DDLE Basis 27 - Ketel AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DDLE Basis 27 AEG in PDF-formaat.
| Producttype | Elektronisch geregelde doorstroomverwarmer |
| Merk | AEG |
| Model | DDLE Basis 27 |
| Afmetingen (H x B x D) | 485 x 226 x 93 mm |
| Gewicht | 3,6 kg |
| Aangesloten vermogen | 27 kW |
| Nominale spanning | 400 V driefasig (3/PE) |
| Temperatuurbereik | 30 °C tot 60 °C |
| Minimale doorstroom voor inschakeling | > 3 l/min |
| Maximale toelaatbare druk | 1 MPa (10 bar) |
| Beschermingsgraad | IP25 (inbouw) / IP24 (opbouw) |
| Nominale inhoud | 0,4 L |
| Verwarmingssysteem | Naakte draad, kalkbestendig |
| Regeling | Elektronisch met luchtdetector |
| Veiligheid | Veiligheidsthermostaat, drukschakelaar, antivriesbeveiliging |
| Reiniging | Vochtige doek, ontkalken van kranen |
| Onderhoud | Regelmatige reiniging van het filter |
| Onderdelen | Beschikbaar (zie handleiding) |
| Garantie | Volgens landelijke voorwaarden |
Veelgestelde vragen - DDLE Basis 27 AEG
Gebruikersvragen over DDLE Basis 27 AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DDLE Basis 27 - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DDLE Basis 27 van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING DDLE Basis 27 AEG
Elektronisch geregelde doorstromer
Bediening en installatie 45
IpoToUHbI BDOHaRpeBaTeJIb C 3JeKTpOHHbIM ynpaBJIeHNHeM
Installatie en gebruik 59
SPECIALE AANWIJZINGEN
BEDIENING
- Algemene aanwijzingen 46
- Veiligheid 46 3. Toestelbeschrijving 47
- Instellingen 47
- Reiniging, verzorging en onderhoud 47
- Problemen verhelpen 47
INSTALLATIE
- Veiligheid 48 8. Toestelbeschrijving 48
- Voorbereidingen 48
- Montage 49
- Ingebruikname 53
- Buitendienststellung 54
- Storingen verhelpen 54
- Onderhoud 55
- Technische gegevens 55
BIJZONDERE INFO
- Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsmede door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geïnstrueerd zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reiniging of gebruikersonderhoud uitvoeren.
- Verbrandingsgevaar: De kraan kan warmer worden dan 60°C. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3 mm van de aansluiting van het net losgekoppeld kunnen worden. Monteer het toestel zoals beschreven in het hoofdstuk "Installatie/montage". Neem de maximaal toegelaten druk in acht (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel"). Tap het toestel af zoals beschreven in het hoofdstuk "Installatie/onderhoud/het toestel aftappen".
BEDIENING
1. Algemene aanwijzingen
De hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en voor de installateur.
Het hoofdstuk "Installatie" is bestemd voor de installateur.

Info
Lees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze op een veilige plaats.
Overhandig de handleiding in voorkomende gevallen aan een volgende gebruiker.
1.1 Veiligheidsaanwijzingen
1.1.1 Structuur veiligheidsaanwijzingen

TREFWOORD Soort gevaar
Hier staan mogelijke gevolgen, wanneer de veiligheidsaanwijzing wordt genegeerd.
Hier staan maatregelen om het gevaar af te wenden.
1.1.2 Symbolen, soort gevaar
| Symbool Soort | gevaar |
| ! | Letsel |
| Elektrische schok | |
| Verbranding (verblanding,verschroeiing) |
1.1.3 Trefwoorden
| TREFWOORD | Betekenis |
| GEVAAR Aanwi | zingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanner deze nicht in acht genomen worden. |
| WAARSCHU-WING | Aanwijzingen die kuren leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanner deze nicht in acht genomen worden. |
| VOORZICHTIG | Aanwijzingen die kuren leiden tot middelmatig zwaar of Licht letsel, wanner deze nicht in acht genomen worden. |
1.2 Andere aandachtspunten in deze documentatie

Info
Algemene aanwijzingen worden aangeduid met het symbool dat hiernaast staat.
» Lees de aanwijzingsteksten grondig door.
| Symbool Betekenis | |
| ! | Materièle schade (toestel-, gevolg-, milieuschade) |
| Het toestel afdanken | |
» Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stapsgewijs beschreven.
1.3 Maateenheden

Info
Tenzij anders vermeld, worden alle maten in millimeter aangegeven.
2. Veiligheid
2.1 Voorgeschreven gebruik
Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omgeving. Het kan veilig bediend worden door personen die daarover niet geïnstrueerd zijn. Het toestel kan eveneens buiten een huishouden gebruikt worden, bijv. in het kleinbedrijf, voor zover het op dezelfde wijze gebruikt wordt.
Het druktoestel is geschikt voor de opwarming van tapwater of voor de bijverwarming van water dat voorverwarmd is. Het toestel kan een of verschillende tappunten voorzien.
Elk ander gebruik geldt niet als gebruik conform de voorschriften. Tot gebruik conform de voorschriften behoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor de gebruikte accessoires.
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen

De temperatuur van de kraan kan bij gebruik hoger worden dan 60°C
Bij uitlooptemperaturen van meer dan 43°C bestaat gevaar voor brandwonden.

