Wolf Garten Expert 105.165 A - Grasmaaier

Expert 105.165 A - Grasmaaier Wolf Garten - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Expert 105.165 A Wolf Garten in PDF-formaat.

📄 176 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Wolf Garten Expert 105.165 A - page 44
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Expert 105.165 A Wolf Garten

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Expert 105.165 A - Wolf Garten en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Expert 105.165 A van het merk Wolf Garten.

GEBRUIKSAANWIJZING Expert 105.165 A Wolf Garten

(Originele gebruiksaanwijzing)

Italiano

Voor uw veiligheid ..... 40

Monteren 42

Bedienings- en weergave-elementen 43

Bediening 45

Tips voor het verzorgen van het gazon 47

Transporteren 48

Onderhoud/reiniging ..... 48

Stilzetten 49

Garantie 50

Informatie over de motor ..... 50

Hulp bij storingen .... 50

Gegevens op het typeplaatje

De gegevens op het typeplaatje zijn belangrijk bij het bestellen van vervangingsonderdelen en voor de klantenservice. U vindt het typeplaatje onder de stoel van de bestuurder. Vul alle gegevens van het typeplaatje van uw machine in het onderstaande vakje in.

Deze en andere gegevens van de machine vindt u in de aparte CE-conformiteitsverklaring die deel uitmaakt van deze gebruiksaanwijzing.

Identificatie van het modelnummer

De vijfde positie van het modelnummer geeft de serie aan.

Voorbeeld:

Modellnummer:

Vouw de pagina's met afbeeldingen en aan het begin van de gebruiksaanwijzing open. Details van afbeeldingen kunnen verschillen van de door u gekochte machine.

Voor uw veiligheid

De machine juist gebruiken

Deze machine is bestemd voor gebruik als:

- als gazontractor voor het maaien van gazons van particuliere tuinen,

- met toebehoren dat uitdrukkelijk voor deze gazontractor is toegestaan,

– volgens de in deze gebruiksaanwijzing gegeven beschrijvingen en veiligheidsvoorschriften.

Elk ander gebruik is geen gebruik volgens de voorschriften.

Het gebruik anders dan volgens de voorschriften heeft het vervallen van de garantie en afwijzing van elke verantwoordelijkheid van de zijde van de fabrikant tot gevolg. De gebruiker is aansprakelijk voor alle schade aan derden en aan hun eigendom.

Eigenmachtige veranderingen aan de machine sluiten aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit voortkomende schade uit.

Deze machine mag niet worden gebruikt op de openbare weg en is niet bestemd voor het vervoer van personen.

Algemene veiligheids- voorschriften

Lees voor het eerste gebruik van de machine deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg de aanwijzingen op.

Stel andere gebruikers op de hoogte van het juiste gebruik.

Gebruik het apparaat alleen in de door de fabrikant voorgeschreven en geleverde technische toestand.

Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en houd deze binnen handbereik bij elk gebruik.

Geef de gebruiksaanwijzing met de machine mee aan een nieuwe eigenaar.

Vervangingsonderdelen en toebehoren moeten voldoen aan de door de fabrikant vastgelegde eisen. Gebruik daarom alleen originele vervangingsonderdelen en origineel toebehoren of de door de fabrikant toegelaten vervangingsonderdelen en toebehoren.

Laat reparaties uitsluitend door een gespecialiseerd bedrijf uitvoeren.

Voor de werkzaamheden met de machine

Bij vermoeidheid en ziekte mag het apparaat niet worden gebruikt.

Personen die de machine gebruiken mogen niet onder invloed van verdovende middelen (zoals alcohol, drugs of medicijnen) staan. Personen jonger dan 16 jaar mogen deze machine niet bedienen. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker voorschrijven.

Deze machine is niet bestemd om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkt fysieke, sensorische of geestelijke vermogens, met gebrekkige ervaring en/of gebrekkige kennis, tenzij onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of voorzien van aanwijzingen van deze persoon ten aanzien van het gebruik van de machine. Er dient op te worden toegezien dat kinderen niet met deze machine spelen.

Maak uzelf voor het begin van de werkzaamheden vertrouwd met alle voorzieningen en bedienings-elementen en de functie daarvan.

Bewaar brandstof alleen in daar- voor goedgekeurde tanks en nooit in de buurt van een verwarmings- bron (bijvoorbeeld een oven of warmwaterboiler).

Vervang een beschadigde uitlaat, brandstoftank of tankdeksel.

Koppel een aanhanger of opbouw-apparaat voorzichtig vast.

Opbouwapparaten, aanhangers, ballastgewichten en gevulde grasvangers beïnvloeden de rijeigen-schappen, in het bijzonder de stuurbaarheid, het remver-mogen en de kans op kantelen.

Tijdens de werkzaamheden met de machine

Draag bij werkzaamheden met of op de machine geschikte werkkleding (zoals veiligheids-schoenen, lange broek, nauw sluitende kleding, veiligheidsbril en gehoorbescherming).

Gebruik de machine alleen in technisch onberispelijke toestand. Verander nooit de fabrieksinstellingen van de motor.

Vul de tank van de machine nooit wanneer de motor loopt of heet is. Vul de tank van de machine alleen buitenshuis.

Voorkom open vuur en vonk- vorming en rook niet.

Let voortdurend op of zich geen personen (vooral geen kinderen) of dieren bevinden in de omgeving waarin u werkt.

Controleer het terrein waar u de machine gebruikt en verwijder alle voorwerpen die meegenomen en weggeslingerd kunnen worden.

Zo voorkomt u gevaren voor personen en beschadiging van de machine.

Maai niet op hellingen van meer dan 20%.

Werkzaamheden op hellingen zijn gevaarlijk. De machine kan kantelen of wegglijden.

Altijd voorzichtig beginnen met rijden en voorzichtig remmen op een helling. Als u naar beneden rijdt, langzaam rijden en op de motor remmen. Rijd nooit dwars op de helling maar altijd alleen omhoog en omlaag.

Werk met de machine alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht.

De machine is niet toegelaten voor het vervoer van personen.

Neem geen persoon mee op de machine.

Altijd voor werkzaamheden aan de machine

Bescherm uzelf tegen verwondingen. Voor alle werkzaamheden aan deze machine:

  • Zet de motor uit.
  • Trek de sleutel uit het contact.
    – Vergrendel de vastzetrem.
    – Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekomen zijn. De motor moet afgekoeld zijn.
  • Trek de bougiestekker los van de motor, zodat onbedoeld starten van de motor niet mogelijk is.

