GTTEL02 - Telescoop GlobalTronics - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GTTEL02 GlobalTronics in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GTTEL02 GlobalTronics
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Telescoop in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GTTEL02 - GlobalTronics en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GTTEL02 van het merk GlobalTronics.
GEBRUIKSAANWIJZING GTTEL02 GlobalTronics
MODE D'EMPLOI / GEBRUIKSAANWIJZING
TELESCOPE REFRACTEUR Grossissement 262.5 x
REFRACTOR 262,5-voudige vergroting
GT-Tel-02

Stel het apparaat beschermd op.
Niet geschikt voor kinderen jonger dan 3 jaar, bevat kleine onderdelen. Een omvallende telescoop kan grote schade veroorzaken. Kijk nooit direct in de zon. Gevaar voor ernstige oogletsels!
TECHNISCHE GEGEVENS
Diameter objectief 60 mm
Brandpuntsafstand 700 mm
31,7mm-oculair 20 mm, 12,5 mm, 9 mm, 4 mm
Maximale vergroting 262,5 x
Zoeker 6 x 25 mm
Omkeerlens 1,5 x
Aluminium statief met azimutale montering, maanfilter, hoekprisma/omkeerspiegel, opbergvak, fijnafstelling, handleiding, sterrenkaart, draagkolfer, kompas
Uw telescoop bevat de volgende onderdelen:
• Hoekspiegel
4 verwisselbare 31,7mm-Kellner-oculairs (20 mm, 12,5 mm, 9 mm en 4 mm) en een inschroefbare maanfilter (niet afgebeeld) - niet bruikbaar als zonnefilter. Vergroting volgens tabel (zie volgende pagina).
• K-oculairs
Het apparaat is uitgerust met Kellner-oculairs. Dit lenzensysteem bestaat uit drie lenzen en maakt hogere resoluties mogelijk dan de traditionele H-oculairs.


- Handleiding voor het maken van een zonneprojectiescherm.
- 6x25mm-zoeker met dradenkruis (gedetailleerde beschrijving, zie verder)

• Kompas

Gebruiksaanwijzing op de achterzijde van de kaart


- Dit apparaat wordt met een speciale draagkoffer geleverd, waarin het veilig kan worden opgeborgen.
• 1,5-voudige correctielens
Bij een astronomische telescoop verschijnt het beeld rechtopstaand, maar gespiegeld. De correctielens dient om het spiegelbeeld te corrigeren.
- Aluminium statief/schroevendraaier
- Gebruiksaanwijzing
- Opbergvak voor het toebehoren
• Hoogteverstelbare azimutale montering



- De telescoop heeft een hoogteverstelbare azimutale montering. „Hoogteverstelbaar“ verwijst naar de verticale beweging van de telescoop, terwijl onder „azimutaal“ de horizontale beweging wordt verstaan. Een hoogteverstelbare azimutale montering met een azimutale vastzetting (L) maakt het mogelijk de hele nachthemel of aardse objecten te observeren zonder het statief zelf te bewegen.
De volgende vergrotingen kunnen worden bereikt met de verwisselbare oculairs:
| Overzicht oculairs en theoretische maximumvergrotingen | ||
| Oculair | Vergroting | Met omkeerlens 1,5x |
| 20 mm | 35-voudig | 52,5-voudig |
| 12,5 mm | 56-voudig | 84-voudig |
| 9 mm | 78-voudig | 117-voudig |
| 4 mm | 175-voudig | 262,5-voudig |
De vermelde waarden zijn theoretische vergrotingen, d.w.z. het daadwerkelijke resultaat wordt bepaald door het object, de afstand van het object en de resolutie.
Voor telescopen van het type 700/600 mm is een maximale vergroting van 80x zinvol (of 78-voudig met een 9mm-oculair). Grotere vergrotingen zijn weliswaar mogelijk, maar zijn niet geschikt voor het observeren van sterren, daar de resolutie amper volstaat. Gebruik grotere vergrotingen daarom alleen voor de observatie van aardse en niet ver verwijderde objecten of voor waarmemingen overdag. Door de kleinere afstand krijgt u een hogere resolutie.
A. Knop voor scherpteregeling
B. Buis voor scherpteregeling
C. Hoekspiegel
D. Oculair
E. Houder voor zoeker
F. Zoeker
G. Telescoopbuis
H. Zonnefilter*
1. Objectieflens (niet afgebeeld)
J. Vastzetschroef vork (verticaal)
K. York
L. Azimutale vastzetting
M. Statiefkop
N. Opbergvak voor toebehoren
O. Houder voor opbergvak
P. Statiefpoot
Q. Rubberen voetje
R. Fijnregelbare verticale verstelling
S. Kompas

