TD 740 MST - Fornuis Ariston Thermo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TD 740 MST Ariston Thermo in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TD 740 MST - Ariston Thermo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TD 740 MST van het merk Ariston Thermo.
GEBRUIKSAANWIJZING TD 740 MST Ariston Thermo
(1) Seulement pour les appareils équipés de dispositif de sécurité (Ref. F). Cet appareil est conforme aux Directives Communautaires suivantes: - 73/23/CEE du 19/02/73 (Basse Tension) et modifications successives; - 89/336/CEE du 03/05/89 (Compatibilité électromagnétique) et modifications successives; - 90/396/CEE du 29/06/90 (Gaz) et modifications successives; - 93/68/CEE du 22/07/93 et modifications successives. TD 720... TD 730... TD 740... S24 Wij danken u dat u een Ariston product heeft gekozen, veilig en gemakkelijk in het gebruik. Om het fornuis te lerenkennen moet het langdurig en zo goed mogelijk gebruikt worden. Wij raden u aan deze gebruiksaanwijzing te lezen.Dank u.A. GasbrandersB. Roosters voor de pannenC. Bedieningsknoppen van de gasbrandersD. Ontsteking gasbranders (slechts op enkele modellenaanwezig)Op iedere knop is de positie van de betreffendegasbrander.GasbrandersDeze verschillen in afmeting en sterkte. Kies de branderdie het beste past bij de doorsnede van de pan die u gaatgebruiken.De bedieningsknop werkt als volgt: • UitMaximumMinimumVoor het aansteken van één van de gasbranders houdtu er een vlammetje bij of een gasaansteker, drukt u deknop in en draait u hem tegen de klok in tot aan de positievan maximum sterkte.Bij de modellen met veiligheidsmechanisme “F” is hetnoodzakelijk de knop voor ongeveer 6 seconden ingedruktte houden totdat het veiligheidsmechanisme dat Bij demodellen met ontsteking “D”: voor het aansteken vande gekozen gasbrander drukt u de betreffende knop in, udraait hem tegen de klok in tot aan de positie van maximumsterkte en u houdt hem ingedrukt totdat hij aan gaat.Belangrijk: in het geval dat een gasvlam per ongeluk uitgaat, draait u de knop op uit en wacht u tenminste eenminuut voordat u hem weer aansteekt.Voor het uitdoven van de gasbrander moet u de knopmet de klok mee draaien totdat hij niet verder kan(correspondeert met symbool “•”). Hoe het fornuis te gebruiken Van dichtbij gezien F. Veiligheidsmechanisme (slechts op enkele modellenaanwezig) - Dit treedt in werking als de vlam perongeluk is uitgegaan (overkoken, tocht enz.) door degastoevoer van de brander te blokkeren
C25 Sluit altijd eerst de stroom af voordat u overgaat tot reinigen of onderhoud. Voor lange duurzaamheid van uw fornuis is het belangrijk dat dit regelmatig wordt schoongemaakt. Onthoud het volgende:
- de geëmailleerde delen en de glazen worden gewassen met lauw water; gebruik geen schuurmiddelen of bijtende middelen die het kunnen beschadigen;
- de losse delen van de gasbranders moeten vaak in een lauw sop worden gewassen; verwijder eventueel aangekoekte resten.
- bij de kookvlakken met automatische ontsteking moet het uiteinde van de electronische ontstekingsmechanismen vaak zorgvuldig worden schoongemaakt. Controleer dat de gaten voor de gastoevoer niet verstopt zijn;
- De kookplaat wordt schoon gemaakt met producten voor het reinigen van glas. Gebruik nooit schurende producten of schuursponzen die het glas kunnen beschadigen.
