlekschakelaar moet afslaan bij een massastoring van 30 mA. Hydraulische accu onder druk. Er mag geen onderhoud worden uitgevoerd aan het hydraulisch systeem totdat de druk handmatig is afgelaten (DXR
145, DXR 275, DXR 305, DXR
315). Zie Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 145) op pagina 624
Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina
Warm oppervlak. Markering voorwaartse richting. Aftap. Hydraulische olie. Koelset voor perslucht (optie), (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315). Druk, (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315). Tandwielkastolie. (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) Het product mag niet worden verwerkt als huishoudelijk afval. Lever het in bij een erkende verwijderingslocatie voor elektrische en elektronische apparatuur. 514 1401 - 006 - 08.10.2024Label met geluidsemissies naar de omgeving conform de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK. Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 650
op het label. Dit product voldoet aan de geldende EU- richtlijnen. Het product voldoet aan de geldende VK- regelgeving. Let op: Overige op het product aangebrachte symbolen/plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificering voor bepaalde markten. Stickers op het product Short-Circuit Current Rating: 6kA Electrical diagram: DXR 145: 531 17 65-01 DXR 2-3xx: 531 17 65-02 Kortsluitstroomsterkte: Sluit het product niet aan op een voedingsbron met een hogere nominale stroomsterkte dan 6 kA. Hogere stroomsterkten kunnen schade aan het product veroorzaken. Voor informatie over de kortsluitstroom voor DXR 95, zie Productplaatje (DXR
De artikelnummers verwijzen naar de bedradingsschema's voor de producten. Beknopte handleiding voor onderhoud. Zie Symbolen op de sticker beknopte handleiding op pagina 515 voor meer informatie over de symbolen op de sticker. Zie Onderhoud op pagina 586 voor het volledige onderhoudsschema. Smeerpunten (alleen DXR 95). Voor meer informatie, zie Onderhoudsschema op pagina 587
Symbolen op de sticker beknopte handleiding Controleer de componenten visueel. Zorg ervoor dat de componenten het juiste aanhaalmoment hebben. Smeer de componenten. Controleer het smeermiddelpeil van de sloophamer. Controleer het peil van de hydraulische olie. Ververs de hydraulische olie. Vervang de filteronderdelen. 1401 - 006 - 08.10.2024 515Symbolen in de bovenste balk op het display
Positie Werking 1 Geen radiosignaal. Geen verbinding met het product. 2 Sterkte radiosignaal. 3 Het radiosignaal wordt geblokkeerd. 4 De kabel van de CAN-bus is aangesloten tussen het product en de afstandsbediening. 5 Laadstatus. Wanneer het accusymbool geel is, is de laadstatus 11–20%. Wanneer het accusymbool rood is, is de laadstatus minder dan 10%. 6 De accu in de linker sleuf. 7 De accu in de rechter sleuf. 8 Wordt weergegeven op producten met een connectiviteitsmodule. Het product is verbonden met een mobiel netwerk. 9 Wordt weergegeven op producten met een connectiviteitsmodule. Het product is niet ver- bonden met een mobiel netwerk. 516 1401 - 006 - 08.10.2024Symbolen in de statusbalk op het display
Positie Werking 1 De bedieningselementen op de afstandsbediening zijn vergrendeld. 2 De bedieningselementen op de afstandsbediening zijn ontgrendeld. 3 "Extra functie 1" is in bedrijf. 4 "Extra functie 2" is in bedrijf. 5 Joystickpatroon 2 is in bedrijf. 6 Joystickpatroon 3 is in bedrijf. 7 Joystickpatroon 4 is in bedrijf. 8 Graafmodus is actief. 9 De koplamp is uitgeschakeld. 10 De waterfunctie is in bedrijf. 1401 - 006 - 08.10.2024 517Symbolen op het tabblad bedieningsmodus op het display
Het tabblad bedieningsmodus verandert van oranje naar blauw als de patroontest wordt uitgevoerd. Zie "Patroontestmodus" op pagina 566
Positie Werking 1 Werkmodus is actief. 2 Transportmodus, één bedieningshendel is actief. 3 Transportmodus, twee bedieningshendels zijn actief. 4 Transportmodus, rijden is actief. 518 1401 - 006 - 08.10.2024Symbolen in de snelkoppelingsbalk op het display
Positie Werking 1 Naar boven op het display. 2 Naar beneden op het display. 3 Naar links op het display. 4 Naar rechts op het display. 5 Naar beneden in de menustructuur op het display. 6 Een keuze maken op het display. 7 Bewerken op het display. 8 Een waarde verhogen op het display. 9 Een waarde verlagen op het display. 10 Annuleren op het display. 11 Nummer 1 invoeren op het display. 12 Nummer 2 invoeren op het display. 1401 - 006 - 08.10.2024 519Positie Werking 13 Nummer 3 invoeren op het display. 14 Nummer 4 invoeren op het display. 15 Snelkoppeling om het gebruikte gereedschap te selecteren. 16 Snelkoppeling om de productstatus te bekijken. 17 Snelkoppeling om het waterniveau en het vetniveau in te stellen en de patroonmodificator in of uit te schakelen. 18 Snelkoppeling om de taal te wijzigen. 19 Snelkoppeling om storingen te bekijken. 20 Snelkoppeling om de patroontestmodus te selecteren. 21 Snelkoppeling in de patroontestmodus om het patroon te wijzigen. Symbolen in de productweergave op het display
520 1401 - 006 - 08.10.2024Positie Werking 1 Beweegbare delen op het product worden oranje weergegeven. Niet-beweegbare delen worden grijs weergegeven. 2 In patroontest. Het deel van het product dat beweegt wordt oranje weergegeven. Beweegba- re delen in de geselecteerde bedrijfsmodus worden lichtblauw weergegeven. Niet-beweeg- bare delen worden donkerblauw weergegeven. 3 De sloophamer is in bedrijf. 4 Aangepast gereedschap 1, 2 of 3 is in bedrijf. 5 De betonvergruizer is in bedrijf. 6 De staalschaar is in bedrijf. (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) 7 De graafbak is in bedrijf. 8 De sorteergrijper is in bedrijf. 9 De trommelfrees is in bedrijf. Productplaatje (DXR 95)
4. Kortsluitstroomsterkte
7. Gewicht van het product zonder gereedschappen
8. Nominaal vermogen
9. HID-nummer, verwijst naar het bouwjaar
5. Gewicht van het product zonder gereedschappen
10. HID-nummer, verwijst naar het bouwjaar
Specifieke bepalingen van de fabrikant Husqvarna AB behoudt zich het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving machinespecificaties en instructies te wijzigen. De machine mag niet worden aangepast zonder de voorafgaande, schriftelijke toestemming van de fabrikant. De eigenaar is zelf verantwoordelijk voor aanpassingen aan de machine die na levering door Husqvarna AB en zonder de schriftelijke toestemming van de fabrikant zijn aangebracht. 1401 - 006 - 08.10.2024 521Aanpassingen kunnen nieuwe risico's met zich meebrengen voor de operator, de machine en de omgeving. Aanpassingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor onder meer de kracht van de machine en de veiligheid. De eigenaar is zelf verantwoordelijk voor het opgeven van de aanpassingen die hij wil aanbrengen en dient zelf contact op te nemen met de fabrikant van de machine om vooraf toestemming te vragen. Husqvarna AB biedt geen garanties aangaande de geschiktheid of compatibiliteit van niet-goedgekeurde gereedschappen die op de machine worden gemonteerd en is niet aansprakelijk voor het gebruik van gereedschappen die niet worden verkocht door Husqvarna AB. Alle informatie en gegevens in deze bedieningshandleiding waren van toepassing op de datum dat deze gebruiksaanwijzing ter perse ging. Schade aan het product We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Dit product kan bij onvoorzichtig of onjuist gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Het is erg belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing leest en begrijpt voordat u dit product gaat gebruiken.
- Bewaar alle waarschuwingen en instructies.
- U dient alle toepasselijke wet- en regelgeving in acht te nemen.
- De gebruiker en de werkgever van de gebruiker dienen op te hoogte te zijn van de risico's tijdens het gebruik van het product en moeten deze voorkomen.
- Zorg ervoor dat dit product alleen wordt gebruikt door personen die de inhoud van de gebruikershandleiding hebben gelezen en begrepen.
- Gebruik het product alleen als u voorafgaand aan gebruik training hebt ontvangen. Zorg ervoor dat alle gebruikers getraind worden.
- Laat het product niet door een kind bedienen.
- Het product mag alleen worden gebruikt door goedgekeurde personen.
- De gebruiker is verantwoordelijk indien ongelukken gebeuren met andere mensen of hun eigendommen.
- Gebruik het product nooit als u moe of ziek bent of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat het product niet gebruiken door iemand die moe of ziek is of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand.
- Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te verminderen, raden wij personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze dit product gebruiken.
- Houd het product schoon. Zorg ervoor dat u de aanduidingen en stickers duidelijk kunt lezen.
- Gebruik het product niet als het beschadigd is.
- Breng geen wijzigingen aan dit product aan.
1401 - 006 - 08.10.2024• Gebruik het product niet als de mogelijkheid bestaat dat andere personen wijzigingen aan het product hebben aangebracht.
- Zet de OFF/ON/START-schakelaar op de afstandsbediening in de stand OFF wanneer het product is geparkeerd en tijdens het transport van het product. Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Zorg ervoor dat u bekend bent met het werkgebied, zoals de sterkte van vloerstructuren en de ligging van kabels. De gebruiker is verantwoordelijk voor het controleren van het werkgebied.
- Maak altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
- Houd onbevoegden op veilige afstand van het werkgebied.
- Zorg ervoor dat u stabiel en veilig staat tijdens het gebruik.
- Draag goedgekeurde valbeveiligingssystemen wanneer u het product gebruikt op locaties waar een risico op vallen bestaat.
- Blijf uit de buurt van plaatsen waar het product u kan raken. Blijf uit de buurt van het armsysteem als dit omhoog wordt gebracht of staat.
- Blijf onder het werkobject vandaan.
- Zorg ervoor dat u niet kunt worden geraakt door losrakend materiaal tijdens het bedrijf.
- Bedien het product op een veilige manier. Gebruik het product niet voordat alle veiligheidsrisico's zijn weggenomen.
- Gebruik het product niet om personen op te tillen.
- Stop het product voordat u dit achterlaat.
- Houd de afstandsbediening buiten bereik van onbevoegden.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u apparaat onbeheerd achterlaat.
- Houd uw voeten uit de buurt van de kabel van de afstandsbediening en de voedingskabel om het risico op letsel door vallen te verminderen.
- Gebruik de kabelverbinding tussen het product en de afstandsbediening niet als er een risico op omvallen van het product bestaat.
- Zet de motor onmiddellijk stop als het product niet correct werkt.
- Gebruik het product alleen als u weet dat u hulp kunt krijgen indien zich een ongeval voordoet.
- Als er trillingen optreden in het product of als het geluidsniveau van het product ongewoon hoog is, dient u het product onmiddellijk te stoppen. Controleer het product op schade. Repareer schade of laat een erkende servicewerkplaats de reparatie uitvoeren.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudswerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Gebruik altijd goedgekeurde accessoires. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer.
- Gebruik het product niet als de temperatuur van de hydrauliekolie hoger is dan 90 °C/194 °F. Het hydraulisch systeem en de elektrische onderdelen kunnen dan beschadigd raken.
- Gebruik het product niet in combinatie met gereedschappen en houd een lagere snelheid aan als de temperatuur van de hydrauliekolie lager is dan 10 °C/50 °F. Raadpleeg Het product laten opwarmen op pagina 538
- Gebruik het product op hoogten van minder dan 1000 m. Als het product moet worden gebruikt op hoogten van meer dan 1000, raadpleeg dan uw Husqvarna-servicewerkplaats.
- Gebruik het product niet zonder dat de kappen zijn gemonteerd. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt. De persoonlijke beschermingsmiddelen nemen het risico op letsel niet weg. De persoonlijke beschermingsmiddelen verlagen de ernst van het letsel indien zich een ongeval voordoet. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde oogbescherming met zijbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Gebruik kleding die geschikt is voor zwaar gebruik en die niet loshangt, maar waarin u vrij kunt bewegen.
- Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen die een stevige greep mogelijk maken.
- Draag een goedgekeurde veiligheidshelm.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
- Het product kan stof en dampen veroorzaken die gevaarlijke chemicaliën bevatten. Gebruik goedgekeurde ademhalingsbescherming.
- Zorg ervoor dat chemicaliën zoals reinigingsmiddelen, vet en hydraulische olie niet in contact komen met de huid. Hydraulische olie 1401 - 006 - 08.10.2024 523en vet kunnen huidirritatie veroorzaken. Reinig de huid onmiddellijk als deze in aanraking komt met chemicaliën.
- Draag goedgekeurde valbeveiligingssystemen wanneer u het product gebruikt op locaties waar een risico op vallen bestaat.
- Gebruik laarzen met een stalen neus en antislipzool.
- Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt.
- Er kunnen vonken optreden bij de bediening van de machine. Zorg ervoor dat u een brandblusapparaat bij de hand hebt. Veiligheid van het werkgebied WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er geen personen, kinderen of dieren in het werkgebied zijn. Als een persoon of dier het werkgebied binnenkomt, stopt u het product onmiddellijk.
- Wees alert op omstanders, objecten en situaties die veilig werken met het product kunnen verhinderen.
- Tijdens bedrijf is het niet toegestaan dat personen zich in het werkgebied (X) of (Y) bevinden, zoals weergegeven in de afbeelding. Dit geldt voor zowel omstanders als bestuurder. Oppervlak (X) is het bereik van het product. Zie Afmetingen bereik op pagina 662
De afmetingen van het werkgebied (Y) kunnen afwijken vanwege verschillende werkmethoden, werkobjecten, gereedschappen en oppervlakken. Onderzoek mogelijke risico's alvorens het product te gebruiken. Wijzig het werkgebied als de omstandigheden tijdens bedrijf veranderen.
- Zet het werkgebied af.
- Vergroot het werkgebied als u op hoogte werkt. Zet het risicogebied af op de grond. Zorg ervoor dat materialen niet kunnen vallen en letsel veroorzaken.
- Houd het werkgebied voldoende verlicht.
- Het product kan over lange afstanden met een afstandsbediening worden bediend. Gebruik het product uitsluitend als u onbelemmerd zicht hebt op het product en het bijbehorende risicogebied. Gebruik een camerasysteem als u niet genoeg zicht hebt.
- Verwijder obstakels uit het werkgebied.
- Wees voorzichtig als er een risico bestaat op gladde oppervlakken.
- Controleer de toestand van de ondergrond en de dragende constructies om ervoor te zorgen dat materialen, uitrusting en omstanders niet kunnen (om)vallen.
- Gebruik het product niet in gebieden waar brand of explosies kunnen optreden.
- Het werkgebied controleren vóór gebruik van het product. Breng markeringen aan op plaatsen waar zich leidingen, elektrische kabels, elektrische bronnen en elektrische apparatuur bevinden om schade hieraan tijdens bedrijf te voorkomen.
- Zorg ervoor dat de leidingen in het werkgebied leeg zijn. Zorg ervoor dat de elektrische kabels, elektrische bronnen en elektrische apparatuur in het werkgebied zijn losgekoppeld. Het product moet uit de buurt blijven van elektriciteitsleidingen in de lucht. Elektrische veiligheid WAARSCHUWING: Er is altijd kans op schokken van elektrische producten. Gebruik het product niet bij slecht weer, zoals dichte mist, hevige regen, harde wind of zandstormen. Gebruik het product altijd zoals in deze bedieningshandleiding wordt beschreven om letsel te voorkomen. WAARSCHUWING: Het grootste fysieke gevaar dat de stroom die door het lichaam loopt kan vormen, is het effect dat dit mogelijk heeft op het hart. Daarom moet onderhoudspersoneel een EHBO-cursus hebben gevolgd, waarin reanimatietechnieken worden geleerd en het gebruik van een automatische externe defibrillator (AED).
- Controleer of de spanning van het elektriciteitsnet en de sterkte van de zekering passen bij de spanning die wordt aangegeven op het typeplaatje van het product. Zie Technische gegevens op pagina 650
- DXR 95 voldoet aan IEC 61000-3-12.
- Houd de voedingskabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Een beschadigde voedingskabel verhoogt het risico op elektrische schokken.
- Stop het product altijd voordat u de stekker uit het stopcontact haalt.
- Gebruik het product niet als de voedingskabel of de stekker beschadigd is. Laat onderhoud
1401 - 006 - 08.10.2024aan het product uitvoeren door een erkende servicewerkplaats. Een beschadigde voedingskabel kan ernstig letsel en de dood veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de voedingskabel niet onder het product terechtkomt wanneer dit beweegt of de stempelpoten worden ingetrokken of uitgeschoven.
- Gebruik de voedingskabel op de juiste manier. Gebruik de voedingskabel niet om het product te verplaatsen, te trekken of los te koppelen. Trek aan de stekker om de voedingskabel los te koppelen. Trek niet aan de voedingskabel.
- Gebruik het product niet in water dat zo diep is, dat de elektrische apparatuur van het product nat wordt. De elektrische apparatuur kan beschadigd raken en het product kan onder stroom komen te staan en letsel veroorzaken.
- Open de controlekast niet wanneer het product is aangesloten op een voedingsbron. Sommige onderdelen in de controlekast staan altijd onder stroom.
- Sluit het product altijd aan op een aardlekcircuit dat uitschakelt bij een massastoring van 30 mA.
- Zorg ervoor dat de hydraulische aansluitingen niet in aanraking komen met elektriciteitsbronnen. De hydraulische aansluitingen zijn niet elektrisch geïsoleerd. Er bestaat een gevaar voor elektrische schokken. Instructies voor geaard product WAARSCHUWING: Een verkeerde aansluiting kan leiden tot elektrische schokken. Raadpleeg een erkende elektricien als u niet zeker weet of de contactdoos van het elektriciteitsnet correct geaard is. Breng geen wijzigingen aan de stekker aan ten opzichte van de fabrieksspecificatie. Als de stekker of de voedingskabel beschadigd is of moet worden vervangen, raadpleeg dan uw Husqvarna-servicewerkplaats. Volg de lokale regel- en wetgeving. Neem contact op met een erkende elektricien als u de instructies over het geaarde product niet volledig begrijpt. Gebruik alleen geaarde verlengkabels voor buitengebruik met geaarde stekkers en geaarde contactdozen die geschikt zijn voor de stekker van het product. Het product heeft een geaarde voedingskabel en een geaarde stekker. Sluit het product altijd aan op een geaard stopcontact. Dit vermindert de kans op een elektrische schok. Sluit geen elektrische adapters aan op de stekker van het product of op het inkomende stopcontact. Verlengkabels
- Gebruik alleen goedgekeurde verlengkabels met een goedgekeurde lengte die voldoet aan de vereisten. Zie Richtwaarden voor aansluiting op een wandcontactdoos op pagina 658
- De markering op de verlengkabel moet gelijk zijn aan of hoger zijn dan de waarde op het productplaatje van het product.
- Gebruik geaarde verlengkabels.
- Gebruik een verlengkabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis wanneer u buiten werkt met het product. Dit vermindert de kans op een elektrische schok.
- Houd de aansluiting op de verlengkabel droog en zorg dat deze de grond niet raakt.
- Houd de verlengkabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Een beschadigde kabel verhoogt het risico op elektrische schokken.
- Controleer of de verlengkabel in goede staat verkeert en niet beschadigd is.
- Gebruik de verlengkabel niet in opgerolde toestand. Daardoor kan de kabel oververhit raken. Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik de accu nooit als u moe of ziek bent of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat de accu niet gebruiken door iemand die moe of ziek is of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat de accu niet gebruiken door een kind.
- Gebruik uitsluitend de Li-ion-accu's die wij voor uw product aanbevelen. De accu's zijn voorzien van softwarematige encryptie.
- Gebruik uitsluitend originele Scanreco accu's voor dit product. Er bestaat explosiegevaar als de accu's worden vervangen door accu's van een onjuist type. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer.
- Gebruik de Li-ion-accu's die oplaadbaar zijn uitsluitend als een voedingsbron voor de bijbehorende producten van Husqvarna. Gebruik de accu's niet als voedingsbron voor andere apparaten om letsel te voorkomen.
- Risico van elektrische schok. Breng de accuklemmen niet in contact met sleutels, schroeven of ander metaal. Dit kan kortsluiting van de accu veroorzaken.
- Als er een accu lekt, zorg er dan voor dat de vloeistof niet in aanraking komt met uw huid of ogen. Als u in aanraking bent gekomen met de vloeistof, reinig het oppervlak dan met een ruime hoeveelheid water en raadpleeg een arts. 1401 - 006 - 08.10.2024 525• Gebruik geen accu's die niet oplaadbaar zijn.
- Breng geen wijzigingen aan de accu's aan.
- Plaats geen voorwerpen in de luchtspleten van de accu's.
- Bescherm de accu's tegen direct zonlicht, warmte of open vuur. De accu's kunnen een explosie en brandwonden en/of chemische brandwonden veroorzaken.
- Bescherm de accu's tegen regen en vocht.
- Houd de accu's uit de buurt van magnetrons en hoge druk.
- Probeer de accu's niet te demonteren of te slopen.
- Gebruik de accu's bij omgevingstemperaturen tussen -20°C/-4°F en 60 °C/140°F.
- Laad de accu's op bij temperaturen tussen 10°C/ 50°F en 45°C/113°F.
- Reinig de accu's of acculader nooit met water. Zie De accu's en de acculader reinigen op pagina 591
- Gebruik geen beschadigde accu's.
- Sla accu's op uit de buurt van metalen voorwerpen, bijvoorbeeld spijkers, schroeven en sieraden.
- Verwijder de accu's uit de afstandsbediening als u het product langer dan 1 week niet gebruikt. Veiligheidsvoorschriften voor acculader WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik de acculader niet in de buurt van brandbare materialen of explosieve materialen.
- Gebruik geen beschadigde acculader.
- Gebruik alleen de originele Scanreco-acculader voor het opladen van de accu's.
- Gebruik de acculader nooit als u moe of ziek bent of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat de acculader niet gebruiken door iemand die moe of ziek is of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat de acculader niet gebruiken door een kind.
- Gebruik de acculader niet als de aansluitkabel beschadigd is.
- Dek de acculader niet af.
- Laad de accu alleen binnenshuis op, uit de buurt van zonlicht, op een trillingsvrije plaats met een goede luchtstroom. Laad de accu niet op in vochtige omstandigheden.
- Laad niet-oplaadbare accu's niet op in de acculader.
- Sluit de acculader niet kort.
- De acculader moet extern gezekerd zijn met een 3,0 A-zekering.
- Als de acculader niet wordt gebruikt, verwijdert u de stekker uit het stopcontact.
- Gebruik de acculader niet bij temperaturen hoger dan 45 °C.
- De acculader mag uitsluitend worden gevoed met zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS) zoals op de acculader vermeld.
- De verbinding met de voeding moet voldoen aan de landelijke richtlijnen voor bedrading. Veiligheid bij bediening WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Zorg ervoor dat u weet wat de voorkant en de achterkant van het product is. Kijk naar de markeringen voor de voorwaartse richting op de zijkanten van de rupsbanden om verkeerd gebruik te voorkomen.
- Zorg ervoor dat het armsysteem is ingeschoven wanneer de stempelpoten zijn ingeschoven. Dit vermindert het risico dat het product omvalt.
- Tijdens bedrijf met een sloophamer of graafbak wordt het gewicht van het product gebruikt om de kracht op het werkobject te vergroten. Hierdoor kunnen de stempelpoten van de grond komen. Laat de stempelpoten niet meer van de grond komen dan nodig is. Wanneer de stempelpoten van de grond komen, bestaat het risico dat het product kantelt en de belasting op het resterende steunmechanisme toeneemt.
- In sommige kleine ruimtes is het niet mogelijk om de stempelpoten uit te schuiven. Pas uw gebruik aan als de stempelpoten niet zijn uitgeschoven. Er bestaat verhoogd risico dat het product omvalt als het armsysteem beweegt zonder dat de stempelpoten zijn uitgeschoven.
- Als het product wordt gebruikt in combinatie met een sloophamer, is het risico op omvallen van het product groter. Dit kan ervoor zorgen dat de stempelpoten met grote kracht tegen de bodem slaan. Zorg ervoor dat er geen risico op schade of letsel bestaat als dit gebeurt.
- Zorg ervoor dat de stempelpoten zijn uitgeschoven en dat het armsysteem vlak boven de grond blijft wanneer de toren naar de zijkant draait.
- Bedien de toren voorzichtig. Voorafgaand aan de werkzaamheden is het lastig te bepalen welke draairichtingen nodig zijn.
- Stoot niet tegen het werkobject met het armsysteem of de toren. Gebruik de gemonteerde gereedschappen alleen voor de beoogde werkzaamheden.
- Houd het product tijdens bedrijf zo vlak mogelijk en zorg ervoor dat de stempelpoten volledig zijn uitgeschoven. Gebruik het armsysteem niet als de stempelpoten zijn ingetrokken.
- Plaats het product dichtbij het werkobject om de belasting op het armsysteem te verminderen. Dit vermindert het risico dat het product omvalt.
- Maak het product niet vast aan muren of andere voorwerpen om de kracht op het werkobject te
1401 - 006 - 08.10.2024vergroten. Dit kan tot overbelasting van het product en het gereedschap leiden.
- Gebruik de cilinders niet in de binnenste of buitenste eindstand om overbelasting te voorkomen. Houd een kleine afstand aan tot de eindstanden.
- Gebruik de cilinders niet in de eindstanden wanneer u de sloophamer in de opwaartse richting gebruikt. Dit kan schade aan cilinders 1 en 2 veroorzaken.
- Gebruik de cilinders niet in de eindstanden wanneer u de sloophamer in de neerwaartse richting gebruikt. Dit kan schade aan cilinder 3 veroorzaken.
- DXR 315: Gebruik de telescooparm niet om het gereedschap tegen het werkobject te duwen.
- Wanneer de werkzaamheden zijn afgerond, laat u eerst het armsysteem op de grond zakken voordat u het product stopt.