text_image
I G F E S D H J K L M R A C B N O P Q (beld) (cical) boren erstelling* Het apparaat is uitgerust met een afneembare zonnefilter en een beschemkap. De beschemkap is tweedelig en moet worden verwijderd alvorens het apparaat te gebruiken. U neemt een kleiner fragment van het object waar als u alleen de middelste, kleinere kap verwijdert en de grotere kap op het apparaat laat zitten.
Het kompas ligt in een vloeistof. Houd er rekening mee dat de aanwezige luchtel, afhankelijk van de luchtdruk en temperatuur, vergroot en verkleint. Verder dient de luchtel om de correcte positie van het apparaat te bepalen. Het kompas kan ook mobiel, d.w.z. niet in de telescoop-buis bevestigd, worden gebruikt. Het is mogelijk dat het kompas niet precies naar het noorden wijst, met name indien sterke afbuigingen het magneetveld beïnvloeden, bijv. door elektronische toestellen, elektrische leidingen of metalen voorwerpen (auto's).
Het kompas heeft twee richtingindicaties. De bovenste, kleinere indicator geeft de reële richting aan. De grote, rondom aangebrachte indicatie geeft de „richting waarin men kijkt“ aan.
GEBRUIKSAANWIJZING
- Trek de drie statiefpoten (P) uit en stel deze met behulp van de klapbare klemmen (1) op de gewenste lengte in (afb. 1).
OPMERKING: Alvorens u de statiefpoten monteert, dient u zich ervan te vergewissen dat de klapbare klemmen aan elke statiefpoot naar binnen wijzen. Het opbergvak voor het toebehoren (N) wordt immers aan deze klemmen bevestigd. - Bevestig de drie statiefpoten met de vleugelmoeren en schroefbouten (2) aan de statiefkop (M). Alvorens u de vleugelmoeren aandraait, dient u zich ervan te vergewissen dat u een sluitring hebt aangebracht (afb. 2).
- Bevestig nu het opbergvak voor het toebehoren (N) met de bijgeleverde schroefbouten en vleugelmoeren aan de klemmen van de statiefpoten (afb. 3).
OPMERKING: De houder voor het opbergvak kan na de montage onderaan in het opbergvak worden geschoven (afb. 3).
- Nadat u alle schroeven hebt aangedraaid, kan de telescoopbuis in de vork (K) van de statiefkop worden geplaatst. Plaats de telescoopbuis (G) in de vork (K) en bevestig haar met behulp van de grote vastzetschroef (J) (afb. 4).
- Steek de stift van de fijnregelbare verticale verstelling (R) in de daartoe voorziene inschroefdraad in de azimutale montering. Bevestig het andere uiteinde van de stift aan de telescoopbuis.


Maak de fijnregelbare verticale verstelling vast door de schroef en draaiknop aan te draaien (afb. 5).
- Neem de zoeker (F) met de bijbehorende houder (E) uit de verpakking. Schroef vervolgens de twee geribde klemschroeven uit de telescoopbuis (G). Leg de zoeker zo op de telescoopbuis, dat de gaten in het voetstuk van de zoekerbuis precies overlappen met de schroefgaten in de telescoopbuis. Steek de twee geribde klemschroeven in de gaten en droai ze stevig aan (afb. 6).
- Plaats de hoekspiegel (C) in de buis voor de scherpteregeling (B). Maak de hoekspiegel met behulp van de bijbehorende vastzetschroeven in de buis vast en draai deze stevig aan (afb. 7).
- Steek het oculair (D) in de hoekspiegel (C). Ook het oculair wordt met een kleine vastzetschroef bevestigd (afb. 8).
OPMERKING: Het beeld verschijnt rechtopstaand, maar gespiegeld. Om een niet-gespiegeld beeld te verkrijgen, verwijdert u de hoekspiegel en monteert u in de plaats daarvan de correctielens.

