Innov-is 1e - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Innov-is 1e BROTHER in PDF-formaat.
| Type product | Naaimachine |
| Merk | Brother |
| Model | Innov-is 1e |
| Afmetingen (B x D x H) | Ca. 40 x 25 x 30 cm |
| Gewicht | Ca. 8 kg |
| Voeding | 230V ~ 50Hz |
| Vermogen | 90 W |
| Soort naald | Huishoudnaalden (HAx1) |
| Steeklengte | Instelbaar tot 4 mm |
| Steekbreedte | Max. 5 mm |
| Aantal steken | 60 ingebouwde steken |
| Knoopsgat | Automatisch 1-staps |
| Naaisnelheid | Max. 750 steken per minuut |
| Inrijgen | Automatisch |
| Spoel | Horizontaal |
| Lampje | LED |
| Vrije arm | Ja |
| Accessoires | Voetpedaal, diverse persvoeten, naalden, spoelen |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - Innov-is 1e BROTHER
Gebruikersvragen over Innov-is 1e BROTHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Innov-is 1e - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Innov-is 1e van het merk BROTHER.
GEBRUIKSAANWIJZING Innov-is 1e BROTHER
Bedieningshandleiding
Borduur- en naaimachine
Productcode: 882-W04/W05

Ga naar http://solutions.brother.com voor productondersteuning en antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs).
Handelsmerken
Secure Digital (SD) Card is een gedeponeerd handelsmerk van SD Card Association.
CompactFlash is een gedeponeerd handelsmerk van Sandisk Corporation.
Memory Stick is een gedeponeerd handelsmerk van Sony Corporation.
SmartMedia is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Toshiba Corporation.
MultiMediaCard (MMC) is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Infineon Technologies AG.
xD-Picture Card is een gedeponeerd handelsmerk van Fuji Photo Film Co. Ltd.
IBM is een gedeponeerd handelsmerk van International Business Machines Corporation.
Microsoft, Windows en Windows Vista zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation.
Adobe en Adobe Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Elk bedrijf waarvan de software wordt genoemd in deze gebruiksaanwijzing heeft een softwarelicentieovereenkomst voor zijn speciale programma's.
Alle andere merken en productnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd, zijn gedeponeerde handelsmerken van de betreffende bedrijven. De uitleg van tekens zoals ® en ™ is niet duidelijk beschreven in de tekst.
INLEIDING
Gefeliciteerd met uw keuze van deze machine. Alvorens de machine te gebruiken dient u zorgvuldig de "BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES" te lezen. Vervolgens bestudeert u deze handleiding zodat u de diverse functies goed gebruikt.
Nadat u de handleiding hebt gelezen, bergt u deze op een handige plek op. Dan kunt u de handleiding zo nodig raadplegen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Lees eerst deze veiligheidsinstructies alvorens de machine in gebruik te nemen.
GEVAAR
- Verminder de kans op elektrische schok
1 Neem altijd de stekker uit het wandstopcontact direct na gebruik; voordat u de machine reinigt; wanneer u onderhoud pleegt aan de machine; of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
WAARSCHUWING
- Verklein de kans op brandwonden, brand, elektrische schok of letsel.
2 Neem altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u deksels verwijdert, of servicehandelingen verricht die u als gebruiker volgens de bedieningshandleiding moet uitvoeren.
- Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, zet u de machine eerst op "O" (uit). Vervolgens pakt u de netstekker beet en trekt u deze uit het stopcontact. Trek niet aan het snoer.
- Sluit de machine rechtstreeks op een stopcontact aan. Gebruik geen verlengsnoeren.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact bij een stroomstoring.
3 Gebruik de machine beslist niet als een snoer of stekker beschadigd is; als de machine niet goed werkt; als de machine is gevallen of beschadigd; of als u water op de machine hebt gemorst. Breng de machine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer voor onderzoek, reparatie, elektrische of mechanische aanpassingen.
- Of de machine in gebruik is of niet, wanneer u iets ongebruikelijks opmerkt aan de machine - geur, hitte, verkleuring of vervorming - stopt u onmiddellijk en neemt u de netstekker uit het stopcontact.
- Wanneer u de machine vervoert, draagt u deze aan het handvat. Wanneer u de machine optilt aan een ander onderdeel dan het handvat, kan de machine beschadigen of vallen. En dit kan letsel veroorzaken.
- Wanneer u de machine optilt, mag u geen plotselinge of onvoorzichtige bewegingen maken. U kunt dan letsel oplopen aan uw rug of knieën.
4 Houd altijd uw werkvlak vrij:
- Gebruik de machine nooit wanneer de ventilatieopeningen zijn geblokkeerd. Houd de ventilatieopeningen van de machine en het voetpedaal vrij van stof, pluisjes en stukken stof.
- Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal.
- Gebruik geen verlengsnoeren. Sluit de machine rechtstreeks op een stopcontact aan.
- Steek nooit een voorwerp in een opening. Zorg dat er nooit iets in de openingen valt.
- Gebruik de machine niet wanneer spuitbussen worden gebruikt of zuurstof wordt toegediend.
- Gebruik de machine niet in de buurt van een warmtebron, zoals fornuis of strijkbout. Anders kan de machine, het netsnoer, het kledingstuk dat u naait ontvlammen. Dit kan leiden tot brand of een elektrische schok.
- Plaats deze naaimachine niet op een wankel of scheef oppervlak. Dan kan de machine vallen, en dit kan letsel veroorzaken.
5 Wees vooral voorzichtig tijdens het naaien:
- Let altijd goed op de naald. Gebruik geen verbogen of beschadigde naalden.
- Blijf met uw vingers uit de buurt van alle bewegende onderdelen. Let vooral op bij de naald.
- Zet de machine op de stand "O" (uit) wanneer u iets aanpast in de buurt van de naald.
- Gebruik nooit een beschadigde of onjuiste steekplaat. Daardoor kan de naald breken.
- Duw of trekniet aan de stof tijdens het naaien. Volg zorgvuldig de aanwijzingen op wanneer u uit de vrije hand naait, zodat u de naald niet buigt waardoor hij kan breken.
6 Deze machine is geen gereedschap:
- Let goed op wanneer kinderen in de buurt zijn terwijl u de machine gebruikt.
- Houd de plastic zak waarin de machine werd geleverd buiten bereik van kinderen, of gooi de zak weg. Laat nooit kinderen met de zak spelen. Ze zouden hierin kunnen stikken.
- Gebruik de machine niet buiten.
7 Voor een langere levensduur:
- Zet de machine niet weg op een plaats met direct zonlicht of een hoge vochtigheidsgraad. Gebruik of plaats de machine niet vlakbij de verwarming, een strijkijzer, halogeenlamp of andere warme voorwerpen.
- Maak voor het reinigen van de behuizing alleen gebruik van neutrale zeep of reinigingsmiddelen. Benzeen, thinner en schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.
- Raadpleeg altijd de gebruiksaanwijzing als u delen, de persvoet, de naald of andere onderdelen vervangt of installeert om te zorgen dat dit juist gebeurt.
8Voor reparatie of bijstelling:
- Als de verlichtingsunit beschadigd is, moet deze worden vervangen door een erkende dealer.
- Indien de machine een defect vertoont of moet worden bijgesteld, kijk dan eerst aan de hand van het overzicht voor probleemoplossing achterin deze handleiding of u de machine zelf kunt controleren of bijstellen. Als u het probleem daarmee niet kunt oplossen, raadpleeg dan uw plaatselijke erkende Brother-dealer.
Gebruik deze machine alleen voor de bestemde doeleinden, zoals beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen accessoires zoals beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen de interfacekabel (USB-kabel) die bij deze machine is geleverd.
Gebruik uitsluitend de USB-muis die bij deze machine is geleverd.
Gebruik uitsluitend de pentablet die bij deze machine is geleverd.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Meer informatie over onze producten en updates vindt u op onze website www.brother.com
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES Deze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door mensen of kinderen met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring of kennis, tenzij onder toezicht van en na instructie over het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd jonge kinderen onder toezicht en zorg dat ze niet met de machine kunnen spelen.
UITSLUITEND VOOR GEBRUIKERS IN GROOT-BRITTANNIË, IERLAND, MALTA EN CYPRUS
BELANGRIJK
- Voor vervanging van de stekkerzekering gebruikt u een zekering goedgekeurd door ASTA tot BS 1362, dat wil zeggen, met het symbool, van de sterkte die is aangegeven op de stekker.
- Plaats altijd de zekeringdeksel terug. Gebruik nooit een stekker zonder zekeringdeksel.
- Als uw wandstopcontact niet geschikt is voor de stekker die bij deze apparatuur wordt geleverd, neem dan contact op met uw erkende dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
WAARSCHUWINGSLABEL
Op de zijsnijder zit het volgende waarschuwingslabel. Neem de waarschuwing in acht.

VOORZICHTIG
- Wanneer u de zijsnijder gebruikt, naait u op lage tot medium snelheid. Raak de messen of de bedieningshendel van de zijsnijder tijdens het naaien niet aan. Daardoor zou u letsel kunnen oplopen of schade kunnen veroorzaken.


①Geleiderplaat (onderste mesje)
②Bovenmes
③Bedieningshendel
Plaats label

Stof weergeven terwijl u de borduurpositie uitlijnt

text_image
Borduren W 0 0 min 0 4800 10 min 7 LAVENDEL 1 min LIGHT LILA 1 min BLAUWE REGEN PAARS 2 min LIGHT BLAUW 1 min ROSE 3 min ROSEROOD 2 min LIGHT GROEN 1 min 7.3 cm 7.2 cm + 0.10 cm ++ + 3.25 cm 270° TERUG XXX -/+ ?De stof die in het borduurraam is gespannen kan op het LCD-scherm worden weergegeven, zodat u de borduurpositie gemakkelijk kunt uitlijnen.
Met deze functie kunt u gemakkelijk patronen combineren en daarbij het resultaat controleren. Zie "Stof weergeven terwijl u de borduurpositie uitlijnt" op pagina 211.
Patroongrootte wijzigen en gewenste draaddichtheid behouden (herberekening van steken)
In het borduurcombinatiescherm kunt u de grootte van het patroon wijzigen terwijl de gewenste draaddichtheid behouden blijft.
Met deze functie wordt het patroon met een grotere verhouding vergroot of verkleind dan bij normaal vergroten/verkleinen van patronen.
Zie "Patroongrootte wijzigen en gewenste draaddichtheid behouden (herberekening van steken)" op pagina 270.
Meer creativiteit bij het werken met de spoel

Voorbeeld met decoratieve steken

Door te werken met de spoel kunt u een driedimensionaal uiterlijk geven aan de voorkant van de stof. U doet dit door de spoel te winden met zwaar garen of lint dat te dik is voor de naaimachinenaald en hiermee te naaien aan de achterkant van de stof.
Werken met de spoel doet u met het speciale spoelhuis (grijs) dat bij deze machine wordt geleverd.
Zie "Werken met de spoel" op pagina 307.
Nieuwe kleurthema's zoeken met de functie Color Shuffling (Kleurcombinatie)

text_image
64 WILLEKEURIG TERUG VERVERSENMet de functie Color Shuffling (Kleurcombinatie) suggereert de machine nieuwe kleurthema's voor het borduurpatroon dat u hebt geselecteerd. Nadat u het gewenste effect hebt geselecteerd uit de vier beschikbare kleurthema's ("WILLEKEURIG", "LEVENDIG", "GRADATIE" en "ZACHT"), worden voorbeelden van kleurthema's voor het geselecteerde effect weergegeven. Zie "Nieuwe kleurthema's zoeken met de functie Color Shuffling (Kleurcombinatie)" op pagina 283.
Patronen creëren met My Custom Design

text_image
My Custom Design 53729 96 min 5 20.1 cm 17.0 cm ROOD 30 min PRUSSOH 11 min SLAUW LIGHT SLAUW 33 min DONKER SBUIN 4 min TERUGVan elke afbeelding die u op het LCD-scherm van uw machine tekent, kunt u onmiddellijk een borduurpatroon maken. Geef de gewenste kleuren en naai-instellingen op.
U kunt bijvoorbeeld kindertekeningen of uw handtekening borduren. Dit is een aantrekkelijke functie voor iedereen.
Door het bijgeleverde pentablet is de functie nog gebruiksvriendelijker.
Zie de gebruiksaanwijzing (PDF) op de My Custom Design-CD.
Gemakkelijk My Custom Design- bewerkingen uitvoeren met het bijgeleverde pentablet

Met het bijgeleverde pentablet kunt u My Custom Design-bewerkingen en normale schermbewerkingen effectief uitvoeren. Het bereik van het pentablet is groter dan van het LCD-scherm van de machine. U kunt dus ingewikkelde procedures gemakkelijk uitvoeren.
Zie "Werken met het pentablet" op pagina 23 en "Werken met het pentablet" op pagina 34.
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN
Voorbereidingen
Belangrijkste onderdelen en schermen leren bedienen
Hoofdstuk 1
Pagina 25
Grondbeginselen van naaien
Leren voorbereiden op naaien en standaardhandelingen
Hoofdstuk 2
Pagina 71
Naaisteken
Geprogrammeerd met meer dan 100 veel gebruikte steken
Hoofdstuk 3
Pagina 89
Lettersteken en decoratieve steken
Meer creatieve mogelijkheden door variëteit van steken
Hoofdstuk 4
Pagina 155
Borduren
Maximum 30 cm × 20 cm (ca. 12 × 8 inch) voor grote borduurontwerpen
Hoofdstuk 5
Pagina 185
Borduurcombinatie
U kunt ontwerpen combineren, roteren of vergroten
Hoofdstuk 6
Pagina 263
Werken met de spoel
Leren werken met de spoel
Hoofdstuk 7
Pagina 307
My Custom Stitch
Originele decoratieve steken maken
Hoofdstuk 8
Pagina 325
Bijlage
Uw machine verzorgen en omgaan met fouten en storingen
Hoofdstuk 9
Pagina 337
HOE U DEZE GEBRUIKSAANWIJZING MOET LEZEN
In Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 2 worden de standaardfuncties van de naaimachine beschreven voor degenen die de naaimachine voor het eerst gebruiken. Als u naaisteken, lettersteken en decoratieve steken wilt gebruiken, lees dan eerst Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 2 en daarna Hoofdstuk 3 (Naaisteken) of Hoofdstuk 4 (Lettersteken en decoratieve steken naaien).
Als u na het lezen van Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 2 met de borduurfunctie wilt werken, gaat u verder met Hoofdstuk 5 (Borduren). Als u de stappen in Hoofdstuk 5 hebt begrepen, kunt u doorgaan met Hoofdstuk 6 (Borduurcombinatie) waarin de borduurcombinatiefuncties worden beschreven.
In de schermen die verschijnen in de stapsgewijze instructies zijn de genoemde delen gemarkeerd met
. Vergelijk het scherm met aanwijzingen met uw eigen scherm en voer de werkzaamheden uit. Komt u tijdens het gebruik van de machine iets tegen dat u niet begrijpt of wilt u meer weten over een bepaalde functie? Kijk dan in de trefwoordenlijst achter in de bedieningshandleiding en de inhoudsopgave in welk gedeelte van de gebruiksaanwijzing dit wordt behandeld.

flowchart
graph LR
A["Naaiasteken naaien Lettersteken en decoratieve steken naaien"] --> B["Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2"]
B --> C["Hoofdstuk 3"]
B --> D["Hoofdstuk 4"]
E["Borduren"] --> F["Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6"]
F --> G[" "]
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING....1
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ......1
SPECIALE FUNCTIONS ......6
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN......8
HOE U DEZE GEBRUIKSAANWIJZING MOET LEZEN....9
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE.....13
Machine....13
Naald en persvoetgedeelte 14
Borduurtafel 15
Bedieningstoetsen 15
Gebruik van de accessoiretafel....16
Gebruik van de accessoirebox....16
Spoelclips opbergen 17
Gebruik van de draagkoffer van de borduurtafel....17
Bijgeleverde accessoires....17
Optionele artikelen 20
Gebruik van de kloshouder 21
Werken met het pentablet 23
Hoofdstuk 1 Voorbereidingen 25
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN....26
DISPLAY....28
USB-connectiviteit ....32
Gebruik van de instellingstoets 35
Gebruik van de Helptoets naaimachine ....44
Gebruik van de gebruiksaanwijzingfunctie ....45
Gebruik van de naaiaanwijzingfunctie ....46
Gebruik van de patroonbeschrijvingsfunctie....47
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD......48
Spoel opwinden 48
Spoel aanbrengen....54
Onderdraad naar boven halen....55
BOVENDRAAD INRIJGEN ....57
Bovendraad inrijgen 57
Gebruik van de tweelingnaaldstand 60
Gebruik van de kloshouder 63
Gebruik van draden die snel afwikkelen....64
PERSVOET VERWISSELEN 65
Persvoet verwijderen 65
Persvoet bevestigen....65
Boventransportvoet bevestigen 66
NAALD VERWISSELEN....67
Over de naald 69
Overzichtsschema van stoffen/draad/naald....69
Hoofdstuk 2 Grondbeginselen van naaien 71
NAAIEN....72
Een steek naaien....72
Verstevigingssteken naaien....74
Bochten naaien 74
Van naairichting veranderen 75
Zware stof naaien....75
Klittenband naaien 76
Lichte stof naaien 76
Automatische draadkniptoets 82
Gebruik van de kniehevel 83
Spilfunctie....84
Automatische stofsensor (automatische persvoetdruk) .....85
Naaldstand – steek plaatsen.... 86
Display vergrendelen.... 86
Naaldpositie controleren op het scherm 87
Hoofdstuk 3 Naaisteken 89
NAAISTEKEN SELECTEREN 90
Steekpatroon kiezen 91
Uw steekinstellingen opslaan in het geheugen.... 92
Engelse naad.... 100
Gepaspelde naad.... 101
Zigzagsteken.... 102
Elastische zigzagsteken.... 104
Overhandse steken 105
Quilten.... 110
Blindzoomsteken.... 122
Appliceren.... 125
Schelprijgsteken.... 126
Schelpsteken.... 127
Fantasiequilt 127
Smocksteken.... 128
Fagotwerk.... 128
Band of elastiek bevestigen.... 129
Erfstukwerk.... 130
Knoopsgaten in één stap 132
Knoopsgaten in vier stappen 136
Trenzen 140
Knopen aanzetten.... 142
Oogje 144
Steken in verschillende richtingen
(rechte steek en zigzagsteek).... 145
Rits inzetten.... 146
Randen naaien.... 148
Hoofdstuk 4 Lettersteken en decoratieve steken 155
Decoratieve steekpatronen/7 mm decoratieve steekpatronen/
Satijnsteekpatronen/7 mm satijnsteekpatronen/Kruis steek/
decoratieve naaisteekpatronen.... 158
Letters.... 158
Aantrekkelijke afwerkingen maken 161
Standaardnaaiwerkzaamheden 161
Aanpassingen 162
STEEKPATRONEN AANPASSEN......164
Grootte wijzigen.... 166
Lengte van steekpatronen wijzigen
(alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen).... 166
Verticaal gespiegeld patroon maken 166
Horizontaal gespiegeld patroon maken.... 167
Meerdere steken van een patroon naaien.... 167
Draaddichtheid wijzigen
(alleen voor satijnsteekpatronen).... 167
Terugkeren naar het begin van het patroon.... 168
Afbeelding controleren 168
STEEKPATRONEN COMBINEREN....170
Alvorens patronen te combineren 170
Diverse steekpatronen controleren.... 170
Grote en kleine steekpatronen combineren.... 171
Horizontale gespiegelde steekpatronen combineren ..... 172
Steekpatronen van verschillende lengten combineren...... 173
Stappatronen maken
(alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen).... 174
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE .....176
Voorzorgsmaatregelen steekgegevens 176
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine..... 177
Steekpatronen opslaan op USB-media
(in de handel verkrijgbaar) 178
Steekpatronen opslaan op de computer 179
Steekpatronen ophalen uit het geheugen van de machine ... 180
Ophalen van USB-media 181
Ophalen van de computer 182
Hoofdstuk 5 Borduren 185
VOORDAT U GAAT BORDUREN ....186
Borduren stap voor stap 186
Borduurvoet "W" bevestigen.... 187
Borduurtafel bevestigen 188
PATRONEN KIEZEN 190
Het selecteren van Borduurpatronen/Brother "Exclusief"/
Griekse letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen 193
Letterpatronen kiezen 194
Kaderpatronen selecteren.... 196
Patronen selecteren van borduurkaarten 197
Patronen kiezen van een USB-medium/computer .... 197
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN .....198
DE STOF VOORBEREIDEN....200
Opstrijksteunstof bevestigen op de stof 200
Stof in het borduurraam plaatsen 202
Kleine stukjes stof, hoeken of randen en lint of band
borduren....205
BORDUURRAAM BEVESTIGEN ......206
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera ...... 208
Stof weergeven terwijl u de borduurpositie uitlijnt ...... 211
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera ...... 213
Patroonpositie controleren 216
Voorbeeld van het patroon bekijken 217
BORDUURPATROON NAAIEN ....218
Aantrekkelijke afwerkingen maken 218
Borduurpatronen naaien 219
Applicaties borduren.... 221
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN
GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN) .....223
Een patroon kiezen 224
Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren ...... 225
Achtergrond en borduurpositievel afdrukken 226
Borduurpatronen naaien 227
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN .....229
Als de onderdraad bijna op is 229
Wanneer de draad afbreekt tijdens het naaien 230
Opnieuw beginnen vanaf het begin 231
Borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet...... 231
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN ....233
Draadspanning aanpassen 233
Ander spoelhuis aanpassen (geen kleur op schroef)...... 234
Gebruik van de automatische draadknipfunctie
Gebruik van de draadknipfunctie
(OVERSPRINGENDE STEEK KNIPPEN)...... 236
Borduursnelheid aanpassen 237
Garenkleur wijzigen 237
Borduurraamdisplay wijzigen 238
Patroon verplaatsen 240
Patroon en naald in de juiste positie zetten 240
Grootte van patroon wijzigen 241
Patroon roteren 242
Horizontaal gespiegeld patroon maken 243
Steekdichtheid wijzigen (alleen letter- en kaderpatronen)... 244
Kleuren van letterpatroon wijzigen 245
Verbonden letters borduren 245
Ononderbroken borduren (met één kleur) 248
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE...... 249
Voorzorgsmaatregelen borduurgegevens 249
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine .....251
Steekpatronen opslaan op USB-medium....252
Borduurpatronen opslaan op de computer ....253
Patronen ophalen uit het geheugen van de machine .....254
Ophalen van USB-media....255
Ophalen van de computer....256
BORDUURAPPLICATIE 258
Applicatie maken met een kaderpatroon (1) ......258
Applicatie maken met een kaderpatroon (2) 259
Gesplitste borduurpatronen naaien....261
Hoofdstuk 6 Borduurcombinatie 263
UITLEG VAN FUNCTIONS.... 264
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN ...... 265
Het selecteren van borduurpatronen/Brother "Exclusief"/
Griekse letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen/Kaderpatronen....266
Letterpatronen kiezen....266
PATRONEN BEWERKEN 268
Patroon verplaatsen 270
Patroon roteren 270
Grootte van patroon wijzigen....270
Patroongrootte wijzigen en gewenste draaddichtheid behouden
(herberekening van steken)......270
Patroon wissen 272
Patronen op het scherm weergeven op 200%....272
Lay-out van letterpatroon wijzigen 273
Spatiering tussen letters wijzigen 273
Spatiering tussen letters verkleinen 274
Gecombineerde patronen scheiden....275
Kleuren van letterpatronen wijzigen 276
Verbonden letters borduren 277
Garenkleur wijzigen....277
Eigen kleurkaart maken 278
Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart ....282
Nieuwe kleurthema's zoeken met de functie Color Shuffling
(Kleurcombinatie)....283
Herhaalpatronen ontwerpen....285
Het patroon herhaaldelijk naaien 291
Patroon kopieren....293
Na het bewerken....294
PATRONEN COMBINEREN 295
Gecombineerde patronen bewerken 295
Gecombineerde patronen naaien 298
DIVERSE BORDUURFUNCTIES.... 299
Ononderbroken borduren (met één kleur) 299
Rijgsteken voor borduren 299
Een applicatie maken 300
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE...... 306
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN
GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN) ..... 306
Hoofdstuk 7 Werken met de spoel 307
WERKEN MET DE SPOEL 308
Benodigde materialen 309
Bovendraad inrijgen 310
Onderdraad voorbereiden 310
NAAIEN MET DE SPOEL 314
Stof plaatsen en naaien....314
Vrij naaien met de spoel....317
BORDUREN MET DE SPOEL.... 318
Patroon selecteren....318
Beginnen met borduren....320
DRAADSPANNING AANPASSEN 322
Eigen steken opslaan in uw lijst 334
Opgeslagen steken ophalen....335
Hoofdstuk 9 Bijlage 337
ZORG EN ONDERHOUD ....338
Beperkingen op smeren....338
Voorzorgsmaatregelen bij het opbergen van de machine ....338
LCD-display reinigen....338
Buitenkant van de machine reinigen ....338
Grijper reinigen....338
De snijder reinigen in de buurt van het spoelhuis....340
Over het onderhoudsbericht....341
Helderheid van de schermweergave aanpassen....342
Storing in druktoetsen....342
Procedure voor upgrade met USB-medium 357
Hieronder worden de diverse onderdelen en hun functie beschreven. Lees deze beschrijving alvorens de naaimachine te gebruiken. Zo leert u de namen van de onderdelen.
Machine
■Vooraanzicht

Open het bovendeksel om de machine in te rijgen en de spoel op te winden.
②Voorspanningsschijf
Leid de draad rond de voorspanningsschijf wanneer u de spoeldraad opwindt. (pagina 48)
③Draadgeleider voor het opwinden van de spoel
Bij het opwinden van de onderdraad leidt u de draad door deze draadgeleider. (pagina 48)
④Klospen
Plaats een klos garen op de klospen. (pagina 57)
⑤Kloskap
De kloskap houdt de garenklos op zijn plaats. (pagina 57)
⑥Extra klospen
Gebruik deze klospen om de onderdraad op te winden of om te naaien met de tweelingnaald. (pagina 48, 60)
⑦Spoelopwinder
Met de spoelopwinder windt u de spoel op. (pagina 48)
⑧Display
Instellingen voor de geselecteerde steek en foutmeldingen worden weergegeven op het scherm. (pagina 28)
⑨Kniehevel
Met de kniehevel zet u de persvoet omhoog en omlaag. (pagina 83)
⑩Kniehevelopening
Steek de kniehevel in de opening. (pagina 83)
⑪ Bedieningstoetsen (zes toetsen) en schuifknop voor snelheidsregeling
Met deze toetsen en de schuif bedient u de naaimachine. (pagina 15)
⑫Accessoiretafel met accessoireruimte
Bewaar de persvoet en de spoelen in de accessoireruimte van de afneembare accessoiretafel. Om cilindrische stukken te naaien verwijdert u de accessoiretafel. (pagina 16)
⑬Draadafsnijder
Leid de draden door de draadafsnijder om ze af te snijden. (pagina 59)
⑭Draadgeleiderplaat
Bij het inrijgen van de bovendraad leidt u de draad rond deze draadgeleiderplaat. (pagina 57)
■Rechterkant/Achteraanzicht

Draag de naaimachine aan het handvat om hem te vervoeren.
②Persvoethendel
Zet de persvoethendel omhoog en omlaag om de persvoet omhoog en omlaag te zetten. (pagina 65)
③Hoofdschakelaar
Met de hoofdschakelaar zet u de naaimachine aan en uit. (pagina 26)
④Voetpedaal met intrekbaar snoer
Door het voetpedaal in te drukken regelt u de snelheid van de machine. (pagina 73)
⑤Voedingsingang
Sluit het netsnoer aan op het aansluitpunt. (pagina 26)
⑥Ventilatieopening
Door de ventilatieopening kan de lucht rond de motor circuleren. Bedek de ventilatieopening niet wanneer u de naaimachine gebruikt.
⑦Aansluiting voetpedaal
Steek de stekker van het voetpedaal in de betreffende aansluiting op de machine. (pagina 73)
⑧Speaker
⑨USB-poort voor computer
Om patronen te importeren/exporteren van een computer naar de machine en omgekeerd, steekt u de USB-kabel in de USB-poort. (pagina 32, 179, 253)
⑩USB-poort voor muis (pagina 32)
⑪Eerste (bovenste) USB-poort voor media
Om patronen van/naar een USB-medium te sturen, steekt u het USB-medium direct in de USB-poort. (pagina 178, 252)
⑫Schermaanraakpenhouder
In deze houder bergt u de schermaanraakpen op wanneer u deze niet gebruikt.
⑬Handwiel
Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naald omhoog en omlaag te zetten. U moet het wiel naar de voorkant van de naaimachine draaien.
Naald en persvoetgedeelte

De knoopsgathendel gebruikt u om knoopsgaten te maken met de eenstapsknoopsgatvoet. (pagina 132)
②Persvoethouder
De persvoet wordt bevestigd aan de persvoethouder. (pagina 65)
③Persvoethouderschroef
De persvoethouderschroef houdt de persvoet op zijn plaats. (pagina 66)
④Persvoet
De persvoet drukt gelijkmatig op de stof tijdens het naaien. Bevestig de geschikte persvoet voor de steek die u hebt geselecteerd. (pagina 65)
⑤Transporteur
De transporteur voert de stof door in de naairichting.
⑥Spoelhuisdeksel
Open het spoelhuisdeksel om de spoel te plaatsen. (pagina 54, 103)
⑦Steekplaatdeksel
Verwijder het steekplaatdeksel om de grijper te reinigen. (pagina 97, 219)
⑧Steekplaat
Op de steekplaat staan markeringen om u te helpen rechte naden te naaien. (pagina 96)
⑨Draadgeleiders op de naaldstang
Leid de bovendraad door de draadgeleider op de naaldstang. (pagina 57)
⑩Naaldklemschroef
De naaldklemschroef houdt de naald op zijn plaats. (pagina 66)
Maatindeling op de steekplaat, het spoelhuisdeksel (met markering) en het steekplaatdeksel
De maatindeling op het spoelhuisdeksel is een houvast voor patronen die u naait met de middelste naaldstand. De maatindeling op de steekplaat en het steekplaatdeksel is een houvast voor steken die u naait met de linkernaaldstand.

text_image
② ½ 5/8 1 in 2 3 4 cm ③ ④ ⑤ ⑥ 1/4 ½ 1 ②①①Voor steken die u naait met de middelste naaldstand
②Voor steken die u naait met de linkernaaldstand
③Linkernaaldstand op de steekplaat
④Linkernaaldstand op de steekplaat
⑤Middelste naaldstand op het spoelhuisdeksel (met marking)
⑥Linkernaaldstand op het steekplaatdeksel
Borduurtafel

①Wagen
De wagen verplaatst het borduurraam automatisch tijdens het borduren. (pagina 188)
②Ontgrendelingstoets (onder op de borduurtafel)
Druk op de ontgrendelingstoets om de borduurtafel te verwijderen. (pagina 189)
③Borduurraamhouder
Plaats het borduurraam in de borduurraamhouder om het raam op zijn plaats te houden. (pagina 206)
④Raambevestigingshendel
Druk op de raambevestigingshendel om het borduurraam vast te zetten. (pagina 206)
⑤Verbindingspen van de borduurtafel
Steek de verbindingspen van de borduurtafel in de aansluitingspoort op de machine wanneer u de borduurtafel bevestigt. (pagina 188)

VOORZICHTIG
- Nadat u het borduurraam in de borduurraamhouder hebt geplaatst, zet u de raambevestigingshendel op de juiste wijze omlaag.
Bedieningstoetsen

Als u op deze toets drukt, naait de machine een paar steken op lage snelheid en begint vervolgens te naaien op de snelheid die is ingesteld met de schuifknop voor snelheidsregeling. Druk nogmaals op de toets om de naaimachine stil te zetten. Houd de toets ingedrukt om op de laagste snelheid te naaien. De toets verandert van kleur naar gelang de bedieningsstand van de naaimachine.
Groen: De naaimachine is klaar om te naaien of is bezig met naaien.
Rood: De naaimachine kan nu niet naaien.
②“Achteruit/verstevigingssteektoets”

Met deze toets naait u verstevigingssteken aan het begin en aan het eind van het naaiwerk. Wanneer u op deze toets drukt, naait de machine drie steken op dezelfde plek, waarna de machine automatisch stopt met naaien. Bij patronen met rechte steken en zigzagsteken naait de machine alleen achteruit op lage snelheid wanneer u de "Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt (de steken worden in tegenovergestelde richting genaaid).
③“Naaldstandtoets”

Gebruik deze toets wanneer u van naairichting verandert of op kleine stukken stof naait. Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te zetten. Met deze toets kunt u de naald omlaag en omhoog zetten om één steek te naaien.
④“Draadkniptoets”

Druk na het naaien op deze toets om de overtollige draad automatisch af te knippen.
⑤“Persvoettoets”

Druk op deze toets om de persvoet omlaag te zetten en druk uit te oefenen op de stof. Druk opnieuw op deze toets om de persvoet omhoog te zetten.
⑥Schuifknop voor snelheidsregeling

Met deze schuifknop stelt u de naaisnelheid in. Schuif de schuifknop naar links om op lagere snelheid te naaien. Schuif de schuifknop naar rechts om op hogere snelheid te naaien. Beginners kunnen beter op lage snelheid naaien.
⑦“Automatisch inrijgentoets”

Met deze toets rijgt u de naald automatisch in.

VOORZICHTIG
- Druk niet meer op de "Draadkniptoets" nadat de draden zijn afgeknipt. Anders kan de naald breken, de draden raken misschien verstrikt of de machine beschadigt.
Gebruik van de accessoiretafel
Trek de bovenkant van accessoiretafel naar u toe om de accessoireruimte te openen.

Gebruik van de accessoirebox
■Accessoirebox openen
Schuif de staafjes aan beide zijden van de accessoirebox open en til vervolgens het deksel op om de box te openen.
U kunt de box alleen goed openen of sluiten als u beide staafjes in dezelfde richting schuift.

1 Schuif de staafjes aan beide zijden van de accessoirebox zo dat de uitsparingen in het deksel zijn uitgelijnd met de uitsparingen in de staafjes.

2 Plaats het deksel bovenop de box zodat de uitsparingen in het deksel zijn uitgelijnd met de lipjes op de box. Schuif vervolgens de staafjes aan beide zijden terug naar het midden van de accessoirebox.

■Gebruik van de accessoireladen
In de bijgeleverde accessoireruimte bevinden zich twee laden om persvoeten op te bergen. Een voor de persvoet voor naaisteken, de andere voor de persvoet voor borduren en quilten.

①Voor persvoet voor naaisteken
②Voor persvoet voor borduren en quilten
Een opberglade voor persvoeten kan worden opgeborgen in het accessoirevak van de accessoiretafel.

①Opbergruimte van de accessoiretafel
②Opbergruimte voor persvoeten van de accessoiretafel
③Opbergruimte voor persvoeten
Spoelclips opbergen
U kunt spoelclips opslaan in de deksel van de accessoirebox.

- Door spoelclips te plaatsen op spoelen voorkomt u dat de draad van de spoel afwikkelt. Wanneer u de spoelclips aan elkaar klikt, kunt u ze handig opslaan en rollen ze niet weg wanneer u ze laat vallen.

Gebruik van de draagkoffer van de borduurtafel
Bijgesloten accessoires 44-47 bevinden zich in de draagkoffer voor de borduurtafel. U opent de draagkoffer voor de borduurtafel door de sloten omhoog te halen en de sluitingen vrij te zetten. Om de sluiting weer vast te zetten en de koffer veilig te sluiten, plaatst u de sluiting in het slot op het deksel en duwt u erop tot hij vastklikt.

Bijgeleverde accessoires
Informatie over bijgeleverde accessoires vindt u in de tabel op de volgende pagina.

other
| Item | Number of Components | | :--- | :--- | | 1 | 2 | | 2 | 3 | | 3 | 4 | | 4 | 5 | | 5 | 6 | | 6 | 7 | | 7 | 8 | | 8 | 9 | | 9 | 1 | | 0 | 1 | | 1 | 1 | | 1 | 2 | | 16 | 17 | | 17 | 18 | | 18 | 19 | | 19 | 20 | | 20 | 21 | | 21 | 22 | | 23 | 24 | | 24 | 25 | | 25 | 26 | | 26 | 27 | | 27 | 28 | | 28 | 29 | | 30 | 31 | | 31 | 32 | | 32 | 33 | | 33 | 34 | | 34 | 35 | | 35 | 36 | | 37 | 38 | | 38 | 39 | | 39 | 40 | | 40 | 41 | | 41 | 42 | | 42 | 43 | | 44* | | | 45* | 46* | | 46* | 47* | | 48 | 49 | | 50 | 51 | | 51 | 52 | *Bijgesloten accessoires 44-47 bevinden zich in de draagkoffer voor de borduurtafel.
text_image
53 54 55 56 57** 58 59 60 61 62 **In sommige landen of regio's valt dit niet onder de bijgeleverde accessoires. Het is wel optioneel verkrijgbaar.| Nr. | Onderdeel | Onderdeelcode | |
| Het Amerikaanse continent | Andere vereisten | ||
| 1 | Zigzagvoet "J" (op machine) XC3021-051 | ||
| 2 | Monogramvoet "N" X53840-351 | ||
| 3 | Overhandse steekvoet "G" XC3098-051 | ||
| 4 | Ritsvoet "I" X59370-051 | ||
| 5 | Knoopsgatvoet "A" X57789-151 | ||
| 6 | Blindzoomvoet "R" X56409-051 | ||
| 7 | Knoopaanzetvoet "M" 130489-001 | ||
| 8 | Boventransportvoet SA140 F033N: XC2214-002 | ||
| 9 | Zijsnijdervoet SA177 F054: XC3879-102 | ||
| 10 | Rechte-steekvoet | SA167 F042N: XC1973-052 | |
| 11 | Vrije quiltvoet "C" | XE0765-101 | |
| 12 | Vrije echoquiltvoet "E" | XE0766-001 | |
| 13 | Vrije open quiltvoet "O" | SA187 F061: XE1097-001 | |
| 14 | Borduurvoet "W" | XC8156-651 | |
| 15 | Voet "V" voor uitlijning van verticale steken | SA189 F063: XE5224-001 | |
| 16 | Naaldsetje | XE4962-001 | |
| 17 | Tweelingnaald | XE4963-001 | |
| 18 | Ballpointnaaldset | XD0705-051 | |
| 19 | Spoel × 10 (één spoel is in de machine geplaatst.) | SA156 | SFB: XA5539-151 |
| 20 | Tornmesje | X54243-051 | |
| 21 | Schaar | XC1807-121 | |
| 22 | Schoonmaakborsteltje | X59476-051 | |
| 23 | Gaatjesponser | 135793-001 | |
| 24 | Schroevendraaier (klein) | X55468-051 | |
| 25 | Schroevendraaier (groot) XC4237-021 | ||
| 26 | Schijfvormige schroevendraaier | XC1074-051 | |
| 27 | Kloskap (klein) | 130013-154 | |
| 28 | Kloskap (medium) × 2 (één kloskap is op de machine geplaatst.) | X55260-153 | |
| 29 | Kloskap (groot) | 130012-054 | |
| 30 | Kloshouder | Zie pagina 21 | |
| 31 | Spoelclip × 10 | XE3060-001 | |
| 32 | Klosvilt | X57045-051 | |
| 33 | Klosnetje × 2 | XA5523-050 | |
| 34 | Borduursteekplaatdeksel | XE5131-001 | |
| 35 | Schermaanraakpen (stylus) XA9940-051 | ||
| Nr. | Onderdeel | Onderdeelcode | |
| Het Amerikaanse continent | Andere vereisten | ||
| 36 | Kniehevel | SA599 | KL1: XE5902-001 |
| 37 | USB-kabel XD0745-051 | ||
| 38 | Ander spoelhuis (geen kleurmarkering op schroef) | XC8167-551 | |
| 39 | Spoelhuis (grijs voor werken met de spoel) | XE8298-001 | |
| 40 | Steekplaat voor rechte steken | XE4908-301 | |
| 41 | Spoelhuisdeksel met koordgeleider (met één gat) | XE8991-001 | |
| 42 | Spoelhuisdeksel (met markering) | XF0750-001 | |
| 43 | Voetpedaal | XD0500-151 (EU) XC8028-051 (andere gebieden) | |
| 44 | Borduurramenset (klein) H 2 cm × B 6 cm (H 1 inch × B 2-1/2 inch) | SA437 | EF73: XC8479-152 |
| 45 | Borduurramenset (medium) H 10 cm × B 10 cm (H 4 inch × B 4 inch) | SA438 | EF74: XC8480-152 |
| 46 | Borduurramenset (quilt) H 20 cm × B 20 cm (H 8 inch × B 8 inch) | SA446 | EF91: XE5068-101 |
| 47 | Borduurramenset (extra groot) H 30 cm × B 20 cm (H 12 inch × B 8 inch) | SA447 | EF92: XE5071-001 |
| 48 | Borduuronderdraad | SA-EBT | XC6283-001 |
| 49 | Vellen borduurpositiestickers | SAEPS2 | EPS2: XF0763-001 |
| 50 | Randnaaivel × 6 | SAESS1 | ESS1: XE5094-001 |
| 51 | Steunstof | SA519 | BM3: XE0806-001 |
| 52 | Rasterset | SA507 | GS3: X81277-151 |
| 53 | Krijtje | XE8568-001 | |
| 54 | USB-muis | XE5334-101 | |
| 55 | Pentablet | Zie pagina 23 | |
| 56 | LED-reinigingsdoek | XE4913-001 | |
| 57 | Hoes | XE5111-001 (882-W04) XE5163-001 (882-W05) | |
| 58 | Draagkoffer voor borduurtafel | XE3791-001 | |
| 59 | Accessoirebox | XF0337-001 (882-W04) XF0333-001 (882-W05) | |
| 60 | Bedieningshandleiding | Deze handleiding | |
| 61 | Beknopte bedieningsgids | XF0230-001 | |
| 62 | My Custom Design-CD | XF0186-001 | |

Memo
- Voetpedaal: Model S Dit voetpedaal kunt u gebruiken op de machine met productcode 882-W04/W05. De productcode vindt u op de kenplaat van de machine.

Memo
- Gebruik altijd de aanbevolen accessoires voor deze machine.
- De schroef van de persvoethouder is verkrijgbaar via uw erkende dealer (onderdeelcode XA4813-051).
- Bijgesloten accessoires 37, 43, 60 en 61 kunnen worden opgeborgen in het foedraal van de machine. (In sommige landen of regio's valt dit foedraal niet onder de bijgeleverde accessoires. Het is wel optioneel verkrijgbaar.)

Onderstaand vindt u de optionele toebehoren die u apart kunt kopen bij uw officiële Brother-dealer.

| Nr. | Onderdeel | Onderdeelcode | |
| Het Amerikaanse continent | Andere vereisten | ||
| 1 | RandborduurraamH 30 cm × B 10 cm (H 12 inch × B 4 inch) bij upgrade Kit 3 | SABF6000D2 | NV1UGK3 |
| 2 | RandborduuramensetH 18 cm × B 10 cm(H 7 inch × B 4 inch) | SABF6000D | BF2:XE5059-001 |
| 3 | Kloshouder voor 10 klossen SA560 TS4: | XE5065-101 | |
| 4 | Brede tafel en vrije greep | SATFM6000D | TFM-3:XE5062-001 |
| 5 | Borduurramenset (groot)H 18 cm × B 13 cm(H 7 inch × B 5 inch) | SA439 EF75:XC8481-152 | |
| 6 | Borduurkaartlezer SAECRI | ||
| 7 | Borduurkaart – | ||
| Steunstof SA519 BM3: | XE0806-001 | ||
| 8 | Wateroplosbare steunstof | SA520 | BM5:XE0615-001 |
| 9 | 1/4 quiltvoet met geleider | SA185 | F057:XC7416-252 |
| Borduuronderdraad (wit) | SAEBT | EBT-CEN:X81164-001 | |
| 10 | Borduuronderdraad (zwart) | SAEBT999 | EBT-CEBN:XC5520-001 |
| 11 | Naadgeleider | SA538 | SG1:XC8483-052 |
| 12 | Vellen borduurpositiestickers | SAEPS2 | EPS2:XF0763-001 |
| 13 | Randnaaivel × 5 | SAESS1 | ESS1:XE5094-001 |








Memo
- Alle specificaties zijn juist toen deze handleiding werd vervaardigd. Sommige specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.

Opmerking
- Borduurkaarten die in andere landen worden gekocht, werken mogelijk niet met uw machine.
- Uw dichtstbijzijnde erkende Brother-dealer heeft een complete lijst optionele accessoires en borduurkaarten die verkrijgbaar zijn voor uw machine.
Gebruik van de kloshouder
De bijgeleverde kloshouder is handig wanneer u draad gebruikt op klossen van een grote diameter (kruiswikkeldraad). Op de kloshouder passen twee draadklossen.

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8| Nr. | Onderdeel Onderdeelcode | |
| 1 | Uitschuifbare draadgeleider XE0776-001 | |
| 2 | Klosplaat XE4637-001 | |
| 3 | Klospen × 2 XA6313-051 | |
| 4 | Schroef en sluitring XC7568-051 | |
| 5 | Kloskap (XL) × 2 XE0779-001 | |
| 6 | Klossteunen × 2 XA0679-050 | |
| 7 | Kloskapvoet × 2 XE0780-001 | |
| 8 | Klosvilt × 2 XC7134-051 |

VOORZICHTIG
- Til het handvat van de machine niet op terwijl de kloshouder is geïnstalleerd.
- Duw of trek niet met veel kracht aan de uitschuifbare draadgeleider of klospennen. Daardoor kunnen ze beschadigen.
- Plaats geen andere voorwerpen dan klossen draad op de kloshouder.
- Probeer geen draad op de spoel te winden terwijl u naait met de klossteun.
■Hoe u de kloshouder monteert
1 Trek de uitschuifbare draadgeleider volledig uit en draai de schacht totdat de twee interne stoppers op hun plaats klikken.

2 Steek de uitschuifbare draadgeleider in het ronde gat midden in de klossteun. Draai met een schroevendraaier de schroef stevig vast (①) vanaf de andere kant.

- Zorg dat de stoppers op de uitschuifbare draadgeleiderschacht stevig vastzitten en dat de bovenkant van de draadgeleider direct boven de klossteun zit. Controleer bovendien of de schacht stevig vastzit in de klossteun.

3 Steek de twee klospennen in de twee gaten in de klossteun.

4 Open het bovendeksel van de machine. Vanaf de achterkant van de machine drukt u de grendels van het bovendeksel in (één aan elke kant). Vervolgens trekt u het bovendeksel omhoog om het uit de machine te nemen.

1 Vanaf de achterkant van de machine drukt u de kloshoudervergrendeling in (één aan elke kant). Vervolgens trekt u de kloshouder omhoog uit de machine.

2 Bovendeksel bevestigen aan de machine.

- Zie pagina 52 voor meer informatie over het opwinden van de spoel met behulp van de kloshouder.
- Zie pagina 63 voor meer informatie over het inrijgen van de bovendraad met de kloshouder.
Werken met het pentablet

Memo
- Zie pagina 34 voor de aansluiting van het pentablet op de naaimachine.

text_image
1 2 3 4 5| Nr. | Onderdeel Onderdeelcode | |
| 1 | Pentablet XF0178-001 | |
| 2 | Tabletpen XF0182-001 | |
| 3 | Tabletpenhouder XF0185-001 | |
| 4 | Extra penpunten (4) XF0183-001 | |
| 5 | Penpuntclip XF0184-001 |
■Een batterij in de tabletpen plaatsen
Een batterij voor de tabletpen wordt niet bij de machine geleverd. Gebruik een nieuwe AAA alkalinebatterij (LR03).

WAARSCHUWING
- Neem de tabletpen/batterij niet uit elkaar en verander er niets aan
- Gebruik geen metalen voorwerpen, zoals een pincet of een metalen pen, wanneer u de batterij verwisselt.
- Gooi de batterij niet in het vuur, en stel de batterij niet bloot aan hitte.
- Verwijder de batterij onmiddellijk en gebruik de machine niet meer als u abnormale geur, hitte, verkleuring of vervorming of iets ongebruikelijks waarneemt tijdens gebruik of opslag.

VOORZICHTIG
- Neem de batterijen uit de tabletpen als u deze waarschijnlijk langere tijd niet gebruikt.
- Let op dat u de plus- en min-kant van de batterij niet omdraait.
1 Schroef de bovenhuls van de tabletpen los.

- Doe dit niet te snel. Anders kan de tabletpen beschadigd raken.
2 Installeer een nieuwe AAA alkalinebatterij (LR03) in de tabletpen met de pluskant (+) naar boven.

3 Schroef de bovenhuls op de tabletpen.

■De penpunt vervangen
Als de penpunt versleten is, vervang deze dan door een nieuwe punt die bij uw pentablet wordt geleverd.
1 Pak de oude penpunt stevig vast met de bijgeleverde penpuntclip.

2 Trek de penpunt zachtjes recht uit de pen.

3 Duw de nieuwe penpunt in de pen totdat deze niet meer uitsteekt uit de pen.

■Werken met My Custom Design
1 Selecteer een lievelingsafbeelding om een borduurpatroon te maken.

2 Plaats de afbeelding onder het tabletvel.

3 Activeer My Custom Design en trek de afbeelding vervolgens over met de tabletpen.

Voor uitvoerige aanwijzingen over het werken met My Custom Design, zie de Bedieningshandleiding (PDF-bestand) op de My Custom Design-CD.

Opmerking
- Wanneer u een borduurpatroon maakt door de afbeelding over te trekken met het pentablet, is het patroon groter dan de overgetrokken afbeelding. Controleer het formaat van het patroon voordat u gaat borduren. Verander zonodig het formaat van het patroon.
- U kunt het pentablet niet gebruiken als USB-muis wanneer u de afbeelding overtrekt. Gebruik uw vinger of de aanraakpen om over te trekken.
Hoofdstuk 1 Voorbereidingen
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN ......26
DISPLAY 28
■Startscherm 28
■Naaistekenscherm 29
■ Functies van de toetsen....30
USB-connectiviteit.... 32
■Gebruik van USB-media of borduurkaartlezer/
USB-kaartschrijfmodule* 32
■De machine aansluiten op de computer....33
■Gebruik van een USB-muis.... 33
■Klikken op een toets.... 33
■Van pagina veranderen.... 33
■Werken met het pentablet.... 34
Gebruik van de instellingstoets.... 35
■Een afbeelding van het instellingenscherm opslaan op een USB-medium.... 39
■Vorm van de aanwijzer wijzigen wanneer u een USB-muis gebruikt....39
■Afbeelding van de schermbeveiliging wijzigen.... 40
■Het beginscherm selecteren ....41
■ Schermtaal kiezen 41
■Achtergrondkleur van de borduurpatronen wijzigen......42
■Het formaat van patroonminiaturen opgeven 43
Gebruik van de Helptoets naaimachine 44
Gebruik van de gebruiksaanwijzingfunctie 45
Gebruik van de naaiaanwijzingfunctie.... 46
Gebruik van de patroonbeschrijvingsfunctie 47
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD......48
Spoel opwinden 48
■Gebruik van de extra klospen....48
■Gebruik van de klospen.... 51
■Gebruik van de kloshouder 52
■Draad ontwarren van onder de spoelwinderbasis .... 53
Spoel aanbrengen 54
Onderdraad naar boven halen 55
BOVENDRAAD INRIJGEN....57
Bovendraad inrijgen.... 57
Gebruik van de tweelingnaaldstand.... 60
Gebruik van de kloshouder.... 63
■Gebruik van de kloshouder 63
Gebruik van draden die snel afwikkelen 64
■Gebruik van het klosnetje.... 64
PERSVOET VERWISSELEN 65
Persvoet verwijderen 65
Persvoet bevestigen 65
Boventransportvoet bevestigen.... 66
NAALD VERWISSELEN 67
Over de naald....69
Overzichtsschema van stoffen/draad/naald.... 69
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN

WAARSCHUWING
- Gebruik alleen gewone huishoudaansluitingen als elektriciteitsbron. Het gebruik van andere bronnen kan brand, elektrische schokken of schade aan de machine tot gevolg hebben.
- Zorg dat de stekkers van het netsnoer stevig in het stopcontact en in de voedingsingang van de machine zitten.
- Steek de stekker van het netsnoer niet in een stopcontact dat in slechte staat is.
- In de volgende situaties zet u de machine uit en neemt u de stekker uit het stopcontact: Als u niet bij de machine bent Na gebruik van de machine Als er tijdens het gebruik een stroomstoring optreedt Als de machine niet naar behoren werkt door een slechte of verbroken aansluiting Bij onweer

VOORZICHTIG
- Gebruik uitsluitend het netsnoer dat bij deze machine is geleverd.
- Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen waarop veel andere apparaten zijn aangesloten. Dit kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
- Raak de stekker niet aan met natte handen. Hierdoor kunnen elektrische schokken ontstaan.
- Zet de schakelaar altijd eerst uit voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Trek altijd de stekker uit het stopcontact. Als u aan het snoer trekt, kunt u het snoer beschadigen of brand of elektrische schokken veroorzaken.
- Zorg dat het snoer niet wordt ingesneden, beschadigd, gewijzigd, stevig verbogen, getrokken, gedraaid of samengeperst. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer. Stel het snoer niet bloot aan warmte. Hierdoor kan het snoer beschadigd raken en kunnen brand of elektrische schokken ontstaan. Als de stekker of het snoer zijn beschadigd, breng de machine dan voor reparatie naar uw erkende dealer voordat u de machine weer gebruikt.
- Haal de stekker uit het stopcontact als u de machine een tijd niet gebruikt. Anders kan er brand ontstaan.
- Als u de machine onbeheerd achterlaat, moet u de hoofdschakelaar van de machine uitzetten of de stekker uit het stopcontact halen.
- Wanneer u onderhoud aan de machine verricht of deksels verwijdert, moet u eerst de netstekker uit het stopcontact halen.
1 Steek de andere stekker van het netsnoer in de voedingsingang van de machine en steek vervolgens de netstekker in een wandstopcontact.

①Hoofdschakelaar
②Netsnoer
2 Zet de hoofdschakelaar op "I" om de machine aan te zetten.

①UIT
②AAN

Memo
- Wanneer de machine is ingeschakeld, maken de naald en de transporteur geluid als ze bewegen. Dit is geen storing.
3 Zet de hoofdschakelaar op "O" om de machine uit te zetten.
DISPLAY
Wanneer u de machine aanzet, wordt het openingsfilmpje vertoond. Druk met uw vinger op een willekeurige plek op het scherm als u het startscherm wilt openen. Druk met uw vinger of de bijgeleverde schermaanraakpen op de display of op een toets om een machinefunctie te selecteren.

Opmerking
- Wanneer de steekplaat voor rechte steken is geïnstalleerd, gaat de naald automatisch naar de middelste stand.

Memo
- Raak het scherm alleen aan met uw vinger of de bijgeleverde schermaanraakpen. Gebruik geen scherp potlood, schroevendraaier of ander hard of scherp voorwerp. U hoeft niet hard op het scherm te drukken. Als u te hard drukt of een scherp voorwerp gebruikt, kunt u het scherm beschadigen.
■Startscherm

text_image
① Naaien ② Borduren ③ Borduurcombinatie| Nr. | Display Toetsnaam | Uitleg Pagina | ||
| 1 | Naaitoets ![]() | Druk op deze toets om naaisteken, | letters of decoratieve steekpatronen te naaien. | Zie de tabel “Functies van de toetsen”. 30 |
| 2 | Borduurtoets ![]() | Revestig de borduurtafel en druk | op deze toets om patronen te borduren. | 186 |
| 3 | ![]() | Borduurcombinatietoets | Druk op deze toets om borduurpatronen te combineren. Met de borduurcombinatiefuncties kunt u ook originele borduur- of kaderpatronen maken. |
■Naaistekenscherm
Druk met uw vinger op de desbetreffende toetsen om een steekpatroon of een functie van de machine te kiezen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decorstieve staken Rechto steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 100% mm 2.5 mm 4.0 - ?①Hier verschijnt de enkele-naaldstand of de tweelingnaaldstand en de naaldstopstand.


Enkele naald/omlaag Enkele naald/omhoog


Tweelingnaald/omlaag Tweelingnaald/omhoog
②Hier verschijnen de naam en het codenummer van de geselecteerde steek.
③ Hiermee geeft u de persvoetcode weer. Bevestig de hier aangeduide persvoet voordat u gaat naaien.
④Hier verschijnt een voorbeeld van de geselecteerde steek.
Bij een weergavegrootte van 100% is de steek op het scherm ongeveer op ware grootte.
⑤Hier verschijnen de steekpatronen.
⑥ Hier verschijnen extra pagina's die u kunt weergeven (op de afbeelding ziet u pagina 1 van 2).
* Alle toetsfuncties van de display worden uitgelegd in de tabel "Functies van de toetsen" op de volgende pagina.
■Functies van de toetsen

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 100% 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100%| Nr. | Display Toetsnaam | Uitleg Pagina | ||
| 1 | Naaistekentoets Druk [Naalisteken] | op deze toets om een rechte steek, zigzagsteek, knoopsgat, blindzoomsteek of andere vaak gebruikte steek voor het naaien van kleding te selecteren. | 91 | |
| 2 | Letter-/decoratieve Lettersteken en decoratieve steken | stekentoets | Druk op deze toets om letter- of decoratieve steekpatronen te selecteren. 156 | |
| 3 | Schermvergrendeltoets | Druk op deze toets om het scherm te vergrendelen. Wanneer het scherm vergrendeld is, kunt u diverse instellingen niet wijzigen, bijvoorbeeld steekbreedte en steeklengte. Druk opnieuw op de toets om de instellingen weer vrij te zetten. | 86 | |
| 4 | Patroonafbeeldingtoets | Druk op deze toets om een vergrote weergave van het geselecteerde steekpatroon te maken. | 92 | |
| 5 | Startschermtoets | Druk op deze toets wanneer deze verschijnt om terug te keren naar het startscherm en selecteer een andere categorie - “Naaien”, “Borduren” of “Borduurcombinatie”. | 28 | |
| 6 | Stekenoverzicht Druk ![]() | op de toets van het steekpatroon dat u wilt gebruiken. Met | 91 | |
| 7 | Randnaaitoets Wanneer u de ingebouwde camera gebruikt, kunt u door op deze toets te drukken de breedte van de rand van de stof tot de steek meten en de camera instellen voor het naaien van randen. | schakelt u naar een andere steekgroep. | 148 | |
| 8 | Enkele/ [3704] | tweelingnaaldtoets | Druk op deze toets om de tweelingnaaldmodus te selecteren. Telkens wanneer u op deze toets drukt, schakelt u tussen enkele naaldstand en tweelingnaaldstand. Als de toets op het scherm lichtgrijs is, kunt u het geselecteerde steekpatroon niet in de tweelingnaaldstand naaien. | 60 |
| 9 | Oproeptoets Klik op deze toets om een opgeslagen patroon op te halen. 93 | |||
| Nr. | Display | Toetsnaam | Uitleg | Pagina |
| 10 | ![]() | Geheugentoets | U kunt de instellingen van het steekpatroon (zigzagbreedte en steeklengte, draadspanning, automatisch draadknippen of automatische verstevigingssteken enz.) wijzigen en opslaan door op deze toets te drukken. Voor een steekpatroon kunt u vijf groepen instellingen opslaan. | 92 |
| 11 | Reset-toets Druk op deze toets om de opgeslagen instellingen van het geselecteerde steekpatroon terug te zetten op de standaardinstellingen. | 78-79 | ||
| 12 | Persvoet ![]() | naaldwisseltoets | Druk op deze toets alvorens de naald, de persvoet enz. te verwisselen. Met deze toets vergrendelt u alle toetsen, zodat de machine niet in werking treedt. | 65-68 |
| 13 | Heliptoet ![]() | naaimachine | Druk op deze toets om beschrijvingen over het gebruik van de machine weer te geven. | 44 |
| 14 | ![]() | Cameratoets | Druk op deze toets om de met de ingebouwde camera de plaats van de naald te controleren op het scherm. | 87 |
| 15 | ![]() | Instellingstoets | Druk op deze toets om de naaldstopstand te wijzigen, het volume van het zoemgeluid te wijzigen, het patroon of het scherm en andere machine-instellingen te wijzigen. | 35 |
| 16 | Steekbreedte/ ![]() | steeklengtetoets | Hiermee toont u de zigzagbreedte en steeklengte voor het geselecteerde steekpatroon. U kunt de zigzagbreedte en steeklengte wijzigen met de plus- en mintoets. | 78 |
| 17 | ![]() | Draadspanningstoets | Hiermee toont u de automatische draadspanningsinstelling van het geselecteerde steekpatroon. U kunt de draadspanningsinstelling wijzigen met de plus- en mintoets. | 79 |
| 18 | ![]() | Spiegeltoets | Druk op deze toets om een spiegelbeeld van het geselecteerde steekpatroon te maken. Als de toets op het scherm lichtgrijs is, kunt u geen spiegelbeeld van het geselecteerde steekpatroon naaien. | 91 |
| 19 | Automatische [6x7x] | draadkniptoets | Druk op deze toets om automatisch draadknippen in te stellen. Stel automatisch draadknippen in voordat u met naaien begint om automatisch verstevigingssteken te naaien aan het begin en het eind van het naaiwerk (afhankelijk van het patroon naait de machine mogelijk achteruit). Ook worden de draden na het naaien afgeknipt. | 82 |
| 20 | [TSXH] | Automatische verstevigingssteektoets | Druk op deze toets om de instelling voor automatische verstevigingssteken (achteruit naaien) te gebruiken. Als u deze instelling kiest voordat u met naaien begint, worden er automatisch verstevigingssteken genaaid aan het begin en het eind van het naaiwerk (afhankelijk van het patroon naait de machine mogelijk achteruit). | 81 |
| 21 | Vrijmodustoets Druk op deze toets om de vrijmodus te selecteren. De persvoet wordt op een geschikte hoogte gezet en de transporteur wordt omlaag gezet voor vrij quilten. | 116 | ||
| 22 | Spilloets Druk op deze toets om de spilinstelling te selecteren. Wanneer u de spilinstelling selecteert, wordt de naald omlaag gezet wanneer de machine stopt. De persvoet wordt ondertussen iets omhoog gezet. Wanneer u weer begint te naaien, wordt de persvoet automatisch omlaag gezet.Als deze toets er zo uitziet ,kunt u de spilfunctie niet gebruiken.Zorg dat de naald op pagina 36 van de machine-instellingen omlaag staat. | 84 | ||
| 23 | Weergavogette ![]() | patroon | Hiermee geeft u aan op welke grootte het geselecteerde patroon wordt weergegeven.100% : ongeveer het formaat waarop het patroon wordt genaaid50% : helft van het formaat waarop het patroon wordt genaaid25% : kwart van het formaat waarop het patroon wordt genaaid* De grootte waarop het patroon precies wordt genaaid, kan variëren naar gelang het soort stof en draad dat u gebruikt. | 91 |
| 24 | Navigatietoets [SWW7] | Druk op om teken een pagina verder te gaan, of ergens op de balk om een stuk verder te gaan voor extra pagina's of steken. | ||
USB-connectiviteit
U kunt een groot aantal functies uitvoeren met de USB-poorten op de machine. Sluit de apparaten aan volgens de functie van de betreffende poort.

①Eerste (bovenste) USB-poort voor media of kaartlezer/USB-kaartschrijfmodule* (USB 2.0)
* Als u de PE-DESIGN Ver. 5 of later, PE-DESIGN Lite of PED-BASIC hebt aangeschaft, kunt u de bijgesloten USB-kaartschrijfmodule als een borduurkaartlezer aansluiten op de machine, en patronen oproepen.
②USB-poort voor muis (USB 1.1)
③USB-poort voor computer

Opmerking
- De verwerkingssnelheid varieert mogelijk per poortkeuze en hoeveelheid data.
- Plaats niets anders dan een USB-medium in de USB-mediumpoort. Anders beschadigt het USB-mediumstation mogelijk.
■Gebruik van USB-media of borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule\*
Wanneer u patronen wilt verzenden of lezen met het USB-medium of de borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*, sluit dit apparaat dan aan op de eerste (bovenste) USB-poort. De eerste (bovenste) USB-poort verwerkt de data sneller dan de andere poorten.
* Als u de PE-DESIGN Ver. 5 of later, PE-DESIGN Lite of PED-BASIC hebt aangeschaft, kunt u de bijgesloten USB-kaartschrijfmodule als een borduurkaartlezer aansluiten op de machine, en patronen oproepen.

①Eerste (bovenste) USB-poort
②Borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*

Opmerking
- Op deze machine kunt u niet twee USB-media tegelijk gebruiken. Wanneer u twee USB-media in de machine steekt, wordt alleen het USB-medium dat u het eerst hebt geplaatst, geselecteerd.
- Gebruik slechts een borduurkaartlezer die is ontworpen voor deze machine. Bij gebruik van andere kaartlezers werkt de machine mogelijk niet goed.
- U kunt geen borduurpatronen vanaf de machine opslaan op een borduurkaart die is geplaatst in een aangesloten USB-kaartschrijfmodule.

Memo
- USB-media worden veel gebruikt, maar sommige USB-media zijn mogelijk niet bruikbaar op deze machine. Meer bijzonderheden vindt u op onze website.
- Naar gelang het USB-medium dat u gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct aan op de USB-poort van de machine of sluit u de USB-medialees/schrijfmodule aan op de USB-poort van de machine.
- U kunt de optionele borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule* in de eerste (bovenste) of middelste poort steken, als de muis of het pentablet niet is aangesloten.
- U kunt USB-media in de middelste poort steken, maar de eerste (bovenste) USB-poort verwerkt de gegevens sneller. Het is raadzaam om de eerste (bovenste) USB-poort te gebruiken.
■De machine aansluiten op de computer
Met de bijgeleverde USB-kabel kunt u de machine aansluiten op uw computer.

①USB-poort voor computer
②USB-kabelaansluiting

Opmerking
- De aansluitingen op de USB-kabel kunt u alleen in één richting in een aansluiting steken. Als de aansluiting niet goed past, gebruik dan geen kracht. Controleer de richting van de aansluiting.
- Bijzonderheden over de positie van de USB-poort op de computer (of USB-hub) vindt u in de handleiding bij de betreffende apparatuur.
■Gebruik van een USB-muis
Als u de USB-muis aansluit op de machine kunt u allerlei schermhandelingen uitvoeren.
Sluit een USB-muis aan op de USB 1.1-poort met het pictogram : Ook kunt u een USB-muis aansluiten op de andere USB-poort (USB 2.0).

①USB-poort voor muis
②USB-muis

Opmerking
- Voer geen bewerkingen uit met de muis terwijl u het scherm aanraakt met uw vinger of de schermaanraakpen.
- U kunt een USB-muis aansluiten of loskoppelen wanneer u wilt.
- Alleen de linkermuisknop en het muiswiel kunt u gebruiken om bewerkingen uit te voeren. U kunt geen andere muisknoppen gebruiken.
- De muisaanwijzer verschijnt niet in het cameravenster, de schermbeveiliging of de startpagina.
■Klikken op een toets
Wanneer de muis is aangesloten, verschijnt een aanwijzer op het scherm. Schuif met de muis om de aanwijzer op de gewenste toets te zetten en klikt op de linkermuisknop.

Memo
• Dubbelklikken heeft geen effect.

text_image
100% 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20①Aanwijzer
■Van pagina veranderen
Draai het muiswiel om door de tabs van de patroonkeuzeschermen te lopen.

Memo
- Wanneer paginanummers en een verticale schuifbalk voor extra pagina's worden weergegeven, draait u het muiswiel of klikt u op de linkermuisknop, terwijl de aanwijzer


vorige of volgende pagina weer te geven.

text_image
SLUITEN 8
text_image
SLUITEN 2/8■Werken met het pentablet
Wanneer u het bijgeleverde pentablet aansluit op de machine, kunt hiermee oorspronkelijke borduurpatronen maken met My Custom Design. U kunt het pentablet ook gebruiken als USB-muis om uw machine te bedienen. Sluit het pentablet aan op de USB 1.1-poort die is aangegeven met het
pictogram : U kunt het pentablet ook aansluiten op de andere USB-poort (USB 2.0) wanneer u het programma My Custom Design niet gebruikt.

①USB-poort voor muis
② Pentablet
Wanneer u het pentablet aansluit op de naaimachine, is deze geactiveerd wanneer de aanwijzer op het scherm verschijnt. Het blauwe LED-lampje op het tablet is de belangrijkste indicator dat de hardware wordt gebruikt. Normaliter blijft de LED uit. Hij gaat branden wanneer u het oppervlak van het pentablet aanraakt met de tabletpen.

①Werkvlak van de pentablet
②Blauwe LED-lamp

Opmerking
- U kunt het pentablet aansluiten of loskoppelen wanneer u wilt.
- Voer geen bewerkingen uit met het pentablet, terwijl u het LCD-scherm van de machine aanraakt met uw vinger of de bijgeleverde schermaanraakpen.

Memo
- Werkvlak van het pentablet varieert naar gelang de functies van de naaimachine.

①Werkvlak voor normale machinehandelingen
②Werkvlak wanneer u tekent met de pentablet in het programma My Custom Design
Gebruik van de instellingstoets

Druk op om de standaard machine-instellingen (naaldstopstand, borduursnelheid, beginscherm, enz.) te wijzigen. Als u andere instellingenschermen wilt weergeven, drukt u op voor "Naai-instellingen", op voor "Algemene instellingen", of op voor "Borduurinstellingen".

Memo
- Druk op of om een ander instellingenscherm te openen.
Naai-instellingen

text_image
Breedteregeling ON OFF Verticale fijnafstelling - + Horizontale fijnafstelling - + Persvoethoogte 7.5 mm Persvoetdruk 3 Naaldstand bij opstarten ① ② ③ ④ ⑤
text_image
Spilhoogte 3/2 mm Hoogte vrijmodus 10 mm Automatische stofsensor ON OFF ⑥ ⑦ ⑧
text_image
SLUITEN 8 ⑨
text_image
SLUITEN 2/8 ⑨① Hiermee selecteert u of u met de schuifknop voor snelheidsregeling de zigzagbreedte wilt bepalen (zie pagina 115).
②Hiermee past u de lettersteek- of decoratieve steekpatronen aan (zie pagina 162).
③ Hiermee past u de persvoethoogte aan. (Selecteer de hoogte voor de persvoet als deze omhoog staat.)
④ Hiermee past u de persvoetdruk aan. (Hoe hoger de waarde, des te groter de druk. Voor normaal naaien stelt u de druk in op 3.)
⑤ Selecteer of "1-01 Rechte steek (links)" of "1-03 Rechte steek (midden)" automatisch is geselecteerd als naaisteek wanneer u de machine aanzet.
⑥ Wijzig de hoogte waarop de persvoet wordt gezet wanneer u de spilinstelling selecteert (zie pagina 84). Er zijn drie hoogte-instellingen voor de persvoet (3,2 mm, 5,0 mm en 7,5 mm).
⑦ Wijzig de hoogte waarop de persvoet wordt gezet, wanneer u de machine in de vrijmodus zet (zie pagina 116).
⑧ Wanneer deze is ingeschakeld, wordt de dikte van de stof tijdens het naaien automatisch gedetecteerd door een interne sensor. Zo wordt de stof soepel doorgevoerd (zie pagina 76 en 85).
⑨ Hiermee slaat u een afbeelding van het instellingenscherm op een USB-medium op (zie pagina 39).
Algemene instellingen

text_image
Naaldstand - OMHOOG/OMLAAG Naaldstand - steek plaatsen ON OFF Licht Speaker Muisaanwijzer Boven- en onderdraadsensor ON OFF SLUITEN 8
text_image
Schermbeveiliging min KIEZEN Beginscherm Applicatiecontrole ON OFF Nederlands (Dutch) Schermhelderheid SLUITEN
VOORZICHTIG
- Als "Boven- en onderdraadsensor" is uitgeschakeld, verwijderd u de bovendraad. Als u de machine gebruikt met de bovendraad ingeregen, kan de machine niet detecteren of de draad verstrikt is geraakt. Als u de machine gebruikt met een verstrikte draad, kan dit schade veroorzaken.
① Hiermee selecteert u de naaldstopstand (d.w.z. de naaldstand wanneer de machine niet werkt): omhoog of omlaag. Selecteer de omlaag-stand voor het gebruik van de spiltoets.
② Selecteer de toets "Naaldstand - steek plaatsen" in onderstaande stappen (zie pagina 86). Telkens wanneer u op de toets "Naaldstand - steek plaatsen":
"ON (AAN)" drukt, gaat de naald omhoog, stopt deze net voor de laagste stand en gaat vervolgens helemaal omlaag Met "OFF (UIT)" zet u de naald omhoog en vervolgens omlaag
③ Hiermee past u de helderheid van de verlichting van het naaldgebied en het werkgebied aan.
④Hiermee past u het speakervolume aan.
⑤ Hiermee wijzigt u de vorm van de aanwijzer wanneer u een USB-muis gebruikt (zie zie pagina 39).
⑥ Hiermee zet u zowel de boven- als de onderdraadsensor "Aan" of "Uit". Als de sensor uit staat, kunt u de machine zonder draad gebruiken.
⑦ Selecteer na hoeveel tijd de schermbeveiliging verdwijnt. U kunt een instelling opgeven tussen "UIT" (0) en "60" minuten, in stappen van 1 minuut.
⑧Hiermee wijzigt u de afbeelding van de schermbeveiliging (zie pagina 40).
⑨ Hiermee selecteert u het beginscherm dat wordt weergegeven wanneer u de machine aanzet (zie pagina 41).
⑩ Druk op "ON (AAN)" wanneer u My Custom Design gebruikt, de software om borduurgegevens te creëren. Zie de gebruiksaanwijzing (PDF) op de My Custom Design-CD die bij deze machine is geleverd.
⑪Hiermee wijzigt u de schermtaal (zie pagina 41).
⑫ Hiermee wijzigt u de helderheid van de schermweergave (zie pagina 342).

text_image
Als u de upgradekit hebt aangeschaft en u de naaimachine wilt certificeren, druk dan op [CERTIFICATIE]. KIT I KIT II KIT III CERTIFICATIE Serviceherinnering 000000000 Totaalaantal 000000000 No. ********* Softwareversie 1 *.** Softwareversie 2 *.** SLUITEN 8⑬Hiermee certificeert u uw machine wanneer u een van de upgradepakketten koopt.
⑭Hiermee geeft u de serviceherinnering weer, een geheugensteuntje om de machine regelmatig een servicebeurt te laten geven. (Neem hiervoor contact op met uw officiële dealer.)
⑮Hiermee geeft u het totaal aantal steken weer dat is genaaid op deze machine.
⑯Het "No." is het interne nummer voor de borduur- en naaimachine.
⑰Hiermee toont u de programmaversie.
"Softwareversie 1" geeft de programmaversie van de display weer, "Softwareversie 2" de programmaversie van de machine.
⑱Hiermee slaat u een afbeelding van het instellingenscherm op een USB-medium op (zie pagina 39).

