TC 130 - Tuintractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TC 130 HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Briggs & Stratton motor, 344 cm8, 9,5 kW bij 2800 tpm |
|---|---|
| Maaibreedte | 85 cm |
| Type transmissie | Hydrostatische transmissie |
| Brandstoftankinhoud | 6,5 liter |
| Gewicht | 160 kg |
| Gebruik | Ideaal voor het onderhoud van gazons tot 1500 m8 |
| Onderhoud | Olie verversen wordt aanbevolen na elke 50 gebruiksuren |
| Veiligheid | Apparatuur voldoet aan Europese veiligheidsnormen, geïntegreerde mesrem |
| Algemene informatie | 2 jaar garantie, reserveonderdelen beschikbaar |
Veelgestelde vragen - TC 130 HUSQVARNA
Gebruikersvragen over TC 130 HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tuintractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TC 130 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TC 130 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING TC 130 HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 500-665
Contents
Introduction. 2
Safety. 24
Operation 39
Maintenance. 85
Troubleshooting 128
Vervoer, opslag en verworking. 646
Verklaring van overeenstemming 664
Open bron. 665
Inleiding
Productbeschrijving
Het product is een slooprobot. Het product wordt bediend met een afstandsbediening.
Ga waar www.husqvarnacp.com of meld u aan bij het klantenportaal voor meer informatie over het product en de reserveonderdelen.
Armsystem
De 3 delen van het armsystemeem zorgen voor goede bewegingseigenschappen en een groot bereik. Bedien het armsysteme in de buurt van het werkobject. Hierdoor kunt u de kracht van het armsysteme en de cilinders maximaal gebruiken.

Als cilinder 1 (A) en 2 (B) parallel worden bediend, kan het bereik van het product worden vergroot wanner het product stilstaat.

Telescooparm (DXR 315)
Het armsysteme op het model DXR 315 heeft ook een telescooparm voor een groter bereik.

Toren (DXR 95)
De toren kan 125^ maar links ofaar rechts draaien. Zo kunt u het product in vele richtingen lately werken wonneer het stilstaat.


OPGELET: Monteer geen gereedschappen die te zwaar zijn. Hierdoor wordt het product minder stabel en kan het product beschadigd raken.
Toren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
De toren kan 360^ draaien. Zo kurz u het product in allerichtingen latent werken wanner het stilstaat. Het
product is voorzien van een zwenkrem. Wanner de toren Niet worden gebruikt, is de zwenkrem ingeschakeld.


OPGELET: Monteer geen gereedschappen die te zwaar zijn. De draafunctie kan dan beschadigd raken.
Rupsbanden (DXR 95)
Het product heeft 1 rupsband aan elke kant van het product. Elke rupsband is voorzien van een hydraulische aandrijfmotor.


OPGELET: Gebruik het product nicht bij temperaturen hoger dan 70^ / 158 F. Als de temperatuur hoger is dan 70 ^ C / 158^ , kunnen de rubberen rupsbanden beschadigd rake.
Rupsbanden (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
Het product heeft 1 rupsband aan elke Kant van het product. Elke rupsband is voorzien van een hydraulische aandrijfmotor. Wanner de rupsbanden Niet in bedrijf zich, zich de remmen van de hydraulische aandrijfmotoren ingeschakeld.


OPGELET: Gebruik de rubberen rupsbanden nicht bij temperaturen hoger dan 70^ / 158^ . Als de temperatuur hoger is dan 70^ / 158^ , gebruik dan stalen rupsbanden.
Stempelpoten
Het product heeft 2 stempelpoten aan elke kant. De stempelpoten verlenen het product stabiliteit. Wanneer het product in bedrijf is,要去en de stempelpoten algijd zich uitgeschoven.

Gereedschap

WAARSCHUWING: Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begren voordat u de machine gebruikt. Lees ook de handleiding van het gereedschap zorgvuldig door.

OPGELET: Ga na of de specificaties van het gereedschap en die van de machine (gewicht, hydraulische druk, debiet, enz.) compatibel zich.
De machine要去 worden voorzien van de gereedschappen en hulpstukken die geschikt zijn voor de klus en de machine. De vereisten op het gebied van gewicht en prestaties van de gereedschappen zijn van belang bij het bepalen van de geschiktheid en compatibiliteit voor installmente op de machine. Zorg ervoor dat u de aanwijzingen in
de bedieningshandleiding leest, begrijpt en opvolgt. Dit geldt ook voor de aanbevelingen en instructies van de leverancier van de gereedschappen. Gebruik de machine nooit in combinatie met een gereedschap dat Niet worden aanbevolen in de bedieningshandleiding of door de leverancier van de gereedschappen. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant van de machine. Lees altijd de afzonderlijke voorzorgsmaatregelen en gebruiksaanwijzingen van de betreffende leverancier van de gereedschappen voordatu een new wergedschap gebruikt.
Het is raadzaam de machine te gebruiken met de volgende gereedschappen en hulpstukken die door Husqvarna worden verkocht. Zie Overzicht gereedschappen op pagina 655.
Gereedschappen worden in de gereedschapshoender op het armsysteme geinstalleerd. Gebruik alleen gereedschappen die geschikt zijn voor de uit te voeren taak.

Hydraulisch system
Het hydraulische systeme regelt de hydraulische druk en het debiet in het product. Het hydraulische systeme heeft een hydrauliekolietank met filters, een hydraulische pomp, een hydrauliekoliekoeler, hydraulische motoren, hydraulische cilinders en kleppen van verschillende typen. De onderdelen zijn met elkaar verbonden via slangen of leidingen.
De drukregelkleppen beperken of verlagen de druk maar de kleppen. De debietregelkleppen regelen het debiet van de hydrauliekolie en de snelheid van de functies van het product. De richtingsregelkleppen zorgen ervoor dat de hydrauliekolie maar de verschillende functies van het product stroomt.
Het hydraulisch systeme heeft verschillende drukniveau. Zie Technische gegevens op pagina 650. Als er meerere functies tegelijkertijd worden gebruikt, wordt de druk ingesteld op de laagste waarde. Als de olietemperatuur hoger is dan 80^ / 176^ , wordt de druk van de sloophamer automatisch verlaagd. Zo beschicht u over een langere bedrijfstijd voordat het product te heet worden.
Gebruik
Het product worden gebruikt voor sloopwerkzaamheden in vele verschillende omgevingen en voor verschillende soorten constructies. Het product kan worden gebruikt in risicogebieden, bijvoorbeeld als er een risico bestaat op vallende voorwerpen. Met de afstandsbediening kan de gebruiker het product op een veilige afstand van het risicogebied bedieren. Het product kan binnen en buiten worden gebruikt. Gebruik het product Niet voor andere taken. Het product mag uitsluitend worden gebruikt door professionele gebruikers met ervaring.
Er worden voortdurend gewerkt aan het verhogen van uw gezilghed en efficiente tijdens bedrijf. Neem voor meer informatie contact op met uw servicedealer.
De DXR 145, DXR 275, DXR 305 en DXR 315 kan worden uitgerust voor zeer hoge temperaturen en kan tevens worden gezrukt in omgevingen met gevaarlijke materialen en chemicalien.
Let op: Het gebruik van deze machine kan beperkt worden door lokale regelgeving.
Productverzicht (DXR 95)



- Achterklep
- Arm 1
- Arm 2
- Rechter afdekkap van de toren
- Koplamp
- Cylinderkap
- Voorste afdekking
-
Arm 3
-
Gereedschapskoppeling
- Inspectieluik voor rupsbandspanning
- Rupsband
- Afdekkap rechtskant
- Hijsoog
- Cylinderkap
- Aansluiting voor de CAN-buskabel
-
Voet van stempelpoot
-
Productplaatje
- Stempelpoot
- Houten kist
- Bedieningshandleiding
- CAN-buskabel
- Afstandsbediening
- Vetspuit
-
Smeerleiding
-
AC-DC-adapter met verschillende stekkers voor verschillende markten (EU/US/UK/AU/CN)
- Accu van de afstandsbediening
- Acculader voor accu van de afstandsbediening
- 12/24 VDC-kabel en ferrier
- Lock out tag out stekker (optioneel)
- Draagstel voor afstandsbediening
Productverzicht, hydraulisch system (DXR 95)

- Aandrijfmotor
- Cilinders voor stempelpoten
- Koeler voor hydraulische oolie
- Kleppenblok voor chassis
- Cylinder 1
- Hydraulische drukregeling
- Cylinder 2
- Cylinder 3
- Zwenkmotor
-
Cylinder 4
-
Vetpomp van de sloophamer
- Hydraulische oliefilter
- Hydraulische olie-peil en -temperatuursensor
- Luchtfilter
- Olievulplug
- Aftapplug
- Hydraulische olie-tank (onderdeel van het chassis)
- Kleppenblok, armsystem
- Hydraulische pomp
- Koppelingshuis
Productverzicht, elektrisch system (DXR 95)

- Controlekast, inclusief zekeringen
- Noodstopknop
- Radiocommunicatie-ontvanger
- Druksensor
- Elektromotor voor vetpomp van de sloophamer
- Aansluiting voor extra werklamp
- Drukschakelaar voor het hydraulische olie-filter
- Hoeksensor
-
Elektromotor
-
Claxon
- Connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
- Bedieningsmodule
- Verbinding software-update
- Antenne, afstandsbediening radiocommunicatie
- Waarschuwingslampje, voor bediening
- Voedingskabel met stekker
- Antenne, connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
Productverzicht (DXR 145)



- Arm 1
- Arm 2
- Koplamp
- Voorste afdekking
- Arm 3
- Cylinderkap
- Gereedschapskoppeling
- Tandwielring
-
Rupsband
-
Hijsoog
- Afdekkap rechterkant
- Rechter luik
- Afdekkap linkerkant
- Aansluiting voor de CAN-buskabel
- Cylinderkap
- Stempelpoot
- Voet van stempelpoot
-
Inspectiedeksel
-
Houten kist
- Smeerleiding
- Draagstel voor afstandsbediening
- AC-DC-adapter met verschillende stekkers voor verschillende markten (EU/US/UK/AU/CN)
- Vetspuit
-
Bedieningshandleiding
-
Productplaatje
- Accu van de afstandsbediening
- Afstandsbediening
- Acculader voor accu van de afstandsbediening
- CAN- buskabel
- 12/24 VDC-kabel en ferrier

Productverzicht, hydraulisch system (DXR 145)
- Hydraulische accumulator voor rupsbandspanning
- Koeler voor hydraulische olie
- Kleppenblok, armsystem
- Aandrijfmotor
- Steunwiel
- Cylinder voor rupsbandspanning
-
Spanwiel
-
Kijkglas
- Peilsensor
- Luchtfilter
- Hydraulische-olietank
- Aftapplug
- Hydraulische oliefilter
-
Wartel
-
Zwenkmotor
- Cilinders voor stempelpoten
- Hydraische vulpomp
- Cylinder 1
- Aanzuigslang
- Cylinder 2
- Koppelingshuis
- Cylinder 3
- Hydraulische pomp
- Cylinder 4
- Kleppenblok voor chassis
- Vegtomp van de sloophamer
- Klep voor rupsbandspanning
Productverzicht, elektrisch system (DXR 145)

- Hoofdschakelaar
- Bedieningsmodules
- Connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
- Radiocommunicatie-ontvanger
- Controlekast, inclusief zekeringen
-
Drukschakelaar voor het hydraulische olie-filter
-
Druksensor
- Noodstopknop
- Antenne, afstandsbediening radiocommunicatie
- Waarschuwingslampje, voor bediening
-
Antenne, connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
-
Voedingskabel met stekker
-
Elektromotor
-
Olietemperatuursensor
Productverzicht (DXR 275, DXR 305, DXR 315)


- Bedieningshandleiding
- Linker luik
-
Arm 1
-
Arm 2
- Arm 3
-
Cylinderkap
-
Gereedschapskoppeling
- Inspectieluik voor rupsbandspanning
- Koplamp
- Hijsoog
- Rupsband
- Tandwielring
- Hijsoog
- Afdekkap rechterkant
- Rechter luik
- Telescooparm, alleen voor DXR 315
- Aansluiting voor de CAN-buskabel
- Cylinderkap
- Voet van stempelpoot
-
Stempelpoot
-
Inspectiedeksel
- AC-DC-adapter met verschlende stekkers voor verschlende markten (EU/US/UK/AU/CN)
- Houten kist
- Accu van de afstandsbediening
- Smeerleiding
- Afstandsbediening
- Draagstel voor afstandsbediening
- Rupsbandverbreder
- Acculader voor accu van de afstandsbediening
- CAN- buskabel
- Vetspuit
- Productplaatje
- 12/24 VDC-kabel en ferrier

Productverzicht, hydraulisch system (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Kleppenblok voor armsysteme
- Zwenkmotor
- Wartel
- Kleppenblok voor chassis
- Aandrijfmotor
- Steunwiel
- Cylinder voor rupsbandspanning
- Spanwiel
- Cilinders voor stempelpoten
- Cylinder 1
- Cylinder 2
- Cylinder 3
-
Cylinder 4
-
Cylinder 5, alleen voor DXR 315
- Hydraulische-olietank
- Luchtfilter
- Deksel hydraulische olieffilter
- Kijkglas
- Hydraulische pomp
- Koppelingshuis
- Koeler voor hydraulische olie
- Hydraulische vulpomp
- Aanzuigslang
- Hydraische accumulator voor rupsbandspanning
- Klep voor rupsbandspanning
Productverzicht, elektrisch system (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

1. Olietemperatuursensor 2. Hoofdschakelaar
- Bedieningsmodule
- Connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
- Druksensor
- Controlekast, inclusief zekeringen
- Bedieningsmodules
- Claxon
- Bedieningsmodules
-
Drukschakelaar voor het hydraulische olie-filter
-
Waarschuwingslampje, voor bediening
- Antenne, afstandsbediening radiocommunicatie
- Antenne, connectiviteitsmodule (niet voor alle markten)
- Noodstopknop
- Voedingskabel met stekker
- Elektromotor
- Radiocommunicatie-ontvanger
Overzicht afstandsbediening







- Linker joystick
- Knop linksboven op linker joystick
- Knop rechtsboven op linker joystick
- Zijschakelaar links
- Zijschakelaar rechts
- Knop linksboven op rechter joystick
- Knop rechtsboven op rechtter joystick
- Rechter joystick
- Koplampenknop
- Vergrendelknop voor de afstandsbediening
- Claxonknop
- Schakelaar transportmodus
-
Schakelaar bedrijfsmodus
-
Knop voor het afstellen van de snugheid van het product
- OFF/ON/START-schakelaar
- Knop voor het afstellen van de snugheid van het gereedschap
- Home-knop
- Menuknop
- Knop om terug te gaan in de menustructuur
- Display
- Selectieknoppen
- Rechter knop voor het display van het informatiecentrum
-
Display van informatiecentrum
-
Linker knop voor het display van het informatiecentrum
- Accusleuf
- Accusleuf
- Machinestopknop
- Aansluiting voor de CAN-buskabel
- Gore-Tex® membraan
Overzicht display

- Bovenste balk
- Tabblad Bedrijfsmodus
- Statusbalk
- Snelkoppelingsbalk
- Onderste balk
- Productweergave
Zekeringen
De zekeringen zijn geplaatst in de zekeringhouder, awhile het deksel van de controkast. Voor informatie over laagspanning (24 DC), zie Overzicht van de zekeringen op pagina 629.
De aansluiting op de wandcontactdoos staat onder hoogspanning (400/460 V AC). Voor informatie over de juistezekeringen voor het product,zieRichtwaarden voor aansluiting op een wandcontactdoos op pagina 658.Het product is voorzien van SoftStart en kan met de meeste typenzekeringen worden gestart.
Als een zekering is doorgebrand,要去 deze worden verrangen. Zie Een zekering verrangen (DXR 95) op pagina 627 of Een zekering verrangen (DXR 145) op pagina 628 of Een zekering verrangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 629 voor informatie over het verrangen van een doergebrande zekering. Als de zekering binnen korteijd nadat u deze hebt verrangen nogmaals doorbrandt, is er spreke van kortsluiting. Laat een erkende servicewerkplaats het product repareren voordat u het product opnieuw gebruikt. De storing kan zich voordoen in het elektrisch system of in het waarop aangesloten product.
Symbolen op het product

WAARSCHUWING: Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier.

Lees de handleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt.

Gebruik kleding die geschikt is voor zwaar gebruik en die Niet loshangt, maar waarin u vrij Aunt bewegen.

Draag veiligheidshandschoenen.

Gebruik laarzen met een stalen neus en antislipzool.

Gebruikademhalingsbescherming op locaties waar de lucht schadelijk kan zichn voor uw gezondheid. Gebruik een veiligheidshelm, gehoorbeschemming en oogbeschemming met zijbeschemming. Zie Persoonlijke beschemningsuitrusting op pagina 523.

Hoogspanning.

Risico op letsel. Zorg er tijdens het gebruik van het product voor dat er geen materiaal kan vallen en schade kan veroorzaken.

Risico op letsel. Tijdens het bedrijf kan materiaal uit het product vallen of worden uitgeworpen. Gebruik tijdens bedrijf persoonlijke beschermingsmiddelen en houd afstand tot het product.

Risico op letsel. Het product kan kantelen wonneer u het op hellingen gebruikt of parkeert.

Risico op letsel. Materiaal kan tijdens bedrijf met hoge snugheid van de zichkant komen. Gebruik tijdens bedrijf personlijke beschermingsmiddelen en houd afstand tot het product.

Risico op letsel. Zorg ervoor dat u zich boven het product bevindt wanner u op een helling werkt. Het risico bestaat dat het product omvalt.

Parkeer het product op hellingen met een maximaal hellingspercentage van 20% . Plaats het gereedschap op de grond en schuif de stempelpotenuit (DXR 95).

Wees algid voorzichtig als u in de buurt van randen werkt. Zorg ervoor dat het product stabel staat en nicht waar de rand toe beweegtijdens bedrijf. Zorg ervoor dat het oppervlak voldoende draagvermogen heeft. Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina 524.

Zorg ervoor dat de voedingskabel hinter het product ligt wanner u het product verplaatst. Zorg er ook voor dat de voedingskabel hinter het product ligt wanner de stempelpoten worden ingetrokken ofuitgeschoven. Er bestaat een risico op beschadiging van de voedingskabel en een risico op elektrische schokken.

Bevestig de hijsuitrusting door de hjsogen (DXR 95, DXR 145).

Bevestig de hijssuitrusting door de hijsogen (DXR 275, DXR 305, DXR 315).

Houd afstand tot het product tijdens gebruik. Zorg ervoor dat er zich niemand in het werkgebied begeeft tijdens bedrijf. Het werkgebied kan veranderen tijdens bedrijf. Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina 524.

Het risico bestaat dat het product omvalt tijdens bedrijf. Tijdens werkzaamheden moet het product op een zo vlak möglichke ondergrond staan en要去en de stempelpoten volledig�ij uitgeschoven.

Haal de stekker uit het stopcontact wanner u het product parkeert en voordat u onderhoud uitvoert.

Sluit het product aktijd aan via een aardlekschakelaar met beveiliging. De aardlekschakelaar要去afslaan bij een massastoring van 30mA

Hydraulische accu onder druk. Er mag geen onderhoud worden uitgevoerd aan het hydraulisch systemeem totdat de druk handmatig is afgelaten (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315). Zie Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 145) op pagina 624 en Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 625.

Warm oppervlak.

Markering voorwaartse richting.

Aftap.

Hydraulische olie.

Koelset voor perslucht (optie), (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).

Druk, (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).

Tandwielkastolie. (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)

Het product mag Niet worden verwerkt als huishoudelijk afval. Lever het in bij een erkende verwijderingslocatie voor elektrische en elektronische apparatuur.

Label met geluidsemissiesaar de omgeving conform de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK. Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 650 en op het label.

Dit product voldoet aan de geldende EU-richlijnen.

Het product voldoet aan de geldende VKregelgeving.
Let op: Overige op het product aangebrachte symbolen/plaatjes verwijzenaar specifieke eisen aan certificering voor bepaalde markten.
Stickers op het product

Kortsluitstroomsterkke: Sluit het product Niet aan op een voedingsbron met een hogere nominale stroomsterkke dan 6 kA. Hogere stroomsterkten konnen schade aan het product veroorzaken. Voor informatatie over de kortsluitstroom voor DXR 95, die Productplaatje (DXR 95) op pagina 521.
De artikelnummers verwijzenaar de bedradingsschemas voor de producten.

Beknopte handleiding voor onderhoud. Zie Symbolen op de sticker beknopte handleiding op pagina 515
voir meer informatatie over de symbolen op de sticker. Zie Onderhoud op pagina 586voor het volledige onderhoudsschema.

Smeerpunten (alleen DXR 95). Voor meer informatie, die Onderhoudsschema op pagina 587.
Symbolen op de sticker beknopte handleiding

Controller de componenten visuel.

Zorg ervoor dat de componenten het juiste aanhaalmoment hebben.

Smeer de componenten.

Controleer het smeermiddelpeil van de sloophamer.

Controleer het peil van de hydraulische olie.

Vervang de filteronderdelen.

| Positie Werking | |
| 1 Geen radiosignaal. | Geen verbinding met het product. |
| 2 Sterkte radiosignaal. | |
| 3 Het radiosignaal wordt geblokkeerd. | |
| 4 De kabel van de CAN-bus is aangesloten:tussen het product en de afstandsbediening. | |
| 5 Laadstatus. Wanner het accusymbol geel is, is de laadstatus 11-20%. Wanner het accusymbol rood is, is de laadstatus minder dan 10%. | |
| 6 De accu in de linker sleuf. | |
| 7 De accu in de rechtter sleuf. | |
| 8 Wordt weergegeven op producten met een connectiviteititsmodule. Het product is verbonden met een mobiel netwerk. | |
| 9 Wordt weergegeven op producten met een connectiviteititsmodule. Het product is nicht ver-bonden met een mobiel netwerk. |

| Positie Werking | |
| 1 De bedieningselementen op de afstandsbediening� vergrendeld. | |
| 2 De bedieningselementen op de afstandsbediening� ontrendeld. | |
| 3 "Extra functie 1" is in bedrijf. | |
| 4 "Extra functie 2" is in bedrijf. | |
| 5 Joystickpatroon 2 is in bedrijf. | |
| 6 Joystickpatroon 3 is in bedrijf. | |
| 7 Joystickpatroon 4 is in bedrijf. | |
| 8 Graafmodus is actief. | |
| 9 De koplamp is uitgeschakeld. | |
| 10 De waterfunctie is in bedrijf. |

Het tabblad bedieningsmodus verandert van oranje\ aar blauw als de patroontest worden uitgevoerd. Zie\ "Patroontestmodus" op pagina 566.
| Positie Werking | |
| 1 Werkmodus is actief | |
| 2 Transportmodus,=eén bedieningshendel is actief. | |
| 3 Transportmodus,twee bedieningshendels zijn actief. | |
| 4 Transportmodus,rijden is actief. |

| Positie Werking | |
| 1 Maar boven op het display. | |
| 2 Maar beneden op het display. | |
| 3aar links op het display. | |
| 4aar rechts op het display. | |
| 5aar beneden in de menustructuur op het display. | |
| 6Een keuze makeop het display. | |
| 7Bewerken op het display. | |
| 8Een waarde verhogen op het display. | |
| 9Een waarde verlagen op het display. | |
| 10Annuleren op het display. | |
| 11Nummer 1 invoeren op het display. | |
| 12Nummer 2 invoeren op het display. | |
| 13 Nummer 3 infoeren | op het display. |
| 14 Nummer 4 infoeren | op het display. |
| 15 Snelkoppeling om het gebruike gereedschap te selecteren. | |
| 16 Snelkoppeling om de productstatus te bekijken. | |
| 17 Snelkoppeling om het waterniveau en het vetniveau in te stellen en de patroonmodificator in ofuit te schakelen. | |
| 18 Snelkoppeling om de taal te wijzigigen. | |
| 19 Snelkoppeling om storingen te bekijken. | |
| 20 Snelkoppeling om de patroontestmodus te selecteren. | |
| 21 Snelkoppeling in de patroontestmodus om het patroon te wijzigigen. |
Symbolen in de productweergave op het display

| Positie Werking | |
| 1 Beweegbare delen op het product worden orangje weergegeven. Niet-beweegbare delen worden grijs weergegeven. | |
| 2 In patroontest. Het deel van het product dat beweegt worden orangje weergegeven. Beweegba-re delen in de geselecteerde bedrijfsmodus wordenlichtblauw weergegeven. Niet-beweeg-bare delen worden donkerblauw weergegeven. | |
| 3 De sloophamer is in bedrijf. | |
| 4 Aangepast gereedschap 1, 2 of 3 is in bedrijf. | |
| 5 De betonvergruizer is in bedrijf. | |
| 6 De staalschaar is in bedrijf. (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) | |
| 7 De graafbak is in bedrijf. | |
| 8 De sorteergrijper is in bedrijf. | |
| 9 De trommelfrees is in bedrijf. | |

Productplaatje (DXR 95)
- Producttype
- Bouwjaar
- Nominate stroom
- Kortsluitstroomsterkte
- Fabrikant
- Hydraulische druk
- Gewicht van het product zonder gereedschappen
- Nominal vermogen
- HID-nummer, verwijst maar het bouwjaar
- Productaanduiding
- Scanbare code

Productplaatje (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Producttype
- Scanbare code
- Productaanduiding
- Bouwjaar
- Gewicht van het product zonder gereedschappen
6.Druk - Nominal vermogen
- Nominale stroom
- Fabrikant
- HID-nummer, verwijstaar het bouwjaar
Specifieke bepalingen van de fabrikant
Husqvarna AB behoudt zich hetrecht voor om zonder voorafgaande kennisgeving machinespecificaties en instructies te wijzigen. De machine mag Niet worden aangepast zonder de voorafgaande, schriftelijk toestemming van de fabrikant. De eigenaar iszfelf verantwoordelijk voor aanpassingen aan de machine die na levering door Husqvarna AB en zonder de schriftelijk toestemming van de fabrikant+zijn aangebracht.
Aanpassingen können neue risico's met zich meebrengen voor de operator, de machine en de omgeving. Aanpassingen können nadelige gevolgen hebben voor onder meer de kracht van de machine en de veriligheid. De eigenaar is zich verantwoordelijk voor het opgeven van de aanpassingen die hij wil aanbrengen en dient zich contact op te nemen met de fabrikant van de machine om vooraf toestemming te vragen.
Husqvarna AB niedt geen garanties aangaande de geschiktheid of compatibiliteit van Niet-goedgekeurde gereedschappen die op de machine worden gemonteerd en is Niet aansprakelijk voor het gebruik van gereedschappen die nicht worden verkocht door Husqvarna AB.
Alle informatatie en gegevens in deze bedieningshandleiding waren van toepassing op de datum dat deze gebruiksaanwijzing ter perse ging.
Schade aan het product
We waar nicht verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product Niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die nicht van de fabrikant akkomstig zijn, of onderdelen die nicht zich goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat Niet afkomstig is van de fabrikant of Niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product Niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gezrukt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanner de instructies in de handleiding nicht worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanner de instructies in de handleiding nicht worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Dit product kan bij onvoorzichtig of onjuist gebruik een gevaarlijk gereedschap zich. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Het is erg belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing leest en begrijpt voordat u dit product gaat gebruiken.
- Bewaar alle waarschuwingen en instructies.
-
U dient alle toepasselijke wet- en regelgeving in ache te nemen.
-
De gebruiker en de werkgever van de gebruiker dienen op te hoogte te+zijn van de risico's tijdens het gebruik van het product en要去en deze voorkomen.
Zorg ervoor dat dit product alleen worden gebruikt door personen die de inhoud van de gebruikershandleiding hebben gelezen en begrepen. - Gebruik het product alleen als u voorafgaand aan gebruik training hebontvangen. Zorg ervoor dat alle gebruikers getraind worden.
- Laat het product Niet door een kind bedieren.
- Het product mag alleen worden gebrukt door goedgekeurde Personen.
- De gebruiker is verantwoordelijk indien ongelukken gebeuren met andere mensen of hun eigendommen.
- Gebruik het product nooit als u moe of zich bent of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat het product Niet gebruiken door:iemand die moe of ziek is of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Wees alg und voorzichtig en gebruik uw gezond verstand.
- Dit product produeertijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te verminderen, raden wij personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze dit product gebruiken.
- Houd het product schoon. Zorg ervoor dat u de aanduidingen en stickers duidelijk kutk lezen.
- Gebruik het product Niet als het beschadigd is.
-
Breng geen wijzigingen aan dit product aan.
-
Gebruik het product Niet als de möglichkheid bestaat dat andere Personen wijzigingen aan het product hebben aangebracht.
- Zet de OFF/ON/START-schakelaar op de afstandsbediening in de stand OFF wonneer het product is geparkeerd en tijdens het transport van het product.
Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Zorg ervoor dat ubekend bent met het werkgebied, zoals de sterkte van vloerstructuren en de ligging van kabels. De gebruiker is verantwoordelijk voor het controlleren van het werkgebied.
Maak altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523 - Houd onbevoegden op veilige afstand van het werkgebied.
- Zorg ervoor dat u stabel en veilig staat tijdens het gebruik.
- Draag goedgekeurde valbeveiligingsystemen wanner u het product gezruikt op locaties waar een risico op vallen bestaat.
- Blijf uit de buurt vanplaatsen waar het product u kan raken. Blijf uit de buurt van het armsysteme als dit omhoog worden gebracht of staat.
- Blijf onder het werkobject vandaan.
- Zorg ervoor dat u niet=kunt worden geraakt door losrakend materiaaal tijdens het bedrijf.
- Bedien het product op een veilige manier. Gebruik het product Niet voordat alle veiligheidsrisico's+zijn weggenomen.
- Gebruik het product Niet om Personen op te tillen.
- Stop het product voordat u dit Achterlaat.
- Houd de afstandsbediening buiten bereik van onbevoegden.
Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u apparaat onbeheerdchterlaat. - Houd uw voeten uit de buurt van de kabel van de afstandsbediening en de voedingskabel om het risico op letsel door vallen te verminderen.
- Gebruik de kabelverbinding:tussen het product en de afstandsbediening Niet als er een risico op omvallen van het product bestaat.
- Zet de motor onmiddelijk stop als het product nicht correct werkt.
- Gebruik het product alleen als u weet dat u hulp kunt krijgen indien zich een onceval voordoet.
- Als er trillingen optreden in het product of als het geluidsniveau van het product ongewoon hoog is, dient u het product onmiddelijk te stoppen. Controller het product op schade. Repareer schade
ofThateenerkende servicewerkplaatsde reparatieuitvoeren.
- Deze handleiding kan nicht alle situatuies beschrijven die zich voor{kunnendoen wanner u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product Niet en voer geen onderhoudswerkzaamheden aan het productuit als u Niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, serviceworkplaats of erkende servicepunt.
- Gebruik.altijd goedgekeurde accessoires. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer.
- Gebruik het product Niet als de temperatuur van de hydrauliekolie hoger is dan 90^ / 194^ . Het hydraulisch systemen de elektrische onderdelen können dan beschadigd rake.
- Gebruik het product Niet in combinatie met gereedschappen en houd een lagere snelheid aan als de temperatuur van de hydrauliekolie lager is dan 10^ / 50^ . Raadpleeg Het product latent opwarmen op pagina 538.
- Gebruik het product op hoogten van minder dan 1000m . Als het product moet worden gezruikt op hoogten vaneer dan 1000, raadpleeg dan uw Husqvarna-servicewerkplaats.
- Gebruik het product Niet zonder dat de=kappen zich gemonteerd.
Persoonlijke beschermingsuitrusting

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik alkijd de juiste persoonlijke beschemmingsmiddelen wonneer u het product gebruikt. De persoonlijke beschemmingsmiddelen nemen het risico op letsel Niet weg. De persoonlijke beschemmingsmiddelen verlagen de ernst van het letsel indien zich een ongeval voordoet. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschemmingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde oogbescherming met zichbescherming wonneer u het product gebruikt.
- Gebruik kleding die geschikt is voor zwaar gebruik en die Niet loshangt, maar waarin u vrij(Intjkunt bewegen.
- Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen die een stevige grep möglichk make.
Draag een goedgekeurde veiligheidshelm. - Gebruik alkijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehooorverlies veroorzaken.
- Het product kan stof en dampen veroorzaken die gevaarlijke chemicalien bevatten. Gebruik goedgekeurde ademhalingsbescherming.
- Zorg ervoor dat chemicalien zoals reinigingsmiddelen, vet en hydraulische olie Niet in contactkommenet de huid. Hydraulische olie
en vet kuren huidirritatie veroorzaken. Reinig de huid onmiddelijk als deze in aanraking kommt met chemicaliën.
- Draag goedgekeurde valbeveiligingsystemen wanner u het product gebruikt op locaties waar een risico op vallen bestaat.
- Gebruik laarzen met een stalen neus en antislipzool.
Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt. - Er können vonden optreden bij de bediening van de machine. Zorg ervoor dat u een brandblusapparaat bij de hand hebt.
Veiligheid van het werkgebied

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er geen Personen, kinderen of dieren in het werkgebied zich. Als een persoon of dier het werkgebied binnenkomt, stopt u het product onmiddelijk.
- Wees alert op omstanders, objcten en situatuies die veilig werken met het product konnen verhinderen.
Tijdens bedrijf is het Niet toegestaan dat personen zich in het werkgebied (X) of (Y) bevinden, zoals weergegeven in de afbeelding. Dit geldt voor zowel omstanders als bestuurder. Oppervlak (X) is het bereik van het product. Zie Afmetingen bereik op pagina 662.
De afmetingen van het werkgebied (Y) hunnen afwijknen vanwege verschillende werkmethoden, werkobjecten, gereedschappen en oppervlakken. Onderzoek möglichke risico's alvorens het product te gebruiken. Wijzig het werkgebied als de omstandighedenijdens bedrijf veranderen.

