GEBRUIKSAANWIJZING M343D BROTHER
Bedieningshandleiding
Compact Overlock Machine
Product Code: 884-B02 / B03

Lees dit document voordat u de machine gebruikt.
Houd dit document bij de hand, zodat u het kurz raadplegen.
INSTRUCTIONS DE SECURITE IMPORTANTES
Bij het gebruik van de naaimachine要去en altd de standardveiligheinsinstructies in acht genomen worden, inclusief het volgende.
Lees vór gebruik alle instructies.
AGEVAAR
Het risico van een elektrische schok verminderen
De naaimachine要去 nooit onbeheerd worden gelaten als ze op het stopcontact is aangesloten. Haal de stekker altijd onmiddelijk na gebruik en voor het reinigen uit het stopcontact.
WAARSCHUWING
Het risico van brandwonden, brand, een elektrische schok of letsel verminderen.
- Zorg ervoor dat de machine Niet als spelgoed gebruikt worden. Grote oplettendheid is geboden als de naaimachine worden gebruikt door of in denabijheid van kinderen.
- Gebruik deze naaimachine alleen voor de doeleinden die in deze handledig beschreven worden. Gebruik alleen accessoires die in deze handledig door de fabrikant worden aanbevolen.
- Gebruik de naaimachine nooit als de kabel of de stekker beschadigd is, als ze Niet goed werkt, als ze gevallen of beschadigd is of als ze in water is gehallen. Breng de naaimachine terug maar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het dichtstbijzijnde servicecentrum voor inspectie, reparatie of elektrische of mechanische afstelling.
- Gebruik de naaimachine nooit als een ventilatieopening afgesloten is. Zorg ervoor dat zich voír de ventilatieopeningen van de naaimachine en het pediaal geen pluizen en stof ophopen en dat er zich geen losse stukjes stof bevinden.
- Zorg ervoor dat er nooit een voorwerp in een opening valt of geplaatst worden.
- Gebruik de machine nicht buiten.
- Gebruik de machine nicht opplaatsen waar spuitbusproducten (sprays) gezruikt worden of waar zuurstof worden teegediend.
- Als u de machine wilt uitschakelen, draai dan de hoofdschakelaar in de stand "O" (= "UIT") en haal verwolgens de stekker uit het stopcontact.
- Haal de stekker Niet uit het stopcontact door aan de kabel te trekken. Pak de stekker vast, Niet de kabel.
- Houd uw vingersuit de buurt van alle bewegende delen.Let vooral goed op het gedeelte rondon de naaimachinenaald.
- Gebruik aktijd de juiste naaldplaat. Door een verkeerdeplaat kan de naald breken.
- Gebruik geen verbogen naalden.
- Trek Niet aan of duw Niet gegen de stof tijdens het stickken. Hierdoor kan de naald doorbuigen, waardoor hij breekt.
- Zet de naaimachine in de stand "O" wonneer u afstellingen uitvoert in de buurt van de naald, zoals het inrijgen, de naald verrangen, de persvoet verrangen etc.
- Haal de stekker algtd uit het stopcontact wanner afdekkingen worden verwijderd, bij het smeren, of wanner andere aanpassingen worden gedaan die in de bedieningshandleiding worden genoemd.
-
Gevaren in verband met elektricitet :
-
Sluit de machine aan op een stopcontact met wisselstroom binnen het op de kenplaat aangegeven bereik. Sluit de machine Niet aan op een stopcontact met gelijkstroom of omvormer. Als u zich zeker weet welke stoomvoorziening u hebt, neem dan contact op met een gekwalificeerd elektricien.
-
Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land van aanschaf.
-
Deze naaimachine is nicht bedoeld voor gebruik doorjonge kinderen of ongeschikte personen zonder toezicht.
- Jonge kinderen moeten in de gaten gezchoolen om ervoor te zorgen dat ze Niet met de naaimachine gaan spelen.
- Neem de machine Niet uit elkaar.
- Als het LED-lampje (delichtdiode) beschadigd is, mag alleen een bevoegd vaktechnicus of dealer het verrangen.
▲LET OP!
De machine veilig gebruiken
- (Alleen voor de VS)
Dit apparaat heeft een gepolariseerde stekker (de ene pen is breder dan de andere) om het risico van een elektrische schok te verminderen; deze stekker past slechts op een manier in een gepolariseerd stopcontact. Als de stekker Niet volledig in het stopcontact past, draai hem dan om. Als hij nog steeds Niet past,That's the reason why I don't want to go to see him again.
Verander in geen geval zichs aan de stekker.
- Zorg ervoor dat u de naaldenijdens het naaien zorgvuldig in de gaten houdt. Raak het handwiel, de naalden, messen of andere bewegende delen nicht aan.
-
Schakel de aan-/uitschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact in de volgende situatuies:
-
als u de machine nicht meer gebruikt;
- als u de naald of een ander onderdeel verwangt of verwijdert;
- in geval van stroomuitval verwijl u de machine gebruikt;
- als u de machine contrôleert of reinigt;
-
als u de machine onbeheerd achefterlaat.
-
Laat niets op het pedaal liggen.
- Sluit de machine rechtstreeks op het wandstopcontact aan. Gebruik geen verlangkabels.
- Als de machine in aanraking komt met water, haal dan onmiddelijk de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de dichtstbijzende erkende dealer.
- Plaats geen meubels op de kabel.
- Buig de kabel Niet en trek Niet aan de kabel om de stekker UIT het stopcontact te halen.
- Raak de kabel nicht met natte handen aan.
- Plaats de machine in de buurt van het wandstopcontact.
- Plaats de machine Niet op een wankel voorwerp.
- Doe de zachte hoes er nicht overheen.
- Als u een abnormaal geluid of een abnormale situatie waarneemt, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer.
Voor een langere levensduur van uw machine
- Stel deze machine Niet bloot aan direct zonlicht of aan zeer vochtige omstandigheden. Gebruik of berg deze machine Niet op in de buurt van een kachel, strijkijzer, halogeenlamp of ander heet voorwerp.
- Gebruik alleen milde zeep of oplosmiddelen om de behuizing te reinigen. Benzeen, thinner en schuurpoeder können de behuizing en machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.
- Laat de machine nicht vallen en bescherm hem gegen stoten.
- Raadpleeg alkijdebeze handleiding alvorens u de persvoet, naald of andere onderdelen verrangt of aanbrengt, om er zeker van te zich dat ze correct worden aangebracht.
Voor reparatie of afstelling van de machine
Als in uw machine een storing optreedt of als er afgesteld dient te worden, raadpleeg dan eerst de tabel "Problemen oplossen" om uw machine zich te inspecteren en af te stellen. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met deuchtstbijzijnde erkende dealer.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Deze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
VOOR GEBRUIKERS BUITEN EUROPA:
Dit apparaat is Niet bedoeld voor gebruik door Personen (kinderen inbegren) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk vermogens, tenzij onder toezicht of met instructies over het gebruik van het apparaat door degene die verantwoordelijk is voor hun veriligheid. Let goed op dat kinderen Niet met het apparaat spelen.
VOOR GEBRUIKERS BINNEN EUROPA:
Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8aar en personen met verminderde fysiieke, zintuiglijke of mentale capacititeiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij toezicht of instructies krijgen omtrent het veilige gebruik van het apparaat en als zij de möglichke bevaren begrijpen. Kinderen mooten Niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mag nicht zonder toezicht uitgevoerd worden door kinderen.
▲LET OP!
Als u deze naaimachine onbeheerdchterlaat,要去en de aan-/uit- en lichtschakelaar van de machine worden uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact worden getrokken.
Bij onderhoudswerkzaamheden aan de naaimachine of wanner afdekkingen worden verwijderd, dient u de stroomtoevoer maar de machine of het elektrische gedeelte te onderbreken door de stekkeruit het stopcontact te trekken.