Na de werkzaamheden met de machine

Verlaat de machine pas nadat u de motor heeft uitgezet, de vastzetrem heeft bediend en de sleutel uit het contact heeft getrokken.

Veiligheidsvoorzieningen

Veiligheidsvoorzieningen dienen voor uw veiligheid en moeten altijd werkzaam zijn.

U mag geen veiligheidsvoorzieningen veranderen en hun werking niet opheffen.

Veiligheidsvoorzieningen zijn:

Grasvangvoorziening

De grasvangvoorziening beschermt u tegen letsel door het snijmes of naar buiten geslingerde voorwerpen. Het apparaat mag alleen met aangebouwde grasvang- voorziening of een optionele deflector worden gebruikt.

Veiligheidsblokkeersysteem

Het veiligheidsblokkeersysteem maakt starten van de motor alleen mogelijk, wanneer:

  • de chauffeur zijn plaats op de stoel ingenomen heeft,
  • het rempedaal is ingedrukt resp. de vastzetrem in de parkeerstand staat,
    – de rijrichtinghendel resp. rijpedaal op „N” staat,
  • het snijmechanisme uitgeschakeld is, dus: PTO-schakelaar of PTO-hendel in de stand „Uit/Off" (PTO = Power-Take-Off).

Het veiligheidsblokkeersysteem schakelt de motor uit zodra de bediener de stoel verlaat zonder dat hij de vastzetrem bedient en het maaimechanisme uitschakelt.

Het veiligheidsblokkeersysteem voorkomt het maaien zonder gemonteerde deflector of grasvanger bij machines met uitworp aan de achterzijde (automatische uitschakeling van motor of maai-mechanisme).

Bij machines zonder OCR-functie of bij niet-geactiveerde OCR-functie voorkomt het veiligheids-blokkeersysteem achteruitrijden

met ingeschakeld maaimechanisme (automatische uitschakeling van motor of maaimechanisme). Schakel daarom bij een machine met PTO voor het achteruitrijden het maaimechanisme uit, afhankelijk van de uitvoering met de PTO-schakelaar of met de PTO-hendel.

Pictogrammen op de machine

Op de machine bevinden zich diverse stickers met pictogrammen. De pictogrammen hebben de volgende betekenis:

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 1

Let op! Lees voor de ingebruikneming de gebruiksaanwijzing!

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 2

Houd derden uit de buurt van het gevaarlijke gebied!

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 3

Verwondingsgevaar door ronddraaiende messen of onder- delen.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 4

Handen en voeten niet in openingen houden als de machine loopt.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 5

Verwondingsgevaar door ronddraaiende messen of onder- delen.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 6

Verwondingsgevaar door naar buiten geworpen gras of vaste voorwerpen.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 7

Werkzaamheden op steile hellingen kunnen gevaarlijk zijn.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 8

Trek voor werkzaamheden aan de maai-gereedschappen de bougiestekker los! Houd vingers en voeten uit de buurt van de maagereedschappen! Schakel de machine uit en trek de bougietrekker los voordat u de machine instelt, schoonmaakt of controleert.

Let op!

Explosiegevaar!

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 9

Accuzuur/

Verwondingsgevaar.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 10

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 11

Trek voor alle werkzaamheden aan de machine de sleutel uit het contactslot en neem de voorschriften in deze gebruiksaanwijzing in acht.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 12

Bij het in- en uit- stappen nooit op het maaimechanisme gaan staan.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 13

Waarschuwing voor heet oppervlak!

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 14

Voordat het apparaat wordt gekanteld, moet de accu worden gedemonteerd.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Pictogrammen op de machine - 15

text_image max. 25KG KG KG KG max. 180KG

Bij gebruik als aanhanger de volgende maximumwaarden niet overschrijden:

Max. helling 14%

Max. steunlast aan aanhangerkoppeling

Max. aanhanglast

(aanhanger en lading) 180 kg

Houd deze symbolen op de machine altijd in een leesbare toestand.

Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing

In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende pictogrammen gebruikt:

⚠️ Gevaar

U wordt gewezen op gevaren die samenhangen met de beschreven handeling. Er bestaat verwondingsgevaar voor personen.

Let op

U wordt gewezen op gevaren die met de beschreven werkzaamheden samenhangen en die materiële schade tot gevolg kunnen hebben.

i Opmerking

Geeft belangrijke informatie en gebruikstips aan.

Verwijderen van afval

Verpakkingsresten, oude appa- raten, enz. moeten volgens de geldende voorschriften worden afgevoerd.

Plaatsaanduidingen

Positieaanduidingen aan de machine (bijvoorbeeld links of rechts) altijd gezien vanuit het standpunt van de zittende chauffeur.

Monteren

In deze gebruiksaanwijzing worden verschillende modellen beschreven. Er kunnen kleine verschillen zijn tussen de afgebeelde machines en uw machine.

Stoel monteren

Afb. 1

a) Stoel met verstelhendel b) Stoel met verstelschroef

Stuurwiel monteren

Afb. 2

■ Stuurwiel (1) op stuuras steken.

■ Leg de onderlegring (3b) met de bolle kant naar boven neer en bevestig het stuurwiel met de schroef (3).

■ Breng de afschermdop (4) aan.

Grasvangvoorziening monteren (afhankelijk van model)

■ Zie de aparte gebruiksaanwijzing voor de grasvanger.

Accu in gebruik nemen

Afb. 3

⚠ Gevaar

Vergiftigings- en verwondings- gevaar door accuzuur

Draag een veiligheidsbril en werk- handschoenen. Voorkom contact van de huid met accuzuur.

Spoel onmiddellijk met water wanneer accuzuur in uw gezicht of ogen spat en raadpleeg vervolgens een arts. Drink veel water wanneer u accuzuur hebt ingeslikt en raadpleeg onmiddellijk een arts.

Bewaar accu's buiten bereik van kinderen. Kantel de accu nooit, omdat accuzuur uit de accu kan lopen.

Geef overgebleven accuzuur af bij uw vakhandel of bij een afvalverwerkingsbedrijf.

Let op

Brandgevaar, explosie en corrosie door accuzuur en gassen van het accuzuur!

Reinig de onderdelen van de machine waarop accuzuur gespat is onmiddellijk. Accuzuur heeft een corroderende werking.

