HRX476C - Grasmaaier Honda - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HRX476C Honda in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - HRX476C Honda
Gebruikersvragen over HRX476C Honda
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HRX476C - Honda en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HRX476C van het merk Honda.
GEBRUIKSAANWIJZING HRX476C Honda
Bedankt voor de aanschaft van deze Honda-gazonmaaier met wielaandrijving en voor het vertrouwen dat u in Honda staat.
Deze handeiding beschrijft het gebruik en het onderhoud van uwieve maaier, zatat u deze optimaal kunt gebruiken en onderhoden.
Wij streven ernaar u zoveel möglichk te latent profiteren van technologische innovatie, van neue functies en materiailen en van once ervaring. Daarom brengen wij voortdurend verbeteringen aan once modellen aan. Om die reden behouden wij ons hetrecht voor om+zonder Voorafgaande kennisgeving aanpassingen aan de specificaties en informatie in deze handleiding aan te brengen zonder enige verplichting totactualising van deze handleiding.
In het geval van problemen met of vragen over uw gazonmaaier,(Intu contact opnemen met uw leverancier of een erkende Honda dealer.
Bewaar deze handleiding op een plaat waar u deze gemakkelijk terug kunt vinden om hem te raadplegen. Wanner u de gazonmaaier verkoopt, overhandig deze handleiding dan samen met de machine aan de(APpe eigenaar.
Wij adviseren u de garantiebepalingen goed door te lezen, zodat u weet wat uw rechten en eigien verantwoordelijkheden zijn. De garantiebepalingen worden als apart document door uw leverancier bij de machine meegeleverd.
Niets uit deze handleiding mag zonder voorafgaande schriftelijk toestemming worden verveelvoudigd.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Voor uw eigen verilgheid en bedieningscomfort adviseren wij u deze handledig volledig door te lezen.
Letaarbjopdevolgendesymbolen:
WAARSCHUWING
Waarschuwt voor een hoog risico op ernstig of dodelijk letsel indien de aanwijzingen Niet worden opgevolgd.
VOORZICHTIG:
- Waarschuwt voor het risico op lichamelijk letsel of schade aan de machine indien de aanwijzingen Niet worden opgevolgd.
NB: Aanvullende nuttige informatatie.
OVERZICHT VAN DE MODELCODES IN DEZE HANDLEIDING
| HRX476C | H Y E | V K E | V Y E | Q Y E J |
| Zelfrijdend, met hydrostatische aandrijving. . . . Zelfrijdend, met variabele snelheid . . . Zelfrijdend, met versnellingen en achterwals . . . | • | • | ||
| • | ||||
| Maaimesrem . . . Rotostop . . . | • | • | • |
Het model van uw machine staat vermeld op de "identificatiesticker" en.bestaat UIT een serie letters en cijfers (zie Blz 4).

2018 - Honda France Manufacturing S.A.S. - Pôle 45 - Rue des Châteigniers 45140 ORMES - FRANCE - Alle rechten voorbehonden
HONDA
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Oorspronkelijke gebruksaanwijzing
HRX476C
Gazonmaier met wielaandrijving

INHOUD
Voorwoord. 1
Veiligheidsinstructures. 2
Waarschuwingsstickers. 4
Identificatie van de machine 4
Algemene beschrijving 4
Voorbereidingen en controles voor gebruik 5
Selecteren van de maaimodus (typen HYE, VKE, VYE) 8
Starten en afzetten van de motor 9
Praktische informatie en tips voor gebruik 9
Onderhoud 12
Problemen oplossen 17
Opslag. 17
Transport. 18
Nuttige information 19
Voor uw eigen verilgheid en bedieningscomfort adviseren wij u deze handleiding volledig door te lezen.
Let waar bij op de volgende symbolen:
WAARSCHUWING
Waarschuwt voor een hoog risico op ernstig of dodelijk letsel indien de aanwijzingen Niet worden opgevolgd.
VOORZICHTIG:
- Waarschuwt voor het risico op lichamelijk letsel of schade aan de machine indien de aanwijzingen Niet worden opgevolgd.
NB:Aanvullende nuttige informatie.

Dit symbolism maant tot voorzichtigheid bij sommige handelingen. Raadpleeg de veiligheidsvoorschriften op deze en de volgende bladzijden, en in het bijzonder de punt(en) die in hetvakje vermeld staan.
TRAINING
A1. Lees deze instructies zorgvuldig. Zorg ervoor dat u weet hoe u de verschillende bedieningselementen moet gebruiken voordat u de machine in gebruik neemt. Zorg dat u weet hoe u de motor snel kunt afzetten.
A2. Gebruik de gazonmaier alleen voor het doel waarvoor hij is bedoeld: het maaien en opvangen van gras. Elk ander gebruik kan gevaarlijk zichn of schade aan de machineveroorzaken.
A3. Laat de gazonmaier nooit gebruiken door kinderen of mensen die nichtbekend zijn met deze instructies voor gebruik. Volgens deplaatselijke wetgeving kan voor de gebruiker een minimumleeftijd gelden.
A4. Maai nooit wanner er andere mensen, vooral kinderen, of huisdieren in de nabijheid+zijn. Gebruik de machine nooit wanner u vermoeid of ziek bent of na het gebruik van medicijnen, verdovende middelen, alcohol of andere stoffen die de concentratie en reactiesnelheid konnen beinvoeden. Gebruik de machine nooit bij dreigend slecht weer, zoals onweer of storm. Stop in dat geval met maieren.
A5. Wees u ervan bewust dat u als gebruiker verantwoordelijk bent voor ongevallen of bevaren voor andere mensen of hun eigendommen.
A6. Probeer nooit wijzigingen aan de maaier aan te brengen. Dit kan een ongeval of schade aan de machine tot gevolg hebben. Aanpassingen aan de motor maken de EU-typegoedkeuring voor de motor ongelidig. Sluit geen verlengstuk op de uitlaat aan. Breng geen aanpassingen aan het inlatsysteme aan. Breng geen wijzigingen in de afstelling van de torentalregelaar aan.
A7. De machine—heeft veiligeidsvoorzieningen die niedogen worden gewijzigd of verwijderd. Als u dit toch doet, wordt de garantie möglichng ongeldig en verralt elke aansprakelijkheid van de fabrikant. Controleer altijd of de veiligeidsvoorzieningen werkden alvorens de machine te gebruiken.
VOORBEREIDING
B1. Draagijdens het maaien stevige veiligheidsschoenen met antislipzool en een lange broek. Maai nooit blootsvoets en draag geen open schoeiselijdens het maaien. Vermijd het dragen van kettingen en armbanden en van wijdvallende kleding met losse delen, veters, sjaals of stropdassen. Lang haar moet worden samengebonden. Draag allijd gehoorbescherming.
B2. Controller het te maieren gazon zorgvuldig vooraf en verwijder alle voorwerpen (stenen, takken, draden, botten enz.) die door de machine kutnen worden weggeslingerd.
B3. WAARSCHUWING - Benzine is uiterst brandbaar!
- Bewaar benzine alleen in waarvoortedoelede jerrycans.
Vul benzine alleen in de buitenlucht bij en doe dit nooit met draaiende motor. Rook Nietijdens het bijvullen of het omgaan met benzine. - Draai nooit de tankdop van de tank met draaiende motor of zolang de motor nog heet is.
- Probeer Niet de motor te starten nadat u benzine hebt gemorst. Verplaats de machine eerst van de plek waar is gemorst. Voorkom vuur en vonkvorming tot alle benzinedampen zich verdwenen.
- Draai altijd een dop op de brandstoftank en jerrycans en draai dele goed vast.
- Leeg de brandstoftank voor u de maaier Kantelt voor onderhoud aan het mes of het aftappen van olie.
B4. Vervang de uitlaatdemper wanner deze defect is.
B5. Controller voor gebruik algijd visuelef het maaimes, de mesbevestigingsbauten en het maaidek onbeschadigd en Niet overmatig gesleten zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en mesbevestigingsbauten algid als set om een juiste balancing te waarborgen.
GEBRUIK
C1. Laat de motor Niet draaien in een gesloten ruimte waar het levensgevaarlijke koolmonoxide zich kan ophopen.
C2. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht. Houd u aan de wettelijkke voorschriften, die per land können verschillen.
C3. Stop met maaien als er slecht werk dreigt, zoals onweer of storm.
C4. Vermijd indien möglich het maaien van nat gras.
C5. Blijfijdens het maaien op veilige afstand van het maaimes, dat wil jeggen ache ter de duwbeugel.
C6. Ga Niet rennen met de machine. Laat uzelf Niet door de maiier meetrekken.
C7. Zoek op hellingen algijt voldoende steun voor uw voeten. Maai algijt dwars op een helling, nooit van bovenaar beneden of omgekeerd.
C8. Wees u ervan bewust dat u als gebruiker verantwoordelijk bent voor ongevallen ofGeVaren voor andere mensen of hun eigendommen.De gebruiker is verantwoordelijk voor het controeren van het te maalen gazon op eventuele risico's en voor het nemen van alle moodzakelijkke voorzorgsmaatregelen om+zijn eigen veilgheid en die van de anderen te waarborgen, in het bijzonder op hellingen, op ruw, glad of onstabeli terrein, of in de nabijheid van kuilen, sloten, greppels of oevers.
C9. Maai Niet op hellingen steiler dan 20^ (36%) .
C10. Wees bijzonder voorzichtig wanner u de maieraar nu toe trekt.
C11. Zet het mes stil wanner u de maier moet kantelen of op moet tilen voor transport, wanner u ernee over een andere ondergrund dan gras rijdt en wanner u de maier van of�at het te maaien terrein vervoert.
C12. Gebruik de maaier nooit wanner het maaidek of de afterschemplaten beschadigd zijn of wanner veiligheidsvoorzieningen zoals de grasvanger of hetuitwerpschemniet zich aangebracht.
C13. Breng geen wijzigingen in de afstelling van de toerentalregelaar aan en zorg dat de motor Niet met een te hoog toerental draait.
C14. Ontkoppel het mes (modellen uitgevoerd met Rotostop) en de aandrijkoppeling (zelfrijdende modellen) voordat u de motor start.
C15. Start de motor volgens de instructies en houd uw voeten UIT de buurt van het mes.
C16. Kantel de maier Nietijdens het starten van de motor. Start de maier op een vlikke ondergrund die vrij is van hoog gras of obstakels.
C17. Houd uw handen en voeten uit de buurt van de roterende delen. Start de motor Niet terwijl u voor de uitwerp-opening staat.
C18. Til of draag de maaier nooit terwijl de motor draait.
C19. Zet in de volgende gevallen de motor af en trek de bougiedop van de bougie: - Voordat u werkzaamheden verricht onder het maidek of in het uitwerpkanaal.
- Voordat u begint met contrôle-, schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden aan de maaier.
- Nadat u met de maiaer een vreemd voorwerp hebt geraakt. Controleer de maiaer op schade en herstel deze voordat u de maiaer herstart en weer gaat gebruiken.
- Als de maier abnormaal begint te trillen. Controller onmiddellijik wat de oorzaak van deze trillingen is en neem deze weg door de moodzakelijkere reparatie uit te (laten) voeren.
C20. Zet de motor in de volgende gevalen altiijd af:
- Wonneer u de maaier onbeheerd achterlaat.
- Voordat u de tank gaat bijvullen.
C21. Stop in de volgende gevallen het mes (modellen uitgevoerd met Rotostop) of zet de motor af:
- Bij het verwijderen of aanbrengen van de grasvanger.
- Voordat u de maihoogte gaat afstellen.
C22. Draai het gas terug wanner u de motor afzet. Sluit de brandstoffevoer af door het dichtdraaien van de benzinekraan.
C23. Het gebruik van andere dan de in deze handledig aanbevolen toebehoren kan leiden tot schade aan de gazonmaaier die Niet onder de garantie valt.
C24. LET OP De niveaus voor geluid en trillingen die in deze handleiding staan vermeld, zich de maximale waarden voor gebruik van de machine. Het gebruik van een niede-gebalanceerd mes, een te hogeloopsnelheid en gebrekkig onderhoud zich van significante invloed op het geluid en de trillingen die de machine produeert. Het is waarom belangrijk voorzorgsmaatregelen te nemen om blootstelling aan te hoge geluids- of trillingsniveaues te voorkomen. Zorg dat de machine goed worden onderhouden, draag gehoorbescherming en neem tijdig pauzesijdens het werk.
ONDERHOUD EN OPSLAG
D1. Houd alle moeren, bouteen en schroeven stevig aangedraaid om een veilige werkung van de machine te waarborgen. Regelmatig onderhoud is een belangrijke voorwaarde voor de verilgheid van de gebruiker en voor goede prestaties van de machine.
D2. Bewaar de machine nooit met een gemulde brandstoftank in een ruimte waar benzinedampen in aanraking+kennen met een vonk,open vuur of een bron van hoge temperatuur.
D3. Laat de motor allijd eerst afkoelen voordat u de machine opbergt in een gesloten ruimte.
D4. Verklein het risico op brand en houd de maaier (met name de motor en uitlaat) en de plaats waar u de benzine bewaart vrij van gras, bladeren en overtollig vet. Plaats geen bakken met gemaaid gras (compostvaten) in of vlak bij een schuur, garage of ander bouwsel.
D5. Wanner u de benzinetank wilt legen, doe dit dan buiten terwijil de motor koud is.
D6. Controller de grasvanger regelmatig op slijtage of beschadiging.
D7. Gebruik de maier Niet met versleten of beschadigde onderdelen. Versleten of beschadigde onderdelen要去en worden verrangen, nicht gerepareerd. Gebruik hiervoort uitsluitend originele Honda-onderdelen. Maaimessen要去en voorzijn van een Honda-merk en een artikelnummer. Onderdelen van inferieure kwaliteit kannen de machine beschadigen en een gevaar vormen voor uw verilgheid.
D8. Draag stevige (werk)handschoenen bij het verwijderen ofplaatsen van het maaimes of bij het schoonmaken van het maaidek. Blokker het mes bij het los- of vastdraaien van de mesbevestigingsbauten met een houten blok.
D9. Controller na het slijpen van een mes altdijd of het nog in balans is.
WAARSCHUWINGSSTICKERS
Bij het gebruik van uw gazonmaier is voorzichtigheid algijd geboden. Daarom is de maaier voorzien van een aantal stickers met symbolen die wijzen op de belangrijkste risico'saarop u要去 letten. De betekenis ervan worden hieronder uitgelegd.
Deze stickers要去en worden beschouwd als onderdeel van de machine. Laat stickers die zich losingeraakt of onleesbaar zich geworden verrangen door uw Honda-dealer.
Wij adviseren ook de veiligheidsvoorschriften (zie Blz 2) aandachtig door te lezen.

