HRX476C - Grasmaaier Honda - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HRX476C Honda in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - HRX476C Honda
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HRX476C - Honda en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HRX476C van het merk Honda.
GEBRUIKSAANWIJZING HRX476C Honda
+ 0- 1001 NL 2018 - Honda France Manufacturing S.A.S. - Pôle 45 - Rue des Châtaigniers45140 ORMES - FRANCE - Alle rechten voorbehouden3RVK8730 HRX476C200X3R-VK8-7300 Gedrukt in Frankrijk GEBRUIKERSHANDLEIDING Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing HRX476C Gazonmaaier met wielaandrijving VOORWOORD Bedankt voor de aanschaf van deze Honda-gazonmaaier metwielaandrijving en voor het vertrouwen dat u in Honda stelt.Deze handleiding beschrijft het gebruik en het onderhoud van uwnieuwe maaier, zodat u deze optimaal kunt gebruiken enonderhouden.Wij streven ernaar u zoveel mogelijk te laten profiteren vantechnologische innovatie, van nieuwe functies en materialen en vanonze ervaring. Daarom brengen wij voortdurend verbeteringen aanonze modellen aan. Om die reden behouden wij ons het recht voorom zonder voorafgaande kennisgeving aanpassingen aan despecificaties en informatie in deze handleiding aan te brengenzonder enige verplichting tot actualisering van deze handleiding.In het geval van problemen met of vragen over uw gazonmaaier,kunt u contact opnemen met uw leverancier of een erkende Honda-dealer.Bewaar deze handleiding op een plaats waar u deze gemakkelijkterug kunt vinden om hem te raadplegen. Wanneer u degazonmaaier verkoopt, overhandig deze handleiding dan samenmet de machine aan de nieuwe eigenaar.Wij adviseren u de garantiebepalingen goed door te lezen, zodat uweet wat uw rechten en eigen verantwoordelijkheden zijn. Degarantiebepalingen worden als apart document door uw leverancierbij de machine meegeleverd.Niets uit deze handleiding mag zonder voorafgaande schriftelijketoestemming worden verveelvoudigd. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Voor uw eigen veiligheid en bedieningscomfort adviseren wij u deze handleiding volledig door te lezen.Let daarbij op de volgende symbolen:Waarschuwt voor een hoog risico op ernstig of dodelijk letselindien de aanwijzingen niet worden opgevolgd. VOORZICHTIG:
- Waarschuwt voor het risico op lichamelijk letsel of schade aan demachine indien de aanwijzingen niet worden opgevolgd. NB: Aanvullende nuttige informatie.
OVERZICHT VAN DE MODELCODES IN DEZE
Zelfrijdend, met hydrostatische aandrijving. . . . .Zelfrijdend, met variabele snelheid . . . . . . . . . . . . . . .Zelfrijdend, met versnellingen en achterwals . . .
Noteer hier het serienummer van de machineNoteer hier het model van de machine2 NL VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Voor uw eigen veiligheid en bedieningscomfort adviseren wij u deze handleiding volledig door te lezen. Let daarbij op de volgende symbolen: Waarschuwt voor een hoog risico op ernstig of dodelijk letsel indien de aanwijzingen niet worden opgevolgd. VOORZICHTIG:
- Waarschuwt voor het risico op lichamelijk letsel of schade aan de machine indien de aanwijzingen niet worden opgevolgd. NB: Aanvullende nuttige informatie. Dit symbool maant tot voorzichtigheid bij sommige handelingen. Raadpleeg de veiligheidsvoorschriften op deze en de volgende bladzijden, en in het bijzonder de punt(en) die in het vakje vermeld staan. TRAINING A1. Lees deze instructies zorgvuldig. Zorg ervoor dat u weet hoe u de verschillende bedieningselementen moet gebruiken voordat u de machine in gebruik neemt. Zorg dat u weet hoe u de motor snel kunt afzetten. A2. Gebruik de gazonmaaier alleen voor het doel waarvoor hij is bedoeld: het maaien en opvangen van gras. Elk ander gebruik kan gevaarlijk zijn of schade aan de machine veroorzaken. A3. Laat de gazonmaaier nooit gebruiken door kinderen of mensen die niet bekend zijn met deze instructies voor gebruik. Volgens de plaatselijke wetgeving kan voor de gebruiker een minimumleeftijd gelden. A4. Maai nooit wanneer er andere mensen, vooral kinderen, of huisdieren in de nabijheid zijn. Gebruik de machine nooit wanneer u vermoeid of ziek bent of na het gebruik van medicijnen, verdovende middelen, alcohol of andere stoffen die de concentratie en reactiesnelheid kunnen beïnvloeden. Gebruik de machine nooit bij dreigend slecht weer, zoals onweer of storm. Stop in dat geval met maaien. A5. Wees u ervan bewust dat u als gebruiker verantwoordelijk bent voor ongevallen of gevaren voor andere mensen of hun eigendommen. A6. Probeer nooit wijzigingen aan de maaier aan te brengen. Dit kan een ongeval of schade aan de machine tot gevolg hebben. Aanpassingen aan de motor maken de EU-typegoedkeuring voor de motor ongeldig.
- Sluit geen verlengstuk op de uitlaat aan.
- Breng geen aanpassingen aan het inlaatsysteem aan.
- Breng geen wijzigingen in de afstelling van de toerentalregelaar aan. A7. De machine heeft veiligheidsvoorzieningen die niet mogen worden gewijzigd of verwijderd. Als u dit toch doet, wordt de garantie mogelijk ongeldig en vervalt elke aansprakelijkheid van de fabrikant. Controleer altijd of de veiligheidsvoorzieningen werken alvorens de machine te gebruiken. VOORBEREIDING B1. Draag tijdens het maaien stevige veiligheidsschoenen met antislipzool en een lange broek. Maai nooit blootsvoets en draag geen open schoeisel tijdens het maaien. Vermijd het dragen van kettingen en armbanden en van wijdvallende kleding met losse delen, veters, sjaals of stropdassen. Lang haar moet worden samengebonden. Draag altijd gehoorbescherming. B2. Controleer het te maaien gazon zorgvuldig vooraf en verwijder alle voorwerpen (stenen, takken, draden, botten enz.) die door de machine kunnen worden weggeslingerd. B3. WAARSCHUWING - Benzine is uiterst brandbaar! - Bewaar benzine alleen in daarvoor bedoelde jerrycans. - Vul benzine alleen in de buitenlucht bij en doe dit nooit met draaiende motor. Rook niet tijdens het bijvullen of het omgaan met benzine. - Draai nooit de tankdop van de tank met draaiende motor of zolang de motor nog heet is. - Probeer niet de motor te starten nadat u benzine hebt gemorst. Verplaats de machine eerst van de plek waar is gemorst. Voorkom vuur en vonkvorming tot alle benzinedampen zijn verdwenen. - Draai altijd een dop op de brandstoftank en jerrycans en draai deze goed vast. - Leeg de brandstoftank voor u de maaier kantelt voor onderhoud aan het mes of het aftappen van olie. B4. Vervang de uitlaatdemper wanneer deze defect is. B5. Controleer voor gebruik altijd visueel of het maaimes, de mesbevestigingsbouten en het maaidek onbeschadigd en niet overmatig gesleten zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en mesbevestigingsbouten altijd als set om een juiste balancering te waarborgen. VEILIGHEID3 NL GEBRUIK C1. Laat de motor niet draaien in een gesloten ruimte waar het levensgevaarlijke koolmonoxide zich kan ophopen. C2. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht. Houd u aan de wettelijke voorschriften, die per land kunnen verschillen. C3. Stop met maaien als er slecht weer dreigt, zoals onweer of storm. C4. Vermijd indien mogelijk het maaien van nat gras. C5. Blijf tijdens het maaien op veilige afstand van het maaimes, dat wil zeggen achter de duwbeugel. C6. Ga niet rennen met de machine. Laat uzelf niet door de maaier meetrekken. C7. Zoek op hellingen altijd voldoende steun voor uw voeten. Maai altijd dwars op een helling, nooit van boven naar beneden of omgekeerd. C8. Wees u ervan bewust dat u als gebruiker verantwoordelijk bent voor ongevallen of gevaren voor andere mensen of hun eigendommen. De gebruiker is verantwoordelijk voor het controleren van het te maaien gazon op eventuele risico's en voor het nemen van alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen om zijn eigen veiligheid en die van de anderen te waarborgen, in het bijzonder op hellingen, op ruw, glad of onstabiel terrein, of in de nabijheid van kuilen, sloten, greppels of oevers. C9. Maai niet op hellingen steiler dan 20° (36%). C10. Wees bijzonder voorzichtig wanneer u de maaier naar u toe trekt. C11. Zet het mes stil wanneer u de maaier moet kantelen of op moet tillen voor transport, wanneer u ermee over een andere ondergrond dan gras rijdt en wanneer u de maaier van of naar het te maaien terrein vervoert. C12. Gebruik de maaier nooit wanneer het maaidek of de afschermplaten beschadigd zijn of wanneer veiligheidsvoorzieningen zoals de grasvanger of het uitwerpscherm niet zijn aangebracht. C13. Breng geen wijzigingen in de afstelling van de toerentalregelaar aan en zorg dat de motor niet met een te hoog toerental draait. C14. Ontkoppel het mes (modellen uitgevoerd met Rotostop) en de aandrijfkoppeling (zelfrijdende modellen) voordat u de motor start. C15. Start de motor volgens de instructies en houd uw voeten uit de buurt van het mes. C16. Kantel de maaier niet tijdens het starten van de motor. Start de maaier op een vlakke ondergrond die vrij is van hoog gras of obstakels. C17. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende delen. Start de motor niet terwijl u voor de uitwerp-opening staat. C18. Til of draag de maaier nooit terwijl de motor draait. C19. Zet in de volgende gevallen de motor af en trek de bougiedop van de bougie: - Voordat u werkzaamheden verricht onder het maaidek of in het uitwerpkanaal. - Voordat u begint met controle-, schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden aan de maaier. - Nadat u met de maaier een vreemd voorwerp hebt geraakt. Controleer de maaier op schade en herstel deze voordat u de maaier herstart en weer gaat gebruiken. - Als de maaier abnormaal begint te trillen. Controleer onmiddellijk wat de oorzaak van deze trillingen is en neem deze weg door de noodzakelijke reparatie uit te (laten) voeren. C20. Zet de motor in de volgende gevallen altijd af: - Wanneer u de maaier onbeheerd achterlaat. - Voordat u de tank gaat bijvullen. C21. Stop in de volgende gevallen het mes (modellen uitgevoerd met Rotostop) of zet de motor af: - Bij het verwijderen of aanbrengen van de grasvanger. - Voordat u de maaihoogte gaat afstellen. C22. Draai het gas terug wanneer u de motor afzet. Sluit de brandstoftoevoer af door het dichtdraaien van de benzinekraan. C23. Het gebruik van andere dan de in deze handleiding aanbevolen toebehoren kan leiden tot schade aan de gazonmaaier die niet onder de garantie valt.
