Fiorina 90 Sline - Verwarming QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Fiorina 90 Sline QLIMA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Fiorina 90 Sline QLIMA
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fiorina 90 Sline - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fiorina 90 Sline van het merk QLIMA.
GEBRUIKSAANWIJZING Fiorina 90 Sline QLIMA
11. Buig en knik de kabel niet.
Hoe de afstandsbediening te gebruiken: Cómo usar el mando a distancia:
11. Buig en knik de kabel niet.
11. Buig en knik de kabel niet.
11. Buig en knik de kabel niet.
1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.
KERNCOMPONENTEN Vensterpaneel Motorreductor wor- maandrijving Wormaandrijving Aanzuigbuis verbran- dingslucht Rookgas temperatuur sensor Rooksensor Drukschakelaar Rookafzuiger Deksel brand- stoftrechter Regelpaneel Brandstoftrechter / Pellettrechter Toegangspaneel om onderhoud te kunnen uitvoeren Recirculatieluchtven- tilator Aan / uit schakelaar Elektronicakaart Veiligheidsthermo- staat handreset Rookkamer Kacheldeur Pot / kachelpot met aslade Aslade Afbeelding 2 Afbeelding 1
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 120 10-07-13 15:16121 Geachte mevrouw/mijnheer, Gefeliciteerd met de door u aangeschafte Zibro-kachel. Dit is een hoogwaardig product waarvan u bij juist, verantwoordelijk gebruik vele jaren comfort en plezier zult beleven. Om een maximale levensduur en veilig gebruik van dit Zibro verwarmingsproduct zeker te stellen, dient u eerst deze handleiding zorgvuldig te lezen. Berg hem daarna op, zodat u hem later nog eens kunt raadplegen. Namens de fabrikant bieden wij u 24 maanden garantie op materiaal- en produc- tiefouten. Geniet van uw Zibro! Met vriendelijke groet, PVG Holding b.v. Afdeling klantenservice.
3.1 Werkzaamheden voor en tijdens de eerste opstart
4. NORMAAL GEBRUIK VAN DE KACHEL
4.1 Display informatie
4.4 De temperatuur instellen
4.5 De warmteafgifte van de kachel wijzigen
4.7 Normale uitschakeling
4.8 De afstandsbediening
4.9 De batterijen van de afstandsbediening vervangen
5.2 Vullen van de pellettrechter
6.1 Door de (eind-)gebruiker uit te voeren onderhoud
6.2 De buitenkant van de kachel schoonmaken
6.3 De ruit schoonmaken
6.4 De branderpot met aslade reinigen
6.5 Reinigen van de warmtewisselaar
6.6 De vuurhaard reinigen
6.7 De dichting van de vuurdeur controleren
6.8 De pellettrechter en worm reinigen
6.9 Reinigen van de pellet toevoerbuis.
6.10 Door een geautoriseerd technicus uit te voeren onderhoud
8.1 Resetten van een storing
Alle afbeeldingen waarnaar in deze handleiding verwezen wordt, bevinden zich achterin de handleiding
LET OP! Alle afbeeldingen in deze handleiding en op de verpakking zijn alleen bedoeld als toelichting en indicatie en kunnen enigszins afwijken van het apparaat dat u heeft gekocht. Alleen de werkelijke vorm is belangrijk. Het niet opvolgen van de in deze handleiding gegeven eisen zou kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en leidt ertoe dat de garantie vervalt. Installeer dit apparaat alleen als het voldoet aan de plaatselijke/landelijke wetge- ving, verordeningen en normen. Deze kachel is bedoeld voor het verwarmen van ruimten in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonka- mers, keukens en garages op droge plaatsen in normale huishoudelijke situaties. Installeer de kachel niet in slaap- of badkamers. De correcte installatie van deze kachel is uiterst belangrijk voor het juist functi- oneren van het product en voor uw persoonlijke veiligheid. Daarom gelden de volgende aanwijzingen:
- Deze kachel moet worden geïnstalleerd door een door Zibro geautoriseerde verwarmings- of installatiemonteur, anders is de garantie niet van kracht. Als de in deze handleiding verstrekte gebruiksaanwijzingen afwijken van de plaatselijke en/of regionale wetgeving, moet de strengste voorwaarde worden toegepast. De fabrikant en distributeur wijzen uitdrukkelijk alle verantwoordelijkheid van de hand in geval de installatie niet voldoet aan de lokale wet- en regelgeving en/of in geval van onjuiste beluchting en ven- tilatie en/of een foutief gebruik.
- De kachel mag alleen worden geïnstalleerd in een vertrek waarvan de lo- catie, de bouwconstructie en het gebruik het veilige gebruik van de kachel niet belemmeren. Neem bij problemen met uw kachel of als u deze handleiding moeilijk kunt lezen of niet (helemaal) begrijpt altijd direct contact op met uw dealer of installateur.
- Voor het verbranden van pellets is zuurstof, en dus lucht, vereist. Zorg ervoor dat de leiding voor de verbrandingslucht te allen tijde verse lucht van buiten aan kan zuigen.
- Dek luchtinlaten en -uitlaten nooit af en controleer regelmatig of de lucht- inlaat vrij is van vervuiling.
- Vervoer de kachel met de juiste apparatuur. Als niet de juiste apparatuur wordt gebruikt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel en/of schade aan de kachel.
- Plaats geen brandbare voorwerpen en/of materialen binnen 200 mm van de zijkanten en 200 mm van de achterzijde van de kachel of binnen 800 mm van de voorkant van de kachel.
- De kachel is ontworpen voor vrijstaande installatie en is niet geschikt voor inbouw. Houd een vrije afstand van 200 mm tussen de muren en de zij-/ach-
- Tijdens gebruik kan de kachel aan de buitenkant erg heet worden. Laat NOOIT kinderen zonder toezicht bij de kachel achter. Houd toezicht op kin- deren om te voorkomen dat ze met de kachel spelen.
- Deze kachel is niet bestemd voor gebruik door personen (waaronder begre- pen kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan van of aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van het apparaat hebben gekregen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Laat de hierboven genoemde personen ook nooit zonder toezicht bij de verpak- king. Er bestaat verstikkingsgevaar door het verpakkingsmateriaal.
- Tijdens gebruik kan de kachel aan de buitenkant erg heet worden. Gebruik geschikte, hittebestendige persoonlijke beschermingen zoals hittebesten- dige handschoenen bij het bedienen van de kachel.
- Gebruik tijdens het installeren en bij het onderhoud van de kachel altijd de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals veiligheidsbril, hand- schoenen enz.
- Wees voorzichtig wanneer u de kacheltrechter (bij)vult met pellets wanneer de kachel (nog) heet is. Zorg ervoor dat de zak met pellets geen vuur kan vatten.
- Pas op met brandbare kleding; deze kan in brand vliegen als u te dicht bij het vuur in de kachel komt.
- Werk niet met brandbare oplosmiddelen in dezelfde ruimte waar de kachel brandt. Voorkom risico’s; verwijder brandbare oplosmiddelen en andere brandbare materialen uit het vertrek.
- De kachel is zwaar; laat de sterkte van de vloer door een geautoriseerd ex- pert controleren.
- Gebruik enkel droge houten pellets van een goede kwaliteit zonder resten van lijm, hars of additieven. Diameter 6 mm. maximum lengte 30 mm.
- Gebruik geen andere brandstof dan de vermelde houten pellets. Andere brandstoffen zoals bijvoorbeeld - houten werkafval met lijm en/of solven- ten, - afvalhout in het algemeen, - karton, - vloeibare brandstof, - alcohol, -petroleum, - benzine, -afvalmateriaal of vuilnis, enz. zijn verboden.
- Slecht, nat, geïmpregneerd of geverfde brandstof leidt tot de vorming van condens en/of roet in de schoorsteen of in de kachel. Dit leidt tot vermin- derde prestaties en mogelijk gevaarlijke situaties.
- Laat de schoorsteen regelmatig schoonmaken en vegen volgens de lokale wet- en regelgeving en/of zoals voorgeschreven door uw verzekering. Bij ontbreken van lokale wet- en regelgeving en/of een voorschrift van de ver- zekering: laat tenminste tweemaal per jaar (de eerste keer aan het begin van het stookseizoen) uw totale kachelsysteem -inclusief schoorsteen- door een geautoriseerd specialist nakijken en onderhouden. Bij intensief gebruik van de kachel moet het hele systeem, inclusief schoorsteen, vaker worden schoongemaakt.