- Start het product elke 24 uur opnieuw op om te controleren of het naar behoren werkt. Veiligheidsinstructies voor gebruik op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Zorg ervoor dat het werkgebied veilig is. Wees voorzichtig wanneer u het product op hellingen en ruwe oppervlakken gebruikt. Natte en losse grond verhoogt het risico op een ongeval. Voor informatie over de maximale hellingshoek, zie Technische gegevens op pagina 650
- Loop achter het product of langs de zijkant bij werkzaamheden op vlakke ondergrond. Wees voorzichtig bij het werken op hellingen. Loop of sta niet onder het product. Dit product is zwaar en kan ernstig letsel veroorzaken als het valt.
- Losse grond, trillingen en de bedrijfssnelheid kunnen ertoe leiden dat het product valt op een helling met een kleinere hoek.
- Zorg ervoor dat de ondergrond stabiel genoeg is wanneer u op hellingen werkt.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Gebruik het product op en neer tegen de helling, niet naar opzij. Zorg ervoor dat het armsysteem in de richting van de helling wijst.
- Gebruik de rupsbanden en de toren niet tegelijkertijd om plotselinge, ongewenste bewegingen te voorkomen.
- Houd het armsysteem en de stempelpoten zo laag mogelijk op hellingen.
- Zeker het product als het risico bestaat op plotselinge, ongewenste bewegingen tijden bedrijf op een helling.
- Zorg ervoor dat het product niet kan omvallen tijdens bedrijf. Er bestaat gevaar voor letsel en schade.
- Als het product moet worden geparkeerd, zorg er dan voor dat u dit op een vlakke ondergrond doet. Klap het armsysteem in en zet de gereedschappen op een vlakke ondergrond. 1401 - 006 - 08.10.2024 527• U kunt de DXR 95 op hellingen parkeren met een maximale hoek (A) van 20%. Trek het armsysteem in en plaats het gereedschap tegen het oppervlak. Klap de stempelpoten uit.
Veiligheidsinstructies voor gebruik nabij randen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product niet met een kabelaansluiting wanneer het werkgebied vlakbij een rand ligt. Gebruik het product alleen via een radioverbinding.
- Oppervlakken die niet stabiel genoeg zijn en onjuiste bediening kunnen leiden tot ongewenste bewegingen van het product. Wees voorzichtig wanneer u in de buurt van schachten of greppels of op hoogten werkt.
- Zeker het product en losse gereedschappen altijd als u in de buurt van randen werkt.
- Zorg ervoor dat het product stabiel staat en niet in de buurt van de rand beweegt tijdens bedrijf.
- Zorg ervoor dat de ondergrond stabiel genoeg is voor het gewicht van het product. Zie Technische gegevens op pagina 650
- Zorg ervoor dat het oppervlak bestand is tegen de trillingen van het product. Tijdens het gebruik lopen trillingen van het product naar het oppervlak. Veiligheidsinstructies voor gebruik op ruwe ondergrond WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Schuif de stempelpoten uit tot vlak boven het grondoppervlak, wanneer u het product over ruwe ondergronden verplaatst.
- Het armsysteem kan worden gebruikt om de rupsbanden boven ruwe ondergrond te tillen. Draai of hef het armsysteem niet te hoog. Het risico bestaat dat het product omvalt.
- Een ruwe ondergrond kan ertoe leiden dat het product kantelt en omvalt. Trek het armsysteem in om het zwaartepunt dichter naar het midden van het product te brengen. Dit vermindert het risico dat het product omvalt.
- Oppervlakken met onvoldoende draagvermogen kunnen ertoe leiden dat het product van richting verandert of omvalt. Controleer altijd het oppervlak voordat u het product start. Controleer ook of er geen gaten zitten onder materialen met onvoldoende draagvermogen.
- De rupsbanden hebben weinig grip op een gladde ondergrond. Water, stof en vuil kunnen de grip nog verder verminderen. Minder grip verhoogt het risico op ongewenste beweging van het product. Veiligheidsaanwijzingen voor bedrijf op stalen rupsbanden WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen stalen rupsbanden op hellingen met een hard oppervlak. De wrijving van de stalen rupsbanden is laag en het product kan beginnen te verschuiven.
- De stalen rupsbanden zijn zwaarder dan rubberen rupsbanden. Zie Technische gegevens op pagina
Veiligheidsaanwijzingen voor gebruik van een sloophamer met langere werkgereedschappen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Verwijder het werkgereedschap voordat u het product gaat vervoeren.
- Lang werkgereedschap verhoogt de slijtage van de sloophamer en de bussen van de sloophamer.
- Breng geen zijbelasting op de sloophamer aan. Zijbelasting kan ervoor zorgen dat het werkgereedschap breekt.
- Verlaag de snelheid van het product naar <50% om de draaisnelheid van de sloophamer te verlagen en om voor betere controle te zorgen als er lange werkgereedschappen gemonteerd zijn. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. 528 1401 - 006 - 08.10.2024• Gebruik het product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn.
- Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neemt u contact op met uw Husqvarnaerkende servicewerkplaats.
- Breng geen wijzigingen aan de veiligheidsvoorzieningen aan. Noodstopknop op het product (DXR 95) De noodstopknop wordt gebruikt om de motor en alle gevaarlijke bewegingen snel te stoppen. OPGELET: Gebruik de noodstopknop niet als stopknop voor het product. De noodstopknop op het product (DXR 95) controleren
1. Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de
noodstopfunctie op te heffen.
2. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
5. Druk op de noodstopknop.
6. Draai de noodstopknop rechtsom om deze uit te
schakelen. Let op: Neem contact op met een Husqvarna servicewerkplaats als het niet mogelijk is het product opnieuw te starten nadat u de noodstopknop hebt gecontroleerd. Noodstopknop op het product (DXR 145) De noodstopknop wordt gebruikt om de motor en alle gevaarlijke bewegingen snel te stoppen. OPGELET: Gebruik de noodstopknop niet als stopknop voor het product. De noodstopknop op het product (DXR 145) controleren
1. Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de
noodstopfunctie op te heffen.
2. Open het rechter luik op het product.
3. Zet de hoofdschakelaar in de ON-stand.
4. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
1401 - 006 - 08.10.20245. Controleer of de machinestopknop (B) is uitgeschakeld.
7. Druk op de noodstopknop.
8. Draai de noodstopknop rechtsom om deze uit te
schakelen. Let op: Neem contact op met een Husqvarna servicewerkplaats als het niet mogelijk is het product opnieuw te starten nadat u de noodstopknop hebt gecontroleerd. Noodstopknop op het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) De noodstopknop wordt gebruikt om de motor en alle gevaarlijke bewegingen snel te stoppen. OPGELET: Gebruik de noodstopknop niet als stopknop voor het product. 1401 - 006 - 08.10.2024 531De noodstopknop op het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) controleren
1. Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de
noodstopfunctie op te heffen.
2. Open het rechter luik op het product.
3. Zet de hoofdschakelaar in de ON-stand.
4. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
8. Draai de noodstopknop rechtsom om deze uit te
schakelen. Let op: Neem contact op met een Husqvarna servicewerkplaats als het niet mogelijk is het product opnieuw te starten nadat u de noodstopknop hebt gecontroleerd. Machinestopknop op de afstandsbediening De machinestopknop wordt gebruikt om de motor snel te stoppen. OPGELET: Gebruik de machinestopknop niet als stopknop voor het product. De machinestopknop op de afstandsbediening controleren (DXR 95)
1. Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de
noodstopfunctie op te heffen.
2. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
noodstopfunctie op te heffen.
2. Open het rechter luik op het product.
3. Draai de hoofdschakelaar naar de stand ON.
4. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
noodstopfunctie op te heffen.
2. Open het rechter luik op het product.
3. Draai de hoofdschakelaar naar de stand ON.
4. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
vrij te geven. Zwenkvergrendeling (DXR 95) De zwenkvergrendeling voorkomt dat de mast draait. De zwenkvergrendeling moet worden ingeschakeld wanneer het product is geparkeerd en tijdens het transport van het product. De draaivergrendeling controleren (DXR 95)
1. Verwijder de borgpen (A) en til de
zwenkvergrendeling (B) uit de opbergstand.
536 1401 - 006 - 08.10.20243. Plaats de borgpen (C).
4. Zorg ervoor dat de toren vergrendeld is en niet
draait. Noodontlastvoorziening (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) De noodontlastvoorziening wordt gebruikt om het armsysteem handmatig naar de grond te laten zakken als het product niet correct werkt of de motor een storing vertoont. WAARSCHUWING: Als het product niet correct werkt, moet de gebruiker bij het product blijven totdat het stabiel is en in veilige toestand verkeert. De noodontlastvoorziening (DXR 145) bedienen
1. Draai de borgmoer op elk ventiel een aantal slagen
om de stelschroef te ontgrendelen.
2. Haal de stelschroef op elk ventiel aan om de
hydraulische druk af te laten. Het armsysteem zakt naar de grond.
3. Blijf bij het product totdat het armsysteem de grond
heeft bereikt en het product stabiel is. De noodontlastvoorziening (DXR 275, DXR 305, DXR 315) bedienen
1. Verwijder de afdekking aan de rechterkant van het
2. Draai de borgmoer op elk ventiel een aantal slagen
om de stelschroef te ontgrendelen.
3. Haal de stelschroef op elk ventiel aan om de
hydraulische druk af te laten. Het armsysteem zakt naar de grond.
4. Blijf bij het product totdat het armsysteem de grond
heeft bereikt en het product stabiel is. Essentiële veiligheidsonderdelen Laat uw essentiële veiligheidsonderdelen onderhouden door een Husqvarna-servicedealer die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de essentiële veiligheidsonderdelen aan. Essentiële veiligheidsonderdelen zijn de AC- contactor en de rotatieklep (alleen DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315), de veiligheids-PLC, de noodstopknop, de circulatieklep, de druksensor, de pompdrukregelaar, de afstandsbediening en de ontvanger van de afstandsbediening. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. WAARSCHUWING: Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Voer alle inspectie- en onderhoudswerkzaamheden uit terwijl de motor is gestopt en de voedingsstekker is losgekoppeld. 1401 - 006 - 08.10.2024 537• Zorg ervoor dat alle onderdelen in een goede staat blijven en controleer of alle fittingen goed vastzitten.
- Vervang versleten componenten. Het risico op mechanische storingen is groter wanneer het product wordt gebruikt met beschadigde of versleten onderdelen.
- Vervang versleten of ontbrekende symbolen en stickers.
- Gebruik geen product dat defect is. Voer de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en onderhouds- en servicetaken uit. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkende servicewerkplaats.
- Zorg ervoor dat u de nodige training hebt gevolgd om onderhoud uit te voeren.
- Gebruik een hefinrichting om zware onderdelen van het product op te tillen en om ze in een stabiele toestand te houden tijdens onderhoud. Vergrendel onderdelen van het product mechanisch vóór onderhoud om letsel door bewegende delen te voorkomen.
- Vergrendel en label het product wanneer u het achterlaat.
- Onderhoudswerkzaamheden aan het elektrisch en hydraulisch systeem mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd onderhoudspersoneel.
- Controleer het product regelmatig om een goede werking te waarborgen. Zie Onderhoudsschema op pagina 587
- Probeer nooit met uw handen hydraulische lekkages op te sporen. Probeer de storing visueel op te sporen.
- Vang hydraulische olie op als u morst. Verzamel voorwerpen die verontreinigd zijn. Verwijder alle verontreinigde voorwerpen in overeenstemming met de geldende milieuvoorschriften. Hydraulische olie is schadelijk voor het milieu en kan verontreiniging van het grondwater en de bodem veroorzaken. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Voordat u het product gebruikt
1. Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en
zorg dat u de instructies hebt begrepen.
2. Draag de benodigde persoonlijke
beschermingsmiddelen. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
3. Gebruik een draagstel voor de afstandsbediening
om uw lichaam in de juiste positie te houden en letsel te voorkomen.
4. Zorg ervoor dat er geen personen in het werkgebied
5. Voer dagelijks onderhoud uit. Zie
Onderhoudsschema op pagina 587
6. Controleer of het product niet beschadigd is.
7. Monteer het gereedschap op het product. Zorg
ervoor dat het gereedschap correct en veilig is gemonteerd. Zie Gereedschappen monteren op en verwijderen van het product (DXR 95) op pagina 540
Gereedschappen monteren op en verwijderen van het product (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 541
8. Controleer of de veiligheidsvoorzieningen op het
product in orde zijn.
9. Plaats het product in het werkgebied. Zorg ervoor
dat het vervoer van het product naar en in het werkgebied veilig en correct wordt uitgevoerd. Zie Transport op pagina 646
goede staat verkeren en niet beschadigd zijn.
11. Sluit het product aan op een stroombron. Zie
Het product op een stroombron aansluiten op pagina
12. Zorg ervoor dat gereedschappen, zoals
schroevendraaiers of andere voorwerpen die niet worden gebruikt, uit de buurt van het product worden gelegd.
13. Zorg ervoor dat de temperatuur van de hydraulische
olie niet lager is dan 10 °C/50 °F. Raadpleeg Het product laten opwarmen op pagina 538
Het product op een stroombron aansluiten WAARSCHUWING: Sluit het product altijd aan via een aardlekschakelaar met beveiliging. De aardlekschakelaar moet afslaan bij een massastoring van 30 mA.
1. Controleer of de spanning compatibel is met
het product en of de juiste zekeringen worden gebruikt. Zie Richtwaarden voor aansluiting op een wandcontactdoos op pagina 658
2. Sluit de stekker van het product aan op de
3. Sluit de verlengkabel aan op een stopcontact.
Het product laten opwarmen OPGELET: Laat de pomp niet onder maximale druk draaien als de temperatuur van de hydraulische olie lager is dan 10 °C/50 °F. De maximale pompdruk wordt 538 1401 - 006 - 08.10.2024bereikt als u de stempelpoten of het armsysteem helemaal uitschuift.
1. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
2. Klap de stempelpoten uit. Zie
De stempelpoten bedienen op pagina 584
3. Bedien de rupsbanden eerst langzaam en dan
4. Beweeg het armsysteem langzaam in alle richtingen.
Het armsysteem mag niet worden belast.
5. Navigeer naar de productstatus op de
afstandsbediening om de temperatuur van de hydraulische olie te controleren. Zie Menu "Machinestatus" op pagina 549 . De optimale bedrijfstemperatuur ligt tussen 40 °C/104 °F en 55 °C/131 °F.
6. Als de temperatuur niet correct is, voer de procedure
dan opnieuw uit. De rupsbandverbreders monteren en verwijderen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) Dankzij de rupsbandverbreders is het product stabieler.
1. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
2. Plaats het product op een stabiel oppervlak.
3. Klap de stempelpoten uit. Zie
De stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
5. Voer de volgende procedure uit voor elke rupsband.
a) Draai de 4 bouten (A) en (B) voor de rupsbandverbreder los.
b) Schuif de plaat (C) opzij. c) Trek de rupsband (D) naar buiten totdat deze niet verder gaat. d) Er moet voldoende afstand zitten tussen de rupsband en het product voor de rupsbandverbreder. Draai de 2 bouten (B) indien nodig nog wat verder los. Trek de rupsband (D) naar buiten totdat deze niet verder gaat. e) Monteer de rupsbandverbreder. De gaten in de rupsbandverbreder moeten naar het product gericht zijn. 1401 - 006 - 08.10.2024 539f) Druk de rupsband (E) tegen het product.
g) Haal de 2 M10-bouten (F) en de 2 M24-bouten(G) voor de rupsbandverbreder aan. Haal deM10-bouten aan met 47 Nm en de M24-boutenmet 500 Nm.6. Verwijder de rupsbandverbreders in de omgekeerdevolgorde. Gereedschappen monteren op en verwijderen van het product (DXR 95) Als er geen gereedschap op het product is gemonteerd,moeten de slangen op het product altijd op elkaar zijnaangesloten. WAARSCHUWING: Zorg ervoordat het gereedschap correct en veilig isgemonteerd. Het gereedschap kan ernstigletsel veroorzaken als het van het productvalt. WAARSCHUWING: Het is mogelijk dat u het werkgebied moet betreden omhet gereedschap te verwisselen. Voorkomonbedoeld starten van het product terwijl uhet gereedschap verwisselt en zorg ervoordat u het product snel kunt stoppen. Houdhanden en voeten uit gebieden waar eenrisico op verbrijzelde ledematen bestaat.1. Verwijder vuil uit de hydraulische koppelingen vanhet product.2. Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571
3. Plaats het product op een stabiel oppervlak.4. Klap de stempelpoten uit. Zie
De stempelpoten bedienen op pagina 584
5. Plaats het gereedschap vóór het product. De houderop het gereedschap moet naar het product gericht
zijn. 6. Controleer of het gereedschap correct isgepositioneerd. Voer de volgende procedure uit:a) Verwijder de 2 borgpennen (A) en de 2 assen (B). A B b) Verplaats het armsysteem tot de voorste gatenop de gereedschapskoppeling (C) op één lijnliggen met de voorste gaten op het gereedschap (D).
540 1401 - 006 - 08.10.2024c) Monteer de vooras (E) en vergrendel deze met de borgpen (F).
d) Til het armsysteem op en schuif cilinder 4 volledig in om de achterste gaten op de gereedschapskoppeling (G) uit te lijnen met de achterste gaten op het gereedschap (H).
e) Monteer de achteras (I) en zet hem vast met de borgpen (J).
7. Sluit de slangen van het gereedschap aan op het
product. Voer de volgende procedure uit: a) Sluit de retourslang (H) aan op poort A (E) aan de rechterkant van het product.
b) Sluit de drukslang (M) aan op poort B (N) aan de linkerkant van het product.
8. Verwijder het gereedschap in de omgekeerde
volgorde. Gereedschappen monteren op en verwijderen van het product (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) Als er geen gereedschap op het product is gemonteerd, moeten de slangen op het product altijd op elkaar zijn aangesloten. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het gereedschap correct en veilig is gemonteerd. Het gereedschap kan ernstig 1401 - 006 - 08.10.2024 541letsel veroorzaken als het van het product valt. WAARSCHUWING: Het is mogelijk dat u het werkgebied moet betreden om het gereedschap te verwisselen. Voorkom onbedoeld starten van het product terwijl u het gereedschap verwisselt en zorg ervoor dat u het product snel kunt stoppen. Houd handen en voeten uit gebieden waar een risico op verbrijzelde ledematen bestaat.
1. Verwijder vuil uit de hydraulische koppelingen van
2. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
3. Plaats het product op een stabiel oppervlak.
4. Klap de stempelpoten uit. Zie
De stempelpoten bedienen op pagina 584
5. Plaats het gereedschap vóór het product. De houder
op het gereedschap moet naar het product gericht zijn.
6. Controleer of het gereedschap correct is
gepositioneerd. Voer de volgende procedure uit. Dit is het achteraanzicht van het gereedschap. a) De retourslang (A) moet aan de rechterzijde van het product lopen.
b) De drukslang (B) van het gereedschap moet aan de linkerzijde van het product lopen.
7. Beweeg het armsysteem totdat de
gereedschapshouder op het armsysteem in het gereedschap haakt.
8. Beweeg het armsysteem omhoog en trek cilinder
4 (C) volledig in om het gereedschap aan de gereedschapshouder te vergrendelen.
9. Draai de OFF/ON/START-schakelaar op de
afstandsbediening naar de stand OFF.
10. Plaats de wig vanaf de rechterkant. De aanslagnok
op de wig moet naar boven gericht zijn.
11. Gebruik een hamer om de wig volledig vast te
1401 - 006 - 08.10.202412. Plaats de borgpen in de wig. Plaats de borgpen in de opening die het dichtst bij het gereedschap ligt.
13. Sluit de slangen van het gereedschap aan op het
product. Voer de volgende procedure uit. Dit is het achteraanzicht van het gereedschap. a) Sluit de retourslang (D) aan op poort A (E) aan de rechterkant van het product.
b) Sluit de drukslang (F) aan op poort B (E) aan de linkerkant van het product.
c) Voor DXR 305 en de sloophamer: Sluit de retourslang (H) aan op poort A (E) aan de rechterkant van het product.
14. Verwijder het gereedschap in de omgekeerde
volgorde. Accessoires U kunt het product met verschillende accessoires gebruiken. Voor DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 zijn er accessoirepakketten. Zie de onderstaande tabel. Als de accessoirepakketten niet af-fabriek zijn gemonteerd, laat dan een erkende Husqvarna- servicewerkplaats de accessoirepakketten installeren. Let op: De accessoirepakketten P2 en P2 kunnen niet af-fabriek op het model DXR 145 geïnstalleerd 1401 - 006 - 08.10.2024 543worden. De extra hydraulische functie voor DXR 95 kanniet af fabriek worden geïnstalleerd.Accessoire Acces-soire-pakket Acces-soire-pakket Acces-soire-pakket Cilinderkappen, zie Cilin-derkappen (DXR 145,DXR 275, DXR 305, DXR315) op pagina 544 X X XExtra hydraulische func-tie, zie Extra hydraulischefunctie (DXR 145) op pa-gina 544 Extra hy-draulische functie (DXR275, DXR 305, DXR 315)op pagina 544 X X XKoelset, zie Koelset (DXR275, DXR 305, DXR 315)op pagina 545
Cilinderkappen (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) De cilinderkappen voorkomen beschadiging van dezuiger en cilinder van cilinder 2 en cilinder 3. Let op: Cilinderkappen worden meegeleverd metDXR 95. Extra hydraulische functie (DXR 95) Met de extra hydraulische functie (A) kunnen desorteergrijpers (B) worden gedraaid (niet meegeleverd).
Extra hydraulische functie (DXR 145) Met de extra hydraulische functie (A) kunnen desorteergrijper en de staalschaar roteren.
Extra hydraulische functie (DXR 275, DXR 305, DXR 315) Met de extra hydraulische functie (A) kunnen desorteergrijper en de staalschaar roteren.
1401 - 006 - 08.10.2024Koelset (DXR 145) De koelset (A) is bedoeld voor gebruik in omgevingenmet hoge temperaturen. Een slang van een externeluchtcompressor is aangesloten op het product. Deluchtstroom wordt gebruikt om het product koelte houden. De koelset voorkomt dat het productoververhit raakt. Zie Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschermingsset op pagina 652 . Sluit de slangop het product aan voordat u het product in omgevingenmet hoge temperaturen gebruikt. Als de luchtstroomte laag is, moeten de achterste mondstukken (B)worden gesloten om ervoor te zorgen dat de elektrischebehuizing niet oververhit raakt. De koelset voor (DXR145) heeft een luchtfilter en een automatisch systeem(C) voor luchtvochtscheiding. Het systeem houdtvochtige lucht uit de buurt van de elektrische behuizing.Zorg dat het luchtfilter regelmatig wordt vervangen.
Koelset (DXR 275, DXR 305, DXR 315) De koelset (A) is bedoeld voor gebruik in omgevingenmet hoge temperaturen. Een slang van een externeluchtcompressor is aangesloten op het product. Deluchtstroom wordt gebruikt om het product koelte houden. De koelset voorkomt dat het productoververhit raakt. Zie Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschermingsset op pagina 652
Warmtebeschermingsset (DXR 145) De warmtebeschermingsset is bedoeld voorgebruik bij zeer hoge omgevingstemperaturen. Zie Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschermingsset op pagina 652 . De warmtebeschermingsset is een accessoire die door eenerkende dealer gemonteerd kan worden.De warmtebeschermingsset voor het product bevatstalen stempels (A), stalen rupsbanden (B),hitteresistente slangen (C) voor cilinder vier en moeilijkbrandbare hydraulische olie (D).De sloophamer-warmtebeschermingsset (E) bevathitteresistente slangen, koelingsuitbreiding naar desloophamer en een lang werkgereedschap.De luchtstroom naar het op het product gemonteerdegereedschap kan worden afgesteld met een afstelbareklep (F) op arm 1. Houd de luchtstroomklep open 6draaien van 7 als het product wordt gestart. Als deluchtstroom te veel stof op het gereedschap blaast,verlaagt u de luchtstroom.
1401 - 006 - 08.10.2024 545Warmtebeschermingsset (DXR 275, DXR 305, DXR 315 and SB 202/302) De warmtebeschermingsset is bedoeld voor gebruik bij zeer hoge lokale temperaturen. Zie Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschermingsset op pagina 652
De warmtebeschermingsset voor het product bevat stalen stempels (A), stalen rupsbanden (B), hitteresistente slangen (C) voor cilinder vier en moeilijk brandbare hydraulische olie (D). De sloophamer-warmtebeschermingsset (E) bevat hitteresistente slangen, koelingsuitbreiding naar de sloophamer en een lang werkgereedschap. De luchtstroom naar het op het product gemonteerde gereedschap kan worden afgesteld met een afstelbare klep (F) op arm 1. Houd de luchtstroomklep open 6 draaien van 7 als het product wordt gestart. Als de luchtstroom te veel stof op het gereedschap blaast, verlaagt u de luchtstroom.
Afstandsbediening Het product wordt bediend met een afstandsbediening. De afstandsbediening kan worden gebruikt via de overdracht van radiosignalen. Als er interferentie optreedt in de overdracht, wordt de frequentie automatisch gewijzigd. Het product en de afstandsbediening worden in de fabriek gekoppeld. Deze moeten opnieuw worden gekoppeld als de afstandsbediening wordt vervangen of als u de afstandsbediening voor meerdere producten gebruikt. Zie De afstandsbediening en het product (DXR 95) koppelen op pagina 576
De afstandsbediening en het product (DXR 145) koppelen op pagina 577
afstandsbediening en het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) koppelen op pagina 579
De afstandsbediening kan ook worden bediend met een CAN-buskabel die tussen de afstandsbediening en het product is aangesloten. Voor instructies over het aansluiten van de afstandsbediening op het product met een kabel, zie De afstandsbediening met een CAN- buskabel op het product aansluiten (DXR 95) op pagina
De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 145) op pagina 580
De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 581 . De bij het product geleverde CAN- buskabel is 10 m. De afstandsbediening heeft alle bedieningselementen die nodig zijn om het product te bedienen. De afstandsbediening heeft een digitaal display met een menusysteem. Zie Menusysteem op pagina 547
Startscherm Het display heeft 2 startschermen. Er is 1 startscherm voor wanneer de motor is uitgeschakeld. Zie
afstandsbediening inschakelen op pagina 574 . Het andere startscherm is voor wanneer de motor is ingeschakeld. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
De symbolen in de snelkoppelingsbalk veranderen naargelang de motor is in- of uitgeschakeld. Startscherm, motor uit 1234 h1234 psi223 ⁰C
Positie Beschrijving 1 Snelkoppeling om het gebruikte gereed- schap te selecteren. 2 Snelkoppeling om de productstatus te be- kijken. 3 Snelkoppeling om het waterniveau en het vetniveau in te stellen en de patroonmodifi- cator in of uit te schakelen. 4 Snelkoppeling om van taal te veranderen of om storingen te bekijken. Het symbool ver- andert als in het product een waarschuwing of een fout wordt gedetecteerd. Menusysteem Selecteer de menuknop (A) op de afstandsbediening om het menu te openen. De symbolen in de snelkoppelingsbalk veranderen als er een nieuwe keuze wordt gemaakt op het display. U kunt een keuze maken met de knoppen (B) naast de snelkoppelingsbalk. Met de knop (C) kunt u teruggaan in de menustructuur. 1234 h1234 psi223 ⁰C
- Het gereedschap selecteren dat op het product is gemonteerd met de knop (A) in de snelkoppelingsbalk.