De niveaus voor geluid en trillingen die in deze handleiding staan vermeld, zijn de maximale waarden voor gebruik van de machine. Het gebruik van een niet-gebalanceerd mes, een te hoge loopsnelheid en gebrekkig onderhoud zijn van significante invloed op het geluid en de trillingen die de machine produceert. Het is daarom belangrijk voorzorgsmaatregelen te nemen om blootstelling aan te hoge geluids- of trillingsniveaus te voorkomen. Zorg dat de machine goed wordt onderhouden, draag gehoorbescherming en neem tijdig pauzes tijdens het werk.
D1. Houd alle moeren, bouten en schroeven stevig aangedraaid om een veilige werking van de machine te waarborgen. Regelmatig onderhoud is een belangrijke voorwaarde voor de veiligheid van de gebruiker en voor goede prestaties van de machine. D2. Bewaar de machine nooit met een gevulde brandstoftank in een ruimte waar benzinedampen in aanraking kunnen komen met een vonk, open vuur of een bron van hoge temperatuur. D3. Laat de motor altijd eerst afkoelen voordat u de machine opbergt in een gesloten ruimte. D4. Verklein het risico op brand en houd de maaier (met name de motor en uitlaat) en de plaats waar u de benzine bewaart vrij van gras, bladeren en overtollig vet. Plaats geen bakken met gemaaid gras (compostvaten) in of vlak bij een schuur, garage of ander bouwsel. D5. Wanneer u de benzinetank wilt legen, doe dit dan buiten terwijl de motor koud is. D6. Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage of beschadiging. D7. Gebruik de maaier niet met versleten of beschadigde onderdelen. Versleten of beschadigde onderdelen moeten worden vervangen, niet gerepareerd. Gebruik hiervoor uitsluitend originele Honda-onderdelen. Maaimessen moeten zijn voorzien van een Honda-merk en een artikelnummer. Onderdelen van inferieure kwaliteit kunnen de machine beschadigen en een gevaar vormen voor uw veiligheid. D8. Draag stevige (werk)handschoenen bij het verwijderen of plaatsen van het maaimes of bij het schoonmaken van het maaidek. Blokkeer het mes bij het los- of vastdraaien van de mesbevestigingsbouten met een houten blok. D9. Controleer na het slijpen van een mes altijd of het nog in balans is.4 NL WAARSCHUWINGSSTICKERS Bij het gebruik van uw gazonmaaier is voorzichtigheid altijd geboden. Daarom is de maaier voorzien van een aantal stickers met symbolen die wijzen op de belangrijkste risico’s waarop u moet letten. De betekenis ervan wordt hieronder uitgelegd.Deze stickers moeten worden beschouwd als onderdeel van de machine. Laat stickers die zijn losgeraakt of onleesbaar zijn geworden vervangen door uw Honda-dealer. Wij adviseren ook de veiligheidsvoorschriften (zie Blz 2) aandachtig door te lezen.
[1] WAARSCHUWING: Lees eerst deze gebruikershandleiding voordat u de maaier gaat gebruiken.[2] Gevaar voor wegschietende voorwerpen: zorg dat andere personen uit de buurt blijven tijdens het gebruik van de maaier.[3] Gevaar voor snijwonden. Sneldraaiend mes: Steek uw handen of voeten niet in het maaidek. Verwijder de bougiedop van de bougie voor u onderhoud of reparaties aan uw maaier uitvoert.[4] Gebruik de maaier niet zonder dat het uitwerpscherm of de grasvanger is geplaatst.[5] De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxide. Laat de motor daarom niet in een afgesloten ruimte draaien.[6] Benzine is uiterst brandbaar! Zet de motor af voordat u brandstof bijvult.[7] Geluidsniveau[8] CE-markering[9] Nominaal vermogen in kW[10] Aanbevolen motortoerental in min (tpm)[11] Gewicht in kg (zonder vloeistoffen)[12] Productiejaar[13] Serienummer[14] Model - Type[15] Naam en adres van de fabrikant [2] [1] [4] [3] [1] [5] [6] [A] [7] [8] [9] [11] [10] [13] [14] [15] Honda France Manufacturing S.A.S.Rue des Châtaigniers - Pôle 4545140 Ormes - France [12] ONDERDEEL FUNCTIE[16] Duwbeugel [17] Mesbedieningsbeugel (Rotostop) (*). . . Inschakelen en stopzetten van het maaimes[18] Maaihoogte-regelaar. . . . . . . . . . . Instellen van de gewenste maaihoogte[19] Knop voor inklappen/verstellen duwbeugel (*) . . . . . . . . . . . . . . . . Afstellen van de hoogte of inklappen van de duwbeugel[20] Ontgrendelingsknop mesbedieningsbeugel (*) . . . . . . . Ontgrendelen van de mesbedieningsbeugel[21] Versnellingshendel (*). . . . . . . . . . Instellen van de maximale rijsnelheid[22] Koppelingsbeugel (*). . . . . . . . . . . Koppelen en ontkoppelen van de aandrijving van de achterwielen of achterwals [23] Mesremkoppeling (*). . . . . . . . . . . Stopzetten mesrotatie en motor / Maakt het starten mogelijk [24] Gashendel (*) . . . . . . . . . . . . . . . . Regelen van het motortoerental [25] Brandstoftank[26] Luchtfilter[27] Bougie[28] Oliecarter[29] Ontgrendelingsknop maaihoogteregelaar (*) [30] Grasvanger . . . . . . . . . . . . . . . . . . Verzamelen van het gemaaide gras [31] Uitwerpscherm . . . . . . . . . . . . . . . Beschermen tegen wegschietende stenen e.d. [32] Startkoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Starten van de motor [33] Uitlaat[34] Benzinekraan . . . . . . . . . . . . . . . . Afsluiten en openen van de brandstoftoevoer[35] Mulching-regelaar (*). . . . . . . . . . . Regelen van de hoeveelheid uitgeworpen gras[36] Select Drive-regelaar (*) . . . . . . . . Regelen van de aandrijving van de achterwielen. Instellen van de maximale rijsnelheid[37] Hendel voor inklappen / verstellen duwbeugel (*) . . . . . . . . . . . . . . . . Afstellen van de hoogte of inklappen van de duwbeugel[38] Achterwals (*)(*) Voor modellen die ermee zijn uitgerust [24] [30] [31] [19] [18] VYE [34] [26] [29] [27] [33] [28] [25] [35] [16] [32] [A] [17] [36] [20] [36] [23] VKE STOP [17] [22] [21] [24] HYE [20] [38] [18] [37] [17] [22] QYEJ [24] [20]5 NL VOORBEREIDINGEN
GEBRUIK Kijk voor elk gebruik rond en onder de motor of u sporen ziet van olie- en benzinelekkage.Plaats de gazonmaaier voor het uitvoeren van deze controles op een stabiele, vlakke ondergrond terwijl de motor is uitgeschakeld en de bougiedop [1] is verwijderd.
