iMow MI 632 P - Grasmaaier VIKING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis iMow MI 632 P VIKING in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - iMow MI 632 P VIKING
Gebruikersvragen over iMow MI 632 P VIKING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding iMow MI 632 P - VIKING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. iMow MI 632 P van het merk VIKING.
GEBRUIKSAANWIJZING iMow MI 632 P VIKING
als 90^ )vermeiden
Drahtreserven:
Hartelijk dank voor uw aankoop van een kwaliteititsproduct van de firma VIKING.
Dit product werd volgens de meest moderne procedures en met veel zorg voor kwaliteit gefabricieerd, want wij hebben ons doel pas bereikt als u tevreden bent over uw apparaat.
Neem contact op met uw dealer of met once verkoopafdeling als u vragen over uw apparaat heeft.
Veel plezier met uw VKING apparatus.

Dr. Peter Pretzsch
Director
1. Inhoudsopgave
Over deze gebruiksaanwijzing 214
Algemeen 214
Landspecifiek varianten 214
Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 214
Beschrijving van het apparaat 216
Robotmaaier 216
Dockingstation 217
Bedieningsconsole 218
Hoe de robotmaier werkt 219
Werkingsprincipe 219
Manueelmaaien 220
Veiligheidsvoorzieningen 220
STOP-toets 220
Machineblokkering 220
Beschermkappen 221
Bediening met twee handen 221
Stootsensor 221
Ophefbveiliging 221
Hellingssensor 221
Voor uwveiligheid 221
Algemeen 221
Kleding en uitrusting 222
Waarschuwing -gevaar voor elektrische schokken 223
Accu 223
Transport van het apparatus 224
Vórdeinbedrijfstelling 224
Programmering 225
Tijdens gebruik 225
Onderhoud en reparaties 226
Opslag bij langdurige
bedrijfsonderbrekingen
Afvoer 228
Toelichting van de symbolen
Leveringsomvang
Eerste installment
Aanwijzingen m.b.t. de eerste installmentie
Accu inbouwen 230
Snijhoogte instellen 231
Taal, datum,ijd instellen 231
Dockingstation installeren 232
Begrenzingsdraad leggen 234
Begrenzingsdraad aansluten 236
Robotmaaier en dockingstation
koppelen 238
Installatie testen 239
Robotmaierprogrammeren 239
Eerste installmentafsluiten 241
Menu 241
Bedieningsaanwijzingen 241
Statusmelding 242
Hoofdmenu 243
Commando's 243
Maaischema 244
Dagschema 244
Weekschema 245
Informatie 245
Installingen 246
iMow - apparaatinstellingen 246
Regensensor instellen 247
Statusmelding instellen 247
Installatie 247
Startpunten instellen 248
Veiligheid 248
Service 249
Begrenzingsdraad 250
Ligging van de begrenzingsdraad plannen 250
Schets van het maavlak make 250
iRuler 251
Vernauwingen 252
Begrenzingsdraad leggen 252
Begrenzingsdraad aansluiten 252
Verbindingstrajecten installeren 252
Verboden zones installeren 253
Aanpalende gazons 253
Doorgangen 254
Draadreserve installeren 255
Draadverbinders gebruiken 255
Dockingstation 256
Bedieningselementen van het dockingstation 256
Tips voor het maaien 256
Algemeen 256
Mulchen 256
Actieve tijden 257
Maaiduur 257
Manueel maaien 257
Apparaat in gebruik nemen 257
Voorbereid ing 257
Bedieningsconsole wegemen en
plaatsen 257
Programmering aanpassen 258
Maaien met automaat 259
Maaien ongeacht actieve tijden 259
Manueel maaien 259
Robotmaaier aandokken 260
Acculaden 260
Onderhoud 261
Onderhoudsschema 261
Apparaat reinigen 262
Slijtagegrenzen van het maaimes
controleren 262
Maaimesuit-eninbouwen 262
Maaiimes slijpen 263
Draadbreuk zoeken 263
Voedingsstekker 264
Opslag en winterpauze 264
Standaard reserveonderdelen 265
Accessoires 265
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 266
Milieubescherming 266
Accuuitbouwen 267
Transport 267
Apparaat opheffen of dragen 267
Apparaat vastosjorren 267
CE-conformiteitsverklaring van de fabrikant 267
Onderhoudsschema 276
Leveringbevestig ing 276
Servicebevestig ing 276
Installatievoorbeelden 277
2. Over deze gebruiksaanwijzing
2.1 Algemeen
Deze gebruksaanwijzing is een originele gebruksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC.
VIKINGwerkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten;
wijzigingen in het product qua vorm, techniek en uitvoering blijvenaarom voorbehonden.
Op basis van gevevens of afbeeldingen uit dit boekje+kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.
Deze gebruiksaanwijzing worden beschermd door het auteursrecht. Alle rechten blijven voorbehonden, met name
hetrecht van verveelvoudiging,vertaling en de verwerking met elektronische systemen.
2.2 Landspecifieke varianten
VIKING levert afhankelijk van het leveringsland apparaten met verschillende stekkers en schakelaars.
In de afbeeldingen worden apparaten met eurostekkers weergegeven. Apparaten met andere stekkeruitvoeringen worden opdezelfde manier op de voeding aangesloten.
2.3 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht.
Kijkrichting:
kijkrichting bij gebruik links en rechts in de gebruiksaaanwijzing: De gebruiker staat anschter het apparaat en kijkt in de rijrichting maar voren.
Hoofdstukverwijzig:
aar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg worden met een pijtje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing maar een hoofdstuk: ( 2.1)
Markeringen van tekstpassages:
De beschreiben aanwijzingen kennen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zich.
Handelingen waar bij ingrijpen van de gebruiker vereist is:
- Bout (1) met een schroevendraier losdraaien, hendel (2) activeren ...
Algemene opsommingen:
-productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen
Teksten met aanvullende betekenis:
Tekstpassages met aanvullende betekenis zich met een van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.

Gevaar!
Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen+zijn noodzakelijk of verboden.
Waarschuwing!
Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen möglich of waarschijnlijk letsel.
Voorlichtig!
Minder ernstig letsel of materiele schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.
Aanwijzing
Informatie voor een better apparaatgebruik en om een möglichnesteigenlijkgebruik te vermijden.
Teksten met afbeeldingverwijzing:
sommige afbeeldingen die nodig zichn voor het gebruik van het apparaat, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

Afbeeldingen met tekstpassages:
bedieningsstappen met directe verwijzing\ aar de afbeelding vindt u onmiddelijk na\ de afbeelding met bijbehorende\ positienummers.
Voorbeeld:

Het stuurkruis (1) is bedoeld voor navigeren in de menu's, met de OKtoets (2) worden instelleningen bevestigd en menu's geopend. Met de Terug-toets (3) kutu menu's wee aftuien.
3. Beschrijving van het apparaat
3.1 Robotmaiaer

1 Beweeglijk gemonteerde afdekkap ( 5.5),( 5.6)
2 Laadcontacten: aansluitcontacten voor dockingstation
3 Achterwiel
4 Handgreep (20.1)
5 Afneembare bedieningsconsole ( 3.3) ( 14.2)
6 Draaiknop snijhoogteverstelling ( 9.3)
7 STOP-toets (⇒ 5.1)
8 Voorwiel
9 Maaiwerk
10 Dubbelzijdig geslepen maaimes (15.4)
11Accuvak

3.2 Dockingstation
1 Bodemplaat
2 Kabelgeleidingen voor het leggen van de begrenzingsdraad ( 9.7)
3 Voeding
4 Afneembaar deksel (9.5)
5 Laadcontacten: aansluitcontacten voor robotmaaier
6 Bedieningspaneel met 2 toetsen en 2 LED ( 12.1)
7 Home-toets
8 LED-display
9 Aan/uit-knop
3.3 Bedieningsconsole

1 Sturkruis:
besturen van de
robotmaier ( 4.2)
navigerin menu's ( 10.1)
2 OK-toets:
manueel maaien (4.2)
navigerin menu's ( 10.1)
3 Terugtoets:
navigerin menu's ( 10.1)
4 Maaitoets:
manueel maaien ( 4.2)
maaien ongeacht achieve
tijden ( 14.5)
5 Regensensor ( 10.11)
6 Grafisch display
4. Hoe de robotmaajer werkt
4.1 Werkingsprincipe

De robotmaaier (1) is ontwikkeld voor het automatisch onderhonden van gazonoppervlakken. Hij maar het gazon in willekeurig gekozen banen.
Opdat de robotmaaier de grenzen van het maavlak A herkent, moet er een begrenzingsdraad (2) rondon dit vlak worden gelegd. Hierdoor stroomt een draadsignaal, dat door het dockingstation (3) worden opgewekt.
Vaste hindernissen (4) op het maaivlak worden door de robotmaaier met behulp van een stootsensor veilig herkend. Zones (5) die de robotmaaier Niet mag betreden en hindernissen die hij Niet mag raken,要去en met behulp van de begrenzingsdraad van de rest van het maaivlak worden afgebakend.
In automatische maaimodus verlaat de robotmaier tijdens de actieve tijden ( 13.3) zichstandig het dockingstation en maait hij het gazon. De
robotmaaier rijdt zichstandig maar het dockingstation om de accu's op te laden. Hierbij worden het+aantal en de duur van de maai- en oplaadbeurten binnen de actieve tijden volautomatisch aangepast. Zo worden de benodigde wekelijke maaiduur gegarandeerd bereikt.
Bijuitgeschakelde automaat en voor maaibeurten ongeacht de actieve tijden kan een maaibeurt met de maaitoets of
met het commando "Maaien starten" of "Maaien met vertraagde start" worden geactiveerd. ( 10.4)
4.2 Manueel maaien

Met de robotmaier (1) kan het gazon ook manueel, zoals met een handgestuurde grasmaier, worden gemaaid. Verwijder hiervoord bedieningsconsole (2), selecteer in het menu "Commando's" de optie "Handbesturing", activeer het maaimes en de wielaandrijving en loop anschter de robotmaier aan. ( 14.6)

De stootsensor en de randbegrenzing zichtijdens het manuele maaien inactief.
5. Veiligheidsvoorzieningen
Voor een veilige bediening en ter voorkoming van ondeskundig gebruik is de machine met meerdeveiligheidsvoorzieningen uitgevoerd.

Gevaar voor letsel!
Bij een eventuele defect aan een van de veiligheidsvoorzieningen mag de machine Niet in bedrijf worden genomen. Neem contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
5.1 STOP-toets
Door indrukken van de rode STOP-toets op de bovenkant van de robotmaaier stopt het apparaat onmiddelijk. Het maaiemes komt binnen enkele seconden tot stilstand en op het display verschijnt de melding "STOP-toets bediend". Zolang de melding actief is, kan de robotmaaier Niet in gebruik worden genomen en is hij in een veilige toestand. ( 23.)
Bij ingeschakelde automaat volgt er na bevestiging van de melding met OK een vraag of het automatische gebruik要去 worden voortgezet.
Bij Ja bewerkt de robotmaier het maaivlak verder volgens maaischema. Bij Nee blijft de robotmaier op het maaivlak staan, de automaat wordenuitgeschakeld. ( 10.4)


Bij lang indrukken van de STOPtoets worden bovendien demachineblokkering geactiveerd. ( 5.2)
5.2 Machineblokkering
De robotmaier要去 voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden, voor transport en voor de inspectie worden gecontroleer
Bij een geactiveerde machineblokkering kan de robotmaaier Niet in gebruik worden genomen.
Machineblokkering activeren:
- STOP-toets lang indrukken,
-in het menu Commando's, - in het menu Veiligheid.
Machineblokkering via menu Commando's activeren:
- in het menu "Commando's" de optie "iMow blokkeren" selecteren en met OK-toets bevestigen. (⇒ 10.4)
Machineblokkering via menu Veiligheid activeren:
- in het menu "Instellingen" het submenu "Veiligkeit" openen. (⇒ 10.15)
Optie "iMow blokkeren" selectoren en met OK-toets bevestigen.
Machineblokkering ongedaan make:
- zo nods apparatus at met een druk op een willekeurige knop activeren.
Robotmaaier met aangegeven toetscombinatie ontgrendelen. Hiervoor要去en de Maaitoets en de OK-toets in de afgebeelde volgorde worden ingedrukt.

5.3 Beschermkappen
De robotmaaier is met beschermkappen uitergerust om een onopzettelijk contact met het maimes en het maigoed te voorkomen.
Hieroe dient de afdekkap in het bijzonder.
5.4 Bediening met twee handen
Het maaies kan bij het manuele maaien alleen worden ingeschakeld
door met de rechterduim de OKtoets ingedrukt te honden en daarna met de linkerduim op de maaitoets
te drukken. Eenmaal geactiveerd moet de maaitoets ingedrukt blijven om verder te maaien.

5.5 Stootsensor
De robotmaaier blijft meteen stilstaan als\ deze bij automatisch gebruik op een vaste\ hindernis stoot die meer dan 10 cm hoog\ is en vast met de ondergrond verbonden is. Aansluitend verandert hij van rijrichting\ en.gaat hij verder met maaien. Als de\ stootsensor te vaak worden geactiveerd,\ wordt ook het maaimes gestopt.

Het stoten gegen een hindernis gebeurt met een bepaalde kracht.
Gevoelige hindernissen of lichte voorwerpen zoalskleine bloempotten+kunnen darom worden omgeworpen of worden beschadigd.
VIKING raadt aan hindernissen te verwijderen of met verboden zones af te grenzen. ( 11.8)
5.6 Ophefbeveiliging
Als de robotmaaier aan de kap of aan de handgreep worden opgeheven, onderbreekt hij meteen de maaibeurt. Het maaimes komt binnen enkele seconden tot stilstand.
5.7 Hellingssensor
Alsijdens het gebruik de toegestane helling worden overschreden, verandert de robotmaaier meteen van rijrichting. Bij overslaan worden de wielaandrijving en de maaimotor uitgeschakeld.
5.8 Displayverlichting
Tijdens het gebruik worden de displayverlichting geactiveerd. Door het Licht is de robotmaier ook in het donker goed herkenbaar.
5.9 Diefstalbeveiliging
Na het activeren van de diefstalbeveiliging klinkt er na het opheffen van de robotmaaier een alarmsignal als de PINcode Niet binnen een minuut worden ingevoerd. ( 10.15)
De robotmaaier kan uitsluitend samen met het meegeleverde dockingstation worden gebruikt. Een ander dockingstation moet aan de robotmaaier worden gekoppeld.
(⇒ 10.15)

VIKING raadt aan, een van de veiligheidsstanden "Laag",
"Middel" of "Hoog" in te stellen. Zo kuren onbevoegden de robotmaier gegardeerd nicht met andere dockingstations in gebruik nemen of deinstilling of de programmering wijzigen.
6. Voor uw veiligheid
6.1 Algemeen

Tijdens de werkzaamheden met het apparaat要去en de voorschriften terpreventie van ongevallen beslist in acheit
wordengenomen.

Voor de eerste inbedrijfstelling moet u de hele
gebruiksaanwijzing goed doorlezen. Bewaar de
gebruksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats.
Deze veiligheidsmaatregelen zich onontbeerlijk voor uwveiligheid,maar deze opsomming is Niet uitputtend.
Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkkeidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen.
Het begrip "gebruiken" omvat alle werkzaamheden aan de robotmaaier, aan het dockingstation en aan de begrenzingsdraad.
Een "gebruiker" is een persoon die bijv. werkzaamheden aan de robotmaaier verricht, die het apparaat in bedrijf neemt of activeert, die de begrenzingsdraad of het dockingstation installeert.
Gebruik het apparaat alleen als uuitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijkke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid hoefft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kutwerken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beinvloeden, mag nicht met het apparaat worden gewerkt.
Maak u vertrouwd met de bedieningsonderdelen en het gebruik van het apparaat.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening ervan vertrouwd zich. Elke gebruiker要去 voor de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkopener een andere deskundige要去 aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werkken.
Bij deze instructie要去 de gebruiker er vooral bewust van worden gemaakt dat voor het werkken met dit apparaat uiterste zorgvuldigheid en concentratie vereist+zijn.

Levensgevaar door verstikking! Verstikkingsgevaar voor kinderen
bij het spelen met
verpakkingsmaterial. Houd verpakkingsmaterial alsijd buiten het bereik van kinderen.
Leen het apparaat alleen uit aan Personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet algijd worden meegegeven.
Laat het apparaat in geen geval gebruiken door kinderen, Personen met beperktelichamelijke, zintuiglijke of geestelijkvermogens of onvoldoende ervaring enkennis of Personen die nicht met de instructies vertrouwd zijn.
Kinderen ofjongerenonder16jaarmogen hetapparaatnietgebruiken.De minimumlneeftijdvan de gebruiker kan vastgelegd zijn inplaatselijke bepalingen.
Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan de machine aan te brengen, behalve vakkundige montage van toebehoren en combi-apparaten die door VKING zijn goedgekeurd. Bovendien heeft dit tot gezolg, dat uw garantie vervalt. Neem voor informatie over goedgekeurde toebehoren en combi-apparaten contact op met uw VKINGvakhandelaar.
Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen of het toerental van de elektromotoren worden veranderd, is verboden.
Ermighten wijzigingen wordenaangebrachte aan het apparaat die leidentot een toename van het geluidsniveau.
De apparaatsoftware mag om veiligheidsredenen nooit worden gewijzigd of gemanipuleerd.
Bij het gebruik op openerbare terreinen, parken, sportvelden, langus wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan.
Vervoer geen voorwerpen, dieren of personen, met name kinderen, met het apparaat.
Sta nooit toe dat Personen, met name kinderen, meerijden op de robotmaaier of erop gaan zitten.
Let op - Gevaar voor ongevallen!
De robotmaaier is bedoeld voor automatisch gazononderhoud en voor manueel grasmaaien. Een andere toepassing is Niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn of schade aan het apparaat tot gevolg hebben.
Om persoonlijk letsel van de gebruiker te vermijden, mag het apparaat bijvoorbeeld Niet worden ingezet voor volgende werken (onvolledige opsomming):
- het trimmen van bosjes, heggen en struiken,
- het snoeien van rankgewas,
- gazononderhoud op dakbeplantingen en in bloembakken,
- het hakselen enklein hakken van boom-en heggensnoeisel,
- het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen),
- het egaliseren van oneffenheden in de bodem, zoals bijv. molshopen.
6.2 Kleding en uitrusting

Draag stevige schoenen met grip en werk nooit blootsvoets of bijvoirbeeld met sandalen,
- wanneer de robotmaaier met behulp van de bedieningsconsole worden verreden,
- wanneer u de robotmaaierijdens bedrijf nadert,
- wanneer het gazon met de hand worden gemaed. ( 4.2)

Draag bij het installereren, bij onderhoudswerkzaamheden en alle andere werkzaamheden aan het apparaat en aan het
dockingsation geschikte werkkleding.
Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen können blijven hangen - ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals.
Draag een lange broek,
- wonneer u de robotmaaierijdens bedrijf nadert,
- wonneer u het gazon met de hand maait.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden, bij het leggen van draden en bij het vastzetten van het
dockingstation altijd stevige handschoenen.
Beschem de handen bij alle werkzaamheden aan het maaimes en bij het inslaan van de bevestigingsnagels en de haringen van het dockingstation.
U dient bij alle werkzaamheden aan het apparaat langhaar samen te binden en te bedekken (met een hoofddoek, muts, enz.).

Draag bij het inslaan van de bevestigingsnagels en de haringen van het dockingstation een geschikte veiligheidsbril.
6.3 Waarschuwing - gevaar voor elektrische schokken

Opgelet! Kans op stroomstoten!
Voor de elektrische
veiligheid zijn een intacte
voedingskabel en een
intacte stekker op de
voeding erg belangrijk.

