iMow MI 422 P - Grasmaaier VIKING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis iMow MI 422 P VIKING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over iMow MI 422 P VIKING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding iMow MI 422 P - VIKING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. iMow MI 422 P van het merk VIKING.
GEBRUIKSAANWIJZING iMow MI 422 P VIKING
Hartelijk dank voor uw aankoop van een kwaliteititsproduct van de firma VKING.
Dit product werd volgens de meest moderne procedures en met veel zorg voor kwaliteit gefabricieerd, want wij hebben ons doel pas bereikt als u tevreden bent over uw apparaat.
Neem contact op met uw dealer of met once verkoopafdeling als u vragen over uw apparaat heeft.
Veel plezier met uw VKING apparatus.

Dr. Peter Pretzsch
Director
1. Inhoudsopgave
Over deze gebruiksaanwijzing 232
Algemeen 232
Landspecifieke varianten 232
Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 232
Beschrijving van het apparatus 234
Robotmaaier 234
Dockingstation 235
Schem 236
Hoe de robotmaier werkt 237
Werkingsprincipe 237
Veiligheidsvoorzieningen 238
STOP-toets 238
Machineblokkering 238
Beschermkappen 238
Stootsensor 238
Ophefbveiliging 239
Hellingsssensor 239
Displayverlichting 239
Diefstalbeveiliging 239
Voor uwveiligheid 239
Algemeen 239
Kleding en uitrusting 240
Waarschuwing -gevaar voor elektrische schokken 241
Accu 241
Transport van het apparatus 242
Vórde inbedrijfstelling 242
Programming 243
Tijdens gebruik 243
Onderhoud en reparaties 244
Opslag bij langdurige
bedrijfsonderbrekingen 245
Afvoer 245
Toelichting van de symbolen 245
Leveringsomvang 247
Eerste installment 248
Aanwijzingen m.b.t. de eerste installment 248
Snijhoogte instellen 248
Taal, datum,ijd instellen 248
Dockingstation installeren 249
Begrenzingsdraad leggen 252
Begrenzingsdraad aansluten 254
Robotmaaier en dockingstation koppelen 257
Installatie testen 258
Robotmaaierprogrammeren 258
Eerste installment afsluiten 260
Eerste maaibeurt na de eerste installment 260
Menu 260
Bedieningsaanwijzingen 260
Statusmelding 261
Infogedeelte 262
Hoofdmenu 263
Commando's 263
Maaischema 264
Actieve tijden 264
Maaiduur 265
Informatie 265
Installingen 266
iMow - apparaatinstellingen 266
Regensensor instellen 267
Statusmelding instellen 267
Installatie 267
Startpunten instellen 268
Veiligheid 268
Service 270
Begrenzingsdraad 270
Ligging van de begrenzingsdraad
plannen 271
Schets van het maavlak make 271
Begrenzingsdraad leggen 271
Begrenzingsdraad aansluiten 271
Draadafstanden - iRuler gebruiken 272
Vernauwingen 273
Verbindingstrajecten installeren 274
Verboden zones 274
Aanpalende gazons 275
Doorgangen 275
Precies langs randen maaien 277
Afhellend terrein in het maavlak 277
Draadreserve installeren 277
Draadverbinders gebruiken 278
Dockingstation 278
Led op het dockingstation 278
Tips voor het maaien 279
Algemeen 279
Mulchen 279
Actieve tijden 279
Maaiduur 279
Apparaat in gebruik nemen 280
Voorbereiding 280
Klep 280
Programmeraanpassen 280
Maaien met automaat 281
Maaien ongeacht actieve tijden 281
Robotmaaieraandokken282
Accuopladen 282
Onderhoud 283
Onderhoudsschema 283
Apparaat reinigen 283
Slijtagegrenzen van het maaimes
controleren 284
Maaiimesuit-eninbouwen 284
Maaimes slijpen 285
Meenemerschijfuit-enbouwen 285
Draadbreuk zoeken 286
Voedingsstekker 287
Opslag en winterpauze 287
Standaard reserveonderdelen 288
Accessoires 288
Slijtage minimalisieren en schade voorkomen 288
Milieubescherming 289
Accuuitbouwen 289
Transport 290
Apparaat opheffen of dragen 291
Apparaat vastosjorren 291
CE-conformiteitsverklaring van de fabrikant 291
Onderhoudsschema 300
Installatievoorbeelden 301
2. Over deze gebruiksaanwijzing
2.1 Algemeen
Deze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC.
VIKINGwerkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten;
wijzigingen in het product qua vorm, techniek en uitvoering blijvenaarom voorbehonden.
Op basis van gevevens of afbeeldingen uit dit boekje+kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.
Deze gebruiksaanwijzing worden beschermd door het auteursrecht. Alle rechten blijven voorbehonden, met name
hetrecht van verveelvoudiging,vertaling en de verwerking met elektronische systemen.
2.2 Landspecifieke varianten
VIKING levert afhankelijk van het leveringsland apparaten met verschillende stekkers en schakelaars.
In de afbeeldingen worden apparaten met eurostekkers weergegeven. Apparaten met andere stekkeruitvoeringen worden opdezelfde manier op de voeding aangesloten.
2.3 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht.
Kijkrichting:
kijkrichting bij gebruik links en rechts in de gebruiksaaanwijzing: De gebruiker staat anschter het apparaat en kijkt in de rijrichting maar voren.
Hoofdstukverwijzig:
aar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg worden met een pijtje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing maar een hoofdstuk: ( 2.1)
Markeringen van tekstpassages:
de beschreiben aanwijzingen{kunnenzoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zich.
Handelingen waar bij ingrijpen van de gebruiker vereist is:
- Bout (1) met een schroevendraier losdraaien, hendel (2) activeren ...
Algemene opsommingen:
-productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen
Teksten met aanvullende betekenis:
tekst passages met aanvullende betekenis zich met een van de onderstaand beschreiben symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.

Gevaar!
Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen+zijn noodzakelijk of verboden.
Waarschuwing!
Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen möglich of waarschijnlijk letsel.
Voorzichtig!
Minder ernstig letsel of materiele schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.
Aanwijzing
Informatie voor een better apparaatgebruik en om een möglichnesteigenlijkgebruik te vermijden.
Teksten met afbeeldingverwijzing:
sommige afbeeldingen die nodig zichn voor het gebruik van het apparatusat, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

Afbeeldingen met tekstpassages:
Bedieningsstappen met directe verwijzing\ aar de afbeelding vindt u onmiddelijk na\ de afbeelding met bijbehorende\ positienummers.
Voorbeeld:

Het stuurkruis (1) is bedoeld voor navigeren in de menu's, met de OKtoets (2) worden instellingen bevestigd en menu's geopend. Met de Terug-toets (3) kunt u menu's wee aftluten.
3. Beschrijving van het apparaat
3.1 Robotmaier

1 Beweeglijk gemonteerde afdekkap ( 5.4),( 5.5)
2 Stootstrip MI 422 P
3 Laadcontacten: aansluitcontacten voor dockingstation
4 Handgreep voor (in de beweeglijke kap geintegréd) (20.1)
5 STOP-toets (⇒ 5.1)
6 Klep ( 14.2)
7 Aandrijfwiel
8 Handgreep acheer (in de beweeg- lijke kap geintegrerd) ( 20.1)
9 Regensensor ( 10.12)
10 Draaiknop snijhoogteverstelling (9.2)
11 Typeplaatje met machinenummer
12 Voorwiel
13 Dubbelzijdig geslepen maaimes ( 15.4)
14 Maaiwerk

3.2 Dockingstation
1 Bodemplaat
2 Kabelgeleidingen voor het leggen van de begrenzingsdraad ( 9.1)
3 Voeding
4 Afneembare afdekking (9.4)
5 Laadcontacten: aansluitcontacten voor robotmaaier
6 Rode led ( 12.1)
3.3 Scherm

1 Grafisch display
2 Stuurkruis: navigeren in menu's (10.1)
3 OK-toets: navigeren in menu's (⇒ 10.1)
4 Terugtoets: navigeren in menu's
4. Hoe de robotmaajer werkt
4.1 Werkingsprincipe

De robotmaaier (1) is ontwikkeld voor het automatisch onderhonden van gazons. Hij maait het gazon in willekeurig gekozen banen.
Opdat de robotmaaier de grenzen van het maavlak A herkent, moet er een begrenzingsdraad (2) rondon dit vlak worden gelegd. Hierdoor stroomt een draadsignaal, dat door het dockingstation (3) worden opgewekt.
Vaste hindernissen (4) op het maaivlak worden door de robotmaaier met behulp van een stootsensor veilig herkend. Zones (5) die de robotmaaier Niet mag betreden en hindernissen die hij Niet mag raken,要去en met behulp van de begrenzingsdraad van de rest van het maaivlak worden afgebakend.
In automatische maaimodus verlaat de robotmaier tijdens de actieve tijden ( 10.7) zichstandig het dockingstation en maait hij het gazon. De
robotmaaier rijdt zichstandig maar het dockingstation om de accu's op te laden. Hierbij worden het+aantal en de duur van de maai- en oplaadbeurten binnen de actieve tijden volautomatisch aangepast. Zo worden de benodigde wekelijke maaiduur gegarandeerd bereikt.
Bijuitgeschakelde automaat en voor maaibeurten ongeacht de actieve tijden kan een maaibeurt met het commando
"Maaien starten" of "Maaien met vertraagde start" worden geactiveerd. ( 10.5)

De VIKING robotmaier kan betrouwbaar en storingsvrij in de buurt van andere robotmaiers worden gezruikt. Het draadsignaal voldoet aan de norm van de EGMF
(Vereniging van Europese fabrikanten van tuinapparatuur) met betrekking tot de elektromagnetische emissie.
5. Veiligheidsvoorzieningen
Voor een veilige bediening en ter voorkoming van ondeskundig gebruik is de machine met meerdeveiligheidsvoorzieningen uitgevoerd.

Kans op letsel!
Bij een eventuele defect aan een van de veiligheidsvoorzieningen mag de machine Niet in bedrijf worden genomen. Neem contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
5.1 STOP-toets
Door indrukken van de rode STOP-toets op de bovenkant van de robotmaaier stopt het apparaat onmiddelijk. Het maaiemes komt binnen enkele seconden tot stilstand en op het display verschijnt de melding "STOP-toets bediend". Zolang de melding actief is, kan de robotmaaier Niet in gebruik worden genomen en is hij in een veilige toestand. ( 23.)
Bij ingeschakelde automaat volgt er na bevestiging van de melding met OK een vraag of het automatische gelebruik moet worden voortgezet.
Bij Ja bewerkt de robotmaier het maavlak verder volgens maaischema. Bij Nee blijft de robotmaier op het maavlak staan, de automaat wordenuitgeschakeld. ( 10.5)

Bij lang indrukken van de STOPtoets worden bovendien demachineblokkering geactiveerd. ( 5.2)
5.2 Machineblokkering
De robotmaier要去 voir alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden, voir transport en voir de inspectie worden geblokkeerd.

Bij een geactiveerde machineblokkering kan de robotmaaier Niet in gebruik worden genomen.
Machineblokkering activeren:
- STOP-toets lang indrukken,
-in het menu Commando's,
-in het menu Veiligheid.
Machineblokkering via menu Commando's activeren:
- in het menu "Commando's" de optie "iMow blokkeren" selecteren en met OK-toets bevestigen. (⇒ 10.5)
Machineblokkering via menu Veiligheid activeren:
- in het menu "Instellingen" het submenu "Veiligkeit" openen. (⇒ 10.16)

- optie "Machinestop" selectoren en met OK-toets bevestigen.
Machineblokkering ongedaan make:
- zo nods apparaat met een druk op een willekeurige knop activeren.
- robotmaier met aangegeven toetscombinatie ontgrendelen. Hiervoor要去en de OK-toets en de Terug-toets in de op het display aufgebeelde volgorde worden ingedrukt.

5.3 Beschermkappen
De robotmaaier is met beschermkappenuitgerust om een onopzettelijk contact methet maaimes en het maaigoed tevoorkomen.
Hieroe dient de afdekkap in het bijzonder.
5.4 Stootsensor
De robotmaaier is voorzien van een beweeglijke kap die als stootsensor dient. De robotmaaier blijft meteen stilstaan als deze bij automatisch gebruik op een vaste hindernis stoot die een bepaalde minimumhoogte (8 cm) heeft en vast met de ondergrond verbonden is. Aansluitend verandert hij van rijrichting en gaat hij verder met maaien. Als de stootsensor te vaak worden geactiveerd, worden ook het maaimes gestopt.

Het stoten gegen een hindernis gebeurt met een bepaalde kracht. Gevoelige hindernissen of lichte voorwerpen zoalskleine bloempotten+kennenaarom worden omgeworpen of worden beschadigd.
VIKING raadt aan hindernissen te verwijderen of met verboden zones af te bakenen. ( 11.8)
5.5 Ophefbeveiliging
Als de robotmaaier aan de kap wordt opgetild, onderbreekt deze meteen de maaibeurt. Het maaimes komt binnen enkele seconden tot stilstand.
5.6 Hellingssensor
Alsijdens het gebruik de toegestane helling worden overschreden, verandert de robotmaaier meteen van rijrichting. Bij overslaan worden de wielaandrijving en de maaimotor uitgeschakeld.
5.7 Displayverlichting
Tijdens het gebruik worden de displayverlichting geactiveerd. Door het Licht is de robotmaaier ook in het donker goed herkenbaar.
5.8 Diefstalbeveiliging
Na het activeren van de diefstalbeveiliging klinkt er na het opheffen van de robotmaaier een alarmsignal als de PINcode Niet binnen een minuut worden ingevoerd. ( 10.16)
De robotmaaier kan uitsluitend samen met het meegeleverde dockingstation worden gebruikt. Een ander dockingstation moet aan de robotmaaier worden gekoppeld. ( 9.7)
VIKING raadt aan, een van de veiligheidsstanden "Laag", "Middel" of "Hoog" in te stellen. Zo kuren onbevoegden de robotmaier gegarandeerd nicht met andere dockingstations in gebruik nemen of deinstilling of de programmering wijzigen.
6. Voor uw veiligheid
6.1 Algemeen

Tijdens de werkzaamheden met het apparaat要去en devoorschrift terpreventie van ongevallen beslist in acheit
wordengenomen.

Vór de eerste inbedrijfstelling
moet u de—hele
gebruiksaanwijzing goed
doorlezen. Bewaar de
gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats.
Deze veiligheidsmaatregelen zich onontbeerlijk voor uwveiligheid, maar deze opsomming is Nietuitputtend. Gebruik het apparaat.altijdverstandig en met verantwoordelijkkeidsgevoel,en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen.
Het begrip "gebruiken" omvat alle werkzaamheden aan de robotmaaier, aan het dockingstation en aan de begrenzingsdraad.
De definitie van een "gebruiker":
Een persoon die de robotmaaier opniew programmeert of de bestaande programmering wijzigt.
Een person die werkzaamheden aan de robotmaier verricht.
Eensoon die het apparatusat in bedrijneemt of activeert.
Eensoon die de begrenzingsdraad of het dockingstation installeert of deinstalleert.
Gebruik het apparaat alleen als uuitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijkke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid hoefft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kutwerken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beinvloeden, mag nicht met het apparaat worden gewerkt.
Maak u vertrouwd met de bedieningsonderdelen en het gebruik van het apparatus.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door Personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening ervan vertrouwd zich. Elke gebruiker要去 vo隠 de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werkken.
Bij deze instructie要去 gebruiker er vooral bewust van worden gemaakt dat voor het werknen met dit apparaat uiterste zorgvuldigheid en concentratie vereist zich.

Levensgevaar door verstikking!
Verstikkingsgevaar voor kinderen bij het spelen met verpakkingsmaterial. Houd verpakkingsmaterial als好多 buiten het bereik van kinderen.
Leen het apparaat alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en要去 algijd worden meegegeven.
Laat het apparaat in geen geval gebruiken door kinderen, Personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk vermogens of onvoldoende ervaring en kennis of Personen die nicht met de instructies vertrouwd zijn.
Kinderen ofjongerenonder16jaarmogen hetapparaatnietgebruiken.De minimumleeftijdvan de gebruiker kan vastgelegd zijn inplaatselijke bepalingen.
Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan de machine aan te brengen, behalte vakkundige montage van toebehoren en combi-apparaten die door VKING zijn goedgekeurd. Bovendien heeft dit tot gevolg, dat uw garantie verralt. Neem voor informatatie over goedgekeurde toebehoren en combi-apparaten contact op met uw VKINGvakhandelaar.
Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen of het toerental van de elektromotoren worden veranderd, is verboden.
Ermighten wijzigingen wordenaangebrachte aan het apparaat die leidentot een toename van het geluidsniveau.
De apparataatsoftware mag om veiligheidsredenen nooit worden gewijzigd of gemanipuleerd.
Bij het gebruik op openerbare terreinen, parken, sportvelden, langus wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan.
Vervoer geen voorwerpen, dieren of personen, met name kinderen, met het apparaat.
Sta nooit toe dat personen, met name kinderen, meerijden op de robotmaaier of erop gaan zitten.
Let op - gevaar voor ongevallen!
De robotmaaier is bedoeld voor automatisch gazononderhoud. Een andere toepassing is Niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn of schade aan het apparaat tot gezolg hebben.
Om persoonlijk letsel van de gebruiker te vermijden, mag het apparaat bijvoorbeeld Niet worden ingezet voor volgende werken (onvolledige opsomming):
- het trimmen van bosjes, heggen en struiken,
- het snoeien van rankgewas,
- gazononderhoud op dakbeplantingen en in bloembakken,
- het hakselen enklein hakken van boom- en heggensnoeisel,
- het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen),
- het egaliseren van oneffenheden in de bodem, zoals molshopen.
6.2 Kleding en uitrusting

Draag stevige schoenen met grip en werk nooit blootsvoets of bijvoorbeeld met sandalen,
- wanneer u de robotmaaierijdens bedrijf nadert.

Draag bij het installereren, bij onderhoudswerkzaamheden en alle andere werkzaamheden aan het apparaat en aan het
dockingsation geschikte werkkleding.
Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen können blijven hangen - ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals.
Draag een lange broek,
- wonneer u de robotmaaierijdens bedrijf nadert.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden, bij het leggen en verwijderen van draden en bij het vastzetten van
het dockingstation altijd stevige handschoenen.
Beschem de handen bij alle werkzaamheden aan het maaimes en bij het inslaan van de bevestigingspennen en de haringen van het dockingstation.
U dient bij alle werkzaamheden aan het apparaat langhaar samen te binden en te bedekken (met een hoofddoek, muts, enz.).

Draag bij het inslaan van de bevestigingsnagels en de haringen van het dockingstation een geschikte veiligheidsbril.
6.3 Waarschuwing - gevaar voor elektrische schokken

Opgelet! Kans op stroomstoten!
Voor de elektrische
veiligheid zijn een intacte
voedingskabel en een
intacte stekker op de
voeding erg belangrijk.
Beschadigde kabels, koppelingen en stekkers of aansluitkabels die nied aan de voorschriften voldoen, mogen nicht gebruikt worden, zodat gevaar voor elektrische schokken kan worden voorkomen.
Controleer de aansluitkabelaarom regelmatig op beschadigingen of slijtage (barsten).
Alleen originele voeding gebruiken.
Gebruik de voeding Niet,
- als deutsche beschadigd of versleten is,
- als er bedrading beschadigd of versleten is. Controller de voedingskabel regelmatig op schade en veroudering.
Onderhouds- en
herstellingswerkzaamheden aan voedingskabels en aan de voeding mogen alleen door special opgeleide vaklui worden uitgevoerd.
Gevaar voor stroomstoten!
Een beschadigde kabel mag Niet op het stroomnet worden aangesloten en u mag een beschadigde kabel pas aanraken als deze is losgekoppeld.
De aansluitkabels op de voeding mogen nicht worden veranderd (bijv. ingekort). De kabelussen de voeding en het dockingstation mag Niet worden verlangd.
Gevaar voor stroomstoten!
Beschadigde kabels, koppelingen en stekkers of aansluitkabels die nicht aan de voorschriften voldoen, mogen nicht worden gebrukt.
Let er alkijd op dat de gebruike voedingskabels voldoende beveiligd zich.
Verwijder de aansluitkabel met de stekker en de stekkerbus en trek Niet aan de aansluitkabels zich.
U mag het apparaat alleen op een voeding aansluten die beveiligd is door een foutstroombeveiliging met een aftschakelstroom van maximaal 30mA Voor nadere informatie(Intkunt u terecht bij de elektricien.
Als de adapter worden aangesloten op een voeding buiten een gebouw, dan要去 het stopcontact voor gebruik buitenshuis goedgekeurd zijn. Voor nadere informatie over de landspecifieke voorschriften kutunterecht bij de elektricien.
Bedenk dat het apparaat bij het aansluiten op een stroomaggregaat door spanningsschommelingen kan worden beschadigd.
6.4 Accu
Alleen originele accu gebruiken.
De accu isuitsluitend bedoeld voor vaste inbouw in een VIKING robotmaier. Hij is waar optimaal beveiligd en worden opgeladen wonneer de robotmaier in het dockingstation staat. Er mag geen ander oplaadapparaat worden gebruikt. Bij het gebruik van een Niet geschikt oplaadapparaat is er gevaar voor een elektrische schok, oververhitting of uitstromen van bijtende accuvloeistof.
Accu nooit openen.
Accunietlatenvallen.
Geen defecte of cervormde accu gebruiken.
Accu buiten bereik van kinderen bewaren.