VERSTELLEN VAN DE DUWBEUGEL
Typen HYE, VKE, VYE:1. Draai de knoppen voor het inklappen/verstellen van de duwbeugel [2] een kwartslag in de ontgrendelde stand [3].2. Klap de duwbeugel uit totdat de pennen van de inklapknoppen in lijn liggen met de bovenste, middelste of onderste gaten [4], afhankelijk van de gewenste hoogte van de duwbeugel.3. Draai de knoppen weer in vergrendelde stand [5].Controleer of de kabelklemmen op de duwbeugel zich in de juiste positie bevinden.Type QYEJ:Controleer alvorens de duwbeugel te monteren of de kabels [6] zich in de juiste positie aan de buitenzijde van de beugel bevinden. Monteer de componenten in de aangegeven volgorde. Zorg dat de kabels over de snelspanner [7] liggen. Let op dat de veerringen [8] met de bolle kant naar de moer gekeerd zijn [9].Houd de snelspanner [7] in de open stand en draai de moer [9] aan tot het schroefdraad 2 mm [10] uit de moer [9] steekt. Kies de juiste hoogte en zet de snelspanners vast om de duwbeugel te vergrendelen. Als het te veel kracht kost om de snelspanners [7] te sluiten, draai de moeren [9] dan iets losser. Als de snelspanners niet goed vastklemmen, draai de moeren [9] dan wat verder aan.Zorg dat de kabelklemmen [11] op de duwbeugel [12] zich in de juiste positie bevinden, zoals weergegeven in de afbeelding.Voor de montage van de grasvanger, zie Blz 16.
CONTROLEREN VAN DE GRASVANGER
Controleer voor gebruik of de afdekkap van de grasvanger (het uitwerpscherm) goed is aangebracht.Ook bij normaal gebruik kan de grasvanger slijten. Controleer daarom regelmatig of de zak niet is gerafeld of gescheurd. Een versleten grasvanger moet worden vervangen. Vervang een versleten of beschadigde grasvanger uitsluitend door een origineel exemplaar van Honda.Verwijderen van de grasvanger:1. Zet de motor af.2. Til het uitwerpscherm [13] op, pak de handgreep [14] vast en verwijder de grasvanger [15] terwijl u deze rechtop houdt.Aanbrengen van de grasvanger:1. Til het uitwerpscherm op en hang de voorzijde van de grasvanger aan de bevestigingshaken [16] op de maaier. NB:
- De gazonmaaier werkt als een stofzuiger: hij blaast lucht in de grasvanger waardoor het maaisel wordt aangezogen. Leeg de grasvanger voordat hij helemaal vol raakt. Dit vergemakkelijkt het legen en voorkomt verlies van het maaisel. Het aanzuigvermogen neemt af wanneer de zak voor ongeveer 90% vol is. Mulching (versnipperen) is een natuurlijke bemestingstechniek. Het gemaaide gras wordt daarbij niet in de grasvanger verzameld, maar fijn versnipperd en over het gazon verspreid. Het fijn versnipperde gras composteert in de zon en vormt een natuurlijke humus die kan voorzien in een kwart van de jaarlijkse bemestingsbehoefte van het gazon
- Naast zijn bemestingsfunctie heeft mulching een beschermende werking op de grond, gaat het verdamping tegen tijdens droge periodes en maakt het bijeenharken van het gemaaide gras overbodig. VEILIGHEID
CONTROLEREN VAN HET BRANDSTOFPEIL
Vul de benzinetank niet tot voorbij het maximale niveau. Draai na het vullen van de tank de dop stevig vast.Vermijd herhaaldelijk of langdurig huidcontact met benzine en voorkom inademen van benzinedampen. Houd benzine buiten het bereik van kinderen. VOORZICHTIG:
- Gebruik alleen vaten of jerrycans die specifiek zijn ontworpen voor koolwaterstoffen [1].• Gebruik nooit verouderde benzine, vervuilde benzine of benzine vermengd met olie (mengsmering).• Gebruik alleen loodvrije benzine 95 of 98.• Zorg dat er geen vuil of maaisel in de tank komt.• Gebruik geen benzine die is vervuild met water, stof, etc. of benzine die te oud is. De kwaliteit van loodvrije benzine vermindert na verloop van tijd. Bewaar brandstof niet langer dan één maand (zie Blz 18 Brandstofpeil controleren:1. Verwijder de tankdop [2] en controleer het brandstofpeil.2. Vul de tank als het niveau te laag is. Vul benzine bij tot het maximale niveau [3] aan de onderzijde van de vulhals [4].3. Breng de tankdop [2] aan en draai deze stevig vast. NB: Gebruik geen alternatieve brandstoffen. Deze kunnen de componenten van het brandstofsysteem aantasten.
Wanneer u een brandstof vermengd met alcohol wilt gebruiken, controleer dan of het octaangetal ten minste even hoog is als door Honda wordt voorgeschreven (95 of hoger). Er bestaan twee soorten benzine/alcoholmengsels: benzine waarin ethanol is bijgemengd en benzine waarin methanol is bijgemengd.Vereiste brandstofspecificatie(s) om een goede werking van het emissieregelsysteem te waarborgen: E10-brandstof zoals vastgelegd in de desbetreffende EU-richtlijnen.Gebruik geen brandstoffen die meer dan 10% ethanol bevatten.Gebruik geen benzine die meer dan 5% methanol (methylalcohol) bevat en die geen additieven en corrosievertragers voor methanol bevat.NB: • Schade aan het brandstofsysteem of vermogensverlies van de motor voortkomend uit het gebruik van benzine die meer alcohol bevat dan toegestaan, worden niet gedekt door de garantie.• Controleer alvorens benzine te kopen bij een onbekende leverancier of de benzine alcohol bevat. Is dit het geval, ga dan na welk type alcohol het betreft en wat het percentage is.Als u bij het gebruik van een specifieke benzine symptomen opmerkt die duiden op een verminderde motorwerking, schakel dan over op het gebruik van een benzine waarvan u zeker weet dat deze minder alcohol bevat dan maximaal is toegestaan.
CONTROLEREN VAN HET LUCHTFILTER
- Bij gebruik van de motor zonder luchtfilter, met een beschadigd luchtfilter of met een onjuist aangebracht luchtfilterdeksel kan er vuil in de motor binnendringen, wat tot versnelde slijtage van de motor leidt. Ga bij het controleren van het luchtfilter als volgt te werk:1. Druk de klemmen [5] aan de bovenzijde van het luchtfilterdeksel in en verwijder het deksel [6].2. Controleer of het filterelement [7] schoon is. Als het element vuil is, reinig het dan volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk "Onderhoud" (zie Blz 12).3. Plaats het filterelement [7] terug en breng het luchtfilterdeksel [6] weer aan.
MAAIMES VOORZICHTIG:
- Til de maaier nooit op met de carburateur naar beneden gericht. Er kan anders motorolie in het luchtfilter lopen, waardoor de motor later moeilijk start.Ga bij het controleren van het maaimes als volgt te werk:1. Zet de motor af.2. Verwijder de bougiedop.3. Kantel de maaier naar rechts, zodat de tankdop aan de bovenzijde komt [8].• Controleer het maaimes op tekenen van slijtage. Het mes moet worden vervangen wanneer de gaten in elkaar overgaan of wanneer er een barst of scheur zichtbaar is.• Controleer of de mesbevestigingsbouten goed vastzitten (zie het hoofdstuk "Onderhoud", Blz 12).
- Raadpleeg voor het vervangen of verwijderen van het maaimes de procedure die is beschreven op Blz 12 in het hoofdstuk "Onderhoud".Gebruik de maaier nooit met een versleten of beschadigd maaimes. Afgebroken stukjes mes kunnen met grote snelheid worden uitgeworpen en ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. NB: Maaimessen slijten sneller wanneer de maaier op zandige grond wordt gebruikt. Controleer in dat geval het mes vaker.VEILIGHEID
INSTELLEN VAN DE MAAIHOOGTE
Ga bij het aanpassen van de maaihoogte als volgt te werk:1. Zet de motor af.Typen HYE, VKE, VYE:2. Houd de ontgrendelingsknop [1] ingedrukt en zet de maaier hoger of lager met de verstelhandgreep [2]. Bij het linker voorwiel bevindt zich een hoogte-indicator [3].Type QYEJ:2. Trek de verstelhendel [4] uit de machine. Draai de verstelhendel [4] naar links of rechts om de maaihoogte hoger of lager te zetten.De instellingen voor de maaihoogte zijn geschatte waarden. De werkelijke hoogte waarop het gras wordt afgesneden, varieert al naar gelang de staat van het gazon en de ondergrond. Voor het nauwkeurig bepalen van de maaihoogte kunt u het best eerst een proefstukje maaien en vervolgens zo nodig de maaihoogte aanpassen. NB:
- Snij per maaibeurt niet meer dan 1/3 van de oorspronkelijke lengte van het gras af. Anders kunnen er bruine plekken ontstaan. Het zorgt voor een gelijkmatig gazon en vermindert de kans op verstopping van het maaidek of het uitwerpkanaal.• Als het gras erg lang is, maai het dan eerst op de maximaal toegestane maaihoogte en maai het 2 of 3 dagen later opnieuw.• Hoe langer de grassprieten, hoe dieper de wortels de grond in gaan. Wanneer u het gazon kort houdt, zullen de wortels dus ook korter blijven.• Houd bij het bepalen van de maaihoogte rekening met het gebruik van het gazon: voor een speel- of sportgazon verdient een graslengte van minimaal 5 cm aanbeveling, voor een siergazon volstaat 1 tot 3 cm.• Alleen enkele specifieke grassoorten zijn geschikt om zeer kort te worden gemaaid. Een te kort gemaaid gazon is kwetsbaar en gevoelig voor droogte. Vraag advies aan een specialist.
