Super Galaxie M2100 - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Super Galaxie M2100 BROTHER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Super Galaxie M2100 BROTHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Super Galaxie M2100 - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Super Galaxie M2100 van het merk BROTHER.
GEBRUIKSAANWIJZING Super Galaxie M2100 BROTHER
U bent nu de gelukkige eigenaar van een zeer geavanceerde computer naaimachine voor huishoudelijk gebruik.
Om optimaal gebruik te kunnen maken van de uitgebreide mogelijkheden van de machine is het raadzaam om de handleiding vooraf goed door te lezen.
LEES ONDERSTAANDE INSTRUCTIES GOED DOOR, VOORDAT U DE NAAIMACHINE GAAT GEBRUIKEN
Veiligheidsvoorschriften
- Houd uw ogen tijdens het naaien op de naald gericht en voorkom kontakt met het handwiel, de draadhendel, de naald of andere bewegende onderdelen.
- Schakel de naaimachine altijd uit en haal daarna de stekker uit het stopkontakt, wanneer:
• u klaar bent met naaien;
- de naald of een ander onderdeel vervangen moet worden;
- de stroomtoevoer tijdens het naaien wordt onderbroken;
- u de machine wilt smeren en/of schoonmaken;
- u de machine onbeheerd achterlaat.
-
Zet geen voorwerpen op het voetpedaal.
-
Steek de stekker direkt in een deugdelijk stopkontakt in de muur en maak geen gebruik van een verlengsnoer.
Onderhoud en reiniging
- Zet de naaimachine nooit in direct zonlicht of op een erg vochtige plaats. Zet de machine bovendien nooit tegen de verwarming of naast een andere hittebron.
- Maak voor het schoonmaken van de buitenkant alleen maar gebruik van neutrale soorten zeep of reinigingsmiddelen. Benzine, verfverdunner of schuurmiddelen kunnen zowel de buitenkant als de machine zelf beschadigen en mogen daarom nooit gebruikt worden.
- Voorkom dat de machine kan vallen of blootgesteld wordt aan hevige schokken.
- Raadpleeg altijd de handleiding, wanneer u de persvoet, de naald of andere onderdelen wilt vervangen of aanbrengen. Hierdoor weet u namelijk zeker, dat u de juiste handelingen gaat verrichten.
Reparaties of afstelling
Indien de naaimachine niet of niet naar behoren funktioneert, raadpleeg dan eerst het overzicht voor het oplossen van problemen achterin de handleiding om de machine zelf te inspecteren en af te stellen. Mocht u er niet in slagen om het probleem te verhelpen, neem dan kontakt op met uw dichtstbijzijnde officiële Brother dealer.
HOOFDSTUK 1
INSTALLEREN VAN DE MACHINE
5
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN....5
OVERIGE BIJGELEVERDE TOEBEHOREN .....7
EXTRA VERKRIJGBAAR 8
STROOMTOEVOER....9
KEUZETOETSEN 10
De meldingen op het scherm helpen u bij iedere handeling....10
BEDIENINGSTOETSEN....11
Gebruik van de bedieningstoetsen....11
GEBRUIK VAN DE DISPLAYFUNKTIES....12
Toetsen op het display....12
Betreffende het display 12
Als het displayscherm moeilijk zichtbaar is wanneer de machine wordt ingeschakeld.....13
Bijstellen van de helderheid van het display..13
GEBRUIKEN VAN DE TAAL KEUZE TOETS.....14
Opheffen van de taal keuze....15
OPWINDEN VAN HET SPOELTJE/INRIJGEN
VAN DE ONDERDRAAD 16
Opwinden van het spoeltje en aanbrengen van de onderdraad....16
Aanbrengen van het spoeltje....18
INRIJGEN VAN DE BOVENDERAAD ....19
Rijg de bovendraad in overeenkomstig het nummer en het pijltje op de machine....19
Automatische naaldinrijger 20
Gebruiken van de extra klospin en klosnetje ..21
START/STOP 22
"START/STOP" toets 22
Voatpedaal....22
Bevestigen en gebruiken van de knieheffer...23
STEEKBREEDTE EN STEEKLENGTE 24
Steekbreedte 24
Steeklengte 25
Schematisch overzicht van steeklengten en steekbreedten....27
DRAADSPANNING....29
Juliste spanning....29
U kunt de spanning verminderen door op de "→"-toets te drukken....29
U kunt de spanning vergroten door op de "▶"-toets te drukken....30
Behalve "NAAISTEEK" 30
VERWISSELEN VAN DE PERSVOET 31
Verwissel de persvoet door de stappen op het scherm te volgen ....31
Aanbrengen van borduurvoet "Q"....31
Verwisselen van de borduurvoet 32
VERWISSELEN VAN DE NAALD 34
Zet de naald altijd stevig vast ....34
Kontroleren van de naald....34
MACHINE BEDIENINGSTOETSEN 35
HOOFDSTUK 2
1. NAAIEN
.36
PROEFNAAIEN 36
Naalen van een proellapje met behulp van de NAAISTEEK-toets....36
AUTOMATISCHE VERSTEVIGINGSSTEEK .....38
Stopzetten van de automatische verstevigingssteek ....38
AUTOMATISCH DRAADKNIPPEN....39
Stopzetten van geprogrammeerd automatisch draadknippen....39
SELEKTEREN VAN NAAISTEKEN....40
NUTTIGE TIPS 42
“”toets....42
Naaien van een hoek....43
Naaien van dikke zomen 43
Naaien van een bocht 43
Naaien van dikke 'stoi 44
Naaien van dunne stof....44
2. NAAISTEKEN
45
STIKSTEKEN....45
In het geval van versteviging of elastische stof....46
Wijzigen van de steeklengte 46
Wijzigen van de naaldstand....46
TUSSENSTUK VOOR AANSCHROEFBARE
PERSVOET....47
Bijgeleverde onderdelen 47
Aanbrengen van de loopvoet....47
ZIGZAGSTEEK 48
Overhandse steek (Met gebruik van de zigzagsteek)....48
Appliceersteek (Met gebruik van de zigzagsteek)....48
Patchwork (voor fantasie-lappendeken) .....48
LOCKSTEKEN....49
Bij gebruik van ☒, ☐ of ☐ steken .....49
Bij gebruik van ☐. ☐ of ☐ steken .....49
LOCKSTEKEN (Bij gebruik van de stofsnijder)....50
BLINDZOOMSTEEK 52
Wijzigen van de eerste naaldpositie ....53
KNOOPSGATEN 54
De volgorde van een cyclus....56
Naaien van elastische stoffen....56
Knopen die niet op de knoophouderplaat passen (knopen van verschillende vormen) ..57
Wijzigen van de steeklengte 57
Wijzigen van de steekbreedte....57
BARTACKSTEKEN....58
In geval van dikke stoffen....59
Veranderen van de steeklengte van de bartacksteek 59
Veranderen van de steekoreedte van de bartacksteek 59
STOPPEN 60
Veranderen van de steeklengte voor stoppen....61
Veranderen van de bartack steekbreedte.....61
Naaicyclus bij het stoppen....61
BEVESTIGEN VAN BAND....62
GAATJES....63
Grootte van de gaatjes (ware grootte)....63
KNOPEN NAAIEN....64
Bevestigen van knopen met vier gaten......65
Bevestigen van een knoopvoet....65
RUGSTEKEN....66
NZETTEN VAN EEN RITS (RONDOM
STIKKEN, ZIJKANT STIKKEN)....67
Naar buiten trekken van de onderdraad .....72
PINTUCKSTEKEN 73
PLATTE ZOOM....75
Afgewerkte platte zoom....76
APPLICERSTEEK 77
Appliceersteken bij bochten....77
Dekoratiesteken....83
Schelpsteken....83
DEKORATIEVESTEKEN (ERFSTUKSTEEK) .....84
" dekoratievesteken....84
[E] " dekoratievesteken....85
ZIJWAARTS NAAIEN (RECHT/ZIGZAG) 86
3. LETTERS EN SIERSTEKEN
.88
NAAIEN VAN LETTERS 88
Kombineren van letters....89
DEKORATIESTEKEN 90
DEKORATIESTEKEN(7 mm)....91
SATIJNSTEKEN 92
KRUISSTEKEN....93
AFSTELLING VAN DE LETTERS EN DE
Veranderen van het patroonformaat (werkelijke afmeting)....94
Eenmalio/herhaald stekenpatroon 94
Uitrekken....95
Veranderen van de steeklongte en de steekbreedte....96
Maak uw eigen patronen door het kombineren van de satijn- en een-punt steken en het gebruik van de " [ ]" en " [ ]" toetsen......97
Veranderen van het spiegelbeeld [Links en Rechts (de "☐"-toets) en Boven en Onder (de "☐"-toets)].....99
Kontroleren van door u ingevoerde, gekombineerde patronen....100 In het geheugen opslaan van gekombineerde stekenpatronen....100
NAAIEN....102
Naaien van aantrekkelijke afwerkingen .....102
Gebruik van een patroonvel....102
Naaien 103
BIUSTELLEN VAN EEN STEKENPATROON...105
4. BORDUREN
106
Bevestigen van borduurvoet "Q"....106
Aanbrengen van de borduurtafel ....107
Verwijderen van de borduurtafel....108
In de houder plaatsen van de borduurtafel..108
Initialiseren van de borduurtafel....109
SELEKTEREN EN NAAIEN VAN PATRONEN....110
In geval van de leiter-kaart ....110
Kiezen van een-punt patronen....111
Kiezen van kaderpatronen....112
Kiezen van een bloempatroon....113
Kiezen van patronen van een geheugenkaart....114
GEHEUGEN....116
Opslaan van een patroonkombinatie in het geheugen....116
NAAIEN....117
Naaien van aantrekkelijke afwerkingen .....117
Plaatsen van de stof in het borduurraam....117
Aanbrengen van het borduurraam op de borduurtafel....119
Naaien 120
Borduren van enkelkleurige patronen terwijl "MEERKLEURIG" wordt afgebeeld. 122
Veranderen van de draaddichtheid van de steken in letters en sommige kaderpatronen....122
VERPLAATSEN VAN DE POSITIE (LAYOUT)..123
Verplaatsen van de borduurpositie....124
Kontroleren van het borduurveld ....124
Borduren vanuit een zelf gekozen beginpunt....125
Veranderen van de patroonrichting .....125
Omkeren van patronen....126
Gebruik van de "BEELD" toets 126
Veranderen van het formaat van letters, kaderpatronen en patronen ....127
MAKEN VAN AFSTELLINGEN TIJDENS HET
BORDUREN....129 In het geval de draad breekt tijdens het borduren....129
Doorgaan met borduren van een patroon nadat de machine kortstondig werd uitgeschakeld....129
Bij het naaien vanaf het begin....130
BORDUURTECHNIEKEN....131 Verbinden van letters....131
Borduren van applicaties (met gebruik van een kaderpatroon)....132
Borduren op kleine stukjes stof of op hoeken....134
5. BEWERKEN VAN BORDUURPATRONEN
135
MOGELIJKHEDEN VOOR HET BEWERKEN VAN
BORDUURPATRONEN 135
Uitleg van de bewerkingsfuncties....135
BEWERKEN....136
Bewerken Letters....137
Bewerken van een-punt patronen....143
Bewerken van kaderpatronen....145
Bewerken van patronen op borduurkaarten (los verkrijgbaar)....146
Bewerken combinaties....147
OPSLAAN VAN EEN PATROONKOMBINATIE
IN HET GEHEUGEN....151
Naaien 153
CORRIGEREN VAN BEWERKTE PATRONEN ..154
Corrigeren van een ander steekpatroon onder het bewerken 154
Corrigeren van steekpatronen na het bewerken....155
6. OPROEPEN
156
Verplaatsen van een punt....164
Verplaatsen van een deel van het patroon
of het volledige patron 165
Invoegen van nieuwe punten....165
Wanneer u gereed bent met de bewerking..166
OPSLAAN VAN HET RATROON DAT U HEEFT
INGETOETST....167
OPROEPEN VAN EEN "
PARTROON......
168
ONDERHOUD
169
REINIGEN....169
Reinigen van het scherm 169
Reinigen van de buitenkant van de
naaimachine 169
Reinigen van het spoelhuis....169
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP 171
OVERZICHTSCHEMA VAN STOFFEN.
Geluidssignaal....179
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
180
GEBRUIK VAN DE "BEDIENING" TOETS .....180
Problemen met draad en steken....181
Naaien van letters....186
Overzicht van te borduren letters....190
Overzicht van te borduren kaderpatronen...190
PATRONEN (GEHEUGENKAART)
191
Overzicht van enkel motief mtuerpen .....191
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

1- Handvat
2- Draadgeleider voor opwinden spoeltje
3- Kapje voor klos
4- Hendel naaldinrijger
5- Draadsnijder
6- Knoopsgathendel
7- Naaldinrijger
8- Persvoet
9- Transporteur
10- Klepje spoelhuis
11-Afstelhendel voor transporteur
12-Spoelopwinder
13-Handwiel
14- Schuifknop voor snelheidsregeling
15- Persvoethendel
16- Ingang voor knieheffer
17-Knieheffer
A-Aan/uit-schakelaar en aansluitpunten
B-Toebehorenbakje
C-Keuzetoetsen (zie blz. 10)
D-Display
E-Bedieningsknoppen (zie blz. 11)

① Ingang voor borduurkaart
Hier brengt u de geheugenkaart aan.
② Aan/uit-schakelaar
Hiemnee kunt u de machine in- en uitschakelen.
③ Aansluitpunt voetpedaal
Hiermee kunt u het voetpedaal aansluiten op de machine.
④ Elektrisch snoer
Hiermee sluit u de machine aan op het stopkontakt.
LET OP
- Wanneer u de naaimachine onbeheerd achterlaat, moet de aan/uit-schakelaar op uit worden gez et of moet de stekker uit het stopcontact worden gehaald.
- Wanneer u onderhoudswerkzaamheden uitvoert of wanneer u deksels verwijdert of lampjes vervangt, moet de naaimachine of de elektrische set worden uitgeschakeld.
B. PLATBODEM HULPSTUK MET TOEBEHORENBAKJE
I Open het deksel van het toebehorenvak door dit naar u toe te trekken.
II Op iedere persvoet staat een symbool afgebeeld.
① Symbol op persvoet
III LIJST VAN TOEBEHOREN
De plaats van ieder toebehoren wordt afgebeeld in afbeelding III.
| Nr. | Onderdeelnaam | Kodenummer |
| 1 | Knoopsgatvoet "A" | X57789-101 |
| 2 | Borduurvoet "Q" | XA5891-101 |
| 3 | Voet voor overhandse steken "G" | X51162-001 |
| 4 | Monogrammenycet "N" | X53840-301 |
| 5 | Ritsvoet "I" | X59370-051 |
| 6 | Zigzagvoet "J" | 137748-101 |
| 7 | Blindsteekvoet "R" | X56409-001 |
| 8 | Tornmesje | X54243-001 |
| 9 | Knoopaanzetvoet "M" | 130489-001 |
| 10 | Spoeltjes | 136492-101 |
| 11 | Naaldenset | X58358-001 |
* Gebruik uitsluitend het plastic spoeltje bijgeleverd bij de naaimachine of in het toebehorenbakje.
* Gebruik altijd de Brother toebehoren, die speciaal voor deze naaimachine gemaakt zijn.
OVERIGE BIJGELEVERDE TOEBEHOREN
1

2

3

4

5

6

7


9

10

11

12

13

14

15

17
16

18

19

21
20

22

23

25

26

27

28

29

30

31

32

| Nr. | Onderdeelnaam | Kodonummer | |
| V.S. | Elders | ||
| 1 | Spoeltjes (3 stuks) | 136492-101 | |
| 2 | Tommesje | X54243-001 | |
| 3 | Schroef* | XA5904-051 | |
| 4 | Schaar | 184783-001 | |
| 5 | Krijtpen | 184944-001 | |
| 6 | Borsteltje | XA4527-001 | |
| 7 | Gaatjesponser | 135793-001 | |
| 8 | Schroevedraaier (groot) | X55467-051 | |
| 9 | Schroevedraaier (klein) | X55468-051 | |
| 10 | Kloskapje (klein) | 130013-003 | |
| 11 | Kloskapje (groot) | 130012-003 | |
| 12 | Extra klospen* | XA3336-051 | |
| 13 | Spoelvilt | X57045-001 | |
| 14 | Schijfvormige schroevedraaier | XA2005-051 | |
| 15 | Boventransportvoet* | X81064-001 | |
| 16 | Stofafsnijder | X80943-001 | |
| 17 | Borduurset (normaal) | SA422 | X80903-002 |
| 18 | Borduurraam (normaal) | XA2171-101 | |
| 19 | Borduurkaart (normaal) | XA2212-001 | |
| 20 | Klosnetje* | 127610-000 | |
| 21 | Borduurset (groot) | SA423 | X80902-002 |
| 22 | Borduurraam (groot) | XA2168-201 | |
| 23 | Borduurkaart (groot) | XA2209-001 | |
| 24 | Borduurset (klein) | SA421 | X80904-102 |
| 25 | Borduurraam (klein) | XA2174-101 | |
| 26 | Borduurvel (klein) | XA2215-101 | |
| 27 | Schroef* | XA4813-051 | |
| 28 | Voetpedaal | 234522-001 | |
| 29 | Patroonvel | XA4595-001 | |
| 30 | Kap | XA1821-106 | |
| 31 | Knieheffer | XA6941-001 | |
| 32 | Borduuronderdraad | SA-BTS | X81164-001 |
* Gebruik dezelfde schroef voor de installatie van de stofafsnijder en van de boventransportvoet.
* In het geval u speciale draad gebruikt die zich snel van de klos afwikkelt, plaatst u een klosnetje om de klos alvorens deze te gebruiken.
* Raadpleeg bij gebruik van de loopvoet en de stofsnijder het instruktieblad dat bij de naaimachine wordt geleverd.
* De extra klospin die als toebehoren wordt geleverd dient tijdens gebruik bevestigd te worden aan het uiteinde van de windas van de spoel.

* Deze machine kan niet worden gebruikt in combinatie met de stekenkaart S-1.
WAARSCHUWING
- Een borduurkaart die in het buitenland is gekocht past misschien niet bij uw naaimachine.
STROOMTOEVOER
WAARSCHUWING
- Wanneer u de naaimachine onbeheerd achterlaat of wanneer ze niet wordt gebruikt zet u de aan/uit-schakelaar op uit of haalt u de stekker uit het stopcontact.
VOORZICHTIG
- Gebruik geen verlengsnoer of een adapter met meerdere uitgangen voor deze naaimechine; daardoor kan brand onstaan of kunnen zich elektrische schokken voordoen.
- Zorg ervoor dat u geen natte handen heeft als u de stekker uit het stopcontact trekt; u loopt het risicio van een elektrische schok.
- Voordat u de stekker eruit, zet u eerst de aan/uit-schakelaar op uit. Aan het snoer trekken kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de stroomdraad niet wordt doorgeknipt, beschadigd, veranderd, omgebogen, verdraaid of gebundeld. Let er tevens op dat er geen zware voorwerpen op de draad staan of dat deze onderhevig is aan hitte, omdat hierdoor schade, brand of elektrische schokken zouden kunnen ontstaan.
Indien de stroomdraad of stekker zijn beschadigd dient u contact op te nemen met de dichtst bijzijinde Brother dealer of servicecentrum. - Als u de machine gedurende langere tijd niet gebruikt trekt u de stroomdraad eruit om brandgevaar te voorkomen.

- Steek de stekker in een stopcontact.
① Hoofdschakelaar
- Zet de hoofdschakelaar op "I" om de machine aan te zetten.
- Zet de naaimachine uit door de aan/uit-schakelaar op "O" te zetten.
De meldingen op het scherm helpen u bij iedere handeling

text_image
Rechte steek (L) UTILITY STITCH CHARACTER DECORATIVE STITCH EMBROIDER EMBROIDER EDT OPERATION GUIDE MEMORY RECALL BREECTE LENGTH: DRAB SPRINGING AUTO Rechte steek (L) ABC 1 2 3 4 5 6 BREDTE LENGTE BRACD DOCO AUTOC. KEUZETOETSEN
* Afhankelijk van het land van aanschaf kunnen de keuzetoetsen worden aangeduid door middel van namen of plaatjes.
① "NAAISTEKEN" TOETS
Gebruik deze toets voor het maken van naaisteken zoals rechte steken, knoopsgaten, etc.
② "LETTERS" TOETS
Gebruik deze toets voor het borduren van alfabetische letters en overige dekoratiesteken.
③ "KAART EN BORDUURWERK" TOETS
Gebruik deze toets in het geval u een geheugenkaart gebruikt of in het geval u voorgeprogrammeerd patroon borduurt. Schakel altijd de machine uit, voordat u deze kaart inbrengt of verwijdert.
Gebruik deze toets voor het borduren van patronen die kombinaties zijn van andere patronen.
⑤ "BEDIENING" TOETS
Gebruik deze toets als u informatie wilt hebben over het gebruik van de machinefunkties zoals inrijgen van de bovendraad, spoel winden en instellen van de onderdraad.
⑥ "GEHEUGEN" TOETS
Gebruik deze toets voor het oproepen van gekombineerde patronen die in het geheugen werden opgeslagen.
Gebruik van de bedieningstoetsen

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B["Cut"]
B --> C["Rotate"]
C --> D["Rotate Switch"]
D --> E["Stop"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
D. BEDIENINGSTOETSEN
① SCHAAR-toets
Wanneer u op deze toets drukt, worden zowel de onderdraad als de bovendraad automatisch afgesneden.
② NAALDSTAND-toets
Met behulp van deze toets kunt u de naald van de onderste in de bovenste stand brengen en omgekeerd.
③ ACHTERUITNAAIEN-toets
De achteruitnaaien-toets wordt gebruikt voor het vastzetten en afnaaien met de achteruitsteek of de verstevigingssteek. In de funkcie voor de achteruitsteek naait de machine achteruit. In de funkcie voor de verstevigingssteek, naait de machine drie steken op dezelfde plaats. (Zie bladzijde 38 voor volledige instrukties.)
4 START/STOP-toets
Deze toets licht groen op wanneer de machine klaar is om gestart te worden en tijdens het naaien of borduren. Als starten niet mogelijk is, licht de toets rood op. Verder licht de toets oranje op wanneer de onderdraad op de spoel wordt gewonden (wanneer de windas van de spoel zich aan de rechterkant bevindt).
* Wanneer deze toets ingedrukt wordt gehouden, naait de machine met lage snelheid verder.
* Wanneer de machine wordt stopgozet, zal de naald tot in de laagste stand zakken.
GEBRUIK VAN DE DISPLAYFUNKTIES

text_image
Rechte steek (L) BRICEDTE LEMGTE - BRAAD SPAINING + 0.0 mm 2.5 mm AUTORaak de toets van het display met uw vinger aan voor het kiezen van het patroon dat binnen in de toets wordt aangegeven of voor het starten van de funkcie of de naaimethode die binnen in de toets wordt aangegeven.
LET OP
De toets uitsluitend met uw vinger indrukken. Gebruik voor het indrukken van de toets nooit een scherp voorwerp zoals een scherp potlood of een schroevedraaier of een hard voorwerp. Ook niet te hard op het display drukken, aangezien er anders problemen kunnen ontsiaan.
Toetsen op het display
“ ”
Druk op deze toets om terug te keren naar de voorgaande pagina.
“ ”
Druk op deze toets om door te gaan naar de volgende pagina.
"KONTROLE":
Als er een foutmelding verschijnt, op deze toets drukken om terug te keren naar het oorspronkelijke display.
"SLUITEN":
Als er een ander display wordt aangegeven over de bovenkant van bijvoorbeeld een adviesdisplay, op deze toets drukken om het bovenste display te laten verdwijnen.
"TERUGKEREN":
Druk op deze toets om terug te keren naar het voorgaande scherm.
"EINDE":
Druk op deze toets om het gebruik van de funkcie stop te zetten.
"BEVESTIGEN":
Druk op deze toets om een funkcie in werking te stellen.
Betreffende het display
OPMERKINGEN
- Het is mogelijk dat het display of een gedeelte er van soms donker of lichter wordt als gevolg van veranderingen in de omgevingstemperatuur rondom het display. Dit is echter normaal en duidt niet op een defekt. Stel het display af wanneer dit moeilijk leesbaar is.
- Het is mogelijk dat het display onmiddellijk na het inschakelen van de machine nogal donker is. Dit wordt veroorzaakt door het licht dat op het scherm valt en duidt niet op een defekt. Het display zal na ongeveer 10 minuten weer het normale helderheidsniveau bereiken.
Als het displayscherm moeilijk zichtbaar is wanneer de machine wordt ingeschakeld

text_image
UTILITY STITCH SANDUCE ECONOMY STRAW SANDROOM SANDROOM COOL OPERATION GREEN MEMORY PROGRAM- Schakel de machine uit en weer in terwijl u het displayscherm aanraakt (ongeacht op welke plaats er van).
* De START/STOP-toets zal dan niet oplichten.

text_image
MUSTAINELD UHS CLENT Drut op de limvastockem en het kenter af de stellen, voor de 2 potenzen haverder boer zichtbaar worden. In opeling machine uitzabelies en wat londelieve. MUSTINELD UHS CLENT Drut op de limvastockem en het kenter af de stellen, voor de 2 potenzen haverder boer zichtbaar worden in opeling machine uitzabelies en wat londelieve.-
Druk op een van de onderste drie keuzetoetsen (KOMBINATIE NAAIEN, BEDIENING of GEHEUGEN). Het displayscherm zal donkerder worden telkens wanneer u op een van deze toetsen drukt. Als u het displayscherm heiderder wilt maken, op een van de bovenste drie keuzetoetsen drukken (NAAISTEEK, LETTERS of BORDUURWERK).
-
Schakel nadat u gereed bent met het afstellen de machine uit en nogmaals in.
Bijstellen van de helderheid van het display

flowchart
graph TD
A["Hand Tool"] --> B["Central Control Unit"]
C["Car Parts"] --> B
D["Hand Bag"] --> B
E["Hand Lamp"] --> B
F["Hand Lamp"] --> B
G["Hand Lamp"] --> B
H["Stop, DRAAD EN BAALD"] --> B
I["Heelderheid VAN DISPLAY"] --> B
J["Fühingstelling VAN STEEK"] --> B
K["STORING-ZOEKEN"] --> B
- Druk op "BEDIENING".
- Druk op de "HELDERHEID VAN DISPLAY"-toets.

text_image
VEDEHEID VAN DISPLAY Druk op de keuzetoetsen om het schern af te stellen zodat 2 pa- tronen hieronder aangegeven beter zichthaar worden. Na afstelling machine uit- en weer inschakelen. P.I/1 EINDEDruk op deze toets om de helderheid te verhogen (lichter).
Druk op deze toets om de helderheid te verlagen (donkerder).
3 Druk op deze toets om terug te keren naar het scherm dat hiervoor werd afgebeeld.
GEBRUIKEN VAN DE TAAL KEUZE TOETS
U kunt de "☐" toets gebruiken om de taal voor alle toesen en mededelingen op het display gemakkelijk te veranderen in een door u gewenste taal.

text_image
lies een "ADVIES-ONDERWERP." STOR, DRAAD EN NAALD HLDERHEID VAN DISPLAY LUMAFSTILLING VAN STEEK STORING- ZOEKEN-
Druk op "BEDIENING".
-
Druk op " [icon]".
-
Het taalkeuze-scherm zal vervolgens verschijnen. Druk op het veld dat overeenkomt met de gewenste taal.

text_image
INGGLISH FRANÇAIS(FRENCH) NEODERLANDS(DUTCH) DANSKIDANISH) BUOWBISK(FINNISH) PORTUGIÈS(PORTUGUE)E 中國語(CAUNES) DEUTSCH(GERMAN) TALIANOITALIAN ESPARKLISPANISH) NORSKI(NORWEGIAN) SVENSK(SWEDISH) TÜRKÇE (TÜRKISH) EINDSVoorbeeld: Veranderen van de taal van het display naar Spaans.
- Druk op " [icon]".
- Druk op "ESPAÑOL (SPANISH)". Hiedoor zal de taalinstelling veranderen naar Spaans.
- Het display zal vervolgens terugkeren naar het scherm dat voor de verandering werd afgebeeld.
OPMERKING
* Wanneer " [icon] " wordt gebruikt om de taal van het display in te stellen, zullen foutmededelingen tevens in de gekozen taal worden afgebeeld.
* De taal van het display kan gekozen worden uit een lijst van 13 talen (Engels, Duits, Frans, Italiadans, Nederlands, Spaans, Deens, Noors, Fins, Zweeds, Portugees, Turks en Chinees).
Opheffen van de taal keuze

text_image
ENGLISH FRANCIS(FRENCH) NEDERLANDS(DLTH) DANSK(DANISH) S'LENS(SFINISH) PORCUES(PASTUG/ESD) 中国語(CH'NESS) DEUTSCH(GERMAN) ITALIAN(ITALIAN) ESPANO(SPAKISH) NORSK(NORWEGIAN) SVENS(KSWEDISH) TURKÇE(TURKISH) EINDEVoorbeeld: Veranderen van de taal van het display van Spaans terug naar Engels.
- Druk op "BEDIENING".
- Druk op " [icon]".
- Druk op "ENGLISH". Hierdoor zal de taalinstelling van Spaans opgeheven worden en zullen alle schermen en mededelingen terugkeren naar de Engelse taal.
VOORZICHTIG
- Deze funkcie moet niet worden gebruikt als een vertaalfunktie.
- In het geval de stroomvoorziening wordt uit gezet zal de huidige taalinstelling behouden blijven en niet worden opgeheven.
OPWINDEN VAN HET SPOELTJE/INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Opwinden van het spoeltje en aanbrengen van de onderdraad.

text_image
1 2 3 4, 8 5 6 7 9
-
Steek de stekker in het stopkontakt en zet de machine aan.
-
Zet de draadklos op de klosas. Het draadeinde moet er aan de onderzijde van de voorkant van de klos uitkomen. Het kloskapje dat het meeste overeenkomt met de grootte van de draadklos moet gebruikt worden om de klos stevig op de klosas te houden.
① Kloskapje
② Klos
③ Kloshouder
* Het kloskapje moet zover mogelijk op de klosas geschoven worden.
Opmerking
In het geval u een zeer fijne draad gebruikt, zoals kruiswikkeidraad, verwijdert u het klosviltje en plaatst u het kloskapje (klein) met een kielne tussenruimte los van de draad op de klos, alvorens deze te gebruiken.
1 Kruiswikkeldraad
② Kloskapje (klein)
③ Open ruimte
- Neem de klosdraad in uw rechterhand en houd het uiteinde vast met uw linkerhand. Geleid de draad in de volgorde van de nummers door de naaimachine.

- Lijn de groef in de spoel uit met de veerklem op de as en zet de spoel op de opwindas. Druk de opwindas nu naar rechts.
① Veerklem op de opwindas
② Groef in het spoeltje

- Wind de draad vier of vijf keer met de klok mee om de spoel en haal het uiteinde van de draad door het spleetje in de opwindbasis. Trek de draad daarna in de richting getoond in de illustratie. Snijd de draad af met de draadsnijder.
Opwindbasis

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B{Step 1}
B --> C["Output"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#bbf,stroke:#333
- Zet de schuifknop voor de snelheidsregeling in de hoogste stand (zover mogelijk naar rechts).
- Druk op de "START/STOP"-toets. De naaimachine stopt automatisch wanneer het spoeltje vol is.
- Wanneer het spoeltje stilstaat, drukt u op de "START/STOP"-toets om de naaimachine stop te zetten.
- Snijd de draad af, schuif de opwindas naar links en verwijder het spoeltje.
Aanbrengen van het spoeltje

- Schuif het spoelhuisdeksel open.
① Spoelhuisdeksel
② Ontgrendelknop van het spoelhuisdeksel

- Plaats het spoeltje in het spoelhuis met de draad in de richting aangegeven in de afbeelding.