[1] WAARSCHUWING: Lees eerst deze gebruikershandleiding voordat u de maaier.gaat gebruiken.
[2] Gevaar voor wegschietende voorwerpen: zorg dat andere Personen uit de buurt blijvenijdens het gebruik van de maier.
[3] Gevaar voor snijwonden. Sneldraaiend mes: Steek uw handen of voeten Niet in het maaidek. Verwijder de bougiedop van de bougie voor u onderhoud of reparaties aan uw maier uitvoert.
[4] Gebruik de maier nicht zonder dat het uitwerpschem of de grasvanger is geplaatst.
[5] De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxide. Laat de motor waarom Niet in een afgesloten ruimte draaien.
[6] Benzine is uiterst brandbaar! Zet de motor af voordat u brandstof bijvult.
IDENTIFICATIE VAN DEMACHINE

[7] Geluidsniveauau
[8] CE-markering
[9] Nominaal vermogen in kW
[10] Aanbevolen mortoroerental in min ^-1(tpm)
[11] Gewicht in kg (zonder vloeistoffen)
[12] Productiejaar
[13] Serienummer
[14] Model - Type
[15] Naam en adres van de fabrikant
ALGEMENE BESCHRIJVING

BENAMING VAN DE ONDERDELEN
ONDERDEEL FUNCTIE
[16] Duwbeugel
[17] Mesbedieningsbeugel (Rotostop) (). . . . Inschakelen en stopzetten van het maïmes
[18] Maahoogte-regelaar. Instellen van de gewenste maaihoogte
[19] Knop voor inklappen/verstellen duwbeugel (^) Afstellen van de hoogte of inklappen van de duwbeugel
[20] Ontgrendelingsknop
mesbedieningsbeugel (^*)
[21] Versnellingshendel (^)
[22] Koppelingsbeugel (^)
Ontgrendelen van de mesbedieningsbeugel
Instellen van de maximale rijnselheid
Koppelen en ontkoppelen van de aandrijving van de weiterwelen ofchterwals
Stopzetten mesrotatie en motor / Maakt het starten möglichk
Regelen van het motortoerental
Verzamelen van het gemaaide gras
Beschemen gegen wegschietende stenen e.d.
Starten van de motor
[33] Uitlaat
[34] Benzinekraan
[35] Mulching-regelaar ().
[36] Select Drive-regelaar (^)
Afsluiten en openen van de brandstoffevoer
Regelen van de hoeveelheid uitgeworpen gras
Regelen van de aandrijving van deachtenwienen. Instellen van de maximale rijnsnelheid
[37] Hendel voor inklappen / verstellen
duwbeugel (*) Afstellen van de hoogte of inklappen
van de duwbeugel
[38] Achterwals (*)
(*) Voor modellen die ermee zich uitgerust
VOORBEREIDINGEN EN CONTROLES VOOR GEBRUIK

Kijk voor elk gebruik rond en onder de motor of u sporen ziet van olie- en benzinelekkage.
WAARSCHUWING
Plaats de gazonmaier
voor het uitvoeren van
deze controles op een
stabile, vlakke ondergrond
terwijl de motor is
uitgeschakeld en de
bougiedop [1] is verwijderd.

VERSTellen VAN DE DUWBEUGEL
Type HYE, VKE, VYE:
- Draai de knoppen voor het inklappen/verstellen van de duwbeugel [2] een kwartslag in de ontgrendelde stand [3].
- Klap de duwbeugel uit totdat de pennen van de inklapknoppen in lijn liggen met de bovenste, middelste of onderste gaten [4], afhankelijk van de gewenste hoogte van de duwbeugel.
- Draai de knoppen wee in vergrendelde stand [5].

Controleer of de kabelklemmen op de duwbeugel zich in de juiste positie bevinden.
Type QYEJ:
Controleer alvorens de duwbeugel te monteren of de kabels [6] zich in de juiste positie aan de buitenzijde van de beugel bevinden. Monteer de componenten in de aangegeven volgorde. Zorg dat de kabels over de snelspanner [7] liggen. Let op dat de veerringen [8] met de bolle Kantaar de moer gekeerd+zijn [9].


Houd de snelspanner [7] in de open stand en draai de moer [9] aan tot het schroefdraad 2 mm [10]uit de moer [9] steekt. Kies de juiste hoogte en zet de snelspanners vast om de duwbeugel te vergrendelen. Als het te veel kracht kost om de snelspanners [7] te sluiten, draai de moeren [9] dan ieis loser. Als de snelspanners Niet goed vastklemmen, draai de moeren [9] dan wat verder aan.
Zorg dat de kabelklemmen [11] op de duwbeugel [12] zich in de juiste positie bevinden, zoals weergegeven in de afbeelding.


