55742 Kof II DB Small Diesel - Modelbouw Märklin - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 55742 Kof II DB Small Diesel Märklin in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - 55742 Kof II DB Small Diesel Märklin
Gebruikersvragen over 55742 Kof II DB Small Diesel Märklin
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Modelbouw in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 55742 Kof II DB Small Diesel - Märklin en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 55742 Kof II DB Small Diesel van het merk Märklin.
GEBRUIKSAANWIJZING 55742 Kof II DB Small Diesel Märklin
Aan het einde van de jaren twintig ontstond bij de Deutsche Reichsbahn-Gesellschaft een grote behoefte aan sterke kleine locomotieven. Op de stations langs de hoofdlijnen moesten deze locs met ongeschoold personeel in eenmansbediening ingezet worden., bijv. in de lichte rangeerdienst, voor de bediening van de industriële aansluitingen en voor lichte overgavetreinen op de vrije baan.
Met de planning van kleine locomotoren waagde de Bahn zich daarbij op technisch nieuw terrein. De ontwikkeling leidde via verschillende testlocomotieven tenslotte tot de eenheidslocomotieven van de
Vermogensgroep I = Kleine locs tot 39 pk en Vermogensgroep II = Kleine locs 40-149 pk
Afmetingen, constructie van de chassis, de krachtoverbrenging en de opstelling van de constructiedelen en de bedieningselementen werden vastgelegd.
In 1932 gaf de DRG de eerste tien kleine locs van vermogensgroep II met verbrandingsmotoren in opdracht. De proeven met verschillende aandrijfmotoren en krachtoverbrengingen volgden. Het volgende aanduidingsschema ontstond daaruit:
Locomotieftype
K = Kleine locomotief aandrijving
b = Verbrandingsmotor (Benzol)
ö = Dieselmotor (olie)
d = Stoomlocomotief
s, later a = Elektrische motor met voeding uit een eigen accu (accumulator)
Krachtoverbrenging
e = Elektrische overbrenging
vanuit een verbrandingsmotor
f = Krachtoverbrenging via een hydraulische overbrenging
Kleine locomotief vermogensgroep II, met dieselmotor en hydraulische overbrenging.
Van 1932-1938 schafte de Deutsche Reichsbahn 887 kleine locomotieven vermogensgroep II met verschillende motoren en overbrengingen aan, maar met een eenheidsuiterlijk. Tijdens de oorlog van 1939-1945 kwamen daar nog eens 226 locomotieven bij.
Daarvan kwamen 444 machines bij de Deutsche Bundesbahn.