Memo
- De nieuwste versie van de software is geïnstalleerd op uw machine. Informeer bij uw plaatselijke erkende Brother-dealer of kijk op “http://solutions.brother.com” of er updates beschikbaar zijn (zie pagina 357).
Borduurinstellingen

text_image
Borduurraamschem 30cm × 20cm #123 ABC NAAM KLEUR #123 Embroidery Max. borduursnelheid 1000 spm Borduurspanning 10 Borduurvoethoogte 1.5 mm SLUITEN 8①Hiermee kiest u uit 14 borduurraamschermen (zie pagina 238).
②Hiermee wijzigt u de garenkleurweergave in het borduurscherm, het garennummer en de kleurnaam (zie pagina 237).
③Wanneer u garennummer "#123" selecteert, kunt u kiezen uit 6 garenmerken (zie pagina 237).
④Hiermee wijzigt u de maximuminstelling borduursnelheid (zie pagina 237).
⑤Hiermee past u de draadspanning aan voor borduren. (zie pagina 233).
⑥Hiermee selecteert u de hoogte van borduurvoet "W" tijdens het borduren (zie pagina 200).

text_image
mm Beginfunctie Achtergrondkleur borduurpatroon KIEZEN Achtergrondkleur miniatur KIEZEN Afstand patroon - rigsteek 500 mm Afstand applicatie - omtrek SLUITEN
text_image
Weergave achtergrondafbeelding ON OFF Stofdiktesensor ON OFF Miniatur formaat - + SLUITEN ?⑦Hiermee wijzigt u de maateenheid van de display (mm/inch).
⑧Hiermee wijzigt u de beginfunctie van de display (borduren/combinatieborduren).
⑨ Hiermee wijzigt u de achtergrondkleur voor de weergave van het borduurgebied (zie pagina 42).
⑩Hiermee wijzigt u de achtergrondkleur voor het miniaturengebied (zie pagina 42).
⑪Hiermee wijzigt u de afstand van het patroon tot de rijgsteek (zie pagina 299).
⑫ Hiermee wijzigt u de afstand tussen het applicatiepatroon en de omtrek (zie pagina 300).
⑬Hiermee geeft u de stof weer terwijl u de borduurpositie uitlijnt (zie pagina 211).
⑭ Hiermee geeft u het formaat van de patroonminiaturen op (zie pagina 43).
⑮ Hiermee slaat u een afbeelding van het instellingenscherm op een USB-medium op (zie pagina 39).
■ Een afbeelding van het instellingenscherm opslaan op een USB-medium
U kunt een afbeelding van het instellingenscherm opslaan als BMP-bestand.
U kunt maximaal 100 afbeeldingen opslaan op één USB-medium.
1 Plaats het USB-medium in de eerste (bovenste) USB-poort op de rechterkant van de machine.

①Eerste (bovenste) USB-poort
②USB-medium
2 Druk op
→ Het scherm Naai-instellingen verschijnt. Selecteer de pagina van het instellingenscherm waarvan u een schermafbeelding wilt opslaan.
3 Druk op
→ Het afbeeldingsbestand wordt opgeslagen op het USB-medium.
4 Verwijder het USB-medium en bekijk vervolgens de opgeslagen afbeelding met een computer.
De afbeeldingen van het instellingenscherm worden opgeslagen onder de naam "S**.BMP".
* "***" in de naam wordt automatisch "S**.BMP" vervangen door een getal tussen 00 en 99.
Opmerking • Als 100 afbe ongeslagen
- Als 100 afbeeldingsbestanden reeds zijn opgeslagen op het USB-medium, verschijnt onderstaande boodschap. Verwijder dan een bestand van het USB-medium of gebruik een ander USB-medium.

text_image
Bestand niet opgeslagen. SLUITEN
■Vorm van de aanwijzer wijzigen wanneer u een USB-muis gebruikt
In het instellingenscherm kunt u de aanwijzervorm selecteren die verschijnt wanneer een USB-muis wordt aangesloten. Naar gelang de achtergrondkleur selecteert u de gewenste vorm uit de drie beschikbare opties.
Memo
- Voor meer informatie over het wijzigen van de achtergrondkleur, zie "Achtergrondkleur van de borduurpatronen wijzigen" op pagina 42.
1 Druk op
→ Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
2 Druk op .
→ Het scherm Algemene instellingen verschijnt.
3 Scherm 3/8 (pagina 3 van 8) van het scherm Algemene instellingen.
4 Met en kiest u de aanwijzervorm uit de drie beschikbare opties ( ,en ▶).

text_image
Naaldstand - OMHOOG/OMLAAG Naaldstand - steek plaatsen ON OFF Licht Speaker Muisaanwijzer Boven- en onderdraadsensor5 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Memo • De in
- De instelling blijft geselecteerd zelfs wanneer u de machine uitschakelt.
■Afbeelding van de schermbeveiliging wijzigen
In plaats van de standaardafbeelding kunt u originele afbeeldingen selecteren voor de schermbeveiliging van uw machine.
Alvorens de afbeelding van de schermbeveiliging te wijzigen bereidt u de afbeelding voor op uw computer of USB-medium.
Compatibele afbeeldingsbestanden
| Bestandstype | JPEG (.jpg) |
| Bestandsgrootte | Max. 150 KB per afbeelding |
| Bestandsdimensie | 480 × 800 pixels of minder (als de afbeelding meer dan 480 pixels breed is, wordt deze geïmporteerd met een breedte van 480 pixels.) |
| Aantal toegestaan | 5 of minder |

Opmerking
- Wanneer u een USB-medium gebruikt, mag deze alleen uw eigen afbeeldingen bevatten die u wilt selecteren als schermbeveiliging.
- Mappen worden herkend. Open de map met uw eigen afbeeldingen.

Druk op
→ Het scherm Naai-instellingen verschijnt.

Druk op .
→ Het scherm Algemene instellingen verschijnt.

Scherm 4/8 (pagina 4 van 8) van het scherm Algemene instellingen.

Druk op . KIEZEN

text_image
Schermbeveiliging min KIEZEN
Druk op . AANPASSEN

text_image
STANDAARD AANPASSEN STANDAARD 01
Sluit (met een USB-kabel) het USB-medium of de computer waarop uw eigen afbeelding staat aan op de USB-poort van de machine.
* Voor USB-connectiviteit, zie pagina 32.

Druk op om de eerste afbeelding te selecteren.

text_image
STANDAARD AANPASSSEN AANPASSSEN 01 AANPASSSEN 02* De afbeeldingen verschijnen in een lijst op dit scherm. Selecteer het nummer van de gewenste afbeelding.

Selecteer het apparaat dat is aangesloten.

text_image
STANDAARD AANPASSEN TERUG SLUITEN* Druk op wanger u een USB-medium aansluit op de eerste (bovenste) USB-poort.
* Druk op wanger u een USB-medium aansluit op de middelste USB-poort.
* Druk op wannere u een computer aansluit met een USB-kabel en kopieer vervolgens uw eigen afbeeldingen naar "Verwisselbare schijf," die op het bureaublad van de computer verschijnt.
→ Een lijst met uw eigen afbeeldingen verschijnt op het scherm.
* Druk op om de geselecteerde afbeelding te verwijderen.
* Druk op ome naar de vorige pagina te gaan.
9 Druk op een bestandsnaam om de afbeelding te selecteren en druk vervolgens op INSTELLEN.

text_image
STANDAARD AANPASSEN ABCD EFGH IJKL TERUG INSTELLEN SLUITEN→ De geselecteerde afbeelding wordt opgeslagen op uw machine.
* Druk op omenaar de vorige pagina te gaan.
10 Herhaal de procedure vanaf stap 7 om de overige afbeeldingen te selecteren.
11 Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
■Het beginscherm selecteren
U kunt het beginscherm wijzigen.
1 Druk op
→ Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
2 Druk op .
→ Het scherm Algemene instellingen verschijnt.
3 Scherm 4/8 (pagina 4 van 8) van het scherm Algemene instellingen.
4 Met en selecteert u de instelling voor het beginscherm.

text_image
Schermbeveiliging min KIEZEN Beginschemm* B e g i n s c h e r m : Wanneer u dogmach verschijnt het startscherm nadat u op het scherm van de openingsfilm drukt.
* Startpagina: Wanneer u de machine inschakelt, verschijnt het startscherm.
* Naai/borduurscherm: Wanneer u de machine inschakelt, verschijnt het borduurscherm wanneer de borduurtafel aan de machine is bevestigd; of het naaischerm als de borduurtafel niet is bevestigd aan de machine.
5 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
■Schermtaal kiezen
1 Druk op
→ Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
2 Druk op .
→ Het scherm Algemene instellingen verschijnt.
3 Scherm 4/8 (pagina 4 van 8) van het scherm Algemene instellingen.
4 Met en kiest u de schermtaal.

text_image
Schermbeveiliging min KIEZEN Beginscherm Applicatiecontrole ON OFF Nederlands (Dutch)①Schermtaal
5 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
■Achtergrondkleur van de borduurpatronen wijzigen
In het instellingenscherm kunt u de achtergrondkleuren voor het borduurpatroon en de patroonminiaturen wijzigen. Naar gelang de patroonkleur selecteert u de gewenste achtergrondkleur uit de 66 beschikbare instellingen. U kunt andere achtergrondkleuren selecteren voor het borduurpatroon en de patroonminiaturen.
1 Druk op
→ Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
2 Druk op .
→ Het scherm Borduurinstellingen verschijnt.

Memo
- Wanneer u Borduren of Borduurcombinatie gebruikt, drukt u op omnet borduurinstellingenscherm direct te openen.
3 Scherm 7/8 (pagina 7 van 8) van het scherm Algemene instellingen.
4 Druk op • KIEZEN

text_image
mm Beginfunctie KIEZEN ① Achtergrondkleur borduurpatroon KIEZEN ② Achtergrondkleur miniatur①Achtergrond borduurpatroon
②Achtergrond patroonminiaturen
5 Selecteer de achtergrondkleur uit de 66 beschikbare instellingen.

①Achtergrond borduurpatroon
②Geselecteerde kleur

①Achtergrond patroonminiaturen
②Geselecteerde kleur
6 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Memo • De ins
- De instelling blijft geselecteerd zelfs wanneer u de machine uitschakelt.
■Het formaat van patroonminiaturen opgeven
De miniaturen om een borduurpatroon te selecteren kunt u zo instellen dat ze normaal of groot worden weergegeven. Het grote formaat is 1,5 maal het normale formaat.

text_image
cm cm 1/9 TERUG INSTELLEN

text_image
cm cm 1/7 TERUG INSTELLEN1 Druk op
→ Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
2 Druk op .
→ Het scherm Borduurinstellingen verschijnt.
3 Scherm 8/8 (pagina 8 van 8) van het scherm Algemene instellingen.
4 Druk op of op om het gewenste miniatuurformaat te selecteren.

text_image
Weergave achtergrondafbeelding Stofdiktesensor Miniatuur formaat - +

Opmerking
- Als de instelling van het miniatuurformaat is gewijzigd, werkt deze wijziging niet onmiddellijk door in het patroonkeuzescherm. Als u de patronen wilt weergeven op het nieuwe miniatuurformaat, ga dan terug naar het categoriekeuzescherm, en selecteer vervolgens de patrooncategorie opnieuw.
Gebruik van de Helptoets naaimachine

Druk op -on? het helpscherm van de naaimachine te openen. Er zijn drie functies beschikbaar in het onderstaande scherm.

text_image
GEBRUIKSAANWIJZING NAAIAANWIJZING PATROONUITLEG SLUITEN① Druk op deze toets om beschrijvingen te tonen van het inrijgen van de bovendraad, het opwinden van de spoel, het verwisselen van de persvoet, het voorbereiden van het borduurpatroon en het gebruik van de machine (zie pagina 47).
② Druk op deze toets om naaisteken te selecteren, als u niet weet welke steek u moet gebruiken of hoe u de steek moet naaien (zie pagina 45).
③ Druk op deze toets om een uitleg van de geselecteerde steek weer te geven. (zie pagina 46).
Gebruik van de gebruiksaanwijzingfunctie
Druk op om het hieronder getoonde scherm te openen. Bovenaan het scherm staan zes categorieën. Door op een toets te drukken krijgt u meer informatie over die categorie.
![]() | ![]() | ![]() |
| Met toont u informatie overde belangrijkste onderdelen van de machineen hun functies. Dit is het eerste scherm datverschijnt wanneer u op GEBRUIKSAANWLJZINGdrukt. | Met toont u informatie overde bedieningstoetsen. | Met toont u informatie overhet inrijgen van de machine, het verwisselenvan de persvoet enz. Enkele van de functiesworden beschreven in de filmpjes. Door dezefilmpjes te kijken krijgt u meer inzicht in defuncties. |
![]() | ![]() | ![]() |
| Met toont u informatie overhet bevestigen van de borduurtafel,klaarmaken van stof voor borduren enz.Sommige van deze functies wordenbeschreven in de films. Door deze filmpjes tekijken krijgt u meer inzicht in de functies. | Met toont u informatie overprobleemoplossing. | Met toont u informatie overhet reinigen van de machine enz.Sommige van deze functies wordenbeschreven in de films. Door deze filmpjes tekijken krijgt u meer inzicht in de functies. |
Voorbeeld: Informatie tonen over het inrijgen van de bovendraad
1 Druk op . ?
2 Druk op QEBRUIKSAANWIJZING


3 Druk op .BASIS BEDIENING
→ Het onderste gedeelte van het scherm verandert.
4 Druk op (bovendraad inrijgen).

text_image
BELANGRUKSTE ONDEROELIN BASIE BEERING PROBLEM OPLOGEN BELANGRUKSTE TOETSEN BORUPHEN BASIE BEERING ONDERHOUD SLUITEN→ In dit scherm vindt u aanwijzingen voor het inrijgen van de machine.
5 Lees de aanwijzingen.
* Druk op om een video te kijken van de weergegeven instructies. Druk op onder de film om terug te gaan naar het begin. Druk op om te pauzeren. Druk op om opnieuw te starten na de pauze. Druk op SLUITEN om de film af te sluiten. * Druk op om naar de volgende pagina te gaan. * Druk op om naar de vorige pagina te gaan.
6 Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Gebruik van de naaiaanwijzingfunctie
Met de naaiaanwijzingfunctie kunt u patronen selecteren in het naaistekenscherm. Gebruik deze functie als u niet weet welke steek u moet gebruiken voor uw toepassing, of voor advies over bepaalde steken. Als u bijvoorbeeld overhands wilt naaien, maar niet weet welke steek u daarvoor moet gebruiken of hoe u de steek moet naaien, kunt u op dit scherm hulp krijgen. We raden beginners aan hun steken op deze manier te kiezen.
1 Geef in de startpagina de categorie naaisteken op.
2 Druk op ?
3 Druk op .NAAIAANWIJZING
→ Het adviesscherm verschijnt.

text_image
GEBRUIKSAANWIJZING NAAIAANWIJZING4 Druk op de toets in de categorie waarvan u de naai-instructies wilt zien.
* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.

text_image
RECHTE STEEK OVERHANDSE SCHELP PLISSEREN KNOOPSGAT KNOPEN RECHTE STEEK BARTACK RITS INZETTEN PLATTE ZOOMSTEEK FIGUURNAADZOOM BLINDZOOMSTEEK SLUITEN 1/25 Lees de beschrijvingen en kies de gewenste steek.
→ Op het scherm verschijnen aanwijzingen voor het naaien van de geselecteerde steek. Volg de aanwijzingen om de steek te naaien.
Gebruik van de patroonbeschrijvingsfunctie
Wilt u meer weten over het gebruik van een steekpatroon? Selecteer dit patroon en druk op
? en vervolgens op omdeem
beschrijving van de gekozen steek te bekijken.

Opmerking
- Met de patroonbeschrijvingsfunctie geeft u beschrijvingen weer voor de patronen die beschikbaar zijn in het naaistekenscherm en het letter-/decoratievestekenscherm.
- Er wordt een beschrijving weergegeven voor elk patroon in het naaistekenscherm. Er wordt ook een beschrijving weergegeven voor de categorie letter-/decoratieve steken.
- Als de toets op het scherm lichtgrijs is, kunt u de patroonbeschrijvingsfunctie
Voorbeeld: Informatie tonen over

1 Druk op 4-01
2 Druk op ?

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 4-01 Smal afgerond knoopsqat 4-01 4-02 4-03 4-04 4-05 4-06 4-07 4-08 4-09 4-10 4-11 4-12 4-13 4-14 4-15 4-16 4-17 4-18 4-19 4-20 4-21 4-22 4-23 4-24 4-25 100% mm - mm - + - ?3 Druk op . PATROONUITLEG


text_image
GEBRUIKSAANWIJZING NAAIAANWIJZING PATROONUITLEG
→ Op het scherm verschijnt informatie.
4 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Memo
- De instellingen blijven weergegeven, zodat u de steek kunt aanpassen.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Spoel opwinden

flowchart
graph LR
A["Druk op"] --> B["?"]
B --> C["GEBRUIKSAANWIJZING"]
C --> D["BASIS BEDIENING"]
E["→"] --> F["in deze volgorde om op"]
F --> G["Computer icon"]
de display een video weer te geven over het opwinden van de spoel (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.
VOORZICHTIG
- De bijgesloten spoel is specifiek ontworpen voor deze naaimachine. Als u een spoel van een ander model gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of spoelen van hetzelfde type (onderdeelcode: SA156, (SFB: XA5539-151)).

■Gebruik van de extra klospen
Bij deze naaimachine kunt u de spoel tijdens het naaien opwinden. Terwijl u borduurt met de hoofdklospen, kunt u de spoel opwinden met de extra klospen.

text_image
6 5 ① 3,4 2 7,8,11 9 10 1①Extra klospen
1 Zet de hoofdschakelaar aan en open het bovendeksel.
2 Houd de gleuf in de spoel tegenover de veer op de spoelwinderas en plaats de spoel op de as.

4 Zet de draadklos zo op de extra klospen dat de draad aan de voorkant afwikkelt. Duw de kloskap zo ver mogelijk op de klospen om de draadklos vast te zetten.

- Als u de draadklos en/of de kloskap niet juist hebt geïnstalleerd, kan de draad verstrikt raken op de klospen. Hierdoor kan de naald breken.
- Gebruik de kloskap (groot, medium of klein) die de grootte van de draadklos het dichtst benadert. Als u een kloskap gebruikt die kleiner is dan de draadklos, komt de draad mogelijk klem te zitten in de gleuf in de rand van de klos. Hierdoor kan de naald breken.

Memo
- Wanneer u naait met fijne kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige ruimte tussen de kap en de draadklos.

①Kloskap (klein)
②Draadklos (kruiswikkeldraad)
③Ruimte
5 Houd de draad met uw rechterhand vast bij de draadklos. Houd met uw linkerhand het uiteinde van de draad vast en leid de draad met beide handen rond de draadgeleider.

6 Leid de draad rond de voorspanningsschijf. Zorg dat de draad zich onder de voorspanningsschijf bevindt.

①Voorspanningsschijf
→ Zorg dat de draad onder de voorspanningsschijf doorgaat.

②Voorspanningsschijf
③Trek de draad zo ver mogelijk naar binnen.
→ Controleer of de draad goed tussen de voorspanningsschijven zit.
7 Wind de draad vijf à zes maal met de klok mee om de spoel.

8 Leid het uiteinde van de draad door de geleidegleuf in de spoelwinderbasis en trek de draad vervolgens naar rechts om de draad af te snijden met de draadafsnijder.

①Geleidegleuf (met ingebouwde draadafsnijder)
②Spoelwinderbasis

VOORZICHTIG
- Volg de beschreven procedure. Als de draad niet wordt afgesneden met de snijder en de spoel wordt opgewonden, kan de draad verstrikt raken wanneer deze op raakt. Hierdoor kan de naald breken.
9 Zet de spoelopwindschakelaar naar links, totdat hij op zijn plaats klikt.

①Spoelopwindschakelaar

Memo
- Door de spoelopwindschakelaar naar links te schuiven, zet u de machine in spoelopwindmodus.
→ Het spoelopwindvenster verschijnt.
10 Druk op START
→ Het opwinden van de spoel start automatisch. De spoel stopt met draaien wanneer hij is opgewonden. De spoelopwindschakelaar schuift automatisch terug naar de oorspronkelijke stand.

text_image
- + SLUITEN START
Opmerking
- verandert in terwijl de spoel wordt opgewonden.
- Blijf in de buurt van de naaimachine om te controleren of de onderdraad juist wordt opgewonden. Als de onderdraad niet goed wordt opgewonden, druk dan onmiddellijk op om het opwinden van de spoel te stoppen.
- Het opwinden van stijve draad, zoals nylondraad voor quilten, klinkt misschien anders dan het opwinden van normale draad. Dit wijst niet op een storing.

Memo
- U kunt de opwindsnelheid aanpassen door op (lager) of op (hoger) in het spoelwindvenster te drukken.

text_image
- + SLUITEN STOP- Druk op om het spoelopwindvenster te minimaliseren. Vervolgens kunt u andere bewerkingen uitvoeren, bijvoorbeeld een steek selecteren of de draadspanning aanpassen, terwijl de spoel wordt opgewonden.
- Druk op (rechts boven in de display) om het spoelopwindvenster opnieuw weer te geven.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-1211 Snijd de draad af met de draadafsnijder en verwijder de spoel.

- Trek niet aan de spoelwinderbasis wanneer u de spoel verwijdert. Hierdoor wordt de spoelwinderbasis losser gemaakt of verwijderd, waardoor u de naaimachine mogelijk beschadigt.

VOORZICHTIG
- Wanneer de spoel niet goed is geïnstalleerd, wordt de draadspanning mogelijk losser. Hierdoor kan de naald kan breken en letsel veroorzaken.

■Gebruik van de klospen
U kunt de hoofdklospen gebruiken om de spoel te winden voordat u gaat naaien. U kunt deze klospen niet gebruiken om de spoel te winden tijdens het naaien.

1 Zet de hoofdschakelaar aan en open het bovendeksel.
2 Houd de gleuf in de spoel tegenover de veer op de spoelwinderas en plaats de spoel op de as.

3 Draai de klospen zo dat deze omhoog wijst. Zet de draadklos zo op de klospen dat de draad vanaf de voorkant van de klos afwikkelt.

4 Duw de kloskap zo ver mogelijk op de klospen en zet de klospen weer in de oorspronkelijke stand.
5 Houd de draad met beide handen vast om deze omhoog te trekken van onder de draadgeleiderplaat.

6 Leid de draad door de draadgeleider.

7 Leid de draad rond de voorspanningsschijf. Zorg dat de draad zich onder de voorspanningsschijf bevindt.

①Draadgeleider
②Voorspanningsschijf
8 Volg stap 7 t/m 11 op pagina 50 t/m 51.
■Gebruik van de kloshouder
Om draad op de spoel te winden terwijl de kloshouder is geïnstalleerd, leidt u de draad van de klos door de draadgeleider op de uitschuifbare draadgeleider. Vervolgens windt u de spoel op volgens stap 5 t/m 11 van "Gebruik van de extra klospen" op pagina 49 t/m pagina 51.

- Voor meer informatie over het monteren van de kloshouder, zie pagina 21.
- Voor meer informatie over het inrijgen van de bovendraad met de kloshouder, zie pagina 63.

VOORZICHTIG
- Wanneer u draad op de spoel windt, mag u de spoelopwinddraad niet kruisen met de bovendraad in de draadgeleiders.
■Draad ontwarren van onder de spoelwinderbasis
Als het opwinden van de spoel begint wanneer de draad niet goed door de voorspanningsschijf is geleid, kan de draad verstrikt raken onder de spoelwinderbasis.
Wind de draad als volgt af.

- Verwijder de spoelwinderbasis niet, ook al is de draad verstrikt onder de spoelwinderbasis. Dit kan letsel tot gevolg hebben.
Als de draad is verstrikt onder de spoelwinderbasis, druk dan eenmaal op STOP om het opwinden van de spoel te stoppen.

text_image
- + SLUITEN STOP2 Knip met een schaar de draad af naast de voorspanningsschijf.

①Voorspanningsschijf
3 Duw de spoelopwindschakelaar naar rechts en haal de spoel minstens 10 cm (4 inch) van de as.

4 Knip de draad af in de buurt van de spoel en houd het uiteinde in uw linkerhand. Wind de draad met uw rechterhand in de buurt van de spoel met de klok mee af, zoals hieronder aangegeven.

5 Wind de spoel opnieuw op.

Opmerking
- Zorg dat de draad goed door de voorspanningsschijf gaat (pagina 49).
Spoel aanbrengen

flowchart
graph LR
A["Druk op ?"] --> B["GEBRUIKSAANWIJIZING"]
B --> C["BASIS BEDIENING"]
A --> D["→"]
D --> E["in die volgorde om een"]
video van de bewerking weer te geven op de display (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.

VOORZICHTIG
- Gebruik een onderdraad die juist is gewonden. Anders breekt de naald mogelijk of is de draadspanning onjuist.


- De bijgesloten spoel is specifiek ontworpen voor deze naaimachine. Als u een spoel van een ander model gebruikt, werkt de machine niet goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of spoelen van hetzelfde type (onderdeelcode: SA156, (SFB: XA5539-151)).

- Voordat u de spoel plaatst of verwisselt, moet u in de display op Uen. Anders kunt u letsel oplopen als u op de "Start/stoptoets" of op een andere toets drukt en de machine begint te naaien.
1 Druk op
2 Schuif de grendel van het spoelhuisdeksel naar rechts.

①Spoelhuisdeksel
②Grendel
→ Het spoelhuisdeksel gaat open.
3 Verwijder het spoelhuisdeksel.
4 Houd de spoel vast met uw rechterhand en het uiteinde van de draad met uw linkerhand.

5 Plaats de spoel zo in het spoelhuis dat de draad naar links afwikkelt.

6 Houd de spoel vast met uw rechterhand en leid de draad met uw linkerhand.

Leid de draad door de geleider en trek de draad uit naar de voorkant.

→ De draadafsnijder snijdt de draad af.

Opmerking
- Als de draad niet goed is ingebracht in de spanningsveer van het spoelhuis, is de draadspanning mogelijk niet goed. (zie pagina 79)

- Duw de spoel omlaag met uw vinger en wikkel de onderdraad juist af. Anders breekt de draad mogelijk of is de draadspanning onjuist.

Plaats het lipje in de linkerbenedenhoek van het spoelhuisdeksel (1) en druk zachtjes op de rechterkant om het deksel te sluiten (2).

Onderdraad naar boven halen
Bij sommig naaiwerk wilt u de onderdraad misschien naar boven halen, bijvoorbeeld als u plooien, figuurnaden, fantasie lappendekens of borduurwerken naait.

Memo
- U kunt de onderdraad naar boven halen nadat u de bovendraad hebt ingeregen ("BOVENDRAAD INRIJGEN" op pagina 57).

Leid de onderdraad door de gleuf en volg het pijltje in de afbeelding.
* Snijd de draad niet af met de draadafsnijder. * Zet het spoelhuisdeksel niet terug op zijn plaats.

Houd de bovendraad vast en druk op de "Naaldstandtoets" om de naald omlaag te zetten.

Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten.

Trek zachtjes aan de bovendraad. Een lus van de onderdraad komt uit het gat in de naaldplaat.

Trek de onderdraad omhoog, leid deze onder de persvoet en trek deze ongeveer 100 mm (ca. 3-4 inch) naar de achterkant van de machine, gelijk met de bovendraad.

①Bovendraad
②Onderdraad

Zet het spoelhuisdeksel weer op zijn plaats.

Druk op ? → GEBRUIKSAANWIJZING → BASIS BEDIENING
→ in die volgorde om een
video van de bewerking weer te geven op de display (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.
VOORZICHTIG
- Rijg de naaimachine op de juiste manier in. Wanneer u de machine niet juist inrijgt, kan de draad verstrikt raken, waardoor de naald breekt. Dit kan letsel tot gevolg hebben.
- Wanneer u de transportvoet, de zijsnijder of accessoires gebruikt die niet bij deze machine zijn inbegrepen, bevestig dan het accessoire aan de machine na het inrijgen.

Memo
- Automatisch inrijgen kunt u met naaimachinenaalden 75/11 t/m 100/16.
- Transparant monofilament nylongaren en garen 130/20 of dikker kunt u niet automatisch inrijgen.
- Met de platte naald of de tweelingnaald kunt u niet automatisch inrijgen.

text_image
8 7 4, 5 6 12 3 2, 10 13 11 9 14, 15 2 1 11 Zet de hoofdschakelaar aan.
2 Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omhoog te zetten.

→ Het bovendraadluikje gaat open, zodat u de machine kunt inrijgen.

- Deze machine heeft een bovendraadluikje, zodat u kunt controleren of de bovendraad goed is ingeregen.
3 Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten.

- Als u probeert de naald automatisch in te rijgen zonder de naald omhoog te zetten, wordt de naald mogelijk niet juist ingeregen.
4 Draai de klospen zo dat deze omhoog wijst. Zet de draadklos zo op de klospen dat de draad vanaf de voorkant van de klos afwikkelt.

5 Duw de kloskap zo ver mogelijk op de klospen en zet de klospen weer in de oorspronkelijke stand.

VOORZICHTIG
- Als u de draadklos en/of de kloskap niet juist hebt geïnstalleerd, kan de draad verstrikt raken op de klospen. Hierdoor kan de naald breken.
- Gebruik de kloskap (groot, medium of klein) die de grootte van de draadklos het dichtst benadert. Als u een kloskap gebruikt die kleiner is dan de draadklos, komt de draad mogelijk klem te zitten in de gleuf in de rand van de klos. Hierdoor kan de naald breken.

Memo
- Wanneer u naait met fijne kruiswikkeldraad, gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige ruimte tussen de kap en de draadklos.

①Kloskap (klein)
②Draadklos (kruiswikkeldraad)
③Ruimte
6 Houd de draad met beide handen vast om deze omhoog te trekken van onder de draadgeleiderplaat.

7 Houd de draad in uw rechterhand en leid de draad in de aangegeven richting door de draadgeleider.

8 Leid de draad omlaag, omhoog en vervolgens omlaag door de groef, zoals aangegeven in de illustratie.

- Controleer of de draadophaalhendel in het bovenste deel van de groef de draad pakt.

①Controleer in het bovenste deel van de groef
9 Leid de draad door de draadgeleider op de naaldstang (aangegeven met "6"). Houd hiertoe de draad met beide handen vast en leid deze zoals aangegeven in de illustratie.

①Draadgeleider op de naaldstang
10 Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omlaag te zetten.

11 Leid de draad door de draadgeleiderschijven (aangegeven met "7"). Zorg dat de draad door de groef in de draadgeleider gaat.

①Groef in draadgeleider
12 Trek de draad omhoog door de draadafsnijder om de draad af te knippen, zoals aangegeven in de illustratie.

- Wanneer u een draad gebruikt die snel afwindt van de klos, zoals metallic garen, is het misschien moeilijk om de naald in te rijgen nadat u de draad hebt afgesneden. In plaats van de draadafsnijder te gebruiken, kunt u beter 80 mm (ca. 3 inch) draad uittrekken nadat u deze door de draadgeleiderschijven (aangegeven met "7") hebt geleid.

13 Druk op de "Automatisch inrijgentoets" om de naald automatisch in te rijgen.

→ De draad gaat door het oog van de naald.

Memo
- Wanneer u op de "Automatisch inrijgentoets" drukt, wordt de persvoet automatisch omlaag gezet. Wanneer het inrijgen is voltooid, gaat de persvoet terug naar de stand waarin hij stond toen u op de "Automatisch inrijgentoets" drukte.
14 Trek voorzichtig aan het draaduiteinde dat door het oog van de naald is getrokken.
* Als zich een lus heeft gevormd in de draad die door het oog van de naald is geleid, trek de lus er dan uit naar de achterkant van de naald.

- Trek niet te hard aan de lus. Anders kan de naald breken.
15 Trek ongeveer 10-15 cm (ca. 4-6 inch) draad uit, en leid deze onder de persvoet naar de achterkant van de machine.
→ Zet de persvoethendel omhoog, als de persvoet omlaag staat.

- Als de naald niet kon worden ingeregen of de draad niet door de draadgeleiders op de naaldstang is geleid, voer dan de procedure uit vanaf stap 3.
Leid de draad vervolgens door het oog van de naald na stap 9.

Opmerking
- Sommige naalden kunt u niet inrijgen met de naaldinrijger. Gebruik dan niet de naaldinrijger nadat u de naald door de draadgeleider op de naaldstang (aangegeven met "6") hebt geleid, maar leid de naald handmatig vanaf de voorkant door het oog van de naald.

Gebruik van de tweelingnaaldstand
U kunt de tweelingnaald alleen gebruiken bij patronen waarbij verschijnt, nadat u ze hebt gekozen. Alvorens een steekpatroon te selecteren, controleert u of de steek kan worden genaaid in de tweelingnaaldstand (zie de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze bedieningshandleiding).

VOORZICHTIG
- Tweelingnaald (onderdeelcode XE4963-001) wordt aanbevolen voor deze machine. Neem contact op met uw officiële dealer voor vervangende naalden (formaat 2,0/11 wordt aanbevolen).
- Stel beslist de tweelingnaaldstand in als u een tweelingnaald gebruikt. Als u een tweelingnaald gebruikt terwijl de machine in de enkele naaldstand staat, kan de naald breken en schade veroorzaken.
- Naai niet met verbogen naalden. Een verbogen naald kan breken en letsel veroorzaken.
- Als u de tweelingnaald gebruikt, werk dan alleen met persvoet "J".
- Wanneer u de tweelingnaald gebruikt, worden de steken mogelijk te dicht opeen genaaid naar gelang het soort draad en stof dat u gebruikt. Gebruik monogramvoet "N" voor decoratieve steken.
- Voordat u de naald verwisselt of de machine
inrijgt moet u in de display op drukken. Anders kunt u letsel oplopen als u op de "Start/stoptoets" of op een andere toets drukt en de machine begint te naaien.
1 Druk op tijnalleer de tweelingnaald ("NAALD VERWISSELEN" op pagina 67).

2 Rijg de machine voor de eerste naald in volgens de procedure voor een enkele naald ("Bovendraad inrijgen" op pagina 57).

3 Leid de draad door de draadgeleiders op de naaldstang en rijg vervolgens de naald aan de linkerkant handmatig in.

①Draadgeleiders op de naaldstang

Opmerking
- U kunt de "Automatisch inrijgentoets" niet gebruiken. Rijg de tweelingnaald handmatig in van voren naar achteren. Als u hierbij de "Automatisch inrijgentoets" gebruikt, kunt u de machine beschadigen.
4 Zet de extra klospen omhoog.

5 Zet de extra draadklos zo op de extra klospen dat de draad aan de voorkant afwikkelt. Duw de kloskap zo ver mogelijk op de klospen om de draadklos vast te zetten.

6 Houd de draad van de draadklos met beide handen vast en plaats de draad in de draadgeleider.
* Plaats de draad niet in de voorspanningsschijven.

7 Houd de draad van de draadklos vast en trek de draad door de onderste inkeping in de draadgeleiderplaat, en vervolgens door de bovenste inkeping. Houd het uiteinde van de draad vast met uw linkerhand en leid de draad door de groef, volgens de pijlen in de illustratie.

8 Ga door met inrijgen, maar leid de draad niet door de draadgeleider "6" op de naaldstang. Rijg de naald aan de rechterkant in.

①Draadgeleider op de naaldstang
9 Druk op
10 Selecteer een steekpatroon. (Voorbeeld: )
* In de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing leest u welke steek u kunt naaien met persvoet "J".
→ De geselecteerde steek wordt weergegeven.

Opmerking
- Als de toets lichtgrijs is nadat u een steek hebt gekozen, kunt u de geselecteerde steek niet naaien in de tweelingnaaldstand.
11 Druk op om de tweelingnaaldstand te kiezen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 0.0 + 2.5 + 4.0 + mm - mm - - - - ?①Enkele naald/tweelingnaald instellen
→ verschijnt.

VOORZICHTIG
- Stel beslist de tweelingnaaldstand in als u een tweelingnaald gebruikt. Als u een tweelingnaald gebruikt terwijl de machine in de enkele naaldstand staat, kan de naald breken en schade veroorzaken.
12 Begin met naaien.
Voorbeeld van naaien met de tweelingnaald

- Om van richting te veranderen wanneer u naait met de tweelingnaald, zet u de naald omhoog uit de stof. Vervolgens zet u de persvoethendel omhoog en draait u de stof.
Gebruik van de kloshouder
De bijgeleverde klospen is handig wanneer u draad gebruikt op klossen van een grote diameter (kruiswikkeldraad). Op de kloshouder passen twee draadklossen.

Memo
- Voor meer informatie over het monteren van de kloshouder, zie pagina 21.
- Voor meer informatie over het opwinden van de spoel met behulp van de kloshouder, zie pagina 52.
■Gebruik van de kloshouder
- Gebruik beslist een kloskap die iets groter is dan de klos.
Als de kloskap die u gebruikt kleiner of veel groter is dan de klos, blijft de draad misschien haken en dit komt het naairesultaat niet ten goede.

- Wanneer u draad van een dunne draadklos gebruikt, plaats dan het bijgesloten klosvilt op de klospen. Plaats vervolgens de draadklos zo op de klospen dat het midden van de klos zich op één lijn met het gat in het midden van het klosvilt bevindt. Vervolgens plaatst u de kloskap op de klospen.

- Wanneer de draad op een kegelvormige klos zit, gebruikt u de klossteun.

text_image
①①Klossteun
- Kies de juiste kloskap (groot of medium) naargelang het formaat klos of de hoeveelheid garen die over is). U kunt kloskap (klein) niet gebruiken met de kloskapvoet.

1 Bevestig de kloshouder aan de machine. (zie pagina 21.)

2 Plaats de klos draad zo op de klospen dat de draad met de klok mee van de klos afwikkelt. Plaats de kloskap stevig op de klospen.

- Wanneer u twee klossen draad gebruikt, zorg dan dat beide klossen in dezelfde richting gaan.
- Zorg dat de klossen elkaar niet raken. Anders windt de draad niet soepel af. Dan kan de naald breken, of de draad kan breken en verstrikt raken. Zorg bovendien dat de klossen de uitschuifbare draadgeleider in het midden niet raken.
- Zorg dat de draad niet blijft haken onder de klos.

Trek de draad van de klos. Leid de draad van achteren naar voren door de draadgeleiders bovenin.

- Leid de draad zo dat deze niet verstrikt raakt met de andere draad.
- Nadat u de draad volgens de aanwijzingen hebt doorgevoerd, windt u eventueel overtollig draad terug op de spoel. Anders raakt het overtollige draad verstrikt.

Leid de draad van rechts naar links door de draadgeleider van de machine.

Rijg de machine in volgens stap 6 t/m 15 van "Bovendraad inrijgen" op pagina 57.
Gebruik van draden die snel afwikkelen
■Gebruik van het klosnetje
Als u doorzichtig nylondraad, metallic garen of andere sterke draad gebruikt, plaatst u het bijgeleverde klosnetje over de klos voordat u begint. Wanneer u deze speciale draden gebruikt, moet u ze handmatig inrijgen. Is het klosnetje te lang? Vouw het dan eenmaal zo om dat het overeenkomt met het klosformaat, voordat u het over de klos plaatst.

flowchart
graph TD
A["① Klosnetje"] --> B["② Draadklos"]
B --> C["③ Klospen"]
C --> D["④ Kloskap"]

Memo
- Wanneer u klos inrijgt met het klosnetje erop, zorg er dan voor dat 5-6 cm (ca. 2 - 2-1/2 inch) draad is uitgetrokken.
- Mogelijk moet u de draadspanning aanpassen wanneer u het klosnetje gebruikt.
PERSVOET VERWISSELEN
VOORZICHTIG
- Druk altijd op op "ie" cherm voordat u de persvoet verwisselt. Als u niet op hebt gedrukt en u op de "Start/stoptoets" of een andere toets drukt, gaat de naaimachine lopen. Dan kunt u letsel oplopen.
- Gebruik altijd de juiste persvoet voor het geselecteerde steekpatroon. Als u de verkeerde persvoet gebruikt, kan de naald de persvoet raken en buigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
- Gebruik alleen persvoeten voor deze naaimachine. Het gebruik van andere persvoeten kan leiden tot ongelukken en letsel.
Persvoet verwijderen

flowchart
graph LR
A["Druk op ?"] --> B["GEBRUIKSAANWLJZING"]
B --> C["BASIS BEDIENING"]
D["→"] --> E["in die volgorde om een"]
video van de bewerking weer te geven op de display (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.
1 Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten.

* Wanneer het bericht "OK om de persvoet automatisch omlaag te zetten?" op de display verschijnt, drukt u op OK om door te gaan.
→ Het hele scherm wordt wit en alle toetsen zijn vergrendeld.
3 Zet de persvoethendel omhoog.

4 Druk op de zwarte toets op de persvoethouder en verwijder de persvoet.

①Zwarte toets
②Persvoethouder
Persvoet bevestigen
VOORZICHTIG
- Installeer de persvoet in de juiste richting. Anders raakt de naald mogelijk de persvoet. Dan kan de naald breken en dit kan letsel veroorzaken.
1 Plaats de persvoetpen onder de inkeping op de houder met de pen van de voet tegenover de inkeping in de houder. Zet de persvoethendel omlaag, zodat de persvoetpen vastklikt in de inkeping in de houder.

Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.

Zet de persvoethendel omhoog.
Boventransportvoet bevestigen
De boventransportvoet houdt de stof tussen de persvoet en de transporteur om de stof door te voeren. Zo hebt u meer controle over moeilijke stof (zoals quiltstof of fluweel) of stof die gemakkelijk glijdt (zoals vinyl, leer of kunstleer).

Opmerking
- Rijg de naald handmatig in wanneer u de boventransportvoet gebruikt, of bevestig de boventransportvoet pas nadat u de naald hebt ingeregen met de "Automatisch inrijgentoets".
- Wanneer u de boventransportvoet gebruikt, naait u op gemiddelde of lage snelheid.

Memo
- U kunt de boventransportvoet alleen gebruiken bij patronen voor rechte steken en zigzagsteken. U kunt geen achteruitsteken naaien met de boventransportvoet. Als verstevigingssteken selecteert u alleen rechte of zigzagsteken. (zie pagina 74.)

Volg de stappen in "Persvoet verwijderen" op de vorige pagina.

Draai de persvoethouderschroef los om de persvoethouder te verwijderen.

Zet de bedieningshendel van de boventransportvoet zo dat de naaldklemschroef tussen de vork staat. Plaats de as van de boventransportvoet op de persvoetstang.

①Bedieningshendel
②Naaldklemschroef
③Vork
④As van boventransportvoet
⑤Persvoetstang

Zet de persvoethendel omlaag. Breng de schroef in en draai de schroef stevig vast met de schroevendraaier.

- Gebruik de bijgesloten schroevendraaier om de schroef stevig vast te draaien. Als de schroef los zit, kan de naald de persvoet raken en letsel veroorzaken.
- Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om te controleren of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kunt u letsel oplopen.
NAALD VERWISSELEN
VOORZICHTIG
- Druk altijd op op u is cherm voordat u de naald verwisselt. Als u niet op hebt gedrukt en u per ongeluk op de "Start/stoptoets" of een andere toets drukt, gaat de naaimachine lopen. Dan kunt u letsel oplopen.
- Gebruik alleen naaimachinenaalden voor huishoudelijk gebruik. Andere naalden kunnen buigen of breken en letsel veroorzaken.
- Naai nooit met een verbogen naald. Deze zal gemakkelijk breken en letsel veroorzaken.
Druk op ? → GEBRUIKSAANWLJZING → BASIS BEDIENING
→ → in die volgorde om een
video van de bewerking weer te geven op de display (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.

Memo
- Leg de platte kant van de naald op een plat oppervlak. Controleer de punt en de zijkanten van de naald. Gooi verbogen naalden weg.

①Gelijke ruimte
②Plat oppervlak (naaldplaat, glas enz.)
1 Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten.

* Wanneer het bericht "OK om de persvoet automatisch omlaag te zetten?" op de display verschijnt, drukt u op OK om door te gaan.
→ Het hele scherm wordt wit en alle toetsen zijn vergrendeld.

Opmerking
- Alvorens u de naald vervangt, bedekt u het gat in de naaldplaat met stof of papier om te voorkomen dat de naald in de machine valt.
3 Draai de schroef met de schroevendraaier naar de voorkant van de naaimachine los. Verwijder de naald.

- Oefen geen druk uit op de naaldklemschroef. Hierdoor kan de naald of de naaimachine beschadigd raken.


Steek de naald met de platte kant naar achteren zo ver mogelijk in de opening tot aan de naaldstopper (kijkvenster) in de naaldklem. Draai met een schroevendraaier de naaldklemschroef stevig vast.

①Naaldstopper
②Opening voor het inbrengen van de naald
③Platte kant van de naald

VOORZICHTIG
- Duw de naald zo ver totdat ze de stopper raakt en draai de naaldklemschroef stevig vast met een schroevendraaier. Als de naald niet helemaal is ingebracht of als de naaldklemschroef los zit, kan de naald breken of de naaimachine beschadigd raken.

Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.
Over de naald
De naald is waarschijnlijk het belangrijkste onderdeel van de naaimachine. Wanneer u de juiste naald voor uw naaiproject kiest, geeft dit de mooiste afwerking en blijven eventuele problemen tot een minimum beperkt. Hieronder staan enkele zaken waaraan u moet denken als u de naald kiest.
- Hoe kleiner het naaldnummer, hoe kleiner de naald. Naarmate de nummers hoger worden, worden de naalden dikker.
- Gebruik fijne naalden voor lichte stoffen en dikkere naalden voor zwaardere stoffen.
- Om te voorkomen dat er steken worden overgeslagen gebruikt u een ballpointnaald (goudkleurig, 90/14) voor stretchstoffen.
- Om te voorkomen dat er steken worden overgeslagen, gebruikt u een ballpointnaald (goudkleurig, 90/14) wanneer u letter- of decoratieve steken naait.
- Voor borduurwerken gebruikt u naald 75/11. Gebruik ballpointnaald 75/11 om patronen te borduren met korte overspringende steken zoals letters, wanneer de draadknipfunctie is ingeschakeld.
- Ballpointnaalden (goudkleurig, 90/14) worden niet aanbevolen voor borduurwerk, aangezien ze kunnen verbuigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
- Een 90/14 naald wordt aanbevolen wanneer u op zware stoffen of steunstoffen borduurt (bijvoorbeeld spijkerstof, schuim enz.) De 75/11 naald kan verbuigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
- Er zit een naaimachinenaald 75/11 voor huishoudelijk gebruik in de naaimachine.
Overzichtsschema van stoffen/draad/naald
De volgende tabel bevat informatie over de juiste naald en draad voor diverse stoffen. Raadpleeg deze tabel als u de draad en naald uitkiest voor de stof die u wilt naaien.
| Soort stof/Toepassing | Draad | Formaat naald | ||
| Soort Formaat | ||||
| Middelzware stof Popeline Katoen | 60 - 90 | 75/11 - 90/14Tafzijde Synthe | ||
| Flanel, Gabardine Zijde 50 | ||||
| Lichte stof Linon Katoen | 60 - 90 | 65/9 - 75/11Crêpe georgette | ||
| Challis, Satijn | Zijde 50 | |||
| Zware stof | Spijkerstof | Katoen | 30 | 90/14 - 100/16 |
| 50 | ||||
| Corduroy | Synthetisch | 50 - 60 | ||
| Tweed | Zijde | |||
| Stretchstof | Jersey | Draad voor gebreide stoffen | 50 - 60 | Ballpointnaald (goudkleurig) 75/11 - 90/14 |
| Tricot | ||||
| Stof die gemakkelijk rafelt | Katoen | 50 - 90 | 65/9 - 90/14 | |
| Synthetisch | ||||
| Zijde 50 | ||||
| Voor afwerksteken | Synthetisch | 50 | 90/14 - 100/16 | |
| Zijde | ||||

Memo
- Voor transparante enkelvezelige nylondraad gebruikt u altijd de 90/14 - 100/16 naald. Voor boven- en onderdraad wordt doorgaans dezelfde draad gebruikt.

VOORZICHTIG
- Raadpleeg het overzichtsschema van stoffen/draad/naald. Door een verkeerde combinatie, vooral een zware stof (bijvoorbeeld spijkerstof) in combinatie met een kleine naald (zoals 65/9 - 75/11) kan de naald verbuigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen. Bovendien kan de naad ongelijk zijn, kan de stof trekken en worden er mogelijk steken overgeslagen.
NAAIEN....72
Een steek naaien....72
■ Gebruik van het voetpedaal ....73
Verstevigingssteken naaien....74
Bochten naaien 74
Van naairichting veranderen 75
■ Een marge van 0,5 cm of minder naaien ....75
Zware stof naaien....75
■ Als de stof niet past onder de persvoet....75
■ Als de stof niet doorvoert....76
Klittenband naaien 76
Lichte stof naaien....76
■ Bovendraad is te strak....80
■ Bovendraad is te los ....80
HANDIGE FUNCTIONS 81
Automatische draadkniptoets....82
Gebruik van de kniehevel....83
Spilfunctie 84
Automatische stofsensor (automatische persvoetdruk)......85
Naaldstand – steek plaatsen ....86
Display vergrendelen 86
Naaldpositie controleren op het scherm 87
NAAIEN

VOORZICHTIG
- Om letsel te voorkomen moet u de naald tijdens het gebruik van de machine goed in de gaten houden. Houd uw handen tijdens het gebruik van de machine uit de buurt van de bewegende delen.
- Trek of duw de stof niet tijdens het naaien. U kunt daardoor letsel oplopen.
- Gebruik geen verbogen of gebroken naalden. U kunt daardoor letsel oplopen.
- Probeer niet over rijgspelden of andere objecten heen te naaien. Anders kan de naald breken en hierdoor kunt u letsel oplopen.
- Zitten de steken te dicht op elkaar? Stel dan een langere steeklengte in voordat u verder gaat. Anders kan de naald breken en hierdoor kunt u letsel oplopen.
Een steek naaien
1 Zet de machine uit en druk op om de naaisteken weer te geven. Druk vervolgens op de "Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten.
2 Druk op de toets van het steekpatroon dat u wilt gebruiken.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20→ Het symbool van de juiste persvoet wordt linksboven in de display aangegeven.
3 Bevestig de juiste persvoet ("PERSVOET VERWISSELEN" op pagina 65).

VOORZICHTIG
- Gebruik altijd de juiste persvoet. Als u niet de juiste persvoet gebruikt, kan de naald de persvoet raken en buigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen. Zie pagina 359 voor adviezen over de juiste persvoet.
4 Plaats de stof onder de persvoet. Houd de stof en de uiteinden van de draden in uw linkerhand en draai het handwiel om de naald te zetten waar u met naaien wilt beginnen.

- De zwarte toets aan de linkerkant van persvoet "J" mag u alleen indrukken als de stof niet wordt doorgevoerd of bij het naaien van dikke naden (zie pagina 76). Normaliter kunt u naaien zonder op de zwarte toets te drukken.
5 Zet de persvoet omlaag.
* U hoeft de onderdraad niet naar boven te halen.

Pas de naaisnelheid aan met de schuifknop voor snelheidsregeling.
* Met deze knop kunt u de naaisnelheid ook tijdens het naaien aanpassen.

①Langzaam
②Snel

Druk op den "Start/stoptoets" om te beginnen met naaien.
* Voer de stof lichtjes met de hand door.

- Wanneer u het voetpedaal gebruikt, kunt u niet starten met naaien door op de "Start/stoptoets" te drukken.

Als u wilt stoppen met naaien, drukt u nogmaals op de "Start/stoptoets".

Druk op de "Draadkniptoets" om de bovenen onderdraad af te knippen.

→ De naald wordt automatisch weer omhoog gezet.

VOORZICHTIG
- Druk niet meer op de "Draadkniptoets" nadat de draden zijn afgeknipt. Hierdoor kan de draad verstrikt raken of de naald kan breken en de machine beschadigen.
- Druk niet op de "Draadkniptoets" wanneer er geen stof onder de naald ligt of wanneer de naaimachine loopt. Hierdoor kan de draad verstrikt raken en dit kan schade veroorzaken.

Opmerking
- Voor het afknippen van draad die dikker is dan nr. 30, eenvezelige nylondraad of andere decoratieve draden gebruikt u de draadafsnijder aan de zijkant van de naaimachine.

Wanneer de naald niet meer beweegt, zet u de persvoet omhoog en haalt u de stof weg.

Memo
- Deze machine heeft een onderdraadsensor die waarschuwt wanneer de onderdraad bijna op is. Als de onderdraad bijna op is, stopt de machine automatisch. Als u echter op de "Start/Stoptoets" drukt, kunt u nog enkele steken naaien. Als u deze waarschuwing ziet, moet u de onderdraad direct opnieuw inrijgen.
■Gebruik van het voetpedaal
U kunt ook het voetpedaal gebruiken om te starten en stoppen met naaien.

VOORZICHTIG
- Zorg dat er zich geen stukken stof en vuil verzamelen in het voetpedaal. Hierdoor bestaat er namelijk kans op brand of elektrische schokken.

Memo
- Wanneer u het voetpedaal gebruikt, kunt u niet starten met naaien door op de "Start/stoptoets" te drukken.
- U kunt het voetpedaal niet gebruiken wanneer u borduurt.
- U kunt met het voetpedaal naaisteken en decoratieve steken naaien wanneer de borduurtafel is bevestigd.
1 Trek het intrekbare snoer van het voetpedaal tot de gewenste lengte en steek de stekker van het voetpedaal in de betreffende aansluiting op de machine.

②Aansluiting voetpedaal

Opmerking
- Trek het intrekbare snoer niet verder uit dan de rode markering op het snoer.
2 Druk langzaam het voetpedaal in om te starten met naaien.

- De snelheid die is ingesteld met de schuifknop voor de snelheidsregeling, is de maximale naaisnelheid van het voetpedaal.
3 Laat het voetpedaal los om de naaimachine te stoppen.
Verstevigingssteken naaien
Achteruit/verstevigingssteken zijn meestal noodzakelijk aan het begin en het eind van het naaiwerk. Met de "Achteruit/verstevigingssteektoets" kunt u achteruit/verstevigingssteken handmatig naaien (zie pagina 15).
Als u de automatische verstevigingssteek op het scherm hebt geselecteerd, begint de machine automatisch met achteruitsteken (of verstevigingssteken) wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt. Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets" om automatisch achteruitsteken (of verstevigingssteken) aan het eind van het naaiwerk (zie pagina 81).

text_image
① ②①Achteruitsteek
②Verstevigingssteek
Staat er een dubbele "w" boven de steek die u kiest, dan kunt u achteruitsteken naaien wanneer u de "Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt.
Staat er een “.” boven de steek die u kiest, dan kunt u verstevigingssteken naaien wanneer u de “Achteruit/verstevigingssteektoets” ingedrukt houdt.
Bochten naaien
Naai langzaam en houd de naad parallel aan de rand van de stof, terwijl u de stof om de bocht heen leidt.

Van naairichting veranderen
Stop de naaimachine. Laat de naald in de stof en druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omhoog te zetten. Met de naald als spil draait u de stof zo dat u in de nieuwe richting kunt naaien. Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omlaag te zetten en begin met naaien.

De spilinstelling is nuttig wanneer u van naairichting verandert. Wanneer u de machine stopt in de hoek van de stof, blijft de naald in de stof staan, en wordt de persvoet automatisch omhoog gezet. U kunt de stof dan gemakkelijk draaien ("Spilfunctie" op pagina 84).
■Een marge van 0,5 cm of minder naaien
Rijg de hoek alvorens te naaien. Nadat u in de hoek van naairichting bent veranderd, trekt u de rijgdraad naar achteren tijdens het naaien.

De naaimachine kan stoffen naaien tot een dikte van 6 mm (ca. 1/4 inch). Als de voet schuin gaat staan bij het begin van een dikke zoom, leidt u de stof met de hand en naait u door tot de voet weer omlaag staat.

- Duw geen stoffen van meer dan 6 mm (ca. 1/4 inch) dik door de naaimachine. Hierdoor kan de naald breken en kunt u letsel oplopen.
- Voor dikkere stof hebt u een grotere naald nodig ("NAALD VERWISSELEN" op pagina 67).
■Als de stof niet past onder de persvoet
Staat de persvoet omhoog en naait u zware stof of meerdere lagen die niet gemakkelijk onder de persvoet passen? Zet dan met de persvoethendel de persvoet in de hoogste stand. De stof past nu onder de persvoet.

- U kunt de persvoethendel niet gebruiken als u de persvoet omhoog hebt gezet met de "Persvoettoets".
■Als de stof niet doorvoert
Als de stof niet wordt doorgevoerd wanneer u begint met naaien of bij het naaien van dikke naden, drukt u op de zwarte toets aan de linkerkant van persvoet "J".
1 Zet de persvoethendel omhoog.
2 Houd de zwarte toets aan de linkerkant van de persvoet "J" ingedrukt en zet de persvoet omlaag door op de "Persvoettoets" te drukken.

3 Laat de zwarte toets los.

→ De persvoet blijft horizontaal staan en u kunt de stof doorvoeren.

Memo
- Bent u voorbij de moeilijke plek, dan gaat de voet weer in zijn normale stand.
- Wanneer "Automatische stofsensor" (Automatische persvoetdruk) aan staat in het scherm voor machine-instellingen, wordt de dikte van de stof automatisch gedetecteerd door de interne sensor, zodat de stof soepel kan worden doorgevoerd voor een optimaal naairesultaat. (zie pagina 85 voor meer informatie.)
Klittenband naaien

VOORZICHTIG
- Gebruik geen gegomde klittenband die is bedoeld om te naaien. Als de lijm blijft plakken aan de naald of de grijper, kan dit storing tot gevolg hebben.
- Als u de klittenband naait met een dunne naald (65/9-75/11), kan de naald buigen of breken.

Opmerking
- Rijg de klittenband op de stof voordat u begint te naaien.
Alvorens te naaien controleert u of de naald door de klittenband gaat door het handwiel te draaien zodat de naald in de klittenband gaat. Naai de rand van de klittenband op lage snelheid. Als de naald niet door de klittenband gaat, verwisselt u de naald met de naald voor dikke stof (pagina 69).

Leg een dun stuk papier of lichte afneembare borduursteunstof onder dunne stof om het naaien te vergemakkelijken. Haal het papier of de steunstof na het naaien voorzichtig weg.

Rijg eerst de stukken stof aan elkaar. Naai vervolgens zonder de stof te rekken.
U krijgt bovendien een beter resultaat door draad voor gebreide stoffen te gebruiken, of een stretchsteek te naaien.

Memo
- Door de druk van de persvoet te verlagen krijgt u betere resultaten bij het naaien van stretchstof. ("Gebruik van de instellingstoets" op pagina 35).

Wanneer u een steek selecteert, selecteert de machine automatisch de juiste steekbreedte, steeklengte en bovendraadspanning. Desgewenst kunt u al deze instellingen wijzigen.

Opmerking
- Instellingen voor sommige steken kunt u niet wijzigen (zie "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing).
- Als u de machine uitschakelt of een andere steek selecteert zonder de steekinstellingen op te slaan ("Uw steekinstellingen opslaan in het geheugen" op pagina 92), worden de standaardinstellingen voor de steek hersteld.
Steekbreedte instellen
Volg onderstaande stappen als u de steekbreedte van een zigzagsteek wilt wijzigen.

text_image
0.0 mm + - 2.5 mm + - 4.0 + - Aout Aout
Memo
- Voor een andere methode om de steekbreedte te wijzigen met de schuifknop voor snelheidsregeling zie pagina 115.
Voorbeeld:
Druk op om de breedte van de zigzagsteek smaller te maken.

→ De waarde op de display wordt lager.
Druk op ♦m de breedte van de zigzagsteek breder te maken.

→ De waarde op de display wordt hoger.

Memo
- Druk op om de oorspronkelijke instelling voor de steekbreedte te herstellen.

Opmerking
- Na de steekbreedte te hebben aangepast, draait u het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) en controleert u of de naald de persvoet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald buigen of breken.
Steeklengte instellen
Volg onderstaande stappen als u de steeklengte van een steek wilt wijzigen.

text_image
0.0 mm + - 2.5 mm + - 40 + - AUX AUX AUXVoorbeeld:
Druk op om de steeklengte korter te maken.

text_image
2.5 + - mm 1.4 + - mm→ De waarde op de display wordt lager.
Druk op ♦m de steeklengte langer te maken.

text_image
2.5 + - mm 4.0 + - mm→ De waarde op de display wordt hoger.

Memo
- Druk op om de wijzigingen die zijn aangebracht aan de steek te controleren.
- Druk op om de oorspronkelijke instelling voor de steeklengte te herstellen.
VOORZICHTIG
- Als de steken te dicht op elkaar zitten, stel dan een langere steeklengte in voordat u verder gaat. Naai niet verder zonder een langere steeklengte in te stellen. Anders kan de naald breken en hierdoor kunt u letsel oplopen.
Draadspanning instellen
Misschien moet u de draadspanning wijzigen, afhankelijk van de stof en draad waarmee u werkt. Volg onderstaande stappen om instellingen te wijzigen.

text_image
0.0 mm + - 2.5 mm + - 4.0 + - AAVA UWY UWY ◇■ Juiste draadspanning
De bovendraad en de onderdraad moeten elkaar ongeveer midden in de stof kruisen. Alleen de bovendraad mag zichtbaar zijn aan de voorkant van de stof, en alleen de onderdraad mag zichtbaar zijn aan de achterkant van de stof.

①Achterkant
②Voorkant
③Bovendraad
④Onderdraad
■Bovendraad is te strak
Als de onderdraad zichtbaar is aan de voorkant van de stof, is de bovendraad te strak.

Opmerking
- Als de onderdraad onjuist is ingeregen, is de bovendraad mogelijk te strak. Zie dan "Spoel aanbrengen" (pagina 54) en rijg de onderdraad opnieuw in.

①Onderdraad
②Bovendraad
③Voorkant
④Er verschijnen plukjes op de voorkant van de stof
Druk op om de bovendraad losser te maken.

Memo
- Wanneer u klaar bent met naaien, verwijdert u het spoelhuisdeksel en zorgt u dat de draad zo loopt als hieronder aangegeven. Als de draad niet loopt zoals hieronder aangegeven, is de draad onjuist in de spanningsveer van het spoelhuis ingebracht. Breng de draad op de juiste manier in. Voor meer informatie, zie pagina 54.

■Bovendraad is te los
Als de bovendraad zichtbaar is aan de achterkant van de stof, is de bovendraad te strak.

Opmerking
- Als de bovendraad onjuist is ingeregen, is de bovendraad mogelijk te los. Zie dan "Bovendraad inrijgen" (pagina 57) en rijg de bovendraad opnieuw in.

①Bovendraad
②Onderdraad
③Achterkant
④Er verschijnen plukjes op de achterkant van de stof
Druk op 4m de bovendraad strakker te maken.

Memo
- Druk op om de oorspronkelijke instelling voor draadspanning te herstellen.
HANDIGE FUNCTIONS
Als u na het kiezen van een steekpatroon de functie Automatische verstevigingssteken (achteruit naaien) aanzet voordat u met naaien begint, worden er automatisch verstevigingssteken (of achteruitsteken, afhankelijk van het steekpatroon) genaaid aan het begin en het eind van het naaiwerk.
a Selecteer een steekpatroon.
b Druk op om de functie automatische verstevigingsteken in te stellen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 100% mm - 2.5 mm - 4.0 - ?→ De toets ziet er zo uit:

Memo
- Bij sommige steken, zoals voor knoopsgaten en trenzen, moet u verstevigingssteken naaien aan het begin van het naaiwerk. Als u een van deze steken kiest, wordt deze functie automatisch
aangezet (de toets ziet er uit als wanneer de steek is geselecteerd).
c Plaats de stof op het punt waar u wilt beginnen en begin met naaien.

①Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
→ De machine naait automatisch verstevigingssteken (of achteruitsteken) en gaat daarna door met naaien.

Memo
- Als u op de "Start/stoptoets" drukt om even te stoppen met naaien, moet u nogmaals op deze toets drukken als u weer door wilt gaan. De machine naait nu geen verstevigingssteken (of achteruitsteken) meer aan het begin.
d Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets".

①Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
→ De machine naait verstevigingssteken (of achteruitsteken) en stopt daarna.

Memo
- Als u de functie Automatische verstevigingssteken wilt uitzetten, drukt u nogmaals op de toets, die er dan zo uitziet:
Automatische draadkniptoets
Als u na het kiezen van een steekpatroon de functie Automatisch draadknippen aanzet voordat u begint met naaien, worden er automatisch verstevigingssteken (of achteruitsteken, afhankelijk van het steekpatroon) aan het begin en het eind van het naaiwerk genaaid en worden de draden aan het eind van het naaiwerk automatisch afgeknipt. Deze functie is handig bij het naaien van knoopsgaten en trenzen.
1 Selecteer een steekpatroon.
2 Druk op om de functie Automatisch draadknippen in te stellen.

text_image
Naalisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 0.0 + 2.5 + 4.0 + mm - mm - - - - ?→ De toets ziet er zo uit:

Memo
- Bij borduren wordt deze functie automatisch ingesteld.
3 Plaats de stof op het punt waar u wilt beginnen en begin met naaien.

①Verstevigingssteken (of achteruitsteken)
→ De machine naait automatisch verstevigingssteken (of achteruitsteken) en gaat daarna door met naaien.
Memo • Als u
- Als u op de "Start/stoptoets" drukt om even te stoppen met naaien, moet u nogmaals op deze toets drukken als u weer door wilt gaan. De machine naait nu geen verstevigingssteken (of achteruitsteken) meer aan het begin.
4 Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets".

①Verstevigingssteken (of achteruitsteken) → De machine naait verstevigingssteken (of achteruitsteken) en knipt de draad daarna af.
Memo
- Als u de functie Automatisch draadknippen wilt uitzetten, drukt u nogmaals op de toets
, die er dan zo uitziet: .
Gebruik van de kniehevel
De kniehevel stelt u in staat om de persvoet omhoog en omlaag te zetten met uw knie. U hebt dan beide handen vrij om de stof te manoeuvreren.
1 Wijzig de bedieningsstand van de kniehevel alvorens deze in de machine te steken. Schuif de kniehevelhandgreep omhoog en draai deze met enige druk, zodat de hendel op zijn plaats klikt.
* De kniehevel kan in drie hoeken worden gezet.

→ Draai de handgreep van de kniehevel totdat deze vastklikt in de geselecteerde positie die voor u het handigst is.

2 Zet de lipjes op de kniehevel tegenover de inkepingen in de kniehevelsleuf op de voorkant van de machine. Steek de kniehevel zo ver mogelijk naar binnen.

- Wijzig de bedieningsstand van de kniehevelhendel alleen alvorens deze in de machine te steken. Anders beschadigt de kniehevel mogelijk de bevestigingssleuf op de voorkant van de machine.

Opmerking
- Als de stang van de kniehevel niet zo ver mogelijk in de opening is gestoken, kan deze er tijdens het gebruik uitschieten.
3 Met uw knie beweegt u de kniehevelstang naar rechts om de persvoet omhoog te zetten. Laat de kniehevel los om de persvoet omlaag te zetten.

- Zorg dat uw knie tijdens het naaien niet in de buurt van de kniehevel komt. Als u tegen de kniehevel stoot terwijl u met de machine aan het werk bent, kan de draad breken of kan de draadspanning verslappen.

Memo
- Wanneer de persvoet omhoog staat, beweegt u met uw knie de kniehevel naar rechts om de persvoet omlaag te zetten.
Spilfunctie
Als de spilinstelling is geselecteerd, stopt de machine met de naald omlaag (in de stof) en wordt de persvoet automatisch op de juiste hoogte gezet, wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt. Wanneer u opnieuw op de "Start/stoptoets" drukt, wordt de persvoet automatisch omlaag gezet en wordt het naaien vervolgd. Deze functie is handig om de machine te stoppen om van naairichting te veranderen.

VOORZICHTIG
- Wanneer de spilinstelling is geselecteerd, start de machine wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt of het voetpedaal indrukt, ook al staat de persvoet omhoog. Houd handen en voorwerpen uit de buurt van de naald. Anders kunt u letsel oplopen.

Memo
- Wanneer de spilinstelling is geselecteerd, kunt u wijzigen op welke hoogte de persvoet stopt wanneer u stopt met naaien, naar gelang het soort stof dat u gebruikt. Druk op
om "Spilhoogte" op 2/8 van het instellingenscherm te openen. Druk op
of op em een van de drie hoogten te selecteren (3,2 mm, 5,0 mm of 7,5 mm). Als u de persvoet verder omhoog wilt zetten, verhoogt u de waarde. (Normaal is een hoogte van 3,2 mm ingesteld.)

text_image
Splihoogte 32 mm Hoogte vrijmodus 10 mm Automatische stofsensor ON OFF
text_image
SLUITEN 8
Opmerking
- De "Naaldstand - OMHOOG/OMLAAG" (3/8 van het instellingenscherm) moet zijn ingesteld op omlaag wilt u de spilfunctie kunnen gebruiken. Wanneer "Naaldstand - OMHOOG/OMLAAG" is ingesteld op omhoog, wordt lichtgrijs weergegeven en kan niet worden gebruikt.
- U kunt de spilfunctie alleen gebruiken met steken waarbij persvoet "J" of "N" is aangegeven in de linkerbovenhoek van het scherm. Wanneer u een andere steek hebt geselecteerd, wordt lichtgrijs weergegeven en kan niet worden gebruikt.
- Zorg met de "Persvoettoets" dat de persvoet omlaag staat. Druk vervolgens op de "Start/stoptoets" om door te gaan met naaien.
- Als de spilinstelling is geselecteerd, zijn en naast "Hoogte persvoet" in het instellingenscherm niet beschikbaar en kan de instelling niet worden gewijzigd.

Selecteer een steek.

Druk op om de draai-instelling te selecteren.

text_image
Naaristeken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 0.0 + 2.5 + 4.0 + mm - mm - - - - ?→ De toets ziet er zo uit:
3 Plaats de stof onder de persvoet met de naald op het punt waar u wilt beginnen met naaien en druk op de "Start/stoptoets". De naaimachine begint te naaien.

- Als u op de "Start/stoptoets" drukt om te pauzeren met naaien en opnieuw om door te gaan, worden geen achteruitsteken (of verstevigingssteken) genaaid.
4 Druk op de "Start/stoptoets" om de machine te stoppen op het punt waar u van naairichting wilt veranderen.

→ De machine stopt met de naald in de stof en de persvoet omhoog.
5 Draai de stof en druk op de "Start/stoptoets".

→ De persvoet wordt automatisch omlaag gezet en het naaien wordt vervolgd.
Automatische stofsensor (automatische persvoetdruk)
De dikte van de stof wordt automatisch gedetecteerd en de persvoetdruk wordt tijdens het naaien automatisch aangepast met een interne sensor, zodat de stof soepel wordt doorgevoerd. De stofsensor werkt voortdurend tijdens het naaien. Deze functie is handig om over dikke naden te naaien (zie pagina 75), of te quilten (zie pagina 113).

→ Het instellingenscherm verschijnt.
2 Zet "Automatische stofsensor" aan.

text_image
Spilhoogte 32 mm - + Hoogte vrijmodus 10 mm - + Automatische stofsensor ON
text_image
SLUITEN 2/83 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Naaldstand – steek plaatsen
Wanneer "Naaldstand – steek plaatsen" is ingeschakeld, wordt de naald iets omlaag gezet, zodat u de steek precies kunt plaatsen. Druk vervolgens op de "Naaldstandtoets" om de naald geheel omlaag te zetten. Telkens wanneer u op de "Naaldstandtoets" drukt, gaat de naald naar de volgende stand. Wanneer "Naaldstand – steek plaatsen" is uitgeschakeld, wordt de naald gewoon met elke druk op de "Naaldstandtoets" omhoogen vervolgens omlaaggezet.
①Steekplaatsingmodus aan.
②Steekplaatsingmodus uit.

* Wanneer u de naald niet helemaal omlaag zet door te drukken op de "Naaldstandtoets" wordt de transporteur omlaaggezet. Dan kunt u de stof verplaatsen om precies te bepalen waar de naald neerkomt.

