CMA585MB0 - Inbouwoven BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CMA585MB0 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw combi-magnetron |
| Merk | Bosch |
| Model | CMA585MB0 |
| Voeding | 220-240 V, 50/60 Hz |
| Magnetronvermogens | 90 W, 180 W, 360 W, 600 W, 900 W |
| Kookstanden | Magnetron, Hetelucht, GeForceerde lucht grill, Pizza stand, Grill, Automatische programma's |
| Inhoud compartiment | Ongeveer 45 L (schatting) |
| Max. belasting draaiplateau | 5 kg |
| Meegeleverde accessoires | Hoge combirooster, Lage combirooster, Draaiplateau |
| Tijdfuncties | Timer, Duur, Klok |
| Kinderslot | Ja, vergrendeling bedieningspaneel |
| Veiligheidsuitschakeling | Automatisch na 24 uur (40°C), 5 uur (100-230°C), 90 min (grill) |
| Binnenverlichting compartiment | Ja, instelbaar in basisinstellingen |
| Koelventilator | Ja, aan/uit indien nodig |
| Reiniging | Magnetron reinigingshulp; handmatige reiniging met zeepwater |
| Materiaal binnenruimte | Roestvrij staal (schatting) |
| Bedieningstype | Elektronisch met draaiknop en touchvelden |
| Display | LED met temperatuur-, tijds- en programma-aanduiding |
| Installatie | Inbouw in hoge kast of onder werkblad |
| Afmetingen (H x B x D) bij benadering | 455 x 595 x 548 mm (schatting) |
| Gewicht | Ongeveer 35 kg (schatting) |
| Energielabel | Niet gespecificeerd |
Veelgestelde vragen - CMA585MB0 BOSCH
Gebruikersvragen over CMA585MB0 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Inbouwoven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CMA585MB0 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CMA585MB0 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING CMA585MB0 BOSCH
1 Veiligheid 122 2 Materiële schade vermijden 126 3 Milieubescherming en besparing 127 4 Uw apparaat leren kennen 128 5 Accessoires 131 6 Voor het eerste gebruik 131 7 De bediening in essentie 132 8 Magnetron 133 9 Automatische programma's 136 10 Tijdfuncties 138 11 Kinderslot 139 12 Basisinstellingen 139 13 Reiniging en onderhoud 140 14 Storingen verhelpen 141 15 Afvoeren 143 16 Servicedienst 143 17 Zo lukt het 143 18 MONTAGEHANDLEIDING 157 18.2 Veilige montage 158

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden. In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en andere commerciële omgevingen, in boerderijen; door klanten in hotels en andere verblijven, in bed and breakfasts. Tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
1.3 Beperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of geïnstrueerd zijn in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen jonger dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte. Wanneer er rook wordt geproduceerd, moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. - Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire. Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
Oververhitting van het apparaat kan een brand veroorzaken. Wanneer het apparaat achter een decor- of meubeldeur is ingebouwd, dan treedt er bij gebruik met gesloten decor- of meubeldeur hittestuwing op.
- Gebruik het apparaat uitsluitend bij geopende decor- of meubeldeur.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en waarneembare onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen. - Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15% vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten. Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur en is niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur, omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren en kunnen klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Barsten, splinters of breuken in het glazen draaiplateau zijn gevaarlijk.
Nooit met harde voorwerpen tegen het draaiplateau stoten. - Het draaiplateau zorgvuldig behandelen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten en kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren.
→ "Materiële schade vermijden", Pagina 126
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15%) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten. Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. - Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen. - Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen. - Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. - Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 143
WAARSCHUWING - Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- of pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.
Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden. Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal. Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing. Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron. Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen.
Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Vloeistoffen en andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen.
- Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen. Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken. Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding.
Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen. - Verwijder altijd het deksel of de speen. - Na het verwarmen goed roeren of schudden. Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de temperatuur te worden gecontroleerd.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.
Houd altijd de opgaven op de verpakking aan. - Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo worden kookvertraging voorkomen.

WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek mogen geen gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd.
- Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron. Alleen vormen die geschikt zijn voor de magnetron in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING - Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie.
- Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen. Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur en deuraanslag altijd schoon. Zie "Reiniging en onderhoud", pagina 140.
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of de deurafdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen.
- Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte, de deurafdichting of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is. Alleen door de servicedienst laten repareren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt, komt energie van microgolven vrij.
De afdekking van de behuizing nooit verwijderen. Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcohol dampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapotgaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat, kan de binnenruimte waar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15% vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte, ontstaat er corrosie.
Veeg het condenswater na elke bereiding af. Laat na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte uitsluitend met gesloten deur langzaam afkoelen. Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte. Bewaar geen gerechten in de binnenruimte. Klem niets tussen de apparaatdeur.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. - Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen, kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, eraan hangen of ertegenaan laten steunen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit van de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd blijven.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.
- Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte servicetest vormt hierop een uitzondering.

De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
- Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen. Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
- Gebruik maximaal 600 Watt.
- Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.
Door het verwijderen van de afdekking worden de magnetronvoeding beschadigd.
- Verwijder nooit de afdekking van de magnetron in de binnenruimte.
Vloeistof die in het apparaat dringt kan de aandrijving van het draaiplateau beschadigen.
- Het bereidingsproces in de gaten houden. Eerst een kortere duur instellen en indien nodig de duur verlengen.
- Het apparaat nooit zonder draaiplateau gebruiken. Ongeschikte vormen kunnen schade veroorzaken. Bij het gebruik van de grill, de gecombineerde magnetronwerking of de hete lucht alleen kookgerei gebruiken dat bestand is tegen hoge temperaturen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, bespaart u energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of tegelijkertijd bereiden.
- De binnenruimte is na het eerste bereidingsproces opgewarmd. Hierdoor is de bereidingstijd voor de volgende gerechten korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Laat diepgevroren producten voor de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt er bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
De apparaatdeur tijdens de bereiding zelden openen.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Twee kopjes met vloeistof tegelijkertijd opwarmen.
- Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijkertijd vraagt minder energie dan het verwarmen van meerdere gerechten na elkaar.
De tijd in stand-by verbergen.
- Het apparaat spaart energie in stand-by.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in stand-by met ingeschakeld display max. 1 W in stand-by met uitgeschakeld display max. 0,5 W
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1 Functiekeuzeknop 2 Touch-velden 3 Display 4 Draaiknop
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en overige functies in.
Bij vele apparaatuitvoeringen kan de functiekeuzeknop worden verzonken.
Wanneer u de functiekeuzeknop van de nulstand naar een functie draait, duurt het enkele seconden tot de betreffende functie beschikbaar is.
Draaiknop
Met de draaiknop wijzigt u de instelwaarden die op het display zijn geaccentueerd.
Bij vele apparaatuitvoeringen kan de draaiknop worden verzonken.
Bij keuzelijsten, bijv. programma's, begint na het laatste punt het eerste weer.
Bij waarden, bijv. gewicht, moet u de draaiknop weer terugdraaien zodra de minimale of maximale waarde bereikt is.
Touch-velden
Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren.
Symbool Naam Gebruik
| Magnetron Vermogensstanden van de magnetron kiezen, of de magnetronfunc-tie samen met een verwarmingsmethode inschakelen. | |
| 70 | Automatische programme's Selectie van de automatische programme's oproepen. |
| 81 | Snel voorverwarmen / kinderslot Kort drukken: snel voorverwarmen activeren of deactiveren. Lang drukken: kinderslot activeren of deactiveren. |
| 92 | Tijdfuncties Timer, tijsdsduur ofijd instellen. |
Symbool Naam Gebruik
| 8 | Temperatuur Temperatuur instellen selecteren. |
| kg | Gewicht Gewicht instellen selecteren. |
| start>stop | Start/Stop Kort drukken: in werkung stellen of stoppen. Lang indrukken: werkung beëindigen. Deinstellungen worden gere- set. |
Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden of keuzemogelijkheden.

| Actieve waarde | De direct instelbare waarde is wit gemarkeerd en onderstreep met een rode balk. U kurz de actieve waarde met de draaischakelaar wijzigen. |
| Passieve waarde | Waarden zonder haakjes kurz u Niet di-rect wijzigen. Wanner u een waarde wilt wijzigen, dan moet u de waarde eerst activeren. |
Display-Elementen
Hierna worden de betekenis van de verschillende display-elementen kort toegelicht.
| Symbool Naam Betekenis | ||
| ® | Timer Wanner het symbool is gemarkeeerd, dan geeft het display de timertijd aan. | |
| ® | Tijdsduur Wanner het symbool is gemarkeeerd, dan geeft het display de tijdsduur aan. | |
| ® | Tijd Wanner het symbool is gemarkeeerd, dan geeft het display deijd aan. | |
| h:min Uren/minute De tijd wordt in uren en minutes | weergegeven. | |
| min:sec Minute/seconden De tijd wordt in minutes en seconden | weergegeven. | |
| ∞ | Kinderslot Wanner het symbool is gemarkeeerd, dan is het kinderslot geactiveerd. | |
| ≈ | Snel voorverwarmen Wanner het symbool is gemarkeeerd, dan is snel voorverwarmen geacti- veerd. | |
| °C | Temperatuur | De temperatuur wordt aangegeven in °C. |
| kg | Gewicht | Het gewicht worden in kg weergege- ven. |
Temperatuurindicatie
De temperatuurindicatie geeft de voortgang van het opwarmen aan.