Voor de montage van de graspvanger, zie Blz 16.
CONTROLEREN VAN DE GRASVANGER

WAARSCHUWING
Controleer voor gebruik of de afdekkap van de grasvanger (hetuitwerpschem) goed is aangebracht.
Ook bij normala gebruik kan de grasvanger slijten. Controleer aanom regelmatig of de zak Niet is gerafeld of gescheurd. Een verslen gesvanger moet worden verrangen.Vervang een verslenen of beschadigde grasvanger uitsluitend door een origineel exemplaar van Honda.
Verwijderen van de graspvanger:
- Zet de motor af.
- Til hetuitwerpschem [13] op,pak de handgreep [14] vast en verwijder degrasvanger [15] terwiju deze rechtop houdt.
Aanbrengen van de graspvanger:
- Til het uitwerpschem op en hang de voorzijde van de grasvanger aan de b

NB:
- De gazonmaaier werkkt als een stofzuiger: hij blaast lucht in de grasvanger waardoor het maaisel worden aangezogen. Leeg de grasvanger voordat hij helemaal vol raakt. Dit vergemakkelijk het legen en voorkomt verlies van het maaisel. Het aanzuigvermogen neemt af wanner de zak voor ongeveer 90% vol is.
- Mulching (versnipperen) is een natuurlijke bemestingstechniek. Het gemaaide gras wordenস aan bij nicht in de grasvanger verzameld, maar fijn versnipperd en over het gazon verspreid. Het fijn versnipperde gras composteert in de zon en vormt een natuurlijke humus die kan voorzien in een kwart van de Jaarlijke bemestingsbehoofte van het gazon
- Naast zijn bemestingsfunctie heeft mulching een beschemende werkig op de grond,.gaat het verdamping gegenijdens droge periodes en maakt het bijeenharken van het gemaaide gras overbodig.
CONTROLEREN VAN HET BRANDSTOFPEIL

WAARSCHUWING
Vul de benzinetank Niet tot voor bij het maximale niveau. Draai na het vullen van de tank de dop stevig vast.
Vermijd herhaaldelijk of langdurig huidcontact met benzine en voorkom inademen van benzinedampen. Houd benzine buiten het bereik van kinderen.
VOORZICHTIG:
- Gebruik alleen vaten of jerrycans die specifiek zijn ontworpen voor koolwaterstoffen [1].
- Gebruik nooit verouderde benzine, verruilde benzine of benzine vermengd met olie (mengsmering).
- Gebruik alleen loodvrijbe benzine 95 of 98.
Zorg dat er geen vuil of maaisel in de tank kommt. - Gebruik geen benzine die is verruild met water, stof, etc. of benzine die te oud is. De kwaliteit van loodvrijne benzine vermindert na verloop vanijd. Bewaar brandstof Niet longer dan een maand (zie Blz 18).

[1]
Brandstofpeil controlleren:
- Verwijder de tankdop [2] en contrôleer het brandstofpeil.
- Vul de tank als het niveau te laag is. Vul benzine bij tot het maximale niveau [3] aan de onderzijde van de vulhals [4].
- Breng de tankdop [2] aan en draai deze stevig vast.

NB: Gebruik geen alternatieve brandstoffen. Deze{kunnen de componenten van het brandstofsysteme aantasten.
BENZINE MET ALCOHOL
Wanner u een brandstof vermengd met alcohol wilt gebruiken, controlleren dan of het octaangetal ten minste even hoog is als door Honda worden voorgeschreten (95 of hoger). Er bestaan twee soorten benzine/alcoholmengsels: benzine waarin ethanol is bijgemengd en benzine waarin methanol is bijgemengd.
Vereiste brandstofspecificatie(s) om een goede werkung van het emissieregelsysteme te waarborgen: E10-brandstof zoals vastgelegd in de desbetreffende EU-richtlijnen.
Gebruik geen brandstoffen die meer dan 10% ethanol bevatten. Gebruik geen benzine die meer dan 5% methanol (methylalcohol) bevaten en die geen additieven en corrosievertragers voor methanol bevat.
NB:
- Schade aan het brandstofsysteme om vermogensverlies van de motor voortkomend uit het gebruik van benzine die meer alcohol bevat dan toegestaan, worden Niet gedekt door de garantie.
- Controleer alvorens benzine te kopen bij een onbekende leverancier of de benzine alcohol bevat. Is dit het geval, ga dan na welk type alcohol het betreft en wat het percentage is.
Als u bij het gebruik van een specifieke benzine symptomen opmerkt die duiden op een verminderde motorwerking, schakel dan over op het gebruik van een benzine waarvan u zeker weet dat deze minder alcohol bevat dan maximaal is toegestaan.
CONTROLEREN VAN HET LUCHTFILTER
VOORZICHTIG:
- Bij gebruik van de motor zonder luchtfilter, met een beschadigd luchtfilter of met een onjuist aangebracht luchtfilterdeksel kan er vuil in de motor binnendringen, wat tot versnelde slijtage van de motor leidt.
Ga bij het controeren van het luchtfilter als volgt te werk:
-
Druk de klemmen [5] aan de bovenzijde van het luchtfilterdeksel in en verwijder het deksel [6].
-
Controller of het filterelement [7] schoon is.
Als het element vuil is,
reinig het dan volgens
de aanwijzingen in het
hoofdstuk "Onderhoud"
(zie Blz 12).

- Plaats het filterelement [7] terug en breng het luchtfilterdeksen [6] wee aan.
CONTROLEREN VAN HET MAAIMES
VOORZICHTIG:
- Til de maaier nooit op met de carburateur waar beneden gericht. Er kan anders motorolie in het luchtfilter lopen, waardoor de motor later moeilijk start.
Ga bij het controlleren van het maaimes als volgt te werk:
- Zet de motor af.
- Verwijder de bougiedop.
-
Kantel de maaier maar rechts, zodate de tankdop aan de bovenzijde kommt [8].
-
Controller het maaimes op tekenen van slijtage. Het mes moet worden verrangen wanner de gaten in elkaar overgaan of wanner er een barst of scheur zichtaar is.

NORMAAL VERBOGEN


OVERMATIG VERSLETEN

GEBARSTEN
- Controller of de mesbevestigingsbouten goed vastzitten (zie het hoofdstuk "Onderhoud", Blz 12).
- Raadpleeg voor het verrangen of verwijderen van het maaimes de procedure die is beschreiben op Blz 12 in het hoofdstuk "Onderhoud".
WAARSCHUWING
Gebruik de maaier nooit met een versleten of beschadigd maaimes. Afgeb broken stukjes mes konnen met große snelheid worden uitgeworpen en ernstig lichamelijk letselveroorzaken.
NB: Maaimessen slijten sneller wanner de maaier op zandige grond worden gebrukt. Controller in dat geval het mes vaker.
INSTellenVAN DE MAAIHOOGTE
Ga bij het aanpassen van de maaihoogte als volgt te werk:
- Zet de motor af.

Type HYE, VKE, VYE:
- Houd de ontgrendelingsknop [1] ingedrukt en zet de maaier hoger of lager met de verstelhandgreep [2]. Bij het linker voorwiel bevindt zich een hoogte-indicator [3].

| Stand Hooge (mm) | |
| 1 | 25 |
| 2 | 34 |
| 3 | 43 |
| 4 | 52 |
| 5 | 61 |
| 6 | 70 |
| 7 | 79 |
Type QYEJ:
- Trek de verstelhendel [4]uit de machine. Draai de verstelhendel [4]aar links of rechts om de maaihoogte hoger of lager te zetten.

Deinstallingen voor de maaihoogte zijn geschatte waarden. De werkelijkhe hoogte waarop het graz wordt afgesneden, varieert al\ aar gelang de staat van het gazon en de ondergrond. Voor het\ nauwkeurig bepalen van de maaihoogte kut u het best eerst een\ proefstukje maaien enervolgens zo nodig de maaihoogte\ aanpassen.

NB:
- Snij per maaibeurt Nieteer dan 1/3 van de oorspronkelijke lengte van het gras af. Anders kannen er bruine plekken ontstaan. Het zorgt voor een gelijkmatig gazon en vermindert de kans op verstopping van het maaidek of het uitwerpkanaal.
- Als het grayscale erg lang is, maai het dan eerst op de maximaal toegestane maaihoogte en maai het 2 of 3 dagen later opnieuw.
- Hoe langer de grassprieten, hoe dieper de wortels de grond in gaan.
Wanneru u het gazon kort houdt, zullen de wortels dus ook korter blijven. - Houd bij het bepalen van de maaihoogte rekening met het gebruik van het gazon: voor een spel- of sportgazon verdient een graslente van minimaal 5 cm aanbeveling, voor een siergazon volstaat 1 tot 3 cm.
- Alleen enkele specifieke grassoorten zichn geschikt om zeer kort te worden gemaaaid. Een te kort gemaaid gazon is kwetsbaar en gevoelig voor droogte. Vraag advies aan een specialist.
CONTROLEREN VAN HET OLIEPEIL
VOORZICHTIG:
- Motorolie is een essentieel element voor de prestaties en levensduur van de motor.
- Wanneer u de motor met te weinig olie laut draaien, kan dit emstige motorschade tot gevolg hebben. Wij adviseren het gebruik van Honda-viertaktolie of motorolie van soortgelijke kwaliteit met goede reinigende eigenschappen. Kies een olietype met een viscositeit die geschikt is voor de gemiddelde buitentemperatuur in het gebied waar de gazonmaier worden gebruikt.
Vereiste smeeroliespecificatie(s) om een goede werkung van het emissieregelsysteme te waarborgen: Originele Honda-olie. Soorten olie [5] afgestemd op de omgevingstemperatuur [6].

Ga bij het controeren van het oilepeil als volgt te werk:
- Plaats de maiier op een vlokke, horizontale ondergrond.
- Verwijder de olievuldop/peilstok [7] en veeg deze schoon.
- Plaats de olievuldop/peilstok terug in de vulhals maar schroef hem Niet vast.

- Trek de peilstok weeur uide vulhals en controleer tot waar deze met olie is bedekt. Als dit nabij het onderste merkteken [8] is, vul dan olie van het aanbevolen type bij tot aan het bovenste merkteken [9].

