FBK 4 A1 - Zaag FLORABEST - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FBK 4 A1 FLORABEST in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FBK 4 A1 - FLORABEST en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FBK 4 A1 van het merk FLORABEST.
GEBRUIKSAANWIJZING FBK 4 A1 FLORABEST
FBK 4 A1 Inleiding Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe apparaat. U hebt hiermee gekozen voor een hoogwaardig product. De gebruiksaanwijzing maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen voor veiligheid, gebruik en afvoer. Lees alle bedienings- en veiligheidsaanwij- zingen voordat u het product in gebruik neemt. Gebruik het product uit- sluitend op de voorgeschreven wijze en voor de aangegeven doeleinden. Geef alle documenten mee als u het product doorgeeft aan een derde. Gebruik in overeenstemming met bestemming Heggenschaar met lange steel Dit apparaat is bestemd voor het snoeien en trimmen van heggen, heesters en sierstruiken in het privéhuishouden. Het gaat daarbij om een met de hand bediend apparaat met een geïntegreerde aandrijving waarbij de lineair gemonteerde messen heen en weer bewegen. WAARSCHUWING! ► Heggenscharen zijn niet geschikt voor gebruik door kinderen. Hoogsnoeier Dit apparaat is bestemd voor snoeiwerkzaamheden aan bomen. Mes/draadspoel Gebruik met mes: voor het maaien van hoog gras, struikgewas en licht houtgewas. Gebruik met draadspoel: voor het maaien van gazons en licht onkruid. Verlengstuk LET OP! ■ Gebruik het verlengstuk/de schacht
niet in combinatie met het mes-/draadspoel-hulpstuk! Elk ander gebruik dat in deze gebruiksaanwijzing niet uitdrukkelijk wordt toegestaan, kan schade aan het apparaat veroorzaken en een ernstig gevaar voor de gebruiker vormen. Neem beslist de beperkingen in de veiligheidsinstructies in acht. Neem nationale voorschriften die het gebruik van de machine kunnen beperken in acht. Elk ander gebruik of modificatie van het apparaat geldt als niet reglementair en brengt aanzienlijke risico's op ongelukken met zich mee. Niet voor bedrijfsmatig gebruik bestemd. VERBODEN TOEPASSINGEN! Vanwege lichamelijke risico's voor de gebruiker mag het apparaat niet worden gebruikt voor de volgende werkzaamheden: voor het reinigen van looppaden en als hakselaar voor het verkleinen van snoeisel van bomen en hagen. Verder mag het apparaat niet worden gebruikt voor het effenen van grondoneffenheden, zoals molshopen. Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet worden gebruikt als aandrijfaggregaat voor andere apparaten van welk type dan ook. Voor hieruit voortvloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener aansprakelijk, niet de fabrikant. Uitrusting Motorunit Inschakelblokkering Aan-/uitknop Draagoog 4 x bevestigingsbouten (met veerring, sluitring en moer) Ronde handgreep
Stift Barrièrebeugel Afdekking Schroefgreep Borghendel Schacht Gashendel Bougiestekker Chokehendel Startkoord Benzinetank Tankdop Brandstofpomp (primer) Kap luchtfilterbehuizing Heggenschaar-hulpstuk FBK 4 A1-1 Handgreep Ontgrendeling/vergrendeling Aandrijfhuis Messenbalk Bodemplaat (heggenschaar) Stelhendel Voorste schacht (heggenschaar) Vergrendelingsgat Aandrijfas Hoogsnoeier-hulpstuk FBK 4 A1-2 Voorste schacht (hoogsnoeier) Beschermring Olietankdop Olietank Zwaard Zaagketting Slijpsteenhulp Aanslag Vergrendelingsgat Aandrijfas Moer Schroefdraad Kamwielhuis Zwaardgeleider Zwaardboring Geleider Olieautomaat Kamwiel Olieregelingsschroef Kettingspannerstift Kettingspannerschroef39 FBK 4 A1
Draadspoel-/mes-hulpstuk FBK 4 A1 4 x bouten (met veerring, sluitring en moer) Beschermkap 3-tands snijmes
Draadspoel met snijdraad
Voorste schacht (draadspoel/3-tands snijmes)
Aandrijfas Verlengstuk
Aandrijfas Accessoires
Beschermkoker zwaard
Bougiesleutel/sleufschroevendraaier
Moer M10 (linkse schroefdraad)
Meeneemschijf Inhoud van het pakket 1 motorunit 1 heggenschaar-hulpstuk FBK 4 A1-1 (hierna "heggenschaar" genoemd) 1 hoogsnoeier-hulpstuk FBK 4 A1-2 (hierna "hoogsnoeier" genoemd) 1 draadspoel-/mes-hulpstuk FBK 4 A1 1 verlengstuk 1 handgreep met barrièrebeugel 1 draadspoel met snijdraad 1 3-tands snijmes 1 harnas 1 beschermkoker ketting 1 beschermkoker zwaard 1 mengfles olie/benzine 1 100 ml bio-kettingolie 1 gereedschapstas 1 inbussleutel M4 1 inbussleutel M5 1 bougiesleutel/sleufschroevendraaier 1 steeksleutel SW 8/10 1 veiligheidsbril 1 gebruiksaanwijzing Technische gegevens Motorunit: Motortype: 2-taktmotor, luchtgekoeld, chroomcilinder Motorvermogen (max.): 1,35 kW / 1,85 PK Cilinderinhoud: 42,7 cm³ Stationair toerental motor: 3000 min
Max. toerental motor met 3-tands snijmes: 9200 min
met draadspoel: 8700 min
met kettingzaag: 9200 min
met heggenschaar: 9200 min
Max. snijsnelheid met 3-tands snijmes: 6900 min
met draadspoel: 6525 min
met kettingzaag: 20 m/s met heggenschaar: 1550 min
Bougie: TORCH L7RTC Brandstofverbruik bij max. motorvermogen: 0,6 kg / u Specifiek brandstofverbruik bij max. motorvermogen: 446 g / kWh Heggenschaar: FBK 4 A1-1 Snoeilengte: 425 mm Tandafstand: 20 mm Gewicht (bedrijfsklaar): ca. 2,24 kg Hoogsnoeier: FBK 4 A1-2 Gewicht (gebruiksklaar): ca. 1,6 kg Aanbevolen vulhoeveelheid olietank: 140 cm
Geluids- en trillingsgegevens: Meetwaarde voor geluid vastgesteld conform ISO 22868, EN ISO 10517. Het A-gewogen geluidsniveau bedraagt gemiddeld: Heggenschaar: Geluidsdrukniveau L
: 109,53 dB(A) Gegarandeerd geluidsvermogensniveau L
: 97,64 dB(A) Onzekerheid K
: 2,5 dB Draag gehoorbescherming om gehoorschade te voorkomen! Trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN ISO 11806-1, EN ISO 10517, EN ISO 11680-1: Heggenschaar: Trilling bij voorste handgreep: Trillingsemissiewaarde
Trilling bij achterste handgreep: Trillingsemissiewaarde
Hoogsnoeier: Trilling bij voorste handgreep: Trillingsemissiewaarde
Trilling bij achterste handgreep: Trillingsemissiewaarde
Draadspoel: Trilling bij voorste handgreep: Trillingsemissiewaarde
Trilling bij achterste handgreep: Trillingsemissiewaarde
3-tands snijmes: Trilling bij voorste handgreep: Trillingsemissiewaarde
Trilling bij achterste handgreep: Trillingsemissiewaarde
Het hier aangegeven trillingsniveau is gemeten conform een in EN ISO 11806-1, EN ISO 10517, EN ISO 11680-1 genormeerde meetprocedure en kan worden gebruikt voor apparaatvergelijking. De vermelde trillingsemissiewaarde kan ook gebruikt worden voor een voorlopige beoordeling van de blootstelling. WAARSCHUWING! ► Het trillingsemissieniveau is afhankelijk van het gebruik en kan in bepaalde gevallen hoger zijn dan de in deze aanwijzingen aange- geven waarde. De trillingsbelasting kan worden onderschat wanneer het apparaat regelmatig op een dergelijke manier wordt gebruikt. Voor een nauwkeurige beoordeling van de trillingsbelasting tijdens een bepaalde werkperiode moeten ook de tijden worden meegere- kend waarin het apparaat is uitgeschakeld, of wel loopt, maar niet wordt gebruikt. Dit kan de trillingsbelasting over de totale werkperi- ode duidelijk verminderen. WAARSCHUWING! ■ Verminder ook de trillingsrisico's, bijv. het risico van “dode vingers”, door vaak werkpauzes te nemen waarin u bijv. uw handen tegen elkaar aan wrijft! Betekenis van de aanwijzingsplaatjes op de motorunit: Waarschuwing! Lees voorafgaand aan ingebruikname de gebruiksaanwijzing! Draag veiligheidshandschoenen! Draag veiligheidsschoenen! Draag gehoorbescherming! Draag een veiligheidshelm! Draag een veiligheidsbril! Let op, hete onderdelen. Afstand houden! Betekenis van de aanwijzingsplaatjes op de heggenschaar: Levensgevaar door een elektrische schok! Houd een mini- male afstand van 10m tot bovengrondse leidingen aan. Let op! Afvallende voorwerpen. In het bijzonder bij werk boven hoofdhoogte. Let op! Letselgevaar door bewegende messen. Afstand houden!41 FBK 4 A1
