HFi 212 - Verwarming DIMPLEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HFi 212 DIMPLEX in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - HFi 212 DIMPLEX
Gebruikersvragen over HFi 212 DIMPLEX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HFi 212 - DIMPLEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HFi 212 van het merk DIMPLEX.
GEBRUIKSAANWIJZING HFi 212 DIMPLEX
Montage- en gebruiksaanwijzing

Table des matieres
Gebruiksaanwijzing 11
Toestand bij levering,plaatsing 13
Elektrische aansluiting 18
Inbedrijfstelling, toestelinformatie 19
Adres 20
Algemene aanwijzingen
Let bij installmentie, bedrijf en onderhoud op deze gebruiksaanwijzing. Dit toestel dient alleen door een vakkundige persoon geinstalleerd en hersteld te worden.
Ondeskundige reparations hunnen heel gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
De montage- en gebruiksaanwijzing dient alktd beschikbaar te zich en ter kenniseming aan devakman overhandigdt worden wanner er aan het toestel gewerkt worden.
Wij verzoeken u derhalve de aanwijzing bij een verhuizing aan de na u komende huurder of aan de huis Eigenaar te overhandigen.
Bij reparations waar bij stof rond kan vliegen, het apparaat uitsluitend met uitgeschakelde ventilator lately werken.
Waarschuwingen!
- Opgelet! De oppervaktetemperatuur kan tijdens bedrijf van de machine hoger�n dan 80^
- De beschreiben minimumafstanden aanhouden.
De afstanden moot niet door hangende voorwerpen worden verkort.

- Voorwerpen van welke aard dan ook moeten minimaal 300mm van het luchtuitlaatrooster verwijderd zich. Dat geldt ook voor hoogpolig tapijt.
- Dek het toestel Niet af
- Door het toestel met voorwerpen te bedekken, kan stuwarmte optreden, wat tot een verhoogde temperatuur van het oppervlak van het apparaat en van de voorwerpen leidt.

- Geen voorwerpen in het apparaat of met het apparaat in contact brengen. Dit zou storingen of het ontsteken van de voorwerpen hunnen veroorzaken.
- Voorwerpen die darüber de accumulatorverwarming vallen,要去en onmiddelijk worden verwijderd.
- Ervoor zorgen, dat keine kinderen of gebrekkige mensen het oppervlak van het toestel, met name het luchtuitlaatrooster Niet aan konnen raken.
- Er要去 absolutut op gelet worden, dat er geen voorwerpen als gordijnen, papier, spuitbussen etc. alles, voor of op het toestel geplaatst zich in de warme luchtstroom bevinden.
- Elektrische accumulatorverwarmingstoestellen mogen nicht gebrukt worden in ruimtes waarin zich explosiegevaarlijke stoffen van welke aard dan ook bevinden, zoals b.v. gassen, dampen of stof. Dat geldt ook voor vluchtige oplosmiddelen zoals bv. tri, tetra enz. Zorg er in dergelijkke geallen voor, dat de accumulatorverwarmingstoestellen tot kamertemperatuur� zijn afgekoeld.
- Geen stoomreiniger gebruiken om de accumulatorverwarming te reinigen.
- Dit apparatusaat is nicht bestemd voor gebruik door Personen (inclusief kinderen) met een beperkt fysiek, sensorisch of geestelijk vermogen of door onervaren of onwetende Personen. Tenzij ze onder toezicht van een voor hun verilgheid verantwoordelijke persoon staan of van deze persoon instructies omtrent het gebruik van het apparatusaat ontvangen hebben.
- Er moet op kinderen toegezien worden, om te garanderen dat ze Niet met het apparaat spelen.
Functie
De accumulatorverwarming neemt's nachts het voor de volgende dag benodigde warmtevolume op in de Kern van het reservoir. Daardoor kan kostenloos elektrische energie worden opgeslagen in een tijd, waarin de netwerken van de energiebedrijven Niet volledig zichn belast.
In enkele gebieden kan bij lagere buitentemperaturen bovendien op bepaalde tjden overdag worden bijgeladen.
Ook bij installaties met een möglichke bijlading overdag worden het laden hoofdzakelijk's nachts uitgevoerd.
De somsijdens de werkig optredende knakkende geluiden worden door de temperatuurveranderingingen in de Kern van het reservoir veroorzaakt.
Eerste opwarming
Als bij alle neue apparaten kuren bij het eerste gebruik luchtjes ontstaan. Zorg derhalve voor voldoende ventilatie.
Opladen met oplaadsturing
Het opladen van accumulatorverwarming worden via de weergeregelde oplaadsturing geregeld.
Het warmtevolume dat要去en worden opgeslagen, worden waar bij afhankelijk van de buitentemperatuur en de restwarmte in de accumulatorverwarming bepaald.
De instelvoorziening voor het opladen van de accumulatorverwarming worden bij deze werkwijze op maximaal opladen - met de wijzers van de klok meedraaiend - gezet. (Fabrieksinstelling).
Manueel opladen (handmatig)
Wanner het opladen van het apparaat manuele geregold moet worden, wordt de draaiknop voor het opaden op de as van de instelvoorziening geplaatst. Verwijder daartoe de afdekkap aan de voorwand van de accumulatorverwarming. Het warmtevolume dat要去en opgeslagen, wordt door de draaiknop in te stellen veranderd.
Kies op erg kouderageninstelling III (aar rechts), bij een hogere buitentemperatuur een lagere instelling.
Wanneer er maar links worden gedraaid, worden er nicht opgeladen.

