FLORABEST

FBS 43 A1 - Grasmaaier FLORABEST - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FBS 43 A1 FLORABEST in PDF-formaat.

📄 90 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice FLORABEST FBS 43 A1 - page 58
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FLORABEST

Model : FBS 43 A1

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FBS 43 A1 - FLORABEST en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FBS 43 A1 van het merk FLORABEST.

GEBRUIKSAANWIJZING FBS 43 A1 FLORABEST

Vouw vóór het lezen de pagina met de afbeeldingen open en maak u vertrouwd met alle functies van het apparaat.

Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuw toestel. U hebt gekozen voor een hoogwaardig product. De handleiding maakt deel uit van dit product. Ze bevat belangrijke aanwijzingen omtrent vei- ligheid, gebruik en verwijdering. Maakt u zich vertrouwd met alle bedienings- en veiligheidsins- tructies voordat u het toestel gebruikt. Gebruik het product enkel zoals beschreven en voor de opge- geven toepassingsgebieden. Geef alle documen- ten mee als u het product aan derden overlaat.

2. Veiligheidsaanwijzingen

Waarschuwing! Lees alle veiligheidsinstructies en aan- wijzingen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben. Bewaar alle veilig- heidsinstructies en aanwijzingen voor de toekomst. Veiligheidsvoorzieningen Als u met het toestel werkt moet de overeenkoms- tige plastic beschermkap voor messen of draad zijn aangebracht om het wegspringen van voor- werpen te voorkomen. Het in de beschermkap van de snijdraad geïntegreerde mes snijdt de draad automatisch op de optimale lengte. Verklaring van de symbolen op het toes- tel (fi g. 14):

2. Vóór inbedrijfstelling handleiding lezen!

3. Oog-/hoofd en gehoorbeschermer dragen!

6. Toestel beschermen tegen regen en vocht!

7. Let op weggesprongen stukken!

8. Voor onderhoudswerkzaamheden het toestel

stopzetten en de bougiestekker aftrekken!

9. De afstand tussen het toestel en omstaanders

moet tenminste 15 m bedragen!

10. Het snijgereedschap (snijmes/snijdraad)

11. Let op! Warme onderdelen. Op afstand blijven!

12. Vul om de 20 bedrijfsuren wat vet aan (vlo-

eibaar transmissievet)

13. Let op! Linkse schroefdraad. Gereedschap

met de wijzers van de klok mee losdraaien, tegen de richting van de wijzers van de klok in vastdraaien. Veiligheidsvoorschriften

Lees de handleiding zorgvuldig. Maakt u zich vertrouwd met alle afstellingen en met het juis- te gebruik van het toestel.

Sta nooit andere personen die de handlei- ding niet kennen toe het toestel te gebruiken. Plaatselijke bepalingen kunnen de minimum- leeftijd van de gebruiker vastleggen.

Maai nooit terwijl andere personen, vooral kinderen of dieren in de buurt zijn. Waarschuwing : Neem een veiligheidsafstand van 15 m in acht. Zet het toestel onmiddellijk af als ze naderbij komen. Denk eraan dat de gebruiker verantwoordelijk wordt gesteld voor ongeluk- ken met andere personen of hun eigendom.

Let op: Vergiftigingsgevaar, rookgassen, brandstoffen en smeerstoffen zijn giftig, rook- gassen mogen niet worden ingeademd. Voor het gebruik

Draag bij het maaien steeds vast schoeisel en een lange broek. Maai niet op blote voeten of in lichte sandalen.

Controleer het terrein waar u het toestel wilt gebruiken en verwijder alle voorwerpen die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd.

Waarschuwing: Benzine is uiterst ontvlam- baar: - bewaar benzine enkel in de daarvoor voor- ziene vaten. - tank enkel in open lucht en rook niet terwijl u benzine in de tank giet. - benzine moet in de tank worden gegoten voordat u de motor start. Terwijl de motor draait of als het toestel warm is mag de tank- dop niet worden opengedraaid of benzine worden bijgevuld. - Indien benzine overgelopen is, mag u ge- Anleitung_3401990_LB1.indb 58Anleitung_3401990_LB1.indb 58 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

enszins proberen de motor te starten. In plaats daarvan moet het toestel van de door benzi- ne vervuilde plaats worden verwijderd. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden tot de benzinedampen vervlogen zijn. - Om veiligheidsredenen moeten benzinetank en tankdoppen bij beschadiging worden vervangen.

Voor gebruik dient u zich steeds door een visuele controle ervan te vergewissen dat de maaigereedschappen, bevestigingsbouten en de gehele maai-eenheid niet afgesleten of beschadigd zijn. Ter voorkoming van on- balans mogen afgesleten of beschadigde maaigereedschappen en bevestigingsbouten enkel per set worden vervangen. Gebruik van de handleiding (bediening, opbergen, controle)

Draag nauwsluitende werkkleding die u be- schermt zoals lange broek, veilige werkscho- enen, sterke werkhandschoenen, veiligheids- helm, gelaatsmasker of een veiligheidsbril ter bescherming van uw ogen en goede oorwat- ten of een andere gehoorbeschermer tegen geluidsoverlast.