ALLEEN VOOR GEBRUIKERS IN GROOTBRITTANNIE, IERLAND, MALTA EN CYPRUS
BELANGRIJK
- Wanner u de stekkerstop verrangt, moet u een door ASTA voor BS 1362 goedgekeurde stop gebruiken, met het A\$A -merk, met de sterkte die op de stekker is aangegeven.
- Plaats algijd de afdekking van de zekering terug. Gebruik nooit stekkers waarvan de zekering Niet is afgedekt.
- Als het beschikbare stopcontact Niet geschikt is voor de stekker die worden geleverd bij deze apparatuur, moet u contact opnemen met uw erkende dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
GEFELICITEERD MET UW KEUZE VOOR DEZE COMPACTE OVERLOCKMACHINE
Dit is een handige machine van hoge kwaliteit. Om optimaal gebruik te konnen makev an alle functies, adviseren wij u dit boekje aandachtig te bestuderen.
Indien u meer informatie wenst over het gebruik van deze machine, dan kurz u te allen tjnde contact opnemen met uw dichtstbijzijnde, erkende dealer.
Veel plezier!
▲LET OP!
Voor het inrijgen of verrangen van een naald schakelt u eerst de aan/uit- en lichtschakelaar van de machineuit, of trekt u de stekker uit het stopcontact.
Als de machine nicht worden gebruikt, adviseren wij u de stekker uit het stopcontact te verwijderen om eventuele gevaarlijke situations te vermijden.
Opmerkingen over de motor
- De maximale naaisnelheid van deze naaimachine is 1300 steken per minuut, hetgeen zeer snel is, vergeleken met de normale snelheid van 300 tot 800 steken per minuut die een gemiddelde naaimachine haalt.
- De motorlagers zijn vervaardigd van een speciale gesinterde en met olie geimpregneerde metaallegering, gewikkeld in in olie gedrenkte vilt, voor urelang, ononderbroken gebruik.
- Door langdurig gebruik van de naaimachine kan het gebied rond de motor warm worden, maar nooit zodenig dat dit nadelige gevolgen kan hebben voor de prestaties.
Zorg dat de ventilatieoppeningen aan de zij- en achechterkant van de naaimachine algijd vrij blijven van stof en papier.
- Wonneer de motor draait, zullen er vonden zichtaar zijn door de ventilatieopengen bij de motorsteun, tegenover het handwiel. Deze vonden veroorzaakt door de koolborstels en de collector en makeen deel uit van de normale werking van de machine.
Inhoud
HOOFDSTUK 1: Benamingen en functies van de onderdelen 40
Accessoires 41
De machine aansluiten 42
Draairichting van het handwiel 42
Voorklepopen/sluiten 42
Persvoet bevestigen/verwijderen 42
Opvangbakje 43
Naaien met vrije arm (platbodemhulpstuk verwijderen) 43
Mesje verwijderen 44
Steeklength 44
Steekbreedte 44
DifferentialiaItransporteur 45
Persvoetdruk instellen 45
Draadspanningsknop 46
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, twee naalden (vier draden).....47
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, een naald (drie draden) 48
Naald 49
Naald verwijderen / aanbrengen 49
HOOFDSTUK 2: Voorbereidingen voor het inrijgen. 50
Draadgeider 50
Het gebruik van het kloskapje 50
Het gebruik van het garennetje 50
Vór het inrijgen 50
HOOFDSTUK 3: Inrijgen 51
Onderste grijper inrijgen 51
Bovenste grijper inrijgen 53
Inrijgen van de rechter naald 54
Linkernaald inrijgen 54
HOOFDSTUK 4: Vergelingstabel voor naaimateriaal, draden en naalden 55
HOOFDSTUK 5: Naaien 56
Steekselectie 56
Proeflapje naaien 56
Afwerken met hettingsteek 57
Beginnen met naien 57
Stof verwijderen 57
De ketting vastzetten 58
Als de draad breektijdens het naien 59
Dunne stoffen naaien 59
Smalle overlock/rolzoomsteek 59
Overzicht voor smalle overlock/rolzoomsteek 61
HOOFDSTUK 6: Problemen oplossen 62
HOOFDSTUK 7: Onderhoud 63
Reinigen 63
Smeren 63
HOOFDSTUK 8: Plaatsing van optionele voet 64
Blindzoomvoet 64
Elastiekvoet 66
Parelvoet 67
Pipingvoet 68
Plooivoet 69
SPECIFICATIONS 70
INSTELLINGENTABEL 71
HOOFDSTUK 1 BENAMINGEN EN FUNCTIONS VAN DE ONDERDELEN


In de voorklep

* De productcode is weergegeven op het typeplaatje van de machine.
① Draadgeleider
② Draadplaat
③ Stelschroef voor persvoetdruk
④ Klospen
⑤ Klossteun
⑥ Draadgever
⑦ Naalden
⑧ Platbodemhulpstuk
(9) PersVOet
⑩ Dekplaat
⑪ Draadspanningsknop linkernaald
Draadspanningsknop rechtsnaald
⑬ Draadspanningsknop bovenste grijper
⑭ Draadspanningsknop onderste grijper
⑤ Voorklep
Persvoethendel
⑰ Aan/uit- en lichtschakelaar
18 Steeklengtheknop
19 Handwiel
② Instelknop differentiaalverhouting
② Steekbreedteknop
In de voorklep
Draadgeleider
23 Inrijghendel onderste grijper
24 Draadgever voor grijpers
25 Bovenste grijper
⑥ Bovenste mesje
⑦ Onderste grijper
28 Steekpositievinger
Hendel voor试点工作
③0 Voorklepcompartiment
De bijgeleverde accessoires en de verwijderde steekpositievinger kunt u in dit voorkleppcompartiment bewaren.
: Naaldenset, : Steekpositievinger (indien verwijderd, zie HOOFDSTUK 5 "Smalle overlock/rolzoomsteek"), : Pincet, : Zeskantschroevendraaier
- Luchtopeningen (aan de zij- en achterkant)
Accessoires
Meegeleverde accessoires
① Zachte hoes: X77871000
② Opbergzakje voor accessoires: 122991052
③ Pincet:XB1618001
④ Garennetje (4): X75904000
⑤ Kloskapje (4): X77260000
⑥ Reinigingsborsteltje: X75906001
⑦ Zeskantschroevendraaier: XB0393001
(8) Naaldensetje (130/705H): XB2772001 nr. 80: 2 stuks, nr. 90: 2 stuks
⑨ Pedaal:
XC7359021 (gebieten met 120 V)
XC7438421 (gebieten met 230 V)
XC7456521 (Verenigd Koninkrijk)
XD0112121 (Argentinie)
XD0852121 (Korea)
XD0105021 (China)
XE0629001 (Australie, Nieuw-Zeeland)
Meer informatatie over de volgende artikelen vindt u in HOOFDSTUK 8.
⑪ Blindzoomvoet: X76590002

Plooivoet:
SA213 (VS, CANADA)
X77459001 (OVERIG)

③ Parelvoet:
SA211 (VS, CANADA)
X76670002 (OVERIG)

⑭ Pipingvoet:
SA210 (VS, CANADA)
XB0241101 (OVERIG)

⑮ Elastiekvoet:
SA212 (VS, CANADA)
X76663001 (OVERIG)

⑥ Trap voor bijsnijden: XB1530002 voor product code 884-B02

Trap voor bijsnijden: XB2793001 voor product code 884-B03

- De productcode is weergegeven op het typeplaatje van de machine.
De machine aansluten
De machine inschakelen
- Steek de drie-pins stekker in de aansluiting aan de rechtter onderkant van de machine. Steek verwolgens de stekker in een stopcontact.
- Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar < A> in de stand "I" (voor uitschaken in de stand "O").

