TR4GNORB1 - Vaatwassers ROSIERES - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TR4GNORB1 ROSIERES in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - TR4GNORB1 ROSIERES
Gebruikersvragen over TR4GNORB1 ROSIERES
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vaatwassers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TR4GNORB1 - ROSIERES en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TR4GNORB1 van het merk ROSIERES.
GEBRUIKSAANWIJZING TR4GNORB1 ROSIERES
- Tijdens het koken kan vocht in de ovenruimte of op het glas van de deur condenseren. Dit is een normale conditie. Om dit effect te verminderen, 10-15 minuten wachten na het inschakelen, alvorens voedsel in de oven te zetten. De condens verdwijnt in ieder geval wanneer de oven de bereidingstemperatuur bereikt.
- Kook de groenten in een container met een deksel in plaats van een open schaal.
- Probeer om voedsel na het koken niet langer dan 15–20 minuten in de oven te laten staan.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat worden gehouden, tenzij zijn voortdurend onder toezicht staan.
- Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht worden gehouden of instructies hebben gekregen om het apparaat veilig te kunnen gebruiken en de gevaren begrijpen die ermee gepaard gaan.
- Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan kennis en ervaring, tenzij deze personen door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid onder toezicht worden gehouden of instructies hebben gekregen over de werking van het apparaat.
- Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met de machine spelen
- Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik of voor soortgelijke toepassingen, zoals:
- personeelskeukens in winkels, kantoren en andere werkomgevingen;
- vakantiehuizen;
- door gasten in hotels, motels en andere verblijfsaccommodatie;
- bed and breakfast-omgevingen.
Ander gebruik van dit apparaat dan in een huishoudelijke omgeving of voor typisch huishoudelijke doeleinden, zoals commercieel gebruik door deskundige of geschoolde gebruikers, is zelfs bij de bovengenoemde toepassingen uitgesloten.
Als het apparaat wordt gebruikt op een manier niet hiermee overeenkomt, dan kan dit de levensduur van het apparaat verminderen en vervalt mogelijk de garantie van de fabrikant.
Eventuele schade aan het apparaat of andere schade of verliezen ten gevolge van gebruik dat niet overeenkomst met thuisgebruik of huishoudelijk gebruik (zelfs niet wanneer zij het apparaat zich in een huishoudelijke omgeving bevindt) wordt door de fabrikant aanvaard, voor zover dit door de wet is toegestaan.
- De deur mag niet open blijven staan, omdat dit een mogelijk gevaar kan opleveren (met name struikelgevaar).
•WAARSCHUWING!
Messen en ander keukengerei met een scherpe punt moeten in het mandje worden geplaatst met de punt naar beneden of moeten horizontaal worden geplaatst.
- Wanneer het apparaat op een tapijtvloer is geplaatst, moet erop worden gelet dat de ventilatieopeningen aan de onderkant niet worden belemmerd.
- Zorg ervoor dat de stekker of de omnipolaire stroomonderbreker die de machine uitschakelt, na de installatie toegankelijk blijft.
- Het apparaat moet op het waternet worden aangesloten met behulp van nieuwe slangensets.
- De oude slangensets mogen niet opnieuw worden gebruikt.
- De waterdruk moet tussen 0,08 MPa en 0,8 MPa liggen. Als de druk lager is dan het minimum, neem dan contact op met onze serviceafdeling voor advies.
- Voordat u het apparaat op de netvoeding aansluit, is het belangrijk dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
Het stopcontact is correct geaard.
-
Uw elektriciteitsvoorziening voldoet aan de verbruikseisen die vermeld staan op het typeplaatje van uw apparaat.
- Er zijn geen aanvullende handelingen/instellingen nodig om het apparaat op de nominale frequenties te gebruiken.
•WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat uw product goed is geaard.
Bij onjuiste aarding zult u merken dat u bij het aanraken van de metalen onderdelen van uw apparaat een elektrisch schokje krijgt als gevolg van de aanwezigheid van een RF-interferentieonderdrukker.
- De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor eventuele schade als gevolg van het niet aarden van het apparaat.
- Zorg ervoor dat de vaatwasser geen stroomkabels platdrukt.
- Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer of de machine zelf te trekken.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
• Over het algemeen is het niet raadzaam om adapters, meerdere stekkers en/of verlengkabels te gebruiken.
- Raak het apparaat nooit aan wanneer uw handen of voeten nat of vochtig zijn.
- Niet gebruiken als u op blote voeten bent.
- Stel het apparaat niet bloot aan de elementen (regen, zon, enz.).
- Op de geopende deur van de vaatwasser leunen of zitten kan ervoor zorgen dat deze kantelt.
- Als het apparaat stukgaat of niet meer juist werkt, moet u hem uitzetten, de watertoevoer afsluiten en er verder afblijven. Reparatiewerkzaamheden mogen alleen door een erkende servicevertegenwoordiger worden uitgevoerd en er mogen alleen originele reserveonderdelen worden gemonteerd. Niet opvolgen van het bovenstaande advies kan ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid van het apparaat.
- Water dat na het wasprogramma is achtergebleven in de machine of de vaat mag niet worden ingeslikt.
- Het maximum aantal couverts voor de vaatwasser is 6.
- De vaatwasser is ontworpen voor normaal keukengerei.
Voorwerpen die zijn vervuild met door benzine, verf, sporen van staal of ijzer, bijtende chemicaliën, zuren of basen mogen niet in de vaatwasser worden gewassen.
- WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik worden het apparaat en de toegankelijke delen ervan heet. Voorkom aanraking van de verwarmingselementen.
- Het schoonmaken en het onderhoud mag niet door kinderen worden uitgevoerd als zij niet onder toezicht staan
- WAARSCHUWING: Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
- Probeer NOOIT om brand met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlam dan met bijvoorbeeld een deksel of een branddeken.
- Het kookproces van de kookplaat moet onder toezicht staan. Een kortstondig kookproces moet continu worden bewaakt.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar: gebruik de kookoppervlakken niet als bewaarplek voor spullen.
- WAARSCHUWING: Als het oppervlak gebarsten is, moet u het apparaat uitschakelen om een elektrische schok te voorkomen.
- Tijdens het gebruik wordt het apparaat heet. Voorkom aanraking van de verwarmingselementen in de oven.
- WAARSCHUWING: Toegankelijke delen kunnen heet worden tijdens het gebruik. Houd kleine kinderen uit de buurt.
- Gebruik voor het reinigen van de ovendeurruit, het glazen deksel of het glazen oppervlak van de kookplaat geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers, omdat het glasoppervlak hierdoor bekrast kan raken, wat kan leiden tot breuk van het glas.
- Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u werkzaamheden of onderhoud uitvoert.
- De oven moet worden uitgeschakeld voordat u de afscherming verwijdert, na reiniging moet de afscherming volgens de instructies worden teruggeplaatst.
- Gebruik uitsluitend de temperatuursonde die voor deze oven wordt aanbevolen
- WAARSCHUWING: Verwijder nooit de ovendeurafdichting.
- Gebruik de oven uitsluitend voor het beoogde doel: het bereiden van voedsel. Ieder ander soort gebruik, bijvoorbeeld als warmtebron, wordt als oneigenlijk en daarom gevaarlijk beschouwd. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortkomt uit oneigenlijk, onjuist of nodeloos gebruik.
- Zorg ervoor dat als u de plaat erin legt, de stop omhoog wijst en zich in de achterkant van de ruimte bevindt. De plaat moet volledig in de ruimte worden geplaatst.
- Let er bij het plaatsen van het rooster op dat de antisliprand naar achteren en omhoog is geplaatst.
- Gebruik geen stoomreiniger of hogedrukspuit voor reinigingswerkzaamheden.
- Eventuele gemorste producten moeten van het deksel worden verwijderd voordat deze wordt geopend.
- Laat het oppervlak van de kookplaat afkoelen voordat u het deksel sluit.
- VOORZICHTIG: Glazen deksels kunnen bij verhitting breken. Zet alle branders uit voordat u het deksel sluit.
- Staar niet in halogeenlampen op de kookplaat, indien aanwezig.
- Gebruik alleen kookbeveiligingen die door de fabrikant van het kooktoestel zijn ontworpen of in de gebruiksaanwijzing van het apparaat als geschikt zijn aangegeven of kookbeveiligingen die in het apparaat zijn ingebouwd. Het gebruik van verkeerde beveiligingen kan ongevallen veroorzaken.
- Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels op de kookplaat. Deze kunnen heet worden.
- Raak de warmtezones niet aan tijdens gebruik of enige tijd na gebruik.
- Plaats niets op het bedieningspaneel.

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- WAARSCHUWING: Vermijd de mogelijkheid van een elektrische schok: controleer of het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt.
- Het product mag niet op een onderstel worden geplaatst.
- Om oververhitting te voorkomen mag het apparaat niet achter een decoratieve deur worden geïnstalleerd.
- De aansluiting op de krachtbron moet worden uitgevoerd door een voldoende gekwalificeerde professional. Om een installatie te hebben die voldoet aan de huidige veiligheidswetgeving mag het product alleen worden aangesloten door een omnipolaire scheidingsschakelaar, met een contactscheiding die voldoet aan de eisen voor overspanningscategorie III, tussen het apparaat en de stroombron te plaatsen. De omnipolaire scheidingsschakelaar moet geschikt zijn voor de maximale aangesloten belasting en moet in overeenstemming zijn met de huidige wetgeving. De groen-gele aardingskabel mag niet door de scheidingsschakelaar worden onderbroken. De omnipolaire scheidingsschakelaar die wordt gebruikt voor de aansluiting moet makkelijk toegankelijk zijn wanneer het apparaat wordt geïnstalleerd. De aansluiting op de krachtbron moet worden uitgevoerd door een voldoende gekwalificeerde professional die rekening houdt met de polariteit van de oven en van de krachtbron. De uitschakeling moet worden bereikt door het integreren van een schakelaar in de vaste bedrading in overeenstemming met de bedradingsregels.
- Als de stroomkabel beschadigd is, moet deze worden vervangen door een kabel of een speciale bundel verkrijgbaar bij de producent of door contact op te nemen met de afdeling klantenservice. Deze procedure moet worden uitgevoerd door een daarvoor gekwalificeerde professional. Het type voedingskabel moet H05V2V2-F zijn. De aardgeleider (geel-groen) moet ongeveer 10 mm langer zijn dan de andere geleiders. Laat alle reparaties uitsluitend over aan de afdeling klantenservice en vraag om het gebruik van originele reserveonderdelen. Als het bovenstaande niet in acht wordt genomen, kan de veiligheid van het apparaat in gevaar worden gebracht en de garantie ongeldig worden.
- Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, diens servicevertegenwoordiger of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Om ieder risico veroorzaakt door het per ongeluk resetten van het thermische uitschakelapparaat te voorkomen, mag het apparaat niet worden gevoed door een extern schakeltoestel, zoals een timer, of worden aangesloten op een circuit dat regelmatig wordt in- en uitgeschakeld.
- De nieuwe slangensets die bij het apparaat worden geleverd, moeten worden gebruikt en de oude slangensets moeten worden weggegooid.
- Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de geldende voorschriften en mag alleen worden gebruikt in een goed geventileerde ruimte. Lees de instructies voordat u het apparaat installeert en gebruikt.
- Controleer vóór de installatie of de plaatselijke distributieomstandigheden (soort gas en gasdruk) en de afstelling van het apparaat compatibel zijn.
- De afstellingsvoorwaarden voor dit apparaat zijn vermeld op het etiket (of het typeplaatje).
- Dit apparaat is niet aangesloten op een afzuigvoorziening voor verbrandingsproducten. Het moet worden geïnstalleerd en aangesloten in overeenstemming met de huidige installatievoorschriften. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de relevante eisen inzake ventilatie.
- Het gebruik van een gasfornuis resulteert in de productie van warmte en vocht in de ruimte waarin het is geïnstalleerd. Zorg ervoor dat de keuken goed geventileerd is: houd natuurlijke ventilatiegaten open of installeer mechanische ventilatie (mechanische afzuigkap). Voor langdurig intensief gebruik van het apparaat kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld het openen van een raam of een effectievere ventilatie, bijvoorbeeld het verhogen van het niveau van de mechanische ventilatie indien aanwezig.
- WAARSCHUWING: De toegankelijke delen kunnen heet worden wanneer de grill wordt gebruikt. Houd kleine kinderen uit de buurt.
- Voor een correct gebruik van de oven is het raadzaam het voedsel niet rechtstreeks in contact te brengen met de rekken en bakken, maar gebruik te maken van bakpapier en/of speciale houders.
- Kook het voedsel nooit rechtstreeks op de keramische kookplaat. Gebruik altijd het juiste kookgerei.
- Plaats de pan altijd in het midden van de eenheid waarop u kookt.
- Gebruik het oppervlak niet als snijplank.
- Verschuif het kookgerei niet over de kookplaat.
- Bewaar geen zware voorwerpen boven de kookplaat. Als ze op de kookplaat vallen, kunnen ze schade veroorzaken.
- Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak.
- Aluminiumfolie en plastic pannen mogen niet op verwarmingszones worden geplaatst.
- Het wordt ten zeerste aanbevolen kinderen uit de buurt te houden van kookzones wanneer ze in werking zijn of wanneer ze zijn uitgeschakeld maar de restwarmte-indicator nog brandt, om het risico op ernstige
brandwonden te vermijden. - Let op, kans op kantelen
- Er moeten antikantelsteunen worden aangebracht. Volg de instructie bij de beugels die zijn meegeleverd met het product.

