DCE0825D1GQW - Handgereedschap DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCE0825D1GQW DEWALT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCE0825D1GQW DEWALT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Handgereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCE0825D1GQW - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCE0825D1GQW van het merk DEWALT.
GEBRUIKSAANWIJZING DCE0825D1GQW DEWALT
- Laser-informatie
- Veiligheid van de gebruiker
- Veiligheid van de accu
• Voeding van de Laser - De laser uitschakelen
- Nauwkeurigheid van de laser controleren
- De laser gebruiken
- Onderhoud
- Oplossen van problemen
• Service en reparaties - Specifications
Laser-informatie
De 5-punts kruislijnlasers DCE0825R en DCE0825G zijn laserproducten van Klasse 2. De lasers zijn zelf-nivellerend lasergereedschap dat kan worden gebruikt voor horizontale (waterpas) en verticale (loodlijn) uitlijningsprojecten.
Veiligheid van de gebruiker
Veiligheidsrichtlijnen
Onderstaande definities beschrijven de ernst van de gevolgen die met de verschillende signaalwoorden worden aangeduid. Lees de handleiding en let goed op deze symbolen.

GEVAAR: Duidt een dreigende gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke afloop of ernstig letsel tot gevolg zal hebben.

WAARSCHUWING: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke afloop of ernstig letsel tot gevolg kan hebben.

LET OP: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden aan, licht of middelzwaar letsel tot gevolg kan hebben.
KENNISGEVING: Duidt een situatie in de praktijk aan die niet leidt tot persoonlijk letsel, maar, als deze niet wordt vermeden, materiële schade tot gevolg kan hebben.
Als u vragen of opmerkingen hierover hebt of over ander DeWALT-gereedschap, ga dan naar http://www.dewalt.eu.

WAARSCHUWING:
Lees alle instructies en zorg ervoor dat u ze begrijpt. Wanneer u geen gevolg geeft aan de waarschuwingen en instructies in deze handleiding, kan dat leiden tot elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

WAARSCHUWING:
Blootstelling aan laserstralen. Haal de laserwaterpas niet uit elkaar en breng er geen wijzigingen in aan. Het gereedschap bevat geen onderdelen waaraan de gebruiker onderhoud kan uitvoeren. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.

WAARSCHUWING:
Gevaarlijke straling. Gebruik van bedieningsfuncties of de uitvoering van aanpassingen of procedures die niet in deze handleiding worden beschreven, kunnen tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden.
Het label op uw laser kan de volgende symbolen vermelden.
| Symbool Betekenis | |
| V Volt | |
| mW Milliwatt | |
| Laser-waarschuwing | |
| nm Golflengte in nanometers | |
| 2 Klasse 2 Laser | |
Waarschuwingslabels
Voor uw gemak en veiligheid worden de volgende labels op de laser vermeldt.


WAARSCHUWING: De gebruiker moet de instructiehandleiding lezen zodat het risico van letsel wordt beperkt.

WAARSCHUWING: LASER-STRALING. KIJK NIET LANGDURIG IN DE STRAAL. Klasse 2 Laser-product

text_image
DEWALT DCE0125G TYPE 1: W-12 WDE www.200837.com www.200837.com Laser 2 2 Part 1 Edition No. 100% 15% 16R
text_image
DEWALT DCE0125R TYPE 1: HV - 12VDC PM SER. LASER 2 2-200 V-TELEPHONE S. NO. 3478-6910 SER.- Werkt niet met de laser een explosieve omgevingen, zoals in de aanwezigheid van brandbare vloeistoffen en gassen of brandbaar stof. In elektrisch gereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
- Berg laser-gereedschap dat u niet gebruikt op buiten bereik van kinderen en andere personen die er niet mee kunnen werken. Lasers zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers.
- Onderhoud aan het gereedschap MOET worden uitgevoerd door gekwalificeerde reparatiemonteurs. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet-gekwalificeerd personeel kan dat letsel tot gevolg hebben. Zoek het DeWALT-servicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.dewalt.eu.