- Plaats de olievuldop/peilstok terug en schroef hem vast.
SELECTEREN VAN DE MAAIMODUS (TYPEN HYE, VKE, VYE)
INSTellenEN VAN DE MULCHING-REGELAAR
Type NHYE, VYE:
- Laat de mesbedieningsbeugel los.
Type VKE: - Laat de mesremkoppeling los.
- Zet de knop van de mulching-regelaar in een van de vijf standen om het gewenste versnipperings- en uitwerpiveau te kiezen.

- Stand "Opvangen" [1] : al het gemaaide gras worden aan de achterkant van de maaimachine uitgeworpen of in de grasvanger verzameld. Het maaisel worden nicht versnipperd.
- Stand "Versnipperen" [2]: het gemaaide gras worden nicht opgevangen in de grasvanger, maar vrij versnipperd en over het gazon verspreid. Het vrij versnipperde gras composteert in de zon en vormt een natuurlijke humus die kan voorzien in een kwart van de Jaarlijke bemestingsbehoefte van het gazon.
- Voor het bepalen van de stand die optimaal aan uw behoeften tegemoetkomt,kest het best eerst een proefstukje maaien. Bevestig de grasvanger en maai een stuk gazon met de mulching-regelaar in de stand "Opvangen" [1].Beoordeel het resultaat.Verplaats de knop [3] een standaar rechts.Hoe verder u de knop maar rechts verplaatst (stand "Versnipperen" [2]),hoeeer gemaaid gras er wordt versnipperd en over het gazon worden verspreid.Pas de stand van de knop [3] net zo vaak aan tot het resultaat aan uw wens is.

NB:
- Mulching (versnipperen) is een natuurlijke bemestingstechniek. Het gemaaide gras worden waar bij Niet in de grasvanger verzameld, maar vrij versnipperd en over het gazon verspreid.
- Naast zijn bemestingsfunctie heeft mulching een beschemende werkung op de grond, gaat het verdamping gegenijdens droge periodes en maakt het bijeenharken van het gemaaide gras overbodig.
UITWORP
Als u het gemaaide gras Niet wilt verzamelen, kut u de maaier ook zonder grasvanger gebruiken. In dat geval wordt het gemaaide gras via het uitwerpschem op het gazon geworpen. De uitgeworpen hoeveelheid is�abiij afhankelijk van de stand van de mulching-regelaar:
-maximaal in stand [1],
- geen uitworp in stand [2].

STARTEN EN AFZETTEN VAN DE MOTOR

STARTEN VAN DE MOTOR
VOORZICHTG:
- Start de motor nicht met de mesbedieningsbeugel of koppelingsbeugel ingedrukt.

[A][B][C]
SNEL
Voor herstarten als de motor warm is en voor maaien.

LANGZAAM
Voor stationair laten lopen van de motor.

STOP
Voor afzetten van de motor (modellen met Rotostop).
Alle modellen:
- Draai de benzinekraan [1] in de stand ON (open).
Typen HYE, VYE, QYEJ: - Zet de gashendel [2] in de stand "SNEL" [A].

Type VKE:
3.Druk tijdens het starten van de motor de mesremkoppeling [3] stevig gegen de duwbeugel.
Alle modellen:
- Trek rustig aan het startkoord [4] totdat u waarstand voelt en geefervolgens een stevige ruk.
NB:
Laat het startkoord Niet terugschieten door het plotseling los te lately, maar geleid het rustig terug.
- Het motortoerental kanijdens het maaien worden aangepast door de gashendel in een standaar keuze tussen "SNEL" [A] en "LANGZAAM" [B] te zetten. (typen HYE, VYE, QYEJ) De beste resultaten wordenECHTER verkregen in de stand "SNEL" [A].
Type HYE, VYE, QYEJ:
Als de gashendel in de stand "LANGZAAM" [B] staat, kan de motor afslaan wanneer de mesbedieningsbeugel worden ingedrukt.
Plaats om het starten te vergemakkelijden de maaier op een vlak deel van het gazon waar het gras Niet te lang is.
NB: Begin met maaien zoda de motor aanslaat en laat de motor gedurende ten minste 3 minuten draaien alvorens hem af te zetten. Dit vergemakkelijkt later herstarten en waarborgt een goede werkung van de automatische choke.
AFZETTEN VAN DE MOTOR
Type HYE, VYE, QYEJ:
- Zet de gashendel in de stand "STOP" [C].
Type VKE:
- Laat de mesremkoppeling los.
Alle modellen: - Draai de benzinekraan [5] in de stand OFF (dicht).


VERZOPEN MOTOR
Als de motor na verschidene startupingen Niet aanslaat, kan hetijken dat hij is verzopen.
Ga in dat geval als volgt te werk:
- Zet de gashendel in de stand "STOP" [C] (typen HYE, VYE, QYEJ).
- Verwijder de bougie en kaak.Deze droog.Raadpleeg voor het terugplaatsen van de bougie "CONTROLEREN VAN DE BOUGIE" (zie Blz 13).
- Zet de gashendel in de stand "SNEL" [A] en voer de procedure die hierboven is beschreiben onder "STARTEN VAN DE MOTOR" opnieuw UIT.
PRAKTISCHE INFORMATIE EN TIPS VOOR GEBRUK
GEBRUIK VAN DE GAZONMAAIER IN DE BERGEN
Op grote hoopte levert de standaardafstelling van de carburateur een te rijk benzine/luchtmengsel op, waardoor het motorvermogen afneemt en het brandstofverbruik toeneemt.
Dit kan worden verholpen door een spreier met een Kleinere diameter in de carburateur te monteren en het mengsel af te stellen met behulp van de stelschroef. Wanner u de maier wilt gebruiken op een hoogte van meer dan 1500 meter boven zeiniveau, kutu deze aanpassingen het best door een erkende Honda-dealer lately utvoeren.
Zelfs na aanpassing van de carburateur neemt het motorvermogen af met ongeveer 3,5% per 300 meter stijging. De vermogensafname zal darüber nog groter zich wonneer deze aanpassingen Niet worden uitgevoerd.
VOORZICHITG:
- Gebruik van de maaier op geringere hoogte dan waarvoorde carburateur is afgesteld, kan leiden tot oververhitting van de motor en ernstige motorschade als gevolg van een te arm benzine/luchtmengsel.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig bij het maaien op een hellend of oneffen terrein. De maaier kan kantelen en het maaimes kan stenen of andere onder het maavlak verborgen voorwerpen weaslingeren.
Zorg dat alle 4 de wielen stevig op de grond blijven.
Stuur de maaier met de duwbeugel en Niet door met uw voet druk op het maiadek uit te oefenen.
VOORZICHTIG:
- Let bij het maaien rond een obstakel op dat het maaimes het obstakel Niet raakt. Duw de maaier nooit over een obstakel heb.
Laat u op een aflopend hellend terrein nooit door de maaier meetrekken. Houd de duwbeugel stevig vast en stuur zorgvuldig.

NB: Als de snelheid van de maaier bij het maaien gegen een helling op te langzaam worden, verplaats de versnellingshendel (type HYE) dan iets verdier maar de stand "SNEL" [A].

Lees eerst de veiligheidsinstrumenties voordat u met maaien t.
Type HYE:
WAARSCHUWING
Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de koppelingsbeugel ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wonneer het maaimes is ingeschakeld. Als de aandrijkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat.
- Kies een geschikte rijnselheid met de versnellingshendel [1].
-
Schakel het maaimes in:
-
Druk op de gele knop [2] aan de bovenzijde van de mesbedieningsbeugel [3], druk tegelijkertijd deze beugel maar voren en houd hem tegen de duwbeugel gedrukt.
-
Duw de maaier maar voren zodra de motor op toeren is:
- De koppelingsbeugel [4] werkkt als een spelidsregelaar: door hem verder of minder ver in te drukken kut u de spelid varieren van nul tot de maximale spelheid die is ingesteld met de versnellingshendel. De maximale spelheid worden bereikt door beiden beuugs [3] en [4] geheel maar voren te duwen. Naarmate het te maaien gris langer is, moet de rijnselheid van de machine worden beperkt. Dit voorkomt overbelasting van de motor en zorgt voor een beter maairesultaat.

- Om de maiaer tot stilstand te brengen, doet u het volgende: - Laat de koppelingsbeugel [4] los.
- Om het maaimes te lately stoppen, doet u het volgende: - Laat de mesbedieningsbeugel [3] los.
NB: Het is möglich de wielaandrijving uit te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc.).
De aandrijfkoppeling kan worden gebruikt om de maaiert te verrijden zonder het maaimes in te schakelen.
VOORZICHITG:
Beweeg de mesbedieningsbeugel aktijd in een vloeiende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodat het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig isuitgeschakeld. Dit voorkomt afslaan van de motor en versnelde slijtage van het regelmechanisme van het maaimes.
Type VKE:
-
Druk bij lopende motor en draaiend maaimes rustig op de Select Drive-regelaar [5] om de maaier in beweging te brengen.
-
Laat bij normala gebruik uw hand comfortabel op de duwbeugel en de Select Drive-regelaar rusten. Druk de Select Drive-regelaar met uw duim in de uitsparing voor boost-bediening (bijvoorbeeld om tegen een helling omhoog of door dik gras te rijden).
- U kurz de rijnselheid verlagen door de Select Drive-regelaar iets los te latent.
- De rijsnelheid varieert afhankelijk van het terrein, de graslente, de helling en het gewicht van de grasvanger. Door het verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [6] of door het varieren van de mate waar in u de Select Drive-regelaar indrukt, kunt u de gewenste rijsnelheid onder wisseleende maai-omstandigheden constant honden.