Berg het toestel op een veilige plaats op. Open de benzinetank langzaam om druk af te laten die zich in de tankdop heeft op- gebouwd. Om brandgevaar te voorkomen verwijdert u zich minstens 3 meter van de bijtankplaats voordat u het toestel start.

Zet de motor van het toestel af voordat u het neerzet.

Hou het toestel steeds met de beide handen vast. Daarbij moeten duim en vingers de gre- pen omsluiten.

Let er steeds op dat schroeven en verbin- dingselementen flink aangehaald zijn. Bedien het toestel nooit als het niet correct is afge- steld, als het niet volledig is of als het niet naar behoren is gemonteerd.

Let er steeds op dat de grepen droog en pro- per zijn en er geen benzinemengsel aan zit.

Lei de draadspoel op de gewenste hoogte. Vermijd met de draadspoel aan kleine voor- werpen (zoals b.v. stenen) te komen.

Bij maaiwerkzaamheden op een helling ga steeds beneden het snijgereedschap gaan staan. Snij of trim nooit op een gladde, glib- berige heuvel of helling.

Hou elk lichaamsdeel en kledingstuk verwij- derd van de draadspoel wanneer u de motor start of laat draaien. Voor het starten van de motor dient u zich ervan te vergewissen dat de draadspoel geen hindernis raakt.

Zet de motor steeds af voordat u werkzaam- heden op het snijgereedschap verricht.

Berg het toestel en de accessoires op een veilige plaats die beschermd is tegen open vuur alsook tegen warmte- / vonkbronnen zoals gasboilers, droogkasten, oliekachels of draagbare radiators etc.

Hou de beschermkap, de draadspoel en de motor bij het opbergen steeds vrij van aange- koekt maaisel.

Alleen voldoend opgeleide personen en volwassenen mogen het toestel bedienen, afstellen en onderhouden.

Bent u niet vertrouwd met het toestel, oefen dan de omgang bij niet draaiende motor.

Alvorens te beginnen werken dient u het te maaien terrein in ogenschouw te nemen, want harde voorwerpen zoals metalen stuk- ken, flessen, stenen en iets dergelijks kunnen worden weggeslingerd en ernstig letsel bij de gebruiker veroorzaken en kunnen ook blijvende schade berokkenen aan het toestel. Mocht u bij vergissing een vast voorwerp met het toestel aanraken, zet de motor meteen af en ga na of eventueel schade aan het toestel is berokkend. Gebruik het toestel nooit als het beschadigd is of gebreken vertoont.

Trim en maai steeds in het bovenste toerental- bereik. Laat de motor aan het begin van de maaiwerkzaamheden of tijdens het trimmen niet op laag toerental draaien.

Gebruik het toestel alleen voor de voorziene bedoeling zoals trimmen en onkruid maaien.

Hou de draadspoel nooit hoger dan uw knie als het toestel in werking is.

Gebruik het toestel niet als toeschouwers of dieren zich in de onmiddellijke nabijheid bevinden. Hou tijdens de maaiwerkzaam- heden een minimumafstand van 15 m tussen Anleitung_3401990_LB1.indb 59Anleitung_3401990_LB1.indb 59 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

gebruiker en andere personen of dieren. Bij afmaaiwerkzaamheden tot de grond toe dient een minimumafstand van 30 m in acht te wor- den genomen. Bijkomende instructies

Geen andere brandstof gebruiken dan degene aanbevolen in de handleiding. Neem steeds de instructies in het hoofdstuk “brandstof en olie” van deze handleiding in acht. Gebruik geen benzine waarbij geen tweetaktmotorolie correct gemengd is. Anders zou de motor een permanente schade kunnen worden berokkend waardoor de garantie van de fabrikant komt te vervallen.

Niet roken terwijl u brandstof bijtankt of het toestel bedient.

Gebruik het toestel niet zonder uitlaat.

Niet aan de uitlaat komen, noch met de hand, noch met uw lichaam. Hou het toestel vast zodat duim en vingers de grepen oms- luiten.

Bedien het toestel niet met een ongemakke- lijke houding, bij ontbrekend evenwicht, met uitgestrekte armen of slechts met één hand. Neem steeds beide handen om het toestel te bedienen en omsluit daarbij de grepen met duim en vingers.

Hou de draadspoel steeds op de grond als het toestel in werking is.

Gebruik het toestel alleen voor de voorziene bedoeling zoals gazon trimmen en maaiwerk- zaamheden.

Gebruik het toestel niet ononderbroken lange tijd achter elkaar, las regelmatig een pauze in.

Bedien het toestel niet onder invloed van al- cohol of drugs.

Het toestel enkel gebruiken als de overeen- komstige beschermkap aangebracht is en het toestel in goede staat verkeert.

Elke verandering aan het product kan de persoonlijke veiligheid in gevaar brengen en heeft het vervallen van de garantie van de fabrikant tot gevolg.

Gebruik het toestel nooit in de buurt van licht brandbare vloeistoffen of gassen, noch in gesloten ruimtes noch in open lucht. Dit zou kunnen leiden tot ontploffingen en/of brand.