- Gebruik de kachel niet als barbecue. Sluit slechts één kachel aan per rookkanaal. Het aansluiten van meerdere kachels op hetzelfde rookkanaal kan leiden tot gevaarlijke situaties.
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 124 10-07-13 15:16125 Voor deze kachel is ook een elektrische voeding nodig. Lees de onderstaande waarschuwingen en opmerkingen goed door:
- Gebruik geen beschadigde voedingskabel.
- Een beschadigde stroomkabel mag alleen worden vervangen door de leve- rancier of door een bevoegde persoon of een bevoegd servicepunt.
- Klem de kabel niet vast en buig hem niet.
- Zorg ervoor dat de voedingskabel geen hete delen van de kachel raakt.
- Sluit het apparaat NOOIT met behulp van een verlengkabel aan. Als er geen geschikt, geaard stopcontact beschikbaar is, dient u er een te laten instal- leren door een erkende elektricien.
- Controleer de netspanning. Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor geaar- de stopcontacten - Aansluitspanning 230 Volt/ ~50 Hz. Het apparaat MOET altijd een geaarde aansluiting hebben. Als de voeding niet geaard is, mag u het apparaat absoluut NIET aansluiten.
- De stekker moet altijd gemakkelijk bereikbaar zijn als het apparaat is aan- gesloten.
- Plaats het apparaat niet direct onder een wandcontactdoos. Controleer alvorens het apparaat aan te sluiten of:
- De aansluitspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje.
- Het stopcontact en de voeding geschikt zijn voor het apparaat.
- De stekker aan de kabel in het stopcontact past.
Laat de elektrische installatie door een erkende expert controleren als u niet zeker weet of alles in orde is.
- Dek luchtinlaten en -uitlaten nooit af.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat.
- Laat het apparaat nooit in contact komen met water. Sproei nooit water over het apparaat en dompel het niet in water onder, anders kan er kortslui- ting ontstaan.
- Trek de stekker altijd uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat schoonmaken of voordat u het apparaat of een onderdeel van het apparaat gaat vervangen.
- Trek altijd de stekker uit het stopcontact alvorens onderhoud te plegen aan de kachel.
- Trek de stekker altijd uit het stopcontact als het apparaat niet in gebruik is.
- Wijzigingen aanbrengen aan het apparaat is niet toegestaan. Hierdoor kun- nen levensgevaarlijke situaties ontstaan. Tevens vervalt hierdoor de garan- tie.
- Berg de installatie- en de gebruikshandleiding goed op.
- Handel in noodgevallen altijd volgens de aanwijzingen van de brandweer.
1. Schakel de kachel direct uit door de stekker uit het stopcontact te nemen.
2. Doof het vuur in de kachel met een CO
blusser, zand, soda of zout om rook- vorming in de ruimte te minimaliseren. Gebruik nooit water om de brand te blussen.
3. In geval van een schoorsteenbrand: Sluit de smoorklep (raadpleeg de plaat-
selijke / nationale regels, voorschriften, verordeningen en normen of een smoorklep is toegestaan) of dicht de schoorsteen met een natte doek. LET Op: de schoorsteen kan zeer heet zijn. Draag bij het afdichten altijd hittebestendige handschoenen.
4. Waarschuw direct de brandweer.
5. Ventileer de ruimte door het openen van alle ramen en deuren in verband
met mogelijke vorming van koolmonoxide.
3. EERSTE INGEBRUIkNAME
De eerste ingebruikname moet worden uitgevoerd door een erkend Zibro service technicus. De kachel moet bij de eerste ingebruikname worden ingeregeld zo- dat een juiste lucht/brandstof-verhouding op elk van de vijf verbrandingsniveaus wordt verkregen. De juiste verhouding is sterk afhankelijk van het gemonteerde rookkanaal en kan enkel ingeregeld worden na het installeren van de kachel. Een verkeerde lucht/brandstof-verhouding kan ernstige schade aan de kachel veroor- zaken. Tevens zal het brandstofverbruik toenemen.
Wijzig nooit zelf de service-parameters in het servicemenu. Dit kan ernstige schade aan de kachel veroorzaken, waardoor de garantie komt te vervallen. Het inregelen van de kachel mag uitsluitend door een Zibro erkend service technicus uitgevoerd worden.
Na nieuwbouw of een verbouwing: laat het gebouw goed drogen alvorens de kachel de eerste keer te gebruiken. Het is bekend dat muren, plafonds en/of vloeren veel tijd nodig hebben om helemaal te drogen. Roet, asdeeltjes etc. kunnen zich gemakkelijk aan niet helemaal gedroogde muren hechten.
1. Controleer of de kachel is geïnstalleerd conform de installatiehandleiding.
2. Verwijder alle elementen, zoals handleiding, kachelgereedschap etc. van en
uit de kachel voordat deze in gebruik genomen wordt.
3. Vul de pellettrechter met pellets. Zie hoofdstuk 5 “De pellettrechter vullen
met pellets” van deze gebruikshandleiding voor uitleg met betrekking tot de te gebruiken pellets en hoe de pellettrechter gevuld moet worden.
4. Steek de stekker in een geaard stopcontact en schakel de stroomschakelaar
in. Deze bevindt zich aan de achterzijde van de kachel. Controleer hoofdstuk 9 “Elektrische aansluiting” van de installatie- handleiding voordat het apparaat elektrisch aangesloten wordt.
5. Lees hoofdstuk 4 “Normaal gebruik van de kachel” door voor meer infor-
matie over de bediening van de afstandsbediening (indien meegeleverd) en het verloop van de opstartprocedure.
6. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte. De kachel is gemaakt van hoog-
waardig staal met een beschermende coating. Tijdens de eerste stookbeur- ten hardt de coating verder en zet het staal zich. Dit proces kost de nodige tijd. Tijdens de eerste werking is het normaal dat er zich een onaangename geur en rook vormt afkomstig van de veraag van de kachel.
7. Laat de kachel nooit draaien als de branddeur open is. Houd de deur altijd
gesloten tijdens de werking van de kachel en zorg ervoor dat de deurver- grendeling goed gesloten is.
8. Start de kachel op en selecteer verbrandingsniveau 1.
Om blijvende schade aan de kachel te voorkomen, moet dit instoken geleidelijk en op een laag vuur gebeuren. Houd dit vuur laag gedurende de eerste vier tot vijf uur; daarna kan het stookvermogen geleidelijk verhoogd worden. Laat de kachel tenminste nog drie tot vier uur constant branden.
9. Controleer dat er geen rookgassen afkomstig van het verbrandingsproces in
de ruimte komen. Schakel de kachel onmiddellijk uit indien dit wel het geval is en herstel de lekkage.
10. Controleer of de ruimteventilator in bedrijf komt door te voelen of er lucht
uit het uitblaasrooster komt aan de voorzijde van de kachel. Deze ventilator start pas op als de kachel voldoende warm is (na circa 15-20 minuten nadat de kachel brandt). Indien de ruimteventilator niet gaat draaien, schakel de kachel uit om schade aan de kachel te voorkomen. Herstel het probleem voordat de kachel opnieuw opgestart wordt. Deze kachel is voorzien van een ventilator die de lucht in het vertrek laat circuleren. Wanneer de ventilator ingeschakeld wordt, wordt lucht langs de inwendige hete oppervlakken van de kachel gevoerd, opgewarmd en als warme lucht weer aan het vertrek afgegeven. Laat de kachel nooit branden als de ruimteventilator niet draait.
11. Controleer of de kachel op elk van de vijf verbrandingsstanden de juiste
lucht/brandstof-verhouding heeft door het vlambeeld op elk van de vijf ver- brandingsstanden te controleren. Zie hiervoor afbeelding 1. Regel de lucht/ brandstof-verhouding indien nodig bij. Inregelen van de lucht/brandstof- verhouding mag alleen worden uitgevoerd door een Zibro service technicus.