- Kijk niet met behulp van optisch gereedschap, zoals een telescoop naar de laserstraal. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
- Plaats de laser niet ergens waar iemand al dan niet opzettelijk in de laserstraal kan kijken. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
- Plaats de laserstraal niet bij een reflecterend oppervlak dat de laserstraal kan weerkaatsen en in de richting van iemands ogen kan sturen. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
- Schakel het laserapparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer het laserapparaat aan blijft staan, vergroot dat het risico dat iemand in de laserstraal kijkt.
- Breng op geen enkele wijze wijzigingen in de laser aan. Wanneer u wijzigingen in het gereedschap aanbrengt, kan dat leiden tot gevaarlijke blootstelling aan laserstraling.
- Werk niet met het laserapparaat in de buurt van kinderen en laat niet kinderen het laserapparaat bedienen. Ernstige verwondingen aan de ogen kunnen hiervan het gevolg zijn.
- Verwijder geen waarschuwingslabels en maak ze niet onleesbaar. Als labels worden verwijderd, kan de gebruiker of kunnen anderen zichzelf onbedoeld blootstellen aan straling.
- Plaats het laserapparaat stevig op een waterpas oppervlak. Als het laserapparaat valt, kan dat beschadiging van het apparaat of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Persoonlijke veiligheid
- Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u met dit laserapparaat werkt. Gebruik de laser niet wanneer u moe bent of onder invloed van verdovende middelen, alcohol of medicatie. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het werken met laserproducten kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
- Gebruik een uitrusting voor persoonlijke bescherming. Draag altijd oogbescherming. Afhankelijk van de werkomstandigheden zal het dragen van een uitrusting voor persoonlijke bescherming, zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm en gehoorbescherming de kans op persoonlijk letsel verkleinen.
Gebruik en verzorging van het gereedschap
- Gebruik de laser niet als de schakelaar Power/Transport Lockniet goed werkt. Gereedschap dat niet kan worden bediend met de aan/uit-schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
- Volg de instructies in het gedeelte Onderhoud in deze handleiding. Het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of het niet opvolgen van de instructies in Onderhoud kan het risico van een elektrische schok of van letsel doen ontstaan.
Veiligheid van de batterijen

WAARSCHUWING: Batterijen kunnen exploderen of lekken en kunnen letsel of brand veroorzaken. Beperk het risico door:
- Nauwgezet alle instructies en waarschuwingen in acht te nemen, die zijn vermeld op het etiket en de verpakking van de accu en in de begeleidende Veiligheidshandleiding voor de accu.
- Batterijen altijd op juiste wijze in te zetten en daarbij op de polariteit te letten (+ en –), volg de markeringen op de batterij en de apparatuur.
- Niet de polen van de batterij kort te sluiten.
- Niet niet-oplaadbare batterijen op te laden.
- Niet oude en nieuwe batterijen door elkaar te gebruiken. Alle batterijen tegelijkertijd te vervangen door nieuwe batterijen van hetzelfde merk en type.
-
Lege batterijen onmiddellijk uit te nemen en volgens lokaal geldende voorschriften weg te doen.
-
Niet batterijen in het vuur te gooien.
- Batterijen buiten bereik van kinderen te houden.
- Batterijen uit te nemen wanneer het toestel niet in gebruik is.
- Alleen de lader te gebruiken die wordt opgegeven voor uw oplaadbare batterijen.
Voeding van de laser
Deze laser kan worden gevoed door deze accu's:
- Een DeWALT 10,8V Li-ion accu (DCB121, DCB123 of DCB127).
- Een DeWALT AA Starter Pack met 4 AA-batterijen. Opmerking: U wordt geadviseerd het AA Starter Pack alleen in combinatie met de rode laser te gebruiken.
Gebruik van andere batterijen kan een risico van brand doen ontstaan.
De DeWALT Li-ion-accu laden
-
Als de 10,8V Li-ion-accu in de laser is bevestigd, neem deze dan los (Afbeelding Ⓓ).
-
Draai de laser zodat u gemakkelijker de accu kunt bereiken (Afbeelding D #1).
- Trek, terwijl u op de vrijgaveknop op de accu (Afbeelding D #2) drukt, de accu omhoog en maak de accu los van de laser (Afbeelding D #3).
