C57M70N3 - Oven NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C57M70N3 NEFF in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C57M70N3 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C57M70N3 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING C57M70N3 NEFF
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Open nooit de deur wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Het toestel uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Risico van brand!
Het is gevaarlijk wanneer het toestel niet volgens de voorschriften wordt gebruikt en er kan schade ontstaan. Het is niet toegestaan om gerechten of kleding te drogen of pantoffels, warmte- of graankussens, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes en dergelijke te verwarmen. Verwarmde pantoffels, warmte- of graankussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten. Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Risico van brand!
Levensmiddelen kunnen vlam vatten. Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden. Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal. Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing. Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron. Nooit levensmiddelen met weinig water, zoals bijv. brood, met een te hoog magnetronvermogen of te lange -tijd ontdooien of verwarmen. Risico van brand!
Spijsolie kan vlam vatten. Warm nooit uitsluitend spijsolie op met de magnetron. Kans op explosie! Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen exploderen. Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen. Ernstig gezondheidsrisico!
Bij een gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het toestel beschadigd raken. Dan kan er microgolfenergie vrijkomen. Het toestel regelmatig reinigen en voedingsresten direct verwijderen. Binnenruimte, deurdichting, deur en deuraanslag altijd schoon houden; zie ook het hoofdstuk Onderhoud en reiniging. Ernstig gezondheidsrisico!
Wanneer de deur van de binnenruimte of de deurdichting beschadigd is, kan er microgolfenergie vrijkomen. Het toestel nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Contact opnemen met de klantenservice. Ernstig gezondheidsrisico!
Bij toestellen waarvan de afdekking van de behuizing niet is afgedekt komt microgolfenergie vrij. De afdekking van de behuizing nooit verwijderen. Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantendienst. Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice. Kans op een elektrische schok!
De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van80 elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat. Kans op een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken. Kans op een elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. Kans op een elektrische schok!
Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Kans op een elektrische schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning. Nooit de behuizing verwijderen. Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Risico van verbranding!
Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. Risico van verbranding!
Alcoholdampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen. Risico van verbranding!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen. Nooit eieren koken in de schil of hardgekookte eieren opwarmen. Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken. Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of pel. Risico van verbranding!
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding. Warm nooit babyvoeding op in gesloten vormen. Verwijder altijd het deksel of de speen. Na het verwarmen goed roeren of schudden. Controleer de temperatuur voordat u het kind de voeding geeft. Risico van verbranding!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heel heet worden. Neem vormen en toebehoren altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. Risico van verbranding!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan barsten. Houd u altijd aan de opgaven op de verpakking. Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte. Risico van verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. De deur van het toestel voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Kans op verbrandingen!
Door water in de hete binnnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Risico van verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat er bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof dan plotseling hevig overkoken en opspatten. Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen. Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken. Risico van letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een lege ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen. Alleen vormen gebruiken die geschikt zijn voor de magnetron. Oorzaken van schade Attentie! ■ Het ontstaan van vonken: Metaal - bijv. de lepel in het glas - moet minstens 2 cm van de ovenwanden en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Door vonken kan het glas aan de binnenkant van de deur worden vernietigd. ■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade aan de bodemplaat van keramiek ontstaan. ■ Aluminiumschalen: Geen aluminiumschalen in het apparaat gebruiken. Het apparaat wordt door het ontstaan van vonken beschadigd.81 ■ Vochtige levensmiddelen: Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd. Sla geen gerechten op in het apparaat. Dit kan tot leiden tot corrosie. ■ Afkoelen met de deur open: De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Zorg ervoor dat er niets tussen de deur klemt. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kunnen aangrenzende voorzijden van meubels op den duur worden beschadigd. ■ Sterk vervuilde dichting: Als de dichting sterk vervuild is, sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende voorzijden van meubels kunnen worden beschadigd. De dichting altijd schoon houden. ■ De deur van het apparaat als vlak om op te zitten of iets op te plaatsen: Niet op de open deur zitten of staan. Geen vormen of toebehoren op de deur plaatsen. ■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken. ■ Gebruik van de magnetron zonder etenswaar: Wordt het toestel gebruikt zonder etenswaar erin, dan leidt dit tot overbelasting. Het toestel nooit inschakelen als er geen gerecht in de binnenruimte staat. Een uitzondering hierop is de korte serviestest, zie het hoofdstuk Magnetron, servies. ■ Bij gebruik met de magnetron nooit werken met de emaillen bakplaat. Dit leidt tot een technisch defect. ■ Magnetron-popcorn: Nooit een te hoog magnetronvermogen instellen.Maximaal 600 watt gebruiken.De popcornzak altijd op een glazen bord leggen. Door overbelasting kan de ruit springen. Energie en milieutips Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert. Energie besparen De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven. Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op. Open de apparaatdeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk. Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Hierdoor kan de baktijd voor de tweede taart of cake korter zijn. Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.. Milieuvriendelijk afvoeren Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.82 Uw nieuwe apparaat In dit hoofdstuk vindt u informatie over ■ het bedieningspaneel■ de functies■ de inschuifhoogtes■ de toebehoren Bedieningspaneel Magnetronvermogen en bedieningselementen Wanneer u op een toets drukt, is de betreffende indicatie verlicht. Volledig te verzinken bedieningsknop De draai-, temperatuur en functiekeuzeknop zijn indrukbaar. Om in en uit te schakelen op de daarvoor bestemde keuzeknop drukken. Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknop stelt u de functies in. Hier krijgt u een overzicht van de functies van uw apparaat. Aanwijzingen ■ Wanneer u op de functiekeuzeknop drukt, gaat het apparaat aan. Het symbool ~ is verlicht. ■ De magnetron functioneert alleen wanneer u op de knop drukt. Het symbool ~ is verlicht. Toebehoren De toebehoren kunnen op 4 verschillende hoogtes in het apparaat worden geplaatst. 6HULHLQVWHOOLQJ .ORNIXQFWLHWRHWV 'UDDLNQRS )XQFWLHNHX]HNQR
Klokfunctietoets De gewenste klokfunctie of de functie Snel voorverwarmen kiezen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) Draaiknop Instellingen binnen een klokfunctie uit- voeren of de functie Snel voorverwar- men inschakelen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok Functiekeuzeknop Gewenste functie kiezen (zie het hoofd- stuk: Apparaat inschakelen)
Infotoets Kinderslot activeren (zie het hoofdstuk: Kinderslot) Menu Basisinstellingen opvragen (zie het hoofdstuk: Basisinstellingen) Temperatuurknop Temperatuurknop Temperatuur instellen (zie het hoofd- stuk: Apparaat bedienen) Instellingen in het menu Basisinstellin- gen wijzigen (zie het hoofdstuk: Basisin- stellingen)
Hiermee start u de ovenfunctie.
Hiermee onderbreekt u de ovenfunctie resp. wist u de instelling Functies Toepassing
Hete lucht Om cakes in vormen, biscuit- en kwarktaarten en gebak, pizza's en klein gebak op de bakplaat te bakken.
Heteluchtgrill Voor gevogelte en grotere stukken vlees.
Circulatiegrill Voor het braden van stukken vlees.
Grill, groot Voor grote hoeveelheden platte, kleine gerechten van de grill (bijv. steaks, worstjes)
Grill, klein Voor kleine hoeveelheden platte, kleine gerechten van de grill (bijv. steaks, toast)
Programma's 4 ontdooiprogramma's 11 bereidingsprogramma's Functie en tijdsduur zijn afhankelijk van het gewicht vastgelegd.83 Aanwijzing: U kunt magnetronbestendige vormen ook op de bodem van de oven (hoogte 0) plaatsen. Attentie! ■ De emaillen bakplaat niet op de bodem van de oven (hoogte
■ Bij gebruik van de magnetronfunctie mogen zich geen emaillen bakplaten of niet-magnetronbestendige vormen in het apparaat bevinden. Binnenruimte Uw apparaat heeft een koelventilator. Koelventilator De koelventilator wordt zonodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur. Attentie! De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt de oven oververhit. Aanwijzingen ■ Na gebruik loopt de koelventilator een bepaalde tijd lang na.■ Bij gebruik van de magnetron wordt het apparaat niet warm. Toch wordt de koelventilator ingeschakeld. Hij kan ook doorlopen wanneer de magnetronfunctie beëindigd is. ■ Bij het deurvenster, de binnenwanden en op de bodem kan condenswater optreden. Dit is normaal, de werking van de magnetron wordt hierdoor niet gehinderd. Veeg het condenswater na de bereiding weg. Het apparaat in- en uitschakelen Met de functiekeuzeknop schakelt u de magnetron in en uit. Inschakelen
1. Op de functiekeuzeknop drukken.
Het apparaat gaat aan. Het symbool ~ is verlicht.