12. Controleer de schoorsteentrek met een verschildrukmeter. Regel - indien
geïnstalleerd - de smoorklep van de schoorsteen in. Na het inregelen van de smoorklep mag de stand van de smoorklep alleen gewijzigd worden bij calamiteiten, zoals bijvoorbeeld een schoorsteenbrand.
13. Controleer of op elk van de vijf verbrandingsstanden de rookgastempera-
tuur onder de 220ºC blijft. Indien de rookgastemperatuur op één van de vijf verbrandingsstanden hoger wordt dan 220ºC, moet de kachel op de desbe- treffende stand opnieuw worden ingeregeld door het verlagen van de pel- lettoevoer in combinatie met de omtreksnelheid van de rookgasventilator en / of het verhogen van de omtreksnelheid van de ruimteventilator. Het laten uitvoeren van een inbedrijfstelling van de kachel door een door Zibro erkend technicus heeft de volgende voordelen:
- Er zal minder roetvorming optreden, waardoor de schoorsteen en de kachel minder snel vervuilen.
- De kachel zal minder brandstof verbruiken.
- Het rendement van de kachel zal optimaal zijn.
- Onderdelen in de kachel zullen minder zwaar belast worden, waardoor de kachel een langere levensduur zal hebben.
- Het aantal service- en onderhoudsuren aan de kachel zal afnemen.
14. Na het inregelen is de kachel gereed voor gebruik.
4. NORMAAL GEBRUIk VAN DE kACHEL
Voor iedere opstart moet de aslade en de branderpot worden gereinigd. Zie hiervoor hoofdstuk 6.4. Tevens moet de kacheldeur gesloten zijn. De kachel mag niet gebruikt worden indien er gebruik gemaakt wordt van een luchtafzuigsysteem, hete lucht verwarming of andere apparaten welke invloed hebben op de luchtdruk in de ruimte. Deze apparatuur dient te worden uitgeschakeld bij gebruik van de pelletkachel.
4.1 DISpLAy-INFORMATIE
Toets 1: Verlaagd de door de gebruiker vereiste kamertemperatuur. Toets 1 kan ook gebruikt worden om de stand van de warmteafgifte te tonen en te wijzigen.
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 128 10-07-13 15:16129 Toets 2: Verhoogd de door de gebruiker vereiste kamertemperatuur. Toets 2 kan ook gebruikt worden om de stand van de warmteafgifte te tonen en te wijzigen. Toets 3: Wordt gebruikt om de kachel aan en uit te zetten. Ontvanger 4: Ontvanger van de afstandsbediening. Led 5: Geeft aan dat er een ALarm C (C staat voor temperatuur) storing aanwezig is. Voor meer informatie zie hoofdstuk 8.2 “storingslijst”. Led 6: Geeft aan dat er een ALarm F (F staat voor rookgassen) storing aan- wezig is. Voor meer informatie zie hoofdstuk 8.2 “storingslijst”. Led 7: De kachel is voorzien van een klok om in- en uitschakeltijden in te stellen. Wanneer deze led brandt, is de klok functie geactiveerd. Led 8: Geeft aan dat de ingestelde temperatuur is bereikt. Tevens komt in het display de tekst ECO en de ingestelde temperatuur te staan. Led 9: Geeft aan dat de wormaandrijving van de pelletaanvoer is geacti- veerd. Led 10: Geeft aan dat de ontstekeningsstaaf is geactiveerd. Display 11: Geeft de ruimtetemperatuur en de stand van de warmteafgifte weer. In het geval van een storing, wordt de foutcode op het display getoond. Led 12: Indicatie aan-uit. Off De kachel staat uit of is aan het uitgaan. Fan De kachel staat in de voorverwarmingsmodus. Load De pelletaanvoer is in werking. Tevens zal Led 9 branden (zie afbeelding 2) Fire On De kachel is in de ontstekingsfase. On 1 De kachel is aan en brandt op de laagste warmteafgifte stand 1. Eco De kachel heeft de ingestelde temperatuur bereikt. StoP De kachel staat in de zelfreinigingsmodus van de branderpot. De rookgasventilator draait op zijn maximale toerental en de pelletaanvoermotor draait op zijn laagste aanvoersnelheid. Atte Deze melding verschijnt wanneer er geprobeerd wordt de ka- chel op te starten tijdens het afkoelen.
4.2 GEWONE OpSTARTpROCEDURE
De branderpot moet voor iedere opstart gereinigd worden. Wanneer gebruik gemaakt wordt van de timerfunctie, moet de branderpot voor de automatische opstart gereinigd worden. De normale opstart- en werkprocedure is als volgt:
1. Zorg ervoor dat de verbrandingskamer leeg en proper is.
2. Zorg ervoor dat de kacheldeur gesloten is.
3. Vul de brandstoftrechter met houten pellets van een goede kwaliteit.
4. Druk op toets 3 gedurende 2 seconden. De rookgasventilator zal starten en
de ontstekingsstaaf gaat branden. In het display verschijnt de tekst FAN ACC en led 10 gaat aan, ten teken dat de ontstekingsstaaf is ingeschakeld.
5. Na circa 1 minuut toont het display Load Wood. Tijdens deze fase zal de
wormaandrijving de pellets van de brandstoftrechter naar de verbrandings- kamer transporteren. Door de warmte van de ontstekingsstaaf zullen de pellets gaan branden.
6. Wanner de gewenste oppervlaktetemperatuur van de kachel is bereikt,
toont het display FIRE ON. Led 10 zal doven.
7. De recirculatieventilator zal gaan draaien en de lucht uit de ruimte aan de
achterzijde aanzuigen. Deze wordt vervolgens door de warmtewisselaar ge- blazen en zo verwarmd. De verwarmde lucht wordt de ruimte ingeblazen aan de voorzijde van de kachel.
8. Tijdens de normale werking geeft het display de stand van de warmteaf-
gifte (1-2-3-4 of 5) en de temperatuur van de ruimte aan.
9. Wanneer de gewenste kamertemperatuur bereikt is, toont het display ECO
en de temperatuur van de ruimte. De kachel zal op het laagst mogelijke verwarmingsniveau blijven branden. Indien de SAVE mode is ingeschakeld, zal de kachel automatisch uitgaan bij het bereiken van de ingestelde tempe- ratuur. Zie hoofdstuk 4.6 voor meer uitleg over de werking en het instellen van de Save mode.
4.3 ONGEWONE OpSTARTpROCEDURE
Wanneer de kachel opgestart wordt bij een kamertemperatuur die lager is dan ongeveer 0°C of wanneer de verbrandingslucht lager is dan 0°C, kan de opstart- procedure afwijkend zijn. Wanneer de ontbrandingsprocedure bij deze lage temperaturen niet leidt tot een goed brandend vuur, toont de display “ALAr No FirE”. Om het vuur te starten, dient u “aanmaakblokjes” te leggen op de bodem van de branderpot. Steek het aanmaakblokje aan met een lucifer en wacht 1 minuut alvorens de kachel te starten met de “normale opstartprocedure” zoals beschreven in hoofdstuk 4.2. Wanneer dit niet leidt tot een goed brandend vuur, dienen de installatieparame- ters van de kachel gewijzigd te worden door een professional. Neem contact op met een door Zibro goedgekeurde installateur.
4.4 DE TEMpERATUUR INSTELLEN
1. Druk op de toets 1 om naar het instelmenu van de temperatuur te gaan. Het
display geeft “set” en de gewenste temperatuur aan.
2. Druk op toets 1 om de gewenste temperatuur te verlagen. Het display geeft
de ingestelde temperatuur aan.
3. Druk op toets 2 om de gewenste temperatuur te verhogen. Het display
geeft de ingestelde temperatuur aan.
4. De gewenste temperatuur is nu ingesteld. Het display zal na 3 seconden
automatisch terugkeren naar de normale werkingsmodus.
5. De wijziging van de gewenste temperatuur is nu voltooid.
6. De gewenste temperatuur kan ook met behulp van de afstandsbediening
ingesteld worden. Zie hoofdstuk 4.8 voor uitleg over het gebruik van de afstandsbediening. De gewenste temperatuur kan gewijzigd worden tussen minimum 07°C tot maximum 40°C.