Het is mogelijk dat de warmwatertemperatuur afwijkt van de ingestelde nominale temperatuur, wanneer de doorstroomverwarmer wordt gebruikt met water dat bijv. door een zonne-installatie is voorverwarmd.

WAARSCHUWING letsel
Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsmede door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geïnstrueerd zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reiniging of gebruikersonderhoud uitvoeren.
Indien kinderen of personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens het toestel gebruiken, adviseren we een permanente temperatuurbegrenzing. U kunt de begrenzing door de installateur laten instellen.

Materiële schade
Het toestel en de kraan dienen door de gebruiker tegen vorst beschermd te worden.
2.3 CE-logo
Het CE-logo geeft aan dat het toestel voldoet aan alle fundamentele vereisten:
Laagspanningsrichtlijn - Richtlijn voor de elektromagnetische compatibiliteit. De maximaal toegelaten netimpedantie staat in het hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel".
2.4 Keurmerk
Zie het typeplaatje op het toestel.
Landspecifieke vergunningen en certificaten Duitsland
Op basis van de lokale verordeningen heeft het toestel een algemeen bouwkundig testcertificaat ontvangen om de geschiktheid op het vlak van het geluidsniveau aan te tonen.

3. Toestelbeschrijving
De elektronisch geregelde doorstromer met automatische vermogensaanpassing houdt de uitlooptemperatuur tot aan de vermogensdrempel constant. Daarna wordt de temperatuur via de aftapkraan ingesteld.
Verwarmingssysteem
Het blankdraadelement heeft een drukvaste kunststofmantel. Het verwarmingssysteem is geschikt voor kalkarm en kalkhoudend water. Het verwarmingssysteem is in grote mate bestand tegen verkalking. Het verwarmingssysteem zorgt voor een snelle en efficiënte warmwatervoorziening.

Info
Het toestel is uitgerust met een luchtherkenning die beschadiging van het verwarmingssysteem verregaand voorkomt. Als er tijdens de werking lucht in het toestel komt, schakelt het toestel het verwarmingssysteem gedurende een minuut uit zodat het verwarmingssysteem wordt beschermd.
4. Installatie
Het is mogelijk de warmwateruitlooptemperatuur traploos in te stellen.
| Handwasser (ca. 35 °C) |
| Douce (ca. 40 °C) |
| Badkuip (ca. 45 °C) |
| Keukenaanrecht (ca. 55 °C) |
Draai de instelknop op de gewenste temperatuur.
Temperatuurbegrenzing
De installateur kan een temperatuurbegrenzing op 43°C instellen op het toestel. Bij een geactiveerde temperatuurbegrenzing kunt u de temperatuurinstelknop volledig verdraaien. De uitlooptemperatuur kan alleen nog worden ingesteld tussen 30°C en 43°C.

Info
Als bij volledig geopende aftapkraan en maximale temperatuurinstelling onvoldoende uitlooptemperatuur wordt verkregen, loopt er meer water door het toestel dan het verwarmingssysteem kan opwarmen. Het toestel heeft de grens van zijn vermogen bereikt.
» Verminder de waterhoeveelheid op het aftapventiel.
Instellingsadvies bij werken met een thermostaatkraan
Stel de temperatuur op het toestel in op de maximale temperatuur.
Na onderbreking van de watertoevoer

Materiële schade
Neem het toestel met de volgende stappen weer in gebruik als de watervoorziening onderbroken is geweest, zodat het blanke draadelement niet kapot gaat.
» Schakel het toestel spanningsvrij door de zekeringen uit te schakelen. » Open de kraan gedurende een minuut tot het toestel en de voorgeschakelde koudwatertoevoerleiding vrij zijn van lucht. Schakel de netspanning opnieuw in.
5. Reiniging, verzorging en onderhoud
» Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplosmiddelen. Een vochtige doek volstaat om het toestel te onderhouden en te reinigen.
Controleer periodiek de kranen. Verwijder kalk op de kraanuitlopen met in de handel verkrijgbare ontkalkingsmiddelen.
6. Problemen verhelpen
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Het toestel schakelt Niet in hoewel de warmwaterkaan volledig open staat. | Het toestel heeft geen spanning. | Controleer de zeke- ringen van de huisin-stallatie. |
| Het doorstroomvo- lume is te laag. De straalregelaar in de kraan of de douche-kop is verkalkt of vuil. | Reinig en/of ontkalk de straalregelaar of de douchekop. | |
| Gewenste tempera-tuur > 45 °C wordt nicht bereikt. | De watervoorzieening is onderbroken. | Ontlucht het toestel en de koudwatertoevoer-leiding (zie hoofdstuk "Installatie/instellin-gen"). |
| De koudwatertoe- voertemperatuur is > 45 °C. | Verlaag de koudwater- toevoertemperatuur. | |
Waarschuw de installateur als u de oorzaak niet zelf kunt verhelpen. Hij kan u sneller en beter helpen, als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeeft (000000-0000-00000):
D0000041614
INSTALLATIE
7. Veiligheid
Installatie, ingebruikname, evenals onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.
7.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen
Wij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uitsluitend bij gebruik van originele onderdelen en vervangingsonderdelen voor het toestel.