- Speciaal toebehoren: correctielens en maanfilter. De correctielens monteert u zoals beschreven in punt 8. De maanfilter wordt in de schroefdraad van het oculair geschroefd.
- Door meerdere lenzen tegelijk te gebruiken, neemt de scherpte af. Het is niet aanbevolen de hoekspiegel samen met de omkeerlens te gebruiken (kwaliteitsverlies).
Aanbeveling: slechts afzonderlijk gebruiken. De hoogste resolutie wordt bereikt als geen extra lenzen worden ingezet. Mocht de instelmogelijkheid aan de buis niet volstaan, dan hebt u nog extra instelmogelijkheden door de vastzetschroeven van het oculair los te draaien, het oculair wat uit te trekken en vervolgens de schroeven weer aan te draaien.
Uw telescoop is nu volledig gemonteerd en gebruiksklaar. Benut de sterrenkaart die zich in de verpakking bevindt (SPACE MAP), om uw telescoop optimaal te kunnen gebruiken en er veel plezier aan te beleven.
VOORZICHTIG: Observatie van de zon kan blijvende oogletsels tot gevolg hebben. Kijk met de zoeker of zelfs met het blote oog nooit direct in de zon.
OPTIMAAL GEBRUIK VAN DE TELESCOOP
Daar astronomische telescopen een sterke vergroting en een klein gezichtsveld hebben, is het relatief moeilijk om een welbepaalde ster in de sterrenhemel te vinden en de beweging ervan te volgen. Essentieel voor een succesvolle waarneming is de correcte omgang met de astronomische telescoop.
BEHANDELING
Ga voorzichtig met uw telescoop om. Wees vooral bij het dragen van de telescoopbuis behoedzaam dat u deze nergens tegenaan stoot en niet laat vallen.
CONTROLE VAN DE MONTAGE
Als een ster moeilijk „te vangen“ is en als deze, eens ze toch gevonden is, heen en weer „danst“ en nauwelijks geobserveerd kan worden, ligt dat vaak aan een verkeerde montage van de telescoop.
-
Kijk grondig na of de klemschroeven aan de statiefpoten en de schroeven aan de statiefkop stevig zijn aangedraaid.
-
Controleer of de telescoopbuis in balans is, zodat een evenwicht bestaat tussen het gewicht van het voorste en het achterste gedeelte.
WAARNEMINGSPLAATS
Daar de observatie van een ster langere tijd in beslag neemt, moet de telescoop op een goed uitgekozen plaats worden opgesteld.
-
Kies een vrij toegankelijke plek, waar zo weinig mogelijk lichtinval is en waar een zo groot mogelijk deel van de hemel zichtbaar is.
-
Leg onderdelen zoals oculairs in het daartoe voorziene opbergvak (N) of bewaar ze in een klein doosje.
INSTELLING VAN DE ZOEKER
Daar de telescoop slechts een beperkt gezichtsveld heeft, kan het behoorlijk moeilijk zijn de gezochte ster of planeet te vinden. Daarom is de telescoop uitgerust met een zoeker (F), die ter oriëntatie van een dradenkruis is voorzien. Het is aanbevolen de volgende instellingen bij daglicht uit te voeren:
-
Zet het oculair (D) met de kleinste vergroting in de hoekspiegel (C).
-
Zoek een onbeweeglijk, gemakkelijk te herkennen object op een afstand van niet meer dan 300 m. Richt de telescoop met de horizontale as en beweeg vervolgens de verticale as, tot het object zich in het midden van het gezichtsveld bevindt. Stel het beeld scherp in. Draai nu de vastzetschroef aan de telescoopvork stevig aan, zodat de telescoop in deze positie blijft (hoe hager het object zich baven de horizon bevindt, hoe gemakkelijker de instelling is).
- Kijk nu door de zoeker. Als het door de telescoop waargenomen object niet zichtbaar is, draait u de instelschroeven los en beweegt u de zoeker heen en weer tot het object opduikt. Draai vervolgens de instelschroeven weer wat aan en houd het object in het midden van de zoeker. Om dit proces te vergemakkelijken, gebruikt u de instelschroeven om het object in het midden van het gezichtsveld te houden. De zoeker verplaatst zich in de richting waarin de schroef wordt gedraaid. Als de instelling van de zoeker met het oculair overeenstemt, draait u alle instelschroeven van de zoeker definitief stevig aan.
SCHERPTEREGELING
Hoewel de scherpteregeling gemakkelijk lijkt te zijn, blijkt deze in de praktijk toch behoorlijk moeizaam te verlopen, zolang u niet voldoende ervaring hebt. Stel een verwijderd object bij daglicht scherp in en oefen dit proces om uw behendigheid te trainen.
- Regel de scherpte door de buis voor de scherpteregeling (B) vooruit en terug te bewegen. Hiertoe draait u aan de knop voor de scherpteregeling (A).
