SR250 - Grasmaaier Gianni Ferrari - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SR250 Gianni Ferrari in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SR250 Gianni Ferrari
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SR250 - Gianni Ferrari en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SR250 van het merk Gianni Ferrari.
GEBRUIKSAANWIJZING SR250 Gianni Ferrari
Verwijder het product niet als gemeentelijk afval maar breng het naar een stortplaats. Als u dit niet doet riskeert u de natuur te vervuilen. Indien het product is uitgevoerd met een accu, dient u deze in daarvoor geschikte container te dumpen omdat de accu extreem giftige substanties bevat. Het is streng verboden het product te dumpen in een gemeentelijke afvalcontainer, zoals hierboven afgebeeld. Sinds de ingebruikname van verordening 151 (richtlijn RoHS RAEE), op 1 juli 2006, is dit bij wet verboden.
0. TYPEPLAATJE CE
Zie cijfer 0.
1) N.A.W. gegevens fabrikant
2) Model
3) Gewicht
4) Motor
5) Bouwjaar
1. AAN ONZE KLANTEN
Wij heten U graag welkom tot onze klantenkring en danken U voor de aankoop van één van onze producten. Om de beste prestaties uit uw machine te halen en voor praktisch advies bij gebruik en onderhoud, vragen wij U vriendelijk om de gebruikershandleiding aandachtig door te lezen. De machines PG – SR kunnen worden voorzien van een variëteit aan aanbouwwerktuigen: het is belangrijk dat de bestuurder, naast deze handleiding, ook de handleiding van de aanbouwwerktuigen waar mee gewerkt wordt aandachtig doorleest.
De machine is ontworpen en ontwikkeld om in de meest zware omstandigheden zonder problemen te functioneren; de kwaliteit van arbeid hangt natuurlijk sterk af van het onderhoud aan de machine. Mochten er vragen zijn ontstaan die niet hier of in de gebruikershandleidingof onderhoudsboekje zijn behandeld, neemt U dan alstublieft contact op met Uw Gianni Ferrari Dealer.

Dlt SYmBOOL BEtEkENt DAT ER EXtRA AANDACht VAN DE BESTUURDER GEVRAAGD WORD OM ONGEVALLEN TE VOORKOMEN. VOOR UW VEILIGHEID EN DAT VAN ANDEREN MOET U VOORZICHTIG ZIJN WANNEER U DIT SYMBOOL ZIET.
2. VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE BESTUURDER
Het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder, dit handboek aandachtig te lezen en de zo bekend te raken met de werking van de machine en zijn nodige onderhoud van onderdelen en het noodzakelijke smeren van de machine volgens de instructies. De bestuurder is ook verantwoordelijk voor controle, reparaties en eventuele vervanging van slijtagedelen, die schade aan de machine of personen kunnen veroorzaken. De bestuurder is voor eigenschade en voor schade aan derde verantwoordelijk, welke door oneigenlijk gebruik ontstaan. De machine mag alleen gebruikt worden door personen met een goede kennis van de eigenschappen van de machine en die de veiligheids regels goed hebben begrepen. Het is niet toegestaan om de machine door kinderen of minderjarigen te laten besturen.
Wanneer de lokale wetgeving een minimum leeftijd voorschrijft voor het besturen van de machine dan dient U zich hier aan te houden.
Er mogen geen passagiers met de machine meerijden.
Gebruik alleen originele aanbouwwerktuigen en accesoires welke worden aanbevolen door uw dealer Het is strikt verboden zelfstandig veranderingen aan de machine toe te brengen of deze om te bouwen welke niet in dit handboek staan vermeld.
DE BEStUURDER hOORt ZICH StRIkt AAN DE VOORSChRIFtEN IN DEZE hANDLEIDING tE hOU DEN.
DE BESTUURDER hOORt ZICh StRIkt AAN DE VOORSChRIFtEN OmtRENt VEILIGhEID, PREStAtIE, PREVENTIE VAN ONGELUkkEN, EN ANDERE ALGEmENE VOORSChRIFtEN tE hOU DEN. BIJ hEt GEBRUIK VAN BEPAALDE mEDICIJNEN WORDT HET GEBRUIK VAN DE MACHINE AFGERADEN.
3. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
ALLEEN EEN VOORZIChtlGE BESTUURDER IS EEN GOEDE BESTUURDER!
Wanneer U de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding in acht neemt dan is de kans op ongelukken klein.
hOOFD ONDERDEEL
1) Lees aandachtig elk onderdeel van deze handleiding.
2) Elke keer voordat U de machine gebruikt is het zaak dat u elk onderdeel controleert om er zeker van te zijn dat deze juist werkt, dat er niets is beschadigd en dat er geen bouten of moeren los zitten. Het is absoluut verboden wanneer de machine niet in een goede contitie is deze in gebruik te nemen. Neemt U daarom voordat u de machine gebruikt de controle en onderhoudswerkzaamheden in acht zoals deze zijn voorgeschreven.
3) Raak voordat u de machine start bekend met de onderdelen zoals knoppen, pedalen, hendels en controle panelen.
4) De machine mag alleen worden bestuurt door volwassenen met ervaring. Laat kinderen de machine niet besturen. Bestuur de machine niet wanneer U niet fisiek in orde bent.