- De kookplaat moet regelmatig worden schoongemaakt met een sopje. Eerst moeten eventuele etensresten en vetspetters worden verwijderd met b.v. een schrapertje (niet bijgeleverd) (afb.A). Maak de kookplaat schoon als hij lauw is; gebruik een schoonmaakmiddel dat geschikt is, wrijf met een vochtige doek en droog hem af. Suiker of etenswaren met een hoog suikergehalte moeten onmiddelijk worden verwijderd met een schrapertje. Gebruik in geen geval schuursponzen of schuurmiddelen, noch chemisch aggressieve middelen zoals spray voor de oven of ontvlekkingsmiddelen (afb.B); Afb. A Afb. B Het smeren van de kraantjes Met verloop van tijd kan het zijn dat een kraantje geblokkeerd raakt of moeilijk draait; het is dan noodzakelijk het van binnen schoon te maken en het opnieuw te smeren. N.B.: Dit moet worden uitgevoerd door een door de fabrikant erkende installateur. Het onderhoud Practische raadgevingen voor het gebruik van de gasbranders Onthoud het volgende voor het verkrijgen van maximum rendement:
- gebruik op iedere gasbrander de pannen die erop passen (zie tabel) zodat er geen vlammen onderuit steken.
- gebruik altijd pannen met een platte bodem en met een deksel.
- draai op het moment van het aan de kook raken de knop op de minimum stand. Raadgevingen voor het gebruik Brander ø Diameter pan (cm) Gereduceerd snel (RR) 24 - 26 Half-snel (S) 16 - 20 Spaarbrander (A) 10 - 14 Drievoudige Ring (TC) 24 - 26 Voor het herkennen van het soort brander verwijzen wij u naar de afbeeldingen in paragraaf “Kenmerken van de branders en straalpijpen”.26 Zijn er problemen? Het kan gebeuren dat het kookvlak niet functioneert of niet goed functioneert. Laten wij zien wat eraan gedaan kan worden voordat u er hulp bij haalt. Om te beginnen moet u controleren of er wel stroom en gastoevoer is, en vooral of de gaskranen boven het fornuis niet dicht zijn. De brander gaat niet aan of de vlam is niet gelijkmatig Heeft u gecontroleerd of:
- de gaten voor de gastoevoer van de brander zijn verstopt;
- alle onderdelen van de brander goed in elkaar gepast zijn;
- er tocht is nabij het kookvlak. De vlam blijft niet aan Heeft u gecontroleerd of:
- u de knop goed heeft ingedrukt;
- u de knop voldoende tijd ingedrukt heeft gehouden voor het activeren van het veiligheidsmechanisme;
- de gaten voor de gastoevoer nabij het veiligheidsmechanisme verstopt zijn. De brander blijft niet aan als hij op minimum staat Heeft u gecontroleerd of:
- de gaten van de gastoevoer verstopt zijn;
- er tocht is nabij het kookvlak;
- de minimum stand niet goed is ingesteld (zie paragraaf “Het regelen van de minimum stand”). De pannen staan wankel Heeft u gecontroleerd of:
- de bodem van de pan perfect plat is;
- de pan in het midden van de brander staat;
- de roosters verkeerd staan. Als ondanks deze controles het kookvlak niet functioneert en de storing blijft bestaan dan moet u de Merloni Technische Dienst voor Keukenapparatuur er bijhalen met opgave van: - het soort storing; - het nummer van het model (Mod. ...) dat op uw garantiebewijs staat. Roep er nooit een niet-erkende installateur bij en weiger altijd niet-originele onderdelen. Veiligheid is een goede gewoonte
- Deze gebruiksaanwijzing betreft een inbouwkookvlak klasse 3.
- Het apparaat is ontworpen voor niet-professioneel gebruik en zijn kenmerken mogen niet veranderd worden.
- De instructies zijn alleen geldig voor de landen van bestemming waarvan de symbolen voorkomen in dit boekje en op het etiket met het registratienummer.