- Het geselecteerde gereedschap bewerken met de knop (B) in de snelkoppelingsbalk. "Sloophamer"
- "Smeervet": De hoeveelheid smeervet aanpassen die door de hydraulische pomp aan het product wordt geleverd.
- "Water": De waterfunctie uit- of inschakelen. Zie "Water" op pagina 549
- "Water": De waterfunctie uit- of inschakelen. Zie "Water" op pagina 549
- "Patroonmodifier": Schakel de graafmodus uit of in. Wanneer u het product met een graafbak gebruikt, is de graafmodus ingeschakeld wanneer u het product start. Zie "Patroonmodifier" op pagina 549
- "Water": De waterfunctie uit- of inschakelen. Zie "Water" op pagina 549
- "Patroonmodifier": Schakel de graafmodus uit of in. Wanneer u het product met een sorteergrijper gebruikt, is de graafmodus uitgeschakeld wanneer u het product start. Zie "Patroonmodifier" op pagina
- "Water": De waterfunctie uit- of inschakelen. Zie "Water" op pagina 549
"Trommelfrees" Let op: Het trommelfreesmenu wordt ook gebruikt om de instellingen te wijzigen wanneer u een patchplanner gebruikt.
- "Water": De waterfunctie uit- of inschakelen. Zie "Water" op pagina 549
- "Hydraulisch systeem": De waarden van de druk en het debiet van de hydraulische olie van poort A naar poort B kunnen worden aangepast. Selecteer de richting van de hydraulische olie.
- "Smeervet": De hoeveelheid smeervet aanpassen die door de hydraulische pomp aan het product wordt geleverd.
- "Water": De functie uit- of inschakelen.
- "Extra functie 1": Het aangepaste gereedschap wordt bestuurd met de schakelaar aan de
1401 - 006 - 08.10.2024rechterkant van de rechter joystick. De waarden van de druk en het debiet van de hydraulische olie van poort A naar poort B kunnen worden aangepast. Selecteer de richting van de hydraulische olie. "E1" wordt op het display weergegeven.
- "Extra functie 2" (alleen DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315): Het aangepaste gereedschap wordt bestuurd met de schakelaar aan de linkerkant van de linker joystick. De waarden van de druk en het debiet van de hydraulische olie van poort A naar poort B kunnen worden aangepast. Selecteer de richting van de hydraulische olie. "E2" wordt op het display weergegeven. Hydraulisch syst e e m Extra func t ie 1 Extra func t ie 2 Smeerve t Wa t e r "Water" Om de waterfunctie te gebruiken moet de optionele stofverminderingsset worden gemonteerd. De waterfunctie kan worden gebruikt voor vele gereedschappen. De waterfunctie is ingeschakeld als er een druppelsymbool verschijnt op het display met het geselecteerde gereedschap.
- "Verlengde tijd": verlengde watertoevoer nadat het gereedschap overschakelt naar de stand-bymodus.
- "Aan (auto)": de watertoevoer wordt automatisch gestart wanneer u het gereedschap gebruikt.
- "Aan (aut. sluiten)": de watertoevoer wordt automatisch gestart wanneer de betonvergruizer sluit.
- "Aan (aut. openen/sluiten)": de watertoevoer wordt automatisch ingeschakeld wanneer u de betonvergruizer gebruikt.
- "Aan (constant)": de watertoevoer is constant totdat u het product stopt of een ander gereedschap gebruikt.
- "Uit": de watertoevoer is afgesloten. Aan (automa tisc h Aan (automa tisc h Aan (aut om atisch) Uit Aan (constant) "Patroonmodifier" Gebruik "Patroonmodifier" om de graafmodus in of uit te schakelen. De graafmodus kan worden gebruikt voor vele gereedschappen. De graafmodus is ingeschakeld als er een graafbaksymbool verschijnt op het display met het geselecteerde gereedschap.
- "Aan": De graafmodus is ingeschakeld.
- "Uit": De graafmodus is uitgeschakeld. Aan Uit (standaar d) Menu "Machinestatus" Hulpmid delenBedieningselementenSysteemMac hinesta tusFunctiesSta tus bekijk enActie ve foute nStoringslogboekBedrijfstijdRe set ve rke e rde log
- "Actieve storingen" is een lijst met storingen die in het product zijn aangetroffen. In de lijst staan alle actieve berichten. Het meest recente bericht staat bovenaan de lijst. Zie Meldingen op het display op pagina 635
- "Storingslogboek" is een lijst met alle storingen die het product en de afstandsbediening hebben gehad sinds de laatste reset. Let op: Als u de afstandsbediening met meer dan 1 product gebruikt, kunt u op het informatiesymbool 1401 - 006 - 08.10.2024 549naast een storing drukken om de HID van het product te zien waar de fout is opgetreden.
- "Bedrijfstijd" geeft de totale bedrijfstijd van het product weer.
- Met "Reset storingslogboek" wordt het storingslogboek gereset. "Bekijk status"
- In het tabblad Overzicht (A) in "Bekijk status" krijgt u een overzicht van de temperatuur, de spanning, de stroom en de prestaties van het product. T EM P ER AT U U RSPANNINGST ROOMPR ES TAT I ES A B C D E
- De stippen rechts van de namen geven de staat van het product aan. Symbool Kleur Beschrijving Groen Binnen grenswaarden, normaal. Geel Buiten de grenswaarden, niet kritiek. Rood Buiten grenswaarden, kri- tiek.
- Bekijk de tabbladen (B)-(E) voor meer informatie over de temperatuur, de spanning, de stroom en de prestaties van het product. Zie "Temperatuur" op pagina 550
- In het tabblad Temperatuur vindt u informatie over de huidige temperatuur van de AC-motor en de hydraulische olie. "Spanning"
- In het tabblad Spanning vindt u informatie over de stroomspanning voor elke fase, de max. en min. spanning sinds het product is gestart en de huidige netfrequentie. In het tabblad Spanning wordt ook de "lastspanning" weergegeven. "Lastspanning” is de laagst gemeten spanning op de drie fasen wanneer een gereedschap wordt gebruikt. "Stroom"
- In het tabblad "Stroom" vindt u informatie over de stroom in elke fase en de max. stroom sinds het product is gestart. "Prestaties"
- Het percentage in het tabblad Prestaties geeft de prestaties van het apparaat aan. 100% Maximale prestaties. 99–80% De prestaties van het product zijn la- ger dan normaal omdat het product te heet is. 50% De prestaties van het product zijn la- ger dan normaal omdat er een storing in het product is. 25% De motor stopt omdat de temperatuur van het product hoger is dan de maxi- male temperatuurlimiet. Menu "Functies" (DXR 95) Hulpmid delen Bedieningselementen Systeem Mac hinesta tus Functies Olie bijvullen Sm ee rslang vullen
- Met "Olie bijvullen" wordt de hydraulische olie bijgevuld. Zie De hydraulische olie vullen (DXR 95) op pagina 598
- Met "Smeervetslang vullen” wordt de smeervetslang gevuld. Zie De vetslang vullen (DXR 95) op pagina
- Met "Olie bijvullen" wordt de hydraulische olie bijgevuld. Zie Het peil van de hydraulische olie controleren (DXR 95, DXR 145) op pagina 594
Het peil van de hydrauliekolie controleren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 594
- Met "Spannen rupsbanden" wordt automatisch spannen van rupsbanden ingeschakeld. Zie
procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uitvoeren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 625
1401 - 006 - 08.10.2024Menu "Bedieningselementen" Ger eedsc ha pBedieningselementenSysteemMac hinesta tusFunctiesJoystick instelle nHydra ulisch syst eem ka libre re nBed ienin gsdia gnost ie k "Joystick instellen"• In "Patroon" kunt u een patroontest starten. Zie"Patroontestmodus" op pagina 566. U kunt ookhet joystickpatroon voor de bediening van deafstandsbediening wijzigen. Zie "Patroon 1" oppagina 551 "Patroon 2" op pagina 556 "Patroon3" op pagina 559 "Patroon 4" op pagina 562
- Met "Zijsch. instellen" stelt u de functie van de 2zijschakelaars op de joysticks in.• "Auto": als "Extra functie 1" in bedrijf is, stuurtde schakelaar aan de rechterkant de functie aan.Als "Extra functie 1" niet in bedrijf is, heeft deschakelaar aan de rechterkant dezelfde functieals de knoppen aan de bovenkant van de rechterjoystick. Als "Extra functie 2" in bedrijf is, stuurtde schakelaar aan de linkerkant de functie aan.Als "Extra functie 2" niet in bedrijf is, heeft deschakelaar aan de linkerkant dezelfde functie alsde knoppen aan de bovenkant van de linkerjoystick. Zie "Aangep. gereeds. 1-3" op pagina
- "Extra 1/Extra 2": de zijschakelaar stuurt "Extrafunctie 1" en "Extra functie 2" aan. Als de extrafunctie niet in bedrijf is, is de zijschakelaaruitgeschakeld.• "Gereedschap": de zijschakelaar op de linkerjoystick stuurt de werking van het gereedschap aan.
- "Uit": de zijschakelaar is uitgeschakeld.• Met "Precisie" wordt de nauwkeurigheid van dejoysticks ingesteld.• Met "Reset naar fabrieksinstellingen" worden dejoysticks gereset. PatroonReset naar fabrieksinstellingenZijschakelaar instellenPrecisie "Patroon 1""Patroon 1" wordt standaard gebruikt. De schakelaarBedieningsmodus op de afstandsbediening wordtgebruikt om te kiezen tussen de werkmodus en detransportmodus. Zie Bedieningsmodi op pagina 582 Werkmodus geselecteerd:
PositieBeweging1 Arm 3 omhoog.1401 - 006 - 08.10.2024 551Positie Beweging2 Arm 3 omlaag.3 Toren linksom draaien.4 Toren rechtsom draaien.5 DXR 315: Telescooparm uitschuiven.6 DXR 315: Telescooparm intrekken.7 Arm 2 omlaag.8 Arm 2 omhoog.9 Armen 1 en 2 uitklappen.10 Armen 1 en 2 inklappen.11 Arm 1 inklappen.12 Arm 2 uitklappen.13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.Werkmodus geselecteerd met graafmodusingeschakeld:
Positie Beweging1 Arm 3 omhoog.2 Arm 3 omlaag.3 Toren linksom draaien.552 1401 - 006 - 08.10.2024Positie Beweging4 Toren rechtsom draaien.5 Arm 2 inklappen.6 Arm 2 uitklappen.7 Arm 1 uitklappen.8 Arm 1 inklappen.9 Armen 1 en 2 uitklappen.10 Armen 1 en 2 inklappen.11 Gereedschap uitklappen.12 Gereedschap inklappen.13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.Transportmodus en regeling met één hendelgeselecteerd:
Positie Beweging1 Rupsbanden vooruit.2 Rupsbanden achteruit.3 Rechter rupsband vooruit en linker rupsband achteruit.4 Rechter rupsband achteruit en linker rupsband vooruit.5 Alle stempelpoten omlaag.1401 - 006 - 08.10.2024 553Positie Beweging6 Alle stempelpoten omhoog.7 Arm 3 omhoog.8 Arm 3 omlaag.9 Arm 2 omlaag.10 Arm 2 omhoog.11 Armen 1 en 2 uitklappen.12 Armen 1 en 2 inklappen.13 Toren linksom draaien.14 Toren rechtsom draaien.15 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.16 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.Transportmodus en regeling met twee hendelsgeselecteerd:
Positie Beweging1 Linker rupsband vooruit.2 Linker rupsband achteruit.3 Stempelpoot linksachter omlaag.4 Stempelpoot linksachter omhoog.5 Linker stempelpoten omlaag.6 Linker stempelpoten omhoog.7 Stempelpoot linksvoor omlaag.554 1401 - 006 - 08.10.2024Positie Beweging8 Stempelpoot linksvoor omhoog.9 Rechter rupsband vooruit.10 Rechter rupsband achteruit.11 Stempelpoot rechtsvoor omhoog.12 Stempelpoot rechtsvoor omlaag.13 Rechter stempelpoten omhoog.14 Rechter stempelpoten omlaag.15 Stempelpoot rechtsachter omhoog.16 Stempelpoot rechtsachter omlaag.Transportmodus en rijden geselecteerd:
Positie Beweging1 Arm 3 omhoog2 Arm 3 omlaag.3 Toren linksom draaien.4 Toren rechtsom draaien.5 Rupsbanden vooruit. De snelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor desnelheidsafstelling van het product.6 Rupsbanden achteruit. De snelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voorde snelheidsafstelling van het product.7 DXR 315: Telescooparm uitschuiven.8 DXR 315: Telescooparm intrekken.9 Arm 2 omlaag.1401 - 006 - 08.10.2024 555Positie Beweging10 Arm 2 omhoog.11 Arm 1 en arm 2 uitklappen.12 Arm 1 en arm 2 inklappen.13 Arm 1 inklappen.14 Arm 1 uitklappen.15 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.16 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt."Patroon 2"De schakelaar Bedieningsmodus op deafstandsbediening wordt gebruikt om te kiezentussen de werkmodus en de transportmodus. ZieBedieningsmodi op pagina 582 Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd:
Positie Beweging1 Arm 2 omlaag.2 Arm 2 omhoog.3 Toren linksom draaien.4 Toren rechtsom draaien.5 DXR 315: Telescooparm uitschuiven.6 DXR 315: Telescooparm intrekken.7 Arm 3 omhoog.8 Arm 3 omlaag.556 1401 - 006 - 08.10.2024Positie Beweging9 Armen 1 en 2 uitklappen.10 Armen 1 en 2 inklappen.11 Arm 1 inklappen.12 Arm 2 uitklappen.13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.Linker joystick met transportmodus en rijdengeselecteerd:
Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd,met graafmodus ingeschakeld:
Positie Beweging1 Arm 1 uitklappen.2 Arm 1 inklappen.3 Toren linksom draaien.1401 - 006 - 08.10.2024 557Positie Beweging4 Toren rechtsom draaien.5 Arm 2 inklappen.6 Arm 2 uitklappen.7 Arm 3 omhoog.8 Arm 3 omlaag.9 Armen 1 en 2 uitklappen.10 Armen 1 en 2 inklappen.11 Gereedschap uitklappen.12 Gereedschap inklappen.13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.Positie Beweging1 Rupsbanden achteruit. De snelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voorde snelheidsafstelling van het product.2 Rupsbanden vooruit. De snelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor desnelheidsafstelling van het product.Transportmodus en regeling met één hendelgeselecteerd:
558 1401 - 006 - 08.10.2024Positie Beweging1 Rupsbanden vooruit.2 Rupsbanden achteruit.3 Rechter rupsband vooruit en linker rupsband achteruit.4 Rechter rupsband achteruit en linker rupsband vooruit.5 Alle stempelpoten omlaag.6 Alle stempelpoten omhoog.7 Arm 2 omlaag.8 Arm 2 omhoog.9 Arm 3 omhoog.10 Arm 3 omlaag.11 Armen 1 en 2 uitklappen.12 Armen 1 en 2 inklappen.13 Toren linksom draaien.14 Toren rechtsom draaien.15 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.16 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt."Patroon 3"De schakelaar Bedieningsmodus op deafstandsbediening wordt gebruikt om te kiezentussen de werkmodus en de transportmodus. ZieBedieningsmodi op pagina 582 Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd:
1401 - 006 - 08.10.2024 559Positie Beweging1 Arm 2 omlaag.2 Arm 2 omhoog.3 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.4 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.5 DXR 315: Telescooparm uitschuiven.6 DXR 315: Telescooparm intrekken.7 Arm 3 omhoog.8 Arm 3 omlaag.9 Armen 1 en 2 uitklappen.10 Armen 1 en 2 inklappen.11 Arm 1 inklappen.12 Arm 2 uitklappen.13 Toren linksom draaien.14 Toren rechtsom draaien.Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd,met graafmodus ingeschakeld:
Positie Beweging1 Arm 1 uitklappen.560 1401 - 006 - 08.10.2024Positie Beweging2 Arm 1 inklappen.3 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.4 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.5 Arm 2 inklappen.6 Arm 2 uitklappen.7 Arm 3 omhoog.8 Arm 3 omlaag.9 Armen 1 en 2 uitklappen.10 Armen 1 en 2 inklappen.11 Toren linksom draaien.12 Toren rechtsom draaien.13 Toren linksom draaien.14 Toren rechtsom draaien.Transportmodus en regeling met één hendelgeselecteerd:
Positie Beweging1 Rupsband vooruit.2 Rupsband vooruit.3 Rechter rupsband vooruit, linker rupsband achteruit.1401 - 006 - 08.10.2024 561Positie Beweging4 Rechter rupsband achteruit, linker rupsband vooruit.5 Alle stempelpoten omlaag.6 Alle stempelpoten omhoog.7 Arm 2 omlaag.8 Arm 2 omhoog.9 Arm 3 omhoog.10 Arm 3 omlaag.11 Armen 1 en 2 uitklappen.12 Armen 1 en 2 inklappen.13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.15 Toren linksom draaien.16 Toren rechtsom draaien."Patroon 4"De schakelaar Bedieningsmodus op deafstandsbediening wordt gebruikt om te kiezentussen de werkmodus en de transportmodus. ZieBedieningsmodi op pagina 582 Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd:
Positie Beweging1 Toren linksom draaien.2 Toren rechtsom draaien.562 1401 - 006 - 08.10.2024Positie Beweging3 Arm 3 omhoog.4 Arm 3 omlaag.5 DXR 315: Telescooparm uitschuiven.6 DXR 315: Telescooparm intrekken.7 Arm 2 omlaag.8 Arm 2 omhoog.9 Armen 1 en 2 uitklappen.10 Armen 1 en 2 inklappen.11 Arm 1 inklappen.12 Arm 2 uitklappen.13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge-drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschapbeweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt.Linker joystick met transportmodus en rijdengeselecteerd:
Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd,met graafmodus ingeschakeld:
1401 - 006 - 08.10.2024 563Positie Beweging 1 Toren linksom draaien. 2 Toren rechtsom draaien. 3 Arm 3 omhoog. 4 Arm 3 omlaag. 5 Arm 2 inklappen. DXR 315: Telescooparm uitschuiven. 6 Arm 2 uitklappen. DXR 315: Telescooparm intrekken. 7 Arm 1 uitklappen. 8 Arm 1 inklappen. 9 Armen 1 en 2 uitklappen. 10 Armen 1 en 2 inklappen. 11 Gereedschap uitklappen. 12 Gereedschap inklappen. 13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge- drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschap beweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt. 14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge- drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschap beweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt. Positie Beweging 1 Rupsbanden achteruit. De snelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor de snelheidsafstelling van het product. 2 Rupsbanden vooruit. De snelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor de snelheidsafstelling van het product. 564 1401 - 006 - 08.10.2024Rechter joystick met transportmodus en regeling metéén hendel geselecteerd:
Positie Beweging1 Toren rechtsom draaien.2 Toren linksom draaien.3 Arm 2 omlaag.4 Arm 2 omhoog.5 Armen 1 en 2 uitklappen.6 Armen 1 en 2 inklappen.7 Arm 3 omhoog.8 Arm 3 omlaag.1401 - 006 - 08.10.2024 565Positie Beweging 9 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge- drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschap beweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt. 10 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant wordt inge- drukt. Armen 1 en 2 kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanneer u het gereedschap beweegt, als de rechter knop aan de bovenkant wordt ingedrukt. "Patroontestmodus" De "Patroontestmodus" laat zien hoe het product zal werken als u de joysticks via de afstandsbediening gebruikt. Verschillende bedieningsmodi en -patronen zorgen voor verschillende bewegingen. Om naar de patroontestmodus te schakelen, zet u de ON/OFF/ START-schakelaar in de stand ON en selecteert u "Patroontestmodus" in de snelkoppelingsbalk. De kleur van het display (A) verandert van oranje naar blauw. Het productsymbool (B) op het display heeft verschillende kleuren en toont de beweging van de onderdelen van het product.
- Lichtblauw: Onderdelen van het product die kunnen worden bewogen in de huidige bedieningsmodus.
- Oranje: Onderdelen van het product die bewegen in de huidige bedieningsmodus. Een witte pijl geeft ook de bewegingsrichting aan op het display.
- Donkerblauw: Onderdelen van het product die niet kunnen bewegen in de huidige bedieningsmodus. In de snelkoppelingsbalk kunt u het patroon (C) wijzigen. Wanneer een patroon is geselecteerd, wordt dit weergegeven op het display (D). Wijzig de bedieningsmodus met de schakelaar Bedieningsmodus (E) en de schakelaar Transportmodus (F) op de afstandsbediening.
- Met de functie "Autom. (kalibreren)" worden de hydraulische druk en de kleppen op het product gekalibreerd. Maak een keuze uit "Druk en kleppen" of "Druk". De kalibratie van de kleppen verbetert de controle over de bewegingen van het product. De kalibratie van de hydraulische druk verbetert de precisie van de hydraulische-drukniveaus. Met "Druk" wordt alleen de functie Hydraulische- drukregeling gekalibreerd, de klepafstelling zoals aangegeven door de klant wordt niet aangepast. Zie Het hydraulisch systeem kalibreren met "Autom. (kalibreren)" op pagina 567
- Met de functie "Handmatig (kalibreren)" kunt u onderdelen op het product één voor één kalibreren.
- Met de functie "Armdruk" kunt u de maximale hydraulische druk voor het armsysteem aanpassen. De hydraulische druk wordt gewijzigd in stappen van 5 bar/72,5 psi. Stel de hydraulische druk in tussen 180bar/2610 psi en 150 bar/2175,6 psi (DXR 95) of 200 bar/2901 psi en 150 bar/2175,6 psi (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).
1401 - 006 - 08.10.2024• Met "Reset naar fabrieksinstellingen" wordt het hydraulisch systeem gereset. Het hydraulisch systeem kalibreren met "Autom. (kalibreren)" Tijdens de kalibratie van de kleppen is het mogelijk dat het product een beetje beweegt.
1. Koppel de hydraulische slangen los van het
gemonteerde gereedschap. Let op: Het gereedschap hoeft niet van het product te worden verwijderd.
2. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
3. Klap de stempelpoten uit. Zie
De stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Druk op de menuknop (A) op de afstandsbediening.
5. Selecteer "Hydr. syst. kalibr." in het menu
"Bedieningselementen" op het display.
8. Druk de knop linksboven (B) op de rechter joystick
9. Duw de rechter joystick naar voren, totdat de
kalibratie is voltooid. "Bed.diagnose" In "Bed.diagnose" kunt u de functietests van de bedieningselementen op de afstandsbediening uitvoeren. Elk bedieningselement wordt op het display weergegeven. De controle-indicatie op het display verandert van wit naar oranje wanneer u de functietests uitvoert. Bedien een bedieningselement op de afstandsbediening tot de maximale waarde. Het bedieningselement werkt naar behoren wanneer de controle-indicatie 100% aangeeft op het display. BE DI E N I N GS DI AGN OST I EK
INDRUKKEN OM TE VERLATEN
1401 - 006 - 08.10.2024 567Menu "Systeem" Hulpmid delenBedieningselementenSysteemMac hinesta tusFunctiesInstellingen afsta ndsbedieningVersie sKoppe lingsinst ruc t ieLicenties van de rde nFa brieksinstellinge n "Inst. afstandsbed."• Met "Helderheid" wordt de helderheid van hetdisplay ingesteld.• Om terug te keren naar de fabrieksinstellingenvoor helderheid houdt u de Home-knop (A)gedurende 10 seconden ingedrukt. A B
- Met "Taal" wordt de taal van de tekst op hetdisplay ingesteld. De fabrieksinstelling voor de taalis Engels.• Om terug te keren naar de fabrieksinstellingenvoor taal houdt u de Home-knop (A) gedurende10 seconden ingedrukt.• Om direct naar de taalinstellingen te gaan,houdt u de knop (B) ingedrukt wanneer u deafstandsbediening start.• Met "Eenheden" worden de eenheden voor druk entemperatuur op het display ingesteld.• Met "Pin afs.bed. vergr." wordt de pincode voor deafstandsbediening ingesteld."Versies""Versies" toont de softwareversie en het HID-nummervan de afstandsbediening en het product."Koppelingsinstructie""Koppelingsinstructie" toont instructies voor hetkoppelen van de afstandsbediening met een product."Licenties van derden""Licenties van derden" toont de open source-licentiesvoor het besturingssysteem en de app-licenties op deafstandsbediening. Zie Licenties van derden op pagina
voor meer informatie."Fabrieksinstellingen""Fabrieksinstellingen" mag alleen worden gebruikt dooreen erkende servicewerkplaats. Display van informatiecentrum Inf ormatie cent rum
DBA Het display van het informatiecentrum op deafstandsbediening geeft de volgende informatie over deafstandsbediening weer:• Of de afstandsbediening aan of uit staat.• Of de afstandsbediening is vergrendeld ofontgrendeld.• Foutcodes. Zie Storingscodes en beschrijvingen op pagina 636
- Koppelen van de afstandsbediening en het product. Zie De afstandsbediening en het product (DXR 95) koppelen op pagina 576
De afstandsbediening en het product (DXR 145) koppelen op pagina 577
De afstandsbediening en het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) koppelen op pagina 579
- De radiosignaalsterkte (A) tussen deafstandsbediening en het product. Dezelfdesymbolen worden ook in de bovenste balk op het 1401 - 006 - 08.10.2024display weergegeven. Zie Symbolen in de bovenste balk op het display op pagina 516 Radiosignaal Symbool Er zijn 4 niveaus van radiosignaal- sterkte. Radiosignaal is in stand-bymodus. De afstandsbediening functioneert niet naar behoren. Zorg ervoor dat alle bedieningselementen op de afstandsbediening in de neu- traalstand staan wanneer u de af- standsbediening inschakelt. Geen radiosignaal.