Betekenis van de aanwijzingsplaatjes op de hoogsnoeier: Levensgevaar door een elektrische schok! Houd een mini- male afstand van 10m tot bovengrondse leidingen aan. Bescherm het apparaat tegen regen en vocht! Let op! Afvallende voorwerpen. In het bijzonder bij werk boven hoofdhoogte. Let op! Letselgevaar door bewegende messen. Betekenis van de aanwijzingsplaatjes op het draadspoel-/ mes-hulpstuk: Let op! Linkse schroefdraad. Bescherm het apparaat tegen regen en vocht! Let op weggeslingerde delen! Pas op terugslag! Voorzichtig! Letselgevaar door draaiend mes! Houd handen en voeten op afstand! Voorzichtig - benzine is extreem licht ontvlambaar! Explosiegevaar! Mors geen brandstof! Schakel het apparaat uit en trek de bougiestekker los voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht! Let op! Verstikkingsgevaar! Voorzichtig! Giftige CO-dampen (koolmonoxidedampen)! Gebruik het apparaat niet in gesloten ruimtes! Waarschuwing! Gebruik in geen geval cirkelzaagbladen als mes. 20 h Vul om de 20 bedrijfsuren een beetje vet bij (aandrijfvet) De afstand tussen de machine en derden moet minstens 15 meter bedragen! Snijgereedschap (mes / snijdraad) loopt na! Let op, hete onderdelen. Afstand houden! Indicatie van het geluidsvermogensniveau LWA in dB. Vuur, open licht en roken verboden! Veiligheidsvoorschriften BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG LEZEN. BEWAREN VOOR UW ADMINISTRATIE. Veiligheidsvoorschriften voor werken met heggenscharen OPMERKING ► De heggenschaar wordt volledig gemonteerd geleverd. ► In deze handleiding en op de uitvouwpagina staan afbeeldingen voor instelling en gebruik van de heggenschaar, de bedieningsele- menten ervan, onderhoud en smering door de gebruiker. ► Aanwijzingen voor werkhouding (zie uitvouwpagina). ► Aanwijzingen voor bedieningselementen (zie uitvouwpagina). ► Aanwijzingen voor veilige omgang met brandstof (zie hoofdstuk “Voorbereiding” punt f). ► Aanwijzingen voor aanbevolen vervanging of reparatie van onderdelen, de klantenservice en specificaties van te gebruiken vervangingsonderdelen, voor zover die de gezondheid en veiligheid van de gebruiker betreffen, vindt u in deze handleiding. ► Een uitleg van alle voor de heggenschaar gebruikte grafische symbolen, gegevens, kenmerken en technische gegevens, alsmede de handelwijze bij ongevallen en storingen, vindt u in deze handleiding. ► Geblokkeerd werktuig: verwijder het vastzittende materiaal uit de messenbalk
WAARSCHUWING! ■ Kinderen mogen de heggenschaar nooit gebruiken. ■ Wees altijd alert, let erop wat u doet en gebruik uw gezond ver- stand bij het werken met het apparaat. Gebruik het apparaat niet als u ziek of moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid kan bij het gebruik van het apparaat al tot ernstig letsel leiden. ■ Voorkom verkeerde toepassingen, gebruik de machine uitsluitend zoals beschreven onder “Gebruik in overeenstemming met bestemming”. Maak u vertrouwd met de gebruiksaanwijzing voordat u het apparaat bedient. Voorbereiding a) DEZE HEGGENSCHAAR KAN ERNSTIG LETSEL VEROORZAKEN! Lees aandachtig de aanwijzingen voor correcte omgang, voorbereiding, onderhoud en reparatie, starten en wegzetten van de heggenschaar. Maak u vertrouwd met alle bedieningselementen en het gebruik van de heggenschaar volgens de voorschriften. b) Kinderen mogen de heggenschaar nooit gebruiken. c) Pas op voor bovengrondse stroomkabels. d) Het gebruik van de heggenschaar moet worden vermeden wanneer zich personen, met name kinderen, in de buurt bevinden. e) Draag geschikte kleding! Draag geen wijde kleding of sieraden, die door bewegende delen kunnen worden gegrepen. Het verdient aanbeveling vaste handschoenen, antislipschoenen en een veiligheidsbril te dragen. f) Ga zorgvuldig om met brandstof, deze is licht ontvlambaar en de dam- pen zijn explosief. De volgenden punten moeten worden opgevolgd: – Alleen speciaal daarvoor bestemde reservoirs gebruiken. – Bij een draaiende of hete motor nooit de tankdop verwijderen of benzine bijvullen. Laat voor het bijvullen de motor en de uitlaatdelen afkoelen.42 FBK 4 A1
– Niet roken. – Tank alleen in de openlucht. – Berg de heggenschaar of het brandstofreservoir nooit op in een ruimte waarin zich een open vlam bevindt, bijv. in een geiser. – Als er benzine uit het reservoir is gestroomd, probeer dan niet de motor te starten, maar haal de machine voor het starten weg van het met benzine vervuilde oppervlak. – Plaats de tankdop na het vullen altijd terug en sluit deze goed af. – Als de tank wordt geleegd, moet dit in de openlucht gebeuren. g) Zet u de motor af en laat u de heggenschaar tot stilstand komen, als de snij-inrichting een vreemd voorwerp aanraakt, of als de werkingsgeluiden sterker worden of de heggenschaar ongewoon heftig trilt. Trek de bougie- stekker van de bougie en neem de volgende maatregelen: – controleer op schade; – controleer op losse onderdelen en zet alle losse onderdelen vast; – vervang beschadigde onderdelen door gelijkwaardige onderdelen of laat het apparaat repareren. Draag gehoorbescherming! Draag een veiligheidsbril! ■ Maak u vertrouwd met de bediening van de heggenschaar, om deze in geval van nood onmiddellijk te kunnen stoppen. Gebruik a) De motor moet worden uitgeschakeld voorafgaand aan: – reiniging of verhelpen van een blokkering; – controle, onderhoud, reparatie of werkzaamheden aan de heggenschaar; – instelling van de werkpositie van de snij-inrichting; – het ergens zonder toezicht achterlaten van de heggenschaar. b) Vergewis u er altijd van of de heggenschaar zich volgens de voorschriften in een van de beschreven werkposities bevindt, voordat de motor wordt gestart. c) Tijdens het werken met de heggenschaar moet er altijd op worden gelet dat een veilige stand wordt ingenomen, vooral bij gebruik van een ladder. d) Gebruik de heggenschaar niet met een defecte of sterk versleten snij- inrichting. e) Om brandgevaar te verminderen, moet u erop letten dat de motor en de geluiddemper vrij zijn van aanslag, loof of lekkend smeermiddel. f) Zorg er altijd voor dat alle handgrepen en veiligheidsvoorzieningen bij gebruik van de heggenschaar zijn gemonteerd. Probeer nooit een onvolledige heggenschaar of een heggenschaar met niet-toegestane modificaties te gebruiken. g) Gebruik altijd beide handen wanneer de heggenschaar is uitgerust met twee handgrepen. h) Maak u altijd vertrouwd met uw omgeving en let op mogelijke gevaren, die u door het lawaai van de heggenschaar misschien niet kunt horen. Onderhouden en opbergen a) Wanneer de heggenschaar vanwege onderhoud, inspectie of opslag wordt stilgezet, schakelt u de motor uit, trekt u de bougiestekker van de bougie en vergewist u zich ervan dat alle roterende delen tot stilstand zijn gekomen. Laat de machine afkoelen voordat u deze controleert, instelt, enz. b) Berg de heggenschaar op een plek op waar benzinedamp niet met open vuur of vonken in contact kan komen. Laat de heggenschaar altijd afkoelen voordat u deze opbergt. c) Bij transport of opslag van de heggenschaar moet de snij-inrichting altijd met de bijbehorende bescherming worden afgedekt. Aanvullende veiligheidsvoorschriften voor heggenscharen Veiligheid van de omgeving ■ Snoei uitsluitend bij daglicht of toereikend kunstlicht. ■ Let op dat u bij het snoeien geen voorwerpen als draden van afraste- ring of ondersteuning van planten raakt. Dit kan resulteren in schade aan de messenbalk . Inspecteer de te snoeien heg zorgvuldig en verwijder draden en andere oneigenlijke voorwerpen. ■ Wees u bewust van uw omgeving en mogelijk gevaarlijke situaties, omdat u tijdens het snoeien van de heg mogelijk bepaalde dingen niet hoort. GEVAAR! ► Schakel bij dreigend gevaar resp. in noodsituaties onmiddellijk de motor uit. Elektrische veiligheid ■ Houd het gereedschap uitsluitend vast aan de geïsoleerde hand- grepen, omdat de messen verborgen elektricitreitsleidingen kunnen raken. Bij contact tussen messen en een leiding waar spanning op staat, kunnen ook metalen onderdelen van het apparaat onder span- ning komen te staan, met een elektrische schok tot gevolg. Veiligheid van personen ■ Tijdens gebruik mogen zich binnen een straal van 15 meter geen an- dere personen of dieren bevinden. Degene die het apparaat bedient, is op de plaats van gebruik verantwoordelijk voor derden. ■ Zorg er altijd voor dat u stevig staat als u de heggenschaar gebruikt en blijf altijd in evenwicht, met name bij gebruik op trappen of ladders. ■ Pak de heggenschaar nooit vast bij de messenbalk