Gebruik geen ander snijgereedschap. Voor uw eigen veiligheid gebruik enkel accessoires en bijkomende toestellen die vermeld staan in de handleiding of door de fabrikant worden aanbevolen of opgegeven. Het gebruik van ander snijgereedschap of accessoires dan vermeld in de handleiding kan een lichamelijk gevaar voor u betekenen. Veiligheidsmaatregelen bij het omgaan met het snijmes

Neem alle waarschuwingen en instructies aangaande het gebruik en de montage van het snijmes in acht.

Het snijmes kan onverwacht met een ruk van voorwerpen terugkaatsen indien het die niet kan doorsnijden of doormaaien. Dit kan leiden tot letsel aan armen of benen. Hou om- staanders en dieren in alle richtingen minstens 15 m weg van de werkplek. Mocht het toestel een vreemd lichaam raken, leg dan meteen de motor stil en wacht tot het snijmes tot stil- stand is gekomen. Controleer het snijmes op beschadigingen. Vervang het snijmes altijd, wanneer het krom gebogen of gescheurd is.

Het snijmes slingert voorwerpen met macht weg. Dit kan leiden tot blindheid of letsel. Draag een oog-, gezichts- en beenbescher- ming. Verwijder voorwerpen steeds uit het werkgebied voordat u van het snijmes gebruik maakt.

Controleer uw toestel en aangebouwde ac- cessoires telkens voor gebruik zorgvuldig op beschadigingen. Gebruik het toestel niet als niet alle aanbouwdelen van het snijmes naar behoren zijn geïnstalleerd.

Het snijmes loopt uit als u de gashendel los- laat. Een uitlopend snijmes kan u of omstaan- ders snijwonden toebrengen. Zet de motor af en vergewis u er zich van dat het snijmes tot stilstand is gekomen voordat u aan het snijmes de een of andere werkzaamheid verricht.

Gevarenzone van 15 meter in diameter. Omstaanders kunnen blind worden of letsels oplopen. Neem in alle richtingen een afstand van minstens 15 m tussen uzelf en andere per- sonen of dieren in acht. Anleitung_3401990_LB1.indb 60Anleitung_3401990_LB1.indb 60 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

het gereedschap en leveringsomvang

3.1 Beschrijving van het gereedschap

13. Draadspoel met snijdraad

14. Snijdraadbeschermkap

24. Afdekking drukplaat

31. Beschermkap voor bougiestekker

Snijmes (18a/18b) en draadspoel (13) worden in de tekst ook samengevat als snijgereedschap (generieke term).

Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking.

Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).

Controleer het toestel en de accessoires op transportschade.

Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode. Let op! Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kin- deren mogen niet met plastic zakken, fo- lies en kleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!

4. Doelmatig gebruik

Het toestel (gebruik van het snijmes) is geschikt voor het snijden van hoog gras en lichte struik- gewassen met het 4-tands mes en voor dichte struikgewassen en zwakke houtgewassen met het 3-tands mes. Het toestel (gebruik van de draadspoel met sni- jdraad) is geschikt voor het snijden van gazon en licht onkruid. Het behoorlijk gebruik van het toestel veronderstelt de inachtneming van de bi- jgaande handleiding van de fabrikant. Elk ander gebruik dat in deze handleiding niet uitdrukkelijk is toegestaan kan schade aan het toestel berok- kenen en de gebruiker ernstig in gevaar brengen. Gelieve zeker de beperkingen vermeld in de vei- ligheidsinstructies in acht te nemen. Wij wijzen erop dat onze toestellen overeen- komstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het toestel in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Anleitung_3401990_LB1.indb 61Anleitung_3401990_LB1.indb 61 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

LET OP! Wegens lichamelijk gevaar voor de gebruiker mag het toestel niet voor volgende werkzaamheden worden ingezet: voor het rei- nigen van voetpaden en als hakselaar voor het versnipperen van boom- en heggensnoeisel. Evenmin mag het toestel worden gebruikt voor het nivelleren van bodemverheffi ngen, zoals b.v. mol- shopen. Om veiligheidsredenen mag het toestel niet worden gebruikt als aandrijfaggregaat voor eender welk ander toestel. Het toestel mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk verder gaand gebruik is niet doelmatig. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.

......................................... 1,5 dB Draag een gehoorbeschermer. Lawaai kan aanleiding geven tot gehoorverlies. Bedrijf Trillingsemissiewaarde ah = 4,1 m/s

Beperk de geluidsontwikkeling en vibra- tie tot een minimum!

Gebruik enkel intacte toestellen.

Onderhoud en reinig het toestel regelmatig.

Pas uw manier van werken aan het toestel aan.

Overbelast het toestel niet.

Laat het toestel indien nodig nazien.

Schakel het toestel uit als het niet wordt ge- bruikt.