2 Zet "Naaldstand – steek plaatsen" aan of uit.

text_image
Naaldstand - OMHOOG/OMLAAG Naaldstand - steek plaatsen ON OFF Licht Speaker Muisaanwijzer Boven- en onderdraadsensor ON OFF3 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Display vergrendelen
Als u de display vergrendelt voordat u begint met naaien, worden de diverse instellingen, zoals de steekbreedte en de steeklengte, vergrendeld en kunnen deze niet worden gewijzigd. Hierdoor voorkomt u dat de instellingen op het scherm per ongeluk worden gewijzigd of dat de machine stopt wanneer grote stukken stof worden genaaid of grote naaiprojecten worden uitgevoerd. U kunt de display vergrendelen tijdens het naaien van normale naaisteken en lettersteken en decoratieve steken.
1 Selecteer een steekpatroon.
2 Wijzig zo nodig de instellingen voor de steekbreedte en de steeklengte.
3 Druk op om de scherminstellingen te vergrendelen.
→ De toets ziet er zo uit:
4 Voer het naaiwerk uit.
5 Wanneer u klaar bent met naaien, drukt u opnieuw op om de instellingen te ontgrendelen.
VOORZICHTIG
- Als het scherm is vergrendeld (), ontgrendelt u het scherm door op te drukken. Als het scherm is vergrendeld, kunt u geen andere toets bedienen.
- De instellingen worden ontgrendeld wanneer u de machine uitschakelt en weer inschakelt.
Naaldpositie controleren op het scherm
Druk op op met de ingebouwde camera het naaigebied te bekijken op de display. U kunt de naaldlocatie bekijken van twee verschillende hoeken, en waar de naald neerkomt, zelfs als de naald niet omlaag is gezet.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 ① ② ③ SLUITEN WEERGAVEHOEK NAALDPOSITIE ④ ?→ Het cameravenster verschijnt.
①CAMERABEELD
②RASTERWEERGAVE
③SLUITEN
④WEERGAVEHOEK
⑤NAALDPOSITIE
⑥ZOOMEN
CAMERABEELD
Druk op deze toets om een camerabeeld op te slaan op het USB-medium.
Plaats het USB-medium in de machine om een camerabeeld op te slaan (Zie "Een afbeelding van het instellingenscherm opslaan op een USB-medium" op pagina 39). De camerabeelden worden opgeslagen onder de naam "C**.BMP". U kunt maximaal 100 camerabeelden opslaan op één USB-medium.
* "***" in de naam wordt automatisch "C**.BMP" vervangen door een getal tussen 00 en 99.
RASTERWEERGAVE
Druk op deze toets om een raster weer te geven.

text_image
SLUITEN WEERGAVEHOEK NAALDPOSITIESLUITEN
Druk op deze toets om het scherm te sluiten.
WEERGAVEHOEK
Telkens wanneer u op vruktschakelt de camera tussen een vooraanzicht en een aanzicht schuin van boven.
NAALDPOSITIE
Druk op om deplek waar de naald neerkomt
(naaldpositie) in het scherm aan te geven met +
Zet de persvoet omlaag voordat u op NAALDPOSITIE drukt. Wanneer de naaldpositie (waar de naald neerkomt) verschijnt op het scherm kunt u de persvoet omhoog zetten en de naaldpositie wijzigen door te stof te verplaatsen.

text_image
① SLUITEN WEERGAVEHOEK NAALDPOSITIE①Naaldpositie
ZOOMEN
Druk op om de afbeelding op het scherm te
vergroten. Druk opnieuw op om de
oorspronkelijke weergavegrootte van de afbeelding te herstellen.

Opmerking
- Het cameravenster verdwijnt wanneer u begint te naaien.
- Wanneer u dikke stof naait, geeft het scherm mogelijk een andere plek voor het neerkomen van de naald weer dan de werkelijke.
NAAISTEKEN SELECTEREN....90
■Stekenoverzichten....90
Steekpatroon kiezen 91
■Gebruik van de spiegeltoets 91
■Gebruik van de patroonafbeeldingtoets 92
Jw steekinstellingen opslaan in het geheugen.... 92
■ Instellingen opslaan....92
■Opgeslagen borduurpatronen ophalen....93
■Naaldstand wijzigen (alleen voor steken met de linker- of middelste naaldstand)..... 96
■Stof uitlijnen met een markering op de steekplaat of het spoelhuisdeksel (met markering)....96
■ Stof uitlijnen met de persvoet "V" voor uitlijning verticale steken ..... 97
■Gebruik van de steelplaat voor rechte steken en de rechte-steekvoel....97
■ Rijgsteken....98
Figuurnaad....99
Ploonien....99
Engelse naad 100
Gepaspelde naad 101
Zigzagsteken.... 102
■Overhands naaien (met zigzagsteken)....102
■Appliceren (met zigzagsteken) 102
■Patchwork (voor fantasiequilt) 103
■Bochten naaien (met zigzagsteken) 103
■Spoelhuisdeksel met koordgeleider (met zigzagsteek)....103
Elastische zigzagsteken 104
■ Band bevestigen .... 104 ■ Overhandse steken.... 104
Overhandse steken 105
■Overhandse steken met persvoet "G"....105
■Overhandse steken met persvoet "J"......106
■Overhandse steken met de zijsnijder....107
■Wanneer u rechte steken naait met de zijsnijder.... 109
Quilten 110
■ Aan elkaar zetten ....113
■ Quilten....113
■ Appliceren....114
■Quilten met satijnsteken.... 115
■Fantasiequilten (vrij quilten)....116
■Echoquilten met de vrije echoquiltvoet "E".... 119
Blindzoomsteken 122
■Als de naald te ver op de zoomvouw komt.... 124
■Als de naald niet op de vouw komt 124
Appliceren 125
■Scherpe bochten naaien.... 125
■ Applicatiehoeken 125
Schelprijgsteken.... 126
Schelpsteken.... 127
Fantasiequilt 127
Smocksteken.... 128
Fagotwerk.... 128
Band of elastiek bevestigen.... 129
Erfstukwerk....130
■Zoomsteken (1) (bloemetjessteek)....130
■Zoomsteken (2) (uitgetrokken steken (1)) ....130
■Zoomsteken (3) (uitgetrokken steken (2)) ....131
Knoopsgaten in één stap....132
■Knoopsgaten met aparte vormen/knopen die niet in de knopenvoet passen....135
Knoopsgaten in vier stappen....136
■ Stoppen....138
Trenzen 140
■Trenzen op dikke stof....141
Knopen aanzetten....142
■4-gatsknoop bevestigen....143
■Knoopvoet bevestigen....143
Oogje....144
Steken in verschillende richtingen (rechte steek en
zigzagsteck)....145
Rits inzetten....146
■ Rits in het midden....146
■ Zijrits inzetten....147
Randen naaien....148
NAAISTEKEN SELECTEREN
■Stekenoverzichten
Er zijn 6 categorieën naaisteken. Als een paginanummer als volgt wordt aangegeven 1/2 is er meer dan één steekkeuzescherm voor die categorie.
Rechte/Overhandse steken Decoratieve steken Erfstuksteken

text_image
1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20
Knoopsgaten/trenzen Steken in verschillende richtingen Quiltsteken

1 Zet de machine aan en druk op

de naaisteken weer te geven.
→ Ofwel "1-01 Rechte steek (links)" of "1-03 Rechte steek (midden)" is geselecteerd, naar gelang de instelling die is geselecteerd in het instellingenscherm.
2 Kies met de gewenste categorie.
* Druk op omnaar de volgende pagina te gaan.
* Druk op omnaar de vorige pagina te gaan.

text_image
Naalsteken Letterstaken en decoratieve steken 1-01 Rechte staek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 ① ② ③ 100%①Voorbeeld van de geselecteerde steek
②Stekenoverzicht
③Weergavegrootte in procenten
3 Druk op de toets van het steekpatroon dat u wilt gebruiken.

Memo
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.
■Gebruik van de spiegeltoets
Afhankelijk van het soort naaisteek dat u kiest, kunt u een horizontaal spiegelbeeld van het steekpatroon naaien.
Als oplicht wanneer u een steek selecteert, kunt u een spiegelbeeld van die steek maken.

Opmerking
- Als lichtgrijs is nadat u een steek hebt geselecteerd, kunt u geen horizontaal spiegelbeeld van de geselecteerde steek maken, vanwege de soort steek of persvoet die wordt aanbevolen (dit geldt o.a. voor knoopsgaten en steken in verschillende richtingen).
Druk op om een horizontaal spiegelbeeld te maken van de geselecteerde steek.
De toets ziet er zo uit:



■Gebruik van de patroonafbeeldingtoets
U kunt een afbeelding van de geselecteerde steek weergeven. U kunt de kleuren van de schermafbeelding controleren en wijzigen.
1 Druk op
→ Er wordt een afbeelding van de geselecteerde steek weergegeven.
2 Druk op om de draadkleur van de steek op het scherm te wijzigen.
* Druk op om een vergrote afbeelding van de steek weer te geven.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken ① 100% SLUITEN①Stekenscherm

Memo
- De kleur verandert telkens wanneer u op

drukt.

Opmerking
- Als steken breder of groter zijn dan de weergave, drukt u op de donkere pijlen om het steekpatroon te verplaatsen, zodat u het beter kunt zien.
3 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Uw steekinstellingen opslaan in het geheugen
De instellingen van de steekbreedte van zigzagsteken, steeklengte, draadspanning, automatisch draadknippen of automatische verstevigingssteken enz. worden voor elk steekpatroon door de machine vooraf ingesteld. Maar als u specifieke instellingen wilt bewaren om later te gebruiken, kunt u de instellingen wijzigen en voor die steek opslaan. Voor één steekpatroon kunt u vijf groepen instellingen opslaan.
■Instellingen opslaan
1 Selecteer een steek. (Voorbeeld:

2 Geef uw voorkeursinstellingen op.

text_image
Naalisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-13 Elastische zigzag in 2 stappen 1-01 1-82 1-83 1-04 1-05 1-86 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 5.0 + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - mm + - m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m m
Druk op


text_image
Naalsteken Lettersteken en decoratieve steken 1-18 Elastische zigzag in 2. stappen 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 7.0 + - mm 2.0 + - mm + - + - 7.0 + - mm→ De instellingen worden opgeslagen en het oorspronkelijke scherm verschijnt automatisch.

Memo
- Als u probeert instellingen op te slaan, wanneer er al 5 sets instellingen zijn opgeslagen voor een steek, verschijnt de boodschap "De zakken zijn vol. Wis een patroon". Sluit het bericht en verwijder een instelling volgens pagina 93.
■Opgeslagen borduurpatronen ophalen

Selecteer een steek.

Memo
- Wanneer u een steek selecteert, worden de laatste opgehaalde instellingen weergegeven. De laatste opgehaalde instellingen blijven bewaard, ook al zet u de machine uit of selecteert u een andere steek.

Druk op


Druk op de nummertoets van de instellingen die u wilt ophalen.
* Druk op omuteng te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder instellingen op te halen.

text_image
Naausteken Lettersteken en decoratieve steken 1-18 Elastische zigzag in 2 stappen 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 ① SLUITEN 1 2 3 4 5 5.0 mm 1.0 mm 4.0 7.0 mm 2.0 mm 4.0 5.0 mm 1.0 mm 4.0 1-5①Nummertoetsen

Druk op

→ De opgeslagen instellingen zijn opgehaald en het oorspronkelijke scherm verschijnt automatisch.

Memo
- Als u nieuwe instellingen wilt opslaan wanneer er reeds 5 groepen zijn opgeslagen voor een steek, drukt u op . Druk op de nummertoets van de instelling die u wilt wissen. Druk op , druk op en SLUITEN vervolgens op . De nieuwe instelling wordt opgeslagen in plaats van de zojuist gewiste instelling.
- U kunt alle opgeslagen instellingen wissen door te drukken op 1.5
NAAISTEKEN NAAIEN
Rechte steken
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
| Rechte steek (links) | Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden enz. Achteruitsteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | ||
| Rechte steek (links) | Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden enz. Verstevigingssteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | ||
| Rechte steek (midden) | Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden enz. Achteruitsteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | ||
| Rechte steek (midden) | Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden enz. Verstevigingssteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | ||
| Drievoudige stretchsteek | Algemeen naaien voor versteviging en decoratieve randen | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | ||
| Stamsteek Verstevigd naaien, naaien en decoratieve toepassingen | 1,0(1/16) | 1,0 - 3,0(1/16 - 1/8) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |||
| Decoratieve steek Decoratieve steken, randen stikken | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |||
| Rijgsteek Rijgsteken | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 20(3/4) | 5 - 30(3/16 - 1-3/16) | NEE | |||

text_image
J ① J ②
①Linkernaaldstand
②Middelste naaldstand
①Achteruitsteek
②Verstevigingssteek

Memo
- Staat er een dubbele “ ”boven de steek die u kiest, dan kunt u achteruitsteken naaien wanneer u de “Achteruit/verstevigingssteektoets” ingedrukt houdt.
- Staat er een “ ”-boven de steek die u kiest, dan kunt u verstevigingssteken naaien wanneer u de “Achteruit/verstevigingssteektoets” ingedrukt houdt (zie pagina 74).
1 Selecteer een steek.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 100%2 Bevestig persvoet "J".
* Bevestig persvoet "N" wanneer u selecteert.
3 Houd de uiteinden van de draden en de stof in uw linkerhand en draai het handwiel met uw rechterhand naar u toe om de naald in de stof te steken.

①Startpositie om te naaien
4 Zet de persvoet omlaag en houd de "Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt om drie à vier steken te naaien.
→ De machine naait achteruit (of verstevigingssteken).
5 Druk op de "Start/Stoptoets" om vooruit te naaien.

→ De naaimachine begint langzaam te naaien.
VOORZICHTIG
- Let op dat de naald tijdens het naaien geen rijgspeld of enig ander voorwerp raakt. De draad kan daardoor verstrikt raken of de naald kan breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
6 Als u klaar bent met naaien, houdt u de "Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt om drie à vier achteruitsteken (of verstevigingssteken) aan het eind van de naad te naaien.

7 Druk na het naaien op de "Draadkniptoets" om de draden af te knippen.

- Zijn de "Automatische draadkniptoets" en de "Automatische verstevigingssteektoets" op het scherm geselecteerd? Dan worden automatisch verstevigingssteken (of achteruitsteken) genaaid aan het begin van het naaiwerk wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt. Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets" om verstevigingssteken (of achteruitsteken) te naaien en de draad automatisch af te knippen aan het eind van het naaiwerk.
■Naaldstand wijzigen (alleen voor steken met de linker- of middelste naaldstand)
Wanneer u steken voor de linkernaaldstand of middelste naaldstand kiest, kunt u met


in het steekbreedtescherm de naaldstand wijzigen. Stem de afstand van de rechterhoek van de persvoet tot aan de naald af op de steekbreedte. Zet de rand van de persvoet tijdens het naaien op één lijn met de rand van de stof voor een aantrekkelijke afwerking.

Voorbeeld: Steken voor linkernaaldstand/middelste naaldstand

■Stof uitlijnen met een markering op de steekplaat of het spoelhuisdeksel (met marking)
Lijn tijdens het naaien de rand van de stof uit met de 16 mm-markering (ca. 5/8 inch) op de steekplaat of het spoelhuisdeksel (met marking) naar gelang de naaldstand (alleen voor steken met de linker of middelste naaldstand).
Voor steken met een linker naaldstand (steekbreedte: 0,0 mm)

Voor steken met een middelste naaldstand (steekbreedte: 3,5 mm)

text_image
1/4 5/8 1 in 2 3 4 cm ② ⑤ 1/4 ③ ④ ①①Naad
②Persvoet
③Inch
④Spoelhuisdeksel (met marking)
⑤16 mm (5/8 inch)
■Stof uitlijnen met de persvoet "V" voor uitlijning verticale steken
Naai terwijl u de rechterrand van de stof uitgelijnd houdt met de gewenste markeringpositie op voet "V" voor de uitlijning van verticale steken.
U kunt ook voet "V" voor de uitlijning van verticale steken gebruiken om een steekbreedte in te stellen met de ingebouwde camera (zie pagina 148).

①Naad
②Voet "V" voor uitlijning van verticale steken
③Markeringen
■Gebruik van de steekplaat voor rechte steken en de rechte-steekvoet
De steekplaat voor rechte steken en de rechte- steekvoet kunt u alleen gebruiken voor rechte steken (steken met de linkernaaldstand). Gebruik de steekplaat voor rechte steken en de rechte-steekvoet wanneer u dunne stof naait, of wanneer u kleine stukken naait die in het gat van de normale steekplaat zakken tijdens het naaien. De rechte- steekvoet is prima om oprimpelen van lichte stof tegen te gaan. De kleine opening op de voet biedt steun voor de stof, terwijl de naald door de stof gaat.

VOORZICHTIG
- Gebruik de rechte-steekvoet altijd in combinatie met de steekplaat voor rechte steken.
1 Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten, en zet de machine uit of druk op
2 Verwijder de naald en de persvoethouder (zie zie pagina 66 t/m 67).
3 Verwijder de accessoiretafel of de borduurtafel als deze aan de machine bevestigd zijn.
4 Pak beide zijden van het steekplaatdeksel en schuif dit naar u toe.

5 Pak het spoelhuis en trek het uit.

6 Draai met de bijgeleverde schijfvormige schroevendraaier de normale steekplaat los.

7 Installeer de steekplaat voor rechte steken en draai deze vast met de schijfvormige schroevendraaier.

- Plaats de twee schroefgaten van de naaldplaat op de twee gaten van de machine. Draai met de bijgeleverde schijfvormige schroevendraaier de schroeven in de naaldplaat.
8 Plaats het spoelhuis in de oorspronkelijke stand en bevestig het steekplaatdeksel.
9 Nadat u het steekplaatdeksel opnieuw hebt geïnstalleerd, selecteert u een van de rechte steken.

Memo
- Wanneer u de steekplaat voor rechte steken gebruikt, worden alle rechte steken steken voor de middelste naaldstand. U kunt de naaldstand niet wijzigen op het breedtescherm.
- Zorg dat de steekplaat goed is bevestigd, alvorens het spoelhuis in de oorspronkelijke stand te plaatsen.

VOORZICHTIG
- Wanneer u andere steken selecteert, verschijnt een foutmelding.
- Draai het handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) alvorens u gaat naaien. Controleer dat de naald de rechte-steekvoet en de steekplaat voor rechte steken niet raakt.
10 Plaats de naald en bevestig de rechte- steekvoet.

11 Begin met naaien.
* Wanneer u klaar bent met naaien, verwijder dan de steekplaat voor rechte steken en de rechte-steekvoet en installeer de normale steekplaat en het steekplaatdeksel en persvoet "J" opnieuw.

Memo
- Voorkom oprimpelen van fijne stof door te naaien met een fijne naald, formaat 75/11 en korte steken. Voor zware stof gebruikt u een zwaardere naald, formaat 90/14 en langere steken.
■Rijgsteken
1 Selecteer en bevestig persvoet "J".
2 Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets" om verstevigingssteken te naaien en ga daarna door met naaien.

- Wanneer u plooit met de rijgsteek, gebruik dan geen verstevigingssteek aan het begin, maar zet de persvoet omhoog, draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in), haal de spoeldraad omhoog en trek een stuk boven- en onderdraad naar de achterkant van de machine.
- U kunt een steeklengte instellen tussen 5 mm (ca. 3/16 inch) en 30 mm (ca. 1-3/16 inch)

①Tussen 5 mm (ca. 3/16 inch) en 30 mm (ca. 1-3/16 inch)
3 Begin met naaien en houd de stof ondertussen strak.

4 Beëindig het rijgwerk met verstevigingssteken.
Figuurnaad
1 Selecteer en bevestig persvoet "J".
2 Naai een steek achteruit aan het begin van de figuurnaad. Naai vervolgens van het brede eind naar het andere, zonder de stof uit te rekken.
* Als automatische verstevigingssteken vooraf is ingesteld, wordt automatisch een verstevigingssteek genaaid aan het begin van het naaiwerk.

3 Knip de draad aan het eind af. Laat hierbij 50 mm (ca.1-15/16 inch) over en knoop deze einden aan elkaar.
* Naai geen steek achteruit aan het eind.

4 Steek het eind van de draad met een handnaald in de figuurnaad.

5 Strijk de figuurnaad met de strijkbout naar één kant, zodat deze vlak wordt.

Voor tailles van jurken, mouwen van blouses, enz.
1 Selecteer een rechte steek en bevestig persvoet "J".

text_image
Naalsteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte stek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-02 1-03 1-04 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 100%2 Stel de steeklengte in op 4,0 mm (ca. 3/16 inch) en de draadspanning op ca. 2,0 (lagere spanning).
* Wanneer u drukt op na te hebben
gedrukt op en vervolgens op

, wordt de steeklengte automatisch
ingesteld op 4,0 mm (ca. 3/16 inch) en de draadspanning automatisch op 2,0.
3 Trek de onder- en bovendraad 50 mm (ca. 1-15/16 inch) uit (zie pagina 55).

①Bovendraad
②Onderdraad
③Ongeveer 50 mm (ca. 1-15/16 inch)
4 Naai twee rijen rechte steken parallel aan de naadlijn. Knip vervolgens de overtollige draad af. Laat ongeveer 50 mm draad (ca. 1-15/16 inch) over.

5 Trek de onderdraden uit tot u de gewenste plooi hebt en knoop de draden vast.

6 Strijk de plooien.

7 Naai op de naadlijn en verwijder de rijgsteek.
Engelse naad
Om naden te verstevigen en randen netjes af te werken.
1 Selecteer en bevestig persvoet "J".
2 Naai de afwerkingslijn. Knip de helft van de marge vanaf de kant waar de Engelse naad moet komen.
* Wanneer automatisch draadknippen en automatische verstevigingssteken vooraf zijn ingesteld, worden aan het begin van het naaiwerk automatisch verstevigingssteken genaaid. Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets" om een verstevigingssteek te naaien en de draad automatisch af te knippen aan het eind van het naaiwerk.

①Ongeveer 12 mm (ca. 1/2 cm)
②Achterkant
3 Spreid de stof uit langs de afwerkingslijn.

①Afwerkingslijn
②Achterkant
4 Leg beide marges aan de kant van de smallere naad (geknipte naad) en strijk ze.

5 Vouw de bredere marge rond de smallere en naai de rand van de vouw.

Engelse naad voltooid

1 Breng langs de vouwen op de achterkant van de stof een markering aan.

2 Draai de stof om en strijk alleen de gevouwen gedeelten.

3 Selecteer en bevestig persvoet "I".
4 Naai een rechte steek langs de vouw.
* Wanneer automatisch draadknippen en automatische verstevigingssteken vooraf zijn ingesteld, worden aan het begin van het naaiwerk automatisch verstevigingssteken genaaid. Druk op de "Achteruit/verstevigingssteektoets" om een verstevigingssteek te naaien en de draad automatisch af te knippen aan het eind van het naaiwerk.

①Breedte voor gepaspelde naad
②Achterkant
③Voorkant
5 Strijk de vouwen in dezelfde richting.

Zigzagsteken zijn handig bij het overhands naaien, applicaties, patchwork en vele andere toepassingen.
Kies een steek en bevestig persvoet "J".
Staat er een dubbele "boven de steek die u kiest, dan kunt u achteruitsteken naaien wanneer u de "Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt.
Staat er een -boven de steek die u kiest, dan kunt u verstevigingssteken naaien wanneer u de "Achteruit/verstevigingssteektoets" ingedrukt houdt (zie pagina 74).
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Zigzagsteek Overhands ![]() | repareren.Achteruitsteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4(1/16) | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | OK(J) | |
![]() | Zigzagsteek Overhands ![]() | repareren.Verstevigingssteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4(1/16) | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | OK(J) | |
![]() | Zigzagsteek (rechts) | Beg vanuit![]() | rechternaaldstand, zigzagnaaien links. | 3,5(1/8) | 2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 1,4(1/16) | 0,3 - 4,0(1/64 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Zigzagsteek (links) | Beg vanuit![]() | linkernaaldstand, zigzagnaaien rechts. | 3,5(1/8) | 2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 1,4(1/16) | 0,3 - 4,0(1/64 - 3/16) | OK(J) |
1 Selecteer een steek.

text_image
Naalsteken Lettersteken en decoratieve steken 1-09 Zigzagsteek 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-17 1-18 1-19 1-20 100%2 Bevestig persvoet "J".
■ Overhands naaien (met zigzagsteken)
Naai zo overhands langs de rand van de stof dat de naald in de rechternaaldpositie (waar de naald neerkomt) zich net buiten de rand van de stof bevindt.

■Appliceren (met zigzagsteken)
Zet de applicatie met textiellijm of rijgsteken aan de stof en naai deze daarna vast.
* Naai zigzagsteken terwijl u de naald in de rechternaaldpositie net buiten de rand van de stof houdt.

Sla de gewenste breedte van de stof om en leg deze op de stof eronder. Naai vervolgens zo dat de steken over beide stukken stof heen gaan.

■Bochten naaien (met zigzagsteken)
Maak de steeklengte korter om een mooie steek te krijgen. Naai langzaam en houd de naad parallel aan de rand van de stof, terwijl u de stof om de bocht heen leidt.

■Spoelhuisdeksel met koordgeleider (met zigzagsteek)
1 Verwijder het spoelhuisdeksel van de machine (zie pagina 54).
2 Rijg de contourdraad van boven naar onder door het gat in het spoelhuisdeksel met koordgeleider. Plaats de draad in de inkeping achter op het spoelhuisdeksel met koordgeleider.

3 Klik het spoelhuisdeksel met koordgeleider op zijn plaats. Let op dat de contourdraad vrij kan worden doorgevoerd.
* Controleer of niets in de weg zit wanneer de draad wordt doorgevoerd.

4 Stel de zigzagbreedte in op 2,0-2,5 mm (ca. 1/16 - 3/32 inch).
5 Bevestig persvoet "N".
6 Plaats de stof met de voorkant naar boven op het koord en plaats het koord naar de achterkant van de machine onder de persvoet.

text_image
① ② N①Stof (voorkant)
②Contourdraad
7 Zet de persvoet omlaag en naai een decoratieve afwerking.

Gebruik elastische zigzagsteken bij het bevestigen van band, overhands naaien, stoppen of vele andere toepassingen.
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Elastische zigzag in 2 stappen | ![]() | Overhands naaien (middelzware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) |
![]() | Elastische zigzag in 2 stappen | ![]() | Overhands naaien (middelzware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) |
![]() | Elastische zigzag in 3 stappen | ![]() | Overhands naaien (middelzware en zware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) |
1 Selecteer een steek.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-13 Elastische zigzag in 2 stappen 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-18 1-14 1-15 -16 1-202 Bevestig persvoet "J".
■Band bevestigen
Leg het band plat neer. Naai het band op de stof terwijl u het band plat trekt.

Gebruik deze steek om overhands te naaien op de rand van stretchstof. Naai zo overhands langs de rand van de stof dat de naald in de rechternaaldpositie (waar de naald neerkomt) zich net buiten de rand van de stof bevindt.

Te gebruiken voor de rand van naden in rokken of broeken, en de rand van alle geknipte stukken. Afhankelijk van de overhandse steek die u selecteert, gebruikt u persvoet "G", persvoet "J" of de zijsnijder.
■Overhandse steken met persvoet "G"
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Overhandse steek Verste* naalen van lichte enmiddelmatig zware stof | 3,5(1/8) | 2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 2,0(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Overhandse steek Verste* naalen van zware stof | 5,0(3/16) | 2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Overhandse steek Verstevijd naalen vanmiddelzware en zware stof en stof die snel rafelt of decoratief naaiwerk. | 5,0(3/16) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
1 Kies een steek en bevestig persvoet "G".

text_image
Naasteken Lettersteken en decoratieve steken 1-16 Overhandse steek 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 -192 Zet de persvoet zo omlaag dat de persvoetgeleider precies tegen de rand van de stof komt.

3 Naai langs de persvoetgeleider.

- Nadat u de steekbreedte hebt aangepast, draait u het handwiel naar u toe (tegen de klok in). Controleer of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, kan de naald breken en letsel veroorzaken.

①De naald mag de middenstang niet raken • Als de persvoet in de hoogste stand staat, raakt de naald de persvoet mogelijk.
■Overhandse steken met persvoet "J"
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Overhandse steek Verstej ![]() | aa | en van naden bij stretchstof | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 9/32) | 2,5(3/32) | 0,5 - 4,0(1/32 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Overhandse steek Verstej ![]() | aa | en van middelzware stretchstof en zware stof of voor decoratieve steken | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 9/32) | 2,5(3/32) | 0,5 - 4,0(1/32 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Overhandse steek Verstej ![]() | aa | en van stretchstof of voor decoratieve steken | 4,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Overhandse steek Naden ![]() | jebrede | stretchstoffen | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
![]() | Enkelvoudige ruit overhandse steek | ![]() | Verstevigd naaien van naden bij stretchstof | 6,0(15/64) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,0(1/8) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Enkelvoudige ruit overhandse steek | ![]() | Verstevigd naaien van stretchstof | 6,0(15/64) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,8(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
1 Kies een steek en bevestig persvoet "J".

2 Zorg dat de naald tijdens het naaien net naast de stofrand valt.

■Overhandse steken met de zijsnijder
Wanneer u de zijsnijder gebruikt, kunt u overhands naaien terwijl de stof wordt ingesneden.
VOORZICHTIG
- Aanbevolen steken worden aangegeven met "S" in de rechter benedenhoek. Selecteer dus alleen een van deze onderstaande steken. Als u een andere steek gebruikt, kan de naald de persvoet raken en breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Opmerking
- Rijg de naald handmatig in wanneer u de zijsnijder gebruikt, of bevestig de zijsnijder pas nadat u de naald hebt ingeregen met de "Automatisch inrijgentoets".
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Met zijsnijder Rechte ste ![]() | ns afknippen van stof | 0,0(0) | 0,0 - 2,5(0 - 3/32) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
![]() | Met zijsnijder Zigzagsteektiidens ![]() | afknippen van stof | 3,5(1/8) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 1,4(1/16) | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | NEE | |
![]() | Met zijsnijder Overhandse steek tijdens ![]() | afknippen van stof | 3,5(1/8) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,0(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Met zijsnijder Overhands ![]() | tijdens afknippen van stof | 5,0(3/16) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Met zijsnijder Overhands ![]() | tijdens afknippen van stof | 5,0(3/16) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
1 Selecteer een steek.

text_image
Naisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-25 Met zijnijder 1-21 1-22 1-23 1-24 S S S S S 1-25 1-26 1-27 1-28 S S S S S 1-29 1-30 1-31 1-32 S P P P 1-33 1-34 1-35 1-36 Q Q Q Q 100%2 Volg de stappen op pagina 65 om de persvoet te verwijderen.
3 Rijg de naald in (zie pagina 57).
4 Plaats de vork van de hendel van de zijsnijder op de naaldklemschroef.

- Zorg dat de vork van de hendel stevig op de schroef zit.
5 Plaats de zijsnijder zo dat de pen van de zijsnijder tegenover de inkeping op de persvoethouder staat. Zet vervolgens de persvoet omlaag.

①Inkeping in persvoethouder
②Pen
→ De zijsnijder is bevestigd.
6 Zet de persvoet omhoog en trek een lang stuk bovendraad uit. Leid de draad onder de persvoet en trek deze uit in de richting waarin de stof wordt doorgevoerd.

7 Snijd de stof ongeveer 20 mm (ca. 3/4 inch) in.

8 Plaats de stof zo dat de rechterkant van de snee boven de geleiderplaat ligt en de linkerkant onder de persvoet.

①Geleiderplaat (onderste mesje)
②Persvoet
③Bovendraad

Memo
- Als de stof niet juist is geplaatst, wordt de stof niet afgesneden.

Zet de persvoet omlaag en begin met naaien.

→ Een marge wordt afgesneden terwijl u naait.


VOORZICHTIG
- Wanneer u de zijsnijder gebruikt, naait u op lage tot medium snelheid. Raak de messen of de bedieningshendel van de zijsnijder tijdens het naaien niet aan. Daardoor zou u letsel kunnen oplopen of schade kunnen veroorzaken.

①Geleiderplaat (onderste mesje)
②Bovenmes
③Bedieningshendel

Opmerking
- Nadat u de breedte hebt aangepast, draait u het handwiel naar u toe (tegen de klok in). Controleer of de naald de zijsnijder niet raakt. Als de naald de zijsnijder raakt, kan de naald breken.
■Wanneer u rechte steken naait met de zijsnijder
De marge tot aan de naad moet ongeveer 5 mm (ca. 3/16 inch) zijn.

①Marge tot aan de naad

Memo
- De stof wordt niet ingesneden als de stof helemaal onder de geleiderplaat van de persvoet is uitgespreid. Plaats de stof zoals is uitgelegd in stap 8 van het vorige gedeelte en begin te naaien.

- Er kan een laag van 350 grams spijkerstof worden ingesneden.
- Reinig de zijsnijder na gebruik om te voorkomen dat er stof en stukjes draad op blijven zitten.
- Breng zo nodig een klein beetje olie op de snijrand van de zijsnijder aan.
Quilten
Met deze machine kunt snel en eenvoudig prachtige quilts maken. Bij het maken van een quilt is het handig om de kniehevel en het voetpedaal te gebruiken. U hebt dan uw handen vrij voor andere taken ("Gebruik van het voetpedaal" op pagina 73 en/of "Gebruik van de kniehevel" op pagina 83).
De 30 quiltsteken Q-01 t/m Q-30 en de naaisteken die worden aangegeven met "P" of "Q" op de toets zijn nuttig om te quilten.
De "P" of "Q" onder op de toetsweergave geeft aan dat deze steken zijn bedoeld om te quilten ("Q") en patchwork/piecing ("P") oftewel aan elkaar zetten.
| Steek Steeknaam | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-lingnaald | ||||
![]() | ![]() | Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | ||||
![]() | Verbindingssteek (midden) | ![]() | ![]() | Aan elkaar zetten/patchwork | — | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
![]() | Verbindingssteek (rechts) | ![]() | ![]() | Aan elkaar zetten/patchwork 6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge rechts | 5,50(7/32) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE |
![]() | Verbindingssteek (links) | ![]() | ![]() | Aan elkaar zetten/patchwork 6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge links | 1,50(1/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE |
![]() | Quiltsteek met handgemaakt uiterlijk (midden) | ![]() | ![]() | Quiltsteek die eruitziet als handgenaaid | 3,50 | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
| [7STD] | Rijgsteek (midden) | ![]() | ![]() | Rijgsteken | 3,50 | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 20(3/4) | 5 - 30(3/16 - 1-3/16) | NEE |
| [37GS] | Stamsteek Verstevigd na | [DBTA] | decoratieve toepassingen | 1,00(1/16) | 1,00 - 3,00(1/16 - 1/8) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Zigzagsteek voor quiltapplicatie | ![]() | ![]() | Zigzagsteek voor quilts en naaien op geappliceerde quiltstukken | 3,50(1/8) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,6 | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | NEE |
![]() | Zigzagsteek (rechts) Be | ![]() | rechternaaldstand, zigzagnaaien links | 3,50(1/8) | 2,50 - 5,00(3/32 - 3/16) | 1,6 | 0,3 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
![]() | Zigzagsteek (links) Begi | ![]() | linkernaaldstand, zigzagnaaien rechts | 3,50(1/8) | 2,50 - 5,00(3/32 - 3/16) | 1,6 | 0,3 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
![]() | Elastische zigzag in 2 stappen | ![]() | Overhands naaien (middelzware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,00(3/16) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Elastische zigzag in 3 stappen | ![]() | Overhands naaien (middelzware en zware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,00(3/16) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Appliceersteek voor quilts | ![]() | Quiltsteek voor onzichtbare applicatie of het bevestigen van band | 2,00 | 0,50 - 5,00(1/64 - 3/16) | 2,0 | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Schelprijgsteek voor randen | ![]() | ![]() | Afwerking met schelprijgsteek | 4,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Dekensteek Applicaties, | ![]() | dekensteek | 3,50(1/8) | 2,50 - 7,00(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,6 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Steek Steeknaam | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Tweelingnaald | ||||
![]() | ![]() | Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | ||||
| Stippelsteek voor quilts | ![]() | ![]() | Quilten achtergrond | 7,00(1/4) | 1,00 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Overhandse steek Naden van gebreide | ![]() | ![]() | stretchstoffen | 5,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Band bevestigen Band bevestigen aan zoom in stretchstof | 5,50 | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,4 | 0,2 - 4,0(1/61 - 3/16) | NEE | ||||
Serpentsteek Decoratieve steken en![]() | elastiek bevestigen | 5,00(3/16) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 2,0 | 0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | |||
| Veersteek | ![]() | ![]() | Fagotsteken, decoratieve steken | 5,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
Fagot kruissteek Fagotsteken, brugsteken en![]() | decoratieve steken | 5,00(3/16) | 2,50 - 7,00(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
Couching-steek Decoratieve steken voor![]() | bevestigen koord en couching | 5,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,2(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | NEE | |||
| Dubbele overlocksteek voor patchwork | ![]() | ![]() | Patchworksteken, decoratieve steken | 5,00(3/16) | 2,50 - 7,00(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Smocksteek Smockwerk decoratieve [TTX2] | steken | 5,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
Zigzag sierzoomsteek Decoratieve afwerk steken![]() | 4,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||||
Decoratieve steek Decoratieve steken en![]() | applicaties | 6,00(15/64) | 1,00 - 7,00(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | |||
Decoratieve steek Decoratieve steek![]() | 5,50(7/32) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||||
Zoomsteken Erfstukwerk decoratieve ![]() | zomen | 5,00(3/16) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 2,0(1/16) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Zoomsteken Decoratieve zomen en [SWTY] | brugsteek | 6,00(15/64) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 2,0(1/16) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Enkelvoudige ruit overhandse steek | ![]() | ![]() | Verstevigd naaien van naden bij stretchstof | 6,00(15/64) | 1,00 - 7,00(1/16 - 1/4) | 3,0(1/8) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
Overhandse steek Verstevigd naaien van ![]() | stretchstof of voor decoratieve steken | 4,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Verbindingssteek (rechts) | ![]() | ![]() | Aan elkaar zetten/patchwork 6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge links | 5,5(7/32) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
| Verbindingssteek (midden) | ![]() | ![]() | Aan elkaar zetten/patchwork | — | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | ||
| Steek Steeknaam | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-lingnaald | ||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | ||||||
![]() | Verbindingssteek (links) | Aan elkaar zetten/patchwork 6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge links | 1,5(1/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Quiltsteken met handgemaakt uiterlijk | Quiltsteek die eruitziet als handgenaaid | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Zigzagsteek voor quiltapplicatie | Zigzagsteek voor quilts en naaien op geappliceerde quiltstukken | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4(1/16) | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Appliceersteek voor quilts | Quiltsteek voor onzichtbare applicatie of het bevestigen van band | 1,5(1/16) | 0,5 - 5,0(1/64 - 3/16) | 1,8(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Stippelsteek voor quilts | Quilten achtergrond | 7,0(1/4) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||

Memo
- Wanneer u een steekpatroon in de categorie quiltsteken (Q-02 t/m Q-30) selecteert, kunt u een fijnere steekbreedte instellen dan beschikbaar is met steekpatronen in andere categorieën.
Bijv: steek Q-03 heeft 57 naaldstanden en steek Q-19 heeft 29 breedte-instellingen.

Opmerking
- Het breedtebereik van steekinstellingen is alleen beschikbaar in de Q-categorie van quiltsteken.
■Aan elkaar zetten
Dit is het aan elkaar zetten van twee stukken stof. Als u stukken stof voor quiltstukken knipt of snijdt, neem dan een marge van 6,5 mm (ca. 1/4 inch).
1 Selecteer of en bevestig persvoet "J".
2 Leg de rand van de stof langs de rand van de persvoet en begin met naaien.
* Wilt u een marge van 6,5 mm (ca. 1/4 inch) naaien
langs de linkerrand van de persvoet met
geselecteerd, dan moet u de breedte instellen op 5,50 mm (ca. 7/32 inch).

text_image
① J①6,5 mm (ca. 1/4 inch)
* Wilt u een marge van 6,5 mm (ca. 1/4 inch) naaien
langs de linkerrand van de persvoet met
geselecteerd, dan moet u de breedte instellen op 1,50 mm (ca. 1/32 inch).

text_image
① J①6,5 mm (ca. 1/4 inch)
* De naaldstand kunt u wijzigen met het breedtescherm.



text_image
1.50 mm + - 2.0 mm + - 4.0 + - V_{out} V_{out}
Memo
- Een rechte steek (middelste naaldstand) kunt u gemakkelijker vloeiend naaien (zie pagina 94).
■Quilten
Quilten is het aan elkaar zetten van de bovenkant, de wattering en de onderkant van de quilt. U kunt de quilt naaien met de boventransportvoet, zodat de bovenkant, wattering en achterkant niet schuiven. De boventransportvoet heeft een transporteur die tijdens het naaien samen beweegt met de transporteur in de steekplaat.
Voor quilten met een rechte lijn gebruikt u de boventransportvoet en de steekplaat voor rechte steken. Selecteer altijd een rechte steek (middelste naaldstand) als u de steekplaat voor rechte steken gebruikt.
1 Selecteer , Q-01 Q-03 Q-07
2 Boventransportvoet bevestigen (zie pagina 66).

- Rijg de naald handmatig in wanneer u de boventransportvoet gebruikt, of bevestig de boventransportvoet pas nadat u de naald hebt ingeregen met de "Automatisch inrijgentoets".
3 Plaats een hand aan beide kanten van de persvoet om de stof stevig vast te houden.

- Naai op langzame tot middelmatige snelheid.
- Naai niet achteruit en geen steken waarvoor u zijwaarts of achterwaarts moet invoeren. Controleer altijd of de quiltvoorkant stevig geregen is voordat u begint te naaien. Om quilts te naaien met de machine zijn speciale naalden en draden verkrijgbaar.
■Appliceren
1 Trek het patroon over op de applicatiestof en snijd het rondom af. Laat daarbij een marge van 3 tot 5 mm (1/8 tot 3/16 inch) over.

2 Plaats een stuk steunstof, afgeknipt op de maat van het uiteindelijke appliqué-ontwerp, op de stof en vouw met een strijkijzer de marge tot aan de naad om. Knip de bochten zo nodig af.

3 Keer de applicatie om en zet de steunstof vast met rijgspelden of rijgsteken.

4 Selecteer en bevestig persvoet "J".
5 Zet de applicatie vast met de quiltapplicatiesteek. Naai rond de rand en laat de naald daarbij zo dicht mogelijk bij de rand komen.

- Zorg dat de naald tijdens het naaien geen rijgspeld raakt. Als de naald een rijgspeld raakt, kan de naald breken en letsel veroorzaken.
Met de appliceertechniek kunt u applicatieontwerpen bevestigen zoals de drie hieronder.

①

②

③
①Rozet
② Glas in lood
③Poppetje met hoed
■Quilten met satijnsteken
Gebruik het voetpedaal om satijnsteken te naaien. Dan hebt u meer greep op de stof. Als u de steekbreedte instelt met de schuifknop voor snelheidsregeling, kunt u tijdens het naaien de steekbreedte enigszins wijzigen.
1 Bevestig het voetpedaal (zie pagina 73).
2 Selecteer en bevestig persvoet "J".
3 Druk op in het lengtescherm om de steeklengte korter te maken.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken Q-07 Zigzagsteek voor quitapplicatie Q-01 Q-02 Q-03 Q-04 P P P Q Q-05 Q-06 Q-07 Q-08 Q-09 Q-10 Q-11 Q-12 Q-13 Q-14 Q-15 Q-16 Q-17 Q-18 Q-19 Q-20 100% 3.50 + mm - m - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + ?
Memo
- De beste steeklengte-instelling is afhankelijk van de stof en de draaddikte, maar voor satijnsteken is een lengte van 0,3 tot 0,5 mm (1/64 tot 1/32 inch) het best.
4 Druk op als de steekbreedte wilt regelen met de schuifknop voor snelheidsregeling.
5 Zet de breedte-regeling aan.

text_image
Breedteregeling ON Verticale fijnafstelling - + Horizontale fijnafstelling - + Persvoethoogte 75 mm Persvoetdruk - + Naaldstand bij opstarten
text_image
SLUITEN 1/8
Memo
- Met de schuifknop voor snelheidsregeling kunt u de steekbreedte wijzigen. Met het voetpedaal de naaisnelheid wijzigen.
6 Druk op &LUITEN
→ U keert dan terug naar het oorspronkelijke scherm.
7 Begin met naaien.
* U kunt tijdens het naaien de steekbreedte wijzigen door de schuifknop voor snelheidsregeling te verplaatsen. Schuif de knop naar links om de steekbreedte te verkleinen. Schuif de knop naar rechts om de steekbreedte te vergroten. De wijziging in steekbreedte is aan beide kanten van de middelste naaldstand hetzelfde.

①Smaller
②Breder
Voorbeeld: Breedte wijzigen

8 Wanneer u klaar bent met naaien, zet u de breedteregeling uit.
■Fantasiequilten (vrij quilten)
Voor fantasiequilts kunt u de transporteur omlaag zetten door te drukken op . Dan kunt u de stof vrij in alle richtingen bewegen.
Met vrij quilten gebruikt u vrije quiltvoet "C" vrije open quiltvoet "O" naar gelang de steek die is geselecteerd. Stel de machine in op de vrijmodus. In deze modus wordt de persvoet op de noodzakelijke hoogte voor vrij naaien gezet.
Wij adviseren u het voetpedaal aan te sluiten en op gelijkmatige snelheid te naaien. U kunt de naaisnelheid regelen met de schuifknop voor snelheidsregeling.
Werken met de vrije quiltvoet "C"
Gebruik de vrije quiltvoet "C" met de steekplaat voor rechte steken om vrij te naaien.

Vrije quiltvoet "C"

VOORZICHTIG
- Bij vrij quilten stemt u de doorvoersnelheid van de stof af op de naaisnelheid. Als de stof sneller gaat dan de naaisnelheid, kan de naald breken of andere schade optreden.
- Wanneer u de vrije quiltvoet "C" gebruikt, moet u de rechte steekplaat gebruiken en naaien met de naald in de middelste naaldstand. Als u de naald in een andere stand zet dan de middelste naaldstand, kan hij breken. Dit kan letsel tot gevolg hebben.

Memo
- Wanneer u begint te naaien, detecteert de interne sensor de dikte van de stof. De quiltvoet wordt omhoog gezet, op de hoogte die is opgegeven in het machine-
instellingenscherm. Druk op om
"Hoogte vrijmodus" op 2/8 van het instellingenscherm te openen. Druk op

of op em in te stellen op welke hoogte boven de stof de quiltvoet wordt gezet.
Verhoog de waarde door op drukken, bijvoorbeeld wanneer u zeer rekbare stof naait. Dan naait het gemakkelijker.

Hoogte vrijmodus


- Wilt u een gelijkmatige spanning, dan moet u mogelijk de bovendraadspanning verlagen. Probeer het op een restantje stof dat lijkt op de stof die u wilt gebruiken.

Bevestig de rechte-steekvoet. (zie pagina 97).

- Deze steekplaat heeft een rond gat voor de naald.

Selecteer


•
3 Druk op om de machine in te stellen op de vrijmodus.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken Q-01 Verbindingssteek (midden) Q-01 Q-02 Q-03 Q-04 P P P Q Q-05 Q-06 Q-07 Q-08 Q-09 Q-10 Q-11 Q-12 Q-13 Q-14 Q-15 Q-16 Q-17 Q-18 Q-19 Q-20 100% mm 2.0 mm 5.0 - ?→ De toets ziet er als volgt uit, de quiltvoet wordt op de geschikte hoogte gezet en de transporteur wordt omlaag gezet voor vrij naaien.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken Q-01 Verbindingssteek (midden) Q-01 Q-02 Q-03 Q-04 P P P Q Q-05 Q-06 Q-07 Q-08 Q-09 Q-10 Q-11 Q-12 Q-13 Q-14 Q-15 Q-16 Q-17 Q-18 Q-19 Q-20 100% mm 2.0 mm 4.0 - ? ? i→ Wanneer steek Q-01 of 1-31 is geselecteerd, wordt de vrije quiltvoet "C" aangegeven in de linkerbovenhoek van het scherm.
4 Verwijder de persvoethouder (zie pagina 66).
5 Bevestig vrije quiltvoet "C" aan de voorkant met persvoethouderschroef tegenover de inkeping in de quiltvoet.

a Persvoethouderschroef
b Inkeping

Opmerking
- Controleer of de quiltvoet goed bevestigd is en niet scheef zit.
6 Houd de quiltvoet op z'n plaats met uw rechterhand en draai met de schroevendraaier in uw linkerhand de persvoethouderschroef vast.

a Persvoethouderschroef

VOORZICHTIG
- Draai de schroeven beslist stevig vast met de bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de naald buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
7 Span de stof met beide handen. Voer de stof gelijkmatig door zodat u uniforme steken naait van ongeveer 2,0-2,5 mm (ca. 1/16 - 3/32 inch).

Druk op om de vrijmodus te annuleren.
→ Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de transporteur omhoog te zetten.

Wanneer u klaar bent met naaien, verwijder dan de steekplaat voor rechte steken en persvoet "C" en installeer de normale steekplaat en het steekplaatdeksel opnieuw.

Opmerking
- De vrije open quiltvoet "O" kunt u ook gebruiken met de steekplaat voor rechte steken. Wij raden u aan de vrije open quiltvoet "O" te gebruiken voor het vrij naaien van stoffen van ongelijkmatige dikte.
- Wanneer u de steekplaat voor rechte steken gebruikt, geldt voor alle rechte steken de middelste naaldstand. U kunt de naaldstand niet wijzigen op het breedtescherm.

Memo
- Normaliter staat de transporteur omhoog voor gewoon naaien.
- Laat u niet ontmoedigen als het resultaat niet direct bevredigend is. Deze techniek vereist oefening.
Werken met de vrije open quiltvoet "O"
De vrije open quiltvoet "O" wordt gebruikt voor vrij quilten met zigzag- of decoratieve steken, of voor vrij quilten van rechte lijnen op stof van ongelijkmatige dikte. U kunt diverse steken naaien met de vrije open quiltvoet "O". Voor meer informatie over steken die u kunt gebruiken, zie de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze handleiding.

- Wilt u een gelijkmatige spanning, dan moet u mogelijk de bovendraadspanning verlagen. (zie pagina 79). Probeer het uit met een restantje quiltstof.

Druk op om de machine in te stellen op de vrijmodus.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 0.0 + 2.5 + 4.0 + mm - mm - -→ De toets ziet er als volgt uit, de quiltvoet wordt op de geschikte hoogte gezet en de transporteur wordt omlaag gezet voor vrij naaien.
2 Selecteer een steek.

Memo
- Wanneer steek Q-01 of 1-31 is geselecteerd, wordt de vrije quiltvoet "C" aangegeven in de linkerbovenhoek van het scherm. Wanneer de andere steken zijn geselecteerd, wordt de vrije open quiltvoet "O" aangegeven in het scherm.
3 Verwijder de persvoethouder (zie pagina 66).
4 Bevestig de vrije open quiltvoet "O" door de pen van de quiltvoet boven de naaldklemschroef te plaatsen met het linkerbenedenstuk van de quiltvoet op één lijn met persvoetstang.

①Pen
②Naaldklemschroef
③Persvoetstang

Opmerking
- Controleer of de quiltvoet niet scheef zit.
5 Houd de quiltvoet op z'n plaats met uw rechterhand en draai met de schroevendraaier in uw linkerhand de persvoethouderschroef vast.

①Persvoethouderschroef
VOORZICHTIG
- Draai de schroeven beslist stevig vast met de bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de naald buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
6 Span de stof met beide handen. Voer de stof gelijkmatig door zodat u uniforme steken naait van ongeveer 2,0-2,5 mm (ca. 1/16 - 3/32 inch).

7 Druk op om de vrijmodus te annuleren.
→ Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de transporteur omhoog te zetten.
Memo
- Laat u niet ontmoedigen als het resultaat niet direct bevredigend is. Deze techniek vereist oefening.
■Echoquilten met de vrije echoquiltvoet "E"
Quiltlijnen naaien op gelijke afstanden van een motief wordt echoquilten genoemd. De quiltlijnen, die als echo's van het motief weg rimpelen, zijn het kenmerk van deze quiltstijl. Gebruik de vrije echoquiltvoet "E" voor echoquilten. Met de maatindeling op de persvoet als houvast naait u op een vaste afstand rond het motief. Wij adviseren u het voetpedaal aan te sluiten en op gelijkmatige snelheid te naaien.

Maatindeling vrije echoquiltvoet "E"

- Bij vrij quilten stemt u de doorvoersnelheid van de stof af op de naaisnelheid. Als de stof sneller gaat dan de naaisnelheid, kan de naald breken of andere schade optreden.

Memo
- Wanneer u begint te naaien, detecteert de interne sensor de dikte van de stof. De quiltvoet wordt omhoog gezet, op de hoogte die is opgegeven in het machine-instellingenscherm. Druk op "Hoogte vrijmodus" in te stellen op p. 2/8 van het instellingenscherm (zie pagina 35). Druk op op om te stellen op welke hoogte boven de stof de quiltvoet wordt gezet. Verhoog de waarde door op drukken, bijvoorbeeld wanneer u zeer zachte stof naait. Dan naait het gemakkelijker.

- Wilt u een gelijkmatige spanning, dan moet u mogelijk de bovendraadspanning verlagen. (zie pagina 79). Probeer het uit met een restantje quiltstof.

Selecteer


Druk op om de machine in te stellen op de vrijmodus.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-08 Rechte steek (midden) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 100% mm - 2.5 mm - 4.0 - ?→ De toets ziet er als volgt uit de quiltvoet wordt op de geschikte hoogte gezet en de transporteur wordt omlaag gezet voor vrij naaien.

Volg de stappen op pagina pagina 65 "Persvoet verwijderen" om de persvoet te verwijderen.

Verwijder de persvoethouder(zie pagina 66) en de schroef.

Plaats de vrije echoquiltvoet "E" op de linkerkant van de persvoetstang met de gaten in de quiltvoet en de persvoetstang op één lijn.

Draai de schroef vast met de bijgesloten schroevendraaier.

- Draai de schroeven beslist stevig vast met de bijgesloten schroevendraaier. Anders raakt de naald mogelijk de quiltvoet, waardoor de naald buigt of breekt. Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Met de maatindeling op de quiltvoet als houvast naait u rond het motief.

Druk op om de vrijmodus te annuleren.
→ Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de transporteur omhoog te zetten.
Blindzoomsteken
Verstevig de onderkant van rokken en broeken met een blindzoom. Er zijn twee steken beschikbaar om blindzomen te naaien.
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Blindzoomsteek Blindzor aaien op middelzware stof | 0,0(0) | +3,0 - -3,0(+1/8 - -1/8) | 2,0(1/16) | 1,0 - 3,5(1/16 - 1/8) | NEE | ||
![]() | Blindzoomsteek stretchstof | ![]() | Blindzomen naaien op stretchstof | 0,0(0) | +3,0 - -3,0(+1/8 - -1/8) | 2,0(1/16) | 1,0 - 3,5(1/16 - 1/8) | NEE |

Memo
- Wanneer cilindrische stukken te klein zijn om op de arm te schuiven, of te kort, voert de stof niet door en haalt u niet het gewenste resultaat.
1 Draai de rok of broek binnenste buiten.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Onderrand van stof
2 Vouw de stof langs de gewenste zoomrand, en strijk deze.

① Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④Gewenste rand van zoom
3 Zet met een krijtje op de stof een streep ca. 5 mm (3/16 inch) van de rand van de stof, en rijg deze.

① Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④Gewenste rand van zoom
⑤5 mm (3/16 inch)
⑥Rijgsteken
4 Vouw de stof naar binnen langs de rijgsteken.

① Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④Gewenste rand van zoom
⑤5 mm (3/16 inch)
⑥Rijgsteken
⑦Rijgpunt
5 Vouw de rand van de stof open en plaats de stof met de achterkan naar boven.

① Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
③Rand van de stof
④Gewenste rand van zoom
⑤Rijgpunt
⑥Rijgsteken
6 Bevestig blindzoomvoet "R".

text_image
Naalisteken Lettersteken en decoratieve steken 2-01 Blindzoomsteek 2-01 2-02 2-03 2-04 2-05 100%8 Verwijder de accessoiretafel om met de vrije arm te kunnen werken.
9 Schuif het stuk dat u wilt naaien op de arm. Controleer of de stof goed doorvoert en begin te naaien.

10 Plaats de stof met de rand van de gevouwen zoom tegen de geleider van de persvoet. Zet vervolgens de persvoethendel omlaag.

①Achterkant van de stof
②Vouw van zoom
③Geleider
11 Pas de steekbreedte aan zodat de naald de vouw van de zoom net pakt.

text_image
R ①①Naaldpositie (waar de naald neerkomt) Om de naaldpositie te wijzigen zet u de naald omhoog en wijzigt u de steekbreedte.

- U kunt geen blindzoomsteken naaien als het linkerpunt waar de naald neerkomt de vouw niet pakt. Als de naald te veel van de vouw pakt, kan de stof niet worden uitgevouwen en wordt de naad aan de voorkant van de stof heel groot. Dat ziet er niet mooi uit. Als een van beide zich voordoet, volg dan onderstaande instructies op het scherm om het probleem op te lossen.
■Als de naald te ver op de zoomvouw komt
De naald is te ver naar links.
Druk op 4m de steekbreedte te verkleinen, zodat de naald de vouw van de zoom net pakt.


①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
■Als de naald niet op de vouw komt
De naald is te ver naar rechts.
Druk op om de steekbreedte te vergroten, zodat de naald de vouw van de zoom net pakt.


①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
12 Naai met de vouw van de zoom tegen de persvoetgeleider.
13 Verwijder de rijgsteken en keer de stof om.

①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof
Appliceren
1 Zet de applicatie vast met textiellijm of rijgsteken aan de stof.
* Zo zal de stof tijdens het naaien niet gaan schuiven.

* Stem de steeklengte en steekbreedte af op de vorm en de grootte van de applicatie en de stof (zie pagina 78).
Memo • Meer
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.
3 Bevestig persvoet "J". Controleer of de naald net naast de applicatie valt en begin met naaien.

①Applicatiemateriaal

■Scherpe bochten naaien
Stop de naaimachine met de naald in de stof buiten de applicatie. Zet de persvoet omhoog en draai de stof een beetje tijdens het naaien. Zo krijgt de naad een aantrekkelijke afwerking.

Stop de machine met de naald in de rechter positie van de buiten- (of binnen-)hoek van de applicatie. Zet de persvoet omhoog en draai de stof om de rand van de stof uit te lijnen. Zet de persvoet omlaag en ga door met naaien.

- Wanneer u een lichte, wegneembare steunstof onder het naaigebied plaatst, worden de steken langs de rand van de applicatiestof mooier.
Schelprijgsteken
Schelprijgsteken geven een aantrekkelijke schelpafwerking langs randen van kragen. Met dit steekpatroon kunt u ook de hals of de mouwen van jurken en blouses omranden.
1 Selecteer 2-04

Memo
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.
2 Verhoog de spanning van de bovendraad voor een aantrekkelijke schelpafwerking van de schelprijgsteken (zie pagina 79).

Memo
- Als de spanning van de bovendraad te laag is, krijgen schelprijgsteken geen schelpafwerking.
3 Om rijen schelprijgsteken te maken vouwt u de stof diagonaal in tweeën.

- Gebruik een dunne stof.
4 Bevestig persvoet "J". Zorg dat de naald net rechts van de stofrand valt en begin met naaien.

5 Vouw de stof uit en strijk de plooien met een strijkijzer naar één kant.

- Als u schelprijgsteken langs de rand van een kraag of hals wilt maken, volgt u de patroonbeschrijving en werkt u vervolgens de kraag of hals decoratief af met deze steek.
Schelpsteken
Dit golfvormige patroon voor satijnsteken wordt het schelpsteekpatroon genoemd. Met dit steekpatroon versiert u randen van kragen van blouses en zakdoeken of geeft u een zoom een vrolijke afwerking.

Memo
- Voor lichte stoffen moet u soms textiellijm aanbrengen. Naai een proeflapje voordat u echt gaat naaien.

Selecteer


Memo
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.

Bevestig persvoet "N". Naai schelpsteken langs de rand van de stof.
* Naai niet direct op de rand van de stof.

Knip de stof langs de schelprand af. Knip niet in het stiksel!

- U kunt de rand van de schelpsteken vastzetten met een speciaal hiervoor bestemde naaddichter.
Fantasiequilt
Om een decoratieve fantasiequilt te maken kunt u de volgende steken bovenop een geperste marge tot aan de naad naaien.
1 Selecteer een rechte steek en bevestig persvoet "J".
2 Naai twee stukken stof aan elkaar met de voorkant naar elkaar toe. Druk vervolgens de marge open.

①Rechte steek
②Marge tot aan de naad
③6,5 mm (ca. 1/4 inch)
④Achterkant
3 Selecteer een afwerksteek.

4 Plaats de stof met de voorkant omhoog op de machine. Houd de persvoet tijdens het naaien in het midden van de naad.

①Voorkant van de stof
Smocksteken
Met smocksteken kunt u kleding enz. een decoratieve afwerking geven.
1 Selecteer een rechte steek en bevestig persvoet "J".
2 Stel de steeklengte in op 4,0 mm (ca. 3/16 inch) en verlaag de bovendraadspanning tot ca. 2,0 (zie "Steeklengte instellen" op pagina 79 en "Draadspanning instellen" op pagina 79).
3 Trek de onder- en bovendraad 50 mm (ca. 1-15/16 inch) uit.
4 Naai de naden met ca. 10 mm (ca. 3/8 inch) tussen de naden. Knip de overtollige draad af, waarbij u 50 mm (ca. 1-15/16 inch) overlaat.

5 Trek aan de onderdraden totdat de plooi de gewenste grootte heeft en strijk de plooien met een strijkijzer.

- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.
7 Naai de ruimten tussen de rechte naden.

8 Trek de draden van de rechte steken eruit.

Als er een ruimte tussen twee stukken stof is en er een draad over de ruimte heen wordt genaaid om de twee stukken stof te verbinden, noemen we deze steken fagotsteken. Deze steek kunt u gebruiken bij het naaien van blouses of kinderkleding.
1 Rijg de twee stukken stof op dun papier vast. Laat een ruimte van 4 mm (ca. 3/16 inch) tussen de stukken stof.
* Als u een verticale lijn midden op dun papier of wateroplosbare steunstof trekt, gaat het naaien gemakkelijker.

①4,0 mm (ca. 3/16 inch)
②Papier
③Rijgsteken
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.
3 Bevestig persvoet "J". Zet het midden van de persvoet precies midden in de ruimte tussen de twee stukken stof en begin met naaien.

- Gebruik een dikke draad.
4 Als u klaar bent met naaien, trek het papier dan voorzichtig weg.
Band of elastiek bevestigen
1 Selecteer een rechte steek en bevestig persvoet "J".
2 Stel de steeklengte in op 4,0 mm (ca. 3/16 inch) en verlaag de bovendraadspanning tot ca. 2,0 (zie "Steeklengte instellen" op pagina 79 en "Draadspanning instellen" op pagina 79).

Memo
• Zorg dat geen automatische verstevigingssteken of automatisch draadknippen is geselecteerd.
3 Naai twee rijen rechte steken aan de voorkant van de stof en trek de onderdraad er daarna uit om de benodigde plooi te verkrijgen.

- Voordat u de rechte steken naait, draait u het handwiel naar u toe (tegen de klok in) en haalt u de onderdraad naar boven. Houd de bovendraad en onderdraad vast en trek een stuk draad naar achteren. (Zorg dat de persvoet daarbij omhoog staat).
4 Leg het band op de plooi en houd het op zijn plaats door middel van rijgspelden.

- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.

Naai over het band (of elastiek) heen.

- Let op dat de naald tijdens het naaien geen rijgspeld of enig ander voorwerp raakt. De draad kan daardoor verstrikt raken of de naald kan breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Trek de draden van de rechte steken eruit.

■Zoomsteken (1) (bloemetjessteek)
Deze steek kunt u gebruiken voor het naaien van tafelkleden, decoratieve zomen en decoratieve steken aan de voorkant van overhemden.

Memo
- Gebruik een lichte tot middelzware handgeweven stof die enigszins stijf is.

Plaats een platte naald 130/705H, 100/16.
* Deze speciale naainaald wordt niet geleverd bij de machine. U moet deze afzonderlijk aanschaffen.

VOORZICHTIG
- U kunt de "Automatisch inrijgentoets" niet gebruiken. Rijg de platte naald van voren naar achteren met de hand in. Als u hierbij de "Automatisch inrijgentoets" gebruikt, kunt u de machine beschadigen.
- Bij dit soort patronen wordt de afwerking nog mooier, als u een platte naald 130/705H gebruikt. Als u een platte naald gebruikt en de steekbreedte met de hand is ingesteld, controleer dan of de naald de persvoet niet raakt. Hiertoe draait u voorzichtig het handwiel naar u toe (tegen de klok in) voordat u gaat naaien.

Kies een steek en bevestig persvoet "N".
* U kunt elke steek van 3-01 tot 3-25 kiezen.

text_image
Naarsteken Lettersteken en decoratieve steken 3-06 Zoomsteken 3-01 3-02 3-03 3-04 3-05 3-06 3-07 3-08 3-09 3-10 3-11 3-12 3-13 3-14 3-15 3-16 3-17 3-18 3-19 3-20 3-21 3-22 3-23 3-24 3-25 100%
Memo
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.

Begin met naaien.
Voorbeeld: Illustratie van het genaaide werk

natural_image
Vertical column of twelve blue asterisk symbols on a light blue background (no text or labels)
Zoomsteken (2) (uitgetrokken steken (1))

Trek een aantal draden uit een stukje van de stof om ruimte te maken.
* Trek 5 of 6 draden uit zodat een stuk van 3 mm (ca. 1/8 inch) open wordt.

- Los geweven stoffen lenen zich hier het best voor.

Selecteer


Memo
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.

Bevestig persvoet "N". Leg de stof met de voorkant naar boven en naai één rand van de ruimte.

text_image
N
Druk op om de steek in spiegelbeeld te borduren.

Zorg dat de naald aan weerszijden van het open stuk op corresponderende plekken neerkomt. Zo wordt het stiksel symmetrisch.

■Zoomsteken (3) (uitgetrokken steken (2))

Trek een aantal draden uit beide kanten van het stukje van 4 mm (ca. 3/16 inch) dat nog niet open is.
* Trek vier draden uit, laat vijf draden zitten en trek weer vier draden uit. De breedte van de vijf draden is ongeveer 4 mm (ca. 3/16 inch) of minder.

①Ongeveer 4 mm (ca. 3/16 inch) of minder
②Vier draden (uittrekken)
③Vijf draden (overslaan)

Selecteer


Memo
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.

Naai de decoratieve steek op het midden van de vijf draden die u zojuist hebt overgeslagen.

- U kunt een platte naald gebruiken voor zoomsteken (3).
Knoopsgaten in één stap
Knoopsgaten in één stap kunt u afstemmen op het formaat knoop.
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Smal afgerond knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten voor lichte tot middelzware stof | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Breed afgerond knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten met extra ruimte voor grotere knopen | 5,5(7/32) | 3,5 - 5,5(1/8 - 7/32) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Taps toelopend afgerond knoopsgat | ![]() | Verstevigde, taps toelopende knoopsgaten voor broek of rokband | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Afgerond knoopsgat | Knogaten![]() | met verticale trens voor zware stof | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Afgerond knoopsgat | Knogaten![]() | met trens | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Aan beide zijden afgerond knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten voor fijne, middelzware en zware stof | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Smal vierkant knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten voor lichte tot middelzware stof | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Breed vierkant knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten met extra ruimte voor decoratieve knopen | 5,5(7/32) | 3,5 - 5,5(1/8 - 7/32) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Vierkant knoopsgat K | [YT8B] | noopsgaten voor zwaar gebruik met verticale trenzen | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Stretchknoopsgat | Knogaten![]() | voor stretchstof of geweven stof | 6,0(15/64) | 3,0 - 6,0(1/8 - 15/64) | 1,0(1/16) | 0,5 - 2,0(1/32 - 1/16) | NEE |
![]() | Erfstukknoopsgat | Knogaten![]() | voor erfstuk- en stretchstof | 6,0(15/64) | 3,0 - 6,0(1/8 - 15/64) | 1,5(1/16) | 1,0 - 3,0(1/1 - 1/8) | NEE |
![]() | Knoopsgat in leer Eerste Bij ![]() | het maken van knoopsgaten in leer | 5,0(3/16) | 0,0 - 6,0(0 - 15/64) | 2,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
![]() | Lingerieknoopsgat | Knogaten![]() | in zware of dikke stof, voor grotere platte knopen | 7,0(1/4) | 3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5(1/32) | 0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Taps toelopend lingerieknoopsgat | ![]() | Knoopsgaten in middelzware tot zware stof, voor grotere platte knopen | 7,0(1/4) | 3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5(1/32) | 0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Lingerieknoopsgat | Knogaten![]() | met verticale trens voor versteviging van stof voor zware of dikke stof | 7,0(1/4) | 3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5(1/32) | 0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
Knoopsgaten in één stap naait u van de voorkant van de persvoet naar de achterkant, zoals hieronder aangegeven.

flowchart
graph TD
A["Initial State"] --> B["Flow Path ①"]
B --> C["Intermediate Stage"]
C --> D["Flow Path ①"]
D --> E["Final Stage"]
subgraph Stage 1
F["Streamlines"] --> G["Flow Path ①"]
end
subgraph Stage 2
H["Streamlines"] --> I["Flow Path ①"]
end
subgraph Stage 3
J["Streamlines"] --> K["Flow Path ①"]
end
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#cfc,stroke:#333
①Verstevigingssteek
1 Kies een knoopsgatsteek en bevestig knoopsgatvoet "A".
2 Markeer de positie en de lengte van het knoopsgat op de stof.

- De maximale knoopsgatlengte is ca. 28 mm (ca. 1-1/16 inch) (doorsnee + dikte van de knoop).
3 Trek de knoophouderplaat op de persvoet uit en plaats de knoop waarvoor het knoopsgat is bestemd. Zorg dat de knoophouderplaat strak om de knoop zit.

- Het formaat knoopsgat wordt bepaald door de grootte van de knoop in de knoophouderplaat.
4 Breng de persvoet op gelijke hoogte met de marking op de stof en zet de persvoethendel omlaag.

①Markering op de stof
②Markering op de persvoet

Opmerking
- Haal de draad onder de persvoet door.
- Schuif het buitenframe van de knoopsgatvoet zo ver mogelijk naar achteren zoals op de afbeelding. Laat geen ruimte open achter het deel van de voet dat is aangeduid met een "A". Als u de knoopsgatvoet niet zo ver mogelijk naar achteren schuift, wordt het knoopsgat niet in de juiste grootte genaaid.


Zet de knoopsgathendel omlaag zodat deze achter het metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet terechtkomt.

①Metalen uitsteeksel

Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vast en begin met naaien.
* Voer de stof langzaam met de hand door, terwijl het knoopsgat wordt genaaid.

→ Wanneer u klaar bent met naaien, naait de naaimachine automatisch verstevigingssteken en stopt daarna.

Memo
- Hebt u Automatisch draadknippen aangezet voordat u ging naaien, dan worden beide draden automatisch afgeknipt nadat de verstevigingssteken zijn genaaid. Als de stof niet kan worden doorgevoerd (bijvoorbeeld omdat ze te dik is) verhoogt u de instelling van de steeklengte.

Steek een speld ter hoogte van een van de trenzen. Steek het tornmesje daarna midden in het knoopsgat en snijd het knoopsgat open naar de speld toe.

①Rijgspeld
②Tornmesje

VOORZICHTIG
- Wanneer u het knoopsgat opent met het tornmesje, moet u goed opletten dat u uw hand of vinger niet voor het mesje houdt. Als het mesje uitschiet, kunt u letsel oplopen. Gebruik het tornmesje uitsluitend volgens de aanwijzingen.

Memo
- Maak een gaatje met de gaatjesponser in het afgeronde uiteinde van het knoopsgat. Steek vervolgens een speld ter hoogte van een van de trenzen. Steek een tornmesje in het gaatje dat u met de gaatjesponser hebt gemaakt en snijd het knoopsgat open naar de speld toe.

①Gaatjesponser
②Rijgspeld
■Stretchstof naaien
Wanneer u stretchstof naait met

u de knoopsgatsteken over een contourdraad.

Haak de contourdraad in het uiteinde van persvoet "A". Steek de uiteinden in de gleuven aan de voorkant van de persvoet en bind ze daar tijdelijk vast.

Zet de persvoet omlaag en begin met naaien.

- Stel de breedte van de satijnsteken in op de breedte van de contourdraad en stel de knoopsgatbreedte in op twee à drie maal de breedte van de contourdraad.

Nadat u gereed bent met naaien, trekt u de contourdraad voorzichtig strak en knipt u het overtollige gedeelte af.

- Nadat u de steken over het knoopsgat heen hebt doorgesneden met het tornmesje, knipt u de draden af.
■Knoopsgaten met aparte vormen/ knopen die niet in de knopenvoet passen
Stel de grootte van het knoopsgat in met de streepjes op de schaalverdeling van de persvoet. Eén streepje op de schaalverdeling staat gelijk aan 5 mm (ca. 3/16 inch).
Tel de doorsnede op bij de dikte van de knoop en stel de voet in op de berekende waarde.

①Schaalverdeling van de persvoet
②Knoophouderplaat
③Doorsnede + dikte
④5 mm (ca. 3/16 inch)

Memo
- Voor een knoopsgat met een doorsnede van 15 mm (ca. 9/16 inch) en een dikte van 10 mm (ca. 3/8 inch) stelt u de schaalverdeling in op 25 mm (ca. 1 inch).

①10 mm (ca. 3/8 inch)
②15 mm (ca. 9/16 inch)
Knoopsgaten in vier stappen
U kunt 4-staps knoopsgaten naaien met de volgende vier steken samen. 4-staps knoopsgaten kunt u naaien op elke gewenste lengte. 4-staps knoopsgaten zijn een geschikte methode voor zeer grote knopen.

