ST 224 - Ventilator HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 224 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - ST 224 HUSQVARNA
Gebruikersvragen over ST 224 HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ventilator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 224 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 224 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 224 HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 138-163
Contents
Introduction 3
Troubleshooting 22
Safety. 6
Vervoer, opslag en verwerking. 161
Montage. 145
EGverklaring van overeenstemming. 163
Onderhoud. 152
Productverzicht

- Inschakeling van de vijzel
-
Besturingshendeluitworp
-
Besturingshendel rijnsnelheid
-
Afstandsbediening besturingshendel uitworp
-
Inschakeling van de aandrijving
- Licht
- Knop hendel
- Geluideddemper
- Glijplaat
- Vijzels
- Reinigingstool
- Uitworptrechter
- Deflector
- Starthendel
- Olieaftapplug
- Brandstofschakelaar
- AAN/UIT-sleutel
- Ontstekingspatroon
- AAN/UIT-schakelaar (ST 227P, ST 230P)
- Gashendel
- Choke
- Vuldop benzine
- Olievuldop en peilstok (ST 227P, ST 230P)
- Knop voor elektrisch starten
- Aansluiting, elektrisch starten
- Olievuldop en peilstok (ST 224)
Productbeschrijving
Het product is een sneeuwruimer op wielen waarmee sneeuw van de grond kan worden verwijderd.
Gebruik
Dit product kan worden gebruikt om sneeuw te verwijderen van velden, wegen, laden en opritten. Gebruik het Niet op hellingen met een grotere hellingshoek dan 20^ . Gebruik het product Niet op terreinen waar veel pauin, vuil en uitstekende stenen aanwezigহn.
Symbolen op het product
Let op: Neem contact op met de distributeur om beschadigde stickers te lien verrangen.

Waarschuwing.

Lees de bedieningshandleiding.

Motor aan

Motoruit.

Snel.

Langzaam.

Choke.

Brandstofpomp.

Olie.

Brandstof.

Let op.

Europese machinerichtlijn voor veiligheid.

Stuur links.

Stuur rechts.

Hootheinstelling vijzel.

Blazeruit.

Blazer aan.

Tractieaandrijvinguit.

Tractieaandrijying aan.

Verwijder de beschermingen nicht verwijl de motor draait.

Choke gesloten (start).

Brandstofpomp.

Trek aan de startkoordhendel om te starten.

Choke geopend (draaien).

AAN/UIT-sleutel. Uittrekken om te stoppen.

Niet bedieren op hellingen van meer dan 10\ grades.

Verwijder bougie voordat u onderhouduitvoert.

Warm oppervlak.

Brandstofafsluitklep.

Waarschuwing, houd uw handen uit de buurt.

Waarschuwing, houd uw voeten uit de buurt.

Pas op voorwegscheidende voorwerpen. Houdomstandersuit de buurt.

Naar links draaien/omlaag duwen/naar rechts draaien.
Vooruit/achteruit.
Omhoog/omlaag.
Productaansprakelijkheid
Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zich wij Niet aansprakelijk voor schade die door ons product worden voroortaatk, indien:
- het product Niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die nicht van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die nicht zich goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat Niet afkomstig is van de fabrikant of Niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product Niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
De onderstaande definities geben de mate van ernst\ weer voor elk trefwoord.

WAARSCHUWING: Letsel aan Personen.

