TC 238T - Tractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TC 238T HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Producttype | Tuintractor |
| Merk | HUSQVARNA |
| Model | TC 238T |
| Motortype | 4-takt benzinemotor |
| Motorvermogen | 16,5 kW (22,4 pk) |
| Maaibreedte | 97 cm |
| Transmissietype | Hydrostatische transmissie |
| Brandstoftankinhoud | 6,5 liter |
| Gewicht | 250 kg |
| Aanbevolen gebruik | Grasmaaien en tuinonderhoud |
| Onderhoud | Regelmatige olieverversing, luchtfilterreiniging, messen slijpen |
| Veiligheidsmaatregelen | Draag een veiligheidsbril, niet gebruiken bij regen, volg de instructies in de handleiding |
| Compatibele accessoires | Aanhanger, mulchset, sneeuwbezem |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - TC 238T HUSQVARNA
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TC 238T - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TC 238T van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING TC 238T HUSQVARNA
Motor: Transmissie: Productbeschrijving Dit is een zitmaaier waarbij het maaidek is aangebracht tussen de voor- en achteras. Hij is uitgerust met een viertaktbenzinemotor. Optionele accessoires:
- Mulchplug Gebruik Deze machine mag alleen worden gebruikt voor het maaien van gras in privétuinen en op privéhellingen van maximaal 15°. De machine mag niet worden gebruikt in openbare parken, op sportvelden, in de landbouw of in de bosbouw. Gebruik het product uitsluitend met accessoires die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Ieder ander gebruik van de machine is onjuist gebruik. Hierdoor komt uw garantie te vervallen en is de fabrikant niet verantwoordelijk voor schade aan de gebruiker of derden. Zie de plaatselijke richtlijnen voor het gebruik van gazonmaaiers. Ondersteuning/Help Als u hulp nodig hebt of vragen hebt over de toepassing, bediening, onderhoud of onderdelen van uw product:
4. Koppelingshendel van het opzetstuk
8. Pedaal voor vooruitrijden
9. Pedaal voor achteruitrijden
10. Hefhendel van het opzetstuk
Symbolen op het product Waarschuwing! Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. VOORZICHTIG: Onjuist gebruik kan leiden tot schade aan het product of persoonlijke eigendommen. Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken. Achteruit. Neutraal. Hoog. Laag. 2010 - 004 - 14.07.2023 91Startpositie voor koud weer. Snel. Langzaam. Choke. Contactschakelaar. Motor uit. Motor starten. Motor aan. Rem- en koppelingspedaal.
Parkeerrem. Parkeerrem ingeschakeld. Parkeerrem uitgeschakeld. Maaihoogte. Maaidek omhoog zetten. Reverse Operation System (ROS). Achteruit. Vooruit. Verlichting aan. Brandstof. Oliedruk. Accu. Gehoorbescherming aanbevolen. De messen zijn uitgeschakeld. De messen zijn ingeschakeld. Risico op koolmonoxidevergiftiging. Pas op voor wegschietende voorwerpen. 92 2010 - 004 - 14.07.2023Houd omstanders uit de buurt. Het symbool voor vuur duidt op een risico dat, indien niet in acht genomen, kan leiden tot overlijden, ernstig letsel en/of schade. Geluidsvermogenniveau. Het product voldoet aan de geldende EG-richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende VK-regelgeving. Houd handen en voeten uit de buurt van dit ge- deelte. Gebruik het product niet op hellingen van meer dan 15°. Warme oppervlakken. Niet aanraken. Bekneld raken van han- den. Belasting trekstang. Gebruik het product niet zonder een grasopvangbak of een uitworp. Vrijloop (alleen modellen met automatische transmissie). Urenteller De urenteller toont hoeveel uur de motor in bedrijf is geweest. Zie Productoverzicht op pagina 91 voor de locatie van de urenteller. Elke 50 uur wordt een oliepeilsymbool gedurende 2 uur weergegeven. Zie Smeerschema op pagina 112
Om de urenteller handmatig terug te stellen, draait u de contactsleutel 5 keer naar de stand "ON" (aan) en vervolgens naar de stand "STOP". Let op: De urenteller stopt alleen wanneer de contactsleutel in de stand "STOP" staat. Zorg ervoor dat de contactsleutel in de stand "STOP" blijft staan wanneer de motor is gestopt. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. 2010 - 004 - 14.07.2023 93Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Veilige bedieningspraktijken voor maaiers met meerijdende bediener WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten amputeren en voorwerpen wegslingeren. Het niet naleven van de volgende veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstige ongelukken of de dood. WAARSCHUWING: Haal altijd de bougiekabel los en leg de kabel op een plek waar deze niet in contact kan komen met de bougie. Doe dit om het per ongeluk starten van de motor te voorkomen tijdens instel-, aanpassings- of reparatiewerkzaamheden of tijdens het vervoer. WAARSCHUWING: Rijd niet in de neutrale stand een helling af; u kunt de controle over de tractor verliezen. WAARSCHUWING: Trek alleen opzetstukken die worden aanbevolen door en voldoen aan de specificaties van de fabrikant van uw tractor. Gebruik uw gezonde verstand bij het trekken. Werk op hellingen alleen met het laagst mogelijke toerental. Als u een te zware last trekt op een helling kan dit gevaar opleveren. Banden kunnen dan de grip op de grond verliezen, waardoor u de controle over uw tractor verliest. WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van de motor, sommige bestanddelen daarin en bepaalde voertuigonderdelen kunnen chemicaliën bevatten of uitstoten waarvan door de Staat van Californië wordt aangenomen dat ze kanker, geboorteafwijkingen en andere beschadigingen van het voortplantingssysteem veroorzaken.
DEZE APPARATUUR. De American Academy of Pediatrics adviseert dat kinderen minimaal 12 jaar moeten zijn voordat ze een lopend bediende gazonmaaier mogen gebruiken en minimaal 16 jaar moeten zijn voordat ze een rijdende gazonmaaier mogen gebruiken. WAARSCHUWING: KINDEREN
APPARATUUR. Lees de onderstaande veiligheidsinstructies zorgvuldig en volg deze op. Er kunnen ernstige ongelukken gebeuren als de gebruiker de aanwezigheid van kinderen niet opmerkt. Kinderen vinden machines en maaien vaak interessant. Ga er nooit van uit dat kinderen op de plek blijven waar u ze voor het laatst hebt gezien.
- Houd kinderen uit het maaigebied en onder toezicht van een verantwoordelijke volwassene (niet de gebruiker zelf).
- Wees alert en schakel de machine uit als kinderen het (maai)gebied betreden.
- Kijk achter u en omlaag of er kleine kinderen in de buurt zijn vóór en tijdens het achteruitrijden.
- Vervoer nooit kinderen op de machine, ook niet als de bladen zijn uitgeschakeld. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of de veilige werking van de machine verstoren. Kinderen die in het verleden op de machine hebben meegereden kunnen plotseling in het maaigebied opduiken omdat ze nog een keer willen meerijden en onder de machine terechtkomen bij achteruitrijden.
- Laat de machine nooit door kinderen bedienen.
2010 - 004 - 14.07.2023• Wees extra voorzichtig als u een blinde hoek, struiken, bomen of andere voorwerpen nadert die het zicht op kinderen kunnen belemmeren.
II. ALGEMENE BEDIENING
- Zorg dat u alle instructies op de machine en in de handleiding hebt gelezen, begrepen en opgevolgd.
- Plaats uw handen of voeten niet bij draaiende delen of onder de machine. Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
- De machine mag alleen worden gebruikt door verantwoordelijke volwassenen die bekend zijn met de instructies.
- Haal voorwerpen, zoals stenen, speelgoed en draad, uit de buurt, omdat deze door de bladen kunnen worden opgepakt en gelanceerd.
- Zorg dat er geen omstanders in het gebied aanwezig zijn voordat u begint. Stop de machine als iemand dichterbij komt.
- Vervoer nooit passagiers op de machine.
- Maai niet achteruit, tenzij het absoluut nodig is. Kijk altijd omlaag en achter u vóór en tijdens het achteruitrijden.
- Richt afgevoerd materiaal nooit op personen. Voer materiaal niet af tegen een muur of obstakel. Materiaal kan terug naar de gebruiker worden gelanceerd. Stop de bladen als u over stukken met grind rijdt.
- Bedien de machine niet zonder de volledige grasopvangbak, uitworptrechter of zonder dat andere veiligheidsinrichtingen op hun plaats zitten en werken.
- Ga langzamer rijden voordat u een bocht neemt.
- Laat de machine nooit onbeheerd achter terwijl de motor draait. Schakel altijd de messen uit, schakel de parkeerrem in en zet de motor uit voordat u van de machine stapt.
- Schakel de bladen uit als er niet wordt gemaaid. Schakel de motor uit en wacht tot alle onderdelen volledig stilstaan voordat u de machine schoon maakt, de grasopvangbak verwijdert of de uitworptrechter schoon maakt.
- Bedien de machine alleen bij daglicht of voldoende kunstmatig licht.
- Bedien de machine niet wanneer u onder invloed van alcohol of drugs bent.
- Let op het verkeer als u nabij wegen rijdt of deze kruist.
- Wees extra voorzichtig als u de machine op een aanhanger of vrachtwagen laadt of lost.
- Draag altijd oogbescherming bij het bedienen van de machine.
- Gebruik gehoorbescherming om een gehoorbeschadiging te voorkomen.