Opmerking
- Wanneer u de steekinstellingen wijzigt, zorg dan dat alle steekinstellingen corresponderen.
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
| Knoopsgat in vier stappen 1 | Linkerkant van knoopsgat in vier stappen | 5,0(7/32) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | ||
| Knoopsgat in vier stappen 2 | Trens van knoopsgat in 4 stappen | 5,0(7/32) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | ||
| Knoopsgat in vier stappen 3 | Rechterkant van knoopsgat in vier stappen | 5,0(7/32) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | ||
| Knoopsgat in vier stappen 4 | Trens van knoopsgat in 4 stappen | 5,0(7/32) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | ||
4-staps knoopsgaten naait u zoals hieronder aangegeven.

flowchart
graph LR
A["Step 4-16"] --> B["Step 4-17"]
B --> C["Step 4-18"]
C --> D["Step 4-19"]

Markeer de positie en de lengte van het knoopsgat op de stof.

①Markeringen op de stof
②Voltooid naaiwerk
2 Bevestig monogramvoet "N" en selecteer steek om de linkerkant van het knoopsqat te naaien.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 4-16 Knoopsgat in vier stappen - 1 4-01 4-02 4-03 4-04 4-05 4-06 4-07 4-08 4-09 4-10 4-11 4-12 4-13 4-14 4-15 4-16 -17 4-18 4-19 4-20 4-22 4-23 4-24 4-25 5.0 + 0.4 + 4.0 + mm - mm - -3 Druk op den "Start/stoptoets" om te beginnen met naaien.
4 Naai de gewenste lengte voor het knoopsgat en druk opnieuw op de "Start/stoptoets".

5 Selecteer steek om de trens te naaien en druk op de "Start/stoptoets".
→ De machine stopt automatisch nadat de trens is genaaid.
6 Selecteer steek om de rechterkant van het knoopsqat te naaien en druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met naaien.

7 Naai de rechterkant het knoopsqat en druk opnieuw op de "Start/stoptoets".
* Naai de rechterkant van het knoopsgat even lang als de linkerkant.
8 Selecteer steek om de trens te naaien en druk vervolgens op de "Start/stoptoets".
→ De machine naait automatisch de trens en stopt wanneer de trens voltooid is.
9 Zet de persvoet omhoog en verwijder de stof.
10 Zie pagina 134 voor aanwijzingen om het knoopsgat te openen.
■Stoppen
Gebruik dit steekpatroon voor reparatie en andere toepassingen.
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Stoppen Stoppen van mid are stof![]() | 7,0(1/4) | 2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,4 - 2,5(1/64 - 1/16) | NEE | ||
![]() | Stoppen Stoppen van zw of![]() | 7,0(1/4) | 2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,4 - 2,5(1/64 - 1/16) | NEE | ||
Stoppen doet u van de voorkant van de persvoet naar de achterkant, zoals hieronder aangegeven.

1 Kies een steek en bevestig knoopsgatvoet "A".
2 Zet de schaal op de lengte die u wilt stoppen.

①Schaalverdeling van de persvoet
②Gemeten lengte
③Breedte 7 mm (ca. 1/4 cm)
④5 mm (ca. 3/16 inch)

Memo
- De maximum stoplengte is 28 mm (ca. 1-1/16 inch).

Controleer of de naald op de gewenste positie omlaag komt en zet de persvoethendel omlaag. Zorg dat u de bovendraad onder de knoopsgatvoet door haalt.

- Haal de draad onder de persvoet door.
- Plaats de persvoet zo dat er geen ruimte open blijft achter deel "A" van de voet (arcering in onderstaande afbeelding). Als er ruimte open blijft, wordt er niet op juiste grootte gestopt.


Zet de knoopsgathendel omlaag zodat deze achter het metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet terechtkomt.

①Metalen uitsteeksel

Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vast en druk daarna op de "Start/stoptoets" om de machine te starten.

→ Wanneer u klaar bent met naaien, naait de naaimachine automatisch verstevigingssteken en stopt daarna.

Memo
- Hebt u Automatisch draadknippen aangezet voordat u ging naaien, dan worden beide draden automatisch afgeknipt nadat de verstevigingssteken zijn genaaid. Als de stof niet kan worden doorgevoerd (bijvoorbeeld omdat ze te dik is) verhoogt u de instelling van de steeklengte.
Trenzen
Met trenzen verstevigt u stukken die zwaar belast zullen worden, zoals de hoeken van zakken.
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
![]() | Trens Verstevigd naaien va ![]() | zakopening enz. | 2,0(1/16) | 1,0 - 3,0(1/16 - 1/8) | 0,4(1/64) | 0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
1 Selecteer 4-22
2 Bevestig knoopsgatpersvoet "A" en stel de schaalverdeling in op de lengte van de trens die u wilt naaien.

①Schaalverdeling van de persvoet
②Gemeten lengte
③5 mm (ca. 3/16 inch)

Memo
- Trenzen kunnen tussen 5 mm (ca. 3/16 inch) en 28 mm (ca. 1-1/16 inch) zijn. Meestal zijn trenzen tussen 5 mm (ca. 3/16 inch) en 10 mm (ca. 3/8 inch) lang.
3 Plaats de stof zo dat de zak naar u toe beweegt tijdens het naaien.

- Haal de draad onder de persvoet door.
- Schuif het buitenframe van de knoopsgatvoet zo ver mogelijk naar achteren zoals op de afbeelding. Laat geen ruimte open achter het deel van de voet dat is aangeduid met een "A". Als u de knoopsgatvoet niet zo ver mogelijk naar achteren schuift, wordt de trens niet in de juiste grootte genaaid.

4 Controleer de eerste naaldpositie en zet de persvoet omlaag.

5 Zet de knoopsgathendel omlaag zodat deze achter het metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet terechtkomt.

①Metalen uitsteeksel
6 Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vast en begin met naaien.

→ Wanneer u kaar bent met naaien, naait de naaimachine automatisch verstevigingssteken en stopt daarna.
■Trenzen op dikke stof
Leg een stuk gevouwen stof of karton naast de stof om de knoopsgatvoet op gelijke hoogte te krijgen en het gelijkmatig doorvoeren te vergemakkelijken.

- Hebt u Automatisch draadknippen aangezet voordat u ging naaien, dan worden beide draden automatisch afgeknipt nadat de verstevigingssteken zijn genaaid. Als de stof niet kan worden doorgevoerd (bijvoorbeeld omdat ze te dik is) verhoogt u de instelling van de steeklengte.
Knopen aanzetten
U kunt knopen met twee of met vier gaten aanzetten met de machine.
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
| Knopen aanzetten Knopen aanzetten | 3,5(1/8) | 2,5 - 4,5(3/32 - 3/16) | — — | N | E | |||

Opmerking
- Gebruik de functie Automatisch draadknippen niet wanneer u knopen aanzet. Anders verliest u de draaduiteinden.
1 Selecteer 4-23
→ De transporteur wordt automatisch omlaaggezet.
2 Zet de persvoethendel omhoog.
3 Bevestig knoopbevestigingsvoet "M". Schuif de knoop langs de metalen plaat in de persvoet en zet de persvoet omlaag.

①Knoop
②Metalen plaat
4 Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om te controleren of de naald op de juiste manier door ieder gat gaat.
* Als de naald de gaten aan de linkerzijde niet haalt, stelt u de steekbreedte bij.
* Om de knoop steviger vast te zetten herhaalt u de hele procedure.
5 Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vast en begin met naaien.
→ De naaimachine stopt automatisch wanneer het naaiwerk voltooid is.

VOORZICHTIG
- Let op dat de naald tijdens het naaien de knoop niet raakt. De naald kan dan breken en letsel veroorzaken.
6 Aan de achterkant van de stof trekt u aan het uiteinde van de onderdraad om de bovendraad naar de achterkant van de stof te halen. Knoop de twee draden aan elkaar en knip ze af.

7 Nadat u de knoop hebt aangezet, selecteert u een andere steek en draait u het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de transporteur omhoog te zetten.
■4-gatsknoop bevestigen
Naai de twee dichtstbijzijnde gaten. Zet de persvoethendel omhoog en verplaats de stof zo dat de naald in de twee volgende gaten gaat. Naai deze gaten op dezelfde wijze.

■Knoopvoet bevestigen
1 Trek de knoopvoethendel naar u toe voor u begint met naaien.

2 Houd de uiteinden van de bovendraad tussen de knoop en de stof vast en wind ze om de knoopvoet heen. Knoop ze vervolgens stevig aan elkaar.

3 Knoop de uiteinden van de onderdraad aan het begin en het eind van het naaiwerk aan de achterkant van de stof aan elkaar.

Opmerking
- Wanneer u klaar bent met naaien, selecteert u een andere steek en draait u het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de transporteur omhoog te zetten.
4 Knip eventuele overtollige draad af.
Oogje
Met dit steekpatroon maakt u gaatjes in riemen enz.
| Steek Steeknaam Persvoet Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||||
| Autom. | Handmatig | Autom. | Handmatig | |||||
| Oogje Maken van gaatjes in riemen | enz. | 7,0(1/4) | 7,0 6,0 5,0(1/4 15/64 3/16) | 7,0(1/4) | 7,0 6,0 5,0(1/4 15/64 3/16) | NEE | ||
| Stervormig oogje Stervormige oogjes of gaatjesmaken. | —— | —— | N | E | E | |||

Selecteer



Met - + bij de steekbreedsteeklengtetoets kiest u de grootte van het oogje.

- Slechts één grootte is beschikbaar voor


Bevestig monogramvoet "N" en draai daarna het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naaldpositie te controleren.

text_image
① +①Naaldpositie

Zet de persvoet omlaag en begin met naaien.
→ Wanneer u klaar bent met naaien, naait de machine of automatisch verstevigingssteken en stopt daarna.

Opmerking
- Als het steekpatroon nu nog niet mooi is, past u het opnieuw aan volgens "PATRONEN KIEZEN" op pagina 161.

Met de gaatjesponser maakt u een gaatje in het midden van de steken.

Steken in verschillende richtingen (rechte steek en zigzagsteek)
Voor het opzetten van stukken of emblemen op broekspijpen, mouwen enz.
1 Verwijder de accessoiretafel om met de vrije arm te kunnen werken.

- Plaats het pijpvormige stuk stof op de vrije arm en naai in de volgorde die is aangegeven in de illustratie.

text_image
4 3 1 22 Selecteer en bevestig monogramvoet "N".

text_image
Naalsteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) 5-01 5-02 5-03 5-04 5-05 5-06 5-07 i-00 5-09 5-10 5-11
Memo
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.
3 Zet de naald in de stof op het punt waar u wilt beginnen en naai naad "1" zoals aangegeven.

text_image
① 1①Beginpunt
4 Selecteer en naai naad "2" zoals aangegeven.
* De stof zal zich zijwaarts verplaatsen. Leid de stof dus met de hand, zodat u recht blijft naaien.

5 Selecteer en naai naad "3" zoals aangegeven.

text_image
3→ De stof wordt voorwaarts doorgevoerd terwijl de steken naar achteren worden genaaid.
6 Selecteer en naai naad "4" zoals aangegeven.

text_image
4→→ De naad wordt verbonden met het beginpunt van naad 1.
Rits inzetten
■Rits in het midden
Voor tassen en andere vergelijkbare toepassingen.

Selecteer


Memo
- Meer bijzonderheden over elke steek vindt u in de "STEEKINSTELLINGENTABEL" aan het eind van deze gebruiksaanwijzing.

Opmerking
- Gebruik de middelste naaldstand.

Bevestig persvoet "J" en naai rechte steken tot aan de ritsopening. Schakel over op rijgsteken (zie pagina 98) en naai naar de rand van de stof.

text_image
① ② ③ ④①Rijgsteken
②Achteruitsteken
③Einde ritsopening
④Achterkant

Druk de marge tot aan de naad open en bevestig de rits met rijgsteken in het midden van elke kant van de ritsband.

①Rijgsteken
②Rits
③Achterkant

Verwijder persvoet "J". Plaats het rechteruiteinde van de pen van ritsvoet "I" in de persvoethouder en bevestig de ritsvoet.

- Bij gebruik van ritsvoet "1" moet u erop letten dat de rechte steek en de middelste naaldstand geselecteerd zijn. Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om te controleren of de naald de persvoet raakt. Als er een andere steek geselecteerd is, raakt de naald de persvoet. Hierdoor kan de naald breken en letsel veroorzaken.

Naai afwerksteken 7 - 10 mm (ca. 1/4 - 3/8 inch) van de gezoomde rand van de stof en verwijder vervolgens de rijgsteken.

- Let op dat de naald de rits tijdens het naaien niet raakt. Als de naald de rits raakt, kan de naald breken en letsel veroorzaken.
■Zijrits inzetten
Voor zijritsen in rokken of jurken.
1 Selecteer 1-03

Opmerking
- Gebruik de middelste naaldstand.
2 Bevestig persvoet "J" en naai rechte steken tot aan de ritsopening. Schakel over op rijgsteken en naai naar de bovenrand van de stof.

①Achteruitsteken
②Achterkant van de stof
③Rijgsteken
④Einde ritsopening
3 Druk de marge open en plaats de binnenrand van het kledingstuk langs de tanden van de rits, terwijl u 3 mm (ca. 1/8 inch) naairuimte houdt.

①Trekker van de rits
②Achterkant van de stof
③Tanden van de rits
④Einde ritsopening
⑤3 mm (ca. 1/8 inch)
4 Verwijder persvoet "J".
5 Plaats het rechteruiteinde van de pen van ritsvoet "I" in de persvoethouder en bevestig de persvoet.

- Bij gebruik van ritsvoet "I" moet u erop letten dat de rechte steek en de middelste naaldstand geselecteerd zijn. Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om te controleren of de naald de persvoet raakt. Als er een andere steek geselecteerd is, raakt de naald de persvoet. Hierdoor kan de naald breken en letsel veroorzaken.
6 Zet de persvoet in de marge van 3 mm (ca. 1/8 inch).
7 Vanaf het eind van de ritsopening naait u tot ongeveer 50 mm (ca. 2 inch) vanaf de rand van de stof. Vervolgens stopt u de machine.
8 Trek de trekker van de rits voorbij de persvoet omlaag en ga door met naaien tot aan de rand van de stof.

- Let op dat de naald de rits tijdens het naaien niet raakt. Als de naald de rits raakt, kan de naald breken en letsel veroorzaken.
9 Sluit de rits, keer de stof om en naai een rijgsteek.

①Voorkant van de rok (achterkant van de stof)
②Rijgsteken
③Voorkant van de rok (voorkant van de stof)
④Achterkant van de rok (voorkant van de stof)
10 Verwijder de persvoet en bevestig deze opnieuw, nu met het linkeruiteinde van de persvoet in de persvoethouder.
* Wanneer u de linkerkant van de rits naait, moet de naald rechts van de persvoet vallen. Wanneer u de rechterkant van de rits naait, moet de naald links van de persvoet vallen.

11 Plaats de stof zo dat de linkerrand van de persvoet de rand van de tanden van de rits raakt.
12 Naai achteruitsteken aan de bovenkant van de rits en ga daarna door met naaien.
13 Stop met naaien op 50 mm (ca. 2 inch) van de rand van de stof. Laat de naald in de stof zitten en verwijder de rijgsteken.
14 Open de rits en naai de rest van de naad.

①Rijgsteken
②7 - 10 mm (ca. 1/4 inch - 3/8 inch)
③Achteruitsteken
④50 mm (ca. 2 inch)
Randen naaien
Met de ingebouwde camera kunt u de breedte van het stuk vanaf de rand van de stof tot het stiksel meten en instellen voor randnaaien.
Deze functie kunt u gebruiken wanneer de rand van de stof recht is of een zachte curve.

- Als de stof hoeken heeft zoals in onderstaande afbeelding, kunt u geen strakke randen naaien.

- Zorg dat de ruimte gelijkmatig verlicht is, wanneer u randen naait met de ingebouwde camera. Als de verlichting in de kamer wisselt tijdens het naaien van randen, kan de ingebouwde camera de rand van de stof mogelijk niet detecteren.
- De ingebouwde camera detecteert het contract tussen de stof en de achtergrond. Neem daarom de volgende voorzorgsmaatregelen.
- Als de rand van de stof gerafeld is, knip dan de loshangende draden af.
- Als de stof een gecompliceerd patroon heeft, of glad of glanzend is zoals vinyl, kan de ingebouwde camera dit mogelijk niet goed detecteren.
- Voor een optimaal resultaat strijkt u de vouw wanneer u de stof hebt omgevouwen om de rand te naaien.
- Wanneer de "Breedteregeling" op pagina 1/8 van het instellingenscherm aan staat, of wanneer "Naaldstand – steek plaatsen" op pagina 3/8 aan staat, kunt u de ingebouwde camera niet gebruiken bij het naaien van randen. Als deze parameters beide aan
staan, is grijs en kan deze niet worden geselecteerd.
Alvorens de ingebouwde camera te gebruiken voor randnaaien zet u "Breedteregeling" en "Naaldstand – steek plaatsen" in het instellingenscherm uit.

text_image
Breedtoregeling Naaldstand - steek plaatsen
Selecteer een steek.
* U kunt geen randen naaien met de ingebouwde camera's met patronen waar lichtgrijs wordt weergegeven wanneer u het patroon selecteert.

Bevestig voet "V" voor uitlijning van verticale steken.


VOORZICHTIG
- Wanneer u randen naait met de ingebouwde camera moet u voet "V" voor de uitlijning van verticale steken gebruiken. Om op een vaste afstand tot de rand van de stof te blijven gaat de naald iets naar links of rechts, zelfs wanneer u een rechte steek naait. Als u een andere persvoet gebruikt, wordt deze mogelijk geraakt door de naald. Dit kan breuk van de naald of letsel veroorzaken.

Haal het doorzichtige vel van het randnaaivel af.

Plaats het randnaaivel op het steekplaatdeksel.
Plaats de geleidestrepen van het randnaaivel op één lijn met de zijkanten van het steekplaatdeksel. Verschuif het randnaaivel zo dat de uitsparingen op één lijn komen met de randen van de opening voor de transporteur. Plaats het randnaaivel zo dat er geen ruimte is tussen het vel en de randen van de opening voor de transporteur.

text_image
1/4 5/8 1 in 2 3 4 cm ① 0 1/4 1/2 3/4 1 1/14 1/12 ② ③ ④①Randnaaivel
②Geleidestrepen op randnaaivel
③Zijkanten van steekplaatdeksel

- Als de metaalplaat zichtbaar is tussen de transporteur en het randnaaivel, wordt de stof misschien onjuist gedetecteerd door de ingebouwde camera.

Memo
- Voordat u het randnaaivel gebruikt, haalt u het doorzichtige vel eraf. Na gebruik bevestigt u het randnaaivel weer aan het doorzichtige vel, om te voorkomen dat het stoffig wordt.

①Doorzichtig vel
- Plaats een volledig opgewonden spoel alvorens u de randnaaifunctie en ingebouwde camera gebruikt. Als u de spoel moet verwisselen tijdens het randnaaien, verwijdert u voorzichtig het randnaaivel en plaatst u dit terug na de spoel te hebben verwisseld.

Druk op


text_image
Naaisteken Lettersteken en decorstieve staken 1-01 Rechte steek (links) 1-01 1-02 1-03 1-04 1-05 1-06 1-07 1-08 1-09 1-10 1-11 1-12 1-13 1-14 1-15 1-16 1-17 1-18 1-19 1-20 0.0 + 2.5 + 4.0 + mm - mm - -→ Naargelang de steek wordt de rechte steek met de middelste naaldstand geselecteerd, ongeacht de vooraf ingestelde steekbreedte.
* Ongeacht de instelling die u hebt geselecteerd in het scherm voor machine-instellingen, verandert de waarde voor de helderheid van de verlichting in "5".

Opmerking
- Wanneer u op drukt, kunt u de steekbreedte en steeklengte niet wijzigen. Wijzig de steekbreedte en steeklengte voordat u op drukt.

Wanneer onderstaand bericht verschijnt, controleert u of voet "V" voor de uitlijning van verticale steken is bevestigd en het randnaaivel is geplaatst. Vervolgens drukt u op OK.

text_image
Bevestig de persvoet voor uitlijning van verticale steken en een randnaaivel. Plaats de stof niet op de steekplaat.→ Het randnaaivenster verschijnt.

Opmerking
- Alvorens op te drukken, installeert u voet "V" voor het uitlijnen van verticale steken en plaats u het randnaaivel. Anders kan de ingebouwde camera de stof niet detecteren.
Als u op drukt voordat het randnaaivel is geplaatst, verschijnt het bericht uit stap 6 opnieuw.
- Wanneer u op hebt gedrukt, mag u niet uw handen of een voorwerp in de buurt van de steekplaat plaatsen, totdat het bericht "Is aan het herkennen..." verschijnt.

Plaats de stof onder de persvoet.

Verplaats de stof naar de gewenste positie voor randnaaien. Zorg dat de rand van de stof zo recht mogelijk is.

- Wanneer u de stof speldt, plaats de spelden dan zoals hieronder aangegeven. Als de kop van de speld over de rand van de stof steekt, wordt de stof mogelijk niet goed gedetecteerd.

Controleer of de ingebouwde camera de stof goed detecteert.
* Druk op om de kleuren van de stofrandindicator en het beginpunt te veranderen, naar gelang de kleur van de stof. Telkens wanneer u op deze toets drukt, verandert de kleur van de stofrandindicator in rood (met blauw beginpunt), blauw (met zwart beginpunt) of zwart (met rood beginpunt).

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte stack (links) STOFMARGE 16.0mm 5/8" SLUITEN 100% ② ① 3.5 + - 2.5 + - mm mm 4.0 + - ?①Toets om de kleur van stofrandindicator te wijzigen ②Stofrandindicator
Wanneer de ingebouwde camera de stofrand kan detecteren
De stofrandindicator verschijnt en volgt de rand van de stof goed.

text_image
STOFMARGE 16.0mm 5/8" ① SLUITEN①Stofrandindicator
Wanneer de stofrandindicator niet verschijnt
De ingebouwde camera detecteert de rand van de stof.

text_image
100% STOFMARGE - - mm SLUITENDruk op en herhaal de procedure te beginnen met stap 1.
Wanneer de stofrandindicator niet is uitgelijnd met de rand van de stof
De stofrandindicator die verschijnt, is niet uitgelijnd met de rand van de stof. De stof aan het begin van het naaiwerk is niet recht.

text_image
STOFMARGE 20.0mm SLUITENProbeer de rand van de stof aan het begin van het naaiwerk recht te leggen (parallel met de rand van de persvoet).

Opmerking
- Als een recht stuk van de stofrandindicator (zie hieronder) niet de rand van de stof volgt, worden de randen niet correct genaaid.

text_image
STOFMARGE 4.5mm SLUITEN 100%①Recht stuk ②Stof

Plaats de stof op de gewenste plek, terwijl u op het scherm de afstand van de stofrand tot de randnaaipositie controleert.
* Het beginpunt van de stofrandindicator die verschijnt, geeft de positie aan voor de start van het naaien. Het werkelijke startpunt van het naaien is direct onder de naald, parallel aan het startpunt.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 1-01 Rechte steek (links) STOFMARGE 16.0mm 5/8" ① 100% SLUITEN 3.5 + - 2.5 + - mm mm 4.0 + - ?①Afstand tot de rand van de stof
Voorbeeld: Wanneer een rechte steek is geselecteerd (voorbeeld: )


text_image
① ② ③ ④①Middelste naaldstand
②Stiksel
③Rand van de stof
④Breedte voor randnaaien

Opmerking
- Afstanden tussen 1,5 mm (ca. 1/16 inch) en 38,5 mm (ca. 1-1/2 inch) kunnen worden gemeten. De afstand wordt op het scherm weergegeven in stappen van 0,5 mm (ca. 1/64 inch).
- De afstand wordt weergegeven in millimeters. Naar gelang de instelling voor maateenheid kan de afstand ook worden weergegeven in inches.
- Als “-_- mm” verschijnt als afstand en er verschijnt geen maat in inches, kan de ingebouwde camera de rand van de stof niet detecteren.
- Wanneer een rechte steek is geselecteerd, gebruikt u de schaal op het randnaaivel als geleidestreep om de stof te plaatsen voor het naaien van randen.

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ①①Schaal op het randnaaivel

Zet de persvoet omlaag.
→ De afstand van de rand van de stof tot de naad is ingesteld.

Memo
- Als u de kniehevel gebruikt om de persvoet omlaag te zetten, kunt u de stof met beide handen op z'n plaats houden, zodat de stof niet verplaatst wanneer u de persvoet omlaag zet.


Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met randnaaien.
→ Het naaien begint en de ingestelde afstand tot de rand van de stof wordt aangehouden.
* Tijdens het naaien gebruikt u de rode schaalmarkeringen op de persvoet "V" voor de uitlijning van verticale steken als geleider om op vaste afstand tot de rand van de stof te blijven.

text_image
① ②①Rode schaalmarkeringen
* Wanneer het naaien begint, wordt een stil beeld van de ingebouwde camera weergegeven.

Opmerking
- Plaats tijdens het naaien niets, ook niet uw handen, binnen 2 mm (ca. 1/16 inch) van de rand van de stof. Anders wordt de stofrand mogelijk niet goed gedetecteerd. Wanneer u de stof leidt met uw handen, plaats deze dan buiten het vlak waar u geen voorwerpen mag plaatsen, en verder dan 2 mm (ca. 1/16 inch) van de rand van de stof.

Wanneer u naait tussen 1 en 2 cm (ca. 3/8 en 3/4 inch) van de rand van de stof, stopt het naaien automatisch en verschijnt het volgende bericht. Als u wilt stoppen met naaien, drukt u op €LUITEN
* Wanneer dit bericht verschijnt, is het randnaaien (met de naadwizard) geannuleerd.

text_image
Kan de rand van de stof hier niet herkennen. Druk op de "Start/stop"-toets(of het voetpedaal) en leid de stof als u wilt doorgaan; of druk op SLUITEN en zet de persvoet omhoog en omlang om de functie opnieuw te activeren. SLUITEN
Opmerking
- Als u wilt doorgaan met naaien tot aan de rand, druk dan niet op wanneer bovenstaand bericht verschijnt. Wanneer bovenstaand bericht verschijnt, drukt u op de "Start/stoptoets" om te naaien.

Memo
- Wanneer het randnaaien is voltooid, bevestigt u het doorzichtige vel aan het randnaaivel om het op te bergen. Dan wordt het randnaaivel niet stoffig.
Lettersteken en decoratieve steken
■ Stekenoverzichten .... 157
Decoratieve steekpatronen/ 7 mm decoratieve steekpatronen/Satijnsteekpatronen/7 mm satijnsteekpatronen/
Kruis steek/decoratieve naaisteekpatronen 158
Letters....158
■ Letters wissen....159
■ Spatiëring tussen letters wijzigen....160
Aantrekkelijke afwerkingen maken 161
Standaardnaaiwerkzaamheden 161
Aanpassingen 162
STEEKPATRONEN AANPASSEN 164
■ Functies van de toetsen .... 164
Grootte wijzigen....166
Lengte van steekpatronen wijzigen (alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen)....166
Verticaal gespiegeld patron maken 166
Horizontaal gespiegeld patroon maken 167
Meerdere steken van een patroon naaien 167
Draaddichtheid wijzigen (alleen voor satijnsteekpatronen) 167
Terugkeren naar het begin van het patroon 168
Afbeelding controleren 168
STEEKPATRONEN COMBINEREN ....170
Alvorens patronen te combineren.... 170
Diverse steekpatronen controleren....170
Grote en kleine steekpatronen combineren 171
Steekpatronen van verschillende lengten combineren 173
Stappatronen maken (alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen)....174
■ Nog enkele voorbeelden....175
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE....176
Voorzorgsmaatregelen steekgegevens.... 176
■ Soorten steckgegevens die u kunt gebruiken .... 176
■ Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken.... 176
■ U kunt computers en besturingssystemen met de volgende specificaties gebruiken.... 176
■ Voorzorgsmaatregelen voor het maken en opslaan van steckgegevens op de computer ....176
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine 177
■ Als het geheugen vol is 177
Steekpatronen opslaan op USB-media (in de handel verkrijgbaar) 178
Steekpatronen opslaan op de computer.... 179
Steekpatronen ophalen uit het geheugen van de machine 180
Ophalen van USB-media....181
Ophalen van de computer 182
PATRONEN KIEZEN
Druk op en vervolgens op om onderstaand scherm weer te geven.

text_image
Naaisteken Lettersteken in decoratie steken ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ ⑪ ⑫ ⑬ ⑭ ⑮ ⑯ ⑰ ⑱ ⑲ ⑳ ㉑ ㉒ ㉓ ㉔ ㉕ ㉖ ㉗ ㉘ ㉙ ㉚ ㉛ ㉜ ㉝ ㉞ ㉟ ㉳ ㉟ ㉟a ㉟b ㉟c ㉟d ㉟e ㉟f ㉟g ㉟h ㉟i ㉟j ㉟k ㉟l ㉟m ㉟n ㉟o ㉟p ㉟q ㉟r ㉟s ㉟t ㉟u ㉟v ㉟w ㉟x ㉟y ㉟z ㉟a ㉟b ㉟c ㉟d ㉟e ㉟f ㉟g ㉟h ㉟i ㉟j ㉟k ㉟l ㉟m ㉟n ㉟o ㉟p ㉟q ㉟r ㉟s ㉟t ㉟u ㉟v ㉟w ㉟x ㉟yr ㉟z①Decoratieve steekpatronen
②7 mm decoratieve steekpatronen. U kunt de steeklengte en steekbreedte instellen.
③Satijnsteekpatronen
④7 mm satijnsteekpatronen. U kunt de steeklengte en steekbreedte instellen.
⑤Kruissteek
⑥Decoratieve naaisteken
⑪ Druk op deze toets om uw eigen steken te maken met de functie "MY CUSTOM STITCH" (zie pagina 328)
⑫Patronen opgeslagen in "MY CUSTOM STITCH" (zie pagina 335)
⑬In het geheugen opgeslagen patronen (zie pagina 180)
⑭Op USB-medium opgeslagen patronen (zie pagina 181)
⑮Op de computer opgeslagen patronen (zie pagina 182)

Opmerking
- Als het scherm is vergrendeld ( ), ontgrendelt u het scherm door op te drukken. Als het scherm is vergrendeld, kunt u geen andere toets bedienen.
■Stekenoverzichten
Er zijn 10 categorieën lettersteken en decoratieven steken. Als een paginanummer als volgt wordt aangegeven 12 , is er meer dan één steekkeuzescherm voor die categorie.
Decoratieve steekpatronen 7 mm decoratieve steekpatronen Satijnsteekpatronen

text_image
6-001 6-002 6-003 6-004 6-005 6-006 6-007 6-008 6-009 6-010 6-011 6-012 6-013 6-014 6-015 1/16 SLUITEN
text_image
7-001 7-002 7-003 7-004 7-005 7-006 7-007 7-008 7-009 7-010 7-011 7-012 7-013 7-014 7-015 SLUITEN
text_image
0-01 0-02 0-03 0-04 0-05 1/5 SLUITEN7 mm satijnsteekpatronen Kruissteek Decoratieve naaisteken

Decoratieve steekpatronen/ 7 mm decoratieve steekpatronen/ Satijnsteekpatronen/7 mm satijnsteekpatronen/Kruis steek/ decoratieve naaisteekpatronen
1 Kies het soort patroon dat u wilt naaien.
2 Druk op de toets van het steekpatroon dat u wilt naaien.
* Druk op omnaar de volgende pagina te gaan.
* Druk op omnaar de vorige pagina te gaan.
* Druk op de balk tussen envom meordere pagina's over te slaan.
* Als u een ander steekpatroon wilt kiezen, drukt u eerst op . Nadat het huidige steekpatroon is gewist, kiest u het nieuwe steekpatroon.

text_image
Naaisteken Lettersteken on decoratieve Steken G-001 G-002 G-003 G-004 G-005 6-006 6-007 6-008 6-009 6-010 6-011 6-012 6-013 6-014 6-015 SLUITEN→ Het geselecteerde patroon wordt weergegeven.
Letters
Voorbeeld: "Blue Sky" invoeren.
1 Druk op AB, AB, AB of op AB om een lettertype te selecteren.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratiele steken AB AB AB AB
Memo
- Er zijn vier lettertypen voor letterpatronen.
2 Druk op een tab om van selectiescherm te wisselen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z , _ ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä Ööö SLUITEN3 Druk op en voer vervolgens de "B" in.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decorative steken A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z , _ ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö SLUITEN4 Druk op en voer vervolgens "lue" in.

text_image
Naaisteken Lettersteken on Decorative ###5 Druk op om een spatie in te voeren.

text_image
Naaisteken Lettersteken an Decoratieve Steken α b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ,— 100% SLUITEN ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö6 Druk opnieuw op en voer "S" in.

text_image
Naaiasteken Lettersteken en Decorative Stellen ① 100% a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z , _ ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö SLUITEN①Overspringende steek
* Verwijder de overspringende steken na het naaien.
7 Druk op en voer vervolgens "ky" in.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Staten a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ' _ 100% SLUITEN ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä Ööö* Als u de volgende letters in een ander lettertype wilt opgeven, druk dan op somherhaal de procedure vanaf stap 1.
■Letters wissen
1 Druk op om de laatste letter te wissen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Steken a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z , _ 100% SLUITEN ABC abc 0-9.. &?!. A A A O O OMemo • Letter
- Letters worden individueel gewist, te beginnen met de laatst opgegeven letter.
■Spatiering tussen letters wijzigen
U kunt de spatiëring tussen de letters wijzigen.

Druk op

text_image
Naaisteken Lettersteken on Decoratieve steken a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ' _ 100% SLUITEN ABC 3.6 ?→ Het venster voor letterspatiering verschijnt.

Druk op -om de ruimte tussen de letters aan te passen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Steken a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z , _ 100% SLUITEN ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö A B C - + SLUITEN* Druk op om de ruimte tussen de letters te vergroten en druk op om de ruimte tussen de letters te verkleinen.
Voorbeeld:
* Elke instelling betekent een specifieke afstand tussen letters.
| Waarde mm | |
| 0 | 0 |
| 1 | 0 |
| 2 | 0 |
| 3 | 0 |
| 4 | 0 |
| 5 | 0,9 |
| 6 | 1 |
| 7 | 1 |
| 8 | 1 |
| 9 | 1 |
| 10 1,8 | |

Memo
- De standaardinstelling is "0". U kunt geen waarde lager dan "0" instellen.
- Wanneer u de ruimte tussen de letters op deze manier wijzigt, geldt de instelling voor alle letters. Wijzigingen van de ruimte tussen letters gelden niet alleen voor de letters die u momenteel invoert, maar ook voor reeds ingevoerde en later in te voeren letters.
PATRONEN KIEZEN
Aantrekkelijke afwerkingen maken
Bij het naaien van letters en decoratieve steekpatronen kunt u onderstaande tabel raadplegen voor de juiste combinatie van stoffen, naald en draad om het mooiste resultaat te krijgen.

Opmerking
- Andere factoren, zoals de dikte van de stof, steunstof enz., zijn ook van invloed op de steek. Naai daarom altijd een paar proefsteken voordat u aan uw project begint.
- Bij het naaien van satijnsteken kunnen de steken gaan trekken of opbollen. Bevestig daarom een steunstof.
- Leid de stof met uw hand om de stof tijdens het naaien recht en gelijkmatig door te voeren.
| Stof Bij stretchstof, lichte stof of grof geweven stof bevestigt u eerst steunstof aan de achterkant van de stof. Als u geen steunstof wilt gebruiken, plaats dan de stof op een stuk dun papier, zoals overtrekpapier. | |
| ①Stof ②Steunstof ③Dun papier | |
| Draad #50 - #60 | |
| Naald Met lichtgewichtstof, normale stof of stretchstof: ballpointnaald (goudkleurig) Met zware stof: naaimachinenaald voor huishoudelijk gebruik 90/14 | |
| Persvoet Monogramvoet "N". Het gebruik van een andere persvoet kan slechtere resultaten geven. | |
Standaardnaaiwerkzaamheden
1 Selecteer een steekpatroon.
2 Bevestig monogramvoet "N".
3 Plaats de stof onder de persvoet, trek de bovendraad uit naar de zijkant en zet de persvoet omlaag.

4 Druk op den "Start/stoptoets" om te beginnen met naaien.

- Als u 7 mm satijnsteken naait en de steken gaan opbollen, maakt u de steeklengte groter. Naait u toch verder terwijl de steken opbollen, dan kan de naald buigen of breken ("Steeklengte instellen" op pagina 79).

Memo
- Als u tijdens het naaien de stof duwt of trekt, kan het patroon verkeerd uitkomen. Afhankelijk van het patroon kan er, behalve naar voren en naar achteren, ook een beweging naar links en naar rechts plaatsvinden. Leid de stof met uw hand om de stof tijdens het naaien recht en gelijkmatig door te voeren.
5 Druk op de "Start/stoptoets" om te stoppen met naaien.
6 Druk op de "Achteruitnaaien/verstevigingssteektoets" om verstevigingssteken te naaien en ga door met naaien.

- Bij het naaien van lettersteekpatronen naait de machine automatisch verstevingssteken aan het begin en het eind van elke letter.

- Als u klaar bent met naaien, knipt u het overtollige stuk draad tussen letters af.

text_image
ABC
Opmerking
- Bij het naaien van sommige patronen blijft de naald tijdelijk omhoog staan terwijl de stof wordt doorgevoerd. Dit wordt veroorzaakt door het scheidingsmechanisme van de naaldstang dat bij deze machine werkt. Wanneer dit gebeurt, hoort u een ander soort klikgeluid dan het geluid dat u tijdens het naaien hoort. Dit is een normaal geluid en duidt niet op een defect.
Aanpassingen
Afhankelijk van het soort of de dikte van de stof, de gebruikte steunstof, de naaisnelheid enz. wordt uw steekpatroon soms niet mooi. Naai in dat geval onder dezelfde omstandigheden als tijdens het echte naaiwerk proefsteken en pas het steekpatroon als volgt aan. Als het patroon, zelfs
nadat u het hebt bijgesteld op basis van het

patroon, nog niet mooi wordt, dient u elk patroon afzonderlijk bij te stellen.
1 Druk op en selecteer op 16/16.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 6-219 6-220 6-221 6-222 6-223 6-224 SLUITEN2 Bevestig monogramvoet "N" en naai het patroon.

3 Vergelijk het afgewerkte patroon met de illustratie van het patroon hieronder.

4 Druk op enpas het patroon aan met het scherm "Verticale fijnafstelling" of "Horizontale fijnafstelling".

text_image
Breedteregeling ON OFF Verticale fijnafstelling 00 Horizontale fijnafstelling 00 Persvoethoogte mm Persvoetdruk Naaldstand bij opstarten
text_image
SLUITEN 1/8* Als de steken te dicht op elkaar zitten:
Druk op i+het scherm "Verticale fijnafstelling".
→ De weergegeven waarde neemt toe telkens wanneer u op de toets drukt. Het patroon wordt langer.

* Als er openingen in het patroon zitten:
Druk op in het scherm "Verticale fijnafstelling".
→ De weergegeven waarde neemt af telkens wanneer u op de toets drukt. Het patroon wordt korter.

* Als het patroon naar links helt:
Druk op het scherm "Horizontale fijnafstelling".
→ De weergegeven waarde neemt toe telkens wanneer u op de toets drukt. Het patroon verschuift naar rechts.

* Als het patroon naar rechts helt:
Druk op in het scherm "Horizontale fijnafstelling".
→ De weergegeven waarde neemt af telkens wanneer u op de toets drukt. Het patroon verschuift naar links.

5 Naai het steekpatroon nogmaals.
* Als het steekpatroon nu nog niet mooi is, past u het opnieuw aan totdat het steekpatroon juist is. Pas het steekpatroon aan totdat het wel goed wordt genaaid.
Memo
- U kunt gewoon naaien terwijl het scherm met de instellingen op de display staat.
6 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
STEEKPATRONEN AANPASSEN
■Functies van de toetsen
Met de wijzigingsfuncties kunt u alle gewenste afwerkingen maken. U kunt patronen groter of kleiner maken, in spiegelbeeld enz.

Opmerking
- Sommige wijzigingsfuncties kunt u niet gebruiken bij bepaalde steekpatronen. Alleen de functies van de weergegeven toetsen zijn beschikbaar wanneer u een patroon selecteert.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative steken 9-01 9-02 9-03 9-04 9-05 9-06 9-07 9-08 9-09 9-10 9-11 9-12 9-13 9-14 9-15 9-16 9-17 9-18 9-19 9-20 SLUITEN ① 100% ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ ? #
text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve stecken B-01 B-02 B-03 B-04 B-05 1/5 B-06 B-07 B-08 B-09 B-10 B-11 B-12 B-13 B-14 B-15 SLUITEN ① 100% ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ mm - mm - 3.6 - ?
text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative steken A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ' - SLUITEN 0-9.. &?! ääää 19 18 17 16 15 14 13 12 11 11 100% ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ mm - + + 3.6 - + ? & 8| Nr. | Display Toetsnaam | Uitleg Pagina | ||
| 1 | Weergavegrootte100% | patroon | Hiermee geeft u aan op welke grootte het geselecteerde patroon wordt weergegeven.100% : ongeveer het formaat waarop het patroon wordt genaaid50% : helft van het formaat waarop het patroon wordt genaaid25% : kwart van het formaat waarop het patroon wordt genaaid* De grootte waarop het patroon precies wordt genaaid, kan variëren naar gelang het soort stof en draad dat u gebruikt. | 91 |
| 2 | ![]() | Spiltoets | Druk op deze toets om de spilinstelling te selecteren. Wanneer u de spilinstelling selecteert, wordt de naald omlaag gezet wanneer de machine stopt. De persvoet wordt ondertussen iets omhoog gezet. Wanneer u weer begint te naaien, wordt de persvoet automatisch omlaag gezet.Als deze toets er zo uitziet , kunt u de spilfunctie niet gebruiken.Zorg dat de naald op pagina 3 van de machine-instellingen omlaag staat. | 84 |
| 3 | Vrijmodustoets Druk op deze toets om de vrijmodus te selecteren.De transporteur wordt omlaag gezet en de persvoet wordt op een geschikte hoogte gezet voor vrij quillten. | 116 | ||
| 4 | ![]() | Automatische verstevigingssteektoets | Druk op deze toets om de functie Automatische verstevigingssteken in te schakelen. | 81 |
| 5 | Automatische [IMAGE] | draadkniptoets | Druk op deze toets om de functie Automatisch draadknippen in te stellen. 82 | |
| 6 | ![]() | Wissentoets | Als u een fout maakt bij het kiezen van een steekpatroon, kunt u uw fout met deze toets ongedaan maken. Als u een fout maakt bij het combineren van een steekpatronen, kunt u steekpatronen wissen met deze toets. | 158, 159 |
| 7 | Steekbreedte/ ![]() | steeklengtetoets | Hiermee toont u de steekbreedte en steeklengte voor het geselecteerde steekpatroon. De standaardinstellingen van de machine zijn gemarkeerd. | 78-79 |
| 8 | ![]() | Draadspanningstoets | Hiermee toont u de draadspanningsinstelling van het geselecteerde steekpatroon. De standaardinstellingen van de machine zijn gemarkeerd. | 79 |
| 9 | ![]() | Geheugentoets | Met deze toets kunt u combinaties van steekpatronen in het geheugen opslaan. | 177-178 |
| 10 | ![]() | Verlengtoets | Wanneer u 7 mm satijnsteekpatronen hebt geselecteerd, kunt u met deze toets kiezen uit vijf automatische lengte-instellingen zonder de instellingen van de steekbreedte van de zigzagsteek of de steeklengte te wijzigen. | 166 |
| 11 | Enkele/ ![]() | tweelingnaaldtoets | Druk op deze toets om te kiezen tussen naaien met de enkele naald of de tweelingnaald. | 60 |
| 12 | ![]() | Groottekeuzetoets | Met deze toets kunt u de grootte van het steekpatroon kiezen (groot of klein). | 166 |
| 13 | ![]() | Verticale spiegeltoets | Nadat u het steekpatroon hebt geselecteerd, kunt u met deze toets een verticaal spiegelbeeld van het steekpatroon maken. | 166 |
| 14 | Horizonte ' - | spiegeltoets | Nadat u het steekpatroon hebt geselecteerd, kunt u met deze toets een horizontaal spiegelbeeld van het steekpatroon maken. | 167 |
| 15 | Enkele/m 'ere - | stekentoets | Druk op deze toets om te kiezen tussen enkele steken of doorgaande steken. | 167 |
| 16 | ![]() | Terug naar begintoets | Wanneer het naaien stopt, drukt u op deze toets om terug te keren naar het begin van het patroon. | 168 |
| 17 | ![]() | Patroonafbeeldingtoets | Druk op deze toets om een vergrote weergave van het geselecteerde steekpatroon te maken. | 168 |
| 18 | ![]() | Startschermtoets | Druk op deze toets om terug te gaan naar het startscherm. | 28 |
| 19 | ![]() | Schermvergrendeltoets | Druk op deze toets om het scherm te vergrendelen. Wanneer het scherm vergrendeld is, zijn de diverse instellingen, zoals de steekbreedte en de steeklengte, vergrendeld. U kunt deze dan niet wijzigen. Druk opnieuw op de toets om de instellingen weer vrij te zetten. | 86 |
| 20 | ![]() | Draaddichtheidstoets | Nadat u het steekpatroon hebt gekozen, kunt u de draaddichtheid van het patroon met deze toets wijzigen. | 167 |
| 21 | ![]() | Spatieringtoets | Met deze toets wijzigt u de spatiering van letters. | 160 |
Grootte wijzigen
Kies een steekpatroon en druk vervolgens op om de grootte van het steekpatroon te wijzigen. Het steekpatroon wordt genaaid op de grootte die op de toets opgelicht is.

- Als u nog andere steekpatronen invoert nadat u de grootte hebt gewijzigd, worden die steekpatronen ook op die grootte genaaid.
- U kunt de grootte van combinatiepatronen niet meer wijzigen nadat u het steekpatroon hebt ingevoerd.
Ware grootte steekpatroon
* Het formaat verschilt naar gelang de stof en draad.








Lengte van steekpatronen wijzigen (alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen)
Wanneer u 7 mm satijnsteekpatronen hebt geselecteerd kunt u met kiezen uit vijf automatische lengte-instellingen zonder de instellingen van de steekbreedte van de zigzagsteek of de steeklengte te wijzigen.

Verticaal gespiegeld patroon maken
Als u een verticaal spiegelbeeld wilt maken, kiest u een steekpatroon en drukt u daarna op

Als u een horizontaal spiegelbeeld wilt maken, kiest u een steekpatroon en drukt u daarna op

Meerdere steken van een patroon naaien
Druk op om te kiezen of u meerdere steken of een enkele steek van een patroon wilt naaien.

- Als u een geheel motief wilt afmaken terwijl u meerdere steken van een patroon ononderbroken naait, kunt u tijdens het naaien op drukken. De machine stopt automatisch wanneer het motief af is.
Draaddichtheid wijzigen (alleen voor satijnsteekpatronen)
Nadat u het satijnsteekpatroon hebt gekozen, drukt u op om de gewenste draaddichtheid te selecteren.

- Als de steken opbollen wanneer u de draaddichtheid hebt ingesteld op herstelt u de draaddichtheid tot. Als u toch doorgaat met naaien terwijl de steken opbollen, kan de naald buigen of breken.

Memo
- Als u een ander steekpatroon kiest nadat u de draaddichtheid hebt gewijzigd, blijft de draaddichtheid hetzelfde totdat u deze weer wijzigt. - U kunt de draaddichtheid niet wijzigen voor een combinatiepatroon nadat extra patronen zijn toegevoegd.
Terugkeren naar het begin van het patroon
Wanneer u letters/decoratieve steken naait, kunt u terugkeren naar het begin van het patroon nadat u een proeflapje hebt genaaid, of wanneer het stiksel niet goed is genaaid.
1 Druk op de "Start/stoptoets" om de machine
te stoppen en druk vervolgens op

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ' _ SLUITEN ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö→ De machine keert terug naar het begin van het geselecteerde patroon ("W") vanaf het punt waar het naaien is gestopt.

Memo
- Als u op deze toets drukt wanneer het naaien stopt, kunt u aan het eind van een gecombineerd steekpatroon een patroon toevoegen. (In dit voorbeeld wordt “!” toegevoegd.)

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Steken N Welcome 100% & ? ! & > ( ) [ ] / \ ~ : ; © ® TM " " " , " , - SLUITEN ABC abc 0-9.. &&B AAA ÖÖö
Druk op de "Start/stoptoets" om door te gaan met naaien.
Afbeelding controleren
U kunt het geselecteerde steekpatroon ongeveer op ware grootte weergeven. U kunt de kleuren van de schermafbeelding controleren en wijzigen.

Druk op

→ Er wordt een afbeelding van het geselecteerde patroon weergegeven.

Druk op om de draadkleur in de
afbeelding te veranderen in rood, blauw of zwart.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratievel steken 100% SLUITEN→ De kleur verandert telkens wanneer u op de knop drukt.
3 Druk op om de vergrote afbeelding weer te geven.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steiken SLUITEN4 Met // kunt u een deel van de afbeelding bekijken die buiten het zichtbare vlak steekt.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Steken 200 SLUITEN5 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Memo • Ukun
- U kunt ook naaien vanaf dit scherm wanneer het persvoetsymbool wordt weergegeven.
- De afbeelding van sommige patronen worden uitsluitend op standaardformaat weergegeven.
STEEKPATRONEN COMBINEREN
U kunt allerlei steekpatronen combineren, zoals lettersteken, kruissteken, satijnsteken of steken die u ontwerpt met de functie MY CUSTOM STITCH (in hoofdstuk 8 vindt u informatie over MY CUSTOM STITCH). Ook kunt u steekpatronen van verschillend formaat, spiegelbeeldpatronen en andere combineren.
Alvorens patronen te combineren
Bij het naaien van gecombineerde patronen wordt het naaien van een enkele steek automatisch
geselecteerd. Als u meerdere steken van een patroon wilt naaien, drukt u op nadat u klaar bent met het kiezen van de patrooncombinatie.
Als u wijzigingen in grootte aanbrengt, een spiegelbeeld maakt of andere wijzigingen aanbrengt in een combinatiepatroon, zorg dan dat u het gekozen steekpatroon wijzigt voordat u de volgende steek kiest. U kunt een steekpatroon niet meer wijzigen nadat u het volgende steekpatroon hebt gekozen.
Diverse steekpatronen controleren
Voorbeeld:

1 Druk op

text_image
Naaisteken Lettersteken on Decorative Steken 2018e AB AB AB
Selecteer


text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Stellen 6-001 6-002 6-003 6-004 6-005 6-006 6-007 6-008 6-009 6-100 6-101 6-102 6-103 6-104 6-105 7/16 SLUITEN
Druk op


text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Steken 6-091 6-092 6-093 6-094 6-095 6-096 6-097 6-098 6-099 6-100 6-101 6-102 6-103 6-104 6-105 100% 7/16 SLUITEN→ U gaat terug naar het stekenoverzicht.

text_image
4 Druk op Naaisteken Lettersteken en decoratiev steken 100%

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieves steken 8-01 8-02 8-03 8-04 8-05 9-06 8-07 8-08 8-09 8-10 8-11 8-12 8-13 8-14 8-15 SLUITEN 100%
text_image
6 Druk op om meerdere steken van het patroon te naaien.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Steken 100% SUITENMemo
- Patronen worden individueel gewist, te beginnen bij het laatste, door te drukken op

Grote en kleine steekpatronen combineren
Voorbeeld:

1 Druk op

→ De grote steek wordt geselecteerd.
2 Druk nogmaals op en daarna op om het kleine formaat te selecteren.


text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Stellen 6-046 6-047 6-048 6-049 6-050 G-051 G-052 G-053 G-054 G-055 G-056 G-057 G-058 G-059 G-060 100% SLUITEN→ Het patroon wordt kleiner weergegeven.

Druk op om doorgaand te naaien.

text_image
Naaisteken Lettersteken on decoratieve steken 6-046 6-047 6-048 6-049 6-050 G-051 G-052 G-053 G-054 G-055 G-056 G-057 G-058 G-059 G-060 100% SLUITEN→ Het opgegeven patroon wordt herhaald.
Horizontale gespiegelde steekpatronen combineren
Voorbeeld:



text_image
2 Druk opnieuw op en vervolgens op 6-131 .
text_image
Naaisteken Lettersteken an decorative steken 6-121 6-122 6-123 6-124 6-125 6-126 6-127 6-128 6-129 6-130 6-131 -132 6-133 6-134 6-135 100% SLUITEN→ Het patroon wordt gedraaid langs een verticale as.


text_image
Naaisteken Letterstaken en decorative steken 6-121 6-122 6-123 6-124 6-125 6-126 6-127 6-128 6-129 6-130 6-131 6-132 6-133 6-134 6-135 100% 9/16 SLUITEN→ Het opgegeven patroon wordt herhaald.
Steekpatronen van verschillende lengten combineren
Voorbeeld:


text_image
1 Druk op 9-11 en vervolgens op . ↗3→ De lengte van de afbeelding wordt ingesteld op 134.

text_image
2 Druk opnieuw op 9-11 en vervolgens drie maal op 📞4
text_image
Naaisteken Lettersteken en Decoratieve Steken 9-01 9-02 9-03 9-04 9-05 9-06 9-07 9-08 9-09 9-10 9-11 9-12 9-13 9-14 9-15 9-16 ... 9-18 9-19 9-20 SLUITEN 100% A0 + + mm - 0.4 + + mm - 3.6 + - ?→ De lengte van de afbeelding wordt ingesteld op (D)2.


text_image
Naaisteken Lettersteken en Decoratieve Steken 9-01 9-02 9-03 9-04 9-05 9-06 9-07 9-08 9-09 9-10 9-11 9-12 9-13 9-14 9-15 9-16 9-17 9-18 9-19 9-20 SLUITEN 100% A0 + mm - 0.4 + mm - 3.6 + ?→ Het opgegeven patroon wordt herhaald.
Stappatronen maken (alleen bij 7 mm satijnsteekpatronen)
Bij 7 mm satijnsteekpatronen kunt u met de toetsen een stapsgewijs effect creëren.
Steekpatronen die zo worden genaaid dat ze een stapsgewijs effect creëren, worden stappatronen genoemd.
* Druk op om het steekpatroon naar links te verplaatsen op een afstand die gelijk is aan de helft van de grootte van het steekpatroon.
* Druk op om het steekpatroon naar rechts te verplaatsen op een afstand die gelijk is aan de helft van de grootte van het steekpatroon.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratie steken 9-01 9-02 9-03 9-04 9-05 9-06 9-07 9-08 9-09 9-10 9-11 9-12 9-13 9-14 9-15 9-16 9-17 9-18 9-19 9-20 SLUITENVoorbeeld:




→ Het volgende steekpatroon wordt naar rechts verplaatst.


text_image
Naaisteken Lettersteken in decoratieve steken 9-01 9-02 9-03 9-04 9-05 9-06 9-07 9-08 9-09 9-10 9-11 9-12 9-18 9-14 9-15 9-16 9-17 9-18 5-19 5-20 100% SLUITEN

→ Het volgende steekpatroon wordt naar links verplaatst.
5 Druk op

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decoratieve Steken 9-01 9-02 9-03 9-04 9-05 9-06 9-07 9-08 9-09 9-10 9-11 9-12 9-13 9-14 9-15 9-16 9-17 9-18 9-19 9-20 100% SLUITEN→ Het opgegeven patroon wordt herhaald.
■Nog enkele voorbeelden

flowchart
graph LR
A["Druk op"] --> B["9-15"]
B --> C[" "]
C --> D["9-16"]
D --> E[" "]
E --> F[" "]
F --> G[" "]
G --> H["..."]


flowchart
graph LR
A["Druk op"] --> B["9-09"]
B --> C["↓"]
C --> D["→"]
D --> E["9-09"]
E --> F["→"]
F --> G["9-10"]
G --> H["→"]




natural_image
Abstract blue zigzag line pattern on white background (no text or symbols)
flowchart
graph LR
A["9-06"] --> B["9-06"]
B --> C[" "]
C --> D[" "]
D --> E["9-11"]
F["9-11"] --> G[" "]
G --> H[" "]
H --> I[" "]

Voorzorgsmaatregelen steekgegevens
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneer u steekgegevens gebruikt die niet zijn gemaakt en opgeslagen op deze machine.
■Soorten steekgegevens die u kunt gebruiken
- In het geheugen voor lettersteken en decoratieve steken van deze machine kunnen “.pmx” en “.pmu”-steekbestanden worden gebruikt. U kunt “.pmu-”steekbestanden ophalen, maar wanneer u het bestand opslaat met de machine, wordt het opgeslagen als een “.pmx”-steekbestand. Wanneer u andere gegevens gebruikt dan u hebt gemaakt met deze machine, of met een machine die “.pmu”-bestanden maakt, kan dit leiden tot storing.
■Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken
U kunt steekgegevens opslaan op of oproepen van externe USB-media. Gebruik een extern medium dat voldoet aan de volgende specificaties.
• USB Flash-station (USB-flashgeheugen)
- USB-diskettestation
Steekgegevens kunt u alleen oproepen van:
- USB CD-ROM, CD-R, CD-RW stations
De volgende USB-media kunt u gebruiken met de USB-geheugenkaartlezer/kaartschrijfmodule.
- Secure Digital (SD)-kaart
- CompactFlash
- Memory Stick
- Smart Media
• Multi Media Card (MMC) - XD-Picture Card

Opmerking
- Sommige USB-media zijn misschien niet bruikbaar bij deze machine. Meer bijzonderheden vindt u op onze website.
- De toegangslamp begint te knipperen nadat u USB-apparaten/media heeft geplaatst. Het duurt ongeveer vijf of zes seconden om de apparaten/media te herkennen. (De tijd verschilt afhankelijk van het USB-apparaat/medium).
- Gebruik een computer om bestandsmappen aan te maken.
■ U kunt computers en besturingssystemen met de volgende specificaties gebruiken.
- Compatibele modellen: IBM PC met een USB-poort als standaardapparaat IBM PC-compatible computer uitgerust met een USB-poort als standaardapparaat
- Compatibele besturingssystemen: Microsoft Windows XP, Windows Vista, Windows 7
■ Voorzorgsmaatregelen voor het maken en opslaan van steekgegevens op de computer
- Als de naam van het steekgegevensbestand/de steekgegevensmap niet kan worden bepaald omdat de naam speciale tekens bevat, wordt het bestand/de map niet weergegeven. Wijzig dan de bestandsnaam. We raden u aan de 26 letters van het alfabet te gebruiken (hoofdletters en kleine letters), de cijfers 0 t/m 9, “-” en “_”.
- Steekgegevens in een map die is gemaakt op een USB-medium kunnen worden opgehaald.
- Maak geen mappen op de "Verwisselbare schijf" op een computer. Steekgegevens die zijn opgeslagen in een map op de "Verwisselbare schijf", kunnen niet worden opgehaald door de machine.
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine
U kunt veelgebruikte steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine. In totaal kan ca. 1 MB steekpatronen worden opgeslagen in het geheugen van de machine.

Opmerking
- Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op de display staat. Dan raakt u het patroon dat wordt opgeslagen kwijt.

Memo
- Het opslaan van een steekpatroon duurt enkele seconden.
- Zie pagina 180 voor meer informatie over het ophalen van een opgeslagen steekpatroon.

Druk op


text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve #ken a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z , _ 100% SLUITEN ABC abc 0-9.. &?! AAä Ööö
Druk op

* Druk op omulereg te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
SLUITEN→ Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is opgeslagen, keert u automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.
■Als het geheugen vol is
Als dit volgende scherm verschijnt wanneer u probeert een patroon in het geheugen op te slaan, is het geheugen te vol. Het geselecteerde steekpatroon kan er niet meer bij. Als u het steekpatroon toch in het geheugen wilt opslaan, moet u eerst een eerder opgeslagen steekpatroon wissen.

Druk op

* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve A#tsten B-46 B-47 B-48 B-49 B-50 4/5 B-51 B-52 B-53 B-54 B-55 B-56 B-57 B-58 B-59 B-60 ? Onvoldoende geheugen beschikbaar om het patroon op te slaan. Een ander patroon wissen? ANNULEREN
Kies het steekpatroon dat u wilt wissen.
* Druk op als su besluit dat steekpatroon niet te wissen.

text_image
Naalsteken Lettersteken en Decoratievo ELEKON ① 1/4 0 KB -1 KB SLUITEN①In de zakken zijn steekpatronen opgeslagen


Druk op


text_image
Naaisteken Lettersteken on Decorative Steken 1/4 3 KB 3 KB SLUITEN→ Een bevestigingsbericht verschijnt.

Druk op

* Als u besluit dat steekpatroon niet te wissen, drukt u


text_image
Naaisteken Lettersteken en Decoratieve Mieken 1/4 3 KB OK om het gekozen patroon te wissen? ANNULEREN OK→ Het steekpatroon wordt uit het geheugen gewist en het nieuwe steekpatroon wordt daarna automatisch opgeslagen.
Steekpatronen opslaan op USB-media (in de handel verkrijgbaar)
Wanneer u steekpatronen van de machine naar USB-media wilt zenden, sluit u het USB-medium aan op de USB-poort van de machine.

Memo
- USB-media zijn verkrijgbaar in de handel, maar sommige USB-media zijn niet bruikbaar met deze machine. Meer bijzonderheden vindt u op onze website.
- Naar gelang het USB-medium dat u gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct aan op de USB-poort van de machine of sluit u de USB-mediales/schrijfmodule aan op de USB-poort van de machine.
- U kunt het USB-medium op elk moment plaatsen of verwijderen.

Druk op


text_image
Naaiasteken Lettersteken in decoratieve sheken a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ' _ 100% SLUITEN ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö
Plaats het USB-medium in de eerste (bovenste) USB-poort op de machine.

①Eerste (bovenste) USB-poort voor media
②USB-medium

Opmerking
- De verwerkingssnelheid varieert mogelijk per poortkeuze en hoeveelheid data. U kunt USB-media in de middelste poort steken, maar de eerste (bovenste) USB-poort verwerkt de gegevens sneller. Het is raadzaam om de eerste (bovenste) USB-poort te gebruiken.
- Op deze machine kunt u niet twee USB-media tegelijk gebruiken. Wanneer u twee USB-media in de machine steekt, wordt alleen het USB-medium dat u het eerst hebt geplaatst, geselecteerd.

Druk op

* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
SLUITEN→ Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is opgeslagen, keert u automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.

Opmerking
- Plaats of verwijder geen USB-medium wanneer het scherm "Opslaan" wordt weergegeven. Dan gaat het patroon dat u op dat moment opslaat, geheel of gedeeltelijk verloren.
Steekpatronen opslaan op de computer
Met de bijgeleverde USB-kabel kunt u de machine aansluiten op uw computer en kunt u tijdelijk borduurpatronen ophalen van en opslaan in de map "Verwisselbare schijf" van uw computer. In totaal kan 3 MB aan steekpatronen worden opgeslagen op de "Verwisselbare schijf", maar de opgeslagen steekpatronen worden verwijderd wanneer u de machine uitzet.

Opmerking
- Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op de display staat. Dan raakt u het patroon dat wordt opgeslagen kwijt.

Sluit de USB-kabel aan op de betreffende USB-poort op de computer en op de machine.

Zet uw computer aan en selecteer "Computer (Deze computer)".
* U kunt de USB-kabel aansluiten op de computer en de machine, of ze nu ingeschakeld zijn of niet.

①USB-poort voor computer
②USB-kabelaansluiting
→ Het pictogram "Verwisselbare schijf" verschijnt in "Computer (Deze computer)" op de computer.

Opmerking
- De aansluitingen op de USB-kabel kunt u alleen in één richting in een aansluiting steken. Als het moeilijk is om de aansluiting aan te sluiten, gebruik dan geen kracht en controleer de richting van de aansluiting.
- Bijzonderheden over de positie van de USB-poort op de computer (of USB-hub) vindt u in de handleiding bij de betreffende apparatuur.

Druk op


text_image
Naaisteken Lettersteken on decoratieve steken a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ' _ 100% SLUITEN ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä Ööö
Druk op

* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
SLUITEN→ Het steekpatroon wordt tijdelijk opgeslagen op "Verwisselbare schiji" onder "Computer (Deze computer)".

Selecteer het ".pmx"-bestand van het steekpatroon en kopieer het bestand naar de computer.

- Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op de display staat. Dan kunt u gegevens kwijtraken.
Steekpatronen ophalen uit het geheugen van de machine

Druk op


text_image
Naaisteken Letterstaken in decoratiele steken AB AB AB→ In het scherm dat verschijnt kunt u een zak selecteren.

Kies het steekpatroon dat u wilt ophalen.
* Als het hele opgeslagen steekpatroon niet wordt weergegeven, drukt u op het miniatuur.
* Druk op oms terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
Naalisteken Lettersteken on Decoratieve Steken 1/9 0 KB 644 KB AFWERKEN SLUITEN①Opgeslagen steekpatronen

Druk op

* Druk op om het patroon te wissen.

text_image
Naaisteken Lettersteken on Decorative Blue-Sky 1/9 1 KB 645 KB AFWERKEN SLUITEN→ Het geselecteerde steekpatroon wordt opgehaald en het naaischerm wordt weergegeven.
Ophalen van USB-media
U kunt een specifiek steekpatroon ophalen direct van het USB-medium of uit een map op het USB-medium. Als het steekpatroon zich in een map bevindt, controleert u elke map om het steekpatroon te zoeken.

Plaats het USB-medium in de eerste (bovenste) USB-poort op de machine (zie pagina 178).

①Eerste (bovenste) USB-poort voor media
②USB-medium

Druk op


text_image
Naaisteken Lettersteken en decorative broken AB AB AB→ Steekpatronen en een map in de bovenste map worden weergegeven.

Druk op wanneer er een submap is om twee of meer steekpatronen op USB-media te sorteren. Het steekpatroon in de submap wordt weergegeven.
* Druk op omuferug te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder het steekpatroon op te halen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative steken PMX 0 KB 120 MB AFWERKEN SLUITEN Naaisteken Lettersteken en Decorative steken /PMX PMX1 PMX2 0 KB 120 MB AFWERKEN SLUITEN①Mapnaam
②Van steekpatronen in een map wordt slechts het eerste patroon van gecombineerde patronen getoond.
③Pad
→ Het pad geeft de huidige map boven in de lijst weer. Steekpatronen en een submap binnen een map worden weergegeven.
* Druk op om terug te gaan naar de vorige map.
* Gebruik de computer om mappen te maken. Met de machine kunt u geen mappen maken.

Druk op de toets van het steekpatroon dat u wilt ophalen.

Druk op

* Druk op om het patroon te wissen. Het patroon wordt verwijderd van het USB-medium.

text_image
Naaisteken Letter staken en decoratieve steken IPMX PMX1 PMX2 1 KB 120 MB APWERKEN SLUITEN Blue-Sky→ Het geselecteerde steekpatroon wordt opgehaald en het naaischerm wordt weergegeven.
Ophalen van de computer

Sluit de USB-kabel aan op de betreffende USB-poort op de computer en op de machine (zie pagina 179).

Op de computer opent u "Computer (Deze computer)" en vervolgens gaat u naar "Verwisselbare schijf".

Verplaats/kopieer de patroongegevens naar "Verwisselbare schijf".

text_image
Computer + Microsoft Excel (C) Expenses - CIs like it Options - CIs like it Categories: Microsoft Excel Categories: Microsoft Excel Categories: Microsoft Excel Categories: Microsoft Excel Categories: Microsoft Excel→ De steekpatroongegevens op "Verwisselbare schijf" worden naar de machine geschreven.

Opmerking
- Maak de USB-kabel niet los terwijl de gegevens worden geschreven.
- Maak geen mappen op de "Verwisselbare schijf". Mappen worden niet weergegeven en steekpatronen in mappen kunt u dus niet ophalen.

Druk op


text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Steken→ De patronen op de computer worden weergegeven in het patronenoverzicht.

Druk op de toets van het steekpatroon dat u wilt ophalen.
* Druk op omutong te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder het steekpatroon op te halen.

Druk op

* Druk op om het patroon te wissen. Het patroon wordt verwijderd van de "Verwisselbare schijf" op uw computer.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Stellen Blue-Sky 1 KB 3046 KB AFWERKEN SLUITEN→ Het geselecteerde steekpatroon wordt opgehaald en het naaischerm wordt weergegeven.

Opmerking
- Het patroon dat u van de computer hebt opgehaald, wordt tijdelijk op de machine geschreven. Wanneer u de machine uitschakelt, wordt het patroon verwijderd. Als u het steekpatroon wilt bewaren, moet u het opslaan op de machine ("Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine" op pagina 177).
VOORDAT U GAAT BORDUREN.... 186
Borduren stap voor stap....186
Borduurvoet "W" bevestigen 187
Borduurtafel bevestigen 188
■ Over de borduurtafel 188
■ Borduurtafel verwijderen 189
■ Stekenoverzichten....191
Het selecteren van Borduurpatronen/Brother "Exclusief"/
Griekse letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen....193
Letterpatronen kiezen ....194
Kaderpatronen selecteren ....196
Patronen selecteren van borduurkaarten ....197
■Over de borduurkaartlezer (afzonderlijk verkrijgbaar) en
de USB-kaartschrijfmodule* 197
■ Over borduurkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar).... 197
Patronen kiezen van een USB-medium/computer....197
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN ..... 198
■ Functies van de toetsen 199
DE STOF VOORBEREIDEN.... 200
Opstrijksteunstof bevestigen op de stof....200
Stof in het borduurraam plaatsen....202
■ Soorten borduurramen 202
■ Stor plaatsen....203
■ Gebruik van het borduurvel 204
Kleine stukjes stof, hoeken of randen en lint of band
borduren 205
■ Kleine stukjes stof borduren 205
■ Randen of hoeken borduren....205
■ Linten of band borduren....205
BORDUURRAAM BEVESTIGEN 206
■ Borduurtafel verwijderen 207
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN.... 208
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera.... 208
Stof weergeven terwijl u de borduurpositie uitlijnt 211
■ Patroon plaatsen op dikke stof 213
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera.... 213
Patroonpositie controleren 216
Voorbeeld van het patroon bekijken 217
Aantrekkelijke afwerkingen maken 218
■ Borduursteekplaatdeksel 219
Borduurpatronen naaien 219
Applicaties borduren....221
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)...... 223
Een patroon kiezen 224
■Alleen het borduurpatroon controleren 224
Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren .....225
■ Gebruik van USB-media.... 225
■ Gebruik van een USB-kabel.... 226
Achtergrond en borduurpositievel afdrukken....226
Borduurpatronen naaien 227
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN......229
Als de onderdraad bijna op is.... 229
Wanneer de draad afbreekt tijdens het naaien 230
Opnieuw beginnen vanaf het begin.... 231
Borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet...... 231
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN......233
Draadspanning aanpassen 233
■ Juiste draadspanning....233
■ Bovendraad is te strak....233
■ Bovendraad is te los....234
Ander spoelhuis aanpassen
(geen kleur op schroef).... 234
■ Juiste spanning....234
■ Bovendraad is te los 235
■ Onderdraad is te strak....235
Gebruik van de automatische draadknipfunctie
(EINDE KLEUR KNIPPEN).... 235
Gebruik van de draadknipfunctie (OVERSPRINGENDE STEEK
KNIPPEN)....236
■Selecteren beneden welke lengte overspringende steken niet worden
afgeknipt 236
Borduursnelheid aanpassen.... 237
Garenkleur wijzigen.... 237
Borduurraamdisplay wijzigen.... 238
Patroon verplaatsen.... 240
Patroon en naald in de juiste positie zetten.... 240
Grootte van patroon wijzigen 241
Patroon roteren.... 242
Horizontaal gespiegeld patroon maken.... 243
Steekdichtheid wijzigen (alleen letter- en kaderpatronen) .... 244
Kleuren van letterpatroon wijzigen 245
Verbonden letters borduren 245
Ononderbroken borduren (met één kleur) 248
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE ....249
Voorzorgsmaatregelen borduurgegevens 249
■Soorten borduurgegevens die u kunt gebruiken ....249
■ Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken 249
■U kunt computers en besturingssystemen met de volgende ansification isruiken
■Voorzorgsmaatregelen voor het maken en onslaan van
steekgegevens op de computer....250
■ Tajima (.dst) borduurgegevens....250
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine...... 251
■ Als het geheugen vol is....251
Steekpatronen opslaan op USB-medium.... 252
Borduurpatronen opslaan op de computer.... 253
Patronen ophalen uit het geheugen van de machine 254
Ophalen van USB-media 255
Ophalen van de computer.... 256
BORDUURAPPLICATIE....258
Applicatie maken met een kaderpatroon (1) 258
Applicatie maken met een kaderpatroon (2) 259
Gesplitste borduurpatronen naaien.... 261
VOORDAT U GAAT BORDUREN
Borduren stap voor stap
Volg onderstaande stappen om de machine voor te bereiden voor borduren.

text_image
Stap 3 Stap 1, 2 Stap 7 Stap 5 Stap 4 Stap 6, 8 Stap 9| Stapnummer | Doel Handeling Pagina | |
| 1 Persvoet bevestigen Bevestig persvoet “W”. 187 | ||
| 2 Naald controleren Voor borduurwerken gebruikt u naald 75/11. * 69 | ||
| 3 Borduurtafel bevestigen Bevestig de borduurtafel. 188 | ||
| 4 | Onderdraad installeren | Als onderdraad windt u borduurdraad op. Vervolgens installeert u de spoel. |
| 5 Stof voorbereiden Bevestig steunstof aan de stof en bevestig dit in het borduurraam. 200 | 48 | |
| 6 | Patroon kiezen | Schakel de machine in en selecteer een borduurpatroon. |
| 7 | Borduurraam bevestigen | Bevestig het borduurraam aan de borduurtafel. |
| 8 Lay-out controleren | Controleer het formaat en de plaats van het borduurwerk en pas deze zo nodig aan. | 208 |
| 9 | Borduurdraad installeren | Installeer de borduurdraad voor het patroon. |
* Een 90/14 naald wordt aanbevolen wanneer u op zware stoffen of steunstoffen borduurt (bijvoorbeeld spijkerstof, schuim enz.). Ballpointnaald (goudkleurig) 90/14 wordt niet aanbevolen voor borduurwerk.
Borduurvoet "W" bevestigen

flowchart
graph LR
A["Druk op ?"] --> B["GEBRUIKSAANWLIZING"]
B --> C["BORDUREN BASIS BEDIENING"]
D["→"] --> E["in die volgorde om een"]
videovoorbeeld weer te geven van het bevestigen van borduurvoet "W" (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.