■ Houd uw handen uit de buurt van de messen. Probeer geen snoeiresten te verwijderen of snoeimateriaal vast te houden als de messen in werking zijn. Verwijder vastzittend snoeimateriaal alleen als het apparaat is uitgeschakeld. Een moment van onoplettendheid kan bij het gebruik van het apparaat al tot ernstig letsel leiden. ■ Wacht tot het gereedschap tot stilstand is gekomen voordat u het weglegt. Gebruik en behandeling LET OP! ► Tussen de werkzaamheden of na beëindiging van een bepaalde werkzaamheid mag de messenbalk niet op het messenbalkuiteinde worden gelegd, om eventuele beschadiging van de messenbalk te voorkomen. ■ Controleer voor gebruik altijd of de messen, de bouten van de messen en andere onderdelen versleten of beschadigd zijn. Werk nooit met beschadigde of zwaar versleten snoeiwerktuigen. ■ Controleer na het instellen van de werkhoek of beide stelhendels stevig vastgezet zijn. Als een van beide stelhendels niet is vastgezet, kan de tweede vergrendeling tijdens het werk onbedoeld losraken bij contact met een wat zwaardere tak, waardoor de messenbalk omlaag kan klappen. ■ Gebruik de heggenschaar nooit als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn of niet zijn gemonteerd.43 FBK 4 A1
■ Pak de heggenschaar nooit vast bij de veiligheidsvoorziening. ■ Draag de heggenschaar aan de voorste handgreep in uitgeschakelde toestand met de messen van uw lichaam afgekeerd. Breng altijd de beschermkoker aan bij transport of als u de heggenschaar opbergt. Zorgvuldig omgaan met het apparaat verkleint de kans dat u onopzet- telijk in aanraking komt met de lopende messen. ■ Berg de heggenschaar op een droge, hoge en afgesloten plaats op, buiten het bereik van kinderen. ■ Probeer niet zelf het apparaat te repareren, tenzij u daarvoor toerei- kend bent opgeleid. ■ Vervang voor de zekerheid versleten of beschadigde onderdelen. GEVAAR! ► Schakel bij dreigend gevaar resp. in noodsituaties onmiddellijk de motor uit. Veiligheidsvoorschriften voor werken met hoogsnoeiers VOORZICHTIG! LETSELGEVAAR! ► Pak het apparaat als het in werking is, nooit boven de beschermring beet, om letsel te voorkomen! Voorbereiding ■ Draag altijd een veiligheidshelm, gehoorbescherming en veiligheids- handschoenen. Draag ook een veiligheidsbril om te voorkomen dat u oliespetters of zaagstof in uw ogen krijgt. Draag een stofmasker tegen stof. ■ Draag stevige schoenen met stroeve zolen. ■ Gebruik het apparaat niet als het regent en onder vochtige omstandig- heden. ■ Controleer het apparaat voor gebruik op veiligheid, in het bijzonder het zwaard en de ketting. ■ Gebruik het apparaat niet in de buurt van elektriciteitsleidingen. Houd een minimale afstand van 10 m tot bovengrondse stroomleidingen aan. Elektrische veiligheid ■ Gebruik het apparaat niet in een omgeving waar explosiegevaar heerst, zoals in de buurt van ontvlambare vloeistoffen, gassen of dampen. De door het apparaat veroorzaakte vonken kunnen dergelijke dampen doen ontbranden. ■ Een apparaat met een defecte schakelaar moet onmiddellijk worden gerepareerd, om schade en letsel te voorkomen. Veiligheid van personen ■ Gebruik het apparaat nooit als u op een ladder staat. ■ Buig bij het gebruik van het apparaat niet te ver voorover. Zorg dat u altijd stevig staat en bewaar altijd uw evenwicht. Gebruik het meegele- verde harnas om het gewicht gelijkmatig over uw lichaam te verdelen. ■ Ga niet onder de tak staan die u wilt afzagen, om letsel door vallende takken te voorkomen. Houd ook rekening met terugspringende takken, om letsel te voorkomen. Werk onder een hoek van ongeveer 60°. ■ Houd er rekening mee dat het apparaat kan terugslaan. ■ Let niet alleen op de af te zagen takken, maar ook op reeds afgevallen materiaal, om te voorkomen dat u struikelt. ■ Dek het zwaard en de ketting bij transport en opslag af met de koker. ■ Voorkom dat het apparaat onbedoeld wordt gestart. ■ Berg het apparaat op buiten het bereik van kinderen. Alleen personen die vertrouwd zijn met de gebruiksaanwijzing en het apparaat mogen het bedienen. Gebruik en behandeling ■ Schakel het apparaat nooit in voordat u zwaard, ketting en kamwiel- huis deugdelijk hebt gemonteerd. ■ Zaag geen hout dat op de grond ligt en probeer niet om uit de grond stekende wortels te zagen. Voorkom in ieder geval dat de zaagketting zich in de grond ingraaft, omdat hij daardoor meteen stomp wordt. ■ Mocht u per ongeluk een vast voorwerp met het apparaat aanraken, schakel de motor dan meteen uit en inspecteer het apparaat op even- tuele schade. ■ Las na 30 minuten werken een pauze in van minstens een uur. ■ Schakel de motor uit, trek de bougiestekker van de bougie en vergewis u ervan dat alle roterende delen tot stilstand zijn gekomen wanneer de hoogsnoeier vanwege onderhoud, inspectie of opslag wordt stilgezet. Laat de machine afkoelen voordat u deze controleert, instelt, enz. ■ Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer of bewegende onderdelen naar behoren werken en niet klemmen, en of onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn, dat hierdoor de werking van het apparaat wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen vóór de ingebruikname van het apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden apparaten. ■ Houd zagen scherp en schoon. Met zorg onderhouden zagen met scherpe zaagvlakken lopen minder vaak vast en zijn gemakkelijker te sturen. ■ Laat het apparaat onderhouden door daartoe gekwalificeerd personeel. Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen originele onder- delen. Voorzorgsmaatregelen tegen terugslag LET OP TERUGSLAG! ► Wees bij gebruik van het apparaat beducht op terugslag. Er bestaat letselgevaar! U voorkomt terugslag door voorzichtig te werk te gaan en op de juiste manier te zagen. ■ Als u iets met de punt van het zwaard raakt, kan dat in veel gevallen een onverwachte reactie in achterwaartse richting veroorzaken, waarbij het zwaard omhoog en in de richting van degene die het apparaat bedient, wordt geslagen (zie afb. A). Afb. A ■ Een terugslag kan optreden als de punt van het zwaard een voorwerp raakt, of als het hout meebuigt en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt (zie afb. B). Afb. B ■ Als de zaagketting aan de bovenkant van het zwaard beklemd raakt, kan het zwaard heftig terugslaan in de richting van degene die het apparaat bedient. Bild 144 FBK 4 A1
