F72 - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis F72 BROTHER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over F72 BROTHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F72 - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F72 van het merk BROTHER.
GEBRUIKSAANWIJZING F72 BROTHER
Bedieningshandleiding
Naaimachine
Productcode: 888-F50/F52/F60/F62/F70/F72

Gefeliciteerd met de aanschaf van deze machine. Alvorens de machine te gebruiken dient u zorgvuldig de "BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES" te lezen. Vervolgens bestudeert u deze handleiding zodat u de diverse functies goed gebruikt.
Nadat u de handleiding hebt gelezen, bergt u deze op een handige plek op. Dan kunt u de handleiding zo nodig raadplegen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Lees eerst deze veiligheidsinstructies alvorens de machine in gebruik te nemen.
⚠️GEVAAR
- Verminder de kans op elektrische schok
1 Neem altijd de stekker uit het wandstopcontact: direct na gebruik; voordat u de machine reinigt; wanneer u onderhoud pleegt aan de machine; of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
⚠ WAARSCHUWING
- Verklein de kans op brandwonden,
brand, elektrische schok of letsel.
2 Neem altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u servicehandelingen verricht die u als gebruiker volgens de gebruiksaanwijzing moet uitvoeren.
- Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, zet u de machine eerst op "O" (uit). Vervolgens pakt u de stekker beet en trekt u deze uit het stopcontact. Trek niet aan het snoer.
- Sluit de machine rechtstreeks op een stopcontact aan. Gebruik geen verlengsnoeren.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact bij een stroomstoring.
3 Gevaren in verband met elektriciteit:
- Sluit de machine aan op een stopcontact met wisselstroom binnen het op de kenplaat aangegeven bereik. Sluit de machine niet aan op een stopcontact met gelijkstroom of omvormer. Als u niet zeker weet welke stoomvoorziening u hebt, neem dan contact op met een gekwalificeerd elektricien.
- Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land van aanschaf.
4 Gebruik de machine beslist niet als een snoer of stekker beschadigd is; als de machine niet goed werkt; als de machine is gevallen of beschadigd; of als u water op de machine hebt gemorst. Breng de machine naar de dichtstbijzijnde erkende Brother-dealer voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische aanpassingen.
- Of de machine in gebruik is of niet, wanneer u iets ongebruikelijks opmerkt aan de machine - geur, hitte, verkleuring of vervorming - stopt u onmiddellijk en neemt u de netstekker uit het stopcontact.
- Wanneer u de machine vervoert, draagt u deze aan het handvat. Wanneer u de machine optilt aan een ander onderdeel dan het handvat, kan de machine beschadigen of vallen. Dit kan letsel veroorzaken.
- Wanneer u de machine optilt, maak dan geen plotselinge onvoorzichtige bewegingen. Daardoor kunt u letsel oplopen.
5 Houd altijd uw werkvlak vrij:
- Gebruik de machine nooit wanneer de ventilatieopeningen zijn geblokkeerd. Houd de ventilatieopeningen van de machine en het voetpedaal vrij van stof, pluisjes en stukken stof.
- Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal.
- Gebruik geen verlengsnoeren. Sluit de machine rechtstreeks op een stopcontact aan.
- Zorg dat er nooit iets in een opening valt en steek geen voorwerpen in een opening.
- Gebruik de machine niet wanneer spuitbussen worden gebruikt of zuurstof wordt toegediend.
- Gebruik de machine niet in de buurt van een warmtebron, zoals fornuis of strijkbout. Anders kan de machine, het netsnoer, het kledingstuk dat u naait ontvlammen. Dit kan leiden tot brand of een elektrische schok.
- Plaats deze machine niet op een wankel of scheef oppervlak. Dan kan de machine vallen, en dit kan letsel veroorzaken.
6 Wees vooral voorzichtig tijdens het naaien:
- Let altijd goed op de naald. Gebruik geen verbogen of beschadigde naalden.
- Blijf met uw vingers uit de buurt van alle bewegende onderdelen. Let vooral op bij de naald.
- Zet de machine op de stand "O" (uit) wanneer u iets aanpast in de buurt van de naald.
- Gebruik nooit een beschadigde of onjuiste steekplaat. Daardoor kan de naald breken.
- Duw of trek de stof niet tijdens het naaien. Volg bij vrij naaien de aanwijzingen zorgvuldig, zodat u de naald niet buigt. Daardoor zou hij kunnen breken.
7 Deze machine is geen speelgoed:
- Let goed op wanneer kinderen in de buurt zijn terwijl u de machine gebruikt.
- Houd de plastic zak waarin de machine werd geleverd buiten bereik van kinderen, of gooi de zak weg. Laat nooit kinderen met de zak spelen. Ze zouden hierin kunnen stikken.
- Gebruik de machine niet buiten.
8Voor een langere levensduur:
- Zet de machine niet weg op een plaats met direct zonlicht of een hoge vochtigheidsgraad. Gebruik of plaats de machine niet vlakbij de verwarming, een strijkijzer, halogeenlamp of andere warme voorwerpen.
- Maak voor het reinigen van de behuizing alleen gebruik van neutrale zeep of reinigingsmiddelen. Benzeen, thinner en schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.
- Raadpleeg altijd de Bedieningshandleiding als u onderdelen, de persvoet, naald of andere onderdelen vervangt of installeert om te zorgen dat dit juist gebeurt.
9 Voor reparatie of bijstelling:
- Als de verlichtingsunit beschadigd is, moet deze worden vervangen door een erkende Brother-dealer.
- Indien de machine een defect vertoont of moet worden bijgesteld, kijk dan eerst aan de hand van het overzicht voor probleemoplossing achter in deze Bedieningshandleiding of u de machine zelf kunt controleren of bijstellen. Als u het probleem daarmee niet kunt oplossen, raadpleeg dan uw plaatselijke erkende Brother-dealer.
Gebruik deze machine alleen voor de bestemde doeleinden, zoals beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen accessoires zoals beschreven in deze handleiding.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Meer informatie over onze producten vindt u op onze website www.brother.com
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES Deze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
VOOR GEBRUIKERS IN LANDEN BUITEN EUROPA:
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (kinderen inbegrepen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk vermogens, tenzij onder toezicht of met instructies over het gebruik van het apparaat door degene die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Let goed op dat kinderen niet met het apparaat spelen.
VOOR GEBRUIKERS IN EUROPESE LANDEN:
Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij toezicht of instructies krijgen omtrent het veilige gebruik van het apparaat en als zij de mogelijke gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mag niet zonder toezicht uitgevoerd worden door kinderen.
UITSLUITEND VOOR GEBRUIKERS IN GROOT-BRITTANNIE, IERLAND, MALTA EN CYPRUS:
BELANGRIJK
- Wanneer u de stekkerstop vervangt, moet u een door ASTA voor BS 1362 goedgekeurde stop gebruiken, met het -merk, met de sterkte die op de stekker is aangegeven.
- Plaats altijd de afdekking van de zekering terug. Gebruik nooit stekkers waarvan de zekering niet is afgedekt.
- Als het beschikbare stopcontact niet geschikt is voor de stekker die wordt geleverd bij deze apparatuur, moet u contact opnemen met uw erkende dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
INFORMATIE OVER DEZE HANDLEIDING
Deze handleiding is geschreven voor meerdere modellen.
De modellen zijn in categorieën verdeeld volgens hun specificaties. Er wordt naar ze verwezen als "Model", gevolgd door een nummer. Zie de Beknopte bedieningsgids voor uw machinemodel.
De schermweergaven kunnen verschillen van degene die op uw machine worden weergegeven.
Zie de Beknopte bedieningsgids voor meer bijzonderheden over accessoires, het instellingscherm en voorgeprogrammeerde steekpatronen.
Lees eerst "Functies op elk model beschikbaar" en "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"' op pagina B-8.
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN
B Basishandelingen
Lees dit gedeelte eerst nadat u de machine hebt aangeschaft. U vindt hier bijzonderheden over het configureren van de machine, en beschrijvingen van de nuttigste functies.
Hoofdstuk 1 VOORBEREIDINGEN paginaB-2
Belangrijkste onderdelen en schermen leren bedienen
Hoofdstuk 2 BEGINNEN MET NAAIEN
Leren voorbereiden op naaien en standaardhandelingen
paginaB-33
S Naaien
In dit gedeelte vindt u de procedures voor het gebruik van de verschillende naaisteken en andere functies. U vindt hier uitvoerige informatie over de grondbeginselen van naaien en de meer creatieve functies van de machine, zoals het naaien van pijpvormige stukken en knoopsgaten.
Hoofdstuk 1 AANTREKKELIJKE AFWERKINGEN NAAIEN paginaS-2
Tips om aantrekkelijke afwerkingen en diverse stoffen te naaien
Hoofdstuk 2 NAAISTEKEN paginaS-6
Geprogrammeerde, veel gebruikte steken naaien
D Decoratief naaien
In dit gedeelte vindt u aanwijzingen over het naaien van lettersteken en decoratieve steken, en het aanpassen en bewerken ervan. Bovendien wordt hier beschreven hoe u werkt met MY CUSTOM STITCH. Daarmee kunt u originele steekpatronen creëren.
Hoofdstuk 1 LETTERSTEKEN / DECORATIEVE STEKEN paginaD-2
Meer creatieve mogelijkheden door variëteit van steken
Hoofdstuk 2 MY CUSTOM STITCH paginaD-12
Originele decoratieve steken maken
A Bijlage
In dit gedeelte vindt u belangrijke informatie voor de bediening van deze machine.
Hoofdstuk 1 ONDERHOUD EN PROBLEEMOPLOSSING paginaA-2
De diverse onderhouds- en probleemoplossingsprocedures worden beschreven.
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING......i
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ...... i
INFORMATIE OVER DEZE HANDLEIDING ..... iv
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN...... iv
B Basishandelingen
Hoofdstuk 1 VOORBEREIDINGEN 2
Namen van machineonderdelen en hun functie ... 2
Machine 2
Naald en persvoetgedeelte.... 3
Bedieningstoetsen 3
Bedieningspaneel en bedieningstoetsen 4
Gebruik van de accessoiretafel 5
Bijgeleverde accessoires 6
Optionele accessoires 7
Functies op elk model beschikbaar 8
Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien" ... 8
De machine aan/uit zetten 9
De machine aanzetten 10
De machine uitzetten.... 10
De machine de eerste maal instellen.... 10
DISPLAY.... 11
Display bekijken 11
Instellingenscherm 12
Schermtaal kiezen.... 14
Invoergevoeligheid voor bedieningstoetsen aanpassen...... 14
Spoel opwinden/installeren 15
Spoel opwinden.... 15
De spoel installeren 18
Bovendraad inrijgen 21
Bovendraad inrijgen.... 21
Naald inrijgen.... 23
Naald handmatig inrijgen (zonder de naaldinrijger te gebruiken).... 24
Onderdraad naar boven halen 24
Werken met de tweelingnaald 25
Naald wisselen 28
Stof/draad/naald-combinaties.... 28
Naald controleren.... 29
Naald verwisselen.... 29
Persvoet verwisselen 31
Persvoet verwisselen 31
Persvoethouder verwijderen en bevestigen 32
Hoofdstuk 2 BEGINNEN MET NAAIEN 33
Naaien.... 33
Selectiemethodes voor steken 33
Een steekpatroon selecteren 34
Een steek naaien 35
Verstevigingssteken naaien 37
Automatisch verstevigingssteken naaien.... 37
Steek instellen 39
Steekbreedte instellen 39
Steeklengte instellen 39
Draadspanning instellen 40
Steekinstellingen opslaan 41
Nuttige functies.... 42
Automatisch de draad afknippen.... 42
Steken spiegelen 42
Persvoetdruk aanpassen 43
Automatisch stofsensor systeem (automatische persvoetdruk) 43
Spilfunctie.... 43
Naaien in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand 44
De persvoet zonder handen omhoog- en omlaag zetten ..... 45
Steekinstellingentabel 46
S Naaien
Hoofdstuk 1 AANTREKKELIJKE AFWERKINGEN NAAIEN 2
Naaitips 2
Proefnaaien 2
Van naairichting veranderen 2
Bochten naaien 2
Cilindrische stukken naaien.... 2
Evenwijdige marge naaien.... 3
Diverse stoffen naaien 4
Zware stof naaien.... 4
Lichte stof naaien 4
Stretchstoffen naaien 5
Leer of vinyl naaien.... 5
Klittenband naaien 5
Hoofdstuk 2 NAAISTEKEN 6
Basissteken.... 6
Rijgsteken....6
Basissteken....6
Blindzoomsteken naaien 8
Afwerksteken 11
Afwerksteken naaien met afwerksteekvoet "G".... 11
Afwerksteken naaien met zigzagvoet "J"....12
Afwerksteken naaien met de zijsnijder (optioneel bij sommige modellen).... 12
Knoopsgaten naaien/knopen aanzetten.... 14
Knoopsgaten naaien 14
Knopen aanzetten 17
Rits inzetten.... 19
Een rits inzetten in het midden 19
Zijrits inzetten 20
Een rits inzetten in het midden 23
Passepoil plaatsen 24
Stretchstoffen naaien en elastiek bevestigen ..... 25
Stretchstof naaien 25
Elastiek inzetten 25
Applicatie-, patchwork- en quiltsteken ...... 26
Applicatiesteken naaien 26
Patchworksteken (voor fantasiequilt) 27
Aan elkaar zetten 27
Quilten....29
Fantasiequilten (vrij quilten) 30
Satijnsteken naaien met de schuifknop voor snelheidsregeling.... 34
Verstevigingssteken.... 35
Drievoudige steken naaien 35
Trenssteek 35
Stoppen.... 36
Lapjes of emblemen bevestigen aan
hemdsmouwen.... 39
Decoratieve steek 41
Fagotwerk 41
Schelpsteken 42
Smocksteken naaien 42
Schelprijgsteken naaien.... 43
Verbindingssteken naaien.... 43
Nostalgische steken naaien 44
D Decoratief naaien
Hoofdstuk 1 LETTERSTEKEN / DECORATIEVE STEKEN 2
De diverse ingebouwde decoratieve patronen
naaien.... 2
Steekpatronen kiezen 2
Een patroon verwijderen 3
Aantrekkelijke afwerkingen maken.... 3
Standaardnaaiwerkzaamheden.... 4
Patronen combineren 5
Gecombineerde patronen herhalen 5
Het geselecteerde patroon controleren 6
Het formaat van het patroon wijzigen 6
De dichtheid van de steken wijzigen.... 6
De lengte van het patroon wijzigen.... 7
Spatiering tussen letters wijzigen 7
Een steekpatroon spiegelen 8
Terugkeren naar het begin van het patroon 9
Een patroon opslaan....9
Een patroon ophalen 10
Een patroon opnieuw uitlijnen 10
Hoofdstuk 2 MY CUSTOM STITCH 12
Steek ontwerpen.... 12
Een schets van het patroon tekenen.... 12
De patroongegevens invoeren 12
Voorbeelden van ontwerpen 14
A Bijlage
Hoofdstuk 1 ONDERHOUD EN PROBLEEMOPLOSSING 2
Verzorging en onderhoud.... 2
Beperkingen op smeren.... 2
Voorzorgsmaatregelen bij het opbergen van de machine ..... 2
LCD-display reinigen.... 2
Buitenkant van de machine reinigen 2
Grijper reinigen.... 2
Probleemoplossing.... 4
Vaak voorkomende problemen 4
Bovendraad te strak.... 4
Draad verstrikt op achterkant van stof 5
Onjuiste draadspanning 6
De stof zit vast in de machine en kan niet worden
verwijderd....8
Wanneer de draad verstrikt raakt onder de
spoelwinderbasis.... 10
Lijst met symptomen 12
Foutmeldingen 17
Bedieningssignaal.... 20
Er verschijnt niets op de display 20
Specificaties.... 20
Index 21

text_image
BaBasishandelingen
U vindt hier bijzonderheden over het configureren van de machine, en beschrijvingen van de nuttigste functies.
Paginanummer in dit gedeelte begint met "B".
Hoofdstuk1 VOORBEREIDINGEN......B-2
Hoofdstuk2 BEGINNEN MET NAAIEN ......B-33
Hoofdstuk 1 VOORBEREIDINGEN
Namen van machineonderdelen en hun functie
Hieronder worden de diverse onderdelen van de machine en hun functie beschreven. Lees deze beschrijving alvorens de naaimachine te gebruiken. Zo leert u de namen van de machineonderdelen en waar ze zitten.
Machine
■Vooraanzicht

①Bovendeksel
Open het bovendeksel om de klos garen op de klospen te plaatsen.
②Draadgeleiderplaat
Bij het inrijgen van de bovendraad leidt u de draad rond de draadgeleiderplaat.
③Draadgeleider voor het opwinden van de spoel en voorspanningsschijf
Leid de draad onder deze draadgeleider en rond de voorspanningsschijf wanneer u de onderdraad opwindt.
④Kloshouder
De kloshouder houdt de garenklos op zijn plaats.
⑤Klospen
Plaats een klos garen op de klospen.
⑥Spoelopwinder
Met de spoelopwinder windt u de spoel op.
⑦Display
Instellingen voor de geselecteerde steek en foutmeldingen worden weergegeven op de display. (pagina B-11)
⑧Bedieningspaneel
In het bedieningspaneel kunt u steekinstellingen selecteren en bewerken, en bewerkingen om de machine te gebruiken selecteren (pagina B-4).
⑨Bevestigingssleuf voor kniehevel
Steek de kniehevel in de betreffende bevestigingssleuf.
⑩Kniehevel
Gebruik de kniehevel om de persvoet omhoog en omlaag te zetten. (pagina B-45)
⑪Bedieningstoetsen en schuifknop voor snelheidsregeling
Met deze toetsen en de schuif bedient u de machine. (pagina B-3)
⑫Accessoiretafel
Plaats de persvoetaccessoirelade in het accessoirevak van de accessoiretafel. Verwijder de accessoiretafel wanneer u cilindrische stukken naait, zoals manchetten.
⑬Draadafsnijder
Leid de draden door de draadafsnijder om ze af te snijden.
⑭Naaldinrijgerhendel
Rijg de naald in met de draadinrijger.
⑮Draaiknop draadspanning
(Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8)
Met de draaiknop kunt u de bovendraadspanning aanpassen.
(pagina B-40)
■Rechterkant/Achteraanzicht

①Handwiel
Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naald omhoog en omlaag te zetten om één steek te naaien.
②Handvat
Draag de machine aan het handvat om deze te vervoeren.
③Persvoethendel
Zet de persvoethendel omhoog en omlaag om de persvoet omhoog en omlaag te zetten.
④Transporteurstandschakelaar
Zet de transporteur omlaag met de
transporteurstandschakelaar.
⑤Hoofdschakelaar
Met de hoofdschakelaar zet u de naaimachine aan en uit.
⑥Voedingsaansluiting
Plaats de stekker van het netsnoer in de voedingsaansluiting.
⑦Voetpedaal
Door het voetpedaal in te drukken regelt u de snelheid van de machine. (pagina B-36)
⑧Ventilatieopening
Door de ventilatieopening kan de lucht rond de motor circuleren. Bedek de ventilatieopening niet wanneer u de naaimachine gebruikt.
⑨Aansluiting voetpedaal
Plaats de stekker aan het uiteinde van de voetpedaalkabel in de aansluiting voor het voetpedaal.
Naald en persvoetgedeelte

①Draadgeleiders op de naaldstang
Leid de bovendraad door de draadgeleider op de naaldstang.
②Steekplaat
Op de steekplaat staan markeringen om rechte naden te naaien.
③Steekplaatdeksel
Verwijder het steekplaatdeksel om het spoelhuis en de grijper te reinigen.
④Spoelhuisdeksel/spoelhuis
Verwijder het spoelhuisdeksel en plaats de spoel in het spoelhuis.
⑤Transporteur
De transporteur voert de stof door in de naairichting.
⑥Persvoet
De persvoet drukt gelijkmatig op de stof tijdens het naaien. Bevestig de geschikte persvoet voor de steek die u hebt geselecteerd.
⑦Persvoethouder
De persvoet wordt bevestigd aan de persvoethouder.
⑧Persvoethouderschroef
De persvoethouderschroef houdt de persvoet op zijn plaats. (pagina B-32)
⑨Knoopsgathendel
Zet de knoopsgathendel omlaag wanneer u knoopsgaten en trenzen naait of stopwerk doet.
Bedieningstoetsen

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
E --> F["⑥"]
F --> G["⑦"]
B --> H["↑"]
H --> I["←"]
I --> J["←"]
J --> K["←"]
K --> L["←"]
L --> M["←"]
M --> N["←"]
N --> O["←"]
①"Start/Stop"-toets
Druk op de "Start/Stop"-toets om te beginnen of te stoppen met naaien. De machine naait in het begin langzaam wanneer u de toets indrukt. Wanneer u stopt met naaien, wordt de naald omlaag gezet in de stof. Voor meer informatie, zie "BEGINNEN MET NAAIEN" op pagina B-33.
De toets verandert van kleur naar gelang de bedieningsstand van de naaimachine.
Groen: De naaimachine is klaar om te naaien of is bezig met naaien.
Rood: De machine kan nu niet naaien.
Oranje: De onderdraad wordt opgewonden of de spoelwinderas staat naar rechts.
②Achteruitsteektoets

Voor rechte, zigzag- en elastische zigzagsteekpatronen met achteruitsteken naait de machine alleen heel langzaam achteruitsteken wanneer u de achteruitsteektoets ingedrukt houdt. De steken worden in tegengestelde richting genaaid. Voor andere steken gebruikt u deze toets om verstevigingssteken te naaien aan het begin en het eind van het naaiwerk. Wanneer u deze toets ingedrukt houdt, naait de machine drie steken op dezelfde plek, waarna de machine automatisch stopt met naaien. (pagina B-37)
③Verstevigingssteektoets

De verstevigingssteektoets naait één enkele steek meerdere malen en dient als afhechtsteek aan het begin of einde van het naaiwerk vervolgens af te hechten. Voor lettersteken en decoratieve steken drukt u op deze toets om te eindigen met een volledige steek in plaats van middenin. Het LED-lampje naast deze toets licht op terwijl de machine een volledig motief naait, en gaat automatisch uit wanneer het naaien stopt. (pagina B-37)
④Naaldstandtoets

Druk op de naaldstandfoets om de naald omhoog of omlaag te zetten. Wanneer u tweemaal op de knop drukt, naait u één steek.
⑤Draadkniptoets

Druk op de draadkniptoets nadat u bent gestopt met naaien, om de boven- en onderdraad af te knippen. Meer bijzonderheden vindt u in 10 onder "Een steek naaien" op pagina B-35.
⑥Persvoettoets

(Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8) Druk op deze toets om de persvoet omlaag te zetten en druk uit te oefenen op de stof. Druk opnieuw op deze toets om de persvoet omhoog te zetten.
⑦Schuifknop voor snelheidsregeling
Schuif de schuifknop voor snelheidsregeling om de naaisnelheid aan te passen.
⚠️ VOORZICHTIG
- Druk niet op (draadkniptoets) wanneer de draden al zijn afgeknipt. Dan kan de naald breken, kunnen de draden verstrikt raken of kan de machine worden beschadigd.
Bedieningspaneel en bedieningstoetsen

De toetsen met een * zijn verlicht wanneer ze AAN staan.
①Display
Instellingen voor de geselecteerde steek en foutmeldingen bij incorrecte handelingen worden weergegeven op de display. Voor meer informatie, zie "DISPLAY" op pagina B-11
②Spilfunctietoets \*
(Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8)
Druk hierop om de spilfunctie te activeren.
③Automatisch achteruit/verstevigingssteektoets * Druk hierop om de functie automatische verstevigingssteken (achteruit naaien) te gebruiken.
④Automatische draadkniptoets \*
Druk hierop om de automatische draadknipfunctie te kiezen.
⑤Toetsen voor steeklengte/optieselectie

Druk hierop om de lengte van de steken te wijzigen of om de volgende/vorige opties in het instellingenscherm te selecteren.
⑥Draadspanningtoetsen (Aanwezig op bepaalde modellen. Zie pagina B-8)/Toetsen voor waarde
kiezen - +
Druk hierop om de draadspanning of om de waarde van de geselecteerde optie in het instellingenscherm te wijzigen.
⑦Instellingentoets
Druk hierop om naai- of andere instellingen te selecteren of om naar de volgende pagina in het instellingenscherm te gaan.
⑧Handmatig geheugentoets
Druk hierop om de gewijzigde instellingen voor steekbreedte en -lengte op te slaan. Bij modellen met draadspanningtoetsen (zie pagina B-8) wordt de instelling voor de draadspanning ook opgeslagen.
⑨Spiegeltoets
Druk hierop om het geselecteerde steekpatroon te spiegelen.
⑩Enkele/meerdere stekentoets
Druk hierop om te kiezen tussen één patroon of doorgaande patronen.
⑪Terug naar begintoets
Druk op deze toets om terug te keren naar het begin van het patroon.
⑫Persvoet-/naaldwisseltoets
Druk hierop voordat u de naald, persvoet etc. wisselt. Deze toets vergrendelt alle toetsen en knoppen om te voorkomen dat de machine in werking treedt.
⑬Geheugentoets
Druk hierop om de steekpatrooncombinaties op te slaan in de machine.
⑭Hersteltoets
Druk hierop om de geselecteerde steek terug te zetten naar zijn oorspronkelijke instellingen.
⑮OK-toets OK
Druk hierop voor toepassing op de selectie of om de handeling uit te voeren.
⑯Numerieke toetsen
Gebruik deze toetsen voor snelkeuze van één van de tien meestgebruikte steken. Wanneer u andere steken selecteert gebruikt u deze toetsen om het nummer van de gewenste steek in te typen.
⑰Terugtoets
Druk hierop om de handeling te annuleren en terug te keren naar het vorige scherm.
Door op deze knop te drukken verwijdert u tevens het laatst toegevoegde patroon bij het combineren van letters en siersteken.
⑱Toets voor lettersteken \*A
Druk hierop om een lettersteek te selecteren.
⑲Toets voor siersteken \*
Druk hierop om een siersteek te selecteren.
⑳Naaistekentoets \*
Druk hierop om een naaisteek te selecteren.
②Toets voor vooraf ingestelde naaisteek/opgeslagen patroon
Druk hierop om de aan een numerieke toets toegewezen naaisteek te selecteren of om een opgeslagen patroon op te roepen.
②Toetsen voor steekbreedte/selectie van
instellingenschermpagina's
Druk hierop om de breedte van de steken te wijzigen of om de vorige/volgende opties in het instellingenscherm te gaan.

Opmerking
- De bedieningstoetsen van deze machine zijn capacitieve aanraaksensoren. U bedient de toetsen door er rechtstreeks met uw vinger op te drukken. De werking van de toetsen is afhankelijk van de gebruiker. De op de toetsen uitgeoefende druk heeft geen effect op de werking van de toetsen.
- Aangezien de bedieningstoetsen anders reageren per gebruiker, past u de instelling voor de gevoeligheid van invoer aan. (pagina B-14)
- Wanneer u een elektrostatische schermaanraakpen gebruikt, moet de punt 8 mm of meer zijn. Gebruik geen schermaanraakpen met een dunne punt.
Gebruik van de accessoiretafel
Trek de bovenkant van accessoiretafel naar u toe om de accessoireruimte te openen.

In de accessoiretafel met accessoireruimte bevindt zich een opbergvak voor persvoeten.

①Opbergruimte van de accessoiretafel
②Opbergruimte voor persvoeten
Bijgeleverde accessoires
Bijgeleverde accessoires kunnen (afhankelijk van uw model) verschillen van de hieronder vermelde tabel. Meer bijzonderheden over meegeleverde accessoires en de onderdeelcodes van uw machine vindt u in de Beknopte bedieningsgids.
1.2.3.4.5.6.






Zigzagvoet "J" (op machine)
Monogramvoet "N"
Afwerksteekvoet "G"
Ritsvoet "I"
Blindzoomvoet "R"
Knoopaanzetvoet "M"
7.8.9.10.11.12.






Knoopsgatvoet "A" Naaldsetje
75/11 2 naalden, 90/14 2 naalden, 90/14 2 naalden: ballpointnaald (goudkleurig)
Tweelingnaald 2,0/11 naald
Spoel x 4 (één kloshouder is op de machine geplaatst.)
Tornmesje Schoonmaakborsteltje
Schroevendraaler (groot)
L-vomlige schroevendraaler
Schijfvormige schroevendraaier
Horizontale klospen
Kloshouder (groot)
Kloshouder (medium) × 2 (één kloshouder is op de machine geplaatst.)
Kloshouder (klein)
Garenklos hulpinzet (bij mini- Klosnetje of kingsize garenklos)
Kniehevel
Voetpedaal
25. 26. 27. 28.




Accessoires tasje
Rasterset
Bedieningshandleiding
Beknopte bedieningshandleiding

Opmerking
- De persvoethouderschroef is verkrijgbaar via uw erkende Brother-dealer. (onderdeelcode: XG1343-001)
- Het opbergvak voor persvoeten is verkrijgbaar via uw erkende Brother-dealer. (onderdeelcode: XF8650-001)
Optionele accessoires
Onderstaande optionele accessoires zijn afzonderlijk verkrijgbaar. Welke optionele accessoires zijn meegeleverd, verschilt per model. Meer optionele accessoires en onderdeelcodes vindt u in de Beknopte bedieningsgids.
1.2.3.4.5.6.

Quiltvoet "E" voor naaien uit de vrije hand

Quiltvoet "C" voor naaien uit de vrije hand

Quiltvoet Boventransportvoet 1/4-inch quiltvoet 1/4-inch quiltvoet met



geleider
7.8.9.10.11.12.


Quiltgeleider Zijsnijder "S" Open voet Open quiltvoet "O" voor




quilten uit de vrije hand
Gladde transportvoet Steekgeleidervoet "P"
-

Verstelbare ritsvoet/paspelvoet

Rechte-steekvoet en
naaldplaatset

Memo
- Als u optionele accessoires of onderdelen wilt aanschaffen, neemt u contact op met uw erkende Brother-dealer.
- Alle specificaties zijn juist toen deze handleiding werd vervaardigd. Sommige specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
- Bezoek uw dichtstbijzijnde erkende Brother-dealer voor een complete lijst optionele accessoires die verkrijgbaar zijn voor uw machine.
- Gebruik altijd de aanbevolen accessoires voor deze machine.
Functies op elk model beschikbaar
Welke specificaties van toepassing zijn, verschilt per model. Zie de onderstaande tabel voor de op uw naaimachine beschikbare functies. Zie de Beknopte bedieningsgids voor uw model naaimachine.
| Model 3 | Model 2 | Model 1 | Pagina | |
| Automatisch stofsensor systeem (instelling) | √ | N.v.t. | N.v.t. B-43 | |
| Fijnafstelling horizontaal (instelling) | √ | √ | N.v.t. D-10 | |
| Voethoogte voor vrijmodus/naaien uit de vrije hand (instelling) | √ | N.v.t. | N.v.t. B-44 | |
| Vrijmodus/naaien uit de vrije hand (instelling) | √ | N.v.t. | N.v.t. B-44 | |
| Spilfunctie | √ | N.v.t. | N.v.t. B-43 | |
| Persvoethoogte (instelling) | √ | N.v.t. | N.v.t. B-13 | |
| Persvoettoets | √ | N.v.t. | N.v.t. B-3 | |
| Grootteselectie (instelling) | ^*1 | ^*1 | ^*2 | D-6 |
| Stappatroon | √ | √ | N.v.t. D-7 | |
| Draaiknop draadspanning | N.v.t. | N.v.t. | √ | B-40 |
| Draadspanningtoets | √ | √ | N.v.t. B-40 |
*1 U kunt het patroonformaat wijzigen voor decoratieve steken, satijnsteken en alle lettertypen van lettersteken.
*2 U kunt het patroonformaat wijzigen voor andere lettertype dan handschrift.
Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"
De naaisteeknummers verschillen naar gelang het model van uw machine. Zie de Beknopte bedieningsgids voor uw model naaimachine.
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Rijgsteek 1-08 08 07 | J | ||||
| Rechte steek (links) | 1-01 | 01* 01* | |||
| 1-02 | 02* 02* | ||||
| Rechte steek (midden) | 1-03 | 03* 03* | |||
| Drievoudige stretchsteek | 1-05 | 05* 05* | |||
De machine aan/uit zetten
⚠ WAARSCHUWING
- Gebruik alleen gewone huishoudaansluitingen als elektriciteitsbron. Het gebruik van andere bronnen kan brand, elektrische schokken of schade aan de machine tot gevolg hebben.
- Zorg dat de stekkers van het netsnoer stevig in het stopcontact en in de voedingsingang van de machine zitten. Anders kan brand of elektrische schokken het gevolg zijn.
- Steek de stekker van het netsnoer niet in een stopcontact dat in slechte staat is.
- In onderstaande situaties moet u de machine uitzetten met de hoofdschakelaar en de netstekker uit het stopcontact nemen:
Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat
Nadat u de machine hebt gebruikt
Bij een stroomstoring tijdens het gebruik
Wanneer de machine niet goed werkt door een slechte verbinding, of doordat de verbinding wordt verbroken
Tijdens onweersbuien
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik uitsluitend het netsnoer dat bij deze machine is geleverd.
- Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen waarop andere apparaten zijn aangesloten. Dit kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
- Raak de stekker niet aan met natte handen. Hierdoor kunnen elektrische schokken ontstaan.
- Zet de schakelaar altijd eerst uit voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Trek altijd de stekker uit het stopcontact. Als u aan het snoer trekt, kunt u het snoer beschadigen of brand of elektrische schokken veroorzaken.
- Zorg dat het snoer niet wordt ingesneden, beschadigd, gewijzigd, stevig verbogen, getrokken, gedraaid of samengeperst. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer. Stel het snoer niet bloot aan warmte. Hierdoor kan het snoer beschadigd raken en kunnen brand of elektrische schokken ontstaan. Als de stekker of het snoer zijn beschadigd, breng de machine dan voor reparatie naar uw erkende Brother-dealer voordat u de machine weer gebruikt.
- Haal de stekker uit het stopcontact als u de machine een tijd niet gebruikt. Anders kan er brand ontstaan.
- Als u de machine onbeheerd achterlaat, moet u de hoofdschakelaar van de machine uitzetten of de stekker uit het stopcontact halen.
- Wanneer u onderhoud aan de machine verricht of deksels verwijdert, moet u eerst de netstekker uit het stopcontact halen.
De machine aanzetten
1 Controleer of de machine is uitgezet (hoofdschakelaar op “”, en steek het netsnoer in de voedingsaansluiting op de rechterkant van de machine.
2 Sluit de stekker van het netsnoer aan op een gewoon huishoudstopcontact.