CONTROLEREN VAN HET OLIEPEIL
- Motorolie is een essentieel element voor de prestaties en levensduur van de motor.• Wanneer u de motor met te weinig olie laat draaien, kan dit ernstige motorschade tot gevolg hebben. Wij adviseren het gebruik van Honda-viertaktolie of motorolie van soortgelijke kwaliteit met goede reinigende eigenschappen. Kies een olietype met een viscositeit die geschikt is voor de gemiddelde buitentemperatuur in het gebied waar de gazonmaaier wordt gebruikt.Vereiste smeeroliespecificatie(s) om een goede werking van het emissieregelsysteem te waarborgen: Originele Honda-olie.Soorten olie [5] afgestemd op de omgevingstemperatuur [6].Ga bij het controleren van het oliepeil als volgt te werk:1. Plaats de maaier op een vlakke, horizontale ondergrond.2. Verwijder de olievuldop/peilstok [7] en veeg deze schoon.3. Plaats de olievuldop/peilstok terug in de vulhals maar schroef hem niet vast.4. Trek de peilstok weer uit de vulhals en controleer tot waar deze met olie is bedekt. Als dit nabij het onderste merkteken [8] is, vul dan olie van het aanbevolen type bij tot aan het bovenste merkteken [9].5. Plaats de olievuldop/peilstok terug en schroef hem vast.Stand Hoogte (mm)
Typen HYE, VYE:1. Laat de mesbedieningsbeugel los.Type VKE:1. Laat de mesremkoppeling los.2. Zet de knop van de mulching-regelaar in een van de vijf standen om het gewenste versnipperings- en uitwerpniveau te kiezen.- Stand "Opvangen" [1]: al het gemaaide gras wordt aan de achterkant van de maaimachine uitgeworpen of in de grasvanger verzameld. Het maaisel wordt niet versnipperd.- Stand "Versnipperen" [2]: het gemaaide gras wordt niet opgevangen in de grasvanger, maar fijn versnipperd en over het gazon verspreid. Het fijn versnipperde gras composteert in de zon en vormt een natuurlijke humus die kan voorzien in een kwart van de jaarlijkse bemestingsbehoefte van het gazon.3. Voor het bepalen van de stand die optimaal aan uw behoeften tegemoetkomt, kunt het best eerst een proefstukje maaien. Bevestig de grasvanger en maai een stuk gazon met de mulching-regelaar in de stand "Opvangen" [1]. Beoordeel het resultaat. Verplaats de knop [3] één stand naar rechts. Hoe verder u de knop naar rechts verplaatst (stand "Versnipperen" [2]), hoe meer gemaaid gras er wordt versnipperd en over het gazon wordt verspreid. Pas de stand van de knop [3] net zo vaak aan tot het resultaat naar uw wens is. NB:
- Mulching (versnipperen) is een natuurlijke bemestingstechniek. Het gemaaide gras wordt daarbij niet in de grasvanger verzameld, maar fijn versnipperd en over het gazon verspreid. • Naast zijn bemestingsfunctie heeft mulching een beschermende werking op de grond, gaat het verdamping tegen tijdens droge periodes en maakt het bijeenharken van het gemaaide gras overbodig. UITWORP Als u het gemaaide gras niet wilt verzamelen, kunt u de maaier ook zonder grasvanger gebruiken. In dat geval wordt het gemaaide gras via het uitwerpscherm op het gazon geworpen. De uitgeworpen hoeveelheid is daarbij afhankelijk van de stand van de mulching-regelaar:- maximaal in stand [1],- geen uitworp in stand [2]. [1] [2] [3] [2] [1]9 NL STARTEN EN
- Start de motor niet met de mesbedieningsbeugel of koppelingsbeugel ingedrukt. Alle modellen:
3. Druk tijdens het starten van
de motor de mesremkoppeling [3] stevig tegen de duwbeugel. Alle modellen:
4. Trek rustig aan het
startkoord [4] totdat u weerstand voelt en geef vervolgens een stevige ruk. NB:
- Laat het startkoord niet terugschieten door het plotseling los te laten, maar geleid het rustig terug.
- Het motortoerental kan tijdens het maaien worden aangepast door de gashendel in een stand naar keuze tussen "SNEL" [A] en "LANGZAAM" [B] te zetten. (typen HYE, VYE, QYEJ) De beste resultaten worden echter verkregen in de stand "SNEL" [A]. Typen HYE, VYE, QYEJ: Als de gashendel in de stand "LANGZAAM" [B] staat, kan de motor afslaan wanneer de mesbedieningsbeugel wordt ingedrukt. Plaats om het starten te vergemakkelijken de maaier op een vlak deel van het gazon waar het gras niet te lang is. NB: Begin met maaien zodra de motor aanslaat en laat de motor gedurende ten minste 3 minuten draaien alvorens hem af te zetten. Dit vergemakkelijkt later herstarten en waarborgt een goede werking van de automatische choke.
stand OFF (dicht). VERZOPEN MOTOR Als de motor na verscheidene startpogingen niet aanslaat, kan het zijn dat hij is verzopen. Ga in dat geval als volgt te werk:
1. Zet de gashendel in de stand "STOP" [C] (typen HYE, VYE, QYEJ).
2. Verwijder de bougie en maak deze droog. Raadpleeg voor het
terugplaatsen van de bougie "CONTROLEREN VAN DE BOUGIE" (zie Blz 13).
3. Zet de gashendel in de stand "SNEL" [A] en voer de procedure
die hierboven is beschreven onder "STARTEN VAN DE MOTOR" opnieuw uit.
GEBRUIK VAN DE GAZONMAAIER IN DE BERGEN Op grote hoogte levert de standaardafstelling van de carburateur een te rijk benzine/luchtmengsel op, waardoor het motorvermogen afneemt en het brandstofverbruik toeneemt. Dit kan worden verholpen door een sproeier met een kleinere diameter in de carburateur te monteren en het mengsel af te stellen met behulp van de stelschroef. Wanneer u de maaier wilt gebruiken op een hoogte van meer dan 1500 meter boven zeeniveau, kunt u deze aanpassingen het best door een erkende Honda-dealer laten uitvoeren. Zelfs na aanpassing van de carburateur neemt het motorvermogen af met ongeveer 3,5% per 300 meter stijging. De vermogensafname zal echter nog groter zijn wanneer deze aanpassingen niet worden uitgevoerd. VOORZICHTIG:
- Gebruik van de maaier op geringere hoogte dan waarvoor de carburateur is afgesteld, kan leiden tot oververhitting van de motor en ernstige motorschade als gevolg van een te arm benzine/luchtmengsel. Wees voorzichtig bij het maaien op een hellend of oneffen terrein. De maaier kan kantelen en het maaimes kan stenen of andere onder het maaivlak verborgen voorwerpen wegslingeren. Zorg dat alle 4 de wielen stevig op de grond blijven. Stuur de maaier met de duwbeugel en niet door met uw voet druk op het maaidek uit te oefenen. VOORZICHTIG:
- Let bij het maaien rond een obstakel op dat het maaimes het obstakel niet raakt. Duw de maaier nooit over een obstakel heen.
- Laat u op een aflopend hellend terrein nooit door de maaier meetrekken. Houd de duwbeugel stevig vast en stuur zorgvuldig. NB: Als de snelheid van de maaier bij het maaien tegen een helling op te langzaam wordt, verplaats de versnellingshendel (type HYE) dan iets verder naar de stand "SNEL" [A]. [A] [B] [C] SNEL Voor herstarten als de motor warm is en voor maaien. LANGZAAM Voor stationair laten lopen van de motor. STOP Voor afzetten van de motor (modellen met Rotostop). VEILIGHEID
MAAI-INSTRUCTIES Lees eerst de veiligheidsinstructies voordat u met maaien begint. Type HYE: Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de koppelingsbeugel ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wanneer het maaimes is ingeschakeld. Als de aandrijfkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat.
1. Kies een geschikte rijsnelheid
met de versnellingshendel [1].
2. Schakel het maaimes in:
- Druk op de gele knop [2] aan de bovenzijde van de mesbedieningsbeugel [3], druk tegelijkertijd deze beugel naar voren en houd hem tegen de duwbeugel gedrukt.
3. Duw de maaier naar voren
zodra de motor op toeren is: - De koppelingsbeugel [4] werkt als een snelheidsregelaar: door hem verder of minder ver in te drukken kunt u de snelheid variëren van nul tot de maximale snelheid die is ingesteld met de versnellingshendel. De maximale snelheid wordt bereikt door beide beugels [3] en [4] geheel naar voren te duwen. Naarmate het te maaien gras langer is, moet de rijsnelheid van de machine worden beperkt. Dit voorkomt overbelasting van de motor en zorgt voor een beter maairesultaat.
4. Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:
- Laat de koppelingsbeugel [4] los.
5. Om het maaimes te laten stoppen, doet u het volgende:
- Laat de mesbedieningsbeugel [3] los. NB: Het is mogelijk de wielaandrijving uit te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc.). De aandrijfkoppeling kan worden gebruikt om de maaier te verrijden zonder het maaimes in te schakelen. VOORZICHTIG:
- Beweeg de mesbedieningsbeugel altijd in één vloeiende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodat het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig is uitgeschakeld. Dit voorkomt afslaan van de motor en versnelde slijtage van het regelmechanisme van het maaimes. Type VKE:
1. Druk bij lopende motor en
draaiend maaimes rustig op de Select Drive-regelaar [5] om de maaier in beweging te brengen. - Laat bij normaal gebruik uw hand comfortabel op de duwbeugel en de Select Drive-regelaar rusten. Druk de Select Drive-regelaar met uw duim in de uitsparing voor boost-bediening (bijvoorbeeld om tegen een helling omhoog of door dik gras te rijden). - U kunt de rijsnelheid verlagen door de Select Drive-regelaar iets los te laten. - De rijsnelheid varieert afhankelijk van het terrein, de graslengte, de helling en het gewicht van de grasvanger. Door het verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [6] of door het variëren van de mate waarin u de Select Drive-regelaar indrukt, kunt u de gewenste rijsnelheid onder wisselende maai-omstandigheden constant houden.
2. Verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [6]:
- Met de draaiknop op de Select Drive-regelaar kunt u instellen met welke snelheid de maaier maximaal kan rijden wanneer de Select Drive-regelaar volledig wordt ingedrukt. Het verstelbereik loopt van MIN tot MAX. Bij volledig ingedrukte Select Drive-regelaar en de draaiknop in de stand: - MIN rijdt de maaier op de laagst mogelijke snelheid. - MAX rijdt de maaier op de hoogst mogelijke snelheid.
3. Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:
- Laat de Select Drive-regelaar [5] los.
4. Om het maaimes te laten stoppen, doet u het volgende:
- Laat de mesremkoppeling [7] los. NB: Door het loslaten van de mesremkoppeling stopt het maaimes met draaien en wordt de motor afgezet. VEILIGHEID C9C8
VEILIGHEID [1] [3] [4] [2] MIN MAX [7] [6] [5] MIN MAX11 NL Type VYE: Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de Select Drive-regelaar ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wanneer het maaimes is ingeschakeld. Als de aandrijfkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat.
1. Schakel het maaimes in:
- Druk de ontgrendelingsknop [1] in en houd deze ingedrukt. - Trek de mesbedieningsbeugel [2] naar u toe. - Laat de ontgrendelingsknop [1] los wanneer het maaimes is ingeschakeld.
2. Druk bij lopende motor en
draaiend maaimes rustig op de Select Drive-regelaar [3] om de maaier in beweging te brengen. - Laat bij normaal gebruik uw hand comfortabel op de duwbeugel en de Select Drive-regelaar rusten. Druk de Select Drive-regelaar met uw duim in de uitsparing voor boost-bediening (bijvoorbeeld om tegen een helling omhoog of door dik gras te rijden).
U kunt de rijsnelheid verlagen door de Select Drive-regelaar iets los te laten. - De rijsnelheid varieert afhankelijk van het terrein, de graslengte, de helling en het gewicht van de grasvanger. Door het verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [4] of door het variëren van de mate waarin u de Select Drive-regelaar indrukt, kunt u de gewenste rijsnelheid onder wisselende maai-omstandigheden constant houden.
3. Verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [4]:
- Met de draaiknop op de Select Drive-regelaar kunt u instellen met welke snelheid de maaier maximaal kan rijden wanneer de Select Drive-regelaar volledig wordt ingedrukt. Het verstelbereik loopt van MIN tot MAX. Bij volledig ingedrukte Select Drive-regelaar en de draaiknop in de stand: - MIN rijdt de maaier op de laagst mogelijke snelheid. - MAX rijdt de maaier op de hoogst mogelijke snelheid.
4. Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:
- Laat de Select Drive-regelaar [3] los.
5. Om het maaimes te laten stoppen, doet u het volgende:
- Laat de mesbedieningsbeugel [2] los. NB: Het is mogelijk de wielaandrijving uit te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc.). Op dezelfde manier kan de aandrijfkoppeling worden gebruikt om de maaier te verrijden zonder het maaimes in te schakelen. VOORZICHTIG:
- Beweeg de mesbedieningsbeugel altijd in één vloeiende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodat het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig is uitgeschakeld. Dit voorkomt afslaan van de motor en versnelde slijtage van het regelmechanisme van het maaimes. Type QYEJ: Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de koppelingsbeugel ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wanneer het maaimes is ingeschakeld. Als de aandrijfkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat.
1. Schakel het maaimes in:
- Druk op de gele knop [5] aan de bovenzijde van de mesbedieningsbeugel [6], druk tegelijkertijd deze beugel naar voren en houd hem tegen de duwbeugel gedrukt.
2. Duw de maaier naar voren
zodra de motor op toeren is: - De koppelingsbeugel [7] werkt als een snelheidsregelaar: door hem verder of minder ver in te drukken kunt u de snelheid variëren van nul tot de maximale snelheid die is ingesteld met de versnellingshendel. De maximale snelheid wordt bereikt door beide beugels [6] en [7] geheel naar voren te duwen. Naarmate het te maaien gras langer is, moet de rijsnelheid van de machine worden beperkt. Dit voorkomt overbelasting van de motor en zorgt voor een beter maairesultaat.
3. Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:
- Laat de koppelingsbeugel [7] los.
4. Om het maaimes te laten stoppen, doet u het volgende:
- Laat de mesbedieningsbeugel [6] los. NB: Het is mogelijk de wielaandrijving uit te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc.). De aandrijfkoppeling kan worden gebruikt om de maaier te verrijden zonder het maaimes in te schakelen. VOORZICHTIG:
- Beweeg de mesbedieningsbeugel altijd in één vloeiende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodat het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig is uitgeschakeld. Dit voorkomt afslaan van de motor en versnelde slijtage van het regelmechanisme van het maaimes. MIN MAX [1] [2] [3] [4] MIN MAX [6] [5] [7]12 NL NB:
- Maaifrequentie: één keer per week voor een speelgazon, twee keer voor een siergazon.
- Maai bij voorkeur in de middag of 's avonds voor het sproeien, want het gras moet droog zijn. In stoffige omstandigheden kunt u het best maaien wanneer het gras zelf droog is, maar de bodem nog vochtig is.
- Kies een maaihoogte die geschikt is voor het terrein (zie Blz 7).
- Voor het verkrijgen van een gelijkmatig gazon moeten de maaistroken elkaar enkele centimeters [1] overlappen. Wanneer het te maaien gras erg lang is, moet een wat grotere overlap worden aangehouden.
- Maai volgens het hieronder voorgestelde patroon om zo efficiënt mogelijk te werken.
- Als het te maaien terrein onregelmatig van vorm is of veel obstakels bevat, verdeel het dan in percelen waarbinnen u de aanbevolen richting kunt volgen. [2] Met grasopvang: draai rechtsom om zo efficiënt mogelijk te maaien. [3] Mulching (optioneel, Blz 19): draai linksom.
LEGEN VAN DE GRASVANGER
Wanneer de grasvanger vol raakt, is de grasopvang niet meer optimaal (het geluid van de maaier verandert en de grasvanger wordt niet meer opgeblazen door de luchtwerveling van het draaiende maaimes). Typen HYE, VYE, QYEJ:
2. Verwijder de grasvanger (zie Blz 5).
3. Leeg de grasvanger:
- Til de grasvanger op aan de metalen handgreep [4].
- Pak met uw andere hand de handgreep [5] vast en schud de grasvanger leeg om het gras te verwijderen. VOORZICHTIG:
- Laat het maaisel nooit langdurig in de grasvanger zitten en gooi het niet op een hoop in een afgesloten ruimte of tegen een schuur, garage of ander bouwsel. Composterend tuinafval ontwikkelt namelijk warmte, waardoor er brandgevaar kan ontstaan. Controleer voor gebruik of de afdekkap van de grasvanger (het uitwerpscherm) goed is aangebracht. ONDERHOUD Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van uw gazonmaaier. Verwijder voordat u met onderhoudswerkzaamh eden aan de maaier begint altijd eerst de bougiedop [6]: zo voorkomt u onbedoeld starten van de motor. VOORZICHTIG:
De motor en de uitlaat worden tijdens het maaien zeer heet. Voorkom brandwonden door aanraking en houd de maaier uit de buurt van brandbare stoffen en materialen om het risico op brand te beperken.
- Laat de motor ten minste 15 minuten afkoelen voordat u met onderhoudswerkzaamheden aan de maaier begint. NB: Om een langere levensduur en goede werking van de maaier te waarborgen, dient de onderkant van het maaidek schoon en vrij van maaisel te worden gehouden. Verwijder eventueel grasmaaisel met behulp van een schraper en borstel en reinig de maaier na gebruik grondig voordat u hem opbergt.