- Geleid het draadeinde door de spleet en trek vervolgens de draad naar u toe waardoor de overtollige lengte wordt afgesneden.
① ingebouwde draadafsnijder

text_image
1 2- Sluit het spoelhuisdeksel door het linker deel op zijn plaats te leggen en licht op het rechter deel te drukken zodat het dicht klikt.
* Het naaien kan beginnen zonder de onderdraad omhoog te halen.
INRIJGEN VAN DE BOVENDERAAD
Rijg de bovendraad in overeenkomstig het nummer en het pijltje op de machine

text_image
3 4 1 5 2 6 *
- Zet de persvoethendel omhoog. (in het geval de persvoethendel niet omhoog gezet is, kan de bovendraad niet worden geregen.)

- Gebruik de "NAALDSTAND"-toets om de naald in de omhoog-stand te zeiten.

- Plaals de klos draad op de klosas. Het draadeinde moet aan de onderzijde van de voorkant van de klos zitten. Het kloskapje dat het beste overeenkomt met de grootte van de klos draad moet gebruikt worden om de klos op de klosas stevig tegen het klosvillje te houden.

text_image
Haal de draad goed door de onderkant van de geleider. ① ②- Houd de klosdraad in uw rechterhand en neem het uiteinde van de draad in uw linkerhand. Houd de draad strak terwijl u hem in de door de nummers aangegeven volgorde door de geleiders haalt.
Opmerking
Het onjuist inrijgen kan schade veroorzaken.

- Zet de persvoet omlaag.
- Rijg de naald met de hand of maak gebruik van de automatische naaldinrijger.
* U hoeft de onderdraad niet omhoog te trekken alvorens u met naaien begint.
7. Leid de draad onder de persvoet en trek deze ongeveer 5 cm vanaf de achterkant van de machine naar buiten.
Opmerking
Zet de persvoet altijd omhoog alvorens de bovendraad uit de naaimachine te verwijderen omdat anders de automatische bovendraadspanning inrichting beschadigd kan raken.
Automatische naaldinrijger

- Geleid de draad door de draadlus en trek de draad voorzichtig naar u toe.
① Hendel van de naaldinrijger
② Geleider (Grote haak)
③ Draadius
* Door het omlaag zetten van de persvoet wordt de automatische draadspanning ingeschakeld, zodat u tijdens het naaien de draad kunt vastnemen.

- Zet met uw linker wijsvinger de hendel van de naaldinrijger helemaal naar beneden. Kontroleer dat de draad door de geleider wordt vastgehouden en dat de grijper op de naaldinrijger door het oog van de naald is gegaan.
1 Tweede set haken
② Derde haak
- Houd de draad tussen vast en leg de draad aan de linkerzijde terwijl u de naaldrijghendel omlaag zet, zodat de grote haak de draad kan pakken. Wanneer de naaldrijghendel in de laagste stand staat, de draad om het oog van de naald leggen.

* Draai uw rechterhand een weinig om te zien of de draad ingeregen is.
- Terwijl u de draad voorzichtig vasthoudt, zet u de hendel van de naaldinrijger omhoog.

-
Trek de draad naar achteren om het inrijgen van de bovendraad af te ronden.
-
Leid de draad onder de persvoet en trek deze ongeveer 5 cm vanaf de achterkant van de machine naar buiten.
Gebruiken van de extra klospin en klosnetje
Extra klosas
Gebruik de extra klospin wanneer u gemetalliseerde draad gebruikt.
- Plaats de extra klospin in uiteinde van de windas.
- Plaats het klosviltje en de draadklos in die volgorde en rijg vervolgens de bovendraad in.
1 Plaats de extra klospin in uiteinde van de windas.
② Klosviltje
③ Draadklos
Let er bij het plaatsen van de klos op de klos zodanig te plaatsen dat de draad van de voorkant van de klos afgewikkeld wordt.
* In het geval u metaaldraad gebruikt, bevelen wij aan naaimachinenaald 90/14 voor huishoudelijk gebruik te gebruiken.

Door deze methode wordt voorkomen dat de draad draait wanneer deze zich van de klosas afwikkelt.
Klosnetje
In het geval u speciale draad gebruikt die zich snel van de klos afwikkelt, plaatst u een klosnetje om de klos alvorens deze te gebruiken.
* Knip het klosnetje af op de grootte van de klos.
De automatische naaldinrijger kan de links afgebeelde kombinaties niet verwerken. Doorzichtig nylon draad kan worden gebruikt ongeacht de tabel onder voorwaarde dat de te gebruiken naald een 90/14 - 100/16 naald is.
START/STOP
"START/STOP" toets

1 Leg de stof onder de persvoet, zet de persvoet omlaag en druk op de "START/STOP"-toets. De naaimachine begint met naaien.
* Houd de "START/STOP"-toets ingedrukt om langzaam te naaien.
2. Druk op de "START/STOP"-toets om de naaimachine te stoppen.
Voetpedaal

Let op dat er zich geen vuil en slukjes stof in het voetpedaal ophopen. Dit kan leiden tot brand of elektrische schokken.
- Wanneer de naaimachine uit staat, steekt u het stekkertje van het voelpedaal in de daarvoor bestemde ingang op de naaimachine.
① Voetpedaal
② Ingang voor voetpedaal - Zet de machine aan en druk het voetpedaal langzaam in om te beginnen met naaien.
* De snelheid die is ingesteld met de schuifknop is de maximale naaisnelheid van het voetpedaal. - Laat het voetpedaal los om de naaimachine te stoppen.
* Wanneer u het voetpedaal gebruikt, heeft de "START/STOP"-toets geen invloed op het naaien.

Bevestigen en gebruiken van de knieheffer

Steck de knieheffer in de daarvoor bestemde ingang op de naaimachine.

Met uw knie beweegt u de knieheffer naar rechts zodat u uw beide handen vrij heeft voor andere taken.
STEEKBREEDTE EN STEEKLENGTE
Steekbreedte

text_image
Jl Zigzag- steek BRIEDTE LENGTHE DRAAD STANDING + 7.0 mm mm AUTOVermeerderen van de steekbreedte
Druk op de "▶" insteltoets voor de steekbreedte.

De instelwaarde voor de steekbreedte wordt groter telkens wanneer u op de toets drukt.

text_image
Zigzag- steek BREEDTE LENGTE 2.5 mm mm - 10000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000Verminderen van de steekbreedte
Touch the "◀" insteltoets voor de steekbreedte.

De instelwaarde voor de stookbreedte wordt kleiner telkens wanneer u op de toets drukt.

text_image
N KON TROL WISSEH 1 3 DRAAD SPANING GINDICEN E X 1Naaien van letters en patronen met gebruik van satijnsteken
Kies de "LETTERS"-toets uit de keuzetoetsen op de rechterkant van de machine. Druk op de "☐" -toets op het displayscherm.

text_image
KON TROLS WISSEN DRAA SPANN DRAE SPANN SWUTEN DRAE SPANN LENGTHS* Als u op de "SLUITEN"-toets drukt, zal het display terugkeren naar het voorgaande scherm.
Steeklengte

text_image
Zigzag- steek IRLEEDTE LENGTH 2.5 mm - 0.0000 SPANDING + 0000 0000 JUTOVermeerderen van de steeklengte
Druk op de "▲" insteltoets voor de steeklengte.

De instelwaarde voor de steeklengte wordt groter telkens wanneer u op de loets drukt.

text_image
Zigzag- steek BREEDTE LENGTE BRAND SPANNING + 0.8 mm AUTOVerminderen van de steeklengte
Druk op de "▼" insteltoets voor de steeklengte.

De instelwaarde voor de steeklengte wordt kleiner telkens wanneer u op de toets drukt.
* Wanneer u stof met een dikte van minder dan 1 mm met een rechte steek naait, wordt de steeklengte bij het begin van het naaien automatisch veranderd naar 4,0 mm om plooivorming te voorkomen, ook als u de steeklengte op 5,0 mm heeft ingesteld.

text_image
KON-TROLE WISSEN DRAD SPANNING GEHIGEN E 1Naaien van letters en patronen met gebruik van satijnsteken
Kies de "LETTERS"-toets uit de keuzetoetsen op de rechterkant van de machine. Druk voor afstellen op de "☐-toets.

text_image
N KON-TRALE WISSEN DRAA SPAIN SLUITEN ELESTE LENGTE* Als u op de "SLUITEN"-toets drukt, zal het display terugkeren naar het voorgaande scherm.
Schematisch overzicht van steeklengten en steekbreedten
| STEEK | STEEKBREEDTE | STEEKLENGTE | STEEK | STEEKBREEDTE | STEEKLENGTE | ||||||
| AUTOMATISCH | HANDMATIG | AUTOMATISCH | HANDMATIG | AUTOMATISCH | HANDMATIG | AUTOMATISCH | HANDMATIG | ||||
| Rechte steek (links) | (0,0) | 0,0-7,0 | 2,5 | 0,2-5,0 | ![]() | 7,0 | 3,0-7,0 | 0,5 | 0,3-1,0 | ||
| Rechte steek (midden) | - | - | 2,5 | 0,2-5,0 | ![]() | ||||||
| Stretchsteek | (0,0) | 0,0-7,0 | 2,5 | 1,5-2,5 | ![]() | ||||||
| 1,0 | 1,0-3,0 | 2,5 | 1,0-4,0 | Stoppen | ![]() | 7,0 | 2,5-7,0 | 2,0 | 0,4-2,5 | ||
| Zigzagsteek | 3,5 | 0,0-7,0 | 1,4 | 0,0-4,0 | ![]() | ||||||
| Elastische zigzagsteek | 5,0 | 1,5-7,0 | 1,0 | 0,2-4,0 | Bartacksteek | ![]() | 2,0 | 1,0-3,0 | 0,4 | 0,3-1,0 | |
| 5,0 | 1,5-7,0 | 1,0 | 0,2-4,0 | Band bevestigen | ![]() | 4,0 | 0,0-7,0 | 1,0 | 0,2-4,0 | ||
| zigzagsteek steek | 3,5 | 2,5-5,0 | 2,0 | 1,0-4,0 | Gaatje | ![]() | 7,0 | 7,0 6,0 5,0 | 7,0 | 7,0 6,0 5,0 | |
| 5,0 | 2,5-5,0 | 2,5 | 1,0-4,0 | Knoop aanzeiten | ![]() | 3,5 | 2,5-4,5 | - | - | ||
| 5,0 | 0,0-7,0 | 2,5 | 0,5-3,0 | Rijgsteek | ![]() | 0,0 | 0,0-7,0 | 20 | 5-30 | ||
| 5,0 | 3,5-5,0 | 2,5 | 1,0-4,0 | Appliceersteek | ![]() | 3,5 | 2,5-5,0 | 2,5 | 1,6-2,5 | ||
| 5,0 | 0,0-7,0 | 2,5 | 0,5-3,0 | ![]() | 1,5 | 0,5-3,5 | 1,4 | 0,8-4,0 | |||
| 4,0 | 0,0-7,0 | 4,0 | 1,0-4,0 | Schelpsteek | ![]() | 5,0 | 2,5-7,0 | 0,4 | 0,1-1,0 | ||
| Blindzoomsteken | 0,0 | +3--3 | 2,0 | 1,0-3,5 | Siersteek | ![]() | 5,0 | 1,5-7,0 | 1,6 | 0,2-4,0 | |
| Patchwork steek | ![]() | 5,0 | 2,5-7,0 | 2,5 | 1,0-2,5 | ||||||
| Knopcsgalen | 5,0 | 3,0-5,0 | 0,4 | 0,2-1,0 | ![]() | 4,0 | 0,0-7,0 | 1,2 | 0,2-4,0 | ||
| 5,0 | 3,0-5,0 | 0,4 | 0,2-1,0 | ![]() | 5,0 | 0,0-7,0 | 1,2 | 0,2-4,0 | |||
| 5,0 | 3,0-5,0 | 0,4 | 0,2-1,0 | Fagotsteek | ![]() | 5,0 | 0,0-7,0 | 2,5 | 2,5-3,0 | ||
| 5,0 | 3,0-5,0 | 0,4 | 0,2-1,0 | ![]() | 5,0 | 2,5-7,0 | 2,5 | 1,0-2,5 | |||
| 6,0 | 3,0-6,0 | 1,0 | 0,5-2,0 | ||||||||
| 6,0 | 3,0-6,0 | 1,5 | 1,0-3,0 | ||||||||
| 5,0 | 0,0-6,0 | 2,0 | 0,2-5,0 | ||||||||
| STEEK | STEKBREEDTE | STEEKLENGTE | |||
| AUTOMATISCH | HANDMATIG | AUTOMATISCH | HANDMATIG | ||
| Dekoratiosteak | ![]() | 4,0 | 0,0-7,0 | 2,5 | 1,0-4,0 |
![]() | 4,0 | 0,0-7,0 | 3,0 | 2,0-4,0 | |
![]() | 5,5 | 0,0-7,0 | 1,6 | 1,0-4,0 | |
![]() | 3,5 | 0,0-7,0 | 1,6 | 0,2-4,0 | |
![]() | 0,0 | 0,0-7,0 | 2,5 | 1,0-4,0 | |
![]() | 5,0 | 1,5-7,0 | 1,0 | 0,2-4,0 | |
| Zijwaarts naalen (recht) | ![]() | - | - | - | - |
![]() | - | - | - | - | |
![]() | - | - | - | - | |
![]() | - | - | - | - | |
![]() | - | - | - | - | |
![]() | - | - | - | - | |
![]() | - | - | - | - | |
![]() | - | - | - | - | |
| Zijwaarts naalen (zigzag) | ![]() | - | - | - | - |
![]() | - | - | - | - | |
| Dekoratievesteken | ![]() | 6,0 | 1,5-7,0 | 2,5 | 1,5-4,0 |
![]() | 5,0 | 2,0-7,0 | 1,6 | 1,0-4,0 | |
![]() | 5,0 | 1,5-7,0 | 4,0 | 1,5-4,0 | |
![]() | 3,5 | 1,5-7,0 | 3,0 | 1,6-4,0 | |
![]() | 5,0 | 3,0-7,0 | 3,5 | 2,0-4,0 | |
*—: Niet-instelbaar
DRAADSPANNING
Juiste spanning

1 Achterziede
② Oppervlak
Bovendraad
4 Onderdraad
* De draadspanning wordt automatisch ingesteld op de meest geschikte waarde ongeacht de gekozen stof en draad.
* Een goede draadspanning is belangrijk, omdat anders de draad kan breken of de stof kan gaan rimpelen.
U kunt de spanning verminderen door op de "◀" -toets te drukken

text_image
Rechte steek (L) BREEDTE LENGATE + - AUTODruk op de "◀" -insteltoets voor de draadspanning.
De waarde van de draadspanning zal dan kleiner worden (zwakker).

Onderdraad
② Bovendraad
3 Oppervlak
4 De bovendraad trekt de onderdraad omhoog.
U kunt de spanning vergroten door op de "▶"-toets te drukken

text_image
Rechte steek (L) BRESTE LENGTHS SPAINING + AUTODruk op de "▶"-insteltoets voor de draadspanning.
De waarde van de draadspanning zal dan groter worden (sterker).

Bovendraad
② Onderdraad
③ Oppervlak
4 De onderdraad trekt de bovendraad omlaag.
Behalve "NAAISTEEK"

- Druk op "DRAAD SPANNING".
- Verander de bovendraadspanning.
* Als u op de "SLUITEN"-loets drukt, zal het display terugkeren naar het voorgaande scherm.
VERWISSELEN VAN DE PERSVOET
Verwissel de persvoet door de stappen op het scherm te volgen

text_image
1 2- Druk op de "NAALDPOSITIE"-toets om de naald omhoog te zetten en schakel vervolgens de machine uit.
- Zet de persvoet omhoog.

- Druk op de zwarte knop aan de achterzijde van de persvoethouder om de persvoet te ontgrendelen.
① Persvoethouder

- Plaats de persvoetpen recht onder het uiteinde van de houder en zet de persvoethendel omlaag.
Uiteinde van de houder
② Persvoetpen
Aanbrengen van borduurvoet "Q"

- Druk op de "NAALDPOSITIE"-toets om de naald omhoog te zetten en schakel vervolgens de machine uit.
- Zet de persvoet omhoog.
- Druk op de zwarte knop links van de persvoethouder en verwijder de persvoethouder door deze naar beneden te trekken.

- Druk op de zwarte knop links van de borduurvoet "Q". Lijn het gat in borduurvoet "Q" uit met de persvoetstang en breng vervolgens borduurvoet "Q" aan door deze met beide handen stevig en volledig omhoog te drukken.
LET OP
Let er op hierbij de naald niet aan te raken, aangezien dit verwonding tot gevolg kan hebben.
Naar keuze

- Druk op de NAALDSTAND-toets om de naald omhoog te zetten en schakel de naaimachine uit.
- Zet de persvoet omhoog.
- Draai de schroef los om de persvoethouder te verwijderen.

- Bevestig borduurvoet "Q".
- Zet de arm van borduurvoet "Q" op de naaldstang, gebruik het metalen schijfje dat bij uw naaimachine werd geleverd (accessoire #14 op pagina 7) of een schroevendraaier om de schroef stevig vast te draaien.
LET OP
Let er op hierbij de naald niet aan te raken, aangezien dit verwonding tot gevolg kan hebben.
OPMERKING
- Zorg ervoor dat er geen open ruimte is tussen de naaldstang en borduurvoet "Q".
- Het is raadzaam een 90/14 naald te gebruiken voor het borduren van dikkere stoffen of stabiliserende producten (bijvoorbeeld denim, schuimrubber...). Een 75/11 naald kan buigen of breken, waardoor er zich verwondingen kunnen voordoen.
Verwisselen van de borduurvoet

- Druk op de zwarte knop links van de borduurvoet "Q" en verwijder de borduurvoet "Q" door deze omlaag te trekken.

- Druk op de zwarte knop links van de borduurvoet "Q". Lijn het gat in de persvoethouder uit met de persvoetstang en breng vervolgens de persvoethouder aan door deze met beide handen stevig en volledig omhoog te drukken.
LET OP
Let er op hierbij de naald niet aan te raken, aangezien dit verwonding tot gevolg kan hebben.
Naar keuze

- Druk op de NAALDSTAND-toets om de naald omhoog te zetten en schakel de naaimachine uit.
- Zet de persvoethendel omhoog.
- Draai de schroef los om borduurvoet "Q" te verwijderen.

- Terwijl de persvoet omhoog staat, draait u de schroef losjes vast om de persvoethouder te bevestigen.
- Haal de persvoethendel omlaag en gebruik het metalen schijfje dat bij uw machine is geleverd (accessoire #14 op pagina 7) of een schroevendraaler om de schroef stevig vast te draaien.
LET OP
Let er op hierbij de naald niet aan te raken, aangezien dit verwonding tot gevolg kan hebben.
OPMERKING
- Als de persvoet niet goed is bevestigd kan het gebeuren dat de draadspanning losser wordt doordat de persvoet niet op de juiste hoogte zit.
Wanneer het toebehorenbakje van de machine wordt geschoven, wordt de afstelhendel voor de transporteur aan de onderzijde van de naaimachine zichtbaar. Door de hendel naar rechts te schuiven worden de transporteurs omlaag gezet voor speciale borduurtechnieken, zoals vrij borduren. Bij automatisch naaien worden de transporteurs eveneens omlaag gezet. Als u doorgaat met naaien, de hendel naar links schuiven om de transporteurs omhoog te zetten.
* Wanneer de borduuram op de machine wordt geschoven, zullen de transporteurs automatisch omlaag gezet worden.
VERWISSELEN VAN DE NAALD
Zet de naald altijd stevig vast

- Druk op de NAALDSTAND-toets om de naaid omhoog te zetten.
- Schakel de machine uit en breng de persvoet omlaag.
- Draai de naaldklemschroef los met een schroevendraaier.
- Verwijder de naald.

LET OP Draai de naaldklemschroef niet te krachtig los of vast, omdat deze dan beschadigd kan raken.
- Steek de naaid met de platte kant naar achteren zo ver mogelijk in de opening tot aan de naaldstopper. Draai de schroef stevig vast met een schroevendraaier.
Naaldstopper - Schakel de machine in.
Kontroleren van de naald

Leg de naald op een vlak oppervlak en ga na of de ruimte tussen de naald en het vlakke oppervlak overal even breed is.
Als de tussenruimte niet overal even breed is, is de naald gebogen. U dient de naald weg te gooien om te voorkomen dat uw werkstuk of naaimachine beschadigd raakt.
① Ruimte tussen de naald en het vlakke oppervlak
② Vlak oppervlak (naaldplaat, glas, liniaal, etc.)
MACHINE BEDIENINGSTOETSEN

text_image
Kies een "ADVIES-ONDERERP." 1 2 3 4 5 6 7 STOP, DRAAD EN NAALD 9 HELDERSIED VAN DISPLAY RAINFSTEELING VAN STEEN STORING- ZOICKEN 10 11Deze naaimachine bevat ingebouwde instructies over het gebruik van de machine, gebaseerd op deze gebruikershandleiding. Als u op de BEDIENING-toets drukt, verschijnt er informatie over handelingen als het winden van de spoel en het inrijgen van de bovendraad op het display. U kunt deze instructies dus raadplegen onder het naaien.
Voorbeeld: Als u wilt weten hoe de onderdraad opgespoeld moet worden
- Druk op de "BEDIENING"-toets. Het volgende scherm verschijnt dan.

text_image
1. Plaats de draadspoel zodanig dat het draaduiteinde onder aan de voorzijde naar P. 1/6 EINDEDruk op deze toets om te weten te komen hoe de onderdraad ingeregen moet worden.
② Druk op deze toets om te weten te komen hoe de persvoet verwisseld moet worden.
Druk op deze toets om te weten te komen hoe de naald verwisseld moet worden.
4 Druk op deze toets om te weten te komen hoe de onderdraad opgespoeld moet worden.
Druk op deze toets om te weten te komen hoe de bovendraad ingeregen moet worden.
⑥ Druk op deze toets om te weten te komen hoe de taal keuze.
⑦ Druk op deze toets om te weten te komen hoe het borduren in zijn werk gaat.
Druk op deze toets om te weten te komen welke draad en naald er voor verschillende stoffen gebruikt wordt.
⑨ Gebruik deze toets wanneer het displayscherm moeilijk leesbaar is.
- Gebruik deze toets wanneer het patroon vervormd is.
① Gebruik deze toets als er zich tijdens het naaien een probleem voordoet.
- Druk op de " [OEP]"-toets.
De procedure voor het spoelen van de spoeldraad op de spoel zal op het display worden aangegeven.

text_image
buiten steekt. 2. Rijg de draad door de pijlmerktekens te volgen. P. 2/6 EINDE
text_image
3. Zet de spoel net de gleuf (1) op de veer (2) aan de as van de winder en druk naar rechts P. 3/6 EINDE- Druk op de "☐"-toets om het volgende onderdeel van de procedure op het display te laten verschijnen.
Volg de procedure voor het spoelen van de spoeldraad op de spoel.
* Druk op de "EINDE"-toets om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm.

text_image
4. Draai de draad 4-5 keer net de klok mee on de spoel. P. 4/6 EINDEPROEFNAAIEN
Naaien van een proeflapje met behulp van de NAAISTEEK-toets

text_image
1 2 3 4 5 6 6*LET OP
- Houd de naald altijd good in het oog tijdens het naaien en zorg er voor dat uw handen niet in de buurt komen van de bewegende onderdelen zoals de naald, het handwiel en de draadopneemhendel, aangezien u anders verwondingen zou kunnen oplopen.
- Tijdens het naaien niet te hard aan de stof trekken of duwen, aangezien u anders verwondingen zou kunnen oplopen.
- Gebruik nooit verbogen naalden. Dergelijke naalden kunnen gemakkelijk breken, hetgeen verwondingen tot gevolg kan hebben.

text_image
1 2 Rechte steek (L) 3 4 5 6 7 8 INJECTI LENGTHI - 0.0mm + 0.0mm AUTO 9 10 11De 75/11 naald is van fabriekswege ingebracht.
- Wanneer de naaimachine ingeschakeld wordt, wordt altijd de rechte steken (linkse stand) ingesteld.
① Breng de persvoet in die door de letter wordt aangegeven.
② Dit geeft het patroon aan dat op dat moment is gekozen.
③ Als u alvorens te gaan naaien op deze toets drukl, zullen er automatisch achteruitsteken (verstevigingssteken) genaaid worden. (Zie bladzijde 38.)
Als u alvorens te gaan naaien op deze toets drukt, zai de draad bij het einde van het naaien automatisch afgeknipt worden. (Zie bladzijde 39.)
⑤ Wanneer u tijdens het naaien op deze toets drukt, zal er een adviesdisplay verschijnen. (Zie bladzijde 42.)
6 Dit kiest het juiste patroon voor de naaimethode en geeft ook de bedieningsstappen aan. (Zie bladzijde 40.)
⑦ Druk op deze toets om terug te keren naar de voorgaande pagina.
8 Druk op deze toets om door te gaan naar de volgende pagina.
9 Druk op deze toetsen voor het afstellen van de instelling voor de steekbreedte.
10 Druk op deze toetsen voor het afstellen van de instelling voor de steeklengte.
11 Druk op deze loets voor het veranderen van de draadspanning.

- Leid de draad onder de persvoet en trek deze ongeveer 5 cm vanaf de achterkant van de machine naar buiten.
Bovendraad
② 5 cm

- Houd uw linkerhand op de draad en de stof en draai het handwiel met uw rechterhand om de naald in de beginstand voor het naaien te plaatsen.
① Draad
* Het naaien kan beginnen zonder de spoeldraad naar buiten te trekken.

- Zet de persvoet omlaag, houd de verstevigingssteekschakelaar ingedrukt, naai enkele verstevigingssteken en druk vervolgens op de START/STOP schakelaar. De machine zal in de langzame startmodus beginnen te naaien.

- Plaats de rand van de stof met 3 tot 4 steken achter de persvoet. Druk op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets om het achteruitnaaien te testen.

*6. Knip dikke draad (dikker dan nr. 30) met behulp van de draadsnijder op de zijkant van de naaimachine, zoals afgebeeld.
* DRAADEINDE-VERKLIKKER VOOR ONDERDRAAD Wanneer de onderdraad opraakt, zal dit via een waarschuwingsmelding op het display worden weergegeven. Voorzie de machine in zo'n geval van nieuw ondergaren.
AUTOMATISCHE VERSTEVIGINGSSTEEK
Deze steek automatisch voorkomt rafelen.

text_image
Rechte steek (L)- Kies het stekenpatroon.
- Druk op de automatische verstevigingssteektoets.
① Automatische verstevigingssteektoets

flowchart
graph TD
A["START STOP"] --> B["↑"]
C["↓"] --> D["1"]
E["←"] --> F["1"]
- Druk op de "START/STOP"-toets.
De verstevigingssteek zal worden genaaid alvorens het naaien begint. De verstevigingssteken zullen niet worden genaaid indien het naaien wordt onderbroken. Druk op de "START/STOP"-toets om het naaien te onderbreken. Er wordt geen verstevigingssteek aan het einde genaaid. (De stof kan worden gedraaid of verplaatst al naar gelang het werkstuk vereist). Druk nogmaals op de "START/STOP"-toets om het naaien weer te laten beginnen. - Aan het einde van het naaien drukt u op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets om een verstevigingssteek te naaien en te stoppen.
Stopt automatisch
* De stof dient 3 tot 4 steeklengten achter de persvoet geplaatst te worden alvorens de verstevigingssteek te naaien.
Stopzetten van de automatische verstevigingssteek
Door nogmaals op de automatische verstevigingssteektoets te drukken wordt de automatische verstevigingssteek uitgezet.
AUTOMATISCH DRAADKNIPPEN
De draad wordt automatisch afgeknipt.

text_image
Rechte steek (L)
In het geval u geprogrammeerd automatisch draadknippen instelt alvorens te naaien, zal de draad automatisch afgeknipt worden nadat het patroon is voltooid. (Verstevigingssteken worden aan het begin en het einde van het patroon genaaid.)
-
Kies het stekenpatroon.
-
Druk op de geprogrammeerd draadknippen toets.
* Het geprogrammeerd draadknippen en de verstevigingssteek moeten tezamen gebruikt worden.
* Geprogrammeerd draadknippen is handig bij het maken van knoopsgaten, trenssteken en andere toepassingen.
-
Druk op de "START/STOP"-toets. De verstevigingssteken zullen worden genaaid alvorens de rechte steken worden genaaid.
-
Aan het einde van het naaien drukt u op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets om een verstevigingssteek te naaien en de draad af te knippen.
① Knipt automatisch de draad af en stopt.
* De stof dient 3 tot 4 steeklengten achter de persvoet geplaatst te worden alvorens de verstevigingssteek te naaien.
Stopzetten van geprogrammeerd automatisch draadknippen
Door een tweede maal op de geprogrammeerd draadknippen toets te drukken wordt de automatische draadknippen funkcie uitgezet.
SELEKTEREN VAN NAAISTEKEN
(Voorbeeld) Knoopsgaten

- Druk op de "NAAISTEEK"-toets.
- Druk op de "☐" -toets.

text_image
Naatype PECHTE STEEK OVERLOCK STEEK XNOOPSGAT KNOPEN SCHILP PLISSEREN PINBUCKSTEEK TRENSSTEEK PLATE ZOOMSTEEK APPLICER STEK MOURNAMOZOOI ELINDZOOM STEEK RITS NAIEN ENDE- Druk op de "KNOOPSGAT"-toets.

text_image
Kies het naitype. ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ P.1/2 ①Nostuums, overjassen ②Jeans, broeken ③Dikke jassen ④Dumne er niddelmatig dikke stof ENDE- Selekteer de gewenste toepassing. De beschikbare steken en naalprocedures verschijnen stap voor stap op het scherm.

text_image
Knoopsgatsteek 1. Ieken de plaats voor het knoopsgat af. 2. Bevestig persvoet "A" en steek de knoop in de houder (1). P. 1/7 EMDE- Druk op de "S"-toets om het volgende onderdeel van de procedure op het display te laten verschijnen.
Volg de procedure voor het naaien van de knoopsgatsteek.
* Druk op de "EINDE"-toets om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm.

text_image
Kooorsgatsteek 3. Lijn het rode merkteken op de persvoet uit met de aftekening op de stof en zet de persvoet omlaag. (1) P. 2/7 EINDE
text_image
Knoopsgatsteek 4.2et de knoopsgat- hendel (1) omlaag achter de steun. P.3/7 EINDE
text_image
Knoopsgatsteek 5.Houd tijdens het naaien de bovendraad vast. *Tijdens het naaien de stof met de hand leiden. P.4/7 EINDE
text_image
Knoopsgatsteel 5. Gebruik een torn- mesje om het knoopsgat te openen. Snijd in de richting van speld (1). P. 5/7 EINDE
text_image
*Als de toets ingesteld is. wordt de draad aan het einde van het naalverk automatisch afgeknipt. P. 8/7 EINDE
text_image
*Als de stof te dik is en niet good getransporteerd kan worden. op de insteltoets voor de steeklengte drukken om de steeklengte te vergroten. P. 7/7 EINDS DROEATE LENGTH AUTONUTTIGE TIPS
“” toets

text_image
Appliceersteek BREDTE LENGTE - + - AUTO- Druk op de "☐" -toets. Als u op "☐" drukt terwijl "☐" is gekozen, zal het volgende scherm op het display verschijnen.

text_image
Appliceersteek Advies @PATRONEN Voor het bevestigen van applicatieuerk en emblemen. P. 1/4 SILATIN- Druk op de "☐" -toets om het volgende onderdeel van de procedure op het display te laten verschijnen.
* Druk op de "SLUITEN"-toets om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm.

text_image
Appliceersteek Advies RSCHERPE HOENEN Laat de naald zakken aan de rechterkant van bet applikatie- werk, zet P. 2/4 SLUTIN
text_image
Appliceersteek Advies ESCHERPE HOLKEN vervolgens de persvoet onhoog en draai de stof met de naald als P. 3/4 SLUTON
text_image
Appliceersteek Advies @SCHERPE HOEMEN niddelpunt. P. 4/4 SLUITENNaaien van een hoek

Houd de naald in de stof op de hoek, zet vervolgens de persvoet omhoog en draai de stof.