- Statistieken geven aan dat bedieners die 60 jaar en ouder zijn, vaker betrokken zijn bij maaimachinegerelateerde ongelukken. Deze gebruikers moeten beoordelen of ze beschikken over voldoende vermogen om de zitmaaier veilig genoeg te bedienen, om henzelf en anderen tegen ernstig letsel te beschermen.
- Volg de aanbevelingen van de fabrikant voor wielverzwaarders of contragewichten.
- Houd de machine vrij van gras, bladeren of ander vuil dat zich kan ophopen en de hete uitlaat of motoronderdelen kan raken en vlam kan vatten. Ploeg niet door bladeren of ander vuil om deze ophoping te voorkomen. Verwijder gemorste olie of brandstof voordat u de machine bedient of opslaat. Laat de machine afkoelen voordat u hem opslaat. Veiligheidsinstructies voor bediening Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.
- Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. 2010 - 004 - 14.07.2023 95• Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neemt u contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of beschadigd zijn. De dodemanshandgreep (OPC) controleren WAARSCHUWING: Gebruik het product niet met een dodemansregeling (OPC) die niet correct werkt. Als de OPC niet correct werkt, moet u deze onmiddellijk repareren. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.
- Controleer of de motor pas kan starten als het rempedaal volledig is ingetrapt en het maaidek is ontkoppeld.
- Controleer of de motor stopt wanneer de gebruiker opstaat uit de stoel als de parkeerrem is ingeschakeld.
- Controleer of de motor stopt wanneer de gebruiker opstaat uit de stoel wanneer het maaidek is ingeschakeld.
- Controleer of de koppelingshendel voor het maaidek niet kan werken wanneer de bestuurder niet op de stoel zit. Het Reverse Operating System (ROS) controleren Als het Reverse Operating System (ROS) niet correct werkt, repareer dan het product onmiddellijk. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.
1. Start het product. Zie
2. Schakel het maaidek in. Zie
Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 108
achteruit te rijden met de contactsleutel in de stand "ON" (aan) (A).
4. Start het product en schakel het maaidek
5. Draai de contactschakelaar met ROS
geactiveerd naar stand (B).
6. Controleer of de motor niet stopt wanneer
u achteruit rijdt en de contactsleutel is ingeschakeld met ROS geactiveerd. Controleer de remmen WAARSCHUWING: Onderhoud aan de remmen is noodzakelijk als de machine bij de hoogste snelheid in de hoogste versnelling op een vlakke, droge ondergrond meer dan 1,5 m (5 ft) nodig heeft om te stoppen.
1. Parkeer de machine op een vlakke, droge
betonnen of bestrate ondergrond. Trap het rempedaal volledig in en schakel de parkeerrem in.
2. Zet de vrijloopregeling in de stand "Transmissie
uitgeschakeld" om de transmissie uit te schakelen.
3. De achterwielen moeten blokkeren en slippen
als u de machine handmatig vooruit probeert te duwen. Als de achterwielen ronddraaien, moet er onderhoud aan de remmen worden uitgevoerd.
4. Neem contact op met een erkend
servicecentrum. Parkeerrem WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig. Zie Controleer de remmen op pagina 96
Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. WAARSCHUWING:
uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. 96 2010 - 004 - 14.07.2023Geluiddemper controleren
- Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. Gras maaien op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 15°. >15°
- Start of stop niet op een helling.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt.
- Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Brandstof is brandbaar en de dampen zijn explosief. Wees voorzichtig met brandstof om letsel, brand en explosies te voorkomen.
- Adem geen brandstofdampen in. De brandstofdampen zijn giftig en kunnen letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Vul binnenshuis geen brandstof bij. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of koolmonoxidevergiftiging.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Brandstof op uw huid kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw huid terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Vul de brandstoftank niet volledig. Door hitte zet de brandstof uit. Zorg ervoor dat er ruimte overblijft aan de bovenkant van de brandstoftank.
- Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop niet volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Voordat u het product start, moet u het product verplaatsen naar een afstand van minimaal 3 m vanaf het punt waar u hebt getankt.
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof en motorolie en laat het product drogen voordat u de motor start.
- Controleer de motor regelmatig op lekkage. Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Gebruik uw vingers niet om de motor op lekkage te controleren.
- Bewaar brandstof in goedgekeurde containers.
- Wanneer het product en de brandstof worden opgeslagen, moet u ervoor zorgen dat brandstof 2010 - 004 - 14.07.2023 97en brandstofdampen geen schade kunnen veroorzaken.
- Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde container, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van vonken en open vuur. Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoeren op pagina 130
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken. Transportveiligheid
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Transport op pagina 129
Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen. WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 111
- Een elektrische schok kan letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
- Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant.
2010 - 004 - 14.07.2023Montage Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert. Het product uit de verpakking verwijderen
3. Verwijder de zijpanelen en leg deze op een
5. Haal het product uit de doos en zorg ervoor
dat er geen losse onderdelen in de doos blijven zitten. Montagegereedschappen
- Dopsleutelset (optioneel) Losse onderdelen die moeten worden gemonteerd Het product is niet volledig gemonteerd. De onderstaande onderdelen worden los meegeleverd wanneer u het product koopt. Sleutel, 2 stuks Hellingsschema, 1 stuks Zeskantbout, 2 stuks Moeren, 2 stuks Olieaftapslang, 1 stuks Losse onderdelen voor de grasopvangbak Het product is niet volledig gemonteerd. De onderstaande onderdelen worden los meegeleverd wanneer u het product koopt. Klink Hendel max. slag/verlenging Steunbeugels Offsetarm Klinkextensieveer Aanwezigheidshendel grasopvangbak 5/16 x 18 x 1,5" slotbouten 5/16 x 18 borgmoeren Kap voor volledige hendel 2010 - 004 - 14.07.2023 9910-24 x 1/2 bolkopschroef Dwarssteun Hendel grasopvangbak Gaffelpen Klem 3/8 x 16 x 3/4 schroef 10-24 moer Voorframe Spil 3/8 x 16 x 1" moer 3/8 x 16 x 1" slotbouten Grasopvangbak monteren
1. Vouw de zak open en plaats deze met de juiste
van de voorkant van het bovenste frame.
3. Plaats de grasopvangbak aan de zijkant.
4. Druk de uiteinden (B) van het voorframe (C) door
5. Duw de 2 schroeven (A) door de stof (D) en de
OPGELET: Gebruik een maximaal aanhaalmoment van 11 Nm.
7. Duw het voorframe in de klemmen (E) aan de
voorkant van de bodem van de grasopvangbak.
8. Duw de 4 gaffelpennen (F) door de frames en de
2010 - 004 - 14.07.202310. Duw de hendel grasopvangbak (I) door het gat aan de bovenkant van de grasopvangbak.
De beugels van de grasopvangbak installeren
1. Installeer de beugel van de grasopvangbak (A)
en draai de 2 schroeven en de 2 moeren (B) aan. Zorg ervoor dat de bovenste randen van de beugels (C) op één lijn staan.
De beugels van de grasopvangbak aanpassen De positie van de beugels van de grasopvangbak kan worden aangepast.
1. Voer de volgende stappen uit om de verticale
positie van de beugels van de grasopvangbak aan te passen. a) Draai de 4 moeren los. b) Verplaats de beugels naar de correcte positie. c) Draai de 4 moeren volledig vast. d) Zorg ervoor dat er geen opening is tussen de grasopvangbak en het spatbord.
2. Voer de volgende stappen uit om de horizontale
positie van de grasopvangbak aan te passen. 2010 - 004 - 14.07.2023 101a) Meet de afstand (A) tussen het spatbord en de bovenkant van de grasopvangbak.
b) Verwijder de grasopvangbak (B). c) Draai de 2 moeren (C) los. d) Beweeg de grasopvangbak naar de correcte positie. De correcte afstand (A) is ongeveer 0,25 inch (6 mm). e) Draai de 2 moeren volledig vast. De veervergrendelingen voor de grasopvangbak installeren De veervergrendelingen voor de grasopvangbak bevinden zich op de achterplaat, 1 op elke onderste hoek. Let op: Als u de verticale positie van de grasopvangbak aanpast, kan het nodig zijn om de veervergrendelingen voor de grasopvangbak aan te passen.
1. Stop de motor en schakel de parkeerrem in.
2. Verwijder de 4 schroeven van de
in de achterplaat (B).
aansluiten met de sleuven (C) in de achterplaat.
De hendel max. slag/verlenging voor de grasopvangbak installeren en aanpassen
1. Stop de motor en schakel de parkeerrem in.
2. Verwijder de middelste uitworptrechter. Zie
middelste trechter verwijderen en installeren op pagina 118
4. Plaats de kap voor volledige hendel (B) in de
2010 - 004 - 14.07.20235. Duw de hendel (D) door de kap voor volledigehendel en installeer de bout (A).
6. Als het nodig is om de hendel max. slag afte stellen, dient u de volgende stappen uit tevoeren.a) Als het gras zwaar of nat is, verwijdert u debout en zet u de hendel max. slag in devolledig ingeschoven stand. Installeer de boutopnieuw.b) Als het gras licht of droog is, verwijdert ude bout en zet u de hendel max. slag inde volledig uitgeschoven stand. Installeer debout opnieuw. De aanwezigheidshendel voor de grasopvangbak installeren
1. Stop de motor en schakel de parkeerrem in.2. Plaats de aanwezigheidshendel (A) in de sleuvenin de achterplaat.
1. Ga op de stoel zitten.2. Trek de afstelhendel voor de stoel (A) omhoog.
3. Verplaats de stoel totdat deze in een positiestaat waarin u het rem- en koppelingspedaal kuntintrappen.4. Laat de afstelhendel voor de stoel (A) los om destoel in positie te vergrendelen. De accu aansluiten WAARSCHUWING: Risico van elektrische schok. Zorg ervoor dat decontactschakelaar in de stand OFF staaten dat de contactsleutel is verwijderd.De kabelaansluitingen bevinden zich op de plaataan de rechterkant van het product, boven hetachterwiel.1. Zorg ervoor dat de rode kabel (A) stevig aan deelektromagneet van de starter is bevestigd.