Rook niet en houd brandende en hete voorwerpen uit de buurt. Laad accu's alleen in goed verlichte en geventileerde ruimten op. Voorkom kortsluiting bij werkzaamheden aan de accu. Leg geen gereed-schappen of metalen voorwerpen op de accu.

Let op

Houd rekening met de montage- volgorde bij los- en vastmaken van de klemmen van de accu.

Montage (Afb. 3a):

■ Maak eerst de rode kabel (+/pluspool) en vervolgens de zwarte kabel (-/minpool) vast.

Demontage:

■ Sluit eerst de zwarte kabel (-/minpool) en vervolgens de rode kabel (+/pluspool) aan.

i Opmerking

De batterij bevindt zich onder de chauffeursstoel.

Bij levering van „onderhoudsvrije“ en „verzegelde“ accu's (type 1)

(accu's zonder sluitdoppen) De accu is gevuld met accuzuur en in de fabriek verzegeld. Ook een zogenaamd „onderhoudsvrije” accu vereist onderhoud om een zekere levensduur mogelijk te maken.

■ Houd de accu schoon.
■ Voorkom kantelen van de accu. Ook uit een „verzegelde” accu loopt elektrolytvloeistof wanneer de accu gekanteld wordt.
■ Laad de accu voor de eerste ingebruikneming 1 tot 2 uur op met een acculader (maximale laadstroom 12 volt, 6 ampère). Trek na het laden eerst de netstekker uit het oplaad-apparaat en maak vervolgens de klemmen van de accu los (zie ook gebruiksaanwijzing van het oplaadapparaat).

Bij levering van een ongevulde accu (type 2)

(accu met sluitdoppen)

■ Neem de sluitdoppen van de accucellen (Afb. 3b).
■ Vul elke cel langzaam met accuzuur tot 1 cm onder de vulopening.
■ Laat de accu 30 minuten staan zodat het lood het accuzuur kan opnemen.
■ Controleer het zuurpeil. Voeg eventueel accuzuur toe.
■ Laad de accu voor de eerste ingebruikneming 2 tot 6 uur op met een acculader (maximale laadstroom 12 volt, 6 ampère). Trek na het laden eerst de netstekker uit het oplaadapparaat en maak vervolgens de klemmen van de accu los (zie ook gebruiks-aanwijzing van het oplaad-apparaat).
■ Breng de sluitdoppen van de accucellen aan.
■ Monteer de accu in de machine.

■ Verwijder de blinde sluiting van de ontluchting van de accu. Steek de ontluchtingsslang vast en geleid deze in de machine naar beneden. Zorg ervoor dat de slang ongehinderd verloopt! (Afb. 3c)
■ Klem eerst de rode kabel (+) en vervolgens de zwarte kabel (−) vast.
■ De accu hoeft later alleen met gedestilleerd water te worden gevuld (controle elke 2 maanden).
■ Houd de accu schoon.

Bedienings- en weergave-elementen

Let op!

Schade aan de machine

Hier worden eerst de functies van de bedienings- en indicatieelementen beschreven. Bedien nog geen van de beschreven functies.

Contactslot (afhankelijk van model)

Afb. 4

Starten: draai de sleutel naar rechts tot de motor loopt. Laat de sleutel vervolgens los. Sleutel staat op Stoppen: Sleutel naar links op draaien.

i Opmerking

Bij een contactslot met lichtstand wordt het licht ingeschakeld wanneer de contactsleutel na het starten van de motor in deze stand wordt teruggezet.

Contactslot met OCR-functie (afhankelijk van model)

Afb. 5

Dit contactslot is voorzien van een OCR-functie (door de gebruiker bestuurd achteruit maaien). Starten: draai de sleutel naar rechts tot de motor loopt. Laat de sleutel vervolgens los. Sleutel staat op aanfale stand) en staat voorwaarts maaien toe.

OCR-stand: sleutel naar links van normale stand op stand voor achteruit maaien draaien en op de schakelaar (1) drukken. De controlelamp (2) brandt en geeft aan dat er nu achteruit en vooruit met de machine kan worden gemaaid. Stoppen: draai de sleutel naar links op

i Opmerking

Gebruik de OCR-functie alleen indien beslist noodzakelijk en werk anders in de normale stand. De OCR-functie wordt automatisch uitgeschakeld zodra de sleutel in de nulstand wordt gedraaid of de motor wordt uitgeschakeld (stopstand of uitschakeling van de motor door het veiligheidsblokkeersysteem).

Choke

(afhankelijk van uitvoering)

Afb. 6

Trek de choke uit voor een start met een koude motor (Afb. 6a) of zet de gashendel in stand N (Afb. 6b).

Gashendel

Afb. 7

Stel het motortoerental traploos in.

Snel motortoerental = 🐘 Laag motortoerental = 🐘

Rempedaal

Afb. 8

Het rempedaal kan worden gebruikt voor snel afremmen, activeren en deactiveren van de vastzetrem en voor het uitschakelen van de tempomat.

Rijrichtinghendel (alleen bij modellen met Auto-Drive-aandrijving)

Afb. 9

De instellingen mogen alleen worden gewijzigd als de tractor stilstaat.

Druk hiervoor het rempedaal helemaal in en houd dit ingedrukt.

Vooruit = hendel op „F/\$ Vrijloop = hendel op „N”

Achteruit = hendel op „R/

Instelhendel voor maai- hoogte

Afb. 10

Met de hendel (A) de verschillende maaihoogtestanden instellen (1 tot max. 12 – afhankelijk van model). Stand 1 = kleinste maaihoogte – maaimechanisme helemaal omlaag.

Stand 12 * = grootste maaihoogte - maaimechanisme helemaal omhoog.

(* Afhankelijk van model. Hoogste getal komt overeen met de grootste maaihoogte.)

i Opmerking

Afhankelijk van het model is de instelschuif uitgerust met een instelbare positieaanduiding (B). Deze dient om de gewenste maaihoogte snel te kunnen vinden.

PTO-schakelaar (afhankelijk van model)

Afb. 11

Met de PTO-hendel wordt het maaimechanisme mechanisch in en uitgeschakeld.

Maaimechanisme uitschakelen = hendel uit uitsparing duwen en helemaal naar achteren trekken.

Maaimechanisme inschakelen = hendel langzaam naar voren duwen en in de uitsparing vastklikken.