4.5 DE WARMTEAFGIFTE VAN DE kACHEL WIJzIGEN
1. Druk eenmaal op toets 2. Het display toont “pot” en een van de 5 warmte-
2. Druk op toets 1 om de gewenste warmteafgifte te verlagen. Het display
toont het gewijzigde vermogen.
3. Druk op toets 2 om de gewenste warmteafgifte te verhogen. Het display
toont het gewijzigde vermogen.
4. Wanneer het display de gewenste warmteafgifte toont, zal het display na 3
seconden terugkeren naar de normale werkingsmodus.
5. De wijziging van het gewenste vermogen is nu voltooid.
6. De gewenste warmteafgifte kan ook met behulp van de afstandsbediening
ingesteld worden. Zie hoofdstuk 4.8 voor uitleg over het gebruik van de afstandsbediening.
Wanneer deze functie geactiveerd is, schakelt de kachel zich automatisch uit zodra de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur - vermeerderd met de ingestelde differentie temperatuur - bereikt heeft. De kachels schakelt zich automatisch in wanneer de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur - verminderd met de ingestelde differentie temperatuur - bereikt heeft. De Save mode kan alleen gebruikt worden wanneer de timerfunctie niet in gebruik is. INSCHAkELEN SAVE MODE
1. Schakel de kachel uit.
2. Druk op toets 1 en vervolgens een aantal malen op toets 3 totdat in het
display UT04 verschijnt.
3. Druk op toets 2. De waarde 1 verschijnt in het display. Houd nu toets 2 inge-
drukt totdat in het display de waarde A9 verschijnt.
4. Door nogmaals op toets 3 te drukken, zal het display Pr01 weergeven. Druk
herhaaldelijk toets 3 in totdat Pr28 in het display verschijnt, afgewisseld met de tekst “OFF” of een getalwaarde tussen 1 en 15.
5. Indien in het display de tekst “OFF” wordt weergegeven staat de SAVE
MODE uit. Deze is in te schakelen met de toetsen 1 of 2. Door het indrukken van de toets 1 of 2 verschijnt er in het display de differentietemperatuur, welke in te stellen is van 1°C t/m 15°C.
6. Kies de gewenste differentie waarde en druk vervolgens op toets P3 om de
instelling op te slaan.
7. De kachel staat nu in de Save mode en kan weer worden opgestart.
DIFFERENTIETEMpERATUUR De differentietemperatuur is het verschil in graden ten opzichte van de ingestelde temperatuur. Voorbeeld: De ingestelde temperatuur bedraagt 20°C en de ingestel- de differentietemperatuur is 2°C. De kachel zal nu uitgaan bij een ruimte tempera- tuur van 22°C en weer opstarten bij een ruimte temperatuur van 18°C. UITSCHAkELEN VAN DE SAVE MODE
1. Schakel de kachel uit en herhaal bovenstaande handelingen totdat de tekst
“OFF” in het display verschijnt.
2. Druk vervolgens op toets 3.
3. De save mode is nu uitgeschakeld.
Om overmatig veel start stops en zodoende extra slijtage aan diverse onderdelen te voorkomen, wordt geadviseerd om differentietemperatuur niet lager in te stel- len dan 2°C en niet hoger dan 4°C.
4.7 NORMALE UITSCHAkELING
De kachel kan worden uitgeschakeld door toets 3 in te drukken totdat “off” ge- toond wordt op het display. Tijdens de uitschakelfase wordt de toevoer van hout- pellets naar de verbrandingskamer stopgezet en wordt de circulatieventilator van de kamerlucht uitgeschakeld. De rookextractieventilator blijft nog enige tijd draai- en en wordt na de cooldown fase uitgeschakeld.
4.8 DE AFSTANDSBEDIENING
Hoe de afstandsbediening te gebruiken:
1. Richt de afstandsbediening op het bedieningspaneel van de kachel.
2. Controleer of er geen obstakels tussen de afstandsbediening en de signaal-
ontvanger op de kachel zijn.
3. Elke functie die geselecteerd wordt via de afstandsbediening moet via de
bevestigd worden. Na elke selectie klinkt een akoestisch signaal om de gekozen optie te bevestigen. ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL ON/OFF: Gebruik deze functie om de kachel en de afstandsbediening in- of uit te schakelen. Houd de knop minimaal 2 seconden ingedrukt om het sys- teem in- of uit te schakelen. Druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
ter bevestiging. ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL UP / DOWN: Gebruik deze knoppen om de gewenste temperatuur in te stel- len. Temperatuur kan ingesteld worden tussen 7ºC en 40ºC. ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL FAN: Selecteer het gewenste vermogen A = Automatische modus Vermogen 1 (on1) Vermogen 2 (on2) Vermogen 3 (on3) Vermogen 4 (on4) Vermogen 5 (on5)
SEND: Gebruik deze toets om de gekozen functie te bevestigen en naar de kachel te zenden. ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL ECONO: Gebruik deze toets om de functie ECONO te activeren / inactiveren. Houd de knop minimaal 2 seconden ingedrukt om deze functie te activeren / inactiveren. ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL
TURBO: Gebruik deze toets om de functie TURBO te activeren / inactiveren. Houd de knop minimaal 2 seconden ingedrukt om deze functie te activeren / inactiveren. ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL
CLOCK: Ga als volgt te werk op de klokfunctie op de afstandsbediening in te stellen:
2. Het symbool verschijnt en de tijd knippert.
toetsen om de uren en minuten in te stellen.
om te bevestigen en druk op ECONOTURBO SEND
ON1: Gebruik deze toets om een tijdsplanning in te stellen voor het automa- tisch inschakelen van de kachel (programma 1). ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL
OFF1: Gebruik deze toets om een tijdsplanning in te stellen voor het auto- matisch uitschakelen van de kachel (programma 1). ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL
ON2: Gebruik deze toets om een tijdsplanning in te stellen voor het automa- tisch inschakelen van de kachel (programma 2). ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL
OFF2: Gebruik deze toets om een tijdsplanning in te stellen voor het auto- matisch uitschakelen van de kachel (programma 2). ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL
AUTO: Gebruik deze toets om de ingestelde tijdprogramma’s (1 en 2) da- gelijks te herhalen. Houd de toets minimaal 2 seconden ingedrukt om deze functie te activeren / inactiveren. Auto wordt getoond in het display. ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL CANCEL: Gebruik deze toets om een voorgeprogrammeerde inschakel- of uitschakeltijd ongedaan te maken. TEMpERATUUR INSTELLEN Gebruik de knoppen
(1&2) om de gewenste temperatuur in te stellen (van 7ºC tot maximaal 40ºC. Wanneer de gewenste temperatuur is geselecteerd, druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(3). Zie afbeelding 5. WARMTEAFGIFTE INSTELLEN Gebruik de knop
(3). Op de kachel verschijnt de tekst on1-on2-on3-on4 of on5. Op de afstandsbediening wordt het vermogen ook aangegeven (2). Het is ook mogelijk de Auto modus te selecteren. Zie afbeelding 6.
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 133 10-07-13 15:16134 AUTOMODUS In deze functie berekent de kachel op basis van het verschil tussen de gewenste temperatuur en de kamertemperatuur zelf het noodzakelijke vermogen. Om de automodus te selecteren, druk op ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL (1) tot symbool verschijnt. Druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(2) om de keuze te bevestigen. Om de automodus te beëindigen, druk opnieuw op ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL (1) , selecteer het gewenste vermogen en bevestig met ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(2). Zie afbeelding 7. TURBO MODUS In de Turbo modus verwarmt de kachel gedurende 30 minuten op maximaal ver- mogen. De temperatuur staat in de Turbo modus voorgeprogrammeerd op 30ºC. Na 30 minuten schakelt de kachel terug naar de modus alvorens de turbo modus werd ingeschakeld. Om de Turbo modus te selecteren, druk meer dan 2 seconden op de ECONO TURBO
SENDOFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
-knop (1) en vervolgens op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(3). Om de functie te inactiveren druk minimaal 2 seconden op de ECONO TURBO
SENDOFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
-knop (1). Het woord Turbo (2) in het display van de afstandsbediening verdwijnt en het vermogen en de ingestelde temperatuur is weer zichtbaar. Druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(3) om de keuze te bevestigen. Zie afbeelding 8. ECONO MODUS In de econo modus blijft de temperatuur constant. De kachel past elke 10 minuten het vermogen aan, totdat de warmteafgiftestand 1 is bereikt. Om de econo modus te selecteren, druk meer dan 2 seconden op de ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL (1) knop totdat econo in het display (2) verschijnt en druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(3). Om de functie te inactiveren druk minimaal 2 seconden op de ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL (1) knop. Het woord Econo in het display van de afstandsbe- diening (2) verdwijnt. Druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(3) om de keuze te bevestigen. Zie afbeelding 9. pROGRAMMA 1 (ON1 EN OFF1)
1. De gewenste tijd van in- en uitschakelen moet ingesteld worden
wanneer de afstandsbediening uitgeschakeld is.