In geval van steken korter dan 0,5 cm.
Alvorens u begint te naaien, een rijgdraad bij het hoekpunt aanbrengen. Wanneer u bij de hoek van richting verandert, met naaien beginnen terwijl u de rijgdraad naar achteren trekt.
Naaien van dikke zomen

Wanneer de voet omhoog gaat staan bij het begin van een dikke zoom, zet u de naald omlaag en haalt u de persvoet omhoog. Breng de persvoet op gelijke hoogte van de zoom door een "vulstuk" (een stukje gevouwen stof of karton) onder het achterste deel van de persvoet te leggen. Zet de persvoet nu naar beneden en ga door met stikkon.
Naaien van een bocht

Naaien van een bocht met de rechte steek
Naai langzaam daarbij de steken parallel houdend aan de rand van de stof terwijl u de stof rond de bocht geleid.

text_image
5 6Naaien van een bocht met de zigzagsteek
Stel de steeklengte in op "kort" zodat u een fijne steek krijgt. Naai langzaam daarbij de steken parallel houdend aan de rand van de stof terwijl u de stof rond de bocht geleid.
* Bij scherpe bochten stopt u tijdelijk met naaien waarbij u de naald in de stof houdt. Zet vervolgens de persvoet omhoog en draai de stof voorzichtig, zonder deze ten opzichte van de persvoet te vorplaatsen. Zet de persvoet omlaag en begin weer met naaien.
Naaien van dikke stof

- In het geval u de persvoethendel verder omhoog zet, wordt de persvoet in een hogere stand gezet voor gebruik van dikkere stoffen.
Terwijl de persvoet omhoog staat, zet u de persvoethendel nog verder omhoog om ruimte te maken voor dikkere stoffen.

- Indien de stof bij het begin van het naaien niet wilt doorvoeren, plaatst u een ander sluk, even dikke stof achter de te naaien stof.
* Door het gebruik van een rechte steek voet (SA108 of X80823001) zal het op en neer gaan van de stof gemakkelijker verlopen wanneer de naald door zeer dikke stoffen moet naaien.
Vergeet niet dat deze voet alleen kan worden gebruikt voor de rechte steek in de middelste naaldstand.
Naaien van dunne stof

Plaats dun papier of een steunstof onder de te naaien stof en begin met naaien.
* Gebruik een rechte steek voel (SA108 of X80823001) om het onlstaan van plooien te voorkomen. Denk er aan de middelste naaldpositie te kiezen. Verdere afstelling van de steeklengte en spanning kan noodzakelijk zijn.
STIKSTEKEN


- Voorzie de stof van rijgsteken of spelden en naai eerst een stukje achteruit, voordat u met het eigenlijke naaiwerk begint.
① Naal bij het begin achteruit.
* Leg de stof zodanig onder de persvoet, dat u een stukje achteruit kunt naaien.
-
Naai langzaam, wanneer u bij de rand van de stof aankomt en stop de machine, nadat u eerst een stukje achteruit heeft genaaid.
-
Snijd de draad vervolgens af door op de SCHAAR-toets te drukken.
* Als de funkcie voor het automatisch afknippen van de draad on het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een verstevigingssteek genaaid worden en de draad afgeknipl worden.
In het geval van versteviging of elastische stof

Voorzie de slof eerst van rijgsteken en naai daarna met rechte elastische steken langs het garen.
* Trek tijdens het naaien niet aan de stof.
1 Rijgsteken
Wijzigen van de steeklengte

text_image
LENGTE 2.5 mm ③ ② ①Druk op de "▲" en "▼" insteltoetsen voor de steeklengte om de steeklengte af te stellen.
① Langer
② Originele lengte: 2,5 mm
3 Korter
* In het geval van dunne stoffen van minder dan 1 mm, wordt de steeklongte automatisch tijdens het naaien ingesteld op 4,0 mm, zelfs als u de steeklongte op 5,0 mm instelt.
Wijzigen van de naaldstand

flowchart
graph TD
A["BREEDTE"] --> B["1"]
A --> C["2"]
A --> D["3"]
B --> E["←"]
C --> F["←"]
D --> G["→"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#ccf,stroke:#333
Druk op de "◀" en "▶" instelloetsen voor de steekbreedte om de positie van de naald af te stellen.
1 Linker naaldstand: 0 mm
② Midden naaldstand: 3,5 mm
③ Rechter naaldstand: 7,0 mm
* Bij de selectie voor de rechte steek/middenstand "☐" kan de stand van de naald niet worden veranderd.
TUSSENSTUK VOOR AANSCHROEFBARE PERSVOET
Dit tussenstuk is bestemd voor het bevestigen van een aanschroefbare persvoet aan de machine. Hieronder wordt het aanbrengen van de loopvoet beschreven.
Bijgeleverde onderdelen

Aanbrengen van de loopvoet
Deze voet is bijzonder handig bij het naaien van stoffen, zoals vinyl stof, synthetisch leder, dun leder, etc. Deze stoffen zijn tijdens het naaien moeilijk te transporteren, echter deze voet kan voorkomen dat dergelijke stoffen tussen de persvoet vast komen te zitten, gaan kreuken of van hun plaats glijden, dankzij de gelijkmatige aanvoer van zowel de bovenste als de onderste stof.
U kunt de loopvoet alleen gebruiken bij het naaien van een RECHTE STEEK (☐ : ☐) en ZIGZAGSTEEK (☐).
U kunt deze voet niet gebruiken voor het naaien van andere patronen, inclusief horizontale aanvoer (RECHTE & ZIGZAGSTEEK)

- Verwijder de persvoet en de persvoethouder.

- Bevestig het tusenstuk voor de aanschroefbare persvoet.
* Duw het tussenstuk zo ver mogelijk naar boven aan de persstang.
- Gebruik het bijgeleverde metalen schijfje (accessoire #14 op pagina 7) of een schroevendraaier om de schroef (klein) stevig vast te draaien.
* Draai de schroef stevig vast met het metalen schijfje wanneer u het tussenstuk bevestigt. Als de schroef niet goed vastzit, kunt u letsel oplopen.

- Bevestig de verbindingshendel van de loopvoet aan de naald-bevestiging-schroef en monteer de loopvoiet aan de persvoetstang. Laat de persvoet vervolgens zakken en draai de (grote) schroef van de persvoethouder vast.
** Draai voordat u begint met naaien het handwiel langzaam naar toe om te controleren of de naald de persvoet niet raakt, anders zou u letsel kunnen oplopen. Naai met langzame tot middelmatige snelheid.
① Verbindingsdeel

① Zigzagsteek
② Elastische zigzagsteek
③ Elastische zigzagsteek
Overhandse steek (Met gebruik van de zigzagsteek)

Zet de naald net langs de rand van de stof, zodat de rechtse eerste naaldpositie juist buiten de stof valt, en begin met naaien.
① Eerste naaldpositie
Appliceersteek (Met gebruik van de zigzagsteek)

Bevestig het ontwerp met wat lijm of enkele rijgsteken-op de stof en naai het daarna vast.
* Zet de naald net langs de rand van de stof en begin met het naaien van een zigzagsteek.
Patchwork (voor fantasie-lappendeken)

Sla de rand van het bovenste stuk stof naar binnen, leg de zoom over de rand van het onderste stuk stof en naai beide stofdelen aan elkaar vast.
Bovenste stuk stof
② Onderste stuk stof

Bij gebruik van ☐, ☐ of ☐ steken

Naai de stof en gebruik de rand van de stof als leidraad voor persvoet "G".
1 Leidraad
* Als de funktionie voor het automatisch afknippen van de draad en het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een verstevigingssteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.
LET OP
Draai na het afstellen van de steekbreedte het handwiel met de hand en kontroleer of de naald de persvoet niet raakt.
Als de persvoet wordt geraakt kan de naald breken hetgeen verwondingen tot gevolg kan hebben.

Bij gebruik van 📄, 📄 of 📄 steken

Bevestig persvoet "J" en laat de naald tot een klein stukje voorbij de rand van de stof zakken alvorens met naaien te beginnen.
Als de funktionie voor het automatisch afknippen van de draad en het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een verstevigingssteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.
LOCKSTEKEN (Bij gebruik van de stofsnijder)

Door middel van het gebruik van de stofsnijder kunt u overhands naaien en daarbij de stof afknippen.
Als u gebruik maakt van de stofsnijder, het patroon kiezen en vervolgens op " [SSn] .. drukken.
- Druk op de "NAALDPOSITIE"-toets om de naald omhoog te zetten en schakol vervolgens de machine uit.
- Zet de persvoet omhoog.
- Druk op de zwarte knop links van de persvoethouder en verwijder de persvoethouder door deze naar beneden te trekken.
- Plaats de schroef van de naald in de vork van de bedieningshendel.
① Schroef van de naaldstang
② Bediening shendel
* Zorg er voor dat de schroef stevig in de vork geklemd zit. - Zet de persvoet omhoog en lijn het schroefgat van de persvoethouder direct uit met de inkeping in de stofafsnijder Plaats nu de schroef (accessoire #3 op pagina 7) en draai deze voorzichtig op zijn plaats. Breng de persvoethendel omlaag en draai de schroef nu stevig vast.
- Kies het patroon en druk vervolgens op "Sgvr". De noodzakelijke afstelling voor de stofsnijder zal dan automatisch worden uitgevoerd.

- Maak een insnijding van ongeveer 2 cm in de stof.
1 2 cm
- Plaats de stof zoals aangegeven in afbeelding B links.
-Rechterzijde van kniplijn: bovenop de geleiderplaat (onderste mes);
-Linkerzijde van kniplijn: onder de persvoet.
① Geleiderplaat (onderste mes)
② Persvoet
- Rijg de naald en trek vervolgens de bovendraad over een lengte naar buiten, leid de draad onder de persvoet en trek hem naar buiten in de transportrichting van de stof. (Zie afbeelding B links.)
② Persvoet
Bovendraad
- Zet de persvoet omlaag.
LET OP
Als de vouwbreedte is afgesteld, het handwiel met de hand draaien om te controleren of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, bestaat de kans dat de naald breekt.
Alleen bij het naaien van gewone steken
De marge voor de zoom moet ongeveer 0,5 zijn.
① Marge voor de zoom
* Let er op dat u bij gebruik van de stofsnijder op "Sg" drukt.
* De stofsnijder na gebruik reinigen, aangezien er zich anders stof en restjes garen op verzamelen.
* Breng naargelang vereist een kleine hoeveelheid olie aan op de snijrand van de stofsnijder.
Opmerkeing
-De stof zal niet worden gesneden als de stof in zijn geheel gewoon onder de geleiderplaat van de persvoet wordt gelegd. Plaats de stof op de manier zoals aangegeven onder stap 8. hierboven en begin vervolgens te naaien.
-Controleer of de naald omhoog staat wanneer de persvoethendel omhoog gezet wordt.
-Er kan óén laag van 13-oz denim worden geknipt.
BLINDZOOMSTEEK



- Vouw de rand van de stof om en zet deze met rijgsteken vast, zoals aangegeven in het display.
1 0.5 cm
② Voorzijde
3 0,5 cm
4 Achterzijde
5 Rijgsteek
- Bevestig pesvoet "R". Zet de persvoet omlaag. Let erop dat de geleider van de persvoet steeds de rand van de zoom raakt.
① De voet raakt de rand van de zoom.
② Zoom
- Stel de naaldpositie bij met behulp van de insteltoets voor de steekbreedte, zodat de naald de vouw van de zoom net pakt, en naai daarna de stof zoals bedoeid.
① Positie waar de naald in de stof geplaatst moet worden.
* Als de funkcie voor het automatisch afknippen van de draad en het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een verstevigingssteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.
- Draai de stof om en verwijder de rijgsteken.
1 Achterzijde
② Voorzijde
Wijzigen van de eerste naaldpositie

Druk op de "◀" en "▶" insteltoetsen voor de steekbreedte om de afdaalpositie van de naald zodanig in te stellen dat de naald juist de vouw van de zoom pakt.
A- In het geval de naald de vouw van de zoom te veel raakt.
— Druk op de "▶" insteltoets voor de steekbreedte. Hierdoor wordt de naald verder van de vouw bewogen.
B- In het geval de naald de vouw van de zoom niet genoeg raakt.
— Druk op de "◀" insteltoets voor de steekbreedte. Hierdoor wordt de naald dichter naar de vouw bewogen.
① Achterzijde
② Voorzijde van de stof
KNOOPSGATEN


7 Dunne en middelmatig dikke stof (voor horizontaal gat)
8 Jeans, broeken
9 Dikke jassen
De eerste stap voor het maken van een knoopsgat in leer.
- Markeer de plaats van de knoopsgaten op de stof.
* De maximale knoopsgat lengte is 3 cm. (Het totaal van de middellijn en de dikte van de knoop.)
* Met de "☐" en "☐" patronen kan dik garen (#30) niet worden gebruikt.
-
Trek de knoophouderplaat uit en plaats de knoop.
① Knoophouderplaat -
Zet de persvoet omhoog en verschuif de stof zodat het rode merkteken op de persvoet over het merkteken van uw knoopsgat valt. Zet de persvoet omlaag op de stol.
1 Merkteken op de stof op de plaats van het knoopsgat
② Rood merkteken op de persvoet
* Nadat u de persvoethendel omlaag heeft gezet, de persvoet zodanig instellen dat er geen tussenruimte is achter het gedeelte dat met een "A" gemarkeerd is, aangezien anders de grootte van de steek niet correct zal zijn. Druk daarvoor de persvoet in de richting van de achterzij machine zoals aangegeven in de afbeelding.
* Nadat u de persvoethendel omlaag heeft gezet, de persvoet zodanig instellen dat er geen tussenruimte is achter het gedeelte dat met een "A" gemarkeerd is, aangezien anders de grootte van de steek niet correct zal zijn. Druk daarvoor de persvoet in de richting van de achterzij machine zoals aangegeven in de afbeelding.
Leid de draad onder de persvoet door.
- Zet de knoopsgathendel omlaag en plaats deze achter het metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet.
① Metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet


- Druk op de "START/STOP"-toets om de naaimachine te laten beginnen met naaien terwijl u het ulteinde van de bovendraad losjes vasthoud.
* Voer de stof langzaam met de hand door.
* De naaimachine zal na het voltoolen van het knoopsgat automatisch een paar verstevigingsstieken naaien.
* Wanneer de funkcie voor het automatisch afknippen van de draad is ingesteld, zal de machine beide draden na het vollooien van de steek automatisch afknippen.
* Als de stof niet getransporteerd wordt (bijvoorbeeld, omdat deze te dik is), op de "▲" insteltoets voor de steeklengte drukken om de steeklengte te vergroten.
- Snijd de knoopsgaten open met het tornmesje.
Normaal knoopsgat en afgerond knoopsgat
Steek spelden in de stof ter hoogte van beide uiteinden van het knoopsgat. Steek het tornmesje in het midden van het knoopsgat en snijd het knoopsgat open naar beide spelden toe.
① Speld
Sleutelgat-knoopsgat
Maak een gaatje met behulp van de kleine gaatjesponser in het sleutel-uiteinde van het knoopsgat en steek een speld in de stof ter hoogte van het andere uiteinde van het knoopsgat. Steek het tommesje in het met de gaatjesponser gemaakte gaatje en snijd het knoopsgat open naar de speld toe.
① Kleine gaatjesponser (toebehoren nr. 7 op bladzijde 7)
② Speld
De volgorde van een cyclus

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B["Step 1"]
B --> C["Step 2"]
C --> D["Step 3"]
D --> E["Step 4"]
E --> F["Step 5"]
F --> G["Step 6"]
G --> H["Step 7"]
H --> I["Step 8"]
I --> J["Step 9"]
J --> K["Step 10"]
K --> L["Step 11"]
L --> M["Step 12"]
M --> N["Step 13"]
N --> O["Step 14"]
O --> P["Step 15"]
P --> Q["Step 16"]
Q --> R["Step 17"]
R --> S["Step 18"]
S --> T["Step 19"]
T --> U["Step 20"]
U --> V["Step 21"]
V --> W["Step 22"]
W --> X["Step 23"]
X --> Y["Step 24"]
Y --> Z["Step 25"]
Z --> AA["Step 26"]
AA --> AB["Step 27"]
AB --> AC["Step 28"]
AC --> AD["Step 29"]
AD --> AE["Step 30"]
AE --> AF["Step 31"]
AF --> AG["Step 32"]
AG --> AH["Step 33"]
AH --> AI["Step 34"]
AI --> AJ["Step 35"]
AJ --> AK["Step 36"]
AK --> AL["Step 37"]
AL --> AM["Step 38"]
AM --> AN["Step 39"]
AN --> AO["Step 40"]
AO --> AP["Step 41"]
AP --> AQ["Step 42"]
AQ --> AR["Step 43"]
AR --> AS["Step 44"]
AS --> AT["Step 45"]
AT --> AU["Step 46"]
AU --> AV["Step 47"]
AV --> AW["Step 48"]
AW --> AX["Step 49"]
AX --> AY["Step 50"]
Naaien van elastische stoffen

Steek bij het naaien van knoopsgaten op elastische stoffen een contourdraad in de zoom van het knoopsgat (alleen "☐" knoopsgaten).
- Haak de contourdraad in het uiteinde van persvoet "A", steek de draad in de groef aan de voorzijde van de persvoet en knoop deze daar voorlopig vast.
① Bovendraad
② Spoeldraad

- Zet de persvoet omlaag en begin te naaien.
* Stel de steekbreedte in overeenkomstig de diameter van de contourdraad.

- Trek nadat u gereed bent met naaien de contourdraad voorzichtig aan om deze strak te trekken en knip het overtollige gedeelte af.
Knopen die niet op de knoophouderplaat passen (knopen van verschillende vormen)

Meet de middellijn en de dikte van de knoop voor het instellen van de knoophouderplaat.
VOORBEELD:
Voor een knoop met een middellijn van 1,5 cm en een dikte van 1 cm moet de schaalverdeling ingesteld worden op 2,5 cm.
① Dikte (1 cm)
② Middellijn (1,5 cm)
③ Knoophouderplaat
4 Schaalverdeling
⑤ Middellijn + dikte (2,5 cm)
(Schaalverdeling in stapjes van 0,5 cm)
6 0,5 cm
Wijzigen van de steeklengte

text_image
LENGTE 3 2 1Druk op de “▲” en “▼” insteltoetsen voor de steeklengte om de steeklengte af te stellen.
1 "▲": Langer
② Normale lengte 0,4 mm
③ “▼”: Korter
* Als de stof niet getransporteerd wordt (bijvoorbeeld, omdat deze te dik is), op de "▲" insteltoets voor de steeklengte drukken om de steeklengte te vergroten.
Wijzigen van de steekbreedte

Druk op de "◀" en "▶" insteltoetsen voor de steekbreedte om de steekbreedte af te stellen.
① Normale breedte (AUTO) 5,0 mm.
② “◀” : Smaller
Gebruiken voor het verstevigen van openingen van zakken, enz.


- Bevestig persvoet "A" en stel de grootte in door de lengte van de te naaien bartacksteek te meten.
① Plaatje
② Schaalverdeling
0,5 cm
4 Lengte trenssteek
* 0,5 to 3 cm is geschikt voor bartacksteken en 0,5 tot 1 cm voor gewone bartacksteken.
- Plaats de zak zoals afgebeeld met de bovenkant van de zak naar u toe. Stik de zak vast en volg hierbij de patrochninstructies op. Om de zak vast te rijgen lijnt u de eerste naaldstand uit met de hoek van de vast te stikken zak en verschuift u de zak 2 mm naar beneden, zoals hieronder afgebeeld.
* Nadat u de persvoethendel omlaag heeft gezet, de persvoet zodanig instellen dat er geen tussenruimte is achter het gedeelte dat met een "A" gemarkeerd is, aangezien anders de grootte van de steek niet correct zal zijn. Druk daarvoor de persvoet in de richting van de achterzijde van de machine zoals aangegeven in de albeelding.
* Leid de draad onder de persvoet door.
- Kontroleer de eerste naaldpositie en breng de persvoet omlaag.
① 2 mm
- Zet de knoopsgathendel omiaag en plaats deze achter het metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet.
① Metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet

- Start de machine en houd de bovendraad losjes vast.
* Na het voltooien van de steek zal de machine automatisch een verstevigingssteek naaien en vervolgens stoppen.
* Wanneer de funkcie voor het automatisch afknippen van de draad is ingesteld, zal de machine beide draden na het voltooien van de steek automatisch afknippen.
* Als de stof niet getransporteerd wordt (bijvoorbeeld, omdat deze te dik is), op de "▲" insteltoets voor de steeklengte drukken om de steeklengte te vergroten.
In geval van dikke stoffen

text_image
6 ① ②Leg een ander stuk stof of een stuk karton dat even dik is, tegen de rand van de stof. Hierdoor komt de persvoet wat hoger te staan en zal de stof beter getransporteerd worden.
1 Persvoet
② Karton
Veranderen van de steeklengte van de bartacksteek

text_image
LENGTE ③ ① ②Druk op de “▲” en “▼” insteltoetsen voor de steeklengte om de steeklengte af te stellen.
① "AUTO"-stand: 0,4 mm
② “▲”: Langer
③ “▼”: Korter
* Als de stof niet getransporteerd wordt (bijvoorbeeld, omdat deze te dik is), op de "▲" insteltoets voor de steeklengte drukken om de steeklengte te vergroten.
Veranderen van de steekbreedte van de bartacksteek

Druk op de "◀" en "▶" insteltoetsen voor de steekbreedte om de steekbreedte af te stellen.
① "AUTO"-stand: 2,0 mm
② “▶”: Breder
3 "": Smaller
STOPPEN

① Middelmatig dikke stof
② Dikke stof

- Stel de steeklengte met de schaalverdeling op persvoet "A" in.
① Schaalverdeling op persvoet.
② Ruimte voor knoop.
3 0,5 cm bij "2" op de schaal
4 De lengte van de stopsteken komt overeen met de instelling op de schaal.
⑤ Breedte (7 mm)
* De maximum steeklengte bij stoppen is 3 cm.

- Kontroleer het afdaalpunt van de naald en zet de persvoet omlaag.
* Nadat u de persvoethendel omlaag heeft gezet, de persvoet zodanig instellen dat er geen tussenruimte is achter het gedeelle dat met een "A" gemarkeerd is, aangezien anders de grootte van de steek niet correct zal zijn. Druk daarvoor de persvoet in de richting van de achterzijde van de machine zoals aangegeven in de afbeelding.
* Leid de draad onder de persvoet door.


- Breng de knoopsgathendel omlaag en zet deze achter het haakje vast.
Haakje

- Houd de bovendraad vast en begin met naalen.
* De naaimachine stopt automatisch na het naaien van de verstevigingssteken.
* Wanneer de funktion voor het automatisch afknippen van de draad is ingesteld, zullen beide draden na het maken van de steek automatisch worden afgesneden.
Veranderen van de steeklengte voor stoppen

text_image
LENGTE 2.0 mm ③ ① ②Druk op de "▲" en "▼" insteltoetsen voor de steeklengte om de steeklengte af te stellen.
1 Auto-stand: 2,0 mm
2 “▲”: Langer (minder dicht opeen)
③ "▼": Korter (dichter opeen)
Als de stof niet getransporteerd wordt (bijvoorbeeld, omdat deze te dik is), op de "▲" insteltoets voor de steeklengte drukken om de steeklengte te vergroten.
Veranderen van de bartack steekbreedte

Druk op de "◀" en "▶" insteltoetsen voor de steekbreedte om de steekbreedte af te stellen.
① Auto-stand: 7,0 mm
② "◀": Smaller
Naaicyclus bij het stoppen

flowchart
graph LR
A["Initial Cell Wall Structure"] --> B["Cell Wall Structure"]
B --> C["Cell Wall Structure"]
C --> D["Cell Wall Structure"]
D --> E["Cell Wall Structure"]
E --> F["Cell Wall Structure"]
F --> G["Final Filtration Step"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#bbf,stroke:#333
Deze steken worden gebruikt voor het bevestigen van band aan dunne en middelmatig dikke stoffen.

① ②

- Bevestig persvoet "J", kies patroon "☐", stel de steeklengte in op 4,0 en stel de draadspanning af op zwak. Naai vervolgens een rechte stook.
Trek aan de onderdraad voor het verkrijgen van de juiste hoeveelheid plooiing.
Opmerking
Voordat u de rijgsteek gebruikt draait u het handwiel en haalt u de onderdraad naar boven. Pak de boven- en de onderdraad beet en trek er een stuk draad uit aan de achterkant van de naaimachine (zorg ervoor dat de persvoet omhoog staat).

- Leg de band bovenop de zoom die u zojuist genaaid heeft en zet deze met spelden vast.

- Kies patroon "☐" en naai vervolgens langs de bovenkant van de band.

- Trek de rechte steek draad naar buiten.
GAATJES
Steek voor het maken van gaatjes in ceintuurs, etc.


text_image
Gaatjessteek BRODTE LENGTE - DRAAD SPRINGING + ALTO- Druk op de "▲" en "▼" insteltoetsen voor de steeklengte en de "▶" en "◀" insteltoetsen voor de steekbreedte om de grootte van het gaatje in te stellen.

text_image
C + ①- Bevestig persvoet "N", kontroleer de eerste naaldpositie en begin met naaien.
① Eerste naaldpositie.
* De naaimachine stopt automatisch na het naaien van de verstevigingssteken.
* Wanneer de funkcie voor het automatisch afknippen van de draad is ingesteld, zal de machine beide draden na het voltooien van de steek automatisch afknippen.

- Maak een gaatje in het midden met behulp van de gaatjesponser.
Grootte van de gaatjes (ware grootte)
| A | B | C |
A- Groot: 7,0 mm
B- Midden: 6,0 mm
C- Klein: 5,0 mm
Deze steek wordt gebruikt voor het bevestigen van knopen.

Bij het bevestigen van knopen de automatische draadsnijder niet gebruiken, aangezien de draden dan moeilijk vastgepakt kunnen worden en ze niet aan elkaar geknoopt kunnen worden.

- Zet de persvoethendel omhoog en schuif de afstelhedel voor de transporteur naar rechts om de transporteur omlaag te zetten.
① Afstelhendel voor transporteur

- Bevestig persvoet "M", leg de knoop in de persvoet en zet vervolgens de persvoet omlaag.

- Draai het handwiel om te controleren of de naald op de juiste wijze in elk van de gaten in de knoop neerkomt en begin vervolgens met naaien. Nadat het naaien voltooid is, zal de naaimachine automatisch stoppen.
* Als u de knopen extra stevig wilt bevestigen, de procedure van het bevestigen van de knoop herhalen.

- Nadat het naaien voltooid is, de transporteur in zijn oorspronkelijke stand terugzetten en trek de onderdraad aan het eind van het naaien omlaag en trek de bovendraad aan het eind van het naaien rondom naar de achterkant van de stof. Bind vervolgens de uiteinden van de draden aan elkaar en snijd de draden aan het begin van het naaien af.
Bevestigen van knopen met vier gaten

Naai eerst de twee gaten die zich aan uw kant bevinden. Als deze eenmaal genaaid zijn, de persvoet omhoog zetten, de naald naar de volgende twee gaten verplaatsen en vervolgens deze op dezelfde wijze vastnaaien.
Bevestigen van een knoopvoet

text_image
6 ①- Trek de voethendel naar u toe en begin te naaien.
Voethendel

- Houd de uiteinden van de bovendraad aan het begin en aan het einde van het naaiwerk tussen de knoop en de stof vast, wind ze rondom de voet en knoop ze stevig aan elkaar.
- Knoop de uiteinden van de onderdraad aan de achterzijde van de stof aan elkaar.


- Bevestig porsvoet "J". Het wordt aangeraden de rijgsteek te beginnen met een achteruitsteek door het indrukken van de "ACHTERUITNAAIEN"-toets.
Opmerking
Als u aan het begin geen verstevigingssteek wilt maken dient u de persvoet omhoog te zetten en aan het handwiel te draaien. Vervolgens haalt u de onderdraad omhoog en trekt u een stuk onder- en bovendraad naar de achterkant van de naaimachine toe.
* U kunt de lengte van een steek instellen tussen 5 en 30 mm.
① 5 tot 30 mm


-
Naai terwijl u de stof strak houdt.
-
Eindig het naaien met een verstevigingssteek.
INZETTEN VAN EEN RITS (RONDOM STIKKEN, ZIJKANT STIKKEN)
Kies het patroon en druk vervolgens op "☐".

Rondom stikken

- Bevestig persvoet "J" en naai rechte steken tot aan het kruiseinde. Verander naar rijgsteken ter hoogte van de ritsopening en naai naar de bovenrand van de stof.
1 Kruiseinde
② Verdtevigingssteek
③ Rijgsteken
④ Binnenzijde van het kledingstuk

- Druk de zoom open en leg de rits in het midden.
1 Rits
② Rijgsteken
③ Binnenzijde van het kledingstuk

text_image
Rechte steek (Mid) BREEDTE LENGTE AUTO- Kies "☐" en druk vervolgens op "☐". De noodzakelijke afstelling voor het maken van Inzetten van een ritz zal dan automatisch worden uitgevoerd.

- Plaats het rechter uitelnde van de pen van persvoet "I" in de houder. Naai vanaf de bovenkant van de stof en verwijder de rijgdraad.
① Voorzijde
Zijkant stikken

- Bevestig persvoet "J" en naai rechte steken tot aan het kruiseinde. Verander naar rijgsteken ter hoogte van de ritsopening en naai naar de bovenrand van de stof.
Kruiseinde
② Verdtevigingssteek
3 Rijgsteken
4 Binnenzijde van het kledingstuk

- Druk de zoom open en plaats de binnenrand van het kledingstuk langs de tanden van de rits daarbij 3 mm vrijlatend voor naairuimte op de binnenzijde van het kledingstuk.
① Binnenzijde van het kledingstuk
② 3 mm vrijlaten voor het naaien
③ Tanden van de rits
4 Trekker of top van de rits
⑤ Kruiseinde (basis van de rits)

text_image
Rechte steek (Mid) BREEDTE LENGTH - 100mm + - mm mm AUTO- Kies "☐" en druk vervolgens op "☐". De noodzakelijke afstelling voor het maken van Inzelten van een ritz zal dan automatisch worden uitgevoerd.

- Plaats het linker uiteinde van de pen van persvoet "I" in de houder en naai de onderste laag aan het uiteinde van het kruis (onderkant van de rits).
* Als de funkcie voor het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek en het automatisch afknippen van de draad ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een achteruitsteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.