Materiële schade
Houd rekening met de maximale aanvoertemperatuur. Bij hogere temperaturen kan het toestel beschadigd raken. Door een centrale thermostaatkraan in te bouwen kunt u de maximale aanvoertemperatuur begrenzen.
7.2 Voorschriften, normen en bepalingen

Info
Neem alle nationale en regionale voorschriften en bepalingen in acht.
De beschermingsgraad IP 25 (straalwaterbeveiligd) is alleen gewaarborgd met vakkundig gemonteerde kabeldoorvoer. De specifieke elektrische weerstand van het water mag niet lager zijn dan de waarde die aangegeven is op het typeplaatje. Bij een waterkoppelnet moet rekening worden gehouden met de laagste elektrische weerstand van het water (zie het hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel"). De specifieke elektrische weerstand of het elektrisch geleidend vermogen van het water kunt u opvragen bij uw watermaatschappij.
8. Toestelbeschrijving
8.1 Inhoud van het pakket
Bij het toestel worden het volgende geleverd:
Wandbevestiging - Schroefbouten, schroeven en pluggen voor wandbevestiging Montagesjabloon 2 nippels (koud water met afsluitkraan) Vlakke afdichtingen Kabeltule (elektrische toevoerkabel boven/onder) - Schroeven/pluggen voor achterwandbevestiging bij opbouw-wateraansluiting Extra doorstroomvolumebegrenzer op de koudwaterbuis (alleen DDLE Basis Basis 18/21/24)
8.2 Toebehoren
Kraan
ADEo 70 WD 1-greepskraan met omschakeling badkuip/douche
Aansluitset fornuis
Aansluitset voor de elektrische aansluiting van DDLE Basis 11 en DDLE Basis 13
Montagetoebehoren
Buiskit voor montage onder het aftappunt UT 104, aansluitingen: Opbouw, G 3/8 bovenaan. Wateraansluitingen met 12 mm klemschroefkoppeling.
Universeel montageframe
Montageframe met elektrische aansluitingen.
Buiskit voor toestellen onder het aftappunt
De buiskit voor montage onder het aftappunt is noodzakelijk wanneer u de wateraansluitingen (G 3/8 A) boven het toestel gebruikt.
Buiskit voor verschoven montage
De buiskit met kniestukken is noodzakelijk wanneer u het toestel 90 mm loodrecht omlaag t.o.v. de wateraansluiting monteert.
Buiskit voor vervanging van de gaswaterverwarmer
De buiskit is noodzakelijk wanneer u werkt met een installatie met bestaande aansluitingen voor een gas-waterverwarming (koudwateraansluiting links en warmwateraansluiting rechts).
Lastafwerprelais (LR 1-A)
Het lastafwerprelais voor inbouw in de elektrische verdeling maakt een voorrangsschakeling van de doorstromer toe wanneer bijvoorbeeld tegelijkertijd elektrische boilerverwarmingstoestellen gebruikt worden.
ZTA 3/4 - centrale thermostaatkraan
Thermostaatkraan voor centrale voormenging, bijvoorbeeld van een doorstromer met een zonne-installatie.
9. Voorbereidingen
9.1 Montageplaats

Materiële schade
Het toestel mag alleen in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.
» Monteer het toestel verticaal en in de buurt van het tappunt.
Het toestel is geschikt voor onder- en bovenbouwmontage.
Onderbouw
1 Koudwatertoevoer 2 Warmwateruitloop
Bovenbouw
1 Koudwatertoevoer 2 Warmwateruitloop

Info
Monteer het toestel aan de muur. De muur moet voldoende draagvermogen hebben.
9.2 Waterinstallatie
Een veiligheidsventiel is niet vereist. Spoel de waterleiding grondig door.
Controleer of het debiet (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel") voor het inschakelen van het toestel bereikt wordt. Wordt de volumestroom niet bereikt, dient u de doorstroomvolumebegrenzer te verwijderen (zie hoofdstuk "Installatie/montage", Doorstroomvolumebegrenzer verwijderen). Verhoog de waterleidingdruk, wanneer het benodigde debiet bij een volledig geopende aftapkraan niet gehaald wordt.
Kranen
Gebruik geschikte drukkranen. Open kranen zijn niet toegestaan.

Info
De afsluitklep in de koudwatertoevoer mag niet gebruikt worden om het debiet te smoren. Deze kraan sluit het toestel af.
Toegestaan materiaal waterleidingen
Koudwatertoevoerleiding: thermisch gegalvaniseerde stalen buis, roestvrijstalen buis, koperbuis of kunststoffbuis. Warmwateruitloopleiding: roestvrijstalen buis, koperbuis of kunststoffbuis.

Materiële schade
Wanneer kunststoffbuizen gebruikt worden, dient u rekening te houden met de maximale aanvoertemperatuur en de maximaal toegelaten druk (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
Flexibele wateraansluitleidingen
» Voorkom bij de installatie met flexibele wateraansluitleidingen door middel van bajonetkoppelingen dat de kniestukken verdraaien. » Bevestig de leiding onderaan met twee extra schroeven.
10. Montage
10.1 Standaardmontage
Elektrische installatie bovenaan, inbouwinstallatie. Wateraansluiting inbouwinstallatie DDLE Basis 18/21/24: Aansluitvermogen 21 kW vooraf ingesteld.
Zie voor verdere montagemogelijkheden hoofdstuk "Installatie/montage/montagealternatieven":
Elektro-aansluiting onderbouw onder. Elektro-aansluiting opbouw. Aansluiting van een lastafwerprelais. Onderbouwmontage wateraansluitingen boven. Waterinstallatie opbouw. Werking met voorverwarmd water - Temperatuurbegrenzing.
Toestel openen
» Ontgrendel de kliksluiting om het toestel te openen.