Ruimtetelemperatuurregeling
De afgithe van de opgeslagen warmte van de accumulatorverwarming worden via de ruimtematatuurregelaar automatisch geregeld. De gewenste temperatuur (bv. 20^ ) worden op de schaal ingesteld. Er worden anderscheid gemaatktussen aan de wand gemonteerde en in de accumulatorverwarming geintegreerde ruimtematatuurregelaars.
's Nachs of wonneer een vertrek Niet gebruikt worden, moet de kamertemperatuur met ca. 4^ C worden verlaagd. Nog meer verlagen is nicht zinvol, waar dat anders de wanden van het vertrek te sterk afkoelen. Bij verandering van de temperatuurinstelling duurt het enige tijd, voordat de kamertemperatuur is bereikt. Daarom moet er rekening mee gezchoolden worden, dat de temperatuurverlaging geruime tijd (min. 1 uur) voor gebruik van de ruimte moet worden beeindigd. Bij veel regelaars kan dit met behulp van een tijdklok automatisch op afstand worden ingesteld.
Bij langere afwezigheid moet op vorstbeveiliging worden gelet.
Onderhoud
Het is raadzaam om af en toe de omgeving van het luchtuitlaatrooster en de onderste sleuven van de rechtzer bijwand schoon te zuigen.
In het kader van de onderhoudscycli is het raadzaam om de controle- en regelorganen op hun deugdelijke werkking te controleren. Om onnodig energieverbruik te voorkomen, dient deze contrôle ten minste om de 10aar uitgevoerd te worden.
Kleine storingen zelf verhelpen
Het vertrek is te koud
- De zekeringen voor accumulatorverwarmingstoestellen in de schakelverdeelruimte controleren en eventuele verwangen resp.oor inschakelen.
- De instelvoorziening voor het opladen van de accumulatorverwarming is te laag ingesteld. Deinstelling corrigeren.
- De ruimtetepmateruurregelaar is verkeerd ingesteld. De instelling corrigeren.
- De ventilator van de accumulatorverwarming loopniet.
De zekering in de schakelverdeelruimte controeren en eventuele verrangen resp. weir inschakelen. - Ramen en deuren staan voortdurend open resp. de aangrenzende vertrekken zijn nicht verwarmd, hoewel bij de dimensionering van verwarmde aangrenzende vertrekken is uitgegaan.
Er is geen spreake van een storing.
Bij Werking met oplaadsturing:
De centrale oplaadsturing is verkeerd ingesteld.
Corrigeren overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de oplaadsturing.
- De instelvoorziening voor de oplaadregelaar is Niet op maximaal laden ingesteld. De instelling corrigeren.
Het vertrek is te warm
- De zekering van de oplaadsturing in de schakelverdeelruimte controlleren en eventueel verwangen resp. weir inschakelen.
- De instelvoorziening voor het opladen van de accumulatorverwarming is te hoog ingesteld. Deinstelling corrigeren.
- De ruimtetepmateruurregelaar is verkeerd ingesteld: De instelling corrigeren.
- De centrale oplaadsturing is verkeerd ingesteld:
Corrigeren overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de oplaadsturing.
Wanner u de storing Niet zich verhelpen kurz, neemt u contact op met uw elektrospecialzaak of de dichtstbijzijnde serviceafdeling voor Dimplex-apparaten.
Voor het verwerken van uw orders要去 het productnummer (E-nummer) en de productiedatum (FD-number) van het toestel aangeven.
Deze gegevens vindt u op het typeplaatje rechts onder het luchtrooster.