Explosiegevaar!
Beschem de accu segendirect zonlicht,hitte envur-nooit in open vuerwerpen.

Accu alleen bij temperaturen tussen -10 ^ C en +50^ gebruiken en bewaren.
Accu gegen regen en vocht beschermen - Niet in vloeistoffen onderdompelen.

Accu nicht in magnetron stoppen of onder hoge druk zetten.
Accucontacten nooit op metalen voorwerpen aansluien (kortsluien). Accu kan door kortsluiting schade oplopen.
Niet gebruekte accu ver van metalen voorwerpen (bijv. spijkers, munten, sieraden) houden. Geen metalen transportbakken gebruiken -Explosie- en brandgevaar!
Bij ondeskundig gebruik kan er vloeistof UIT de accu stromen - contact vermijden! Bij onbedoeld contact met water afspoelen. Indien de vloeistof in aanraking komt met de ogen, spoelt u deze eerst met water en consulteert u een arts. Uitstromende accuvloeistof kan huidirritatie en brandwonden en bijtende plekken peroorzaken.
Geen voorwerpen in de ventilatiesleuven van de accu steken.
Zie www.viking-garden.com/safety-datasheets voor verdere aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
6.5 Transport van het apparatus
Vóor elk transport, met name vór het opheffen van de robotmaaier, moet de machineblokkering worden geactiveerd. ( 5.2)
Laat het apparaat voor het transport afkoelen.
Raak het maaimes bij het optillen en dragen Niet aan. De robotmaaier mag alleen aan beiden handgrepen worden opgetild. Grijp nooit onder het apparaat.
Let op het gewicht van het apparaat en gebruik zo nodig voor het laden geschekte hulpmiddelen (hefvoorzieningen).
Maak met geschkke
bevestigingsmaterialen (gordels, kabels, enz.) het apparaat en
meegetransporteerde
apparaatonderdelen (bijv. dockingstation) op het laadoppervlak vast aan de
bevestigingspunten, die in de
gebruiksaanwijzing beschreibenন. ( 20)
Houd u bij het transport van het apparaat aan deplaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken.
Laat de accu Niet in de auto liggen en stel\ deze nooit bloat aan direct zonlicht.
Lithium-ionaccu's moeten bij het transport met de grootste zorg worden behandeld. Let met name op het voorkomen van kortsluiting.Vervoer de accu alleen in derobotmaaier.
6.6 Vóor de inbedrijfstelling
Iedereen die het apparaat gebruikt, moet de gebruiksaanwijzing kennen.
Ga te werk volgens de instructies voor het installereren van het dockingstation ( 12.1) en de begrenzingsdraad ( 11.)
De begrenzingsdraad en de voedingskabel moeten goed op de bodem worden bevestigd, opdat er Niet over kan worden gestruikeld. Het aanleggen over randen (bijv. voetpen, straatsteenranden)要去 worden vermeden. Op bodems waar de meegeleverde bevestigingsnagels nicht kunnen worden ingeslagen (bijv. straatstenen, voetpen),要去 een kabelkanaal worden gezruikt
Controleer regelmatig of de begrenzingsdraad en de voedingskabel goed liggen.
Sla bevestigingsnagels alkijd volledig in de grond, om de kans op struikelen te voorkomen.
Installee het dockingstation Niet op slecht zichbareplaatsen, waar men er möglichk over kan struikelen (bijv. awhile een hoek van een huis).
Installee het dockingstation zo möglichk buiten het bereik van kruipdieren zoals mieren of slakken - vermijd met name gebieden rondom mierennesten en composteerhopen.
Zones waar de robotmaaier zich zonder gevaar kan rijden (bijv. wegens valgevaar), moeten door de begrenzingsdraad worden afgebakend. VIKING raadt aan, met de robotmaaier alleen over gazons en verharde wegen (bijv. geplaveide opritten) te rijden.
De robotmaaier herkent geen plekken waar deze kan omvallen, zoals randen, terrassen, zwembaden of vijvers. Als de begrenzingsdraad langus maybeke plekken waar deze kan vallen worden gelegd, moet er om veiligheidsredenen tussen de begrenzingsdraad en de bevarenzone een afstand vaneer dan 1m worden aangehouden.
Controleer regelmatig het terrein waarop het apparaat worden gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en alle andere voorwerpen die door het apparaat omhoog+kunnen worden geslingerd. Verwijder na de installmentie van de begrenzingsdraad alle gereedschap van het maaivlak. Afgebrozen of beschadigde bevestigingsnagels moeten worden uitgetrokken en worden afgevoerd.
Controleer het te maaien oppervlak regelmatig op oneffenheden en verwijder ze.
Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekendeveiligheidsvoorzieningen.
De op het apparaat geinstalleerde schakel- en veiligheidsinrichtingen mogen nicht worden verwijderd of overbrugd.
Voor het gebruik van het apparaat要去en alle versleten en beschadigde onderdelen worden verrangen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat要去en worden verrangen. Stickers en alle verdere verwangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw VKING vakhandelaar.
Voor de ingebruiktelling要去 u controleren
- of het apparaat gebruiksklaar is. Dit betekent dat de afdekkingen, gezilheidsvoorzieningen en de klep zich op hunplaats en in onberispelijke staat bevinden.
- of het dockingstation apparaat gebruisklaar is. Daarbij moeten alle afdekkingen goed+zijn gemonteerd en in onberispelijke staat+zijn.
- dat de elektrische verbinding van de voeding worden gemaatk met een correct geinstalleerd stopcontact.
- of op de voeding de isolatie van de aansluitkabel en de voedingsstekker in perfecte toestand is.
- of het gehele apparaat (behuzing, kap, klep, bevestigingselementen, maaimes, messenas, enz.) noch versleten noch beschadigd is.
- of het maaiemes en de mesbevestiging in goede staat+zijn (goed vast zitten, beschadigingen, slijtage). ( 15.3)
- of alle schroeven, moeren en andere bevestigingselementen aanwezig+zijn of+zijn vastgedraaid. Losgemaakte schroeven en moeren moeten voor de ingebruiktelling worden vastgedraaid (aandraaimoment respecteren).
Indien nodig deoodzakelijke werkenuitvoeren oftoevertrouwen aan devakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
6.7 Programming
Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met elektromotor inucht en programmeer de actieve tijden aan de hand waarvan. ( 13.3)
De programmering moet zodanig worden aangepast dat er zich tijdens het maaien geen kinderen, toeschouwers of dieren op het te maaien oppervlak bevinden.
De robotmaaier mag nicht tegelijkertijd met een spreoi-installatie worden gebruikt, pas de programmering hierop aan.
Zorg ervoor dat de juiste datum en het juiste tijdstip op de robotmaaier zijn ingesteld. Corrigeer indien nodig de instelleningen. Foutieve instelleningen können het ongeplande vertrek van de robotmaaier als gevolg hebben.
6.8 Tijdens gebruik

Houd andere Personen, in het bijzonder kinderen en dieren,uit deGeVarenzone.
Sta nooit toe dat kinderen de robotmaaier tijdens bedrijf naderen of ermee spelen.
Laat de robotmaier nooit zonder toezicht Werken, wonneer u weet dat er zich dieren of personen - in het bijzonder kinderen - in de buurt bevinden.

Opgelet - kans op letsel! Houd handen of voeten nooit gegen ofonder draaiende onderdelen.Raak het
ronddraiende mes nooit aan.
Koppel de voeding voor onweersbuien of bij blikseminslaggevaar van het elektriciteitsnet. De robotmaier mag dan nicht in gebruik genomen worden.
De robotmaaier mag met draaiende elektromotor nooit worden gekanteld of worden opgetild.
Probeer nooit de instellingen van het apparaat te veranderen wanseer een van de elektromotoren draait.
MI 422:
Om veiligheidsredenen mag het apparaat (MI 422) Niet op hellingen steiler dan 19,3^ (35%) worden gezruikt.
Kans op letsel!
Een helling van 19,3^ betekent een verticale stijging van 35cm bij een horizontale lengte van 100~cm

MI 422P:
Om veiligheidsredenen mag het apparaat (MI 422 P) Niet op hellingen steiler dan 21,8^ (40%) worden gebruikt.
Kans op letsel! Een helling van 21,8^ betekent een verticale stijging van 40~cm bij een horizontale lengte van 100~cm .


Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen.
Druk onderweg op de STOPtoets ( 5.1)
- voordat u de klep opent.
Activeer de machineblokkering ( 5.2) - voordat u het apparaat optilt en draagt,
- voordat u het apparatusaat transporteert,
- voordat u blokkeringen of verstoppingen verwijdert,
- voor het werkken aan het maaimes wordt aangevat,
- voordat het apparaat worden gecontroleerd of gereinigd,
- wonneer een vreemd voorwerp geraakt werk of als de robotmaier abnormaal hard begint te trillen. Controller in deze gevallen het apparaat, in het bijzonder de snijegenheid (messen, messenas, mesbevestiging), op beschadigingen en voer deoodzakelijkhe herstelingenuit voordat u het apparaat opnieuw start en ermee gaat werken.

Kans op letsel!
Hard trillen wijst meestal op eer storing.
De robotmaaier mag nicht worden gebrukt als de messenas beschadigd of verbogen is of als het maaimes beschadigd of verbogen is.
Laat de nooodzakelijkke herstellingen door een vakman uitvoeren - VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan - indien u Niet over de nodige kennis beschikt.
Vór u het apparaat achechterlaat, moeten de veiligheidsinstellenen van de robotmaier zodenig worden aangepast dat deze Niet door onbevoegden in gebruik kan worden genomen. (⇒ 10.16)
Strek bij de bediening van de machine en de bijbehorende randapparatuur Niet maar voren. Zorg altijd voor een goed evenwicht en een stabiele houding op hellingen. Loop altijd normal en ga Niet rennen.
6.9 Onderhoud en reparations
Activeer voorafgaand aan reinigings-, reparatie- en onderhoudsactiviteiten de machineblokkering en zet de robotmaier op een stevige, effen ondergrond.
Trek voor alle werkzaamheden aan het dockingstation en aan de begrenzingsdraad de stekker van de voeding eruit.
Laat de robotmaier voor alle onderhoudswerkzaamheden ca. 5 minuten afkoelen.
De voedingskabel mag uitsluitend door erkende elektriekers worden hersteld of worden verrangen.
Na alle werkzaamheden aan het apparaat moet voor het opnieuw in gebruik nemen de programmering van de robotmaier worden gecontroleerd en indien nodig aangepast. De datum en de vrij要去en worden ingesteld.
Reiniging:
het gehele apparaat moet met regelmatte
tussenpozen zorgvuldig worden gereinigd.
(⇒ 15.2)
Richt waterstralen
(hogedrukreiners in het bijzonder) nooit op motoronderdelen, pakkingen, lagers en elektrische onderdelen. Dit kan leiden tot beschadigingen of dure reparations.



Reinig het apparaat Niet onder stromend water (bijv. met een tuinslang).
Gebruik geen agressieve
reinigungsmiddelen. Dergelijkke
reinigungsmiddelen konnen kunststoffen
en metalen zodenig beschadigen dat deveiligheid van uw VKING apparatus
wellicht in het gedrang komt.
Onderhoudswerkzaamheden:
er mogen alleen
onderhoudswerkzaamheden wordenuitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzingworden vermeld. Alle andere
werkzaamheden dient u door uw vakhandelaar te lien uitvoeren.
Neem.altijd contact op met uw vakhandelaar als u Niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt.
VIKING raadt aan
onderhoudswerkzaamheden en reparationsuitsluitend door de VIKING vakhandelaartelatenuitvoeren.
VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door VIKING zich toegelaten of technisch gelijkwaardige delen, anders is er kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar.
Originele VIKING gereedschappen,
accessoires en verrangingsonderdelen
zijn wat betreft hun eigenschappen
optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele VIKING verrangingsonderdelen zich
onderdeelnummer, het VIKING logo en
eventuel het VIKING symbol op de onderdelen. Opkleine onderdelen kan ook alleen het teken staan.
Houd waarschuwings- en instructiestickers algtd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers要去en via uw VKING vakhandelaar door{nieuwe originele stickers worden verrangen.Let er bij het verwangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van bezelfde stickers is voorzien.
Werk aan de snijeenheid uitsluitend met ditke werklandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid.
Zorg dat alle schroeven en moeren, alle schroeven en bevestigingselementen van de snijeenheid, goed+zijn vastgedraaid, zodat u het apparataat veilig kunt gebruiken.
Inspecteer het gehele apparaat op gezette tijden, in het bijzonder voor de opslag van het apparaat (bijv. voor de winterpauze), op slijtage en beschadigingen. Versleten of beschadigde onderdelen要去en om veiligheidsredenen direct worden verrangen, omervoortzorgen dat het apparaat altiid in veilige staat is.
Als onderdelen of
veiligheidsvoorzieningen voor
onderhoudswerkzaamheden zich
verwijderd,要去en deze weeer meteena en
correct worden aangebracht.
6.10 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen
Stel voor het opslaan de hoogste veiligheidsstand in. ( 10.16) Activeer ook de machineblokkering.
Controleer of het apparaat gegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd.
Sla het apparaat in een veilige staat op. Reinig het apparaat voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig.
Laat het apparaat ca. 5 minuten afkoelen voordat u het in een gesloten ruimteplaatst.
De opslagruimte moet droog, vorstvrij en afsluitbaar zijn.
Bewaar het apparaat nooit in de buurt van open vuur of sterke warmtebronnen (bijv. oven).
Demonteer bij langere bedrijfsonderbrekingen (bijv. winterpauze) het dockingstation en bewaar het samen met de robotmaaier op een veilige manier. ( 15.9)
6.11 Afvoer
Afvalproducten können schadelijk zijn voor mens, dier en milieu en要去en.darom deskundig worden afgevoerd.
Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
Voer een apparaat aan het einde van de levensduur volgens de voorschriften af.
Stel het apparaat vór het afvoeren buiten werkung. Verwijder ter voorkoming van ongevallen de voedingskabel van de voeding en de accu van de robotmaaier.
Kans op letsel door het maimes!
Laat ook een grasmaier aan het eind van de levensduur ervan nooit zonder toezicht
staan. Bewaar het apparaat en in het bijzonder het maamines altijd buiten het bereik van kinderen.
De accu要去 geschaden van het apparaat worden afgevoerd. Zorg dat accu's veilig en milieuvriendelijk worden afgevoerd.
7. Toelichting van de symbolen

Waarschuwing!
Lees de gebruiksaanwijzing vór ingebruikname.

Waarschuwing!
Blij op een veilige afstand van het apparaat als het in werkig is. Houd andere Personen uit de gezavenzone.

Waarschuwing!
Blokkeer het apparaat alvorens het op te tilen of werkzaamheden eraan uit te voeren.

Waarschuwing!
Niet op het apparaat gaan zitten of stappen.

Waarschuwing!
Raak het ronddraaiende mes nooit aan.
8. Leveringsomvang




Pos. Beschrijving Stk.
A Robotmaaier 1
B Dockingstation 1
C Voeding 1
D iRuler 2
E Begrenzingsdraad op spoel (150 m): MI 422 1 MI 422 P
F Begrenzingsdraad op spoel (200 m): MI 422 O MI 422 P
Pos. Beschrijving Stk.
G Klemstekkers voor begrenzingsdraad 2
H Draadverbinder 3
I Bevestigingspen voor begrenzingsdraad: MI 422 150 MI 422 P 225
J Haring voor dockingstation 4
K Trekker voor
meenemerschijf 1
- Gebruiksaanwijzing 1
9. Eerste installatione
9.1 Aanwijzingen m.b.t. de eerste installment
Voor de installatione van de robotmaaier is een installmentiewizard beschikbaar. Ditprogramma begeleidt u door het gehele proces van de eerste installatione
- Taal, datum,ijd instellen
- Dockingstation installeren
- Begrenzingsdraad leggen
- Begrenzingsdraad aansluten
- Robotmaaier en dockingstation koppelen
Installatie testen
Robotmaaierprogrammeren
Eerste installmentafsluiten
De installmentewizard moet geheel worden doorlopen. Pas daarna is de robotmaier gebruisklaar.
i De installment Wizard word na een reset (terugzetten op fabrieksinstellenen) opnieuw geactiveerd. ( 10.17)
Voorbereidende maatregelen:
Maai het gazon voor de eerste installmentie met een gewone grasmaaier (optimale hoogte van het gras 3 tot 4 cm).
- Bevochtig bij een harde en droge ondergrond het maaivlak, om de bevestigingspennen eenvoudiger te konnen inslaan.
Neem bij het bedieren van de menu's de instructies in het hoofdstuk "Bedieningsinstrumentes" door. ( 10.1)
Met het stuurkruis worden opties, menuopties of knuppen geselecteerd.
Met de OK-toets worden een submenu geopend of een selectie bevestigd.
Met de toets Terug worden het actieve menu afgesloten of gaat de installmentwizard een stap terug.
Als er zich tijdens de eerste installmentatie fouten of storingen voordoen, verschijnt er een bijbehorende melding op het display. ( 23.)
9.2 Snijhoogte instellen
Laagste snijhoogte: Stand 1 (20 mm)
Hoogste snijhoogte: Stand 8 (60 mm)
-Opendeklep. ( 14.2)



Draai aan de draaiknop (1). De markingering (2) wijst maar de ingestelde snijhoogte.
i De draaiknop van het verstelelement kan omhoog worden getrokken. Deze constructie dient deeiligheid (zo kan het apparaat gegardeerd Niet aan de draaiknop worden opgetild en gedragen) en helpt voorkomen dat de snijhoogte door onbevoegden worden gewijzigd.
9.3 Taal, datum,ijd instellen
- Door het indrukken van een willekeurige toets op het display activeert u het apparaat en daardoor de installmentwizard.

Selecteer de gewenste displaytaal en bevestig deze met de OK-toets.
Stel de huidige datum met behulp van het stuurkruis in en bevestig.Deze met de OK-toets.


Stel de huidigeijd met behulp van het stuurkruis in en bevestigdezemetdeOK-toets.

9.4 Dockingstation installeren

Houd u aan de installatievoorbeelden in deze gebruiksaanwijzing. ( 26.)
Op het dockingstation kan een als toebehoren verkrijgbaar zonznedak worden gemonteerd. Zo is de robotmaier better beschermd gegen weersinvloeden.
Installer het dockingstation op een veilige, schaduwrijke plek. Bij direct zonlicht kan het apparaat oververhit raken en kan de accu meerijd voor het laden nodig hebben.
Het dockingstation moet op de gewenste locatie goed herkenbaar zijn, opdat niemand erover kan struikelen.
Het dockingstation werkt alleen via een netaansluiting. Deze mag slechts zo ver van het dockingstation verwijderd+zijn, dat de betreffende voedingskabels zowel op het dockingstation als op de netaansluiting konnen worden aangesloten - breng geen veranderingen aan in de voedingskabel van de voeding.

Het dockingstation kan in twee varianten (intern en extern) worden geinstalleerd. Het interne dockingstation bevindt zich binnen het maavilak. Het externe dockingstation bevindt zich nicht direct in het maavilak.
Intern dockingstation:

Bevestig de geseleeteerde taal met de OK-toets of selecteer "Wijzigen" en selecteer een andere taal.

Voer indien gemvaagd het 9-cijferige serienummer van de robotmaaier in. U vindt dit nummer op het typeplaatje (zie beschrijving van het apparaat). ( 3.1)


Het dockingstation (1) bevindt zich binnen het maavlak (A) (grijs gebied).

Voor het dockingstation (1) moet er een effen vrijvlak (2) met minstens 1 m radius waar. Egaliseer eventuele heuvels of kuilen.

External dockingstation
Bij een extern dockingstation (1) bevindt het dockingstation zich buiten het maavilak (A).
In combinatie met een extern dockingstation要去 voor een verplaatste rit maar het begin een apart verzrikijgbaar toebehoren (AED 600) worden gezruikt. Voor nadere informatie verwijzen wij u maar uw VIKING dealer.

Minimale afstand tot het maavlak: A = 0,5m
Maximale afstand tot het maavlak: B = 12m
Buiten de begrenzingsdraad en naast het dockingstation (1)要去 zich een effen vrij vlak bevinden. Egaliseer eventuele heuvels of kuilen.
Breedte van het vrije vlak: C = 0,34m

Dockingstation bevestigen:
Zet het dockingstation (B) op de gewenste locatie met vier haringen (J) vast.