- Daar de sterren voortdurend in beweging zijn, dient u de scherpteregeling eerst te oefenen op een neonreclame of lamp die meer dan 1000 m verwijderd is. Als het beeld grof is ingesteld, regelt u de scherpte door de buis voor de scherpteregeling (B) vooruit en terug te bewegen, tot het beeld helemaal scherp is. Richt de telescoop vervolgens op een ster, zonder daarbij de ingestelde scherpte te veranderen. Normaal moet de scherpteregeling nu ook hier correct zijn.
- Regel de scherpte eerst met een oculair met kleine vergroting en vervang het daarna door het oculair met de benodigde vergroting.
- Telkens u het oculair hebt vervangen, dient u de scherpte opnieuw te regelen door de buis voor de scherpteregeling (B) voorzichtig te bewegen.
- Het is niet raadzaam de hoekspiegel en de omkeerlens samen te gebruiken (kwaliteitsverlies). Aanbeveling: slechts afzonderlijk gebruiken.
VOOR DE OBSERVATIE
Probeer de telescoop scherp in te stellen. Het is aanbevolen te beginnen met een oculair met geringe vergroting en een verwijderd aards object. Het door de astronomische telescoop verkregen beeld verschijnt rechtopstaand, maar gespiegeld. Om een niet-gespiegeld beeld te verkrijgen, verwijdert u de hoekspiegel en monteert u in de plaats daarvan de correctielens.
BIJZONDERE INSTRUCTIES
Uw telescoop is een optisch precisie-instrument, d.w.z. dat het - zoals alle andere optische instrumenten - op een stofvrije en droge plaats moet worden bewaard, want dit zijn factoren die een negatieve invloed hebben op alle optische systemen. Als de lenzen vuil zijn, blaast u de stofdeeltjes weg voor u de lenzen reinigt. Reinig de lenzen vervolgens voorzichtig met een vochtig brillendoekje. De lenzen mogen niet gedemonteerd worden en op het oppervlak van de lenzen mogen zich geen vingerafdrukken bevinden. Bewaar de telescoop na gebruik op een droge en stofvrije plaats. Stel het instrument niet bloot aan wisselende temperaturen, daar anders het vocht in de lucht als condens op de objectieflens neerslaat. Mocht dit toch gebeuren, breng de objectieflens dan in de buurt van een warmtebron (niet te dicht!), zodat het vocht langzaam kan verdampen. Als u uw telescoop op die manier verzorgt, zal hij een levenslange vriend zijn.
INLEIDING IN DE ASTRONOMIE
Wist u dat u met het blote oog (onder ideale omstandigheden) slechts 2000 tot 3000 sterren kunt zien? Met een verrekijker of telescoop is dat aantal oneindig.
Alvorens u met observeren begint, moet u toch enkele dingen weten.
- Zoek een donkere, rustige plek uit, ver van vensters en straatlantaarns. Sluit de gordijnen en doe alle overbodige lampen uit. Zorg ervoor dat u zich eerst voldoende vertrouwd maakt met uw telescoop, zodat u hem ook in het donker kunt bedienen. Een gewone zaklamp, afgedekt met een rode plasticfolie, kan zeer handig zijn.
- Geef uw ogen 15-30 minuten tijd om zich aan de duisternis aan te passen. Ook uw telescoop zal tijd nodig hebben om in de nachtlucht af te koelen en bestendiger te worden. Het weer is een belangrijke factor, die samen met een af en toe troebel en bedampt oculair de amateur-astronoom op de proef zal stellen.
- Concentreer u niet op delen van de hemel dicht bij de horizon. Turbulenties in de atmosfeer
zullen nauwkeurige waarnemingen moeilijk maken. Merk op dat met het verstrijken van de tijd de objecten aan de oostelijke horizon hoger tegen de hemel zullen opklimmen. -
Wees voorzichtig met uw telescoop. Vermijd de lens of spiegel aan te raken (vooral de spiegel). Verwijder indien nodig het stof van de lens met behulp van een geschikte borstel of microvezeldoekje.
-
Na het gebruik in openlucht treden temperatuurschommelingen op. De telescoop moet zich weer aan de kamertemperatuur aanpassen en de ontstane condensatie moet verdampen. Raak het objectief pas weer aan, nadat dit gebeurd is.
- Ga methodisch te werk. Het is een goed idee om uw waarnemingen in een dagboek op tetekenen. Zo'n dagboek is een mooi verslag en leuk gespreksonderwerp. Bovendien is het prettig er na zekere tijd weer in te lezen. Vergeet niet dat veel ontdekkingen door amateurs werden gedaan. Ooit werd een supernova (een relatief zeldzame gebeurtenis) ontdekt door een observerende postman. Talrijke komen de dragen de naam van de amateurastronoom die ze ontdekte.
Als de avondzon aan de westelijke hemel ondergaat, begint het prachtig schouwspel van de fonkelende sterren tegen de donkere achtergrond van de nacht. Bij het zien van deze schitterende sterrenhemel lieten de Romeinen en Grieken hun fantasie de vrije loop en praatten ze tegen de sterren. Ongeveer 5000 jaar geleden herkenden Mesopotamische herders in bepaalde groepenvan sterren vaste patronen, die ze vergeleken met de goederen en dieren van de Grieken en Romeinen. En zo gaven ze de verschillende constellaties een naam.