Beschadigde kabels, koppelingen en stekkers of aansluitkabels die nied aan de voorschriften voldoen, mogen nicht gebruikt worden, zodate gevaar voor elektrische schokken kan worden voorkomen.
Controleer de aansluitkabelaarom regelmatig op beschadigingen of slijtage(barsten).
Alleen originele voeding gebruiken.
Gebruik de voeding Niet.
- als deze beschadigd of versleten is,
- als er bedrading beschadigd of versleten is. Controller de voedingskabel regelmatig op schade en veroudering.
Onderhouds- en
herstellingswerkzaamheden aan voedingskabels en aan de voeding mogen alleen door special opgeleide vakkui worden uitgevoerd.
Gevaar voor stroomstoten!
Een beschadigde kabel mag Niet op het stroomnet worden aangesloten en u mag een beschadigde kabel pas aanraken als deze is losgekoppeld.
De aansluitkabels op de voeding mogen nicht worden veranderd (bijv. ingekort). De kabelussen de voeding en het dockingstation mag nicht worden verlangd.
Gevaar voor stroomstoten!
Beschadigde kabels, koppelingen en stekkers of aansluitkabels die nicht aan de voorschriften voldoen,ogens Niet worden gebruikt.
Let er alkijd op dat de gebruekte voedingskabels voldoende beveiligd+zijn.
Verwijder de aansluitkabel met de stekker en de stekkerbus en trek Niet aan de aansluitkabels zich.
U mag het apparaat alleen op een voeding aansluiten die beveiligd is door een foutstroombeveiliging met een aftschakelstroom van maximaal 30mA Voor nadere informatie kunt u terecht bij de elektricien.
Als de adapter worden aangesloten op een voeding buiten een gebouw, dan要去 het stopcontact voor gebruik buitenshuis goedgekeurd zijn. Voor nadere informatie over de landspecifieke voorschriften kunt u terecht bij de elektricien.
Bedenk dat het apparaat bij het aansluten op een stroomaggregaat door spanningssschommelingen kan worden beschadigd.
6.4 Accu
Alleen originele accu gebruiken.
De accu isuitsluitend bedoeld voor vaste inbouw in een VIKING robotmaier. Hij is waar optimaal beveiligd en worden opgeladen wanner de robotmaier in het dockingstation staat. Er mag geen ander oplaadapparaat worden gebruikt. Bij het gebruik van een Niet geschikt oplaadapparaat is er gevaar voor een elektrische schok, oververhitting of uitstromen van bijtende accuvloeistof.
Accu nooit openen.
Accunietlatenvallen.
Geen defecte of vervormde accu gebruiken.
Accu buiten bereik van kinderen bewaren.

Explosiegevaar!
Beschem de accu segendirect zonlicht,hitte envuur-nooit in open vuur werpen.

Accu alleen bij temperaturen tussen -10 ^ C en +50^ gebruiken en bewaren.
Accu gegen regen en vocht beschermen - Niet in vloeistoffen onderdompelen.

Accu nicht in magnetron stoppen of onder hoge druk zetten.

Accucontacten nooit op metalen voorwerpen aansluien (kortsluiten). Accu kan door kortsluiting schade oplopen.
Niet gebruekte accu ver van metalen voorwerpen (bijv. spijkers, Munten, sieraden) houden. Geen metalen transportbakken gebruiken -Explosie- en brandgevaar!
Bij ondeskundig gebruik kan er vloeistof uit de accu stromen - contact vermijden! Bij onbedoeld contact met water afspoelen. Indien de vloeistof in aanraking komt met de ogen, spoelt u deze eerst met water en consulteert u een arts. Uitstromende accuvloeistof kan huidirritatie en brandwonden en bijtende plekkenveroorzaken.
Geen voorwerpen in de ventilatiesleuven van de accu steken.
Zie www.viking-garden.com/safety-datasheets voor verdere aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
6.5 Transport van het apparaat
Vór elk transport, met name vór het opheffen van de robotmaier, moet de machineblokkering worden geactiveerd. (5.2)
Laat het apparaat voor het transport afkoelen.
Maaiimes bij het optillen en dragen nicht aanraken. De robotmaaier mag alleen aan de handgreep worden opgetild, nooit onder het apparatusaat grijpen.
Let op het gewicht van het apparaat en gebruik zo nodig voor het laden geschikte hulpmiddelen (hefvoorzieningen).
Maak met geschkke bevestigingsmaterialen (gordels, kabels, enz.) het apparaat en meegetransporteerde apparaatonderdelen (bijv. dockingstation) op het laadoppervlak vast aan de bevestigingspunten, die in de gebruiksaanwijzing beschreibenন. ( 20.)
Houd u bij het transport van het apparaat aan deplaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligigheid en het transport van voorwerpen op laadopppervlakken.
Accu Niet in de auto laden liggen en nooit blootstellen aan direct zonlicht.
Lithium-ionaccu's moeten bij het transport uiterst nauwlettend worden behandeld, let met name op het voorkomen van kortsluiting. Vervoer de accu in de intacte originele verpakking of in de robotmaaier.
6.6 Vóor de inbedrijfstelling
ledereen die het apparaat gebruikt, moet de gebruiksaanwijzing kennen.
Ga te werk volgens de instructies voor het installereren van het dockingstation ( 12.) en de begrenzingsdraad ( 11.)
De begrenzingsdraad en de
voedingskabel要去en goed op de bodem
worden bevestigd, opdat er Niet over kan
worden gestruikeld. Het aanleggen over
randen (bijv. voetpen,
straatsteenranden)要去 worden
vermeden. Op bodems waar de
meegeleverde bevestigingsnagels nicht
kunnen worden ingeslagen (bijv.
straatstenen, voetpen),要去 een
kabelkanaal worden gezruikt
Controleer regelmatig of de begrenzingsdraad en de voedingskabel goed liggen.
Sla bevestigingsnagels alkijd volledig in de grond, om de kans op struikelen te voorkomen.
Installee het dockingstation Niet op slecht zichbareplaatsen, waar men er möglichk over kan struiikelen (bijv. acheer een hoek van een huis).
Installer het dockingstation zo möglichk buiten het bereik van kruipdieren zoals mieren of slakken - vermijd met name gebieden rondon mierennesten en composteerhopen.
Zones waar de robotmaier Niet要去 rijden, of die Niet zonder gevaar+kunnen worden betreden (bijv.wegens valgevaar) ofaar geen gras groeit (bijv. kiezelpaden) moeten door de begrenzingsdraad worden aufgebakend.
De robotmaaier herkent geen plekken waar deze kan omvallen, zoals randen, terrassen, zwembaden of vijvers. Als de begrenzingsdraad langus maybelelekken waar deze kan vallen worden gelegd, moet er om veiligheidsredenen tussen de begrenzingsdraad en de gezavenzone een afstand van meer dan 1m worden aangehouden.
Controleer regelmatig het terrein waarop het apparaat worden gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en alle andere voorwerpen die door het apparaat omhoog+kunnen worden geslingerd. Verwijder na de installmentie van de begrenzingsdraad alle gereedschap van het maaivlak. Afgebrozen of beschadigde bevestigingsnagels moeten wordenuitgetrokken en worden afgevoerd.
Controleer het te maaien oppervlak regelmatig op oneffenheden en verwijder ze.
Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheidsvoorzieningen.
De op het apparaat geinstalleerde schakel- en veiligheidsinrichtingen mogen nicht worden verwijderd of overbrugd.
Voor het gebruik van het apparaat要去en alle versleten en beschadigde onderdelen worden verrangen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat要去en worden verrangen. Stickers en alle verdere verwangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw VKING vakhandelaar.
Voor de ingebruiktelling要去 u controleren
- of het apparaat gebruiksklaar is. Dit betekent dat de afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen zich op hunplaats en in onberispelijke staat bevinden.
- dat de elektrische verbinding van de voeding worden gemaakt met een correct geinstalleerd stopcontact.
- of op de voeding de isolatie van de aansluitkabel en de voedingsstekker in perfecte toestand is.
- of het gehele apparaat (behuizing, kap, bevestigingselementen, maaimes, messenas enz.) noch versleten noch beschadigd is.
- of het maaiemes en de mesbevestiging in goede staat+zijn (goed vast zitten, beschadigingen, slijtage). ( 15.3)
- of alle schroeven, moeren en andere bevestigingselementen aanwezig zijn of zich vastgedraaid. Losgemaakte schroeven en moeren要去en voor de ingebruikstelling vastgedraaid worden (aandraaimoment respecteren).
Indien nodig deoodzakelijke werken uitvoeren of toevertrouwen aan de vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
6.7 Programming
Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met elektromotor inucht en programmeer de actieve tijden aan de handaarvan. ( 13.3)
De programmering moet zodenig worden aangepast dat er zichijdens het maaien geen kinderen, toeschouwers of dieren op het te maaien oppervlak bevinden.
De robotmaaier mag Niet tegelijkertijd met een spreoi-installatie worden gebruikt, pas de programmering hierop aan.
Zorg ervoor dat de juiste datum en het juisteijdstip op de robotmaaier zijn ingesteld. Corrigeer indien nodig deinstallingen.Foutieve instellenen kunnethet ongeplande vertrek van derobotmaaier als gevolg hebben.
6.8 Tijdens gebruik

Houd andere Personen, in het bijzonder kinderen en dieren,uit deGeVarenzone.
Sta nooit toe dat kinderen de robotmaaiertijdens bedrijf naderen of ermee spelien.
Laat de robotmaaier nooit zonder toezicht Werken, wonneer u weet dat er zich dieren of personen - in het bijzonder kinderen - in de buurt bevinden.

Opgelet - kans op letsel!
Houd handen of voeten nooit gegen ofonder draaiende onderdelen.Raak het
ronddraaiende mes nooit aan.
Koppel de voeding voor onweersbuien of bij blikseminslaggevaar van het elektriciteitsnet. De robotmaaier mag dan nicht in gebruik genomen worden.
De robotmaaier mag met draaiende elektromotor nooit worden gekanteld of worden opgetild.
Probeer nooit de instellingen van het apparaat te veranderen wonneer een van de elektromotoren draait.
Om veiligheidsredenen mag het apparaat Niet op hellingen steiler dan 19,3^ (35 %) worden gezruikt. Kans op letsel!
Een helling van 19,3^ betekent een verticale stijging van 35cm bij een horizontale lengte van 100~cm


Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen.
Druk onderweg op de STOPtoets ( 5.1)
- voordat u instellingen in het menu wijzigt of programmeert,
- voordat u de programmering aanpast,
- voordat u de bedieningsconsole wegneemt.
Activeer de machineblokkering ( 5.2)
- voordat u het apparaat optilt en draagt,
- voordat u het apparaat transporteert,
- voordat u blokkeringen of verstoppingen verwijdert,
- voor het werkken aan het maaimes wordt aangevat,
-
voordat het apparaat worden gecontroleerd of gereinigd,
-
wonneer een vreemd voorwerp geraakt werk of als de robotmaaier abnormaal hard begint te trillen. Controller in deze gevallen het apparaat, in het bijzonder de snijeenheid (messen, messenas, mesbevestiging), op beschadigingen en voer deoodzakelijkhe herstellingenuit voordat u het apparaat opnieuw start en ermee gaat werken.

Kans op letsel!
Hard trillen wijst meestal op een storing.
De robotmaaier mag nicht worden gebrukt als de messenas beschadigd of verbogen is of als het maaimes beschadigd of verbogen is.
Laat de nooodzakelijkke herstellingen door een vakman uitvoeren - VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan - indien u nicht over de nodige kennis beschikt.
Vór u het apparaat achechterlaat, moeten de veiligheidsinstellenen van de robotmaier zodenig worden aangepast dat deze Niet door onbevoegden in gebruik kan worden genomen. (10.15)
Manueel maaien:
start het apparaat voorzichtig, volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk "Manueel maaien". ( 14.6)
Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.
Zet toetsen op het apparaat - met name maaitoetsen - nooit mechanisch vast.
De gebruiker moet steeds achefter het apparaat staan. Houd uw voeten altijd op voldoende afstand van het mes.
Ga bij het grasmaaien nooit lopen, om een kans op letsel door uitgijden, struikelen enz. te voorkomen.
Wees bijzonder voorzichtig als u de robotmaaier omdraait ofchterwaarts waar u toe trekt.
Bij een vochtige ondergrond is er meer gevaar voor letsel, waar de gebruiker minder stabel staat.
Om uitglieden te voorkomen要去 er bijzonder voorzichtig worden gewerkt.
Indien möglichk, manueel maaien op een vochtige ondergrond vermijden.
Let steeds op een goede stand bij hellingen en vermijd het maaien op zeer sterke hellingen.
Maai dwars op de helling, nooit maar boven of maar beneden en zorg ervoor dat u steeds boven de robotmaaier staat, om bij het eventueel verliezen van de controle over het apparaat Niet opnieuw te worden geraakt.
U moet om in het gras verborgen voorwerpen hebennrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz.). Rijd nooit over dergelijk voorwerpenBeen.
Rijd nooit expres gegen hindernissen. De stootsensor is tijdens het manuele maaien inactief.
6.9 Onderhoud en reparations
Activeer voorafgaand aan reinigings-, reparatie- en onderhoudsactiviteiten de machineblokkering en zet de robotmaaier op een stevige, effen ondergrund.

Trek voor alle werkzaamheden aan het dockingstation en aan de begrenzingsdraad de stekker van de voeding eruit.
Laat de robotmaier voor alle onderhoudswerkzaamheden ca. 5 minuten afkoelen.
De voedingskabel mag uitsluitend door erkende elektriekers worden hersteld of worden verrangen.
Na alle werkzaamheden aan het apparaat要去 voor het opnieuw in gebruik nemen de programmering van de robotmaier worden gecontroleerd en indien nodig aangepast. De datum en dearend moeten worden ingesteld.
Reiniging:
het gehele apparaat moet met regelmatige tussenpozen zorgvuldig worden gereinigd. ( 15.2)
Richt waterstralen (hogedrukreinigers in het bijzonder) nooit op motoronderdelen, pakkingen, lagers en elektrische onderdelen. Dit kan leiden tot beschadigingen of dure reparations.
Reinig het apparaat Niet onder stromend water (bijv. met een tuinslang). Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijk reinigingsmiddelen konnen kunststoffen en metalen zodenig beschaden dat deveiligheid van uw VKING apparaat wellicht in het gedrang komt.
Onderhoudswerkzamheden:
Ermighten
onderhoudswerkzaamheden worden
uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing
worden vermeld. Alle andere
werkzaamheden dient u door uw

vakhandelaar te lately uitvoeren.
Neem.altijd contact op met uw
vakhandelaar als u Niet over de vereiste
kennis en gereedschappen beschikt.
VIKING raadt aan
onderhoudswerkzaamheden en reparations
uitsluitend door de VIKING vakhandelaar
te lately uitvoeren.
VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Gebruikuitsluitend gereedschappen,
accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door VIKING zijn toegelaten of technischgelijkwaardige delen, anders is er kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat. Neem bij VXagen contact op met een vakhandelaar.
Originele VIKING gereedschappen,
accessoires en verrangingsonderdelen
zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele VIKING verrangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het VIKING
onderdeelnummer, het VIKING logo en eventueel het VIKING symbol op de
onderdelen.Opkleine onderdelen kan ook alleen het teken staan.
Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers要去 via uw VKING vakhandelaar door{nieuwe originele stickers worden verrangen.Let er bij het verwangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel vandezelfde stickers is voorzien.
Werk aan de snijeegenheid uitsluitend met ditdekke werklandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid.
Zorg dat alle schroeven en moeren, alle schroeven en bevestigingselementen van de snijeenheid, goed+zijn vastgedraaid, zodat u het apparatusaat veilig kunt gebruiken.
Inspecteer het gehele apparaat op gezette tijden, in het bijzonder voor de opslag van het apparaat (bijv. voor de winterpauze), op slijtage en beschadigingen. Versleten of beschadigde onderdelen要去en om veiligheidsredenen direct worden verrangen, omervoortezorgen dat het apparaat alttijd inveilige staat is.
Als onderdelen of
veiligheidsvoorzieningen voor
onderhoudswerkzaamheden zijn
verwijderd,要去en deze weeer meteen en
correct worden aangebracht.
6.10 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen
Stel voor het opslaan de hoogste veiligheidsstand in. ( 10.15)
Activeer ook de machineblokkering.
Controller of het apparaat gegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd.
Sla het apparaat in een veilige staat op.
Reinig het apparaat voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig.
Laat het apparaat ca. 5 minuten afkoelen voordat u het in een gesloten ruimte plaatst.
De opslagruimte moet droog, vorstvrij en aflsuitbaar zich.
Bewaar het apparaat nooit in de buurt van open vuur of sterke warmtebronnen (bijv. oven).
Demonteer bij langere bedrijfsonderbrekingen (bijv. winterpauze) het dockingstation en bewaar het samen met de robotmaier op een veilige manier. ( 15.8)
6.11 Afvoer
Afvalproducten können schadelijk zijn voor mens, dier en milieu en要去en.daarom deskundig worden afgevoerd.
Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
Voer een apparaat aan het einde van de levensduur volgens de voorschriften af. Stel het apparaat vór het afvoeren buiten werkung. Verwijder ter voorkoming van ongevallen de voedingskabel van de voeding, de accu en de bedieningsconsole van de robotmaaier.
Kans op letsel door het maaimes!
Laat ook een grasmaaier aan het eind van de levensduur ervan nooit zonder toezicht staan. Bewaar het apparaat en in het bijzonder het maaimes algijd buiten het bereik van kinderen.
De accu要去 geschaden van het apparaat worden afgevoerd. Zorg dat accu's veilig en milieuvriendelijk worden afgevoerd.
7. Toelichting van de symbolen


Waarschuwing!
Lees de gebruiksaanwijzing vór ingebruikname.

Waarschuwing!
Blijf op een veilige afstand van het apparaat als het in werkking is. Houd andere Personen uit de gezavenzone.

Waarschuwing!
Blokker het apparaat alvorens het op te tilen of werkzaamheden eraan UIT te voeren.

Waarschuwing!
Niet op het apparaat gaan zitten of stappen.