2. Zorg ervoor dat de beschermhuls (B) deaansluitklem (C) op de zwarte kabel (D) nietraakt.2010 - 004 - 14.07.2023
1033. Gebruik een ½ inch (13 mm) dopsleutel of moersleutel om de massaschroef (E) en de zwarte kabel (F) te verwijderen.
4. Trek de beschermhuls (G) van de aansluitklem
5. Installeer de aansluitklem op de plaat met de
zeker van te zijn dat geen enkel deel van de beschermhuls de kop van de massaschroef raakt.
8. Indien nodig draait u de massaschroef los,
trekt u de beschermhuls terug en draait u de massaschroef weer vast. De machine van de glijplaat afhalen
1. Zet het maaidek in de hoogste positie. Gebruik
parkeerrem uit te schakelen.
3. Plaats de vrijloopregeling in de stand
"Transmissie uitgeschakeld". Raadpleeg Vervoer, opslag en verwerking op pagina 129
4. Duw de machine naar voren, van de glijplaat af.
5. Verwijder de band die de afscherming van de
deflector tegen het product houdt. Een controle na montage uitvoeren
- Controleer of alle montage-instructies zijn afgewerkt.
- Controleer of er geen losse onderdelen zijn achtergebleven in de verpakking.
- Controleer of de accu is voorbereid en opgeladen.
- Controleer of de bouten van de stoel zijn vastgedraaid en dat de stoel correct is afgesteld.
- Controleer of de banden naar behoren zijn opgepompt.
- Voor het beste maairesultaat moet het maaidek in de breedte en in de lengte zijn uitgebalanceerd. Controleer of de banden correct zijn opgepompt voor een uitgebalanceerd maaidek.
- Controleer het maaidek en de aandrijfriemen goed. Controleer of de riemen correct om de poelies en het binnenste deel van alle riemhouders lopen.
- Bekijk de elektrische bedrading goed. Controleer of alle draden en aansluitingen veilig zijn.
- Zorg ervoor dat de motorolie het juiste peil heeft.
- Zorg ervoor dat de tank is gevuld met het juiste type brandstof.
- Zorg ervoor dat u bekend bent met de locatie en functie van alle bedieningselementen.
- Zorg ervoor dat het remsysteem veilig functioneert.
- Zorg ervoor dat de dodemansregeling (OPC) en het achteruitrijsysteem (ROS) correct werken. Zie De dodemanshandgreep (OPC) controleren op pagina 96
Het Reverse Operating System (ROS) controleren op pagina 96
- Verwijder vóór het eerste gebruik alle lucht uit de transmissie. Zie Lucht uit de transmissie verwijderen op pagina 123
Werking Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het product gebruikt. Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij. Zie Brandstofveiligheid op pagina 97
OPGELET: Gebruik altijd het juiste type brandstof. Een verkeerd type brandstof kan schade aan het product veroorzaken.
- Gebruik benzine van het juiste type. Zie Technische gegevens op pagina 130 . Raadpleeg voor meer informatie over de brandstof de motorhandleiding die door de motorfabrikant is geleverd.
- Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul bij indien nodig.
- Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 2,5 cm ruimte overblijft. 104 2010 - 004 - 14.07.2023Product starten Voordat u het product inschakelt WAARSCHUWING: Voordat u het product gebruikt, moet u de veiligheids- en bedieningsinstructies zorgvuldig lezen en begrijpen.
1. Controleer het motoroliepeil. Zie
Het motoroliepeil controleren op pagina 121
2. Vul de brandstoftank met brandstof. Zie
Brandstof bijvullen op pagina 104
3. Schakel de vrijloopmodus uit. Zie
Het product in de vrijloopmodus zetten op pagina 109
4. Zet de stoel in de werkstand en ga zitten.
5. Schakel de parkeerrem in. Zie
De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 107
6. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Zie
Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina
1. Ga op de stoel zitten.
2. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Zie
Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina
3. Zet het maaidek in de transportstand. Zie
Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 106
5. Houd het rempedaal volledig ingetrapt.
laat de contactsleutel los wanneer de motor start. OPGELET: Laat de startmotor bij het starten niet langer dan 15 seconden per minuut draaien.
8. Als het koud is, laat eerst de motor warm worden
voordat u begint met grasmaaien. Koude motor starten
1. Ga op de stoel zitten.
2. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Zie
Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina
3. Zet het maaidek in de transportstand. Zie
Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 106
5. Houd het rempedaal volledig ingetrapt.
laat de contactsleutel los wanneer de motor start. OPGELET: Laat de startmotor bij het starten niet langer dan 15 seconden per minuut draaien.
8. Als de motor start, zet u de gashendel in de
snelle stand (D) om de motor op te warmen. Als het koud is, duurt het enkele minuten voordat de motor warm is. OPGELET: Als de omgevingstemperatuur lager is dan 4 °C, moet u de motor 1 minuut stationair laten draaien voordat u het product gebruikt. Dit is om de transmissie op te warmen. Zorg ervoor dat het rempedaal volledig is losgelaten. Motor starten als de accu zwak is WAARSCHUWING: Loodzuuraccu's kunnen explosieve gassen genereren. Houd vonken, vuur en rookproducten uit de buurt van accu's. Draag altijd oogbescherming als u in de buurt van accu's werkt. 2010 - 004 - 14.07.2023 105Als de accu zo leeg is dat de motor niet kan wordengestart, moet de accu worden opgeladen.Als de startkabels worden gebruikt om de motorin noodgevallen te starten, volg dan de volgendeprocedures:
1. Sluit de uiteinden van de RODE kabel aan op dePLUSKLEMMEN (+) van beide accu's (B-C).
OPGELET: Let op dat er geen kortsluiting ontstaat tegen hetchassis van de machine.2. Sluit één uiteinde van de ZWARTE kabel aan opde MINKLEM (-) (D) van een volledig opgeladenaccu.3. Sluit het andere uiteinde van de ZWARTE kabel(A) aan op een goede chassismassa, uit de buurtvan de brandstoftank en de accu.4. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassiszodra de zwakke accu volledig is opgeladen.5. Verwijder de ZWARTE kabel van de volledigopgeladen accu.6. Verwijder de RODE kabel van de twee accu's. Startkabels verwijderen Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerdevolgorde van aanbrengen.1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.2. Verwijder de ZWARTE kabel van de volledigopgeladen accu.3. Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's. Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten Het maaidek moet tijdens transport in detransportstand staan.• Om het product in de transportstand te zetten,trekt u de maaihoogtehendel in de richting vande stoel en zet u de hendel in de hoogstemaaihoogtestand.• Stel de juiste maaihoogte in om het product in demaaistand te zetten. Zie Maaihoogte afstellen op pagina 106
Maaihoogte afstellen
- Trek de hefhendel in de richting van de stoel enplaats deze in 1 van de inkepingen voor de juistemaaihoogte. Vooruit- en achteruitrijden De rijrichting en de snelheid worden geregeld doorde pedalen voor vooruit- en achteruitrijden.1. Start de motor.2. Schakel de parkeerrem uit. Zie De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 107
3. Om te gaan rijden, trapt u langzaam het pedaalvoor vooruitrijden (A) of achteruitrijden (B) in.
Let op: De pedalen voor vooruit- en achteruitrijden keren terug naar de neutralepositie wanneer ze niet worden ingetrapt.4. Duw het pedaal voor vooruitrijden of het pedaalvoor achteruitrijden meer in om de snelheid teverhogen. 2010 - 004 - 14.07.2023De parkeerrem in- en uitschakelen
2. Nadat u het rempedaal hebt ingetrapt, trekt u deparkeerremhendel (B) omhoog.3. Laat het rempedaal los.4. Zet de parkeerremhendel los. Let op: Controleer of de parkeerrem het product veilig op zijn plaats houdt.5. Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u hetparkeerrempedaal in. Product stoppen WAARSCHUWING: U moet het product altijd stoppen, de parkeerreminschakelen en de contactsleutelverwijderen voordat u het productachterlaat. OPGELET: Het uitlaatgas van de warme motor kan het gras beschadigen.Om ervoor te zorgen dat het gras nietverbrand raakt, moet u de motor altijduitzetten wanneer u de machine op hetgras stilzet.1. Trap het rempedaal (A) volledig in totdat hetproduct volledig tot stilstand is gekomen.
2. Ontkoppel het maaidek. Zie Het maaidekinschakelen en ontkoppelen op pagina 108
3. Zet de gashendel in de langzame stand en laatde motor enkele minuten stationair draaien.4. Zet het maaidek in de transportstand. Zie Het maaidek in de transportstand of maaistandzetten op pagina 106
5. Draai de contactsleutel naar de stand "STOP" enverwijder de contactsleutel uit het contact.
De gashendel gebruiken De gashendel past het motortoerental en derotatiesnelheid van de bladen in het maaidek aan.
