Comfort - Bloeddrukmeter Tensoval - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Comfort Tensoval in PDF-formaat.

📄 50 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice Tensoval Comfort - page 40
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Tensoval

Model : Comfort

Categorie : Bloeddrukmeter

SKIP

Veelgestelde vragen - Comfort Tensoval

Download de handleiding voor uw Bloeddrukmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Comfort - Tensoval en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Comfort van het merk Tensoval.

GEBRUIKSAANWIJZING Comfort Tensoval

15. Toebehoren en onderdelen

Om de meetnauwkeurigheid te waarbor- gen, adviseren wij u uitsluitend originele toebehoren van HARTMANN te gebruiken. U kunt deze verkrijgen bij uw apotheker of medische speziaalzaak.

Voorgevormde manchet normaal: art.nr. 900 166 Bovenarmomtrek 22 – 32 cm

Beugelmanchet large: art.nr. 900 155 Bovenarmomtrek 32 – 42 cm Datum van herziening van de tekst: 2009-12 Nederlands

14. Wettelijke voorschriften en

Tensoval comfort risponde alle direttive della normativa europea 93/42/CEE sui dispositivi medici ed è dotato di marchio CE. L’apparecchio è conforme inoltre alle di- sposizioni della normativa europea per gli sfigmomanometri non invasivi, Parte 1: requisiti generali EN 1060-1:1995 e Parte 3: requisiti complementari per i sistemi di misura della pressione sanguigna di tipo elettromeccanico EN 1060-3:1997. Il con- trollo della precisione clinica della misura- zione è stato condotto secondo il proto- collo di controllo consigliato nell’EN 1060-3 (normativa DIN 58130) presso l’Ospedale Centrale di Reinkenheide, Germania, dal Prof. Anlauf e secondo le disposizioni ANSI/AAMI SP10-1992. Produttore: PAUL HARTMANN AG, 89522 Heidenheim Germania1. Algemene informatie over de bloeddruk Het hart van een mens slaat ongeveer 60 tot 80 keer per minuut. Hierdoor wordt het bloed in de slagaderen gepompt zodat het lichaam van zuurstof en de noodzake- lijke voedingsstoffen kan worden voorzien. Om te zorgen dat het bloed ook de klein- ste bloedvaten bereikt, is een permanente druk vereist: de bloeddruk. Bij de bloed- drukmeting worden twee waarden bepaald: de systolische druk, dat is de maximale druk op het moment van de hartslag en de diastolische druk, de mini- male druk tussen twee hartslagen in. Men spreekt dan van een bloeddruk van bij voorbeeld 120/80, die wordt aangegeven in millimeter kwik (mmHg). De bloeddruk verandert bij elk mens voort- durend en schept zo de voorwaarden voor het prestatievermogen van het lichaam. Bloeddrukschommelingen zijn dus volko- men normaal. Als de bloeddrukwaarden in rust echter langdurig verhoogd zijn, spre- ken we van hypertensie ofwel hoge bloed- druk. Beoordeling Systolische druk Diastolische druk Optimaal tot 120 mmHg tot 80 mmHg Normaal tot 130 mmHg tot 85 mmHg Grenswaarde normaal 130 – 139 mmHg 85 – 89 mmHg Hypertensie graad 1 140 – 159 mmHg 90 – 99 mmHg Hypertensie graad 2 160 – 179 mmHg 100 – 109 mmHg Hypertensie graad 3 180 mmHg of hoger 110 mmHg of hoger

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de onderstaande grenswaarden vastgesteld:Hoge bloeddruk is een van de belangrijk- ste oorzaken van invaliditeit en overlijden. Veel mensen weten echter niet dat ze aan hoge bloeddruk lijden. Want vaak treden er pas klachten op wanneer de eruit voortvloeiende aandoeningen al in een gevorderd stadium zijn en dan levensbe- dreigend kunnen zijn, zoals een hartinfarct, beroerte of nierbeschadiging. Alleen met een regelmatige controle kan een hoge bloeddruk tijdig worden onderkend. U hebt gekozen voor zelfmeting en draagt daar- mee bij aan deze preventieve controle. Alleen zo is een effectieve bescherming tegen de schadelijke gevolgen voor hart en bloedvaten gewaarborgd.