OPGELET: Schade aan het product.
Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik.
Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt möglichk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handledigden worden genoemd. Gebruik het product Niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het Niet inucht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding Niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhonden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installmentie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden要去en door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan nicht alle situatuies beschrijven die zich voor kuren doen wanner u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product Niet en voer geen onderhoudwerkzaamheden aan het productuit als u nied zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, serviceworkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los Voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uityoert.
-
Gebruik het product Niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderdelen die+zijn goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
-
Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product Niet in gesloten ruimtes of in de buurt vanlicht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en konnen vonden veroorzaken die tot brand hunden leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanner u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product Niet door een kind bedieren. Laat het product Niet bedieren door Personen die de instructies Niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijkke beperking die het product gebruiken,.altijd in de gaten houdt. Er要去 allen tjnde een verantwoordelijkke volwassene aanwezig zijn.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die nicht toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde Personen.
- Het product kan objcten uitwerpen en letselveroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in ache om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanner de motor is ingeschakeld.
- De gekruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Kijk voordat en verwijl uশaar achteren loopt, maar achteren en omlaag, zodat ukleine kinderen, dieren of andere risico's waardoor u kunt vallen, kunt zien.
Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt. - Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat Personen in aangrenzende gebieden weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situations beperken of verbieten.
Veiligheidsinstructies voor bediening
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blijf algijduit de buurt van de afvoeropening.
-
Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine gebruikt op met grind bedekte opritten, laden of wegen of als u een dergelijkke ondergrond kruist. Wees alert op verborgen bevaren of verkeer.
-
Ga na het raken van een vreemd voorwerp als volgt te werk: stop de motor, koppel de kabel los van de bougie, koppel bij elektrische machines de voeding los, inspecteer het product grondig op eventuele schade en repareer de schade alvorens het product opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als het product abnormaal gaat trillen, moet u de motor stoppen en onmiddelijk opzoek gaan maar deoorzaak. Trilling is over het algemeen een voorteken van problemen.
- Schakel de motor.altijduitalsuwgebruikshouding verlaat, alvorens de vijzelbehuzing ofuitworptrechter te ontstoppen en tijdens het repareren, afstellen of inspectoren van de machine.
- Stop de motor en zorg ergoor dat de vijzels en alle bewegende onderdelen tot stilstand zichen gekomen alvorens het product schoon te make, te repareren of te inspecteren. Koppel de bougiekabel los en leg de kabel uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat iemand de motor onbedoeld start.
- Laat de motor nicht binnen lopen, behalve bij het starten van de motor en voor het transport van het product in of uit het gebouw. Open de buitendeuren; uitlaatgassenং gevaarlijk.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine op hellingen gelebruikt.
- Gebruik het product nooit zonder de juiste beschermkappen en andere veiligheidsvoorzieningen op hunplaats en in bedrijf.
- Richt de uitworptrechter nooit op Personen of opplaaten waar schade aan eigendommen kan ontstaan. Houd kinderen en andere Personen uit debuurt.
- Verg Niet te veel van de capacititeit van het product door te veel sneeuw tegelijk te wilten verwijderen.
- Gebruik het product nooit bij hoge transportsnelheden op gladde oppervlakken. Kijk achterom en ga behoedzaam te werk als u de machine in zichchteruit gebruikt.
- Ontkoppel de voeding maar de vrijzels als het product wordt getransporteerd of Niet in gebruik is.
- Gebruik uitsluitend hulpstukken en accessoires die zichen goedgekeurd door de fabrikant van het product (zoals wieverzwaarders, contragewichten of cabins).
- Gebruik het product nooit zonder goed zicht oflicht.
Zorg er alkijd voor dat u stevig staat en de hendels stevig vasthoudt. U dientuitsluitend te lopen, nooit ter rennen. - Raak een hete motor of demper nooit aan.
Veiligheid van het werkgebied
- Onderwerp het gebied waar de machine gebruikt gaat worden aan een grondige inspectie en verwijder alle deurmatten, sleeën, ski's, draden en andere voorwerpen.
-
Ontkoppel alle koppelingen enplaats de machine in de neutrale stand alvorens de motor te starten.
-
Gebruik het product Niet wanner u geen geschiktte winterkleding draagt. Draag geen wijde kleding die verstrik kan raken in bewegende delen. Draag schoeisel dat de stabiliteit op gladde oppervlakken verbeturt.
-
Ga voorzichtig om met brandstof; deze is uiterst brandbaar.
-
Gebruik een jerrycan die is goedgekeurd voor brandstoffen.
Tank de machine nooit af bij draaiende motor of als de motor nog heet is.
Tank de machine alttijd buiten af en ga hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Tank de machine nooit binnen af.
Vul jerrycans nooit binnen een voertuig of op de vloer van een vrachtwagen of aanhanger als deze met kunststof is afgewerkt. Zet jerrycans voor het vullen algid op de grond, uit de buurt van uw auto. - Plaats als dit practisch möglich is, op benzine draaiende machines eerst van de vrachtwagen of aanhanger op de grond en tank de machines op de grond af. Als dit Niet möglich is, verdient het de voorkeur de machines op een aanhanger af te tanken met behulp van een draagbare jerrycan inplaats vanrechtstreeks via het vulpistool van een benzinepomp.
- Houd de tuit voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de jerrycanopening, totdat het aftanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Plaats de benzinedop zorgvuldig terug en neem gemorste brandstof op.
-
Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddelijk andere kleding aan.
-
Gebruik voor alle machines met elektrische aandrijving of elektrische startmotor verlangkabels en contactdozen zoals gespecificeerd door de fabrikant.
- Stel de hoogte van de vijzelbehuizing zodenig af dat deze een oppervlak van grind of gebrozen steenslag Niet raakt.
- Probeer nooit om aanpassingen te makeen verwijl de motor loopt (behalte wanner dit specifiek worden aangeraden door de fabrikant).
- Draagijdens het gebruik of bij het afstellen of repareren van de machine algid een veiligheidsbril of een gelaatsschem, om de ogen te beschemmen gegen voorwerpen die mogelijk uit de machine worden geworpen.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Draag altijd de juiste persoonlijke beschemmingsmiddelen wonneer u het apparaat gebruikt. Dit omvat minimaal stevig schoeisel, oog- en gehoorbescheming. Persoonlijke beschemmingsmiddelen nemen de letselrisico's nicht weg, maar+kunnen de ernst van het letsel beperken als er toch een ongeluk geleurt.
- Draag altijd een veiligheidsbril of oogbescherming tijdens het gebruik van het product of tijdens hetuitvoeren van onderhoud of het repareren van de machine.
- Draag algtd geschikte winterkleding wanner u het product gezruikt.
- Gebruik algid hougwaardige slipbestendige laarzen met goede ondersteuning van de enkels terwijl u het product bedient.
- Draag nooit loszittende kleding die vast kan komente zitten in de bewegende onderdelen.
- Draag indien nodig goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Bijvoorbeeld bij het bevestigen, onderzoeken of reinigen van het mes.
- Gebruik algtd goedgekeurde gehoorbescherming wanner u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies voroorzaken.
Veiligheidsvoorzieningen op het product
Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamhedenuitvoert aan het product.
- De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevalen neemt af.
Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controleren, zDat er aanpassingen en reparations uitgevoerd nutzen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt.
Geluiddemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag möglich te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product Niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe.
Inspecteer de uitlaat demper regelmatig om te verifiernen of die goed vastzit en nicht beschadigd is.

OPGELET: De uitlaatdemper worden erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair torental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Brandstofveiligheid

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Start het product Niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en LAST het product drogen.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
Zorg dat er geen brandstof op uw lichaamterecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaamterecht kommt, verwijder deze dan met water en zeep. - Start het product Niet als er spreke is van een motorlekkage. Controller de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof islicht ontvrambaar en de dampen zijn explosief. Ze können letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook nicht in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
Vul geen brandstof bij verwijl de motor is ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de motor koud is wonneer u brandstof bijvult. - Draai de tankdop langzaam open en LAST de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide. - Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop nicht volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3m (10 ft) van deplaats waar u de brandstoffank hebt bevuld, voordat u het product start.
- Doe nicht te veel brandstof in de brandstoffank.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Start de motor nooit binnenshuis of in gesloten ruimten.
- Voordat u het onderhoud van het product uitvoert, zet u de motor uit en verwijdert u de ontstekingskabel van de bougie.
- Draag verdigeidshandschoenen wonneur u onderhoud aan de messen verricht. De messen zijn zeer scherp en konnen gemakkelijk snijwondenveroorzaken.
-
Accessoires en wijzigingen aan het product die nicht zijn goedgekeurd door de fabrikant,{kunnen leiden tot ernstig letsel of overlijden.Breng geen wijzigingen aan het product aan. Gebruik alleen accessoires die zichen goedgekeurd door de fabrikant.
-
Als het onderhoud Niet correct en regelmatig worden UITgevoerd, neemt de kans op letsel of schade aan het product toe.
-
Voer alleen onderhoud UIT zoals beschreiben in deze bedieningshandleiding. Alle overige onderhoudswerkzaamheden要去en worden uitgevoerd door een erkende serviceworkplaats.
-
Laat een erkende serviceworkplaats regelmatin onderhoud aan het product uitvoeren.
- Vervang beschadigde, versleten of defeche onderdelen.
Montage
Het product uit de verpakking verwijdersen
- Verwijder loses onderdelen die bij het product worden geleverd. Snijd de vier hoeken van de doos en leg de eindplaten plat neer.
- Verwijder de twee schroeven waarmee de vijzelbehuizing aan de pallet is bevestigd. Verwijder de stalen beugels van de glijplaten als deze aanwezigহn.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Haal het product UIT de doos en zorg ervoor dat er geen losse onderdelen in de doos blijven zitten.
Losse onderdelen