- Zet de gashendel in de chokestand (A) wanneeru een koude motor start. Zie Koude motor startenop pagina 105
- Zet de gashendel in de snelle stand (B) om demotor op volle snelheid te laten draaien. Houdde gashendel altijd in de snelle stand wanneer ugras maait.• Zet de gashendel in de langzame stand (C) omde motor stationair te laten draaien. De koplamp gebruiken
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om dekoplamp in te schakelen.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om dekoplamp uit te schakelen.2010 - 004 - 14.07.2023 107Het maaidek inschakelen en ontkoppelen WAARSCHUWING: Gebruik het maaidek alleen als er een deflector of grasopvangbak op de grasuitworp is gemonteerd. Het product heeft een dodemansregeling (OPC). Wanneer u de stoel verlaat terwijl de motor en het maaidek zijn ingeschakeld, stopt de motor. Blijf in het midden van de stoel zitten om ervoor te zorgen dat de motor correct werkt en op ruig terrein of heuvels niet stopt.
1. Selecteer de juiste maaihoogte. Zie
Maaihoogte afstellen op pagina 106
2. Beweeg de koppelingshendel van het opzetstuk.
a) Beweeg de koppelingshendel van het opzetstuk naar voren om het maaidek in te schakelen. b) Beweeg de koppelingshendel van het opzetstuk naar achteren om het maaidek te ontkoppelen. Het achteruitrijsysteem (ROS) gebruiken Let op: Als u probeert achteruit te rijden met het product terwijl het maaidek is ingeschakeld, stopt de motor onmiddellijk. Schakel het ROS in om achteruit te rijden met het product wanneer het maaidek is ingeschakeld. WAARSCHUWING: Kijk voordat en terwijl u met het product achteruit rijdt naar beneden en achter het product voor de veiligheid van anderen.
1. Draai de contactsleutel linksom naar de stand
"ON" (A) van het ROS om het ROS in te schakelen.
2. Trap het pedaal voor achteruitrijden langzaam in
om te beginnen met rijden.
3. Draai de contactsleutel rechtsom naar de stand
"ON" (B) om het ROS uit te schakelen. Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 111
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
- Gebruik geen bandkettingen wanneer u het maaidek aan het product bevestigt.
- Zorg ervoor dat het maaidek waterpas is. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk als het gras hoog is.
- Rijd het product met lage snelheid vooruit als het gras hoog en dik is.
- Gebruik volgas bij het grasmaaien.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Gebruik de linkerkant van het maaidek wanneer u in de buurt van bomen, struiken of paden maait. Het blad snijdt ongeveer 15 mm naar de binnenzijde vanaf de zijkant van het maaidek.
- Wanneer u grote gebieden maait, verplaatst u het product naar rechts tijdens 1 of 2 rondes om het werkgebied. Hierdoor houdt u het uitgeworpen gras uit de buurt van struiken, hekken en opritten. Maai na ongeveer 2 omwentelingen rond het werkgebied in de tegenovergestelde richting.
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig.
2010 - 004 - 14.07.2023De grasopvangbak legen Het product heeft een alarm dat afgaat als de grasopvangbak vol is. Om het alarm te stoppen, schakelt u het maaidek uit. Zie Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 108
1. Verplaats het product naar een plaats waar u de
grasopvangbak kunt legen.
2. Zorg ervoor dat de aandrijflijn in de neutrale
stand staat en schakel de parkeerrem in.
3. Trek de handgreep op de grasopvangbak
omhoog tot de hoogste stand.
4. Trek de handgreep naar voren om de
grasopvangbak te kantelen en het gras te legen.
5. Duw de handgreep naar achteren om de
grasopvangbak te laten zakken. Zorg ervoor dat de grasopvangbak volledig is neergelaten en zich in de juiste positie bevindt. Het product in de vrijloopmodus zetten Als het nodig is om het product zonder hulp van de motor te verplaatsen of te slepen, moet u het product in de vrijloopmodus zetten. WAARSCHUWING: Zet het product niet in de vrijloopmodus terwijl het op een helling staat.
- Trek de vrijloophendel naar buiten om het product met de motor te bedienen. De mulchplug monteren (accessoire) Het product kan worden gebruikt met een mulchplug.
1. Zet het maaidek in de transportstand. Zie
Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 106
deflector (accessoire) als deze is aangebracht.
3. Steek de mulchplug door de achterplaat en in de
adapter van de uitworp voor het maaidek.
4. Bevestig de 2 banden aan de openingen in de
steunarmen voor de grasopvangbak.
6. Verwijder de mulchplug in omgekeerde volgorde.
De achterste uitworp (accessoire) installeren Het product kan worden gebruikt met een achterste uitworp.
1. Zet het maaidek in de transportstand. Zie
Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 106
3. Verwijder de mulchplug (accessoire) als deze is
4. Installeer de uitworp door de opening in de
achterplaat en schuif de adapter van het maaidek erop. 2010 - 004 - 14.07.2023 1095. Installeer de 2 vleugelmoeren.
6. Installeer de achterste uitworp met de 4
schroeven op de achterplaat.
7. Draai de schroeven helemaal vast.
8. Verwijder de achterste uitworp in de omgekeerde
volgorde. De grasopvangbak (accessoire) installeren Het product kan worden gebruikt met een grasopvangbak.
1. Zet het maaidek in de transportstand. Zie
Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 106
mulchplug (accessoire) als deze is geïnstalleerd.
3. Steek de uitworptrechter door de achterplaat en
in de adapter van de uitworp voor het maaidek.
4. Installeer de 2 vleugelmoeren.
5. Installeer de grasopvangbak.
6. Verwijder de grasopvangbak in de omgekeerde
volgorde. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren. 110 2010 - 004 - 14.07.2023Onderhoudsschema Onderhoudsschema Voor elk gebruik Met in- terval- len van 8 uur Met in- terval- len van 25 uur Met in- terval- len van 50 uur Met in- terval- len van 100 uur Elk sei- zoen Vóór opslag Product Controleer de remwer- king. X X Controleer de banden- spanning. X X Controleer de dode- mansregeling (OPC).
Controleer het achteruit- rijsysteem (ROS).
Controleer op losse be- vestigingen. X X X Controleer de bladen op slijtage en beschadi- ging.
Smeer het product. Zie Smeerschema op pagi- na 112
X X Controleer het accuni- veau.
Reinig de accu en de klemmen. X X Verwijder resten van de stuurplaat. Zie Product reinigen op pagina 113
Zorg ervoor dat het maaidek waterpas is.
Controleer de bladen vaker als u maait op een plek met zand en aarde. 2010 - 004 - 14.07.2023 111Onderhoudsschema Voor elk gebruik Met in- terval- len van 8 uur Met in- terval- len van 25 uur Met in- terval- len van 50 uur Met in- terval- len van 100 uur Elk sei- zoen Vóór opslag Motor Controleer het motoro- liepeil. X X Ververs de motorolie (modellen met oliefilter).
Ververs de motorolie (modellen zonder oliefil- ter).
Maak het luchtfilter schoon.
Reinig het luchtscherm. X
Vervang het oliefilter (in- dien aanwezig).
Vervang de bougie. X X Vervang de papieren cartridge van het lucht- filter.
Smeerschema OPGELET: De scharnierpunten met speciale nylon lagers niet smeren. Aan kleverige smeermiddelen kan vuil blijven plakken. Het vuil verkort de levensduur van de speciale nylon lagers. Als het nodig is om de nylon lagers te smeren, gebruik dan slechts een kleine hoeveelheid droog smeermiddel.
Doe dit vaker als u werkt met zware belasting, bij een hoge omgevingstemperatuur of in vuile omstan- digheden.
Doe dit vaker als u werkt met zware belasting, bij een hoge omgevingstemperatuur of in vuile omstan- digheden.
Doe dit vaker als u werkt in vuile omstandigheden.
Doe dit vaker als u werkt in vuile omstandigheden.
Doe dit vaker als u werkt met zware belasting, bij een hoge omgevingstemperatuur of in vuile omstan- digheden.
Doe dit vaker als u werkt in vuile omstandigheden.
Doe dit vaker als u werkt in vuile omstandigheden. 112 2010 - 004 - 14.07.2023A
A. Algemene smering. Smeer de spilaansluiting, hetvoorwiellager en de tanden van het stuursysteem.B. Motorsmering. Zie De motor smeren op pagina
Tractor Product reinigen Gebruik geen tuinslang of hogedrukreiniger omhet oppervlak te reinigen. Een uitzondering is dereinigingspoort. Zorg dat er geen water in de motoren de transmissie terechtkomt. Water in de motorof transmissie kan de levensduur van de machineverkorten. Gebruik perslucht of een bladblazer omgras, bladeren en afval te verwijderen.• Verwijder alle ongewenste materialen van demotor, accu, stoel en andere onderdelen van demachine.• Verwijder vuil van de stuurplaat. Vuil beperktde bewegingen van de as van het koppelings-/rempedaal, maakt de drijfriem losser en beperktde voortbeweging. OPGELET: Vermijd allekwetsbare punten en beweegbareonderdelen.• Houd de oppervlakken en wielen altijd vrij vanbenzine, olie, etc.• Gebruik een autowax om schade aan deoppervlakken te voorkomen. De reinigingspoort van het dek gebruiken Het maaidek heeft een reinigingspoort die deeluitmaakt van het reinigingssysteem voor hetmaaidek. WAARSCHUWING: Gebruik hetproduct niet als de reinigingspoort vanhet dek defect is of ontbreekt. Er bestaatgevaar voor wegslingerende objecten.Vervang een defecte of ontbrekendereinigingspoort van het dek onmiddellijk. Let op: Bij modellen met beschermkappen bevindt de reinigingspoort zich op de linkerbeschermkap voor het achterwiel.1. Parkeer het product in een schoon gebied op uwgazon dat zich in de buurt van een waterpuntmet een tuinslang bevindt. OPGELET: Positioneer de uitworp of het product niet in derichting van gebouwen of voertuigen.2. Controleer of het maaidek is ontkoppeld. Zie Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina
3. Draai de contactsleutel naar de stand STOP omde motor te stoppen.4. Schakel de parkeerrem in.5. Verwijder de trechter van de grasopvangbak ofde mulchplug indien gemonteerd.6. Zet de sproeieradapter op het uiteinde vanuw tuinslang (A). Zorg ervoor dat de tuinslangvolledig is aangesloten op de sproeieradapter.