Vandaag leven we in het tijdperk van de wetenschap. In een niet eens zo verre toekomst zullen we met ruimteschepen door het universum reizen. Ook dan zal het belang van de telescoop niet afnemen, maar zal hij zich bewijzen als een uitstekende gids door het heelal.
Hebt u uw telescoop correct gemonteerd? Dan kunt u beginnen met observeren. Het is echter mogelijk dat de kwaliteit van het beeld u zal ontgoochelen. Dit troebel beeld kan verschillende oorzaken hebben, maar als uw telescoop correct is opgesteld en u de volgende regels in acht neemt, moet u dit probleem definitief kunnen oplossen. Een exacte instelling van de telescoop is zeer belangrijk als u waarnemingen wilt doen.
Als beginner start u het beste met het observeren van de maan, die het dichtst bij de aarde gelegen hemellichaam is. Ze is ongeveer 380.000 km van ons verwijderd. Als beginner zult u ongeveer een halfuur tot een uur nodig hebben om de telescoop perfect op de maan te richten. Maar eens u de maan voor het eerst door uw telescoop bewondert, zult u versteld staan van haar ongelooflijke schoonheid. Een ervaring om nooit te vergeten!
Kijk met de telescoop of zoeker nooit direct in de zon!!! Gevaar voor OOGLETSELS!!!
MET EEN ASTRONOMISCHE TELESCOOP WAAR TE NEMEN OBJECTEN EN DAARTOE GESCHIKTE VERGROTINGEN
MERCURIUS
Mercurius is de planeet die het dichtst bij de zon ligt. Geschichte vergroting: 100x.
JUPITER
Met een vergroting van 40x is het mogelijk de bekende ruimtesonde Galileo waar te nemen. De waarneming van de lichte en donkere strepen op Jupiter vereist bijzondere aandacht en een heldere atmosfeer. Geschichte vergroting: 80x-100x.
SATURNUS
De ringen van Saturnus, die in elke hemel een uniek schouwspel zijn, kunnen met een 60-voudige vergroting worden waargenomen. De waarneming van de elliptische vorm en banden van de planeet zelf vereist het gebruik van een minimaal 100-voudige vergroting. Af en toe zijn de ringen, ten gevolge van hun hellingshoek, niet te zien.
VENUS
Venus, die zoveel licht geeft dat ze de Morgenster of Avondster wordt genoemd, is volledig bedekt door een dik wolkendek. Daar men geen gordels kan zien, kan men zich bij de waarneming het best concentreren op de maanachtige schijngestalten van de planeet. Geschichte vergroting: 40x.
MARS
Mars komt om de 26 maanden in de buurt van de aarde. De waarneming van Mars is tamelijk moeilijk. Het gebruik van een telescoop met een openingsdiameter van 100 mm of meer en een 100-voudige vergroting laat toe de poolkap te zien.
MEERVOUDIGE STERREN
Sommige sterren lijken met het blote oog gezien enkelvoudig te zijn, maar bij telescopische waarnemingen wordt duidelijk dat ze in werkelijkheid uit twee, drie of meer sterren bestaan. Dubbelsterren bestaan uit twee componenten en drievoudige sterren uit drie sterren. Het gebruik van een eerder kleine vergroting (ongeveer 40x) is geschikt.
NEVELVLEKKEN EN STERRENZWERMEN
De grote nevelvlek in het Zwaard van Orion en de grote spiraalnevel in Andromeda kunnen met het blote oog worden waargenomen. Als u nevelvlekken en sterrenzwermen observeert, wordt aangeraden een telescoop met een zo groot mogelijke opening en de kleinste vergroting te gebruiken.
DE ZON
Een telescoop met een 40mm-opening is geschikt om zonnevlekken waar te nemen, maar een gedetailleerdere waarneming van de zon vereist het gebruik van een refractor met een 60mmopening. In elk geval wordt het gebruik van een ongeveer 60-voudige vergroting aanbevolen, om de zon in haar geheel te observeren. De waarneming van de zon gebeurt het best tijdens de eerste 2 uren na 9 uur 's ochtends, omdat de atmosferische toestand in deze periode rustig is en het beste beeld van de zon geeft. Als de atmosferische omstandigheden bijzonder goed zijn, kan de granulatie van de zon zichtbaar worden.
Met de telescoop of zoeker niet direct in de zon kijken!!! Gevaar voor OOGLETSELSI
TELESCOPISCH BEELD VAN PLANETEN
Beginnende astronomen vinden vaak dat het telescopisch beeld van de planeten veel kleiner is dan ze hadden verwacht. De twee foto's hiernaast tonen hoe planeten te zien zijn met een gewone, kleine 40mm-telescoop met 50-voudige vergroting, die in alle warenhuizen verkrijgbaar is.