①Voedingsaansluiting
②Hoofdschakelaar
3 Druk op de rechterkant van de hoofdschakelaar op de rechterkant van de machine om de machine aan te zetten (op "l" zetten).

→ Het lampje, de display en de "Start/Stop"-toets gaan branden wanneer u de machine aanzet.

Memo
- Wanneer de machine is aangezet, maken de naald en de transporteur geluid als ze bewegen. Dit is geen storing.
- Wanneer de machine tijdens het naaien wordt uitgezet met de functie "Naaien", wordt de bewerking niet hervat wanneer u de machine weer aanzet.
De machine uitzetten
Wanneer u klaar bent zet u de machine uit. En voordat u de machine vervoert naar een andere plek, controleert u of de machine is uitgezet.
1 Zorg dat de machine niet naait.
2 Druk op de hoofdschakelaar op de rechterkant van de machine in de richting van het symbool "Om de machine uit te zetten.

De machine de eerste maal instellen
De eerste keer dat u de machine aanzet, selecteert u de gewenste taal. Volg onderstaande procedure wanneer het instellingenscherm automatisch verschijnt.
1 Met “-” en “+” kiest u de gewenste taal.

text_image
NEDERLANDS2 Druk op
DISPLAY
Display bekijken
Wanneer de machine aangezet wordt, gaat de display aan en wordt het volgende scherm weergegeven. Het scherm kan iets afwijken naargelang uw model.
Het scherm kan worden veranderd met de toetsen onder de display.

| Nr. | Display | Naam van het onderdeel | Uitleg | Pagina |
| 1 | Persvoer Geeft aan welke persvoet u moet gebruiken. B-31 | |||
| 2- | Steekvoorbeeld Hier wordt een voorbeeld van de geselecteerde steek getoond. B-34 | |||
| 3 | Steekcategorie Geeft de categorie van het geselecteerde steekpatroon aan. : Vooraf ingestelde naaisteek : Naaisteek : Decoratieve steek (categorie 1) : Decoratieve steek (categorie 2) : Decoratieve steek (categorie 3) : Lettersteek (Gotisch lettertype) : Lettersteek (Handschriftlettertype) : Lettersteek (Contour) : Lettersteek (Cyrillisch lettertype) : Lettersteek (Japans lettertype) | B-33 | ||
| 4 | - | Steeknummer | Geeft het aantal geselecteerde steekpatronen aan. | B-46 |
| 5 | Naaldstandinstelling | Hier verschijnt de enkele-naaldstand of de tweelingnaaldstand en de naaldstopstand. : enkele naald/omlaag : enkele naald/omhoog : tweelingnaald/omlaag : tweelingnaald/omhoog | B-12 | |
| 6 | Enkele/meerdere steken | Geeft de instelling van de naaimodus voor één of doorgaande patronen weer. : Enkele naaimodus : Herhaaldelijke naaimodus | D-5 | |
| 7 | Horizontale spiegelbeeld | Verschijnt wanneer de steek wordt gespiegeld. | B-42 | |
| 8 | Steekbreedte | Geeft de steekbreedte van het geselecteerde steekpatroon aan. | B-39 | |
| 9 | Steeklengte | Geeft de steeklengte van het geselecteerde steekpatroon aan. | B-39 | |
| 10 | Draadunning (Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8) | Geeft de automatische draadspanningsinstelling van het geselecteerde steekpatroon aan. | B-40 | |
Instellingenscherm
Druk op om verschillende naaimachinehandelingen en naai-instellingen te wijzigen.
Druk op om naar vorige/volgende pagina's te gaan.
* U kunt ook naar volgende pagina's gaan door op 📄 drukken.
Druk op om volgende/vorige onderwerpen te selecteren.
* Druk op (pijl omlaag) om het volgende onderwerp te selecteren.
* Druk op (pijl omhoog) om het vorige onderwerp te selecteren.
Druk op om de waarde van het geselecteerde onderwerp te wijzigen.

Opmerking
- De kenmerken en het aantal pagina's in het instellingenscherm verschillen per model naaimachine.
Meer bijzonderheden over het instellingenscherm van uw machine vindt u in de Beknopte bedieningsgids.

① Paginanummer (de paginanummers verschillen naargelang per model naaimachine.)
②Machine-instellingen
③Waarde

text_image
① ✓ABC ② W↑ OFF ③ W↓ 1 / *
text_image
OFF 2 / *
text_image
⑥ ⑦ ⑧ ABC 0 3 / *① Gebruik dit om het patroon te controleren wanneer het aangegeven patroon niet op het scherm wordt weergegeven. Meer bijzonderheden vindt u in "Het geselecteerde patroon controleren" in het gedeelte "Decoratief naaien".
②Hiermee selecteert u de naaldstopstand omhoog of omlaag.
③ Zet deze op "ON" wanneer u de tweelingnaald gebruikt. Voor meer informatie, zie "Werken met de tweelingnaald" op pagina B-25.
④ Hiermee kunt u de steekbreedte aanpassen met behulp schuifknop voor de snelheidsregeling. Meer bijzonderheden vindt u in "Satijnsteken naaien met de schuifknop voor snelheidsregeling" in het gedeelte "Naaien".
⑤ Selecteer of "01 Rechte steek (links)" of "03 Rechte steek (midden)" automatisch is geselecteerd als naaisteek wanneer u de machine aanzet.
⑥ Wijzigt de steeklengte wanneer u patronen met 7 mm satijnsteken selecteert. Meer bijzonderheden vindt u in "De lengte van het patroon wijzigen" in het gedeelte "Decoratief naaien".
⑦ Wijzigt de draaddichtheid wanneer u patronen met satijnsteken selecteert. Meer bijzonderheden vindt u in "De dichtheid van de steken wijzigen" in het gedeelte "Decoratief naaien".
⑧ Wijzigt de spatiëring tussen de letters. Meer bijzonderheden vindt u in "Spatiëring tussen letters wijzigen" in het gedeelte "Decoratief naaien".

⑨ Wijzigt de grootte van het steekpatroon. Meer bijzonderheden vindt u in "Het formaat van het patroon wijzigen" in het gedeelte "Decoratief naaien".
⑩ Wijzigt de boven- en onderpositie van het patroon. Meer bijzonderheden vindt u in "Een patroon opnieuw uitlijnen" in het gedeelte "Decoratief naaien".
⑪ Wijzigt de linker- en rechterpositie van het patroon. (Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8.) Meer bijzonderheden over dit onderwerp vindt u in "Een patroon opnieuw uitlijnen" in het gedeelte "Decoratief naaien".
⑫ Hiermee past u de persvoetdruk aan. Hoe hoger de waarde, des te groter de druk. Meer bijzonderheden over dit onderwerp vindt u in "Persvoetdruk aanpassen" op pagina B-43.
⑬ Wijzig de hoogte voor de persvoet als deze omhoog staat. (Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8.)
⑭ Wanneer deze op "ON" staat, wordt de dikte van de stof tijdens het naaien automatisch gedetecteerd door een interne sensor. Zo wordt de stof soepel doorgevoerd. (Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8.) Meer bijzonderheden over dit onderwerp vindt u in "Automatisch stofsensor systeem (automatische persvoetdruk)" op pagina B-43.
15 Wordt op "ON" gezet wanneer wordt genaaid in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand. (Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8.) Meer bijzonderheden over dit onderwerp vindt u in "Naaien in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand" op pagina B-44.
16 Wijzig de hoogte waarop de persvoet wordt gezet, wanneer u de machine in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand zet. (Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8.) Meer bijzonderheden over dit onderwerp vindt u in "Naaien in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand" op pagina B-44.
⑰ Wijzig de hoogte waarop de persvoet moet worden gezet (draaihoogte), wanneer u de spilfunctietoets selecteert. (Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8.) Meer bijzonderheden over dit onderwerp vindt u in "Spilfunctie" op pagina B-43.

text_image
ON ON * / *
text_image
21 OFF 22 3 23 NEDERLANDS */*
text_image
②-VERSION *.* * # */ *18 Vermeldt of al dan niet bij iedere handeling een signaal te horen zal zijn. Meer bijzonderheden vindt u in "Bedieningssignaal" in het gedeelte "Bijlage".
⑲Schakelt de lichten voor het naald- en werkvlak op blijvend "ON" of blijvend "OFF".
⑳Past de helderheid van de display aan.
②1 Wanneer de instelling op "ON" staat, worden verstevigingssteken genaaid aan het begin en/of eind van het naaiwerk voor een patroon met verstevigingssteken, zelfs als u de achteruitsteektoets indrukt. Voor meer informatie, zie "Automatisch verstevigingssteken naaien" op pagina B-37.
② Selecteer de invoergevoeligheid voor de bedieningstoetsen. Voor meer informatie, zie "Invoergevoeligheid voor bedieningstoetsen aanpassen" op pagina B-14.
② Selecteert de schermtaal. Voor meer informatie, zie "Schermtaal kiezen" op pagina B-14.
②Geeft de programmaversie weer.

Memo
- Druk op of op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Schermtaal kiezen
1 Druk op
2 Selecteer de display (aal).
3 Met “-” en “+” kiest u de gewenste taal.

text_image
OFF 3 NEDERLANDS */ *4 Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Invoergevoeligheid voor bedieningstoetsen aanpassen
U kunt de gevoeligheid voor de bedieningstoetsen instellen op vijf niveaus. Open het instellingenscherm om het gewenste niveau in te stellen.

1 Selecteer : (Invoergevoeligheid) in het instellingenscherm.
2 Wijzig de invoergevoeligheid door op “-” of “+” te drukken.
- Hoe lager de instelling, hoe minder gevoelig de toetsen zullen zijn; des te hoger de instelling, des te meer gevoelig de toetsen zullen zijn. De standaardinstelling is "3".

text_image
OFF 3 NEDERLANDS */*
Opmerking
- We adviseren u de hoogste instelling te selecteren als u een elektrostatische schermaanraakpen gebruikt.
■Als de machine niet reageert wanneer u op een bedieningstoets drukt
Houd de (Draadkniptoets) ingedrukt en zet de machine aan om de instellingen terug te zetten. Open het instellingenscherm en pas de instellingen opnieuw aan.
Spoel opwinden/installeren
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik alleen spoel (onderdeelcode: SA156, SFB: XA5539-151) die specifiek voor deze machine is ontworpen. Wanneer u een andere spoel gebruikt, kan dit leiden tot letsel of beschadiging van de machine.
- De bijgesloten spoel is specifiek ontworpen voor deze machine. Als u een spoel van een ander model gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of spoelen van hetzelfde type (onderdeelcode: SA156, SFB: XA5539-151). SA156 is een spoeltype van klasse 15.

- Wanneer het voetpedaal is aangesloten, kunt u het opwinden van de spoel starten en stoppen met het voetpedaal.
Spoel opwinden
In dit gedeelte wordt omschreven hoe u draad opwindt op een spoel.


Open het bovendeksel.

Plaats de spoel zo op de spoelwinderas dat de veer op de as in de inkeping van de spoel past. Druk op de spoel totdat deze vastklikt.

①Inkeping
②Veer van spoelwinderas

Schuif de spoelopwinder in de richting van de pijl totdat deze op zijn plek klikt.

- De "Start/Stop"-toets licht oranje op.

Verwijder de kloshouder die op de klospen is geplaatst.

Plaats de klos draad voor de spoel op de klospen.
Schuif de klos zodanig op de pen dat de klos horizontaal staat en de draad aan de voorkant van onderen afwikkelt.

- Als de klos niet zo is geplaatst dat de draad correct afwikkelt, kan de draad verstrikt raken rond de klospen.

Schuif de kloshouder op de klospen.
Schuif de kloshouder zo ver mogelijk naar rechts, zoals aangegeven, met de afgeronde kant naar links.

⚠ VOORZICHTIG
- Als de klos of kloshouder niet correct is geïnstalleerd, kan de draad verstrikt raken rond de klospen. Daardoor kan de naald breken.
- Er zijn drie formaten kloshouder beschikbaar. Zo kunt u een kloshouder kiezen die het best past bij het formaat klos dat u gebruikt. Als de kloshouder te klein is voor de klos die u gebruikt, kan de draad blijven haken achter de gleuf in de klos, of kan de machine beschadigd raken.

- Wanneer u naait met fijne kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloshouder en laat u enige ruimte tussen de kap en de klos.

①Kloshouder (klein)
②Klos (kruiswikkeldraad)
③Ruimte
- Wanneer u draad gebruikt die snel van de klos afwikkelt, zoals transparant nylon garen of metallic garen, plaats dan het klosnetje over de klos voordat u de klos draad op de klospen plaatst.
Als het klosnetje te lang is, vouwt u het zo dat het past op het formaat klos.

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
①Klosnetje
②Klos
③Kloshouder
④Klospen
- Als u een draadklos met een kern van 12 mm (1/2 inch) doorsnee en 75 mm (3 inch) hoog op de klospen plaatst, gebruik dan de garenklos inzet (mini-king-garenklos).

7 Terwijl u de draad in de buurt van de klos vasthoudt met uw rechterhand, zoals aangegeven, trekt u de draad met u linkerhand uit. Vervolgens leidt u de draad achter het draadgeleiderdeksel en naar voren.

①Draadgeleiderdeksel
8 Leid de draad onder de draadgeleiderplaat en trek deze vervolgens naar rechts.

9 Leid de draad onder de haak op de draadgeleider en draai de draad vervolgens tegen de klok in onder de voorspanningsschijf.

①Draadgeleider
②Voorspanningsschijf
③Trek de draad zo ver mogelijk naar binnen.

Opmerking
- Zorg dat de draad onder de voorspanningsschijf loopt.
10 Houd de draad vast met uw linkerhand. Draai de uitgetrokken draad met uw rechterhand met de klok mee vijf- of zesmaal rond de spoel.

- Zorg dat de draad tussen de klos en de spoel strak staat.
- Let op dat u de draad met de klok mee rond de spoel windt. Anders wordt de draad rond de spoelwinderas gewonden.
11 Leid het uiteinde van de draad door de geleidesleuf in de spoelwinderbasis. Trek de draad vervolgens naar rechts om deze af te snijden.

①Geleidesleuf in de spoelwinderbasis (met ingebouwde draadafsnijder)
⚠️ VOORZICHTIG
- Zorg dat u de draad afknipt zoals aangegeven. Wanneer u de spoel opwindt zonder de draad af te snijden met de in de spoelwinderbasis ingebouwde draadafsnijder, kan de draad verward raken in de spoel of kan de naald verbuigen en breken wanneer de draad oprakt.
12 Schuif de schuifknop voor snelheidsregeling naar rechts.

①Snelheidsregeling

Opmerking
- De snelheid van het opwinden van de spoel verschilt naargelang het type draad dat op de spoel wordt gewonden.
13 Zet de machine aan.
14 Druk eenmaal op de "Start/Stop"-toets om de spoel op te winden. Wanneer het voetpedaal is aangesloten, drukt u met uw voet het voetpedaal in.

15 Wanneer het opwinden van de spoel trager gaat, drukt u eenmaal op de "Start/Stop"-toets om de machine te stoppen. Wanneer het voetpedaal is aangesloten, haalt u uw voet van het voetpedaal.
⚠️ VOORZICHTIG
- Wanneer het opwinden van de spoel trager gaat, stopt u de machine. Anders raakt de machine mogelijk beschadigd.
16 Knip met een schaartje het uiteinde van de rond de spoel gewonden draad af.

17 Schuif de spoelwinderas naar links en verwijder de spoel van de as.

- Als de spoelwinderas naar rechts staat, beweegt de naald niet. (Naaien is dan onmogelijk.)
18 Schuif de knop voor snelheidsregeling terug in de stand van de gewenste naaisnelheid.
19 Verwijder de klos voor de onderdraad van de klospen.

Memo
- Wanneer u de machine start of het handwiel draait nadat de spoel is gewonden, maakt de machine een klikkend geluid. Dit duidt niet op een storing.
De spoel installeren
De spoel met omwonden draad installeren.
U kunt direct beginnen met naaien zonder de onderdraad op te halen door simpelweg de spoel in het spoelhuis te plaatsen en de draad door de gleuf in het steekplaatdeksel te leiden.

Memo
- Meer bijzonderheden over naaien nadat u de onderdraad naar boven hebt gehaald, bijvoorbeeld bij het maken van plooien of bij vrij quilten, vindt u in "Onderdraad naar boven halen" op pagina B-24.
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik een spoel die op de juiste manier is opgewonden met draad, anders kan de naald breken of is de draadspanning mogelijk onjuist.

- Alvorens u de spoel plaatst of verwisselt drukt u op (persvoet-/naaldwisseltoets) van het bedieningspaneel om alle knoppen en toetsen te vergrendelen. Anders kunt u letsel oplopen als u op de "Start/Stop"-toets of een andere toets drukt en de machine start.
1 Druk één- of tweemaal op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten. Zet vervolgens de persvoethendel omlaag.
2 Druk op
- Wanneer wordt ingedrukt terwijl de persvoet omhoog staat, zal een foutmelding worden weergegeven. Zet de persvoet omlaag.
→ Het scherm zal veranderen en alle toetsen (behalve 📊) en de bedieningstoetsen worden vergrendeld.

3 Zet de persvoethendel omhoog.
4 Schuif de grendel van het spoelhuisdeksel naar rechts.

5 Verwijder het spoelhuisdeksel.
6 Houd de spoel vast met uw rechterhand zodat de draad naar links afwikkelt en houd het uiteinde van de draad vast met uw linkerhand. Plaats met uw rechterhand de spoel in het spoelhuis.

7 Houd de spoel losjes vast met uw rechterhand (1), en leid met uw linkerhand het uiteinde van de draad rond het lipje van het steekplaatdeksel (2).

- Druk de spoel omlaag met uw vinger en wikkel de onderdraad op de juiste manier af; anders kan de draad breken of is de draadspanning mogelijk niet juist.

Memo
- In welke volgorde de onderdraad door de spoel moet worden geleid, is aangegeven met markeringen rond het spoelhuis. Rijg de machine in volgens de aanwijzingen.

8 Terwijl u de spoel losjes vasthoudt met uw rechterhand (1), leidt u de draad door de gleuf in het steekplaatdeksel (2). Trek deze vervolgens met uw linkerhand voorzichtig omhoog (3).
- De draad gaat de spanningsveer van het spoelhuis binnen.

9 Terwijl u met uw rechterhand op de spoel drukt om hem op zijn plek te houden (1), leidt u met uw linkerhand de draad door de gleuf (2) Vervolgens knipt u de draad af met de draadknipper (3).

- Als de draad niet correct door de spanningsveer van het spoelhuis is geleid, is de draadspanning mogelijk niet juist.

Bevestig het spoelhuisdeksel weer op zijn plek.
Plaats het lipje in de linkerbenedenhoek van het spoelhuisdeksel en druk voorzichtig op de rechterkant.

→ Het inrijgen van de onderdraad is hiermee voltooid.
Vervolgens rijgt u de bovendraad in. Ga verder met de procedure in "Bovendraad inrijgen" op pagina B-21.

Memo
- U kunt beginnen met naaien zonder de onderdraad omhoog te halen. Wilt u de onderdraad naar boven halen voordat u gaat naaien, volg dan de procedure in "Onderdraad naar boven halen" op pagina B-24.

Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.
Bovendraad inrijgen
⚠️ VOORZICHTIG
- Er zijn drie formaten kloshouder beschikbaar. Zo kunt u een kloshouder kiezen die het best past bij het formaat klos dat u gebruikt. Als de kloshouder te klein is voor de gebruikte klos, kan de draad blijven hangen in de spleet in de klos, of kan de naald breken. Meer informatie over de keuze van kloshouders voor de gekozen draad vindt u in pagina B-16.

- Volg voor het inrijgen van de bovendraad de instructies zorgvuldig op. Is de bovendraad niet juist ingeregen, dan kan de draad verward raken of de naald kan verbogen raken of afbreken.
- Gebruik nooit garen van dikte 20 of minder.
- Gebruik de juiste combinatie van naald en draad. Meer bijzonderheden over de juiste combinatie van naalden en draden vindt u in "Stof/draad/naald-combinaties" op pagina B-28.
Bovendraad inrijgen

1 Zet de machine aan.
2 Zet de persvoet omhoog met de persvoethendel.

→ Het bovendraadluikje gaat open, zodat u de machine kunt inrijgen.

Opmerking
- Als de persvoet niet omhoog staat, kunt u de naaimachine niet inrijgen.
3 Druk op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

→ De naald staat goed omhoog wanneer de markering op het handwiel boven staat, zoals hieronder aangegeven. Controleer het handwiel. Als deze marking niet op deze positie staat, drukt u op (naaldstandtoets) totdat dit wel het geval is.

①Markering op handwiel
4 Verwijder de kloshouder die op de klospen is geplaatst.

Plaats de draadklos op de klospen.
Schuif de klos zodanig op de pen dat de klos horizontaal staat en de draad aan de voorkant van onderen afwikkelt.

- Als de draadklos of de kloshouder niet op de juiste plek zit, kan de draad verward raken rond de klospen, waardoor de naald kan breken.

Schuif de kloshouder op de klospen.
Schuif de kloshouder zo ver mogelijk naar rechts, zoals aangegeven, met de afgeronde kant naar links.


Terwijl u de draad losjes vasthoudt met uw rechterhand, trekt u de draad uit met uw linkerhand en leidt u de draad vervolgens achter het draadgeleiderdeksel en naar voren.

①Draadgeleiderdeksel

Leid de draad onder de draadgeleiderplaat en trek de draad omhoog.

Terwijl u met uw rechterhand de draad die onder de draadgeleiderplaat is geleid losjes vasthoudt, leidt u de draad door de geleiders in de volgorde die hieronder is aangegeven.

- Als de persvoet omlaag staat en het klepje gesloten is, kunt u de machine niet inrijgen. Zet de persvoet omhoog om het klepje te openen voordat u de machine inrijgt. Zet bovendien de persvoet omhoog om het klepje te openen voordat u de bovendraad verwijdert.
- Deze machine is uitgerust met een venster waarin u de stand van de draadophaalhendel kunt controleren. Kijk door dit venster om te controleren of de draad juist door de draadophaalhendel is geleid.

Zet de persvoet omlaag.

Druk op
- Wanneer wordt ingedrukt terwijl de persvoet omhoog staat, zal een foutmelding worden weergegeven. Zet de persvoet omlaag.
→ Het scherm zal veranderen en alle toetsen (behalve 📊) en de bedieningstoetsen worden vergrendeld.

12 Schuif de draad achter de draadgeleider op de naaldstang.
U kunt de draad gemakkelijk achter de draadgeleider aan de naaldstang schuiven: u houdt de draad vast in uw linkerhand en leidt de draad vervolgens met uw rechterhand, zoals aangegeven.

①Draadgeleiders op de naaldstang
13 Zet de persvoethendel omhoog.
Naald inrijgen

Memo
- U kunt de naaldinrijger gebruiken met machinenaalden 75/11 t/m 100/16.
- U kunt de naaldinrijger niet gebruiken met de platte naald of de tweelingnaald.
- Wanneer u draad als transparante, eenvezelige nylondraad of speciale garens gebruikt is het niet aan te raden om de naaldinrijger te gebruiken.
- Zie "Naald handmatig inrijgen (zonder de naaldinrijger te gebruiken)" op pagina B-24 als de naaldinrijger niet kan worden gebruikt.
1 Trek het uiteinde van de draad die door de draadgeleider op de naaldstang is geleid, naar links. Leid vervolgens de draad door de inkeping van de draadgeleider van de inrijger ①. Trek vervolgens de draad stevig vanaf de voorkant en steek deze helemaal in de gleuf van de geleiderschijf van de inrijger die is gemarkeerd met "7" ②.
- Zorg dat de draad door de gleuf van de draadgeleider van de inrijger gaat.

①Inkeping van de draadgeleider van de inrijger
②Draadgeleiderschijf van de inrijger
2 Snijd de draad met de draadafsnijder op de linkerkant van de machine.

- Als u de draad erdoor trekt en deze niet goed kan worden afgesneden, zet u de persvoethendel omlaag. Zo blijft de draad op zijn plek en kunt u hem beter afsnijden. Als u deze bewerking hebt uitgevoerd, slaat u stap ③ over.
- Wanneer u draad gebruikt die snel van de klos afwikkelt, zoals metallic garen, is het misschien moeilijk om de naald in te rijgen nadat u de draad hebt afgeknipt. In plaats van de draadsnijder te gebruiken trekt u de draad ongeveer 80 mm (ca. 3 inch) uit nadat u deze door de draadgeleiderschijven van de inrijger hebt geleid (aangegeven met "7").

3 Zet de persvoet omlaag met de persvoethendel.

4 Zet de naaldinrijghendel aan de linkerkant van de machine omlaag totdat deze klikt. Zet de hendel vervolgens in de oorspronkelijke stand.

②Naaldinrijgerhendel
→ De haak draait en leidt de draad door het oog van de naald.

Opmerking
Als de naald niet in de hoogste stand staat, kunt u de naald niet inrijgen met de naaldinrijger. Draai het handwiel tegen de klok in totdat de naald in de hoogste stand staat. De naald staat goed omhoog wanneer de markering op het handwiel boven staat, zoals is aangegeven onder stap ③ op pagina B-21.
5 Trek voorzichtig aan het draaduiteinde dat door het oog van de naald is getrokken.
Als de naald niet volledig wordt ingeregen, maar zich in het oog van de naald een lus vormt, trekt u voorzichtig de lus door het oog van de naald zodat ook het uiteinde van de draad door het oog gaat.

- Trek niet te hard aan de draad. Dan kan de naald breken of verbuigen.
6 Zet de persvoethendel omhoog. Leid het uiteinde van de draad door en onder de persvoet en trek ongeveer 5 cm draad (ca. 2 inch) naar de achterkant van de machine.

①5 cm (ca. 2 inch)
7 Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.
Naald handmatig inrijgen (zonder de naaldinrijger te gebruiken)
Wanneer u een speciale draad, zoals transparante nylondraad gebruikt, kunt u geen platte naald of tweelingnaald gebruiken met de naaldinrijger. Rijg de naald in zoals hieronder beschreven.
1 Leid de draad achter de draadgeleider op de naaldstang.
- Voor meer informatie, zie "Bovendraad inrijgen" op pagina B-21.
2 Zet de persvoethendel omlaag.

3 Leid de draad van voren naar achteren door het oog van de naald.

4 Zet de persvoethendel omhoog. Leid het uiteinde van de draad door en onder de persvoet en trek ongeveer 5 cm draad (ca. 2 inch) naar de achterkant van de machine.
5 Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.
Onderdraad naar boven halen
Wanneer u plooien of fantasiequiltsteken wilt maken, trekt u eerst de onderdraad omhoog zoals hieronder beschreven.
1 Zie "Bovendraad inrijgen" (pagina B-21) om de machine in te rijgen met de bovendraad, en de naald in te rijgen.
2 Volg 4 t/m 6 in "De spoel installeren" (pagina B-18) om de spoel te installeren in het spoelhuis.
3 Leid de onderdraad door de sleuf. Snijd de draad niet af met de draadafsnijder.

4 Houd de bovendraad losjes vast met uw linkerhand en druk tweemaal op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

→ De onderdraad zit in een lus rond de bovendraad en kan naar boven worden getrokken.
5 Trek de bovendraad voorzichtig omhoog om het uiteinde van de onderdraad eruit te trekken.

6 Trek de onderdraad omhoog, leid deze onder de persvoet en trek deze circa 10 cm (4 inch) naar de achterkant van de machine, zodat hij gelijk loopt met de bovendraad.

7 Bevestig het spoelhuisdeksel weer op zijn plek. Plaats het lipje in de linkerbenedenhoek van het spoelhuisdeksel en druk voorzichtig op de rechterkant.

Werken met de tweelingnaald
Met de tweelingnaald kunt u twee parallelle lijnen van dezelfde steken naaien met twee verschillende draden. Beide bovendraden moeten van dezelfde dikte en kwaliteit zijn. Gebruik de tweelingnaald, de horizontale klospen en de juiste kloshouder.
Meer informatie over steken die u kunt naaien met de tweelingnaald vindt u in "Steekinstellingentabel" beginnend op pagina B-46.

- Vanouds wordt een tweelingnaald gebruikt om te plisseren. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Brother-dealer voor het verkrijgen van de optionele plisseervoet voor uw machine (SA194, F069: XF5832-001).
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik uitsluitend de tweelingnaald (2,0/11 naald, onderdeelcode: X59296-121). Wanneer u een andere naald gebruikt, kan de naald verbuigen of kan de machine beschadigd raken.
- Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen naalden breken gemakkelijk, en dit kan leiden tot letsel.
- Met de tweelingnaald kunt u de naaldinrijger niet gebruiken. Wanneer u de naaldinrijger gebruikt met de tweelingnaald, kan de machine beschadigd raken.
1 Plaats de tweelingnaald.
- Meer bijzonderheden over het installeren van een naald vindt u in "Naald verwisselen" op pagina B-29.
2 Rijg de bovendraad voor de linkernaald in.
- Meer bijzonderheden vindt u in stap 1 t/m 12 van "Bovendraad inrijgen" op pagina B-21.
3 Rijg de bovendraad handmatig door het oog van de linkernaald.
Leid de draad van voren naar achteren door het oog van de naald.

4 Plaats de horizontale klospen op de spoelwinderas.
Plaats de horizontale klospen zo dat deze loodrecht op de spoelwinderas staat.

5 Draai de klospen zo naar links dat deze horizontaal staat.

6 Plaats de garenklos van de bovendraad voor de rechternaald op de horizontale klospen. Zet deze vast met de kloshouder.
De draad moet van boven van de voorkant van de klos afwinden.

7 Rijg de bovendraad op dezelfde manier in als de bovendraad voor de linkerkant.

①Draadgeleiderdeksel
- Meer bijzonderheden vindt u in stap 7 t/m 9 van "Bovendraad inrijgen" op pagina B-21.
8 Rijg de rechternaald handmatig in zonder de draad door de draadgeleider op de naaldstang te leiden.
Leid de draad van voren naar achteren door het oog van de naald.

- Met de tweelingnaald kunt u de naaldinrijger niet gebruiken. Wanneer u de naaldinrijger gebruikt met de tweelingnaald, kan de machine beschadigd raken.
Bevestig persvoet "J".
- Meer bijzonderheden over het verwisselen van de persvoet vindt u in "Persvoet verwisselen" op pagina B-31.
⚠️ VOORZICHTIG
- Wanneer u werkt met de tweelingnaald moet u zigzagvoet "J" installeren. Als de steken te dicht op elkaar zitten, moet u persvoet "N" gebruiken of steunstof bevestigen.
10 Zet de machine aan en selecteer een steek.
- Hoe u steken selecteert leest u in "Een steekpatroon selecteren" op pagina B-34.
- Raadpleeg "Steekinstellingentabel" op pagina B-46 voor steken met een tweelingnaald.
⚠️ VOORZICHTIG
- Let op dat u de juiste steek selecteert wanneer u de tweelingnaald gebruikt; anders kan de naald breken of de machine beschadigd raken.
11 Selecteer (Tweelingnaald) in het instellingenscherm.
12 Stel de tweelingnaaldmodus in op "ON".

- Zorg dat u de tweelingnaaldinstelling selecteert wanneer u de tweelingnaald gebruikt, anders kan de naald breken of de machine beschadigd raken.
14 Begin met naaien.
- Meer informatie over het beginnen met naaien vindt u in "BEGINNEN MET NAAIEN" op pagina B-33.
→ Twee rijen steken worden parallel naast elkaar genaaid.