» Scheid de wand door de beide vergrendelhaken in te drukken en het onderstuk van de wand naar voren eraf te trekken.
» Teken de boorgaten af met de montagesjabloon. Wanneer het toestel gemonteerd wordt met opgebouwde wateraansluitingen, dient u ook de bevestigingsgaten in het onderste gedeelte van de sjabloon af te tekenen.
Boor de gaten en bevestig de wandbevestiging met 2 schroeven en 2 pluggen (schroeven en pluggen meegeleverd). » Monteer de meegeleverde schroefbouten. » Monteer de wandbevestiging.
Kabeltulle monteren
Monteer de kabeltulle. Vergroot bij een aansluitkabel met een diameter > 6 mm² het gat in de kabeltulle.
Wateraansluiting tot stand brengen

Materiële schade
Voer alle werkzaamheden voor wateraansluiting en installatie uit conform de voorschriften.

Dicht af en schroef de nippel erin.

Materiële schade
De afsluitklep in de koudwatertoevoer mag niet gebruikt worden om het debiet te smoren.
Achterwand voorbereiden

Materiële schade
Als u onopzettelijk een verkeerd gat uit de achterwand breekt, vervang dan de achterwand.

Breek het breukpunt voor de kabeltulle uit de achterwand. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
Toestel monteren
» Steek de achterwand over de schroefbouten en de kabeltule. Trek de kabeltule met behulp van een tang aan de vergrendelhaken in de achterwand tot beide vergrendelhaken hoorbaar vastklikken. » Verwijder de transportstoppen van de wateraansluitingen. » Druk de achterwand stevig aan. Vergrendel de bevestigingsknevel door 90° naar rechts te draaien.

» Schroef de buizen voor wateraansluiting met de vlakke afdichtingen op de nippel.

Materiële schade
Voor de werking van het toestel moet de zeef ingebouwd zijn.
» Controleer bij het vervangen van het toestel dat de zeef aanwezig is (zie hoofdstuk "Installatie/onderhoud").
Doorstroomvolumebegrenzer verwijderen/vervangen

Info
Is uw systeem uitgerust met een thermostaatkraan, dan mag de doorstroomvolumebegrenzer niet worden verwijderd.

1 Kunststof vormring 2 Doorstroomvolumebegrenzer
Verwijder de doorstroomvolumebegrenzer. Hermonteer de kunststof vormring.
DDLE Basis 18/21/24: Doorstroomvolumebegrenzer vervangen
» Hebt u gekozen voor een aansluitvermogen van 24 kW, dan dient u de ingebouwde doorstroomvolumebegrenzer (witte uitvoering) te vervangen door de meegeleverde doorstroomvolumebegrenzer (oranje uitvoering, aan de koudwaterbuis bevestigd).
Elektriciteit aansluiten

WAARSCHUWING elektrische schok
Voer alle werkzaamheden voor elektriciteitsaansluitingen en installaties uit conform de voorschriften.

WAARSCHUWING elektrische schok
De aansluiting op het stroomnet is alleen toegestaan als vaste aansluiting in combinatie met de uitneembare kabeltule. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3 mm van de aansluiting van het net losgekoppeld kunnen worden.

WAARSCHUWING elektrische schok
Zorg ervoor dat het toestel is aangesloten op de aardleiding.

Materiële schade
Neem de gegevens op het typeplaatje in acht. De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning.
» Sluit de aansluitkabel aan op de netaansluitklem (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/elektriciteitsschema").
DDLE Basis 18/21/24: Codeerstekker verplaatsen
Het toestel is bij levering ingesteld voor 21 kW. Als u een ander vermogen wenst, moet u de volgende stappen uitvoeren:

D0000047341
» Verplaats de codeerstekker overeenkomstig het gekozen aansluitvermogen (selecteerbaar aansluitvermogen en zekering van het toestel, zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel"). » Markeer het geselecteerde aansluitvermogen op het typeplaatje. Doe dat met een balpen.
Onderstuk van de achterwand monteren

Zet het onderstuk van de achterwand vast in de achterwand. Klik het onderstuk van de achterwand vast in de achterwand. Lijn het gemonteerde toestel uit door de bevestigingsknevel los te maken, de elektrische aansluiting en de achterwand uit te lijnen en de bevestigingsknevel weer vast te draaien. Als de achterwand van het toestel niet goed tegen de wand komt, kunt u het toestel onderaan met twee extra schroeven bevestigen (zie hoofdstuk "Installatie/montagealternatieven/waterinstallatie opbouw").
10.2 Montagealternatieven
10.2.1 Elektro-aansluiting onderbouw onder
Materiële schade Als u onopzettelijk een verkeerd gat uit de achterwand breekt, vervang dan de achterwand.
Breek het breukpunt voor de kabeltule uit de achterwand. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl. Verplaats de netaansluitklem in het toestel van boven naar onder. Steek de waterleiding over de schroefbouten en de kabeltule. Trek de kabeltule met behulp van een tang aan de vergrendelhaken in de waterleiding tot beide vergrendelhaken hoorbaar vastklikken. Druk de achterwand stevig aan. Vergrendel de bevestigingsknevel door 90° naar rechts te draaien.
10.2.2 Elektro-aansluiting opbouw

Info
Bij dit aansluitingtype wijzigt de beschermingsgraad van het toestel.
Wijzig het typeplaatje. Streep de vermelding IP 25 door en kruis het vakje IP 24 aan. Doe dat met een balpen.