HET APPARAAT UITPAKKEN
In het apparaat vindt u het boekje en, bij een gasmodel, een zak met:
- nieuwe sproeiers voor de gasaanpassingen, butaangas G30 28–30 mbar of propaangas G31–37 mbar, als u het type gas moet veranderen; - een eindstuk voor aardgas en een eindstuk voor butaan- of propaangas met afdichting voor aansluiting met een zachte rubberslang.
AANBEVELINGEN
LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING ZORGVULDIG DOOR OM HET BESTE UIT UW APPARAAT TE HALEN.
We raden u aan om de instructies voor installatie en gebruik te bewaren voor toekomstig gebruik. Noteer ook vóór installatie hieronder het serienummer, voor het geval u hulp nodig heeft van de aftersales-service.
. Het identificatieplaatje bevindt zich op de achterkant van de Trio.
DE ONDERNEMING IS NIET AANSPRAKELIJK INDIEN DE INSTRUCTIES IN DIT DOCUMENT NIET WORDEN NAGELEEFD.

text_image
Mod: -232 - 220 - 240 V~ P. Mod (Oven) - 2369 W P. Motors × 30 W CE Code: 39354774 0306 0511 Mod: Code: 39354774 - 0306 0511 220 - 240 V~ Code: 39354774 - 0306 0511 Code: 39354774 - 0306 0511 Code: 39354774 - 0306 0511 Product Code:.......... Serial N°:..........BELANGRIJKE OPMERKINGEN
- U moet de gasinstallatie van uw apparaat en de elektrische aansluiting ervan overlaten aan een erkende installateur of monteur met een gelijkwaardige kwalificaties.
- De Trio bestaat uit drie elementen: een fornuis/kookplaat, een oven en een vaatwasser. Om veiligheidsredenen mogen er in geen geval aanpassingen aan dit apparaat worden gedaan.
- Dit apparaat is uitsluitend voor huishoudelijk gebruik ontworpen.
- Als de Trio zelfs het kleinste defect vertoont, sluit hem dan niet aan. Trek de stekker uit het stopcontact en neem onmiddellijk contact op met een erkende servicevertegenwoordiger.
- Als het oppervlak gebarsten is, moet u het apparaat uitschakelen om de mogelijkheid op een elektrische schok te vermijden.
- Leun niet op de deuren en laat kind dit ook niet doen.
- Wij raden aan de Trio na elk gebruik licht te reinigen. Dit voorkomt opeenhoping van vuil of vet dat opnieuw wordt verhit en verbrandt, waardoor onaangename geuren en rook ontstaan.
- Berg geen brandbare producten op in de Trio; deze kunnen namelijk vlam vatten als het apparaat per ongeluk wordt ingeschakeld.
- In het geval van een kookplaat met halogeenlampen: niet rechtstreeks in de glasplaat staren.
- Gebruik ovenwanten wanneer u een schaal in de oven plaatst of uit de oven verwijdert.
- Bedek de binnenwanden van de oven niet met aluminiumfolie of wegwerpbare ovenbeschermers die u in de winkel kunt kopen. Aluminiumfolie of andere soorten bescherming die rechtstreeks in contact komen met het hete email kunnen ervoor zorgen dat het email smelt of kunnen de binnenkant aantasten.
- Wanneer u met vetten of oliën kookt, moet u het kookproces altijd in de gaten houden, aangezien verhitte vetten en oliën snel vlam kunnen vatten.
- Het fornuisdeksel (gasmodel):
- Houd het deksel rechtop terwijl het formuis in gebruik is.
- Verwijder vóór het openen van het deksel alle items die erop staan, om morsen te voorkomen.
- Laat voordat u het deksel sluit alle warme onderdelen van het fornuis afkoelen.
- Bewaar geen zware of metalen voorwerpen op het deksel.
- Als u een oude vaatwasser wilt weggooien, zorg dan dat u de deur verwijdert zodat er geen risico bestaat dat kinderen erin opgesloten worden.
- De vaatwasser is gemaakt van materialen die gerecycled kunnen worden zodat deze op een milieuvriendelijke manier kunnen worden verwijderd.
- Zorg ervoor dat de vaatwasser geen stroomkabels platdrukt.
- Het gebruik van adapters, meerdere stekkers en/of verlengkabels wordt niet aangeraden.
- Eventuele vragen over de voedingskabel kunt u richten aan de aftersales-service of een gekwalificeerde monteur.
- Wanneer het apparaat zich op een tapijtvloer bevindt, moet erop worden gelet dat er geen belemmeringen voor de bodemopeningen zijn.
Niet opvolgen van het bovenstaande advies kan ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid van het apparaat.
Om de kwaliteit van de producten te verbeteren, kan CANDY wijzigingen aanbrengen in verband met technische verbeteringen. Het apparaat voldoet aan de Europese Richtlijn 2009/142/EG (Gastoestellen) en vanaf 21-04-2018 aan Verordening (EU) 2016/426 (Gasverbrandingstoestellen).
TECHNISCHE GEGEVENS

text_image
142-143 cm (model met kookplaatdeksel) 86,5-87,5 cm 60 cm 59,6 cm| TRIO | |||
| TYPE/referentie | TRI 5 S | TRI 5 | |
| 4 gas | 3 gas + 1 EL | 4 EL | |
| Positie | |||
| Linksvoor | Snelle brander | Snelle brander | HiLight ∅ 180 |
| Linksachter | Semisnelle br | . Elek. plaat ∅ 180 | HiLight ∅ 220 |
| Rechtsachter | Ultrasnelle br. | Ultrasnelle br. | HiLight ∅ 140 |
| Rechtsvoor | Hulpbrander | Hulpbrander | HiLight ∅ 140 |
| Ontstekingsbeveiliging | Ja | - | |
| Ontsteking | Ja | - | |
| Installatieklasse | 2 subklasse 1 eind 1 | - | |
| Geinstalleerd gastype/vermogen | |||
| Gasvermogen kW | 8,75 | 7 | - |
| G20 20 mbar (aardgas) l/uur | 833 | 666 | - |
| Alternatieve injectorset voor LPG-gas beschikbaar in de verpakking | |||
| Gasvermogen kW | 8,75 | 7 | - |
| G30/G31 28–30/37 mbar g/uur | 636 | 509 | - |
| Vaatwasser | |||
| Plaatsing EN 60436 | 6 | 6 | 6 |
| Waterdruk min. 0,08 - max. 0,08 MPa | |||
| Nominaal opgenomen vermogen | |||
| TRI 5 S Voltage (V) - Frequentie (Hz) | 220-230V~50Hz | ||
| TRI 5 Voltage (V) - Frequentie (Hz) | 220-230V~/380-400 V~50Hz | ||
| Elektrische stroom. | 2100 | 3600 | 8600 |
De flexibele buis moet zodanig zijn gemonteerd dat de buis niet door een bepaalde ruimte loopt waar deze geplet/geknikt of op enige andere wijze beschadigd kan raken.
INSTALLATIE
WAARSCHUWING:
Het installeren van een huishoudelijk apparaat kan ingewikkeld zijn, en kan, als het niet correct wordt uitgevoerd, de veiligheid van de consument ernstig in gevaar brengen. Daarom moet een professioneel gekwalificeerde persoon de taak op zich nemen, die hij zal uitvoeren in overeenstemming met de geldende technische voorschriften.
Indien dit advies wordt genegeerd en de installatie wordt uitgevoerd door een niet-gekwalificeerde persoon, wijst de fabrikant alle verantwoordelijkheid af voor een technisch defect van het product, ongeacht of dit al dan niet tot schade aan goederen of letsel aan personen leidt.
Als het fornuis op een onderstel wordt geplaatst, moeten er maatregelen worden genomen om te voorkomen dat het apparaat van het onderstel afschuift.
GASMODEL
1.1 GESCHIKTE LOCATIE
- Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de geldende voorschriften en mag alleen worden gebruikt in een goed geventileerde ruimte. Lees de instructies voordat u het apparaat installeert en gebruikt.
- Een gasfornuis produceert warmte en vochtigheid in de ruimte waarin het is geïnstalleerd. Daarom moet u zorgen voor een goede ventilatie, hetzij door alle natuurlijke luchtdoorgangen open te houden of door een afzuigkap met een afvoerkanaal te installeren. Intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan extra ventilatie vereisen, zoals het openen van een raam of een verhoging van de snelheid van de elektrische ventilator, als u er een hebt.
- Als een afzuigkap niet kan worden geïnstalleerd, moet een elektrische ventilator aan een buitenwand of raam worden gemonteerd om ervoor te zorgen dat er voldoende ventilatie is. De elektrische ventilator moet in staat zijn om 3–5 keer per uur een volledige luchtwisseling uit te voeren in de keuken. De installateur moet de toepasselijke nationale normen volgen.
- Alvorens het apparaat te installeren, moet de monteur:
- De compatibiliteit tussen de Trio en de gasinstallatie controleren. Het typeplaatje op het fornuis geeft aan voor welk type gas het fornuis is ontworpen. Het aansluiten op de gasleiding of gasfles mag pas worden uitgevoerd nadat is gecontroleerd of het fornuis is ingeregeld voor het type gas dat wordt geleverd. Als het niet correct is ingeregeld, raadpleeg dan de instructies in de volgende paragrafen om de gasinstelling te wijzigen.