Na het begin van de werking, geeft de rode lijn in het onderste gedeelte van het display de voortgang van de opwarming van de binnenruimte aan. De lijn vult zich overeenkomstig de voortgang van de opwarming rood. Wanneer de lijn helemaal rood is gevuld, dan is het apparaat opgewarmd. Bij de grill is de opwarmlijn direct rood gevuld.
Bij magnetronfunctie is er geen temperatuurindicatie. Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Nachtmodus
Om energie te besparen worden de displayhelderheid van 22.00 tot 5.59 uur automatisch gereduceerd.
4.2 Verwarmingsmethoden
Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwarmingsmethoden.
| Symbool Naam Temperatuur / standen | Gebruik | |
| 国 | Magnetron Magnetronver- mogens: | Voor het ontdooien, bereiden en verwarmen van gerechten en vloei- stoffen. |
| 90 W | ||
| 180 W | ||
| 360 W | ||
| 600 W | ||
| 900 W | ||
| 国 | Hete lucht 40 °C | Gistdeeg latent rijzen, slagroomtaarten ontdooien. |
| 100-230 °C | Op=eéniveau bakken of braden. | |
| 国 | Circulatielucht- grillen | 100-230 °C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. |
| 国 | Pizzastand 100-230 °C Voor het bereiden van pizza's en gerechten die veel warmte van on- deren nodig hebben. | |
| 国 | Grill Grillstanden: | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Berechten gratineren. |
| 1 = laag | ||
| 2 = gemid- deld | ||
| 3 = sterk | ||
| 国 | Programma's - Voor vele gerechten zichen er voorgeprogrammeerde instellungen. | |
Opmerking: Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een voorgestelde temperatuur weer. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
4.3 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Verlichting van de binnenruimte
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting van de binnenruimte in zodra het gebruik wordt gestart. Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichting van de binnenruimte uit.
Of de verlichting van de binnenruimte bij gebruik inschakelt, kunt u vastleggen in de basisinstellingen.
→ Pagina 139
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven de apparaatdeur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer het apparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijft
het apparaat koud, de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneer het gebruik van de magnetron reeds is beëindigd.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
4.4 Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Wanneer de apparaatdeur weer is gesloten, kunt u het gebruik met staterstop vatten.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
| Hoog rooster | Rooster om te grillen en te gratineren Rooster alsplaats om vormen op te zetten Rooster om op de draaischijf te plaatsen |
| Draaiplateau | Draaiplateau als on- dergrond voor rooster Draaiplateau om direct voedsel op te leggen dat bijzonder veel warmte van onderen nodig hebft |
| Laag rooster | Rooster voor de mag- netron Rooster voor het bak- ken en braden bij ovenmodus Rooster om op de draaischijf teplaatsen |
5.1 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in specialzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
Glazen braadpan
Gebruik
Stoogerechten, ovenschotels
Pizzaplaat
Gebruik
Plaatgebak, koekjes
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Draaischijf
Gebruik uw apparaat alleen met het draaiplateau in het apparaat. De draaischijf moet bij alle verwarmingsmethoden draaien. Belast het draaiplateau met maximaal 5 kg.
- Plaats het draaiplateau met de meenemer in het midden van de bodem van de binnenruimte.

De draaischijf moet recht op de houder zijn geplaatst.
Opmerking: Het draaiplateau draait naar links en rechts en is snijbestendig. U kunt direct op het draaiplateau snijden.
6.2 Eerste keer in gebruik nemen
Na de stroomaansluiting of een stroomonderbreking verschijnt op het display het verzoek om de tijd in te stellen. Het kan enkele seconden duren tot de melding verschijnt.
- Het apparaat op de stroom aansluiten. De waarde knippert op het display en brandt.
Tijd instellen
- Met de draaiknop de tijd instellen.
- Indrukken.
De tijd is ingesteld.
Opmerking: Om het stand-by verbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
6.3 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden.
- Sluit de apparaatdeur.
- Stel met de functiekeuzeknop hetelucht in.
- Met de draaiknop de temperatuur op 180 °C instellen.
- Druk op start stop. Het programma wordt gestart.
- Druk na een uur op start stop.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is gereinigd. Het apparaat is uitgeschakeld.
6.4 Accessoires reinigen
- Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
7 De bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Draai aan de functiekeuzeknop om het apparaat in te schakelen. Het apparaat is klaar voor gebruik. Op het display verschijnt een voorgestelde waarde.
7.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer er langere tijd niets wordt ingesteld, gaat het apparaat automatisch uit.
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af. De tijd verschijnt op het display. - Sommige indicaties blijven ook te zien op het display wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
7.3 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmingsmethode instellen. Op het display verschijnt een voorgestelde waarde.
- Wijzig indien nodig de instellingen. Hiervoor op het betreffende veld drukken en met de draaiknop de waarde veranderen.
- Druk op start stop
- Het programma wordt gestart. Bij een verwarmingsmethode met temperatuur vult de temperatuurindicatie zich.
- Indien gewenst bij lopend bedrijf de temperatuur met de draaiknop wijzigen.
Bij lopend bedrijf kunt u de temperatuur niet op 40 °C instellen.
7.4 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op start en de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken. Start dipper.
- Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op start stop. De werking wordt voortgezet. StbdP
7.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
7.6 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen kunt u de opwarmtijd bij bepaalde verwarmingsmethoden vanaf een temperatuur van 100 °C korter maken.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie Snel voorverwarmen gebruiken:
- Hete lucht, uitzondering: hete lucht 40 °C
- Circulatiegrillen
- Pizzastand
Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig verwarmingsresultaat te krijgen, de accessoires en het product pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen. Stel een tijdsduur pas in, wanneer het snel voorverwarmen is afgerond.
- Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen.
2. Druk op
Op het display brandt. 3. Druk op start stop. Het snel voorverwarmen start. Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, eindigt het snel voorverwarmen. Er klinkt een signaal en in het display dooft. Uw apparaat loopt verder met de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur. Het snel voorverwarmen wordt na uiterlijk 15 minuten automatisch gedeactiveerd.
Snel voorverwarmen afbreken
Druk op. In het display dooft. Uw apparaat loopt verder met de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur.
7.7 Veiligheidsuitschakeling
Voor uw beveiliging is het apparaat uitgerust met een veiligheidsuitschakeling. Het apparaat schakelt automatisch uit als het lang in gebruik is geweest.
De tijdsduur tot de uitschakeling is afhankelijk van de instelling:
Hete lucht 40°C: 24 uur. Hete lucht 100 - 230°C, circulatiegrillen en pizza-stand: 5 uur. Grill: 90 minuten.
Indien het apparaat door de veiligheidsuitschakeling werd uitgeschakeld, worden op het display weergegeven. U kunt deze melding bevestigen door op start stop te drukken.
8 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
8.1 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
| Magnetronvermö- Maximale tijdsduur Gebruk gen in watt |
| 90 W 1:30OUR Gevoelige gerechten ontdooien. |
| 180 W 1:30OUR Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 W 1:30OUR Vlees en vis klaarmaken of gevoelige gerechten opwarmen. |
| 600 W 1:30OUR Gerechten verwarmen en bereiden. |
| 900 W 30MINuten Vloeistoffen verwarmen.Het maximale vermogen is nicht bedoeld voor het verwarmen van gerechten. |
Voorgestelde waarden
Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijdsduur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
8.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken. Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt, dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit. Vormen testen op magnetronbestendigheid → Pagina 134
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires Toelichting | |
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig ma- teriala: | Hittebestendig materiaal worden nicht beschadigd door microgolven. |
| ■ Glas | |
| ■Glaskeramiek | |
| ■Porselein | |
| ■Temperatuurbestendig kunststof | |
| ■Volledig geglaceerd keramiek zonder bar-sten | |
Vormen en accessoires Toelichting
| Meegeleverde accessoires: rooster | Het meegeleverde rooster is bestemd voor het apparaat en waarom geschikt voor de magnetron. |
| Bestek van metaal Om kookvertraging te voorkomen Aunt u meta-len bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas.Opmerking: Metaal kan vonden verzaken, waardoor de binnenruimte en de binnenste deurruit beschadigd+kuren ra-ken. Voorwerpen die metaal bevatten dieren min-stens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn. |
Niet geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires Toelichting | |
| Vormen van metaal Metaal | laat geen micro-golven door. Hierdoor worden de gerechten nicht of nauwelijks opgewarmed. |
| Servies met goud- of zil-verdecor | Goud- en zilverdecor kan door de microgolven be-schadigd raken. Gebruik dit alleen wanner door de fabrikant worden gega-randeerd dat het geschikt is voor de magnetron. |
Magnetronbestendig bij gebruik van de functie CombiSpeed
Bij gebruik van de functie CombiSpeed kan er een verwarmingsmethode met een magnetronvermogen van maximaal 600 W worden bijgeschakeld. Daarom kunnen metalen vormen worden gebruikt bij de functie CombiSpeed.
Vormen en accessoires Toelichting
| Meegeleverde accessoires | De meegeleverde accessoires, Zoals bijvoorbeeldhet rooster, vormen bij defunctie CombiSpeed geenvonden. |
| Bakvormen van metaal Gebak wordt ook van onderen bruin, waar dat bakvormen van metaal dewarmte beter geleiden.Opmerking:Metaal kanvondenveroorzakenwaardoor de binnenruimte en de binnenste deurruitbeschadigd hunnen raeken.Voorwerpen die metaal bevatten dieren minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van dedeur verwijderd teijken. |
8.3 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- Het apparaat gedurende 1/2 tot 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- In werking stellen met start/stop.
- De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
8.4 Magnetron instellen
Voor uiteenlopende soorten gerechten en bereidingen zijn er verschillende vermogens en instellingen beschikbaar.
LET OP!
Het gebruik van het apparaat met zekere gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.