Materiële schade
Als u per ongeluk een verkeerd gat doorbreekt in de achterwand, dient u een nieuwe achterwand te gebruiken.
Snijd of breek de benodigde doorvoer in de achterwand er schoon uit (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/afmetingen en aansluitingen"). Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
Leid de aansluitkabel door de kabeltule en sluit de kabel aan op de netaansluitklem.
10.2.3 Aansluiting van een lastafwerprelais
Plaats een lastafwerprelais in combinatie met andere elektrische toestellen in de elektrotechnische installatie, bv. elektrische boilerverwarmingstoestellen. De lastafwerping vindt plaats bij de werking van de doorstromer.

Materiële schade
Sluit de fase die het lastafwerprelais schakelt, aan op de gemerkte klem van de netaansluitklem in het toestel (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/elektriciteitsschema").
10.2.4 Onderbouwmontage wateraansluitingen - boven
Onderbouwmontage met wateraansluitingen aan de bovenkant kan worden uitgevoerd door middel van een bijkomende buiskit voor onderbouw. Doorvoeropeningen in de achterwand voor de waterleidingen moet u schoon uitbreken en vervolgens de buiskit monteren.
10.2.5 Waterinstallatie opbouw

Info
Bij dit aansluitingtype wijzigt de beschermingsgraad van het toestel.
Wijzig het typeplaatje. Streep de vermelding IP 25 door en kruis het vakje IP 24 aan. Doe dat met een balpen.
20 20 20 20
» Monteer de waterstoppen met dichtingen om de onderbouwaansluiting af te sluiten. » Monteer een geschikte drukkraan.
2006 2007 2008
» Klik het onderstuk van de achterwand vast in het bovenstuk van de achterwand. » Schroef de aansluitbuizen op het toestel vast. » Bevestig de afvoer onderaan met twee extra schroeven.

Materiële schade
Als u onopzettelijk een verkeerd gat uit de achterwand breekt, vervang dan de achterwand.
Breek de doorvoeren in de bovenkap er netjes uit. Schaaf indien nodig de scherpe randen weg met een vijl.
Schuif het onderstuk van de achterwand onder de aansluitbuizen van de kraan. Klik het onderstuk van de achterwand vast in de achterwand. Schroef de aansluitbuizen op het toestel vast.
10.2.6 Werking met voorverwarmd water
Door een centrale thermostaatkraan in te bouwen, kunt u de maximale aanvoertemperatuur begrenzen.
10.2.7 Temperatuurbegrenzing

VOORZICHTIG: verbranding. Bij werking met voorverwarmd water werkt de ingestelde temperatuurbegrenzing of de verbrandingsbeveiliging mogelijk niet.
Begrens dan de temperatuur op een voorgeschakelde, centrale thermostaatkraan.
U kunt de temperatuurbegrenzing aan de binnenzijde van de bovenkap op 43 °C instellen.

Steek de stekker op de kabel van de sensor voor de gemeten waarde op de temperatuurbegrenzing 43 °C.
Na het activeren van de temperatuurbegrenzing is het temperatuurbereik beperkt tussen 30 en 43 °C.
Open de afsluitklep in de nippel of in de koudwatertoevoerleiding.
11. Ingebruikname

WAARSCHUWING: elektrische schok. De ingebruikname mag alleen uitgevoerd worden door een installateur die rekening houdt met alle veiligheidsvoorschriften.
11.1 Eerste ingebruikname






Open en sluit meerdere keren alle aangesloten aftappunten totdat het leidingwerk en het toestel luchtvrij zijn. Voer een dichtheidscontrole uit. Activeer de veiligheidsdrukbegrenzer door de resetknop stevig in te drukken (het toestel wordt met uitgeschakelde veiligheidsdrukbegrenzer geleverd).
Steek de stekker van de temperatuurinstellerkabel op de elektronica. Monteer de bovenkap. De bovenkap moet hoorbaar vastklikken. Controleer de goede plaatsing van de bovenkap. Schakel de netspanning in. Voer een temperatuurijking uit. Daarvoor draait u de temperatuurinstelknop naar de rechter- en linkeraanslag. Controleer het functioneren van het toestel.
Overdracht van het toestel
Leg aan de gebruiker uit hoe het toestel werkt. Instrueer hem over het gebruik van het toestel. Wijs de gebruiker op mogelijk gevaar, met name het gevaar van brandwonden. Overhandig deze handleiding.
11.2 Opnieuw in gebruik nemen
Ontlucht het toestel en de koudwatertoevoerleiding (zie hoofdstuk "Installatie/instellen"). Zie hoofdstuk "Installatie/montage/ingebruikname/eerste ingebruikname".
Koppel het toestel op alle polen los van het elektriciteitsnet. Tap het toestel af (zie het hoofdstuk "Installatie/onderhoud").
13. Storingen verhelpen

WAARSCHUWING elektrische schok. Om het toestel te kunnen controleren, moet er spanning op het toestel staan.
Indicatiemogelijkheden diagnoselampje (led)
| ● | rood brandt bij storing |
| ● | geel brandt bij verwarmingsfunctie |
| ○ | groen knippert: toestel met netaansluiting |