De bodem op de gewenste locatie moet horizontal zijn. Het dockingstation mag maximaal 2 cm maar achefteren en 8 cm maar voren gekanteld+zijn.Buig de bodemplaat nooit door.Egaliseer eventuele oneffenheden onder de bodemplaat, opdat deze over het gehele vlak goed ligt.

Trek de afdekking (1) zoals afgebeeld links en rechts ieits uit elkaar en neem het maar boven weg.

Sluit de steker van de voeding (1) aan op de aansluiting (2) van de printplaat van het dockingstation.
i De stekker kan indien nodig eraf
worden geschroefd (bjv. wanner de voedingskabel door een gat in de muur worden geleid).
Let bij het bevestigen van de stekker aan de voedingskabel op de juiste polariteit. ( 15.8)

Geleid de voedingskabel Zoals aufgebeeld door de trekontlasting (1), door de kabelgoot (2) en verder maar de voeding.
- Installeer de netvoeding buiten het maaivlak, beschermd gegen direct zonlicht en vocht - bevestig.Deze zo nodig aan een muur.
Leg alle voedingskabels buiten het maavlak, met name ook buiten het bereik van het maaimes en zet deze vast aan de bodem of berg deze op in een kabelgoot. - Rol de voedingskabel in de buurt van het dockingstationuit om storingen van het draadsignaal te vermijden.

De voeding werkkt alleen bij een bedrijfstemperatuur die+tussen 0^ en 60^ ligt.


Het deksel (1) bevestigen aan het dockingstation en LAST het vastklikken - voorkom dat er kabels gekneld raken. Sluit daarna de voedingsstekker aan.
Op het dockingstation knippert de rode led snel, zo lang als er geen begrenzingsdraad aangesloten is. ( 12.1)
- Druk na het afronden van de werkzaamheden op de OK-toets op het display.

Als er een extern dockingstation geinstalleerd is, adviseert VKING om na de eerste installmente minstens een startpunt buiten de doorgang maar het dockingstation vast te leggen. De startfrequentie要去zo worden gedefinierd dat 0 van 10 maaibeurten (0/10) bij het dockingstation (startpunt 0) worden gestart. ( 10.15)


Til de robotmaaier aan de handgreep (1) iets op om de aandrijfwienen te ontlasten. Schuif het apparaat op de voorwieten in het dockingstation.
Druk daarna op de OK-toets op het display.
Als de accu ontladen is,
verschijnt er na het
aandokken rechtsboven op
het display een
voedingsstekkersymbol inplaats
van het accusymbol. De accu
wordt opgeladen verwijl de
begrenzingsdraad worden gelegd.
(⇒ 14.7)
9.5 Begrenzingsdraad leggen
Neem voor het leggen van de draad de inhoud van het hoofdstuk "Begrenzingsdraad" ter harte. ( 11.)
Plan vooral het leggen, houd de draadafstanden aan en installeer verboden zones, draadreserves, verbindingstrajecten, aanpalende gazons en doorgangen bij het leggen.


Bevestig de begrenzingsdraad (1) links A of rechts B naast de bodemplaat,rechtstreeks naast een draaduitgang met een bevestigingspen (2) op de bodem.

Houd een vrij draaduiteinde (1) van ongeveer 1 m lenghte aan.
Intern dockingstation:

leg vór en awhile het dockingstation (1) de begrenzingsdraad (2) 0,6 m rechtuit en in een rechte hoek ten opzichte van de bodemplaat. Volg daarna met de begrenzingsdraad de rand van het maaivlak.
Leg bij een verplaatste rit maar het begin (corridor) voor en acheer het dockingstation de begrenzingsdraad minstens 1,5 m rechtuit en in een rechte hoek ten opzichte van de bodemplaat. ( 10.14)
leg voor en acheer het dockingstation (1) de begrenzingsdraad (2) met een afstand (A) in een rechte hoek ten opzichte van de bodemplaat. Installer aansluitend een doorgang. ( 11.10) Naast de bodemplaat moet ten minste een afstand (B) door de robotmaaier vrij begaanbaar+zijn.
A = 0,5 m
B=0.34m
Zie voor meer informatie over de installment van het externe dockingstation het hoofdstuk Installatievoorbeelden. ( 9.4)
Volg daarna met de begrenzingsdraad derand van het maivlak.
Bedrading om het maivlak:

leg de begrenzingsdraad (1) rondon het maaivlak en rondon eventueel aanwezigehindernissen ( 11.8) en bevestigdezemet bevestigingspennen (2) op de bodem. Controller de afstanden met behulp van de iRuler. ( 11.5)

Leg de draad bij voorkeur Niet in scherpe hoeken (kleiner dan 90^ ). Leg in de spits toelopende hoeken van het gazon de begrenzingsdraad (1) zoals afgebeeld met bevestigingspennen (2) bevestig op de bodem.

Bij het leggen rond hogehindernissen zoals muurhoeken en hoge beddingen A moet in de hoeken een grotere draadafstand worden aangehouden, om te voorkomen dat de robotmaaier gegen de hindernis schuurt. Leg de begrenzingsdraad (1) met behulp van de iRuler (2) zoals afgebeeld.
Verleng de begrenzingsdraad indien gewenst met de meegeleverde draadverbinders. ( 11.14)
- Installee bij meertere samenhangende maavilakken aanpalende gazons ( 11.9) of verbind maavilakken met doorgangen. ( 11.10)

Sla de LASTe bevestigingspen (1) wee links of rechts naast de bodemplaatrechtstreeks naast de draaduitlaat. Knip de begrenzingsdraad (2) af, houd vrijedraaduiteinden van ongeveer 1 m lengte aan.
- Controller de bevestiging van de begrenzingsdraad op de bodem, als richtwaarde volstaat een bevestigingspen per meter. De begrenzingsdraad moet.altijd op het gazon liggen.Sla de bevestigingspennen geheel erin.
- Druk na het afronden van de werkzaamheden op de OK-toets op het display.
Als de accu voor het afwerken van de overige stappen van de installmentiewizard te weinig opgeladen is,verschijnt de desbeteffende melding.Laat in dit geval de robotmaaier in het dockingstation en laad de accu verder op. U kunt pas met de OK-toets maar de volgende stap van de installmentiewizard gaan,als de accuspanning weeer op peil is.
9.6 Begrenzingsdraad aansluten


Zet de robotmaaier (1) zoals
afgebeeld achefter het
dockingsation (2) op het maavlak
en druk daarna op de OK-toets.

Koppel de stekker van de voeding los van het elektriciteitsnet en druk daarna op de OK-toets.


Verwijder de afdekking zoals beschreiben in de paragraaf "Dockingstation installeren". ( 9.4)
Druk daarna op de OK-toets op het display.

Leg de begrenzingsdraad (1) in kabelgemeidingen van de bodemplaat en geleid deze door de sukkel (2).
Let goed op de vrije lenghte en rol deuitstekende draadeinden Niet op. Te Lange vrije uiteinden konnen degoede werkig van de robotmaaierverstoren.

Druk klemstekkers (G) met een geschikte tang op de kabeluiteinden - ga na of ze goed vastklikken.
! De klemstekkers hun aan een keer aan de begrenzingsdraad worden gemonteerd. Na demontage mogen ze Niet opnieuw worden gebruikt. Extra klemstekkers zich bij de VIKING vakhandelaar verkrijgbaar. ( 16.)


Kort de uiteinden van de begrenzingsdraad (1) af tot onceveer 10 cm vrijenge.

Plaats de begrenzingsdraad (1) binnen de twee markeringen (2). Sluit de stekker (3) zoals afgebeeld op de twee pennen (4) aan. Sluit het uiteinde van de begrenzingsdraad links en rechts aan - verwissel de draaduiteinden nicht. Sluit de deksels van de kabelgoot (5).
- Druk na het afronden van de werkzaamheden op de OK-toets op het display.
Druk daarna op de OK-toets op het display.


Sluit de stekker van de voeding aan op het elektriciteitsnet en druk daarna op de OK-toets.


Als de begrenzingsdraad goed geinstalleerd is en het dockingstation op het elektriciteitsnet aangesloten is, brandt de rode led (1).


Til de robotmaaier aan de handgreep (1)
iets op om de aandrijfwienen te ontlasten.
Schuif het apparaat op de voorwieren in het dockingstation.
Na het aandokken knippert de rode led langzaam op het dockingstation. ( 12.1) Druk daarna op de OK-toets op het display. OK

Monteer de afdekking zoals beschreiben in de paragraaf "Dockingstation installeren". (9.4)
Neem de inhoud van het hoofdstuk "Dockingstation" door, met name wanner de led Niet Zoals beschreiben brandt. ( 12.)
9.7 Robotmaaier en dockingstation koppelen

De robotmaier kan pas in gebruik worden genomen als deutsche het door het dockingstation verzonden draadsignaal goed ontvangt. ( 9.7)

De test van het draadsignaal kan meerderere minuten duren. Met de rode STOP-knop op de bovenkant van het apparaat worden het koppelen afgebrozen, de vorige stap van de installmentwizard verschijnt.
Normale ontvangst

Draadsignaal OK:
Op het display verschijnt de tekst "Draadsignaal OK". De robotmaaier en het dockingstation zijn goed gekoppeld.
Ga door met de eerste installment door op de OK-toets te drukken.
Verstoorde ontvangst
De robotmaaier ontvangt geen draadsignaal:
Op het display verschijnt de tekst "Geen draadsignaal".
De robotmaaier ontvangt een verstoord draadsignaal:
Op het display verschijnt tekst "Draadsignaal testen".
De robotmaaier ontvangt een omgepoold draadsignal:
Op het display verschijnt de tekst"Aansluiting omgewisseld of iMow buiten het".
Mogelijk oorzaak:
Tijdelijke storing
- De robotmaier is nicht aangedokt
-Begrenzingsdraad omgepoold (verkeerd aangesloten)
Dockingstation isuitgeschakeld of nicht aangesloten op het elektriciteitsnet
- Gebrekkige stekkerverbindingen
Een opgewikkelde voedingskabel in de buurt van het dockingstation
- Te lange uiteinden van de begrenzingsdraad
- Breuk in de begrenzingsdraad
- External signalen zoals een mobiele telefoon of het signal van een ander dockingstation





Een stroomgeleidende aardingskabel, gewapend beton of storende metalen in de bodem onder het dockingstation
Maximale lengte van de begrenzingsdraad overschreden ( 11.1)
Oplossing:
-Koppelen zonder verdere maatregelen herhalen
- Robotmaier aandokken (⇒ 14.6)
-Uiteinden van de begrenzingsdraad juist aansluiten ( 9.6)
- Netaansluiting van het dockingstation controlleren, voedingskabel in de buurt van het dockingstation uitrollen en nicht opgewiekeld neerleggen
- Stekkerverbindingen van de begrenzingsdraad controlleren, te lange uiteinden van de begrenzingsdraad inkorten ( 9.6)
- Ledlampjes op het dockingstation controlleren ( 12.1)
Draadbreu repareren
Mobiele telefoons of dockingstations in de buurt uitschakelen
- Positie van het dockingstation veranderen of interferentiebronnen onder het dockingstation elimineren
-Begrenzingsdraad met grotere diameter gebruiken (special toebehoren)
Herhaal het koppelen na hetuitvoeren van de betreffende maatregel door op de OK-toets te drukken.

Neem contact op met de VIKING vakhandelaar als het draadsignaal Niet goed kan worden ontvangen en de beschreiben maatregelen geen oplossing bieden.
9.8 Installatie testen

Start de proefrit door de OK-toets in te drukken - het maaimes worden waar bij nicht geactiveerd.

Sluit de klep van de robotmaier. ( 14.2) Pas als de klep gesloten is, start de robotmaier zichstandig en rijdt deze een Ronde om het maavlak langs de begrenzingsdraad.

Loopijdens het afrijden van de randchter de robotmaaier aan en let erop,
- dat de robotmaaier de rand van het maaivlak zoals gepland volgt,
- dat de afstanden tot hindernissen en tot de grenzen van het maavlak in orde zich,
- dat het UIT- en aandokken goed werk.
Op het display wordt de afgelegde afstand weergegeven -deze meting is nodig voor het instellen van startpunten aan de rand van het maavlak. ( 10.15)
Lees op het gewenste punt de weergegeven waarde af en noteer deze. Stel het startpunt na de eerste installmentie handmatig in.
Het afrijden van de rand worden automatisch door hinderissen of door het rijden op te grote hellingen of handmatig door het indrukken van de STOP-toets onderbroken.
-
Als de proefrit automatisch onderbroken is: corrigeer de positie van de begrenzingsdraad of verwijder hindernissen.
-
Controller voor het verder afrijden van de rand de positie van de robotmaaier. Het apparaat要去 op de begrenzingsdraad of binnen het maavlak met de voorkant richting begrenzingsdraad staan.
Verder na een onderbreking:
Ga na een onderbreking met OK verder met afrijden van de rand.
VIKING adviseert de proefrit Niet af te breken. Mogelijkke problemen bij het afrijden van de rand van het maaivlak of bij het aandokken zouden Niet+kunnen worden herkend.
De proefrit kan desgewenst na de eerste installmentie opniew worden gemaakt. ( 10.14)
Proefrit afsluiten:
Met het aandokken na een volledige ronde verschijnt de volgende stap van de installmentwizard.
9.9 Robotmaaierprogrammeren

Voer de grootte van het gazon in en bevestig deze met OK.


Geinstalleerde verboden zones of naastgelegen gazons moeten nicht bij de grootte van het maiavlak worden gerekend.

Een new maaischemawordt berekend. Met de rode STOP-knop op de bovenkant van het apparaat kan de procedure worden afgebrozen.

Bevestig de aanwijzing "Elke dag apart bevestigen of actieve tijden wijzigen" door op de OK-toets te drukken.

De actieveijden van maandag worden weergegeven en de menuoptie Actieveijden bevestigen is geactiveerd.
Met OK worden alle actieve tijden bevestigd en wordt de volgende dag weergegeven.


Bijkleine maaivlakken worden nicht alleweekdagen gebrukt om te maaien. In dat geval worden geen actieve tijden weergegeven, de menuuoptie "Alle act. tijden wissen" vervalt. Dagen zonder actieve tijden要去en ook met OK worden bevestigd.
De weergegeven actieve tijden\ kunnen worden gewijzigd. Selecteer\ hiervoort het gewenste tijdsinterval\ met het stuurkruis en open het met\ OK. ( 10.7)


Selecteer als er meer achieve tijden gewenst zich de menuoptie Nieuwe achieve tijd en opendezem OK.Leg in het selectievenster obegin-en eindhoven van de{nieuwe actijd vast en bevestig.Deze met OK.Bemaxaal drie achieve tijden per dag mogelijk.
Selecteer als alle weergegeven actieve tijden moeten worden gewist de menuoptie Alle act. tijden wissen en bevestig.Deze met OK.


Na het bevestigen van de actieve tienden voor zondag verschijnt het maaischema.


Met OK worden het weergegeven maaischema bevestigd en de afsluitende stap van de installmentwizard verschijnt.

Selecteer als wijzigingen nodig zijn Wijzigen en pas de actieveijdenspecifiek aan.

Tijdens de actieve tjiden moeten derden uit de bevarenzone blijven. Pas de actieve tjiden eventeel aan.
Houd u bovendien aan de gemeentelijke bepalingen voor het gebruik van robotmaaiers en de instructies in het hoofdstuk "Voor uw verilgheid" ( 6.) en verander de actieveijdden desgewenst meteen of na de eerste installmentie in het menu "Maaischema". ( 10.6) Vraag met name bij de verantwoordelijkke autoriteit na op welkeijdhen het apparaat overdag en's nachts mag worden gebruikt.
9.10 Eerste installmenta afluien

Verwijder alle vreemde voorwerpen (bijv. spelgoed, gereedschap) van het maavlak.

Sluit de eerste installment af door op de OK-toets drukken.

Na de eerste installment is de veiligheidsstand "Geen" geactiveerd. VIKING raadt aan, een van de veiligheidsstanden "Laag", "Middel" of "Hoog" te selecteren. Zo konnen onbevoegden gegardeerd geen instelleningen wijzigen en kan de robotmaaier nicht met andere dockingstations in gebruik worden genomen. ( 10.16)
9.11 Eerste maaibeurt na de eerste installmentie
Als de aflsuiing van de eerste installmentie in een actieve tijd valt, begint de robotmaaier meteen met het bewerken van het maavlak.

Als de eerste installmentie buiten de
actieve tijd worden afgesloten, kan door het indrukken van de OK-toets eenmaalbeurt worden gestart. Selecteer "Nee" als de robotmaaier Niet要去 maaien.
10. Menu
10.1 Bedieningssaanwijzingen

Vierrichtingstoetsen vormenhet stuurkruis (1).Dit is bedoeld voor het navigeren in de menu's.Met de OKtoets (2) worden instelleningen bevestigend menu's geopend.Met de Terug-toets (3) kunt u menu's wee aftluten.

Het hoofdmenu bestaat UIT 4 submenu's, weergegeven als knoppen. Het geselechte submenu is Zwart gemarkeerd en wordt met de OK-toets geopend.

Op het tweede menuniveau worden de betreffende submenu's met tabbladen weergegeven.
Tabbladen worden geselecteerd door het stuurkruis maar links ofaar rechts te drukken,submenu's door het stuurkruis omlaag of omhoog te drukken.
Actieve tabbladen of menuopties zich zwart gemarkeerd.
De scrollbalk rechts op het display geeft aan dat er door het omlaag of omhoog drukken van het stuurkruis nog meer opties+kennen worden weergegeven.
Submenu's worden geopend door op de OK-toets te drukken.

In submenu's worden opties vermeld.
Actieve lijstopties zich zwart gemarkeerd.
Bij het indrukken van de OK-toets verzschijnt er een selectievenster of een dialoogvenster.
Selectievenster:

Instelwaarden konnen door het indrukken van het stuurkuis worden gewijzigd. De huidige waarde is zwart geaccentueerd. Met de OK-toets worden alle waarden bevestigd.
Dialogue:

Als er wijzigingen moeten worden opgeslagen of meldingen moeten worden bevestigd,verschijnt er op het display een dialoogvenster.De actieve knop is zwart gemarkeerd.
Bij een selectieoptie kan door het maar links of rechts drukken van het stuurkruis de betreffende knop worden geactiveerd.
Met de OK-toets worden de geselecteerde optie bevestigd en worden het bovenliggende menu opgevraagd.
10.2 Statusmelding

De statusmelding verschijnt,
- wonneer het standby-bedrijf van de robotmaaier door het indrukken van een toets worden beeindigd,
- wanneer in het hoofdmenu op de Terug-toets worden gedrukt,
-tijdens het gebruik.

Boven in het scherm staan twee configureerbare velden. Hierin kan diverse informatatie over de robotmaaier of de maaibeurten worden weergegeven. ( 10.13)
Statusinformationiezonderlopende activiteit:

iMow bedrijfskaar Automaat ingeschakeld
Onder in het scherm worden de tekst "iMow bedrijfsklaar" samen met het afgebeelde symbol en de status van de automaat weergegeven. ( 1

Statusinformationatie tijdens lopende activiteiten:


iMow maait het gazon
Tijdens een lopende maaibeurt verschijnen op het display de tekst "imow maait het gazon" en een bijbehorend symbool. De tekstinformatie en het symbool worden aangepast op de op dat moment actieve procedure.



Opgelet iMow start
Voor daaiaeurt verschijnen de tekst "Opgelet - iMow start" en een waarschuwingssymbool.
Een knipperende displayverlichting en een signaaltoon geleven waar bij de aanstaande start van de maaimotor aan. Het maimes wordt pas enkele seconden nadat de robotmaaier in beweging is gekomen, ingeschakeld.
Randmaien:
Terwijl de robotmaier de rand van het maavlak bewerkt, verschijnt de tekst "Rand worden gemaad".
Naar dockingstation:
Wanneer de robotmaaier hier dockingstation terugrijdt, wordt op het display de betreffende reden (bijv. Accu leeg, Maaien beeindigd) weergegeven.
Laden van de accu:
Bij het laden van de accu verschijnt de tekst "Accu worden opgeladen".
Meldingen:

Behalve
iMow in maaivlak zetten
14.05.2016 12:33 M1135
Fouten, storingen of suggesties worden samen met waarschuwingssymbol, datum,tijd en meldingscode weergegeven. Als er meerere meldingen actief zichn, verschijnen ze afwisseled. ( 23.)

Als de robotmaaier bedrijfskaar is,
worden melding en statusinformatie
afwisseld weergegeven.