Waarschuwing!
Raak het ronddraaiende mes nooit aan.
8. Leveringsomvang

Pos. Omschrijving Stk.
A Robotmaaier 1
B Dockingstation 1
C Accu 1
D Voeding 1
E iRuler 2
F Begrenzingsdraad op rol (150 m):
MI 632
MI 632P
Pos. Omschrijving Stk.
J Bout 2
K Bevestigingspen voor begrenzingsdraad:
MI 632 200
MI 632 P 300
L Haring voor 4
dockingstation
- Gebruiksaanwijzing 1
G Klemstekker voor 2
begrenzingsdraad
H Draadverbinder 3
Deksel accuvak 1
9. Eerste installment
9.1 Aanwijzingen m.b.t. de eerste installment
Voor de installatione van de robotmaaier is een installmentiewizard beschikbaar. Ditprogramma begeleidt u door het gehele proces van de eerste installatione
- Taal, datum,ijd instellen
Dockingstation installeren - Begrenzingsdraad leggen
- Begrenzingsdraad aansluten
Robotmaaier en dockingstation koppelen
Installatie testen
Robotmaaierprogrammeren
Eerste installmenta afluien
De installmentewizard要去geheel worden doorlopen, pas daarna is de robotmaier gebruisklaar.
Op de homepage www.viking-garden.com is een installmentvideo beschikkaar.
Voor verdere aanwijzingen m.b.t. de installment van de robotmaier verwijzen wij u waar de VIKING vakhandelaar.
De installmentwizard wird na een reset (terugzetten op fabrieksinstallingen) opniew geactiveerd. ( 10.16)
Voorbereidende maatregelen:
- maai het gazon voor de eerste installmentie met een gewone grasmaier (optimale hoogte van het gras 3 tot 4 cm).
- Bevochtig bij een harde en droge ondergrund het maavlak, om de bevestigingspennen eenvoudiger te kunnen inslaan.
Neem bij het bedieren van de menu's de instructies in het hoofdstuk "Bedieningsinstrumentes" door. ( 10.1)
Met het stuurkruis worden opties, menuopties of knuppen geselecteerd.
Met de OK-toets worden een submenu geopend of een selectie bevestigd. OK
Met de toets Terug worden het actieve menu afgesloten of gaat de installmentwizard een stap terug.
Als er zich tijdens de eerste installmentatie fouten of storingen voordoen, verschijnt er een bijbehorende melding op het display. ( 23.)
9.2 Accu inbouwen
i Ga uiterst omzichtig met lithiumionaccu's te werk. VIKING raadt aan de accu door een VIKING vakhandelaar te lately inbouwen. Een defecte accu mag uitsluitend door een VIKING vakhandelaar worden verrangen.
De accu blijft in de robotmaier vast ingebouwd. Uitbouwen is alleen voor het afvoeren van het apparaat noodzakelijk. ( 19.1)
Stel de laagste snijhoogte (stand 1) in. ( 9.3)
Leg de robotmaier op een geschikte ondergrond op dechterzijde.

Breng de accu (C) zoals afgebeeld aan en laat.Deze vastklikken.

Deksel (I) aanbrengen en schroeven (J) vastdraaien. Houd een maximaal koppel van 1 - 2 Nm aan.
- Plaats de robotmaier op de wielen.
9.3 Snijhoogte instellen
Er kuren snijhoogtes tussen 20 mm en 60 mm worden ingesteld.
Stand 1 laagste snijhoogte
Stand 8 hoogste snijhoogte

Druk de draaiknop (1) in en draai eraan. Bij het loslaten klikt hij waar vast. De markering (2) wijst maar de ingestelde snijhoogte.
De draaiknop van het versteelement kan omhoog worden getrokken. Deze constructie dient de veiligheid: zo kan het apparaat gegardeerd nicht aan de draaiknop worden opgeheven en gedragen.
9.4 Taal, datum,ijd instellen
- Door het indrukken van een willekeurige toets op de bedieningsconsole activeert u het apparaat en daardoor de installmentwizard.

Selecteer de gewenste displaytaal en bevestig deze met de OK-toets.


Bevestig de geseleterde taal met de OK-toets of selecteer "Wijzigen" en selecteer een andere taal.

- Voer indien gewvaagd het 9-cijferige serienummer van de robotmaaier in. U vindt dit nummer op het typeplaatje (sticker in hetvakonderde bedieningsconsole).

Huidige datum met behulp van het stuurkruis instellen en met OK-toets bevestigen.


Huidigeijd met behulp van het stuurkruis instellen en met OK-toets bevestigen.

9.5 Dockingstation installeren
Houd u aan de installmentevoorbeelden in deze gebruiksaanwijzing. ( 26.)
Op het dockingstation kan een als toebehoren verkrijgbaar zonnedak worden gemonteerd. Zo is de robotmaaier better beschermd gegen weersinvloeden.

Installee het dockingstation op een veilige, schaduwrijke plek. Bij direct zonlicht kan het apparaat oververhit raken en kan de accu meer vrij voor het laden nodig hebben.
Het dockingstation moet op de gewenste locatie goed herkenbaar zich, opdat niemand erover kan struikelen.
Het dockingstation werkt alleen via een voeding, die 15 m verwijderd mag+zijn.

Vór het dockingstation (1)要去 een effen vrijvlak (2) met minstens 1 m radius zich. Egaliseer eventuele heuvels of kuilen.


De bodem op de gewenste locatie moet horizontal zijn, het hoogteverschil mag maximaal 5 cm zijn. Buig de bodemplaat nooit door. Egaliseer eventuele oneffenheden onder de bodemplaat, opdat deze over het gehele vlak goed ligt.

Zet het dockingstation (B) op de gewenste locatie met vier haringen (L) vast.

Trek het deksel (1) zoals afgebeeld links en rechts iets uit elkaar en neem het maar boven weg.

Sluit de stekker van de voeding (1) aan op de printplaat van het dockingstation.

De stekker kan indien nodig eraf
worden geschroefd (bijv. wanneer de voedingskabel door een gat in de muur worden geleid).
Let bij het bevestigen van de stekker aan de voedingskabel op de juiste polariteit. ( 15.7)

Geleid de voedingskabel zoals aufgebeeld door de trekontlasting (1) door de kabelgoot (2) en verder maar de voeding.
- Installeer de netvoeding buiten het maaivlak, bescherm gegen direct zonlicht en vocht - bevestig.Deze zo nodig aan een muur.
Leg alle voedingskabels buiten het maaivlak, met name ook buiten het bereik van het maaimes en zet deze vast aan de bodem of berg deze op in een kabelgoot. - Voedingskabel in de buurt van het dockingstation uitrollen om storingen van het draadsignaal te vermijden.
De voeding werkkt alleen bij een bedrijfstemperatuur die+tussen 0^ en 60^ ligt.

Het deksel (1) bevestigen aan het dockingstation en LAST het vastklikken - voorkom dat er kabels gekneld raken. Sluit daarna de voedingsstekker aan.

Op het dockingstation knippert de rode LED, zo lang als er geen begrenzingsdraad aangesloten is. ( 12.1)
- Druk na het afronden van de werkzaamheden op de bedieningsconsole op de OKtoets.



Til de robotmaaier aan de handgreep (1) iets op en ontlast de aandrijfwienen. Schuif het apparaat op de voorwieren in het dockingstation.
Na het aandokken mag er op het dockingstation geen LED branden. ( 12.1)
Druk daarna op de bedieningsconsole op de OK-toets.

Als de accu ontladen is,
verschijnt er na het
aandokken rechtsboven op
het display een
voedingsstekkersymbol in plaats
van het accusymbol. ( 14.8) De
accu worden zo nodig automatisch
opgeladen.
9.6 Begrenzingsdraad leggen
Neem voor het leggen van de draad de inhoud van het hoofdstuk "Begrenzingsdraad" ter harte. ( 11.)
Met name de rigging plannen,
draadafstanden aanhouden,
verboden zones, draadreserves,
verbindingstrajecten,
aanpalende gazons en
doorgangen in het kader van het
leggen erbij installeren.


Begrenzingsdraad (1) links A of rechts naast de bodemplaat,rechtstreeks naast een drauduitgang met een bevestigingspen (2) op de bodem bevestigen.

Houd een vrij draaduiteinde (1) van ongeveer 1 m lenghte aan.

Leg voor en acheer het dockingstation (1) de begrenzingsdraad (2) 0,6 mrechtuit en in een rechte hoek ten opzichte van de
bodemplaat. Volg daarna met de begrenzingsdraad de rand van het maavlak.

Leg de begrenzingsdraad (1) rondon het maavlak en rondon eventueel aanwezige hindernissen ( 11.8) en bevestigdezemet bevestigingspennen (2) op de bodem. Controller de afstanden met behulp van de iRuler. ( 11.3)

Leg de draad bij voorkeur Niet in scherpe hoeken (kleiner dan 90^ ). Leg in de spits toelopende hoeken van het gazon de
begrenzingsdraad (1) zoals afgebeeld met bevestigingspennen (2) bevestig op de bodem.

Bij het leggen rond hoge hindernissen zoals muurhoeken en hoge beddingen A moet in de hoeken een grotere draadafstand worden aangehouden, om te voorkomen dat de robotmaaier gegen de hindernis schuurt. Leg de begrenzingsdraad (1) met behulp van de iRuler (2) zoals afgebeeld.
Verleng de begrenzingsdraad indien gewenst met de meegeleverde draadverbinders. ( 11.12)
- Installee bij meerderesamenhangende maaivlakkenaanpalende gazons ( 11.9) of verbindmaaivlakken met doorgangen. ( 11.10)

Sla de LASTe bevestigingspen (1) wee links of rechts naast de bodemplaatrechtstreeks naast de draaduitlaat. Knip de begrenzingsdraad (2) af, houd vrijedraaduiteinden van ongeveer 1 m lenghtaan.
- Controller de bevestiging van de begrenzingsdraad op de bodem, als richtwaarde volstaat een bevestigingspen per meter. De begrenzingsdraad moet altijd op het gazon liggen. Sla er de bevestigingspennen geheel in.
- Druk na het afronden van de werkzaamheden op de bedieningsconsole op de OKtoets.
Als de accu voor het afwerken van de overige stappen van de installmentwizard te weinig opgeladen is, verschijnt de desbeteffende melding. Laat in dit geval de robotmaaier in het
dockingstation en laad de accu verder op.
U kunt pas met de OK-toets waar de volgende stap van de installmentwizard gaan, wanner de accu weeer onder spanning is.
9.7 Begrenzingsdraad aansluiten


De robotmaier (1) zoals aufgebeeld hinter het dockingstation (2) op het maavlak zetten en druk daarna op de OK-toets.

Koppel de stekker van de voeding los van het elektriciteitsnet en druk daarna op de OK-toets.

Het deksel wegemen zoals beschreiben in de paragraaf "Dockingstation installereren". ( 9.5)
Druk daarna op de bedieningsconsole op de OK-toets.



Leg de begrenzingsdraad (1) in kabelgemeidingen van de bodemplaat en geleid deze door de sukkel (2).

Kort de uiteinden van de begrenzingsdraad (1) af tot ongeveer 10 cm vrij lengthe.
Goed letten op de vrije lenghte en de uitstekende draadeinden nicht oprollen. Te lange vrije eindhoven hunnen de goede werkig van derobotmaaier verstoren.

Druk klemstekkers (G) met een geschiktetang op de kabeluiteinden - ga na of zegoed vastklikken.
! De klemstekkers zijn voorzien voor eenmalig gebruik en mogen na het demonteren Niet opnieuw gebruikt worden. Bijkomende klemstekkersijken bij de VIKING vakhandelaar verkrijgbaar. ( 16.)

Stekkers (1) zoals aufgebeeld
aansluten. Sluit het uiteinde
van de begrenzingsdraad links
en rechts aan - verwissel de
draaduiteinden nicht.
Sluit de deksels van de kabelgoot (2).
- Druk na het afronden van de werkzaamheden op de bedieningsconsole op de OKtoets.

Monteer het deksel zoals beschreven in de paragraaf "Dockingstation installeren". ( 9.5)
Druk daarna op de bedieningsconsole op de OK-toets.


Sluit de stekker van de voeding los aan op het elektriciteitsnet en druk daarna op de OK-toets.


Als de begrenzingsdraad goed geinstalleerd is en het dockingstation op het elektriciteitsnet aangesloten is, brandt de rode LED (1).
Neem de inhoud van het hoofdstuk "Bedieningselementen van het dockingstation" door, met name wanner de LED Niet Zoals beschreiben brandt. ( 12.1)


Til de robotmaaier aan de handgreep (1) iets op en ontlast de aandrijfwienen. Schuif het apparaat op de voorwieren in het dockingstation.
Na het aandokken mag er op het dockingstation geen LED branden. ( 12.1)
Druk daarna op de bedieningsconsole op de OK-toets. OK
9.8 Robotmaaier en dockingstation koppelen
De robotmaaier kan pas in gebruik
worden genomen als hij het door
het dockingstation verzonden
signaal goed ontvangt. ( 10.15)

De test van het draadsignaal kan meerdere minuten duren. Met de rode STOP-toets op de bovenkant van het apparaat worden het koppelen afgebrozen, de vorige stap van de installmentwizard verschijnt.

Draadsignaal OK:
Op het display verschijnt de tekst "Draadsignaal OK". De robotmaaier en het dockingstation zijn goed gekoppeld.
Ga door met de eerste installment door op de OK-toets te drukken.

Geen draadsignaal:
Op het display verschijnt de tekst "Geen draadsignaal". De robotmaaier ontvangt geen draadsignaal.

Sluit het dockingstation aan op het elektriciteitsnet of steek de begrensingsdraad in het dockingstation en controller de LED-lampjes op het dockingstation. ( 12.1)
Na het indrukken van de OK-toets wordt het koppelen herhaald.

Draadsignalomgepoold:
Op het display verschijnt de tekst"Aansluiting omgewisseld of iMow buiten het maavilak".

De robotmaier ontvangt een omgepoold draadsignal.
Zet de robotmaier in het dockingstation of sluit de uiteinden van de begrensingsdraad juist op het dockingstation aan.
Na het indrukken van de OK-toets\ wordt het koppelen herhaald.

Op het display verschijnt de tekst "Draadsignal testen". De robotmaier ontvangt een verstoord draadsignal.

Mogelijk zoorzaken zijn een stroomgeleidende aardingskabel, gewapend beton of storende metalen in de bodem onder het dockingstation. Ook een opgewiekeld netsnoer in de buurt van het dockingstation of externe signalen (b.v. signaal van een ander dockingstation) kunnen het draadsignaal storen. Indien mogelijk, de interferentiebron elimineren, of anders het dockingstation op een andere positie plaatsen.
Na het indrukken van de OK-toets\ wordt het koppelen herhaald.


Als het draadsignaal Niet goed kan worden ontvangen en de beschreiben maatregelen geen oplossing bieden, VIKING vakhandelaar contacteren.
9.9 Installatie testen

Start de proefrit ter controle van een goede draadligging door de OK-toets in te drukken.

Loopijdens het afrijden van de randchter de robotmaaier aan en let erop,
-
dat de robotmaaier de rand van het maavlak zoals gepland volgt,
-
dat de afstanden tot hindernissen en tot de grenzen van het maavlak in orde zichn,
-
dat het UIT- en aandokken goed werkt.

Tijdens de proefrit wordt het maaimes Niet geactiveerd.
De proefrit kan desgewenst na de eerste installmente opniew worden gemaakt. ( 10.13)

Het afrijden van de rand worden automatisch door hindernissen of door het rijden op te grote hellingen of handmatig door het indrukken van de rode STOPtoets boven op het apparaat onderbroken.
- Als de proefrit automatisch onderbroken is: corrigeer de positie van de begrenzingsdraad of verwijder hindernissen.
- Controller vór het verder afrijden van de rand de positie van de robotmaaier. Het apparaat moet op de begrenzingsdraad of binnen het maaivlak met de voorkant richting begrenzingsdraad staan.
Verder na een onderbreking:

Gana een onderbreking met Ja verder met afrijden van de rand.
Bij Nee wordt het afrijden van de begrenzingsdraad afgesloten, de volgende stap van de installmentwizard verschijnt.

Bij het afbreken van de proefrit\ kunnen möglichke problemen bij het\ afrijden van de rand van het\ maaivlak Niet worden herkend.
Proefrit afsluiten:
Met het aandokken na een volledige ronde verschijnt de volgende stap van de installmentwizard.
9.10 Robotmaaier programmeren

Voer de grootte van het gazon in en bevestig deze met OK.

Geinstalleerde verboden zones of naastgelegen gazons moeten nicht bij de groote van het maavlak worden gerekend.

Een十几年 ago, I was in a deep and violent fever.
Een zichyka zielungen, als die konservativität des Staaten führte.
Met de rode STOP-knop op de bovenkant van het apparaat kan de procedure worden afgebrozen.

Bevestig de aanwijzing "Elke dag apart bevestigen of actieve tijden wijzigen" door op de OK-toets te drukken.

Het dagschema voor maandag verzchijnt en de menuoptie Dagschema bevestigen is geactiveerd.
Met OK worden alle achieve:tijden van de weergegeven dag bevestigd, het volgende dagschemaverschijnt.

Bijkleinemaaivlakkenwordenniet alleweekdagengebruktom te maaien.Indatgevalworden geen achieve tijdenweergegeven, de menuuoptie"Dagschemawissen" vervalt.Dagschemaszonder achieve tijden moeten ook met OK wordenbevestigd.
De weergegeven actieve tijden\ kunnen worden gewijzigd. Selecteer\ hiervoort het gewenste tijdsinterval\ met het stuurkruis en open het met OK. ( 10.6)
Selecteer als er meer actieveijd gewenst zich de menuoptie Nieuwe actieveijd selecteren en open deze met OK. Leg in het selectievenster de begin- en eindhoven de weitere actieveijd vast en beves deze met OK. Er zich maximaal drie actieveijd per dag möglichk.
Selecteer als alle weergegeven actieve tijden要去en worden gewist de menuoptie Dagschemawissen en bevestig.Deze met OK.






Na het bevestigen van het dagschema voor zondag verschijnt het maaischema.


Met OK worden het weergegeven maaischema bevestigd en de afsluitende stap van de installmentwizard verschijnt.

Selecteer als wijzigingen nodig zijn Wijzigen en pas de actieveijdenspecifiek aan.


Tijdens de actieve tijden moeten derden uit de bevarenzone blijven. Pas de actieve tijden eventeel aan.
Houd u bovendien aan de gemeentelijke bepalingen voor het gebruik van robotmaaiers en de instructies in het hoofdstuk "Voor uwveiligheid" ( 6.) en verander de actieve tijden desgewenst meteen of na de eerste installmentie in het menu "Maaischema". ( 10.5) Vraag met name bij de verantwoordelijke autoriteit na op welke tijden het apparaat overdag en'snachs mag worden gebruikt.
9.11 Eerste installmenta fsluiten

Verwijder alle vreemde voorwerpen (bijv. spelgoed, gereedschap) van het maavlak.

Sluit de eerste installmente af door op de OK-toets te drukken. De robotmaaier is nu gereed. Als de aflsuting van de eerste installmentie in een actieve tijd valt, begint de robotmaaier meteen met het bewerken van het maavlak.

Als de eerste installmentie buiten de
actieveijd worden afgesloten, kan door het indrukken van de OK-toets een maiaeurt worden gestart. Selecteer "Nee" als de robotmaaier Niet要去 maaien.
Na de eerste installment is de veiligheidsstand "Geen" geactiveerd. VIKING raadt aan, een van de veiligheidsstanden "Laag", "Midden" of "Hoog" te selecteren. Zo können onbevoegden gegardeerd geen instelleningen wijzigien en kan de robotmaaier nicht met andere dockingstations in gebruik worden genomen. ( 10.15)
10. Menu
10.1 Bedieningsaanwijzingen
- Zo nodig de bedieningsconsole verwijderen. (⇒ 14.2)

Het stuurkruis (1) is bedoeld voor navigeren in de menu's, met de OKtoets (2) worden instelleningen bevestigd en menu's geopend. Met de Terug-toets (3) kunt u menu's wee afsluiten.

Het hoofdmenu bestaat UIT 4 submenu's, weergegeven als knappen. Het geselechte submenu is Zwart gemarkeerd en wordt met de OK-toets geopend.

Op het tweede menuniveau worden de betreffende submenu's met tabbladen weergegeven.
Tabbladen worden geselecteerd door het stuurkruis waar links of maar rechts te drukken, submenu's door het stuurkruis omlaag of omhoog te drukken.
Actieve tabbladen of menuopties zich zwart gemarkeerd.
De scrollbalk rechts op het display geeft aan dat er door het omlaag of omhoog drukken van het stuurkruis nog meer opties+kennen worden weergegeven.
Submenu's worden geopend door op de OK-toets drukken.