5) Laat personen niet toe in de gevarenzone zoals hieronder is uitgelegd.
6) Gebruik alleen originele onderdelen en accesoires welke geleverd worden door Gianni Ferrari, neem voor meer informatie contact op met uw dealer.
7) Vervang alle veiligheids en waarschuwings stickers die zijn beschadigd, niet leesbaar of zijn losgeraakt. Controleer de lijst met veiligheids stickers in de "VEILIGHEIDS MAATREGELEN" sectie van deze handleiding. Verwijder stof, modder en vuil van de stickers.
8) Houdt handen, voeten, en uw lichaam weg van draaiende delen.
9) Gebruik de machine nooit zonder de beschermingskappen op de juiste plaats en in perfecte conditie, stel de veiligheidsschakelaar nooit buiten werking.
10) Wanneer U over een object rijdt of wanneer er een object blijft klemmen onder de machine, stop de machine dan direct en controleer alles. Neem de machine pas weer in gebruik als U er zeker van bent dat alles perfect werkt.
11) Wanneer U klaar bent met het werk, schakel de aftakas uit, laat het aanbouwwerktuig zakken, zodat deze op de grond rust, zet het contact af en verwijder de sleutel.
12) Start de machine nooit in een gesloten ruimte. Uitlaatgassen zijn giftig.
Wanneer U onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine, ben er dan zeker van dat de machine uit staat en de messen stilstaan
Wanneer U het elektrisch circuit onderzoekt, verwijder dan de kabels van de accu.
13) Wees voorzichtig dat vlammen of vonken niet in de buurt van de benzine tank komen
14) Parkeer nooit op hellingen
15) De werksnelheid moet worden aangepast op het terrein waarop wordt gewerkt
16) Werken op hellingen vergt extra aandacht en een lage snelheid
17) Draag wanneer er met de machine wordt gewerkt comfortabele geschikte kleding, een veiligheidsbril, handschoenen en andere beschermende kleding.
18) Gebruik de machine alleen bij goed zicht
19) Gebruik de machine niet om te trekken
20) Het is absoluut verboden om de machine te starten, wanneer de aanbouwwerktuigen niet correct zijn ge- monteerd.
21) Alle bestuurders moeten een praktische en professionele uitleg van de machine krijgen. Deze uitleg zou het volgende naar voren moeten brengen:
- De bestuurder dient zich bewust te worden van een aandachtig en geconcentreerd gebruik van de machine.
- Wanneer de machine op een helling begint te glijden, kan deze door aan de rem te trekken weer onder controle gebracht worden. De hoofd oorzaken voor het verliezen van de controle zijn:
a) Weinig grip van de wielen
b) Te snel rijden
c) Ongecontroleerd remmen
d) Type machine niet geschikt voor het werk
e) Het zich niet bewust zijn van de ondergrond waar op gewerkt wordt, met name hellingen.
f) De aanbouwwerktuigen zijn slecht gemonteerd en het gewicht is slecht verdeeld.
22) Draag tijdens het werk altijd stevige schoenen en een lange broek. Gebruik de machine niet met blote voeten of sandalen.
23) Inspecteer het terrein waar de machine wordt gebruikt en verwijder alle objecten die door de machine kunnen worden weggeslingerd.
24) Schakel altijd de aftakas uit wanneer de machine wordt verplaatst.
3.1 HELLINGEN Zie cijfer 3.1
- Gebruik de machine niet horizontaal op hellingen met een hellingshoek van meer als 15°.
- Gebruik de machine niet verticaal op hellingen met een hellingshoek van meer als 12°.
- Gebruik de machine niet op hellingen (horizontaal of verticaal) met het maaidek gelift.
- Stop of start niet in eens, wanneer er met de machine omhoog of omlaag wordt gereden.
- Rijd met lage snelheid op hellingen of scherpe bochten.
- Houd verkeersdrempels, putdeksels, of andere verborgen gevaren in de gaten. Wanneer de ondergrond ongelijk is kan de machine makkelijker kantelen.
- werk niet in buurt van geulen of sloten met een zachte berm, de machine kan met een wiel wegzakken en de machine kan kantelen.
3.2 TRANSPORT EN LOSSEN Zie cijfer 3.2
De machine is zwaar en kan serieuze schade aanrichten bij het transport.
Laadt en los de machine met aandacht en gebruik goed materieel.
Transporteer de machine op een goedgekeurde aanhangwagen of met een vrachtauto, gebruik tijdens transport de parkeer rem en zet de machine met goedgekeurde spanbanden, kettingen, of touwen vast.
N.B.: Wanner de machine vast op een pallet staat, is het mogelijk deze te vervoeren met een vorkhef-truck.
CAPACITEIT 1200 Kg

BELANGRIJK:
De parkeerrem voldoet niet om de machine tijdens het transport te vervoeren. Zet de machine goed vast aan het voertuig met goed gekeurd bevestigingsmateriaal.
Maateenheid in mm. De opgegeven maten gelden ook voor de "SR" modellen.