10.3 Infogedeelte

Rechtsboven op het display wordt de volgende informatie weergegeven:
- Laadtoestand van de accu of laadprocedure
- Status automaat
- Tijd
1. Laadtoestand:
het accusymbol geeft de laadtoestand wee.
geen balkje - accu leeg
1 t/m 5 balkjes - accu deels leeg
6 balkjes - accu geheel opgeladen
Tijdens het opladen verschijnt er in plaat van het accusymbol een voedingsstekkersymbol.
2. Status automaat:
bij ingeschakelde automaat verschijnt het automaatsymbol.
3. Tijd:
de actuèleijd worden in het 24h-formaat weergegeven.



10.4 Hoofdmenu

Het hoofdmenu verschijnt.

-
wanner de statusmeling (10.2) door op de OK-toets te drukken worden afgesloten,
-wannerop het tweede menuniveau op de Terug-toets worden gedrukt. -
Commando's (⇒ 10.5)
iMow blokkeren
Automaat in- en uitschakelen
Naar dockingstation
Maaien starten
Maaien met vertraagde start Volgende actieve tijd uitlaten Randmaaien
2.Maaischema ( 10.6)
Actieve tijden
Maaiduur
- Informatie ( 10.9)
Meldingen
Activiteiten
Status iMow
Status gazon
4.Installingen ( 10.10)
iMow
Installatie
Veiligkeit
Service
Vakhandel




10.5 Commando's

Selecteer het gewenste commando met het stuurkruis en voer het met OK UIT.
- iMow blokkeren
- Automaat inschak./uitschakelen
- Naar dockingstation
- Maaien starten
- Maaien met vertraagde start
- Volgende actieveijd uitlaten
-
Randmaaien
-
iMow blokkeren:
machineblokkering activeren.
Druk op de aangegeven
toetsencombinatie om te
ontgrendelen. ( 5.2)
- Automaat inschak./
uitschakelen:
bij ingeschakelde automaat
verschijnt in de statusmelding de
tekst "Automaat ingeschakeld". Naast het
accusymbolverschijnt in de men
automaatsymbool.De robotmaaier
bewerkt het maavlak volautomatisch.
Bij uitgeschakelde automaat verschijnt
in de statusmelding de tekst "Automaat
uitgeschakeld". De acheiveijden in het


maaischemaworden inactief(grijs) weergegeven.Hetmaivlakwordniet automatisch bewerkt.Maaibeurten kunnen via de commando's"Maaien starten", "Maaien met vertraagde start" worden geactiveerd.
- Naar dockingstation:
de robotmaaier rijdt'erug maar het dockingstation en laadt de accu op. Bij ingeschakelde
automaat bewerkt de robotmaaierijdens de eerstmogelijkke actieveijd weer het maavlak.
- Maaien starten:
na het activeren start de
robotmaaier automatisch de maaibeurt. Leg het einde va maaibeurt vast.
Als er een aanpalend gazon geinstalleerd is, moet na het indrukken van de OK-toets worden vastgelegd of de maaibeurt op een aanpalend gazon of op het hoofdgazon plaatsvindt. ( 10.14)
De standaardinstelling voor de duur van de maaibeurt kan in de
apparaatinstellenen onder "Maaitijd" worden gewijzigd. ( 10.10)

Als er een extern dockingstation
met een doorgang geinstalleerd is,
robotmaier voor het activeren van
het commando "Maaien starten"
aar het maavlak brengen.
- Maaien met vertraagde
start:
na het activeren start de
robotmaaierautomatisch,maar
met een vertraagde start de maiaheurt.
Leg de startijd en het einde van de maaibeurt vast.
Als er een aanpalend gazon geinstalleerd is, moet na het indrukken van de OK-toets worden vastgelegd of de maaibeurt op een aanpalend gazon of op het hoofdgazon
plaatsvindt. ( 10.14)
De standaardinstellungen voor de duur van de maaibeurt en de vertraging konnen in de apparaatinstellenen onder "Maaitijd" of "Vertraging" worden gewijzigd. ( 10.10)

Als er een extern dockingstation met een doorgang geinstalleerd is, robotmaier voor het activeren van het commando "Maaien met vertraagde start"aar het maavlak brengen.
6. Volgende actieveijduitlaten:
het commande kan worden gebruikt als de robotmaaier tijdens de volgende actieve vrijd Niet要去 werken (bijv. bij een tuinfeest). Na bevestiging worden er tijdens de volgende actieve vrijd Niet gemaaid. Een zodanig geblokkeerde actieve vrijd wordt in het maaischema grijs weergegeven. Ze kan in het menu "Dagschema"eer voor het maaien worden vrijgeven. ( 10.7) Als het commando meerere keren acheter elkaar worden uitgevoerd, wordt altijd de eerstvolgende actieve vrijd overgeslagen. Als er in de lopende week geen verdere actieve vrijd over is, verschijnt de melding "Volgende week worden nicht gemaaid".
7. Randmaaien:
na het activeren maait de robotmaaier de rand van het maiavlak. Na een ronde rijdt deze terug hier het dockingstation en laadt de accu op.
10.6 MaaSchema

Het opgeslagen maaischemawordt via het menu "Maaischema"in het hoofdmenu opgevraagd.De rechthoekige vlakken onder de betreffende dag staan voor de opgesactieveijden. In zwart gemarkeerdeactieveijden kan worden gemaaaid,vlakken staan voor actieveijdenzomaaibeurten-bijv. bij een uitgeschacactieveijd of na het commando "Ac tijd uitlaten". ( 10.5)


Bij uitgeschakelde automaat is het gehele maaischema inactief, alle actieveijden worden grijs weergegeven.
Als het stuurkuis omhoog of omlaag worden gedrukt, können de submenu's Actieve tijden ( 10.7) of Maaiduur ( 10.8) worden geseleeteerd en met de OK-toets worden geopend.
Als de actieveijden van een specifieke dag要去en worden bewerkt, moet de dag met het stuurkruis (aar links of rechts drukken) worden geactiveerd en hetsubmenu Actieveijden worden geopend.
10.7 Actieveijden

In actieveijden met een vinkje is maaien toegestaan, ze worden in het maaischema zwart gemarkeerd.

In actieveijden zonder een vinkje is maaien Niet toegestaan, ze worden in het maaischema grijs gemarkeerd.


Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk "Actieve tijden" ter harte. ( 13.3)
Tijdens de actieve tjiden要去 met name derden uit de gezarenzone blijven.
De opgeslagen actieve tijden können apart worden geselecteerd en bewerkt.
De menuoptie Nieuwe achieveijd kan worden geseleeteerd, zo lang als er minder dan 3 achieveijden per dag+zijn opgeslagen. Een aanvullende achieveijd mag geen andere achieveijden overlappen.
Als de robotmaier op de geselecteerde dag Niet要去 maaien, moet de menuoptie Alle act.ijdennissen worden geselecteerd.
Actieveijd bewerken:

Met Actieveijd uit of Actieveijd aan worden de geselecteerde actieveijd voor het automatische maaien geblokkeerd of vrijgeven.
Met Actieveijd wijzigen kan het tijdventer worden gewijzigd.
Als de geselecteerde actieveijd Niet.
meer nodig is, moet de menuoptie
Actieveijd wissen worden
geselecteerd.
Bij onvoldoende tjddvensters voor de benodigde maaibeurten en oplaadprocedures moeten actieve tijden worden verlngd of aangevuld of moet de maaiduwr worden verzort. Op het display versuschijnt een bijbehorende melding.
10.8 Maaiduur

De wekelijkke maaitijd kan onder Maaiduur aanpassen worden ingesteld. De ingestelde waarde is afgestemd op de groote van het maivlak. ( 13.4) Lees de aanwijzingen in het hoofdstuk "Programmering aanpassen". ( 14.3)
Het commando Nieuw maaischemawist alle opgeslagen actieve tijden.De stap"Robotmaier programmeren" van de installmentwizard versushjnt. ( 9.9)
Als de aflsuiting van de neue programmeering in een actieve tijd valt, start de robotmaier na het bevestigen van de afzonderlijke dagschema's een automatische maaibeurt.
10.9 Informatie

1. Meldingen:
lijst met alle actieve fouten,
storingen en aanbevelingen; samen
met het tijdstip van het optreden vermeld.
Bij een storingsvrij bedrivf verschijnt de
tekst "Geen meldingen".
Meldingsdetails verschijnen na het
indrukken van de OK-toets. ( 23.)
2. Activiteiten:
lijst met de LASTe activiteiten van der robotmaaier.

Details van de activiteit (extra tekst,ijdstip en code) verschijnen na het indrukken van de OK-toets.

Raadpleeg uw VIKING
vakhandelaar als sommige
activiteiten ongewoon vaak
optreden. Fouten bij normal bedrijf
worden gedocumenteerd in de
meldingen.
3.Status iMow:
informatie over de robotmaier

-Laadtoestand: acculading in procenten
- Resttijd: resterende maaiduur in de lopende week in uren en minutes
- Datum enijd
- Startijd:
start van de volgende geplande
maaibeurt
Aantal alle afgesloten maaibeurten - Maauiuren:
duur van alle afgesloten maaibeurten in uren
- Afstand:
total afgelegde afstand in meters
- Ser.-No.:
serienummer van de robotmaaier, ook af te lezen op het typeplaatje (zie beschrijving van het apparaat). ( 3.1)
- Accu:
serienummer van de accu
- Software:
geinstalleerde apparaatsoftware
- Status gazon:
informatie over het gazon

Maaivlak in vierkante meters:
waarde zoals ingevoerd bij de eerste installatione of bij een neue installatione ( 9.3)
Rondetijd:
duur van een Ronde rondon het maavlak in Minutes en Seconden
- Startpunter 1 - 4:
afstand van het betreffende startpunt van het dockingstation in meters, rechtsom gemeten ( 10.15)
- Omvang:
omvang van het maaivlak in meters
- Randmaaien:
frequentie van het randmaaien per week ( 10.14)
10.10 Installingen

- iMow:
apparaatinstellenen aanpassen ( 10.11)
- Installatie:
installatie aanpassen en testen ( 10.14)
- Veiligheid:
veiligheidsinstellungen aanpassen ( 10.16)
- Service:
onderhoud en service ( 10.17)
- Vakhandel:
menu is door de
vakhandelcodebeveiligd.De
VIKING vakhandelaar voert met behulp
van dit menu diverse onderhouds- en serviceactiviteiten uit.
- Maaitijd:
installen van de standard voor de duur van een maaieurt na het activeren van een commando "Maaien starten". ( 10.5)
- Vertraging:
installen van de standard voor de vertraging na het activeren van een commando "Maaien met vertraagde start". ( 10.5)
- Statusmelding:
selecteren van de informatie die in de statusmelding要去verschijnen. ( 10.13)
-
Statusmelding instellen ( 10.13)
-
Tijd:
installen van de actuele tijd.
De ingestelde tijd要去 bezelfde zich als de werkelijkke tijd, om te voorkomen dat de robotmaaier ongewenst gaat maaien.
- Datum:
installen van de actuèle datum.
De ingestelde datum要去 verzelfde zich als de werkelijkke kalenderdatum, om te voorkomen dat de robotmaier ongewenst gaat maaien.
- Datumformula:
installen van het gewenste datumformaat.
- Verplaatsing:
de robotmaaier rijdt standard 6 cm
aar binnen verplaatst langs de
begrenzingsdraad. Met dieze waarde dokt
het apparaat gegarandeerd goed aan. De iRuler werkt ook met een verplaatsing van 6 cm.

VIKING raadt aan de
standaardinstelling van 6 cm nicht te
wijzigen.






- Alleen indien nodig kan het selectievenster met OK worden geopend en de gewenste waarde (3 cm tot 9 cm) worden ingesteld.
9. Taal:
installen van de gewenste displaytaal. Standaard is de taal ingesteld die bij de eerste installmentie geselecteerd is.
10. Contrast:
indien nodig kan het displaycontrast worden ingesteld.

10.12 Regensensor instellen
Druk voor het instellen van de sensor met 5 standen het stuurkruisaar links of rechts. De huidige waardeverschijnt in het menu "Instellingen"met een streepjesgrafiek. De gevoeligheid van de regensensor kan aan de lokale situatie en wensen worden aangepast.Met name kan ook worden ingesteld hoe lang de robotmaaier na regen wacht op het opdrogen van het maaivlak.
Bij een gemiddelde gevoeligheid is de
robotmaier gereed voor gebruik onder normale buitenomstandigheden.
Schuif de balk verder maar links voor het maaien bij hogere vochtigheid.
Helemaal links maait de robotmaaier ook inatie omstandigheden en onderbreekt de maaibeurt Niet wanner regendruppels op de sensor terechtkommen.



Schuif de balk verder maar rechts voor het maaien bij geringe vochtigheid.
Helemaal rechts, maait de robotmaaier alleen wanner de regensensor volledig droog is.

10.13 Statusmelding instellen
Selecteer voor het configureren van de statusmelding de linker ofrechtter melding met het stuurkruis en bevestig met OK.
Laadtoestand:
weergave van het accusymbol samen met de laadtoestand in procenten
Resttijd:
resterende maaiduur in de lopende week in uren en minuten
Tijd en datum:
huidige datum en huidigeijd
Starttijd:
start van de volgende geplande
maaibeurt. Bij een lopende actieve
tijd verschijnt de tekst "actief".
Maibaerten:
aantal van alle maaibeurten tot nu toe
Maaiuren:
duur van alle maaibeurten tot nu toe
Afstand:
totaal afgelegde afstand







10.14 Installatie
1. Corridor:
verplaatste rit maar begin in- en uitschakelen.
Bij een ingeschakelde corridor rijdt de robotmaaier maar binnen verplaatst langs
de begrenzingsdraad terug maar het dockingstation.
Corridorbreedte: 30-70 cm
De afstand tot de begrenzingsdraad worden binnen de corridor willekeurig gekozen.

In combinatie met een extern dockingstation要去 voor een verplaatste dit hier het begin een apart verkrijgbaar toebehoren (AED 600) worden gezruikt. Voor nadere informatie verwijzen wij u waar uw VKING dealer.
De verplaatste rit maar het begin kan alleen worden ingeschakeld, als de begrenzingsdraad op smalle plaatsen met een afstand van meer dan 2m is geinstalleerd. In het maavlak月至gen geen doorgangen geinstalleerd zich.
2. Nieuwe installment:
de installmentwizard wordt opnieuw gestart, het bestaande maaischemawordt gewist. ( 9.3)
3. Startpunten:
de robotmaaier begint het maaien bij het dockingstation
(standaardinstelling) of bij een startpunt.
Startpunten moeten worden gedefiniert,
- als deelzones gericht要去en worden behandeld, sondern ze onvoldoende worden bewerkt.
- als zones alleen via een doorgang bereikbaar zich. Leg in deze deelzones minstens een startpunt vast.
- Startpunten instellen (⇒ 10.15)
4. Rand testen:
proefrit ter controle van een goede draadligging starten.

De stap "Installatie controlleren" van de installmentiewizard worden opgevraagd. ( 9.8)
Als controle van de correcte bedrading rond een verboden zone, de robotmaier met de voorzijde in de richting van de verboden zone in het maavlakplaatsen en testverloop starten.
5. Randmaaien:
frequentie van het randmaaien vastleggen.
Nooit - standardinstelling
Eén keer - de rand wordt een keer per week gemaaid.
Twee keer - de rand wordt twee keer per week gemaaid.
6. Aanpalende gazons:
aanpalende gazons vrijgeven. Inactief - standardinstelling
Actief -instelling, als er op aanpalende gazons moet worden gemaad. Bij de commando's "Maaien starten" en "Maaien met vertraagde start" moet het maavlak (hoofdgazon/aanpalend gazon) worden geselecteerd. ( 14.5)
10.15 Startpunter instellen
Om in te stellen
- startpunten aanleren
of - gewenst startpunkt selecteren en handmatig definierten.
Startpunten aanleren:
Na het indrukken van de OK-toets start de robotmaier een oefenrit langs de begrenzingsdraad. Als de robotmaier Niet is aangedokt, rijdt deze eerst hier het dockingstation. Alle bestaande startpunten worden gewist.
Als de startpunten handmatig worden ingesteld, mag vór het openen van de klep Niet op de STOP-toets worden gedrukt.
Onderweg konnen er door het openen van de klep en door het indrukken van de OKtoets maximaal 4 startpunten worden vastgelegd.
AanleerpocEDURE onderbreken:
Handmatig - door op de STOP-toets te drukken.
Automatisch - door hindernissen aan der rand van het maavlak.
- Als het aanleren automatisch is onderbroken, corrigeer dan de positie van de begrenzingsdraad of verwijder de hindermissen.
- Controller vóor het verder aanleren de positie van de robotmaaier. Het apparaat moet op de begrenzingsdraad of binnen het maavlak met de voorkant richting begrenzingsdraad staan.
AanleerpocEDURE beeindigen:
Handmatig - na een onderbreking.
Automatisch – na het aandokken.
De neue startpunten worden na het aandokken of na het afbreken door het openen van de klep en door bevestiging met OK opgeslagen.
Startfrequentie:
Met de startfrequentie worden gedefinieree. hove vaak een maiabeurt bij een startpunt moet worden begonnen.
Standaardinstelling is 2 van 10
maaibeurten (2/10) bij elk startpunt.
- Wijzig indien nodig na het aanleren de startfrequentie.
Stuur bij voortijdige beeindiging van het aanleren de robotmaaier via het commando waar het dockingstation. ( 10.5)
Startpunt 1 t/m 4 handmatig instellen:
Leg de afstand van de startpunten van het dockingstation vast en definiere de startupfrequentie.
De afstand is het traject van het dockingstationaar het startpunt in meters,rechtsmgemeten.
De startfrequentie kan:tussen 0 van 10 maaibeurten (0/10) en 10 van 10 maaibeurten (10/10) liggen.

Het dockingstation is als startpunt 0 gedefinieerd.
Standaard worden
maaibeurten van waaruit gestart.
De startfrequentie is even hoog als de berekende restwaarde op 10 van 10 maaibeurten.


10.16 Veiligkeit
- Machineblokkering
- Stand
- Pincode wijzigen
- Startsignaal
- Meldsignaal
- Menusignaal
- Speelstop
- Toetsenblok.
-
iMow + Dock koppelen
-
Machineblokkering: met OK worden de machineblokkering actief, de robotmaaier kan nicht meer in gebruik worden genomen.
De robotmaier moet voor alle onderhouds- en

reinigungswerkzamaheden,voor transport envoor de inspectie worden geblokkeerd. ( 5.1)
- Druk voor het ontegaan make van de machineblokkering op de aangegeven toetsencombatie.
2. Stand:
er können 4 veiligheidsstanden worden ingesteld, afhankelijk van de stand worden er bepaalde blokkeringen en veiligheidsvoorzieningen actief.
Geen:
voer een pincode in voor het koppelen van robotmaaier en dockingstation en voor het terugzetten van het apparaat op de fabrieksinstelleningen;ijdblokkering is actief.
Middel:
zie "Laag", waar bij hunnen instellenen pas na het invoeren van de pincode worden gewijzigd.
Hoog:
zie "Middel", naast de vraag om de pincode is een diefstalbeveiliging actief.

VIKING raadt aan, een van de veiligheidsstanden "Laag", "Middel" of "Hoog" in te stellen.
- Selecteer de gewenste stand en bevestig met OK. Voer desgewenst een 4-cijferige pincode in.
Resetgrendel:
vraag om pincode voor het terugzetten van het apparatusat op fabrieksinstellenen.
Koppelgrendel:
vraag om pincode voor het koppelen van robotmaaier en dockingstation.
Tijdblokkering:
vraag om pincode voor het wijzigen van een instelling, wanner er langer dan 1 maand geen pincodeeer ingevoerd is.
Instelbeschemr.:
vraag om de pincode, wanner instellungen worden gewijzigd.
Diefstalbeevil.:
als de maaier langer dan 10 seconden bij de greep omhoog wordt gehonden, dan verschijnt de vraag om de pincode. Als de pincode Niet binnen 1 minuut worden ingevoerd, klinkt er een alarmtoon en wordt de automaat uitgeschakeld.
3. Pincode wijzigen:
de 4-cijferige pincode kan zo nods worden gewijzigd.


De menuoptie "Pincode wijzigen" verschijnt alleen bij de veiligheidsstanden "Laag", "Middel" of "Hoog".
Voer eerst de oude pincode in en bevestig.Deze met OK.
Stel de neue 4-cijferige pincode in en bevestig deutsche met OK.