KOMETENJACHT
De amateurastronoom kan veel plezier beleven aan de kometenjacht. Een grote verrekijker is ideaal, omdat het belangrijk is een groot gezichtsveld te hebben. Kometen (die in de Oudheid "harige sterren" werden genoemd) werden vaak als een voorteken van onheil beschouwd. In het Israëlisch-Palestijns conflict werd een komeet verkeerdelijk geïnterpreteerd als een krijgswapen. In werkelijkheid heeft een komeet zeer weinig massa. Ze werden beschreven als „het eerste iets dat niet kan bestaan en toch iets is“. Ze werden tevens ook „vuile sneeuwballen" genoemd. Deze twee beschrijvingen vertellen ons veel over de ware natuur van de kometen. De kometenjacht is een echte uitdaging, waarbij de astronoom de weg door de hemel moet kennen als zijn broekzak. Veel amateurastronomen kunnen er trots op zijn dat een komeet naar hen werd genoemd.

text_image
Komtenstaart Kam Coma Richting zon Kenrand WaterstofolkTYPES TELESCOPEN EN OPTISCHE SYSTEMEN
Meer dan driehonderd jaar geleden richtte Galileo Galilei een kleine telescoop naar de sterren – de geboorte van de moderne wetenschappen. Onder de telescopen onderscheiden we twee hoofdgroepen: de aardse telescopen en de astronomische telescopen. Het belangrijkste verschil is dat de aardse telescoop bedoeld is om objecten op aarde te observeren en een rechtopstaand of normaal beeld geeft, terwijl de astronomische telescoop een omgekeerd, op zijn kop staand beeld geeft. Bij aardse objecten is het natuurlijk belangrijk deze in hun normale positie te kunnen zien, maar bij astronomische waarmemingen is een omgekeerd beeld niet storend.