2. De kachel behoudt de temperatuur en stand van de warmteafgifte
voordat de kachel uitgeschakeld werd.
3. De minimale tijdsduur tussen uit- en inschakelen bedraagt 20
minuten. Deze tijd heeft de kachel nodig om de cooling down fase te doorlopen.
4. Na een korte stroomonderbreking moet de timerfunctie opnieuw
ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL (2&3) om de gewenste tijd (intervallen van 10 minuten) te selecteren. Om te bevestigen kies ECONOTURBOSENDOFF 2ON 2 ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL (1). De gewenste tijd van inschakelen wordt getoond op de afstandsbediening. Druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(4) ter bevestiging. De kachel toont chrono in het display (5). Zie afbeelding 10 en 11. AUTOMATISCH UITSCHAkELEN (OFF1) Druk op toets
ECONOTURBOSENDOFF 2ON 2ON 1 AUTO
OFF 1 CANCEL (1) om de kachel uit te schakelen conform programma 1. De tijd en symbool OFF1 knipperen op de afstandsbediening. Gebruik de knoppen ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL
ECONO TURBO SEND OFF 2 ON 2 ON 1 AUTO OFF 1 CANCEL (2&3) om de gewenste tijd (intervallen van 10 minuten) te selecteren. Om te bevestigen kies
ECONOTURBOSENDOFF 2ON 2ON 1 AUTO
OFF 1 CANCEL (1). De gewenste tijd van uitschakelen wordt getoond op de afstandsbediening. Druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(4) ter bevestiging. De kachel toont chrono in het display. Deze tekst verdwijnt wanneer de gestelde in- en uitschakeltijd verstreken zijn. Zie afbeelding 12. pROGRAMMA 2 (ON2 EN OFF2) Als hierboven, maar met de toetsen ECONOTURBOSENDOFF 2 ON 2
(2). ANNULEREN INGESTELDE TIJDSpROGRAMMA’S Druk op de corresponderende ON of OFF-knop van het te annuleren programma. De uren en minuten en het corresponderende symbool verschijnt in het display van de afstandsbediening. Druk op de knop Cancel (2) om het automatisch in- of uitschakelen van de kachel te annuleren. Druk op SEND (3) om te bevestigen. Zie afbeelding 13. DAGELIJkSE HERHALING Met de functie Auto kan de ingestelde tijd van in- en uitschakelen dagelijks her- haald worden. Druk op de
ECONOTURBOSENDOFF 2ON 2ON 1
AUTO OFF 1 CANCEL knop (1) voor minimaal 2 seconden om deze functie te activeren.
ECONOTURBOSENDOFF 2ON 2ON 1
AUTO OFF 1 CANCEL (2) verschijnt in het display van de afstandsbediening. Druk op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(3) om te bevestigen. De kachel toont chrono in het display. Druk minimaal 2 seconden op de
ECONOTURBOSENDOFF 2ON 2ON 1
AUTO OFF 1 CANCEL (1) knop om de functie te inactiveren en druk vervolgens op ECONOTURBO SEND
OFF 2ON 2ON 1 AUTOOFF 1 CANCEL
(3). Zie afbeelding 14. Reinig altijd de branderpot alvorens de kachels middels een automatische opstart te starten. Dit voorkomt schade aan de kachel en de ruimte eromheen.
4.9 VERVANGEN VAN BATTERIJEN AFSTANDSBEDIENING
Indien de batterijen van de afstandsbediening vervangen dienen te worden, ver- wijder dan het afdekplaatje aan de achterzijde van de afstandsbediening zoals getoond in afbeelding 15. Vervang de oude batterijen door nieuwe. Let daarbij op de + en - polen. Gebruik enkel AAA, 1,5V batterijen.
Gebruik geen andere brandstof dan de vermelde houten pellets. Andere brandstoffen zoals bijvoorbeeld - houten werkafval met lijm en/of solven- ten, - afvalhout in het algemeen, - karton, - vloeibare brandstof, - alcohol, -petroleum, - benzine, -afvalmateriaal of vuilnis, enz. zijn verboden. Er zijn in de markt pellets verkrijgbaar in verschillende kwaliteiten en met ver- schillende eigenschappen. Pellets van een slechte kwaliteit hebben een negatieve invloed op de efficiëntie van de verbranding, vervuilen de kachel en kunnen in het uiterste geval leiden tot gevaarlijke situaties.
Het gebruik van verkeerde pellets (slechte kwaliteit of andere diameter dan genoemd) kan schade toebrengen aan uw kachel. Schade veroorzaakt door verkeerde pellets valt niet onder de garantie. Gebruik enkel houten pellets van een goede kwaliteit met een diameter van 6 mm en een maximum lengte van 30 mm. Er zijn verschillende soorten van houten pel- lets met verschillende eigenschappen en kwaliteit verkrijgbaar op de markt. Pellets van een goede kwaliteit kunnen als volgt herkend worden: - diameter 6 mm. - maximum lengte 30 mm. - houten pellets overeenkomstig 6mm DIN+ / Ö-norm+ / EN+ of gelijkwaardig. - goed samengedrukt, geen resten van lijm, hars of additieven. - oppervlak glanst en is glad - uniform in lengte en laag stofgehalte - restwatergehalte: < 10% - asgehalte: < 0,5% - pellets van goede kwaliteit zinken wanneer ze in water gegooid worden In het algemeen kan slechte brandstof voor deze kachel als volgt herkend worden: - andere diameter dan de vereiste 6 mm en/of een verscheidenheid aan diameters - verschillende variabele lengtes, hoger percentage van korte pellets - het oppervlak vertoont verticale en/of horizontale barsten - hoog stofgehalte - oppervlak glanst niet - drijft in water Slechte brandstof gebruiken zal mogelijks leiden tot: - slechte verbranding - frequentie blokkering van de verbrandingskamer - verhoogd pelletverbruik - lage warmteafgifte en lage efficiëntie - vuil op het glas - meer assen en onverbrande korrels. - hogere onderhoudskosten
Zelfs wanneer goede gestandaardiseerde pellets gebruikt worden, is het normaal dat er verschillen optreden in de verbrandingssnelheid, asproductie en de opbouw van gruis. Indien er pellets worden gebruikt, anders dan tijdens de inbedrijfstelling moet de kachel opnieuw worden ingeregeld door een Zibro erkend service technicus.
Bewaar en vervoer de pellets in absoluut droge omstandigheden. Houten pellets kunnen aanzienlijk uitzetten wanneer ze in contact komen met water. Neem contact op met de Zibro-verkoper of de goedgekeurde Zibro-installateur voor meer informatie over pellets. man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 136 10-07-13 15:16137
5.2 VULLEN VAN DE pELLETTRECHTER
Open het deksel van de pellettrechter aan de bovenzijde van de kachel en vul de trechter voorzicht voor 3/4 met pellets. Zorg ervoor dat er geen pellets in de kachel vallen. Sluit vervolgens het deksel. Raak nooit roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aan. Om het risico te vermijden dat u roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aanraakt, is het best de kachel altijd volledig uit te schakelen door de stekker uit het stopcontact te halen. Als de trechter tijdens de werking toch bijgevuld zou moeten worden, zorg er dan voor dat de pellets en/of de pelletzak niet in contact komt met hete delen van de kachel omdat dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Zorg ervoor dat u nooit roterende onderdelen binnenin de pellettrechter aanraakt.