6. Vóór inbedrijfstelling

(fi g. 3a-3c) Monteer de geleidehandgreep (3) zoals voorge- steld in de fi g. 3a-3c. Haal de schroef (20) pas goed aan als u de optimale werkpositie met de draagriem (17) hebt afgesteld (zie hieromtrent ook alinea 6.2). De geleidehandgreep moet worden uitgericht zoals voorgesteld in fi g. 1. De demontage gebeurd in omgekeerde volgorde. Anleitung_3401990_LB1.indb 62Anleitung_3401990_LB1.indb 62 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

(fi g. 4a-4c) Schuif de greepschroef (32) doorheen de sluitring (34) het verbindingsstuk van de geleidesteel (1) in. Schroef de greepschroef losjes vast m.b.v. de moer (33). Druk dan op de arrêteerhendel (A) en schuif de geleidesteel (fi g. 4a, pos. 2) voorzichtig het ver- bindingsstuk van de geleidesteel in. Let wel dat de aandrijfassen binnen in de geleidesteel in elkaar glijden, indien nodig lichtjes aan de draadspoel (13) of aan het snijmes (18a/18b) draaien. De neus van de arrêteerhendel (A) moet vastklikken in het gat (B). Haal dan de greepschroef aan zo- als getoond in fi g. 4c. Voor de demontage hoeft u de greepschroef enkel los te draaien en de ar- rêteerhendel te bedienen.

6.1.3 Montage van de snijmesbescherm-

kap Let op: Als u met het snijmes werkt moet de snij- mesbeschermkap (15) aangebracht zijn. De montage van de snijmesbeschermkap gebeurt zoals voorgesteld in de fi g. 5a-5b.

6.1.4 Montage/vervangen van het

snijmes De montage van het snijmes (18a/18b) is ge- toond in fi g. 6a-6g. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.

Meenemerschijf (22) de getande as op steken zoals getoond in fig. 6b.

Snijmes (18a/18b) op de meenemerschijf arrêteren (fig. 6c).

Drukplaat (23) over de schroefdraad van de tandas steken (fig. 6d).

Afdekking drukplaat (24) opsteken (fig. 6e).

Het boorgat van de meenemerschijf zoeken, in één lijn brengen met de eronder liggende inkeping en arrêteren m.b.v. de bijgaande inbussleutel (29) om dan de moer (25) aan te halen d.m.v. de bougiesleutel (27) (fig. 6f/6g). Let op: Linkse schroefdraad

De snijmessen (18a/18b) zijn bij de levering voorzien van plastic beschermkappen. Die moeten voor gebruik worden verwijderd en daarna opnieuw worden aangebracht.

6.1.5 Montage van de snijdraadbe-

schermkap op de snijmesbescherm- kap Let op: Als u met de snijdraad werkt dient u bo- vendien de snijdraadbeschermkap (14) aan te brengen. De montage van de snijdraadbeschermkap ge- beurt zoals voorgesteld in de fi g. 7a-7b. Let er wel op dat de snijmesbeschermkap naar behoren vastklikt. Aan de onderkant van de beschermkap bevindt zich een mes (fi g. 7a, pos. F) voor de automatische bijregeling van de draadlengte. Dit mes is afgedekt door een bescherming (fi g. 7a, pos. G). Verwijder deze bescherming voor werkbegin en breng haar aan het einde van het werk terug aan.

6.1.6 Monteren/vervangen van de

draadspoel De montage van de draadspoel (13) is voorge- steld in fi g. 7c. De demontage gebeurd in omge- keerde volgorde. De draadspoel is bij levering reeds gemonteerd. Het boorgat van de meenemerschijf (22) zoeken, in één lijn brengen met de eronder liggende inkeping en arrêteren m.b.v. de bijgaande zes- kantsleutel (29) om dan de draadspoel op de schroefdraad te schroeven. Let op: Linkse schroefdraad!

6.2 Afstellen van de snijhoogte

Draagriem (17) aanleggen zoals voorgesteld in fig. 8a-8c.

Het toestel vasthaken aan de draagriem (fig. 8d).

Met behulp van de diverse riemverstellers aan de draagriem de optimale werk- en snijpositie afstellen (fig. 8e).

Teneinde de optimale lengte van de draag- riem te bepalen, maakt u vervolgens enkele zwenkbewegingen zonder de motor te starten (fig. 9a). De draagriem is voorzien van een snel openend mechanisme. Trek aan het rode riemeinde (fi g. 8f) als u het toestel vlug moet afl eggen. Anleitung_3401990_LB1.indb 63Anleitung_3401990_LB1.indb 63 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

Let op! Gebruik de riem steeds als u met het to- estel werkt. Breng de riem aan zodra u de motor hebt gestart en de motor stationair draait. Zet de motor af voordat u de draagriem afneemt.

6.3 Brandstof en olie

Aanbevolen brandstoffen Gebruik alleen een mengeling van loodvrije ben- zine en speciale tweetaktmotorolie. Meng de brandstofmengeling volgens de brand- stofmengtabel. Let op: Gebruik geen brandstofmengeling die langer dan 90 dagen werd bewaard. Let op: Gebruik geen tweetaktolie waarvoor een mengverhouding van 100 tot 1 wordt aanbevo- len. Bij motorschade als gevolg van onvoldoende smering vervalt de motorgarantie van de fabri- kant. Let op: Gebruik voor het transport en bewaren van brandstof alleen vaten die daarvoor voorzien en toegelaten zijn. Giet telkens de juiste hoeveel- heid benzine en tweetaktolie de bijgaande meng- fl es in (zie opgedrukte schaal). Schud daarna de fl es fl ink door.