2. Belangrijke richtlijnen voor de

Zelfmeting van de bloeddruk is geen vervanging van de behandeling of van de regelmatige controle door de arts. De door de arts voorgeschreven dose- ring geneesmiddelen mag derhalve in geen geval op eigen initiatief worden veranderd.

Zelfmetingen van de bloeddruk moeten gedurende een langer tijdsbestek wor- den uitgevoerd. Wanneer u de gemeten waarden regelmatig noteert in uw bloeddrukpas, kan een hoge bloeddruk tijdig worden ontdekt en kan uw arts de behandeling optimaal instellen. Losse meetwaarden zijn momentopnamen en hebben daarom geen betekenis.

Om de gemeten waarden vergelijkbaar te maken, moet de bloeddruk altijd in rusttoestand worden gemeten. Ontspan u daarom 5 minuten voor de meting.

Zelfs geringe wijzigingen van inwendige en uitwendige factoren (b.v. diep inade- men, het gebruik van genotmiddelen, spreken, opwinding, klimaatfactoren) kunnen tot bloeddrukschommelingen leiden. Dat verklaart waarom bij de arts of apotheker vaak afwijkende waarden worden gemeten.

Meet de bloeddruk regelmatig ‘s och- tends en ‘s avonds op hetzelfde tijd- stip, want de bloeddruk schommelt in de loop van de dag.

Tijdens de meting mag u niet bewegen of praten!

De manchet altijd om de blote boven- arm aanleggen en ervoor zorgen dat de bloedsomloop niet door de omhoogge- schoven kledingstukken wordt gehin- derd. Meet altijd aan dezelfde arm en laat daarbij de onderarm ontspannen op tafel rusten.

De normale manchet is geschikt voor een bovenarmomtrek tussen 22 en 32 cm, de large-uitvoering voor een omtrek tussen 32 en 42 cm. Bij ande- re maten kunnen correcte meetresulta- ten niet worden gegarandeerd.

Tussen twee opeenvolgende metingen moet minimaal 1 minuut rust in acht Nederlands 43worden genomen, aangezien anders geen correcte waarden worden geme- ten.

Bij ernstige hartritmestoornissen (arit- mie) dienen metingen uitsluitend in overleg met de arts plaats te vinden. Als gevolg van de oscillometrische meetmethode worden in sommige gevallen verkeerde meetwaarden vast- gesteld of kan er geen meetresultaat tot stand komen (Err).

Tijdens de zwangerschap is bloed- drukcontrole buitengewoon belangrijk, aangezien de bloeddruk door de zwan- gerschap kan veranderen. Voor de inter- pretatie van de meetresultaten moet echter altijd overleg met de arts worden gepleegd.

3. Controlesignalen en symbolen

Knippert tijdens de meting van de bloeddruk en de polsslag Batterijen vervangen Meetfout, zie hoofdstuk 12 Verschijnt tijdens het oppompen Verschijnt tijdens de automati- sche test Weergave van de opgeslagen meetwaarden voor persoon 1 Weergave van de opgeslagen meetwaarden voor persoon 2 Bescherming tegen elektrische schok (type BF) Gebruiksaanwijzing in acht nemen

4. Stroomvoorziening

Gebruik met batterijen Open het batterijdeksel aan de onderkant van het apparaat (zie afb.). Plaats de batterijen (zie hoofdstuk 13, technische gegevens). Let daarbij op de juiste polariteit („+” en „–”). Sluit het batterijdeksel.

M25. Instellen van datum en tijd

Na het plaatsen van de batterijen komt u automatisch in de tijdfunctie. In het display knippert het jaartal. U kunt dit veranderen met de toetsen M1 (+) en M2 (–). U slaat het jaartal op door op de START/STOP-toets te drukken.

Als tweede wordt de maand opgesla- gen. Het rechter cijfer in het display knippert. U stelt de maand in met dezelfde toetsen als het jaartal. Op dezelfde manier gaat u te werk om ach- tereenvolgens dag, uur en minuten in te stellen. Steeds nadat de batterijen zijn verwisseld, moeten datum en tijd opnieuw worden ingesteld.