VIKING raadt aan de gewijzigde pincode te noteren.
Als de pincode 5 keer onjuist
ingevoerd is, is een 4-cijferige
mastercode nods. Bovendien
wordt de automaat uitgeschakeld.
Voor het genereren van de
mastercode moet u de VIKING
vakhandelaar het 9-cijferige
serienummer en de 4-cijferige
datum, die op het selectievenster
verschijnen, doorgenve.
4. Startsignaal:
in- of uitschakelen van het
akoestische signaal dat klinkt
voordat het maaimes worden ingeschakeld.
5. Meldsignaal:
in- of uitschakelen van het
akoestische signaal dat klinkt
wonneer de robotmaaier gegen een
hindernis rijdt.
6. Menusignaal:
in- of uitschakelen van het
akoestische kliksignaal dat klinkt
wanner er een menu worden geopend of
een optie met OK worden bevestigd.
7. Speelstop:
in- of uitschakelen van de inrichting die voorkomt dat het maimes worden ingeschakeld als met het apparaat worden gespeeld.
Werking:
als de stootsensor in korteijd meerdere keren worden geactiveerd, bijvoorbeeld als een kind met de robotmaaier speelt, worden het maaimes uitgeschakeld en blijft de robotmaaier met een melding staan. Als de stootsensor Niet meer worden geactiveerd, maar de robotmaaier na enkele seconden automatisch door.
8. Toetsenblok.:
na het inschakelen van de toetsenblokkering hunnen de toetsen op het display alleen worden bediend wonneer eerst de toets Terug ingedrukt worden gehonden en daarna het stuurkruis waar voren worden gedrukt. De toetsenblokkering worden 2 minute na de LASTEbediening van de toetsen actief.
9. iMow + Dock koppelen:
de robotmaier werkrt na de eerste ingebruikname uitsluitend met het geinstalleerde dockingstation.

Na het verrangen van het dockingstation of van elektronische onderdelen in de robotmaaier of voor het in gebruik nemen van de robotmaaier op een ander maavlak
met een ander dockingstation moeten robotmaaier en dockingstation worden gekoppeld.
- Installer het dockingstation en sluit de begrenzingsdraad aan. ( 9.4) , ( 9.6)

Til de robotmaaier aan de handgreep (1) iets op om de aandrijfwienen te ontlasten. Schuif het apparaat op de voorwieten in het dockingstation.
Voer na het indrukken van de OK-toets de pincode in. Daarnazoek de robotmaaier aan het draadsignaal en slaat het automatisch op. De procedure duurt enkele minuten. ( 9.7)
De pincode is bij veiligheidsstand "Geen" nicht nodig.
10.17 Service
1. Vervang de messen:
met OK worden het inbouwen van een neue maaimes bevestigd.
Als het mes meer dan 200 uur in gebruik is geweest,verschijnt demelding"Maaimes verrangen". ( 15.4)
2. Draadbreuk zoeken:
als op het dockingstation de rode led snel knippert, is de begrenzingsdraad onderbroken. ( 12.1) Met OK worden er een wizard voor het vinden van de breuk geactiveerd.
Draadbreuk zoeken ( 15.7)
met OK worden de robotmaier op fabrieksinstellungen teruggezet en worden de installmentwizard opnieuw gestart. ( 9.3)
Voernahetindrukken van de OK-toets de pincode in.

De pincode is bij veiligheidsstand "Geen" nicht nodig.
11. Begrenzingsdraad
Voor het leggen van de begrenzingsdraad, met name voor de eerste installmentie, moet u het gehele hoofdstuk doorlezigging van de draad precplennen.

Voer de eerste installment met de installmentwizarduit. ( 9.)
Als u ondersteuning nodig hebt, is de VIKING vakhandelaar u graag van Dienst bij het voorbereiden van het maavlak en het installereren van de begrenzingsdraad.
Controleer voor het definitief vastzetten van de begrenzingsdraad de installmentie. ( 9.) De bedrading moet in de regel bij doorgangen, vernauwingen of verboden zones worden aangepast.
Afwijkingen konnen voorkomen,
-
als de technische möglichkheden van de robotmaaier worden uitgeput, bijvoorbeeld door zeer lange doorgangen of bij een ligging in de buurt van metalen voorwerpen of boven metaal onder het gazon.
-
als de constructie van het maaivlak special voor het gebruik van de robotmaier worden gewijzigd.
De in deze gebruiksaanwijzing vermelde draadafstanden zich afgestemd op de ligging van de begrenzingsdraad op het gazon.
De begrenzingsdraad kan ook maximaal 10 cm diep worden ingegraven (bijv. met een speciale machine).
Door het ingraven worden de signaalontvangst beinvloed,vooral als over de begrenzingsdraad tegels of stenen worden gelegd.De robotmaier rijdt möglichk verder maar buiten langs de begrenzingsdraad,waardoor meer ruimte in doorgangen, vermauwingen en bij het afrijden van de rand nodig is.Pas de bedrading zo nodig aan.
11.1 Ligging van de begrenzingsdraad plannen

Lees de installmentevoorbeelden
aan het einde van de gebruiksaanwijzing door. ( 26.) Installee bij het leggen van de begrenzingsdraad ook verboden zones, doorgangen, aanpalende gazons en draadreserve, om latere correcties te voorkomen.
Leg de locatie van het dockingstation vast. ( 9.4)
- Verwijder hindernissen op het maavlak of breng verboden zones aan. (→ 11.8)
- De begrenzingsdraad moet in een doorlopende lus rondon het gehele maavvlak worden gelegd - maximale lengte: 500 m.
- Doorgangen en aanpalende gazons: verbind alle zones van het maaivlak met doorgangen voor het maaien in de automatische modus. ( 11.10) Als waaroor onvoldoende ruimte is,要去en er aanpalende gazons worden ingesteld. ( 11.9)
- Neem bij het leggen van de begrenzingsdraad de afstanden in acht ( 11.5) : bij begaanbare hindernissen (bijv. voetpaden): 0cm bij doorgangen: 22cm bij hoge hindernissen (bijv. muren, bomen): 22cm minimale afstand in vernauwingen: 44cm bij wateroppervlakken en möglichke plekken waar het apparaat kan omvallen (randen, terrassen): 100cm
Hoeken: vermijd het leggen in scherpe hoeken (kleiner dan 90^
- Draadreserve: om het verplaatsen van begrenzingsdraad nudien vlotter te soften verlopen, dient men meerde draadreserves te installereren. ( 11.13)
Opgewikkelde reststukken van de begrenzingsdraad hunn storingenveroorzaken en要去en worden verwijderd.
11.2 Schets van het maavlak make

Bij het installereren van de robotmaaier en het dockingstation verdient het aanbeveling om een schets van het maavlak te makeen. Aan het begin van deze gebruiksaanwijzing is hiervoor een pagina voorzien.
Deze schets moet bij latere wijzigingen worden aangepast.
Inhoud van de schets:
-vorm van het maaivlak met belangrijke hinderissen,grenzen en eventuele verboden zones waar de robotmaaier Niet mag werken. ( 26.)
-
positie van het dockingstation ( 9.4)
-
ligging van de begrenzingsdraad De begrenzingsdraad groeit na korte tijd in de bodem in en is Niet更是 te zien. Geef de rigging van de draad rondon hinderissen aan. ( 9.5)
- ligging van de draadverbinders De gebruikte draadverbinders zich na korteijd Niet更是 te zien. Noteer hun positie, om ze zo nodig te konnen verwangen. ( 11.14)
11.3 Begrenzingsdraad leggen

Gebruik originele bevestigingspennen en originele begrenzingsdraad.
De legrichting (rechts- of linksom) kan maar keuze worden geselecteerd.
Trek bevestigingspennen nooit met behulp van het begrenzingsdraad eruit - gebruik.altijd geschikt gereedschap (bijv. combinatietang).
Maak een schets van de ligging van de begrenzingsdraad. ( 11.2)
- Installer het dockingstation. ( 9.4)
Leg de begrenzingsdraad vanaf het dockingstation rond het maavilak en om eventueel aanwezighe hindernissen ( 11.8) en bevestig.Deze met bevestigingspennen aan de bodem. Controller de afstanden met behulp van de iRuler. ( 11.5) Lees de informatie in het hoofdstuk "Eerste installmente". ( 9.5)
Sluit de begrenzingsdraad aan. ( 11.4)
11.4 Begrenzingsdraad aansluiten
Stekker uittrekken en afdekking van het dockingstation wegemen.

Leg de begrenzingsdraad in kabelgeleidingen van de bodemplaat, geleid deze door de sukkel, breng de stekker aan en sluit deze aan op het dockingstation.
Lees de informatatie in het hoofdstuk "Eerste installment". ( 9.)
- Afdekking van het dockingstation monteren en daarna voedingsstekker aansluiten.

Draadsignaal testen. ( 9.7)
Aandokken testen. ( 9.7) Verbeter indien nodig de positie van de begrenzingsdraad bij het dockingstation.
11.5 Draadafstanden - iRuler gebruiken

Langs begaanbare hindernissen zoals terrassen en begaanbare wegen kan de begrenzingsdraad (1) zonder afstand worden gelegd. De robotmaaier rijdt dan met een achechterwiel buiten het maavlak. Maximaal hoogteverschilCUSSEN Gazon en hindernis:2 cm
i Let er bij het onderhoud van de rand van het gazon op dat de begrenzingsdraad Niet beschadigd raakt. Installee der begrenzingsdraad zo nodig op enige afstand (2-3 cm) van de rand van het gazon.
i De afstanden op de iRuler zich zo gedefiniereeid, dat de robotmaaier bij een verplaatsing van 6 cm zonder storing (zonder gegenhindernissen te stoten) langs de rand kan rijden. Verklein de verplaatsing zo nodig (te veel ongewaaid gras aan derand). ( 10.11)
Draadafstanden met de iRuler meten:
om de begrenzingsdraad op de juiste afstand tot de rand van het gazon en tot hindernissen te leggen, moet voor het meten van de afstand de iRuler worden gebruikt.

A-22cm
Hoge hindernis:
afstand zusammen een hoge
hindernis en de begrenzingsdraad.

De robotmaaier要去 volledig bennen het maavlak rijden en mag de hindernis Niet aanraken.
A-22cm

Doorgangen: draadafstand in doorgangen. ( 11.10)
Een doorgang verbindt meerderemaaivlakken of overbrugt vernauwingen.

B-6cm
Afstandsvergroting voor het leggen van de begrenzingsdraad om een buitenhoek bij een hoge hindernis.

Door de extra afstand op de iRuler (1) rijdt de robotmaaier langs de begrenzingsdraad (3) om de hoek zonder gegen de hindernis (2) te stoten.

A+C=24cm
Binnenhoek: afstand voor het leggen van de begrenzingsdraad in een binnenhoek bij een hoge hindernis.

Door de grotere afstand (24 cm) rijdt de robotmaier langs de begrenzingsdraad (2) in de hoek om een hoge hindernis zonder gegen de hindernis (1) te stoten.
A+ = 24cm
Verboden zone:
afstand voor het leggen van de begrenzingsdraad rond een verboden zone.

De robotmaaier rijdt langs zonder stoten langs de begrenzingsdraad (1) om de hindernis (2).
Hoopte van hindernissen meten:
De robotmaaier kan over
hindernissen als wegen rijden als
het te overwinnen hoogteverschil
minder dan 2 cm is. De stand op de iRuler
is precies.Deze hoogte.

Hindernis (1) is lager dan 2 cm: leg de begrenzingsdraad (2) zonder afstand tot de hindernis.
Als de begrenzingsdraad zonder afstand tot de hindernis (grote tegels, enz.) worden gelegd,要去 erop worden gelet dat de tegels 22 cm vrij begaanbaar+zijn (zonder hindernis).

Hindernis (1) is hoger dan 2 cm: leg de begrenzingsdraad (2) met afstand A (22 cm) tot dehindernis.
Stel desgewenst de snijhoogte zo in dat de robotmaaier met het maaiwerk geen hindernissen raakt. Als de laagste snijhoogte worden ingesteld, kan de robotmaaier ); minder dan 2 cm overwinnen.
11.6 Vernauwingen
Alis in het maaivlak een vernauwing is geinstalleerd, moet de verplaatste rit maar het begin (corridor) worden uitgeschakeld. ( 10.14)
De robotmaaier rijdt automatisch door alle vernauwingen, zolang de minimale draadafstand worden aangehouden. Smalle gebieden van het maavlak要去en met begrenzingsdraad worden afgebakend.
Als er twee maavlakken door een smal gedeelte met elkaar zich verbonden, kan er een doorgang worden geinstalleerd. ( 11.10)

De minimale draadafstand is 44 cm, ofwel 2 iRuler-lengths of de bredte van het apparaat.
Daarom is er bij vernauwingen de volgende ruimte nodig:
tussen hoge hindernissen vaneer dan 2 cm hoog, zoals muren 88 cm
tussen begaanbare hindernissen van\
minder dan 2 cm hoog, zoals wegen
44 cm.
11.7 Verbindingstrajecten installeren
De robotmaaier negeert het begrenzingsdraadsignaal wanner de draden zich bij elkaar, parallel worden gelegd. Verbindigstrajecten要去en worden geinstalleerd,
- als er naastgelegen gazons要去en worden geinstalleerd. ( 11.9)
- als er verboden zones nodig়n. ( 11.8)
VIKING raadt aan
verbindingstrajecten in het kader
van het leggen van de draad
samen met de betreffende
verboden zones of naastgelegen
gazons te leggen.
Bij achefteraf installeren moet de draadlus worden doorgeknipt, verbindingstrajecten moeten dan via de meegeleverde draadverbinders worden opgenomen. ( 11.14)

In verbindingstrajecten worden de begrenzingsdraad (1) parallel gelegd, de draden mogen elkaar Niet kuisen en moeten zich bij elkaar liggen. Maak het verbindingstraject met voldoende bevestigingspennen (2) aan de bodem vast.
11.8 Verboden zones
Installer verboden zones
- rondon hindernissen die derobotmaier nicht mag aanraken,
- rondon hindernissen die nicht stabel genoeg zich,
- rondon hindernissen die te laag+zijn. Minimumhoogte:8cm
VIKING raadt aan,
- hindernissen met verboden zones af te grenzen of te verwijderen,
- verboden zones na de eerste installmentie of na veranderingen in de draadinstallatie met behulp van het commando "Rand testen" te controlleren. (→ 10.14)

Verboden zones要去en een minimale diamater van 48 cm hebben. De afstand tot de randlus A moet groter dan 44 cm zichn.

Om storingen bij het aandokken te voorkomen, mag in een gebied van ten minste 2 m rondon het dockingstation (1) geen verboden zone worden geinstalleerd.

Geleid de begrenzingsdraad (1) van de omranding maar de hindernis, leg deze op de juiste afstand (iRuler gebruiken) rondon de hindernis (2) en bevestig.Deze met een voldoende aantal bevestigingspennen (3) aan de bodem. Leg de begrenzingsdraad daarna terug maar de omranding.
Tussenhindernis en omranding moet de begrenzingsdraad parallel en zonder doorkruisen in een verbindingstraject worden gelegd. ( 11.7)
11.9 Aanpalende gazons
Aanpalende gazons zich gebieden van het maaivlak die door de robotmaaier nicht volautomatisch kennen worden bewerkt, sondern hij waar geen toegang heeft. Zo kennen meerdere geschienen maaivlakken met een enkele begrenzingsdraad worden omrand. De robotmaaier要去 met de hand van het ene maar het andere maaivlak worden gebracht. De maiaheurt worden via het commando "Maaien starten" ( 10.5) of "Maaien met vertraagde start" ( 10.5) geactiveerd.

Het dockingstation (1) wordt op het maaivlak A geinstalleerd. Dit wordt volgens het maaischema volautomatisch bewerkt. De aanpalende gazons B en C zijn met verbindingstrajecten (2) met het maaivlak A verbonden. Op alle gazons
moet de begrenzingsdraad indezelfd erichting worden gelegd - begrenzingsdraad in de verbindingstrajecten nicht doorkruisen.
Aanpalende gazons in het menu "Instellingen - Installatie" activeren. ( 10.14)
11.10 Doorgangen
Als er meerere maavilakken要去en worden gemaaid (bijv. maavilakken voor en achechter hetuis), kan er een doorgang als verbinding worden geinstalleerd. Zo konnen alle maavilakken automatisch worden bewerkt.
In doorgangen wordt het gazon alleen bij het afrijden van de begrenzingsdraad gemaaid. Activeer desgewenst automatisch randmaaien of maai de zone van de doorgang regelmatig manueel. ( 10.14) ( 10.14) De vermelde draadafstanden zich afgestemd op de rigging van de begrenzingsdraad op het gazon.
Voorwaarden:
-minimale breedte tussen vaste hindernissen in de doorgang 88 cm, tussen begaanbare wegen 22~cm
Bij relatief lange doorgangen is afhankelijk van de bodemgesteldheid möglichk ietsmeer ruimte nodig.Installerer relatief Lange doorgangen zo möglichk allijd midden:tussen hindernissen.
- De verplaatste rit maar het begin (corridor) is uitgeschakeld. ( 10.14)
- Doorgang is vrij begaanbaar.
-In de zone van het tweede maaivlak wordt minstens 1 startpunt gedefinieree. ( 10.15)

Het dockingstation (1) wordt in het maaivlak A geinstalleerd. Het maaivlak B is met een doorgang (2) met het maaivlak A verbonden. De begrenzingsdraad (3) kan door de robotmaaier geheel worden afgereden. Voor het bewerken van het maaivlak B要去en startpunten (4) worden gedefinierd. ( 10.15) Afzonderlijke maalbeurten beginnen dan afhankelijk van de instelling (startfrequentie) bij de startpunten.
Begin en einde van de doorgang installeren:

Aan het begin en aan het einde van de doorgang要去 de begrenzingsdraad (1) zoals afgebeeld trechtermvormig worden gelegd (afstanden A en B). Daardoor wordt voorkomen dat de robotmaaier tijdens het maaien onbedoeld de doorgang inrijdt.
A=22cm
B=6cm
Doorgang installeren:

De draadafstand in doorgangen: 22 cm
Daarom is er de volgende ruimte nodig:
tussen hoge hindernissen (meer dan 2cm hoog - zoals muren): 88 cm,
tussen voetpaden of begaanbare
hindernissen (minder dan 2 cm hoog - zoals wegen):
22 cm.

In doorgangen wird de begrenzingsdraad (1) parallel gelegd en met voldoende bevestigingspennen (2) op de bodem vastgemaakt. Aan het begin en aan het einde van de doorgang moet ook een trechtervormige toegang en uitgang worden geinstalleerd.
11.11 Precies langs randen maaien
Bij een verplaatsing van 6 cm ontstaat langs hoge hindernissen een tot 20 cm brede strook met ongewmaaid gras. Zo nods kunnen stenen om hoge hindernissen worden gelegd.
Minimale bredte van de stenen:

Leg de begrenzingsdraad (1) op 22 cm afstand van de hindernis. Om ervoor te zorgen dat de rand van het gazon volledig wordt gemaad, moeten de stenen ten minste 20~cm (afstand ) breed zichn. Als bredere stenen worden gelegd, wordt derand van het gazon nog preciezer gemaad.
Leg de begrenzingsdraad rond buiten- en binnenhoeken verderr van de stenen. ( 9.1) Gebruik indien nodig bredere stenen.
11.12 Afhellend terrein in het maavlak
Om ervoor te zorgen dat de robotmaaier in een aufhellend gedeelte van het maavlak (helling tot 15^ ) automatisch en zonder storingen kan maaien, moet bij de
installatie van de begrenzingsdraad op de helling een minimumafstand tot de rand van het terrein worden aangehouden.
Afhellende gedeelten met een helling van 5-15°:

Als zich in het maaivlak een affellend gedeelte met een helling van 5 - 15^ bevindt, kan de begrenzingsdraad zoals afgebeeld onder de rand van het terrein in het affellende gedeelte worden gelegd. Voor een storingsvrije werkung van derobotmaier要去 de minimumafstand (0,5m) van de begrenzingsdraad tot derand van het terrein worden aangehonden.
Afhellende rand van het terrein met een helling van >15^

Als zich in het maaivlak een afhellend gedeelte met een helling van >15^ bevindt, worden geadviseerd om de begrenzingsdraad (1) zoals afgebeeld in het vlakke gedeelte boven de rand van het terrein te leggen. De rand van het terrein en het afhelle gedeelte worden nicht gemaad.
11.13 Draadreserve installeren
Draadreserves die op regelmatige afstand zich geinstalleerd vergemakkelijden de moodzakelijkke correcties, zoals de positie van het dockingstation of het verloop van de begrenzingsdraad nadien te wijzigen. Draadreserves zullen vooral in de buurt van moeilijke doorgangen geplaatst worden.

Begrenzingsdraad (1) over een lenght van ca. 1 m tussen 2 bevestigingspennenplaatsen zoals afgebeeld. Draadreserve in het midden met een andere bevestigingspen aan de bodem vastmaken.
11.14 Draadverbinders gebruiken
Voor het verlengen van de begrenzingsdraad of voor het verbinden van losse draaduiteinden月至sluitend de meegeleverde, met gel gevulde draadverbinders worden gebruikt. Ze voorkomen vroegtijdige slijtage (bijv. corrosie aan de draaduiteinden) en garanderen een optimale verbinding.
Geef de positie van de draadverbinders op de schets van het maavlak aan. ( 11.2)

Steck losse, nicht gestripte draaduiteinden (1) tot aan de aanslag in draadverbinders (H). Druk draadverbinders met een geschikte tang bij elkaar - ga na of ze goed vastklikken.