Grootbedrijf
Deze locomotieven waren voor de bedoelde diensten bij lange na niet toereikend. De DB gaf daarom al vanaf 1948 aan verschillende locomotieffabrieken opdrachten voor nog eens 731 Köf II. De naoorlogse machines verschillen uiterlijk en in de afmetingen niet van de vroegere series, maar kregen verschillende verbeteringen in detail, o.a. gelast frames en opbouwen. Vanaf 1954 kregen bijna alle nieuwe Köf II seriematig persluchtremmen. Daardoor kon de bestaande maximumsnelheid van 30 km/h verhoogd worden tot 45 km/h.
In de jaren vijftig liep parallel aan de nieuwe aanschaffingen een moderniseringsprogramma voor oudere machines. De overbrengingen en de motoren werden in hoge mate gestandaardiseerd. Langzaarnaan werd bij de meeste machines de persluchtrem ingebouwd. Gedeeltelijk kregen de Köfs een tweede hoofdluchtreservoir. Ook bouwde men rangeerkoppelingen in. Vanaf 1966 kregen de locs stuk voor stuk elektrische bellen en vanaf 1970 werden de cabines aan de zijkant van ramen en deuren voorzien, zodat ze verwarmd konden worden.
Bij de herbenaming in 1968 kregen de Köf II de volgende serienummers:
Serie 321 = mechan. rem, Vmax = 30 km/h
Serie 322 = persluchtrem, Vmax = 30 km/h
Serie 323/324 = persluchtrem, Vmax = 45 km/h
Op dit moment heeft de Deutsche Bahn meer dan 1.110 kleine locomotieven uit vermogensgroep II in het bestand.
Niet alleen bij de DB, maar ook bij vele binnen- en buitenlandse maatschappijen was en is de Köf II in dienst, bijv. in Zwitserland. Bovendien bij vele particuliere maatschappijen, museumlijnen en industriële bedrijven.
De Köf 6124 werd in 1951 gebouwd. Deze loc was tot aan zijn buiten-dienststelling achtereenvolgens in Hanau, Dillenburg, Opladen, Oberhausen-Osterfeld Süd gestationeerd. In het begin van de tachtiger jaren werd de loc, als museum-loc weer in de oorspronkelijke toestand, in de zwarte kleur en opschriften volgens tijdperk III, gerestaureerd.
2.1 Funktion
Deze locomotief met ingebouwde meertreinen-elektronica biedt u:
- Naar keuze bedrijf met gelijkstroom (max +/- 18 V=), wisselstroom (Märklin Transformer 32 VA), Märklin Delta (alleen Delta Station 6607), Märklin Digital (alleen Control Unit) of Märklin Systems (Mobile Station, Central Station). Het bedrijf met andere bedrijfssystemen (impulsbreedte-sturing, Central Control 1 etc.) is niet mogelijk.
- Het bedrijfssysteem wordt automatisch herkend.
-
80 meertreinen-adressen (4 daarvan voor het Delta-systeem) instelbaar. Ingesteld adres vanaf de fabriek: 42.
-
Instelbare rij-parameters (snelheid bij de laagste rijstap, snelheid bij de hoogst rijstap, optrekvertraging, afremvertraging). Voor het instellen van de parameters heeft u een Control Unit, het Mobile Station of het Central Station nodig.
- De Märklin klauwkoppelingen, voor en achter, kunnen vervangen worden door de meegeleverde schroefkoppelingen. Met gemonteerde schroefkoppelingen mag de te berijden radius niet kleiner zijn dan 3 meter. Met klauwkoppelingen mag een radius vanaf 600 mm bereden worden.
- Het model is ontwikkeld voor het gebruik op de Märklin 1 rails. Het bedrijf op andere railsystemen gebeurt op eigen risico.
Alleen in het bedrijf met de Control Unit, het Mobile Station of het Central Station:
- Schakelbare, rijrichtingafhankelijke frontverlichting.
• Inschakelbaar bedrijfsgeluid.
• Schakelbare cabineverlichting. - Schakelbare geluid van een signaalhoorn.
- Minimaliseren van de optrek- en afremvertraging (rangeerstand).
Op de frontverlichting en de cabine-verlichting na zijn de functies in het bedrijf met gelijkstroom, wisselstroom en Märklin Delta uitgeschakeld.
2
Exploitatie
2.2 Instellen van het adres en de rij-parameters
Het adres en de rij-parameters kunnen met de Control Unit 6021, het Mobile Station of het Central Station gewijzigd worden. Indien u niet over een van deze apparaten beschikt, helpt uw Märklin winkelier u graag verder.
Het instellen van de parameters met het Mobile Station of het Central Station vindt u in de gebruiksaanwijzing van het desbetreffende apparaat.
De volgende instellingen kunnen gewijzigd worden:
| Parameter Register Waarde | ||
| Locadres 01 01 – 80 | ||
| Minimumsnelheid 02 01 – 63 | ||
| Optrekvertraging (t/m 55 sec.) 03 01 – 63 | ||
| Afremvertraging 04 01 – 63 | ||
| Maximumsnelheid 05 01 – 63 | ||
| Volume (luidspreker) 63 01 – 63 | 01 = zacht63 = luid volume |
2.2.1 Instellen van de parameters met de Control Unit 6021
Voor het instellen van de parameters heeft u nodig: een Control Unit 6021, een voedingstransformator en een aan de Control Unit aangesloten railstuk.
Belangrijk: op deze programmeerrail mogen zich verder geen andere locomotieven of wagens bevinden.
De andere bedieningsapparaten mogen wel aan de Control Unit aangesloten zijn, maar mogen tijdens het programmeren niet gebruikt worden.
Uitgangspositie: de apparaten zijn aangesloten, de loc staat op de programmeerrail, het systeem is ingeschakeld.