Werking
Wanner het pediaal iets wordt ingetrapt, begint de machine langzaam te lopen. Hoe dieper het pediaal wordt ingetrapt, des te sneller gaat de machine lopen. Als het pediaal wordt losgelaten, stopt de machine.

OPMERKING (alleen voor de VS):
Pedaal: Model KD-1902
Dit voetpedaal kan gelebruikt worden met de machine met product code 884-B02 en 884-B03.
- De productcode is weergegeven op het typeplaatje van de machine.
Draairichting van het handwiel
Het handwiel < A> draaait linksom (richting van de pijl). Dit isdezelfde richting als een gewone naaimachine voor huishoudelijk gebruik.
De naalden bewegen maar hun hoogste stand als het handwiel zodenig worden gedraaid dat het merkteken < B> op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine.


Voorklep openen/sluiten
Bij het inrijgen van de draad in deze machine要去 de voorklep worden geopend. Schuif hem maar rechts ① en open ② of sluit hem en schuif hem�ak links.
▲LET OP!
Voor uw eigen verilgheid mag de machine nooit worden gebruikt als de voorklep geopend is.
Schakel de machine algid uit voordat de voorklep wordt geopend.

Persvoet bevestigen/verwijdenen
- Schakel de aan-/uit- en lichtschakelaar uit of trek de voedingsstekker uit het stopcontact.
- Beweeg de persvoethendel omhoog. ①
- Draai het handwiel ② zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel".)
- Druk op de knop op de persvoethouder zodate de standardpersvoet vrijkomt. ③ ④
- Beweeg de persvoet verder omhoog door de persvoethendel verder omhoog te duwen. Verwijder verrolgens de persvoet en bewaar hem op een veilige plaats.
- Beweeg de persvoet nogmaals verder omhoog door de persvoethendel verder omhoog de duwen. Plaats verrolgens de persvoet net onder de persvoethouder < A> , zodanig dat de groef in de onderkant van de persvoethouder < B> in lijn staat met de pen bovenin de voet < C> en.daaromheen grijpt. Beweeg verrolgens de persvoethendel omlaag om de persvoet vast te drukken. Druk waar bij op de knop op de persvoethendel.

Opvangbakje
Het optionele opvangbakje < A> vangt de tijdens het naaien afgeknipte stof en draad op.


Aanbrengen:
Druk het opvangbakje < A> maar binnen, totdat het de voorklep raakt.
OPMERKING:
Zorg dat deplaatsingsgeleider < B> gegen die van de machine worden geplaatst.
Verwijdersen:
Trek het opvangbakje langzaam maar buiten.
OPMERKING:
Het optionele opvangbakje kan ook worden gebruikt als pedaalhouser.

▲LET OP!
Verwijder algtd het pedaal UIT het opvangbakje voordat de machine worden gedragen.
Naaien met vrije arm (platbodemhulpstuk verwijderen)
Wanneer u met de vrije arm naait, kurz u gemakkelijk met pijpvormige stukken werken.
- Verwijder het platbodemhulpstuk < A> .

OPMERKING:
Let op dat u het verwijderde platbodemhulpstuk nicht kwijtraakt.
- Plaats de stof en begin met het naaien.
(Zie HOODFSTUK 5.)

Mesje verwijderen
Om te naaien zicher dat de rand van de stof wordt afgesneden, kunt u het mesje als volgt verwijderen.
▲LET OP!
Raak het mesje Niet aan.
Beweeg de hendel voor het mesje alleen als de naald op+zijn laagste punt staat.
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u het mesje verwijdert.
- Trek de hendel voor het mesure < A> omhoog en verzolgens maar rechts.


- Beweeg het mesje omlaag.

- Trek het mesje geheel waar buiten en haal uw hand van de hendel.

Steeklength
De standaardinstelling voor de steeklengte is 3 mm.
Om de steeklengte te wijzigen, draait u aan de steeklengteknop aan de rechterkant van de behuizing.

① Steeklengthe verkorten tot minimaal 2mm
② Steeklengte verlengen tot maximaal 4mm .
Markering
Steekbreedte
De normale steekbreedte-instelling voor de gewone overlocksteek is 5mm . Om de steekbreedte te wijzigen, draait u aan de steekbreedteknop.

① Steekbreedete vergroten tot maximaal 7mm
② Steekbreedte verkleinen tot minimaal 5mm
Markering
Differentiaaltransporteur
Deze naaimachine is uitgerust met twee verschillende transporteurs onder de persvoet waarmee de stof door de machine worden gevoerd. De differentiaaltransporteur regelt de beweging van de voorste en achechterste transporteurs. Wordt deze knop ingesteld op 1, dan bewegen beiden transporteurs metdezelfde slenlheid (verholding van 1:1).Indien de differentiaalverhouding worden ingesteld op een waardekleiner dan 1:1, dan bewegen de voorste transporteurs langzamer dan de achechterste, zodat de stof tijdens het nailen wordt uitgerekt.Dit is handig bij lichte stoffen die snel rimpelen.Indien de differentiaalverholding wordt ingesteld op een waarde groter dan 1:1, dan bewegen de voorste transporteurs sneller dan de achechterste, waardoor de stof tijdens het nailen wordt greplooid. Hierdoor wordt het rimpelen van stretchstoffen voorkomen.
Installing differentiaaltransporteur
| Transport-
ver-
housing | Hoofd-
trans-
porteur
(achter) | Differenti-
aaltrans-
porteur
(voor) | Effect | Toe-
passing |
| 0,7 - 1,0 | | | Materiaal
wordt
strakge-
trokken. | Voorkomt
dat dun
materiaal
rimpelt of
samentrekt |
| 1,0 | | | Zonder
differenti-
aaltrans-
porteur. | Normaal
naaien |
| 1,0 - 2,0 | | | Materiaal
wordt
geplooid of
samenge-
drukt. | Voorkomt dat
stretchstoffen
uitrekken of
rimpelen |
De normale instelling van de instelknop voor de differentiaaltransporteur is 1,0.
Om de differentiaaltransporteur in te stellen, draait u aan de knop aan de rechtonderkant van de behuizing.

① Groter dan 1,0
② Kleiner dan 1,0
Markering
Een voorbeeld
Wanneer stretchstof worden genaaid zonder gebruik van de differentiaaltransporteur, gaan de randen van de stof golven.

Door de transportverhouding van 1,0 te wijzigen in een waarde dichter bij 2,0,kest u een gladdere afwerking krijgen.
(De Beste transportverhouding is afhankelijk van de elasticieit van de stof.)
Hoe elastischer de stof, hoeDICHTer bij 2,0 de instelling van de differentiaalverhouding moet+zijn. Maak een proeflapje om de juiste instelling te vinden.
▲LET OP!
Bij het naaien van dikke, Niet-elastische stof zoals bijvoorbeeld denim, mag de differentiaaltransporteur nicht worden gebrukt, odomat dit de stof kan beschadigen.
Persvoetdruk instellen
Draai aan de stelschroef voor de persvoetdruk aan de linkerbovenkant van de machine. U(Int) jeiste instelling vinden met behulp van de waarde op de schroef.
Er is een draadspanningsknop voor elk van de naalddraden en de bovenste en onderste grijperdraad. De instelling van de draadspanning is afhankelijk van de dikte van de stof en het gebruekte garen. Het kan dus nodig zijn de draadspanning aan te passen wonneer er van stof worden veranderd.

① De gele draadspanningssschijf is voor de linkernaald.
② De roze draadspanningsschijf is voor de rechtenaald.
③ De groene draadspanningssschijf is voor de bovenste grijper.
(4) De blauwe draadspanningsschijf is voor de onderste grijper.
Draadspanningsregeling
In de meeste gezallen zult u met draadspanning "4" het gewenste resultaat behalen. (Standaard: SPAN 60/3Z)
Indien de kwaliteit van de steken onvoldoende is, kiest u een andere instelling voor de draadspanning.