1 Diagnoselampje
| Storing/weergave diagnose-led Oorzaak Oplossing | ||
| Het debiet is te gering. De zeef in het toestel is vuil. Reinig de zeef. | ||
| De gezraagde temperatuur worden nicht bereikt. | Er ontbreekt een fase. | Controler de zekering van de huisinstallatie. |
| De verwarming worden nicht geactiveerd. | Er worden lucht in het water aangetroffen. Het ver-warmingsvermogen schakelt kortstondig UIT. | Na één minuut worden het toestel waar geactiveerd. |
| Geen warm water en geen lampindi-catie. | De zekering is geactiveerd. | Controler de zekering van de huisinstallatie. |
| De veiligheidsdrukbegrenzer is uitgeschakeld. | Verhelp de oorzaak van de fout (bijvoorbeeld een defecte drukspoelkraan). | |
| Beschem het verwarmingsystemeegen over-verhitting door een voorbij het toestel geschakelde aflapkraan gedurende eén minuut open te zetten. Daarvoor worden de druk van het verwarmingssysteme afgevoerd en worden het verwarmingsysteme afgekoeld. | ||
| Activeer de veiligheidsdrukbegrenzer bij stromingsdruk door op de resetknop te drukken (zie hoofdstuk "Installatie/ingebruikname/eerste ingebruikname"). | ||
| De elektronica is defect. | Controler de elektronica en verrang indien nodig. | |
| Lampindicatie: groen knippert of brandt constant geen warm water bij debiet > 3 l/min. | De elektronica is defect. | Controler de elektronica en verrang indien nodig. |
| De doorstroomhoeveelheidsmeting DFE is Niet aangesloten. | Sluit de stekker van de doorstroomhoeveelheids-meting waar aan. | |
| De stekker van de doorstroomhoeveelheidsmeting is defect. | Controler de doorstroomhoeveelheidsmeting en verrang indien nodig. | |
| Lampindicatie: geei brandt constant, groen knippert geen warm water bij debiet > 3 l/min. | De veiligheidtemperatuurbegrenzer heeft gewerkt of is onderbroken. | Controler de veiligheidtemperatuurbegrenzer en verrang deze zo nodig. |
| Het verwarmingsysteme is defect. | Meet de wonderstand van het verwarmingsysteme en verrang zo nodig de wonderstand. | |
| De elektronica is defect. | Controler de elektronica en verrang indien nodig. | |
| Lampindicatie: geei brandt constant, groen knippert | De uitloopsensor is eraf getrokken. Er is een breuk in de leiding opgetreden. | Sluit de uitloopsensor aan en verrang indien nodig. |
| Lampindicatie: rood brandt constant, groen knippert | De koudwatersensor is defect. | Controler de elektronica en verrang indien nodig. |
| Er is geen warm water gewenste temperatuur > 45 °C wordt Niet bereikt. | De koudwatertoevoertemperatuur is hoger dan 45 °C. | Verlaag de koudwatertoevoertemperatuur maar het toestel. |
| Lampindicatie: rood brandt constant, groen knippert | De uitloopsensor is defect (kortsluiting). | Controler de uitloopsensor en verrang indien nodig. |
14. Onderhoud

WAARSCHUWING elektrische schok. Scheid alle polen van het toestel van het elektriciteitsnet voor aanvang van alle werkzaamheden.
Het toestel aftappen
U kunt het toestel voor onderhoudswerkzaamheden of ter bescherming tegen vorst aftappen.