Druk gelijktijdig de toetsen "stop en go" op de Control Unit zolang in, tot in het adres het getal "99" oplicht. Laat dan de beide toetsen weer los.
②
Druk op de "stop"-toets.
③
Voer het loc-adres in op de Control Unit. Als alternatief kan adres "80" ingevoerd worden.
①

Draai de rijregelaar naar links over de stand "0" heen (rijrichtingswisseling). Houd de rijregelaar in deze stand vast en druk op de "go" toets. Nadat de inbedrijf-led op de Control Unit oplicht kunt u de rijregelaarknop loslaten. De rijregelaar moet aan-sluitend in de stand "0" komen te staan.
⑤
De verlichting van het model begint te knipperen. Indien dit niet het geval is dient u het geheel vanaf stap 1 te herhalen.
④

text_image
80 molarize 1 1 1 control unit⑤

Voer nu voor de gewenste, te wijzigen, parameters het volgende twee cijferige getal in met de numerieke toetsen op de Control Unit:
locadres: 01
minimumsnelheid: 02
optrekvertraging: 03
afremvertraging: 04
maximumsnelheid: 05
volume: 63
Deze waarde staat bij een correcte invoer nu in het adres-weergave-scherm van de Control Unit.
⑦
U bevestigt de Invoer door het omschakelen van de rijrichting. De loc bevestigt dit met het dubbel-knipperen van de verlichting.
⑥

text_image
01 control unit 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50Voorbeeld:
nieuw loc-adres "10" instellen.
⑦

⑧
Voer nu de twee cijferige waarde in voor de nieuwe parameter. De volgende waarden zijn toegestaan voor de verschillende parameters:
Loc-adres: 01 t/m 80
(waarde overeenkomstig het ge- wenste adres)
Minimumsnelheid: 01 t/m 63.
Hoe hoger de waarde des te hoger is de afgegeven spanning in de onderste rijstap. Wordt een te kleine waarde gekozen, dan rijdt de loc pas weg in een hogere rijstap.
Optrekvertraging: 01 t/m 63.
Waarde 01 betekent praktisch geen optrekvertraging. Waarde 63 betekent maximale optrekvertraging (bijna 55 seconden).
Afremvertraging: 01 t/m 63.
Waarde 01 betekent praktisch geen afremvertraging. Waarde 63 betekent maximale afremvertraging (bijna 55 seconden).
Maximumsnelheid: 01 t/m 63.
Waarde 01 betekent de minimaal instelbare maximumsnelheid bij dit model. Waarde 63 betekent de maximaal instelbare maximumsnelheid bij dit model.
Volume: 01 - 63
01 = zacht
63 = luid volume

Door het draaien van de rijregelaar naar links, door de "0" stand heen (rijrichtingsomschakeling), wordt de nieuwe instelling gekwiteerd. De loc bevestigt dit door de verlichting ca. 1 seconde te laten branden. Aansluitend begint de verlichting weer te knipperen.
⑩
Als u geen andere parameters wilt veranderen, dan beëindigt u de programmering door het invoeren van de waarde "80" met de numerieke toetsen op de Control Unit. Als alternatief kunt u ook door het indrukken van de "stop" toets en aansluitend de "go" in te drukken de programmering beëindigen.
Als u nog andere parameters wilt veranderen dan gaat u naar stap 6 (kiezen van de parameter) en voert de daarop volgende stappen weer door.
⑨