Zet het werkgebied af.
- Vergroot het werkgebied als u op hoogte werkt. Zet het risicogebied af op de grond. Zorg ervoor dat materialen Niet kuren vallen en letsel veroorzaken.
- Houd het werkgebied voldoende verlicht.
- Het product kan over lange afstanden met een afstandsbediening worden bediend. Gebruik het productuitsluitend als u onbelemmerd zich hebt op het product en het bijbehorende risicogebied. Gebruik een camerasysteme als u Niet genoeg zich hebt.
- Verwijder obstakelsuit het werkgebied.
- Wees voorzichtig als er een risico bestaat op gladde oppervlakken.
- Controleer de toestand van de ondergrond en de dragende constructies om ervoor te zorgen dat materialen, utrusting en omstanders nicht{kennen (om)vallen.
- Gebruik het product Niet in gebieden waar brand of explosions+kennen optreden.
- Het werkgebied controlleren voor gebruik van het product. Breng markeringen aan opplaatsen waar zich leidingen, elektrische kabels, elektrische bronnen en elektrische apparatuur bevinden om schade hieraanijdens bedrijf te voorkomen.
Zorg ervoor dat de leidingen in het werkgebied leeg+zijn.Zorg ervoor dat de elektrische kabels, elektrische bronnen en elektrische apparatuur in het werkgebied zijn losgekoppeld. Het product moet uit de buurt blijven van elektriciteitsleidingen in de lucht.
Elektrische veiligheid

WAARSCHUWING: Er is alkijd kans op schokken van elektrische producten. Gebruik het product Niet bij slecht weeer, zoals dichte mist, hevige regen, harde wind of zandstormen. Gebruik het product alkijd zoals in deze bedieningshandleiding worden beschreiben om letsel te voorkomen.

WAARSCHUWING: Het grootste fysieme gevaar dat de stroom die door het lichaam loopt kan vormen, is het effect dat dit maybe heegt op het hart. Daarom moet onderhoudspersoneel een EHBO-cursus hebben gevolgd, waar reanimatietechnieken worden geleerd en het gebruik van een automatische exter defibrillator (AED).
- Controller of de spanning van het elektriciteitsnet en de sterkte van de zekering passen bij de spanning die worden aangegeven op het typeplaatje van het product. Zie Technische gegevens op pagina 650.
DXR 95 voldoet aan IEC 61000-3-12. - Houd de voedingskabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Een beschadigde voedingskabel verhoegt het risico op elektrische schokken.
- Stop het product algijd voordat u de stekker uit het stopcontact haalt.
- Gebruik het product Niet als de voedingskabel of de stekker beschadigd is. Laat onderhoud
aan het product uitvoeren door een erkende serviceworkplaats. Een beschadigde voedingskabel kan ernstig letsel en de dood veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de voedingskabel Niet onder het producterechtkomt wanner dit beweegt of de stempelpoten worden ingetrokken ofuitgeschoven.
- Gebruik de voedingskabel op de juiste manier. Gebruik de voedingskabel Niet om het product te verplaatsen, te trekken of los te koppelen. Trek aan de stekker om de voedingskabel los te koppelen. Trek Niet aan de voedingskabel.
- Gebruik het product Niet in water dat zo diep is, dat de elektrische apparatuur van het product nat worden. De elektrische apparatuur kan beschadigd raken en het product kan onder stroom komen te staan en letsel veroorzaken.
- Open de contrôlekast zich wanner het product is aangesloten op een voedingsbron. Sommige onderdelen in de contrôlekast staan.altijd onder stroom.
- Sluit het product algid aan op een aardlekcircuit dat uitschakelt bij een massastoring van 30mA .
- Zorg ervoor dat de hydraulische aansluitingen nicht in aanraking komen met elektriciteitsbronnen. De hydraulische aansluitingen zijn nicht elektrisch geisoleerd. Er bestaat een gevaar voor elektrische schokken.
Instructies voor geaard product

WAARSCHUWING: Een verkeerde aansluiting kan leiden tot elektrische schokken. Raadpleeg een erkende elektricien als u Niet zeker weet of de contactdoos van het elektriciteitsnet correct geaard is.
Breng geen wijzigingen aan de stekker aan ten opzichte van de fabriekspecificatie. Als de stekker of de voedingskabel beschadigd is of moet worden verrangen, raadpleeg dan uw Husqvarna-serviceerkplaats. Volg de lokale regel- en wetgeving.
Neem contact op met een erkende elektricien als u de instructies over het geaarde product Niet volledig begrijpt.
Gebruik alleen geaarde verlangkabels voor buitengebruik met geaarde stekkers en geaarde contactdozen die geschikt zijn voor de stekker van het product.
Het product heeft een geaarde voedingskabel en een geaarde stekker. Sluit het product altijd aan op een geaard stopcontact. Dit verminder de kans op een elektrische schok.
Sluit geen elektrische adapters aan op de stekker van het product of op het inkomende stopcontact.
Verlngkabels
- Gebruik alleen goedgekeurde verlangkabels met een goedgekeurde lengte die voldoet aan de vereisten. Zie Richtwaarden voor aansluiting op een wandcontactdoos op pagina 658.
- De marketing op de verlangkabel moet gegelijk zijn aan of hogerঙ dan de waarde op het productplaatje van het product.
- Gebruik geaarde verlengkabels.
- Gebruik een verlangkabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis wonneer u buiten werkt met het product. Dit verminder de kans op een elektrische schok.
- Houd de aansluiting op de verlangkabel droog en zorg dat deze de grond Niet raakt.
- Houd de verlangkabel uit de buurt van ditte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Een beschadigde kabel verhoegt het risico op elektrische schokken.
- Controller of de verlangkabel in goede staat verkeert en nicht beschadigd is.
- Gebruik de verlangkabel Niet in opgerolde toestand. Daardoor kan de kabel oververhit raken.
Veiligheid bij accu's

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik de accu nooit als u moe of zich bent of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat de accu Niet gebruiken door iemand die moe of zich is of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat de accu Niet gebruiken door een kind.
- Gebruikuitsluitend de Li-ion-accu's die wij voor uw product aanbevelen. De accu's zijn voorzien van softwarematige encryptie.
- Gebruik uitsluitend originele Scanreco accu's voor dit product. Er bestaat explosiegevaar als de accu's worden verrangen door accu's van een onjuist type. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer.
- Gebruik de Li-ion-accu's die oplaadhaar zijn uitsluitend als een voedingsbron voor de bijbehorende producten van Husqvarna. Gebruik de accu's Niet als voedingsbron voor andere apparaten om letsel te voorkomen.
- Risico van elektrische schok. Breng de accuklemen niet in contact met sleutels, schroeven of ander metaal. Dit kan kortsluiting van de accuveroorzaken.
-
Als er een accu lekt, zorg er dan voor dat de vloeistof Niet in aanraking komt met uw huid of ogen. Als u in aanraking bent gekomen met de vloeistof, reinig het oppervlak dan met een ruime hoeveelheid water en raadpleeg een arts.
-
Gebruik geen accu's die nicht oplaadhaar zijn.
- Breng geen wijzigingen aan de accu's aan.
- Plaats geen voorwerpen in de luchtspleten van de accu's.
- Bescherm de accu's gegen direct zonlicht, warmte of open vuur. De accu's können een explosie en brandwonden en/of chemische brandwondenveroorzaken.
- Beschem de accu's gegen regen en vocht.
- Houd de accu'suit de buurt van magnetrons en hoge druk.
- Probeer de accu's Niet te demonteren of te slopen.
- Gebruik de accu's bij omgevingstemperaturen:tussen -20^ / - 4^ en 60^ / 140^
- Laad de accu's op bij temperaturenussen 10^/50^ en 45^ / 113^ .
- Reinig de accu's of acculader nooit met water. Zie De accu's en de acculader reinigen op pagina 591.
- Gebruik geen beschadigde accu's.
- Sla accu's op uit de buurt van metalen voorwerpen, bijvoorbeeld spijkers, schroeven en sieraden.
- Verwijder de accu's UIT de afstandsbediening als u het product longer dan 1 week Niet gebruikt.
Veiligheidsvoorschriften voor acculader

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik de acculader Niet in de buurt van brandbare materialen of explosieve materialen.
- Gebruik geen beschadigde acculader.
- Gebruik alleen de originele Scanreco-acculader voor het opladen van de accu's.
- Gebruik de acculader nooit als u moe of zich bent of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat de acculader Niet gebruiken door iemand die moe of zich is of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert.
- Laat de acculader Niet gebruiken door een kind.
- Gebruik de acculader nicht als de aansluitkabel beschadigd is.
- Dek de acculader Niet af.
- Laad de accu alleen binnenshuis op, uit de buurt van zonlicht, op een trillingsvrije plaats met een goede luchtstroom. Laad de accu Niet op in vochtige omstandigheden.
- Laad nied opplaadbare accu's Niet op in de acculader.
- Sluit de acculader nicht kort.
- De acculader要去 extern gezekerd zich met een 3,0 A-zekering.
- Als de acculader Niet worden gebruikt, verwijdert u de stekker uit het stopcontact.
-
Gebruik de acculader nicht bij temperaturen hoger dan 45^ .
-
De acculader mag uitsluitend worden gevoed met zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS) zoals op de acculader vermeld.
- De verbinding met de voeding moet voldoen aan de landelijkke richtlijnen voor bedrading.
Veiligheid bij bediening

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Zorg ervoor dat u weet wat de voorkant en de achechterkant van het product is. Kijk maar de markeringen voor de voorwaartse richting op de zichkanten van de rupsbanden om verkeerd gebruik te voorkomen.
- Zorg ervoor dat het armsystem is ingeschoven wanner de stempelpoten zich ingeschoven. Dit verminder het risico dat het product omvalt.
- Tijdens bedrijf met een sloophamer of graafbak wordt het gewicht van het product gebruikt om de kracht op het werkobject te vergroten. Hierdoor kuren de stempelpoten van de grond komen. Laat de stempelpoten Nieteer van de grond komen dan nodig is. Wanner de stempelpoten van de grond komen, bestaat het risico dat het product Kantelt en de belasting op het resterende steunmechanisme toeneemt.
- In sommigekleine ruimtes is het Niet mogelijk om de stempelpotenuit te schuiven. Pas uw gebruik aan als de stempelpoteniet zich uitgeschoven. Er bestaat verhoogd risico dat het product omvalt als het armsystemeweveegt zonder dat de stempelpoten zich uitgeschoven.
- Als het product worden gebruikt in combinatie met een sloophamer, is het risico op omvallen van het product groter. Dit kan ervoor zorgen dat de stempelpoten met grote kracht gegen de bodem slaan. Zorg ervoor dat er geen risico op schade of letsel bestaat als dit gebeurt.
- Zorg ervoor dat de stempelpoten zich uitgeschoven en dat het armsysteme vlak boven de grond blijft wanner de toren maar de zijkant draait.
- Bedien de toren voorzichtig. Voorafgaand aan de werkzaamheden is het lastig te bepalen welke draairrichtingen nodigহn.
- Stoot nicht gegen het werkobject met het armsysteme of de toren. Gebruik de gemonteerde gereedschappen alleen voor de beoogde werkzaamheden.
- Houd het productijdens bedrijf zo vlak möglichn en zorg ervoor dat de stempelpoten volledig zich uitgeschoven. Gebruik het armsysteme nied als de stempelpoten zich ingetrokken.
- Plaats het product zichbij het werkobject om de belasting op het armsysteme te verminderen. Dit verminder het risico dat het product omvalt.
Maak het product Niet vast aan muren of andere voorwerpen om de kracht op het werkobject te
vergroten. Dit kan tot overbelasting van het product en het gereedschap leiden.

- Gebruik de cilinders Niet in de binnenste of buitenste eindstand om overbelasting te voorkomen. Houd eenkleine afstand aan tot de eindstanden.
- Gebruik de cilinders Niet in de eindstanden wanner u de sloophamer in de opwaartse richting gebruikt. Dit kan schade aan cilinders 1 en 2 verroorzaken.

- Gebruik de cilinders Niet in de eindstanden wanner u de sloophamer in de neerwaartse richting gebruikt. Dit kan schade aan cilinder 3 verooorzaken.

- DXR 315: Gebruik de telescooparm Niet om het gereedschap gegen het werkobject te duwen.
- Wanner de werkzaamheden zijn afgerond, maar u eerst het armsysteme op de grond zakken voordat u het product stocht.
- Start het product elke 24 uw opnieuw op om te controlleren of het maar behoren werkt.
Veiligheidsinstrumenties voor gebruik op hellingen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Zorg ervoor dat het werkgebied veilig is. Wees voorzichtig wanner u het product op hellingen en ruwe oppervlakken gezruikt. Natte en losse grond verhoogt het risico op een ongeval. Voor informatie over de maximale hellingshoek, zie Technische gegevens op pagina 650.
- Loop hinter het product of langs deijkant bij werkzaamheden op vlakke ondergrond. Wees voorzichtig bij het werken op hellingen. Loop of sta Niet onder het product. Dit product is zwaar en kan ernstig letsel veroorzaken als het valt.

- Losse grond, trillingen en de bedrijfssnelheid können ertoe leiden dat het product valt op een helling met eenkleinere hoek.
Zorg ervoor dat de ondergrund stabel genoeg is wanner u op hellingen werkt.
Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam. - Gebruik het product op en neer gegen de helling, nicht maar opzij. Zorg ervoor dat het armsystem in de richting van de helling wijst.
- Gebruik de rupsbanden en de toren nicht tegelijkertijd om plotselinge, ongewenste bewegingen te voorkomen.
- Houd het armsysteme en de stempelpoten zo laag möglich op hellingen.
- Zeker het product als het risico bestaat op plotselinge, ongewenste bewegingen tienden bedrijf op een helling.
Zorg ervoor dat het product Niet kan omvallen tijdens bedrijf. Er bestaat gevaar voor letsel en schade. -
Als het product moet worden geparkeerd, zorg er dan voor dat u dit op een vlakke ondergrond doet. Klap het armsystem in en zet de gereedschappen op een vlakke ondergrond.
-
U kurz de DXR 95 op hellingen parkeren met een maximale hoek (A) van 20% . Trek het armsystem in enplaats het gereedschap gegen het oppervlak. Klap de stempelpotenuit.

Veiligheidsinstrumenties voor gebruik nabij randen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product Niet met een kabelaansluiting wanner het werkgebied vlakbij een rand ligt. Gebruik het product alleen via een radiooverbinding.
- Oppervlakken die nicht stabel genoeg zijn en onjuiste bediening kuren leiden tot ongewenste bewegingen van het product. Wees voorzichtig wanner u in de buurt van schachten of greppels of op hoogten werkt.
- Zeker het product en losese gereedschappen als u in de buurt van randen werk.
Zorg ervoor dat het product stabel staat en Niet in de buurt van de rand beweegtijdens bedrijf. - Zorg ervoor dat de ondergrond stabel genoeg is voor het gewicht van het product. Zie Technische gegevens op pagina 650.
Zorg ervoor dat het oppervlak bestand is gegen de trillingen van het product. Tijdens het gebruik lopen trillingen van het product maar het oppervlak.
Veiligheidsinstructies voor gebruik op ruwe ondergrond

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
Schuif de stempelpoten uit tot vlak boven het grondoppervlak, wanner u het product over ruwe ondergronden verplaatst.
- Het armsystem kan worden gebruikt om de rupsbanden boven ruwe ondergrond te tilen. Draai
of hef het armsystemeert te hoog. Het risico bestaat dat het product omvalt.
- Een ruwe ondergrund kan ertoe leiden dat het product kantelt en omvalt. Trek het armsystem in om het zwaartepunt zichter maar het midden van het product te brengen. Dit verminder het risico dat het product omvalt.
- Oppervlakken met onvoldoende draagvermögen kuren ertoe leiden dat het product van richting verandert of omvalt. Controllerer alkijd het oppervlak voordat u het product start. Controllerer ook of er geen gaten zitten onder materialen met onvoldoende draagvermögen.
- De rupsbanden—hebben weinig grip op een gladde ondergrond. Water, stof en vuil kunnen de grip nog verder verminderen. Minder grip verhoogt het risico op ongewenste beweging van het product.
Veiligheidsaanwijzingen voor bedrijf op stalen rupsbanden

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen stalen rupsbanden op hellingen met een hard oppervlak. De wrijving van de stalen rupsbanden is laag en het product kan beginnen te verschuiven.
- De stalen rupsbanden zijn zwaarder dan rubberen rupsbanden. Zie Technische gegevens op pagina 650.
Veiligheidsaanwijzingen voor gebruik van een sloophamer met langere werkgereedschappen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Verwijder het werkgereedschap voordat u het product gaat vervoeren.
- Lang werkgereedschap verhoegt de slijtage van de sloophamer en de bussen van de sloophamer.
- Breng geen zijbelasting op de sloophamer aan. Zijbelasting kanervozorgen dat het werkgereedschap breekt.
- Verlaag de snelheid van het productaar < 50% om de draaiselheid van de sloophamer te verlagen en om voor betere controle te zorgen als er lange werkgereedschappen gemonteerd+zijn.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product nooit wanner de veiligheidsvoorzieningen defect়n.
- Controller de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn, neemt u contact op met uw Husqvarnaerkende serviceworkplaats.
Breng geen wijzigingen aan de veiligheidsvoorzieningen aan.
Noodstopknop op het product (DXR 95)
De noodstopknop worden gebruikt om de motor en alle gevaarlijke bewegingen snel te stoppen.


OPGELET: Gebruik deoodstopknop Niet als stopknop voor het product.
De moodstopknop op het product (DXR 95) controlleren
- Draai deoodstopknop (A) rechtsom om deoodstopfunctie op te heffen.

- Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
- Controller of de machinestopknop (B) isuitgeschakeld.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (C) in de stand START.

- Druk op de noodstopknop.
- Draai de noodstopknop rechtsom om deze uit te schakelen.
Let op: Neem contact op met een Husqvarna servicewerkplaats als het Niet möglichk is het product opnieuw te starten nadat u de moodstopknop hebte gecontroleerd.
Noodstopknop op het product (DXR 145)
De noodstopknop worden gebruikt om de motor en alle gevaarlijke bewegingen snel te stoppen.


OPGELET: Gebruik deoodstopknop Niet als stopknop voor het product.
De noodstopknop op het product (DXR 145) controleren
- Draai deoodstopknop (A) rechtsom om de moodstopfunctie op te heffen.

- Open het rechter luik op het product.
- Zet de hoofdschakelaar in de ON-stand.

-
Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
-
Controller of de machinestopknop (B) isuitgeschakeld.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (C) in de stand START.

- Druk op de noodstopknop.

- Draai de noodstopknop rechtsom om deze uit te schakelen.
Let op: Neem contact op met een Husqvarna serviceworkplaats als het Niet möglich is het product opnieuw te starten nadat u deoodstopknop hebte gecontroleerd.
Noodstopknop op het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
De noodstopknop worden gebruikt om de motor en alle gevaarlijke bewegingen snel te stoppen.


OPGELET: Gebruik deoodstopknop Niet als stopknop voor het product.
De moodstopknop op het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) controleren
- Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de noodstopfunctie op te heffen.

- Open het rechter luik op het product.
- Zet de hoofdschakelaar in de ON-stand.

-
Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
-
Controller of de machinestopknop (B) isuitgeschakeld.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (C) in de stand START.

- Druk op de noodstopknop.

- Draai de noodstopknop rechtsom om deze uit te schakelen.
Let op: Neem contact op met een Husqvarna servicewerkplaats als het Niet möglich is het product opnieuw te starten nadat u de moodstopknop hebte gecontroleerd.
Machinestopknop op de afstandsbediening
De machinestopknop worden gebruikt om de motor snel te stoppen.


OPGELET: Gebruik de machinestopknop Niet als stopknop voor het product.
De machinestopknop op de afstandsbediening controleren (DXR 95)
- Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de noodstopfunctie op te heffen.

- Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
- Controller of de machinestopknop (B) isuitgeschakeld.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (C) in de stand START.

- Druk op de machinestopknop (B).
- Draai de machinestopknop (B) om de machinestop vrij te gehen.
De machinestopknop op de afstandsbediening (DXR 145) controleren
- Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de noodstopfunctie op te heffen.

-
Open het rechter luik op het product.
-
Draai de hoofdschakelaar maar de stand ON.

- Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
- Controller of de stopknop van de machine (B) is vrijgegeven.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (C) in de stand START.

- Druk op de machinestopknop (B).
- Draai de machinestopknop (B) om de machinestop vrij te gehen.
De machinestopknop op de afstandsbediening (DXR 275, DXR 305, DXR 315) controleren
- Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de nooodstopfunctie op te heffen.

-
Open het rechter luik op het product.
-
Draai de hoofdschakelaar maar de stand ON.

- Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
- Controller of de stopknop van de machine (B) is vrijgegeven.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (C) in de stand START.

- Druk op de machinestopknop (B).
- Draai de machinestopknop (B) om de machinestop vrij te gehen.
Zwenkvergrendeling (DXR 95)
De zwenkvergrendeling voorkomt dat de mast draait.
De zwenkvergrendeling要去 worden ingeschakeld
wanner het product is gesparkeerd enijdens het transport van het product.
De draaivergrendeling controleren (DXR 95)
- Verwijder de borgpen (A) en til de zwenkvergrendeling (B)uit de opbergstand.

- Schakel de zwenkvergrendeling in.

- Plaats de borgpen (C).

- Zorg ervoor dat de toren vergrendeld is en nicht draait.
Noodontlastvoorziening (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
De noodontlastvoorziening worden gebrukt om het armsysteme handmatig maar de grond te lately zakken als het product nicht correct werkt of de motor een storing vertoont.

WAARSCHUWING: Als het product Niet correct werkt, moet de gebruiker bij het product blijven totdat het stabel is en in veilige toestand verkeert.
De noodontlastvoorziening (DXR 145) bedieren
- Draai de borgmoer op elk ventiel een aantal slagen om de stelschroef te ontgrendelen.

- Haal de stelschroef op elk ventiel aan om de hydraulische druk af te lately. Het armsystem zakt maar de grond.
- Blijf bij het product totdat het armsysteme de grond heeft bereikt en het product stabel is.
De noodontlastvoorziening (DXR 275, DXR 305, DXR 315) bedieren
- Verwijder de afdekking aan de rechterkant van het product.
- Draai de borgmoer op elk ventiel een aantal slagen om de stelschroef te ontgrendelen.

- Haal de stelschroef op elk ventiel aan om de hydraulische druk af te lately. Het armsystem zakt maar de grond.
- Blijf bij het product totdat het armsysteme de grond heeft bereikt en het product stabel is.
Essentiele veiligheidsonderdelen
Laat uw essentièle veiligheidsonderdelen onderhouden door een Husqvarna-service dealer die uitsluitend identieke verrangende onderdelen gebrukt. Breng geen wijzigingen aan de essentièle veiligheidsonderdelen aan. Essentièle veiligheidsonderdelen zijn de AC-contactor en de rotatieklep (alleen DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315), de veiligheids-PLC, de moodstopknop, de circulatieklep, de druksensor, de pompdrukregelaar, de afstandsbediening en de ontvanger van de afstandsbediening.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

WAARSCHUWING: Elektrische schokken können ernstig of dodelijk letselveroorzaken.Voer alle inspectie- en onderhoudswerkzaamheden uit terwijl de motor is gestopt en de voedingsstekker is losgekoppeld.
Zorg ervoor dat alle onderdelen in een goede staat blijven en controllerer of alle fittingsen goed vastzitten.
- Vervang versleten componenten. Het risico op mechanische storingen is groter wanner het product worden gebruikt met beschadigde of versleten onderdelen.
- Vervang versleten of ontbrekende symbolen en stickers.
- Gebruik geen product dat defect is. Voer de in deze handleiding beschreiben veiligheidscontroles en onderhouds- en servicetakenuit. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkende serviceworkplaats.
- Zorg ervoor dat u de nodige training hebt gevolgd om onderhoud UIT te voeren.
- Gebruik een hefinrichting om zware onderdelen van het product op te tilten en om ze in een stabiele toestand te houden tijdens onderhoud. Vergrendel onderdelen van het product mechanisch
voor onderhoud om letsel door bewegende delen te voorkomen.
- Vergrendel en label het product wonneer u het hinterlaat.
- Onderhoudswerkzaamheden aan het elektrisch en hydraulisch systemmogen alleen worden uitgevoerd door bevoegt onderhoudspersoneel.
- Controller het product regelmatig om een goede werkig te waarborgen. Zie Onderhoudsschema op pagina 587.
- Probeer nooit met uw handen hydraulische lekkages op te sporen. Probeer de storing visuel op te sporen.
- Vang hydraulische olie op als u morst. Verzamel voorwerpen die verontreinigd zijn. Verwijder alle verontreinigde voorwerpen in overeenstemming met de geldende milieuvoorschriften. Hydraulische olie is schadelijk voor het milieu en kan verontreiniging van het grondwater en de bodem veroorzaken.
Werking
Inleiding

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.
Voordat u het product gebruikt
- Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen.
- Draag de benodigde persoonlijke beschemmingsmiddelen. Zie Persoonlijke beschemmingsuitrusting op pagina 523.
- Gebruik een draagstel voor de afstandsbediening om uw lichaam in de juiste positie te houden en letsel te voorkomen.
- Zorg ervoor dat er geen personen in het werkgebied zichn.
- Voer dagelijks onderhouduit.Zie Onderhoudsschema op pagina 587.
- Controller of het product Niet beschadigd is.
- Monteer het gereedschap op het product. Zorg ervoor dat het gereedschap correct en veilig is gemonteerd. Zie Gereedschappen monteren op en verwijdenen van het product (DXR 95) op pagina 540 of Gereedschappen monteren op en verwijdenen van het product (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 541.
- Controller of de veiligheidsvoorzieningen op het product in orde+zijn.
-
Plaats het product in het werkgebied. Zorg ervoor dat het vervoer van het product maar en in het werkgebied veilig en correct worden uitgevoerd. Zie Transport op pagina 646.
-
Controller of de voedingskabel en verlangkabel in goede staat verkeren en nicht beschadigd zijn.
- Sluit het product aan op een strooombron. Zie Het product op een strooombron aansluiten op pagina 538.
- Zorg ervoor dat gereedschappen, zoals schroevendraaiers of andere voorwerpen die nicht worden gezruikt,uit de buurt van het product worden gelegd.
- Zorg ervoor dat de temperatuur van de hydraulische olie Niet lager is dan 10^ / 50^ . Raadpleeg Het product lately opwarmen op pagina 538.
Het product op een stroombron aansluten

WAARSCHUWING: Sluit het product alsijd aan via een aardlekschakelaar met beveiliging. De aardlekschakelaar要去 afslaan bij een massastoring van 30mA
- Controller of de spanning compatibel is met het product en of de juiste zekeringen worden gezruikt. Zie Richtwaarden voor aansluiting op een wandcontactdoos op pagina 658.
- Sluit de stekker van het product aan op de verlangkabel.
- Sluit de verlngkabel aan op een stopcontact.
Het product laten opwarmen

OPGELET: Laat de pomp Niet onder maximale druk draaien als de temperatuur van de hydraulische olie lager is dan 10 ^ C / 50 F. De maximale pompdruk worden
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571 en Het product starten (DXR 145) op pagina 572 en Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
- Klap de stempelpoten uit. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Bedien de rupsbanden eerst langzaam en dan sneller.
- Beweeg het armsysteme langzaam in alle richtingen. Het armsysteme mag nicht worden belast.
- Navigeer maar de productstatus op de afstandsbediening om de temperatuur van de hydraulische olie te controleren. Zie Menu "Machinestatus" op pagina 549. De optimale bedrijfstemperatuur ligtussen 40^ / 104^ en 55 ^ C / 131^ F
- Als de temperatuur Niet correct is, voer de procedure dan opniew uit.
De rupsbandverbreders monteren en verwijderen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
Dankzij der rupsbandverbreders is het product stabieler.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Plaats het product op een stabel oppervlak.
- Klap de stempelpoten uit. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
- Voer de volgende procedureuit voor elke rupsband.
a) Draai de 4 bouten (A) en (B) voor derupsbandverbreder los.

b) Schuif de planta (C) opzij.
c) Trek de rupsband (D) maar buiten totdatdezenerietverdergaat.
d) Er要去 voldoende afstand zitten:tussen de rupsband en het product voor de rupsbandverbreder. Draai de 2 bouten (B) indien nodig nog wat verder los.Trek de rupsband (D) maar buiten totdat deze Niet verder gaat.
e) Monteer de rupsbandverbreder. De gaten in de rupsbandverbreder要去enaar het product gericht+zijn.

f) Druk de rupsband (E) gegen het product.

g) Haal de 2 M10-bouten (F) en de 2 M24-bouten (G) voor de rupsbandverbreder aan. Haal de M10-bouten aan met 47Nm en de M24-bouten met 500Nm .
- Verwijder de rupsbandverbreders in de omgekeerde volgorde.
Gereedschappen monteren op en verwijderen van het product (DXR 95)
Als er geen gereedschap op het product is gemonteerd,要去en de slangen op het product altijd op elkaar zich aangesloten.

dat het gereedschap correct en veilig is gemonteerd. Het gereedschap kan ernstig letsel veroorzaken als het van het product valt.