- Accustatus (B). Dezelfde symbolen worden ook in de bovenste balk op het display weergegeven. Zie Symbolen in de bovenste balk op het display op pagina 516
Laadstatus Symbool Er zijn 5 laadniveaus voor de accu. Accustoring.
Kabelaansluiting tussen de af- standsbediening en het product. Er zijn 2 knoppen voor het display van het informatiecentrum. Met de knop aan de linkerkant (C) gaat u naar het volgende symbool op het display. Met de rechter knop (D) maakt u een selectie. Accu's van de afstandsbediening WAARSCHUWING: Voordat u de accu's van de afstandsbediening en de lader gebruikt, moet u het volgende goed doorlezen en begrijpen: Veiligheid bij accu's op pagina 525
Veiligheidsvoorschriften voor acculader op pagina 526
Let op: De accu's moeten worden opgeladen voordat u de afstandsbediening voor het eerst gebruikt. Let op: Plaats de accu gedurende ca. 10 seconden in de lader om de accu te starten als deze in slaapmodus is. De afstandsbediening heeft 2 accusleuven. Elke accu heeft een laadstatussymbool op het display en het display van het informatiecentrum, zie Symbolen in de bovenste balk op het display op pagina 516
Display van informatiecentrum op pagina 568 . De afstandsbediening kan niet worden gebruikt als de laadstatus van de accu's van de afstandsbediening te laag is. De gebruiksduur van volledig opgeladen accu's van de afstandsbediening is ongeveer 12 uur. Koude weersomstandigheden kunnen de bedrijfstijd verkorten. Als het display vaak wordt gebruikt, kan de gebruikstijd afnemen. Als u de accu's 5 dagen niet gebruikt, gaan de accu's over op de verzendmodus. De verzendmodus bespaart energie en de afstandsbediening kan niet worden gestart om te bedienen. Wanneer de accu's in de verzendmodus staan, moet u ze 10 seconden op de lader aansluiten om de verzendmodus te verlaten. Laad de accu's van de afstandsbediening elke 6 maanden op om de kwaliteit van de accu's te behouden. De accu's van de afstandsbediening in de afstandsbediening plaatsen en eruit verwijderen Let op: De accu's moeten worden opgeladen voordat u de afstandsbediening voor het eerst gebruikt. Let op: Plaats de accu gedurende ca. 10 seconden in de lader om de accu te starten als deze in verzendmodus is.
1. Draai de afstandsbediening om zodat u toegang
krijgt tot de achterkant waar de accu's zich bevinden.
2. Verwijder of plaats de accu's van de
afstandsbediening. 1401 - 006 - 08.10.2024 569WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u de accu's met de polen in de juiste richting plaatst. Er bestaat een gevaar voor elektrische schokken. De accu's van de afstandsbediening opladen met de acculader Het opladen van een lege accu voor de afstandsbediening duurt ongeveer 3 uur met de acculader. Wanneer u de accu's van de afstandsbediening oplaadt, moet de temperatuur tussen 10 °C/50 °F and 45 °C/113 °F liggen.
1. Verwijder de lege accu uit de afstandsbediening.
Zie De accu's van de afstandsbediening in de afstandsbediening plaatsen en eruit verwijderen op pagina 569
2. Sluit de adapter aan op de acculader. De lader
wordt geleverd met 2 verschillende adapters, zie Productoverzicht (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 509
3. Sluit de acculader aan op een stopcontact. De
voedingsindicator (A) voor de accu wordt rood. Zie Acculader op pagina 570
4. Sluit de afstandsbedieningsaccu aan op de
acculader. Let erop dat de pijlen (B) op de accu van de afstandsbediening en die op de acculader tegenover elkaar liggen. De statusindicator (C) op de acculader knippert groen wanneer de accu van de afstandsbediening wordt opgeladen.
5. Wanneer de afstandsbedieningsaccu volledig is
opgeladen, wordt het lampje groen. Haal de afstandsbedieningsaccu van de acculader.
6. Ontkoppel de acculader van het stopcontact.
Acculader De indicator voor de accustatus bestaat uit 2 leds op de acculader: Led voor accuspanning (rood) en led voor accustatus (groen). Voe- dings- led Sta- tus- led Aanwijzing Rood licht UIT De lader is ingeschakeld. Geen accu in de lader. Rood licht Groen lampje De lader is ingeschakeld. De accu is volledig opgeladen. Rood licht Groen lampje knip- pert De lader is ingeschakeld. De accu wordt opgeladen. 570 1401 - 006 - 08.10.2024Voe- dings- led Sta- tus- led Aanwijzing Rood lampje knip- pert UIT Fout in de acculader, of temperatuur buiten laadbereik. Het product starten (DXR 95) WAARSCHUWING: Om te garanderen dat de veiligheids-PLC's correct werken, moet u de stekker elke 24 uur uit het stopcontact trekken.
1. Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de
noodstopfunctie op te heffen.
2. Sluit het product aan op een stroombron.
3. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
4. Draai de machinestopknop (B) rechtsom om de
machinestop uit te schakelen.
5. Als er meer dan één product met afstandsbediening
wordt gebruikt op dezelfde werkplek, voer dan deze procedure uit om te controleren of u de juiste afstandsbediening hebt: a) Draai OFF/ON/START-schakelaar naar de stand ON (C) om de afstandsbediening te starten. b) Houd de koplampenknop (D) ingedrukt totdat het verbonden product knippert. WAARSCHUWING: Start de motor niet voordat u weet welk product verbonden is.
6. Draai OFF/ON/START-schakelaar naar de stand
START om de motor te starten. U hoort dat het product is ingeschakeld en het indicatielampje voor bediening gaat branden.
7. Controleer op het display (E) of het symbool
voor het radiosignaal of de kabelaansluiting wordt weergegeven. De symbolen geven aan dat de verbinding tussen de afstandsbediening en het product werkt. Let op: Een foutmelding verschijnt op het display in geval van een storing. Zie Meldingen op het display op pagina 635
om de werkmodus te selecteren. Duw de bedrijfsmodusschakelaar omlaag om de transportmodus te selecteren. Zie Bedieningsmodi op pagina 582
1401 - 006 - 08.10.2024 571Het product starten (DXR 145) WAARSCHUWING: Om te garanderen dat de veiligheids-PLC's correct werken, moet u de stekker elke 24 uur uit het stopcontact trekken.
1. Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de
noodstopfunctie op te heffen.
2. Sluit het product aan op een stroombron.
3. Open het rechter luik op het product.
4. Zet de hoofdschakelaar in de ON-stand. De koplamp
5. Sluit het rechter luik op het product.
6. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
7. Draai de machinestopknop (B) rechtsom om de
machinestop uit te schakelen.
8. Als er meer dan één product met afstandsbediening
wordt gebruikt op dezelfde werkplek, voer dan deze procedure uit om te controleren of u de juiste afstandsbediening hebt: a) Draai OFF/ON/START-schakelaar naar de stand ON (C) om de afstandsbediening te starten. b) Houd de koplampenknop (D) ingedrukt totdat het verbonden product knippert. WAARSCHUWING: Start de motor niet voordat u weet welk product verbonden is.
9. Draai OFF/ON/START-schakelaar naar de stand
START om de motor te starten. U hoort dat het product is ingeschakeld en het indicatielampje voor bediening gaat branden.
10. Controleer op het display (E) of het symbool
voor het radiosignaal of de kabelaansluiting wordt weergegeven. De symbolen geven aan dat de verbinding tussen de afstandsbediening en het product werkt. Let op: Een foutmelding verschijnt op het display in geval van een storing. Zie Meldingen op het display op pagina 635
om de werkmodus te selecteren. Duw de bedrijfsmodusschakelaar omlaag om de transportmodus te selecteren. Zie Bedieningsmodi op pagina 582
1401 - 006 - 08.10.2024Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) WAARSCHUWING: Om te garanderen dat de veiligheids-PLC's correct werken, moet u de stekker elke 24 uur uit het stopcontact trekken.
1. Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de
noodstopfunctie op te heffen.
2. Sluit het product aan op een stroombron.
3. Open het rechter luik op het product.
4. Zet de hoofdschakelaar in de ON-stand. De koplamp
5. Sluit het rechter luik op het product.
6. Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
7. Draai de machinestopknop (B) rechtsom om de
machinestop uit te schakelen.
8. Als er meer dan één product met afstandsbediening
wordt gebruikt op dezelfde werkplek, voer dan deze procedure uit om te controleren of u de juiste afstandsbediening hebt: a) Draai OFF/ON/START-schakelaar naar de stand ON (C) om de afstandsbediening te starten. b) Houd de koplampenknop (D) ingedrukt totdat het verbonden product knippert. WAARSCHUWING: Start de motor niet voordat u weet welk product verbonden is.
9. Draai OFF/ON/START-schakelaar naar de stand
START om de motor te starten. U hoort dat het product is ingeschakeld en het indicatielampje voor bediening gaat branden.
10. Controleer op het display (E) of het symbool
voor het radiosignaal of de kabelaansluiting wordt weergegeven. De symbolen geven aan dat de verbinding tussen de afstandsbediening en het product werkt. Let op: Een foutmelding verschijnt op het display in geval van een storing. Zie Meldingen op het display op pagina 635
om de werkmodus te selecteren. Duw de bedrijfsmodusschakelaar omlaag om de transportmodus te selecteren. Zie Bedieningsmodi op pagina 582
1401 - 006 - 08.10.2024 573De afstandsbediening inschakelen De afstandsbediening kan zijn ingeschakeld terwijl de motor is uitgeschakeld. Het display toont hoe het product kan werken bij gebruik van de joysticks alsof de motor draait. De testbediening wordt uitgevoerd in de patroontestmodus. Zie "Patroontestmodus" op pagina
machinestop uit te schakelen.
2. Draai OFF/ON/START-schakelaar naar de stand ON
(B) om de afstandsbediening te starten. Het display toont het startscherm voor wanneer de motor is uitgeschakeld. Zie Startscherm op pagina 546
Let op: Wanneer u 5-maal achter elkaar de verkeerde pincode invoert, wordt het product vergrendeld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Om de afstandsbediening zonder pincode te vergrendelen, houdt u de vergrendelknop (A) langer dan 3 seconden ingedrukt. Let op: U kunt de afstandsbediening niet ontgrendelen zonder de pincode. Voor instructies voor het wijzigen van de pincode, zie "Inst. afstandsbed." op pagina 568
Het product gebruiken WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u het product te allen tijde kunt zien wanneer u het met de afstandsbediening bedient. Dankzij het bedieningsbereik van de afstandsbediening kunt u het product ook verplaatsen wanneer u het niet kunt zien. Gevaar voor letsel en schade. 574 1401 - 006 - 08.10.2024• Gebruik de joysticks (A) om het product te verplaatsen. Met kleine bewegingen van de joystick wordt het product langzaam verplaatst. Met grote bewegingen van de joystick wordt het product sneller verplaatst. De afstandsbediening heeft 4 joystickpatronen, zie Joystick-patroon op pagina
OPGELET: Beweeg de joysticks voorzichtig. Als u de joysticks met kracht beweegt, worden de prestaties van het product niet beter. De joysticks kunnen beschadigd raken als u deze met te veel kracht bedient. OPGELET: Til de afstandsbediening niet op aan de joysticks.
- Draai de knop voor het afstellen van de snelheid van het gereedschap (B) om de snelheid van het gereedschap af te stellen.
- Draai de knop voor het afstellen van de snelheid van het product (C) om de snelheid van het product af te stellen.
- Bedien de rupsbanden op verschillende snelheden om het product een bocht te laten maken.
- Bedien de rupsbanden in verschillende richtingen om het product om te keren in kleine ruimten.
- Beweeg de rupsbanden en de toren tegelijkertijd om het product de hoek om te sturen in kleine ruimten.
- Houd de knop (D) ingedrukt om de koplampen 3 keer te laten knipperen. Deze functie kan worden gebruikt om de locatie van het product in donkere werkgebieden beter te zien of omstanders van het product te waarschuwen.
1401 - 006 - 08.10.2024 575De joysticks op de afstandsbediening ontgrendelen Als de joysticks op de afstandsbediening gedurende 3seconden niet worden gebruikt, worden ze vergrendeld.Het symbool (A) verschijnt op het display. 1234 h1234 psi223 ⁰C
Wanneer de joysticks zijn vergrendeld, schakelthet product over naar de stationaire modus. Dehydrauliekolie stroomt naar de hydrauliekolietank en eris geen druk in de cilinders.1. Zorg ervoor dat de joysticks in de neutraalstandstaan.2. Druk op de linker knop op de bovenkant (B)van de rechter joystick. De joysticks op deafstandsbediening worden ontgrendeld en hetsymbool (A) verdwijnt.
De afstandsbediening en het product (DXR 95) koppelen Het product en de afstandsbediening worden in defabriek gekoppeld. Deze moeten opnieuw wordengekoppeld als de afstandsbediening wordt vervangenof als u de afstandsbediening voor meerdere productengebruikt.1. De afstandsbediening inschakelen. Zie
afstandsbediening inschakelen op pagina 574
2. Druk de knop links aan de zijkant (A) en de knoprechts aan de zijkant (B) tegelijkertijd in.
Let op: Het display van het informatiecentrum verandert van modus als de knoppen tegelijkertijdworden ingedrukt.3. Druk op de knop links aan de zijkant (A) om naarselectie "2" op het display van het informatiecentrumte gaan.4. Druk op de knop rechts aan de zijkant (B) omselectie "2" te selecteren. Het symbool (C) verschijntop het display van het informatiecentrum.5. Houd de knoppen links en rechts aan de zijkanttegelijkertijd gedurende 3 seconden ingedrukt. 1401 - 006 - 08.10.20246. Draai de 5 bouten (D) los en verwijder de achterklep (E) van het product.
7. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
8. Plaats binnen 5 seconden na het starten van het
product een magneet op het magneetsymbool (F) op de onderkant van de radio-ontvanger. De oranje indicator (G) op de radio-ontvanger knippert snel wanneer wordt gewacht tot de koppelingsprocedure begint.
Let op: De magneet moet binnen 5 seconden na het starten van het product op het magneetsymbool worden geplaatst. Na 5 seconden kan de radio- ontvanger niet meer worden gekoppeld.
9. Verwijder de magneet onmiddellijk.
10. Er verschijnt een serienummer op het display van
het informatiecentrum wanneer de radio-ontvanger wordt gevonden.
11. Controleer of het serienummer op het
informatiedisplay overeenkomt met het serienummer van de radio-ontvanger.
12. Als het serienummer niet overeenkomt, is de
koppelingsprocedure niet juist uitgevoerd. Voer de volgende procedure uit. a) Zoek het product met het overeenkomstige serienummer en schakel dat product uit. b) Stop uw product. Zie Het product stoppen (DXR
c) Voer de koppelingsprocedure opnieuw uit.
13. Druk de knop rechts aan de zijkant in wanneer
de serienummers overeenkomen. Een bericht op het display van het informatiecentrum verschijnt gedurende 2 seconden om te bevestigen dat de koppelingsprocedure is voltooid.
14. Stop het product om de radio-ontvanger opnieuw te
starten. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina
15. Start de afstandsbediening opnieuw. Zie
afstandsbediening inschakelen op pagina 574
16. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
17. Controleer of er een radiosignaalsymbool op het
display van het informatiecentrum staat. Zie Display van informatiecentrum op pagina 568
18. Monteer de achterklep op het product.
De afstandsbediening en het product (DXR 145) koppelen Het product en de afstandsbediening worden in de fabriek gekoppeld. Deze moeten opnieuw worden gekoppeld als de afstandsbediening wordt vervangen of als u de afstandsbediening voor meerdere producten gebruikt.
1. De afstandsbediening inschakelen. Zie
afstandsbediening inschakelen op pagina 574
Let op: Het display van het informatiecentrum verandert van modus als de knoppen tegelijkertijd worden ingedrukt.
3. Druk op de knop links aan de zijkant (A) om naar
selectie "2" op het display van het informatiecentrum te gaan.
4. Druk op de knop rechts aan de zijkant (B) om
selectie "2" te selecteren. Het symbool (C) verschijnt op het display van het informatiecentrum.
5. Houd de knoppen links en rechts aan de zijkant
tegelijkertijd gedurende 3 seconden ingedrukt.
6. Verwijder de afdekking aan de rechterkant van het
7. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
8. Plaats binnen 5 seconden na het starten van het
product een magneet op het magneetsymbool (D) op de onderkant van de radio-ontvanger. De oranje indicator (E) op de radio-ontvanger knippert snel wanneer wordt gewacht tot de koppelingsprocedure begint.
Let op: De magneet moet binnen 5 seconden na het starten van het product op het magneetsymbool worden geplaatst. Na 5 seconden kan de radio- ontvanger niet meer worden gekoppeld.
9. Verwijder de magneet onmiddellijk.
10. Er verschijnt een serienummer op het display van
het informatiecentrum wanneer de radio-ontvanger wordt gevonden.
11. Controleer of het serienummer op het
informatiedisplay overeenkomt met het serienummer van de radio-ontvanger.
12. Als het serienummer niet overeenkomt, is de
koppelingsprocedure niet juist uitgevoerd. Voer de volgende procedure uit. a) Zoek het product met het overeenkomstige serienummer en schakel dat product uit. b) Stop uw product. Zie Het product stoppen (DXR
c) Voer de koppelingsprocedure opnieuw uit.
13. Druk de knop rechts aan de zijkant in wanneer
de serienummers overeenkomen. Een bericht op het display van het informatiecentrum verschijnt gedurende 2 seconden om te bevestigen dat de koppelingsprocedure is voltooid.
1401 - 006 - 08.10.202414. Stop het product om de radio-ontvanger opnieuw te starten. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584
15. Start de afstandsbediening opnieuw. Zie
afstandsbediening inschakelen op pagina 574
16. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
17. Controleer of er een radiosignaalsymbool op het
display van het informatiecentrum staat. Zie Display van informatiecentrum op pagina 568
18. Plaats de afdekking aan de rechterkant van het
product. De afstandsbediening en het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) koppelen Het product en de afstandsbediening worden in de fabriek gekoppeld. Deze moeten opnieuw worden gekoppeld als de afstandsbediening wordt vervangen of als u de afstandsbediening voor meerdere producten gebruikt.
1. De afstandsbediening inschakelen. Zie
afstandsbediening inschakelen op pagina 574
2. Druk de knop links aan de zijkant (A) en de knop
Let op: Het display van het informatiecentrum verandert van modus als de knoppen tegelijkertijd worden ingedrukt.
3. Druk op de knop links aan de zijkant (A) om naar
selectie "2" op het display van het informatiecentrum te gaan.
4. Druk op de knop rechts aan de zijkant (B) om
selectie "2" te selecteren. Het symbool (C) verschijnt op het display van het informatiecentrum.
5. Houd de knoppen links en rechts aan de zijkant
tegelijkertijd gedurende 3 seconden ingedrukt.
6. Open het linker luik en verwijder de afdekkap aan de
linkerkant van het product.
7. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
8. Plaats binnen 5 seconden na het starten van het
product een magneet op het magneetsymbool (D) op de onderkant van de radio-ontvanger. De oranje indicator (E) op de radio-ontvanger knippert snel wanneer wordt gewacht tot de koppelingsprocedure begint.
Let op: De magneet moet binnen 5 seconden na het starten van het product op het magneetsymbool worden geplaatst. Na 5 seconden kan de radio- ontvanger niet meer worden gekoppeld
9. Verwijder de magneet onmiddellijk.
10. Er verschijnt een serienummer op het display van
het informatiecentrum wanneer de radio-ontvanger wordt gevonden.
11. Controleer of het serienummer op het
informatiedisplay overeenkomt met het serienummer van de radio-ontvanger. 1401 - 006 - 08.10.2024 57912. Als het serienummer niet overeenkomt, is de koppelingsprocedure niet juist uitgevoerd. Voer de volgende procedure uit. a) Zoek het product met het overeenkomstige serienummer en schakel dat product uit. b) Stop uw product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
c) Voer de koppelingsprocedure opnieuw uit.
13. Druk de knop rechts aan de zijkant in wanneer
de serienummers overeenkomen. Een bericht op het display van het informatiecentrum verschijnt gedurende 2 seconden om te bevestigen dat de koppelingsprocedure is voltooid.
14. Stop het product om de radio-ontvanger opnieuw te
starten. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
15. Start de afstandsbediening opnieuw. Zie
afstandsbediening inschakelen op pagina 574
16. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
17. Controleer of er een radiosignaalsymbool op het
display van het informatiecentrum staat. Zie Display van informatiecentrum op pagina 568
18. Plaats de afdekkap aan de linkerkant en sluit het
linker luik op het product. Het product bedienen met de afstandsbediening aangesloten met een CAN-buskabel WAARSCHUWING: Gebruik de afstandsbediening die is aangesloten met een CAN-buskabel niet als het risico bestaat dat het product valt. Let op: Het is noodzakelijk om een koppelingsprocedure via radiocommunicatie uit te voeren voordat u de afstandsbediening met een CAN- buskabel gebruikt. De radiosignaaloverdracht stopt als de afstandsbediening wordt aangesloten via de CAN- buskabel.
1. Verwijder de accu's uit de afstandsbediening.
2. Sluit de CAN-buskabel aan op de afstandsbediening
en het product. Zie De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 95) op pagina 580
De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 145) op pagina 580
De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 581
De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 95)
1. Verwijder de accu's van de afstandsbediening uit de
2. Steek één uiteinde van de CAN-buskabel in de
aansluiting op de afstandsbediening.
3. Steek het andere uiteinde van de CAN-buskabel in
de aansluiting op het product.
4. Draai de verbindingsschroeven voor de CAN-
buskabel met de hand vast. De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 145)
1. Verwijder de accu's van de afstandsbediening uit de
1401 - 006 - 08.10.20242. Steek één uiteinde van de CAN-buskabel in de aansluiting op de afstandsbediening.
3. Steek het andere uiteinde van de CAN-buskabel in
de aansluiting op het product.
4. Draai de verbindingsschroeven voor de CAN-
buskabel met de hand vast. De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
1. Verwijder de accu's van de afstandsbediening uit de
2. Steek één uiteinde van de CAN-buskabel in de
aansluiting op de afstandsbediening.
3. Steek het andere uiteinde van de CAN-buskabel in
de aansluiting op het product.
4. Draai de verbindingsschroeven voor de CAN-
buskabel met de hand vast. 1401 - 006 - 08.10.2024 581Bedieningsmodi De schakelaar Bedieningsmodus (A) wordt gebruikt omte kiezen tussen de werkmodus en de transportmodus.
In de werkmodus kunt u arm 1, arm 2, arm 3, degereedschappen en de toren bedienen.De transportmodus is verdeeld in 3 modi. De schakelaarTransportmodus (B) wordt gebruikt om te kiezen tussende 3 transportmodi.• Bediening met één hendel (C): De rupsbanden,stempelpoten, toren en sommige armfunctieskunnen worden bediend. Met de linker joystick (D)worden de rupsbanden aangestuurd.• Bediening met twee hendels (E): De rupsbanden enstempelpoten kunnen worden bediend. Met de linkerjoystick wordt de linker rupsband aangestuurd. Metde rechter joystick (F) wordt de rechter rupsbandaangestuurd.• Rijden (G): De rupsbanden, toren en alle armfunctieskunnen worden bediend. Met de knop aan debovenkant (H) en de schakelaar aan de zijkant(I) op de linker joystick worden de rupsbandenaangestuurd. De rupsbanden kunnen alleen rechtvooruit of achteruit worden bewogen.Als de joysticks op de afstandsbediening gedurende 3seconden niet worden gebruikt, schakelt het productover naar de stationaire modus. De hydrauliekoliestroomt naar de hydrauliekolietank en er is geen drukin de cilinders. Joystick-patroon De afstandsbediening heeft 4 joystickpatronen. "Patroon1" wordt standaard gebruikt, zie "Patroon 1" op pagina
. U kunt het joystickpatroon wijzigen in "Joystickinstellen" in het menu "Bedieningselementen" op hetscherm. Zie "Joystick instellen" op pagina 551
WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel en schade. Zorg ervoor dat u weetwelk joystickpatroon in gebruik is voordatu het product bedient. Controleer destatusbalk op het display. Zie Symbolen in de statusbalk op het display op pagina 517
2. Gebruik de linker joystick zoals aangegeven in deonderstaande afbeelding.
1401 - 006 - 08.10.2024Positie Gebruik De druk of het debiet naar de sloophamerafstellen. Volledige druk of debiet aan de sloophamerleveren. De druk of het debiet naar de trommelfreesafstellen. Volledige druk of debiet aan de trommel-frees leveren. De betonvergruizer, de staalschaar of desorteergrijper openen. Let op: Bij verschillende frezen wordt gebruik gemaakt van verschillende knop-pen aan de bovenkant om de frezen teopenen of te sluiten. De betonvergruizer, de staalschaar of desorteergrijper sluiten. Let op: Bij verschillende frezen wordt gebruik gemaakt van verschillende knop-pen aan de bovenkant om de frezen teopenen of te sluiten.7 Om de graafbak te schudden.8 Om de graafbak te schudden. De joysticks bedienen terwijl "Extra functie" is ingeschakeld 1. Druk op de menuknop op de afstandsbediening.2. Selecteer "Aangep. gereeds. 1-3" in het menu"Gereedschappen" op het display.3. Selecteer "Extra functie 1" of "Extra functie 2". Zie"Aangep. gereeds. 1-3" op pagina 548
5. Als "Zijsch. instellen" is ingesteld op "Autom." of"Extra 1/Extra 2", gebruikt u de zijschakelaars opde joysticks zoals weergegeven in de afbeelding. Zie"Joystick instellen" op pagina 551 6. Als "Zijsch. instellen" is ingesteld op "Uit", gebruiktu de rechter joystick zoals weergegeven in deonderstaande afbeelding.