Door de warmte, de as en het residu die ontstaan door de verbranding van de brand- stof is regelmatig schoonmaken en onderhoud door zowel de eindgebruiker als een geautoriseerd technicus nodig. Periodiek de kachel zorgvuldig schoonmaken is be- langrijk voor de veiligheid en voor een efficiënte werking en verhoogt tegelijkertijd de levensduur van de kachel. Gebruik geen staalwol, waterstofchloride of andere bij- tende, agressieve of krassende producten voor het schoonmaken van de binnen- of buitenkant van de kachel. In het bijzonder na langere periodes van stilstand, moet de kachel en het schoorsteensysteem gecontroleerd worden op blokkeringen.
6.1 DOOR DE (EIND-)GEBRUIkER UIT TE VOEREN ONDERHOUD
11. Buig en knik de kabel niet.
Voer pas onderhoud aan de kachel uit nadat u hebt gecontroleerd of de kachel van binnen en van buiten helemaal is afgekoeld! Trek voorafgaand aan onderhoud altijd de stekker van de kachel uit het stopcontact. Taak Frequentie* De buitenkant van de kachel schoomaken Elke twee weken Het reinigen van de ruit Voor iedere opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie De branderpot reinigen Voor iedere opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie De aslade schoonmaken Wanneer de lade vol is en voor elke opstart. Ook bij opstart in geval van timerfunctie
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 137 10-07-13 15:16138 Reinigen van de warmtewisselaar Dagelijks De vuurhaard reinigen Elke 2 weken De afdichting van de vuurdeur controleren Tweemaal per jaar, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of als er 2500 kg aan pellets verstookt zijn De pellettrechter en wormaandrij- ving reinigen Een keer per maand en / of als er 2500 kg aan pellets verstookt zijn Het reinigen van de pellettoevoer- buis Een keer per week
6.2 DE BUITENkANT VAN DE kACHEL SCHOONMAkEN
Maak het oppervlak van de kachel met (heet) water en zeep schoon. Gebruik geen schurende of op oplosmiddelen gebaseerde schoonmaakproducten, anders kan de afwerklaag van het oppervlak beschadigd raken.
6.3 DE RUIT SCHOONMAkEN
De ruit van de kacheldeur moet voor iedere opstart gereinigd worden om inbranden van roet en asdeeltjes te voorkomen. Het glas is hittebestendig, maar kan door snelle temperatuurveranderingen bar- sten. Laat daarom de ruit volledig afkoelen voordat deze wordt gereinigd. Gebruik gewone glasreinigingsspray en schoonmaaktissues. Reinig de glazen ruit uitsluitend als de kachel helemaal is afgekoeld!
6.4 DE BRANDERpOT MET ASLADE REINIGEN
De kachelpot met aslade moet voor elke opstart gereinigd worden.
1. Haal de kachelpot en de aslade uit de verbrandingskamer. Zie afbeelding 16
3. Reinig de branderpot en het rooster ervan met een borstel of stofzuiger.
Als de gaten van het rooster verstopt zitten, gebruik dan een puntig instru- ment om de gaten vrij te maken (zie afbeelding 18).
4. Reinig de ruimte onder de branderpot en de ruimte onder de aslade met
Open gaten en een proper rooster van de verbrandingskamer zijn uiterst belangrijk voor een goede verbranding van de pellets.
5. Plaats de branderpot en de aslade terug in de kachel. Zorg ervoor dat de
branderpot op de juiste manier wordt teruggeplaatst. Zorg dat de grote opening bij de ontstekingsstaaf geplaatst wordt (zoals aangegeven in af-
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 138 10-07-13 15:16139 beelding 19 en 20). Indien de branderpot verkeerd wordt teruggeplaatst, zal de kachel niet ontsteken.
6.5 REINIGEN VAN DE WARMTEWISSELAAR
De warmtewisselaar moet dagelijks gereinigd worden met behulp van een schra- per. Zorg ervoor dat de kachel uitgeschakeld is en de kacheldeur gesloten is. Be- weeg de hendel van de schraper, welke gemonteerd is in het uitblaasrooster (zie afbeelding 21) naar voren en vervolgens weer naar achteren. Herhaal deze hande- ling 5 à 6 keer totdat de schraper zonder weerstand heen en weer te bewegen is.
6.6 DE VUURHAARD REINIGEN
Reinig eerst de warmtewisselaar (zie hoofdstuk 6.5 reinigen van de warmtewis- selaar).
1. Verwijder de branderpot met aslade. Zie hoofdstuk 6.4
2. Verwijder het hitteschild, welke zich boven de kachel bevindt.
a. Druk het hitteschild aan de voorzijde omhoog (afbeelding 22) zodat de bevestigingspunten 2 (afbeelding 23) vrijkomen. Beweeg vervolgens het hitteschild naar voren zodat ook bevestigingspunt 1 (afbeelding 23) vrij komt. b. Beweeg de achterzijden van het hitteschild naar beneden (afbeelding 24). c. Druk nu de linkerzijde omhoog in de richting van pijl 1 (afbeelding 25) en draai de rechterzijde naar beneden in de richting van pijl 2 (afbeelding 25). d. Neem vervolgens het hitteschild uit de verbrandingskamer.
3. Demonteer vervolgens de inwendige beplating van de vuurhaard.
a. Verwijder de schroeven 1 en 2 (afbeelding 26). b. Maak de beplating los met behulp van een schroevendraaier (afbeelding 27). c. Trek de beplating naar voren richting de deur en verwijder deze uit de vuurhaard. Herhaal deze handeling voor de beplating aan de rechterzijde (afbeelding 28 en 29). d. Verwijder het schot aan de achterzijde van de vuurhaard door het schot naar voren te halen. Maak eventueel gebruik van een schroevendraaier. Verwijder het schot uit de kachel (afbeelding 30). e. Verwijder de schotten aan de linkerzijde en rechterzijde. Schuif het zij- schot ongeveer 2 cm naar voren in de richting van de deur tot voorbij het gedeelte welke wordt aangegeven met de pijl (afbeelding 31). f. Beweeg vervolgens de bovenzijde van het schot naar het midden van de vuurhaard en neem het schot uit de kachel. Herhaal deze handeling om ook het schot aan de rechterzijde van de kachel uit de vuurhaard te ne- men (afbeelding 32). g. Verwijder de bodemplaat aan de rechterzijde. Beweeg deze omhoog met behulp van een schroevendraaier en neem de plaat uit de kachel (afbeel- ding 33). h. Verwijder de bodemplaat aan de linkerzijde door deze eerst 3 cm hori- zontaal naar rechts te schuiven waarna deze uit de vuurhaard kan wor- den genomen (afbeelding 34 en 35).
4. Reinig de vuurhaard, het gedeelte onder de branderpot en de beplating
met een borstel en een stofzuiger.
5. Plaats na het reinigen alle verwijderde onderdelen in omgekeerde volgorde
terug in de vuurhaard.
6.7 DE DICHTING VAN DE VUURDEUR CONTROLEREN
Controleer ten minste twee keer per jaar, de eerste keer voordat het seizoen be- gint, de afdichting van de deur op lekken en beschadigingen. Laat de deurafdich- ting vervangen door een door Zibro goedgekeurde technicus indien nodig. Ge- bruik enkel de originele reserveonderdelen van Zibro.
6.8 DE pELLETTRECHTER EN WORMAANDRIJVING REINIGEN
Reinig de pellettrechter en wormaandrijving een keer per maand.
1. Verwijder het beschermingsrooster uit de pellettrechter.
2. Maak de pellettrechter leeg.
3. Reinig de pellettrechter en het zichtbare deel van de worm met een stofzui-
ger (afbeelding 36).
4. Plaats het beschermingsrooster terug op zijn plaats.
5. Vul de trechter met pellets.
6.9 REINIGEN VAN DE pELLET TOEVOERBUIS
Reinig de toevoerbuis van de pellets een keer per week met een harde ronde bor- stel (afbeelding 37). De toevoerbuis bevindt zich in de verbrandingskamer van de kachel. In de toevoerbuis kan zich creosoot vormen, waardoor de toevoerbuis sterk vervuild raakt en zelfs verstopt raken met pellets.