Bevestig de begrenzingsdraad zoals afgebeeld met twee bevestigingspennen op de bodem om de kabel op trek te ontlasten.
12. Dockingstation
12.1 Led op het dockingstation

Een rode led (1) geeft informatie over de status van het dockingstation en het draadsignaal.
het dockingstation is ingeschakeld en der robotmaaier is Niet aangedokt.
Rode led knippert langzaam:
het dockingstation is ingeschakeld, derobotmaaier is aangedokt of wordt opgeladen.
Rode led knippert snel (ca. 2x per seconde):
de begrenzingsdraad is Niet goed op het dockingstation aangesloten of er is door een defecte begrenzingsdraad (draadbreu) geen draadsignaleer.
Rode led knippert snel en onderbroken:
de led knippert afwisselend 3 keer elke
seconde, 3 keer elke 2 seconden, 3 keer
elke seconde, 5 seconden pauze. Na de
pauze wordt het signaal herhaald.
Bij deze knippervolgorde is sprake van
een storing in het dockingstation. ( 24.)
Rode led brandt nicht:
dockingstation isuitgeschakeld,het draadsignaal wordt nicht verzonden.
Dockingstation inschakelen
Bij automatisch gebruik worden het dockingstation automatisch in- enuitgeschakeld.
- Handmatig inschakelen: open bij de aangedokte robotmaaier de klep en druk op de OK-toets of de Terug-toets. De robotmaaier en het dockingstation worden ingeschakeld.
Het dockingstation wordt uitsluitend door de aangedokte robotmaaier ingeschakeld.
Zet de robotmaaier eerst in het dockingstation en schakel.Deze in door op de betreffende toets te drukken, om het dockingstation te activeren.
13. Tips voor het maaien
13.1 Algemeen
De robotmaaier is ontwikkeld voor het automatisch onderhonden van gazonoppervlakken. Hierbij worden het gras door een continue bewerking kort gezogen. Het resultaat is een fraai en volgazon.
Gazons die nicht eerder met een conventionele grasmaaier zich gemaaid, zich pas na meerere maaieurten zuiver bewerkt. Vooral bij iets hoger gras ontstaat er daardoor pas na eenaar maaieurten een zuiver maairesultaat.
Bij warm en droog waar要去 het gazon Niet te kort worden gezchoolen, omdat het anders verbrandt door de zon en leijk wordt.
Met een scherp mes is het maairesultaat fraaier dan met een bot mes. Verwissel het waarom regelmatig.
13.2 Mulchen
De robotmaaier is een mulchmaaier.
Bij het mulchen worden de grassprieten na het maaien verder in het maaiwerkhuis verkleind. Daarna vallen zich terug in het grasveld, waar bijden liggen en verrotten.
Het Klein gehakte maiaigoed geeft organische voedingsstoffen aan de bodem terug en dient zo als natuurlijke mest. Zo hoeft u veel minder vaak te bemesten.
13.3 Actieveijden
Tijdens de actieve tijden mag de robotmaaier te allen tjde het dockingstation verlaten en het gazon maaien. Tijdens deze tijden vinden waarom maaibeurten, oplaadbeurten en rustfases plaats. De robotmaaier verdweit de benodigde maai- en oplaadbeurten automatisch over de beschikbare tijdvensters.
Bij de installmentie worden actieve tijden automatisch over de gehele week verdoeff. Er worden ook rekening gehonden met tijdreserves - zo is een optimaal gazononderhoud gegardeerd, ook als er bij uitzondering geen maaibeurten möglichk zich (bijv. vanwege regen).

Tijdens de achieve tiemens moeten derden uit de gevarenzone blijven. Pas de achieve tiemens eventeel aan.
Houd u bovendien aan de gemeentelijkke bepalingen voor het gebruik van robotmaaiers en de instructies in het hoofdstuk "Voor uw verilheid" ( 6.) en verander de actieve tijden in het menu "Maaischema". ( 10.7)
Vraag met name bij de verantwoordelijke autoriteit na op welkeijden het apparaat overdag en'snachs mag worden gebruikt.
13.4 Maaiduur
De maaiduur geeft aan hoeveel uur per week het gazon moet worden gemaad. Deze kan worden verlangd of verkort. ( 10.8)
De maaiduur is geleijk aan de tijd gedurende welke de robotmaaier het gazon maait. Perioden waar in de accu worden opgeladen, worden nicht bij de maaiduur geteld.
Bij de eerste installmentie berekent de robotmaaier de maaiduur automatisch vanuit de opgegeven groote van het maaivlak. Deze richtwaarde is afgestemd op normale gazons bij droge omstandigheden.
Te bewerken oppervlak:
Voor 100m^2 heeft de robotmaaier gemiddeld nodig:
MI 422:120 minutes
MI 422 P: 100 minuten
14. Apparaat in gebruik nemen
14.1 Voorbereiding

Voor de eerste installmentie is een installmentewizard beschikbaar. ( 9.)
- Dockingstation installeren ( 9.4)
- Begrenzingsdraad leggen (⇒ 9.5) en aansluiten (⇒ 9.6)
Vreemde voorwerpen (bijv. spelgoed, gereedschap) van het maavlak verwijderen
Accu opladen ( 14.7) - Tijd en datum instellen (⇒ 10.11)
- Maaischemacontroleren en zo nodig aanpassen-zorg ervoor dat u tijdens de actieve tijden buiten deGeVarenzone blijft. ( 10.6)

Zeer hoog gazon voor gebruik van de robotmaier met een gewone grasmaier kort maaien (bijv. na een lange onderbreking).
14.2 Klep
De robotmaaier is voorzien van een klep die het display beschermt gegen weersinvloeden en onbedoelde bediening. Als de klepijdens het gebruik van de robotmaaier worden geopend, stoptdezem met maaien. Het maaimes en de robotmaaier komen tot stilstand.
Klepopenen:

Om veiligheidsredenen moet tijdens het gebruik van de robotmaier voor het openen van de klep op de STOP-toets worden gedrukt.

Pak de klep (1) bij de handgreep (A) vast en maak deze met een lichte ruk maar boven los. Open de klep tot aan de aanslag.

De geopende klep kan hier boven van het apparaat worden getrokken. Deze constructie dient de veiligheid: zo kan het apparaat gegarandeerd Niet aan de klep worden opgetild en gedragen.
Klepsluiten:
Laat de klep voorzichtig zakken tot deze vastklikt.

De robotmaier kan alleen in gebruik worden genom als de kap goed vastgeklikt is.
14.3 Programming aanpassen
De huidige programmering kan in het maaischema worden bekeken. ( 10.6) Het maaischema worden bij de installmente of het maken van een新模式 maaischema vanuit de groote van het maaivlak berekend.
De achieve tijden en de maaiduur können speficiek worden gewijzigd, de vereiste maaibeurten zich worden automatisch verdoeffel over de mogelijkke achieve tijden. Zo nodig lopen er tijdens een achieve tijd ook meerdere maaibeurten en oplaadprocedures af. Desgewenst worden de rand van het maiavlak automatisch met regelmatie tounenpozen gemaaid. ( 10.14)
Er zijn maximaal drie verschillende actieve tijden per dag möglichk. ( 10.6)
Als de robotmaier bepaalde zones in het maavlak gericht moet behandelen, moeten er specifieke startpunten worden gedefiniereid. ( 10.15)

Soms (bijv. mooti weefer of royale tijdvensters) worden voor een optimaal gazononderhoud Niet alle actieve tijden benut.
Wijzigenvandactieve tijden: ( 10.7)
-Er+zijn zones die Niet voldoende worden gemaaid, bijv. omdat het maavlak veel hoeken heeft.
-
Intensieve aangroei van het gras in het groeiseizoen
-
Zeer vol gazon
Verkorten van de maaiduur: ( 10.8)
-Minder aangroei van het gras vanwege hitte, koude of droogte
Maken van een新模式cha: ( 10.6)
- De grootte van het maaivlak is gewijzigd.
Nieuwe installment: ( 10.14)
- Nieuwe locatie van het dockingstation
Eerste inbedrijfstelling op een nieuw maavilak
14.4 Maien met automaat
- Automaat inschakelen: bij ingeschakelde automaat verschijnt op het display naast het accusymbol het automaatsymbool. ( 10.5)

Maaibeurten starten: de maaibeurten worden automatisch over de beschikbare actieveijden verd南非. ( 10.7)
- Maaibeurten beeindigen: als de accu leeg is, rijdt de robotmaaier automatisch terug maar het dockingstation. ( 14.6) Met de STOP-toets kan de lopende maaibeurt op elk moment handmatig worden beeindigd. ( 5.1)
Maavlakken die de robotmaaier via een doorgang bereikt, worden alleen bewerkt als er startpunten in dit vlok zich gedefinieree.
14.5 Maaien ongeacht actieveijdén
Maiavlakken met dockingstation:
Activeer de robotmaaier verwijl.Deze in het dockingstation staat.Daardoor wordt ook het dockingstation geactiveerd.
- Om een zone van het maavlak te bewerken die alleen via een doorgang te bereiken is,要去 de robotmaier er naartoe worden dragen.
- Meteen maaien:
- activeer het commando Maaien
- starten (→ 10.5).
- De maaieurt start meteen en duurt tot het geselecteerde tijdstip.
Maaien met vertraging: activeer het commando Maaien met vertraagde start. ( 10.5) De maaibeurt start bij de geselecteernde startijd en duurt tot aan het geselecteerde eindtijdstip.
Maaien handmatig beeindigen: met de STOP-toets kan de lopende maaibeurt op elk moment worden beeindigd. ( 5.1)
I Indien gewenst laadt de robotmaier tussentijds de accu op en zet daarna de maaibeurt voort tot aan het geselecteerde eindtijdstip.
Aanpalende gazons:
Activeer de robotmaaier verwijl deleze in het dockingstation staat. Daardoor wordt ook het dockingstation geactiveerd.
- Draag de robotmaaier maar het aanpalende gazon.
Activeer het aanpalende gazon. ( 10.5)
- Meteen maaien:
- activeer het commando Maaien
- starten (→ 10.5).
- De maaieurt start meteen en duurt tot het geselecteerde tijdstip.
Maaien met vertraging: activeer het commando Maaien met vertraagde start. ( 10.5) De maaibeurt start bij de geselecteernde startijd en duurt tot aan het geselecteerde eindtijdstip.
Maaien beeindigen:
wonneer het geseleeteerde eindtijdstip bereikt is, rijdt de robotmaaier maar de begrenzingsdraad en blijft staan. Plaats het apparaat voor het opladen van de accu in het dockingstation en bevestig de getoonde melding. ( 23.) Met de STOP-toets kan de lopende maaibeurt op elk moment handmatig worden beeindigd. ( 5.1)
Wanneer de accu voor het gekozen eindtijdstip leeg is, worden de maaibeurt dievenovereenkomstig ingekort.
14.6 Robotmaaier aandokken
Aandokken bij automatisch gebruik:
De robotmaaier rijdt automatisch terug\ aar het dockingstation wanner de\ actieveijd verstreken is of wanner de\ accu leeg is.
Aandokken forceren:
Activeer het commando Naar dockingstation. ( 10.5)
Op het dockingstation knippert na het aandokken de rode led. ( 12.1)
In de lopende actieve tijd volgt er na het aandokken geen verdere maaibeurt.
Handmatig aandokken:
Schuif de robotmaaier met de hand in het dockingstation.

Til de robotmaaier aan de handgreep (1)
iets op om de aandrijfwienen te ontlasten.
Schuif het apparaat op de voorwieten in het dockingstation.
Op het dockingstation knippert na het aandokken de rode led. ( 12.1)
14.7 Accu opladen

Laad de accu uitsluitend op via het dockingstation. Bouw de accu nooit uit en laad deutsche nicht op met een extern oplaadapparaat.
Automatisch laden:
Bij het maaien gebeurt het laden automatisch steeds aan het einde van de maaibeurt, wanner de robotmaier aandokt in het dockingstation.

Na het aandokken knippert op het dockingstation de rode led. ( 12.1)
Laadprocedurehandmatigstarten:
- Breng de robotmaier na gebruik op aanpalende gazons maar het maavlak en dok deze aan. (⇒ 14.6)
Dok de robotmaier na het afbreken van een maiaeurt aan. ( 14.6) - Beeindig desgewenst standby van der robotmaier door een toets in te drukken. Het opladen start automatisch.
Opladen:
Tijdens het opladen verschijnt op de statusmelding de tekst "Accu worden opgeladen".

In alle overige menu's verschijnt op het infogedeelte van het display een voedingsstekkersymbol inplaats van het accusymbol.

Het opladen duurt nicht aktijd even lang en wordt automatisch afgestemd op het volgende gebruik.

Bij oplaadproblemen verschijnt een bijbehorende melding op het display. ( 23.)
De accu worden pas na het dalen onder een bepaalde spanning opgeladen.
Laadtoestand:
In de statusmelding kan de huidige laadtoestandrechtstreeks worden afgelezen, als de betreffende melding geselecteerd is. ( 10.13)

In alle overige menu's geegt het accusymbool op het infogedeelte van het display de laadtoestand weer. ( 10.3)

15. Onderhoud

Kans op letsel!
Voordat u aan onderhouds-- of reinigingswerkzaamheden aan het apparaat begint, dient u het hoofdstuk "Voor uw veriligheid ( 6.) , in het bijzonder de paragraaf "Onderhoud en reparations" ( 6.9) , zorgvuldig te lezen en alle veriligheidsinstructies op te volgen.
Activeer voor alle
onderhouds- of
reinigingswerkzaamhede
n de machineblokkering. 5.2

Trek voorafgaand aan onderhoudswerkzaamheden aan het dockingstation de stekker eruit.

Draag bij alle
onderhoudswerkzaamhe
den handschoenen,
vooral bij

werkzaamheden aan het maaimes.
15.1 Onderhoudsschema
De onderhoudsintervallen zijn onder andere gebaseerd op de bedrijfsuren. De betreffende teller "Maaiuren" kan in het menu "Informatie" worden opgevraagd. ( 10.9)
Houd de opgegeven
onderhoudsintervallen nauwkeurig aan.
Onderhoudswerkzaamheden opragen met actieve tijden:
- algemene toestand van het apparaat en het dockingstation visueel inspecteren.
- Displaymelding controlleren - huidigeijd en start van de volgende maaibeurt controlleren.
- Controller het maavlak en verwijder zo nodsig vreeimde voorwerpen enz.
- Controller of de accu worden opgeladen.
(⇒ 14.7)
Wekelijkse onderhoudswerkzaamheden:
apparaat reinigen. (15.2)
- Inspector het maaimes, de mesbevestiging en het maawerk visuel op beschadigingen (inkepingen, scheuren, breuken enz.) en slijtage. ( 15.3)
Om de 200研究成果:
maaimes verrangen. Op het display versuschijnt een herinnering daartoe. ( 15.4)
Jaarlijke onderhoudswerkzaamheden:
- VIKING beveelt een Jaarlijke inspectie in de wintermaanden door de VIKING vakhandelaar aan. Hierbij worden met name de accu, de elektronica en de software onderhonden.
Wijzig de veiligheidsstand in "Geen" of geef de gebruikte pincode door aan de vakhandelaar, zDat hij alle onderhoudswerkzaamheden goed kan uitvoeren.
15.2 Apparaat reinigen
Door het apparaat zorgzaam te behandelen, beschermt u het gegen beschadigingen en verlengt u de levensduur.
Reinigings- en onderhoudspositie:

Voer reinigingswerkzaamheden aan het maaimes uitsluitend met ditkke handschoenen uit en ga uiterst voorzichtig te werk.


Zet het apparaat voor het reinigen van de bovenkant (kap, klep) op een effen, stevige en horizontale ondergrond. Kantel de robotmaaier voor het reinigen van de onderkant van het apparaat (maaimes, maaiwerk) zoals afgebeeld op de linker- of rechterkant en zet deze tegen een muur.
- Verwijder vuil met een borstel of met een doek. Reinig zeker ook het maaimes en het dockingstation.
Maak eerst de aangekoeke grasresten in de behuizing en in het maaiwerk met een houten spatel los. - Gebruik indien nodig een special Reinigungsmiddel (bijv. STIHL speciale reiniger).
Bouw de meenemerschijf regelmatiguit om grasresten te verwijderen. ( 15.6)
Bij nat waar moet de meenemerschijf vaker worden gereinigd. Aangekoekt vuil tussen de meenemerschijf en de maaiwerkbehuzing veroorzaakt wrijving en daarmee een hoger energieverbruik.
15.3 Slijtagegrenzen van het maimes controlleren

Kans op letsel!
Een versleten maaimes kan afbreken en ernstig letsel veroorzaken. Volg waarom de onderhoudsinstructies voor het mes. Maaimessen worden afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur inmeer of mindere mate slijtagegevoelig. Als u het apparaat op een zanderige ondergrund of in droge omstandigheden gebruikt, slijten de maaimessen sneller dan gemiddeld.
Vervang het maaimes ten minste om de 200 bedrijfsuren en LAST het door de VIKING vakhandelaar slijpen. ( 15.5)
Activeer de machineblokkering. ( 5.2)
Kantel de robotmaier opzij enplaats\ deze veilig gegen een stabiele muur. Reinig het maaiwerk en het maaimes zorgvuldig. ( 15.2)

Meet de mesbreedte A en de mesdikte met een schuifmaat.
Is het maaiimes op een punt smaller dan 25mm of dunner dan 1,3 mm, dan moet het worden verrangen.
15.4 Maaimesuit-eninbouwen

Het maimes gaat 200 uur mee. Na dezeijd verschijnt op het display een bijbehorende melding.
Activeer de machineblokkering ( 5.2) en trek handschoenen aan.

Kantel de robotmaaier opzij en plaats\ deze veilig gegen een stabiele muur. Reinig het maaiwerk en het maaimes zorgvuldig. ( 15.2)
Maaimesuitbouwen:

Druk beiden lippen (1) op de meenemerschijf met een hand bij elkaar en houd deze vast. Draai de borgmoer (2) met de andere hand eruit. Verwijder het maaimes samen met de borgmoer.
Maimes inbouwen:

Kans op letsel!
Controleer het mes voor het inbouwen op beschadigingen. Het mes moet worden verrangen zodra inkepingen of scheuren te zich zijn of als het op een bepaald punt smaller dan 25mm of dunner dan 1,3 mm is. ( 15.3)
De meenemerschijf en de borgmoer要去en ook worden verrangen, als deze beschadigd zijn (bijv. gebroken, versleten). De borgmoer要去 goed in de meenemerschijf vastklikken.
- Reinig het mes, de meenemerschijf en de borgmoer voor de montage.


Bevestig het maaiimes (1) en de borgmoer (2) Zoals afgebeeld aan de meenemerschijf (3).Zet de bevestigingsnokken in de juiste stand (4) in het maaimes.

Schroef de borgmoer (1) tot aan de aanslag erop. Tijdens het vastdraaien klinken er meerde klikgeluiden. Controller of het maaimes goed vast zit door voorzichtig eraan te schudden.
- Bevestig na het inbouwen van een neueu maaimes het verrangen van het mes in het menu "Service". (⇒ 10.17)
15.5 Maimes slijpen
VIKING raadt aan een bot maaimes door een新模式 exemplaar te verrangen. Laat een bot maaimes alsijd door een VIKING vakhandelaar slijpen. Hij beschikt over de moodzakelijkke vakkennis en speciale gereedschappen.
Het apparaat werkkt alleen maar goed als het maaimes uiterst precies uitgebalanceerd is.
Een onjuist geslepen mes (bijv. onbalans, onjuiste slijphoek) produceert meer geluid en kan schade aan het apparaat veroorzaken.
15.6 Meenemerschijfuit-en inbouwen
Voor het reinigen van het maaiwerk kan de meenemerschijf worden gedemonteerd.
Activeer de machineblokkering ( 5.2) en trek handschoenen aan.

Kantel de robotmaier opzij enplaats deze veilig gegen een stabiele muur. Reinig het maawerk en het maaimes zorgvuldig. ( 15.2)
Meenemerschijfuitbouwen:
Demonteer het maaimes. (15.4)

Steek de trekker (K) erin en draai deleze tot aan de aanslag linksom.

Ondersteun het apparaat met een hand. Trek de meenemerschijf (1) er met de trekker (2) af.
Meenemerschijf inbouwen:

Reinig de messenas (1) en de bevestiging op de meenemerschijf (2) grondig. Schuif de meenemerschijf tot aan de aanslag op de messenas.
Monteher het maaimes. ( 15.4)
15.7 Draadbreuk zoeken
Bijeendraadbreu knippert der rode led snel op het dockingstation. ( 12.1) Op het display van derobotmaaierverschijnt een bijbehorende melding.
Neem contact op met de VIKING vakhandelaar als een draadbreuk nicht zoals beschreiben kan worden gezonden.