In submenu's worden opties vermeld.
Actieve lijstopties zijnzwart gemarkeerd. Bij indrukken van de OK-toets verschijnt er een selectievenster of een dialoogvenster.
Selectievenster:

instelwaarden kenn Door indrukken van het stuurkruis worden gewijzigd. De huidige waarde is zwart geaccentueerd. Met de OK-toets worden alle waarden bevestigd.
Dialogue:

als er wijzigingen moeten worden opgeslagen of meldingen moeten worden bevestigd,verschijnt er op het display een dialoogvenster.De actieve knop is zwart gemarkeerd.
Bij een selectieoptie en kan door het waar links of rechts drukken van het stuurkuis de betreffende knop worden geactiveerd.
Met de OK-toets worden de geselecteerde optie bevestigd en het bovenliggende menu opgevraagd.
10.2 Statusmelding
De statusmelding verschijnt,
- wanneer het standby-bedrijf van de robotmaaier door het indrukken van een toets worden beeindig,
- wonneer in het hoofdmenu de toets Terug worden ingedrukt,
-tijdens het gebruik.

Bovenin het scherm staan twee configureerbare velden. Hierin kan diverse informatatie over de robotmaier of de maaibeurten worden weergegeven. ( 10.12)
Geen Iopende activiteit:
onderin het scherm worden meldingen en de status van de automaat weergegeven. ( 10.4)
iMow bedrijfsklaar:
als er aanbevelingen actief zich,
verschijnen deze afwisseled met
de tekst "iMow bedrijsklaar".
Actieve storingen of fouten:
de bijbehorende melding worden samen met de meldingscode weergegeben. Als er meerere meldingen actief zich, verschijnen ze afwissenend.
Tijdens lopende activités:
onderin de statusmelding verschijnt informatie over de momenteel actieve beurt met een symbol en een bijbehorende tekst.
Start van de maaibeurt:
de tekst "Opgelet - iMow start", een knipperende displayverlichting en een signaaltoon gezven de aanstaande start van de maaimotor aan. Pas enkele seconden nadat de robotmaaier in beweging is gekomen, worden het maaimes automatisch ingeschakeld.
Huidige maalbeurt:
Detekst "iMow"verschijnt.

Randmaaien:
terwijl de robotmaaier de rand van het maavlak bewerkt, verschijnt de tekst "Rand worden gemaad".
Naar dockingstation:
wonneer de robotmaier terug hier het dockingstation rijdt, worden op het display de betreffende reden (bijv.accun ontladen,maaien beeindigd) weergegeven.
Laden van de accu:
bij het laden van de accu verschijnt de tekst "Accu worden opgeladen".




10.3 Hoofdmenu
Het hoofdmenu verschijnt,
- wanneer de statusmelding (10.2) door op de OK-toets te drukken worden afgesloten,
-wanneer op het tweede menuniveau de OK-toets worden ingedrukt.

In het hoofdmenu konnen 4
submenu's worden geselecteerd.
- Commando's ( 10.4) iMow blokkeren Automaat in- en uitschakele Naar dockingstation Handbesturing Maaien starten Maaien met vertraagde start Volgende acteve tijd oversla Randmaaien
- MaaSchema ( 10.5) Dagschema Weekschema
- Informatie ( 10.8) Meldingen
Activitieten
Status iMow
Status gazon
4.Installingen ( 10.9)
iMow Installatie Veiligheid Service Vakhande
10.4 Commando's

Selecteer het gewenste commando met het stuurkruis en voer het met OK UIT.
- iMow blokkeren
- Automaat in- en uitschakelen
- Naar dockingstation
- Handbesturing
- Maaien starten
- Maaien met vertraagde start
- Volgende acteveijd overslaan
-
Randmaaien
-
iMow blokkeren: machineblokkering activeren. Druk op de aangegeven toetsencombatie om te ontgrendelen. ( 5.2)
-
Automaat inschakelen/ uitschakelen: bij ingeschakelde automaat versuschijnt in de statusmeling de tekst "Automaat ingeschakeld", naast het accussymbool verschijnt in de menu's het automaatsymbool. De robotmaaier bewerkt het maavilak volautomatisch. Bijuitgeschakelde automaatverschijnt in de statusmeling de tekst "Automaat


uitgeschakeld", de actieve tijden in het maaischema worden inactief (grijs) weergegeven. Het mauivilak worden nicht automatisch bewerkt. Maaibeurten können via de commando's "Maaien starten", "Maaien met vertraagde start" worden geactiveerd.
3. Naar dockingstation:
de robotmaier rijdt'erug hier het dockingstation en laadt de accu op. Bij ingeschakelde automaat bewerkt de robotmaierijdens de eerstmogelijkte actieve vrij het maavlak.
4. Handbesturing:
gazon manueel maaien.
Omwille van de veiligheid kan het maaimes alleen worden ingeschakeld wanner de OK-toets ingedrukt worden gehonden en daarna de maaitoets worden ingedrukt. Het besturen gebeurt met het stuurkruis. ( 14.6)
5. Maaien starten:
na het activeren start de robotmaier automatisch de maaibeurt. Leg het einde van de maaibeurt vast. De standardinstelling voor de duur van de maaibeurt kan in de apparaatinstellenen onder "Maaitijd" worden gewijzigd. ( 10.10)

In het hoofdmenu ( 10.3)
kan het commando "Maaien starten" ook door het
indrukken van de maaitoets
worden geactiveerd.
6. Maaien met vertraagde start:
na het activeren start de robotmaaier automatisch, maar met een vertraagde start de maaibeurt. Leg de startijd en het einde van de

maaibeurt vast.
De standaardinstellungen voor de duur van de maaibeurt en de vertraging+kennen in de apparaatinstellenen onder "Maaitijd" of "Vertraging" worden gewijzigd. ( 10.10)
7. Volgende actieveijd overslaan:
het commande kan worden gebruikt als de robotmaaiertijdens de volgende actieve vrijd Niet要去 werken (bijv. bij een tuinfeest). Na bevestiging worden erijdens de volgende actieve vrijd Niet gemaaid. Een zodanig geblokkeerde actieve vrijd wordt in het maaischema grijs weergeveen. Ze kan in het menu "Dagschema"weer voor het maaien worden vrijgeven. ( 10.6) Als het commando meerere keren acheer elkaar worden uitgevoerd, wordt altijd de eerstvolgende actieve vrijd overgeslagen. Als er in de lopende week geen verdere actieve vrijd over is, verschijnt de melding "Volgende week worden nicht gemaaid".
8. Randmaaien:
na het activeren maait de robotmaier de rand van het maavlak. Na een Ronde rijdt hij terug maar het dockingstation en laadt de accu op.
10.5 Maaischema

Het opgeslagen maaischema
wordt via het menu "Maaischema" in 7 het hoofdmenu opgevraagd. De rechthoekige vlakken onder de betreffende dag staan voor de opgeslagen actieveijden. In zwart gemarkeerde actieveijden worden gemaad, vrijze vlakken staan voor actieveijden zonder maaibeurten - bijv. bij een uitgeschakelde actieveijd of na het commando "Actieveijd overslaan". ( 10.4)

Bijuitgeschakelde automaat is het gehele maaischemainactief,alle actieve tijden worden grijs weergegeven.
Als het stuurkuis omhoog of omlaag worden gedrukt, können de submenu's Dagschema ( 10.6) of
Weekschema ( 10.8) worden geseleerd en met de OK-toets worden geopend.
Als de actieve tijden van een specifieke dag moeten worden bewerkt, dan moet de dag met het stuurkruis (aar links of rechts drukken) worden geactiveerd en hetsubmenu Dagschema worden geopend.
10.6 Dagschema

In actieveijden met een vinkje maaien toegestaan, ze worden i het maaischema zwart gemarke
In actieveijden zonder een vinkje is maaien Niet toegestaan, ze worden in het maaischema grijs bemarkeerd.

Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk "Actieve tijden" ter harte. ( 13.3)
Tijdens de actieve tjiden要去 met name derden uit de gevarenzone blijven.
De opgeslagen actieve tjden kunnen apart worden geseleeteerd en bewerkt.
De menuoptie Nieuwe actieveijd kan worden geselecteerd, zo lang als er minder dan 3 actieveijden per dag+zijn opgeslagen. Een aanvullende actieveijd mag geen andere actieve ti overlappen.
Als de robotmaaier op de geseleterde dag Niet要去 maaien, dan要去 de menuoptie Dagschemawissen worden geseleerd.
Actieveijd bewerken:

Actieveijd
MA 08:00-12:00


Achieve hijd uit

Actieveijd wijzigen

Actieveijd wissen

Met Actieveijd uit of Actieveijd aan worden de geseleterde actieveijd voor het automatische maaien geblokkeerd of vrijgeveen.
Met Actieveijd wijzigen kan het tijdventer worden gewijzigd.
Als de geselecteerde actieveijd nicht.
meer nodig is, dan要去 de
menuoptie Actieveijd wissen
worden geselecteerd.

Bij onvoldoendeijdvensters voor de benodigde maaibeurten en oplaadprocedures要去en actieve tijden worden verlengd of aangevuld of moet de maaiduur worden verzort. Op het display verschijnt een bijbehorende melding.
10.7 Weekschema

Weekschema



Maaiduur aanpassen

Nieuw maaischema
De wekelijkke maaitijd kan onder Maaiduur aanpassen worden
ingesteld. De ingestelde waarde is afgestemd op de grootte van het maavlak. ( 13.4)
Lees de aanwijzingen in het hoofdstuk "Programmering aanpassen". ( 14.3)

Het commando Nieuw
maaischemawistalleopgeslagen
actieveijden. De stap "Robotmaierprogrammeren" van de installmentiewizardverschijnt. ( 9.10)

Als de aflsuiting van de nieuwe programmering in een actieve tijd valt, start de robotmaier na het bevestigen van de afzonderlijke dagschema's een automatische maaibeurt.
10.8 Informatie

Informatie






Meldingen
Regen ontdek
VR 13:52
Advies
ZO 15:00
- Meldingen:
in het menu Meldingen worden alle.
actieve fouten, storingen en

aanbevelingen samen met het tijdstip van het optreden vermeld. Bij een storingsvrij bedrivij verschijnt de tekst "Geen meldingen".
Meldingsdetails verschijnen na het indrukken van de OK-toets. ( 23.)
- Activiteiten:
in het menu Activiteiten

verschijnen de LASTe activiteiten van de robotmaaier.
Details van de activiteit (extra tekst,ijdstip en code) verschijnen na het indrukken van de OK-toets.
Alssommige activiteiten ongewoon vaak optreden,raadpleeg uw VIKING vakhandelaar.Fouten bij normala bedrijf worden gedocumenteerd in de meldingen.
3.Status iMow:
in het menu Status iMow vindt u details over de robotmaaier.

-Laadtoestand: acculading in procenten
- Resttijd: resterende maaiduur in de lopende week in uren en minutes
- Datum enijd
- Startijd: start van de volgende geplande maaibeurt
Aantal alle afgesloten maaibeurten
- Maaiuren: duur van alle afgesloten maaibeurten in uren
- Afstand: totaal afgelegde afstand in meters
- Ser.-No.: serienummer van de robotmaaier, ook af te lezen op het typeplaatje in hetvak onder de bedieningsconsole.
- Accu: serienummer van de accu
- Software: geinstalleerde apparaatsoftware
4. Status gazon:
in het menu Status gazon verzchijnen details over het gazon.

- Maaivlak in vierkante meters: waarde zoals ingevoerd bij de eerste installmentie of bij een neue installment. ( 9.4)
Rondetijd: duur van een Ronde rondon het maavlak in minutes en seconden
- Startpunter 1-4: afstand van het betreffende startpunt van het dockingstation in meters, rechtsom gemeten. ( 10.13)
- Omvang: omvang van het maaivlak in meters
- Randmaaien: freundie van het randmaaien per week ( 10.13)
10.9 Installingen

- iMow:
apparaatinstellingen
aanpassen (⇒ 10.10) - Installatie: installatie aanpassen en testen ( 10.13)
- Veiligheid: veiligheidsinstellungen aanpassen ( 10.15)
- Service:
onderhoud en service (⇒ 10.16)




5. Vakhandel:
menu is door de
vakhandelcode beevilgid. De
VIKING vakhandelaar voert met behulp van dit menu diverse onderhouds- en serviceactiviteiten UIT.


10.10 iMow - apparaatinstelleningen
1. Regensensor:
de regensensor kan zodanig worden ingesteld dat het maaien bij regen wordt onderbroken of Niet wordt ges

Regensensor instellen ( 10.11)
2. maaitijd:
installen van de standard voor de duur van een maaibeurt na het activeren van een commando "Maaien starten". ( 10.4)

3. Vertraging:
installen van de standard voor de vertraging na het activeren van een commando "Maaien met vertraagde start". ( 10.4)
4. Statusmelding:
selecteren van de informatie die in de statusmelding要去verschijnen. ( 10.2)

- Statusmelding instellen ( 10.12)
5. Tijd:
installen van de actuèle tijd. De ingestelde tijd要去 bezelfde zich als de werkelijkke tijd, om te voorkomen dat de robotmaaier ongewenstGaat maaien.
6. Datum:
instellen van de actuele datum. De ingestelde datum moet bezelfde een als de werkelijkke kalenderdatum, om te voorkomen dat de robotmaier ongewenst gaat maaien.
7. Datumformula:
installen van het gewenste datumformaat.

8. Verplaatsing:
de robotmaier rijdt standard 6 cm
aar binnen verplaatst langs de
begrensingsdraad. Met deze waarde dokt
het apparaat gegarandeerd goed aan. De
iRuler werkt ook met een verplaatsing van
6 cm.

VIKING raadt aan de
standaardinstelling van 6 cm Niet te
wijzigen.
- Alleen indien nodig het selectievenster met OK openen en gewenste waarde (3 cm tot 9 cm) instellen.
9. Taal:
gewenste displaytaal instellen.
Standaard is de taal ingesteld die bij de eerste installmentige selekteerd is.
10. Contrast:
Indien nodig kan het displaycontrast ingesteld worden.

10.11 Regensensor instellen
Druk voor het instellen van de sensor met 5-standing het stuurkruisaar links of rechts. De huidige waardeverschijnt in het menu "Instellingen" met een streepjesgrafiek. De gevoeligheid van de regensensor kan aan de lokale situatie en wensen worden aangepast.Met name kan ook worden ingesteld hoe lang de robotmaaier na regen wacht op het opdrogen van het maaivlak.
Bijeen gemiddelde
gevoeligheid is de robotmaier gereed voor gebruik onder normale buitenomstandigheden.
De balk verder maar links schuiven voor het maaien bij hogere vochtigheid.
Helemaal links maait de robotmaaier ook in natte omstandigheden en onderbreekt de maaibeurt Niet wanner regendruppels op de sensor terechtkommen.
De balk verder maar rechts schuiven voor het maaien bij geringe vochtigkeit.
Helemaal rechts, maait de robotmaaier alleen wanner de regensensor volledig droog is.



10.12 Statusmelding instellen
Selecteer voor het configureren van de statusmelding de linker ofrechtter melding met het stuurkruis en bevestig met OK.
Laadtoestand:
weergave van het accusymbol samen met de laadtoestand in procenten
Resttijd:
resterende maiaiduur in de lopende week in uren en minuten
Tijd en datum:
huidige datum en huidige tijd
Starttijd:
start van de volgende geplande
maaibeurt
Maaibeurten:
aantal van alle maaibeurten tot nu toe
Maaiuren:
duur van alle maaibeurten tot nu toe
Afstand:
totaal afgelegde afstand


10.13 Installatie
1. Nieuwe installment:
met een neue installmente wordt de installatiewizard opnieuw gestart, het bestaande maaischema wordt gewist. ( 9.4)
2. Startpunter:
de robotmaier befind het maaien steeds bij het dockingstation of bij een van de gedefinieree de startpunter. Als bepaalde deelzones onvoldoende worden bewerkt, können deze zo gericht worden behandeld. In gebieden die de robotmaier via een doorgang bereikt,要去 ten minste een startpunt worden vastgelegd.
- Startpunten instellen ( 10.14)
3. Rand testen:
de robotmaaier start na het activeren een proefrit ter controle van een correcte bedrading.
De stap "Installatie controlen" van de installmentwizard worden gestart. ( 9.9)


Als controle van de correcte bedrading rond een verboden zone, de robotmaier met de voorzijde in de richting van de verboden zone in het maavlakplaatsen en testverloop starten.
4. Randmaaien:
in het menu Randmaaien kan J
worden vastgelegd hoe vaak de
robotmaaier de rand van het maivlak
moet maaien:
Nooit - standardinstelling

Eén keer - de rand wordt een keer per week gemaaid.
Twee keer - de rand wordt twee keer per week gemaaid.
10.14 Startpunter instellen
Om in te stellen
alle bestaande startpunten worden gewist en de robot rijdt een Ronde om het maavlak langus de begrenzingsdraad.

Onderweg konnen er door indrukken van de OK-toets maximaal 4 startpunter worden vastgelegd, daarna dokt de robotmaaier wee aan in het dockingstation. Desgewenst kan het instellen met de STOP-toets worden afgeb broken. Bij hinderissen aan de rand van het maavlak worden het rijden ook afgebrozen.
Na het aandokken of na het afbreken worden na bevestiging met OK de{nieuwsteartpunten opgeslagen.Aan de opgeslagen punten wordt een startfrequentie van 15% toegekend.
- Wijzig indien nodig na het instellen de startfrequentie.
Stuur bij voortijdige beeindiging van het instellen de robotmaaier via het commando waar het dockingstation. ( 10.4)
Startpunt 1 t/m 4 handmatig instellen:
leg de afstand van het startpunt van het dockingstation vast en definiert de startfrequentie.
De afstand is het traject van het dockingstationaar het startpunt in meters,in wijzerzin gemeten.
De startfrequentie kan:tussen 0 % en 25 % liggen en definiert hoe vaak een maaibeurt bij dit startpunt要去 worden begonnen.

Het dockingstation is als startpunt 0 gedefinieerd,
standaard worden
maaibeurten van waaruit gestart.
De startfrequentie is even hoog als de berekende restwaarde op 100% .
10.15 Veiligkeit
- Machineblokkering
- Stand
- Pincode wijzigen
- Meldsignaal
- Menusignaal
- Toetsenblok.
- iMow + Dock koppelen
1. Machineblokkering:
met OK worden de machineblokkering actief, de robotmaaier kan Niet meer in gebruik worden genomen. De robotmaaier要去 voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden, voor transport en voor de inspectie worden gecontroleerd. ( 5.2)



Druk voor het ongedaan maken van de machineblokkering op de aangegeven toetscombinatie (maaitoets en OK-toets).
2. Stand:
er kuren 4 veiligheidsstanden worden ingesteld, afhankelijk van de stand worden er bepaalde blokkeringen en veiligheidsvoorzieningen actief.
Geen:
pincode invoeren voor het koppelen van robotmaaier en dockingstation en voor het terugzetten van het apparatus op de fabrieksinstellungen; tjdblokkering is actief.
Midden:
zie "Laag", waar bij hunnen instellenen pas na het invoeren van de pincode worden gewijzigd.
Hoog:
zie "Midden", naast de vraag om de pincode is een diefstalbeveiliging actief.

VIKING raadt aan, een van de veiligheidsstanden "Laag", "Midden" of "Hoog" in te steller
- Selecteer de gewenste stand en bevestig met OK, voer desgewenst een 4-cijferige pincode in.
Resetgrendel:
vraag om pincode voor het terugzetten van het apparaat op fabrieksinstellenen.
Koppelgrendel:
vraag om pincode voor het koppelen van robotmaaier en dockingstation.
Tijdblokkering:
vraag om pincode voor het wijzigen van een instelling, wanner er langer dan 1 maand geen pincodeeer ingevoerd is. Instelbeschemr.:
vraag om pincode, wanneer instelleningen worden gewijzigd.
Diefstalbeevil.:
als de maaier langer dan 10 seconden bij de greep omhoog worden gehonden, dan verschijnt de vraag om de pincode. Als de pincode Niet binnen 1 minut worden ingevoerd, dan klinkt er een alarmtoon en wordt de automaatuitgeschakeld.
3. Pincode wijzigen:
de 4-cijferige pincode kan zo nods worden gewijzigd.