Knop (3)

Uitworptrechter (1)

AAN/UIT-sleutel (s)

Slotboute 5 / 16 - 18× 2% (2)


Knoppen hendel (2)
Borgmoer 3/8 (1)

Kabelgeber (1)


Breekpennen 1 / 4 - 20× 1 - 3 / 4 (6)
Borgmoeren 1 / 4 - 20 (6)

Borgmoer 5/16-18 (1)

Borgmoer 1/4-20 (1)

Nylon ring (1)

Slotbout 5/16-18 x 5/8 (1)

Veer (1)

Borstbout 1/4-20 (1)
De hendel installeren
- Beweeg het bovenste deel van de hendel maar de bedieningspositie.

- Stel de positie van de hendel in op een van de montagegaten (B) en draai de hendelknoppen (C) vast met de slotbauten (D).

- Plaatsmeer slotboute (D) en hendelknoppen (C) om de bovenste hendel (A) aan de onderste hendel (E) te bevestigen.

De uitworptrechter en uitworprotorkop installereren
- Plaats de uitworptrechter boven op de voet van de trechter met de uitlaatopening in de richting van de voorzijde van het product.
- Plaats de uitworprotorkop (A) op de beugel van de uitworptrechter (B). Draai indien nodig de uitworptrechter om de pennen onder de uitworprotorkop uit te lijnen met de gaten in de beugel.
-
Plaats de uitworprotorkop op de pen (C) en de tapbout (D) op de montagesteun (E).
-
Bevestig een borgmoer (G) op de tapbout en draai deze vast.

- Steek de kabels door de kabelgeleider (F) en de dubbele klem (I) om de rotorkabel (H) aan de onderste hendel vast te zetten.

De afstandsbediening van deuitworptrechter installereren
-
Bevestig de beugel van de afstandsbedieningskabel (A) met een slotbout (B) en een borgmoer van 5/16-18 (D) aan de uitworptrechter. Draai de bout vast.
-
Breng het kabeloog (E) van de afstandsbediening aan op de uitworptrechter (F) met een borstbout (G) en een nylon ring (C) en zet deze vast met een borgmoer van 14 - 20 (K). Het kabeloog ligt los op de borstbout.
-
Bevestig de veer (L) tussen de zeskantmoer (M) op de uitworprotorkop en de opening op de uitworptrechter.

- Bevestig de bedieningsknoppen (N) van de hendel door deze op de bedieningshendels (O) omlaag te drukken.

Werking
Voordat u het product inschakelt
- Houd personen en dieren buiten het werkgebied.
Voer dagelijks onderhouduit. Zie Onderhoudsschemopagina 152.
Zorg ervoor dat de startkabel correct aan de bougie bevestigd is.
Vul indien nodig olie of benzine bij. Zie Technische gegevens op pagina 162.
De motor met olie vullen

OPGELET: Draai de peilstok nicht wanner u de olie controelt. Niet vullen boven de markingering.
- Verwijder de oliedop en maak de peilstok schoon.
Zie Productoverzicht op pagina 139 voor de locatie van de peilstok. - Vul olie bij tot de bovenste markings op de peilstok. Controller de olie regelmatig met de peilstok.
- Plaats de oliedop terug.
Brandstof bijvullen
Gebruik emissarieme of alkylaatbenzine, indien beschikbaar. Als er geen emissarieme of alkylaatbenzine beschikbaar is, gebruik dan een loodvrije benzine van goede kwaliteit, of loodhoudende benzine. Gebruik een benzine met een octaangetal van minimaal 90 RON buiten Noord-Amerika (87 AKI in Noord-Amerika) of hoger en met maximaal 10% ethanol (E10).

OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON buiten Noord-Amerika (87 AKI in Noord-Amerika). Dit kan schade aan het product verzoorzaken.
- Draai de brandstoftankdop langzaam los om de druktelaten ontsnappen.
- Vul langzaam met een benzinejerrycan. Als u brandstof morst, verwijder deze dan met een doekenaat de resterende brandstof opdrogen.
- Maak het gebied rond de brandstoftankdop goed schoon.
- Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop nicht volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt bevuld, voordat u het product start.
De uitworptrechter en de uitworptrechter afstellen
-
Om de positie van de uitworptrechter af te stellen, beweegt u de bedieningshendel van de uitworptrechter (A) maar achefteren enaar links of aanr rechts.
-
Beweeg de afstandsbedieningshendel (B) van de uitworptrechter omlaag om de afstand te verkleinen en omhoog om de afstand te vergroten.

De motor starten, handmatige start
- Steek de AAN/UIT-sleutel (A) in het contactslot totdat u een klik haort. Draai de sleutel zich rond.

-
Zet de AAN/UIT-schakelaar (F) voor brandstof in de stand AAN.
-
Zet de gashendel (B) in de snelle stand.
-
Zet de AAN/UIT-schakelaar (C) in de stand ON (indien aanwezig).
a) Als de motor koud is, draait u de choke (D) maar de stand FULL en drukt u drie keer op deprimer (E).

OPGELET:Injecteer Niet te veel brandstof in de motor. Hierdoor kan het gebeuren dat de motor Niet start. Als er te veel brandstof in de motor is geinjecteerd, wacht u enkele Minutes voordat u probeert de motor te starten en drukt u Niet op de primer.
- Trek aan de startkoordhendel (G).