Opmerking
- Wanneer u de naairichting wijzigt, drukt u op (naaldstandtoets) om de naald op te tillen van de stof; vervolgens zet u de persvoethendel omhoog en draait u de stof.
⚠️ VOORZICHTIG
- Draai de stof niet terwijl de tweelingnaald omlaag staat in de stof. De naald kan dan breken of de machine kan beschadigd raken.
Naald wisselen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het omgaan met naalden. Wanneer u deze voorzorgsmaatregelen niet opvolgt, kan dit ernstige gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer een naald breekt en stukjes ervan wegspringen. Lees de onderstaande instructies zorgvuldig en volg deze op.
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik uitsluitend aanbevolen naalden voor huishoudnaaimachines. Wanneer u een andere naald gebruikt, kan de naald verbuigen of kan de machine beschadigd raken.
- Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen naalden breken gemakkelijk, en dit kan leiden tot letsel.
Stof/draad/naald-combinaties
Welke machinenaald u moet gebruiken, hangt af van de stof en de dikte van de draad. Raadpleeg de volgende tabel om de geschikte draad en naald te bepalen voor de stof die u wilt naaien.
| Soort stof/Toepassing Draad Naalddikte | ||||
| Middelzware stof Popeline Katoen | 60–90 | 75/11–90/14 | ||
| Tafzijde Synthetisch | ||||
| Flanel, Gabardine Zijde 50 | ||||
| Lichte stof Linon | Katoen | 60–90 | 65/9–75/11 | |
| Crêpe georgette | Synthetisch | |||
| Challis, Satijn Zijde 50 | ||||
| Zware stof | Spijkerstof | Katoen | 30 | 100/16 |
| 50 | 90/14–100/16 | |||
| Corduroy | Synthetisch | 50–60 | ||
| Tweed | Zijde | |||
| Stretchstof | Jersey | Draad voor rekbare stoffen | 50–60 | Ballpointnaald 75/11–90/14 (goudkleurig) |
| Tricot | ||||
| Stof die gemakkelijk rafelt | Katoen | 50–90 | 65/9–90/14 | |
| Synthetisch | ||||
| Zijde 50 | ||||
| Voor afwerksteken | Synthetisch | 30 | 100/16 | |
| Zijde | 50–90 | 90/11–90/14 | ||

Opmerking
- Gebruik nooit garen van dikte 20 of minder. Dit kan storingen aan de machine veroorzaken.
■Garen en naaldnummer
Hoe kleiner het draadnummer, des te dikker de draad; hoe groter het naaldnummer, des te dikker de naald.
■Ballpointnaald (goudkleurig)
Om te voorkomen dat er steken worden overgeslagen, gebruikt u een ballpointnaald (75/11–90/14) voor stretchstoffen.
■Doorzichtige nylondraad
Gebruik een naald 90/14 tot 100/16 ongeacht de stof of de draad.
⚠️ VOORZICHTIG
- In de bovenstaande tabel vindt u de juiste combinaties van stof, draad en naald. Wanneer de combinatie van stof, draad en naald onjuist is, kan de naald verbuigen of breken, vooral bij zware stoffen (zoals spijkerstof) en bij gebruik van dunne naalden (bijvoorbeeld 65/9 t/m 75/11). Bovendien kunnen de steken ongelijkmatig worden of gaan plooien of kunnen steken worden overgeslagen.
Naald controleren
Het is uiterst gevaarlijk om te naaien met een verbogen naald, omdat de naald dan kan breken terwijl u aan het werk bent.
Leg een naald vóór gebruik met de vlakke kant op een vlakke ondergrond en controleer of de afstand tussen de naald en de ondergrond overal gelijk is.

①Vlakke kant
②Markering naaldsoort
⚠️ VOORZICHTIG
- Als de afstand tussen de naald en de vlakke ondergrond niet gelijk is, is de naald verbogen. Gebruik geen verbogen naald.

Gebruik een schroevendraaier en een naald die u hebt gecontroleerd volgens de instructies in "Naald controleren".

Druk een- of tweemaal op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.

Plaats de stof of het papier onder de persvoet om het gat in de steekplaat te bedekken.

Opmerking
- Alvorens u de naald vervangt, bedekt u het gat in de naaldplaat met stof of papier om te voorkomen dat de naald in de machine valt.

Zet de persvoet omlaag.

Druk op
- Wanneer wordt ingedrukt terwijl de persvoet omhoog staat, zal een foutmelding worden weergegeven. Zet de persvoet omlaag.
→ Het scherm zal veranderen en alle toetsen (behalve 📊) en de bedieningstoetsen worden vergrendeld.

Houd de naald vast met uw linkerhand. Draai met een schroevendraaier de naaldklemschroef naar u toe (tegen de klok in) om de naald te verwijderen.
- U kunt de naaldklemschroef ook vast- of losdraaien met de L-vormige (of de schijfvormige) schroevendraaier.

①Schroevendraaier
②Naaldklemschroef
- Gebruik niet te veel kracht bij het los- of vastdraaien van de naaldklemschroef, aangezien dit bepaalde onderdelen van de naaimachine kan beschadigen.


Plaats de naald met de vlakke kant naar achteren totdat de naald de naaldstopper raakt.

Houd de naald in uw linkerhand en draai de naaldklemschroef vast met de schroevendraaier.
Draai de schroef in de richting van de achterkant van de machine (met de klok mee).

- Zorg dat u de naald plaatst tot aan de naaldstopper en dat u de naaldklemschroef goed vastdraait met de schroevendraaier. Anders kan de naald breken of kan de machine beschadigd raken.

Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.
Persvoet verwisselen
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik de persvoet die geschikt is voor de soort steek die u wilt naaien, anders kan de naald de persvoet raken, waardoor de naald kan verbuigen of breken.
- Gebruik uitsluitend persvoeten die speciaal zijn ontworpen voor deze naaimachine. Het gebruik van andere persvoeten kan leiden tot letsel of tot schade aan de machine.
Persvoet verwisselen
1 Druk een- of tweemaal op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.
2 Zet de persvoet omlaag.
3 Druk op
- Wanneer wordt ingedrukt terwijl de persvoet omhoog staat, zal een foutmelding worden weergegeven. Zet de persvoet omlaag.
→ Het scherm zal veranderen en alle toetsen (behalve 📊) en de bedieningstoetsen worden vergrendeld.

4 Zet de persvoethendel omhoog.
5 Druk op de zwarte knop achter op de persvoethouder.

①Zwarte toets ②Persvoethouder
6 Plaats een andere persvoet onder de houder, zodat de pen van de persvoet op één lijn staat met de inkeping in de houder.

①Persvoethouder ②Inkeping ③Pen ④Type persvoet
7 Zet de persvoethendel omlaag, zodat de persvoetpen vastklikt in de inkeping in de houder.

→ De persvoethendel is bevestigd.
8 Breng de persvoethendel omhoog om te controleren of de persvoet stevig vastzit.

9 Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.

Opmerking
- Wanneer een steek is geselecteerd, wordt op het scherm het pictogram weergegeven voor de persvoet die u moet gebruiken. Controleer voordat u gaat naaien of de juiste persvoet is bevestigd. Wanneer de verkeerde persvoet is bevestigd, zet u de machine uit. Vervolgens bevestigt u de juiste persvoet, zet u de machine weer aan en selecteert u de gewenste steek opnieuw.

text_image
1 Jg 0.0 mm -- 2.5 mm
Zigzagvoet "J"

Monogramvoet "N"

Afwerksteekvoet "G"

Knoopsgatvoet "A"

Blindzoomvoet "R"

Knoopaanzetvoet "M"

Zijsnijder "S"
- Meer bijzonderheden over de persvoet die moet worden gebruikt met de geselecteerde steek vindt u in "Steekinstellingentabel" op pagina B-46.
Persvoethouder verwijderen en bevestigen
Verwijder de persvoethouder wanneer u de naaimachine reinigt of wanneer u een persvoet installeert waarvoor de persvoethouder niet nodig is, bijvoorbeeld de boventransportvoet of quiltvoet. Verwijder de persvoethouder met de schroevendraaier.

Verwijder de persvoet.
- Voor meer informatie, zie "Persvoet verwisselen" op pagina B-31.

Draai de schroef van de persvoethouder los met de schroevendraaier.
Draai de schroef in de richting van de achterkant van de machine (tegen de klok in).
- U kunt de persvoethouder ook vast- of losdraaien met de L-vormige (of de schijfvormige) schroevendraaier.

①Schroevendraaier
②Persvoethouder
③Persvoethouderschroef
■Persvoethouder bevestigen

Zet de persvoethendel omhoog.

Houd de persvoethouder op één lijn met de linkeronderkant van de persvoetstang.

Houd de persvoethouder op zijn plek met uw rechterhand en draai de schroef aan met de schroevendraaier in uw linkerhand.
Draai de schroef naar u toe (met de klok mee).

①Schroevendraaier
⚠️ VOORZICHTIG
- Draai de persvoethouderschroef goed vast. Anders kan de persvoethouder eraf vallen en door de naald worden geraakt. De naald kan dan verbuigen of breken.

Opmerking
- Als de persvoethouder onjuist is bevestigd, is de draadspanning niet goed.
Hoofdstuk 2 BEGINNEN MET NAAIEN
Naaien
⚠ VOORZICHTIG
- Let goed op de plaats van de naald wanneer de machine in werking is. Houd bovendien uw handen uit de buurt van alle bewegende delen, zoals de naald en het handwiel. Anders kunt u letsel oplopen.
- Trek niet te hard aan de stof en duw de stof niet te hard tijdens het naaien. Anders kunt u letsel oplopen en kan de naald breken.
- Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen naalden breken gemakkelijk, en dit kan leiden tot letsel.
- Pas op dat de naald geen rijgspelden raakt, anders kan de naald verbuigen of breken.
Selectiemethodes voor steken
U kunt een steek selecteren met onderstaande methods.
Steekpatronen kunnen worden geselecteerd door directe keuze (door te drukken op de voor die specifieke steek toegewezen toets) én door nummerselectie (door het invoeren van het nummer van het steekpatroon).
Meer bijzonderheden over de beschikbare steektypen vindt u in de Beknopte bedieningsgids.
■Rechtstreeks kiezen
Hieronder vindt u twee steekmethoden om rechtstreeks te kiezen. Met iedere druk op verspringt de methode.
□ Vooraf ingestelde naaisteek

De meestgebruikte naaisteken zijn toegewezen aan de numerieke toetsen.
Deze steken kunnen worden geselecteerd door simpelweg te drukken op de toegewezen toets. Voor meer informatie, zie "Vooraf ingestelde naaisteken" op pagina B-52.
□ Opgeslagen patronen

Veelgebruikte patronen en gecombineerde patronen kunnen worden opgeslagen in het geheugen van de machine en eenvoudig worden opgeroepen via (toets voor vooraf ingestelde naaisteek/opgeslagen patroon) en de numerieke toetsen. Meer bijzonderheden vindt u in "Een patroon opslaan" in het gedeelte "Decoratief naaien".

①Toets voor vooraf ingestelde naaisteek/opgeslagen patroon
②Numerieke toetsen
■Nummer kiezen
Na op (Aoets Naaisteek), (toets Decoratieve steek) of (Aoets Lettersteek) gedrukt te hebben om een steekmethode te kiezen, gebruikt u de numerieke toetsen om het nummer van de gewenste steek in te typen.

②Toets Decoratieve steek
③Toets Lettersteek
④Numerieke toetsen
□ Naaisteken
Er zijn diverse naaisteken, waaronder rechte steken, overhandse steken en knoopsgatsteken.
□ Decoratieve steken
Er zijn drie verschillende decoratieve steekmethoden: decoratieve steek, methode 1 decoratieve steek, methode 2 decoratieve steek, methode 3. Meer bijzonderheden vindt u in "Steekpatronen kiezen" in het gedeelte "Decoratief naaien".
□ Aettersteken
Er zijn vijf lettersteekmethoden: methode voor Gothisch lettertype A ^B ethode voor handschriftlettertype, methode voor contourlettertype A ^B methode voor Cyrillisch lettertype A ^B methode voor Japans lettertype B ^C .
Meer bijzonderheden vindt u in "Steekpatronen kiezen" in het gedeelte "Decoratief naaien".
Een steekpatroon selecteren
■Het selecteren van een naaisteek
1
Druk op

text_image
- + - / + - + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A 0 OK→ [Word]t weergegeven in de linkerbovenhoek van de display.

text_image
1 0.0 mm -- 2.5 mm2
Voer het nummer van de gewenste steek in door middel van de numerieke toetsen.
- Voor de nummers van alle steken, zie "Steekinstellingentabel" op pagina B-46 of de Beknopte bedieningsgids.
- Steken 01 t/m 09 kunnen tevens worden gekozen door middel van het intypen van het enkele getal via de numerieke toetsen en vervolgens op te drukken.
- Wanneer u enkele getallen gebruikt en het onjuist hebt ingevoerd, drukt u op om het ingevoerde nummer te wissen.
→ De geselecteerde steek wordt weergegeven op de display.

text_image
05 0.0 mm -- 2.5 mm 0.5 0.0 mm -- 2.5 mm■Het selecteren van een vooraf ingestelde naaisteek
Aangezien diverse steken zijn toegewezen aan de numerieke toetsen, kunnen deze steken worden geselecteerd door te drukken op de toegewezen numerieke toets.
1 Controleer of ierschijnt in de linkerbovenhoek van het scherm.

Indien een ander pictogram wordt weergegeven, druk dan op 📋/ʊ

text_image
- + - / + - + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A c OK2 Druk op de numerieke toets waarop de gewenste steek is afgebeeld.
■Het selecteren van een letter-/decoratieve steek
Voer een getal in na het vereiste aantal keer op of
A op het bedieningspaneel te hebben gedrukt. Meer bijzonderheden vindt u in "Steekpatronen kiezen" in het gedeelte "Decoratief naaien".
Een steek naaien
1 Zet de machine aan en druk op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.
2 Selecteer de gewenste steek aan de hand van de procedure als hierboven beschreven in "Een steekpatroon selecteren".
3 Geef zo nodig de instelling voor automatisch achteruit/verstevigingssteken op en pas eventueel de steeklengte en dergelijke aan.
- Meer bijzonderheden over het aanpassen van de steekbreedte en steeklengte vindt u in "Steekbreedte instellen" op pagina B-39 en "Steeklengte instellen" op pagina B-39.

Opmerking
- Wanneer een steek is geselecteerd, wordt op het scherm het pictogram weergegeven voor de persvoet die u moet gebruiken. Controleer voordat u gaat naaien of de juiste persvoet is bevestigd. Wanneer de verkeerde persvoet is bevestigd, zet u de machine uit. Vervolgens bevestigt u de juiste persvoet, zet u de machine weer aan en selecteert u de gewenste steek opnieuw.
4 Bevestig de persvoet.
- Meer bijzonderheden over het verwisselen van de persvoet vindt u in "Persvoet verwisselen" op pagina B-31.
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik altijd de juiste persvoet. Als u niet de juiste persvoet gebruikt, kan de naald de persvoet raken en buigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen. Zie pagina B-46 voor adviezen over de juiste persvoet.
5 Plaats de stof onder de persvoet. Houd de stof en de uiteinden van de draden in uw linkerhand en draai het handwiel tegen de klok in of druk op (naaldstandtoets) om de naald te zetten waar u met naaien wilt beginnen.

- De zwarte toets aan de linkerkant van persvoet "J" mag u alleen indrukken als de stof niet wordt doorgevoerd of bij het naaien van dikke naden. Meer bijzonderheden vindt u in "Zware stof naaien" in het gedeelte "Naaien". Normaliter kunt u naaien zonder op de zwarte toets te drukken.
6 Zet de persvoet omlaag.
U hoeft de onderdraad niet naar boven te halen.
7 Pas de naaisnelheid aan met de schuifknop voor snelheidsregeling.
Met deze schuifknop kunt u de naaisnelheid ook tijdens het naaien aanpassen.

①Snel ②Langzaam
8 Druk op de "Start/Stop"-toets om te beginnen met naaien.
Voer de stof lichtjes met de hand door.

- Wanneer u het voetpedaal gebruikt, kunt u niet starten met naaien door op de "Start/Stop"-toets te drukken.
9 Als u wilt stoppen met naaien, drukt u nogmaals op de "Start/Stop"-toets.

10 Druk op (draadkniptoets) om de boven- en onderdraad af te knippen.

→ De naald wordt automatisch weer omhoog gezet.
⚠️ VOORZICHTIG
- Druk niet meer op (draadkniptoets) nadat de draden zijn afgeknipt. Hierdoor kan de draad verstrikt raken of de naald kan breken en de machine beschadigen.
- Druk niet op (draadkniptoets) wanneer er geen stof onder de naald ligt of wanneer de naaimachine loopt. Hierdoor kan de draad verstrikt raken en dit kan schade veroorzaken.

Opmerking
- Voor het afknippen van draad, zoals eenvezelige nylondraad en andere decoratieve draden gebruikt u de draadafsnijder aan de zijkant van de naaimachine.

11 Wanneer de naald niet meer beweegt, zet u de persvoet omhoog en haalt u de stof weg.
■Gebruik van het voetpedaal
U kunt ook het voetpedaal gebruiken om te starten en stoppen met naaien.
⚠️ VOORZICHTIG
- Zorg dat er zich geen stukken stof en vuil verzamelen in het voetpedaal. Hierdoor bestaat er namelijk kans op brand of elektrische schokken.

Memo
- Wanneer u het voetpedaal gebruikt, kunt u niet starten met naaien door op de "Start/Stop"-toets te drukken.
- U kunt het opwinden van de spoel starten en stoppen met het voetpedaal.
1 Zet de machine uit.
2 Steek de stekker van het voetpedaal in de betreffende aansluiting op de machine.

①Aansluiting voetpedaal
3 Zet de machine aan.
4 Druk langzaam het voetpedaal in om te starten met naaien.

- De snelheid die is ingesteld met de schuifknop voor de snelheidsregeling, is de maximale naaisnelheid van het voetpedaal.
5 Laat het voetpedaal los om de naaimachine te stoppen.
Verstevigingssteken naaien
Achteruit/verstevigingssteken zijn meestal noodzakelijk aan het begin en het eind van het naaiwerk. Met de (achteruitsteektoets) kunt u achteruit/verstevigingssteken naaien (zie "Steekinstellingentabel" in de kolom over "Achteruit/verstevigingssteken naaien" op pagina B-46.).
Terwijl u (verstevigingssteektoets) ingedrukt houdt, naait de machine 3 tot 5 verstevigingssteken op dezelfde plek en stopt daarna.

①Achteruitsteektoets
②Verstevigingssteektoets
Als u de automatische verstevigingssteek op het scherm hebt geselecteerd, begint de machine automatisch met achteruitsteken (of verstevigingssteken) wanneer u op de "Start/Stop"-toets drukt. Druk op ④achteruitsteektoets) of op ⑤verstevigingssteektoets) om automatisch achteruitsteken of verstevigingssteken te naaien aan het eind van het naaiwerk.


①Achteruitsteek
②Verstevigingssteek
Welke bewerking wordt uitgevoerd wanneer u op de knop drukt, hangt af van het patroon dat u hebt geselecteerd. Zie tabel in "Automatisch verstevigingssteken naaien" op pagina B-37.

Memo
- Wanneer u op (verstevigingssteektoets) drukt terwijl u en lettersteek of decoratieve steek naait, kunt u het naaien beeindigen met een voltooid motief in plaats van midden in een steekmotief.
- Het groene licht links op (verstevigingssteektoets) licht op terwijl de machine een volledig motief naait en gaat automatisch uit wanneer het naaien stopt.
Automatisch verstevigingssteken naaien
Als u na het kiezen van een steekmotief de functie Automatische verstevigingssteken aanzet voordat u met naaien begint, worden er automatisch verstevigingssteken (of achteruitsteken, afhankelijk van het steekmotief) genaaid aan het begin en het eind van het naaiwerk. Zie tabel op pagina B-38.

Selecteer een steekpatroon.

Druk op om de functie automatische verstevigingsteken in te stellen.

→ De toets zal oplichten.

Memo
- Bij sommige steken, zoals voor knoopsgaten en trenzen, moet u verstevigingssteken naaien aan het begin van het naaiwerk. Als u een van deze steken kiest, wordt deze functie automatisch aangezet (de toets zal oplichten wanneer de steek is geselecteerd).

Plaats de stof op het punt waar u wilt beginnen en begin met naaien.

①Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
→ De machine naait automatisch verstevigingssteken (of achteruitsteken) en gaat daarna door met naaien.

Memo
- Wanneer u onderstaande steken selecteert, naait de machine automatisch achteruitsteken aan het begin van de steek.

- Als u op de "Start/Stop"-toets drukt om even te stoppen met naaien, moet u nogmaals op deze toets drukken als u weer door wilt gaan. De machine naait nu geen verstevigingssteken (of achteruitsteken) meer aan het begin.

Druk op (Rachteruitsteektoets) of (verstevigingssteektoets).


①Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
→ De machine naait verstevigingssteken (of achteruitsteken) en stopt daarna.

Memo
- Als u de functie Automatische
verstevigingssteken wilt uitzetten, drukt u op zodat de toets niet meer verlicht zal zijn.
Welke bewerking wordt uitgevoerd wanneer u op de knop drukt, hangt af van het patroon dat u hebt geselecteerd. In onderstaande tabel vindt u bijzonderheden over de bewerking die wordt uitgevoerd wanneer u op de knop drukt.
| Achteruitsteektoets | Verstevigingssteektoets | |
| Wanneer de functie Automatische verstevigingssteken niet actief is terwijl u naaisteken selecteert, zoals in onderstaande voorbeelden | De machine begint de steken te naaien en naait alleen achteruitsteken wanneer u de achteruitsteektoets ingedrukt houdt. | De machine begint de steken te naaien en naait 3 - 5 verstevigingssteken wanneer u de verstevigingssteektoets ingedrukt houdt. |
| Wanneer de functie Automatische verstevigingssteken niet actief is terwijl u naaisteken selecteert, zoals in onderstaande voorbeelden | De machine begint de steken te naaien en naait alleen achteruitsteken wanneer u de achteruitsteektoets ingedrukt houdt.* | De machine begint de steken te naaien en naait 3 - 5 verstevigingssteken wanneer u de verstevigingssteektoets ingedrukt houdt. |
| Wanneer de functie Automatische verstevigingssteken actief is terwijl u naaisteken selecteert, zoals in onderstaande voorbeelden | De machine naait achteruitsteken aan het begin en het eind van het naaien. | De machine naait achteruitsteken aan het begin en verstevigingssteken aan het eind van het naaien. |
| Wanneer de functie Automatische verstevigingssteken actief is terwijl u naaisteken selecteert, zoals in onderstaande voorbeelden | De machine naait verstevigingssteken aan het begin en achteruitsteken aan het eind van het naaien.* | De machine naait verstevigingssteken aan het begin en het eind van het naaien. |
| Achteruitsteektoets | Verstevigingssteektoets | |
| Wanneer de functie Automatische verstevigingssteken niet actief is terwijl u lettersteken of decoratieve steken selecteert | De machine begint de steken te naaien en naait verstevigingssteken wanneer u de achteruitsteektoets ingedrukt houdt. | De machine begint te naaien aan het begin, maakt het patroon af en naait verstevigingssteken aan het eind van het naaien. |
| Wanneer de functie Automatische verstevigingssteken actief is terwijl u lettersteken of decoratieve steken selecteert | De machine naait verstevigingssteken aan het begin en verstevigingssteken wanneer u op de achteruitsteektoets drukt. | De machine begint verstevigingssteken te naaien aan het begin, maakt het patroon af en naait verstevigingssteken aan het eind van het naaien. |
* Wanneer (Vorsteviging voorrang) in het instellingenscherm op "ON" is ingesteld, zullen verstevigingssteken worden genaaid in plaats van achteruitsteken.
Steek instellen
Deze machine heeft voor elke steek vooraf ingestelde standaardinstellingen met betrekking tot steekbreedte en -lengte. Sommige modellen hebben voor elke steek tevens vooraf ingestelde standaardinstellingen met betrekking tot bovendraadspanning. U kunt deze instellingen echter veranderen of aanpassen aan de hand van de in dit gedeelte beschreven procedure.

Opmerking
- Standaardinstellingen van gewijzigde steekinstellingen worden hersteld wanneer u de machine uitzet of een andere steek selecteert voordat u de steekinstelling hebt opgeslagen, zie "Steekinstellingen opslaan" op pagina B-41.
Steekbreedte instellen
U kunt de steekbreedte (zigzagbreedte) aanpassen, zodat de steek breder of smaller wordt.

Telkens wanneer u op “-” drukt, wordt de zigzagsteek smaller.

Telkens wanneer u op "4" drukt, wordt de zigzagsteek breder.

- Druk op om de standaardinstelling te herstellen.
- Wanneer u de rechte steek (linkernaaldstand of drievoudige stretchsteek) hebt geselecteerd, verandert met de steekbreedte ook de naaldstand. Wanneer u de breedte groter maakt, gaat de naald naar rechts; wanneer u de breedte kleiner maakt, gaat de naald naar links.
• Beleken dat u de instelling niet kunt wijzigen.
⚠️ VOORZICHTIG
- Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) om te controleren dat de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald buigen of breken.
Steeklengte instellen
U kunt de steeklengte aanpassen om de steek grover (langer) of fijner (korter) te maken.

text_image
1 0.0 mm --2.5 mm - + / + - +Telkens wanneer u op "-" drukt, wordt de steek fijner (korter).

Telkens wanneer u op "+" drukt, wordt de steek grover (langer).

- Druk op om de standaardinstelling te herstellen.
• betekent dat u de instelling niet kunt wijzigen.
Draadspanning instellen
Misschien moet u de draadspanning wijzigen, afhankelijk van de stof en draad waarmee u werkt.
■Juiste draadspanning
De bovendraad en de onderdraad moeten elkaar ongeveer midden in de stof kruisen. Alleen de bovendraad mag zichtbaar zijn aan de voorkant van de stof, en alleen de onderdraad mag zichtbaar zijn aan de achterkant van de stof.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Bovendraad
④Onderdraad
■Bovendraad is te strak
Als de onderdraad zichtbaar is aan de voorkant van de stof, is de bovendraad te strak.
Verlaag de draadspanning.

Opmerking
- Als de onderdraad onjuist is ingeregen, is de bovendraad mogelijk te strak. Zie dan "De spoel installeren" op pagina B-18 en rijg de onderdraad opnieuw in.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Bovendraad
④Onderdraad
⑤Onderdraad is zichtbaar aan de voorkant van de stof.
■Bovendraad is te los
Als de bovendraad zichtbaar is aan de achterkant van de stof, is de bovendraad te strak.
Verhoog de draadspanning.

Opmerking
- Als de bovendraad onjuist is ingeregen, is de bovendraad mogelijk te los. Zie dan "Bovendraad inrijgen" op pagina B-21 en rijg de bovendraad opnieuw in.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Bovendraad
④Onderdraad
⑤De bovendraad is zichtbaar aan de achterkant van de stof.

Opmerking
- Als de bovendraad niet juist is ingeregen of de spoel niet juist is geplaatst, kunt u wellicht de juiste draadspanning niet instellen. Als u de juiste draadspanning niet verkrijgt, rijg dan de bovendraad opnieuw in en plaats de spoel op de juiste wijze.
■Pas de draadspanning aan.
Werken met de draadspanningtoets (voor modellen met draadspanningtoets. Zie pagina B-8)
Gebruik de toetsen "-" en "+".
Telkens wanneer u op de "-" drukt, wordt de spanning lager.
Telkens wanneer u op de "+" drukt, wordt de spanning hoger.

text_image
1 2.5mm 0.0mm 4.0 - + / +
Memo
- Druk op om de standaardinstelling te herstellen.
Werken met de knop voor de draadspanning (voor modellen met knop voor de draadspanning. Zie pagina B-8)
Door de knop voor de draadspanning naar links te duwen wordt de draadspanning verlaagd.

Door de knop voor de draadspanning naar rechts te duwen wordt de draadspanning verhoogd.

Steekinstellingen opslaan
Als u specifieke instellingen voor een steek wilt opslaan om later te gebruiken, drukt u op dat u de instellingen hebt gewijzigd. Dan worden de nieuwe instellingen opgeslagen bij de geselecteerde steek.
U kunt deze functie alleen gebruiken met naaisteken.
□ Een steeklengte van 2,0 mm gebruiken voor de rechte steek
1 Selecteer een rechte steek.
2 Stel de steeklengte in op 2,0 mm.

text_image
1 0.0 mm --2.5 mm - + / + - +3 Druk op
- Als u de standaardinstellingen van het geselecteerde steekpatroon wilt herstellen, drukt u op en vervolgens op

text_image
1 0.0 mm --2.0 mm - + / + - / + / 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A 0 OK
Opmerking
- De volgende keer dat u dezelfde rechte steek selecteert, is de steeklengte ingesteld op 2,0 mm.
- Zowel de steekbreedte (zigzagbreedte) als de steeklengte worden opgeslagen, niet alleen de gewijzigde instelling. Bij modellen met draadspanningtoetsen wordt de instelling voor bovendraadspanning ook opgeslagen, zelfs wanneer deze niet was gewijzigd. Wanneer u hetzelfde steekpatroon opnieuw selecteert, worden de laatst opgeslagen instellingen weergegeven, zelfs wanneer de machine uitgezet is geweest. Als u de instellingen opnieuw wijzigt
of op drukt om de standaardinstelling te herstellen, worden de nieuwe instellingen niet opgeslagen tenzij u nogmaals op drukt.
Zelfs door op 📋 drukken kunnen de instellingen voor geprogrammeerd draadknippen en automatisch achteruit/verstevigingssteken niet worden gereset.
Nuttige functies
Automatisch de draad afknippen
U kunt de machine zo instellen dat de draden aan het eind van het naaien worden afgeknipt. Dit heet "geprogrammeerd draadknippen". Als automatisch draadknippen is ingesteld, is ook achteruit/verstevigingssteken ingesteld.
1 Zet de machine aan.
2 Selecteer een steek.
- Meer informatie over het selecteren van steken vindt u in "Een steekpatroon selecteren" op pagina B-34.
3 Druk op ✗

→ iren lichten op, en de machine wordt ingesteld voor geprogrammeerd draadknippen en automatisch achteruit/verstevigingssteken.
- Als u geprogrammeerd draadknippen wilt uitschakelen, drukt u op .
4 Leg de stof op zijn plek en druk eenmaal op de "Start/Stop"-toets.
→ Het stiksel begint nadat achteruit- of verstevigingssteken zijn genaaid.
5 Wanneer u het eind van het stiksel hebt bereikt, drukt u eenmaal op ⏻ (achteruitsteektoets) Ⓞ of (verstevigingssteektoets).
Als u steken met verstevigingssteken hebt geselecteerd, zoals knoopsgatsteken en trenzen, is deze bewerking onnodig.
→ Wanneer achteruit- of verstevigingssteken zijn uitgevoerd, stopt de machine en wordt de draad afgeknipt.

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
①Het punt waar u op de "Start/Stop"-toets hebt gedrukt.
②Het punt waar u op (achteruitsteektoets) of (verstevigingssteektoets) hebt gedrukt.
③De draad wordt hier afgeknipt.
Memo
- Geprogrammeerd draadknippen wordt niet uitgevoerd als u op de "Start/Stop"-toets drukt tijdens het naaien. Druk aan het eind van het naaien op (lachteruitsteektoets) of (verstevigingssteektoets).
- Als u de machine uitzet, wordt geprogrammeerd draadknippen uitgeschakeld.
Steken spiegelen
U kunt een steek horizontaal spiegelen (links en rechts).
1 Zet de machine aan.
2 Selecteer een steek.
- Meer informatie over het selecteren van steken vindt u in "Een steekpatroon selecteren" op pagina B-34.
3 Druk op

text_image
6 1.0 mm -- 2.5 mm - + / + / 1 2 3 / 4 5 6 7 8 9 A 0 OK→ wordt op het scherm weergegeven, en het patroon op het scherm is gespiegeld.

text_image
0 6 JG 1.0 mm -- 2.5 mm- Als u het spiegelen van steken wilt uitschakelen, drukt u nogmaals op 📁

Memo
- Naar gelang de geselecteerde steek is spiegelen misschien niet mogelijk, bijvoorbeeld bij de knoopsgatsteek.
- Wanneer u de machine uitzet, wordt de spiegelinstelling geannuleerd.
Persvoetdruk aanpassen
U kunt de persvoetdruk (de druk van de persvoet op de stof) aanpassen in het instellingenscherm. Hoe hoger de waarde, des te groter de druk. Voor normaal naaien stelt u de druk in op "3".

Selecteer (persvoetdruk) in het instellingenscherm.

Wijzig de druk door te drukken op “-” of “+”.

Automatisch stofsensor systeem (automatische persvoetdruk)
(Voor modellen met automatische stofsensor. Zie pagina B-8)
De dikte van de stof wordt automatisch gedetecteerd en de persvoetdruk wordt tijdens het naaien automatisch aangepast met een interne sensor, zodat de stof soepel wordt doorgevoerd. De stofsensor werkt voortdurend tijdens het naaien. Deze functie is handig om over dikke naden te naaien of te quilten. Meer bijzonderheden vindt u in het gedeelte "Naaien".

Selecteer (automatische stofsensor) in het instellingenscherm.

Stel de sensor in op "ON" door te drukken op "-" of "+".

(voor modellen met spilfunctie. Zie pagina B-8)
Als de spilfunctietoets is geselecteerd, stopt de machine met de naald omlaag (in de stof) en wordt de persvoet automatisch op de juiste hoogte gezet wanneer u op de "Start/Stop"-toets drukt. Wanneer u opnieuw op de "Start/Stop"-toets drukt, wordt de persvoet automatisch omlaag gezet en wordt het naaien vervolgd. Deze functie is handig om de machine te stoppen om van naairichting te veranderen.
⚠️ VOORZICHTIG
- Wanneer de spilfunctietoets is geselecteerd, begint de machine te naaien wanneer u op de "Start/Stop"-toets drukt of het voetpedaal indrukt, ook al hebt de persvoet omhoog gezet door te drukken op (persvoettoets). Houd handen en voorwerpen uit de buurt van de naald. Anders kunt u letsel oplopen.

Memo
- Wanneer de spilfunctietoets is geselecteerd, kunt u wijzigen op welke hoogte de persvoet stopt wanneer u stopt met naaien, naar gelang het soort stof dat u gebruikt. Selecteer (spilhoogte) in het instellingenscherm. Druk op "+" of "-" om een van de drie hoogten te selecteren (3,2 mm, 5,0 mm of 7,5 mm). Doorgaans verdient 3,2 mm de voorkeur.