- Trek de rits dicht en draai de stof om. Naai vervolgens de andere zijde van de rits aan de stof.
① Binnenzijde van het kledingstuk
- Draai de stof om naar de rechterkant en naai een rechte steek 5 cm van het uiteinde, van het uiteinde, stop de machine, zet de naald omlaag, zet de persvoet omhoog en verwijder vervolgens de rijgsteken.
① Voorzijde
- Verplaats de rits en naai het resterende gedeelte.
① Voorzijde

- Bovestig persvoet "J". Naai aan het begin van de trens achteruit en naai vanaf het brede uiteinde naar het andere uiteinde zonder de stof te rekken.
Rijgsteken
* Als de automatische verstevigingssteek ingesteid is, zal er aan het begin van het naaiwerk automatisch een achteruitsteek genaaid worden.
-
Aan het einde niet achteruit naaien. Knip de draad aan het einde af, laat 5 cm over en knoop beide uiteinden aan elkaar.
-
Werk het garen weg door de naald met de draadjes in de plooi te rijgen.
-
Strijk de plooí vervolgens in de juiste richting.
Voor tailles van rokken, mouwen van hemden, etc.


text_image
LENGTH 4.0 mm DRAAD SPANNING + AUTO- Stel de steeklengte in op 4,0 mm en de draadspanning op zwak.
* Als u op de "PLISSEREN"-toets drukt nadat u op de "☐" -toets heeft gedrukt, zal de steeklengte automatisch ingesteld worden op 4,0 mm en zal de draadspanning automatisch op zwak ingesteld worden.
- Bevestig persvoet "J". Trek de onder- en bovendraad 5 cm uit.
1 Bovendraad
② Onderdraad
③ Ca. 5 cm

- Naai 2 rijen rechte steken parallel aan de rand van de stof en knip de draadjes af op 5 cm.
1 Afwerklijn
② 1,0 tot 1,5 cm
③ Ca. 5 cm

- Plisseer de stof door aan de onderste draadjes te trekken en deze vast te knopen.

- Verdeel de plooien evenredig en strijk vervolgens de stof met een strijkbout.
Naar buiten trekken van de onderdraad

- Rijg de draad langs de groef in de richting van de pijl en laat de draad in deze positie zonder hem af te knippen.
① Schuitje
* Het spoeldeksel moet nog verwijderd zijn.

-
Houd de bovendraad vast, druk de "NAALDPOSITIE"-toets tweemaal in en trek vervolgens de onderdraad naar buiten.
-
Breng het spoeldeksel weer op zijn plaats aan.
PINTUCKSTEKEN

Kies "☐" en druk vervolgens op "☐".

- Markeer de plooien op de achterzijde van de stof met de punt van een liniaal of een mes.
1 Achterzijde

- Draal de stof en strijk enkel het gevouwen gedeelte.
① Voorzijde

text_image
Rechte steek(Mid) BREEDTE LENGTH - 60mm SPACING + + - + - mm mm AUTO- Kies "☐" en druk vervolgens op "☐".
* Als pintucking is gekozen door middel van het drukken op de " [icon] " -toets, zal afstelling van de draadspanning niet nodig zijn.

- Zet het linker uiteinde van de pen van persvoet "I" in de houder en naai een rechte steek langs de vouw.
① Ruimte voor pintucksteek
② Voorzijde
③ Achterzijde
* Als de funkcie voor het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek en het automatisch afknippen van de draad ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een achteruitsteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.

- Strijk daarna de richting van de plooien.
Voor het verstevigen van naden en het netjes afwerken van randen.


- Bevestig persvoet "J". Naai de afwerklijn en knip daarna het gedeelte waar de platte zoom komt, voor de helft af.
Ca. 1,2 cm
② Achterzijde
* Als de funkcie voor het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek en het automatisch afknippen van de draad ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een achteruitsteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.

- Spreid de stof langs de afwerklijn uit.
① Afwerklijn
② Achterzijde

- Druk het lange stuk op het korte stuk (dat u heeft afgeknipt) en strijk ze.
1 Achterzijde

- Vouw het lange stuk tensiotte om het korte stuk en naai langs de rand van de vouw.
1 Achterzijde
Afgewerkte platte zoom

- Leg het ontwerp op de juiste plaats op de stof.
① Ontwerp ② Lijm
* Maak het ontwerp met wat textiellijm of enkele rijgstoken aan de stof vast, zodat het niet kan verschuiven.
- Bevestig persvoet "J". Verzekert u ervan dat de eerste naaldpositie net buiten de rand van het ontwerp valt en begin met naaien.
① Ontwerp
* Als de funkcie voor het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek en het automatisch afknippen van de draad ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een achteruitsteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.
- Afwerking
① Ontwerp ② Eerste naaldpositie
Appliceersteken bij bochten

- Stop de machine en zorg dat de naald juist buiten de rand van het ontwerp ligt.
- Zet de persvoethendel omhoog en draai de stof om al naar gelang noodzakelijk om de juiste naaldpositie te behouden.

Gebruik een blinde steek voor het maken van applicatie patchwork.

- Teken het patroon op de applicatiestof en snijd dit rondom uit.
De marge voor de zoom moet ongeveer 0,3 - 0,5 mm bedragen.

- Leg een stuk dik papier dat op de afgewerkte grootte is uitgesneden op de stof en vouw de marge voor de zoom om met behulp van een strijkijzer.

- Draai de stof om en naai rijgsteken langs de rand. Bevestig de monogramvoet "N" en naai vervolgens rondom langs de rand. Zorg er voor dat de naald daarbij zo dicht mogelijk bij de rand stikt.
* Als de funktionie voor het automatisch afknippen van de draad en het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naalen automatisch een verstevigingssteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.

Voor dekoraties op kragen van bloezen, randen van tafelkleden, etc.
}

- Bevestig persvoet "N". Naai het resterende gedeelte van de rand van de stof en zodanig dat de steek net niet naar de rand van de stof loopt.
① Voorzijde
* Als de funkcie voor het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek en het automatisch afknippen van de draad ingestield zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een achteruitsteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.
- Knip hiema de stof langs de schelprand af en let op dat u niet in het stiksel knipt.
* Er zijn produkten in de handel verkrijgbaar waarmee de afgeknipte gedeelten "gemaskeerd" kunnen worden. Dit geeft een beter afgewerkte indruk.

Deze steken worden gebruikt voor het aanbrengen van dekoratiesteken op kleding.


- Kies patroon "☐" stel de steeklengte in op 4,0 mm en stel de draadspanning af op zwak. Naai vervolgens rechte steken met een tussenruimte van 1 cm.
① Ongeveer 1 cm

- Trek de onderdraden aan om de gewenste hoeveelheid plooing te verkrijgen en maak vervolgens de plooien glad door deze te strijken.

- Bevestig persvoet "J" en naai over de bovenkant van de rechte steken en kies daarbij uit een van de twee hierboven aangegeven dekoratiesteken.

- Trek de draden van de rechte steek naar buiten.


- Leg de rechter zijden van de zomen in de stof op elkaar en bevestig deze aan elkaar met een rechte steek. Open de uitsparingen voor de zoom en pers deze plat. [Ongeveer 1 cm van beide zijden van de stof].
1 Rechte steek
② Naad-flappen
③ 1 cm
① Achterzijde van de stof
- Bevestig persvoet "J". Plaats het midden van de persvoet op de zoomlijn van de op elkaar gelegde stoffen en naai vervolgens over de zoom met gebruik van een van de hierboven aangegeven dekoratiesteken.
① Voorzijde van de stof
② Naad
FAGOTSTEEK
Voor fagotsteken, dekoraties, etc.


- Naai de stof met rijgsteken vast op dun papier of in water oplosbare steunstof.
① Rijgsteken
② 0,4 cm
③ Dun papier of steunstof
- Bevestig persvoet "J". Plaats de persvoet midden op het papier tussen de gevouwen randen van de stof en begin met naaien.
① Rijgsteken
* Gebruik dik garen.
* Verwijder het papier na het naaien.
Kies de steek die u wilt gebruiken









Dekoratiesteken

Deze steken worden gebruikt voor het naalen van lappendekens en voor het versieren van zoomranden.
Schelpsteken

text_image
Dekoratie- steken BLEEDTE LENGTE - ORAD SPANDING + AUTO- Bevestig persvoet "J", kies "E" en stel de draadspanning in op sterk.

- Vouw de stof diagonaal door de helft.
* Gebruik een dunne stof.

-
Laat de naald een weinig tot buiten de rand van de stof zakken en begin vervolgens te naaien.
-
Leg de stof open en strijk de vouw naar een kant plat.
DEKORATIEVESTEKEN (ERFSTUKSTEEK)
Voor het naaien van tafelkleden, dekoratieve zomen op kleding en dekoratieve steken op de voorzijde van bloezen.

Er kan bij het naaien van deze patronen een meer aantrekkelijke afwerking worden verkregen als u gebruik maakt van de "130/705H Wing" naald.
Als u gebruik maakt van een vleugelnaald en de steekbreedte op "HANDBEDIENING" is ingesteld, moet u eerst controleren of de naald de persvoet niet raakt.
“” dekoratievesteken

- Trek enkele draden uit een gedeelte van de stof. Hiedoor zal dit gedeelte rafelig worden. Ongeveer 5 of 6 draden laten een rafellig gedeelte van 3,0 mm achter.

- Met de achterzijde van de stof naar boven gericht, naait u een zijde van het rafelige gedeelte.

- Met de achterzijde van de stof nog steeds naar boven gericht, naait u de andere zijde van het rafelige gedeelte, waarbij u de twee rijen steken met elkaar uitlijnt zodanig dat deze recht tegenover elkaar komen.

- Afbeelding van het afgewerkte werkstuk.
“☒” dekoratievesteken

- Trek enkele draden uit beide kanten van het 4,0 mm deel dat nog niet gerafeld is. (Trek vier draden uit, laat vijf draden zitten en trek vervolgens nogmaals vier draden uit. De breedte van vijf draden is ongeveer 4,0 mm of minder.)
① Ongeveer 4,0 mm of minder
② Vier draden (uittrekken)
③ Vijf draden (Laten zitten)

- Naai de dekoratiesteek op de in het midden achtergebleven vijf draden.
* Vleugelnaald is optioneel.

- Afbeelding van het afgewerkte werkstuk.
Naaien in meerdere richtingen op pijpvormige stukken stof

"☐", "☐", "☐" en "☐" kunnen ook worden gebruikt voor het diagonaal naaien. Schuif het platbodem hulpstuk van de naaimachine of om zodoende de vrije arm te verkrijgen.

text_image
4 3 1 2
text_image
① 1- Bevestig persvoet "N". Naai met "☐" tot het gewenste punt. Beginpunt

text_image
2- Kies zijwaarts naaien met "←", zie pijltje in het display, en naai de stof.

text_image
3- Kies nogmaals “☐” en druk de “ACHTERUITNAAIEN”-toets in.

text_image
4- Kies zijwaarts naaien met "☐" en naai totdat u het beginpunt bereikt.
* Indien u met zigzagsteken zijwaarts wilt naaien, ga dan op dezelfde wijze te werk.
NAAIEN VAN LETTERS


text_image
Kies het patroon type. ABC ABC ABC- Druk op de "LETTERS"-toets.
Alfabet
② Dekoratiesteek
3 Kruissteek
④ Satijnsteek
⑤ MY CUSTOM STITCH™ (Functie voor het maken van een eigen steek)
© Siersteek (breedte 7 mm)
7 Kaart

1 Blokstijl
② Cursiefstijl
③ Cursieve handschriftstijl

1 Letterkeuzetoetsen
② Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning.
③ Druk op deze toets om een patroon-kombinatie in het geheugen op te slaan. (Zie bladzijde 100.)
④ Druk op deze toets om de grootte van de letter te veranderen. (Zie bladzijde 94.)
"G": Groter
"K": Kleiner
⑤ Druk op deze toets om de geheugeninvoer te wissen.
6 Wanneer u tijdens het naaien op deze toets drukt, zal er een adviesdisplay verschijnen. (Zie bladzijde 42.)
Als u alvorens te gaan naalen op deze toets drukt, zal de draad bij het einde van het naalen automatisch afgeknipt worden. (Zie bladzijde 39.)
8 Als er een foutmelding verschijnt, op deze toets drukken om terug te keren naar het oorspronkelijke display. (Zie bladzijde 100.)
Kombineren van letters
Laten we bijvoorbeeld het woord "Bus" eens invoeren.

text_image
N B A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S _ T U V W X Y Z * ABC... abc... 0-9 ÄÄü... DSAA3 GHEIGEN v k- Druk op de "B"-toets.
* Indien u per ongeluk de verkeerde letter heeft gekozen, op de "WISSEN"-toets drukken om de keuze van het patroon ongedaan te maken.
- Druk op de "abc..."-toets en ga over op kleine letters.

text_image
N B a b c d e f g h i j k l m n o p q r s _ t u v w x y z ' ABC... abc... 0-9 &?1... AAä... ORAAD SPANNING ☑ GEHIGEN G K- Druk op de "u"- en "s" toets.
* Elke kombinatie van 70 letters of spaties kan gelijktijdig geaccepteerd worden.
① Spatietoets

text_image
N!BUS KON- TROLE a b c d e f g h i J k l WISSEN m n o p q r s _ t u v w x y z ABC... abc... 0~9 &?!... AÄÄD... DRAID SPRING GENUION S KDEKORATIESTEKEN

text_image
Iies het patron type. ABC ABC ABC
text_image
① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦
- Druk op de "LETTERS"-toets.
- Druk op "☐"-toets.
Het scherm voor de keuze van het dekoratiestekenpatroon zal dan op het display verschijnen.
① Patroonkeuzetoets
② Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning.
③ Druk op deze toets voor het kiezen van enkelvoudig of herhaald naaien. (Zie bladzijde 94.)
Druk op deze toets om de grootte van de letter te veranderen. (Zie bladzijde 94.)
⑤ Druk op deze toets om door te gaan naar de volgende pagina.
⑥ Druk op deze toets om terug te keren naar de voorgaande pagina.
7 Wanneer u tijdens het naaien op deze toets drukt, zal er een adviesdisplay verschijnen. (Zie bladzijde 42.)
- Kies het stekenpatroon.
* Druk op de " [icon]"-toets om het volgende scherm voor de keuze van het dekoratiestekenpatroon op het display te laten verschijnen.
DECORATIESTEKEN (7 mm)

text_image
Kies het patron type. ABC ABC ABC
text_image
12 N KON TRAIL 11 10 WISSEN 9 8 DELA SPRING 2 3 4 5 6 7- Druk op de "LETTERS"-toets.
- Druk op "☐"-toets.
Het scherm voor de keuze van het dekoratiestekenpatroon zal dan op het display verschijnen.
① Patroonkeuzetoets
② Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning.
3 Druk op deze toets om een patroon-combinatie in het geheugen op te slaan (zie pagina 100).
4 Druk op deze toets om enkelvoudig of herhaald naaien te selecteren (zie pagina 94).
Druk op de -toets om het patroon horizontaal om te keren.
Druk op de -toets om het patroon verticaal om te keren.
7 Druk op deze toets om de steekbreedte en - lengte in te stellen.
⑥ Druk op deze toets om door te gaan naar de volgende pagina.
⑧ Druk op deze toets om terug te keren naar de voorgaande pagina.
⑩ Druk op deze toets om uw invoer ongedaan te maken.
Als u onder het naaien op deze toets drukt verschijnt er een informatiescherm (zie pagina 42).
⑫ Druk op deze toets om uw invoer te bevestigen (zie pagina 100).
SATIJNSTEKEN

text_image
Kies het patron type. ABC ABC ABC
text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 KONTRALE WISSEN FRAAD SPINING OCHUJEN E I
text_image
N WISSEN DREAD SPAINING GHDUGER E- Druk op de "LETTERS"-toets.
De verschillende soorten beschikbare patronen zullen dan op het display verschijnen.
- Druk op "☐"-totes.
Het scherm voor het keuze van de satijnsteek zal dan op het display verschijnen.
* De draad kan gemakkelijk in de knoop raken wanneer sommige soorten stof of draad worden gebruikt; daarom zou de spanning van de bovendraad moeten worden aangepast al naar gelang de toepassing.
① Patroonkeuzetoets
② Druk op deze toets om de instellingen voor de steekbreedte en de steeklengte af te stellen.
③ Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning.
4 Druk op deze toets om een patroonkombinatie in het geheugen op te slaan. (Zie bladzijde 100.)
⑤ Druk op deze toets voor het kiezen van enkelvoudig of herhaald naaien. (Zie bladzijde 89.)
⑥ Druk op deze toets als u de patroonlengte wilt veranderen zonder de instellingen voor de steekbreedte en de steeklengte te veranderen. (Zie bladzijde 95.)
7 Druk op deze toets om het patroon tijdens het naaien over ongeveer de helft van de gereed gekomen hoogte omhoog te brengen. (Zie bladzijde 97.)
Druk op deze toets om het patroon tijdens het naaien over ongeveer de helft van de gereed gekomen hoogte omlaag te brengen. (Zie bladzijde 97.)
9 Druk op deze toets om de geheugeninvoer te wissen.
19 Wanneer u tijdens het naaien op deze toets drukt, zal er een adviesdisplay verschijnen. (Zie bladzijde 42.)
Als er een foutmelding verschijnt, op deze toets drukken om terug te keren naar het oorspronkelijke display. (Zie bladzijde 100.)
- Druk op het patroon dat u wilt gaan gebruiken. Het patroon dat u indrukt zal dan voor gebruik worden gekozen.
* Indien u per ongeluk het verkeerde patroon heeft gekozen, op de "WISSEN"-toets drukken om de keuze van het patroon ongedaan te maken.
* In totaal kunnen er 70 verschillende patronen in een enkel patroon gekombineerd worden.
KRUISSTEKEN

text_image
Kies het patron type. ABC ABC ABC-
Druk op de "LETTERS" toets. De verschillende soorten beschikbare patronen zullen dan op het display verschijnen.
-
Druk op "☒-☒"-toets. Het scherm voor de keuze van de kruissteek zal dan op het display verschijnen.

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100① Patroonkeuzetoets
② Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning.
Druk op deze toets om een patroonkombinatie in het geheugen op te slaan. (Zie bladzijde 100.)
Druk op deze toets voor het kiezen van enkelvoudig of herhaald naaien. (Zie bladzijde 94.)
⑤ Druk op deze toets om de geheugeninvoer te wissen.
6 Wanneer u tijdens het naaien op deze toets drukt, zal er een adviesdisplay verschijnen. (Zie bladzijde 42.)
7 Als er een foutmelding verschijnt, op deze toets drukken om terug te keren naar het oorspronkelijke display. (Zie bladzijde 100.)

text_image
N CON ROLL WISSEN DRAD SPANNING GDEVEN H E- Druk op het patroon dat u wilt gaan gebruiken. Het patroon dat u indrukt zal dan voor gebruik worden gekozen.
* Indien u per ongeluk het verkeerde patroon heeft gekozen, op de "WISSEN"-toets drukken om de keuze van het patroon ongedaan te maken.
* In totaal kunnen er 70 verschillende patronen in een enkel patroon gekombineerd worden.
AFSTELLING VAN DE LETTERS EN DE DEKORATIESTEEK
Veranderen van het patroonformaat (werkelijke afmeting)

Druk op de "a k" (groot/klein) -toets om de grootte van het patroon te wijzigen.
G
K
G
K
Eenmalig/herhaald stekenpatroon


Druk op "☐" (herhaald/eenmalig) om slechts een stekenpatroon te naaien of om hetzelfde stekenpatroon te herhalen.
- Selekteer het gewenste stekenpatroon.
- Druk op de "HE" (herhaald/enkelvoudig) -toets. De geselecteerde steek zal enkelvoudig worden genaald.
1
① Enkelvoudig naaien
② Herhaald naaien
Opmerking
Als "herhaald naaien" is geselecteerd kunt u overschakelen naar "enkelvoudig naaien" aan het einde van de volgende decoratiesteek.

Uitrekken

Bij satijnsteken is het mogelijk de "←→×D"-toets te gebruiken om de grootte van het patroon te veranderen zonder dat de steekbreedte of de steeklengte verandert.

text_image
① ② 1 2 3 4 5① Ware grootte
② Patroonlengte

text_image
KONV-ROLE WISSEN DRAAD SPONSING GEHIDREN E 3- Druk voor het veranderen van de lengte van het patroon op de " [x]"-toets om het nummer te veranderen.
* De huidige instelling wordt aangegeven door het nummer in het zwarte vierkantje.

text_image
KON-IRWLE WISSEN DBAAD SPANING GENEIGNN F 3- Kies het patroon.

Voorbeeld: Kombineren van "×1" en "×3"
Opmerking
Druk, voor een bevestiging van de geselecteerde steek op de - toets.

text_image
NOT TABLE WASSN D:\READ\SPATINGS\COCUPGDI\1-E\WORKS\0.1- Kies de steek "☐".

text_image
KON-TIMEI WISSEN D/WAD SPKNING GENEIGEN E 3- Druk tweemaal op "×1" om over te schakelen naar "×3".
- Kies de steek "◀◀◀".
De draad kan gemakkelijk in de knoop raken wanneer sommige soorten stof of draad worden gebruikt; daarom zou de spanning van de bovendraad moeten worden aangepast al naar gelang de toepassing.
Veranderen van de steeklengte en de steekbreedte


Druk op de "☐" toets.
Het scherm voor het instellen van de steekbreedte en de steeklengte zal dan op het display verschijnen.
Druk op de insteltoetsen voor de steekbreedte en de steeklengte om de instellingen te veranderen. (Zie bladzijden 24 tot 26.)
De draad kan gemakkelijk in de knoop raken wanneer sommige soorten stof of draad worden gebruikt; daarom zou de spanning van de bovendraad moeten worden aangepast al naar gelang de toepassing.
Maak uw eigen patronen door het kombineren van de satijn- en een-punt steken en het gebruik van de "☐" en "☐" toetsen



Wanneer u éénmaal op de "omhoog"-toets drukt, verschuift het patroon een halve lengte omhoog.

Wanneer u éénmaal op de "omlaag"-toets drukt, verschuift het patroon een halve lengte omlaag.

Voorbeeld: Satijnsteekpatroon
Opmerking
Druk, voor een bevestiging van de geselecteerde steek op de [ION-ROLE]-toets.

text_image
VCA No WOLE WASSE V BRAAD STANDING GDIUGEN E X1- Selekteer het gewenste stekenpatroon.

text_image
XON-CROLE WISCON ORLAND SPACING SCHEUSER E 1- Druk op de "☐" toets. Het volgende patroon zal over de helft van de gereed gekomen hoogte omhoog gebracht worden.

text_image
KON- POLE WISSEN PRAD SPANNING GNDUCIN- Selekteer het gewensie stekenpatroon.

- Druk op de "☑" toets. Het volgende patroon zal over de helft van de gereed gekomen hoogte omlaag gebracht worden.
Maken van diverse patroonkombinaties
| Stekenpatroon | Handelingen | ||||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Opmerking
Druk, voor een bevestiging van de geselecteerde steek op de "KONTROLE"- toets.
Veranderen van het spiegelbeeld [Links en Rechts (de "→"-toets) en Boven en Onder (de "→"-toets)]
![BROTHER Super Galaxie M2100 - Veranderen van het spiegelbeeld [Links en Rechts (de "→"-toets) en Boven en Onder (de "→"-toets)] - 1](/content/2026/06/1151861/images/da144515d6e1609de20b3752c55235d927024535c5560c04dbb0f06e195c06ae.jpg)
text_image
N KON INOLE XSSEN DRAAD SPANNING GERHLIGEN E S- Druk op de "☐-☐"-toets.
Weergeven in spiegelbeeld met de "→"-toets
![BROTHER Super Galaxie M2100 - Veranderen van het spiegelbeeld [Links en Rechts (de "→"-toets) en Boven en Onder (de "→"-toets)] - 2](/content/2026/06/1151861/images/b2a7b62b341fd141af53b5d24f4014d1cf6597c48647b46a1245cb79cc4884fe.jpg)
text_image
N CON- ROLL WISSEN DRUAD SPAINING GEHEUGEN H E- Wanneer deze toets geactiveerd wordt, worden de geselecteerde patronen van links naar rechts in spiegelbeeld weergegeven.
![BROTHER Super Galaxie M2100 - Veranderen van het spiegelbeeld [Links en Rechts (de "→"-toets) en Boven en Onder (de "→"-toets)] - 3](/content/2026/06/1151861/images/e1eeb3d6001323284dda29b45f263ffd928491930eb238f762cc053fc6256466.jpg)
flowchart
graph LR
A["Horizontal spiegelbeeld (van links naar rechts)"] <--> B["Normal"]
![BROTHER Super Galaxie M2100 - Veranderen van het spiegelbeeld [Links en Rechts (de "→"-toets) en Boven en Onder (de "→"-toets)] - 4](/content/2026/06/1151861/images/a5673645b7d3ad47da5172c98cc5ea2afac7340adedf7f4085ca3ece1e436af4.jpg)
text_image
KON-TOLE WISSEN DRAD SPANNING GEHEUGEN H E- Druk op de "☐-toets."
Omkeren met de "→"-toets.
![BROTHER Super Galaxie M2100 - Veranderen van het spiegelbeeld [Links en Rechts (de "→"-toets) en Boven en Onder (de "→"-toets)] - 5](/content/2026/06/1151861/images/90598ca676663778c43053b831cc20e035b0e18a6b18df022c7e320a100b4044.jpg)
text_image
KON- TROLLS WISSEN O RAO SPAINING GEHUGEN H E- Wanneer deze loets geactiveerd wordt, worden de geselecteerde patronen van boven naar beneden in spiegelbeeld weergegeven.
![BROTHER Super Galaxie M2100 - Veranderen van het spiegelbeeld [Links en Rechts (de "→"-toets) en Boven en Onder (de "→"-toets)] - 6](/content/2026/06/1151861/images/d92548fbd036d4ad5908734aff557a10859e7e029d9913fd953637b09159c6b2.jpg)
flowchart
graph LR
A["Vertical spiegelbeeld\n(van boven naar\nbeneden)"] <--> B["Normal"]
Kontroleren van door u ingevoerde, gekombineerde patronen


- Hiervoor moet u op de "KONTROLE"-toets drukken; de patronen verschijnen dan bewegend op het scherm.

text_image
NEX ERYBODY Kontroleren van het raam EVERYBODY SLUITEN- Druk na het kontroleren van de patronen op de "SLUITEN"-toets. Het display zal dan naar het oorspronkelijke scherm terugkeren.
In het geheugen opslaan van gekombineerde stekenpatronen


text_image
N ERYBODY HON-TROLE A B C D E F G H I J K L WISS!N M N O P Q R S _ T U V W X Y Z ABC... abc... 0-9 ... ÄÄÖ... DRAAD SPANNING GHEVEN KU kunt woorden, bijvoorbeeld uw naam en patronen die u vaak gebruikt in het geheugen van de naaimachine opslaan. In dit geheugen kunnen in totaal 12 dergelijke patronen worden opgeslagen.
Druk op de "GEHEUGEN"-toets nadat u gereed bent met het kombineren van letters of patronen. Als het patroon eenmaal in het geheugen is opgeslagen, zal het display naar het oorspronkelijke scherm terugkeren. Zie bladzijde 156 voor bijzonderheden over de wijze van het oproepen van letters en patronen die in het geheugen zijn opgeslagen.

text_image
N ERYBODY A B C D G H I J M N O P T U V W ABC... abc... 0- 82 DRAAD SPANNING GBCUXEN OpslagLET OP
De machine niet uitschakelen terwijl het woord "Opslag" op het scherm wordt aangegeven.
Als u op dat moment de machine uitschakelt, bestaat de kans dat de gegevens die worden opgeslagen gewist worden.
* Het opslaan van een patroon duurt ongeveer 10 seconden. Zie pagina 156 voor nadere bijzonderheden betreffende het oproepen van een patroon dat is opgeslagen.

text_image
Dit patroon zal niet passen. Wilt u een ander patroon wissen? ANNULEREN WISSENAls het geheugen vol is en er geen patronen meer kunnen worden opgeslagen
Druk voor het wissen van een patroon dat reeds in het geheugen werd opgeslagen op de "WISSEN"-toets. Druk voor het annuleren van het opslaan van een patroon op de "ANNULEREN" toets.

text_image
Letter en patroon naaien WISSEN ANNULERONWissen van een patroon
- Druk op de "WISSEN"-toets.
① Dit geeft een zakje aan waarin een patroon is opgeslagen.
② Als u op een van de zakjes drukt, zal het patroon dat in dat zakje is opgeslagen op het display verschijnen.
③ Druk op deze toets voor het wissen van een opgeslagen patroon.
4 Druk op deze toets voor het annuleren van het wissen van een opgeslagen patroon.

text_image
Letter en patron naaien MISEN ANMLDRK- Druk op een zakjestoets voor het kiezen van het patroon dat u wilt wissen en druk vervolgens op de "WISSEN"-toets.

text_image
Letter en patroom naaien Wissen WISSEN ANNULEREN ANNULEREN IVERSTHEN- Druk cp de "BEVESTIGEN"-toets. Het nieuwe patroon zal dan automatisch in het geheugen worden opgeslagen.
* Druk voor het annuleren van het wissen van een patroon op de "ANNULEREN"-toets.

text_image
N ERYBODY A B C D G H I J M N O P T U V W ABC-abc-0- DRAAD SPANNING GENERATION OpslagNaaien van aantrekkelijke afwerkingen
Zie onderstaande tabel en het OVERZICHTSCHEMA VAN STOFFEN, DRAAD EN NAALD voor aanbevolen stoffen, draden en naalden teneinde mooi afgewerkt naaiwerk te verkrijgen. Wanneer u verschillende stofdikten of stabilisatoren gebruikt kan het patroon gaan slippen. Naai eerst een proeflapje om het resultaat te controleren. Naai eerst een proeflapje om het resultaat te kontroleren.
| STOF | Wanneer u dunne, elastische of grof geweven stoffen gebruikt bij het naaien, of letters/decoratiesteken die in het geheugen van de naaimachine zijn opgeslagen, dient u een steunstof aan de achterzijde van de stof te bevestigen. Als u geen steunstof wilt bevestigen legt u de stof op wat dun papier, zoals calqueerpapier, voordat u begint met naaien. Dit werkt als een stabilisator. |
| DRAAD | #50 – #60 |
| NAALD | Dunne en middelmatige dikke stoffen75/11 huishoudnaaimachinenaaldDikke stoffen90/14 huishoudnaaimachinenaaldElastische stoffen#14 (Brother gouden naald) |

text_image
Stof Stounstof Dun papierGebruik van een patroonvel
U kunt gebruik maken van het patroonvel van doorzichtig plastic, dat als toebehoren wordt bijgeleverd om markeringen op de stof aan te brengen voor gebruik bij het uitmeten. Dit is vooral nuttig bij het naaien van grote letters.

- Lijn de afbeelding op het patroonvel uit met de plaats waar het patroon op de stof genaaid moet worden en gebruik een krijtpen voor het aanbrengen van markeringen op de stof op de plaatsen van de gaatjes.
* Draai bij het naaien van patronen in spiegelbeeld het patroonvel ondersteboven.
① Eerste naaldpositie

- Trok lijnen om de markeringen met elkaar te verbinden zoals aangegeven in de illustratie.
Naaien

-
Bevestig persvoet "N".
-
Leg de stof onder de persvoet, trek de bovendraad zijdelings naar buiten en zet vervolgens de persvoet omlaag.

text_image
N 1* Als u het patroonvel heeft gebruikt om uitlijnmarkeringen op de stof aan te brengen, de stof zodanig plaatsen dat de markeringen met de referentiepunten voor het naaldgat in de persvoet uitgelijnd zijn. Trek de bovendraad zijdelings naar buiten alvorens de persvoet omlaag te zetten.
① Referentielijn voor het naaldgat

- Druk de "START/STOP"-toets in. De machine zal dan met naaien beginnen.