6.10 DOOR EEN GEAUTORISEERD TECHNICUS UIT TE VOEREN ONDERHOUD
Taak Frequentie* Algemene professionele inspectie en onderhoud van de kachel (& het rookkanaal) Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aan- geeft Schoorsteen/rooksysteem reinigen/ vegen Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen Het vervangen van onderdelen die niet in deze handleiding worden genoemd Na het constateren van schade Aansluiting van de kachel op de schoorsteen / het rookkanaal con- troleren Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aan- geeft Alle overige onderhoudsactivitei- ten die niet specifiek worden ge- noemd in deze handleiding. Eenmaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen De ruimteventilator / rookgasven- tilator reinigen Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het stookseizoen en / of na 900 branduren wanneer de kachel SERV aangeeft De kachel inwendig en uitwendig reinigen Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De pellet schroef reductor smeren Eenmaal per seizoen, aan het einde van het stookseizoen De rookkamer reinigen Eenmaal per seizoen, aan het einde van het stookseizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 140 10-07-13 15:16141 Controle van het ontstekingsele- ment Eenmaal per seizoen De warmtewisselaar reinigen luchtzijdig Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De warmtewisselaar reinigen rook- gaszijdig Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan Het elektrische gedeelte contro- leren zoals PCB de bedrading, de sensoren en de beveiligingen. Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De silicone slangen controleren van de druksensor Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De deurafdichting controleren en indien nodig vervangen. Tweemaal per seizoen, de eerste keer aan het begin van het seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan Kachel testen op alle 5 de verbran- dingsniveaus Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan De beveilligingen testen Eenmaal per seizoen of na 900 brand uren kachel geeft “SERV”aan (*) De vermelde frequentie is een minimum frequentie. De lokale wetgeving en/of uw verzekeringscontract kunnen voorrang hebben afhankelijk van wat het meest strikt is. Bij intensief gebruik van de kachel moet de schoorsteen vaker worden gereinigd.
7. TECHNISCHE SERVICE, ORIGINELE RESERVEONDERDELEN
Voordat een kachel de fabriek verlaat, wordt hij eerst zorgvuldig getest en in bedrijf gesteld. Eventuele reparaties of inbedrijfstellingsactiviteiten die noodzakelijk blijken te zijn tijdens of na het installeren moeten worden uitgevoerd door een door Zibro goedgekeurde verwarmingstechnici. Originele reserveonderdelen zijn alleen en ex- clusief te verkrijgen via onze Technische Servicecenters en geautoriseerde verkoop- punten. Zorg voordat u contact opneemt met uw dealer, het Technische Servicecenter of de ge- autoriseerde verwarmingstechnicus dat u het model en serienummer bij de hand hebt. Gebruik alleen originele Zibro reserveonderdelen. Door het gebruik van andere dan Zibro reserveonderdelen vervalt de garantie.
Raadpleeg alvorens een storing te resetten de storingslijst (hoofdstuk 8.2) en volg de instructies op. Reset de kachel door toets 3 (zie afbeelding 2) van het display in te drukken en deze 3 seconden vast te houden. Indien na het resetten van de storing de melding terugkomt, raadpleeg dan uw leverancier.
pROBLEEM OORzAAk OpLOSSING Regelpaneel start niet Geen stroomtoevoer naar de kachel Controleer of de stekker aangesloten is Zekering van printplaat is doorgebrand Vervang de zekering. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Regelpaneel is defect Vervang het regelpaneel. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Lintkabel is defect Vervang de lintkabel. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Printplaat is defect Vervang de printplaat. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Hoofdschakelaar is niet ingeschakeld Schakel de hoofdschakelaar in Kachel gaat uit, alarm getoond “AlAr no FirE” De pellettrechter is leeg Vul de pellettrechter met pellets De branderpot is vuil Reinig de branderpot. De motor van de pellet- schroef is defect Vervang de motor van de pelletschroef. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Elektronische printplaat is defect Vervang de printplaat. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus De temperatuursensor heeft de minimumtem- peratuursdrempel om te starten niet gedetecteerd Maak de verbrandingskamer leeg en start op- nieuw, indien het probleem zich blijft voor- doen. Neem contact op met een door Zibro goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Er bereikt onvoldoende verbrandingslucht het vuur Controleer het volgende (door de eindge- bruiker): - Mogelijke obstructies van de inlaatbuis van de verbrandingslucht aan de achterzijde van de kachel. Reinig de inlaatbuis van verse lucht. - Roostergaten van de verbrandingskamer verstopt en/of verbrandingskamer met te veel as en/of verbrandingskamer te vuil en moet gereinigd worden. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus. - Warmtewisselaar binnenin de kachel is ver- vuild. Reinig de warmtewiselaar. Houten pellets zijn niet van goede kwaliteit Probeer houten pellets van een betere kwa- liteit Wormaandrijving is ge- blokkeerd Haal de stekker van de kachel uit het stop- contact. Verwijder het beschermingsrooster in het reservoir, maak het reservoir leeg. Reinig zorgvuldig de zichtbare delen van de wor- maandrijving. Plaats het beschermingsrooster terug en start opnieuw. Neem contact op met een door Zibro goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen.
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 142 10-07-13 15:16143 De kachel geeft 15 minu- ten na opstart de melding "ALARM NO ACC" Het ontstekingsmecha- nisme is kapot Vervang het ontstekingsmechanisme. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus De temperatuursensor heeft de minimumtem- peratuursdrempel om te starten niet gedetecteerd Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw, indien het probleem zich blijft voordoen. Neem contact op met een door Zibro goedgekeurde technicus als het pro- bleem zich blijft voordoen. Buitentemperatuur is te laag. Maak de verbrandingskamer leeg en start opnieuw. Neem contact op met een door Zibro goedgekeurde technicus als het pro- bleem zich blijft voordoen. Houten pellets zijn nat Gebruik enkel droge houten pellets. Temperatuursensor is defect Vervang de sensor. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Elektronische printplaat is defect Vervang de elektronische printplaat. Enkel door een door Zibro goedgekeurde tech- nicus Het reservoir is leeg Vul de pellettrechter. Houten pellets geraken niet in verbran- dingskamer Wormaandrijving is ge- blokkeerd Haal de stekker van de kachel uit het stopcontact. Verwijder het beschermings- rooster in het reservoir, maak het reservoir leeg. Reinig zorgvuldig de zichtbare delen van de wormaandrijving. Plaats het be- schermingsrooster terug en start opnieuw. Neem contact op met een door Zibro goedgekeurde technicus als het probleem zich blijft voordoen. Motor van wormaandrij- ving is beschadigd Vervang de motor. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Het reservoir is leeg Vul de pellettrechter. Het vuur heeft een zwakke en oranje vlam, pellets bran- den niet cor- rect en/of het glas wordt (te) snel zwart. De uitlaat/rookgas- leiding/schoorsteen is geblokkeerd Laat de uitlaat/rookgasleiding/schoorsteen onmiddellijk reinigen door een goedge- keurde schoorsteenveger. Neem contact op met een goedgekeurde schoorsteenveger. De branderpot is vuil Reinig de branderpot. De kachel heeft interne obstructies. De kachel vereist onderhoud. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Rookextractor is bescha- digd Houten pellets kunnen branden dankzij de natuurlijke trek van de schoorsteenrook. Laat de ventilator onmiddellijk vervangen aangezien het slecht kan zijn voor uw gezondheid. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus. Houten pellets zijn niet van goede kwaliteit. Probeer houten pellets van een betere kwaliteit. De kachel is niet goed ingeregeld Regel de kachel in. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 143 10-07-13 15:16144 Recirculatie- ventilator van kamerlucht blijft werken wanneer de kachel koud is Elektronische printplaat is kapot Vervang de printplaat. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus As op de vloer rond de kachel Rookleidingen zijn niet luchtdicht Enkel door een goedgekeurde schoor- steeninstallateur: Rookleidingen die niet luchtdicht zijn, kunnen gevaarlijk zijn voor uw gezondheid. Dicht de fitting van de leiding onmiddellijk (met loctite 598 (of een gelijkwaardig product) en/of vervang de leidingen. Gebroken, versleten of beschadigde dichting van de deur Vervang de dichting. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Kachel in constante toestand, de display toont: "Eco" De door de gebruiker vereiste kamertempera- tuur is bereikt Dit is geen fout. De kachel werkt in eco mode. Deze functie is te wijzigen met de afstandsbediening Display toont "SERV" Geen storing. De kachel heeft 900 werkuren be- reikt en heeft onderhoud nodig. De kachel zal gewoon blijven werken. De kachel heeft onderhoud nodig. Neem contact op met een Zibro erkend service technicus. Deze zal onderhoud aan de ka- chel uitevoeren en de melding resetten. Display toont "Atte" Er wordt geprobeerd de kachel op te starten terwijl deze nog in de cooldown fase staat. Wacht totdat de cooldown fase voorbij is voordat de kachel opnieuw wordt opge- start.