- (haaldstand) in het instellingenscherm moet zijn ingesteld op omlaag om de spilfunctie te kunnen gebruiken. Wanneer (haaldstand) is ingesteld op omhoog, kan niet worden gebruikt. U kunt de spilfunctie alleen gebruiken met steken waarbij persvoet "J" of "N" is aangegeven op het scherm. Als een andere steek is geselecteerd, is niet beschikbaar.
- Zorg met (persvoettoets) dat de persvoet omlaag staat. Druk vervolgens op de "Start/Stop"-toets om door te gaan met naaien.
- Als de spilfunctietoets is geselecteerd, kunt u de instelling voor (persvoethoogte) in het instellingenscherm niet wijzigen.
1 Selecteer een steek.
2 Druk op om de spilfunctie te selecteren.

→ De toets zal oplichten.
3 Plaats de stof onder de persvoet met de naald op het punt waar u wilt beginnen met naaien, laat de persvoet zakken en druk op de "Start/Stop"-toets. De naaimachine begint te naaien.

- Als u op de "Start/Stop"-toets drukt om te pauzeren met naaien en vervolgens opnieuw op de toets drukt om door te gaan, worden geen achteruitsteken (of verstevigingssteken) genaaid.
4 Druk op de "Start/Stop"-toets om de machine te stoppen op het punt waar u van naairichting wilt veranderen.

→ De machine stopt met de naald in de stof en de persvoet omhoog.
5 Draai de stof en druk op de "Start/Stop"-toets.

→ De persvoet wordt automatisch omlaag gezet en het naaien wordt vervolgd.
Naaien in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand
(voor modellen met vrijmodus. Zie pagina B-8)
In de vrijmodus/naaien uit de vrije hand wordt de persvoet op de noodzakelijke hoogte naaien uit de vrije hand gezet. Wanneer u begint met naaien neemt de interne sensor de dikte van de stof waar en wordt de quiltvoet opgetild tot de hoogte als weergegeven in het instellingenscherm van de machine. In vrijmodus/naaien uit de vrije hand kunt u de transporteur omlaag zetten (met de transporteurstandschakelaar), zodat u de stof vrij in elke richting kunt bewegen.
■De machine in vrijmodus/naaien uit de vrije hand zetten
1 Selecteer een steekpatroon.
2 Selecteer (vrijmodus/naaien uit de vrije hand) in het instellingenscherm.
3 Stel de vrijmodus/naaien uit de vrije hand in op "ON" door op "-" of "+" te drukken.

text_image
ON 1.0 3.2 6/9⚠️ VOORZICHTIG
- Bij vrij quilten stemt u de doorvoersnelheid van de stof af op de naaisnelheid. Als de stof sneller gaat dan de naaisnelheid, kan de naald breken of andere schade optreden.
■Persvoethoogte aanpassen voor Vrije hand naaien
1 Selecteer (vrijmodus/naaien uit de vrije hand voethoogte) in het instellingenscherm.
2 Pas de hoogte tussen de quiltvoet en de stof aan door te drukken op “-” of “+”.
- Verhoog de instelling door te drukken op “+”, bijvoorbeeld wanneer u zeer elastische stof naait, zodat het makkelijker te naaien is.

text_image
OFF 4.2 1.0 3.2 6/9
Memo
- Om te naaien met de juiste spanning moet u de bovendraadspanning mogelijk aanpassen. Voor meer informatie, zie "Draadspanning instellen" op pagina B-40. Test dit met een proeflap van quiltstof.
De persvoet zonder handen omhoog- en omlaag zetten
Dankzij de kniehevel kunt u met uw knie de persvoet omhoog en omlaag zetten. U hebt beide handen vrij voor de stof.

1 Zet de machine uit.
2 Steek de kniehevel in de betreffende bevestigingssleuf rechtsonder op het voorpaneel van de naaimachine.
Houd de uitstulpingen van de kniehevel op één lijn met de inkepingen in de bevestigingssleuf, en breng de kniehevel zo ver mogelijk in.

- Wanneer u de kniehevel niet zo ver mogelijk in de bevestigingsleuf steekt, kan deze eruit vallen terwijl u aan het werk bent.
■Werken met de kniehevel
1 Stop de naaimachine.
- Gebruik de kniehevel niet terwijl de machine in werking is.
2 Met uw knie drukt u de kniehevel naar rechts. Houd de kniehevel naar rechts gedrukt.

→ De persvoet gaat omhoog.
Laat de kniehevel los.
→ De persvoet gaat omlaag.
⚠ VOORZICHTIG
- Tijdens het naaien houdt u uw knie uit de buurt van de kniehevel. Wanneer u tegen de kniehevel drukt terwijl de machine in werking is, kan de naald breken of de machine beschadigd raken.
Steekinstellingentabel
In de volgende tabel vindt u toepassingen, steeklengtes en steekbreedtes, en of u voor de betreffende naaisteek de tweelingnaald kunt gebruiken.
Deze tabel is voor diverse modellen van toepassing (modellen 3, 2 en 1). Zie de Beknopte bedieningsgids voor uw machinemodel.
*1 Patronen die zijn afgebeeld op de nummertoetsen van de machine kunt u direct selecteren. Voor meer informatie, zie "Vooraf ingestelde naaisteken" op pagina B-52.
*2 Gebruik de open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand (optioneel bij sommige modellen).
*3 Wanneer (Automatisch achteruit/verstevigingssteektoets) is geactiveerd, begint de steek met verstevigingssteken.
Wanneer (Wersteviging voorrang) in het instellingenscherm op "ON" is ingesteld, naait de machine verstevigingssteken aan het eind van het stiksel, om vervolgens te stoppen.
*4 Met vrij quilten gebruikt u quiltvoet "C" voor naaien uit de vrije hand (optioneel bij sommige modellen) of open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand (optioneel bij sommige modellen).

Opmerking
- Naai geen achteruitsteken als u de boventransportvoet gebruikt.
| Steek | Stekknaam | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-ling-naald | Achteruit/Verstevigings-steken | Bovenstransport-voet | ||
| 2Modek,2 | 1Model 1 | Autom. Handmatig | Autom. Handmatig | |||||||
| Steeknummer | ||||||||||
| 01*1 | 01*1 | Rechte steek (links) | J*2 | Algemeen naaien, plooien, naden enz. | 0,0 (0)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Achteruit NEE | ||
| 02*1 | 02*1 | Rechte steek (links) | J*2 | Algemeen naaien, plooien, naden enz. | 0,0 (0)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Achteruit *3 | OK | |
| 03*1 | 03*1 | Rechte steek (midden) | J*2 | Algemeen naaien, plooien, naden enz. | 3,5 (1/8)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Achteruit NEE | ||
| 04*1 | 04*1 | Rechte steek (midden) | J*2 | Algemeen naaien, plooien, naden enz. | 3,5 (1/8)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Achteruit *3 | NEE | |
| 05*1 | 05*1 | Drievoudige stretchsteek | J*2 | Algemeen (verstevigd) naaiwerk voor en als decoratieve steek | 0,0 (0)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 06*1 | 06*1 | Stamsteek | J*2 | Verstevigd naaien van stretchstoffen en als decoratieve steek | 1,0 (1/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 07 | - | Decoratieve steek | N*2 | Decoratieve steken, randen stikken | 0,0 (0)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 08 07 | Rijgsteek | J*2 | Rijgsteken 0,0 (0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 20 (3/4)5 - 30(3/16 - 1-3/16) | NEE | Versteviging | NEE | ||
| 09*1 | 08*1 | Zigzagsteek | J*2 | Afwerken of uitvoeren van herstelwerk. | 3,5 (1/8)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4 (1/16)0,0 - 5,0(0 - 3/16) | OK(J) | Achteruit NEE | ||
| 10*1 | 09*1 | Zigzagsteek | J*2 | Afwerken of uitvoeren van herstelwerk. | 3,5 (1/8)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4 (1/16)0,0 - 5,0(0 - 3/16) | OK(J) | Achteruit *3 | NEE | |
| 11 10 | Zigzagsteek (rechts) | J*2 | Beginnen vanuit rechternaaldstand, zigzagnaaien links. | 3,5 (1/8)2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 1,4 (1/16)0,3 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Achteruit *3 | OK | ||
| 12 | - | Zigzagsteek (links) | J*2 | Beginnen vanuit linkernaaldstand, zigzagnaaien rechts. | 3,5 (1/8)2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 1,4 (1/16)0,3 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Achteruit *3 | NEE | |
| Steek Steeknaam | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-ling-naald | Achteruit/Verstevigings-steken | Bovenstransport-voet | |||
| Autom. Handmatig | Autom. Handmatig | |||||||||
| A | 13 11 | Elastische zigzagsteek in 2 stappen | J*2 | Afwerken van (middelzware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,0 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Achteruit*3 | OK | |
| A | 14*1 | 12*1 | Elastische zigzagsteek in 3 stappen | J*2 | Afwerken van (middelzware en zware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,0 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Achteruit*3 | NEE |
| W | 15*1 | 13*1 | Afwerksteek | G | Naaien en afwerken van lichte en middelmatig zware stof | 3,5 (1/8)2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 2,0 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE |
| W | 16 14 | Afwerksteek | G | Naaien en afwerken van | 5,0 (3/16)2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| M | 17 15 | Afwerksteek | G | Naaien en afwerken van middelzware en zware stof en stof die snel rafelt of als siersteek. | 5,0 (3/16)3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| T | 18 16 | Afwerksteek | J*2 | Naaien en afwerken van naden bij stretchstof | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| T | 19 17 | Afwerksteek | J*2 | Naaien en afwerken van middelzware stretchstof en zware stof of als decoratieve steek. | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| X | 20 18 | Afwerksteek | J*2 | Naaien en afwerken van stretchstof of als decoratieve steek. | 4,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 4,0 (3/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| I | 21 19 | Afwerksteek | J*2 | Naaien en afwerken van gebreide stoffen, rekbare stoffen en stretchstoffen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 4,0 (3/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| X | 22 | - | Enkelvoudige ruit afwerksteek | J*2 | Naaien en afwerken van naden bij stretchstof | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,0 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| X | 23 | - | Enkelvoudige ruit afwerksteek | J*2 | Naaien en afwerken van naden bij stretchstof. | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,8 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| O | 24 20 | Zijsnijder | S | Naaien van een rechte steek en tegelijk afsnijden van stof. | 0,0 (0)0,0 - 2,5(0 - 3/32) | 2,5 (3/32)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| S | 25 21 | Zijsnijder | S | Zigzagafwerking en tegelijk tijdens afsnijden van stof. | 3,5 (1/8)3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 1,4 (1/16)0,0 - 5,0(0 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| S | 26 22 | Zijsnijder | S | Afwerksteek en tegelijk afsnijden van stof | 3,5 (1/8)3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,0 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| S | 27 23 | Zijsnijder | S | Afwerksteek en tegelijk afsnijden van stof | 5,0 (3/16)3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| S | 28 24 | Zijsnijder | S | Afwerksteek en tegelijk afsnijden van stof | 5,0 (3/16)3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| P | 29 25 | Verbindingssteek (rechts) | J*2 | Aan elkaar zetten/ patchwork 6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge rechts | 5,5 (7/32)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,0 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Achteruit*3 | NEE | |
| P | 30 26 | Verbindingssteek (midden) | J*4 | Aan elkaar zetten/ patchwork — | 2,0 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Achteruit*3 | NEE | ||
| Steek Steeknaam1 | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-ling-naald | Achteruit/Verstevigings-steken | Bovenstransport-voet | |||
| Autom. Handmatig | Autom. Handmatig | |||||||||
| P | 31 | - | Verbindingssteek (links) | J^*2 | Aan elkaar zetten/patchwork 6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge links | 1,5 (1/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,0 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Achteruit*3 | OK |
| Q | 32 27 | Quiltsteken met handgemaakt uiterlijk | J^*2 | Quiltsteek die eruitziet als handgenaaid | 0,0 (0)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| Q | 33 28 | Zigzagsteek voor quiltapplicatie | J^*2 | Zigzagsteek voor quilts en naaien op geappliceerde quiltstukken | 3,5 (1/8)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4 (1/16)0,0 - 5,0(0 - 3/16) | NEE | Achteruit*3 | OK | |
| Q | 34 29 | Appliceersteek voor quilts | J^*2 | Quiltsteek voor onzichtbare applicatie of het bevestigen van band | 1,5 (1/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,8 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| Q | 35 30 | Quiltstippelsteek | J^*2 | Quilten achtergrond 7,0 | (1/4)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| \ | 36 31 | Blindzoomsteek | R | Geweven stof zomen | 003← - →3 | 2,0 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| Wm | 37 32 | Blindzoomsteek stretchstof | R | Stretchstof zomen | 003← - →3 | 2,0 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| L | 38 33 | Dekensteek | J | Applicaties, decoratieve dekensteek | 3,5 (1/8)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| TTT | 39 34 | Schelprijgsteek voor afwerking | J^*2 | Afwerking met schelprijgsteek | 4,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| Wm | 40 35 | Satijnen schelpsteek | N^*2 | Decoreren kraag van blouse, rand zakdoek | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 0,5 (1/32)0,1 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| W | 41 | - | Schelpsteek | N^*2 | Decoreren kraag van blouse, rand zakdoek | 7,0 (1/4)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE |
| V | 42 36 | Verbindingssteek voor patchwork | J^*2 | Patchworksteken, decoratieve steken | 4,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,2 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| XX | 43 37 | Dubbele overlocksteek voor patchwork | J^*2 | Patchworksteken, decoratieve steken | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| W | 44 38 | Couching-steek | J^*2 | Decoratieve steken voor bevestigen koord en couching | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,2 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| XX | 45 39 | Smocksteek | J^*2 | Smockwerk, decoratieve steken | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| XX | 46 40 | Veersteek | J^*2 | Fagotsteken, decoratieve steken | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| XX | 47 41 | Fagot kruissteek | J^*2 | Fagotsteken, brugsteken en decoratieve steken | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| V | 48 42 | Bandbevestigingssteek | J^*2 | Band bevestigen aan zoom in stretchstof | 4,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,0 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| I | 49 43 | Laddersteek | J^*2 | Decoratieve steek 4,0 | (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,0 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| Steek Steeknaam1 | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-ling-naald | Achteruit/Verstevigings-steken | Bovenstransport-voet | ||
| Autom. Handmatig | Autom. Handmatig | ||||||||
| 50 44 | Zigzag sierzoomsteek | J^*2 | Decoratieve afwerksteken | 4,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 51 45 | Decoratieve steek | J^*2 | Decoratieve steek 5,5 (7/32) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 52 46 | Serpentsteek | N^*2 | Decoratieve steken en elastiek bevestigen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,0 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 53 | - | Decoratieve steek | N^*2 | Decoratieve steken en applicaties | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,0 (1/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| 54 | - | Decoratieve stippelsteek | N^*2 | Decoratieve steek 7,0 (1/4) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE |
| 55 | - | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen, drievoudige rechte steek links | 1,0 (1/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| 56 | - | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen, drievoudige rechte steek midden | 3,5 (1/8)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| 57 47 | Zoomsteken zigzag | N^*2 | Decoratieve zomen, randen stikken | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,0 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 58 48 | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen, kant bevestigen met pensteek | 3,5 (1/8)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| 59 49 | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen 3,0 (1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,5 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| 60 50 | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen, bloemetjessteek | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,0 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| 61 | - | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,5 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE |
| 62 51 | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,5 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| 63 | - | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,5 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| 64 52 | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 4,0 (3/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 65 | - | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 4,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| 66 | - | Honingraatsteek | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| 67 | - | Honingraatsteek | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,5 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE |
| 68 53 | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 69 54 | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,0 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| Steek Steeknaam | Steeknaam | Steeknummer | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-ling-naald | Achteruit/Verstevigings-steken | Bovenstransport-voel | |
| Autom. Handmatig | Autom. Handmatig | |||||||||
| 70 | - | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 4,0 (3/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 71 55 | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 4,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5 (3/32)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | ||
| 72 56 | Zoomsteken | N^*2 | Nostalgische steek, decoratieve zomen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,0 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | ||
| 73 | - | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen en brugsteek | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,0 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 74 | - | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen, fagotwerk, lint bevestigen | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,0 (1/8)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | Versteviging | NEE | |
| 75 | - | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen, smockwerk | 6,0 (15/64)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| 76 | - | Zoomsteken | N^*2 | Decoratieve zomen, smockwerk | 5,0 (3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6 (1/16)0,4 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | Versteviging | NEE | |
| 77 57 | Steek voor smal afgerond knoopsgat | A | Knoopsgaten voor lichte tot middelzware stof | 5,0 (3/16)3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4 (1/64)0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 78 58 | Steek voor taps toelopend afgerond knoopsgat | A | Verstevigde, taps toelopende knoopsgaten voor broek of rokband | 5,0 (3/16)3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4 (1/64)0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 79 59 | Steek voor afgerond knoopsgat | A | Knoopsgaten met verticale trens voor zware stof | 5,0 (3/16)3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4 (1/64)0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 80 60 | Steek voor smal vierkant knoopsgat | A | Knoopsgaten voor lichte tot middelzware stof | 5,0 (3/16)3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4 (1/64)0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 81 61 | Steek voor stretchknoopsgat | A | Knoopsgaten voor stretchstof of geweven stof | 6,0 (15/64)3,0 - 6,0(1/8 - 15/64) | 1,0 (1/16)0,5 - 2,0(1/32 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 82 62 | Steek voor nostalgisch knoopsgat | A | Knoopsgaten voor erfstuk- en stretchstof | 6,0 (15/64)3,0 - 6,0(1/8 - 15/64) | 1,5 (1/16)1,0 - 3,0(1/16 - 1/8) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 83 63 | Steek voor knoopsgat in leer | A | Eerste stap bij het maken van knoopsgaten in leer | 5,0 (3/16)0,0 - 6,0(0 - 15/64) | 2,0 (1/16)0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 84 64 | Steek voor lingerieknoopsgat | A | Knoopsgaten in zware of dikke stof, voor grotere platte knopen | 7,0 (1/4)3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5 (1/32)0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 85 65 | Steek voor taps toelopend lingerieknoopsgat | A | Knoopsgaten in middelzware tot zware stof, voor grotere platte knopen | 7,0 (1/4)3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5 (1/32)0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 86 66 | Steek voor lingerieknoopsgat | A | Knoopsgaten met verticale trens voor versteviging van stof voor zware of dikke stof | 7,0 (1/4)3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5 (1/32)0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 87 67 | Stopsteek | A | Stoppen van middelzware stof | 7,0 (1/4)2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,0 (1/16)0,4 - 2,5(1/64 - 3/32) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 88 68 | Stopsteek | A | Stoppen van zware stof | 7,0 (1/4)2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,0 (1/16)0,4 - 2,5(1/64 - 3/32) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| Steek Steeknaam1 | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-ling-naald | Achteruit/Verstevigings-steken | Boventransport-voet | |||
| Autom. Handmatig | Autom. Handmatig | |||||||||
| 89 69 | Trenssteek | A | Verstevigd naaien van zakopening enz. | 2,0 (1/16)1,0 - 3,0(1/16 - 1/8) | 0,4 (1/64)0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 90 70 | Knoopaan-naaisteek M | Knopen aanzetten 3,5 (1/8)2,5 - 4,5(3/32 - 3/16) | — NEE | — NEE | Versteviging | NEE | ||||
| 91 71 | Oogje stikken | N | Maken van gaatjes in riemen enz. | 7,0 (1/4)7,0 6,0 5,0(1/4 15/643/16) | 7,0 (1/4)7,0 6,0 5,0(1/4 15/643/16) | NEE | Automatische versteviging | NEE | ||
| 92 | - | Achteruit (rechte steek) | N | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — | — | NEE | Versteviging | NEE | |
| 93 | - | Steek zijwaarts naar links (recht) | N | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof | — | — | NEE | Versteviging | NEE | |
| 94 | - | Steek zijwaarts naar rechts (recht) | N | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof | — | — | NEE | Versteviging | NEE | |
| 95 | - | Voorwaarts (rechte steek) | N | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — | — | NEE | Versteviging | NEE | |
| 96 | - | Steek zijwaarts naar links (zigzag) | N | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof | — | — | NEE | Versteviging | NEE | |
| 97 | - | Steek zijwaarts naar rechts (zigzag) | N | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof | — | — | NEE | Versteviging | NEE | |
| 98 | - | Voorwaarts (zigzagsteek) | N | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — | — | NEE | Versteviging | NEE | |
| 99 | - | Achteruit (zigzagsteek) | N | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — | — | NEE | Versteviging | NEE | |
■Vooraf ingestelde naaisteken
De meestgebruikte naaisteken zijn toegewezen aan de numerieke toetsen.
Deze steken kunnen worden geselecteerd door eenvoudigweg te drukken op de betreffende toets in vooraf ingestelde steekmodus.
| Steeknaam | |||
| Vooraf ingestelde naaisteken | Model 3,2 | Model 1 | |
| Steeknummer | |||
| Rechte steek (links) | 01 01 | ||
| Rechte steek (links) | 02 02 | ||
| Rechte steek (midden) | 03 03 | ||
| Rechte steek (midden) | 04 04 | ||
| Zigzagsteek | 09 08 | ||
| Zigzagsteek | 10 09 | ||
| Drievoudige stretchsteek | 05 05 | ||
| Stamsteek | 06 06 | ||
| Afwerksteek | 15 13 | ||
| Elastische zigzagsteek in 3 stappen | 14 12 | ||

In dit gedeelte vindt u de procedures voor het gebruik van de verschillende naaisteken en andere functies. U vindt hier bijzonderheden over standaardnaaiwerkzaamheden en de meer creatieve functies van de machine, zoals pijpvormige stukken en knoopsgaten naaien. Paginanummers in dit gedeelte beginnen met "S".
Hoofdstuk1 AANTREKKELIJKE AFWERKINGEN NAAIEN ...S-2
Hoofdstuk2 NAAISTEKEN....S-6
⚠️ VOORZICHTIG
- Alvorens de persvoet te verwisselen, drukt u op van het bedieningspaneel om alle toetsen en knoppen te vergrendelen. Anders kunt u letsel oplopen als u op de "Start/stoptoets" of op een andere toets drukt en de machine start. Meer bijzonderheden over het verwisselen van de persvoet, vindt u in "Persvoet verwisselen" in het gedeelte "Basishandelingen".
Hoofdstuk 1 AANTREKKELIJKE AFWERKINGEN NAAIEN
Naaitips
Proefnaaien
Nadat u de geschikte draad en naald hebt geïnstalleerd voor de stof die u wilt naaien, worden de steeklengte en de steekbreedte voor de geselecteerde steek automatisch ingesteld. Het is echter raadzaam een proeflap te naaien omdat u soms niet de gewenste resultaten krijgt, afhankelijk van de soort stof en de steken die worden gemaakt.
Voor het proefnaaien gebruikt u dezelfde stof en draad als voor uw naaiwerk. Controleer de draadspanning, de steeklengte en de steekbreedte. Aangezien de resultaten verschillen afhankelijk van de soort steek en het aantal lagen stof, moet u het proefnaaien op exact dezelfde manier doen als uw echte naaiwerk.
Van naairichting veranderen
1 Wanneer u bij een hoek komt, stopt u de machine. Laat de naald omlaag (in de stof) staan. Als de naald omhoog is blijven staan toen de machine stopte, drukt u op (naaldstandtoets) om de naald omlaag te zetten.
2 Breng de persvoethendel omhoog en draai de stof. U draait de stof met de naald als as.

3 Breng de persvoethendel weer omlaag en ga door met naaien.
Bochten naaien
Stop met naaien en wijzig vervolgens de naairichting enigszins om rond de bocht te naaien. Meer bijzonderheden over het naaien met een gelijkmatige marge vindt u in "Evenwijdige marge naaien" op pagina S-3.

Wanneer u met een zigzagsteek langs een bocht naait, selecteert u een kortere steeklengte, zodat u een fijnere steek krijgt.
Cilindrische stukken naaien
Wanneer u de accessoiretafel verwijdert kunt u naaien met de vrije arm. Daarmee kunt u gemakkelijker cilindrische stukken naaien, zoals manchetten en broekspijpen.
1 Trek de accessoiretafel naar links.

2 Schuif het deel dat u wilt naaien op de vrij arm en naai van bovenaf.

3 Wanneer u klaar bent met het naaien met de vrije arm, plaatst u de accessoiretafel terug in de oorspronkelijke stand.
Evenwijdige marge naaien
Als u een evenwijdige naad wilt naaien, begint u zo te naaien dat de marge zich aan de rechterkant van de persvoet bevindt en de rand van de stof op één lijn ligt met de rechterkant van de persvoet of een markering op de steekplaat.
■De stof op één lijn plaatsen met de persvoet
Houd bij het naaien de rechterkant van de persvoet op gelijke afstand van de rand van de stof.

①Naad
②Persvoet
■De stof op één lijn houden met de steekgeleidervoet (optioneel bij sommige modellen)
Houd tijdens het naaien de rechterrand van de stof op één lijn met de gewenste positie van markeringen op de steekgeleidervoet.

■De stof op één lijn houden met een markering op de steekplaat
De markeringen op de steekplaat geven de afstand aan van de naaldstand tot een naad die wordt genaaid met een rechte steek (linkernaaldstand). Houd tijdens het naaien de rand van de stof op één lijn met een markering op de steekplaat. De afstand tussen de markeringen in de bovenste schaal is 1/8 inch (3 mm) en de afstand tussen de markeringen in het raster is 5 mm (3/16 inch).
Voor steken die u naait met de linkernaaldstand (steekbreedte: 0,0 mm)

text_image
① ② ③ ④ ⑤ 1/4 5/8 1 in 2 3 4 cm J ⑥ 1/4①Naad
②Persvoet
③Centimeter
④Inch
⑤Steekplaat
⑥1,6 cm (5/8 inch)
Diverse stoffen naaien
Zware stof naaien
■Als de stof niet onder de persvoet past
Als de stof niet gemakkelijk onder de persvoet past, zet u de persvoethendel nog hoger tot de persvoet in de hoogste stand staat.

■Als u dikke naden naait en de stof niet wordt doorgevoerd aan het begin van het stiksel
De stof wordt mogelijk niet doorgevoerd wanneer u dikke naden naait en de persvoet niet horizontaal staat, zoals hieronder. Zorg dan met de vergrendelpen van de persvoet (zwarte knop op de linkerkant van zigzagvoet "J") dat de persvoet tijdens het naaien horizontaal blijft. Dan kan de stof soepel worden doorgevoerd.

1 Zet de persvoethendel omhoog.
2 Lijn het begin van het naaiwerk uit en plaats de stof.
3 Houd zigzagvoet "J" horizontaal, terwijl u de vergrendelpen van de persvoet (zwarte knop op de linkerkant) ingedrukt houdt en de persvoet omlaag zet.

①Vergrendelpen van de persvoet (zwarte knop)
4 Laat de vergrendelpen van de persvoet (zwarte knop) los.
→ De persvoet blijft horizontaal staan en u kunt de stof doorvoeren.

→ Nadat u de naad hebt genaaid, gaat de persvoet in de oorspronkelijke hoek staan.
Memo
- Voor sommige dikke stoffen is het misschien handig op de persvoetdruk aan te passen in het instellingenscherm.
- (voor modellen die zijn voorzien van een automatische stofsensor) Wanneer de "Automatisch stofsensor systeem" in het instellingenscherm is ingesteld op "ON", wordt de dikte van de stof automatisch gedetecteerd door de inwendige sensor. Dan kan de stof zo soepel mogelijk worden doorgevoerd om optimale naairesultaten te krijgen. Meer bijzonderheden over de automatische stofsensor vindt u in "Automatisch stofsensor systeem (automatische persvoetdruk)" in het gedeelte "Basishandelingen".
⚠️ VOORZICHTIG
- Wanneer u stof van meer dan 6 mm (15/64 inch) dik naait of wanneer u de stof te hard duwt, kan de naald verbuigen of breken.
Lichte stof naaien
Wanneer u dunne stoffen naait, komen de steken mogelijk niet mooi op één lijn of wordt de stof niet goed doorgevoerd. Verplaats de naald (gebruik een fijne naald) naar de meest linkse of rechtse stand, zodat de stof niet wordt omlaaggetrokken in het transporteurgebied. Als dit toch gebeurt, plaats dan dun papier of steunstof onder de stof en naai deze samen met de stof. Wanneer u klaar bent met naaien, scheurt u het overtollige papier af.

Rijg eerst de stukken stof aan elkaar. Naai vervolgens zonder de stof te rekken.

De beste resultaten verkrijgt u wanneer u gebreide stoffen naait met de stretchsteken. Let op dat u een naald voor gebreide stoffen gebruikt. Aanbevolen steken en de betreffende steeknummers zijn hieronder aangegeven.
| Steek | |||||
| Model 4 1-05 1-06 1-13 1-14 2-13 | |||||
| Model 3, 2 [IMAGE] | 05* 06* | 13 | 14* | 48 | |
| Model 1 [IMAGE] | 05* 06* | 11 | 12* | 42 | |
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".
Leer of vinyl naaien
Wanneer u stof naait die mogelijk aan de persvoet plakt, zoals leer of gecoate stof, plaatst u de gladde transportvoet*. Ook de boventransportvoet* is soms geschikt om leer of vinyl te naaien.
* Optioneel bij sommige modellen.

- U kunt de boventransportvoet alleen gebruiken bij rechte steken en zigzagsteken met verstevigingssteken. Meer bijzonderheden vindt u in de "Steekinstellingentabel" in het gedeelte "Basishandelingen".
- Als u de boventransportvoet gebruikt, naait u een proefstukje op een restje leer of vinyl dat u gaat gebruiken, om te controleren of de voet geen sporen achterlaat.
Klittenband naaien
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik uitsluitend klittenband zonder lijm, die geschikt is om te naaien. Als de lijm blijft plakken aan de naald of de grijper, kan dit storing tot gevolg hebben.
- Als u de klittenband naait met een dunne naald (65/9-75/11), kan de naald buigen of breken.

Opmerking
- Rijg de klittenband op de stof voordat u begint te naaien.
Alvorens te naaien controleert u of de naald door de klittenband gaat door het handwiel te draaien, zodat de naald in de klittenband gaat. Naai de rand van de klittenband in een langzaam tempo.
Als de naald niet door de klittenband gaat, vervangt u de naald door een naald die geschikt is voor dikkere stof. Meer bijzonderheden vindt u in "Stof/draad/naald-combinaties" in het gedeelte "Basishandelingen".

Hoofdstuk 2 NAAISTEKEN
Basissteken
U gebruikt rechte steken om gewone naden te maken.
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Rijgsteek 1-08 08 07 | J | ||||
| Rechte steek (links) | 1-01 | 01* 01* | |||
| 1-02 | 02* 02* | ||||
| Rechte steek (midden) | 1-03 | 03* 03* | |||
| Rechte steek (midden) | 1-04 | 04* 04* | |||
| Drievoudige stretchsteek | 1-05 | 05* 05* | |||
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".
Rijgsteken
Naai rijgsteken met een steeklengte van 5 mm (3/16 inch) en 30 mm (1-3/16 inch).
1 Bevestig zigzagvoet "J".

2 Selecteer steek
3 Begin met naaien.
Basissteken
1 Rijg of speld de stukken stof bijeen.
2 Bevestig persvoet "J".

3 Selecteer een steek.
4 Zet de naald omlaag in de stof aan het begin van het stiksel.
5 Zet de persvoethendel omlaag en begin met naaien.
6 Knip de draad af wanneer het naaiwerk is voltooid.

■Naaldstand wijzigen
De naaldstand die wordt gebruikt als de nullijn verschillend is voor de rechte steek (linkernaaldstand) en de rechte steek (middelste naaldstand).

①Rechte steek (linkernaaldstand)
②Rechte steek (middelste naaldstand)
Wanneer de steekbreedte van de rechte steek (linkernaaldstand) is ingesteld op de standaardinstelling (0,0 mm), is de afstand van de naaldstand tot de rechterkant van de persvoet 12 mm (1/2 inch). Wanneer u de steekbreedte wijzigt (tussen 0 en 7,0 mm (1/4 inch)), verandert ook de naaldstand. Door de steekbreedte te wijzigen en te naaien met de rechterkant van de persvoet op één lijn met de rand van de stof, kunt u naden naaien met een vaste breedte.

text_image
0.0 2.05.57.0 ① ③ ④ ⑤ ⑥ ②①Steekbreedte-instelling
②Afstand van de naaldstand tot de rechterkant van de persvoet
③12,0 mm (1/2 inch)
④10,0 mm (3/8 inch)
⑤6,5 mm (1/4 inch)
⑥5,0 mm (3/16 inch)

- Meer bijzonderheden vindt u in "Steekbreedte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
Blindzoomsteken naaien
Verstevig de onderkant van rokken en broeken met een blindzoom.
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3,2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Blindzoomsteek 2-01 36 31 | R | ||||
| Blindzoomsteek stretchstof | 2-02 37 32 | ||||

Memo
- Wanneer cilindrische stukken te klein zijn om op de arm te schuiven, of te kort, voert de stof niet door en haalt u niet het gewenste resultaat.
1
Draai de rok of broek binnenste buiten.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④Onderkant
2
Vouw de stof langs de gewenste zoomrand, en strijk deze.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④ Gewenste rand van zoom
3
Zet met een krijtje op de stof een streep ca. 5 mm (3/16 inch) van de rand van de stof, en rijg deze.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④ Gewenste rand van zoom
⑤5 mm (3/16 inch)
⑥Rijgsteken
4
Vouw de stof naar binnen langs de rijgsteken.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④ Gewenste rand van zoom
⑤5 mm (3/16 inch)
⑥Rijgsteken
⑦Rijgpunt
5
Vouw de rand van de stof open en plaats de stof met de achterkan naar boven.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④ Gewenste rand van zoom
⑤Rijgpunt
⑥Rijgsteken
6
Bevestig blindzoomvoet "R".