WAARSCHUWING: Het is mogelijk
dat u het werkgebied moet betreden om het gereedschap te verwisselen. Voorkom onbedoeld starten van het product terwijl u het gereedschap verwisselt en zorg ervoor dat u het product snel kunt stoppen. Houd handen en voeten uit gebieden waar een risico op verbrijzelde ledematen bestaat.
- Verwijder vuil uit de hydraulische koppelingen van het product.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571.
- Plaats het product op een stabel oppervlak.
-
Klap de stempelpoten uit. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
-
Plaats het gereedschap voor het product. De houder op het gereedschap要去aar het product gericht়n.
-
Controller of het gereedschap correct is gespositioneerd. Voer de volgende procedureuit:
a) Verwijder de 2 borgpennen (A) en de 2 essen (B).

b) Verplaats het armsysteme tot de voorste gaten op de gereedschapskoppeling (C) op een lijn liggen met de voorste gaten op het gereedschap (D).

c) Monteer de Vooras (E) en vergrendel deze met de borgpen (F).

d) Til het armsystem op en schuif cilinder 4 volledig in om dechterste gaten op de gereedschapskoppeling (G)uit te lijnen met dechterste gaten op het gereedschap (H).

e) Monteer de achteras (I) en zet hem vast met de borgpen (J).
- Sluit de slangen van het gereedschap aan op het product. Voer de volgende procedure UIT:
a) Sluit de retourslang (H) aan op poort A (E) aan de rechterkant van het product.

b) Sluit de drukslang (M) aan op poort B (N) aan de linkerkant van het product.

- Verwijder het gereedschap in de omgekeerde volgorde.
Gereedschappen monteren op en verwijderen van het product (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
Als er geen gereedschap op het product is gemonteerd,要去en de slangen op het product altijd op elkaar zich aangesloten.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het gereedschap correct en veilig is gemonteerd. Het gereedschap kan ernstig
letselveroorzakenalshetvanhetproduct valt.

WAARSCHUWING: Het is möglichk dat u het werkgebied moet betreden om het gereedschap te verwisselen. Voorkom onbedoeld starten van het product verwijl u het gereedschap verwisselt en zorg ervoor dat u het product snel kunt stoppen. Houd handen en voeten uit gebieden waar een risico op verbrijzelde ledematen bestaat.
- Verwijder vuil uit de hydraulische koppelingen van het product.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572 en Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Plaats het product op een stabel oppervlak.
- Klap de stempelpoten uit. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Plaats het gereedschap voor het product. De houder op het gereedschap要去aar het product gerichtহn.
- Controller of het gereedschap correct is gespositioneerd. Voer de volgende procedureuit. Dit is het achteraanzicht van het gereedschap.
a) De retourslang (A)要去 aan de rechtzerzijde van het product lopen.

b) De drukslang (B) van het gereedschap要去 aan de linkerzijde van het product lopen.
-
Beweeg het armsystem totdat de gereedschapshoender op het armsystem in het gereedschap haakt.
-
Beweeg het armsystem omhoog en trek cilinder 4 (C) volledig in om het gereedschap aan de gereedschapshoender te vergrendelen.

- Draai de OFF/ON/START-schakelaar op de afstandsbediening maar de stand OFF.
- Plaats de wig vanaf de rechterkant. De aanslagnok op de wig要去 hier boven gericht+zijn.

-
Gebruik een hamer om de wig volledig vast te zetten.
-
Plaats de borgpen in de wig. Plaats de borgpen in de opening die het dichtst bij het gereedschap ligt.

- Sluit de slangen van het gereedschap aan op het product. Voer de volgende procedure UIT. Dit is het achteraanzicht van het gereedschap.
a) Sluit de retourslang (D) aan op poort A (E) aan de rechterkant van het product.

b) Sluit de血液循环 (F) aan op poort B (E) aan de linkerkant van het product.

c) Voor DXR 305 en de sloophamer: Sluit de retourslang (H) aan op poort A (E) aan de rechterkant van het product.

- Verwijder het gereedschap in de omgekeerde volgorde.
Accessoires
U kunt het product met verschillende accessoires gebruiken. Voor DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 zijn er accessoirepakketten. Zie de onderstaande tabel. Als de accessoirepakketten Niet af-fabriek zich gemonteerd,That dan een erkende Husqvarnasevicewerkplaats de accessoirepakketten installeren.
Let op: De accessoirepakketten P2 en P2 kannen nicht af-fabriek op het model DXR 145 geinstalleerd
worden. De extra hydraulische functie voor DXR 95 kan nicht af fabriek worden geinstalleerd.
| Accessoire Acces- | soire-pakket P1 | Acces-soire-pakket P2 | Acces-soire-pakket P3 |
| Cilinderkappen, wie Cilin-derkappen (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 544. | X X X | ||
| Extra hydraulische func-tie, wie Extra hydraulische functie (DXR 145) op pa-gina 544 en Extra hy-draulische functie (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 544. | X X X | ||
| Koelset, wie Koelset (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 545. | X | X | |
| Warmtebeschemingsset,zie Warmtebeschemings-set (DXR 275, DXR 305, DXR 315 and SB 202/302) op pagina 546. | X |
Cilinderkappen (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
De cylinderkappen voorkomen beschadiging van de zuiger en cilinder van cilinder 2 en cilinder 3.
Let op: Cilinderkappen worden meegeleverd met DXR 95.

Extra hydraulische functie (DXR 95)
Met de extra hydraulische functie (A) küssen de sorteergrijpers (B) worden gedraaid (niet meegeleverd).

Extra hydraulische functie (DXR 145)
Met de extra hydraulische functie (A) küssen de sorteergrijper en de staalschaar roteren.

Extra hydraulische functie (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
Met de extra hydraulische functie (A) küssen de sorteergrijper en de staalschaar roteren.

Koelset (DXR 145)
De koelset (A) is bedoeld voor gebruik in omgevingen met hoge temperaturen. Een slang van een exter luchtcompressor is aangesloten op het product. De luchtstroom worden gebruikt om het product koel te houden. De koelset voorkomt dat het product oververhit raakt. Zie Bedrifstemperaturen voor koel- en warmtebeschemingsset op pagina 652. Sluit de slang op het product aan voordat u het product in omgevingen met hoge temperaturen gebruikt. Als de luchtstroom te laag is,要去en de achefterste mondstukken (B) worden gesloten om ervoor te zorgen dat de elektrische behuizing Niet oververhit raakt. De koelset voor (DXR 145) heeft een luchtfilter en een automatisch system (C) voor luchtvochtscheiding. Het system houdt vochtige lucht uit de buurt van de elektrische behuizing. Zorg dat het luchtfilter regelmatig worden verrangen.

Koelset (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
De koelset (A) is bedoeld voor gebruik in omgevingen met hoge temperaturen. Een slang van een exter luchtcompressor is aangesloten op het product. De luchtstroom worden gebruikt om het product koel te houden. De koelset voorkomt dat het product oververhit raakt. Zie Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschemingsset op pagina 652.

Warmtebeschermingsset (DXR 145)
De warmtebeschermingsset is bedoeld voor gebruik bij zeer hove omgevingstemperaturen. Zie Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschermingsset op pagina 652. De warmtebeschermingsset is een accessoire die door een erkende dealer gemonteerd kan worden.
De warmtebeschermingsset voor het product bevat stalen stempels (A), stalen rupsbanden (B), hittersiste sleangen (C) voor cilinder vier en moeilijk brandbare hydraulische olie (D).
De sloophamer-warmtebeschermingsset (E) bevat hitteresistente slangen, koelingsuitbreiding maar de sloophamer en een lang werkgereedschap.
De luchtstroom waar het op het product gemonteerde gereedschap kan worden afgesteld met een afstelbare klep (F) op arm 1. Houd de luchtstroomklep open 6 draaien van 7 als het product worden gestart. Als de luchtstroom te veel stof op het gereedschap blaast, verlaagt u de luchtstroom.

Warmtebeschermingsset (DXR 275, DXR 305, DXR 315 and SB 202/302)
De warmtebeschermingsset is bedoeld voor gebruik bij zeer hoge lokale temperaturen. Zie Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschermingsset op pagina 652.
De warmtebeschermingsset voor het product bevat stalen stempels (A), stalen rupsbanden (B), hittersistente slangen (C) voor cilinder vier en moeilijk brandbare hydraulische olie (D).
De sloophamer-warmtebeschermingsset (E) bevat hitteresistente slangen, koelingsuitbreiding maar de sloophamer en een lang werkgereedschap.
De luchtstroom waar het op het product gemonteerde gereedschap kan worden afgesteld met een afstelbare klep (F) op arm 1. Houd de luchtstroomklep open 6 draaien van 7 als het product worden gestart. Als de luchtstroom te veel stof op het gereedschap blaast, verlaagt u de luchtstroom.

Afstandsbediening
Het product worden bediend met een afstandsbediening.
De afstandsbediening kan worden gebruikt via de overdracht van radiosignalen. Als er interferentie optreedt in de overdracht, worden de frequentie automatisch gewijzigd. Het product en de afstandsbediening worden in de fabriek gekoppeld. Deze要去en opnieuw worden gekoppeld als de afstandsbediening worden verrangen of als u de afstandsbediening voor meerere producten gebruikt. Zie De afstandsbediening en het product (DXR 95) koppelen op pagina 576en De afstandsbediening en het product (DXR 145) koppelen op pagina 577en De afstandsbediening en het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) koppelen op pagina 579.
De afstandsbediening kan ook worden bediend met een CAN-buskabel die:tussen de afstandsbediening en het product is aangesloten. Voor instructies over het aansluiten van de afstandsbediening op het product
met een kabel, zie De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 95) op pagina 580 en De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 145) op pagina 580 en De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 581. De bij het product geleverde CAN-buskabel is 10m .
De afstandsbediening heeft alle bedieningselementendie nodig+zijn om het product te bedieren. Deafstandsbediening heeft een digitaal display met een menusystem. Zie Menusystem op pagina 547.
Startschem
Het display heeft 2 startschermen. Er is 1 startschem voor wanner de motor is uitgeschakeld. Zie De afstandsbediening inschaken op pagina 574. Het andere startschem is voor wanner de motor is ingeschakeld. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571 en Het product starten (DXR 145) op pagina 572 en Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
De symbolen in de snelkoppelingsbalk veranderen naargelang de motor is in- ofuitgeschakeld.

Startschem, motor uit
| Positie | Beschrijving |
| 1 Snelkoppeling om de patroontestmodus te selecteren. Zie "Patroontestmodus" op pagina 566. | |

Startschem, motor aan
| Positie Beschrijving |
| 1 Snelkoppeling om het gebruike gereed-schap te selecteren. |
| 2 Snelkoppeling om de productstatus te be-kijken. |
| 3 Snelkoppeling om het waterniveau en het vetniveau in te stellen en de patroonmodifi-cator in of uit te schakelen. |
| 4 Snelkoppeling om van taal te veranderen ofom storingen te bekijken. Het symbol ver-andert als in het product een waarschuwing of een fout worden gedetecteerd. |
Menusystem
Selecteer de menuknap (A) op de afstandsbediening om het menu te openen.
De symbolen in de selnkoppelingsbalk veranderen als er een neue keuze worden gemaakt op het display. U kurz een keuze make n met de knoppen (B) naast de selnkoppelingsbalk. Met de knop (C) kurz u teruggaan in de menustructuur.


Menuoverzicht (DXR 95)

Menu "Gereedschappen"

- Het gereedschap selecteren dat op het product is gemonteerd met de knop (A) in de selnkoppelingsbalk.
- Het geselechte gereedschap bewerken met de knop (B) in de selnkoppelingsbalk.
"Sloophamer"
"Smeeervet": De hoeveelheid smeervet aanpassen die door de hydraulische pomp aan het product worden geleverd.
"Water": De waterfunctieuit-of inschakelen.Zie "Water" op pagina 549.
"Betonvergruizer"
"Water": De waterfunctie uit- of inschakelen. Zie "Water" op pagina 549.
"Graafbak"
"Patroonmodifier": Schakel de graafmodusuit of in. Wanner u het product met een graafbak gebruikt, is de graafmodus ingeschakeld wanner u het product start.Zie "Patroonmodifier" op pagina 549.
"Sorteergrijper"
"Water": De waterfunctie uit- of inschakelen. Zie "Water" op pagina 549.
"Patroonmodifier": Schakel de graafmodusuit of in. Wanner u het product met een sorteergrijper gebruikt, is de graafmodusuitgeschakeld wanner u het product start. Zie "Patroonmodifier" op pagina 549.
"Staalscharen" (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
"Water": De waterfunctieuit-of inschakelen.Zie "Water" op pagina 549.
"Trommelfrees"
Let op: Het trommelfreesmenu worden ook gebruikt om de instellingen te wijzigen wanner u een patchplanner gebruikt.
"Water": De waterfunctieuit-of inschakelen.Zie "Water" op pagina 549.
- "Hydraulisch systeme": De waarden van de druk en het debiet van de hydraulische olie van poort A waar poort B+kunnen worden aangepast. Selecteer derichting van de hydraulische olie.
- "Smeervet": De hoeveelheid smeervet aanpassen die door de hydraulische pomp aan het product worden geleverd.
"Water": De functie uit- of inschakelen.
"Extra functie 1": Het aangepaste gereedschap wordt bestuurd met de schakelaar aan de
rechtenkant van de rechter joystick. De waarden van de druk en het debiet van de hydraulische olie van poort Aaar poort B kunnen worden aangepast. Selecteer de richting van de hydraulische olie."E1" wordt op het display weergegeven.
"Extra functie 2" (alleen DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315): Het aangepaste gereedschap worden bestuurd met de schakelaar aan de linkerkant van de linker joystick. De waarden van de druk en het debiet van de hydraulische olie van poort A waar poort B+kennen worden aangepast. Selecteer de richting van de hydraulische olie."E2" wordt op het display weergegeven.

"Water"
Om de waterfunctie te gebruiken moet de optionele stofverminderingsset worden gemonteerd. De waterfunctie kan worden gebruikt voor vele gereedschappen.
De waterfunctie is ingeschakeld als er een druppelsymbol verschijnt op het display met het geselecteerde gereedschap.
- "Verlengdeijd": verlengde watertoevoer nadat het gereedschap overschakelt maar de stand-bymodus.
"Aan (auto): de watertoevoer worden automatisch gestart wanner u het gereedschap geleruikt.
"Aan (aut. sluiten): de watertoevoer worden automatisch gestart wonneer de betonvergruizer sluit.
"Aan (aut. openen/sluiten): de watertoevoer wordt automatisch ingeschakeld wanner u de betonvergruizer gelebruikt. - "Aan (constant): de watertoevoer is constant totdat u het product stopt of een ander gereedschap gebruikt.
- "Uit": de watertoevoer is afgesloten.

"Patronmodifier"
Gebruik "Patroonmodifier" om de graafmodus in of uit te schakelen. De graafmodus kan worden gebruikt voor vele gereedschappen.
De graafmodus is ingeschakeld als er een graafbaksymbol verschijnt op het display met het geselecteerde gereedschap.
"Aan": De graafmodus is ingeschakeld.
- "Uit": De graafmodus isuitgeschakeld.

Menu "Machinestatus"

"Bekijk status". Zie "Bekijk status" op pagina 550.
"Actieve storingen" is een lijst met storingen die in het product�n aangetroffen. In de lijst staan alle actieve berachten. Het meest recente bericht staat bovenaan de lijst. Zie Meldingen op het display op pagina 635.
- "Storingslogboek" is een lijst met alle storingen die het product en de afstandsbediening hebben gezahd sinds de LASTE reset.
Let op: Als u de afstandsbediening metmeer dan 1 product gebruikt, kurz u op het informatiesymbol
naast een storing drukken om de HID van het product te zien waar de fout is opgetreden.
"Bedrijfstijd" geeft de totale bedrijfstijd van het producteer.
- Met "Reset storingslogboek" wordt het storingslogboek geset.
"Bekijk status"
- In het tabblad Overzicht (A) in "Bekijk status" krijgt u een overzicht van de temperatuur, de spanning, de stroom en de prestaties van het product.

- De stippen rechts van de namegen geven de staat van het product aan.
| Symbool | Kleur Beschrijving |
| ●○○ | Groen |
| ○●○ | Geel |
| ○○● | Rood |
- Bekijk de tabbladen (B)-(E) voor meer informatie over de temperatuur, de spanning, de stroom en de prestaties van het product. Zie "Temperatuur" op vagina 550, "Spanning" op vagina 550, "Stroom" op vagina 550 en "Prestaties" op vagina 550.
"Temperatuur"
- In het tabblad Temperatuur vindt u informatie over de huidige temperatuur van de AC-motor en de hydraulische olie.
"Spanning"
- In het tabblad Spanning vindt u informatie over de stroomspanning voor elke fase, de max. en min. spanning sinds het product is gestart en de huidige netfrequentie. In het tabblad Spanning worden ook de "lastspanning" weergegeven. "Lastspanning" is de
laagst gemeten spanning op de drie fasen wanneer een gereedschap worden gebruikt.
"Stroom"
- In het tabblad "Stroom" vindt u informatie over de stroom in elkere fase en de max. stroom sinds het product is gestart.
"Prestaties"
- Het percentage in het tabblad Prestaties geeft de prestaties van het apparaat aan.
| 100% Maximale prestaties. | |
| 99-80% | De prestaties van het product+zijn la-ger dan normalaal omdat het product te heet is. |
| 50% | De prestaties van het product+zijn la-ger dan normalaal omdat er een storing in het product is. |
| 25% | De motor stopt omdat de temperatuur van het product hoger is dan de maxi-male temperatuurlimiet. |
Menu "Functies" (DXR 95)

Hulpmid delen
Mac hinesta tus

Bedinenasinglementen





Olie bijvullen
Sm eerslang vullen
- Met "Olie bijvullen" worden de hydraulische olie bijgevuld. Zie De hydraulische olie vullen (DXR 95) op pagina 598.
- Met "Smeervetslang vullen" worden de smeervetslang gezuld. Zie De vetslang vullen (DXR 95) op pagina 611.
Menu "Functies" (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)

Ger eedsc h p
Machinestaus

Bedieningesle me n en
Syste am
System



Olie bijvullen
Rupsba ndspa nning
- Met "Olie bijvullen" worden de hydraulische olie bijgevuld. Zie Het peel van de hydraulische olie controeren (DXR 95, DXR 145) op pagina 594 en Het peel van de hydrauliekolie controeren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 594.
- Met "Spannen rupsbanden" wird automatisch spannen van rupsbanden ingeschakeld. Zie De procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uitvoeren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 625.
Menu "Bedieningselementen"

"Joystick instellen"
In "Patroon" kunt u een patroontest starten. Zie "Patroontestmodus" op pagina 566. U kunt ook het joystickpatroon voor de bediening van de afstandsbediening wijzigen. Zie "Patroon 1" op pagina 551, "Patroon 2" op pagina 556, "Patroon 3" op pagina 559en "Patroon 4" op pagina 562.
- Met "Zijsch. instellen" stelt u de functie van de 2 zijschakelaars op de joysticks in.
"Auto": als "Extra functie 1" in bedrijf is, stuart de schakelaar aan de rechterkant de functie aan. Als "Extra functie 1" Niet in bedrijf is, heeft de schakelaar aan de rechterkant bezelfde functie als de knoppen aan de bovenkant van de rechter joystick. Als "Extra functie 2" in bedrijf is, stuart de schakelaar aan de linkerkant de functie aan. Als "Extra functie 2" Niet in bedrijf is, heeft de schakelaar aan de linkerkant bezelfde functie als de knoppen aan de bovenkant van de linker joystick. Zie "Aangep. gereeds. 1-3" op pagina 548.
"Extra 1/Extra 2": de zijschakelaar stuurt "Extra functie 1" en "Extra functie 2" aan. Als de extra
functie nicht in bedrijf is, is de zijschakelaaruitgeschakeld.
"Gereedschap": de zijschakelaar op de linker joystick stuurt de werkung van het gereedschap aan.
"Uit": de zijschakelaar isuitgeschakeld.
- Met "Precisie" worden de nauwkeurigheid van de joysticks ingesteld.
- Met "Reset waar fabrieksinstelleningen" worden de joysticks geset.

"Patroon 1"
"Patroon 1" wordst standard gebruikt. De schakelaar Bedieningsmodus op de afstandsbediening worden gebruikt om te kiezen:tussen de werkmodus en de transportmodus.Zie Bedieningsmodi op pagina 582.
Werkmodus geselecteerd:


| Positie | Beweging |
| 1 Arm 3 omhoog. | |
| Positie Beweging | |
| 2 Arm 3 omlaag. | |
| 3 Toren linksom | draaien. |
| 4 Toren rechtsom | draaien. |
| 5 DXR 315: Telecooparm uitschuiven. | |
| 6 DXR 315: Telecooparm intrekken. | |
| 7 Arm 2 omlaag. | |
| 8 Arm 2 omhoog. | |
| 9 Armen 1 en 2 | uitklappen. |
| 10 Armen 1 en 2 | inklappen. |
| 11 Arm 1 inklappen. | |
| 12 Arm 2 uitrklassen. | |
| 13 Gereedschap | inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 14 Gereedschap | uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
Werkmodus geselecteerd met graafmodus ingeschakeld:



Positie Beweging
1 Arm 3 omhoog.
2 Arm 3 omlaag.
3 Toren linksom draaien.
| Positie Beweging | |
| 4 Toren rechtsom draaien. | |
| 5 Arm 2 inklappen. | |
| 6 Arm 2 uitklappen. | |
| 7 Arm 1 uitklappen. | |
| 8 Arm 1 inklappen. | |
| 9 Armen 1 en 2 uitklappen. | |
| 10 Armen 1 en 2 inklappen. | |
| 11 Gereedschap uitklappen. | |
| 12 Gereedschap inklappen. | |
| 13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. | |
| 14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
Transportmodus en regeling met een hendel geselecteerd:


| Positie Beweging | |
| 1 Rupsbanden vooruit. | |
| 2 Rupsbanden blijteruit. | |
| 3 Rechter rupsband vooruit en linker rupsband blijteruit. | |
| 4 Rechter rupsband blijteruit en linker rupsband blijteruit. | |
| 5 Alle stempelpoten omlaag. | |
| 6 Alle stempelpften omhoog. | |
| 7 Arm 3 omhoog. | |
| 8 Arm 3 omlaag. | |
| 9 Arm 2 omlaag. | |
| 10 Arm 2 omhoog. | |
| 11 Armen 1 en 2 uitrklappen. | |
| 12 Armen 1 en 2 inklappen. | |
| 13 Toren linksom draaien. | |
| 14 Toren rechtsom draaien. | |
| 15 Gereedschapinklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. | |
| 16 Gereedschapuitrklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
Transportmodus en regeling met twee hendels geselecteerd:


| Positie Beweging | |
| 1 Linker rupsband vooruit. | |
| 2 Linker rupsbandchteruit. | |
| 3 Stempelpootlinksachter omlaag. | |
| 4 Stempelpootlinksachter omhoog. | |
| 5 Linker stempelpoten omlaag. | |
| 6 Linker stempelpoten omhoog. | |
| 7 Stempelpootlinksvoor omlaag. | |
| 8 Stempelpoot linksvoor omhoog. | |
| 9 Rechter rupsband vooruit. | |
| 10 Rechter rupsbandchteruit. | |
| 11 Stempelpootrechtsvoor omhoog. | |
| 12 Stempelpootrechtsvoor omlaag. | |
| 13 Rechter stempeloten omhoog. | |
| 14 Rechter stempeloten omlaag. | |
| 15 Stempelpootrechtssachter omhoog. | |
| 16 Stempelpootrechtssachter omlaag. |
Transportmodus en rijden geselecteerd:


| Positie Beweging | |
| 1 Arm 3 omhoog | |
| 2 Arm 3 omlaag. | |
| 3 Toren linksom | draaien. |
| 4 Toren rechtssom | draaien. |
| 5 Rupsbanden | vooruit. De snugheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor de snugheidsafstelling van het product. |
| 6 Rupsbanden | achteruit. De snugheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor de snugheidsafstelling van het product. |
| 7 DXR 315: Telecooparm uitschuiven. | |
| 8 DXR 315: Telecooparm intrekken. | |
| 9 Arm 2 omlaag. | |
| 10 Arm 2 omhof. | |
| 11 Arm 1 en arm 2 uiktlappen. | |
| 12 Arm 1 en arm 2 inklappen. | |
| 13 Arm 1 inklappen. | |
| 14 Arm 1 uiktlappen. | |
| 15 Gereedschap | inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingede- drukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 16 Gereedschap | uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingede- drukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
"Patroon 2"
De schakelaar Bedieningsmodus op de afstandsbediening worden gebrukt om te kiezen
tussen de werkmodus en de transportmodus. Zie Bedieningsmodi op pagina 582.
Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd:


| Positie Beweging | |
| 1 Arm 2 omlaag. | |
| 2 Arm 2 omhoog. | |
| 3 Toren linksom draaien. | |
| 4 Toren rechtsom draaien. | |
| 5 DXR 315: Telescooparm uitschuiven. | |
| 6 DXR 315: Telescooparm intrekken. | |
| 7 Arm 3 omhoog. | |
| 8 Arm 3 omlaag. | |
| 9 Armen 1 en 2 | uitklappen. |
| 10 Armen 1 en 2 | inklappen. |
| 11 Arm 1 inklappen. | |
| 12 Arm 2 uitklappen. | |
| 13 Gereedschap | inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 14 Gereedschap | uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
Linker joystick met transportmodus en rijden geselecteerd:

Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd, met graafmodus ingeschakeld:


| Positie Beweging | |
| 1 Arm 1 uitklappen. | |
| 2 Arm 1 inklappen. | |
| 3 Toren linksom | draaien. |
| 4 Toren rechtsom draaien. | |
| 5 Arm 2 inklappen. | |
| 6 Arm 2 uitklappen. | |
| 7 Arm 3 omhoog. | |
| 8 Arm 3 omlaag. | |
| 9 Armen 1 en 2 uitklappen. | |
| 10 Armen 1 en 2 inklappen. | |
| 11 Gereedschap uitklappen. | |
| 12 Gereedschap inklappen. | |
| 13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. | |
| 14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| Positie Beweging | |
| 1 Rupsbanden | achteruit. De sleelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor de sleelheidsafstelling van het product. |
| 2 Rupsbanden | ooruit. De sleelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor de sleelheidsafstelling van het product. |
Transportmodus en regeling met eén hendel geselecteerd:


| Positie Beweging | |
| 1 Rupsbanden vooruit. | |
| 2 Rupsbanden achechteruit. | |
| 3 Rechter rupsband vooruit en linker rupsband achechteruit. | |
| 4 Rechter rupsband achechteruit en linker rupsband vooruit. | |
| 5 Alle stempelpoten omlaag. | |
| 6 Alle stempelpoten omhoog. | |
| 7 Arm 2 omlaag. | |
| 8 Arm 2 omhoog. | |
| 9 Arm 3 omhoog. | |
| 10 Arm 3 omlaag. | |
| 11 Armen 1 en 2 uitrklassen. | |
| 12 Armen 1 en 2 inklklassen. | |
| 13 Toren linksom draaien. | |
| 14 Toren rechtsom draaien. | |
| 15 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant worden ingede- drukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. | |
| 16 Gereedschap uitrklassen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant worden ingede- drukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
"Patroon 3"
De schakelaar Bedieningsmodus op de afstandsbediening worden gebruikt om te kiezen
tussen de werkmodus en de transportmodus. Zie Bedieningsmodi op pagina 582.
Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd:


| Positie Beweging | |
| 1 Arm 2 omlaag. | |
| 2 Arm 2 omhoog. | |
| 3 Gereedschap | inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 4 Gereedschap | uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 5 DXR 315: Telecooparm uitschuiven. | |
| 6 DXR 315: Telecooparm intrekken. | |
| 7 Arm 3 omhoog. | |
| 8 Arm 3 omlaag. | |
| 9 Armen 1 en 2 | uitklappen. |
| 10 Armen 1 en 2 | inklappen. |
| 11 Arm 1 inklappen. | |
| 12 Arm 2 uitklappen. | |
| 13 Toren linksom draaien. | |
| 14 Toren rechtsom draaien. |
Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd, met graafmodus ingeschakeld:


Positie Beweging
1 Arm 1 uitklappen.
| Positie Beweging | |
| 2 Arm 1 inklappen. | |
| 3 Gereedschap | inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2{kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 4 Gereedschap | uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2{kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 5 Arm 2 inklappen. | |
| 6 Arm 2 uitklappen. | |
| 7 Arm 3 omhoog. | |
| 8 Arm 3 omlaag. | |
| 9 Armen 1 en 2 | uitklappen. |
| 10 Armen 1 en 2 | inklappen. |
| 11 Toren linksom draaien. | |
| 12 Toren rechtsom draaien. | |
| 13 Toren linksom draaien. | |
| 14 Toren rechtsom draaien. |
Transportmodus en regeling met eén hendel geselecteerd:


| Positie Beweging | |
| 1 Rupsband vooruit. | |
| 2 Rupsband vooruit. | |
| 3 Rechter rupsband vooruit, linker rupsband blijert. | |
| 4 Rechter rupsband)aand)achteruit, linker rupsband vooruit. | |
| 5 Alle stempelpften omlaag. | |
| 6 Alle stempelpften omhoog. | |
| 7 Arm 2 omlaag. | |
| 8 Arm 2 omhoog. | |
| 9 Arm 3 omhoog. | |
| 10 Arm 3 omlaag. | |
| 11 Armen 1 en 2 uitklappen. | |
| 12 Armen 1 en 2 inklappen. | |
| 13 Gereedschap inklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. | |
| 14 Gereedschap uitklappen. De functie werkt ook als de rechter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. | |
| 15 Toren linksom draaien. | |
| 16 Toren rechtsom draaien. |
"Patroon 4"
De schakelaar Bedieningsmodus op de afstandsbediening worden gebruikt om te kiezen
tussen de werkmodus en de transportmodus. Zie Bedieningsmodi op pagina 582.
Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd:


| Positie Beweging | |
| 1 Toren linksom draaien. | |
| 2 Toren rechtsom draaien. | |
| 3 Arm 3 omhoog. | |
| 4 Arm 3 omlaag. | |
| 5 DXR 315: Telescooparm uitschuiven. | |
| 6 DXR 315: Telescooparm intrekken. | |
| 7 Arm 2 omlaag. | |
| 8 Arm 2 omhoog. | |
| 9 Armen 1 en 2 uitklappen. | |
| 10 Armen 1 en 2 inklappen. | |
| 11 Arm 1 inklappen. | |
| 12 Arm 2 uitklappen. | |
| 13 Gereedschap | inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingede- drukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 14 Gereedschap | uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingede- drukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
Linker joystick met transportmodus en rijden geselecteerd:


Werkmodus of transportmodus en rijden geselecteerd, met graafmodus ingeschakeld:


| Positie Beweging | |
| 1 Toren linksom | draaien. |
| 2 Toren rechtsom | draaien. |
| 3 Arm 3 omhoog. | |
| 4 Arm 3 omlaag. | |
| 5 Arm 2 inklappen. DXR 315: Telescooparm uitschuiven. | |
| 6 Arm 2 uitrappen. DXR 315: Telescooparm intrekken. | |
| 7 Arm 1 uitrappen. | |
| 8 Arm 1 inklappen. | |
| 9 Armen 1 en 2 | uitrappen. |
| 10 Armen 1 en 2 | inklappen. |
| 11 Gereedschap | uitrappen. |
| 12 Gereedschap | inklappen. |
| 13 Gereedschap | inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 14 Gereedschap | uitrappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2 kuren parallel aan elkaar worden bediend en wanner u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| Positie Beweging | |
| 1 Rupsbanden | achteruit. De slelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor de slelheidsafstelling van het product. |
| 2 Rupsbanden | ooruit. De slelheid van de rupsbanden kan worden aangepast met de knop voor de slelheidsafstelling van het product. |

| Positie Beweging | |
| 1 Toren rechtsom draaien. | |
| 2 Toren linksom draaien. | |
| 3 Arm 2 omlaag. | |
| 4 Arm 2 omhoog. | |
| 5 Armen 1 en 2 uitklappen. | |
| 6 Armen 1 en 2 inklappen. | |
| 7 Arm 3 omhoog. | |
| 8 Arm 3 omlaag. | |
| 9 Gereedschap | inklappen. De functie werkt ook als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2{kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wonneer u het gereedschap beweegt, als de rechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
| 10 Gereedschap | uitklappen. De functie werkt ook als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. Armen 1 en 2{kunnen parallel aan elkaar worden bediend en wonneer u het gereedschap beweegt, als derechtter knop aan de bovenkant worden ingedrukt. |
"Patroontestmodus"
De "Patroontestmodus"aat zien hoe het product za werken als u de joysticks via de afstandsbediening gebruikt. Verschillende bedieningsmodi en -patronen zorgen voor verschillende bewegingen. Om maar de patroontestmodus te schakelen, zet u de ON/OFF/ START-schakelaar in de stand ON en selecteert u "Patroontestmodus" in de snelkoppelingsbalk. De kleur van het display (A) verandert van oranje waar blauw. Het productsymbol (B) op het display heeft verschillende kleuren en toont de beweging van de onderdelen van het product.