PositieGebruik1 "Extra functie 1": Richting 1 van de hydrau-liekolie selecteren.2 "Extra functie 1": Richting 2 van de hydrau-liekolie selecteren.3 "Extra functie 2": Richting 1 van de hydrau-liekolie selecteren.1401 - 006 - 08.10.2024 583Positie Gebruik4 "Extra functie 2": Richting 2 van de hydrau-liekolie selecteren. De stempelpoten bedienen
2. Voer de volgende procedure uit voor bediening metéén hendel:a) Draai de schakelaar Transportmodus naarBediening met één hendel (B).b) Gebruik de joysticks om de stempelpoten uit enin te schuiven. Zie "Patroon 1" op pagina 551
3. Voer de volgende procedure uit voor bediening mettwee hendels:a) Draai de schakelaar Transportmodus naarBediening met twee hendels (C).b) Gebruik de joysticks om de stempelpoten uit enin te schuiven. Zie "Patroon 1" op pagina 551
Het product stoppen (DXR 95) 1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.2. Trek het armsysteem in totdat het armsysteem opde grond staat en het gereedschap volledig op hetoppervlak rust.3. Laat de joysticks (A) op de afstandsbediening in deneutraalstand los.
5. Haal de stekker uit het stopcontact.
Het product stoppen (DXR 145) 1. Trek het armsysteem in totdat het armsysteem opde grond staat en het gereedschap volledig op hetoppervlak rust.2. Laat de joysticks (A) op de afstandsbediening in deneutraalstand los.
4. Betreed het werkgebied en open het rechter luik ophet product.
1401 - 006 - 08.10.20245. Zet de hoofdschakelaar naar de OFF-stand (UIT). OFF
6. Sluit het rechter luik op het product.
7. Haal de stekker uit het stopcontact.
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
1. Trek het armsysteem in totdat het armsysteem op
de grond staat en het gereedschap volledig op het oppervlak rust.
4. Betreed het werkgebied en open het rechter luik op
5. Zet de hoofdschakelaar naar de OFF-stand (UIT).
6. Sluit het rechter luik op het product.
7. Haal de stekker uit het stopcontact.
1401 - 006 - 08.10.2024 585Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren. WAARSCHUWING: Koppel de voedingskabel los voordat u onderhoud uitvoert om letsel te voorkomen. Onderhoudsbericht "Service van machine nodig" Wanneer het bericht "Service of machine nodig" op het scherm van de afstandsbediening wordt weergegeven, moet een erkende servicewerkplaats onderhoud aan het product uitvoeren. Het bericht verschijnt na de eerste 50 bedrijfsuren wanneer het eerste onderhoud noodzakelijk is. Nadat het eerste onderhoud is uitgevoerd, verschijnt het bericht om de 250 bedrijfsuren. 1234 1234 uurONDERHOUD VAN MACHINE VEREISTN EE M C ON T ACT OP MET DE S ERVICEWERK PLAATS Vereiste handelingen voorafgaand aan onderhoud WAARSCHUWING: Elektriciteit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Neem alle veiligheidsinstructies in deze handleiding in acht wanneer u onderhoud uitvoert aan het product.
- Maak altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
- Parkeer het product in een gebied dat groot en veilig genoeg is.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond met het armsysteem omlaag en de stempelpoten uitgeklapt.
- Stop de motor en haal de stekker uit het stopcontact om te voorkomen dat de motor per ongeluk start tijdens onderhoud. Zorg ervoor dat de stekker tijdens onderhoud met een lock out tag out stekker is vergrendeld (DXR 95). Voer de volgende stappen uit: a) Steek de stekker in het tag out lock out-apparaat (A).
b) Sluit het tag out lock out-apparaat (B). c) Vergrendel het tag out lock out-apparaat (C). d) Plaats een bordje op het slot (D).
1401 - 006 - 08.10.2024• Stop de motor en haal de stekker uit het stopcontact om te voorkomen dat de motor per ongeluk start tijdens onderhoud. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar op de controlekast tijdens onderhoud is vergrendeld (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).
- Breng duidelijke waarschuwingsborden aan om omstanders te informeren dat er onderhoudswerkzaamheden gaande zijn.
- Sommige onderdelen op het product kunnen erg heet worden tijdens het bedrijf. Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Zorg ervoor dat het gebied voldoende verlicht is.
- Gebruik een hefinrichting om zware onderdelen van het product op te tillen en om ze in een stabiele toestand te houden tijdens onderhoud. Vergrendel onderdelen van het product mechanisch vóór onderhoud om letsel door bewegende delen te voorkomen.
- Verwijder olie en vuil van het gebied rondom het product. Verwijder ongewenste voorwerpen.
- Reinig het product. Vuil in het hydraulisch systeem kan schade veroorzaken.
- Zorg dat brandblussers, medische hulpmiddelen en een noodtelefoon binnen handbereik zijn.
- Vergrendel onderdelen van het product die mechanisch kunnen bewegen voordat u de schroefkoppelingen losmaakt of de hydraulische slangen loskoppelt.
- Wees voorzichtig wanneer u aansluitingen loskoppelt. De leiding- en slangaansluitingen kunnen onder druk staan, ook al is het product gestopt.
- Markeer alle kabels en slangen om het product weer op de juiste wijze te kunnen monteren. Onderhoudsschema
- = Algemeen onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. X = De instructies zijn opgenomen in deze gebruikershandleiding. Algemeen productonderhoud Na de eerste 8 uur Elke dag Weke- lijks Elke
uur Zorg ervoor dat de zekeringsmiddelen aan het armsysteem en de stempelpoten zijn vastgezet. Span de zekeringsmid- delen na, indien nodig. Zie Aanhaalmomenten (DXR 95) op pagina 618
Aanhaalmomenten (DXR 145) op pagi- na 619
X X Zorg ervoor dat er hamersmeervat aan de sloophamer wordt toegevoerd.
Smeer alle koppelingen en cilinderbevestigingen op het armsysteem en de gereedschapskoppeling. Zie Het pro- duct smeren (DXR 95) op pagina 613
Het product smeren (DXR 145) op pagina 615
Het product smeren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 616
1401 - 006 - 08.10.2024 587Algemeen productonderhoud Na de eerste 8 uur Elke dag Weke- lijks Elke
uur Controleer of bouten en bevestigingen goed zijn vastge- draaid. Haal de bouten en bevestigingen indien nodig aan.
Controleer op lekkage aan de cilinders en de slangen. X Controleer de voedingskabel, de stekkers en aansluitingen op schade. Zie De elektrische kabels op slijtage controle- ren op pagina 612
Controleer de rupsbanden en stempelpoten op schade. Zie Het product op scheurtjes controleren op pagina 613
Controleer het peil van de hydraulische olie. Zie Het peil van de hydraulische olie controleren (DXR 95, DXR 145) op pagina 594
Het peil van de hydrauliekolie controle- ren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 594
Controleer het vetpeil in de vetpomp/vetpatroon van de sloophamer.
Zorg ervoor dat er hamervet aan het gereedschap wordt toegevoerd.
De noodstopknop op het product controleren. Zie De nood- stopknop op het product (DXR 95) controleren op pagina
De noodstopknop op het product (DXR 145) contro- leren op pagina 530
De noodstopknop op het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) controleren op pagina 532
De machinestopknop op de afstandsbediening controleren. Zie De machinestopknop op de afstandsbediening contro- leren (DXR 95) op pagina 533
De machinestopknop op de afstandsbediening (DXR 145) controleren op pagina
De machinestopknop op de afstandsbediening (DXR 275, DXR 305, DXR 315) controleren op pagina 535
Smeer alle koppelingen en bevestigingsbeugels aan de stempelpoten.
Smeer de kogellagers van de tandwielring en de tandwie- len van de tandwielring.
Controleer lasnaden, gaten en scherpe hoeken op schade en scheurtjes.
Reinig het product en de hydraulische-oliekoeler. X Controleer op lekkage in de kleppenblokken, de hydrauli- sche-oliekoeler, de zwenkmotor en de aandrijfmotor.
Controleer de waarschuwingsborden en stickers op scha- de.
Controleer de joysticks, het display, de knoppen en de schakelaars op de afstandsbediening. Controleer of deze goed werken.
Controleer het oliepeil in de aandrijfmotor (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).
Controleer het oliepeil in de zwenkmotor (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).
588 1401 - 006 - 08.10.2024Algemeen productonderhoud Na de eerste 8 uur Elke dag Weke- lijks Elke
uur Vervang het hydraulische-luchtfilter X Vervang het hydraulische-oliefilter. X Draai het kettingaandrijfwiel vast. * Ververs de hydraulische olie. X Ververs de olie in de aandrijfmotor (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).
WAARSCHUWING: Alle essentiële veiligheidsonderdelen moeten om de 20 jaar worden vervangen. Zie Essentiële veiligheidsonderdelen op pagina 537
Het product reinigen (DXR 95)
- Bind voordat u het product reinigt een plastic zak strak rond het luchtfilter op de hydraulische-olietank. Dit voorkomt dat er water in de hydraulische-olietank terechtkomt.
- Reinig het product met water of perslucht.
- Als het product niet schoon wordt met water, gebruikt u een mild reinigingsmiddel. WAARSCHUWING: Richt een hogedrukreiniger of perslucht niet direct op elektrische onderdelen, hydraulische slangen of afdichtingen. Water en vuil kunnen in het product terechtkomen en schade veroorzaken. Het product reinigen (DXR 145)
- Bind voordat u het product reinigt een plastic zak strak rond het luchtfilter op de hydrauliekolietank. Dit voorkomt dat er water in de hydrauliekolietank terechtkomt.
- Reinig het product met water of perslucht.
- Als het product niet schoon wordt met water, gebruikt u een mild reinigingsmiddel. WAARSCHUWING: Richt een hogedrukreiniger of perslucht niet direct op elektrische onderdelen, hydraulische slangen of afdichtingen. Water en vuil kunnen in het product terechtkomen en schade veroorzaken. 1401 - 006 - 08.10.2024 589Het product reinigen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Bind voordat u het product reinigt een plastic zak strak rond het luchtfilter op de hydrauliekolietank. Dit voorkomt dat er water in de hydrauliekolietank terechtkomt.
- Reinig het product met water of perslucht.
- Als het product niet schoon wordt met water, gebruikt u een mild reinigingsmiddel. WAARSCHUWING: Richt een hogedrukreiniger of perslucht niet direct op elektrische onderdelen, hydraulische slangen of afdichtingen. Water en vuil kunnen in het product terechtkomen en schade veroorzaken. De koeler voor hydraulische olie reinigen (DXR 95) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. Laat de koeler voor hydraulische olie afkoelen voordat u deze gaat reinigen.
- Reinig het gebied rond de koeler voor hydraulische olie met water en een mild reinigingsmiddel.
- Reinig de koelribben op de koeler voor hydraulische olie met perslucht.
- Als de koelribben niet schoon worden met perslucht, gebruikt u een hogedrukreiniger en een reinigingsmiddel.
- Neem de volgende instructies in acht om schade aan de koelribben te voorkomen: a) Gebruik slechts een maximumdruk van 100 bar/ 1450 psi. b) Houd een afstand aan van minimaal 40 cm/15,7 inch tussen de koeler voor hydraulische olie en de spuitmond. c) Richt het water of de lucht recht op de koeler voor hydraulische olie, parallel aan de koelribben. De hydrauliekoliekoeler reinigen (DXR 145) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. Laat het hydrauliekoliekoeler afkoelen voordat u deze gaat reinigen.
- Reinig het gebied rond de hydrauliekoliekoeler met water en een mild reinigingsmiddel.
- Reinig de koelribben op de hydrauliekoliekoeler met perslucht.
- Als de koelribben niet schoon worden met perslucht, gebruikt u een hogedrukreiniger en een reinigingsmiddel.
- Neem de volgende instructies in acht om schade aan de koelribben te voorkomen: a) Gebruik slechts een maximumdruk van 100 bar/ 1450 psi.
1401 - 006 - 08.10.2024b) Houd een afstand aan van minimaal 40 cm/ 15,7 inch tussen de hydrauliekoliekoeler en de spuitmond. c) Richt het water of de lucht recht op de hydrauliekoliekoeler, parallel aan de koelribben. De hydrauliekoliekoeler reinigen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. Laat het hydrauliekoliekoeler afkoelen voordat u deze gaat reinigen.
- Reinig het gebied rond de hydrauliekoliekoeler met water en een mild reinigingsmiddel.
- Reinig de koelribben op de hydrauliekoliekoeler met perslucht.
- Als de koelribben niet schoon worden met perslucht, gebruikt u een hogedrukreiniger en een reinigingsmiddel.
- Neem de volgende instructies in acht om schade aan de koelribben te voorkomen: a) Gebruik slechts een maximumdruk van 100 bar/ 1450 psi. b) Houd een afstand aan van minimaal 40 cm/ 15,7 inch tussen de hydrauliekoliekoeler en de spuitmond. c) Richt het water of de lucht recht op de hydrauliekoliekoeler, parallel aan de koelribben. Elektrische onderdelen reinigen
- Reinig de elektromotor, de controlekast, de elektrische aansluitingen, en de andere elektrische onderdelen. Gebruik een doek of perslucht. OPGELET: Gebruik geen water rechtstreeks op elektrische onderdelen.
- Reinig de buitenkant van de afstandsbediening met een vochtige doek. Reinig de binnenkant van de afstandsbediening met perslucht. OPGELET: Gebruik geen hogedrukreiniger voor het reinigen van de afstandsbediening. De accu's en de acculader reinigen OPGELET: Reinig de accu's of acculader nooit met water.
- Zorg ervoor dat de accu's en de acculader schoon en droog zijn voordat u de accu's aansluit op de acculader. 1401 - 006 - 08.10.2024 591• Reinig de accuklemmen met perslucht of een zachte en droge doek.
- Reinig de oppervlakken van de accu's en de acculader met een zachte en droge doek. Na het reinigen van het product
- Smeer alle smeerpunten op het product. Zie Het product smeren (DXR 95) op pagina 613
Het product smeren (DXR 145) op pagina 615
Het product smeren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 616
- Als u het product met water hebt gereinigd, laat het product dan volledig drogen voordat u het start. OPGELET: Wees voorzichtig als u het product start nadat het met water is gereinigd. Onderdelen die beschadigd zijn geraakt door vocht kunnen een ongewenst effect hebben op de bewegingen van het product. De hydraulische druk in het hydraulisch systeem aflaten (DXR 95) WAARSCHUWING: Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u de druk in het hydraulisch systeem aflaat. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
2. Klap het armsysteem uit totdat het armsysteem de
grond met minimale druk raakt. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders wordt afgelaten.
3. Schuif de stempelpoten uit totdat de stempelpoten
de grond met minimale druk raken. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders wordt afgelaten. Zie De stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
6. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
7. Verwijder het luchtfilter om de hydraulische druk in
door interne lekkage.
9. Monteer het luchtfilter op de hydraulische-olietank.
10. Monteer de voorste afdekking en draai de 4
schroeven vast. De hydraulische druk in het hydraulisch systeem aflaten (DXR 145) WAARSCHUWING: Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u de druk in het hydraulisch 592 1401 - 006 - 08.10.2024systeem aflaat. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
2. Klap het armsysteem uit totdat het armsysteem de
grond met minimale druk raakt. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders wordt afgelaten.
3. Schuif de stempelpoten uit totdat de stempelpoten
de grond met minimale druk raken. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders wordt afgelaten. Zie De stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR
5. Verwijder de 4 schroeven en de voorste afdekking.
6. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
7. Verwijder het luchtfilter om de hydraulische druk in
door interne lekkage.
9. Monteer het luchtfilter op de hydraulische-olietank.
10. Monteer de voorste afdekking en draai de 4
schroeven vast. Voor de rupsbandeenheid laat u de hydraulische druk in de hydraulische accumulator af. Zie Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 145) op pagina 624
De hydraulische druk in het hydraulisch systeem aflaten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) WAARSCHUWING: Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u de druk in het hydraulisch systeem aflaat. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
2. Klap het armsysteem uit totdat het armsysteem de
grond met minimale druk raakt. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders wordt afgelaten.
3. Schuif de stempelpoten uit totdat de stempelpoten
de grond met minimale druk raken. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders wordt afgelaten. Zie De stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
1401 - 006 - 08.10.2024 5935. Open het linker luik op het product.
6. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
7. Verwijder het luchtfilter om de hydraulische druk in
door interne lekkage.
9. Monteer het luchtfilter op de hydraulische-olietank.
10. Sluit het linker luik op het product.
Het peil van de hydraulische olie controleren (DXR 95, DXR 145)
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Klap het armsysteem volledig in.
stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Druk op de menuknop (A) op de afstandsbediening.
5. Selecteer "Olie bijvullen" in het menu "Functies" op
het display. Ger eedsc ha p Bedieningselementen Systeem Mac hinesta tus Functies Olie bijvullen Rupsba ndspanning
6. Lees het peil van de hydraulische olie af op het
7. Vul de hydraulische olie bij als het peil van de
hydraulische olie lager is dan of gelijk is aan 80%. Zie De hydraulische olie vullen (DXR 95) op pagina
Het peil van de hydrauliekolie controleren (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Klap het armsysteem volledig in.
stempelpoten bedienen op pagina 584
1401 - 006 - 08.10.20244. Controleer het peil van de hydrauliekolie door het kijkglas van de hydrauliekolietank. Het hydrauliekoliepeil mag niet meer dan 1 cm/0,39 inch onder het maximumpeil staan. MAX MIN
5. Als het peil van de hydrauliekolie te laag is, moet
hydrauliekolie worden bijgevuld. Zie De hydraulische olie vullen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina
De hydraulische olie aftappen (DXR 95) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie aftapt. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie aftapt. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Draai het armsysteem 90° naar een kant van het
3. Klap het armsysteem volledig in.
4. Trek de voorste stempelpoten volledig in. Houd
de achterste stempelpoten uitgeschoven. Zie
stempelpoten bedienen op pagina 584
5. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
7. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
8. Verwijder het luchtfilter om de druk in de
hydraulische-olietank af te laten. 1401 - 006 - 08.10.2024 5959. Plaats een opvangbak (C) onder de aftapplug voor de hydraulische olie.
10. Verwijder de aftapplug (D) voor de hydraulische olie
12. Vervang het hydraulische-oliefilter indien nodig. Zie
Het hydraulische-oliefilter vervangen (DXR 95) op pagina 602
13. Breng de aftapplug voor de hydraulische olie aan en
14. Monteer het luchtfilter en zet het vast.
15. Monteer de voorste afdekking en draai de 4
schroeven vast. OPGELET: Start het product niet als de hydraulische-olietank leeg is. De hydraulische pomp raakt dan beschadigd. Vul de hydrauliekolietank met hydraulische olie. Zie
De hydraulische olie aftappen (DXR 145) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie aftapt. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie aftapt. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Draai het armsysteem 90° naar een kant van het
3. Klap het armsysteem volledig in.
4. Trek de voorste stempelpoten volledig in. Houd
de achterste stempelpoten uitgeschoven. Zie
stempelpoten bedienen op pagina 584
5. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR
6. Verwijder de 4 schroeven en de voorste afdekking.
7. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
9. Plaats een opvangbak onder de aftapplug voor de
11. Verwijder de aftapplug (C) voor de hydraulische olie.
12. Laat de hydraulische olie in de opvangbak lopen.
13. Vervang het hydraulische-oliefilter indien nodig. Zie
Het hydraulische-oliefilter vervangen (DXR 145) op pagina 603
14. Breng de aftapplug voor de hydraulische olie aan en
15. Plaats de afdekking van de aftapplug en draai de 2
16. Monteer het luchtfilter en zet het vast.
17. Monteer de voorste afdekking en draai de 4
schroeven vast. OPGELET: Start het product niet als de hydraulische-olietank leeg is. De hydraulische pomp raakt dan beschadigd. Vul de hydrauliekolietank met hydraulische olie. Zie
De hydraulische olie aftappen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie aftapt. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie aftapt. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Draai het armsysteem 90° naar een kant van het
3. Klap het armsysteem volledig in.
4. Trek de voorste stempelpoten volledig in. Houd
de achterste stempelpoten uitgeschoven. Zie
stempelpoten bedienen op pagina 584
5. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
6. Open het linker luik op het product.
7. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
1401 - 006 - 08.10.2024 5978. Verwijder het luchtfilter om de druk in de hydraulische-olietank af te laten.
9. Plaats een opvangbak onder de aftapplug voor de
10. Verwijder de aftapplug (A) voor de hydraulische olie.
12. Vervang het hydraulische-oliefilter indien nodig. Zie
Het hydraulische-oliefilter vervangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 604
13. Breng de aftapplug voor de hydraulische olie aan en
14. Monteer het luchtfilter en zet het vast.
15. Sluit het linker luik op het product.
OPGELET: Start het product niet als de hydraulische-olietank leeg is. De hydraulische pomp raakt dan beschadigd. Vul de hydrauliekolietank met hydraulische olie. Zie
De hydraulische olie vullen (DXR 95) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie ververst. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
1401 - 006 - 08.10.20242. Klap het armsysteem volledig in.
stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR
. Haal de stekker niet uit het stopcontact.
5. Druk op de menuknop op de afstandsbediening.
6. Selecteer "Olie bijvullen" in het menu "Functies" op
het display en lees het peil van de hydraulische olie af op het display.
8. Verwijder de olievulplug (C) uit de olievulopening.
9. Verwijder het luchtfilter (D).
10. Plaats een trechter in de olievulopening en vul
hydraulische olie rechtstreeks in de hydraulische- olietank. OPGELET: Wees voorzichtig wanneer u de hydraulische olie vult. De olie wordt rechtstreeks in de hydraulische-olietank gevuld. Als de hydraulische olie verontreinigd is, kan dit schade aan het hydraulisch systeem veroorzaken.
11. Kijk tijdens het vullen van de hydraulische olie
op de afstandsbediening om te zien wanneer de hydraulische-olietank vol is. Terwijl u hydraulische olie vult, knipperen de werklampen op het product steeds sneller. Wanneer de hydraulische-olietank vol is, blijven de werklampen op het product continu branden. Als het peil van de hydraulische olie 110% of meer is, klinkt de claxon.
12. Verwijder de trechter en breng de olievulplug en het
13. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
14. Beweeg het armsysteem een aantal keer tussen de
buitenste en binnenste eindstand om de lucht uit het hydraulisch systeem te verwijderen.
15. Stop het product en controleer of er geen lekken zijn.
16. Lees het peil van de hydraulische olie af op het
display van de afstandsbediening. Vul indien nodig hydraulische olie bij. De hydraulische olie vullen (DXR 145) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie ververst. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u 1401 - 006 - 08.10.2024 599de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Klap het armsysteem volledig in.
stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR
7. Reinig de aanzuigslang van de hydraulische
8. Verwijder de plug van de aanzuigslang (B).
9. Plaats de aanzuigslang in een verpakking met
hydraulische olie. Gebruik nieuwe hydraulische olie. Zie Hydrauliekolie op pagina 653
10. Druk op de menuknop op de afstandsbediening.
11. Selecteer "Olie bijvullen" in het menu "Functies" op
14. Verwijder de aanzuigslang uit de verpakking met
15. Breng de plug van de aanzuigslang aan.
1401 - 006 - 08.10.202416. Monteer de afdekking aan de linkerkant en haal de 2 rubberen klemmen aan.
17. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
18. Beweeg het armsysteem een aantal keer tussen de
buitenste en binnenste eindstand om de lucht uit het hydraulisch systeem te verwijderen.
19. Stop het product en controleer of er geen lekken zijn.
20. Lees het peil van de hydraulische olie af op het
display. Vul indien nodig hydraulische olie bij. De hydraulische olie vullen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie ververst. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Klap het armsysteem volledig in.
stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
5. Open het linker luik op het product.
6. Reinig de aanzuigslang van de hydraulische
7. Verwijder de plug van de aanzuigslang (B).
8. Plaats de aanzuigslang in een verpakking met
hydraulische olie. Gebruik nieuwe hydraulische olie. Zie Hydrauliekolie op pagina 653
9. Druk op de menuknop op de afstandsbediening.
10. Selecteer "Olie bijvullen" in het menu "Functies" op
1401 - 006 - 08.10.2024 60112. Controleer het peil van de hydraulische olie op het kijkglas van de hydraulische-olietank. Het peil van de hydraulische olie mag niet meer dan 1 cm/0,39 inch onder het maximumpeil staan. MAX MIN
13. Laat de knop (C) los wanneer de hydraulische olie
het juiste peil in het kijkglas bereikt.
14. Verwijder de aanzuigslang uit de verpakking met
15. Breng de plug van de aanzuigslang aan.
16. Sluit het linker luik op het product.
17. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
18. Beweeg het armsysteem een aantal keer tussen de
buitenste en binnenste eindstand om de lucht uit het hydraulisch systeem te verwijderen.
19. Stop het product en controleer of er geen lekken zijn.
20. Controleer het peil van de hydraulische olie op
het kijkglas van de hydraulische-olietank. Vul indien nodig hydraulische olie bij. Het hydraulische-oliefilter vervangen (DXR 95) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het hydraulische-oliefilter vervangt. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
4. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
5. Verwijder het luchtfilter om de druk in de
1401 - 006 - 08.10.20246. Reinig het deksel van het hydraulische-oliefilter (C) en de omliggende onderdelen.
7. Verwijder het deksel van het hydraulische-oliefilter
samen met de afdichtring (D) en de veer (E).
10. Verwijder het hydraulische-oliefilter (G) uit de
11. Controleer de filterhouder op ongewenste materialen
of deeltjes. Ongewenste materialen of deeltjes kunnen het hydraulisch systeem beschadigen of verontreinigen.
12. Reinig de filterhouder met een ontvetter en spoel
de filterhouder door met warm water. Droog de filterhouder met perslucht.
13. Monteer een nieuw hydraulische-oliefilter in de
15. Monteer het deksel van het hydraulische-oliefilter.
16. Breng het luchtfilter aan.
17. Monteer de voorste afdekking en draai de 4
schroeven vast. Het hydraulische-oliefilter vervangen (DXR 145) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het hydraulische-oliefilter vervangt. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR
3. Verwijder de 4 schroeven en de voorste afdekking.
4. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
5. Verwijder het luchtfilter om de druk in de
hydraulische-olietank af te laten. 1401 - 006 - 08.10.2024 6036. Reinig het deksel van het hydraulische-oliefilter (A) en de omliggende onderdelen.