■ Beide reacties kunnen tot gevolg hebben dat u de controle over de zaag verliest en uzelf zwaar verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsvoorzieningen. Neem als gebruiker van een kettingzaag de nodige maatregelen om zonder on- gelukken te werken. Een terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik. Dit is te voorkomen door passende voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven: ■ Houd de zaag met beide handen vast, waarbij de duimen en de vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en uw armen in een dusdanige stand dat u terugslagkrach- ten kunt opvangen. Als u de juiste voorzorgsmaatregelen neemt, zijn terugslagkrachten beheersbaar. Laat de kettingzaag nooit los. ■ Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schou- derhoogte. Op die manier voorkomt u dat de punt van het zwaard iets raakt en bent u beter in staat in onverwachte situaties de controle te behouden over de kettingzaag. ■ Gebruik altijd de door de fabrikant voorgeschreven vervangings- zwaarden en zaagkettingen. Onjuiste vervangingszwaarden en zaagkettingen kunnen de ketting doen breken en/of terugslagkrachten veroorzaken. ■ Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Een te geringe diepte-instelling verhoogt de kans op terugslag. ■ Zaag niet met de punt van het zwaard. Er is gevaar voor terugslag. ■ Zorg ervoor dat de grond waarop u staat vrij is van voorwerpen waarover u kunt struikelen. Veiligheidsvoorschriften voor werken met draadspoelen Voorbereiding ■ Draag nauwsluitende werkkleding die bescherming biedt, zoals een lange broek, veilige werkschoenen, sterke veiligheidshandschoenen, een veiligheidshelm, een beschermingsmasker voor het gezicht of een veiligheidsbril ter bescherming van de ogen en goede oorwatten of andere gehoorbescherming tegen het lawaai. ■ Gebruik altijd het meegeleverde harnas. ■ Zorg ervoor dat de handgrepen droog en schoon zijn en dat er geen benzinemengsel op komt. ■ Controleer voorafgaand aan het maaien het terrein op voorwerpen, zoals stukken metaal, flessen, stenen e.d. die kunnen worden wegge- slingerd en daardoor letsel bij de gebruiker kunnen veroorzaken. ■ Zorg ervoor dat de draadspoel met geen enkel obstakel in aanraking komt als u de motor start. ■ Gebruik het apparaat pas wanneer u zich ermee vertrouwd voelt. Elektrische veiligheid ■ Gebruik het apparaat nooit in de buurt van licht ontvlambare vloeistof- fen of gassen, noch in gesloten ruimtes, noch in de openlucht. Dit kan explosies en/of brand tot gevolg hebben. ■ Werk niet met een beschadigd, onvolledig of zonder toestemming van de fabrikant gemodificeerd apparaat. Gebruik het apparaat nooit als de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. Gebruik het apparaat niet bij een defecte aan-/uitknop. Controleer het apparaat op duidelijke schade of defecten als u het hebt laten vallen. Veiligheid van personen ■ Alleen afdoende geschoolde personen en volwassenen mogen het apparaat bedienen, instellen en onderhouden. ■ Oefen hoe u het apparaat moet hanteren bij uitgeschakelde motor als u niet vertrouw bent met het apparaat. ■ Raak de uitlaat niet aan. ■ Gebruik het apparaat niet als u onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen bent. ■ Houd het apparaat altijd met beide handen vast. Daarbij moeten de duimen en vingers de handgrepen omsluiten. ■ Werkhouding: bedien het apparaat niet in een ongemakkelijke stand, niet bij ontbrekend evenwicht, niet met uitgestrekte armen of met slechts één hand. ■ Zorg er altijd voor dat u stevig staat. ■ Gebruik het apparaat niet wanneer toeschouwers of dieren zich in de onmiddellijke omgeving bevinden. Houd tijdens het maaien een mini- male afstand van 15 meter tussen de gebruiker en andere personen of dieren aan. Houd tijdens maaiwerkzaamheden tot op de grond een minimale afstand van 30 meter tussen de gebruiker en andere personen of dieren aan. ■ Blijf bij maaiwerkzaamheden op schuinlopend terrein altijd onder het snijgereedschap. Maai of trim nooit op een gladde heuvel of helling waar u kunt uitglijden. ■ Elke modificatie van het product kan de persoonlijke veiligheid in ge- vaar brengen en resulteert in het vervallen van de fabrieksgarantie. ■ Bij kinderen is supervisie noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ze niet met het product spelen. ■ Gebruik het apparaat nooit als het beschadigd is of gebreken vertoont. Gebruik en behandeling ■ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het beoogde doel, bijv. gras trim- men, maaiwerkzaamheden, snoeiwerkzaamheden, maaien en trimmen van heggen en heesters. ■ Gebruik het apparaat niet langdurig achtereen, las regelmatig pauzes in. ■ Zorg ervoor dat bouten en verbindingselementen stevig zijn vast- gedraaid. Werk nooit met het apparaat wanneer het niet correct is ingesteld of niet volledig of veilig is gemonteerd. ■ Open de benzinetank langzaam, om eventuele druk die in de benzine- tank is opgebouwd, te laten ontsnappen. Start het apparaat op minstens drie meter afstand van de plaats waar u hebt getankt om brandgevaar te voorkomen. ■ Houd de draadspoel op de gewenste hoogte. Voorkom dat u kleine voorwerpen (bijv. stenen) met de draadspoel aanraakt. ■ Houd de draadspoel altijd op de grond wanneer het apparaat in werking is. ■ Gebruik het apparaat uitsluitend wanneer de bijbehorende bescherm- kap bevestigd en in goede toestand is. ■ Gebruik geen andere snijgereedschappen. Gebruik voor uw eigen veiligheid uitsluitend accessoires en extra apparatuur die in de ge- bruiksaanwijzing worden beschreven. Het gebruik van andere dan in de gebruiksaanwijzing aanbevolen snijgereedschappen of accessoires kan persoonlijk letselgevaar voor u betekenen. ■ Trim en maai altijd in het hoogste toerentalbereik. Laat de motor bij het begin van het maaien of bij het trimmen niet op een laag toerental lopen. ■ Zorg ervoor dat het apparaat bij het inschakelen en tijdens het werk niet met de grond, stenen, draad of andere oneigenlijke voorwerpen in aanraking komt. Schakel het apparaat uit voordat u het weglegt. ■ Schakel het apparaat uit voordat u het neerlegt. ■ Schakel de motor altijd uit voorafgaand aan werkzaamheden aan het snijgereedschap. Veiligheidsvoorschriften voor werken met messen Voorbereiding ■ Het mes slingert voorwerpen en ook aarde heftig weg. Dit kan ver- blinding of letsel veroorzaken. Draag oog-, gezichts- en beenbescher- ming. Verwijder voorwerpen altijd uit de werkzone voordat u het mes gebruikt. ■ Het mes draait nog door nadat u de gashendel loslaat. Het nog draai- ende mes kan snijwonden bij u of omstanders veroorzaken. Schakel de motor uit en vergewis u ervan dat het mes tot stilstand is gekomen voor- dat u werkzaamheden van welke aard dan ook uitvoert aan het mes.45 FBK 4 A1
Veiligheid van personen ■ Voor omstanders bestaat er gevaar voor verblinding of letsel. Houd in alle richtingen een minimale afstand van 15 meter tussen uzelf en andere personen of dieren aan. Gebruik en behandeling ■ Gebruik het apparaat niet wanneer niet alle onderdelen van het mes correct zijn gemonteerd. ■ Het mes kan met een ruk door voorwerpen worden weggeslingerd. Dit kan letsel aan armen en benen tot gevolg hebben. Stop onmiddellijk de motor en wacht tot het mes tot stilstand is gekomen als het apparaat met oneigenlijke voorwerpen in aanraking komt. Controleer het mes op schade. Vervang het mes altijd wanneer het verbogen of gescheurd is. Veiligheidsvoorzieningen Bij werkzaamheden met het apparaat moet de bijbehorende kunststofbe- schermkap voor gebruik met het mes resp. de draadspoel zijn gemonteerd, om het wegslingeren van voorwerpen te voorkomen. WAARSCHUWING! ■ Maai nooit terwijl andere personen, met name kinderen of dieren, in de buurt zijn. ■ Houd een veilige afstand van 15 m aan. Schakel het apparaat bij nadering van mens of dier onmiddellijk uit. LET OP! VERGIFTIGINGSGEVAAR! ■ Uitlaatgassen, brandstoffen en smeerstoffen zijn giftig. Uitlaatgassen mogen niet worden ingeademd. WAARSCHUWING! ■ Benzine is uiterst ontvlambaar. Bewaar benzine uitsluitend in de daarvoor bestemde jerrycans/vaten. ■ Tank alleen in de openlucht en rook niet. ■ Bij draaiende motor of als het apparaat heet is, mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld. ■ Als er benzine gemorst is, mag geen poging worden gedaan om de motor te starten. In plaats daarvan moet het apparaat uit de met benzine vervuilde zone worden verwijderd. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden tot de benzinedampen zijn vervluchtigd. ■ Om veiligheidsredenen moeten de benzinetank en de tankdop bij beschadiging worden vervangen. Beperk de geluidsontwikkeling en trillingen tot een minimum! ■ Gebruik uitsluitend apparaten die in onberispelijke toestand zijn. ■ Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig. ■ Pas uw werkwijze aan het apparaat aan. ■ Voorkom overbelasting van het apparaat. ■ Laat het apparaat eventueel nakijken. ■ Schakel het apparaat uit wanneer het niet wordt gebruikt. ■ Draag veiligheidshandschoenen. Vóór de ingebruikname LET OP! ■ Draag tijdens het maaien altijd antislip-veiligheidsschoenen en passende veiligheidskleding zoals veiligheidshandschoenen, een veiligheidshelm, een beschermingsmasker, een veiligheidsbril en gehoorbescherming. ■ Controleer het terrein waarop het apparaat wordt gebruikt en verwijder voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden. ■ Voorafgaand aan het gebruik en na het laten vallen of andere inwerkingen van slagen of stoten moet altijd door visuele inspectie worden gecontroleerd of de snijgereedschappen, bevestigingsbouten alsmede de complete snij-unit beschadigd zijn. Versleten of bescha- digde snijgereedschappen en bevestigingsbouten moeten worden vervangen. ■ Voorafgaand aan het gebruik moet altijd door visuele inspectie worden gecontroleerd of de snijgereedschappen zijn versleten of beschadigd. Ter voorkoming van onbalans mogen versleten of beschadigde snijgereedschappen en bevestigingsbouten alleen paarsgewijs worden vervangen. Ronde handgreep monteren ♦ Monteer eerst de rubberring
op de schacht . ♦ Plaats de barrièrebeugel van onder af op de rubberring
van de barrièrebeugel moet ter vergrendeling in een van beide gaten van de schacht worden gestoken. ♦ Druk de ronde handgreep op de daarvoor bestemde rubberring
op de schacht . ♦ Steek de 4 bevestigingsbouten van boven af door de ronde hand- greep en maak ze met de 4 moeren vast in de barrièrebeugel . ♦ Draai de bouten vast. Snelopeningsmechanisme monteren ♦ Haak de musketonhaak in (zie de afbeeldingen) en borg deze met het rode riemstuk van het snelopeningsmechanisme. Trek aan het rode riemstuk wanneer u het apparaat snel moet afdoen. Harnas bevestigen / monteren ♦ Haak het harnas
in het draagoog . ♦ Pas het harnas
aan uw lengte aan, zodat het draagoog zich in ingehangen toestand op heuphoogte bevindt.46 FBK 4 A1
Heggenschaar monteren ♦ Maak eerst de schroefgreep op de schacht van de motorunit los. ♦ Schuif de voorste schacht van de heggenschaar op de schacht van de motorunit. ♦ De borghendel moet in het vergrendelingsgat vastklikken. ♦ Druk de afdekking voor het vastmaken van de borghendel omlaag en houd deze ingedrukt. ♦ Draai de schroefgreep vast. OPMERKING ► De montage van hoogsnoeier/draadspoel/ mes/verlengstuk vindt in dezelfde volgorde plaats. Heggenschaar demonteren ♦ Maak de schroefgreep los. ♦ Druk op de borghendel en trek de voorste schacht van de heggenschaar uit de schacht van de motorunit. OPMERKING ► De demontage van hoogsnoeier/draadspoel/ mes/verlengstuk vindt in dezelfde volgorde plaats. Kantelen van de heggenschaar ♦ Maak de ontgrendeling/vergrendeling los. ♦ Druk op de stelhendel , kantel de heggenschaar in de gewenste stand. ♦ Laat de stelhendel in de uitsparing van de bodemplaat (heggen- schaar) vastklikken. Zaagketting en zwaard monteren WAARSCHUWING! ► Trek veiligheidshandschoenen aan! Letselgevaar door de scherpe zaagtanden! OPMERKING ► Let op de looprichting van de zaagketting over het zwaard en Bodemplaat (hoogsnoeier)
► Bij slijtage kan het zwaard worden omgekeerd. ♦ Maak de moer los met de steeksleutel
♦ Neem het kamwielhuis van het apparaat. ♦ Leg de zaagketting op, beginnend op de punt van het zwaard . ♦ Bevestig nu het zwaard met de zaagketting . ♦ Leg het zwaard op de zwaardgeleider , en plaats de ket- tingspannerstift in de zwaardboring . Leg tegelijkertijd de zaag- ketting om het kamwiel . ♦ Span nu de zaagketting (zie hoofdstuk “Zaagketting spannen en controleren”). ♦ Bevestig het kamwielhuis weer en zet de moer licht vast. Zaagketting demonteren ♦ De zaagketting moet zo nodig tevoren worden ontspannen om het zwaard en de zaagketting af te nemen (zie hoofdstuk “Zaag- ketting spannen en controleren”). Voer de instructies in omgekeerde volgorde uit. Zaagketting spannen en controleren WAARSCHUWING! ► Trek veiligheidshandschoenen aan! Letselgevaar door de scherpe zaagtanden! ♦ Draai de kettingspanschroef met de sleufschroevendraaier
met de wijzers van de klok mee om de spanning te verhogen. ♦ De zaagketting moet tegen de onderzijde van het zwaard aan liggen. Controleer of u de zaagketting met de hand over het zwaard kunt trekken. OPMERKING
Een nieuwe zaagketting rekt uit en moet vaker opnieuw worden gespannen. Kettingsmering ♦ Neem de dop van de olietank . ♦ Vul de olietank met ca. 100 ml bio-kettingolie
♦ De kettingsmering kan door de olieregelingsschroef worden ver- hoogd of verlaagd. ♦ Druk eerst en draai dan de olieregelingsschroef met de wijzers van de klok mee om de kettingsmering te verlagen. ♦ Druk eerst en draai dan de olieregelingsschroef tegen de wijzers van de klok in om de kettingsmering te verhogen. WAARSCHUWING! ► Werk nooit zonder kettingsmering! Bij een droog lopende zaagketting raakt de zaag in korte tijd onher- stelbaar beschadigd. Controleer voordat u aan het werk gaat, altijd de kettingsmering en het oliepeil. OPMERKING ► Gebruik alleen kettingzaagolie. Bij voorkeur biologisch afbreekbare kettingolie. Gebruik geen oude olie, motorolie e.d. ► Controleer tijdens het werk of de kettingsmering functioneert. Zaagketting slijpen OPMERKING ► Een slijpsteen kan aan de slijpsteenhulp worden bevestigd voor een stevige greep tijdens het slijpen. ► In een slijpset van bijvoorbeeld Oregon staat gedetailleerde informatie over het slijpen. ► U kunt ook een elektrische kettingslijper gebruiken en de instructies van de fabrikant daarvan volgen. ► Als u twijfelt over het slijpen van de ketting, kunt u de ketting ook vervangen. Verlengstuk monteren LET OP! ■ Gebruik het verlengstuk/de schacht
niet in combinatie met het mes-/draadspoel-hulpstuk! OPMERKING
Gebruik het verlengstuk / de schacht
om hoger gelegen werkzaamheden uit te voeren. ♦ Monteer het verlengstuk / de schacht
tussen de motorunit en de heggenschaar / hoogsnoeier. De montage vindt plaats in dezelfde volgorde als hiervoor bij de hulpstukken beschreven.47 FBK 4 A1
Beschermkap monteren/demonteren WAARSCHUWING! ■ Bij werkzaamheden met het 3-tands snijmes moet de beschermkap zijn gemonteerd. Klap de metaalplaat van de voorste schacht
iets omlaag. De beschermkap wordt tussen de metaalplaat en de be- vestigingsarm van de schacht
geplaatst. De beschermkap wordt nu met 4 bouten op de voorste schacht
bevestigd. Gebruik hiervoor de meegeleverde inbussleutel
Snijgarnituur Beschermingsvoorziening 3-tands snijmes Beschermkap Draadspoel
WAARSCHUWING! ■ Gebruik geen andere snijgarnituren dan de meegeleverde. Gebruik van andere snijgarnituren of beschermingsvoorzieningen geldt als strijdig met de bestemming en brengt aanzienlijke risico’s op ongeluk- ken met zich mee. Mes monteren/vervangen ■ Monteer/vervang het 3-tands snijmes zoals weergegeven op de afbeeldingen 1a - 1f. ■ Zoek het boorgat van de meeneemschijf
, leg de schijf met het gat op het tegenoverliggende boorgat en blokkeer de schijf met de meege- leverde inbussleutel
■ Leg het 3-tands snijmes op de meeneemschijf
(zie afb. 1b). ■ Steek de drukplaat
op de schroefdraad van de tandas (zie afb. 1c). ■ Plaats de afdekking van de drukplaat
(zie afb. 1d). ■ Draai nu de moer
vast met de bougiesleutel
(zie afb. 1f). ■ Het 3-tands snijmes is bij levering voorzien van een kunststofbescher- ming. Deze moet voor gebruik worden afgenomen en bij niet-gebruik weer worden aangebracht. ■ De kunststofbescherming kan nu worden afgenomen. LET OP! Linkse schroefdraad!