Zie het technische handboek voor de aanbouwwerktuigen
| Motor | PG/SR 270D PG/950 D | /SR 210D PG/SR 902 | 250 PG/SR 220 | B&S22 HP |
| DAIHATSU | KUBOTA | |||
| Motor vermogen (pk) | 26,5 21 31 22 | |||
| Cilinderinhoud (cc.) | 952 898 952 627 | |||
| Aantal cilinders | 3 3 3 2 | |||
| TPM | 3600 3200 3600 | |||
| Aangedreven wielen | Voorwielen met differentieel slot | |||
| Type aandrijving | Hydrostatisch | |||
| Bedrijfsrem | Hydrostatisch | |||
| Parkeerrem | Mechanische schijf | |||
| Maximale snelheid (Km/h) | 11 | |||
| Brandstof tank (Ltr.) | 17 | |||
| Inhoud grascontainer (Ltr.) * | 600 | |||
| Max container laad capaciteit (Kg) ■ | 80 | |||

alleen "PG" models

Alleen "SR" models
4.1 MOTOR GEWICHT
| Modell Gewicht (Kg) | |
| PG 210 D 3R | 760 |
| PG 210 D 4R | 770 |
| PG 210 D 4R Hoogleegkiep install. | 820 |
| SR 210 D 4R | 760 |
| PG 220 | 584 |
| PG 220 Hoogleegkiep install. | 648 |
| PG 220 3R | 557 |
| PG 270 D | 695 |
| PG 270 D Hoogleegkiep install. | 740 |
| SR 270 D | 725 |
| PG 250 | 695 |
| PG 250 Elevatore | 740 |
| SR 250 | 725 |
4.2 AANBOUWWERKTUIG
Raadpleeg de gebruikershandleiding en het onderhoudsboek voor het betreffende aanbouwwerktuig.
| PG S | R Aanbouwwerktuigen Model | ||
| X Maaidek | voor opvang | Piatto 112 | |
| Piatto 126 SA | |||
| Piatto 130 RCA | |||
| X | X | Zijlozend maaidek | Piatto 130 SL |
| X | X | Achterlozend maaidek met mulch kit | Piatto 130 SP |
| X | X | Mulchdek met evt. zijlozing | Piatto 150 SM |
| X X | Klepelmaaier | GF 135 | |
| GF 110 | |||
| X X | Verticuteermachine | Arieggiatore | |
| X | Veegunit | Hydraulic Sweeper | |
| X | Bladzuigslang | Tubo aspirafoglie | |
| X X | Nivelleer blad | Lama frontale apripista | |
| X X | Dubbeltraps sneeuwfrees | TN130 | |
| X X | Frontveger | Spazzatrice PG 140 | |
| X | Frontveger | Spazzatrice PG 110 C/F | |
| Spazzatrice PG 110 S/F | |||
| X X | Strooier Polaro | Spargisale | |
NL
4.3 GELUIDS NIVEAU
| Maaibreedte L = 110 cm L = 130 cm | ||
| Gemeten | 98,5 dB (A) 104,5 dB (A) | |
| Gegarandeerd | 100 dB (A) 105 dB (A) | |
4.4 BESTUURDER
- Blootstelling van acceleratie aan de ledematen: ....../< 2,5 m/s ^2 .
- Blootstelling van acceleratie aan het lichaam: 0,5 m/s ^2 .
• Geluidswaarden op de bestuurders plaats: 89,5 dB(A)
5. GEBRUIK VAN BEDIENING EN INSTRUMENTEN
Zie cijfer 5.
De machine beschikt over de volgende bediening en instrumenten:
1) Pedaal voorwaartse/achterwaartse versnelling.
2) Parkeer rem hendel.
3) Handgas.
4) Contact slot.
5) Tweepolige contact voor de watersprenkel installatie.
6) Computer.
7) Aftakas en turbine inschakeling.
8) Differentieel slot in-, uitschakel daal.
9) Stuur wiel
10) Knipperlicht waarschuwingslamp.
11) Zitting lengterichting verstelling.
12) By-pass schakeling.
13) Licht waarschuwingslamp.
14) Licht schakelaar.
15) Bediening voor het heffen van het aanbouwwerktuig.
pe-16) Hendel voor het kantelen van de container - transportbak
17) Hendel voor het bedienen van de hoogleegkiepinstallatie (Alleen bij hoogleegkiep versies).
18) Knipperlicht schakelaar.
19) Alarmlicht schakelaar.
20) Zwaailicht schakelaar.
21) Zitting hoogte verstelling.
22) Zitting vering verstelling.

De bediening en de instrumenten die worden beschreven gelden ook voor de "SR" modellen.
6. GEBRUIK VAN DE BEDIENING EN DE INSTRUMENTEN
6.1 VOORUIT - ACHTERUIT
Zie cijfer 6.1
6.2 PARKEER REM HENDEL
Zie cijfer 6.2
6.3 DIFFERENTIEEL SLOT
Zie cijfer 6.3
6.4 BY-PASS SCHAKELING
Zie cijfer 6.4

BELANGRIJK:
Vermijd het slepen van de machine over lange afstanden met een ingeschakelde BY-PASS.
6.5 HAND GAS
Zie cijfer 6.5
6.6 MOTOR START
Zie cijfer 6.6
Alleen bij de PG/SR 210 D modellen.