VOORZICHTIG
- Druk altijd op opij Ucherm wanneer u een persvoet bevestigt. Anders loopt u mogelijk letsel op wanneer u per ongeluk op de "Start/stoptoets" drukt.
- Gebruik altijd borduurvoet "W" wanneer u borduurt. Wanneer u een andere persvoet gebruikt, raakt de naald de persvoet misschien. Hierdoor kan de naald buigen of breken en letsel veroorzaken.
1 Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten.

→ Het hele scherm wordt wit en alle toetsen zijn vergrendeld.
3 Zet de persvoethendel omhoog.

4 Druk op de zwarte toets op de persvoethouder en verwijder de persvoet.

①Zwarte toets
②Persvoethouder
→ Verwijder de persvoet uit de persvoethouder.
5 Gebruik de bijgeleverde schroevendraaier om de schroef op de persvoethouder los te draaien en verwijder de persvoethouder.

①Schroevendraaier
②Persvoethouder
③Persvoethouderschroef
→ Verwijder de persvoethouder.
6 Plaats borduurvoet "W" zo op de persvoetstang dat de arm van borduurvoet "W" zich achter de naaldhouder bevindt, en de strijker achter de naald.

①Arm
②Naaldhouder
③Persvoethouderschroef
④Strijker

Houd de borduurvoet met uw rechterhand op zijn plaats en draai met de bijgesloten schroevendraaier de persvoethouderschroef stevig vast.

- Draai met de bijgeleverde schroevendraaier de schroef op de persvoethouder stevig vast. Als de schroef los zit, kan de naald de persvoet raken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.

Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.
→ Alle toetsen zijn ontgrendeld en het vorige scherm wordt weergegeven.
Borduurtafel bevestigen


text_image
→ → in die volgorde om eenvideovoorbeeld weer te geven van het bevestigen van de borduurtafel (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.
■Over de borduurtafel

VOORZICHTIG
- Verplaats de machine niet terwijl de borduurtafel daarop is bevestigd. De borduurtafel kan eraf vallen en daardoor letsel veroorzaken.
- Houd uw handen en andere voorwerpen uit de buurt van de wagen van de borduurtafel en het borduurraam wanneer de machine bezig is met borduren. Anders kunt u letsel oplopen.
- Om te voorkomen dat uw borduurontwerp vervormt, mag u de borduurwagen en het borduurraam niet aanraken, wanneer de machine borduurt.

Opmerking
- U kunt ook naaisteken/decoratieve steken naaien wanneer de borduurtafel is
bevestigd. Druk op en op . De

transporteur gaat automatisch omhoog voor naaisteken en decoratieve steken.
- Zet de machine uit voordat u de borduurtafel installeert. Anders kan de machine beschadigd raken.
- Raak de interne aansluiting van de borduurtafel niet aan. Daardoor kunt u de pennen op de aansluiting van de borduurtafel beschadigen.
- Oefen geen zware druk uit op de wagen van de borduurtafel en til de borduurtafel niet op aan de wagen. Anders kan de borduurtafel beschadigd raken.
- Berg de borduurtafel op in de daarvoor bestemde opbergkoffer.

Zet de naaimachine uit en verwijder de accessoiretafel.

Steek de verbindingspen van de borduurtafel op de juiste wijze in het aansluitpunt voor de borduurtafel op de machine. De veerscharnier op het deksel van de aansluitpoort geeft gemakkelijk toegang tot de poort. Druk zachtjes op het deksel van de aansluitpoort totdat deze op zijn plaats klikt.

①Verbindingspen van de borduurtafel
②Aansluitpunt voor de borduurtafel op de machine

Opmerking
- Let op dat er geen ruimte open blijft tussen de borduurtafel en de naaimachine. Als er ruimte open blijft, worden de borduurpatronen niet met de juiste registratie genaaid.
- Duw de wagen niet wanneer u de borduurtafel aanbrengt op de naaimachine. Wanneer de wagen wordt verplaatst, kan de borduurtafel beschadigd raken.

Zet de hoofdschakelaar aan.
→ De volgende boodschap verschijnt.

Druk op


text_image
De wagen van de borduurtafel zal bewegen. Houd uw handen enz. uit de buurt van de wagen. OK→ De wagen komt in de initialisatiestand te staan.

■Borduurtafel verwijderen

Druk op

en vervolgens
op
→ De wagen komt in de stand te staan waarin de borduurtafel kan worden verwijderd.

VOORZICHTIG
- Verwijder het borduurraam altijd voordat u op

drukt. Anders kan het borduurraam de urvoet raken en letsel veroorzaken.
- De borduurtafel past niet in de opbergkoffer als u deze stap niet volgt.

Zet de hoofdschakelaar uit.

Opmerking
- Zet de machine uit alvorens de borduurtafel te verwijderen. Anders kan de machine beschadigen.

Houd de ontgrendelknop ingedrukt en trek de borduurtafel uit de machine.

- Til de borduurtafel niet op aan het gedeelte van de ontgrendelknop.

De in de naaimachine en op de borduurkaarten opgeslagen patronen zijn slechts bedoeld voor privé-gebruik. Enig openbaar of commercieel gebruik van patronen waarop copyright rust is een overtreding van de wet op auteursrechten en is ten strengste verboden.
Er zijn veel letterpatronen en decoratieve borduurpatronen opgeslagen in het geheugen van de machine (een volledig overzicht van de patronen in het geheugen van de machine vindt u in de BEKNOPTE BEDIENINGSGIDS). U kunt ook patronen van de borduurkaarten gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar).
Nadat de machine geïntialiseerd is en de wagen op de beginstand is gaan staan, verschijnt het scherm met het patronenoverzicht.
Mocht er een ander scherm verschijnen, druk dan op en vervolgens op om het onderstaande
①Borduurpatronen
②Brother "Exclusief"
③Griekse letterpatronen
④Bloemletterpatronen
⑤Borduurnaaipatronen
⑥Kaderpatronen
⑦Letters
⑧In het geheugen opgeslagen patronen (zie pagina 254)
⑨Op USB-medium opgeslagen patronen (zie pagina 255)
⑩Op de computer opgeslagen patronen (zie pagina 256)
⑪Druk op deze toets om de borduurtafel te plaatsen

Memo
- Als een toets er gestapeld uitziet, zoals

subcategorieën zijn, die u moet selecteren voordat een patroonkeuzescherm verschijnt.
■Stekenoverzichten
Deze machine bevat 7 categorieën patronen. Als een paginanummer als volgt wordt aangegeven 1/2s er meer dan één patroonkeuzescherm voor die categorie.

Borduurpatronen


Brother "Exclusief"
Borduren







Nostalgische ontwerpen Monogramontwerpen


Nieuwe Europese ontwerpen Japanse ontwerpen

Het selecteren van Borduurpatronen/Brother "Exclusief"/Griekse letterpatronen/ Bloemletterpatronen/ Borduurnaaipatronen
1 Druk de toets van de categorie van het patroon dat u wilt borduren.

text_image
Borduren2 Druk op de toets van het patroon dat u wilt borduren.

* Druk op omnaar de volgende pagina te gaan.
* Druk op omnaar de vorige pagina te gaan.
→ Het geselecteerde patroon wordt weergegeven.
3 Druk op om het patroon in spiegelbeeld te borduren.
* Als u een fout heeft gemaakt bij de selectie van het patroon, druk dan op de toets van het patroon dat u wilt borduren. De nieuwe selectie verschijnt.

text_image
LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm TERUG ABC NAAIEN4 Druk op NAAJEN
→ De display voor borduren verschijnt.
5 Ga door met "OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN" op pagina 198 om het patroon te borduren.
* Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een ander patroon wilt kiezen, drukt u op .TERUG

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGO GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° TERUG XXX-/-+ ?< - > > 8Letterpatronen kiezen
Voorbeeld: "Blue Sky" invoeren.
1 Druk op .AA
2 Druk op de toets van het lettertype dat u wilt borduren.

3 Druk op een tab om van selectiescherm te wisselen.

text_image
abc 0-9.. &?! ÄÄÄ ÖÖö A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ' _
Memo
- Als u letters toevoegt nadat u de grootte hebt gewijzigd, worden de nieuwe letters ingevoerd in de grootte die u hebt gekozen.
- U kunt de grootte van de ingevoerde letters niet wijzigen nadat u een letterpatroon hebt gecombineerd.
4 Druk op en voer vervolgens de "B" in.

text_image
abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ' -* Als u de grootte van een letter wilt wijzigen,
selecteert u de letter en drukt u op om de grootte te wijzigen. Telkens wanneer u op de toets drukt, verandert de grootte van groot, naar medium naar klein.
* Als u per ongeluk verkeerd kiest, druk dan op
om uw fout te wissen.
* Als het patroon te klein is om het goed te kunnen zien, kunt u het controleren met √ABC
5 Druk op en voer vervolgens de "lue" in.

text_image
Borduren B ZWART 1 min 3.2 cm abc 0-9.. &?! ÄÄÄ ÖÖö A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ' _6 Druk op om een spatie in te voeren.

text_image
Borduren Blue ZWART 3 min 3.2 cm 7.2 cm ABC abc 0-9.. &?! ÄÄÄ ÖÖö a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ' - TERUG ABC NAAIEN7 Druk opnieuw op en voer "S" in.

text_image
Borduren Blue ZWART 3 min 3.2 cm 10.1 cm ABC abc 0-9.. &?! ÄÄÄ ÖÖö a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ', _ TERUG ABC NAAIEN8 Druk op en voer vervolgens "ky" in.

text_image
Borduren Blue S ZWART 4 min 3.3 cm 15.4 abc 0-9.. &?! ÄÄÄ ÖÖö A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ' - TERUG ABC NAAIEN9 Druk op NAAIEN

text_image
Borduren Blue Sky ZWART 5 min 4.3 cm 14.8 cm ABC abc 0-9.. &?! ÄÄÄ ÖÖö a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ', - TERUG ABC NAAIEN→ De display voor borduren verschijnt.
10 Ga door met "OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN" op pagina 198 om het patroon te borduren.
* Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een ander patroon wilt kiezen, drukt u op .TERUG

text_image
Borduren W 0 0 min 0 2908 5 min 1 Blue Sky ZWART 5 min Blue Sky 4.3 cm 14.8 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XXX-/-/+ ?Kaderpatronen selecteren
1 Druk op
2 Druk boven in het scherm op de toets met de kadervorm die u wilt borduren.

→ Onder in het scherm verschijnen diverse kaderpatronen met de geselecteerde vorm.
3 Druk op de toets van het kaderpatroon dat u wilt borduren.
* Als u per ongeluk een verkeerd patroon hebt gekozen, druk dan op de toets van het patroon dat u wel wilt borduren.
→ Het geselecteerde patroon verschijnt op het scherm.
4 Druk op NAAIEN

text_image
Borduren ZWART 1 min ROOD 1 min 6.6 cm 6.6 cm TERUG ABC NAAIEN→ De display voor borduren verschijnt.
5 Ga door met "OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN" op pagina 198 om het patroon te borduren.
* Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een ander patroon wilt kiezen, drukt u op .TERUG

text_image
Borduren W 1028 0 min 0 2 min 2 ZWART 1 min ROOD 1 min 6.6 cm 6.6 cm + 0.00 cm + 0.00 cm 0° TERUGPatronen selecteren van borduurkaarten
■Over de borduurkaartlezer (afzonderlijk verkrijgbaar) en de USB-kaartschrijfmodule\*
- Gebruik slechts een borduurkaartlezer die is ontworpen voor deze machine. Bij gebruik van andere kaartlezers werkt de machine mogelijk niet goed.
* Als u de PE-DESIGN Ver. 5 of later, PE-DESIGN Lite of PED-BASIC hebt aangeschaft, kunt u de bijgesloten USB-kaartschrijfmodule als een borduurkaartlezer aansluiten op de machine, en patronen oproepen.

Opmerking
- U kunt geen borduurpatronen vanaf de machine opslaan op een borduurkaart die is geplaatst in een aangesloten USB-kaartschrijfmodule*.
■Over borduurkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar)
- Gebruik alleen borduurkaarten die speciaal voor deze machine zijn vervaardigd. Bij gebruik van onofficiële kaarten werkt de machine mogelijk niet goed.
- In het buitenland aangeschafte borduurkaarten kunt u niet gebruiken bij deze machine.
- Berg uw borduurkaarten op in de koffer.

Steek de optionele borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule* in de eerste (bovenste) USB-poort van de machine.

①Eerste (bovenste) USB-poort
②Borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*

Steek de kaart volledig in de kaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*.
* Plaats de borduurkaart zo dat het uiteinde met de pijl erop boven zit.

- U kunt niet twee USB-kaartlezers/USB-kaartschrijfmodules* tegelijk gebruiken op deze machine. Als u twee USB-kaartlezers/USB-kaartschrijfmodules* plaatst, wordt alleen de USB-kaartlezer/USB-kaartschrijfmodule* die het eerst is geplaatst, gedetecteerd.

Memo
- U kunt ook de borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule* in de middelste poort van de machine plaatsen.

Druk op de toets van de USB-poort waarin de borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule* is gestoken.

text_image
Borduren→ De patronen op de borduurkaart verschijnen op het scherm met het stekenoverzicht.

Volg de stappen op pagina 193 om een patroon te selecteren.
Patronen kiezen van een USB-medium/computer
Hoe u patronen ophaalt van een computer of USB-medium leest u op pagina's 255 t/m 257.
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN

text_image
Borduren W 7282 0 min 0 17 min 6 ① ② ③ ④ ⑤ 9.6 cm 9.3 cm + + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min ⑪ ⑫①Hiermee geeft u de persvoetcode weer.
Bevestig borduurvoet "W" voor alle borduurwerken. Wanneer het persvoetsymbool op het scherm verschijnt, kunt u borduren.
② Hier verschijnt de grens voor borduren met het extra grote borduurraam (30 cm × 20 cm (ca. 12 inch × 8 inch)).
③Hier wordt een voorbeeld van het geselecteerde patroon getoond.
④Hier wordt de grootte van het geselecteerde patroon getoond.
⑤ Hier wordt getoond hoe ver de patroonpositie zich vanaf het midden bevindt (wanneer u de standaardpatroonpositie verplaatst).
⑥ Hiermee wordt getoond hoeveel steken er in het geselecteerde patroon zijn en hoeveel steken er tot nu toe zijn geborduurd.
⑦ Geeft aan hoeveel tijd u nodig hebt om het patroon te borduren en hoeveel tijd er tot nu toe is verlopen bij het borduren van het patroon (de tijd voor het verwisselen en automatisch afsnijden van draden is hier niet bij inbegrepen).
⑧ Toont het aantal kleuren in het geselecteerde patroon en het nummer van de kleur die u momenteel borduurt.
⑨Toont het deel van het borduurwerk dat wordt geborduurd met de eerste garenkleur.
⑩Toont de volgorde voor garenkleurwisselingen en de borduurtijd voor elke garenkleur.
* De weergegeven tijd is een benadering van de benodigde tijd. De werkelijke borduurtijd kan langer zijn dan de aangegeven tijd, naar gelang het borduurraam dat u gebruikt. Bovendien is de tijd die nodig is om van garenkleur te wisselen, niet inbegrepen.
⑪ Toont de borduurramen die u bij het geselecteerde patroon kunt gebruiken. Gebruik het juiste borduurraam (zie pagina 202).
⑫Toont hoeveel aantal graden het patroon wordt gedraaid.

Opmerking
- De extra functies van alle toetsen worden op de volgende pagina uitgelegd.
■Functies van de toetsen
Met deze toetsen kunt u de grootte van het patroon wijzigen, het patroon roteren (draaien) enz.

text_image
LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min
Opmerking
- Sommige functies zijn niet beschikbaar bij bepaalde patronen. Als de toets lichtgrijs is, kunt u die functie niet gebruiken bij het geselecteerde patroon.
| Nr. | Display Toetsnaam | Uitleg Pagina | ||
| 13 | Stofscantoets | Druk op deze toets om de stof te scannen om de borduurpositie uit te lijnen. | 211 | |
| 14 | Patroonafbeeldingtoets | Druk op deze toets om een voorbeeld te krijgen van het geborduurde patroon. | 217 | |
| 15 | Pijltjestoetsen( Centreertoets) | Met een pijltjestoets verplaatst u het patroon in de richting van de pijl. (Met de centreertoets zet u het patroon terug in het midden van het borduurgebied.) | 240 | |
| 16 | Rotatietoets | Met de rotatietoets draait u het patroon op het scherm. U kunt het patroon 1 graad, 10 graden of 90 graden per keer draaien. | 242 | |
| 17 | Groottetoets | Met de groottetoets wijzigt u de grootte van het patroon. | 241 | |
| 18 | Steekdichtheidstoets | Met deze toets wijzigt u de steekdichtheid van letter- of kaderpatronen. | 244 | |
| 19 | Horizontale | Met de horizontale spiegeltoets spiegelt u het patroon horizontaal. | 243 | |
| spiegeltoets | ||||
| 20 | Meerkleurentoets | Met de meerkleurentoets wijzigt u de kleur van elke letter bij het naaien van letterpatronen. | 245 | |
| 21 | Geheugentoets | Met deze toets slaat u een patroon op, in het geheugen, op een USB-medium of een computer. | 251-253 | |
| 22 | Terugtoets | Met de terugtoets keert u terug naar het patronenoverzicht. | — | |
| 23 | Knip/spanningstoets | Met de knip/spanningstoets geeft u automatisch draadknippen, draadknippen of de draadspanning op. Voor borduren zijn deze functies automatisch ingesteld. | 235-236 | |
| 24 | Vooruit/achteruittoets | Met de vooruit/achteruittoets verplaatst u de naald vooruit of achteruit in het patroon. Dit is handig als de draad tijdens het naaien is afgebroken of als u weer vanaf het begin wilt beginnen. | 230-232 | |
| 25 | Beginpunttoets | Met de beginpunttoets stemt u de beginpositie van de naald af op de patroonpositie. | 240 | |
| 26 | Controletoets | Met de controletoets controleert u de positie van het patroon. Het borduurraam gaat naar de gewenste positie, zodat u kunt controleren of er voldoende ruimte is om het patroon te naaien. | 216 | |
| 27 | Borduurpositietoets | Druk op deze toets om de borduurpositie uit te lijnen met de ingebouwde camera. | 213 | |
| 28 | Ononderbroken- | Druk op deze toets om het geselecteerde patroon te borduren met één kleur. | 248 | |
| bordurentoets |
DE STOF VOORBEREIDEN

VOORZICHTIG
- Gebruik stof van minder dan 3 mm (ca. 1/8 inch) dik. Met stof van meer dan 3 mm (ca. 1/8 inch) dik breekt de naald wellicht.
- Wanneer u werkt met lagen met dikkere wattering, is het aan te raden de persvoethoogte aan te passen in het borduurinstellingenscherm (zie hieronder).
- Voor dikke badstof raden we u aan een stuk wateroplosbare steunstof boven op de voorkant van de stof te plaatsen. Hierdoor wordt de vleug van de stof verkleind, hetgeen een mooiere afwerking geeft.

Opmerking
- Druk op .en selecteer pagina 6/8 om en te gebruiken in het scherm
Borduurvoethoogte in het borduurinstellingenscherm. Pas de persvoethoogte aan voor dikke of pluizige stof.

Borduurvoethoogte


- Als u de ruimte tussen de persvoet en de naaldplaat wilt vergroten, stel dan de borduurvoet in op een hogere waarde. Voor het meeste borduurwerk wordt de instelling 1,5 mm gebruikt.
Opstrijksteunstof bevestigen op de stof
Voor het beste resultaat in borduurwerk gebruikt u altijd borduursteunstof. Volg de instructies op de verpakking van de steunstof die u gebruikt.

flowchart
graph LR
A["Druk op ?"] --> B["GEBRUIKSAANWIJZING"]
B --> C["BORDUREN BASIS BEDIENING"]
D["→"] --> E["in die volgorde om een"]
videovoorbeeld weer te geven van het bevestigen van opstrijksteunstof (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.
Werkt u met stoffen die niet gestreken kunnen worden (zoals badstof of stoffen met lussen die groter worden bij het strijken) of met gedeelten die u niet gemakkelijk kunt strijken? Leg dan de steunstof onder de stof zonder deze te bevestigen en plaats de stof plus steunstof vervolgens in het borduurraam. Of vraag aan uw erkende dealer wat de juiste steunstof is.

VOORZICHTIG
- Gebruik altijd borduursteunstof voor stretchstof, lichte stof, grof geweven stof of stof waarbij het patroon kan gaan trekken. Anders kan de naald breken en hierdoor kunt u letsel oplopen. Als u geen steunstof gebruikt, kan dit tot een slechte afwerking van uw borduurwerk leiden.
1 Gebruik een stuk steunstof dat groter is dan het borduurraam.

text_image
✓ ① ② ×①Grootte van het borduurraam
②Opstrijksteunstof

Strijk de steunstof vast op de achterkant van de stof.

- Borduurt u op dunne stof, zoals organdie of batist, of op ruwharige stof zoals badstof of corduroy? Dan krijgt u het beste resultaat met wateroplosbare steunstof (afzonderlijk verkrijgbaar). De wateroplosbare steunstof lost volledig op in water, waardoor het borduurwerk een mooiere afwerking verkrijgt.
Stof in het borduurraam plaatsen
■Soorten borduurramen
| Extra groot Quilt Medium Klein | |||
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
| Borduurveld30 cm × 20 cm(ca. 12 inch × 8 inch) | Borduurveld20 cm × 20 cm(ca. 8 inch × 8 inch) | Borduurveld10 cm × 10 cm(ca. 4 inch × 4 inch) | Borduurveld2 cm × 6 cm(ca. 1 inch × 2-1/2 inch) |
| Te gebruiken wanneer u verbonden of gecombineerde letters of patronen of grote patronen borduurt. | Te gebruiken wanneer u borduurpatronen tussen 10 cm × 10 cm (ca. 4 inch × 4 inch) en 20 cm × 20 cm(ca. 8 inch × 8 inch). | Te gebruiken wanneer u patronen borduurt van minder dan 10 cm × 10 cm(ca. 4 inch × 4 inch). | Te gebruiken voor het borduren van namen of heel kleine patronen. |
U kunt een ander optioneel borduurraam gebruiken. Wanneer u borduurramen kiest die niet op het scherm verschijnen, controleer dan eerst de ontwerpgrootte van het borduurveld van het optionele raam. Overleg met uw erkende dealer of het raam compatibel is.
Kies een borduurraam dat overeenkomt met het patroonformaat. De bijgeleverde borduurramen staan in de display.

text_image
Borduren LICHTROSE 11 min LILA 1 min LICHT BLAUW 4 min 21.7 cm 14.7 cm TERUG ABC NAAIEN ① ②①Gemarkeerd: kan worden gebruikt
②Gearceerd: kan niet worden gebruikt

VOORZICHTIG
- Als u een te klein borduurraam gebruikt, kan de persvoet het raam tijdens het borduren raken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
■Stof plaatsen
Druk op ? → GEBRUIKSAANWIJZING → BORDUREN BASIS BEDIENING
→ → in die volgorde om een
videovoorbeeld weer te geven van het plaatsen van de stof in het borduurraam (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.

Opmerking
- Als de stof los in het borduurraam zit, wordt het borduurontwerp niet goed genaaid. Leg de stof op een gelijkmatig oppervlak en trek de stof voorzichtig strak in het raam. Volg onderstaande stappen om de stof op de juiste wijze te plaatsen.
1 Haal de afstelschroef omhoog en draai deze los om het binnenraam te verwijderen.

2 Leg de stof met de voorkant naar boven op het buitenraam.
Plaats het binnenraam opnieuw in het buitenraam met △ van het binnenraam tegenover ▽an het buitenraam.

① van binnenraam
② van buitenraam
③Afstelschroef
3 Draai de afstelschroef licht aan en trek aan de randen en de hoeken van de stof om de stof glad te trekken. Draai de schroef niet los.

4 Trek de stof enigszins strak en draai de afstelschroef vast, zodat de stof licht gespannen blijft.
* Nadat u aan de stof hebt getrokken, controleert u of de stof strak is.

* Let op dat de binnen- en buitenramen gelijk zijn voordat u begint met borduren.

flowchart
graph LR
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
①Buitenraam
②Binnenraam
③Stof
Memo
- Trek aan alle vier de hoeken en alle vier de randen aan de stof. Terwijl u aan de stof trekt, draait u de afstelschroef van het raam vast.
5 Zet de afstelschroef in de oorspronkelijke stand.

- U kunt met de bijgesloten schroevendraaier de afstelschroef van het raam vaster of losser draaien.

■Gebruik van het borduurvel
Wanneer u het patroon op een speciale plek wilt borduren, gebruikt u het borduurvel met het raam.
1 Markeer met een krijtje de plek op de stof waar u wilt borduren.

text_image
ABC ① ②①Borduurpatroon
②Markering
2 Leg het borduurvel op het binnenraam. Laat de lijnen op het borduurvel samenvallen met de markering die u op de stof hebt aangebracht.

3 Rek de stof enigszins, zodat vouwen en kreukels verdwijnen. Plaats vervolgens het binnenraam in het buitenraam.

4 Verwijder het borduurvel.

Kleine stukjes stof, hoeken of randen en lint of band borduren
Gebruik borduursteunstof voor extra steun. Verwijder de steunstof voorzichtig nadat u klaar bent met borduren. Bevestig de steunstof zoals hieronder aangegeven. We raden u aan borduursteunstof te gebruiken.
■Kleine stukjes stof borduren
Gebruik textiellijm om het kleine stukje stof op het grotere stuk stof in het borduurraam te plakken. Als u liever geen textiellijm gebruikt, bevestigt u de steunstof met rijgsteken.

text_image
T.1 ① ②①Stof
②Steunstof
■Randen of hoeken borduren
Gebruik textiellijm om het kleine stukje stof op het grotere stuk stof in het borduurraam te plakken. Als u liever geen textiellijm gebruikt, bevestigt u de steunstof met rijgsteken.

text_image
① ② T.1①Stof
②Steunstof
■Linten of band borduren
Zet het lint of het band vast met dubbelzijdig plakband of textiellijm.

text_image
T.1 ① ②①Linten of band
②Steunstof
BORDUURRAAM BEVESTIGEN

flowchart
graph LR
A["Druk op ?"] --> B["GEBRUIK SAANWUJZING"]
B --> C["BORDUREN BASIS BEDIENING"]
C --> D["in die volgorde om een"]
videovoorbeeld weer te geven van het bevestigen van het borduurraam (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.

Opmerking
- Wind de spoel op en plaats de spoel voordat u het borduurraam aanbrengt.
1 Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omhoog te zetten.

2 Laat de borduurraamgeleider langs de rechterrand van de borduurraamhouder vallen.

①Borduurraamhouder
②Borduurraamgeleider
3 Schuif het borduurraam in de houder. Zorg dat △an het borduurraam tegenover ▽ op de houder staat.

4 Zet de raambevestigingshendel omlaag, op gelijk niveau met het raam. Zo zet u het borduurraam vast in de borduurraamhouder.

- Als de raambevestigingshendel niet omlaag staat, verschijnt het volgende bericht. U kunt pas beginnen met naaien wanneer u de raambevestigingshendel omlaag zet.

text_image
Plasts het borduurraam zo ver mogelijk naar achteren. ZET DE RAAMBORGHENDEL OMLAAG OM HET RAAM VAST TE ZETTEN.■Borduurtafel verwijderen
1 Zet de raambevestigingshendel omhoog.

2 Trek het borduurraam naar u toe.

Normaliter bevindt het patroon zich midden in het borduurraam. Als het patroon anders moet worden geplaatst op de stof kunt u de lay-out controleren alvorens u gaat borduren.
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera
Met de camera die is ingebouwd in deze machine kunt u gemakkelijk de borduurpositie uitlijnen. Dit is nuttig voor patronen die moeten worden geborduurd in een bepaalde positie, zoals hieronder aangegeven.

1 Teken met een krijtje een kruis op de gewenste borduurlocatie.

①Markering met krijtje
* Geef de rasterlijnen weer in het patroonweergavegebied om de patroonrichting te controlleren. (Zie "Borduurraamdisplay wijzigen" op pagina 238.)
2 Plaats de stof in het borduurraam.

- Zorg daarbij dat het borduurpatroon past in het borduurgebied van het borduurraam dat u gebruikt.

①Borduurgebied
②Formaat borduurpatroon
③Markering met krijtje
3 Selecteer het patroon op uw naaimachine.
4 Druk op in het naaischerm.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 761 3 min 1 B ZWART 3 min 3.1 cm 3.5 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XOOC -/+ ?5 Druk op om het beginpunt in te stellen op het midden van het patroon.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 761 3 min 1 B ZWART 3 min 3.1 cm 3.5 cm + + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° SLUITEN6 Druk op SLUITEN
7 Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omlaag te zetten.
8 Druk op
9 Druk op de plaatsingstoetsen om het borduurraam te verschuiven totdat het kruis dat u met het krijtje op de stof hebt getekend wordt weergegeven in het cameravenster.

text_image
Borduren W 0 0 min + 0.00 cm + 0.00 cm 0° 90° 10° 1° 90° 10° 1° SLUITEN WEERGAVEHOEK NAALDPOSITE ①①Plaatsingstoetsen
10 Druk op om de rasterlijnen weer te geven.

text_image
Borduren W 0 0 min ① ② + 0.00 cm + 0.00 cm 90° 10° 90° 10° SLUITEN WEERGAVEHOEK NAALDOPOSIE①Rasterlijnen
②Markering op de stof

Memo
- Druk op om het cameravenster te vergroten.
Wanneer u het cameravenster vergroot, kunt u een precieze aanpassing maken voor het middelpunt van het patroon door het borduurraam steeds een klein stukje te verplaatsen.
11 Pas de richting van het patroon aan door te drukken op de richtingstoetsen totdat de rasterlijnen parallel zijn aan de markering die u met het krijtje op de stof hebt geketend. (Zie "Patroon roteren" op pagina 242.)

text_image
Borduren W 0 0 min ① - 3.35 cm ↔ + 0.00 cm 24° 90° 10° 1° 90° 10° 1° SLUITEN WEERGAVEHOEK HAALDPOSTIC①Middelpunt van het patroon
12 Druk op de plaatsingstoetsen om het borduurraam te verplaatsen totdat het middelpunt van het patroon in het cameravenster is uitgelijnd met de markering die u met het krijtje op de stof hebt getekend.
13 Druk op som terug te gaan naar het vorige scherm.
14 Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met borduren.
* Zie "Borduurpatronen naaien" op pagina 219.
Stof weergeven terwijl u de borduurpositie uitlijnt
De stof die in het borduurraam is gespannen kan op het LCD-scherm worden weergegeven, zodat u de borduurpositie gemakkelijk kunt uitlijnen.
Voorbeeld:

- Wanneer het borduurraam (klein: 2 × 6 cm ( 1 × 2 - 1/2 inch) ( h × b ) is geïnstalleerd, kunt u de borduurpositie niet uitlijnen met de ingebouwde camera. Installeer het middelgrote borduurraam of een groter borduurraam.
- Zie "Patroon plaatsen op dikke stof" (pagina 213) voor meer informatie over het gebruik van dikkere stof zoals quilts.

Span de stof in het borduurraam en bevestig het raam vervolgens aan de machine.

Selecteer het patroon en druk op


Opmerking
- Controleer op pagina 8/8 van het instellingenscherm of "Stofdiktesensor" is uitgeschakeld wanneer u lichte tot middelzware stof gebruikt.

Druk op


text_image
Borduren W 0 0 min 0 4796 9 min 7 LAVENDEL 1 min LIGHT LILA 1 min BLAUWE REGEN PAARS 2 min LIGHT BLAUW 1 min ROSE 3 min ROSEROOD 2 min LIGHT GROEN 1 min 6.3 cm 6.4 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG
Wanneer het volgende bericht wordt weergegeven, drukt u op . OK

text_image
Druk op OK. Dan verplaatst het borduurraam zich en begint het digitaliseren van de achtergrond. ANNULEREN OK→ Het borduurraam wordt verplaatst zodat de stof kan worden gescand.

Memo
- Als u niet wilt dat de bovendraad samen met de stof wordt gescand, scant u de stof zonder dat de naald met de bovendraad is ingeregen.

Wanneer de stof als achtergrond voor het patroon wordt weergegeven, kunt u het patroon zo nodig verplaatsen.

text_image
Borduren W 0 min 0 4800 10 min 7 LAVENDEL 1 min LIGHT LILA 1 min BLAUWE REGEN PAARS 2 min LIGHT BLAUW 1 min ROSE 3 min ROSEROOD 2 min LIGHT GROEN 1 min 7.3 cm 7.2 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 270° TERUG XXX-/-/+ ?
Lijn het patroon met uit met de gewenste borduurpositie.
- U kunt het patroon naar de gewenste positie verplaatsen door het patroon dat op het scherm wordt weergegeven met uw vinger of de aanraakpen te slepen.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 4800 10 min 7 LAVENDEL 1 min LIGHT LILA 1 min BLAUWE REGEN PAARS 2 min LIGHT BLAUW 1 min ROSE 3 min ROSEROOD 2 min LIGHT GROEN 1 min 7.3 cm 7.2 cm + 0.10 cm + + 3.25 cm 270° TERUG XXX -/+ ?
Memo
- Druk zo nodig op om een voorbeeld weer te geven zodat u de positie van het patroon kunt controleren.

Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met borduren.
* Zie "Borduurpatronen naaien" op pagina 219.
→ Wanneer het borduren is voltooid, wordt de stof niet meer op de achtergrond weergegeven.
Op pagina 8/8 van het instellingenscherm kunt u opgeven of u de stof wel of niet wilt blijven weergeven.

text_image
Weergave achtergrondafbeelding Stofdiktesensor Miniatuur formaat
text_image
SLUITEN 8①Gebruik de instelling "ON" als u wilt dat de stof op de achtergrond blijft weergegeven.
②Met de instelling "OFF" wordt de achtergrond niet meer weergegeven.
③Druk op als u de achtergrondafbeelding volledig wilt verwijderen.

Opmerking
Als het borduurwerk niet genaaid is, blijft de stofachtergrond op het scherm. Druk in Instellingenscherm 8/8 op om de achtergrondafbeelding te wissen.
■Patroon plaatsen op dikke stof
Wanneer u het patroon plaatst op een dikke stof zoals een quilt, wordt de stof mogelijk niet juist gedetecteerd. Voor een juiste detectie van de stof moet eerst de dikte ervan worden gemeten.

Memo
- Deze functie is alleen van invloed wanneer de stof wordt gescand. Als u de functie inschakelt met normaal borduurwerk, heeft deze geen invloed.
1 Span de stof in het borduurraam en bevestig het raam vervolgens aan de machine.
2 Selecteer het patroon en druk vervolgens op
NAAIEN
3 Ga naar pagina 8/8 van het instellingenscherm en stel vervolgens "Stofdiktesensor" in op "ON".

text_image
Weergave achtergrondafbeelding Stofdiktesensor4 Druk op SLUITEN
5 Druk op
6 Plak de borduurpositiesticker op de stof binnen het gebied dat wordt aangegeven met het rode kader in het LCD-scherm en druk vervolgens op OK

text_image
Borduren W 0 0 min 0 4800 10 min 7 Stofdikte detecteren. Positiesticker bevestigen binnen rode lijn. ANNULEREN OK7 Wanneer de volgende melding wordt weergegeven, verwijdert u de borduurpositiesticker en drukt u vervolgens op OK.

text_image
Detectie geslaagd. Verwijder de borduurpositiemarkering. Druk op OK om het digitaliseren van de achtergrond te starten. ANNULEREN OK→ Het borduurraam wordt verplaatst en de borduurpositiesticker op de stof wordt gedetecteerd.
8 Ga door met stap 6 op pagina 212 om het patroon uit te lijnen met de gewenste borduurpositie.
VOORZICHTIG
- Gebruik stof van minder dan 3 mm (ca. 1/8 inch) dik. Met stof van meer dan 3 mm (ca. 1/8 inch) dik breekt de naald wellicht.
Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera
U kunt de borduurpositie gemakkelijk uitlijnen met de ingebouwde camera van de machine en de bijgesloten borduurpositiesticker.

Opmerking
- Wanneer borduurraam (klein) is geïnstalleerd, kunt u de borduurpositie niet uitlijnen met de ingebouwde camera. Installeer borduurraam (medium) of een groter borduurraam.
1 Plak de borduurpositiesticker op de plek van de stof waar u wilt borduren. Plaats de borduurpositiesticker zo dat het middelpunt van de grootste cirkel in het midden van het borduurpatroon staat.

①Borduurpositiesticker
②Midden van het borduurpatroon
③Borduurveld

Opmerking
- Wanneer u de stof in het borduurraam plaatst, controleert u of het borduurpatroon past in het borduurveld voor het raam dat u gebruikt.

①Borduurveld
②Borduurpatroon
③Borduurpositiesticker
- Naar gelang het soort stof dat u gebruikt, blijft een deel van de borduurpositiesticker vastzitten wanneer u deze probeert te verwijderen. Alvorens u de borduurpositiesticker gebruikt, controleert u of het goed te verwijderen is van een restje van de stof die u wilt gebruiken.

Nadat u het patroon hebt geselecteerd,
drukt u op en vervolgens op . 8

text_image
Borduren W 7282 0 min 0 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG 8→ Een venster verschijnt zodat het gebied waarin de borduurpositiesticker zich bevindt, kan worden geselecteerd.

Van de gebieden die worden weergegeven in het venster kiest u het gebied waarin zich de borduurpositiesticker bevindt.
* Als geen gebied is geselecteerd, start het scannen vanuit het midden.

text_image
Borduren W 7282 0 min 0 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min Selecteer het gebied met de borduurpositie-markering. Als geen gebied is geselecteerd, beginnt het scannen vanuit het midden. SLUITEN SCAN
Opmerking
- Als een gebied is geselecteerd, kan het scannen niet beginnen vanaf het midden. Als u wilt scannen vanuit het midden, drukt u op som het venster te sluiten.
Vervolgens geeft u het venster opnieuw weer, selecteert u geen gebied om te scannen en drukt u op . SCAN
- Als de borduurpositiesticker op de grens tussen twee gebieden zit, selecteert u een van de twee gebieden.
4
Druk op


text_image
Selecteer het gebied met de borduurpositie- markering. Als geen gebied is geselecteerd, begint het scannen vanuit het midden. SLUITEN SCAN
Opmerking
- Bevestig borduurvoet "W" alvorens op
SCAN te drukken. Borduurvoet "W" wordt omlaaggezet en controleert de dikte van de stof, om de ingebouwde camera te helpen de borduurpositiesticker te herkennen.
5
Het volgende bericht verschijnt. Druk op


text_image
De wagen van de borduurtafel zal bewegen. Houd uw handen enz. uit de buurt van de wagen. OK→ De ingebouwde camera zoekt automatisch de borduurpositiesticker. De wagen wordt zo verplaatst dat het midden van het borduurpatroon wordt uitgelijnd met het midden van de borduurpositiesticker. Ongeacht de instelling die is geselecteerd in het machine-instellingenscherm, verandert de helderheid van de verlichting in "5" wanneer de ingebouwde camera de borduurpositiesticker zoekt.

Opmerking
- Als het volgende waarschuwingsbericht verschijnt, druk dan op en verplaats de borduurpositiesticker zodat het patroon zich binnen het borduurveld bevindt, en druk
vervolgens opnieuw op


text_image
Het patroon overschrijdt de patroongebiedsgrenzen. Verplaats het patroon en scan het nieuwe gebied. SLUITEN6
Een herinnering verschijnt. Verwijder de borduurpositiesticker van de stof en druk
op
6LUITEN
* Om de borduurpositiesticker gemakkelijker te
verwijderen, drukt u op Zedat het borduurraam iets naar voren gaat en niet meer onder de naald zit. Nadat u de borduurpositiesticker hebt verwijderd, drukt u op SLUITEN

text_image
Verwijder borduurpositiemarkering. SLUITEN7
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met borduren.
* Zie "Borduurpatronen naaien" op pagina 219.

Opmerking
- Wanneer de bijgeleverde borduurpositiestickers op zijn, kunt u optionele stickers bestellen. Voor meer informatie, zie "Optionele artikelen" op pagina 20.
Patroonpositie controleren
Het borduurraam verplaatst zich en de patroonpositie wordt weergegeven. Let goed op het borduurraam zodat het patroon op de juiste plaats wordt geborduurd.
1 Druk op

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG→ Het volgende scherm verschijnt.
2 Druk in op de toets voor de positie die u wilt controleren.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° ① SLUITEN①Geselecteerde positie
→ De naald verplaatst zich naar de geselecteerde positie op het patroon.
Memo
- Druk op om het hele borduurgebied te zien. Het borduurraam verplaatst zich en het borduurvlak wordt weergegeven.

- Zorg dat de naald omhoog staat wanneer het borduurraam zich verplaatst. Als de naald omlaag staat, kan de naald breken en letsel veroorzaken.
3 Druk op SLUITEN
Voorbeeld van het patroon bekijken
1 Druk op

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min→ U ziet een voorbeeld van het patroon zoals het wordt geborduurd.
2 Druk op om het
borduurraam te kiezen dat in het voorbeeld wordt gebruikt.
* Ramen die lichtgrijs zijn weergegeven, kunt u niet selecteren.
* Druk op om de afbeelding op het scherm te vergrolen.
* U kunt het patroon borduren zoals het verschijnt op het volgende scherm.

text_image
Borduren W SLUITENMemo •Ukur
- U kunt beginnen vanuit dit scherm door op de "Start/stoptoets" te drukken.
3 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Aantrekkelijke afwerkingen maken
Bij het maken van mooi borduurwerk komen vele factoren kijken. Het gebruik van de juiste steunstof (zie pagina 200) en bevestiging van de stof in het borduurraam (zie pagina 202) zijn twee belangrijke factoren die we reeds hebben genoemd. Een ander belangrijk punt is de keuze van de juiste naald en draad. Zie de onderstaande uitleg over draad. Er worden bij deze machine twee spoelhuizen geleverd. Volg onderstaande uitleg.
| Draad | Bovendraad | Gebruik borduurgaren dat speciaal voor deze naaimachine bestemd is.Ander borduurgaren geeft mogelijk geen optimale resultaten. |
| Onderdraad | Gebruik als onderdraad borduurgaren dat speciaal voor deze naaimachine bestemd is. |

Memo
- Als u ander garen gebruikt dan het hierboven vermelde, wordt het borduurwerk mogelijk niet goed genaaid.
Spoelhuis 1Standaard spoelhuis (groene marking op de schroef)Ander spoelhuis (geen kleur op de schroef) | Standaard spoelhuis (groene marking op de schroef) bevindt zich in de machine, om te naaien en borduren. Het spoelhuis dat oorspronkelijk is geinstalleerd in de machine heeft een groene marking op de schroef. Stel de groen gemarkeerde schroef niet anders af.Het andere spoelhuis (geen kleur op de schroef) is ingesteld met een hogere spanning voor borduurwerk, met borduurdraden van andere dikte en allerlei borduurtechnieken. Het spoelhuis is te herkennen aan een donkere marking binnen in de spoelholte. Zo nodig kunt u de schroef op dit spoelhuis afstellen. |
Op pagina 338 leest u hoe u het spoelhuis verwijdert.

VOORZICHTIG
- Wanneer u grote kledingstukken borduurt (vooral jasjes of andere zware stoffen), moet u zorgen dat de stof niet over de tafel hangt. Anders kan de borduurtafel niet vrij bewegen en raakt het borduurraam mogelijk de naald. Dan kan de naald verbuigen of breken en mogelijk letsel veroorzaken. Leg de stof zo neer dat ze niet van de tafel hangt (of houd de stof vast om te voorkomen dat ze gaat slepen).

Opmerking
- Controleer vóór het borduren of er genoeg draad in de spoel zit. Wanneer u het project begint te borduren met onvoldoende draad op de spoel, moet u midden in het patroon de spoel opnieuw opwinden.
- Laat geen voorwerpen liggen binnen het bereik van het bewegende borduurraam. Het raam kan het voorwerp raken, waardoor het borduurpatroon mogelijk slecht wordt afgewerkt.
- Wanneer u grote kledingstukken borduurt (vooral jasjes of andere zware stoffen), moet u zorgen dat de stof niet over de tafel hangt. Anders kan de borduurtafel niet vrij bewegen, waardoor het patroon mogelijk anders uitvalt dan verwacht.
■Borduursteekplaatdeksel
Afhankelijk van het soort stof, steunstof of garen dat u gebruikt, kan de bovendraad onder bepaalde omstandigheden gaan lussen. Plaats in dat geval het bijgeleverde deksel op de steekplaat. Plaats hiertoe de twee uitsteeksels op de onderkant van het deksel in de inkepingen op de steekplaat, zoals hieronder aangegeven.

Wilt u dit deksel verwijderen, leg dan uw nagel in de gleuf, waarna u het deksel eruit tilt.
VOORZICHTIG
- Druk het borduursteekplaatdeksel zo ver mogelijk op de steekplaat. Als het steekplaatdeksel niet stevig bevestigd is, kan de naald breken.

Opmerking
- Gebruik het borduursteekplaatdeksel niet bij andere toepassingen dan borduurwerk.
Borduurpatronen naaien
Voorbeeld:


text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° TERUG ?①Volgorde borduurkleuren
②Cursor

Memo
- De [+] cursor verplaatst zich over het patroon en geeft aan welk gedeelte van het patroon op dat moment wordt geborduurd.

Rijg de machine in met draad voor de eerste kleur. Leid de draad door het gat in borduurvoet "W". Trek een stuk draad uit, zodat er enige speelruimte is en houd het uiteinde van de draad in uw linkerhand.

2 Zet de persvoet omlaag en druk vervolgens op de "Start/stoptoets" om te beginnen met borduren. Druk na vijf à zes steken nogmaals op de "Start/stoptoets" om de machine te stoppen.
3 Knip de overtollige draad aan het eind van de naad af. Als het eind van de naad zich onder de persvoet bevindt, zet u de persvoet omhoog en knipt u de overtollige draad daarna af.

4 Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met borduren.
→ Nadat de eerste kleur helemaal is geborduurd, knipt de machine de draden automatisch af en stopt daarna. De persvoet wordt automatisch omhoog gezet. Op het borduurkleurvolgordescherm komt de volgende kleur bovenaan te staan.
Memo
- Als er nog een stuk draad aan het begin van het naaien is overgebleven, naait u hier misschien overheen wanneer u doorgaat met de rest van het patroon. Als het gehele patroon eenmaal geborduurd is, is het erg lastig om het extra stuk draad nog te verwijderen. Knip de draden af aan het begin van elke draadwisseling.
5 Verwijder het garen voor de eerste kleur uit de machine. Rijg de machine in met de volgende kleur.
6 Herhaal dezelfde stappen voor het borduren van de overige kleuren.

text_image
Borduren W 1553 8 min 2 7282 17 min 6 SMARAGD GROEN 4 mln GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GROEN 1 mln 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XXX -/+ ?→ Wanneer de laatste kleur is geborduurd, verschijnt "Naaien beëindigd" op het scherm. Druk op
OK om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm.
Memo • De dr
- De draadknipfunctie is oorspronkelijk ingesteld om overtollige overspringende draden af te knippen (waar patronen met elkaar worden verbonden). Mogelijk blijft aan het begin van het stiksel een eind bovendraad op de voorkant van de stof over, naar gelang het soort naald en stof dat u gebruikt. Nadat het borduren is beëindigd knipt u deze overtollige draad af. *Wanneer de functie is uitgeschakeld, knip dan met een schaar de overtollige overspringende draden af nadat het patroon klaar is. Zie pagina 236 voor informatie over de draadknipfunctie.
Applicaties borduren
Bij sommige patronen is een applicatie in het patroon nodig. Bereid de basisstof en de applicatiestof voor.
Bij het borduren van patronen met een applicatie staat er in het borduurkleurvolgordescherm eerst "Applicatiemateriaal", "Applicatiepositie" en "Applicatie" en daarna de volgorde van de kleuren van het patroon om de applicatie heen.

Memo
- Afhankelijk van de instelling voor de volgorde van de borduurkleuren op de display ziet u of ×

1 Strijk de steunstof vast op de achterkant van het applicatiemateriaal.

①Applicatiemateriaal (katoen, vilt, enz.)
②Opstrijksteunstof
2 Plaats het applicatiemateriaal op het borduurraam en druk vervolgens op de "Start/stoptoets" om de omtrek van de applicatie te naaien.

①Omtrek van de applicatie
②Applicatiemateriaal

Memo
- De borduurprocedure is gelijk aan de procedure op pagina 219.
→ De machine naait rond de omtrek van de stukken applicatie en stopt dan.
3 Verwijder het applicatiemateriaal uit het borduurraam en knip het voorzichtig af langs het stiksel. Verwijder vervolgens zorgvuldig alle stikdraad.
* Knip zorgvuldig het patroon uit op de omtrek die u zojuist hebt genaaid. Knip niet binnen het gebied van de steken, want dan zal de applicatiesteek de applicatie niet pakken.

4 Plaats de basisstof op het borduurraam.

5 Druk op de "Start/stoptoets" om de positie van de applicatie te naaien.
* Gebruik dezelfde kleur garen als u wilt gebruiken om de applicatie te bevestigen in stap 7.

①Applicatiepositie
②Basisstof
→ De machine naait rond de positie van de applicatie en stopt dan.
6 Breng enige textiellijm aan op de achterkant van de applicatie en bevestig het op de applicatiepositie volgens het omtrekstiksel.

- Als het applicatiemateriaal erg licht is, moet u misschien geschikt verstevigingsmateriaal op de achterkant aanbrengen om de stof te verstevigen en de applicatie aan te brengen. Breng de applicatie met een strijkijzer op de gewenste plaats aan. Haal de stof niet uit het raam om het applicatiemateriaal erop te strijken.
7 Druk op de "Start/stoptoets".

- Sommige patronen tonen niet alle drie de applicatiestappen. Soms wordt de applicatiestap op het scherm getoond als een kleur.
→ Vervolgens wordt de applicatie voltooid.
8 Verwissel de bovendraad en voer de rest van het borduurwerk uit.

- Hierbij komt mogelijk enige lijm op de persvoet, naald en de steekplaat terecht. Borduur eerst het applicatiepatroon af en verwijder dan de lijm. - Voor een optimaal naairesultaat knipt u al draden af tussen de kleurstappen.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Voltooide borduurpatronen gecombineerd met gedrukte ontwerpen zijn ingebouwd in deze machine. U kunt prachtige geborduurde ontwerpen maken door een achtergrond op stof te strijken of te drukken, als de stof zich daartoe leent, en bovenop die achtergrond aanvullend te borduren.
Met opstrijkpapier

Selecteer het patroon dat u wilt combineren met de achtergrondafbeelding.
→ Zie "Een patroon kiezen" op pagina 224.

Stap2
Voer vanaf de machine de achtergrondafbeelding en de plaatsingsafbeelding uit.
→ Zie "Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren" op pagina 225.

Stap3
Wanneer u opstrijkpapier gebruikt
Met een printer drukt u de achtergrond af op opstrijkpapier en het borduurpositievel op normaal papier. Strijk vervolgens de achtergrondafbeelding op de stof.
Wanneer u bedrukbare stof gebruikt
Met een printer drukt u de achtergrond af op bedrukbare stof en het borduurpositievel op normaal papier.
→ Zie "Achtergrond en borduurpositievel afdrukken" op pagina 226.

Stap4
De stof waarop de achtergrondafbeelding is gestreken of afgedrukt, plaatst u in het borduurraam. Controleer de borduurpositie en begin met borduren.
→ Zie "Borduurpatronen naaien" op pagina 227.

Opmerking
- Druk de achtergrond en het borduurpositievel af op het oorspronkelijke formaat. Als u een afbeelding afdrukt op een ander formaat, komen de formaten van het borduurpatroon en de achtergrond mogelijk niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde camera de borduurpositiemarkering niet detecteren. Controleer of de afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.
Een patroon kiezen
Patronen waarin borduurontwerpen en gedrukte ontwerpen zijn gecombineerd, kunt u selecteren op de pagina's die bevatten. Selecteer het gewenste patroon.

Memo
- In de Beknopte bedieningsgids vindt u meer informatie over patronen waarbij deze functie van pas komt.
1 Druk op de toets van het patroon dat u wilt borduren.

→ Een afbeelding van het patroon gecombineerd met de achtergrond verschijnt.
■Alleen het borduurpatroon controleren
Druk op


text_image
Borduren HEMELS BLAUW 1 min BLAUW 4 min DIEPGOUD 3 min ROOD 5 min ZWART 16 min 14.2 cm 11.6 cm 7/7 TERUG ABC NAAIEN→ Alleen het borduurpatroon (niet de achtergrondafbeelding van het geselecteerde borduurpatroon) wordt weergegeven.

text_image
Borduren HEMELS BLAUW 1 min BLAUW 4 min DIEPGOUD 3 min ROOD 5 min ZWART 16 min 14.2 cm 11.6 cm 7/7 TERUG NAAIEN* Druk op om terug te keren naar de afbeelding van het patroon gecombineerd met de achtergrond.
Achtergrondafbeelding en positieafbeelding uitvoeren
Met een USB-medium of de computer kunt u de volgende drie afbeeldingen uitvoeren vanaf de machine.
* De bestandsnaam verschilt mogelijk naar gelang het PDF-bestand dat u hebt geselecteerd.
• [xxx]r.pdf (voorbeeld: E_1r.pdf)
Een afbeelding die is gedraaid om een verticale as (om op te strijken)

• [xxx]n.pdf (voorbeeld: E_1n.pdf)
Een afbeelding die niet is gedraaid (om af te drukken op bedrukbare stof)

• [xxx]p.pdf (voorbeeld: E_1p.pdf)
Een afbeelding die niet is gedraaid, maar wel positiemarkeringen heeft (voor de plaatsbepaling)

- Druk de achtergrond en het borduurpositievel af op het oorspronkelijke formaat. Als u een afbeelding afdrukt op een ander formaat, komen de formaten van het borduurpatroon en de achtergrond mogelijk niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde camera de borduurpositiemarkering niet detecteren. Controleer of de afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.
- Wanneer u het PDF-bestand van de afbeelding met positiemarkeringen afdrukt, geef dan de beste kwaliteit op voor kleurafdruk. Gebruik mat papier. Als de afbeelding slecht is afgedrukt, kan de ingebouwde camera van de machine de positiemarkeringen mogelijk niet detecteren. (Voor meer informatie over afdrukken, zie de bedieningsaanwijzingen van uw printer.)
■Gebruik van USB-media
1 Plaats het USB-medium in de eerste (bovenste) USB-poort op de machine.
2 Selecteer het patroon en druk op

text_image
14.2 cm 11.6 cm 7/7 TERUG ABC NAAIEN→ Het geselecteerde USB-uitvoerscherm verschijnt.
3 Druk op en de eerste (bovenste) USB-poort te selecteren waarin een USB-medium is geplaatst.

text_image
14.2 cm 11.6 cm 7/7 SLUITEN→ Twee bestanden voor de achtergrondafbeelding, en één bestand om de borduurpositie uit te lijnen worden gekopieerd (als PDF-bestand) naar het USB-medium.
Memo •Haal
- Haal het USB-medium pas uit het apparaat als de gegevensuitvoer is voltooid.
4 Verwijder het USB-medium waarop de afbeeldingsgegevens zijn opgeslagen uit de machine. Kopieer de afbeeldingsgegevens van het USB-medium naar de computer.
■Gebruik van een USB-kabel
1 Sluit de USB-kabel aan op de betreffende USB-poort op de computer en op de machine.

①USB-poort voor computer
②USB-kabelaansluiting
→ Het pictogram "Verwisselbare schijf" verschijnt in "Computer (Deze computer)" op de computer.

Selecteer het patroon en druk op


text_image
14.2 cm 11.6 cm 7/7 TERUG ABC NAAIEN→ Het geselecteerde USB-uitvoerscherm verschijnt.

Druk op


text_image
14.2 cm 11.6 cm 7/7 SLUITEN→ Twee bestanden voor de achtergrondafbeelding en één bestand om de borduurpositie uit te lijnen worden gekopieerd (als PDF-bestand) naar "Verwisselbare schijf", onder "Computer (Deze computer)".

Memo
- Haal de USB-kabel pas uit de machine als de gegevensuitvoer is voltooid.

Kopieer de afbeeldingsgegevens die zijn op geslagen op "Verwisselbare schijf" naar een ander bestand, alvorens af te sluiten.
Achtergrond en borduurpositievel afdrukken
Druk de PDF-bestanden van de achtergrond en het borduurpositievel af. Welk achtergrondbestand u afdrukt hangt ervan af of u opstrijkpapier of bedrukbare stof gebruikt.
Om het PDF-bestand weer te geven hebt u Adobe® Reader® nodig. Als deze toepassing niet op uw computer is geïnstalleerd, kunt u deze downloaden van de website van Adobe: http://www.adobe.com/

Open het af te drukken PDF-bestand, klik op "File"-“Print”, en zet "Page Scaling" op "None (100%)".

Opmerking
- Druk de achtergrond en het borduurpositievel af op het oorspronkelijke formaat. Als u een afbeelding afdrukt op een ander formaat, komen de formaten van het borduurpatroon en de achtergrond mogelijk niet overeen. Bovendien kan de ingebouwde camera de borduurpositiemarkering niet detecteren. Controleer of de afdrukinstellingen juist zijn opgegeven.

Druk de achtergrondafbeelding af.
* Wanneer u afdrukt op opstrijkpapier, neemt u het bestand E_1r.pdf (een afbeelding die is gedraaid om een verticale as). Wanneer u afdrukt op bedrukbare stof, neemt u het bestand E_1n.pdf (een afbeelding die niet is gedraaid).

①Achtergrondafbeelding

Opmerking
- Alvorens af te drukken op opstrijkpapier of bedrukbare stof, raden we u aan een proefafdruk te maken om de afdrukinstellingen te controleren.
- Meer informatie over het afdrukken op opstrijkvellen of bedrukbare stof vindt u in de instructies voor opdrukvellen en bedrukbare stof.
- Op sommige printers wordt automatisch een gedraaide afbeelding afgedrukt wanneer een opstrijkvel wordt geselecteerd als papier. Meer informatie vindt u in de instructies bij het gebruikte papier.

Druk het borduurpositievel (bestand met naam E_1p.pdf) af op normaal papier.

- Wanneer u het PDF-bestand van het borduurpositievel afdrukt, geef dan de beste kwaliteit op voor kleurafdruk. We raden u aan af te drukken op mat papier. Anders kan de ingebouwde camera dan mogelijk de borduurpositiemarkering niet detecteren.

Als u een opstrijkvel gebruikt, strijk dan de afbeelding op de stof.

- Meer informatie over het overbrengen van afbeeldingen van opstrijkvellen vindt u in de instructies bij de opstrijkvellen.
- Knip zonodig het opstrijkvel op de grootte van het patroon voordat u de afbeelding opstrijkt.
Borduurpatronen naaien

Plaats de stof met de opgestreken achtergrondafbeelding in het borduurraam.

Knip het papier waarop de positieafbeelding is gedrukt, &zodat u het gemakkelijk kunt uitlijnen met de achtergrondafbeelding op de stof.
* Met lijnen of kleurovergangen in de afbeelding kunt u de juiste uitlijningspositie vinden.

Het papier waarop de positieafbeelding is afgedrukt, plaatst u zo op de stof dat het patroon is uitgelijnd. Vervolgens bevestigt u het papier met sellotape op de stof om te voorkomen dat het papier schuift.

text_image
①①Sellotape
4 Nadat u hebt gecontroleerd dat een patroon
is geselecteerd, drukt u op .NAAIEN
→ Het naaischerm verschijnt.

Opmerking
- Alvorens te gaan borduren controleert u dat het borduurpositievel perfect is uitgelijnd met de achtergrond.
5 Lijn de borduurpositie uit volgens stap 2
t/m 6 van "Borduurpositie uitlijnen met de ingebouwde camera" op pagina 213.
6 Verwijder het positievel en druk op de
"Start/stoptoets" om te beginnen met borduren.

VOORZICHTIG
- Alvorens u op de "Start/stoptoets" drukt om te beginnen met borduren, verwijdert u het positievel dat u in stap ③ op de stof hebt geplakt.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN

Opmerking
- Stoot niet tegen de wagen van de borduurtafel of de persvoet wanneer u het borduurraam verwijdert of bevestigt. Anders wordt het patroon niet juist geborduurd.
Als de onderdraad bijna op is
Wanneer de onderdraad bijna op raakt tijdens het borduren, stopt de machine en verschijnt de volgende boodschap. Druk op en rijg de onderdraad opnieuw in volgens onderstaande aanwijzingen. U kunt nog 10 steken borduren zonder de machine opnieuw in te rijgen, wanneer u drukt op aluven machine stopt na tien steken te hebben genaaid.

text_image
De onderdraad is bijna op. SLUITEN
Opmerking
- Als "Boven- en onderdraadsensor" is uitgeschakeld in het scherm Algemene instellingen van de machine-instellingfunctie, verschijnt bovenstaand bericht niet.
1
Druk op


text_image
De wagen van de borduurtafel zal bewegen. Houd uw handen enz. uit de buurt van de wagen. OK→ Nadat de draad automatisch is afgesneden, verschuift de wagen.
2
Ontgrendel de raambevestigingshendel en verwijder het borduurraam.
* Druk daarbij niet te hard op de stof. Anders kan de stof los in het borduurraam gaan zitten.

Plaats een opgewonden spoel in de machine. (zie pagina 54 voor het installeren van de spoel.)

text_image
OK om het borduurwagen in de oorspronkelijke stand te zetten? OK→ De wagen gaat terug naar zijn oorspronkelijke stand.
5
Bevestig het borduurraam.
6
U kunt teruggaan naar de plek in het patroon waar u stopte met naaien, door stap 3 t/m 9 in het volgende gedeelte te volgen.
Wanneer de draad afbreekt tijdens het naaien
1 Druk op de "Start/stoptoets" om de machine te stoppen.
2 Als de bovendraad afgebroken is, rijg de bovendraad dan opnieuw in. Als de onderdraad breekt, druk dan op volg de aanwijzingen in stap 1 t/m 5 van het vorige gedeelte om de spoel opnieuw te installeren.
3 Druk op

text_image
Borduren W 1553 8 min 2 7282 17 min 6 SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG -/+4 Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omlaag te zetten.
5 Druk op
→ Het cameravenster verschijnt.
6 Druk op -of om de naald
het juiste aantal steken terug te zetten naar de plek waar de draad afbrak.
* Als u niet terug kunt gaan naar de plaats waar de draad is afgebroken, druk dan op op de kleur te selecteren en naar de beginpositie van de geselecteerde kleur te gaan. Ga daarna met +1 +10 , of vooruit naar de positie iets vóór de plaats waar de draad is afgebroken.

text_image
Borduren W 1553 8 min 2 7282 17 min 6 NAALDPOSITIE -1 -10 -100 SLUITEN +1 +10 +100 0* Druk op om de afbeelding op het scherm te vergroten. * Druk op om "Mappovan het scherm te verwijderen.
7 Druk op om het cameravenster te sluiten.
8 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
9 Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omlaag te zetten en druk op de "Start/stoptoets" om te verder te gaan met borduren.
Opnieuw beginnen vanaf het begin
1 Druk op -/-+

text_image
Borduren W 1553 8 min 2 7282 17 min 6 SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min PELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° TERUG -/+ ?2 Druk op .//o

text_image
Borduren W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + + 0.00 cm ++ + 0.00 cm -1 -10 -100 SLUITEN +1 +10 +100 0→ Het borduurraam verplaatst zich zo dat de naald terugkeert naar de beginstand van het patroon.
3 Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omlaag te zetten en begin met naaien.
Borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet
De huidige kleur en het huidige steeknummer worden opgeslagen wanneer u stopt met borduren. De volgende keer dat u de machine aanzet, kunt u verdergaan met het patroon of het patroon wissen.
Memo
- Ook al valt de stroom uit midden in het borduurwerk, wanneer u de machine weer inschakelt, gaat de machine terug naar het punt waar het borduurwerk was gestopt.

text_image
Borduren W 1553 8 min 2 7282 17 min 6 SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XXXX -/+ ? ?①Huidige steeknummer toen het borduren werd gestopt

Opmerking
- Verwijder de borduurtafel niet, anders blijft het ontwerp niet bewaard in het geheugen.
1 Zet de hoofdschakelaar aan.
2 Volg de instructies op het scherm en verwijder de borduurring.
→ De volgende boodschap verschijnt.
3 Bevestig het borduurraam en druk op


text_image
Naaien ? OK om het vorige geheugen opnieuw op te roepen en te hervatten? ANNULEREN OK→ Het vorige naaischerm dat werd weergegeven voordat de machine werd uitgeschakeld, verschijnt.

Memo
- Als u een nieuwe borduurpatroon wilt starten, drukt u op zodat het patroonkeuzescherm verschijnt.
4 Ga door met borduren.

text_image
Borduren W 1553 8 min 2 7282 17 min 6 SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min PELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XBOX -/+ ?①Steeknummer wanneer het borduren wordt hervat
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Draadspanning aanpassen
Bij het borduren moet u de draadspanning zo instellen dat de bovendraad net zichtbaar is aan de achterkant van de stof.
■Juiste draadspanning
Het patroon is zichtbaar aan de achterkant van de stof. Als de draadspanning niet juist is ingesteld, wordt het patroon niet mooi afgewerkt. De stof kan gaan trekken of de draad kan breken.

①

②
①Voorkant
②Achterkant
Volg een van de onderstaande procedures om de draadspanning aan te passen aan de situatie.

Opmerking
- Als de draadspanning heel laag is ingesteld, is het mogelijk dat de machine tijdens het borduren zelf stopt. Dit betekent niet dat de naaimachine niet goed functioneert. Verhoog de draadspanning een beetje en ga weer door met borduren.

Memo
- Als u de machine uitzet of een ander patroon kiest, keert de draadspanning weer terug op de automatische standaardinstelling.
- Wanneer u een in het geheugen opgeslagen patroon ophaalt, is de instelling van de draadspanning daarvan hetzelfde als toen u het patroon in het geheugen opsloeg.
■Bovendraad is te strak
De spanning van de bovendraad is te hoog. Hierdoor is de onderdraad zichtbaar aan de voorkant van de stof.

Opmerking
- Als de onderdraad onjuist is ingeregen, is de bovendraad mogelijk te strak. Zie dan "Spoel aanbrengen" (pagina 54) en rijg de onderdraad opnieuw in.