- Lichtblauw: Onderdelen van het product die kuren worden bewogen in de huidige bedieningsmodus.
- Oranje: Onderdelen van het product die bewegen in de huidige bedieningsmodus. Een witte pijl geeft ook de bewegingsrichting aan op het display.
- Donkerblauw: Onderdelen van het product die nicht kuren bewegen in de huidige bedieningsmodus.
In de selnkoppelingsbalk Aunt u het patroon (C) wijzigen. Wanner een patroon is geseleerd, worden dit weergegeven op het display (D). Wijzig de bedieningsmodus met de schakelaar Bedieningsmodus (E) en de schakelaar Transportmodus (F) op de afstandsbediening.

"Hydr. syst. kalibr."
- Met de functie "Autom. (kalibreren)" worden de hydraulische druk en de kleppen op het product gekalibreerd. Maak een keuzeuit "Druk en kleppen" of "Druk".
De kalibratie van de kleppen verbetert de contrôle over de bewegingen van het product. De kalibratie van de hydraulische druk verbetert de précisie van de hydraulische-drukniveauaus.
Met "Druk" wordt alleen de functie Hydraulischdrukregeling gekalibreerd, de klepafstelling Zoals aangegeven door de klant worden nicht aangepast. Zie Het hydraulisch system kalibreren met "Autom. (kalibreren)" op pagina 567.
- Met de functie "Handmatig (kalibreren)" kurz u onderdelen op het productelijk voor een kalibreren.
-
Met de functie "Armdruk"kest u de maximale hydraulische druk voor het armsysteme aanpassen. De hydraulische druk wordt gewijzigd in stappen van 5 bar/72,5 psi.Stel de hydraulische druk in tussen 180bar/2610 psi en 150 bar/2175,6 psi (DXR 95) of 200 bar/2901 psi en 150 bar/2175,6 psi (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).
-
Met "Reset waar fabrieksinstellenen" worden het hydraulisch systeme geset.
Het hydraulisch systeem kalibreren met "Autom. (kalibreren)"
Tijdens de kalibratie van de kleppen is het möglichk dat het product een beetje beweegt.
- Koppel de hydraulische slangen los van het gemonteerde gereedschap.
Let op: Het gereedschap hoeft nicht van het product te worden verwijderd.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571 en Het product starten (DXR 145) op pagina 572 en Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Klap de stempelpoten uit. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Druk op de menuknop (A) op de afstandsbediening.

- Selecteer "Hydr. syst. kalibr." in het menu "Bedieningselementen" op het display.
- Selecteer "Autom. (kalibreren)".
-
Selecteer "Druk en kleppen" of "Druk".
-
Druk de knop linksboven (B) op de rechter joystick (C) in.

- Duw de rechter joystick waar voren, totdat de kalibratie is voltooid.
"Bed.diagnose"
In "Bed.diagnose" kunt u de functietests van de bedieningselementen op de afstandsbedieninguitvoeren. Elk bedieningselement wordt op het display weergegeven. De contro-indicatie op het display verandert van wit maar oranje wanner u de functietestsuitvoert. Bedien een bedieningselement op de afstandsbediening tot de maximale waarde. Het bedieningselement werkt maar behoren wanner de contro-indicatie 100% aangeeft op het display.

Menu "Systeem"

"Inst. afstandsbed."
-
Met "Helderheid" worden de helderheid van het display ingesteld.
-
Omtering te keren maar de fabrieksinstelleningen voorhelderheid houdt u de Home-knop (A) gedurende 10 seconden ingedrukt.

-
Met "Taal" worden de taal van de tekst op het display ingesteld. De fabrieksinstelling voor de taal is Engels.
-
Om terug te keren maar de fabrieksinstelleningen voor taal houdt u de Home-knop (A) gedurende 10 seconden ingedrukt.
-
Om direct maar de taalinstelleningen te gaan, houdt u de knop (B) ingedrukt wanner u de afstandsbediening start.
-
Met "Eenheden" worden de eenheden voor druk en temperatuur op het display ingesteld.
-
Met "Pin afs.bed. vergr." worden de pincode voor de afstandsbediening ingesteld.
"Versies"
"Versies" toont de softwareversie en het HID-nummer van de afstandsbediening en het product.
"Koppelingsinstrumente"
"Koppelingsinstrumentie" toont instructies voor het koppelen van de afstandsbediening met een product.
"Licencies van derden"
"Licencies van derden" toont de open source-licencies voor het besturingssysteme en de app-licencies op de afstandsbediening. Zie Licencies van derden op pagina 665ooreer informatie.
"Fabrieksinstellungen"
"Fabrieksinstallingen" mag alleen worden gebrukt door een erkende servicewerkplaats.
Display van informatiecentrum

Het display van het informatiecentrum op de afstandsbediening geeft de volgende informatie over de afstandsbediening wee:
-
Of de afstandsbediening aan ofuit staat.
-
Of de afstandsbediening is vergrendeld of ontrendeld.
-
Foutcodes. Zie Storingscodes en beschrijvingen op pagina 636.
-
Koppelen van de afstandsbediening en het product. Zie De afstandsbediening en het product (DXR 95) koppelen op pagina 576 en De afstandsbediening en het product (DXR 145) koppelen op pagina 577 en De afstandsbediening en het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) koppelen op pagina 579.
-
De radiosignaalsterkte (A):tussen de afstandsbediening en het product. Dezelfde symbolen worden ook in de bovenste balk op het
display weergegeven. Zie Symbolen in de bovenste balk op het display op pagina 516
| Radiosignaal Symbool | |
| Er zijn 4 niveaus van radiosignaal-sterkte. | |
| Radiosignaal is in stand-bymodus. De afstandsbediening functioneert nicht maar behoren. Zorg ervoor dat alle bedieningselementen op de afstandsbediening in de neu-traalstand staan wanner u de af-standingbediening inschakelt. | |
| Geen radiosignaal. |
- Accustatus (B). Dezelfde symbolen worden ook in de bovenste balk op het display weergegeven. Zie Symbolen in de bovenste balk op het display op pagina 516.
| Laadstatus | Symbool |
| Er zijn 5 laadriveauaus voor de accu. | |
| Accustoring. | |
| Kabelaansluiting:tussen de afstandsbediening en het product. |
Er zijn 2 knoppen voor het display van het informatiecentrum. Met de knop aan de linkerkant (C) gaat u maar het volgende symbol op het display. Met de rechtter knop (D) maakt u een selectie.
Accu's van de afstandsbediening

WAARSCHUWING: Voordat u de accu's van de afstandsbediening en de lader gebruikt, moet u het volgende goed doorlezen en begrijpen: Veiligheid bij accu's op pagina 525en Veiligheidsvoorschriften voor acculader op pagina 526.
Let op: De accu's要去en worden opgeladen voordatu de afstandsbediening voor het eerst gebruikt.
Let op: Plaats de accu gedurende ca. 10 seconden in de lader om de accu te starten als.Deze in slaapmodus is.
De afstandsbediening heeft 2 accusleuven. Elke accu heeft een laadstatusssymbool op het display en het display van het informatiecentrum, zie Symbolen in de bovenste balk op het display op pagina 516 en Display van informatiecentrum op pagina 568. De
afstandsbediening kan nicht worden gebruikt als de laadstatus van de accu's van de afstandsbediening te laag is.
De gebruiksduur van volledig opgeladen accu's van de afstandsbediening is ongeveer 12 uur. Koude weersomstandigheden können de bedrijfstijd verkorten. Als het display vaak worden gebruikt, kan de gebruikstijd afnemen.
Als u de accu's 5agation nicht gebrukt, gaan de accu's over op de verzendmodus. De verzendmodus bespaart energia en de afstandsbediening kan nicht worden gestart om te bedieren. Wanner de accu's in de verzendmodus staan, moet u ze 10 seconden op de lader aansluiten om de verzendmodus te verlaten.
Laad de accu's van de afstandsbediening elke 6
maanden op om de kwaliteit van de accu's te behouden.
De accu's van de afstandsbediening in de afstandsbedieningplaatsen en eruit verwijderen
Let op: De accu's要去en worden opgeladen voordat u de afstandsbediening voor het eerst gebruikt.
Let op: Plaats de accu gedurende ca. 10 seconden in de lader om de accu te starten als deutsche in verzendmodus is.
- Draai de afstandsbediening om zodat u toegang krijgt tot de achterkant waar de accu's zich bevinden.
- Verwijder ofplaats de accu's van de afstandsbediening.


WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u de accu's met de polen in de juiste richting plaatst. Er bestaat een gevaar voor elektrische schokken.
De accu's van de afstandsbediening opladen met de acculader
Het opladen van een lege accu voor de afstandsbediening duurt ongeveer 3aar met de accelader. Wanner u de accu's van de afstandsbediening oplaadt, moet de temperatuurussen 10^ / 50^ and 45^ / 113^ liggen.
- Verwijder de lege accu uit de afstandsbediening. Zie De accu's van de afstandsbediening in de afstandsbedieningplaatsen en eruit verwijderen op pagina 569.
- Sluit de adapter aan op de acculader. De lader wordt geleverd met 2 verschillende adapters, zie Productoverzicht (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 509.

- Sluit de acculader aan op een stopcontact. De voedingsindicator (A) voor de accu worden rood. Zie Acculader op pagina 570.

- Sluit de afstandsbedieningsaccu aan op de acculader. Let erop dat de pijlen (B) op de accu van de afstandsbediening en die op de acculader gegenover elkaar liggen. De statusindicator (C) op de acculader knippert groen wanner de accu van de afstandsbediening worden opgeladen.
- Wanner de afstandsbedieningsaccu volledig is opgeladen, worden het lampje groen. Haal de afstandsbedieningsaccu van de acculader.
- Ontkoppel de acculader van het stopcontact.
Acculader
De indicator voor de accustatus bestaat uit 2 leds op de accelader: Led voor.accuspanning (rood) en led voor accustatus (groen).
| Voe-dings-led | Sta-tus-led | Aanwijzing |
| Roodlicht | UIT De | lader is ingeschakeld. Geen accu in de lader. |
| Roodlicht | Groenlampje | De lader is ingeschakeld. De accu is volledig opgeladen. |
| Roodlicht | Groenlampje knip-pert | De lader is ingeschakeld. De accu worden opgeladen. |
| Rood lampje knip-pert | UIT Fout in de acculader, of temperatuur buiten laadbereik. | |
Het product starten (DXR 95)

WAARSCHUWING: Om te
garanderen dat de veiligheids-PLC's correct werken, moet u de stekker elke 24 uur uit het stopcontact trekken.
- Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de noodstopfunctie op te heffen.

- Sluit het product aan op een strooombron.
-
Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
-
Draai de machinestopknop (B) rechtsom om de machinestop uit te schakelen.

- Als er meer dan een product met afstandsbediening worden gebruikt opdezelfde werkplek,voer dan deze procedureuit om te controleren of u de juiste afstandsbediening heb:
a) Draai OFF/ON/START-schakelaar maar de stand ON (C) om de afstandsbediening te starten.
b) Houd de koplampenknop (D) ingedrukt totdat het verbonden product knippert.

- Draai OFF/ON/START-schakelaar maar de stand START om de motor te starten. U hoogt dat het product is ingeschakeld en het indicatielampje voor bediening gaat branden.
- Controller op het display (E) of het symbool voor het radiosignaal of de kabelaansluiting worden weergegeven. De symbolen given aan dat de verbinding:tussen de afstandsbediening en het product werkt.
Let op: Een foulmelding verschijnt op het display in geval van een storing. Zie Meldingen op het display op pagina 635.
- Duw de bedrijfsmodusschakelaar (F) omhoog om de werkmodus te selecteren. Duw de bedrijfsmodusschakelaar omlaag om de transportmodus te selecteren. Zie Bedieningsmodi op pagina 582.
Het product starten (DXR 145)

WAARSCHUWING: Om te
garanderen dat de veiligheids-PLC's correct werken, moet u de stekker elk 24 uur uit het stopcontact trekken.
- Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de nooodstopfunctie op te heffen.

- Sluit het product aan op een strooombron.
- Open het rechter luik op het product.
- Zet de hoofdschakelaar in de ON-stand. De koplamp gaat branden.

- Sluit het rechter luik op het product.
-
Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
-
Draai de machinestopknop (B) rechtsom om de machinestop uit te schakelen.

- Als er meer dan een product met afstandsbediening worden gebruikt opdezelfde werkplek,voer dan deze procedureuit om te controleren of u de juiste afstandsbediening heb:
a) Draai OFF/ON/START-schakelaar maar de stand ON (C) om de afstandsbediening te starten.
b) Houd de koplampenknop (D) ingedrukt totdat het verbonden product knippert.

WAARSCHUWING: Start de motor Niet voordat u weet welk product verbonden is.
- Draai OFF/ON/START-schakelaar maar de stand START om de motor te starten. U hoog dat het product is ingeschakeld en het indicatielampje voor bediening gaat branden.
- Controller op het display (E) of het symbool voor het radiosignaal of de kabelaansluiting worden weergegeven. De symbolen geen aan dat de verbinding:tussen de afstandsbediening en het product werkt.
Let op: Een foulmelding verschijnt op het display in geval van een storing. Zie Meldingen op het display op pagina 635.
- Duw de bedrijfsmodusschakelaar (F) omhoog om de werkmodus te selecteren. Duw de bedrijfsmodusschakelaar omlaag om de transportmodus te selecteren. Zie Bedieningsmodi op pagina 582.
Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: Om te
garanderen dat de veiligheids-PLC's correct werken, moet u de stekker elke 24 uu ruit het stopcontact trekken.
- Draai de noodstopknop (A) rechtsom om de noodstopfunctie op te heffen.

- Sluit het product aan op een strooornbron.
- Open het rechter luik op het product.
- Zet de hoofdschakelaar in de ON-stand. De koplamp gaat branden.

- Sluit hetrechtter luik op het product.
-
Loop met de afstandsbediening uit het werkgebied.
-
Draai de machinestopknop (B) rechtsom om de machinestop uit te schakelen.

- Als er meer dan een product met afstandsbediening worden gebruikt opdezelfde werkplek,voer dan deze procedureuit om te controleren of u de juiste afstandsbediening heb:
a) Draai OFF/ON/START-schakelaar maar de stand ON (C) om de afstandsbediening te starten.
b) Houd de koplampenkop (D) ingedrukt totdat het verbonden product knippert.

- Draai OFF/ON/START-schakelaar maar de stand START om de motor te starten. U hoogt dat het product is ingeschakeld en het indicatielampje voor bediening gaat branden.
- Controller op het display (E) of het symbool voor het radiosignaal of de kabelaansluiting worden weergegeven. De symbolen geen aan dat de verbinding:tussen de afstandsbediening en het product werkt.
Let op: Een foulmelding verschijnt op het display in geval van een storing. Zie Meldingen op het display op pagina 635.
- Duw de bedrijfsmodusschakelaar (F) omhoog om de werkmodus te selecteren. Duw de bedrijfsmodusschakelaar omlaag om de transportmodus te selecteren. Zie Bedieningsmodi op pagina 582.
De afstandsbediening inschakelen
De afstandsbediening kan zijn ingeschakeld verwijl de motor is uitgeschakeld. Het display toont hoe het product kan werken bij gebruik van de joysticks alsof de motor draait. De testbediening worden uitgevoerd in de patroontestmodus. Zie "Patroontestmodus" op pagina 566
- Draai de machinestopknop (A) rechtsom om de machinestopuit te schakelen.

2. Draai OFF/ON/START-schakelaar maar de stand ON (B) om de afstandsbediening te starten. Het display toont het startschem voor wanner de motor isuitgeschakeld. Zie Startscherm op pagina 546.
De afstandsbediening vergrendelen en ontgrendelen
- Om de afstandsbediening te vergrendelen of ontgrendelen, drukt u kort op de vergrendelknop (A) en voert u de pincode in. De fabriekspincode is "123412".

Let op: Wonneer u 5-maal ache ter elkaar de verkeerde pincode invoert, worden het product vergrendeld. Neem contact op met een erkende serviceworkplaats.
Om de afstandsbediening zonder pincode te vergrendelen, houdt u de vergrendelknop (A) langer dan 3 seconden ingedrukt.
Let op: U kurz de afstandsbediening nicht ontgrendelen zonder de pincode.
Voor instructies voor het wijzigen van de pincode, zie "Inst. afstandsbed." op pagina 568.
Het product gebruiken

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u het product te allen tjde kurz zien wanner u het met de afstandsbediening bedient. Dankzij het bedieningsbereik van de afstandsbediening kurz u het product ook verplaatsen wanner u het nicht kurz zien. Gevaar voor letsel en schade.
- Gebruik de joysticks (A) om het product te verplaatsen. Metkleine bewegingen van de joystick wordt het product langzaam verplaatst. Met grote bewegingen van de joystick wordt het product sneller verplaatst. De afstandsbediening heeft 4 joystickpatronen, zie Joystick-patron op pagina 582.


OPGELET: Beweeg de joysticks voorzichtig. Als u de joysticks met kracht beweegt, worden de prestaties van het product Niet better. De joysticks kannen beschadigd raken als u deze met te veel kracht bedient.

OPGELET: Til de afstandsbediening Niet op aan de joysticks.
- Draai de knop voor het afstellen van de slelheid van het gereedschap (B) om de slelheid van het gereedschap af te stellen.
- Draai de knop voor het afstellen van de snelheid van het product (C) om de snelheid van het product af te stellen.
- Bedien de rupsbanden op verschilnde snelheden om het producteen bocht te lately make.
-
Bedien de rupsbanden in verschillende richtingen om het product om te keren inkleine ruimten.
-
Beweeg de rupsbanden en de toren tegelijkertijd om het product de hoek om te sturen inkleine ruimten.

- Houd de knop (D) ingedrukt om de koplampen 3 keer te lately knipperen. Deze functie kan worden gebruikt om de locatie van het product in donkere werkgebieden better te zien of omstanders van het product te waarschuwen.

De joysticks op de afstandsbediening ontgrendelen
Als de joysticks op de afstandsbediening gedurende 3 seconden nicht worden gebruikt, worden ze vergrendeld. Het symbol (A) verschijnt op het display.

Wanneer de joysticks zijn vergrendeld, schakelt het product over maar de stationaire modus. De hydrauliekolie stroomt maar de hydrauliekolietank en er is geen druk in de cilinders.
- Zorg ervoor dat de joysticks in de neutralstand staan.
- Druk op de linker knop op de bovenkant (B) van de rechter joystick. De joysticks op de afstandsbediening worden ontgrendeld en het symbool (A) verdwijnt.

De afstandsbediening en het product (DXR 95) koppelen
Het product en de afstandsbediening worden in de fabriek gekoppeld. Deze要去en opnieuw worden gekoppeld als de afstandsbediening worden verrangen of als u de afstandsbediening voor meerere producten gebruikt.
- De afstandsbediening inschaken. Zie De afstandsbediening inschaken op pagina 574.
- Druk de knop links aan de zijkant (A) en de knop rechts aan de zijkant (B) tegelijktijd in.

Let op: Het display van het informatiecentrum verandert van modus als de knappen tegelijkkertoed worden ingedrukt.
- Druk op de knop links aan de zijkant (A) om maar selectie "2" op het display van het informatiecentrum te gaan.
- Druk op de knop rechts aan de zijkant (B) om selectie "2" te selecteren. Het symbool (C) verschijnt op het display van het informatiecentrum.
-
Houd de knoppen links en rechts aan de zijkant tegelijkkertijd gedurende 3 seconden ingedrukt.
-
Draai de 5 bouten (D) los en verwijder de achechterklep (E) van het product.

- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571.
- Plaats binnen 5 seconden na het starten van het product een magneet op het magneetsymbol (F) op de onderkant van de radio-ontvanger. De orangje indicator (G) op de radio-ontvanger knippert snel wonneer worden gewacht tot de koppelingsprocedure begint.

Let op: De magneet moet binnen 5 seconden na het starten van het product op het magneetsymbol worden geplaatst. Na 5 seconden kan de radioontvanger Niet meer worden gekoppeld.
-
Verwijder de magneet onmiddelijk.
-
Er verschijnt een serialnummer op het display van het informatiecentrum wannesr de radio-ontvanger worden gezonden.
- Controller of het serienummer op het informatietdisplay overeenkomt met het seriennummer van de radio-ontvanger.
- Als het serienummer Niet overeenkomt, is de koppelingsprocedure Niet juist uitgevoerd. Voer de volgende procedure UIT.
a) Zoek het product met het overeenkomstige serienummer en schakel dat product UIT.
b) Stop uw product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584.
c) Voer de koppelingsprocedure opniewuit.
- Druk de knop rechts aan de zijkant in wanner de seriennummers overeenkomen. Een bericht op het display van het informatiecentrum verschijnt gedurende 2 seconden om te bevestigen dat de koppelingsprocedure is voltooid.
- Stop het product om de radio-ontvanger opnieuw te starten. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584.
- Start de afstandsbediening opnieuw. Zie De afstandsbediening inschakelen op pagina 574.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571.
- Controller of er een radiosignaalsymbol op het display van het informatiecentrum staat. Zie Display van informatiecentrum op pagina 568.
- Monteer de achechterklep op het product.
De afstandsbediening en het product (DXR 145) koppelen
Het product en de afstandsbediening worden in de fabriek gekoppeld. Deze要去en opnieuw worden gekoppeld als de afstandsbediening worden verrangen of als u de afstandsbediening voor meerere producten gebruikt.
-
De afstandsbediening inschaken. Zie De afstandsbediening inschaken op pagina 574.
-
Druk de knop links aan de zijkant (A) en de knop rechts aan de zijkant (B) tegelijkkertijd in.

Let op: Het display van het informatiecentrum verandert van modus als de knappen tegelijkkertijd worden ingedrukt.
- Druk op de knop links aan de zijkant (A) om maar selectie "2" op het display van het informatiecentrum te gaan.
- Druk op de knop rechts aan de zijkant (B) om selectie "2" te selecteren. Het symbool (C) verschijnt op het display van het informatiecentrum.
- Houd de knappen links en rechts aan de zijkant tegelijkkertijd gedurende 3 seconden ingedrukt.
- Verwijder de afdekking aan de rechterkant van het product.
-
Start het product. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572
-
Plaats binnen 5 seconden na het starten van het product een magneeet op het magneetsymbol (D) op de onderkant van de radio-ontvanger. De oranje indicator (E) op de radio-ontvanger knippert nsel wanner wordt gewacht tot de koppelingsprocedure begint.

Let op: De magneet moet binnen 5 seconden na het starten van het product op het magneetsymbol worden geplaatst. Na 5 seconden kan de radioontvanger nicht meer worden gekoppeld.
- Verwijder de magnete onmiddelijk.
- Er verschijnt een serialummer op het display van het informatiecentrum wannesr de radio-ontvanger worden gezonden.
- Controller of het serienummer op het informatietdisplay overeenkomt met het seriennummer van de radio-ontvanger.
- Als het serienummer Niet overeenkomt, is de koppelingsprocedure Niet juist uitgevoerd. Voer de volgende procedure UIT.
a) Zoek het product met het overeenkomstige serienummer en schakel dat product UIT.
b) Stop uw product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
c) Voer de koppelingsprocedure opnieuw UIT.
-
Druk de knop rechts aan de zijkant in wanner de seriennummers overeenkomen. Een bericht op het display van het informatiecentrum verschijnt gedurende 2 seconden om te bevestigen dat de koppelingsprocedure is voltooid.
-
Stop het product om de radio-ontvanger opnieuw te starten. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
- Start de afstandsbediening opnieuw. Zie De afstandsbediening inschakelen op pagina 574.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572.
- Controller of er een radiosignaalsymbol op het display van het informatiecentrum staat. Zie Display van informatiecentrum op pagina 568
- Plaats de afdekking aan de rechterkant van het product.
De afstandsbediening en het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) koppelen
Het product en de afstandsbediening worden in de fabriek gekoppeld. Deze要去en opnieuw worden gekoppeld als de afstandsbediening worden verrangen of als u de afstandsbediening voor meerere producten gebruikt.
- De afstandsbediening inschaken. Zie De afstandsbediening inschakenen op pagina 574.
- Druk de knop links aan de zijkant (A) en de knop rechts aan de zijkant (B) tegelijktijd in.

Let op: Het display van het informatiecentrum verandert van modus als de knappen tegelijkkertijd worden ingedrukt.
- Druk op de knop links aan de zijkant (A) om maar selectie "2" op het display van het informatiecentrum te.gaan.
- Druk op de knop rechts aan de zijkant (B) om selectie "2" te selecteren. Het symbool (C) verschijnt op het display van het informatiecentrum.
- Houd de knappen links en rechts aan de zijkant tegelijkertijd gedurende 3 seconden ingedrukt.
- Open het linker luik en verwijder de afdekkap aan de linkerkant van het product.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 275, DXR305, DXR 315) op pagina 573.
- Plaats binnen 5 seconden na het starten van het product een magneet op het magneetsymbol (D) op de onderkant van de radio-ontvanger. De oranje indicator (E) op de radio-ontvanger knippert snel wanner wordt gewacht tot de koppelingsprocedure begint.

Let op: De magneet moet binnen 5 seconden na het starten van het product op het magneetsymbol worden geplaatst. Na 5 seconden kan de radioontvanger Niet meer worden gekoppeld
-
Verwijder de magneet onmiddelijk.
-
Er verschijnt een serialnummer op het display van het informatiecentrum wonneer de radio-ontvangen worden gezonden.
-
Controller of het serienummer op het informatietdisplay overeenkomt met het seriennummer van de radio-ontvanger.
-
Als het serienummer nicht overeenkomt, is de koppelingsprocedure Niet juist uitgevoerd. Voer de volgende procedureuit.
a) Zoek het product met het overeenkomstige serienummer en schakel dat product UIT.
b) Stop uw product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
c) Voer de koppelingsprocedure opnieuw UIT. - Druk de knop rechts aan de zijkant in wanner de seriennummers overeenkomen. Een bericht op het display van het informatiecentrum verschijnt gedurende 2 seconden om te bevestigen dat de koppelingsprocedure is voltooid.
- Stop het product om de radio-ontvanger opnieuw te starten. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
- Start de afstandsbediening opnieuw. Zie De afstandsbediening inschakelen op pagina 574.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Controller of er een radiosignaalsymbol op het display van het informatiecentrum staat. Zie Display van informatiecentrum op pagina 568.
- Plaats de afdekkap aan de linkerkant en sluit het linker luik op het product.
Het product bedieren met de afstandsbediening aangesloten met een CAN-buskabel

WAARSCHUWING: Gebruik de afstandsbediening die is aangesloten met een CAN-buskabel nicht als het risico bestaat dat het product valt.
Let op: Het isoodzakelijk om een koppelingsprocedure via radiocomunicatie uit te voeren voordat u de afstandsbediening met een CANbuskabel gezruikt.
De radiosignaaloverdracht stopt als de afstandsbediening worden aangesloten via de CANbuskabel.
- Verwijder de accu'suit de afstandsbediening.
- Sluit de CAN-buskabel aan op de afstandsbediening en het product. Zie De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluten (DXR 95) op pagina 580en De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluten (DXR 145) op pagina 580en De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 581.
De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluten (DXR 95)
- Verwijder de accu's van de afstandsbediening uit de afstandsbediening.
- Steek éen uiteinde van de CAN-buskabel in de aansluiting op de afstandsbediening.

- Steek het andere uiteinde van de CAN-buskabel in de aansluiting op het product.

- Draai de verbindungsschroeven voor de CANbuskabel met de hand vast.
De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluten (DXR 145)
-
Verwijder de accu's van de afstandsbedieninguit de afstandsbediening.
-
Steek een uiteinde van de CAN-buskabel in de aansluiting op de afstandsbediening.

- Steek het andere uiteinde van de CAN-buskabel in de aansluiting op het product.

- Draai de verbindingssschroeven voor de CANbuskabel met de hand vast.
De afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aansluiten (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
-
Verwijder de accu's van de afstandsbediening uit de afstandsbediening.
-
Steek een uiteinde van de CAN-buskabel in de aansluiting op de afstandsbediening.

- Steek het andere uiteinde van de CAN-buskabel in de aansluiting op het product.

- Draai de verbindungsschroeven voor de CANbuskabel met de hand vast.
Bedieningsmodi
De schakelaar Bedieningsmodus (A) worden gebruikt om te kiezen:tussen de werkmodus en de transportmodus.

In de werkmodus kurz u arm 1, arm 2, arm 3, degereedschappen en de toren bedieren.
De transportmodus is verdeld in 3 modi. De schakelaar Transportmodus (B) worden gebruikt om te kiezen:tussen de 3 transportmodi.
Bediening met een hendel (C): De rupsbanden, stempelpoten, toren en sommige armfuncties kuren worden bediend. Met de linker joystick (D) worden de rupsbanden aangestuurd.
Bediening met twee hendels (E): De rupsbanden en stempelpoten können worden bediend. Met de linker joystick worden de linker rupsband aangestuurd. Met de rechtter joystick (F) worden de rechtter rupsband aangestuurd.
Rijden (G): De rupsbanden, toren en alle armfuncties kuren worden bediend. Met de knop aan de bovenkant (H) en de schakelaar aan de zijkant (I) op de linker joystick worden de rupsbanden aangestuurd. De rupsbanden kuren alleenrecht vooruit of achechteruit worden bewogen.
Als de joysticks op de afstandsbediening gedurende 3 seconden Niet worden gebruikt, schakelt het product over maar de stationaire modus. De hydrauliekolie stroomt maar de hydrauliekolietank en er is geen druk in de cilinders.
Joystick-patroon
De afstandsbediening heeft 4 joystickpatronen. "Patroon 1" worden standard gebrukt, zie "Patroon 1" op pagina
- U kunt het joystickpatroon wijzigen in "Joystick instellen" in het menu "Bedieningselementen" op het scherm. Zie "Joystick instellen" op pagina 551.

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel en schade. Zorg ervoor dat u weet welk joystickpatroon in gebruik is voordat u het product bedient. Controleer de statusbalk op het display. Zie Symbolen in de statusbalk op het display op pagina 517.
Gereedschappen bedieren
- Duw de bedrijfsmodusschakelaar (A) omhoog om de werkmodus te selecteren.