6.7 AFTAKAS
Zie cijfer 6.7
6.8 HYDRAULISCHE HEF VAN DE AANBOUWWERKTUIGEN
Zie cijfer 6.8
6.9 HYDRAULISCH KANTELEN VAN DE CONTAINER / TRANSPORTBAK
Zie cijfer 6.9
A. Container / transportbak kantel hendel.
B. Bediening hydrosnelsluitingen
6.10 HOOGLEEGKIEP INSTALLATIE
Zie cijfer 6.10
A. Container hoogleegkiep hendel.
B. Container kantel hendel.
C. Bediening hydrosnelsluitingen.

BELANGRIJK:
Wanneer er met de machine wordt gereden, en in het bijzonder wanneer er een bocht wordt genomen moet de container in zijn laagste positie staan.
6.11 OMSCHRIJVING VAN DE COMPUTER FUNCTIES
Zie cijfer 6.11
- Motor olie druk waarschuwings lamp.
- Brandstof reserve waarschuwings lamp.
- Accu laad waarschuwings lamp.
- Parkeer rem inschakeling waarschuwings lamp.
- Koelvloeistof max temp. waarschuwings lamp.
- Knop.
- Display.
Door knop n. 6 in te duwen kunt u:
- op het display de temperatuur van de motorkoelvloeistof aflezen.
- en het totaal aantal arbeids uren van de machine aflezen (klok).
Daarnaast informeert het display ook over het volgende:
- het aftellen voor het voorgloeien van de motor (alleen bij diesel modellen).
- Alle error codes.
- Om een diagnose van de schakelaars op de machine uit te voeren.
| REF. | OmSChRIJVING |
| 1 | Hulp stekker verbinding |
| 2 | Openbare weg verlichtingsvoeding stekker |
| 3 | Hulp stopcontact |
| 4 | Zwaai lamp |
| 5 | Groot licht (front) |
| 6 | Hoofdlichtschakelaar |
| 7 | Contactslot |
| 8 | 12V Accu |
| 9 | Motor |
| 10 | Dynamo |
| 11 | Waarschuwings signaal |
| 12 | Zelfreinigend filter motor |
| 13 | Koelvloeistof temperatuur sensor |
| 14 | Olie druk sensor |
| 15 | Brandstofpeil flotter |
| 16 | Electrische klep voor de motor stop |
| 17 | Gloeibougies |
| 18 | Voorgloei relay |
| 19 | Voorgloei controle |
| 20 | Motor compartiment schakelaar |
| 21 | Container lift schakelaar |
| 22 | Zitting schakelaar |
| 23 | Parkeer rem schakelaar |
| 24 | Volle container schakelaar |
| 25 | Aftakas hendel schakelaar |
| 26 | Start relay |
7.2 DAIHATSU 950 G
Zie cijfer 7.2
| REF. | OmSChRIJVING |
| 1 | Hulp stekker verbinding |
| 2 | Openbare weg verlichtingsvoeding stekker |
| 3 | Hulp stopcontac |
| 4 | Zwaai lamp |
| 5 | Groot licht (front) |
| 6 | Hoofdlichtschakelaar |
| 7 | Contactslot |
| 8 | 12V Accu |
| 9 | Motor |
| 10 | Voltmeter |
| 11 | Brandstof pomp |
| 12 | Waarschuwings signaal |
| 13 | Zelf reinigend filter motor |
| 14 | Brandstof pomp relay |
| 15 | Koelvloeistof temperatuur sensor |
| 16 | Olie druk sensor |
| 17 | Brandstofpeil flotter |
| 18 | Brandstof magneetventiel |
| 19 | 4-weg verbinding van inspuit controle unit |
| 20 | 6-weg verbinding van inspuit controle unit |
| 21 | Bobine |
| 22 | Motor compartiment schakelaar |
| 23 | Container lift schakelaar |
| 24 | Zitting schakelaar |
| 25 | Parkeer rem schakelaar |
| 26 | Volle container schakelaar |
| 27 | Aftakas hendel schakelaar |
| 28 | Start relay |
| 29 | Inspuit spoel 1 |
| 30 | Inspuit spoel 2 |
| 31 | Inspuit spoel 3 |
kLEUREN CODES Zie cijfer 7.0
7.3 KUBOTA D 902
Zie cijfer 7.3
| REF. | OmSChRIJVING |
| 1 | Hulp stekker verbinding |
| 2 | Openbare weg verlichtingsvoeding stekker |
| 3 | Hulp stopcontac |
| 4 | Zwaai lamp |
| 5 | Groot licht (front) |
| 6 | Hoofdlichtschakelaar |
| 7 | Contactslot |
| 8 | 12V Accu |
| 9 | Motor |
| 10 | Voltmeter |
| 11 | Waarschuwings signaal |
| 12 | Zelf reinigend filter motor |
| 13 | Koelvloeistof temperatuur sensor |
| 14 | Olie druk sensor |
| 15 | Brandstofpeil flotter |
| 16 | Electrische klep voor de motor stop |
kLEUREN CODES Zie cijfer 7.0
| 17 | Voorgloei bougies |
| 18 | Voorgloei relay |
| 19 | Motor compartiment schakelaar |
| 20 | Container Lift schakelaar |
| 21 | Zitting schakelaar |
| 22 | Parkeer rem schakelaar |
| 23 | Volle container schakelaar |
| 24 | Aftakas hendel schakelaar |