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 144 10-07-13 15:16145 Kachel gaat uit. Weerge- geven alarm is “AlAr dEp” en de Led's ALF en ALC of een van beiden gaat op het bedieningspa- neel branden. Druksensor/schakelaar is defect Vervang de drukschakelaar. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus De uitlaat/rookgas- leiding/schoorsteen is geblokkeerd Laat de uitlaat/rookgasleiding/schoorsteen onmiddellijk reinigen door een goedge- keurde schoorsteenveger. Neem contact op met een goedgekeurde schoorsteenveger. Elektronische printplaat is kapot Vervang de elektronische printplaat. Enkel door een door Zibro goedgekeurde tech- nicus Overmatige schoorsteen- lengte Raadpleeg een schoorsteenexpert om te controleren of de schoorsteen in overeen- stemming is met de wetgeving. Raadpleeg een door Zibro goedgekeurde technicus om te controleren of de schoorsteen ge- schikt is voor de kachel. Ongunstige weersom- standigheden Wanneer er een sterke wind is, kan er een negatieve druk naar de schoorsteen plaatsvinden. Controleer en start de kachel opnieuw. Kachel is overhit Te hoge kamertemperatuur. Open deuren naar andere kamers. Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg een door Zibro goedgekeurde technicus. De veiligheidsthermostaat van de kachel is aangesprongen. Laat de kachel afkoelen en reset vervolgens de veiligheidsthermo- staat door het verwijderen van het afdek- kapje (afbeelding 38) en het indrukken van de resetknop (afbeelding 39). De recirculatieventilator van de kamerlucht is defect Vervang de ventilator. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus Tijdelijke stroomuitval Een spanningsval tijdens de werking van de kachel kan leiden tot oververhitting van de interne kachel. Laat de kachel af- koelen en start hem opnieuw. Veiligheidsthermostaat is defect Vervang de veiligheidsthermostaat. Enkel door een door Zibro goedgekeurde tech- nicus Kachel gaat uit. Weerge- geven alarm is “AlAr Sond” Temperatuursensor van rookuitlaat is defect. Vervang het sensor. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus De bedrading van de rookgassensor zit los. Herstel de bedrading. Enkel door een door Zibro goedgekeurde technicus
man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 145 10-07-13 15:16146 Display toont "Cool Fire" De kachel is handmatig, door de ingestelde timer- functie of de save mode uitgeschakeld. De kachel staat in de cooldown fase. Geen storing, de cooldown fase stopt automatisch wanneer de kachel voldoende is afgekoeld. Stroomonderbreking Nadat de stroomtoevoer is hersteld, start de kachel eerst in de cooldown fase. Ver- volgens kan de kachel opnieuw opgestart worden. Display toont "Alar fan fail" De rookgasventilator is defect of de printplaat kan de omtreksnelheid van de ventilator niet meten De rookgasventilator, de printplaat of de omtreksnelheidssensor is defect of de be- draing is beschadigd of zit los. Herstel het defect. Enkel door een door Zibro goedge- keurde technicus
Model Fiorina 74 S-line Fiorina 90 S-line Type kachel Houtpellets Houtpellets Capaciteit (*) kW 2,65 - 7,45 2,65 - 9,00 Stroomverbruik (ontsteking / normale ope- ratie) W 300 / 100 300 / 100 Aansluitspanning V/Hz 230/~50 230/~50 Thermisch rendement bij nominale capaciteit / gereduceerde capaciteit (*) % 91 / 92,7 89,5 / 92,7 CO-gehalte bij 13% O
nominale / geredu- ceerde capaciteit (*) % 0,01 / 0,04 0,01 / 0,04 Gemiddeld stofgehalte bij 13% O
mg/Nm³ 18,4 14,0 Voor vertrekken tot** m³ 200 240 Rookgasuitlaatdiameter mm 80 80 Rookgastemperatuur bij nominale capaciteit / gereduceerde capaciteit °C 128 150 Trek van de schoorsteen nodig Pa 11 11 Smoorklep voor schoorsteen nodig Mogelijk*** Mogelijk*** Kan worden toegepast op een schoorsteen- combinatie met rookkanaal Nee Nee Type brandstof (****) Ø 6 mm Din+/Önorm+/ EN+ Ø 6 mm Din+/Önorm+/ EN+ Nominale lengte / diameter van de brandstof mm 30 / 06 30 / 06 Inhoud van pellettrechter kg 13 13 Autonomie (min-max) h 8 - 22 6,5 - 22 Hoofdbeluchtingsschuif Ja Ja Recirculatieventilator Ja Ja Luchtfilter Nee Nee Netto gewicht kg 81 91 (*) Volgens EN 14785 (**) slechts ter indicatie, varieert per land/regio (***) Te bepalen door een geautoriseerde professionele installateur
Voor uw kachel geldt een garantie van 24 maanden vanaf de datum van aankoop. Binnen deze periode worden alle materiaal- of productiefouten conform de volgende voorwaarden gratis hersteld:
1. Wij wijzen uitdrukkelijk alle overige aanspraken op schadeloosstelling, waaron-
der begrepen gevolgschade, af.
2. Eventuele reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn
leidt niet tot een verlenging van de garantietermijn.
3. De garantie vervalt als er veranderingen aan de kachel worden doorgevoerd,
niet-originele fabrieksonderdelen worden toegepast of de kachel door derden wordt gerepareerd.
4. Onderdelen die onderhevig zijn aan reguliere slijtage of met een kortere le-
vensduur dan de bovenvermelde garantieperiode, zoals pakkingen, afdichtin- gen, brandwerende voeringsmaterialen, glas*/ruit*, geverfde details en kera- miek, etc. worden niet door de garantie gedekt.
5. De garantie is alleen geldig na overlegging van het originele aankoopbewijs,
met datum, waarop geen veranderingen mogen zijn aangebracht.
6. Garantie is niet van kracht voor schade die veroorzaakt is door handelingen die
niet in overeenstemming zijn met gebruiksaanwijzingen uit deze handleiding, nalatigheid en het gebruik van een verkeerd type brandstof. Het gebruik van verkeerde brandstof kan zelfs gevaarlijk zijn**.
7. De vervoerskosten en de risico’s die ontstaan tijdens het vervoer van de kachel
of de onderdelen ervan komen altijd voor rekening van de koper.
8. De garantie is enkel geldig wanneer de kachel geïnstalleerd is door een door
Zibro goedgekeurde installateur en wanneer het ondertekende protocol van inbedrijfstelling voorgelegd kan worden. Om onnodige kosten te voorkomen adviseren wij u eerst deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Mocht u hier geen oplossing vinden, raadpleeg dan uw dealer of instal- lateur.
- De kachelruit is hittebestendig en is bestand tegen hogere temperaturen dan de temperaturen die in de kachel kunnen optreden. Dit betekent dat schade aan de kachelruit alleen maar kan ontstaan door oorzaken die niet binnen de verantwoordelijkheid van de fabrikant/distributeur liggen. Schade aan de ka- chelruit wordt daarom niet door de garantie gedekt. ** Zeer brandbare stoffen kunnen tot oncontroleerbare verbranding leiden, waar- door er vlammen buiten de kachel komen. Mocht dit het geval zijn, probeer dan nooit de kachel te verplaatsen, maar schakel hem dan altijd onmiddellijk uit. Gebruik in geval van nood een brandblusser van het type B: een kooldioxide- of poederblusser. man_Fiorina_74S-line_90S-line.indd 147 10-07-13 15:16148
Notice-Facile