7
Verwijder de accessoiretafel om met de vrije arm te kunnen werken.
9 Schuif het stuk dat u wilt naaien op de vrije arm. Controleer of de stof goed doorvoert en begin te naaien.

10 Plaats de stof met de rand van de gevouwen zoom tegen de geleider van de persvoet. Zet vervolgens de persvoethendel omlaag.

①Achterkant van de stof
②Vouw van zoom
③Geleider
11 Pas de steekbreedte aan zodat de naald de vouw van de zoom net pakt.

text_image
R ①①Naaldpositie (waar de naald neerkomt) Om de naaldpositie te wijzigen zet u de naald omhoog en wijzigt u de steekbreedte.

- U kunt geen blindzoomsteken naaien als het linkerpunt waar de naald neerkomt de vouw niet pakt. Als de naald te veel van de vouw pakt, kan de stof niet worden uitgevouwen en wordt de naad aan de voorkant van de stof heel groot. Dat ziet er niet mooi uit. Volg in deze gevallen de onderstaande instructies om het probleem op te lossen.
■Indien de naald te ver op de zoomvouw komt
De naald is te ver naar links.
Verklein de steekbreedte, zodat de naald de vouw van de zoom net pakt.
□ Voorbeeld: zware stof

□ Voorbeeld: normale stof

①Achterkant van de stof ②Voorkant van de stof
■Als de naald niet op de zoomvouw komt
De naald is te ver naar rechts.
Vergroot de steekbreedte, zodat de naald de vouw van de zoom net pakt.
□ Voorbeeld: zware stof

□ Voorbeeld: normale stof

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
12 Naai met de vouw van de zoom tegen de persvoetgeleider.
13 Wanneer u klaar bent, drukt u op de "Start/Stop"-toets om te stoppen met naaien. Zet de persvoet en naald omhoog en trek de stof naar achteren om deze te verwijderen.

Opmerking
- Trek de stof naar achteren wanneer u klaar bent met naaien. Als u de stof opzij of naar voren trekt, wordt de persvoet mogelijk beschadigd.
14 Verwijder de rijgsteken en keer de stof om.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
Afwerksteken
Naai afwerksteken langs de rand van afgesneden stof om rafelen te voorkomen.
Afwerksteken naaien met afwerksteekvoet "G"
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Afwerksteek | 1-15 | 15* 13* | G1- | ||
| 1-17 17 15 | |||||
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".
1 Bevestig afwerksteekvoet "G".

2 Selecteer een steek.
3 Plaats de rand van de stof tegen de geleider van de persvoet en breng de persvoethendel omlaag.

4 Naai met de rand van de stof tegen de persvoetgeleider.

①Naaldpositie (waar de naald neerkomt)
⚠️ VOORZICHTIG
- Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel naar u toe (tegen de klok in). Controleer of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald breken en letsel veroorzaken.

①De naald mag de middenstang niet raken
- Als de persvoet in de hoogste stand staat, raakt de naald de persvoet mogelijk.
5 Wanneer u klaar bent, drukt u op de "Start/Stop"-toets om te stoppen met naaien. Zet de persvoet en naald omhoog en trek de stof naar achteren om deze te verwijderen.
Afwerksteken naaien met zigzagvoet "J"
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Zigzagsteek 1-09 | 09* 08* | J | |||
| Zigzagsteek (rechts) 1-11 11 10 | |||||
| Elastische zigzagsteek in 2 stappen | 1-13 13 11 | ||||
| Elastische zigzagsteek in 3 stappen | 1-14 | 14* 12* | |||
| Afwerksteek | 1-18 18 16 | ||||
| 1-19 19 17 | |||||
| 1-20 20 18 | |||||
| 1-21 21 19 | |||||
| Enkelvoudige ruit afwerksteek | 1-22 22 - | ||||
| 1-23 23 - | |||||
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".
1 Bevestig zigzagvoet "J".

2 Selecteer een steek.
3 Naai langs de rand van de stof en zorg dat de naaldpositie rechts van de rand is.

①Naaldpositie (waar de naald neerkomt)

①Naaldpositie (waar de naald neerkomt)
Afwerksteken naaien met de zijsnijder (optioneel bij sommige modellen)
Met de zijsnijder kunt u marges afwerken terwijl de rand van de stof wordt afgesneden. Er zijn vijf naaisteken die u kunt gebruiken voor overhandse steken met de zijsnijder.
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".

Opmerking
- Rijg de naald handmatig in wanneer u de zijsnijder gebruikt, of bevestig de zijsnijder pas nadat u de naald hebt ingeregen met de naaldinrijger.
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Zijsnijder | 1-24 24 20 | S | |||
| 1-25 25 21 | |||||
| 1-26 26 22 | |||||
| 1-27 27 23 | |||||
| 1-28 28 24 | |||||
□ Zijsnijder

1 Verwijder de persvoet.
2 Haak de verbindingsvork van de zijsnijder op de naaldklemschroef.

3 Plaats de zijsnijder zo dat de pen van de zijsnijder op één lijn staat met de inkeping in de persvoethouder en breng vervolgens langzaam de persvoethendel omlaag.

①Inkeping in persvoethouder
②Pen

Opmerking
- Wanneer deze moeilijk te installeren is onder de persvoethouder, steekt u de pen van de zijsnijder in de inkeping van de persvoethouder terwijl u de persvoethendel hoger zet.
4 Zet de persvoethendel omhoog om te controleren of de zijsnijder stevig is bevestigd.
5 Leid de bovendraad door de zijsnijder en trek deze vervolgens naar de achterkant van de machine.

6 Selecteer een steek.
7 Knip de stof ongeveer 2 cm (3/4 inch) in aan het begin van het stiksel.

8 Plaats de stof in de zijsnijder.
Plaats het ingeknipte stuk van de stof op de geleiderplaat van de zijsnijder.

- Als de stof niet juist is geplaatst, wordt de stof niet afgesneden.
9 Zet de persvoethendel omlaag en begin met naaien.

→ De naadtoeslag wordt afgesneden terwijl u naait.
- Als het stiksel in een rechte lijn wordt genaaid is de marge ongeveer 5 mm (3/16 inch).

①5 mm (3/16 inch)
Memo
- De zijsnijder kan maximaal één laag spijkerstof van 370 g/m² snijden.
- Reinig de zijsnijder na gebruik (pluisjes en stof weghalen).
- Als de zijsnijder geen stof meer kan snijden, brengt u met een stukje stof een beetje olie aan op het mes van de zijsnijder.
Knoopsgaten naaien/knopen aanzetten
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | [A225] | Persvoet | ||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Steek voor smal afgerond knoopsgat | 4-01 77 57 | A | |||
| Steek voor taps toelopend afgerond knoopsgat | 4-02 78 58 | ||||
| Steek voor afgerond knoopsgat | 4-03 79 59 | ||||
| Steek voor smal vierkant knoopsgat | 4-04 80 60 | ||||
| Steek voor stretchknoopsgat | 4-05 81 61 | ||||
| Steek voor nostalgisch knoopsgat | 4-06 82 62 | ||||
| Steek voor knoopsgat in leer | 4-07 83 63 | ||||
| Steek voor lingerieknoopsgat | 4-08 84 64 | ||||
| Steek voor taps toelopend lingerieknoopsgat | 4-09 85 65 | ||||
| Steek voor lingerieknoopsgat | 4-10 86 66 | ||||
| Knoop-aannaaisteek 4-14-90 70 M | |||||
Knoopsgaten naaien
De maximale lengte van een knoopsgat is ongeveer 28 mm (1-1/8 inch) (doorsnede + dikte van de knoop).
Knoopsgaten worden genaaid van de voorkant van de persvoet naar achteren (zie afbeelding).

flowchart
graph TD
A["Input Flow"] --> B["Reinjection"]
B --> C{Reinjection}
C -->|①| D["Reinjection to Top"]
C -->|②| E["Reinjection to Bottom"]
D --> F["Output Flow"]
E --> G["Output Flow"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#fcc,stroke:#333
①Verstevigingssteek
In deze afbeelding vindt u de namen van alle onderdelen van knoopsgatvoet "A", die wordt gebruikt om knoopsgaten te naaien.

①Knoopgeleiderplaat
② Schaalverdeling van de persvoet
③Pen
④Markeringen op knoopsgatenvoet
⑤5 mm (3/16 inch)
1 Markeer met krijt op de stof de plaats en de lengte van het knoopsgat.

①Markeringen op de stof
②Knoopsgaten naaien
2 Trek de knoopgeleiderplaat van knoopsgatvoet "A" uit en plaats de knoop die door het knoopsgat moet.

■Als de knoop niet in de knoopgeleiderplaat past
Tel de doorsnee en de dikte van de knoop bij elkaar op en zet de knoopgeleiderplaat op de berekende lengte. (De afstand tussen de markeringen op de persvoetschaal is 5 mm (3/16 inch).)

① Schaalverdeling van de persvoet
②Lengte van het knoopsgat (doorsnee + dikte van knoop)
③5 mm (3/16 inch)
Voorbeeld: voor een knoop met een diameter van 15 mm (9/16 inch) en een dikte van 10 mm (3/8 inch), moet u de knoopgeleiderplaat instellen op 25 mm (1 inch) op de schaal.

→ De grootte van het knoopsgat is ingesteld.
3 Bevestig knoopsgatvoet "A".
4 Selecteer een steek.
5 Plaats de stof met de voorkant van de knoopsgatmarkering op één lijn met de rode markeringen aan de zijkanten van de knoopsgatenvoet en zet de persvoethendel omlaag.

text_image
① A ②①Markering op stof (voorkant)
②Rode markeringen op knoopsgatenvoet
Leid de bovendraad omlaag door het gat in de persvoet.
- Duw niet aan de voorkant van de persvoet terwijl u deze omlaag zet.

①Maak de tussenruimte niet kleiner.
6 Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag.

De knoopsgathendel bevindt zich achter de beugel op de knoopsgatenvoet.

①Knoopsgathendel
②Beugel
7 Houd het uiteinde van de bovendraad losjes in uw linkerhand en begin met naaien.

→ Wanneer u klaar bent met naaien, naait de naaimachine automatisch verstevigingssteken en stopt daarna.
8 Druk eenmaal op (draadafkniptoets). Zet de persvoet omhoog en verwijder de stof.

Memo
- Als u de instelling voor automatisch draadknippen hebt geselecteerd voordat u ging naaien, knipt de machine automatisch de draden af aan het eind van het stiksel. Meer bijzonderheden vindt u in "Automatisch de draad afknippen" in het gedeelte "Basishandelingen".
- Wanneer u de draad afknipt met de draadafsnijder op de linkerkant van de machine of een schaar, drukt u op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten. Vervolgens zet u de persvoet omhoog en trekt u de stof weg voordat u de draden afknipt.
9 Breng de knoopsgathendel omhoog in de oorspronkelijke stand.
10 Steek een speld langs de binnenkant van één trenssteek aan het eind van de knoopsgatsteken om te voorkomen dat de steken worden geknipt.

①Pen
11 Snijd met het tornmesje naar de speld toe en maak het knoopsgat open.

Voor lingerieknoopsgaten maakt u met de gaatjesponser een gat in het afgeronde einde van het knoopsgat en snijdt u vervolgens het knoopsgat open met het tornmesje.

- Wanneer u de gaatjesponser gebruikt, plaatst u dik papier of een ander beschermvel onder de stof voordat u het gat in de stof ponst.
⚠️ VOORZICHTIG
- Houd uw handen niet in de snijrichting terwijl u het knoopsgat met het tornmesje openmaakt; anders zou u zich kunnen verwonden als het tornmesje uitschiet.
- Gebruik het tornmesje uitsluitend volgens de aanwijzingen.
■De dichtheid van de steken wijzigen
Pas de steeklengte aan.

- Meer bijzonderheden vindt u in "Steeklengte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
- Als de stof niet wordt doorgevoerd (bijvoorbeeld als deze te dik is), maakt u de steekdichtheid kleiner.
■De steekbreedte wijzigen
Pas de steekbreedte aan.

- Meer bijzonderheden vindt u in "Steekbreedte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
Memo
- Voordat u knoopsgaten maakt, controleert u de steeklengte en de steekbreedte door een proefknoopsgat te maken op een overgebleven lapje stof.
■Knoopsgaten maken in stretchstoffen
Gebruik een contourdraad wanneer u knoopsgaten maakt in stretchstoffen.
1 Haak de contourdraad op het deel van knoopsgatvoet "A" dat wordt getoond in de illustratie.

2 De draad past in de groeven. Knoop de draad vervolgens losjes vast.

3 Bevestig knoopsgatvoet "A".
4 Selecteer steek of .
5 Pas de steekbreedte aan de dikte van de contourdraad aan.
6 Breng de persvoethendel en de knoopsgathendel omlaag en begin met naaien.
7 Wanneer u klaar bent met naaien, trekt u zachtjes aan de contourdraad zodat deze niet loshangt.

8 Trek de contourdraad met een handnaainaald naar de achterkant van de stof en knoop hem vast.
Knopen aanzetten
U kunt met de machine knopen aannaaien. U kunt knopen met twee en knopen met vier gaten aanzetten.
Meet de afstand tussen de gaten in de knoop die u wilt bevestigen.

2 Zet de persvoethendel omhoog en schuif de transporteurstandschakelaar (achter op de voet van de machine) naar van de linkerkant, gezien vanaf de achterkant van de machine).

①Transporteurstandschakelaar (gezien vanaf de achterkant van de machine)
3 Bevestig knoopbevestigingsvoet "M".

4 Selecteer steek
- Stel de machine niet in op automatisch draadknippen; het uiteinde van de draad wordt later afgewerkt.
5 Pas de steekbreedte zo aan dat deze gelijk is aan de afstand tussen de gaten in de knoop.
6 Plaats de knoop op de plek waar deze wordt aangezet en zet de persvoet omlaag.

- Wanneer u vier-gatsknopen bevestigt, naait u eerst de twee gaten die het dichtst bij u liggen. Schuif vervolgens de knoop zo dat de naald in de twee gaten erachter gaat en naai deze op dezelfde manier.

Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om te controleren of de naald goed in de twee gaten van de knoop gaat.
Als de naald de knoop lijkt te raken, meet u opnieuw de afstand tussen de gaten in de knoop. Stem de steekbreedte af op de afstand tussen de gaten in de knopen.

- Let tijdens het naaien op dat de naald de knoop niet raakt. Anders kan de naald verbuigen of breken.

Begin met naaien.
Zet de schuifknop voor snelheidsregeling naar links (zodat de snelheid laag is).

→ De machine stopt automatisch na het naaien van verstevigingssteken.
• Druk niet op (draadafkniptoets).

Knip met een schaartje de bovendraad en de onderdraad af aan het begin van het stiksel.
Trek de bovendraad na het naaien naar de achterkant van de stof en knoop deze vast aan de onderdraad.


Wanneer u klaar bent met het aannaaien van de knoop, schuift u de transporteurstandschakelaar naar
(rechts, gezien vanaf de achterkant van de machine) en draai het handwiel om de transporteur omhoog te zetten.

Memo
- De transporteur gaat omhoog als u weer gaat naaien.

Een knoopvoet bevestigen
Als u een knoop met een knoopvoet wilt bevestigen, bevestigt u de knoop op enige afstand van de stof, en draait u daar met de hand draad omheen. Zo bevestigt u de knoop stevig.

Plaats de knoop in knoopaaanzetvoet "M" en trek de knoopvoethendel naar u toe.

Wanneer u klaar bent met naaien, knipt u de bovendraad royaal af. Het uiteinde windt u tussen de knoop en de stof. Vervolgens knoopt u dit aan de bovendraad aan het begin van het stiksel.
Knoop de uiteinden van de onderdraad aan het begin en het eind van het naaiwerk aan de achterkant van de stof aan elkaar.

- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3,2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Rechte steek (midden) | 1-03 | 03* 03* | J, I | ||
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".
Een rits inzetten in het midden
U naait op beide stukken stof met de randen tegen elkaar.

text_image
① ② ③①Voorkant van de stof
②Stiksel
③Einde ritsopening
1 Bevestig zigzagvoet "J".
Naai rechte steken tot aan de ritsopening.
Met de voorkant van de stukken stof naar elkaar toe naait u achteruit nadat u de ritsopening hebt bereikt.
3 Naai met een rijgsteek door naar de rand van de stof.

①Rijgsteek
②Achteruitsteken
③Achterkant van de stof
④Einde ritsopening
4 Strijk de naad open vanaf de achterkant van de stof.

①Achterkant van de stof
5 Zet de naad op één lijn met het midden van de rits en naai de rits op zijn plek met rijgsteken.

①Achterkant van de stof
②Rijgsteek
③Rits
6 Verwijder circa 5 cm (2 inch) van het eind van de rijgsteken aan de buitenkant.

text_image
① ② ③ ④①Achterkant van de stof
②Rits rijgen
③Rijgsteken aan buitenkant
④5 cm (2 inch)
7 Bevestig de persvoethouder aan de rechterpin van ritsvoet "I".

①Pin aan de rechterkant
②Naaldpositie (waar de naald neerkomt)

Selecteer steek

⚠️ VOORZICHTIG
- Wanneer u ritsvoet "I" gebruikt, moet u de rechte steek selecteren (middelste naaldstand) en het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) draaien om te controleren of de naald de persvoet niet raakt. Als een andere steek is geselecteerd of als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.

Naai versteviging rond de rits.

text_image
① ② ③ ④
②Voorkant van de stof
③Rijgsteek
④Einde ritsopening
⚠️ VOORZICHTIG
- Zorg bij het naaien dat de naald de rits niet raakt. Anders kan de naald verbuigen of breken.

Verwijder de rijgsteken.
Zijrits inzetten
Stiksel is slechts zichtbaar op één stuk stof. Dit soort ritsen gebruikt u voor zij- of achteropeningen.

①Stiksel
②Voorkant van de stof
③Einde ritsopening
Hieronder wordt beschreven hoe u aan de linkerkant moet stikken (zie afbeelding).

Bevestig zigzagvoet "J".

Naai rechte steken tot aan de ritsopening.
Met de voorkant van de stukken stof naar elkaar toe naait u achteruit nadat u de ritsopening hebt bereikt.

Naai met een rijgsteek door naar de rand van de stof.

text_image
① ② ③ ④①Rijgsteek
②Achteruitsteken
③Achterkant van de stof
④Einde ritsopening

Strijk de naad open vanaf de achterkant van de stof.

①Achterkant van de stof
5 Strijk de naad zo, dat er aan rechterkant (de kant die niet wordt gestikt) 3 mm (1/8 inch) extra vrij komt.

6 Leg de tanden van de rits op één lijn met de geperste rand van de stof met de extra 3 mm (1/8 inch) en rijg of speld vervolgens de rits op zijn plek.

①Tanden van de rits
②Rijgsteek
7 Bevestig de persvoethouder aan de rechterpin van ritsvoet "I".
Wanneer u de rechterkant stikt, bevestigt u de persvoethouder aan de linkerpin van de ritsvoet.

①Pin aan de rechterkant
②Naaldpositie (waar de naald neerkomt)
8 Selecteer steek
⚠️ VOORZICHTIG
- Wanneer u ritsvoet "I" gebruikt, moet u de rechte steek selecteren (middelste naaldstand) en het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) draaien om te controleren of de naald de persvoet niet raakt. Als een andere steek is geselecteerd of als de naald de persvoet raakt, kan de naald verbuigen of breken.
9 Naai de rits aan het stuk stof met de extra 3 mm (1/8 inch), te beginnen vanaf de basis van de rits.

- Zorg bij het naaien dat de naald de rits niet raakt. Anders kan de naald verbuigen of breken.
10 Wanneer u ongeveer 5 cm (2 inch) van het eind van de rits bent verwijderd, stopt u de machine met de naald omlaag (in de stof) en zet u vervolgens de persvoethendel omhoog.
11 Open de rits en ga door met naaien.

12 Sluit de rits, draai de stof om en rijg de andere kant van de rits aan de stof vast.

13 Bevestig de persvoethouder aan de andere pin van ritsvoet "I".
Als u in stap 7, de persvoethouder aan de rechterpin had bevestigd, dan zet u deze nu aan de linkerpin.

①Pin aan de linkerkant
②Naaldpositie (waar de naald neerkomt)
14 Doorstikken van de rits.
Naai achteruit aan het eind van de ritsopening en leg de tanden van de rits op één lijn met de zijkant van de persvoet.

①Voorkant van de stof
②Einde ritsopening
③Achteruitsteken
④Begin van stiksel
⑤Rijgsteek
⚠️ VOORZICHTIG
- Zorg bij het naaien dat de naald de rits niet raakt. Anders kan de naald verbuigen of breken.
15 Wanneer u ongeveer 5 cm (2 inch) van het eind van de rits bent verwijderd, stopt u de machine met de naald omlaag (in de stof) en zet u vervolgens de persvoethendel omhoog.
16 Verwijder de rijgsteken, open de rits en ga verder met naaien.

U kunt deze machine gebruiken om ritsen en galons in te zetten.
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3,2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Rechte steek (links) 1-01 | 01* 01* | * | * | ||
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".
**Verstelbare ritsvoet / paspelvoet (optioneel bij sommige modellen)
Een rits inzetten in het midden
1 Zie 1-6 van "Een rits inzetten in het midden" op pagina S-19.
2 Verwijder persvoet en persvoethouder om de verstelbare ritsvoet / paspelvoet te bevestigen (schroefbevestiging) (optioneel bij sommige modellen).
- Meer bijzonderheden over het verwijderen van de persvoethouder vindt u in "Persvoethouder verwijderen en bevestigen" in het gedeelte "Basishandelingen".

- Zorg dat de draad tussen de klos en de spoel strak staat.

Selecteer steek


Draai de positioneringsschroef achter op de persvoet vast.

6 Wijzig de naaldstand zodanig dat de naald de persvoet niet raakt.
Meer bijzonderheden vindt u in "Steekbreedte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".

①Naaldpositie (waar de naald neerkomt)
⚠️ VOORZICHTIG
- Nadat u de naaldstand hebt aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) en controleert u of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald buigen of breken.
7 Draai de positioneringsschroef stevig vast.

8
Doorstikken van de rits.

text_image
① ② ③ ④
①Stiksel
②Voorkant van de stof
③Rijgsteek
④Einde ritsopening
⚠️ VOORZICHTIG
- Zorg bij het naaien dat de naald de rits niet raakt. Anders kan de naald verbuigen of breken.
9
Verwijder de rijgsteken.
Passepoil plaatsen
1
Plaats passepoil binnenstebuiten tussen twee stukken stof, zoals hieronder aangegeven.

2
Zie de stappen voor het bevestigen van de verfstelbare ritsvoet / paspelvoet op de vorige pagina.
3
Naai langs de passepoil.

4
Draai deze om na het naaien.

- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Stamsteek 1-06 | 06* 06* | J | |||
| Elastische zigzagsteek in 2 stappen | 1-13 | 13 11 | |||
| Elastische zigzagsteek in 3 stappen | 1-14 | 14* 12* | |||
| Bandbevestigingssteek | 2-13 48 | 42 | |||
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".
Stretchstof naaien

Bevestig zigzagvoet "J".


Selecteer steck 73

Trek niet aan de stof tijdens het naaien.

Wanneer u elastiek bevestigt aan de manchet of een taille van een kledingstuk, moet u uitgaan van de afmetingen van het uitgerekte elastiek. Neem dus een stuk elastiek van geschikte lengte.

Speld het elastiek aan de achterkant van de stof.
Speld het elastiek op enkele punten tegen de stof, zodat het gelijkmatig is verdeeld over de stof.

Bevestig zigzagvoet "J".


Selecteer een steek.

Naai het elastiek aan de stof terwijl u het elastiek zo uitrekt dat het even lang is als de stof.
Terwijl u met uw linkerhand de stof achter de persvoet trekt, trekt u met uw rechterhand aan de stof bij de speld die zich het dichtst bij de voorkant van de persvoet bevindt.

- Zorg dat de naald tijdens het naaien geen spelden raakt, anders kan de naald verbuigen of breken.
Applicatie-, patchwork- en quiltsteken
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Zigzagsteek 1-09 | 09* 08* | J | |||
| Zigzagsteek voor quiltapplicatie | 1-33 38 28 | ||||
| Dekensteek 2-03 | 38 38 | ||||
| Appliceersteek voor quilts | 1-34 34 29 | ||||
| Verbindingssteek (rechts) | 1-29 29 25 | ||||
| Verbindingssteek (midden) | 1-30 30 26 | ||||
| Verbindingssteek (links) | 1-31 31 - | ||||
| Verbindingssteek voor patchwork | 2-07 42 36 | ||||
| Dubbele overlocksteek voor patchwork | 2-08 43 37 | ||||
| Couching-steek 2-09 | 44 38 | ||||
| Quiltsteken met handgemaakt uiterlijk | 1-32 32 27 | ||||
| Quiltstippelsteek 1-35 | 35 30 | ||||
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".

Memo
- Patronen met een "Q" in bovenstaande tabel zijn bedoeld voor quilten; patronen met een "P" voor aan elkaar zetten.
Applicatiesteken naaien
1 aKnip de applicatie uit met een naadtoeslag van 3 tot 5 mm (1/8 inch tot 3/16 inch).

2 Plaats een patroon van dik papier of steunstof op de achterkant van de applicatie en vouw de marge om met een strijkbout.

3 Draai de stof om en rijg of strijk deze op de stof waarop u deze wilt bevestigen.

4 Bevestig de open voet (optioneel bij sommige modellen) die hieronder is afgebeeld of zigzagvoet "J".

□ Zigzagvoet "J"

□ Open voet
5 Selecteer een steek.
6 Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) en begin te naaien rond de rand van de applicatie; let op dat de naald net buiten de applicatie neerkomt.

Wanneer u ronde hoeken naait, stopt u de machine met de naald in de stof net buiten de applicatie, brengt u de persvoethendel omhoog en draait u vervolgens de stof om de naairichting te wijzigen.

Patchworksteken (voor fantasiequilt)
1 Vouw de rand van het bovenste stuk stof en plaats deze op het onderste stuk.
2 Naai de twee stukken stof aan elkaar, zodat het patroon beide stukken omspant.

Dit is het aan elkaar zetten van twee stukken stof, ook wel "piecing" geheten. Knip de stukken stof met een marge van 6,5 mm (1/4 inch).
Naai een rechte verbindingssteek 6,5 mm (1/4 inch) vanaf de rechter- of de linkerkant van de persvoet.
1 Rijg of speld langs de marge van de stof die u aan elkaar wilt naaien.
2 Bevestig zigzagvoet "J".

3 Selecteer steek of .
4 Naai met de rechterkant van de persvoet op één lijn met de rand van de stof.
■Voor een naadtoeslag aan de rechterkant
Leg de rechterkant van de persvoet op één lijn met de rand van de stof en naai met steek

①6,5 mm (1/4 inch)
■Voor een naadtoeslag aan de linkerkant
Leg de linkerkant van de persvoet op één lijn met de rand van de stof en naai met steek

①6,5 mm (1/4 inch)
Memo • De brc
- De breedte van de naadtoeslag kunt u ook wijzigen door de steekbreedte aan te passen. Meer bijzonderheden vindt u in "Steekbreedte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
■Stukken aan elkaar zetten met de 1/4-inch quiltvoet met geleider (optioneel bij sommige modellen)
Met deze quiltvoet kunt u een naad van precies 1/4 inch of 1/8 inch naaien.
Dit komt van pas bij het maken van een quilt of afwerksteken.
1 Druk op en bevestig vervolgens de 1/4-inch quiltvoet met geleider.
2 Met de geleider en de markeringen op de persvoet kunt u nauwkeurige naden naaien.
Stukken aan elkaar zetten met een naad van 1/4 inc Houd de rand van de stof tegen de geleider terwijl u naait.

Een nauwkeurige naad naaien
Met de markering op de voet kunt u op 1/4 inch van de rand van de stof beginnen, eindigen of draaien.

①Lijn deze markering uit met de rand van de stof. ②Begin van stiksel ③Eind van stiksel ④Tegenoverliggende rand van stof om te eindigen of draaien ⑤1/4 inch

Memo
- Meer bijzonderheden vindt u in "Spilfunctie" in het gedeelte "Basishandelingen".
Afwerksteken quilten, 1/8 inch
Terwijl u naait, houdt u de rand van de stof uitgelijnd met de linkerkant van het uiteinde van de persvoet.

■Werken met de 1/4-inch quiltvoet (optioneel bij sommige modellen)
Als u de 1/4 inch quiltvoet gebruikt, kunt u naden naaien van 6,4 mm (1/4 inch).
1 Rijg of speld de naad van de stof die u aan elkaar wilt naaien.
2 Bevestig de 1/4-inch quiltvoet.

3 Selecteer steek
4 Houd de markering aan de bovenrand van de 1/4-inch quiltvoet tegenover de bovenrand van de stof.
Plaats de rechterrand van de stof op één lijn met de rechterrand van het smalle deel van de 1/4-inch quiltvoet.

①Markering op 1/4-inch quiltvoet ②Begin van stiksel Wanneer u naait met een naadtoeslag plaatst u de linkerrand van het smalle gedeelte van de 1/4-inch quiltvoet op één lijn met de rand van de stof.

6 Wanneer u het eind van het stiksel bereikt, stopt u de machine.
Naai totdat de markering aan de onderrand van de 1/4-inch quiltvoet op één lijn staat met de onderrand van de stof.

①6,4 mm (1/4 inch)
②Eind van stiksel
③Markering op 1/4-inch quiltvoet

Quilten
Wattering aanbrengen tussen de boven- en onderlaag van de stof heet quilten. Quilts kunt u gemakkelijk naaien met de boventransportvoet en de quiltgeleider*.
* Optioneel bij sommige modellen.

Opmerking
- Rijg de naald handmatig in wanneer u de boventransportvoet gebruikt, of bevestig de boventransportvoet pas nadat u de naald hebt ingeregen met de naaldinrijger.
- Kies voor een snelheid tussen langzaam en middelmatig wanneer u werkt met de boventransportvoet.
- Voor quilten gebruikt u een 90/14 huishoudmachinenaald.
- U kunt de boventransportvoet alleen gebruiken bij patronen voor rechte steken en zigzagsteken. U kunt geen achteruitsteken naaien met de boventransportvoet. Selecteer alleen rechte of zigzagsteken met verstevigingssteken. Meer bijzonderheden vindt u in de "Steekinstellingentabel" in het gedeelte "Basishandelingen".
- (voor modellen die zijn voorzien van een automatische stofsensor) Wanneer de "Automatisch stofsensor systeem" in het instellingenscherm is ingesteld op "ON", wordt de dikte van de stof automatisch gedetecteerd door de inwendige sensor. Dan kan de stof zo soepel mogelijk worden doorgevoerd om optimale naairesultaten te krijgen. Meer bijzonderheden over de automatische stofsensor vindt u in "Automatisch stofsensor systeem (automatische persvoetdruk)" in het gedeelte "Basishandelingen".
1 Rijg de stof vast die u wilt quilten.
2 Verwijder de persvoet en de persvoethouder.
- Meer bijzonderheden vindt u in "Persvoethouder verwijderen en bevestigen" in het gedeelte "Basishandelingen".
3 Haak de verbindingsvork van de boventransportvoet op de naaldklemschroef.

①Verbindingsvork
②Naaldklemschroef
4 Zet de persvoethendel omlaag, plaats de persvoethouderschroef in de opening en draai de schroef vast met de schroevendraaier.

①Persvoethouderschroef
⚠️ VOORZICHTIG
- Draai de schroef stevig vast met de schroevendraaier; anders raakt de naald misschien de persvoet, waardoor de naald kan verbuigen of breken.
- Draai voordat u begint met naaien het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) om te controleren of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald buigen of breken.
5 Selecteer een steek.
6 Plaats aan elke kant van de persvoet een hand en leid de stof gelijkmatig tijdens het naaien.

■Werken met de quiltgeleider (optioneel bij sommige modellen)
Met de quiltgeleider maakt u parallelle steken met een gelijkmatige tussenruimte.

1 Plaats de stang van de quiltgeleider in het gat aan de achterkant van de boventransportvoet of persvoethouder.
□ Boventransportvoet

□ Persvoethouder

2 Stel de stang van de quiltgeleider zo af dat de quiltgeleider op één lijn staat met de naad die u al hebt genaaid.

Fantasiequilten (vrij quilten)
Wij adviseren u het voetpedaal aan te sluiten en op gelijkmatige snelheid te naaien. U kunt de naaisnelheid regelen met de schuifknop voor snelheidsregeling.
⚠️ VOORZICHTIG
- Bij vrij quilten stemt u de doorvoersnelheid van de stof af op de naaisnelheid. Als de stof sneller gaat dan de naaisnelheid, kan de naald breken of andere schade optreden.

Memo
- Op modellen met een vrijmodus kunt u de persvoet op de juiste hoogte zetten voor vrij naaien. Meer bijzonderheden vindt u in "Naaien in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand" in het gedeelte "Basishandelingen".
■Gebruik van de open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand of quiltvoet\*
* Optioneel bij sommige modellen.
De open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand of quiltvoet wordt gebruikt voor vrij quilten met zigzagsteken of decoratieve steken, of voor vrij quilten van rechte lijnen op stof van ongelijkmatige dikte. U kunt diverse steken naaien met de open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand. Meer bijzonderheden over steken die u kunt gebruiken vindt u in de "Steekinstellingentabel" in het gedeelte "Basishandelingen".