-
Verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [6]:
-
Met de draaiknop op de Select Drive-regelaarkest u instellen met welke snelheid de maaier maximaal kan rijden wonneer de Select Drive-regelaar volledig worden ingedrukt. Het verstelbereik loopt van MIN tot MAX.
Bij volledig ingedrukke Select Drive-regelaar en de draaiknop in de stand: - MIN rijdt de maaier op de laagst möglichke snelheid.
-
MAX rijdt de maaier op de hoogst möglichke snelheid.
-
Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:
-
Laat de Select Drive-regelaar [5] los.
-
Om het maïmes te lately stoppen, doet u het volgende:
-
Laat de mesremkoppeling [7] los.
NB: Door het loslaten van de mesremkoppeling stopt het maaimes met draaien en wordt de motor afgezet.
WAARSCHUWING
Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de Select Drive-regelaar ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wonneer het maaimes is ingeschakeld. Als de aandrijfkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat.
-
Schakel het maaimes in:
-
Druk de ontgrendelingsknop [1] in en houd deze ingedrukt.
-Trek de mesbedieningsbeugel [2]aaru toe.
-Laat de ontgrendelingsknop [1] los wanner het maimes is ingeschakeld. -
Druk bij lopende motor en draaiend maaimes rustig op de Select Drive-regelaar [3] om de maaier in beweging te brengen.
-
Laat bij normalaag gebruik uw hand comfortabel op de duwbeugel en de Select Drive-regelaar rusten. Druk de Select Drive-regelaar met uw duim in de uitsparing voor boost-bediening (bijvoorbeeld om tegen een helling omhoog of door dik gras te rijden).
- U kunt de rijnselheid verlagendoor de Select Drive-regelaariets los te lately.
-
De rijnselheid varieert afhankelijk van het terrein, de graslente, de helling en het gewicht van de grasvanger. Door het verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [4] of door het varieren van de mate waar u de Select Drive-regelaar indrukt, kutu de gewenste rijnselheid onder wisselende maai-omstandigheden constant houden.
-
Verstellen van de draaiknop op de Select Drive-regelaar [4]:
-
Met de draaiknop op de Select Drive-regelaarkest u instellen met welke snugelid de maaier maximaal kan rijden wanner de Select Drive-regelaar volledig worden ingedrukt. Het verstellbereik loopt van MIN tot MAX. Bij volledig ingedrukte Select Drive-regelaar en de draaiknop in de stand:
- MIN rijdt deMAaier op de laagst maybe slelheid.
-
MAX rijdt de maier op de hoogst möglichke snelheid.
-
Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende:
-
Laat de Select Drive-regelaar [3] los.
-
Om het maaimes te lately stoppen, doet u het volgende:
- Laat de mesbedieningsbeugel [2] los.
NB: Het is möglichk de wielaandrijving UIT te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc.).
Opdezelfdemanierkandeaandrijfkoppelingwordengebruktom demaaiertverrijdenzonderhetmaaimesin te schakelen.
VOORZICHTIG:
- Beweeg de mesbedieningsbeugel aktijd in een vloeijende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodat het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig isuitgeschakeld. Dit voorkomt afslaan van de motor en versnelde slijtage van het regelmechanisme van het maaimes.
WAARSCHUWING
Start de motor nooit met de mesbedieningsbeugel en de koppelingsbeugel ingedrukt. Starten van de motor gaat moeilijker wonneer het maimes is ingeschakeld. Als de aandrijkoppeling is ingeschakeld, gaat de maaier rijden zodra de motor aanslaat.
-
Schakel het maaimes in:
-
Druk op de gele knop [5] aan de bovenzijde van de mesbedieningsbeugel [6], druk tegelijkkertijd deze beugel maar voren en houd hem gegen de duwbeugel gedrukt.

-
Duw de maaier maar voren zodia de motor op toeren is:
-
De koppelingsbeugel [7] werkkt als een snelheidsregelaar: door hem verder of minder ver in te drukken kut u de snelheid varieren van nul tot de maximale snelheid die is ingesteld met de versnellingshendel. De maximale snelheid worden bereikt door beiden beugels [6] en [7] geheel maar voren te duwen. Naarmate het te maaien gris langer is, moet de rijnselheid van de machine worden beperkt. Dit voorkomt overbelasting van de motor en zorgt voor een beter maairesultaat.


- Om de maaier tot stilstand te brengen, doet u het volgende: - Laat de koppelingsbeugel [7] los.
- Om het maaimes te lately stoppen, doet u het volgende: - Laat de mesbedieningsbeugel [6] los.
NB: Het is möglichk de wielaandrijving uit te schakelen voor maaien in krappe ruimten (paden, perken, etc.).
De aandrijkoppeling kan worden gebruikt om de maaiert te verrijden zonder het maaimes in te schaken.
VOORZICHTIG:
- Beweeg de mesbedieningsbeugel altijd in een vloeiende beweging van de ene uiterste stand in de andere, zodate het maaimes ofwel volledig is ingeschakeld of volledig isuitgeschakeld. Dit voorkomt aflslaan van de motor en versnelde slijtage van het regelmechanisme van het maaimes.
NB:
- Maiafrequentie: een keer per week voor een spelegazon, twee keer voor een siergazon.
Maai bij voorkeur in de middag of's avonds voor het spreoen,want het gras moet droog zich. In stoffige omstandigheden kunt u het best maaien wanner het gras zichelf droog is, maar de bodem nog vochtig is.
Kies een maaihoogte die geschikt is voor het terrein (zie Blz 7).
Voor het verkrijgen van een gelijkmatig gazon要去en de maaistroken elkaar enkele centimeters [1] overlappen. Wanner het te maaien gras erg lang is, moet een wat grotere overlap worden aangehonden. - Maai volgens het hieronder voorgestelde patroon om zo efficien
mogelijk te werken. - Als het te maaien terrein onregelmatig van vorm is of veel obstakels bevat, verdeel het dan in percelen waarbinnen u de aanbevolen richting kunt volgen.

[2] Met grasopvang: draai rechtsom om zo efficienmt mogelijk te maaien.
[3] Mulching (optioneel, Blz 19): draai linksom.

[2]

[3]
LEGEN VAN DE GRASVANGER
Wanneer de grasvanger vol raakt, is de grasopvang Nieteer optimaal (het geluid van de maaier verandert en de grasvanger wordt Nieteer opgeblazen door de luchtwerveling van het draaiende maaimes).

Typen HYE, VYE, QYEJ:
- Laat de mesbedieningsbeugel los.
Type VKE: - Laat de mesremkoppeling los.
Alle modellen: - Verwijlder de grasvanger (zie Blz 5).
-
Leeg de graspanger:
-
Til de grasvanger op aan de metalen handgreep [4].
Pak met uw andere hand de handgreep [5] vast en schud de grasvanger leeg om het gras te verwijderen.

VOORZICHTIG:
- Laat het maaisel nooit langdurig in de grasvanger zitten en gooit het Niet op een hoop in een afgesloten ruimte of gegen een schuur, garage of ander bouwsel. Composterend tuinafval ontwikkelt namelijk warmte, waardoor er brandgevaar kan ontstaan.
WAARSCHUWING
Controleer voor gebruik of de afdekkap van de grasvanger (hetuitwerpschem) goed is aangebracht.
ONDERHOUD
Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van uw gazonmaaier.

WAARSCHUWING
Verwijder voordat u me onderhoudswerkzaamh eden aan de maaier begint altid eerst debougiedop [6]: zo voorkomt u onbedoeld starten van de motor.

VOORZICHTIG:
- De motor en de uitlaat wordenijdens het maaien zeer heet. Voorkom brandwonden door aanraking en houd de maaier uit de buurt van brandbare stoffen en materialen om het risico op brand te beperken.
- Laat de motor ten minste 15 minuten afkoelen voordat u met onderhoudswerkzaamheden aan de maajer begint.
NB: Om een langere levensduur en goede werkking van de maaiert te waarborgen, dient de onderkant van het maaidek schoon en vrij van maaisel te worden gehonden. Verwijder eventueel grasmaaisel met behulp van een schraper en borstel en reinig de maaier na gebruik grondig voordat u hem opbergt.
ONDERHOUD VAN HET LUCHTFILTER
Een verruild luchtfilter beperkt de luchttoevoer maar de carburateur. Regelmatig onderhoud aan het luchtfilter is.daarom belangrijk om een efficiente werkung van de carburateur te waarborgen.
WAARSCHUWING
Gebruik nooit benzine of ontvlambare oplosmiddelen om het filter te reinigen: dit kan brand of een explosie veroorzaken.
- Druk de klemmen [7] aan de bovenzijde van het luchtfilterdeksel in en verwijder het deksel [9].
- Controller het luchtfilterelement [8] en verwang dit als het beschadigd is.
- Klop het filterelementuit op een hard oppervlak om het vuil eruit te verwijderen of blaas het filtr element vanaf de binnenzijde door met perslucht (met een maximale druk van 2,1 kgf/cm² of 30 psi).


NB: Voor een goede filterwerking要去 het filtrelement [8] droog zijn. Doordrenk het Niet met olie.
- Veeg met een vochtige doek vuil weg van de binnenkant van het luchtfilterdeksen [9] en het filterhuis [10].
NB: Let erop dat er geen vuil in het luchtinlaatkanaal [11] maar de carburateur binnendringt. - Plaats het filterelement [8] terug en breng het luchtfilterdeksel [9] waar aan.
MOTOROLIE VERVERSEN

D8C
Tap de olie af als de motor nog warm is, zodat veilrigheid de olie snel uistroomt en er geen olie in de motor achefterblijft.
VOORZICHITG:
- Langdurig contact met afgewerkte motorolie kan huidkanker veroorzaken. Hoewel dit risico uiterst Klein is, tenzig u dagelijks met afgewerkte olie in aanraking komt, adviseren wij u na het verversen van de motorolie.altijd uw handen grondig te wassen met water en zeep.
- Zet de gashendel in de stand STOP en draai de benzinekraan zich (OFF).Dit voorkomt mogelijkie brandstoflekkage (zie Blz 9).
- Veeg de omgeving rond de olievulhals schoon en verwijder de olievuldop/peilstok [1].
- Plaats een geschikte opvangbak [2] naast de maaier om de gebruikte olie op te vangen en kantel de maaier verrolgens op zich rechterkant. De gebruikte olie stroomt uit de vulhals. Laat de olie helemaal uitstromen.
- Vul de motor bij met olie van het aanbevolen type (zie Blz 7).
Vul Niet te veel olie bij.
Vulhoeveelheid motorolie: 0,40e - Controller na het verversen van de motorolie eerst het olipeil voordat u de motor start. Plaats de maaier hiervoor op een vlakke ondergrund. Als het olipeil nabij het onderste merkteken [3] staat, vul dan olie bij tot aan het bovenste merkteken [4] op de peilstok.