| 25 | Start relay |
| 26 | Sirene voor max. motor temp. |
| 27 | Max motor temp. sensor |
| 28 | Motor stop relay |
7.4 STRAAT UITVOERING KUBOTA D 902 DAIHATSU 950D/950G
Zie cijfer 7.4
| REF. | OmSChRIJVING |
| A | Licht / Claxon schakelaar |
| B | Rem licht tijdschakelaar |
| C | Knipperlichten |
| D | Alarmlicht schakelaar |
| E | Knipperlicht schakelaar |
| F | Zwaailamp schakelaar |
| 1 | Parkeerlicht indicatielamp |
| 2 | Voor linkerzijde parkeer verlichting |
| 3 | Achter rechterzijde parkeer verlichting |
| 4 | Nummerbord verlichting |
| 5 | Voor rechterzijde parkeer verlichting |
| 6 | Achter linkerzijde parkeer verlichting |
kLEUREN CODES Zie cijfer 7.0
| 7 | Rechterzijde dimlicht |
| 8 | Linkerzijde dimlicht |
| 9 | Claxon |
| 10 | Rem licht microschakelaar |
| 11 | Rem licht |
| 12 | Rem licht |
| 13 | Knipper waarschuwings lamp |
| 14 | Voor linkerzijde knipperlicht |
| 15 | Achter linkerzijde knipperlicht |
| 16 | Voor rechterzijde knipperlicht |
| 17 | Achter rechterzijde knipperlicht |
| 18 | Zwaailamp |
7.5 BRIGGS & STRATTON
Zie cijfer 7.5
| REF. | OMSCHRIJVING |
| 1 | Verlichting voorzijde |
| 2 | Licht schakelaar |
| 3 | Contact slot |
| 4 | Parkeer rem schakelaar |
| 5 | Aftakas schakelaar |
| 6 | Groen neutraal licht |
| 7 | Parkeer rem licht |
| 8 | Uren meter |
| 9 | Hoogleegkiep schakelaar |
| 10 | Zitting schakelaar |
| 11 | Volle container schakelaar |
| 12 | Motor compartiment schakelaar |
| 13 | Zekering kast |
| 14 | Motor beveiligingsschakelaar |
| 15 | Elektrische voeding voor de straat uitvoering |
KLEUREN CODES Zie cijfer 7.0
| 16 | Filter rotatie motor |
| 17 | Controle lampen / Uurmeters |
| 18 | Dynamo |
| 19 | Motor stop schakelaar |
| 20 | Waarschuwingssignaal (volle container) |
| 21 | 12V Accu |
| 22 | Motor |
| 23 | Hulp stekker verbinding |
| 24 | Brandstofpeil flotter |
| 25 | Hulp stekker |
| 26 | Zwaailamp |
| 27 | Zitting schakelaar |
| 28 | Zitting schakelaar voor de aftakas |
| 29 | Olie druk sensor |

1) Druk op de zandloper knop op de computer.
2) Zet het contact op "AAN".
3) Laat de zandloper knop los en kijk naar het eerste bericht op de display ("P1").
4) Druk de relevante micro schakelaar door de speciale controle (zie tabel) om zijn functionaliteit te controleren.
5) Druk nog éénmaal op de zandloper om de tweede microschakelaar te controleren. ("P2").
6) Ga verder bij punt 4) en 5) om de overgebleven microschakelaars te controleren.
8. STARTEN VAN DE MOTOR
Zie cijfer 8.
1) Neem correct plaats op de zitting.
2) Ben er zeker van dat de aftakas uit staat.
3) Trek de parkeer rem aan.
4) Zet het contact op "ON" en wacht bij de diesel versies tot de gloeibougies voorgewarmd zijn.
5) Draai de sleutel op het symbool en start de motor.
6) Wanner de buitentemperatuur onder 0°C is, houd dan de motor op een laag toerental voor minimaal 5 minuten.
9. RIJDEN MET DE MACHINE
Zie cijfer 9.
1) Verhoog de gas hendel om voor meer toeren.
2) Haal de parkeerrem er af.
3) Selelecteer de gewenste snelheid door het rechter hydrostaatpedaal in te trappen.
4) Door aan het stuur wiel te draaien worden de achterwielen bestuurd.
N.B.: Om de machine tot stilstand te brengen, laat het hydrostaatpedaal los; wanneer de machine stilstaat, trek de handrem aan.

BELANGRIJK: Zorg er i.v.m. veiligheidsredenen voor dat ook bij lage snelheden personen en dieren op een afstand van minimaal 3 meter staan.
10. MAAIEN EN AUTOMATISCHE GRASCOLLECTIE
Zie cijfer 10.
11. AFZETTEN VAN DE MOTOR
1) Zet de machine tot stilstand.
2) Onkoppel de aftakas.
3) Trek de handrem aan.
4) Laat het aanbouwwerktuig geheel zakken met de betreffende hendel.
5) Laat de grascontainer geheel zakken.
6) Laat het motortoerental met de handgas hendel tot de laagst mogelijke toeren komen.
7) Draai het contactslot van "ON" naar de "STOP" positie.