De menuoptie "Pincode wijzigen"
verschijnt alleen bij de
veiligheidsstanden "Laag",
"Midden" of "Hoog".
Voer eerst de oude pincode in en bevestig.Deze met OK.
Stel de nouvelle 4-cijferige pincode in en bevestig deutsche met OK.

VIKING raadt aan de gewijzigde pincode te noteren.
Als de pincode 5 keer onjuist ingevoerd is, is een 4-cijferige mastercode nodig, bovendien wordt de automaat uitgeschakeld Voor het genereren van de mastercode moet u de VIKING vakhandelaar het 9-cijferige serienummer en de 4-cijferige datum, die op het selectievenster verzchijnen, doorgeven.
4. Meldsignaal:
in- of uitschakelen van het akoestische signaal dat klinkt wanner de robotmaaier gegen een hindernis rijdt.

5. Menusignaal:
in- of uitschakelen van het
akoestische kliksiignaal dat klinkt
wonneer er een menu worden geopend of
een optie met OK worden bevestigd.
6. Toetsenblok.:
na het inschakelen van de toetsenblokkering kannen de toetsen van de bedieningsconsole alleen worden bediend wanner eerst de toets Terug ingedrukt wo gehonden en daarna het stuurkru voren worden gedrukt.
De toetsenblokkering worden 2 Minutes na de laatste bediening van de toetsen actief.
7. iMow + Dock koppelen:
de robotmaaier werknt na de eerste ingebruikname uitsluitend met het meegeleverde dockingstation. Na het verrangen van het dockingstation of van elektronische onderdelen in de robotmaaier of voor het in gebruik nemen van de robotmaaier op een ander maavlak met een ander dockingstation要去en robotmaaier en dockingstation worden gekoppeld.
- Installer het dockingstation en sluit de begrenzingsdraad aan. ( 9.5) , ( 9.7)

Til de robotmaaier aan de handgreep (1) iets op en ontlast de aandrijfwienen. Schuif het apparaat op de voorwieren in het dockingstation.

Voer na het indrukken van de OK-toets de pincode in, daarnazoek de robotmaaier hier draadsignaal en slaat het automatisch op. De procedure duurt enkele minuten. ( 9.8)
De pincode is bij veiligheidsstand "Geen" nicht nodig.
10.16 Service
1. Vervang de messen:
met OK worden het inbouwen van een neue maaimes bevestigd.
Als het mes meer dan 200 uur in gebruik is geweest,verschijnt demelding"Maaimes verrangen"(15.4)
2. Draadbreuk zoeken:
als op het dockingstation de rode led knippert, is de begrenzingsdraad onderbroken. ( 12.1) Met OK worden er een wizard voor het vinden van de breuk geactiveerd.
Draadbreuk zoeken ( 15.6)
met OK worden de robotmaaier op fabrieksinstellungen teruggezet, de installmentwizard worden opniewu gestart. ( 9.4)
Voernahetindrukken van de OK-toets de pincode in.


De pincode is bij veiligheidsstand "Geen" nicht nodig.
11. Begrenzingsdraad

Voor het leggen van de
begrenzingsdraad, me
name voor de eerste
installatie, moet u het
gehele hoofdstuk doorlezen en de ligging van de draad precies plannen.
Voer de eerste installment met de installmentwizarduit. ( 9.)
Als u ondersteuning nodig hebt, is de VIKING vakhandelaar u graag van dienst bij het voorbereiden van hetmaalvaklak en het installereren van de begrenzingsdraad.
Controleer vór het definitief vastzetven van de begrenzingsdraad de installmentie. ( 9.9) De bedrading moet in de regel bij doorgangen, vernauwingen of verboden zones worden aangepast.
Afwijkingen konnen voorkomen.
- als de technische möglichkheden van de robotmaaier worden uitgeput, bijvoorbeeld door zeer lange doorgangen of bij een ligging in de buurt van metalen voorwerpen of boven metaal onder het gazon.
- als de constructie van hetmaalvlak special voor het gebruik van de robotmaier worden gewijzigd.
11.1 Ligging van de begrenzingsdraad plannen

Lees de installmentevoorbeelden
aan het einde van de gebruiksaanwijzing door. ( 26.) Installee bij het leggen van de begrenzingsdraad ook verboden zones, doorgangen, aanpalende gazons en draadreserve, om latere correcties te voorkomen.
- Locatie van het dockingstation
vastleggen ( 9.5)
- Hindernissen op hetmaalvlak verwijderen of verboden zones aanbrengen. (11.8)
- De begrenzingsdraad moet in een doorlopende lus rondon het gehele maavlak worden gelegd - maximale lengte 500m .
- Doorgangen en aanpalende gazons: voor het maaien in automatische modus, alle zones van het maaivlak met doorgangen verbinden. ( 11.10) Als waaroor onvoldoende ruimte is,要去en er aanpalende gazons worden ingesteld. ( 11.9)
- Neem bij het leggen van de begrenzingsdraad de afstanden inRCT ( 11.3):
9 cm bij begaanbare hindernissen (b. v. voetpaden)
18 cm bij doorgangen
27 cm bij hoge hindernissen (b.v. muren, bomen)
54 cm minimale afstand in vernauwingen
100 cm bij wateroppervlakken en mogelijke plekken waar het apparaat kan omvallen (randen, terrassen)
Hoeken:
het leggen in scherpe hoeken (kleiner dan 90^ ) vermijden
Draadreserve:
Om het verplaatsen van begrenzingsdraad nudien vlotter te latent verlopen, dient men meertere draadreserves te installereren. ( 11.11)
11.2 Schets van het maavlak make

Bij het installereren van de robotmaaier en het dockingstation verdient het aanbeveling om een schets van het maavlak te makeen. Aan het begin van deze gebruiksaanwijzing is hiervoor een pagina voorzien. Deze schets moet bij latere wijzigingen worden aangepast.
Inhoud van de schets:
- vom van hetmaalvak met belangrijke hindernissen, grenzen en eventuele verboden zones waar de robotmaaier Niet mag werken. ( 26.)
- positie van het dockingstation ( 9.5)
- liggig van de begrenzingsdraad De begrenzingsdraad groeit na korte tijd in de bodem in en is nicht meer te zien. Geef de rigging van de draad rondon hindernissen aan. ( 9.6)
- ligging van de draadverbinders De gebruikte draadverbinders zijn na korteijd Niet meer te zien. Noteer hun positie, om ze zo nods te konnen verwangen. ( 11.12)
11.3 iRuler
Afstand meten:
om de begrenzingsdraad op de juiste afstand tot de rand van het gazon en tot hindernissen te leggen,要去 voor het meten van de afstand de iRuler worden gebruikt.

A-9cm
Afstand:tussen de rand van het maaivlak en de begrenzingsdraad.


B-18cm
De robotmaaier mag met een acheerwiebuiten het maavlak rijden, het gazon wordt tot aan de rand van het gazon gemaad.
Draadafstand in doorgangen. ( 11.10)

Een doorgang verbindt meerdere
maaivlakken of overbrugt vernauwingen.
Minimale bredte van begaanbare stenen.

Begaanbare stenen moeten minstens 18 cm breed zich.

Leg de begrenzingsdraad rond buitenhoeken verder van de stenen. ( 9.6)
Gebruik indien nodig bredere stenen.
Afstand:tussen eenhindernis en de begrenzingsdraad.

C-27cm

De robotmaaier要去 volledig binnen het maavlak rijden en mag de hindernis Niet aanraken.
De dubbele afstand (54 cm, d.w.z. 2 iRuler-lengths of de bredte van het apparaat) is de minimale draadafstand in vernauwingen. ( 11.4)
Hoopte van hindernissen meten:
de robotmaaier kan overhindernissen als wegen rijden als het te overwinnen hoogteverschil minder dan 3cm is.De stand op de iRuler is precies dele zoogte.

Hindernis islagerdan3cm: begrenzingsdraad met afstandA9cm) leggen.


Hindernis is hoger dan 3 cm: begrenzingsdraad met afstand C (27cm) leggen.

Stel desgewenst de snijhoogte zo in dat de robotmaaier met het maaiwerk geen hinderissen raakt. Als de laagste snijhoogte worden ingesteld, kan de robotmaaier dus minder dan 3 cm overwinnen.
11.4 Vernauwingen
De robotmaaier rijdt automatisch door alle vernauwingen, zolang de minimale draadafstand worden aangehouden. Smalle gebieden van het maavlak要去en met begrenzingsdraad worden afgebakend.
Als er twee maaivlakken door een smalle gang met elkaar+zijn verbonden, dan kan er een doorgang worden geinstalleerd. ( 11.10)

De minimale draadafstand is 54~cm ofwel 2 iRuler-lengths of de bredte van het apparaat.
Daarom is er bij vernauwingen de volgende ruimte nodig:
tussen hoge hindernissen van meer dan 3 cm hoog, zoals muren 108 cm,
- tussen berijdbare hinderissen van minder dan 3cm hoog, zoals wegen 72~cm
11.5 Begrenzingsdraad leggen
Gebruik originele bevestigingsnagels en originele begrenzingsdraad.
De legrichting (rechts- of linksom) kan maar keuze worden geselecteerd.
Trek bevestigingsnagels nooit met behulp van het begrenzingsdraaduit - gebruik.altijd geschikt gereedschap (bijv. combinatietang).
Maak een schets van de ligging van de begrenzingsdraad. ( 11.2)
De begrenzingsdraad kan ook in een kabelsleuf van maximaal 10cm diep worden ingegraven.
- Dockingstation installeren. ( 9.5)
Leg de begrenzingsdraad vanaf het dockingstation rond het maaivlak en om eventuele aanwezighe hindernissen ( 11.8) en bevestig.Deze met bevestigingsnagels aan de bodem. Controller de afstanden met behulp van de iRuler. ( 11.3) Lees de informatie in het hoofdstuk "Eerste installmente". ( 9.6) - Begrenzingsdraad aansluiten. ( 11.6)
11.6 Begrenzingsdraad aansluiten
Stekker uittrekken en afdekking van het dockingstation wegemen.

Leg de begrenzingsdraad in kabelgeleidingen van de bodemplaat, geleid deze door de sukkel, breng de stekker aan en sluit deze aan op het dockingstation.
Lees de informatatie in het hoofdstuk "Eerste installment". ( 9.7)
- Afdekking van het dockingstation monteren en daarna voedingsstekker aansluiten.
Draadsignaal testen. ( 12.1)
Aandokken testen. ( 14.7) Verbeter indien nodig de positie van de begrenzingsdraad bij het dockingstation.
11.7 Verbindingstrajecten installeren
De robotmaaier negeert het begrenzingsdraadsignaal wanner de draden zich bij elkaar, parallel worden gelegd. Verbindingstrajecten要去en worden geinstalleerd,
- als er naastgelegen gazons要去en worden geinstalleerd. ( 11.9)
- als er verboden zones nodsijk. ( 11.8)
VIKING raadt aan
verbindingstrajecten in het kader
van het leggen van de draad
samen met de betreffende
verboden zones of naastgegen
gazons te leggen.
Bij achteraf installereren moet de draadlus worden doorgeknipt, verbindingstrajecten moeten dan via de meegeleverde draadverbinders worden opgenomen. ( 11.12)

In verbindingstrajecten worden de begrenzingsdraad (1) parallel gelegd, de draden mogen elkaar Niet kruiken en要去en zich bij elkaar liggen. Maak het verbindingstraject met voldoende bevestigingsnagels (2) aan de bodem vast.
11.8 Verboden zones installeren
Rondom hindernissen die de robotmaaier nicht mag aanraken, die lager zichn dan 10cm of die nied stabel genoeg zichn om ertegen te stoten,要去en verboden zones worden geinstalleerd.
VIKING raadt aan,
- hindernissen met verboden zones af te grenzen of te verwijderen,
- verboden zones na de eerste installmentie of na veranderingen in de draadinstallatie met behulp van het commando "Rand testen" te controleren. (⇒ 10.13)

Verboden zones moeten een minimale diamater van 54 cm hebben, de afstand tot de randlus A要去 ook meer dan 54 cm zichn. 54 cm is evenveel als 2 iRuler-lengths.

Geleid de begrenzingsdraad (1) van de omranding maar dehindernis,legdeze op de juiste afstand (iRuler gebruiken) rondon de hindernis (2) en bevestigdezem een voldoende aaantal bevestigingsnagels (3) aan de bodem. Leg de begrenzingsdraad daarna terug maar de omranding.
Tussen hindernis en omranding moet de begrenzingsdraad parallel en zonder doorkruisen in een verbindingstraject worden gelegd. ( 11.7)
11.9 Aanpalende gazons
Aanpalende gazons zich gebieden van het maaivlak die door de robotmaaier nicht volautomatisch+kunnen worden bewerkt, odomat hij waar geen toegang heeft. Zo kunnen meerdere geschienen maaivlakken met een enkele begrenzingsdraad worden omrand. De robotmaaier要去 met de hand van heteneaar het andere maaivlak worden gebracht.De maiaheurt worden via het commando "Maaien starten ( 10.4) of "Maaien met vertraagde start" ( 10.4) geactiveerd.

Het dockingstation (1) wordt op het maaivlak A geinstalleerd. Dit wordt volgens het maaischema volautomatisch bewerkt. De aanpalende gazons B en C maar met verbindingstrajecten (2) met het maaivlak A verbonden. Op alle gazons
moet de begrenzingsdraad indezelfde
richting worden gelegd -
begrenzingsdraad in de
verbindingstrajecten Niet doorkruisen.
11.10 Doorgangen
Als er meerere maaivlakken要去en worden gemaaid (bjv. maaivlakken voor en acheher hetuis), kan er een doorgang als verbinding worden geinstalleerd. Zo kuren alle maaivlakken automatisch worden bewerkt.
In doorgangen worden het gazon alleen bij het afrijden van de begrenzingsdraad gemaad. Activeer desgewenst automatisch randmaaien of maai de zone van de doorgang regelmatig manueel. ( 10.4) ( 10.13)
Voorwaarden:
-minimale bredte tussen vaste hindernissen in de doorgang 72 cm, tessen begaanbare wegen 36 cm.
- Doorgang is vrij begaanbaar.
-In de zone van het tweede maaivlak wordt minstens 1 startpunt gedefinieree. ( 10.14)

Het dockingstation (1) word in het maaivlak A geinstalleerd. Het maaivlak B is met een doorgang (2) met het maaivlak A verbonden. De begrenzingsdraad (3) kan door de robotmaaier geheel worden afgereden. Voor het bewerken van het maaivlak B要去en startpunten (4) worden gedefiniereid. ( 10.14) Afzonderlijke maalbeurten beginnen dan afhankelijk van de instelling (startfrequentie) bij de startpunten.

De draadafstand is in doorgangen steeds 18 cm.
Daarom is er de volgende ruimte nodig:
tussen hoge hindernissen van meer dan 3 cm hoog, zoals muren 72~cm
tussen voetpaden of berijdbare hindernissen van minder dan 3 cm hoog, zoals wegen 36 cm.

In doorgangen worden de begrenzingsdraad (1) parallel met 18 cm afstand gelegd en met voldoende bevestigingspennen (2) op de bodem vastgemaakt.

A.B.C-voorbeelden voor doorgangen.

11.11 Draadreserve installeren
Draadreserves die op regelmatige afstand zich geinstalleerd vergemakkelijken de moodzakelijkke correcties, zoals de positie van het dockingstation of het verloop van de begrenzingsdraad nudien te wijzigen. Draadreserves zullen vooral in de buurt van moeilijke doorgangen geplaatst worden.

Begrenzingsdraad (1) over een lenght van ca. 1 mussen 2 bevestigingspennen plaatsen zoals afgebeeld. Draadreserve in het midden met een andere bevestigingspen aan de bodem vastmaken.
11.12 Draadverbinders gebruiken
Voor het verlengen van de begrenzingsdraad of voor het verbinden van losse draaduiteinden mogenuitsluitend de meegeleverde, met gel gemulde draadverbinders worden gebruikt. Ze voorkomen vroegtijdige slijtage (bijv. corrosie aan de draaduiteinden) en garanderen een optimale verbinding.
Geef de positie van de draadverbinders op de schets van het maavlak aan. ( 11.2)

Steck losse draaduiteinden (1) tot aan de aanslag in draadverbinders (H). Druk draadverbinders met een geschikte tang bij elkaar - ga na of ze goed vastklikken.
12. Dockingstation
12.1 Bedieningselementen van het dockingstation

Een rode led (1) en een groene led (2)
geven informatie over de status van het dockingstation en het draadsignaal.
Met de Home-toets (3) kan de robotmaaier tijdens een maaibeurt maar het dockingstation worden teruggehaald.
Met de Aan/uit-toets (4) konnen het dockingstation en daarmee het draadsignaal worden in- en uitgeschakeld.
Rode led brandt
Activiteit Rood Groen
Standby
draadsignal OK
Laden
Terugroepen
Draadbreuk
Draadbreuk zoeken
Fout
Home-toets:
tijdens een maalbeurt activeert het indrukken van de Home-toets de terugkeer.
De robotmaaier beeindigt de lopende maaibeurt, zoekt maar de begrensingsdraad en gaat terug maar het dockingstation om de accu op te laden. In de lopende acteveijd volgt er geen verdere maaibeurt.
Het terugkeren blijft actief tot de robotmaier aangedokt is of tot de Home-toets opnieuw ingedrukt worden.
Aan/uit-toets:
voort het automatisch bewerken van het maavlak hoeft u de Aan/uit-toets nicht in te drukken. Het draadsignaal wordt volautomatisch in- of uitgeschakeld.
Wonneer de robotmaier Niet aangedokt is, activeert u het dockingstation door op de Aan/uit-toets te drukken. Het draadsignaal blijf 48 uur actief, voor zover de robotmaier Niet eerder aandokt.
Bij werking van het apparaat wordt het draadsignaaluitgeschakeld door de toets 3 seconden lang in te drukken en blijft de
robotmaaier op het maavlak staan. Op het display van de robotmaaier verschijnt een bijbehorende melding.
13. Tips voor het maaien
13.1 Algemeen
De robotmaaier is ontwikkeld voor het automatisch onderhonden van gazonoppervakken. Hierbij worden het gras door een continue bewerking kort gezlogen. Het resultaat is een fraai en volgazon.
Gazons die nicht eerder met een conventionele grasmaaier zich gemaadid, zich pas na meerere maaieurten zuiver bewerkt. Vooral bijiets hoger gras ontstaat er daardoor pas na een paar maaieurten een zuiver maairesultaat.
Bij warm en droog waar要去 het gazon Niet te kort worden gehonden, omdat het anders verbrandt door de zon en lelijk wordt.
Met een scherp mes is het maairesultaat fraaier dan met een bot mes. VerwisseI het waarom regelmatig.
13.2 Mulchen
De robotmaaier is een mulchmaaier.
Bij het mulchen worden de grassprieten na het maaien verder in het maaiwerkhuis verkleind. Daarna vallen zich terug in het grasveld, waar zich blijven liggen en verrotten.
Het Klein gehakte maiaigoed geeft
organische voedingsstoffen aan de bodem
terug en dient zo als natuurlijke mest. Zo
hoeft u veel minder vaak te bemesten.
13.3 Actieveijden
Tijdens de actieve tijden mag de robotmaaier te allen tjde het dockingstation verlaten en het gazon maaien. Tijdens deze tijden vinden waarom maaibeurten, oplaadbeurten en rustfases plaats. De robotmaaier verdweit de benodigde maai- en oplaadbeurten automatisch over de beschikbare tijdvensters.
Bij de installmentie worden actieve tijden automatisch over de gehele week verteeld. Er worden ook rekening gehonden met tijdreserves - zo is een optimaal gazononderhoud gegardeerd, ook als er bij uitzondering geen maaibeurten möglichk zijn (bijv. vanwege regen).