- De veiligheidsinstructies → Pagina 124 en de aanwijzingen ter voorkoming van materiële schade → Pagina 126 in acht nemen.
- De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht nemen. → Pagina 133
- De functiekeuzeknop op zetten.
- Druk op m om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
- Stel de gewenste tijdsduur in met de draaiknop.
- In werking stellen met start stop
U kunt de tijdsduur te allen tijde tijdens het bedrijf met de draaiknop wijzigen.
De tijdsduur loopt af en de magnetronfunctie start. - Wanneer de tijdsduur afgelopen is, worden de magnetronfunctie beëindigd en klinkt er een signaal. 7. Draai wanneer het gerecht klaar is de functieknop op de nulstand.
8.5 Intervallen van de tijdinstellingen
Het interval bij het instellen van een tijdsduur bij magnetronfunctie wijzigt zich met de lengte van de tijdsduur.
| Gebruiksduur Interval |
| 0-1 minuten 5 seconden |
| 1-3 minuten 10 seconden |
| 3-15 minuten 30 seconden |
| 15 minuten - 1aar 1 minuut |
| 1aar - 1aar 30 minutes 5 minutes |
8.6 Magnetronvermogen wijzigen
Druk op
Door meerdere malen te drukken gaat men van het hoogste weer door waar het laagste magnetronvermogen.
Wordt de magnetronfunctie pas na de start toegevoegd, dan pauzeert het apparaat. Start de werking met start stop
8.7 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op start en de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken. startDishpot.
- Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op start stop. De werking wordt voortgezet.
8.8 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- Draai de functiekeuzeknop op de nulstand. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.9 CombiSpeed
Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u sommige verwarmingsmethoden in combinatie met de magnetron gebruiken.
De functie CombiSpeed is mogelijk met de volgende verwarmingsmethoden:
Hete lucht - circulatiegrill Grill Izzastand
Uitzonderingen:
Magnetronvermogen 900 W Hete lucht 40°C
CombiSpeed instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode. Er verschijnt een voorgestelde waarde voor de temperatuur.
- Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- Druk op m om het gewenste magnetronvermogen in te stellen. Er verschijnt een voorgestelde waarde voor de tijdsduur.
- Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
- In werking stellen met start stop. De tijdsduur loopt af en het CombiSpeed gebruik start. Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan wordt het CombiSpeed bedrijf beëindigd en klinkt er een signaal.
Magnetronvermogen wijzigen
Druk op
Door meerdere malen te drukken gaat men van het hoogste naar het laagste magnetronvermogen.
Wordt de magnetronfunctie pas na de start toegevoegd, dan pauzeert het apparaat. Start de werking met start stop.
Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op start stop of open de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken. Start stop disportert.
- Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op start stop. De werking wordt voortgezet. Start stop bevestigt.
Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.10 Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Neem het vocht van de bodem van de binnenruimte af.
- Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode in. 5. Druk op 8.
- Stel met de draaiknop de temperatuur in op 150 °C.
- Druk twee keer op ⽇.
ν is in het display gemarkeerd.
- Stel met de draaiknop een tijdsduur van 15 minuten in.
- In werking stellen met start/stop. ν Het drogen start en eindigt na 15 minuten.
- Open de apparaatdeur, zodat de waterdamp ontsnapt.
8.11 Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- Droog de binnenruimte met een spons.
- Laat de deur van het apparaat een uur geopend, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
9 Automatische programma's
De automatische programma's ondersteunen u bij het bereiden van verschillende gerechten en kiezen automatisch de optimale instellingen.
9.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te krijgen.
- Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
9.2 Overzicht van de gerechten
Het apparaat vraagt u het gewicht op te geven. U kunt alleen gewichten binnen het betreffende gewichtsgebied instellen.
- Gebruik alleen vlees dat op koelkasttemperatuur is.
- Gebruik alleen diepvriesgerechten die direct uit de diepvries komen.
- Neem de levensmiddelen uit hun verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, rondt u het gewicht naar boven af. Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte.
- Gebruik uitsluitend vormen voor magnetrons, krasbestendige vormen, bijv. van glas of keramiek.
Tip: Plak de programmasticker op uw apparaat. Zo kunt u gemakkelijker en sneller terugvallen op de programma's.
Ontdooien
| Nr. Gerechten Accessoires Gewichtsbereik | in kg | Aanwijzingen | |
| P01 | Gehakt Vlakke open vorm op het lage rooster | 0,2-1,0 Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. | |
| P02 | Vleesstukken Vlakke open vorm op het lage rooster | 0,2-1,0 Vloeistof tijdens het ke- ren verwijderen, in geen geval verder gebruiken en Niet met andere le-vensmiddelen in aanra-king lately komen. | |
| P03 | Kip, stukkenkip Vlakke open vorm op het lage rooster | 0,4-1,8 Vloeistof tijdens het ke- ren verwijderen, in geen geval verder gebruiken en Niet met andere le-vensmiddelen in aanra-king lately komen. | |
| P04 | Brood Vlakke open vorm op het lage rooster | 0,2-1,0 Brood dient u alleen in de benodigde hoeveel-heid te ontdooien. Het worden snel oudbakken. Haal indien möglich de boterhammen van elkaar. | |
Bereidingsprogramma's
| Nr. Gerechten Accessoires Gewichtsbereik | in kg | Aanwijzingen | |
| POS | Rijst Vorm met deksel op het lage rooster | 0,05-0,2 Geen rijst in kookbuiltjes gebruiken. Rijst schuimt sterk tijdens het koken. Stel het brutogewicht (zonder vloeistof) in. Twee tot tweeënhalf koer zoveel vloeistof bij de rijst doen. | |
| POS | Aardappelen Vorm met deksel op het lage rooster | 0,15-1,0 In stukken van gewijke groote snijden. 1 eettle water per 100 g toe-voegen. | |
| POS | Groente Vorm met deksel op het lage rooster | 0,15-1,0 In stukken van gewijke groote snijden. 1 eettle-pel water per 100 g toe-voegen. | |
Combigaarprogramma's
| Nr. Gerechten Accessoires Gewichtsbereik | Aanwijzingen | ||
| in kg | |||
| P08 | Ovenschotel, diepvries open vormop het lage rooster | 0,4-1,2 De ovenschotel mag nichthoger dan 3 cm+zijn. | |
| P09 | Kip, heel open vormop het lage rooster | 0,5-2,0 Kant van de borst naarenbeden. | |
| P10 | Rosbief, medium open vormop het lage rooster | 0,5-1,5 | |
| P11 | Gebraden varkenshals Vorm met dekselop het lage rooster | 0,5-2,0 | |
| P12 | Lamsvlees, medium Vorm met dekselop het lage rooster | 0,8-2,0 Lamsvlees van de schouder of lamsbout zonderbeen | |
| P13 | Gehaktbrood open vormop het lage rooster | 0,5-1,5 Het gehakt mag nichtho-ger+zijn dan 7 cm. | |
| P14 | Vis, heel open vormop het lage rooster | 0,3-1,0 Snijd het vel van de visvan tevoren in. Leg devis in de "zwemstand" inde vorm. | |
| P15 | Eenpansgerecht met ver-se ingredienten | hoge vorm met dekselop het lage rooster | 0,05-0,2 Doe bij elke hoeveelheidrijst de drievoudige hoe-veelheid water en deviervoudige hoeveelheidgroenten. Gebruik uitslui-tend verse ingredienten.Voer alleen het gewichtvan de rijst in. |
9.3 Gerecht instellen
- De functiekeuzeknop op zetten. Op het display verschijnt het eerste gerechtnummer en een gewichtssuggestie.
- Stel met de draaiknop het gewenste gerecht in.
- Druk op kg.
- Stel met de draaiknop het gewicht in.
Voor de start kan met en kg tussen het gerecht en het gewicht worden gewisseld.
Het apparaat stelt automatisch de bijpassende tijdsduur in. 5. Druk op start stop. Na de start kunnen het gerecht en het gewicht niet meer worden gewijzigd. Het ingestelde gewicht kan met kg worden weergegeven. Het programma wordt gestart. startDstop brandt. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Bij vele programma's klinkt een kort signaal, wanneer u het moet omroeren of moet keren. 6. Wanneer de tijdsduur is afgelopen: - Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. - De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
9.4 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- Druk op start en de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken.
startD stopt. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op start stop. De werking wordt voortgezet. startD brandt.
9.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur alsmede de timer kunt instellen.
10.1 Tijdfuncties opvragen
Vereiste: Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen verlicht. Tijdens de werking zijn timer en tijdsduur beschikbaar. Tijdens de sluimerstand zijn timer en tijd beschikbaar.
Druk op totdat is benadrukt. Op het display worden de betreffende waarde weergegeven.
10.2 Tijd wijzigen
Vereiste: Om de tijd te wijzigen, moet het apparaat uitgeschakeld zijn.
- Druk twee maal op. Op het display verschijnt en de tijd.
- Met de draaiknop de tijd instellen.
- indrukken. De tijd is ingesteld. Wanneer niet wordt ingedrukt, worden na enkele seconden de ingestelde waarde overgenomen.
Opmerking: Om het stand-by verbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
10.3 Tijdsduur
U kunt een tijdsbestek vastleggen waarna de functie automatisch wordt beëindigd. De tijdsduur kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
Tijdsduur instellen
- Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- Druk op Stop totdat G benadrukt.
- Stel de gewenste tijdsduur in met de draaiknop.
- Druk op start stop. Het programma wordt gestart. Het apparaat begint te verwarmen. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Tijdsduur beëindigen
Vereiste: Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display wordt 0000000000000000000000000000000000000000000000000000
- Druk op G. Het signaal is uitgeschakeld.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is uitgeschakeld.
Tijdsduur wijzigen
- Met de draaiknop de tijdsduur veranderen. Na enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur op het display. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Tijdsduur wissen
- Druk op wanneer de timerfunctie is ingesteld.
- Zet met de draaiknop de tijdsduur op 00 00. Na enkele seconden wordt de tijdsduur verwijderd. Het apparaat onderbreekt de werking niet.
10.4 Wekker
U kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloop een signaal klinkt. De timertijd kan op maximaal 24 uur worden ingesteld.
De functie werkt onafhankelijk van de werking en andere tijdfuncties. Het timersignaal onderscheidt zich van andere signalen.
Timer instellen
- Druk op ① totdat ② benadrukt.
- Stel met de draaiknop de gewenste timertijd in. Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd. De timer start. Op het display brandt. De timertijd loopt zichtbaar af.
Timer beëindigen
Vereiste: Er klinkt een signaal. Op het display worden 00:00 weergegeven.
Druk op een willekeurig symbool. De timer is uitgeschakeld.
Timer wijzigen
Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop. Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd.
Timer wissen
Zet met de draaiknop de timertijd op 00 00. De timer is uitgeschakeld.
11 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
11.1 Kinderslot activeren
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
Druk ca. 4 seconden op ✓. Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Op het display verschijnt het symbool.
Wanneer een timertijd is ingesteld, dan loopt deze door. Zolang het kinderslot actief is, kan de timertijd niet worden gewijzigd. Geluidssignalen, bijv. na het verstrijken van de timertijd, kunnen door op een willekeurige knop te drukken worden beëindigd.
11.2 Kinderslot deactiveren
Druk ca. 4 seconden op ✓. Het bedieningspaneel is ontgrendeld.
12 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
12.1 Overzicht over de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Indicatie Basisinstelling Keuze Beschrijving
| c01 | Signaalduur = kort = 10 secohden 2 = gemiddeld = 30 seconden1 3 = lang = 2 minutes | Signaalduur van het verstij-ken van een tijsduur of de timer instellen. |
| c02 | Sensortoetstoon = uit | Toetssignalen in- of uitscha-ken. |
| c03 | Displayhelderheid = laag | Helderheid van display in-stellen. |
| c04 | Tijdsweergave = uit | Tijd op het display weerge-ven. |
| c05 | verlichting van de binnen-ruimte | Verlichting van de binnen-ruimte in- of uitschaken. |
| c06 | Fabrieksinstelling = uit | Gewijzigde instelleningen te-rugzettenaar de fabrieks-instellingen. |
| c08 | Signaalsterkte = laag | Geluidssterkte van het sig-naal instellen. |
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
12.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat moet uitgeschakeld zijn.
- Houd enkele seconden ingedrukt. Het display geeft de eerste basisinstellingen weer.
- Wijzig de basisinstelling met de draaiknop.
- Indrukken. Het display geeft de volgende basisinstelling weer.
- Met de draaiknop de gewenste basisinstellingen selecteren en de waarden wijzigen.
- Houd om de wijzigingen op te slaan enkele seconden ingedrukt.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de gewijzigde basisinstellingen behouden.
12.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
Draai de functiekeuzeknop. Alle wijzigingen worden verworpen en niet opgeslagen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
13.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING: Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging. Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
- Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