text_image
Afbeelding 1De Trio is in de fabriek ingesteld voor gebruik met het type gas zoals staat vermeld op de verpakking en wordt herhaald op het typeplaatje op het fornuis.
Aardgas G20-20 mbar / G25-25 mbar: gasnet
- Wijzing indien nodig het gas.
Breng om de gasbranders aan te passen geschikte sproeiers aan die het nominale debiet opleveren (zoals uitgelegd in de paragraaf over wijzigen van het gastype).
- Bij installatie moet de monteur rekening houden met het volgende:
Al het werk moet worden uitgevoerd met afgesloten stroomtoevoer.
De Trio is klasse 2 - subklasse 1; meubelen naast het toestel mogen niet hoger zijn dan de bovenkant van het apparaat.
- Als de Trio aan een van beide zijden naast een kast wordt geplaatst, moet de afstand tussen de Trio en de kast ten minste 15 cm bedragen (zie afbeelding 1); terwijl de afstand tussen de Trio en de achterwand ten minste 5,5 cm moet bedragen. De afstand tussen de Trio en een ander toestel of apparaat daarboven (bijv. een afzuigkap) mag niet minder dan 70 cm bedragen (afbeelding 1).
- Het fornuis heeft verstelbare poten voor een perfecte vlakstelling op de vloer.
- Maak de gasaansluiting naar de installatie in overeenstemming met de gastoevoer.
- Sluit het fornuis aan op de elektriciteit in overeenstemming met de informatie in de paragraaf over de elektrische aansluiting.
- Als het gastype is gewijzigd, moet u de minimale doorstroming van elke gasbrander afstellen (zoals uitgelegd in de paragraaf over het wijzigen van het gastype).
- Sluit de Trio aan op de watertoevoer en op de waterafvoer (zie de paragraaf over de wateraansluiting).
ELKE WIJZIGING AAN DE GASINSTELLING MOET WORDEN GENOTEERD OP HET TYPEPLAATJE DAT OP HET FORNUIS IS AANGEBRACHT.
• GASAANSLUITING
Dit moet gebeuren in overeenstemming met de voorschriften die gelden in het land van installatie (alleen voor het VK: bij wet moet de gasinstallatie/inbedrijfstelling worden uitgevoerd door een in het 'Gas Safe Register' geregistreerde installateur). In alle gevallen moet de gastoevoerleiding worden voorzien van een afsluitkraan, een regelaar of een overdrukventiel voor propaangas. Gebruik alleen ventielen, uiteinden voor regelaars, flexibele buizen en regelaars met het officiële merk van het land van installatie.
Gasaansluiting conform de installatie:
Aardgas: robuuste, flexibele slang met mechanische fittingen (1) - Zachte rubberbuis (2)
Butaan: robuuste, flexibele slang met mechanische fittingen (1) - Zachte rubberbuis (2)
Propaan: robuuste, flexibele slang met mechanische fittingen (1) - Zachte rubberbuis (2)
1 - Op voorwaarde dat de flexibele slang langs zijn gehele lengte kan worden geïnspecteerd.
2 - Op voorwaarde dat de zachte rubberen buis langs de gehele lengte kan worden geïnspecteerd de buis niet langer is dan 1,5 meter en aan de uiteinden is voorzien van geschikte klemmen.
1, 2 - Zachte buizen en flexibele slangen met mechanische fittingen moeten uit de buurt van eventuele vlammen worden geplaatst en mogen niet beschadigd zijn door de verbrandingsgassen, hete fornuisdelen of gemorst heet voedsel.
De flexibele buis moet zodanig zijn gemonteerd dat de buis niet door een bepaalde ruimte loopt waar deze geplet/geknikt of op enige andere wijze beschadigd kan raken.
INSTALLATIE
• DRIE AANSLUITOPTIES:
• AANSLUITING HARDE PIJP
Sluit rechtstreeks aan op de fittingen van het spruitstuk.
• AANSLUITING FLEXIBELE SLANG MET MECHANISCHE FITTINGEN
Wij raden dit type aansluiting aan.
Schroef de slangmoeren aan de ene kant rechtstreeks op het spruitstuk en aan de andere kant op de afsluitkraan van de pijp.
• AANSLUITING ZACHTE RUBBERSLANG
Wij raden dit type aansluiting niet aan.
Alleen voorbehouden voor oude installaties waarbij geen andere optie mogelijk is.
Schroef het conforme eindstuk vast. (2)
Bevestig de zachte buis aan de ene kant aan het eindstuk en aan de andere kant aan de regelaar of de ventieluitgang.
(2) Controleer in alle gevallen of de afdichting is aangebracht. Na het aansluiten moet de lekdichtheid worden getest met zeepwater. Testen met vlammen is streng verboden.
Waarschuwing: Als gas kan worden geroken in de buurt van dit apparaat, moet de gastoevoer worden dichtgedraaid en onmiddellijk een technicus worden gebeld. Ga niet op zoek naar een lek met een open vlam.
HET TYPE GAS WIJZIGEN:
WAARSCHUWING:
Alleen een professioneel gekwalificeerd persoon mag de taak op zich nemen die hij zal uitvoeren in overeenstemming met de geldende technische voorschriften en instructies.
De calorische capaciteit en druk van het gas variëren naargelang het type gas.
Bij het wijzigen van het gas moet de monteur achtereenvolgens:
1-Het apparaat loskoppelen van de stroom.
2-De installatie uitvoeren zoals hierboven beschreven onder 'GASAANSLUITING'.
3-De gaskraan voor het apparaat sluiten.
4-DE SPROEIERS VERVANGEN.
5-DE MINIMALE VLAM INSTELLEN.
DE SPROEIERS VERVANGEN:
Volg de volgende instructies om het fornuis aan te passen aan gebruik met verschillende soorten gas:
- Verwijder de pannendragers en branders.
- Steek een zeskantsleutel (7 mm) in de brandersteun (afbeelding 2).
- Draai de injector los en vervang deze door eentje die geschikt is voor het te gebruiken gas (zie tabel met gastypen).
HET INSTELLEN VAN DE MINIMALE VLAM
Om de minimale vlam in te stellen moet de monteur de volgende instructies volgen:
-Verwijder de knoppen.
VOORBEELD 1: De regelschroef zichtbaar aan de binnenkant van de klepas (zie afbeelding 3A)
Draai na het aansteken van de branders de bedieningsknop naar de laagste stand en verwijder vervolgens de knop (deze kan met lichte druk eenvoudig worden verwijderd).
Met een kleine schroevendraaier voor 'klemmenblokken' kan de regelschroef worden ingesteld zoals in afbeelding 3A.
Als de schroef rechtsom wordt gedraaid dan wordt de gasstroom verkleind en als deze linksom wordt gedraaid dan wordt gasstroom vergroot.
Gebruik deze afstelling om een vlam van ongeveer 3 tot 4 mm te verkrijgen en plaats daarna de bedieningsknop terug.
Wanneer de beschikbare gastoevoer LPG is, dan moet de schroef om de stationaire vlam in te stellen tot de eindstop (rechtsom) worden gedraaid.
Plaats de knoppen terug.
VOORBEELD 2: De regelschroef is niet zichtbaar (zie afbeelding 3B)
-Verwijder de pannendragers, branders en het deksel.
-Verwijder de bovenste plaat.
-Met een kleine schroevendraaier kan de regelschroef worden afgesteld zoals in afbeelding 3C.
Als de schroef rechtsom wordt gedraaid dan wordt de gasstroom verkleind en als deze linksom wordt gedraaid dan wordt gasstroom vergroot.
-Wanneer de beschikbare gastoevoer LPG is, dan moet de schroef om de stationaire vlam in te stellen tot de eindstop (rechtsom) worden gedraaid.
-Wanneer de beschikbare gastoevoer aardgas is, dan moet de schroef om de stationaire vlam in te stellen linksom worden gedraaid, een halve slag van de volledig gesloten stand (vlam van ongeveer 3 tot 4 mm).
-Plaats de bovenste plaat terug en zorg er daarbij voor dat u elk gedemonteerd of losgekoppeld onderdeel juist terugplaatst. Let erop dat u geen onderdelen beschadigt (in dat geval moet de monteur deze vervangen door originele reserveonderdelen).
-Plaats de branders, pannendragers, het deksel en de knoppen terug.


Waarschuwing:
Draai nooit de
andere
schroeven los!
"De installatie moet in overeenstemming zijn met de standaard richtlijnen." De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door ongeschikt of nodeloos gebruik.
Waarschuwing:
- Controleer altijd voordat u elektrische werkzaamheden uitvoert, de voedingsspanning op de elektriciteitsmeter, de afstelling van de stroomonderbreker, de continuïteit van de verbinding met de aarde en of de zekering geschikt is.
- De elektrische aansluiting op de installatie moet worden gemaakt via een contactdoos met aarding of via een omnipolaire onderbreker.
Als het apparaat een stopcontact heeft, moet het zo zijn geïnstalleerd dat het stopcontact bereikbaar is.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen als gevolg van het gebruik van een apparaat dat niet geaard is of een slechte continuïteit van de aarding heeft.
- Eventuele vragen over de voedingskabel kunt u richten aan de aftersales-service of een gekwalificeerde monteur.
Waarschuwing! Het apparaat moet geaard zijn. Bij onjuiste aarding zult u merken dat u bij het aanraken van de metalen onderdelen van uw apparaat een elektrisch schokje krijgt als gevolg van de aanwezigheid van een RF-interferentieonderdrukker.
• TRI 5 S
Er wordt een netsnoer meegeleverd met de Trio waardoor het tussen fasen of tussen fase en neutraal kan worden aangesloten op een voeding van 220–230 V. Sluit aan op een 16A-stopcontact.
• TRI 5
Afhankelijk van het model kan het product met of zonder netsnoer worden geleverd. Als het netsnoer niet wordt meegeleverd: het type snoer en de aansluiting ervan moeten in overeenstemming zijn met de veiligheidsinstructies en de meegeleverde tabel Het klemmenblok bevindt zich aan de achterkant van de Trio.
Het klemmenblok openen:
. Lokaliseer de twee lipjes aan de zijkanten.
. Plaats het blad van de schroevendraaier aan de voorkant van het lipje, steek hem in (1) en druk hem naar beneden (2).
. Til de afdekking eraf.
Klemmenblok

. Schroef de kabelklem los.
. Voer de kabel door de kabelklem.
Strip de isolatie van het uiteinde van elke draad af en sluit ze aan in overeenstemming met de cijfers in de tabel en op de shuntgeleiders.
Voorbeeld van aansluiting in monofase
1 - Plaats de shuntgeleiders

text_image
1° 2° 3°2 - Plaats de draden

3 - Voer de kabel door
de kabelklem

Let op: Onjuist aandraaien kan leiden tot gevaarlijke verhittingsrisico's bij de voedingskabel.
Schroef de kabelklem vast en sluit de afdekking wanneer het aansluiten op de klemmenblokken van het apparaat klaar is.
| Monofase 220-230~ | Drie fasen 220-230 V 3~ | Drie fasen 380-400V~3N | |
| KABELTYPE AERA | H05V2V2-F 3 G 4 mm ^2 | H05V2V2-F 4 G 2,5 mm ^2 | H05V2V2-F 5 G 1,5 mm ^2 |
| AANSLUITING OP HET KLEMMEN-BLOK | ![]() | ![]() | ![]() |
| Naar shunt: maak een brug met een shuntgeleider | 2-fasig Shunt 1-2 Shunt 2-3 5 neutraal Shunt 4-5 T aarde | 1-fasig Shunt 1-2 3-fasig Shunt 3-4 5-fasig T aarde | 1-fasig 2-fasig 3-fasig 5 neutraal Shunt 4-5 T aarde |
De toevoer- en afvoerslangen kunnen naar links of rechts worden gericht. De vaatwasser kan worden aangesloten op koud of warm water, zolang het niet warmer is dan 60 °C.
De waterdruk moet tussen 0,08 MPa en 0,8 MPa liggen. Als de druk lager is dan het minimum, neem dan contact op met de serviceafdeling voor advies.
De toevoerslang moet op een kraan worden aangesloten, zodat de watertoevoer kan worden afgesloten wanneer de machine niet wordt gebruikt (afb. 1). De toevoerslang voor de vaatwasser is voorzien van een 3/4"-schroefaansluiting (afb. 2). De
toevoerslang (A) moet stevig op een 3/4" kraan (B) worden aangesloten.
De wateraansluiting van de vaatwasser mag uitsluitend worden uitgevoerd met de meegeleverde leiding. Gebruik geen oude leiding.
Als de machine is aangesloten op nieuwe leidingen of op leidingen die langere tijd niet zijn gebruikt, moet u er gedurende een paar minuten water doorheen laten stromen voordat u de toevoerslang aansluit. Op deze manier zullen afzettingen van zand of roest het waterinstroomfilter niet verstoppen.

Zorg ervoor dat u de afvoerslang niet buigt of knikt wanneer u deze op de machine aansluit, zodat het water er vrij uit kan stromen (afb. 4Y). De afvoerslang moet ten minste 40 cm boven de vloer zitten en moet een binnendiameter van ten minste 4 cm hebben. Het is raadzaam om een stankafsluiter (afb. 4X) te plaatsen.
Indien nodig kan de afvoerslang tot 2,6 m worden verlengd, op voorwaarde dat hij op een hoogte van maximaal 85 cm boven de vloer wordt gehouden. Neem hiervoor contact op met de klantenservice.
INSTALLATIE

flowchart
graph TD
A["Water Supply"] --> B["Receiving Tank"]
B --> C["Receiving Pump"]
C --> D["Water Delivery Path"]
D --> E["100 cm Max. 2.5 m MAX."]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
De slang kan aan de zijkant van de gootsteen worden vastgezet (hij mag niet worden ondergedompeld in water, om te voorkomen dat water wordt teruggevoerd naar de machine wanneer deze wordt gebruikt). Controleer of er geen knikken in de toevoer- en afvoerslangen zitten. Neem contact op met de klantenservice om de toevoerslang te verlengen, indien nodig.
GASBRANDERS
Dit apparaat mag alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor het bestemd is: huishoudelijk koken, en elk ander gebruik wordt als onjuist beschouwd en kan daarom gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade of verlies als gevolg van onjuist gebruik.
Voordat u de brander gebruikt, moet u zeker zijn dat de pannendrager centraal boven de brander zit, zoals in onderstaande afbeelding.