7. Verwijder het deksel van het hydraulische-oliefilter
samen met de afdichtring (B) en de veer (C).
10. Verwijder het hydraulische-oliefilter (E) uit de
11. Controleer de filterhouder op ongewenste materialen
of deeltjes. Ongewenste materialen of deeltjes kunnen het hydraulisch systeem beschadigen of verontreinigen.
12. Reinig de filterhouder met een ontvetter en spoel
de filterhouder door met warm water. Droog de filterhouder met perslucht.
13. Monteer een nieuw hydraulische-oliefilter in de
15. Monteer het deksel van het hydraulische-oliefilter.
16. Breng het luchtfilter aan.
17. Monteer de voorste afdekking en draai de 4
schroeven vast. Het hydraulische-oliefilter vervangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het hydraulische-oliefilter vervangt. WAARSCHUWING: Draag persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
3. Open het linker luik op het product.
4. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
5. Verwijder het luchtfilter om de druk in de
hydraulische-olietank af te laten.
6. Open het rechter luik op het product.
1401 - 006 - 08.10.20247. Reinig het deksel van het hydraulische-oliefilter (A) en de omliggende onderdelen.
8. Verwijder het deksel van het hydraulische-oliefilter.
10. Verwijder het hydraulische-oliefilter (E) uit de
11. Controleer de filterhouder op ongewenste materialen
of deeltjes. Ongewenste materialen of deeltjes kunnen het hydraulisch systeem beschadigen of verontreinigen.
12. Reinig de filterhouder met een ontvetter en spoel
de filterhouder door met warm water. Droog de filterhouder met perslucht.
13. Monteer een nieuw hydraulische-oliefilter in de
15. Breng een nieuwe pakkingsring aan.
16. Monteer de veer.
17. Monteer het deksel van het hydraulische-oliefilter.
18. Breng het luchtfilter aan.
19. Sluit de linker en rechter luiken op het product.
Het luchtfilter vervangen (DXR 95) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het luchtfilter vervangt.
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
3. Reinig het buitenoppervlak van het luchtfilter en de
omliggende onderdelen.
4. Verwijder het luchtfilter.
5. Monteer een nieuw luchtfilter.
Het luchtfilter vervangen (DXR 145) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het luchtfilter vervangt.
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR
3. Reinig het buitenoppervlak van het luchtfilter en de
omliggende onderdelen. 1401 - 006 - 08.10.2024 6054. Verwijder het luchtfilter.
5. Monteer een nieuw luchtfilter.
Het luchtfilter vervangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het luchtfilter vervangt.
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
3. Reinig het buitenoppervlak van het luchtfilter en de
omliggende onderdelen.
4. Verwijder het luchtfilter.
5. Monteer een nieuw luchtfilter.
Het oliepeil in de zwenkmotor controleren (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en
stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
2. Reinig het gebied rond de peilstok voor de
zwenkmotor om verontreiniging van het systeem te voorkomen.
4. Veeg de olie van de peilstok.5. Steek de peilstok weer helemaal terug en maak hemvast.6. Verwijder de peilstok opnieuw en lees het oliepeilaf. Het oliepeil is correct wanneer het tussen demarkeringen "Max." and "Min." op de peilstok staat. MAX MIN
7. Vul als het oliepeil laag is olie bij door de openingvoor de peilstok. Vul de olie langzaam bij. Zie
Technische gegevens op pagina 650
8. Controleer het oliepeil opnieuw.
Het oliepeil in de aandrijfmotor controleren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
1. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
2. Bedien de rupsbanden tot 1 van de pluggen gelijkligt met het midden van de naaf. De andere plugstaat in de bovenste positie.3. Parkeer het product op een vlakke ondergrond enstop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
4. Reinig het gebied rond de pluggen omverontreiniging van het aandrijfmotorsysteem tevoorkomen.5. Verwijder de peilplug (A).
6. Kijk in de opening voor de peilplug (B). Het oliepeilis correct als de olie tot aan de rand van de openingvoor de peilplug staat.1401 - 006 - 08.10.2024 6077. Als het oliepeil laag is, opent u de bovenste plug (C) en vult u olie bij door de opening van de bovenste plug. Vul de olie langzaam bij totdat er olie uit de peilopening loopt. Zie Technische gegevens op pagina 650
De hoeveelheid vet in de vetpomp van de sloophamer controleren (DXR 95)
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en
stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
2. Controleer de hoeveelheid vet in de vetpomp.
3. Als de vetpomp van de sloophamer leeg is, voert u
de volgende procedure uit. a) Reinig de omgeving van de vetpomp van de sloophamer. Dit voorkomt verontreiniging van het vetpompsysteem van de sloophamer. b) Sluit de vetspuit aan op de smeernippel. Zie Smeermiddelen op pagina 654 voor het juiste type vet.
OPGELET: Er bevinden zich 2 smeernippels in de inspectiegleuf. Zorg ervoor dat u de vetslang op de juiste smeernippel (A) bevestigt. c) Vul de vetpomp van de sloophamer.
1401 - 006 - 08.10.2024d) Als u te veel vet in de vetpomp van de sloophamer vult, komt er vet uit de opening (B).
e) Ontlucht de vetpomp van de sloophamer als er geen vet komt nadat u de vetpomp van de sloophamer hebt bijgevuld. Zie De vetpomp van de sloophamer ontluchten (DXR 95) op pagina
De hoeveelheid smeermiddel controleren in de vetpatroon in de vetpomp van de sloophamer (DXR 145)
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en
stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584
2. Controleer de hoeveelheid smeervet in de
vetpatroon. De vetpatroon is leeg wanneer de kunststof bus de eindaanslag heeft bereikt
3. Als de vetpatroon leeg is, voert u de volgende
procedure uit. a) Reinig het gebied rond de vetpatroon en de vetpomp van de sloophamer. Dit voorkomt verontreiniging van het vetpompsysteem van de sloophamer. b) Verwijder de vetpatroon uit de vetpomp van de sloophamer. c) Snijd de kunststof dop van de nieuwe vetpatroon. d) Monteer een nieuwe vetpatroon in de vetpomp van de sloophamer. 1401 - 006 - 08.10.2024 609e) Ontlucht de vetpomp van de sloophamer als er geen vet uit de nieuwe vetpatroon komt. Zie
De hoeveelheid smeermiddel controleren in de vetpatroon in de vetpomp van de sloophamer (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en
stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
2. Controleer de hoeveelheid smeervet in de
vetpatroon. De vetpatroon is leeg wanneer de kunststof bus de eindaanslag heeft bereikt.
3. Als de vetpatroon leeg is, voert u de volgende
procedure uit. a) Reinig het gebied rond de vetpatroon en de vetpomp van de sloophamer. Dit voorkomt verontreiniging van het vetpompsysteem van de sloophamer. b) Verwijder de vetpatroon uit de vetpomp van de sloophamer. c) Snijd de kunststof dop van de nieuwe vetpatroon. d) Monteer een nieuwe vetpatroon in de vetpomp van de sloophamer. e) Ontlucht de vetpomp van de sloophamer als er geen vet uit de nieuwe vetpatroon komt. Zie
De vetpomp van de sloophamer ontluchten (DXR 95)
2. Vul de vetpomp van de sloophamer tot de vetzuiger
zich 4 cm boven de steun bevindt. Zie
hoeveelheid vet in de vetpomp van de sloophamer controleren (DXR 95) op pagina 608
1401 - 006 - 08.10.20243. Koppel de uitgaande slang los.
4. Verwijder het pompelement (C).
5. Controleer of er vet uit de opening voor de uitgaande
slang (E) komt. Zorg ervoor dat er geen luchtbellen in het vet zitten dat uit de opening voor de uitgaande slang komt.
7. Ga naar het menu "Functies" op de
9. Zorg ervoor dat er vet uit het pompelement komt.
10. Sluit de uitgaande slang aan.
De vetslang vullen (DXR 95) Als u de vetslang vervangt, moet u de nieuwe vetslang met vet vullen.
1. Ga naar het menu "Functies" op de
afstandsbediening. Hulpmid delenBedieningselementenSysteemMac hinesta tusFunctiesOlie bijvullenSm eer slang vulle n
2. Selecteer "Vetslang vullen".
3. Gebruik de knoppen + (A) en - (B) om de lengte van
4. Druk op de knop (C) om de vetslang te vullen. Het
product stopt wanneer de vetslang vol is. 1401 - 006 - 08.10.2024 611De vetpomp van de sloophamer ontluchten (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
1. Verwijder de uitgaande slang (A).
2. Verwijder de schroef en de onderlegring (B).
3. Druk de zuiger (C) voorzichtig in het vetpatroon
totdat er vet uit het schroefgat komt. Hierdoor wordt de lucht uit de vetpomp van de sloophamer verwijderd.
4. Monteer de schroef en de onderlegring.
5. Koppel de hydraulische slangen los van het
gemonteerde gereedschap. Let op: Het gereedschap hoeft niet van het product te worden verwijderd.
6. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
7. Selecteer "Sloophamer" in het menu
"Gereedschappen" op het display.
8. Druk de rechter of linker knop boven op de linker
joystick gedurende ca. 40 in om de hydraulische druk te laten toenemen.
9. Controleer of er vet uit de opening voor de uitgaande
10. Als er geen vet uit komt, herhaalt u stappen 2 t/m 8.
11. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
12. Sluit de uitgaande slang aan.
13. Sluit de hydraulische slangen aan op het
gemonteerde gereedschap. Assen en bussen op slijtage controleren
- Vervang loszittende bussen in koppelingen.
- Vervang assen als deze door slijtage zijn beschadigd. Als een expansiemof slijtage vertoont, betekent dit dat deze niet correct is vastgezet.
- Zorg ervoor dat de draaigewrichten gesmeerd zijn. Smeermiddel voorkomt dat vuil en water in de draaigewrichten terechtkomt en vermindert de slijtage op assen en bussen. De rubberen onderdelen op slijtage controleren
- Controleer de rupsbanden. Als u het metaal van de wapening kunt zien, vervangt u de rupsbanden.
- Controleer de stempels. Als u de plaat kunt zien, vervangt u de stempels. De hydraulische slangen op slijtage controleren OPGELET: Gebruik geen hydraulische slangen die verdraaid, versleten of beschadigd zijn.
- Vervang een hydraulische slang als u de wapening kunt zien.
- Zorg ervoor dat hydraulische slangen niet langs scherpe randen schuren.
- Controleer of de hydraulische slangen niet helemaal zijn uitgerold. Stel de lengte van de hydraulische slangen indien nodig af.
- Controleer of de hydraulische slangen niet zijn verdraaid.
- Controleer of de hydraulische slangen niet te zeer zijn verbogen. De elektrische kabels op slijtage controleren WAARSCHUWING: Voer de inspectie uit terwijl de motor is gestopt en de stekker is losgekoppeld.
- Controleer het isolatiemateriaal van de elektrische kabels op beschadiging. Vervang de elektrische kabels als ze beschadigd zijn. Het hydraulische systeem op lekkages controleren OPGELET: Het risico op mechanische storingen is groter als het product lekt. Vervang versleten en beschadigde onderdelen. WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie wordt heet tijdens het gebruik van het 612 1401 - 006 - 08.10.2024product. Gebruik nooit uw handen om te controleren op lekkages. Laat het product afkoelen voordat u op lekkage controleert.
- Reinig het product regelmatig om lekkages makkelijker op te sporen.
- Controleer de grond onder het product en de grondplaat van de toren op hydrauliekolie. Als u hydrauliekolie aantreft, verhelp de lekkage.
- Controleer de slangkoppelingen, de snelkoppelingen voor de hydraulische slangen en de cilinders op hydrauliekolie. Als u hydrauliekolie aantreft, verhelp de lekkage.
- Controleer andere hydraulische onderdelen op strepen vuil. Strepen vuil kunnen duiden op een lekkage. Het product op scheurtjes controleren Het is makkelijker om scheuren op te sporen op een schoon product. Er bestaat een verhoogd risico op scheurtjes bij lasnaden, openingen en scherpe hoeken.
- Controleer op scheuren ronde de beugels van de stempelpoten en de beugel van de tandwielring. Controleer ook de lasnaden tussen het onderstel van het product en de zijkanten van rupsbanden.
- Controleer op scheuren op de koppelingen van het armsysteem, de cilinderbeugels en de lasnaden. Laswerkzaamheden uitvoeren aan het product OPGELET: Alleen bevoegde lassers mogen laswerkzaamheden uitvoeren aan het product.
- Neem contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. Het product smeren (DXR 95) OPGELET: Als de smeerprocedure niet wordt gevolgd, bestaat er een groot risico dat de afdichtingen van de tandwielring naar buiten worden gedrukt. Als de afdichtingen naar buiten worden gedrukt, kan vuil binnendringen in het kogellager van de tandwielring en schade veroorzaken. Beschadigde afdichtingen moeten worden vervangen. 1401 - 006 - 08.10.2024 61330x
1. Beweeg het product totdat u toegang hebt tot alle
2. Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
5. Gebruik een vetpistool om de smeernippels (A)
en de koppelingen en cilinderbevestigingen in de stempelpoten en het armsysteem te smeren. Sluit het vetpistool aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtbaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654
6. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
7. Klap de stempelpoten uit.
8. Trek het armsysteem in en til het op.
Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
Let op: U krijgt toegang tot de smeernippel (C) via het gat in de bodemplaat en tot de smeernippel (D) via de inspectiegleuf aan de linkerkant van de toren.
12. Vervang defecte of verstopte smeernippels.
13. Smeer de smeernippels (B), (C) en (D) met een
vetpistool. Sluit het vetpistool aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtbaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654
OPGELET: Er bevinden zich 2 smeernippels in de inspectiegleuf. Zorg ervoor dat u het vetpistool op de juiste smeernippel (D) bevestigt.
14. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
15. Draai de toren 90–100˚naar links.
16. Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
18. Vervang de smeernippel als deze kapot of verstopt
19. Smeer de smeernippels (D) en (E) met een
vetpistool. Sluit het vetpistool aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtbaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654
OPGELET: Er bevinden zich 2 smeernippels in de inspectiegleuf. Zorg ervoor dat u het vetpistool op de juiste smeernippel (E) bevestigt. Het product smeren (DXR 145) OPGELET: Als de smeerprocedure niet wordt gevolgd, bestaat er een groot risico dat de afdichtingen van de tandwielring naar buiten worden gedrukt. Als de afdichtingen naar buiten worden gedrukt, kan vuil binnendringen in het kogellager van de tandwielring en schade veroorzaken. Beschadigde afdichtingen moeten worden vervangen. 1401 - 006 - 08.10.2024 615B
1. Beweeg het product totdat u toegang hebt tot
alle smeernippels. De smeernippels worden in de afbeelding aangegeven.
2. Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584
5. Gebruik een vetpistool om de smeernippels en
de koppelingen en cilinderbevestigingen in de stempelpoten en het armsysteem te smeren. Sluit het vetpistool aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtbaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654
6. Smeer de 2 smeernippels (A) op het lager van de
tandwielring en de tandwielen van de tandwielring (B). a) Klap het armsysteem uit totdat het recht vooruit wijst. b) Open het inspectieluik (C) op de toren voor toegang tot de 2 smeernippels. c) Smeer de smeernippels met een vetpistool. Pomp het vetpistool 2 à 3 keer. d) Start het product. Zorg ervoor dat u zich op een veilige afstand bevindt. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572
e) Draai de toren 180˚. f) Stop het product en koppel de voedingskabel los. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina
g) Smeer de smeernippels nogmaals met een vetpistool. Pomp het vetpistool 2 à 3 keer. Het product smeren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) OPGELET: Als de smeerprocedure niet wordt gevolgd, bestaat er een groot risico dat de afdichtingen van de tandwielring naar buiten worden gedrukt. Als de afdichtingen naar buiten worden gedrukt, kan vuil binnendringen in het kogellager van de tandwielring en schade veroorzaken. Beschadigde afdichtingen moeten worden vervangen. 616 1401 - 006 - 08.10.2024A
1. Beweeg het product totdat u toegang hebt tot
alle smeernippels. De smeernippels worden in de afbeelding aangegeven.
2. Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR
5. Gebruik een vetpistool om de smeernippels en
de koppelingen en cilinderbevestigingen in de stempelpoten en het armsysteem te smeren. Sluit het vetpistool aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtbaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654
6. Smeer de 2 smeernippels (A) op het lager van de
tandwielring en de tandwielen van de tandwielring (B). a) Smeer de smeernippels met een vetpistool. Pomp het vetpistool 2 à 3 keer. b) Start het product. Zorg ervoor dat u zich op een veilige afstand bevindt. Zie Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
c) Draai de toren 90˚. d) Stop het product en koppel de voedingskabel los. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
e) Voer deze procedure 3 keer uit. De kogellagers van de tandwielringen en de tandwielen van de tandwielring worden dan op 4 punten gesmeerd. De scharnierverbindingen controleren
- Controleer of alle onderdelen naar behoren zijn bevestigd en of er geen sprake is van schade door slijtage.
- Gebruik een momentsleutel om het aanhaalmoment van de expansieassen te controleren. Haal de expansieassen aan met het juiste aanhaalmoment. Zie Aanhaalmomenten (DXR 95) op pagina 618
Aanhaalmomenten (DXR 145) op pagina 619
a) Haal de expansieassen regelmatig aan. Laat het product na het aanhalen 2 à 3 keer een volledige reeks bewegingen maken. Controleer het aanhaalmoment na 8 uur en 40 uur. b) Als een expansieas van plaats is veranderd, beweegt u deze naar het midden. Haal de expansieas vervolgens opnieuw aan. 1401 - 006 - 08.10.2024 617Aanhaalmomenten (DXR 95)
Positie Onderdeel product Aanhaalmoment, Nm 1 Assen, armsysteem (M14) 120 2 Assen, stempelpoot naar hoofdbehuizing (M12)
Positie Onderdeel product Aanhaalmoment, Nm 1 Assen, armsysteem en stempelpoten 204 2 Rupsbandeenheid 500 3 Stempelpootsteun 650 De remfuncties controleren WAARSCHUWING: Wees voorzichtig wanneer u de remfuncties controleert. Risico op letsel.
1. Zorg ervoor dat er geen personen in het werkgebied
2. Zorg ervoor dat u zich boven het product bevindt
wanneer u op een helling werkt.
3. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
4. Controleer de remfunctie van de aandrijfmotor. Voer
de volgende procedure uit. a) Gebruik het product op een helling. b) Laat de joysticks los. c) Voor DXR 95: Zorg ervoor dat het product langzaam beweegt. Voor DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315: Controleer of het product remt en stil blijft staan. 620 1401 - 006 - 08.10.20245. Controleer de remfunctie van de zwenkmotor. Voer de volgende procedure uit. a) Gebruik het product op een helling. b) Draai het armsysteem. c) Laat de joysticks los. d) Voor DXR 95: Zorg ervoor dat het armsysteem langzaam beweegt. Voor DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315: Controleer of het armsysteem remt en langzaam tot stilstand komt.
6. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
1. Schuif de cilinders uit naar de eindaanslag.
2. Controleer de cilinderbuizen. Vervang beschadigde
cilinderbuizen onmiddellijk.
3. Controleer de zuigerstangen. Vervang beschadigde
en verbogen zuigerstangen onmiddellijk.
4. Controleer de schraper. Vervang een beschadigde
(B) in de gereedschapskoppeling op slijtage en beschadiging. Vervang de assen indien deze versleten of beschadigd zijn. Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
2. Controleer of het achterste deel van de
gereedschapskoppeling (C) niet beschadigd is.
3. Controleer of het voorste deel van de
gereedschapskoppeling (D) niet beschadigd is. De gereedschapskoppeling controleren
gereedschapskoppeling op slijtage en beschadiging. Vervang de wig als deze versleten of beschadigd is. Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
1401 - 006 - 08.10.2024 6212. Controleer of de gereedschapskoppeling (C) nietbeschadigd is.3. Zorg ervoor dat de gereedschapskoppeling correctaan het product is bevestigd.4. Controleer of de koppeling niet beschadigd is (D). Het gereedschap controleren
- Controleer of er geen risico op letsel bestaat voor degebruiker of omstanders wanneer het gereedschapwordt gebruikt.• Raadpleeg de bedieningshandleiding van hetgereedschap voor meer informatie. Handmatige rupsbandspanning (DXR 95) De rupsbanden van de DXR 95 hebben een handmatigerupsbandspanning. Het is belangrijk dat de spanningvan de rupsbanden correct is. Als sloopmateriaal inde rupsbanden terechtkomt wanneer de spanning tehoog is, kan het sloopmateriaal schade aan het productveroorzaken. Als de spanning te laag is, bestaat hetrisico dat de rupsbanden van het product komen. De spanning in de rupsbanden controleren (DXR 95) WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij het controleren van despanning in de rupsbanden. Risico op letsel.• Meet de afstand (A). De spanning is correct als deafstand (A) 65–75 mm is.
stempelpoten bedienen op pagina 584
2. Verwijder de 2 bouten en het inspectieluik.3. Haal de spanmoer (A) aan om de spanning in derupsbanden te verhogen.
OPGELET: Haal de rupsbanden niet te strak aan. Er bestaat risico opbeschadiging van de motor.4. Draai de spanmoer los om de spanning in derupsbanden te verlagen. 1401 - 006 - 08.10.20245. Stel de spanmoer af tot de afstand (A) 65–75 mmbedraagt.
6. Breng het inspectieluik en de 2 bouten aan.
De rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 95)
1. Start het product. Zie Het product starten (DXR 95)op pagina 571
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Schuif de stempelpoten volledig uit. Zie
stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95)op pagina 584
5. Verwijder de 2 bouten en het inspectieluik.6. Draai de spanmoer (A) los totdat er geen spanningin de rupsband meer is.
7. Duw het voorste spanwiel naar achteren (B).8. Verwijder de rupsband van het voorste spanwiel (C).
9. Verwijder de rupsband van het achterste spanwiel
(D). 1401 - 006 - 08.10.2024 62310. Monteer de rupsbanden in omgekeerde volgordevan verwijderen. Zorg ervoor dat u de rupsbandenin de juiste richting (E) monteert. De V-vorm inhet patroon op de rupsband moet naar het voorstespanwiel wijzen.
Hydraulische rupsbandspanning (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) De juiste rupsbandspanning is belangrijk voor degebruiksduur van de rupsbanden.Als sloopmateriaal in de rupsbanden terechtkomt tijdensbedrijf, voorkomt een veerfunctie in de rupsbandendat de werking wordt onderbroken. De veerfunctieis uitgerust met een hydraulische accumulator. Alsde veerfunctie van de rupsbanden niet werkt, is dehydraulische accumulator mogelijk defect.De spanfunctie van de rupsbanden is voorzien vanterugslagkleppen. De spanning van de rupsbanden kanafnemen als 1 van de terugslagkleppen geblokkeerd ofbeschadigd is. Voor instructies voor het reinigen vanterugslagkleppen, zie De terugslagkleppen reinigen voor het spannen van de rupsbanden (DXR 145) op pagina
De terugslagkleppen reinigen voor het spannen van de rupsbanden (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 627
Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 145)
1. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Schuif de stempelpoten volledig uit. Zie
stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR
5. Verwijder de afdekkap aan de linkerkant (A).
6. Draai de vergrendelknop linksom (B).7. Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden(C) linksom naar de eindaanslag om de klep teopenen. Hierdoor wordt de druk afgelaten.8. Voer de volgende procedure uit aan elke kant vanhet product.a) Duw het spanwiel naar het midden.b) Verwijder de rupsbanden.c) Monteer nieuwe rupsbanden.9. Draai de klep voor het spannen van de rupsbandenrechtsom om de klep te sluiten.10. Draai de vergrendelknop rechtsom.11. Monteer de afdekkap aan de linkerkant. 1401 - 006 - 08.10.202412. Start het product en voer de procedure voor automatisch spannen van de rupsbanden uit. Zie De procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uitvoeren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 625
1. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
3. Schuif de stempelpoten volledig uit. Zie
stempelpoten bedienen op pagina 584
4. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
5. Verwijder het inspectieluik (A).
6. Trek de klep voor het spannen van de rupsbanden
uit en draai de klep ¼ slag linksom om deze in geopende stand te vergrendelen (B) en (C). Hierdoor wordt de druk afgelaten.
7. Voer de volgende procedure uit aan elke kant van
het product. a) Duw het spanwiel naar het midden. b) Verwijder de rupsbanden. c) Monteer nieuwe rupsbanden.
8. Trek de klep voor het spannen van de rupsbanden
uit en draai deze rechtsom en laat los in de gesloten stand.
9. Monteer het inspectieluik.
10. Start het product en voer de procedure voor het
automatisch spannen van de rupsbanden uit. Zie De procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uitvoeren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 625
De procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uitvoeren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) Er zijn twee procedures voor het automatisch spannen van de rupsbanden.
- Het automatisch spannen van de rupsbanden kan op het display worden uitgevoerd. Voer de volgende procedure uit. a) Breng de stempelpoten omlaag. Zie
stempelpoten bedienen op pagina 584
b) Druk op de menuknop (A) op de afstandsbediening. 1234 h1234 psi223 ⁰C
1401 - 006 - 08.10.2024 625c) Selecteer "Spannen rupsbanden" in het menu "Functies" op het display. OUTRIGGERS DOWN! ACTIVATE AND PUSHRIGHT JOYSTICK FORWARD TRACK TENSION d) Duw de rechter joystick naar voren tot de rupsbanden volledig gespannen zijn. e) Laat de rechter joystick los om het automatisch spannen van de rupsbanden te stoppen.
- Het automatisch spannen van de rupsbanden kan worden uitgevoerd wanneer u de stempelpoten bedient. Voer de volgende procedure uit. a) Breng de stempelpoten omhoog en weer omlaag. Zie De stempelpoten bedienen op pagina 584
De terugslagkleppen reinigen voor het spannen van de rupsbanden (DXR 145)
1. Verwijder de afdekkap aan de linkerkant (A).
3. Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden
(C) linksom naar de eindaanslag om de klep te openen. Hierdoor wordt de druk afgelaten.