6. Aanleggen van de manchet

De meting moet aan de blote arm met de normaal gesproken hoogste bloed- drukwaarde worden uitgevoerd.

Bij de beugelmanchet voert u het uit- einde van de manchet door de metalen beugel zodat een lus ontstaat. Het klit- tenband moet daarbij aan de buiten- kant liggen. Schuif de manchet over de bovenarm, waarbij de slang midden op de binnenzijde van de arm komt te lig- gen en in de richting van de hand wijst. Pak het vrije einde van de manchet, leg het strak rond de arm aan en sluit het klittenband.

Leg de voorgevormde manchet om de

Wij adviseren het gebruik van hoog- waardige batterijen, omdat andere batterijen of accu’s tot minder betrouwbare meetresultaten kunnen leiden. Nooit oude en nieuwe batterijen of verschillende fabrikaten door elkaar gebruiken.

Verwijder de batterijen uit het apparaat als u het langere tijd niet gebruikt.

In het belang van het milieu mogen lege batterijen niet met het gewone huisvuil worden weggeworpen. Houd u aan de geldende verwijderingsvoor- schriften of geef de batterijen af bij openbare inzamelpunten.

Doe de thermometer niet bij het huisvuil maar lever hem in bij speciaal daarvoor bedoelde inzamelpunten. Gebruik met nettransformator Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich een aansluiting voor de net- adapter (uitgang 6V DC/600 mA). Om de meetnauwkeurigheid te waarborgen advi- seren wij u uitsluitend een HARTMANN nettransformator te gebruiken, die u bij de apotheek of medische speziaalzaak kunt kopen. Nederlands 45te liggen.

Bevestig de slangkoppeling in de man- chetaansluiting aan de linkerkant van het apparaat. Opgelet: de slang- koppeling niet in de netaansluiting aan de achterkant van het apparaat steken!

7. Meting van de bloeddruk

Wij adviseren de bloeddruk zittend te meten. Leg de arm met de handpalm naar boven ontspannen op tafel. Let erop dat de manchet zich ter hoogte van het hart bevindt.

Het apparaat pas inschakelen nadat de manchet is aangebracht, aangezien de manchet anders door overdruk kan worden beschadigd.

Druk op de START/STOP-toets. Het verschijnen van alle displaysegmenten gevolgd door een knipperend, naar beneden wijzend pijltje betekent dat het apparaat automatisch is getest en klaar is voor de meting. Vervolgens wordt de manchet automatisch opgeblazen tot ca. 190 mmHg. Als deze druk niet vol- doende blijkt of als de meting gestoord werd, pompt het apparaat in stappen van 30 mmHg verder tot de geschikte waarde.

Wanneer bij u in principe altijd een hogere manchetdruk nodig is, kunt u het napompen overslaan door de START/STOP-toets kort na begin van het opblazen opnieuw in te drukken en bovenarm. De luchtslang moet midden op de binnenzijde van de arm liggen en in de richting van de hand wijzen. Pak het vrije einde van de manchet, leg het strak om de arm aan en sluit vervolgens het klittenband.

De manchet zit goed als de witte streep midden op de binnenkant van de arm op de slagader ligt en de afstand tussen de onderste manchetrand en de elle- boog ongeveer 2,5 cm bedraagt (zie afb.).

De manchet moet stevig, maar niet te strak zitten. U moet een of twee vingers tussen arm en manchet kunnen steken. Denk eraan dat ongelijkmatig aanleggen van de manchet tot onnauwkeurige metingen kan leiden.

Controleer aan de hand van de marke- ringen op de manchetrand de juiste manchetgrootte. De witte pijl moet binnen de rode markeringsbalk komen 2,5 cm 46de waarde niet wordt toegewezen, wordt deze automatisch opgeslagen bij de persoon wiens symbool in het display staat.

Om het apparaat uit te schakelen drukt u op de START/STOP-toets. Mocht u dit vergeten, wordt het apparaat na drie minuten automatisch uitgeschakeld.