OPGELET: Laat de greed Niet te snel los. Beweeg deze langzaam terug in de startupitie.
Let op: Als het startkoord is vastgelopen, trekt u langzaam zoveel möglichk koorduit de starter enaaSu de startkoordhendel verrolgens los. Indien demotor Niet start, herhaalt u de procedure of gebruikt u de elektrische startmotor.
- Als de choke is gebruikt om de motor te starten, zet u de choke (D) langzaam in de stand UIT.
- Laat de motor 2-3 minuten stationair draaien voordat u begint met sneeuwruimen.
- Als de motor Niet normalaardraait, schakelt u dezeuit.
De motor starten, elektrische start

WAARSCHUWING: Het product heeft een elektrische starter op 230 V netspanning. Gebruik de elektrische starter niets als uw woning Niet is voorzien van geaarde stopcontacten van 230 V. Er kan ernstig lichamelijk letsel of schade aan het product ontstaan. De elektrische startmotor is voorzien van een 3-polige stekker en is ontworpen voor een huishoudelijk stopcontact van 230 V. Zorg ervoor dat uw woning is voorzien van geaarde stopcontacten van 230 V. Als u dit nicht zeker weet, vraagt u het aan een erkende elektricien.
- Steek de AAN/UIT-sleutel (A) in het contactslot totdat u een klik hoort. Draai de sleutel Niet rond.
- Zet de AAN/UIT-schakelaar (F) voor brandstof in de stand AAN.
- Zet de gashendel (B) in de snelle stand.
- Zet de AAN/UIT-schakelaar (C) in de stand ON (indien aanwezig).
a) Als de motor koud is, zet u de choke (D) in de stand FULL.
- Druk drie keer op de primer (E).

OPGELET:Injecteer Niet te veel brandstof in de motor. Hierdoor kan het gebeuren dat de motor Niet start. Als er te veel brandstof in de motor is geinjecteerd, wacht u enkele Minutes voordat u probeert de motor te starten en drukt u Niet op deprimer.
- Sluit de verlngkabel aan op de aansluiting op de motor (G).
-
Sluit het andere uiteinde van de verlangkabel in aan op een geaard stopcontact van 230 V.
-
Druk op de knop voor elektrisch starten (H) totdat de motor start.

OPGELET: Torn de motor nicht langer dan vrij seconden achtereen:tussen de keren dat u probeert te starten. Wacht 5 tot 10 seconden voordat u het wee probeert.
- Als de choke wurde gebruikt om de motor te starten, waar u de knop voor elektrisch starten los en zet u de choke (D) langzaam in de stand UIT.

- Koppel de verlengkabel eerst los van het stopcontact en daarna van de motor.
- Laat de motor 2-3 Minutes stationair draaien voordatu begint met sneeuwruimen.
Het product gebruiken

OPGELET: Bedien de vijzelmessen nicht zonder sneeuw of water om ze te smeren. Onjuist gebruik kan hoch temperaturen in de vijzelmessen tot gevolg hebben, vooral als het product nieuw is. Dit kan leiden tot beschadiging van de vijzelmessen en de schraapbalk.

OPGELET: Laat de aandrijving of de vrijelhendels Niet gedurende een langereperiode gedeeltelijk aangrijpen; dit kanleiden tot voortijdige slijtage of verbranding van de riemen.
Let op: Wanner zowel de aandrijving als de vijzel aangrijpen, worden vijzel door de aandrijving op+zijn plaatsgehouden. Bedien de sneeuwuitworptrechter met derrechterland.
Let op: Verander de snelheid nicht wanneer de aandriffhendel is ingeschakeld. Dit kan schade aan de transmissie veroorzaken.
- Om de vijzelmessen in te schakelen, drukt u de vijzelinschakeling (A) maar de hendel om de vijzel in te schakelen en sneeuw te ruimen.

-
Breng de besturingshendel (B) voor de rijnselheid van de middelste stand omhoog om het product waar voren te latent bewegen wanner de aandrijving (C) is ingeschakeld. Verander de snelheid Niet wanner de aandrijfhendel is ingeschakeld. Dit kan schade aan de transmissie veroorzaken.
-
Breng de besturingshendel rijsnelheid van de middelste stand omlaag om het productaarachten te lately bewegen wanner de aandrijving is ingeschakeld.

-
Om het product in de geseleeteerde richting te lien bewegen, houdt u de inschakeling (C) van de aandrijving gegen de handgreep aan.
-
Als het product stuurbekrachtig ing heeft, houdt u de linkerdrukschakelaar (D) van de stuurinrichting vast om maar links te gaan. Houd de rechterdrukschakelaar van de stuurinrichting vast om�uchts te gaan.

Product stoppen
- Zet de AAN/UIT-schakelaar in de stand OFF (indien aanwezig).
- Verwijder de AAN/UIT-sleutel.
De gashendel gebruiken
- Draai de gashendel (A) om de gebruekte hoeveelheid brandstof aan te passen. Laat de motor.altijd op volle toeren draajen.

Gebruik van de brandstofschakelaar
- Draai de brandstofschakelaar om de brandstofklepte openen of te sluiten. Bedien het product met debrandstofschakelaar in de stand OPEN.

De choke gebruiken
- Draai de choke (A) om de chokeklep te openen of te sluiten. Gebruik de choke om een koude motor te starten.

De glijplaten afstellen
Er is geen afstelling nodig voor de normale installmentie.
-
Als de borgmoer (B) loszt of de glijplaat (A) nicht hoog genoeg van de grond is, maakt u de borgmoer (B) los met een steeksleutel van 13 mm en verplaatst u de glijplaat omhoog of omlaag.
-
Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u de glijplaten (A) 5-6 mm van de grond. Op ongelijkmatige oppervlakken, zoals grindwegen, maakt u de speleng:tussen de grond en het product groter met de glijplaten om de schraapbalk boven de bovenkant van het grind te krijgen. Zorg ervoor dat geen grind en stenen het product binnendringen. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken als objecten op hoge snugheid worden uitgeworpen.
-
Draai de borgmoer (B) vast.