Wolf Garten Expert 105.165 A - PTO-schakelaar (afhankelijk van model) - 1

Wolf Garten Expert 105.165 A - PTO-schakelaar (afhankelijk van model) - 2

PTO-schakelaar (afhankelijk van model)

Afb. 12

Met de PTO-schakelaar wordt het maaimechanisme via een elektromechanische koppeling in- en uitgeschakeld.

Inschakelen = trek aan de schakelaar.

Uitschakelen = druk op de schake- laar.

Aanwijzing: Bij automatische uitschakeling door het veiligheidsblokkeersysteem (bijvoorbeeld achteruitrijden met ingeschakeld maaimechanisme) moet de schakelaar eerst in de stand „uit” en vervolgens weer in de stand „aan” worden gezet om de blokke-ring van de koppeling op te heffen.

Vastzetrem/Tempomat

Afb. 13

Deze schakelaar heeft bij enkele modellen een dubbele functie:

Bedien de vastzetrem Ⓟ

Duw het rempedaal helemaal in en druk op de schakelaar.

Vastzetrem losmaken:

Duw het rempedaal helemaal in.

De schakelaar komt los.

Tempomat inschakelen (afhankelijk van model):

Tijdens het rijden de schakelaar indrukken.

De op dit tijdstip gekozen voorwaartse snelheid (echter niet de maximumsnelheid) wordt aangehouden. U kunt uw voet van het rijpedaal nemen.

Bij het bedienen van het rijpedaal of het rempedaal wordt de Tempomat automatisch uitgeschakeld.

Rijpedaal voor machine met hydrostaataandrijving

Afb. 14

Stel met het rijpedaal de snelheid traploos in en verander van rijrichting:

Vooruit = duw het rijpedaal naar voren (in de rijrichting ⚙ Hoe verder naar voren, hoe sneller.

Stoppen (voor het stilzetten van de machine en bij het veranderen van richting) = rijpedaal loslaten (stand N).

Achteruit = duw het rijpedaal naar achteren (tegen de rijrichting ⚣ Hoe verder naar achteren, hoe sneller.

Rijpedaal voor machine met autodrive aandrijving

Afb. 15

Stel met het rijpedaal de snelheid traploos in:

- Zet de rijrichtinghendel in stand „F“ (vooruit) (of „R“ (achteruit) (

- Duw het rijpedaal naar voren. Hoe verder naar voren, hoe sneller.

Transmissieontgrendeling voor machines met hydrostaataandrijving

Afb. 16

Duwen van de machine terwijl de motor uitgeschakeld is.

Afhankelijk van model:

■ Hendel uittrekken en omlaag drukken (Afb. 16a).

Hendel omhoog duwen en indrukken als u wilt rijden.

of

■ Hendel uittrekken en omhoog drukken (Afb. 16b).

Hendel omlaag duwen en indrukken als u wilt rijden.

De hendel bevindt zich op de achterwand van de machine.

Combinatie-indicatie (afhankelijk van model)

Afb. 17

De combinatie-indicatie kan bestaan uit de volgende elementen, afhankelijk van de uitvoering:

Oliedruk (1):

Als de indicatielamp brandt terwijl de motor loopt, dient u de motor onmiddellijk uit te schakelen en het oliepeil te controleren. Laat de machine indien nodig nazien.

Rem (2):

De indicatielamp brandt als bij het starten van de motor het rempedaal niet is ingedrukt resp. de vastzetrem niet is vergrendeld.

Schakel het maaiwerk (PTO) (3) uit:

De indicatielamp brandt als bij het starten van de motor het maaiwerk (PTO) niet uitgeschakeld is.

Oplaadindicatie accu (4):

Wanneer de controlelamp brandt terwijl de motor loopt, wordt de accu onvoldoende opgeladen.

Laat de machine indien nodig nazien.

Bedrijfsurenteller (5):

Geeft bij ingeschakelde ontsteking het tot dusver bereikte aantal bedrijfsuren aan.

Ampèremeter (6):

Geeft de laadstroom van de dynamo voor de accu aan.

i Optionele functies:

- Als de ontsteking wordt ingeschakeld, wordt kort de accuspanning weergegeven. Vervolgens wordt het aantal bedrijfsuren weergegeven. Bedrijfsuren worden altijd geteld, behalve wanneer de contact-sleutel op „Stop” staat of uit het contact is getrokken.

- Elke 50 bedrijfsuren (afhankelijk van de uitvoering) wordt 5 minuten lang in het display een indicatie voor het verversen van de olie „CHG/OIL” weergegeven. Deze melding wordt de volgende 2 bedrijfsuren weergegeven. Zie het motorhandboek voor intervallen voor het verversen van de olie.

Stoel (afhankelijk van model)

Afb. 18

a) Trek aan de hendel en stel de stoel in.
of
b) Verstelschroef losdraaien, stoel instellen en verstelschroef weer vastdraaien.

Peilindicatie voor grasvanger (afhankelijk van model)

Afb. 19

De niveausensor meet tijdens het maaien hoe vol de grasvanger is. Als de grasvanger vol is, klinkt het geluidssignaal en moet de grasvanger worden leeggemaakt.

Schakelaar voor vangmandhefvoorziening (afhankelijk van model)

Afb. 20

De schakelaar (A) dient voor het elektromechanisch openen en sluiten van de grasvanger. Bediening – zie aparte bedieningshandleiding „Grasvanger”.

Licht (afhankelijk van model) Afb. 21

Koplamp inschakelen = schakelaar op „ON”.

Sommige modellen hebben geen lichtschakelaar.

De koplampen branden zolang de motor loopt of de contactsleutel in stand wordt gezet (afhankelijk van het model).

Indicatie tankinhoud (afhankelijk van model)

Afb. 22

Geeft in het kijkvenster het peil van de brandstoftank aan.

Hendel voor ontgrendeling van opvangmand (afhankelijk van model)

Afb. 23

De hendel dient voor het losmaken en verwijderen van de grasvang- voorziening.

Bediening – zie aparte bedieningshandleiding „Grasvanger“.

Dashboardvak (afhankelijk van model)

Afb. 24

Dient als opbergbak en is afhankelijk van de uitvoering uitgerust met een stopcontact van 12 V.