2. Kies een nieuwe functie:■ Toets 90, 180, 360, 600 of 1000 W voor een
magnetronvermogen ■ Toets °±² = serie-instelling■ Een functie en temperatuur instellen.■ Toets n = automatische programma's Hoe u instelt, kunt u in de afzonderlijke hoofdstukken nalezen. Uitschakelen Functiekeuzeknop terugdraaien en indrukken. Het apparaat gaat uit, de klok verschijnt op het display. Voor het eerste gebruik In dit hoofdstuk leest u ■ hoe u na de elektrische aansluiting van uw apparaat de tijd instelt ■ hoe u het apparaat voor het eerste gebruik schoonmaakt Tijd instellen Op het klokdisplay zijn ‹:‹‹ en de symbolen KJ3 verlicht.
1. Met de draaiknop de actuele tijd instellen.
Rooster Voor servies, taartvormen, grill- stukken en diepvriesgerechten. Aanwijzing: U kunt het rooster tot twee derde naar buiten trekken zonder dat het kantelt. Zo kunt u de gerechten gemakkelijker uitne- men. Emaillen bakplaat Voor gebak en koekjes. Aanwijzing: Schuif de bakplaat met de schuine kant tot aan de aanslag in de oven. Attentie! De emaillen bakplaat is niet ge- schikt voor gebruik met de magne- tron- of magnetroncombifunctie.
2. De klokfunctietoets ON indrukken.
Uw instelling wordt overgenomen. Tijd wijzigen Om de tijd achteraf te veranderen, drukt u zo vaak op de klokfunctietoets ON tot de symbolen KJ en 3 verlicht zijn. Met de draaiknop de actuele tijd wijzigen. Aanwijzing: Om het standby-verbruik van uw apparaat te reduceren, kunt u het klokdisplay uitschakelen. Raadpleeg daarvoor het hoofdstuk Elektronische klok. Binnenruimte opwarmen Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten binnenruimte op. Let erop dat zich geen verpakkingsresten, bijv. korreltjes piepschuim, in de binnenruimte bevinden. Verwarm de binnenruimte 60 minuten voor met Heteluchtgrill 4, 200 °C. Aanwijzing: Ventileer de keuken zolang het apparaat opwarmt. 1. Met de functiekeuzeknop Heteluchtgrill 4 instellen.2. Met de temperatuurknop 200 °C instellen3. De toets ƒ indrukken.4. Na 60 minuten het apparaat uitschakelen. Hiervoor de functiekeuzeknop op ~ terugdraaien en indrukken. Maak de afgekoelde binnenruimte schoon met warm zeepsop. Toebehoren reinigen Reinig de toebehoren voor het eerste gebruik grondig met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje. Apparaat bedienen In dit hoofdstuk leest u ■ welke functies er voor uw oven beschikbaar zijn■ hoe u een functie en temperatuur kiest■ hoe u de snelvoorverwarming instelt Voor uw magnetron kunt u kiezen uit de volgende functies. Als u instelt verschijnt er altijd een voorgestelde temperatuur. Functie en temperatuur instellen. Voorbeeld in de afbeelding: Hete lucht 3, 190 °C.
1. Aan de functiekeuzeknop draaien, totdat de gewenste functie
is ingesteld. Op het temperatuurdisplay verschijnt een voorgestelde temperatuur.
2. Aan de temperatuurknop draaien om de voorgestelde
temperatuur te wijzigen.
3. De toets ƒ indrukken.
De bereiding start. Op het temperatuurdisplay verschijnen de verwarmingsbalken van de temperatuurcontrole. Oven uitschakelen. Functiekeuzeknop op ~ terugdraaien en indrukken. Apparaatdeur openen tijdens het gebruik De werking wordt onderbroken. De koelventilator kan verder lopen. Na het sluiten van de deur de toets ƒ indrukken. De werking wordt voortgezet. Werking onderbreken Apparaatdeur openen of de toets „ kort indrukken. De magnetron wordt onderbroken. Druk na het sluiten weer op toets ƒ. De werking wordt voortgezet. Instellingen veranderen U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen. Werking afbreken De toets „ indrukken en de functiekeuzeknop terugdraaien en indrukken. Functie Voorgestelde tem- peratuur in °C, grillstanden Temperatuurbe- reik in °C, grillstanden
Aanwijzing: Wanneer u ook een gebruiksduur instelt, schakelt de ingestelde functie hierna automatisch uit. Zie het hoofdstuk Elektronische klok. Snelvoorverwarming Met de functie Snel voorverwarmen bereikt de oven de ingestelde temperatuur bijzonder snel. Gebruik de snelvoorverwarming bij ingestelde temperaturen boven de 100 °C. Geschikte verwarmingsmethoden ■ 3 Hete lucht■ 4 Heteluchtgrill■ = Circulatiegrill Snelvoorverwarming instellen Voorwaarde: er moet een passende functie en temperatuur ingesteld zijn.
1. Functie en temperatuur instellen.
2. De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen
KJuen f verlicht zijn en Œ op het klokdisplay verschijnt.
3. De draaiknop naar rechts draaien.
Op het klokdisplay wordt Ž weergegeven en is het symbool f verlicht. De functie Snel voorverwarmen is ingeschakeld.
4. De toets ƒ indrukken.
Het apparaat warmt op. Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, doet u het gerecht pas in de oven wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is. Het snel voorverwarmen is beëindigd Na het bereiken van de ingestelde temperatuur schakelt de functie Snel voorverwarmen uit. Het symbool f verdwijnt. Plaats uw gerecht in de oven. Snelvoorverwarming afbreken De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot Ž op het klokdisplay verschijnt. Met de draaiknop naar links draaien tot Œ op het klokdisplay verschijnt. Het symbool f verdwijnt van het klokdisplay. Aanwijzingen ■ Wanneer u een functie wijzigt, wordt het snel voorverwarmen afgebroken. ■ Een ingestelde gebruiksduur loopt onafhankelijk van het snel voorverwarmen direct na de start af. De magnetron De microgolven worden in de levensmiddelen omgezet in warmte. U kunt de magnetron solo, d.w.z. alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken. In dit hoofdstuk krijgt u ■ informatie over de vormen■ aanwijzingen hoe u de magnetron instelt Aanwijzing: In het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest vindt u voorbeelden voor het ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron. Aanwijzingen voor de vormen Geschikte vormen Geschikt zijn hittebestendige vormen van glas, glaskeramiek, porselein, keramiek of temperatuurvaste kunststof. Deze materialen laten microgolven door. U kunt ook servies voor het opdienen gebruiken. Zo hoeft u de gerechten niet over te plaatsen. Als uw serviesgoed een versiering van goud of zilver heeft, mag u het uitsluitend gebruiken indien de fabrikant garandeert dat het geschikt is voor de magnetron. Ongeschikte vormen Vormen van metaal zijn niet geschikt. Metaal laat geen microgolven door. In gesloten metalen voorwerpen blijven de gerechten koud. Attentie! Het ontstaan van vonken: metaal - bijv. een lepel in het glas dient zich op minstens 2 cm van de ovenwanden en de binnenzijde van de deur te bevinden. Door vonken kan het glas aan de binnenkant van de deur worden vernietigd. Vormtest De magnetron nooit inschakelen als er geen levensmiddelen in zitten. De enige uitzondering hierop is de volgende vormtest. Wanneer u niet zeker weet of een vorm geschikt is voor de magnetron, doet u deze test:
1. Plaats de lege vorm ½ tot 1 minuut bij maximaal vermogen in
2. Controleer tussentijds de temperatuur.
De vorm moet goed koud of handwarm zijn. Als hij heet wordt of als er vonken ontstaan, is hij niet geschikt. Magnetronvermogens Met de toetsen stelt u het gewenste magnetronvermogen in. 90 W voor het ontdooien van gevoelige gerechten. 180 W voor het ontdooien en doorgaren 360 W voor het garen van vlees en het opwarmen van gevoelige gerechten.86 Aanwijzingen ■ Wanneer u op een toets drukt, is het gekozen vermogen verlicht. ■ Het magnetronvermogen 1000 watt kunt u voor maximaal 30 minuten instellen. Bij alle andere vermogens is een tijdsduur tot 1 uur en 30 minuten mogelijk. Magnetron instellen Voorbeeld: magnetronvermogen 600 W, tijdsduur 10 minuten.