Vastlopen na gebruik voorkomen
Let op: Bedieningselementen en bewegende onderden können vastlopen door ijs. Oefen Niet veel kracht uit op de bedieningselementen. Als u een bedieningselement of onderdeel Niet kurz bedieren, start u de motor en laat u deze enkele minuten draaien.
- Start de motor en LAST deze enkele minuten draaien. Stop de motor en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zichn gekommen.
- Verwijder sneeuw en los ijs van het product.
- Verwijder sneeuw en los ij's van de onderkant van detrechter.
- Draai de uitworptrechter maar links enaar rechts om ijs en water te verwijderen.
- Verwijder de sleutel of zet de schakelaar in de stand 'OFF' (indien aanwezig).
- Als het product geen elektrische starter heeft, trekt u enkele keren aan de starthendel van het startkoord om ijis en water te verwijderen.
- Als het product een elektrische starter hooft, sluit u het product aan op de voeding en drukt u een keer op de startknop om ijns en water te verwijderen.
Een goed resultaat verkrijgen
- Laat de motor algid draaien met volgas of bijna volgas.
- Pas de snelheid van het product aktijd aan de sneeuwssituatie aan en pas de snelheid aan met de besturingshendel voor de rijnsnelheid. Zorg ervoor dat het product gelijkmatig sneeuw ruimt.
- Het is eenvoudiger en efficienter om sneeuw direct na het vallen te ruimen.
- Werk zo möglichuktijd van de wind af.
Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u de glijplaten 5-6 mm (0,2-0,25") van de grond. - De schraapbalk is omkeerbaar. Wanner deze bijna tot de rand van de behuizing is verslen, draait u deze om. Vervang de schraapbalk als deze beschadigd is, of als beiden zichden verslenen zich.
Maak de uitworptrechter nicht los als alles verstopt is.
Onderhoud
Inleiding
Wanner het product in gebruik is, kuren de bouten losraken en onderdelen slijten. Dit kan een storing
veroorzaken, zoals een onjuiste speling, een verhoogd olieverbruik of een verkeerde uitlijning van diverse onderdelen. Voer periodiek onderhoud aan het productuit om storingen te voorkomen.
Onderhoudsschema
| Onderhoud Elke dag 20aar 50aar 100aar | |||
| Controller of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn | X | ||
| Controller het motor-oliepeil | X | ||
| Olie verversen26 | XXXX | ||
| Controller op brand-stof- of olielekkage | X | ||
| Verwijder verstoppin-gen of vreemde voor-werpen in de vrijel | X | ||
| Controller de bandenspanning27 | X | ||
| De bougie inspecte-ren en verrangen28 |
Let op: Het is Niet nodig om de tandwielkast te smeren of er ander onderhoud aan uit te voeren.
Algemene inspectie uitvoeren
- Controller of de moeren en schroeven op het product goed+zijn vastgedraaid.
Oliepeil controlleren

OPGELET: Een te laag oliepeil kan ernstige schade aan de motor veroorzaken. Voer een controle van het oliepeil uit voordat u het product start.
- Zet het product op een vlakke ondergrond.
-
Verwijder de olietankdop met de bijgevoegde peilstok.
-
Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok volledig in de olietank om een goed beeld van het oliepeil te krijgen.
- Verwijder de peilstok.
- Controller het oliepeil op de peilstok.
- Als het oliepeil laag is, vult u bij met motorolie en controleert u het oliepeil opnieuw.
De motorolie verversen
- Laat de motor eenaar minuten draaien om de olie op te warmen. Warme olie stroomt better en voerteerverontreinigingen mee hier buiten.

WAARSCHUWING: De motorolie is heet. Laat geen gebruikte motorolie in contact komen met de huid.
-
Zet het product op een vlakke ondergrond.
-
Verwijder de AAN/UIT-sleutel.
- Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
- Verwijder de olieaftapplug, kantel het product en LAST de gebruekte olie in de opvangbak lopen.
- Plaats het product waar in de gebruikspositie.
- Bevestig de olieaftapplug en draaicke met de hand vast.
- Vul de motor met olie, zie De motor met olie vullen op pagina 148
Het product smeren
- Smeer de scharnierpunten (A) met olie.
- Smeer de motor (B) met olie.
Breng aan het begin van elk seizoen of na elke 25 bedrijfsuren eenkleine hoeveelheid lithiumvet aan op de vergrendelingsgaten (C).

Geluidemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag möglich te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product Niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe.
Inspecteer de uitlaat demper regelmatig om te verifiere n of die goed vastzit en nicht beschadigd is.

OPGELET: De uitlaatdempoert erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Bougie controlleren

OPGELET: Gebruik.altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controller de bougie als de motor weinig vermogen heeft, nicht gemakkelijk te starten is of stationair nicht goed draait.
- Volg deutsche instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken:
a) Zorg ervoor dat het stationair toerental algijd juist is afgesteld.
b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is.
c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
Maak de bougie schoon als deze vuil is en controllerer of de afstand:tussen de elektroden correct is,zie Technische gegevens op pagina 162.

- Vervang de bougie indien nodig.
De vijzels en de schraapbalk controlleren
- Controller voor elk gebruik de vijzels en deschraapbalk op slijtage.
- Als de rand van de schraapbalk versleten is, draait u de schraapbalk om. Als de schraapbalk aan beiden kanten is beschadigd of versleten, verrangt u deze.
- Als de randen van de vijzels versleten zijn, neemt u contact op met een erkend servicepunt om ze te verrangen.
Breekpennen van de vijzel verrangen
De breekpennen van de vijzel beschermen het product gegen schade. De breekpennen van de vijzel breken als een object in de bewegende delen kommt.

OPGELET: Gebruik alleen de originele breekpennen die met het product worden meegeleverd.
- Als een breekpen van de vijzel breekt, stop dan de motor en wacht tot de bewegende delen tot stilstand zichen gekomen.
- Verwijder de AAN/UIT-sleutel en kaak de bougiekabel los.
-
Breng het gat in de naaf van de vijzel (B) in lijn met het gat in de vijzelas (C) en monteer een neue 1/4 - 20 × 2 breekpen (A)
-
Monteer een 1/4 - 20 borgmoer (D) en draai deze vast.

- Steek de AAN/UIT-sleutel in het contact en sluit de bougiekabel aan op de bougie.
Breekpennen van de rotor verrangen
De breekpennen van de rotor beschermen het product gegen schade. De breekpennen van de rotor breken als een object in de bewegende delen kommt.

OPGELET: Gebruik alleen de originele breekpennen die met het product worden meegeleverd.
- Als een breekpen van de rotor breekt, stop dan de motor en wacht tot de bewegende delen tot stilstand zichn gekomen.
- Verwijder de AAN/UIT-sleutel en maak de bougiekabel los.
-
Breng het gat in de naaf van de rotor (A) in lijn met het gat in de vijzelas (B) en monteer een neue 1/4 -20 breekpen (C).
-
Monteer een 1/4 - 20 borgmoer (D) op de breekpen en draai deze vast.