- De vanaf de fabriek ingestelde parameters kunnen weer ingesteld worden door in stap 6 de waarde "08" in te voeren en in stap 8 wederom waarde "08" in te voeren.
- Noteer de ingestelde waarden van een locomotief.
2
Exploitatie
2.3 Het bedrijf met de verschillende bedrijfssystemen
Dit model is geschikt voor het bedrijf met Märklin Systems (Mobile Station of Central Station), Märklin Digital (alleen met de Control Unit als centrale), Märklin Delta (alleen Delta Station 6607), wisselstroom (alleen Märklin Transformer 32 VA) of gelijkstroom (rijregelaar met een maximale spanning van +/- 18 Volt). Schade, ontstaan bij het gebruik op andere bedrijfssystemen, zijn terug te voeren op een niet toegestane bedrijfstoestand en vallen daarom niet onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant of de fabrieksgarantie. Voor alle daaruit ontstane schade is de gebruiker verantwoordelijk.
2.3.1 Het bedrijf met het Mobile Station / Central Station
Lees voor het opnemen van deze locomotief in de locomotieflijst a.u.b. eerst de gebruiksaanwijzing van het Mobile Station of het Central Station. Voor het kiezen van de locomotief uit de databank gebruikt u het artikel-nummer dat u bijv. op de locomotief-verpakking kunt vinden.
De volgende schakelfuncties staan u ter beschikking:
- Rijrichtingafhankelijke verlichting aan/uit.
• Cabineverlichting aan/uit. - Bedrijfsgeluiden (motor, nevenaggregaten e.d.) aan/uit.
- Geluid van een signaalhoorn aan/uit.
- Minimaliseren van de optrek-/afremvertraging.
Loc besturen
- Loc uit de locomotievenlijst kiezen.
- Rijregelaar naar rechts: loc gaat sneller rijden
Rijregelaar naar links: loc gaat langzamer rijden
De ingevoerde snelheid herkend u aan de lengte van de balk van de snelheidsweergave.
Indrukken van de rijregelaar: wisselen van de rijrichting
Let op: de loc moet eerst tot stilstand komen voordat het veranderen van de rijrichting kan worden uitgevoerd.
Opmerking: met het veranderen van de rijrichting, verandert ook de rijrichtingsweergave in het display.
2.3.2. Digitaal rijbedrijf met de Control Unit 6021
Voorwaarde: de viervoudige codeerschakelaar op de achterzijde van de Control Unit moet als volgt ingesteld worden.
| Schakelaar: | 1 | 2 | 3 | 4 |
| Stand: Off | On Off | Off |
of
| Schakelaar: | 1 | 2 | 3 | 4 |
| Stand: On | On On Off | |||
Loc besturen:
- Locadres (vanaf de fabriek nr. 42) invoeren.
- Met de rijregelaar de snelheid regelen.
Naar rechts draaien (maximaal tot de eindaanslag): loc rijdt sneller. Naar links draaien (maximaal tot de stand "0"): loc rijdt langzamer.
- Voor het veranderen van de rijrichting, de rijregelaar over de stand "O" heen draaien.
Let op: de loc moet eerst tot stilstand komen voordat het veranderen van de rijrichting kan worden uitgevoerd.
Tip: let op de rijrichtingsweergave op de Control Unit of op een aangesloten Control 80f.
- Functies schakelen:
Druk op de toets "function": frontverlichting wordt ingeschakeld. Druk op de toets "off": front-verlichting wordt uitgeschakeld.
Druk op de toets "f1": cabineverlichting aan of uit, afhan- kelijk van de actuele toestand.
Druk op de toets "f2": bedrijfsgeluid aan of uit, afhankelijk van de actuele toestand.
Druk op de toets "f3": geluid van een signaalhoorn aan of uit, afhankelijk van de actuele toestand.
Druk op de toets "f4": minimaliseren van de ingestelde optrek- en afremvertraging. Dit vergemakkelijkt het rangeren. Door het nogmaals indrukken van deze toets wordt de functie weer uitgeschakeld.
2.3.3 Bedrijf met het
Delta Station 6607 en een rijregelaar Delta Mobile 6608.