7. Trek de vergrendelingskraag van desproeieradapter terug en druk de sproeieradapterop de reinigingspoort (B) van het dek.8. Trek voorzichtig aan de tuinslang om er zekervan te zijn dat deze goed is aangesloten.9. Laat de vergrendleingskraag los om de adapterop de reinigingspoort van het dek te bevestigen.10. Open de watertoevoer.11. Ga op de stoel zitten en start de motor. OPGELET: Controleer hetgebied opnieuw om er zeker van tezijn dat het vrij is.12. Zet de gashendel in de snelle stand. Zie
gashendel gebruiken op pagina 107
13. Schakel het maaidek in en laat het werkentotdat het maaidek schoon is. Zie
Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 108
14. Ontkoppel het maaidek. Zie
Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 108
2010 - 004 - 14.07.2023 11315. Draai de contactsleutel naar de stand STOP om de motor te stoppen.
sproeieradapter terug en koppel de sproeieradapter los van de reinigingspoort van het dek.
18. Zet de machine op een droog gedeelte.
19. Schakel het maaidek in en laat het werken totdat
het maaidek droog is. De kabel van de gashendel afstellen De gashendel wordt in de fabriek ingesteld en hoeft niet te worden afgesteld. Als afstelling noodzakelijk is, raadpleegt u de handleiding van de motor. De vergrendelingen en relais inspecteren Let op: Losse of beschadigde bedrading kan ertoe leiden dat uw machine niet naar behoren werkt, stopt met werken of niet meer wil starten.
- Inspecteer de bedrading. Het lampje van de koplamp vervangen
1. Open de motorkap.
2. Draai de lamphouder iets naar links en trek hem
uit de houder achter het rooster.
3. Vervang de lamp in de lamphouder.
4. Duw de lamphouder in de houder achter het
5. Draai de lamphouder iets naar rechts om hem te
De banden controleren Let op: Om lekke en langzaam leeglopende banden te repareren, kunt u bij uw lokale onderdelendealer een afdichtmiddel voor banden, een zgn. bandensealant aanschaffen. Bandensealant voorkomt ook uitdroging van de banden en corrosie van de velgen.
- Zorg ervoor dat de bandenspanning in alle banden correct is (zie de zijkanten van de banden voor de correcte spanning in psi).
- Houd de banden vrij van benzine, olie of bestrijdingsmiddelen die het rubber kunnen aantasten.
- Houd de banden uit de buurt van stronken, stenen, kuilen, scherpe voorwerpen en andere gevaarlijke objecten die de banden kunnen beschadigen. De banden repareren
1. Breng de vooras omhoog en ondersteun deze op
een veilige manier. OPGELET: Hef en ondersteun één as per keer.
Let op: Er zijn alleen rechthoekige spieën op de achterwielen.
3. Verwijder het wiel van de as.
4. Verwijder de band van het wiel.
5. Repareer de band.
Let op: Gebruik bandensealant om gaten in de band af te dichten. Bandensealant voorkomt ook uitdroging van de banden en corrosie van de velgen.
6. Monteer de band op het wiel.
7. Breng het wiel, de ring, de rechthoekige spie en
de E-clip aan op de as. Zorg ervoor dat de E-clip correct in de groef op de as is aangebracht.
8. Breng de stofkap aan.
De V-riemen inspecteren De riemen kunnen niet worden afgesteld.
- Inspecteer de V-riemen na elke 100 bedrijfsuren op aantasting en slijtage.
- Vervang de V-riemen als ze beginnen te slippen omdat ze te zeer versleten zijn. Onderhoud uitvoeren aan de koelventilator van de transaxle OPGELET: Reinig de ventilator of transmissie niet terwijl de motor draait of de transmissie heet is. OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden. 114 2010 - 004 - 14.07.2023Om ervoor te zorgen dat de transmissie koel blijft, moeten de transmissieventilator en de koelribben schoon zijn.
- Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil op en rond de ventilator en koelribben van de transaxle.
- Inspecteer de koelventilator om er zeker van te zijn dat de ventilatorschoepen schoon en onbeschadigd zijn. De vloeistof van de aandrijflijnpomp inspecteren
- Zorg ervoor dat de aandrijflijnpomp geen vloeistof lekt.
- Neem contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum of servicepunt als de aandrijflijnpomp vloeistof lekt. Het toespoor en de wielvlucht van de voorwielen afstellen Het toespoor en de wielvlucht van de voorwielen zijn correct ingesteld in de fabriek. Het toespoor en de wielvlucht van de voorwielen kunnen niet worden afgesteld.
- Neem contact op met een erkend servicecentrum als het in de fabriek afgestelde toespoor of de wielvlucht van de voorwielen is verlopen. De zekering vervangen Dit product is voorzien van een autozekering. De zekeringhouder bevindt zich achter het dashboard.
1. Houd de zekeringhouder vast en trek de
doorgebrande zekering eruit.
2. Plaats een nieuwe zekering in de
zekeringhouder. De motorkap en grille verwijderen en monteren
3. Ga voor de zitmaaier staan. Houd de motorkap
aan de zijkanten vast. Kantel de motorkap in de richting van de motor en til de motorkap op om deze van het product te verwijderen.
4. Monteer in omgekeerde volgorde van
verwijderen. De aandrijfriem vervangen
1. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond
en schakel de parkeerrem in. Zie Product stoppen op pagina 107
3. Verwijder de middelste uitworptrechter. Zie
middelste trechter verwijderen en installeren op pagina 118
4. Verwijder het maaidek. Zie
Het maaidek verwijderen en monteren op pagina 117
5. Verwijder de aandrijfriem van de aandrijflijnpoelie
(A) en de achterste geleidepoelies (B).
6. Verwijder de aandrijfriem van de middelste
7. Verwijder de aandrijfriem van de motorpoelie (D)
en de riemgeleider (E).
8. Verwijder de bewegingsaandrijfriem van het
product. 2010 - 004 - 14.07.2023 1159. Breng een nieuwe aandrijfriem aan in deomgekeerde volgorde van verwijderen. Zorgervoor dat u de aandrijfriem boven op destuursteunplaat (F) en de pedaalas van dekoppeling/rem (G) monteert. Batterij De accu en de klemmen reinigen Corrosie en vuil op de accu en klemmen kunnenertoe leiden dat de accu ontlaadt.1. Verwijder de klembescherming.2. Koppel de ZWARTE accukabel los.3. Koppel de RODE accukabel los en verwijder deaccu uit de machine.4. Besproei de accu met water en laat hem drogen.5. Reinig de klemmen en accukabeluiteinden meteen staalborstel.6. Smeer de klemmen in met vet of gelijkwaardig.7. Plaats de accu. Zie De accu aansluiten oppagina 103
Accu vervangen WAARSCHUWING: Risico op elektrische schok en brandwonden.Draag geen metalen polsbandjes ofandere metalen accessoires. Wanneermetalen voorwerpen de accupolenraken, kan dit brandwonden, elektrischeschokken en kortsluiting van de accuveroorzaken.1. Zoek de zilveren massaschroef (A) op de rechterzijplaat van het product, boven de rechterachterband.
2. Gebruik een 1/2 inch (13 mm) dopsleutel ofmoersleutel om de zilveren massaschroef teverwijderen. Gooi de zilveren massaschroef niet weg. 3. Trek de beschermhuls (B) weg van deaansluitklem (C) van de zwarte (negatieve)accukabel.4. Gebruik een 7/16 inch (11 mm) moersleutelof dopsleutel om de grotere rode (positieve)accukabel (D) uit de elektromagneet van destarter te verwijderen. Let op: Verwijder de kleine rode draad van de kabelboom op de elektromagnetische klep niet.5. Open de accuklep (E) van achteren het producten verwijder de steun van de accuklep (F) uit dehouders van de accuklep (G).
6. Plaats de steun van de accuklep in de sleuf (H)onder de accuklep.7. Trek de accu (I), met de 2 kabels eraan, uit hetaccuvak.8. Plaats de accu op de accuklep.9. Koppel de zwarte (negatieve) accukabel (J) losen verwijder de bout en moer.10. Koppel de rode (positieve) accukabel (K) los enverwijder de bout en moer.11. Verwijder de accu voorzichtig uit de machine.12. Installeer dan een nieuwe accu.13. Verbind de rode (positieve) accukabel (L) met debout (M) en de vierkante moer (N).