1. Op de functiekeuzeknop drukken.
Het apparaat is klaar voor gebruik.
2. De toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
Het gekozen vermogen is verlicht en er wordt een voorgestelde tijdsduur weergegeven.
3. Met de draaiknop de tijdsduur instellen.
4. De toets ƒ indrukken.
De werking start. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. De tijdsduur is afgelopen Er klinkt een signaal. De magnetronfunctie is beëindigd. U kunt het geluidssignaal voortijdig met de toets à uitschakelen. Het apparaat uitzetten of opnieuw instellen. Apparaatdeur openen tijdens het gebruik De werking wordt onderbroken. De koelventilator kan verder lopen. Na het sluiten van de deur de toets ƒ indrukken. De werking wordt voortgezet. Tijdsduur veranderen Met de draaiknop de tijdsduur veranderen. Magnetronvermogen veranderen De toets voor het nieuwe magnetronvermogen indrukken. Met de draaiknop de tijdsduur instellen en weer starten. Werking afbreken De verlichte toets voor het ingestelde magnetronvermogen indrukken. Opnieuw instellen of het apparaat uitzetten. Aanwijzing: Wanneer u de deur van het apparaat tussentijds opent, kan de ventilator verder lopen. Magnetroncombifunctie Hierbij wordt een functie gebruikt in combinatie met de magnetron. Uw gerechten zijn door de microgolven sneller klaar en worden toch mooi bruin. In dit hoofdstuk leest u ■ welke functies geschikt zijn■ hoe u de magnetroncombi-functie instelt■ Geschikte verwarmingsmethoden Geschikte verwarmingsmethoden ■ 3 Hete lucht■ 4 Heteluchtgrill■ = Circulatiegrill Aanwijzing: Het snel voorverwarmen kan niet worden ingeschakeld bij de combinatiefunctie. Geschikte magnetronvermogens Alle magnetronvermogens, behalve 1000 watt, kunt u combineren met een functie. Magnetroncombi-functie instellen Voorbeeld: magnetron 360 W, 17 minuten en circulatiegrill = 180 °C.
1. Met de functiekeuzeknop de functie en met de
temperatuurknop de temperatuur instellen.
2. De toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
Er verschijnt een voorgestelde tijdsduur.
3. Met de draaiknop de tijdsduur instellen.
4. De toets ƒ indrukken.
De bereiding start. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. De tijdsduur is afgelopen Er klinkt een signaal. Combi is geëindigd. U kunt het geluidssignaal voortijdig met de toets à wissen, het apparaat met de functiekeuzeknop uitschakelen of opnieuw instellen. Apparaatdeur openen tijdens het gebruik De werking wordt onderbroken. De koelventilator kan verder lopen. Na het sluiten van de deur de toets ƒ indrukken. De werking wordt voortgezet. Temperatuur of tijdsduur veranderen Met de temperatuur- of draaiknop de tijdsduur of temperatuur veranderen. Magnetronvermogen veranderen De toets voor het nieuwe magnetronvermogen indrukken. Met de draaiknop de tijdsduur instellen en weer starten. Werking afbreken De verlichte toets voor het ingestelde magnetronvermogen indrukken. Opnieuw instellen of het apparaat uitzetten. Aanwijzing: Wanneer u de deur van het apparaat tussentijds opent, kan de ventilator verder lopen. Werking onderbreken Apparaatdeur openen of de toets „ kort indrukken. De magnetron wordt onderbroken. Druk na het sluiten weer op toets ƒ. De werking wordt voortgezet. 1,2,3Serie-instelling Bij de serie-instelling kunt u tot drie verschillende instellingen achter elkaar instellen en dan starten. In dit hoofdstuk leest u hoe u de serie-instelling uitvoert. Geschikt zijn: ■ alle magnetronvermogens 600 W voor het verwarmen en garen van gerechten 1000 W voor het verwarmen van vloeistoffen87 Vormen Gebruik altijd hittebestendige vormen die geschikt zijn voor de magnetron. Serie instelling instellen De functiekeuzeknop mag niet ingedrukt zijn.
1. De toets °±² indrukken.
° voor de eerste serie-instelling is verlicht.
2. Het eerste magnetronvermogen en de tijdsduur instellen.
3. De toets °±² opnieuw indrukken.
± voor de tweede serie-instelling is verlicht.
4. Het tweede magnetronvermogen en de tijdsduur instellen.
5. De toets °±² opnieuw indrukken.
² voor de derde serie-instelling is verlicht.
6. Het derde magnetronvermogen en de tijdsduur instellen.
7. De toets ƒ indrukken.
De bereiding start. Op het klokdisplay wordt de totale tijdsuur weergegeven en de actieve serie instelling is verlicht. De tijdsduur is afgelopen Er klinkt een signaal. De serie-instelling is beëindigd. U kunt het symbool voortijdig met de toets „ uitschakelen. Het apparaat uitzetten of opnieuw instellen. Apparaatdeur openen tijdens het gebruik De werking wordt onderbroken. De koelventilator kan verder lopen. Na het sluiten van de deur de toets ƒ indrukken. De werking wordt voortgezet. Instelling wijzigen Een verandering is alleen voor de start mogelijk. Met de toets °±² naar de gewenste instelling gaan en wijzigen. Werking afbreken De verlichte toets voor het ingestelde magnetronvermogen indrukken. Opnieuw instellen of het apparaat uitzetten. Werking onderbreken De toets „ kort indrukken. De magnetron wordt onderbroken. De toets ƒ indrukken, de werking wordt voortgezet. Aanwijzing: U kunt ook een functie combineren met de serie- instelling. Stel eerst de serie instelling in. Elektronische klok Uw apparaat heeft verschillende klokfuncties. In dit hoofdstuk leggen wij u het volgende uit ■ het klokdisplay■ de manier waarop u de kookwekker instelt■ de manier waarop u het apparaat automatisch uitschakelt (gebruiksduur en gebruikseinde) ■ hoe u de tijd instelt of wijzigt. Kloksdisplay Aanwijzingen ■ Tussen ƒƒ:‹‹ en †:†Š uur wordt het klokdisplay verduisterd wanneer u in deze tijd niets instelt of als er geen klokfunctie geactiveerd is. ■ Bij de klokfuncties Kookwekker Q en Gebruiksduur x klinkt na afloop van de instellingen een signaal en knippert het betreffende symbool. Wilt u het geluidssignaal voortijdig beëindigen, druk dan op de klokfunctietoets. ■ U kunt uw instellingen op elk moment opvragen. Druk zo vaak op de klokfunctietoets tot het betreffende symbool verlicht is. ■ Wilt u een instelling wissen, draai de ingestelde tijd dan terug naar ‹:‹‹ en schakel het apparaat uit. ■ Zo nodig kunt u de instelling met de draaiknop corrigeren. Klokdisplay uit- en inschakelen
1. De klokfunctietoetsÁÀ enkele seconden lang ingedrukt
houden. Het klokdisplay wordt uitgeschakeld. Is er een klokfunctie actief, dan blijft het bijbehorende symbool verlicht.
2. De klokfunctietoetsÁÀ enkele seconden lang ingedrukt
houden. Het klokdisplay wordt ingeschakeld. Kookwekker
1. KLokfunctietoets KJ zo vaak indrukken tot de
symbolen KJ en Q verlicht zijn.
2. Met de draaiknop de tijdsduur instellen (bijv. †:‹‹ minuten).
De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven en de kookwekker loopt af. Klokfunctie Gebruik
Kookwekker U kunt de wekker gebruiken als een kook- of eierwekker. Het apparaat schakelt niet automa- tisch in of uit.
Gebruiksduur Het apparaat gaat na een inge- stelde gebruiksduur
(bijv. ‚:„‹ uur) automatisch uit
Snelvoorverwarming Opwarmtijd verkorten .ORNIXQFWLHWRHWV 'UDDLNQRS88 Gebruiksduur Automatisch uitschakelen na een ingestelde tijdsduur.
1. Functie en temperatuur instellen.
2. De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen KJ
x (gebruiksduur) verlicht zijn.
3. Met de draaiknop de tijdsduur instellen.
4. De toets ƒ indrukken.
Het apparaat warmt op. Na afloop van de gebruiksduur gaat het apparaat automatisch uit. Tijd instellen U kunt de tijd alleen wijzigen wanneer er geen andere klokfunctie actief is.