LET OP! SCHERPE KANTEN, DRAAG VEILIGHEIDSHAND-
SCHOENEN ■ Monteer de beschermkap van de snijdraad
op de beschermkap . ■ Bij werkzaamheden met de snijdraad moet ook de snijdraad-bescherm- kap
worden gemonteerd. De montage van de beschermkap van de snijdraad
(in de fabriek al voorgemonteerd) vindt plaats zoals weergegeven op afbeelding 2a. ■ Let erop dat de snijdraad-beschermkap
goed vastklikt. Aan de binnenkant van de beschermkap van de snijdraad
bevindt zich een mes
. Dit is met een beveiliging
afgedekt (zie afb. 2a). ■ Verwijder de beveiliging
voorafgaand aan het werken en breng deze na het werk weer aan.
LET OP! SCHERPE KANTEN, DRAAG VEILIGHEIDSHAND-
SCHOENEN ■ Om de snijdraad-beschermkap C van de beschermkap 50 te demonte- ren, gebruikt u bijv. een schroevendraaier om de drie bevestigingspen- nen voorzichtig los te maken. LET OP! LETSELGEVAAR! Draadspoel monteren/vervangen ■ Monteer/vervang de draadspoel
zoals weergegeven op afbeel- ding 2c. ■ Zoek het boorgat van de meeneemschijf
, leg de schijf met het gat op het tegenoverliggende boorgat en blokkeer de schijf met de meege- leverde inbussleutel
. Leg de verhoging van de drukplaat
op de verhoging van de meeneemschijf
■ Schroef nu de draadspoel
op de schroefdraad. LET OP! Linkse schroefdraad! Harnas omdoen OPMERKING ■ Om zonder vermoeidheid te kunnen werken kunt u op de volgende punten instellingen uitvoeren. Al naar gelang de lichaamsgrootte kunnen de instellingen variëren. ■ Stel voorafgaand aan het werken het harnas
in overeenstemming met de omvang van het lichaam in. ■ Balanceer het apparaat met het gemonteerde snijgereedschap zodanig uit, dat het snijgereedschap, zonder dat het apparaat met de handen wordt aangeraakt, net boven de grond zweeft. 1.) Doe het harnas
om en voeg de steeksluiting samen tot deze vastklikt (zie afb. 3a). 2.) Trek, zoals weergegeven op afbeelding 3b, aan het harnas
op het midden van het lichaam te plaatsen en aan te pas- sen aan de omvang van het bovenlichaam. 3.) Trek de beide schouderriemen strak zoals weergegeven op afbeelding 3c. 4.) Trek aan het harnas, zoals weergegeven op afbeelding 3d, om de juiste positie van het apparaat aan het harnas in te stellen. 5.) Haak de musketonhaak in (zie afb. 3e - 3g) en borg deze met het rode riemstuk van het snelopeningsmechanisme. 6.) Neem nu het apparaat en hang het, zoals weergegeven op afbeelding 3h, met het draagoog in de musketonhaak . Het draagoog kan bovendien met de bout worden losgemaakt en verschoven om de beste uitrichting van het apparaat in te stellen. Maaihoogte instellen ■ Doe het harnas
om en haak het apparaat in (zie hoofdstuk “Har- nas omdoen”). ■ Stel met de verschillende riemverstellers op het harnas
de optimale werk- en maaipositie in (zie hoofdstuk ”Harnas omdoen”). ■ Maak vervolgens een paar heen en weer gaande bewegingen zonder de motor te starten om de optimale lengte van het harnas in te stellen (zie afb. 6a). ■ Het harnas
is voorzien van een snelopeningsmechanisme. Trek aan het rode riemstuk wanneer u het apparaat snel moet afdoen (zie afb. 3i). LET OP! ■ Gebruik altijd het harnas
wanneer u met het apparaat werkt. Doe het harnas
om zodra u de motor hebt gestart en deze stationair loopt. Schakel de motor uit voordat u het harnas
afneemt. Brandstof en olie ■ Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije benzine en speciale 2-takt-motorolie. Stel het brandstofmengsel samen op basis van de brandstofmengtabel. ■ Doe de juiste hoeveelheid benzine en 2-taktolie in de meegeleverde olie-/benzinemengfles
(zie “Brandstofmengtabel”). Schud de fles daarna goed. Brandstofmengtabel Mengprocedure: 40 delen benzine op 1 deel olie Benzine 2-taktolie 0,5 liter 12,5 ml48 FBK 4 A1
Ingebruikname LET OP! ■ Neem de wettelijke bepalingen voor bescherming tegen geluidsover- last in acht. Controleer het apparaat voor ingebruikname steeds op: ■ Dichtheid van het brandstofsysteem. ■ Onberispelijke toestand en volledigheid van de beveiligingsvoorzienin- gen en de maai-inrichting. ■ Vastzitten van alle schroefverbindingen. ■ Soepele beweegbaarheid van alle bewegende onderdelen. Starten bij koude motor LET OP! ■ Laat het startkoord nooit los zodat het terugschiet. Dit kan beschadi- gingen tot gevolg hebben. 1.) Vul de benzinetank (zie ook de sectie “Brandstof en olie”). 2.) Druk 6 x op de brandstofpomp (primer). 3.) Zet de aan-/uitknop op “I”. 4.) Trek de chokehendel naar positie “ ”. 5.) Houd het apparaat goed vast en trek het startkoord aan tot u weer- stand voelt. Trek vervolgens het startkoord snel aan. Het apparaat start. 6.) Herhaal de stappen 4–5 als de motor niet start. 7.) Druk op de gashendel om de auto-choke te activeren zodra de motor loopt. Lees de sectie “Problemen oplossen” als de motor ook na meerdere pogingen niet aanslaat. LET OP! ■ Trek het startkoord altijd rechtuit. Houd de greep van het start- koord vast, wanneer het startkoord weer wordt ingetrokken. Laat het startkoord nooit los zodat het terugschiet. OPMERKING
Bij zeer hoge buitentemperaturen kan het voorkomen dat ook bij een koude motor zonder choke moet worden gestart! Starten bij warme motor (Het apparaat heeft minder dan 15–20 minuten stilgestaan) 1.) Zet de aan-/uitknop op “I”. 2.) De chokehendel hoeft voor het starten van de warme motor niet te worden getrokken. 3.) Houd het apparaat goed vast en trek het startkoord tot aan de eerste weerstand uit. Trek nu het startkoord snel aan. Het apparaat moet na 1–2 keer trekken starten. Als het apparaat na 6 keer trekken nog niet start, herhaalt u stap 1-7 onder “Starten bij koude motor”. Motor uitschakelen Volgorde bij noodstop Als het apparaat onmiddellijk moet worden gestopt, zet u de aan-/uit- knop op “0”. Normale volgorde ■ Laat de gashendel los en wacht tot de motor stationair draait. Zet de aan-/uitknop op “0”. LET OP! ■ Bij stationair draaien moet het mes stilstaan. Als het mes draait, moet de carburateur worden afgesteld! Werkinstructies Oefen voordat u het apparaat gaat gebruiken alle werktechnieken (zie afb. 6a - 6c) bij uitgeschakelde motor. Snijdraad langer maken Laat de motor met vol gas lopen en tik de draadspoel
op de grond om de snijdraad langer te maken. De draad wordt automatisch langer. Het mes
op de snijdraad-beschermkap
verkort de draad tot de toege- stane lengte (zie afb. 6d). LET OP! Gazon-/gras-/onkruidresten hopen zich op onder de beschermkap
■ Verwijder de resten bij uitgeschakelde motor met een plamuurmes of iets dergelijks. Verschillende maaimethoden Trimmen / maaien (3-tands snijmes evt. met draadspoel) ■ Beweeg het apparaat in een sikkelvormige maaibeweging heen en weer (zie afb. 6a). ■ Houd het snijgereedschap parallel aan de grond en stel de gewenste maaihoogte vast. Laag trimmen (met draadspoel) ■ Houd het apparaat iets schuin boven de grond (zie afb. 6b). Maai altijd van u af. Beweeg het apparaat niet naar u toe. Afmaaien (met draadspoel) ■ Bij afmaaien maait u alle vegetatie tot aan de grond weg. Daartoe draait u de draadspoel in een hoek van 30° graden naar rechts. Zet de handgreep in de gewenste positie (zie afb. 6c). Maaien bij een boom / hekwerk / fundering (met draadspoel) OPMERKING ■ Als de draad in aanraking komt met bomen, stenen, stenen muren of funderingen, slijt de draad af of gaat deze rafelen. Als de draad tegen hekwerk slaat, breekt de draad af. LET OP! ■ Verwijder met het apparaat geen voorwerpen van looppaden e.d.! Het apparaat genereert grote krachten, en kleine stenen of andere voorwerpen kunnen 15 meter en meer worden weggeslingerd en resulteren in letsel of beschadigingen aan auto's, huizen en ramen. Draag een veiligheidsbril! Klemzitten Schakel onmiddellijk de motor uit als het snijgereedschap blokkeert. Ver- wijder gras en struikgewas uit het apparaat voordat u het weer in gebruik neemt. Terugslag voorkomen Bij het werken met het mes bestaat er gevaar voor een terugslag wanneer het mes in contact komt met vaste obstakels (boomstam, tak, boomstronk, steen e.d.). Het apparaat wordt daarbij tegen de draairichting van het snijgereedschap in teruggeslingerd. Dit kan ertoe leiden dat u de controle over het apparaat verliest. Gebruik het apparaat niet in de nabijheid van hekken, metalen kozijnen, afperkingsstenen of funderingen. Voor het maaien van licht struikgewas plaatst u het apparaat zoals weergegeven op afb. 6e om terugslag te voorkomen.49 FBK 4 A1