ONDERHOUD VAN HET LUCHTFILTER
Een vervuild luchtfilter beperkt de luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatig onderhoud aan het luchtfilter is daarom belangrijk om een efficiënte werking van de carburateur te waarborgen. Gebruik nooit benzine of ontvlambare oplosmiddelen om het filter te reinigen: dit kan brand of een explosie veroorzaken.
1. Druk de klemmen [7] aan
de bovenzijde van het luchtfilterdeksel in en verwijder het deksel [9].
luchtfilterelement [8] en vervang dit als het beschadigd is.
3. Klop het filterelement uit
op een hard oppervlak om het vuil eruit te verwijderen of blaas het filterelement vanaf de binnenzijde door met perslucht (met een maximale druk van 2,1 kgf/cm
of 30 psi). NB: Voor een goede filterwerking moet het filterelement [8] droog zijn. Doordrenk het niet met olie.
4. Veeg met een vochtige doek vuil weg van de binnenkant van het
luchtfilterdeksel [9] en het filterhuis [10]. NB: Let erop dat er geen vuil in het luchtinlaatkanaal [11] naar de carburateur binnendringt.
5. Plaats het filterelement [8] terug en breng het luchtfilterdeksel
[9] weer aan. [1] [3] [2] VEILIGHEID C12 [5] [4] VEILIGHEID D8D7C19 C1B3 [6] [9] [8] [8] [11] [10] [7]13 NL MOTOROLIE VERVERSEN Tap de olie af als de motor nog warm is, zodat de olie snel uitstroomt en er geen olie in de motor achterblijft. VOORZICHTIG:
- Langdurig contact met afgewerkte motorolie kan huidkanker veroorzaken. Hoewel dit risico uiterst klein is, tenzij u dagelijks met afgewerkte olie in aanraking komt, adviseren wij u na het verversen van de motorolie altijd uw handen grondig te wassen met water en zeep.
Zet de gashendel in de stand STOP en draai de benzinekraan dicht (OFF). Dit voorkomt mogelijke brandstoflekkage ( zie Blz 9
2. Veeg de omgeving rond de
olievulhals schoon en verwijder de olievuldop/peilstok [1].
3. Plaats een geschikte opvangbak
[2] naast de maaier om de gebruikte olie op te vangen en kantel de maaier vervolgens op zijn rechterkant. De gebruikte olie stroomt uit de vulhals. Laat de olie helemaal uitstromen.
4. Vul de motor bij met olie van het
aanbevolen type ( zie Blz 7
Vul niet te veel olie bij. Vulhoeveelheid motorolie: 0,40ℓ
5. Controleer na het verversen
van de motorolie eerst het oliepeil voordat u de motor start. Plaats de maaier hiervoor op een vlakke ondergrond. Als het oliepeil nabij het onderste merkteken [3] staat, vul dan olie bij tot aan het bovenste merkteken [4] op de peilstok.
6. Plaats de olievuldop/peilstok terug en draai deze stevig vast.
NB: Voer de afgewerkte motorolie af in overeenstemming met de geldende milieuvoorschriften. U kunt de olie het best inleveren bij een afvalscheidingsstation of bij uw onderhoudsdealer. Gooi een bus met afgewerkte motorolie nooit in de vuilnisbak en laat de olie niet weglopen in de grond, in de goot of in het riool.
- Gebruik alleen een bougie van het aanbevolen type. Gebruik van een bougie met een ongeschikte warmtegraad kan motorschade veroorzaken. Wacht met het verwijderen van de bougie tot de motor en de uitlaat zijn afgekoeld.
1. Trek de bougiedop [5] los en verwijder de bougie [6] met behulp
van een bougiesleutel [7].
2. Controleer de bougie. Vervang de bougie als de elektroden zijn
versleten of als de isolator is gebarsten of geschilferd. Reinig de bougie met een staalborstel als u hem opnieuw wilt gebruiken.
3. Meet de afstand tussen de elektroden met een voelermaat: deze
afstand moet 0,7 tot 0,8 mm bedragen. Als de afstand te groot is, kan die worden gecorrigeerd door de zij-elektrode voorzichtig te verbuigen.
4. Monteer de bougie zorgvuldig met de hand, om beschadiging
van het schroefdraad te voorkomen.
5. Trek de bougie nadat deze handvast is aangedraaid nog iets na met
een bougiesleutel om de afdichtring vast te zetten. Bij het terugplaatsen van een gebruikte bougie moet deze na het handvast aandraaien nog 1/8 tot 1/4 slag verder worden vastgedraaid. Bij het monteren van een nieuwe bougie moet deze na het handvast aandraaien nog 1/2 slag verder worden vastgedraaid om de ring [8] samen te drukken.
6. Plaats de bougiedop terug.
- Een loszittende bougie kan oververhitting en beschadiging van de motor veroorzaken. Het te vast aandraaien van de bougie kan tot beschadiging van het schroefdraad in de cilinderkop leiden.
VONKENVANGER (In Europa en in andere landen waar machinerichtlijn 2006/42/EG van kracht is, moet dit onderhoud worden uitgevoerd door uw onderhoudsdealer). Kort na gebruik van de maaier is de uitlaat nog erg heet. Wacht tot deze is afgekoeld voordat u met werkzaamheden aan de vonkenvanger begint. In sommige landen is het gebruik van een motor zonder vonkenvanger wettelijk niet toegestaan.
Verwijder de 3 flensbouten [9] van de uitlaatbeschermer [10] en verwijder de beschermer.
2. Verwijder de 2 parkerschroeven
[11] uit de vonkenvanger [12] en verwijder de vonkenvanger uit de uitlaatdemper.
3. Controleer de omgeving rond
de uitlaatpoort en de vonkenvanger op koolaanslag en maak deze zo nodig schoon.
- Aanbevolen wordt de afstelling van de carburateur door uw onderhoudsdealer te laten uitvoeren. Aanbevolen stationair toerental: 1 700 ± 150 min
(tpm) Bedrijfstoerental: 2 800 min
Typen HYE, QYEJ: Meet de vrije slag [1] aan de beugel [2] zoals in de afbeelding is weergegeven.
1. Plaats de versnellingshendel in de snelste stand en draai de
2. Trek de kabel zo nodig vaster of losser om een vrije slag van 1
tot 5 mm te verkrijgen.
Ga na of de koppeling goed aangrijpt en loskomt.
AFSTELLEN VAN DE SELECT DRIVE-KABEL
Typen VKE, VYE: Zorg bij het uitvoeren van deze procedure dat de wielen van de maaier op een vlakke ondergrond staan.
4. Draai, zonder de Select Drive-regelaar te bedienen, de
Alle modellen: NB: Als de koppeling niet goed functioneert terwijl de koppelingskabel goed is afgesteld, is er mogelijk sprake van een defect. Breng de maaier naar een erkende dealer voor controle.
Draai de benzinekraan in de stand OFF (dicht) en verwijder de bougiedop van de bougie.
Kantel de maaier op de rechterkant, met de carburateur naar boven gericht [8].
4. Draai de 2 mesbevestigingsbouten [9] los met een 14 mm
dopsleutel en verwijder ze samen met de speciale ringen [10] uit de meshouder [11]. Blokkeer het mes bij het losdraaien van de mesbevestigingsbouten met een houten blok. Typen HYE, VKE, VYE:
5. Verwijder het bovenste [12] en onderste mes [13].
5. Verwijder het mes [14] en de vulplaat [15].
1. Maak de omgeving rond de mesbevestiging vrij van vuil en gras.
Typen HYE, VKE, VYE: Als u bij deze maaiers slechts één maaimes monteert, kan dit mes losraken en uit de worden geworpen, wat tot ernstig of zelfs dodelijk maaierletsel kan leiden. Monteer daarom altijd beide messen als set.
2. Monteer beide messen [3] en [4] met behulp van de 2
mesbevestigingsbouten [1] en speciale ringen [2], zoals in de afbeelding is weergegeven. Aanhaalmoment mesbevestigingsbouten: 49 ~ 59 N·m Type QYEJ:
2. Plaats de vulplaat [7] en monteer vervolgens het maaimes [8]
met behulp van de 2 mesbevestigingsbouten [1] en speciale ringen [2] zoals in de afbeelding is weergegeven. Aanhaalmoment mesbevestigingsbouten: 54,0±4,9 N·m Let op dat de speciale ringen met de bolle kant, gemarkeerd met "OUT", naar de bout gekeerd zijn. De bouten zijn speciaal ontworpen voor deze toepassing. Gebruik onder geen beding andere bouten.
3. Draai de mesbevestigingsbouten vast met een momentsleutel [5].
Blokkeer de messen bij het vastdraaien van de mesbevestigingsbouten met een houten blok [6]. VOORZICHTIG:
- Als u niet over een momentsleutel beschikt, laat de mesbevestigingsbouten dan vastzetten door uw erkende Honda-dealer voordat u de maaier weer gaat gebruiken.