Elke brander wordt bediend door een kraan met geleidelijke instellingen voor:
- een bredere keuze aan instellingen van de maximale stand naar de laagste en meest precieze stand;
- eenvoudigere vlamregeling afgestemd op de pandiameter;
- geen risico op het afsnijden van de vlam of het uitschakelen ervan wanneer de vlam snel omlaag wordt gedraaid.
ONTSTEKING
AANBEVELINGEN: Als de branders niet in gebruik zijn, moet de algemene gastoevoer altijd worden uitgeschakeld.
GEBRUIK
Voordat u het gasfornuis inschakelt, moet u controleren of de branderdeksels in de juiste positie zijn geplaatst.
- Draai het gas open.
- Een symbool naast elke bedieningsknop geeft aan welke brander brandt.
- Duw de bedieningsknop van de betreffende brander in en draai hem naar het symbool ⭐. Houd de knop ingedrukt tot de vlam brandt. Bij modellen die zijn uitgerust met elektronische ontsteking wordt de vlam door een elektrische vonk ontstoken. Dit gebeurt met de speciale knop of door op de bedieningsknop in te drukken (voor modellen met ontbranding onder de knop).
Bij modellen die niet met elektronische ontsteking zijn uitgerust, of als er geen elektrische stroom is, moet de vlam met een lucifer worden aangestoken.
Waarschuwing: Als de brander na 5 seconden nog niet aan staat, moet u stoppen en ten minste 1 minuut wachten voordat u nogmaals probeert de brander te ontsteken.
Opmerking: Bij modellen met de VEILIGHEIDSTHERMOKOPPEL moet u de knop enkele seconden ingedrukt houden om het veiligheidssysteem te activeren. Als de knop meteen wordt losgelaten, heeft het veiligheidssysteem niet genoeg tijd om in werking te treden en gaat de vlam uit. Als dit gebeurt, herhaalt u de ontstekingsprocedure vanaf het begin en wacht u langer totdat de vlam brandt.
Als de vlam per ongeluk wordt gedoofd, snijdt de snelle thermokoppelbeveiligiging automatisch de gastoevoer af.
Als er bepaalde plaatselijke gastoevoercondities zijn die het ontbranden moeilijk maken, wordt u geadviseerd de ontstekingsprocedure te herhalen en de knop naar 'minimaal' (6) te draaien.
- Stel de vlam in op uw kookbehoeften. Tussen de instellingen (♂) en (♂) van de bedieningsknop zijn tussenstanden beschikbaar.
- Draai de knop terug naar de stop-stand om de vlam uit te draaien.
- Als de brander per ongeluk wordt gedoofd, draait u de knop naar '0', wacht u één minuut en probeert u daarna opnieuw te ontsteken.
PANNEN
Kies voor een correct gebruik van de branders pannen die aan de onderstaande afmetingen voldoen:
* Zeer snel
∅ 18 cm en meer
* Snel
∅ van 16 tot 26 cm
* Semi-snel
∅ 12 cm
* Hulpbrander
∅ 10 cm
- Pannen met gebogen, geribbelde of kromgetrokken bodems worden niet aanbevolen.
WAARSCHUWING: Als een vlam per ongeluk wordt gedoofd, draait u de knop naar de uit-stand. Probeer minimaal 1 minuut lang niet opnieuw te ontsteken.
Als de gaskranen door de jaren heen stijf worden bij het draaien, moeten ze gesmeerd worden.
Een dergelijke handeling mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerde servicemonteurs.
- Aluminium pannen kunnen plekken achterlaten op de emailen pannendrager. Deze plekken kunnen eenvoudig worden verwijderd met een vochtige doek en een licht schurend middel.
EEN PAAR TIPS ...
- Vermijd te intensief koken van voedsel. Voedsel kookt op deze manier namelijk niet sneller. In feite wordt het blootgesteld aan heftige bewegingen, waardoor het voedsel een deel van zijn smaak kan verliezen.
MILIEUBESCHERMING
- Om gas te besparen, moet u ervoor zorgen dat de vlammen niet voorbij de bodem van de pan komen.
- Gebruik de gasbrander niet met een lege pan.
- Gebruik indien mogelijk een deksel om de pan af te dekken. Regel de vlam zo dat deze de diameter van de pan niet overschrijdt.
DE VITROKERAMISCHE ZONE
ADVIEZEN
Het gebruik van hoogwaardig keukengerei is belangrijk om goede kookresultaten te behalen:
- Gebruik altijd hoogwaardig kookgerei met perfect vlakke en dikke bodems.
- Zorg ervoor dat de bodem van de pot of pan droog is.
- Gebruik pannen waarvan de diameter breed genoeg is om het kookoppervlak volledig af te dekken.
KEUKENGEREI KIEZEN
De volgende informatie helpt u om kookgerei te kiezen dat goede prestaties zal leveren.


Controleer op het etiket het teken dat aangeeft of de pan kan worden gebruikt bij een vitrokeramische kookplaat.
Roestvrij staal: Zeer aan te bevelen. Vooral goed als ze een sandwichbodem hebben. De sandwichbodem combineert de voordelen van roestvrij staal (kwaliteit, duurzaamheid en stabiliteit) met de voordelen van aluminium of koper (warmtegeleiding, gelijkmatige warmteverdeling).
Aluminium: Een zwaar gewicht wordt aanbevolen. Goede geleidbaarheid. Aluminiumresiduen lijken soms op krassen op de kookplaat, maar kunnen worden verwijderd als de kookplaat onmiddellijk worden schoongemaakt. Door het lage smeltpunt mag geen dun aluminium worden gebruikt.
Gietijzer: Bruikbaar, maar niet aanbevolen. Slechte prestaties. Kan het oppervlak krassen.
Koperen bodem/aardewerk: Een zwaar gewicht wordt aanbevolen. Goede prestaties, maar koper kan residuen achterlaten die op krassen kunnen lijken. De residuen kunnen worden verwijderd, zolang de kookplaat onmiddellijk wordt schoongemaakt. Laat deze potten nooit droogkoken. Oververhit metaal kan aan zich glazen kookplaten binden. Een oververhitte koperen pot laat een residu achter dat een permanente vlek zal maken op de kookplaat. Porselein/email: Alleen goede prestaties met een dunne, gladde, platte bodem.
DE ZONES
- HiLight-zone: Deze werkt binnen 3 seconden en is geschikt voor continu, gelijkmatig en duurzaam koken.
- Sprinter: Met de sprinterfunctie kan de kooktijd met tot wel 15% worden verkort.
GEBRUIK
- Vind het teken dat overeenkomt met de kookzone die u nodig heeft.
- Het wordt aanbevolen de temperatuur in te stellen op de hoogste stand tot de goed opgewarmd is en vervolgens lager te zetten naar de gewenste bereidingsinstelling.



- Het aan/uit-lampje gaat branden om aan te geven dat de warmtezone in werking is.
- Elke zone is verbonden met een restwarmte-indicator op de kookplaat. Deze gaat branden wanneer de temperatuur in de warmtezone 60 °C of hoger is. Het lampje blijft branden, zelfs als het apparaat is uitgeschakeld, tot het oppervlak is afgekoeld.
- Om een warmtezone uit te schakelen, draait u de betreffende bedieningsknop naar de stand '0'.
- Standen: De onderstaande voorbeelden zijn bedoeld als richtlijn. Wanneer u bekend raakt met het gebruik van uw kookplaat, zult u de instellingen kunnen uitzoeken die het beste bij u passen.
| Standen | Enkele tips | ||
| 1 | 1-2 | Zeer laag | Om een schotel warm te houden, boter en chocolade te smelten ... |
| 2 | 3-4 | Laag | Langzaam koken, sauzen, stoofpotten, rijstpudding, gepocheerde eieren ... |
| 3 | 5-6 | Matig | Bonen, bevroren voedsel, fruit, water koken ... |
| 4 | 7-8 | Medium | Gestoomde appels, verse groenten, pasta flensjes, vis ... |
| 5 | 9-10 | Hoog | Meer intens koken, omeletten, steaks ... |
| 6 | 11-12 | Zeer hoog | Steaks, koteletten, braden ... |
MILIEUBESCHERMING
- Gebruik pannen waarvan de diameter breed genoeg is om het kookoppervlak volledig af te dekken. De pan mag niet kleiner zijn dan de warmtezone. Als de pan iets breder is, zal de energie optimaal worden gebruikt.
- Om het beste rendement uit uw kookplaat te behalen, moet u de pan in het midden van de kookzone plaatsen.
- Door het gebruik van een deksel neemt de kooktijd af en bespaart u energie door de warmte te behouden.
- Beperkt de hoeveelheid vloeistof of vet om de bereidingstijd te verkorten.
- Begin de bereiding op een hoge stand en verlaag de stand wanneer goed doorgewarmd is.
OVENACCESSOIRES ( afhankelijk van het model)
Voorafgaand aan het eerste gebruik moeten de accessoires worden schoongemaakt. Was ze met een spons. Goed afspoelen en afdrogen.
- HET ROOSTER: Voor schalen, borden en braadstukken bij koken met de grill. Het rooster is uitgerust met rails waar de lekbak in kan worden geschoven.

Dankzij de speciale vorm blijft het rooster altijd horizontaal, zelfs wanneer hij in zijn geheel naar de voorkant van de oven is getrokken, waardoor het risico dat gerechten eraf schuiven of kiepen wordt vermeden.
- DE LEKBAK: Hierin wordt vlees- en grillsap verzameld tijdens het grillen. Deze kan op het rooster worden gezet of eronder worden geschoven. De lekbak mag niet in de oven worden bewaard wanneer deze wordt gebruikt, tenzij deze met de grill wordt gebruikt.

Gebruik de lekbak nooit als bakplaat. Dit zorgt ervoor dat er rook geproduceerd wordt, dat er vet rondspat en dat de oven snel vies wordt.
- DE BAKPLAAT moet op het rooster worden geplaatst. Deze plaat is voor het bakken van kleine dingen zoals soezen, koekjes, schuimpjes, etc.

Plaats de bakplaat nooit rechtstreeks op de bodem van de oven.
- HET BRAADSPIT is voorzien van een spies en een handgreep, twee vorken en een spiessteun.
Wanneer de oven in gebruik is, moeten alle ongebruikte accessoire worden verwijderd.
• DE STROOMONDERBREKINGSTIMER

- Deze neemt de werking van de oven in d hand gedurende 1 tot 120 minuten, met onmiddellijke start en automatische uitschakeling. Wanneer de tijd is verstreken, schakelt de timer automatisch de stroomtoevoer naar de oven uit.
- De oven kan echter zonder programma's worden gebruikt. Draai in dat geval de bedieningsknop op de handmatige stand.
Opmerking: Om een tijd in te stellen, draait u de bedieningsknop rechtsom naar de 120 minuten-markering en draait u hem vervolgens weer terug naar de gewenste tijd.
DE OVEN GEBRUIKEN
ZEER BELANGRIJK: De oven en de vaatwasser kunnen nie tegelijkertijd worden gebruikt.
Om de oven te gebruiken, moet u de vaatwasser sluiten.
BELANGRIJK: Houd altijd kleine kinderen uit de buurt van de Trio als deze in gebruik is. Als de Trio is voorzien van een deksel, moet deze voor gebruik omhoog worden gezet.
DE BEREIDINGSMETHODES (afhankelijk van het model)
- Met ventilator 📋: Wij raden u aan deze methode te gebruiken voor pluimvee, gebak, vis en groenten. Warmte dringt beter door
GEBRUIK
in het voedsel en zowel de bereidings- en voorverwarmingstijd worden verkort. U kunt verschillende etenswaren tegelijkertijd bereiden met of zonder dezelfde voorbereiding in een of meerdere posities. Deze bereidingsmethode zorgt voor een gelijkmatige warmteverdeling en de geuren worden niet vermengd. Neem ongeveer tien minuten extra, wanneer u voedsel tegelijkertijd bereidt.
- Gril : Gebruik het bovenste verwarmingselement. Succes is gegarandeerd voor grill-, kebab- en gegratineerde gerechten. Er is vijf minuten voorverwarmen nodig om het element heet te krijgen.
- Gril + draaispit : Gebruik van het bovenste verwarmingselement in combinatie met de rotisserie zorgt voor de echte smaak van een traditioneel braadstuk. Verwijder alle accessoires uit de oven.
. Plaats de lekbak op de bodem van de oven.
. Steek de spies in het te bereiden voedsel en plaats het centraal tussen de twee vorken.
. Plaats de spies in de houder en schuif de houder en de spies op het tweede niveau. Het einde van de spies zit dan tegenover de gleuf in het aandrijfmechanisme.
. Plaats de spies in het aandrijfmechanisme. - Hete lucht + draaispit : Gebruik tegelijkertijd de rotisserie en de conventionele bereiding. Hierdoor kan tijd worden bespaard bij het koken. U moet er echter wel voor zorgen dat het rooster met de rails omhoog wordt geplaatst. Zet de lekbak op het rooster.
- Met de functie 'MASTERBAKE' kunt u gezonder koken, door de vereiste hoeveelheid vet of olie te verlagen. De combinatie van verwarmingselementen met een pulserende luchtcyclus zorgt voor een perfect bakresultaat.
- Conventioneel : Zowel de bovenste als onderste verwarmingselementen worden gebruikt. Verwarm de oven ongeveer tien minuten voor. Deze methode is ideaal voor alle traditionele braad- en bakgerechten. Voor het laten rusten van rood vlees, rosbief, lamsbout, wild, brood, in folie gewikkeld voedsel (papillotes), bladerdeeg. Plaats het voedsel met de schaal op een centrale positie op het rooster.
- Draai de bedieningsknop naar de benodigde bereidingsmethod e en stel de temperatuur in:

radar
| Angle (°) | Value | |---|---| | 0 | 65 | | 30 | 90 | | 60 | 115 | | 90 | 140 | | 120 | 165 | | 150 | 190 | | 180 | 210 | | 210 | 250 |