WAARSCHUWING Verbranding Wanneer het toestel wordt afgetapt, kan er heet water uit het toestel lopen.
Sluit de afsluitkraan in de nippel of in de koudwatertoevoerleiding. Open alle aftappunten. Maak de wateraansluitingen van het toestel los. Een gedemonteerd toestel moet vorstvrij bewaard worden, want er kan restwater in het toestel zitten dat bevriezen kan en daardoor schade kan veroorzaken.
Zeef reinigen
Reinig bij vervuiling de zeef in de koudwaterschroefaansluiting. Sluit de afsluitklep in de koudwatertoevoerleiding voordat u de zeef demonteert, reinigt en opnieuw monteert.
15.1 Afmetingen en aansluitingen
| b02 Doorvoer elektriciteitskabels I | ||
| c01 Koudwatertoevoer | Buitendraad | G 1/2 A |
| c06 Warmwateruitloop | Buitendraad | G 1/2 A |
Alternatieve aansluitmogelijkheden
| b02 Doorvoer elektriciteitskabels I |
| b03 Doorvoer elektriciteitskabels II |
| b04 Doorvoer elektriciteitskabels III |
15.2 Elektriciteitsschema
3/PE ~ 380 - 415 V
1 Verwarming 2 Veiligheidstemperatuurbegrenzer 3 Veiligheidsdrukbegrenzer
Lastafwerprelais LR 1-A
1 Stuurkabel voor het relais van het 2e toestel (bv. elektrische boilerverwarming). 2 Stuurcontact gaat open als de doorstromer inschakelt.
15.3 Warmwatervermogen
De warmwatercapaciteit is afhankelijk van de aanwezige netspanning, het aansluitvermogen van het toestel en de koudwatertoevoertemperatuur. De nominale spanning en het nominale vermogen kunt u aflezen op het typeplaatje (zie hoofdstuk "Bediening/probleemoplossing").
| Aansluitvermo-gen in kW | 38 °C warmwatervermögen in l/min. | |||
| Nominate span-ning | Koudwater-toevoertemperatuur | |||
| 400 V | 5 °C 10 °C 1 | 5 °C 20 °C | ||
| 11,0 | 4,8 | 5,6 | 6,8 | 8,7 |
| 13,5 | 5,8 | 6,9 | 8,4 | 10,7 |
| 18,0 | 7,8 | 9,2 | 11,2 | 14,3 |
| 21,0 | 9,1 10,7 13,0 | 16,7 | ||
| 24,0 | 10,4 | 12,2 | 14,9 | 19,0 |
| 27,0 | 11,7 | 13,8 | 16,8 | 21,4 |
| Aansluitvermo-gen in kW | 50 °C warmwatervermögen in l/min. | |||
| Nominate span-ning | Koudwater-toevoertemperatuur | |||
| 400 V | 5 °C 10 °C 15 °C 20 °C | |||
| 11,0 | 3,5 3,9 4,5 5,2 | |||
| 13,5 | 4,3 4,8 5,5 6,4 | |||
| 18,0 | 5,7 | 6,4 | 7,3 | 8,6 |
| 21,0 | 6,7 | 7,5 | 8,6 | 10,0 |
| 24,0 | 7,6 | 8,6 | 9,8 | 11,4 |
| 27,0 | 8,6 | 9,6 | 11,0 | 12,9 |
15.4 Toepassingsgebieden / omrekeningstabel
Voor de specifieke elektrische weerstand en de specifieke elektrische geleidbaarheid (zie hoofdstuk "Installatie/technische gegevens/gegevenstabel").
| Genormeerde waarde bij 15 °C | 20 °C | 25 °C | ||||||
| Weerstand ρ | Geleidbaar-heid ω | Weer-stand ρ | Geleidbaar-heid ω | Weer-stand ρ | Geleidbaar-heid ω | |||
| Ωcm | mS/m | μS/cm | Ωcm | mS/m | μS/cm | Ωcm | mS/m | μS/cm |
| 900 | 111 | 1111 | 800 | 125 | 1250 | 735 | 136 | 1361 |
| 1000 | 100 | 1000 | 890 | 112 | 1124 | 815 | 123 | 1227 |
| 1100 | 91 | 909 | 970 | 103 | 1031 | 895 | 112 | 1117 |
| 1200 | 83 | 833 | 1070 | 93 | 935 | 985 | 102 | 1015 |
| 1300 | 77 | 769 | 1175 | 85 | 851 | 1072 | 93 | 933 |
15.5 Drukverliezen
Kranen
| Drukverlies van de kranen bij debiet 10 l/min | ||
| Eengreeps(OPK) | MPa | 0,04 - 0,08 |
| Thermostaatkraan, ca. | MPa | 0,03 - 0,05 |
| Handdouche, ca. | MPa | 0,03 - 0,15 |
Dimensionering van het buisnet
Voor de berekening van de dimensionering van de leidingen wordt voor het toestel een drukverlies van 0,1 MPa aanbevolen.
15.6 Storingen
In geval van storing kunnen in de installatie kortstondig belastingen van maximaal 95 °C bij een druk van 1,2 MPa optreden.
15.7 Gegevens over het energieverbruik
De productgegevens voldoen aan de EU-verordeningen betreffende de richtlijn voor milieuvriendelijke vormgeving van energiegerelateerde producten (ErP).
| DDLE Basis 11 | DDLE Basis 13 | DDLE Basis 18 | DDLE Basis 18/21/24 | DDLE Basis 27 | ||
| 229296 | 229297 | 222388 | 222390 | 222391 | ||
| Fabrikant | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | AEG Haustechnik | |
| Belastingsprofiel | XS | XS | S | S | S | |
| Energierendementsklasse | A | A | A | A | A | |
| Jaarliks stroomverbruik | kWh | 473 | 473 | 477 | 477 | 481 |
| Energetisch rendement | % | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 |
| Door de fabriek ingestelde temperatuur-waarde | °C | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Geluidsniveau | dB(A) | 15 | 15 | |||
| Bijzondere info voor rendementsmeting | Geen | Geen | Geen | Gegevens bij Pmax. | Geen |
15.8 Gegevenstabel
| DDLE Basis | 11 | DDLE Basis 13 | DDLE Basis 18 | DDLE Basis 18/21/24 | DDLE Basis 27 | |||||||||
| 229296 229297 222388 | 222390 | 222391 | ||||||||||||
| Elektrische geveens | ||||||||||||||
| Nominate spanning | V | 380 | 400 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 | 415 | 380 | 400 |
| Nominate stroom | kW | 10,1 | 11 | 12,2 | 13,5 | 14,5 | 16,2 | 18 | 19,4 | 16,2/19/21,7 | 18/21/24 | 19,4/22,6/25,8 | 24,4 | 27 |
| Nominate stroom | A | 15,4 | 16 | 18,5 | 19,5 | 20,2 | 24,7 | 26 | 27 | 27,6/29,5/35 | 29/31/35 | 30,1/32,2/36,3 | 37,1 | 39 |
| Zekering | A | 16 | 16 | 20 | 20 | 20 | 25 | 25 | 32 | 32/32/35 | 32/32/35 | 32/32/40 | 40 | 40 |
| Fasen | 3/PE | 3/PE | 3/PE | 3/PE | 3/PE | |||||||||
| Frequentie | Hz | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 | 50/- | 50/60 | 50/60 |