-
Trek de accu verder omhoog en uit de laser (Afbeelding D #4).
-
Steek de stekker van het snoer van de lader in een stopcontact.
- Schuif de accu in de lader tot deze op z'n plaats klikt (Afbeelding F #1). Op de lader zal het linker indicatielampje knipperen zodat u weet dat de accu wordt opgeladen (Afbeelding F #2).
- Wanneer de accu volledig is opgeladen (het indicatielampje op de lader knippert niet meer), drukt u op de vrijgaveknop op de accu, houdt deze ingedrukt (Afbeelding F #3) en schuift u de accu uit de lader (Afbeelding F #4).
- Schuif de accu omlaag in de laser tot deze op z'n plaats klikt (Afbeelding F #5).
Nieuwe AA-batterijen plaatsen

LET OP: Het AA Starter Pack is speciaal ontworpen voor gebruik in combinatie met de DeWALT 10,8V-laserproducten en kan niet met ander gereedschap worden gebruikt. Probeer niet wijzigingen in het product aan te brengen.
-
Als het AA Starter Pack aan de laser is bevestigd, neem het dan los (Afbeelding Ⓓ).
-
Draai de laser zodat u gemakkelijker het Starter Pack kunt bereiken (Afbeelding D #1).
- Trek, terwijl u op de vrijgaveknop op het Starter Pack (Afbeelding D #2) drukt, het Starter Pack omhoog en maak het los van de laser (Afbeelding D #3).
-
Trek het Starter Pack verder omhoog en uit de laser (Afbeelding D #4).
-
Haal op het AA Starter Pack de grendel omhoog en open het kapje van het batterijvak (Afbeelding E #1 en #2).
- Plaats vier nieuwe AA-batterijen van een goed merk, en let er daarbij op dat u de zijde + en - van de batterijen plaatst zoals wordt aangeduid aan de binnenzijde van het batterijvak (Afbeelding Ⓔ #3).
- Duw het kapje van het batterijvak omlaag tot het op z'n plaats klikt.
- Schuif het Starter Pack omlaag in de laser tot het op z'n plaats klikt (Afbeelding E #4).
De batterijmeter op het toetsenblok zien
Wanneer de laser is ingeschakeld (ON), geeft de batterijmeter op het toetsenblok (Afbeelding Ⓐ #3) aan hoeveel vermogen er nog beschikbaar is. Elk van de vier LED's op de batterijmeter geeft 25% van het vermogen weer.
- De onderste LED gaat branden en knipperen wanneer het batterijniveau laag is (minder dan 12,5%). De laser zal misschien nog wel enige tijd blijven werken terwijl het vermogen van de batterijen afneemt, maar de straal/stralen zullen snel minder krachtig worden.
- Wanneer nieuwe batterijen in het AA Starter Pack worden geplaatst, of de 10,8V Li-ion-accu wordt opgeladen, en de laser wordt weer ingeschakeld (ON), zullen de laserstraal/stralen weer heel helder zijn en zullen de indicatielampjes van de batterijmeter weer de volledige capaciteit aangeven.
- Als alle 4 LED's op de batterijmeter blijven branden, wijst dit erop dat de laser niet geheel is uitgeschakeld. Wanneer de laser niet in gebruik is, is het belangrijk dat de schakelaar Power/Transport Lock naar LINKS staat in de stand Locked/OFF (Afbeelding A#1a).
De laser inschakelen
- Plaats de laser op een glad en vlak oppervlak.
- Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts naar de stand Unlocked/ON (Afbeelding A#1b).
-
Druk op elk van de knoppen op het toetsenblok (Afbeelding A#3) en test de verschillende instellingen van de laserstraal.
-
Druk eenmaal op voor een horizontale laserlijn (Afbeelding A #3a), een tweede maal voor een verticale laserlijn (Afbeelding A #3b), een derde maal voor een horizontale lijn en een verticale lijn (Afbeelding A #3c), en een vierde maal als u de weergave van laserlijnen wilt stoppen.
- Druk eenmaal op als u stippen boven, voor en onder de laser wilt weergeven (Afbeelding A #3d), een tweede keer als u twee extra stippen wilt weergeven vanaf één van beide zijden van de laser (Afbeelding A #3e), en een derde keer als u het weergeven van stippen wilt stoppen.