14. Verbind de zwarte (negatieve) accukabel met debout en de vierkante moer.
2010 - 004 - 14.07.202315. Sluit de accuklep en vergrendel deze met desteun voor de accuklep in de houders van deaccuklep. Startkabels aansluiten WAARSCHUWING: Explosiegevaar door explosief gasdat afkomstig is van de accu. Sluitde negatieve aansluitklem van deopgeladen accu niet aan op of in debuurt van de negatieve aansluitklem vande zwakke accu. OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen testarten.1. Sluit het ene uiteinde van de rode accukabelaan op de POSITIEVE (+) accupool (A) van dezwakke accu.
2. Sluit het andere uiteinde van de rode accukabelaan op de POSITIEVE (+) accupool (B) van deopgeladen accu.
WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rodeaccukabel het chassis niet raken. Ditleidt tot kortsluiting.3. Sluit het ene uiteinde van de zwarte accukabelaan op de NEGATIEVE (-) accupool (C) van deopgeladen accu.4. Sluit het andere uiteinde van de zwarteaccukabel aan op een CHASSISMASSA (D), uitde buurt van de brandstoftank en de accu. Startkabels verwijderen Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerdevolgorde van aanbrengen.1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.2. Verwijder de ZWARTE kabel van de volledigopgeladen accu.3. Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's. Maaidek Het maaidek verwijderen en monteren Let op: Als een ander accessoire dan het maaidek wordt gebruikt, moeten de voorstestang en achterste hefstangen van het productworden verwijderd. Ook moet de veer van dekoppelingskabel in de kabelgeleider aan de voorkantvan het onderste dashboard worden geplaatst.1. Ontkoppel het maaidek. Zie Het maaidek inschakelen en ontkoppelen op pagina 108
2. Stop het product. Zie
De middelste trechter verwijderen en installeren op pagina
6. Verwijder de koppelingskabel (B), druk de lip (C)in en verwijder de koppelingskabel uit de houder.7. Verwijder de aandrijfriem van dekoppelingspoelie (D).8. Verwijder voorzichtig de veer (E) van dekoppelingskabel van de geleiderolarm (F).9. Maak de voorste stang (G) los van het maaideken verwijder de borgveer en ring.10. Verwijder de klemmen (H) en koppel deophangarmen (I) los van de chassispennen.11. Koppel de achterste hefstangen (J) los van deachterste steunen (K) van het maaidek aan beidezijden van het maaidek.12. Verwijder het maaidek van het product.13. Bevestig het maaidek in omgekeerde volgorde.De grasuitworp moet zich aan de rechterkant vanhet product bevinden.2010 - 004 - 14.07.2023 117Let op: De ophangarmen moeten in de voorste stand staan voordat u het maaidek onderhet product beweegt. De middelste trechter verwijderen en installeren
1. Ontkoppel het maaidek. Zie Het maaidekinschakelen en ontkoppelen op pagina 108
2. Stop het product. Zie Product stoppen op pagina
5. Trek de middelste trechter (B) via de achterkantvan het product eruit.6. Monteer in omgekeerde volgorde vanverwijderen. De uitlijning van het maaidek afstellen Maaidek visueel afstellen in de breedteAls de maaihoogte aan de linker- en rechterkant vanhet product niet gelijk is, kan de maaihoogte wordenafgesteld. Stel de maaihoogte af aan de kant met delagere maaihoogte.1. Controleer of de banden de juiste spanninghebben.2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Ga naar de kant van het maaidek met de lageremaaihoogte. Let op: Sommige modellen kunnen alleenworden afgesteld aan de linkerkant.4. Stel de maaihoogte af met een 3/4"-sleutel.
Let op: Met elke volledige slag van de hefstelmoer verandert de hoogte van hetmaaidek 4,7 mm.a) Draai de hefstelmoer (A) naar links om hetmaaidek te verlagen.b) Draai de hefstelmoer (A) naar rechts om hetmaaidek te verhogen.5. Maai wat gras en controleer resultaat. Stel afindien nodig.Het maaidek in de breedte nauwkeurig afstellen1. Controleer of de banden de juiste spanninghebben.2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Zet het maaidek in de transportstand. Zie Het maaidek in de transportstand of maaistandzetten op pagina 106
4. Draai de bladuiteinden om ze aan weerskantenuit te lijnen met het maaidek.
bladen op het maaidek zijn scherpen kunnen letsel veroorzaken. Draagveiligheidshandschoenen.5. Meet de afstand (B) vanaf de onderste randvan het blad tot de grond aan de linker- enrechterkant. B B Let op: De afstand moet aan beide kantenhetzelfde zijn.6. Stel de maaihoogte af met een 3/4"-sleutel. Let op: Met elke volledige slag van dehefstelmoer verandert de maaihoogte 4,7 mm.118 2010 - 004 - 14.07.2023a) Draai de hefstelmoer (A) naar links om hetmaaidek te verlagen.
b) Draai de hefstelmoer (A) naar rechts om hetmaaidek te verhogen.7. Meet de afstand opnieuw. Stel af totdat de 2zijden gelijk zijn.8. Maai wat gras en controleer resultaat. Stel afindien nodig.Het maaidek in de lengte afstellenHet maaidek moet in de breedte recht zijn geplaatstvoordat u het in de lengte afstelt. Zie Maaidekvisueel afstellen in de breedte op pagina 118 1. Controleer of de banden de juiste spanninghebben.2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.3. Zet het maaidek in de transportstand. Zie Het maaidek in de transportstand of maaistandzetten op pagina 106
4. Draai de bladen totdat ze recht naar vorenwijzen.
bladen op het maaidek zijn scherpen kunnen letsel veroorzaken. Draagveiligheidshandschoenen.5. Meet de afstand tussen de grond en hetachterste (A) en voorste (B) uiteinde van hetblad.
Let op: Voor de beste maairesultaten dienende bladen zodanig te worden afgesteld dat hetvoorste uiteinde 3,1-12,7 mm lager is dan hetachterste uiteinde als het maaidek zich in dehoogste stand bevindt.6. Stel de voorkant van het product af.7. Draai met een sleutel van 11/16" de tegenmoer(C) los om de hefstelmoer (D) vrij te zetten.
8. Stel de hoogte van het maaidek af met een 3/4"-sleutel.
Let op: Met elke volledige slag van de hefstelmoer verandert de hoogte van hetmaaidek 3,1 mm.a) Draai de hefstelmoer linksom om hetmaaidek te verlagen.b) Draai de hefstelmoer rechtsom om hetmaaidek te verhogen.9. Meet de afstand voor en achter opnieuw.10. Pas aan totdat de voorkant van het blad 3,1-12,7mm lager is dan de achterkant.11. Houd de hefstelmoer op zijn plaats met desleutel en haal de contramoer aan. Messen vervangen Voor de beste resultaten houdt u de messen van demaaier scherp. Vervang verbogen of beschadigdemessen. OPGELET: Gebruik alleenvervangende messen die zijngoedgekeurd door de fabrikant. Het isgevaarlijk messen te gebruiken die nietzijn goedgekeurd door de fabrikant vande machine. Dit kan schade aan demachine veroorzaken en ertoe leiden datuw garantie komt te vervallen.1. Zet het maaidek in de transportstand. Zie Het maaidek in de transportstand of maaistandzetten op pagina 106
2. Verwijder de bout (A) door deze linksom tedraaien en verwijder het blad (B).
2010 - 004 - 14.07.2023 119WAARSCHUWING: De bladen op het maaidek zijn scherp en kunnen letsel veroorzaken. Draag veiligheidshandschoenen.
3. Installeer het nieuwe of geslepen blad en de
bout. OPGELET: Het middelste gat (C) in het blad moet uitgelijnd worden met de ster (D) op de aseenheid (E).
4. Draai de bout aan met een aanhaalmoment van
62-75 Nm. De aandrijfriem van het maaidek verwijderen
1. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond
en schakel de parkeerrem in. Zie Product stoppen op pagina 107
2. Zet het maaidek in de laagste stand. Zie
Maaihoogte afstellen op pagina 106
3. Verwijder het vuil en gras rondom de assen en
van de bovenkant van het maaidek.
4. Verwijder de aandrijfriem (A) van de
koppelingspoelie (B) op de motoras.
5. Verwijder de aandrijfriem van de aspoelies (C)
en de geleidepoelies (D). De aandrijfriem van het maaidek aanbrengen
1. Breng de aandrijfriem (A) aan rond de aspoelies
OPGELET: Plaats de aandrijfriem correct in alle groeven op de maaidekpoelies. De aandrijfriem kan beschadigd raken als deze niet correct is gemonteerd. Let op: U moet de aandrijfriem 180° draaien op 2 plaatsen (X) om deze uit te lijnen met de poelies. Zorg ervoor dat het dunnere gedeelte van de aandrijfriem bij elke poelie in de richting van de groef staat.
2. Breng de aandrijfriem aan rond de geleidepoelies
3. Breng de aandrijfriem aan rond de
koppelingspoelie (D) op de motoras.
4. Zet het maaidek in de transportstand. Zie
Het maaidek in de transportstand of maaistand zetten op pagina 106
De anti-scalp-rollen afstellen De anti-scalp-rollen zorgen dat het maaidek in de juiste positie op de grond blijft en dat scalperen op de meeste soorten terrein wordt voorkomen. De anti- scalp-rollen zijn goed afgesteld als ze iets van de grond staan wanneer het maaidek op de gewenste maaihoogte staat.
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond
en schakel de motor uit.
2. Stel het product op de juiste maaihoogte af. Zie
Maaihoogte afstellen op pagina 106
moer in de juiste positie aan.