| Speifielenergiestand ρ15≥ (bij θkoud ≤ 25 °C) | Ω cm | 900 | 900 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 | 1000 | 900 | 900 |
| Speifielegeleiding σ15≤ (bij θkoud ≤25 °C) | μS/cm | 1111 | 1111 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 | 1000 | 1111 | 1111 |
| Speifielenergiestand ρ15≥ (bij θkoud ≤45 °C) | Ω cm | 1200 | 1200 | 1200 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 | 1300 | 833 | 1200 |
| Speifielegeleiding σ15≤ (bij θkoud ≤45 °C) | μS/cm | 830 | 830 | 830 | 830 | 770 | 1200 | 833 | 770 | 1200 | 833 | 770 | 1200 | 833 |
| Max. netimpedantie bij 50 Hz | Ω | 0,379 | 0,360 | 0,347 | 0,284 | 0,270 | 0,260 | 0,254 | 0,241 | |||||
| Aansluitingen | ||||||||||||||
| Wateraansluiting | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | G 1/2 A | |||||||||
| Werkingsgebied | ||||||||||||||
| Max. toegelaten druk | MPa | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | ||||||||
| Max. toeovertemperatuur voor bijverwarming | °C | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | ||||||||
| Waarden | ||||||||||||||
| Max. toegelaten toeovertemperatuur | °C | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | ||||||||
| Aan | l/min | >3 | >3 | >3 | >3 | >3 | ||||||||
| Debiet voor drukverlies | l/min | 3,1 | 3,9 | 5,2 | 5,2/6,0/6,9 | 7,7 | ||||||||
| Drukkeries bij diabet | MPa | 0,07 (0,02zonder DMB) | 0,11 (0,03 zonder DMB) | 0,08 (0,06 zonder DMB) | 0,08/0,10/0,13 (0,06/0,08/0,10 zonder DMB) | 0,16(0,12zonder DMB) | ||||||||
| Volumestroombegrenzung bij | l/min | 4,0 | 4,0 | 8,0 | 8,0 / 8,0 / 9,0 | 9,0 | ||||||||
| Warmwateraanbieding | l/min | 5,6 | 6,9 | 9,2 | 9,2/10,7/12,3 | 12,7 | ||||||||
| Δθ bij aanbieding | K | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 | ||||||||
| Hydraulische geveens | ||||||||||||||
| Nominate inhoud | I | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | ||||||||
| Uitvoeringen | ||||||||||||||
| Aansluiivermogen selec-terbaar | - | - | - | X | - | |||||||||
| Temperaturunstelling | °C | ca. 30-60 | ca. 30-60 | ca.30-60 | ca.30-60 | ca.30-60 | ||||||||
| Isolatieblok | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | |||||||||
| Verwarmingsystem warmtegenerator | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | Blanke draad | |||||||||
| Kap enchyterwand | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | Kunststof | |||||||||
| Kleur | wit | wit | wit | wit | wit | |||||||||
| Beschermingsgraad (IP) | IP25 | IP25 | IP25 | IP25 | IP25 | |||||||||
| Afmetingen | ||||||||||||||
| Hoopte | mm | 485 | 485 | 485 | 485 | 485 | ||||||||
| Breedte | mm | 226 | 226 | 226 | 226 | 226 | ||||||||
| Diepte | mm | 93 | 93 | 93 | 93 | 93 | ||||||||
| Gewichten | ||||||||||||||
| Gewicht | kg | 3,6 | 3,6 | 3,6 | 3,6 | 3,6 | ||||||||
Garantie
Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet. Bovendien kan in landen waar een van onze dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze dochtermaatschappij. Een dergelijke garantie wordt alleen verstrekt wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie verleend.
Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventuele door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.
Milieu en recycling
Wij verzoeken u ons te helpen ons milieu te beschermen. Doe de materialen na het gebruik weg overeenkomstig de nationale voorschriften.
- Inhoudsopgave 69
- Problemen oplossen 70
- Onderhoud 71
- Technische specificaties 71
GARANTIE
BESCHERMING VAN HET MILIEU
SPECIALE INSTRUCTIES
Kinderen van 8 jaar en ouder, evenals personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens, of met gebrek aan ervaring en kennis, mogen het apparaat alleen gebruiken onder toezicht van anderen of na instructies over veilig gebruik en de mogelijke gevaren bij niet-naleving van deze regels. Laat kinderen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen de reiniging en het onderhoud die normaal door de gebruiker worden uitgevoerd, alleen onder toezicht van volwassenen doen.
- Gevaar voor verbranding: de fitting kan temperaturen boven 60°C bereiken. Het apparaat moet worden losgekoppeld van het net door alle contacten minstens 3 mm te scheiden op alle polen. Bevestig het apparaat zoals beschreven in het hoofdstuk "Installatie/Montage". Zorg ervoor dat de druk overeenkomt met de maximaal toegestane druk (zie hoofdstuk "Installatie / Technische kenmerken / Parametertabel").
- Bij het legen van het apparaat de instructies in het hoofdstuk "Installatie / Onderhoud / Het apparaat legen" volgen.
GEBRUIK
1. Algemene instructies
De hoofdstukken "Speciale instructies" en "Gebruik" zijn bedoeld voor de gebruiker en de specialist.
De installatie is bedoeld voor specialisten.

Aanwijzing
Voordat u het apparaat in gebruik neemt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen en te bewaren.
Indien nodig moet deze handleiding aan de volgende gebruiker worden doorgegeven.
1.1 Veiligheidsinstructies
1.1.1 Structuur van de veiligheidsinstructies

Signaalwoord voor gevaar
Hier worden de mogelijke gevolgen van het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies beschreven.
Hier worden maatregelen ter voorkoming van gevaar beschreven.