-
U kunt door op zowel als te drukken laserstippen en -lijnen weergeven. Bijvoorbeeld, als u drie maal op drukt en twee maal op zal de laser gekruiste lijnen en vijf stippen weergeven (Afbeelding A #3f).
-
Controleer de laserstralen. Het laserapparaat is zo ontworpen dat het zichzelf waterpas stelt. Als de laser zo schuin wordt gezet dat het apparaat zichzelf niet waterpas kan stellen ( >4^ ), knippert de laserstraal.
-
Als de laser tussen 4^ en 10^ schuin wordt gezet, zullen de stralen ononderbroken knipperen.
-
Als de laser meer dan 10° schuin wordt gezet, zullen de stralen ononderbroken 3 maal knipperen.
-
Als de laserstralen knipperen, is de laser niet waterpas (of loodrecht) en mag NIET WORDEN GEBRUIKT voor het bepalen of markeren van een lijn waterpas of loodrecht. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat waterpas is.
-
Als EEN van de volgende verklaringen WAAR is, ga dan verder met de instructies voor Nauwkeurigheid van de laser controleren EN GEBRUIK DAARNA PAS DE LASER voor een project.
-
Dit is de eerste maal dat u de laser gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen).
- De laser is al enige tijd niet op nauwkeurigheid gecontroleerd.
- De laser is misschien gevallen.
Nauwkeurigheid van de laser controleren
Het lasergereedschap wordt in de fabriek verzegeld en gekalibreerd. U wordt geadviseerd de nauwkeurigheid te controleren voordat u de laser voor de eerste keer gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen) en daarna regelmatig de nauwkeurigheid van uw werk te controleren. Volg deze richtlijnen, wanneer u een van de nauwkeurigheidscontroles in deze handleiding uitvoert:
- Gebruik een zo groot mogelijke ruimte/afstand, dicht bij de werkafstand. Hoe groter de ruimte/afstand, des te gemakkelijker is het de nauwkeurigheid van de laser te meten.
- Plaats de laser op een glad, vlak, stabiel oppervlak dat in beide richtingen waterpas is.
- Markeer het middelpunt van de laserstraal.
Nauwkeurigheid van de horizontale lijn - Kanteling
Voor het controleren van de kanteling van de horizontale lijn van de laser een vlak verticaal oppervlak nodig van tenminste 9 m breed.
- Plaats de laser zoals wordt getoond in Afbeelding G #1 en schakel de laser in (ON).
- Druk ⚡maal zodat een horizontale en een verticale lijn worden weergegeven.
- Richt de verticale lijn van de laser op de eerste hoek of het eerste referentiepunt (Afbeelding © #1).
-
Meet de helft van de afstand over de wand (D1/2) (Afbeelding G #1).
-
Markeer punt P1 waar de horizontale laserlijn het punt halverwege kruist (D1/2) (Afbeelding Ⓖ #1).
- Roteer de laser naar een andere hoek of een ander referentiepunt (Afbeelding Ⓖ #2).
- Markeer punt P2 waar de horizontale laserlijn het punt halverwege kruist (D1/2) (Afbeelding Ⓖ #2).
- Meet de verticale afstand tussen P1 en P2 (Afbeelding G #3).
- Als de meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 & P2 voor de bijbehorende Afstand (D1) in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum.
| Afstand (D1) Toe te stane afstandTussen P1 en P2 | |
| 9 m 5,5 mm | |
| 12 m 7,2 mm | |
| 15 m 9 mm | |
Nauwkeurigheid van de horizontale lijn - Waterpas
Voor het controleren van de waterpasmeting van de horizontale lijn van de laser is een vlak verticaal oppervlak nodig van tenminste 9 m breed.
- Plaats de laser aan het ene uiteinde van de wand zoals wordt getoond in Afbeelding Ⓗ #1 en schakel de laser in (ON).
- Druk eenmaal op ① zodat een horizontale lijn wordt weergegeven.
- Markeer twee punten (P1 en P2) op een afstand van tenminste 9 m van elkaar over de lengte van de horizontale lijn van de laser op de wand (Afbeelding Ⓗ #1).