□ Open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand

□ Quiltvoet
1 Schuif de transporteurstandschakelaar (achter op de voet van de machine) naar links, gezien vanaf de achterkant van de machine).

①Transporteurstandschakelaar (gezien vanaf de achterkant van de machine)
→ De transporteur staat omlaag.
2 Selecteer een steek.
3 Verwijder de persvoethouder.
- Meer bijzonderheden vindt u in "Persvoethouder verwijderen en bevestigen" in het gedeelte "Basishandelingen".
4 Bevestig de open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand door de pen van de quiltvoet boven de naaldklemschroef te plaatsen met het linkerbenedenstuk van de quiltvoet op één lijn met persvoetstang.

- Controleer of de quiltvoet niet scheef zit.
5 Houd de quiltvoet op z'n plaats met uw rechterhand en draai met de schroevendraaier in uw linkerhand de persvoethouderschroef vast.

①Persvoethouderschroef
⚠️ VOORZICHTIG
- Draai de schroeven beslist stevig vast met de bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de naald buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
6 Span de stof met beide handen. Voer de stof gelijkmatig door zodat u uniforme steken naait van ongeveer 2,0 mm - 2,5 mm (ca. 1/16 inch - 3/32 inch).

7 Wanneer u klaar bent met naaien, schuift u de transporteurstandschakelaar naar (techts, gezien vanaf de achterkant van de machine). Draai het handwiel om de transporteur omhoog te zetten.

Memo
- Laat u niet ontmoedigen als het resultaat niet direct bevredigend is. Deze techniek vereist oefening.
■Gebruik van de quiltvoet "C" voor naaien uit de vrije hand (optioneel bij sommige modellen)
Gebruik de quiltvoet "C" voor naaien uit de vrije hand met de steekplaat voor rechte steken om vrij te naaien.
□ Quiltvoet "C" voor naaien uit de vrije hand

⚠️ VOORZICHTIG
- Wanneer u de quiltvoet "C" voor naaien uit de vrije hand gebruikt, moet u de rechte steekplaat gebruiken en naaien met de naald in de middelste naaldstand. Als u de naald in een andere stand zet dan de middelste naaldstand, kan hij breken. Dit kan letsel tot gevolg hebben.

Memo
- Op modellen met een vrijmodus kunt u de persvoet op de juiste hoogte zetten voor vrij naaien. Meer bijzonderheden vindt u in "Naaien in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand" in het gedeelte "Basishandelingen".
1 Bevestig de steekplaat voor rechte steken (optioneel bij sommige modellen).
- Meer bijzonderheden over de steekplaat voor rechte steken vindt u in de Bedieningshandleiding bij het product.

- Deze steekplaat heeft een rond gat voor de naald.
2 Schuif de transporteurstandschakelaar (achter op de voet van de machine) naar 7unks, gezien vanaf de achterkant van de machine).

①Transporteurstandschakelaar (gezien vanaf de achterkant van de machine)
→ De transporteur staat omlaag.
3 Selecteer _p .
4 Verwijder de persvoethouder.
- Meer bijzonderheden vindt u in "Persvoethouder verwijderen en bevestigen" in het gedeelte "Basishandelingen".
5 Bevestig quiltvoet "C" voor naaien uit de vrije hand aan de voorkant met persvoethouderschroef tegenover de inkeping in de quiltvoet.

①Persvoethouderschroef ②Inkeping

Opmerking
- Controleer of de quiltvoet goed bevestigd is en niet scheef zit.
6 Houd de quiltvoet op z'n plaats met uw rechterhand en draai met de schroevendraaier in uw linkerhand de persvoethouderschroef vast.

①Persvoethouderschroef
⚠️ VOORZICHTIG
- Draai de schroeven beslist stevig vast met de bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de naald buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
7 Span de stof met beide handen. Voer de stof gelijkmatig door zodat u uniforme steken naait van ongeveer 2,0 mm - 2,5 mm (ca. 1/16 inch - 3/32 inch).

8 Wanneer u klaar bent met naaien, schuift u de transporteurstandschakelaar naar (wchts, gezien vanaf de achterkant van de machine). Draai het handwiel om de transporteur omhoog te zetten.

Opmerking
- De open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand kunt u ook gebruiken met de steekplaat voor rechte steken. Wij raden u aan de open quiltvoet "O" voor quilten uit de vrije hand te gebruiken voor het vrij naaien van stoffen van ongelijkmatige dikte.
- Wanneer u de steekplaat voor rechte steken gebruikt, geldt voor alle rechte steken de middelste naaldstand. U kunt de naaldstand niet wijzigen op het breedtescherm.

Memo
- Laat u niet ontmoedigen als het resultaat niet direct bevredigend is. Deze techniek vereist oefening.
■Echoquilten met de quiltvoet "E" voor naaien uit de vrije hand (optioneel bij sommige modellen)
Quiltlijnen naaien op gelijke afstanden van een motief wordt echoquilten genoemd. De quiltlijnen, die als echo's van het motief weg rimpelen, zijn het kenmerk van deze quiltstijl. Gebruik voor echoquilten de quiltvoet "E" voor naaien uit de vrije hand. Met de maatindeling op de persvoet als houvast naait u op een vaste afstand rond het motief. Wij adviseren u het voetpedaal aan te sluiten en op gelijkmatige snelheid te naaien.

Maatindeling quiltvoet "E" voor naaien uit de vrije hand

text_image
① ②①6,4 mm (ca. 1/4 inch) ②9,5 mm (ca. 3/8 inch)
⚠️ VOORZICHTIG
- Bij vrij quilten stemt u de doorvoersnelheid van de stof af op de naaisnelheid. Als de stof sneller gaat dan de naaisnelheid, kan de naald breken of andere schade optreden.

Memo
- Op modellen met een vrijmodus kunt u de persvoet op de juiste hoogte zetten voor vrij naaien. Meer bijzonderheden vindt u in "Naaien in de vrijmodus/naaien uit de vrije hand" in het gedeelte "Basishandelingen".

Schuif de transporteurstandschakelaar (achter op de voet van de machine) naar 7thks, gezien vanaf de achterkant van de machine).

①Transporteurstandschakelaar (gezien vanaf de achterkant van de machine)
→ De transporteur staat omlaag.

Selecteer .

Verwijder de persvoethouder (zie Basishandelingen) en de schroef.

Plaats de quiltvoet "E" voor naaien uit de vrije hand op de linkerkant van de persvoetstang met de gaten in de quiltvoet en de persvoetstang op één lijn.

Draai de schroef vast met de bijgesloten schroevendraaier.

- Draai de schroeven beslist stevig vast met de bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de naald buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Met de maatindeling op de quiltvoet als houvast naait u rond het motief.

7 Wanneer u klaar bent met naaien, schuift u de transporteurstandschakelaar naar (rechts, gezien vanaf de achterkant van de machine). Draai het handwiel om de transporteur omhoog te zetten.
Satijnsteken naaien met de schuifknop voor snelheidsregeling
U kunt een decoratieve steek maken door de breedte van een satijnsteek te wijzigen. Als de machine zo is ingesteld dat u de steekbreedte kunt instellen met de schuifknop voor snelheidsregeling, kunt u de steekbreedte snel en gemakkelijk aanpassen. In dit geval wordt de naaisnelheid aangepast met het voetpedaal.
1 Sluit het voetpedaal aan.
2 Bevestig zigzagvoet "J".

3 Druk op om het instellingenscherm te openen en stel "Steekbreedte regeling" in op "ON".
De instellingenschermen verschillen naar gelang het model.

text_image
Steekbreedte regeling OFF 10 Vertical fijnafstelling 00 - + Horizontale fijnafstelling 00 - + Tweelingnaald OFF OK
text_image
ON 2/ *→ De machine is nu zo ingesteld dat u de steekbreedte kunt regelen met de schuifknop voor snelheidsregeling.
4 Druk op
5 Selecteer steck
6 Tijdens het naaien kunt u de steekbreedte aanpassen door de schuifknop voor snelheidsregeling te verschuiven.
U maakt de steekbreedte smaller door de knop naar links te schuiven. U maakt de steekbreedte breder door de knop naar rechts te schuiven.

text_image
Smaller Breder- Pas de naaisnelheid aan met het voetpedaal.
7 Zet de steekbreedteregeling weer op "OFF" nadat u het naaiwerk hebt voltooid.
Memo
- Het naairesultaat verschilt naar gelang de stof en de dikte van de draad, maar de beste resultaten krijgt u door de steeklengte in te stellen op een waarde tussen 0,3 en 0,5 mm (1/64 en 1/32 inch).
Verstevigingssteken
Verstevig plekken waarop spanning komt te staan, zoals mouwgaten, binnennaden en hoeken van zakken.
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | 130 | Persvoet | ||
| Model 3,2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Drievoudige stretchsteek | 1-05 | 05* 05* | J | ||
| Trenssteek 4-13 89 69 | A | ||||
| Stopsteek | 4-11 87 67 | ||||
| 4-12 88 68 | |||||
* U kunt steekpatronen direct selecteren door tijdens de vooraf ingestelde naaisteekmodus op de cijfertoetsen van de machine te drukken. Zie het gedeelte "Basishandelingen".
Drievoudige steken naaien
Met een drievoudige steek kunt u mouwen en binnennaden verstevigen.
Tevens kunt u deze steek gebruiken om door te stikken.

Bevestig zigzagvoet "J".


Selecteer steek .

Begin met naaien.
Trenssteek
Trenssteken worden gebruikt om plekken te verstevigen die onder spanning staan, zoals hoeken van zakken en openingen. Hieronder wordt als voorbeeld beschreven hoe u trenssteken maakt op hoeken van zakken.

Bepaal de gewenste lengte van de trenssteek.
Zet de knoopgeleiderplaat op knoopsgatvoet "A" op de gewenste lengte. (De afstand tussen de markeringen op de persvoetschaal is 5 mm (3/16 inch).)

①Schaalverdeling van de persvoet
②Lengte trenssteek
③5 mm (3/16 inch)
- U kunt een trenssteek van maximaal 28 mm (1-1/8 inch) maken.

Bevestig knoopsgatvoet "A".

Selecteer steek.

Plaats de stof met de opening van de zak naar u toe en breng vervolgens de persvoethendel omlaag zodat de naald 2 mm (1/16 inch) voor de zakopening neerkomt.

Leid de bovendraad omlaag door het gat in de persvoet.
- Duw niet tegen de voorkant van de persvoet wanneer deze omlaag staat. Anders wordt de trenssteek niet in het juiste formaat gemaakt.

①Maak de tussenruimte niet kleiner.
5 Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag.

①Knoopsgathendel
De knoopsgathendel bevindt zich achter de beugel op de knoopsgatenvoet.

①Knoopsgathendel
②Beugel
6 Houd het uiteinde van de bovendraad losjes in uw linkerhand en begin met naaien.

7 Zet de persvoethendel omhoog en haal de stof weg en knip vervolgens de draden af.
8 Breng de knoopsgathendel omhoog in de oorspronkelijke stand.

Memo
- Als de stof niet wordt doorgevoerd (bijvoorbeeld als deze te dik is) maakt u de steeklengte groter. Meer bijzonderheden vindt u in "Steeklengte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
Stoppen

flowchart
graph TD
A["Top Block"] --> B["Top Block"]
B --> C["Top Block"]
C --> D["Top Block"]
D --> E["Bottom Block"]
E --> F["Bottom Block"]
F --> G["Bottom Block"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
style C fill:#bfb,stroke:#333
style D fill:#ffb,stroke:#333
style E fill:#fbb,stroke:#333
style F fill:#fbb,stroke:#333
style G fill:#bbf,stroke:#333
①Verstevigingssteek
1 Bepaal de gewenste lengte van het stopwerk.
Zet de knoopgeleiderplaat op knoopsgatvoet "A" op de gewenste lengte. (De afstand tussen de markeringen op de persvoetschaal is 5 mm (3/16 inch).)

①Schaalverdeling van de persvoet
②Lengte stopwerk
③5 mm (3/16 inch)
④7 mm (1/4 inch)
- U kunt een trenssteek van maximaal 28 mm (1-1/8 inch) maken.
→ Wanneer u klaar bent met naaien, naait de naaimachine automatisch verstevigingssteken en stopt daarna.
2 Bevestig knoopsgatvoet "A".
3 Selecteer steek of .
4 Plaats de stof zo dat de naald 2 mm (1/16 inch) voor het te stoppen vlak staat.

Leid de bovendraad door het gat in de persvoet en zet vervolgens de persvoet omlaag.
- Duw niet tegen de voorkant van de persvoet wanneer deze omlaag staat. Anders wordt het stopwerk niet in het juiste formaat genaaid.

①Maak de tussenruimte niet kleiner.
5 Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag.

De knoopsgathendel bevindt zich achter de beugel op de knoopsgatenvoet.

①Knoopsgathendel
②Beugel
6 Houd het uiteinde van de bovendraad losjes in uw linkerhand en begin met naaien.

7 Zet de persvoethendel omhoog en haal de stof weg en knip vervolgens de draden af.
8 Breng de knoopsgathendel omhoog in de oorspronkelijke stand.

Memo
- Als de stof niet wordt doorgevoerd (bijvoorbeeld als deze te dik is) maakt u de steeklengte groter. Meer bijzonderheden vindt u in "Steeklengte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
Oogje stikken
U kunt oogjes maken, bijvoorbeeld in een ceintuur.
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | Persvoet | |||
| Model 3, 2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Oogje stikken 4-15 | 971 N | ||||
1 Bevestig monogramvoet "N".

2 Selecteer steek
3 Stel de steekbreedte of de steeklengte af op het gewenste formaat van het oogje.

①

②

③
①7 mm
②6 mm
③5 mm
- Meer bijzonderheden vindt u in "Steekbreedte instellen" en "Steeklengte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
4 Zet de naald omlaag in de stof aan het begin van het stiksel en breng vervolgens de persvoethendel omlaag.

5 Begin met naaien.
→ Wanneer u klaar bent met naaien, naait de naaimachine automatisch verstevigingssteken en stopt daarna.
6 Maak met de gaatjesponser een gat in het midden van het oogje.

- Wanneer u de gaatjesponser gebruikt, plaatst u dik papier of een ander beschermvel onder de stof voordat u het gat in de stof ponst.
Memo
- Wanneer u dunne draad gebruikt, is het naaiwerk wellicht te los. Stik in dat geval het oogje tweemaal over elkaar voordat u de stof verwijdert.
Lapjes of emblemen bevestigen aan hemdsmouwen
Gebruik deze steekpatronen om lapjes of emblemen te bevestigen aan broekspijpen, hemdsmouwen, enz.
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | E0 | Persvoet | ||
| Model 3,2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Achteruit(rechte steek) | ↑ | 5-01 92 | — | N | |
| Steek zijwaarts naar links (recht) | ← | 5-02 93 | — | ||
| Steek zijwaarts naar rechts (recht) | → | 5-03 94 | — | ||
| Vooruit(rechte steek) | ↓ | 5-04 95 | — | ||
| Steek zijwaarts naar links (zigzag) | ← | 5-05 96 | — | ||
| Steek zijwaarts naar rechts (zigzag) | → | 5-06 97 | — | ||
| Vooruit(zigzagsteek) | ↓ | 5-07 98 | — | ||
| Achteruit(zigzagsteek) | ↑ | 5-08 99 | — | ||
Plaats het pijpvormige stuk stof op de vrije arm en naai in de volgorde die is aangegeven in de illustratie.

text_image
4 3 1 21 Verwijder de accessoiretafel.
2 Bevestig monogramvoet "N".

3 Selecteer steek ↓
4 Zet de naald omlaag in de stof aan het begin van het stiksel en begin met naaien.
Zet de naald omlaag in de rechterbovenhoek.

text_image
1→ De stof wordt doorgevoerd naar de achterkant van de machine, zoals gewoonlijk.
5 Nadat u tot aan de hoek hebt genaaid, stopt u de machine en selecteert u steek
6 Begin met naaien.

→ De stof wordt naar rechts doorgevoerd.
7 Nadat u tot aan de hoek hebt genaaid, stopt u de machine en selecteert u steek ↓↑
8 Begin met naaien.

text_image
3→ De stof wordt voorwaarts doorgevoerd.
9 Nadat u tot aan de hoek hebt genaaid, stopt u de machine en selecteert u steek →
10 Begin met naaien.

text_image
4→ De stof wordt naar links doorgevoerd.

11 Nadat u tot aan de hoek hebt genaaid, stopt u de machine en selecteert u steek opnieuw.
12 Na 3 tot 5 steken te hebben genaaid aan het begin van het stiksel, stopt de machine.

Memo
- De doorvoerrichting van de stof hangt af van de steek die u selecteert. Leid de stof tijdens het naaien.
Decoratieve steek
De naaisteken omvatten onderstaande decoratieve steken.
- Raadpleeg voor het gebruik van onderstaande tabel "Gebruik van de naaisteektabellen in het gedeelte "Naaien"" in het gedeelte "Basishandelingen".
| Steeknaam Steek | Model 4 | ![]() | J | ||
| Model 3,2 | Model 1 | ||||
| Steeknummer | |||||
| Verbindingssteek voor patchwork | 2-07 42 36 | J | |||
| Dubbele overlocksteek voor patchwork | 2-08 43 37 | ||||
| Couching-steek 2-09 44 38 | |||||
| Schelprijgsteek voor afwerking | 2-04 39 34 | ||||
| Smocksteek 2-10 45 39 | |||||
| Veersteek 2-11 46 40 | |||||
| Fagot kruissteek 2-12 47 41 | |||||
| Satijnen schelpsteek 2-05 40 35 | N | ||||
| Zoomsteken | 3-04 58 48 | ||||
| 3-06 60 50 | |||||
| 3-09 63 - | |||||
| 3-10 64 52 | |||||
| Honingraatsteek 3-12 66 - | |||||
| Zoomsteken | 3-18 72 56 | ||||
| 3-20 74 - | |||||
| 3-21 75 - | |||||
| 3-22 76 - | |||||
| Laddersteek 2-14 49 48 | J | ||||
| Zigzag sierzoomsteek | 2-15 50 44 | ||||
| Decoratieve steek | 2-16 51 45 | ||||
| Serpentsteek | 2-17 52 46 | N | |||

3 Bevestig zigzagvoet "J".

4 Selecteer steek of .
5 Stel de steekbreedte in op 7,0 mm (1/4 inch).
6 Zorg dat bij het naaien de persvoet op één lijn staat met het midden van de twee stukken stof.


7 Wanneer het naaien is voltooid, verwijdert u het papier.
Schelpsteken
Een golvend, zich herhalend patroon in de vorm van schelpen. Dit motief wordt gebruikt op kragen van blouses of randen van naaiwerk.
1 Bevestig monogramvoet "N".

2 Selecteer steek
3 Stik langs de rand van de stof, niet op de rand.

- U krijgt betere resultaten wanneer u eerst stijfsel op de stof spuit en de stof perst met een hete strijkbout.
4 Snijd de stof af langs de steken.

• Zorg dat u de steken niet doorsnijdt.
Smocksteken naaien
De decoratieve steek die men verkrijgt door over plooien heen te stikken of borduren heet smocksteek. Hiermee verfraait u de voorkant van blouses of manchetten.
De smocksteek geeft de stof meer structuur en elasticiteit.
1 Bevestig zigzagvoet "J".

2 Selecteer de rechte steek, stel de steeklengte af op 4,0 mm (3/16 inch) en verlaag de draadspanning.
- Meer bijzonderheden vindt u in "Steeklengte instellen" en "Draadspanning instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
- Meer bijzonderheden vindt u in "Onderdraad naar boven halen" in het gedeelte "Basishandelingen".
3 Maak parallelle steken met intervallen van 1 cm (3/8 inch).

- Gebruik achteruit/verstevigingssteken naaien of draadknippen niet.
- Aan het eind van het stiksel trekt u de draad ongeveer 5 cm (2 inch) uit.
4 Trek aan de onderdraad om plooien te maken. Strijk de plooien.

6 Stik tussen de rechte steken.

7 Trek de draden van de rechte steken eruit.

Schelprijgsteken naaien
U kunt plooien de vorm van schelpen geven. Hiermee kunt u randen, de voorkant van blouses of manchetten van dunne stof verfraaien.

Vouw de stof over de diagonaal.

Bevestig zigzagvoet "J".


Selecteer steek en verhoog de draadspanning.

Zorg dat de naald iets van de rand van de stof neerkomt.

①Naaldpositie (waar de naald neerkomt)

Vouw de stof uit en strijk de schelpen naar één kant.

Verbindingssteken naaien
U kunt decoratieve brugsteken naaien over de marge van aan elkaar genaaide stoffen. Hiermee kunt u een fantasiequiltsteek maken.

Bevestig zigzagvoet "J".


Naai de voorkanten van de twee stukken stof aan elkaar en leg de naden open.

①Achterkant van de stof
Draai de stof om, zodat de voorkant naar boven ligt en naai over de naad met het midden van de persvoet op één lijn met de naad.

①Voorkant van de stof
Nostalgische steken naaien
Wanneer u naait met de platte naald, worden de naaldgaten groter zodat een kanteffect ontstaat. Hiermee kunt u zomen en tafelkleden van dunne of middelzware stof en eenvoudig geweven stof verfraaien.
1 Installeer de platte naald.

- Gebruik een 130/705H 100/16 platte naald.
- Meer bijzonderheden over het installeren van een naald vindt u in "Naald wisselen" in het gedeelte "Basishandelingen".
- U kunt de naaldinrijger niet gebruiken met de platte naald; de machine zou beschadigd kunnen raken. Leid de draad met de hand van voren naar achteren door het oog van de naald. Meer bijzonderheden vindt u in "Naald handmatig inrijgen (zonder de naaldinrijger te gebruiken)" in het gedeelte "Basishandelingen".
2 Bevestig monogramvoet "N".

3 Selecteer een steek.
U kunt de volgende steken gebruiken:

- Als u naait met de platte naald, selecteert u een steekbreedte van 6,0 mm (15/64 inch) of minder.
4 Begin met naaien.

- Als u met de platte naald naait, selecteert u een steekbreedte van 6,0 mm (15/64 inch) of minder; anders kan de naald verbuigen of breken.
- Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) om te controleren dat de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald buigen of breken.
Draden gedeeltelijk verwijderen heet ajour. Dit geeft een prachtig resultaat bij los geweven stoffen.
Hieronder worden twee manieren beschreven om ajourwerk te maken.
■Ajour (voorbeeld 1)

1 Trek verschillende draden uit de stof.

2 Bevestig monogramvoet "N".

3 Selecteer steek
4 Met de voorkant van de stof naar boven naait u langs de rechterrand van het gerafelde gedeelte.

5 Druk op de spiegeltoets.
- Meer bijzonderheden vindt u in "Steken spiegelen" in het gedeelte "Basishandelingen".
→ Het patroon op het scherm is gespiegeld.
6 Naai langs de andere kant van de gerafelde rand zodat deze lijkt op het vorige stiksel.

7 Druk opnieuw op de spiegeltoets om terug te keren naar de normale modus.
■Ajour (voorbeeld 2)

1 Trek diverse draden bij twee gedeelten van de stof uit, gescheiden door een niet-gerafeld gedeelte van ongeveer 4 mm (3/16 inch).

2 Bevestig monogramvoet "N".

3 Selecteer steek
4 Naai langs het midden van het niet-gerafelde gedeelte.

In dit gedeelte vindt u aanwijzingen over het naaien van lettersteken en decoratieve steken, en het aanpassen en bewerken ervan. Bovendien wordt hier beschreven hoe u werkt met MY CUSTOM STITCH. Daarmee kunt u originele steekpatronen creëren. Paginanummers in dit gedeelte beginnen met "D".
De display en machine-illustratie kunnen iets afwijken naargelang het model van de machine.
Hoofdstuk1 LETTERSTEKEN / DECORATIEVE STEKEN ...... D-2
Hoofdstuk2 MY CUSTOM STITCH ....D-12
⚠️ VOORZICHTIG
- Alvorens u de persvoet plaatst of verwisselt drukt u op (persvoet-/naaldwisseltoets) van het bedieningspaneel om alle knoppen en toetsen te vergrendelen. Anders kunt u letsel oplopen als u op de "Start/Stop"-toets of een andere toets drukt en de machine start. Meer bijzonderheden over het verwisselen van de persvoet vindt u in "Persvoet verwisselen" in het gedeelte "Basishandelingen".
Hoofdstuk 1 LETTERSTEKEN / DECORATIEVE STEKEN
De diverse ingebouwde decoratieve patronen naaien
Steekpatronen kiezen
Deze machine is uitgerust met de volgende decoratieve steken en lettersteken.

text_image
- + - / + - + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A c 0 OK
Opmerking
- De steeknummers kunnen afwijken naargelang het model van uw naaimachine. Zie de Beknopte bedieningsgids.
Decoratieve steekpatronen
| Bedieningstoets | Inbegrepen steken Pictogram | |
| Decoratieve stekenMY CUSTOM STITCH (nr. 97) | ||
| Satijnsteken7 mm satijnstekenKruissteken | ||
| Decoratieve naaisteken |
De categorie -hat de volgende drie soorten steken. De beschikbare steken verschillen beschikbare steken verschillen per model naaimachine. Zie de Beknopte bedieningsgids.
Satijnsteken

Om een letter-/decoratieve steek te selecteren, drukt u op of An vervolgens gebruikt u de numerieke toetsen om het nummer van de gewenste steek aan te geven.
■Decoratieve steekpatronen
Met iedere druk op verandert de categorie decoratieve steken in onderstaande volgorde.


text_image
e1 0.0 mm --- 0.0 mmSelecteer de categorie met de gewenste steek en geef daarna het nummer van de steek aan.

Memo
- Steken 01 t/m 09 kunnen tevens worden gekozen door middel van het intypen van het enkele getal via de numerieke toetsen en vervolgens op te drukken.
- Wanneer u enkele getallen gebruikt en het onjuist hebt ingevoerd, drukt u op om het ingevoerde nummer te wissen.
Letterpatronen
Met iedere druk op Aerandert het lettertype in de deze volgorde.


Selecteer het gewenste lettertype en geef daarna de nummers van de gewenste letters aan.

Memo
- Wanneer u een patroon selecteert uit een categorie die meer dan 100 patronen bevat, kunt u het patroon selecteren door het driecijferige nummer in te voeren (bijvoorbeeld 001) zonder op
ok te drukken. Wanneer één of twee cijfers zijn ingevoerd en het patroon niet geselecteerd kan worden met het ingevoerde nummer, drukt u op
ok om het patroonnummer te bevestigen.
Een patroon verwijderen
Om een geselecteerd patroon te verwijderen drukt u op op het bedieningspaneel.

text_image
d22 N15 mm -/+ / + -/+ / + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A c 0 OK→ Het geselecteerde patroon is verwijderd.

text_image
2 W/0.0mm -- 0.0mm
Memo
- Als een nieuw patroon wordt geselecteerd zonder de vorige te verwijderen, worden het eerste en tweede patroon gecombineerd. (Zie "Patronen combineren" op pagina D-5.)
- Als twee of meer patronen al zijn geselecteerd, wordt het laatst geselecteerde patroon verwijderd.
Aantrekkelijke afwerkingen maken
Bij het naaien van letters en decoratieve steekpatronen kunt u onderstaande tabel raadplegen voor de juiste combinatie van stoffen, naald en draad om het mooiste resultaat te krijgen.

Opmerking
- Andere factoren, zoals de dikte van de stof, steunstof enz., zijn ook van invloed op de steek. Naai daarom altijd een paar proefsteken voordat u aan uw project begint.
- Misschien moet u het patroon aanpassen, naargelang het soort stof dat u gebruikt of de naaisnelheid. Pas het patroon aan en test het resultaat op een restje van dezelfde stof die u gebruikt voor uw project. (Zie "Een patroon opnieuw uitlijnen" op pagina D-10.)
- Bij het naaien van satijnsteken kunnen de steken gaan trekken of opbollen. Bevestig daarom een steunstof.
- Leid de stof met uw hand om de stof tijdens het naaien recht en gelijkmatig door te voeren.
| Stof Bij stretch | stof, lichte stof of grof geweven stof bevestigt u eerst steunstof aan de achterkant van de stof. Of anders kunt u de stof op dun papier, bijvoorbeeld overtrekpapier, plaatsen. 1Stof2Steunstof3Dun papier |
| Draad #50 - #60 | |
| Naald Met lichtgewichtstof, normale stof of stretchstof:ballpointnaald (goudkleurig) 90/14Met zware stof: naaimachinenaald voorhuishoudelijk gebruik 90/14 | |
| Persvoet Monogramvoet “N”.Wanneer u zigzagvoet “J” of andere persvoetengebruikt, krijgt u mogelijk slechtere resultaten. | |
| Tweelingnaald | U kunt naaien met tweelingnaald (2,0/11) wanneer u het 7 mm satijnsteekpatroon selecteert. In dit geval gebruikt u zigzagvoet “J”. |
Standaardnaaiwerkzaamheden
1 Selecteer een decoratieve steek/lettersteek.
2 Bevestig monogramvoet "N".
3 Plaats de stof onder de persvoet, trek de bovendraad uit naar de zijkant, druk op (naaldstandtoets) om de naald omlaag te zetten in de stof en zet vervolgens de persvoet omlaag.

4 Druk op de "Start/Stop"-toets om te beginnen met naaien.
⚠️ VOORZICHTIG
- Als u 7 mm satijnsteken naait en de steken gaan opbollen, maakt u de steeklengte groter. Als u toch doorgaat met naaien terwijl de steken opbollen, kan de naald buigen of breken. Meer bijzonderheden over het aanpassen van de steeklengte vindt u in "Steeklengte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".

Memo
- Als u tijdens het naaien de stof duwt of trekt, kan het patroon verkeerd uitkomen. Afhankelijk van het patroon kan er, behalve naar voren en naar achteren, ook een beweging naar links en naar rechts plaatsvinden. Leid de stof met uw hand om de stof tijdens het naaien recht en gelijkmatig door te voeren.
5 Druk op de "Start/Stop"-toets om te stoppen met naaien.
6 Druk op (rachteruitsteektoets) of (verstevigingssteektoets) om verstevigingssteken te naaien.

- Bij het naaien van lettersteekpatronen naait de machine automatisch verstevingssteken aan het begin en het eind van elke letter.

- Als u klaar bent met naaien, knipt u het overtollige stuk draad tussen letters af.

text_image
ABC
Opmerking
- Bij het naaien van sommige patronen blijft de naald tijdelijk omhoog staan terwijl de stof wordt doorgevoerd. Dit wordt veroorzaakt door het scheidingsmechanisme van de naaldstang dat bij deze machine werkt. Wanneer dit gebeurt, hoort u een ander soort klikgeluid dan het geluid dat u tijdens het naaien hoort. Dit is een normaal geluid en duidt niet op een defect.
Patronen combineren
1 Selecteer de eerste categorie en het patroon.
→ Het geselecteerde patroon verschijnt op het scherm.

text_image
B2 ** NIG mm- - - mm- Wanneer u begonnen bent met naaien wordt het geselecteerde patroon herhaald totdat de naaimachine wordt gestopt.
2 Selecteer de volgende categorie en het patroon.
→ Het gecombineerde patroon verschijnt op het scherm.

- Om een geselecteerd patroon te verwijderen drukt u op op het bedieningspaneel. Het laatst geselecteerde patroon wordt verwijderd.
3 Begin met naaien nadat de gewenste patronen zijn geselecteerd.

text_image
E2 ** NG×LEAF mm-- mm→ De patronen worden genaaid in de volgorde waarop ze op het scherm verschijnen.

Memo
- Er kunnen maximaal 70 patronen worden gecombineerd.
- Wanneer meerdere patronen zijn gecombineerd, stopt de naaimachine zodra alle geselecteerde patronen die op de display zijn weergegeven, zijn genaaid. Om herhaaldelijk het gecombineerde patroon te naaien, zie "Gecombineerde patronen herhalen" op pagina D-5.
- Het gecombineerde patroon kunt u opslaan voor toekomstig gebruik. Voor meer informatie, zie "Een patroon opslaan" op pagina D-9.
- Wanneer u een gecombineerd patroon heeft gecreëerd met een patroon met regelbare steekbreedte en -lengte en een patroon dat dat niet heeft, dan kunt u de steekbreedte en -lengte van het nieuwe patroon wel aanpassen. De nieuwe waarden kunnen echter alleen op het patroon worden toegepast waarbij aanpassing van de steekbreedte en -lengte waren toegestaan.
Gecombineerde patronen herhalen
Wanneer meerdere steken worden gecombineerd stopt de machine wanneer het op het scherm weergegeven patroon is voltooid. Om een gecombineerd patroon meerdere malen te herhalen volgt u de volgende handelingen.
1 Druk op nadat u de patronen heeft gecombineerd.

text_image
LEAF A c→ op de display verandert in , en u kunt nu het specifieke patroon achter elkaar herhalen.

→ Als u er nogmaals op drukt, verandert het in (eenmalig naaien).

Opmerking
- Als herhaald naaien is ingesteld zal het patroon herhaaldelijk worden genaaid totdat de naaimachine wordt gestopt.
- Als de naaimachine wordt uitgezet, zal de instelling "herhaald/eenmalig naaien" worden teruggezet naar de standaardinstelling.
Het geselecteerde patroon controleren
Wanneer het gespecificeerde patroon niet wordt weergegeven op het scherm, controleert u het patroon aan de hand van de volgende stappen.
1 Selecteer (Controle) in het instellingenscherm.