- Plaats de olievuldop/peilstok terug en draai deze stevig vast.
NB: Voer de afgewerkte motorolie af in overeenstemming met de geldende milieuvoorschriften.
U kunt de olie het best inleveren bij een afvalscheidingsstation of bij uw onderhoudsdealer. Gooi een bus met afgewerkte motorolie nooit in de vuilnisbak en LAST de olie Niet weglopen in de grond, in de goot of in het riool.
CONTROLEREN VAN DE BOUGIE
Aanbevolen bougie: NGK-BPR5ES
VOORZICHTIG:
- Gebruik alleen een bougie van het aanbevolen type. Gebruik van een bougie met een ongeschichte warmtegraad kan motorschade veroorzaken.
WAARSCHUWING
Wacht met het verwijderen van de bougie tot de motor en deuitlaat�n afgekoeld.
- Trek de bougiedop [5] los en verwijder de bougie [6] met behulp van een bougiesleutel [7].


- Controleer de bougie. Vervang de bougie als de elektronen zich versleteen of als de isolator is gebarsten of geschilferd. Reinig de bougie met een staalborstel als u hem opnieuw wilt gebruiken.
- Meet de afstand tussen de elektroden met een voelermaat: deutsche afstand moet 0,7 tot 0,8 mm bedragen. Als de afstand te groot is, kan die worden gecorrigeerd door de zij-elektrode voorzichtig te verbuigen.
- Monteer de bougie zorgvuldig met de hand, om beschadiging van het schroefdraad te voorkomen.
- Trek de bougie nadat deutsche handvast is aangedraid nog ie's na met een bougiesleutel om de afflichtring vast te zetten. Bij het terugplaatsen van een gebruikte bougie moet deutsche na het handvast aandraaien nog 1/8 tot 1/4 slag verder worden vastgedraaid. Bij het monteren van een neue bougie moet deutsche na het handvast aandraaien nog 1/2 slag verder worden vastgedraaid om de ring [8] samen te drukken.
- Plaats de bougiedop terug.
VOORZICHTIG:
- Een loszittende bougie kan oververhitting en beschadiging van de motor veroorzaken. Het te vast aandraaien van de bougie kan tot beschadiging van het schroefdraad in de cilinderkop leiden.
ONDERHOUD VAN DE VONKENVANGER

(In Europa en andere landen waar machinerichtelijk 2006/42/EG van kracht is, moet dit onderhoud worden uitgevoerd door uw onderhoudsdealer).
WAARSCHUWING
Kort na gebruik van de maaier is de uitlaat nog erg heet. Wacht tot deze is afgekoeld voordat u met werkzaamheden aan de vonkenvanger begint.
In sommige landen is het gebruik van een motor zonder vonkenvanger wettelijk Niet toegestaan.
- Verwijder de 3 flensbouten [9] van de uitlaatbeschermer [10] en verwijder de beschermer.
- Verwijder de 2 parkerschroeven [11]uit de vonkenvanger [12]en verwijder de vonkenvangeruit de uitlaatdemper.
- Controller de omgeving rond de uitaatpoort en de vonkenvanger op koolaanslag en kaak deze zo nodig schoon.
- Vervang de vonkenvanger als hier barsten of scheuren in zitten.
- Monteer de vonkenvanger [12] en uitlaatbeschermer [10] in omgeekerde volgorde van verwijdersen.


AFSTellen VAN DE CARBURATEUR

C13C
VOORZICHTIG:
Aanbevolen worden de afstelling van de carburateur door uw onderhoudsdealer te lately uitvoeren.
Aanbevolen stationair toerental: 1700± 150min^-1 (tpm)
Bedrijfstoerental: 2800-100 min-1(tpm)
AFSTellen VAN DE KOPPELINGSKABEL

C17
Type HYE, QYEJ:
Meet de vrijie slag [1] aan de beugel [2] zoals in de afbeelding is weergegeven.
- Plaats de versnellingshendel in de snelste stand en draai de borgmoeren [3] los.
- Trek de kabel zo nodig vaster of loser om een vrije slag van 1 tot 5mm te verkrijgen.
- Draai de borgmoeren [3] vast en controllerer nogmaals de vrij slag [1].
- Start de motor in de open lucht en bedien de koppelingsbeugel. Ga na of de koppeling goed aangrijpt en loskomt.

AFSTellenVAN DE SELECT DRIVE-KABEL

C17
Type VNKE, VYE:
Zorg bij het uitvoeren van deze procedure dat de wielen van de maaier op een vlakke ondergrond staan.
1. Zet de draaiknop op de Select Drive-regelaar [4] in de stand MIN [5].
2. Draai de borgmoer [6] van de Select Drive-koppelingskabel los.
3. Start de motor.
4. Draai, zonder de Select Drive-regelaar te bedieren, de versteller [7] van de Select Drive-koppelingskabel in de richting "START" [A] totdat de maaier begint te rijden.
5. Draai de versteller van de Select Drive-koppelingskabel 1 tot 2 slagen in de richting "STOP" [B].
6. Draai de borgmoer van de Select Drive-koppelingskabel vast.

Alle modellen:
NB: Als de koppelengiet goed functioneert verwilde koppelingskabel goed is afgesteld, is er möglich兌 sprake van een defect. Breng de maaier maar een erkende dealer voor controle.
MONTEREN EN DEMONTEREN VAN HET MAAIMES

DEMONTEREN VAN HET MAAIMES
- Zet de gashendel in de stand "STOP" (modellen met Rotostop).
- Draai de benzinekraan in de stand OFF (dicht) en verwijder de bougiedop van de bougie.
- Kantel de maaier op de rechterkant, met de carburateur maar boven gericht [8].

- Draai de 2 mesbevestigingsbouten [9] los met een 14mm dopsleutel en verwijder ze samen met de speciale ringen [10] uit
de meshouder [11].
Blokker het mes bij het losdraaien van de
mesbevestigingsbouten met een houten blok.
Type HYE, VKE, VYE:
- Verwijder het bovenste [12] en onderste mes [13].

Type QYEJ:
- Verwijder het mes [14] en de vulplaat [15].

MONTEREN VAN HET MAAIMES
- Maak de omgeving rond de mesbevestiging vrij van vuil en gras.
Type HYE, VKE, VYE:
WAARSCHUWING
Als u bij deze maaiers slechts een maaimes monteert, kan dit mes losraken en uit de worden geworpen, wat tot ernstig of zichs dodelijk maierletsel kan leiden. Monteer waarom.altijd beiden messen als set.
- Monteer beiden messen [3] en [4] met behulp van de 2 mesbevestigingsbouten [1] en speciale ringen [2], Zoals in de afbeelding is weergegeven.

Aanhaalmoment mesbevestigingsbouten: 49 59~N· m
Type QYEJ:
- Plaats de vulplaat [7] en monteer verrolgens het maaiimes [8] met behulp van de 2 mesbevestigingsbauten [1] en speciale ringen [2] zoals in de afbeelding is weergegeven.

Aanhaalmoment mesbevestigingsbouten: 54,0± 4,9 N·m
Let op dat de speciale ringen met de bolle kant, gemarkeerd met "OUT", maar de bout gekeerd zich.
De bouten zich speciala ontworpen voor deze toepassing.
Gebruik onder geen bedding andere bouten.
- Draai de mesbevestigingsbouten vast met een momentsleutel [5]. Blokveer de messen bij het vastdraaien van de mesbevestigingsbouten met een houten blok [6].
VOORZICHTIG:
- Als u Niet over een momentsleutel beschikt,That de mesbevestigingsbouten dan vastzetten door uw erkende Honda-dealer voordat u de maaier weeat gaat gebruiken.
- Als de bouten te vast় aanegdraaid,+kunnen ze breken; als zeniet vast genoeg় aanegdraaid, kunnen ze lostrillen.
NB: Kantel de maaier nooit zodenig dat de carburateur waar beneden is gezicht: dit za het starten bemoeilijken.

VERVANGEN VAN HET MAAIMES

VOORZICHTIG:
- Voor een goed maairesultaat要去 het maaimes in balans zich.
Messen die beschadigd zicheraakt of Nieteer in balans zich,
moeten waarom.altijd worden verrangen. - Vervang versleteen messen uitsluitend door originele Honda-verbangingsmessen.
SLIJPEN VAN HET MAAIMES
VOORZICHTIG:
- Om verzwakking van het maaimes te voorkomen, waardoor hetuit balans kan raken of het maairesultaat kan verslechteren, moet het maaimes vakkundig worden geslepen bij uwonderhoudsdealer.
- Slijp de snijkanten van het mes met behulp van een vijl. Slijp alleen het bovenste gedeelte. Zorg dat de oorspronkelijke hoek van het snijvlak behouden blijft, zodat een scherp snijvlak ontstaat. Vijl aan beiden uiteinden evenveel materiaal af, zodat het mes in balans blijft.
- Controleer na het slijpen met een schroevendraaier of het mes in balans is, zoals in de afbeelding hierboven is weergegeven. Wanner een van de uiteinden iets waar beneden draait, moet aan die kant nog wat materiaal worden afgevijd. Vervang het maimes als een van de uiteinden waar beneden kanfelt.