5. Stel alle anti-scalp-rollen af en plaats ze volgens
dezelfde procedure. Motor De motor smeren Gebruik alleen reinigingsolie van hoge kwaliteit, voorzien van de API-onderhoudsclassificatie SJ–SN. De SAE-viscositeitsgraad van de olie verwijst naar de juiste bedrijfstemperatuur.
5W-30SAE 30 Let op: Multi-viscositeitsoliën (5W30, 10W30, etc.) laten de motor makkelijker starten bij koud weer, maar leiden tot een groter olieverbruik wanneer ze gebruikt worden bij temperaturen boven 0 °C. Controleer het motoroliepeil regelmatig om mogelijke motorschade door een laag oliepeil te voorkomen.
- Vervang de olie telkens na 50 bedrijfsuren. Als de machine niet meer dan 50 bedrijfsuren in een jaar wordt gebruikt, vervangt u de olie ten minste 1 keer per jaar.
- Controleer het oliepeil in het carter voordat u de motor start en telkens na acht (8) bedrijfsuren.
- Draai de olievuldop/peilstok vast telkens als u het oliepeil hebt gecontroleerd. Het motoroliepeil controleren De motor in het product is gevuld met motorolie voor omgevingstemperaturen hoger dan 0 °C. Gebruik bij omgevingstemperaturen lager dan 0 °C de juiste motorolie om het starten van het product te vergemakkelijken. Zie Technische gegevens op pagina 130
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Verwijder de olievuldop met de peilstok en veeg
de peilstok schoon met een doek.
3. Plaats de peilstok in de olievulbuis. Draai de
olievuldop niet op de olievulbuis.
4. Verwijder de peilstok. Gebruik de markeringen
op de peilstok om het motoroliepeil te controleren. Indien nodig vult u motorolie bij tot aan de markering "FULL" op de peilstok. Vul nooit te veel motorolie bij. ADD FULL
5. Plaats de peilstok in de olievulbuis. Zorg ervoor
dat u de olievuldop volledig is vastgedraaid. Let op: Voor het verversen van de motorolie, zie De motorolie verversen op pagina 121
De motorolie verversen Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze sneller af te tappen. WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt. WAARSCHUWING: Draag veiligheidshandschoenen. Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
1. Plaats het product op een vlakke ondergrond en
schakel het product uit. Zie Product stoppen op pagina 107
2. Verwijder al het vuil rond de olietankdop.
6. Plaats een opvangbak onder de motor om de
motorolie op te vangen en plaats het andere uiteinde van de olieaftapslang in de opvangbak.
7. Druk de olieaftapkraan in en draai hem linksom
om hem te ontgrendelen.
8. Trek de aftapkraan naar buiten om hem te
10. Druk de olieaftapkraan in en draai hem rechtsom
om hem te sluiten en te vergrendelen.
13. Vul bij met nieuwe olie via de olievulslang en
controleer het motoroliepeil. Zie Het motoroliepeil controleren op pagina 121
Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 130
Het motoroliefilter vervangen WAARSCHUWING: Draag veiligheidshandschoenen. Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
1. Tap de motorolie af uit de olietank. Zie
2. Draai het motoroliefilter linksom om dit te
3. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe
oliefilter in met een beetje verse motorolie.
4. Om het nieuwe oliefilter aan te brengen, draait u
het filter rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
5. Vul de olietank met verse motorolie. Zie
6. Start de motor en laat deze gedurende drie
minuten stationair draaien.
7. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter
op lekkage. Let op: Als er sprake is van olielekkage, draait u het oliefilter verder vast.
8. Vul de olietank bij met meer motorolie om de
motorolie aan te vullen die het nieuwe oliefilter heeft opgenomen. Het luchtfilter reinigen Een vuil luchtfilter zorgt ervoor dat de motor niet goed draait. Reinig het luchtfilter vaker in stoffige omstandigheden. Het luchtscherm reinigen Let op: Het luchtscherm moet vrij van vuil worden gehouden, om te voorkomen dat er motorschade ontstaat door oververhitting.
- Reinig het luchtscherm met een draadborstel of perslucht om vuil te verwijderen. Het koelsysteem van de motor onderhouden Let op: Een verstopt grasscherm, vuile of volle koelribben en/of een verwijderde behuizing van de ventilator, etc. kunnen de motor doen oververhitten en motorschade veroorzaken.
- Zorg ervoor dat het grasscherm, de koelribben en andere externe oppervlakken van de motor altijd schoon zijn.
- Telkens na 100 bedrijfsuren (vaker in extreem stoffige en vuile omstandigheden) verwijdert u de behuizing van de ventilator en andere onderdelen van het koelsysteem van de motor. Reinig de koelribben en externe oppervlakken indien nodig. Zorg ervoor dat de onderdelen van het koelsysteem van de motor correct zijn geïnstalleerd. De bougies vervangen Het type bougie en de elektrodeafstand worden weergegeven in Technische gegevens op pagina
- Vervang de bougies aan het begin van elk maaiseizoen of telkens na 100 bedrijfsuren.
2010 - 004 - 14.07.2023Het inline-brandstoffilter vervangen Let op: Vervang het inline-brandstoffilter ten minste één keer per jaar. Vervang het inline-brandstoffilter als het verstopt is en de brandstofstroom naar de carburateur belemmerd wordt.
1. Laat de motor afkoelen.
2. Verwijder het inline-brandstoffilter (B) en dicht de
uiteinden van de brandstofleiding af met pluggen.
3. Breng het nieuwe inline-brandstoffilter op zijn
plaats in de brandstofleiding, met de pijl in de richting van de carburateur.
4. Zorg dat de brandstofleiding niet lekt en dat de
Lucht uit de transmissie verwijderen OPGELET: Schakel de vrijloophendel niet in of uit wanneer de motor draait. Om goede prestaties te kunnen blijven leveren, verwijdert u de lucht in de transmissie voordat u de machine voor de eerste keer gebruikt. Als u de transmissie vervangt, verwijdert u de lucht in de nieuwe transmissie voordat u de machine gebruikt.
1. Parkeer de machine op een vlakke ondergrond
3. Plaats de vrijloopregeling in de uitgeschakelde
gashendel in de langzame stand en vervolgens schakelt u de parkeerrem uit.
5. Voer de volgende stappen 3 keer uit.
Let op: Tijdens deze procedure kunnen de aandrijfwielen bewegen. a) Trap het pedaal voor vooruitrijden naar de volledige voorwaartse positie en houd het 5 seconden ingedrukt voordat u het pedaal loslaat. b) Trap het pedaal voor achteruitrijden naar de volledige achterwaartse positie en houd het 5 seconden ingedrukt voordat u het pedaal loslaat.
6. Stop de motor en schakel de parkeerrem in.
7. Plaats de vrijloopregeling in de ingeschakelde
8. Ga op de stoel zitten en start de motor. Zodra de
motor draait, zet u de gashendel in de stand voor half toerental.