12. BRANDSTOF TANKEN Zie cijfer 12.
Vul alleen brandstof bij in de openlucht of in een goed geventileerde ruimte. De motor moet worden afgezet en er mogen geen vlammen of vonken ontstaan. Controleer of de juiste brandstof in de jerry can zit door de label op de tank te controleren.
WAARSCHUWING: BRANDSTOF IS LICHT ONTVLAMBAAR.
hOUD DE BRANDStOF IN DE JERRYCANS. FUL DE tANK mEt BRANDStOF IN EEN GOED GEVENTI-LEERDE RUIMTE OF IN DE OPENLUCHT, ER MAG NIET IN DE BUURT GEROOKT WORDEN. VUL DE BRANDSTOF BIJ VOORDAT DE MOTOR WORDT GESTART. VERWIJDER NOOIT DE TANKDOP EN VUL NOOIT BRANDSTOF BIJ WANNEER DE MOTOR LOOPT OF HEET IS.
Wanneer er brandstof wordt geknoeid, start dan niet de motor maar duw de machine weg van de plas brandstof. En creer geen vonken voordat de brandstof is opgeruimd en de brandstof dampen zijn vervlogen. Plaats de tankdop op de machine tank en de dop op de jerry can.
Stal de machine nooit in een gebouw met brandstof in de tank waar brandstofdampen bij vrije vlammen of vonkvorming kunnen komen. Laat de motor afkoelen voordat de machine in een gesloten ruimte wordt gestald.
13. DAGELIJKS ONDERHOUD
Zie cijfer 13.
Wanneer U onderhoudswerkzaamheden uit moet voeren, gebruik dan alleen originele onderdelen, zo blijft U verzekert van maximale prestaties en zekerheid van de machine. Voordat U onderhoudswerkzaamheden uitvoert, dient U eerst de in paragraaf 3 genoemde "Veiligheidsvoorschriften" aandachtig te lezen. Het is zaak dat wanneer U onderhoudswerkzaamheden dient uit te voeren met een geheven grascontainer, U de mechanische veiligheids sluiting "S" op de juiste manier aanbrengt.
13.1 MOTOR OLIE BIJVULLEN
Zie cijfer 13.1
• DAIHATSU 950 D - 950 G SHELL HELIX PLUS 10W40 OLIE
Raadpleeg de gebruikershandleiding en het onderhoudsboekje van de motor.
• KUBOTA D902 SHELL HARVELLA T 15W-40 OLIE
Raadpleeg de gebruikershandleiding en het onderhoudsboekje van de motor.
• BRIGGS & STRATTON SHELL x 200 SAE 30 OLIE
Raadpleeg de gebruikershandleiding en het onderhoudsboekje van de motor.
13.2 KOELVLOEISTOF BIJVULLEN
Zie cijfer 13.2
Niet van toepassing op het model PG220.
13.3 OLIE VAN HET HYDRAULISCH SYSTEEM BIJVULLEN
Zie cijfer 13.3
SHELL HARVELLA T 15W-40 OLIE
13.4 OLIE VAN DE VOOR AS BIJVULLEN
Zie cijfer 13.4
SHELL HARVELLA T 15W-40 OLIE
13.5 ACCU
Zie cijfer 13.5
Controleer periodiek het accu water niveau aan de hand van de maten die staan aangegeven op de omhuizing van de accu, en wanneer nodig dient u gedestilleerd water bij te vullen.
13.6 LUCHT FILTER
Zie cijfer 13.6
Deze dient U periodiek te controleren
Deze dient U periodiek te controleren.
Niet aanwezig op het model PG220.
Deze dient U periodiek te controleren.
13.9 MOTOR OLIE FILTER
Zie cijfer 13.9
Raadpleeg de gebruikershandleiding of het onderhoudsboekje van de motor.

Verwijder het waterdichte schot A, alvorens de filter van de motorolie te handhaven.
13.10 BANDEN SPANNING
Zie cijfer 13.10
Wanneer de voorwielen van de machine niet dezelfde bandenspanning hebben, bestaat er de mogelijkheid dat de messen het gras op verschillende hoogte maaien.
- Na de eerste 5 tot 10 uur werken dient U de aftakas V-snaren af te stellen op de juiste spanning.
1) Zet de aftakas uit en markeer met een vilt stift de positie van de trekstang (Fig. 56/1).
2) De aftakas inschakelen en controleer of de op Fig. 56/2 gemarkeerde waarde 10-12 mm bedraagt. Wanneer dit niet het geval is bouten A en B (Fig. 56/3 en 56/4) aandraaien.

Let op de afmeting van het cilinder oog.
13.12 REINIGEN VAN DE MACHINE
Zie cijfer 13.12
13.13 CONTAINER KANTEL CYLINDER VET NIPPEL
Zie cijfer 13.13
Met hoogleegkiepinstallatie.
13.14 CONTAINER KANTEL CYLINDER VET NIPPEL
Zie cijfer 13.14
Zonder hoogleegkiepinstallatie
13.15 AANDRIJFAS VETNIPPELS
Zie cijfer 13.15
13.16 PEDAAL SMERING
Zie cijfer 13.16
Zie onderhoudstabel
13.17 HYDRAULIC FILTER
Zie cijfer 13.17
14. SPECIFIEK ONDERHOUD
Voor specifiek onderhoud van de hydraulische veegmachine zult U contact op moeten nemen met een Gianni Ferrari dealer.