Neem de afdekking van het dockingstation
weg en koppel het uiteinde van de
begrenzingsdraad rechts (1) los.
Hierna wordt het rechtsom zoeken maar een draadbreuk beschreiben, d.w.z. de begrenzingsdraad worden vanuit het dockingstation rechtsom afgereden. Zo nodig kan ook linksom worden gezocht. In dat geval moetECHTER het uiteinde van de begrenzingsdraad links worden losgekoppeld.
- Neem de robotmaaier uit het dockingstation.
- Selecteer in het menu "Service" de optie "Draadbreu zoeken" en bevestig.Deze met OK. ( 10.17)

Rijd de rand van het maaivlak met de robotmaaier vanaf het dockingstation rechtsom af. Til waaroor het apparaat aan de handgreep acheter (1) iets op om de aandrijfwielen te ontlasten. Volg met de robotmaaier op de voorwielen de begrenzingsdraad (2). Zorg ervoor dat de begrenzingsdraad (2) onder de draadsensoren loopt. De draadsensoren zich afgeschermd links- en rechtsvoor op de robotmaaier gemonteerd. Op het display worden bij het zoekenaar de draadbreuik de signalsterkte weergegeven, de draadsensoren staan optimaal boven de begrenzingsdraad wanner de waarde het hoogst is.
Wanner de draadsensoren het draadsignal correct ontvangen,verschijnt op het display het symbol Draadsignal OK.

Bij de draadbreuk daalt de
signaalsterkte en op het display
wordt het symbol voor
Draadsignaal testen
weergegeven.

Overbrug de breuk met behulp van een draadverbinder ( 11.14) en leg zo nodig de begrenzingsdraad bij de breuk opnieuw.
- Als de draadbreuk verholpen is, brandt na het aansluiten van de begrenzingsdraad de rode led op het dockingstation. ( 12.1)
15.8 Voedingsstekker
De voeding is met een aftschroefbare stekker uitgerust.
Deze stekker kan worden gedemonteerd als de voeding in een gebouw worden geinstalleerd en de voedingskabel waarom door een gat in de muur要去 worden geleid.

Kans op letsel!
Trek vór alle werkzaamheden aan de voeding de voedingsstekker eruit en koppel de voeding bij het dockingstation los.
Neem de veiligheidsvoorschriften in het hoofdstuk "Waarschuwing - gevaar voor elektrische schokken" ter harte. ( 6.3)

Monteer de blauwe kabel (BL) en de bruine kabel (BR) zoals afgebeeld op de stekker. Draai de schroeven (1) vast.
15.9 Opslag en winterpauze
Neem bij een langere stilstand van de robotmaier (bijv. winterpauze) de volgende punten in acht:
Laad de accu op. (14.7)
Schakel de automaatuit. ( 10.5)
Activeer de hoogste veiligheidsstand (diefstalbeveiliging). ( 10.16)
Activeer de machineblokkering. ( 5.2)
Koppel de stekker van de voeding los van het elektriciteitsnet.
- Verwijder de afdekking van het dockingstation. (⇒ 9.4)

Koppel de begrenzingsdraad (1) los. Open de deksels van de kabelgoot (2) en leid de begrenzingsdraad samen met de klemstekkers uit de bodemplaat van het dockingstation.

Maak de klemstekkers Niet van de begrenzingsdraad los. Deze kunnen maar een keer worden gemonteerd. Extra klemstekkers bij bij de VIKING vakhandelaar verkrijgbaar. ( 16.)
Verwijder de begrenzingsdraad Niet uit het maaivlak.
Koppel de voedingskabel bij het dockingstation los.
- Monteer de afdekking van het dockingstation. (⇒ 9.4)
- Demonteer het dockingstation.
- Beschem de vrije uiteinden (stekker) van de begrenzingsdraad gegen invloeden van buitenaf - bijv. aflpakken met geschikte isolatietape.
Maak alle onderdelen aan de buitenkant van de robotmaaier en het dockingstation zorgvuldig schoon.
- Sla de robotmaier samen met het dockingstation en de voeding in een droge, afgesloten en stofvrije ruimte in de normale stand op. Dok de robotmaier aan in het dockingstation. Bewaar het apparaat algijd buiten het bereik van kinderen.
- Sla de robotmaaier alleen in een goede staat op.
Zorg ervoor dat alle schroeven vast zijn aangedraaid, vernieuw onleesbaar geworden waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat, controller de gehele machine op slijtage of beschadigingen. Vervang versleten of beschadigde onderdelen.
Eventuele storingen aan het apparaat要去en in de regel voor het opbergen worden verholpen.
Leg of bewaar nooit voorwerpen op de robotmaier of het dockingstation.
Robotmaaier na een langere onderbreking wee in gebruik nemen:
Bereid het maavlak voor: verwijder vuil en maai een zeer hoog gazon met een gewone grasmaaier kort.
- Installeer het dockingstation ( 9.4) en sluit de begrenzingsdraad aan. ( 9.6)
Laad de accu op. ( 14.7)
- Controller de&tijd en de datum en stel\
deze zo nodig in. ( 9.3)
- Controller het maaischema en wijzig het indien nodig. ( 10.6)
Schakel de automaat in. ( 10.5)
16. Standaard reserveonderdelen
Maaimes:
63017020101
Bevestigingspennen AFN 075: 6301 007 1010
Begrenzingsdraad ARB 151:
draaddiameter:2,3mm
draadlengte: 150 m
00004008630
Begrenzingsdraad ARB 200:
draaddiameter: 2,3mm
draadlengte: 200m
00004008635
Begrenzingsdraad ARB 501:
draaddiameter:3,4mm
draadlengthe: 500m
00004008625
Draadverbinders ADV 010:
6909 007 1090
Klemstekkers AKS 010: voor draaddiameter:2,3 mm 6909 007 1095
Klemstekkers AKS 011: voor draaddiameter 3,4 mm 6909 007 1096
17. Accessoires
Voor de machine zijn nog meer accessoires verkrijngbaar. Voor nadere informatie verwijzen wij u waar uw VKING vakhandelaar, het internet (www.viking-garden.com) of de VKING catalogus.
Om veiligheidsredenen mag u bij\ deze machine uitsluitend door VIKING goedgekeurde accessoires\ gebruiken.
18. Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Belangrijke aanwijzingen voor het onderhoud van de productgroep
Robotmaaier, met accuvoeding
De firma VKING aanvaardt in geen geval aansprakelijkheid voor materièle schade en persoonlijk letsel die veroorzaakt zijn als gevolg van het Niet in acht nemen van de instructies in de gebruksaanwijzing, met name betreffende veiligheid, bediening en onderhoud, of die door gebruik van Niet toegestane montage- of reserveonderdelen optreden.
Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in ache om schade of overmatige slijtage aan uw VKING apparatus te vermijden:
1. Slijtageonderdelen
Sommige onderdelen van het VIKING apparaat zich ook bij reglementair gebruik aan normale slijtage onderhevig en moeten affankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduurijdig worden verrangen.
Dit omvat o.a.:
-
maaimes
-
a c c u
2. Inachtneming van de voorschriften in\ deze gebruiksaanwijzing
Het VIKING apparatusaat moet zo zorgvuldig möglichk worden gebruikt, onderhodenen opgeslagen, Zoals omschreiben in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het nicht in acht nemen van veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordenveroorzaakt, is de gebruiker zich verantwoordelijk.
Dit geldt met name voor:
- onjuist omgaan met de accu (opladen, opslaan),
- foutieve aansluiting (spanning),
- Niet door VKING toegelaten wijzigingen aan het product,
- het gebruik van gereedschappen of toebehoren die Niet voor het apparaat zichn goedgekeurd, Niet geschikt zichn of van een minder goede kwaliteit zichn,
- Niet reglementair gebruik van het product,
- gebruik van het product bij sport-of wedstrijdevenementsen,
- gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.
3. Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd.
Voor zover.Deze
onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebruikerzfelnkunnen wordenuitgevoerd, moeten deze aan een vakhandelaar worden overgedragen.
VIKING raadt aan
onderhoudswerkzaamheden en reparationsuitsluitend bij de VIKING vakhandelaar te laten uityoeren.
VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Worden deze werkzaamheden nicht uitgevoerd, dan kan er schade ontstaan waarvoord de gebruiker verantwoordelijk is.
Hierothoe behoren onder andere:
-beschadigingen aan het apparaat door onvoldoende of onjuiste reiniging.
-corrosie- en andere gevolgschade door ondeskundige opslag,
-beschadigingen aan het apparaat door het gebruik van kwalitatief minderwaardige reserveonderdelen,
-beschadigingen door nichtijdig of ondeskundig uitgevoerd onderhoud resp. beschadigingen door onderhoulds- of reparatiewerkzaamheden die nicht in werkplaatsen van vakhandelaars zijn uitgevoerd.
De verpakkingen, het apparaat en de toebehoren zijn met recycleerbaar materiaal gefabricieerd en moeten overeenkomstig worden verwerkt.
Door materiaalresten afzonderlijk en milieuubewust te verwerken, ondersteunt u de recyclage van waardevolle stoffen. Daarom要去 het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Raadpleeg bij het afvoeren de informatie in het hoofdstuk "Afvoeren". ( 6.11)

Voer afvalproducten als accu's aktijd op de juiste wijze af. Neem deplaatselijke voorschriften in acht.

Li-lon
Bied lithium-ionaccu's nicht via het huisvuil aan, maar lever deze bij de vakhandelaar of het afvalpunt voor gevaarlijke stoffen in.
19.1 Accuuitbouwen
Activeer de machineblokkering. ( 5.2)
- Open de klep. (⇒ 14.2)

Trek de draaiknop (1) er maar boven af.

Draai de schroeven (1) van de afdekking (2) eruit. Trek de afdekking (2) er maar boven af.

Draai de boute n (1) eruit.

Klap het bovenstuk van de behuizing (1)\
aar achefteren op.
Kans op letsel! Er mogen geen kabels aan de accu worden doorgesneden. Kans op kortsluiting! Koppel de kabels alotijd los en verwijder.Deze samen met de accu.

Trek de kabelstekker (1) (accu) los.

Neem kabel (1) en kabel (2)uit de kabelgeleidingen en verwijder de accu (3).

Kans op letsel!
Voorkom schade aan de accu.
20. Transport

Kans op letsel!
Lees voor het transport het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" ( 6.) met name de paragraaf "Transport van het apparaat" ( 6.5) , zorgvuldig door en volg alle veiligheidsinstructies precies op - activeer.altijd de machineblokkering. ( 5.2)

20.1 Apparaat opheffen of dragen
Gebruik bij het optillen en dragen de handgreep voor (1) en awhile (2). Zorg ervoor dat het maaimes algijd van het lichaam af is gekeerd en houd algijd voldoende afstand tot het maaimes, met name wat betreft de voeten en benen.

20.2 Apparaat vastsjorren
Zet de grasmaaier op het laadoppervlak vast. Zet het apparaat waarvoor zoals afgebeeld met geschikte bevestigingsmiddelen (gordels, kabels) vast.
Beveilig megetransporteerde apparaatonderdelen (bijv. dockingstation, kleine onderdelen) ook gegen verschuiven.
21. CE-conformiteitsverklaring van de fabrikant
Wij.
VIKING GmbH
Grasmaier, automatisch en met accuvoeding (MI)
Merk: VIKING
Type: M1422.0
MI 422.0 P
Merk: VIKING
Serienummer 6301
met het
dockingstation
Merk: VIKING
Type: ADO 400
Serienummer 6301
voldoet aan de volgende EG richtlijnen:
2002/96/EC, 2014/30/EU, 2006/42/EC
2006/66/EC, 2011/65/EU
De producten zijn in overeenstemming met de volgende normen ontwikkeld:
EN 60335-1, EN 50636-2-107
Samenstelling en klassement van de Technische Documentatie:
Sven Zimmermann
VIKING GmbH
Het bouwjaar en het serienummer staan vermeld op het typeplaatje van het apparaat.
Langkampfen,
2016-01-02 (JJJJ-MM-DD)
VIKING GmbH

Sven Zimmermann
Afdelingshoofd Bouw
Serie-identificatie 6301
Maaisystem Mulchmaaiwerk
Snjvoorziening Mesbalk
Snijbrendte 20 cm
Toerental
snijvoorzieening 4450 omw/min
Snijhoogte 20 - 60 mm
Beschermklasse III
Classificatie IPX1
Conform richtlijn 2006/42/EC
en norm EN 50636-2-107:
Gemeten geluidsni
veau LwA 60,0 dB(A)
Onzekerheid KwA 2,3 dB(A)
LWA + KWA 62dB(A)
Geluidsdrukniveau
Onzekerheid KpA 2 dB
Lengte 60 cm
Breedte 43 cm
Hoopte 27 cm
MI 422.0:
Maximale grotte van maajvlak 500 m
Vermogen 60W
Beschrijving accu AAI 40
Accu-energie 42 Wh
Accucapaciteit 2,25 Ah
Gewicht 9 kg
MI 422.0 P:
Maximale grotte
2
vanmaaivlak 1000 m
Vermogen 60W
Beschrijving accu AAI 80
Accu-energie 83 Wh
Accucapaciteit 4,50 Ah
Gewicht 9 kg
Dockingstation ADO 400:
Spanning UDC 27V
Beschermklasse III
Classificatie IPX1
Gewicht 3 kg
Voeding:
Beschrijving OWA-60E-27
2.23
VIKING accu's voldoen aan de cf. UNhandboek ST/SG/AC.10/11/Rev.5 deel III, paragraaf 38.3 vermelde voorwaarden.
De gebruiker kan VKING accu's bij transport over de weg zonder verdere voorwaarden maar deplaats van gebruik van het apparaat vervoeren.
Neem voor het transport per vliegtuig of per schip de landspecifieke voorschriften in acht.
Zie www.viking-garden.com/safety-datasheets voor verdere aanwijzingen m.b.t. het transport
REACH:
REACH duidt op een EG-verordening inzake het registeren, analyseren en toestaan van chemicalien. Voor informatie over het voldoen aan de REACHverordening (EG) nr. 1907/2006 gaat u waar www.stihl.com/reach
23. Meldingen
Meldingen informeren over actieve fouten, storingen en aanbevelingen
Ze worden in een dialoogvenster weergegeven en+kunnen na het indrukken van de OK-toets in het menu "Meldingen" worden opgevraagd. ( 23.)
Aanbevelingen en actieve meldingen verschijnen ook in de statusmelding.
(⇒ 10.13)
In de meldingsdetails können de meldingscode, hetijdstip, de prioriteit en de frequente worden opgevraagd.
Aanbevelingen hebden de
prioriteit "Laag" of "Info", ze verschijnen in de statusmelding afwisselend met de tekst "iMow bedrijfsklaar".
De robotmaaier kan nog steeds in gebruik worden genomen, het automatische gebruik blijft actief.
- Storingen haben de prioriteit "Midden" en vragen om actie de gebruiker.
De robotmaaier kan pas na het verhelpen van de storing waar in gebruik worden genomen.