Als u de meting om wat voor reden dan ook wilt onderbreken, drukt u gewoon op de START/STOP-toets. Het pompen of meten wordt stopgezet en de druk wordt automatisch afgelaten.

Om het geheugen op te roepen, drukt u in uitgeschakelde toestand op de memory-toets. Voor de meetwaarden van de eerste persoon drukt u op M1, voor de tweede persoon op M2. In het display verschijnt het bijbehorende symbool M1 of M2. Eerst wordt het gemiddelde van alle opgeslagen waar- den van de betrokken persoon weerge- geven. In het display ziet u een „A”; het getal rechts boven geeft aan, uit hoe- veel metingen het gemiddelde berekend is (zie afb.). ingedrukt te houden tot de gewenste manchetdruk bereikt is. Deze moet ca. 30 mmHg boven de systolische waarde liggen.

Belangrijk: tijdens de volledige duur van de meting mag u zich niet bewegen en niet praten.

Terwijl de druk uit de manchet weg- loopt, worden in het display het hart- symbool en de dalende manchetdruk getoond.

Een geluidssignaal geeft aan dat de meting voltooid is. In het display ver- schijnen gelijktijdig de systolische en de diastolische bloeddruk, met daar- onder de polsslag (zie afb.). Boven de meetwaarden verschijnen de tijd en links het symbool M1 of M2. M1 staat voor de meetwaarden van de eerste persoon. Onder M2 kunnen de gegevens van een tweede persoon worden opgeslagen. Zolang het meetre- sultaat in beeld is, hebt u de mogelijk- heid om de waarden, door indrukken van de M1- of de M2-toets, aan een van de twee personen toe te wijzen. Als Nederlands 47de batterijen, zijn de geheugenwaarden weer beschikbaar. Wissen van de geheugenwaarden Zowel voor M1 als voor M2 kunt u alle voor de die persoon opgeslagen gegevens wissen. Druk daarvoor op de memory- toets van de desbetreffende persoon. In het display verschijnt de gemiddelde waarde. Houd nu de memory-toets een tijdlang ingedrukt. Na vier seconden begint het display te knipperen en na 8 seconden zijn alle gegevens van de desbe- treffende persoon gewist. In het display staat nu M1 of M2. Als u de toets eerder loslaat, worden de gegevens niet gewist.

Het apparaat niet blootstellen aan extre- me temperaturen, vochtigheid, stof of direct zonlicht.

Dit apparaat bestaat uit hoogwaardige precisie-onderdelen. Laat het niet vallen en voorkom heftige schokken.

De voorgevormde manchet mag niet worden geknikt of te sterk worden uit- gerekt.

Het apparaat nooit openen. Reparaties mogen uitsluitend door de erkende vakman worden uitgevoerd.

Het apparaat uitsluitend reinigen met een zachte, vochtige doek. Geen reini- gings- of oplosmiddelen gebruiken.

De manchet kan voorzichtig worden Door nu op de memory-toets te druk- ken komt u bij geheugenplaats 1.

In het geheugen van de Tensoval comfort kunnen maximaal 30 metin- gen worden opgeslagen. De laatste meting wordt steeds op geheugenplaats 1opgeslagen, waarbij de eerdere metingen steeds een plaats naar boven opschuiven. Als alle geheugenplaatsen vol zijn, wordt de oudste meetwaarde gewist.

Door herhaaldelijk op de memory- toets te drukken, kunt u alle waarden in het geheugen één voor één oproepen.

Bij het bekijken van een geheugen- waarde worden de meetwaarde en het desbetreffende nummer van de geheu- genplaats weergegeven. Om de 2 à 3 seconden wisselt de weergave tussen geheugenplaats, datum en tijd.

U kunt de geheugenfunctie op elk moment afbreken door op de START/STOP-toets te drukken. Doet u dit niet, wordt het geheugen na enkele seconden vanzelf uitgeschakeld.

Ook na onderbreking van de stroomtoe- voer, bijvoorbeeld bij verwisseling van 4811. Garantie Wij verlenen op dit product 3 jaar garantie. Informatie over de garantie- voorwaarden en contactadressen vindt u op het apart bijgevoegde garantiecerti- ficaat. gereinigd met een vochtige doek en een milde zeepoplossing. De manchet nooit in water onderdompelen.