Gelieve de wettelijke bepalingen m.b.t. de veror- dening inzake de bestrijding van lawaaioverlast na te leven die plaatselijk kunnen verschillen. Ga voor iedere ingebruikneming na of:

het brandstofsysteem geen lekkage vertoont,

de bescherminrichtingen en de snijinrichting in perfecte staat verkeren en volledig zijn,

alle schroefverbindingen goed vast zitten,

alle beweegbare onderdelen gemakkelijk bewegen.

7.1 Starten bij koude motor

Giet het benzine/olie-mengsel in de tank. Zie ook onder “brandstof” en “olie”.

1. Het toestel op een hard effen vlak plaatsen.

2. 10 keer op de brandstofpomp (primer) druk-

ken (fi g. 1, pos. 7).

3. AAN/UIT-schakelaar (fi g. 1, pos. 9) naar de

voor de gashendelgrendel (fi g. 1, pos. 12) en daarna gashendel (fi g. 1, pos. 11) bedienen en de gashendel vastzetten door tegelijkertijd de arrêtering (fi g. 1, pos. 10) in te drukken.

6. Het toestel goed vasthouden en de starterko-

ord (fi g. 1, pos. 4) eruit trekken tot de eerste weerstand. Dan de startkabel vier keer fl ink doorhalen. Het toestel zou moeten starten. Let op: De starterkoord niet terug laten springen. Dit zou tot beschadigingen kunnen leiden. Let op: Door de vastgezette gashendel begint het snijgereedschap bij aanslaande motor te werken. Daarna de gashendel gewoon bedienen om het los te zetten. Tegelijkertijd wordt door het bedie- nen van de gashendel de chokehendel ontgren- deld. (De motor keert terug naar zijn stationair toerental).

7. Mocht de motor niet aanslaan, herhaalt u de

stappen 4 tot 6. Opgelet! Slaat de motor ook na meerdere pogingen niet aan, gelieve het hoofdstuk “Verhelpen van fouten” te raadplegen. Opgelet! Haal de starttrekkabel steeds recht door. Wordt de kabel met een hoek doorge- haald, ontstaat wrijving aan het oog. Door deze wrijving wordt de startkoord stuk- geschuurd en gaat ze sneller slijten. Hou steeds de starttrekkabel vast wanneer de startkoord weer vanzelf naar binnen wordt getrokken. Laat de startkoord nooit terugspringen vanuit de doorgehaalde toestand. Anleitung_3401990_LB1.indb 64Anleitung_3401990_LB1.indb 64 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

7.2 Starten bij warme motor

(Het toestel stond voor minder dan 15 tot 20 min. stil)

1. Het toestel op een hard effen vlak plaatsen.

2. AAN/UIT schakelaar naar de stand “I” bren-

bij „starten bij koude motor”).

4. Het toestel goed vasthouden en de starterko-

ord tot de eerste weerstand uittrekken. Haal dan de starterkoord fl ink door. Het toestel zou na 1 tot 2 keer doorhalen moeten starten. Mocht het toestel na 6 keer doorhalen nog altijd niet starten, herhaalt u de stappen 1 tot 7 beschreven onder “koude motor starten”.

Stappenvolgorde bij noodstop: Wanneer het nodig is het toestel onmiddellijk te stoppen brengt u de AAN/UIT-schakelaar (9) naar de stand “stop” of “0”. Normale stappenvolgorde: Laat de gashendel (11) los en wacht tot de motor stationair draait. Breng dan de AAN/UIT-scha- kelaar (9) naar de stand “stop” of “0”.