REINIGEN EN VERVANGEN VAN DE GRASVANGER
REINIGEN VAN DE GRASVANGERZAK
VOORZICHTIG:
- Reinig de graspvanger Niet met een hagedruk-of stoomreiniger: hierdoor kan de zak beschadigd raken.
- Wonneer de gaasstof verstopt is, kan er geen grasmeer in de zak worden opgezogen.
- Reinig de grasvanger bij voorkeur door de zak van buitenaar binnen met een tuinslanguit spoelen.De zak要去 volledig droog zich voordat u deze weer kurz gebruiken. Als de grasvangerzak vochtig is, zal deze zeer snel verstopt raken.
D60

WAARSCHUWING
Een geschuurde of beschadigde grasvangerzak biedt geen bescherming gegen voorwerpen die door het mes wordenuitgeworpen.
Deze können ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. Vervang een versleteen of geschuurde graspvangerzak waarom.altijd door een nieuw exemplaar.
VERVANGEN VAN DE GRASVANGERZAK
Een grasvangerzak is ook onder normale gebruiksomstandigheden aan slijtage onderhevig. Controlleraar dem regelmatig of de zak Niet is gerafeld of gescheurd. Vervang een versleten of beschadigde grasvanger uitsluitend door een origineel exemplaar van Honda.
- Maak de plastic randen [1] van de versleten grasvangerzak [3] los en verwijder het frame [2].
- Plaats het frame in de(AP) grasvangerzak en bevestig de plastic randen [1] op het frame.


ONDERHOUDSSCHEMA
| Onderhoud uit te voeren op de vermelde intervallen in maanden of bedrijfsuren, alaar gelang wat zich het eerst voordoet. | Interval | ||||||
| Voor elk gebruik | Na 1ste maand of 5 uu | Elke 3 maanden of 25 uu | Elke 6 maanden of 50 uu | Elk Jaar of 100 uu | Elke 150 bedrijfsuren | ||
| Onderdeel | Werkzaamheden | ||||||
| Motorolie | Controleren o | ||||||
| Vervangen o o (1) | |||||||
| Luchtfilter | Controleren o | ||||||
| Reinigen o (1) | |||||||
| Vervangen o (1) | |||||||
| Vliegwielrem-schoen (4) | Controleren o (2) | ||||||
| Bougie | Controleren / Afstellen | o | |||||
| Vonkenvanger | Reinigen o (6) | ||||||
| Brandstoffank en -filter | Controleren / Reinigen | o (2) | |||||
| Binnenenzijde deksel | Reinigen o (2) | ||||||
| Klepseling | Controleren / Afstellen | o (2) | |||||
| Brandstoffleiding | Controleren (vervangen indien nodig) | Om de tweeJAar (2) | |||||
| Grasvanger Reinigen | o | ||||||
| Vastzitten mesveestigingshoulen en staat mes | Controleren o | ||||||
| ROTOSTOP-kabel (3) | Controleren / Afstellen | o (2) | o (2) | ||||
| Mesremkabel (4) | Controleren / Afstellen | o (2) | o (2) | ||||
| ROTOSTOP (3) | Controleren o (2) | o (2) | |||||
| Versnellingskabel (8) | Controleren / Afstellen | o | o | ||||
| Select Drive-kabel (7) | Controleren / Afstellen | o | o | ||||
| Gaskabel | Controleren / Afstellen | o (2) | o (2) | ||||
| Aandrijfriem (5) | Controleren o (2) | ||||||
| Maaidek | Reinigen | o | |||||
(1) Reinig vaker wanner de maiaier in een stoffige omgeving worden gebruikt.
(2) Deze onderhoudswerkzaamheden要去en door uw onderhoudsdealer worden uitgevoerd.
(3) Typen HYE, VYE, QYEJ
(4) Type VKE
(5) Typen HYE, VKE, VYE
(6) In Europa en in andere landen waar machinerichtijn 2006/42/EG van kracht is, moet dit onderhoud worden uitgevoerd door uw onderhoudsdealer.
(7) Type VKE, VYE
(8) Type HYE, QYEJ
PROBLEM OPLOSSEN
MOTOR START NIET
| Mogelijk oorzaak Oplossing | |
| BenzinekraanRCT (OFF). | Draai de benzinekraan open (ON) (Blz 9). |
| Gashendel (indien op model aanwezig) staat in de verkeerde stand. | Zet de gashendel in de stand "SNEL" (Blz 9). |
| Geen brandstof. Vul brandstof bij (Blz 6). | |
| Slechte brandstof: maier is opgeslagen zonder behandeling/aftappen van benzine of de tank is bijgevuld met slechte benzine. | Vul de tank met neue benzine (Blz 6). |
| Bougie defect o verruild, elektrodenafstand onjuist. | Corrigeer de elektrodenafstand of verrang de bougie (Blz 13). |
| Bougie nat van brandstof (verzopen motor). | Droog de bougie en plaats deze terug. Start de motor met de gashendel in de stand "SNEL" (Blz 9). |
| Tankontluchtig geblokkaerd, carburateurverstopt of ontsteking defect. | Laat deze werkzaamheden uitvoeren door uw onderhoudsdealer. |
| Mesremkoppeling (indien op model aanwezig) wordeniet stevig genoeg gegen duwbeugel gedrukt. | Houdijdens het starten van de motor de mesremkoppeling stevig gegen de duwbeugel gedrukt (Blz 9). |
ONVOLDOENDE MOTORVERMOGEN
| Mogelijkkeoorzaak Oplossing | |
| Gashendel (indien op model aanwezig) staat nicht op "SNEL". | Zet de gashendel op "SNEL" (Blz 9). |
| Gras is te lang om te maaien. | Stel grotere maaihoogte in (Blz 7), maai een smallere strok, maai met lagere snugheid (Blz 10) of maai het gazon vaker. |
| Maaidek is verstopt. | Maak het maaidek schoon (Blz 14). |
| Luchtfilter is verstopt. | Reinig of verrang het luchtfilterelement (Blz 12). |
| Slechte brandstof: maaier is opgeslagen zonder behandeling/aftappen van de benzine of de tank is bijgevuld met slechte benzine. | Vul de tank met neue benzine (Blz 6). |
| Tankontluchtig geblokkeerd, carburateurverstopt of ontsteking defect. | Laat deze werkzaamheden uitvoeren door uw onderhoudsdealer. |
MAAI-ENVERZAMELPROBLEMEN
| Mogelijkkeoorzaak Oplossing | |
| Motortoerental is te laag voor goed maairesultaat. | Zet de gashendel (indien op model aanwezig) in de stand "SNEL" (Blz 9). |
| Maaier rijdt te snel voor de conditie van het gazon. | Selecteer een lagere versnelling (voor modellen uitergerust met versnellingshendel) of loop langzamer. |
| Grasvanger te vol of verstopt. | Leeg de grasvanger. Reinig de grasvanger als deze is verstopt met vuil (Blz 12 en 16). |
| Maaidek is verstopt. Maak het maaidek schon (Blz 14). | |
| Maaimes(sen) bot, versleten of beschadigd. | Slijp of verrang maaimes(sen) indien nodig (Blz 15). |
| Verkeerd maaimes gemonteerd. | Monteer maaimes(sen) van het juiste type (Blz 15). |
OVERMATIGE TRILLING
| Mogelijkkeoorzaak Oplossing | |
| Maaiamesen)los,verbogen,beschadigd ofuit balans na onjuist slijpen. | Draai loszittende mesbevestigingsbouten vast.Laat in het geval van verbogen of beschadigde)maaiames(se)n de maaiercontroleren door een erkendeHonda-onderhoudsdealer (Blz 15). |
| Mechanische schade,bijvoorbeeld verbogenkrukas. | Laat deze werkzaamheden uitvoeren dooer uw onderhoudsdealer. |
OPSLAG
VOORBEREIDINGEN VOOR OPSLAG VAN DE MAAIER

Voer de onderstaande werkzaamheden UIT wanneer de maaier voor eenperiode van 30 dagen of longer nicht za worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Wacht met het legen van de benzinetank tot de uitlaat is afgekoeld.
Type HYE, VYE, QYEJ:
Zet de gashendel [3] in de stand "SNEL" [A]


Alle modellen:
- Leeg de benzinetank en de carburateur in een geschikte opvangbak [1]:
a. Draai de benzinekraan [2] in de stand ON (open).
- Ververs de motorolie (zie Blz 13).
- Trek rustig aan het startkoord totdat u waarstand voelt. Hiermee worden de kleppen gesloten, waardoor ze beschermd zichen gegen stof en corrosie.
- Voorzie alle oppervlakken die gevoelig zijn voor roestvorming van een dunne laag olie. Dek de maaier af enplaats hem op een vlakke ondergrond in een droge, stofvrije ruimte. Gebruik geen plastic zeil voor het afdekken, aangezien dit condens vasthoudt.
NB: Als de gazonmaier langer dan 3 maanden nicht worden gebrukt, verwijder dan de bougie en giet 5 tot 10cm^3 schone motorolie in de cilinder. Trek verwolgens 2 of 3maal rustig aan het startkoord om de olie te verspreiden. Laat de maaier Niet gedurende langere tijd op de zijkant rusten. Dit kan startproblemen en olielekkageveroorzaken.
BRANDSTOFOPSLAG
NB:
- Benzine isijdens opslag onderhevig aan oxidatie en veroudering.
Verouderde benzine veroorzaakt moeilijk starten en zorgt voor een gomafzetting in het brandstofsysteme die tot verstopping kan leiden. Als de benzine in uw motorijdens opslag veroudert,要去en de carburateur en andere onderdelen van het brandstofsystem mightijk worden gereinigd of worden verwangen.
- Gebruik alleen vaten of jerrycans die specifiek zijn ontworpen voor koolwaterstoffen [1]. Het materiaal van Niet-geschikte holders kan oplossen, waardoor de benzine verruild raakt en de motor Niet goed meer werkt.