Hendel voor reiniging van de uitwerpschacht (afhankelijk van model)

Afb. 25

Maaien van te hoog of nat gras kan leiden tot een overmatige ophoping of verstopping van gras in de uitwerpschacht. Dit leidt ertoe dat de grasvangvoorziening niet voldoende of niet meer wordt gevuld. De verstopping in de uit-werpschacht bij lopend maaiwerk en gemonteerde grasvangvoorziening als volgt verhelpen:

■ Machine stoppen en vastzetrem vergrendelen.
■ Maaiwerk in de bovenste stand zetten.
■ Aan hendel trekken om verstopping los te maken. Afhankelijk van de verstoppingsgraad moet de hendel onder bepaalde omstandigheden meermaals worden bediend.
■ Hendel weer omlaag duwen.
■ Beweeg het maaimechanisme omlaag.
■ Maaien voortzetten.

Bediening

Neem ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de motor in acht.

⚠ Gevaar

Verwondingsgevaar

Personen, kinderen of dieren mogen zich bij het maaien nooit in de buurt van de machine bevinden. Ze kunnen gewond raken door naar buiten geslingerde stenen en dergelijke. Kinderen mogen de machine nooit bedienen.

Wees bijzonder voorzichtig bij achteruit maaien (machines met OCR-schakelaar). Er mogen zich geen personen in de buurt van de machine bevinden. Maak de grasvanger nooit leeg wanneer het maimechanisme loopt.

Maak de grasbak nooit leeg als het maaimechanisme in beweging is. Bij het maaien op steile hellingen kan de machine kantelen en u kunt gewond raken. Rijd nooit dwars op een helling, maar altijd omhoog en omlaag. Rijd alleen op aflopend terrein met een hellingspercentage van maximaal 20%. Keer niet op een helling. Bij het maaien van vochtig gras kan de machine door verminderde grip op de ondergrond slippen en u kunt vallen.

Maai alleen wanneer het gras droog is.

Te hoge snelheid kan het gevaar voor ongevallen verhogen.

Houd voldoende afstand bij het maaien langs randen, bijvoorbeeld in de buurt van steile hellingen, onder bomen of langs struiken en heggen. Weer bijzonder voorzichtig wanneer u achteruit rijdt.

Controleer het terrein waar u de machine gebruikt en verwijder alle voorwerpen die meegenomen en weggeslingerd kunnen worden.

Als het maagereedschap een voorwerp (bijvoorbeeldeen steen) raakt of als de machine ongewoon begint te trillen: Zet de motor uit. Machine vóór verder gebruik door een gespecialiseerde werkplaats op schade laten onderzoeken.

Ga bij een sikkelmaaier nooit voor de grasuitwerpopeningen staan. Houd nooit uw handen of voeten onder draaiende delen.

Zet de motor uit en trek de sleutel uit het stopcontact en de stekker los van de bougie voordat u verstoppingen uit de uitwerpopening verwijdert.

Gebruik de machine niet bij slechte weersomstandigheden of bij kans op regen of onweer.

Gevaar voor verstikking door koolmonoxide

Laat de verbrandingsmotor alleen buitenshuis lopen.

Explosie- en brandgevaar Brandstof- en benzinedampen zijn explosief en brandstof is zeer brandbaar. Vul de tank met brandstof voordat ude motor start. Houd de brandstoftank gesloten wanneer de motor loopt of nog heet is. Vul alleen brandstof bij nadat de motor is uitgeschakeld of afge- koeld. Voorkom open vuur en vonkvorming en rook niet. Vul de tank van de machine alleen buitenshuis. Start de motor niet als er brandstof overgelopen is. Machine verwijderen van de plaats waar de brandstof is gemorst en wachten totdat de brandstof- dampen vervluchtigd zijn.

Ter voorkoming van brandgevaar dient u de volgende delen vrij van gras en naar buiten komende olie te houden: motor, uitlaat, accu en brandstoftank.

⚠️ Gevaar

Verwondingsgevaar door defecte machine

Gebruik de machine alleen in onberispelijke toestand.

Controleer de machine voor elk gebruik op zichtbare gebreken. Controleer in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen en het maaimechanisme met houder, bedieningselementen en schroefverbindingen op beschadigingen en stevig vastzitten.

Vervang beschadigde delen voor het gebruik.

i Gebruikstijden

Neem de geldende voorschriften met betrekking tot gebruikstijden in acht (vraag eventueel na bij uw gemeente).

Tanken en oliepeil controleren

i Opmerking

De motor is in de fabriek reeds met olie gevuld. Controleer het oliepeil en voeg indien nodig olie toe.

■ Tank loodvrije benzine (Afb. 26) Zie gebruiksaanwijzing van de motor.
■ Vul de brandstoftank tot maximaal 2 cm onder de rand van de vulopening.
■ Sluit de brandstoftank stevig.
■ Controleer het oliepeil (Afb. 27). Het oliepeil moet tussen de markeringen „FULL/Max.” en „ADD/Min.” liggen (zie ook de gebruiksaanwijzing van de motor.

Bandendruk controleren

i Opmerking

Om productieredenen kan de bandendruk hoger dan vereist zijn.

■ Bandendruk controleren.
Indien nodig corrigeren (zie gedeelte „Onderhoud“):
- voren: 0,8 bar
- achteren: 0,7 bar

Stoel van de chauffeur instellen

■ Zet de stoel in de gewenste stand.

Instelling van de maaiwerk- wielen (indien aanwezig)

Afb. 28

De maaiwerkwielen moeten in de laagste maaiwerkstand altijd minstens 6–12 mm boven de grond staan. De maaiwerkwielen zijn er niet voor geconstrueerd om de last van het maaiwerk te dragen. Indien nodig gelijkmatig verplaatsen.

Motor starten

■ Neem plaats op de chauffeur-stoel.
■ Maaimechanisme uitschakelen: bij machines met PTO (Afb. 11 resp. Afb. 12): PTO uitschakelen en maaimechanisme omhoog zetten.
■ Rempedaal (Afb. 8) helemaal indrukken en vasthouden resp. de vastzetrem vergrendelen (Afb. 13).
■ Zet de rijhendel (Afb. 9) op „N”. Machine met hydrostatische aandrijving staan in de stand „N” als het rijpedaal niet wordt bediend (Afb. 14).
■ Zet de gashendel (Afb. 7) op.
■ Trek bij een koude motor de choke uit of zet de gashendel op (Afb. 6).
■ Draai de contactsleutel (Afb. 4/5) op tot de motor loopt (start-poging max. 5 seconden, wacht 10 seconden voor de volgende poging).
Zet de contactsleutel op
F wanneer de motor loopt.
■ Zet de choke langzaam terug (Afb. 6).
■ Zet de gashendel (Afb. 7) terug tot de motor loopt.