- Nadat het naaien van de letter voltooid is, zal de naaimachine automatisch een verstevigingssteek naaien en vervolgens stoppen.
* Wanneer de funktie voor het automatisch afknippen van de draad is ingesteld, zal de machine beide draden na het voltoicien van de steek automatisch afknippen en zal de machine alvorens te stoppen verder gaan naar de volgende naaipositie.
* Druk bij het naaien van doorlopende patronen de "START/STOP"-toets in om de naaimachine te stoppen en druk vervolgens de "ACHTERUITNAAIEN"-toets in om een verstevigingssteek te naaien. - Knip nadat u gereed bent met het naaien het overtollige stuk draad af.
Let op
Bij het naaien van bepaalde patronen, zal de naald tijdens het transporteren van de stof in de hoogste stand stoppen als gevolg van de werking van het naaldstang- ontkoppelmechanisme dat in deze naaimachine gebruikt wordt. In een dergelijk geval is het mogelijk dat u een klikkend geluid hoort dat verschillend is van het geluid dat tijdens het naaien wordt voortgebracht. Dit geluid is echter normaal en duidt niet op een defect.
BIJSTELLEN VAN EEN STEKENPATROON
Het kan zijn dat een patroon als gevolg van een bepaald soort garen of stof vervormd raakt. Naai daarom eerst op een proeflapje en stel vervolgens de steken bij.

text_image
Xics con "ADVIES-ONDERWERP." STOF. DRAAD EN NAALD HELDIRHEID VAN DISPLAY THAWSTELING VAN STEEK STOPUNG- ZOJIKEN- Druk op "BEDIENING".
- Druk eerst op de "FIJNAFSTELLING VAN STEEK"-toets.

text_image
NAUWKEURIGE BIJSTELLING STEEK Te gebruiken bij vervormd patroon. Zie instruktiehandleiding voor de afstellingsmethode. Vert. 0 Horiz. 0 - + - + EINDE- Bevestig monogramvoet "N" en begin te borduren. Vervolgens kunt een proefpatroon borduren om de afstelling te controleren.
Stel de vorm van het patroon bij met behulp van de "+" en "-" toetsen.
* Van -9 tot +9
- Druk na het voltooien van de afstelling op "EINDE".
| Stekenpatroon | Werkwijze |
![]() | Juiste vorm |
![]() | Vert. “+” |
![]() | Vert. “-” |
![]() | Horiz. “+” |
![]() | Horiz. “-” |
VOORBEREIDINGEN

ALVORENS MET HET BORDUREN TE BEGINNEN STEEDS DOOR MIDDEL VAN STRIJKEN EEN STUK STEUNSTOF AAN DE ACHTERZIJDE VAN DE STOF BEVESTIGEN. Voor het verkrijgen van borduurwerk met een goede afwerking is het gebruik van steunstof een vereiste. Het is vooral van belang steunstof te bevestigen aan de achterzijde van elastische stoffen, dunne stoffen en grof geweven stoffen. Indien nodig kunnen er twee dikten bevestigd worden. Bij het borduren op stoffen die niet gestreken kunnen worden of op plaatsen waar het strijken moeilijk is, de steunstof onder het raam plaatsen alvorens met het borduren te beginnen. Gebruik steunstof waarvan de afmeting groter is dan die van het raam en zorg er voor dat de steunstof aan alle kanten door het raam vastgeklemd wordt om te voorkomen dat de steunstof losraakt.
ÖPMERKINGEN BIJ HET GEBRUIK VAN DE BORDUURTAFEL.
(1) Schakel de machine altijd uit, voordat u de borduurtafel of de borduurkaart (geheugenkaart) aansluit of verwijdert.
(2) Sluit de borduurtafel aan en steek de stekkerkontakten stevig in de insteekbus.
(3) Raak de stekkerkontakten van de borduurtafel niet aan.
(4) Wanneer de borduurtafel is aangebracht, kunt u geen gebruik maken van het voetpedaal.
(5) Bewaar de borduurtafel en de geheugenkaart altijd in de bijbehorende houders.
(6) Verplaats de machine niet, wanneer de borduurtafel is aangebracht.
(7) Plaats uw machine altijd op een horizontale ondergrond.
* Afhankelijk van het patroon, wordt de naaisnelheid automatisch door de machine geregeld.
Bevestigen van borduurvoet "Q"
LET OP
Zorg er voor eerst de machine uit te schakelen alvorens de borduurvoet "Q" te bevestigen. Als de machine ingeschakeld blijft en de "START/STOP"-toets per ongeluk wordt ingedrukt, zal de machine in werking treden, hetgeen tot gevolg kan hebben dat u ernstige verwondingen oploopt.

- Druk op de "NAALDPOSITIE"-toets om de naald omhoog te zetten en schakel vervolgens de machine uit.
- Druk op de knop links van de persvoethouder en verwijder de persvoethouder door deze naar beneden te trekken.

- Lijn het gat in borduurvoet "Q" uit met de persvoetstang en breng vervolgens borduurvoet "Q" aan door deze met beide handen stevig en volledig omhoog te drukken.
LET OP
Let er op hierbij de naald niet aan te raken, aangezien dit verwonding tot gevolg kan hebben.

- Druk op de "NAALDSTAND"-toets om de naald omhoog te zeiten en schakel de naaimachine uit.
- Zet de persvoethendel omhoog.
- Draai de schroef wat losser om de persvoethouder te kunnen verwijderen.

- Bevestig borduurvoet "Q".
- Plaats de arm van borduurvoet "Q" op de naaldhouder en gebruik het metalen schijfje dat bij uw machine is geleverd (accessoire #14 op pagina 7) of een schroevendraaier om de schroef stevig vast te draalen.
LET OP
Let er op hierbij de naald niet aan te raken, aangezien dit verwonding tot gevolg kan hebben.
OPMERKING
- Let erop dat er geen ruimte zit tussen de naaldstang en borduurvoet "Q".
- Het is raadzaam een 90/14 naald te gebruiken wanneer u dikkere stoffen of stabilisatoren naait (bijvoorbeeld denim, schuimrubber ..). Een 75/11 kan buigen of breken en verwondingen veroorzaken.
Aanbrengen van de borduurtafel

Schakel de machine altijd eerst uit, voordat u met onderstaande handelingen begint.
- Schakel de machine uit.
- Schuif het deksel van de bevestigingsopening voor de borduurtafel weg.
① Bevestigingsopening
② Plastic haakje
* In het geval de borduurtafel niet gebruikt wordt, plaats u het deksel terug over de bevestigingsopening.
3. Steek de verbindingspen van de borduurtalel hierna op de juiste wijze in de opening.
* Zet de machine op een vlakke en horizontale ondergrond en schuif de borduurtafel in de richting van de machine.

Verwijderen van de borduurtafel

text_image
Kies het patroon type. ABC ABC ABC CPBERAPOSITIE VOOR BORDUURFARM ALTWD DE KNOP INDRUNKEN WANNEER U DE BORDUURUNIT VE SWUDERT- Zorg er voor dat het borduurraam verwijderd is en druk vervolgens op de "BORDUUR"-toets of de "KOMBINATIE NAAIEN"-toets en druk vervolgens op de "OPBERGPOSITIE VOOR BORDUURARM"-toets. De wagen zal dan in de stand voor verwijderen geplaatst worden.
LET OP
Als de bovenstaande procedure niet wordt opgevolgd, kan de borduurtafel niet worden verwijderd en in de houder geplaatst worden.

- Schakel de machine uit, houd de borduurtafel aan de linkerzijde vast en schuif terwijl u de ontgrendelknop ingedrukt houdt de borduurtafel voorzichtig van de machine af.
① Ontgrendelknop
LET OP
Zorg er voor dat de machine uitgeschakeld is, aangezien er anders beschadiging kan ontstaan.
in de houder plaatsen van de borduurtafel

Haak de borduurtafel aan het uitsteeksel binnen in de houder.
② Zet de borduurtafel met de band vast.
③ Sluit vervolgens het deksel.
Initialiseren van de borduurtafel

text_image
De borduurarn komt in beweging. Houd uw handen, etc. uit de buurt van de borduurarn. CONT- ROLEREN- Schakel de machine in. Het volgende scherm zal dan op het display verschijnen.
* Wanneer de knoopsgathendel, de naald en de persvoet omlaag gezet zijn of wanneer de windas van de spoel zich aan de rechterkant bevindt, zal er een foutmelding gegeven worden. Deze foutmelding kan variëren afhankelijk van welke van de hierboven genoemde condities sprake is. Het links afgebeelde display zal verschijnen nadat de fouttoestand verholpen is. - Druk op de "CONTROLEREN"-toets.
De wagen verplaatst zich om de borduurtafel te initialiseren.

Houd uw handen niet in de buurt van de borduurarm, aangezien u dan kans loopt verwondingen op te lopen. Het is bovendien mogelijk dat de borduurarm geluid maakt onder het initialiseren, maar dit is normaal.
Als de initialisatie niet normaal kon worden uitgevoerd hoort u een zoemgeluid. Wanneer dit gebeurt, dient u ervoor te zorgen dat de borduurframe niet vastzit en probeer de borduurtafel weer te initialiseren. Dit betekent niet dat het apparaat slecht functioneert.

text_image
Kies het patron type ABC ABC ABC ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ OP BERGPOEITIE VOOR BORDUURAM ALTHO DE KNOP INDFUKKER WANNER U DE BORDUURUNT VERAWJDE STDe soorten beschikbare patronen zullen vervolgens op het scherm verschijnen.
① Alfabetische letters
② Een-punt patronen
3 Kaderpatronen
4 Bioempatronen
⑤ Patronen op geheugenkaart (los verkrijgbaar)
6 Indrukken om de borduurarm te verplaatsen om de tafel te verwijderen.
SELEKTEREN EN NAAIEN VAN PATRONEN
In geval van de letter-kaart

text_image
Kies het patroon type. ABC ABC ABC CPBERGPOSITTE YOOB BORDIURAFM ALT UO DE KNOP INDRUKEN WANNEER LU DE BORDIURUNIT YERWAJERT
Kombineren van letters
- Selekteer de gewenste letter.
ABC ABC ABC
* Als er een ander scherm op het display verschijnt, op de "BORDUREN"-toets drukken alvorens de letter te kiezen.
- Kombineer de letters (zie blz. 89).
Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning. (Zie bladzijde 29 en bladzijde 122.)
② Druk op deze toets wanneer u de kleur van elke letter die u naait wenst te veranderen. Wanneer dit in omgekeerde volgorde op het display wordt weergegeven, zal de machine na het borduren van elke letter stoppen.
③ Druk op deze toets wanneer de draad tijdens het naaien breekt of als u weer vanaf het begin wilt naaien. (Zie bladzijde 129.)
4 Druk op deze toets om de naaipositie te verplaatsen. (Zie bladzijde 123.)
Kiezen van een-punt patronen

text_image
Kies het patron type. ABC ABC ABC ABC OPBEGPOSITIE VOOR BORDURARM ALTUD DEKNOP INDPUKKEY WANNEERU DE JORDURUNT YENWJDERIT RETOUR 1 2 3 4 5 6 7 GEEL LINHEN ZILVER LIGHT LILA DRAAD SPAINING LAY-OUT HELP 3 4- Druk op "☐" -toets.
Het scherm voor de keuze van het een-punt patroon zal dan op het display verschijnen.
* Als er een ander scherm op het display verschijnt, op de "BORDUREN"-toets drukken alvorens op de een-punt patroon toets te drukken.
- Kies het gewenste patroon.
Het naaischerm zal dan op het display verschijnen.
* Als u op de " [F]"-toets drukt, zal het volgende naaischerm op het display verschijnen.
Als u op de "自"-toets drukt, zal het voorgaande naaischerm op het display verschijnen.
* Als u op de "RETOUR"-toets drukt, zal het scherm voor de patroonkeuze op het display verschijnen.
① Het gekozen patroon zal op het display verschijnen.
② Dit geeft de volgorde van de kleurveranderingen aan. De kleur die onder elk van de patronen wordt aangegeven dient als referentie. Zie bladzijde 191 voor bijzonderheden betreffende de kleurveranderingtabel.
③ Druk op deze toets om de naalpositie te verplaatsen. (Zie bladzijde 123.)
4 Druk op deze toets wanneer de draad tijdens het naaien breekt of als u weer vanaf het begin wilt naaien. (Zie bladzijde 129.)
⑤ Druk op deze toets om terug te keren naar het voorgaande scherm. (scherm voor patroonkeuze)
⑥ Dit geeft de hoeveelheid tijd aan die nodig is voor het borduren van het patroon en de totale resterende tijd. De tijd die nodig is voor het veranderen van de kleuren is hierbij niet inbegrepen. (De totalen worden berekend en aangegeven nadat er een patroon is gekozen.)
⑦ Dit geeft de grootte van het patroon aan.
Kiezen van kaderpatronen

text_image
Kies het patron type. ABC ABC ABC OPTERSPOSITIE WOOR BORDUURARM ALTUJ DE HNOP INDRIJKEN WANNER U DE BORDUURUNIT VERWUDEPT
text_image
Kies het raam. RETURN
text_image
Iies de steek. RETOURKaderpatronen worden gemaakt door het gewenste kader en steektype te kombineren.
- Druk op "☐☐☐"-toets. Het schjerm voor de keuze van kaderpatroon zal daw op het display verschijnen.
* In het geval een ander type patroon, zoals letters, eerder was gekozen of in het geval een gehougenkaart ingestoken is, drukt u eerst op de "BORDUREN"-toets en vervolgens op de "KADERPATROON"-toets.
- Kies de gewenste vorm van het kader. Het framepatroon zal worden gekozen en het scherm voor het kiezen van het stekenpatroon zal op het display verschijnen.
* Als u op de "RETOUR" -toets drukt, zal het voorgaande scherm op het display verschijnen.
- Kies het gewensle steektype om het kader te vormen. Het gekombineerde patroon wordt vervolgens op het display afgebeeld.
Het gekozen patroon kan worden veranderd met behulp van de keuzemogelijkheden aangegeven op scherm.

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 DRAID SPACING LAY-OUT HELP① Steek die voor het kaderpatroon is gekozen.
② Dit geeft de volgorde van de kleurveranderingen aan.
Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning. (Zie bladzijde 29 en bladzijde 122.)
④ Druk op deze toets om de naaipositie te verplaatsen. (Zie bladzijde 123.)
Druk op deze toets wanneer de draad tijdens het naaien breekt of als u weer vanaf het begin wilt naaien. (Zie bladzijde 129.) (scherm voor patroonkeuze)
⑥ Druk op deze toets om terug te keren naar het voorgaande scherm.
⑦ Dit geeft de hoeveelheid tijd aan die nodig is voor het borduren van het patroon en de totale resterende tijd. De tijd die nodig is voor het veranderen van de kleuren is hierbij niet inbegrepen.
(De totalen worden berekend en aangegeven nadat er een patroon is gekozen.)
⑥ Dit geeft de grootte van het patroon aan.
Kiezen van een bloempatroon

text_image
Kies het patroon type. ABC ABC ABC OPPERASPORITIE VODR. BORDUIPARM ALTUD DE KNOP INDELRUKKEN WARNERS U DE BORDUIPUMIUT VERWINDERT- Druk op "ABC"-toets.
* Als er een ander scherm op het display verschijnt, op de "BORDUREN"-toets drukken alvorens op "ABC"-toets te drukken.

-
Selekteer het gewenste patroon.
-
Kies het gewenste patroon.
* Deze patronen kunnen eveneens worden gebruikt voor het borduren van alfabetische letters zonder het borduren van de bloemen.

text_image
1 2 LIGHT BLOW LIND IN GROWN LIGHT LUX KOREA R. COME'S BLOW LEA GEEL 3 DRAD OPENING 4 LAY-OUT HELP 5 6 7 8 RETICKS 26/25mm① Het gekozen patroon zal op het display verschijnen.
② Dit geeft de volgorde van de kleurveranderingen aan. De kleur die onder elk van de patronen wordt aangegeven dient als referentie. Zie bladzijde 191 voor bijzonderheden betreffende de kleurveranderingtabel.
* Als u alleen de alfabetische letters wilt borduren, borduurt u enkel de kleur van de alfabetische letters.
③ Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning.
4 Druk op deze toets om de naaipositie te verplaatsen. (Zie bladzijde 123.)
⑤ Druk op deze toets wanneer de draad tijdens het naaien breekt of als u weer vanaf het begin wilt naaien. (Zie bladzijde 129.)
⑥ Druk op deze toets om terug te keren naar het voorgaande scherm. (scherm voor patroonkeuze)
⑦ Dit geeft de hoeveelheid tijd aan die nodig is voor het borduren van het patroon en de totale resterende tijd. De tijd die nodig is voor het veranderen van de kleuren is hierbij niet inbegrepen. (De totalen worden berekend en aangegeven nadat er een patroon is gekozen.)
⑧ Dit geeft de grootte van het patroon aan.
Kiezen van patronen van een geheugenkaart

- Houd de geheugenkaart zodanig dat de pijl naar u toe gericht is en steek de kaart vervolgens in de gleuf aan de rechterkant van de naaimachine.
LET OP
- Let er op de kaart alleen dan in te steken en te verwijderen wanneer " [icon] " op het display wordt aangegeven of wanneer de machine uitgeschakeld is.
- De kaart niet in een andere richting insteken dan die welke hierboven is beschreven en de kaart niet in de gleuf forceren, aangezien anders de kaart of de gleuf beschadigd kan raken.
- Breng de geheugenkaart in zoals aangegeven in de afbeelding links. Wanneer u de geheugenkaart nog verder naar binnen probeert te duwen, zal de aansluiting binnenin beschadigd raken.

text_image
Kies het patroon type. ABC ABC ABC ABC OPBERGPOSITIE VOOF, BOLDUURWAIN ALTUD DE KNOP INDRUKKEN WANNEE U DE BORDUURUNIT VERWIJDERT
text_image
RETOL.P.
text_image
4.8 cm 2B/ 9.6 cm 26 MIN ORANGE MLNT GROEN ZILVER DONKER GRUS BLAW LIGHT BRUIN ZWART ORALD SPANMING -OUT HELP 3 4 5-
Druk op de " [C] " toets.
-
Het keuzescherm van het geheugenpatroon verschijnt op het display. (In de illustratie links wordt de transportmiddelenkaart Nr. 12 (SA312, XA0275-001) (los verkrijgbaar) aangegeven.)
* Als er een ander scherm op het display verschijnt, op de "BORDUREN"-toets drukken alvorens op de " [icon] " toets te drukken.
- Kies het gewenste patroon.
* Als u op de "TERUGKEREN"-toets drukt, zal het voorgaande scherm op het display verschijnen.
① Het gekozen patroon zal op het display verschijnen.
② Dit geeft de volgorde van de kleurveranderingen aan. De kleur die onder elk van de patronen wordt aangegeven dient als referentie.
③ Druk op deze toets voor het veranderen van de draadspanning.
4 Druk op deze toets om de naaipositie te verplaatsen. (Zie biadzijde 123.)
⑤ Druk op deze toets wanneer de draad tijdens het naaien breekt of als u weer vanaf het begin wilt naaien. (Zie bladzijde 129.)
⑥ Druk op deze toets om terug te keren naar het voorgaande scherm. (scherm voor patroonkeuze)
⑦ Dit geeft de hoeveelheid tijd aan die nodig is voor het borduren van het patroon en de totale resterende tijd. De tijd die nodig is voor het veranderen van de kleuren is hierbij niet inbegrepen. (De totalen worden berekend en aangegeven nadat er een patroon is gekozen.)
⑧ Dit geeft de grootte van het patroon aan.
GEHEUGEN
Opslaan van een patroonkombinatie in het geheugen
OPSLAAN VAN GEKOMBINEERDE PATRONEN IN HET GEHEUGEN VOOR LATER GEBRUIK. (Het geheugen bestaat uit 12 afzonderlijke gebieden)

* Wanneer u de borduurpositie op het lay-out scherm verplaatst voordat u verder gaat met het borduren van het patroon, moet u de positie op het lay-out scherm correct verplaatsen vóór u de bovenstaande procedure uitvoert.
Voorbeeld: Opslaan van het patroon "HAPPY BIRTHDAY" op geheugenpagina 1.
- Voer de letters in om het patroon te maken.

- Druk op "GEHEUGEN". Als het patroon eenmaal is opgeslagen, zal het display terugkeren naar het voorgaande scherm.
* Zet de hoofdschakelaar niet uit terwijl het patroon wordt opgeslagen (terwijl "Opslag" wordt afgebeeld).
* Het opslaan van een patroon duurt ongeveer 10 seconden. Zie pagina 156 voor nadere bijzonderheden betreffende het oproepen van een patroon dat is opgeslagen.

text_image
PY_BIRTHDAY Dit patroon zal niet passen. Wilt u een ander patroon wissen? ANNULEREN WISSEN -OUT SPAINNATI POTOMATI ELPAls het patroon niet opgeslagen kan worden Zie bladzijde 100.
Naaien van aantrekkelijke afwerkingen
Zie onderstaande tabel voor de meest geschikte stoffen, garens en naalden die u kunt gebruiken voor het verkrijgen van leuke naalafwerkingen. Het is namelijk mogelijk dat er vervormingen in de patronen optreden wanneer u gebruik maakt van andere stofdikten of soorten steunstof. Naai dus eerst een proeflapje om het resultaat te kontroleren.
| STOF | Bij het naaien van elastische stoffen zoals jersey of dunne stoffen, een niet-geweven soort steunstof bevestigen.* Het wordt aanbevolen dat u voor het borduren gebruik maakt van een speciale soort steunstof wordt geleverd. Deze soort steunstof kan afgescheurd worden wanneer deze niet meer nodig is. |
| DRAAD | BovendraadBrother poly 40 kleuren garensetZie bladzijde 8.OnderdraadBrother onderdraad voor bordurenZie bladzijde 8. |
| NAALD | 75/11 (huishoundnaaimachinenaald) |

Gebruik altijd Brother onderdraad voor borduren.
Bij draad van mindere kwaliteit dient u de draadspanning aan te passen.
Plaatsen van de stof in het borduurraam
Er zijn drie soorten borduurramen beschikbaar: Groot, middelgroot en klein
Borduurveld bij groot raam: 18 cm (L) × 13 cm (B)
Borduurveld bij middelgroot raam: 10 cm (L) × 10 cm (B)
Borduurveld bij klein raam: 2 cm (L) × 6 cm (B) (voor het borduren van namen)
LET OP
Afhankelijk van de grootte van het patroon en de positie van het te borduren patroon, is het soms niet mogelijk gebruik te maken van de middelgrote en kleine borduurramen. Controleer bij het gebruik van deze ramen het lay-out scherm op het display (zie pagina 123) alvorens te beginnen met het borduren van de patronen. Als de verkeerde ramen worden gebruikt, bestaat de kans dat de persvoet de ramen raakt, hetgeen letsel kan veroorzaken.

text_image
ABC- Markeer het te borduren gebied met krijt.

- Draai de stelschroef los en klem de stof met het binnenraam vast.
① Binnenraam
② Buitenraam
Stelschroef
4 Losdraaien
* Deze voorzorgsmaatregel helpt vervorming van het patroon tijdens het borduren voorkomen.
* Let er op het ▲ merkteken op het binnenste raam uit te lijnen met het ▼ merkteken op het buitenste raam.
① Draai vast

- Plaats het borduurvel op het binnenste raam en breng de lijnen op het vel in overeenstemming met de markering op de stof. Druk het omlaag in het buitenste raam en let er daarbij op dat de markering niet verschuift.
* Voor het verkrijgen van de beste resultaten het buitenste raam op een vlak tafeloppervlak leggen en de stof er bovenop plaatsen.
① Binnenste raam
② Lijn
- Druk zodanig naar beneden in het buitenste raam dat de markering niet van zijn plaats schuift.

① Buitenraam
② Binnenraam
③ Voorzijde

* Stevig naar beneden drukken totdat het buitenste raam en het binnenste raam op gelijke hoogte zijn.

- Nadat de stof tussen het binnenste en buitenste raam is vastgeklemd, de afstelschroef met de hand vastdraaien.
① Vastdraaien
* Om beschadiging van de schroef te voorkomen, voor het vastdraaien geen schroevedraaier gebruiken.

- Verwijder het borduurvel.
① Gat voor verwijderen van vel.
Aanbrengen van het borduurraam op de borduurtafel
Zorg er voor te wachten totdat het initialiseren van de borduurtafel voltooid is alvorens het borduurraam aan te brengen. (Zie bladzijde 109.)

- Zet de persvoet in de hoogste stand. Plaats vervolgens het borduurraam onder de persvoet met de montagesteun aan de linkerkant en de te borduren zijde van de stof naar boven gericht.

- Lijn de twee pennen op de borduurraamhouder uit met de montagesteun op het raam en druk het borduurraam in de borduurraamhouder zodat een klikgeluid wordt gehoord.
1 Borduurraamhouder
② Pennen
* Zorg ervoor dat beide pennen ingehaakt worden. In het geval alleende voorste pen of alleen de achterste pen ingehaakt is, zal het patroon niet korrekt geborduurd worden.
Verwijderen van het borduurraam
Duw de hendel van de borduurraamhouder naar links en verwijder het borduurraam door dit omhoog te tillen.
① Hendel

Gebruik altijd Brother borduurdraad.
Maak een keuze uit verschillende kwaliteiten draad om verschillende resultaten te boeken.

text_image
LIGHTY BRUIN ROSIS WIT DONIKER BRUIN 2.3 cm 2.2 cm 2/ 2 MIN DRAD SPANING LAY-OUT HELP
- Kies het gewenste patroon.
De volgorde voor het naaien van elk gedeelte zal dan op het display verschijnen.
* De kleur die onder elk patroon wordt aangegeven dient als referentie. Het is mogelijk dat voor sommige gedeelten geen kleur aan de onderzijde wordt aangegeven; u kunt deze gedeelten naaien met elke kleur die u wenst.
2. Rijg de draad voor de eerste kleur en leid deze door de persvoet. Houd deze draad in uw linkerhand en zorg er voor enige speling in de draad te laten.
* Alvorens de draad te rijgen altijd de borduurvoet omhoog zetten.
- Zet de persvoet omlaag en begin te borduren. Nadat er 5 tot 6 steken genaaid zijn, de naaimachine stopzetten en het overtollige stuk draad van het einde van de naad afknippen.
* Als u de borduurtafel gebruikt, kan de voetregelaar op dat moment niet gebruikt worden.
* Het naaien kan beginnen ook als " [ ]" op het display wordt aangegeven.
- Start de naaimachine opnieuw.
Het gedeelte dat wordt aangegeven door (1) in de illustratie zal worden geborduurd en de naaimachine zal vervolgens automatisch stoppen. Wanneer het borduren voltpoid is, zal het display automatisch naar links schuiven en de volgende kleur die geborduurd gaat worden zal op de linkerkant van het scherm aangegeven worden.

text_image
(2) ROSE VIT DONKER BRUIN REYOUR 2.3 cm 1/ 2.2 cm 2MIN PUSTAGE TERIUG ZOCKEN YOGRUIT ZOCKEN TERIUG YOGRUIT ENDE HELP- Vervang de bovendraad door de draad voor de tweede kleur en start vervolgens de naaimachine opnieuw. Nadat het gedeelte aangegeven door (2) geborduurd is, zal de naaimachine opnieuw automatisch stoppen.

text_image
WIT DONKER BRUIN (3) RETOUR 2.3 cm 1/2MIN 2.2 cm RUSTSTAND TERUG ZOEKEN VOORUIT ZOEKEN TERUG VOORUIT ENDE HELP- Vervang de bovendraad door de draad voor de derde kleur en start vervolgens de naaimachine opnieuw. Nadat het gedeelte aangegeven door (3) geborduurd is, zal de naaimachine opnieuw automatisch stoppen.

text_image
2.3 cm 2.2 cm 1/ 2MIN DONKIR IFUIN (4) RUSTSTARD TERUG ZOEN VOCRUIT ZOEN TERUG VOCRUIT BNDE HELP-
Vervang de bovendraad door de draad voor de vierde kleur en start vervolgens de naaimachine opnieuw. Nadat het gedeelte aangegeven door (4) geborduurd is, zal de naaimachine opnieuw automatisch stoppen. Het display keert dan terug naar de oorspronkelijke toestand.
-
Knip overtollige draad af.
Borduurvolgorde voor patroononderdelen

Borduren van enkelkleurige patronen terwijl "MEERKLEURIG" wordt afgebeeld

text_image
ZALM ROSE LIGHT GREEN LIGHT BLAUW 6.7cm 8.0cm 7/ 7MIN DRAAD SPAINING MIZR- ICE-JRK K LAY-OUT HELP-
Druk op "MEERKLEURIG" om de enkelkleurige funkcie in te stellen. Nadat op de "START/STOP"-toets wordt gedrukt, zal het gehele patroon in een enkele kleur worden geborduurd en vervolgens zal de machine automatisch stoppon.
-
Knip overtollige draad af.
* Dit patroon is het BLOEMEN-patroon (nr. 2) van de keuzekaart.
Veranderen van de draaddichtheid van de steken in letters en sommige kaderpatronen

text_image
A A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S _ T U V W X Y Z ABC... abc... 0-9 0-9 0-9 821... ÄÄä... LAY-OUT DRAAD SPANNING OCHUEN MEER-KLEJURIG M K HELPBijstelling van de draaddichtheid van de steken is niet mogelijk bij alle patronen. Bij andere patronen dan de letters en sommige kaderpatronen is bijstelling van de draaddichtheid niet mogelijk.
- Druk op de "DRAAD SPANNING"-toets.

- De draaddichtheid van de steken zal lager worden (grover) iedere keer als op "◀" wordt gedrukt. De draaddichtheid van de steken zal hoger worden (fijner) iedere keer als op "▶" wordt gedrukt.
① AUTO
② Fijn (steken dichter opeen)
③ Grof (steken verder uit elkaar)
* De normale instelling is "normaal".