15. STALLING VAN DE MACHINE
Wanneer de PG-SR maaimachine voor een lange tijd wordt gestald, is het noodzakelijk om enkele werkzaamheden uit te voeren om er zeker van te zijn dat de machine weer efficient in gebruik genomen kan worden wanneer deze een tijd heeft stil gestaan.
- Demonteer de aanbouwwerktuigen van de machine en volg de aanwijzingen in de relevante gebruikshandleiding en onderhoudsboekje om de machine voor "Stalling" klaar te maken.
- Voer alle werkzaamheden uit die in het gebruikers-, en onderhoudsboekje worden gegeven van de motor wanneer deze voor de winter wordt gestald.
- Verwijder de accu, herlaad de accu en berg deze op in een droge, warme en geventileerde plaats.
- Reinig de motor met het oog op het aankoeken van grond, en gras resten.
- Voer de werkzaamheden uit die staan omschreven bij "dagelijks onderhoud", en voer wanneer nodig ook het "specifiek onderhoud" uit.
- Parkeer de machine in een droge en geventileerde plaats en dek de machine af met een stoffen kleed, niet met plastic omdat de machine dan vochtig blijft.
- Houd de banden ook tijdens langdurige stalling op spanning, en draai de wielen periodiek zodat deze rond blijven.
16. TRANSPORT OP DE OPENBARE WEG
Zie cijfer 16.
De PG-SR grasmaaiers, vallen onder landbouwvoertuigen en mogen op de openbare weg, speciaal voor op de openbare weg raden wij de straat versie (*) aan, deze heeft omdat dit in verschillende landen nodig is een keurings bewijs voor de openbare weg. Op de openbare weg zullen de nationale en de regionale regels gehandhaafd moeten worden.
- De grasmaaier moet worden voorzien van een verzekering voor op de openbare weg.
- Het wordt aangeraden dat de bestuurder van de grasmaaier minimaal in het bezit is van het algemene rijbewijs (minimaal, type B).
- De verlichting en de remmen moeten net als in het veld in optimale conditie zijn en dus probleemloos werken.
- De lampen en reflectoren moeten goed zichtbaar zijn. Houd er rekening mee dat de zwaailamp op de openbare weg altijd aan moet staan, ook overdag.
-De PG-SR grasmaaier kan met een gemonteerd aanbouwwerktuig op de openbare weg rijden.(**). Wanneer er met de PG-SR wordt gereden op de openbare weg, op eigen terrein, of in het veld zonder aanbouwwerktuig, moeten de hefarmen van de 2-punts bevestiging voor het aanbouwwerktuig in de hoogste stand gelift zijn. Wanneer de machine de openbare weg opgaat met een aanbouwwerktuig dan moet het aanbouwwerktuig ook in de hoogste stand gelift worden en mechanisch met de sluiting worden vastgezet.
- Vooraan de machine, is er een trekoog gemonteerd, deze kan worden gebruikt in geval van nood. - De technische grenzen en aanbevelingen welke staan voorgeschreven in de documenten van de grasmaaier moeten altijd worden gerespecteerd.
- Op de openbare weg gelden de nationale en locale regels.
(*): Deze zijn uitgevoerd met straatverlichting, gevarendriehoek, snelheids limiet bordje, e.d. (**): Wanneer er voor de openbare weg een registratie document nodig is, zoals in het buitenland, dan staat hierin omschreven met welk aanbouwwerktuig de machine de weg op mag

Voordat de bestuurder met de machine de openbare weg op gaat, is het van belang dat de bestuurder zich bewust is van de besturing en dat hij de instrumenten kent en begrijpt.
17. VEILIGHEIDS STICKERS
Zie cijfer 17.
18. NOTES
A) NEEMT U A.U.B. CONTACT OP MET UW GIANNI FERRARI DEALER VOOR ALLES DAT NIET IS BEHANDELD IN DEZE HANDLEIDING.
B) BEWAART U DEZE GEBRUIKERS HANDLEIDING OP EEN ZORGZAME PLAATS ZODAT U DEZE IN DE TOE-KOMST ER WEER OP NA KAN SLAAN. DEZE HANDLEIDING KAN ZONDER VERANTWOORDING WORDEN VERANDERD EN VERBETERD ZONDER DIT VOORAF TE MELDEN. HET KOPIEEREN OF HET VERTALEN VAN DEZE HANDLEIDING OF EEN DEEL DAARVAN IS NIET TOEGESTAAN ZONDER DE SCHRIFTELIJKE TOESTEM-MING VAN DE FABRIKANT.