Motor stoppen

■ Zet de gashendel (Afb. 7) op de middelste gasstand.
■ Laat de motor ca. 20 seconden- lopen.
■ Zet de contactsleutel (Afb. 4/5) op STOP
■ Trek de sleutel uit het contactslot.
■ Vergrendel de vastzetrem voordat u de machine verlaat.

Rijden

⚠ Gevaar

Abrupt beginnen met rijden, plotseling stoppen en rijden met te hoge snelheid vergroot het gevaar voor ongevallen en kan leiden tot schade aan het apparaat.

Verstel de stoel nooit tijdens het rijden.

i Opmerking

Wees bijzonder voorzichtig bij het achteruit rijden. Verander nooit van rijrichting zonder de machine eerst tot stilstand te brengen.

■ Start de motor zoals aangegeven.
■ Zet de rijrichtinghendel (alleen bij autodrive-aandrijving) in de juiste stand.
■ Maak de vastzetrem los: druk het rempedaal helemaal in en laat het weer los.
■ Bedien het rijpedaal langzaam tot de gewenste snelheid wordt bereikt.

Machine stilzetten

■ Laat het rijpedaal los.
■ Trap op het rempedaal tot de machine stilstaat.

Maaien

■ Bij normaal maaien 📊/µF (zie bediening contactslot): Schakel het maaimechanisme uit voordat u achteruit rijdt en zet het omhoog.
■ Bij achteruit maaien (zie bediening contactslot): wees bijzonder voorzichtig bij het achteruit maaien, maai alleen achteruit indien beslist nodig.
■ Verander niet van rijrichting als de machine rolt of rijdt.

i Aanwijzing:

Bij machines met achterwaartse uitworp mag er alleen met een gemonteerde grasvanger of deflector worden gemaaid.

Machine met hydrostaat-aandrijving

■ Start de motor zoals aangegeven.
■ Zet de gashendel op voor voldoende afgegeven vermogen.
■ Schakel het maaimechanisme in.
■ Beweeg het maaimechanisme omlaag.
■ Maak de vastzetrem los: druk het rempedaal helemaal in en laat het weer los.
■ Kies met rijpedaal de voorwaartse rijrichting en snelheid (door langzaam bedienen). De machine rijdt.

Machine met autodrive-aandrijving

■ Start de motor zoals aangegeven.
■ Zet de gashendel op voor voldoende afgegeven vermogen.
■ Schakel het maaimechanisme in.
■ Beweeg het maaimechanisme omlaag.
■ Zet de rijrichtinghendel op „F“ (vooruit).
■ Maak de vastzetrem los: druk het rempedaal helemaal in en laat het weer los.
■ Kies met het rijpedaal de voorwaartse snelheid (door langzaam bedienen). De machine rijdt.

Algemeen

Let er bij de instelling van de maaihoogte en rijsnelheid op dat de machine niet overbelast wordt. De maaihoogte en de rijsnelheid moeten worden aangepast aan de lengte, de aard en de vochtigheid van het te maaien gras om het gras probleemloos met een grasvanger op te kunnen vangen.

Wanneer verstoppingen optreden, dient u de rijsnelheid te verminderen en de maaihoogte groter in te stellen.

Machine wegzetten

■ Machine stilzetten.
■ Schakel het maaimechanisme uit.
■ Zet de gashendel op de middelste gasstand.
■ Zet het maaimechanisme helemaal omhoog.
■ Zet het contactslot na 20 seconden op STOP
■ Trek de sleutel uit het contactslot.
■ Vergrendel de vastzetrem voordat u de machine verlaat.

Machines met hydrostat-aandrijving duwen

Afb. 16

Duw de machine alleen als de motor is uitgeschakeld.

■ Maak de vastzetrem los.
■ Transmissie ontgrendelen (afhankelijk van model):
– Hendel uittrekken en omlaag drukken (Afb. 16a). of
– Hendel uittrekken en omhoog drukken (Afb. 16b).

Zet de transmissieontgrendelings-hendel terug voordat u de motor start.

Mulchen

Met het juiste toebehoren kunt u met verschillende machines ook mulchen. Vraag naar het toebehoren bij uw vakhandel.

Grasvangvoorziening leegmaken (afhankelijk van model)

Zie de aparte gebruiksaanwijzing voor de grasvanger.

Tips voor het verzorgen van het gazon

Maaien

Gazon bestaat uit verschillende soorten gras. Als u vaak maait, bevordert dit de groei van gras met stevige wortels. Als u minder vaak maait, bevordert dit de groei van lang gras en planten als klaver en madeliefjes.

De normale hoogte van een gazon bedraagt 4 tot 5 cm. Maai slechts een derde ^1/3 van de totale hoogte. Dus bij 7–8 cm op normale hoogte knippen. Het gazon niet korter maaien dan 4 cm omdat het anders bij droog weer beschadigd raakt. Lang gras (bijvoorbeeld na de vakantie) in verschillende beurten tot normale lengte maaien.

Mulchen (met toebehoren)

Het gras wordt bij het maaien in kleine stukjes van ca. 1 cm gesneden en blijft liggen.

Zo blijven veel voedingsstoffen voor het gras bewaard.

Voor een optimaal resultaat moet het gazon altijd kort worden gehouden. Zie ook het gedeelte „Maaien”.

Neem de volgende aanwijzingen in acht bij het mulchen:

  • Maai geen nat gras.
  • Maai nooit meer dan 2 cm van de totale lengte van het gras.
  • Rijd langzaam.
  • Gebruik het maximale toerental.
    – Reinig het maaimechanisme regelmatig.

Transporteren

Rijd slechts korte stukjes met de gazontractor als u naar een andere plaats om te maaien rijdt. Gebruik voor grote stukken een transportvoertuig.

Opmerking: de machine mag niet worden gebruikt op de openbare weg.

Korte stukken

Wolf Garten Expert 105.165 A - Korte stukken - 1

Gevaar

Door het maaimechanisme kunnen voorwerpen worden meegenomen en weggeslingerd. Dit kan schade veroorzaken.

■ Schakel de maaimessen uit voordat u met de machine rijdt.

Lange stukken

Wolf Garten Expert 105.165 A - Lange stukken - 1

Let op

Transportschade

De gebruikte transportmiddelen (bijvoorbeeld transportvoertuig, laadperron) moeten volgens bestemming worden gebruikt. Zie hiervoor de bijbehorende gebruiksaanwijzing. De machine moet voor het gebruik worden vastgezet zodat deze niet kan wegglijden.