- De electrische veiligheid van dit apparaat is slechts dan gegarandeerd als het op de juiste wijze is geaard zoals voorgeschreven door de geldende veiligheidsnormen. Vermijd dat kinderen en onbekwame personen in aanraking komen met: - de bedieningsknoppen en het apparaat in het algemeen; - de verpakking (plastic zakken, polystyreen, spijkers enz.); - het apparaat, gedurende en net na gebruik, gezien de hitte ervan; - het niet meer in gebruik zijnde apparaat; in dit geval worden de onderdelen die gevaar kunnen opleveren onklaar gemaakt. De volgende handelingen moeten vermeden worden: - het apparaat aanraken met vochtige lichaamsdelen; - het gebruik van het fornuis als u blootsvoets bent; - aan het apparaat of de voedingskabel trekken om deze uit het stopcontact te trekken; - verkeerde en gevaarlijke handelingen; - het afsluiten van de ventilatie-openingen of hitte-afvoer; - dat de snoer van kleine keukenapparatuur op de warme delen van het apparaat terecht komen; - het blootstellen aan atmosferische invloeden (regen, zon); - het gebruik van ontvlambare vloeistoffen in de nabijheid; - het gebruik van adapters, dubbelstekkers en/of verlengsnoeren; - het gebruik van wankele of vervormde pannen; - De kookplaat is bestand tegen temperatuurschommelingen en stoten. Als het door scherpe voorwerpen wordt gestoten kan het echter breken. In dat geval sluit u meteen de stroom af en wend u zich tot een bevoegde installateur. - het trachten te installeren of repareren zonder tussenkomst van een erkende installateur. In de volgende gevallen is het absoluut noodzakelijk zich tot een erkende installateur te wenden: - het installeren (volgens de instructies van de fabrikant); - als er twijfel bestaat betreffende het functioneren; - het vervangen van het stopcontact in het geval de stekker van het apparaat er niet in past. In de volgende gevallen wendt u zich tot de door de fabrikant erkende technische dienst: - als u na het uitpakken onzeker bent over de conditie van het apparaat; - schade of vervanging van de voedingskabel; - bij een storing of slecht functioneren; eis altijd originele onderdelen; Om de doelmatigheid en veiligheid van dit toestel te garanderen raden wij u aan:
- voor reparaties alleen de Service Centers te bellen die door de fabrikant gemachtigd zijn.
- altijd gebruik te maken van originele onderdelen.27 Houd u zich aan de volgende regels: - gebruik het fornuis alleen voor koken en voor niets anders; - controleer na het uitpakken dat het apparaat onbeschadigd is; - sluit de stroom altijd af in het geval van slecht functioneren en voordat u gaat schoonmaken en onderhoud uitvoeren; - als het apparaat niet in gebruik is moet u de stroom afsluiten en de gaskraan dicht doen (indien aanwezig); - controleer altijd of de knoppen in de positie “•”/”
” staan als het fornuis niet in gebruik is; - snijd de voedingskabel door na het afsluiten van de stroom in het geval u het apparaat niet meer gebruikt.
- De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die te wijten is aan foute installatie of onjuist en onredelijk gebruik. Deze instrukties zijn voor de bevoegde installateur, zodat deze het installeren, regelen en onderhoud op de juiste wijze uitvoert en volgens de geldende normen. Belangrijk: sluit altijd eerst de stroom af voordat U tot onderhoud of regelen overgaat. De apparaten zijn gebruiksklaar gemaakt in de fabriek voor de functies (zie typeplaatje en plaatje van de gas instelling van het apparaat) : natuurlijk gas Categorie II2E+3+ voor Belgie; Natuurlijk gas Categorie I2L voor Nederland. Het is dus niet nodig verdere regelingen uit te voeren. Het plaatsen Belangrijk: dit apparaat mag alleen geïnstalleerd worden en funktioneren in goed geventileerde vertrekken volgens de