13.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING: Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen. - Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 140 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen. 3. Indien niet anders vermeld:
- De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog na met een zachte doek.
13.3 Binnenruimte reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 140
- Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
- Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel erin plaatsen.
- De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
Verlaagde deel in de binnenruimte reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 140
2. LET OP!
Water kan door de aandrijving van het draaiplateau naar het binnenste van het apparaat lopen en het apparaat beschadigen. - Reinig nooit het verlaagde gedeelte van de binnenruimte met een natte doek.
Reinig het verlaagde gedeelte van de binnenruimte met een vochtige doek.
Draaischijf reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 140
- De draaischijf verwijderen.
- De draaischijf met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje reinigen.
- Met een zachte doek nadrogen.
- De draaischijf weer plaatsen. Erop letten dat de draaischijf juist vastklikt.
13.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
- Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 140
- De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorkant van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
- Met een zachte doek nadrogen.
13.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
- Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 140
- Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- Meteen zachte doek nadrogen.
13.6 Accessoires reinigen
- De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. → Pagina 140
- Ingebrande etensresten met een vochtige vaatdoek en heet zeepsop losweken.
- De accessoires met heet zeepsop en een vaatdoek of een afwasborstel reinigen.
- De roest met RVS-reiniger of in de vaatwasser reinigen. Gebruik bij sterke verontreiniging een RVS-spiraalspons of ovenreiniger.
- Meteen zachte doek nadrogen.
13.7 Deurafdichting reinigen
LET OP!
Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen.
- Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen.
- Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 143
- Neem de aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht. → Pagina 140
- Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek.
- Droog het na met een zachte doek.
13.8 De binnenruimte handmatig drogen
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Laat het voor de reiniging afkoelen. 1. Verwijder verontreiniging in de binnenruimte. 2. Droog de binnenruimte met een zachte doek. 3. Laat de apparaatdeur open staan, tot de binnenruimte volledig gedroogd is.
13.9 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een ideaal alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsondersteuning instellen
- Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje met water.
- Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voorkomen.
- Zet het kopje in het midden van de binnenruimte.
- Magnetronvermogen op 600 W instellen.
- Tijdsduur op 5 minuten instellen.
- Magnetron starten.
- Na het verstreijken van de tijdsduur de deur nog 3 minuten gesloten laten.
- De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. - Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
14.1 Functiestoringen
| Storing Oorzaak en probleemoplossoing | |
| Apparaat werkkt Niet. Netstekker van de stroomkabel is Niet ingestoken. • Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. | |
| De zekering in de zekeringenkast is in werkig getreden. • Controller de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. • Controller de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden waarischakelen. ✓ Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geefijdens het telefoongesprek de exacte foulmeling door. → "Servicedienst", Page 143 | |
| Het apparaat warmt Niet op, op het dis-play knippert de dub-bele punt. | Demodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-nieuw in te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 5 minuteu door basisinstelling cith de waarde Μe wijzigien. |
| Magnetronfunctie breekt af. | Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden waarischakelen. ✓ Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geefijdens het telefoongesprek de exacte foulmeling door. ← "Servicedienst", Page 143 |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermögen is te laag ingesteld. • Stel een hoger magnetronvermögen in. |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het toestel gedaan. • Stel een langere tijsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveelijd nodig. | |
| Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. • Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. | |
| De magnetron werkkt Niet. | Deur is Niet—helemaal gesloten. • Controller of er resten van een berecht of vreme de voorwerpenussen de deur klem zit- ten. |
| werd Niet ingedrukt. • Druk op . | |
| Op het display knip-pert 12:00 en het symbool Brandt. | Stroomvoorziening is uitgevallen. • Stel deijd opnieuw in. → "Tijd instellen", Page 132 |
| Het toestel is Niet in gebruik. Op het dis-play worden een tijs-duur weergegeven. | werd Niet ingedrukt. • Druk op . |
14.2 Aanwijzingen op het display
| Storing Oorzaak en probleemoplossoing | |
| Melding Everschijnt op het display. | De thermische verilgheidsuitschakeling ward geactiveerd. ► Neem contact op met de → "Servicedienst", Pagina 143. |
| Melding Everschijnt in het display. | De automatische verilgheidsuitschakeling ward geactiveerd. ► Druk op een willekeurige button. |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Melding Everschijnt op het display. | De thermische verilgheidsuitschakeling werk geactiveerd. • Neem contact op met de → "Servicedienst", Pagina 143. |
| Melding Everschijnt in het display. | Vocht in het bedieningspaneel. • Bedieningspaneel latent drogen. |
| Melding E I Verschijnt op het display. | Het snel voorverwarmen is mistrukt • Neem contact op met de → "Servicedienst", Pagina 143. |
15 Afvoeren
15.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
17.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap optimaal kunt profiteren van het insteladvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat optimaal kunt gebruiken en instellen.
Tip: Voor een selectie van gerechten beschikt uw apparaat over geprogrammeerde instellingen. Wanneer u zich door het apparaat wilt laten leiden, gebruik dan de automatische programma's.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen. Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te priken. Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
- Selecteer een passend gerecht uit de overzichten.
Tips
Houd de volgende basisinformatie aan wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt:
- → "Veiligheid", Pagina 122
→ "Condenswater", Pagina 131
- Wanneer u niet precies het gerecht of de toepassing vindt dat u wilt bereiden resp. uitvoeren, ga dan te werk aan de hand van een gelijksoortig gerecht.
- Verwijder accessoires uit de binnenruimte.
- Kies geschikte vormen en accessoires.
Gebruik de vormen en accessoires welke in het insteladvies zijn aangegeven.
- Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- WAARSCHUWING: Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur. Niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
17.2 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron
Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron.
De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product.
Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Als u andere hoeveelheden gebruikt dan aangegeven in de tabellen, houdt u zich dan aan de vuistregel: dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Tips voor het ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u aan deze tips voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
Vraag Tip
U wilt een andere hoeveelheid bereiden dan in de tabel is aangegeven.
De bereidingstijden overeenkomstig de vuistregel verlengen of verkorten:
- Dubbele hoeveelheid is = bijna de dubbele tijd
- Halve hoeveelheid = halve tijd
Ontdooien met de magnetron
Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron.
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik open servies dat geschikt is voor de magnetron.
- De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren. Bij het keren de ontdooivloeistof verwijderen.
- Laat de gerechten na het ontdooien 10-60 minuten rusten.
- Kwetsbare delen, zoals kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken, kunt u afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. De folie mag de wanden van de binnenruimte niet raken. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen. Zet de diepvriesproducten in een open vorm op het rooster.
- Plaats het kookgerei in het midden van het lage rooster, zodat de magnetrongolven het voedsel van alle kanten kunnen bereiken.
| Gerecht Gewicht in g Magnetronvermögen | in W | Tijdsduur in min | |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 800 1. 180 | 2. 90 | 1. 1512. 10 - 20 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1000 1. 180 | 2. 90 | 1. 2012. 15 - 25 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1500 1. 180 | 2. 90 | 1. 3012. 20 - 30 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 200 1. 180 | 2. 90 | 1. 322. 10 - 15 |
1 Het voedsel herhaaldelijk keren. Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden. 2 Het voedsel vlak invriezen. 3 Het reeds ontdooide vlees verwijderen. 4 De ontdooide delen van elkaar losmaken. 5 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren. 6 De verpakking volledig verwijderen. 7 Het voedsel tussendoor keren. 8 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien. 9 De stukken gebak van elkaar scheiden.
| Gerecht Gewicht in g Magnetronvermögen | in W | Tijdsduur in min | |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 500 1. 180 | 2. 90 | 1. 522. 15 - 20 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 800 1. 180 | 2. 90 | 1. 822. 15 - 20 |
| Gehakt, gemengd3,4 | 200 90 10 | 1 | |
| Gehakt, gemengd3,4 | 500 1. 180 | 2. 90 | 1. 512. 10 - 15 |
| Gehakt, gemengd3,4 | 800 1. 180 | 2. 90 | 1. 812. 15 - 20 |
| Gevogelte of delen gevogelte5 | 600 1. 180 | 2. 90 | 1. 82. 10 - 15 |
| Gevogelte of delen gevogelte5 | 1200 1. 180 | 2. 90 | 1. 152. 25 - 30 |
| Eend 2000 1. 180 | 2. 90 | 1. 2012. 30 - 40 | |
| Visfilet, viskotelet of plakken vis5 | 400 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 10 - 15 |
| Hele vis 300 1. 180 | 2. 90 | 1. 32. 10 - 15 | |
| Hele vis 600 1. 180 | 2. 90 | 1. 82. 10 - 15 | |
| Groente, bijv. erwten 300 180 10 - 15 | |||
| Groente, bijv. erwten 600 1. 180 | 2. 90 | 1. 102. 10 - 156 | |
| Fruit, bijv. frambozen5 | 300 180 7 - 10 | 6 | |
| Fruit, bijv. frambozen5 | 500 1. 180 | 2. 90 | 1. 862. 5 - 10 |
| Boter, ontdooien7 | 125 1. 180 | 2. 90 | 1. 12. 2 - 4 |
| Boter, ontdooien7 | 250 1. 180 | 2. 90 | 1. 12. 2 - 4 |
| Heel brood 500 1. 180 | 2. 90 | 1. 62. 5 - 10 | |
| Heel brood 1000 1. 180 | 2. 90 | 1. 1282. 15 - 25 | |
| Gebak, droog, bijv. calorie9, 10 | 500 90 15 - 20 | ||
| Gebak, droog, bijv. calorie9, 10 | 750 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 10 - 15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart9 | 500 1. 180 | 2. 90 | 1. 52. 10 - 15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart9 | 750 1. 180 | 2. 90 | 1. 72. 10 - 15 |
1 Het voedsel herhaaldelijk keren. Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden. 2 Het voedsel vlak invriezen. 3 Het reeds ontdooide vlees verwijderen. 4 De ontdooide delen van elkaar losmaken. 5 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren. 6 De verpakking volledig verwijderen. 7 Het voedsel tussendoor keren. 8 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien. 9 De stukken gebak van elkaar scheiden.
Opwarmen van diepgevroren voedsel met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
- De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
- De gerechten tussendoor 2-3 keer omroeren of keren. Laat het voedsel na het opwarmen 2-5 minuten rusten.
- De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen.
- De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.
- Plaats het kookgerei in het midden van het lage rooster, zodat de magnetrongolven het voedsel van alle kanten kunnen bereiken.
| Gerecht Gewicht in g Magnetronvermögen | Tijdsduur in min | |
| in W | ||
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaar-gerecht met 2-3 componenten | 300 - 400 600 10 - 15 | |
| Soep 400 - 500 600 8 - 10 | ||
| Eenpansgerecht 500 600 10 - 15 | ||
| Eenpansgerecht 1000 600 20 - 25 | ||
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. gou-lash | 500 600 15 - 20 | |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. gou-lash | 1000 600 25 - 30 | |
| Vis, bijv. filetstukken 400 600 10 - 15 | ||
| Vis, bijv. filetstukken 800 600 18 - 20 | ||
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta1 | 250 600 2 - 5 | |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta1 | 500 600 8 - 10 | |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels2 | 300 600 8 - 10 | |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels2 | 600 600 15 - 20 | |
| Spinazie a la crème3 | 450 600 11 - 16 | |
1. Een beetje vloeistof bij het voedsel doen. 2. Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt. 3. Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
Opwarmen met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof dan plotseling hevig overkoken en opspatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.

LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
- De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
- De gerechten tussendoor 2-3 keer omroeren of keren.
- Laat het voedsel na het opwarmen 2-5 minuten rusten.
- De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. Babyvoeding:
- Flesje zonder speen of deksel op het rooster plaatsen.
- Na het opwarmen goed schudden of omroeren.
- Absoluut de temperatuur van de flesvoeding controleren.
- Plaats het kookgerei in het midden van het lage rooster, zodat de magnetrongolven het voedsel van alle kanten kunnen bereiken.
| Gerecht Gewicht in g Magnetronvermögen | Tijdsduur in min | |
| in W | ||
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaar-gerecht met 2-3 componenten | 350 - 500 600 5 - 10 | |
| Dranken1 | 150 900 1 - 2 | 2, 3 |
| Dranken1 | 300 900 2 - 3 | 2, 3 |
| Dranken1 | 500 900 3 - 4 | 2, 3 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes \( \text{melt}^4 \) | 50 360 ca. 1 | 5, 6 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes \( \text{melt}^4 \) | 100 360 1 - 2 | 5, 6 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes \( \text{melt}^4 \) | 200 360 2 - 3 | 5, 6 |
| Soep 1 kop 175 900 2 - 3 | ||
| Soep 2 koppen 2 x 175 900 4 - 5 | ||
| Soep 4 koppen 4 x 175 900 5 - 6 | ||
| Vlees in \( \text{saus}^7 \) | 500 600 10 - 15 | |
| Eenpansgerecht 400 600 5 - 10 | ||
| Eenpansgerecht 800 600 10 - 15 | ||
| Groente, 1\( \text{portie}^8 \) | 150 g 600 2 - 3 | |
| Groente, 2\( \text{porties}^8 \) | 300 g 600 3 - 5 | |
| 1 Doe een lepel in het glas.2 Alcoholische dranken nicht verwarmen.3 Het voedsel tussendoor controleren.4 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.5 Na het verwarmen het voedsel altdig goed schudden.6 Beslist de temperatuur controleren.7 De lapjes vlees van elkaar scheiden.8 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen. | ||
Bereiden met magnetron
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
- De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
- Laat het voedsel na het opwarmen 2 tot 5 minuten rusten.
- De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen.
- De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.
- Plaats het kookgerei in het midden van het lage rooster, zodat de magnetrongolven het voedsel van alle kanten kunnen bereiken.
- Snijd de groenten en aardappelen in stukken van gelijke grootte. Voor elke 100 g 1-2 el water toevoegen. Tussentijds doorroeren. Bij de rijst de dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
| Gerecht Gewicht in g Magnetronvermögen | Tijdsduur in min | |
| in W | ||
| Helekip, vers,+zonder ingewanden 1500 600 30 - 35 | 1 | |
| 1 Het voedsel tussendoor keren. | ||
| 2 In stukken van gelijke groote snijden. | ||
| 3 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren. | ||
| 4 De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen. | ||
| 5 Tussendoor met de gard 2-3 koer roeren. | ||
| Gerecht Gewicht in g Magnetronvermögen | in W | Tijdsduur in min | |
| Visfilet, vers 400 600 5 - 10 | |||
| Groente, \( \text{vers}^2 \) | 250 600 5 - 10 | 3 | |
| Groente, \( \text{vers}^2 \) | 500 600 10 - 15 | 3 | |
| Aardappelen2 | 250 600 8 - 10 | 3 | |
| Aardappelen2 | 500 600 11 - 14 | 3 | |
| Aardappelen2 | 750 600 15 - 22 | 3 | |
| Rijst 125 | 4 | 1.600 | 1.7 - 9 |
| 2.180 | 2.15 - 20 | ||
| Rijst 250 | 4 | 1.600 | 1.10 - 12 |
| 2.180 | 2.20 - 25 | ||
| Zoete gerechten, bijv. pudding (instant)5 | 500 600 5 - 9 | ||
| Fruit, compote 500 600 9 - 12 | |||
| 1 Het voedsel tussendoor keren. | |||
| 2 In stukken van gelijke groorte snijden. | |||
| 3 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren. | |||
| 4 De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen. | |||
| 5 Tussendoor met de gard 2-3 koer roeren. | |||
Pudding van puddingpoeder
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- Een pakje puddingpoeder volgens de aanwijzingen op de verpakking met suiker en een beetje melk in een voor de magnetron geschikte hoge schaal door elkaar roeren, zodat er geen klontjes aanwezig zijn.
- De rest van de melk toevoegen en nogmaals doorroeren.
- De schaal in de binnenruimte plaatsen en de apparaatdeur sluiten.
- Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- Na 3 minuten voor de eerste keer omroeren. Dan steeds na een minuut omroeren, tot de gewenste consistentie is bereikt.
De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur van de melk en de gebruikte kom.
Popcorn voor de magnetron
Instellingsaanbevelingen voor het bereiden met de magnetron.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Popcornzak voorzichtig openen, er kan hete damp vrijkomen.
- Open de popcornzak voorzichtig. Stel nooit het maximale magnetronvermogen in.
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik een platte, hittebestendige vorm. Gebruik geen porseleinen of sterk gewelfd bord.
- Plaats de glazen vorm altijd op het rooster. Pas de tijdsduur aan al naar gelang de hoeveelheid.
- Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt, de popcornzak na 1 minuut en 30 seconden even uit de oven nemen en schudden. Let op: heet!
| Gerecht Gewicht in g Accessoires Magnetronvermögen | in W | Tijdsduur in min | |
| Popcorn voor de 100 Vormen | 600 3 - 5 | ||
| magnetron | Rooster | ||
| Tips voor het de volgende keer ontdooien,verwarmen en bereiden met de magnetron | Vraag Tip | ||
| Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ont-dooien, opwarmen en bereiden met de magnetron. | Uw gerecht is te droog.■ | Verkort de tijdsduur of kies een lager magne-tronvermögen.■ Het gerecht afdekken enmeer vloeistof toe-voegen. | |
| Uw gerecht is na het ver-strijken van de&tijd nog Niet ontdooid, opgewarmd of gaar. | Verleng de tijdsduur. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meerarend nodig. | ||
| Vraag Tip | |
| Uw gerecht is na het verstreijken van deijd van binnen nog Niet klaar, maar van de buitenkant reeds oververhit. | Tussentijds doorroe-ren. Verlaag het magneto-ronvermogen en ver-leng de tijsduur. |
| Uw vlees of gezogelte is na het ontdooven van bin-nen nog steeds Niet ont-dooid, maar van buiten al gegaard. | Verlaag het magneto-ronvermogen. Grote te ontdooven producten meerere malen keren. |
17.3 Taart en gebak
Instelaanbevelingen voor taart en gebak.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Een lagere temperatuur resulteert in een gelijkmatigere bruining.
Tips voor het bakken
Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u verzameld.
| Vraag Tip | |
| Uw gebak要去gelijkma-tig rijzen. | • Vet alleen de bodem van de springvorm in. • Maak het gebak na het bakken voorzichtig met een mes los uit de bakvorm. |
| Vraag Tip | |
| Klein gebak mag tijdens de bereiding Niet aan el-kaar plakken. | Houd rondon elk stuk een minimale afstand van 2 cm aan. Zo is er vol-doende plaats om het ge-bak goed te lately rijzen en helemaal bruin te lately worden. |
| Vaststellen of het gebak afgebakken is. | Steen met een houten prikker op het hoogste punt plaats in het gebak. Wanner er geen deeg aan het hout blijft kleven, dan is het gebakCLAAR. |
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Stem het kabken dan af op soortgelijk gebak in de baktabellen. |
| Gebruik bakvormen van siliconen, glas of kunst-stof. | ■ De vom moet tot 250°C hittebestendigল. ■ In deze vormen wordt het gebak minder bruin. ■ Wanner u de magnétron bijschakelt, worden de tijsduur eventuele korter dan wat in de ta-bel staat aangegeven. |
Gebak in vormen
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding - De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster. - Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron. Bakvormen van metaal zijn uitsluitend geschikt voor het bakken zonder magnetron. - Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt. - De opgegeven tijden gelden voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetronver-mogen in watt | Tijdsduur in min. | |
| Cake, eenvoudig Krans- of rechthoekige vorm | ® | 170-180 90 40-50 | |||
| Cake, fijn bijv. zandgebak1 | Krans- of rechthoekige vorm | ® | 150-170 - 70-90 | ||
| Taarbodem van beslag Vorm vruchtentaartbodem 160-18030-40 | |||||
| Vruchtentaart fijn, beslag Springvorm/tulbandvorm 170-18030 35-45 | |||||
| Taarbodem, 2 eieren donkere springvorm 160-170 - 20-25 | |||||
| Taarbodem, 6 eieren donkere springvorm 170-180 - 35-45 | |||||
| Zanddeegbodem met rand donkere springvorm 170-190 - 30-40 | |||||