Gevaar voor het milieu door lekkende brandstof Vervoer de machine niet in een gekantelde positie.

■ Zet een transportvoertuig gereed.
■ Breng de laadplank aan op het transportvoertuig.
■ Duw de machine in de vrijloop met de hand op het laadvlak (ontgrendel de aandrijving bij een machine met een hydrostaataandrijving).
■ Vergrendel de vastzetrem.
■ Voorkom wegglijden van de machine.

Onderhoud/reiniging

Wolf Garten Expert 105.165 A - Onderhoud/reiniging - 1

Gevaar

Verwondingsgevaar door onbedoeld starten van de motor! Bescherm uzelf tegen verwondingen. Voor alle werkzaamheden aan deze machine:

-Zet de motor uit.
- Trek de sleutel uit het contact.
- Vergrendel de vastzetrem.
- Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekomen zijn. De motor moet afgekoeld zijn.
- Trek de bougiestekker van de motor los op onbedoeld starten van de motor te voorkomen.

Reiniging

Wolf Garten Expert 105.165 A - Reiniging - 1

Let op

Gebruik voor het reinigen geen hogedrukreiniger.

De machine reinigen

■ Reinig de machine bij voorkeur meteen na het maaien.
■ Plaats de machine op een stevige en vlakke ondergrond.
■ Zet de rijrichtinghendel op „F“ of „R“ (niet bij alle modellen).
■ Vergrendel de vastzetrem.

Wolf Garten Expert 105.165 A - De machine reinigen - 1

Opmerking

Bij gebruik van de machine in de winter bestaat een bijzonder groot roest- en corrosiegevaar. Reinig de machine na elk gebruik grondig.

Maaimechanisme reinigen

Wolf Garten Expert 105.165 A - Maaimechanisme reinigen - 1

Gevaar

Verwondingsgevaar door scherp maaimes! Draag werkhandschoenen. Bij machines met meer dan één maaimes kan de beweging van een maaimes tot het draaien van de andere messen leiden. Reinig de maaimessen voorzichtig.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Gevaar - 1

Let op

Motorschade

Kantel de machine niet meer dan 30°. De brandstof kan in de verbrandingsruimte lopen en tot motorschade leiden.

■ Zet het maaimechanisme helemaal naar boven.
■ Maak de maairuimte schoon met een borstel, handveger of doek.

Maaimechanisme met reinigingssproeier (afhankelijk van model)

Afb. 29

Stel de machine op een vlakke ondergrond zonder grind, stenen etc. en bedien de vastzetrem.

  1. Bevestig een waterslang met een in de handel verkrijgbare snelkoppeling op de reinigings-sproeier. Waterkraan open-draaien.

2.Start de motor.

3.Maaiwerk neerlaten en enkele minuten inschakelen.

4.Maaiwerk en motor uitschakelen.

  1. Verwijder de waterslang.

Herhaal stap 1 t/m 5 bij de tweede reinigingsproeier (indien aanwezig).

Na beeindiging van de reinigingswerkzaamheden (stap 1–5):

■ Zet het maaimechanisme helemaal omhoog.
■ Motor starten en maaiwerk gedurende enkele minuten inschakelen om het maaiwerk te drogen.

Grasvanger reinigen

Wolf Garten Expert 105.165 A - Grasvanger reinigen - 1

Opmerking

Zie de aparte gebruiksaanwijzing voor de grasvanger.

■ Verwijder de grasvanger en maak deze leeg.
■ De grasvanger kan met een krachtige waterstraal (tuinslang) gereinigd worden.
■ Laat de grasvanger voor het volgende gebruik grondig drogen.

Onderhoud

Neem de onderhoudsvoorschriften in het handboek voor de motor in acht. Laat de machine aan het einde van het seizoen nazien en onderhouden door een onderhoudsbedrijf.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Onderhoud - 1

Let op

Gevaar voor het milieu door motorolie!

Geef na het verversen van de olie de oude olie af bij een inzamelplaats voor oude olie of bij een afvalverwerkingsbedrijf.

Gevaar voor het milieu door accu's Lege accu's horen niet bij het huisvuil. Verwijder de accu voordat u de machine naar de sloop brengt. Demonteer de accu voordat de machine naar de sloop gaat.

Gebruik van een starchulpkabel

Wolf Garten Expert 105.165 A - Gebruik van een starchulpkabel - 1

Gevaar

Nooit een defecte of bevroren accu met een starchulpkabel overbruggen. Let erop dat de machines en de kabelklemmen elkaar niet raken en de ontstekingen uitgeschakeld zijn.

■ Rode starchulpkabel aan de pluspool (+) van de lege en de voedende accu vastklemmen.
- De zwarte starchulpkabel eerst aan de minpool (–) van de voedende accu vastklemmen. De andere klem aan het frame van het motorblok van de tractor met de lege accu (liefst zo ver mogelijk van de accu verwijderd) vastklemmen.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Gevaar - 1

Opmerking

Als de voedende accu in een voertuig is ingebouwd, mag dit voertuig tijdens de startondersteuning niet worden gestart.

■ Start de tractor met de lege accu en trek de vastzetrem aan.
■ Maak klemmen van de start-hulpkabels in de omgekeerde volgorde los.

Bandendruk

Wolf Garten Expert 105.165 A - Bandendruk - 1

Let op

De maximaal toegestane bandendruk (zie zijkant van de band) mag nooit worden overschreden. Ga bij het oppompen niet voor of op de band staan.

De geadviseerde bandendruk bedraagt:

Bij een hogere bandendruk neemt de levensduur van de banden af. Controleer de bandendruk altijd voordat u met de machine rijdt.

Na 5 bedrijfsuren

■ Voor het eerst motorolie verversen. Zie het motorhandboek voor overige intervallen.

■ Gebruik de Quick-oliegoot (Afb. 30) (optioneel) voor het aftappen van de olie.

Na 10 bedrijfsuren

■ Smeer alle draaipunten en lagers van het rij- en rempedaal met enkele druppels dunne olie.

Elke 25 bedrijfsuren

■ Smeer de smeernippels van alle mesassen, spanrollen en spanrolhouders met vet type 251H EP. Laat deze werkzaamheden door een gespecialiseerd bedrijf uitvoeren.
■ Smeer de smeernippels van de wiellagers en assen van de voorwielen met universeel vet.
■ Smeer de smeernippels van het maaiwerk met universeel vet.