text_image
Objectieflens Oculairfens Oog Telescoopsysteem volgens GalileoDat astronomische telescopen over het algemeen een omgekeerd beeld geven, komt doordat zijn, in tegenstelling tot de aardse telescopen, niet zijn uitgerust met een speciaal omkeerlenzen- systeem. Het aanvullend lenzensysteem geeft weliswaar een rechtopstaand beeld, maar het brengt ook een licht verlies van licht met zich mee. Bij een astronomische telescoop, die wordt gebruikt voor de observatie van uiterst zwakke objecten, is het belangrijk het lichtverlies tot een minimum te beperken. Dat betekent echter niet dat aardse telescopen niet voor astronomische waarnemingen kunnen worden gebruikt. Ze zijn alleen niet in staat om een zwak object even goed weer te geven als een astronomische telescoop.

text_image
Telescoop Objectiefens Oculairfens Oog Astronomische telescoop Objectiefens Oculairfenzen Oog Telescoop voor aardse waarmemingenAstronomische telescopen zijn, afhankelijk van het gebruikte optische systeem, onderverdeeld in twee categorieën. De refractor gebruikt bij het vergroten alleen lenzen, terwijl de reflector in plaats van objectieven twee spiegels gebruikt.

text_image
Oog Telescoop Oculairiens Objectiefspiegel Omkeerspiegel Spiegeltelescoop volgens NewtonOCULAIR EN VERGROTING VAN DE TELESCOOP
De vergrotende kracht van een telescoop wordt, zowel bij een reflector als bij een refractor, bepaald door de brandpuntsafstand van objectief en oculair. De brandpuntsafstand is de afstand van de lens waarop een scherp of in het brandpunt liggend beeld wordt gevormd. De brandpuntsafstand van het objectief is gewoonlijk veel groter dan die van het oculair. Als u de brandpuntsafstand van het objectief deelt door de brandpuntsafstand van het oculair, bekomt u als resultaat de vergroting van de telescoop. De meeste astronomische telescopen gebruiken oculairs met een verschillende brandpuntsafstand voor verschillende vergrotingen. De oculairs met een kleinere brandpuntsafstand geven een grotere vergroting. De vergrotende kracht van elk afzonderlijk oculair staat in een rechtstreekse verhouding tot de brandpuntsafstand van de objectiefspiegel of objectieflens in de telescoop. De formule luidt als volgt:
brandpuntsafstand van het objectief (spiegel of lens)
—=vergroting
brandpuntsafstand van het oculair
Voorbeeld: uw H-12,5mm-oculair zal een vergroting geven van
800 mm 700 mm
-64-voudige vergroting of = 56-voudige vergroting.
H-12,5 mm H-12,5 mm
| Oculair 4 mm 9 mm | 12,5 mm | 20 mm | ||
| 175x | 78x | 56x | 35x | |
| Met omkeerlens 1,5x | 262,5x | 117x | 84x | 52,5x |
Het oculair wordt in de oculairhouder geplaatst. Het scherpstellen van het beeld gebeurt met behulp van de fijnafstellingsknop. Oculairs zijn gekenmerkt door letters die het type bepalen, bijv. K = Kellner, een drielenzig lenzensysteem, H = Huygen, HM = Huygen Mittenzwey, OR = orthoscopisch Ramsden, SR = speciaal Ramsden, AH = achromatisch Huygen. Het nummer naast de letters verwijst naar de brandpuntsafstand van het oculair. Als u met uw oog te dicht bij het oculair komt, zou het door uw wimpers vuil kunnen worden of door uw adem kunnen beslaan. Reinig het oculair voorzichtig met een zachte doek.
VERGROTING
Door oculairs van een verschillende sterkte te gebruiken, kunt u bij helder weer of op kleinere afstanden objecten groter waarnemen. Hoe kleiner de diameter van de lens, hoe sterker de vergroting. Bedenk wel dat een sterkere vergroting niet hetzelfde is als „meer zien“. Kies daarom de vergroting waarmee u het beste ziet.
- Met een sterkere vergroting verkleint het gezichtsveld. U ziet van het oorspronkelijk vlak nog slechts een deel, dat u dan wel evenredig groter of dichterbij ziet.
- De resolutie en de lichtsterkte nemen duidelijk af. Zo kunnen met een zwakke vergroting - dankzij de hogere lichtsterkte en resolutie - vaak ook in de schemering nog waarnemingen worden gedaan. Als de sterkste oculairs worden ingezet, zijn dan nog slechts schaduwen te zien. Zelfs fonkelende sterren kunnen vaak nog slechts vaag worden waargenomen.
- Het precies „vangen“ van een object en instellen van de montering wordt veel moeilijker.
- Door de grote afstanden, bijv. bij sterren, is meer precisie vereist.
Met een verrekijker die een 8-of 10-voudige vergroting heeft, kan een gemakkelijke vergelijking worden gemaakt. Als de verrekijker op een dichtbij object wordt gericht, bijv. een 2 meter verwijderde muur, dan kan de kijker vaststellen hoe elke beweging van het lichaam, bijv. door de ademhaling, een invloed heeft en het beeld doet bewegen. Bij een telescoop met een brandpuntsafstand van 600/700/800 mm, een evenredige vergroting en een afstand van vele duizenden kilometers, is dit effect nog enorm veel groter. Een afwijking van amper één millimeter laat vaak hele sterren uit het gezichtsveld verdwijnen. Een niet voldoende stevig ingesteld statief of een los ingestelde montering kan dan ook bijzonder ergerlijk zijn. Om de instelling te vergemakkelijken, zijn verschillende apparaten uitgerust met een extra fijnafstelling. Zeer hoogwaardige telescopen worden tegenwoordig voorzien van een verticaal en horizontaal verstelbare montering of zelfs van een computergestuurde fijnafstelling. Vaak is demontering duurder dan de eigenlijke telescoop.
OBSERVATIE
Voor het observeren van sterren is het niet belangrijk of het object rechtopstaand of op zijn kop wordt waargenomen. Worden echter aardse objecten geobserveerd, dan moet tussen oculair en hoekspiegel een omkeerprisma worden ingezet voor een normale waarneming (niet in alle telescopen aanwezig).
Opgelet: voor zoekers bestaat geen omkeerprisma. Maar zoekers hebben wel een bijzonder extraatje: kijk door de verkeerde kant van de zoeker, richt hem op uw hand en wijzig de afstand tot u de huid van uw hand scherp kunt zien; u hebt een 5-voudig vergrotende microcoop.
ZO WERKT EEN TELESCOOP