7.4 Werkaanwijzingen

Train voor gebruik van het toestel alle werktech- nieken bij afgezette motor. Waarschuwing : wees bijzonder voorzichtig bij afmaaiwerkzaamheden. Neem bij dergelijke werkzaamheden een afstand van minstens 30 m tussen uzelf en andere personen of dieren in acht. Verlengen van de snijdraad Waarschuwing ! Gebruik in de draadkop geen blanke of geplastifi ceerde metalen draad van welke aard dan ook. Dat kan leiden tot ernstige verwondingen van de gebruiker. Om de snijdraad (13) te verlengen laat u de motor op volle toeren draaien en tikt u de draad- spoel op de grond. De draad wordt automatisch verlengd. Het mes op de beschermkap verkort de draad op de toegestane lengte (fi g. 9b). Voorzichtig: Verwijder regelmatig alle resten van gras en onkruid om een oververhitting van het toestel te voorkomen. Resten van gazon, gras en onkruid blijven onder- aan de beschermkap (fi g. 9c) vastzitten en verhin- deren daardoor een voldoende koeling van het toestel. Verwijder de resten voorzichtig met een schroevendraaier of iets dergelijks. Verschillende snijmethodes Is het toestel correct gemonteerd, snijdt het onkru- id en hoog gras op moeilijk bereikbare plaatsen, zoals b.v. langs omheiningen, muren en funde- ringen alsook rond bomen. Het kan eveneens voor het “afmaaien” worden gebruikt om vege- tatie dicht over de grond te verwijderen of een bepaald gebied op te schikken voor een betere voorbereiding van een tuin. Opgelet! Zelfs bij zorgvuldig gebruik leidt het snijden langs funderingen, muren van steen of be- ton enz. tot abnormale slijtage van de draad. Trimmen/maaien (met draadspoel/snijmes) Zwenk het toestel met sikkelachtige bewegingen van de ene kant naar de andere. Hou het snijge- reedschap steeds evenwijdig met de grond. Controleer het terrein en leg de gewenste snijh- oogte vast. Lei en hou het snijgereedschap in de gewenste hoogte voor een gelijkmatige snede (fi g. 9d). Laag trimmen (met draadspoel) Hou het toestel exact voor u lichtjes schuin zodat de onderkant van de draadspoel zich boven de grond bevindt en de draad de juiste snijplaats raakt. Snij steeds weg van uzelf. Trek het toestel nooit naar u toe. Anleitung_3401990_LB1.indb 65Anleitung_3401990_LB1.indb 65 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

Snijden langs omheiningen/funderingen (met draadspoel) Nader langzaam gaasafrasteringen, lattenomhei- ningen, muren van natuursteen en funderingen om er dichtbij te snijden zonder echter met de draad de hindernis te raken. Komt de draad b.v. met stenen, muren van steen of funderingen in aanra- king, slijt hij af of rafelt hij uit. Slaat de draad tegen omheiningstraliewerk, gaat hij breken. Trimmen rond bomen (met draadspoel) Als u rond bomen trimt, nader langzaam teneinde de draad de schors niet raakt. Ga rond de boom en let er goed op de boom niet te beschadigen. Nader gras of onkruid met de top van de draad en kantel de draadspoel lichtjes naar voren. Afmaaien (met draadspoel) Bij het afmaaien wordt de hele vegetatie tot op de grond afgesneden. Te dien einde kantelt u de draadspoel in een hoek van 30 graden naar rechts. Breng de handgreep in de gewenste posi- tie fi g. 9e). LET OP! Verhoogd letselgevaar voor gebrui- ker, omstaanders en dieren alsook gevaar voor materiele schade door weggeslingerde objecten (zoals b.v. stenen). LET OP! verwijder met het toestel geen voorwer- pen van voetpaden enz.! De benzinemotor-zeis is een krachtig toestel; steentjes of andere voorwerpen kunnen 15 m en meer worden weggeslingerd en kunnen letsel of beschadigingen aan auto’s, woningen en vensters veroorzaken. Zagen Het toestel is niet geschikt voor het zagen. Vastkomen Mocht het snijgereedschap wegens te dichte ve- getatie vastkomen dient u meteen de motor stil te leggen. Ontdoe het toestel van gras en struikge- wassen voordat u het opnieuw in werking zet. Vermijden van terugstoot Bij het werken met het snijmes bestaat gevaar voor terugstoot als het een vaste hindernis (boomstam, tak, boomstomp, steen of iets derge- lijks) raakt. Het toestel kaatst daarbij terug tegen de draairichting van het snijgereedschap in. Dit kan ertoe leiden dat u de controle over het toestel verliest. Gebruik het snijmes niet in de buurt van omheiningen, metalen palen, grenspalen of fun- deringen. Om zwakke houtgewassen te snijden positioneert u het toestel zoals getoond in fi g. 9f om een terugstoot te voorkomen.

8. Onderhoud en bestellen van

wisselstukken Zet voor begin van onderhoudswerkzaamheden steeds de motor van het toestel af en trek de bou- giestekker (36) eraf.

8.1 Vervangen van draadspoel/snij-

1. De draadspoel (13) demonteren zoals

beschreven in hoofdstuk 6.1.6. De spoel samendrukken (fi g. 12a) en één helft van de behuizing wegnemen (fi g. 12b).

2. Spoelcilinder (K) uit de behuizing van de

draadspoel verwijderen (fi g. 12c).

3. Verwijder de eventueel nog aanwezig zijnde

4. De nieuwe snijdraad in het midden samenleg-

gen en de ontstane lus vasthaken in de uitspa- ring van de draadplaat. (Fig. 12d).

5. Draad onder spanning tegen de richting

van de wijzers van de klok in opwinden. De draadverdeelplaat scheidt daarbij de beide helften van de snijdraad. (Fig. 12e).

6. De laatste 15 cm van de beide draadeinden

in de tegenoverliggende draadhouders van de spoelcilinder vasthaken. (Fig. 12f).

7. De beide draadeinden doorheen de metalen

ogen in de behuizing van de draadspoel lei- den (fi g. 12c).

8. Spoelcilinder de behuizing van de draadspo-

9. Trek fl ink met een ruk aan de beide draadein-

den om die uit de draadhouders los te maken.

10. Voeg beide helften van de behuizing opni-

Daardoor zal de motor bij het starten en op- warmen minder zwaar worden belast.