Voorwaarde: de loc moet op één van de volgende adressen ingesteld zijn:
| D e l t | a | - | a | d |
| Komt overeen 78 met locadres | 72 | 60 | 24 |
Loc besturen
- Draairegelaar in de middenstand: loc staat stil
- Draairegelaar naar rechts: loc rijdt vooruit. Hoe verder de draairegelaar wordt gedraaid, hoe sneller de loc gaat rijden.
Draairegelaar naar links: loc rijdt achteruit. Hoe verder de draairegelaar wordt gedraai, hoe sneller de loc gaat rijden.
Let op: de loc moet eerst tot stilstand komen voordat het veranderen van de rijrichting kan worden uitgevoerd.
r 3. De frontverlichting en de cabirkeverlichting zijn bij voldoende voedingsspanning altijd ingeschakeld. Alle andere functies zijn altijd uitgeschakeld.
2
Exploitatie
2.3.4 Bedrijf met de Transformer 32 VA (wisselstroombedrijf)
- Met de rijregelaar de snelheid regelen.
Naar rechts draaien (maximaal tot de eindaanslag): loc rijdt sneller.
Naar links draaien (maximaal tot de stand "0"): loc rijdt langzamer.
- Voor het veranderen van de rijrichting, de rijregelaar over de stand "O" heen draaien.
Let op: de loc moet eerst tot stilstand komen voordat het veranderen van de rijrichting kan worden uitgevoerd. De regelaar moet minstens 0,5 sec in die stand gesteld worden om een betrouwbaar omschakelen van de rijrichting te bewerkstellingen.
- De frontverlichting en de cabine-verlichting zijn bij voldoende voedingsspanning altijd ingeschakeld. Alle andere functies zijn altijd uitgeschakeld.
2.3.4 Bedrijf met gelijkstroom
Voorwaarden voor de gelijkstroom-rijregelaar:
- Maximale uitgangsspanning: 18 Volt = (afgevlakte gelijk-spanning, geen pulserende uitgangsstroom!).
- Rijrichtingswisseling door omkeren van de polariteit.
- Minimaal vermogen: 10 VA.
- Er mag alleen een rijregelaar gebruikt worden die is goedgekeurd voor het speelgoedbedrijf.
De bedieningsvoorschriften vindt u in de gebruiksaanwijzing van de gelijk-stroom-rijregelaar.
3.1 Aansluiting van de sporen
Om spanningsverlies op de model- baan te voorkomen moeten de rail- lassen altijd goed op elkaar aansluiten. Om de 2 à 3 meter moet de voeding opnieuw op de rails gezet worden. Daarbij zijn de aansluitklemmen 5654 aan te raden.
3.2 Berijden van hellingen
In tegenstelling tot het grote voorbeeld kunnen met een modelbaan ook grotere hellingen bereden worden. Normaal moet een helling maximaal 3 procent zijn. In extreme gevallen is maximaal 5 procent mogelijk, maar dan moet reke-ning gehouden worden met een even-redig verlies aan vermogen. Het begin en het einde van de helling moeten altijd gerond worden. Het verschil in de helling tussen twee tenminste 300 mm lange railstukken mag maximaal 1 à 1,5 procent bedragen.
4
Wartung Maintenance Entretien Onderhoud
Nieuw sleepcontacten aanbrengen

Smering na 40 bedrijfsuren

Wartung Maintenance Entretien Onderhoud
4.4 Pflegehinweis
4.4 Opmerkingen voor het onderhoud
Deze loc kan ook buiten gebruikt worden. Het gebruik bij slecht weer (sneeuw of regen) is niet aan te raden. Aandrijving en elektronica zijn weliswaar afgeschermd tegen spatwater maar rijden door het water is niet mogelijk.
Het is aan te bevelen het model na het gebruik buiten te controleren op vuil en dit eventueel droog te verwijderen met een stofdoek of een zachte kwast. Nooit de loc onder stromend water reinigen.
Opmerking: reinigingsmiddelen kunnen de lak en de opschriften op de loc aantasten en beschadigen.
Wartung
Maintenance
Entretien
Onderhoud
4
Voorstellen voor passende wagens:

Wartung Maintenance Entretien Onderhoud
Voorstellen voor passende wagens:

text_image
Rulmbacher Monchshofbrau seil 134958240 58261