- Als de bouten te vast zijn aangedraaid, kunnen ze breken; als ze niet vast genoeg zijn aangedraaid, kunnen ze lostrillen. NB: Kantel de maaier nooit zodanig dat de carburateur naar beneden is gericht: dit zal het starten bemoeilijken.
- Voor een goed maairesultaat moet het maaimes in balans zijn. Messen die beschadigd zijn geraakt of niet meer in balans zijn, moeten daarom altijd worden vervangen.
- Vervang versleten messen uitsluitend door originele Honda-vervangingsmessen.
- Om verzwakking van het maaimes te voorkomen, waardoor het uit balans kan raken of het maairesultaat kan verslechteren, moet het maaimes vakkundig worden geslepen bij uw onderhoudsdealer.
1. Slijp de snijkanten van het mes met behulp van een vijl. Slijp
alleen het bovenste gedeelte. Zorg dat de oorspronkelijke hoek van het snijvlak behouden blijft, zodat een scherp snijvlak ontstaat. Vijl aan beide uiteinden evenveel materiaal af, zodat het mes in balans blijft.
2. Controleer na het slijpen met een schroevendraaier of het mes in
balans is, zoals in de afbeelding hierboven is weergegeven. Wanneer een van de uiteinden iets naar beneden draait, moet aan die kant nog wat materiaal worden afgevijld. Vervang het maaimes als een van de uiteinden naar beneden kantelt. [6] [5] [2] [1] [3] [4] "OUT""OUT" [3] [1] [2] [4] [7] [8] "OUT" "OUT" [3] [1] [2] [5] [1] [2] [6] 15 mm Max. 7 mm Max.16 NL
- Reinig de grasvanger niet met een hogedruk- of stoomreiniger: hierdoor kan de zak beschadigd raken.
- Wanneer de gaasstof verstopt is, kan er geen gras meer in de zak worden opgezogen.
- Reinig de grasvanger bij voorkeur door de zak van buiten naar binnen met een tuinslang uit te spoelen. De zak moet volledig droog zijn voordat u deze weer kunt gebruiken. Als de grasvangerzak vochtig is, zal deze zeer snel verstopt raken. Een gescheurde of beschadigde grasvangerzak biedt geen bescherming tegen voorwerpen die door het mes worden uitgeworpen. Deze kunnen ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. Vervang een versleten of gescheurde grasvangerzak daarom altijd door een nieuw exemplaar.
VERVANGEN VAN DE GRASVANGERZAK
Een grasvangerzak is ook onder normale gebruiksomstandigheden aan slijtage onderhevig. Controleer daarom regelmatig of de zak niet is gerafeld of gescheurd. Vervang een versleten of beschadigde grasvanger uitsluitend door een origineel exemplaar van Honda.
1. Maak de plastic randen [1] van de versleten grasvangerzak [3]
los en verwijder het frame [2].
2. Plaats het frame in de nieuwe grasvangerzak en bevestig de
plastic randen [1] op het frame. ONDERHOUDSSCHEMA (1) Reinig vaker wanneer de maaier in een stoffige omgeving wordt gebruikt. (2) Deze onderhoudswerkzaamheden moeten door uw onderhoudsdealer worden uitgevoerd. (3) Typen HYE, VYE, QYEJ (4) Type VKE (5) Typen HYE, VKE, VYE (6) In Europa en in andere landen waar machinerichtlijn 2006/42/EG van kracht is, moet dit onderhoud worden uitgevoerd door uw onderhoudsdealer. (7) Typen VKE, VYE (8) Typen HYE, QYEJ VEILIGHEID D6C12 [2] [1] [3] [1] Onderhoud uit te voeren op de vermelde intervallen in maanden of bedrijfsuren, al naar gelang wat zich het eerst voordoet.IntervalVoor elk gebruikNa 1ste maand of 5 uurElke 3 maanden of 25 uurElke 6 maanden of 50 uurElk jaar 100 uurElke 150 bedrijfsurenOnderdeel WerkzaamhedenMotorolieControleren oVervangen o o (1)LuchtfilterControleren oReinigen o (1)Vervangen o (1)Vliegwielrem- schoen (4)Controleren o (2)BougieControleren / Afstellen Vonkenvanger Reinigen o (6)Brandstoftank en -filterControleren / Reinigeno (2)Binnenzijde dekselReinigen o (2)KlepspelingControleren / Afstelleno (2)BrandstofleidingControleren (vervangen indien nodig)Om de twee jaar (2)Grasvanger Reinigen oVastzitten mesbevestigingsbouten en staat mesControleren oROTOSTOP-kabel (3) Controleren / Afstelleno (2) o (2)Mesremkabel (4) Controleren / Afstelleno (2) o (2)ROTOSTOP (3)Controleren o (2) o (2)Versnellingskabel (8) Controleren / Afstellen Select Drive-kabel (7)Controleren / Afstellen GaskabelControleren / Afstelleno (2) o (2)Aandrijfriem (5) Controleren o (2)Maaidek Reinigen o17 NL PROBLEMEN OPLOSSEN
Voer de onderstaande werkzaamheden uit wanneer de maaier voor een periode van 30 dagen of langer niet zal worden gebruikt. Wacht met het legen van de benzinetank tot de uitlaat is afgekoeld. Typen HYE, VYE, QYEJ: Zet de gashendel [3] in de stand "SNEL" [A] . Alle modellen:
1. Leeg de benzinetank en de carburateur in een geschikte
3. Trek rustig aan het startkoord totdat u weerstand voelt. Hiermee
worden de kleppen gesloten, waardoor ze beschermd zijn tegen stof en corrosie.
4. Voorzie alle oppervlakken die gevoelig zijn voor roestvorming
van een dunne laag olie. Dek de maaier af en plaats hem op een vlakke ondergrond in een droge, stofvrije ruimte. Gebruik geen plastic zeil voor het afdekken, aangezien dit condens vasthoudt. NB: Als de gazonmaaier langer dan 3 maanden niet wordt gebruikt, verwijder dan de bougie en giet 5 tot 10 cm
schone motorolie in de cilinder. Trek vervolgens 2 of 3 maal rustig aan het startkoord om de olie te verspreiden. Laat de maaier niet gedurende langere tijd op de zijkant rusten. Dit kan startproblemen en olielekkage veroorzaken. Mogelijke oorzaak Oplossing Benzinekraan dicht (OFF). Draai de benzinekraan open (ON) (Blz 9). Gashendel (indien op model aanwezig) staat in de verkeerde stand. Zet de gashendel in de stand "SNEL" (Blz 9). Geen brandstof. Vul brandstof bij (Blz 6). Slechte brandstof: maaier is opgeslagen zonder behandeling/aftappen van benzine of de tank is bijgevuld met slechte benzine. Vul de tank met nieuwe benzine (Blz 6). Bougie defect o vervuild, elektrodenafstand onjuist. Corrigeer de elektrodenafstand of vervang de bougie (Blz 13). Bougie nat van brandstof (verzopen motor). Droog de bougie en plaats deze terug. Start de motor met de gashendel in de stand "SNEL" (Blz 9). Tankontluchting geblokkeerd, carburateur verstopt of ontsteking defect. Laat deze werkzaamheden uitvoeren door uw onderhoudsdealer. Mesremkoppeling (indien op model aanwezig) wordt niet stevig genoeg tegen de duwbeugel gedrukt. Houd tijdens het starten van de motor de mesremkoppeling stevig tegen de duwbeugel gedrukt (Blz 9). Mogelijke oorzaak Oplossing Gashendel (indien op model aanwezig) staat niet op "SNEL". Zet de gashendel op "SNEL" (Blz 9). Gras is te lang om te maaien. Stel grotere maaihoogte in (Blz 7), maai een smallere strook, maai met lagere snelheid (Blz 10) of maai het gazon vaker. Maaidek is verstopt. Maak het maaidek schoon (Blz 14). Luchtfilter is verstopt. Reinig of vervang het luchtfilterelement (Blz 12). Slechte brandstof: maaier is opgeslagen zonder behandeling/aftappen van de benzine of de tank is bijgevuld met slechte benzine. Vul de tank met nieuwe benzine (Blz 6). Tankontluchting geblokkeerd, carburateur verstopt of ontsteking defect. Laat deze werkzaamheden uitvoeren door uw onderhoudsdealer. Mogelijke oorzaak Oplossing Motortoerental is te laag voor goed maairesultaat. Zet de gashendel (indien op model aanwezig) in de stand "SNEL" (Blz 9). Maaier rijdt te snel voor de conditie van het gazon. Selecteer een lagere versnelling (voor modellen uitgerust met versnellingshendel) of loop langzamer. Grasvanger te vol of verstopt. Leeg de grasvanger. Reinig de grasvanger als deze is verstopt met vuil (Blz 12 en 16). Maaidek is verstopt. Maak het maaidek schoon ( Blz 14). Maaimes(sen) bot, versleten of beschadigd. Slijp of vervang maaimes(sen) indien nodig (Blz 15). Verkeerd maaimes gemonteerd. Monteer maaimes(sen) van het juiste type (Blz 15). Mogelijke oorzaak Oplossing Maaimes(sen) los, verbogen, beschadigd of uit balans na onjuist slijpen. Draai loszittende mesbevestigingsbouten vast. Laat in het geval van verbogen of beschadigd(e) maaimes(sen) de maaier controleren door een erkende Honda-onderhoudsdealer (Blz 15). Mechanische schade, bijvoorbeeld verbogen krukas. Laat deze werkzaamheden uitvoeren door uw onderhoudsdealer. VEILIGHEID D4D3 D2B3