voorschriften van de van kracht zijnde Normen: NBN D51-003 e NBN D51-001 (voor België); NEN-1078 (voor Nederland). De volgende eisen moeten in acht genomen worden: a) Het vertrek moet een afvoersysteem naar buiten toe hebben voor de verbrandinsrook. Dit kan door middel van een afzuigkap of door middel van een elektrische ventilator, die automatisch aangaat, wanneer men de apparatuur aanzet. In het gevaal van een schoorsteen of Rechtstreeks naar buiten vertakte rookleiding (gereserveerd voor fornuizen) b) Het vertrek moet voorzien zijn van een systeem van luchttoevoer die noodzakelijk is voor de verbranding. De luchttoevoer mag niet minder zijn dan 2 m³/h per kW. Het systeem kan worden uitgevoerd door rechtstreeks lucht van buiten aan te voeren door een leiding met een doorsnede van minstens 100 cm² en zodanig dat deze niet belemmerd kan worden. Bij fornuizen zonder veiligheidsmechanisme moeten de ventilatie-openingen 100% groter zijn, met een minimum van 200 cm² (afb.A). Of op indirecte wijze vanuit aangrenzende vertrekken met ventilatie naar buiten, die niet zijn: algemene ruimte van het gebouw, ruimten met brandgevaar of slaapkamers (afb.B). Détail A Aangrenzend Te ventileren vertrek vertrek
Voorbeelden ventilatie-opening Verhoging van de spleet voor verbrandingslucht tussen deur en vloer Afb. A Afb. B c) Als U het apparaat intensief en lang achter elkaar gebruikt kan het nodig zijn het vertrek te luchten, b.v. door het raam te openen of de afzuigkap, indien aanwezig, op hoog te zetten. d) (voor België) Vloeibaar gas, dat zwaarder is dan de lucht, zakt naar beneden. De vertrekken die GPL flessen bevatten moeten dus voorzien zijn van laagliggende openingen naar buiten voor afvoer van eventuele gaslekken. De GPL flessen, leeg of gedeeltelijk vol, mogen dus niet geïnstalleerd of bewaard worden in vertrekken die lager zijn dan het niveau van de vloer (kelders enz.). Houd in het vertrek alleen de fles die u aan het gebruiken bent, zodanig geplaatst dat hij niet is blootgesteld aan warmtebronnen (oven, open haard, kachel enz.) die een temperatuur kunnen bereiken die hoger is dan 50°C. Het installeren van inbouwkookplaten De kookplaten zijn voorzien van een protectiegraad voor oververhitting van het type X, en zij kunnen dus geïnstalleerd worden naast meubelen die niet hoger zijn dan de kookplaat. De volgende voorzorgen voor de installatie van de kookplaten moeten in acht worden genomen. a) De meubels die direkt naast de kookplaat geplaatst zijn en hier boven uitsteken, moeten op minstens 110 mm van de rand van de plaat staan. b) De afzuigkappen moeten geinstalleerd worden volgens de vereisten die te vinden zijn in het instructie-boekje dat bij de afzuigkap hoort, maar in ieder geval op een afstand van minstens 650 mm. c) De meubels naast de kap moeten minstens 420 mm van het kookvlak verwijderd zijn, zoals in Afb. C. Instrukties voor het installeren28 HOOD
Min. mm. Min. mm. Afb. C d) Als het kookvlak onder een keukenkastje wordt geinstalleerd dan moet de afstand tussen de twee minstens 700 mm (milimeter) (Afb. C). e) De ruimte die het meubel inneemt moet de afmetingen hebben die op de figuren. 555 mm. 55 mm. 475 mm. Voordat u overgaat tot bevestiging aan de aanrecht moet u de afdichting (bijgeleverd) aanbrengen langs de omtrek van de kookplaat zoals aangegeven in de afbeelding. Met. behulp van bijgeleverde haken kan de kookplaat op een keukenblad met een dikte van 20 tot 40 mm vastgezet worden. Om de plaat goed vast te zetten is het aan te raden alle beschikbare haken te gebruiken. Bevestigingsschema van het kookvlak Positie van de haak voor top Positie van de haak voor top hoogte H=30mm hoogte H=40mm Á frente Positie van de haak voor top Atrás hoogte H=20mm N.B: Gebruik de haken die zich in de "doos met onderdelen" bevinden. f) Als het kookvlak niet wordt geïnstalleerd op een inbouwoven, dan is het noodzakelijk een houten paneel aan te brengen als isolatie. Dit Moet geplaatst worden op een minimum afstand van 20 mm van de onderkant van het kookvlak. N.B: Als het fornuis boven een ingebouwde oven wordt geinstalleerd, dan moet men de oven zodanig installeren dat hij op twee houten lijsten rust; mocht hij op een doorlopende plank rusten, dan moet deze aan de aschterkant tenminste 45x560 mm ruimte laten. 