12. Draadspoel hermonteren (zie alinea 6.1.6).

Als de complete draadspoel wordt vernieuwd slaat u de punten 3 tot 6 over.

8.2 Onderhoud van de luchtfi lter

Door verontreinigde luchtfi lters gaat het motor- vermogen achteruit omdat te weinig lucht naar de carburator wordt toegevoerd. Regelmatige controle is dan ook absoluut noodz- akelijk. De luchtfi lter (35) dient om de 25 bedrijfsuren te worden gecontroleerd en, indien nodig, schoon- gemaakt. Bij zeer stoffi ge lucht dient de luchtfi lter vaker te worden gecontroleerd.

1. Verwijder de afdekking van het luchtfi lterhuis

2. Verwijder de luchtfi lter (fi g. 10b/10c).

3. Maak de luchtfi lter door uitkloppen of uitbla-

zen (met perslucht) schoon.

4. De assemblage gebeurt in omgekeerde

volgorde. Let op: Luchtfi lter nooit met benzine of brandba- re oplosmiddelen schoonmaken.

8.3 Onderhoud van de bougie

Elektrodenafstand = 0,6 mm (afstand tussen de elektroden waarin de ontstekingsvonk wordt verwekt). Haal de bougie met 12 tot 15 Nm aan d.m.v. een momentsleutel (verkrijgbaar in de gespecialiseerde handel). Controleer de bougie voor het eerst na 10 bedrijfsuren op vervuiling en reinig haar, indien nodig, m.b.v. een koperen draadborstel. Daarna de bougie om de 50 bedrijfsuren onder- houden.

1. Demonteer de beschermkap (fi g. 10c, pos.

31) m.b.v. een schroevendraaier.

3. Verwijder de bougie (fi g. 11b) m.b.v. de bijg-

aande bougiesleutel (27).

4. De assemblage gebeurt in omgekeerde

8.4 Slijpen van het mes van de bescherm-

kap Het mes van de beschermkap (fi g. 7a, pos. F) kan mettertijd bot worden. Mocht u dit vaststellen, draait u de 2 schroeven los waarmee het mes van de beschermkap op de beschermkap is vastge- maakt. Zet het mes in een bankschroef vast. Slijp het mes met een platte vijl en let er goed op dat u de hoek van de snijkant niet verandert. Vijl enkel in één richting.

8.5 Carburator afstellingen

Let op: Afstellingen van de carburator mogen slechts door de geautoriseerde klantenservice worden verricht. Voor alle werkzaamheden aan de carburator dient eerst het luchtfi lterhuis te worden gedemon- teerd zoals getoond in fi g. 10a en 10b. Afstellen van de gastrekkabel: Mocht het maximumtoerental van het toestel met- tertijd niet meer worden behaald en mochten alle andere oorzaken volgens hoofdstuk ”verhelpen van fouten” uitgesloten zijn, kan het nodig zijn de gastrekkabel bij te regelen. Controleer daarvoor eerst of de carburator bij volledig doorgedrukte gashendel helemaal open- gaat. Dit is het geval als de carburatorschuif (fi g. 13a, pos. F) bij vol gas volledig geopend is. Fig. 13a toont de correcte afstelling. Mocht de carburatorschuif niet helemaal geopend zijn moet er een bijregeling gebeuren. Om de gastrekkabel bij te regelen zijn volgende stappen vereist:

Draai de contramoer (fig. 13b, pos. C) met enkele slagen los.

Draai er de afstelschroef (fig. 13b, pos. D) uit tot de schuif van de carburator bij volledig ingedrukte gashendel, zoals in fig. 13a ge- toond, helemaal open staat.

Afstellen van het stationaire toerental: LET OP! Het stationaire toerental bij warme mo- tor afstellen. Mocht de motor van het toestel bij niet ingedrukte gashendel afslaan en alle andere oorzaken vol- gens hoofdstuk ”verhelpen van fouten” uitgesloten zijn, dient het stationaire toerental te worden bijgeregeld. Draai te dien einde de afstelschroef voor het stationaire toerental (fi g. 13b, pos. E) met de wijzers van de klok mee tot de motor zonder te haperen stationair blijft draaien. Mocht het stationaire toerental te hoog zijn zodat het snij- gereedschap meedraait, dient u het stationaire toerental te verlagen door de desbetreffende afs- telschroef tegen de richting van de wijzers van de klok in draaien tot het snijgereedschap niet meer meedraait.

8.6 Vetten van de transmissie

Vul om de 20 bedrijfsuren wat vloeibaar trans- missievet aan (ca. 10 g). Draai te dien einde de schroef H (fi g. 7c) open.

8.7 Milieubescherming

Vervuild onderhoudsmateriaal, afgewerkte oliën, vetten enz. naar een inzamelplaats brengen die daarvoor is voorzien. Verpakkingsmateriaal, metaal en kunststof laten recycleren.