- Plaats nu de laser aan het andere uiteinde van de wand en lijn de horizontale lijn van de laser uit met punt P2 (Afbeelding Ⓗ #2).
- Markeer punt P3 op de laserlijn bij punt P1 (Afbeelding #2).
-
Meet de verticale afstand tussen punten P1 en P3 (Afbeelding Ⓗ #2).
-
Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 & P3 voor de bijbehorende Afstand tussen P1 & P2 in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum.
| Afstand tussen P1 & P2 | Toe te stane afstand Tussen P1 en P3 |
| 9 m 5,5 mm | |
| 12 m 7,2 mm | |
| 15 m 9 mm |
Nauwkeurigheid van verticale lijn - Loodlijn
Controleren loodlijn de verticale lijn van de laser loodrecht is.
- Meet de hoogte van een deurpost (of een referentiepunt op het plafond) voor hoogte D1 (Afbeelding ① #1).
- Plaats de laser zoals wordt getoond in Afbeelding I #1 en schakel de laser in (ON).
- Druk tweemaal op ②odat een verticale lijn wordt weergegeven.
- Richt de verticale lijn van de laser op de deurpost of het referentiepunt op het plafond (Afbeelding ① #1).
- Markeer punten P1, P2 en P3, zoals wordt getoond in Afbeelding ① #1.
- Verplaats de laser daar de tegenovergestelde zijde van punt P3 en richt de verticale lijn van de laser op punt P2 (Afbeelding ① #2).
- Lijn de verticale lijn met punten P2 en P3, en markeer punt P4 (Afbeelding ① #2).
- Meet de afstand tussen punten P1 en P4 (Afbeelding ① #3).
- Als de meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 & P4 voor de bijbehorende Verticale Afstand (D1) in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum.
| Hoogte van verticale afstand (D1) | Toe te stane afstandTussen P1 en P4 |
| 2,5 m 1,5 mm | |
| 5 m 3,0 mm | |
| 6 m 3,6 mm | |
| 9 m 5,5mm |
Nauwkeurigheid Loodrecht stip
De loodrecht-kalibratie van de laser kan het nauwkeurigst worden uitgevoerd wanneer er een aanzienlijke verticale hoogte beschikbaar is, in het ideale geval 7,5 m, met één persoon op de vloer die de laser plaatst en een ander persoon die in de buurt van het plafond de stip markeert die door de laser op het plafond wordt geprojecteerd.
- Markeer punt P1 op de vloer (Afbeelding Ⓙ #1.
- Schakel de laser in (ON) en druk eenmaal op zodat de stippen boven, voor en onder de laser worden weergegeven.
- Plaats de laser zo dat onderste stip wordt gecentreerd over punt P1 en markeer het midden van de bovenste stip op het plafond als punt P2 (Afbeelding Ⓙ #1).
- Draai de laser 180°, en let er daarbij op dat de onderste stip blijft gecentreerd op punt P1 op de vloer (Afbeelding Ⓙ #2).
- Markeer het midden van de bovenste stip op het plafond als punt P3 (Afbeelding Ⓜ #2).
- Meet de afstand tussen punten P2 en P3.
- Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P2 & P3 voor de bijbehorende Afstand tussen plafond en vloerin de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum.
| Afstand tussen plafond & vloer | Toe te stane afstand tussen P2 & P3 |
| 4,5 m 2,6 mm | |
| 6 m 3,3 mm | |
| 9 m 5,4 mm | |
| 12 m 7,2 mm |
Nauwkeurigheid Waterpas stip - Waterpas
Voor het controleren van de waterpas-kalibratie van het laser-apparaat zijn twee parallelle wanden nodig op ten minste 6 m van elkaar.
- Schakel de laser in (ON) en druk twee maal op zodat de stippen boven, rechts en links van de laser worden weergegeven.
-
Plaats de laser op 5 – 8 cm van de eerste wand. Voor het testen van de voorste laserstip is het belangrijk dat de voorzijde van de laser op de wand is gericht (Afbeelding #1).
-
Markeer de positie van de laserstip op de eerste wand als punt P1 (Afbeelding Ⓚ #1).