1. De klokfunctietoetsKJ zo vaak indrukken tot de
symbolen KJ en 3 verlicht zijn.
2. Met de draaiknop de actuele tijd instellen.
3. De klokfunctietoets KJ indrukken.
Uw instelling wordt overgenomen. Tijd wijzigen bijv. van zomer- in wintertijd Stel in zoals in punt 1 en 2 beschreven. Instellingen controleren, corrigeren of wissen
1. Om uw instellingen te controleren drukt u zo vaak op de
klokfunctietoets KJ tot het betreffende symbool verlicht is.
2. Zo nodig kunt u de instelling met de draaiknop corrigeren.
3. Wanneer u de instelling wilt wissen, draait u de draaiknop
naar links terug op de oorspronkelijke waarde. Kinderslot Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen, is het voorzien van een kinderslot. In dit hoofdstuk leest u ■ hoe u het apparaat blokkeert■ hoe u het apparaat deblokkeert Apparaat blokkeren Op de functiekeuzeknop drukken. Uw apparaat is klaar voor gebruik.
1. De toets ± ingedrukt houden.
™‚‚ verschijnt op het klokdisplay.
2. Temperatuurknop naar rechts draaien.
Op het klokdisplay verschijnt ™‚ƒ.
3. De toets ± ingedrukt houden tot het symbool ‚ verlicht is.
Apparaat deblokkeren Op de functiekeuzeknop drukken. Uw apparaat is klaar voor gebruik.
1. De toets ± ingedrukt houden.
™‚ƒ verschijnt op het klokdisplay.
2. Aan de temperatuurknop draaien tot ™‚‚ verschijnt.
3. De toets ± ingedrukt houden tot het symbool ‚ verdwijnt.
Basisinstellingen wijzigen Uw apparaat heeft verschillende basisinstellingen die u op elk moment kunt veranderen. Basisinstellingen In de tabel vindt u alle basisinstellingen en de wijzigingsmogelijkheden. Basisinstellingen Mogelijkheden Toelichting
Kinderslot: ‚ = uit Kinderslot: ƒ = aan activeert het kinderslot automatisch
Geluidssignaal tijdsduur: ƒ = gemiddeld = 2 minuten Geluidssignaal tijdsduur: ‚ = kort = 10 seconden „ = lang = 5 minuten Signaal na afloop van een tijdsduur89 Op de functiekeuzeknop drukken. Uw apparaat is klaar voor gebruik.
1. De toets ± enkele seconden lang indrukken.
Op het klokdisplay verschijnt de eerste basisinstelling.
2. De toets ± zo vaak indrukken tot de betreffende
basisinstelling wordt weergegeven.
3. Met de temperatuurknop de gewenste instelling uitvoeren.4. Tot slot enkele seconden op de toets ± drukken.
Alle instellingen zijn overgenomen. U kunt de instellingen op elk moment weer wijzigen. Onderhoud en reiniging Wanneer u de magnetron goed verzorgt en schoonmaakt, blijft hij lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u het apparaat op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt. : Risico van kortsluiting! Gebruik nooit een hogedrukreiniger of een stoomstraalapparaat. : Risico van verbranding! Het apparaat nooit direct na het uitschakelen schoonmaken. Het apparaat laten afkoelen. Aanwijzingen ■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal. ■ Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp. ■ Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. ■ Onaangename geurtjes, zoals na het bereiden van vis, kunt u op een hele eenvoudige manier opheffen. Doe een paar druppels citroensap in een kopje water. Zet er ook een lepel in, om kookvertraging te voorkomen. Verwarm het water gedurende 1 tot 2 minuten op maximaal magnetronvermogen. Schoonmaakmiddelen Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd worden, dient u zich te houden aan de gegevens in de tabel. Gebruik ■ geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,■ geen metalen of glazen schrapers om het glas van de deur schoon te maken. ■ geen metalen of glazen schrapers om de deurdichting schoon te maken. ■ geen harde schuur- en schoonmaaksponsjes,■ geen sterk alcoholhoudende schoonmaakmiddelen. Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit. Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ovenlamp inschakelen. Open hiervoor de deur van het apparaat. Glazen afscherming schoonmaken In de oven aan de linkerzijwand bevindt zich de glazen afscherming van de ovenlamp. Draai de schroef van de afscherming los. Dan kunt u het glas schoonmaken met zeepsop.
Geluidssignaal tijdsduur: ƒ = gemiddeld Geluidssignaal tijdsduur ‚ = zacht „ = hard Geluidssignaal tijdsduur
Toetssignaal: ‚ = aan Toetssignaal: ƒ = uit Bevestigingstoon bij het indrukken van een toets Basisinstellingen Mogelijkheden Toelichting Bereik Schoonmaakmiddelen Voorkant van het apparaat Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. Roestvrij staal Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ont- staan. Bij de klantenservice of in speci- aalzaken zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar. Binnenruimte van edelstaal Warm zeepsop of water met azijn: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Bij sterke verontreiniging: ovenreiniger, uitsluitend gebruiken in een onver- warmde oven. U kunt het beste een roestvrijstalen spons gebruiken. Gebruik geen ovenspray en geen andere agres- sieve reinigingsproducten voor de oven of schuurmiddelen. Ook schuur- en pan- nensponsjes zijn niet geschikt. Deze middelen maken krassen op het opper- vlak. De binnenvlakken grondig laten drogen. Ruiten van de deur Glasreiniger: met een schoonmaakdoekje reinigen. Geen glazen schraper gebruiken. Glazen afscherming van de ovenlamp Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen. Deurdichting Niet verwijderen! Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen, niet schuren. Geen metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonma- ken. Toebehoren Warm zeepsop: laten weken en met een schoonmaak- doekje of een borstel schoonmaken.90 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte De achterwand in de oven is voorzien van een laagje zelfreinigend email. Deze wordt vanzelf gereinigd terwijl de oven in gebruik is. Grotere spetters verdwijnen vaak pas nadat de oven meerdere malen is gebruikt. Aanwijzingen ■ De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met ovenreiniger. Komt er per ongeluk ovenreiniger op de achterwand, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water. ■ Gebruik nooit schurende schoonmaakmiddelen. Deze veroorzaken krassen op de hoogporeuze laag of vernietigen hem. ■ De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje. ■ Een lichte verkleuring van het email heeft geen invloed op de zelfreiniging. Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte schoonmaken Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn. Is de bodem sterk vervuild, dan kunt het beste ovenreiniger gebruiken. Gebruik de ovenreiniger uitsluitend in een onverwarmde oven. Storingstabel Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u de servicedienst belt om de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel. Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk Voor u getest in onze kookstudio. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken. : Kans op een elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Storingstabel Foutmeldingen Bij enkele foutmeldingen kunt u zelf voor een oplossing zorgen. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing / aanwijzing Het apparaat werkt niet Zekering defect. Controleer in de meterkast of de zekering voor het toestel in orde is. Stekker niet in het stopcontact gestoken Stekker insteken Stroomonderbreking Controleer of de keukenverlichting werkt. Verkeerde bediening Zekering in de meterkast uitschakelen. Na ca. 10 seconden weer inschakelen. Op het display knipperen drie nul- len. Stroomonderbreking Stel de tijd opnieuw in. Het apparaat is niet in gebruik. Op het display staat een tijdsduur. Na het instellen is de toets ƒ niet inge- drukt. Druk op de toets ƒof zet het apparaat uit. De magnetron wordt niet ingescha- keld. De deur is niet helemaal gesloten. Controleer of er resten van een gerecht of een voorwerp tussen de deur klem zitten. Zorg ervoor dat de dichtingsvlakken schoon zijn. Con- troleer of de deurdichting gedraaid zit. De toets ƒ is niet ingedrukt. De toets ƒ indrukken. De gerechten worden langzamer warm dan gewoonlijk. Te klein magnetronvermogen ingesteld. Hoger vermogen kiezen. Er is een grotere hoeveelheid dan gebruike- lijk in het apparaat gedaan. Dubbele hoeveelheid bijna dubbele tijdsduur. De gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. De gerechten tussentijds omroeren of keren. Er klinkt een signaal. De dubbele punt op het display knippert. Het apparaat bevindt zich in de demonstra- tiemodus.