① Voor hogere spanning: 4 tot 7
② Voor lagere spanning: 2 tot 4
③ Voor gemiddelde spanning: 5 tot 3
Als u de juiste spanning nicht=kunt vinden, raadpleeg dan de tabellen op de volgende网页a's.
▲LET OP!
Zorg dat het garen goed in de spanningsschijven is geplaatst.
Overzicht voor het instellen van de draadspanning, twee naalden (vier draden)
A: Achterkant
B: Goede kant
C: Linker naalddraad
D: Rechter naalddraad
E: Draad van bovenste gripper
F: Draad van onderste grijper

Overlicht voor het instellen van de draadspanning, een naald (drie draden)
A: Achterkant
B: Goede kant
C:Naalddraad
D: Draad van bovenste grijper
E: Draad van onderste grijper

Naald
Voor deze machine(Int)kunt u naalden voor gewone huishoudelijkne naaimachines gebruiken. De aanbevolen naald is 130/705H (nr. 80 of nr. 90).
Naaldomschrijving
① Achterkant (platte kant) ② Voorkant ③ Groef

Naald controlleren
④ Platte kant
⑤ Leg de naald met de platte kant op een vlakke ondergrond en controllerer de rueimte overal gegijk is.

OPMERKING: Maatregelen gegen beschadiging van de stof < A> .

Door de naald 130/705H SUK (nr. 90) BALLPOINT te gebruiken, kan beschadiging van de stof worden beperkt.
Naald verwijderen / aanbrengen
Linkernaald verwijderen/aanbrengen
Rechternaald verwijderen/aanbrengen

① Vastdraaien ② Losdraaien
Verwijdersen:
- Zet de aan-/uit- en lichtschakelaaruit(OFF).
- Draai het handwiel zodenig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel".)
- Draai de desbetreffende naaldebestigingsschroef los door de meegeleverde zeskantschroevendraaier in derichting van ② in de afbeelding te draaien, en verwijder de naald.
Aanbrengen:
- Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar UIT (OFF).
- Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine.
- Neem de naald in de hand met de platte kant van u af en duw hem zo ver möglichk in de naaldhouser aan boven.
- Draai de desbetreffende naaldbebestigingsschroef goed vast door de meegeleverde zeskantschroevendraaier in derichting van ① in de afbeelding te draaien.
OPMERKING:
Zorg dat naalden algijd geheel in de houder worden geplaatst.
Als de naalden goed+zijn aangebracht, zit de rechtennaald iets lager dan de linkernaald.

▲LET OP!
Zet de naaimachine altijd uit voordat u de naald verwijdert/aanbrengt.
Laat de naald of naaldbebestigingschroef nicht in de machine vallen, odomat deutsche anders beschadigd kan raken.
Draadgeleider
Zet de telescoopstang van de draadgeleider in de hoogste stand. Zorg dat de draadgeleidersrecht boven de klospennen staan, zoals aangegeven in de onderstaande illustratie.
① Draadhouser op de draadgeleider
② Klospen
③ Juiste positie

Het gebruik van het kloskapje
Bij gebruik van klosjes, moet het kloskapje worden gebruikt zoals hieronder staat afgebeeld. Zorg dat de inkeping op het klosje aan de onderkant zit.

① Kloskapje
Het gebruik van het garennetje
Wanneer u naait met los gewonden nylongaren, adviseren wij u het bij de machine geleverde netje om het klosje te trekken, om te voorkomen dat het garen van het klosje glijdt.
Maak het netje precies passend voor het klosje.



Vórár het inrijgen
- Zet de aan-/uit- en lichtschakelaar voor de veiligheid uit.

- Zet de persvoet omhoog met gebruik van de persvoethendel.


- Draai het handwiel zodanig dat het merkteken op het handwiel < A> in lijn staat met de streep < B> op de machine. (Zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").


HOOFDSTUK 3 INRIJGEN
▲LET OP!
Zet de machine voor het inrijgen uit voor de veilighheid.
Het inrijgen dient te worden gedaan in de onderstaande volgorde.
- Onderste grijper
- Bovenste grijper
- Rechternaald
- Linkernaald
Onderste grijper inrijgen
Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de blauwe kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

- Open de voorklep door hem maar rechts te schuiven en de bovenkant waar u toe te halen.
- Leid de draad van de spoel directaar boven en van acheer maar voren door draadhouser ① en draadplaat ② aan de draadgeleider.
- Rijg de draad door opening ③ bovenop de machine.
-
Rijg de draad door de draadspanningssschijf ④ die zich in de draadgeleider naast de blauwe draadspanningsknop befindt.
-
Leid de draad door de geleider maar beneden door de inrijgpunten ⑤ 6 7 8 naast de blauwe kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding.
OPMERKING:
Zorg dat de draad door beiden draadgevers ⑦ worden geleid.
Ga verdier met "Snelle inrijgmethode voor de onderste grijper".
Snelle inrijgmethode voor de onderste grijper
- Schuif de inrijghendel voor de onderste grijper < A> maar rechts.
De onderste gripper < B> beweegt maar de positie Zoals hieronder staat aufgebeeld.


▲LET OP!
Schuif de inrijghefboom alleen in de richting die door de pijl worden aangegeven. Als u de inrijghefboom krachtig in een andere richting beweegt, kan hij beschadigd raken.
Zorg dat de naald in de bovenste stand staat, voordat u de inrijghendel voor de onderste grijper verplaatst.
- Leid de draad zoals in de afbeelding.

- Leid de draad door het oog van de onderste grijper.

- Draai langzaam aan het handwiel en zorg dat de grijper terugkeert maar zijn oorspronkelijke positie.

OPMERKING:
Als de onderste grijperdraad breektijdens het naaien, moet de draad van beiden naalden worden afgeknipt en verwijderd.
Bij het opnieuw inrijgen van de onderste griper要去 precies de in de afbeelding getoonde volgorde worden aangehouden. De machine werkt Niet goed als de draad Niet in de juiste volgorde is ingeregen.
▲LET OP!
De naalddraden mogen pas worden ingeregen nadat de onderste en bovenste grijper zich ingeregen.
Bovenste grijper inrijgen
Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de groene kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

- Open de voorklep door hem maar rechts te schuiven en de bovenkant waar u toe te halen.
- Leid de draad van de spoel directaar boven en van acheer maar voren door draadhouser ① endraadplaat ② aan de draadgeleider.
- Rijg de draad door opening ③ bovenop de machine.
-
Rijg de draad door de draadspanningssschijf ④ die zich in de draadgeleider naast de groene draadspanningsknop befindt.
-
Leid de draad door de geleider maar beneden door de inrijgpunten ⑤ 6 7 8 naast de groene kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding.
OPMERKING:
Zorg dat de draad alleen door de bovenste draadgever ⑦ wordt geleid.
- Leid de draad door het oog van de bovenste grijper ⑨.
OPMERKING:
Indien de bovenste grijperdraadijdens het naaien breekt:
Dit kan gebeuren als de onderste grijperdraad vast komt te zitten aan de bovenste grijper. Als dit gebeurt, laat u de bovenste grijper zakken door het handwiel te draaien zodat u de onderste grijperdraad Aunt losmaken van de bovenste grijper. Vervolgens dient de bovenste grijper ten minste vanaf de draadspanningschijf opnieuw te worden ingeregen.


Inrijgen van de rechter naald
Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de roze kleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

- Leid de draad van de spoel directaar boven en van acheer maar voren door draadhouser ① en draadplaat ② aan de draadgeleider.
- Rijg de draad door opening ③ bovenop de machine.
- Rijg de draad door de draadspanningssschijf ④ die zich in de draadgeleider naast de roze draadspanningsknop bevindt.
- Leid de draad door de geleider maar beneden door de inrijgpunten ⑤ ⑥ ⑦ naast de roze kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding.
OPMERKING:
Zorg dat de draad door de rechterkant van de separator < A> loopt.
- Trek de draad maar beneden en van vooraar awhile door de draadgeleider van de naaldstang en door de rechternaald ⑧
(Links: twee naalden / rechts: één naald)
Linkernaald inrijgen
Houd bij het inrijgen van de draad de volgorde aan zoals getoond in de afbeelding, en volg de gelekleur en de nummers naast elk van de inrijgpunten.