- Draai de laser 180° en markeer de positie van de laserstip op de tweede wand als punt P2 (Afbeelding Ⓚ #1).
- Plaats de laser op 5 – 8 cm van de tweede wand. Voor het testen van de voorste laserstip is het belangrijk dat de voorzijde van de laser op de wand is gericht (Afbeelding K #2) en stel de hoogte van de laser af tot de laserstip punt P2 raakt.
- Draai de laser 180° en richt de laserstip in de buurt van punt P1 op de eerste wand, en markeer punt P3 (Afbeelding Ⓚ #2).
- Meet de verticale afstand tussen punten P1 en P3 op de eerste wand.
- Als uw meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 & P3 voor de bijbehorende Afstand tussen wanden in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum.
| Afstand tussen wanden | Toe te stane afstand tussen P1 & P3 |
| 6,0 m 3,6 mm | |
| 9,0 m 5,4 mm | |
| 15,0 m 9 mm | |
| 23,0 m 13,8 mm |
- Herhaal stappen 2 tot en met 8 en controleer de nauwkeurigheid van de rechter stip en de linker stip, en let er daarbij op dat de laserstip die u test, de laserstip is op de wand ertegenover.
Nauwkeurigheid Waterpas stip - Haaks
Voor het controleren van de waterpas-kalibratie van het laser-apparaat is een vertrek nodig van ten minste 10 m lang. Alle markeringen kunnen op de vloer worden gemaakt door een doelwit voor de waterpas of haakse straal te plaatsen en de locatie op de vloer over te brengen.
OPMERKING: Ter waarborging van de nauwkeurigheid moet de afstand (D1) van P1 tot P2, P2 tot P3, P2 tot P4 en P2 tot P5 gelijk zijn.
- Markeer punt P1 op de vloer aan het ene uiteinde van het vertrek, zoals wordt getoond in Afbeelding Ⓛ #1.
-
Schakel de laser in (ON) en druk eenmaal op zodat de stippen boven, voor en onder de laser worden weergegeven.
-
Plaats de laser zo dat onderste stip wordt gecentreerd over punt P1 en let er daarbij op dat de voorste stip op het verste uiteinde van het vertrek wijst (Afbeelding Ⓛ #1).
- Breng met behulp van een doelwit de locatie van de voorste waterpas stip op de wand over op de vloer, markeer punt P2 op de vloer en richt vervolgens P3 op de vloer (Afbeelding Ⓛ #1).
- Verplaats de laser naar P2 en zet de voorste waterpas stip weer tegenover P3 (Afbeelding Ⓛ#2).
- Breng met behulp van een doelwit de locatie van de voorste waterpas stip op de wand over op de vloer, markeer de locatie van twee haakse stralen als de punten P4 en P5 op de vloer (Afbeelding Ⓛ #2).
- Draai de laser 90°, zodat de voorste waterpas stip tegenover punt P4 staat (Afbeelding Ⓛ #3).
- Markeer de locatie van de eerste haakse straal als punt P6 op de vloer, zo dicht mogelijk bij punt P1 (Afbeelding #3).
- Meet de afstand tussen punten P1 en P6 (Afbeelding Ⓗ #3).
- Als de meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 & P6 voor de bijbehorende Afstand (D1) in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum.
| Afstand (D1) Toe te stane afstand tussen P1 & P6 | |
| 7,5 m 2,2 mm | |
| 9 m 2,7 mm | |
| 15 m 4,5 mm | |
- Draai de laser 180°, zodat de voorste waterpas stip tegenover punt P5 staat (Afbeelding Ⓛ #4).
- Markeer de locatie van de tweede haakse straal als punt P7 op de vloer, zo dicht mogelijk bij punt P1 (Afbeelding #4).
- Meet de afstand tussen punten P1 en P7 (Afbeelding Ⓛ #4).
- Als de meting groter is dan de Toe te stane afstand tussen P1 & P7 voor de bijbehorende Afstand (D1) in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een officieel servicecentrum.
| Afstand (D1) Toe | te stane afstand tussen P1 & P7 |
| 7,5 m 2,2 mm | |
| 9 m 2,7mm | |
| 15 m 4,5 mm |
De laser gebruiken
Bedieningstips
- Markeer altijd het middelpunt van de straal die door de laser wordt geprojecteerd.