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg1 | donkere springvorm 170-19080 35-45 | ||||
| 1 Het gebak ca. 20 minutes in de oven latent afkoelen. | |||||
| 2 Plaats de vorm direct op het draaiplateau. | |||||
| Zwitssersevruchtentaart2 | donkere springvorm 190-20045-55 | ||||
| Tulbandcake Tulbandvorm 170-180 - 40-50 | |||||
| Pizza, dunne bodem, wei-nig bedekking2 | Ronde pizzaplaat 220-230 - 15-25 | ||||
| Hartig gebak2 | donkere springvorm 200-22050-60 | ||||
| Notentaart donkere springvorm 170-180 90 35-45 | |||||
| Gistdeeg met droge bedek-king | Ronde pizzaplaat 160-180 - 50-60 | ||||
| Gistdeeg met vochtige be-dekking | Ronde pizzaplaat 170-190 - 50-65 | ||||
| Broodvlecht van 500 g bloem | Ronde pizzaplaat 170-190 - 30-45 | ||||
| Stol van 500 g bloem Ronde pizzaplaat 160-180 - 60-70 | |||||
| Strudel, zoet Ronde pizzaplaat 190-210 180 35-45 | |||||
| 1 Het gebak ca. 20 minutes in de oven latent afkoelen. | |||||
| 2 Plaats de vom direct op het draaiplateau. | |||||
Klein gebak
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
- Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Koekjes | Ronde pizzaplaat | ® | 150-170 | 25-35 |
| Macarons | Ronde pizzaplaat | ® | 110-130 | 35-45 |
| Gebak van soezendeeg | Ronde pizzaplaat | ® | 200-220 | 35-45 |
| Bladerdeeggebak | Ronde pizzaplaat | ® | 190-200 | 35-45 |
| Gistdeeggebak | Ronde pizzaplaat | ® | 200-220 | 25-35 |
Brood en broodjes
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
- Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Zuurdesembrood van 1,2 kgbloem | Ronde pizzaplaat | ® | 210-230 50-60 | |
| Plat rond brood1 | Ronde pizzaplaat | ® | 220-230 25-35 | |
| Broodjes | Ronde pizzaplaat | ® | 210-230 | 25-35 |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Ronde pizzaplaat | ® | 200-220 | 15-25 |
| 1 Plaats de vom direct op het draaiplateau. | ||||
Tips voor de volgende keer dat er gebakken wordt
Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag Tip | |
| Uw gebak zakt in. ■ Houd de opgegeven ingredientsen en bereidingsaanwijzingen in het recept aan. ■ Gebruik minder vloeistof. Of: ■ Verlaag de baktempe-ratuur met 10 °C en verleng de baktijd. | |
| Uw gebak is te droog. Verhoog de baktempera-tuur met 10 °C en verkort de baktijd. | |
| Uw gebak is over het ge-heel te Licht. | ■ Controller de inschuif-hoogte en de acces-soires. ■ Verhoog de baktempe-ratuur met 10°C. Of: ■ Verleng de baktijd. |
| Uw gebak is aan de bo-venkant te Licht, maar aan de onderkant te donker. | Plaats het gebak=eén ni-veau hoger. |
| Uw gebak is aan de bo-venkant te donker, maar aan de onderkant te Licht. | ■ Plaats het gebak=eéniveau lager. ■ Verlaag de baktempe-ratuur en verleng de baktijd |
| Uw gebak is onregelmatig gebruind. | ■ Verlaag de baktempe-ratuur. ■ Knip het bakpapier in de juiste afmetingen. ■ Plaats de bakvorm in het midden. ■ Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel möglichelijk een-vormig makeen. |
| Uw gebak is van buiten gaar, maar van binnen nog Niet goed doorbak-ken. | ■ Verlaag de baktempe-ratuur en verleng de baktijd. ■ Minder vloeistof toe-voegen. Bij gebak met vochtige bedekking: ■ De bodem voorbak-ken. ■ Bestrooi de gebakken bodem met amande-len of paneermeel. ■ Leg de bedekking op de bodem. |
Vraag Tip
Het gebak laat maar niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten.
Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minuten afkoelen. Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi deze met paneermeel.
Tussen vorm en rooster ontstaan vonden.
- Controleer of de vorm van buiten schoon is. Wijzig de positie van de vorm in de binnenruimte. Bak zonder magnetronfunctie verder en verleng de bakduur.
17.4 Braden en grillen
Instellingsaanbevelingen voor bakken en grillen. Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van de gerechten. In de tabellen zijn waarden aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in.
Braden in vormen
Maakt u gerechten in servies klaar, dan kunt u ze eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en direct in het servies opdienen. Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
- Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie.
- Plaats de vorm op het rooster.
- Controleer van tevoren of de vorm in de binnenruimte past. Vormen van glas zijn het meest geschikt. Plaats deze glazen vormen op een droge onderzetter. Wanneer de ondergrond nat of koud is, dan kan het glas knappen.
- De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt. Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan.
Open vorm
Gebruik een hoge braadvorm.
Gesloten servies
- Gebruik een passend, goed sluitend deksel. Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.
WAARSCHUWING: Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur en is niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op dat de hete stoom van het lichaam weg kan ontsnappen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
Mager vlees of stoofvlees
- Doe ongeveer 1/2 cm vloeistof in de vorm, bijvoorbeeld water, wijn, azijn of iets soortgelijks.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, van het materiaal van de vorm en van het feit of u een deksel gebruikt.
In geëmailleerde of donkere metalen ovenschotels is meer vloeistof nodig dan in glazen servies. Voor stoofvlees iets meer vloeistof toevoegen.
- Tijdens het braden verdampt de vloeistof. Indien nodig nog wat vloeistof bijschenken.
- Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd.
Vis
- Doe voor het stomen van vis 1-3 eetlepels vloeistof in de vorm, bijvoorbeeld citroensap of azijn.
Grillen
Grill gerechten die knapperig moeten worden.
- Altijd grillen met een gesloten apparaatdeur. Niet voorverwarmen. Grillstukken van gelijk gewicht en gelijke dikte gebruiken.
Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals.
Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster. - De grillstukken keren met een grilltang.
Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: Donker vlees, bijv. rundvlees, wordt sneller bruin dan licht kalfs- of varkensvlees. Grillstukken van licht vlees of vis worden vaak alleen aan de oppervlakte lichtbruin, maar zijn van binnen gaar en sappig.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de ingestelde grillstand.
Bij het grillen kan rook ontstaan.
Tips voor het braden en stoven
Houd deze tips aan voor goede resultaten bij braden en stoven.
| Vraag Tip | |
| Mager vlees要去 nicht uittroden. | Bestrijk mager vlees maar wens met vet of leg er reepjes spek op. |
| U wilt een braadstuk met zwoerd bereiden. | Snij de zwoerd kruis-lings in.Braad het braadstuk eerst met de zwoerd�er onder. |
| De binnenruimte要去 zo schoon möglichblijven. | Bereid het product in een gesloten braadsle-de bij een hoge tem-peratuur. |
| Vlees要去 heet en sap-pig blijven, bijv. rosbief. | Wanner het braad-stuk staat is, deze 10 minuten in de uitge-schakelde, gesloten binnenruimte lately rus-ten. Zo kan het vleessap zich beter verd-len. Bij de opgegevenbereidingsstijd is de aanbevolen rusttijd Niet inbegrepen.Wikkel het product na de bereiding in alumi-niumfolie. |
Rundvlees
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer het stoofrundvlees na 1/3 en 2/3 van de bereidingstijd. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan. Keer de rosbief en de rundersteaks na de helft van de bereidingstijd. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan.
- Keer de steaks na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetronver-mogen in watt | Tijdsduur in min. | |
| Gestoofd rundvlees, ca. 1 kg | Gesloten servies 180-200 - 120-143 | ||||
| Runderfillet, medium, ca. 1 kg | Open vorm 180-200 90 30-40 | ||||
| Rosbief, medium, ca. 1 kg Open vorm 210-230 180 30-40 | |||||
| Steak, medium, 3 cm dik Hoog rooster 3 - 10-25 | |||||
Kalfsvlees
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Kalfsvlees en schenkel halverwege de bereidingstijd keren. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetronver-mogen in watt | Tijdsduur in min. | |
| Gebraden kalfsvlees, ca. 1 kg | Gesloten servies 180-200 - 130-130 | ||||
| Kalfsschenkel, ca.1,5 kg | Gesloten servies 200-220 - 120-130 | ||||
Varkensvlees
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer het braadstuk zonder zwoerd na de helft van de bereidingstijd. Laat het braadstuk tot slot nog ca. 10 minuten staan. Leg het vlees met het zwoerd naar boven in de vorm. Snij de zwoerd in. Keer het braadstuk niet. Laat het braadstuk tot slot nog ca. 10 minuten staan. Keer varkensfilet en casserolerib niet. Laat het gerecht tot slot nog ca. 5 minuten staan. Keer de halsstukken na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronver-mogen in watt | Tijdsduur in min. | |