De borduurpositie van het patroon kan worden veranderd door op "LAY-OUT" te drukken. Dit is handig in het geval u een patroon bijvoorbeeld in de hoek van de stof of uit het midden van het borduurraam wilt borduren.
Druk op de "LAY-OUT"-toets. Het scherm voor de layout zal dan op het display verschijnen.
Druk op deze toetsen om de borduurpositie binnen het borduurveld te brengen.
② Als u op deze toets drukt, zal de borduurpositie terug naar het midden van het borduurveld gebracht worden.
③ "Hiermee wordt de naaldpositie naar het midden van het patroon verplaatst of naar het naaibeginpunt, etc. Gebruik deze toets wanneer u de borduurpositie wilt instellen.
4 Als u op deze toets drukt, zal het borduurraam zodanig verplaatst worden dat u de borduurpositie kunt kontroleren.
⑤ Als u op deze toets drukt, zal de afmeting van het patroon op het display verschijnen.
⑥ Als u op deze toets drukt, zal het patroon horizontaal omgekeerd worden.
Deze functie kan bij bepaalde patronen niet worden gebruikt.
⑦ Druk op deze toets om het gekozen patroon in stappen van 90° te draaien.
8 Als u op deze toets drukt, zal het display terug veranderen van het lay-out scherm naar het oorspronkelijke scherm.
9 Dit geeft de verschillende soorten borduurramen aan die gebruikt kunnen worden. (De ramen die gebruikt kunnen worden, zullen in vaste kleuren worden aangegeven, terwijl de ramen die niet gebruikt kunnen worden grijs blijven.)
LET OP
Gebruik geen andere borduurramen dan die welke hier worden aangegeven, aangezien anders de kans bestaat dat u verwondingen oploopt.
⑩ Dit geeft de afstand aan vanaf het midden wanneer de borduurpositie verplaatst is.
11 Als er een letter is gekozen, geeft dit de bijzonderheden betreffende de letter aan.
⑫ Geeft de afmeting van het huidige patroon aan.
13 Druk op deze knop om het patroonformaat te wijzigen. (Zie pagina 129)
LET OP
Kontroleer nadat er een patroon verplaatst is het display om te zien welke borduurramen gebruikt kunnen worden. Als er een borduurraam dat niet op het display wordt aangegeven gebruikt wordt, bestaat de kans dat de borduurvoet het raam raakt of dat u verwondingen oploopt.

text_image
2.3cm 2/ 2.2cm MIDEN +0.0cm ↔ +0.0cm VIEW START TEST BEILD GROCTTE 90° RETOUR- Druk op de pijltoets voor de richting waarin u het patroon wilt verplaatsen. De borduurpositie zal dan verplaatst worden.
Geeft de afstand van de middenpositie aan.
* Als u op de "MIDDEN"-toets drukt, zal de borduurpositie naar het midden terugkeren.
* Gebruik het gat in de borduurvoet als richtlijn en zet de naald nooit omlaag terwijl de voet in beweging is.

text_image
2.3cm 2/2N11 2.2cm MIDLEN START TEST +5.15cm ↔+5.15cm BEELD GROOTTE 90° RETOURVoorbeeld: Verplaatsen van de borduurpositie naar de rechter bovenhoek.
Druk op de "→" pijltoets.
Kontroleren van het borduurveld
TEST

Wanneer op "TEST" wordt gedrukt zal het borduurraam bewegen en zal de persvoet het te gebruiken borduurveld voor het huidig gekozen patroon en de huidig gekozen grootte aftasten.
* Breng de naald niet omlaag. Gebruik in plaats van de naald het gaatje in de persvoet als leidraad.
Borduren vanuit een zelf gekozen beginpunt


Kontroleer nadat er een patroon verplaatst is het display om te zien welke borduurramen gebruikt kunnen worden. Als er een borduurraam dat niet op het display wordt aangegeven gebruikt wordt, bestaat de kans dat de borduurvoet het raam raakt of dat u verwondingen oploopt.
-
Maak een merkteken op het beginpunt op de stof in het borduurraam, zoals aangegeven in de afbeelding. Het merkteken kan niet te dicht bij de rand van het borduurraam gemaakt worden omdat de persvoet de naald verhindert dicht bij de rand van het borduurraam te komen.
-
Druk op de "MOFENSTART"-toets. De naald wordt naar de beginpositie verplaatst. (Het borduurraam zal bewegen.)
-
Gebruik de pijltoetsen om de markering uit te lijnen met het gat in de borduurvoet en begin vervolgens te borduren.
Veranderen van de patroonrichting


text_image
ABC 8.7 cm 5/ 3.6 cm 5M CENTER HIDDEN START TEST $+0.00 cm ↔+0.00 cm BEED GROOTTE 90° RETO JR
text_image
→ledere keer als op "90°" gedrukt wordt zal het patroon in stappen van 90° rechtsom gedraaid worden, zoals aangegeven in de afbeelding links.
* Bepaalde patronen kunnen te lang zijn om 90 gedraaid te kunnen worden. In dergelijke gevallen kunnen de patronen enkel 180 gedraaid worden.
LET OP
Kontroleer nadat er een patroon gedraaid is het display om te zien welke borduurramen gebruikt kunnen worden. Als er een borduurraam dat niet op het display wordt aangegeven gebruikt wordt, bestaat de kans dat de borduurvoet het raam raakt of dat u verwondingen oploopt.

text_image
2.3cm 2.2cm 2/ 2MIN MIDDEN +0.00cm ↔+0.00cm BEELG GROOTTE 90° RETOUR- Druk op de "☐" toets om het patroon horizontaal om te keren.
* Als de "→"-toets niet oplichtend op het display wordt aangegeven, betekent dit dat het patroon horizontaal gedraaid is en in spiegelbeeld wordt weergegeven.
* Voor sommige patronen wordt de "☐" toets niet op het display aangegeven.
Gebruik van de "BEELD" toets


text_image
2.3 cm 2.2 cm 2/2MIN MIDDEN MIXGEN START TEST +0.0cm ↔+0.0cm DELE> QROCTTE 90° ↑ PLOTOUR- Als u op de "BEELD" toets drukt, zal er een schaalverdeling die de grootte van het patroon aangeeft op het display verschijnen.
* Als u nogmaals op deze toets drukt, zal het scherm naar het oorspronkelijke display terugkeren.
U kunt het formaat van letters en kaderpatronen naar wens veranderen.
[Veranderen van de lettergrootte]
![BROTHER Super Galaxie M2100 - [Veranderen van de lettergrootte] - 1](/content/2026/06/1151861/images/1119569f3a72b53f2ce29588af7840572891ce1c7c9ea49223f8306995565087.jpg)
text_image
ABC 3.6 cm 5/ 8.7 cm 5V MIDEN MIDEN START TEST +0.00 cm ↔ +0.00 cm BEELD GROOFE 90° RETOUR- Druk op de "GROOTTE"-toets.
![BROTHER Super Galaxie M2100 - [Veranderen van de lettergrootte] - 2](/content/2026/06/1151861/images/04642bfb9814146771225364ce1c444a7e6515e02709f92ce070428c520ea13f.jpg)
text_image
ABC 3.6 cm 5/ 8.7 cm 5MIN +0.0 cm ↔ +0.30cm MADDN START TEST A A TERUG STELLEN A E NDGROOTTE VERANDEREN- Druk voor het vergroten van het patroonformaat op de "A-A"-toets; druk voor het verkleinen van het formaat op de "A-A"-toets.
Het formaat zal veranderen telkens wanneer er op een van deze toetsen gedrukt wordt.
* Het maximale patroonformaat is voor elk patroon verschillend.
* Bepaalde kaderpatronen kunnen verder vergroot worden als deze 90° gedraaid worden.
3. Druk na het voltocien van de afstelling op de "EINDGROOTTE VERANDEREN"-toets.
LET OP
Controleer het display nadat het formaat van een letter, een kaderpatroon of een borduurpatroon is veranderd om te zien welke borduurramen gebruikt kunnen worden. Als er een borduurraam dat niet op het display wordt aangegeven gebruikt wordt, bestaat de kans dat de borduurvoet het raam raakt of dat u verwondingen oploopt.

text_image
ABC 1.3 cm 1/ 3.1 cm MIDEN MIDEN START +0.0 (cm ↔ +0.00 cm A A TERLG STELEN A A SINDGROOTTE VERANDEREN[Veranderen van kaderpatronen en patroongrootte]
![BROTHER Super Galaxie M2100 - [Veranderen van kaderpatronen en patroongrootte] - 1](/content/2026/06/1151861/images/c59fa2ed2df33933ee4ceffc330b17edf84695352efff36b54a9ec773fbed50e.jpg)
text_image
2.3cm 2/2MN 2.2cm ← MODEN → ← ↓ MODEN START TEST +0.00cm ↔ +0.00cm BEELD GROUTTE 90° RETOUR- Druk op de "GROOTTE"-toets.
![BROTHER Super Galaxie M2100 - [Veranderen van kaderpatronen en patroongrootte] - 2](/content/2026/06/1151861/images/afab34b50db8b2860f6c77464449c6012f8e86c1225ee73b1bc74b004a929a0d.jpg)
text_image
2.7cm 2/2min 2.6cm MIDEN MODEN START TEST +3.00cm +0.00cm TIRUG STellen BINDGROOTTE VERANDEREN- Druk voor het vergroten van het patroonformaat op de "A-A"-toets; druk voor het verkleinen van het formaat op de "A-A"-toets.
Het formaat zal veranderen telkens wanneer er op een van deze toetsen gedrukt wordt.
* Het maximale patroonformaat is voor eik patroon verschillend.
* Bepaalde kaderpatronen kunnen verder vergroot worden als deze 90° gedraaid worden.
3. Druk na het voltooien van de afstelling op de "EINDGROOTTE VERANDEREN"-toets.
LET OP
Controleer het display nadat het formaat van een letter, een kaderpatroon of een borduurpatroon is veranderd om te zien welke borduurramen gebruikt kunnen worden. Als er een borduurraam dat niet op het display wordt aangegeven gebruikt wordt, bestaat de kans dat de borduurvoet het raam raakt of dat u verwondingen oploopt.
* Sommige patronen kunnen niet vergroot of verkleind worden.
* Gebruik de standaard naaldgrootte als de draad broekt of splijt. Wanneer u verkleinde patronen maakt, dient u een fijnere naald te gebruiken.
* Gebruik de standaarddikte voor borduurdraad. Als u openingen ziet wanneer u vergrote patronen gebruikt schakelt u over op een dikkere draad.
MAKEN VAN AFSTELLINGEN TIJDENS HET BORDUREN
In het geval de draad breekt tijdens het borduren
HELP

- Stop de naaimachine, zet de naald en de persvoethendel omhoog en rijg de bovendraad opnieuw in.
Als de onderdraad gebroken is
1 Knip de bovendraad af en verwijder het borduurraam.
2 Kontroleer de onderzijde van het borduurwerk voor verwarde draden en verhelp dit.
3 Breng de onderdraad weer op zijn plaats aan en bevestig het borduurraam opnieuw.

text_image
ROSE WIT DONKER BRUN 2.7 cm 2/2 MIN LAY-OUT HELP- Druk op de "HELP" toets.
① De naald zal terugkeren naar de startpositie voor het gehele patroon.
② De naald zal terugkeren naar de startpositie voor de kleur (of de letter) die op dat moment geborduurd wordt (zonder te borduren).
3 De naald zal doorgaan naar de startpositie voor de volgende kleur (of de letter) die geborduurd gaat worden (zonder te borduron).
4 De naald zal een steek terug gaan (zonder te borduren). Als doorlopend op deze toets wordt gedrukt, zal de naald terug worden verplaatst met sprongen van 17 sieken, te beginnen vanaf de 6de steek.
5 De naald zal een steek vooruit gaan (zonder te borduren). Als doorlopend op deze toets wordt gedrukt, zal de naald vooruit worden verplaatst met sprongen van 17 steken, te beginnen vanaf de 6de steek.
③ Het schem zal naar het oorspronkelijke display terugkeren (naaidisplay).

text_image
ROSE WT DONKER RUN RETOUR 2.7 cm 2/ 2.6 cm 2WIN RUSTSHIP TERUG ZOEKEN VOORUIT ZOEKEN TERUG VOORUIT BINDE HELP 1 2 3 4 5 6- Druk op de "TERUG" toets om een klein stukje voorbij het punt waar de draad brak terug te gaan.
* Als de machine stopt met terug gaan voordat u het punt heeft bereikt waarvandaan u weer met borduren wilt beginnen, op de "TERUG ZOEKEN" en "VOORUIT"-toets drukken. Wanneer u het punt bereikt waarvandaan u het borduren wilt hervatten, op "START/STOP" drukken.
- Zet de persvoet omlaag en begin te borduren.
* Het is mogelijk dat de START/STOP schakelaar gedurende enkele seconden niet werkt nadat op de "VOORUIT ZOEKEN" of "TERUG ZOEKEN"-toets is gedrukt, dit is echter geen taken van defect.
Doorgaan met borduren van een patroon nadat de machine kortstondig werd uitgeschakeld
HELP

text_image
ROSE WIT DONKER SRIUN 2.7 cm 2/ 2 MIN BUSISIND TERUG ZOEKEN VORUIT ZOEKEN TERUG VORUIT UNDE HELPVoorbeeld: Doorgaan met borduren vanaf halverwege de tweede kleur
- Kies het patroon en druk vervolgens op de "HELP"-toets.
- Druk op de "VOORUIT ZOEKEN"-toets om door te gaan naar het begin van de tweede kleur.
- Druk op de "VOORUIT"-toets om vooruit te gaan naar een positie die zich juist voor het punt bevindt waarbij u verder wilt gaan met het borduren.
- Zet de persvoet omlaag en begin te borduren.
* When moving the embroidering position on the layout screen before continuing to embroider the pattern, move the position on the layout screen by the same amount before carrying out the above procedure.
Bij het naaien vanaf het begin
RUSTSTAND

text_image
LIGHT BRUIN ROSE WIT DONKER BRUIN RETOUR 2.7cm 2/ 2MIN RUSTSAND TERUG ZOEKEN VOORUIT ZOEKEN TERUG VOORUIT EINDE HELP-
Druk op de "RUSTSTAND"-toets. De naald zal dan terugkeren naar de startpositie voor het borduren.
-
Zet de borduurvoet omlaag en begin te borduren.
Verbinden van letters
Gebruik deze funktie wanneer de letters niet allemaal in een keer geborduurd kunnen worden.

text_image
ABC 3.6cm 5/ 8.7cm 5MIN MIDDIN MIDDIN START TEST BEELD GROCTIE SETOURVoorbeeld: Borduren van ABC en vervolgens verbinden met DE
- Druk op de "ABC"-toets en druk vervolgens op de "LAY-OUT"-toets om de naald naar de middenpositie te verplaatsen en druk vervolgens op de "PIKENSTAR"- toets.

- Druk op de "START/STOP"-toets en begin te borduren. Wanneer het borduren eenmaal voltooid is, de stof naar de positie verplaatsen waar "DE" geborduurd moet worden.
① Borduur-eindpositie
* Breng de lijn van het borduurwerk overeen met de referentielijnen op het borduurvel dat past op het raam dat u gebruikt.

text_image
ODE 3.3 cm 4/ 5.1 cm MIDDEN START TEST +C.00 cm ↔ +0.00 cm BEELD ROOTTIE 90° RETO JR- Kies "DE", druk vervolgens op de "LAY-OUT"-toets en druk op de "MEDE START" -toets om START te verlichten.

-
Gebruik de pijltoetsen om de naald naar de borduur-eindpositie te brengen voor "ABC".
-
Druk op de "START/STOP"-toets en begin te borduren.
Borduren van applicaties (met gebruik van een kaderpatroon)

text_image
7.0cm 1/ 1ml 8.1cmU kunt voor het naaien van applicaties gebruik maken van raampatronen van dezelfde vorm en grootte.
- Kies de te borduren stof voor het werkstuk, breng de steunstof aan, breng dit in het borduurraam aan en breng het borduurraam in de machine aan.

- Kies het te borduren kaderpatroon en "☐". Borduur het kaderpatroon op de te borduren stof. Verwijder de stof uit het borduurraam.
Knip netjes rond de buitenkant van het door de steken gevormde kader.

- Borduur een basisstof op dezelfde manier, met gebruik van hetzelfde kaderpatroon en "☐" als in stap 2.

- Breng een dunne laag textiel-plakmiddel aan op de achterkant van de te borduren stofvorm die u in stap 2 gemaakt heeft en bevestig dit vervolgens aan de onderstof van het werkstuk zodat dit precies over het zojuist geborduurde kaderpatroon valt.
① Textiel-plakmiddel

- Zonder de grootte of de vorm van het kaderpatroon te veranderen, kies de "I" steek en gebruik deze om de te borduren stof op de onderstof van het werkstuk te borduren.

De voltooide borduurvorm op het werkstuk
Borduren op kleine stukjes stof of op hoeken

text_image
T ① ② ③
text_image
T.1 ① ②
text_image
T.1 ① ②Gebruik steunstof voor extra ondersteuning tijdens het borduren. Nadat het borduren is voltooid, verwijdert u voorzichtig de steunstof.
Gebruik steunstof die speciaal voor borduren bestemd is.
Geval A
Stof
② Bevestig de steunstof door strijken. (Als u niet wenst te strijken, de steunstof met een rijgsteek bevestigen.)
③ Steunstof
Geval B
Stof
② Steunstof
Geval C
1 Band (Bevestig met dubbelzijdig plakband)
② Steunstof
OPMERKING
Ook met een stuk tape kunt u voorwerpen met ongewone vormen tijdelijk op hun plaats houden.
Het is mogelijk dat er dan lijm op de drukvoet, naald en naaldplaat terechkomt. Voltooi het borduren van het appliqué-patroon en verwijder verolgende de lijmresten.
MOGELIJKHEDEN VOOR HET BEWERKEN VAN BORDUURPATRONEN
Wanneer u borduurpatronen bewerkt kunt u de lay-out veranderen door ze te roteren en verplaatsen binnen een borduurgebied van 18 cm x 13 cm. U kunt ze ook eenvoudig plaatsen wanneer u een-punt patronen combineert met letters en wanneer u letters op een kromme lijn naait. Met de "BEWERKEN BORDUURPATROON"-toets kunt u patronen en tekens of twee of meer patronen combineren zodat u uw eigen, originele emblemen of naamplaatjes kunt maken.
Uitleg van de bewerkingsfuncties

text_image
BEARLay-out (verplaatsing)
Patronen kunnen naar een gewenste locatie worden verplaatst binnen een borduurgebied van 18 cm x 13 cm met de bewerkingsfunctie. Bevestig de positie op het display.

text_image
BEAR BEARCombinaties
Een-punt patronen zijn eenvoudig te combineren met kaderpatronen, letters en borduurkaartpatronen.

text_image
BEAR BEAR BEARRotatie
De richtingspositie van patronen en letters kan worden veranderd door ze in stappen van vijf graden te roteren.
Vergroting en verkleining
Er kunnen maximaal 50 formaatveranderingen worden toegepast op de letters en de kaderpatronen.
Configurations
Er kunnen maximaal 6 verschillende soorten letterconfiguraties worden geselecteerd.
Andere nuttige functies
- Een-punt patronen kunnen in spiegelbeeld worden weergegeven naar links of naar rechts.
- De ruimte tussen de letters kan worden vergroot of verkleind.
BEWERKEN

-
Bevestig de borduurtafel en tref de nodige voorbereidingen voor het borduren.
* Zie pagina 106 tot en met 108 voor meer informatie. -
Druk op "BEWERKEN BORDUURPATRONEN" om het volgende scherm te zien.

text_image
Kiezen van patroon ABC ABC ABC ABC OPPERPOSITIE VOCEL BORDUUFARK ALTUD DE KNOF INDRUKKEN WANNEER U DE BORDURUNIT VERWJDERBewerken Letters

text_image
Kiezen van patroon ABC ABC ABC ALTJID DE KNOP INDELIKEN WARNEDRU DE 30RDUURUNIT VERMAUERT OPBERGPOSITIE NOOR BORDIUFARM ALTJID DE KNOP INDELIKEN WARNEDRU DE 30RDUURUNIT VERMAUERTVoorbeeld: Bewerken van het alfabet: "ABDEFG"
- Selecteer het lettertype.

- Bepaal eerst de lettergrootte. (Als u hiragana/katakana selecteert, dient u tegelijkertijd ook verticale of horizontale letters te bepalen.)

- Selecteer vervolgens de letterconfiguratie.
Druk op de "REEKS"-toets.

text_image
KON- TROLE A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S _ T U V W X Y Z WISSEN ABC-... abc... 0-9 ... AAd... ABC ABC B C E FIND EVEEING RE BKS- Selecteer het configuratietype. Na uw keuze te hebben gemaakt drukt u op de "EINDE TOEWIJZING REEKS"-toets.

text_image
A B C D E F A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S _ T U V W X Y Z ABC... abc... 0~9 8?!... ÄÄÄ... B FEKS G H K SETOUR INSTELLEN- Selecteer een letter en druk dan op de "INSTELLEN"-toets.

text_image
BCDEFG 3.6 cm 11.5 cm ROCK-THE MOEK ① ② ③ WISSEN KEZEN ④ LETTER- AFSTIND GROOTIE ROTHERN REERS BOOK. ENDS ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩Na een tijdje verschijnen de letters op het display. De letters staan in het midden van het borduurgebied.
Druk op deze toetsen om patronen te verplaatsen in de richting van de pijltjes. (Zie pagina 139.)
② Druk op deze toets om het patroon weer in het midden van het borduurgebied te zetten.
3 Druk op deze toets om het patroon onder bewerking te wissen. (Zie pagina 141.)
4 Met deze toets verandert u het te bewerken patroon.
5 Met deze toets verandert u de afstand tussen de letters. (Zie pagina 139.)
⑥ Met deze toets verandert u de lettergrootte. (Zie pagina 140.)
⑦ Met deze toets roteert u de letters naar links of naar rechts in stappen van vijf graden. (Zie pagina 140.)
⑧ Druk op deze toets wanneer u de letterconfiguratie wilt veranderen. (Zie pagina 141.)
9 Druk op deze toets wanneer u de graad van een kromme lijn wilt veranderen. (Zie pagina 141.)
⑩ Druk op deze toets om naar de volgende fase te gaan.

text_image
ABCDEFG 3,6cm ROTATIE 0° 11,5cm HOEK WSSGEN KIEZEN LETTER- AFSTAND GROOTTS ROTERICH FREDIC DOUC E GIND-EVerplaatsen van letters
Druk op de toets met de pijl in de richting waarin u de letter wilt verplaatsen.

text_image
BCDEFG 3.6 cm ROTATIE- HOEX 0° 11.5 cm ABCDEFG -4.25cm ← -0.00cm WISSEN KIEZEN LETTER- AFSTARD GLOOTTE ROTEREN REEKS BOCHT EINDEAfstand tussen letters
Druk op de "LETTER-AFSTAND"-toets om de afstand tussen de letters te veranderen.

text_image
ABCDEFG 3.6 cm ROTATIE- HOEK 0° 11.5 cm ← MIDDEN → WISSEN KIEZEN -4.25 cm ↔ -0.00 cm LETTER- UPSTAND GROOTTE ROTEPEN REEKS BOOT EINDE
text_image
BCDEFG 2.9 cm ROTATIE- 9.1 cm HODC 0° 18CDEFG WISSEN KIEZIN TERRIG ST.ELEN END SPATE SEWERKINGDruk op de "☐"-toets om de afstand tussen de letters te vergroten.
Druk op de "☐" -toets om de afstand tussen de letters te verkleinen.
Druk op de "EIND SPATIE BEWERKING"-toets wanneer de afstand tussen de letters is zoals u wilt.
Druk op de "TERUG STELLEN"-toets om terug te keren naar de oorspronkelijke instelling voor de afstand tussen de letters.

text_image
BCDEFG 3.6cm ROTATIE- HOEX 11.5cm MIDDON WISSIN KIEZEN +0.00cm +0.30cm LETTER- AFSTAND GROOTZ ROTEREN REIKS BIGHT EINDEVeranderen van de lettergrootte
Druk op de "GROOTTE"-loets om de lettergrootte te veranderen.

text_image
ABCDEFG 4.5 cm ROTATIE- HORK 0° 12.9 cm MIDDER WISSIN KIEZEN TIRUG STELLER EINDGROOTTE YBRANDERENDruk op de "B-A"-toets om de lettergrootte te vergroten.
Druk op de "A-A"-toets om de lettergrootte te verkleinen.
Druk op de "EINDGROOTTE VERANDEREN"-toets wanneer u klaar bent met het veranderen van de lettergrootte.
Druk op de "TERUG STELLEN"-toets om terug te keren naar de oorspronkelijke lettergrootte.

text_image
ABCDEFG 3.6 cm ROTATIE- HOLE 0° 11.5 cm ←↑ MIDDEE → ←↓ MISSEN KIEZEN -LETTER- AFSTAND GROOTTE POTEREN REK'S BOCHT EINDERoteren van de letters
Druk op de "ROTEREN"-toets om de patronen te roteren.

text_image
ABCDEFG 9.5 cm ROTATIC- 55° 7.1 cm HOEK MIDDEN WISSEN KIEZEN TSPUG STellen FINDEROTATIC/ANIZING -5°Iedere keer dat er op de "☐-toets wordt gedrukt, roteert het patroon 5 graden naar rechts.
ledere keer dat er op de "51"-toets wordt gedrukt, roteert het patroon 5 graden naar links.
Druk op de "EINDE ROTATIEWIJZIGING"-toets wanneer u klaar bent met het roteren van de patronen.
Druk op de "TERUG STELLEN"-toets om terug te keren naar de oorspronkelijke rotatiehoek.
OPMERKING
De door u geselecteerde rotatiehoek wordt op het scherm weergegeven.

text_image
ABCDEFG 3.6 cm ROTATIE 0° 11.5 cm WISSEN KIEZEN LETTER- LAVSTAND GROOTTE ROTEREN PEERS BOCHT EINDEVeranderen van configuraties
Druk op de "REEKS"-toets om de configuratie te veranderen.

text_image
BCDEFG 9.7 cm ROTATIC 315° 9.5 cm ← MIDDEN → WISSEN KIIZEN +0.00 cm ← +0.00 cm ABC ABS ABC R B EINDE TO WIZING RESOSelecteer het soort configuratie.
Na de configuratiesoort te hebben geselecteerd drukt u op de "EINDE TOEWIJZING REEKS"-toets.

text_image
ABCDEFG 3.8 cm POTATIE- 11.5 cm WISSEN KIEZEN LETTER- AF STAND KROOTTE ROFEREN REEKS BOCHT EINDEVeranderen van de graad van de kromme lijn
De "BOCHT"-toets verschijnt op het display wanneer de krommingsconfiguratie geselecteerd is.
Druk op de "BOCHT"-toets.

text_image
BCDEFG 4.3 cm ROTATIE- 0" 8.1 cm MIDEN WISSEN KIEZEN +0.00 cm ↔ +0.00 cm TERIG STEILEN GINDE BEWERKIN NIMTE TUSON DOGTEKIedere keer dat er op de "☐"-toets wordt gedrukt, wordt de kromming sterker.
ledere keer dat er op de "☐" -toets wordt gedrukt, wordt de kromming minder sterk.
Druk op de "EINDE BEWERKEN RUIMTE TUSSEN BOCHTEN"-toets wanneer u klaar bent met het veranderen van de graad van de kromme lijn.
Druk op de "TERUG STELLEN"-toets om terug te keren naar de oorspronkelijke kromme lijn.

text_image
48CDEFG 3.6 cm ROTATIE- HOLEK 0° 11.5 cm ← MIDDEN → ← ↓ WISSEN KIEZEN LETTER- AFSTAND GLOOTTE ROTEREN REEKS BOCHT EINDEWissen van een patroon onder bewerking
Druk op de "WISSEN"-loets om een patroon te wissen dat op dat moment wordt bewerkt. Het patroon verdwijnt van het bewerkingsscherm.

text_image
ABCDEFG 3.6 cm ROTATIE- HOER 0° 11.5 cm WISSEN KIEZEN LETTER- AF STAND GROOTTE ROTEREN REKS BIGHT BINDEVoltooien bewerking
Druk op de "EINDE"-toets wanneer u klaar bent met bewerken.

text_image
78CDEFG Klezen van patroon ABC ABC ABC ① ② CORRIGEREN EIND AFWERKERHet bewerkte patroon verschijnt op het bewerkingsscherm. Selecteer patroontype als u een ander patroon wilt bewerken.
Druk op deze toets wanneer u een bewerkt patroon wilt corrigeren. (Zie pagina 154.)
② Druk op deze toets wanneer u klaar bent met bewerken.
Bewerken van een-punt patronen

text_image
Kiezen van patroon ABC ABC ABC ABC OP BEAGPOSITIE VOOR BORDUURARM ALTIND DE KNOP INDRUKHEN WANNEER U DE BORDUURUNIT VERWINDEPT- Selecteer het een-punt type.
Voorbeeld:

- Selecteer borduurpatroon.

text_image
RETOUR INSTELLEN- Bepaal de grootte en druk op de "INSTELLEN"-toets.
* "G K" verschijnt op het scherm wanneer er 2 patroongroottes zijn en "G MK" verschijnt op het scherm wanneer er 3 patroongroottes zijn. Selecteer een grootte.

text_image
3.2 cm ROTATIC HOEX 0° 2.9 cm WISSEN KIEZEN GRODTE ROTEREN EINDE 1 2 3Na een tijdje verschijnen de letters op het bewerkingsscherm.
① De patroongrootte verandert.
② ledere keer dat er op deze toets wordt gedrukt, roteert het patroon 5 graden naar links of naar rechts. (Zie pagina 140.)
3 Met deze toets geeft u het patroon naar links of naar rechts weer in spiegelbeeld.

text_image
3.2 cm ROTATIE 2.9 cm HOK ← MIDDEN → WISSEN KIEZEN +0.00 cm ↔ +0.00 cm GROOTIE ROTEREN EINDEPatronen naar links of naar rechts weergeven in spiegelbeeld Druk op de " [icon]"-toets om patronen naar links of naar rechts in spiegelbeeld weer te geven.
* Soms verschijnt de “☐-☐”-toets niet op het scherm vanwege het geselecteerde patroon.

text_image
3.2cm ROTATIE HOEK 2.9cm +0.00cm ↔ +0.00cm WISSEN KIEZEN GROOTTE ROTEREN EINDEZie pagina's 135 tot en met 142 voor meer informatie over andere bewerkingsmethoden.
Bewerken van kaderpatronen

text_image
Kiezen van patroon ABC ABC ABC ALTijd DE KROP INDRIKZEN WANNIER U DE BORDUURUNIT VZRNVILOERTtext_image
Kies het raan. RETOUR- Selecteer kadervorm.

text_image
Kies de steek. RETOUR- Selecteer steeksoort.

text_image
7.0 cm ROTATIC- 8.1 cm +0.00cm ↔ +0.00cm GROOTTE ROOTEN EINDE WISSEN KIEZEK- Het geselecteerde kaderpatroon verschijnt in het bewerkingsscherm. (Zie pagina's 139 tot en met 142.)
① Met deze toets verandert u de grootte van het patroon. (Zie pagina 140.)
② Gebruik deze toets om het patroon te draaien.
Bewerken van patronen op borduurkaarten (los verkrijgbaar)
Opmerking
Borduurkaarten alleen insteken of verwijderen wanneer " [icon] " op het display staat.

Voorbeeld: Bewerken van patronen op de "Bloemenkaart" (los verkrijgbaar)
- Steek de borduurkaart in zijn geheel (met het pijltje aan de voorkant wijzend naar de gleuf) in de gleuf aan de zijkant van de naaimachine.
Opmerking
Probeer de kaart er niet in een andere richting in te steken dan aangegeven door het pijltje en pas geen kracht toe, aangezien hierdoor schade kan ontstaan.
- Druk eerst op de "Bewerken borduurpatroon"-toets en vervolgens op de "☐" -toets om het patroonkeuzeschem voor de borduurkaart op te roepen.

text_image
Kiezen van patroon ABC ABC ABC ALT:JD DE KNOP INDEUKKEN WAMNEERU DE BORDSURUNIT VERMUD:RT OPERAPPOSTIE POOR SORDISURAFM
text_image
RE'OUR INTELLEN- Selecteer een patroon en ga dan over tot de bewerking. (Zie pagina's 135 tot en met 142 voor meer informatie over bewerkingsmethoden.)

text_image
6.2cm ROTATIC- 5.5cm +0.00cm ↔ +0.00cm GREEN WHISSEN KIEZEN GROOTTE ROTERN E-NOE ① ② ③① Met deze toets veranderd u de grootte van het patroon. (Zie pagina 140.)
② Gebruik deze toets om het patroon te draaien. (Zie pagina 140 voor nadere bijzonderheden.)
3 Met deze toets geeft u het patroon naar links of naar rechts
woor in spiegelboeld. (Zie pagina 144.)
Bewerken combinaties

Voorbeeld: Bewerken van de "Bewerken" alfabetletters met steekpatroon op één positie.
- Bevestig de borduurtafel en tref de nodige voorbereidingen voor borduren. (Zie pagina's 106 tot en met 108.)

text_image
Kiezen van patroon ABC ABC ABC ALTUD DE KNOIP INDRUKKEN WANNEER U DE BORDUURUNIT VERWUDERT OPPERISPOSTHE VOOR BORDUURAFM ALTUD DE KNOIP INDRUKKEN WANNEER U DE BORDUURUNIT VERWUDERT-
Druk op de "Bewerken borduurpatroon"-toels. De beschikbare soorten sleekpatronen verschijnen op het scherm.
-
Druk op " [icon]".