- Extreme temperatuurwisselingen kunnen leiden tot beweging van interne onderdelen en dat kan de nauwkeurigheid nadelig beïnvloeden. Controleer de nauwkeurigheid vaak tijdens uw werkzaamheden.
- Als de laser is gevallen, controleer dan vooral altijd de kalibratie.
- Zolang de laser goed is gekalibreerd, stelt de laser zichzelf waterpas. ledere laser wordt in de fabriek zo gekalibreerd dat waterpas wordt gevonden zolang het apparaat maar op een vlak oppervlak wordt geplaatst dat niet meer dan gemiddeld ± 4° van het waterpaspunt is verwijderd. Handmatige aanpassingen zijn niet nodig.
De laser uitschakelen
Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar de stand OFF/Locked (Afbeelding Ⓐ#1a) wanneer de laser niet in gebruik is. Als de schakelaar niet in de stand Locked (Vergrendeld) staat, blijven alle 4 LED's op de Batterijmeter op het toetsenblok branden (A #3).
De draaibeugel gebruiken
De laser heeft een magnetische draaibeugel (Afbeelding B #3, Afbeelding D #1) die permanent aan het apparaat is bevestigd.

WAARSCHUWING:
Plaats de laser en/of de wandbeugel op een stabiel oppervlak. Ernstig persoonlijk letsel of beschadiging van de laser kan het gevolg zijn als de laser valt.
- De beugel is voorzien van magneten (Afbeelding B #2) waarmee het apparaat kan worden bevestigd op rechtopstaande oppervlakken van staal of ijzer. Voorbeelden van geschikte oppervlakken die u veel ziet, zijn stalen frames, stalen deurposten en stalen balken in bouwwerken.
- Er zit ook in de beugel een sleutelvormig gat (Afbeelding ⑧ #1) waarmee de beugel kan worden opgehangen aan een spijker of schroef in allerlei soorten oppervlakken.
De laser gebruiken met accessoires

WAARSCHUWING:
Accessoires die niet worden aangeboden door DeWALT zijn niet met deze laser getest, en daarom kan het gebruik van dergelijke accessoires met deze laser gevaarlijk zijn.
Gebruik alleen DeWALT-accessoires die voor gebruik met dit model worden aanbevolen. Accessoires die misschien geschikt zijn voor de ene laser, kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een andere laser worden gebruikt.
De onderzijde van de laser is voorzien van een 1/4-20 en een 5/8-11 inwendige schroefdraad (Afbeelding Ⓒ) voor gebruik met nu en in de toekomst verkrijgbare DeWALT-accessoires. Gebruik alleen DeWALT-accessoires die voor gebruik met deze laser worden opgegeven. Volg de aanwijzingen die bij het accessoire worden geleverd.
Aanbevolen accessoires voor gebruik met deze laser zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij de dealer of het officiële servicecentrum bij u in de buurt. Heeft u hulp nodig bij het vinden van een accessoire, neem dan contact op met het DeWALT-servicecentrum bij u in de buurt of ga naar de website: http://www.dewalt.eu.
De laser gebruiken met de plafondbeugel
De plafondbeugel voor de laser (indien meegeleverd) biedt meer mogelijkheden voor het monteren van de laser. De plafondbevestiging heeft aan de ene zijde een klem die op een hoek van een wand kan worden bevestigd voor akoestische plaatsing aan het plafond. De plafondbevestiging is aan ieder uiteinde voorzien van een schroefgat, zodat bevestiging aan een spijker of schroef in allerlei soorten oppervlakken mogelijk is.
Wanneer de plafondbevestiging eenmaal is vastgezet, biedt de stalen plaat een oppervlak waarop de magnetische draaibeugel kan worden bevestigd. De positie van de laser kan dan nauwkeurig worden afgesteld door de magnetische draaibeugel omhoog en omlaag over de wandbevestiging te schuiven.
Onderhoud
- Wanneer u de laser niet meer gebruikt, maak dan de externe onderdelen ervan schoon met een vochtige doek, veeg vervolgens het apparaat droog met een droge doek en berg het vervolgens op in de meegeleverde gereedschapsdoos.