Typeplaatje
Toestand bij levering
Behuizing, radiatorset en accumulatorstenen worden afzonderlijk verpakt geleverd.
- De radiatorset bestaat uit de volgende delen:
-3 radiatoren,
-1 typeplaatje radiator,
-1 draaiknop voor het opladen,
-1 schroef, plug, onderlegring voor kantelbeveiliging, - 6 bevestigingschroeven voor de wandafstandsholders.
De wandafstandsholders liggen op de piepschuimplaten van de verpakking van het toestel.
Controleer of de levering compleet is. Transportschade kan conform het blad met aanwijzingen worden gereclareerd.
Een geringe schade aan de accumulatorstenen is voor de werkking van het apparatusat onbelangrijk.
Plaatsing
Accumulatorverwarmingstoestellen mogen nicht worden geplaatst:
-in ruimtes met explosiegevaar,
- in ruimtes waarin corrosieve lucht te verwachten is.
Het draagvermögen van de vloer moet voldoende zijn om het gewicht van de apparaten te konnen dragen.
De opstellingsplaats要去 glad en effen zijn. De apparaten können op elke gangbare vloer geplaatst worden, maar er kan rond de voeten bij pvc-, parket- en lichte vloerbedekking kleurverandering optreden. Wand- of vloerbedekkingslatten die gegen dechterwand van het apparaat aan liggen,要去 worden verwijderd.
Er moeten onderlegplaatjes (special toebehoren) gebruikt worden:
- bij Niet-hittebestendige vloerbedekking, wanner deze niet gegen een temperatuur van 80^ C bestand is,
- wonneer te verwachten is, dat de standvoeten in de vloer zakken, zodat de uitwisseling van lucht onder de accumulatorverwarming belemmerd worden.



Afmetingen kabelinvoer
Type Maat A
VFMi 20 C 626 mm
VFMi 30 C 776 mm
VFMi 40C 926 mm
VFMi 50 C 1076 mm
VFMi 60 C 1226 mm
VFMi 70 C 1376 mm

- Het apparaat uit de verpakking nemen. Het verpakkingsmaterial op correcte wijze verwijdenen.
De twee zijdelingse wandafstandsholders aan dechterwand van het apparaat vastschroeven. De bovenste wandafstandsholder aan de twee zijdelingse wandafstandsholders vastschroeven.

- De schroeven van de twee zichwanden losdraaien.
De zichwanden ca. 5 mm maar boven schuiven en er horizontalaafnemen.
Na het afnemen van de zijwanden de bevestigingsschroeven van de voorwand losdraaien.

- De voorwand maar voren zwenken en uit de gezouwen randen halen. De elektrische aansluitleidingen invoeren en zorgen dat de leidingen ontlast zijn.
De leidingen dusdanig inkorten, dat ze bij een werkend apparaat Niet gegen hete vlakken aan kuren komen. Geen kabellussen anschter of onder het apparaat leggen.