Item " [RE] " wordt opgeroepen.

text_image
3.2 cm ROTATIE 0° 2.9 cm +0.10 cm ↔ +0.00 cm GROOTTE ROTAREN GINDC- Het borduurpatroon wordt in het midden van het borduurgebied geplaatst. Druk op "EINDE".

text_image
Kiezen van patroon ABC ABC ABC ARC CORRIGEREN END AFWERKEN- Specificeer de grootie van de alfabetletters en selecteer "REEKS".

text_image
ON TIOLE A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S _ T U V W X Y Z WISSEN ABC... abc... 0~9 8?1... AA# ... ABC ABC B AB B B INDE TOEWWIZING REKS- Selecteer "B" en druk op "EINDE TOEWIJZING REEKS".

text_image
BEAR_BEAR KON TROLE A B C D E F G H I J K L WISSEN M N O P Q R S _ T U V W X Y Z ABC... abc... 0~9 8?!... AAd... RETOUR RICKS G M K INSTALLN- Voer "BEAR BEAR" in en druk op "EINDE".

text_image
BEAR_BEAR 1.6 cm ROTATIE 0" 6.5 cm HOLE BEAR_BEAR +0.00cm ↔ +0.00cm WISSEN KIEZEN LETTER- AFSTANS GROTTE ROTEN MEINS DOIT EINDE- Druk op "↑" om de alfabetletters naar boven te verplaatsen naar een positie die in evenwicht is met de "

text_image
BEAR_BEAR 1.6 cm ROTATO 0° 6.5 cm HVEK BEAR_BEAR +0.00 cm ↔ +0.00 cm WISSEN KIEZEN LETTER- AFSTAND AROOTTE ROTEREN REEK'S BOCHT EINCE- Druk op "BOCHT" wanneer u de krommingsgraad van de alfabetletter wilt aanpassen.

text_image
BEAR_BEAR 1.6 cm ROTATIE 0° 6.6 cm BEAR BEAR +2.15 cm ↔ +0.00cm WISSEN KIEZEN TERUS STELLEN EINDE BEWERKEN RUMITE TUSSEN BOCHEN- Druk op "☐" en "☐" om de krommingsgraad van de alfabelletter aan te passen en druk op "EINDE BEWERKEN RUIMTE TUSSEN BOCHTEN" wanneer u daarmee klaar bent.
* Druk op "TERUG STELLEN" om terug te keren naar de oorspronkelijke instellingen.

text_image
BEAR_BEAR 1.6cm ROTATIC 0° 6.5cm BEAR_BEAR +0.00cm ← +0.00cm WISSEN KIEZEN LETTER- ASSTAND MROOTTE POTEREN NEEDS BUCHT EINDE- Druk op "EINDE".

text_image
Kiezen van patroon ABC ABC ABC CORRIGEREN END AFWERKEN- Eindig de bewerking.
Druk op "EIND AFWERKEN".

text_image
BEAR BEAR 4.6cm 7/7min 6.4cm ROOD WIT BEIGE LIGHT ZWAART DRAD SPANNING GCHUGIN HERESE VERKING LAY-CUT HELP- Het "NAAIEN"-scherm verschijnt. (Zie pagina 153 voor informatie over naaien.)
OPSLAAN VAN EEN PATROONKOMBINATIE IN HET GEHEUGEN

text_image
BEAR GEAR 4.6cm 7/ 6.4cm 7NIK GOOD WITH BEISE LIGHT ZWAR BRUIN DRAAD SPANNING GENEUCEN HEREVERKING LAY-OUT HELPU kunt in totaal 15 patronen in het geheugen opslaan. Indien echter sommige van de patronen grote hoeveelheden gegevens bevatten, is het wellicht niet mogelijk het totaal aantal van 15 patronen in het geheugen op te slaan.
- Druk op de "GEHEUGEN"-toets.

text_image
NEAR GELK Opslag DRAAD SPANNING GENEKIN HERSF-VERKING- Het woord "Opslag" zal op het scherm verschijnen. Nadat het patroon in het geheugen is opgeslagen, zal het display naar het oorspronkelijke scherm terugkeren.
Zie bladzijde 156 voor bijzonderheden over de wijze van het oproepen van letters en patronen die in het geheugen zijn opgeslagen.
* De machine niet uitschakelen terwijl het woord "OPSLAG" op het scherm wordt aangegeven.
Als u op dat moment de machine uitschakelt, bestaat de kans dat de gegevens die worden opgeslagen gewist worden.

text_image
Dit patroon zal niet passen. Wilt u een ander patroon wissen? ANILLEREN WISSENAls er niet meer patronen kunnen worden opgeslagen
Er bevinden zich reeds 15 patronen in het geheugen. De huidige opgeslagen gegevens nemen de volledige geheugencapaciteit in beslag. Druk op de "WISSEN"-toets voor het wissen van een patroon dat reeds in het geheugen is opgeslagen. Druk op de "ANNULEREN"-toets om het wissen van een patroon te annuleren.

pie
| Category | Percentage (%) | | :--- | :--- | | Beverken | 18 | | Other | 5 | | Other | 9 | | Other | 4 | | Other | 2 | | Other | 4 | | Other | 16 | | Other | 18 | | Other | -8 | | Other | -8 | | Other | -2 | WISSEN | 0 | IN ① ② ④ ⑤ ⑥Wissen van een opgeslagen patroon
- Als u op de "WISSEN"-toets drukt, verschijnt er een scherm dat gelijk is aan het hier links getoonde.
① Dit geeft een zakje aan waarin een patroon is opgeslagen.
② Dit geeft de hoeveelheid gegevens in he patroon aan.
③ Geeft het patroon aan dat in dat zakje is opgeslagen.
④ Druk op deze toets voor het wissen van een opgeslagen patroon.
⑤ Druk op deze toets voor het annuleren van het wissen van een opgeslagen patroon.
⑥ Dit geeft aan hoeveel geheugenruimte er nodig is.

bar
| Category | Percentage (%) | | :--- | :--- | | Bewerken | 18 | | Bewerken | 5 | | Bewerken | 9 | | Other | 4 | | Other | 4 | | Other | 4 | | Other | 18 | | Other | 18 | | Other | 18 | | Other | 2 | | WISSEN | - | | ANNULEREN | - |- Druk op het zakje voor het kiezen van het patroon dat u wilt wissen en druk vervolgens op de "WISSEN"-toets.

text_image
BEAR BEAR WISSEN ANNULEREN Bewerken ? Wissen ANNULEREN BENESTIGEN- Druk op de "BEVESTIGEN"-toets.
Als de hoeveelheid benodigde ruimte voldoende wordt, zal het nieuwe patroon automatisch opgeslagen worden. Als er nog steeds geen voldoende ruimte is om het patroon op te slaan, de procedure hierboven herhalen voor het wissen van nog een ander patroon.
* Druk op de "ANNULEREN"-toets voor het annuleren van het wissen van een patroon.

text_image
BEAR BEAR Bewerken Opslag WSSEN ANULEEN* De machine niet uitschakelen terwijl het woord "Opslag" op het scherm wordt aangegeven. Als u op dat moment de machine uitschakelt, bestaat de kans dat de gegevens die worden opgeslagen gewist worden.
Naaien
Opmerking: Lees pagina's 120 en 121 zorgvuldig door ("Borduren" en "Naaien") voordat u begint met naaien.
LET OP
Controleer altijd het lay-outscherm (zie pagina 117) voordat u de middelgrote en kleine borduurramen (los verkrijgbaar) gebruikt. Bij onjuist gebruik wordt er druk uitgeoefend op het borduurraam, waardoor er zich verwondingen kunnen voordoen.
Begin te naaien in de bewerkte volgorde. In dit geval het "45"-stookpatroon gevolgd door de "EAR BE40" -alfabetletters.

text_image
BEAS BEAR 4.8 cm 7/ 6.4 cm MIN ROOD YIT BEIGE LIGHT ZWART BRUIT DRAAD SPAINING GENEIGNER HERBI-SPAINING LAY-OUT HELP- Druk op "EINDE AFWERKEN" en het volgende scherm verschijnt.
Naai eerst de " F".
Naai overeenkomstig de volgorde van de getoonde kleurveranderingen.

text_image
BEAR_BEAR 4.5cm 2/ 6.4cm 7MIN BEAR_BEAR RUSTSTAND TERUG ZOEREN VOORUIT ZOEREN TERUG VOORUIT DINDE HELP- Het volgende scherm verschijnt wanneer u klaar bent met naaien. Naai nu de "BEAR BEAR"-alfabetletters.
* Druk op "MEERKLEURIG" en de naaimachine stopt na het naaien van iedere letter, zodat de kleur per letter anders kan zijn.
CORRIGEREN VAN BEWERKTE PATRONEN
Corrigeren van een ander steekpatroon onder het bewerken

text_image
KEIEN VAN PATROON ABC ABC ABC CORRIGEREN END AFWERKENAls u een ander patroon wilt corrigeren terwijl u aan het bewerken bent, drukt u op de "CORRIGEREN"-toets in het links getoonde scherm om terug te keren naar het bewerkingsscherm.

text_image
BEAR_BEAR 2.0 cm ROTATIE HOLEE 0" 6.4 cm BEAR BEAR WISSEN KIE2EN +1.95cm ↔ +0.00cm LETTER AS STAND RLOOTTE ROTERN REACH DECHT BINDSVoorbeeld: Veranderen van een letterconfiguratie onder het bewerken van een kader.
- Druk op de "KIEZEN"-toets in het bewerkingsscherm om bewerkte patronen te kunnen selecteren.
Druk op de "KIEZEN"-toets en selecteer een letter.
* Het geselecteerde patroon is donkerder dan andere patronen.
- Druk op de "REEKS"-toets en verander de configuratie van de letter.
* Druk nogmaals op de "KIEZEN"-toets als u een ander patroon wilt corrigeren.

text_image
BEAR_BEAR 0.8 cm ROTATIE HOEN 0° 6.1 cm BEAR_BEAR +1.95cm ←+0.00cm WISSEN KIEZEN AEC ABC B C D E F G H I N J T O W U Z I N G R E X S
text_image
BEAR_BEAR 0.8 cm ROTATIE 0° 0.1 cm HOEX BEAR BEAR WISSEN KIEZEN +2.15cm ↔+0.00cm LETTER- AFSTAND GROOTTE ROTEREN REES ENDE- Druk op de "EINDE"-toets wanneer u klaar bent met corrigeren.
Corrigeren van steekpatronen na het bewerken

text_image
LEAF BEAR 4.6 cm 7/ 6.4 cm 7 MIN ROOD WIT BEIGE LIGHT ZWART SPANNING GSHUGEN HERBE- WERKING LAY-OUT HELPDruk op de "HERBE-WERKING"-toets om correcties aan te brengen na het voltooien van de bewerkingen. (Zie pagina 154 voor informatie over correctiemethoden.)

text_image
Hiezen van patroon ABC ABC ABC CORRIGEREN END AFWERKENDeze machine beschikt over drie geheugenfunctiegedeelten; het ene bevindt zich aan de naaizijde van de machine en de andere twee bevinden zich aan de borduurzijde van de machine.
Naalfunctie: voor de opslag van een variatie van letters, patronen, decoratiesteken en ontwerpen gemaakt in de functie voor het maken van een eigen steek.
Borduurfunctie: voor de opslag van letters en geheugenkaartpatronen bij gebruik van de borduurfunctie en de borduurbewerkingsfunctie.
Voorbereiding:
Verwijder de borduurtafel.

text_image
Kies het patron type dat u vilt oproepen.① Ontg rendelknop
* Zorg er voor dat de machine is uitgeschakeld alvorens de borduurtafel te verwijderen.
-
Druk op de "GEHEUGEN"-toets. Het volgende scherm zal dan op het display verschijnen.
-
Druk op de "PATROON OPROEPEN"-toets.

text_image
Letter en patroon naaien OPRAAGIN WISSEH ② ①Het "☐" symbool geeft een zakje aan waarin een patroon is opgeslagen. Druk op het "☐" om het opgeslagen patroon te laten verschijnen.
① Druk op deze toets voor het wissen van een opgeslagen patroon.
② Druk op deze toets voor het oproepen van het opgeslagen patroon.

text_image
Letter en patron naaien EVERY BODY OPVRAGEN WISSEN- Druk op het zakje voor het oproepen van de gewenste patronen en druk vervolgens op de "OPVRAGEN"-toets.

text_image
ERYBODY A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S _ T J V W X Y Z ABC... abc... 0~9 0?!... ÄÄÄ... ORAD SPAINING GENRIGEN S- De patronen zullen vervolgens worden opgeroepen.
Bevestig de borduurtafel
* Zorg er voor dat de machine is uitgeschakeld alvorens de borduurtafel aan te sluiten.

text_image
Kies het patreon type dat u vilt oproepen.-
Druk op de "GEHEUGEN"-toets. Het volgende scherm zal dan op het display verschijnen.
-
Druk op de "BORDUREN OPROEPEN"-toets.

text_image
Jorduren OPPRAGEN WISEN ③ ②Het "☐" symbool geeft een zakje aan waarin een patroon is opgeslagen. Druk op het zakje om het opgeslagen patroon te laten verschijnen.
① Het display zal aangeven dat de patronen op een geheugenkaart zijn opgeslagen. Druk hierop na het insteken van de geheugenkaart waarop het patroon is opgeslagen.
② Druk op deze toets voor het wissen van een opgeslagen patroon.
③ Druk op deze toets voor het oproepen van het opgeslagen patroon.

text_image
Borduren HAPPY_B 1 BIRTHDAY OPVRAGEN I WISSEN- Druk op het zakje voor het oproepen van de gewenste patronen en druk vervolgens op de "OPVRAGEN"-toets.

- De patronen zullen vervolgens worden opgeroepen.
OPROEPEN VAN EEN BEWERKT PATROON

Bevestig de borduurtafel
* Zorg er voor dat de machine is uitgeschakeld alvorens de borduurtafel aan te sluiten.

text_image
Kies het patroon type dat u wilt oproepen.-
Druk op de "GEHEUGEN"-toets. Het volgende scherm zal dan op het display verschijnen.
-
Druk op de "OPROEPEN BEWERKING"-toets.

Het "☐" symbool geeft een zakje aan waarin een patroon is opgeslagen. Druk op het zakje om het opgeslagen patroon te laten verschijnen.
① De nummers geven de hoeveelheid gegevens voor elk patroon aan.
② Druk op deze toets voor het wissen van een opgeslagen patroon.
⑤ Druk op deze toets voor het oproepen van het opgeslagen patroon.
④ Dit geeft de resterende geheugencapaciteit voor opslag aan.

- Druk op het zakje voor het oproepen van de gewenste patronen en druk vervolgens op de "OPVRAGEN"-toets.

text_image
BEAR BEAR 7.0 cm 10/ 8.1 cm 10min ROOD WIT BEIGE LIGHT ZWAAT BRUIN DRAID SPRING GENEKING HEFSE-WERKING LLY-OUT HELP- De patronen zullen vervolgens worden opgeroepen.
* De opgeslagen patronen kunnen vervolgens opnieuw bewerkt worden. (Zie bladzijde 155.)
WISSEN VAN EEN OPGESLAGEN PATROON

text_image
Kies het patroon type dat u wilt oproepen.Voorbeeld: Wissen van een borduurpatroon
- Druk op de "GEHEUGEN"-toets.
- Druk op de "OPROEPEN BEWERKING"-toets.

text_image
Borduren HAPPY_B I BRTHDAY OPVRÄEN WISSEN- Druk op het zakje voor het kiezen van het patroon dat u wilt wissen en druk vervolgens op de "WISSEN"-toets.
* Voor het wissen van een patroon dat is opgeslagen in een zakje op een geheugenkaart, dient de betreffende geheugenkaart op dat moment in de naaimachine gestoken te zijn.

text_image
Bordluren HAPPY_B IRTHDAY Wissen OPVRAGEN WISSEN ANKULIRN INVESTIGER- Druk op "BEVESTIGEN".
Als u op de "ANNULEREN"-toets drukt, zal het display naar het oorspronkelijke scherm terugkeren.

flowchart
graph TD
A["Borduren"] --> B["Sham"]
B --> C["Sham"]
B --> D["Sham"]
B --> E["Sham"]
B --> F["Sham"]
B --> G["Sham"]
B --> H["Sham"]
B --> I["Sham"]
B --> J["Sham"]
B --> K["Sham"]
B --> L["Sham"]
B --> M["Sham"]
B --> N["Sham"]
B --> O["Sham"]
B --> P["Sham"]
B --> Q["Sham"]
B --> R["Sham"]
B --> S["Sham"]
B --> T["Sham"]
B --> U["Sham"]
B --> V["Sham"]
B --> W["Sham"]
B --> X["Sham"]
B --> Y["Sham"]
B --> Z["Sham"]
B --> AA["Sham"]
B --> AB["Sham"]
B --> AC["Sham"]
B --> AD["Sham"]
B --> AE["Sham"]
B --> AF["Sham"]
B --> AG["Sham"]
B --> AH["Sham"]
B --> AI["Sham"]
B --> AJ["Sham"]
B --> AK["Sham"]
B --> AL["Sham"]
B --> AM["Sham"]
B --> AN["Sham"]
B --> AO["Sham"]
B --> AP["Sham"]
B --> AQ["Sham"]
B --> AR["Sham"]
B --> AS["Sham"]
B --> AT["Sham"]
B --> AU["Sham"]
B --> AV["Sham"]
B --> AW["Sham"]
B --> AX["Sham"]
B --> AY["Sham"]
B --> AZ["Sham"]
B --> BA["Sham"]
B --> BB["Sham"]
B --> BC["Sham"]
B --> BD["Sham"]
B --> BE["Sham"]
B --> BF["Sham"]
B --> BG["Sham"]
B --> BH["Sham"]
B --> BI["Sham"]
B --> BJ["Sham"]
B --> BK["Sham"]
B --> BL["Sham"]
B --> BM["Sham"]
B --> BN["Sham"]
B --> BO["Sham"]
B --> BP["Sham"]
B --> BQ["Sham"]
B --> BR["Sham"]
B --> BS["Sham"]
B --> BT["Sham"]
B --> BU["Sham"]
B --> BV["Sham"]
B --> BW["Sham"]
B --> BX["Sham"]
B --> BY["Sham"]
B --> BZ["Sham"]
B --> CA["Sham"]
B --> CB["Sham"]
B --> CC["Sham"]
B --> CD["Sham"]
B --> CE["Sham"]
B --> CF["Sham"]
B --> CG["Sham"]
B --> CH["Sham"]
B --> CI["Sham"]
B --> CJ["Sham"]
B --> CK["Sham"]
MAKEN VAN EEN ILLUSTRATIE

text_image
"Raslervel" 14 0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 10 5 0 0min 5min Drms 15mm 20nm ① ③ ②U kunt de functie voor het maken van een eigen steek gebruiken voor het borduren van patronen die u zelf heeft getekend.
* Illustraties die gebruikt kunnen worden voor de functie voor het maken van een eigen steek mogen maximaal 7 mm breed en 33 mm lang zijn.
* Patronen voor de functie voor het maken van een eigen steek kunnen gemakkelijker getekend worden als u gebruik maakt van het bijgeleverde rastervel.
- Teken de illustratie op het rastervel (SA500, X80948-001).
① Beginpunt
② Eindpunt
3 Kruispunt
* Vereenvoudig de tekening zodanig dat deze als een doorlopende lijn getekend kan worden. Bij het naaien van doorlopende patronen, dient de hoogte van het beginpunt en het eindpunt hetzelfde te zijn. Voor een meer aantrekkelijke afwerking kunt u op de kruispunten de lijnen over laten lopen voor het maken van een gesloten ontwerp.

line
| Time (nm) | Value | | --------- | ----- | | 0 | 0 | | 5 | 5 | | 10 | 10 | | 15 | 15 | | 20 | 20 | | 25 | 25 | | 30 | 30 | | 35 | 35 | | 40 | 40 | | 45 | 45 | | 50 | 50 | | 55 | 55 |- Teken de coördinatenpunten af bij elk punt in het patroon waarbij de richting van de steken verandert. Hierdoor blijft bij het naaien van het patroon de vorm van het patroon gehandhaafd.
| Steek | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | |
| ↔ | 00 | 12 | 18 | 22 | 23 | 21 | 17 | 14 | 12 | 09 | 06 | 03 | 01 | 03 | 06 | |
| ↑ | 00 | 00 | 03 | 06 | 10 | 13 | 14 | 13 | 11 | 13 | 14 | 13 | 10 | 06 | 03 | |
| Steek | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | |
| ↔ | 12 | 41 | 43 | 40 | 41 | 38 | 35 | 32 | 30 | 32 | 35 | 41 | 45 | 47 | 44 | |
| ↓ | 00 | 00 | 04 | 07 | 11 | 13 | 14 | 13 | 10 | 06 | 03 | 00 | 00 | 04 | 07 | |
| Steek | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | |
| ↔ | 45 | 47 | 50 | 54 | 56 | 55 | 51 | 45 | 70 | |||||||
| ↑ | 11 | 13 | 14 | 13 | 10 | 06 | 03 | 00 | 00 |
![]() | Steek | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 |
| ↔ | 00 | 30 | 32 | 32 | 32 | 33 | 35 | 35 | 37 | 35 | 32 | 30 | 30 | 29 | 26 | |
| ↑ | 00 | 00 | 01 | 07 | 10 | 12 | 11 | 08 | 12 | 14 | 14 | 11 | 05 | 03 | 08 | |
| Steek | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | |
| ↔ | 24 | 18 | 13 | 12 | 13 | 10 | 12 | 08 | 12 | 07 | 12 | 06 | 10 | 05 | 10 | |
| ↑ | 10 | 13 | 14 | 14 | 12 | 11 | 10 | 09 | 08 | 06 | 06 | 03 | 02 | 00 | 02 | |
| Steek | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | |
| ↔ | 16 | 19 | 23 | 22 | 17 | 22 | 23 | 19 | 42 | |||||||
| ↑ | 01 | 00 | 00 | 06 | 10 | 06 | 00 | 00 | 00 |
![]() | Steek | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 |
| ↔ | 00 | 03 | 05 | 08 | 12 | 17 | 20 | 24 | 27 | 29 | 31 | 32 | 30 | 27 | 24 | |
| ↑ | 00 | 05 | 08 | 11 | 13 | 14 | 14 | 13 | 12 | 11 | 09 | 06 | 03 | 01 | 00 | |
| Steek | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | |
| ↔ | 21 | 18 | 16 | 15 | 15 | 16 | 18 | 21 | 25 | 28 | 33 | 37 | 41 | 43 | 44 | |
| ↑ | 00 | 01 | 03 | 05 | 08 | 10 | 12 | 13 | 14 | 14 | 13 | 11 | 08 | 05 | 00 | |
| Steek | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | |
| ↔ | ||||||||||||||||
| ↑ |
![]() | Steek | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 |
| ↔ | 00 | 05 | 04 | 05 | 08 | 07 | 08 | 11 | 11 | 11 | 16 | 11 | 07 | 04 | 00 | |
| ↓ | 07 | 07 | 03 | 07 | 07 | 00 | 07 | 07 | 03 | 07 | 07 | 03 | 00 | 03 | 07 | |
| Steek | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | |
| ↔ | 04 | 07 | 11 | 16 | 21 | 20 | 21 | 24 | 23 | 24 | 27 | 27 | 27 | 32 | 27 | |
| ↓ | 11 | 14 | 11 | 07 | 07 | 11 | 07 | 07 | 14 | 07 | 07 | 11 | 07 | 07 | 11 | |
| Steek | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | |
| ↔ | 23 | 20 | 16 | 20 | 23 | 27 | 32 | |||||||||
| ↓ | 14 | 11 | 07 | 03 | 00 | 03 | 07 |
PRODUCEREN VAN DE GEGEVENS

text_image
Lies het patroon type. ABC ABC ABCVoorbereiding:
Verwijder de borduurtafel.
-
Druk op de "LETTERS"-toets.
-
Druk op de "☐"-toets. Het invoerscherm zal dan verschijnen.

text_image
WISSIN NICKELIN AFWERKIN EINCE① Laat het invoergebied voor het patroon verschijnen. “ Ⓤ ” geeft de patroonbreedte aan en “↔” geeft de patroonlengte aan.
② Druk op deze toets voor het kiezen van het naaien van één steek of van drie steken tussen de twee punten.
3 Druk op deze loels voor het wissen van de punten die geprogrammeerd werden.
4 Druk op deze toetsen om de positie voor het programmeren van een punt te verplaatsen.
⑤ Druk op deze toets voor het programmeren van een punt.
⑥ Druk op deze toets voor het corrigeren van een punt dat werd ingevoerd.
7 Druk op deze toets om de invoer te voltooien en door te gaan naar het naaischerm.

text_image
VMSEN AFWERKEN EINDE- Invoeren van de illustratie die u op het rastervel getekend heeft. Kies eerst of u tussen elk van de punten één steek of drie steken wilt naaien met de "☐-"-toets. Druk voor het naaien van één steek de toets zodanig in dat de aanduiding "☐-" verschijnt; druk voor het naaien van drie steken de toets zodanig in dat de aanduiding "☐-" verschijnt; (Dit kan tussen elk van de punten afzonderlijk ingesteld worden.)

text_image
WISSEN AIFWRDEN EINDE- Gebruik de pijitoetsen om de coördinaten op het invoerscherm in te stellen op dezelfde coördinaten als de punten die op het rastervel gemaakt werden zoals beschreven in stap 2 op de voorgaande pagina" with "op pagina 160.

text_image
0 ←25 C 20/20 WISSEN INFELLIN AFWERKEI EINDE- Als u de pijltoetsen indrukt, zal het punt aangegeven door de " ” in de richting van de pijl die u heeft aangeraakt verplaatst worden. Als u op "INSTELLEN" drukt, zal er een punt ingevoerd worden. Herhaal bovenstaande procedure het vereiste aantal malen om de steek die u op het rastervel op het scherm heeft getekend als een doorlopende lijn in te voeren.
* Als bij het intoetsen een fout maakt, op de "WISSEN"-toets drukken om het punt dat u zojuist heeft ingevoerd te wissen.
- Als u gereed bent met het invoeren van de steek, op de "EINDE"-toets drukken.

text_image
N 0 5 10 15 20 25 30 DRAAD SPAINING KCHEUCEN E HERO- WORKING
- Het naaischerm zal vervolgens op het display verschijnen.
* Druk op de "HERBEWERKING"-toets om terug te keren naar het invoerscherm en breng veranderingen aan in uw eigen ontwerp.
* Als u een een-punt patroon invoert en het patroon continu naait er op letten dat u de gegevens voor de verbindingssteek zodanig invoert dat de patronem elkaar niet overlappen.
1 Verbindingssteek
* Als u punten heeft ingevoerd die te dicht op elkaar staan, bestaat de kans dat de stof niet goed getransporteerd wordt. Bewerk de punten om de ruimte tussen de punten te vergroten.
BEWERKEN VAN EEN BESTAAND "

text_image
25 0 20/20 WISSEN INSIELEN APWEIKEN INDE- Druk op de "AFWERKEN"-toets.
Het bewerkingsscherm zal op het display verschijnen. Verplaats de " ” naar de plaats van het punt waar u wenst te corrigeren en voer vervolgens de correctie uit.
Druk op deze toets om een deel van het patroon of het volledige patroon te verplaatsen.
② Druk op deze toets als u een punt wilt invoegen.
③ Druk op deze toets om de " " naar de startpositie terug te brengen.
④ Druk op deze toets om de " 🔍" één punt terug te verplaatsen.
⑤ Druk op deze toets om de " 🔍" één punt vooruit te verplaatsen.
⑥ Druk op deze toets om de “ ” naar het laatste punt te verplaatsen.

text_image
25 3 20/20 WISSEN BLOCK VERPLAATSEN INVOEBEN INSULLEN END AF WELLENVerplaatsen van een punt

text_image
0 5 10 15 20 25 30 ←15 ↑10 5/20 WISSZN BLOK VOPPLAATSEN INVOEGEN INSTELIN END AFWERKEI- Druk op de “◀”, “◀”, “▶” of “▶” toets om de “◀” naar het punt te brengen dat u wenst te verplaatsen.

text_image
WISSEN BLOCK VEPPLAATSEN INVOGEN INSTELON END AFVERKEN- Gebruik de 8 richting aangevende pijltoetsen om het punt te verplaatsen.
Verplaatsen van een deel van het patroon of het volledige patroon

text_image
0 4 3 10 2/ 20 25 10 WISSEN GLOK VERPLAATSEN INVOGEN INTOLON END APPROJEN- Druk op de "◀◀" -, "◀◀" -, "▶◀" - of "▶▶◀" - toets om de "◀◀" te verplaatsen naar het door u gewenste beginpunt.

text_image
3 4 5 10 13 2C 25 30 2/20 WSSEN BLOCK VERPLAATSEN INVOEGEN INSTOLEN FIND APWERKEN- Druk op de "BLOK VERPLAATSEN"-toets.
De punten achter de "⚡" zullen omsloten worden door een "☐". (Dit geeft het te verplaatsen gebied aan.)

text_image
24 3 0 2/20 WISSEN BLOCK VENPLAIGN INVOICEEN INGELLEN EIND APWERKEN- Druk op de "←" of "→" toets om de punten naar de gewenste positie te verplaatsen en druk vervolgens op de "INSTELLEN"-toets.
Invoegen van nieuwe punten

text_image
0 5 10 14/29 ← 6 ↑10 WISSEN BLOCK VEPLAATSEN INVOEGEN INSTELID END AP WISSEN- Druk op de "◀", "◀", "▶" of "▶" toets om de "◀" naar het punt te brengen vóór de plaats waar u een nieuw punt wenst in te voeren.

text_image
5 7 10 13 20 25 30 ← 7 ↑ 7 15/ 21 WISSEN BLOCK INVOEGEN VERPLAATSEN INSTELER EIND APWERKEN- Druk op de "INVOEGEN"-toets.
Er wordt een nieuw punt ingevoegd en de " " zal verplaatst worden naar dit nieuw-ingevoegde punt.

text_image
0 5 7 10 15/21 ← 9 ↓ 7 WISSEN SLOK VERPLAATSEN INVOGEN ↑ ↑ ← INTELEN → ↓ ↓ EIND AF/WC/CHN- Gebruik een van de 8 richting aangevende pijltoetsen om het gewenste punt te verplaatsen.
- Druk op de "INSTELLEN"-toets wanneer u gereed bent met het aanbrengen van de veranderingen op dit coördinatenpunt.
* Herhaal stap 1, 2, 3, 4 voor verdere bewerking.
Wanneer u gereed bent met de bewerking

text_image
5 6 7 15/21 WISSEN ELOK VERPLAATSEN INVOEGEN INSTLEN END AFW/ERKEN- Druk op de "EIND AFWERKEN"-toets.
Het display zal terugkeren naar het invoerscherm. U kunt dan verder gaan met het invoeren van het patroon.

text_image
23 0 21/21 WISSEN INSTellen AFWERIEN BENDE- Druk op de "EINDE"-toets.

text_image
C E 10 16 25 30 CREB- WEKING CREAD STANDING GENERATOR H F- Het naaischerm zal vervolgens op het display verschijnen.
OPSLAAN VAN HET RATROON DAT U HEEFT INGETOETST

text_image
N 0 5 10 19 20 21 30 DRAAD SPANKING GE-HUKON H HEREC-WEKINGEr kunnen in totaal vijf patronen worden opgeslagen. Druk op de "GEHEUGEN"-toets. (Het opslaan van het patroon zal ongeveer 10 seconden duren.) Als het patroon eenmaal is opgeslagen, zal het display naar het voorgaande scherm terugkeren.
Zie de volgende bladzijde voor bijzonderheden betreffende het oproepen van patronen die zijn opgeslagen.

text_image
Onslag DRAID SPA WING GERUIGEN S C R U I N GLET OP:
De machine niet uitschakelen gedurende de tijd dat het woord "Opslag" op het scherm wordt aangegeven.
Gedurende deze tijd de machine niet uitschakelen, aangezier de kans bestaat dat de gegevens die worden opgeslagen gewist worden.

text_image
Dit patroon zal niet passen. Wilt u een ander patroon wissen? ANNULEREN WISSENZie pagina 101 voor bijzonderheden betreffende wat u moet doen als het patroon niet kan worden opgeslagen omdat het geheugen reeds vol is.
Verwijder de borduurtafel.
① Ontg rendelknop
* Zorg er voor dat de machine is uitgeschakeld alvorens de borduurtafel te verwijderen.

text_image
kies het patroon type dat a wilt oproepen.-
Druk op de "PATROON OPROEPEN"-toets.
-
Druk op de "☐" -toets.

text_image
0 5 10 25 30 35 OFVRAGN WISSEN ① ②De "☐" geeft een zakje aan waarin een patroon is opgeslagen.
Als u op een "☐" drukt, zal het patroon dat in dat zakje is opgeslagen op het scherm worden aangegeven.
- Druk op "☐" voor het kiezen van een opgeslagen patroon en om dit op het display te laten verschijnen.
① Druk op deze toets om een patroon dat is opgeslagen le wissen.
② Druk op deze toets om een patroon dat is opgeslagen op te roepen.
- Druk op de "OPVRAGEN"-toets om de gekozen steek voor naaien beschikbaar te maken.
* Druk voor het wissen van een patroon op de "WISSEN"-toets.

text_image
0 5 1C 1B 2D 3D OPYRAGDI WISSEN
text_image
N 0 5 10 20 25 30 D'RAAD SPANDING GCHUGE1 H E HERBE-WERKING- Het naaischerm voor die steek zal dan op het display verschijnen.
REINIGEN
Reinigen van het scherm
LET OP
Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopkontakt alvorens het scherm te reinigen, aangezien anders de kans bestaat op elektrische schokken en verwondingen.
Als het voorpaneel vuil is, dit voorzichtig afvegen met een schone, droge doek. Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen of schoonmaakmiddelen.
Reinigen van de buitenkant van de naaimachine
LET OP
Haal de stekker uit het stopcontact alvorens de buitenkant van de naaimachine te reinigen, aangezien anders de kans bestaat op elektrische schokken en verwondingen.
Als de buitenkant van de naaimachine vuil is, een doek een weinig bevochtigen met een neutraal reinigingsmiddel, de doek goed uitwringen en vervolgens de buitenkant schoonvegen. Na de machine op deze manier eenmaal gereinigd te hebben, deze nogmaals met een droge doek afvegen.
Reinigen van het spoelhuis
LET OP
Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopkontakt alvorens het spoelhuis te reinigen, aangezien anders de kans bestaat op elektrische schokken en verwondingen.
De kwaliteit van het naaiwerk zal verminderen en het oppakken van de onderdraad stagneren wanneer er zich stof in het spoelhuis verzamelt. Dit dient dus steeds goed schoon gehouden te worden.