| Vlees zonder zwoer, bijv. halstuk, ca. 750 g | Gesloten servies 220-230 1840-50 | ||||
| Vlees met zwoerd, bijv.schouder, ca. 1,5 kg → "Bakken", Pagina 000 | Open vorm 190-210 - 130-154 | ||||
| Varkensfilet, ca. 500 g → "Bakken", Pagina 000 | Gesloten servies 220-230 9025-30 | ||||
| Varkensvlees mager, ca. 1 kg → "Bakken", Pagina 000 | Gesloten servies 210-230 9060-80 | ||||
| Casselerrib met been, ca. 1 kg → "Bakken", Pagina 000 | Open vorm -- 360 45 | ||||
| Halsstuk, 2 cm dik → "Grillen", Pagina 000 | 3 - 15-20 | 10-15 | |||
Lamsvlees
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer de lamsbout na de helft van de tijd.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme- thode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronver- mogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Lamszadel met been, ca. 1 kg | Open vorm 210-230 - 40-50 | |||
| Lamsbout zonder been, medium, ca. 1,5 kg | Gesloten servies 190-210 - 9195 |
Overige vleesgerechten
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Laat het gehakt tot slot nog ca. 10 minuten staan. Keer de worstjes na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronver-mogen in watt | Tijdsduur in min. | |
| Gehakt, ca. 1 kg → "Bakken", Pagina 000 | Open vorm 180-200 600+18 | ||||
| Worstjes om te grillen, 4 tot 6 stuks, elk ca. 150 g → "Grillen", Pagina 000 | -3 - 10-15 | ||||
Gevogelte
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg hele kippen met de borstzijde naar beneden. Keren na 2/3 van de tijd. Leg de pouarde met de borstzijde naar beneden. Keren na 30 minuten en het magnetronvermogen op 180 Watt zetten. Leg halve kippen, stukkenkip, eendenborst en ganzenborst met de kant van het vel naar boven. Keer de gerechten niet. Keer ganzenbouten halverwege de bereidingstijd. Prik in de huid. Leg kalkoenfilet en kalkoenbouten met de kant van het vel naar beneden. Keren na 2/3 van de tijd.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronver-mogen in watt | Tijdsduur in min. | |
| Kip, heel, ca. 1,2 kg Gesloten servies 220-230 360 35-45 | ⓹ | ||||
| Poularde, heel, ca. 1,6 kg Gesloten servies 220-230 360 | ⓹ | 180 | 3020-30 | ||
| Kip, gehalveerd, elk 500 g Open vorm 180-200 360 30-35 | |||||
| Kipdelen, ca. 800 g Open vorm 210-230 360 20-30 | ⓹ | ||||
| Kipfilet met vel en been, 2 stuks, ca. 350-450 g | Open vorm 190-210 180 30-40 | ||||
| Eendenborst met vel, 2 stuks à 300-400 g | Open vorm 3 90 20-30 | ||||
| Ganzenborst, 2 stuks à 500 g | Open vorm 210-230 90 25-30 | ||||
| Ganzenboute, 4 stuks ca. 1,5 kg | Open vorm 210-230 180 30-40 | ||||
| Kalkoenfilet, ca. 1 kg Gesloten servies 200-220 - 90-100 | |||||
| Kalkoenbout, ca. 1,3 kg | Gesloten servies 200-220 180 50-60 | ||||
Vis
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg voor het grillen de hele vis, bijv. zalm of forel, in het midden van het rooster.
Vet het rooster van tevoren in met olie.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme- thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Viskotelet, bijv. zalm, 3 cm dik, gegrild | Hoog rooster 3 20-25 | |||
| Vis, heel, 2-3 stuks à 300 g, ge- grild | Hoog rooster 3 20-30 | |||
Tips voor de volgende keer braden
Wanneer er bij het braden een keer iets niet direct lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag Tip | |
| Uw braadstuk is te don-ker en de korst op som-mige plekken verbrand. | ■ Kies een lagere tem-peratuur.■ Verkort de braadduur. |
| Uw braadstuk is te droog. | ■ Kies een lagere tem-peratuur.■ Verkort de braadduur. |
| De korst van uw braad-stuk is te dun. | ■ Verhoog de tempera-tuur.Of:■ Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in. |
| Uw braadsaus is aange-brand. | ■ Kies een Kleinere vorm.Voeg bij het bradenmeer vloeistof toe. |
| Vraag Tip | |
| Uw braadsaus is telicht en te waterig. | ■ Kies een grotere vorm om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt. ■ Voeg bij het braden hinter vloeistof toe. |
| Wanner u vlees stooff, brandt het vlees aan. | ■ Controller of de braadvorm en het dek-sel bij elkaar passen en goed sluiten. ■ Verlaag de tempera-tuur. ■ Voeg bij het stoven vloeistof toe. |
| Uw braadstukken zijn nicht gaar. | ■ Snij het braadvlees in stukken. ■ Maak de saus in de braadvorm klaar. ■ Leg de braadstukken in de saus. ■ Met de magnetron de braadstukken gaar make. |
17.5 Ovenschotels
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
- Gebruik voor ovenschotels en aardappelgratins een 4 tot 5 cm hoge magnetron- en hittebestendige ovenschotel. Laat ovenschotels en gratins nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven nagaren.
- Toast de sneetjes toast voor. Plaats vormen op het lage rooster.
- De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Magnetronver-mogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Ovenschotel, zoet, ca. 1,5 kg | Open vorm 140-160 360 25-25 | |||
| Ovenschotel, hartig, vanbereide ingredienten, ca. 1 kg | Open vorm 150-170 600 20-25 | |||
| Lasagne, vers Open vorm 20 | 0-220 360 25-35 | |||
| Aardappelgratin van rauwe ingredienten, ca. 1,1 kg | Open vorm 180-200 600 25-20 | |||
| Toast grillen, 4 stuks Hoog rooster 3 - 8-10 |
17.6 Diepvries kant-en-klaar-producten
Opmerking:
Aanwijzingen voor de bereiding
Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking aan. - Patat, aardappelkroketten en rösti niet over elkaar leggen en na de helft van de bereidingstijd keren. Leg de levensmiddelen direct op de draaischijf. - De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat
| Gerecht Accessoires / vormen Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronver-mogen in watt | Tijdsduur in min. |
| Pizza met dunne bodem Draaiplateau 220-230 - 10-15 | 图 | |||
| Pizza met dikke bodem Draaiplateau - | 图 | 220-230 | 600 | 3 |
| 图 | - | 13-18 | ||
| Minipizza Draaiplateau 220-230 - 10-15 | 图 | |||
| Pizza-baguette Draaiplateau - | 图 | 220-230 | 600 | 2 |
| 图 | - | 13-18 | ||
| Patat Draaiplateau 220-230 - 8-13 | 图 | |||
| Aardappelkrokten Draaiplateau 210-220 - 13-18 | 图 | |||
| Rösti, gevulde aardappel-vormpjes | Draaiplateau 200-220 - 25-30 | |||
| Afbakbroodjes of -stokbrood | Laag rooster 170-180 - 13-18 | |||
| Vissticks Draaiplateau 210-230 - 10-20 | 图 | |||
| Kipsticks, nuggets Draaiplateau 200-220 - 15-20 | 图 | |||
| Strudel Draaiplateau 210-220 180 20-30 | 图 | |||
| Lasagne, ca. 400 g | Laag rooster 220-230 600 120 7 |
17.7 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Ontdooien met de magnetron
Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron.
| Gerecht Magnetronvermögen in W | Tijdsduur in min | Aanwijzing | |
| Vlees | 1.180 | 1.5 | Pyrexvorm Ø 22 cm op het draaiplateau plaatsen. Verwijder het ontdoide vlees na ca. 13 minutes. |
| 2.90 | 2.10 - 15 |
Bereiden met magnetron
Instellingsaanbevelingen voor het bereiden met de magnetron.
| Gerecht Magnetronvermögen in W | Tijdsduur in min | Aanwijzing | |
| Kandeel | 1.600 | 1.10 - 13 | Pyrexvorm 24 x 19 cm op |
| 2.180 | 2.25 - 30 | het lage roosterplaatsen. | |
| Biscuitgebak | 600 | 9 - 10 | Pyrexvorm Ø 22 cm op het lage roosterplaatsen. |
| Gehaktbrood | 600 | 18 - 23 | Pyrexvorm 28 cm op het la-ge roosterplaatsen. |
Bereiden in combinatie met magnetron
Instellingsaanbevelingen voor het bereiden met de magnetron.
| Gerecht Magnetronvermo-gen in W | Verwarmingsmethode | Tijdsduur in min Temperatuur in °C | Aanwijzing |
| Aardappelgratin 600 25 - 30 210-220 Pyrexvorm | Ø 22 cm op het lage roosterplaatsen. | ||
| Gebak 180 15 - 20 180-200 Pyrexvorm | Ø 22 cm op het lage roosterplaatsen. | ||
| Gebak 360 35 - 40 200-220 Keren na 2/3 van | deijd. | ||
Bakken
Insteladviezen voor het bakken van testgerechten.
Opmerking: De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
| Gerecht Accessoires / vor-men | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C Tijdsduur in min. |
| Biscuitgebak Springvorm 26 cmLaag rooster | ® | 160-180 30-40 |
| Bedekte appeltaart Springvorm 20 cmLaag rooster | ® | 190-210 50-60 |
Grillen
Insteladviezen voor het grillen van testgerechten.
| Gerecht Accessoires / vor-men | Verwarmingsmethode | Grillstand Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen Hoog rooster 3 4-5 | ☐ | |
| Beef burgers, 9 stucks | Hoog rooster 3 30-35 | ☐ |
18 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.