- Gebruik de linker joystick zoals aangegeven in de onderstaande afbeelding.

| Positie | Gebruik |
| 1 | De druk of het debiet maar de sloophamer afstellen. |
| 2 | Volledige druk of debiet aan de sloophamer leveren. |
| 3 | De druk of het debiet maar de trommelfrees afstellen. |
| 4 | Volledige druk of debiet aan de trommel-frees leveren. |
| 5 | De betonvergruizer, de staalschaar of de sorteergrijper openen. |
| Let op: Bij verschillende frezen worden gebruik gemaakt van verschillende knoppen aan de bovenkant om de freeze te openen of te sluiten. | |
| 6 | De betonvergruizer, de staalschaar of de sorteergrijper sluiten. |
| Let op: Bij verschillende frezen worden gebruik gemaakt van verschillende knoppen aan de bovenkant om de freeze te openen of te sluiten. | |
| 7 Om | de graafbak te schudden. |
| 8 Om | de graafbak te schudden. |
De joysticks bedieren verwijl "Extra functie" is ingeschakeld
- Druk op de menuknop op de afstandsbediening.
- Selecteer "Aangep. gereeds. 1-3" in het menu "Gereedschappen" op het display.
-
Selecteer "Extra functie 1" of "Extra functie 2". Zie "Aangep. gereeds. 1-3" op pagina 548.
-
Duw de schakelaar Bedieningsmodus (A) omhoog om de werkmodus te selecteren.

- Als "Zijsch. instellen" is ingesteld op "Autom." of "Extra 1/Extra 2", gebrukt u de zijschakelaars op de joysticks zoals weergegeven in de afbeeling. Zie "Joystick instellen" op pagina 551.

- Als "Zijsch. instellen" is ingesteld op "Uit", gebrukt u de rechtter joystick Zoals weergegeven in de onderstaande afbeeling.

| Positie | Gebruik |
| 1 "Extra functie 1": Richting 1 van de hydraulie selecteren. | |
| 2 "Extra functie 1": Richting 2 van de hydraulie selecteren. | |
| 3 "Extra functie 2": Richting 1 van de hydraulie selecteren. | |
| Positie Gebruik | |
| 4 "Extra fu nctie 2": Richting 2 van de hydrau- liekolie selecteren. | |
De stempelpoten bedieren
- Duw de schakelaar Bedieningsmodus (A) omlaag om de transportmodus te selecteren.

- Voer de volgende procedureuit voor bediening met een hendel:
a) Draai de schakelaar Transportmodus waar Bediening met een hendel (B).
b) Gebruik de joysticks om de stempelpoten uit en in te schuiven. Zie "Patroon 1" op pagina 551, "Patroon 2" op pagina 556 en "Patroon 3" op pagina 559.
- Voer de volgende procedureuit voor bediening met twee hendels:
a) Draai de schakelaar Transportmodus waar Bediening met twee hendels (C).
b) Gebruik de joysticks om de stempelpoten uit en in te schuiven. Zie "Patroon 1" op pagina 551.
Het product stoppen (DXR 95)
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
-
Trek het armsysteme in totdat het armsysteme op de grond staat en het gereedschap volledig op het oppervlak rust.
-
Laat de joysticks (A) op de afstandsbediening in de neutralstand los.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (B) in de stand OFF.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
Het product stoppen (DXR 145)
- Trek het armsysteme in totdat het armsysteme op de grond staat en het gereedschap volledig op het oppervlak rust.
- Laat de joysticks (A) op de afstandsbediening in de neutralstand los.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (B) in de stand OFF.
-
Betreed het werkgebied en open het rechter luik op het product.
-
Zet de hoofdschakelaar maar de OFF-stand (UIT).

- Sluit het rechter luik op het product.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Trek het armsystemeim totdat het armsystemeop de grond staat en het gereedschap volledig op het oppervlak rust.
- Laat de joysticks (A) op de afstandsbediening in de neutralstand los.

- Zet de OFF/ON/START-schakelaar (B) in de stand OFF.
- Betreed het werkgebied en open het rechtter luik op het product.
- Zet de hoofdschakelaar maar de OFF-stand (UIT).

- Sluit hetrechtter luik op het product.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
Onderhoud
Inleiding

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.

WAARSCHUWING: Koppel de voedingskabel los voordat u onderhouduitvoert om letsel te voorkomen.
Onderhoudsbericht "Service van machine nodig"
Wanneer het bericht "Service of machine nodig" op het scherm van de afstandsbediening worden weergegeven, moet een erkende serviceworkplaats onderhoud aan het product UITvoeren.
Het bericht verschijnt na de eerste 50 bedrijsuren wanneer het eerste onderhoudoodzakelijk is. Nadat het eerste onderhoud is uitgevoerd,verschijnt het bericht om de 250 bedrijsuren.

Vereiste handelingen voorafgaand aan onderhoud

WAARSCHUWING: Elektriciteit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Neem alle veiligheidsinstructies in deze handleiding in acht wanner u onderhouduitvoert aan het product.
Maak aktijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523.
- Parkeer het product in een gebied dat groot en veilig genoeg is.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond met het armsystem omlaag en de stempelpotenuitgeklapt.
- Stop de motor en haal de stekker uit het stopcontact om te voorkomen dat de motor per ongeluk startijdens onderhoud. Zorg ervoor dat de stekkerijdens onderhoud met een lock out tag out stekker is vergrendeld (DXR 95). Voer de volgende stappenuit:
a) Steek de stekker in het tag out lock out-apparaat (A).

b) Sluit het tag out lock out-apparaat (B).
c) Vergrendel het tag out lock out-apparaat (C).
d) Plaats een bordje op het slot (D).
- Stop de motor en haal de stekker uit het stopcontact om te voorkomen dat de motor per ongeluk start tijdens onderhoud. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar op de controkast tijdens onderhoud is vergrendeld (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).

-
Breng duidelijke waarschuwingsborden aan om omstanders te informeren dat er onderhoudswerkzaamheden gaande+zijn.
-
Sommige onderdelen op het product konnen erg heet wordenijdens het bedrijf. Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamhedenuitvoert.
Zorg ervoor dat het gebied voldoende verlicht is.
- Gebruik een hefinrichting om zware onderdelen van het product op te tilten en om ze in een stabiele toestand te houden tijdens onderhoud. Vergrendel onderdelen van het product mechanismisch voor onderhoud om letsel door bewegende delen te voorkomen.
- Verwijder olie en vuil van het gebied rondom het product. Verwijder ongewenste voorwerpen.
- Reinig het product. Vuil in het hydraulisch system kan schade veroorzaken.
Zorg dat brandblussers, medische hulpmiddelen en een noodtelefoon binnen handbereik zich.
- Vergrendel onderdelen van het product die mechanisch kuren bewegen voordat u de schroefkoppelingen losmaakt of de hydraulische slangen loskoppelt.
- Wees voorzichtig wonneer u aansluitingen loskoppelt. De leiding- en slangaansluitingen konnen onder druk staan, ook al is het product gestopt.
- Markee alle kabels en slangen om het product waar op de juiste wijze te konnen monteren.
Onderhoudsschema
^* = Algemeen onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zich nicht opgenommen in deze gebruikershandleiding.
X = De instructies zich opgenomen in deze gebruikershandleiding.
| Algemeen productonderhoud | Na de eerste 8 ur | Elke dag | Weke-lijks | Elke 250 ur | Elke 500 ur | Elke 1000 ur |
| Zorg ervoor dat de zekeringsmiddelen aan het armsystemen en de stempelpoten zijn vastgezet. Span de zekeringsmid-delen na, indien nodig. Zie Aanhaalmomenten (DXR 95) op pagina 618 en Aanhaalmomenten (DXR 145) op pagi-na 619 en Aanhaalmomenten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 620. | X | X | ||||
| Zorg ervoor dat er hamersmeervat aan de sloophamer worden toegevoerd. | * | |||||
| Controleer de hydraulische cilinders, de zwenkmotor en de aandrijfmotor. | * | |||||
| Smeer alle koppelingen en cilinderbevestigingen op het armsystemen en de gereedschapskoppeling. Zie Het product smeren (DXR 95) op pagina 613 en Het product smeren (DXR 145) op pagina 615 en Het product smeren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 616. | X | |||||
| Controler of boute en bevestigingen goed+zijn vastge-draaid. Haal de boute en bevestigingen indien nodig aan. | * | |||||
| Controler op lekkeage aan de cilinders en de slangen. X | ||||||
| Controler de voodingskabel, de stekkers en aansluitingen op schade. Zie De elektrische kabels op slijtage contro- ren op pagina 612. | X | |||||
| Controler de rupsbanden en stempelpoten op schade. Zie Het product op scheurtjes controleren op pagina 613. | * | |||||
| Controler het peil van de hydraulische olie. Zie Het peil van de hydraulische olie controleren (DXR 95, DXR 145) op pagina 594 en Het peil van de hydrauliekolie contro- ren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 594. | X | |||||
| Controler het vetpeil in de vetpomp/vetpatroon van de sloophamer. | X | |||||
| Zorg ervoor dat er hamervet aan het gereedschap worden toegevoerd. | X | |||||
| De noodstopknop op het product controleren. Zie De nood-stopknop op het product (DXR 95) controleren op pagina 529 of De noodstopknop op het product (DXR 145) contro- lenen op pagina 530 of De noodstopknop op het product (DXR 275, DXR 305, DXR 315) controlen op pagina 532. | X | |||||
| De machinestopknop op de afstandsbediening controlenen. Zie De machinestopknop op de afstandsbediening contro- lenen (DXR 95) op pagina 533 of De machinestopknop op de afstandsbediening (DXR 145) controlen op pagina 534 of De machinestopknop op de afstandsbediening (DXR 275, DXR 305, DXR 315) controlen op pagina 535. | X | |||||
| Smeer alle koppelingen en bevestigingsbeugels aan de stempelpoten. | X | |||||
| Smeer de kogellagers van de tandwielring en de tandwie- len van de tandwielring. | X | |||||
| Controler lasnaden, gaten en scherpe hoeken op schade en scheurtjes. | X | |||||
| Reinig het product en de hydraulische-oliekoeler. X | ||||||
| Controler op lekkeage in de kleppenblokken, de hydraul-sche-oliekoeler, de zwenkmotor en de aandrijfmotor. | * | |||||
| Controler de waarschuwingsborden en stickers op scha- de. | * | |||||
| Controler de joysticks, het display, de knappen en de schakelaars op de afstandsbediening. Controler of deze goed werken. | * | |||||
| Controler het oliepeil in de aandrijfmotor (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315). | X | |||||
| Controler het oliepeil in de zwenkmotor (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315). | X | |||||
| Algemeen productonderhoud | Na de eerste 8 ur | Elke dag | Weke- liks | Elke 250 ur | Elke 500 ur | Elke 1000 ur |
| Vervang het hydraulische-luchtfilter X | ||||||
| Vervang het hydraulische-oliefilter. X | ||||||
| Draai het kettingaandrijfwiel vast. * | ||||||
| Ververs de hydraulische olie. X | ||||||
| Ververs de olie in de aandrijfmotor (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315). | X | |||||
| Ververs de olie in de zwenkmotor (DXR 275, DXR 305, DXR 315). | X |

WAARSCHUWING:Alle essentièle
veiligheidsonderdelen moeten om de 20\ jaar worden verrangen. Zie Essentiele\ veiligheidsonderdelen op pagina 537.
Het product reinigen (DXR 95)
- Bind voordat u het product reinigt een plastic zak strak rond het luchtfilter op de hydraulische-olietank. Dit voorkomt dat er water in de hydraulische-olietank terechtkomt.

- Reinig het product met water of perslucht.
- Als het product Niet schoon wordt met water, gezruikt u een mild reinigingsmiddel.

WAARSCHUWING: Richt een hogedrukreiniger of perslucht nicht direct op elektrische onderdelen, hydraulische slangen of afdichtingen. Water en vuil können in het productterechtkommen en schade veroorzaken.
Het product reinigen (DXR 145)
- Bind voordat u het product reinigt een plastic zak strak rond het luchtfilter op de hydrauliekolietank. Dit voorkomt dat er water in de hydrauliekolietank terechtkomt.

- Reinig het product met water of perslucht.
- Als het product Niet schoon wordt met water, gezbruikt u een mild reinigingsmiddel.

WAARSCHUWING: Richt een hogedrukreiniger of perslucht nicht direct op elektrische onderdelen, hydraulische slangen of aufdichtingen. Water en vuil kann in het producterechtkommen en schade veroorzaken.
Het product reinigen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Bind voordat u het product reinigt een plastic zak strak rond het luchtfilter op de hydrauliekolietank. Dit voorkomt dat er water in de hydrauliekolietank terechtkomt.

- Reinig het product met water of perslucht.
- Als het product Niet schoon wordt met water, gezruikt u een mild reinigingsmiddel.

WAARSCHUWING: Richt een hogedrukreiniger of perslucht nicht direct op elektrische onderdelen, hydraulische slangen of afdichtingen. Water en vuil kunden in het productterechtkommen en schade veroorzaken.
De koeler voor hydraulische olie reinigen (DXR 95)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. Laat de koeler voor hydraulische olie afkoelen voordat u deze gaat reinigen.
- Reinig het gebied rond de koeler voor hydraulische olie met water en een mild reinigingsmiddel.
-
Reinig de koelribben op de koeler voor hydraulische olie met perslucht.
-
Als de koelribben nicht schoon worden met perslucht, gebrukt u een hagedrukreiniger en een reinigingsmiddel.
- Neem de volgende instructies in acht om schade aan de koelribben te voorkomen:
a) Gebruik slechts een maximumruk van 100 bar/ 1450 psi.
b) Houd een afstand aan van minimaal 40~cm / 15,7 inch tussen de koeler voor hydraulische olie en de spuitmond.
c) Richt het water of de luchtrecht op de koeler voor hydraulische olie, parallel aan de koelribben.

De hydrauliekoliekoeler reinigen (DXR 145)

WAARSCHUWING: Er bestaat
gevaar voor brandwonden. Laat het hydrauliekoliekoeler afkoelen voordat u deze gaat reinigen.
- Reinig het gebied rond de hydrauliekoliekoeler met water en een mild reinigingsmiddel.
- Reinig de koelribben op de hydrauliekoliekoeler met perslucht.
- Als de koelribben nicht schoon worden met perslucht, gebrukt u een hagedrukreiniger en een reinigingsmiddel.
- Neem de volgende instructies in acht om schade aan de koelribben te voorkomen:
a) Gebruik slechts een maximumruk van 100 bar/ 1450 psi.
b) Houd een afstand aan van minimaal 40 cm/ 15,7 inch:tussen de hydrauliekoliekoeler en de spuitmond.
c) Richt het water of de luchtrecht op de hydrauliekoliekoeler, parallel aan de koelribben.

De hydrauliekoliekoeler reinigen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: Er bestaat
gevaar voor brandwonden. Laat het
hydrauliekoliekoeler afkoelen voordat u deze
gaat reinigen.
- Reinig het gebied rond de hydrauliekoliekoeler met water en een mild reinigingsmiddel.
- Reinig de koelribben op de hydrauliekoliekoeler met perslucht.
- Als de koelribben nicht schoon worden met perslucht, gebrukt u een hagedrukreiniger en een reinigingsmiddel.
- Neem de volgende instructies in acht om schade aan de koelribben te voorkomen:
a) Gebruik slechts een maximumruk van 100 bar/ 1450 psi.
b) Houd een afstand aan van minimaal 40~cm/ 15,7 inch:tussen de hydrauliekoliekoeler en de spuitmond.
c) Richt het water of de luchtrecht op de hydrauliekoliekoeler, parallel aan de koelribben.

Elektrische onderdelen reinigen
- Reinig de elektromotor, de contrôlekast, de elektrische aansluitingen, en de andere elektrische onderdelen. Gebruik een doek of perslucht.

OPGELET: Gebruik geen waterrechtstreeks op elektrische onderden.
- Reinig de buitenkant van de afstandsbediening met een vochtige doek. Reinig de binnenkant van de afstandsbediening met perslucht.

OPGELET: Gebruik geen hogedrukreiniger voor het reinigen van de afstandsbediening.
De accu's en de acculader reinigen

OPGELET: Reinig de accu's of accrulader nooit met water.
- Zorg ervoor dat de accu's en de acculader schoon en droog� voordat u de accu's aansluit op de acculader.
Reinig de accuklemmen met perslucht of een zachte en droge doeK.
Reinig de oppervlakken van de accu's en de accelader met een zachte en droge doek.
Na het reinigen van het product
- Smeer alle smeerpunten op het product. Zie Het product smeren (DXR 95) op pagina 613 en Het product smeren (DXR 145) op pagina 615 en Het product smeren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 616.
- Als u het product met water hebt gereinigd, maar het product dan volledig drogen voordat u het start.

OPGELET: Wees voorzichtig als u het product start nadat het met water is gereinigd. Onderdelen die beschadigd zijn geraakt door vocht kuren een ongewenst effect hebben op de bewegingen van het product.
De hydraulische druk in het hydraulisch systeme aflaten (DXR 95)

WAARSCHUWING: Gebruik\ persoonlijke beschemmingsmiddelen\ wonneer u de druk in het hydraulisch\ systeme aflaat. Zie Persoonlijke\ beschemmingsuitrusting op pagina 523
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571.
- Klap het armsysteme uit totdat het armsysteme de grond met minimale druk raakt. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders worden afgelaten.
- Schuif de stempelpoten uit totdat de stempelpoten de grond met minimale druk raken. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders worden afgelaten. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
-
Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584.
-
Verwijder de 4 bouten (A) en de voorste afdekking (B).

- Reinig het gebied rond het luchtfilter.
- Verwijder het luchtfilter om de hydraulische druk in de hydraulische-olietank af teLATen.

- Wacht 5 minutes tot de hydraulische druk afneemt door interne lekkage.
- Monteer het luchtfilter op de hydraulische-olietank.
- Monteer de Voorste afdekking en draai de 4 schroeven vast.
De hydraulische druk in het hydraulisch systeme aflaten (DXR 145)

WAARSCHUWING: Gebruik
persoonlijke beschermingsmiddelen
wanner u de druk in het hydraulisch
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572
- Klap het armsysteme uit totdat het armsysteme de grond met minimale druk raakt. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders worden afgelaten.
- Schuif de stempelpoten uit totdat de stempelpoten de grond met minimale druk raken. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders worden afgelaten. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
- Verwijder de 4 schroeven en de voorste afdekking.

6. Reinig het gebied rond het luchtfilter.
- Verwijder het luchtfilter om de hydraulische druk in de hydraulische-olietank af te lately.

- Wacht 5 minutes tot de hydraulische druk afneemt door interne lekkage.
- Monteer het luchtfilter op de hydraulische-olietank.
- Monteer de Voorste afdekking en draai de 4 schroeven vast.
Voor de rupsbandeuenheid LAST DE hydraulische druk in de hydraulische accumulator af. Zie Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 145) op pagina 624.
De hydraulische druk in het hydraulisch systeme aflaten (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: Gebruik\ persoonlijke beschemmingsmiddelen\ wonneer u de druk in het hydraulisch\ systeme aflaat. Zie Persoonlijke\ beschemmingsuitrusting op pagina 523
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Klap het armsysteme uit totdat het armsysteme de grond met minimale druk raakt. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders worden afgelaten.
- Schuif de stempelpoten uit totdat de stempelpoten de grond met minimale druk raken. De hydraulische druk in de hydraulische cilinders worden afgelaten. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
-
Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
-
Open het linker luik op het product.
- Reinig het gebied rond het luchtfilter.
- Verwijder het luchtfilter om de hydraulische druk in de hydraulische-olietank af te lately.

- Wacht 5 minuten tot de hydraulische druk afneemt door interne lekkage.
- Monteer het luchtfilter op de hydraulische-olietank.
- Sluit het linker luik op het product.
Voor de rupsbandeuenheid LAST U DE hydraulische druk in de hydraulische accumulator af. Zie Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 625.
Het peel van de hydraulische olie controlleren (DXR 95, DXR 145)
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Klap het armsysteme volledig in.
-
Trek de stempelpoten volledig in. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
-
Druk op de menuknop (A) op de afstandsbediening.

- Selecteer "Olie bijvullen" in het menu "Functies" op het display.

- Lees het peil van de hydraulische olie af op het display.
- Vul de hydraulische olie bij als het peel van de hydraulische olie lager is dan of gelijk is aan 80% . Zie De hydraulische olie vullen (DXR 95) op pagina 598 of De hydraulische olie vullen (DXR 145) op pagina 599.
Het peel van de hydrauliekolie controlleren (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Klap het armsysteme volledig in.
-
Trek de stempelpoten volledig in. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
-
Controller het peil van de hydrauliekolie door het kijkglas van de hydrauliekolietank. Het hydrauliekoliepeil mag Niet meer dan 1 cm/0,39 inch onder het maximumpeil staan.

- Als het peil van de hydrauliekolie te laag is,要去 hydrauliekolie worden bijgevuld. Zie De hydraulische olie vullen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 601.
De hydraulische olie aftappen (DXR 95)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden hetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie aftapt.

WAARSCHUWING: Draag\ persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie aftapt. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Draai het armsystemeem 90^ aan een Kant van het product.
- Klap het armsysteme volledig in.
- Trek de Voorste stempelpoten volledig in. Houd de achefterste stempelpoten uitgeschoven. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
-
Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584.
-
Verwijder de 4 bouten (A) en de voorste afdekking (B).

- Reinig het gebied rond het luchtfilter.
- Verwijder het luchtfilter om de druk in de hydraulische-olietank af te lately.

- Plaats een opvangbak (C) onder de aftapplug voor de hydraulische olie.

- Verwijder de aftapplug (D) voor de hydraulische oliie aan en reinig.Deze.
- Laat de hydraulische olie in de opvangbak lopen.
- Vervang het hydraulische-olieffilter indien nodig. Zie Het hydraulische-olieffilter verrangen (DXR 95) op pagina 602.
- Breng de aftapplug voor de hydraulische olie aan en draai hem vast.
- Monteer het luchtfilter en zet het vast.
- Monteer de Voorste afdekking en draai de 4 schroeven vast.

OPGELET: Start het product nicht als de hydraulische-olietank leeg is. De hydraulische pomp raakt dan beschadigd. Vul de hydrauliekolietank met hydraulische olie. Zie De hydraulische olie vullen (DXR 95) op pagina 598.
De hydraulische olie aftappen (DXR 145)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden heetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie aftapt.

WAARSCHUWING: Draag\ persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie aftapt. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Draai het armsysteme 90^ aan een Kant van het product.
- Klap het armsysteme volledig in.
- Trek de Voorste stempelpoten volledig in. Houd de achechterste stempelpoten uitgeschoven. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
- Verwijder de 4 schroeven en de voorste afdekking.

-
Reinig het gebied rond het luchtfilter.
-
Verwijder het luchtfilter om de druk in de hydraulische-olietank af te lately.

- Plaats een opvangbak onder de aftapplug voor de hydrauliekolietank.
- Verwijder de 2 schroeven (A) en de afdekking (B) van de aftapplug.

- Verwijder de aftapplug (C) voor de hydraulische olie.
-
Laat de hydraulische olie in de opvangbak lopen.
-
Vervang het hydraulische-olieffilter indien nodig. Zie Het hydraulische-olieffilter verwangen (DXR 145) op pagina 603.
- Breng de aftapplug voor de hydraulische olie aan en draai hem vast.
- Plaats de afdekking van de aftapplug en draai de 2 schroeven vast.
- Monteer het luchtfilter en zet het vast.
- Monteer de Voorste afdekking en draai de 4 schroeven vast.

OPGELET: Start het product
niet als de hydraulische-olietank leeg
is. De hydraulische pomp raakt dan beschadigd. Vul de hydrauliekolietank
met hydraulische olie. Zie De hydraulische olie vullen (DXR 145) op pagina 599.
De hydraulische olie aftappen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden heetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie aftapt.

WAARSCHUWING: Draag
persoonlijke beschemingsmiddelen als u de hydraulische olie aftapt. Zie Persoonlijke beschemingsuitrusting op pagina 523.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Draai het armsysteme 90^ aan een kant van het product.
- Klap het armsysteme volledig in.
- Trek de Voorste stempelpoten volledig in. Houd de achefterste stempelpoten uitgeschoven. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
- Open het linker luik op het product.
-
Reinig het gebied rond het luchtfilter.
-
Verwijder het luchtfilter om de druk in de hydraulische-olietank af te lately.

-
Plaats een opvangbak onder de aftapplug voor de hydrauliekolietank.
-
Verwijder de aftapplug (A) voor de hydraulische olie.

- Laat de hydraulische olie in de opvangbak lopen.
- Vervang het hydraulische-olieffilter indien nodig. Zie Het hydraulische-olieffilter verrangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 604.
- Breng de aftapplug voor de hydraulische olie aan en draai hem vast.
- Monteer het luchtfilter en zet het vast.
- Sluit het linker luik op het product.

OPGELET: Start het product nicht als de hydraulische-olietank leeg is. De hydraulische pomp raakt dan beschadigd. Vul de hydrauliekolietank met hydraulische olie. Zie De hydraulische olie vullen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 601.
De hydraulische olie vullen (DXR 95)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden heetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie ververst.

WAARSCHUWING: Draag\ persoonlijke beschemmingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschemmingsuitrusting op pagina 523.
-
Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
-
Klap het armsysteme volledig in.
- Trek de stempelpoten volledig in. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584. Haal de stekker Niet uit het stopcontact.
- Druk op de menuknop op de afstandsbediening.
- Selecteer "Olie bijvullen" in het menu "Functies" op het display en lees het peil van de hydraulische olie af op het display.
- Verwijder de 4 bouten (A) en de voorste afdekking (B).


8. Verwijder de olievulplug (C)uit de olievulopening.
9. Verwijder het luchtfilter (D).
- Plaats een trechter in de olievulopening en vul hydraulische olierechtstreeks in de hydraulischelyietank.


OPGELET: Wees voorzichtig wanner u de hydraulische olie vult. De olie wordtrechtstreeks in de hydraulische-olietank gezuld. Als de hydraulische olie verontreinigd is, kan dit schade aan het hydraulisch system verroorzaken.
- Kijk tijdens het vullen van de hydraulische olie op de afstandsbediening om te zien wanner de hydraulische-olietank vol is. Terwijl u hydraulische olie vult, knipperen de werklampen op het product steeds sneller. Wanner de hydraulische-olietank vol is, blijven de werklampen op het product continu branden. Als het peil van de hydraulische olie 110% ofeer is, klinkt de claxon.
- Verwijder de trechter en breng de olievulplug en het luchtfilter aan.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571.
- Beweeg het armsystem een aantal keer tussen de buitenste en binnenste eindstand om de lucht uit het hydraulisch system te verwijderen.
- Stop het product en controllerer of er geenlekken zichn.
- Lees het peil van de hydraulische olie af op het display van de afstandsbediening. Vul indien nodig hydraulische olie bij.
De hydraulische olie vullen (DXR 145)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden heetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie ververst.

WAARSCHUWING: Draag\ persoonlijke beschermingsmiddelden als u
de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Klap het armsysteme volledig in.
- Trek de stempelpoten volledig in. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
- Maak de 2 rubberen klemmen open.

- Neem de zijkap links weg.

- Reinig de aanzuigslang van de hydraulische vulpomp (A).

- Verwijder de plug van de aanzuigslang (B).
- Plaats de aanzuigslang in een verpakking met hydraulische olie. Gebruik neue hydraulische olie. Zie Hydrauliekolie op pagina 653.
- Druk op de menuknap op de afstandsbediening.
- Selecteer "Olie bijvullen" in het menu "Functies" op het display.
- Lees het peil van de hydraulische olie af op het display.
- Houd de knop (C) ingedrukt om de hydraulische olie vullen olie bij te vullen. De hydraulische vulpomp stopt automatisch wanneer de hydraulische-olietank vol is.

- Verwijder de aanzuigslang uit de verpakking met hydraulische olie.
-
Breng de plug van de aanzuigslang aan.
-
Monteer de afdekking aan de linkerkant en haal de 2 rubberen klemmen aan.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572.
- Beweeg het armsysteme een aantal keer tussen de buitenste en binnenste eindstand om de lucht uit het hydraulisch systeme te verwijderen.
- Stop het product en controllerer of er geenlekken zichn.
- Lees het peil van de hydraulische olie af op het display. Vul indien nodig hydraulische olie bij.
De hydraulische olie vullen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: Er bestaat
gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden heet tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u de hydraulische olie ververst.

WAARSCHUWING: Draag
persoonlijke beschemmingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschemmingsuitrusting op pagina 523
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Klap het armsysteme volledig in.
- Trek de stempelpoten volledig in. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
-
Open het linker luik op het product.
-
Reinig de aanzuigslang van de hydraulische vulpomp (A).

- Verwijder de plug van de aanzuigslang (B).
- Plaats de aanzuigslang in een verpakking met hydraulische olie. Gebruik neue hydraulische olie. Zie Hydrauliekolie op pagina 653.
- Druk op de menuknop op de afstandsbediening.
- Selecteer "Olie bijvullen" in het menu "Functies" op het display.
- Houd de knop (C) ingedrukt om de hydraulische olie vullen olie bij te vullen.

- Controleer het peel van de hydraulische olie op het kijkglas van de hydraulische-olietank. Het peel van de hydraulische olie mag Niet meer dan 1 cm/0,39 inch onder het maximumpeil staan.

- Laat de knop (C) los wanneer de hydraulische olie het juiste peil in het kijkglas bereikt.
- Verwijder de aanzuigslang uit de verpakking met hydraulische olie.
- Breng de plug van de aanzuigslang aan.
- Sluit het linker luik op het product.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Beweeg het armsystem een aantal keer tussen de buitenste en binnenste eindstand om de lucht UIT het hydraulisch system te verwijderen.
- Stop het product en controller of er geenlekken zichn.
- Controller het peil van de hydraulische olie op het kijkglas van de hydraulische-olietank. Vul indien nodig hydraulische olie bij.
Het hydraulische-olieffilter verrangen (DXR 95)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden heetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het hydraulische-olieffilter verwangt.

WAARSCHUWING: Draag\ persoonlijke beschermingsmiddelden als u
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584.
- Verwijder de 4 bouten (A) en de voorste afdekking (B).

- Reinig het gebied rond het luchtfilter.
- Verwijder het luchtfilter om de druk in de hydraulische-olietank af te lately.

- Reinig het deksel van het hydraulische-oliefilter (C) en de omligende onderdelen.

- Verwijder het deksel van het hydraulische-oliefilter samen met de afdichtring (D) en de veer (E).
- Controller de affdichtring op beschadiging. Vervang de affdichtring indien nodig.
- Verwijder de filterhouser (F).
- Verwijder het hydraulische-olieffilter (G)uit defilterhouser.
- Controller de filterhouser op ongewenste materialen of deeltjes. Ongewenste materialen of deeltjes können het hydraulisch systemenschadigen of verontreinigen.
- Reinig de filterhouser met een ontvetter en spelé de filterhouser door met warm water. Droog de filterhouser met perslucht.
- Monteer een新模式 hydraulische-olieffilter in de filterhouser.
- Monteer de filterhouser in de hydraulische-olietank.
- Monteer het deksel van het hydraulische-olieffilter.
- Breng het luchtfilter aan.
- Monteer de Voorste afdekking en draai de 4 schroeven vast.
Het hydraulische-olieffilter verrangen (DXR 145)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden heetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het hydraulische-olieffilter verrangt.

WAARSCHUWING: Draag\ persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
- Verwijder de 4 schroeven en de voorste afdekking.

- Reinig het gebied rond het luchtfilter.
- Verwijder het luchtfilter om de druk in de hydraulische-olietank af te lately.

- Reinig het deksel van het hydraulische-olieffilter (A) en de omligende onderdelen.