Houd uw machine altijd schoon.
-
Zet de hoofdschakelaar uit en verwijder de persvoethouder en de naald.
-
Draai de schroeven los met het bijgeleverde metalen schijfje.
-
Verwijder de naaldplaat.
① Naaldplaat
- Draai het handwiel naar u toe en lijn de inkeping op het spoelhuis uit met de hoek van de rand van het loophuis, en verwijder het loophuis.
① Inkeping op het spoelhuis
② Rand van het loophuis
-
Verwijder het spoelhuis.
-
Verwijder opgehoopte pluizen en draden uit het spoelhuis en het loophuis met behulp van een borsteltje of een klein hulpstuk van een stofzuiger.
① Loophuis
② Spoelhuis
- Breng het spoelhuis weer aan door het uitsteeksel op het spoelhuis tegen de veer van de aanslag te plaatsen.
① Uitsteeksel op het spoelhuis
② Veer van de aanslag
* Pluizen en stof opgehoopt in het loophuis kunnen soms de oorzaak zijn van slechte steken of onjuiste werking van de onderdraadsensor.
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP
Voor het vervangen van de gloeilamp

- Zet de hoofdschakelaar uit.
* Het netsnoer moet uit het stopkontakt verwijderd worden alvorens de gloeilamp te vervangen.
-
Draai de schroef aan de achterzijde van de naaikop los.
-
Verwijder de voorkap.
① Schroef
② Voorkap
- Vervang de gloeilamp door een nieuwe.
1 Gloeilamp
* Gloeilampen zijn verkrijgbaar bij uw dealer. (8V, 2,4W/Kodenummer XA2037001)

-
Breng het einddeksel aan.
-
Draai de schroef vast.
① Schroef
② Voorkap
OVERZICHTSCHEMA VAN STOFFEN, DRAAD EN NAALD
| Stoffen | Garen | Naalddikte | ||
| Type | Dikte | |||
| Middelzwaar | Popeline | Katoen | 60-80 | 11-14 |
| Tafzijde | Synthetisch gemerceriseerd | 60-80 | ||
| Flael, Gabardile | Zijde | 50-80 | ||
| Licht | Batist | Katoen | 60-80 | 9-11 |
| Georgette | Synthetisch gemerceriseerd | 60-80 | ||
| Challis, Satijn | Zijde | 50-80 | ||
| Zwaar | Denim | Katoen | 30-50 | 14-16 |
| Corduroy | Synthetisch gemerceriseerd | 50 | ||
| Tweed | Zijde | 50 | ||
| Elastisch JerseyTricot | Thread for knit | Golden needle11-14 | ||
| In geval van stevig naaigaren | Synthetisch gemerceriseerd | 30 | 14-16 | |
| Zijde | 30 | |||
* Maak voor het naaien van normale elastische stoffen, bij borduren en het maken van siersteken gebruik van de "gouden naald".
* Tegenwoordig zijn er vele soorten naalden voor een grote verscheidenheid aan toepassingen. Zorg ervoor de juiste naald te kiezen voor een specifiek naalproject. Er zijn bijvoorbeeld naalden voor denim stof en voor het naaien met metaaldraad.
Als de machine niet op de juiste wijze is ingesteld en u op de "START/STOP"-toets drukt, of wanneer u een bepaalde procedure moet corrigeren, zal de machine niet starten maar een alarmtoon laten horen en zal er op het display een foutmelding verschijnen.
Foutmelding

text_image
De defektheveiliging is in verking getreden. Kontroleer of de draad verward is of de naald verbogen is. CONT- ROLIBENDeze melding verschijnt als de motor geblokkeerd is.

text_image
Kontroleer of de bovendraad gebroken is. CONT- PALERDIDeze melding verschijnt als de machine merkt dat de bovendraad is afgesneden.

text_image
Zet de persvoethendel ouhoog.Deze melding verschijnt wanneer de borduurtafel probeert te initialiseren terwijl de borduurvoet omlaag gezet is.

text_image
Zet de persvoethendel onlaag. CONT- RÖLÈREDeze melding verschijnt als de persvoet of borduurvoet omhoog staat en u op de "START/STOP"-toets of "SCHAAR"-toets heeft gedrukt.

text_image
Er is geen geheugenkaart in de kaartgleuf. Steek een geheugenkaart in.Deze melding verschijnt als de "KAART"-toets wordt ingedrukt terwijl er zich geen geheugenkaart in de gleuf bevindt.

text_image
Dit petroon wordt opgeslagen op een kaart. Steek de juiste kaart in.Deze melding verschijnt wanneer u probeert een patroon van een geheugenkaart op te roepen terwijl die kaart niet is ingestoken.

text_image
Deze kaart kan niet worden gebruikt. CONT- POLERENDeze melding verschijnt als de "KAART"-toets wordt ingedrukt terwijl er een geheugenkaart welke niet door deze machine gelezen kan worden in de gleuf gestoken is.

text_image
Dit patroon wordt opgeslagen op een andere kaart. CONT- POLIERNDeze melding verschijnt wanneer u probeerde een patroon uit een geheugenkaart op te roepen terwijl er een andere geheugenkaart in de gleuf gestoken is.

text_image
NET MAXIMUM AANTAL PATRONER is gekombineerd.Deze melding verschijnt wanneer u geprobeerd heeft meer dan 71 patronen te kombineren.

text_image
Deze knop zal niet funktioneren vanmeer de borduurtafel niet bevestigd is. Schakel de machine uit en bevestig de borduurtafel. CONT- RWLERENDeze melding verschijnt wanneer de "BORDUREN"-toets of "STANDAARD NAAIEN"- toets ingedrukt wordt terwijl de machine op de naaisteek staat ingesteld.

text_image
Deze knop zal niet funktioneren voor zolang als de borduurtafel bevestigd is. CONT- ROLERENIn de borduurstand wordt er op deze "ACHTERUITNAAIEN"-toets gedrukt.

text_image
Schakel de machine vit en verwijder de bordnurtafel alvorens deze knup te gebruiken.Deze melding verschijnt als de "NAAISTEEK"-of "LETTERS"-toetsen worden ingedrukt terwijl de machine op borduren staat ingesteld.

text_image
De voetregelaar funktioneert niet voor zolang als de borduurtafel bevestigd is. Vervijder de borduurtafel.Deze melding verschijnt als de borduurtafel is aangebracht en u op het voetpedaal heeft gedrukt.

text_image
Due de vindas van de spoel terus naar links.Deze melding verschijnt als de spoelwinder-as rechts staat en u op de NAALDPOSITIE-toets of op de SCHAAR-toets heeft gedrukt.

text_image
Dit patroon bevat teveel gegevens voor opslag.Deze melding verschijnt als de afmetingen van de patronen die u aan het bewerken bent de grens voor het maximum formaat overschrijden.

text_image
Dit kan niet vorden veranderd voor zolang als de machine in bedrijf is. CONT- ROLERENDeze melding verschijnt als u tijdens het borduren of een onderbreking op de MEERKLEUREN-toets of "GROOTTE"-toets heeft gedrukt.

text_image
Deze knop zal niet funktioneren vanmeer de naald omlaag gezet wordt. Zet de naald omhoog alvorens deze knop te gebruiken.Deze melding verschijnt wanneer er op een toets op het scherm wordt gedrukt terwijl de naald omlaag staat.

text_image
Druk op de "NAALDPOSIIE" knop om de naald onhoog te zetten.Deze melding verschijnt als de naald omlaag staat en de borduurtafel is aangesloten.

text_image
De START/SIOP Inop zal niet funktioneren voor zolang als de voetregelaar is aangesloten. Maak de voetregelaar los.Deze melding verschijnt als de "START/STOP" knop wordt ingedrukt terwijl het voetpedaal (afzonderlijk verkrijgbaar) nog steeds aangesloten is.

text_image
Steek het volledige bewerkte patroon in en druk op de "EINDBEVERKING" toets.Deze melding verschijnt als do "START/STOP" knop wordt ingedrukt terwijl de machine op de bewerkingsfunktie is ingesteld.

text_image
Zet de knoopsgathendel onhoog (1). (1) SCHT- ROLERENDeze melding verschijnt als er een niet-knoopsgalpatroon is gekozen en de "START/STOP"-toets of de "ACHTERUIT-NAAIEN"-toets wordt ingedrukt terwijl de knoopsgathendel omlaag staat.

text_image
Zet de knoopsgathendel onlaag (1). CONT- ROLERENDeze melding verschijnt als er een knoopsgatpatroon is gekozen en de "START/STOP"-toets of de "ACHTERUIT-NAAIEN"-toets knop wordt ingedrukt terwijl de knoopsgathendel omhoog staat.

text_image
Net borduurpatroon is groter dan het grote raam.Deze melding verschijnt als de omtrek van het patroon niet helemaal binnen de ring past.

text_image
Het patroon is te groot voor het grote raan. Voor het toevoegen van meer patronen, dit patroon draaien.Deze melding verschijnt wanneer de machine op borduren staat ingesteld en de kombinatie van letters te groot is om in het borduurraam te kunnen passen. U kunt doorgaan met het toevoegen van letters als u het patroon 90° draait.

text_image
Kies het matroon. CONT- POLDENDeze melding verschijnt in het geval geen enkel patroon is gekozen en op een van de volgende toetsen wordt gedrukt:
• "START/STOP"-toets
- "ACHTERUITNAAIEN"-toets
- “ ”-toets
• "DRAAD SPANNING"-toets
- “”-toets
- "INSTELLEN"-toets

text_image
Steek het hele patroon in. CONT- ROLERINDeze melding verschijnt als het kaderpatroon voor borduren niet volledig is ingeprogrammeerd en wanneer de "START/STOP"-toets wordt ingedrukt wanneer de machine op bewerken staat ingesteld.

text_image
Tekens kurnen niet op één lijn worden geplaats. CONT- ROLERENDeze melding verschijnt wanneer de krommingsconfiguratie niet kan worden uitgevoerd, omdat er te veel letters zijn.

text_image
Onder het plaatsen van tekens kunnen er geen patronen vorden geselecteerd.Deze melding verschijnt wanneer er een patroon wordt geselecteerd tijdens het configureren van letters.
Instrukties

text_image
OpslagDeze melding verschijnt als een patroon in het geheugen wordt opgeslagen.

text_image
Spoeldraad is bijna op. CCNT- ROLERENDeze melding verschijnt als de machine merkt dat de onderdraad opraakt.

text_image
Spoel vinden.Deze melding verschijnt tijdens het opwinden van het spoeltje.

text_image
De borduurarm komt in beweging. Moud uw handen, etc. uit de buurt van de borduurarm. CONT- PO-EMENDeze melding verschijnt terwijl de borduurtafel initialiseert.

text_image
? Wissen APPLICAT EASTENDeze melding verschijnt wanneer een patroon dat in het geheugen is opgeslagen gewist wordt.

text_image
Patronen kunnen niet worden gekozen wanneer het adviesschern op het display wordt aangegeven.Deze melding verschijnt als er een patroon wordt gekozen terwijl er een onderdeel van het hulpmenu op het display wordt aangegeven.

text_image
Dit patroon zal niet passen. Wilt u een ander patroon wissen? ANLLLEPEV WISEVDeze melding verschijnt wanneer het geheugen vol is en er niet meer patronen kunnen worden opgeslagen.

text_image
Oproepen van het patroon Even wachten ...Deze melding verschijnt wanneer een patroon wordt opgeroepen terwijl de machine op borduren staat ingesteld.
Geluidssignaal
- Bij juiste bediening: één alarmtoon Bij onjuiste bediening: twee of vier alarmtonen
GEBRUIK VAN DE "BEDIENING" TOETS
Deze machine is voorzien van een gemakkelijk te gebruiken storingszoekfunctie welke van dienst is wanneer er zich tijdens het naaien problemen voordoen.
Druk op het controlepunt van toepassing en controleer de oorzaak van het probleem.

text_image
Kies een "ADVIES-ONDERWERP." STOF DRAAD EN NAALD HELDERHEID VAN DISPLAY RUNNTEELING VANSTEEK STORJING-ZOEKEN- Druk op de "BEDIENING"-toets en druk vervolgens op de "STORINGZOEKEN"-toets.

flowchart
graph TD
A["Kies het soort probleen."] --> B["VERKEERDE DRAADSPANNING"]
A --> C["GEBROKEN NAALD"]
A --> D["KLEMT OP IOVENZUDE VAN STOF"]
A --> E["OVERBESLAGEN STEHEN"]
A --> F["GERROKEN SOVENZRAAD"]
A --> G["VERVORMING VAN PATROON"]
A --> H["KAN NIET RUGEN"]
A --> I["BORDIJURVOET RAART RAAM"]
A --> J["EINDE"]
- Kies het kontrolepunt dat overeenkomt met het probleem dat u ondervindt.

text_image
Te kontroleren punten 1.Kontroleer of de bovendraad korrekt is. 2.Kontroleer of de spoel korrekt aangebracht is. 3.Gebruik voor het borduren de juiste bovendraad en spoeldraad (bij borduren). EINDE- Kontroleer de aangegeven informatie. Als u niet zeker bent van de juiste gebruiksmethode, op de "☐" toetsen naast het kontrolepunt drukken. De gebruiksmethode zal dan stapsgewijs op het display worden aangegeven.

text_image
1. Zet de persvoet omhoog. 2. Kontroleer of de naald in de hoogste stand staat. P. 1/8 EINCEVoorbeeld:
Als u op " [REDACTED] " drukt, wordt de methode van het inrijgen van de bovendraad nader verklaard.
* Druk op de "EINDE"-toets om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm.
Problemen met draad en steken
Wanneer er tijdens het naaien iets niet goed gaat, leest u eerst de bladzijden van deze bedieningshandleiding door waarop de door u uitgevoerde bediening wordt uitgelegd, om er zeker van te zijn dat u de naaimachine op de juiste wijze bedient. In het geval u moeilijkheden blijft ondervinden, kan de hieronder volgende kontrolelijst u helpen het probleem op te lossen. In het geval u daarna nog steeds moeilijkheden ondervindt, neemt u kontakt op met het dichtstbijzijnde service-centrum.
| Probleem | Mogelijke orzaak | Oplossing |
| 1. De bovendraad breekt. | 1. De bovendraad is niet goed ingeregen. | 1. Rijg de bovendraad opnieuw in. |
| 2. De bovendraad zit in de war. | 2. Verwijder de draadjos uit het spoelhuis. | |
| 3. Het klosje zit niet goed. | 3. Breng het klosje goed aan. | |
| 4. U gebruikt een verkeerde naald. | 4. Breng een goede naald aan. | |
| 5. Het spoelhuis is beschadigd. | 5. Raadpleeg uw service-centrum. | |
| 2. De onderdraad breekt. | 1. De bovendraad zit in de war. | 1. Verwijder de draaduiteinden uit het loophuis, het spoelhuis of rondom de klospen. |
| 2. Het spoeltje zit niet goed in het spoelhuis. | 2. Breng het spoeltje goed aan en trek de spoeldraad eruit. | |
| 3. Overgeslagen steken | 1. De naald zit niet goed in de houder. | 1. Breng de naald aan, zoals het hoort. |
| 2. U gebruikt een verkeerde naald. | 2. Breng een goede naald aan. | |
| 3. De kombinate van stof, garen en naald is niet juist. | 3. Kontroleer het "OVERZICHTSCHEMA VAN STOFFEN DRAAD EN NAALD" op bladzijde 172. | |
| 4. Er zitten pluisjes of stof onder het naaldplaatje. | 4. Verwijder stof met het borsteltje. | |
| 5. De bovendraad is niet goed ingeregen. | 5. Rijg de bovendraad opnieuw in. | |
| 4. Geen mooie stiknaad. | 1. De draden zijn niet goed ingeregen. | 1. Rijg beide draden juist in. |
| 2. U gebruikt een verkeerde naald. | 2. Breng een geschikte naald aan. | |
| 3. De kombinatie van stof, garen en naald is niet juist. | 3. Kontroleer het "OVERZICHTSCHEMA VAN STOFFEN DRAAD EN NAALD" op bladzijde 172. | |
| 4. Kontroleer of de draadspanning op "AUTO" staat. | 4. Zie paragraaf "DRAADSPANNING" op bladzijde 29. | |
| 5. De naald kan niet ingeregen worden. | 1. De naald staat verkeerd. | 1. Zet de naald in de juiste stand met de NAALD OMHOOG/OMLAAG-toets. |
| 2. Het haakje van de naalcinrijger past niet in het oog van de naald. | 2. Zet de naald in de juiste stand met de NAALDPOSITIE-toets. | |
| 6. De draadspanning kan niet bijgesteld worden. | 1. De bovendraad is niet juist ingeregen. | 1. Rijg de bovendraad opnieuw in. |
| 2. De spoeldraad zit niet goed. | 2. Breng het spoeltje goed aan en trek de draad eruit. | |
| 3. De kombinatie van stof, garen en naald is niet juist. | 3. Kontroleer het "OVERZICHTSCHEMA VAN STOFFEN DRAAD EN NAALD" op bladzijde 172. | |
| 4. Kontroleer of de draadspanning op "AUTO" staat. | 4. Zie de paragraaf "DRAADSPANNING" op bladzijde 29. |
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| 1. De stof wordt niet goed getransporteerd. | 1. De steeklengte staat op niet-transporteren. | 1. Stel de juiste steeklengte in. |
| 2. De kombinatie van het gekozen patroon en de persvoet is niet juist. | 2. Breng de juiste persvoet aan. | |
| 3. U gebruikt een verkeerde naald. | 3. Breng een geschikte naald aan. | |
| 4. De draad zit in de war. | 4. Verwijder de draadjes uit het spoelhuis. | |
| 2. De naald breekt. | 1. De naald zit verkeerd in de houder. | 1. Breng de naald juist aan. |
| 2. U gebruikt een verkeerde naald. | 2. Breng een geschikte naald aan. | |
| 3. De kombinatie van stof, garen en naald is niet juist. | 3. Kontroleer het "OVERZICHTSCHEMA VAN STOFFEN DRAAD EN NAALD" op bladzijde 172. | |
| 4. U trekt te veel aan de stof. | 4. Geleid de stof zonder te trekken. | |
| 3. De machine maakt teveel lawaai, loopt te langzaam en snijdt de dread niet goed af. | 1. Er zit stof onder het naaldplaatje. | 1. Verwijder stof met het borsteltje. |
| 4. De machine begint niet met naaien. | 1. U heeft niet op de START/STOP-toets gedrukt. | 1. Druk op de START/STOP-toets. |
| 2. De machine staat uit. | 2. Zet de machine aan. | |
| 3. De persvoet staat niet naar beneden. | 3. Breng de persvoet omlaag. | |
| 4. Zie foutmeldingen. | 4. Zie paragraaf "FOUTMELDINGEN" op bladzijde 173. | |
| 5. De borduurtafel werkt niet. | 1. De machine staat uit. | 1. Zet de machine aan. |
| 2. De borduurtafel is niet juist aangebracht. | 2. Maak de borduurtafel op de juiste wijze vast aan de machine. | |
| 3. De geneugenkaart zit niet in de machine. | 3. Zet de machine uit en breng de borduurkaart aan. | |
| 4. Zie foutmeldingen. | 4. Zie de paragraaf "FOUTMELDINGEN" op bladzijde 173. | |
| 5. De borduurtafel is niet juist geinitialiseerd. | 5. Zie bladzijde 109. |
| KEUZETOETS | PATROONNAAM | PATROON | TYPE PERSVOET | GEBRUIK | VERSTEVIGINGS-STEEK TOETS | STEEKBREEDTE DOOR BUJSTELLING-TOETS | STEEKLENGTE DOOR BUJSTELLING-TOETS | STOFSNUDER | GEPROG. AUTOM. AFSNUDEN DRAAD | KEUZETOETS | PATROONNAAM | PATROON | TYPE PERSVOET | GEBRUIK | VERSTEVIGINGS-STEEK TOETS | STEEKBREEDTE DOOR BUJSTELLING-TOETS | STEEKLENGTE DOOR BUJSTELLING-TOETS | STOFSNUDER | GEPROG. AUTOM. AFSNUDEN DRAAD |
| NAAISTEKEN | RECHTE STEEK | Algemeen naaien, ptisseersteken, blindsteken, etc. | R | ★ | ★ | C | T | NAAISTEKEN | KNOOPSGAT | Jeans, broeken | ★ | ★ | C | T | |||||
| R | - | ★ | C | T | Dikke jassen | ★ | ★ | C | T | ||||||||||
| STRETCH STEEK | Versteviging voor het naaien van elastische stoffen | Δ | ★ | ★ | C | T | BARTACK | Verstevigings steken bij zakken, etc. | ★ | ★ | C | T | |||||||
| Georgesweden jezellig van mendeel, veldelger, nader er elektric de stort | Δ | ★ | ★ | C | T | STOPPEN | Stoppen van middelmatig dikke stoffen | ★ | ★ | C | T | ||||||||
| ZIGZAG STEEK | Overhandse steken, boisteken, patchwork, etc. | R | ★ | ★ | C | T | Stoppen van dikke stoffen | ★ | ★ | C | T | ||||||||
| ELASTISCH E ZIGZAG | Suzanzenij diakking te de dierst en de kien doekig van te lekster | Δ | ★ | ★ | C | T | BAND BEVESTIGEN | Beestigen van and aan done en middelmatig dike elastische softer | Δ | ★ | ★ | C | T | ||||||
| Ourskals zukrij diakking dike van eelastische stoffen | Δ | ★ | ★ | C | T | GAATJES | L | S | C | T | |||||||||
| OVERHANDSE STEK | Verstevigen van danne en middelmatig dike stoffen | Δ | ★ | ★ | C | T | KNOOP AANZETTEN | Bevestigen van knopen | Δ | ★ | - | C | T | ||||||
| Verstevigen van dikke stoffen | Δ | ★ | ★ | C | T | RIUGSTEK | Voor het maken van rigsteken. | Δ | ★ | ★ | C | T | |||||||
| Verstevigen van diebelung dike stoffen in a dike stoffen decelatoren | Δ | ★ | ★ | C | T | APPLICER STEEK | Applikatie-verk. | Δ | ★ | ★ | C | T | |||||||
| Verstevigen van diebelung dike, dieze geeldele diakker stoffe | Δ | ★ | ★ | C | T | Applikatie-verk. | Δ | ★ | ★ | C | T | ||||||||
| Verstevigen van elastische stoffen | Δ | ★ | ★ | C | T | SCHELP STEEK | Decorating sollar of blouse, edge of handker-chief | Δ | ★ | ★ | C | T | |||||||
| Verstevigen van elastische stoffen | Δ | ★ | ★ | C | T | SIER STEEK | Smocking, decorative stitching | Δ | ★ | ★ | C | T | |||||||
| BLINDZOO MSTEEK | Verstevigen van rokken | Δ | ★ | ★ | C | T | PATCHWORK | Patchwork stitches, decorative stitching | Δ | ★ | ★ | C | T | ||||||
| Verstevigen van rokken met elastische stoffen | Δ | ★ | ★ | C | T | Patchwork stitches, decorative stitching | Δ | ★ | ★ | C | T | ||||||||
| KNOOPSGAT | Dunne er middelmatig dike stof (voor hortezial gel) | ★ | ★ | C | T | FAGOT STEEK | Patchwork stitches, decorative stitching | Δ | ★ | ★ | C | T | |||||||
| Knopsgaten voor jeans en broeken | ★ | ★ | C | T | Fagoring, decorative stitching | Δ | ★ | ★ | C | T | |||||||||
| Knopsgaten voor dikke jassen | ★ | ★ | C | T | Fagoring, decorative stitching | Δ | ★★ | ★ | C | T | |||||||||
| Eerste stap voor knopsgat in leer | ★ | ★ | C | T | |||||||||||||||
| Dunne en middelmatig dike stof | ★ | ★ | C | T | |||||||||||||||
| Grove elastische stof | ★ | ★ | C | T | |||||||||||||||
| Elastische stof | ★ | ★ | C | T | |||||||||||||||
| Kostuums, overjassen | ★ | ★ | C | T | |||||||||||||||
| NAAISTEKEN | KEUZETOETS | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ZOOM STEEK | ZUWAARTS NAAIEN | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| TYPE PERSVOET | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Hartig voor het bevestigen van applikatie-wijk opijpewormige stukken stof. etc. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van sierst Kenya | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van sierstken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van siersteken | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | Voor het maken van sierstkanen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| KEUZETCETS | PATROONNAAM | TYPE PERSVOET | GEBRUIK | STEEKBREEDTE DOOR BUStELLING-TOETS | STEEKLENGTE DOOR BUStELLING-TOETS | AUTOM. NAAIEN AFSNUDEN DRAAD | OPSLAAN MET DE GEHEUGEN-TOETS |
| LETTERS | ALFABET (blokletters) | ![]() | Voor het naaien van letters | G, K | C | T | |
| ALFABET (sierletters) | G,K | C | T | ||||
| ALFABET (cursieve handschriftstijl) | G, K | C | T | ||||
| SIERSTEEK | ![]() | Voor het maken van siersteken | G, K | - | - | ||
| SATIJNSTEEK | ★ | ★ | - | - | |||
| KRUISSTEEK | - | - | - | - | |||
| SIERSTEEK, BREEDTE 7 mm | ★ | ★ | - | - | |||
| BORDUREN | ALFABET | ![]() | Letters naaien | - | C | T | |
| KADERPATROON | Kaderpatroon | - | C | T | |||
| ENKELVOUDIG ONTWERP | Patronen | - | C | T | |||
| BLOEMMOTIEF | - | C | T | ||||
| Geheugenkaart (afzonderlijk verkrijgbaar) | Voor het naaien van letters | - | C | T | |||
R : Achteruit naaien met behulp van de "ACHTERUITNAAIEN"-toets.
△ : Achteruit naaien met behulp van de verstevigingssteek-toets.
Wanneer de automatische verstevigingssteek is ingesteld, zal de naaimachine drie verstevigingssteken naaien.
★ : Instelbaar.
- : Automatisch en niet-instelbaar.
G, M, K of G, K.:
U kunt de grootte van het patroon wijzigen.
G = Groot
M = Middelgroot
K = Klein
T : Geprogrammeerd automatisch draad afknippen is mogelijk.
T : Automatisch draad afknippen is beschikbaar
C : Geprogrammeerd automatisch draad afknippen is beschikbaar
C : Automatisch draad afknippen is beschikbaar
Grootte: "G" (groot): 11 mm, "K" (klein): 7 mm
Groote: "G" (groot): 11 mm, "K" (klein): 7 mm
| A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T |
| U V W X Y Z |
| A A R N O C U A a a e e e e n o o i q u u β |
| a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u o u x y z |
| 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 & ? / □□□( )', |
Alfabet (Kursieve handschriftstijl)
Grootte "G" (Groot): 27 mm, "K" (Klein): 15 mm
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ abcdefghijklmnopqrstuvwxyz AÃAENÕ aáacéééenöööiçüüB 0123456789 &?| ☐☐☐()',
Satijnsteek

Grootte kan niet gewijzigd worden.

Grootte: "G" (groot) of "K" (klein)

De breedte en de lengte van de steek zijn afstelbaar.

Overzicht van te borduren letters
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ
TUVWXYZ abcdefghijklm
nopqrstuvwxyz
ÄÄÄÄENÖÖÇÜBäaaäæëèêñööiçüü
0123456789 &?!.-_()',/
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ
TUVWXYZ abcdefghijklm
nopqrstuvwxyz
ÄÄÄÄENÖÖÇÜßäaaâæèéêñööφiçüù
0123456789 &?!.-_()', /
0123456789
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ
PQRSTUVWXYZ
Overzicht van te borduren kaderpatronen
Kaders

Overzicht van enkel motief mtuerpen

text_image
1...205 2...307 3...005 4...810 1...339 2...214 3...307 4...001 1...800 2...405 3...307 4...900 1...307 2...205 3...214 4...900 1...214 2...070 3...001 4...707 1...001 2...070 3...307 4...214 5...800 1...010 2...339 3...214 4...707 1...208 2...507 3...030 4...405 1...085 2...030 3...513 4...205 1...085 2...513 3...507 4...205 1...030 2...507 3...085 4...208 1...607 2...205 3...030 4...513 1...001 2...058 3...208 4...707 1...502 2...085 3...208 1...339 2...001 3...900 1...001 2...405 3...017 4...208 5...205 6...900 1...078 2...515 3...326 4...058 5...800 1...800 2...019 3...800 4...900 1...205 2...019 3...800 4...800 5...900 1...600 2...205 3...405 4...800 5...900 1.058 1.800 1.205 2.001 3.405 4.800 5.124 6.001 7.800 8.900 1.205 2.058 3.707 4.323 1.513 2.085 3.086 4.323 1.707 2.085 3.843 4.900 1.405 2.900 3.843 4.704 1.405 2.507 3.843 4.205 1.843 2.900 3.843 4.205 1.843 2.900 3.843 4.205 1.843 2.900 3.843 4.205 1.843 2.900 3.843 4.205 1.843 2.900 3.999 1.843 2.900 3.843 4.205 1.843 2.900 3.843 4.205 1.843 2.900 3.843 4.205 1.843 2.919 3.843 4.219 1.843 2.919 3.843 4.219 1.843 2.919 3.843 4.219 1.843 2.919 3.843 4.219 1.843 2.919Patronen die in de borduurmachine of op extra geheugenkaarten zijn opgeslagen zijn uitsluitend voor huishoudelijk gebruik. Deze patronen mogen niet gebruikt worden voor enig ander dan huishoudelijk gebruik.






























