10. Meettechnische controle

Bij professioneel gebruik van de appara- ten, bijvoorbeeld in apotheken, artsen- praktijken of klinieken, adviseren wij om de twee jaar een meettechnische controle uit te voeren. Daarnaast dient u de door de wetgever vastgelegde nationale voor- schriften in acht te nemen. De meettech- nische controle kan door PAUL HART- MANN AG (zie serviceadres), door de bevoegde autoriteiten of door een erkend onderhoudsbedrijf worden uitgevoerd tegen vergoeding van de kosten. Richtlijnen voor de kalibratiemodus Om in de kalibratiemodus te komen, moet u eerst de batterijen verwijderen. Vervolgens houdt u de START/STOP-toets ingedrukt en zet u de batterijen weer terug. Nu laat u de toets los en na korte tijd verschijnen er in het display twee over elkaar liggende nullen.Nu laat u de toets los en na korte tijd verschijnen er in het display twee over elkaar liggende nullen. Op verzoek stellen wij de bevoegde auto- riteiten en erkende onderhoudsdiensten graag een testhandleiding voor de meet- technische controle ter beschikking. Nederlands

Opgetreden fout Mogelijke oorzaken Apparaat kan niet worden Batterijen ontbreken, zijn niet correct geplaatst ingeschakeld of zijn leeg. Controleer eventueel de aansluiting van de nettransformator. Bewegen of spreken tijdens de meting. De manchet is verkeerd of te los aangelegd. De meting a.u.b. herhalen. De druk in de manchet is hoger dan 330 mmHg. De druk wordt automatisch verminderd. De batterijen zijn bijna leeg. Er kunnen nog maar enkele metingen worden uitgevoerd. De batterijen zijn leeg en moeten worden vervangen. Manchet wordt niet De aansluiting van de manchet zit niet goed in het opgepompt apparaat.Nederlands

Opgetreden fout Mogelijke oorzaken Te hoge of te lage Verkeerde manchetgrootte. meetwaarden Manchet werd over de kleding aangelegd. Omhooggeschoven kledingstukken belemmeren de bloedcirculatie. Bewegen, spreken of opwinding tijdens de meting. Diep ademen tijdens de meting. Geen ontspanningspauze voor de meting. Gebruik van genotmiddelen vlak voor de meting. Indien er een foutsymbool in het display verschijnt, schakelt u het apparaat uit. Contro- leer de mogelijke oorzaken en neem de richtlijnen voor de zelfmeting in hoofdstuk 2 in acht. Ontspan u 1 minuut en meet nogmaals. Tijdens de meting mag u niet bewegen of praten.52

13. Technische gegevens

Meetmethode: Oscillometrisch Weergavebereik: 0 – 300 mmHg Meetbereik: Systole (SYS): 50 – 250 mmHg Diastole (DIA): 40 – 180 mmHg Pols: 40 – 160 slagen/minuut Technische nauwkeurigheid: Manchetdruk: +/– 3 mmHg Pols: +/– 5 % van de aangegeven polsfrequentie Klinische nauwkeurigheid: Voldoet aan de eisen van EN 1060 deel 3 Stroomvoorziening: 4 x 1,5 V alkali-mangaan Mignon-batterijen (AA/LR06), of optioneel HARTMANN nettransformator Capaciteit batterijen: Tensoval comfort: > 1500 metingen Tensoval comfort large: > 1000 metingen Oppompdruk: Ca. 190 mmHg Automatisch uitschakelen: 3 minuten na einde meting Manchet: Normaal: 22 – 32 cm Large: 32 – 42 cm Aflaatventiel: Elektronisch geregeld en pulsgestuurd lineair ventiel Geheugencapaciteit: 2 x 30 metingen en gemiddelde waarde Gebruiksomstandigheden: Omgevingstemperatuur: +10 ºC tot +40 ºC Relatieve luchtvochtigheid: 15 – 90 % Bewaar-/transportomstandig- heden: Omgevingstemperatuur: –20 ºC tot +50 ºC Relatieve luchtvochtigheid: 15 – 90 % Serienummer: in batterijvak