- Verwijder het deksel van het hydraulische-oliefilter samen met de afdichtring (B) en de veer (C).
- Controller de affdichtring op beschadiging. Vervang de affdichtring indien nodig.
- Verwijder de filterhouser (D).
- Verwijder het hydraulische-oliefilter (E)uit de filterhouser.
- Controller de filterhouser op ongewenste materialen of deeltjes. Ongewenste materialen of deeltjes können het hydraulisch systemenschadigen of verontreinigen.
- Reinig de filterhouser met een ontveter en spel de filterhouser door met warm water. Droog de filterhouser met perslucht.
- Monteer een neue hydraulische-olieffilter in de filterhouser.
- Monteer de filterhouser in de hydraulische-olietank.
- Monteer het deksel van het hydraulische-olieffilter.
- Breng het luchtfilter aan.
- Monteer de Voorste afdekking en draai de 4 schroeven vast.
Het hydraulische-oliefilter verrangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden heetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het hydraulische-oliefilter verrangt.

WAARSCHUWING: Draag\ persoonlijke beschermingsmiddelen als u de hydraulische olie vult. Zie Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 523.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
- Open het linker luik op het product.
- Reinig het gebied rond het luchtfilter.
- Verwijder het luchtfilter om de druk in de hydraulische-olietank af te lately.

-
Open het rechter luik op het product.
-
Reinig het deksel van het hydraulische-olieffilter (A) en de omliggende onderdelen.
product. Laat het product afkoelen voordat u het luchtfilter verrangt.

- Verwijder het deksel van het hydraulische-olieffilter.
- Verwijder de afdichtring (B), de veer (C) en de filterhouser (D).
- Verwijder het hydraulische-olieffilter (E)uit de filterhouser.
- Controller de filterhouser op ongewenste materialen of deeltjes. Ongewenste materialen of deeltjes können het hydraulisch system beschadigen of verontreinigen.
- Reinig de filterhouser met een ontvetter en spel de filterhouser door met warm water. Droog de filterhouser met perslucht.
- Monteer een新模式 hydraulische-olieffilter in de filterhouser.
- Monteer de filterhouser in de hydraulische-olietank.
- Breng een neue pakkingsring aan.
- Monteer de veer.
- Monteer het deksel van het hydraulische-olieffilter.
- Breng het luchtfilter aan.
- Sluit de linker en rechter luiken op het product.
Het luchtfilter verrangen (DXR 95)

WAARSCHUWING: Er bestaat
gevaar voor brandwonden. De hydraulische
olie worden heetijdens het gebruik van het
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584.
- Reinig het buitenoppervlak van het luchtfilter en de omliggende onderdelen.
- Verwijder het luchtfilter.

- Monteer een neueu luchtfilter.
Het luchtfilter verrangen (DXR 145)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden hetijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het luchtfilter verrangt.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
-
Reinig het buitenoppervlak van het luchtfilter en de omliggende onderdelen.
-
Verwijder het luchtfilter.

- Monteer een neueu luchtfilter.
Het luchtfilter verrangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor brandwonden. De hydraulische olie worden het tijdens het gebruik van het product. Laat het product afkoelen voordat u het luchtfilter verrangt.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
-
Reinig het buitenoppervlak van het luchtfilter en de omliggende onderdelen.
-
Verwijder het luchtfilter.

- Monteer een neueu luchtfilter.
Het oliepeil in de zwenkmotor controlleren (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
-
Reinig het gebied rond de peilstok voor de zwenkmotor om verontreiniging van het systeme te voorkomen.
-
Verwijder de peilstok (A).

- Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok weeher helemaal terug en maak hem vast.
- Verwijder de peilstok opnieuw en lees het oliepeil af. Het oliepeil is correct wanner hetCUSen de markeringen "Max." and "Min." op de peilstok staat.

- Vul als het oliepeil laag is olie bij door de opening voor de peilstok. Vul de olie langzaam bij. Zie Technische gegevens op pagina 650.
- Controller het oliepeil opnieuw.
Het oliepeil in de aandrijfmotor controleren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572 en Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Bedien de rupsbanden tot 1 van de pluggen geglikt met het midden van de naaf. De andere plug staat in de bovenste positie.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584 en Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
- Reinig het gebied rond de pluggen om verontreiniging van het aandrijfmotorsysteme te voorkomen.
- Verwijder de peilplug (A).

-
Kijk in de opening voor de peilplug (B). Het oliepeil is correct als de olie tot aan de rand van de opening voor de peilplug staat.
-
Als het oliepeil laag is, opent u de bovenste plug (C) en vult u olie bij door de opening van de bovenste plug. Vul de olie langzaam bij totdat er olieuit de peilopening loopt. Zie Technische gegevens op pagina 650.

De hoeveelheid vet in de vetpomp van de sloophamer controeren (DXR 95)
-
Parkeer het product op een vlakke ondergrond en stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584.
-
Controller de hoeveelheid vet in de vetpomp.

- Als de vetpomp van de sloophamer leeg is, voert u de volgende procedureuit.
a) Reinig de omgeving van de vetpomp van de sloophamer. Dit voorkomt verontreiniging van het vetpompsysteme van de sloophamer.
b) Sluit de vetspuit aan op de smeernippel. Zie Smeermiddelen op pagina 654 voor het juiste type vet.


OPGELET: Er bevinden zich 2 smeernippels in de inspectiegleuf. Zorg ervoor dat u de vetslang op de juiste smeernippel (A) bevestigt.
c) Vul de vetpomp van de sloophamer.
d) Als u te veel vet in de vetpomp van de sloophamer vult, komt er vet uit de opening (B).

e) Ontlucht de vetpomp van de sloophamer als er geen vet komt nadat u de vetpomp van de sloophamer hebt bijgevuld. Zie De vetpomp van de sloophamer ontluchten (DXR 95) op pagina 610.
De hoeveelheid smeermiddel controlleren in de vetpatroon in de vetpomp van de sloophamer (DXR 145)
-
Parkeer het product op een vlakke ondergrond en stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
-
Controller de hoeveelheid smeervet in de vetpatroon. De vetpatroon is leeg wanner de kunststof bus de eindaanslag heeft bereikt

- Als de vetpatroon leeg is, voert u de volgende procedureuit.
a) Reinig het gebied rond de vetpatroon en de vetpomp van de sloophamer. Dit voorkomt verontreiniging van het vetpompsysteme van de sloophamer.
b) Verwijder de vetpatroon uit de vetpomp van de sloophamer.
c) Snijd de kunststof dop van de(APeve vetpatroon.

d) Monteer een neue vetpatroon in de vetpomp van de sloophamer.
e) Ontlucht de vetpomp van de sloophamer als er geen vet uit de neue vetpatroon komt. Zie De vetpomp van de sloophamer ontluchten (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 612.
De hoeveelheid smeermiddel controlled in de vetpatroon in de vetpomp van de sloophamer (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
- Controller de hoeveelheid smeervet in de vetpatroon. De vetpatroon is leeg wanner de kunststof bus de eindaanslag heeft bereikt.

- Als de vetpatroon leeg is, voert u de volgende procedureuit.
a) Reinig het gebied rond de vetpatroon en de vetpomp van de sloophamer. Dit voorkomt verontreiniging van het vetpompsysteme van de sloophamer.
b) Verwijder de vetpatroon uit de vetpomp van de sloophamer.
c) Snijd de kunststof dop van de(APVE vetpatroon.

d) Monteer een neue vetpatroon in de vetpomp van de sloophamer.
e) Ontlucht de vetpomp van de sloophamer als er geen vet UIT de(APpeve vetpatroon komt. Zie De vetpomp van de sloophamer ontluchten (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 612.
De vetpomp van de sloophamer ontluchten (DXR 95)
- Verwijder de 2 bouten (A) en de linker torenafdekking (B).

-
Vul de vetpomp van de sloophamer tot de vetzuiger zich 4 cm boven de steun bevindt. Zie De hoeveelheid vet in de vetpomp van de sloophamer controeren (DXR 95) op pagina 608.
-
Koppel de uitgaande slang los.

- Verwijder het pompement (C).

- Controller of er vet uit de opening voor de uitgaande slang (E) komt. Zorg ervoor dat er geen luchtbellen in het vet zitten dat uit de opening voor de uitgaande slang komt.

- Monteer het pompement.
- Gaaar het menu "Functies" op de afstandsbediening.
- Selecteer "Vetslang vullen".
- Zorg ervoor dat er vet uit het pompement kommt.
- Sluit de uitgaande slang aan.
De vetslang vullen (DXR 95)
Als u de vetslang verrangt, moet u de neue vetslang met vet vullen.
- Gaaar het menu "Functies" op de afstandsbediening.

- Selecteer "Vetslang vullen".
- Gebruik de knoppen + (A) en - (B) om de lengte van de vetslang in te voeren.

- Druk op de knop (C) om de vetslang te vullen. Het product stopt wanner de vetslang vol is.
De vetpomp van de sloophamer ontluchten (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Verwijder de uitgaande slang (A).

- Verwijlder de schroef en de onderlegring (B).
- Druk de zuiger (C) voorzichtig in het vetpatroon totdat er vet uit het schroefgat komt. Hierdoor worden de lucht uit de vetpomp van de sloophamer verwijderd.
- Monteur de schroef en de onderlegring.
- Koppel de hydraulische slangen los van het gemonteerde gereedschap.
Let op: Het gereedschap hoeft nicht van het product te worden verwijderd.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572 en Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Selecteer "Slophamer" in het menu "Gereedschappen" op het display.
- Druk de rechter of linker knop boven op de linker joystick gedurende ca. 40 in om de hydraulische druk te latentenemen.
- Controller of er vet UIT de opening voor de uitgaande slang kommt.
- Als er geen vet uit komt, herhaalt u stappen 2 t/m 8.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584 en Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
- Sluit de uitgaande slang aan.
- Sluit de hydraulische slangen aan op het gemonteerde gereedschap.
Assen en bussen op slijtage controlleren
-
Vervang loszittende bussen in koppelingen.
-
Vervang essen als deze door slijtage zich beschadigd. Als een expansiemof slijtage vertoont, betekent dit dat deze nicht correct is vastbezet.
Zorg ervoor dat de draaigewrichten gesmeerd zich. Smeermiddel voorkomt dat vuil en water in de draaigewrichten verechtkomt en vermindert de slijtage op assen en bussen.
De rubberen onderdelen op slijtage controlleren
- Controller de rupsbanden. Als u het metaal van de wapening kunt zien, verrangt u de rupsbanden.
- Controller de stempels. Als u de planta kurz zien, verwangt u de stempels.
De hydraulische slangen op slijtage controlleren

OPGELET: Gebruik geen hydraulische slangen die verdraid, versleten of beschadigd zich.
- Vervang een hydraulische slang als u de wapening kunt zien.
Zorg ervoor dat hydraulische slangen nicht langs scherpe randen schuren. - Controller of de hydraulische slangen Niet helemaal zich uitergerold. Stel de lengte van de hydraulische slangen indien nodig af.
- Controller of de hydraulische slangen nicht+zijn verdraaid.
- Controller of de hydraulische slangen nicht te zeer zichn verbogen.
De elektrische kabels op slijtage controlleren

WAARSCHUWING: Voer de inspectie uit verwijl de motor is gestopt en de stekker is losgekoppeld.
- Controller het isolatiematerialial van de elektrische kabels op beschadiging. Vervang de elektrische kabels als ze beschadigd zijn.
Het hydraulische system op lekkages controleren

OPGELET: Het risico op mechanische storingen is groter als het product lekt. Vervang versleten en beschadigde onderdelen.

WAARSCHUWING: Er bestaat
gevaar voor brandwonden. De hydraulische
olie worden heetijdens het gebruik van het
product. Gebruik nooit uw handen om te controleren op lekkages. Laat het product afkoelen voordat u op lekkekteonteert.
Reinig het product regelmatig om lekkages makkelijker op te sporen.
- Controller de grond onder het product en de grondplaat van de toren op hydrauliekolie. Als u hydrauliekolie aantreft, verhelp de lekkage.
- Controller de slangkoppelingen, de nelnkoppelingen voor de hydraulische slangen en de cilinders op hydrauliekolie. Als u hydrauliekolie aantreft, verhelp de lekkage.
- Controller andere hydraulische onderdelen op strepen vuil. Strepen vuil können duiden op een lekkage.
Het product op scheurtjes controleren
Het is makkelijker om scheuren op te sporen op een schoon product. Er bestaat een verhoogd risico op scheurtjes bij lasnaden, openingen en scherpe hoeken.
-
Controller op scheuren Ronde de beugels van de stempelpoten en de beugel van de tandwielring. Controller ook de lasnadenussen het onderstel van het product en de zijkanten van rupsbanden.
-
Controller op scheuren op de koppelingen van het armsystem, de cilinderbeugels en de lasnaden.
Laswerkzaamhedenuitvoeren aan het product

OPGELET: Alleen bevoegde lassers mogen laswerkzaamheden uitvoeren aan het product.
- Neem contact op met een erkende Husqvarna serviceworkplaats.
Het product smeren (DXR 95)

OPGELET: Als de smeerprocedure nicht wordt gevolgd, bestaat er een groot risico dat de afdichtingen van de tandwielring maar buiten worden gedrukt. Als de afdichtingen maar buiten worden gedrukt, kan vuil binnendringen in het kogellager van de tandwielring en schade veroorzaken. Beschadigde afdichtingen要去en worden verrangen.

- Beweeg het product totdat u toegang hebt tot alle smeernippels (A).
- Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584. - Reinig de smeernippels (A).
- Vervang defecte of verstopte smeernippels.
- Gebruik een vetpistol om de smeernippels (A) en de koppelingen en cilinderbevestigingen in de stempelpoten en het armsysteme te smeren. Sluit het vetpistol aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571.
- Klap de stempelpotenuit.
- Trek het armsystem in en til het op.
-
Draai de toren 45-50'aar rechts.
-
Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584. -
Reinig de smeernippels (B), (C) en (D).

Let op: U krijgt toegang tot de smeernippel (C) via het gat in de bodemplaat en tot de smeernippel (D) via de inspectiegleuf aan de linkerkant van de toren.
- Vervang defecte of verstopte smeernippels.
- Smeer de smeernippels (B), (C) en (D) met een vetpistol. Sluit het vetpistol aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtbaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654.

OPGELET: Er bevinden zich 2 smeernippels in de inspectiegleuf. Zorg ervoor dat u het vetpistol op de juiste smeernippel (D) bevestigt.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571.
- Draai de toren 90-100'aar links.
- Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584. - Reinig de smeernippel (E).
- Vervang de smeernippel als deutsche kapot of verstopt is.
- Smeer de smeernippels (D) en (E) met een vetpistol. Sluit het vetpistol aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654.

OPGELET: Er bevinden zich 2 smeernippels in de inspectiegleuf. Zorg ervoor dat u het vetpistol op de juiste smeernippel (E) bevestigt.
Het product smeren (DXR 145)

OPGELET: Als de smeerprocedure nicht wordt gevolgd, bestaat er een groot risico dat de afdichtingen van de tandwielring waar buiten worden gedrukt. Als de afdichtingen waar buiten worden gedrukt, kan vuil binnendringen in het kogellager van de tandwielring en schade veroorzaken. Beschadigde afdichtingen要去en worden verwangen.

- Beweeg het product totdat u toegang hebt tot alle smeernippels. De smeernippels worden in de afbeelding aangegeven.
- Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584. - Reinig de smeernippels.
- Vervang defecte of verstopte smeernippels.
- Gebruik een vetpistol om de smeernippels en de koppelingen en cilinderbevestigingen in de stempelpoten en het armsysteme te smeren. Sluit het vetpistol aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654.
- Smeer de 2 smeernippels (A) op het lager van de tandwielring en de tandwielen van de tandwielring (B).
a) Klap het armsysteme uit totdat hetrecht vooruit wijst.
b) Open het inspectieluik (C) op de toren voor toegang tot de 2 smeernippels.
c) Smeer de smeernippels met een vetpistol.
Pomp het vetpistol 2 à 3 keer.
d) Start het product. Zorg ervoor dat u zich op een veilige afstand bevindt. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572.
e) Draai de toren 180^ .
f) Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
g) Smeer de smeernippels nogmaals met een vetpistol. Pomp het vetpistol 2 à 3 keer.
Het product smeren (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

OPGELET: Als de smeerprocedure nicht wordt gevolgd, bestaat er een groot risico dat de affdichtingen van de tandwielring maar buiten worden gedrukt. Als de affdichtingenaar buiten worden gedrukt, kan vuil binnendringen in het kogellager van de tandwielring en schade veroorzaken. Beschadigde affdichtingen要去en worden verrangen.

- Beweeg het product totdat u toeing heb tot alle smeernippels. De smeernippels worden in de afbeelding aangegeven.
- Stop het product en koppel de voedingskabel los. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
- Reinig de smeernippels.
- Vervang defecte of verstopte smeernippels.
- Gebruik een vetpistol om de smeernippels en de koppelingen en cilinderbevestigingen in de stempelpoten en het armsysteme te smeren. Sluit het vetpistol aan en pomp 2 à 3 keer of totdat vet zichtaar is aan de randen. Zie Smeermiddelen op pagina 654.
- Smeer de 2 smeernippels (A) op het lager van de tandwielring en de tandwielen van de tandwielring (B).
a) Smeer de smeernippels met een vetpistol.
Pomp het vetpistol 2 à 3 keer.
b) Start het product. Zorg ervoor dat u zich op een veilige afstand bevindt. Zie Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
c) Draai de toren 90^ .
d) Stop het product en koppel de voedingskabel los. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
e) Voer deze procedure 3 keeruit. De kogellagers van de tandwielringen en de tandwielen van de tandwielring worden dan op 4 punten gesmeerd.
De scharnierverbindingen controleren
- Controller of alle onderdelen maar behoren+zijn bevestigd en of er geen spreke is van schade door slijtage.
- Gebruik een momentsleutel om het aanhaalmoment van de expansieassen te controleren. Haal de expansieassen aan met het juiste aanhaalmoment. Zie Aanhaalmomenten (DXR 95) op pagina 618 en Aanhaalmomenten (DXR 145) op pagina 619 en Aanhaalmomenten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 620.
a) Haal de expansieassen regelmatig aan. Laat het product na het aanhalen 2 à 3 keer een volledige reeks bewegingen make. Controleer het aanhaalmoment na 8uur en 40uur.
b) Als een expansieas vanplaats is veranderd, beweegt u deze maar het midden. Haal de expansieaservoVGens opnieuw aan.

| Positie Onderdeel product | Aanhaalmoment, Nm | |
| 1 Assen, armsystem | (M14) 120 | |
| 2 Assen, stempelpoot | haar hoofdbehuizing (M12) | 70 |
| 3 Kappen, stempelpoot | tcilinders (M10) 65 |

| Positie Onderdeel product | Aanhaalmoment, Nm | |
| 1 Assen, armsysteme | 204 | |
| 2 Assen, stempelpoot (M14) 128 | ||
| 3 Stempelpootsteun (M12) 81 | ||
| 4 Stempelpootsteun (M16) 197 | ||

| Positie Onderdeel product Aanhaalmoment, Nm | |
| 1 Assen, armsysteme en stempelpoten 204 | |
| 2 Rupsbandeenheid 500 | |
| 3 Stempelpootsteun 650 |
De remfuncties controleren

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig wanner u de remfuncties controeert. Risico op letsel.
- Zorg ervoor dat er geen personen in het werkgebied zichn.
-
Zorg ervoor dat u zich boven het product bevindt wanner u op een helling werkt.
-
Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571 en Het product starten (DXR 145) op pagina 572 en Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Controller de remfunctie van de aandrijfmotor. Voer de volgende procedureuit.
a) Gebruik het product op een helling.
b) Laat de joysticks los.
c) Voor DXR 95: Zorg ervoor dat het product langzaam beweegt. Voor DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315: Controleer of het product remt en stil blijft staan.
- Controller de remfunctie van de zwenkmotor. Voer de volgende procedureuit.
a) Gebruik het product op een helling.
b) Draai het armsysteme.
c) Laat de joysticks los.
d) Voor DXR 95: Zorg ervoor dat het armsystem langzaam beweegt. Voor DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315: Controller of het armsystemem remt en langzaam tot stilstand komt.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584 en Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584 en Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
De cilinders inspectoren
- Schuif de cilindersuitnara de eindaanslag.

- Controller de cilinderbuizen. Vervang beschadigde cilinderbuizen onmiddelijk.
- Controller de zuigerstangen. Vervang beschadigde en verbogen zuigerstangen onmiddelijk.
- Controller de schraper. Vervang een beschadigde schraper onmiddelijk.
De gereedschapskoppeling controleren (DXR 95)
- Controller de borgpennen (A) en de assen (B) in de gereedschapskoppeling op slijtage en beschadiging. Vervang de assen indien deze versleten of beschadigd zich. Gebruik alkijd originele reserveonderdelen.

- Controller of het achechterste deel van de gereedschapskoppeling (C) Niet beschadigd is.
- Controller of het voorste deel van degereedschapskoppeling (D) Niet beschadigd is.
De gereedschapskoppeling controleren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Controller de pen (A) en de wig (B) in de gereedschapskoppeling op slijtage en beschadiging. Vervang de wig als deutsche versleten of beschadigd is. Gebruik.altijd originele reserveonderdelen.

- Controller of de gereedschapskoppeling (C) nicht beschadigd is.
- Zorg ervoor dat de gereedschapskoppeling correct aan het product is bevestigd.
- Controller of de koppeling nicht beschadigd is (D).
Het gereedschap controleren
- Controller of er geen risico op letsel bestaat voor de gebruiker of omstanders wonneer het gereedschap worden gezruikt.
- Raadpleeg de bedieningshandleiding van het gereedschap voor meer informatie.
Handmatige rupsbandspanning (DXR 95)
De rupsbanden van de DXR 95 hebben een handmatige rupsbandspanning. Het is belangrijk dat de spanning van de rupsbanden correct is. Als sloopmaterial in de rupsbandenterechtkomt wonneer de spanning te hoog is, kan het sloopmaterialiaal schade aan het product veroorzaken. Als de spanning te laag is, bestaat het risico dat de rupsbanden van het product komen.
De spanning in de rupsbanden controleren (DXR 95)

WAARSCHUWING: Wees
voorzichtig bij het controlleren van de spanning in de rupsbanden. Risico op letsel.
- Meet de afstand (A). De spanning is correct als de afstand (A) 65–75 mm is.

- Stel indien nodig de spanning in de rupsbanden af. Zie De spanning in de rupsbanden handmatig afstellen (DXR 95) op pagina 622.
De spanning in de rupsbanden handmatig afstellen (DXR 95)
-
Breng de stempelpoten omlaag. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
-
Verwijder de 2 bouteen en het inspectieluik.

- Haal de spanmoer (A) aan om de spanning in derupsbanden te verhogen.


OPGELET: Haal de rupsbanden Niet te strak aan. Er bestaat risico op beschadiging van de motor.
-
Draai de spanmoer los om de spanning in derupsbanden te verlagen.
-
Stel de spanmoer af tot de afstand (A) 65-75 mm bedraagt.

- Breng het inspectieluik en de 2 bouteen aan.
De rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 95)
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schuif de stempelpoten vollediguit. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584
- Verwijder de 2 bouteen en het inspectieluik.

- Draai de spanmoer (A) los totdat er geen spanning in de rupsbandeer is.

- Duw het voorste spanwiel maarachten (B).
- Verwijder de rupsband van het voorste spanwiel (C).

-
Verwijder de rupsband van hetijkenste spanwiel (D).
-
Monteer de rupsbanden in omgekeerde volgorde van verwijderen. Zorg ervoor dat u de rupsbanden in de juiste richting (E) monteert. De V-vorm in het patroon op de rupsband要去ar het voorste spanwiel wijzen.

- Stel de spanning in de rupsbanden af. Zie De spanning in de rupsbanden handmatig afstellen (DXR 95) op pagina 622.
Hydraulische rupsbandspanning (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
De juiste rupsbandspanning is belangrijk voor de gebruiksduur van de rupsbanden.
Als sloopmaterialiaal in de rupsbanden verechtkommen tijdens bedrijf, voorkomt een veerfunctie in de rupsbanden dat de werkung worden onderbroken. De veerfunctie is uitergerust met een hydraulische accumulator. Als de veerfunctie van de rupsbanden Niet werkt, is de hydraulische accumulator möglichk defect.
De spanfunctie van de rupsbanden is voorzien van terugslagkleppen. De spanning van de rupsbanden kan afnemen als 1 van de terugslagkleppen geblokkeerd of beschadigd is. Voor instructies voor het reinigen van terugslagkleppen, zie De terugslagkleppen reinigen voor het spannen van de rupsbanden (DXR 145) op pagina 626 en De terugslagkleppen reinigen voor het spannen van de rupsbanden (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 627.
Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 145)
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 145) op pagina 572
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schuif de stempelpoten vollediguit. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
-
Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584.
-
Verwijder de afdekkap aan de linkerkant (A).

- Draai de vergrendelknop linksom (B).
- Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden (C) linksom maar de eindaanslag om de klep te openen. Hierdoor worden de druk afgelaten.
- Voer de volgende procedureuit aan elke kant van het product.
a) Duw het spanwiel maar het midden.

b) Verwijder der rupsbanden.
c) Monteer neue rupsbanden.
- Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden rechtsom om de klep te sluiten.
- Draai de vergrendelknop rechtsom.
-
Monteer de afdekkap aan de linkerkant.
-
Start het product en voer de procedure voor automatisch spannen van de rupsbanden uit. Zie De procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uitvoeren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 625
Rupsbanden verwijderen en monteren (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573
- Parkeer het product op een vlikke ondergrond.
- Schuif de stempelpoten vollediguit. Zie De stempelpoten bedijenen op pagina 584.
- Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585
- Verwieder het inspectieluik (A).

- Trek de klep voor het spannen van de rupsbandenuit en draai de klep 1 / 4 slag linksom om deze in geopende stand te vergrendelen (B) en (C). Hierdoor wordt de druk afgelaten.
- Voer de volgende procedureuit aan elke kant van het product.
a) Duw het spanwiel maar het midden.

b) Verwijder de rupsbanden.
c) Monteer neue rupsbanden.
- Trek de klep voor het spannen van de rupsbandenuit en draai deze rechtsom en LAST los in de geslotenstand.
- Monteer het inspectieluik.
- Start het product en voer de procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uit. Zie De procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uitvoeren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 625.
De procedure voor het automatisch spannen van de rupsbanden uitvoeren (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
Er zijn twee procedures voor het automatisch spannen van de rupsbanden.
- Het automatisch spannen van de rupsbanden kan op het display worden uitgevoerd. Voer de volgende procedure uit.
a) Breng de stempelpoten omlaag. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
b) Druk op de menuknap (A) op de afstandsbediening.

c) Selecteer "Spannen rupsbanden" in het menu "Functies" op het display.

d) Duw de rechter joystick waar voren tot de rupsbanden volledig gespannen zijn.
e) Laat de rechter joystick los om het automatisch spannen van de rupsbanden te stoppen.
- Het automatisch spannen van de rupsbanden kan worden uitgevoerd wanner u de stempelpoten bedient. Voer de volgende procedure UIT.
a) Breng de stempelpoten omhoog en wee omlaag. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584.
De terugslagkleppen reinigen voor het spannen van de rupsbanden (DXR 145)
- Verwijder de afdekkap aan de linkerkant (A).

- Draai de vergrendelknop linksom (B).
- Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden (C) linksom maar de eindaanslag om de klep te openen. Hierdoor worden de druk afgelaten.
- Breng de stempelpoten omhoog en omlaag. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584. De hydraulische vloeistof in het systemeinigt de terugslagkleppen.

- Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden rechtsom om de klep te sluiten.
- Draai de vergrendelknop rechtsom.
- Breng de stempelpoten omhoog en omlaag om het automatisch spannen van de rupsbanden uit te voeren.
- Monteer de afdekkap aan de linkerkant.
De terugslagkleppen reinigen voor het spannen van de rupsbanden (DXR 275, DXR 305, DXR 315)
- Verwijder het inspectieluik (A).

-
Trek de klep voor het spannen van de rupsbandenuit en draai de klep 1 / 4 slag linksom om deze in geopende stand te vergrendelen (B) en (C). Hierdoor wordt de druk afgelaten.
-
Breng de stempelpoten omhoog en omlaag. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584. De hydraulische vloeistof in het systeme reinigt de terugslagkleppen.

- Draai de klep voor het spannen van de rupsbanden rechtsom en LAST loin de gesloten stand.
- Breng de stempelpoten omhoog en omlaag om het automatisch spannen van de rupsbanden uit te voeren.
- Monteer het inspectieluik.
Een zekering verrangen (DXR 95)

WAARSCHUWING: Elektriciteit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Lees de veiligheidsinstrumenties in deze handleiding zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de instructies hebt begren voordat u het product onderhoudt.
-
Stop het product en koppel de voedingskabel los. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584.
-
Maak de 4 schroeven (A) en de achechterste kap (B) los.

- Draai de 4 schroeven (C) los en open de kap van de controlekast (D).

- Vervang doergebrande zekeringen. Raadpleeg de sticker (E) en Overzicht van de zekeringen op pagina 629.

- Sluit de kap van de contrôlekast en breng de 4 schroeven aan.
- Installer de allerste kap en de 4 schroeven.
Een zekering verrangen (DXR 145)

WAARSCHUWING: Elektriciteit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Lees de veiligheidsinstrumenties in dieze handleiding zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product onderhoudt.
- Stop het product en koppel de voedingskabel los.
Zie Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584. -
Open het deksel van de contrôlekast.
-
Vervang doergebrande zekeringen. Raadpleeg de sticker (C) en Overzicht van de zekeringen op pagina 629

- Sluit het deksel van de controlekast.
Een zekering verrangen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: Elektriciteit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Lees de veiligheidsinstructies in deze handleiding zorgvuldig door en zorg ervoor dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product onderhoudt.
- Stop het product en koppel de voedingskabel los. Zie Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
-
Open het deksel van de controlekast.
-
Vervang doorgebrande zekeringen. Raadpleeg de sticker (C) en Overzicht van de zekeringen op pagina 629.

- Sluit het deksel van de controlekast.
Overzicht van de zekeringen
Zekeringtabel (DXR 95)
| Zekering Huidige | Span- ning | Beschrijving van be-schemnde onderde- len |
| F1 4 A | 400/460 VAC | T1:AC/DC, KE4: Vermogensmeter |
| F2 10 A 24 VDC | KE8: Veiligheids- PLC coop 1 | |
| F3 10 A 24 VDC | KE8: Veiligheids- PLC coop 2 | |
| F4 10 A 24 VDC | KE8: Veiligheids- PLC coop 3 | |
| F5 3 A 24 VDC | KE5: Radio-ontvan- ger | |
| F6 1 A 24 VDC | KE4: Vermogens- meter |
Zekeringtabel (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315)
| Zekering | Huidige | Span- ning | Beschrijving van be-schemde onderde- len |
| F1 4 A | 400/460 VAC | T1:AC/DC, KE4: Vermogensmeter | |
| Zekering | Huidige | Span- ning | Beschrijving van be-schemnde onderde- len |
| F2 15 A 24 | VDC M2: | Koelventilator | |
| F3 10 A 24 | VDC M3: | Olievulpomp | |
| F4 10 A 24 | VDC KE1: | PLC, master | |
| F5 10 A 24 | VDC | KE2: PLC, 1/0 slave 1 | |
| F6 10 A 24 | VDC | KE3: PLC, 1/0 slave 2 | |
| F7 1 A 24 | VDC | KE4: Vermogens- meter | |
| F8 3 A 24 | VDC | KE5: Radio-ontvan- ger |
Productsoftware
Neem contact op met uw serviceworkplaats als er sprake is van een probleem met de productsoftware of voor eventuele nodige updates.
Na onderhoud
- Voer een testuit nadat onderhoud isuitgevoerd.