Tijdens de achieve tjiden moeten derden uit deGeVarenzone blijven. Pas de achieve tjiden eventeel aan.
Houd u bovendien aan de gemeentelijkbebpalingen voor het gebruik van robotmaaiers en de instructies in het hoofdstuk "Voor uwveiligheid" ( 6.) en verander de actieve tijden in het menu "Maaischema". ( 10.6) Vraag met name bij de verantwoordelijkke autoriteit na op welke tijden het apparaat overdag en'snachst mag worden gebruikt.
13.4 Maaiduur
De maaiduur geeft aan hoeveel uur per week het gazon moet worden gemaad. Deze kan in de weekinstellenen ( 10.7) worden verlngd of verkort.
De maaiduur is gegiek aan de tijd gedurende welke de robotmaaier het gazon maait. Perioden waarin de accu worden opgeladen, worden nicht bij de maaiduur geteld.
Bij de eerste installmentie berekent de robotmaaier de maaiduur automatisch vanuit de opgegeven groote van het maaivlak. Deze richtwaarde is afgestemd op normale gazons bij droge omstandigheden.

Te bewerken oppervlak:
MI 632: 60 minuten voor 100m^2 MI 632 P: 45 minuten voor 100m^2
13.5 Manueel maaien
Schakel het maaimes Niet in hoog gras of met de laagste snijhoogte in.
De robotmaaier mag slechts zo worden belast, dat het maaimotortoerental waar bij nicht aanzienlijk daalt. Stel bij een dalend toerental of wanner de robotmaaier langzamer rijdt een hogere snijhoogte in.
14. Apparaat in gebruik nemen
14.1 Voorbereiding

Voor de eerste installmentie is een installmentiewizard beschikbaar. ( 9.)
-
Dockingstation installeren ( 9.5)
-
Begrenzingsdraad leggen (⇒ 9.6) en aansluiten (⇒ 9.7)
Vreemde voorwerpen (bijv. spelgoed, gereedschap) van het maaivlak verwijderen
Accu opladen ( 14.8) - Tijd en datum instellen (⇒ 10.10)
- Maaischema controlleren en zo nods aanpassen - zorg ervoor dat uijdens de actieveijden buiten de gezarenzone blijft. (⇒ 10.5)

Zeer hoog gazon voor gebruik van de robotmaier met een gewone grasmaier kort maaien (bijv. na een lange onderbreking).
14.2 Bedieningsconsole wegemen en plaatsen
De bedieningsconsole kan indien gewenstuit de robotmaaier worden genomen, om manueel te maaien of bijv. deprogrammering te wijzigen.
Het automatische gebruik van de robotmaaier is uitsluitend met geplaatste bedieningsconsole möglichk.
Bedieningsconsole wegnen:
- Druk bij een werkend apparaat vór het wegemen van de bedieningsconsole op de STOP-toets.

Bedieningsconsole (1) achteraan met een lichte ruk opheffen en uit de robotmaaier wegemen. Deze blijft met een spiraalkabel met het apparaat verbonden.
Bedieningsconsole plaatsen:



Berg de spiraalkabel (1) op in het behuizingsvak. Kantel de besturingsconsole iets maar achteren, geleid de bevestigingsnokken (2) in de uitsparingen van de behuizing (3), druk de besturingsconsole vooraan omlaag en laat deze vastklikken.
14.3 Programmering aanpassen
De huidige programmering kan in het maaischemaworden bekeken. ( 10.5) Het maaischemawordt bij de installmente of
het maken van een新模式aaischemavanuit de groote van het maivlakberekend.
De achieve tijden en de maaiduur können specifiek worden gewijzigd, de vereiste maaibeurten zich worden automatisch verdoeffel over de mogelijkke achieve tijden. Zo nodig lopen erijdens een achieve tijd ook meerdere maaibeurten en oplaadprocedures af. Desgewenst worden de rand van het maivlak automatisch met regelmatige:tussenpozen gemaaid. ( 10.13)
Er zijn maximaal drie verschillende actieve tijden per dag möglichk. ( 10.5)
Als de robotmaaier bepaalde zones in het maavlak gericht moet behandelen, moeten er specifieke startpunten worden gedefinieree. ( 10.14)
Soms (bijv. mooti wee of royale tijdvensters) worden voor een optimaal gazononderhoud nicht alle actieve tijden benut.
Wijzigenvandactievetijden: ( 10.6)
- aanvullende actieve tijden voor verdere maaibeurten
Tijdvensters aanpassen, om bijv. 's morgens of 's nachts maaien te vermijden. - Specifieke activiteiten overslaan,**
omdat het maaivlak bijv. worden gebruikt voor een feestje.
Verlengen van de maaiduur: ( 10.7) - er zich zones die nicht voldoende worden gemaaaid, bijv.,ondat het maavlak veel hoeken heeft.
- Intensieve aangroei van het gras in het groeiseizoen
-Zeervolgazon
Verkorten van de maaiduur: ( 10.7)
- minder aangroei van het gras vanwege hitte, koude of droogte
Maken van een nieuw maaischema: ( 10.7)
- de grootte van het maaivlak is gewijzigd.
Nieuwe installment: ( 10.13)
- neue locatie van het dockingstation
Eerste inbedrijfstelling op een新模式laik
14.4 Maien met automaat
- Automaat inschakelen: Bij ingeschakelde automaat verschijnt op het display naast het accusymbol het automaatsymbol. ( 10.4)

Maaibeurten starten: de maaibeurten worden automatisch over de beschikkbare actieveijdeneerdeeld. ( 13.3)
- Maaibeurten beeindigen: als de accu leeg is, rijdt de robotmaaier automatisch terug maar het dockingstation. ( 14.7) Met de STOP-toets kan de ropende maaibeurt op elk moment handmatig worden beeindigd. ( 5.1) Met de Home-toets op het dockingstation worden de ropende maaibeurt ook meteen beeindigd. ( 12.1)
Maaivlakken die de robotmaaier via een doorgang bereikt, worden alleen bewerkt als er startpunten in dit vlak zichen gedefinieree.
14.5 Maaien ongeacht actieveijdnen Maavlakken met dockingstation:
- Om een zone van het maavlak te bewerken dat alleen via een doorgang te bereiken is, robotmaaier er naartoe dragen of rijden.
- Meteen maaien: commando Maaien starten opvragen ( 10.4) of maaitoets indrukken. De maaieurt start meteen en duurt tot het geselecteerde tijdstip.
Maaien met vertraging: commando Maaien met vertraagde start opvragen. ( 10.4) De maaibeurt start bij de geselecteernde startijd en duurt tot aan het geselecteerde eindtijdstip.
Maaien manueel beeindigen: met de STOP-toets kan de lopende maaibeurt op elk moment worden beeindigd. ( 5.1) Met de Home-toets op het dockingstation worden de lopende maaibeurt ook meteen beeindigd. ( 12.1)
Indien gewenst laadt de robotmaaier tussentijds de accu op en zet daarna de maaibeurt voort tot aan het geselecteerde eindtijdstip.
Aanpalende gazons:
- Robotmaaieraar het aanpalende gazon dragen of rijden.
- Meteen maaien: commando Maaien starten opvragen ( 10.4) of maaitoets indrukken. De maaibeurt start meteen en duurt tot het geselecteerde tijdstip.
Maaien met vertraging: commando Maaien met vertraagde start opvragen. ( 10.4) De maaibeurt start bij de geselecteernde starttijd en duurt tot aan het geselecteerde eindtijdstip.
Maaien beeindigen: wonneer het geseleeteerde eindtijdstip bereikt is, blijft de robotmaaier op het aanpalende gazon met een passende melding staan. Het apparaat voor het opladen van de accu in het dockingstation plaatsen en de getoonde melding bevestigen. ( 23.) Met de STOP-toets kan de lopende maaibeurt op elk moment handmatig worden beeindigd. ( 5.1)
Wonneer de accu voor het gekozen eindtijdstip leeg is, worden de maaibeurt dienovereenkomstig ingekort.
14.6 Manueel maaien
i De stootsensor en de randbegrenzing zichtijdens het manuele maaien inactief.
Zonodig accu opladen ( 14.8)
Bedieningsconsole wegemen ( 14.2)
Commando Handbesturing activeren ( 10.4)
Robotmaaier met het stuurkruis bewegen en sturen. Er zijn twee vooruitversnellingen beschikbaar: langzaam met een lichte druk op de toets, snel met een stevige druk op de toets.
- Houd de voeten voör het inschakenen van het maaimes op voldoende afstand tot het maaiwerk - loop algidchter de robotmaier. (4.2)
Schakel het maaimes in door met de rechterduim op de OK-toets te drukken en deze vast te houden, druk daarna met de linkerduim de maaitoets in. Het maaimes draait zolang de maaiknop ingedrukt blijft. - Houd tijdens het manuele maaien met de linkerduim het maaimes ingedrukt en bedien met de rechterduim het stuurkruis.
- Laat voor het uitschakelen van het maaimes de maaitoets los.
- Na het manuele maaien de accu opladen. (⇒ 14.8)
14.7 Robotmaier aandokken
Aandokken bij automatisch gebruik:
de robotmaaier rijdt automatisch terug\ aar het dockingstation wanner de\ actieveijd verstreken is of wanner de\ accu leeg is.
Aandokken forceren:
Eventueel de bedieningsconsole plaatsen ( 14.2)
Eventueel dockingstation inschaken (12.1)
Commando Naar dockingstation activeren. ( 10.4) Tijdens een maaibeurt kan eventueel de Home-toets op het dockingstation worden ingedrukt.
Op het dockingstation mag er na het aandokken geen LED branden. ( 12.1)
In de lopende actieve tijd volgt er na het aandokken geen verdere maaibeurt.
Handmatig aandokken:
- robotmaaier met de bedieningsconsole in het dockingstation rijden - hiervoor bedieningsconsole wegemen ( 14.2) en commando Handbesturing ( 10.4) activeren.
of
- robotmaier met de hand in het dockingstation schuiven.

Til de robotmaaier aan de handgreep (1) iets op en ontlast de aandrijfwielen. Schuif het apparaat op de voorwelen in het dockingstation.
Bedieningspaneelplaatsen ( 14.2)
Op het dockingstation mag er na het aandokken geen LED branden. ( 12.1)
14.8 Accu Iaden

Laad de accu uitsluitend op via het dockingstation. Bouw de accu nooit uit en laad deze nicht op met een extern oplaadapparaat.
Automatisch laden:
bij het maaien gebeurt het laden automatisch steeds aan het einde van de maaibeurt, wanner de robotmaaier aandokt in het dockingstation.

Na het aandokken mag er op het dockingstation geen LED branden. ( 12.1)
Laadprocedurehandmatigstarten:
- breng de robotmaier na gebruik op aanpalende gazons maar het maavlak en dok deze aan. (⇒ 14.7)
Dok de robotmaier na het afbreken van een maaieurt aan. ( 14.7) - Beeing desgewenst standby van der robotmaier door een toets in te drukken. Het opladen start automatisch.
Opladen:
Tijdens het opladen verschijnt op de statusmelding de tekst "Accu worden opgeladen".

In alle overige menu's verschijnt rechtsboven op het display een voedingsstekkersymbol in plaats van het.accusymbol.

Het opladen duurt nicht aktijd even lang en wordt automatisch afgestemd op het volgende gebruik.
Bij oplaadproblemen versusjnt een bijbehorende melding op het display. ( 10.8)
De accu worden pas na het dalen onder een bepaalde spanning opgeladen.
Laadtoestand:
in de statusmelding kan de huidige laadtoestand rechtstreeks worden afgelezen, als de betreffende melding geselecteerd is. ( 10.12)

In alle overige menu's geeft het
accusymbol rechtsboven op het
display de laadtoestand wee.
geen balkje - accu leeg
1 t/m 5 balkjes - accu deels leeg
6 balkjes - accu geheel opgeladen

15. Onderhoud
Kans op letsel!
Voordat u aan onderhouds-- of reinigingswerkzaamheden aan het apparaat begint, dient u het hoofdstuk "Voor uw verilheid" ( 6.) , in het bijzonder de paragraaf "Onderhoud en reparations ( 6.9) , zorgvuldig te lezen en alle veriligheidsinstructies op te volgen.
Activeer voor alle
onderhouds- of
reinigingswerkzaamhede
n de machineblokkering. 5.2

Trek voorafgaand aan onderhoudswerkzaamhe den aan het dockingstation de stekker eruit.

Draag bij alle
onderhoudswerkzaamheden handschoenen, vooral bij
werkzaamheden aan het

15.1 Onderhoudsschema
De onderhoudsintervallen zijn onder andere gebaseerd op de bedrijfsuren. De betreffende teller "Maaiuren" kan in het menu "Informatie" worden opgevraagd. ( 10.8)
Houd de opgegeven
onderhoudsintervallen nauwkeurig aan.
Onderhoudswerkzaamheden opagation met actieve tijden:
- algemene toestand van het apparaat en het dockingstation visueel inspecteren.
- Displaymelding controlleren - huidigeijd en start van de volgende maaibeurt controlleren.
- Controller het maavlak en verwijder zo nodig vreemde voorwerpen enz.
- Controller of de accu wordt opgeladen.
(⇒ 14.8)
Wekelijkse
onderhoudswerkzaamheden:
- apparaat reinigen. (⇒ 15.2)
- Inspector het maaimes, de mesbevestiging en het maaiwerk visuel op beschadigingen (inkepingen, scheuren, breuken enz.) en slijtage. ( 15.3)
Om de 200研究成果:
maaimes verrangen. Op het display verschijnt een herinnering daartoe. ( 15.4)
Jaarlijke onderhoudswerkzaamheden:
- VIKING beveelt een Jaarlijkse inspectie in de wintermaanden door de VIKING vakhandelaar aan. Hierbij worden met name de accu, de elektronica en de software onderhonden.
Wijzig de veiligheidsstand in "Geen" of geef de gebruike pincode door aan de vakhandelaar, zDat hij alle onderhoudswerkzaamheden goed kan uitvoeren.
15.2 Apparaat reinigen
Door het apparaat zorgzaam te behandelen, beschermt u het gegen beschadigingen en verlengt u de levensduur.
Reinigings- en onderhoudspositie:


zet het apparaat voor het reinigen van de bovenkant (afdekkap, afstandsbediening) op een effen, stevige en horizontale ondergrond. Kantel de robotmaaier voor het reinigen van de onderkant van het apparaat (maaimes, maaiwerk) zoals afgebeeld op de linkerkant en zet.Deze tegen een muur.
- Verwijder vuil met een borstel of met een doek. Reinig zeker ook het maaimes en het dockingstation.
Maak eerst de aangekoekte grasresten in de behuizing en in het maaiwerk met een houten spatel los.
- Indien nodig, special Reinigungsmittel (bijv. STIHL speciale reiniger) gebruiken.
15.3 Slijtagegrenzen van het maimes controleren
A
Kans op letsel!
Een versleten maaimes kan afbreken en ernstig letselveroorzaken.Volg waarom de onderhoudsinstructies voor het mes.Maaimessen worden afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur inmeer of mindere mate slijtagegevoelig. Als u het apparaat op een zanderige ondergrond of in droge omstandigheden gebruikt, slijten de maaimessen sneller dan gemiddeld.
Vervang het maaimes minstens om de 200 bedrijsuren en LAST het door de VIKING vakhandelaar slijpen. ( 15.5)
Activeer de machineblokkering. ( 5.2)
Kantel de robotmaier opzij en plaats\
deze veilig gegen een stabiele muur.\
Maaiwerk en maaimes zorgvuldig\
reinigen. ( 15.2)

Mesbreedte A en mesdikte B met een schuifmaat meten.
Is het maaimes op een punt smaller dan 25mm of dunner dan 1,3 mm, dan要去 het worden verrangen.
15.4 Maïmesuit-eninbouwen

Het maimes gaat 200 eer mee. Na dezeijd verschijnt op het display een bijbehorende melding.
Machineblokkering activeren ( 5.2) en handschoenen aantrekken.

Kantel de robotmaier opzij en plaats deze veilig gegen een stabiele muur. Maaiwerk en maaimes zorgvuldig reinigen. ( 15.2)
Maimesuitbouwen:

druk beside lippen (1) op de
meshouder met een hand bij
elkaar en houd deze vast.Draai
de borgmoer (2) met de andere
hand eruit.Verwijder het maaimes samen
met de borgmoer.
Maaimes inbouwen:

Kans op letsel!
Controleer het mes voor het inbouwen op beschadigingen. Het mes moet worden verrangen zodra inkepingen of scheuren te zien+zijn of als het op een bepaald punt smaller dan 25~mm of dunner dan 1,3 mm is. ( 15.3)
De meshouder en de borgmoer
moeten ook worden verrangen, als\
deze beschadigd zijn (bijv.\
gebroken, versleten). De borgmoer
moet goed in de meshouder
vastklikken.
- Reinig het mes, de meshhouser en de borgmoer vór de montage.

Bevestig het maaiimes (1) zoals afgebeeld op de meshouder (2).Zet de bevestigingsnokken in de juiste stand (3) in het maaimes.

Schroef de borgmoer (1) tot aan de aanslag erop. Tijdens het vastdraien klinken er meerde klikgeluiden. Controller of het maaimes goed vast zit door voorzichtig eraan te schudden.
- Bevestig na het inbouwen van een neue maaimes het verrangen van de messen in het menu "Service".
(⇒ 10.16)
15.5 Maaiimes slijpen
VIKING raadt aan een bot maaimes door een新模式 exemplaar te verrangen. Laat een bot maaimes alsijd door een VKING vakhandelaar slijpen. Hij beschikt over de moodzakelijkke vakkennis en speciale gereedschappen.

Het apparaat werkt alleen maar goed als het maaimes uiterst precies uitgebalanceerd is.
Een onjuist geslepen mes (bijv. onbalans, onjuiste slijphoek) produceertmeergeluid en kan schade aan het apparaatveroorzaken.
15.6 Draadbreuk zoeken

Bijeendraabreukknippertderode LED op het dockingstation. ( 12.1) Op het display van derobotmaierverschijnteen bijbehorende melding.
U kunt met verwijderde of geplaatste bedieningsconsole maar de draadbreu zoeken. Voor het gedetailleerd zoeken要去 de bedieningsconsole worden geplaatst.
Neem contact op met de VIKING vakhandelaar als een draadbreuk Niet zoals beschreiben kan worden gezonden.
Houd op het dockingstation de Home-toets ingedrukt, en druk tegelijkertijd tweemaal de Aan/uit-knop in. De groene LED brandt en de rode LED knippert. ( 12.1)

- Zo nodig de bedieningsconsole wegnen. ( 14.2)
- Selecteer in het menu "Service" de optie "Draadbreuk zoeken" en bevestig deze met OK. (⇒ 10.16)
Zoeken met verwijderde bedieningsconsole:

Met de robotmaier (1) te beginnen vanaf het dockingstation de rand van het maiavlak in wijzerzin volgen. Bestuur hiervoort het apparaat met het stuurkruis en zorg ervoor dat de
begrenzingsdraad (2) onder de draadsensoren loopt. De draadsensoren zich aufgeschermd links- en rechtsvoor op de robotmaier gemonteerd.
Op het display worden bij het zoeken maar de draadbreuk de signalsterkte
weergegeven, de draadsensoren staan optimaal boven de begrenzingsdraad wanner de waarde het hoogst is.
Wonneer de draadsensoren het draadsignal correct ontvangen,verschijnt op het display het symbol Draadsignal OK.
Bij de draadbreuk daalt de
signaalsterkte en op het display
wordt het symbol voor
Draadsignaal testen
weergegeven.