- De apparaten要去en gegen omkiepen worden beveiligd. Het gemonteerde apparaat要去an de bovenkant een horizontale trekkracht van minimaal 200 N hunnen weeistraan, zonder om te kiepen of te verschuiven. Indien de vereiste stabiliteit met de meegeleverde accessoires nicht worden bereikt, bv. bij wanden met een lichte constructie, moet door de installmenter een geschikte wandbevestiging worden gekozen.

5. Kernruimte-afdekking verwijderen. Schroef daartoe de middelste bevestigingschroef eruit, til de ernnruimte-afdekking een stukje op, eruit zwenken enaar rechts trekken. De ernnruimte-afdekking dusdanig instellen, dat de warmte-isolatie nicht beschadigd kan raken.

7. Rechts beginnend de onderste rij stenen in de kernruimte plaatsen.

6. De transportbeveiliging (vouwkarton) verwijderen.

8. De radiatoren door de openingsen van de zichwandwarmte-isolatie schuiven.

9. De tweede en derde rij stenen erin zetten. De tweede radiator erin schuiven.

11. De bovenste rij stenen opdezelfde wijzeplaaten.
Controleren of deradiatoren Niet vastzitten.Vastgeklemderadiatoren veroorzaken geluidsontwikkeling.
De luchtafblaaskamer en schakelkamer reinigen.

10. Na hetplaatsen van de vierde rij stenen de bovenste radiator erin schuiven. De vrijde rij stenen onder de radiator schuiven.

12. De kernruimte-afdekking plaatsen.
Linkerkant:
De bovenkant van de kernruimte-afdekking moet op de tussenwand liggen. De zichkantchyter de buiging van de tussenwand schuiven.
Rechterkant:
De zijkant van de kernruimte-afdekkingussen warmte-isolate en tussenwand aanbrengen.
Let op de geleidingsgleuf. De kernruimte-afdekking stevig aandrukken en vastschroeven. Het radiatoren aansluiten.

13. De tussenwand en de aansluitleidingen van de radiatoren zichn van nummers (1 -6) voorzien.
De aansluitleidingen op de uiteinden van de radiatorenplaatsen. Losse kabels met de bedravingsboom fixeren.

14. Het typeplaatje van de verwarmingsset op het grijze veld van het toesteltypebordje plakken.


15. Elektrische aansluiting op de klemmenblok van het apparaat tot stand brengen.
Aansluitingsvoorbeeld: met verwarmingscontactor en aan de wand gemonteerde ruimtetemperatuurregelaar.
Legendeschakelschema
A1/Z1, A2/Z2 -stuursignaal AC-oplaadsturing
K1 - verwarmingscontactor
L1, L2, L3 - buitenkabels
LE - besturing ventilator
LH - besturing hulpverwarming
M1 - ventilatormotor
N - nulleider
PE - aardleiding
R1-R3 - radiator
R7 - voorweerstand voor ventilator (niet alle types)
R8 - stuurweerstand (oplading)
R9 - hulpverwarming (accessoires)
RTR - ruimtetelemperatuurregelaar (accessoires)
STR1, STR2 -veiligheidstemperatuurregelaar
TB - temperatuurbegrenzer
TR - oplaadregelaar
TR9 - temperatuurregelaar hulpverwarming
TRG - temperatuurregelaar ventilatierooster
De technische aansluit voorwaarden (TAB) van de energiebedrijven要去en in achegenomen worden.
Bij vaste aansluiting moet voor het apparaat een alpolige scheidingsvoorziening met minimaal 3mm contactafstand zijn voorgeschakeld. Aan deze eis worden bijvoorbeeld door een vermogensschakelaar voldaan.
Inbedrijfstelling; zie volgende pagina.
De voorwand en zijwandenplaatsen en vastschroeven. Omgekeerde volgorde van de demontage.
Inbedrijfstelling
Als alle montage- en aansluitwerkzaamheden zijn voltood, moeten de functies van het apparaat worden gecontroleerd. Bij installations要去en minimaal de volgende controles worden uitgevoerd:
- Controle van de isolatie met een spanning van min. 500 V.
- De isolatieweerstand moet min. 0,5 M Ω bedragen.
- Het verbruik van het toestel meten. Ter verranging kan een meting van de temperatuurgevoelige watstand volgen.
Het voor het eerst verwarmen van het apparaat hoeft Niet door een vakman te worden uitgevoerd.
Opnieuw monteren
Indien apparaten die reeds in werkung waren, gedemonteerd en op een andere plaat weer gemonteerd worden,要去 denze na hun plaatsing wee in gebruik worden genomen zoals hierboven worden beschreiben. Bij de montage dient erop gelet te worden, dat de warmte-isolatie onbeschadigd is. Beschadigde delen van de warmte-isolatie moeten worden verrangen.
Het voor het eerst opladen na het opnieuw monteren (van de koude begintoestand van het toestel (kamertemperatuur) tot het uitschakelen van de oplaadregelaar)要去 door eenvakman worden bewaakt. De opgenomen elektrische arbeid (kWh) meten. Deze mag zicheer dan 125% van de op het typeplaatje aangegeven nominale oplading bedragen.
Reparatie-instructies
Reparaties aan elektrische accumulatorverwarmingstoestellen mogen alleen door een vakman wordenuitgevoerd. Ondeskundige reparaties konnen heel gevaarlijkzinoor de gebruiker.
De toestellen zijn met een hoogwaardige warmte-isolatie uitgerust. Haal de kernruimte-afdekking met geintegreerde warmte-isolatie er uitsluitend bij het verwangen van radiatoren af. Alle andere elektrische componenten zijn na afname van de zichwand toegankelijk.
Terugzetten van de temperatuurbegrenzer