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel en schade. Een onjuist geinstalleerde afstandsbediening, kabels of slangen hunnen een ongewenst effect hebben op de bewegingen van het product.
- Als er sprake is van een storing, stop het product dan onmiddelijk. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584 en Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584 en Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
Probleemoplossing
Probleemoplossing
| Probleem Oorzaak Op | Ossing | |
| Het product start nicht. | De hoofdschakelaar is uitgeschakeld. | Controler de hoofdschakelaar. |
| De verlangkabel is losgekoppeld of beschadigd. | Sluit de verlangkabel aan. Vervang de verlangkabel als deze beschadigd is. | |
| De noodstopknop op het product is geactiveerd. | Draai de noodstopknop op het productrecht som om deze uit te schakelen. | |
| De machinestopknop op de afstandsbedie-ning is geactiveerd. | Draai de machinestopknop op de afstands-bedieningrecht som om deze uit te schake-len. | |
| Spanning vanlichtnet maar product te laag. | Controler de voeding. Controller de juis-te spanning worden gezruikt. | |
| Een hoofdzekering is doorgebrand. | Controler de spanning van het lichtnet compatibel is met het product en of de juiste zekeringen zijn gezruikt. | |
| Controler de voedingskaart. | ||
| Er is geen radiocommunicatie:tussen hetproduct en de afstandsbediening. | Controler het radiosignaal. Als er geen radi-signaal is, controlleren dan of de accu's voor de afstandsbediening zijn opgeladen en juist zijn geinstalleerd. | |
| Controler of de juiste afstandsbediening worden gezruikt. | ||
| Controler of de communicatiekabel en deantennekabel op het product juist zijn aange-sloten. | ||
| Test het product met een kabel:tussen hetproduct en de afstandsbediening. | ||
| De zekeringen voorde aansluiting op hetlichtnet branden me-teen na het startenvan het product door. | De zekering voor de aansluiting op het licht-net heeft een te lage stroomsterkte. | Controler of de spanning van het lichtnetcompatibel is met het product en of de juiste zekeringen zijn gezruikt. |
| De elektromotor is defect. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| De voedingskabel is defect. Vervang de voedingskabel. | ||
| De hydraulische pomp is defect. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| Probleem Oorzaak Ongoing | ||
| De motor werk, maar de hydraulische fun- ties hebben geen kracht of werknen nicht. | Er is Niet voldoende hydrauliekolie in de hydrauliekolietank. De hydraulische pomp maakt lawaai. | Stop het product onmiddelijk. Controller het hydraulische systeme op lekkgages. Vervang onderden indien nodig door neue exemp- plaren. Vul de hydrauliekolietank met hydraulische olie. |
| De circulatieklep staat continu open. | Controler de kabel waar de regelmodule. (DXR 95) | |
| Controler de diode op het klepdeksel aan de onderkant van kleppenblok 1. Als de circulatieklep open is, brandt de diode nicht. Controler de kabel waar de regelmodule. (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) | ||
| De stand-byduk is te laag. | Neem contact op met een erkende service- werkplaats. | |
| Er is een storing in de pompregelaar. | Neem contact op met een erkende service- werkplaats. | |
| De bewegingen van het armsystemen en de gereedschaps- functie� langzaam. | De knop voor het afstellen van de slelheid van het gereedschap en/of de knop voor het afstellen van de slelheid van het product+zijn linksom gedraaid. | Draai de knop voor het afstellen van de slel- heid van het gereedschap en/of de knop voor het afstellen van de slelheid van het product rechtsom. |
| De stand-byduk is te laag. | De afstandsbediening inschakelen. Gebruik de bedieningselementen op de afstandsbediening nicht. Controller de stand-byduk op het display van de afstandsbediening. De druk moet 20±5 bar/290±73 psi+zijn. Als de drukwaarde afwijk, stelt u de druk af. | |
| Een functie op het product werkelt lang- zaam. | Er is spreake van een inwendig lek in de cilin- der. | Schuiif de cilinder onbelastuitaar de eind- aanslag. Controller de pompdruk op het dis- play van de afstandsbediening. De pomp moet met de maximale druk werken. Als de pomp Niet met de maximale druk werk, neem dan contact op met een erkende service- werkplaats. |
| De hydraulische slang is geblokkeerd. | Bedien de cilinder zonder belasting. Controler de pompdruk op het display van de af- standsbediening. Als de cilinder onder maxi- male druk werk, maar net met de maxima- le slelheid, is de hydraulische slang geblok- keerd. Vervang de hydraulische slang. | |
| Er is spreake van een storing in de servoklep. | Neem contact op met een erkende service- werkplaats. | |
| Een functie op het product werkelt nicht. | Een joystick staat Niet in de neutraalstand wanner u de afstandsbediening start. | Zet de joysticks in de neutraalstand en start de afstandsbediening opnieuw. |
| Er is spreake van een storing in de servoklep of de spel or in de servoklep is geblokkeerd of beschadigd. | Neem contact op met een erkende service- werkplaats. | |
| Het product zakt door de stempelpoten. | Er is spreake van een lekkage in de terugslag- kleppen in de cilinders van de stempelpoten. | Neem contact op met een erkende service- werkplaats. |
| Probleem Oorzaak Op | ossing | |
| Het armsysteme beweegt onregelmatig. | Het product/de hydrauliekolie is te koud. Laat | het product opwarmen. |
| Er zit lucht in de servoklep. | Bedien het product+zonder belasting totdat de lucht en de olie geschreiben zich. | |
| De servoklep of de spoel in de servoklep is defect vanwege verontreinigung. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| Er,zijn kapotte O-ringen in de servokleppen. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| Er is sprake van een storing in het servo-drukkircuit. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| De cilinder zakt om-laag.31 | Er is sprake van verontreinigung in het hydraulisch system. | Inspecteer het hydraulisch system op lek-kages. Vervang de hydrauliekolie en het hy-drauliekoliefilter indien nodig. |
| Er is sprake van lekkage in de cilinder. | Spoor het lek op en verrang defecte onder-delen. | |
| Er is sprake van een storing in de compensa-tieklep. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| De servoklep of de spoel in de servoklep is defect. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| Het hydraulisch sys-teem is oververhit. | De hydrauliekoliekoeler is geblokkeerd of verstopt. | Reinig de koeler voor hydraulische olie. |
| De koelventilator draait Niet of is defect. | Controleer de koelventilator in de controle-kast. | |
| Controleer de bladen van de koelventilator. Vervang de koelventilator als deze bescha-digd is. | ||
| De omgevingstemperatuur is te hoog. | Gebruik externe apparatuur om het product te koelen. | |
| Een slang of snelkoppeling is defect. Vervang | het beschadigde onderdeel. | |
| De maximale druk of stand-bydruk in de pomp is te hoog. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| De hoofdleiding of de leiding maar het ge-reedschap is geblokkeerd. | Vervang het beschadigde onderdeel. | |
| Het energieverbruik is te hoog vanwege ge-bruik in combinatie met een defect of onjuist gereedschap. | Controleer of de gereedschapsdruk en -de-biet compatibel zich met het product. | |
| De hydraulische pomp is defect. | Neem contact op met een erkende service-werkplaats. | |
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Er is spreke van ge-luid in het hydraulisch systeme. | Onvoldoende hydrauliekolie in de hydrauliek-olietank. | Stop het product onmiddelijk. Inspecteer het hydraulisch systeme op lekkages. Vervang onderdelen indien nodig door neue exemplen. Vul de hydrauliekolietank met hydraulische olie. |
| Er zit lucht in de hydrauliekolie. | Bedien het product zonder belasting totdat de lucht en de olie gezchemiden zijn. | |
| De hydraulische pomp is defect. | Neem contact op met een erkende service-workplaats. | |
| De hydrauliekolie heeft een andere kleur. | Als de hydrauliekolie grijs is, zit er water in het hydraulisch systeme. | Onderzoek waar het water het hydraulisch systeme binnendringt. Vervang beschadigde onderdelen indien nodig. Vervang de hydrauliekolie en het hydrauliekoliefilter. |
| Als de hydrauliekolie zwart is, is spreke van koolafzetting in het hydraulisch systeme van-wege een te hoge bedrijsftemperatuur. | Spoor de oorzaak voor de te hove bedrijs-temperatuur op. Vervang beschadigde onderdelen indien nodig. Vervang de hydrauliekolie en het hydrauliekoliefilter. | |
| De afstandsbedie-ning start nicht. | De accu's van de afstandsbediening+zijn Niet opgeladen. | Laad de accu's van de afstandsbediening op. |
| De accu's staan in de verzendmodus. Zie Accu's van de afstandsbediening op pagina 569. | Sluit de accu's aan op een oplader. | |
| De afstandsbedie-ning is aan, maar de regelfuncties+zijn UIT. | De radio-ontvanger op het product is uitgeschakeld. | Zorg ervoor dat de radio-ontvanger op het product is ingeschakeld. |
| Het product en de afstandsbediening+zijn Niet gekoppeld. | Koppel het product en de afstandsbediening. | |
| De afstandsbediening bevindt zich nicht bin-nen het bedieningsbereik. De afstandsbedie-ning bevindt zich te ver van het product. | Zorg ervoor dat de afstandsbediening zich binnen het bereik bevindt. | |
| Er is spreke van een storing in een onder-deel. | Sluit de afstandsbediening met een CAN-buskabel op het product aan. | |
| Er is geen radiocomunicatieussen de afstandsbediening en het product vanwege in-terfereintie in de radiocomunicatie. | Stop alle andere radiocomunicationsysteme men die interferentie können veroorzaken. | |
| Er is spreke van een storing in de anteenne voor de radio-ontvanger. | Controller of de antennecorrect is gemon-teerd. De antennene moet verticaal+zijn uitge-lijnd met de afstandsbediening en goed zich-baar+zijn vanaf de afstandsbediening. | |
| Probleem Oorzaak Op | ossing | |
| Een,aantal regelfunc-ties op de afstands-bediening zich uitge-schakeld. | De joysticks en de knoppen op de joysticks staan Niet in de neutraalstand wanner u de afstandsbediening start. | Zorg ervoor dat de joysticks en de knop- pen op de joysticks op de afstandsbediening in de neutraalstand staan wanner u de af-standsbediening inschakelt. |
| Er is spreke van een storing in de joysticks, de knoppen en/of de schakelaars. | Controler de "Bedieningsdiagnose" op het display. Druk op de menuknop op de af-standsbediening. Selecteer "Bedieningsdiag-nose" in het menu "Bedieningselementen" op het display. | |
| Het systeme is uitgeschakeld vanwege vei-ligheidsrisico's. | Controler de "Bedieningsdiagnose" op het display. Druk op de menuknop op de af-standsbediening. Selecteer "Bedieningsdiag-nose" in het menu "Bedieningselementen" op het display. | |
| Er zich beschadigde of loszittende kabels tus-SEN de radio-ontvanger en het product. | Koppel de kabels. Vervang de kabels als die beschadigd zich. | |
| Het display van het informatiecentrum is rood. | Het systeme is uitgeschakeld vanwege een foutr. | Voer de probleemoplossingsprocedureuit voor foutcodes die beginnen met de num- mers "11" of "81". Zie Storingscodes en be-schrijvingen op pagina 636. |
| De arm zwenkt nicht (DXR 95). | De zwenkvergrendeling is ingeschakeld. Schakel de zwenkvergrendeling UIT. | |
Meldingen op het display
In de onderste balk (A) van het display(Intkunt u actieve berichten of storingen bekijken. Om het bericht te bekijken drukt op de knop naast de snelkoppeling met het driehoekje (B).

Er+zijn4verschillende soorten berichten:
- Informatieberichten helpen en geben tips over het gebruik van het product. Een informatiebericht worden getoond als een informatiesymbol in de onderste balk.
- Waarschuwingsberichten latent zien dat er ieits nicht goed gaat. Een waarschuwingsbericht worden getoond als een gele diamant in de onderste balk.
- Waarschuwingsberichten duiden op storingen of veiligheidsdefecten die tot mechanische schade
kunnen leiden. Het product stopt korteijd daarna. De waarschuwing worden eerst weergegeven op een volledig scherm met een rode gezarendriehoek en tekst. Nadat u het waarschuwingsbericht (C) heb geaccepteerd, worden de waarschuwing weergegeven als een rood driehoekssymbol in de onderste balk (A).

- Foutmeldingen worden getoond wonneer het product is gestopt vanwege een storing of een veiligheidsdefect. De foulmelding worden in het rood weergegeven, met een witte driehoek en witte tekst. Wonneer de storing is verholpen要去 u het product opnieuw opstarten. Draai de OFF/ON/ START-schakelaar maar de stand ON. Zet de OFF/ON/START-schakelaar verrolgens in de stand START.
Als er meer dan 1 actieve melding is, worden het neue bericht rechts toegevoegd. Druk op de knappen naast de pijlen (D en E) om door de meldingen op het display te bladeren.
U kunt ook een lijst met storingen vinden onder "Actieve storingen" in "Machinestatus" via de menuknap (F). Zie Menu "Machinestatus" op pagina 549. Wanner u maar de lijst met actieve storingen gaat, kunt u ook alle storingen verwijderen om de lijst te resetten.
Storingscodes en beschrijvingen
De storingscodenummers voor het product worden op het display getoond. De storingscodenummers voor de afstandsbediening (storingscodenummers vanaf 1001) worden op het display van het informatiecentrum getoond. Bij elke storingscode(Int u ook zien na hoeveel bedrijfsuren de storing is opgetreden.
| Storingscodenummer | Melding op het dis-play | Oorzaak Oplossing | |
| 1 | "Fout SoftStart - Star-ten nicht möglich" | Algemene fout in Soft Starter. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 2 | "Indicatie bout Soft-start" | SoftStart is overbelast. De ingangsspanning ligt buiten het be-reik. | Controler de ingangsspanning. Laat het product afkoelen. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 3 | "Onjuiste ingangs-spanning - Fasever-lies" | Onjuiste ingangsspanning en fa-severlies. | Controler de ingangsspanning en de kabels. |
| 5 | "Onjuiste ingangs-spanning - Nefrequentie" | De netfrequentie ligt buiten het bereik. | Controler de spanningsbron. |
| 6 | "Onjuiste ingangs-spanning - Spanning te laag" | De ingangsspanning is te laag. | Controler de ingangsspanning en de kabels. |
| 7 | "Onjuiste ingangs-spanning - Spanning te hoog" | De ingangsspanning is te hoog. | |
| 10 | "Netfrequentie buiten bereik" | De netfrequentie kommt nicht over-een met de frequentie-instelling van het product. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 11 | "Olietemperatuur te hoop" | De olietemperatuur is te hoop. De gebruikssnelheid worden ver-laagd en het gereedschap wordenuitgeschakeld. | Gebruik het product in de statio-naire modus om de olie te lately afkoelen. Reinig de hydrauliek-oliekoeler en controller de koel-ventilator. |
| 12 | "Olietemperatuur te laag" | De olietemperatuur is te laag. De gebruikssnelheid worden verlaagd en het gereedschap worden uitge-schakeld. | 1. Gebruik het product in de sta-tionaire modus.2. Klap de stempelpoten uit. Be-dien de rupsbanden eerst langzaam en dan sneller.3. Controleer de instellenen voor de afstelbare tempera-tuurlimiet.4. Controleer de temperatuur-sensor (T4) en de kabels maar de sensor.5. Controleer of de klasse van de hydrauliekolie, ISO-VG, overeenkomt met de bedrijs-temperatuur. Zie Hydrauliek-olie op pagina 653. |
| 13 "Oliedruk te hoop" | De oliedruk is te hoop. | Neem contact op met de Husq-varna-service. | |
| 14 | "Veiligheidsfout - Sta-tionaire klep" | - | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 16 | "Hydrauliekoliepeil te laag" | Het peil van de hydraulische olie is te laag. | Vul de hydrauliekolietank met hy-draulische olie. |
| 17 | "Olieffilter koet wor-den onderhonden" | De druk van het hydrauliekoliefil-ter is te hoop. | Vervang het hydraulische-olief-lter. |
| 19 | "Communicatie af-standsbediening ver-broken" | De communicatie met de af-standsbediening is gedurende meer dan 120 seconden verboren. | Acopteer het waarschuwingsbe-richt op het display. De afstands-bediening probeert verbinding te makeen met het product. |
| 20 | "Motortemperatuur te hoop" | De motortemperatuur is te hoop. De gebruikssnelheid worden ver-laagd en het gereedschap worden uitgeschakeld. | Gebruik het product in de sta-tioire modus. |
| 23 | "Activering van machine mislukt" | De schakelaar Bedieningsmodus staatussen werkmodus en transportmodus. | Zorg ervoor dat de schakelaar Bedieningsmodus in de juiste stand staat. |
| De schakelaar Bedieningsmodus is defect. | Neem contact op met de Husq-varna-service. | ||
| 33 | "Verbinding met connectiviteitismodule verbroken" | Geen communicutatie met de con-nectiviteitismodule. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 34 | "Machinetype Niet ge-selecteerd" | - | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 35 | "Starten van motor mislukt" | De motor werkt nicht correct. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 36 | "Stoten gegen af-standsbediening ge-detecteerd" | De afstandsbediening is op de grond gevallen. Het product ne-geert de signalen van de joys-ticks. | Acopteer het waarschuwingsbe-richt op het display. Controleer of de afstandsbediening Niet be-schadigd is voordat u deze ge-bruikt. |
| 37 | "Verbinding met be-dieningsmodule ver-broken" | - | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 57 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 1 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 58 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 1 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 60 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 2 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 61 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 2 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 63 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 3 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 64 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 3 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 66 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 4 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 67 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 4 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 70 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 5 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 71 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel maar de klep van cilin-der 5 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 75 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de gereedschaps-klep is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 76 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de gereedschaps-klep is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 78 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van Extra functie 1 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 79 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van Extra functie 1 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 81 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van Extra functie 2 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 82 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van Extra functie 2 is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 84 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel om de stempelpoten�asn bereken te bewegen is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 85 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel om de stempelpoten�asn boven te bewegen is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 87 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel om de linker rupsband vooruit te bewegen is bescha-digd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 88 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel om de linker rupsbandchteruit te bewegen is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 90 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel om de rechtter rups-band vooruit te bewegen is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 91 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel om derechtter rupsbandchteruit te bewegen is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 93 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van de stempelpoot linksvoor is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 94 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van de vetpomp is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 95 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de waterklep is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 96 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van de stempelpoot rechtsvoor is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 99 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van de stempelpoot linksachter is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 102 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep van de stempelpoot rechtsachter is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 114 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de linker koplamp is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 115 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor derechtter kop-lamp is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 117 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor het controelampje is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 120 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de claxon is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 121 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de olieffilterbewaking is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 122 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de motortempera-tuurbewaking is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 123 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de oliepeilbew-aking is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 124 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De oliettemperatuursensor is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 130 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de circulatiekleep is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 131 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de circulatiekleep is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 132 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de drukregelklep is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 133 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de drukregelklep is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 134 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep voor het draaien van de toren is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 135 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabel voor de klep voor het draaien van de toren is beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 136 | "Kabelfout - Functie-verlies" | De kabels waar de contactoren in de elektrische kast+zijn beschadigd. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 170 | "Fout veiligheids-PLC - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON en vervoGENs op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 171 | "Oiedruksensor - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON en vervoGENs op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 172 | "Oiedruksensor - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON en vervoGENs op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 173 | "Systeemdruk - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON en vervoGENs op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 174 | "Contactorfout - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON en vervoGENs op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 175 | "Contactfout - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON en vervoGENs op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 176 | "Fout afstandsbedie-nig - Veiligheids-stop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON en vervoGENs op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 177 | "Nood-STOP ingedrukt - Veiligheids-stop" | Nood-STOP-knop is ingedrukt. | Draai de noodstopknop rechtsom om deze uit te schakelen. |
| 178 | "Fout Nood-STOP - Veiligheidsstop" | De kabel voor de nood-STOP-knop is beschadigd. | Zet de hoofdschakelaar op ON enervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 179 | "Machinestop - Veiligheidsstop" | De machinestopknop op de af-standsbediening is ingedrukt. | Draai de noodstopknop op de af-standsbediening rechtsom om de moodstop op te heffen. |
| 180 | "Fout afstandsbedie-ning - Veiligheids-stop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON enervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 181 | "Systeemdruk - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON enervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 182 | "Systeemdruk - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON enervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 183 | "Systeemdruk - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON enervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 184 | "Systeemdruk - Veiligheidsstop" | - | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 185 | "Systeemdruk - Veiligheidsstop" | - | Zet de hoofdschakelaar op ON enervolgens op OFF. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husq-varna-service. |
| 186 "Vetniveau laag" De hoeveelheid vet in de petpomp van de sloophamer is te laag. Vul de vetpomp van de sloophamer. | |||
| 187 "Vetniveau laag" | |||
| 188 | "Vettemperatuur laag" | De temperatuur is te laag en de vetpomp van de sloophamer werkst Niet correct. | Controler de vetstroomaar de sloophamer. Breng indien nodig handmatig vet aan. |
| 189 | "Kabelfout - Functie-verlies" | Er is een kabelfout in de draai-hoeksensor. | Controler de kabel en de draai-hoeksensor. |
| 190 | "Stroombeperking, hoge stroom geeteerd" | De extra werklamp verbruikt te veel stroom. | Koppel de extra werklamp los en sluit een extra werklamp aan die binnen het bereik ligt. |
| 191 | "Stroombeperking, functie uitgeschä-keld" | De extra werklamp verbruikt te veel stroom. | Koppel de extra werklamp los en sluit een extra werklamp aan die binnen het bereik ligt. |
| 192 | "Stroombeperking, functie uitgeschä-keld" | De motor is geblokkeerd. | Controleer de motor en het vet. Koppel het product los van de voodingsbron en sluit het op-nieuw aan om de vetpomp te re-setten. |
| 193 | "Stroombeperking, functie uitgeschä-keld" | De ventilatormotor is geblok-keerd. | Controleer de ventilatormotor en het vet. |
| 194 "Oliedruk te hoog" | Het peil van de hydraulische olie is te hoog. | Tap de hydraulische olie af tot het juiste peil. | |
| 195 "Vet bijvullen actie" | Het product vult de vetslang. - | ||
| 301 | "Olietemperatuur nor-maal" | - | Accepteer het waarschuwingsbe-richt op het display. |
| 302 | "Motortemperatuur normaal" | - | Accepteer het waarschuwingsbe-richt op het display. |
| 304 | "Automatisch kalibre-ren mislukt" | - Opnieuw automatisch kalibreren. | |
| 305 | "Spannen van de rupsbanden mislukt" | Het spannen van de rupsbanden kan alleen worden gestart als de elektromotor is ingeschakeld. | Start de motor en start het span-nen van de rupsbanden opnieuw. |
| 306 | "Olie bijvullen mis-lukt" | Olie bijvullen Niet mogelijk als elektromotor is ingeschakeld. | Stop de elektromotor en start op-nieuw met olie bijvullen. |
| 307 | "Vrije val afstands-bediening gedetec-teerd" | De afstandsbediening is op de grond gevallen. Het product ne-geert de signalen van de joys-ticks. | Accepteer het waarschuwingsbe-richt op het display. Controller of de afstandsbediening Niet be-schadigd is voordat u deze ge-bruikt. |
| 1101 | "X-as linker joystick uitgeschakeld" | De linker joystick staat Niet in de neutraalstand wanner u de af-standingbediening start. | Zet de linker joystick in de neu-traalstand en start de afstands-bediening opnieuw. |
| 1102 | "Y-as linker joystick uitgeschakeld" | De linker joystick staat Niet in de neutraalstand wanner u de af-standingbediening start. | Zet de linker joystick in de neu-traalstand en start de afstands-bediening opnieuw. |
| 1103 | "Zijschakelaar op lin-ker joystick uitge-schakeld" | De zijschakelaar op de linker joystick staat Niet in de neutraal-stand wanner u de afstandsbediening start. | Zet de zijschakelaar op de lin-ker joystick in de neutraalstand en start de afstandsbediening opnieuw. |
| 1104 | "X-as rechtter joystick uitgeschakeld" | De rechtter joystick staat Niet in de neutraalstand wanner u de afstandsbediening start. | Zet de rechtter joystick in de neu-traalstand en start de afstands-bediening opnieuw. |
| 1105 | "Y-asrechtter joystick uitgeschakeld" | Derechtter joystick staat Niet in de neutraalstand wanner u de afstandsbediening start. | Zet derechtter joystick in de neu-traalstand en start de afstands-bediening opnieuw. |
| 1106 | "Zijschakelaar oprechtjer joystick uitge-schakeld" | De zijschakelaar op de rechtjer joystick staat Niet in de neutral-stand wanneer u de afstandsbediening start. | Zet de zijschakelaar op de recht-ter joystick in de neutralstand en start de afstandsbediening op-nieuw. |
| 1109 | "Knop linksboven oplinker joystick uitge-schakeld" | De knop linksboven op linker joystick is ingedrukt. | Zet de knop linksboven op de lin-ker joystick in de neutralstand en start de afstandsbediening op-nieuw. |
| 1110 | "Knop rechtsboven oplinker joystick uit-geschakeld" | De knop rechtsboven op linker joystick is ingedrukt. | Zet de knop rechtsboven op de linker joystick in de neutralstand en start de afstandsbediening op-nieuw. |
| 1111 | "Knop linksboven oprechtjer joystick uitge-schakeld" | De knop linksboven oprechtjer joystick is ingedrukt. | Zet de knop linksboven op derechtjer joystick in de neutral-stand en start de afstandsbediening opnieuw. |
| 1112 | "Knop rechtsboven oprechtjer joystick uitge-schakeld" | De knop rechtsboven oprechtjer joystick is ingedrukt. | Zet de knop rechtsboven op derechtjer joystick in de neutral-stand en start de afstandsbediening opnieuw. |
| 12011301 | "Storing in X-as linker joystick" | Er is een storing in het signal van de X-as van de linker joystick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 12021302 | "Storing in Y-as linker joystick" | Er is een storing in het signal van de Y-as van de linker joystick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 12031303 | "Storing in zijschake-laar op linker joystick" | Er is een storing in het signal van de zijschakelaar op de linker joystick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 12041304 | "Storing in X-as rech-ter joystick" | Er is een storing in het signal van de X-as van derechtjoys-tick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 12051305 | "Storing in Y-as rech-ter joystick" | Er is een storing in het signal van de Y-as van derechtjoys-tick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 12061306 | "Storing in zijschake-laar oprechtjer joystick" | Er is een storing in het signal van de zijschakelaar op de rech-ter joystick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 12091309 | "Storing in knop linksboven op linker joystick" | Er is een storing in het signal van de knop linksboven van de linker joystick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 12101310 | "Storing in knop rechtsboven op linker joystick" | Er is een storing in het signal van de knop rechtsboven van de linker joystick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 12111311 | "Storing in knop linksboven oprechtjer joystick" | Er is een storing in het signal van de zijschakelaar op de rech-ter joystick. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 1212 | "Storing in knop rechtsboven op rechter joystick" | Er is een storing in het signal van de knop rechtsboven van de rechtzer joystick. | Neem contact op met de Husq- varna-service. |
| 1313 | |||
| 1404 | "Storing in vergren- delknop" | Er is een storing in het signal van de vergrendelknop. | Neem contact op met de Husq- varna-service. |
| 1801 | "Storing in potenti- meter gereedschaps- snelheid" | Er is een storing in het signal van de potentiometer voor de ge- reedschapssnelheid. | Neem contact op met de Husq- varna-service. |
| 1802 | "Storing in potenti- ometer machinesnel- heid" | Er is een storing in het signal van de potentiometer voor de machinesnelheid. | Neem contact op met de Husq- varna-service. |
| 2025 | "Temperatuur af- standsbediening te hoog" | De afstandsbediening worden ge- bruikt in omstandigheden die bui- ten de specificaties vallen. | Laat de afstandsbediening afkoe- len. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husqvarna-service. |
| 2225 | |||
| 2026 | "Temperatuur af- standsbediening te laag" | De afstandsbediening worden ge- bruikt in omstandigheden die bui- ten de specificaties vallen. | Laat de afstandsbediening op- warmen. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husqvarna-service. |
| 2226 | |||
| 2119 | "Temperatuur radio- ontvanger te hoog" | De radio-ontvanger worden ge- bruikt in omstandigheden die bui- ten de specificaties vallen. | Laat de radio-ontvanger afkoe- len. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husqvarna-service. |
| 2319 | |||
| 2120 | "Temperatuur radio- ontvanger te laag" | De radio-ontvanger worden ge- bruikt in omstandigheden die bui- ten de specificaties vallen. | Laat de radio-ontvanger opwar- men. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de Husqvarna-service. |
| 2320 | |||
| 3201 | "Onjuiste accu" Er is sprake van een ongeldige accu in de afstandsbediening. | Neem contact op met de Husq- varna-service. | |
| 3211 | |||
| 1001 | |||
| 1107-1108 | |||
| 1113-1116 | |||
| 1207-1208 | |||
| 1213-1216 | |||
| 1307-1308 | |||
| 1313-1316 | |||
| 1401-1403 | |||
| 1405-1408 | |||
| 1501-1504 | |||
| 1701-1702 | |||
| 1803-1816 | |||
| 1901-1916 | "Storing in afstands-bediening" | Er is spreake van een storing in de afstandsbediening. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 2002-2023 | |||
| 2027-2030 | |||
| 2098-2099 | |||
| 2202-2223 | |||
| 2227-2230 | |||
| 2298-2299 | |||
| 2398-2399 | |||
| 3202-3204 | |||
| 3212 | |||
| 9001-9002 | |||
| 9401-9499 | |||
| 9801-9899 | |||
| 2102-2118 | "Storing in radio-ont-vanger" | Er is spreake van een storing in de radio-ontvanger op het product. | Neem contact op met de Husq-varna-service. |
| 2121-2123 | |||
| 2198-2199 | |||
| 2302-2318 | |||
| 2321-2323 | |||
| 2398-2399 | |||
| 3103 | |||
| 8101-8107 | |||
| 9101-9199 | |||
| 9301-9399 | |||
| 9501-9505 | |||
Pop-up-storingscodes en beschrijvingen
| Foutcode | Melding op het display Oplossing | |
| Time-out machine. Radiooverbinding verloren. | Zorg ervoor dat u binnen bereik bent en start de machine. | |
| Externale accu geel. Accu bijna leeg. | Vervang de accu binnenkort door een opgela- den accu. | |
| Externale accu rood. Accu is leeg. | Vervang de accu door een opgeladen accu of gebruik een kabel. | |
| Machinenoodstopknop inge- drukt. | Machinenoodstopknop inge- drukt. | Reset de stopknop van de machine om door te gaan met werken. |
Vervoer, opslag en verwerking
Transport

WAARSCHUWING: Wees
voorzichtig tijdens het transport. Het product is zwaar en kan als het valt of beweegt letsel of schade veroorzaken.

zwenkvergrendeling in tijdens het transport
(DXR 95). Zie De draaivergrendeling controleren (DXR 95) op pagina 536.
Met de rupsbanden=kunt u het product verplaatsen over kortere afstanden. Plaats het product voor langere afstanden op een transportvoertuig.
- Gebruik een goedgekeurde hijsinrichting om zware productonderdelen te bevestigen en te hijsen.
-
Gebruik alkijd alle hijsogen op het product wonneer u het product hijst.
-
Hijs het product langzaam en voorzichtig. Als het product begint over te hellen, gebruikt u een andere hijsinrichting of verandert u de positie van het armsystem.
Haal voor het transport de stekker uit het stopcontact.
Zorg ervoor dat de onderdelen van het product nicht beschadigd raken wanner u het product hijst.
Zorg ervoor dat het product geen voorwerpen in de buurt raakt als u het product hijst. - Gebruik een geschikte oplegger of trailer voor het gewicht van het product. Zie Technische gegevens op pagina 650.
- Bewaar de afstandsbediening in het transportvoertuigijdens transport.
- Bevestig het product tijdens transport. Zorg ervoor dat het Niet kan bewegen.
Zorg dat het product tijdens het transport op bepaalde manieren worden beschermd. Op deze wijze worden het product Niet blootgesteld aan natuurverschijnsen zoals regen en sneeuw. - Controller de geldende verkeersregels voordat u het product op openbare wegen vervoert.
- Controller tijdens transport regelmatig of het product nog goed is gezekerd op het transportvoertuig.
Het product een hellingbaan op en af\ laten gaan

WAARSCHUWING: Wees zeer voorzichtig wonneer u het product een hellingbaan op en af的那一 gaan. Het product is zwaar en er bestaat gevaar voor letsel als het product te valt of te snel beweegt.