- Steek de AAN/UIT-sleutel in het contact en sluit de bougiekabel aan op de bougie.
De banden inspecteren
- Houd de banden vrij van brandstof, olie en chemicaliën om schade aan het rubber te voorkomen.
- Houd de banden uit de buurt van boomstronken, stenen, geulen, scherpe voorwerpen en andere voorwerpen die schade aan de banden können veroorzaken.
Houd de banden correct op spanning, zie Technische gegevens op pagina 162.
Een verstopteuitworptrechterleegmaken
Maak de uitworptrechter pas leeg als u de volgende handelingen hebt verricht.
- Laat de inschakeling van de vijzel en van de aanrijving gegliktijdig los.
- Wacht 10 seconden om er zeker van teল dat de vijzels gestoptল.
- Stop het apparaat.
- Gebruik de reinigingstool (ten minste 38 cm lang, bijgeleverd bij sommige modellen) om de verstopping te verwijderen.

WAARSCHUWING: Steek uw handen Niet in de uitworptrechter of in de vrijzelbehuizing.
De schraapbalk verrangen
- Draai de schraapbalk (A) om wonneer deze aan de rand van de behuizing versleten raakt.

- Vervang de schraapbalk als deze aan beiden zijden versleten is of als deze beschadigd is.
Aandrijfriemen

WAARSCHUWING: De V-riemen op uw product hebben een speciale constructie en moeten worden verrangen door riemen van de oorspronkelijke fabrikant, verkrijgbaar bij het dichtstbijzijnde servicepunt. Het gebruik van andere riemen dan van de oorspronkelijke fabrikant kan tot persoonlijk letsel of schade aan het product leiden.

WAARSCHUWING: Voor de verranging van de riem要去 het product worden gedemonteerd. Wanner u de vrijbelbehuizing losmaakt van het frame is het belangrijk dat een assistant in de bedieningsstand staat en de producthandgrepen vasthoudt. Ernstig lichamelijk letsel en/of schade aan het product kan optreden als het productijdens het verrangen van de riem valt.
Let op: De vijzel- en tractieaandrijfriemen zich nicht verstelhaar. Vervang de riemen als ze beschadigd zich of door slijtage gaan slippen. Het is raadzaam de riemen te latent verrangen door een erkent servicepunt.
Let op: Het is raadzaam de aandrijfriem en de vijzelriem tegelijkertijd te verrangen.
Voorbereiding voor het verwangen van de riemen
-
Tap de brandstof af uit de brandstoftank.
-
Draai de borgmoer (A) los waarmee de uitworprotorkop (B) aan de bevestigingsbeugel (C) vastzit om de uitworptrechter te verwijderen.

- Draai de twee schroeven (A) los waarmee de riemkap (B) aan het frame (C) is bevestigd en verwijder de riemkap.

De aandrijfrem verwijderen
-
Verwijder de vijzelriem. Zie De vijzelriem verwijdenen op pagina 157.
-
Verwijder de spanveer (A) die is bevestigd aan de spanarm van de aandrijfrem (B).

- Verwijder de terugtrekveer (C) waarmee de zwenkplaat (D) op zijnplaats worden gezchoolen.
- Verwijder de armbout (E) en de spanarm van de aandrijfrem.
- Verwijder de poeliebout (F), de motorpoelie (G) en de aandrijfriem (H) van de motor.
- Verwijder de bovenste bout (l) waarmee de zwenkplaat aan het frame vastzit
- Scharnier en houd de zwenkplaat uit de buurt van het product en haal de aandrijfrem van de aandrijfpoelie (J).
De aandrijfrem aanbrengen
- Scharnier en houd de zwenkplaat (D)uit de buurt van het product.

- Plaats de aandrijfrem (H) op de aandrijfpoelie (J).
Let op: Zorg ervoor dat de aandrijfrem correct in de groef van de aandrijfpoelie worden geleid voordat u de zwenkplaat LASTZAKKEN.
-
Breng de bovenste bout (I) aan en draai deze vast.
-
Plaats de aandrijfrem in de groef van de motorpoelie (G) voordat u deleze op de motoras aanbrengt.
- Monteer de poeliebout (F) en bevestig de motorpoelie op de motor. Zet de poeliebout vast (30-35 ft. lbs. / 41-47 Nm).
- Breng de spanarm (B) van de aandrijfriem aan en draai de armbout (E) vast op de motor.
- Breng de terugtrekveer (C) aan op de zwenkplaat.
- Breng de spanveer (A) aan op de spanarm.
- Bedien alle bedieningselementen om er zeker van te zichn dat de aandrijfrem correct is gemonteerd en dat alle onderdelen correct bewegen.
De riemkap installeren
- Breng de riemkap (B) aan op het frame (C) en draai de twee schroeven (A) vast.

- Installee de uitworptrechter.
De vijzelriem verwijderen
- Verwijder de 5/16" bouten (A) en de onderste 14 " bouten (B) van de 2 zijden van het frame. Gooi de bouten Niet weg.

- Draai de onderste 5/16" bouten (C) aan de 2 zijden van het frame los, maar verwijder ze Niet.
- Verwijder de vijzelriem van de motorpoelie.
- Kantel hetijkenste gedeelte omlaag. Tegelijkkortijd wordt het voorste gedeelteaar voren gekanteld.De onderste bout (C) is een scharnier tussen het voorste enijkenste deel.
- Plaat een houten blok onder het scharnierpunt om het product in de gekantelde stand te zetten.
- Beweeg de vijzelriemspannerarm en verwijder de vijzelriem van de arm.
De vijzelriem aanbrengen
- Beweeg de riemspannerarm en plaats de riem om en in de groef van de vijzelpoelie.

OPGELET: Zorg ervoor dat de riem nicht:tussen het frame en het vijzelhuis komt als u de eenheid in elkaar zet.
- Verwijder het houten bloc van onder het product.
- Til de hendel omhoog om het achechterste gedeelte omhoog te kantelen. Het voorste gedeelte Kantelt waar achteren en draait om gegen het achechterste gedeelte te vallen.
-
Zorg ervoor dat de riem correct in de groef van de vijzelpoelie valt.
-
Monteer de 5/16" boute (A), (C) draai ze vast (8-12 Ft.Lbs / 11-16 Nm).