2 Druk op “-” of “+” en bevestig het patroon.

text_image
✓ABC ← A F ✗ ↓ ↓ ↓ OFF 1 / * - + - / + - +3 Druk op

Memo
- Het gecombineerde patroon kunt u opslaan voor toekomstig gebruik. Voor meer informatie, zie "Een patroon opslaan" op pagina D-9.
Het formaat van het patroon wijzigen
Het formaat van lettersleken (met uitzondering van handschriftlettertype) kan worden gewisseld tussen groot en klein. Het formaat van letters in handschriftlettertype, decoratieve steken en satijnsteken kan ook worden gewijzigd, afhankelijk van het model van uw machine. Zie "Functies op elk model beschikbaar" in het gedeelte "Basishandelingen".
1 Selecteer een steek.
2 Geef (Formaatselectie) in het instellingenscherm weer en selecteer Groot) of (in).

text_image
00 4 / *Groot

3 Herhaal stappen 1 en 2.

De dichtheid van de steken wijzigen
Als u een satijnsteek heeft geselecteerd kunt u de steekdichtheid wijzigen.
1 Selecteer een satijnsteekpatroon.

text_image
R2 1 NIG W- mm-0.3mm2 Selecteer (Draaddichtheid) in het instellingenscherm en selecteer de gewenste steekdichtheid. Selecteer voor grove steken of selecteer voor fijne steken.

text_image
ID ABC 3 / *⚠️ VOORZICHTIG
- Als de steekdichtheid te fijn is kunnen de steken, afhankelijk van de naald, opeenhopen, waardoor de naald kan breken.
De lengte van het patroon wijzigen
Voor de lengte van één gedeelte van een 7 mm satijnsteek kunt u kiezen uit vijf formaten.

Selecteer een 7 mm satijnsteekpatroon.

text_image
Ø2 ** NQ 4.5 mm -- 0.3 mm
Selecteer [Verlenging) in het instellingenscherm en selecteer de gewenste lengte van "1" tot "5".

text_image
ID 3 ABC 0 3 / *
Spatiering tussen letters wijzigen

Selecteer lettersteken.

Selecteer (Spatiering tussen letters) in het instellingenscherm.

Wijzig de spatiëring tussen letters door te drukken op “-” of “+”.
Hoe hoger de instelling, des te wijder de spatiëring tussen de letters zal zijn; hoe lager de instelling, des te nauwer de spatiëring tussen de letters zal zijn.

(Voor modellen met stappatronen)
Decoratieve steken kunnen met de breedte van een half patroon naar links of naar rechts worden verschoven, waardoor u door middel van stappen een patroon kunt creëren. (Toegepast op bepaalde modellen. Zie pagina B-8.) Dit heet een "stappatroon". Hieronder wordt als voorbeeld de procedure van het creëren van het volgende patroon beschreven.


Selecteer een decoratieve steek.

text_image
B2** NE 4.5 mm -- 0.3 mm = 3.6
Druk op 9 9

text_image
- + - / + - + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A c 0 OK→ Het volgende geselecteerde patroon wordt een halve breedte naar rechts verschoven.


Selecteer hetzelfde patroon.

text_image
Ø2 ** NE 4.5 mm -- 0.3 mm = 3.6
text_image
2 NG 4.5mm -- 0.3mm = 3.64 Druk op 9 8

text_image
- + - / + - + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A 0 OK L c→ Het volgende geselecteerde patroon wordt een halve breedte naar links verschoven.

5 Druk op om aan te geven dat de patronen herhaaldelijk zullen worden genaaid.

text_image
2 4.5 mm -- 0.3 mm = 3.6 +/- / + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A 0 OK- Voor meer informatie, zie "Gecombineerde patronen herhalen" op pagina D-5.
■Voorbeelden van stappatronen

Een steekpatroon spiegelen
1 Nadat u een enkel patroon heeft geselecteerd, drukt u op om het steekpatroon om de lengteas te spiegelen.

text_image
4.5 mm -- 0.3 mm - + / + - + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A 0 OK→ Verschijnt op het scherm en de geselecteerde steek wordt gespiegeld.

text_image
-22 N1g 4.5 mm -- 0.3 mmTerugkeren naar het begin van het patroon
U kunt terugkeren naar het begin van het patroon nadat u een proeflapje hebt genaaid, of wanneer het stiksel niet goed is genaaid.

Druk op de "Start/Stop"-toets om de machine te stoppen en druk vervolgens op 🎯

text_image
AB5 NG/ELCOME - + / + - / + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A c 0 OK→ De machine keert terug naar het begin van het geselecteerde patroon ("W") vanaf het punt waar het naaien is gestopt.

Memo
- Als u op deze toets drukt wanneer het naaien stopt, kunt u aan het eind van een gecombineerd steekpatroon een patroon toevoegen. (In dit voorbeeld wordt “!” toegevoegd.)

text_image
AB** NE: LCOME! W- mm -- - mm
Druk op de "Start/Stop"-toets om door te gaan met naaien.
Een patroon opslaan
Gecombineerde patronen kunt u opslaan voor toekomstig gebruik. Omdat opgeslagen patronen niet verloren gaan nadat de naaimachine is uitgezet, kunt u ze op ieder moment oproepen. Er kunnen maximaal 15 patronen worden opgeslagen.

Creëer het gecombineerde patroon dat u wilt opslaan.
- Voor meer informatie, zie "Patronen combineren" op pagina D-5.

Druk op van het bedieningsscherm.

text_image
- + - / + - + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A c 0 OK→ Er verschijnt een scherm waarin de lijst met zakken wordt weergegeven, en er wordt een lege zak geselecteerd.

Druk op .OK
- Zet de machine niet uit terwijl het patroon wordt opgeslagen. De patroongegevens kunnen in dat geval verloren gaan.

Memo
- Om de zak te selecteren waar het patroon zal worden opgeslagen, drukt u op of op+
-
- om de gewenste zak aan te geven. Vervolgens drukt u op .OK
- Als het patroon wordt opgeslagen in een zak waar al een steek in is opgeslagen, wordt de steek overschreven.
- Als een lege zak niet beschikbaar is, selecteert u een zak met een patroon dat kan worden overschreven.
- Schuif met horizontaal naar de geselecteerde zak om het hele patroon te controleren.
- Als een patroon is opgeslagen in een zak, kan het niet worden verwijderd zonder het te overschrijven. Als u een patroon in de zak wilt verwijderen, drukt u op zonder een patroon te selecteren.
Een patroon ophalen
1 Druk een- of tweemaal op holdat een lijst als hieronder met opgeslagen patronen wordt weergegeven.

text_image
1 2 3 LEAF 1 / 52 Selecteer het gewenste opgeslagen patroon met behulp van ▼/▲ - of .

text_image
1 2 3 LEAF 1 / 5→ Het geselecteerde geheugen wordt in omgekeerde kleuren weergegeven en het opgeslagen patroon wordt getoond.

Memo
- Schuif met horizontaal naar het geselecteerde patroon om het hele patroon te controleren.

text_image
1 2 3 LEAF 1 / 53 Controleer de inhoud en druk vervolgens op OK
Een patroon opnieuw uitlijnen
Een patroon wordt mogelijk niet correct genaaid, al naargelang de soort stof die u gebruikt of de naaisnelheid. Pas in dat geval het patroon aan op een restje van dezelfde stof als die u gebruikt voor uw project.
Het gebruikte patroon voor het maken van aanpassingen verschilt per model.
Voor modellen met instellingen voor verticale en horizontale
fijnafstelling: (N) 36 of 80 van ) -€1
Voor modellen met instellingen voor alleen verticale
fijnafstelling: Nr. 31 van )
1 Bevestig monogramvoet "N".

2 Selecteer of
3 Begin met naaien.
→ De naaimachine stopt nadat hij klaar is met het naaien van het patroon.
4 Controleer het genaaide patroon.
Wanneer het gedeelte van het patroon dat is weergegeven in de afbeelding, gelijkmatig is genaaid, dan is het patroon correct uitgelijnd.

Wanneer het patroon wordt weergegeven als onderstaande afbeelding, dan is het stiksel verticaal niet correct uitgelijnd.

(Voor modellen met instellingen voor horizontale fijnafstelling)
Wanneer het patroon wordt weergegeven als onderstaande afbeelding, dan is het stiksel horizontaal niet correct uitgelijnd.

Wanneer het patroon niet correct wordt genaaid, volg dan onderstaande stappen om het stiksel aan te passen.
5 Selecteer (Fijnafstelling – verticaal) in het instellingenscherm.
6 Druk op “-” of op “+” om de verticale stand aan te passen.

text_image
4/* - + - / + - +→ Maak de benodigde aanpassingen naar aanleiding van hoe het patroon is genaaid.

Druk op "+" om de verticale ruimte in het ontwerp te vergroten.

Druk op “-” om de verticale ruimte in het ontwerp te verkleinen.
Voor gebruikers van modellen met instellingen voor horizontale fijnafstelling:
Ga naar stap 7.
Voor gebruikers van modellen met alleen instellingen voor verticale fijnafstelling:
Ga naar stap 9.
7 Selecteer +(Finafstelling – horizontaal) in het instellingenscherm.
8 Druk op “-” of op “+” om de horizontale stand aan te passen.

text_image
00 4/ *→ Maak de benodigde aanpassingen naar aanleiding van hoe het patroon is genaaid.

Druk op "+" om de horizontale ruimte in het ontwerp te vergroten.

Druk op “-” om de horizontale ruimte in het ontwerp te verkleinen.
9 Druk op
10 Selecteer of nogmaals, start de naaimachine en controleer het stiksel.
Ga verder met het aanpassen van het patroon totdat het correct genaaid wordt.
Hoofdstuk 2 MY CUSTOM STITCH
Steek ontwerpen
Met de functie MY CUSTOM STITCH kunt u steekpatronen naaien die u zelf heeft ontworpen
Een schets van het patroon tekenen
Bereid een rasterset voor.

1 Teken een schets van het patroon op de rasterset.

Teken het patroon in één enkele lijn, met het begin- en het eindpunt van het ontwerp op dezelfde hoogte.


2 Bepaal, indien het patroon herhaald zal worden, de ruimte tussen de herhaalde patronen.

line
| Time (mm) | Value | | --------- | ----- | | 0 | 14 | | 5 | 10 | | 10 | 5 | | 15 | 0 | | 20 | 14 | | 25 | 10 | | 30 | 5 | | 35 | 0 | | 40 | 14 | | 45 | 10 | | 50 | 5 |
3 Markeer de punten van het patroon die op de snijpunten van het raster liggen en verbind deze punten met een doorlopende rechte lijn.

line
| X-Axis | Y-Axis | |---|---| | 0 | 14 | | 5 | 12 | | 10 | 7 | | 15 | 10 | | 20 | 14 | | 25 | 14 |4 Bepaal de volgorde van naaien.

line
| Point | X (mm) | Y (mm) | |---|---|---| | 1 | 0 | 1 | | 2 | 1 | 0 | | 3 | 15 | 1 | | 4 | 16 | 12 | | 5 | 16 | 14 | | 6 | 15 | 10 | | 7 | 15 | 7 | | 8 | 10 | 8 | | 9 | 0 | 14 | | 10 | 0 | 10 | | 11 | 1 | 5 | | 12 | 1 | 5 | | 13 | 0 | 5 | | 14 | 1 | 0 |Voor een mooiere steek kunt u het patroon beëindigen met elkaar kruisende lijnen.


De patroongegevens invoeren
1 Bevestig monogramvoet "N".

2 Druk zo vaak als nodig is op van het bedieningspaneel tot wordt weergegeven en druk op . 9 7

text_image
- + - / + - + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A 0 OK c→ Op de display wordt MY CUSTOM STITCH weergegeven.
3 Controleer de rasterset en geef de coördinaten van het eerste punt aan. Geef de coördinaten aan met behulp van “-” en “+” en druk op PK

text_image
00/00 ↑00 ←00 - + - / + - +4 Geef de coördinaten van het tweede punt aan en druk op OK
5 Geef aan of enkelvoudig of drievoudig stiksel tussen de punten genaaid moet worden.
Selecteer één van de twee met behulp van "-" en "+" en druk vervolgens op .OK

text_image
01/01 ① ② - + - / + - +①Enkelvoudig stiksel
②Drievoudig stiksel
6 Geef aan of u klaar bent met het bewerken van het patroon en keer terug naar het naaischerm, of ga door met bewerken.
Selecteer één van de twee met behulp van "-" en "+" en druk vervolgens op OK

text_image
09/09 ① ② - + - / + - +①Doorgaan met bewerken
②Klaar met bewerken
7 Herhaal stappen 4 t/m 6 om ieder punt aan te geven.

Opmerking
- Indien het scherm als hieronder verschijnt, drukt u op om een ingevoerd punt te corrigeren.

text_image
i 09/09 i↓Druk eenmaal om het laatste punt in wit op te lichten. Druk nogmaals om een vorig punt te selecteren.
Als u het volgende punt wilt selecteren, drukt u op .OK Nadat u het te corrigeren punt hebt geselecteerd, kunt u het verplaatsen met behulp van “-” en “+”.

text_image
i 09/09 ‡13 ↔07- U kunt dit laatste punt verwijderen door te drukken op terwijl het punt zwart wordt weergegeven in het scherm waar wordt weergegeven.
8 Nadat alle punten zijn ingevoerd selecteert u i-
9 Geef de diverse steekinstellingen aan, zoals achteruit/verstevigingssteken, op dezelfde manier als bij andere steken.

Opmerking
- De door u ingevoerde patronen kunt u opslaan voor toekomstig gebruik. Voor meer informatie, zie "Een patroon opslaan" op pagina D-9.
Voorbeelden van ontwerpen
Voer elk van de in onderstaande tabel aangegeven punten in om de voorbeeldsteek te naaien.
![]() | |||||
| PuntPunt↔ | |||||
| 10 | 0 | 213 | 8 13 | ||
| 212 | 0 2235 1 | 4 | |||
| 318 | 3 2332 1 | 3 | |||
| 422 | 6 2430 1 | 0 | |||
| 523 | 10 2532 | 6 | |||
| 621 | 13 2635 | 3 | |||
| 717 | 14 2741 | 0 | |||
| 814 | 13 2845 | 0 | |||
| 912 | 11 2947 | 4 | |||
| 109 | 1 | 3 | 3044 | 7 | |
| 116 | 1 | 4 | 3145 | 11 | |
| 123 | 1 | 3 | 3247 | 13 | |
| 131 | 1 | 0 | 3350 | 14 | |
| 143 | 6 | 34 | 54 13 | ||
| 156 | 3 | 35 | 56 10 | ||
| 1612 | 0 3655 6 | ||||
| 1741 | 0 3751 3 | ||||
| 1843 | 4 3845 0 | ||||
| 1940 | 7 3970 0 | ||||
| 2041 | 11 | ||||
| PuntPunt↔ | ↑ | ↔ | ↑ | ||
| 10 | 0 | 21 | 0 11 | ||
| 230 | 0 2212 1 | 0 | |||
| 332 | 1 2389 | ||||
| 432 | 7 2412 8 | ||||
| 532 | 10 2576 | ||||
| 633 | 12 2612 | 6 | |||
| 735 | 11 2763 | ||||
| 835 | 8 2810 2 | ||||
| 937 | 12 2950 | ||||
| 1035 | 14 3010 | 2 | |||
| 1132 | 14 3116 | 1 | |||
| 1230 | 11 3219 | 0 | |||
| 1330 | 5 3323 0 | ||||
| 1429 | 3 3422 6 | ||||
| 1526 | 8 3517 | 0 | |||
| 1624 | 10 3622 | 6 | |||
| 1718 | 13 3723 | 0 | |||
| 1813 | 14 3819 | 0 | |||
| 1912 | 14 3942 | 0 | |||
| 2013 | 12 | ||||

| PuntPunt | |||||
| 10 | 0 | 21 | 6 10 | ||
| 23 | 5 | 22 | 8 12 | ||
| 35 | 8 | 23 | 1 13 | ||
| 48 | 1 | 1 | 2425 | 14 | |
| 512 | 13 2528 | 14 | |||
| 617 | 14 2633 | 13 | |||
| 720 | 14 2737 | 11 | |||
| 824 | 13 2841 | 8 | |||
| 927 | 12 2943 | 5 | |||
| 1029 | 11 3044 | 0 | |||
| 1131 | 9 | ||||
| 1232 | 6 | ||||
| 1330 | 3 | ||||
| 1427 | 1 | ||||
| 1524 | 0 | ||||
| 1621 | 0 | ||||
| 1718 | 1 | ||||
| 1816 | 3 | ||||
| 1915 | 5 | ||||
| 2015 | 8 | ||||

| PuntPunt | |||||
| 10 | 7 | 212 | 0 11 | ||
| 25 | 7 | 222 | 1 7 | ||
| 34 | 3 | 232 | 4 7 | ||
| 45 | 7 | 242 | 3 14 | ||
| 58 | 7 | 252 | 4 7 | ||
| 67 | 0 | 262 | 7 7 | ||
| 78 | 7 | 272 | 7 11 | ||
| 811 | 7 2827 7 | ||||
| 911 | 3 2932 7 | ||||
| 1011 | 7 30 | 27 11 | |||
| 1116 | 7 3123 14 | ||||
| 1211 | 3 3220 1 | ||||
| 137 | 0 | 33 | 6 7 | ||
| 144 | 3 | 34 | 20 3 | ||
| 150 | 7 | 35 | 23 0 | ||
| 164 | 1 | 1 | 3627 | 3 | |
| 177 | 1 | 4 | 3732 | 7 | |
| 1811 | 11 | ||||
| 1916 | 7 | ||||
| 2021 | 7 | ||||

text_image
BBijlage
In dit gedeelte vindt u belangrijke informatie voor de bediening van deze machine. Lees dit gedeelte door. U vindt hier tips om problemen op te lossen en aanwijzingen hoe u kunt zorgen dat uw machine goed blijft werken.
Paginanummers in dit gedeelte beginnen met "A".
Hoofdstuk1 ONDERHOUD EN PROBLEEMOPLOSSING ..... A-2
Hoofdstuk 1 ONDERHOUD EN PROBLEEMOPLOSSING
Verzorging en onderhoud
Beperkingen op smeren
Om beschadiging van de machine te voorkomen mag deze machine niet worden gesmeerd door de gebruiker.
De machine is vervaardigd met de juiste hoeveelheid olie om goed te functioneren. Het is niet nodig om deze periodiek te smeren.
Doen zich problemen voor – het handwiel draait moeilijk, of u hoort een ongewoon geluid hoort, bijvoorbeeld? Gebruik de machine dan beslist niet meer en neem contact op met een erkende Brother-dealer of het dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum.
Voorzorgsmaatregelen bij het opbergen van de machine
Berg de machine niet op in situaties zoals hieronder aangegeven. Anders kan de machine beschadigen. Condensatie kan bijvoorbeeld leiden tot roest.
- Blootgesteld aan extreem hoge temperaturen
- Blootgesteld aan extreem lage temperaturen
- Blootgesteld aan extreme temperatuurwisselingen
- Blootgesteld aan hoge luchtvochtigheid of stoom
- In de buurt van open vuur, verwarming of airco
- Buiten of blootgesteld aan direct zonlicht
- Blootgesteld aan uiterst stoffige of vettige omgevingen

Opmerking
- Deze machine gaat langer mee als u deze af en toe aanzet en gebruikt.
De machine werkt mogelijk minder efficiënt wanneer u hem lang opbergt zonder hem te gebruiken.
LCD-display reinigen
Als het scherm vuil is, veeg het dan af met een zachte, droge doek. Gebruik geen organische oplosmiddelen of reinigingsmiddelen.

Opmerking
- Veeg de display niet schoon met een natte doek.

Memo
- Er kan condensvorming optreden op de display, of deze kan beslaan. Dit is geen storing. Na een tijd verdwijnt het condens.
Buitenkant van de machine reinigen
Als de buitenkant van de naaimachine vuil is, doet u het volgende: een doek iets bevochtigen met een neutraal reinigingsmiddel, de doek goed uitwringen en de buitenkant van de machine schoonvegen. Nadat u de machine hebt gereinigd met een vochtige doek, neemt u hem af met een droge doek.
⚠ VOORZICHTIG
- Neem het netsnoer uit het stopcontact alvorens de machine te reinigen. Anders kunt u letsel of een elektrische schok oplopen.
Grijper reinigen
Het is nadelig voor de naaiprestaties als zich pluisjes en stof ophopen in het spoelhuis. Reinig het spoelhuis regelmatig.
1 Druk op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.
2 Zet de machine uit.
3 Neem het netsnoer uit de voedingsaansluiting op de rechterkant van de machine.
⚠️ VOORZICHTIG
- Neem het netsnoer uit het stopcontact alvorens de machine te reinigen. Anders kunt u letsel of een elektrische schok oplopen.
4 Zet de persvoet omhoog om de naald, persvoet en persvoethouder te verwijderen.
- Meer bijzonderheden vindt u in "Naald wisselen" en "Persvoet verwisselen" in het gedeelte "Basishandelingen".
5 Verwijder de accessoiretafel indien deze is geïnstalleerd.
6 Verwijder het steekplaatdeksel.
■Als er een schroef in het steekplaatdeksel zit
1 Gebruik de L-vormige (of de schijfvormige) schroevendraaier om de schroef in het steekplaatdeksel los te maken.

2 Pak beide zijden van het steekplaatdeksel en schuif dit naar u toe.

■Als er geen schroef in het steekplaatdeksel zit
1 Pak beide zijden van het steekplaatdeksel en schuif dit naar u toe.

7 Verwijder het spoelhuis.
Pak het spoelhuis en trek het uit.

8 Verwijder met het schoonmaakborsteltje of een stofzuiger eventueel pluis en stof uit de grijper en daaromheen.

①Schoonmaakborsteltje
②Grijper
- Breng geen olie aan op het spoelhuis.
9 Plaats het spoelhuis zo dat de ▲-markering op het spoelhuis zich tegenover de ●-markering op de machine bevindt.

- Lijn de ▲-markering uit met de ●-markering.

- Zorg dat de aangegeven punten zijn uitgelijnd voordat u het spoelhuis installeert.
10 Steek de lipjes op het steekplaatdeksel in de steekplaat. Schuif vervolgens het steekplaatdeksel terug.

- Gebruik nooit een spoelhuis met krassen. Anders kan de bovendraad verstrikt raken waardoor de naald misschien breekt of de naairesultaten minder goed worden. Als u een nieuw spoelhuis nodig hebt, neemt u contact op met uw dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum.
- Let op dat het spoelhuis goed is geïnstalleerd. Anders kan de naald breken.
Probleemoplossing
Als de machine niet meer goed werkt, ga dan na of er mogelijk sprake is van onderstaande problemen, voordat u contact opneemt voor service.
De meeste problemen kunt u namelijk zelf oplossen. Als u extra hulp nodig hebt, biedt Brother Solutions Center de laatste antwoorden op veel voorkomende vragen en tips. Bezoek onze website: "http://support.brother.com/".
Als u het probleem hiermee niet kunt oplossen, neemt u contact op met uw Brother-dealer of het dichtstbijzijnde officiële Brother-servicecentrum.
Vaak voorkomende problemen
Onderstaand worden oorzaken en remedies voor vaak voorkomende problemen uitvoerig behandeld. Raadpleeg deze beschrijving voordat u contact opneemt met ons.
| Bovendraad te strak pagina A-4 | |
| Draad verstrikt op achterkant van stof pagina A-5 | |
| Onjuiste draadspanning pagina A-6 | |
| De stof zit vast in de machine en kan niet worden verwijderd | pagina A-8 |
| Wanneer de draad verstrikt raakt onder de spoelwinderbasis | pagina A-10 |
Bovendraad te strak
■Symptoom
- Bovendraad ziet eruit als één ononderbroken lijn.
- Onderdraad is zichtbaar aan de voorkant van de stof. (Zie onderstaande illustratie.)
- Bovendraad zit te strak en laat los wanneer u eraan trekt.
- Bovendraad zit te strak en de stof is opgerimpeld.
- Bovendraad is te strak, en er komt geen verandering in wanneer u de draadspanning aanpast.

①Achterkant van de stof
②Onderdraad zichtbaar aan voorkant van de stof
③Bovendraad
④Voorkant van de stof
⑤Onderdraad
■Oorzaak
Onderdraad onjuist ingeregen
Wanneer de onderdraad niet goed is ingeregen, wordt een onjuiste spanning toegepast op de onderdraad. De onderdraad wordt door de stof getrokken wanneer u de bovendraad omhoog haalt. Daarom is de draad is zichtbaar aan de voorkant van de stof.
■Remedie/Te controleren
Plaats de onderdraad op de juiste wijze.
1 Druk op en zet de persvoethendel omhoog.
2 Verwijder de spoel uit het spoelhuis.
3 Plaats de spoel zo in het spoelhuis dat de draad afwikkelt in de juiste richting.
- Houd de spoel vast met uw rechterhand zodat de draad naar links afwikkelt en houd het uiteinde van de draad vast met uw linkerhand. Plaats met uw rechterhand de spoel in het spoelhuis.

Wanneer u de spoel zo plaatst dat de draad niet afwikkelt in de juiste richting, wordt de draadspanning onjuist.
4 Houd de spoel op zijn plek met uw vinger en leid de draad door de gleuf in het steekplaatdeksel.
- Houd de spoel omlaag met uw rechterhand en trek met uw linkerhand het uiteinde van de draad rond het lipje.

②Houd met uw rechterhand de spoel omlaag.
Trek aan de draad om deze door de gleuf in het steekplaatdeksel te leiden en snijd deze af met de draadafsnijder.

③Gleuf
④Draadafsnijder
U kunt naaien met de juiste draadspanning wanneer de spoel juist is geïnstalleerd in het spoelhuis.
5 Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.
Draad verstrikt op achterkant van stof
■Symptoom
- De draad raakt verstrikt aan de achterkant van de stof.

- Nadat u begint met naaien, hoort u een ratelend geluid en u kunt niet doorgaan met naaien.
- Wanneer u onder de stof kijkt, ziet u verstrikte draad in het spoelhuis.

Bovendraad onjuist ingeregen
Wanneer de bovendraad onjuist is ingeregen, kan de bovendraad die door de stof gaat niet gemakkelijk worden opgehaald. De bovendraad raakt dan verstrikt in het spoelhuis en dit maakt een ratelend geluid.
■Remedie/Te controleren
Verwijder de verstrikte draad en rijg de bovendraad goed in.
1 Verwijder de verstrikte draad. Als dit niet lukt, knip de draad dan los met een schaar.
- Voor meer informatie, zie "Grijper reinigen" op pagina A-2.
2 Verwijder de bovendraad uit de machine.
- Wanneer u de spoel hebt verwijderd uit het spoelhuis, zie dan "De spoel installeren" in het gedeelte "Basishandelingen" en "Remedie/Te controleren" in het gedeelte "Bovendraad te strak" op pagina A-4 om de spoel correct te installeren.
3 Zie onderstaande stappen om de bovendraad juist in te rijgen. Zet de persvoet omhoog met de persvoethendel.

①Persvoethendel
→ Het bovendraadluikje gaat open, zodat u de machine kunt inrijgen.
- Als de persvoet niet omhoog staat, kunt u de naaimachine niet goed inrijgen.
4 Druk een- of tweemaal op (naaldstandtoets) om de naald omhoog te zetten.
→ De naald staat goed omhoog wanneer de markering op het handwiel boven staat, zoals hieronder aangegeven. Controleer het handwiel. Als deze marking niet op deze positie staat, drukt u op (naaldstandtoets) totdat dit wel het geval is.

①Markering op handwiel
5 Terwijl u de draad losjes vasthoudt met uw rechterhand, trekt u de draad met uw linkerhand. Vervolgens leidt u de draad achter het draadgeleiderdeksel en naar voren.

①Draadgeleiderdeksel
6 Leid de draad onder de draadgeleiderplaat en trek de draad omhoog.

7 Terwijl u met uw rechterhand de draad die onder de draadgeleiderplaat is geleid losjes vasthoudt, leidt u de draad door het traject in de volgorde die hieronder is aangegeven.

8 Zet de persvoet omlaag.
9 Druk op
10 Schuif de draad achter de draadgeleider op de naaldstang.
U kunt de draad gemakkelijk achter de draadgeleider op de naaldstang leiden – houd de draad vast met uw linkerhand en voer de draad door met uw rechterhand, zoals aangegeven.

①Draadgeleiders op de naaldstang
11 Rijg vervolgens de naald in met de draadinrijger. Ga verder met de procedure in "Naald inrijgen" in het gedeelte "Basishandelingen".
Onjuiste draadspanning
■Symptomen
- Symptoom 1: onderdraad is zichtbaar aan de voorkant van de stof. (Zie onderstaande illustratie.)
- Symptoom 2: bovendraad ziet eruit als een rechte lijn aan de voorkant van de stof.
- Symptoom 3: bovendraad is zichtbaar aan de achterkant van de stof. (Zie onderstaande illustratie.)
- Symptoom 4: onderdraad is een rechte lijn aan de achterkant van de stof.
- Symptoom 5: stiksel op de achterkant van de stof is los of er zit ruimte in.
□ Symptoom 1

①Achterkant van de stof
②Onderdraad zichtbaar aan voorkant van de stof
③Bovendraad
④Voorkant van de stof
⑤Onderdraad
⑥Bovendraad zichtbaar aan achterkant van de stof
■Oorzaak/remedie/te controleren
□ Oorzaak 1
De machine is onjuist ingeregen.
Zet de bovendraadspanning terug in de standaardinstelling en zie "Bovendraad te strak" op pagina A-4 om de bovendraad juist in te rijgen.
Zet de bovendraadspanning terug in de standaardinstelling en zie "Draad verstrikt op achterkant van stof" op pagina A-5 om de bovendraad juist in te rijgen.
□ Oorzaak 2
U gebruikt niet de juiste naald en draad voor de stof.
Welke machinenaald u moet gebruiken hangt af van de stof die u gebruikt en de dikte van de draad.
Wanneer u niet de juiste naald en draad gebruikt voor de stof, wordt de draadspanning onjuist en daardoor rimpelt de stof op of worden steken overgeslagen.
- Zie "Stof/draad/naald-combinaties" in het gedeelte "Basishandelingen" om te controleren of u de juiste naald en draad gebruikt voor de stof.
□ Oorzaak 3
U hebt niet de juiste bovendraadspanning geselecteerd.
De instelling die u hebt geselecteerd voor de bovendraadspanning is niet geschikt.
Zie "Draadspanning instellen" in het gedeelte
"Basishandelingen" om de juiste draadspanning te selecteren.
De juiste draadspanning is afhankelijk van de soort stof en draad die u gebruikt.
* Pas de draadspanning en test het resultaat op een restje van dezelfde stof die u gebruikt voor uw project.

Opmerking
- Als de bovendraad en onderdraad onjuist zijn ingeregen, kunt u de draadspanning niet goed aanpassen. Controleer eerst of de bovendraad en onderdraad juist zijn ingeregen. Pas vervolgens de draadspanning aan.
- Als de onderdraad zichtbaar is aan de voorkant van de stof
Werken met de draadspanningtoets (voor modellen met draadspanningtoets. Zie pagina B-8)
Druk op “-” om de spanning van de bovendraad te verlagen.

Werken met de knop voor de draadspanning (voor modellen met knop voor de draadspanning. Zie pagina B-8)
Draai de draaiknop voor de draadspanning naar links om de spanning van de bovendraad te verlagen.

- Als de bovendraad zichtbaar is aan de achterkant van de stof
Werken met de draadspanningtoets (voor modellen met draadspanningtoets. Zie pagina B-8)
Druk op "+" om de spanning van de bovendraad te verhogen.

text_image
1 2.5mm=4.0 0.0mm-2.5mm=Werken met de knop voor de draadspanning (voor modellen met knop voor de draadspanning. Zie pagina B-8)
Draai de draaiknop voor de draadspanning naar rechts om de spanning van de bovendraad te verhogen.

De stof zit vast in de machine en kan niet worden verwijderd
Wanneer de stof vastzit in de machine en niet kan worden verwijderd, is de draad mogelijk verstrikt onder de steekplaat. Volg onderstaande procedure om de stof te verwijderen uit de machine. Wanneer u de handeling niet kunt uitvoeren volgens de procedure, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde officiële Brother-servicecentrum. Niet forceren!
■Stof verwijderen uit de machine
1 Stop de machine onmiddellijk.
2 Zet de machine uit.
3 Verwijder de naald.
Als de naald omlaag staat in de stof, draai dan het handwiel van u af (met de klok mee) om de naald omhoog te halen uit de stof. Verwijder vervolgens de naald.
- Zie "Naald verwisselen" in het gedeelte "Basishandelingen".
4 Verwijder de persvoet en de persvoethouder.
- Zie "Persvoet verwisselen" en "Persvoethouder verwijderen en bevestigen" in het gedeelte "Basishandelingen".
5 Til de stof op en knip de draden eronder af.
Verwijder de stof, als dit lukt. Ga door met onderstaande stappen om de grijper te reinigen.
6 Verwijder het steekplaatdeksel.

①Steekplaatdeksel
- Zie "Grijper reinigen" op pagina A-2.
7 Knip de verstrikte draden los en verwijder de spoel.

8 Verwijder het spoelhuis.
Verwijder eventuele draden die nog in het spoelhuis zitten.

9 Verwijder met het schoonmaakborsteltje of een stofzuiger eventueel pluis of stof uit de grijper en daaromheen.

①Schoonmaakborsteltje
②Grijper
| Als u de stof kunt verwijderen Ga door met stap 16. |
| Als u de stof niet kunt verwijderen Ga door met stap 10. |
10 Draai met de bijgesloten L-vormige schroevendraaier de twee schroeven op de steekplaat los.

Pas op dat de losse schroeven niet in de machine vallen.
11 Til de steekplaat een stukje op, knip eventuele verstrikte draad los en verwijder de steekplaat.
Verwijder de stof en draden van de steekplaat.