- De externe onderdelen van de laser zijn wel bestand tegen oplosmiddelen, maar u mag de laser NOOIT met dergelijke middelen schoonmaken.
- Berg het laserapparaat niet op bij temperaturen lager dan -20 °C of hoger dan 60 °C.
- Zorg ervoor dat u nauwkeurig werk kunt blijven leveren, controleer regelmatig de kalibratie van de laser.
- Controles van de kalibratie en andere onderhoudswerkzaamheden kunnen ook door DeWALT-servicecentra worden uitgevoerd.
Probleemoplossing
De laser kan niet worden ingeschakeld
- Worden AA-batterijen gebruikt, controleer dan:
- Dat elke batterij goed is geplaatst, volgens de (+) en (−) die aan de binnenzijde van het batterijvak wordt vermeld.
- Dat de contacten van de batterijen schoon zijn en vrij van roest of corrosie.
- Dat de batterijen nieuw zijn en van een goed merk, zodat de kans van lekkage van de batterijen wordt beperkt.
- Controleer dat de AA-batterijen of de oplaadbare Li-ion-accu in goede werkende staat zijn. Als u hierover twijfelt, probeer dan of het apparaat beter werkt met nieuwe batterijen.
- Let er vooral op dat de laser droog blijft.
- Als het laser-apparaat warmer wordt dan 50 °C, kan het niet worden ingeschakeld. Als het laser-apparaat is opgeborgen bij extreem hoge temperaturen, laat het dan afkoelen. De laser-waterpas zal niet beschadigd raken wanneer u de schakelaar Power/Transport Lock bedient voordat u het apparaat tot de juiste laatste temperatuur laat afkoelen.
De laserstraal knippert
De lasers zijn ontworpen om zichzelf waterpas af te stellen tot op gemiddeld 4° in alle richtingen. Als de laser zo ver wordt gekanteld dat het interne mechanisme zichzelf niet waterpas kan afstellen, zullen de laserstralen knipperen ten teken dat het kantelbereik is overschreden. ALS DE LASERSTRALEN KNIPPEREN, IS DE LASER NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MAG NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN OF MAREKEREN VAN EEN LIJN WATERPAS OF LOODRECHT. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat beter waterpas is.
De laserstralen blijven in beweging
De laser is precisie-instrument. Daarom zal de laser, als het apparaat niet op een stabiel (en stilstaand) oppervlak is geplaatst, blijven proberen het waterpaspunt te vinden. Blijft de straal in beweging, plaats de laser dan op een stabieler oppervlak. Controleer ook dat het oppervlak betrekkelijk vlak is, zodat de laser stabiel staat.
Service en reparaties
Opmerking: Wanneer de laser wordt gedemonteerd, komen alle garanties op het product te vervallen.
De VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product kunnen alleen worden gegarandeerd wanneer reparaties, onderhoudswerkzaamheden en afstellingen worden uitgevoerd door officiële servicecentra. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet-gekwalificeerd personeel kan een risico van letsel ontstaan. Zoek het DeWALT-servicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.dewalt.eu.
Specifications
| DCE0825R DCE0825G | ||
| Lichtbron Laser-diodes | ||
| Laser-golflengte 630 – 680 nm zichtbaar 510 – 530 nm | zichtbaar | |
| Laser-vermogen ≤1,0 mW KLASSE 2 LASERPRODUCT | ||
| Werkbereik 15 m | 50 m met Detector | 30 m50 m met Detector |
| Nauwkeurigheid - alle lijnen en stippen, behalve stip omlaag | ±3 mm per 10 m | |
| Nauwkeurigheid - stip omlaag ±4 mm per 10 m | ||
| Voedingsbron 4 batterijen formaat AA (1,5V) (6V DC) | of 10,8V DeWALT-accu | |
| Bedrijfstemperatuur -10°C tot 50°C (14°F tot 122°F) | ||
| Opslagtemperatuur -20°C tot 60°C (-5°F tot 140°F) | ||
| Milieu Water- & stof bestendig volgens IP65 | ||
| Detector DW0892 DW0892-G | ||