Elke 50 bedrijfsuren

■ Laat vuil en grasresten van de motoroverbrenging door een reparatiebedrijf verwijderen.

Elke 2 maanden

Alleen nodig bij accu's van type 2: vul de accucellen tot 1 cm onder de vulopening met gedestilleerd water.

Bij behoefte

Accu opladen

Als u de machine lange tijd niet gebruikt, wordt geadviseerd om de accu uit de machine te demonteren en voor het opbergen, tijdens het opbergen elke twee maanden en voor het opnieuw in gebruik nemen op te laden.

Wolf Garten Expert 105.165 A - Accu opladen - 1

Opmerking

Neem de beschrijving in de gebruiksaanwijzing van het accuoplaadapparaat in acht.

Vervang de zekering

■ Vervang defecte zekeringen alleen door zekeringen van dezelfde sterkte.

Eenmaal per seizoen

■ De tanden van de stuurtransmissie met universeel vet smeren.
■ Scharnieren van het stuur-mechanisme met enkele druppels lichte olie smeren.

■ Alle draaipunten en lagers (bedieningshendels en hoogte-instelling van het maaiwerk) met enkele druppels lichte olie smeren.
■ Bougie reinigen en ontstekings afstand instellen, of indien nodig bougie vervangen.
Zie het handboek bij de motor.
■ Laat de assen van de achterwielen door een reparatiebedrijf smeren met speciaal (waterafstotend) vet.
■ Maaimessen door een vakman laten slijpen of vervangen.

Stilzetten

Wolf Garten Expert 105.165 A - Stilzetten - 1

Let op

Schade aan de machine

Berg de machine op nadat de motor is afgekoeld en alleen in een schone en droge ruimte.

Bescherm de machine beslist tegen roest wanneer u deze voor lange tijd wegzet, bijvoorbeeld in de winter.

Na het seizoen of wanneer de machine langer dan een maand niet gebruikt wordt:

■ Machine en grasbak reinigen.
■ Veeg alle metaaldelen ter bescherming tegen roest af met een met olie bevochtigde doek of spuit deze in met oliespray.
■ Laad de accu op met een acculader.
■ Als de machine tijdens de winter wordt opgeborgen, moet de accu worden opgeladen en op droge en koele plaats (beschermd tegen vorst) worden bewaard. Laad de accu elke 4 tot 6 weken en voor het opnieuw monteren op.
■ Tap de brandstof af (alleen buitenshuis) en zet de motor stil zoals beschreven in het handboek van de motor.
■ Pomp de banden op volgens de gegevens op de desbetreffende band. Pomp banden zonder gegevens op de band op met een druk van 0,9 bar.
■ Berg de machine op in een schone en droge ruimte.

Garantie

Onze garantiebepalingen resp. de garantiebepalingen van de importeur zijn van toepassing. Storingen aan uw machine verhelpen wij kosteloos in het kader van de garantie, voor zover een materiaal- of productiefout daarvan de oorzaak is. Neem voor de garantie contact op met uw leverancier of met de vestiging bij u in de buurt.

Informatie over de motor

De fabrikant van de motor is aansprakelijk voor alle kwesties met betrekking tot de motor, wat betreft het vermogen, de vermogensmeting, de technische gegevens, de garantie en de service. Informatie vindt u de apart meegeleverde gebruiksaanwijzing van de motor.

Hulp bij storingen

⚠ Gevaar

Verwondingsgevaar door onbedoeld starten van de motor! Bescherm uzelf tegen verwondingen. Voor alle werkzaamheden aan deze machine:

  • Zet de motor uit.
    – Trek de sleutel uit het contact.
  • Vergrendel de vastzetrem.
  • Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekomen zijn. De motor moet afgekoeld zijn.

- Trek de bougiestekker los van de motor, zodat onbedoeld starten van de motor niet mogelijk is.

Storingen van de werking van uw machine hebben vaak een eenvoudige oorzaak, die zelf kunt opsporen en verhelpen.

Bij twijfel helpt een gespecialiseerd bedrijf u graag verder.

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De starter draait niet. Zekering doorgeslagen. Als u de machine wilt starten,neemt u plaats op de stoel en drukt u het rempedaal helemaal in of vergrendelt u de vastzetrem.Schakel het maaimechanisme uit bij een machine met PTO-schakelaar of hendel.Monteer bij machines met achterwaartse uitworp de grasvanger of deflector.
Accu niet correct aangesloten. Sluit de rode kabel aan op de pluspool (+) van de accu en de zwarte kabel op de minpool (-).
De starter draait niet. Accu leeg of bijna leeg. Afhankelijk van accutype vloeistofpeil in de accu controleren.Eventueel vullen met gedestilleerd water tot 1 cm onder de vulopening.Laad vervolgens de accu op.
Veiligheidsblokkeersysteem is geactiveerd.Vervang de zekering.Wanneer de zekering opnieuw doorslaat, moet de oorzaak worden opgespoord (meestal kortsluiting).
Losse massakabel tussen motor en frame.Sluit de massakabel aan.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Starter draait, maar motor start niet.Verkeerde stand van choke en gashendel.Bedien de choke.Zet de gashendel op [IMAGE]
Carburateur krijgt geen brandstof, brandstoftank leeg.Vul met brandstof.
Defecte of vuile bougie. Controleer debougie.Zie het handboek voor de motor.
Geen ontstekingsvonk. Laat de ontsteking door een gespecialiseerd bedrijf controleren.
Motor walmt. Te veel motorolie in de motor.motor. Schakel de machine onmiddellijk uit.
Motor defect. Schakel de machine onmiddellijk uit.Laat de motor door een gespecialiseerd bedrijf controleren.
Sterke trillingen. Beschadigde messennas of defectmaaimes.Schakel de machine onmiddellijk uit.Laat defecte onderdelen door een gespecialiseerd reparatiebedrijf vervangen.
Maaimechanisme werpt geen gras uit of maait onzuiver.Motortoerental te laag. Geef meer gas.
Rijsnelheid te hoog. Stel een lagere snelheid in.
Maaimessen stomp. Laat de maaiessen door een gespecialiseerd bedrijf slijpen of vervangen.
Motor loopt, maaimechanisme maait niet.V-riem gescheurd. Laat de V-riem door een gespecialiseerd bedrijf vervangen.

Indice

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Wolf Garten

Model : Expert 105.165 A

Categorie : Grasmaaier