560 mm. 45 mm. Aansluiten gas De aansluiting van het apparaat aan de gasbuizen moet worden uitgevoerd zoals voorgeschreven door de geldende normen, en nadat men er zeker van is dat het fornuis is ingesteld voor het type gas dat men gaat gebruiken. In het omgekeerde geval (voor België) gaat u te werk zoals beschreven in de paragraaf “Aanpassing aan verschillende types gas”. Om het apparaat aan de gasbuizen aan te sluiten (natuurlijk gas II2E+3+ voor Belgie en I2L voor Nederland), dient men eerst de verbinder te monteren.”R” (Deze is op aanvraag verkrijgbaar bij de technische-service-dienst Ariston) Tevens dient men zijn pakking op de verbinder “G”,die er uit ziet als een “L” , van de voedings-struktuur te monteren. De verbinder is gedraad: rond mannelijk 1/2 gas. De aansluiting voert men uit met behulp van: - een onbuigbare buis (voor Belgie volgens de normen NBN D51-003) - of met een flexibile buis van roestvrij staal die in de muur zit en voortzet met bedradingsverbinder. Daarbij dient het apparaat uitgerust te zijn van een gaskraantje (voor Belgie A.G.B.) die gemakkelijk draaibaar dient te zijn. Voor Nederland dient dit gaskraantje aan de huidige Nationale Normen te voldoen.29
Aansluiting met harde buis (koper of staal) De aansluiting aan het gas moet zodanig worden uitgevoerd dat het geen enkele druk uitoefent op het apparaat. Op de voedingsingang van het fornuis zit een L-aansluiting, die gericht kan worden, met pakking. Als men de aansluiting moet draaien, dan moet men de pakking vervangen (bijgeleverd bij het fornuis). De aansluiting van het gas aan het formuis is gedraad: rond mannelijk 1/2 gas. Aansluiting met stalen flexibile buis Verwijder het rubberbuisje, dat zich op het apparaat bevindt. Het verbindingsstuk waardoor het gas toegang krijgt tot het apparaat is gedraad: kegelvormig mannelijk 1/2 gas. Gebruik uitsluitend buizen en pakkingen, die voldoen aan de voorgeschreven nationale normen. Het in werking stellen van deze buizen moet zodanig worden uitgevoerd dat de lengte van de buizen, geheel uitgestrekt, niet meer dan 2000 mm is. Nadat de aansluiting heeft plaats gevonden moet U kontroleren dat de metalen slang niet in kontakt is met beweegbare delen of dat hij knel zit. Controle van de dichting Als het apparaat geinstalleerd is moet men de perfekte luchtdichtheid van de aansluitingen kontroleren met zeepsop, nooit met een vlam. Elektrische aansluiting De fornuizen met een drie-polige voedingskabel zijn ingesteld op het gebruik van wisselstroom met een verzorgingsspanning en frequentie zoals aangegeven op het typeplaatje (aan de onderkant van het apparaat). De geel/ groene draad is voor het aarden. In het geval van installeren boven een ingebouwde oven, moet de elektrische aansluiting van het apparaat en van de oven apart worden uitgevoerd, zowel voor veiligheidsredenen als om het eventueel uittrekken van de oven mogelijk te maken. Het aansluiten aan het net Monteer een stekker die genormaliseerd is voor de lading aangegeven op het typeplaatje; bij direkte aansluiting aan het net moet men een veel-polige schakelaar aanbrengen tussen het net en het fornuis met een minimum afstand van 3 mm tussen de kontaktpunten, die is aangepast aan de lading en aan de geldende normen (de draad voor het aarden mag niet worden onderbroken door de schakelaar). De voedingskabel moet zodanig geplaatst worden dat hij nergens een temperatuur bereikt van meer dan 50°C. Voor het aansluiten kontroleert men dat:
- de zekering en het net de lading van het apparaat kunnen verdragen (zie typeplaatje);
- het net op efficiënte wijze is geaard volgens de normen en voor-schriften van de wet;e e le disposizioni di legge;
- het stopkontakt of de schakelaar gemakkelijk bereikbaar zijn. N.B: gebruik geen adaptors, dubbelstekkers of dergelijke, aangezien deze oververhitting en branden kunnen veroorzaken. Aanpassing aan verschillende types gas (voor België) Voor het aanpassen van het kookvlak aan een ander type gas dan waarvoor het gebruiksklaar is (aangegeven op het typeplaatje onderaan het kookvlak of op de verpakking) moeten de straalpijpen van de branders vervangen worden op de volgende wijze:
- verwijder de roosters en de branders;
- schroef de straalpijpen los met een buissleutel van 7mm en vervang ze met straalpijpen die geschikt zijn voor het nieuwe type gas (zie tabel 1 “Kenmerken van branders en straalpijpen”);
- monteer de onderdelen weer;
- aan het einde van deze handelingen moet u het oude etiket dat de gasinstelling aangeeft vervangen met het etiket dat correspondeert met het nieuwe gas dat u gaat gebruiken; u vindt dit in het zakje met de bijgeleverde straalpijpjes. Als de druk van het gebruikte gas verschillend is (of variabel) van wat is voorzien moet op de toevoerbuis een drukregelaar worden aangebracht die voldoet aan de geldende Nationale Normen (regulatoren voor gekanaliseerd gas). Regulatie primaire lucht van de branders (voor België) De branders hebben geen regulatie van de primaire lucht nodig. Het regelen van de minimum stand (voor België) Het regelen van de minimum stand:
- zet het kraantje op minimum;
- neem de knop eraf en draai aan het regelschroefje in of naast het staafje van het kraantje totdat u een regelmatige vlam heeft; N.B.: bij vloeibaar gas moet het regelschroefje geheel worden aangedraaid.
- draai de knop snel van maximum op minimum om te zien of de vlammen blijven branden;
- als, bij apparaten die een veiligheidsmechanisme hebben (thermo-element), dit niet functioneert met de branders op minimum, dan moet de minimum gastoevoer verhoogd worden door aan het regelschroefje te draaien. Als de regulatie is uitgevoerd moeten de zegels op de by- pass weer worden aangebracht met lak of gelijksoortig materiaal.30 Kenmerken van de gaspitten en straalpijpen Tabel 1 (Voor Belgie) Vloeibaar gas Natuurlijk gas Branders Doorsenee (mm) Thermisch vermogen kW (p.c.s.*) By-pass 1/100 (mm) Straal. 1/100 Bereik* g/h Straal. 1/100 Bereik* l/h Nom. Ger. (1) (mm) *** ** (mm) G20 G25 Gered.-Snel (RR) 100 2,60 0,70 41 39 80 189 186 110 248 288 Half snel (Medium) (S) 75 1,65 0,4 30 28 64 120 118 96 157 183 Hulp (Klein) (A) 55 1,00 0,4 30 28 50 73 71 71 95 111 Drievoudige ring (TC) 130 3,25 1,3 60 57 91 236 232 133 309 360 Spanning van voeding Nominale (mbar) Minimum (mbar) Maximum (mbar) 28-30
- Met 15°C en 1013 mbar-droog gas ** P.C.S. Propaangas = 50,37 MJ/kg *** P.C.S. Butangas = 49,47 MJ/kg P.C.S. Natuurlijk gas G20 = 37,78 MJ/m
P.C.S. Natuurlijk gas G25 = 32,49 MJ/m
(1) Allen voor apparaten met veiligheidsmechanisme om gaslekkages te voorkomen (Ref. F). Deze apparatuur voldoet aan de volgende richtlijnen van de gemeeschap: - EEG/73/23 van 19/02/73 (Laagspanning) en successievelijke modificaties; - EEG/89/336 van 03/05/89 (Electromagnetische compatibiliteit) en successievelijke modificaties; - EEG/90/396 van 29/06/90 (Gas) en successievelijke modificaties; - EEG/93/68 van 22/07/93 en successievelijke modificaties. TD 720... TD 730...
Notice-Facile