- Leid de draad van de spoel directaar boven en van acheer maar voren door draadhouser ① en draadplaat ② aan de draadgeleider.
- Rijg de draad door opening ③ bovenop de machine.
- Rijg de draad door de draadspanningssschij 4 die zich in de draadgeleider naast de gele draadspanningsknop bevindt.
- Leid de draad door de geleider maar beneden door de inrijgpunten ⑤ ⑥ ⑦ naast de gele kleurmarkeringen, op volgorde van de nummers zoals getoond in de afbeelding.
OPMERKING:
Zorg dat de draad door de linkerkant van de separator < A> loopt.
- Trek de draad maar beneden en van vooraar achefter door de draadgeleider van de naaldstang en door de linkernaald ⑧.
(Links: twee naalden / rechts: één naald)
HOOFDSTUK 4
VERGELIJKINGSTABEL VOOR NAAIMATERIALIAAL, DRADEN EN
| Material | Steek | Stecklengte (mm) | Draad | Naald |
| Dunne stoffen:
Crège georgette
Batist
Organdie
Tricot | Overlocksteek | 2,0-3,0 | Gewonden, nr. 80-90
Katoen, nr. 100
Tetron, nr. 80-100 | 130/705H
nr. 80 |
| Dunne stoffen:
Crège georgette
Batist
Organdie
Tricot | Smalle overlock/ rolzoommsteek | R-2,0 | Naalddraad:
Gewonden, nr. 80-90
Tetron, nr. 80-100
Grijperdraad:
Wollig nylongaren
Gewonden, nr. 80-90
Tetron, nr. 80-100 | 130/705H
nr. 80 |
| Middelzware stoffen:
Popeline
Gabardine
Stretch | Overlocksteek | 2,5-3,5 | Gewonden, nr. 60-80
Katoen, nr. 60-80
Tetron, nr. 60-80 | 130/705H
nr. 80
nr. 90 |
| Middelzware stoffen:
Popeline | Smalle overlock/ rolzoommsteek | R-2,0 | Naalddraad:
Gewonden, nr. 60-80
Tetron, nr. 60-80
Grijperdraad:
Wollig nylongaren
Gewonden, nr. 60-80
Tetron, nr. 60-80 | 130/705H
nr. 80
nr. 90 |
| Dikke stoffen:
Tweed
Denim
Gebreide | Overlocksteek | 3,0-4,0 | Katoen, nr. 50-60
Gewonden, nr. 60
Tetron, nr. 50-60 | 130/705H
nr. 90 |
OPMERKING: Voor naaien met sierdraad worden geadviseerd de bovenste griper te gebruiken.
HOOFDSTUK 5 NAAIEN
Steekselectie
Selecteer het steekpatron voordat u begint te naaien. Met deze naaimachine konnen vrij verzillende steken worden genaaid. Volg hiervoor eenvoudig de onderstaande stappen:
Vierdraads overlocksteek
Maak gebruik van alle vier draden en twee naalden voor het produceren van vierdraads overlocksteken.
Gebruik: Produeert een sterke naad. Ideaal voor het naaien van gebreide en geweven stoffen.

Driedraads overlocksteek 5 mm
Maak gebruik van drie draden en de linkernaald voor het produceren van naden van 5 mm.
Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor middelzware tot zware stoffen.
OPMERKING:
Verwijder de rechtenaald bij het naaien van deze overlocksteek.

Driedraads overlocksteek 2,8 mm
Maak gebruik van drie draden en de rechtenaald voor het produceren van naden van 2,8 mm.
Gebruik: Voor overlocksteken bij kostuums, blouses, sportbroeken, etc. Ideaal voor lichte tot middelzware stoffen.
OPMERKING:
Verwijder de linkernaald bij het naaien van deze overlocksteek.

Smalle overlocksteek 2,0 mm en Omgerolde overlocksteek 2,0 mm
Toepasbaar als decoratieve of afwerksteek. Raadpleeg voor meer gegevens "Smalle overlock/ rolzoommsteek" in dit hoofdstuk.

OPMERKING:
Voor een nog grotere diversiteit aan stekenkest u de optionele accesirevoet gebruiken. Zie voor meer gegevens HOOFDSTUK 8.
Proeflapje naaien
Maak een proeflapje voordat u begint met uw naaiwerk.
- Stel de spanning van alle draden in op "4".
- Breng de draden op de machine aan en trek alle draden circa 15 cm maar buitenchyter de persvoet.

- Breng een overgebleven lapje stof onder de persvoet om een proeflapje te naaien.
OPMERKING:
Zorg aktijd dat de persvoet omhoog staat voordat de stof eronder worden gebracht. U kunt Niet beginnen met het naaien als de stof onder de voet worden geschoven zonder dat de persvoet omhoog worden gebracht.

- Voordat u het pedaal gebruikt, draaatt u, terwijl u met uw linkerhand alle draden vasthoudt, het handwiei langzaam een paar slagen maar u toe om te zien of de draden worden ineengevlochten.

Afwerken met hettingsteek
Als het proeflapje gereed is, houdt u het pedaal iets ingetrapt en werkt u af met een kettingsteek van circa 10~cm . De draden zullen vanzelf in de vorm van een ketting worden ineengevlochten.

OPMERKING:
Als de draadspanning Niet goed in balans is, zal het resultaat van het afwerken ongelijkmatig zich. Treklichtjes aan de draden als dit geleurt. Controller de inrijgvolgorde en stel de draadspanning af om een gelijkmatige ketting te verkrijgen. (Zie HOOFDSTUK 1, "Draadspanningsknop".)
Beginnen met naaien
- Rijg de draden op de machine in en trek alle draden circa 15 cm après de persvoet maar buiten.

- Beweeg de persvoet omhoog en breng de stof op de juiste manier onder de persvoet voordat u met het naaien begint. Naai langzaam een paar steken met behulp van het handwiel.
- De stof worden automatisch ingevoerd. U hoeft de stof alleen maar in de juiste richting te leiden.
- Controller de structuur van de steek (steekketting) om te zien of deze gelijkmatig is. Als de steek Niet gelijkmatig is, contrôleert u opniewu of het inrijgen op de juiste manier en in de juiste volgorde is UITgevoerd.
- Volg de geleider voor evenwijdige naden om de naden van de stof gelijkmatig af te snijden. Met de steekbreedteknop op "5" worden de schaalverdeling van de geleider voor evenwijdige naden 9,5,12,7,15,9 en 25,4 mm.

① Persvoet ② Bovenste mesje
③ Geleider voor evenwijdige{naden
Stof verwijderen
Als de naad gereed is, laut u de machine op een lage snelheid draaien om de kettingsteek af te werken. Knip cervolgens de steken op 5 cm van het naiwerk af. Als er te weinig werk getransporteerd om af te werken, trekt u zachtjes aan de draad.

De ketting vastzetten
Er zijn twee methoden om de ketting vast te zetten.
Methode 1
Zet de ketting met de machine vast aan het begin en aan het eind van een steek.
Aan het begin van een stek
- Naai nog een paar steken na het afwerken met een kettingsteek van 5cm.
- Stop de machine en breng de persvoet omhoog.
- Doe de ketting onder de persvoet en naai eroverheen verwijl u de ketting maar u toe trekt.
- Nadat u een paar steken genaaid heeft, snijdt u de overtollige ketting af zoals in de afbeelding worden weergegeven.