9. Schakel de parkeerrem uit.
10. Rijd ongeveer 1,5 m (5ft) vooruit en daarna 1,5 m
(5 ft) achteruit. Voer deze procedure 3 keer uit. 2010 - 004 - 14.07.2023 123Probleemoplossing Probleem Oorzaak Actie De motor start niet. Geen brandstof in de brandstof- tank. Vul de brandstoftank. De gashendel staat niet in de juis- te stand. Raadpleeg de startinstructies. De bougie is beschadigd. Vervang de bougie. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. Het brandstoffilter is verstopt. Vervang het brandstoffilter. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brand- stof en vervang het brandstoffilter. De draden zitten los of zijn be- schadigd. Controleer alle draden. De motorkleppen zijn niet correct afgesteld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De motor is 'verzopen'. Wacht 2-3 minuten voordat u de motor opnieuw probeert te starten. Er zit verkeerde brandstof in de brandstoftank. Vervang de brandstof in de brand- stoftank. De startmotor laat de motor niet aanslaan. De accu is te zwak. Laad de accu op. De koppelingshendel van het op- zetstuk is ingeschakeld. Schakel de koppelingshendel van het opzetstuk uit. Het koppelings-/rempedaal is niet volledig ingetrapt. Trap het koppelings-/rempedaal volledig in wanneer u de motor start. Slecht contact bij de kabelklem- men op de accupolen. Controleer de accu-aansluitingen. De hoofdzekering is beschadigd. Vervang de hoofdzekering. Het contactslot is beschadigd. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De veiligheidsconnector voor het koppelings-/rempedaal is bescha- digd. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De startmotor of de solenoïde is beschadigd. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De dodemansregeling (OPC) werkt niet goed. Controleer alle draden, schake- laars en aansluitingen. Indien dit niet correct is, neemt u contact op met een erkende servicewerk- plaats. Gebruik geen product met een dodemansregeling die niet correct werkt. 124 2010 - 004 - 14.07.2023Probleem Oorzaak Actie De motor loopt niet soepel. De bougie is beschadigd. Vervang de bougie. De carburateur is niet correct afge- steld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. De terugslagklep op de brandstof- tankdop is beschadigd. Vervang de tankdop. De brandstoftank is bijna leeg. Vul de brandstoftank met brand- stof. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brand- stof en vervang het brandstoffilter. De choke is ingeschakeld en de motor is warm. Schakel de choke uit. Het brandstofmengsel of het brandstoftype is onjuist. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met het juiste brand- stofmengsel of brandstoftype. Het brandstoffilter is verstopt. Vervang het brandstoffilter. De bougie is beschadigd. Vervang de bougie. Vuil in de carburateur of brandstof- leiding. Reinig de carburateur en brand- stofleidingen. De motor wordt te heet. De motor is overbelast. Verlaag de werklast. De luchtinlaat of de koelribben op de motor zijn geblokkeerd. Reinig de luchtinlaat en de koelrib- ben van de motor. De koelventilator is beschadigd. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil. Vul indien nodig motorolie bij. Het contactslot is beschadigd. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. De bougie is beschadigd. Vervang de bougie. 2010 - 004 - 14.07.2023 125Probleem Oorzaak Actie De machine verliest vermogen. Het product wordt gebruikt met een te hoog toerental vooruit of achteruit bij het maaien van gras. Gebruik een lager toerental. De gashendel staat in de choke- stand. Zet de gashendel in de snelle stand. Er is ophoping van gras, bladeren of ongewenst materiaal onder het maaidek. Reinig het maaidek. Het luchtfilter is vuil. Reinig of vervang het luchtfilter. Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil. Vul indien nodig motorolie bij. De motorolie is vervuild. Ververs de motorolie. De bougie is beschadigd. Vervang de bougie. Het brandstoffilter is vervuild. Vervang het brandstoffilter. Er zit verkeerde brandstof in de brandstoftank. Vervang de brandstof in de brand- stoftank. Er is water in de brandstof. Tap alle brandstof in de brandstof- tank en de carburateur af. Vul de brandstoftank met nieuwe brand- stof en vervang het brandstoffilter. De bougiekabel zit los. Sluit de bougiekabel aan en zet hem vast. De luchtinlaat of de koelribben op de motor zijn geblokkeerd. Reinig de luchtinlaat en de koelrib- ben van de motor. De demper is verstopt of bescha- digd. Reinig of vervang de demper. Er is sprake van losse of bescha- digde draden. Controleer alle draden. De motorkleppen zijn niet correct afgesteld. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het product trilt. De messen zitten los. Haal de bouten op de bladen aan. Eén of meer bladen zijn bescha- digd of niet goed uitgebalanceerd. Balanceer de bladen of vervang de bladen. De motor zit los. Draai de motorbouten vast. De accu laadt niet. De hoofdzekering is beschadigd. Vervang de hoofdzekering. De accu is beschadigd. Vervang de accu. De laadkabel is losgekoppeld. Sluit de laadkabel aan. Slecht contact bij de kabelklem- men op de accupolen. Controleer de accu-aansluitingen. 126 2010 - 004 - 14.07.2023Probleem Oorzaak Actie De motor werkt wanneer de ge- bruiker opstaat van de stoel en het maaidek is ingeschakeld. De dodemansregeling (OPC) werkt niet goed. Controleer alle draden, schake- laars en aansluitingen. Indien dit niet correct is, neemt u contact op met een erkende servicewerk- plaats. Gebruik geen product met een dodemansregeling die niet correct werkt. De bladen kunnen niet ronddraai- en. Het koppelingsmechanisme is ge- blokkeerd. Verwijder de blokkade. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. Een geleidepoelie zit vast. Vervang de geleidepoelie. Een draaispil zit vast. Vervang de draaispil. Beschadigde grasuitworp. Het motortoerental is te laag. Zet de gashendel in de snelle stand. Het product wordt bediend met een te hoog toerental voor voor- of achteruit. Gebruik een lager toerental. Het gras is nat. Zorg ervoor dat het gras droog is voordat u gaat maaien. Het maaidek is niet parallel. Stel de parallelliteit van het maai- dek af. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 118
De bandenspanning is onjuist. Controleer de bandenspanning. Pas de bandenspanning indien no- dig aan. De bladen zijn versleten, bescha- digd of zitten los. Vervang de bladen of draai de bouten op de bladen vast. Ophoping van gras of vuil onder het maaidek. Reinig het maaidek. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. De bladen zijn onjuist gemonteerd. Monteer de bladen met de scherpe rand naar beneden. Verkeerde bladen gebruikt. Vervang de bladen door de juiste bladen volgens de onderdelenlijst. Verstopte luchtgaten in het maai- dek door ophoping van gras of vuil rond de assen. Reinig rondom de assen om de luchtopeningen vrij te maken. 2010 - 004 - 14.07.2023 127Probleem Oorzaak Actie De koplamp werkt niet. De koplampschakelaar staat in de stand Off. Zet de koplampschakelaar in de stand On. De lamp is beschadigd. Vervang de lamp. De aan/uit-schakelaar voor de koplamp is beschadigd. Vervang de aan-/uitschakelaar voor de koplamp. De kabel naar de koplamp is niet aangesloten. Controleer de draden en aanslui- tingen. Er is kortsluiting in de koplampka- bel. Neem contact op met een erkende servicewerkplaats. Het product beweegt langzaam, onregelmatig of helemaal niet. Het product staat in de vrijloopmo- dus. Trek de vrijloophendel naar buiten. Zie Het product in de vrijloopmo- dus zetten op pagina 109
De parkeerrem is ingeschakeld. Schakel de parkeerrem uit. De aandrijfriem zit los of is be- schadigd. Vervang de aandrijfriem. Er zit lucht in de transmissie. Verwijder de lucht uit de transmis- sie. Zie Lucht uit de transmissie verwijderen op pagina 123
Er zit ongewenst materiaal op de stuurplaat (indien de stuurplaat is aangebracht). Reinig het product. De rechthoekige spie op de as ont- breekt. Breng de rechthoekige spie aan. Zie De banden repareren op pagi- na 114
Het maairesultaat is onvoldoende. De messen zijn bot of beschadigd. Slijp of vervang de bladen. Het maaidek is niet parallel. Stel de parallelliteit van het maai- dek af. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 118
Het gras is nat. Zorg ervoor dat het gras droog is voordat u gaat maaien. Het gras is lang. Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk. De bandenspanning is onjuist. Controleer de bandenspanning. Pas de bandenspanning indien no- dig aan. Het product wordt bediend met een te hoog toerental voor voor- of achteruit. Gebruik een lager toerental. De aandrijfriem van het maaidek is versleten of beschadigd. Vervang de aandrijfriem voor het maaidek. De motor knalt wanneer de motor stopt. De gashendel staat niet in de lang- zame stand. Zie Product stoppen op pagina
De motor stopt wanneer u probeert achteruit te rijden. Het achteruitrijsysteem (ROS) is niet ingeschakeld. Schakel het achteruitrijsysteem (ROS) in. Zie Het achteruitrijsys- teem (ROS) gebruiken op pagina
128 2010 - 004 - 14.07.2023Vervoer, opslag en verwerking Transport Let op: Sluit de motorkap en bevestig hem aan de machine tijdens transport om schade te voorkomen. Bevestig de motorkap met de juiste hulpmiddelen (touw, draad, etc.) aan de machine. Wanneer u de machine vervoert, zet u de vrijloopregeling in de vrijloopstand om de transmissie uit te schakelen. De vrijloopregeling bevindt zich op de achterste trekstang van de machine.
1. Zet het hulpstuk in de hoogste stand met de
hefregeling voor het hulpstuk.
2. Breng de vrijloopregeling uit en weer in de sleuf
en laat hem los om hem in de uitgeschakelde stand te houden.
3. Verplaats de machine niet met meer dan 3,2
voert u bovenstaande procedure in omgekeerde volgorde uit. De machine veilig als trekker gebruiken
- Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
- Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
- Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane gewicht.
- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
- Trek geen apparatuur op hellingen of in ruig terrein.
- Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt. Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt. WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen. WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 113 . Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
- Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is. Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd. 2010 - 004 - 14.07.2023 129• Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer. Afvoeren
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt. Technische gegevens TC 238T Motor Merk motor LCC Motormodel LC2P80 Nominaal motorvermogen, pk / kW
Het door de motorfabrikant aangegeven nominale motorvermogen is het gemiddelde bruto vermogen bij het opgegeven toerental van een typische productiemotor voor het motormodel, dat is gemeten volgens de SAE-normen voor bruto motorvermogen. Zie de motorspecificaties van de motorfabrikant. 130 2010 - 004 - 14.07.2023TC 238T Gewicht met lege tanks, lb / kg 579 / 263 Maaidek Aantal messen 2 Bladlengte, inch / cm 19,5 / 49,53 Maaibreedte, inch / cm 38 / 97 Maaihoogte, inch / cm 1,5-4,0 / 3,8-10,2 Banden Bandenspanning, achter – voor, PSI / kPa / bar 15 / 103 / 1 Voorbanden, inch 15 x 6-6 Achterbanden, pneumatisch voor grasmat, inch 18 x 8,5-8 Remmen Mechanische parkeerrem Elektrisch systeem Type 12 V Accu 14 A Bougie RN9YC Afstand tussen de elektroden, inch/mm 0,030 / 0,76 Aanhaalmoment bougie, lb-ft / Nm 14,75 / 20 Geluidsemissies
Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 100 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L
Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A)
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogensniveau voor de machine is gemeten met de origi- nele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluids- vermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook spreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende machines van hetzelfde model conform Richtlijn 2000/14/EG.
De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB(A).
De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s
2010 - 004 - 14.07.2023 131Service Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. 132 2010 - 004 - 14.07.2023Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: Beschrijving Zitmaaier met verbrandingsmotor Merk Husqvarna Platform / Type / Model TC 238T Partij Serienummer vanaf 2021 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2011/65/EU "beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2000/14/EG, 2005/88/EG "betreffende geluid buitenshuis" Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt: EN
Notice-Facile