8.8 Bestellen van wisselstukken

Gelieve bij het bestellen van wisselstukken vol- gende gegevens te vermelden :

Type van het toestel

Artikelnummer van het toestel

Ident-nummer van het toestel Actuele prijzen en info vindt u terug op de web- pagina www.isc-gmbh.info

Voorzichtig: Berg het toestel nooit langer dan 30 dagen weg zonder de volgende stappen te doorlopen. Opbergen van het toestel Als u het toestel langer dan 30 dagen opbergt, dient het hiervoor klaargemaakt te worden. An- ders zou de rest van de brandstof die zich in de carburator bevindt verdampen en een rubberach- tig bezinksel achterlaten. Dit zou de start kunnen bemoeilijken en dure her- stelwerkzaamheden tot gevolg hebben.

1. Maak de tank voorzichtig leeg (6).

2. Start de motor en laat hem draaien tot hij stil-

valt teneinde de brandstof uit de carburator te verwijderen.

3. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).

4. Verwijder de bougie (zie 8.3).

5. Giet een koffi elepel schone tweetaktolie de

verbrandingskamer in. Trek meermaals lang- zaam aan de startkoord om de binnenste componenten met olie te bevochtigen. Draai de bougie er terug in. Aanwijzing: Berg het toestel op een droge plaats en zo ver mogelijk verwijderd van eventu- ele ontstekingsbronnen, b.v. kachel, warmwater- boiler die op gas draait, gasdroger etc. op. Herinbedrijfstelling

1. Verwijder de bougie (zie 8.3).

2. Haal de starterkoord fl ink door om overtollige

olie uit de verbrandingskamer te verwijderen.

3. Maak de bougie schoon en let op de juiste

elektrodeafstand op de bougie of monteer een nieuwe bougie met de juiste elektrodeaf- stand.

4. Maak het toestel klaar voor gebruik.

5. Vul de tank met de juiste brandstof-oliemen-

Als u het toestel wilt transporteren, maak dan de benzinetank leeg zoals toegelicht in hoofdstuk “Opbergen”. Ontdoe het toestel met een borstel of handveger van grof vuil. Demonteer de gelei- dehandgreep en geleidesteel zoals beschreven in alinea 6.1.1 en 6.1.2.

Zet voor begin van schoonmaakwerkzaamheden steeds de motor van het toestel af en trek de bou- giestekker eraf.

Het toestel moet na elk gebruik grondig worden schoongemaakt. Vooral het snijge- reedschap en de beschermkappen.

Hou de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het to- estel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.

Vuil en gras verwijdert u best onmiddellijk na het gras afrijden.

Maak het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep schoon. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zou- den de kunststofdelen van het toestel kunnen aantasten. Zorg ervoor dat geen water bin- nen in het toestel terecht kan komen.

11. Afvalbeheer en recyclage

Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan de grondstofkringloop terug worden ingebracht. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Ont- doet u zich van defecte onderdelen op de inza- melplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeentebestuur! Anleitung_3401990_LB1.indb 69Anleitung_3401990_LB1.indb 69 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

12. Verhelpen van fouten

Storing Mogelijke oorzaak Verhelpen De motor van het to- estel slaat niet aan. - Foutieve procedure bij het starten. - Bougie vol roet of vochtig - Carburator fout afgesteld - Neem de aanwijzingen voor het starten in acht. - Bougie reinigen of door een nieuwe vervangen. - Naar de geautoriseerde klantenser- vice gaan of het toestel naar ISC- GmbH opsturen. De motor van het to- estel slaat aan maar heeft niet het volle vermogen - Chokehendel (5) - Vervuilde luchtfi lter (35) - Carburator fout afgesteld - Chokehendel naar de stand „

brengen. - Luchtfi lter schoonmaken - Naar de geautoriseerde klantenser- vice gaan of het toestel naar ISC- GmbH opsturen. Motor draait onre- gelmatig - Foutieve elektrodeafstand van de bougie - Carburator fout afgesteld - Bougie schoonmaken en elektro- deafstand instellen of een nieuwe bougie indraaien. - Naar de geautoriseerde klantenser- vice gaan of het toestel naar ISC- GmbH opsturen. Motor rookt boven- matig. - Verkeerd brandstofmengsel - Carburator fout afgesteld - Correct brandstofmengsel gebrui- ken (zie brandstofmengtabel) - Naar de geautoriseerde klantenser- vice gaan of het toestel naar ISC- GmbH opsturen. Anleitung_3401990_LB1.indb 70Anleitung_3401990_LB1.indb 70 04.12.12 15:1704.12.12 15:17NL

Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantie- bewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:

1. Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaan-

getast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.

2. De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefou-

ten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door niet-naleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een ver- keerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Dit geldt vooral voor accu’s waarop wij 12 maanden garantie geven. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.

3. De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims

dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.

4. Om een garantieclaim geldend te maken dient u het defecte apparaat franco op te sturen aan het hieronder ver-

melde adres. Voeg het originele verkoopbewijs of een ander gedateerd bewijs van aankoop bij. Gelieve daa- rom de kassabon als bewijs goed te bewaren! Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Service Einhell Voor de Blanken 21 NL-7963RP Ruinen Tel: (+31) (0)88 5986484 Fax: (+31) (0)88 5986486 E-mail: service@einhell.nl