1. De toets °±² indrukken.2. De toets n drie seconden lang ingedrukt
houden. De demomodus is gedeactiveerd. Foutmelding Mogelijke oorzaak Oplossing / aanwijzing Op het display verschijnt de foutmel- ding "Er1" of "Er4". De temperatuursensor is uitgevallen. Neem contact op met de servicedienst. Op het display verschijnt de foutmel- ding "Er11". "De toets klemt" De toetsen zijn vervuild of het mechanisme klemt. Druk meerdere keren op alle toetsen en neem contact op met de klantenservice indien dit niet helpt. Op het display verschijnt de foutmel- ding "Er19". Er is sprake van extreme oververhitting (eventu- eel brand in de binnenruimte). Te hoog magne- tronvermogen. Deur niet openen, de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen, laten afkoelen.91 Lamp in de binnenruimte vervangen U kunt de ovenlamp vervangen. Temperatuurbestendige halogeenlampen, 25 W, 240 V, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. : Kans op een elektrische schok! De ovenlamp nooit vervangen wanneer het apparaat ingeschakeld is. Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.Aanwijzing: Neem de nieuwe halogeenlamp altijd met een droge doek uit de verpakking. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.Zo gaat u te werkAanwijzing: Om de lamp in de binnenruimte te vervangen dient u het toestel te demonteren. Houd u aan de aanwijzingen in het installatievoorschrift.1. Zekering in de meterkast uitschakelen of de netstekker uit het stopcontact halen.2. Apparaatdeur openen. De bevestigingsschroeven aan de rechter- en linkerkant van de oven losdraaien. Neem de aanwijzingen in het installatievoorschrift in acht.3. Voorzichtig verwijderen.4. De schroef van de lampafscherming aan de linkerzijwand van buiten losdraaien en de afscherming afnemen. (Afbeelding A) De halogeenlamp uitnemen. (Afbeelding B)5. De nieuwe halogeenlamp inbrengen (Afbeelding C)6. De lampafscherming vastschroeven. Het apparaat in de omgekeerde volgorde weer inbouwen.7. Zekering in de meterkast weer inschakelen of de netstekker in het stopcontact steken.Glazen afscherming vervangenAls de glazen afscherming in de oven beschadigd is, moet deze worden vervangen. Afschermingen kunt u verkrijgen bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het Enummer en het FDnummer van uw apparaat. Servicedienst Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen. Enummer en FDnummer Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u in de oven. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.Verzoek om reparatie en advies bij storingenVertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.Dit apparaat beantwoordt aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B.Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.Op het tekstdisplay verschijnt de fout-melding "Er17", "Er18" of "E305".Technisch defect. Neem contact op met de servicedienst.Foutmelding Mogelijke oorzaak Oplossing / aanwijzing
Enr. FDnr. Servicedienst
NL 088 424 4040B 070 222 14392 Technische gegevens Automatische programma's Met de automatische programma's kunt u heel eenvoudig twee gerechten klaarmaken. U kiest het programma en voert het gewicht van uw gerecht in. Automatisch wordt de optimale instelling gekozen. U kunt kiezen uit 15 programma's. Programma instellen Wanneer u een programma heeft gekozen, stelt u als volgt in. Voorwaarde: de functiekeuzeknop mag niet ingedrukt zijn. Voorbeeld in de afbeelding: Programma 2 met een gewicht van 1 kilogram.
1. De toets n indrukken.
Op het klokdisplay verschijnt het eerste programmanummer.
2. Met de temperatuurknop het gewenste programma kiezen.
3. De toets n opnieuw indrukken.
Op het temperatuurdisplay verschijnt een voorgesteld gewicht.
4. Met de temperatuurknop het gewicht instellen.
5. De toets ƒ indrukken.
Het programma start. U kunt het verloop van de tijdsduur
aflezen op het klokdisplay. Het programma is beëindigd Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display verschijnt 0:00. Het apparaat uitschakelen of opnieuw instellen. Programma wijzigen Na de start kunnen het programmanummer en het gewicht niet veranderd worden. Tijdsduur veranderen Bij de automatische programma's kunt u de tijdsduur niet veranderen. Programma afbreken De toets „ ingedrukt houden en de functiekeuzeknop uitschakelen. Stroomvoorziening 220 - 240 V, 50 Hz Max. totale aansluitwaarde 3100 W Magnetronvermogen 1000 W (IEC 60705) Grill Ausgangsleistung 2000 W Heißluft Ausgangsleistung 1950 W Magnetron frequentie 2450 MHz Zekering 16 A Afmetingen (hxbxd) apparaat 454 x 595 x 563 mm binnenruimte 236 x 445 x 348 mm VDEgetest ja CEmarkering ja93 Ontdooien en garen met de automatische programma's Aanwijzingen ■ Neem het product uit de verpakking en weeg het. Kunt u het exacte gewicht niet invoeren, rond het dan naar boven of beneden af. ■ Gebruik voor de programma's altijd vormen die geschikt zijn voor de magnetron, bijv. van glas of keramiek, of de braadslede. Let op de tips over de toebehoren in de programmatabel. ■ Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte ■ Na de tips vindt u een tabel met geschikte levensmiddelen, het betreffende gewichtsbereik en de benodigde toebehoren. ■ Het is niet mogelijk gewichten in te stellen buiten het gewichtsbereik. ■ Bij veel gerechten klinkt na enige tijd een signaal. Keer het gerecht of roer het om. Ontdooien Aanwijzingen ■ Levensmiddelen zo vlak mogelijk en verdeeld in porties bij -18 °C invriezen en bewaren. ■ De diepvriesproducten op een ondiepe vorm van bijvoorbeeld glas of porselein leggen. ■ Na het ontdooien de levensmiddelen met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling nog 15 tot 90 minuten laten rusten. ■ Bij het ontdooien van vlees, gevogelte of vis komt vloeistof vrij. Dit tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking laten komen. ■ Brood dient u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooien. Het wordt snel oudbakken. ■ Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. ■ Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde en stukken gevogelte eerst met de zijde van het vel op de vorm leggen. Groente Aanwijzingen ■ Groente, vers: in stukken van dezelfde grootte snijden. Per 100 g een eetlepel water toevoegen. ■ Groente, diepvries: alleen gnablancheerde, niet voorgekookte groente is geschlikt. Diepvriesgroente met roomsaus is niet geschikt. 1 tot 3 eetlepels water toevoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoegen. Gekookte aardappels Aanwijzing: in stukken van dezelfde grootte snijden. Per 100 g aardappels een eetlepel water en wat zout toevoegen. Rijst Aanwijzingen ■ Geen rijst in kookbuiltjes gebruiken. ■ Twee tot tweeënhalf keer zoveel water bij de rijst doen. Vis Aanwijzing: Visfilet, vers: 1 tot 3 eetlepels water of citroensap toevoegen. Vlees Aanwijzing: Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. 50 -100 ml vloeistof toevoegen. Gevogelte Aanwijzingen ■ De kip met de borstzijde naar onderen in de schaal leggen. ■ Stukken kip met de kant van het vlees naar beneden in de schaal leggen. Pizza, diepvries Aanwijzing: Voorgebakken diepvriespizza's en pizza-baguettes gebruiken. Rusttijden Enige gerechten dienen na afloop van het programma nog even in de oven te blijven staan. Programmatabel Gerecht Rusttijd Groente ca. 5 minuten Gekookte aardappels ca. 5 minuten. Eerst het water dat ontstaan is afgieten. Rijst 5 tot 10 minuten Varkensvlees, gehakt 10 minuten Progr.nr. Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik in kg Vorm / toebehoren, inschuif- hoogte Ontdooien
Heel brood* Tarwebrood, gemengd-tarwebrood, volkorenbrood 0,20 - 1,50 Vlakke open vorm bodem van oven
Gehakt* Gehakt van rund-, lams- of varkens- vlees 0,20 - 1,00 Vlakke open vorm bodem van oven
Gevogelte, heel* Kip, eend 0,60 - 2,00 Vlakke open vorm bodem van oven
Visfilet* Filet van snoek, kabeljauw, rood- baars, koolvis, snoekbaars 0,20 - 1,00 Vlakke open vorm bodem van oven
- Let op de keersignalen. Garen
Groente, diepvries* Bloemkool, broccoli, wortelen, kool- rabi, rode kool, spinazie 0,20 - 1,00 gesloten vorm bodem van oven94 Voor u in onze kookstudio getest U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode, temperatuur of welk magnetronvermogen het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding. Aanwijzingen ■ De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst. Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Verwijder voor het gebruik alle toebehoren die u niet nodig heeft uit de binnenruimte. ■ Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren. ■ De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. ■ Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in speciaalzaken kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen. ■ Gebruik altijd pannenlappen wanneer u hete accessoires of serviesgoed uit de binnenruimte neemt. : Risico van verbranding! Wanneer u de emaillen bakplaat naar buiten trekt, kan hete vloeistof over de rand stromen. Trek de emaillen bakplaat voorzichtig uit de binnenruimte. Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron In de volgende tabellen vindt u vele mogelijkheden en instelwaarden voor de magnetron. De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de vorm, de kwaliteit, de temperatuur en de aard van de levensmiddelen. In de tabellen zijn vaak tijdsbereiken aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig. Het kan zijn dat u andere hoeveelheden heeft dan in de tabellen staan aangegeven. Hiervoor bestaat een vuistregel: Dubbele hoeveelheid bijna dubbele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur. Tussendoor dient u de gerechten meermaals door te roeren of te keren. Controleer de temperatuur. Ontdooien Aanwijzingen ■ Zet de diepvriesproducten in een open schaal op de bodem van de oven. ■ Kwetsbare delen, bijv kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken, kunt u afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. De folie mag de ovenwanden niet raken. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen. ■ De gerechten tussendoor 1 tot 2 maal keren of omroeren. Grote stukken meerdere keren omdraaien. Verwijder tijdens het keren de vloeistof die door het ontdooien is ontstaan. ■ Laat het ontdooide gerecht nog 10 tot 60 minuten rusten bij kamertemperatuur, zodat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld. Bij gevogelte kunt u dan de ingewanden verwijderen.