Aan het eind van een steek
- Aan het eind van de naad naait u een stek buiten de stof voordat u de machine stopt.

- Breng de persvoet en naalden omhoog en draai cervolgens de stof om.

- Laat de naalden en de persvoet opdezelfde positie zakken.
- Naai over de naad en let waar bij op dat de aanwezigne naad Niet met een mes worden doorgesneden.
- Nadat u enkele steken heeft genaaid, werkt u de stof af zoals in de afbeelding is weergegeven.

- Knip de draden af met een schaar.
Methode 2
Met deze methode kan de ketting aan het begin en aan het eind van een streek opdezelfde manier worden vastgezet.
- Leg een knoop in de draden van de hetting.

- Steek de hetting met behulp van een handnaald met een groot oog in het eind van de naad.

- Zet de ketting vast met een druppel stoflijm en knip de extra steken af nadat de lijm is gedroogd.

Als de draad breekt tijdens het naaien
Verwijder de stof en rijg de draden opnieuw in de juiste volgorde in: onderste grijper, bovenste grijper, rechtenaald en linkernaald. (Zie voor het opnieuw inrijgen HOOFDSTUK 3 "Inrijgen".) Plaatshet materiaal waar onder de persvoet en naai 3-5 cm over de vorige steken.

▲LET OP!
Laat geen rechte spelden in de stof anschter bij het naaien,,ondat hierdoor de naalden en mesjes worden beschadigd.
Dunne stoffen naaien
- Stel de druk van de persvoet zodenig af dat de stof Niet rimpelt en er bochten+kennen worden genaaid. (Zie HOOFDSTUK 1 "Persvoetdruk instellen').
- Zet de draadspanning losser, maar denk eraan dat bij een te lage spanning de draad kan breken en steken+konnen worden overgeslagen.
Smalle overlock/rolzoomsteek
De smalle overlock/rolzoomsteek is een decoratieve afwerking voor lichte of middelzware stoffen. Ze worden vaak gebruikt als afwerking voor de rand van de stof. Voor deze steek verwijdert u de linkernaald en past u de driedraads overlocksteek toe.
Instructies voor zowel smalle overlock- als rolzoomsteken
▲LET OP!
Zet de naaimachine uit voordat u een naald verwijdert of aanbrengt.
- Verwijder de linkernaald.

OPMERKING:
Zie HOOFDSTUK 4 "Vergelijkkingstabel voor materiaal, naald en draad" voor de aanbevolen naald en draad.
- Rijg de machine in voor een driedraads overlock voor de rechtenaald.
- Verwijder de steekpositievinger < A> .
① Beweeg de persvoethendel omhoog.
② Trek alle draden maar de achechterkant van de machine.
③ Controller er om er zeker van te+zijn dat de draad Nieteer om de steekpositievinger gedraaid zit.
④ Open de voorklep.
⑤ Draai aan het handwiel totdat de bovenste grijper in de laagste stand staat.
⑥ Trek de steekestievingeraar rechts en verwijder hem.

Er is een opbergruimte voor de steekpositievinger < A> aan de binnenkant van de voorklep.
[Product code:884-B03]

* De productcode is weergegeven op het typeplaatje van de machine.
OPMERKING:
Zorg dat de steekestievinger geplaatst is wanneer normale overlocksteken worden genaaid.
- Stel de steekbreedteknop in op stand "R".

Markering
- Stel de steeklength in.
Stel de steeklengteknop in van stand "R maar 2" (voor smalle overlocksteek: Rঀ 2, voor rolzoomsteek: R).

Markering
Overzicht voor smalle overlock/rolzoomsteek
| Rolzoomsteek | Smalle overlocksteek |
| Steekstijl | Onderkant van materiaal
Bovenkant van materiaal | Onderkant van materiaal
Bovenkant van materiaal |
| Materialen | Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkstabel voor materiaal, naald en draad”. | Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkstabel voor materiaal, naald en draad”. |
| Naalddraad | Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkstabel voor materiaal, naald en draad”. | Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkstabel voor materiaal, naald en draad”. |
| Draad van bovenste grijper | Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkstabel voor materiaal, naald en draad”. | Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkstabel voor materiaal, naald en draad”. |
| Draad van onderste grijper | Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkstabel voor materiaal, naald en draad”. | Zie HOOFDSTUK 4 “Vergelijkstabel voor materiaal, naald en draad”. |
| Steeklength | R (R-2,0) | R (R-2,0) |
| Steekbreedte | R (R-6) | R (R-6) |
| Steekvinger | Verwijderd | Verwijderd |
| Draadspanning | Voor dunne stoffen | Voor middelzware stoffen | Voor dunne stoffen | Voor middelzware stoffen |
| Naalddraad | 4 (3 - 5) | 5 (4 - 6) | 4 (3 - 5) | 5 (4 - 6) |
| Draad van bovenste grijper | 5 (4 - 6) | 5 (4 - 6) | 5 (4 - 6) | 6 (5 - 7) |
| Draad van onderste grijper | 7 (6 - 8) | 7 (6 - 8) | 5 (4 - 6) | 6 (5 - 7) |
HOOFDSTUK 6 PROBLEMEN OPLOSSEN
Deze naaimachine is ontwikkeld voor probleemloos gebruik. In de onderstaande tabel worden echter problemen opgesomd die{kunnen optreden als de standardinstelleningen Niet correct worden uitgevoerd.
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
| 1. Geen transport | Persvoetdruk te laag | Draai de stelschroef voor de persvoetdrukrecht som om de persvoetdruk te verhogen.(Zie pagina 45.) |
| 2. Naalden breken | 1. Verbogen naalden of stompe naaldpunt | Vervang door een neue naald.(Zie pagina 49.) |
| 2. Verkeerd aangebrachte naalden | Breng naalden correct aan.(Zie pagina 49.) |
| 3. Met te veel kracht aan de stof getrokken | Niet te hard gegen de stof duwen of eraan trekkenijdens het naaien. |
| 3. Draden breken | 1. Verkeerd ingeregen | Rijg op de juiste manier in.(Zie pagina 51-54.) |
| 2. Draad in de knoop | Controler klospen, draadhoulders enz. en verwijder in de knoop geraakte draad. |
| 3. Draadspanning te hoog | Pas de draadspanning aan.(Zie pagina 46-48.) |
| 4. Verkeerd aangebrachte naalden | Breng naalden correct aan.(Zie pagina 49.) |
| 5. Verkeerde naald | Gebruik correcte naald.130/705H - aanbevolen (zie pagina 49.) |
| 4. Overgeslagen steken | 1. Verbogen naald of stompe naaldpunt | Vervang door een neue naald.(Zie pagina 49.) |
| 2. Verkeerd aangebrachte naald | Breng naald correct aan.(Zie pagina 49.) |
| 3. Verkeerde naald | Gebruik correcte naald.130/705H - aanbevolen (zie pagina 49.) |
| 4. Verkeerd ingeregen | Rijg op de juiste manier in.(Zie pagina 51-54.) |
| 5. Persvoetdruk te laag | Draai de stelschroef voor de persvoetdrukrecht som om de persvoetdruk te verhogen.(Zie pagina 45.) |
| 5. Geen gelijkmatige steken | Draadspanningenঃniet correct ingesteld | Pas de draadspanning aan.(Zie pagina 46-48.) |
| 6. Stof trekt samen | 1. Draadspanning te hoog | Verlaag de draadspanningijdens het naaien van lichte of dunne stof.(Zie pagina 46-48.) |
| 2. Verkeerd ingeregen of draad in de knoop | Rijg op de juiste manier in.(Zie pagina 51-54.) |
HOOFDSTUK 7 ONDERHOUD
Reinigen
▲LET OP!
Schakel de machine vór reiniginguit.
Draai het handwiel en beweeg de naalden maar beneden.
Verwijder regelmatig stof, afgeknipte stof en draad met het meegeleverde reinigingsborsteltje.