- Benzine is tijdens opslag onderhevig aan oxidatie en veroudering. Verouderde benzine veroorzaakt moeilijk starten en zorgt voor een gomafzetting in het brandstofsysteem die tot verstopping kan leiden. Als de benzine in uw motor tijdens opslag veroudert, moeten de carburateur en andere onderdelen van het brandstofsysteem mogelijk worden gereinigd of worden vervangen.• Gebruik alleen vaten of jerrycans die specifiek zijn ontworpen voor koolwaterstoffen [1]. Het materiaal van niet-geschikte houders kan oplossen, waardoor de benzine vervuild raakt en de motor niet goed meer werkt.• Bewaar de brandstof op een donkere plaats in een ruimte zonder temperatuurschommelingen (bij voorkeur niet in een schuur of tuinhuisje).• Problemen met een verstopte carburateur of vastzittende kleppen door verouderde of verontreinigde benzine worden niet door de garantie gedekt.• De kwaliteit van loodvrije benzine neemt snel af (soms al binnen 2 tot 3 weken). Gebruik daarom geen benzine van meer dan 1 maand oud. Bewaar niet meer brandstof dan u maandelijks nodig hebt. IN GEBRUIK NEMEN VAN DE MAAIER NA OPSLAG 1. Verwijder de bougie [2], kijk of deze schoon is en controleer de elektrodenafstand. Trek een aantal keren aan het startkoord.2. Draai de bougie eerst zo ver mogelijk met de hand vast en haal hem vervolgens met een bougiesleutel nog 1/8 tot 1/4 slag verder aan.3. Controleer het peil en de conditie van de motorolie [3].4. Vul de brandstoftank en start de motor. NB: Als u ter voorbereiding op opslag olie in de cilinder hebt gegoten, zal de motor na het starten even roken. Dit is normaal. TRANSPORT
VERVOEREN VAN DE MAAIER
Zet de machine niet op de zijkant om hem te vervoeren: dit kan brandstof- en olielekkage veroorzaken. Lekkende brandstof en zelfs benzinedampen kunnen brand veroorzaken.Ga voor het transport van de gazonmaaier als volgt te werk:1. Zet de gashendel in de stand "STOP" (alle typen m.u.v. VKE).2. Verwijder de bougiedop.3. Draai de benzinekraan [4] in de stand OFF (dicht).U kunt het vervoer als volgt vergemakkelijken:1. Verwijder de grasvanger (zie Blz 5).Typen HYE, VKE, VYE:2. Draai de knoppen voor het verstellen/inklappen van de duwbeugel [5] een kwartslag in de ontgrendelde stand [6] en klap de duwbeugel in [7].Type QYEJ:2. Zet de snelspanners van de duwbeugel [8] open, trek de verstelpennen [9] naar buiten en klap de duwbeugel [10] in. NB:
- Controleer na het inklappen van de duwbeugel of de kabels niet zijn geknikt, zijn gedraaid of onder spanning staan.• Druk bij het inklappen de duwbeugel tegen de buis van de beugel om te voorkomen dat deze de motor raakt. (typen VKE, VYE) [1] [2] [3]
- Maak bij het laden en lossen van de maaier met behulp van een laadplank nooit gebruik van het aandrijfsysteem: u kunt daarbij gemakkelijk de controle over de maaier verliezen, waardoor de maaier beschadigd kan raken.• Schakel nooit de aandrijfkoppeling in wanneer u de gazonmaaier achteruit laat rollen: hierdoor kan aandrijfsysteem beschadigd raken.• Vervoer de maaier horizontaal, met alle vier wielen op de laadvloer.• Gebruik een laadplank voor het laden of lossen van de maaier of roep de hulp in van een tweede persoon om de maaier te tillen.• Zorg bij gebruik van een laadplank dat de hellingshoek niet groter is dan 15° (26%).• Zet de maaier op de laadvloer vast met behulp van sjorriemen en plaats keggen onder de wielen.• Voorkom dat de sjorriemen over de volgende onderdelen van maaier lopen: gashendel, mesbedieningsbeugel, brandstoftank en alle bedieningskabels. NUTTIGE INFORMATIE DEALER ZOEKEN Raadpleeg voor het zoeken naar een erkende Honda-dealer onze Europese website: http://www.honda-eu.com
Neem voor de aanschaf van de onderstaande en andere originele onderdelen contact op met een erkende Honda-dealer.De hier vermelde toebehoren zijn specifiek voor het model en type van uw maaier ontworpen. Voor uw eigen veiligheid is de montage van andere toebehoren strikt verboden. 15° (26%) max. HRX476CHYE, VKE, VYE QYEJGangbare onderdelen[1] Grasvanger 81320-VK8-J50 81320-VK8-003Alleen grasvangerzak (zonder frame)[2] Achterwiel 42710-VK8-J50[3] Luchtfilter 17211-Z8B-901 Filterelement[4] Voorwiel 44710-VK8-J50 44700-VK8-D00[5] Bougie 98079-55846NGK (merk):BPR5ES (model) [6] Standaard maaimes72511-VK8-J50 72511-VK8-000Vereist het gebruik van een momentsleutel[7] 72531-VK8-J50[8] Startkoord 28462-Z0L-V71Vraag uw Honda-dealer dit te vervangenVerbruiksproducten[9] Motorolie08221-888-061HESAE 10W30, 0,6 Olie voor viertaktmotoren [2] [6][9] [8] [3] [4] [5] [7] [1] VEILIGHEID D3C23C5A220 NL TECHNISCHE GEGEVENS (*) Het nominale vermogen van de motor dat staat vermeld in dit document is het netto geleverd vermogen zoals getest bij een in serie geproduceerde motor van het modeltype GCV170, gemeten in overeenstemming met SAE J1349 bij 3 600 min
(tpm) (nettovermogen). Het vermogen geleverd door massaproductiemotoren kan hiervan afwijken. Het feitelijk geleverd vermogen van de motor die in de machine is ingebouwd, hangt af van een groot aantal verschillende factoren, waaronder het toerental van de motor bij gebruik in de praktijk, de omgevingsomstandigheden, het onderhoud en andere variabelen. (**) Waarden voor een machine uitgerust met een grasvanger, ingesteld op het opvangen van het gemaaide gras. (***)Deze meetresultaten voor CO2 betreffen metingen volgens een vaste testcyclus onder laboratoriumomstandigheden, gedaan op een (basis)motor die representatiefis voor het betrokken motortype (de betrokken motorfamilie); zij impliceren of vormen geen enkele garantie voor de prestaties van een bepaalde motor.
ALGEMEEN Omschrijvingscode MBUF Functie Gras maaien Afmetingen L x b x h mm 1 580 x 530 x 995 1 610 x 530 x 1 035 1 445 x 497 x 980 Drooggewicht kg 39 42 44 42 Spoorbreedte achter/vóór mm 430 / 453 420 / 393 Maaibreedte mm 470 Maaihoogte-instellingen mm 7 standen (25 tot 79 mm) 5 standen (19 tot 58 mm) Diameter achter-/voorwielen mm 212 / 212 100 / 200 Inhoud grasvanger
Geluidsdruk op oorhoogte (overeenkomstig EN ISO5395-2:2013 + A1:2016 + A2:2017) dB(A) 79 78,7 78,6 80,4 Meetonzekerheid dB(A) 1 Gemeten geluidsvermogen (overeenkomstig richtlijnen 2000/14/EG, 2005/88/EG) dB(A) 93,16 92,80 92,84 93,74 Meetonzekerheid dB(A) 1,59 0,89 0,77 1,13 Gewaarborgd geluidsvermogensniveau (richtlijnen 2000/14/EG, 2005/88/EG) dB(A)
Boring x slag mm 60,0 x 59,0 Koelsysteem Geforceerde luchtkoeling Smeersysteem Sproeismering Compressieverhouding 8,0 : 1 Nettovermogen (*) kW/min
(tpm) 3,1 / 2 800 Bedrijfstoerental min
0,95 Brandstofverbruik
1,2 Gebruiksduur op één volle tank (*) h 0,8 Aanbevolen motorolie SAE 5W-30, 10W-30 Vulhoeveelheid motorolie
0,40 Kooldioxide (CO2) emissies(**) Zie "Overzicht CO2-informatie" op www.honda-engines-eu.com/co2 TRANSMISSIE Type Variabel Hydrostatisch 1 versnelling Aandrijving V-riem Eindoverbrenging Tandwiel Ketting Aantal versnellingen Traploos Vaste overbrenging Voorwaartse snelheid m/s 0 ~ 1,4 1,0 Smeersysteem Oliebad met spatsmering Aanbevolen motorolie SAE 10W30 API specificatie SL / SJ Honda HST 15W40 Vulhoeveelheid transmissie-olie cm
Notice-Facile