Conventioneel
Temperatuur van 65 °C tot 250 °C

Gril
Temperatuur 200 °C

Gril + draaispit
Temperatuur 200 °C

Hete lucht + draaispit
Temperatuur van 65 °C tot 250 °C

Master bake
Temperatuur van 65 °C tot 250 °C

Met ventilator
Temperatuur van 65 °C tot 250 °C
*** Getest in overeenstemming met de definitie die in CENELEC EN 60350-1 wordt gebruikt voor de energieklasse.
- Draai de bedieningsknop van de stroomonderbrekingstimer naar de handmatige stand of naar een programmaduur.


- Het controlelampje van de bediening geeft aan dat de thermostaat aan staat. Het lampje gaat tijdens de bereidingstijd regelmatig aan en uit.
BEREIDINGSADVIES
VLEES:
Het is beter het vlees pas na de bereiding te zouten, aangezien zout ervoor zorgt dat het vlees vet spettert.
Dit zal de oven vuil maken en een hoop rook veroorzaken. Braadstukken van wit vlees, varkensvlees, kalfsvlees, lamsvlees en vis kunnen in een koude oven worden gezet. De bereidingstijd is langer dan in een voorverwarmde oven, maar het gerecht gaart beter tot in het midden, omdat de warmte meer tijd heeft om het gebraad te penetreren.
GOEDE VOORVERWARMING IS DE BASIS VOOR HET SUCCESVOL BEREIDEN VAN ROOD VLEES.
Vermijd het gebruik van glimmende bakvormen, omdat deze de hitte weerkaatsen en uw taarten kunnen doen mislukken. Als uw taart te snel bruin is, moet u deze afdekken met vetvrij papier of aluminiumfolie.
Let op: De juiste manier om folie te gebruiken is met de glanzende kant naar binnen.
Anders wordt de warmte weerkaatst door het glanzend oppervlak en dringt niet door in de taart.
Vermijd het openen van de deur gedurende de eerste 20 tot 25 minuten van de bereiding; biscuitgebak, soufflés, brioche, etc., hebben de neiging in te zakken. U kunt controleren of een taart klaar is door met een mes of een metalen breinaald in het midden te prikken. Als het mes er schoon en droog uit komt, is uw taart klaar en u kunt stoppen met bakken. Als het mes er vochtig uit komt of met stukjes taart eraan, ga dan door met bakken maar zet de thermostaat iets lager, zodat de taart gaar wordt zonder te verbranden.
De volgende instructies zijn slechts richtlijnen. Afhankelijk van uw eigen ervaring of uw persoonlijke smaak kunt u deze aanpassen.
Voorverwarmingstijden:
. 20 minuten tussen 210 en 250 °C
. 15 minuten tussen 140 en 190 °C
. 10 minuten tussen 65 en 115 °C
| HOEVEELHEID | VOEDSEL | Oventemperatuur in °C | Roosterpositie vanaf de bodem | Bereidingstijd in minuten |
| VIS | ||||
| Forel | 200 | 1 | 15–25 | |
| 1 kg | Wijling | 190 | 1 | 50 |
| VLEES | ||||
| 1–1,5 kg | Rosbief | 190 | 1 | 90 |
| 1 kg | Geroosterd kalfsvlees | 150/160 | 1 | 120–150 |
| 2 kg | Kalfsstoof | 170/190 | 1 | 60–90 |
| 1–1,5 kg | Lamsbout | 150/160 | 1 | 60–75 |
| 1–1,5 kg | Schapenbout | 150/160 | 1 | 50–60 |
| GEVOGELTE | ||||
| 2 kg | Duiven | 150/160 | 1 | 45 |
| 4 kg | Gans | 160 | 1 | 240–270 |
| 2–2,5 kg | Eend | 175 | 1 | 90–150 |
| 1–1,5 kg | Kip | 170 | 1 | 60–80 |
| DIVERSEN | ||||
| Lasagne | 200 | 1 | 40 | |
| Soufflés | 200 | 1 | 20 | |
| Beignet | 200 | 1 | 20 | |
| Pizza | 200 | 1 | 20 | |
| GEBAK/PASTEIIEN | ||||
| Boekweitcake | 175 | 1 | 40–50 | |
| Fruittaart | 180/190 | 1 | 20–30 | |
| Biscuit (gistdeeg) | 160 | 1 | 40–45 | |
| Meringue | 100 | 1 | 90 | |
| Bladerdeeg | 200 | 1 | 20 | |
| HOEVEELHEID | VOEDSEL | Oventemperatuur in °C | Roosterpositie vanaf de bodem | Bereidingstijd in minuten |
| VIS | ||||
| Forel | 200 | 1 | 15–25 | |
| 1 kg | Wijling | 190 | 1 | 50 |
| VLEES | ||||
| 1–1,5 kg | Rosbief | 190 | 1 | 90 |
| 1 kg | Geroosterd kalfsvlees | 150/160 | 1 | 120–150 |
| 2 kg | Kalfsstoof | 170/190 | 1 | 60–90 |
| 1–1,5 kg | Lamsbout | 150/160 | 1 | 60–75 |
| 1–1,5 kg | Schapenbout | 150/160 | 1 | 50–60 |
| GEVOGELTE | ||||
| 2 kg | Duiven | 150/160 | 1 | 45 |
| 4 kg | Gans | 160 | 1 | 240–270 |
| 2–2,5 kg | Eend | 175 | 1 | 90–150 |
| 1–1,5 kg | Kip | 170 | 1 | 60–80 |
| DIVERSEN | ||||
| Lasagne | 200 | 1 | 40 | |
| Soufflés | 200 | 1 | 20 | |
| Beignet | 200 | 1 | 20 | |
| Pizza | 200 | 1 | 20 | |
| GEBAK/PASTEIIEN | ||||
| Boekweitcake | 175 | 1 | 40–50 | |
| Fruittaart | 180/190 | 1 | 20–30 | |
| Biscuit (gistdeeg) | 160 | 1 | 40–45 | |
| Meringue | 100 | 1 | 90 | |
| Bladerdeeg | 200 | 1 | 20 | |
MILIEUBESCHERMING
Voorkom indien mogelijk voorverwarming van de oven en probeer deze altijd te vullen. Open de ovendeur zo weinig mogelijk, omdat er warmte uit de ruimte verloren gaat iedere keer als hij geopend wordt. Om aanzienlijk op energie te besparen, de oven uitschakelen tussen 5 en 10 minuten voor het geplande einde van de bereidingstijd en de restwarmte gebruiken die de oven blijft produceren. Houd de afdichtingen schoon en in orde, om warmteverlies buiten de ruimte te voorkomen.
BEDIENINGSKNOPPEN VAN DE VAATWASSER

flowchart
graph LR
subgraph Input
A["x6"] --> B["Start"]
B --> C["Progr."]
C --> D["A"]
C --> E["B"]
D --> F["P1 P2 P3 P4 P5"]
E --> G["3h 6h 9h"]
F --> H["Express"]
G --> I["Reset"]
H --> J["Reset"]
I --> K["Reset"]
J --> L["Reset"]
K --> M["H"]
L --> N["P1 75°C P2 65°C 45°C 50°C Cold 70°C"]
M --> O["+"]
N --> P["eco"]
O --> Q["R32"]
P --> R["+"]
end
style Input fill:#f9f,stroke:#333
style Output fill:#ccf,stroke:#333
A 'START'-knop
B PROGRAMMAKEUZE-knop
C UITGESTELDE START-knop
D 'EXPRESS'-optieknop
E 'RESET'-knop voor ZOUT OP-lampje
F 'RESET'-knop (annuleert programma)
G AAN/UIT-knop
H Programmagids
I ZOUT OP-lampje
K OPTIESELECTIE-lampje
L PROGRAMMASTATUS-lampjes/Lampjes tijd UITGESTELDE START
M PROGRAMMAKEUZE-lampjes
HET SELECTEREN VAN DE PROGRAMMA'S EN SPECIALE FUNCTIES
De vaatwasser en de oven kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt.
Een programma instellen
Open de deur en druk op de aan/uit-knop; het programmaselectielampje (P3) beginnen te knipperen.
- Stel het benodigde programma in door op de programmakeuzeknop te drukken, het lampje van het gekozen programma gaat branden (2 lampjes voor het programma KOUD SPOELEN).
- Druk op de 'START'-knop (het indicatielampje van het geselecteerde programma stopt met knipperen en blijft branden).
- Sluit de deur (na het geluidssignaal) en het gekozen programma start automatisch.
DE VAATWASSER GEBRUIKEN
De deur openen
Pak het handvat in het voorpaneel vast en trek het naar voren. Als de machine wordt geopend terwijl hij in gebruik is, schakelt een elektrische veiligheidsinrichting alles automatisch uit. Om ervoor te zorgen dat de machine goed werkt, mag de deur niet worden geopend terwijl het apparaat in gebruik is.
De deur sluiten
Plaats de korf in de vaatwasser. Zorg ervoor dat de sproeiarm vrij kan draaien en niet wordt belemmerd door bestek, servies of pannen. Sluit de deur en druk erop om er zeker van te zijn dat hij goed dicht zit.
Een programma onderbreken
Het wordt niet aanbevolen de deur te openen terwijl een programma loopt, en vooral niet tijdens de belangrijkste wasfase en het drogen aan het einde.
Het apparaat stopt echter automatisch wanneer de deur wordt geopend.
Wanneer de deur weer gesloten is, gaat het programma automatisch weer verder.
Als u een programma dat draait wilt wijzigen of annuleren, voer dan de volgende procedure uit:
- Houd de knop voor 'PROGRAMMAKEUZE' gedurende ten minste 5 seconden ingedrukt. De programma-indicatielampjes gaan individueel en opeenvolgend aan en uit en er klinken een aantal geluidssignalen.
- Het lopende programma zal worden geannuleerd en alle programma-indicatielampjes zullen knipperen.
Voordat u met een nieuw programma begint, moet u controleren of er nog steeds vaatwasmiddel in de dispenser zit. Als het nodig is, vult u de dispenser bij.
WAARSCHUWING: Als de deur tijdens de droogfase wordt geopend, wordt een intermitterend geluidssignaal geactiveerd om aan te geven dat de cyclus nog niet is voltooid.
Er klinkt 3 maal en met tussenpozen van 30 seconden een alarm van 5 seconden (indien niet gedempt) aan te geven dat het programma is beeindigd.
Het geselecteerde programma-indicatielampje (2 indicatielampjes voor het programma 'KOUD SPOELEN') gaat knipperen.
Vaat kan nu worden verwijderd en de vaatwasser kan worden uitgeschakeld door op de 'AAN/UIT'-knop te drukken of er kan vaat worden geladen voor een nieuwe cyclus.
Het alarm voor het einde van het programma kan als volgt worden gedempt:
BELANGRIJK
De vaatwasser moet ALTIJD uit staan voor aanvang van deze procedure.
- Houd de knop voor 'PROGRAMMAKEUZE' ingedrukt en zet tegelijkertijd de vaatwasser aan door op de 'AAN/UIT'-knop te drukken (er klinkt een kort geluidssignaal).
- Houd de knop voor 'PROGRAMMAKEUZE' gedurende ten minste 15 seconden ingedrukt (waarbij deze keer 2 geluidssignalen klinken).
- Laat de knop los wanneer het tweede geluidssignaal klinkt (3 indicatielampjes voor 'PROGRAMMAKEUZE' gaan branden).
- Druk nogmaals op dezelfde knop: de 3 indicatielampjes (die aangeven dat het alarm geactiveerd is) gaan knipperen (om aan te geven dat het alarm is uitgeschakeld).
- Zet de vaatwasser uit door op de 'AAN/UIT'-knop te drukken om de nieuwe instelling te bevestigen.
Om het alarm weer aan te zetten, volgt u dezelfde procedure.