18.2 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
- De deurgreep niet voor transport of inbouw gebruiken.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade. Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur. Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen. Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting. Voer uitsnijwerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
Veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken. Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospecialzaak om de huisinstallatie aan te passen.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthonden of dragen.
18.3 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
- Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten.
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- De stekker van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. Als het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang tot de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren. Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- Zie voor de spanning het typeplaatje.
- De aders van de elektrische aansluitleiding overeenkomstig de kleurcodering aansluiten:
- groen-geel = aarddraad ⊕
- blauw = neutraal ("nul") leiding bruin = fase (buitendraad)
18.4 Inbouwmeubel
Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast.
De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben. Houd tussen de wand en de bodem van de kast of de achterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35 mm aan.
De inbouwkast moet aan de voorkant een ventilatieopening van 50 cm² hebben. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen. Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen niet afdekken.
18.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.

Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.
Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de accessoires er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
18.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.

Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
Om voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm2 in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.

Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
18.7 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht. Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.

Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
18.8 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.

Op basis van de vereiste minimale afstand b wordt de minimale dikte van het werkblad berekend a
| Type kookplaat opbouw in mm | a vlak ge- monteerd in mm | ||
| Inductiekookplaat | 45 46 5 | ||
| Zoneloze induc- tiekookplaat | 55 56 5 | ||
| Gaskookplaat | 35 46 5 | 1 | |
| Elektrische kook- plaat | 35 38 2 | ||
| 1 Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acheft nemen. | |||
De montagehandleiding van de kookplaat in acht nemen.
18.9 Hoekinbouw
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht.

18.10 Apparaat inbouwen
- Het apparaat gecentreerd uitlijnen.
- Schroef het apparaat op het meubel vast.

18.11 Bij greeploze keuken met verticale greepliest:
- Breng aan beide zijden een geschikt vulstuk aan om eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige montage te waarborgen.

- Het vulstuk op het meubel bevestigen.
- Het vulstuk en het meubel voorboren, om een schroefverbinding te realiseren.

- Het apparaat met adequate schroeven bevestigen.

18.12 Apparaat demonteren
- Maak het apparaat spanningsloos.
- Draai de bevestigingsschroeven los.
- Til het apparaat op en trek het helemaal naar buiten.