- Monteer de 14 boute (B) en draai ze vast (4-6 Ft.Lbs / 5-8 Nm).
- Plaats de vijzelriem op de motorpoelie. Zorg ervoor dat de riem correct om de geleideppoelie en in de groef van de motorpoelie valt.
- Bedien alle bedieningselementen om er zeker van te zichn dat de vijzelriem correct is gemonteerd en dat alle onderdelen correct bewegen.
De spanning van de kabel voor de uitworptrechter van de uitworptrechter afstellen
- Draai de contramoeren (B) los om de spanning van de kabel te halen voor de uitworptrechter naast deschroefspanner van de afstelkabel (A).

- Houd het korte gedeelte vast en draai het lange gedeelte om de afstelkabel te verlengen.
- Pas aan tot de kabel voor de uitworptrechter (C) strak vastzit. Draai de contramoeren vast.
De bedieningskabel van de vijzel afstellen
Let op: Als u deze afstelling liever nicht zich aftvoert, dan kurz u contact opnemen met een geauthoriseerd servicecentrum. Afstelling kan nodig+zijn als de rotatie van de rotor en de vijzel traag is wonneer de besturingshendel van de vijzel worden ingeschakeld, of als de riem van de vijzel is verrangen.
- Draai de contramoeren (B) naast de schroefspanner (A) los om de spanning in de bedieningskabel van de vijzel (D) af te stellen.

-
Houd het korte gedeelte gegen en draai het lange gedeelte. Draai het 360 graden.
-
Test de inschakeling van de vijzel. Herhaal de afstelling tot er nog maar weinig spanning op de kabel staat wanner de hendel wordenuitgeschakeld.
-
Draai de onderste borgmoer vast om de spanning vast te honden.
-
Vraag een assistant om 3 meter voor het product te gaan staan, aan de andere kant van de goot. De assistant houdt de rotatie van de vijzel in de gaten en meet hoe lang het duurt voordat de rotatie stopt nadat u de hendel hebts losgelaten. Als de vijzel pas na 5 seconden stopt met draaien, stel dan de kabel af door het middelste gedeelte 360 grades te draaien, zodate afsteller korter worden. Test de inschakeling van de vijzel opnieuw en kijk weer hoe lang het duurt voordat de vijzel tot stilstand komt. Als de vijzel binnen 5 seconden stopt met draaien, ga dan door met de volgende stap.
-
Draai de tegenmoer op de kabel vast.
Let op: Als de afstelling het probleem Niet verhelpt, verrang dan de riem van de grondboor. Zie De vijzelriem verwijderen op pagina 157.
DeWIelen verwijderen
- Verwijder de wielpen (A) en de borgpen (B).
- Verwijder het wieel van de as (C).