Werken met de heggenschaar Snoeitechnieken ■ De dubbelzijdige messenbalk maakt maaien in beide richtingen of door pendelbewegingen van de ene naar de andere kant mogelijk. ■ Beweeg bij verticaal maaien de heggenschaar gelijkmatig voorwaarts of boogvormig omhoog en omlaag. ■ Beweeg bij horizontaal maaien de heggenschaar sikkelvormig naar de rand van de heg, zodat gesnoeide takken op de grond vallen. ■ Zie uitvouwpagina (afbeelding A). OPMERKING ► Verwijder dikke takken met een takkenschaar. Werken met de hoogsnoeier Zaagtechnieken WAARSCHUWING! ► Houd terdege rekening met omlaag vallend afgezaagd hout. ► Houd terdege rekening met het gevaar van terugslaande takken. OPMERKING
Zet de aanslag tegen de tak. Op die manier werkt u veiliger en rustiger. ► Begin pas daarna met zagen. Afzagen van kleine takken ♦ Zaag bij kleine takken (Ø 0-8 cm) van boven naar beneden (zie afbeelding). Afzagen van grotere takken ♦ Maak bij grotere takken (Ø 8-25 cm) eerst een kleine zaagsnede
om de spanning van de tak te halen (zie afbeelding). Die zaagsnede voorkomt ook dat de schors van de stam scheurt. ♦ Zaag vervolgens van boven
Afzagen in gedeelten Kort lange of dikke takken in voordat u de laatste zaagsnede maakt om de tak van de stam te scheiden (zie afbeelding). cb a Veilig werken ■ Houd het apparaat, de zaag en de kettingbeschermkoker
in goede conditie, om letsel te voorkomen. ■ Controleer het apparaat op duidelijke schade of defecten als u het hebt laten vallen. ■ Neem de voorgeschreven werkhoek van max. 60° ±10° in acht, om veilig te kunnen werken (zie afbeelding). ■ Gebruik het apparaat niet als u op een ladder staat of op een instabiele ondergrond. ■ Laat u niet verleiden om zonder nadenken te gaan zagen. Dat kan uzelf en anderen in gevaar brengen. ■ Bij kinderen is supervisie noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ze niet met het product spelen. ■ Neem regelmatig een andere werkhouding aan. Bij langer gebruik van het apparaat kan de doorbloeding van de handen verstoord raken. U kunt echter langer met het apparaat werken als u geschikte handschoe- nen draagt of regelmatig een pauze inlast. Houd er rekening mee dat de persoonlijke aanleg voor een slechte doorbloeding, lage buitentem- peraturen of het gebruik van veel kracht bij het werken de gebruiksduur kunnen reduceren. Transport ■ Gebruik bij transport de beschermkokers
■ Let erop dat u het apparaat niet inschakelt als u het draagt (zie afbeelding). Reinigen Motorunit reinigen OPMERKING ■ Na elk gebruik moet het apparaat grondig worden gereinigd. ■ Schakel het apparaat uit en maak de bougiestekker los voordat u reinigingswerkzaamheden uitvoert. ■ Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en een beetje afwasmiddel. Let daarbij op dat er geen water in het apparaat bin- nendringt! Hoogsnoeier reinigen ■ De hoogsnoeier moet regelmatig worden vrijgemaakt van zaagspanen. ♦ Verwijder het kamwielhuis
♦ Neem de zaagketting van het zwaard en maak het zwaard schoon. ♦ Houd de zaagketting scherp en controleer de spanning, het oliepeil en de olietoevoer.
Heggenschaar reinigen ♦ Controleer de messenbalk van de heggenschaar op losgeraakte bouten en draai die zo nodig vast. ♦ Verwijder vastgeraakt snoeisel. ♦ Verzorg de messenbalk met olie uit een spuitbus of een kannetje. Draadspoel-/mes-hulpstuk reinigen ♦ Verwijder vastgeraakt snoeisel. ♦ Houd het mes scherp om het werk te verlichten. Onderhoud Draadspoel / snijdraad vervangen 1.) De draadspoel
moet worden gedemonteerd zoals beschreven onder “Draadspoel monteren/vervangen”. Druk op de markering (zie afb. 5a), draai het deksel en neem een behuizinghelft af (zie afb. 5b). 2.) Neem het spoelplateau uit de draadspoelbehuizing (zie afb. 5c). 3.) Verwijder een eventueel nog aanwezig restant van de snijdraad. 4.) Leg een nieuwe snijdraad in het midden neer en laat de zo ontstane lus uit de uitsparing van het spoelplateau hangen (zie afb. 5d). 5.) Wikkel de draad onder spanning op, tegen de wijzers van de klok in. Het spoelplateau scheidt daarbij de beide helften van de snijdraad (zie afb. 5d). 6.) Haak de laatste 15 cm van beide draaduiteinden in de tegenoverlig- gende draadhouder van het spoelplateau (zie afb. 5e). 7.) Leid de beide draaduiteinden door de metalen oogjes in de draad- spoelbehuizing (zie afb. 5e). 8.) Druk het spoelplateau in de draadspoelbehuizing (zie afb. 5e). 9.) Voeg de behuizinghelften weer samen. 10.) Trek kort en krachtig aan beide draaduiteinden om deze uit de draad- houders los te maken (zie afb. 5f). 11.) Kort overtollige draad tot 13 cm in. Dit vermindert de belasting van de motor tijdens het starten en opwarmen. 12.) Monteer de draadspoel weer (zie hoofdstuk “Draadspoel monte- ren/vervangen”). Sla punt 3–6 over als de complete draadspoel wordt vervangen. Luchtfilter onderhouden Vervuilde luchtfilters zorgen voor een afname van het motorvermogen door te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom noodzakelijk. Het luchtfilter moet om de 25 bedrijfsuren worden gecontroleerd en zo nodig worden gereinigd. Bij zeer stoffige lucht moet het luchtfilter vaker worden gecontroleerd. 1.) Verwijder de kap van de luchtfilterbehuizing
2.) Neem het luchtfilter uit de behuizing. 3.) Reinig het luchtfilter door het uit te kloppen of (met perslucht) schoon te blazen. 4.) De montage vindt in omgekeerde volgorde plaats. LET OP! ■ Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen. Bougie onderhouden 1.) Trek de bougiestekker los. 2.) Maak de bougie los met de meegeleverde bougiesleutel
3.) De montage vindt in omgekeerde volgorde plaats. Elektrodenafstand = 0,6 mm (afstand tussen de elektroden waartussen de ontstekingsvonk wordt opgewekt). Controleer de bougie voor het eerst na 10 bedrijfsuren op vervuiling en reinig deze zo nodig met een koperdraadborstel. Pleeg daarna om de 50 uur onderhoud aan de bougie. Beschermkapmes slijpen Het mes
(zie afb. 2a) kan mettertijd bot worden. Mocht u dit vaststellen, maak dan de 2 bouten los waarmee het mes
op de snijdraad-bescherm- kap
is bevestigd. Zet het mes
vast in een bankschroef. Slijp het mes
met een slijpsteen en let erop dat u de hoek van de snijkant handhaaft. Carburateurinstellingen Verwijder de kap van de luchtfilterbehuizing
Gaskabel instellen Als het maximale toerental van het apparaat mettertijd niet meer wordt bereikt en alle andere oorzaken zoals beschreven in de sectie “Problemen oplossen” zijn uitgesloten, kan het nodig zijn de gaskabel af te stellen. Om de gaskabel na te stellen, draait u de bout resp. de stelschroef
correct in (zie afb. 4). Aandrijving smeren ■ Vul om de 20 bedrijfsuren een beetje aandrijfvet bij (ca. 10 g) om de aandrijving te smeren. ♦ Draai hiertoe de bout open (zie afb. 2c) om het aandrijfvet in het aandrijfhuis te drukken. ♦ Na het vullen van de aandrijving sluit u de smeeropening weer met de bout