Aanwijzing voor het verwijderen
Verwijder het toestel Niet met het algemene huisvuil, maar breng hetঀen een lokaal opslagterrein voor afvalstoffen.

Technische toestelinformatie
| Benaming | Steenpakketten | Radiatorset | Nominaal vermogen | Nominale spanning | Nominale oplading | Gewicht | Transport-gewicht | Afmetingen B x H x D |
| VFMi 20 C | 4 x 25 | HFi 212 | 1250 W | 3/NPE 400V 50Hz | 16 kWh | 98 kg | 34 kg | 626 x 672 x 250 mm |
| HFi 216 | 1600 W | |||||||
| HFi 220 | 2000 W | |||||||
| HFi 227 | 2700 W* | |||||||
| VFMi 30 C | 6 x 25 | HFi 318 | 1850 W | 3/NPE 400V 50Hz | 24 kWh | 137 kg | 40 kg | 776 x 672 x 250 mm |
| HFi 324 | 2400 W | |||||||
| HFi 330 | 3000 W | |||||||
| HFi 340 | 4000 W* | |||||||
| VFMi 40 C | 8 x 25 | HFi 425 | 2500 W | 3/NPE 400V 50Hz | 32 kWh | 176 kg | 46 kg | 926 x 672 x 250 mm |
| HFi 432 | 3200 W | |||||||
| HFi 440 | 4000 W | |||||||
| HFi 452 | 5200 W* | |||||||
| VFMi 50 C | 10 x 25 | HFi 540 | 4000 W | 3/NPE 400V 50Hz | 40 kWh | 215 kg | 52 kg | 1076 x 672 x 250 mm |
| HFi 550 | 5000 W | |||||||
| HFi 564 | 6400 W* | |||||||
| VFMi 60 C | 12 x 25 | HFi 648 | 4800 W | 3/NPE 400V 50Hz | 48 kWh | 254 kg | 58 kg | 1226 x 672 x 250 mm |
| HFi 660 | 6000 W | |||||||
| HFi 676 | 7600 W* | |||||||
| VFMi 70 C | 14 x 25 | HFi 756 | 5600 W | 3/NPE 400V 50Hz | 56 kWh | 293 kg | 64 kg | 1376 x 672 x 250 mm |
| HFi 770 | 7000 W | |||||||
| HFi 790 | 9000 W* |
*voor maximaal 6 uur oplaadduur