Bijfouten met de prioriteit "H" verschijnt op het display de tekst "Vakhandelaar contacteren". De robotmaier kan pas na het verhelpen van de fouit door de VIKING vakhandelaar wee in gebruik worden genomen.
Neem contact op met de VIKING vakhandelaar als een melding ondanks de voorgestelde oplossing actief blijft.
Fouten die uitsluitend door een VIKING vakhandelaar hunnen worden verholpen, worden onderstaand Niet vermeld. Als een dergelijk fout optreedt,要去en de 4-cijferige boutcode en de fouttekst aan de vakhandelaar worden doorgegeven.
Melding:
0001 - Data verlies
Om vrij tegeven OKdrukken
Mogelijkkeoorzaak:
update van de apparaatsoftware isuitgevoerd
spanningsverlies
- software- of hardwarefout
Oplossing:
- na het indrukken van de OK-toets werkdt de robotmaaier met voorgeprogrammeerde instellingen -instellen (datum,ijd, maaischema) controleren en corrigeren
Melding:
0100 - Accu leeg
Accu laden
Mogelijk oorzaak:
- spanning van de accu te laag
Oplossing:
- robotmaier in het dockingstation zetten om de accu op te laden ( 14.7)
Melding:
0180 - Temperatuur laag
Onder de temperatuur
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in robotmaaier te laag
Oplossing:
- robotmaier laten opwarmen
Melding:
0181 - Temperatuur hoog
Boven de temperatuur
Mogelijkkeoorzaak:
- temperatuur in robotmaaier te hoog
Oplossing:
- robotmaier laten afkoelen
Melding:
0183 - Temperatuur te hoog
zie melding 0181
Melding:
0185 - Temperatuur hoop
zie melding 0181
Melding:
0186 - Temperatuur laag
zie melding 0180
Melding:
0187 - Temperatuur hoog
zie melding 0181
Melding:
0302 - Storing motor
Boven de temperatuur
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in linker aandrijfmotor te hoog
Oplossing:
- robotmaaier laten afkoelen
Melding:
0305 - Storing motor
LinkerWIzit vast
Mogelijkkeoorzaak:
- aandrijfwiel links overbelast
Oplossing:
- robotmaier reinigen (⇒ 15.2)
- Oneffenheden (gaten, kuilen) op het maavlak verhelpen
Melding:
0402 - Storing motor
Boven de temperatuur
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in rechter motor te hoop
Oplossing:
- robotmaier laten afkoelen
Melding:
0405 - Storing motor
RechterWIzVast
Mogelijkoorzaak:
- aandrijfwiel rechts overbelast
Oplossing:
-robotmaaier reinigen ( 15.2)
-Oneffenheden (gaten,kuilen) op het maavvlak verhelpen
Melding:
0502 - Storing maaimotor
Boven de temperatuur
Mogelijkkeoorzaak:
- temperatuur in de maaimotor te hoog
Oplossing:
robotmaaier laten afkoelen
Melding:
0505 - Storing maaimotor
Maaimessen zitten vast
Mogelijkkeoorzaak:
-Vuil tussen meenemerschijf en maaiwerkbehuizing
- Maaimotor kan nicht worden ingeschakeld
Maaimotor overbelast
Oplossing:
- Maaiames en maaiwerk reinigen ( 15.2)
Meenemerschijf reinigen ( 15.6)
-Hogere snijhoogte instellen ( 9.2)
- Oneffenheden (gaten, kuilen) op het maavlak verhelpen
Melding:
0701 - Accu storing
Temperatuurbereik verlaten
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in accu te laag of te hoog
Oplossing:
- robotmaier latent opwarmen of afkoelen -toegelaten temperatuurbereik van de accu aanhonden ( 6.4)
Melding:
0703 - Accu leeg
zie melding 0100
Melding:
0704 - Accu leeg
zie melding 0100
Melding:
1000 - Overslaan
Toegelaten helling overschreten
Mogelijkkeoorzaak:
- hellingsensor—heeft overslaan vastgesteld
Oplossing:
- robotmaier op de wielen zetten, op beschadigingen controleren en melding met OK bevestigen
Melding:
1010 - iMow opgeheven
Om vrij te geven OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
- robotmaaier is aan de kap opgeheven
Oplossing:
-beweeglijkheid van kap testen en melding met OK bevestigen
Melding:
1030 - Kapstoring
Kap testen
Daarna OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
- geen kap herkend
Oplossing:
-kap testen (beweeglijkheid, vast zitten) en melding met OK bevestigen
Melding:
1105 - Klep geopend
Procedure afgebrozen
Mogelijkeoorzaak:
-klep tijdens de automatische maaimodus geopend
-klepijdens het automatisch afrijden van de rand geopend
Oplossing:
-klep sluiten ( 14.2)
Melding:
1120-Kap geblokkeerd
Kap testen
Daarna OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
-permanente botsing herkend
Oplossing:
- robotmaier losmaken, zo nods
hindernis verwijderen of verloop van de begrenzingsdraad wijzigen - daarna melding met OK bevestigen
-Beweeglijkheid van kap testen en melding met OK bevestigen
Melding:
1125-Hindernis uitschakelen
Bedrading controlleren
Mogelijkkeoorzaak:
-Begrenzingsdraad onnauwkeurig gelegd
Oplossing:
-Ligging van de begrenzingsdraad controlleren, afstanden met de iRuler controlleren ( 11.5)
Melding:
1130 - Vastgereden
iMow losrijden
Daarna OK drukken
Mogelijkke oorzaak:
Robotmaaier zit vast
-Aandrijfwielendraaienverder
Oplossing:
- Robotmaaier losmaken, oneffenheden op het maaivlak verwijderen of verloop van de begrenzingsdraad wijzigen – daarna melding met OK bevestigen
-Aandrijfwienen reinigen, zo nodig bij regen Niet gebruiken -daarna melding met OK bevestigen ( 10.12)
Melding:
1135-Behalve
iMow in het maaiveld plaatsen
Mogelijk oorzaak:
- De robotmaier befindt zich buiten het maavilak
Oplossing:
- Robotmaaieraar het maavlak brengen
Melding:
1140-Te steil
Bedrading controleren
Mogelijk oorzaak:
-MI422:
hellingssensor heeft een helling vaneer dan 35% vastgesteld
-M1422P:
hellingssensor heeft een helling vaneer dan 40% vastgesteld
Oplossing:
-M1422:
Iigging van begrenzingsdraad wijzigen, gazons met een helling vaneer dan 35% vermijden
-M1422P:
ligging van begrenzingsdraad wijzigen, gazons met een helling vaneer dan 40% vermijden
Melding:
1170 - Geen signaal
Draadsignaal testen
Mogelijkkeoorzaak:
Draadsignaal worden tijdens het maaien Nieteerontvangen
- De robotmaaier befindt sich buiten het maaivlak
- Dockingstation of elektronische componenten werden verwangen
Oplossing:
- Stroomvoorziening van het dockingstation controeren
Led op het dockingstation testen - de rode led moetijdens het maaien voortdurend branden ( 12.1) - Robotmaaieraar het maavlak brengen
Robotmaaier en dockingstation koppelen ( 9.7)
Melding:
1180 - iMow aandokken
Automatisch aandokken
niet möglichk
Mogelijk oorzaak:
- Led op het dockingstation testen, dockingstation zo nodig inschakelen ( 12.1)
-Aandokken testen ( 14.6)
Melding:
1190 - Dockingstoring
Dockingstation bezet
Mogelijkkeoorzaak:
- dockingstation bezet door een tweede robotmaajer
Oplossing:
robotmaaier aandokken wanner het dockingstation waar vrij is
Melding:
1200 - Storing maaimotor
zie melding 0505
Melding:
1210 - Storing motor
Wiel vastgereden
Mogelijk oorzaak:
-aandrijfwiel overbelast
Oplossing:
- robotmaier reinigen (⇒ 15.2)
- Oneffenheden (gaten, kuilen) op het maavilvak verhelpen
Melding:
1220 - Regen ontdek
Maaien afgebrozen
Mogelijk oorzaak:
- geen actie vereist, zo nodig regensensor instellen ( 10.12)
Melding:
2000 - Signaalprobleem
iMow aandokken
Mogelijk oorzaak:
-draadsignaal met fouten, fijnafstemming nodig
Oplossing:
- robotmaaier in het dockingstation zetten - daarna op OK dokken
Melding:
2010 - Maaiimes verrangen
Toegelaten levensduur bereikt
Mogelijk oorzaak:
- Maaimes is meer dan 200 uur in gebruik, verrangen
Oplossing:
Maaimes verrangen en daarna het verwangen van het mes in het menu "Service" bevestigen ( 15.4)
Melding:
2020 - Advies
Jaarlijks onderhoud door de vakhandelaar
Mogelijkkeoorzaak:
- beurt aanbevolen
Oplossing:
- jaarlijks onderhoud bij de VIKING vakhandelaar lately uitvoeren
Melding:
2030-Accu
Toegelaten levensduur bereikt
Mogelijkkeoorzaak:
- accu door VKING vakhandelaar lienervangen
Melding:
2032 - Accu storing bij opladen
zie melding 0701
Melding:
4001 – Interne storing
Temperatuurbereik verlaten
Mogelijkkeoorzaak:
- temperatuur in accu of in het apparaat te laag of te hoog
Oplossing:
robotmaaier laten opwarmen of afkoelen -toegelaten temperatuurbereik van de accu aanhouden ( 6.4)
Melding:
2040 - Accu storing bij start maaimodus
zie melding 0701
Melding:
2050 - Maaiplan aanpassen
Actieveijd verlengen
Mogelijkkeoorzaak:
- actieveijden zijn verkort/gewist of maaiduur is verlengd - opgeslagen actieveijden�niet voldoende voor de benodigde maaibeurten
Oplossing:
- actieve tijd verlengen (⇒ 10.7) of maaiduur verdorten (⇒ 10.8)
Melding:
2060 - Maaien beeindigd
Om vrij te geven OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
- maaien op aanpalend gazon beeindigd
Oplossing:
robotmaaier naar het maavlak brengen en aandokken om accu op te laden ( 14.6)
Melding:
2120 - Speelstop
Speelstop actief
Mogelijk oorzaak:
Stootsensor meermaals na elkaar bediend
- Robotmaaier tijdens het rijden opgetild
Oplossing:
Melding met OK bevestigen
- Speelstop uitschakelen (⇒ 10.16)
Melding:
4002 - Overslaan
zie melding 1000
Melding:
4003 - Kap opgelicht
Kap testen
Daarna OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
-kap is opgelicht.
Oplossing:
-kap testen en melding met OK bevestigen.
Melding:
4004 - Interne storing
Om vrij te geven OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
-
Stroomuitval tijdens automatische maaimodus
-
Robotmaaier bevindt zich buiten het maiaylak
Oplossing:
-
melding met OK bevestigen
-
Stroomvoorziening van het dockingstation testen - de rode led moet tijdens het maaien voortdurend branden, daarna OK-toets indrukken ( 12.1)
-
Robotmaaier hier het maavlak brengen, daarna op OK-toets drukken
Melding:
4005 - Interne storing
zie melding 4004
Melding:
4006 - Interne storing
zie melding 4004
Melding:
4027 - STOP-toets bediend
Om vrij te geven OK drukken
Mogelijkeoorzaak:
STOP-toets is ingedrukt
Oplossing:
- melding met OK bevestigen
24. Defectopsoring
Neem eventueel contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
Storing:
De robotmaaier werkt op het verkeerde tijdstip
Mogelijkeoorzaak:
-ijd en datum verkeerd ingesteld
- Actieveijden verkeerd ingesteld
- Apparaat is door onbevoegden in gebruik genomen
Oplossing:
-ijd en datum instellen ( 10.10)
-Actieve tijden instellen ( 10.6)
- Veiligheidsstand "Midden" of "Hoog"
installen ( 10.16)
Storing:
De robotmaaier werkktijdens een actieve...,tijd Niet
Mogelijkkeoorzaak:
- Accu word geladen
- Automaat uitgeschakeld
- Actieveijduitgeschakeld
- Regen ontdek
- Wekelijkke maaiduur is bereikt, geen verdere maiaeurt in deze week nods
Melding is actief
-Klep geopend ofiet aanwezig
Dockingstation nicht aangesloten op het elektriciteitsnet
- Stroomu it val
Oplossing:
- Accu geheel laten laden ( 14.7)
- Automaat inschaken (⇒ 10.5)
-Actieve tijd vrijgeven ( 10.7) - Regensensor instellen (10.12)
- Geen verdere actie vereist, maaibeurten worden automatisch over de week verdend - zo nodig maaibeurt met het commando "Maaien" starten ( 10.5)
-Weergegeven storing verhelpen en melding met OK bevestigen ( 23.)
-Klep sluiten ( 14.2) - Stroomvoorziening van het dockingstation controleren ( 9.4)
- Stroomvoorziening controlleren. Zodra de robotmaaier na een periodieke controle waar een draadsignaal herkent,zet们都 het onderbroken maaiproces voort.Daardoor kan het ook meerdere minuten duren,voordat het maaien na de stroomuitval automatisch worden voortgezet.De afstandenussen de afzonderlijke periodieke controles nemen toe naarmate de stroomuitval longer duurt.
Storing:
De robotmaaier maait Niet na het opvragen van de commando's "Maaien starten" of "Maaien met vertraagde start"
Mogelijk oorzaak:
- Accu onvoldoende opgeladen
- Regen ontdek
-Klep Niet gesloten ofiet aanwezig
Melding is actief
Oplossing:
- Accu op laden ( 14.7)
- Regensensor instellen (10.12)
-Klep sluiten ( 14.2)
-Weergegeven storing verhopen en melding met OK bevestigen ( 23.)
Storing:
de robotmaaier werkkt nicht en er staat geen melding in het display
Mogelijkkeoorzaak:
- apparaat staat in standby
- Accu defect
Oplossing:
- willekeurige toets indrukken om robotmaaier te activeren - statusmelding verschijnt ( 10.13)
- Accu verwangen (x)
Storing:
De robotmaaier maakt veel geluid en tritt
Mogelijkkeoorzaak:
- maaimes is beschadigd
- Maaiwerk is erg vuil
Oplossing:
- maaimes verwangen - hindermissen op het gazon verwijderen ( 15.4)
- Maaiwerk reinigen (⇒ 15.2)
Storing:
Slechte mulch- of maairesultaten
Mogelijk oorzaak:
- grasshoogte is in verhouding tot de snijhoogte te hoog
-Het gazon is erg nat
Maaimes is bot of versleten - Actieveijden ontoereikend, maaiduur te kort
Grootte van maaivlak verkeerd afgesteld - Maaivlak met zeer hoog gazon
Lange regenfasen
Oplossing:
-snijhoogte instellen ( 9.2)
- Regensensor instellen (⇒ 10.12)
Actieveijden verschuiven (⇒ 10.7)
Maaimeservangen ( 15.4) ,(x)
- Actieveijd verlengen of aanvullen ( 10.7)
Maaiduur verlengen ( 10.8)
- Nieuw maaischema make ( 10.6)
Voor een goed maairesultaat heeft de robotmaaier afhankelijk van de grootte van het te maaien oppervlak zo'n 2 weken nodig. - Maaien bij regen toestaan (⇒ 10.12)
Actieveijd verlengen (⇒ 10.7)
Storing:
Display in een vreme de taal
Mogelijk oorzaak:
- taalinstelling is gewijzigd
Oplossing:
- taal instellen ( 10.13)
Storing:
Op het maaivlak ontstaan bruine (aardachtige) plekken
Mogelijk oorzaak:
- maaiduur is in verhouding met het maavlak te lang
-Begrenzingsdraad is in te scherpe bochten gelegd
Grootte van maaivlak verkeerd afgesteld
Oplossing:
- maaiduur verkorten (⇒ 10.8)
-Ligging van de begrenzingsdraad verbeteren ( 11.3) - Nieuw maaischemama make ( 10.6)
Storing:
Maaibeurten zijnduidelijk korter dan normal
Mogelijk oorzaak:
- gras is erg lang of te nat
Apparaat (maaiwerk, aandrijfwienen) is erg verruild - Accu is aan het einde van zich levensduur
Oplossing:
-snjijhoogte instellen ( 9.2) Regensensor instellen ( 10.12) Actieve tijden verschuiven ( 10.7)
- Apparaat reinigen (⇒ 15.2)
- Accu verwangen - een aanbeveling daartoe op het display opvolgen (X), ( 23.)
Storing:
Robotmaaier is aangedokt, de accu worden nicht opgeladen
Mogelijk oorzaak:
- Opladen van de accu Niet nodig
Dockingstation nicht aangesloten op het elektriciteitsnet
Aandokken met fouten - Laadcontacten gecorrodeerd
- Apparaat staat in standby
Oplossing:
- Geen actie vereist - opladen van de accu gebeurt automatisch na het dalen onder een bepaalde spanning
- Stroomvoorziening van het dockingstation controleren ( 9.4)
Robotmaier op het maavlak uitschakenen en terug maar het dockingstation ( 10.5) sturen, hierbij nagaan of hij goed aandokt - zo nodig positie van dockingstation verbeteren ( 9.4) - Laadcontactenvervangen (x)
Willekeurige toets indrukken om robotmaaier te activeren -statusmelding verschijnt ( 10.13)
Storing:
Aandokken werkt nicht.
Mogelijk oorzaak:
- oneffenheden bij de toegang tot het dockingstation
-Aandrijfwielen of bodemplaat vuil
-Begrenzingsdraad bij dockingstation onjuist gelegd
-Uiteinden van de begrenzingsdraad.
niet ingekort
Oplossing:
-oneffenheden bij de toegang verhelpen ( 9.4)
-Aandrijfwienen en bodemplaat van het dockingstation reinigen ( 15.2)
-Begrenzingsdraad opniew leggen nagaan of deze bij het dockingstation goed ligt ( 9.5)
-Begrenzingsdraad zoals beschreiben inkorten en zonder draadreserves leggen -uitstekende uiteinden nicht oprollen ( 9.6)
Storing:
Robotmaaier rijdt aan het dockingstation voor bij of dokt scheef aan
Mogelijkoorzaak:
Draadsignaal door invloeden van buitenaf beinvoed
-Begrenzingsdraad bij dockingstation onjuist gelegd
Oplossing:
Robotmaaier en dockingstation opnieuw koppelen - erop letten dat de robotmaaier voor het koppelenrecht in het dockingstation staat ( 9.7)
-Begrenzingsdraad opniew leggen nagaan of deze bij het dockingstation goed ligt ( 11.3) Controlleren of de uiteinden van de begrenzingsdraad goed op het dockingstation zich aangesloten ( 11.4)
Storing:
De robotmaaier is over de begrenzingsdraad heengereden
Mogelijk oorzaak:
- begrenzingsdraad is onjuist gelegd, afstanden zich nicht juist
- Te grete helling in het maavlak
- Stoorvelden beinvloeden de robotmaaier
Oplossing:
- liggig van de begrenzingsdraad controlleren ( 10.14) , afstanden met de iRuler controlleren ( 11.5)
Ligging van de begrenzingsdraad controlleren, zones met een te grote helling afzetten ( 10.14) - VIKING vakhandelaar contacteren (x)
Storing:
De robotmaaier zit vaak vast
Mogelijk oorzaak:
- snijhoogte te laag
Aandrijfwielen vuil - Kuilen, hindernissen op het maavlak
Oplossing:
- snijhoogte hoger zetten ( 9.2)
-Aandrijfwielen reinigen ( 15.2)
Gaten in het maaivlak dichtmaken, verboden zones rond hindernissen aanbrengen, hindernissen verwijderen ( 11.3)
Storing:
De stootsensor worden nicht geactiveerd wonneer de robotmaaier een hindernis raakt
Mogelijk oorzaak:
Lage hindernis (minder dan 8 cm hoog)
- De hindernis zich nicht vast aan de ondergrond - bijv. fruit uit een boom of een tennisbal
Oplossing:
-Hindernis verwijderen of met verboden zone afbakenen ( 11.8)
-Hindernis verwijderen
Storing:
Rijsporen aan de rand van het maavlak
Mogelijk oorzaak:
- Te vaak randmaaien
- Startpunter in gebruik
- Accu worden aan het einde van de levensduur zeer vaak opgeladen
Corridor nicht ingeschakeld
Oplossing:
-Randmaaien uitschakelen of terugbrengen maar een keer per week ( 10.14)
-Op geschichte maavilakken alle maaibeurten bij het dockingstation starten ( 10.15)
- Accu verwangen - een aanbeveling daartoe op het display opvolgen (X) ( 23.)
Corridor inschakelen ( 10.14)
Storing:
ongemaaid gras aan de rand van het maavlak
Mogelijk oorzaak:
- randmaaien uitgeschakeld
-Begrenzingsdraad onnauwkeurig gelegd
- Gras is buiten bereik van het maaimes
Oplossing:
rand eén- of tweeemaal per week maaien ( 10.14)
Ligging van de begrenzingsdraad controlleren ( 10.14) ,afstanden met de iRuler controlleren ( 11.5)
-Ongemaaide zones regelmatig met een geschikte gazontrimmer bewerken
Storing:
Geen draadsignaal
Mogelijkoorzaak:
Dockingstation uitgeschakeld - led brandt Niet
- Dockingstation nicht aangesloten op het elektriciteitsnet - led brandt Niet
-Begrenzingsdraad nicht aangesloten op het dockingstation - rode led knippert snel
-Begrenzingsdraad onderbroken - rode led knippert snel
- Robotmaaier en dockingstation zichn nicht gekoppeld
- Defect in de elektronica
Oplossing:
- Dockingstation inschaken ( 12.1)
- Stroomvoorziening van het dockingstation controeren ( 9.4)
-Begrenzingsdraad op dockingstation aansluiten ( 9.6)
Draabbreuk zoeken ( 10.17) daarna begrenzingsdraad met draadverbinders herstellen ( 11.14)
Robotmaaier en dockingstation koppelen ( 9.7) - VIKING vakhandelaar contacteren (x)
25. Onderhoudsschema
25.1 Leveringbevestigting
Model:
Serienummer:

Datum:

Volgende onderhoudsbeurt
Datum:
25.2 Servicebevestigting
Geef deze gebruiksaanwijzing aan 2 uw VKING vakhandelaar in geval van onderhoudswerkzaamheden. Hij bevestigt op de voorgedrukte velden de servicewerkzaamheden die werden uitgevoerd.
00 Service uitgevoerd op
Datum volgende servicebeurt

26. Installatievoorbeelden

Rechthoekig maavlak met vrijstaande boom en zwembad
Dockingstation:
Locatie (1) vlakbij het huis A
Verbodenzone:
Installatie rondon de vrijstaande boom (3),uitgaand van een in de rechte hoek t.o.v.de rand geinstalleerd verbindingstraject.
Zwembad:
Omwille van de veiligheid (voorgeschreiben draadafstand) worden de begrenzingsdraad (2) om het bad B heb gelegd.
Draadafstanden: ( 11.5)
Afstand tot de rand: 22 cm
Afstand tot begaanbare hindernis: 0 c m
Afstand rondon de boom: 24 cm
Afstand tot het wateroppervlak: 100 cm
Programming:
Na het vastleggen van de grootte van het maaivlak zijn geen verdere aanpassingen nodig.
Bijzonderheden:
Maai ongemaaide zones rondon het zwembad regelmatig manueel of bewerk deze met een geschichte gazontrimmer.

U-vormig maavlak met meerdere vrijstaande bomen
Dockingstation:
Locatie (1) vlakbij het huis A
Verboden zones:
Installatie rondon de vrijstaande bomen, steeds uitgaand van in een rechte hoek ten opzichte van de rand (2) geinstalleerde verbindingsrajecten, 2 verboden zones zich met een verbindingsraject verbonden.
Draadafstanden: (11.5)
Afstand tot de rand: 22 cm
Afstand tot begaanbare hindernis: 0 cm
Afstand rondon de bomen: 24 cm
Programming:
Na het vastleggen van de grootte van het maaivlak zijn geen verdere aanpassingen nodig.
Bijzonderheden:
Boom in de hoek van het maaivlak - bewerk het gebiedchter de afgebakende boom regelmatig met een geschikte gazontrimmer ofaat het als hoop gras staan.

Gedeeld maavlak met vijver en vrijstaande boom
Dockingstation:
Locatie (1) vlakbij het huis A
Verbodenzone:
Installatie rondon de vrijstaande boom,uitgaand van een in een rechte hoek t.o.v.de rand geinstalleerd verbindingstraject.
Vijver:
Omwille van de veiligheid (voorgeschreven draadafstand) worden de begrenzingsdraad (2) om de vijver B een gelegd.
Draadafstanden: ( 11.5)
Afstand tot de rand: 22 cm
Afstand tot begaanbare hindernis: 0 cm Rondom de boom: 24 cm
Afstand tot het wateroppervlak: 100cm
Vernauwing:
Installatie van een doorgang (3).
Draadafstand: 22 cm (⇒ 11.10)
Programming:
Leg de totale groote van het maaivlak vast,programmeer 2 startpunten (4) (in de buurt van het dockingstation en in de buurt van de vijver ( 10.15)
Bijzonderheden:
Maai ongemaide zones, bijv. rond de vijver, regelmatig manueel of bewerkdezem eteen geschikte gazontrimmer.

Maaivlak rond een vrijstaand gebouw.
Dockingstation:
Locatie (1) aan de rand van het maaivlak. Het huis A is afgebakend met een verboden zone,waardoor het dockingstation Niet in de onmiddelijkne nabijheid van het huis worden opgesteld. Leg de voedingskabel in een geschekte kabelgoot van het huis maar het dockingstation.
Verbodenzone:
Installatie rondon het huis,uitgaand van een in de rechte hoek t.o.v.de rand geinstalleerd verbindingsraject.
Draadafstanden: ( 11.5)
Afstand tot de rand (2): 22 cm
Afstand tot begaanbare hindernis: 0cm
Programming:
Na het vastleggen van de grootte van het maaivlak zijn geen verdere aanpassingen nodig.
Bijzonderheden:
Leg in de spits toelopende hoek van het gazon (3) de begrenzingsdraad zoals afgebeeld - vermijd Kleinere hoeken dan 90^ . ( 9.5)
Bewerk de zone in de hoek van het gazon met een geschikte gazontrimmer.

Rechthoekig maaivlak
Dockingstation:
Locatie (1) vlakbij de garage [B] en awhile het luiis [A].
Draadafstanden: ( 11.5)
Afstand tot de rand: 22 cm
Afstand tot begaanbare hindernis: 0 c m
Afstand rondon de boom: 24 cm
Afstand tot het wateroppervlak: 100cm
Programming:
Na het vastleggen van de grootte van hetmaalvak zijn geen verdere aanpassingen nodig.
Bijzonderheden:
Er werden een begin (3) van een doorgang (4) geinstalleerd. Aansluitend werden een doorgang geinstalleerd. Een
meter voor het dockinstation werd de doorgang tot de breedte van de grondplaat vergroot (5).