Opslag en transport ■ Berg het apparaat op een veilige plaats op. ■ Berg het apparaat en de accessoires veilig op, beschermd tegen open vuur en hitte-/ontstekingsbronnen, zoals gasgeisers, wasdrogers, olieka- chels of draagbare radiatoren, enz. ■ Houd de beschermkap , de draadspoel
en de motor bij opslag altijd vrij van maairesten. ■ De kunststofbescherming voor het mes moet bij transport en niet- gebruik weer worden aangebracht. ■ Schakel het apparaat uit en maak de bougiestekker los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Apparaat opslaan Wanneer u het apparaat langer dan 30 dagen opslaat, moet het hierop worden voorbereid. Anders verdampt de resterende brandstof in de carbu- rateur met achterlating van een rubberachtig bodembezinksel. Dit kan het starten bemoeilijken en dure reparatiewerkzaamheden tot gevolg hebben. 1.) Draai de tankdop los om eventuele druk in de benzinetank weg te nemen. Giet de benzinetank voorzichtig leeg. 2.) Start de motor en laat deze draaien tot hij stopt, om de brandstof uit de carburateur te verwijderen. 3.) Laat de motor ca. 10 minuten afkoelen. 4.) Verwijder de bougie (zie hoofdstuk “Bougie onderhouden”). 5.) Giet 1 theelepel 2-taktolie in de verbrandingskamer. Trek meerdere keren aan het startkoord om alle mechanische delen met olie te smeren. Plaats de bougie terug.51 FBK 4 A1
OPMERKING ■ Berg het apparaat droog en zo ver mogelijk uit de buurt van moge- lijke ontstekingsbronnen op. Opnieuw in gebruik nemen 1.) Verwijder de bougie (zie hoofdstuk “Bougie onderhouden”). 2.) Trek snel aan het startkoord om overtollige olie uit de verbrandings- kamer te verwijderen. 3.) Reinig de bougie en let op de juiste afstand tussen de elektroden op de bougie. 4.) Vul de benzinetank . Zie de sectie “Brandstof en olie”. Vervoeren ■ Wanneer u het apparaat wilt vervoeren, maakt u de benzinetank leeg zoals beschreven in de sectie “Opslag”. Problemen oplossen Motorunit Probleem Mogelijke oorzaak Problemen oplossen De motor slaat niet aan. Foutieve procedure bij het starten. Volg de aanwijzingen voor het starten. De motor slaat aan, maar heeft niet het volledige vermogen. Verkeerde instelling van de chokehendel
Zet de chokehendel op “ ”. Verontreinigd luchtfilter. Reinig het luchtfilter. De motor loopt onregelmatig. Verkeerde elektrodenaf- stand van de bougie. Reinig de bougie en stel de afstand van de elektroden in of vervang de bougie. Beroete of voch- tige bougie. Verkeerde instelling van de carburateur. Reinig de bougie of vervang hem. Hoogsnoeier Probleem Mogelijke oorzaak Problemen oplossen Motor loopt, zaagketting beweegt niet. De heggenschaar of de hoogsnoeier is niet correct op de motorunit bevestigd. Controleer de montage. Het zagen vordert niet. Zaagketting droog, oververhit of hangt door. Vul olie bij, slijp de zaagketting , ver- vang of span deze. Heggenschaar Probleem Mogelijke oorzaak Problemen oplossen Motor loopt, messen staan stil. De heggenschaar of de hoogsnoeier is niet correct op de motorunit bevestigd. Controleer de montage. Onderhoudsintervallen Hoogsnoeier De onderstaande gegevens gelden bij gebruik onder normale omstandig- heden. Bij gebruik onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld bij veel stofontwikkeling of lange dagelijkse werktijden, dienen de aangegeven intervallen overeenkomstig te worden verkort. Onder- deel Actie Voor aan- vang van het werk Weke- lijks Bij sto- ring Bij be- schadi- ging Wan- neer nodig Ketting- smering Controleren
Zaagket- ting Controleren, ook op scherpte
Zwaard Controleren (slijtage, beschadi- ging)
Heggenschaar De onderstaande gegevens gelden bij gebruik onder normale omstandig- heden. Bij gebruik onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld bij veel stofontwikkeling of lange dagelijkse werktijden, dienen de aangegeven intervallen overeenkomstig te worden verkort. Onder- deel Actie Voor aan- vang van het werk Na het werk Wan- neer nodig Messen Visuele controle
Bestelling van vervangingsonderdelen Vervangingsonderdelen bestellen Bij het bestellen van vervangingsonderdelen moeten de volgende gegevens worden opgegeven: ■ Type apparaat ■ Artikelnummer van het apparaat ■ Identificatienummer van het apparaat Actuele prijzen en informatie vindt u op www.kompernass.com52 FBK 4 A1
Afvoeren De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke materialen, die u via de plaatselijke recyclepunten kunt afvoeren. Het apparaat en de accessoires bestaan uit verschillende materialen, zoals metaal en kunststoffen. Informatie over mogelijkheden voor het afvoeren van het afgedankte apparaat krijgt u bij uw gemeentereinigingsdienst. Milieubescherming ■ Leeg de benzine- en olietank zorgvuldig en lever uw apparaat in bij een recyclepunt. De gebruikte onderdelen van kunststof en metaal kunnen worden gescheiden voor hergebruik. ■ Lever oude olie en benzineresten in bij een afvalverwerkingspunt en giet deze niet in de riolering of in de afvoer. ■ Lever verontreinigd onderhoudsmateriaal en grondstoffen in bij een daarvoor bestemd inzamelpunt. Appendix Garantie U hebt op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Het apparaat is met de grootst mogelijke zorg vervaardigd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd. Bewaar de kassabon als bewijs van aankoop. Neem telefonisch contact op met uw servicepunt, mocht u aanspraak willen maken op de garantie. Alleen op die manier is een kosteloze verzending van uw product gegarandeerd. De garantie geldt uitsluitend voor materiaal- of fabricagefouten, echter niet voor transportschade, niet voor onderdelen die onderhevig zijn aan slijtage of voor beschadigingen van breekbare delen, bijv. schakelaars of accu's. Het product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en niet voor bedrijfsmatige doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door ons erkend servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie. Uw wettelijke rechten worden door deze garantie niet beperkt. De garantieperiode wordt door deze waarborg niet verlengd. Dat geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Eventueel al bij aan- koop aanwezige schade en gebreken moeten meteen na het uitpakken worden gemeld, echter uiterlijk twee dagen na de aankoopdatum. Voor reparaties na afloop van de garantieperiode worden kosten in rekening gebracht. Service WAARSCHUWING! ■ Laat uw apparaat uitsluitend door gekwalificeerd deskundig perso- neel en alleen met originele vervangingsonderdelen repareren. Op die manier blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd. Service Nederland Tel.: 0900 0400223 (0,10 EUR/Min.) E-Mail: kompernass@lidl.nl IAN 110011 Service België Tel.: 070 270 171 (0,15 EUR/Min.) E-Mail: kompernass@lidl.be IAN 110011 Bereikbaarheid hotline: maandag t/m vrijdag van 8:00 uur – 20:00 uur (MET) Importeur
Vertaling van de oorspronkelijke conformiteits- verklaring Wij, KOMPERNASS HANDELS GMBH, documentverantwoordelijke persoon: de heer Semi Uguzlu, BURGSTR. 21, 44867 BOCHUM, GERMANY, verklaren hierbij dat dit product voldoet aan de volgende normen, normatieve documenten en EU-richtlijnen: Machinerichtlijn (2006 / 42 / EC) Outdoor-richtlijn (2005 / 88 / EC) Emissierichtlijn (2012/46/EU) Toegepaste geharmoniseerde normen:
Type / apparaatbeschrijving: Benzine combiapparaat 4-in-1 FBK 4 A1 Productiejaar: 02 - 2015 Serienummer: IAN 110011 Bochum, 5-12-2014 Semi Uguzlu - Kwaliteitsmanager - Technische wijzigingen vanwege verdere ontwikkeling voorbehouden.54 FBK 4 A155 FBK 4 A1
Notice-Facile