Overbrug de breuk met behulp van een draadverbinder ( 11.12) leg zo nodig de begrenzingsdraad bij de breuk opnieuw.
- Druk op de Aan/uit-knop van het dockingstation. Als de draadbreuk verholpen is, brandt nu de rode LED. (→ 12.1)

Gedetailleerd zoeken met geplaatste bedieningsconsole:

Til de robotmaier aan de handgreep (1) iets op en ontlast de aandrijfwielen. Volg met het apparaat op de voorwelen de begrenzingsdraad (2).
Ga verder te werk zoals beschreiben bij het zoeken met verwijderde bedieningsconsole.
15.7 Voedingsstekker
De voeding is met een aftschroefbare stekker uitergerust.
Deze stekker kan worden gedemonteerd als de voeding in een gebouw worden geinstalleerd en de voedingskabel waarom door een gat in de muur要去 worden geleid.

Kans op letsel!
Trek voor alle werkzaamheden aan de voeding de voedingsstekker eruit en koppel de voeding bij het dockingstation los.
Neem de veiligheidsvoorschriften in het hoofdstuk "Waarschuwing - gevaar voor elektrische schokken" ter harte. ( 6.3)

Monteer de blauwe kabel (BL) en de bruine kabel (BR) Zoals afgebeeld op de stekker. Draai de schroeven (1) vast.
15.8 Opslag en winterpauze
Neem bij een langere stilstand van de robotmaaier (bijv. winterpauze) de volgende punten in ache:
Accu opladen ( 14.8)
- Automaat uitschakelen (⇒ 10.4)
Hoogste veiligheidsstand activeren (diefstalbeveiling) ( 10.15)
Machineblokkering activeren ( 5.2)
Koppel de stekker van de voeding los van het elektriciteitsnet
- Afdekking van het dockingstation wegemen ( 9.5)

Begrenzingsdraad (1) afkoppelen.
Deksels van de kabelgoot (2) openen en begrenzingsdraad samen met de klemstekkersuit debodemplaat van het dockingstation leiden.
! De klemstekkers Niet van de begrenzingsdraad losmaken, want dezeঀ aanoor eenmalig gebruik bedoeld. Bijkomende klemstekkers zich bij de VIKING vakhandelaar verkrijgbaar. ( 16.)
Begrenzingsdraad nicht uit het maavlak wegemen.
- Voedingskabel bij het dockingstation loskoppelen
- Afdekking van het dockingstation monteren (⇒ 9.5)
- Dockingstation demonteren
- Bescherm de vrije uiteinden (stekker) van de begrenzingsdraad gegen invloeden van buitenaf - bijv. aflplakken met geschikte isolatietape.
Maak alle onderdelen aan de buitenkant van de robotmaaier en het dockingstation zorgvuldig schoon - Sla de robotmaaier samen met het dockingstation en de voeding in een droge, afgesloten en stofvrijne ruimte in de normale stand op. Dok de robotmaaier aan in het dockingstation. Bewaar het apparatusaat.altijd buiten het bereik van kinderen.
- Sla de robotmaaier alleen in een goede staat op
Zorg ervoor dat alle schroeven vast+zijn aengedraaid,vernieuw onleesbaar geworden waarschuwingsaanwijzingen op het apparatusaat, controller de gehele machine op slijtage of beschadigingen. Vervang versleten of beschadigde onderdelen.
Eventuele storingen aan het apparaat moeten in de regel voor het opbergen worden verholpen.
Leg of bewaar nooit voorwerpen op de robotmaaier of het dockingstation.
Robotmaaier na een langere onderbreking\ weer in gebruik nemen:
- Maaivlak voorbereiden: verwijder vuil en maai een zeer hoog gazon met een gewone grasmaaier kort.
- Installeer het dockingstation ( 9.5) en sluit de begrenzingsdraad aan. ( 9.7)
Laad de accu op (14.8)
- Controller de tijd en de datum en stel doit zo nodig in (⇒ 10.10)
- Controller het maaischema en wijzig het indien nodig. (⇒ 10.5)
Schakel de automaat in ( 10.4)
16. Standaard reserveonderdelen
Maimes:
63097020100
Accu AAI 130 (MI 632): 63094006510
Accu AAI 200 (MI 632 P): 6309 400 6500
Bevestigingsnagels AFN 051: 6309 007 1000
Begrenzingsdraad ARB 150: 0000 400 8610
Draadverbinders ADV 010: 6909 007 1090
Klemstekker AKS 010: 6909 007 1095
17. Accessoires
Voor de machine zijn nog meer accessoires verkrijgbaar. Voor nadere informatatie verwijzen wij u waar uw VIKING vakhandelaar, het internet (www.viking-garden.com) of de VIKING catalogus.
Om veiligheidsredenen mag u bij\ deze machine uitsluitend door VIKING goedgekeurde accessoires\ gebruiken.
18. Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Belangrijke aanwijzingen voor het onderhoud van de productgroep
Robotmaaier, met accuvoeding
De firma VKING aanvaardt in geen geval aansprakelijkheid voor materièle schade en persoonlijk letsel die veroorzaakt zich als gevolg van het Niet in acht nemen van de instructies in de gebruiksaanwijzing, met name betreffende veiligheid, bediening en onderhoud, of die door gebruik van Niet toegestane montage- of reserveonderdelen optreden.
Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in acheit om schade of overmatige slijtage aan uw VKING apparatus te vermijden:
1. Slijtageonderdelen
Sommige onderdelen van het VKING apparaat zich ook bij reglementair gebruik aan normale slijtage onderhevig en moeten afhankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduurijdig worden verrangen.
Dit omvat o.a.:
- maaimes
-accu
2. Inachtneming van de voorschriften in\ deze gebruiksaanwijzing
Het VIKING apparaat要去 zo zorgvuldig möglichk worden gebruikt, onderhonden en opgeslagen, Zoals omschreiben in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het Niet in acht nemen van veriligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordenveroorzaakt, is de gebruiker zich verantwoordelijk.
Dit geldmet name voor:
- onjuist omgaan met de accu (opladen, opslaan),
- foutieve aansluiting (spanning),
- Niet door VIKING toegelaten wijzigingen aan het product,
- het gebruik van gereedschappen of toebehoren die Niet voor het apparaat zichen goedgekeurd, Niet geschikt zich of van een minder goede kwaliteit zich,
- Niet reglementair gebruik van het product,
- gebruik van het product bij sport-of wedstrijdevenementsen,
- gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.
3. Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd.
Voor zover deze
onderhoudswerkzaamheden nicht door de
gebruikerzfelnkunnen worden uitgevoerd,
moeten deze aan een vakhandelaar
worden overgedragen.
VIKING raadt aan
onderhoudswerkzaamheden en reparations
uitsluitend bij de VIKING vakhandelaar te
laten uityoeren.
VIKING vakhandelaars volgen regelmatincursussen en krijgen voortdurendtechnische informatie ter beschikkinggesteld.
Worden deze werkzaamheden nicht uitgevoerd, dan kan er schade ontstaan waar voor de gebruiker verantwoordelijk is.
Hieroe behoren onder andere:
-beschadigingen aan het apparaat door onvoldoende of onjuiste reiniging,
-corrosie-en andere gevolgschade door ondeskundige opslag,
- beschadigingen aan het apparaat door het gebruik van kwalitatief minderwaardige reserveonderdelen,
- beschadigingen door nichtijdig of oneskundig uitgevoerd onderhoud resp. beschadigingen door onderhoulds- of reparatiewerkzaamheden die nicht in werkplaatsen van vakhandelaars zijn uitgevoerd.
De verpakkingen, het apparaat en de toebehoren zijn met recyclerbaar materiaal gefabricieerd en要去en overeenkomstig worden verwerkt.
Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u de recyclage van waardevolle stoffen. Daarom要去 het apparaat na afloop van de gebruikelijkke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Raadpleeg bij het afvoeren de informatatie in het hoofdstuk "Afvoeren". ( 6.11)

Voer afvalproducten als accu's altijd op de juiste wijze af. Neem deplaatselijke voorschriften in acht.

Li-Ion
Bied lithium-ionaccu's nicht via het huisvuil aan, maar lever deze bij de vakhandelaar of het afvalpunt voor gevaarlijke stoffen in.
19.1 Accu uitbouwen
Activeer de machineblokkering. ( 5.2)
Stel de laagste snijhoogte in. ( 9.3)
Leg de robotmaaier op de achechterkant.

Draai de schroeven (1) eruit en verwijder het deksel (2).
- Neem de accu uit het accuvak (⇒ 9.2), breng het deksel waar aan en draai de schroeven erin.

Kans op letsel!
Voorkom schade aan de accu.
20. Transport

Kans op letsel!
Lees voor het transport het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" ( 6.) met name de paragraaf "Transport van het apparaat" ( 6.5) , zorgvuldig door en volg alle veiligheidsinstructies precies op - activeer aktijd de machineblokkering. ( 5.2)
20.1 Apparaat opheffen of dragen

Grasmaier aan de handgreep (1) opheffen en dragen. Houd altijd voldoende afstand tot het maaiames, met name wat betreft de voeten en benen.
20.2 Apparaat vastsjorren

Zet de grasmaaier op het laadoppervlak vast. Zet het apparaat waarvoor zoals afgebeeld met geschikte bevestigingsmiddelen (gordels, kabels) vast.
Beveilig megetransporteerde apparaatonderdelen (bijv. dockingstation, kleine onderdelen) ook gegen verschuiven.
21. CE-
conformiteitsverklaring van de fabrikant
Wij,
VIKING GmbH
Grasmaier, automatisch en met accuvoeding (MI)
Merk: VIKING
Type: M1 632.0
MI 632.0 P
Merk: VIKING
Productiecode 6309
met het
Dockingstation
Merk: VIKING
Type: ADO 600
Productiecode 6309
die voldoet aan de volgende EG richtlijnen: 2002/96/EC, 2004/108/EC, 2006/42/EC, 2006/66/EC, 2011/65/EC
De producten zijn in overeenstemming met de volgende normen ontwikkeld: EN 60335-1, EN 50636-2-107
Samenstelling en klassement van de Technische Documentatie:
Sven Zimmermann
VIKING GmbH
Het bouwjaar en het serienummer staan vermeld op het typeplaatje van het apparatus.
Langkampfen,
2015-01-02 (JJJJ-MM-DD)
VIKING GmbH