4. Breng de stempelpoten omhoog en omlaag. Zie
De stempelpoten bedienen op pagina 584 . De hydraulische vloeistof in het systeem reinigt de terugslagkleppen.
1401 - 006 - 08.10.20245. Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden rechtsom om de klep te sluiten.
het automatisch spannen van de rupsbanden uit te voeren.
8. Monteer de afdekkap aan de linkerkant.
De terugslagkleppen reinigen voor het spannen van de rupsbanden (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
1. Verwijder het inspectieluik (A).
2. Trek de klep voor het spannen van de rupsbanden
uit en draai de klep ¼ slag linksom om deze in geopende stand te vergrendelen (B) en (C). Hierdoor wordt de druk afgelaten.
3. Breng de stempelpoten omhoog en omlaag. Zie
De stempelpoten bedienen op pagina 584 . De hydraulische vloeistof in het systeem reinigt de terugslagkleppen.
4. Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden
rechtsom en laat los in de gesloten stand.
5. Breng de stempelpoten omhoog en omlaag om
het automatisch spannen van de rupsbanden uit te voeren.
6. Monteer het inspectieluik.
Een zekering vervangen (DXR 95) WAARSCHUWING: Elektriciteit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Lees de veiligheidsinstructies in deze handleiding zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product onderhoudt.
1. Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
4. Vervang doorgebrande zekeringen. Raadpleeg de
sticker (E) en Overzicht van de zekeringen op pagina 629
Een zekering vervangen (DXR 145) WAARSCHUWING: Elektriciteit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Lees de veiligheidsinstructies in deze handleiding zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product onderhoudt.
1. Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584
2. Open het deksel van de controlekast.
1401 - 006 - 08.10.20243. Vervang doorgebrande zekeringen. Raadpleeg desticker (C) en Overzicht van de zekeringen op pagina 629
Let op: (A) is zekering F2-F8, (B) is zekering F1.
4. Sluit het deksel van de controlekast.
Een zekering vervangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) WAARSCHUWING: Elektriciteit kanernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Leesde veiligheidsinstructies in deze handleidingzorgvuldig door en zorg ervoor dat u deinstructies hebt begrepen voordat u hetproduct onderhoudt.1. Stop het product en koppel de voedingskabel los. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR
2. Open het deksel van de controlekast.3. Vervang doorgebrande zekeringen. Raadpleeg desticker (C) en
Overzicht van de zekeringen op pagina 629
4. Sluit het deksel van de controlekast.
KE5: Radio-ontvan- ger Productsoftware Neem contact op met uw servicewerkplaats als er sprake is van een probleem met de productsoftware of voor eventuele nodige updates. Na onderhoud
1. Voer een test uit nadat onderhoud is uitgevoerd.
WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel en schade. Een onjuist geïnstalleerde afstandsbediening, kabels of slangen kunnen een ongewenst effect hebben op de bewegingen van het product.
2. Als er sprake is van een storing, stop het product
dan onmiddellijk. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
630 1401 - 006 - 08.10.2024Probleemoplossing Probleemoplossing Probleem Oorzaak Oplossing Het product start niet. De hoofdschakelaar is uitgeschakeld. Controleer de hoofdschakelaar. De verlengkabel is losgekoppeld of bescha- digd. Sluit de verlengkabel aan. Vervang de ver- lengkabel als deze beschadigd is. De noodstopknop op het product is geacti- veerd. Draai de noodstopknop op het product rechtsom om deze uit te schakelen. De machinestopknop op de afstandsbedie- ning is geactiveerd. Draai de machinestopknop op de afstands- bediening rechtsom om deze uit te schake- len. Spanning van lichtnet naar product te laag. Controleer de voeding. Controleer of de juis- te spanning wordt gebruikt. Een hoofdzekering is doorgebrand. Controleer of de spanning van het lichtnet compatibel is met het product en of de juiste zekeringen zijn gebruikt. Controleer de voedingskaart. Er is geen radiocommunicatie tussen het product en de afstandsbediening. Controleer het radiosignaal. Als er geen radi- osignaal is, controleer dan of de accu's voor de afstandsbediening zijn opgeladen en juist zijn geïnstalleerd. Controleer of de juiste afstandsbediening wordt gebruikt. Controleer of de communicatiekabel en de antennekabel op het product juist zijn aange- sloten. Test het product met een kabel tussen het product en de afstandsbediening. De zekeringen voor de aansluiting op het lichtnet branden me- teen na het starten van het product door. De zekering voor de aansluiting op het licht- net heeft een te lage stroomsterkte. Controleer of de spanning van het lichtnet compatibel is met het product en of de juiste zekeringen zijn gebruikt. De elektromotor is defect. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. De voedingskabel is defect. Vervang de voedingskabel. De hydraulische pomp is defect. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. 1401 - 006 - 08.10.2024 631Probleem Oorzaak Oplossing De motor werkt, maar de hydraulische func- ties hebben geen kracht of werken niet. Er is niet voldoende hydrauliekolie in de hydrauliekolietank. De hydraulische pomp maakt lawaai. Stop het product onmiddellijk. Controleer het hydraulische systeem op lekkages. Vervang onderdelen indien nodig door nieuwe exem- plaren. Vul de hydrauliekolietank met hydrau- lische olie. De circulatieklep staat continu open. Controleer de kabel naar de regelmodule. (DXR 95) Controleer de diode op het klepdeksel aan de onderkant van kleppenblok 1. Als de cir- culatieklep open is, brandt de diode niet. Controleer de kabel naar de regelmodule. (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) De stand-bydruk is te laag. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. Er is een storing in de pompregelaar. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. De bewegingen van het armsysteem en de gereedschaps- functie zijn langzaam. De knop voor het afstellen van de snelheid van het gereedschap en/of de knop voor het afstellen van de snelheid van het product zijn linksom gedraaid. Draai de knop voor het afstellen van de snel- heid van het gereedschap en/of de knop voor het afstellen van de snelheid van het product rechtsom. De stand-bydruk is te laag. De afstandsbediening inschakelen. Gebruik de bedieningselementen op de afstandsbe- diening niet. Controleer de stand-bydruk op het display van de afstandsbediening. De druk moet 20±5 bar/290±73 psi zijn. Als de drukwaarde afwijkt, stelt u de druk af. Een functie op het product werkt lang- zaam. Er is sprake van een inwendig lek in de cilin- der. Schuif de cilinder onbelast uit naar de eind- aanslag. Controleer de pompdruk op het dis- play van de afstandsbediening. De pomp moet met de maximale druk werken. Als de pomp niet met de maximale druk werkt, neem dan contact op met een erkende servi- cewerkplaats. De hydraulische slang is geblokkeerd. Bedien de cilinder zonder belasting. Contro- leer de pompdruk op het display van de af- standsbediening. Als de cilinder onder maxi- male druk werkt, maar niet met de maxima- le snelheid, is de hydraulische slang geblok- keerd. Vervang de hydraulische slang. Er is sprake van een storing in de servoklep. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. Een functie op het product werkt niet. Een joystick staat niet in de neutraalstand wanneer u de afstandsbediening start. Zet de joysticks in de neutraalstand en start de afstandsbediening opnieuw. Er is sprake van een storing in de servoklep of de spoel in de servoklep is geblokkeerd of beschadigd. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. Het product zakt door de stempelpoten. Er is sprake van een lekkage in de terugslag- kleppen in de cilinders van de stempelpoten. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. 632 1401 - 006 - 08.10.2024Probleem Oorzaak Oplossing Het armsysteem be- weegt onregelmatig. Het product/de hydrauliekolie is te koud. Laat het product opwarmen. Er zit lucht in de servoklep. Bedien het product zonder belasting totdat de lucht en de olie gescheiden zijn. De servoklep of de spoel in de servoklep is defect vanwege verontreiniging. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. Er zijn kapotte O-ringen in de servokleppen. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. Er is sprake van een storing in het servo- drukcircuit. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. De cilinder zakt om- laag.
Er is sprake van verontreiniging in het hy- draulisch systeem. Inspecteer het hydraulisch systeem op lek- kages. Vervang de hydrauliekolie en het hy- drauliekoliefilter indien nodig. Er is sprake van lekkage in de cilinder. Spoor het lek op en vervang defecte onder- delen. Er is sprake van een storing in de compensa- tieklep. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. De servoklep of de spoel in de servoklep is defect. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. Het hydraulisch sys- teem is oververhit. De hydrauliekoliekoeler is geblokkeerd of verstopt. Reinig de koeler voor hydraulische olie. De koelventilator draait niet of is defect. Controleer de koelventilator in de controle- kast. Controleer de bladen van de koelventilator. Vervang de koelventilator als deze bescha- digd is. De omgevingstemperatuur is te hoog. Gebruik externe apparatuur om het product te koelen. Een slang of snelkoppeling is defect. Vervang het beschadigde onderdeel. De maximale druk of stand-bydruk in de pomp is te hoog. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. De hoofdleiding of de leiding naar het ge- reedschap is geblokkeerd. Vervang het beschadigde onderdeel. Het energieverbruik is te hoog vanwege ge- bruik in combinatie met een defect of onjuist gereedschap. Controleer of de gereedschapsdruk en -de- biet compatibel zijn met het product. De hydraulische pomp is defect. Neem contact op met een erkende service- werkplaats.
Cilinder 3 en 4 hebben geen compensatiekleppen. Het is gebruikelijk dat cilinder 3 en 4 langzaam naar beneden zakken, met ca. 1 cm/min of 0,39 inch/min. 1401 - 006 - 08.10.2024 633Probleem Oorzaak Oplossing Er is sprake van ge- luid in het hydraulisch systeem. Onvoldoende hydrauliekolie in de hydrauliek- olietank. Stop het product onmiddellijk. Inspecteer het hydraulisch systeem op lekkages. Vervang onderdelen indien nodig door nieuwe exem- plaren. Vul de hydrauliekolietank met hydrau- lische olie. Er zit lucht in de hydrauliekolie. Bedien het product zonder belasting totdat de lucht en de olie gescheiden zijn. De hydraulische pomp is defect. Neem contact op met een erkende service- werkplaats. De hydrauliekolie heeft een andere kleur. Als de hydrauliekolie grijs is, zit er water in het hydraulisch systeem. Onderzoek waar het water het hydraulisch systeem binnendringt. Vervang beschadigde onderdelen indien nodig. Vervang de hydrau- liekolie en het hydrauliekoliefilter. Als de hydrauliekolie zwart is, is sprake van koolafzetting in het hydraulisch systeem van- wege een te hoge bedrijfstemperatuur. Spoor de oorzaak voor de te hoge bedrijfs- temperatuur op. Vervang beschadigde on- derdelen indien nodig. Vervang de hydrau- liekolie en het hydrauliekoliefilter. De afstandsbedie- ning start niet. De accu's van de afstandsbediening zijn niet opgeladen. Laad de accu's van de afstandsbediening op. De accu's staan in de verzendmodus. Zie Accu's van de afstandsbediening op pagina
Sluit de accu's aan op een oplader. De afstandsbedie- ning is aan, maar de regelfuncties zijn uit. De radio-ontvanger op het product is uitge- schakeld. Zorg ervoor dat de radio-ontvanger op het product is ingeschakeld. Het product en de afstandsbediening zijn niet gekoppeld. Koppel het product en de afstandsbediening. De afstandsbediening bevindt zich niet bin- nen het bedieningsbereik. De afstandsbedie- ning bevindt zich te ver van het product. Zorg ervoor dat de afstandsbediening zich binnen het bereik bevindt. Er is sprake van een storing in een onder- deel. Sluit de afstandsbediening met een CAN- buskabel op het product aan. Er is geen radiocommunicatie tussen de af- standsbediening en het product vanwege in- terferentie in de radiocommunicatie. Stop alle andere radiocommunicatiesyste- men die interferentie kunnen veroorzaken. Er is sprake van een storing in de antenne voor de radio-ontvanger. Controleer of de antenne correct is gemon- teerd. De antenne moet verticaal zijn uitge- lijnd met de afstandsbediening en goed zicht- baar zijn vanaf de afstandsbediening. 634 1401 - 006 - 08.10.2024Probleem Oorzaak Oplossing Een aantal regelfunc- ties op de afstands- bediening zijn uitge- schakeld. De joysticks en de knoppen op de joysticks staan niet in de neutraalstand wanneer u de afstandsbediening start. Zorg ervoor dat de joysticks en de knop- pen op de joysticks op de afstandsbediening in de neutraalstand staan wanneer u de af- standsbediening inschakelt. Er is sprake van een storing in de joysticks, de knoppen en/of de schakelaars. Controleer de "Bedieningsdiagnose" op het display. Druk op de menuknop op de af- standsbediening. Selecteer "Bedieningsdiag- nose" in het menu "Bedieningselementen" op het display. Het systeem is uitgeschakeld vanwege vei- ligheidsrisico's. Controleer de "Bedieningsdiagnose" op het display. Druk op de menuknop op de af- standsbediening. Selecteer "Bedieningsdiag- nose" in het menu "Bedieningselementen" op het display. Er zijn beschadigde of loszittende kabels tus- sen de radio-ontvanger en het product. Koppel de kabels. Vervang de kabels als die beschadigd zijn. Het display van het informatiecentrum is rood. Het systeem is uitgeschakeld vanwege een fout. Voer de probleemoplossingsprocedure uit voor foutcodes die beginnen met de num- mers "11" of "81". Zie Storingscodes en be- schrijvingen op pagina 636
De arm zwenkt niet (DXR 95). De zwenkvergrendeling is ingeschakeld. Schakel de zwenkvergrendeling uit. Meldingen op het display In de onderste balk (A) van het display kunt u actieve berichten of storingen bekijken. Om het bericht te bekijken drukt op de knop naast de snelkoppeling met het driehoekje (B). 1234 h1234 psi223 ⁰C A B Er zijn 4 verschillende soorten berichten:
- Informatieberichten helpen en geven tips over het gebruik van het product. Een informatiebericht wordt getoond als een informatiesymbool in de onderste balk.
- Waarschuwingsberichten laten zien dat er iets niet goed gaat. Een waarschuwingsbericht wordt getoond als een gele diamant in de onderste balk.
- Waarschuwingsberichten duiden op storingen of veiligheidsdefecten die tot mechanische schade kunnen leiden. Het product stopt korte tijd daarna. De waarschuwing wordt eerst weergegeven op een volledig scherm met een rode gevarendriehoek en tekst. Nadat u het waarschuwingsbericht (C) hebt geaccepteerd, wordt de waarschuwing weergegeven als een rood driehoekssymbool in de onderste balk (A).
- Foutmeldingen worden getoond wanneer het product is gestopt vanwege een storing of een veiligheidsdefect. De foutmelding wordt in het rood weergegeven, met een witte driehoek en witte tekst. Wanneer de storing is verholpen moet u het product opnieuw opstarten. Draai de OFF/ON/ START-schakelaar naar de stand ON. Zet de OFF/ON/START-schakelaar vervolgens in de stand START. 1401 - 006 - 08.10.2024 635Als er meer dan 1 actieve melding is, wordt het nieuwe bericht rechts toegevoegd. Druk op de knoppen naast de pijlen (D en E) om door de meldingen op het display te bladeren. U kunt ook een lijst met storingen vinden onder "Actieve storingen" in "Machinestatus" via de menuknop (F). Zie Menu "Machinestatus" op pagina 549 . Wanneer u naar de lijst met actieve storingen gaat, kunt u ook alle storingen verwijderen om de lijst te resetten. Storingscodes en beschrijvingen De storingscodenummers voor het product worden op het display getoond. De storingscodenummers voor de afstandsbediening (storingscodenummers vanaf 1001) worden op het display van het informatiecentrum getoond. Bij elke storingscode kunt u ook zien na hoeveel bedrijfsuren de storing is opgetreden. Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
"Fout SoftStart - Star- ten niet mogelijk" Algemene fout in SoftStarter. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Indicatie fout Soft- start" SoftStart is overbelast. De in- gangsspanning ligt buiten het be- reik. Controleer de ingangsspanning. Laat het product afkoelen. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
"Onjuiste ingangs- spanning - Netfre- quentie" De netfrequentie ligt buiten het bereik. Controleer de spanningsbron.
"Netfrequentie buiten bereik" De netfrequentie komt niet over- een met de frequentie-instelling van het product. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Olietemperatuur te hoog" De olietemperatuur is te hoog. De gebruikssnelheid wordt ver- laagd en het gereedschap wordt uitgeschakeld. Gebruik het product in de statio- naire modus om de olie te laten afkoelen. Reinig de hydrauliek- oliekoeler en controleer de koel- ventilator. 636 1401 - 006 - 08.10.2024Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
"Olietemperatuur te laag" De olietemperatuur is te laag. De gebruikssnelheid wordt verlaagd en het gereedschap wordt uitge- schakeld.
1. Gebruik het product in de sta-
2. Klap de stempelpoten uit. Be-
dien de rupsbanden eerst langzaam en dan sneller.
3. Controleer de instellingen
voor de afstelbare tempera- tuurlimiet.
4. Controleer de temperatuur-
sensor (T4) en de kabels naar de sensor.
5. Controleer of de klasse van
de hydrauliekolie, ISO-VG, overeenkomt met de bedrijfs- temperatuur. Zie Hydrauliek- olie op pagina 653
13 "Oliedruk te hoog" De oliedruk is te hoog. Neem contact op met de Husq- varna-service.
Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Hydrauliekoliepeil te laag" Het peil van de hydraulische olie is te laag. Vul de hydrauliekolietank met hy- draulische olie.
"Oliefilter moet wor- den onderhouden" De druk van het hydrauliekoliefil- ter is te hoog. Vervang het hydraulische-oliefil- ter.
"Communicatie af- standsbediening ver- broken" De communicatie met de af- standsbediening is gedurende meer dan 120 seconden verbro- ken. Accepteer het waarschuwingsbe- richt op het display. De afstands- bediening probeert verbinding te maken met het product.
"Motortemperatuur te hoog" De motortemperatuur is te hoog. De gebruikssnelheid wordt ver- laagd en het gereedschap wordt uitgeschakeld. Gebruik het product in de statio- naire modus.
"Activering van ma- chine mislukt" De schakelaar Bedieningsmodus staat tussen werkmodus en transportmodus. Zorg ervoor dat de schakelaar Bedieningsmodus in de juiste stand staat. De schakelaar Bedieningsmodus is defect. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Verbinding met connectiviteitsmodule verbroken" Geen communicatie met de con- nectiviteitsmodule. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Machinetype niet ge- selecteerd"
Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Starten van motor mislukt" De motor werkt niet correct. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Stoten tegen af- standsbediening ge- detecteerd" De afstandsbediening is op de grond gevallen. Het product ne- geert de signalen van de joys- ticks. Accepteer het waarschuwingsbe- richt op het display. Controleer of de afstandsbediening niet be- schadigd is voordat u deze ge- bruikt. 1401 - 006 - 08.10.2024 637Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 1 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 1 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 2 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 2 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 3 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 3 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 4 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 4 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 5 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel naar de klep van cilin- der 5 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de gereedschaps- klep is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de gereedschaps- klep is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van Extra functie 1 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van Extra functie 1 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van Extra functie 2 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van Extra functie 2 is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel om de stempelpoten naar beneden te bewegen is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel om de stempelpoten naar boven te bewegen is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel om de linker rupsband vooruit te bewegen is bescha- digd. Neem contact op met de Husq- varna-service. 638 1401 - 006 - 08.10.2024Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel om de linker rupsband achteruit te bewegen is bescha- digd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel om de rechter rups- band vooruit te bewegen is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel om de rechter rupsband achteruit te bewegen is bescha- digd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van de stempelpoot linksvoor is bescha- digd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van de vetpomp is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de waterklep is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van de stempelpoot rechtsvoor is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van de stempelpoot linksachter is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep van de stempelpoot rechtsachter is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de linker koplamp is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de rechter kop- lamp is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor het controlelampje is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de claxon is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de oliefilterbewa- king is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de motortempera- tuurbewaking is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de oliepeilbewa- king is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De olietemperatuursensor is be- schadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de circulatieklep is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de circulatieklep is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service. 1401 - 006 - 08.10.2024 639Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de drukregelklep is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de drukregelklep is beschadigd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep voor het draaien van de toren is bescha- digd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabel voor de klep voor het draaien van de toren is bescha- digd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Kabelfout - Functie- verlies" De kabels naar de contactoren in de elektrische kast zijn bescha- digd. Neem contact op met de Husq- varna-service.
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
"Systeemdruk - Vei- ligheidsstop"
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service. 640 1401 - 006 - 08.10.2024Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
"Nood-STOP inge- drukt - Veiligheids- stop" Nood-STOP-knop is ingedrukt. Draai de noodstopknop rechtsom om deze uit te schakelen.
"Fout Nood-STOP - Veiligheidsstop" De kabel voor de nood-STOP- knop is beschadigd. Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
"Systeemdruk - Vei- ligheidsstop"
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
"Systeemdruk - Vei- ligheidsstop"
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
"Systeemdruk - Vei- ligheidsstop"
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service.
"Systeemdruk - Vei- ligheidsstop"
Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Systeemdruk - Vei- ligheidsstop"
Zet de hoofdschakelaar op ON en vervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq- varna-service. 186 "Vetniveau laag" De hoeveelheid vet in de vet- pomp van de sloophamer is te laag. Vul de vetpomp van de sloopha- mer. 187 "Vetniveau laag"
"Vettemperatuur laag" De temperatuur is te laag en de vetpomp van de sloophamer werkt niet correct. Controleer de vetstroom naar de sloophamer. Breng indien nodig handmatig vet aan.
"Kabelfout - Functie- verlies" Er is een kabelfout in de draai- hoeksensor. Controleer de kabel en de draai- hoeksensor.
"Stroombeperking, hoge stroom gede- tecteerd" De extra werklamp verbruikt te veel stroom. Koppel de extra werklamp los en sluit een extra werklamp aan die binnen het bereik ligt. 1401 - 006 - 08.10.2024 641Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
"Stroombeperking, functie uitgescha- keld" De extra werklamp verbruikt te veel stroom. Koppel de extra werklamp los en sluit een extra werklamp aan die binnen het bereik ligt.
"Stroombeperking, functie uitgescha- keld" De motor is geblokkeerd. Controleer de motor en het vet. Koppel het product los van de voedingsbron en sluit het op- nieuw aan om de vetpomp te re- setten.
"Stroombeperking, functie uitgescha- keld" De ventilatormotor is geblok- keerd. Controleer de ventilatormotor en het vet. 194 "Oliedruk te hoog" Het peil van de hydraulische olie is te hoog. Tap de hydraulische olie af tot het juiste peil. 195 "Vet bijvullen actief" Het product vult de vetslang. -
"Olietemperatuur nor- maal"
Accepteer het waarschuwingsbe- richt op het display.
"Motortemperatuur normaal"
Accepteer het waarschuwingsbe- richt op het display.
"Spannen van de rupsbanden mislukt" Het spannen van de rupsbanden kan alleen worden gestart als de elektromotor is ingeschakeld. Start de motor en start het span- nen van de rupsbanden opnieuw.
"Olie bijvullen mis- lukt" Olie bijvullen niet mogelijk als elektromotor is ingeschakeld. Stop de elektromotor en start op- nieuw met olie bijvullen.
"Vrije val afstands- bediening gedetec- teerd" De afstandsbediening is op de grond gevallen. Het product ne- geert de signalen van de joys- ticks. Accepteer het waarschuwingsbe- richt op het display. Controleer of de afstandsbediening niet be- schadigd is voordat u deze ge- bruikt.
"X-as linker joystick uitgeschakeld" De linker joystick staat niet in de neutraalstand wanneer u de af- standsbediening start. Zet de linker joystick in de neu- traalstand en start de afstands- bediening opnieuw.
"Y-as linker joystick uitgeschakeld" De linker joystick staat niet in de neutraalstand wanneer u de af- standsbediening start. Zet de linker joystick in de neu- traalstand en start de afstands- bediening opnieuw.
"Zijschakelaar op lin- ker joystick uitge- schakeld" De zijschakelaar op de linker joystick staat niet in de neutraal- stand wanneer u de afstandsbe- diening start. Zet de zijschakelaar op de lin- ker joystick in de neutraalstand en start de afstandsbediening op- nieuw.
"X-as rechter joystick uitgeschakeld" De rechter joystick staat niet in de neutraalstand wanneer u de afstandsbediening start. Zet de rechter joystick in de neu- traalstand en start de afstands- bediening opnieuw.
"Y-as rechter joystick uitgeschakeld" De rechter joystick staat niet in de neutraalstand wanneer u de afstandsbediening start. Zet de rechter joystick in de neu- traalstand en start de afstands- bediening opnieuw. 642 1401 - 006 - 08.10.2024Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
"Zijschakelaar op rechter joystick uitge- schakeld" De zijschakelaar op de rechter joystick staat niet in de neutraal- stand wanneer u de afstandsbe- diening start. Zet de zijschakelaar op de rech- ter joystick in de neutraalstand en start de afstandsbediening op- nieuw.
"Knop linksboven op linker joystick uitge- schakeld" De knop linksboven op linker joystick is ingedrukt. Zet de knop linksboven op de lin- ker joystick in de neutraalstand en start de afstandsbediening op- nieuw.
"Knop rechtsboven op linker joystick uit- geschakeld" De knop rechtsboven op linker joystick is ingedrukt. Zet de knop rechtsboven op de linker joystick in de neutraalstand en start de afstandsbediening op- nieuw.
"Knop linksboven op rechter joystick uitge- schakeld" De knop linksboven op rechter joystick is ingedrukt. Zet de knop linksboven op de rechter joystick in de neutraal- stand en start de afstandsbedie- ning opnieuw.
"Knop rechtsboven op rechter joystick uitgeschakeld" De knop rechtsboven op rechter joystick is ingedrukt. Zet de knop rechtsboven op de rechter joystick in de neutraal- stand en start de afstandsbedie- ning opnieuw.