Als u de stof nog niet kunt verwijderen nadat u deze stappen hebt uitgevoerd, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum.
12 Verwijder eventuele draden uit de grijper en rond de transporteur.
13 Draai het handwiel om de transporteur omhoog te zetten.
14 Lijn de twee schroefgaten in de steekplaat uit met de twee gaten in de bevestigingsplaat van de steekplaat en bevestig de steekplaat aan de machine.
15 Draai met uw vingers de schroef aan de rechterkant van de steekplaat losjes vast. Draai vervolgens met de L-vormige (of de schijfvormige) schroevendraaier de schroef aan de linkerkant stevig vast. Draai tenslotte de schroef aan de rechterkant stevig vast.

Draai het handwiel om te controleren of de transporteur soepel loopt en niet de randen van de sleuven in de steekplaat raakt.

- Pas op dat de losse schroeven niet in de machine vallen.
16 Plaats het spoelhuis zo dat de ▲-markering op het spoelhuis zich tegenover de ●-markering op de machine bevindt.

- Lijn de ▲-markering uit met de ●-markering.

- Zorg dat de aangegeven punten zijn uitgelijnd voordat u het spoelhuis installeert.
⚠ VOORZICHTIG
- Gebruik nooit een spoelhuis met krassen. Anders kan de bovendraad verstrikt raken waardoor de naald misschien breekt of de naairesultaten minder goed worden.
- Plaats het spoelhuis op de juist manier, anders kan de naald breken.
17 Bevestig het steekplaatdeksel volgens stap 10 in "Grijper reinigen" op pagina A-2.
18 Controleer de staat van de naald en installeer de naald vervolgens.
Als de naald in slechte staat is, bijvoorbeeld verbogen, installeer dan een nieuwe naald.
- Zie "Naald controleren" en "Naald verwisselen" in het gedeelte "Basishandelingen".
⚠️ VOORZICHTIG
- Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen naalden breken gemakkelijk, en dit kan leiden tot letsel.

Opmerking
- Nadat u deze procedure hebt uitgevoerd, gaat u verder met de procedure in "Functioneren van de machine controleren" om te controleren of de machine goed werkt.

Memo
- Aangezien de naald mogelijk beschadigd is geraakt toen de stof vastraakte in de machine, adviseren we u de naald te vervangen door een nieuwe.
■Functioneren van de machine controleren
Als u de steekplaat hebt verwijderd, controleer dan het functioneren van de machine om na te gaan of de installatie correct is uitgevoerd.
1 Zet de machine aan.
2 Selecteer steek

Opmerking
- Installeer de persvoet en draad nog niet.
3 Draai het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) en controleer vanaf alle kanten of de naald in het midden van de opening in de steekplaat neerkomt.
Raakt de naald de steekplaat? Verwijder dan de steekplaat en installeer hem opnieuw, te beginnen met stap 13 in "Stof verwijderen uit de machine" op pagina A-8.

①Opening in de steekplaat
②Handwiel
4 Selecteer steek Stel de steeklengte en steekbreedte in op de maximale waarde.
- Informatie over het wijzigen van de instellingen vindt u in "Steekbreedte instellen" en "Steeklengte instellen" in het gedeelte "Basishandelingen".
5 Draai het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) en controleer of de naaldstand en transporteur goed werken.
Als de naald of transporteur de steekplaat raakt, werkt de machine mogelijk niet goed. Neem dan contact op met het dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum.
6 Zet de machine uit en installeer de spoel en persvoet.
- Zie "De spoel installeren" en "Persvoet verwisselen" in het gedeelte "Basishandelingen".
7 Rijg de machine goed in.
- Meer bijzonderheden over het inrijgen van de machine vindt u in "Bovendraad inrijgen" in het gedeelte "Basishandelingen".

Memo
- De draad kan verstrikt raken wanneer de bovendraad onjuist is ingeregen. Zorg dat de machine juist is ingeregen.
8 Naai een proefstukje op een stukje katoen.

Opmerking
- Wanneer het naaien niet goed gaat, ligt het mogelijk aan het onjuist inrijgen van de bovendraad of aan dunne stof. Als die proefnaaien geen goed resultaat oplevert, controleer dan hoe de bovendraad is ingeregen en controleer de stof die u gebruikt.
Wanneer de draad verstrikt raakt onder de spoelwinderbasis
Als het spoelopwinden start terwijl de draad niet goed onder de voorspanningsschijf van de draadgeleider voor het opwinden van de spoel is geleid, kan de draad verstrikt raken onder de spoelwinderbasis.
Wind de draad dan af volgens onderstaande procedure.

- Verwijder de spoelwinderbasis niet, ook al raakt de draad verstrikt onder de spoelwinderbasis. Dit kan letsel tot gevolg hebben.
- Verwijder de schroef op de geleidestang van de spoelopwinder. Daarmee zou u de machine kunnen beschadigen. U kunt de draad niet afwinden door de schroef te verwijderen.

①Schroef van de geleidestang van de spoelopwinder
Als de draad is verstrikt onder de spoelwinderbasis, druk dan eenmaal op de "Start/Stop"-toets om het opwinden van de spoel te stoppen. Wanneer het voetpedaal is aangesloten, haalt u uw voet van het voetpedaal.
2 Knip met een schaar de draad af naast de draadgeleider voor het opwinden van de spoel.

①Draadgeleider voor het opwinden van de spoel
3 Schuif de spoelwinderas naar links en verwijder dan de spoel van de as en knip de draad naar de spoel af om de spoel geheel van de as te nemen.

4 Houd met uw linkerhand het draaduiteinde vast en wind met uw rechterhand de draad af met de klok mee, zoals hieronder aangegeven.

5 Wind de spoel opnieuw op.

Opmerking
- Zorg dat de draad correct onder de voorspanningsschijf van de draadgeleider voor het opwinden van de spoel wordt geleid.
Lijst met symptomen
■Tijdens de voorbereidingen
| Symptoom Waarschijnlijke oorzaak Remedie Pagina | |||
| Kan de naald niet inrijgen. | Naald staat in onjuiste stand. | Druk op de “Naaldstandtoets” om de naald omhoog te zetten. | B-3 |
| Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. B-29 | |||
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | ||
| Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | B-21 | |
| De naaldinrijgerhaak is verbogen en gaat niet door het oog van de naald. | Neem contact op met uw erkende Brother-dealer of het dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum. | - | |
| De naaldinrijgerhendel kan niet worden verplaatst of worden teruggezet in de oorspronkelijke stand. | Neem contact op met uw erkende Brother-dealer of het dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum. | - | |
| U gebruikt naaldformaat 65/9. | De naald is niet compatibel met de naaldinrijger. Leid de draad met de hand door het oog van de naald. | B-24 | |
| Kan de persvoet niet omlaag zetten met de persvoethendel.(Voor modellen met persvoettoets) | Persvoet is omhoog gezet met de “Persvoettoets”. | Druk op de “Persvoettoets” om de persvoet omlaag te zetten. | B-3 |
| Onderdraad wordt niet netjes op de spoel gewonden. | De draad is niet goed door de draadgeleider voor het opwinden van de spoel geleid. | Leid de draad door de draadgeleider voor het opwinden van de spoel. | B-15 |
| De spoel draait te langzaam. | Zet de schuifknop voor snelheidsregeling naar rechts (sneller). | B-15 | |
| De draad die is uitgetrokken is niet juist op de spoel gewonden. | Wind de draad die is uitgetrokken vijf of zesmaal met de klok mee om de spoel. | B-15 | |
| De lege spoel is niet correct geïnstalleerd op de pen. | Installeer de lege spoel op de pen en draai de spoel langzaam tot hij hoorbaar vastklikt. | B-15 | |
| Tijdens het opwinden van de spoel is de onderdraad opgewonden onder de spoelwinderbasis. | De onderdraad is niet goed opgewonden. Toen u de draad op de spoel wond, hebt u de onderdraad niet goed in de geleiders geplaatst. | Verwijder de draad die is opgewonden onder de spoelwinderbasis en wind de spoel correct op. Neem de getekende afbeeldingen boven op de machine als leidraad wanneer u de machine inrijgt om de spoel op te winden. | B-15, A-10 |
| U kunt de onderdraad niet naar boven halen. | Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | |
| Spoel is niet juist geplaatst. Plaats de spoel opnieuw en op de juiste manier. B-18 | |||
| Er verschijnt niets op de display. | De hoofdschakelaar staat niet aan. Zet de hoofdschakelaar aan. B-10 | ||
| De stekker van het netsnoer is niet aangesloten op een stopcontact. | Sluit de stekker van het netsnoer aan op een stopcontact. | B-10 | |
| De display is te helder of te donker. Pas de helderheid van de display aan. A-20 | |||
| De display is beslagen. | Er zit condens op de display. Na een tijd verdwijnt het condens. - | ||
| De bedieningstoetsen reageren niet. | U draagt een handschoen terwijl u op de toetsen drukt.U drukt de toetsen in met een vingernagel.U gebruikt een niet-elektrostatische pen. | Druk de bedieningstoetsen rechtstreeks met uw vinger in. | B-4 |
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Remedie | Pagina |
| De bedieningstoetsen reageren niet of zijn te gevoelig. | De gevoeligheid van de bedieningstoetsen is niet ingesteld voor de gebruiker. | Pas de gevoeligheid van de bedieningstoetsen aan. | B-14 |
| Het naailampje gaat niet aan. | Het naailampje is beschadigd. | Neem contact op met uw erkende Brother-dealer of het dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum. | - |
| (Licht) is ingesteld op “OFF” in het instellingenscherm. | Wijzig de instelling in “ON”. B-12 | ||
■Tijdens het naaien
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Remedie | Pagina |
| Naaimachine werkt niet. | U hebt niet op de “Start/Stop”-toets gedrukt. Druk op de “Start/stoptoets”. B-35 | ||
| De spoelwinderas staat rechts. Verplaats de spoelwinderas naar links. B-15 | |||
| Er is geen patroon geselecteerd. Kies een patroon. B-34 | |||
| Persvoet staat niet omlaag. Zet de persvoet omlaag. B-35 | |||
| U hebt op de “Start/stoptoets” gedrukt terwijl het voetpedaal was aangesloten. | Verwijder het voetpedaal of gebruik het voetpedaal om de naaimachine te bedienen. | B-36 | |
| U hebt op de “Start/stoptoets” gedrukt terwijl de machine is ingesteld om de breedte van zigzagsteken te regelen met de schuifknop voor snelheidsregeling. | Bedien de machine met het voetpedaal in plaats van de “Start/Stop”-toets of zet in het instellingenscherm (Breedteregeling) op “OFF”. | B-12 | |
| Naald breekt. | Naald is niet juist geplaatst. | Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. | B-29 |
| Naaldklemschroef is niet vastgedraaid. | Draai de naaldklemschroef vast. | B-29 | |
| Naald is verbogen of gedraaid. | Vervang de naald. | B-29 | |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. | Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | B-28 | |
| U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. | Gebruik de aanbevolen persvoet. | B-32 | |
| Spanning bovendraad is te hoog. | Pas de instelling voor draadspanning aan. | B-40 | |
| Er is tijdens het naaien aan de stof getrokken. | Trek niet aan de stof tijdens het naaien. | - | |
| Kloshouder is niet juist aangebracht. | Raadpleeg de methode voor het bevestigen van de kloshouder en bevestig de kloshouder opnieuw. | B-15 | |
| Er zitten krassen rondom de opening in de steekplaat. | Vervang de steekplaat of neem contact op met uw erkende Brother-dealer. | A-8 | |
| Er zitten krassen rondom de opening in de persvoet. | Vervang de persvoet of neem contact op met uw erkende Brother-dealer. | B-31 | |
| Er zitten krassen op het spoelhuis. | Vervang het spoelhuis of neem contact op met uw erkende Brother-dealer. | A-2 | |
| Naald vertoond gebreken. | Vervang de naald. | B-29 | |
| U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal voor deze machine is ontworpen. | Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen spoelen die voor deze machine zijn ontworpen. | B-15 | |
| Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | B-21 | |
| Spoel is niet juist geplaatst. | Plaats de onderdraad op de juiste manier. | B-18 | |
| De persvoet is onjuist bevestigd. | Bevestig de persvoet op de juiste wijze. | B-31 | |
| De persvoethouderschroef zit los. | Draai de persvoethouderschroef stevig vast. | B-32 | |
| Naald breekt. | Stof is te dik. | Gebruik stof waar de naald doorheen kan wanneer u het handwiel draait. | B-28, S-4 |
| Stof wordt met kracht doorgevoerd wanneer u dikke stof of dikke naden naait. | Zorg dat de stof doorvoert zonder deze met kracht duwen. | S-4 | |
| Steeklengte is te kort. Pas de steeklengte aan. B-39 | |||
| Onderdraad onjuist opgewonden. Gebruik een spoel die juist is opgewonden. B-15 | |||
| Bovendraad breekt. | De machine is niet juist ingeregen (verkeerde kloshouder, kloshouder zit los, draad heeft inrijger naaldstang niet gepakt enz.) | Rijg de naaimachine juist in. B-21 | |
| U gebruikt draad die in de knoop zit. Verwijder knopen, ontwar de draad. - | |||
| De naald die u hebt geselecteerd is niet geschikt voor de draad die u gebruikt. | Selecteer een naald die geschikt is voor het soort draad dat u gebruikt. | B-28 | |
| Spanning bovendraad is te hoog. Pas de draadspanning aan. B-40 | |||
| Draad is verstrikt geraakt. | Knip bijvoorbeeld met een schaar de verstrikte draad af en haal deze uit de grijper, enzovoort. | A-5 | |
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | ||
| Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. B-29 | |||
| Er zitten krassen rondom de opening in de steekplaat. | Vervang de steekplaat of neem contact op met uw erkende Brother-dealer. | A-8 | |
| Er zitten krassen rondom de opening in de persvoet. | Vervang de persvoet of neem contact op met uw erkende Brother-dealer. | B-31 | |
| Er zitten krassen op het spoelhuis. | Vervang het spoelhuis of neem contact op met uw erkende Brother-dealer. | A-2 | |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. | Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | B-28 | |
| Tijdens het naaien is de draad in de knoop of verstrikt geraakt. | Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in. | B-15, B-21 | |
| U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal voor deze machine is ontworpen. | Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen spoelen die voor deze machine zijn ontworpen. | B-15 | |
| De draad zit verstrikt aan de achterkant van de stof. | Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in.Let op dat de persvoet omhoog staat wanneer u de machine inrijgt, zodat de bovendraad de juiste spanning krijgt. | B-21, A-5 |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. | Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | B-28 | |
| De bovendraad is te strak. | De onderdraad is onjuist geplaatst. | Plaats de onderdraad op de juiste wijze. | B-18, A-4 |
| Onderdraad breekt. | Spoel is niet juist geplaatst. Plaats de spoel opnieuw en op de juiste manier. B-18 | ||
| Onderdraad onjuist opgewonden. Gebruik een spoel die juist is opgewonden. B-15 | |||
| Er zitten krassen op de spoel of de spoel draait niet goed. | Plaats de spoel opnieuw. | B-18 | |
| Draad is verstrikt geraakt. | Knip bijvoorbeeld met een schaar de verstrikte draad af en haal deze uit de grijper, enzovoort. | A-8 | |
| U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal voor deze machine is ontworpen. | Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen spoelen die voor deze machine zijn ontworpen. | B-15 | |
| Stof rimpelt. | De boven- of onderdraad is verkeerd ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | B-21 |
| Kloshouder is niet juist aangebracht. | Raadpleeg de methode voor het bevestigen van de kloshouder en bevestig de kloshouder opnieuw. | B-21 | |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. | Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | B-28 | |
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | ||
| Steken zijn te lang wanneer u dunne stoffen naait. | Verkort de steeklengte. B-39 | ||
| Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. B-40 | |||
| Onjuiste persvoet. Gebruik de juiste persvoet. B-32 | |||
| Overgeslagen steken | De machine is onjuist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | B-21 |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. | Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | B-28 | |
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | ||
| Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. B-29 | |||
| De naald is versleten/beschadigd. Vervang de naald. B-29 | |||
| Stof of pluisjes onder de steekplaat. | Verwijder stof of pluisjes met het schoonmaakborsteltje. | A-2 | |
| U naait een dunne stof of stretchstof. Naai met een vel dun papier onder de stof. S-4, D-3 | |||
| Geen steken | Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | |
| Spoel is niet juist geplaatst. Plaats de onderdraad op de juiste manier. B-18 | |||
| Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | B-21 | |
| Hoog piegeluid tijdens het naaien | Draad of pluisjes zitten vast in de transporteur. | Verwijder stof of pluisjes. | A-2 |
| Er zitten stukjes draad in de grijper vast. | Reinig de grijper. | A-2 | |
| Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | B-21 | |
| U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal voor deze machine is ontworpen. | Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen spoelen die voor deze machine zijn ontworpen. | B-15 | |
| Er zitten naaldgaten of krassen in het spoelhuis. | Vervang het spoelhuis of neem contact op met uw erkende Brother-dealer. | A-2 | |
| Stof wordt niet door de machine heen gevoerd. | Transporteur staat omlaag. | Schuif de transporteurstandschakelaar naar rechts 🎨 | B-2 |
| Steken zitten te dicht op elkaar. | Verhoog de instelling voor de steeklengte. | B-39 | |
| U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. | Gebruik de juiste persvoet. B-32 | ||
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | ||
| Draad is verstrikt. | Knip de verstrikte draad af en verwijder deze uit de grijper. | A-8 | |
| Zigzagvoet “J” staat schuin op een dikke naad aan het begin van de steken. | Zorg met de vergrendelpen van de persvoet (zwarte knop op de linkerkant) op zigzagvoet “J” dat de persvoet horizontaal blijft tijdens het naaien. | S-4 | |
| Persvoetdruk is niet correct ingesteld voor stof. | Pas de persvoetdruk aan met het instellingenscherm. | B-43 | |

| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Remedie | Pagina |
| De stof wordt doorgevoerd in de tegenovergestelde richting. | Het doorvoermechanisme is beschadigd. | Neem contact op met uw erkende Brother-dealer of het dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum. | - |
| De naald raakt de steekplaat. | De naaldklemschroef is los. | Draai de naaldklemschroef stevig vast. Vervang de naald als deze verbogen of stomp is. | B-29 |
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | ||
| Stof die wordt genaaid met de machine kunt u niet verwijderen. | Draad is verstrikt onder de steekplaat. | Til de stof op en knip de draden eronder af. Reinig de grijper. | A-8 |
| Er is een gebroken naald in de machine gevallen. | - | Zet de machine uit en verwijder de steekplaat. Als u de naald die in de machine is gevallen kunt zien, haalt u deze eruit met een pincet. Nadat u de naald hebt verwijderd, plaatst u de steekplaat in de oorspronkelijke stand en installeert u een nieuwe naald. Alvorens de machine aan te zetten, draait u het handwiel langzaam naar u toe om te controleren of het soepel draait en of de nieuwe naald midden in de opening van de steekplaat valt. Als het handwiel niet soepel draait of u de naald die in de machine is gevallen niet vindt, neemt u contact op met uw officiële Brother-dealer of het dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum. | A-8 |
| Het handwiel draait niet soepel. | Er zit draad verstrikt in het spoelhuis. | Verwijder de draad die zit verstrikt in het spoelhuis. Installeer het spoelhuis opnieuw op de juiste wijze. | A-5, A-8 |
| De steek wordt niet correct genaaid. | De persvoet die u gebruikt is niet geschikt voor het soort steek dat u wilt naaien. | Installeer een persvoet die geschikt is voor het soort steek dat u wilt naaien. | B-32 |
| De draadspanning is niet juist. Pas de spanning van de bovendraad aan. B-40, A-6 | |||
| De draad zit verstrikt, bijvoorbeeld in het spoelhuis. | Verwijder de verstrikte draad. Als de draad is verstrikt in het spoelhuis, reinig dan de grijper. | A-8 | |
| Transporteur staat omlaag. | Schuif de transporteurstandschakelaar naar rechts ★★ | B-2 |
■Na het naaien
| Symptoom Waarschijnlijke oorzaak Remedie Pagina | |||
| Draadspanning is onjuist. | Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | B-21 |
| Spoel is niet juist geplaatst. | Plaats de spoel opnieuw. (Als u de steekplaat hebt verwijderd, plaatst u deze terug en draait u de schroeven stevig vast alvorens het spoelhuis te installeren. Controleer of de naald midden in de opening in de steekplaat gaat.) | B-18, A-2 | |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. | Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | B-28 | |
| Persvoethouder is niet juist bevestigd. Bevestig | de persvoethouder op de juiste wijze. B-32 | ||
| Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. B-40, A-6 | |||
| Onderdraad onjuist opgewonden. Gebruik een spoel die juist is opgewonden. B-15 | |||
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. B-29 | ||
| U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal voor deze machine is ontworpen. | Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen spoelen die voor deze machine zijn ontworpen. | B-15 | |
| Letterpatronen of decoratieve patronen zijn niet goed uitgelijnd. | Patrooninstellingen waren onjuist. Wijzig de patrooninstellingen. D-10 | ||
| Patroon wordt niet goed genaaid. | U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. | Bevestig de juiste persvoet. | B-32 |
| Geen steunstof gebruikt op dunne stof of stretchstof. | Bevestig steunstof. | S-4, D-3 | |
| Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. B-40, A-6 | |||
| Tijdens het naaien is de stof getrokken, geduwd of scheef doorgevoerd. | Leid tijdens het naaien de stof met uw handen, zodat de stof in een rechte lijn wordt doorgevoerd. | B-35 | |
| De draad zit verstrikt, bijvoorbeeld in het spoelhuis. | Verwijder de verstrikte draad. Als de draad is verstrikt in het spoelhuis, reinig dan de grijper. | A-8 | |
Foutmeldingen
Op de display wordt een foutmelding getoond wanneer u op de "Start/Stop"-toets drukt voordat de machine correct is ingesteld of wanneer een handeling niet correct is uitgevoerd. Volg de getoonde instructies op. Het bericht zal verdwijnen wanneer OK of wordt ingedrukt terwijl het bericht wordt getoond.
| Foutmeldingen | Oorzaak/Oplossing | |
| 1 | ![]() | Deze melding verschijnt wanneer u de schuifknop voor de snelheidsregeling hebt ingesteld op het regelen van de zigzagsteekbreedte en u op de “Start/Stop”-toets drukt. Stel de (Breedteregeling) in op “OFF” (zie pagina B-12) of gebruik het voetpedaal om de naaimachine te bedienen. |
| 2 | ![]() | Dit bericht wordt getoond wanneer (Tweelingnaald) is ingesteld op “ON” en een steekpatroon is geselecteerd dat niet met een tweelingnaald kan worden genaaid. |
| Foutmeldingen Oorzaak/Oplossing | ||
| 3 | ![]() | Deze melding verschijnt wanneer u op de "Start/Stop"-toets drukt terwijl het voetpedaal is aangesloten. |
| 4 | ![]() | Deze melding verschijnt wanneer de knoopsgathendel omlaag staat, u een andere steek dan een knoopsgat hebt geselecteerd en u op de "Start/Stop"-toets drukt. |
| 5 | ![]() | Deze melding verschijnt wanneer de knoopsgathendel omhoog staat, u een knoopsgatsteek hebt geselecteerd en u op een toets, bijvoorbeeld de "Start/Stop"-toets, drukt. |
| 6 | ![]() | Deze melding verschijnt wanneer u op de "Start/Stop"-toets drukt terwijl de persvoet omhoog staat. |
| 7 | ![]() | Deze melding verschijnt wanneer u probeert meer dan 70 decoratieve steken te combineren. |
| 8 | : steekmodus is gewijzigd. | |
| 9 | : probeert een opgeslagen patroon te verwijderen. | |
| 10 | [k ![]() | Deze melding verschijnt wanneer u op een toets, bijvoorbeeld de achteruit-/verstevigingssteektoets, drukt terwijl de spoelwinderas naar rechts staat. |
| 11 | ![]() | Deze melding verschijnt wanneer u bijvoorbeeld op de "Start/Stop"-toets drukt nadat u een steek heeft verwijderd. |
| 12 | ⚠ De veiligheids-inrichting is geactiveerd. | Deze melding verschijnt wanneer de motor vastloopt door verstrikte draden of vanwege andere redenen die met de draadtoevoer te maken hebben. |
| 13 | ⚠ Zet de machine uit en vervang de steekplaat. | Deze melding verschijnt wanneer u een steek probeert te naaien met een andere steek dan de rechte steek (middelste naaldstand), terwijl de steekplaat voor rechte steken is geplaatst.Deze melding verschijnt ook wanneer u de steekplaat verwijdert terwijl de machine nog is ingeschakeld. |
| 14 F** | Als foutmelding “F**” op de display verschijnt terwijl u de machine gebruikt, werkt de machine mogelijk niet goed.Neem contact op met uw dichtstbijzijnde erkende Brother-servicecentrum. | |

Bedieningssignaal
Telkens wanneer u een toets indrukt, hoort u één piep. Als u een onjuiste bewerking uitvoert, hoort u twee of vier pieptonen.
■Als u een toets indrukt (juiste bewerking)
U hoort één pieptoon.
■Als u een onjuiste bewerking uitvoert
U hoort twee of vier pieptonen.
■Als de machine vastloopt, bijvoorbeeld omdat de draad verstrikt raakt
De machine piept vier seconden en stopt automatisch. Ga na wat de oorzaak is van de fout en verhelp deze voordat u verdergaat met naaien.
■Het bedieningssignaal annuleren
1 Selecteer (Pieptoon) in het instellingenscherm en stel het in op "OFF".

text_image
OFF ON * / *Er verschijnt niets op de display
Indien er niets verschijnt op de display wanneer u de machine aanzet, is de display te helder of te donker. Wanneer dit het geval is voert u de volgende handelingen uit.
1 Zet de machine uit.
2 Terwijl u op (verstevigingssteektoets) van het bedieningspaneel drukt, zet u de naaimachine aan.
3 Druk op de toets “-” of “+”. Pas de helderheid van de display aan zodat het scherm zichtbaar is.

4 Zet de machine uit en daarna weer aan.
Specifications
| ItemSpecificatie | |
| Afmetingen van de machine Ongeveer | 480 mm (B) x 300 mm (H) x 249,4 mm (D)(ongeveer 18-7/8 inch (B) x 11-7/8 inch (H) x 9-7/8 inch (D)) |
| Gewicht van de machine Ongeveer 9,7 | kg (ca. 21,3 lb) |
| Naaisnelheid 70 tot 850 steken per minuut | |
| Naalden Naaimachinenaalden voor huishoudelijk gebruik (HA x 130) | |
* Sommige specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Index
Cijfers
1/4-inch quiltvoet S-28
1/4-inch quiltvoet met geleider S-28
7 mm satijnsteken D-2
A
Aan elkaar zetten S-27
Aan/uitschakelaar B-2, B-10
Aanpassen van de steekbreedte B-39
Aanpassen van de steeklengte B-39
Aansluiting voetpedaal B-2, B-36
Accessoireruimte B-5
Accessoires
bijgeleverde accessoires B-6
optionele accessoires B-7
Accessoiretafel B-2, B-5
Achteruit/verstevigingssteken B-37
Achteruitsteektoets B-3, B-37
Afwerksteken S-11, S-12
Ajour S-44
Appliceren S-26
Automatisch draadknippen B-42
Automatisch stofsensor systeem B-43
Automatische verstevigingssteektoets B-37
B
Ballpointnaald B-28
Basisprincipes van het naaien B-33
Basissteken S-6
bediening van de display B-11
Bedieningspaneel B-2, B-4
Bedieningsproblemen A-4
Bedieningsproblemen oplossen A-4
Bedieningssignaal A-20
Bedieningstoetsen B-3, B-4
Bevestigingsleuf voor kniehevel B-2, B-45
Blindzoomsteek S-8
Bochten naaien S-2
Bovendeksel B-2
Bovendraad B-21
Bovendraadspanning B-40, A-6
Broekspijpen S-2
Buitenkant van de machine reinigen A-2
C
Cilindrische stukken S-2
D
Decoratieve steken en patronen D-2
Display
niets verschijnt ...... A-20
reinigen A-2
Draad automatisch knippen B-42
Draadafsnijder B-2, B-36
Draadgeleider voor het opwinden van de spoel ...... B-2, B-15
Draadgeleiderplaat...... B-2
Draadgeleiders op de naaldstang B-3
Draadknippen, automatisch B-42
Draadkniptoets B-3
Draadspanning aanpassen B-40
Draaiknop draadspanning B-2, B-40, A-7
Drievoudige stretchsteek S-6, S-35
E
Een patroon ophalen D-10
Eigen steken D-12
Erfstuksteken naaien S-44
Evenwijdige marge S-3
F
Fagotwerk S-41
Fantasiequilten (vrij quilten) S-30
quiltvoet "C" voor naaien uit de vrije hand S-31
quiltvoet "C" voor quilten uit de vrije hand S-30
quiltvoet "E" voor naaien uit de vrije hand S-32
Fantasiequiltsteek S-27
Formaat D-6
Foutmeldingen A-17
G
Gecombineerde patronen herhalen D-5
Grijper A-2
H
Handmatig naald inrijgen B-24
Handvat B-2
Handwiel B-2
Hoofdschakelaar B-2, B-10
Horizontaal stikken S-39
Horizontale klospen B-25
|
Inrijgen
bovendraad inrijgen B-21
inrijgen naald B-23
naald handmatig inrijgen B-24
Installeren van spoel B-18
Instellen van de draadspanning B-40
Instellingen
automatische verstevigingssteken B-37
invoergevoeligheid B-14
schermtaal B-14
Instellingenscherm B-12
K
Kloshouder B-2, B-16
Klosnetje B-16
Klospen B-2, B-15, B-21
Kniehevel B-45
Knoopgeleiderplaat S-15
Knoopsgaten naaien S-14
Knoopsgathendel B-3, S-15
Knoopsgatsteek S-14
Knopen aanzetten S-17
Kruissteken D-2
L
Leer/vinyl S-5
Lengte van satijnsteek, wijzigen D-7
Lettersteken B-34, D-2
Lichte stof S-4
M
Marge, evenwijdig 5-3
Markering op de steekplaat S-3
meldingen op display A-17
Naaisteken B-34, B-46
Naald
inrijgen B-23
soorten, maten en het gebruik B-28
staal B-29
stand S-7
verwisselen B-29
Naald controleren B-29
Naald wisselen B-29
Naaldinrijger B-23
Naaldinrijgerhendel B-2, B-23
Naaldstandtoets B-3
Namen en functies van onderdelen B-2
Non-stickvoet S-5
O
Onderdraad
naar boven halen B-24
opwinden B-15
Onderhoud A-2
Ontwerpvoorbeelden D-14
Oogje stikken S-38
Optionele accessoires B-7
Opwinden spoel B-15
P
Parallelle steken B-25
Passepoil plaatsen S-24
Patroon opnieuw uitlijnen D-10
Persvoel
druk B-43
soorten B-46
verwisselen B-31
Persvoet verwisselen B-31
Persvoethendel B-
Persvoethouder
installeren B-32
verwijderen B-32
Persvoethouder bevestigen B-32
Persvoethouder verwijderen B-32
Persvoethouderschroef B-3
Persvoeltoets B-3
Pieptoon A-20
Platte naald S-44
Probleemoplossing A-4
Proefnaaien S-2
Q
Quilten S-29
Quiltgeleider S-30
R
Rafelen voorkomen S-11
Rechte steek S-6, S-19, S-27
Reinigen
Display A-2
grijper A-2
reinigen, buitenkant machine A-2
Rijgsteek S-6
Rits inzetten
in het midden S-19, S-23
opzij S-20
S
Satijnsteken S-34, D-2
Schelprijgsteken naaien S-43
Schelpsteken S-42
Schuifknop voor snelheidsregeling B-3, S-34
Signaal A-20
Smocksteken naaien S-42
Soorten steken B-33
Spatiering tussen letters D-7
Spiegelen B-42, D-8
Spilfunctie B-43
Spoel installeren B-18
Spoel opwinden B-15
Spoelhuis B-3
spoelhuis verwijderen A-2
Spoelhuisdeksel B-3, B-18
Spoelopwinder B-2
Standaardnaaiwerkzaamheden B-33, D-4
Stappatroon D-7
"Start/Stop"-toets B-3
Steek selecteren B-34
Steekbreedte aanpassen B-39
Steekgeleidervoet S-3
Steekinstellingen B-46
Steekinstellingen opslaan B-41
Steeklengte aanpassen B-39
Steekpatronen ontwerpen D-12
Steekplaat B-3
Steekplaatdeksel B-3
Steken spiegelen B-42
Stippelsteken S-26
Stoppen S-36
Stopsteek S-35
Stretchstof S-5
T
Tips S-2
Tornmesje S-16
Van naairichting veranderen S-2
Ventilatieopening B-2
Veranderen naairichting S-2
Verbindingssteken naaien S-43
Verborgen naden S-19
Verstelbare ritsvoet / paspelvoet S-23
Verstevigingssteek S-35
Verstevigingssteektoets B-3, B-37
Voedingsaansluiting B-2, B-10
Voetpedaal B-2, B-36
Vooraanzicht B-2
Voorbeelden van ontwerpen D-14
Voorspanningsschijf B-2, B-17, A-10
Vrijmodus/naaien uit de vrije hand ...... B-44
Z
Zigzagbreedte aanpassen B-39
Zigzagsteken S-12, S-26
Zijsnijder S-12
Zware stof S-4
Ga naar http://support.brother.com/ voor productondersteuning en antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs).

1Stof2Steunstof3Dun papier







: steekmodus is gewijzigd.
: probeert een opgeslagen patroon te verwijderen.