text_image
Objectief Objectieflens Oouairlens Tussonbeeld Oog Vergroot beeld Brandpuntsafstand objectief Regelbare brandpuntsafstand ocuairWAARNEMINGEN VAN DE ZON
Hoe schadelijk een blik in de zon wel kan zijn, hebben helaas al velen moeten ervaren. Zonnebrillen zijn op onze breedtegraad een goede bescherming tegen de zonnestraling. In Australië en in de Alpen zijn de stralingswaarden vaak beduidend hoger en biedt een gewone zonnebril nog amper bescherming. En dan moet men bedenken dat de zonnestralen die het gevoelige oog door een telescoop (ook zoeker) treffen 35- tot zelfs 350-maal sterker zijn, wat vergelijkbaar is met een laserstraal die binnen enkele seconden een dikke gepantserde deur doorboort. Daarom moeten de grootste voorzorgsmaatregelen worden getroffen:
- Kijk nooit direct in de zon! Gevaar voor oogletsels!!!!
- Zorg ervoor dat kinderen nooit alleen een telescoop gebruiken!!!!
- Ook bij gebruik van een zonnefilter zijn oogletsels niet uitgesloten!!!!
- Gebruik ook bij sterk reflecterende sterren een filter (bijv. bij observatie van de maan).
Om helemaal zeker te zijn en uw ogen volledig te beschermen, dient u voor waarnemingen van de maan en de zon een projectiescherm te gebruiken. Dit is verkrijgbaar als toebehoren. Voor de eerste proeven volstaat het zeker als u zich zelf een projectiescherm maakt naar het onderstaande voorbeeld.
Neem de verpakking van de telescoop en knip uit de kartonnen doos een stuk van 10 x 10 cm. Knip in het midden van dit stuk een cirkelvormig gat ter grootte van de oculairhouder. Maak er twee kleine gaten in (1 rechts boven en 1 links onder) op ongeveer 2 cm van de rand (zie afb. B). Neem vervolgens twee dikke rietjes en steek deze vast in de kleine gaten. Knip een tweede stuk uit de doos (ong. 10 x 10 cm groot) en beplak één zijde met een wit blad papier. Maak op dezelfde plaatsen als in stuk B nu ook twee gaatjes in stuk A. Steek nu stuk A op de rietjes, waarbij de witte zijde naar de opening van stuk B moet wijzen. Bevestig ten slotte het zelfgemaakte projectiescherm op de oculairhouder. Door het witte projectiescherm (stuk A) heen en weer te bewegen, kunt u de projectie scherpstellen tot u een beeld ziet.

U hebt nu een goede en veilige oogbescherming. Denk eraan: kijk nooit direct in de zon! Zoals een laser een gepantserde deur doorboort, kan het zonlicht uw ogen beschadigen en kunt u uw gezichtsvermogen verliezen!!
Opgelet!
Waarnemingen van de zon dienen altijd te gebeuren zonder oculair, daar dit door de sterke warmteontwikkeling beschadigd wordt.
MAANKAART
Deze eenvoudige maankaart toont de meeste interessante zaken die men door een telescoop kan zien. De grootste krater op de maan is Bailly (net geen 300 km doorsnede). Met een kleine telescoop zal men kraters met een doorsnede van vijf tot tien kilometer kunnen waarnemen. De grootste stralenkrater is Tycho, terwijl de helderste krater Aristarchus is. Men kan de meeste details waarnemen als de maan zich in het eerste of laatste kwartier bevindt, als de zonnestralen de maan in een schuine hoek treffen en op deze manier schaduwen werpen en het maanoppervlak meer contrast geven. De maan heeft altijd haar zelfde kant naar de aarde gericht, want bij elke omwenteling rond de aarde roteert ze precies eenmaal om haar as. Toch kunnen we meer dan 50 % van het maanoppervlak zien. Dit is een gevolg van de libratie. Voor meer uitleg over dit complex begrip verwijzen we de lezer naar de betere naslagwerken.

text_image
MADE MARES PROGUS Alcalgotes Piaio Glade Nangus MARE MARES SENIHITATIS Apocitius Ured Marine Oceanius OCEANUS PROCELLARUM Kepal Copacricus MARE TRANQUALITATIS Himannus MARES NECTIARS TOMATOUS MARES COCOLINA SPOTUS MARES ASISTIALES
text_image
Statief bevindt sich binnen in ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨CONFORMITEITSVERKLARING
De conformiteit van het product met de wettelijk voorgeschreven standaards wordt gegarandeerd.
De volledige Conformiteitsverklaring vindt u op het internet op www.gt-support.de.
NOTITIES/NOTES : HOE VERPAK IK MIJN TELESCOOP?