19. ONDERHOUDSSCHEMA
| UNDERDEEL\UREN | 5 10 | 30 50 | 100 200 | 400 | 500 | NOTES | |||
| RADIATEUR GAAS REINIGING | X + | ||||||||
| CONTROLE V-SNAREN | X+++ | X | |||||||
| CONTAINER GAAS REINIGING | X + | ||||||||
| HYDRAULISCHE AANDRIJVING REINIGEN | X | = | |||||||
| SLIJPEN VAN DE MESSEN | X + | ||||||||
| REINIGEN GEHELE MACHINE | X | = | |||||||
| GRONDIG REINIGEN GEHELE MACHINE | X | = | |||||||
| SMEREN | X | ||||||||
| WIEL AANDRIJVING OLIE PEIL | X | ||||||||
| TRANSMISIE EN MAAIDEK OLIE PEIL | X | ||||||||
| HST. AANDRIJVING EN HYDRAULISCH SYSTEEM OLIE PEIL | X | ||||||||
| LUCHT FILTER REINIGING | X | + | |||||||
| MOTOR OLIE PEIL | X + | ++ | |||||||
| MOTOR OLIE VERVANGEN | X + | + | |||||||
| HST AANDRIJFOLIE VERVANGEN | X+++ | X + | + | ||||||
| OLIEDRUKFILTER PATROON VERVANGEN | X+++ | X + | + | ||||||
| CARBURATEUR FILTER VERVANGEN | X + | + | |||||||
| LUCHTFILTER VERVANGEN | X + | ++ | |||||||
| KOELVLOEISTOF NIVEAU | X + | + | |||||||
| KOELVLOEISTOF VERVANGEN | X + | + | |||||||
| MOTOR ONDERHOUD | X + | + | |||||||
| VERVANGEN VAN HET HYDRAULISCH OLIE FILTER | X |
-
Wanneer de machine in zeer zware omstandigheden wordt ingezet, moeten deze werkzaamheden vaker worden uitgevoerd.
++ Motor onderhoud: Raadpleeg de gebruikershandleiding en het onderhoudsboekje van de motor
+++ Bij vervanging - eerst afstellen
= Deze reinigings werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met gecomprimeerde lucht. Vermijd het gebruik van water. -
ERROR CODE DISPLAY
| ERROR POSITIE E R R CODE | O R | ALARM ALARM | OMSCHRIJVING MOGELIJKE OOR- ZAKEN OF/ | OPLOSSINGEN | TIJDSDUUR ALARM ERROR | ||
| Eerste test fase E1 lamp. De test op de voorgloei warmte sensor geeft een lagere gemeten temperatuur aan als voorgeschreven. | De voorgloei warmte sensor werkt waarschijnlijk niet goed. | Tot dat de oorzaak is opgelost. 1 | |||||
| 2 | |||||||
| Test tijdens de voorgloeiperiode | E10 De veitigheidstest geeft aan dat de aftakas nog is ingeschakeld. | Schakel de aftakas uit. Tot dat de oorzaak is opgelost. 1 | |||||
| E11 De veitigheidstest geeft aan dat de parkeer rem uitgeschakeld is. | Schakel de parkeer rem in Tot dat de oorzaak is opgelost. 2 | ||||||
| E12 De veitigheidstest geeft aan dat de bestuurder niet op de zitting heeft plaats genomen. | De bestuurder moet plaats nemen op de zitting. | Tot dat de oorzaak is opgelost. 3 | |||||
| E14 De veitigheidstest geeft aan dat het motor comparitment geopend is. | Sluit het motorcompartiment. Tot dat de oorzaak is opgelost. 5 | ||||||
| Test tijdens het starten van de motor | E20 De veitigheidstest geeft aan dat de aftakas nog is ingeschakeld. | Schakel de aftakas uit. Tot dat de oorzaak is opgelost en de motor word gestart. | 1 | ||||
| E21 De veitigheidstest geeft aan dat de parkeer rem uitgeschakeld is. | Schakel de parkeer rem in Tot dat de oorzaak is opgelost en de motor word gestart. | 2 | |||||
| E22 De veitigheidstest geeft aan dat de bestuurder niet op de zitting heeft plaats genomen. | De bestuurder moet plaats nemen op de zitting. | Tot dat de oorzaak is opgelost en de motor word gestart. | 3 | ||||
| E24 De veitigheidstest geeft aan dat het motor comparitment geopend is. | Sluit het motorcompartiment. Tot dat de oorzaak is opgelost en de motor word gestart. | 5 | |||||
| Temp. Lamp. | Alarm piept | De temperatuur test van het koelwater geeft aan dat de motor temperatuur hoger is als 100^ . | Zet de aftaksas uit en laat de motor op een laag toerental draajen, stop met rijden en zet de motor niet af. | Wanneer de temperatuur weer zijn normale waarden bereikt. | 6 | ||
| E30 | Alarm piept erg langzaam | De grascontainer is vol en de aftakas staat ingeschakeld. | Wanneer de aftakas wordt uitgeschakeld | 7 | |||
| E31 | Alarm piept langzaam | De luchtfilters zitten vol | Wanneer de aftakas wordt uitgeschakeld | 7 | |||
| Tijdens elke fase | CC1 Er is kortsluiting bij de gloeibougie. Controleer het elektrische | circuit van de gloeibougie | Totdat de oorzaak is opgelost en de motor weer is ingeschakeld. | 0 | |||
| CC2 Er is kortsluiting bij de motorstop. | Controleer het elektrische circuit van de motor | circuit van de motor | Totdat de oorzaak is opgelost en de motor weer is ingeschakeld. | 0 | |||
| CC3 Er is kortsluiting bij de alarm buzzer. | Controleer het elektrische circuit van de buzzer | circuit van de buzzer | Totdat de oorzaak is opgelost en de motor weer is ingeschakeld. | 0 | |||