Sven Zimmermann
Afdelingshoofd Bouw
Toerental van het snijssysteme 3150 omw/min
Snijhoogte 20 - 60 mm
Beschemklasse III
Beschermtype IPX1
Conform richtlijn 2006/42/EC en norm EN 50636-2-107:
Gemeten
geluidsniveau LwA 61,0 dB(A)
Onzekerheid KwA 2,0 dB(A)
LWA + KWA 63 dB(A)
Onzekerheid K_pA 2dB(A)
L/B/H 73/54/27 cm
Gewicht (zonder accu) 12kg
MI 632.0:
geschikt voor oppervlakken tot 3000m^2
Vermogen 120W
Voeding HLG-120H 2,9 A
Accu-omschrijving AAI 130
Accu-energie 130 Wh
Accu-capaciteit 4,5 Ah
geschikt voor oppervlakken tot 4000m^2
Vermogen 185W
Accu-omschrijving AAI 200
Accu-energie 194 Wh
Accu-capaciteit 6,8 Ah
VIKING accu's voldoen aan de cf. UNhandboek ST/SG/AC.10/11/Rev.5 deel III, paragraaf 38.3 vermelse voorwaarden.
De gebruiker kan VKING accu's bij transport over de weg zonder verdere voorwaarden maar deplaats van gebruik van het apparaat vervoeren.
Neem voor het transport per vliegtuig of per schip de landspecifieke voorschriften in acht.
Zie www.viking-garden.com/safety-datasheets voor verdere aanwijzingen m.b.t. het transport
REACH:
REACH duidt op een EG-verordening inzake het registeren, analyseren en toestaan van chemicalien. Voor informatie over het voldoen aan de REACHverordening (EG) nr. 1907/2006 gaat u waar www.stihl.com/reach
23. Meldingen
Meldingen informeren over actieve fouten, storingen en aanbevelingen. Ze worden in een dialoogvenster weergegeven en+kunnen na het indrukken van de OK-toets in het menu "Meldingen" worden opgevraagd. ( 10.8)
Aanbevelingen en actieve meldingen versuschijnen ook in de statusmelding. ( 10.2)
In de meldingsdetails kann den meldingscode, hetijdstip, de prioriteit en de frequente worden opgevraagd.
Aanbevelingen hebden de prioriteit "Laag" of "Info", ze verschijnen in de statusmeling afwisseelend met de tekst "iMow bedrijfsklaar".
De robotmaaier kan nog steeds in gebruik worden genomen, het automatische gebruik blijf actief.
- Storingen haben de prioriteit "Midden" en vragen om actie van de gebruiker.
De robotmaaier kan pas na het verhelpen van de storing waar in gebruik worden genomen.
Bijfouten met de prioriteit "Hings" verschijnt op het display de tekst "Vakhandelaar contacteren". De robotmaier kan pas na het verhelpen van de fouit door de VIKING vakhandelaar wee in gebruik worden genomen.
Neem contact op met de VIKING vakhandelaar als een melding ondanks de Voorgestelde oplossing actief blijft.
Fouten die uitsluitend door een VIKING vakhandelaar nutzen worden verholpen, worden onderstaand Niet vermeld. Als een dergelijk fout optreedt,要去en de 4-cijferige boutcode en de bouttekst aan de vakhandelaar worden doorgegeven.
Melding:
0001 - Data verlies
Om vrij te geven OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
update van de apparaatsoftware isuitgevoerd
spanningsverlies
- software- of hardwarefout
Oplossing:
- na het indrukken van de OK-toets werkdt de robotmaaier met voorgeprogrammeerde instellingen -installingen (datum,ijd, maaischema) controleren en corrigeren
Melding:
0100 - Accu leeg
Accu laden
Mogelijk oorzaak:
- spanning van de accu te laag
Oplossing:
- robotmaier in het dockingstation zetten om de accu op te laden (⇒ 14.8)
Melding:
0180 - Temperatuur laag
Onder de temperatuur
Mogelijkkeoorzaak:
- temperatuur in robotmaaier te laag
Oplossing:
robotmaaier laten opwarmen
Melding:
0181 - Temperatuur hoog
Boven de temperatuur
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in robotmaaier te hoog
Oplossing:
- robotmaaier laten afkoelen
Melding:
0183 - Temperatuur te hoog
zie melding 0181
Melding:
0185 - Temperatuur hoog
zie melding 0181
Melding:
0186 - Temperatuur laag
zie melding 0180
Melding:
0187 - Temperatuur hoog
zie melding 0181
Melding:
0302 - Storing motor
Boven de temperatuur
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in linker aandrijfmotor te hoog
Oplossing:
- robotmaier laten afkoelen
Melding:
0305 - Storing motor
LinkerWIzitVast
Mogelijkkeoorzaak:
-aandrijfwiel links overbelast
Oplossing:
-robotmaaier reinigen ( 15.2)
-Oneffenheden (gaten,kuilen) op het maavlak verhelpen
Melding:
0402 - Storing motor
Boven de temperatuur
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in rechter motor te hoop
Oplossing:
- robotmaaier laten afkoelen
Melding:
0405 - Storing motor
RechterWIzit vast
Mogelijk oorzaak:
-aandrijfwiel rechts overbelast
Oplossing:
-robotmaaier reinigen ( 15.2)
- Oneffenheden (gaten, kuilen) op het maavlak verhelpen
Melding:
0502 - Storing maaimotor
Boven de temperatuur
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in de maaimotor te hoop
Oplossing:
robotmaaier laten afkoelen
Melding:
0505 - Storing maaimotor
Maaimessen zitten vast
Mogelijkoorzaak:
- maaimotor kan nicht worden ingeschakeld
Maaimotor overbelast
Oplossing:
- maaimes en maaiwerk reinigen ( 15.2)
-Hogere snijhoogte instellen ( 9.3)
- Oneffenheden (gaten, kuilen) op het maavvlak verhelpen
Melding:
0701 - Accu storing
Temperatuurbereik verlaten
Mogelijk oorzaak:
- temperatuur in accu te laag of te hoog
Oplossing:
- robotmaier latent opwarmen of afkoelen -toegelaten temperatuurbereik van de accu aanhouden ( 6.4)
Melding:
0703 - Accu leeg
zie melding 0100
Melding:
0704 - Accu leeg
zie melding 0100
Melding:
1000 - Overslaan
Toegelaten helling overschreden
Mogelijk oorzaak:
- hellingsensor—heeft overslaan vastgesteld
Oplossing:
- robotmaier op de wielen zetten, op beschadigingen controleren en melding met OK bevestigen
Melding:
1010 - iMow opgeheven
Om vrij tegeven OKdrukken
Mogelijk oorzaak:
robotmaaier is aan de kap opgeheven
Oplossing:
-beweeglijkheid van kap testen en melding met OK bevestigen
Melding:
1020-STOP-toets bediend
Om vrij tegeven OK drukken
Mogelijk oorzaak:
STOP-toets is ingedrukt
Oplossing:
- melding met OK bevestigen
Melding:
1030-Kapstoring
Kap testen
Daarna OK drukken
Mogelijk oorzaak:
- geen kap herkend
Oplossing:
-kap testen (beweeglijkheid, vast zitten) en melding met OK bevestigen
Melding:
1100-Bedieningsconsole
Bedieningsconsole onderweg weggenomen
Mogelijk oorzaak:
- bedieningsconsole is tijdens automatische maaimodus weggenomen
Oplossing:
- melding met OK bevestigen - na hetplaatsen van de bedieningsconsole wordt de automatische maaimodus weehrervat
Melding:
1120-Kap geblokkeerd
Kap testen
Daarna OK drukken
Mogelijk oorzaak:
-permanente botsing herkend
Oplossing:
- robotmaaier losmaken, zo nods
hindernis verwijderen of verloop van de begrenzingsdraad wijzigen - daarna melding met OK bevestigen
-Beweeglijkheid van kap testen en melding met OK bevestigen
Melding:
1125 - Hindernis uitschakelen
Bedrading controlleren
Mogelijkeoorzaak:
-Begrenzingsdraad onnauwkeurig gelegd
Oplossing:
Ligging van de begrenzingsdraad controlleren, afstanden met de iRuler controlleren ( 11.3)
Melding:
1130 - Vastgereden
iMow losrijden
Daarna OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
- Robotmaaier zit vast
Aandrijfwielendraaienverder
Oplossing:
- Robotmaaier losmaken, oneffenheden op het maaivlak verwijderen of verloop van de begrenzingsdraad wijzigien - daarna melding met OK bevestigen
-Aandrijfwienen reinigen, zo nods bij regen Niet gebruiken -daarna melding met OK bevestigen ( 10.11)
Melding:
1135-Behalve
iMow in het maaveld plaatsen
Mogelijkkeoorzaak:
- De robotmaaier befindt zich buiten het maavlak
Oplossing:
Robotmaaieraar hetmaivlak brengen
Melding:
1140-Te steil
Bedrading controlleren
Mogelijkeoorzaak:
- hellingsensor heeft een helling vaneer dan 19^ vastgesteld
Oplossing:
- ligging van begrenzingsdraad wijzigen, gazons met een helling van meer dan 19^ vermijden
Melding:
1160 - Greep bediend
Om vrij te geven OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
- de robotmaaier is aan de handgreep opgeheven
Oplossing:
- melding met OK bevestigen
Melding:
1170 - Geen signala
Draadsignaal testen
Mogelijkeoorzaak:
Draadsignaal wordtijdens het maaien Nieteerontvangen
- De robotmaaier befindt zich buiten het maavlak
- Dockingstation of elektronische componenten werden verwangen
Oplossing:
- Stroomvoorziening van het dockingstation controeren
Led op het dockingstation testen -derode led moetijdens het maaienvoortdurend branden ( 12.1) - Robotmaaieraarhetaivlak brengen
Robotmaaiern dockingstation koppelen ( 10.15)
Melding:
1180 - iMow aandokken
Automatisch aandokken
niet möglichk
Mogelijk oorzaak:
Robotmaaier heeft op een aanpalend gazon maar het dockingstation gezocht
Robotmaier naer het maivlak brengen en aandokken ( 14.7)
-LED op het dockingstation testen, dockingstation zo nodig inschakelen ( 12.1)
-Aandokken testen ( 14.7)
Melding:
1190 - Dockingstoring
Dockingstation bezet
Mogelijk oorzaak:
- dockingstation bezet door een tweede robotmaaier
Oplossing:
robotmaaier aandokken wonneer het dockingstation weeer vrij is
Melding:
1200 - Storing maaimotor
zie melding 0505
Melding:
1210 - Storing motor
Wiel vastgereden
Mogelijkkeoorzaak:
- aandrijfwiel overbelast
Oplossing:
-robotmaaier reinigen ( 15.2)
- Oneffenheden (gaten, kuilen) op het maavlak verhelpen
Melding:
1220 - Regen ontdekt
Maaien afgebrozen
Mogelijkkeoorzaak:
- geen actie vereist, zo nodig regensensor instellen ( 10.11)
Melding:
2000 - Signaalprobleem
iMow aandokken
Mogelijkeoorzaak:
-draadsignaal met fouten, fijnafstemming nodig
Oplossing:
robotmaier in het dockingstation
zetten - daarna op OK drukken
Melding:
2010 - Maaimes verrangen
Toegelaten levensduur bereikt
Mogelijk oorzaak:
- maaimes is meer dan 200 uur in gebruik, verrangen
Oplossing:
- maaimes verrangen daarna Vervang
de messen in het menu "Service"
bevestigen ( 15.4)
Melding:
2020 - Advies
Jaarlijks onderhoud door de vakhandelaar
Mogelijkeoorzaak:
- beurt aanbevolen
Oplossing:
- jaarlijks onderhoud bij de VIKING
vakhandelaar laten uitvoeren
Melding:
2030 - Accu
Toegelaten levensduur bereikt
Mogelijk oorzaak:
- accu verrangen nods
Oplossing:
2032 - Accu storing bij opladen
zie melding 0701
Melding:
2040 - Accu storing bij start maaimodus
zie melding 0701
Melding:
2050 - Maaiplan aanpassen
Actieveijd verlengen
Mogelijk oorzaak:
- actieveijden zijn verkort/gewist of maaiduur is verlengd - opgeslagen actieveijden�niet voldoende voor de benodigde maaibeurten
Oplossing:
- achieveijd verlengen ( 10.6) of
maaiduurverkorten ( 10.7)
Melding:
4001 - Interne storing
Temperatuurbereik verlaten
Mogelijkkeoorzaak:
- temperatuur in accu of in het apparaat te laag of te hoog
Oplossing:
- robotmaier latent opwarmen of afkoelen -toegelaten temperatuurbereik van de accu aanhonden ( 6.4)
Melding:
4002 - Overslaan
zie melding 1000
Melding:
4003-Kap opgelicht
Kap testen
Daarna OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
-kap is opgelicht.
Oplossing:
-kap testen en melding met OK bevestigen.
Melding:
4004 - Interne storing
Om vrij te geven OK drukken
Mogelijkkeoorzaak:
-Stroomuitval tijdens automatische maaimodus
- Robotmaaier bevindt zich buiten het maivlak
Oplossing:
-
melding met OK bevestigen
-
Stroomvoorziening van het dockingstation testen - de rode led moet tijdens het maaien voortdurend branden, daarna OK-toets indrukken ( 12.1)
Robotmaier naar het maavlak brengen, daarna op OK-toets drukken
Melding:
4005 - Interne storing
zie melding 4004
Melding:
4006 - Interne storing
zie melding 4004
Melding:
4008 - Interne storing
zie melding 4004
24. Defectopsoring
Neem eventueel contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
Storing:
De robotmaaier werkt op het verkeerde tijdstip
Mogelijk oorzaak:
-ijd en datum verkeerd ingesteld
- Actieveijden verkeerd ingesteld
- Apparaat is door onbevoegden in gebruik genomen
Oplossing:
-tijd en datum instellen ( 10.10)
-Actieve tijden instellen ( 10.5)
- Veiligheidsstand "Midden" of "Hoog" instellen ( 10.15)
Storing:
De robotmaaier werkktijdens een actieve...,tijd Niet
Mogelijkkeoorzaak:
- accu word geladen
- Automaat uitgeschakeld
-Actieve tijduitgeschakeld - Regen ontdekt
- Wekelijkke maaiduur is bereikt, geen verdere maaibeurt in deze week nods
- Melding is actief
Bedieningsconsole nicht juist geplaatst
Dockingstation nicht aangesloten op het elektriciteitsnet
Oplossing:
- accu geheel lately laden ( 14.8)
-Automaat inschakeni ( 10.4) - Actieve hijd vrijgeven (⇒ 10.6)
- Regensensor instellen (⇒ 10.11)
- Geen verdere actie vereist, maaibeurten worden automatisch over de week verdend - zo nodig maaibeurt met het commando "Maaien" starten ( 10.4)
Weergegeven storing verhopen en melding met OK bevestigen ( 10.8)
-Bedieningspaneelplaatsen ( 14.2) - Stroomvoorziening van het dockingstation controleren ( 9.5)
Storing:
de robotmaier maait Niet na het opvragen van de commando's "Maaien starten" of "Maaien met vertraagde start
Mogelijk oorzaak:
- accu onvoldoende opgeladen
-
Regen ontdekt
Bedieningsconsole nicht juist geplaatst
Melding is actief -
Home-toets op het dockingstation is ingedrukt - Terug actief
Oplossing:
-accu opladen ( 14.8)
- Regensensor instellen (⇒ 10.11)
-Bedieningspaneelplaatsen ( 14.2)
Weergegeven storing verhopen en melding met OK bevestigen ( 10.8)
- Home-toets voor het uitschakelen van het terugroepen indrukken of commando na het aandokken opnieuwuitvoeren
Storing:
de robotmaaier werkkt nicht en er staat geen melding in het display
Mogelijkoorzaak:
- apparaat staat in standby
- Accu defect
Oplossing:
- willekeurige toets indrukken om robotmaier te activeren - statusmelding verschijnt ( 10.2)
- Accuervangen (X)
Storing:
De robotmaier maakt veel geluid en trilt
Mogelijkkeoorzaak:
- maaimes is beschadigd
- Maaiwerk is erg vuil
Oplossing:
- maaimes verwangen - hindernissen op het gazon verwijderen ( 15.4)
- Maaiwerk reinigen ( 15.2)
Storing:
Slechte mulch- of maairesultaten
Mogelijk oorzaak:
- grasshoogte is in verhouding tot de snijhoogte te hoog
-Het gazon is erg nat
- Maaiimes is bot of versleten
- Actieveijden ontoereikend, maaiduur te kort
Grootte van maavlak verkeerd afgesteld
- Maaivlak met zeer hoog gazon
Lange regenfasen
Oplossing:
-snjihoohteinstellen ( 9.3)
- Regensensor instellen (⇒ 10.11)
Actieveijden verschuiven (⇒ 10.6)
Maaiimes verrangen ( 15.4) .x
- Actieveijd verlengen of aanvullen ( 10.6) Maaiduur verlengen ( 10.7)
- Nieuw maaischema make ( 10.7)
Voor een goed maairesultaat heeft de robotmaaier afhankelijk van de grootte van het te maaien oppervlak zo'n 2 weken nodiq.
- Maaien bij regen toestaan (⇒ 10.11)
Actieveijd verlengen (⇒ 10.6)
Storing:
Display in een vreme de taal
Mogelijk oorzaak:
- taalinstelling is gewijzigd
Oplossing:
-taal instellen ( 10.10)
Storing:
Op het maaivlak ontstaan bruine (aardachtige) plekken
Mogelijk oorzaak:
- maaiduur is in verhouding met het maavlak te lang
-Begrenzingsdraad is in te scherpe bochten gelegd
Grootte van maaivlak verkeerd afgesteld
Oplossing:
- maiaudur verkorten (⇒ 10.7)
-Ligging van de begrenzingsdraad verbeteren ( 9.6) - Nieuw maaischemama kaken ( 10.7)
Storing:
Maaibeurten zijnduidelijk korter dan normal
Mogelijk oorzaak:
- gras is erg lang of te nat
Apparaat (maaiwerk, aandrijfwienen) is erg verruild - Accu is aan het einde van zich levensduur
Oplossing:
-snjijhoogte instellen ( 9.3) Regensensor instellen ( 10.11) Actieveijdenverschuiven ( 10
- Apparaat reinigen (⇒ 15.2)
- Accu verwangen - een aanbeveling daartoe op het display opvolgen (X), ( 10.8)
Storing:
Robotmaaier is aangedokt, de accu worden nicht opgeladen
Mogelijk oorzaak:
- opladen van de accu Niet nodig
Dockingstation nicht aangesloten op het elektriciteitsnet
Aandokken met fouten - Laadcontacten gecorrodeerd
Oplossing:
- geen actie vereist - opladen van de accu gebeurt automatisch na het dalen onder een bepaalde spanning
- Stroomvoorziening van het dockingstation controleren ( 9.5)
Robotmaier op het maavlak uitschakenen en terug maar het dockingstation ( 10.4) sturen, hierbij nagaan of hij goed aandokt - zo nodig positie van dockingstation verbeteren ( 9.5)
- Laadcontactenvervangen (x)
Storing:
Aandokken werkt nicht.
Mogelijk oorzaak:
- oneffenheden bij de toegang tot het dockingstation
Aandrijfwielen of bodemplaat vuil
-Begrenzingsdraad bij dockingstation onjuist gelegd
-Uiteinden van de begrenzingsdraad.
niet ingekort
Oplossing:
-oneffenheden bij de toegang verhelpen ( 9.5)
-Aandrijfwienen en bodemplaat van het dockingstation reinigen ( 15.2)
-Begrenzingsdraad opniew leggen nagaan of deze bij het dockingstation goed ligt ( 9.6)
-Begrenzingsdraad zoals beschreiben inkorten en zonder draadreserves leggen -uitstekende uiteinden nicht oprollen ( 9.7)
Storing:
De robotmaaier is over de begrenzingsdraad heengereden
Mogelijkkeoorzaak:
- begrenzingsdraad is onjuist gelegd, afstanden zichn nicht juist
-
Te grete helling in het maaivlak
-
Stoorvelden beinvloeden de robotmaaier
Oplossing:
-ligging van de begrenzingsdraad controlleren ( 10.13) ,afstanden met de iRuler controlleren ( 11.3)
Ligging van de begrenzingsdraad controlleren, zones met een te grothehelling afzetten ( 10.13)
- VIKING vakhandelaar contacteren (x)
Storing:
De robotmaaier zit vaak vast
Mogelijkoorzaak:
-snijhoogte laag
-Aandrijfwielenvuil
- Kuilen, hindernissen op het maavlak
Oplossing:
-snijhoogte hoger zetten ( 9.3)
-Aandrijfwielen reinigen ( 15.2)
Gaten in het maavlak dichtmaken, verboden zones rond hinderissen aanbrengen, hinderissen verwijderen ( 9.6)
Storing:
De stootsensor worden nicht geactiveerd wonneer de robotmaaier een hindernis raakt
Mogelijk oorzaak:
-lage hindernis (minder dan 10 cm hoog)
- De hindernis zit nicht vast aan de ondergrond - bijv. fruit uit een boom of een tennisbal
Oplossing:
- hindernis verwijderen of met verboden zone afbakenen ( 11.8)
-Hindernis verwijderen
Storing:
Riisporen aan de rand van het maaivlak
Mogelijk oorzaak:
- te vaak randmaaien
- Startpunten in gebruik
- Accu worden aan het einde van de levensduur maar vaak opgeladen.
Oplossing:
- randmaaien uitschakelen of terugbrengen maar een keer per week ( 10.13)
-Op geschichte maavilakken alle maaibeurten bij het dockingstation starten ( 10.14) - Accu verwangen - een aanbeveling daartoe op het display opvolgen (X), ( 23.)
Storing:
ongemaaid gras aan de rand van het maaylak
Mogelijk oorzaak:
randmaaienuitgeschakeld
-Begrenzingsdraad onnauwkeurig gelegd
- Gras is buiten bereik van het maaimes
Oplossing:
rand eén- of tweeemaal per week maaien ( 10.13)
Ligging van de begrenzingsdraad controlleren ( 10.13) ,afstanden met de iRuler controlleren ( 11.3)
-Ongemaaide zones regelmatig met een geschikte gazontrimmer bewerken
Storing:
Geen draadsignaal
Mogelijk oorzaak:
-
dockingstation uitgeschakeld - er brandt geen led
-
dockingstation Niet aangesloten op hetelektriciteitsnet
- er brandt geen led
- begrenzingsdraad Niet aangesloten op het dockingstation - rode led knippert
- begrenzingsdraad onderbroken - rode led knippert
- robotmaaier en dockingstation zichn nicht gekoppeld
-defect in de elektronica
Oplossing:
- dockingstation inschaken (12.1)
- stroomvoorziening van het dockingstation controleren ( 9.5)
begrenzingsdraad op dockingstation aansluiten ( 9.7)
-draadbreuk zoeken ( 15.6), daarna begrenzingsdraad met draadverbinders herstellen ( 11.12) - robotmaaiern dockingstation koppelen ( 10.15)
- VIKING vakhandelaar contacteren (x)
25. Onderhoudsschema
25.1 Leveringbevestigting



25.2 Servicebevestigting
Geef deze gebruiksaanwijzing aan 2 uw VIKING vakhandelaar in geval van onderhoudswerkzaamheden. Hij bevestigt op de voorgedrukte velden de servicewerkzaamheden die werden uitgevoerd.
00 Service uitgevoerd op
Datum volgende servicebeurt

26. Installatievoorbeelden

Rechthoekig maavlak met vrijstaande boom en zwembad
Dockingstation:
locatie (1) vlak bij hetuis A
Verbodenzone:
installatie rondon de vrijstaande boom (3),uitgaand van een in de rechte hoek t.o.v.de rand geinstalleerd verbindingstraject.
Zwembad:
omwille van de veiligheid (voorgeschreven draadafstand) worden de begrenzingsdraad (2) om het bad B heb gelegd.
Draadafstanden: ( 11.3)
27 cm resp. 9 cm afstand tot de rand
27 cm rondon de boom
100 cm afstand tot het wateroppervlak
Programming:
na het vastleggen van de grootte van het maaivlak zijn geen verdere aanpassingen nodig.
Bijzonderheden:
ongemaàide zones rondon het zwembad regelmatig manueel maaien of met een geschikte gazontrimmer bewerken.

U-vormig maavlak met meerdere vrijstaande bomen
Dockingstation:
locatie (1)vlakbij het huis A
Verboden zones:
installatie rondon de vrijstaande bomen, steeds uitgaand van in een rechte hoek ten opzichte van de rand (2) geinstalleerde verbindingstrajecten, 2 verboden zones zich met een verbindingstraject verbonden.
Draadafstanden: (11.3)
27 cm resp. 9 cm afstand tot de rand
27 cm rondon de bomen
Programming:
na het vastleggen van de grootte van het maaivlak zijn geen verdere aanpassingen nodig.
Bijzonderheden:
boom in de hoek van het maaivlak - gebied ache ter de afgebakende boom regelmatig met een geschikte gazontrimmer bewerken of als hoop gras latent staan.

Gedeeld maavlak met vijver en vrijstaande boom
Dockingstation:
locatie (1) vlakbij het huis A
Verbodenzone:
installatie rondon de vrijstaande boom,uitgaand van een in een rechte hoek t.o.v.de rand geinstalleerd verbindingstraject.
Vijver:
omwille van de veiligheid (voorgeschrevendraadafstand) worden debegrenzingsdraad (2) om de vijver Bheen gelegd.
Draadafstanden: ( 11.3)
27 cm resp. 9 cm afstand tot de rand of tot terrassen
27 cm rondon de boom
100 cm afstand tot het wateroppervlak
Vernauwing:
installatie van een doorgang (3) met
18 cm draadafstand ( 11.10)
Programming:
leg de totale groote van het maaivlak vast,programmeer 2 startpunter (4) (in de buurt van het dockingstation en in de buurt van de vijver)-startfrequentie steeds 20% tot 25% ( 10.14)
Bijzonderheden:
ongemaide zones, bijv. rondon de vijver, regelmatig manueel maaien of met een geschikte gazontrimmer bewerken.

Gedeeld maavlak - robotmaaier kan nicht selbst van het ene maar het andere maavlak rijden.
Dockingstation:
locatie (1) direct naast de huizen A
Verboden zones:
installatie rondon de vrijstaande boom en rondon de moestuin [B],uitgaand van een in de rechte hoek t.o.v. der rand geinstalleerd verbindingstraject.
Draadafstanden: ( 11.3)
27 cm of 9 cm afstand tot de rand (2) of tot terrassen
27 cm rondon de boom en rondon de moestuin
54 cm minimale draadafstand in de vermauwingen anschter de moestuin aanhonden.
Aanpalend gazon:
Installatie van een aanpalend gazon C, verbindingsraject (3) in een kabelgoot leggen.
Programming:
groote van het maaivlak (zonder aanpalend gazon) vastleggen, 1 startpunt (4) in de vernauwing programmeren - startfrequentie 20% tot 25% ( 10.14)
Bijzonderheden:
robotmaier meerdere malen per week
aar het aanpalende gazon brengen en
het commando "Maaien starten" activeren.
(⇒ 14.5)
Te bewerken oppervlak aanhouden. ( 13.4)
Zo nodig twee geschieten maiavlakken met 2 dockingsstations installeren.

Maaivlak rondon een vrijstaand gebouw.
Dockingstation:
locatie (1) aan de rand van het maaivlak. het huis is afgebakend met een verboden zone, het dockingstation kan waarom Niet in de onmiddellijke nabijheid van het huis worden opgesteld. Leg de voedingskabel in een geschikte kabelgoot van het huis maar het dockingstation.
Verbodenzone:
installatie rondon het huis,uitgaand van een in de rechte hoek t.o.v. de rand geinstalleerd verbindingstraject.
Draadafstanden: ( 11.3)
27 cm resp. 9 cm afstand tot de rand (2)
Programming:
na het vastleggen van de grootte van het maaivlak zijn geen verdere aanpassingen nodig.
Bijzonderheden:
Leg in de spits toelopende hoek van het gazon (3) de begrenzingsdraad zoals afgebeeld - vermijd Kleinere hoeken dan 90^ . ( 9.6)
Bewerk de zone in de hoek van het gazon met een geschikte gazontrimmer.