Smeren
Om de machine soepel en geruisloos te lien werken,要去en de bewegende delen van de machine (met pijlen aangegeven) regelmatig worden gesmeerd.
▲LET OP!
Schakel de machine uit voordat de voorklep worden geopend en met smeren worden begonnen.

OPMERKING:
Zorg ervoor dat de machine voor gebruik gesmeerd worden.
Vór het smeren alsijd eerst zorgen dat de machine vrij is van stof en pluizen.
Bij gemiddeld gebruik要去 machine een tot twee\
keer per maand worden gesmeerd. Bij intensief gebruik\
moet de machine eenmaal per week worden gesmeerd.
HOOFDSTUK 8
Schakel de machine uitijdens het verrangen van de persvoet.
Blindzoomvoet
Functies
Met de blindzoomvoet (multipurposevoet)kest u tegelijkertijd blindzomen en overlocken.Dit is ideaal bij het naaien van manchetten, broeken, zakken, het zomen van rokken enz.
De steekgeleider op deze voet is ook nuttig bij het naaien van speciale steken zoals flatlock, pintuck en andere decoratieve steken.
Blindzomen
De blindzoomsteek worden gebruikt voor het makes van een bijna onzichtbare zoom in kleding of voor interieurdecoratie. Gebruik hem om broeken, rokken of gordijnen te zomen.
Aanbevolen instellingen
- Steekbreedte: 5 mm
- Steeklength: 3 - 4 mm
- Draadspanning naald: enigszins slap (0-2)
- Draadspanning bovenste grijper: enigszins strak (5-7)
- Draadspanning onderste grijper: enigszins slap (2-4)
Werkwijze
- Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
- Stel de machine in op driedraads overlocksteek met een naald in de linkerpositie. De rechternaald要去 verwijderd worden.
- Draai de stof met de verkeerde kant maar buiten, vouv de stof eén keer en vouv daarna terug maar op de vereiste bredte, zoals in de afbeelding is weergegeven.

① Achterkant
② Naaldbaan
Het naaien gaat gemakkelijker als voor het naaien een vouw worden gestreken in de gezouwen stof.
-
Draai het handwiel zodenig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
-
Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gezouwen zichde aan de linkerkant zodenig in dat de naald tijdens het naaien precies door de gezouwen zichde.gaat.
- Beweeg de persvoethendel maar beneden en zet de stofgeleider in de richting van de gezouwen zichde.
- Stel de geleiderpositie van de persvoet in met de stelschroef, zodat de naald de vouw in de stof iets raakt. In dit geval vormt de dikte van de stof het uitgangspunt.
Door de schroef maar u toe te draaien, gaat de stofgeleider maar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider maar links.

③ Stelschroef
(4) Stofgeleider
Om de positie van de stofgeleider in te stellen, moet een proeflapje vandezelfde stof worden genaaid.
- Naai, verwijl u de stof met de hand vouwt, op zo'n manier dat de naald de rand van de vouw precies raakt.
- Open de stof zoals in de afbeeling is weergegeven.

Gebruik voor het beste resultaat een fijnne draad met een kleur die bij de stof past.
De steek zal dan aan de goede zichde van de stof nauwelijks te zien+zijn.
Flatlocksteken
De flattocksteek worden hoofdzakelijk gebruikt voor decoratieve afwerking. De afwerksteek kan eruit zich als een ladder of dunne evenwijdige lijnen als de stof strak worden getrokken.
Aanbevolen instellungen
- Steekbreedte: 5 mm
- Steeklength: 2-4 mm
- Draadspanning naald: 0-3
- Draadspanning bovenste grijper: 2-5
- Draadspanning onderste grijper: 6-9
Werkwijze
- Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
- Stel de machine in op driedraads overlocksteek met een naald in de linkerpositie. De rechtenaald要去 verwijderd worden.
- Vouw de stof zoals in de afbeelding is weergegeven.

① Goede kant
- Draai het handwiel zodenig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
- Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gezouwen zichde zodanig in dat de naald precies door de-vous waqat.
- Beweeg de persvoethendel maar beneden en zet de stof-geleider in de richting van de gezouwen zichde.
- Stel de geleiderpositie van de persvoet in met de stelschroef, zodate de naald omlaag.gaat\
aar een positie die 2,5 tot 3,0 mm binnen de\
gevouwen zichde van de stof ligt. Hierdoor komen\
sommige steken buiten de bevouwen zichde UIT.

② Stelschroef
③ Stofgeleider
Door de schroef maar u toe te draaien, gaat de stofgeleideraar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleideraar links. Om de positie van de stofgeleider in te stellen, kan een proeflapje vandezelfde stof worden genaaid.
-
Naai met een constante snuglkd langsd vouw, terwij u de stukken stof bij elkaar houdt.
-
Als het stikken gereed is, vouw dan de stof open (plat).

Beide afwerksteken können gebruikt worden op de goede zichde van de stof. Als u naait met de verkeerde zichden gegen elkaar, versiert de bovenste grijperdraad de goede zichde wanner deze worden opengevouwen. Als u naait met de goede zichden gegen elkaar, versiert de naalddraadladder de goede zichde wanner deze worden opengevouwen.
OPMERKING:
Deze methode is nicht geschikt voor dunne stoffen.
Pintucksteken
De pintucksteek gebruikt een omgerolde zichde om bij elk de stof vorm te gehen en te decoreren. Draad in een contrasterende kleur in de bovenste grijper voegt een accent aan uw werkstuk toe.
Bij dunne stoffen Aunt u beter een fijne draad kiezen, zodat het naaien soepel verloopt.
Werkwijze
- Bevestig de blindzoomvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
- Stel de machine in op smalle overlocksteek. (Raadpleeg HOOFDSTUK 5 "Smalle overlock/ rolzoomsteek".)
- Trek met een stofpotlood op de stof lijnen op gelijke afstand als marketing voor de pintucksteken Vouw de stof langs een van de lijnen en pers de vouw erlicht in met een strijkijzer.

① Lijnen trekken
② In tweeën youwen
- Draai het handwiel zodenig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
- Beweeg de persvoethendel omhoog en voer de stof met de gezouwen zichde zodanig in dat de naald precies door de gezouwen zichde.gaat.
-
Beweeg de persvoethendel maar beneden en zet de stofgeleider in de richting van de gezouwen zichde.
-
Breng de geleider van de blindzoommoet in lijn met de lijn op de rechtzerzijde van de steekpositievinger.
Door de schroef maar u toe te draaien, gaat de steekgleider maar rechts. Door de schroef van u af te draaien, gaat de stofgeleider maar links.
- Breng de vouv in lijn met de geleider en voer de stof in tot aan de naaldpositie.

(3) Stelschroef
(4) Stofgeleider
- Leid de vouv in de stof zo dat halverwege de naald en het bovenste mesje kan worden genaaid.
- Naai verder tot alle gemarkeerde lijnen zijn gemaakt.

Corrigeerkleineoneffenhedenmet dehand.
Elastiekvoet
Functies
Met de lint- en elastiekvoetkest u zowel band als elastiek naaien en tegelijkertijd prachtig zomen.
- U kurz band of elastiek met een bredte van 6 mm tot maximaal 12 mm naaien.
- Het bevestigen van band is erg handig voor versterking van elastische stoffen zoals gelebreide schouderstukken. Daarnaast is het aanbrengen van elastiek handig bij het naaien van manchetten, kragen enz.