WAARSCHUWING!
Als zich een probleem voordoet, schakelt u de vaatwasser uit door op de 'AAN/UIT'-knop drukken en start u de procedure opnieuw vanaf het begin.
DE VAATWASSER GEBRUIKEN
Herinneren van het laatste gebruikte programma
Het laatste programma dat wordt gebruikt kan worden herinnerd door de volgende stappen te volgen:
BELANGRIJK
De vaatwasser moet ALTIJD uit staan voor aanvang van deze procedure.
- Houd de knop voor 'PROGRAMMAKEUZE' ingedrukt en zet tegelijkertijd de vaatwasser aan door op de 'AAN/UIT'-knop te drukken (er klinkt een kort geluidssignaal).
- Houd de knop voor 'PROGRAMMAKEUZE' gedurende ten minste 30 seconden ingedrukt (waarbijdeze keer 3 geluidssignalen klinken).
- Laat de knop los wanneer het DERDE geluidssignaal klinkt (alle indicatielampjes gaan knipperen).
- Druk nogmaals op dezelfde knop: het knipperende indicatielampje (herinneren uit) stopt met knipperen en blijft branden (herinneren aan).
- Zet de vaatwasser uit door op de 'AAN/UIT'-knop te drukken om de nieuwe instelling te bevestigen.
Volg dezelfde procedure het herinneren uit te schakelen, volg dezelfde procedure.

WAARSCHUWING!
Als zich een probleem voordoet, schakelt u de vaatwasser uit door op de 'AAN/UIT'-knop drukken en start u de procedure opnieuw vanaf het begin.
Als er een onderbreking in de stroomvoorziening optreedt terwijl de vaatwasser in werking is, slaat een speciaal geheugen het geselecteerde programma op en gaat het, wanneer de stroom wordt hersteld, verder vanaf het punt waar het gestopt is.
Let op - De vaatwasser is uitgerust met een veiligheidsvoorziening tegen overstroming die in geval van een onregelmatigheid ingrijpt door het overtollige water af te voeren.
Foutsignalen
Als er storingen of fouten optreden bij het draaien van een programma, zal het lampje dat overeenkomt met de geselecteerde cyclus (2 lampjes voor het programma KOUD SPOELEN) snel knipperen en wordt er een geluidssignaal geactiveerd. Zet in dat geval de vaatwasser uit door op de aan/uit-knop te drukken. Na een controle om er zeker van te zijn dat de kraan van de watertoevoerslang open staat, dat de afvoerslang niet verbogen is en dat de sifon of filters niet verstopt zijn, moet u het geselecteerde programma opnieuw starten. Als de onregelmatigheid blijft bestaan, neemt u contact op met de klantenservice.
Belangrijk!
Om een correcte werking van de beveiliging tegen overstroming te garanderen, wordt aanbevolen de vaatwasser tijdens het gebruik niet te verplaatsen of te kantelen.
Als het nodig is om de vaatwasser te verplaatsen of te kantelen, zorg er dan eerst voor dat het wasprogramma is voltooid en dat er geen water meer in de tank zit.
Het filtersysteem bestaat uit:
- een centrale filterbeker voor het opvangen van de grootste voedseldeeltjes; - een plat filter waarmee het waswater continu wordt gefilterd;
- het microfilter, dat zich onder het platte filter bevindt en dat de kleinste voedseldeeltjes opvangt en zo een perfecte spoeling mogelijk maakt.
Voor het beste resultaat moet de filtereenheid na elke wasbeurt worden gecontroleerd en gereinigd.
Om de filtereenheid te verwijderen, pakt u de handgreep vast en tilt u het geheel eruit.
Verwijder het vlakfilter en was de gehele eenheid onder een waterstraal. Indien nodig kan een kleine borstel worden gebruikt. De centrale beker rust er gewoon bovenop en kan gemakkelijk worden reinigen. De vaatwasser is voorzien van een zelfreinigend microfilter, dat slechts een keer in de 15 dagen gecontroleerd hoeft te worden.
Het is echter aan te raden om na elke wasbeurt te controleren of de centrale beker en het platte filter niet verstopt zijn. Opmerking: Zorg er na het reinigen van de filters voor dat de filters correct worden teruggeplaatst, de ene in de andere, en dat het platte filter goed aan de onderkant van de vaatwasser wordt geplaatst.
Een slechte plaatsing van de filtereenheid kan een negatief effect hebben op de efficiëntie van het apparaat.
Belangrijk: Gebruik de vaatwasser nooit zonder filter.
De binnenkant van de machine reinigen
De vaatwasser heeft geen speciaal onderhoud nodig, omdat de tank zelfreinigend is.
- Veeg de pakking van de deur regelmatig af met een vochtige doek om etensresten of spoelglansmiddel te verwijderen.
- Het reinigen van de vaatwasser wordt aanbevolen, om kalkaanslag of vuil te verwijderen. Wij raden u aan om met regelmatige tussenpozen een wasprogramma uit te voeren met speciale reinigingsproducten voor de vaatwasser. Voor alle reinigingswerkzaamheden moet de vaatwasser leeg zijn.
- Als u, ondanks de routinematige reiniging van de filters, constateert dat de vaat of de pannen niet goed worden gewassen of gespoeld, dient u te controleren of alle sproeikoppen op de rotorarm vrij zijn.
Als ze verstopt zijn, reinigt u ze op de volgende manier:
- De rotorarm kan eenvoudig worden verwijderd door hem omhoog te trekken;
- Was de rotorarm onder een waterstraal om eventuele verstoppingen in de sproeikoppen te verwijderen.
- Als u klaar bent, plaatst u de rotorarmen weer in dezelfde positie.
Waarschuwing: Gebruik geen gereedschap waarmee dat de sproeikoppen kunnen worden vervormd.
Optieknoppen
'EXPRESS'-knop
Deze knop zorgt voor een energie- en tijdsbesparing van gemiddeld 25% (afhankelijk van de gekozen cyclus) waardoor de temperatuur van het waswater wordt verlaagd en de droogtijd tijdens de laatste spoeling worden verkort.
Dit programma wordt aanbevolen voor lichte wasbeurten, en voor iets natte vaat die niet volledig droog is, maar ook voor betere droogresultaten.
Wij raden u aan de deur van de vaatwasser half open te laten aan het einde van de cyclus, zodat een natuurlijke circulatie van lucht in de vaatwasser mogelijk is.
Zout op-indicator
Dit model is voorzien van een indicatielampje op het bedieningspaneel dat gaat branden wanneer het nodig is om het zoutreservoir bij te vullen. Het verschijnen van witte vlekken op de vaat is over het algemeen een waarschuwing dat het zoutreservoir moet worden bijgevuld.
'RESET'-knop voor ZOUT OP-lampje
Houd deze knop na het vullen van het zoutreservoir enkele seconden ingedrukt, totdat het bijbehorende indicatielampje uit gaat.

WAARSCHUWING!
Als u op de resetknop drukt zonder het zoutreservoir te vullen, dan zal dit een juiste werking van het zoutindicatielampje verstoren.
BELANGRIJK
Om de juiste werking van het zoutindicatielampje te garanderen, MOET U HET ZOUTRESERVOIR ALTIJD VOLLEDIG BIJVULLEN.
UITGESTELDE START-knop
De starttijd van de vaatwasser kan met deze knop worden ingesteld, waarbij de start met 3, 6 of 9 uur wordt uitgesteld.
Ga als volgt te werk om een uitgestelde start in te stellen:
■ Kies een programma door op de PROGRAMMAKEUZE-knop te drukken.
■ Druk op de UITGESTELDE START-knop (elke keer als de knop wordt ingedrukt, wordt de start met respectievelijk 3, 6 of 9 uur uitgesteld en gaat het bijbehorende tijdindicatielampje branden).
■ Om het aftellen te starten, drukt u op de 'START'-knop (het indicatielampje van de ingestelde tijd begint te knipperen).
Als een vertraging van 9 uur is ingesteld, wordt aftellen weergegeven met het 6h-indicatielampje na 3 uur en het 3h-indicatielampje na 6 uur.
Aan het einde van de laatste 3 uur (aan het einde van het aftellen) stopt het 3h-indicatielampje met knipperen en blijft branden om de wasfase aan te geven en wordt het programma automatisch gestart.
Indien het aftellen niet is beëindigd, waarbij het programma nog niet is gestart, is het mogelijk om de uitgestelde start te wijzigen of te annuleren en een ander programma te selecteren of als volgt de optieknop te selecteren of deselecteren:
■ Houd de 'RESET'-knop ten minste 3 seconden ingedrukt. Er klinken een aantal geluidssignalen en de programma-indicatielampjes gaan individueel en opeenvolgend aan en uit.
■ De uitgestelde start en het geselecteerde programma worden geannuleerd.
De programma-indicatielampjes knipperen.
■ Druk op de UITGESTELDE START-knop om een andere tijd in te stellen voor de uitgestelde start (het bijbehorende indicatielampje gaat branden).
■ Nadat een uitgestelde start is gewijzigd of geannuleerd, kan een nieuw programma worden ingesteld of kan een optieknop worden geselecteerd of gedeselecteerd.
GEBRUIK
DE VAAT LADEN
De korf is zorgvuldig ontworpen om het laden gemakkelijk te maken. Verwijder voor goede wasprestaties eventueel vuil van de vaat (botten, tandenstoker, vlees- en groenteresten) om te voorkomen dat de filters, de waterafvoer en de spuitmond van de sproeiarm verstopt raken en daardoor de wasefficiëntie verminderen.
Waarschuwing! Om letsel door bestek met scherpe lemmeten of punten te voorkomen, kunnen deze met de handgreep naar boven worden geplaatst.
6 COUVERTS LADEN (EN 60436)

soeppannen, deksels etc. kunnen in de korf worden geladen.
Het is raadzaam om het bestek in de daarvoor bestemde mandje te plaatsen. Als er messen met smalle handgrepen zijn, moet deze met handgrepen naar boven worden geplaatst, om te voorkomen dat ze door de onderkant van het mandje vallen en de sproeiarm blokkeren. Leg geen deksels met houten handvat in de korf of deksels waarvan het deksel is gelijmd met hars.
HET VAATWASMIDDEL LADEN
Het gebruik van een reinigingsmiddel dat speciaal is ontworpen voor vaatwassers in de vorm van poeder, vloeistof of tablet is essentieel.
Ongeschikte reinigingsmiddelen (zoals die voor afwassen met de hand) bevatten niet de juiste ingrediënten voor gebruik in een vaatwasser en kunnen een efficiënte werking belemmeren.
Normale vaatreiniging

De vaatwasmiddeldispenser bevindt zich in de deur. Het deksel van de dispenser moet voor elke wasbeurt worden gesloten. Om het deksel te openen, drukt u gewoon op de vergrendeling. Aan het einde van elke wascyclus staat het deksel altijd open en klaar voor de volgende keer dat de vaatwasser wordt gebruikt.
De te gebruiken hoeveelheid vaatwasmiddel varieert naargelang hoe vuil de vaat is en welke soort reiniging wordt uitgevoerd.
Normaal gesproken wordt een dosis van 15 g aanbevolen. Als het water hard is of de vaat uitzonderlijk vuil is, moet 25 g vaatwasmiddel worden toegevoegd. Sluit het deksel na het toevoegen van het vaatwasmiddel in de dispenser, want niet alle vaatwasmiddelen zijn gelijk en de instructies op de verpakking van het vaatwasmiddel kan verschillen.
We willen gebruikers er kort aan herinneren dat het gebruik van te weinig vaatwasmiddel de vaat niet goed reinigt, terwijl het gebruik van te veel vaatwasmiddel geen betere resultaten oplevert en ook nog eens een verspilling is. Gebruik geen overmatige hoeveelheid vaatwasmiddel en help tegelijkertijd de schade aan het milieu te beperken.
Intensieve vaatreiniging

Voeg bij gebruik van het intensieve wasprogramma een tweede dosis vaatwasmiddel van ongeveer 15 g (1 eetlepel vol) toe.
Deze extra dosis moet in het kleine reservoir worden gedaan worden (zie afbeelding).
DE SPOELMIDDELDISPENSER VULLEN
De spoelmiddeldispenser (B) zit rechts van de vaatwasmiddeldispenser en heeft een capaciteit van ongeveer 130 ml.