WAARSCHUWING: Loop of sta Niet onder het product. Blij Niet in het werkgebied van het product staan. Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina 524.

WAARSCHUWING: Beweeg het product Niet op een helling omhoog of omlaag wanner de accu's van de afstandsbediening bijna leeg+zijn. Er kan zich plotseling een stroomstoring voordoen.
- Controller of de hellingbaan Niet beschadigd is en de juiste afmetingen heeft voor het product.
Zorg ervoor dat er geen olie of vuil op de hellingbaan aanwezig is.
Zorg ervoor dat de hellingbaan juist is bevestigd aan het transportvoertuig en de grond. - Zorg ervoor dat het transportvoertuig Niet kan bewegen wanner u het product omhoog en omlaag beweegt op de hellingbaan.
Het product (DXR 95, DXR 145) hijsen

WAARSCHUWING: De
hijsinrichting moet de juiste specificatie hebben om het product veilig te bijsen. Het typeplaatje op het product geeft het gewicht van het product aan. Zie Productplaatje (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 521.

WAARSCHUWING: Loop nooit
onder een opgeheven product door en blij
er Niet onder of in de buurt staan. Houd
omstandersuit de buurt van het werkgebied.
Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina
524.

WAARSCHUWING: Hef een beschadigd product nicht. Controleer of de hijsogen correct+zijn aangebracht en nicht beschadigd zich.
- Klap het armsysteme in voordat u het product hijst.
- Bevestig de hijsuitrusting aan de hjsogen op het product.

Het product hijsen (DXR 275, DXR 305, DXR 315)

WAARSCHUWING: De
hijsinrichting moet de juiste specificatie
hebben om het product veilig te hijsen. Het typeplaatje op het product geeft het gewicht van het product aan. Zie Productplaatje (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 521.

WAARSCHUWING: Loop nooit
onder een opgeheven product door en blij
er nicht onder of in de buurt staan. Houd
omstandersuit de buurt van het werkgebied.
Zie Veiligheid van het werkgebied op pagina
524

WAARSCHUWING: Hef een beschadigd product nicht. Controller of de hijsogen correct+zijn aangebracht en nicht beschadigd zich.
- Klap het armsysteme in voordat u het product hijst.
- Bevestig de hijsuitrusting aan de hjsogen op het product.

Het product aan een transportvoertuig bevestigen
Bevestig het productijdens transport om oncevallen en schade aan de apparatuur te voorkomen. Gebruik spanbanden om het product op het transportvoertuig te bevestigen. Gebruik andere spanbanden voor de gereedschappen en overige uitrusting.
- Plaats het product gegen de voorste rand van het transportvoertuig.
- Start het product. Zie Het product starten (DXR 95) op pagina 571 en Het product starten (DXR 145) op pagina 572 en Het product starten (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 573.
- Beweeg het armsystem totdat het op de vloer van het transportvoertuig rust.
- Schakel de zwenkvergrendeling in (DXR 95), die De draaivergrendeling controleren (DXR 95) op pagina 536.
-
Klap de stempelpoten uit. Zie De stempelpoten bedieren op pagina 584. Het product moet op de vloer van het transportvoertuig blijven staan.
-
Stop het product. Zie Het product stoppen (DXR 95) op pagina 584 en Het product stoppen (DXR 145) op pagina 584 en Het product stoppen (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 585.
- Breng 2 spanbanden aan rond het chassis.

a) Leg 1 spanband om de voorkant van het chassis en bevestig de band aan het voertuig.
b) Leg 1 spanband om de achterkant van het chassis en bevestig de band aan het voertuig.
Het product slepen
Sleep het product alleen weg als de positie van het product een gevaar vormt en er geen andere oplossing is. Als het hydraulisch systeme leeg is, is de parkeerrem van de aandrijfmotor ingeschakeld. Als de parkeerrem is ingeschakeld, kann den rupsbanden nicht bewegen.
Trek, indien möglichk, de stempelpoten in.
- Bevestig de sleepuitrusting aan het onderstel van het product.

Maak de ondergrond schoon en vrij van obstakels voordat u het product slept, om de belasting op de sleepuitrusting en de mechanische onderdelen te verminderen.
- Sleep de machine, indien möglich, parallel aan de lengterichting van de rupsbanden.
- Sleep het product alleen overkleine afstanden en met lage snelheid.
- Gebruik alleen goedgekeurde sleepuitrusting. De sleepuitrusting moet in overeenstemming zijn met de specificaties van het product. Zie Technische gegevens op pagina 650.
- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden runaway u het product sleept.
Opslag

OPGELET: Stalling in de buitenlucht kan schade aan het product veroorzaken. Stal het product algijd binnen.
- Verwijder de gereedschappen van het product.
- Klap het armsysteme in.
- Vergrendel de stekker van het product met een vergrendelbare stekker (DXR 95).
- Vergrendel de hoofdschakelaar van het product met een vergrendelbare stekker (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315).
- Bewaar het product en de gereedschappen in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde Personen te verhinderen.
- Zorg ervoor dat gereedschappen zo worden geplaatst dat ze nicht kuren vallen.
- Als gereedschappen op een hoge plek worden gelegd, zorg er dan voor dat ze�当前位置.
- Bewaar de hydraulische koppelingen van de gereedschappen in een ruimte met een minimaal risico op beschadiging.
- Stal het product en de gereedschappen op in een droge en vorstvrijne ruimte.
- Reinig het product en voer een volledige onderhoudsbeurt uit voordat u het product opslaat.
- Bewaar de acculader in een droge en vorstvrijne ruimte.
- Verwijder de accu's uit de afstandsbediening als u de afstandsbediening langer dan 1 week nicht gebruikt.
- Wanner de accu's van de afstandsbediening in opslag zich, dient u het laadniveau op 30% te houden en de accu's in de volgende temperatuurintervallen op te bergen:
a) -20-20 °C voor opslag gedurende minder dan 1aar.
b) -20-40 °C voor opslag gedurende minder dan 3 maanden.
c)-20-50 ^ C voor opslag gedurende minder dan 1 maand.
Afvoeren
Symbolen op het product of op de verpakking van het product given aan dat dit product Niet
verwerkt mag worden als huishoudelijk afval. Het moet worden ingeleverd bij een geschikt inzamelstation voor het terugwinnen van elektrische en elektronische apparatuur.
Haal de stekker van het product uit het stopcontact en verwijder de batterijen uit de afstandsbediening voordat u het product op een geschikt recyclingpunt inlevert. Voor CE-landen要去en de accu's worden gerecycled volgens 2006/66/EC. Vergeet Niet het recyclingpunt op de hoogte te stellen van het feit dat het product een lithium-ionaccu bevat. Lever de batterijen in op een geschicht recyclingpunt.
Als u ervoor zorgt dat dit product goed worden verwerkt, helpt u möglichn negatieve gevolgen voor het milieu en mensen door verkeerd afvalbeheer van dit product gegen te gaan. Neem voor meer informatie over het recyclen van dit product contact op met de gemeente, het afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar u het product hebt gekocht.

Technische gegevens
Technische gegevens
| DXR 95 DXR 145 DXR 275 DXR 305 DXR 315 | |||||
| Algemeen | |||||
| Draaiselheid, omw./min. 6 6 6 6 6 | |||||
| Draaihoek links/rechts, graden 125 360 360 360 | 360 | ||||
| Max. transportsnelheid, km/h/mph 3/1,9 3/1,9 3 | 1,9 3/1,9 3/1,9 | ||||
| Max. helling, graden 30 30 25 25 25 | |||||
| Specificatie extra werklamp | Max. 2 A(48 W, 24VDC) | N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. | |||
| Hydraulisch systeme | |||||
| Volume van hydraulisch systeel, l/gal 26/6,8 40/10 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50 13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 50/13 | 0-32 of 0-8,5 | 0-52 of 0-14 | 0-75 of 0-20 | 0-85 of 0-22,5 | 0-85 of 0-22,5 |
| Standaard druk, bar/psi | 180/2610,7 | 200/2900,7 | 200/2900,7 | 200/2900,7 | 200/2900,7 |
| Verhoogde hoofddruk, bar/psi | 250/3626 | 250/3626 | 250/3626 | 250/3626 | 250/3626 |
| Druk voor spannen rupsbanden en ingetrokken stempelpoten, bar/psi | N.v.t. | 130/1885,5 | 200/2900,7 | 200/2900,7 | 200/2900,7 |
| Druk telescooparm , bar/psi | N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. | 180/2610,7 | |||
| Motor | |||||
| Motorvermogen, kW/Hz | 9,8/50 | 18,5/50 | 24/50 | 27/50 | 27/50 |
| 9,8/60 | 18,5/60 | 24/60 | 27/60 | 27/60 | |
| Toerental, tpm/Hz | 1417/50 | 2885/50 | 1470/50 | 1470/50 | 1470/50 |
| 1700/60 | 3500/60 | 1775/60 | 1775/60 | 1775/60 | |
| Nominale spanning, V/Hz | 380-420/50 | 380-420/50 | 380-420/50 | 380-420/50 | 380-420/50 |
| 440-480/60 | 440-480/60 | 440-480/60 | 440-480/60 | 440-480/60 | |
| Nominale stroom, A/Hz | 16/50 | 32/50 | 46/50 | 52/50 | 52/50 |
| 15/60 | 30/60 | 39/60 | 44/60 | 44/60 | |
| Gewicht | |||||
| Productgewicht met rubberen rupsbanden,zonder gereedschap, kg/lbs | 589/1298,5 | 985/2172 | 1750/3858 | 1960/4320 | 2020/4453 |
| DXR 95 DX | 145 DXR | 275 DXR 305 | DXR 315 | ||
| Productgewicht met stalen rupsbanden, zon- der gereedschap, kg/lbs | N.v.t. 108 | 4/2390 1860 | 4101 2070/45 | 64 2130/4696 | |
| Max. aanbevolen gewicht van gereedschap- pen, kg/lbs33 | 120/265 20 | 0/441 310/68 | 3 310/683 310 | /683 | |
| Afstandsbediening en lader | |
| Specificatie accu/batterij Nominaal 7,2 V, 5100 mAh | |
| Accu | Het product worden geleverd met 2 Li-ion-accu's. |
| Gebruiksduur, h 12 | |
| Laadtijd, h 3 | |
| Signaaloverdracht Overdracht per radiosignaal of kabel. | |
| Radiofrequentiebanden, GHz 2.4 | |
| Max. radiofrequentievermogen overgebracht, dBm 20 | 34 |
| Bereik, m T/m 300 | |
| Afmetingen, mm/inch 400x216x291/15.7x8.5x11.5 | |
| Gewicht, kg/lb 3,25/7,2 | |
| Beschermingsklasse afstandsbediening IP65 | |
| Beschermingsklasse acculader IP21 | |
| Voeding acculader | 12/24 VDC | 110/230 VAC |
| Bedrijfstemperatuur, °C/°F | -20-60 /-4-140 |
| Opslagtemperatuur voor de accu's van de afstandsbediening, °C/°F | Minder dan 1 maand: -20-50/ 4-122Minder dan 3 maanden: -20-40/ 4-104Minder dan 1一年多: -20-20/ 4-68 |
| Opslagtemperatuur voor de afstandsbediening zonder accu's, °C/°F | -40-80/ -40-176 |
| Laadtemperatuur, °C/°F | 10-45/50-113 |
Bedrijfstemperaturen voor koel- en warmtebeschermingsset
Bij verhoogde omgevingstemperaturen要去 de lucht bij het hydraulisch systemen en de motor worden afgekoeld.
De maximumtemperatuur voor de perslucht is 30^ / 86 ^ en de maximale druk is 10 bar/145 psi.
| Omgevingstemperatuur minder dan 40 °C / 104 °F | Omgevingstemperatuur:tussen 40-50 °C / 104-122 °F | Omgevingstemperatuur:tussen 50-55°C / 122-131°F | |||
| Standaard | De lucht hoeft nicht te worden afgekoeld. | N.v.t. | N.v.t. | ||
| Cylinderbe-schermingen en extra hy-draulische functie. | De lucht hoeft nicht te worden afgekoeld. | N.v.t. | N.v.t. | ||
| Omgevingstemperatuur minder dan 40 °C / 104 °F | Omgevingstemperatuur tussen 40-50 °C / 104-122 °F | Omgevingstemperatuur tussen 50-55°C / 122-131°F | |||
| Koelset. | De lucht hoeft nicht te worden afgekoeld. | Druk, bar/psi 6 | 87 Druk, bar/psi | 8/116 (DXR 145)10/145 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) | |
| Debiet, l/min of cu ft/min | 600/21 (DXR 145)1350/47,7 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) | Debiet, l/min of cu ft/min | 750/26,5 (DXR 145)1650/58,3 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) | ||
| Warmtebe-schermings-set. | De lucht hoeft nicht te worden afgekoeld. | Druk, bar/psi 6 | 87 Druk, bar/psi | 8/116 (DXR 145)10/145 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) | |
| Debiet, l/min of cu ft/min | 950/33,5 (DXR 145)1700/60 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) | Debiet, l/min of cu ft/min | 1200/42,4 (DXR 145)2100/74,2 (DXR 275, DXR 305, DXR 315) | ||
Het geluidsniveau voor Set 2 en 3 is 115 dB.
Hydrauliekolie
Raadpleeg de fabrikant van het product voordat u een type hydrauliekolie gebruikt die Niet in deze handleiding worden vermeld. De kwaliteit van de hydrauliekolie die met het product is meegeleverd staat op het label op het product vermeld.

OPGELET: Wanner u verschillende soorten hydrauliekolie door elkaar gebruikt, kan het product beschadigd raken. Controller de kwaliteit van de hydrauliekolie in het hydraulisch system voordat u hydrauliekolie bijvult.
| Hydrauliekolie Type | Type Product | Min. starttempe- ratuur, °C/°F | Max. tempera- tuur, °C/°F | Ideale bedrijs- temperatuur, °C/°F | |
| Fuchs PLANTO- HYD SE 46 | Biologisch af- breekbare hy- draulische vloei- stof op basis van synthetische es- ters (HEES). | DXR 95, DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 | \( - {20}/ - 4\;{90}/{194} \) | 40-70/104-158 | |
| QUINTOLUBRIC 888 | Brandwerende hydraulische olie. | DXR 275, DXR 305, DXR 315 | \( - {17}/1,4\;{75}/16 \) | 7 40-75/104-167 |
Smeermiddelen
| Onderdeel Beoordeling Standaard | ||
| Tandwielkastolie zwenkmotor (DXR 275, DXR 305, DXR 315) | SAE 80W-90 API GL | 5 |
| Tandwielkastolie aandrijfmotor (DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315) | SAE 80W-90 API GL | 5 |
| Alle smeerpunten met smeernippels NLGI 2 N.v.t. | ||
| Vetpomp van de sloophamer Beitelpasta (NLGI 2) N.v.t. |
Vooraf ingestelde waarden
| Beschrijving | Temperatuur, °C/°F |
| Olietemperatuur te hoog 90/194 | 36 |
| Olietemperatuur te laag 0/32 | 37 |









| Positie | Gereedschap Product Gebruik | ||||
| 1 | Standaardgraafbak, 45 I DXR 95 | Om materiaal af te graven en te verplaatsen. | |||
| Standaardgraafbak, 55 I DXR 145 | |||||
| Standaardgraafbak, 85 I DXR 275 | DXR 305, DXR 315 | ||||
| Positie Geer | eedschap Product Gebruik | ||||
| 2 | Smalle graafbak, 30 l DXR 95 | Voor het makeen van nauwe loop-graven voor leidingen en om ma-teriaal te verplaatsen. | |||
| Smalle graafbak, 40 l | DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 | ||||
| 3 Brede graafbak, 45 l DXR 95 Om große hoeveelheden materi- | aal af te graven en verplaatsen. | ||||
| Brede graafbak, 60 l DXR 145 | |||||
| Brede graafbak, 105 l DXR 275, DXR 305, DXR 315 | |||||
| 4 | Sloophamer, SB 52 DXR 95 | Om materiaal te slopen. | |||
| Sloophamer, SB 102 DXR 95 | |||||
| Sloophamer, SB 152 DXR 145 | |||||
| Sloophamer, SB 202 DXR 275, DXR 305, DXR 315 | |||||
| Sloophamer, SB 302 DXR 305 | |||||
| 5 | Betonvergruizer, DCR 90 DXR 95 | Om materiaal te vergruizen en snijden. | |||
| Betonvergruizer, DCR 100 DXR 145 | |||||
| Betonvergruizer, DCR 300 DXR 275, DXR 305, DXR 315 | |||||
| Betonvergruizer, DCR 500 DXR 275, DXR 305, DXR 315 | |||||
| 6 Staalschaar, DSS 200 | DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 | Om metalen voorwerpen te snijden. | |||
| Let op: De extra hydraulische functie moet op het product worden geinstalleerd om de staalschaar te draaien. Zie Extra hydraulische functie (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 544. | |||||
| 7 | Sorteergrijper, MG 100 DXR 145 Om bakstenen en houten muren | te slopen en materiaal te sorteren en laden. | |||
| Sorteergrijper, MG 200 DXR 275, DXR 305, DXR 315 | Let op: De extra hydraulische functie moet op het product worden geinstalleerd om de sorteerrijper te draaien. Zie Extra hydraulische functie (DXR 275, DXR 305, DXR 315) op pagina 544. | ||||
| Positie Gereedschap Product Gebruik | |||||
| 8 | Trommelfrees, ER 40 DXR 95 | Om te slopen en af te graven met molenfunctie. | |||
| Trommelfrees, ER 50 | DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 | Let op: Er要去 een gereed-schapsaftapset worden geinstal-leerd op het product vanwege in-terne olielekkage in de trommel-frees. De gereedschapsaftapset hebelt een filter (A) in de adapter tussen de buis en de snelkoppe-ling. | |||
| 9 Patchplanner, EX 20 DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 | Om te slopen en af te graven met molenfunctie en handmatige nauwkeurige diepteregeling. | ||||
| Let op: Er要去 een gereed-schapsaftapset worden geinstal-leerd op het product vanwege in-terne olielekkage in de trommel-frees. De gereedschapsaftapset hebelt een filter (A) in de adapter tussen de buis en de snelkoppe-ling. | |||||
Stofverminderingsgegevens
Volg de aanbeveling voor watertoevoer in de onderstaande tabel. Gebruik een kraan of een externe pomp.
| Gereedschap | |||||||||||
| Breker Betonvergruizer Trommelfree | DcR 90 | DCR 100 | DCR 300 | ER 40 | ER 50 EX | Patch-planer | |||||
| SB 52 | SB 102 | SB 152 | SB 202 | SB 302 | |||||||
| Aanbevolen wa-terdruk, bar/PSI | 4,0/58,0 2,0/29,0 2,0/29,0 | ||||||||||
| Waterverbruik bij 4 bar/58 psi,l/min/gpm | ≤5,0/≤1,3 | <9,0/≤2,4 | 6,5/1,7 7,9/2,1 | ||||||||
| Waterdruk, bar/psi38 | 3,0/43,5 1,0/14,5 1,5/21,8 | ||||||||||
Richtwaarden voor aansluiting op een wandcontactdoos
De wandcontactdoos要去dezelfde stroomsterkte hebben als de verlengkabel en de elektrische aansluiting op het product.
De ingangsspanning moet binnen het bereik +/- 10% van de nominale spanning liggen.
Afhankelijk van de zekering en de netvoeding hebt u möglichk een kortere kabel nodig. Sreek met de person die verantwoordelijk is voor de werkplek.
DXR 95: Motor 9,8 kW
| Nominaal van voedingsbron, V | Kabelopper-vlakte, AWG/mm2 | Startstroom, A | Frequentie, Hz | Uitgangsver-mogen motor, kW | Instellen van warmte-over-belastingsre-lais, A | Max. kabel-lenge m/ft |
| 400 | 12/4 | 52 50 | 9,8 | 18 | 125/410 | |
| 14/2,5 80/2 | ||||||
| 460 | 12/4 | 48 60 16 | 165/540 | |||
| 14/2,5 105/4 |
DXR 145: Motor 18,5 kW
| Nominaal van voedingsbron, V | Kabelopper-vlakte, AWG/mm2 | Startstroom, A | Frequentie, Hz | Uitgangsver-mogen motor, kW | Instellen van warmte-over-belastingsre-lais, A | Max. kabel-lengthe m/ft |
| 400 | 6/16 | 74 | 50 | 18,5 | 27,0 | 285/935 |
| 8/10 175/5 | 28 | |||||
| 10/6 100/3 | 75 | |||||
| 460 | 6/16 | 15 | 60 22,0 | 349/1145 | ||
| 8/10 218/7 | ||||||
| 10/6 130/4 | 27 |
DXR 275: Motor 24 kW
| Nominale spanning van stroombron, V | Kabelopper-vlakte, AWG/mm2 | Startstroom, A | Frequentie, Hz | Uitgangsver-mogen motor, kW | Instellen van warmte-over-belastingsre-lais, A | Max. kabel-lengthe m/ft |
| 400 | 5/16 | 99 | 50 | 24 | 35 | 555/1821 |
| 7/10 345/1 | ||||||
| 460 | 5/16 | 60 34 | 570/1870 | |||
| 7/10 355/1 |
DXR 305, DXR 315: Motor 27 kW
| Nominale spanning van stroombron, V | Kabelopper- vlakte, AWG/mm2 | Startstroom, A | Frequentie, Hz | Uitgangsver- mogen motor, kW | Instellen van warmte-over- belastingsre- lais, A | Max. kabel- lengte m/ft |
| 400 | 5/16 | 99 | 50 | 27 | 41 | 473/1552 |
| 7/10 296/9 | ||||||
| 460 | 5/16 | 60 39 | 498/1634 | |||
| 7/10 311/1 | 020 |
Geluidsemissies
| DXR 95 | DXR 145 DXR | 275 DXR 305 DXR 315 | ||
| Geluidsvermogenniveauzonder gereedschap, ge-meten dB(A) | 91 92 92 | 92 92 | ||
| Geluidsvermogenniveauzonder gereedschap, ge-garandeerd \(L_{W}A\) dB (\(A\))40 | 94 95 95 | 95 95 | ||
| Voor het geluidsvermogensniveau met gereedschap要去 bedieningshandleiding van het gereedschap wordengeraadpleegd. | ||||
Verklaring inzake geluidsemissies
Deze aangegeven waarden zijn verkreten doormiddel van typeonderzoek in een laboratorium in overeenstemming met de genoemde richtlijn of normen en zich geschikt voor vergelijkking met aangegeven waarden van andere producten die volgensdezelfdrechtlijk of normen zich getest. Deze aangegeven waarden zich nicht geschikt voor gebruik ten behoeve
van risicoanalyses. Waarden die worden gemeten op afzonderlijke werkplekken,{kunnen hoger zich. De werkelijkkeblootstellingswaarden en het risico op letsel dat een individuele gebruiker ondervindt,zem uniek en zich afhankelijk van de manier waarop de gebruiker werkt, het materiaal waar voor het product gebruikt wordt,deblootstellingsstijd en de fysiieke toestand van de gebruiker en de toestand van het product.


| DXR 95 DXR 145 DXR 275 | DXR 305 DXR 315 | |||||
| A Bredte zonder rupsbandver-breders, mm/inch. | 600/23,6 77 | 1/28 780/30,7 | 7 | 80/30,7 780/30 | 7 | |
| B Breedte met rupsbandverbreds, mm/inch. | N.v.t. N.v.t. | 1110/43,7 1110/43,7 1110/43,7 | ||||
| C Grondcontact met uitgeschoven stempelpoten, mm/inch. | 1132/44,5 1548/61 1993/78,5 1993/78,5 1993/78,5 | |||||
| D Breedte met uitgeschoven stempelpoten, mm/inch. | N.v.t. 1625/64 2066/81,3 2066/81,3 2066/81,3 | |||||
| O Lengte zonder armsystemeum 1368/53,8 1555/61,2 2057/81 2057/81 | ||||||
| F Afstandussen uitgeschoven stempelpoten, mm/inch. | 1332/52,4 1614/63,5 2079/81,9 2079/81,9 | |||||
| G Lengte met armsystem, mm/inch. | 1510/59,4 1932/76,1 2442/96,1 2591/102 2827/111,3 | |||||
| H Hoogte ingetrokken stempel-poten en zonder armsystem, mm/inch. | 844/33,2 854/33,6 1035/40,7 1035/40,7 1035/40,7 | |||||
| I Hoogte met ingeklapt armsystemen ingetrokken stemp-poten, mm/inch. | 887/34,9 1215/47,8 1367/53,8 1367/53,8 1485/58,5 | |||||
| J Hoogte met ingeklapt armsystemen uitgeschoven stempelpoten, mm/inch. | 922/36,2 1283/50,5 1509/59,4 1509/59,4 1627/64,1 | |||||
| K Hoogteussen rupsband en uitgeschoven stempelpoot, mm/inch. | 35/1,3 68/2,7 141/5,6 141/5,6 141/5,6 | |||||
| L Productdiameter met rups-bandverbreds, mm/inch. | N.v.t. N.v.t. | 1598/62,9 1598/62,9 1680/66,1 | ||||
| M Productdiameter zonder rupsbandverbreds, mm/inch. | 998/39,2 1343/52,9 1489/58,6 1489/58,6 1576/62 | |||||
| N Breedte wonneer u de stem-pelpoten uitschuift, mm/inch. | 1280/50,3 1770/69,7 2238/88,1 2238/88,1 2238/88,1 | |||||

| DXR 95 DXR 14 | 5 DXR 275 | DXR 305 DXR 315 | ||||||
| SB52 SB | 102 SB152 | SB202 SB202 | SB302 SB202 | |||||
| A Max. | x. bereik vooruitvoor armsystem, mm/inch. | 2578/101,4 | 2676/105,3 | 3751/147,7 | 4513/177,7 | 4898/192,8 | 5128/201,9 | 5212/205,2 |
| DXR 95 DXR 145 DXR 275 | DXR 305 DXR 315 | |||||||
| B Max. | graafdiepte met graafbak, mm/inch. | 807/31,7 | N.v.t. 1252/4 | 9,3 1435/56, | 5 1818/71,6 | 1818/71,6 2 | 29/83,8 | |
| C Max. | diepte met sloop-hamer, mm/inch. | 1010/39,7 | 1108/43,6 | 1879/74 2016 | 79,4 2398/9 | 4,4 | 2628/103,5 | 2708/106,6 |
| D Max. | bereik omhoog voor armsystem, mm/inch. | 3071/120,9 | 3167/124,6 | 4421/174,1 | 4879/191,7 | 5261/207,1 | 5491/216,2 | 5579/219,6 |
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, tel. +46 36 146500, verklaren onder once alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Slooprobot | |
| Merk HUSQVARNA | |
| Type/model DXR 95, DXR 145, DXR 275, DXR 305, DXR 315 | |
| Identificatie Serienummers vanaf 2023 en verder | |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlij/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EC "beteffende machines" | |
| 2014/53/EU "beteffende radioapparatuur" | |
| 2000/14/EC "beteffende geluid buitenshuis" |
en dat de volgende normen en/of technische specificaties zichtoegepast:
EN ISO 12100:2010
EN ISO 13849-1:2015
EN 60204-1:2018
EN 61000-6-2:2019
EN 61000-6-4:2019
ETSI EN 300 328 V2.2.2
ETSI EN 301 489-1 V2.2.3
ETSI EN 301 489-17 V3.2.4
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk
Maskinprovning AB, Box 4035, SE-904 03 Umeå, Sweden is gecertificerd conform 2000/14/EC van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI.
Voor informatatie over geluidsemissies, die Technische gegevens op pagina 650
Partille, 2023-06-16

Fredrik Linnell
Verantwoordelijk voor technische documentatione

Open bron
Licenties van derden
Voor vragen
Schriftelijke offerte voor broncode gedekt door GPL en LGPL.
InGeVallenwaarin specifiekic licentievoorwaarden urechtgeven op de broncode,verstrektHusqvarna op schriftelijk verzoekde toepasselijke broncode,voor zover die licentievoorwaarden dit toelaten.Vragen kunt u zichrichten tot Husqvarna AB,Box 7454,SE-10392 Stockholm.
ICU 52.1
Hierbij worden teestemming verleend aan eenieder die een kopie van deze software en bijbehorende documentatiebestanden (de "Software") bemachtigt om+zonder beperking in de Software te handelen, met inbegrip van, maar Niet beperkt tot, de rechten om de Software te gebruiken, kopieren, wijzigen, samenvoegen, publiceren, distribuieren en/of verkopen van kopieen van de Software, en om Personen aan wie de Software wordt geleverd daartoe toe te staan, op voorwaarde dat de bovenstaande copyrightkennisgeving(en) en deze kennisgeving van toestemming in alle exemplaren van de Software worden opgenomen en dat zowel de bovenstaande copyrightkennisgeving(en) als deze kennisgeving van toestemming in de ondersteunende documentatie worden opgenomen.
Copyright © 1991-2013 Unicode, Inc. Alle rechten voorbehouden. Gedistribuèerd onder de gebruiksvoorwaarden in http://www.unicode.org/ copyright.html.
Hierbij worden gratitude toestemming verleend aan eenieder die een kopie van de Unicode-gegevensbestanden en bijbehorende documentationatie (de "Gegevensbestanden") of Unicode-software en bijbehorende documentationatie (de "Software") bemachtigt om zonder beperking te handelen in de Gegevensbestanden of Software, met inbegrip van, maar Niet berekrt tot, de rechten om te gebruiken, kopiieren, wijzigen, samenvoegen, publiceren, distribuieren en/of verkopen van kopieen van de Gegevensbestanden of Software, en Personen aan wie de Gegevensbestanden of Software worden geleverd daartoe toestaan, mits (a) de bovenstaande copyrightkennisgeving(en) en deze kennisgeving van toestemming worden opgenomen in alle kopieen van de Gegevensbestanden of Software, (b) zowel de bovenstaande copyrightkennisgeving(en) als deze kennisgeving van toestemming worden opgenomen in de bijbehorende documentationatie, en (c) in elk gewijzigd Gegevensbestand of in de Software en in de documentationatie die is gekoppeld aan het/de
Gegevensbestand(en) of de Software, wordenduidelijk vermeld dat de gegevens of software zijn gewijzigd.
Fontconfig 2.11
Toestemming om deze software en de bijbehorende documentation voor enig doel te gebruiken, kopieren, wijzigen, distribueren en verkopen worden hierbij gratis verleend, op voorwaarde dat de bovenstaande copyrightkennisgeving in alle kopieën worden opgenomen en dat zowel deze copyrightkennisgeving als deze toestemming in de ondersteunende documentation worden opgenomen, en dat de naam van de,auteur(s)zonder specifieke, schriftelijkke voorafgaande toestemming Niet worden gebruikt bij reclame of het adverteren met betrekking tot de distributie van de software. De auteurs doen geen uitspraken over de geschiktheid van deze software voor welk doel dan ook. Deze worden geleverd "as-is"zonder uitdrukkelijke of impliciete garantie.
Husqvarna
www.husqvarnaconstruction.com
Originele instructies
SimpelGids