①

②
①Voorkant
②Achterkant

Druk op


text_image
Borduren W 0 0 min 0 647 3 min 1 ZWART 3 min 3.0 cm 2.8 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG -/+ ?
Druk op om de spanning van de bovendraad lager te zetten. (De spanningwaarde wordt lager.)

text_image
~~~ - + SLUITEN mm - +
Druk op

■Bovendraad is te los
De spanning van de bovendraad is te laag. Hierdoor is de bovendraad te los en kunnen lussen ontstaan aan de voorkant van de stof.

Opmerking
- Als de bovendraad onjuist is ingeregen, is de bovendraad mogelijk te los. Zie dan "Bovendraad inrijgen" (pagina 57) en rijg de bovendraad opnieuw in.

①

②
①Voorkant
②Achterkant

Druk op


Druk op om de spanning van de bovendraad hoger te zetten. (De spanningwaarde wordt hoger.)

text_image
4.0 - + SLUITEN mm - +
Druk op


Opmerking
- Met "Borduurspanning" op pagina 6/8 van het instellingenscherm kunt u de spanning van de bovendraad aanpassen voor borduren. De geselecteerde instelling wordt toegepast op alle patronen.
Als tijdens het borduren de spanning van de bovendraad te hoog of te laag is, past u deze aan in het instellingenscherm. Druk op

om de bovendraadspanning te
verhogen of druk op

bovendraadspanning te verlagen. Als een specifiek borduurpatroon extra moet worden afgesteld, zie "Draadspanning aanpassen" op pagina 233.

Borduurspanning


Ander spoelhuis aanpassen (geen kleur op schroef)
Wanneer u de bijgeleverde borduuronderdraad gebruikt, neem dan het spoelhuis met de groene marking wanneer u naaisteken naait of borduurfuncties uitvoert. In de borduurfunctiemodus moet u het andere spoelhuis (zonder kleur op schroef) gebruiken wanneer u andere onderdraad gebruikt (dan de onderdraad die bij de machine wordt geleverd). Het andere spoelhuis (zonder kleur op schroef) kunt u gemakkelijk aanpassen wanneer u de spanning van de onderdraad moet wijzigen voor de verschillende soorten onderdraad. Zie "Aantrekkelijke afwerkingen maken" op pagina 218.
Als u de spoelspanning wilt aanpassen voor de borduurfunctie met het alternatieve spoelhuis (zonder kleur op schroef) draait u de sleufschroef (-) met een kleine schroevendraaier.

①Draai geen kruiskopschroef (+).
②Aanpassen met schroevendraaier (klein).
■Juiste spanning
Bovendraad is enigszins zichtbaar aan de achterkant van de stof.

①

②
①Voorkant
②Achterkant
■Bovendraad is te los
Onderdraad is enigszins zichtbaar aan de voorkant van de stof.

①

②
①Voorkant
②Achterkant
Draai dan de sleufschroef (-) ca. 30 - 45 graden met de klok mee om de spoelspanning te verhogen. Pas op dat u de schroef niet te strak aandraait.

■Onderdraad is te strak
De bovendraad lijkt aan de voorkant omhoog te komen, lussen te vormen, en de onderdraad is niet zichtbaar aan de achterkant van de stof.

①

②
①Voorkant
②Achterkant
Draai dan de sleufschroef (-) ca. 30-45 graden tegen de klok in om de spoelspanning te verlagen. Pas op dat u de schroef niet te los draait.

VOORZICHTIG
- Neem eerst de spoel eruit wanneer u de spoel uit het andere spoelhuis aanpast.
- Draai NIET de kruiskopschroef (+) van het andere spoelhuis. Hierdoor kan het spoelhuis beschadigen, waardoor het onbruikbaar wordt.
- Gebruik geen kracht als de sleufschroef (-) moeilijk draait. Door de schroef te veel te draaien of te veel kracht te zetten (in welke richting dan ook) kunt u het spoelhuis beschadigen. Als u het spoelhuis beschadigt, is de spanning mogelijk onjuist.
Gebruik van de automatische draadknipfunctie (EINDE KLEUR KNIPPEN)
De automatische draadknipfunctie knipt de draad af aan het eind van elke kleur die u naait. Deze functie is aanvankelijk ingeschakeld. Als u deze functie wilt uitschakelen, druk dan op en vervolgens op kunt deze functie in- of uitschakelen tijdens het borduren.
* Deze instelling wordt weer teruggezet op de standaardinstelling wanneer u de machine uitzet.
1 Druk op

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XXXX -/+ ?2 Druk op om de automatische draadknipfunctie uit te zetten.

text_image
4.0 + SLUITEN 2mm - +→ De toets ziet er zo uit:
* Wanneer u één kleur naait, stopt de machine zonder de draad te knippen.
Gebruik van de draadknipfunctie (OVERSPRINGENDE STEEK KNIPPEN)
Met de draadknipfunctie worden
automatisch alle overtollige overspringende draden binnen de kleur afgeknipt. Deze functie is aanvankelijk ingeschakeld. Als u deze functie wilt uitschakelen, druk dan op en vervolgens op
U kunt deze functie in- of uitschakelen tijdens het borduren.
* De instelling die u hebt opgegeven, blijft behouden nadat u de machine uitschakelt en weer inschakelt.

text_image
ABCDEFG ① ①- Wanneer deze functie is ingeschakeld, gebruik dan de ballpointnaald 75/11 om patronen te borduren met korte overspringende steken, zoals letters. Wanneer u andere naalden gebruikt, breekt de draad mogelijk.
1 Druk op

text_image
Borduren W 0 min 0 853 2 min 2 ZWART 1 min ROOD 1 min 7.2 cm 7.2 cm + + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° TERUG2 Druk op om de draadknipfunctie uit te zetten.

text_image
4.0 + SLUITEN 3mm - +→ De toets ziet er zo uit:
* De machine knipt de draad pas als hij naar het volgende stiksel gaat.
■Selecteren beneden welke lengte overspringende steken niet worden afgeknipt
Wanneer de draadknipfunctie is ingeschakeld, kunt u selecteren beneden welke lengte de overspringende steken niet worden afgeknipt. U kunt deze functie tijdens het borduren aanzetten of uitzetten.
Selecteer een instelling tussen 5 mm en 50 mm, in stappen van 5 mm.
* De instelling die u hebt opgegeven, blijft behouden nadat u de machine uitschakelt en weer inschakelt.
Druk op of om de lengte van de
overspringende steek te selecteren.
Bijvoorbeeld: als u drukt op om 25 mm (1 inch) te selecteren, knipt de machine een overspringende steek van 25 mm of minder niet af alvorens naar het volgende stiksel te gaan.

text_image
4.0 + SLUITEN 3mm - +Opmerking • Als er in een is het raadz
- Als er in een ontwerp vaak wordt afgeknipt, is het raadzaam om een hogere instelling voor overspringende steken te selecteren om het aantal overtollige uiteinden aan de achterkant van de stof te beperken.
- Hoe hoger de waarde die u selecteert voor de lengte van overspringende steken, des te minder overspringende steken knipt de machine af. Dan blijven er meer overspringende steken op de voorkant van de stof.
Borduursnelheid aanpassen

Druk op



Bij "Max. borduursnelheid" stelt u de maximale borduursnelheid in met


* U kunt kiezen uit drie verschillende snelheden.

text_image
Borduurraamscherm 30cm x 20cm #123 NAAM KLEUR #123 Embroidery Max. borduursnelheid 1000 spm Borduurspanning 01 Borduurvoethoogte mm SLUITEN 8
Memo
- SPM is het aantal steken dat per minuut wordt geborduurd.
- Stel een lagere snelheid in wanneer u borduurt op dunne, dikke of zware stof.
- U kunt de naaisnelheid wijzigen tijdens het borduren.
- De instelling voor maximale naaisnelheid verandert pas wanneer u een nieuwe instelling selecteert. De instelling die geldt wanneer u de machine uitschakelt, blijft geselecteerd wanneer u de machine weer inschakelt.
- Stel de naaisnelheid in op 600 spm wanneer u speciaal garen gebruikt, zoals bijvoorbeeld metaalgaren.

Druk op

Garenkleur wijzigen
U kunt de naam van garenkleuren of het borduurgarennummer weergeven.

Memo
- De kleur op het scherm wijkt mogelijk enigszins af van de werkelijke kleur op de klos.

Druk op


Druk op


In de garenkleurweergave kunt u met

de naam van de garenkleur of het borduurgarennummer weergeven.

text_image
Borduurraamscherm 30cm × 20cm F123 NAAM KLEUR ABC Embroidery #123 Max. borduursnelheid i000 spm - + Borduurspanning 00 - + Borduurvoethoogte mm - + + SLUITEN 6/84 Wanneer het garennummer #102lt
weergegeven, selecteert u met ▶uit▶ zes borduurgarenmerken die hieronder zijn aangegeven.

text_image
Borduurraamscherm 30cm × 20cm #123 ABC #123 Embroidery Max. borduursnelheid 1000 spm - + Borduurspanning 00 - + Borduurvoethoogte 1.5 mm - + SLUITEN 8NUMMER BORDUUR/POLYESTERGAREN
509 Embroidery 804 Embroidery 085 Embroidery
NUMMER COUNTRY/ KATOENACHTIG GAREN\*
463 Country 604 Country 155 Country
NUMMER MADEIRA POLYESTERGAREN
1749 Madeira Poly 1630 Madeira Poly 1921 Madeira Poly
NUMMER MADEIRA RAYONGAREN
1050 Madeira Rayon 1261 Madeira Rayon 1108 Madeira Rayon
NUMMER SULKY GAREN
1510 Sulky 1193 Sulky 1224 Sulky
NUMMER ROBISON-ANTON POLYESTERGAREN
5514 R-A Poly 5506 R-A Poly 5523 R-A Poly
* Naar gelang het land of de streek wordt katoenachtig polyestergaren verkocht.
5 Druk op SLUITEN
Borduurraamdisplay wijzigen
1 Druk op
2 Druk op
3 In het "Borduurraamscherm" wijzigt u met
de weergave van het borduurraam.
* U hebt 14 mogelijkheden.

text_image
Borduurraamscherm 30cm × 20cm #123 NAAM KLEUR #123 Embroidery Max. borduursnelheid i1000 spm Borduurspanning 00 - + Borduurvoethoogte i15 mm - + SLUITEN 8
* Voor het optionele borduurraam.
①Borduurgebied extra groot borduurraam 30 cm × 20 cm (12 inch × 8 inch)
②Middenmarkering
③Borduurgebied quiltraam
20 cm × 20 cm (8 inch × 8 inch)
④Borduurgebied voor optioneel groot borduurraam 18 cm × 13 cm (7 inch × 5 inch)
⑤Borduurgebied voor optioneel randborduurraam 18 cm × 10 cm (7 inch × 4 inch)
⑥Borduurgebied medium borduurraam 10 cm × 10 cm (4 inch × 4 inch)
⑦Borduurgebied klein borduurraam 2 cm × 6 cm (1 inch × 2-1/2 inch)
⑧Rasterlijnen
4
Druk op

- Wanneer u een patroon hebt gewijzigd, controleer dan op de display welke borduurramen u kunt gebruiken en neem een geschikt borduurraam. Als u een borduurraam gebruikt dat niet op de display wordt aangegeven, kan de persvoet het raam raken en daardoor letsel veroorzaken.
Patroon verplaatsen
Druk op om het patroon te verplaatsen in de richting die op de toets is aangegeven.
Druk op om het patroon te centreren.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XXXX -/+ ? ?①Afstand van het midden
U kunt het patroon ook verplaatsen door het te slepen.
Als een USB-muis is aangesloten, verplaatst u de muis om de aanwijzer op het gewenste patroon te zetten. Selecteer vervolgens het patroon en sleep het naar de gewenste plaats. U kunt het patroon ook slepen door het direct op het scherm te selecteren met uw vinger of de schermaanraakpen.

Memo
• U kunt patronen niet verplaatsen in



text_image
Borduren W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMDEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm - 8.35 cm + 4.55 cm 0° TERUGPatroon en naald in de juiste positie zetten
Voorbeeld: De linkerbenedenhoek van een patroon tegenover de naald leggen

text_image
ABC1 Markeer de plaats waar u wilt beginnen met borduren op de stof (zie afbeelding).

②Deze toets is voor de uitlijning van verbonden letters (zie pagina 245).
→ De naaldstand gaat naar de linkerbenedenhoek van het patroon (het borduurraam verplaatst zich zodanig dat de naald op de juiste positie wordt geplaatst).
4 Druk op SLUITEN
5 Met vorgt u dat de naald en de markering op de stof op hetzelfde punt komen. Dan begint u met het borduren van het patroon.

Grootte van patroon wijzigen
1 Druk op

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGO GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° TERUG2 Selecteer in welke richting u de grootte wilt wijzigen.
* Druk op om het patroon te vergroten met behoud van de verhoudingen.
* Druk op om het patroon te verkleinen met behoud van de verhoudingen.
* Druk op one het patroon horizontaal uit te rekken.
* Druk op om het patroon horizontaal in te krimpen.
* Druk op om het patroon verticaal uit te rekken.
* Druk op om het patroon verticaal in te krimpen.
* Druk op om het patroon terug te zetten op de oorspronkelijke lay-out.

text_image
9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° SLUITEN①Grootte van patroon

- Sommige patronen of letters kunt u meer vergroten dan andere patronen.
- Sommige patronen of letters kunt u meer vergroten als u ze 90 graden draait.
- U kunt het formaat van het patroon wijzigen door het muiswiel te draaien. Draai het muiswiel van u af om het patroon te verkleinen. Draai het muiswiel naar u toe om het patroon te vergroten.

Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Patroon roteren
1
Druk op


text_image
Borduren W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + 0.00 cm 0° TERUG2
Selecteer de rotatiehoek voor het patroon.
* Druk op om het patroon 90 graden naar links te draaien.
* Druk op om het patroon 90 graden naar rechts te draaien.
* Druk op om het patroon 10 graden naar links te draaien.
* Druk op om-het patroon 10 graden naar rechts te draaien.
* Druk op onf het patroon 1 graad naar links te draaien.
* Druk op om het patroon 1 graad naar rechts te draaien.
* Druk op om het patroon terug te zetten op de oorspronkelijke positie.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° ① 90° 10° 1° SLUITEN 90° 10° 1°①Rotatiehoek

0^



Memo
- U kunt het patroon draaien door het muiswiel te draaien. Draai het muiswiel van u af om het patroon 10 graden naar links te draaien. Draai het muiswiel naar u toe om het patroon 10 graden naar rechts te draaien.

Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Horizontaal gespiegeld patroon maken
Druk op totdat deze toets er uitziet als om een horizontaal spiegelbeeld van het geselecteerde patroon te maken. Druk nogmaals op om het patroon terug te zetten in de oorspronkelijke stand.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XPOX -/+ - ?
[NO TEXT]

[NO TEXT]
Steekdichtheid wijzigen (alleen letter- en kaderpatronen)
Voor sommige letter- en kaderpatronen kunt u de steekdichtheid wijzigen.
U kunt een instelling opgeven tussen 80% en 120% in stappen van 5%.
1 Druk op

text_image
Borduren W 1401 6 min 1 ABC ZWART 6 min 3.2 cm 9.1 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XXXX -/+ ?2 Wijzig de steekdichtheid.
* Druk op om-de dichtheid te verlagen.
* Druk op omde dichtheid te verhogen.

text_image
Borduren W 1401 0 min 0 5 min 1 ABC Zwart 6 min 3.2 cm 9.1 cm + 0.00 cm + 0.00 cm 0° 100% - + SLUITEN
①Normaal
②Fijn (steken dichter op elkaar)
③Grof (steken verder uit elkaar)
→ Telkens wanneer u op een van deze toetsen drukt, wordt de dichtheid van het patroon gewijzigd.
3 Druk op som terug te keren naar het oorspronkelijke patroonkeuzescherm.
Kleuren van letterpatroon wijzigen
In gecombineerde letterpatronen kunt u elke letter met een andere kleur borduren. Als "MEERKLEUREN" is ingesteld, stopt de machine nadat een letter is genaaid. U kunt dan overgaan op een andere kleur garen.
1 Druk op zodat de toets er zo uitziet

* Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar de oorspronkelijke instelling.

text_image
Borduren W 1401 0 min 0 6 min 1 ABC ZWART 6 min 3.2 cm 9.1 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° A B C TERUG2 Wanneer een letter is genaaid, wijzigt u de garenkleur en naait u de volgende letter.

text_image
Borduren W 446 5 min 2 1401 6 min 3 ABC ZWART 3 min ZWART 1 min 3.2 cm 9.1 cm + 0.00 cm + 0.00 cm 0° TERUG -/-/+Verbonden letters borduren
Volg onderstaande procedure om verbonden letters te borduren op één rij wanneer het hele patroon groter is dan het borduurraam.
Voorbeeld: "DEF" verbinden met de letters "ABC"
ABCDEF
1 Selecteer de letterpatronen voor "ABC".

Opmerking
- Voor meer informatie over het selecteren van letterpatronen, zie "Letterpatronen kiezen" op pagina 194.

Druk op


text_image
Borduren W 1401 0 min 6 min 1 ABC Zwart 6 min 3.2 cm 9.1 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG -/+
Druk op


text_image
Borduren W 0 0 min 0 1401 6 min 1 ABC Zwart 6 min ABC 3.2 cm 9.1 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° SLUITEN→ De naad staat linksonder in het patroon. Het borduurraam verschuift zo dat de naald op de juiste plek staat.

Opmerking
- Als u de instelling voor het beginpunt wilt annuleren en wilt terugkeren naar het beginpunt midden in het patroon, drukt u
opnieuw op +
- Selecteer met een ander beginpunt voor het borduren.

Druk op


Druk op


text_image
Borduren W 0 min 0 1402 6 min 1 ABC Zwart 6 min 3.2 cm 9.1 cm + 0.00 cm + 0.00 cm 0° TERUG6 Druk op om de draadknipfunctie uit te zetten en druk vervolgens op SLUITEN

text_image
Borduren W 1402 0 min 0 6 min 1 ABC ZWART 6 min 3.2 cm 9.1 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° SLUITEN mm - +7 Druk op de "Start/stoptoets".
8 Nadat u de letters hebt geborduurd, knipt u de draden royaal af. Vervolgens maakt u het borduurraam los en weer vast, zodat u de overige letters ("DEF") kunt borduren.

text_image
ABC ①①Eind van het borduurwerk
9 Zoals in stap 1 selecteert u de letterpatronen voor "DEF".
10 Druk op
11 Druk op

text_image
Borduren W 1352 0 min 0 6 min 1 DEF Zwart 6 min DEF 3.0 cm 8.1 cm + + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° SLUITEN→ De naad staat linksonder in het patroon. Het borduurraam verschuift zo dat de naald op de juiste plek staat.
12 Druk op 6LUITEN
13 Lijn met de naald uit met het eind van het borduurwerk van het vorige patroon.

text_image
ABC
Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met het borduren van de resterende letters.

text_image
CDEFOnonderbroken borduren (met één kleur)
U kunt een geselecteerd patroon selecteren in één kleur in plaats van meerdere kleuren. De machine pauzeert even, maar stopt niet tussen de kleuren en gaat door tot het patroon is voltooid. Druk op

zodat de meerkleurenstappen grijs worden
en het geselecteerde patroon wordt geborduurd in één kleur. Dan wordt de draad niet gewisseld
tijdens het borduren. Druk opnieuw op om terug te keren naar de oorspronkelijke instellingen van het patroon.

text_image
Borduren W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XXXX -/+ ? ?→ De garenkleur op het scherm wordt grijs weergegeven.

text_image
Borduren W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMDEN OROEN 3 min IMARAGO OROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN OROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG -/+ -/+ ?
Memo
- Ook als ononderbroken borduren

ingesteld kunnen de automatische draadknipfunctie en de draadknipfunctie worden gebruikt (zie pagina 235 en 236).
Voorzorgsmaatregelen borduurgegevens
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneer u borduurgegevens gebruikt die niet zijn gemaakt en opgeslagen op deze machine.
⚠️ VOORZICHTIG
- Wanneer u andere borduurgegevens gebruikt dan onze oorspronkelijke patronen, kan de draad of de naald breken wanneer de steekdichtheid te fijn is of u drie of meer overlappende steken naait. In dat geval bewerkt u de borduurgegevens met een van onze oorspronkelijke gegevensontwerpsystemen.
■Soorten borduurgegevens die u kunt gebruiken
- U kunt alleen .pes,.pha,.phb,.phc en .dst borduurgegevensbestanden gebruiken op deze machine. Wanneer u met onze gegevensontwerpsystemen of naaimachines andere gegevens gebruikt, leidt dit mogelijk tot storing op de borduurmachine.
■Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken
U kunt steekgegevens opslaan op of oproepen van USB-media. Gebruik een medium dat voldoet aan de volgende specificaties.
• USB Flash-station (USB-flashgeheugen)
- USB-diskettestation
Steekgegevens kunt u alleen oproepen.
- USB CD-ROM, CD-R, CD-RW stations
De volgende USB-media kunt u gebruiken met de USB-geheugenkaartlezer/kaartschrijfmodule.
- Secure Digital (SD)-kaart
- CompactFlash
- Memory Stick
- Smart Media
• Multi Media Card (MMC) - XD-Picture Card

Opmerking
- De verwerkingssnelheid varieert mogelijk naar gelang de gekozen poort en de hoeveelheid gegevens die is opgeslagen.
- Sommige USB-media zijn misschien niet bruikbaar bij deze machine. Meer bijzonderheden vindt u op onze website.
- De toegangslamp begint te knipperen nadat u USB-apparaten/media heeft geplaatst. Het duurt ongeveer vijf of zes seconden om de apparaten/media te herkennen. (De tijd verschilt afhankelijk van het USB-apparaat/medium.)

Memo
- Gebruik een computer om bestandsmappen aan te maken.
- U kunt letters en cijfers gebruiken in de bestandsnamen. Als het bestand niet meer dan acht tekens bevat, verschijnt de hele naam op het scherm.
Als de bestandsnaam meer dan acht tekens lang is, verschijnen alleen de eerste zes tekens, gevolgd door een “\~” en een cijfer als bestandsnaam.
■ U kunt computers en besturingssystemen met de volgende specificaties gebruiken.
- Compatibele modellen:
IBM PC met een USB-poort als standaardapparaat
IBM PC-compatible computer uitgerust met een USB-poort als standaardapparaat - Compatibele besturingssystemen:
Microsoft Windows XP, Windows Vista, Windows 7
■ Voorzorgsmaatregelen voor het maken en opslaan van steekgegevens op de computer
- Als de bestandsnaam van de borduurgegevens niet kan worden bepaald, bijvoorbeeld omdat de naam speciale tekens bevat, wordt het bestand niet weergegeven. Wijzig dan de bestandsnaam. We raden u aan de 26 letters van het alfabet te gebruiken (hoofdletters en kleine letters), de cijfers 0 t/m 9, “-” en “_”.
- Als u borduurgegevens groter dan 300 mm (H) × 200 mm (B) (ca.12 inch (H) × 8 inch (B)) selecteert, verschijnt een bericht met de vraag of u het patroon 90 graden wilt draaien.
Zelfs nadat ze 90 graden zijn gedraaid, kunnen borduurgegevens groter dan 300 mm (H) × 200 mm (B) (ca. 12 inch (H) × 8 inch (B)) niet worden gebruikt. (Alle ontwerpen moeten passen in het ontwerpgebied van 300 mm (H) × 200 mm (B) (ca. 12 inch (H) × 8 inch (B)).) - .pes bestanden die zijn opgeslagen met meer steken of kleuren dan de aangegeven limiet, kunnen niet worden weergegeven. Het gecombineerde ontwerp mag niet het maximale aantal van 500.000 steken of 125 kleurwisselingen overschrijden. (Deze waarden zijn benaderingen, afhankelijk van het totaalformaat van het ontwerp). Bewerk het patroon met een van onze ontwerpsoftwareprogramma's, zodat het voldoet aan de specificaties.
- Borduurgegevens die zijn opgeslagen in een map die is gemaakt op een USB-medium kunnen worden opgehaald.
- Maak geen mappen op de "Verwisselbare schijf" op een computer. Borduurgegevens die zijn opgeslagen in een map op de "Verwisselbare schijf", kunnen niet worden opgehaald door de machine.
- Zelfs als de borduurtafel niet is bevestigd, herkent de machine borduurgegevens.
■Tajima (.dst) borduurgegevens
- .dst gegevens worden in het patroonoverzicht weergegeven met de bestandsnaam (de werkelijke afbeelding kan niet worden weergegeven). Slechts de eerste acht tekens van de bestandsnaam worden weergegeven.
- Aangezien Tajima (.dst) gegevens geen specifieke garenkleurinformatie bevatten, worden ze weergegeven in onze standaardgarenkleurvolgorde. Controleer het voorbeeld en wijzig desgewenst de garenkleur.
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine
U kunt borduurpatronen die u zelf hebt aangepast en vaak wilt gebruiken, opslaan. Bijvoorbeeld uw naam, patronen die zijn gedraaid of waarvan de grootte is gewijzigd, patronen waarvan de patroonpositie is gewijzigd enz. U kunt maximaal 20 patronen of in totaal 2 MB opslaan in het geheugen van de machine.

Opmerking
- Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op de display staat. Dan gaat het patroon dat u op dat moment opslaat, verloren.

Memo
- Het duurt enkele seconden om een borduurpatroon op te slaan in het geheugen. - Zie pagina 254 voor meer informatie over het ophalen van een opgeslagen steekpatroon.

Druk op wanneer het patroon dat u wilt opslaan zich in het naaischerm bevindt.

text_image
Borduren W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG - /+ ?
Druk op

* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
SLUITEN→ Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is opgeslagen, keert u automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.
■Als het geheugen vol is
Als onderstaande melding verschijnt, is het maximum aantal patronen opgeslagen of heeft het patroon dat u wilt opslaan veel geheugenruimte nodig. Het kan niet meer worden opgeslagen. Als u een eerder opgeslagen patroon wist, kunt u het huidige patroon wel opslaan.

Druk op

* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min Onvoldoende geheugen beschikbaar om het patroon op te slaan. Een ander patroon wissen? ANNULEREN→ De opgeslagen patronen verschijnen op het scherm.

Kies het patroon dat u wilt wissen.

text_image
9.6 cm 9.3 cm SLUITEN 0/ KB/ -1 KB
Druk op .

text_image
9.6 cm 9.3 cm 1/3 ABC ① ② SLUITEN 3/ KB 2 KB①Geheugenruimte die wordt gebruikt door het te wissen patroon
②Geheugenruimte die benodigd is om het huidige patroon op te slaan

Druk op . OK
* Als u besluit het patroon niet te wissen, drukt u op


text_image
OK om het gekozen patroon te wissen? AMULEREN OK→ Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is opgeslagen, keert u automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.

Opmerking
- Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op de display staat. Dan gaat het patroon dat u op dat moment opslaat, verloren.

Memo
- Als er voldoende geheugenruimte beschikbaar is nadat u het patroon hebt gewist, wordt het patroon dat u wilt opslaan daarna automatisch opgeslagen. Als er niet voldoende geheugenruimte beschikbaar is nadat u het patroon hebt gewist, herhaalt u bovenstaande stappen om nog een patroon uit het geheugen te wissen.
- Het duurt enkele seconden om een patroon op te slaan.
- Zie pagina 254 voor meer informatie over het ophalen van een opgeslagen steekpatroon.
Steekpatronen opslaan op USB-medium
Wanneer u borduurpatronen van de machine naar USB-media wilt zenden, sluit u het USB-medium aan op de USB-poort van de machine.

Memo
- USB-media zijn verkrijgbaar in de handel, maar sommige USB-media zijn niet bruikbaar met deze machine. Meer bijzonderheden vindt u op onze website.
- Naar gelang het USB-medium dat u gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct aan op de USB-poort van de machine of sluit u de USB-mediales/schrijfmodule aan op de USB-poort van de machine.
- U kunt het USB-medium op elk moment plaatsen of verwijderen.

Druk op wanneer het patroon dat u wilt opslaan zich in het naaischerm bevindt.

text_image
Borduren W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMDEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + 0.00 cm 0° TERUG
Plaats het USB-medium in de eerste (bovenste) USB-poort op de machine.

①Eerste (bovenste) USB-poort voor media
②USB-medium

Opmerking
- De verwerkingssnelheid varieert mogelijk per poortkeuze en hoeveelheid data. De eerste (bovenste) USB-poort verwerkt de gegevens sneller dan de middelste poort. Het is raadzaam om de eerste (bovenste) USB-poort te gebruiken.
- Op deze machine kunt u niet twee USB-media tegelijk gebruiken. Wanneer u twee USB-media in de machine steekt, wordt alleen het USB-medium dat u het eerst hebt geplaatst, geselecteerd.
- Plaats niets anders dan een USB-medium in de USB-mediumpoort. Anders beschadigt het USB-mediumstation mogelijk.

Druk op

* Druk op omulereg te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
SLUITEN→ Op de display ziet u "Opslaan". Nadat het patroon is opgeslagen, keert u automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.

Opmerking
- Plaats of verwijder geen USB-medium wanneer het scherm "Opslaan" wordt weergegeven. Dan gaat het patroon dat u op dat moment opslaat, geheel of gedeeltelijk verloren.
Borduurpatronen opslaan op de computer
Met de bijgeleverde USB-kabel kunt u de machine aansluiten op uw computer en kunt u tijdelijk borduurpatronen ophalen van en opslaan op de map "Verwisselbare schijf" op uw computer. In totaal kan 3 MB borduurpatronen worden opgeslagen op de "Verwisselbare schijf", maar de opgeslagen borduurpatronen worden verwijderd wanneer u de machine uitzet.

Opmerking
- Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op de display staat. Dan gaat het patroon dat u op dat moment opslaat, verloren.

Sluit de USB-kabel aan op de betreffende USB-poort op de computer en op de machine.

Zet uw computer aan en selecteer "Computer (Deze computer)".
* U kunt de USB-kabel aansluiten op de USB-aansluiting van de computer en de borduurmachine, of ze nu ingeschakeld zijn of niet.

①USB-poort voor computer
②USB-kabelaansluiting
→ Het pictogram "Verwisselbare schijf" verschijnt in "Computer (Deze computer)" op de computer.

Opmerking
- De aansluitingen op de USB-kabel kunt u alleen in één richting in een aansluiting steken. Als de aansluiting niet goed past, gebruik dan geen kracht. Controleer de richting van de aansluiting.
- Bijzonderheden over de positie van de USB-poort op de computer (of USB-hub) vindt u in de handleiding bij de betreffende apparatuur.
3 Druk op wanneer het patroon dat u wilt opslaan zich in het naaischerm bevindt.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG4 Druk op
* Druk op omuterug te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.

text_image
SLUITEN→ Het patroon wordt tijdelijk opgeslagen op "Verwisselbare schijf" onder "Computer (Deze computer)".
5 Selecteer het .phc bestand van het patroon op "Verwisselbare schijf" en kopieer het bestand naar de computer.

text_image
Computer > Textbook1.x97 (5) Organizers Open Browse Defaulting Translation Editative Computer Network 30000461.xlsPatronen ophalen uit het geheugen van de machine
1 Druk op

text_image
Borduren→ De opgeslagen patronen worden op het scherm getoond.
2 Druk op de toets van het borduurpatroon dat u wilt ophalen.
* Druk op omuterug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.

text_image
cm cm ABC SKY 多尺度 SLUITEN 0/1459 KB NAAIEN
Druk op


text_image
Borduren LIMOEN GROEN 3 min SMARAGO GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm ABC SKY BODE SLUITEN 14/1459 KB NAAIEN→ De display voor borduren verschijnt.
Ophalen van USB-media
U kunt een specifiek borduurpatroon ophalen, direct van het USB-medium of uit een map op het USB-medium. Als het patroon zich in een map bevindt, controleert u elke map om het borduurpatroon te zoeken.

Opmerking
- De verwerkingssnelheid varieert mogelijk per poortkeuze en hoeveelheid data.

Plaats het USB-medium in de eerste (bovenste) USB-poort op de machine (zie pagina 252).

①Eerste (bovenste) USB-poort voor media ②USB-medium

Druk op


text_image
Borduren→ Borduurpatronen en een map in de bovenste map worden weergegeven.

Druk op wanneer er een submap is om twee of meer borduurpatronen op USB-media te sorteren. Het steekpatroon in de submap wordt weergegeven.
* Druk op omutereg te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder het steekpatroon op te halen.

text_image
① PES ABC ② SLUITEN 0/ KB 120 MB NAAIEN

text_image
③ /PES PES001 PES002 Blue SLUITEN 0/ KB/ 120 MB NAAIEN①Mapnaam
②Op USB-medium opgeslagen borduurpatronen
③Pad
* Het pad geeft de huidige map boven in de lijst weer. Borduurpatronen en submappen binnen een map worden weergegeven.
* Druk op om terug te gaan naar de vorige map.
* Gebruik de computer om mappen te maken. Met de machine kunt u geen mappen maken.
4 Druk op de toets van het borduurpatroon dat u wilt ophalen.
* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
5 Druk op NAAIEN
* Druk op om het patroon te verwijderen. Het patroon wordt verwijderd van het USB-medium.

text_image
Borduren LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LIGHT LILA 5 min 16.7 cm 12.3 cm /PES PES001 PES002 Blue SLUITEN 43/ 120 MB NAAIEN→ De display voor borduren verschijnt.
Ophalen van de computer
1 Sluit de USB-kabel aan op de betreffende USB-poort op de computer en op de machine (zie pagina 253).
2 Op de computer opent u "Computer (Deze computer)" en vervolgens gaat u naar "Verwisselbare schijf".

3 Verplaats/kopieer de patroongegevens naar "Verwisselbare schijf".

text_image
Computer - Microsoft Excel (5) Organizers - Enter out - New items Computer Microsoft Network Data Path 1.dwg. 4. Export: new Microsoft Excel (5)→ De patroongegevens op "Verwisselbare schijf" worden naar de machine geschreven.

Opmerking
- Maak de USB-kabel niet los terwijl de gegevens worden geschreven.
- Maak geen mappen op de "Verwisselbare schijf". Mappen worden niet weergegeven en steekpatronen in mappen kunt u dus niet ophalen.
4 Druk op

text_image
Borduren→ De patronen op de computer worden weergegeven in het patronenoverzicht.

Druk op de toets van het patroon dat u wilt ophalen.
* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.

text_image
cm cm ABC Sky SLUITEN 0/3024 KB NAJIEN
Druk op NAAIEN

text_image
9.6 cm 9.3 cm ABC Sky SLUITEN 14/3024 KB NAAIEN→ De display voor borduren verschijnt.
BORDUURAPPLICATIE
Applicatie maken met een kaderpatroon (1)
U kunt met kaderpatronen met dezelfde grootte en dezelfde vorm een applicatie maken. Borduur één patroon met een rechte steek en één patroon met een satijnsteek.
1 Kies een kaderpatroon met een rechte steek. Borduur het patroon op de applicatiestof en knip daar precies om heen.

text_image
Borduren W 0 0 min 107 1 min 1 ZWART 1 min 6.4 cm 7.7 cm + + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG -/-/+
2 Borduur hetzelfde patroon van stap 1 op de basisstof.

3 Breng een dun laagje textiellijm aan op de achterkant van de applicatie die u hebt gemaakt in stap 1. Bevestig de applicatie op de vorm in de basisstof.

4 Kies het kaderpatroon (satijnsteek) van dezelfde vorm als de applicatie. Borduur over de applicatie en de basisstof van stap om de applicatie te maken.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 1191 2 min 1 Zwart 2 min 6.8 cm 8.0 cm + + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG +/-/+
Opmerking
- Als u de grootte of de positie van de patronen wijzigt wanneer u ze selecteert, noteer dan de grootte en de positie daarvan.

①Applicatiemateriaal
Applicatie maken met een kaderpatroon (2)
Dit is een tweede methode om applicaties te maken met borduurpatronen. Bij deze methode hoeft u de stof in het borduurraam niet te verwisselen. Borduur één patroon met een rechte steek en één patroon met een satijnsteek.
1 Kies een kaderpatroon (rechte steek) en borduur dit patroon op de basisstof.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 107 1 min 1 ZWART 1 min 6.4 cm 7.7 cm + + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG + - / + ?2 Plaats de applicatiestof op het patroon dat u hebt geborduurd in stap 1.
* Controleer of de applicatiestof het stiksel volledig bedekt.

Borduur hetzelfde patroon op de applicatiestof.

Verwijder het borduurraam uit de borduurtafel en knip het patroon rondom de naad uit.

- Haal de stof niet uit het borduurraam om het uit te knippen. U mag ook niet hard aan de stof trekken. Anders kan de stof los in het borduurraam gaan zitten.

Kies het kaderpatroon (satijnsteek) van dezelfde vorm als de applicatie.

text_image
Borduren W 1191 0 min 2 min 1 ZWART 2 min 6.8 cm 8.0 cm + 0.00 cm + 0.00 cm 0° TERUG -/+ -/+ ? ?
Opmerking
- Wijzig de grootte en de positie van het patroon niet.
- Als u de grootte of de positie van de patronen wijzigt wanneer u ze selecteert, noteer dan de grootte en de positie daarvan.

①Applicatiemateriaal

Bevestig het borduurraam weer op de borduurtafel en borduur het patroon met de satijnsteken om de applicatie te maken.

U kunt gesplitste borduurpatronen naaien die zijn gecreëerd met PE-DESIGN Ver. 7 of later. Gesplitste borduurpatronen wil zeggen dat borduurpatronen die groter zijn dan het borduurraam in meerdere delen worden gesplitst. Nadat elk gedeelte is genaaid, vormen deze delen samen het gehele patroon.
Meer bijzonderheden over het maken van gesplitste borduurpatronen en uitvoeriger naai-instructies, vindt u in de bedieningshandleiding bij PE-DESIGN Ver.7 of later.
In de volgende procedure wordt beschreven hoe u onderstaand gesplitst borduurpatroon leest van een USB-medium en het borduurt.

1 Sluit het medium met daarop het gesplitste borduurpatroon dat u hebt gemaakt, aan op de machine. Selecteer vervolgens het gesplitste borduurpatroon dat u wilt borduren.
* Voor meer informatie over het ophalen van patronen, zie "Patronen selecteren van borduurkaarten" op pagina 197, "Ophalen van USB-media" op pagina 255, of "Ophalen van de computer" op pagina 256.

text_image
Borduren cm cm SLUITEN 0/112 MB NAAIEN→ Een scherm verschijnt waarop u een gedeelte van het gesplitste borduurpatroon kunt selecteren.
2 Selecteer het gedeelte dat u wilt borduren.
* Selecteer de gedeelten in alfabetische volgorde. * U kunt maximaal 12 gedeelten weergeven op één pagina. Zijn er 13 of meer gedeelten in het patroon, druk dan op om dvorige of volgende pagina weer te geven.

text_image
Borduren Aa— 0a— Ra— Mb SLUITEN 544 / 112 KB/ MB NAAIEN3 Druk op NAAIEN

text_image
Borduren LIGHT BLAUW 38 min 1 min 17.0 cm 12.0 cm SLUITEN 544/ 112 NAAIEN KB/4 Bewerk het patroon zo nodig.

text_image
Borduren W 0 0 min 0 22645 38 min 2 LIGHT BLAUW 38 min 1 min 17.0 cm 12.0 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG -/-/+* Voor meer informatie, zie "BORDUURPATROON WIJZIGEN" op pagina 240.

Memo
- Het patroon kan 90° graden naar links of rechts worden gedraaid wanneer u op drukt.
5 Druk op de "Start/stoptoets" om het patroongedeelte te borduren.
6 Wanneer het borduren is afgelopen, verschijnt het volgende scherm. Druk op OK .

text_image
Volgende deel naaien? AMULEREN OK→ Een scherm verschijnt waarop u een gedeelte van het gesplitste borduurpatroon kunt selecteren.
7 Herhaal stap 2 t/m 6 om de overige gedeelten van het patroon te borduren.
UITLEG VAN FUNCTIONS....264
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN.....265
Het selecteren van borduurpatronen/Brother "Exclusief"/
Griekse letterpatronen/Bloemletterpatronen/
Borduurnaaipatronen/Kaderpatronen.... 266
Letterpatronen kiezen.... 266
PATRONEN BEWERKEN....268
■Functies van de toetsen 269
Patroon verplaatsen.... 270
Patroon roteren 270
Grootte van patroon wijzigen.... 270
Patroongrootte wijzigen en gewenste draaddichtheid
behouden (herberekening van steken) 270
Patroon wissen.... 272
Patronen op het scherm weergeven op 200% ...... 272
Lay-out van letterpatronen wijzigen 273
Spatiering tussen letters wijzigen.... 273
Spatiering tussen letters verkleinen.... 274
Gecombineerde patronen scheiden 275
Kleuren van letterpatronen wijzigen.... 276
Verbonden letters borduren.... 277
Garenkleur wijzigen 277
Eigen kleurkaart maken.... 278
■Een kleur van de lijst toevoegen aan de eigen kleurkaart ..... 280
■Eigen kleurkaart opslaan op USB-medium.... 280
■Eigen kleurkaartgegevens oproepen van USB-medium....281
Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart 282
Nieuwe kleurthema's zoeken met de functie Color Shuffling
(Kleurcombinatie) 283
Herhaalpatronen ontwerpen.... 285
■Herhaalpatronen naaien....285
■Eén element van een herhaalpatroon herhalen....287
■Kleurvolgorde bij herhaalpatronen....289
■Draadmarkeringen toekennen.... 290
Het patroon herhaaldelijk naaien 291
Patroon kopieren 293
Na het bewerken 294
PATRONEN COMBINEREN....295
Gecombineerde patronen bewerken.... 295
■Gecombineerde borduurpatronen selecteren....297
Gecombineerde patronen naaien.... 298
DIVERSE BORDUURFUNCTIES .... 299
Ononderbroken borduren (met één kleur) ......299
Rijgsteken voor borduren 299
Een applicatie maken....300
■ Een applicatie maken....300
■Gebruik van een kaderpatroon voor de omtrek ....304
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE .... 306
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN
COMBINEREN) 306
UITLEG VAN FUNCTIES
Met de Borduurpatrooncombinatiefuncties kunt u borduurpatronen en letterpatronen combineren, de grootte van patronen wijzigen, patronen draaien en vele andere functies voor het aanpassen van patronen uitvoeren. Deze machine kan de volgende 11 functies uitvoeren.
■Print en Borduur (borduurpatronen en gedrukte ontwerpen combineren)
U kunt prachtige geborduurde driedimensionale ontwerpen maken door een achtergrond op stof te strijken of te drukken, als de stof zich daartoe leent, en bovenop die achtergrond aanvullend te borduren.
■Applicaties maken
U kunt applicaties maken van de ingebouwde patronen en patronen op borduurkaarten.
■Patronen combineren
U kunt eenvoudig combinaties maken van borduurpatronen, kaderpatronen, letterpatronen, patronen uit het geheugen van de machine, patronen van borduurkaarten en vele andere patronen.
■Patronen verplaatsen
Binnen een borduurgebied van maximaal 30 cm × 20 cm (ca. 12 inch × 8 inch) kunt u de positie van patronen wijzigen en de positie op de display controleren.
■Patronen draaien
U kunt patronen telkens 1 graad, 10 graden of 90 graden draaien.
■Patronen vergroten of verkleinen
U kunt patronen groter of kleiner maken.
- Bij sommige patronen is deze functie niet beschikbaar.
■Patronen in spiegelbeeld maken
U kunt een horizontaal spiegelbeeld van een patroon maken.
- Bij sommige patronen is deze functie niet beschikbaar.
■Spatiering tussen letters wijzigen
U kunt de spatiëring tussen letters in combinatiepatronen vergroten of verkleinen.
■Uiterlijk/lay-out van letters wijzigen
U kunt de lay-out van de letters wijzigen in een bocht, diagonaal enz. Er zijn in totaal zes mogelijkheden.
■Garenkleuren van patronen wijzigen
U kunt de kleuren van een patroon wijzigen in uw lievelingskleuren.
■Herhaalpatroon maken
U kunt kopieën van een patroon toevoegen om een patroon te maken dat zich horizontaal of verticaal herhaalt.

PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
Bereid de machine voor op borduren volgens de aanwijzingen op pagina 186 en druk op

vervolgens op om het onderstaande scherm weer te geven.

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["∅"]
C["②"] --> D["∅"]
E["③"] --> F["AA"]
G["④"] --> H["AB"]
I["⑤"] --> J["∅"]
K["⑥"] --> L["∅"]
M["⑦"] --> N["AA"]
O["⑧"] --> P["∅"]
Q["⑨"] --> R["∅"]
S["⑩"] --> T["∅"]
U["⑪"] --> V["∅"]
W["DRUK ALTUD HIEROP WANNEER UDE BORDUUR TAFEL VERWILBERT"]
①Borduurpatronen
②Brother "Exclusief"
③Griekse letterpatronen
④Bloemletterpatronen
⑤Borduurnaaipatronen
⑥Kaderpatronen
⑦Letters
⑧In het geheugen opgeslagen patronen (zie pagina 254)
⑨Op USB-medium opgeslagen patronen (zie pagina 255)
⑩Op de computer opgeslagen patronen (zie pagina 256)
⑪Druk op deze toets om de borduurtafel in de opbergstand te plaatsen.

Memo
- Zie pagina 191 voor meer informatie over het stekenoverzicht van elke categorie.

Opmerking
- U kunt ook naaisteken of lettersteken/decoratieve steken naaien met de borduurtafel. Druk hiertoe op

en (een bevestigingsscherm voor het verplaatsen van de wagen verschijnt). Bevestig de
juiste persvoet alvorens te beginnen met naaien.
Het selecteren van borduurpatronen/Brother "Exclusief"/Griekse letterpatronen/ Bloemletterpatronen/ Borduurnaaipatronen/ Kaderpatronen
1 Selecteer de patrooncategorie.
2 Druk op de toets van het patroon dat u wilt bewerken.
* Zie pagina's 193 en 196 meer informatie over het kiezen van patronen.
→ Het door u gekozen patroon staat in het bovenste gedeelte van het scherm.
3 Druk op INSTELLEN

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm 1/7 TERUG INSTELLEN→ Het patroon dat u hebt gekozen om aan te passen is rood omrand op het borduurcombinatiescherm.
4 Ga door met "PATRONEN BEWERKEN" op pagina 268 om het patroon te bewerken.
3 Druk op om de lay-out van het patroon te wijzigen.
* Als de tekens van het patroon te klein zijn, drukt u op om alle opgegeven letters weer te geven.
Letterpatronen kiezen
Wanneer u een letterpatroon kiest in het borduurcombinatiescherm, kunt u de lay-out van het patroon tegelijkertijd aanpassen.
1 Druk op .AA

text_image
Borduurcombinatie2 Selecteer het lettertype en geef vervolgens de letters op. (Voorbeeld: A B C D)
* Zie pagina 194 voor meer informatie over het kiezen van letters.

Selecteer de lay-out. (Voorbeeld:

Nadat u een boog hebt gekozen, wijzigt u met en de ronding van de boog.
* Druk op om een plattere boog te krijgen.
* Druk op om een rondere boog te krijgen.

Memo

dan over op en. U kunt de ronding van de boog versterken of afzwakken.

text_image
3.0 cm 13.5 cm ABC abc 0-9.. &?! ÄÄÄ ÖÖÖ A B C D E F G H I J A B C A B C A B C B O SLUITEN
Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.

Nadat u uw keuzes hebt gemaakt, drukt u op INSTELLEN.

text_image
Borduurcombinatie ZWART 5 min 4.7 cm 10.7 cm ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ', _ TERUG ABC ✓ ABC INSTELLEN→ Het borduurcombinatiescherm verschijnt.

Ga door met "PATRONEN BEWERKEN" op pagina 268 om het patroon te bewerken.
selecteert, stap
PATRONEN BEWERKEN

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min ① 9.6 cm 100% ② 9.6 cm + 0.00 cm ③ 9.3 cm + 0.00 cm 0° ⑤ TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN
text_image
Borduurcombinatie ① 4.7 cm 10.7 cm ② 4.7 cm + 0.00 cm 10.7 cm + 0.00 cm ③ 0° ④ ZWART 5 min ⑤ TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN①Geeft de grootte van het gehele combinatiepatroon aan.
②Geeft de grootte aan van het patroon dat op dat moment is geselecteerd.
③Geeft de afstand vanaf het midden van het kader aan.
④ Toont de kleurvolgorde en tijden van elke stap van het momenteel geselecteerde patroon.
⑤Geeft aan hoeveel graden het patroon is gedraaid.

Memo
- Als een toets lichtgrijs is, kunt u die functie niet gebruiken bij het geselecteerde patroon.
■Functies van de toetsen

text_image
9.6 cm 9.3 cm 100% ① 9.6 cm + 0.00 cm ② 9.3 cm + 0.00 cm ③ 0° ④ ⑤ ⑥ ⑦ TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN ⑧| Nr. | Display Toetsnaam Uitleg Pagina | ||
| 1 | [TAWS] | Garenkleurentoets | Met deze toets wijzigt u de kleuren van het weergegeven patroon. |
| 2 | ![]() | Rotatietoets | Met de rotatietoets draait u het patroon op het scherm. U kunt patronen telkens 1 graad, 10 graden of 90 graden draaien. |
| 3 | ![]() | Groottetoets | Met de grootteoets wijzigt u de grootte van het patroon. U kunt patronen vergroten of verkleinen. |
| 4 | Horizont ![]() | spiegeltoets | Met de horizontale spiegeltoets spiegelt u het geselecteerde patroon horizontaal. |
| 5 | ![]() | Steekdichtheidstoets | Met deze toets wijzigt u de steekdichtheid van letter- of kaderpatronen. |
| 6 | ![]() | Meerkleurentoets | Met deze toets kunt u de kleur van afzonderlijke letters in een patroon wijzigen. |
| 7 | ![]() | Toevoegentoets | Druk op deze toets om nog een patroon toe te voegen aan de combinatie. |
| 8 | ![]() | Wissentoets | Met deze toets kunt u het geselecteerde patroon (het rood omrande patroon) wissen. |
| 9 | ![]() | Patroonkeuzetoets | Als u een combinatiepatroon hebt gekozen, kunt u met deze toetsen een gedeelte van het patroon kiezen dat u wilt wijzigen. |
| 10 | ![]() | Naaitoets | Druk op deze toets om het naaischerm te openen. |
| 11 | ![]() | Rangschikkentoets | Met deze toets wijzigt u de configuratie van een letterpatroon. |
| 12 | ![]() | Spatieringtoets | Met deze toets wijzigt u de spatiering van letters. |
| 13 | ![]() | Kopietoets | Druk op deze toets om een patroon te kopieren. |
| 14 | ![]() | Randtoets | Druk op deze toets om een herhaalpatroon te maken en bewerken. |
| 15 | ![]() | Pijltjestoetsen ( Centreertoets) | Druk op deze toetsen om het patroon te verplaatsen in de richting van de pijl op de toets. (Druk op om het patroon terug te zetten op zijn oorspronkelijke plaats.) |
| 16 | ![]() | Vergrotentoets | Druk op deze toets om het patroon op het scherm weer te geven op 200%. |
Patroon verplaatsen
Voor meer bijzonderheden over het verplaatsen van het patroon, zie "Patroon verplaatsen" op pagina 240.
Patroon roteren
Voor meer bijzonderheden over het draaien van het patroon, zie "Patroon roteren" op pagina 242.
Grootte van patroon wijzigen
Voor meer bijzonderheden over het vergroten/verkleinen van het patroon, zie "Grootte van patroon wijzigen" op pagina 241.
Patroongrootte wijzigen en gewenste draaddichtheid behouden (herberekening van steken)
In het borduurcombinatiescherm kunt u de grootte van het patroon wijzigen terwijl de gewenste draaddichtheid behouden blijft.
Met deze functie wordt het patroon met een grotere verhouding vergroot of verkleind dan bij normaal vergroten/verkleinen van patronen.

- Naai altijd een proeflapje met dezelfde draad en stof als u voor het echte werk gebruikt. Zo kunt u de naairesultaten controleren.

2 Selecteer het patroon waarvan u de grootte wilt wijzigen en druk vervolgens op INSTELLEN

Opmerking
- U kunt deze functie niet gebruiken met letterpatronen, kaderpatronen of randpatronen. U kunt een randpatroon echter wel bewerken nadat u deze functie hebt gebruikt.
- Voor patronen met een groot aantal steken (100.001 of meer) kunt u niet de grootte wijzigen terwijl de gewenste draaddichtheid behouden blijft. De maximumlimiet voor het aantal steken is afhankelijk van de gegevensgrootte van het patroon.
- Als u deze functie gebruikt, blijft de draaddichtheid behouden terwijl het patroon wordt vergroot/verkleind. De naaldposities blijven echter niet volledig behouden. Gebruik de normale modus voor vergroten/verkleinen afhankelijk van de resultaten van proefborduren.
3 Druk op
4 Druk op om de modus voor herberekening van steken () tel openen.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm 100% 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + 0.00 cm 0° MW + SLUITENMemo • Als de
, kunt u herberekening van steken niet gebruiken.
5 Wanneer het volgende bericht wordt weergegeven, drukt u op • OK

text_image
Is het OK de steekinstellingen terug te zetten op oorspronkelijke grootte, hoek en positie? ANNULEREN OK→ De oorspronkelijke grootte, hoek en positie van het patroon worden teruggezet zoals voordat het werd bewerkt.
6 Selecteer hoe u de patroongrootte wilt wijzigen.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 4 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 100% 9.3 cm 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + + 0.00 cm 0° SLUITEN* Druk op om het patroon te vergroten met behoud van de verhoudingen.
* Druk op om het patroon te verkleinen met behoud van de verhoudingen.
* Druk op om het patroon horizontaal uit te rekken.
* Druk op om het patroon horizontaal in te krimpen.
* Druk op om het patroon verticaal uit te rekken.
* Druk op om het patroon verticaal in te krimpen.
* Druk op om het patroon terug te zetten op de oorspronkelijke lay-out.
Memo
- Met de schaalbalk voor dichtheid kunt u de draaddichtheid wijzigen. U kunt een instelling opgeven tussen 80% en 120%, in stappen van 5%.

text_image
- 100% SLUITEN* Druk op om de dichtheid te verlagen.
* Druk op omde dichtheid te verhogen.
7 Druk op 8 Druk op SLUITEN NAAJEN
Opmerking • Afhankelijk de juiste dr
- Afhankelijk van het patroon is borduren met de juiste draaddichtheid niet mogelijk. Borduur altijd eerst een proeflapje van de stof die u ook voor het echte werk gebruikt en gebruik hierbij dezelfde naald en borduurdraad.
- Als het patroon is vergroot en er ruimte tussen de steken is, kunt u een beter resultaat bereiken door de draaddichtheid te verhogen.
- Als het patroon is verkleind en het stiksel te dik is, kunt u een beter resultaat bereiken door de draaddichtheid te verlagen.
VOORZICHTIG
- Afhankelijk van het patroon kan het stiksel verstrikt raken of kan de naald breken wanneer u het patroon verkleint. Als dit gebeurt, moet u het patroon enigszins vergroten.
Patroon wissen
Druk op om het patroon van het scherm te wissen.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm 100% 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIENPatronen op het scherm weergeven op 200%
1 Druk op 100%

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm 100% 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN verandert in en het patroon wordt vergroot tot 200 %.2 Controleer het weergegeven patroon.

text_image
Borduurcombinatie LIMDEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm 200% 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN Ga met An elke richtingdoor het scherm.
3 Als u het patroon weer op normale grootte (100%) wilt weergeven, druk dan op 2005.
Lay-out van letterpatroon wijzigen
1 Druk op

text_image
Borduurcombinatie ABCD ZWART 6 min 3.0 cm 13.5 cm 100% 3.0 cm + 0.00 cm 13.5 cm + + 0.00 cm 0° A B C TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN2 Druk op de toets van de lay-out die u wilt borduren.
* Zie pagina 267 voor meer informatie over het kiezen van letters.

text_image
3.0 cm 13.5 cm 3.0 cm + 0.00 cm 13.5 cm ++ + 0.00 cm 0° A B C A B C A B C B B C SLUITEN→ Op de display staat de geselecteerde lay-out.
3 Druk op SLUITEN
Spatiering tussen letters wijzigen
1 Druk op

text_image
Borduurcombinatie ABCD ZWART 6 min 3.0 cm 13.5 cm 100% 3.0 cm + 0.00 cm 13.5 cm + + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN
Met verandert u de spatiëring.
* Druk op omde ruimte tussen de letters te vergroten.
* Druk op omde ruimte tussen de letters te verkleinen.
* Druk op om het patroon terug te zetten op de oorspronkelijke lay-out.

text_image
Borduurcombinatie ABCD ZWART 6 min 3.0 cm 13.5 cm 100% 3.0 cm + 0.00 cm 13.5 cm + 0.00 cm 0° ABC ABC +ABC+ +ABC+ SLUITEN ABCA B C D ABCD



Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
Spatiering tussen letters verkleinen
U kunt de spatiëring tussen letters verkleinen tot 50% van de smalste letter in de groep.

Opmerking
- Het is niet aan te raden gegevens te bewerken en te kopieren naar andere of oudere machines. Andere machines hebben misschien niet dezelfde functies en dan kunnen zich problemen voordoen.
- U kunt de spatiëring tussen letters alleen verkleinen wanneer de letters normaal op een rechte lijn staan.

text_image
Borduurcombinatie ABC 3.4 cm 8.8 cm 100% 3.4 cm + 0.00 cm 8.8 cm ↔ + 0.00 cm 0° ABC A B C SLUITEN ? Borduurcombinatie ABC 3.4 cm 6.3 cm 100% 3.4 cm + 0.00 cm 6.3 cm ↔ + 0.00 cm 0° ABC A B C SLUITEN ? BorduurcombinatieGecombineerde patronen scheiden
U kunt gecombineerde patronen scheiden om de letterspatiering aan te passen of de patronen afzonderlijk te bewerken nadat u alle letters hebt ingevoerd.
1 Druk op

text_image
Borduurcombinatie Table ZWART 3 min Table 3.6 cm 9.2 cm 100% 3.6 cm + 0.00 cm 9.2 cm + 0.00 cm 0° A B C A B C TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN2 Druk op A B C

text_image
Borduurcombinatie Table ZWART 3 min Table 3.6 cm 9.2 cm 100% 3.6 cm + 0.00 cm 9.2 cm + + 0.00 cm A: B C SLUITEN A B C→ De toets ziet er zo uit:
3 Selecteer met waar het patroon
wilt scheiden en druk vervolgens op om het te scheiden. In dit voorbeeld wordt het patroon gescheiden tussen "T" en "a".

text_image
Borduurcombinatie Table ZWART 3 min 3.6 cm 9.2 cm 100% 3.6 cm + 0.00 cm 9.2 cm + 0.00 cm 0° A.B.C A.B.C SLUITEN KIEZEN
Opmerking
- Een gescheiden letterpatroon kunt u niet opnieuw combineren.

text_image
4 Selecteer met een patroon en pas vervolgens de letterspatiering aan met <•>.
text_image
Borduurcombinatie Table 3.6 cm 8.6 cm 100% 3.1 cm 6.1 cm - 0.01 cm + + 1.34 cm 0° A.B.C A.B.C SLUITEN KIEZEN5 Druk op SLUITEN

text_image
Borduurcombinatie Table ZWART 1 min ZWART 2 min 3.6 cm 8.0 cm 3.1 cm 6.1 cm - 0.01 cm + 0.69 cm 0° A B C KIEZEN SLUITENKleuren van letterpatronen wijzigen
1 Druk op zodat u aan elke letter een draadkleur kunt toekennen.

text_image
Borduurcombinatie ABCD ZWART 6 min 3.0 cm 13.5 cm 100% 3.0 cm + 0.00 cm 13.5 cm + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN2 Verwissel de draad om elke letter in een andere kleur te naaien.

text_image
* Druk op om de kleuren in de naaivolgorde te wijzigen. Borduurcombinatie A ABCD ZWART 1 min ZWART 2 min ZWART 1 min ZWART 1 min 3.0 cm 13.5 cm 100% 3.0 cm + 0.00 cm 13.5 cm ++ 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN①Kleur voor elke letter
Verbonden letters borduren
U kunt verbonden letters (zie hieronder) in één rij weergeven wanneer het patroon buiten het borduurraam valt.
Voor meer informatie over het borduren van letterpatronen, zie "Verbonden letters borduren" op pagina 245.
Voorbeeld: "DEF" verbinden met de letters "ABC"
ABCDEF
Garenkleur wijzigen
U kunt de garenkleur wijzigen door de te wijzigen kleur boven in de naaivolgorde te plaatsen en een nieuwe kleur te selecteren uit de garenkleuren op de machine.
1 Druk in het patroonbewerkscherm op

text_image
9.6 cm 9.3 cm 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN→ Het garenkleurenpalet verschijnt op het scherm.
2 Druk op of op om de te wijzigen kleur boven in de naaivolgorde te zetten.

text_image
① 64 300 LIMOEN GROEN SLUITEN①64 Borduurgarentabel
3 Druk op ▲ on een nieuwe kleur te kiezen uit het kleurenpalet.
* Druk op als de oorspronkelijke kleur terug wilt. Hebt u meerdere kleuren gewijzigd, dan herstelt u met dit commando de oorspronkelijke kleur van alle kleuren om de garenkleur in de afbeelding te wijzigen.
* Door de kleurkeuze aan te raken met de schermaanraakpen kunt u kleuren selecteren in het kleurenpalet.

text_image
Borduurcombinatie GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 64 300 GEEL SLUITEN①Kleurenpalet → De geselecteerde kleur verschijnt boven in de naaivolgorde.

Druk op


text_image
Borduurcombinatie BLADGROEN 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 64 300 BLADGROEN SLUITEN→ Op de display staan de gewijzigde kleuren.

Memo
- Voor informatie over het selecteren van een kleur uit uw eigen kleurkaart, zie "Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart" op pagina 282.
Eigen kleurkaart maken
U kunt uw eigen kleurkaart maken met de garenkleuren die u het meest gebruikt. U kunt speciale garenkleuren selecteren in de uitgebreide lijst van de garenkleuren van negen verschillende garenmerken. U kunt elke kleur selecteren en verplaatsen naar uw eigen kleurkaart.

Opmerking
- Sommige machines hebben reeds 300 extra Robison-Anton garenkleuren in de eigen kleurkaart. U kunt 300 Robison-Anton-garenkleurgegevens downloaden van onze website "http:// solutions.brother.com".

Druk in het patroonbewerkscherm op

en druk vervolgens op


text_image
64 300 LIMOEN GROEN SLUITEN
Met




selecteert
u
of
een kleur wilt toevoegen aan eigen kleurkaart.
* Door het scherm aan te raken met de schermaanraakpen kunt u kleuren selecteren in de eigen kleurkaart.
* U kunt door honderd kleuren tegelijk naar boven of beneden gaan met en op de eigen kleurkaart.

text_image
Borduurcombinatie 300 5 100 NUMMER LIUST LADEN Embroidery 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 C INSTELLEN SLUITEN①Eigen kleurkaart
②Druk op om de eigen kleurgegevenskaart op te roepen (zie pagina 281)

Met ▶ selecteert u één van de garenmerken op de machine.

text_image
Borduurcombinatie 1 300 50 100 NUMMER LIJST LADEN Embroidery 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 C INSTELLEN SLUITEN
M
















op.
* Als u een fout maakt, drukt u op om het ingevoerde nummer te wissen. Vervolgens voert u het juiste nummer in.

text_image
Borduurcombinatie 1/300 50 100 NUMMER LIJST LADEN Embroidery 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 C INSTELLEN SLUITEN①Garenmerk

Druk op


text_image
Borduurcombinatie 1 300 50 100 NUMMER LUST LADEN ② 0007 Embroidery 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 C INSTELLEN SLUITEN①Garenmerk
②Garenkleurnummer dat u hebt opgegeven
→ De geselecteerde garenkleur is ingesteld in de eigen kleurkaart.

Opmerking
- Als u niet op drukt, zal het garenkleurnummer niet veranderen.

Herhaal de vorige stappen totdat u alle gewenste garenkleuren hebt opgegeven.
* Druk op om een opgegeven kleur te wissen uit het palet.
* Druk op om alle opgegeven kleuren te wissen uit het palet.

Opmerking
- U kunt de gecreëerde eigen kleurkaart opslaan. Zie "Eigen kleurkaart opslaan op USB-medium" op pagina 280 van de uitvoerige procedure.
7 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.

text_image
Borduurcombinatie 4 300 50 100 NUMMER LIST LADEN 2251 Robison-Anton Rayon 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 C INSTELLEN SLUITEN■Een kleur van de lijst toevoegen aan de eigen kleurkaart
1 Herhaal de vorige stappen 1 t/m 3 op pagina 278.
2 Druk op om de garenlijst weer te geven.
3 Selecteer een garenkleur met en .

text_image
Borduurcombinatie 4 300 50 100 NUMMER LUST LAJEN 2201 Robison-Anton Rayon 2201 2202 2203 2204 2205 INSTELLEN SLUITEN①Garenlijst
②Garenmerk
4 Druk op INSTELLEN
5 Herhaal de vorige stappen totdat u alle gewenste garenkleuren hebt opgegeven.
* Druk op om een opgegeven kleur te wissen uit het palet.
* Om alle opgegeven kleuren te wissen uit het palet
drukt u op

6 Druk op som terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
■Eigen kleurkaart opslaan op USB-medium
U kunt een eigen kleurkaart als bestand opslaan op een USB-medium.

Opmerking
- U kunt een eigen kleurkaart alleen opslaan op USB-media. U kunt deze gegevens niet opslaan in het geheugen van de machine of op de computer.
- Een eigen kleurkaart wordt opgeslagen als ".pcp" gegevensbestand.
1 Druk op en vervolgens op .

text_image
64 300 LIMOEN GROEN SLUITEN2 Specificeer uw gewenste kleuren in de eigen kleurkaart volgende de procedure in "Eigen kleurkaart maken" op pagina 278.

Plaats het USB-medium in de eerste (bovenste) USB-poort op de machine.

①Eerste (bovenste) USB-poort voor media
②USB-media

Opmerking
- Op deze machine kunt u niet twee USB-media tegelijk gebruiken. Wanneer u twee USB-media in de machine steekt, wordt alleen het USB-medium dat u het eerst hebt geplaatst, gedetecteerd.

Druk op


text_image
Borduurcombinatie 4 300 50 100 NUMMER LIJST LADEN 2251 1 2 3 Robison-Anton Rayon 4 5 6 7 8 9 0 C INSTELLEN SLUITEN→ Op de display ziet u "Opslaan". Nadat de gegevens zijn opgeslagen, keert u automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.

Opmerking
- Plaats of verwijder geen USB-medium wanneer het scherm "Opslaan" wordt weergegeven. Dan gaan de gegevens die u op dat moment opslaat, geheel of gedeeltelijk verloren.
■Eigen kleurkaartgegevens oproepen van USB-medium
U kunt een eigen kleurkaart als bestand oproepen van een USB-medium.

Opmerking
- Een USB-medium kan slechts één “.pcp” gegevensbestand bevatten. U kunt slechts één eigen gegevenskaart tegelijk oproepen.

Plaats het USB-medium met de eigen kleurkaart in de eerste (bovenste) USB-poort.

①Eerste (bovenste) USB-poort voor media
②USB-media

Druk op en vervolgens op .


text_image
64 300 LIMOEN GROEN SLUITEN
Druk op


text_image
Borduurcombinatie 1/300 50 100 NUMMER LIJST LADEN Embroidery 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 C INSTELLEN SLUITEN→ Op de display ziet u "Opslaan". Nadat de gegevens zijn geladen naar de machine, keert u automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.

Opmerking
- Plaats of verwijder geen USB-medium wanneer het scherm "Opslaan" wordt weergegeven. Dan gaan de gegevens die u op dat moment opslaat, geheel of gedeeltelijk verloren.

De eigen kleurkaart die u hebt opgeroepen, verschijnt op het scherm.
Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart
U kunt een kleur selecteren uit de maximaal 300 garenkleuren die u hebt ingesteld in de eigen kleurkaart.

Druk op


text_image
Borduurcombinatie LIMDEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm 100% 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + 0.00 cm ( ) 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN→ Het garenkleurenpalet verschijnt op het scherm.

Druk op of op om de te wijzigen kleur boven in de naaivolgorde te zetten.

text_image
Borduurcombinatie GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GREEN 1 min 64 300 GEEL SLUITEN
Druk op


text_image
Borduurcombinatie GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min ① 64 300 GEEL SLUITEN①Garenkleurkaartwijzigingstoets
→ De eigen kleurkaart verschijnt.

Druk op


kleur te kiezen uit de eigen kleurkaart.
* Met en a gaat u naar boven en beneden door de eigen kleurkaart.
* Druk op omterug te gaan naar de oorspronkelijke kleur.
* Door het scherm aan te raken met de schermaanraakpen kunt u kleuren selecteren in de eigen kleurkaart.

text_image
Borduurcombinatie GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 64 300 GEEL SLUITEN①Eigen kleurkaart
→ Op de display staan de gewijzigde kleuren.

Druk op

Nieuwe kleurthema's zoeken met de functie Color Shuffling (Kleurcombinatie)
Met de functie Color Shuffling (Kleurcombinatie) suggereert de machine nieuwe kleurthema's voor het borduurpatroon dat u hebt geselecteerd. Nadat u het gewenste effect hebt geselecteerd uit de vier beschikbare ("WILLEKEURIG", "LEVENDIG", "GRADATIE" en "ZACHT"), worden voorbeelden van kleurthema's voor het geselecteerde effect weergegeven.

Druk op

→ Het garenkleurenpalet verschijnt op het scherm.

Druk op

* U kunt de functie Color Shuffling (Kleurcombinatie) selecteren uit de garentabel (64 kleuren) of eigen kleurkaart (300 kleuren). De garentabel (64 kleuren) is de in de fabriek vooraf ingestelde kleurentabel; de eigen kleurkaart (300 kleuren) is de kleurkaart die u naar believen zelf kunt instellen. Door de borduurgarenkleuren van uw merk in te stellen, kunt u een borduurpatroon creëren met uw eigen garenkleuren.

text_image
① 64 300 LIMOEN GROEN SLUITEN①Garentabel (64 kleuren)
②Eigen kleurkaart (300 kleuren)

Opmerking
- Mogelijk is deze functie niet beschikbaar, afhankelijk van het patroon dat u selecteert (bijv. een randborduurpatroon, een patroon dat niet kan worden gedraaid). Als de functie Color Shuffling (Kleurcombinatie) grijs wordt weergegeven, selecteer dan een ander patroon.
- Als u geen kleur hebt ingesteld in de eigen kleurkaart, wordt de toets Color Shuffling (Kleurcombinatie) grijs weergegeven. Gebruik dan de garentabel (64 kleuren) of stel enkele kleuren in op de eigen kleurkaart. Zie "Eigen kleurkaart maken" in de Bedieningshandleiding van de machine voor meer bijzonderheden.

Selecteer het aantal kleuren dat u wilt gebruiken en selecteer vervolgens het gewenste effect.

text_image
Borduurcombinatie BLADGROEN 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 64 300 Aantal kleuren 6 - + WILLEKEURIG LEVENDIG GRADATIE ZACHT SLUITEN①Aantal kleuren dat u wilt gebruiken in het patroon
②Effecten voor kleurthema's

Opmerking
- De selectie van het aantal gewenste kleuren moet binnen het bereik van het aantal draadwisselingen blijven voor het patroon dat u hebt geselecteerd.
- Als in deze stap een foutmelding verschijnt, zie dan pagina 349.

text_image
Voor de geselecteerde modus zijn er onvoldoende kleuren op de eigen kleurkaart.
text_image
Voor de geselecteerde modus zijn er onvoldoende kleuren op de kleurkaart. SLUITEN
Druk op het gewenste kleurthema uit de voorbeelden.

text_image
* Druk op omde niouwe thema's weer te geven. 64 WILLEKEURIG 1 TERUG 2/2 VERVERSEN①Druk hierop om de vorige thema's te bekijken.

Opmerking
- U kunt maximaal 10 pagina's thema's bekijken. Na 10 pagina's met thema's wordt de oudste pagina verwijderd telkens wan-
neer u op
drukt GERVERSEN

Druk op om het weergegeven kleurthema te selecteren.
* Druk op om terug te keren naar het vorige scherm.
* Voordat u op drukt, kunt verder gaan met
het selecteren van kleurthema's op de geselecteerde
pagina.
* Druk op of om het andere kleurthema weer te geven.

→ Het borduurcombinatiescherm verschijnt.
Herhaalpatronen ontwerpen
■Herhaalpatronen naaien
Met de randfunctie kunt u steken maken met herhaalpatronen. Ook kunt u de ruimte tussen de patronen aanpassen binnen een herhaalpatroon.

Kies het patroon en druk op


Druk op

text_image
Borduurcombinatie OGST KLEURIG 1 min GOOD 1 min LIMOEN GROEN 1 min 3.3 cm 100% 2.9 cm 100% 3.3 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN
Selecteer de richting waarin het patroon zich herhaalt.

text_image
Borduurcombinatie 3.3 cm 2.9 cm 3.3 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZEN Borduurcombinatie 3.3 cm 2.9 cm 3.3 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZEN①Verticaal
②Horizontaal
③"Verticaal herhalen en wissen"-toetsen
④"Horizontaal herhalen en wissen"-toetsen
⑤Spatieringtoetsen
→ De patroonrichtingindicator verandert naar gelang de richting die u selecteert.

Met herhaalt u het patroon boven en met herhaalt u het patroon onder.
* Druk op om het patroon boven te wissen.
* Druk op om het patroon onder te wissen.

text_image
3.3 cm 2.9 cm 100% 3.3 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZEN
Pas de spatiëring van het herhaalpatroon aan.
* Druk op om de spatiëring te vergroten.
* Druk op om de spatiëring te verkleinen.

text_image
Borduurcombinatie OGST KLEURIG Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGST KLEURIG Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGST KLEURIG Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGST KLEURIG Goud 1 min 16.6 cm 2.9 cm 100% 16.7 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZEN ①①Druk op om een herhaalpatroon weer te veranderen in één enkel patroon.

Memo
- U kunt alleen de spatiëring van rood omrande patronen aanpassen.

Maak de herhaalpatronen af door stap 3 t/m 5 uit te voeren.

Druk op som het herhalen te stoppen.

Memo
- Wanneer er twee of meer patronen zijn, worden alle patronen in het rode kader gegroepeerd tot één patroon.

text_image
Borduurcombinatie OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min- Wanneer u de richting waarin het patroon wordt herhaald, verandert, worden alle rood omrande patronen gegroepeerd als één te herhalen eenheid. Druk op om een herhaalpatroon weer te veranderen in één enkel patroon. In het volgende gedeelte leest u hoe u één element van een herhaalpatroon kunt herhalen.
■Eén element van een herhaalpatroon herhalen
Met de knipfunctie kunt u één element van een herhaalpatroon selecteren en alleen dit element herhalen. Met deze functie kunt u complexe herhaalpatronen ontwerpen.

Selecteer de richting waarin het patroon wordt geknipt.
* Druk op om horizontal te knippen.
* Druk op om verticaal te knippen.

text_image
Borduurcombinatie OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min 16.6 cm 2.9 cm 100% + 16.7 cm + 0.00 cm - 2.9 cm + 0.00 cm ( ) 0° OKC SLUITEN KIEZEN ?→ De patroonrichtingindicator verandert naar gelang de richting die u selecteert.

Met en kiest↓ de kniplijn.

text_image
Borduurcombinatie OGST KLEURIG 1 min Goud LIMOEN GROEN 1 min OGST KLEURIG 1 min Goud LIMOEN GROEN 1 min OGST KLEURIG 1 min Goud LIMOEN GROEN 1 min OGST KLEURIG 1 min Goud 16.6 cm 100% 2.9 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° KIEZEN SLUITEN→ De kniplijn verplaatst zich.

Druk op .

text_image
Borduurcombinatie OGST KLEURIG 1 min Goud 1 min LIMDEN GROEN 1 min OGST KLEURIG 1 min Goud 1 min LIMDEN GROEN 1 min OGST KLEURIG 1 min Goud 1 min LIMDEN GROEN 1 min OGST KLEURIG 1 min Goud 1 min 16.6 cm 2.9 cm 100% 16.7 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZEN→ Het herhaalpatroon wordt verdeeld in afzonderlijke elementen.

Druk op


Met en selecteert u het element dat u wilt herhalen.

text_image
Borduurcombinatie OGOST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG GOUD 1 min 16.6 cm 2.9 cm 10.0 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZEN6 Herhaal het geselecteerde element.
7 Druk op som het herhalen te stoppen.

text_image
Borduurcombinatie OOGST KLEURIG 1 min Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG 1 min Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG 1 min Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG 1 min Goud 1 min 16.6 cm 5.8 cm 100% 6.7 cm + 0.00 cm 5.8 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZEN
Opmerking
- Als u een herhaalpatroon eenmaal in afzonderlijke elementen hebt geknipt, kunt u het niet herstellen tot het oorspronkelijke herhaalpatroon.
- U kunt elk element afzonderlijk bewerken in het bewerkscherm. Zie "Gecombineerde borduurpatronen selecteren" op pagina 297.
■Kleurvolgorde bij herhaalpatronen
Druk op omde naaivolgorde van kleuren in gecombineerde randborduurpatronen zo te wijzigen dat u dezelfde kleur ononderbroken kunt naaien. Zo kunt u doornaaien zonder steeds de bovendraad te verwisselen of de naaivolgorde handmatig te wijzigen.

Memo
- In gecombineerde steekpatronen die twee of meer randpatronen of andere patronen gecombineerd met randpatronen bevatten, wordt alleen de naaivolgorde van de randpatronen gewijzigd.
- Wanneer u een groep van twee of meer patronen met randpatronen herhaalt, wordt de naaivolgorde gewijzigd, zodat dezelfde kleur wordt doorgenaaid in alle patronen.

text_image
Borduurcombinatie OOGST KLEURIG Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG Goud 1 min 12.6 cm 9.8 cm 100% 12.6 cm + 3.33 cm 2.9 cm + 4.05 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN

text_image
Borduurcombinatie W 9432 0 min 18 DOGST KLEURIG Goud 1 min DOGST KLEURIG Goud 1 min DOGST KLEURIG Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min LIMOEN GROEN 1 min LIMOEN GROEN 1 min DOGST KLEURIG Goud 1 min 12.6 cm 9.8 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG■Draadmarkeringen toekennen
Door draadmarkeringen te naaien kunt u gemakkelijk patronen uitlijnen wanneer u een reeks naait. Wanneer het naaien van een patroon is voltooid, wordt met de laatste draad een draadmarkering genaaid in de vorm van een pijl. Wanneer u een reeks patronen naait, plaatst u de volgende te naaien ontwerpen met behulp van deze pijl.

Memo
- Wanneer u afzonderlijke patronen herhaaldelijk naait, kunt u alleen draadmarkeringen naaien rond de buitenrand van het patroon.

Druk op


Druk op


text_image
Borduurcombinatie OGOST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG GOUD 1 min 16.6 cm 2.9 cm 100% 16.7 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZEN ?
Druk op

om de te naaien
draadmarkering weer te geven.

text_image
Borduurcombinatie OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min 16.6 cm 2.9 cm 100% 16.7 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° KIEZEN SLUITEN
Memo
- Wanneer er twee of meer elementen zijn,
selecteert u met



een patroon waaraan u de
draadmarkering wilt toewijzen.

Druk op


text_image
Borduurcombinatie OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min 16.6 cm 2.9 cm 100% 16.7 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN KIEZENHet patroon herhaaldelijk naaien
Wanneer u het herhaalpatroon hebt gemaakt, plaatst u de stof opnieuw in het borduurraam en blijft u naaien voor het volgende patroon.

Memo
- Met het optionele randraam kunt u de stof gemakkelijk opnieuw in het borduurraam plaatsen zonder het raam uit de machine te nemen.

Creëer het herhaalpatroon met de draadmarkering midden in het eind van het patroon.
* (Zie "Draadmarkeringen toekennen" op pagina 290.)

text_image
Borduurcombinatie OGOST KLEURIG 1 min Goud LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG 1 min Goud LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG 1 min Goud LIMOEN GROEN 1 min OGOST KLEURIG 1 min Goud 16.6 cm 100% 2.9 cm 16.7 cm + 0.00 cm 2.9 cm + 0.00 cm 0° KIEZEN SLUITEN2
Druk op en vervolgens op .


Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met borduren.
→ Wanneer het borduren beeindigd is, wordt de draadmarkering genaaid met de laatste kleur.

Verwijder het borduurraam.
5
Plaats de stof opnieuw in het borduurraam.

Opmerking
- Pas de positie van de stof aan zodat het borduurgebied voor het volgende patroon zich binnen het borduurgebied van het borduurvel bevindt.

①Patroon dat eerst is geborduurd
②Positie van het patroon dat daarna wordt geborduurd
③Borduurgebied van borduurvel
6 Bevestig het borduurraam aan de machine en druk vervolgens op

text_image
Borduurcombinatie W 0 0 min 0 5255 8 min 10 DOGST KLEURIG Goud 1 min DOGST KLEURIG Goud 1 min DOGST KLEURIG Goud 1 min DOGST KLEURIG Goud 1 min DOGST KLEURIG Goud 1 min LIMOEN GROEN 1 min LIMOEN GROEN 1 min 16.6 cm 2.9 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XXX-/-/+7 Druk op om het beginpunt links van het patroon in te stellen.

text_image
Borduurcombinatie W 5240 0 min 10 OOGST KLEURIG GOUD 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min LIMOEN GROEN 1 min LIMOEN GROEN 1 min 16.6 cm 2.9 cm + + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° SLUITEN8 Druk op SLUITEN
9 Druk op de "Persvoettoets" om de persvoet omlaag te zetten.
10 Druk op
11 Druk op .

text_image
Borduurcombinatie W 0 min 0 + - 1.50 cm ↔ + 0.00 cm 90° 10° ↑ 90° 10° ↑ SLUITEN WEERGAVEHOEK NAALDPOSITIE12 Druk op de plaatsingstoetsen om het borduurraam te verplaatsen zodat de draadmarkering op de stof is uitgelijnd met het beginpunt in het cameravenster.

text_image
Borduurcombinatie W 0 min 0 ① ② + 3.20 cm ↔ + 0.20 cm 90° 10° 1° 90° 10° 1° SLUITEN WEERGAVEHOEK NAALUPOSTIE①Rasterlijnen
②Draadmarkering op de stof
③Plaatsingstoetsen
* Druk op om de borduurpositie te controleren.

Memo
- Druk op om het cameravenster te vergroten. Wanneer u het cameravenster vergroot kunt u een precieze aanpassing maken voor het punt waar de naald neerkomt door het borduurraam steeds een klein stukje te verplaatsen.
13 Als u de patroonpositie niet kunt uitlijnen met de plaatsingstoetsen, plaats dan de stof opnieuw in het borduurraam en probeer opnieuw de positie uit te lijnen met de plaatsingstoetsen.

Opmerking
- Wanneer u het herhaalpatroon borduurt, kunt u het patroon niet draaien in het cameravenster. Als het patroon wordt gedraaid in het cameravenster kunt u het patroon niet goed uitgelijnd naaien, ookal zijn de draadmarkering en het beginpunt uitgelijnd in het cameravenster.
14 Druk op som terug te gaan naar het vorige scherm.
15 Verwijder de draadmarkering.
16 Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met borduren.
Patroon kopiiëren
1 Druk op

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 100% 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN→ De kopie ligt boven op het originele patroon.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min LIMOEN GROEN 3 min 10.1 cm 9.8 cm 100% 9.6 cm 9.3 cm - 0.50 cm + + 0.50 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN①Gekopieerd patroon

Opmerking
- Wanneer meerdere patronen zijn weergegeven op het scherm, wordt alleen het patroon dat is geselecteerd met en
gekopieerd.
- Verplaats en bewerk elk gekopieerd patroon individueel.
Na het bewerken

Druk op
NAAIEN

text_image
Borduurcombinatie LIMDEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm 100% 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN* Om het patroon te combineren met andere patronen selecteert u (zie pagina 295).
* Zie pagina 218 voor meer informatie over het naaien van patronen.

Memo
- Als u terug naar het bewerkscherm wilt na op te hebben gedrukt, druk dan op
TERUG
PATRONEN COMBINEREN
Gecombineerde patronen bewerken
Voorbeeld: Letters combineren met een borduurpatroon en bewerken

1 Druk op om een borduurpatroon te selecteren.

text_image
Borduurcombinatie DRUKASTNO HEROP WANNEER UDE BORDUUR TAFEL VERWINDERT2 Met geeft u 2/7 weer en vervolgens selecteert u .

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LIGHT LILA 5 min 16.7 cm 12.3 cm TERUG INSTELLEN3 Druk op INSTELLEN

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LIGHT LILA 5 min 16.7 cm 12.3 cm 2/7 TERUG INSTELLEN
Druk op
TOEVOEGEN

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LUCH TILA 5 min 16.7 cm 12.3 cm 100% 16.7 cm + 0.00 cm 12.3 cm + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN
Druk op

letters op te geven.
* Druk op om terug te gaan naar het vorige scherm.
Borduurcombinatie












text_image
TERUG DRUK ALTRD HIEROP WANNEER UDE BOROUUR A FEL VERWIDEAT
* Selecteer, drgk op om hoofd letters/kleine letters te wisselen en voer de overige letters in.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LIGHT LILA 5 min 16.7 cm abc 0-9.. &?! ÄÄÄ ÖÖö A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z ' _→ De letters die u invoert, worden getoond in het midden van het scherm.

Druk op
INSTELLEN

text_image
Borduurcombinatie Spring LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LIGHT LILA 5 min 16.7 cm 12.3 cm ABC abc 0-9.. &?! ÄÄä ÖÖö a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ', _ TERUG ABC INSTELLEN
Met verplaatst u de letters.
* Met een USB-muis, uw vinger of de schermaanraakpen sleept u de letters om ze te verplaatsen.
9 Druk op om de lay-out van de letters te wijzigen. Druk op SLUITEN
* Zie pagina 273 voor meer informatie over het wijzigen van de lay-out.
10 Druk op om de kleur van de letters te wijzigen.
* Zie pagina 277 voor meer informatie over het wijzigen van de kleur.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LIGHT LILA 5 min 20.2 cm 12.3 cm 4.9 cm - 9.50 cm 10.6 cm + 0.05 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN11 Wanneer u klaar bent met alle wijzigingen, drukt u op NAAIEN

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LIGHT LILA 5 min 20.2 cm 12.3 cm 4.9 cm - 9.50 cm 10.6 cm + 0.05 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN■Gecombineerde borduurpatronen selecteren
Wanneer u meerdere patronen hebt gecombineerd,
selecteert u met het patroon dat u wilt bewerken. Wanneer een USB-muis is aangesloten, kunt u het patroon selecteren door erop te klikken. Schuif de muis om de aanwijzer op het gewenste patroon te plaatsen en klik vervolgens op de linkermuisknop. Ook kunt u patronen selecteren door het scherm aan te raken met uw vinger of de schermaanraakpen.
Memo
- Met selecteent u overlappende patronen die u niet kunt selecteren door erop te klikken of door het scherm aan te raken.

text_image
Borduurcombinatie SUMMER OOGST KLEURIG GOUD 1 min DIEPGOUD 1 min LIMOEN GROEN 2 min DONKER GRIJS 2 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min DIEPGOUD 1 min LIMOEN GROEN 2 min 15.7 cm 100% 17.0 cm 8.2 cm + 6.60 cm 17.0 cm - 0.95 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN
text_image
Borduurcombinatie SUMMER OOGST KLEURIG GOUD 1 min DIEPGoud 1 min LIMDEN GROEN 2 min DONKER GRIJS 2 min OOGST KLEURIG GOUD 1 min DIEPGoud 1 min LIMDEN GROEN 2 min 15.7 cm 17.0 cm 10.0 cm + 0.00 cm 12.9 cm + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIENGecombineerde patronen naaien
Gecombineerde patronen worden geborduurd in de volgorde waarin ze zijn ingevoerd. In dit voorbeeld is dit de volgorde:

text_image
→ Spring
Opmerking
- Volg de aanwijzingen "Borduurpatronen naaien" op pagina 219.

Borduur
door de kleurvolgorde
rechts in het scherm aan te houden.

text_image
Borduurcombinatie W 0 min 0 22730 51 min 12 LIMOEN GROEN 5 min MOSGROEN 4 min GEEL 7 min CREME BRUIN 6 min ORANJE 2 min ROSE 11 min LIGHT LILA 5 min 20.2 cm 12.3 cm + + 0.00 cm ↔ + 0.00 cm 0° TERUG XXX -/+ ?→ Nadat de bloemen zijn geborduurd, gaat de [+] cursor naar het gedeelte "Spring" van het patroon.

Borduur


text_image
Borduurcombinatie W 20633 48 min 12 22730 51 min 12 Spring ROSE 4 min Spring 20.2 cm 12.3 cm + + 0.00 cm ↔ + 0.00 cm 0° TERUG -/+ -/+ ? ?→ Nadat "Spring" is geborduurd, keert u terug naar het oorspronkelijke scherm.
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
Ononderbroken borduren (met één kleur)
U kunt een geselecteerd patroon selecteren in één kleur in plaats van meerdere kleuren. De machine pauzeert even, maar stopt niet tussen de kleuren en gaat door tot het patroon is voltooid. Druk op

zodat de meerkleurenstappen grijs worden
en het geselecteerde patroon wordt geborduurd in één kleur. Dan wordt de draad niet gewisseld
tijdens het borduren. Druk opnieuw op om
terug te keren naar de oorspronkelijke instellingen van het patroon.

text_image
Borduurcombinatie W 7282 0 min 0 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° TERUG XXXX -/+ ? ?Rijgsteken voor borduren
Alvorens te borduren kunt u rijgsteken naaien langs de rand van het patroon. Dit is nuttig om stof te borduren waaraan u geen steunstof kunt bevestigen met een strijkbout of met lijm. Door steunstof te stikken aan de stof, beperkt u vervorming of onjuiste uitlijning van het patroon tot een minimum.

Opmerking
- We raden u aan het combineren en bewerken van het patroon te beëindigen alvorens de rijginstelling te selecteren. Als u het patroon bewerkt nadat u de rijginstelling hebt geselecteerd, worden het patroon en de rijgsteken onder het patroon mogelijk onjuist uitgelijnd. Dan zijn de rijgsteken misschien moeilijk te verwijderen, nadat het borduurwerk is voltooid.

Druk op en open vervolgens 7/8 van het instellingenscherm.

Met en geeft u de afstand tussen patroon en rijgsteken op.

text_image
mm Beginfunctie KIEZEN Achtergrondkleur borduurpatroon KIEZEN Achtergrondkleur miniatur Afstand patroon - rijgsteek 50 m - + Afstand applicatie - omtrek 3 - + SLUITEN 7/8
Memo
- Hoe hoger de waarde, des te verder zijn de rijgsteken verwijderd van het patroon.
- De instelling blijft geselecteerd, zelfs wanneer u de machine uitschakelt.
3 Druk op som terug te gaan naar het vorige scherm.
4 Druk op NAAIEN
5 Druk op om de rijginstelling te selecteren.

text_image
Borduurcombinatie W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG XOKX -/+
Opmerking
- Wanneer u op drukt, wordt het patroon naar het midden verplaatst. Nadat u de rijginstelling hebt geselecteerd, verplaatst u het patroon naar de gewenste positie.

Memo
- Als u de instelling wilt annuleren, drukt u op .
- Als geen patroon is geselecteerd, is de toets grijs en kunt u deze niet selecteren.
→ De rijgsteken worden toegevoegd aan het begin van de naaivolgorde.
6 Druk op de "Start/stoptoets" om te beginnen met borduren.
7 Als u klaar bent met borduren, verwijdert u de rijgsteken.

Een applicatie maken
U kunt applicaties maken van de ingebouwde patronen en patronen op borduurkaarten. Dit is handig voor stoffen die u niet kunt borduren of wanneer u een applicatie wilt bevestigen aan een kledingstuk.
■Een applicatie maken
De applicatie wordt gemaakt met het volgende patroon.

- Vilt of spijkerstof wordt aangeraden om de applicatie te maken. Naar gelang uw keuze van patroon en stof lijkt het stiksel mogelijk kleiner bij lichtere stof.
- Met een steunstof voor borduren krijgt u het beste resultaat.
- Kies een raam dat overeenkomt met de grootte van het patroon. De verschillende borduurramen staan in de display.
- Gebruik voor het maken van applicaties niet het randborduurraam. Naar gelang de dichtheid en de stof die u gebruikt zou het stiksel kunnen vervormen.
1 Selecteer het patroon en bewerk dit zo nodig.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min PELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm 100% 9.6 cm + 0.00 cm 9.3 cm + + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN
Opmerking
- Maak eerst het combineren en bewerken van het patroon af voordat u de applicatie-instelling selecteert. Als u het patroon bewerkt nadat u de rijginstelling hebt geselecteerd, worden het patroon en de rijgsteken mogelijk onjuist uitgelijnd.
- Aangezien een omtrek wordt toegevoegd, is het patroon voor een applicatie (wanneer u de applicatie-instelling selecteert) groter dan het oorspronkelijke patroon. Pas eerst de grootte en de positie van het patroon aan, zoals hieronder aangegeven.

text_image
① ② ③①Borduurgebied
②Ca. 1 cm
③Grootte van het patroon
2 Druk op en open vervolgens 7/8 van het instellingenscherm.
3 Met en geeft u de afstand tussen patroon en de applicatieomtrek op.

text_image
mm Beginfunctie Achtergrondkleur borduurpatroon Achtergrondkleur miniatur KIEZEN KIEZEN Afstand patron - rijgsteek 5.0 mm + - + Afstand applicatie - omtrek 3 - + SLUITEN 7/8
Memo
- Drie instellingen zijn beschikbaar: 1 (smal), 2 (normaal) en 3 (breed).

①

②

③
- De instelling blijft geselecteerd, zelfs wanneer u de machine uitschakelt.
4 Druk op som terug te gaan naar het vorige scherm.
5 Druk op NAAIEN

Druk op om de applicatie-instelling te selecteren.

text_image
Borduurcombinatie W 0 min 0 7282 17 min 6 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min 9.6 cm 9.3 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG 8 ?
Opmerking
- Wanneer u op drukt, wordt het patroon naar het midden verplaatst. Nadat u de applicatie-instelling hebt geselecteerd, verplaatst u het patroon naar de gewenste positie.

Memo
- Als u de instelling wilt annuleren, drukt u op

- Als geen patroon is geselecteerd, is de toets grijs en kunt u deze niet selecteren.
→ De stappen om het applicatiestuk te maken worden toegevoegd aan de naaivolgorde.

Memo
- Drie stappen worden toegevoegd aan de naaivolgorde: kniplijn van de applicatie, plaats van het patroon op de kleding en het stikken van de applicatie.

text_image
GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GROEN 1 min APPLICATIE MATERIAAL 1 min APPLICATIE TIEPOSITIE 1 min APPLICATIE 7 min①Kniplijn van de applicatie
②Plaats van het patroon op de kleding
③Stikken van de applicatie

Opmerking
- U kunt geen applicatiestuk maken als het patroon te groot is, of te gecompliceerd, of wanneer een gecombineerd patroon is gescheiden. Zelfs als het geselecteerde patroon in het borduurgebied past, is het applicatiepatroon mogelijk groter dan het borduurgebied wanneer de omtrek is toegevoegd. Wanneer een foutmelding verschijnt, selecteert u een ander patroon of bewerkt u het patroon.

Strijk of plak een stuk steunstof op de achterkant van het vilt of de spijkerstof dat/ die u als applicatiestuk wilt gebruiken.

Opmerking
- Met een steunstof voor borduren krijgt u het beste resultaat.
8 Plaats de applicatiestof in het borduurraam, bevestig het borduurraam aan de machine en begin te borduren.
9 Nadat het patroon is geborduurd, rijgt u de machine in met de draad voor de kniplijn. Naai vervolgens de kniplijn (APPLICATIEMATERIAAL).

①Kniplijn van de applicatie

Memo
- We adviseren u voor de kniplijn draad te gebruiken waarvan de kleur die van de stof het dichtst benadert.
10 Verwijder het applicatiemateriaal uit het borduurraam en knip het voorzichtig af langs het stiksel. Verwijder vervolgens zorgvuldig alle stiksel van de kniplijn.

- Naar gelang de steekdichtheid en de stof die u gebruikt kan het patroon vervormen, of is de applicatie mogelijk onjuist uitgelijnd met de plaatsingslijn. We raden u aan iets buiten de kniplijn te knippen.
- Wanneer u werkt met patronen die verticaal en horizontaal symmetrisch zijn, geeft u met een pen de richting van het patroon aan alvorens het uit te snijden.
- Knip zorgvuldig het patroon uit op de omtrek die u zojuist hebt genaaid. Knip niet binnen de kniplijn, want dan zal de applicatiesteek de applicatiestof niet pakken.
11 Gebruik twee lagen wateroplosbare steunstof met de kleefkanten tegen elkaar geplakt en plaats ze in het borduurraam.

- Als u wateroplosbare steunstof gebruikt, hoeft u de steunstof niet te verwijderen nadat u de applicatieomtrek hebt genaaid. Om vervorming van het patroon te verminderen raden we u aan wateroplosbare steunstof te gebruiken.
- Gebruik twee lagen wateroplosbare steunstof. Anders scheurt de steunstof mogelijk tijdens het borduren.
12 Rijg de machine in met de draad voor de omtrek vanaf 14. Naai vervolgens de plaatsingslijn voor de applicatiepositie (APPLICATIEPOSITIE).

①Patroonplaatsingslijn
13 Met een beetje textiellijm plakt het applicatiestuk zo dat het is uitgelijnd langs de plaatsingslijn.

- Voordat u het applicatiestuk vastplakt, controleert u of het juist is geplaatst binnen de plaatsingslijn.
14 Naai de omtrek (APPLICATIE) terwijl de machine is ingeregen met de draad voor de omtrek uit stap 12.

①Omtrek van de applicatie

Memo
- De omtrek wordt genaaid met satijnsteken.
- Hierbij komt mogelijk enige lijm op de persvoet, naald en de steekplaat terecht. Borduur eerst het applicatiepatroon af en verwijder dan de lijm.
15 Nadat het borduren is voltooid verwijdert u de steunstof van het borduurraam.
16 Met een schaar knipt u de overtollige wateroplosbare steunstof buiten de applicatieomtrek af.
17 Week de applicatie in water om de wateroplosbare steunstof op te lossen.

18 Droog de applicatie en strijk deze zonodig.

Opmerking
- Oefen niet te veel kracht uit met strijken. Dan kunt u de steken beschadigen.
■Gebruik van een kaderpatroon voor de omtrek
Wanneer u een kaderpatroon gebruikt, kunt u de gewenste vorm toevoegen als omtrek van de applicatie.

1 Voer de bewerkingen uit die beschreven zijn in stap 1 t/m 4 van "Een applicatie maken" op pagina 300.
2 Selecteer de gewenste kadervorm en het gewenste kaderpatroon en voeg dit toe aan het applicatiepatroon.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min ZWART 2 min 9.6 cm 9.7 cm TERUG INSTELLEN3 Bewerk het kaderpatroon zo dat het past bij het formaat van het applicatiepatroon.

text_image
Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min ZWART 6 min 13.0 cm 100% 13.0 cm + 0.00 cm 13.0 cm + 0.00 cm 0° SLUITEN4 Druk op sendruk vervolgens op NAAIEN .
5 Druk op om de applicatie-instelling te selecteren.

text_image
Borduurcombinatie W 9286 0 min 0 23 min 7 LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min ZWART 6 min 13.0 cm 13.0 cm + 0.00 cm ++ + 0.00 cm 0° TERUG ?6 Druk op .TERUG

text_image
7 Selecteer met het kaderpatroon en druk vervolgens op en . OK Borduurcombinatie LIMOEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMOEN GROEN 1 min APPLICATIEMATERIAAL 1 min 14.3 cm 14.3 cm 100% 14.3 cm + 0.00 cm 14.3 cm + + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN→ Het kaderpatroon is verwijderd.
8 Druk op NAAJEN

text_image
Borduurcombinatie LIMDEN GROEN 3 min SMARAGD GROEN 4 min GEEL 3 min FELORANJE 2 min ROOD 3 min LIMDEN GROEN 1 min APPLICATIEMATERIAAL 1 min 14.3 cm 14.3 cm 100% 14.3 cm + 0.00 cm 14.3 cm ++ + 0.00 cm 0° TOEVOEGEN KIEZEN NAAIEN9 Ga door met stap 7 van "Een applicatie maken" op pagina 300 om de applicatie af te maken.
Op dezelfde manier als borduurpatronen in hoofdstuk 5 kunt u bewerkte borduurpatronen opslaan in en ophalen uit het geheugen van de machine, een pc of USB-medium. Raadpleeg de betreffende gedeelten uit hoofdstuk 5 over het opslaan en ophalen van borduurpatronen. Volg dezelfde procedure om bewerkte borduurpatronen op te slaan en op te halen.
Zie pagina 249 voor meer informatie over de GEHEUGENFUNCTIE.
PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)
Voltooide borduurpatronen gecombineerd met gedrukte ontwerpen zijn ingebouwd in deze machine. U kunt prachtige geborduurde ontwerpen maken door een achtergrond op stof te strijken of te drukken, als de stof zich daartoe leent, en bovenop die achtergrond aanvullend te borduren. Voor meer bijzonderheden over de functie Print en Borduur, zie "PRINT EN BORDUUR (BORDUURPATRONEN EN GEDRUKTE ONTWERPEN COMBINEREN)" op pagina 223.
Met opstrijkpapier

Benodigde materialen 309
■ Spoelhuis en spoelhuisdeksel....309
■ Onderdraad....309
■ Bovendraad ....309
■ Naald....309
■ Persvoet....309
■Stof....309
Bovendraad inrijgen 310
Onderdraad voorbereiden....310
■ Wanneer u spanning gebruikt voor de onderdraad ....312
■ Wanneer u geen spanning gebruikt voor de onderdraad....312
Stof plaatsen en naaien 314
■ Draaduiteinden afwerken....316
Vrij naaien met de spoel....317
BORDUREN MET DE SPOEL....318
Patroon selecteren 318
Beginnen met borduren....320
DRAADSPANNING AANPASSEN....322
■ Bovendraadspanning aanpassen 322
■ Onderdraadspanning aanpassen....322
■De draad is per ongeluk automatisch afgeknipt en de onderdraad zit vast in de machine ....323
■ Het patroon is scheefgetrokken....323
■ De onderdraad loopt vast in de spanningsveer van het spoelhuis....323
WERKEN MET DE SPOEL
U kunt fraai borduurwerk maken met een driedimensionaal uiterlijk door dikke draad of lint op de spoel te winden, dat te dik is om te worden ingeregen in de naald van de machine. De decoratieve draad of het lint komt op de onderliggende kant van de stof terwijl u naait met de achterkant van de stof naar boven.

1. Naaisteken 2. Decoratieve steken 3. Vrij naaien

Voor het werken met de spoel kunt u de speciale patronen gebruiken die bij dit product worden geleverd, naast enkele van de naaisteken.
VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET DE SPOEL
Benodigde materialen
■Spoelhuis en spoelhuisdeksel

①Spoelhuis (grijs)
Op de met "A" aangegeven plaats bevindt zich een inkeping.

①Spoelhuisdeksel
Op de achterkant van het spoelhuisdeksel bevinden zich twee V-vormige lipjes, aangegeven met de letter "B". De lipjes helpen om de spoel op zijn plaats te houden, zodat deze niet omhoog komt wanneer er dikke draad doorheen wordt getrokken.
■Onderdraad
We raden u de volgende soorten draad aan voor het werken met de spoel.

Borduurdraad of decoratieve draad nr. 5 of fijner

Flexibel geweven lint
(Voor borduren wordt ca. 2 mm (ca. 5/64 inch) aanbevolen)

Fijn borduurlint (zijde of
zijdeachtig materiaal) (3,5mm (ca. 1/8 inch) of minder aanbevolen)
* Wanneer u breed lint of dikke draad gebruikt, raden we u aan een proeflapje te naaien met en zonder spoelhuisspanning, om te zien welke methode het beste naairesultaat oplevert. Wanneer u breed lint gebruikt van bijv. 3,5 mm (ca. 1/8 inch) raden we u aan geen spoelhuisspanning toe te passen. Zie pagina 312 voor meer gedetailleerde instructies.

Opmerking
- Gebruik geen zwaardere draad dan borduurdraad nr. 5.
- Bepaalde soorten draad zijn mogelijk niet geschikt voor het werken met de spoel. Naai daarom altijd enkele steken op een proeflapje voordat u met het echte werk begint.
■Bovendraad
Machineborduurgaren (polyestergaren) of monofilament garen (doorzichtig nyondraad). Als u niet wilt dat de bovendraad zichtbaar is, raden wij u aan transparant monofilament nylongaren of lichtgewicht polyestergaren (gewicht 50 of hoger) te gebruiken dat dezelfde kleur heeft als de onderdraad.
■Naald
Gebruik een naald die geschikt is voor de bovendraad en stof die u gebruikt. Zie "Overzichtsschema van stoffen/draad/naald" op pagina 69 en "Borduren stap voor stap" op pagina 186.
Persvoet
Naaisteken of decoratieve steken: monogramvoet "N"

Vrij naaien: vrije quiltvoet "C", vrije open quiltvoet "O" of vrije echoquiltvoet "E"



Borduren: borduurvoet "W"

Stof
Naai altijd enkele steken op een proeflapje met dezelfde draad en stof als u voor het echte werk gebruikt.

Opmerking
- De naairesultaten kunnen worden beïnvloed door het soort stof dat u gebruikt. Naai altijd eerst enkele steken op een proeflapje van de stof die u ook voor het echte werk gebruikt.
Bovendraad inrijgen
1 Plaats een naald die geschikt is voor de bovendraad en stof die u gebruikt.
Voor meer bijzonderheden over het draaien van het patroon, zie "NAALD VERWISSELEN" op pagina 67.
2 Bevestig de persvoet.
→ "PERSVOET VERWISSELEN" op pagina 65
→ "Werken met de vrije quiltvoet "C" op pagina 116
→ "Werken met de vrije open quiltvoet "O" op pagina 118
→ "Echoquiltten met de vrije echoquiltvoet "E" op pagina 119
→ "Borduurvoet "W" bevestigen" op pagina 187
3 Rijg de machine in met de bovendraad.
Voor meer bijzonderheden over het inrijgen van de machine, zie "Bovendraad inrijgen" op pagina 57.
Onderdraad voorbereiden
Als u wilt werken met de spoel, moet u het spoelhuis vervangen door het speciale spoelhuis voor werken met de spoel.
Voordat u kunt werken met de spoel, moet u het spoelhuis en de grijper reinigen.
1 Zet de naald en persvoet omhoog en zet vervolgens de machine uit.
2 Verwijder de accessoiretafel of borduurtafel.
3 Pak beide zijden van het steekplaatdeksel vast en schuif dit naar u toe om het te verwijderen.

4 Verwijder het spoelhuis.

5 Gebruik het meegeleverde schoonmaakborsteltje of een stofzuiger om pluisjes en stof van en rondom de grijper te verwijderen.

①Schoonmaakborsteltje
②Grijper
6 Veeg het spoelhuis (grijs) schoon met een zachte, pluisvrije doek.
7 Plaats het spoelhuis zo dat de ▲-markering op het spoelhuis zich tegenover de ●-markering op de machine bevindt.

* Lijn de ▲-markering en de ●-markering uit.

- U kunt het spoelhuis (grijs) alleen gebruiken om te werken met de spoel, dus niet voor ander naaiwerk. Nadat u klaar bent met het werken met de spoel, volgt u de stappen in "Onderdraad voorbereiden" op pagina 310 voor het verwijderen en reinigen van het spoelhuis (grijs), en plaatst u vervolgens het standaardspoelhuis (zwart) terug.

VOORZICHTIG
- Zorg dat u altijd het spoelhuis (grijs) gebruikt wanneer u werkt met de spoel. Als u een ander spoelhuis gebruikt, kan de draad verstrikt raken of de machine beschadigd raken.
- Controleer of het spoelhuis juist is geplaatst. Als het spoelhuis niet juist is geplaatst, kan de draad verstrikt raken of de machine beschadigd raken.

Wind met de hand een decoratieve draad om de spoel. Wanneer u de spoel voor ongeveer 80% heeft opgewonden (zie onderstaande afbeelding), knipt u de draad af.

Zie stap 2 van "Patroon selecteren" op pagina 318 voor voorzorgsmaatregelen bij het winden van de spoel voor borduren.
VOORZICHTIG
- Zorg dat u de bij de machine geleverde spoel gebruikt of een die specifiek is ontworpen voor deze machine. Het gebruik van een andere spoel kan leiden tot schade of letsel.

- Wind de draad langzaam en gelijkmatig om de spoel.
- Voor een optimaal resultaat moet u de spoel netjes opwinden en zorgen dat de draad niet is gedraaid.

Knip het uiteinde van de draad voorzichtig met een schaar zo dicht mogelijk bij de spoel af.

①Begin van gewonden draad
VOORZICHTIG
- Als de draad te ver boven de spoel uitsteekt, kan de draad verstrikt raken of de naald breken.

Plaats de spoel met gewonden draad.
Afhankelijk van het soort draad waarmee u werkt, moet u voor de onderdraad wel of geen spanning gebruiken.
■Wanneer u spanning gebruikt voor de onderdraad
Plaats de spoel zo in het spoelhuis dat de draad vanaf de linkerkant afwikkelt. Leid de draad vervolgens zorgvuldig door de spanningsveer zoals hieronder aangegeven.

- Zorg er bij het winden van de spoel voor dat de draad niet rafelt. Wanneer u een gerafelde draad gebruikt, kan de draad vastlopen in de spanningsveer van het spoelhuis, kan de draad geheel verstrikt raken of de machine beschadigd raken.
- Leid de onderdraad niet door de groef in het steekplaatdeksel, anders kan de onderdraad niet juist worden ingeregen.

■Wanneer u geen spanning gebruikt voor de onderdraad
Als de onderdraad op het proeflapje te strak is en het aanpassen van de spoelspanning niet helpt, moet u de draad niet door de spanningsveer leiden.
Houd de spoel vast met uw linkerhand zodat de draad vanaf de rechterkant afwikkelt en houd het uiteinde van de draad vast met uw rechterhand.

11 Trek ongeveer 8 cm (ca. 3 inch) van de onderdraad naar buiten.
12 Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vast en draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) totdat de markering op het handwiel wordt uitgelijnd met het midden boven op de machine.

13 Trek zachtjes aan de bovendraad om de onderdraad door de steekplaat naar boven te halen.

→ Een lus van de onderdraad komt door de opening in de steekplaat naar buiten.
14 Steek een pincet door de lus van de onderdraad en trek de onderdraad boven de steekplaat.
15 Lijn de bovendraad en de onderdraad uit, trek vervolgens ongeveer 10 cm (ca. 4 inch) van de draden uit en leid deze onder de persvoet naar de achterkant van de machine.

16 Plaats het steekplaatdeksel en het spoelhuisdeksel met lipjes.
Zie "Grijper reinigen" op pagina 338 voor meer informatie over het plaatsen van het steekplaatdeksel.

②Spoelhuisdeksel met lipjes
VOORZICHTIG
- Gebruik het spoelhuisdeksel met lipjes wanneer u werkt met de spoel, anders kan de draad verstrikt raken of de naald breken.

Opmerking
- Zorg er bij het plaatsen van het steekplaatdeksel voor dat de draad niet vast komt te zitten.
17 Plaats de accessoiretafel of borduurtafel.

Opmerking
- Zorg er bij het plaatsen van de accessoiretafel of borduurtafel voor dat de draad niet vast komt te zitten. - Wanneer u de onderdraad vervangt door een nieuwe, moet u de procedure volgen vanaf 1, anders wordt de onderdraad niet juist ingeregen.
→ Hiermee is het inrijgen van de boven- en onderdraad voltooid.

Opmerking
- Zie "NAAIEN MET DE SPOEL" op pagina 314 als u naaisteken wilt gebruiken. Zie "BORDUREN MET DE SPOEL" op pagina 318 als u borduurpatronen wilt gebruiken.
NAAIEN MET DE SPOEL
Stof plaatsen en naaien

Opmerking
- Voor werken met de spoel worden "luchtige" steken aanbevolen.
- Naai altijd enkele steken op een proeflapje met dezelfde draad en stof als u voor het echte werk gebruikt. Zo kunt u de naairesultaten controleren.
- De onderdraad kan verstrikt raken afhankelijk van het soort patroon en draad dat u gebruikt. Aangezien de naald hierdoor kan breken, moet u onmiddellijk stoppen met naaien wanneer dit gebeurt. Zet de machine uit en knip de verstikte draad vervolgens af met een schaar. Reinig vervolgens de grijper en het spoelhuis zoals wordt beschreven in "Onderdraad voorbereiden" op pagina 310.
1 Zet de machine aan.
2 Selecteer een steek in de stand voor
naaisteken en decoratieve steken. In dit
voorbeeld drukt u op


Memo
- Voor een optimaal resultaat selecteert u een langere steeklengte en bredere steekbreedte. Afhankelijk van de geselecteerde steek kunt u de instellingen voor steeklengte en steekbreedte mogelijk niet aanpassen.

text_image
6.0 mm + - 4.0 mm + - 2.0- Afhankelijk van de stof worden de steken mogelijk te dicht op elkaar genaaid. We raden u aan een eenvoudige steek te selecteren en enkele steken op een proeflapje te naaien om de naairesultaten te controleren.

text_image
Voorbeelden van eenvoudige steken:
3 Pas de bovendraadspanning aan.
Voor meer bijzonderheden over het draaien van het patroon, zie "Draadspanning instellen" op pagina 79.

text_image
6.0 mm + - 4.0 mm + - 6.0 + - +
Memo
We raden een instelling tussen 6 en 8 aan voor de bovendraadspanning.
4 Zorg dat automatisch draadknippen ( ) en automatische verstevigingssteken/ achteruit naaien () zijn uitgeschakeld.

VOORZICHTIG
- Zorg dat automatisch draadknippen is uitgeschakeld voordat u gaat naaien. Als u gaat naaien terwijl automatisch draadknippen is ingeschakeld, kan de draad verstrikt raken of de machine beschadigd raken.
5 Plaats steunstof op de achterkant van de stof.

Opmerking
- Het soort en gewicht van de steunstof hangt af van de stof die u gebruikt.
6 Als de draad te dik is om door de stof te trekken, maakt u met een priem een klein gaatje in de stof bij het begin van het stiksel zodat u de onderdraad door de opening kunt voeren.

→ Het scherm verandert en alle toetsen en bedieningstoetsen worden vergrendeld.
8 Zet de persvoet omhoog met de persvoethendel.
9 Plaats de stof met de achterkant naar boven onder de persvoet.

①Achterkant van de stof
10 Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naald door het gepriemde gat in de stof te leiden. Plaats de bovendraad boven de persvoet en houd de draad losjes vast terwijl u de persvoethendel omlaag zet.

①Gepriemd gat
②Bovendraad boven persvoet
11 Trek zachtjes aan de bovendraad en draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) totdat de markering op het handwiel wordt uitgelijnd met het midden boven op de machine.

→ Een lus van de onderdraad komt door de opening in de stof naar buiten.

Opmerking
- Als de onderdraad niet omhoog komt, houd dan de bovendraad vast zoals hieronder aangegeven om de onderdraad omhoog te trekken.

12 Zet de persvoethendel omhoog, trek vervolgens met een pincet de onderdraad naar boven en breng het uiteinde van de draad naar de bovenkant van de stof.

Opmerking
- Trek aan de draad terwijl u de stof vasthoudt zodat deze niet verschuift.
13 Lijn de bovendraad en de onderdraad uit en leid deze vervolgens onder de persvoet naar de achterkant van de machine.

14 Houd de draden aan de achterkant van de machine losjes vast, draai het handwiel om de naald opnieuw door het gepriemde gat in de stof te leiden en zet vervolgens de persvoethendel omlaag.
15 Druk op rechts onder in het LCD-scherm.
→ Alle toetsen zijn ontgrendeld en het vorige scherm wordt weergegeven.
16 Selecteer een lage snelheid, houd de draden achter de persvoet losjes vast en begin met naaien. Nadat u een aantal steken hebt gemaakt, kunt u de draden loslaten.

- Controleer voordat u gaat naaien of er voldoende draad in de spoel zit.
17 Wanneer u het eind van het stikgebied bereikt, stopt u de machine.

Opmerking
- Naai geen verstevigingssteken/ achteruitsteken aan het eind van het stiksel, anders kunnen de draden verstrikt raken of kan de naald breken. Bovendien is het dan moeilijk om de onderdraad omhoog te trekken naar de achterkant van de stof.
18 Zet de naald en persvoethendel omhoog.
19 Knip de draden met een schaar af en laat hierbij ongeveer 10 cm (ca. 4 inch) draad aan de uiteinden over.

- Druk niet op de "Draadkniptoets" om de draden af te knippen, anders kan de machine beschadigd raken.
■Draaduiteinden afwerken
1 Aan het eind van het stiksel trekt u met een handnaald de onderdraad naar de achterkant van de stof.

①Achterkant van de stof
②Onderdraad

Opmerking
- Als het moeilijk is om de onderdraad door het oog van de handnaald te leiden, neem dan een lintborduurnaald om de draad naar de achterkant van de stof te trekken. U kunt ook een priem gebruiken om de onderdraad naar boven te trekken.
2 Aan de achterkant van de stof knoopt u met de hand de boven- en onderdraad aan elkaar. Knip de overtollige draad af met een schaar.

natural_image
Pure zigzag line diagram without any text, numbers, or symbols①Achterkant van de stof
②Voorkant van de stof

natural_image
Pure zigzag line pattern without any text, numbers, or symbols
Opmerking
- Breng een druppeltje textiellijm aan op de knoopjes om te voorkomen dat de draden losraken.
3 Als u niet de gewenste resultaten behaalt, kunt u de spanning van de onderdraad en van de bovendraad aanpassen en het stiksel vervolgens opnieuw naaien.
Zie "DRAADSPANNING AANPASSEN" op pagina 322 voor meer informatie.
Vrij naaien met de spoel
Indien gewenst kunt u een sjabloon gebruiken of het ontwerp op de steunstof tekenen om het stikken te vergemakkelijken. Vergeet niet dat u steken met decoratieve draad aan de onderkant van de stof komen en de steunstof aan de bovenkant (achterkant) van de stof.
* Voor vrij naaien met de spoel volgt u de aanwijzingen voor "NAAIEN MET DE SPOEL" op pagina 314.
* Voor meer bijzonderheden over het gebruik van de vrije quiltvoet "C", de open vrije quiltvoet "O", of de vrije echoquiltvoet "E", zie "Fantasiequilten (vrij quilten)" op pagina 116.
BORDUREN MET DE SPOEL
Patroon selecteren

Opmerking
- Bereid de machine voor op werken met de spoel zoals wordt beschreven in "VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET DE SPOEL" op pagina 309.
1 Bevestig borduurvoet "W" en de borduurtafel.
2 Plaats een spoel die met voldoende draad voor het patroon is gewonden.

Opmerking
- Voor een schatting van de benodigde hoeveelheid onderdraad voor elk patroon, zie de Beknopte bedieningsgids die wordt geleverd bij de machine. Zorg dat u voldoende draad op de spoel windt. Als de draad van de spoel tijdens het naaien oprakt, kan het borduurwerk niet worden voltooid.
- Afhankelijk van de draaddikte kunt u de spoel mogelijk niet winden met de benodigde draadlengte. Probeer in dat geval de spoel opnieuw te winden of gebruik draad met een lichter gewicht.
3 Trek de onderdraad omhoog boven de steekplaat.

4 Zet de machine aan.
5 Druk op • OK
→ De wagen komt in de initialisatiestand te staan.
6 Als u een borduurpatroon voor het werken met de spoel wilt selecteren, drukt u op

(borduren).

Opmerking
- U kunt borduurpatronen voor het werken met de spoel niet gebruiken in het
borduurcombinatiescherm

7 Druk op, en ga vervolgens door naar pagina 10 of 11 (paginanummers gelden voor het kleine formaat miniaturen) van het patroonkeuzescherm voor patronen voor het werken met de spoel.
8 Selecteer één van de borduurpatronen voor het werken met de spoel.
Borduurpatronen voor het werken met de spoel worden aangegeven met de letter "B" in de linkerbenedenhoek van de toets.

text_image
Borduren ① TERUG ABC NAAIEN①Markering "B"
→ Ongeacht de geselecteerde instelling wordt de automatische draadknipfunctie uitgeschakeld.
→ Wanneer u een borduurpatroon voor het werken met de spoel selecteert, wordt de borduursnelheid automatisch ingesteld op 350 steken/minuut.
Opmerking • Het begin- e worden opa
- Het begin- en eindpunt van het stikwerk worden opgegeven bij borduurpatronen voor het werken met de spoel. U kunt deze patronen niet gebruiken voor normaal borduurwerk.
VOORZICHTIG
- Zorg dat u een borduurpatroon voor het werken met de spoel selecteert wanneer u met de spoel werkt. Als u een ander soort patroon selecteert, kan de machine beschadigd raken.

Opmerking
- Wanneer u een borduurpatroon voor het werken met de spoel selecteert, wordt de borduursnelheid standaard ingesteld op 350 steken/minuut. De snelheid kan niet worden aangepast in het Instellingenscherm.

Memo
- Wanneer u een borduurpatroon voor het werken met de spoel selecteert, wordt de automatische draadknipfunctie uitgeschakeld. Als u daarna een ander patroon selecteert dan voor het werken met de spoel, wordt de automatische draadknipfunctie teruggezet op de instelling die was geselecteerd voordat u het borduurpatroon voor het werken met de spoel koos.

Druk op

→ De display voor borduren verschijnt.

text_image
Borduren W 0 min 0 176 1 min 1 BLAUW 1 min 7.5 cm 6.8 cm + 0.00 cm + + 0.00 cm 0° TERUG >0% -/+ ? ?
Opmerking
- Aangezien u bij het werken met de spoel aan de achterkant van de stof naait, wordt het patroon in het scherm weergegeven als een spiegelbeeld van het uiteindelijke borduurwerk. Klap de afbeelding desgewenst om als u een voorbeeld wilt bekijken. Wanneer u naait met de garenkleuren die in het naaischerm worden weergegeven, moet u bovendien een onderdraad selecteren die overeenkomt met wat u in het scherm ziet.


Afbeelding in scherm


Uiteindelijke
borduurwerk
(voorkant van stof)

Memo
- Bij borduurpatronen voor het werken met de spoel kunt u de grootte en de draaddichtheid niet wijzigen. Bovendien kan de automatische draadknipfunctie niet worden ingeschakeld.

Druk op en pas vervolgens de bovendraadspanning aan.
Zie "Draadspanning aanpassen" op pagina 233 voor meer informatie over het aanpassen van de bovendraadspanning.

text_image
6.1 - + SLUITEN mm - +
Memo
- We raden een instelling tussen 6 en 8 aan voor de bovendraadspanning.
Beginnen met borduren
1 Plaats de stof in de ring zodat de voorkant van de stof omlaag ligt met de steunstof erbovenop. Gebruik een borduurraam dat voldoende groot is voor het patroon en bevestig het raam vervolgens aan de machine. Deze patronen worden geborduurd aan de achterkant van de stof, dus technisch gezien werkt u tegengesteld aan normaal borduurwerk.

①Achterkant van de stof

VOORZICHTIG
- Gebruik altijd een steunstof voor borduurwerk. Anders kan de naald breken en hierdoor kunt u letsel oplopen. Als u geen steunstof gebruikt, kan dit tot een slechte afwerking van uw borduurwerk leiden.
2 U moet naar het begin van het stiksel gaan, dus druk op en druk vervolgens op J +1 .

→ Het borduurraam wordt verplaatst naar het begin van het stiksel.
3 Druk op .SLUITEN
4 Druk op
→ Het scherm verandert en alle toetsen en bedieningstoetsen worden vergrendeld.
5 Zet de persvoet omhoog met de persvoethendel.
6 Draai het handwiel tegen de wijzers van de klok in terwijl u de bovendraad vasthoudt om de onderdraad boven de stof te brengen.

7 Trek aan de bovendraad om de onderdraad door de stof naar boven te halen zoals hieronder aangegeven.

①Bovendraad ②Onderdraad
Memo • Als u
- Als u de onderdraad niet naar boven kunt trekken, maakt u met een priem een klein gaatje om de onderdraad doorheen te trekken.
8 Druk op om alle toetsen te ontgrendelen.
9 Zet de persvoet omlaag.
10 Houd de bovendraad en onderdraad vast en naai een gedeelte van het patroon.

11 Stop de machine en knoop vervolgens de bovendraad en onderdraad aan elkaar om de draden vast te zetten.

12 Ga verder met naaien om het patroon te voltooien.
13 Zet de naald en persvoethendel omhoog, verwijder het borduurraam en knip vervolgens de bovendraad en de onderdraad af.
Zorg er bij het afknippen voor dat u voldoende draadlengte overhoudt zodat u de draden goed kunt vastmaken.

14 Trek met een handnaald, zoals een borduurnaald, de onderdraad naar de bovenkant (achterkant) van de stof en knoop vervolgens de bovendraad en onderdraad aan elkaar.

- Als er een ruimte is tussen het beginpunt en eindpunt van het patroon, knipt u de draden af en verwijdert u de stof van de machine. Naai vervolgens met een lintborduurnaald steken met de hand om het begin- en eindpunt met elkaar te verbinden.
15 Verwijder de stof uit het borduurraam en controleer het voltooide borduurwerk.

①Voorkant van de stof ②Achterkant van de stof
16 Als u niet de gewenste resultaten behaalt, kunt u de spanning van de onderdraad en van de bovendraad aanpassen en het patroon vervolgens opnieuw naaien.
Zie "DRAADSPANNING AANPASSEN" op pagina 322 voor meer informatie.
Memo • Contr
- Controleer de spoel na elk borduurpatroon dat u hiermee hebt genaaid om te kijken of er voldoende onderdraad is voor het volgende patroon.
DRAADSPANNING AANPASSEN
Nadat u een proeflapje hebt genaaid en de naairesultaten hebt gecontroleerd, past u zo nodig de draadspanningen aan. Na het aanpassen van de draadspanningen moet u opnieuw een proeflapje naaien om de naairesultaten te controleren.
■Bovendraadspanning aanpassen
We raden een instelling tussen 6 en 8 aan voor de bovendraadspanning.
Als u naaisteken wilt gebruiken, zie "Draadspanning instellen" op pagina 79. Als u borduurpatronen gebruikt, zie "Draadspanning aanpassen" op pagina 233.
■Onderdraadspanning aanpassen
Als u niet de gewenste resultaten behaalt nadat u de bovendraadspanning hebt aangepast, kunt u de onderdraadspanning aanpassen. U kunt de onderdraadspanning aanpassen door te draaien aan de sleufschroef (−) op het spoelhuis (grijs) voor het werken met de spoel.

①Draai niet aan de kruiskopschroef (+).
②Aanpassen met een kleine schroevendraaier.
Als u de onderdraadspanning wilt verhogen, draait u de sleufschroef (−) 30° tot 45° met de klok mee.

Als u de onderdraadspanning wilt verlagen, draait u de sleuïschroef (−) 30° tot 45° tegen de klok in.


Opmerking
- Wanneer u aan de schroef op het spoelhuis (grijs) draait, kan de veerplaat omhoogkomen, zoals hieronder weergegeven. Als dit gebeurt, duwt u de veerplaat zachtjes naar beneden met een schroevendraaier, zodat de plaat lager is dan de bovenkant van het spoelhuis (grijs). Vervolgens plaatst u het spoelhuis in de machine.

- Draai NIET aan de kruiskopschroef (+) van het spoelhuis (grijs). Hierdoor kan het spoelhuis beschadigd raken, waardoor het onbruikbaar wordt.
- Gebruik geen kracht als de sleufschroef (-) moeilijk draait. Wanneer u de schroef te veel draait of te veel kracht zet in beide (draai)richtingen, kunt u schade veroorzaken aan het spoelhuis. Als u het spoelhuis beschadigt, is de spanning mogelijk onjuist.

Opmerking
- Als de onderdraadspanning hoog is, kan de draad niet door de spanningsveer worden geleid wanneer u de spoel in het spoelhuis plaatst. (Zie "Wanneer u geen spanning gebruikt voor de onderdraad" op pagina 312.)
PROBLEEMOPLOSSING
Hieronder worden verschillende oplossingen voor kleinere problemen beschreven. Als u het probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de dichtstbijzijnde erkende Brother-dealer.
■De draad is per ongeluk automatisch afgeknipt en de onderdraad zit vast in de machine
1 Knip de draad vlak bij de stof af boven de steekplaat en verwijder de stof vervolgens.

- Als u een borduurpatroon aan het naaien bent, moet u het borduurraam verwijderen.
2 Verwijder de spoel en houd deze vervolgens aan de linkerkant van de machine.

3 Zet de persvoet omlaag.
4 Trek de onderdraad enigszins strak door de draad naar links van de persvoet te houden. Druk opnieuw op de "Draadkniptoets".

- Trek niet te hard aan de draad, anders kan de machine beschadigd raken.
■Het patroon is scheefgetrokken
Zie "DRAADSPANNING AANPASSEN" en verhoog de bovendraadspanning. Als het patroon nog steeds is scheefgetrokken, verlaagt u de onderdraadspanning.
Voorbeeld: decoratieve steek

②De bovendraadspanning is te laag of de onderdraadspanning is te hoog.
■De onderdraad loopt vast in de spanningsveer van het spoelhuis
Naai zonder spanning te gebruiken voor de onderdraad. (Zie "Wanneer u geen spanning gebruikt voor de onderdraad" op pagina 312.)
Hoofdstuk 8
MY CUSTOM STITCH
■ Functies van de toetsen 328
■ Punt verplaatsen....331
■ Ontwerp gedeeltelijk of geheel verplaatsen ....331
■ Nieuwe punten invoegen....333
Eigen steken opslaan in uw lijst 334
■ Als het geheugen vol is....334
Opgeslagen steken ophalen....335
STEEK ONTWERPEN
Met de functie MY CUSTOM STITCH kunt u zelfgemaakte steken registreren. U kunt ook creaties van MY CUSTOM STITCH combineren met ingebouwde letters (zie pagina 170).

Memo
- Steken die u maakt met MY CUSTOM STITCH kunnen maximaal 7 mm (ca. 9/32 inch) breed en 37 mm (ca. 1-1/3 inch) lang zijn.
- Steken kunt u gemakkelijker ontwerpen met MY CUSTOM STITCH als u deze eerst tekent op het bijgeleverde raster.
1 Teken het ontwerp van de steek op het raster (onderdelencode SA507, GS3: X81277-151).

line
| x | y | | ---- | ---- | | 0 | 0 | | 5 | 5 | | 10 | 10 | | 14 | 5 |
Memo
- Vereenvoudig het ontwerp zo dat het in een doorlopende lijn kan worden genaaid. Voor een mooiere steek kunt u het ontwerp beëindigen met elkaar kruisende lijnen.

O

×
Als het ontwerp meerdere malen wordt herhaald en u de begin- en eindpunt wilt verbinden, moeten de beginpunt en de eindpunt zich steeds op dezelfde hoogte bevinden.

O

•
2 Kies de spatiëring van de steek.
* Door de spatiëring van een steek aan te passen kunt u verschillende patronen maken met één steek.

line
| Time (min) | Value | | ---------- | ----- | | 0 | 0 | | 5 | 5 | | 10 | 10 | | 15 | 15 |


3 Plaats punten waar het patroon het raster snijdt en verbind alle punten met een lijn.

text_image
0 mm 5 mm 10 25 5 10 144 Bepaal de x- en y-coördinaten van elke gemarkeerde punt.

line
| X | Y1 (mm) | Y2 (mm) | |---|---|---| | 0 | 15 | 14 | | 2 | 13 | 12 | | 4 | 8 | 7 | | 6 | 5 | 20 | | 8 | 4 | 15 | | 10 | 3 | 10 | | 12 | 2 | 5 | | 14 | 1 | 0 |
Memo
- Hiermee bepaalt u hoe de steek zal worden genaaid.
Voorbeelden van eigen steken
![]() | S | t | e | e | k | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 1 | 0 | 1 | 1 | |
| 0 | 1 | 2 | 1 | 8 | 2 | 2 | 2 | 3 | 2 | 1 | 1 | 7 | 1 | 4 | 1 | 2 | |||
| 0 | 0 | 3 | 6 | 1 | 0 | 1 | 3 | 1 | 4 | 1 | 3 | 1 | 1 | 1 | 3 | 1 | |||
| S | t | e | e | k | 1 | 6 | 1 | 7 | 1 | 8 | 1 | 9 | 2 | 0 | 2 | 1 | 2 | 3 | |
| 12 | 41 | 43 | 40 | 41 | 38 | 35 | 32 | 30 | 32 | 35 | 41 | 45 | 47 | 44 | |||||
| 0 | 0 | 4 | 7 | 1 | 1 | 1 | 3 | 1 | 4 | 1 | 3 | 1 | 0 | 6 | 3 | 0 | |||
| S | t | e | e | k | 3 | 1 | 3 | 2 | 3 | 3 | 3 | 4 | 3 | 5 | 3 | 6 | 3 | 8 | |
| 45 | 47 | 50 | 54 | 56 | 55 | 51 | 45 | 70 | |||||||||||
| 1 | 1 | 1 | 3 | 1 | 4 | 1 | 3 | 1 | 0 | 6 | 3 | 0 | 0 |



| S | t | e | e | k | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 1 | 0 | 1 |
| 0 | 3 | 0 | 3 | 2 | 3 | 2 | 3 | 2 | 3 | 3 | 5 | 3 | 5 | 3 | ||
| 0 | 0 | 1 | 7 | 1 | 0 | 1 | 2 | 1 | 1 | 8 | 1 | 2 | 1 | 4 | ||
| S | t | e | e | k | 1 | 6 | 1 | 7 | 1 | 8 | 1 | 9 | 2 | 0 | 2 | 1 |
| 24 | 18 | 13 | 12 | 13 | 10 | 12 | 7 | 12 | 6 | 10 | 5 | 10 | ||||
| 1 | 0 | 1 | 3 | 1 | 4 | 1 | 4 | 1 | 2 | 1 | 1 | 1 | 0 | 9 | ||
| S | t | e | e | k | 3 | 1 | 3 | 2 | 3 | 3 | 3 | 4 | 3 | 5 | 3 | 6 |
| 16 | 19 | 23 | 22 | 17 | 22 | 23 | 19 | 42 | ||||||||
| 1 | 0 | 0 | 6 | 1 | 0 | 6 | 0 | 0 | 0 |
| S | t | e | e | k | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 1 | 0 | 1 |
| 0 | 3 | 5 | 8 | 1 | 2 | 1 | 7 | 2 | 0 | 2 | 4 | 2 | 7 | 2 | ||
| 0 | 5 | 8 | 1 | 1 | 1 | 3 | 1 | 4 | 1 | 4 | 1 | 3 | 1 | 2 | ||
| S | t | e | e | k | 1 | 6 | 1 | 7 | 1 | 8 | 1 | 9 | 2 | 0 | 2 | 3 |
| 21 | 18 | 16 | 15 | 15 | 16 | 18 | 21 | 25 | 28 | 33 | 37 | 41 | 43 | 44 | ||
| 0 | 1 | 3 | 5 | 8 | 1 | 0 | 1 | 2 | 1 | 3 | 1 | 4 | 1 | 4 | ||
| S | t | e | e | k | 3 | 1 | 3 | 2 | 3 | 3 | 3 | 4 | 3 | 5 | 3 | 8 |
| S | t | e | e | k | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 1 | 0 | 1 |
| 0 | 5 | 4 | 5 | 8 | 7 | 8 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 6 | ||
| 7 | 7 | 3 | 7 | 7 | 0 | 7 | 7 | 3 | 7 | 7 | 3 | 0 | 3 | 7 | ||
| S | t | e | e | k | 1 | 6 | 1 | 7 | 1 | 8 | 1 | 9 | 2 | 0 | 2 | 1 |
| 4 7 | 11 16 | 21 20 | 21 24 | 23 24 | 27 27 | 27 32 | 27 | |||||||||
| 11 14 | 11 7 | 7 11 | 7 14 | 7 11 | 7 7 | 11 | ||||||||||
| S | t | e | e | k | 3 | 1 | 3 | 2 | 3 | 3 | 3 | 4 | 3 | 5 | 3 | 6 |
| 23 20 | 16 20 | 23 27 | 32 | |||||||||||||
| 1 | 4 | 1 | 1 | 7 | 3 | 0 | 3 | 7 |
| 1 | |
| 9 | 3 |
| 1 | 1 |
| 2 | 4 |
| 1 | 3 |
| 3 | 9 |

2 4
3 9
523
STEEKGEGEVENS OPGEVEN
■Functies van de toetsen

text_image
Nanisteken ① 0 5 10 15 20 25 30 35 ② ③ ④ ⑤ ⑥ TERUG TESTEN ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ ⑪ ⑫ ⑬ ⑭ ⑮ ⑯ ⑰ ⑱ ⑲ ⑳ ㉑ ㉒ ㉓ ㉔ ㉕ ㉖ ㉗ ㉘ ㉙ ㉚ ㉛ ㉜ ㉝ ㉟ ㉳ ㉟ ㉟a ㉟b ㉟c ㉟d ㉟e ㉟f ㉟g ㉟h ㉟i ㉟j ㉟k ㉟l ㉟m ㉟n ㉟o ㉟p ㉟q ㉟r ㉟s ㉟t ㉟u ㉟v ㉟w ㉟x ㉟y ㉟z①Hier wordt de steek getoond die u momenteel ontwerpt.
②Toont het nummer van de geplaatste punt boven het totaal aantal punten in de steek.
③Toont de y-coördinaat van boven de x-coördinaat van .
| Nr. | Display Toetsnaam Uitleg | Pagina | ||
| 4 | Enkele/drievoudige-![]() | steektoets | Druk op deze toets om te selecteren of een of drie steken worden genaaid tussen twee punten. | 330 |
| 5 | Puntwissentoets | Druk op deze toets om een geselecteerde punt te wissen. | 330 | |
| 6 | Terugtoets M zeze toets sluit u het steekgegevensinvoerscherm af. —[XWW2] | |||
| 7 | Testtoets | Druk op deze toets om de steek proef te naaien. | 330, 334 | |
| 8 | MY CUSTOMITCH[K0C5] | geheugentoets | Druk op deze toets om de steek op te slaan die u maakt. | 334 |
| 9 | Groeperentoets | Druk op deze toets om punten te groeperen en samen te verplaatsen. | 331 | |
| 10 | Invoegentoets | Druk op deze toets om nieuwe punten in te voeren op het steekontwerp. | 333 | |
| 11 | Instellingstoets | Druk op deze toets om een punt te plaatsen op het steekontwerp. | 329-331 | |
| 12 | Pijltjestoetsen | Met deze toetsen verplaatst u over het weergavevlak. | 329-333 | |
| 13 | Punt-naar-puntoets | Met deze toetsen verplaatst u van punt naar punt op de steek, of naar de eerste of laatste punt die u hebt ingevoerd op de steek. | 331-333 | |
| 14 | Rasterrichtingtoets | Druk op deze toets om de richting van het raster te wijzigen. | 329 | |
| 15 | Vergrotentoets | Druk op deze toets om een vergrote afbeelding weer te geven van de steek die u maakt. | 329 | |
| 16 | Patroonafbeeldingtoets | Druk op deze toets om een afbeelding van de steek weer te geven. | 330 |

text_image
1 Druk op en vervolgens op . Letterstekan en decoratieve steken

text_image
Naaisteken Lettersteken en decorative 3D AB AB AB
text_image
3 Met verplaatst u naar de coördinaten van de eerste punt op het rastervel.* Druk op om de richting van het raster te wijzigen.
* Druk op omde afbeelding van de steek die u maakt te vergroten.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steiken 0 mm 5 10 15 20 25 30 35 ① 0 0 ② TERUG TESTEN① Momenteel geselecteerde punt/Totaal aantal punten
②Coördinaten van
4 Druk op om de punt die wordt aangegeven met toe te voegen.
* Als u coördinaten wilt invoegen met de schermaanraakpen, verplaats de tip van de pen dan naar een gewenste punt. Als u de pen loslaat van het scherm, wordt op deze coördinaten een punt ingevoerd in de grafiek. Het nummer van de momenteel geselecteerde punt en het totaal aantal punten wordt getoond.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve Riteken 0 mm 5 10 0 0 + - 0 TERUG TESTEN5 Selecteer of één of drie steken worden genaaid tussen de eerste twee punten.
* Als u wilt dat er drie steken worden genaaid, drukt u op de toets zodat deze verschijnt als
6 Met verplaatst u naar de tweede punt en vervolgens drukt u op

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 0 mm 5 10 1 6 0 TERUG TESTEN7 Herhaal bovenstaande stappen voor elke punt die u op het raster hebt getekend totdat het steekontwerp als een doorlopende lijn op het scherm is getekend.
* Druk op om een geselecteerde punt die u hebt opgegeven te verwijderen.
* Druk op omdesteek proef te naaien.
* Druk op om terug te gaan naar het oorspronkelijke scherm.
* Druk op om een afbeelding van de steek weer te geven.

text_image
Naaisteken Lettersteken in decorative steken 0 mm 5 10 18 18 24 + 0 TERUG TESTENMemo
- Als u punten hebt ingevoerd die te dicht op elkaar zitten, wordt de stof misschien niet goed doorgevoerd. Wijzig de steekgegevens zo dat er meer ruimte tussen de punten is.
- Als het steekontwerp meerdere malen moet worden herhaald en de begin- en eindpunt moet worden verbonden, zorg dan dat er verbindingssteken worden toegevoegd, zodat de steken elkaar niet overlappen.

- U kunt de rasterset aanraken om de punt te plaatsen. U kunt ook een USB-muis gebruiken.
■Punt verplaatsen
1 Druk op of om vte verplaatsen naar de punt die u wilt verplaatsen.
* Als u wilt verplaatsen naar de eerste punt, drukt
u op
* Als u wilt verplaatsen naar de laatste punt, drukt
u op
* U kunt ook verplaatsen met de schermaanraakpen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative 0 mm 5 10 18 18 24 0 TERUG TESTEN2 Met kunt u de punt verplaatsen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Stellen 0 mm 5 10 9 18 12 10 TERUG TESTEN■Ontwerp gedeeltelijk of geheel verplaatsen
1 Druk op of om vte verplaatsen naar de eerste punt van het gedeelte dat u wilt verplaatsen.
* Als u wilt verplaatsen naar de eerste punt, drukt
u op
* Als u wilt verplaatsen naar de laatste punt, drukt
u op
* U kunt ook verplaatsen met de schermaanraakpen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en Decorative Steken 0 mm 5 10 15 20 25 30 35 18 18 24 0 TERUG TESTEN
Druk op


text_image
Naaisteken Lettersteken on decorative (staken) 0 mm 5 10 15 20 25 30 35 1 18 0 + - 0 TERUG TESTEN→ De geselecteerde punt en alle punten die zijn ingevoerd nadat deze punt is geselecteerd.

Druk op of om het gedeelte te verplaatsen.

text_image
Nutzstich Buchstabend Dekorstich 0 mm 5 10 15 20 25 30 35 1 18 0 + - 0 ZUM ANFANG TEST
Druk op


text_image
Nutzstich Buchstabeng/ Dekorstich 0 mm 5 10 15 20 25 30 35 1 18 25 0 ZUM ANFANG TEST→ Het gedeelte wordt verplaatst.
■Nieuwe punten invoegen
1 Druk op af om vte verplaatsen naar de plek in het ontwerp waar u een nieuwe punt wilt toevoegen.
* Als u wilt verplaatsen naar de eerste punt, drukt u op
* Als u w/verplaatsen naar de laatste punt, drukt
u op
* U kunt ook verplaatsen met de schermaanraakpen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decorative Stellen 0 mm 5 10 18 18 24 0 TERUG TESTEN2 Druk op

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve Steken 0 mm 5 10 6 18 4 11 TERUG TESTEN→ Er wordt een nieuwe punt ingevoerd en wordt daar naartoe verplaatst.
3 Met kunt u de punt verplaatsen.

text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratieve steken 0 mm 5 10 7 19 2 + 12 TERUG TESTENEigen steken opslaan in uw lijst
Steekpatronen die gemaakt zijn met de functie MY CUSTOM STITCH kunt u opslaan voor toekomstig gebruik. Als u klaar bent met het invoeren van de steekgegevens drukt u op . Dze boodschap "Opslaan" verschijnt en de steek wordt opgeslagen.
Alvorens een steek op te slaan drukt u op om de steek proef te naaien.


text_image
Naaisteken Lettersteken en decoratiele steken 0 mm 5 10 15 20 25 30 35 18 18 24 0 TERUG TESTEN
Memo
- Het duurt enkele seconden om een steekpatroon op te slaan.
- Voor bijzonderheden over het ophalen van een opgeslagen steekpatroon, zie pagina 335.

Opmerking
- Zet de machine niet uit terwijl "Opslaan" op de display staat. Dan kunnen de steekpatroongegevens die u opslaat, verloren gaan.
■Als het geheugen vol is
Verschijnt de volgende melding nadat u op hebt gedrukt? Dan kunt u het steekpatroon niet opslaan omdat het geheugen van de machine vol is of omdat het steekpatroon dat wordt opgeslagen groter is dan de hoeveelheid vrij geheugen. Om het steekpatroon in het geheugen van de machine te kunnen opslaan, moet u eerst een voorheen opgeslagen steekpatroon wissen.


text_image
Naaisteken Lettersteken an decoratievel steken 0 mm 5 10 15 20 25 Onvoldoende geheugen beschikbaar om het patroon op te slaan. Een ander patroon wissen? ANNULEREN
Opmerking
- Als u eigen steken wilt opslaan op een USB-medium of de computer, volgt u de hierboven beschreven procedure om de eigen steek op te slaan. Druk vervolgens op
om de steek te selecteren (zie het volgende gedeelte "Opgeslagen steken ophalen"). Druk op om de steek op te slaan op een USB-medium of de computer. (Voor bijzonderheden "Steekpatronen opslaan op USB-media (in de handel verkrijgbaar)" op pagina 178 of "Steekpatronen opslaan op de computer" op pagina 179.)
Opgeslagen steken ophalen
1
Druk op


text_image
Naaisteken Letterssteken en Decorative RiBEN AB AB AB→ Er wordt een lijst met opgeslagen steekpatronen getoond.
2
Selecteer het steekpatroon.
* Druk op omutenig te gaan naar het oorspronkelijke scherm zonder een steekpatroon op te halen.

text_image
Naaisteken Lettersleken en Decorative Stellen 0 KB 783 KB APWERKEN SLUITEN
Druk op

* Druk op om het opgeslagen steekpatroon te wissen.
* Druk op om het opgeslagen steekpatroon te bewerken.

text_image
Naaisteken Letersteken en decorative Steken 100% 783 AFWERKEN SLUITEN A0 + - mm + - mm + - mm ?
Hoofdstuk 9
Bijlage
ZORG EN ONDERHOUD....338
Beperkingen op smeren....338
Voorzorgsmaatregelen bij het opbergen van de machine....338
LCD-display reinigen....338
Buitenkant van de machine reinigen 338
Grijper reinigen....338
De snijder reinigen in de buurt van het spoelhuis ....340
Over het onderhoudsbericht 341
Helderheid van de schermweergave aanpassen 342
Storing in druktoetsen ....342
■ Waarschuwingsgeluiden....355
SPECIFICATIES....356
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE ....357
Procedure voor upgrade met USB-medium....357
- Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de naaimachine reinigt. Anders kunt u een elektrische schok krijgen of letsel oplopen.
Beperkingen op smeren
Om beschadiging van de machine te voorkomen mag deze machine niet worden gesmeerd door de gebruiker. De machine is vervaardigd met de juiste hoeveelheid olie om goed te functioneren. Het is niet nodig om deze periodiek te smeren.
Als zich problemen voordoen, bijv. dat het handwiel moeilijk draait, of u een ongewoon geluid hoort, gebruik de machine dan beslist niet meer en neem contact op met een erkende dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
Voorzorgsmaatregelen bij het opbergen van de machine
Berg de machine niet op in situaties zoals hieronder aangegeven. Anders kan de machine beschadigen. Condensatie kan bijvoorbeeld leiden tot roest.
* Blootgesteld aan extreem hoge temperaturen
* Blootgesteld aan extreem lage temperaturen
* Blootgesteld aan extreme temperatuurwisselingen
* Blootgesteld aan hoge luchtvochtigheid of stoom
* In de buurt van open vuur, verwarming of airco
* Buiten of blootgesteld aan direct zonlicht
* Blootgesteld aan uiterst stoffige of vettige omgevingen

Opmerking
- Deze machine gaat langer mee als u deze af en toe inschakelt en gebruikt. De machine werkt mogelijk minder efficiënt wanneer u hem lang opbergt zonder hem te gebruiken.
LCD-display reinigen
Als het scherm vuil is, veegt u het voorzichtig af met de bijgesloten schermreinigingsdoek, of een schone, droge doek. Gebruik geen organische oplosmiddelen of reinigingsmiddelen.

Opmerking
- Veeg de display niet schoon met een natte doek.

Memo
- Er kan condensvorming optreden op de display, of deze kan beslaan. Dit is geen storing. Na een tijd verdwijnt het condens.
Buitenkant van de machine reinigen
Als de buitenkant van de naaimachine vuil is, is het raadzaam een doek enigszins te bevochtigen met een neutraal reinigingsmiddel, de doek goed uit te wringen en vervolgens de buitenkant schoon te vegen. Hierna afvegen met een droge doek.
Grijper reinigen
Met stofresten of vuil in de grijper of het spoelhuis functioneert de naaimachine niet goed. Bovendien kan de onderdraad dan misschien niet worden opgepakt. De beste resultaten krijgt u met een schone naaimachine.
Druk op ? → GEBRUIKSAANWIJZING → ONDERHOUD
→ in die volgorde om een
videovoorbeeld weer te geven van het reinigen van de grijper (zie pagina 46). Volg onderstaande stappen om de handeling te voltooien.
1 Druk op de "Naaldstandtoets" om de naald omhoog te zetten.
2 Zet de hoofdschakelaar uit.
3 Verwijder de naald en de persvoethouder (zie pagina's 66 t/m 67).
4 Verwijder de accessoiretafel of de borduurtafel als deze aan de machine bevestigd zijn.
5 Pak beide zijden van het steekplaatdeksel en schuif dit naar u toe.

①Steekplaatdeksel
→ Het steekplaatdeksel is verwijderd.
6 Pak het spoelhuis en trek het uit.

7 Verwijder met het schoonmaakborsteltje of een stofzuiger pluis en stof uit de grijper en onderdraadsensor en daar omheen.

①Schoonmaakborsteltje
②Grijper
③Onderdraadsensor

Opmerking
- Breng geen olie aan op het spoelhuis.
- Als zich pluisjes of stof ophopen in de onderdraadsensor, werkt de sensor mogelijk niet goed.
8 Plaats het spoelhuis zo dat de ▲-markering op het spoelhuis zich tegenover de ●-markering op de machine bevindt.

* Lijn de ▲-markering en de ●-markering uit.

* Zorg dat de aangegeven punten zijn uitgelijnd voordat u het spoelhuis installeert.

VOORZICHTIG
- Gebruik nooit een spoelhuis met krassen. Anders kan de bovendraad verstrikt raken waardoor de naald misschien breekt of de naairesultaten minder goed worden. Wanneer u een nieuw spoelhuis nodig hebt (onderdeelcode: XE5342-101 (groene marking op de schroef), XC8167-551 (geen kleurmarkering op de schroef), XE8298-001 (grijs, voor werken met de spoel)), neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde erkende dealer.
- Plaats het spoelhuis op de juist manier, anders kan de naald breken.

Steek de lipjes op het steekplaatdeksel in de steekplaat. Schuif vervolgens het steekplaatdeksel terug.

- Als u de steekplaat hebt verwijderd, is het belangrijk dat u de steekplaat opnieuw installeert en de schroeven vastdraait voordat u het spoelhuis installeert.
De snijder reinigen in de buurt van het spoelhuis
De snijder onder de steekplaat moet worden gereinigd. Als zich stof of pluisjes vergaren op de snijder, is het moeilijk om de draad af te knippen wanneer u drukt op de "Draadkniptoets" of de functie automatisch draadknippen gebruikt. Reinig de snijder wanneer de draad niet gemakkelijk wordt afgeknipt.
1 Volg stap 1 t/m 5 in "Grijper reinigen" om het steekplaatdeksel te verwijderen.
2 Draai met de bijgeleverde schroevendraaier de normale steekplaat los.

3 Verwijder met het schoonmaakborsteltje of een stofzuiger pluis en stof uit de snijder in de buurt van het spoelhuis.

- Raak de snijder niet aan. Daardoor zou u letsel kunnen oplopen.
4 Draai met de bijgeleverde schroevendraaier de normale steekplaat vast.

5 Steek de lipjes op het steekplaatdeksel in de steekplaat. Schuif vervolgens het steekplaatdeksel terug.
Over het onderhoudsbericht

text_image
Preventief onderhoud is aanbevolen.Als dit bericht verschijnt is het aan te raden uw machine naar de erkende dealer of het dichtstbijzijnde servicecentrum te brengen voor een onderhoudscontrole. Het bedrijf verdwijnt en de machine blijft functioneren wanneer u op
ok drukt. Het bericht verschijnt echter nog enkele malen totdat het juiste onderhoud is uitgevoerd.
Neem de tijd om het nodige onderhoud te regelen wanneer dit bericht verschijnt. Hiermee voorkomt u storingen.
SCHERM AANPASSEN
Helderheid van de schermweergave aanpassen
Als het scherm niet echt helder is in bepaalde omstandigheden, kunt u de helderheid van de schermweergave aanpassen.
1 Druk op
→ Het scherm Naai-instellingen verschijnt.
2 Druk op .
→ Het scherm Algemene instellingen verschijnt.
3 Scherm 4/8 (pagina 4 van 8) van het scherm Algemene instellingen.
4 Druk op of op om de instelling voor de helderheid van de schermweergave aan te passen.

text_image
Schermbeveiliging min KIEZEN Beginscherm Applicatiecontrole ON Nederlands (Dutch) Schermhelderheid - +* Het scherm wordt vager naarmate u een lagere waarde opgeeft in het instellingenscherm. Het scherm wordt helderder, naarmate u een hogere waarde opgeeft in het instellingenscherm.
Storing in druktoetsen
Als het scherm niet goed reageert wanneer u op een toets drukt (de machine voert de functie niet uit of voert een andere functie uit), volg dan onderstaande stappen om de reactie van de druktoetsen goed af te stellen.
1 Terwijl u uw vinger op het scherm blijft houden, zet u de hoofdschakelaar eerst uit en dan weer aan.

→ Het druktoetsenbijstelscherm wordt getoond.
2 Raak met de bijgeleverde schermaanraakpen het midden van de + aan, op volgorde van 1 t/m 5.
Opmerking • Raak het sch schermaan
- Raak het scherm alleen met de bijgeleverde schermaanraakpen aan. Gebruik geen mechanische pen, speld of ander scherp voorwerp. Druk niet te hard op het scherm. Anders kunt u het scherm beschadigen.

text_image
+1 +4 +5 +2 +33 Zet de machine uit en weer aan.
Opmerking
- Als u de druktoetsen hebt aangepast, maar het scherm daar niet op reageert, of als het u niet lukt om de druktoetsen aan te passen, raadpleeg dan uw erkende dealer.
PROBLEEMOPLOSSING
Als u een probleem hebt met uw naaimachine, kunt u de volgende oplossingen raadplegen. Zijn de voorgestelde oplossingen niet toereikend voor uw probleem, neem dan contact op met uw erkende
dealer. Druk op ? → GEBRUIKSAANWIJZING → PROBLEEM OPLOSSEN voor advies over kleine problemen tijdens het
naaien. U kunt te allen tijde op drukken om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm.
Als u extra hulp nodig hebt, biedt Brother Solutions Center de laatste antwoorden op veel voorkomende vragen en tips. Ga naar " http://solutions.brother.com ".
Als u het probleem hiermee niet kunt oplossen, neemt u contact op uw dealer of het dichtstbijzijnde officiële servicecentrum.
| Probleem Oorzaak Oplossing Pagina | |||
| De draad zit verstrikt aan de achterkant van de stof. | Bovendraad is niet juist ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | 57 | |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Controleer de tabel “Overzichtsschema van stoffen/draad/naald”. | 69 | ||
| De bovendraad is te strak. | De onderdraad is onjuist geplaatst. Plaats de onderdraad op de juiste wijze. 54 | ||