[1]
Bewaar de brandstof op een donkere plaats in een ruimte zonder temperatuurschommelingen (bij voorkeur Niet in een schuur of tuinhuisje).
- Problemen met een verstopte carburateur of vastzittende kleppen door verouderde of verontreinigde benzine worden nicht door de garantie gedekt.
- De kwaliteit van loodvrijne benzine neemt snel af (soms al binnen 2 tot 3 weken). Gebruik waarom geen benzine vaneer dan 1 maand oud. Bewaar Niet meer brandstof dan u maandelijks nodig hebt.
IN GEBRUK NEMEN VAN DE MAAIER NA OPSLAG
- Verwijder de bougie [2], kijk of\ deze schoon is en controllerer de\ electrodenafstand. Trek een\ aanal keren aan het startkoord.

- Draai de bougie eerst zo ver möglichk met de hand vast en haal hem cervolgens met een bougiesleutel nog 1/8 tot 1/4 slag verder aan.
- Controller het peil en de conditie van de motorolie [3].

- Vul de brandstoffank en start de motor.
NB: Als u ter Voorbereiding op opslag olie in de cilinder hebte gegoten, za de motor na het starten even roken. Dit is normalaal.
TRANSPORT VERVOEREN VAN DE MAAIER

WAARSCHUWING
Zet de machine Niet op de zijkant om hem te vervoeren: dit kan brandstof- en olielekkage veroorzaken. Lekkende brandstof en zelfs benzinedampen können brand veroorzaken.
Ga voor het transport van de gazonmaaier als volgt te werk:
1.Zet de gashendel in de stand "STOP" (alle typen m.u.v.VKE).

- Verwijder de bougiedop.
- Draai de benzinekraan [4] in de stand OFF (dicht).
U kunt het vervoer als volgt vergemakkelijken:
- Verwijder de grasvanger (zie Blz 5).
Type HYE, VKE, VYE: - Draai de knoppen voor het verstellen/inklappen van de duwbeugel [5] een kwartslag in de ontgrendelde stand [6] en klap de duwbeugel in [7].

Type QYEJ:
- Zet de snelspanners van de duwbeugel [8] open, trek de verstelpennen [9] waar buiten en klap de duwbeugel [10] in.

NB:
- Controller na het inklappen van de duwbeugel of de kabels nicht zich geknikt, zich gedraaid of onder spanning staan.
- Druk bij het inklappen de duwbeugel gegen deuis van de beugel om te voorkomen dat deze de motor raakt. (typen VKE, VYE)
LADEN EN LOSSEN VAN DE MAAIER

VOORZICHITG:
Maak bij het laden en loseen van de maaier met behulp van een laadplank nooit gebruik van het aandrijsystem: u kurz waar bij gemakkelijk de controle over de maaier verliezen, waardoor de maaier beschadigd kan raken.
- Schakel nooit de aandrijfkoppeling in wanner u de gazonmaaier awhileuat rollen: hierdoor kan aandrijsysteme beschadigd raken.
- Vervoer de maaier horizontally, met alle vier wielen op de laadvloer.
- Gebruik een laadplank voor het laden of losers van de maaier of roep de hulp in van een tweede persoon om de maaier te tillen.
Zorg bij gebruik van een laadplank dat de hellingshoek Niet groter is dan 15^ (26%) .
- Zet de maier op de laadvloer vast met behulp van sjorriemen en plaats keggen onder de wielen.
Voorkom dat de sjorriemen over de volgende onderdelen van maaier lopen: gashendel, mesbedieningsbeugel, brandstoftank en alle bedieningskabels.
NUTTIGE INFORMATIE
DEALER ZOEKEN
Raadpleeg voor het zoekenaar een erkende Honda-dealer once Europese website:
http://www.honda-eu.com

GANGBARE ONDERDELEN, OPTIONELE TOEBEHOREN EN VERBRUIKSPRODUCTEN
Neem voor de aanschaft van de onderstaande en andere originele onderdelen contact op met een erkende Honda-dealer.
| HRX476C | |||
| HYE, VKE, VYE QYEJ | |||
| Gangbare onderdelen | |||
| [1] Grasvanger 81320 | -VK8-J50 81320-VK8-003 | Alleen grasvangerzak (zonder frame) | |
| [2] Achterwiel 42710 | -VK8-J50 | ||
| [3] Lichtfilter 17211 | Z8B-901 Filterelement | ||
| [4] Voorwiel 44710-VK8-J50 44700-VK8-D00 | |||
| [5] Bougie 98079-55846 | NGK (merk): BPR5ES (model) | ||
| [6] Standaard maaiimes | 72511-VK8-J50 | 72511-VK8-000 | Vereist het gebruik van een momentsleutel |
| [7] 72531-VK8-J50 | |||
| [8] Startkoord 28462 | Z0L-V71 | Vraag uw Honda-dealer dit te verrangen | |
| Verbruiksproducten | |||
| Motorolie | 08221-888-061HE SAE 10W30, 0,6 ℓ | Olie voor viertaktmotoren | |
WAARSCHUWING
De hier vermelde toebehoren zijn specifiek voor het model en type van uw maaier ontworpen. Voor uw eigengeiligheid is de montage van andere toebehoren strikt verboden.

TECHNISCHE GEGEVENS
| MODEL HRX476C2 | ||||
| TYPEN | VKE | VYE | HYE | QYEJ |
| ALGEMEEN | ||||
| Omschrijvingscode MBUF | ||||
| Functie Gras maaien | ||||
| Afmetingen L x b x h mm 1 580 x 530 x 995 1 610 x | 530 x 1 035 1 445 x 497 x 980 | |||
| Drooggewicht kg 39 42 44 42 | ||||
| Spoorbreedtechyter/vóör mm | 430 / 453 | 420 / 393 | ||
| Maaibreedte mm | 470 | |||
| Maaihoogte-installungen mm | 7 standen (25 tot 79 mm) | 5 standen (19 tot 58 mm) | ||
| Diameter achter-/voortwilen mm | 212 / 212 | 100 / 200 | ||
| Inhoud grasvanger ℃ | 69 | 73 | ||
| Geluidsdruk op oorhoogte (overeenkomstig EN ISO5395-2:2013 + Å1:2016 + A2:2017) dB(A) | 79 | 78,7 | 78,6 | 80,4 |
| Meetonzekerheid dB(A) | 1 | |||
| Gemeten geluidsvermögen (overeenkomstig rechtlijnen 2000/14/EG, 2005/88/EG) dB(A) | 93,16 | 92,80 | 92,84 | 93,74 |
| Meetonzekerheid dB(A) | 1,59 | 0,89 | 0,77 | 1,13 |
| Gewaarborgd geluidsvermögensniveau (richtlijnen 2000/14/EG, 2005/88/EG) dB(A) | 95 94 | 95 | ||
| Trillingstest (overeenkomstig EN ISO5395-2:2013 + A1:2016 + A2:2017)(**) m/s2 | 4,63 | 4,69 | 4,09 | 5,72 |
| Meetonzekerheid m/s2 | 1,59 | 1,10 | 0,74 | 0,55 |
| MOTOR | ||||
| Model | GCV170 | |||
| Type Luchtgekoelde 4-takt kopklepmotor | ||||
| Cylinderinhoud cm3 | 166 | |||
| Boring x slag mm | 60,0 x 59,0 | |||
| Koelsystem | Geforceerde luchtkoeling | |||
| Smeersystem Sproeismering | ||||
| Compressieverhouding | 8,0 : 1 | |||
| Nettovermögen (*) kW/min-1(tpm) | 3,6 / 3 600 | |||
| Nominaal vermogen kW/min-1(tpm) | 3,1 / 2 800 | |||
| Bedrijstoerental min-1(tpm) | 2 800+0-100 | |||
| Stationair toerental min-1(tpm) | 1 700 ± 150 | |||
| Ontsteking | Transistorgestuurde magnetoontsteking | |||
| Bougie | NGK: BPR5ES | |||
| Elektrodenafstand mm | 0,7 ~ 0,8 | |||
| Luchtfilter | Droog type (met papieren element) | |||
| Aanbevolen brandstof | Ongelode benzine 95 of 98 | |||
| Inhoud brandstoffank ℃ | 0,95 | |||
| Brandstoffverbruik ℃/h | 1,2 | |||
| Gebruksduur op eén volle tank (*) h | 0,8 | |||
| Aanbevolen motorolie | SAE 5W-30, 10W-30 | |||
| Vulhoeveelheid motorolie ℃ | 0,40 | |||
| Kooldioxide (CO2) emissies(**) | Zie "Overzicht CO2-informatie" op www.honda-engines-eu.com/co2 | |||
| TRANSMISSIE | ||||
| Type | Variabel | Hydrostatisch | 1 versnelling | |
| Aandrijving | V-riem | |||
| Eindoverbrengung | Tandwiel | Ketting | ||
| Aantal versnellingen | Traploos | Vaste overbrenging | ||
| VoorwaartseSNIEL | 0 ~ 1,4 | 1,0 | ||
| Smeersystem | Oliebad met spatsmering | |||
| Aanbevolen motorolie | SAE 10W30 API specificatie SL / SJ | Honda HST | 15W40 | |
| Vulhoeveelheid transmissie-olie cm3 | 150 | 140 | 100 | |
(^) Het nominale vermogen van de motor dat staat vermeld in dit document is het netto geleverd vermogen zoals getest bij een in series geproduerde motor van het modeltype GCV170, gemeten in overeenstemming met SAE J1349 bij 3600 min1 (tpm) (nettovermogen). Het vermogen geleverd door massaproduktiemotooren kan hiervan afwijken. Het feitelijk geleverd vermogen van de motor die in de machine is ingebouwd, hangt af van een groot aantal verschillende factoren, waaronder het toerental van de motor bij gebruik in de praktijk, de omgevingsomstandigheden, het onderhoud en andere variabelen.
(^) Waarden voor een machine uitgerust met een gratvanger, ingesteld op het opvangen van het gemaaide gris.
(^*) Deze meetresultaten voor CO2 betreffen metingen volgens een vaste testcyclus onder laboratoriumomstandigheden, gedaan op een (basis)motor die representatiefiis voor het betrokken motortype (de betrokken motorfamilie); zij implicieren of vormen geen enkele garantie voor de prestaties van een bepaalde motor.