"Storing in X-as linker joystick" Er is een storing in het signaal van de X-as van de linker joys- tick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in Y-as linker joystick" Er is een storing in het signaal van de Y-as van de linker joys- tick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in zijschake- laar op linker joystick" Er is een storing in het signaal van de zijschakelaar op de linker joystick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in X-as rech- ter joystick" Er is een storing in het signaal van de X-as van de rechter joys- tick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in Y-as rech- ter joystick" Er is een storing in het signaal van de Y-as van de rechter joys- tick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in zijschake- laar op rechter joys- tick" Er is een storing in het signaal van de zijschakelaar op de rech- ter joystick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in knop links- boven op linker joys- tick" Er is een storing in het signaal van de knop linksboven van de linker joystick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in knop rechtsboven op linker joystick" Er is een storing in het signaal van de knop rechtsboven van de linker joystick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in knop links- boven op rechter joystick" Er is een storing in het signaal van de zijschakelaar op de rech- ter joystick. Neem contact op met de Husq- varna-service. 1401 - 006 - 08.10.2024 643Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
"Storing in knop rechtsboven op rech- ter joystick" Er is een storing in het signaal van de knop rechtsboven van de rechter joystick. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in vergren- delknop" Er is een storing in het signaal van de vergrendelknop. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in potentio- meter gereedschaps- snelheid" Er is een storing in het signaal van de potentiometer voor de ge- reedschapssnelheid. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Storing in potenti- ometer machinesnel- heid" Er is een storing in het signaal van de potentiometer voor de machinesnelheid. Neem contact op met de Husq- varna-service.
"Temperatuur af- standsbediening te hoog" De afstandsbediening wordt ge- bruikt in omstandigheden die bui- ten de specificaties vallen. Laat de afstandsbediening afkoe- len. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husqvarna-service.
"Temperatuur af- standsbediening te laag" De afstandsbediening wordt ge- bruikt in omstandigheden die bui- ten de specificaties vallen. Laat de afstandsbediening op- warmen. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husqvarna-service.
"Temperatuur radio- ontvanger te hoog" De radio-ontvanger wordt ge- bruikt in omstandigheden die bui- ten de specificaties vallen. Laat de radio-ontvanger afkoe- len. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husqvarna-service.
"Temperatuur radio- ontvanger te laag" De radio-ontvanger wordt ge- bruikt in omstandigheden die bui- ten de specificaties vallen. Laat de radio-ontvanger opwar- men. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husqvarna-service.
"Onjuiste accu" Er is sprake van een ongeldige accu in de afstandsbediening. Neem contact op met de Husq- varna-service. 644 1401 - 006 - 08.10.2024Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing
9001-9002 9401-9499 9801-9899 "Storing in afstands- bediening" Er is sprake van een storing in de afstandsbediening. Neem contact op met de Husq- varna-service. 1401 - 006 - 08.10.2024 645Storingscodenummer Melding op het dis- play Oorzaak Oplossing 2102-2118 2121-2123 2198-2199 2302-2318 2321-2323 2398-2399
8101-8107 9101-9199 9301-9399 9501-9505 "Storing in radio-ont- vanger" Er is sprake van een storing in de radio-ontvanger op het product. Neem contact op met de Husq- varna-service. Pop-up-storingscodes en beschrijvingen Foutcode Melding op het display Oplossing Time-out machine. Radioverbinding verloren. Zorg ervoor dat u binnen bereik bent en start de machine. Externe accu geel. Accu bijna leeg. Vervang de accu binnenkort door een opgela- den accu. Externe accu rood. Accu is leeg. Vervang de accu door een opgeladen accu of gebruik een kabel. Machinenoodstopknop inge- drukt. Machinenoodstopknop inge- drukt. Reset de stopknop van de machine om door te gaan met werken. Vervoer, opslag en verwerking Transport WAARSCHUWING: Wees voorzichtig tijdens het transport. Het product is zwaar en kan als het valt of beweegt letsel of schade veroorzaken. WAARSCHUWING: Schakel de zwenkvergrendeling in tijdens het transport (DXR 95). Zie De draaivergrendeling controleren (DXR 95) op pagina 536
Met de rupsbanden kunt u het product verplaatsen over kortere afstanden. Plaats het product voor langere afstanden op een transportvoertuig.
- Gebruik een goedgekeurde hijsinrichting om zware productonderdelen te bevestigen en te hijsen.
- Gebruik altijd alle hijsogen op het product wanneer u het product hijst. 646 1401 - 006 - 08.10.2024• Hijs het product langzaam en voorzichtig. Als het product begint over te hellen, gebruikt u een andere hijsinrichting of verandert u de positie van het armsysteem.
- Haal voor het transport de stekker uit het stopcontact.
- Zorg ervoor dat de onderdelen van het product niet beschadigd raken wanneer u het product hijst.
- Zorg ervoor dat het product geen voorwerpen in de buurt raakt als u het product hijst.
- Gebruik een geschikte oplegger of trailer voor het gewicht van het product. Zie Technische gegevens op pagina 650
- Bewaar de afstandsbediening in het transportvoertuig tijdens transport.
- Bevestig het product tijdens transport. Zorg ervoor dat het niet kan bewegen.
- Zorg dat het product tijdens het transport op bepaalde manieren wordt beschermd. Op deze wijze wordt het product niet blootgesteld aan natuurverschijnselen zoals regen en sneeuw.
- Controleer de geldende verkeersregels voordat u het product op openbare wegen vervoert.
- Controleer tijdens transport regelmatig of het product nog goed is gezekerd op het transportvoertuig. Het product een hellingbaan op en af laten gaan WAARSCHUWING: Wees zeer voorzichtig wanneer u het product een hellingbaan op en af laat gaan. Het product is zwaar en er bestaat gevaar voor letsel als het product te valt of te snel beweegt. WAARSCHUWING: Loop of sta niet onder het product. Blijf niet in het werkgebied van het product staan. Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina
WAARSCHUWING: Beweeg het product niet op een helling omhoog of omlaag wanneer de accu's van de afstandsbediening bijna leeg zijn. Er kan zich plotseling een stroomstoring voordoen.
- Controleer of de hellingbaan niet beschadigd is en de juiste afmetingen heeft voor het product.
- Zorg ervoor dat er geen olie of vuil op de hellingbaan aanwezig is.
- Zorg ervoor dat de hellingbaan juist is bevestigd aan het transportvoertuig en de grond.
- Zorg ervoor dat het transportvoertuig niet kan bewegen wanneer u het product omhoog en omlaag beweegt op de hellingbaan. Het product (DXR 95, DXR 145) hijsen WAARSCHUWING: De hijsinrichting moet de juiste specificatie hebben om het product veilig te hijsen. Het typeplaatje op het product geeft het gewicht van het product aan. Zie Productplaatje (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 521
WAARSCHUWING: Loop nooit onder een opgeheven product door en blijf er niet onder of in de buurt staan. Houd omstanders uit de buurt van het werkgebied. Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina
WAARSCHUWING: Hef een beschadigd product niet. Controleer of de hijsogen correct zijn aangebracht en niet beschadigd zijn.
1. Klap het armsysteem in voordat u het product hijst.
2. Bevestig de hijsuitrusting aan de hijsogen op het
hijsinrichting moet de juiste specificatie hebben om het product veilig te hijsen. Het typeplaatje op het product geeft het gewicht van het product aan. Zie Productplaatje (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 521
1401 - 006 - 08.10.2024 647WAARSCHUWING: Loop nooit onder een opgeheven product door en blijf er niet onder of in de buurt staan. Houd omstanders uit de buurt van het werkgebied. Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina
WAARSCHUWING: Hef een beschadigd product niet. Controleer of de hijsogen correct zijn aangebracht en niet beschadigd zijn.
1. Klap het armsysteem in voordat u het product hijst.
2. Bevestig de hijsuitrusting aan de hijsogen op het
product. Het product aan een transportvoertuig bevestigen Bevestig het product tijdens transport om ongevallen en schade aan de apparatuur te voorkomen. Gebruik spanbanden om het product op het transportvoertuig te bevestigen. Gebruik andere spanbanden voor de gereedschappen en overige uitrusting.
1. Plaats het product tegen de voorste rand van het
2. Start het product. Zie
Het product starten (DXR 95) op pagina 571
Het product starten (DXR 145) op pagina 572
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
3. Beweeg het armsysteem totdat het op de vloer van
het transportvoertuig rust.
4. Schakel de zwenkvergrendeling in (DXR 95), zie
5. Klap de stempelpoten uit. Zie
De stempelpoten bedienen op pagina 584 . Het product moet op de vloer van het transportvoertuig blijven staan.
6. Stop het product. Zie
Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
7. Breng 2 spanbanden aan rond het chassis.
a) Leg 1 spanband om de voorkant van het chassis en bevestig de band aan het voertuig. b) Leg 1 spanband om de achterkant van het chassis en bevestig de band aan het voertuig. Het product slepen Sleep het product alleen weg als de positie van het product een gevaar vormt en er geen andere oplossing is. Als het hydraulisch systeem leeg is, is de parkeerrem van de aandrijfmotor ingeschakeld. Als de parkeerrem is ingeschakeld, kunnen de rupsbanden niet bewegen.
- Trek, indien mogelijk, de stempelpoten in.
- Bevestig de sleepuitrusting aan het onderstel van het product.
- Maak de ondergrond schoon en vrij van obstakels voordat u het product sleept, om de belasting op de sleepuitrusting en de mechanische onderdelen te verminderen.
- Sleep de machine, indien mogelijk, parallel aan de lengterichting van de rupsbanden.
1401 - 006 - 08.10.2024• Sleep het product alleen over kleine afstanden en met lage snelheid.
- Gebruik alleen goedgekeurde sleepuitrusting. De sleepuitrusting moet in overeenstemming zijn met de specificaties van het product. Zie Technische gegevens op pagina 650
- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u het product sleept. Opslag OPGELET: Stalling in de buitenlucht kan schade aan het product veroorzaken. Stal het product altijd binnen.
- Verwijder de gereedschappen van het product.
- Klap het armsysteem in.
- Vergrendel de stekker van het product met een vergrendelbare stekker (DXR 95).
- Vergrendel de hoofdschakelaar van het product met een vergrendelbare stekker (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).
- Bewaar het product en de gereedschappen in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde personen te verhinderen.
- Zorg ervoor dat gereedschappen zo worden geplaatst dat ze niet kunnen vallen.
- Als gereedschappen op een hoge plek worden gelegd, zorg er dan voor dat ze naar behoren worden gezekerd.
- Bewaar de hydraulische koppelingen van de gereedschappen in een ruimte met een minimaal risico op beschadiging.
- Stal het product en de gereedschappen op in een droge en vorstvrije ruimte.
- Reinig het product en voer een volledige onderhoudsbeurt uit voordat u het product opslaat.
- Bewaar de acculader in een droge en vorstvrije ruimte.
- Verwijder de accu's uit de afstandsbediening als u de afstandsbediening langer dan 1 week niet gebruikt.
- Wanneer de accu's van de afstandsbediening in opslag zijn, dient u het laadniveau op 30% te houden en de accu's in de volgende temperatuurintervallen op te bergen: a) -20–20 °C voor opslag gedurende minder dan 1 jaar. b) -20–40 °C voor opslag gedurende minder dan 3 maanden. c) -20–50 °C voor opslag gedurende minder dan 1 maand. Afvoeren Symbolen op het product of op de verpakking van het product geven aan dat dit product niet verwerkt mag worden als huishoudelijk afval. Het moet worden ingeleverd bij een geschikt inzamelstation voor het terugwinnen van elektrische en elektronische apparatuur. Haal de stekker van het product uit het stopcontact en verwijder de batterijen uit de afstandsbediening voordat u het product op een geschikt recyclingpunt inlevert. Voor CE-landen moeten de accu's worden gerecycled volgens 2006/66/EC. Vergeet niet het recyclingpunt op de hoogte te stellen van het feit dat het product een lithium-ionaccu bevat. Lever de batterijen in op een geschikt recyclingpunt. Als u ervoor zorgt dat dit product goed wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en mensen door verkeerd afvalbeheer van dit product tegen te gaan. Neem voor meer informatie over het recyclen van dit product contact op met de gemeente, het afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar u het product hebt gekocht. 1401 - 006 - 08.10.2024 649Technische gegevens Technische gegevens
De maximale pompopbrengst en systeemdruk kunnen niet gelijktijdig worden gerealiseerd. De motor raakt anders overbelast. 60 Hz heeft een beperkte opbrengst. 650 1401 - 006 - 08.10.2024DXR 95 DXR 145 DXR 275 DXR 305 DXR 315 Productgewicht met stalen rupsbanden, zon- der gereedschap, kg/lbs N.v.t. 1084/2390 1860/4101 2070/4564 2130/4696 Max. aanbevolen gewicht van gereedschap- pen, kg/lbs
Minder dan 1 jaar: -20–20/ 4–68 Opslagtemperatuur voor de afstandsbediening zonder accu's, °C/°F -40–80/ -40–176 Laadtemperatuur, °C/°F 10–45/50–113
Het maximaal aanbevolen gewicht van gereedschappen is het totale gewicht van het gereedschap en maxi- male belasting.
13 dBm voor markten waar 20 dBm niet wordt aanvaard. 1401 - 006 - 08.10.2024 651Druk hydraulisch systeem Type druk DXR 95 Druk, bar/psi DXR 145 Druk, bar/psi DXR 275 Druk, bar/psi DXR 305, DXR
20±5/290±73 20±5/290±73 20±5/290±73 20±5/290±73 Draaifunctie 103±2/1494±29 180/2611 175/2466 175/2466 DXR 315: Telescooparm, in en uit N.v.t. N.v.t. N.v.t. 200/2901 en 180/2611 Armfunctie Voor DXR 275, DXR 305, DXR 315 is de druk voor de armfunctie lager dan wanneer u een staalschaar ge- bruikt. De druk voor de staalschaar wordt tussen haakjes vermeld. 180/2611 200/2901 200/2901 (150/2167) 200/2901 (150/2167) Stempelpoten, omlaag en omhoog 180/2611 250/3626 en 130/1885 250/3626 en 200/2901 250/3626 en 200/2901 Maximale pompdruk, gereedschap 250/3626 250/3626 250/3626 250/3626 Maximale pompdruk, stempelpoten N.v.t. Druk sloophamer 155/2248 160/2321 150/2176 160/2321 Druk betonvergruizer 250/3626 200/2901 200/2901 200/2901 Schrootschaar N.v.t. 250/3626 250/3626 250/3626 Druk sorteergrijper N.v.t. 250/3626 250/3626 250/3626 Druk trommelfrees 180/2611 200/2901 200/2901 200/2901 Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschermingsset Bij verhoogde omgevingstemperaturen moet de lucht bij het hydraulisch systeem en de motor worden afgekoeld. De maximumtemperatuur voor de perslucht is 30 °C/86 °F en de maximale druk is 10bar/145 psi. Omgevingstemperatuur minder dan 40 °C / 104 °F Omgevingstemperatuur tussen 40-50 °C / 104-122 °F Omgevingstemperatuur tussen 50-55°C / 122-131°F Standaard De lucht hoeft niet te worden afgekoeld. N.v.t. N.v.t. Cilinderbe- schermingen en extra hy- draulische functie. De lucht hoeft niet te worden afgekoeld. N.v.t. N.v.t.
De druk die de pomp levert wanneer geen functie is ingeschakeld en de circulatieklep gesloten is. 652 1401 - 006 - 08.10.2024Omgevingstemperatuur minder dan 40 °C / 104 °F Omgevingstemperatuur tussen 40-50 °C / 104-122 °F Omgevingstemperatuur tussen 50-55°C / 122-131°F Koelset. De lucht hoeft niet te worden afgekoeld. Druk, bar/psi 6/87 Druk, bar/psi 8/116 (DXR 145) 10/145 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) Debiet, l/min of cu ft/min 600/21 (DXR 145) 1350/47,7 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) Debiet, l/min of cu ft/min 750/26,5 (DXR 145) 1650/58,3 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) Warmtebe- schermings- set. De lucht hoeft niet te worden afgekoeld. Druk, bar/psi 6/87 Druk, bar/psi 8/116 (DXR 145) 10/145 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) Debiet, l/min of cu ft/min 950/33,5 (DXR 145) 1700/60 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) Debiet, l/min of cu ft/min 1200/42,4 (DXR 145) 2100/74,2 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) Het geluidsniveau voor Set 2 en 3 is 115 dB. Hydrauliekolie Raadpleeg de fabrikant van het product voordat u een type hydrauliekolie gebruikt die niet in deze handleiding wordt vermeld. De kwaliteit van de hydrauliekolie die met het product is meegeleverd staat op het label op het product vermeld. OPGELET: Wanneer u verschillende soorten hydrauliekolie door elkaar gebruikt, kan het product beschadigd raken. Controleer de kwaliteit van de hydrauliekolie in het hydraulisch systeem voordat u hydrauliekolie bijvult. Hydrauliekolie Type Product Min. starttempe- ratuur, °C/°F Max. tempera- tuur, °C/°F Ideale bedrijfs- temperatuur, °C/°F Fuchs PLANTO- HYD SE 46 Biologisch af- breekbare hy- draulische vloei- stof op basis van synthetische es- ters (HEES). DXR 95, DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR
Alle smeerpunten met smeernippels NLGI 2 N.v.t. Vetpomp van de sloophamer Beitelpasta (NLGI 2) N.v.t. Vooraf ingestelde waarden Beschrijving Temperatuur, °C/°F Olietemperatuur te hoog 90/194
Olietemperatuur te laag 0/32
Wanneer de olietemperatuur 85 °C/185 °F of lager is, wordt de waarschuwing voor de olietemperatuur op het display gewist.
Wanneer de olietemperatuur 5 °C/59 °F of hoger is, wordt de waarschuwing voor de olietemperatuur op het display gewist. 654 1401 - 006 - 08.10.2024Overzicht gereedschappen
Positie Gereedschap Product Gebruik
Standaardgraafbak, 45 l DXR 95 Om materiaal af te graven en te verplaatsen. Standaardgraafbak, 55 l DXR 145 Standaardgraafbak, 85 l DXR 275, DXR 305, DXR 315 1401 - 006 - 08.10.2024 655Positie Gereedschap Product Gebruik
Smalle graafbak, 30 l DXR 95 Voor het maken van nauwe loop- graven voor leidingen en om ma- teriaal te verplaatsen. Smalle graafbak, 40 l DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 3 Brede graafbak, 45 l DXR 95 Om grote hoeveelheden materi- aal af te graven en verplaatsen. Brede graafbak, 60 l DXR 145 Brede graafbak, 105 l DXR 275, DXR 305, DXR 315
Betonvergruizer, DCR 90 DXR 95 Om materiaal te vergruizen en snijden. Betonvergruizer, DCR 100 DXR 145 Betonvergruizer, DCR 300 DXR 275, DXR 305, DXR 315 Betonvergruizer, DCR 500 DXR 275, DXR 305, DXR 315 6 Staalschaar, DSS 200 DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 Om metalen voorwerpen te snij- den. Let op: De extra hydrauli- sche functie moet op het pro- duct worden geïnstalleerd om de staalschaar te draaien. Zie Extra hydraulische functie (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina
Sorteergrijper, MG 100 DXR 145 Om bakstenen en houten muren te slopen en materiaal te sorte- ren en laden. Let op: De extra hydrauli- sche functie moet op het product worden geïnstalleerd om de sor- teergrijper te draaien. Zie Extra hydraulische functie (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina
Trommelfrees, ER 40 DXR 95 Om te slopen en af te graven met molenfunctie. Let op: Er moet een gereed- schapsaftapset worden geïnstal- leerd op het product vanwege in- terne olielekkage in de trommel- frees. De gereedschapsaftapset heeft een filter (A) in de adapter tussen de buis en de snelkoppe- ling. Trommelfrees, ER 50 DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 9 Patchplanner, EX 20 DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 Om te slopen en af te graven met molenfunctie en handmatige nauwkeurige diepteregeling. Let op: Er moet een gereed- schapsaftapset worden geïnstal- leerd op het product vanwege in- terne olielekkage in de trommel- frees. De gereedschapsaftapset heeft een filter (A) in de adapter tussen de buis en de snelkoppe- ling. Stofverminderingsgegevens Volg de aanbeveling voor watertoevoer in de onderstaande tabel. Gebruik een kraan of een externe pomp. Gereedschap Breker Betonvergruizer Trommelfrees Patch- plan- ner SB 52
5,0/1,3 3,0/0,8 4,1/1,1 Richtwaarden voor aansluiting op een wandcontactdoos De wandcontactdoos moet dezelfde stroomsterkte hebben als de verlengkabel en de elektrische aansluiting op het product. De ingangsspanning moet binnen het bereik +/- 10% van de nominale spanning liggen. Afhankelijk van de zekering en de netvoeding hebt u mogelijk een kortere kabel nodig. Spreek met de persoon die verantwoordelijk is voor de werkplek. DXR 95: Motor 9,8 kW Nominaal van voedingsbron,
Geluidsvermogenniveau zonder gereedschap, ge- meten dB(A)
Geluidsvermogenniveau zonder gereedschap, ge- garandeerd L
Voor het geluidsvermogensniveau met gereedschap moet de bedieningshandleiding van het gereedschap worden geraadpleegd. Verklaring inzake geluidsemissies Deze aangegeven waarden zijn verkregen door middel van typeonderzoek in een laboratorium in overeenstemming met de genoemde richtlijn of normen en zijn geschikt voor vergelijking met aangegeven waarden van andere producten die volgens dezelfde richtlijn of normen zijn getest. Deze aangegeven waarden zijn niet geschikt voor gebruik ten behoeve van risicoanalyses. Waarden die worden gemeten op afzonderlijke werkplekken, kunnen hoger zijn. De werkelijke blootstellingswaarden en het risico op letsel dat een individuele gebruiker ondervindt, zijn uniek en zijn afhankelijk van de manier waarop de gebruiker werkt, het materiaal waarvoor het product gebruikt wordt, de blootstellingstijd en de fysieke toestand van de gebruiker en de toestand van het product.
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen volgens EC-richtlijn 2000/14/EC. Het ver- schil tussen het gegarandeerde geluidsniveau en het gemeten geluidsniveau is een meting van spreiding en variaties in de opgegeven waarde. 1401 - 006 - 08.10.2024 659Productafmetingen
SB52 SB102 SB152 SB202 SB202 SB302 SB202 A Max. bereik vooruit voor armsysteem, mm/ inch. 2578/101,
D Max. bereik omhoog voor armsysteem, mm/ inch. 3071/120,
1401 - 006 - 08.10.2024 663Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, tel. +46 36 146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Slooprobot Merk HUSQVARNA Type/model DXR 95, DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 Identificatie Serienummers vanaf 2023 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EC "betreffende machines" 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" 2000/14/EC "betreffende geluid buitenshuis" en dat de volgende normen en/of technische specificaties zijn toegepast: EN ISO 12100:2010
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 4035, SE-904 03 Umeå, Sweden is gecertificeerd conform 2000/14/EC van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 650
Partille, 2023-06-16 Fredrik Linnell Light Demolition Director Husqvarna AB, Construction Division Verantwoordelijk voor technische documentatie 664 1401 - 006 - 08.10.2024Open bron Licenties van derden Voor vragen Schriftelijke offerte voor broncode gedekt door GPL en LGPL. In gevallen waarin specifieke licentievoorwaarden u recht geven op de broncode, verstrekt Husqvarna op schriftelijk verzoek de toepasselijke broncode, voor zover de licentievoorwaarden dit toelaten. Vragen kunt u zich richten tot Husqvarna AB, Box 7454, SE-103 92 Stockholm. ICU 52.1 Copyright
1995-2013 International Business Machines Corporation en andere. All rights reserved. Hierbij wordt gratis toestemming verleend aan eenieder die een kopie van deze software en bijbehorende documentatiebestanden (de "Software") bemachtigt om zonder beperking in de Software te handelen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de rechten om de Software te gebruiken, kopiëren, wijzigen, samenvoegen, publiceren, distribueren en/of verkopen van kopieën van de Software, en om personen aan wie de Software wordt geleverd daartoe toe te staan, op voorwaarde dat de bovenstaande copyrightkennisgeving(en) en deze kennisgeving van toestemming in alle exemplaren van de Software worden opgenomen en dat zowel de bovenstaande copyrightkennisgeving(en) als deze kennisgeving van toestemming in de ondersteunende documentatie worden opgenomen. Copyright
1991-2013 Unicode, Inc. Alle rechten voorbehouden. Gedistribueerd onder de gebruiksvoorwaarden in http://www.unicode.org/ copyright.html. Hierbij wordt gratis toestemming verleend aan eenieder die een kopie van de Unicode-gegevensbestanden en bijbehorende documentatie (de "Gegevensbestanden") of Unicode-software en bijbehorende documentatie (de "Software") bemachtigt om zonder beperking te handelen in de Gegevensbestanden of Software, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de rechten om te gebruiken, kopiëren, wijzigen, samenvoegen, publiceren, distribueren en/of verkopen van kopieën van de Gegevensbestanden of Software, en personen aan wie de Gegevensbestanden of Software worden geleverd daartoe toestaan, mits (a) de bovenstaande copyrightkennisgeving(en) en deze kennisgeving van toestemming worden opgenomen in alle kopieën van de Gegevensbestanden of Software, (b) zowel de bovenstaande copyrightkennisgeving(en) als deze kennisgeving van toestemming worden opgenomen in de bijbehorende documentatie, en (c) in elk gewijzigd Gegevensbestand of in de Software en in de documentatie die is gekoppeld aan het/de Gegevensbestand(en) of de Software, wordt duidelijk vermeld dat de gegevens of software zijn gewijzigd. Fontconfig 2.11 Copyright
2012 Google, Inc. Toestemming om deze software en de bijbehorende documentatie voor enig doel te gebruiken, kopiëren, wijzigen, distribueren en verkopen wordt hierbij gratis verleend, op voorwaarde dat de bovenstaande copyrightkennisgeving in alle kopieën wordt opgenomen en dat zowel deze copyrightkennisgeving als deze toestemming in de ondersteunende documentatie worden opgenomen, en dat de naam van de auteur(s) zonder specifieke, schriftelijke voorafgaande toestemming niet wordt gebruikt bij reclame of het adverteren met betrekking tot de distributie van de software. De auteurs doen geen uitspraken over de geschiktheid van deze software voor welk doel dan ook. Deze wordt geleverd "as-is" zonder uitdrukkelijke of impliciete garantie. 1401 - 006 - 08.10.2024 665666 1401 - 006 - 08.10.20241401 - 006 - 08.10.2024 667www.husqvarnaconstruction.com Original instructions Originalanweisungen Instructions d’origine Originele instructies 1143798-20 Rev. C 2024-10-25
Notice-Facile