| Kan de naald niet inrijgen | Naald staat in onjuiste stand. Druk op de “Naald standtoets” om de naald omhoog te zetten. | 15 | |
| Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. 67 | |||
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. | 67 | |
| Kan de persvoet niet omlaag zetten met de persvoethendel | Persvoet is omhoog gezet met de “Persvoettoets”. | Druk op de “Persvoettoets” om de persvoet omlaag te zetten. | 15 |
| Draadspanning is onjuist | Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | 57 |
| Spoel is niet juist geplaatst. | Plaats de spoel opnieuw. (Als de steekplaat is verwijderd, plaats dan de steekplaat opnieuw en draai de schroeven vast alvorens het spoelhuis te installeren.) | 54 | |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. | Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | 69 | |
| Persvoethouder is niet juist bevestigd. | Bevestig de persvoethouder op de juiste wijze. | 66 | |
| Draadspanning is niet juist ingesteld. | Pas de draadspanning aan. | 79, 233 | |
| Onderdraad onjuist opgewonden. | Gebruik een spoel die juist is opgewonden. | 48 | |
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. | 67 | |
| Bovendraad breekt | De machine is niet juist ingeregen (verkeerde kloskap, kloskap zit los, draad heeft inrijger naaldstang niet gepakt enz.) | Rijg de naaimachine juist in. | 57 |
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. | 67 | |
| Er zitten krassen op de grijper. | Vervang de grijper of neem contact op met uw erkende dealer. | 338 | |
| Spanning bovendraad is te hoog. | Pas de draadspanning aan. | 79, 233 | |
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | 69 | ||
| Draad is verdraaid. | Knip bijvoorbeeld met een schaar de verdraaide draad af en haal deze uit de grijper enz. | — | |
| Er zitten krassen bij de opening van de steekplaat. | Vervang de steekplaat of neem contact op met uw erkende dealer. | 97 | |
| Er zitten krassen bij de opening in de persvoet. | Vervang de persvoet of neem contact op met uw erkende dealer. | 65 | |
| Naald is niet juist geplaatst. | Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. | 67 | |
| Draad is geknoopt of verstrikt geraakt. | Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in. | 54, 57 | |
| U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal voor deze machine is ontworpen. | Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen spoelen die voor deze machine zijn ontworpen. | 54 | |
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Pagina | |
| Onderdraad breekt | Spoel is niet juist geplaatst. | Plaats de onderdraad op de juiste manier. | 54 | |
| Er zitten krassen op de spoel of de spoel draait niet goed. | Plaats de spoel opnieuw. 54 | |||
| Draad is verdraaid. Knip bijvoorbeeld met een schaar deverdraaide draad af en verwijder deze uit de grijper enz. | — | |||
| U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal voor deze machine is ontworpen. | Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen spoelen die voor deze machine zijn ontworpen. | 54 | ||
| Onderdraad wordt niet netjes op de spoel gewonden. | De draad is niet goed door de draadgeleider voor het opwinden van de spoel geleid. | Leid de draad door de draadgeleider voor het opwinden van de spoel. | 49 | |
| De spoel draait te langzaam. Druk op [+] in het spoelwindvenster om de snelheid voor het spoelwinden te verhogen. | 50 | |||
| De draad die is uitgetrokken is niet juist op de spoel gewonden. | Wind de draad die is uitgetrokken vijf of zesmaal met de klok mee om de spoel. | 50 | ||
| Overgeslagen steken Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. 67 | |||
| Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | 69 | |||
| De machine is onjuist ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | 57 | |||
| Stof of pluisjes onder de steekplaat. Verwijder stof of pluisjes met het schoonmaakborsteltje. | 338 | |||
| Naald is niet juist geplaatst. Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. 67 | ||||
| Naald is defect. | Vervang de naald. 67 | |||
| U naait een dunne stof of stretchstof. | Naai met één vel dun papier onder de stof. | 76 | ||
| Naald breekt | Naald is niet juist geplaatst. | Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze. | 67 | |
| Naaldklemschroef is niet vastgedraaid. | Draai de naaldklemschroef vast. | 68 | ||
| Naald is verbogen of gedraaid. | Vervang de naald. | 67 | ||
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. | Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | 69 | ||
| U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. | Gebruik de aanbevolen persvoet. | “STEEKINSTELLING ENTABEL” | ||
| Spanning bovendraad is te hoog. | Stel de draadspanning bij. | 79, 233 | ||
| Er is tijdens het naaien aan de stof getrokken. | Trek niet aan de stof tijdens het naaien. | — | ||
| Kloskap is niet juist aangebracht. | Raadpleeg de methode voor het bevestigen van de kloskap en bevestig de kloskap opnieuw. | 57 | ||
| Er zitten krassen rondom de openingen in de steekplaat. | Vervang de steekplaat of neem contact op met uw erkende dealer. | 97 | ||
| Er zitten krassen rondom de opening(en) in de persvoet. | Vervang de persvoet of neem contact op met uw erkende dealer. | 65 | ||
| Er zitten krassen op de grijper. | Vervang de grijper of neem contact op met uw erkende dealer. | 338 | ||
| Naald is defect. | Vervang de naald. | 67 | ||
| Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | 57 | ||
| Spoel is niet juist geplaatst. Plaats de onderdraad op de juiste manier. 54 | ||||
| De persvoet is onjuist bevestigd. | Bevestig de persvoet op de juiste wijze. 65 | |||
| De persvoethouderschroef zit los. | Draai de persvoethouderschroef stevig vast. | 66 | ||
| Stof is te dik. | Gebruik stof waar de naald doorheen kan wanneer u het handwiel draait. | 75 | ||
| Stof wordt met kracht doorgevoerd wanneer u dikke stof of dikke naden naait. | Zorg dat de stof doorvoert zonder deze met kracht duwen. | |||
| Steeklengte is te kort. | Pas de steeklengte aan. | 79 | ||
| U hebt geen steunstof bevestigd aan de stof waarop u borduurt. | Bevestig steunstof. | 161, 200 | ||
| Onderdraad onjuist opgewonden. | Gebruik een spoel die juist is opgewonden. 48 | |||
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Pagina | |
| Stof wordt niet door de machine heen gevoerd | Transporteur staat omlaag. | Druk op en draai het handwiel om de transporteur omhoog te zetten. | 116 | |
| Steken zitten te dicht op elkaar. Verhoog de instelling voor de steeklengte. 79 | ||||
| U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. Gebruik de juiste persvoet. | “STEEKINSTELLING ENTABEL” | |||
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. 67 | |||
| Draad is verstrikt. Knip de verstrikte draad af en verwijder deze uit de grijper. | — | |||
| Stof rimpelt De boven- | of onderdraad is verkeerd ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | 54, 57 | ||
| Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg “Overzichtsschema stoffen/draad/naald”. | 69 | |||
| Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. 79, 233 | ||||
| Steken zijn te lang wanneer u dunne stoffen naait. | Verkort de steeklengte. | 79 | ||
| Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. | Vervang de naald. | 67 | ||
| Kloskap is niet juist aangebracht. | Raadpleeg de methode voor het bevestigen van de kloskap en bevestig de kloskap opnieuw. | 57 | ||
| Onjuiste persvoet. | Gebruik de juiste persvoet. | “STEEKINSTELLINGENTABEL” | ||
| Hoog piepgeluid tijdens het naaien | Draad of pluisjes zitten vast in de transporteur. | Verwijder stof of pluisjes. | 338 | |
| Er zitten stukjes draad in de grijper vast. | Reinig de grijper. | 338 | ||
| Bovendraad is niet juist ingeregen. | Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van de naaimachine en rijg de machine juist in. | 57 | ||
| Er zitten krassen op de grijper. | Vervang de grijper of neem contact op met uw erkende dealer. | 338 | ||
| U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal voor deze machine is ontworpen. | Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen spoelen die voor deze machine zijn ontworpen. | 54 | ||
| Letterpatroon valt verkeerd uit | U hebt niet de juiste persvoet gebruikt. | Bevestig de juiste persvoet. | “STEEKINSTELLINGENTABEL” | |
| Patrooninstellingen waren onjuist. | Wijzig de patrooninstellingen. 162 | |||
| Geen steunstof gebruikt op dunne stof of stretchstof. | Bevestig steunstof. | 161 | ||
| Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. 79, 233 | ||||
| Tijdens het naaien is de stof getrokken, geduwd of scheef doorgevoerd. | Leid tijdens het naaien de stof met uw handen, zodat de stof in een rechte lijn wordt doorgevoerd. | 72 | ||
| Borduurpatroon wordt niet goed genaaid | Draad is verdraaid. Knip bijvoorbeeld met een schaar de verdraaide draad af en haal deze uit de grijper enz. | — | ||
| Stof is niet juist gespannen in het raam (stof te los enz.). | Als de stof niet strak wordt getrokken in het raam, kan het patroon niet goed uitvallen of wordt het vervormd. Plaats de stof op de juiste wijze in het raam. | 203 | ||
| Geen steunstof bevestigd. Gebruik altijd steunstof, vooral bij stretchstoffen, lichte stoffen, grof geweven stoffen of stoffen waarbij het patroon kan vervormen. Neem contact op met uw erkende dealer voor de juiste steunstof. | 200 | |||
| Er was een voorwerp bij de naaimachine geplaatst en de wagen van het borduurraam heeft het voorwerp tijdens het naaien geraakt. | Als het raam ergens tegenaan komt tijdens het naaien, wordt het patroon niet goed genaaid. Leg niets neer waar het raam tegenaan kan botsen tijdens het naaien. | 218 | ||
| Stof buiten de raamranden belemmert de naaiarm, waardoor de borduurtafel niet kan bewegen. | Plaats de stof opnieuw in het borduurraam, zodanig dat de overtollige stof niet bij de naaiarm in de buurt komt en draai het patroon 180 graden. | 203 | ||
| Stof is te zwaar, waardoor de borduurtafel niet vrij kan bewegen. | Leg een groot, dik boek of vergelijkbaar voorwerp onder de bovenkant van de arm om de zware kant enigszins omhoog te tillen, waardoor de tafel gelijk komt te staan. | — | ||
| Stof hangt van de tafel af. Als de stof van de tafel hangt tijdens het borduren, kan de borduurtafel niet vrij bewegen. Leg de stof zo neer dat ze niet van de tafel hangt (of houd de stof vast om te voorkomen dat ze gaat slepen). | 218 | |||
| Stof zit vast of is ergens aan blijven haken. Stop de naaimachine en leg de stof zo neer dat ze niet vast komt te zitten of blijft haken. | — | |||
| Borduurraam is verwijderd tijdens het naaien (bijvoorbeeld om het spoel opnieuw te plaatsen). Er is tegen de persvoet aangestoten of hij is verplaatst terwijl het borduurraam werd verwijderd of aangebracht, of de borduurtafel is verplaatst. | Als er tegen de persvoet wordt gestoten of de borduurtafel beweegt tijdens het naaien, valt het patroon niet goed uit. Wees voorzichtig wanneer u het borduurraam verwijdert of opnieuw bevestigt tijdens het naaien. | 229 | ||
| Steunstof is onjuist bevestigd. De steunstof is bijvoorbeeld kleiner dan het borduurraam. | Bevestig de steunstof op de juiste wijze. 200 | |||
| Er komen tijdens het borduren lussen op de stof. | Draadspanning is niet juist ingesteld. Pas de draadspanning aan. 233 - 235 | |||
| De spanning van de bovendraad is onjuist ingesteld voor de combinatie van stof, draad en patroon die u gebruikt. | Installeer het borduursteekplaatdeksel 219 | |||
| De combinatie van spoelhuis en onderdraad is onjuist. | Neem een ander spoelhuis of een andere onderdraad om wel de juiste combinatie te krijgen. | 218 | ||
| Naaimachine werkt niet | Er is geen patroon geselecteerd. Kies een patroon. 91, 156, 190, 265 | |||
| U hebt niet op de “Start/stoptoets” gedrukt. Druk op de “Start/stoptoets”. 15 | ||||
| De hoofdschakelaar staat niet aan. Zet de hoofdschakelaar aan. 26 | ||||
| Persvoet staat niet omlaag. | Zet de persvoet omlaag. | 15 | ||
| U hebt op de “Start/stoptoets” gedrukt terwijl het voetpedaal was aangesloten. | Verwijder het voetpedaal of gebruik het voetpedaal om de naaimachine te bedienen. | 73 | ||
| U hebt op de “Start/stoptoets” gedrukt terwijl de machine is ingesteld om de breedte van zigzagsteken te regelen met de schuifknop voor snelheidsregeling. | Bedien de machine met het voetpedaal in plaats van de “Start/stoptoets” of zet in de Naai-instellingen de breedteregeling uit. | 35, 73 | ||
| Alle toetsen zijn vergrendeld door [icon] | Druk op [icon] om alle toetsen te ontgrendelen. | 65, 67 | ||
| Borduurtafel werkt niet | Er is geen patroon geselecteerd. | Kies een patroon. | 190, 265 | |
| De hoofdschakelaar staat niet aan. Zet de hoofdschakelaar aan. 26 | ||||
| Borduurtafel is niet juist bevestigd. | Bevestig de borduurtafel op de juiste manier. | 188 | ||
| Borduurraam is bevestigd voordat de tafel geinitialiseerd was. | Voer de initialisatieprocedure op de juiste wijze uit. | 188 | ||
| Er gebeurt niets als u op de display drukt | Het scherm is vergrendeld. | Druk op een van de volgende toetsen om het scherm te ontgrendelen. [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] [icon] | — | |
| Probleem Oorzaak Oplossing Pagina | ||||
| De stof wordt doorgevoerd in de tegenovergestelde richting. | Het doorvoermechanisme is beschadigd. Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. | — | ||
| De display is beslagen. | Er zit condens op de display. Na een tijd verdwijnt het condens. — | |||
VOORZICHTIG
- Deze naaimachine is uitgerust met een draaddetectiefunctie. Als u op de "Start/stoptoets" drukt voordat de bovendraad is ingeregen, functioneert de naaimachine niet goed. Afhankelijk van het gekozen patroon voert de naaimachine de stof ook door als de naald omhoog staat. Dit komt door het mechanisme waarmee de naaldstang wordt losgelaten. De naaimachine maakt dan een ander geluid dan u normaal hoort tijdens het naaien. Dit betekent niet dat de naaimachine niet goed functioneert.
- Als er een stroomstoring optreedt tijdens het naaien: Zet de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wanneer u de naaimachine opnieuw start, volgt u de aanwijzingen voor een juiste bediening van de naaimachine.
FOUTMELDINGEN
Als de naaimachine niet goed is afgesteld en u op de "Start/stoptoets" of de "Achteruit/verstevigingssteektoets" drukt, of als de bediening niet juist is, start de naaimachine niet. Er klinkt een alarmgeluid en er verschijnt een foutmelding op de display. Als er een foutmelding verschijnt, volgt u de aanwijzingen in de melding. Hieronder treft u een beschrijving van foutmeldingen aan. Raadpleeg deze beschrijvingen zo nodig (als u op drukt of de functie juist uitvoert wanneer de foutmelding in de display staat, zal de foutmelding weer verdwijnen).

VOORZICHTIG
- Vergeet niet de naaimachine opnieuw in te rijgen. Als u op de "Start/stoptoets" drukt zonder de naaimachine opnieuw in te rijgen, kan de draadspanning onjuist zijn of kan de naald breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.

text_image
De veiligheidsvoorziening is geactiveerd. Is de draad verstrikt geraakt? Is de naaid verbogen? SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de motor vastloopt door verstrikte draden of vanwege andere redenen die met de draadtoevoer te maken hebben.

text_image
Er is geen steekplaat. Bevestig een steekplaat.Dit bericht verschijnt wanneer het steekplaatdeksel niet is bevestigd.

text_image
De wagen van de borduurtafel zal bewegen. Houd uw handen enz. uit de buurt van de wagen.Deze melding verschijnt wanneer de borduurtafel wordt geïntialiseerd.

text_image
U kunt niet meer patronen toevoegen aan deze combinatie. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer u meer dan 71 patronen probeert te combineren.

text_image
Zet de machine uit en vervang de steekplaat.Deze melding verschijnt wanneer u een steek probeert te naaien met een andere stand dan de middelste naaldstand, terwijl de steekplaat met één gat is geplaatst. Deze melding verschijnt wanneer u de steekplaat verwijdert terwijl de machine aan staat, of wanneer u de machine aanzet in de borduur- of borduurcombinatiestand (zie pagina 54).

text_image
Zet de knoopsgathendel omlaag. BLUITENDeze melding verschijnt wanneer de knoopsgathendel omhoog staat, u een knoopsgatsteek hebt geselecteerd en u op de "Start/stoptoets" of de "Achteruit/verstevigingssteektoets" drukt.

text_image
Preventief onderhoud is aanbevolen.Dit bericht verschijnt wanneer de machine onderhoud nodig heeft. (zie pagina 341)

text_image
Wanneer de schuifknop voor de snelheidsregeling is ingesteld op de zigzagsteekbreedte, werkt de "Start/Stop"-toets niet. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer u de schuifknop voor de snelheidsregeling hebt afgesteld op het regelen van de zigzagsteekbreedte en u op de "Start/stoptoets" drukt. Gebruik het voetpedaal om de naaimachine te bedienen.

text_image
Voor de geselecteerde modus zijn er onvoldoende kleuren op de eigen kleurksart.Dit bericht verschijnt wanneer er onvoldoende kleuren zijn in de eigen kleurkaart om het kleurtherma dat u hebt geselecteerd, weer te geven. In dit geval geeft u meer kleuren op in de eigen kleurkaart (zie pagina 278) of selecteert u minder kleuren in de functie Kleurcombinatie. (Zie pagina 283.)

text_image
Voor de geselecteerde modus zijn er onvoldoende kleuren op de kleurkaart. SLUITENDit bericht verschijnt wanneer er onvoldoende kleuren zijn in de kleurkaart om het kleurthema-effect dat u hebt geselecteerd, weer te geven. In dit geval selecteert u een ander effect of de eigen kleurkaart (palet met 300 kleuren) of minder kleuren in de functie Kleurcombinatie. (Zie pagina 283.) Als er onvoldoende kleuren zijn opgegeven in de eigen kleurkaart, geeft u meer kleuren op in de kaart. (Zie pagina 278.)

text_image
In de tweelingnaalstand kunt u de automatische naaldinrijgtoets niet gebruiken SLUTENDeze melding verschijnt wanneer u op de "Automatisch inrijgentoets" drukt terwijl de tweelingnaald is geïnstalleerd.

text_image
Kan de rand van de stof niet herkennen. SLUITENDit bericht verschijnt wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt voordat de rand van de stof is gedetecteerd. Als u de rand van de stof wilt detecteren met de ingebouwde camera, druk dan op ,zet de persvoet omhoog en voer de bewerking opnieuw uit. (zie pagina 148)

text_image
Kan de rand van de stof hier niet herkennen. Druk op de "Start/stop"-toets(of het voetpedaai) en leid de stof als u wilt doorgaan; of druk op SLUITEN en zet de persvoet omhoog en omlaag om de functie opnieuw te activeren. BLUITENDit bericht wordt weergegeven wanneer de ingebouwde camera de rand van de stof niet kan detecteren. Als dit bericht verschijnt nadat u met naaien de rand van de stof tot op 1 à 2 cm (ca. 3/8 à 3/4 inch) bent genaderd, zie dan stap 13 in "Randen naaien" op pagina 154. Als dit bericht verschijnt tijdens het naaien van randen, kan de ingebouwde camera de rand van de stof niet detecteren.
Druk op ,szet de
persvoet omhoog, zet de naald omhoog als deze omlaag staat en voer vervolgens de procedure uit die is beschreven in "Randen naaien" op pagina 150 vanaf stap 6. Als deze foutmelding opnieuw verschijnt, naait u zonder de randnaaifunctie te gebruiken.

text_image
Bestand niet opgeslagen. SLUITENDit bericht verschijnt wanneer u meer dan 100 afbeeldingen van de camera of het instellingenscherm wilt opslaan op het USB-medium. Verwijder dan een bestand van het USB-medium of gebruik een ander USB-medium. (Zie pagina 39 en 87)

text_image
Instelling wisson? AMREREN OKDit bericht verschijnt wanneer u op of drukt 1-5 om de instellingen voor een naaisteek te verwijderen. Als u de geselecteerde instellingen wilt verwijderen, druk dan op . OK

text_image
U kunt deze borduurkaart niet gebruiken. Onbruikbare kaarten zijn kaarten die in het buitenland mogen worden verkocht, geen borduurpatroon enz.Dit bericht verschijnt wanneer u een onbruikbare borduurkaart in de machine plaatst.


text_image
Deze toets werkt niet wanneer de borduurtafel is bevestigd. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de borduurtafel is bevestigd en u op de "Achteruit/verstevigingssteektoets" drukt.

text_image
U kunt het voetpedaal niet gebruiken wanneer de borduurtafel bevestigd is. Verwijder het voetpedaal.Deze melding verschijnt wanneer u het voetpedaal intrapt terwijl de borduurtafel bevestigd is en de machine is ingesteld voor borduren.

text_image
Gegevensomvang is to groot voor dit patroon. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de patronen die u wijzigt te veel geheugen in beslag nemen, of wanneer u meer patronen bewerkt dan het geheugen kan bevatten.

text_image
Deze toets werkt niet wanneer de naald near beneden staat. Zet de naald omhoop en druk nogmeals op de toets. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer u op een toets in de display drukt terwijl de naald omlaag staat.

text_image
Kan de configuratie van de letters niet wijzigen. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer er te veel letters zijn en de booglay-out voor letters onmogelijk is.

text_image
Het patroon is te groot voor het extra grote borduurream. BLUITENDeze melding verschijnt wanneer de naaimachine in de borduurstand staat en het gecombineerde letterpatroon te groot is voor het borduurraam.

text_image
De petrooncombinatie is te groot voor het extra grote borduurraam. Als u meer patronen wilt toevoegen, draait u de petrooncombinatie.Deze melding verschijnt wanneer de naaimachine in de borduurstand staat en het gecombineerde letterpatroon te groot is voor het borduurraam. Als u het patroon 90 graden draait, kunt u doorgaan met het combineren van letters.

text_image
Verwijder het borduurraam. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de naaimachine in de borduurstand staat en de borduurtafel zich probeert te initialiseren terwijl het borduurraam bevestigd is.

text_image
Bevestig het borduurraam. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de naaimachine gereed is om een borduurpatroon te naaien en u op de "Start/stoptoets" drukt terwijl het borduurraam niet bevestigd is.

text_image
U kunt deze bewerkingsfunctie niet gebruiken wanneer het patroon buiten de rode omtreklijn valt. Gebruik deze functie nadat u het patroon hebt verplaatst. BLUTENDeze melding verschijnt wanneer de naaimachine in de borduurcombinatiestand staat en u probeert een wijzigingsfunctie te gebruiken terwijl het patroon niet helemaal binnen de rode rand valt.

text_image
Er zit een patroon bij dat niet op USB-media/computer kan worden opgeslagen. Siè het patroon op in het geheugen van de nasimachine. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer u een patroon dat auteursrechtelijk is beschermd probeert op te slaan op een USB-medium/computer. Patronen die volgens het auteursrecht niet gereproduceerd of bewerkt mogen worden, kunt u niet opslaan op een computer. Als deze melding verschijnt, slaat u het patroon op in het geheugen van de naaimachine.

text_image
Stap over op een groter borduurraam. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de naaimachine in de borduurstand staat en het kleine borduurraam bevestigd is terwijl het gekozen patroon niet in het kleine borduurraam past.
Dit bericht verschijnt wanneer u een borduurraam (klein) bevestigt terwijl u de borduurpositie uitlijnt met de ingebouwde camera.

text_image
OK om terug te gaan naar vorige kleurwijzigingen? ANNULENEN OKDeze melding verschijnt wanneer u op drukt terwijl u garenkleuren wijzigt.

text_image
OK om het vorige geheugen opnieuw op te roepen en te hervatten? ANNULEREN OKDit bericht verschijnt als u de machine uitschakelt tijdens het naaien en weer
inschakelt. Druk op OK om de machine weer in de staat te brengen (patroonpositie en aantal steken) toen u hem uitzette. Volg de procedure die is beschreven in "Wanneer de draad afbreekt tijdens het naaien" op pagina 230 om de naaldstand uit te lijnen en de rest van het patroon te naaien.

text_image
Kan niet borduren, omdat de borduurtafel niet is bevestigd. Schakel de naaimachine uit en bevestig de borduurtafel. BLUTENDeze melding verschijnt wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt terwijl de naaimachine in de borduurstand staat, maar de borduurtafel niet bevestigd is.

text_image
OK om het borduurwagen in de oorspronkelijke stand te zetten? OK.Deze melding verschijnt wanneer u de borduuronderdraad vervangt.

text_image
OK om het gecombineerde randpatroon te scheiden? ANMULEREN OKDeze melding verschijnt wanneer u een opgeslagen combinatiepatroon roteert in het borduurscherm.

text_image
Plaats het borduurraam zo ver mogelijk naar achteren. ZET DE RAAMBORGHENDEL OMLAAG OM HET RAAM VAST TE ZETTEN.Deze melding verschijnt wanneer het borduurraam wordt geïntialiseerd.


text_image
Kan de borduurpositiemarkering niet herkennen. SLUITENDit bericht verschijnt wanneer de machine de borduurpositiemarkering niet herkent.
- Controleer of de borduurpositiemarkering zich in het geselecteerde gebied bevindt. Als het probleem zich blijft voordien, zie pagina 215 om de markering te verplaatsen. - Machine herkent de gedrukte positiemarkering niet. Zet "Page Scaling" op "None (100%)" en probeer de borduurpositiemarkering opnieuw af te drukken. (zie pagina 226)

text_image
Verwijder borduurpositiemarkering. SLUITENDit bericht verschijnt wanneer de machine de borduurpositiemarkering herkent. Verwijder de borduurpositiesticker en druk
op omdoor te gaan. Als u de borduurpositiesticker gemakkelijker wilt verwijderen, drukt u op

(zie pagina 215)

text_image
Het patroon overschrijdt de patroongebiedsgrenzen. Verplaats het patroon en scan het nieuwe gebied. SLUITENDit bericht verschijnt wanneer de ingebouwde camera wordt gebruikt om de borduurpositie uit te lijnen, terwijl de borduurpositiesticker te dicht bij een rand zit, of het patroon buiten het borduurraam valt. Verander de plaatsing van de borduurpositiesticker en probeer de positie opnieuw uit te lijnen. Zie pagina 208.

text_image
Controleer de bovendraad en rijg deze opnieuw in. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de bovendraad is gebroken of niet goed is ingeregen en u op de "Start/stoptoets" of de "Achteruit/verstevigingssteektoets" drukt.

text_image
Zet de persvoethendel omlaag. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer u drukt op de "Persvoettoets" terwijl de persvoethendel omhoog/de naald omlaag staat.

text_image
De "Start/Stop"-toets werkt niet wanneer het voetpedaal is aangesloten. Verwijder het voetpedaal.Deze melding verschijnt wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt om naaisteken, lettersteken en decoratieve steken te naaien terwijl het voetpedaal is aangesloten. (Deze melding verschijnt niet wanneer u borduurt.)

text_image
Voltoei de bewerking van het patroon voordat u het patroon naait. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer u op de "Start/stoptoets" drukt terwijl de naaimachine in de stand voor speciaal borduren staat en u een patroon bewerkt.

text_image
Kies een patroon. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer er geen steek- of borduurpatroon is geselecteerd en u op de "Start/stoptoets" of de "Achteruit/verstevigingssteektoets" drukt.

text_image
De onderdraad is bijna op. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de onderdraad bijna op is.

text_image
Onvoldende geheugen beschikbaar om het patroon op te slaan. Een ander patroon wissen? ANNUERENDeze melding verschijnt wanneer het geheugen vol is en de steek of het patroon niet kan worden opgeslagen.

text_image
Oproepen van een patroon. Even geduld a.u.b.Deze melding verschijnt wanneer er een eerder opgeslagen patroon wordt opgehaald terwijl de naaimachine in de borduurcombinatiestand staat.

text_image
OK om het gekozen patron te wissen? ANNULEREN OKDeze melding verschijnt wanneer u na de patroonkeuze drukt op Naalsteken, Lettersteken en decoratieve steken en het patroon gewist gaat worden.

text_image
De veiligheidsvoorziening voor het spoelwinden is in werking getreden. Is de drasd verstrikt geraakt? SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de spoel wordt opgewonden en de motor vastloopt omdat de draad verstrikt raakt enz.

text_image
Kan de gegevens voor het geselecteerde patroon niet herkennen. De gegevens zijn misschien aangetast. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer de gegevens van het geselecteerde patroon mogelijk beschadigd zijn.

text_image
Zet de knoopsgathandel omhoog. BLUTENDeze melding verschijnt wanneer de knoopsgathendel omlaag staat, u een andere steek dan een knoopsgat hebt geselecteerd en u op de "Start/stoptoets" of de "Achteruit/verstevigingssteektoets" drukt.

text_image
De naald staat omlaag. Druk op de naaldstandtoets om de naald omhoog te zetten.Deze melding verschijnt wanneer u de borduurtafel bevestigt en de naaimachine aanzet terwijl de naald omlaag staat.
of
op

text_image
U kunt dit patron niet nasien met deze functie. BLUTENDeze melding wordt weergegeven wanneer de geselecteerde steek niet beschikbaar is voor de specifieke functie.

text_image
USB-medium is niet geladen. Laad het USB-medium.Deze melding verschijnt wanneer u een patroon probeert op te halen of op te slaan terwijl geen USB-medium is geplaatst.

text_image
Dit USB-medium kan niet worden gebruikt. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer u een incompatibel medium gebruikt.


text_image
Het USB-medium is veranderd. Verander het USB-medium niet terwijl het wordt gelezen. BLUTENDeze boodschap verschijnt wanneer u probeert een patroon te selecteren nadat het USB-medium waarop het patroon is opgeslagen, is verwisseld.

text_image
Fout USB-medium BLUTENDeze melding verschijnt wanneer een fout optreedt met het USB-medium.

text_image
Verzenden via USBDeze melding verschijnt terwijl gegevens van het USB-medium worden overgebracht.

text_image
De zakken zijn vol. Wis een patroon. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer het geheugen vol is en u een patroon moet verwijderen.

text_image
Zet de persvoet omlaag met de persvoethendeloets. SLUITENDeze melding verschijnt wanneer u op een toets, bijvoorbeeld de "Start/stoptoets" drukt terwijl de persvoet omhoog staat.

text_image
Er is een storing opgetreden. Schakel de machine uit en weer in. SLUITENDeze melding verschijnt als een storing optreedt.

text_image
Dit USB-medium is incompatibel. SILUTENDeze melding verschijnt wanneer u een incompatibel USB-medium gebruikt. Een lijst compatibele UBS-media vindt u op "http://solutions.brother.com".

text_image
De bovendraad is mogelijk niet goed ingeregen. Rijg de bovendraad in vanaf het begin.Deze melding verschijnt wanneer de bovendraad niet juist lijkt ingeregen.

text_image
OK om de persvoet automatisch omlaag te zetten? ANNAULEREN OKDeze melding verschijnt wanneer u op drukt (de persvoet staat omhoog).

text_image
Dit bestand overschrijdt de gegevenslimiet en kan niet worden gebruikt. Gebruik een bestand van geschikte grootte.Deze boodschap wordt weergegeven wanneer de bestandsgrootte de gegevenscapaciteit van de machine overschrijdt. Controleer de bestandsgrootte en het bestandstype. (zie pagina 40.)

text_image
Dit bestand is onbruikbaar. BLUTENDit bericht verschijnt als de bestandsindeling niet compatibel is met de machine. Controleer de lijst compatibele bestandsindelingen. (zie pagina 40.)

text_image
OK om geselecteerde foto te verwijderen? ANNULEREN OKDit bericht verschijnt wanneer de afbeelding wordt verwijderd.

text_image
Deze toets kan momenteel niet worden gebruikt. SLUITENDit bericht wordt weergegeven wanneer u op

text_image
NAAIAANWIJZING in een ander scherm dan naaisteken, of wanneer u op PATROONUITLEG drukt in eenander scherm dan naaisteken of letter-/decoratieve steek.
■Waarschuwingsgeluiden
Als u een functie niet goed uitvoert, klinkt een waarschuwingstoon ten teken dat een fout is opgetreden. Als de bewerking goed werd uitgevoerd, geeft de machine een pieptoon om dit te bevestigen.

Memo
- Als u de bedieningstoon wilt annuleren of het volume wilt wijzigen, druk dan op
, geef scherm 3/8 weer en wijzig de instelling voor "Speaker". Zie pagina 36 voor meer bijzonderheden.
SPECIFICATIES
| Artikel Specificatie | ||
| Naaimachine(doos 1 van 3) | Afmetingen van machine | Ca. 61,5 cm (B) × 33,2 cm (H) × 27,0 cm (D)(ca. 24-7/32 inch (B) × 13-5/64 inch (H) × 10-5/8 inch (D)) |
| Afmetingen van de doos | Ca. 68,5 cm (W) × 47,0 cm (H) × 39,0 cm (D)(ca. 26-31/32 inch (B) × 18-1/2 inch (H) × 15-11/32 inch (D)) | |
| Gewicht van de machine Ca. 15 kg (ca. | 33 lb) | |
| Gewicht van de doos (voor verzending) | Ca. 19 kg (ca. 42 lb) | |
| Naaisnelheid 70 tot 1000 steken per minuut | ||
| Naalden Naalden voor huishoudnaaim machines (HA × 130) | ||
| Accessoirebox(doos 2 van 3) | Afmetingen van de doos | Ca. 68,5 cm (W) × 15,2 cm (H) × 39,4 cm (D)(ca. 26-31/32 inch (B) × 6-1/2 inch (H) × 15-33/64 inch (D)) |
| Gewicht van de doos (voor verzending) | Ca. 5 kg (ca. 11 lb) | |
| Borduurtafel(doos 3 van 3) | Afmetingen van de borduurtafel | Ca. 51,0 cm (B) × 13,9 cm (H) × 46,2 cm (D)(ca. 20-5/64 inch (B) × 5-15/32 inch (H) × 18-3/16 inch (D)) |
| Afmetingen van de machine wanneer de borduurtafel is bevestigd | Ca. 81,6 cm (B) × 33,2 cm (H) × 46,2 cm (D)(ca. 32-1/8 inch (B) × 13-5/64 inch (H) × 18-3/16 inch (D)) | |
| Afmetingen van de doos | Ca. 68,5 cm (W) × 62,2 cm (H) × 23,6 cm (D)(ca. 26-31/32 inch (B) × 24-31/64 inch (H) × 9-19/64 inch (D)) | |
| Gewicht van de borduurtafel Ca. 4 kg (ca. 9 lb) | ||
| Gewicht van de doos (voor verzending) | Ca. 13 kg (ca. 29 lb) | |
| Totaal verzendgewicht (alle drie dozen bij elkaar) Ca. 41 kg (ca. 90 lb) | ||
* Sommige specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
Met een USB-medium of een computer kunt u software-upgrades voor uw naaimachine downloaden. Wanneer een upgradeprogramma beschikbaar is op "http://solutions.brother.com", download de bestanden dan volgens de aanwijzingen op de website en onderstaande stappen.

Opmerking
- Wanneer u de upgrade uitvoert met een USB-medium controleert u alvorens met de upgrade te starten dat geen andere gegevens dan het upgradebestand zijn opgeslagen op het USB-medium.
Procedure voor upgrade met USB-medium
1 Zet de machine aan terwijl u op de "Automatisch inrijgentoets" drukt.
→ Het volgende scherm verschijnt op de display:
2 Druk op .

3 Plaats het USB-medium in de eerste (bovenste) USB-poort op de machine. Het medium mag alleen het upgradebestand bevatten.

①Eerste (bovenste) USB-poort voor media
②USB-medium
Opmerking
- De toegangslamp begint te knipperen nadat u een USB-medium hebt geplaatst. Het duurt ongeveer vijf of zes seconden om het medium te herkennen. (De tijd verschilt afhankelijk van het USB-medium).
4 Druk op • LADEN

text_image
Druk op LADEN nadat u het USB-medium met het upgradebestand hebt aangesloten. SLUITEN LADEN→ Het upgradebestand wordt gedownload.

Opmerking
- Als een fout optreedt, verschijnt een foutmelding in rode letters. Wanneer de installatie is uitgevoerd, verschijnt het volgende bericht.

5 Verwijder het USB-medium en zet de machine uit en weer aan.
1 Zet de machine aan terwijl u op de "Automatisch inrijgentoets" drukt.
→ Het volgende scherm verschijnt op de display:
2 Druk op .

3 Sluit de USB-kabel aan op de betreffende USB-poort op de computer en op de machine.
→ "Verwisselbare schijf" verschijnt in "Computer (Deze computer)".
4 Kopieer het upgradebestand naar "Verwisselbare schijf".

text_image
Computer + Microsoft Excel (C) Categories: Category 1 Category 2 Category 3 Category 4 Category 5 Category 6 Category 7 Category 8 Category 9 Category 10 Category 11 Category 12 Category 13 Category 14 Category 15 Category 16 Category 17 Category 18 Category 19 Category 20 Category 21 Category 22 Category 23 Category 24 Category 25 Category 26 Category 27 Category 28 Category 29 Category 30 Category 31 Category 32 Category 33 Category 34 Category 35 Category 36 Category 37 Category 38 Category 39 Category 40 Category 41 Category 42 Category 43 Category 44 Category 45 Category 46 Category 47 Category 48 Category 49 Category 50 Category 51 Category 52 Category 53 Category 54 Category 55 Category 56 Category 57 Category 58 Category 59 Category 60 Category 61 Category 62 Category 63 Category 64 Category 65 Category 66 Category 67 Category 68 Category 69 Category 70 Category 71 Category 72 Category 73 Category 74 Category 75 Category 76 Category 77 Category 78 Category 79 Category 80 Category 81 Category 82 Category 83 Category 84 Category 85 Category 86 Category 87 Category 88 Category 89 Category 90 Category 91 Category 92 Category 93 Category 94 Category 95 Category 96 Category 97 Category 98 Category 99 Category 100→ De volgende boodschap verschijnt.

text_image
Aangesloten op pc. Maak de USB-kabel niet los.5 Wanneer de melding verschijnt, drukt u op


text_image
Druk op LADEN nadat u het upgradebestand in de machine hebt opgeslagen. SLUITEN LADEN→ Het upgradebestand wordt gedownload.
Opmerking • Als een fout foutmelding
- Als een fout optreedt, verschijnt een foutmelding in rode letters. Wanneer de installatie is uitgevoerd, verschijnt het volgende bericht.

6 Verwijder de USB-kabel en zet de machine uit en weer aan.
STEEKINSTELLINGENTABEL
In de volgende tabel vindt u informatie over alle naaisteken, zoals toepassingen, steeklengte, steekbreedte en of u de tweelingnaald kunt gebruiken.

Opmerking
- Quiltvoet "C" gebruikt u wanneer de steekplaat voor rechte steken is bevestigd op de machine. (Zie "Werken met de vrije quiltvoet "C"" op pagina 116.)
| Steek | Steeknaam | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||
![]() | ![]() | Autom. Handmatig Autom. Handmatig | |||||||
| Rechte steek (links) | ![]() | ![]() | Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden enz.Achteruitsteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | |
| Rechte steek (links) | ![]() | ![]() | Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden enz.Verstevigingssteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | |
| Rechte steek (midden) | ![]() | ![]() | Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden enz.Achteruitsteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | |
| Rechte steek (midden) | ![]() | ![]() | Algemeen naaien, plooien, gepaspelde naden enz.Verstevigingssteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | |
| Drievoudige stretchsteek | ![]() | ![]() | Algemeen naaien voor versteviging en decoratieve randen | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |
| Stamsteek Verstev | ![]() | ![]() | en decoratieve toepassingen | 1,0(1/16) | 1,0 - 3,0(1/16 - 1/8) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |
| Decoratieve steek | ![]() | ![]() | Decoratieve steken, randen stikken | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |
| Rijgsteek Rijgsteke | ![]() | ![]() | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 20(3/4) | 5 - 30(3/16 - 1-3/16) | NEE | ||
| Zigzagsteek Overhands naaien, repareren. | |||||||||
![]() | ![]() | Achteruitsteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4(1/16) | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | OK(J) | ||
| Zigzagsteek Overhands naaien, repareren. | |||||||||
![]() | ![]() | Verstevigingssteken worden genaaid wanneer u op de “Achteruit/verstevigingssteektoets” drukt. | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4(1/16) | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | OK(J) | ||
| Zigzagsteek (rechts) | [XWTG] | ![]() | Beginnen vanuit rechternaaldstand, zigzagnaaien links. | 3,5(1/8) | 2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 1,4(1/16) | 0,3 - 4,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | |
![]() | Zigzagsteek (links) | Beginnen vanuit linkernaaldstand, zigzagnaaien rechts. | 3,5(1/8) | 2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 1,4(1/16) | 0,3 - 4,0(1/64 - 3/16) | OK(J) | ||
![]() | Elastische zigzag in 2 stappen | ![]() | ![]() | Overhands naaien (middelzware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) |
![]() | Elastische zigzag in 2 stappen | ![]() | ![]() | Overhands naaien (middelzware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) |
![]() | Elastische zigzag in 3 stappen | ![]() | ![]() | Overhands naaien (middelzware en zware stof en stretchstof), band en elastiek | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) |
![]() | Overhandse steek | ![]() | Verstevigd naaien van lichte en middelmatig zware stof | 3,5(1/8) | 2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 2,0(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Overhandse steek | ![]() | Verstevigd naaien van zware stof | 5,0(3/16) | 2,5 - 5,0(3/32 - 3/16) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Overhandse steek | ![]() | Verstevigd naaien van middelzware en zware stof en stof die snel rafelt of decoratief naaiwerk. | 5,0(3/16) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Overhandse steek | ![]() | ![]() | Verstevigd naaien van naden bij stretchstof | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 9/32) | 2,5(3/32) | 0,5 - 4,0(1/32 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Overhandse steek | ![]() | ![]() | Verstevigd naaien van middelzware stretchstof en zware stof of voor decoratieve steken | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 9/32) | 2,5(3/32) | 0,5 - 4,0(1/32 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Overhandse steek | ![]() | [BY7D] | Verstevigd naaien van stretchstof of voor decoratieve steken | 4,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Overhandse steek | ![]() | ![]() | Naden van gebreide stretchstoffen | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
![]() | Enkelvoudige ruit overhandse steek | ![]() | ![]() | Verstevigd naaien van naden bij stretchstof | 6,0(15/64) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,0(1/8) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Enkelvoudige ruit overhandse steek | ![]() | ![]() | Verstevigd naaien van stretchstof | 6,0(15/64) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,8(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Met zijsnijder Rechte steek tijdens afknippen van stof ![]() | 0,0(0) | 0,0 - 2,5(0 - 3/32) | 2,5(3/32) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | |||
![]() | Met zijsnijder Zigzagstekektens afknippen van stof ![]() | 3,5(1/8) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 1,4(1/16) | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | NEE | |||
![]() | Met zijsnijder Overhande ek tijdens ![]() | 3,5(1/8) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,0(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
![]() | Met zijsnijder Overhande ek tijdens ![]() | 5,0(3/16) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
![]() | Met zijsnijder Overhande ek tijdens Verbindingssteek(rechts)Aan elkaar zetten/patchwork6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge links | 5,0(3/16)5,5(7/32) | 3,5 - 5,0(1/8 - 3/16)0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32)2,0(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16)0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEENEE | |||
| Verbindingssteek(midden) | Aan elkaar zetten/patchwork | — — | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | ||||
| Verbindingssteek(links) | Aan elkaar zetten/patchwork6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge links | 1,5(1/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | |||
| Quiltsteken methandgemaaktuiterlijk | Quiltsteek die eruitziet alshandgenaaid | 0,0(0) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Zigzagsteekvoorquiltapplicatie | Zigzagsteek voor quilts ennaaien op geappliceerdequiltstukken | 3,5(1/8) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4(1/16) | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | NEE | |||
| Appliceersteekvoor quilts | Quiltsteek voor onzichtbareapplicatie of het bevestigenvan band | 1,5(1/16) | 0,5 - 5,0(1/64 - 3/16) | 1,8(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Stippelsteekvoor quilts | Quilten achtergrond | 7,0(1/4) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Blindzoomsteek Gewevel of zomen | 0,0(0) | +3,0 - -3,0(+1/8 - -1/8) | 2,0(1/16) | 1,0 - 3,5(1/16 - 1/8) | NEE | ||||
| Blindzoomsteekstretchstof | Stretchstof zomen | 0,0(0) | +3,0 - -3,0(+1/8 - -1/8) | 2,0(1/16) | 1,0 - 3,5(1/16 - 1/8) | NEE | |||
Dekensteek Applicaties, ratieve WWDQ | dekensteek | 3,5(1/8) | 2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,6 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |||
| Schelprijgsteekvoor randen | Afwerking met schelprijgsteek | 4,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) | |||
| Satijnenschelpsteek | Decoreren kraag van blouse,rand zakdoek | 5,0(3/16) | 2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 0,5(1/32) | 0,1 - 1,0(1/64 - 1/16) | OK(J) | |||
| Schelpsteek Decoreren [TD40] van blouse,N[KOTC] | rand zakdoek | 7,0(1/4) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,4(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Verbindingssteekvoor patchwork | Patchworksteken, decoratieve steken | 4,0(1/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,2(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) | |||
| Dubbeleoverlocksteekvoor patchwork | Patchworksteken, decoratieve steken | 5,0(3/16) | 2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |||
| Couching-steek Decoratieve steken[BAOK] | voorbevestigen koord en couching | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,2(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | OK(J) | |||
| Smocksteek Smockwerk decoratieve[WY37] | steken | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |||
Veersteek Fagotsleken ratieve![]() | steken | 5,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |||
![]() | Fagot kruissteek | Fagotsteken, brugsteken en decoratieve steken | 5,0(3/16) | 2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | ||
![]() | Band bevestigen | ![]() | ![]() | Band bevestigen aan zoom in stretchstof | 4,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/61 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Laddersteek Deco ![]() | ![]() | 4,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 3,0(1/8) | 2,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
| [ZWS6] | Zigzag sierzoomsteek | ![]() | [BC88] | Decoratieve afwerksteken | 4,0(3/16) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Decoratieve steek | ![]() | ![]() | Decoratieve steek | 1,0(1/16) | 1,0 - 3,0(1/16 - 1/8) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Decoratieve steek | ![]() | ![]() | Decoratieve steek | 5,5(7/32) | 0,0 - 7,0(0 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Serpentsteek Deco ![]() | ![]() | [ELASTIEK] | bevestigen | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Decoratieve steek | ![]() | ![]() | Decoratieve steken en applicaties | 6,0(15/64) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Decoratieve stippelsteek | ![]() | ![]() | Decoratieve steek | 7,0(1/4) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
![]() | Zoomsteken Deco ![]() | [ZO][BH6D] | drievoudige rechte steek links | 1,0(1/16) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |
![]() | Zoomsteken Deco ![]() | [ZO]![]() | drievoudige rechte steek midden | 3,5(1/8) | 1,0 - 7,0(1/16 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |
![]() | Zoomsteken zigzag | ![]() | ![]() | Decoratieve zomen, randen stikken | 6,0(15/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,0(1/8) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
![]() | Zoomsteken Deco ![]() | [ZO]![]() | [kant bevestigen met pensteek | bevestigen met pensteek | 3,5(1/8) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,6 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
![]() | Zoomsteken Deco ![]() | [ZO]![]() | 3,0(1/8) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,5(1/8) | 1,6 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Zoomsteken Decoratieve zomen ![]() | [ZO]![]() | bloemetjessteek | 6,0(15/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,0(1/8) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Zoomsteken Erfst ![]() | [de] ![]() | [leve zomen] | zomen | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,5(1/8) | 1,6 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
![]() | Zoomsteken Erfs ![]() | ![]() | tukwerk, decoratieve zomen | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,5(1/8) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
![]() | Zoomsteken Erfst ![]() | [de] ![]() | [leve zomen] | zomen | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,5(1/8) | 1,6 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) |
| Zoomsteken Erfstukwerk, [88WB] | decoratieve ![]() | zomen | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | ||
Zoomsteken Erfstukwerk, ![]() | decoratieve ![]() | zomen | 4,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | ||
| Honingraatsteek | ![]() | ![]() | Erfstukwerk, decoratieve zomen | 5,0(3/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |
| Honingraatsteek | ![]() | ![]() | Erfstukwerk, decoratieve zomen | 6,0(15/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,5(1/8) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |
Zoomsteken Erfstukwerk, ![]() | decoratieve [HBCK] | zomen | 6,0(15/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | ||
Zoomsteken Erfstukwerk, ![]() | dezieve ![]() | zomen | 6,0(15/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,0(1/8) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
Zoomsteken Erfstukwerk, ![]() | dezieve [SY22] | zomen | 6,0(15/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | ||
Zoomsteken Erfstukwerk, ![]() | decoratieve ![]() | ||||||||
| Zoomsteken Erfstukwerk, [N273H] | decoratieve ![]() | zomen | 4,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,6 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
Zoomsteken Erfstukwerk, ![]() | decoratieve [S44C] | zomen | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 2,0(1/16) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | ||
| Zoomsteken Decor [AGKB] | zol ![]() | brugsteek | 6,0(15/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 2,0(1/16) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | ||
Zoomsteken Decor atieve ![]() | zom, fagotwerk, ![]() | [a825] | lint bevestigen | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 3,0(1/8) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | OK(J) | |
Zoomsteken Decor atieve zomen, ![]() | [2774] | smockwerk | 6,0(15/64) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
Zoomsteken Decor ![]() | zol ![]() | smockwerk | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
| Zoomsteken Decor atieve zomen, [GBZW] | [K22W] | ||||||||
Zoomsteken Decor atieve zomen, ![]() | ![]() | smockwerk | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
| Zoomsteken Decor atieve zomen, [BWWA] | ![]() | 5,0(3/16) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Laddersteek Decor [KSHY] | ![]() | Jagotwerk, lint bevestigen | 7,0(1/4) | 5,0 - 7,0(3/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 2,5(1/16 - 3/32) | NEE | ||
| Smal afgerond knopsgat | [YY3W] ![]() | Knoopsgaten voor lichte tot middelzware stof | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | ||
| Breed afgerond knopsgat | ![]() | Knoopsgaten met extra ruimte voor grotere knopen | 5,5(7/32) | 3,5 - 5,5(1/8 - 7/32) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | ||
| Steek | Steeknaam | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte [mm (inch)] | Steeklengte [mm (inch)] | Twee-lingnaald | |||
| Autom. Handmatig Autom. Handmatig | |||||||||
![]() | Taps toelopend afgerond knoopsgat | ![]() | Verstevigde, taps toelopende knoopsgaten voor broek of rokband | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Afgerond knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten met verticale trens voor zware stof | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Afgerond knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten met trens | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Aan beide zijden afgerond knoopsgat | [3SH6] | Knoopsgaten voor fijne, middelzware en zware stof | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Smal vierkant knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten voor lichte tot middelzware stof | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Breed vierkant knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten met extra ruimte voor decoratieve knopen | 5,5(7/32) | 3,5 - 5,5(1/8 - 7/32) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Vierkant knoopsgat | ![]() | Knoopsgaten voor zwaar gebruik met verticale trenzen | 5,0(3/16) | 3,0 - 5,0(1/8 - 3/16) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Stretchknoopsgat | ![]() | Knoopsgaten voor stretchstof of geweven stof | 6,0(15/64) | 3,0 - 6,0(1/8 - 15/64) | 1,0(1/16) | 0,5 - 2,0(1/32 - 1/16) | NEE | |
![]() | Erfstukknoopsgat | ![]() | Knoopsgaten voor erfstuk- en stretchstof | 6,0(15/64) | 3,0 - 6,0(1/8 - 15/64) | 1,5(1/16) | 1,0 - 3,0(1/1 - 1/8) | NEE | |
![]() | Knoopsgat in leer | ![]() | Eerste stap bij het maken van knoopsgaten in leer | 5,0(3/16) | 0,0 - 6,0(0 - 15/64) | 2,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
![]() | Lingerieknoopsgat | ![]() | Knoopsgaten in zware of dikke stof, voor grotere platte knopen | 7,0(1/4) | 3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5(1/32) | 0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Taps toelopend lingerieknoopsgat | ![]() | Knoopsgaten in middelzware tot zware stof, voor grotere platte knopen | 7,0(1/4) | 3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5(1/32) | 0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Lingerieknoopsgat | ![]() | Knoopsgaten met verticale trens voor versteviging van stof voor zware of dikke stof | 7,0(1/4) | 3,0 - 7,0(1/8 - 1/4) | 0,5(1/32) | 0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
| [SXT7] | Knoopsgat in vier stappen 1 | ![]() | ![]() | Linkerkant van knoopsgat in vier stappen | 5,0(7/32) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Knoopsgat in vier stappen 2 | ![]() | ![]() | Trens van knoopsgat in 4 stappen | 5,0(7/32) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Knoopsgat in vier stappen 3 | ![]() | ![]() | Rechterkant van knoopsgat in vier stappen | 5,0(7/32) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Knoopsgat in vier stappen 4 | ![]() | ![]() | Trens van knoopsgat in 4 stappen | 5,0(7/32) | 1,5 - 7,0(1/16 - 1/4) | 0,4(1/64) | 0,2 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE |
| [SGYG] | Stoppen Stoppen van middelzware stof | 7,0(1/4) | 2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,4 - 2,5(1/64 - 1/16) | NEE | |||
| Steek | Steeknaam | Persvoet | Toepassingen | Steekbreedte[mm (inch)] | Steeklengte[mm (inch)] | Tweelingnaald | |||
| Autom. Handmatig Autom. Handmatig | |||||||||
| [D22X] | Stoppen Stoppen | van z stof![]() | 7,0(1/4) | 2,5 - 7,0(3/32 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,4 - 2,5(1/64 - 1/16) | NEE | ||
| [654T] | Trens Verstevigd naaien | ![]() | zakopening enz. | 2,0(1/16) | 1,0 - 3,0(1/16 - 1/8) | 0,4(1/64) | 0,3 - 1,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
![]() | Knopen aanzetten | ![]() | Knopen aanzetten | 3,5(1/8) | 2,5 - 4,5(3/32 - 3/16) | — — | N | E | |
![]() | Oogje Maken van g ![]() | [ARKK] | enz. | 7,0(1/4) | 7,0 6,0 5,0(1/4 15/64 3/16) | 7,0(1/4) | 7,0 6,0 5,0(1/4 15/64 3/16) | NEE | |
| 4-25 | Stervormig oogje | ![]() | ![]() | Sternormige oogjes of gaatjes maken. | — — — — | N | E | E | |
| 5-01 | Diagonaal links omhoog (recht) | ![]() | ![]() | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — — — — | N | E | E | |
![]() | Achteruit (recht) B C K K 4 | ![]() | Applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — — — — | N | E | E | ||
![]() | Diagonaal rechts omhoog (recht) | [G07Z] | ![]() | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — — — — | N | E | E | |
| 5-04 | Zijwaarts naar links (recht) | [50BK] | [83BW] | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof | — — — — | N | E | E | |
![]() | Zijwaarts naar rechts (recht) | ![]() | [3XSH] | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof | — — — — | N | E | E | |
![]() | Diagonaal links omlaag (recht) | ![]() | [YYY] | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — — — — | N | EE | ||
![]() | Voorwaarts (recht) | ![]() | ![]() | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — — — — | N | E | E | |
![]() | Diagonaal rechts omlaag (recht) | ![]() | ![]() | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — — — — | N | E | E | |
![]() | Zijwaarts naar links (zigzag) | ![]() | ![]() | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof | — — — — | N | E | E | |
![]() | Zijwaarts naar rechts (zigzag) | ![]() | ![]() | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof | — — — — | N | E | E | |
![]() | Voorwaarts (zigzag) | ![]() | ![]() | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — — — — | N | E | E | |
![]() | Achteruit (zigzag) | ![]() | ![]() | Bevestigen van applicaties op pijpvormige stukken stof en het naaien van verstekhoeken | — — — — | N | E | E | |
| [BAZ8] | Verbindingssteek (midden) | ![]() | ![]() | Aan elkaar zetten/patchwork | — — | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
![]() | Verbindingssteek(rechts) | Aan elkaar zetten/patchwork6,5 mm (ca. 1/4 inch) margerechts | 5,50(7/32) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Verbindingssteek(links) | ![]() | [C84S] | Aan elkaar zetten/patchwork6,5 mm (ca. 1/4 inch) margelinks | 1,50(1/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,0(1/16) | 0,2 - 5,0(1/64 - 3/16) | NEE |
![]() | Quiltsteken methandgemaaktuiterlijk | ![]() | ![]() | Quiltsteek die eruitziet alshandgenaaid | 3,50 | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
![]() | Rijgsteek Rijgsteek | 3,50 | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 20(3/4) | 5 - 30(3/16 - 1-3/16) | NEE | |||
![]() | Stamsteek Versteveind naaien en decoratieve toepassingen | 1,00(1/16) | 1,00 - 3,00(1/16 - 1/8) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
![]() | Zigzagsteekvoorquiltapplicatie | ![]() | ![]() | Zigzagsteek voor quilts ennaaien op geappliceerdequiltstukken | 3,50(1/8) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,6 | 0,0 - 4,0(0 - 3/16) | NEE |
![]() | Zigzagsteek(rechts) | ![]() | [TAWS] | Beginnen vanuitrechternaaldstand,zigzagnaaien links | 3,50(1/8) | 2,50 - 5,00(3/32 - 3/16) | 1,6 | 0,3 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE |
![]() | Zigzagsteek(links) | ![]() | ![]() | Beginnen vanuitlinkernaaldstand,zigzagnaaien rechts | 3,50(1/8) | 2,50 - 5,00(3/32 - 3/16) | 1,6 | 0,3 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE |
![]() | Elastischezigzag in 2stappen | ![]() | [6ZYA] | Overhands naaien(middelzware stof enstretchstof), band en elastiek | 5,00(3/16) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Elastischezigzag in 3stappen | ![]() | ![]() | Overhands naaien(middelzware en zware stof enstretchstof), band en elastiek | 5,00(3/16) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Appliceersteekvoor quilts | ![]() | ![]() | Quiltsteek voor onzichtbareapplicatie of het bevestigenvan band | 2,00 | 0,50 - 5,00(1/64 - 3/16) | 2,0 | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
![]() | Schelprijgsteekvoor randen | ![]() | ![]() | Afwerking met schelprijgsteek | 4,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | NEE |
![]() | Dekensteek Applicatieve decretende | dekensteek | 3,50(1/8) | 2,50 - 7,00(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,6 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Stippelsteekvoor quilts | ![]() | ![]() | Quilten achtergrond | 7,00(1/4) | 1,00 - 7,00(1/16 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
![]() | Overhandsesteek | ![]() | ![]() | Naden van gebreidestretchstoffen | 5,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
| [BHH2] | Bandbevestigen | ![]() | [A5SZ] | Band bevestigen aan zoom instretchstof | 5,50 | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,4 | 0,2 - 4,0(1/61 - 3/16) | NEE |
![]() | Serpentsteek Decoratieve steken en elastiek | 5,00(3/16) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 2,0 | 0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | |||
![]() | Veersteek Fagotsteken decoratieve | steken | 5,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | ||
![]() | Fagot kruissteek | ![]() | ![]() | Fagotsteken, brugsteken en decoratieve steken | 5,00(3/16) | 2,50 - 7,00(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE |
| Couching-steek | ![]() | ![]() | voor bevestigen koord en couching | 5,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,2(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 1/16) | NEE | |
| Dubbele overlocksteek voor patchwork | ![]() | ![]() | Patchworksteken, decoratieve steken | 5,00(3/16) | 2,50 - 7,00(3/32 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Smocksteek | ![]() | ![]() | steken | 5,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Zigzag sierzoomsteek | ![]() | ![]() | Decoratieve afwerksteken | 4,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 2,5(3/32) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Decoratieve steek | ![]() | ![]() | Decoratieve steken en applicaties | 6,00(15/64) | 1,00 - 7,00(1/16 - 1/4) | 1,0(1/16) | 0,2 - 4,0(1/64 - 3/16) | NEE | |
| Decoratieve steek | ![]() | ![]() | Decoratieve steek | 5,50(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 1,6(1/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Zoomsteken Erfstukwerk, decoratieve | zomen | 5,00(3/16) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 2,0(1/16) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Zoomsteken Decoratieve zomen en | brugsteek | 6,00(15/64) | 1,50 - 7,00(1/16 - 1/4) | 2,0(1/16) | 1,5 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |||
| Enkelvoudige ruit overhandse steek | ![]() | ![]() | Verstevigd naaien van naden bij stretchstof | 6,00(15/64) | 1,00 - 7,00(1/16 - 1/4) | 3,0(1/8) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
| Overhandse steek | ![]() | ![]() | Verstevigd naaien van stretchstof of voor decoratieve steken | 4,00(3/16) | 0,00 - 7,00(0 - 1/4) | 4,0(3/16) | 1,0 - 4,0(1/16 - 3/16) | NEE | |
INDEX
A
Aan elkaar zetten 113
Aanpassingen scherm ....342
Aansluitpunt 13
Accessoirebox 16
Accessoireruimte 16
Accessoires bijgeleverde accessoires ....16 optionele artikelen ....20
Accessoiretafel 13, 188
Achteruit/verstevigingssteektoets 15, 74, 81
Achteruit/verstevigingssteken 74, 81
Afwerksteken 127
Ander spoelhuis 218
Appliceren ....125 borduurpatronen ....221 met een borduurraampatroon ....258 met zigzagsteken ....102 quilten ....114
Automatisch inrijgentoets 15, 57
Automatische draadkniptoets 82
Bewerken borduren ....240 borduurcombinatie ....268 lettersteken en decoratieve steken ....164 MY CUSTOM STITCH ....328
Blindzoomsteken 122
Borduren automatische draadknipfunctie (EINDE KLEUR KNIPPEN)......235
borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet .....231
draadknipfunctie (OVERSPRINGENDE STEEK KNIPPEN) .....236
functies van de toetsen 199
garenkleur 237
kleine stukjes stof 205
linten of band 205
opnieuw beginnen vanaf het begin 231
patronen kiezen 190
randen of hoeken 205
snelheid aanpassen 237
Borduurcombinatie eigen kleurkaart ....278, 282
functies van de toetsen 269
garenkleur wijzigen 277
gecombineerde patronen 295, 298
herhaalpatronen 285
uitleg van functies 264
Borduurkaart 197
Borduurkaartlezer 197
Borduurpatronen applicatie maken met een kaderpatroon 258, 259
bewerken 268
combineren 295
kopiëren 293
naaien 218
ophalen 254, 255
opslaan 251, 252, 253
patronen met applicatie 221
positie controleren 216
positie uitlijnen 211
selecteren 190,265
stekenoverzichten 191
verbonden letters 245
wijzigen 240
Borduurpositiesticker 213
Borduurraamdisplay 238
Borduurramen bevestigen 206
gebruik van het borduurvel 204
soorten 202
stof plaatsen 203
verwijderen 207
Borduursteekplaatdeksel 219
Borduurtafel 15, 188
draagkoffer 17
wagen 15
Borduurvel 204
Borduurvoet "W" 187
Bovendeksel 13
Bovendraad inrijgen met de "Automatisch inrijgentoets" 57
met het klosnetje 64
tweelingnaaldmodus 60
Boventransportvoet 66
C
Controletoets 216
D
Display 13,28 reinigen 338
vergrendelen 86
verlichting 36
Draad draadspanning ....79, 233
stof/draad/naald-combinaties 69
Draadafsnijder 13,73
Draaddichtheidstoets 167
Draadgeleider 13, 49, 51, 61
Draadgeleiderplaat 13, 51, 57
Draadgeleiders op de naaldstang 14, 61
Draadkniptoets 15
Draadmarkeringen 290
E
echoquilten 119
Eigen kleurkaart 278, 282
Elastische zigzagsteken 104
Elektriciteitssnoer 27
Engelse naad 100
Enkele/drievoudige-steektoets 330
Enkele/meerdere stekentoets 167
Enkele/tweelingnaaldtoets 60
Erfstukwerk 130
Extra klospen 13,48,61
F
Fagotwerk 128
Fantasicquilt 103
Fantasiequilten (vrij quilten) vrije echoquiltvoet "E" 119
Functie Color Shuffling (Kleurcombinatie) 283
Functies van de toetsen borduren .... 199 borduurcombinatie .... 269 lettersteken en decoratieve steken .... 164 MY CUSTOM STITCH .... 328 naaisteken .... 30
G
Garenkleur 237
Garenkleurentoets 276, 277, 282
Gebruiksaanwijzingtoets 343
Gepaspelde naad 101
Grijper 338
Groeperentoets 332
Groottekeuzetoets 166
Grootteoels 241, 270
H
Handvat 13
Handwiel 13
Helptoets naaimachine 44
Herhaalpatronen 285
Hoofdschakelaar 13,26
1
Ingebouwde camera 6,87,148,213
Instellingen
algemene instellingen 36
automatisch draadknippen 82, 235
automatische verstevigingssteken 81
borduurinstellingen 37
draadknippen 236
draadspanning 79,233
instellingstoets 35, 237, 278
naai-instellingen 35
schermtaal 41
steekbreedte 78
steeklengte 79
Instellingstoets 329
Invoegentoets 333
K
Keuzehelptoets 46
Kloshouder 52,63
Kloskap 13
Klosnetje 64
Klospen 13
Kniehevel 13,83
Knip/spanningstoets 233
Knoopsgaten
één stap 132
knoopsgaten met aparte vormen/knopen die niet in de
knopenvoet passen 135
vier stappen 136
Knoopsgathendel 14, 134, 139
Knopen aanzetten 142
4-gats knopen 143
knoopvoet 143
L
Letters
borduren 194
borduurcombinatie 266
lettersteken en decoratieve steken 158
Lettersteken en decoratieve steken
aanpassingen 162
bewerken 164
combineren 170
functies van de toetsen 164
naaien 161
ophalen 180, 181
opslaan 177, 178, 179
selecteren 156
stekenoverzichten 157
M
Meerkleurentoets 245, 276
My Custom Design 7
MY CUSTOM STITCH
functies van de toetsen 328
gegevens opgeven 328
ontwerpen 326
ophalen 335
opslaan 334
opslaan in uw lijst 334
N
Naaisteken
functies van de toetsen 30
keuzehelptoets 46
ophalen 93
opslaan 92
patroonbeschrijvingstoets 47
selecteren 90
steekinstellingentabel 359
stekenoverzichten 90
Naaitoets 294
Naald
modus 28
naald verwisselen 67, 96
naaldpositie controleren 6,87
stof/draad/naald-combinaties 69
tweelingnaald 60
Naaldklemschroef 14
Naaldstand 86,96
Naaldstandtoets 15
O
Onderdraad inrijgen
onderdraad naar boven halen 55
spoel aanbrengen 54
spoel opwinden 48
Ononderbroken borduren 248
Oogje 144
Ophalen
borduurpatronen 254
computer 182,256
geheugen van de machine 180, 254
lettersteken en decoratieve steken ....180
MY CUSTOM STITCH-ontwerpen 335
naaisteken 93
steekinstellingen 93
USB-medium 181,255
Opslaan
borduurpatronen 251
computer 179,253
geheugen van de machine 177, 251
lettersteken en decoratieve steken ....177
MY CUSTOM STITCH-ontwerpen 334
naaisteken 92
steekinstellingen 92
USB-medium 178,252
Overhandse steken 102, 104, 105
P
Patchwork 103
Patronen combineren
borduurcombinatie 295
lettersteken en decoratieve steken ....170
Patroonafbeeldingtoets 92, 168, 217, 330
Pentablet 23, 34
Persvoet bevestigen ....65 druk ....85 soorten ....359 verwijderen ....65
Persvoet-/naaldwisseltoets 61, 65, 66, 67, 187
Persvoetcode 29,198
Persvoethendel 13,75
Persvoethouder 14, 65
Persvoethouderschroef 14
Persvoettoets 15
Pijltjestoetsen 240, 296, 329
Plooien 99
Positie uitlijnen 208, 211, 213
Print en Borduur 223, 306
Probleemoplossing 34
Puntwissentoets 330
Q
Quilten 110
met satijnsteken 11
vrij 116
R
Randen naaien randen naaien met de ingebouwde camera 6, 148
Randtoets 285, 290
Rangschikkentoets 266, 273
Rasterrichtingtoets 329
Rechte steken 94
Rechte-steekvoet 97
Reinigen buitenkant van de machine ....338 Display ....338 grijper ....338
Rijgsteken 98
Rits inzetten in het midden ....140 zijkant ....147
Rotatietoets 242, 270
S
Satijnsteken 115, 167
Schelprijgsteken 126
Schelpsteken 127
Schermaanraakpen 277, 329, 342 houder 13
Schermbeveiliging 40
Schuifknop voor snelheidsregeling 13, 15, 72
Smocksteek 128
Spatieringtoets 27
Speaker 36
Specificaties 356
Spiegeltoets 91, 167, 243
Spilfunctie 84
Spoel aanbrengen ....54
bijna leeg 229
onderdraad naar boven halen 5
opwinden 48
Spoelclip 17
Spoelhouder (schakelaar) 50
Spoelhuis ander spoelhuis (geen kleur op de schroef) ....218 reinigen ....338
Spoelhuisdeksel 14, 54
Spoelhuisdeksel met koordgeleider ....103
Spoelopwinder 1
Stappatronen 174
Start/stoptoets 15
Startscherm 28
Steekdichtheidstoets 244
Steekinstellingentabel 359
Steekplaat 14
Steekplaat voor rechte steken 97
Steken herberekenen 270
Steken in verschillende richtingen 145
Steunstof 200
Stof lichte stof naaien 76
stof/draad/naald-combinaties 69
stretchstof naaien 77, 135
zware stof naaien 75
Stoppen 138
T
Terug naar begintoets 168
Testtoets 330, 334
USB-medium bruikbaar ....176, 249
ophalen 181,255
opslaan 178, 252
USB-muis 33,39
USB-poortaansluiting voor computer ....13, 179, 253 voor media ....13, 178, 252
V
Ventilatieopening 13
Vergrotentoets 329
Verlengtoets 166
Voet "V" voor uitlijning van verticale steken 149
Voetpedaal 13,73
Voorspanningsschijf 13, 49, 52
Vooruit/achteruittoets 230, 231
vrijmodus 116
W
Waarschuwingsgeluiden 355
Werken met de spoel 307
Z
Zigzagsteken 102
Zijsnijder 107
Zoomsteken bloemetjessteek .... 130 uitgetrokken steken .... 131


























































































































middelzware stof














































-
-









1Standaard spoelhuis (groene marking op de schroef)Ander spoelhuis (geen kleur op de schroef)

















































































Verbindingssteek(rechts)Aan elkaar zetten/patchwork6,5 mm (ca. 1/4 inch) marge links
WWDQ
ratieve













































































































































































