Open het deksel en giet er voldoende vloeistof in voor een aantal wasbeurten. Probeer overvullen te voorkomen. Sluit het deksel. Deze toevoeging, die automatisch vrijkomt tijdens de laatste spoelcyclus, helpt de vaat snel te drogen en voorkomt dat er druppen en vlekken ontstaan. Het is altijd aan te raden spoelmiddel te gebruiken.
Controleer het spoelmiddelniveau aan de hand van het indicatoroog (A), dat zich in het midden van de dispensers bevindt.

HET SPOELMIDDEL INSTELLEN (van 1 tot 4)
De bedieningsknop (B) bevindt zich onder de indicator en kan met de vinger worden gedraaid, de aanbevolen stand is '3'. De hardheid van het water kan worden beoordeeld aan de hand van de korstvorming of door de mate van droogheid.
Het is daarom belangrijk dat de juiste dosering spoelmiddel wordt ingesteld om de beste resultaten te behalen.
Na het wassen:
. de hoeveelheid één stand verlagen als er strepen op de vaat optreden;
. de hoeveelheid één stand verhogen als er witte vlekjes optreden.
HET ZOUT TOEVOEGEN
De vaatwasser is voorzien van een ontharder die het water ontdoet van kalk, wat afzetting en schade aan de vaatwasser kan veroorzaken. Aan de onderkant van de vaatwasser bevindt zich een zoutdispenser voor het regenereren van de ontharder. Het filterelement van de onthardingseenheid moet gevoed worden met zout dat speciaal voor vaatwassers wordt geproduceerd. Dit zout kan in de vorm van tabletten of korrels worden gekocht.

Om zout toe te voegen, schroeft u de dop los van de zoutdispenser op de bodem en vult u de dispenser bij.
Tijdens deze handeling zal er een klein beetje water overlopen, maar blijft zout toevoegen van zout tot de dispenser vol is, verwijder eventuele zoutresten van de schroefdraad en draai de dop weer vast.
Als de vaat niet onmiddellijk hoeft te worden gewassen, stelt u het programma 'Koud spoelen' in ('Eco+Snel, 2 lampjes') zodat de zoutoplossing die is overstroomd uit het waterreservoir wordt afgevoerd.
De zoutdispenser heeft een capaciteit van 1,5 kg voor efficiënt gebruik van het apparaat, en moet van tijd tot tijd worden bijgevuld al naargelang de instelling van de waterontharder.
De instelling van de waterontharder moet gebeuren volgens de tabel en instructie op de volgende bladzijde.
Opmerking: Het is noodzakelijk om water toe te voegen tot de dispenser overstroomt. Vul de zoutdispenser volledig bij installatie van de vaatwasser.
GEBRUIK
Het instellen van de waterontharder met elektronische programmatuur
De waterontharder kan water behandelen met een hardheidsgraad van maximaal 60 °fH (Franse hardheid) of 33 °dH (Duitse hardheid) aan de hand van 5 instellingen. De instellingen worden in de tabel hieronder beschreven:
| Niveau | Waterhardheid | Waterhardheid | Gebruik van regeneratiezout | Instelling waterontharder |
| °fH (Frans) | °dH (Duits) | |||
| 0 | 0–8 | 4 | nee | |
| 1 | 9–20 | 5–11 | ja | Indicatielampje 1 |
| 2 | 21–30 | 12–17 | ja | Indicatielampje 1+2 |
| 3 | 31–40 | 18–22 | ja | Indicatielampje 1+2+3 |
| 4 | 41–60 | 23–33 | ja | Indicatielampje 1+2+3+4 |
BELANGRIJK
De vaatwasser moet ALTIJD uit staan voor aanvang van deze procedure.
- Houd de knop voor 'PROGRAMMAKEUZE' ingedrukt en zet tegelijkertijd de vaatwasser aan door op de 'AAN/UIT'-knop te drukken (er klinkt een kort geluidssignaal).
- Houd de knop voor 'PROGRAMMAKEUZE' gedurende ten minste 5 seconden ingedrukt, TOT er een geluidssignaal klinkt. Sommige indicatielampjes voor 'PROGRAMMAKEUZE' zullen gaan branden om het huidige ingestelde wateronthardingsniveau aan te geven.
- Druk opnieuw op dezelfde knop om het vereiste wateronthardingsniveau te selecteren: telkens wanneer de knop wordt ingedrukt, gaat één indicatielampje branden (het wateronthardingsniveau wordt aangegeven door het aantal lampjes dat brandt). Bij niveau 5 knipperen 4 lampjes en bij niveau 0 zijn alle lampjes uit.
- Zet de vaatwasser uit door op de 'AAN/UIT'-knop te drukken om de nieuwe instelling te bevestigen.

WAARSCHUWING!
Als zich een probleem voordoet, schakelt u de vaatwasser uit door op de 'AAN/UIT'-knop drukken en start u de procedure opnieuw vanaf het begin (STAP 1).

text_image
x6 P1 P2 P3 P4 P5 3h 6h 9h Start Progr. Express Reset Reset LAMPJES PROGRAMMAKEUZEKNOP P1 P2 P3 P4 P5 P3 + Express 75°C 65°C 45°C 50°C Cold 70°C + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + 75°C 65°C 45°C 50°C Cold 70°C + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + 75°C 65°C 45°C 50°C Cold 70°C + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + 75°C 65°C 45°C 50°C Cold 70°C + + + + + + + + + + + + + 75°C 65°C 45°C 50°C Cold 70°C + - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -WASPROGRAMMA
Informatie voor de algemene programmavergelijking van de testlaboratoria
1) Normale lading
2) Glansinstelling: '4'
3) Hoeveelheid vaatwasmiddel: 4 g voor voorwas, 10 g voor wassen.
| VERBRUIK (belangrijkste programma's) | |||
| Programma Energie (kWh) Water (l) | Couverts | ||
| Universeel 1,25 15 | 6 | ||
| Hygiène+ 0,93 12 | 6 | ||
| Eco* 0,61 8 | 6 | ||
| Snel 32' 0,60 8 | 6 | ||
| Elektriciteitsverbruik in de uit-stand en in de sluimerstand: 0,5 W/1 W | |||
| De waarden vermeld voor andere programma's dan het eco-programma zijn slechts indicatief.* De waarden worden gemeten in een laboratorium volgens de Europese norm | |||
- De regeneratiefase wordt aan het einde van de wascyclus uitgevoerd.
- De hoeveelheid water die in de regeneratiefase wordt verbruikt is ongeveer 4L, met een toename van het energieverbruik van ongeveer 1Wh en 3 minuten cyclustijd.
- De frequentie van de regeneratie is afhankelijk van de door de gebruiker gekozen instellingen op basis van de hardheid van het leidingwater.
- Voor de Eco-cyclus wordt de frequentie gerelateerd aan de ingestelde standen in de onderstaande tabel weergegeven:
| Positie Frequentie | |
| 0 nooit | |
| 1 | 1 elke 5 cyclus |
| 2 | 1 elke 3 cyclus |
| 3 | 1 elke 2 cyclus |
| 4 | 1 elke 1 cyclus |
| Programma Beschrijving | Controlelijst Programma-onderdelen | Gemid-delde duur in minuten | Speciale functieknoppen beschikbaar | |||||||||||
| Wasmiddel voor weken (voorwas) | Wasmiddel voor wassen | Filler reinigen | Glansspoelmiddeldispenser controleren | Zoutreservoir controleren | Warme voorwas | Koude voorwas | Hoofdwas | Eerste koude spoeling | Tweede koude spoeling | Warme spoeling met glansspoelmiddel | Met koud water (15°C) - Tolerantie ± 10%- | UITGESTELDE START-knop | 'EXPRESS'-knop | |
| P1 | 75°C | Intensief | Eens per dag – voor zwaar bevuilde pannen en alle andere items die de hele dag zijn blijven staan om te worden afgewassen. | ● | ● | ● | ● | ● | ○ | 75°C | ○ | ○ | ○ | 130 | JA | JA | |
| P2 | 65°C | Universeel | Eenmaal per dag – voor normaal bevuilde pannen en alle andere items die de hele dag zijn blijven staan om te worden afgewassen. | ● | ● | ● | ● | ○ | 65°C | ○ | ○ | 120 | JA | JA | |||
| P3 | 45°C | Eco | Programma voor normaal bevuild tafelgerei (het meest efficiënt qua gecombineerd energie- en waterverbruik voor dat soort tafelgerei).Gestandaardiseerd programma volgens EN 60436. | ● | ● | ● | ● | ● | ○ | 45°C | ○ | 190 | JA | JA | |||
| P4 | 50°C | Snel 32' | Snel wassen voor vaat die onmiddellijk na het eten moeten worden afgewassen.Vaatwaslading van 6 personen. | ● | ● | ● | ● | 50°C | ○ | 32 | JA | N.v.t. | |||||
| P5 | Koude voorwas | Korte koude voorwas voor items die in de vaatwasser worden opgeslagen tot u klaar bent om een volledige lading af te wassen. | ● | ○ | 5 | JA | N.v.t. | ||||||||||
| 70°C | Vaatwas-serreiniger P3 + €presser | Dit programma moet regelmatig worden gebruikt met speciaal daarvoor bestemde schoonmaakmiddelen voor vaatwasmachines.De vaatwasser moet bij alle reinigingen leeg zijn. | 70°C | ○ | 45 | JA | |||||||||||
GEBRUIK
EEN AANTAL PRAKTISCHE TIPS ...
- Voor het uitvoeren van een wasprogramma met een volledige lading vaat moet u na elke maaltijd de machine correct laden en tussen elke lading door een koude voorwas uitvoeren om vlekken en de grotere restanten van voedsel te verwijderen.
- Maak optimaal gebruik van energie, water, afwasmiddel en tijd door de aanbevolen maximale beladingsgraad te gebruiken.
- Het handmatig voorspoelen van serviesgoed leidt tot een hoger water- en energieverbruik en wordt afgeraden.
- Het afwassen van serviesgoed in een huishoudelijke afwasmachine verbruikt in de gebruiksfase gewoonlijk minder energie en water dan het afwassen met de hand, wanneer de huishoudelijke afwasmachine volgens de instructies wordt gebruikt.
GOEDE WASRESULTATEN BEHALEN
1) Plaats de vaat op de kop in de vaatwasser.
2) Probeer de items zo te plaatsen dat ze elkaar niet raken. Als ze goed zijn geplaatst, krijgt u betere resultaten.
3) Verwijder vóór het plaatsen van de vaat in de vaatwasser eventuele voedselresten (botten, schalen, vlees- of groenteresten, gemalen koffie, de schil van fruit, sigarettenas, etc.) die de afvoer en de sproeiers van de sproeiarm zouden kunnen verstoppen.
4) Nadat u de vaat hebt geladen, controleert u of de sproeiarm vrij kan draaien.
5) Pannen en andere schalen met bijzonder hardnekkige voedselresten of overblijfselen van aangebrand voedsel moeten worden geweekt in water met vaatwasmiddel.
6) Zilver goed wassen:
a) - Spoel het zilver onmiddellijk na gebruik af, vooral als het voor mayonaise, eieren, vis etc. is gebruikt.
b) - Sprenkel er geen vaatwasmiddel op.
c) - Houd het afgezonderd van andere metalen.
WAT TE DOEN ALS ...
U de vaatwasser wilt laten stoppen om er meer vaat in te zetten terwijl het apparaat halverwege een wasbeurt is. Open de deur, plaats de vaat en sluit de deur. De machine start automatisch weer.
WAT NIET WASSEN ...
Men moet ook niet vergeten dat niet alle vaat geschikt is voor het afwassen in een vaatwasser. We raden nogmaals aan om de volgende producten niet in de vaatwasser te wassen: thermoplast, bestek met houten of plastic handgrepen, steelpannen met houten handgrepen, artikelen van aluminium, kristal, glas-in-lood, tenzij anders aangegeven.
Bepaalde decoraties kunnen vervagen. Het is daarom een goed idee om voordat u de hele set laadt eerst een van de items te wassen om er zeker van te zijn dat andere niet zullen vervagen. Het is ook een goed idee om zilveren bestek niet met niet-roestvrijstalen handgrepen in de vaatwasser te zetten, omdat daartussen een chemische reactie zou kunnen ontstaan.
Opmerking: Bij het kopen van nieuwe servies of bestek moet u er altijd voor zorgen dat ze geschikt zijn voor het afwassen in een vaatwasser.
NA GEBRUIK – Na elke wasbeurt sluit u de kraan die het water naar de vaatwasser levert en zet u de aan/uit-knop op uit. Als de vaatwasser enige tijd niet zal worden gebruikt, worden de volgende voorzorgsmaatregelen aanbevolen:
1 - Voer een wasprogramma uit, maar zonder vaat, om de machine te ontvetten.
2 - Trek de stekker uit het stopcontact.
3 - Draai de waterkraan dicht.
4 - Vul de spoelmiddeldispenser.
5 - Laat de deur iets open staan.
6 - Houd de binnenkant van de machine schoon.
7 - Als de machine moet worden achtergelaten op een plek waar de temperatuur onder de 0 °C ligt, kan het resterende water in de dispenser bevriezen.
Daarom is het raadzaam om de temperatuur ongeveer 24 uur voordat u de machine weer in gebruik neemt te verhogen tot boven de 0 °C.
REINIGING
- Voordat u de reiniging uitvoert, moet u denken aan het volgende:
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact en wacht totdat alle warme onderdelen zijn afgekoeld.
- Gebruik nooit schuurmiddelen, bijtende schoonmaakmiddelen, bleekmiddelen of zuren. Vermijd zure of alkalische stoffen (citroen, sap, azijn, etc.) op de geëmailleerde, gelakte of roestvrijstalen delen.
• DE GEËMAILLEERDE DELEN:
Gebruik warm zeepwater of een niet-bijtende reinigingsmiddel bij het reinigen van de geëmailleerde, gelakte of chromen delen. Gebruik voor roestvrij staal een geschikte reinigingsoplossing.
• DE VITROKERAMISCHE KOOKPLAAT
Gebruik geen spons die te nat is. Het is raadzaam om alle stoffen die kunnen smelten, zoals plastic, suiker of producten op basis van suiker, uit de buurt van de kookplaat te houden.
Onderhoud:
- Doe een paar druppels van een speciaal reinigingsproduct op het oppervlak van de kookplaat.
- Wrijf eventuele hardnekkige vlekken af met een zachte doek of met licht vochtig keukenpapier.
- Veeg af met een zachte doek of droog keukenpapier tot het oppervlak schoon is.
- Gebruik nooit schuurmiddelen, staalwol of scherpe voorwerpen om de glazen ovendeur schoon te maken, omdat het glas hierdoor kan barsten.
Hardnekkige vlekken:
- Doe een paar druppels van een speciaal reinigingsproduct op het oppervlak van de kookplaat.
- Schraap met een schraper en houd deze in een hoek van 30° ten opzichte van de kookplaat tot de vlekken verdwijnen.
- Veeg af met een zachte doek of droog keukenpapier tot het oppervlak schoon is.
- Herhaal de handeling indien nodig.
Een schraper met scheermes zal het oppervlak niet beschadigen, zolang deze maar in een hoek van 30° wordt gehouden. Laat een schraper met scheermes nooit binnen handbereik van kinderen liggen.
Een paar tips:
Vaak reinigen laat een beschermende laag achter die essentieel is bij het voorkomen van om krassen en tekenen van slijtage.
Zorg ervoor dat het oppervlak schoon is voordat u de kookplaat weer gebruikt.
Gebruik een paar druppels witte azijn of citroensap om watervlekken te verwijderen. Veeg vervolgens af met absorberende papier met daarop een paar druppels speciaal reinigingsmiddel.
Het glazen keramisch oppervlak zal bestand zijn tegen het schrapen van kookgerei met een platte bodem, maar het is altijd beter om dit bij het verplaatsen op te tillen.