< A> Gebruik van het elastiek
Gebruik van het band
Machine-installing (type steek):


-tweenaalds, vierdraads overlocksteek
- énénaalds, driedraads overlocksteek (Beide naalden können worden gebruikt.)
Deinstalling van het elastiek/band

- Bevestig de elastiekvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijderen").
- Beweeg de persvoethendel omhoog.
- Draai het handwiel zodenig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
- Klap de bandgeleider ① open en zet de persstelknop ② op "0".
- Doe het band of het elastiek ⑤ door de opening ③
- Doe het band of het elastiek ⑤ door de opening ③ zodate de rechterzijde van het band/elastiek langs de geleider ④ loopt.
- Klap de bandgeleider ① zich zodate hij aan de linkerzijde van het band/elastiek zich.
Proeflapje naaien

- Beweeg de persvoethendel omhoog.
- Voer de stoffen in tot de rand hetplaatje raakt.
- Beweeg de persvoethendel omlaag.
-
Stel de steekbreedteknop in op "5".
-
Stel de steekbreedtehendel in.
-
Band::tussen "3"en "4"
-
Elastiek: "4"
-
Stel de persstelknop ② in
-
op "0" bij het naaien met band.
- op het gewenste aantal plooien bij het naaien met elastiek.
OPMERKING:
De plooien nemen toe bij een groter aantal.
- Naai een proeflapje en stel de draadspanning in. Voorbeeld van een goede nainaad:

< A> Goede kant
Band
Goede kant
< D> Elastiek
OPMERKING:
Draadspanningen zijn hetzelfde als bij normal omzomen bij het naaien met stoken.
Het worden aanbevolen om voor een mooie afwerking een grotere spanning te hebben bij de onder- en bovengrijper.
Er worden geadviseerd voor elke stof/draad een proeflapje te naaien vanwege de verschillende manier van plooien.
Parelvoet
Functies
Met de parelvoetkest u stof met parels bestikken. Het is handig voor de versierde zijde van een gordijn, tafelkleed, jurk enz. Met deze voet hunnen parels van 3 mm tot 5 mm worden genaaid.


Voorbereiding
- Verwijder het mesje (zie HOOFDSTUK 1 "Mesje verwijderen").
- Bevestig de parelvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijdenen").
- Stel de machine in op driedraads overlocksteek met een naald in de linkerpositie De rechtenaald要去 verwijderd worden.
Machine controlleren
- Stel de steeklengte in zoals bij <A> of <B> . Een steeklengte van bijvoorbeeld 4 mm betekent 4 mm voor <A> of <B> .



- Stel de steekbreedte in op 3 tot 5mm
- Stel de draadspanning als volgt in:
Naalddraad: iets lager
Bovengrijperdraad: iets lager
Ondergrijperdraad: iets lager
Stof en parel instellen


- Vouw de stof volgens de waar voor parelbewerking.
- Voer de stof in op het punt waar de naald omlaag gaat, waar bij de gezouwen zich de zich gegen de geleider ① bevindt.
- Stel met de schroef ② de ruimteussen de gezouwen zichde en de naald in, zodat deze 1 mm tot 1,5 mm worden.
- Breng de parel via de geleider precies voor de geleidertunnel ③.
Proeflapje naaien
- Naai door met de hand aan het handwiel te draaien tot de parel UIT de tunnel komt.
- Naai met een lage snelheid, waar bij de parel en de stof met de hand geleid worden.
- Leg zowel aan het begin als aan het eind een knoop in de draad.
OPMERKING:
De draadspanning kan gemakkelijk verlaagd worden, vooral voorkleine parels. Verwijder de verstelbare steektong voor betere steken.
Pipingvoet
Functies
Met de pipingvoetkest u piping aanbrengen aan de rand van de stof. Piping is handig voor het versieren van de rand van kleding (pyjama, sportkleding), meubelbekleding, kussens, tassen enz.

Voorbereiding
Bevestig de pipingvoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijdenen").
Machine-installing (type steek):


-tweenaalds, vierdraads overlocksteek
- énénaalds, driedraads overlocksteek (de rechtsernaald要去 verwijderd worden)
Machine controlleren
- Stel steeklengte in op 3 mm. (standaardpositie)
- Stel steekbreedte in op 5 tot 6mm
- Stel draadspanning in op normale overlocksteken (raadpleeg HOOFDSTUK 5 "Steekselectie").

Stof en pipingband instellen

① Goede kant ② Achterkant
- Leg het pipingbandCUSden de twee stukken stof en positioneer beside zijden van de stof zoals in de afbeelding weergegeven.Houd 3 cm pipingband over aan de rand van de stof omgelijkmatig te kunnen naaien.(De goede zichde van de stof moet zich aan de binnenkant bevinden.)
- Breng de stof met het pipingband onder de persvoet en leg het pipingband in de groef < A> van de pipingvoet en begin met naaien.
Met naaien beginnen
- De stof en het pipingband moetenijdens het naaien met de hand geleid worden.
- Draai de stof na het naaien om.
OPMERKING:
Rijg voor het gemak de stof en het pipingband voordat u gaat naaien.
Het naaien van piping is moeilijk onder een scherpe hoek.
In het geval van breed pipingband moet u naaien, waarbij u het overschot moet afsnijden.

Plooivoet
Functies
U kurz prachtige plooien makeen door de plooivoet bij verschillende toepassingen voor kledingstukken en interieurdecoraties te gebruiken.

Voorbereiding
Bevestig de plooivoet (zie HOOFDSTUK 1 "Persvoet bevestigen/verwijdenen").
Machine-installing (type steek):


-tweenaalds, vierdraads overlocksteek
- énénaalds, driedraads overlocksteek (Beide naalden können worden gebruikt.)
Stof instellen

① Goede kant ② Achterkant
- Beweeg de persvoethendel omhoog.
- Draai het handwiel zodenig dat het merkteken op het handwiel in lijn staat met de streep op de machine (zie HOOFDSTUK 1 "Draairichting van het handwiel").
- Breng het onderste gedeelte van de stof (de stof die geplooid ① worden onder de geleider ③ precies onder de naald).
- Breng het bovenste gedeelte van de stof ② 一起去 de plooivoet en de geleider ③ boven op het onderste gedeelte van de stof ①
- Beweeg de persvoethendel omlaag.
Proeflapje naaien

- Stel de steeklengte in op 3mm
- Stel de differentiaalverholding in op 2.
- Stel de steekbreedte in op 5 mm.
- Stel de andere instellingen in op de waarden die bij normale overlocksteken worden gebruikt.
-
Naai verwijl de stof in lijn worden gehouden met de stofgeleider ③.
-
Stel de grootte van de plooien in door de steeklengteussen 2mm en 5mm in te stellen.
- Stel de hoeveelheid stof die geplooid moet worden, in door de differentiaalverhoudtussen 1,0 en 2,0 in te stellen.
OPMERKING:
Rek de stof Niet UIT of trek er nicht aan.
SPECIFICATIONS
Specifications
Gebruik
Lichte tot zware stoffen
Naaisnelheid
Maximaal 1300 steken per minuut
Steekbreedte
2,3 mm - 7 mm
Steeklength (pitch)
2 mm - 4 mm
Naaldbeweging (slag)
25 mm
Persvoet
Geleed type
Persvoetbeweging
5mm-6mm
Naald
130/705H
Aantal naalden en draden
Drie/vier draden
Twee naalden of eén naald
Netto machinegewicht
5,6 kg.
Machine-afmetingen
33,5 cm (B) x 29,6 cm (H) x 28,2 cm (D)
Naaldenset 130/705H.
nr. 80 (2)
nr. 90 (2)
NOTES DE RÉGLAGES / INSTELLINGENTABEL
| TISSU STOF | FIL DRAAD | AIGUILLE NAALD | TENSION DES FILS DRAADSPANNING | REMARQUES OPMERKING MODELE DE POINT STEEKTYPE |
| aiguille gauche linkernaald | aiguille droite rechtenaald | boucleur supérieur bovenste grijper | boucleur inférieur anderste grijper |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | | |
| | | | | | |
| | | | | | |
| | | | | | |
| | | | | | |
Ga waar http://support.brother.com voor productondersteuning en antwoorden op heelgestelde vragen (FAQs).