Rijst, lange korrel* 0,10 - 0,50 Hoge gesloten vorm bodem van oven
Verse visfilet stoven Filet van snoek, kabeljauw, rood- baars, koolvis, snoekbaars 0,20 - 1,00 gesloten vorm bodem van oven
- Let op de keersignalen. Combigaren
Pizza, diepvries Pizza met dunne bodem, voorge- bakken 0,15 - 0,55 Rooster hoogte 3
Kip, vers* Hele kip, vers 0,80 - 1,80 gesloten vorm bodem van oven
Stukken kip, vers Kippenpoten, halve kippen 0,40 - 1,60 gesloten vorm bodem van oven
Vers varkensgebraad* Halsstuk zonder been, rollade 0,80 - 2,00 gesloten vorm Bodem binnenruimte
- Let op de keersignalen. Progr.nr. Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik in kg Vorm / toebehoren, inschuif- hoogte95 Ontdooien, verhitten of garen van diepvriesgerechten Aanwijzingen ■ Neem de kant-en-klare gerechten uit de verpakking In vormen die geschikt zijn voor de magnetron worden ze sneller en gelijkmatiger opgewarmd. Verschillende bestanddelen van de gerechten kunnen snel of minder snel worden opgewarmd dan andere. ■ Platte gerechten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de gerechten daarom zo plat mogelijk in de vorm. U dient geen levensmiddelen in lagen op elkaar te leggen. ■ Dek de gerechten altijd af. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron. ■ Tussendoor dient u de gerechten 2 tot 3 maal om te roeren of te keren. ■ Laat de gerechten nadat ze opgewarmd zijn nog 2 tot 5 minuten rusten, met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling. ■ Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt. ■ De eigen smaak van de gerechten blijft in hoge mate behouden. Daarom kunt u spaarzaam omgaan met zout en kruiden. Ontdooien Gewicht Magnetronvermogen in watt, tijds- duur in minuten Aanwijzingen Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been) 800 g 180 W, 15 min. + 90 W, 1525 min. Meerdere malen keren. 1 kg 180 W, 15 min. + 90 W, 25-35 min. 1,5 kg 180 W, 20 min. + 90 W, 25-35 min. Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken 200 g 180 W, 5 min. + 90 W, 4-6 min. Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden. 500 g 180 W, 10 min. + 90 W, 5-10 min. 800 g 180 W, 10 min. + 90 W, 10-15 min. Gehakt, gemengd 200 g 90 W, 15min. Zo vlak mogelijk invriezen. Tussendoor meerdere keren omdraaien en ontdooid vlees verwijderen. 500 g 180 W, 5 min. + 90 W, 1015 min. 800 g 180 W, 10 min. + 90 W, 1520 min. Gevogelte of stukken gevogelte 600 g 180 W, 5Min. + 90 W, 10-15 Min. Tussendoor keren. 1,2 kg 180 W, 10 min. + 90 W, 20-25 min. Eend 2 kg 180 W, 20 min. + 90 W, 30 40 min. Meerdere malen keren. Gans 4,5 kg 180 W, 30 min. + 90 W, 60 80 min. Om de 20 minuten keren. De vloeistof na het ontdooien verwijderen. Visfilet, viskotelet of plakken 400 g 180 W, 5 min. + 90 W, 1015 min. Ontdooide delen van elkaar scheiden. Hele vis 300 g 180 W, 3 min. + 90 W, 10-15 min. Tussendoor keren. 600 g 180 W, 8 min. + 90 W, 15-25 min. Groente, bijv. erwten 300 g 180 W, 10-15 min. Tussendoor voorzichtig roeren. 600 g 180 W, 10 min. + 90 W, 8 13 min. Fruit, bijv. frambozen 300 g 180 W, 7-10 min. Tussendoor voorzichtig roeren en ont- dooide delen van elkaar scheiden. 500 g 180 W, 8 min. + 90 W, 5-10 min. Boter, ontdooien 125 g 90 W, 6-8 min. Verpakking volledig verwijderen. 250 g 180 W, 2 min. + 90 W, 3-5 min. Heel brood 500 g 180 W, 3 min. + 90 W, 10-15 min. Tussendoor keren. 1 kg 180 W, 5 min. + 90 W, 15-25 min. Gebak, droog, bijv. cake 500 g 90 W, 1015 min. Alleen voor gebak zonder glazuur, room of crème, stukken van elkaar scheiden 750 g 180 W, 3 min. + 90 W, 10-15 min. Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart 500 g 180 W, 5 min. + 90 W, 15-20 min. Alleen bij gebak zonder glazuur, slagroom of gelatine. 750 g 180 W, 7 min. + 90 W, 15-20 min. Ontdooien, verhitten of garen van diepvries- gerechten Gewicht Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten Aanwijzingen Menu, schotel, kant-en-klaar gerecht (2-3 Komponenten) 300400 g 600 W, 1115 min. afgedekt Soep 400-500g 600 W, 8-13 min. gesloten vorm Eenpansgerechten 500 g 600 W, 10-15 min. gesloten vorm 1 kg 600 W, 20-25 min. Lapjes of stukken vlees in saus, bijv. goulash 500 g 600 W, 12-17 min. gesloten vorm 1 kg 600 W, 2530 min. Vis, bijv. stukken filet 400 g 600 W, 10-15 min. afgedekt 800 g 600 W, 20-25 min.96 Gerechten verhitten : Kans op verbrandingen!! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat er bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof plotseling hevig overkoken en opspatten. Wanneer u vloeistof verhit, zet dan altijd een lepel in het voorwerp waarin de vloeistof zich bevindt. Zo voorkomt u kookvertraging. Attentie! Metaal - bijv. de lepel in het glas - moet minstens 2 cm van de ovenwanden en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Door vonken kan het glas aan de binnenkant van de deur worden vernietigd. Aanwijzingen ■ Neem kant-en-klare gerechten uit de verpakking. In vormen die geschikt zijn voor de magnetron worden ze sneller en gelijkmatiger opgewarmd. Verschillende bestanddelen van de gerechten kunnen snel of minder snel worden opgewarmd dan andere. ■ Dek de gerechten altijd af. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron. ■ Tussendoor dient u de gerechten meermaals door te roeren of te keren. Controleer de temperatuur. ■ Laat de gerechten nadat ze opgewarmd zijn nog 2 tot 5 minuten rusten, met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling. ■ Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt. Gerechten garen Aanwijzingen ■ Platte gerechten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de gerechten daarom zo plat mogelijk in de vorm. U dient geen levensmiddelen in lagen op elkaar te leggen. ■ Bereid alle gerechten in een gesloten vorm. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron. ■ De eigen smaak van de gerechten blijft in hoge mate behouden. Daarom kunt u spaarzaam omgaan met zout en kruiden. ■ Laat de gerechten met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling na het garen nog 2 tot 5 minuten rusten. ■ Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt. Bijgerechten, bijv. rijst, pasta 250 g 600 W, 2-5 min. gesloten vorm, vloeistof toevoegen 500 g 600 W, 8-10 min. Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels 300 g 600 W, 8-10 min. gesloten vorm, 1 el water toevoegen 600 g 600 W, 14-17 min. Spinazie à la crème 450 g 600 W, 1116 min. zonder toevoeging van water garen Ontdooien, verhitten of garen van diepvries- gerechten Gewicht Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten Aanwijzingen Gerechten verhitten Gewicht Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten Aanwijzingen Menu, schotel, kant-en-klaar gerecht (2-3 componenten) 350-500 g 600 W, 48 min. afgedekt Dranken 150 ml 1000 W, 1-2 min. Lepel in het glas zetten, alcoholische dranken niet oververhitten; tussendoor controleren 300 ml 1000 W, 2-3 min. 500 ml 1000 W, 4-5 min. Babyvoeding, bijv. flesjes melk 50 ml 360 W, ½-1 min. Zonder speen of deksel. na het verwarmen altijd goed schudden. Beslist de temperatuur controle- ren! 100 ml 360 W, ½-1½ min. 200 ml 360 W, 1-2 min. Soep, 1 kop à 175 g 600 W, 23 min. - Soep 2 koppen à 175 g 600 W, 3-4 min. - Soep 4 koppen à 175 g 600 W, 6-8 min. - Vlees in saus 500 g 600 W, 8-11 min. afgedekt Eenpansgerecht 400 g 600 W, 6-8 min. gesloten vorm 800 g 600 W, 8-11 min. Groenten, 1 portie 150 g 600 W, 23 min. een beetje vloeistof toevoegen Groenten, 2 Porties 300 g 600 W, 35 min. Gerechten garen Gewicht Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten Aanwijzingen Hele kip, vers, zonder ingewanden 1,2 kg 600 W, 2530 min. Halverwege de bereidingstijd keren.97 Tips voor de magnetron Taart, cake en gebak Bij de tabellen Aanwijzingen ■ De opgegeven tijden gelden voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. ■ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer hoger in. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. ■ Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen. ■ Zet de vorm altijd in het midden van het rooster. Bakvormen Aanwijzing: Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Visfilet, vers 400 g 600 W, 7-12 min. - Groente, vers 250 g 600 W, 610 min. Groenten in gelijke grote stukken snijden; Per 100 g groenten 1-2 eetlepels water toevoegen; Tussendoor roeren. 500 g 600 W, 10-15 min. Zoete desserts, bijv. pudding (instant) 500 ml 600 W, 6-8 min. Pudding tussendoor met een garde 2-3 keer goed omroeren Fruit, compote 500 g 600 W, 9-12 min. - Bijgerechten b.v. aardappelen 250 g 600 W, 8-10 min. Aardappelen in gelijke grote stukken snijden. Ca. 1 eetlepels water in het recipiënt doen; Tussendoor roeren. 500 g 600 W, 12-15 min. 750 g 600 W, 1522 min. b.v. Rijst 125 g 600 W, 4-6 min. + 180 W, 1215 min. Dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen. 250 g 600 W, 6-8 min. + 180 W, 15-18 min. U vindt geen instelgegevens voor de voorbereide hoeveelheid voedsel. Verleng of verkort de gaartijden aan de hand van de volgende vuis- tregel: dubbele hoeveelheid is = bijna de dubbele tijd halve hoeveelheid = halve tijd Het gerecht is te droog geworden. Stel de volgende keer een korte gaartijd in of kies een laag magne- tronvermogen. Dek het gerecht af en voeg meer vloeistof toe. Het gerecht is na afloop van de ingestelde tijd nog niet ont- dooid, warm of gaar. Stel een langere tijd in. Grotere hoeveelheden en hogere gerechten hebben meer tijd nodig. Aan het einde van de gaartijd is het gerecht bij de randen te heet, maar in het midden nog niet klaar. Roer tussendoor om en kies de volgende keer een lager vermogen en een langere tijdsduur. Na het ontdooien is het gevogelte of het vlees van buiten gaar, maar in het midden nog niet ontdooid. Kies de volgende keer een lager magnetronvermogen. Bij grotere hoeveelheden dient u het te ontdooien gerecht ook meerdere malen te keren. Gerechten garen Gewicht Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten Aanwijzingen Gebak in vormen Toebehoren Hoogte Verwarmings- methode Tempera- tuur °C Tijdsduur in minuten Gewone cake, fijne cake (bijv. zandge- bak)* Tulband-/krans-/ recht- hoekige bakvorm
160-170 150-160 60-80 60-70 Taartbodem met rand van zandtaartdeeg Springvorm 1
160-170 35-45 Taartbodem roerdeeg Vorm bodem vruchten- taart
170-180 45-50 Gebak met droge bovenkant (roerdeeg) Bakplaat 2
160-170 30-40 Gebak met vochtige bovenkant bij. gisteeg met appelstrooisel Bakplaat 2
150-160 50-60 Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat 2
160-170 30-40 Kerststol van 500 g bloem Bakplaat 2
170-180 60-70 Pizza Bakplaat 2
- Gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen. ** Giet nooit water rechtstreeks in de hete oven.98 Tips voor het bakken Gistbrood 1 kg** Bakplaat 2
180-190 50-60 Gebak Vormen Hoogte Magnetronver- mogen in watt Tijdsduur in minuten Verwarmings- methode Temperatuur in°C Notentaart Springvorm 1 90 W 30-35
170-180 Vruchten- of kwarktaart von zand- taartdeeg* Springvorm 2 360 W 40-50
150-160 Fijne vruchtentaart, van roerdeeg Tulbandvorm of springvorm 1 90 W 30-45
170-190 Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart) Springvorm of quichevorm 2 90 W 50-70
- Gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen. Klein gebak Hoogte Verwarmingsmethode Temperatuur in°C Tijdsduur in minuten Koekjes Bakplaat 2
150-170 20-35 Schuimgebak Bakplaat 2
100 90-120 Bitterkoekjes Bakplaat 2
110 35-45 Bladerdeeg Bakplaat 2
170-180 35-45 Broodjes (bijv. roggebroodjes) Bakplaat 2
180-190 35-45 U wilt bakken volgens uw eigen recept. Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. U wilt een vorm van silicone, glas, kunststof of keramiek gebruiken. De vorm moet tot 250 °C hittebestendig zijn. In deze vormen wordt het gebak minder bruin. Wanneer u de magnetron inschakelt, wordt de tijdsduur eventueel korter dan wat in de tabel staat aangegeven. Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. Steek ongeveer 10 minuten voor het einde van de opgegeven baktijd een houten prikker in op de plek waar het gebak het hoogst is. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. Het gebak zakt in. Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in en houd een langere baktijd aan. Houd rekening met de omroertijden in het recept. Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. Vet nu de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. Het gebak wordt te donker. Kies een lagere temperatuur en een wat langere baktijd. Het gebak is te droog. Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedrup- pelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd kortere baktijden aan. Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor, deze bestrooit u met amandelen of paneermeel en vervolgens brengt u de bovenste laag erop aan. Let op recepten en baktijden. Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen, dan komt het gemakke- lijker los uit de vorm. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer goed in en strooi er ook paneermeel in. U heeft met uw eigen thermometer de oventemperatuur gemeten en daarbij een afwijking vastgesteld. De oventemperatuur wordt door de fabrikant met een testrooster na een bepaalde tijd in het middelpunt van de binnenruimte gemeten. Alle vormen en toebehoren hebben invloed op de gemeten waarde, zodat u altijd een verschil zult vaststellen wanneer u zelf meet. Tussen vorm en rooster ontstaan vonken. Controleer of de vorm van buiten schoon is. Verander de positie van de vorm in de binnenruimte. Als dat niet helpt, bakt u zonder magnetron verder. De bakduur wordt dan langer. Gebak in vormen Toebehoren Hoogte Verwarmings- methode Tempera- tuur °C Tijdsduur in minuten
- Gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen. ** Giet nooit water rechtstreeks in de hete oven.99 Braden en grillen Bij de tabellen Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de kwantiteit en de kwaliteit van de gerechten. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer hoger in. Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor het braden en grillen" na de tabellen. Vormen U kunt elke vorm gebruiken die hittebestendig en geschikt voor de magnetron is. Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie. De vorm kan heel heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt. Zet hete vormen van glas op een droge keukendoek. Wanneer u deze op een natte of koude ondergrond zet, kan het glas knappen. Aanwijzingen voor het braden Gebruik voor het bakken en braden van vlees en gevogelte een hoge vorm. Controleer of de vorm in de binnenruimte past. Deze mag niet te groot zijn. Vlees: Zorg ervoor dat de bodem van de vorm net met vloeistof bedekt is. Voeg aan stoofvlees wat meer vloeistof toe. Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd. Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen. Gevogelte: Keer de stukken vlees na Z van de bereidingstijd. Aanwijzingen voor het grillen Aanwijzingen ■ Gril altijd met de ovendeur dicht, zonder voorverwarmen. ■ Gebruik zoveel mogelijk stukken van gelijke dikte voor het grillen. Steaks moeten minstens 2 tot 3 cm dik zijn. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Zout de steaks pas na het grillen. ■ Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog. ■ Donker vlees, bijv. rundvlees, wordt sneller bruin dan licht kalfs- of varkensvlees. Grillstukken van licht vlees of vis zijn vaak alleen aan de oppervlakte lichtbruin, maar van binnen gaar en sappig. ■ Het grillelement schakelt automatisch uit en weer in. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand. Aanwijzingen voor het stoven Gebruik voor het stoven van vis een vorm met deksel. Doe twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm. Vlees, gevogelte, vis Magnetronvermo- gen watt, tijdsduur in minuten Hoogte Verwarmings- methode Temperatuur in °C, grillstand Aanwijzingen Gestoofd rundvlees ca. 1000 g 180 W, 80-90 min. 0