text_image
lookplaat. lookplaat tot Max. 30°REINIGING
• VERLICHTING OVEN
De lamp en de afdekking ervan zijn gemaakt van materiaal dat bestand is tegen hoge temperaturen: 230 V – E 14 basis - 15 W - Temperatuur 300 °C mini. De lamp vervangen: Trek de stekker van de oven uit het stopcontact voordat u probeert de lamp te vervangen. Wacht totdat de oven is afgekoeld voordat u iets doet.
Om een kapotte lamp te vervangen, moet u de glazen afdekking losschroeven, de lamp losdraaien en vervangen door hetzelfde type. Na het vervangen van de kapotte lamp schroeft u de glazen afdekking weer vast. Dit product bevat een lichte energiebron efficiëntieklasse G.
• DE ACCESSOIRES
Het ovenrooster en de bakplaat: Reinig het ovenrooster niet met sterke schuurmiddelen, schuursponsjes of scherpe voorwerpen. Gebruik gewoon een uitgewrongen doek met heet zeepwater. Spoel af met schoon water en droog vervolgens af.
De lekbak: Verwijderde lekbak na het grillen uit de oven en giet het vet in een bak. Was en spoel de lekbak met een spons en waspoeder in zeer heet water. Als er nog steeds kleverige etenswaren achterblijven, moet u de bak onderdompelen in zeepwater. De lekbak kan in de vaatwasser worden gewassen. Plaats de lekbak nooit terug in de oven als deze nog vies is.
• HET GLAS VAN DE OVENDEUR
Het wordt aanbevolen het glas van de ovendeur na elke bereidingscyclus af te vegen met absorberend papier. Als er hardnekkige vlekken zijn, kan het glas met een sponsje met reinigingsmiddel worden gereinigd.
• OVENDEUR:
De ovendeur kan op zijn plek worden gereinigd of worden verwijderd.
Voer de volgende stappen uit om de deur te verwijderen:
. open de deur volledig;
. maak de haken los;
. trek de deur omhoog en sluit hem gedeeltelijk, tot hij vrijkomt.
Om de deur weer terug te plaatsen, moet u ervoor zorgen dat u de scharnieren zorgvuldig positioneert. Aan de hand van een uitsparing eronder kunt u ze juist plaatsen.
Nadat de deur weer op de steunen is geplaatst, installeert u de scharnieren in de oorspronkelijke positie.
- GASBRANDERS: De branders kunnen worden gereinigd met zeepwater. Gebruik een commercieel reinigingsmiddel voor roestvrij staal om de oorspronkelijke glans te herstellen. Droog de branders na het reinigen af en plaats ze terug.
Het is belangrijk dat de branders correct worden teruggeplaatst.
Verchroomde pannendragers en branders
Verchroomde pannendragers en branders hebben een neiging te verkleuren bij gebruik.
Dit heeft geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Voorzichtig: Let op dat er geen water in de branders komt.
Ons aftersales-servicecentrum kan, indien nodig, reserveonderdelen leveren.
- DEKSEL: Reinig de Trio wanneer deze is afgekoeld gewoon met zeepwater en droog af met een schone doek. Voordat u het deksel optilt, moet u ervoor zorgen dat alles dat zou kunnen gaan morsen, is verwijderd.
• AFVALBEHEER EN MILIEUBESCHERMING


Dit apparaat is gemarkeerd in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2012/19/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). De AEEA bevat zowel vervuilende stoffen (die een negatief effect op het milieu kunnen hebben) als basiscomponenten (die hergebruikt kunnen worden). Het is belangrijk dat de AEEA specifieke behandelingen ondergaat om de vervuilende stoffen op de juiste wijze te verwijderen en af te voeren en alle materialen terug te winnen. Individuen kunnen een belangrijke rol spelen om ervoor te zorgen dat de AEEA geen milieuprobleem wordt; het is van essentieel belang om enkele basisregels te volgen:
- De AEEA mag niet worden behandeld als huishoudelijk afval;
- De AEEA moet naar speciale inzamelgebieden worden gebracht, die beheerd worden door het gemeentebestuur of een geregistreerd bedrijf.
In veel landen wordt grote AEEA thuis opgehaald. Wanneer u een nieuw apparaat koopt, kan het oude teruggegeven worden aan de leverancier die het gratis moet accepteren met dien verstande dat het apparaat van een gelijkwaardig type is en dezelfde functies heeft als het gekochte apparaat.
MILIEUBESCHERMING
Gebruik indien mogelijk een deksel om de pan af te dekken. Regel de vlam zo dat deze de diameter van de pan niet overschrijdt.
ONTHOUD! De oven en de vaatwasser kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt.
Als de vaatwasser niet in werking treedt, moet u de volgende controles uitvoeren voordat u contact opneemt met het servicecentrum:
| FOUT OORZAAK OPLOSSING | ||
| 1 - Machine geheel ‘dood’ | De stekker is niet goed ingestoken | Sluit de elektriciteitsstekker aan |
| De aan/uit-knop (O/I) is niet ingedrukt | Druk op de knop | |
| Er is geen stroom | Controleer de stroomtoevoer | |
| De deur staat open | Sluit de deur | |
| 2 - Machine pompt geen water | Zie de oorzaken bij nr. 1 | Controleer |
| De waterkraan is dicht | Draai de waterkraan open | |
| Programmakeuzeknop staat niet op de juiste stand | Draai de programmakeuzeknop naar de juiste stand | |
| De toevoerslang is gebogen | Verwijder de buigingen uit de slang | |
| Het toevoerslangfilter is verstopt | Reinig het filter aan het einde van de slang | |
| 3 - Machine voert geen water af | Filter is vuil | Reinig het filter |
| Afvoerslang is geknikt | Leg de afvoerslang recht | |
| De afvoerslangverlenging is niet correct aangesloten | Volg de instructies voor het aansluiten van de afvoerslang zorgvuldig op | |
| De aansluiting op de wand wijst naar beneden en niet naar boven | Bel een gekwalificeerde monteur | |
| 4 - Machine voert continu water af | De afvoerslang zit te laag | Til de afvoerslang tot ten minste 40 cm boven het vloerniveau |
| 5 - Niet te horen of de sproeiarm draait | Te veel vaatwasmiddel | Beperk de hoeveelheid vaatwasmiddel |
| Een item voorkomt dat de arm draait | Controleer | |
| Plaat en bekerfilter zeer vuil | Maak plaat en bekerfilter schoon | |
| 6 - Bij een elektronisch apparaat zonder display: indicatielampje ‘Eco’ en indicatielampje ‘nr. 1’, met geluidssignaal | Watertoevoerkraan dicht | Schakel het apparaat uit – Draai de kraan open – Stel het programma opnieuw in |
| 7 - Vaatwerk slechts gedeeltelijk gewassen | Zie de oorzaken bij nr. 5 | Controleer |
| De bodem van steelpannen is niet goed gewassen | Aangebrande voedselresten moet worden geweekt voordat u pannen in de vaatwasser plaatst | |
| De rand van de steelpannen is niet goed gewassen | Verplaats de steelpannen | |
| Sproeiarm is geblokkeerd | Verwijder de sproeiarm door de moer rechtsom los te draaien en was hem onder stromend | |
| De vaat is niet goed geladen | Plaats de items niet te dicht op elkaar | |
| Het uiteinde van de afvoerslang zit in het water | Het uiteinde van de afvoerslang mag niet in contact komen met het afvoerwater | |
| De verkeerde hoeveelheid vaatwasmiddel is afgemeten of het vaatwasmiddel is oud en hard | Verhoog de hoeveelheid in overeenstemming met hoe vuil de vaat is of vervang het vaatwasmiddel | |
| De kraan van de zoutdispenser is niet goed gesloten | Draai goed dicht | |
| Het wasprogramma is niet grondig genoeg | Kies een krachtiger programma | |
| 8 - Witte vlekken op de vaat | Het water is te hard | Controleer het zout- en spoelmiddelniveau en stel de hoeveelheid in. Als de fout aanhoudt, neem dan contact op met het servicecentrum |
| 9 - Lawaai tijdens het wassen | De items tikken tegen elkaar aan | Laad de vaat beter op de korf |
| De draaiende arm slaat tegen de vaat aan | Laden de items beter | |
| 10 - De vaat is niet helemaal droog | Onvoldoende luchtstroom | Laat de deur van de vaatwasser aan het einde van het wasprogramma open staan om de vaat op natuurlijke wijze te laten drogen |
TRI 5 S

De fabrikant stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele drukfouten in deze brochure. Kleine veranderingen en technische ontwikkelingen zijn voorbehouden.
SimpelGids