Product reinigen
- Reinig de kunststof onderdelen met een schone en droge doeK.
- Reinig het product Niet met een hagedruksput.
- Laat nooit water rechtsstreeks op de motor stromen.
- Gebruik een borstel om bladeren, gras en vuil te verwijdersen.
Probleemoplossing
Probleemoplossing
| Probleem Mogelijk | oorzaak Oplossing | |
| Het product start nicht De veiligheidscontactseleutel is nicht ingestoken. Plaats deveiligheidscontactseutel. | ||
| Het product bevat geen brandstof meer. Vul debrandstoffank met{nieuwe, schone benzine. | ||
| De AAN/UIT-sleutel is UIT. Zet de AAN/UIT-sleutel in de standAAN. | ||
| De choke is staat in de stand UIT (DICT). Zet dechoke in de stand AAN (FULL, OPEN). | ||
| Het balgje is Niet ingedrukt. Druk op het balgje. | ||
| De motor is 'verzopen'. Wacht enkele minutes alvorens op-nieuw te starten, injecteer NIET.Start de motor opnieuw terwijl het gaspedaal volledig is ingetrapt en de choke UIT (DICT) is. | ||
| De bougiekabel is Niet aangesloten. Sluit de kabel aan op de bougie. | ||
| De bougie is defect. Vervang de bougie. | ||
| Er zit water in de brandstof of de brandstof is teoud. | Leeg de brandstoffank en de carbur-ateur. Vul de brandstoffank metnieuwe, schone benzine. | |
| Er zit damp in de brandstoffleiding. Zorg dat de helebrandstoffleiding onder de uitgang van de brandstoffankloopt. De brandstoffleiding moet ononderbroken omlaag lopen van de brandstoffank maar de carburateur. | ||
| Andere orzaken. Inspecteer de startprocedures indeze handleiding zorgvuldig. | ||
| De brandstoffschakelaar (indien aanwezig) staat in de stand DICT (UIT). | Zet de motorschakelaar in de standOPEN (AAN). | |
| De gashendel staat in de stand STOP. Zet de gashendel in de snelle stand. | ||
| Verminderb. vermogen De b. | bougiekabel is Niet aangesloten. Sluit de kabel aan | op de bougie. |
| Het product ruimt te veel sneeuw. Verlaag de snel | heid en de breedte van het zwad. | |
| De dop van de brandstoftank is bedekt met ijs of sneeuw. | Verwijder ijs en sneeuw op en rond de brandstoftankdop. | |
| De demper is vuil of verstoct. Reinig of verrang de | demper. | |
| Incorrecte kabellengte. Pas de kabellengte aan. | ||
| De demper is geblokkeerd. Zorg ervoor dat de motor afkoelt. | Verwijder de blokkade. | |
| De luchtinlaat van de carburateur is geblok-keerd. | Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. | |
| De motor stopt of loopt stroef | De choke is staat op AAN (FULL, OPEN). Zet de | choke op UIT (DICT). |
| De brandstoffleiding is verstoct. Maak de brandstoffank schoon. | ||
| Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. | Leeg de brandstoffank en de carbur-ateur. Vul de brandstoffank met{nieuwe, schone benzine. | |
| De carburateur要去 worden verrangen. Neem contact op met een erkend servicepunt. | ||
| De riem is uitgerekt. Vervang de V-riem van de vijzel. | ||
| Overmatige trilling / be-weging van de handgreep | Sommige onderdelen zitten los. De vijzels+zijn beschadigd. | Zet alle afsluitingen vast. Vervang de beschadigde onderdelen. Neem contact op met een erkend servicepunt. als de trillingen Niet verdwijnen. |
| De handgrepen zich net goed geplaatst. Zorg ervoor dat de handgrepen in dejuiste stand zich vergrendeld. | ||
| De moeren van de afstelhendels zitten los. Haal de moeren aan tot de hendelveilig aanvoelt. | ||
| De starthendel van het startkoord is moeilijk aan te trekken | De starthendel van het startkoord is vastgelopen. | Trek langzaam zoveel mogelijk koorduit de starter en LAST de startkoord-hendel cervolgens los. Indien de mo-tor Niet start, herhaalt u de procedure of gezruikt u de elektrische startmo-tor. |
| Het startkoord komt:tussen andere onderdelen. Het startkoord mag geen kabels of slangen raken. | ||
| Verlies van tractieaandrijv-ing/afname van de rijnsel-heid | De riem slipt. Pas de kabellenge aan. Pas de riem aan. | |
| De riem is versleten. Controller/ervang de riem | Pas de poelie aan. | |
| Verlies van sneeuwlozing of langzaam wordenene sneeuwlozing | De riem is van de poelie gelopen. Controller/installeer de riem. Pas de poelie aan. | |
| De uitworptrechtzer zit verstopt. Reinig de uitworptrechtser. | ||
| Vreemde voorwerpen verstoppen de vijzels. Vewijder het vuil of het vremeinde voorwerp uit de vijzels. | ||
| De breekpen is defect. Vervang de defecete breekenpen. | ||
| Overmatige sneeuw- en ijsafzettingussen de bandonderdelen. | Verwijder sneeuw- en ijsafzettingussen de bandonderdelen. | |
| Het frictieaandrijfwiel is versleten. Neem contact op met een erkend servicepunt. | ||
| De frictionschijf is nat Laat de frictionschijf drogen | ||
| Geen vrijzelrotatie nadat de greep is losgelaten | De aandrijfrem is Niet uitgelijnd. Stel de aandrijfrem af. | |
| De deflector van de uitworptrechtser is Niet uitgelijnd. | Stel de deflector van de uitworptrechtser af. | |
| De lichtenলeniet aan (in-dien aanwezig) | De motor draait Niet. Start de motor. | |
| De kabelverbinding is los. Controller de kabelverbindingen bij de motor en de lampen. | ||
| De ledlamp is doergebrand. Vervang de ledlamp module. Individu-ele led's kunnen nicht worden verran-gen. | ||
| De uitworprotor beweegt stroef | Er zit vuil in het mechanisme van de uitworpro-tor. | Reinig de interne onderdelen van het uitworprotormechanisme. |
| De kabelsijken geknikt of beschadigd. Controller of de kabels Niet gekniktijken. Vervang de kabels die beschadigdijken. | ||
| Het product draaiit maar eén Kant | De bandenspanning is Niet gelijk. Pas de bander spanning aan en vul de band. | |
| Het product rijdt met slechts eén wie1. Controller de borgpen van de band. | ||
| Ongeelkmatige sleedeafstelling. | Stel de glijplaten en de slede af. | |
| Ongeelkmatige glijplaatafstelling. | Stel de glijplaten en de slede af. | |
Vervoer, opslag en verwerking
Transport en opslag
-
Controller voor opslag en vervoer van het product en de brandstof of er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of ketels, können tot brand leiden.
-
Gebruik alg'tijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
-
Leeg de brandstoftank voordat u het product voor langereijd opslaat. De brandstof via een geschikte verwijderinglocatie afvoeren
-
Zet het product tijdens het vervoer veilig vast om schade en ongevallen te voorkomen.
- Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde Personen te verhinderen.
-
Bewaar het product in een droge en vorstvrijne ruimte.
-
Voer alle chemicalien, zoals olie of brandstof, af via een servicecentrum of een geschikte verwijderingslocatie.
- Wonneer het product Niet langer in gebruik is, stuur het dan maar een Husqvarna dealer of voer het af via een recyclingslocatie.
Afvoeren
- Neem deplaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
Technische gegevens
| Technische gevevens | voorafgaande kennisgeving vanwege productverbetering worden gewijzigd. | ||
| Let op: Alle gevevens, afbeeldingen en specificaties+zijn typisch en alleen ter referentie en können zonder | |||
| ST 224 ST 227P ST 230P | |||
| Afmetingen | |||
| Gewicht, lb/kg 198,6/90 212/96 237,8 / 108 | |||
| Max bandenspanning in bedrijf, PSI 18 18 20 | |||
| Motor | |||
| Merk/Model LCT LCT LCT | |||
| Cylinderinhoud, cc 208 254 291 | |||
| Brandstoftype Normaal loodvrij (maximaal 10% ethanol) | |||
| Inhoud brandstoftank gallon/liter 0,31/1,17 0,35/1,33 0,62/2,35 | |||
| Olie SAE 5W30 (onder 0 °C (32 °F)) | |||
| Inhoud olietank ounce/liter 16/0,47 | 20/0,59 | 32/0,95 | |
| Elektrisch system | |||
| Bougie | F6RTC of F7RTC, afstand: 0,030" (0,762 mm) | ||
| Geluidsemissies 29 | |||
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) | 105 105 105 | ||
| Geluidsvermogenniveau, gegardeerd LwA dB(A) | 105 105 105 | ||
| Geluidsniveau | |||
| Geluidsdrukniveau bij hetoor van de ge- bruiker, dB(A) | 88,4 | 88,4 | 88,4 |
| Trillingsniveau, ahveq 30 | |||
| Trillingsniveau op de hendel, m/s2 | 5,74 | 4,89 | 4,66 |
EG verklaring van overeenstemming
INHOUD VAN DE EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
Wij, Husqvarna, SE-561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder once alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product:
| Beschrijving Sneeuwblazer | |
| Merk Husqvarna | |
| Platform / Type / Model ST 224, ST 227P, ST 230P | |
| Partij Serienummer vanaf 2018 en verder |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlij/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "beteffende machines" | |
| 2014/30/EU "beteffende elektromagnetische compatibiliteit"it" | |
| 2000/14/EG; 2005/88/EG "beteffende geluid buitenschuis" |
Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zich als volgt:
In overeenstemming met richtlijn 200/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondterekende EG-verklaring van overeenstemming.
De geleverde sneeuuwblazer is conform het geteste exemplaar.
Husqvarna
www.husqvarna.com
Originele instructies
1159957-20
SimpelGids