160-170 Gesloten vorm op de bodem van de oven. Rosbief, rosé ca. 1000 g 180 W, 30-40 min. 0
180-200 Open vorm. Halverwege de berei- dingstijd keren. Tot slot 10 minuten laten rusten. Varkensvlees zonder zwoerd ca. 750 g, bijv. nekstuk 360 W, 3545 min. 0
170-180 Open vorm. Tot slot 10 minuten laten rusten. Varkensvlees met zwoerd* ca. 1 kg, bijv. schouder 180 W, 80-90 min. 0
170-180 Open vorm. Tot slot 10 minuten laten rusten. Niet omdraaien. Varkenslende ca. 500 tot 600 g 180 W, 3540 min. 0
200-210 Open vorm op de bodem van de oven. Tot slot 10 minuten laten rusten. Kip, heel ca. 1000 tot 1200 g 360 W, 3040 min. 0
230-250 Gesloten vorm op de bodem van de oven. Met de borstzijde naar boven leggen. Niet omdraaien. Stukken kip, bijv. kwart kip ca.800 g 360 W, 2030 min. 0
230-250 Open vorm. Met de kant van het vel naar boven leggen. Niet omdraaien. Eend 1500 tot 1700 g 180 W, 7080 min. 0
220-240 Gesloten vorm op de bodem van de oven. Niet omdraaien. Eendenborst ca. 500 g eendenborst 2 stuks à 250 tot 300 g 180 W, 1520 min. 0
3 Open vorm op de bodem van de oven. Met de kant van het vel naar boven leggen. Niet omdraaien. Ganzenborst, ganzenbout 700 bis 900 g 180 W, 3040 min. 0
2 Hoge open vorm op de bodem van de binnenruimte. Niet omdraaien. Vis, gebakken ca. 500 g 600 W, 10-15 min. 0
3 Open vorm. Diepvries vis eerst ontdooien.
- Snijd bij varkensvlees het zwoerd in.100 Tips voor het braden en grillen Ovenschotels, gratins Aanwijzingen ■ De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. ■ Plaats de ovenschotel in een vorm die geschikt is voor de magnetron op de bodem van de ovenruimte. ■ Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een grote, lage vorm. In kleine, hoge vormen hebben de gerechten meer tijd nodig en wordt de bovenkant donkerder. ■ Ovenschotels en gratins moeten in een uitgeschakelde oven nog 5 minuten nagaren. Kantenklare diepvriesproducten Aanwijzingen ■ Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking. ■ De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. ■ Frites, kroketten en rösti niet op elkaar leggen. Hoeveelheid Gewicht Hoogte Verwarmings- methode Grillstand Tijdsduur in minuten Steaks 2 tot 3 cm dik 2 tot 3 stuks à ca. 200 g 1+3**
1e kant: ca.10 - 12 2e kant: ca. 8 - 12 Vis, heel* bijv. forellen 2 tot 3 stuks à ca. 300 g 1+3**
1e kant: ca. 10 - 15 2e kant: ca. 10 - 15 Geroosterd brood 12 sneetjes - 3
1e kant: ca. 3 - 5 2e kant: ca. 2 - 3 Geroosterd brood 4 sneetjes*** - 3
3 Afhankelijk van het beleg: 8 -10
- Het rooster eerst met olie invetten. ** Schuif het rooster op hoogte 3 en de bakplaat in op hoogte 1. ***Boterhammen naast elkaar in het midden van het rooster plaatsen. ****Boterhammen voortoasten Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. Kies voor kleinere stukken vlees een hogere temperatuur en een kortere berei- dingstijd. Kies voor grotere stukken vlees een lagere temperatuur en een langere bereidingstijd. Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepel- test". Druk met de lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aan- gebrand. Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. Het vlees is niet doorbakken. Snijd het vlees open. Maak de saus klaar in het braadgerei en leg de plakken vlees in de saus. Bereid het vlees verder alleen met de magnetron. Ovenschotels, gratins Vormen Hoogte Verwar- mings- methode Temperatuur in°C Magnetronvermo- gen in watt Tijdsduur in minuten Ovenschotels zoet (bijv. kwarkschotel met fruit) ca.1,5 kg vlakke ovenschotel 4 tot 5 cm
160-190 600 W 20-30 Ovenschotel hartig, van rauwe ingre- diënten (bijv. gegratineerde aardap- pels) ca.1,1 kg vlakke ovenschotel 0
170-180 600 W 25-35101 Testgerechten De kwaliteit en de werking van magnetron-combiapparaten worden aan de hand van deze gerechten getest door keuringsdiensten. Volgens de norm EN 60705, IEC 60705 resp. DIN 44547 en EN 60350 (2009) Ontdooien met de magnetron Bereiden met de magnetron Garen in combinatie met de magnetron Bakken Volgens de norm DIN 44547 en EN 60350 De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. Kant-en-klaar producten Toebehoren Hoogte Verwar- mingsme- thode Temperatuur in°C Tijdsduur in minuten Strudel met fruitvulling Bakplaat 2
180-200 40-50 Frites Bakplaat 2
160-190 15-20 Kroketten Bakplaat 2
180-200 25-35 Rösti Bakplaat 2
180-200 25-35 Gerecht Magnetronvermogen in watt Tijdsduur in minuten N.B. Vlees 180 W, 7 + 90 W, 8-12 of programma 2, 500g Pyrexvorm Ø 22 cm op de bodem van de oven plaatsen. Gerecht Magnetronvermogen in watt Tijdsduur in minuten Aanwijzingen Kandeel, 1000 g 600 W, 1112 + 180 W, 1520 Pyrex-vorm op de bodem van de oven plaatsen. Biscuittaart, 475 g 600 W, 8-10 Pyrexvorm Ø 22 cm op de bodem van de oven plaat- sen. Gehakt, 900 g 600 W, 25-30 Pyrex-vorm op de bodem van de oven plaatsen. Gerecht Magnetronvermogen in watt Tijdsduur in minuten Verwarmings- methode Temperatuur in °C, grillstand Aanwijzingen Gegratineerde aard- appels 360 W, 25-30
1 Pyrexvorm Ø 22 cm op de bodem van de oven plaatsen. Gebak 180 W, 2025
190-200 Pyrex-vorm Ø 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. Kip 360 W, 30-35
240 Kip met de borstzijde naar beneden in een hoge vorm zonder deksel op de bodem van de oven leggen. Halverwege de bereidings- tijd keren. Toebehoren Hoogte Verwar- mings- methode Temperatuur in°C Tijdsduur in minu- ten Sprits Bakplaat 2
160-170 25-30 Waterbiscuit Springvorm op het rooster 1
170-180 45-50 Plaatgebak met gist Bakplaat 2
- Backofen 5 Minuten vorheizen102 Grillen De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. Acrylamide in levensmiddelen Om welke gerechten gaat het? Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals bijv. aardappelchips, frites, toast, broodjes, brood, fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas). Gerecht Toebehoren Hoogte Grill, groot
Tijdsduur in minuten Brood roosteren Rooster 3 3 4-5 Beefburger 12 stuks* Rooster + Bakplaat
- Na ½ van de tijd keren. Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten Algemeen Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden. Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden. Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. Bakken koekjes Met boven- en onderwarmte max. 200 °C, met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C. Met boven- en onderwarmte max. 190 °C, met 3D-hete lucht of hete lucht max. 170 °C. Ei of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. Oven-frites Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen.(06)
Notice-Facile